Ring of Dreams

****
recensie Ring of Dreams

Meditatie in de boksring

door Ries Jacobs

Het liefst willen ze, in navolging van hun helden Terry ‘Hulk’ Hogan en Dwayne ‘The Rock’ Johnson, worstelen in volle arena’s. Maar ze voeren hun shows op voor een handjevol mensen. Toch keren de Nederlandse showworstelaars in Ring of Dreams steeds weer terug in de boksring, want “het is emotie op zijn hoogtepunt.”

In Amerika trekt professional wrestling (ook wel show-worstelen genoemd) miljoenen televisiekijkers. In ons land is het marginaal vertegenwoordigd. Regisseur Willem Baptist brengt de wereld van het Nederlandse show-worstelen in beeld door de ogen van Tengkwa. Deze altijd gemaskerde worstelaar is een van de steunpilaren van Pro Wrestling Nederland.

Ring of Dreams

Tengkwa staat regelmatig in de ring en traint jongelui die net als hijzelf gek zijn van pro wrestling. Allen dromen van applaus en roem, sommigen zelfs van een professionele carrière. Een van deze jongens is Krystian, een doodgewone iele tiener die in niets op een showworstelaar lijkt, maar wel een enorm doorzettingsvermogen heeft. Dankzij zijn ijzeren wil lukt het hem om de dreunen op zijn lichaam te incasseren.

Toneelstuk voor macho’s
Baptist bouwt zijn ruim een uur durende documentaire zorgvuldig op. Hij laat de kijker rustig kennismaken met de wereld van het Nederlandse show-worstelen. Juist door de zorgvuldige opbouw is Ring of Dreams aanvankelijk wat eendimensionaal. De kijker ziet voornamelijk mannen in te strakke broeken die spelen dat ze elkaar tot moes slaan.

Op het eerste gezicht is dit aandoenlijk. Volwassen mannen (en een enkele vrouw) vermaken in achterafzaaltjes, waar graffiti de muren versiert, anderhalve man en een paardenkop met pro wrestlingshows waarvan iedereen weet dat ze nep zijn. Om die reden doen we er in ons nuchtere land soms ten onrechte wat lacherig over. Een film is ook niet echt, maar daar laten we ons wel door meeslepen. Pro wrestling is een toneelstuk van en voor macho’s.

Ring of Dreams

Geen toekomst of verleden
Baptist kiest er  bewust voor om, evenals bij eerdere films, het verhaal voornamelijk te vertellen aan de hand van de beelden. Deze aanpak, waarbij hij de worstelaars mondjesmaat aan het woord laat, pakt goed uit. De regisseur weet uiteindelijk door te dringen tot de kern van deze subcultuur. Richting het einde krijgt Ring of Dreams – naast mooi weergegeven visueel spektakel – karakter. Steeds dieper graaft de filmmaker in de ziel van de show-worstelaars. Waarom willen ze in de ring staan?

Doe je het omdat je ervan droomt om in Amerika of Tokio in volle arena’s te staan? Dan zul je het waarschijnlijk niet redden, daarvoor is pro wrestling lichamelijk en geestelijk te zwaar. Volgens worstelaar Sitoci is het “wel show, maar niet voor watjes.” Wie hieraan begint om geld en roem te vergaren houdt het niet vol. De ene na de andere aspirant haakt gaandeweg de documentaire af. Wie overblijft beoefent zijn hobby in het weekend naast een baan in de IT, de beveiliging of de zorg.

Ze doen het omdat ze er, ondanks alle ontberingen, een kick van krijgen. De macho’s in de ring duiken in een fantasiewereld met helden en slechteriken. In het weekend gooien ze alle spanning en frustratie van de week eruit. In de ring is er geen toekomst of verleden, alleen het moment. Ring of Dreams vertegenwoordigt daarmee een maatschappelijke trend, namelijk de wens van velen om te leven in het hier en nu. Even komen de worstelaars los van het dagelijkse leven met al zijn zorgen en beslommeringen. Pro wrestling is voor hen een vorm van meditatie.

 

12 november 2019

 

ALLE RECENSIES

Report, The

*
recensie The Report

De held die de deur sluit

door Tim Bouwhuis

In The Report resulteren de inspanningen van onderzoeksjournalist Daniel J. Jones in een monumentaal verslag van de martelpraktijken die de CIA na 9/11 dichterbij vermeende Al Qaida-terroristen bracht. De wanstaltig eenzijdige film roept in een veel breder kader vragen op over propaganda en politieke invloed.

The Report is een perfect voorbeeld van een film die door zijn complexe politieke context tot veel meer discussie en reflectie oproept dan de uiterst simpele plot doet vermoeden. Regisseur Scott Z. Burns debuteerde in 2006 met het fascinerende door HBO voor televisie geproduceerde PU-239 (ook wel The Half Life of Timofey Berezin). Hierna werkte hij met name als scenarist, onder meer voor The Bourne Ultimatum (2007), meerdere films van Steven Soderbergh en volgend jaar ook voor de nieuwe titel in de James Bond-franchise, No Time To Die. Voor zijn tweede regieklus in twaalf jaar strikte hij als hoofdrolspeler Hollywoodacteur in de lift Adam Driver (Star Wars: The Last Jedi, BlacKkKlansman).

The Report

Film en overheid
Het is nagenoeg onmogelijk in het wegen en beoordelen van The Report te ontsnappen aan politieke en morele vragen over het Amerikaanse beleid in contra-terrorisme en de publieke communicatie daarvan. Hierbij gaat het niet alleen om je blik op het politieke handelen van de Verenigde Staten in de nasleep van 9/11, maar ook om de manier waarop films die blik kunnen beïnvloeden. De oeuvres van regisseurs als Michael Bay en Peter Berg laten zich niet loskoppelen van de vraag wanneer film niet langer propaganda lijkt maar propaganda is, om op dat punt nog maar te zwijgen over de daadwerkelijke invloed van instanties als de CIA en het Pentagon in dit soort projecten. In dat laatste verband is het al geen publiek geheim dat Michael Bay in zijn films maar wat graag de nieuwste snufjes van het vaderlandse militaire bastion uitprobeert. Sinds er voor het eerst een Amerikaanse oorlogsfilm logistiek ondersteund werd door, in dit geval, de Amerikaanse luchtmacht (Wings, 1927), kent de Hollywoodgeschiedenis voorbeelden te over van dit soort zichtbare verbintenissen, waarvan wervingscampagne Top Gun (1986) in afwachting van de sequel (juni 2020) waarschijnlijk het meest tot de verbeelding spreekt.

