Elephants Up Close

***
recensie Elephants Up Close

De porseleinkast van het olifantenbestaan

door Paul Rübsaam

In de natuurdocumentaire Elephants Up Close leren we olifanten van nabij kennen. Het blijken fijnzinnige, sociale en in hun voortbestaan bedreigde dieren. Hun tere huid heeft bovendien regelmatig een modderbad nodig.

Natuurdocumentaires dienen van oudsher tot lering en vermaak. De lering is de laatste decennia echter op de voorgrond komen te staan. Nadrukkelijk confronteren hedendaagse documentaires ons ermee dat natuur een welhaast museaal begrip is geworden. Door de alomtegenwoordigheid van de mens bestaat de huidige wereld louter uit steden, dorpen, weilanden, akkers en plantages, met nog slechts hier en daar ruimte voor een natuurreservaat.

Elephants Up Close

De spectaculaire ontwikkeling van de cameratechnieken stelt ons evenwel in staat de levens van onze niet menselijke medeschepselen in hun steeds kleiner wordende habitat nauwkeurig te registreren. We leren veel dieren wrang genoeg pas echt kennen nu het bijna te laat is.

Weinig kijkers zullen ooit eerder olifanten van zo dichtbij en in zulke grote getale hebben gezien als in Elephants Up Close (Elefanten Hautnah), een documentaire van de Duitse regisseurs Jens Westphalen en Thoralf Grospitz, die in het kader van Wild Life Film Festival Rotterdam on tour (door de coronacrisis uitgesteld) de landelijke bioscopen aandoet. In close-ups zien we de lange zwarte wimpers rond de kleine ogen van de zachtaardige reuzen. En middels panoramashots vanuit de lucht de bijeenkomst van vele honderden olifanten bij een drinkplaats.

Verfijnde communicatietechnieken
De kolossale, tonnen wegende olifanten zijn allesbehalve onkwetsbaar, zo vernemen we. In voorbije jaren waren er diverse plaatsen in Afrika waar de dieren met velen bijeenkwamen. Maar door stroperij en de toenemende droogte op het Afrikaanse continent vormen de rivierdelta’s in het noorden van Botswana (nabij de grens met Namibië) nog een van de weinige gebieden waar je de dikhuiden in groten getale kunt zien.

De als nomaden voorttrekkende olifanten leven in familieverbanden, met een zekere scheiding tussen stierenkuddes en koeienkuddes. Van de koeienkuddes maken de kalveren van uiteenlopende leeftijd deel uit. Een koeienkudde wordt aangevoerd door een matriarch, wier zusters en volwassen dochters tevens tot de kudde behoren. Ieder lid van deze groep draagt verantwoordelijkheid voor alle kalveren.

Verschillende olifantenfamilies kunnen allianties met elkaar aangaan. Olifanten zijn met hun verfijnde communicatietechnieken in staat deel uit te maken van grotere gemeenschappen. Van het scala aan verschillende geluiden dat ze met hun stembanden voortbrengen, is een deel voor mensen onhoorbaar. Die diepe geluiden laten ze met behulp van hun poten via de grond resoneren, zodat soortgenoten de vibraties met informatie over drinkplaatsen, aankomende stormen en dergelijke op grote afstand op kunnen vangen.

Elephants Up Close

Behendig en kwetsbaar
Zoals bekend beschikken olifanten over een uitstekend geheugen. De ooit naar een drinkplaats afgelegde route wordt jaren later nog feilloos gevolgd. Maar niet alleen de intelligentie en sociale gezindheid van olifanten doet bijna menselijk aan. Met hun slurf, hielen en tenen kunnen de schijnbaar plompe dieren tevens verfijnde bewegingen maken. Een scène in Elephants Up Close waarin een stier het lichaam van een aan dorst overleden, bevriende soortgenoot aan een nauwkeurig, maar teder onderzoek onderwerpt, laat dat fraai zien.

Dat olifanten graag een modderbad nemen, wijst eerder op hun kwetsbaarheid, dan op hun slechte manieren. Het modderlaagje beschermt hen tegen de felle Afrikaanse zon, die zelfs voor hun dikke, donkergrijze huid te veel kan zijn. Bovendien is de modder een probaat middel tegen hinderlijke insecten en parasieten.

Pro olifant
Zoals niet verbazen zal, zijn de documentairemakers bij uitstek pro olifant. Dat olifanten met hun vraatzucht het landschap van de savannen zouden verwoesten, wordt gerelativeerd. Dat landschap herstelt zich wel weer. Men benadrukt daarentegen dat olifantenuitwerpselen voedzaam zijn en dat onder anderen bavianen en vlinders zich eraan te goed kunnen doen.

Westphalen en Grospitz hopen dat wie de grijze gigant beter leert kennen vanzelf van het dier zal gaan houden. De boodschap dat het lot van het grootste landzoogdier op aarde in onze handen ligt, wordt niet al te fanatiek ingewreven. De kijker hoeft zich slechts te verwonderen over de leefwijze en de talenten van de sympathieke dieren met hun koddige koters. Dat moet het begin zijn van een verandering in ons denken die de olifanten uiteindelijk ten goede komt.

 

27 juni 2020

 

ALLE RECENSIES

Ema

***
recensie Ema

Losbandige adoptiemoeder

door Cor Oliemeulen

Een echtpaar van een experimentele dansgroep staat na een schokkend voorval adoptiezoontje Polo af, maar krijgt daarvan spijt. Ema is een audiovisueel spektakel over reggaeton en vuur, maar voelt afstandelijk door het wispelturige en losbandige gedrag van het titelpersonage.

De Chileense regisseur Pablo Larraín is zoekende. Bekend geworden door zijn trilogie over het erbarmelijke leven in de jarenzeventigdictatuur van Pinochet (Tony Manero, Post Mortem en NO), geliefd op filmfestivals met een vernietigend portret van seksueel misbruik door priesters in El Club en in 2016 bij het grote publiek doorgebroken met een intiem portret van de rouwende presidentsvrouw Jackie, probeert de talentvolle filmmaker met Ema een nieuwe vorm om een verhaal te vertellen. Zijn recht voor zijn raap-aanpak, niet vies van wat geweld en ordeloosheid, is gebleven.

Ema

Kameleon
Larraín maakt het zichzelf niet gemakkelijk. Zijn titelpersonage is niet iemand die veel sympathie opwekt. Ema (intrigerend speelfilmdebutant Mariana di Girolamo) danst in het experimentele dansgezelschap van haar twaalf jaar oudere man, choreograaf Gastón (Gael García Bernal). Larraín toont haar als moeder, dochter, zus, echtgenote, geliefde en leider tegelijk. Een veelzijdig karakter, zou je zeggen, maar teveel om echt dichtbij de mens achter het paradigma te komen. Ema is krachtig, vrouwelijk, individualistisch, egoïstisch, overspelig, pervers en manipulatief, maar als het gaat om oprechte gevoelens heeft ze het voordeel van de twijfel. Het meest geloofwaardig is haar liefde naar hun zevenjarige Colombiaanse adoptiezoontje Polo. Maar die is er niet meer.

