Traditore, Il

****
recensie Il Traditore

De maffiabaas en de rechter

door Cor Oliemeulen

Het zijn vooral de charismatische antihelden die maffiafilms onverminderd populair maken. Zelfs hun rol als verklikker kan op veel bijval rekenen. Il Traditore schetst de bewogen geschiedenis van Tommaso Buscetta, de eerste Italiaanse maffiabaas die vrede sluit met de rechterlijke macht.

Het grote feest aan het begin van Il Traditore doet heel even denken aan dat van de maffiaklassieker The Godfather (1972). Maar waar Don Corleone in het New York van de jaren veertig van de vorige eeuw vreugdevol de bruiloft van zijn dochter viert, terwijl de ene na de andere gast onderdanig diens hand kust, broeit het tijdens het samenzijn van maffiafamilies enkele decennia later op Sicilië. De Cosa Nostra, die zich aanvankelijk had beziggehouden met vooral sigarettensmokkel, is overgestapt naar de veel winstgevendere drugshandel. Met alle gevolgen van dien.

Il Traditore

Maffiaoorlog
De meedogenloze Corleonesi, onder leiding van Toto Riina, verklaren de oorlog aan zowel overheidsdienaars als aan de concurrerende maffiabaas Tommaso Buscetta, die uitwijkt naar Brazilië. Al eerder was hij naar dat land gevlucht nadat hij in Italië bij verstek was veroordeeld voor twee moorden. Hij ondergaat er plastische chirurgie, ontmoet zijn derde vrouw, krijgt vier kinderen van haar en leidt vanuit Rio de Janeiro een internationale drugshandel.

Ondertussen heeft hij lijdzaam moeten vernemen hoe de Corleonesi twee van zijn andere zoons hebben vermoord, alsook een broer, zwager en vier van zijn kleinkinderen. Nadat hij uiteindelijk na een arrestatie wordt uitgeleverd aan Italië en hij zichzelf heeft proberen te vergiftigen, zoekt Buscetta contact met onderzoeksrechter Giovanni Falcone om als eerste maffiakopstuk de omerta (zwijgplicht) te verbreken, de structuur van de maffia te onthullen en te gaan getuigen tegen zijn oude maatjes. Dat leidde tot het historische anti-maffiaproces (vol hilarische toestanden met als beesten gekooide verdachten achterin de rechtszaal) in Palermo van 1986 tot 1992, waarin meer dan 475 maffiosi werden aangeklaagd en veel kopstukken van de Cosa Nostra levenslang achter de tralies zouden verdwijnen.

Onderbroek
De geschiedenis van Il Traditore (de verrader) is in uitstekende handen van Marco Bellocchio, wiens rol in de Italiaanse cinema altijd wat onderbelicht is gebleven. De inmiddels 80-jarige filmmaker maakte met Vincere (2009) niet alleen een schitterend melodrama over de opkomst en glorietijd van dictator en ‘mens’ Mussolini, ook portretteerde hij bijvoorbeeld even intens enkele leden van de Rode Brigade en hun geruchtmakende ontvoering van oud-premier Aldo Moro en diens moord in 1978.

Il Traditore

Ook in Il Traditore weet Bellocchio de Italiaanse bevolking een spiegel van die tijd voor te houden met dikke uitroeptekens achter de rol van burgers, kerk en politiek. Zo zet hij Moro’s opvolger, Guilio Andreotti, als een uiterst eng mannetje neer. Veelzeggend is de scène waarin de christendemocratische minister-president in zijn onderbroek rondloopt bij de Corleonesi om daar een nieuw pak aangemeten te krijgen.

Fragmentarisch
Il Traditore is een, soms te fragmentarische, geschiedenis van de charismatische verklikker Buscetta die ondanks de lengte van tweeënhalf uur door de abrupte montage niet altijd goed te volgen is. Bellocchio wisselt zoals zo vaak drama af met korte archiefbeelden en droomsequenties, waarvan Buscetta’s nachtmerrie dat hij sterft en door zijn dierbaren in een doodskist wordt gelegd het meest poëtisch en beklemmend is.

Het biografische misdaad- en rechtbankdrama wordt vooral gedragen door titelvertolker Pierfrancesco Favino (Le confessioni), die na lang zoeken volgens Bellocchio qua acteren als enige de vergelijkingstoets met Marlon Brando in The Godfather wist te doorstaan. Door zijn innemende optreden zou je bijna vergeten dat de narcistische Buscetta beslist geen lieverdje was. Dat hij seksueel ontembaar was, nemen we graag voor lief, maar met zijn heroïnehandel stortte hij vooral veel jongeren, onder meer een van zijn zoons, in diepe ellende. In dat opzicht had de uiterst moedige rechter Falcone (Fausto Russo Alesi: Sweet Dreams) veel meer lof en aandacht verdiend. Maar zo’n rechtschapen personage is natuurlijk veel minder interessant dan een wetteloze maffioso.

 

10 januari 2020

 

ALLE RECENSIES

Third Wife, The

***
recensie The Third Wife

Onderdrukte vrouwelijke verlangens

door Cor Oliemeulen

“Als ik groot ben, word ik een man, dan kan ik veel vrouwen hebben”, zegt een meisje in het oogstrelende drama The Third Wife. Plaats van handeling is een dorp in het negentiende-eeuwse Vietnam waar vrouwen dienen om jongens te baren.