De traditioneel clandestiene operaties van de CIA en aanverwante instanties laten zich zonder passend onderzoek moeilijker met concrete films in verband brengen. Het is één ding om te analyseren hoe de CIA in Hollywoodcinema gerepresenteerd wordt, maar wanneer gaat die representatie over in (bewijzen van) concrete betrokkenheid? Zeker sinds het advent van de Koude Oorlog en het bijbehorende hoogtij van films vol politieke paranoia vinden we genoeg prikkelende titels die de vraag naar de grenzen tussen fictie en werkelijkheid tot het uiterste oprekken, van The Manchurian Candidate (1962) tot The Parallax View (1974) en Three Days of the Condor (1975). Van die laatste twee films geeft Burns al gretig toe dat ze door hun visuele stijl inspiratiebronnen voor The Report waren (en van Sydney Pollacks Three Days of the Condor weten we ook dat toenmalige CIA-directeur Richard Helms destijds de set heeft bezocht en hoofdrolspeler Robert Redford van advies heeft voorzien). Dat The Report de vergelijking door de fletse, inspiratieloze cinematografie nauwelijks doorstaat, onderschrijft vast hoeveel sterker laatstgenoemde film uiteindelijk inzet op de communicatie van zijn (politieke) inhoud.

The Report

De olifant in de industrie
Of en in welke mate die politieke inhoud ingegeven en/of gecontroleerd is door hogere overheidsinstanties kan ondergetekende in het specifieke geval van The Report (een productie van Amazon Studios) niet bewijzen, hooguit vermoeden. Vast staat wel dat Hollywood en de CIA vanaf de vroege jaren negentig nauwer en intenser zijn gaan samenwerken. Tony Shaw en Tricia Jenkins (tevens de auteur van het boek The CIA in Hollywood, uit 2012), twee Amerikaanse academici, schreven in 2017 dat Chase Brandon (een neef van acteur Tommy Lee Jones) vanaf deze periode Hollywoodfilmmakers en producers onderwees over de rol van de CIA en hen actief stimuleerde CIA-successen in hun films op te nemen. Dit proces loopt tot de dag van vandaag en anderen hebben Brandons rol overgenomen; in veel gevallen worden scriptschrijvers, producenten en regisseurs concreet in contact gebracht met CIA-functionarissen, die vervolgens een grote invloed uitoefenen op het definitieve film- of serieproduct en daarbij een (overwegend) positief beeld van de instantie propageren. Alhoewel hier verbluffend weinig (en kritisch) over geschreven is, zijn deze samenwerkingen wel degelijk een stuk beter gedocumenteerd dan verstrengelingen van vóór de jaren negentig, die explicieter in een zweem van geheimhouding gehuld bleven en zich daardoor een stuk lastiger laten traceren. Bekende voorbeelden van relatief recente samenwerkingen zijn Showtime-serie Homeland (2011-), Ben Afflecks Oscarwinnaar Argo (2012) en Kathryn Bigelows veelbesproken politieke thriller Zero Dark Thirty (2012).

Fascinerend genoeg speelt er in de verhaalwereld van The Report op een gegeven moment een kort trailerfragment uit de film van Bigelow. Beide titels tonen de gewelddadige martelpraktijken van de CIA in de jacht op kopstukken van Al Qaida, en laten het niet na te tonen welke fouten in dat proces begaan zijn. Zero Dark Thirty verdeelde critici tot op het bot. Hier zijn vooral de negatieve kanttekeningen interessant: werden de martelpraktijken van de CIA hier impliciet gerechtvaardigd of zelfs verheerlijkt, omdat ze uiteindelijk leidden tot de eliminatie van Osama Bin Laden? En kan een film als deze eigenlijk wel een ‘onthullend’ boekje opendoen over de martelpraktijken van de CIA als deze in die periode gewoon al publiek belicht waren? Het uiten van zelfkritiek is zo in verhouding al een stuk ‘veiliger’. De eerder aangehaalde Shaw en Jenkins bevestigen dit als ze schrijven dat de CIA op een pragmatische manier met Zero Dark Thirty omgingen, en er vooral op inzetten een ‘zo positief mogelijk beeld’ van de CIA te schetsen. Dat een film op een aantal vlakken ambigu en kritisch is, wil dus nog lang niet zeggen dat de overkoepelende intentie van de makers niet propagandistisch kan zijn. Sterker nog: propaganda werkt het best als ze niet direct als zodanig door haar publiek herkend wordt.

Waar komt de nood van de industrie vandaan om films te maken met een politiek onthullend en kritisch karakter, als we weten dat diezelfde industrie onmogelijk politieke onafhankelijkheid kan claimen? Kunnen deze films de beloftes van heroïsche klokkenluiders (Snowden, 2016) eigenlijk wel nakomen, of zitten ze in feite vast in een verreikend web van invloed dat de grenzen van kritische representatie bepaalt en échte artistieke en politieke vrijheid zo onmogelijk maakt?

The Report

Het probleem van de held
The Report
presenteert in de persoon van Daniel Jones een held die de feitelijke waarheid, inclusief morele rechtvaardiging, koste wat het kost op tafel wil brengen en daar – spoilers onvermijdelijk inbegrepen – glorieus in slaagt. Hierdoor is er nauwelijks ruimte voor nuance en sleept de film zich nogal plichtmatig voort – het “hoe” is al vanaf het begin ondergeschikt aan het “wat”. Burns doet zo sterk zijn best om de CIA tegen de inspanningen van Jones af te zetten dat iedere vorm van ambiguïteit ontbreekt. Dit roept ook de vraag op waarom deze film gemaakt moest worden en, dat vooral, waarom nu.

“Democratie is rommelig”, zegt de stafchef van Barack Obama (een rol van Jon Hamm) in de loop van de rechtszaak rond het martelrapport. Welke rommel moet er in The Report opgeruimd worden? In de meest extreme interpretatie van deze film wekt Burns de indruk dat hij de ernstige en systematische insteek van de martelpraktijken in de periode post-9/11 van tafel wil vegen; (wederom) niet omdat daar enig bewijs voor is, maar omdat de film het juist doet voorkomen alsof een deel van de kopstukken geen idee hadden waar ze nu echt mee bezig waren en de ernst van hun praktijken bagatelliseerden – alles voor de veiligheid van het vaderland.

Dat The Report een kritische toon handhaaft, mag duidelijk zijn, maar de filmische schets van de CIA in verhouding tot Jones, een sympathieke goedzak die zichzelf verliest in zijn werk, is schematisch, opzichtig en dramatisch ongeloofwaardig. Door in de slotakte in te zoomen op het zegevierende recht, mogelijk gemaakt door het morele plichtsbesef van een enkeling, stuurt Burns maar wat eenvoudig aan op een patriottistische conclusie. De wandaden van de CIA zijn in dat kader relatief gemakkelijk vergeten, ook omdat de falende instantie door de weergave van haar wanbeleid nauwelijks serieus genomen is: de film sluit nadrukkelijk een hoofdstuk af. Net als Zero Dark Thirty buigt hij negatieve representatie om naar een overwinning; in de film van Bigelow is dat een overwinning voor de CIA, in The Report ligt de nadruk op mentaliteit en op het schild geheven waarheidsdrang. Dat is niet alleen curieus in het licht van de manier waarop Hollywood in dit stuk eerder gelinkt werd aan propaganda en (concrete) politieke invloed. Het onderstreept ook dat een integere hoofdpersoon nog niet automatisch een integere film oplevert.

