L’Étranger en het absurde bestaan

L’Étranger en het absurde bestaan
Man zonder voornaam stuit op ‘Arabier’

door Paul Rübsaam

Een jongensachtige Meursault is even wennen voor de ouderen onder ons die Albert Camus’ wereldberoemde roman over die vreemde man (een mán toch en geen jongen?) al lazen op de middelbare school. Toch weet François Ozons mysterieuze zwart-witfilm L’Étranger dat gelijknamige boek uit 1942 effectiever te herladen dan Luchino Visconti’s Lo Straniero uit 1967, met de toen al middelbare Marcello Mastroianni in de hoofdrol.

De film en niet het boek bespreken valt nog niet mee als het gaat om een adaptatie van de roman L’Étranger (De Vreemdeling) van Albert Camus. Want voor velen die (zoals ik) pakweg geboren zijn tussen 1955 en 1970 gold de in 1960 op 46-jarige leeftijd verongelukte existentialistisch-absurdistische Franse schrijver zo’n beetje als een cultheld. Als een soort James Dean voor boekenwurmen.

L'Étranger en het absurde bestaan

Een stille mooie jongen?
Om toch te voorkomen dat dit al te veel een boekrecensie wordt, zal ik proberen de uitweg te bewandelen van een vergelijking van de nu in de bioscopen verschijnende film L’Étranger van de Franse regisseur François Ozon met een eerdere verfilming van Camus’ roman: Lo Straniero van Luchino Visconti uit 1967.

Maar eerst toch even naar dat boek van Camus en een belangrijke reden waarom dat bij pubers zo aansloeg. Volgens mij had dat te maken met de ondoorgrondelijkheid en onbewogenheid van de hoofdpersoon in combinatie met de ik-vorm waarin de roman geschreven was. Meursault vond niets en voelde niets, pleegde een moord (leek het) en was ondertussen steeds zelf aan het woord. Op een ondefinieerbare manier was dat heel spannend.

De gehele eerste helft van zijn film echter trekt Ozon zich anders dan Visconti, die Mastroianni regelmatig voice-overs liet inspreken, niets aan van die ik-vorm van de roman. Terwijl de onbewogenheid van zijn erg jonge Meursault (Benjamin Voisin) ondertussen naar het apathische neigt. Je kunt je nauwelijks voorstellen dat deze persoon in staat zou zijn om als waardig Camus-personage een gloedvol betoog te houden. Nadat hij onaangedaan getuige is geweest van zijn moeders begrafenis rolt hij niettemin amper boe of ba zeggend als vanzelf in de armen van de verleidelijke Marie (Rebecca Marder). Omdat hij knap is om te zien, laat zich dat nog wel enigszins verklaren. Maar was onze Meursault dan niet meer dan een stille mooie jongen?

Verblindend licht en duisternis 
Hoe het ook zij, Ozon slaagt er ondanks de twijfels die je als ooit jeugdige lezer van de roman aanvankelijk bekruipen gaandeweg steeds beter in om het boek op zijn eigen manier voor je te heropenen. Dat doet hij met zijn keuze voor filmen in zwart-wit, waarmee hij naar eigen zeggen de ambiance wilde herscheppen van Algiers in de jaren dertig van de vorige eeuw, toen veel mensen daar witte of juist uitgesproken donkere kleding droegen. Ook los daarvan vormen in zwart-wit het licht van de felle zon op de schijnbaar paradijselijke stranden nabij de Algerijnse hoofdstad en de donkere tinten die de representanten kunnen zijn van het verbijsterende lot dat de hoofdpersoon wacht een passend, bijna abstract decor.

Bij nader inzien is zelfs welhaast groteske ondoordringbaarheid van Ozons Meursault niet geheel misplaatst bij iemand die evenals de hoofdpersoon in het boek geen voornaam lijkt te hebben. Anders dan de door Mastroianni vertolkte veel te levendige, bijna gezellige Arturo Meursault in Lo Straniero wordt de protagonist van l’Étranger immers consequent eenvoudigweg Meursault genoemd, alsof hij het vleesgeworden naambordje is naast zijn deurbel.

Juist die gebondenheid van dit op het gedepersonaliseerde af neutrale wezen aan zijn woning, die hij uiteindelijk zal moeten inruilen voor een gevangeniscel, is medebepalend voor de opbouw van het verhaal. Belangrijke bijrollen zijn namelijk weggelegd voor zijn buren. Zoals de oude, mopperende Salamano, die een haat-liefdesrelatie heeft met zijn schurftige hond en vooral Raymond Sintès (Pierre Lottin), een souteneur die zich uitgeeft voor magazijnbeheerder in een fabriek en de onverschillige Meursault voor zijn karretje weet te spannen.

Dissonant
Het kan de hoofdpersoon namelijk weinig schelen dat de louche, maar joviale Sintès een onduidelijke relatie heeft met een vrouw, die hij klaarblijkelijk mishandelt. Hij vindt het best om in naam van zijn buurman aan haar een brief te schrijven en een verklaring af te leggen op het politiebureau.

L'Étranger en het absurde bestaan

Tevreden nodigt Sintès zijn nieuwe ‘maatje’ Meursault en diens vriendin Marie vervolgens uit in het strandhuisje van zijn vriend Massin, waar het jonge stel zich de geneugten van zon, zee en strand niet laat ontzeggen. Een zich al eerder aankondigende dissonant begint zich echter steeds scherper af te tekenen. Een groepje Arabieren, waaronder de broer van de door Sintès mishandelde Djemilla blijkt de Franse badgasten naar het strand gevolgd te zijn. Sintès deelt zijn orders uit aan Massin en Meursault, voor als het tot een afrekening mocht komen. Het mes van de broer van Djemilla, het zonlicht dat daarin reflecteert en een revolver die Sintès bij Meursault in bewaring heeft gegeven, zullen uiteindelijk het lot bepalen van Djemilla’s broer en dat van Meursault zelf.

Mysterie
Niet alle handelingen van Meursault die tot zijn uiteindelijke gevangenneming leiden zijn helemaal begrijpelijk. De verklaring voor dat door Ozon terecht in stand gehouden mysterieuze aspect in de roman is vermoedelijk dat het strafproces tegen Meursault niet meer dan een door Camus gekozen constructie was. Als Meursault naar het oordeel van de lezer (of kijker) te schuldig of onschuldig is (dat laatste bijvoorbeeld omdat hij zich onmiskenbaar kan beroepen op zelfverdediging of een tijdelijke psychose), zou een te klassiek rechtbankdrama ontstaan in plaats van het beoogde verhaal over een man die zich tegenover de samenleving verantwoorden moet voor zijn algehele levenshouding.

Toch vult de film L’Étranger de 84 jaar oude roman hier en daar aan. In zowel boek als film gaat het tijdens het proces nauwelijks om Meursaults vermeende misdrijf, maar hoofdzakelijk om zijn gedrag tijdens zijn moeders begrafenis. Nog minder aandacht is er echter voor de slechts als ‘De Arabier’ aangeduide persoon van het slachtoffer van het misdrijf. Ozon geef die broer van Djemilla in navolging van de Algerijnse schrijver Kamel Daoud een naam (Moussa Hamdani) en kent zijn rouwende zuster een iets prominentere bijrol toe. Enigszins tegendraads en nog los van de vereisten van de 21ste-eeuwse politieke correctheid weet de Franse regisseur hiermee de aandacht te vestigen op de fascinerende, maar ook eigenaardige kaalheid van het boek.