Het feministische speelfilmdebuut van de in Ho Chi Minh-stad geboren en in New York wonende Ash Mayfair is een impliciete aanklacht tegen de patriarchale samenleving in haar moederland. Dat was niet zozeer de controverse die haar film in Vietnam opriep, maar wel de soft-erotische scènes van de pas dertienjarige hoofdrolspeelster Nguyen Phuong Tra My, wier personage May zich voelt aangetrokken tot vrouwen.

The Third Wife

Controverse in eigen land
Het debat van de nationale volksvertegenwoordiging na de première op 17 mei zorgde ervoor dat Mayfair en haar producers The Third Wife al na vier dagen uit de bioscopen terugtrokken. Op straffe van een geldboete waren ze geenszins van plan geweest om filmscènes weg te snijden. Terecht, want de betreffende fragmenten zijn poëtisch en uiterst delicaat geschoten. Volgens de filmmaakster zijn het vooral de conservatieve krachten die moeite hebben met de kritiek op de dominerende rol van mannen in het land. “Dit deel van onze geschiedenis is erg donker en bestaat nog steeds in de Vietnamese samenleving. Er zijn zoveel artiesten, met name vrouwelijke artiesten, die voelen dat ze zich niet kunnen uitspreken”, zei ze tegen The Hollywood Reporter.

Mayfairs sfeer in The Third Wife is op alle fronten mild en ingetogen. Ze toont lieflijke plaatjes van de prachtige natuur en kadreert ook het trage, traditionele en sensuele leven van alledag in een kleine samenleving rond een tempel met gevoel voor stijl, kleur en compositie. Het jonge meisje May wordt gekozen als derde vrouw van de veel oudere grootgrondbezitter Hung. Tijdens de huwelijksnacht laat hij een rauw ei op haar buik glijden, likt het op, gaat op haar liggen en penetreert haar, waarna zij een harde zucht slaakt. ’s Morgens hangt zij, onder de goedkeurende blikken van Hungs twee andere vrouwen, het witte laken met een bloedvlek buiten.

The Third Wife

Ontluikende seksualiteit
Terwijl we bloemen zien, watervallen, insecten, lelies op het water, badende meisjes en een rups die zich ontpopt als vlinder, wordt May snel zwanger en bidt ze tijdens een offerfeest dat ze een jongen krijgt. Zij onderwerpt zich aanvankelijk aan Hungs seksuele fantasieën, maar liefde en lichamelijk genot zijn haar onbekend, totdat zij zich aangetrokken begint te voelen tot Hungs tweede vrouw Xuan. Maar zij wijst Mays ontluikende seksualiteit resoluut af omdat de samenleving dit verbiedt en de goden hen volgens haar zullen straffen.

In The Third Wife schikken de meisjes en vrouwen zich in hun lot, maar kampen ze met onderdrukte verlangens. Tegelijkertijd kun je niet vroeg genoeg trouwen, want als eerste vrouw heb je meer status dan als tweede of derde vrouw, en bovendien is de kans groter om een jongetje ter wereld te brengen. Voor iemand die niet als bruid wordt gekozen, niet goed of mooi genoeg wordt bevonden of simpelweg niet uitgehuwelijkt wil worden, kan het leven ondraaglijk zijn. Dan is plots het voortkabbelende leven in dit Vietnamese dorpje niet langer sereen en lijkt het heel even of er opstand aan de schitterende horizon gloort. Begrijpelijk, maar jammer dat Mayfair in de finale kiest voor symboliek in plaats van een mokerslag.

 

18 november 2019

 

ALLE RECENSIES

Tale of Three Sisters, A

**
recensie A Tale of Three Sisters

Armoede in Anatolië

door Michel Rensen

Na Nuri Bilge Ceylan begeeft ook A Tale of Three Sisters zich in een prachtig, besneeuwd Anatolisch berglandschap. Het drama laat het leed van drie zussen zien, maar biedt hen geen mogelijkheid hieraan te ontkomen. 

Drie zussen worden herenigd als de jongste twee terugkeren naar hun afgelegen bergdorp in Anatolië. Beide woonden als besleme – hulp in de huishouding en oppas voor rijkere gezinnen – in een nabije stad, maar om verschillende redenen zijn ze teruggestuurd. Hun oudste zus Reyhan was jaren eerder ook als besleme werkzaam, maar keerde terug vanwege een ongewenste zwangerschap en trouwde met de onnozele Veysel om roddels te voorkomen. De drie zussen wonen bij hun arme vader in een hut die uit één kamer bestaat. Middelen om voor hen te zorgen heeft hij niet; daarom heeft hij ze alle drie als besleme weggestuurd in de hoop dat ze in een hogere sociale cirkel een beter leven konden opbouwen. Nu zijn poging mislukt lijkt, dringt hij wanhopig aan bij Necati om één van zijn dochters toch weer op te nemen in zijn huishouden.

A Tale of Three Sisters

Onderling delen de zussen hun verlangens om het dorp te verlaten en een beter leven op te bouwen, maar een uitweg is er niet. De gesprekken waarin de mannen discussiëren over het lot van de jonge vrouwen domineren de film. De camera lijkt meer geïnteresseerd in de keuzes van de mannen – de vrouwen hebben immers niets over het verloop van hun eigen leven te vertellen. De film van Emin Alper mist echter een reflectie op deze disbalans. De intieme gesprekken tussen de zussen worden niet alleen herhaaldelijk door de mannen in het dorp onderbroken, maar ook de film zelf geeft hen niet de waardige aandacht die zij zouden moeten krijgen. Wanneer Nurhan haar oudste zus vraagt over haar ervaring met seks, overschaduwt een flauwe visuele innuendo het intieme gesprek als het tweetal een grote ton met melk heen-en-weer klotst. 