 

2 november 2019

 

ALLE RECENSIES

Rojo

****
recensie Rojo

Warme kleuren, koude wereld

door Michel Rensen

Rojo toont een samenleving in verval waar men de scheuren ziet, maar vooral wil volhouden dat alles normaal is. De film werpt een kritische blik op de Argentijnse geschiedenis en de gevaren van maatschappelijke onverschilligheid.

1975. Het jaar voor de militaire coup in Argentinië. Advocaat Claudio (Darío Grandinetti) wacht in een volgeboekt restaurant op zijn vrouw. Hij krijgt ruzie met Diego die het absurd vindt dat de advocaat een tafel bezet houdt, terwijl hijzelf daardoor moet wachten tot er plaats is. De ruzie loopt volledig uit de hand en aan het eind van de avond belandt Diego levensgevaarlijk gewond op de achterbank van Claudio’s auto. In plaats van hem bij een ziekenhuis af te leveren, dumpt Claudio de man in de woestijn, wetende dat hij zal sterven. Diego is expliciet een buitenstaander, geen onderdeel van Claudio’s samenleving en zal dus door niemand gemist worden. Het dedain van Claudio is sterk voelbaar in deze zwart-humoristische openingsscène, die sterk doet denken aan Damián Szifróns Wild Tales, waarin Darío Grandinetti ook te zien is.

Rojo

Maatschappij in verval
Drie maanden later gaat het leven van de advocaat en zijn familie door alsof er niets aan de hand is. Uitbundige, elitaire feesten gaan hand in hand met onderhandse corruptie. Alles om de status quo in stand te houden. Het incident lijkt door iedereen vergeten te zijn, totdat privédetective en tv-persoonlijkheid Sinclair verschijnt, een wederom fenomenale Alfredo Castro (Tony Manero, Desde allá, El Club) die ondanks zijn geringe lengte in elke scène een dominante positie inneemt. Diego a.k.a ‘El hippie’ bleek familie van een goede kennis van de advocaat en die heeft op zijn beurt de detective ingeschakeld om erachter te komen wat er met zijn zwager gebeurd is. Plotseling blijkt de illusie van normaliteit waar de advocaat zich aan vasthoudt zeer fragiel. 

Rojo toont een maatschappij in verval. De film richt een kritische blik op de bourgeoise middenklasse die in het belang van stabiliteit gruwelijkheden accepteert en waar nodig uitvoert. Een politieke chaos is nadrukkelijk aanwezig, maar voor deze elite is het allemaal ver weg; en dat houdt ze graag zo. Wegkijken is de norm. Zolang je eigen leven, werk en familie het goed hebben, is er immers niks om je zorgen om te maken. Claudio’s medeplichtigheid aan de dood van ‘El hippie’ lijkt hem weinig te deren. Pas als zijn sociale status erdoor in het geding komt, breekt het zweet hem uit.

Rojo

Warme esthetiek
Rojo oogt als een film uit de jaren 70 met een nagemaakte korrelige celluloid-look vol verzadigde kleuren, met name de kleur rood (zoals de titel al doet vermoeden) die uiteraard ook symbolisch verwijst naar de (ongeziene) bloederige politieke crisis. Naast het nabootsen van analoge film, versterkt ook het gebruik van split-focus diopters, waarmee de camera op twee verschillende dieptes kan scherpstellen, het jaren 70-gevoel van de film. De prachtige visuele stijl van de film wordt gecomplementeerd met een even briljante soundtrack van de Nederlandse componist Vincent van Warmerdam (Borgman, De Noorderlingen).

In tegenstelling tot de vele recente nostalgische verwijzingen naar het verleden – denk bijvoorbeeld aan Stranger Things – zet regisseur Benjamín Naishtat deze esthetiek kritisch in. Het warme kleurenpalet vormt een scherp contrast met de kille wereld waarin intermenselijke relaties verstoord zijn. Men leeft niet samen, maar langs elkaar heen. Rojo kijkt niet met sentiment naar het verleden terug, maar zet een kritische noot bij een beladen geschiedenis door zich te richten op de ‘gewone man’, de middenklasse die zich schuldig maakt aan gruwelijke daden voordat een totalitair regime deze institutionaliseert. Een boodschap die resoneert in het huidige politieke landschap.

 

10 september 2019

 

ALLE RECENSIES

Ragazza nella nebbia, La

***
recensie La ragazza nella nebbia

Wachten op het laatste puzzelstukje

door Cor Oliemeulen

Een vijftienjarig meisje uit een diepreligieuze familie verdwijnt spoorloos. Een curieuze detective stort zich op de zaak en kan al vrij snel een verdachte leraar aanhouden. Maar is deze wel verantwoordelijk voor de vermissing? La ragazza nella nebbia vraagt veel geduld van de kijker.

Donato Carrisi was al een tijdje actief als producer en scenarist. Aangezien niemand zijn script van de thriller La ragazza nella nebbia (Het meisje in de mist) wilde verfilmen, maakte hij er een boek van en besloot uiteindelijk zijn misdaadverhaal zelf op het witte doek te brengen. Carrisi’s sfeervolle regiedebuut is vooral ambitieus door de vele plotwendingen, waardoor de kijker pas in de allerlaatste minuut de puzzel kan oplossen.

La ragazza nella nebbia

Suspense
In een interview zegt de Italiaan dat hij een verhaal altijd begint met een complex eind. Hij vermijdt elke vorm van geweld en toont nooit bloed, want een suspensefilm heeft dat volgens hem niet nodig. De toeschouwer weet bovendien meer dan de filmpersonages, maar bang zijn hoeft ook weer niet. Nu is Donato Carrisi geen Alfred Hitchcock, want die hield de kijker voortdurend bij de les zonder te vervallen in onnodige zijpaden, stemmingswisselingen en kunstzinnige shots om de boel wat op te leuken.

Carrisi valt in de kuil van menig debuterend filmmaker: teveel willen, uiteindelijk te weinig brengen. Het zoveelste bewijs dat boekverfilmingen (en gekunstelde puzzelverhalen) vaak niet goed uit de pixels komen. Denk bijvoorbeeld aan het vrij recente misdaadverhaal The Snowman (2017), hoewel Donato Carrisi het lang niet zo bont maakt als de Zweedse regisseur Tomas Alfredson die eveneens kon beschikken over een prachtige omgeving en een cast met grote namen.