Ook actrice Rebecca Marder weet dat te doen door Meursaults geliefde Marie meer tot leven te brengen. Anders dan Anna Karina die in Visconti’s Lo Straniero maar wat heen fladdert om vrolijke Frans Arturo Meursault met zijn diepzinnige voice-overs weet Marder ons deelgenoot te maken van Marie’s toch niet alleen fysieke belangstelling voor die ondoorgrondelijke jongeman Meursault, die uiteindelijk in de meest uitzichtloze situatie de onverbiddelijke absurditeit van het bestaan zal omarmen.

 

24 februari 2026

 


ALLE ESSAYS

Ernest Cole: Lost and Found

****
recensie Ernest Cole: Lost and Found
Het knagende gevoel van ontheemding

door Cor Oliemeulen

De Zuid-Afrikaanse fotograaf Ernest Cole (1940-1990) was de eerste die de buitenwereld op een indringende manier confronteerde met het leven van de zwarte bevolking onder de Apartheid. Zijn foto’s maakten hem beroemd, maar waren verboden in zijn eigen land. Na zijn vlucht naar Amerika raakte Cole langzaam gefrustreerd, dakloos en vergeten. Totdat in 2017 60.000 van zijn foto’s in een Zweedse bankkluis werden aangetroffen.

Filmmaker Raoul Peck maakte met Ernest Cole: Lost and Found een aandoenlijk eerbetoon aan de fotograaf, die zich genoodzaakt voelde om in ballingschap te gaan. Hij mocht nooit meer terugkeren naar zijn familie en vrienden in Zuid-Afrika. Cole overleed in een New Yorks ziekenhuis aan de gevolgen van kanker, wrang genoeg in de week dat Nelson Mandela werd vrijgelaten uit de gevangenis.

Ernest Cole: Lost and Found

Vluchten uit je eigen land
Raoul Peck kon tijdens het maken van de documentaire deels putten uit zijn eigen ervaringen van ontheemding. Ook hij voelde zich genoodzaakt om zijn land te verlaten. Geboren in Haïti verhuisde hij vanwege de politieke situatie aldaar op jonge leeftijd met zijn familie naar de Verenigde Staten. Hij ging film studeren en belandde in Berlijn en Parijs. In 1996 keerde hij kort terug naar Haïti als minister van cultuur, maar werd al na een jaar ontslagen.

Terug in Europa maakte hij met Lumumba (2000) een politieke biografie over de Belgische koloniale geschiedenis en de moord op de Congolese leider Patrice Lumumba. Ook furore maakte Peck met de documentaire I Am Not Your Negro (2016), de levensloop van James Baldwin, een van de grootste Amerikaanse schrijvers na de Tweede Wereldoorlog. Baldwin groeide op in Harlem, New York maar raakte gefrustreerd door het racisme en verliet op zijn vierentwintigste zijn land om zich te vestigen in Parijs waar hij bijna zijn hele leven zou blijven wonen. Ondanks de parallellen met Peck en Baldwin is de levenswandel van Cole uitermate tragisch.

Internationale bewustwording
Waar acteur Samuel L. Jackson in I Am Not Your Negro fungeert als de stem van James Baldwin, neemt acteur LaKeith Stanfield (Judas and the Black Messiah, 2021) in Ernest Cole: Lost and Found de voice-over voor zijn rekening. Hij vertolkt het uiterst gedetailleerde levensverhaal dat Raoul Peck schreef op basis van Cole’s eigen woorden en gesprekken met zijn vrienden en geliefden én aan de hand van Cole’s confronterende foto’s van het leven onder het apartheidsregime. Het leven van zwarte mannen in een Zuid-Afrikaanse gevangenis en de gedwongen verhuizingen naar afgelegen kampen. Maar vooral had hij een scherp oog voor de dagelijkse onderdrukking, zware arbeid, armoede en de banaliteit van racisme, getuige de vele foto’s van borden met teksten als ‘Slegs vir Blankes / Europeans Only’ bij gebouwen, parken, zwembaden, scholen, ziekenhuizen, treinstations, waar eigenlijk niet?

Cole moest zijn foto’s vaak stiekem maken, op ooghoogte en tijdens het lopen, om niet op te vallen. Dat doet geen afbreuk aan alle technisch bekwame, aangrijpende foto’s die voorbijkomen in de documentaire. Buiten Zuid-Afrika zorgden ze voor de nodige verontwaardiging. Sommige foto’s zeggen meer dan duizend woorden.

De internationale bewustwording versterkte nadat Ernest Cole een jaar na zijn vertrek naar Amerika in 1967 zijn befaamde fotoboek House of Bondage samenstelde en uitbracht. “Mijn hele leven zit in dit boek”, horen we hem zeggen in de documentaire. Cole had zich laten inspireren door de Franse fotograaf Henri Cartier-Bresson die ook foto’s van dagelijkse ervaringen van gewone mensen maakte.

Ernest Cole: Lost and Found

Van beroemd tot dakloos
Ernest Cole werd bekend en zijn foto’s werden beroemd. Ook de foto’s die hij maakte over het leven van de zwarte bevolking in het zuiden van de Verenigde Staten. Cole’s ‘beloofde land’ bleek een land van rassenscheiding, net als het land dat hij ontvlucht was. Als je kijkt naar Cole’s foto’s in Amerika zie je vaak nauwelijks verschillen met het leven van zwarte mensen in Zuid-Afrika.

Vanaf hier wordt Ernest Cole: Lost and Found somber en somberder, door de gemoedstoestand van de fotograaf en de dramatische voice-over van LaKeith Stanfield. Cole vertrekt een tijdje naar Zweden en Denemarken, maar komt toch weer terug. Korte fragmenten uit eerdere documentaires en archiefbeelden van nieuws over internationale boycotacties van het Zuid-Afrikaanse apartheidsregime komen voorbij. Voor anderen gloort er hoop, voor Ernest Cole niet.

“Al mijn foto’s zijn leugens”, zegt Cole verbitterd. “Ik heb heimwee, maar kan niet terug.” En zo zien we Cole langzaam afglijden van bekend fotograaf tot dakloze. Gelukkig heeft regisseur Raoul Peck nog een hartverwarmende finale in petto.

 

15 januari 2025

 

ALLE RECENSIES

Emilia Pérez

****
recensie Emilia Pérez
Ballade over hormoontherapie

door Bert Potvliege

Met zijn nieuwste film verrast Franse cineast Jacques Audiard vriend en vijand. Op papier is Emilia Pérez een geschift verhaal waar geen kat op zit te wachten. Misschien was net dat de reden voor Audiard om dit relaas van een Mexicaanse transgender op de wereld los te laten.  