Anatolisch berglandschap
We kennen Anatolië natuurlijk uit de films van Alpers landgenoot Nuri Bilge Ceylan (Once Upon a Time in Anatolia, The Wild Pear Tree). Hoewel dit soort vergelijkingen vaak te simplistisch zijn, toont A Tale of Three Sisters Anatolië op een visueel vergelijkbare manier waardoor de film probeert mee te liften op het succes van Ceylan. Wanneer de film halverwege een tijdsprong maakt naar de winter – en het bergdorp en haar omgeving bedekt is met een flinke laag sneeuw – lijkt de film wel heel erg op Ceylans Gouden Palm-winnende meesterwerk Winter Sleep. Hoewel het landschap prachtig in beeld gebracht is, reikt de film helaas niet verder dan een visuele vergelijking met Winter Sleep. A Tale of Three Sisters mist diepgang en doet nauwelijks eens een poging de vinger op de zere plek te leggen.

A Tale of Three Sisters

Armoedeporno
Het leed van de drie zussen in A Tale of Three Sisters lijkt onvermijdelijk. Hun positie binnen het armoedige dorp wordt door hun vrouw-zijn nog eens verslechterd, ze kunnen daardoor geen keuzes over hun eigen leven maken. Een hopeloze situatie zonder enig lichtpuntje. Hiermee past A Tale of Three Sisters in de lijn van ‘armoedeporno’, een vorm van sociaal realisme dat zich specifiek richt op een hogere klasse en het leed van minderbedeelden exploiteert, waardoor stereotypen en klassenverschillen in stand gehouden worden. Met de directe verwijzingen naar Winter Sleep adresseert deze film expliciet het filmfestivalpubliek. De kadrering van het openingssequentie geeft onze positie als kijker precies weer. De camera bevindt zich in een auto. We rijden van buitenaf het dorp in om het dorp aan het eind van de film weer precies zoals het was achter te laten.

 

4 november 2019

 

ALLE RECENSIES

Taxi zum Klo

**
recensie Taxi zum Klo

Provocerende knipoog

door Yordan Coban

Frank Ripploh speelt zichzelf en geeft zich volledig bloot in zijn intense zoektocht naar liefde. We zien alles, geen moment van intimiteit wordt ons bespaard. Het is gedurfd, spraakmakend, tenenkrommend maar heeft uiteindelijk te weinig om het lijf.

Taxi zum Klo (1980, en nu in een digitaal gerestaureerde versie in de bioscoop) gaat over een biologieleraar die worstelt met zijn seksuele relaties en zijn behoefte naar een serieuze partner. Hij gaat volledig op in zijn erotische intriges maar voelt een knagende leegte die zijn seksleven achtervolgt. Frank Ripploh is daardoor vooral een ongelukkige en zoekende man.

Taxi zum Klo

Doelmatige seks
Taxi zum Ko behoort tot de extreme der extremen. Seksscènes volgen elkaar snel op in expliciet langdurige wijzen die doen denken aan La Vie d’Adèle (2013). Er is echter geen filmisch randje aan Taxi zum Klo, die als documentaire geschoten is, waardoor de kijker het gevoel krijgt dat er echte porno afgespeeld wordt.

In een aflevering van onze rubriek ‘Ondertussen op de redactie’ is het onderwerp controversiële film al eens uitvoerig besproken. Er was een bepaalde consensus over onze verafschuw voor ondoelmatig gebruik van geweld en seks in film (en dan met name in de films van Lars Von Trier). Ondoelmatig gebruik van seks is ook de grootste zwakte van Taxi zum Klo. We zien seksscènes gevolgd door momenten van reflectie van Frank Ripploh, waarin hij twijfelt en jammert over zijn liefdesleven. Deze monologen verdienen echter geen half uur aan extreme porno. Helemaal niet als passie en emotie een schaarste is. Extreme scènes dienen zich te legitimeren, de noodzaak van het extreme dient zich aan te tonen. Zonder die legitimatie neigt een film met dergelijk vertoon betekenisloos en onsmakelijk te worden.

Taxi zum Klo

Cultgayfilm
De film speelt zich af in Berlijn, de stad die vandaag de dag nog steeds bekend staat als het epicentrum van de wereldwijde gayscene. Ripploh geeft ons een kijkje in de bruisende, post-AIDS, homoseksuele kringen van die tijd; snorretjes, leren pakken en glory holes, ze komen allemaal voorbij. De film kreeg een cultstatus en in 1987 kwam Ripploh met het vervolg: Taxi nach Kairo. Het vervolg kende echter niet hetzelfde succes.

In Duitsland was homoseksualiteit verboden tot 1969. Taxi zum Klo kwam in een tijd waarin homoseksualiteit nog steeds een controversieel onderwerp was, wat de extreme seksuele weergaven enigszins een legitiem doel gaf: provocerend schreeuwen om erkenning. Die knipoog, die door heel de film te voelen is, geeft de film enigszins zijn charme. Toch mist de film betekenis, of meer: persoonlijkheid. Ripploh is leuk voor de klas en lijkt een goede leraar. Het worstelen met zijn identiteit voor de klas is een wezenlijke spanning die veel leraren zullen ervaren. Daar zien we te weinig van. Echter in de film zien we teveel seks waarvan hij telkens achteraf zelf ook vindt dat het emotioneel niet veel voorstelde.