La ragazza nella nebbia

Atmosfeer en cast redden film
Naast de verdienstelijke donkere thrilleratmosfeer zijn het de acteurs die La ragazza nella nebbia van de grijze middelmaat redden. Toni Servillo (La grande bellezza, 2013) is uitstekend op zijn plek als de mysterieuze detective Vogel die zoals zo vaak bijna geen gelaatsspier vertrekt en acteert alsof hij een dubbele agenda heeft. Ook de verdachte leraar (hij is op de dag van de verdwijning van de scholiere gewond geraakt aan zijn hand en zijn jeep is in de buurt gezien) vertolkende Alessio Boni (La meglio gioventù, 2003) blijft ondoorgrondelijk, zelfs nadat hij zijn baard heeft afgeschoren. Jean Reno (Léon, 1994) als psychiater hoeft slechts wat op afstand te brommen om geloofwaardig te zijn. Ook over de rest van de cast valt weinig te klagen.

Het zijn niet alleen de puzzelstukjes die de kijker op de goede plaats dient te leggen, enige maatschappijkritiek blijft in La ragazza nella nebbia niet achterwege. Bijna elke misdaadzaak wordt tegenwoordig tot in den treure in de media belicht en niemand kijkt meer op hoe cameraploegen zich als een zwerm bijen op verdachten en hun omgeving storten en hoe publieksgeile reporters proberen eeuwige roem te vergaren zonder welk ander belang dan ook in ogenschouw te nemen. Belangen zijn er ook bij de opsporende macht: een zondebok is snel gevonden om persoonlijke en politieke ambities te kunnen waarmaken of om je eerdere falen te verhullen. Je zou bijna vergeten dat ook verdachten en hun advocaten zich vandaag de dag uitstekend in die constellatie weten te bewegen.

 

31 augustus 2019

 

ALLE RECENSIES

Rainy Day in New York, A

****
recensie A Rainy Day in New York 

Verwende mensen en hun verwaande wensen

door Alfred Bos

Na de Weinstein-affaire en #MeToo kreeg Woody Allen te maken met oude en onbewezen beschuldigingen van seksueel wangedrag. A Rainy Day in New York dreigde daardoor niet in de bioscoop te verschijnen. De ironie is compleet nu de film onder meer blijkt te gaan over … de seksuele moraal van de filmindustrie.

Voor de fans van Woody Allen was het een jaarlijkse traditie, bijna net zo gewoon als kerstmis of het bezoekje aan de tandarts. Maar 2018 kwam en ging zonder nieuwe Allen-film, voor het eerst in 37 jaar. De regisseur werd zijdelings slachtoffer van het seksschandaal rond filmbons Harvey Weinstein en de daarop volgende mediastorm. Hij raakte besmet, acteurs distantieerden zich publiekelijk, de overeenkomst met zijn geldschieter, Amazon Studios, werd ontbonden en A Rainy Day in New York verdween in een la.

A Rainy Day in New York

Het is een ongelooflijk verhaal, vol hypocrisie en ironie. En de ironie wordt nog veel scherper en fijnzinniger nu A Rainy Day in New York eindelijk is te zien. Polen had de primeur en een reeks Europese en Zuid-Amerikaanse landen, plus Zuid-Korea, volgen. Het is nog onduidelijk of de film zal uitkomen in Engeland en de Verenigde Staten. De ironie is dat de romantische komedie tevens een weinig verbloemde satire is op de seksuele mores van de filmwereld. Hij werd gedraaid tussen 11 september en 23 oktober 2017. De heisa rond Weinstein begon in de eerste week van oktober.

Twee satires voor de prijs van één
Zoals bijna alle films van Woody Allen gaat ook A Rainy Day in New York over verwende mensen en hun bijziende blik op de wereld. Dat film het onderwerp is van deze satire kan niet worden misverstaan: het mannelijke hoofdpersonage luistert naar de naam Gatsby Welles (Timothée Chalamet), hij is jong, getalenteerd en welgesteld. Gatsby lummelt op de Yardley Universiteit in het lommerrijke upstate New York en wint strooigeld aan de pokertafel. Daarvan betaalt hij een uitje naar New York, waar zijn vriendin Ashleigh Enright (Elle Fanning) een interviewafspraak heeft met filmregisseur Roland Pollard (Liev Schreiber); ze is fan en schrijft voor de universiteitskrant.

Asleigh is naïef als een pasgeboren baby, de dochter van een bankiersfamilie uit Arizona die de hik krijgt wanneer ze seksueel opgewonden raakt. Tijdens het bezoek aan New York wordt een reeks filmprofessionals dat van háár, te beginnen met de regisseur die haar een scoop belooft (“Een scoop? Wat is dat, een ijsbolletje?”). Het is niet te missen: Roland Pollard staat voor Roman Polanski, de regisseur die – net als Allen in de jaren negentig – is beticht van seks met minderjarige vrouwen. Via hem komt Asleigh in het vizier van zijn scenarist, Ted Davidoff (Jude Law), die in haar bijzijn ontdekt dat zijn vrouw overspelig is. Asleigh waant zich een heuse journaliste, pent alles in haar schriftje en begint te dagdromen over een Pulitzer-prijs. Dat is satire nummer twee: de journalistiek.

A Rainy Day in New York

Ironie als fijnstof
Via een verwaande steracteur, Francisco Vega (Diego Luna), belandt Asleigh op een industriefeestje waar iedere aanwezige man zich aan haar verlustigt, maar echt link wordt het in de loft van Vega. Gatsby ondertussen beleeft zijn eigen avonturen: hij speelt een bijrolletje in de eindexamenfilm van een kennis en loopt tegen de jongere zus, Shannon (Selena Gomez), van een ex-vriendin aan. Van het dagje New York met Ashleigh komt weinig terecht, want “de stad heeft zijn eigen agenda”. Hij zoekt een romantische droom uit een verdwenen tijdperk en vindt een cynische wereld. Het klinkt als een verzuchting van Allen zelf.

In A Rainy Day in New York waait de ironie als fijnstof door de straten, de romantische regen zuivert de lucht. De film zit, als een echo van Manhattan (1979), vol met grappen over de mores van de stad en zijn artistieke milieu, de bourgeois die graag tegen de bohemien aanschuurt. Qua spitse dialogen, geestige toespelingen en onhandige situaties is het Allens meest geslaagde film sinds Match Point (2005), bovendien voorzien van meer dubbele bodem dan Blue Jasmine. Komedie en romantiek zijn evenwel decor voor het eigenlijke onderwerp van de film: de bedenkelijke zeden van de filmindustrie en het cynisme van de media. En hoe die twee elkaar voeden. Gatsby verhaalt Ashleigh over het oudste beroep van de wereld. Haar reactie: “Journalistiek?”

Uitgerekend die film werd slachtoffer van de #MeToo-heksenjacht. Veel ironischer kan het leven niet worden. Allen-fans weten dan genoeg.