De ondertussen tweeënzeventigjarige Jacques Audiard behoort tot de wereldtop van filmmakers uit de eenentwintigste eeuw. Net zoals Park Chan-wook (The Handmaiden) en David Fincher (The Killer) is hij een rasechte vakman. Hij won de Gouden Palm in 2015 met de film Dheepan, hij maakte de smakelijke western The Sisters Brothers in 2018, maar zijn imposant gevangenisdrama Un Prophète uit 2009 blijft het hoogtepunt. Zijn filmografie is een bonte verzameling genrefilms en arthouse-prenten, waarvan de kwaliteit altijd hoog was. Emilia Pérez sluit netjes aan in deze rij.

Emilia Pérez

Vluchten voor de doden
Zoë Saldana (Avatar) speelt de Mexicaanse advocate Rita. Rondkomen is een probleem, dus lang twijfelt ze niet wanneer kartelleider Manitas (Karla Sofia Gascón) haar tonnen geld biedt om hem te helpen. De spilfiguur van het syndicaat wil het criminele milieu vaarwel zeggen en heeft hulp nodig om er anoniem vanonder te kunnen muizen. Zijn plan is om de transitie te maken naar een vrouw, de titulaire Emilia, om zo een nieuwe identiteit aan te nemen.

Rita besluit Emilia te helpen, door een dokter te vinden in het buitenland die kan helpen, alsook door haar gezin (zangeres Selena Gomez speelt Jessi, de echtgenote van Manitas) nieuw onderdak te bieden aan de andere kant van de wereld. Hun opzet slaagt en Emilia kan haar leven anoniem verderzetten, weg van het geweld aan het thuisfront, maar wel gescheiden van vrouw en kinderen.

De tweede helft van de film voelt alsof er een nieuw verhaal op gang wordt getrokken. Emilia wil koste wat het kost herenigd worden met haar gezin, maar ze engageert zich ook om de vele anonieme drugsdoden in Mexico een naam te geven, alsof ze plots met gewetenswroeging zit. Zal Jessi, die meent dat Manitas dood is, het geheim van Emilia te weten komen?

Emilia Pérez

Valkuilen overal
De naam en faam van Audiard kan deuren openen, want moesten wij een studio benaderen met deze plot, men zou ons de deur wijzen. Een Mexicaanse kartelbaas wil een vrouw worden om zo haar crimineel bestaan achter zich te laten? Het voelt kort door de bocht en intentioneel controversieel. Dat Emilia Pérez een musical is, is als de overtreffende trap in het bizarre voorkomen van de film.

De valkuilen zijn legio, maar met een wervelende camera en een gevoel voor storytelling knutselt de Fransman een fenomenale film ineen. De vindingrijkheid in het verbeelden van de muzikale intermezzo’s is bewonderenswaardig. Het vinden van een balans tussen een musical, drama en misdaadfilm gaat van een leien dakje.

Het enige minpunt aan de film is die merkwaardige scenariostructuur, waarbij de plot halfweg de film als afgerond voelt. De spanningsboog is ten einde. Een nieuw verhaal begint, maar die atypische verhaalstructuur voelt wat onwennig aan. Dat er in die tweede helft sprake is van enkele kleine plotgaten, helpt niet. Hoe Jessi zolang blind kan blijven voor de waarheid, klopt eenvoudigweg niet. Het talent van Audiard is zo indrukwekkend, dat we zwijgen wanneer we hierover willen sakkeren.

Drie koninginnen
Het allermooiste aspect aan de film zijn de acteerprestaties van de drie hoofdrolspeelsters. Wij wisten niet dat Zoë Saldana en Selena Gomez dit in zich hadden. Van Karla Sofia Gascón hadden wij nog niet gehoord, maar vergeten zullen we haar niet. Audiard stuwt de drie dames naar een torenhoog niveau. De drie ontvingen samen de prijs voor beste actrice op het Filmfestival van Cannes.

Het huwelijk tussen de musical en Audiard is best wel vreemd en vooral onverwacht, maar het werkt wonderwel. Emilia Pérez is een film voor de eindejaarslijstjes en wordt nu al getipt als een kanshebber voor de Oscars.

 

9 oktober 2024

 

ALLE RECENSIES

Eco, El

***
recensie El Eco
Zware, maar idyllische kinderlevens

door Paul Rübsaam

Het leven van de kinderen die opgroeien in het Mexicaanse boerendorp El Eco is zwaar. Maar de natuur die hen omringt, de dieren om hen heen, de onderlinge saamhorigheid en de sterke familiebanden maken hun bestaan ook kleurrijk.

In haar naar het dorpje vernoemde, soms als speelfilm imponerende documentaire El Eco (The Echo) portretteert de Salvadoraans/Mexicaanse regisseuse Tatiana Huezo Sánchez (1972) vooral de meisjes in het armoedige boerengehucht. Zonder voice over, met betoverende scènes en de stoere Montse, de leergierige Sarahi en de dromerige Luz Ma als jonge protagonisten die met hun intense expressie menig volleerd actrice in de schaduw stellen, word je meegenomen in een verhaal dat soms wel verzonnen lijkt.

El Eco

Tegendraads lijkt het dat Huezo voor haar romantische (of geromantiseerde?) vertelling de documentairevorm heeft gekozen. Terwijl ze met Noche de Fuego een speelfilm afleverde over opgroeiende meisjes die geconfronteerd worden met de veel rauwere werkelijkheid van de gedeeltelijk door drugskartels geregeerde Mexicaanse samenleving.

Pijnlijke zaken, zoals vrouwenhandel en illegale houtkap, blijven in El Eco overigens niet helemaal buiten schot. Maar de kinderen uit het dorpje beleven dat soort zaken voornamelijk als van horen zeggen. Daarentegen zijn armoede, kinderarbeid en wezenlijk patriarchale familieverhoudingen wel aan de orde van de dag. Die lijken echter begunstigende omstandigheden te zijn voor het zo rijk geschakeerde leven van de jonge meisjes (en jongens).

Paardenraces en mest stampen
De moeder van Montse demonstreert haar dochter hoe deze haar stokoude, bijna tandeloze grootmoeder (een van de oudste bewoners van El Eco) moet wassen. De manier waarop de jonge puber zich van haar taak kwijt is imponerend. Ze wast en droogt haar oma zorgvuldig, drinkt thee met haar, luistert naar haar verhalen en kijkt haar voortdurend met een liefdevolle blik aan.

Maar zorgtaken verrichten is niet de enige passie van Montse. Als behendig ruiter wil ze niets liever dan meedoen aan de paardenraces die jaarlijks in de buurt van El Eco worden gehouden. Of ze van haar moeder deze jongensachtige voorkeur eveneens mag uitleven, is de vraag.

Tussen het werk door, van graan oogsten tot mest stampen, gaan de kinderen ook naar school. De intelligente Sarahi kan zich helemaal vinden in het schoolsysteem van El Eco, waarin de jongere kinderen op de basisschool geacht worden te leren van de oudere. Voor een publiek bestaande uit teddyberen en een barbiepop oefent ze alvast op bloemrijke lezingen over natuurkundige fenomenen als moleculen en over de rol van Emiliano Zapata in de Mexicaanse revolutie. Als ze van haar oudere zus zelf een lesje krijgt over het verschijnsel menstruatie wordt ze evenwel wat wit om de neus.