 

6 september 2019

 

ALLE RECENSIES

Tigers Are Not Afraid

***
recensie Tigers Are Not Afraid

Kinderlijke onschuld, volwassen reactie

door Cor Oliemeulen

Tijgers vergeten nooit iets, kunnen goed zien in het donker, hebben scherpe hoektanden om hun prooi te verscheuren en zijn nooit bang. De tijger is het symbool van kracht voor de vijf weeskinderen die proberen te overleven in een verlaten stadsdeel in Mexico waar een drugsbende mensen ontvoert.

De kinderen moeten vluchten als een van hen, Chino, de telefoon met een belastend filmpje van een drugsbendelid heeft gestolen. Het elfjarige meisje Estrella, wier moeder is verdwenen na een schietpartij bij school, heeft zich aangesloten bij de jochies, maar moet zich eerst op een extreme manier bewijzen. Gewapend met drie wensen (in de vorm van drie krijtjes, gekregen van de juf), gekweld door horrorbeelden van dode mensen en achtervolgd door een stroompje bloed, gaat zij op zoek naar haar moeder, terwijl zij haar kinderlijke onschuld probeert te bewaren door te vluchten in fantasie.

Tigers Are Not Afraid

Liever meeleven dan lachen
Volgens de Mexicaanse regisseur Issa López valt er in haar als donker sprookje vermomde drama soms best te lachen, maar de mate waarin is afhankelijk van het publiek. Mensen in Latijns-Amerika – gevormd door een gewelddadige geschiedenis waar de dood nooit ver weg was – zien eerder de lol door alle ellende om zich heen, met de bloedige drugsoorlog in Mexico als jongste treurige voorbeeld. In hun betrekkelijke onschuld zijn het vooral kinderen die overleven door de schoonheid van de menselijke geest. Eenzelfde soort relativerend vermogen ontdekte López in Belfast, in het verleden vaak ook niet bepaald een vrolijke boel, waar de zaal soms dubbel lag. In Nederland lachte niemand, maar desondanks werd Tigers Are Not Afraid vorig jaar gekozen als beste film op het Imagine Film Festival in Amsterdam.

Net als overal ter wereld zullen kijkers vooral worden geraakt door het emotionele component van de film. Het gevoel van medelijden voor het weinig hoopvolle perspectief van de kinderen is niet meer dan menselijk, maar net als zij wordt de kijker door het gebruik van magisch-realistische en fantasierijke elementen soms afgeschermd van de gruwel. Kinderen zijn immers kwetsbaarder dan volwassenen en kunnen onvoorwaardelijk rekenen op betrokkenheid van het publiek. Terwijl de kijker van de gemiddelde thriller of actiefilm is murw geslagen door de weinig benijdenswaardige bestemming van volwassenen die op al dan niet beestachtige wijze worden vermoord, kan het onheilspellende lot van kinderen gelukkig nog een potje breken.

Tigers Are Not Afraid

Ongelukkig happy end
Is Tigers Are Not Afraid dan wereldwijd overspoeld met waardering en filmprijzen omdat juist argeloze kinderen worden geteisterd door die irritante drugsoorlog? Zou het publiek schouderophalend reageren als slechts volwassenen onder al die gewelddadigheden gebukt gingen? En accepteren we het wanneer volwassenen diezelfde harde realiteit proberen te verzachten door te vluchten in fantasie, of verwijzen we die liever naar pillendraaiers?

Natuurlijk zijn er genoeg films over de greep van de Mexicaanse drugsoorlog op volwassenen, denk aan Heli (2014) waarin nota bene kinderen de meest verschrikkelijke capriolen (zoals marteling) uithalen. In plaats van het rauwe sociaalrealisme in dit deprimerende drama van Amat Escalante, of bijvoorbeeld het neorealisme van Luis Buñuels klassieker Los Olvidados (1950) waarin straatschoffies in Mexico-Stad morele grenzen overschrijden, kiest Issa López in Tigers Are Not Afraid voor een mooi uitgebalanceerde combinatie van drama, magisch-realisme en een vleugje horror. Qua motivatie en uitvoering afgekeken van haar landgenoot Guillermo del Toro in diens superieure Pan’s Labyrinth (2006), waarin een meisje tijdens een fascistisch regime vlucht in haar fantastische doolhof.

Lachen of niet, ook in Tigers Are Not Afraid zitten fragmenten van vrolijke speelsheid (die je bij de meeste volwassenen mist). Dat neemt niet weg dat Estrella’s verzuchting – ‘Elke keer als ik een wens doe, gebeurt er iets ergs’ – zal leiden tot een ongelukkig happy end. Ondanks de authentieke setting en het sterke acteren van de jonge cast beklijft dit donkere sprookje minder dan het eveneens met minimale middelen geschoten, beklemmende Russische oorlogsdrama Anna’s War.

 

23 augustus 2019

 

ALLE RECENSIES

Terra dell’abbastanza, La

****
recensie La terra dell’abbastanza

M & M vermalen door misdaadmores

door Alfred Bos

Sterke debuutfilm van Italiaanse tweeling over jeugdvrienden aan de onderkant van de Romeinse samenleving. Ook daar is het leven één groot theater.