Het drama begint nadat Ema heeft besloten Polo af te staan na een schokkende gebeurtenis. De dame van de Kinderbescherming is het daar volmondig mee eens, want zij vindt de adoptieouders absoluut ongeschikt om een kind op te voeden. Ema is volgens haar onverantwoordelijk en Gastón noemt ze bizar, gezien zijn experimentele fratsen in het dansgezelschap. Ema en Gastón zelf laveren tussen bijtende verwijten en diepe genegenheid, ook veroorzaakt door het feit dat Gastón onvruchtbaar is en zij samen geen kind kunnen krijgen. De crisis leidt bij Ema’s rebelse vriendinnenclubje tot anarchie en losbandigheid. In een compilatie met kunstzinnig blauw licht lijkt het alsof Ema met alles en iedereen seks heeft.

Onhoudbaar
Ondertussen ontdekken we waarom de gezinssituatie onhoudbaar was. De vondst van een bevroren kat in de diepvries bevestigt de gedachte dat Polo inderdaad dingen flikte die niet door de beugel kunnen. En zijn adoptiemoeder blijkt een opmerkelijke hobby te hebben. ’s Avonds laat begeeft Ema zich met haar meidenclubje op verlaten straten om daar met een vlammenwerper verkeerslichten, speeltoestellen, beelden, prullenbakken en auto’s in lichterlaaie te zetten. Als je rondloopt met een vlammenwerper moet je niet verbaasd opkijken als je kind ook weleens wat in de fik steekt.

Ema

Ema speelt zich enerzijds af in het experimentele danstheater van Gastón (de expressieve voorstelling met een groot geprojecteerde close-up van een vlammende zon symboliseert Ema) en anderzijds in videoclipachtige settings waarin Ema en haar vriendinnen zich uitleven in reggaetonmuziek. Deze populaire fusie van hiphop en dancehall is controversieel vanwege vrouwonvriendelijke teksten en gewelddadige filmpjes. Volgens Pablo Larraín is reggaeton een cultuur met zijn eigen ethische en esthetische bestaansrecht, volgens Gastón hypnotiserende gevangenismuziek met de illusie van vrijheid waarin vrouwen seks beluste wezens zijn, maar volgens een vriendin van Ema gaat het bij reggaeton simpelweg om de dansmoves waarbij je geil wordt van al die neukbewegingen.

Apotheose
Hoewel Larraín door middel van experimenteerdrift en improvisatie zijn best heeft gedaan om Ema´s zoektocht naar identiteit in een hedendaagse subcultuur gestalte te geven, smaakt zijn mooi vormgegeven drama (met hulp van vaste cinematograaf Sergio Armstrong) vooral naar nihilistisch hedonisme. Het plot wordt gered door een krankzinnige apotheose, waarmee Larraín bijvoorbeeld ook Post Mortem (2010) en El Club (2015) afsloot. Ook ditmaal laat hij het hoofdpersonage een deprimerend relaas relativeren in een verbijsterende finale met zwarte humor. Of de kleine Polo in die nieuwe situatie past, is zeer de vraag.

 

12 juni 2020

 

ALLE RECENSIES

Elvis: That’s the Way It Is

*****
recensie Elvis: That’s the Way It Is 

Eén been in Memphis, het andere in Las Vegas

door Alfred Bos

Elvis Presley’s tweede live-registratie vangt de zanger op een kantelpunt in zijn carrière. Het is een magisch moment.

Elvis: That’s the Way It Is is de eerste niet-speelfilm in de loopbaan van The King. De film documenteert een serie optredens van augustus 1970 in het International Hotel in Las Vegas, inclusief de voorbereidingen van de concertreeks. De film van regisseur Denis Sanders verscheen in november van dat jaar in de Amerikaanse bioscoop, gelijktijdig met de gelijknamige langspeelplaat, Elvis’ twaalfde. In 2001 werd een opnieuw gemonteerde versie uitgebracht: minder documentaire en meer concertfilm. In 2007 volgde de dvd. Op 8 januari, de verjaardag van Presley, draait de film, voor het eerst en voor één dag, in de versie van 2001 in de Nederlandse bioscoop.

Elvis: That’s the Way It Is

Voor zijn fans, en muziekliefhebbers in het algemeen, is dat een buitenkans, want Presley heeft nooit buiten Amerikaans grondgebied opgetreden. (We tellen de hologramconcerten niet mee, dat spreekt.) De tv-registratie Elvis: Aloha from Hawaii van 4 april 1973 – die via satelliet naar de kijkers van betaaltelevisie werd uitgestraald – laat een showbizz-ster zien die druk doende is zijn publiek, maar vooral zijn manager te behagen.

Elvis: That’s the Way It Is toont Elvis op een vork in zijn loopbaan en leven. Hij is 35 jaar oud, een gelouterde ster. Hij is ook een overrijpe vrucht, smaakvol en sappig; op zijn beste moment, kort voor de rot inzet. Met zijn ene been staat hij nog in Memphis, met het andere in Vegas. Het is een onmogelijke pose, zijn karate-splits kunnen het nakende bederf niet verhullen. Zijn cool staat op het punt van smelten.

Creatief bevrijd
Maar nu nog even, heel even niet, in het strijklicht van het uur voor zonsondergang wordt alles goud. In de zomer van 1970 was Elvis nog steeds bevrijd. Van het bestaan van een idool dat wordt geleefd door management en entertainmentindustrie. Van het juk van zakelijke verplichtingen en veilige keuzes. Van een verloederde reputatie. Met Elvis: The Comeback Special had hij op 3 december 1968 in een uur tv-tijd zijn faam én creatieve ruimte teruggewonnen.

Met als resultaat: het beste album uit zijn carrière, From Elvis In Memphis, een plaat waarop country, soul, gospel en rock versmelten. Plus een reeks hits, waaronder In The Ghetto, Suspicious Minds, zijn eerste Amerikaanse nummer 1-hit in zeven jaar, en The Wonder of You, nummer 1 in Engeland. En een terugkeer naar het podium. De verloren jaren in Hollywood en een eindeloze reeks steeds lamlendiger exploitatiefilms waren voorbij.