De ranke, lange Luz Ma met haar grote bruine ogen lijkt onafscheidelijk van haar kleine broertje Toño, die van zijn in de bouw in de stad werkende vader geen borden af mag wassen. Samen creëren Luz Ma en Toño spannende schaduwen met behulp van een wijd openslaande jas, roepen ze gekke dingen die versterkt worden door de echo waar het dorpje misschien wel zijn naam aan dankt en tekenen ze figuurtjes op een beslagen autoruit als ze in de regen zitten te wachten op hun vader. Maar volwassen lijkt Luz Ma ineens als ze haar moeder bijstaat bij het ter wereld brengen van een lammetje.

El Eco

Ongrijpbare verschijnselen
Meer dan een jaar heeft Tatiana Huezo de drie families waarvan de meisjes deel uitmaken en de andere bewoners van het uit barakken opgetrokken El Eco gevolgd. Dat leidt er niet alleen toe dat we het wel en wee van de bewoners gedurende het verloop van een bepaalde tijd kunnen volgen, maar ook dat we getuige kunnen zijn van hun leven bij dag en bij nacht en gedurende de sterk wisselende seizoenen in het bergachtige gebied.

Het camerawerk, waar Huezo’s partner Ernesto Pardo voor tekende, is van hoog gehalte. Niet zelden wordt er vanaf een laag standpunt, soms zelfs vanaf de grond en van dichtbij gefilmd, waarmee recht wordt gedaan aan het gezichtspunt van kinderen en dieren. Een kudde op hol geslagen schapen wordt bijvoorbeeld zodanig op de hielen gevolgd dat je af gaat vragen of herdershond Oso soms een camera om zijn hoofd gebonden heeft gekregen.

Veel aandacht is er voor ongrijpbare verschijnselen als een streep licht die door een raam op een kinderhand valt, wind, echo’s, schaduwen, wolken en onbestemde geluiden. Ze lijken de moeilijk te benoemen elementen te symboliseren van de op traditie gebaseerde, inclusieve kleine samenleving van El Eco, waar iedereen bij iedereen betrokken is.

Maar is dat totaalbeeld niet al te lief? Is er niet te veel in scène gezet? Of zijn er afgezien van een paar dissonanten die wel aan de orde komen zaken weggelaten die een minder rooskleurig beeld zouden kunnen schetsen van de kleine boerengemeenschap? En wat is de achterliggende stelling van Tatiana Huezo Sánchez die schuilgaat achter haar vertoon van een vooral op onderlinge solidariteit tussen vrouwen van verschillende generaties gebaseerde dorpsidylle. Gaat dat zo? Behoort dat zo te gaan? Is het misschien bij gebrek aan beter? Met dit soort vragen blijf je als kijker een beetje zitten. Wat niet afdoet aan de oogstrelende en hartverwarmende kijkervaring die de regisseuse ons te bieden heeft.

 

11 maart 2024

 

ALLE RECENSIES

IFFR 2023 – Deel 4: Brieven uit de dodencel

IFFR 2023 – Deel 4:
Brieven uit de dodencel

door Cor Oliemeulen

‘Elke gelijkenis met bestaande personages of gebeurtenissen berust op louter toeval’, meldt de disclaimer. Opvallend genoeg komt oudgediende Marco Bellocchio juist heel dichtbij de waarheid over een van de meest geruchtmakende politieke moorden van de twintigste eeuw. Na de liefst 326 minuten van Esterno Notte is zijn conclusie duidelijk: de ontvoerde Italiaanse oud-premier Aldo Moro werd opgeofferd door zijn eigen christendemocratische partij.

Deze van oorsprong zesdelige serie – nog integraal te zien op het IFFR zaterdag 4 februari – is niet zozeer een reconstructie van de ontvoering en executie van Aldo Moro in 1978 door leden van de communistische terreurorganisatie Rode Brigades, maar een vrije interpretatie vanuit het perspectief van zes direct betrokkenen.

Esterno Notte

Zes delen, zes perspectieven
Waar Bellocchio’s meesterwerk Buongiorno, Notte (2003) de vier kidnappers, een vrouw en drie mannen, volgt vanaf het huren van het appartement waar Aldo Moro gevangen wordt gehouden tot het wegvoeren en volgens ‘proletarisch recht’ vonnissen van de politicus bijna twee maanden later, belicht de regisseur in Esterno Notte uitgebreid de tragische geschiedenis ‘van buitenaf’.

Centraal in het relaas staat de minister van Binnenlandse Zaken, Francesco Cossiga (Fausto Russo Alesi: Sweet Dreams, 2016), die Aldo Moro beschouwt als een vader aan wie hij zijn carrière heeft te danken. Na het plegen van verraad krijgt hij waanbeelden van bloedende handen.

Paus Paulus VI (Toni Servillo: La grande bellezza, 2013) is een oude studievriend van Moro en doet er alles aan om hem vrij te krijgen, inclusief zelfkastijding en het bijeenbrengen van het losgeld, dat de hele tijd onaangeroerd op een tafel in Vaticaanstad blijft liggen.

Het personage van Giulio Andreotti (Fabrizio Contri) oogt al even corrupt als in Bellocchio’s historische drama Il Traditore (2019) waarin deze christendemocratische premier tussen de maffia rondloopt in zijn onderbroek om een nieuw kostuum aangemeten te krijgen.

Rode Brigades-lid Adriana Faranda (die later een bestseller schreef, gespeeld door Daniela Marra) is een moeder die haar dochter mist en langzaam begint te twijfelen aan het doden van hun gijzelaar.

Echtgenote Eleonora Moro (Margherita Buy: Mia Madre, 2015) oefent tegen beter weten in druk uit op Aldo’s christendemocratische partijgenoten, maar die zeggen dat je terroristen geen losgeld moet betalen, omdat ze daar toch alleen maar bommen van kopen. Volgens hen zijn communisten bovendien atheïsten en nog erger dan maffiosi, want die gaan in ieder geval nog naar de kerk.

Tot slot leren we natuurlijk Aldo Moro (Fabrizio Gifuni) wat beter kennen: allereerst als een (groot)vader die kalmte en vriendelijkheid uitstraalt, maar uiteindelijk als gevangene in een dodencel die veelvuldig brieven aan de buitenwereld schrijft en steeds wanhopiger wordt.

Esterno Notte

De communisten buitenspel zetten
Tussendoor maken we kennis met de schimmige Amerikaanse kidnapdeskundige Steve Pieczenik (Tim Daish) die de autoriteiten eerder lijkt te ontmoedigen om het losgeld te betalen dan hen aanmoedigt om de politicus kost wat kost vrij te krijgen. Het waarom wordt duidelijk vanaf de scène waarin Aldo Moro als voorzitter van de christendemocratische partij in een toespraak toenadering zoekt tot samenwerking met de communistische partij, later bestempeld als Historisch Compromis.