 

28 augustus 2019

 

ALLE RECENSIES

Ruben Brandt, Collector

****
recensie Ruben Brandt, Collector

Schilderachtige nachtmerries

door Ralph Evers

Wat krijg je wanneer je de remmen van je fantasie, gekanaliseerd door topstukken uit de westerse kunstgeschiedenis, loslaat? Eén van de betere animatiefilms van de afgelopen jaren. Een feest voor de liefhebber qua verwijzingen en ach, voor hen die nauwelijks notie hebben van de veelal Europese culturele identiteit, je hebt in ieder geval een eigenzinnig misdaadverhaal. 

Eén van de toevoegingen van Dalí aan de kunst is de methode van kritische paranoia. Het verhaal gaat dat hij met een theelepeltje in de hand dat boven een kopje zweefde zich in een siësta dutte en bij het ontwaken van het klingelende geluid de beelden die hij op het scherm van zijn derde oog geprojecteerd zag naar het canvas vertaalde. Zoiets lijkt Milorad Krstić, de Sloveense regisseur van Ruben Brandt, Collector ook gedaan te hebben. Deze animatie is niet alleen intelligent, geestig, verrassend, maar bovenal visueel overdonderend, idiosyncratisch en om in herhaling te vervallen eigenzinnig.

Ruben Brandt, Collector

Het vervallen is herhaling is overigens niet voor niets, want deze Hongaarse film slechts één keer zien is een garantie voor een groot gemis. De film zit zo boordevol verwijzingen naar kunst, popcultuur en filmverwijzingen, waar tevens een deel van de lol in zit, dat een enkele keer te weinig is. Ruben Brandt is de geanimeerde variatie op György Pálfi’s Final Cut – Hölgyeim És Uraim. Een film verteld aan de hand van iconische momenten uit de wereldcinema.

Zinnenprikkelend tuig
Animatie moet eigenlijk maar een ding doen en dat is het scheppen van niet alledaagse werelden. Nu, daarin is Ruben Brandt uitermate goed geslaagd. De film kent weliswaar een vrij gestructureerd verhaal over, verrassing, Ruben Brandt. een psychotherapeut, wiens vader werkte met subliminale boodschappen in film en deze testte op de jonge Ruben. Als volwassene wordt hij achtervolgd in zijn nachtmerries door de personages uit topstukken als Jean Moulin, de postbode van Van Gogh of een van de prinsesjes van Velazquez. Zijn oplossing? Deze werken stelen, in eigen bezit hebben en daarmee hun demonische uitwerking op hem onschadelijk maken. Het lukt hem met een viertal illustere en ongeëvenaarde criminelen. Als gezochte topcrimineel krijgt Brandt een bonte verzameling premiejagers achter zich aan.

Een eerste associatie die de stijl oproept, is die van Jean-François Laguionie, maar met de gestyleerde Man from U.N.C.L.E.-opening gaat de lieflijkheid van Laguionie overboord. Overigens doet het tempo van Ruben Brandt meer denken aan een nieuwe Guy Ritchie. Een achtbaanrit zonder veiligheidsgordels, een hallucinante trip die ook wel doet denken aan Ari Folmans The Congress, waar talloze historische figuren hun opwachting maken. Maar waar Folman een meer filosofische insteek heeft, kiest Krstić prominenter voor een esthetische pastiche. Vorm boven inhoud zou je kunnen klagen, of eendimensionale personages, maar de stijl heeft hierin ook bewust iets karikaturaals, zoals Sylvain Chomets Les Triplettes de Belleville. De film is met al deze verwijzingen nog wel het best te omschrijven als een jazzcompositie, zoiets als The Bad Plus weet te doen met zijn covers van bijvoorbeeld Nirvana’s Smells like teen spirit. Jazz ook omdat er her en der een heerlijke noir-feel opsteekt.

Ruben Brandt, Collector

Ogen te kort
Een smet op dit feest van verbeeldingskracht is dat de plot wat te rechtlijnig is. Hoewel er voldoende bizarre wendingen in de omgevingen en nachtmerries van Ruben zitten. Oh, en niet te vergeten de bijzondere, spelen-met-Picasso gezichten (meerdere ogen, neuzen, oren) en andere menselijke kenmerken, blijft het van a tot z verteld verhaaltje wat mat. Zoals gezegd, de personages zijn eendimensionaal (en in één geval tweedimensionaal) en de vaart zit er, op de slak na, aardig in. Het narratieve aspect was sterker uit de verf gekomen mocht er een spanningsboog, een tegenslag, een verwarrend Lynchiaanse component aan toegevoegd zijn. Edoch, de focus ligt hoofdzakelijk op de liefde van Krstić voor film-, pop- en kunstgeschiedenis en daarin is reeds genoeg te genieten.

 

16 juli 2019

 

ALLE RECENSIES

Rocketman

*****
recensie Rocketman

Liberace gereïncarneerd als Elvis Presley

door Alfred Bos

Wat hebben Elton John en Queen gemeen? Hun voormalige manager, John Reid. En de regisseur van hun beider biopic, Dexter Fletcher. Rocketman slaat Bohemian Rhapsody op alle fronten. Kwestie van vorm die bij de inhoud past.

Zijn muziekfilms – biopics over muzikanten, films rond muzikanten, documentaires – bezig uit te groeien tot een modeverschijnsel? In de bioscoop draaien Wild Rose en Vox Lux, speelfilms over zangeressen die worden geplaagd door persoonlijke demonen. Deze zomer komt de nieuwe Danny Boyle, Yesterday, waarin de muziek van The Beatles centraal staat. In het najaar volgt Beats, een film die speelt in de ravescene van de vroege jaren negentig.

Rocketman

Dan hebben we de later dit jaar nog te verwachten films over een reality-tv-wannabe-ster (Teen Spirit), een gefokte punkmuzikante (Her Smell), een Brits-Pakistaanse fan van Bruce Springsteen (Blinded by the Light) en de biopic van Judy Garland (Judy) nog niet eens genoemd.

Vorig jaar waren er A Star is Born en de tweede hitmusicalfilm rond ABBA, Mamma Mia: Here We Go Again. Die trok net iets minder bezoekers dan de publieksmagneet van 2018, de Queen-biopic Bohemian Rhapsody. De baan ligt ruim open – het is wellicht een yellow brick road – voor Rocketman, het in fictie navertelde verhaal van jaren zeventig glamrockster Elton John, in 1947 geboren als Reginald Dwight. Hij staat momenteel in concertzalen wereldwijd voor zijn afscheidstournee (8 en 17 juni in Ziggo Dome, Amsterdam).