Elvis: That’s the Way It Is

Op 31 juli 1969 stond Elvis voor de eerste keer sinds 1956 op een podium in Las Vegas, dat van het International Hotel. Op dat engagement van vier weken volgden halfjaarlijkse verplichtingen in Vegas, daags na zijn terugkeer in Vegas onderhandeld door zijn manager: jaarlijks in februari en augustus een maand lang twee shows per dag in het International. Zakelijk gezien een briljante zet – het publiek reist naar de artiest, niet andersom – maar al snel een verstikkende sleur, zou blijken.

Aanstekelijke energie
Van sleur is nog weinig te merken in de aanloop naar de concerten van augustus 1970, zijn derde reeks in Vegas. We zien Elvis grollen tijdens de repetities in Culver City, Californië. Hij is het centrum van de aandacht. Zijn band, onder leiding van gitarist James Burton, volgt gedwee. Hij doet een geweldige Little Sister (een B-kant uit 1961). Hij stoeit met Words van de Bee Gees en Get Back van The Beatles. Hij doet wat in hem opkomt. Hij wipt rusteloos met zijn been. Heeft Elvis ADHD? Zijn energie is aanstekelijk. Zijn overhemd oogverblindend. Elvis bruist. Hij is de god die alle vrouwen en veel mannen in hem zien.

Hij stoeit met de jongens en is hoffelijk tegen de meiden, de soulzangeressen van The Sweet Inspirations die met de mannen van The Imperials zijn gospelkoor vormen. Tijdens de zaalrepetities klinken ze prominent in Bridge Over Troubled Water en even is de hotelzaal een kerk. Eenmaal in zijn karateshowkostuum gehesen – speciaal voor hem ontworpen door Bill Belew, de man die hem in het leer stak voor de comeback-tv-special – blijft hij ook voor een zaal met filmsterren, opgedirkte huisvrouwen van onbestemde leeftijd en gehypnotiseerde bakvissen de charme zelve. Er is tijd voor een kussessie met vrouwelijke fans.

Elvis heeft er trek in. Hij weet wie hij is en wat men van hem verwacht. Hij zingt hits van toen (Heartbreak Hotel), hits van nu (In The Ghetto) en toekomstige hits (Dusty Springfields You Don’t Have to Say You Love Me). Hij stoeit met broeierige soulrock, Poke Salad Annie. De majestueuze countrygospel van Just Pretend doet de studioversie (van het album Elvis: That’s the Way It Is) vergeten. Hier klinkt een reus.

Elvis: That’s the Way It Is

Onmogelijke spagaat
Op 10, 11, 12 en 13 augustus van 1970 (de dagen waarop Elvis: That’s the Way It Is werd gedraaid) is Elvis nog even de muziekfan die door de wereld werd aanbeden als popidool en sekssymbool. Maar wie goed luistert, hoort het onheil naderen. De rock, country, gospel en soul worden geserveerd naast muzikaal fondant, gladgestreken middle of the road-repertoire als het weeïge The Wonder of You en de orkestrale pop van You Don’t Have To Say You Love Me. De powerballad lonkt.

En wie goed kijkt, kan de eerste glimp van verval niet ontgaan. De rockheld van weleer staat op het punt plaats te maken voor de allemansvriend die in Las Vegas audiëntie houdt. Roots-muziek en gepolijst entertainment, het gaat niet samen. Maar ergens middenin die veeleisende spreidsprong doet Elvis Presley in de tweede week van augustus 1970 op het podium van het International Hotel een laatste, onmogelijke spagaat.

Hij is de Elvis van zijn toenmalige tienerpubliek, dertigers inmiddels. Hij is de herboren Elvis van de Comeback Special, de Elvis op de toppen van zijn kunnen. En hij is de Elvis die, gehuld in rhinestonepakken, langzaam zal wegzinken in pillenverneveling, junkfood-postuur en middelbare leeftijd; de Elvis die een karikatuur van zichzelf werd. Hij is al die Elvissen op dat ene, door goudlicht bestreken moment dat door Denis Sanders op film werd gevangen. Het is pure magie.

 

4 januari 2020

 

ALLE RECENSIES

Echo

***
recensie Echo

Een ongebruikelijke wintervertelling

door Ries Jacobs

Echo bestaat uit gebeurtenissen die ogenschijnlijk geen samenhang hebben. De film toont illegalen die worden opgepakt, een bevalling, een junk in de opvang en een doodskist waarin het levenloze lichaam van een jongen ligt. Een moeilijke film? Jazeker, maar de bijna anderhalf uur durende zit is wel de moeite waard.  

Regisseur Rúnar Rúnarsson wilde het anders aanpakken. ‘Ik werd een beetje moe van de gebruikelijke Griekse manier waarop we verhalen vertellen, vanuit een beginsituatie, gebeurtenissen en een uitkomst.’ Hij begon aan een experimenteel project en maakte een film, bestaande uit zesenvijftig scènes die onderling van elkaar losstaan.

Echo

Geen enkele acteur is meer dan eenmaal te zien, geen van de  scènes heeft een  connectie met het voorgaande of opvolgende shot. Maar het geheel toont een beeld van het leven in IJsland rond de feestdagen. Rúnarsson brengt niet alleen de feestelijkheden in beeld, maar ook kerststress, goede voornemens en het dagelijks leven dat ook tijdens de ‘most wonderful time of the year’ gewoon doorgaat.

Magnetronmaaltijd
Enerzijds laat Echo de donkere grauwheid van de IJslandse winter zien, anderzijds hoe de inwoners deze duisternis gelaten ondergaan. Typerend is de scène waarin een man in zijn eentje de kerstmaaltijd nuttigt. Hij schenkt zichzelf een glas rode wijn in en begint aan zijn magnetronmaaltijd. In plaats van de sfeer nog pathetischer te maken laat Rúnarsson halverwege dit shot de smartphone afgaan. De man grinnikt om het bericht dat hij ontvangt en stuurt iets terug. Bij het volgende bericht lacht hij weer.

Hierna gaat de film door met een nieuw verhaal dat niets met de lachende man te maken heeft. De kijker blijft achter met vragen. Is deze man alleenstaand? Heeft hij geen familie waar hij terecht kan? Wie stuurt hem een berichtje? Dit is niet de enige scène die krachtiger wordt juist door het ontbreken van enige context.

Echo

Verantwoordelijkheid
Dit gebrek aan context maakt de film tegelijkertijd soms wat langdradig en bovendien moeilijk te volgen. Het duurt even voordat je een rode draad ziet en de nodige k ijkers zullen tegen die tijd al zijn afgehaakt. Dat is jammer, want wie blijft kijken ziet een mengeling van soms verwarmend, en dan weer rauw realisme. Bovendien spelen de meeste acteurs ijzersterk, zeker als je bedenkt dat ze nagenoeg allemaal afkomstig zijn uit het IJslandse amateurtheater. Volgens Rúnarsson spelen ze allemaal bijrollen en is ‘de maatschappij de hoofdrolspeler’.