Het mag duidelijk zijn: Amerika zal nooit instemmen met een samenwerking met communisten en de Italiaanse conservatieve christendemocraten zullen niet rouwig zijn wanneer Moro die plannen niet kan verwezenlijken. Het cynische is dat de Rode Brigades – die strijden tegen de ‘onderdrukkende’ christendemocraten die al sinds de Tweede Wereldoorlog het land in hun eentje regeren – juist de ‘verbinder’ Aldo Moro ontvoeren. Giulio Andreotti was ook een gewild persoon, maar die had een gepantserde auto, Aldo Moro niet.

Marco Bellocchio, die gedurende zijn al bijna zestigjarige loopbaan nooit een geheim maakte van linkse sympathieën, hekelt in Esterno Notte niet degenen die de trekker overhalen, maar Aldo Moro’s politieke vrienden die hem de rug toekeren en de moord in feite faciliteren. Als vanouds schakelt de filmmaker soepel tussen de deprimerende realiteit, dromen, fantasieën en archiefbeelden. Zo zien we aan het eind van het drama authentieke beelden van Moro’s drukbezochte uitvaart in een basiliek. Echter de overledene in kwestie is niet aanwezig, omdat zijn vrouw al een besloten begrafenis had gehouden waarbij geen enkele politicus welkom was.

In Buongiorno, Notte kroop Roberto Herlitzka in de huid van Aldo Moro. De vertolking van Fabrizio Gifuni in Esterno Notte is mogelijk nog geloofwaardiger, niet in de laatste plaats vanwege zijn treffende gelijkenis met de politicus. Gifuni speelde Moro al in het misdaaddrama Piazza Fontana: The Italian Conspiracy (2012) van Marco Tullio Giordana en in het eenmanstheatersstuk Con il vostro irridente silenzio (2018), dat hij zelf maakte en regisseerde op basis van de brieven die Aldo Moro schreef tijdens zijn 55 dagen durende gevangenschap.

 

31 januari 2023

 

Deel 1: Fantasie als werkelijkheid
Deel 2: Terug op locatie
Deel 3: Coronacinema
Deel 5: Buitenbeentjes
Deel 6: Olympische Spelen, Poetin en Iran
Deel 7: Stijl & experiment

 

MEER FILMFESTIVAL

Eternal Spring

**
recensie Eternal Spring
Repressie en revolutie

door Tim Bouwhuis

Op 5 maart 2002 raakte de Chinese overheid kortstondig de controle kwijt over het centrale staatstelevisiekanaal. De stoorzenders waren een aantal beoefenaars van de spirituele discipline Falun Gong, die in 1999 werd verboden door de Chinese Communistische Partij. Eternal Spring is een knap geanimeerde, maar inhoudelijk nogal schematische poging van een gerenommeerde illustrator én Falun Gong-adept om de televisiekaping opnieuw in herinnering te brengen.

Verzorgde, detailrijke animaties van een politieklopjacht zetten aan het begin van Eternal Spring direct de toon voor een politiek geladen verhaal over repressie en revolutie. “De staatspolitie zou gerust duizend moorden plegen om de daders te pakken te krijgen”, vertelt de voice-overstem die de animaties van uitleg voorziet. Het is een dag na de succesvolle kaping van de Chinese staatstelevisie, en wat de initiatiefnemers al vreesden gebeurt: de communistische staatspartij slaat keihard terug en rust niet tot de werkkampen gevuld zijn.

Eternal Spring

Hybride documentaire
Grofweg twintig jaar na de revolutionaire actie ziet Daxiong, een Chinese striptekenaar die tegenwoordig in Canada woont, gelegenheid om het verleden op een creatieve manier te herdenken. Onder begeleiding van de Canadese documentairemaker Jason Loftus maakt hij storyboards van de kaping en de aanloop daarnaartoe. De storyboards groeien uit tot volwaardige animaties, waarvan we in de film direct het respectabele resultaat zien.

Veel tijd gaat op aan het herinneren van plaats en tijd: we zien op welke plekken de Falun Gong-beoefenaars hun daad voorbereidden, hoe ze door de autoriteiten vervolgd werden en hoe ze vervolgens in de schrikaanjagende werkkampen belandden. De betreffende animaties worden afgewisseld met documentaire beelden van Daxiong, die in het heden een aantal hoofdrolspelers van de kaping opzoekt en hen vraagt naar hun herinneringen. Spaarzame archieffragmenten maken de hybride reconstructie compleet.

Collectieve herinnering
In een van de eerste scènes met Daxiong zelf stelt de illustrator dat hij zijn kunst wil inzetten om een collectieve herinnering te scheppen. ‘Collectief’ is in dat kader een groot woord, omdat Eternal Spring ondanks de ‘grote’ thematiek (de overheid versus de burger, repressie en revolutie) een zeer persoonlijke en toegespitste film is geworden. Dat brengt één groot manco met zich mee: er wordt geen bredere context geschetst die kijkers (en specifiek kijkers buiten China) helpt om de verhouding tussen (en de geschiedenis van) Chinese staatsrepressie en de Falun Gong-beweging beter te begrijpen.

Eternal Spring

De uitleg die Daxiong voorziet, is teleurstellend oppervlakkig en (waarschijnlijk onbedoeld) schetsmatig. De media liegen, Falun Gong is “niet slecht maar goed” en verzet is een baken tegen de onmenselijkheid van de onderdrukkende overheid, krijgen we te zien en te horen, maar hoe kun je dat oordeel klakkeloos overnemen als een scherp inhoudelijk begrip van deze beweging en van het gerichte Chinese vervolgingsbeleid ontbreken? Dat een breder kader ontbreekt, is niet per se de verantwoordelijkheid van de tekenaar, maar wel van de regisseur, die nalaat om de subjectieve, uiterst persoonlijke standplaats van zijn hoofdpersonen wat meer duiding te geven.

Terug naar die ene dag         
Veel kijkers zullen de benodigde context er zelf bij kunnen denken en twijfelen er niet aan dat de Chinese staat een op veel fronten misdadig en onmenselijk beleid hanteert. Het probleem is dat het averechts werkt als een maker daar blind vanuit gaat, of, erger, helemaal geen rekening houdt met kijkers die die context niet voorhanden hebben. Dat is namelijk precies hoe propaganda ook werkt. Het feit dat Eternal Spring juist de propaganda van de Chinese overheid wil ontmaskeren, maakt in die zin niet uit, omdat met name de voice-overs een vergelijkbare retoriek bevatten.

De Falun Gong-beoefenaars die hun verhaal doen zijn onmiskenbaar oprecht, en hadden beter verdiend. Eternal Spring is dan ook op zijn best als de animaties, hoe vaardig ze ook tot stand zijn gebracht, pas op de plaats maken voor de geëmotioneerde, doorleefde gezichten van de mensen die allemaal terugdenken aan die ene dag.