Optelsom van gelukkige keuzes
Rocketman is geregisseerd door Dexter Fletcher, de man die Bohemian Rhapsody redde van schipbreuk, en de film doet precies wat de Queen-biopic jammerlijk naliet. Hij brengt het verhaal niet als droge, lineair vertelde nabootsing van de werkelijkheid, maar – geheel in de uitzinnige camp-geest van zijn onderwerp – als musical, compleet met imposante dansscènes. Elton John is Liberace gereïncarneerd als Elvis Presley, dus hoe bonter hoe beter. En bont is een eufemisme met betrekking tot Rocketman.

Rocketman is een aaneenschakeling van gelukkige keuzes. De film herenigt regisseur Fletcher met acteur Taron Egerton, die de titelrol vervulde in Eddie The Eagle, eveneens een biopic over een excentrieke Engelsman. Egerton lijkt niet alleen treffend op John, hij zingt diens repertoire – dat kwistig en, ook heel handig, niet synchroon met de tijdlijn, maar thematisch door de film is gestrooid – meer dan adequaat. Hij is niet alleen in de huid, maar ook in de stembanden van zijn onderwerp gekropen.

Daarnaast is het een geïnspireerd idee om auteur Lee Hill te vragen voor het script. Hill heeft affiniteit met muziek, musical en camp – en schrijft nu aan het scenario voor de verfilming van Cats – en doet niet lastig over de seksuele geaardheid van zijn onderwerp. Waar Bohemian Rhapsody nuffig een morele vinger hief, is Rocketman volstrekt eerlijk over drugs, seks en exces. Je kunt er kapot aan gaan, maar het is niet iets om je over te schamen.

Rocketman

Glitterduivel
De beste keuze evenwel is om Elton Johns levensverhaal te vertellen als een collectie muziek- en dans-set pieces, afgewisseld met realistische scènes. In de concertscènes komen ze samen, het indrukwekkendst, en minst realistisch, wanneer John in september 1970 als anonieme nieuweling in de Troubadour (Los Angeles) optreedt voor een zaal met gekende muziekhelden – we zien Neil Diamond, Leon Russell en een paar Beach Boys aan de bar hangen – en het publiek orgiastisch reageert. John heeft in interviews te kennen gegeven dat die respons hem het gevoel gaf van de grond te komen. Die emotie maakt de film letterlijk zichtbaar: hij zweeft gestrekt achter de toetsen.

Goed passend bij de mengvorm van historisch realisme en uitbundige verbeelding is de keuze om Johns verhaal te visualiseren als raamvertelling. De film opent in stijl met een Elton John die in vol ornaat als glitterduivel een AA-meeting binnenstapt om zijn persoonlijke verhaal te vertellen. Flashbacks maken duidelijk dat een liefdeloze jeugd met een vaak afwezige moeder en een harteloze, soms ronduit vijandige vader het getalenteerde jochie heeft doen opgroeien tot onzekere, naar liefde hunkerende misfit.

Zijn talent voor het improviseren van pakkende melodieën, ze rollen bijna achteloos uit zijn vingers, komt tot bloei wanneer hij door muziekuitgever Dick James, de man die in 1962 The Beatles de deur wees, volstrekt willekeurig aan tekstschrijver Bernie Taupin (Jamie Bell) wordt gekoppeld. Extra ster voor Rocketman, dat diens kwaliteiten en vitale rol in het verhaal eindelijk goed voor het voetlicht brengt. Johns homoseksualiteit komt aan de oppervlakte via zijn latere manager John Reid (Richard Madden), nadien tevens manager van Queen.

Absolute Beginners
De film concentreert zich op de eerste helft van de jaren zeventig, de periode waarin rockmuziek evolueerde van tegencultureel bindmiddel tot big business en Elton John in Amerika uitgroeide tot de grootste muziekster van dat moment, een regelrecht fenomeen. Het is hoogst verwarrend voor wie in korte tijd van nobody tot idool wordt gekatapulteerd. Met het succes komen de roem en het geld. En steeds uitbundiger podiumuitdossingen, onmatige consumptie van drank en drugs, seksuitspattingen. En de koopverslaving. En de zelfmoordpogingen. Alleen liefde kan het gat in zijn ziel vullen. Hij vindt het, ondanks zichzelf.

Rocketman

Rocketman voegt zich in een traditie van Engelse muziekfilms waarin subcultuur als musical wordt gerepresenteerd. Hij is even uitbundig als Ken Russells verfilming van The Who’s rockopera Tommy, waarin Elton John indertijd te zien was, of diens Franz Liszt-biopic Lisztomania (beide uit 1975) en gebruikt dezelfde vorm als Julian Temple’s Absolute Beginners (1986), met David Bowie en The Kinks-voorman Ray Davies. Russell pionierde in Tommy de beeldtaal van MTV en Temple is de meest vermaarde clipregisseur van zijn generatie.

De film van Dexter Fetcher is in feite een als speelfilm verpakte videoclip, een cocktail van Vincente Minnelli en Ken Russell, en sluit raak af met een dansscène die naadloos overgaat in de originele videoclip van I’m Still Standing, Elton Johns laatste artistiek relevante hit uit 1983. Fantasie switcht moeiteloos naar realiteit, het donkere sprookje heeft een gelukkig eind. Als gerechtigheid en goede smaak bestaan – en muziekfilms inderdaad in de mode zijn – wordt Rocketman de bioscoopklapper van 2019.

 

29 mei 2019

 

ALLE RECENSIES

Reports on Sarah and Saleem, The

**

recensie The Reports on Sarah and Saleem

Gerommel op de grens

door Rob Comans

Seksuele avontuurtjes tussen Joden en Palestijnen hebben soms vervelende gevolgen – het Israëlische leger bestempelt deze mensen al snel als staatsgevaarlijk. Zo’n situatie is persoonlijk precair, maar nog geen politiek steekspel. Dit laatste is helaas wel de premisse van The Reports on Sarah and Saleem.  

Een paar keer per week, als café-eigenaar Sarah (Sivane Kretchner) haar zaak heeft gesloten en chauffeur Saleem (Adeeb Safadi) klaar is met zijn bestellingen, ontmoeten ze elkaar op een afgelegen parkeerplaats en hebben seks op de achterbank van Saleem’s bestelbusje. Verder dan dat gaat hun relatie niet. Misschien zouden ze deze stiekeme affaire er beter niet op na kunnen houden, want de in Oost-Jeruzalem wonende Saleem is getrouwd met de zwangere Bisan (Maisa Abd Elhadi), en Sarah leeft met haar echtgenoot, de militair David (Ishai Golan), in West-Jeruzalem. Niet alleen hun huiselijk geluk zetten ze er mee op het spel, het feit dat zij Joods is en hij Palestijns maakt hun avontuurtje nog gevaarlijker. Hun seksuele relatie is hier namelijk geen privézaak.