La terra dell’abbastanza is de debuutfilm van de Italiaanse tweelingbroers Daminio en Fabio D’Innocenzo, geboren in 1988; ze zijn naast de regie verantwoordelijk voor het script. Het is sociaal realisme vermomd als misdaaddrama, een soort Pasolini voor de eenentwintigste eeuw. Bij vluchtige kennismaking presenteert het relaas van de opkomst en ondergang van twee jonge krabbelaars in de buitenwijken van Rome zich als een generieke genrefilm. Maar zoals de ironische titel, het land van genoeg, al suggereert, is er meer aan de hand.

La terra dell'abbastanza

Manolo (Andrea Carpenzano) en Mirko (Matteo Olivetti) kennen elkaar vanaf de kleuterklas. In de grabbelton van het leven schurken ze tegen de bodem aan. Ze zitten op de horecavakschool en wonen nog thuis. Manola bij zijn vader (Max Tortora, Loro), die verblijft in een soort garagebox. Mirko bij zijn moeder (Milena Mancini) in het type naoorlogse woonkazerne dat de rafelranden van elke Europese grootstad, ook Rome, markeert. Het zijn enige kinderen van gebroken gezinnen, opgegroeid met geldgebrek en culturele armoede. Scharrelen om te overleven is hun tweede natuur.

Ze hebben geen voorbeelden en geen ambities. Ze zijn kansloos en hebben géén idee, ook niet hoe kansloos ze zijn. Tot zover is La terra dell’abbastanza Ken Loach op zijn Italiaans. Of eigenlijk Shane Meadows en diens This is England verplaatst van de Britse Midlands naar de eeuwige stad.

Oneindig krediet
Maar dat verandert wanneer de vrienden, met Mirko achter het stuur, op een verloren avond een voetganger doodrijden. Mirko, wiens morele besef nog niet is versteend, raakt in paniek. De meer berekenende Manolo verkiest niet te biechten bij de politie, maar bij zijn vader, een kleine knoeier. Die weet te achterhalen dat het slachtoffer een ondergedoken verklikker is, gezocht door de lokale boeven. Op slag zijn de kansloze kneuzen knapen met aanzien in de schaduweconomie, er gloort een loopbaan in de misdaad. Denken ze, en dat is het moment waarop La terra dell’abbastanza de afslag richting Pasolini neemt.

La terra dell'abbastanza

Met filmische middelen maakt de D’Innocenzo-tweeling zichtbaar wat er zich in de hoofden van de jeugdvrienden afspeelt. Telelens en close-ups tonen ogen waarin verwarring (Mirko) dan wel leegte (Manolo) schemert. Ook de aandacht voor het marginale milieu staat in dienst van de personages en hun morele keuzes, de scènes rond de kibbelende gabbers worden aangevuld met daden die hun ware ik tonen.

In de beste scène van de film weet Mirko het verjaardagsfeest van zijn halfzusje – dat hij nauwelijks kent – te verstieren door ongevraagd binnen te vallen als de kerstman met oneindig krediet. Hij heeft, net als zijn vervreemde vader, geen besef van wat hij aanricht, zijn moeder wel. Mirko is de impulsieve emotie tegenover de gewiekste list van Manolo. Hij weet Mirko – die klust als pooier en gaandeweg ook zijn vriendin Ambra (Michela De Rossi) als hoer ziet – te paaien voor een lucratieve opdracht. Er moet iemand worden omgelegd.

Distantie en betrokkenheid
Tegenover de naïeve bravoure van het tweetal staat het arglistige cynisme van de beroepscriminelen en hun capo, Angelo (Luca Zingaretti, inspecteur Montalbano uit de gelijknamige tv-serie). Milieu en karakter komen opnieuw fraai samen wanneer M & M tijdens een buurtdiner worden gerekruteerd voor de beraamde moord. Ook aan de onderkant van de samenleving is het leven één groot theater.

La terra dell'abbastanza

Met de wijze waarop de moordaanslag in beeld is gebracht, etaleren de D’Innocenzo-broers hun talent. De scène bestaat uit twee delen: een exterieur totaalshot met terloopse details, scherp gesneden naar interieur wanneer de handeling is voltooid. Resultaat: distantie van de filmmakers tegenover hun personages, betrokkenheid bij de filmkijker die aan de hand van de suggestie het verhaal zelf moet invullen. Zo wordt de toeschouwer de film ingezogen. En het typeert de psychologie van de personages: ze zijn er eigenlijk niet.

Na dat hoogtepunt verliest de ballon aan spanning en loopt langzaam leeg; het kernconflict is vervlogen, de keuzes gemaakt, het krediet op. Maar een sterke epiloog zet een uitroepteken achter dit veelbelovende speelfilmdebuut. “Wat ga je maken? Wat er is.” En zo is het. Wie in de film kanttekeningen bij het neoliberale kapitalisme wil zien, komt aan zijn trekken. Wie uit is op een röntgenfoto van de ongeletterde ziel, wordt ruim bediend. Wie Dogman kon waarderen, zal La terra dell’abbastanza ook bevallen.

 

18 juni 2019

 

ALLE RECENSIES

Thunder Road

***
recensie Thunder Road

Dans voor overleden moeder

door Cor Oliemeulen

De politie kan in deze roerige tijden wel een beter imago gebruiken. Thunder Road schetst een tragikomisch portret van een agent die het allemaal heel goed bedoelt, maar wordt gehinderd door een naderende zenuwinzinking.