 

23 januari 2023

 

ALLE RECENSIES

Evolution

***
recensie Evolution
Herinnering van generaties

door Tim Bouwhuis

In Evolution voelen en dragen opeenvolgende generaties het loodzware gewicht van de Holocaust. Ruim vijfenzeventig jaar na dato rest veel mensen uit westerse landen alleen nog een ernstige herinneringscultuur, waar ze ten minste één keer per jaar bij stilgezet worden. Niet voor nazaten en dus voor ‘erfgenamen’ van het leed. En iedere nieuwe generatie ervaart dat leed anders.

De film begint in een dompige ondergrondse ruimte. Een aantal mannen bewegen zich zwijgend in het schemerdonker. Ze lijken ergens naar op zoek, en ondertussen boenen ze met bittere ernst de ruwe wanden. Het begint redelijk snel te dagen: hier heeft iets onuitspreekbaars plaatsgevonden.

Evolution

Het lot van Eva
Tegen het einde van deze openingsscène, die een kleine twintig minuten in beslag neemt, beantwoordt regisseur Kornél Mundruczó (White God, Pieces of a Woman) alle vragen die het stille tafereel bij kijkers zou kunnen oproepen. De scène krijgt de titel ‘Eva’ mee (de naam is misschien geen toeval, gezien de overheersende Genesissymboliek in Mundruczó’s vorige film Pieces of a Woman), en het zogenoemde meisje dat wonderwel gered was van het gas zou dat trauma de rest van haar leven met zich meedragen.

Mundruzó kiest in dat kader voor een overzichtelijke, drieledige vertelling: in deel twee bespreekt een inmiddels bejaarde Éva (Lili Monori) herinneringen aan de Holocaust met haar dochter Léna (Annamária Láng); in deel drie worstelt Léna’s opgroeiende zoon Jónás (Goya Rego) met zijn (Joodse) identiteit en met het hedendaagse schoolleven in de Duitse grootstad Berlijn.

De opzet van Evolution is dus bewust fragmentarisch, en de losse, maar toch innig verbonden verhalen blijven op ieder moment ondergeschikt aan het gedeelde thema van de verschillende generaties. De impliciete boodschap is duidelijk. Een ‘normaal’ leven behoort voor slachtoffers en hun nazaten (nog steeds) niet tot de mogelijkheden. Het tweede en derde verhaal staan elk op hun eigen manier in het teken van de wens om aan dat lot te ontsnappen. “Ik wil niet overleven, ik wil leven”, schreeuwt Léna haar moeder toe; het is een wanhoopskreet die voortkomt uit Éva’s bittere zwelgen in haar eigen traumatische gedachten en herinneringen.

Het gesprek tussen moeder en dochter kan ook kijkers benauwen, omdat de schijnbaar ongeneeslijke geestestoestand van Éva als een donderwolk boven het gemoed van Léna is komen te hangen. Zij beseft zich tijdens het gesprek met haar moeder zichtbaar dat zij en haar zoontje, die ze (nota bene) in Berlijn naar de kleuterschool wil laten gaan, waarschijnlijk nooit helemaal los zullen komen van het trauma. Ook een symbolisch lek in de waterleiding, helemaal aan het eind van de lang uitgesponnen praatscène, zal het verleden niet zomaar weg kunnen spoelen.

Evolution

Het gewicht van een erfenis
De continue bevestiging van een soort mentaal noodlot, doorgegeven van generatie op generatie, zorgt ervoor dat er een hermetische werking van Evolution uitgaat, die het coming-of-age drama in het derde verhaal (dat van zoon Jónás) helaas nogal belemmert. Dit komt met name omdat Jónás ook lós van de Holocaust-thematiek zoekende is naar zijn plek in de wereld, wat zich onder andere uit in rollenspellen en verkleedpartijen (plaktattoos, maskers). In het licht van de rest van de film voelen deze momenten van expressie alleen niet als tekenen van een fase waar meer tieners doorheen gaan, maar als extra uitingen van een onvermijdelijke identiteitscrisis. Hoewel Jónás in een felle woordenwisseling met zijn moeder juist benadrukt dat hij zich geen Jood voelt, bewijst een incident op school dat dat in de ogen van anderen niet uit hoeft te maken.

Een dubieuze brand in het schoolgebouw roept vragen op over het motief (een rebelse daad?, xenofobie?, of gewoon een ongeluk?), tot Jónás’ moeder gebeld wordt door een school- of afdelingshoofd die spreekt over een incident dat “de reputatie van de school zou kunnen schaden”. Daarna concreter: “niemand van ons zal de conflicten in het Midden-Oosten kunnen oplossen waar zoveel leerlingen onder lijden”. Even voelt Evolution weer precies zo hermetisch als tijdens de bittere beslommeringen van Éva. De herinnering aan de Holocaust is een erfelijke herinnering.

 

28 augustus 2022

 

ALLE RECENSIES

Elvis

***
recensie Elvis
Wervelende muziekfilm neemt loopje met de werkelijkheid

door Jochum de Graaf

De roem is de film al aardig vooruit gesneld: 12 minuten applaus bij de wereldpremière in Cannes, uitgebreide loftuitingen door de Nederlandse Elvis-adepten Henkjan Smits en Lammert de Bruin in talkshow Op1. Zeker, Elvis, de her en der bewierookte nieuwe film van Baz Luhrmann (Romeo + Juliet, Moulin Rouge), is lang niet slecht, maar in de uitwerking van de leidende personages, Elvis en zijn manager Colonel Tom Parker, blijft de film te veel aan de oppervlakte.

IJzersterk wordt Elvis’ opvoeding getoond als arme blanke jongen die opgroeit tussen arme Afro-Amerikanen in Tupelo, Mississippi en hoe hij na de verhuizing naar Memphis, Tennessee als tiener in de ban raakt van gospelmuziek, veel tijd doorbrengt in Beale Street (“the Home of the Blues”) en dan vooral in de Handy Club, waar hij de talenten en artiesten tegenkomt die een doorslaggevende invloed op hem zouden hebben.

Grote verdienste van Elvis is dat nu voor het eerst in al die films en series over The King eindelijk recht wordt gedaan aan de rol die zwarte cultuur en muziek speelden in de persoonlijke en professionele ontwikkeling van Elvis Presley. We zien artiesten en muzikale pioniers: B.B. King, Little Richard, Fats Domino, Mahalia Jackson, Arthur “Big Boy” Crudup en Big Mama Thornton allemaal als zelfstandige personages, terwijl in de soundtrack moderne remixen en nieuwe muziek van artiesten als Doja Cat te horen zijn, wat nog eens benadrukt hoe door die koppeling van culturen en generaties de muziek van Elvis de rock-’n-rollrevolutie ontketende.

Elvis

The King
Mooi tijdsbeeld ook hoe gevaarlijk Elvis (gespeeld door Austin Butler) destijds werd beschouwd wegens het overschrijden van raciale grenzen en het uitdagen van de seksuele zeden in het Amerika van de jaren vijftig en de vroege jaren zestig waar de rassensegregatie nog volop leefde en er nog onbekommerd over ‘niggers’  en ‘nigga music’ werd gesproken. Luhrmann lijkt een soort correctie te maken op het beeld van Elvis als de wat bleue, onverschillige jongen die een ongelooflijk muzikaal talent bleek te hebben dat hem tot The King of Rock & Roll deed uitgroeien en zich niet of nauwelijks voor de wereld rondom hem interesseerde. In de film zien we hem met verbijstering naar het nieuws over eerst de aanslag op Martin Luther King en vervolgens kort daarna de moord op Robert Kennedy kijken, hij is totaal aangeslagen. Je zou bijna denken dat hij zomaar meegelopen zou kunnen hebben in  de legendarische marsen van de burgerrechtenbeweging.