The Reports on Sarah and Saleem

Van overspel naar spionage
Nadat Sarah en Saleem samen in een club in Bethlehem zijn gesignaleerd, duurt het niet lang voordat Saleem van twee kanten de veiligheidsdiensten op zijn nek krijgt. Zijn arrestatie door de Israëli’s maakt tussenkomst van een hooggeplaatste Palestijnse functionaris noodzakelijk om Saleem weer vrij te krijgen. Deze Abu Ibrahim (Kamel El Basha) laat Saleem een aantal rapporten opstellen die suggereren dat Saleem Sarah rekruteerde als Israëlische spion voor de Palestijnen. Wanneer het Israëlische leger Ibrahim doodt en de rapporten tijdens een nachtelijke inval in beslag neemt, verandert een simpel geval van overspel in een spionagezaak. Deze krijgt een extra politieke dimensie door het feit dat Sarahs echtgenoot David een hoge functie in het Israëlische leger bekleedt.

Aldus de plot van The Reports on Sarah and Saleem (2018), de tweede speelfilm van Palestijns filmmaker en cameraman Muayad Alayan, gebaseerd op een scenario van zijn broer Rami Alayan en eerder dit jaar te zien tijdens het filmfestival van Rotterdam. De trefzekere cinematografie van Sebastian Bock, en het sterke spel van de cast pleiten voor de film. Vooral de wijze waarop de levens van Bisan en Sarah zich steeds meer gaan weerspiegelen in hun streven naar emancipatie en onafhankelijkheid is overtuigend. Helaas probeert regisseur Alayan van The Reports on Sarah and Saleem zowel een relatiedrama, spionagethriller als politiek pamflet te maken. Deze veelheid aan plotelementen maakt de film onevenwichtig, en soms zelfs ronduit rommelig.

Verbazing en ergernis
Naar eigen zeggen wilde Alayan een film maken ‘met als essentie hoe ontrouw kan escaleren in Israël en Palestina’. Als basis dienden de affaires tussen Joden en Palestijnen die hij in zijn omgeving zag ontstaan toen hij in 2002 in een café in West-Jeruzalem werkte. In zijn ogen speelden deze mensen met vuur, omdat het Israëlische leger regelmatig documenten van de Palestijnse Autoriteit confisqueert. Als gevolg, aldus de regisseur, heeft het Israëlische leger via zijn opsporingsdiensten toegang tot de levens van deze amoureuze risiconemers: arrestaties van mensen vanwege spionage of persoonsverwisselingen zijn aan de orde van de dag.

The Reports on Sarah and Saleem

Hetgeen de essentiële tekortkoming van The Reports on Sarah and Saleem aan het licht brengt. Zoals zoveel producties die handelen over het conflict in het Midden-Oosten, ontsnapt ook Alayan’s film niet aan de simplistische tendens om de Israëli’s slechts als kille, egocentrische bezetters, en de Palestijnen als lankmoedige slachtoffers af te schilderen. Zelfs een rudimentaire kennis van de situatie in Israël en Palestina leidt tot het inzicht dat zowel de geschiedenis van de regio als de huidige realiteit daar beduidend complexer zijn. Dat regisseur Alayan, ondanks het feit dat hij al jarenlang in Jeruzalem woont en werkt, een dermate eenzijdige en oppervlakkige versie van de situatie daar weergeeft, wekt verbazing en ergernis.

Hoewel het Alayan niet om objectiviteit te doen is: in interviews benadrukt de regisseur zijn intentie om ‘Palestijnse verhalen te vertellen, de verhalen van mijn volk. (…) Het is mijn taak om niet alleen films over Palestina te maken, maar tevens films uit Palestina.’ Alleen verdient een situatie die historisch zo gelaagd, en politiek, militair, sociaal en economisch zo precair is een completer en meer afgewogen benadering dan The Reports on Sarah and Saleem biedt.

Door hierin tekort te schieten blijkt de film, evenals de belastende rapporten die tegen Sarah en Saleem zijn opgesteld, een lege huls.
 

1 september 2018

 
MEER RECENSIES

Road to Mandalay, The

***

recensie The Road to Mandalay

Leven tussen hoop en vrees

door Rob Comans

Het lot van illegale immigranten is de afgelopen jaren nauwelijks uit de media verdwenen, met de exodus als gevolg van de burgeroorlog in Syrië als voorlopig ‘hoogtepunt’. Verhalen over mensen uit Noord-Afrika, Azië, Oost-Europa en Midden-Amerika die oorlog of economische malaise in hun thuisland ontvluchten om elders een beter bestaan op te bouwen.

Zij trotseren grote gevaren en gaan een onzekere toekomst tegemoet. De dood is altijd dichtbij en de droom van een beter leven loopt steeds vaker stuk op repressief anti-immigratiebeleid. The Road to Mandalay (2016) van regisseur Midi Z sluit aan bij deze actualiteit door het tonen van de lotgevallen van twee illegale immigranten uit Myanmar (voormalig Birma) die in Thailand hun dromen willen realiseren.

The Road to Mandalay

Illegaal
Lianqing (Ke-Xi Wu) en Guo (Kai Ko) leren elkaar kennen als zij illegaal Bangkok worden binnengesmokkeld. Vanaf het begin probeert Guo Lianqing te behagen: hij biedt haar zijn dure zitplaats aan in de auto van de mensensmokkelaars, en neemt zelf genoegen met een oncomfortabele ligplaats in de achterbak. Vervolgens helpt Guo Lianqing voortdurend aan voedsel, onderdak, geld en werkcontacten. Lianqing accepteert zijn vriendelijkheid, maar blijft afstandelijk. Zonder identiteitspapieren en werkvergunning zijn beide twintigers veroordeeld tot afmattend, geestdodend en gevaarlijk werk, een lot dat de pragmatische, minder ambitieuze Guo gelaten accepteert. Lianqing daarentegen blijft werken aan het verkrijgen van de juiste documenten om kans te maken op een betere baan in Thailand, en op de lange termijn in Taiwan.

Maar corruptie, bedrog en bureaucratie blijken een frustrerende, onontkoombare realiteit, evenals het gevaar van arrestatie en deportatie. Hoezeer Jianqing ook haar best doet, ze kan maar niet ontsnappen aan de armoede en uitzichtloosheid die ze in Myanmar wilde achterlaten. Vandaar de titel van de film: Mandalay is een stad in Myanmar, waarnaar de symbolische weg voortdurend terugvoert. Desondanks volhardt de jonge vrouw in het verbeteren van haar situatie, terwijl Guo de alledaagse teleurstellingen ontvlucht met drugs. Wanneer Lianqing uiteindelijk haar ID-papieren krijgt is de broze verstandhouding tussen haar en Guo, die droomt van een leven samen met Lianqing, gedoemd te eindigen.