Jim Arnaud werkt zes jaar bij de politie in een klein Texaans stadje. Hij is gescheiden en dreigt de voogdij over zijn dochtertje te verliezen. Jim oogt erg nerveus, is soms onvoorspelbaar, praat veel en regelmatig over irrelevante zaken, en heeft sinds het recente overlijden van zijn moeder zijn emoties niet meer onder controle. Mensen die hem niet beter kennen, zouden hem compleet gestoord kunnen noemen en hem liever in een dwangbuis zien dan in een politie-uniform. Maar wij als filmkijkers leren Jim wel wat beter kennen. Hij heeft ontegenzeggelijk zijn hart op de goede plaats, maar dat hart een tikkeltje minder luchten, zou prettig zijn.

Thunder Road

Groot talent
Jim Cummings, die de hoofdrol speelt en de film regisseerde, blijkt in die beide hoedanigheden een groot talent. Als acteur creëert hij met gemak binnen tien seconden een heel arsenaal aan uiteenlopende emoties, terwijl hij als regisseur en producer zijn hele ziel en zaligheid in zijn speelfilmdebuut Thunder Road heeft gelegd. Met crowdfunding haalde hij een paar ton op, huurde vooral mensen uit zijn eigen omgeving in en distribueerde zijn film zelf naar een dertigtal Amerikaanse bioscopen. Gelukkig heeft de film nu ook de Nederlandse bioscoop bereikt.

Vanwege het gebrek aan voldoende financiële middelen maakte Cummings eerder zo’n tien korte films waarmee hij veel kon leren over narratief en techniek. Bijna alles nam hij op in één lang shot, waardoor situaties indringend worden omdat je als kijker maar één perspectief van een bepaalde, vaak absurde, gebeurtenis hebt. Dat experimenteren leidde in 2016 tot de briljante kortfilm Thunder Road (kijken!) die werd overstelpt met vele awards, zoals de juryprijs van het Sundance Film Festival. De monoloog van een man die wordt verteerd door herinneringen en verdriet tijdens zijn toespraak bij de kist van zijn overleden moeder is een klein meesterwerk van schrijven, regisseren en acteren. Het succes van de korte film smaakte naar meer en leverde Cummings’ eerste speelfilm met dezelfde titel op.

Heerlijk ongemakkelijk
Thunder Road, de prachtige openingstrack van het legendarische Bruce Springsteen-album Born to Run (1975), is het slaapliedje dat Jim Arnauds moeder vroeger altijd voor hem zong. “Iedereen rouwt op zijn eigen manier”, zegt de uitvaartleidster wanneer Jim met een roze cd-spelertje naar voren komt om iets over zijn lieve moeder te vertellen en al een idee heeft wat de komende tien minuten staat te gebeuren. Jims moeder runde een balletschool en was een vrije geest. Net zoals Springsteen zingt over gewone zielen in het andere Amerika en hen aanmoedigt om hun lusteloze levens te veranderen, kon ook zij zomaar in een auto stappen en vertrekken.

Thunder Road

Jim spreekt mooie woorden, stamelt, stottert, snottert. Zo intens aangrijpend dat de kijker voortdurend laveert tussen medelijden en verwondering. Buiten beeld wordt Jim op de moeilijkste momenten rustgevend toegesproken, getroost en aangemoedigd om zijn hart te volgen en zijn emoties de vrije loop te laten. Dan start de cd en horen we de piano en de mondharmonica. Bruce begint te zingen. En Jim zingt – door een zee van tranen en gebroken keelklanken – vol overgave met hem mee. Alsof dat nog niet confronterend genoeg is, doet Jim ook nog een maf dansje. Zelden zag je een dodelijkere combinatie van ontroering en ongerief op het scherm. Hoe jammer is het dan dat Jim in de speelfilm niet meezingt en hier ook de muziek niet is te horen (ditmaal werkt de cd-speler niet), maar gelukkig is zijn dansje wel gebleven.

Alle goede bedoelingen, originele invalshoeken en spitsvondigheden ten spijt schuilt in het uitbreiden van een korte film tot een lange film het gevaar van minder sterke fragmenten. We leren onze welwillende politieagent Jim Arnaud weliswaar een stuk beter kennen en hebben begrip voor zijn moeilijke levensfase, maar kunnen hem door enkele flauwigheden (Jim heeft ‘s nachts zijn koelkast gesloopt omdat hij dacht dat het een inbreker was) en ongepastheden (Jim slaat een zojuist overleden vrouw in het gezicht) moeilijk onze onvoorwaardelijke sympathie schenken. Echter vertolker Jim Cummings is zo oorspronkelijk, talentvol en heerlijk ongemakkelijk dat we reikhalzend uitzien naar zijn tweede speelfilm.

 

26 maart 2019

 

ALLE RECENSIES

This Magnificent Cake!

***
recensie This Magnificent Cake!

Vilten poppen in koloniaal Afrika

door Bob van der Sterre

Een animatiefilm over kolonialisme met vilten poppen? En er grapjes mee maken? Onze zuiderburen weten zoals gebruikelijk wel raad met experimenten, wat ook weer blijkt uit This Magnificent Cake!.