Echo is echter geen film vol maatschappijkritiek of met een duidelijke moraal, want daarvoor is het leven volgens de regisseur te complex. Hij brengt liefde, saamhorigheid, spijt, eenzaamheid, conflict en verspilling in beeld en maakt op een abstracte manier duidelijk dat alles met elkaar samenhangt. We zijn niet alleen op de wereld en onze daden hebben gevolgen voor anderen, wat ons ook een zekere verantwoordelijkheid geeft. Iedere scène is een echo van een andere. Rúnarsson verkent met zijn onorthodoxe aanpak de grenzen van de cinema en het lukt hem om van dit op voorhand risicovolle project iets moois te maken.

 

9 december 2019

 

ALLE RECENSIES

Elephant Sitting Still, An

*****
recensie An Elephant Sitting Still

Toen kwam er een olifant met een lange snuit…

door Cor Oliemeulen

Een zwaar melancholisch Chinees drama van bijna vier uur en een distributeur die het aandurft om de film aan te kopen en te verdelen in Nederlandse bioscopen. Dat vergt niet alleen moed, maar vooral smaak en kennis.

Voor liefhebbers van films met een rustig tempo en karakterontwikkeling duurt An Elephant Sitting Still geen minuut te lang. Het meesterlijke speelfilmdebuut van de jonge schrijver Bo Hu is tevens zijn magnum opus. Hij maakte een einde aan zijn leven nog voor de release. Kennelijk was alles gezegd.

An Elephant Sitting Still

Vuilnisvat
“Mijn leven voelt als een vuilnisvat. Er komt steeds meer rotzooi in totdat het overloopt”, zegt Yu Cheng. Hij is dan ook niet te benijden. De 17-jarige Huang Ling moet niets van hem hebben, zodat Yu Cheng zijn seksuele heil zoekt bij de vrouw van een vriend, die direct na de ontdekking voor zijn neus van de flat springt. Bovendien hangt het leven van zijn tirannieke broer aan een zijden draadje nadat deze door Wei Bu na een valse beschuldiging op school van de trap is geduwd. Wei Bu, die thuis te maken heeft met een agressieve vader, slaat op de vlucht en vraagt tevergeefs aan zijn vriendin Huang Ling of ze meegaat naar de stad Manzhouli. Volgens de verhalen leeft daar een olifant die de hele dag zit en weigert zijn ogen te openen om zich af te sluiten van alle ellende om hem heen.

Wei Bu verkoopt zijn biljartkeu aan zijn oudere buurman Wang Jin, die ook al geen gemakkelijk leven heeft. Zijn dochter wil dat hij naar een bejaardentehuis gaat, wat gemakkelijker wordt nu Wang Jins hondje door een grote hond is doodgebeten. Huang Ling heeft ondertussen een heimelijke affaire met een schooldecaan, terwijl een filmpje van een van hun onderonsjes op het internet is verschenen. Ook zij hoeft thuis geen steun te verwachten: haar stevig drinkende moeder maakt een zooitje in hun woning en is haar dochter liever kwijt dan rijk.

An Elephant Sitting Still

Het is razendknap hoe regisseur Bo Hu de levens van de vier protagonisten zonder geforceerde plotwendingen of andere kunstgrepen in elkaar vlecht. In elke episode blijft de camera dichtbij het karakter, terwijl de achtergrond (en soms de voorgrond) bewust onscherp is. We horen de ander praten, zien en horen vaag wat er verderop gebeurt, echter we zitten voortdurend in het hoofd en het hart van het immer worstelende personage. Dat gaat nooit vervelen, we kunnen nauwelijks wachten hoe de bewuste karakters zich ontwikkelen en samen met hen hopen op een iets rooskleuriger vooruitzicht.

Schuld
We zagen al eerder deprimerende Chinese films in de Nederlandse bioscoop, maar daarin was altijd minimaal een sprankje hoop. Zo gaan in het drama Winter Vacation (2011) inwoners van een troosteloos provinciestadje met grauwe gebouwen en vervuilende fabrieken gebukt onder een uitzichtloos bestaan ver van het economische wonder in grote Chinese steden. Via lange takes met statische cameraperspectieven zien we hoofdzakelijk kille mistroostigheid als gevolg van belabberde economische omstandigheden, maar droogkomische dialogen en situaties zorgen wel voor enige relativering en een glimlach. Ook in de moderne film noir Black Coal (2015) worstelen mensen met zingeving, maar hunkeren tegelijkertijd naar liefde en verlossing. Ook hier is een knipoog niet ver weg.

Dat in het hedendaagse China vooral de gewone man weinig toekomstperspectief heeft, noch een enkele reden voor optimisme en vrolijkheid, toont Bo Hu met een ongeëvenaarde feilloosheid in An Elephant Sitting Still. In Hu’s onverbiddelijke realiteit lijkt het ongelukkige lot bepaald door tekortkomingen van anderen: egoïsme, onverdraagzaamheid, geweld, overspel en leugens. Meer dan eens kruipen mensen in de slachtofferrol: de triestheid van hun bestaan ligt buiten de eigen schuld en verantwoordelijkheid. Volgens de door schade en schande wijs geworden ouderling Wang Jin is er bovendien geen enkele garantie dat je leven beter wordt als je ergens anders naartoe gaat. Desalniettemin vertrekt hij samen met twee jongeren richting Manzhouli. De zittende olifant trompettert hen al van verre tegemoet.

 

2 juni 2019

 

ALLE RECENSIES

Eighth Grade

****
recensie Eighth Grade

Memoires van een tiener

door Suzan Groothuis

Wat heb je er voor nodig om jezelf te zijn? Hoe ga je confrontaties aan? En hoe bereid je je voor op die moeilijke stap naar high school? Tiener Kayla etaleert deze kwesties op haar YouTube-kanaal, steevast afsluitend met: Gucci!

De kracht van internet: ook puber Kayla heeft hem gevonden. Op YouTube laat ze filmpjes van zichzelf zien en heeft ze het over de worstelingen van het opgroeien. Jezelf zijn is lastig. Zeker als je verlegen bent en door iedereen gezien wordt als het stille meisje. Sterker nog, wanneer er op school een superlatievenwedstrijd is, is Kayla “the most quiet girl”. Maar als je naar haar YouTube-video kijkt, leer je een andere Kayla kennen. Ze is niet verlegen, ze wil gewoon niet praten.