De film gaat evenwel volledig voorbij aan het feit dat Elvis in werkelijkheid een nogal conservatief Republikeinse inslag had, een fikse hekel aan hippies had en als een van de hoogtepunten van zijn de leven de ontvangst door Richard Nixon op het Witte Huis in 1970 ervaarde, waar hij oh, ironie, een FBI-badge wegens zijn vermeende strijd tegen drugs in ontvangst nam, terwijl hij al een aardig eind op weg was met zijn verslaving aan uppers en downers waar hij uiteindelijk aan ten onder zou gaan.

Elvis

Colonel Parker
Een zelfde verhaal bezijden de werkelijkheid zien we in de rol van Elvis’ roemruchte manager Colonel Tom Parker, die – overigens niet al te consequent – als verteller optreedt. Tom Hanks speelt overtuigend en slim het type van de manipulatieve en hebzuchtige kolonel Parker, een gladde promotor uit de circuswereld die het geluk had de manager te worden van wat hij zag als de grootste carnavalsfreakshow ooit. Parker, pseudoniem voor onze landgenoot Dries van Kuijk uit Breda. Hij ontwikkelde de Elvismania, de merchandisingmachine met, truien, vesten, kalenders, wat dies meer zij en bracht heel tekenend naast een I Love Elvis-button ook een I Hate Elvis-button op de markt, op die manier ook nog een slaatje slaand uit de Elvis-haters.

Parker trachtte vanaf het begin van hun samenwerking zorgvuldig te waken voor het imago van de blanke all-American boy, de publiekslieveling met een grote moederliefde. De vervulling van de dienstplicht in Duitsland eind jaren vijftig, de tanende populariteit door de opkomst van de Britse Beatlemania deed hem Elvis’ filmcarrière stimuleren,  ook het huwelijk met Priscilla werd door Parker commercieel uitgebuit.

Elvis

Las Vegas
Er zijn een paar fijne scènes te zien rond de Comeback Special, het tv-optreden dat Elvis in 1968 weer terug aan de top moet brengen. Parker heeft een contract afgesloten dat het eigenlijk een kerstspecial zal worden waarbij Elvis een opzichtige trui zal dragen en zoetgevooisde kerstmelodieën zal zingen. Onder invloed van de regisseurs van de show trekt Elvis zich hier echter niets van aan en rockt als nooit tevoren. In later jaren weet Parker Elvis toch weer te bewegen een contract voor een jarenlang optreden in Las Vegas te ondertekenen, waarbij Parker ter delving van zijn gokschulden vijftig procent van de revenuen weet te bedingen.

Presley is dan al langzaam maar zeker op zijn retour, de tragische ondergang, dat pafferige zwetende gezicht, de optredens zittend op het podium, de medicijnverslaving – het is in andere films (zoals Elvis: That’s the Way It Is), documentaires en series menigmaal sterker in beeld gebracht. Elvis voegt daar weinig aan toe. Daarbij is de laatste jaren meer bekend geworden over de achtergrond van de vlucht van Dries van Kuijk naar de VS, de mogelijke betrokkenheid bij de moord op een Bredaas meisje, waardoor hij nooit een verblijfsstatus kreeg en optreden van Elvis buiten de VS tegenhield, het komt niet aan de orde.

Baz Luhrmanns Elvis lijkt al met al nog het meest op een wervelende musical waar omwille van de snelheid en vaart van de show zoals wel vaker een loopje genomen wordt met de dramatische werkelijkheid.

 

22 juni 2022

 

ALLE RECENSIES

Elephants Up Close

***
recensie Elephants Up Close

De porseleinkast van het olifantenbestaan

door Paul Rübsaam

In de natuurdocumentaire Elephants Up Close leren we olifanten van nabij kennen. Het blijken fijnzinnige, sociale en in hun voortbestaan bedreigde dieren. Hun tere huid heeft bovendien regelmatig een modderbad nodig.

Natuurdocumentaires dienen van oudsher tot lering en vermaak. De lering is de laatste decennia echter op de voorgrond komen te staan. Nadrukkelijk confronteren hedendaagse documentaires ons ermee dat natuur een welhaast museaal begrip is geworden. Door de alomtegenwoordigheid van de mens bestaat de huidige wereld louter uit steden, dorpen, weilanden, akkers en plantages, met nog slechts hier en daar ruimte voor een natuurreservaat.

Elephants Up Close

De spectaculaire ontwikkeling van de cameratechnieken stelt ons evenwel in staat de levens van onze niet menselijke medeschepselen in hun steeds kleiner wordende habitat nauwkeurig te registreren. We leren veel dieren wrang genoeg pas echt kennen nu het bijna te laat is.

Weinig kijkers zullen ooit eerder olifanten van zo dichtbij en in zulke grote getale hebben gezien als in Elephants Up Close (Elefanten Hautnah), een documentaire van de Duitse regisseurs Jens Westphalen en Thoralf Grospitz, die in het kader van Wild Life Film Festival Rotterdam on tour (door de coronacrisis uitgesteld) de landelijke bioscopen aandoet. In close-ups zien we de lange zwarte wimpers rond de kleine ogen van de zachtaardige reuzen. En middels panoramashots vanuit de lucht de bijeenkomst van vele honderden olifanten bij een drinkplaats.

Verfijnde communicatietechnieken
De kolossale, tonnen wegende olifanten zijn allesbehalve onkwetsbaar, zo vernemen we. In voorbije jaren waren er diverse plaatsen in Afrika waar de dieren met velen bijeenkwamen. Maar door stroperij en de toenemende droogte op het Afrikaanse continent vormen de rivierdelta’s in het noorden van Botswana (nabij de grens met Namibië) nog een van de weinige gebieden waar je de dikhuiden in groten getale kunt zien.

De als nomaden voorttrekkende olifanten leven in familieverbanden, met een zekere scheiding tussen stierenkuddes en koeienkuddes. Van de koeienkuddes maken de kalveren van uiteenlopende leeftijd deel uit. Een koeienkudde wordt aangevoerd door een matriarch, wier zusters en volwassen dochters tevens tot de kudde behoren. Ieder lid van deze groep draagt verantwoordelijkheid voor alle kalveren.

Verschillende olifantenfamilies kunnen allianties met elkaar aangaan. Olifanten zijn met hun verfijnde communicatietechnieken in staat deel uit te maken van grotere gemeenschappen. Van het scala aan verschillende geluiden dat ze met hun stembanden voortbrengen, is een deel voor mensen onhoorbaar. Die diepe geluiden laten ze met behulp van hun poten via de grond resoneren, zodat soortgenoten de vibraties met informatie over drinkplaatsen, aankomende stormen en dergelijke op grote afstand op kunnen vangen.