Een koning zit verveeld bij een optreden. Hij fluistert tegen zijn hulp midden in het optreden dat hij de klarinettist moet vragen om te stoppen met spelen. Die staat er vervolgens als een zoutzak bij – alleen de pianist speelt nog. De koning is tevreden hoewel het stuk nergens meer op slaat.

This Magnificent Cake!

Spot
In een hotel met kolonialisten werkt een pygmee als portier. Hij haat het hotel en de westerlingen maar het levert wel eten en geld op. Hij geeft zijn broer een stokbrood – die heeft dat nog nooit gezien. ‘Dat eten ze hier allemaal.’ Vervolgens is er een verwend kind nodig om de pygmee spijt te laten krijgen van zijn baantje.

De animatiefilm This Magnificent Cake! geeft een spottende kijk op kolonialisme. Het slimme van de film is dat hij het onderwerp kolonialisme niet frontaal aanvalt. Het is algemeen bekend hoe de Belgische koning Leopold II flink heeft huisgehouden in de Congo. Daar gaat deze film dus niet over.

We gaan hier van persoon op persoon. Een koning, een pygmee, een deserteur, een bakker die op de vlucht is en een klarinettist. In dit verhaal zijn ze allemaal op een of andere manier betrokken bij de koloniale staat.

Neem de bakker (Van Molle) die voor schulden vluchtte naar Afrika om daar als een koning te gaan leven. Als een rits pygmeeën uitglijden op een hangbrug en te pletter vallen met zijn spullen, voelt hij zich in de steek gelaten. Dat de pygmeeën een akelige verdrinkingsdood sterven, kan hem aan zijn reet roesten. Liever zet ie het op een zuipen in zijn eigen, eenzame paleis.

De eerste helft van de film is zodoende leuk opgezet in verschillende hoofdstukken met verschillende verhalen. Geen hoofdpersoon, geen dramatische verhaallijnen om je aan te houden, wel spot. Dat smaakt naar meer.

This Magnificent Cake!

Mystiek
Je hoopt dan toch wel op een soort opleving aan het einde – een plot dat zaken samenbrengt – maar dat doet de film niet. This Magnificent Cake! neemt een soort mystieke afslag met een grot, een reusachtige slak en hallucinatie. Voor de kijker is het niet meer duidelijk wat droom en wat realiteit is. Levert fraaie surrealistische beelden op maar daarmee verdwijnt de satirische humor wel een beetje naar de achtergrond.

Afgezien hiervan is de technische vaardigheid bijzonder. De animatie met vilten poppen is prachtig gedaan – en weer een vernieuwing in het genre. De hikkende koning met een kliek bezorgde figuren om zich heen is lachwekkend, ook al zijn het slechts poppen.

Wie een voorproefje wil: het duo Emma Swaef en Marc James Roels maakte zes jaar geleden de film Oh Willy, die in zijn geheel (twaalf minuten) op Vimeo te zien is. In beide gevallen gaan de films over de natuur en hebben ze ook een hoofdrol voor geluiden.

 

18 december 2018

 

ALLE RECENSIES

Touch Me Not

****
recensie  Touch Me Not

Ik wil aangeraakt worden, maar raak me niet aan

door Tim Bouwhuis

Hoe kan het toch dat we tegelijk afkeer en verlangen kunnen ervaren? Deze intense verkenning van de menselijke seksualiteit beweegt zich ver voorbij de platgetreden paden van afstand en comfort.

Een geruime twee uur volgen we Laura, Tómas en Christian in hun gedeelde zoektochten naar intimiteit. Het doel is vergelijkbaar, de wegen daarnaartoe zijn dat niet. Betekenis ontstaat door verschil: botsende visies op het menselijk lichaam geven dit project van Adina Pintilie (Don’t Get Me Wrong) soms net iets te nadrukkelijk richting. Het is één van de enige grote punten van kritiek richting Touch Me Not, een film die zich op fascinerende wijze staande houdt op het breukvlak van fictie en documentaire. De drie ‘personages’ houden hun eigen namen, waardoor het nog lastiger wordt om spiegel en bespiegeling van elkaar te scheiden.

Touch Me Not

Eenzame strijd
De scènes met Laura laten zien hoe sterk geest en lichaam van elkaar vervreemd kunnen zijn. Dat ze naar intimiteit zoekt is duidelijk, maar ze vindt die geruime tijd alleen in de paradox van afstand. Ze kijkt, ruikt, bevraagt. Ze voelt met haar gedachten, tast staat gelijk aan dreiging. Het bezoek dat ze thuis ontvangt (de openingsscène is tekenend) is er om te voorzien in haar gebreken. Maar wat mist ze precies? Haar lichaamstaal weerstaat de roep om aanraking, geeft uitdrukking aan haar ongemak. De Ander mag niet te dichtbij komen. Het tegendeel – afstand, het blikkenspel – versterkt echter de eenzaamheid. De vraag is dus, wederom: hoe kan het toch dat we afkeer en verlangen tegelijk kunnen ervaren?

De geluidsband brengt de film continu uit balans. Wat horen we? Zijn het oerschreeuwen? Emoties die hun weg naar buiten zoeken? De instabiliteit van de film past bij een regisseuse die ons al dan niet intentioneel in de spiegel laat kijken. We kunnen niet langer vluchten als de lichamen zo dichtbij zijn: de intensiteit van het beeld draagt het potentieel om tegelijk afkeer en emotie op te roepen. Pintilies filmstijl is zo een uitdrukking van de botsende gevoelens die ze doorheen de mensen die ze volgt bevraagt.