Eighth Grade

YouTube is voor Kayla een middel om zichzelf te uiten. Op aandoenlijke en eerlijke wijze heeft ze het voor de camera over je angsten overwinnen en wat daarvoor nodig is. Of hoe je jezelf meer kan laten zien. De echte jij, welteverstaan. Maar in het dagelijks leven is het tonen van die echte ik een worsteling. In de klas is Kayla een eenling. Als ze iets zegt, wordt ze nauwelijks opgemerkt. En als ze al contact probeert te maken met de populaire meiden uit haar klas, staan ze ongeïnteresseerd met hun blik op hun telefoon gericht. Thuis is het tegenovergesteld: daar probeert vader Mark (Josh Hamilton, 13 Reasons Why, American Horror Story) contact met Kayla te maken. En zit zij letterlijk in haar telefoon. Hoe meer de betrokken Mark toenadering zoekt, hoe meer Kayla afstand houdt.

Platform om jezelf te zijn
Eighth Grade is het debuut van Bo Burnham en laat op integere wijze de worsteling van een meisje met zichzelf en de wereld om haar heen zien. Burnham, die als tiener ook YouTube inzette om zijn onzekerheden van zich af te praten, geeft Kayla een platform om zichzelf te kunnen zijn en haar hoop en wensen vorm te kunnen geven. Hoewel er genoeg momenten zijn die Kayla’s zelfvertrouwen doen wankelen, zoals een ongemakkelijk verjaardagsfeest van het populairste meisje uit de klas, blijft zij als persoon overeind. Anders dan bijvoorbeeld een film als Todd Solondz’, Welcome to the Doll House, waarin de onaantrekkelijke Dawn Wiener (een seventh grader) in een neerwaartse spiraal terechtkomt. En Kayla schopt het ook weer niet van grijze muis tot een van de populaire meiden, zoals de dikke Patty uit de serie Insatiable die kilo’s lichter ineens razend gewild is.

Hoewel er een hang is naar erbij willen horen, of gezien willen worden, is Eighth Grade vooral een zoektocht naar je eigen identiteit. Burnham balanceert kundig tussen komisch, ongemakkelijk en realistisch en heeft met Elsie Fisher als Kayla een ongelofelijk sterke troef in handen. Volstrekt natuurlijk zet ze Kayla neer. Als kijker voel je haar onzekerheden, angsten en hoop – gevoelens die voor iedereen die tiener is of tiener is geweest (pijnlijk) herkenbaar zullen zijn.

Eighth Grade

Tienerdagboek tot leven
Het is knap hoe authentiek de film aanvoelt, alsof een tienerdagboek tot leven komt. Terwijl Burnham ook speelt met de herkenbare elementen van een (pre) high school comedy: de hunk uit de klas die jou niet ziet zitten, maar je wel doet zweven; een overbezorgde vader voor wie je je schaamt en de nerd die later toch wel leuk blijkt te zijn. Dit alles gekoppeld aan de tijd van nu, waarin social media een bepalende rol hebben.

Die huidige tijdgeest weet Burnham perfect te vangen. Tieners die opstaan en naar bed gaan met hun telefoon, waaraan hun hele zijn is gelieerd. Ook in het geval van Kayla, die liever filmpjes kijkt of muziek luistert dan haar vader aanhoren. Maar ondertussen is ze, dan weer kwetsbaar, dan weer krachtig, temidden van al die likes en snapchats, op zoek naar haar echte ik en verbondenheid.

 

19 februari 2019

 

ALLE RECENSIES

Extraordinary Journey of the Fakir, The

*
recensie The Extraordinary Journey of the Fakir

Geen hoogvlieger

door Rob Comans

Neem een paar stereotiepe Indiërs, dompel ze onder in een sentimenteel verhaal, vul dit aan met zoete romcom-stroperigheid, vermeng dat met sociale relevantie en een flinke toef Bollywood-exotisme en breng alles op smaak met ingrediënten uit eerdere crowd pleasers zoals Slumdog Millionaire (2008), Life of Pi (2012) en Lion (2016). 

Zie hier het hapklare recept voor The Extraordinary Journey of the Fakir, een film die ongegeneerd het lijstje van mierzoete benodigdheden voor succesvolle publieksfilms aftikt, en ook nog het mondiale vluchtelingenprobleem wil aankaarten. Helaas vliegt deze door regisseur Ken Scott aangestuurde fakir zo laag en voorspelbaar op zijn doel af dat je hem al van mijlenver ziet aankomen.

The Extraordinary Journey of the Fakir

Omzwervingen
Ajatashatru ‘Aja’ Lavash Patel (Dhanush) groeit als straatjochie op in Mumbai, waar hij als ‘fakir’ toeristen geld uit de zak klopt. Zijn moeder (Seema Biswas) wil hem niet zeggen wie zijn vader is, behalve dat ze hem in Parijs heeft leren kennen. Dus vertrekt Aja wanneer hij eenmaal volwassen is richting de Lichtstad. Daar leert hij Marie (Erin Moriarity) kennen bij de plaatselijke Ikea, waar Aja ‘logeert’ omdat hij zelf geen onderkomen kan betalen. Voordat hij haar in zijn armen kan sluiten, volgen de vele verplichte plotwendingen en omzwervingen waaraan de film zijn titel ontleent. Tel even mee: van Parijs reist Aja naar Londen, dan naar Barcelona, Rome, Tripoli, terug naar Parijs om vervolgens weer in Mumbai te landen.

Illegalen
Op een van zijn ‘reizen’ ontmoet Aja een groep Somalische illegalen. Eén van hen, Wiraj (Barkhad Abdi), wordt Aja’s vriend. Zij hopen in Londen werk te kunnen vinden, maar worden tegengehouden door een bureaucratische immigratiebeambte (Ben Miller), die middels een misplaatst en pijnlijk niet grappig ‘musicalnummer’ het repressieve Britse immigratiebeleid uitlegt. Uiteindelijk belandt Aja in Rome, waar hij actrice Nelly Marnay (Bérénice Bejo) leert kennen. Wanneer zij hem financieel op weg helpt, brengt hij haar als dank weer samen met haar grote liefde. Cue voor het verplichte zang- en dansnummer waarin Aja en Nelly op zijn Bollywoods losgaan. Ettelijke omzwervingen later komt alles weer goed in Mumbai. Marie dumpt haar nieuwe vriend om weer met Aja samen te kunnen zijn, en Aja behoedt als wijze leraar de drie jochies die de raamvertelling van de film vormen voor een lange gevangenisstraf.

Ikea
Er is niks mis met pretentieloos vermaak, dat The Extraordinary Journey of the Fakir dan ook in grote hoeveelheden brengt. Wanneer de ontmoeting met Wiraj de aanzet blijkt voor een geforceerde poging om sociale relevantie en maatschappijkritiek in de film te stoppen, schiet regisseur Scott zijn doel echter ver voorbij. Ook de hijgende pogingen om aan te sluiten bij het referentiekader van het filmpubliek middels Ikea-referenties is stuitend. De jonge hoger opgeleide startende twintigers en dertigers waarop de film zich richt, zullen veel van hun interieurstijl in de film herkennen, en voor deze schaamteloze sluikreclame zal Ikea veel geld over hebben gehad.