Kalme verteltrant
De in Birma geboren regisseur en scenarist Midi Z volgde zijn filmopleiding in Taiwan en maakt sindsdien films (o.a. Poor Folk (2012), Ice Poison (2014), City of Jade (2016)) die de situatie in zijn thuisland kritisch volgen. In The Road to Mandalay hanteert Midi Z een kalme, bedaarde verteltrant. Samen met cinematograaf Tom Fan vangt hij de belevenissen van Guo en Jianqing in lange scènes en statische shots, met slechts sporadisch gebruik van close ups. Ondanks de afstandelijkheid van de beelden (of juist daardoor?) beklijft The Road to Mandalay op emotioneel niveau, en blijft zodoende lang in het geheugen en op het netvlies hangen.

Sommige momenten springen eruit: wanneer Guo en Jianqing een slaapplaats delen en Guo’s vingers aarzelend zoeken naar een aanraking; Guo die teder een geschonken kettinkje om Jianqing’s hals drapeert; Jianqing die huilend achterop Guo’s scooter een nieuwe teleurstelling verbijt. En dan is er ook nog een vervreemdende scène waarin Jianqing, gezwicht voor de financiële verleiding van prostitutie, belaagd wordt door een varaan, een symbool van mannelijke seksuele agressie waaraan de jonge vrouw zich walgend overgeeft.

The Road to Mandalay

Inhoudelijk is The Road to Mandalay verwant aan In This World (2002), Dirty Pretty Things (2002), La promesse (1996), Le silence de Lorna (2008) en L’envahisseur (2011), films waarin de makers eveneens de marginale status en onzekere toekomst van illegale immigranten op indringende wijze onder de aandacht brengen. Niet toevallig zijn La promesse en Le silence de Lorna geregisseerd door de gebroeders Dardenne, filmmakers bij wiens oeuvre Midi Z’s tiende speelfilm zowel thematisch als stilistisch aansluit.

In de traditie van Robert Bresson, humanist en minimalist van de Nouvelle Vague, maken de Dardennes en Midi Z bedrieglijk ‘kale’ films met een grote emotionele impact, vaak handelend over maatschappelijk uitgerangeerde individuen. Zo ook The Road to Mandalay, waarin Midi Z zijn camera richt op Jianqing en Guo, jonge mensen in een harde, hebzuchtige, moreel complexe wereld. En registreert hoe zij in het bestaan van alledag overeind proberen te blijven, levend tussen hoop en vrees.   
 

22 juli 2018

 
MEER RECENSIES

 

Lees ook ‘de 10 beste immigrantendrama’s van deze eeuw’

Ready Player One

**

recensie Ready Player One

The Hunger Games meets Tron

door Alfred Bos

Ready Player One is de verfilming van een sciencefictionroman over een virtuele wereld die is opgebouwd uit videogames, een mediawereld die verwijst naar media. Het Droste cacaobus-effect op het witte doek.

Ready Player One is de verfilming van het gelijknamige boek waarmee Ernest Cline in 2011 debuteerde. Aanvankelijk een culthit in kringen van gamers, groeide het uit tot een van de meest succesvolle sciencefictionromans van dit decennium en werd vertaald in meer dan twintig talen. Boek en film staan bol van de verwijzingen naar de popcultuur van de jaren tachtig: muziek, films, strips, maar vooral videogames. Boek en film spelen voor een groot deel in een videogame. Ready Player One is The Hunger Games gekruist met Tron.

Ready Player One

Het jaar is 2045 en de plek is Columbus, Ohio. Het vrije markt-kapitalisme heeft de wereld gereduceerd tot vuilnisbelt, het volk brengt zijn tijd door in een kunstmatige fantasiewereld. OASIS (Ontologically Anthropocentric Sensory Immersive Simulation) is een virtueel universum waarin alle videogames die ooit op de markt zijn gebracht, worden voorgesteld als eigen werelden, als planeet.

Na zijn overlijden maakt de schepper van OASIS, James Donovan Halliday, speelnaam Anorak (Mark Rylance), via videoboodschap bekend dat hij drie geheime sleutels in zijn spelletjesuniversum heeft verstopt. Wie als eerste het raadsel oplost, erft zijn astronomische vermogen en wordt eigenaar van zijn online creatie.

Liefdessprookje tussen avatars
Ready Player One verhaalt de race naar de sleutels. De strijd gaat tussen vijf jongvolwassenen en de multinational IOI (Innovative Online Industries), in de persoon van een valsspelende pyschopaat, Nolan Sorrento (Ben Mendelsohn). Die wil van het gratis toegankelijke OASIS een geldmachine maken. De High Five, gemarginaliseerde gamefanaten, strijden tegen een overmacht en redden de virtuele wereld. Uiteraard is er ook een liefdessprookje tussen twee avatars, Parzeval (speelnaam van Wade Watts, vertolkt door Tye Sheridan) en Art3mis (Samantha Evelyn Cook, de Engelse actrice Olivia Cooke).

In een moordend tempo gaat het twee uur en twintig minuten lang (en dat is lang) van virtueel gevecht naar gesimuleerde strijd en terug, om te culmineren in een climax die de clash tussen de vijf legers in Lord of the Rings aftroeft, want er klapt een atoombom. Virtueel uiteraard. Dat klinkt kinderachtig en dat is het ook. Fans van Pacific Rim en Transformers zullen smullen.

Dat had de kijker met kennis van jaren tachtig popcultuur vanaf de eerste seconde kunnen weten, want de film trapt af met Van Halens halfslappe Jump op de geluidsband. Dat had natuurlijk Kill ‘Em All van Metallica moeten zijn. Of minstens een track van Moving Pictures van Rush, de favoriete band van OASIS-schepper Halliday. Ready Player One speelt op veilig.

Ready Player One

Eindeloze reeks referenties
Ready Player One is de nieuwe sciencefictionfilm van Steven Spielberg en komt luttele weken na diens op feiten gebaseerde The Post. Het contrast tussen beide films kan nauwelijks groter zijn en dat zegt wellicht iets over het vakmanschap van ’s werelds meest succesvolle regisseur. Waar The Post het kritisch denkende deel van het filmpubliek bedient, is Ready Player One gemaakt voor joelende pubers met een overdosis suiker in hun systeem.

Een van de mediawerelden waarin de film zich afspeelt is The Shining, de klassieke horrorfilm van Stanley Kubrick. Die scène komt niet voor in het boek, het is een coup van Spielberg. (De regisseurs waren bevriend; Kubrick vroeg Spielberg zijn afgebroken filmproject AI te voltooien.) Het is de meest geslaagde van een eindeloze reeks referenties aan film, comics, games en muziek.

Ready Player One is een zeeziek makende orgie van beelden en oogt spectaculair, maar haal alle verwijzingen weg en er blijft niets over: de film speelt in een mediawereld die verwijst naar media. Dan klinkt de boodschap aan het slot – alleen het echte leven is echt – niet alleen flets, maar ook een tikje hypocriet. Voor de vorm, dus.
 

27 maart 2018

 
MEER RECENSIES