Touch Me Not

Op dit vlak doet Touch Me Not af en toe denken aan het werk van de Franse regisseur Philippe Grandieux, en dan in het bijzonder aan Malgré la Nuit (2015). De camera twijfelt: verkent ze de lichamen van haar protagonisten of doorboort ze die? Als kijker voor het scherm kun je fysiek geen kant meer op. Iedere vorm van reflectie brengt je direct bij de menselijke ziel en daar voorbij. Er is geen droomwereld meer, zoals vaak bij David Lynch: de nachtmerrie van de verscheurde psyche bevindt zich onmiskenbaar in het hier en nu.

Over de vierde muur
Touch Me Not gaat in die confrontatie misschien nog wel verder, omdat object en subject onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn. Meerdere malen zien we auteur en camera. Doordat de grens tussen beeld en publiek vervaagt, moeten we zelf reflecteren en participeren. Die meta-benadering toont haar lef en ultieme kwetsbaarheid: ze betreedt en vernietigt de veilige ruimte van de toeschouwer. Zij geeft zich letterlijk bloot, en vergroot de kans dat haar publiek zich daarmee ook blootgesteld voelt. Het controversiële van de film zit hem erin dat die aanpak diep gemengde reacties kan oproepen. Dat deed hij al in Berlijn (waar Touch Me Not prompt de Gouden Beer won) en dat zal hij vermoedelijk ook wel blijven doen. In het veld van visie en risico vinden we het werk dat de filmkunst op lange termijn verder brengt.

 

17 november 2018

 

ALLE RECENSIES

Todos lo saben

***

recensie Todos lo saben

Een smalle horizon, maar een canvas vol intrige

door Yordan Coban

De films van Asghar Farhadi zijn drama’s maar kennen net als het werk van Michael Haneke altijd een element van mysterie. Voor elk personage, hoe schofterig dan ook, weet de Iraanse regisseur begrip te wekken. Ieders perspectief krijgt kleur en met elke wending in het verhaal kleurt Farhadi een canvas vol intrige.

We zagen in Le Passé (2013) Asghar Farhadi al in het Frans, maar met Todo lo saben (Engelse titel Everybody Knows) laat hij nogmaals zien dat de taal (ditmaal Spaans) van zijn films niet uitmaakt. Farhadi’s karakters en verhalen doorgronden namelijk een universele menselijkheid. Geen andere regisseur kan zijn personages zo laten voelen.

Todos lo saben

Ontvoering
De film begint met een familiereünie, met een bruiloft als directe aanleiding. Als Irene (Carla Campa), de dochter van Laura (Penélope Cruz) en Alejandro (Ricardo Darin), ontvoerd wordt, zijn de festiviteiten abrupt klaar. De familie is vermogend en er wordt een flinke som geld verlangd. Familievriend en ex-man Paco (Javier Bardem) loopt voorop in de zoektocht naar Irene maar wordt geconfronteerd met geheimen uit het verleden.

De opbloeiende spanningen tussen Paco en Laura houden de interacties tussen de twee ex-geliefden interessant tot het einde. Bardem en Cruz spelen niet voor het eerst met elkaar. Het getrouwde koppel deelt ook op het witte doek chemie. Samen met Darin beschikt Farhadi misschien wel over de drie beste Spaanstalige acteurs van dit moment. Dat komt goed uit, want al zijn films herbergen sterke karakters.

Sober realisme
Asghar Farhadi maakt sobere realistische films. Zijn stijl is te vergelijken met die van Michael Haneke en Andrey Zvyagintsev. Deze drie filmmakers maken gebruik van dezelfde formule: rustige levens die opeens opgeschud worden met een ingrijpende gebeurtenis die vaak te maken heeft met oud leed. Echter bij Farhadi draait het niet per se om de schok van de gebeurtenis maar vooral om de impact op de personages daarna. Vaak laat de regisseur de twist buiten beeld en dient de kijker het verhaal met de eigen verbeelding in te vullen. Farhadi kan het beste omgaan met de emotionele impact van een aangrijpende gebeurtenis. Hij is beter in staat om het verdriet van een verscheurd leven te tonen dan Haneke en Zvyagintsev. Zijn scripts gaan minder over de duistere en cynische aard van het leven maar meer over het in liefde verweven verdriet dat inherent daaraan verbonden is.

Todos lo saben

Perspectief
Onderwerpen als de stugheid van religie, diep verborgen familiegeheimen en de tragiek van doodbloedende relaties keren terug in deze film. Het verhaal kent de meeste raakvlakken met zijn eerdere film About Elly (2009). Beide films gaan over een vermissing. Alleen draait het ditmaal om de ontvoering van een kind. De paniek van de vermissing in About Elly is overweldigend en krachtig maar in Todos lo saben wat tam.

Hetzelfde geldt voor de ontknoping. About Elly heeft iets te vertellen over onze verwachtingen in het algemeen. Todos lo saben doet dat niet. Het verhaal blijft bij het perspectief van de personages. Hele sterke personages, maar niet zo speciaal als in About Elly en A Seperation (2011): een groter perspectief. Het werkt weliswaar ook binnen een smalle horizon, want ook daar vertelt Farhadi het verhaal op een manier zoals alleen hij dat kan. Todos lo saben is goed, maar niet bijzonder goed.
 

1 oktober 2018

 
MEER RECENSIES