The Extraordinary Journey of the Fakir

Iets soortgelijks deed regisseur David Fincher ook al in Fight Club (1999), maar daar was het bedoeld als zwart-komische kritiek op een oppervlakkige, materiële levensstijl. Niets van dit soort ironie bij The Extraordinary Journey of the Fakir: hier is een Ikea-interieur iets om oprecht naar te verlangen. Aju gebruikt zelfs een Ikea-pot als urn voor zijn moeders as (!), die hij keurig op het Parijse graf van zijn vader achterlaat. Dat Ikea de laatste jaren vaak in opspraak kwam vanwege uitbuiting en onethisch gedrag wordt keurig onder het fakir-tapijt gemoffeld.

Harteloosheid
The Extraordinary Journey of the Fakir voornaamste probleem is dat de film, onder alle felle Bollywood-kleurtjes en oppervlakkige romantiek, de ongelijkheid, uitbuiting, het onrecht en materialisme omarmt die de film pretendeert te veroordelen. Deze ‘harteloosheid’ blijkt wanneer Wiraj en Aja spreken over het verschil tussen een toerist en een illegale vluchteling. Plotseling maakt Wiraj de opmerking: “He who swallows coconuts has faith in his butthole.” Aja: “I don’t see the relevance.” Wiraj: “No relevance, I just love the proberb…”

Diegenen die gecharmeerd zijn van mierzoete, inhoudsloze, bijna cynisch gecalculeerde fluff zullen The Extraordinary Journey of the Fakir inderdaad buitengewoon vinden. Mensen die liever door films worden aangesproken op gebieden boven het middenrif zullen nauwelijks wakker kunnen blijven.

9 december 2018

 

ALLE RECENSIES

Elephant Man, The

The Elephant Man
Van mensen en monsters

door Rob Comans

“‘Tis true my form is something odd, But blaming me is blaming God. Could I create myself anew, I would not fail in pleasing you. If I could reach from pole to pole, Or grasp the ocean with a span. I would be measured by the soul, The mind’s the standard of the man.” 

Deze woorden van de Engelse predikant en theoloog Isaac Watts (1674-1748) waarin hij pleit voor het beoordelen van mensen op hun geest in plaats van hun uiterlijk, was naar verluidt een geliefd citaat van Joseph Casey Merrick (1862-1890).

The Elephant Man

Olifant-man
De in Leicester geboren Merrick werd bekend als de ‘olifant-man’ vanwege een zeer zeldzame aandoening die hem ernstig misvormde. Vergroeiingen van zijn schedel, ruggengraat en ledematen en vele wratachtige uitstulpingen van zijn huid gaven hem een olifantachtig uiterlijk, een feit dat hem in het Victoriaanse Engeland waarin hij leefde tot een medisch curiosum maakte en veroordeelde tot een bestaan als bezienswaardigheid.

Onverfijnd als zijn verschijning misschien geweest mag zijn, zijn geest was dit allesbehalve. Merrick was intelligent en erudiet, en een liefhebber van het theater. Zijn marginale bestaan veranderde toen de chirurg Dr. Frederick Treves hem ontmoette, en diens professionele interesse werd gewekt door Merricks zeer zeldzame aandoening (waarschijnlijk een combinatie van neurofibromatose en Proteus-syndroom). Hoewel Treves besefte dat hij niet bij machte was Merrick te helpen, besloot hij zich desondanks over de ‘olifant-man’ te ontfermen. Er ontstond een vriendschap tussen beide mannen totdat Joseph Merrick, op 11 april 1890, op 27-jarige leeftijd in het Royal London Hospital (RLH) overleed.

In 1923 verschenen Frederick Treves’ memoires, The Elephant Man and Other Reminiscences, die samen met het boek The Elephant Man: A Study in Human Dignity (1973) van Ashley Montagu de basis vormden voor het scenario dat Christopher De Vore, Eric Bergen en David Lynch schreven voor The Elephant Man (1980). Regisseur Lynch, een liefhebber van het bizarre en surreële, kiest voor een grotendeels realistische benadering van Merricks buitengewone verhaal. Toch is het een onvervalste David Lynch-film door de sympathie en fascinatie voor diegenen die als ‘anders’, ‘bizar’ of ‘monsterlijk’ worden gezien. Joseph Merrick (John Hurt), in de film steevast als John aangeduid, is ondanks zijn ‘monsterlijke’ uiterlijk tot meer menselijkheid in staat dan de meeste mensen in zijn omgeving die zich tegenover hem vaak monsterlijk gedragen.

Uitgebuit
Dat begint al met de kermisexploitant Bytes (Freddie Jones), die John uitbuit en blootstelt aan de verafschuwde blikken van Victoriaans Londen en hem mishandelt. Ook Dr. Treves (Anthony Hopkins), die John op het spoor komt en hem naar zijn werkplek RLH haalt, hoopt in eerste instantie vooral zijn carrière te bevorderen. In een kille collegezaal, gevangen in scherp lamplicht en aangegaapt door Treves’ collegae van het Anatomisch Genootschap, wordt duidelijk dat dit publiek misschien veranderd is, maar niet zijn situatie. Ook de gevierde theateractrice Madge Kendal (Anne Bancroft), die zich middels John wil profileren als barmhartige Samaritaan, brengt geen verandering. Het resulteert slechts in een stoet van societyfiguren die, noblesse oblige, de bescheiden vertrekken van John aandoet. Als de jongeman zich al bewust is van de onoprechtheid van de mensen om hem heen, laat hij hiervan niets merken.

Bij zijn opname in het RLH wordt Merrick opnieuw uitgebuit, ditmaal door een brute nachtwaker (Michael Elphick), die bezopen kroegvolk tegen betaling langs de ‘olifant-man’ leidt. Opnieuw valt John hierna in handen van Bytes, en brengt een kermistournee hem naar Frankrijk. De voortdurende mishandelingen, waaronder Johns gezondheid lijdt, leiden tot een van de mooiste scènes van de film, waarin hij wordt bevrijd door meelijdende kermisfreaks: in een vreemde optocht loodsen zijn hun mede-verschoppeling door een nachtelijk landschap en brengen hem de volgende morgen naar een boot terug naar Engeland. Bij het afscheid drukt een dwerg (Kenny Baker, R2D2 uit de Star Wars-films) John op het hart: ‘Luck, my friend! Luck, and who needs it more than we?’ Lynch maakt hier duidelijk dat de ‘freaks’ tot meer solidariteit en medemenselijkheid in staat zijn dan ‘gewone’ mensen.