Elephants Up Close

Behendig en kwetsbaar
Zoals bekend beschikken olifanten over een uitstekend geheugen. De ooit naar een drinkplaats afgelegde route wordt jaren later nog feilloos gevolgd. Maar niet alleen de intelligentie en sociale gezindheid van olifanten doet bijna menselijk aan. Met hun slurf, hielen en tenen kunnen de schijnbaar plompe dieren tevens verfijnde bewegingen maken. Een scène in Elephants Up Close waarin een stier het lichaam van een aan dorst overleden, bevriende soortgenoot aan een nauwkeurig, maar teder onderzoek onderwerpt, laat dat fraai zien.

Dat olifanten graag een modderbad nemen, wijst eerder op hun kwetsbaarheid, dan op hun slechte manieren. Het modderlaagje beschermt hen tegen de felle Afrikaanse zon, die zelfs voor hun dikke, donkergrijze huid te veel kan zijn. Bovendien is de modder een probaat middel tegen hinderlijke insecten en parasieten.

Pro olifant
Zoals niet verbazen zal, zijn de documentairemakers bij uitstek pro olifant. Dat olifanten met hun vraatzucht het landschap van de savannen zouden verwoesten, wordt gerelativeerd. Dat landschap herstelt zich wel weer. Men benadrukt daarentegen dat olifantenuitwerpselen voedzaam zijn en dat onder anderen bavianen en vlinders zich eraan te goed kunnen doen.

Westphalen en Grospitz hopen dat wie de grijze gigant beter leert kennen vanzelf van het dier zal gaan houden. De boodschap dat het lot van het grootste landzoogdier op aarde in onze handen ligt, wordt niet al te fanatiek ingewreven. De kijker hoeft zich slechts te verwonderen over de leefwijze en de talenten van de sympathieke dieren met hun koddige koters. Dat moet het begin zijn van een verandering in ons denken die de olifanten uiteindelijk ten goede komt.

 

27 juni 2020

 

ALLE RECENSIES

Ema

***
recensie Ema

Losbandige adoptiemoeder

door Cor Oliemeulen

Een echtpaar van een experimentele dansgroep staat na een schokkend voorval adoptiezoontje Polo af, maar krijgt daarvan spijt. Ema is een audiovisueel spektakel over reggaeton en vuur, maar voelt afstandelijk door het wispelturige en losbandige gedrag van het titelpersonage.

De Chileense regisseur Pablo Larraín is zoekende. Bekend geworden door zijn trilogie over het erbarmelijke leven in de jarenzeventigdictatuur van Pinochet (Tony Manero, Post Mortem en NO), geliefd op filmfestivals met een vernietigend portret van seksueel misbruik door priesters in El Club en in 2016 bij het grote publiek doorgebroken met een intiem portret van de rouwende presidentsvrouw Jackie, probeert de talentvolle filmmaker met Ema een nieuwe vorm om een verhaal te vertellen. Zijn recht voor zijn raap-aanpak, niet vies van wat geweld en ordeloosheid, is gebleven.

Ema

Kameleon
Larraín maakt het zichzelf niet gemakkelijk. Zijn titelpersonage is niet iemand die veel sympathie opwekt. Ema (intrigerend speelfilmdebutant Mariana di Girolamo) danst in het experimentele dansgezelschap van haar twaalf jaar oudere man, choreograaf Gastón (Gael García Bernal). Larraín toont haar als moeder, dochter, zus, echtgenote, geliefde en leider tegelijk. Een veelzijdig karakter, zou je zeggen, maar teveel om echt dichtbij de mens achter het paradigma te komen. Ema is krachtig, vrouwelijk, individualistisch, egoïstisch, overspelig, pervers en manipulatief, maar als het gaat om oprechte gevoelens heeft ze het voordeel van de twijfel. Het meest geloofwaardig is haar liefde naar hun zevenjarige Colombiaanse adoptiezoontje Polo. Maar die is er niet meer.

Het drama begint nadat Ema heeft besloten Polo af te staan na een schokkende gebeurtenis. De dame van de Kinderbescherming is het daar volmondig mee eens, want zij vindt de adoptieouders absoluut ongeschikt om een kind op te voeden. Ema is volgens haar onverantwoordelijk en Gastón noemt ze bizar, gezien zijn experimentele fratsen in het dansgezelschap. Ema en Gastón zelf laveren tussen bijtende verwijten en diepe genegenheid, ook veroorzaakt door het feit dat Gastón onvruchtbaar is en zij samen geen kind kunnen krijgen. De crisis leidt bij Ema’s rebelse vriendinnenclubje tot anarchie en losbandigheid. In een compilatie met kunstzinnig blauw licht lijkt het alsof Ema met alles en iedereen seks heeft.

Onhoudbaar
Ondertussen ontdekken we waarom de gezinssituatie onhoudbaar was. De vondst van een bevroren kat in de diepvries bevestigt de gedachte dat Polo inderdaad dingen flikte die niet door de beugel kunnen. En zijn adoptiemoeder blijkt een opmerkelijke hobby te hebben. ’s Avonds laat begeeft Ema zich met haar meidenclubje op verlaten straten om daar met een vlammenwerper verkeerslichten, speeltoestellen, beelden, prullenbakken en auto’s in lichterlaaie te zetten. Als je rondloopt met een vlammenwerper moet je niet verbaasd opkijken als je kind ook weleens wat in de fik steekt.

Ema

Ema speelt zich enerzijds af in het experimentele danstheater van Gastón (de expressieve voorstelling met een groot geprojecteerde close-up van een vlammende zon symboliseert Ema) en anderzijds in videoclipachtige settings waarin Ema en haar vriendinnen zich uitleven in reggaetonmuziek. Deze populaire fusie van hiphop en dancehall is controversieel vanwege vrouwonvriendelijke teksten en gewelddadige filmpjes. Volgens Pablo Larraín is reggaeton een cultuur met zijn eigen ethische en esthetische bestaansrecht, volgens Gastón hypnotiserende gevangenismuziek met de illusie van vrijheid waarin vrouwen seks beluste wezens zijn, maar volgens een vriendin van Ema gaat het bij reggaeton simpelweg om de dansmoves waarbij je geil wordt van al die neukbewegingen.

Apotheose
Hoewel Larraín door middel van experimenteerdrift en improvisatie zijn best heeft gedaan om Ema´s zoektocht naar identiteit in een hedendaagse subcultuur gestalte te geven, smaakt zijn mooi vormgegeven drama (met hulp van vaste cinematograaf Sergio Armstrong) vooral naar nihilistisch hedonisme. Het plot wordt gered door een krankzinnige apotheose, waarmee Larraín bijvoorbeeld ook Post Mortem (2010) en El Club (2015) afsloot. Ook ditmaal laat hij het hoofdpersonage een deprimerend relaas relativeren in een verbijsterende finale met zwarte humor. Of de kleine Polo in die nieuwe situatie past, is zeer de vraag.

 

12 juni 2020

 

ALLE RECENSIES