The Elephant Man

Gezondheid
Dat blijkt opnieuw in de volgende scène, waarin John tijdens een opstootje op het Londense station in een hoek wordt gedreven. ‘No! I am not an elephant! I am not an animal! I am a human being! I am a man!’, schreeuwt hij. Dit hard bevochten besef van eigenwaarde en identiteit zou John hoogstwaarschijnlijk ontgaan zijn zonder dr. Treves en de positieve ervaringen in diens ziekenhuis. Uitgeput wordt Merrick uiteindelijk weer in het RLH afgeleverd, en opnieuw toevertrouwd aan de goede zorgen van dr. Treves, ziekenhuisdirecteur mr. Carr-Gomm (John Gielgud) en hoofdverpleegster Mothershead (Wendy Hiller).

De gebeurtenissen hebben emotioneel en fysiek veel van John gevergd en zijn gezondheid gaat zienderogen achteruit. Madge Kendal nodigt hem uit voor zijn eerste (en helaas ook laatste) theaterbezoek. Als ze de voorstelling van die avond opdraagt aan haar ‘vriend’ John, is de gereserveerdheid die de actrice werkelijk voelt ten opzichte van hem kort, maar duidelijk van haar gezicht af te lezen. Na zijn theaterbezoek bedankt John Treves voor zijn goede zorgen – beide mannen beseffen dat ze veel aan elkaar te danken hebben. Als John daarop zijn kartonnen model van de vlakbij gelegen kathedraal van St. Philips heeft voltooid, lispelt hij ‘It is finished’ – daarmee tevens zijn zelfgekozen dood aankondigend. Hij besluit liggend te gaan slapen, al beseft hij dat hij hierdoor zal sterven. Zonder de ondersteuning van meerdere kussens voor zijn vergrote, zware schedel zal het gewicht hiervan Johns luchtpijp afknijpen. Op de melancholische tonen van Samuel Barbers Adagio for Strings (zelden effectiever gebruikt in een film) slaapt John Merrick voorgoed in.

Make-up
Dat The Elephant Man zo’n indrukwekkende ervaring is, komt in de eerste plaats door de fenomenale acteerprestatie van John Hurt. Ondanks de grime waarachter het gezicht van de acteur bijna geheel schuilgaat, geeft hij zijn personage warmte, menselijkheid en verfijning. John Hurt bracht per draaidag maar liefst zeven à acht uur door in de grimeursstoel voor het aanbrengen van de door Christopher Tucker ontworpen maskers en make-up, en vijf uur voor het verwijderen ervan. Tuckers werk was zo uitmuntend dat het in belangrijke mate bijdroeg aan de introductie van een Oscar voor make-up effecten, uitgereikt sinds 1982.

The Elephant Man ontving acht Oscarnominaties, en vijf BAFTAS, waaronder beste regie voor David Lynch, en beste cinematografie voor Freddie Francis. Deze tovert in prachtige zwart-wit beelden het Victoriaanse Engeland om in een wereld van duistere indrukken. Hierin is Lynch’ voorliefde voor het bizarre weliswaar aanwezig  – langzaam uitdijende rookwolken, duistere industriële landschappen, droombeelden, nachtmerrieachtige scènes waarin Merricks moeder (Phoebe Nichols) wordt ‘belaagd’ door wilde olifanten – maar als context op de achtergrond. Francis toont zich ook een visuele grootmeester in het weergeven van de uitbundige kermisscènes en het rustige, door gaslicht verlichte RLH. Zijn evocatieve camerawerk ademt onheil en dreiging; fantasie en betovering – typisch ‘Lynchiaanse’ gevoelens die de Victoriaanse wereld van The Elephant Man kenmerken.

The Elephant Man

Cynisch?
Is Lynch’ film in het blootleggen van de hypocrisie, ambivalentie en exploitatiezucht die de wereld toont tegenover de ‘olifant-man’ cynisch? Of is dit simpelweg een weergave van de toen heersende, weinig verlichte moraal ten opzichte van wat als normaal/abnormaal of mooi/lelijk werd gezien? Lynch laat deze keuze grotendeels aan de toeschouwer. Hij is meer geïnteresseerd in hoe mensen zoals Joseph Merrick, wiens uiterlijke verschijning indruist tegen de heersende norm, hun weg vinden in een niet-begrijpende, afwijzende en kleingeestige wereld.

Gezien Merricks liefde voor literatuur is het treffend dat de film afsluit met een citaat uit het gedicht Nothing will Die van Alfred Tennyson, waarin het eeuwige, onvergankelijke en cyclische karakter van de wereld en haar seizoenen wordt bezongen:

Never, oh! Never, nothing will die.
The stream flows,
The wind blows,
The cloud fleets,
The heart beats,
Nothing will die. 

Een volgende strofe uit dit gedicht (niet geciteerd in de film) luidt:

The world was never made;
It will change, but it will not fade
(…)
Nothing was born;
Nothing will die;
All things will change.

Als dit klopt, is de essentie van Joseph Merrick niet vervlogen. Zijn nagedachtenis roept ons op elkaar te beoordelen op wie we zijn, niet op hoe we eruitzien, en open te staan voor datgene dat we niet begrijpen (en dus vrezen). David Lynch’ The Elephant Man is hierin een magistrale richtingwijzer.

 

27 november 2018


ALLE ESSAYS

Eyes of My Mother

***

recensie The Eyes of My Mother

Verminken uit liefde

door Cor Oliemeulen

The Eyes of My Mother is een psychologisch horrordrama met arthouse-trekjes. Deze nachtmerrie van krap vijf kwartier is zeker geen voer voor fans van commerciële horrorfilms, maar die kunnen wel kennismaken met de zoveelste zieke geest op het witte doek.

Dat horror niet expliciet in beeld hoeft te worden gebracht om je op stang te jagen, bewijst The Eyes of My Mother, het speelfilmdebuut van Nicolas Pesce. Samen met zijn vrienden Zach Kuperstein (cinematografie) en Ariel Loh (muziek) maakte de 27-jarige New Yorker een verontrustend portret van een jonge vrouw die haar eenzaamheid op een wel heel extreme wijze overleeft. De cinema heeft er weer een compleet gestoord personage bij: Francisca, gespeeld door de Portugese actrice Kika Magalhães in haar eerste hoofdrol. Haar inspiratie voor de verminkingen van haar slachtoffers komt van haar moeder, een voormalig oogchirurg. Horrorliefhebbers hoeven niet te treuren, want ook andere lichaamsdelen moeten het ontgelden.

The Eyes of My Mother

Opgroeihorror
Francisca leeft met haar ouders in een afgelegen boerderij ergens in Amerika van enkele decennia geleden. We zien haar volwassen worden in drie episodes: Moeder, Vader en Familie. Als kind ziet Francisca hoe een psychopaat binnendringt in hun woning, haar moeder doodt en hoe resoluut vader met de dader afrekent. Als je weet hoe emotieloos deze handelingen geschieden, is het begrijpelijk dat bij Francisca sociale omgangsvormen niet met de paplepel zijn ingegeven. Dat blijkt nog steeds in de twee volgende hoofdstukken als Vader is overleden en het stichten van een nieuwe Familie noodzaak wordt.

The Eyes of My Mother is in alle opzichten minimalistisch. De film is met weinig middelen, maar met grote liefde en vakkundigheid, gemaakt. Francisca’s gezin lijkt totaal geïsoleerd van de buitenwereld en we zien bijvoorbeeld geen school, politie of passanten. De beelden zijn zwartwit, sfeervol en met een bewuste afstandelijkheid geschoten, maar soms uitgesproken luguber, zoals de scène waarin Francisca in bad zit met een dode man. De belichting in de boerderij en van de horrorschuur op het erf zijn al even functioneel, terwijl de montage consequent strak is en de geluidsband gebruikmaakt van verontrustende synthesizerklanken en een veelbeproefd recept: stemmen van televisieprogramma’s op de achtergrond.

The Eyes of My Mother

Fado
Het gebruik van Fado-muziek is een originele kunstgreep om extra hartverscheurende huiselijkheid te creëren en biedt Francisca de gelegenheid om met een korte dans haar meer artistieke kant te tonen. De dialogen tussen moeder en dochter, afwisselend Portugees en Engels, dragen bij aan de mysterieuze achtergrond van deze wereldvreemde familie. Al komen we verder weinig van deze mensen te weten, behalve dat het hechten met naald en draad een genetisch overdraagbare specialiteit is.

Een veelbelovend debuut dus, waarbij je ondanks diens voorliefde voor de diep duistere kanten van de mens uitkijkt naar de volgende film van Nicolas Pesce. Geef die man een groter budget, een co-schrijver met nog meer fantasie, en wie weet ligt er een echte klassieker in het verschiet. Geen gore horror, maar een psychologische thriller met iets meer karakterontwikkeling en een sterker einde. En desnoods even verontrustend en onheilspellend. De kijker van begin tot eind op het puntje van de stoel, bang om nog ooit in zijn eentje in het donker een boerenschuur te betreden.
 

31 juli 2017

 
MEER RECENSIES

Edge of Seventeen, The

****

recensie The Edge of Seventeen

Als verliefdheid en vriendschap het belangrijkste zijn

door Nanda Aris

Coming-of-age film over de jonge Nadine die om moet leren gaan met verliefdheid, vriendschap, familie en onzekerheid.

Kelly Fremon Craig maakt met The Edge of Seventeen haar eerste speelfilm, en niet onverdienstelijk. Ze is ook de schrijfster en producer van het verhaal. Voor haar film kreeg Craig verschillende nominaties en prijzen en dat maakt haar een veelbelovende regisseuse die we in de gaten moeten houden.

The Edge of Seventeen

Goed en slecht
Het verhaal is een typisch opgroeiverhaal, met echter één groot verschil in vergelijking met films als Clueless (1995) en Mean Girls (2004). The Edge of Seventeen kent geen enkel personage dat geheel slecht of geheel goed is. Nadine (Hailee Steinfeld) is leuk, maar enigszins egocentrisch, haar moeder (Kyra Sedgwick) begrijpt Nadine niet, maar wil wel graag een goede moeder zijn, en Nadine’s broer Darian (Blake Jenner, die ook speelt in Everybody Wants Some!! van Richard Linklater) lijkt de vervelende broer uit te hangen, maar bekommert zich wel degelijk om Nadine.

The Edge of Seventeen lijkt in oprechtheid van de personages veel Boyhood (ook van Linklater) en maakt in tegenstelling tot bijvoorbeeld Juno (2007) minder een karikatuur van zijn personages.

Door de grond zakken
Het verhaal start met de scène waarin Nadine haar geschiedenisleraar Bruner (Woody Harrelson) vertelt dat ze zichzelf van kant wil maken. Nadine wil zichzelf niet echt van kant maken, maar heeft een blunder begaan, en wil zoals elke tiener wel eens wil, het liefst door de grond zakken.

Hij is niet de meest tactische leraar, en zegt: ‘Good luck with that’. Harrelson speelt een grappige rol als stugge leraar, die toch niet zo stug blijkt te zijn. Een aantal scènes later deelt hij zijn cookie met haar en zegt hij dat ze zijn favoriete studente is.

Jeugd
De film vertelt hoe Nadine is opgegroeid, hoe ze bevriend is geraakt met haar zo’n beetje enige vriendin Krista (Haley Lu Richardson), hoe haar vader op jonge leeftijd overleed, kortom, haar jeugd in een notendop. Wat we hier vooral uit opmaken is dat Nadine niet zo sociaal en populair is als haar broer (‘There are two types of people in this world, the people who radiate confidence and natural excel at life, and the people who hope all those people die in a big explosion’). Zij lijkt meer op haar vader, en hij op zijn moeder.

Als zestienjarige zit Nadine zichzelf soms behoorlijk in de weg, en het wordt er niet makkelijker op als Krista besluit een relatie te beginnen met haar broer. Ze voelt zich verraden, en doet gemeen tegen Krista. Krista wil niet kiezen tussen Darian en Nadine, maar wanneer Nadine erop staat, is de vriendschap voorbij.

The Edge of Seventeen

Nadine neemt het zichzelf kwalijk, ook omdat ze zich nu eenzamer voelt dan ooit. Gelukkig is er nog wel de jongen naast haar in de klas, Erwin (Hayden Szeto), heimelijk verliefd op haar, waardoor ze uiteindelijk beseft dat ze niet de enige is die eenzaam is. Doordat ze vooral bezig is met haar eigen problemen, heeft ze dat niet direct in de gaten.

Opgroeien
De rol van Nadine wordt voortreffelijk gespeeld door de jonge Steinfeld, voor wie een mooie carrière in het verschiet ligt. Ze weet de soms ongemakkelijke, soms verleidelijke, onzekere opgroeiende tiener neer te zetten. Steinfeld is grappig (vooral wanneer ze in gesprek is met Bruner), serieus en geloofwaardig, bijvoorbeeld wanneer ze zegt dat ze geen vrienden heeft om haar lunch bij op te eten. Haar ogen stralen de onzekerheid uit waarmee de tekst gepaard gaat.

Een film om te gaan zien, alleen al doordat Craig haar personages echt laat voelen, waardoor we voor eventjes terug verlangen naar de goeie ouwe tijd waarin we tiener waren, onze problemen echt leken en verliefdheid en vriendschap het belangrijkst waren.
 

30 juli 2017

 
MEER RECENSIES