Imagine 2022 – Deel 5: Luchtig

Imagine 2022 – Deel 5: Luchtig
Bizarre kunstresidenties & spinnenslikkers

door Bob van der Sterre

De luchtige fantastische film, het is een steeds zeldzamer verschijnsel. Deze Imagine heb ik geen een pure komedie gezien. Wat je wel ziet, is een zachtaardig humorisme dat het verhaal van dienst is.

De komedie heeft het al jaren moeilijk. Het komt eigenlijk alleen in bijrollen voor (tragikomedie, komische actiefilm, grappige horror). En dat terwijl filmkomedie zoveel moois heeft opgeleverd. Juist in moeilijke tijden – jaren twintig, dertig, veertig – hadden bezoekers behoefte aan die gulle lach, die vaak uit wrangheid ontstaat.

Waar het aan ligt, is lastig te zeggen. Misschien worden ze wel gemaakt maar komen ze nooit meer over de filmgrens. Of is de tand des tijds zo serieus geworden dat niemand ze meer maakt?

Hoe dan ook: een paar films gebruiken humoristische elementen en daar moeten we het nu maar mee doen. Het grappige Deadstream bespraken we al bij de aflevering over horror.

 

Flux Gourmet

Flux Gourmet – Sonische cateraars raken in de war
Een kunstgroep mag op een locatie (een residence in kunstjargon) oefenen op hun kunstperformances met geluid en eten. Of te wel ‘sonische cateraars’. Dus een microfoon in een pot tomatensaus, performances en live mixwerk. Zij zijn verkozen boven andere, concurrerende groepen en die zijn er niet blij mee.

De groep bestaat uit Elle (leider), Billy en Lamina. Stones helpt ze en maakt notities over alles. Ze krijgen feedback van de beschermvrouwe die de residentie. Ondertussen neemt Stones interviews af met de artiesten. 

Regisseur Peter Strickland is een van de weinige ‘auteursfilmers’ van deze tijd. The Duke of Burgundy, In Fabric en Berberian Sound Studio zijn stuk voor stuk films die je in stijl, verhaal en onderwerp niet snel door iemand anders gemaakt ziet worden. De link is meestal een vorm van horror maar het blijft altijd speels, binnen zijn eigen verhaal.

Ook deze film is vreemd met bedwelmde orgieën; machtsmanipulatie met een flanger; kolossale darmproblemen; een wijsneuzige arts die wijn drinkt in de praktijk. En dan hebben we het nog niet gehad over de performances die uitgebreid in beeld komen. Een criticus van The Observer zegt het treffend: ‘Peter Strickland’s deliciously bonkers tale of art, desire and gut pain.’

Toch waakt Flux Gourmet ervoor niet te komisch of dramatisch te worden en zijn er ook geen onnodige schokeffecten. Ondanks de lengte van bijna twee uur verveelde de film mij niet. Wel vond ik het af en toe een monotone film. Veel herhaling van situaties: zo is het script ook opgebouwd. De film zou bij wijze van spreken tien uur kunnen doorgaan. Op zeker moment vloeien je concentratiekrachten toch een beetje weg. Ik denk dat het script een kans laat liggen om à la Adaptation de boel overhoop te gooien in het laatste deel. 

Het onderwerp van de film, kunst met audio, is verrassend goed vastgelegd. De audioperformances hebben wel iets grappigs maar ze zijn ook weer niet zo overdreven gedaan – vaak een valkuil bij luchtige films over kunst. Het is ook echt een boeiend wereldje. Lees bijvoorbeeld eens dit interview met een optisch kunstenaar. Of bekijk de website van het collectief iii in Den Haag. 

Met Berberian Sound Studio (over een geluidsmaker bij een giallo-film) in het achterhoofd is het misschien ook niet gek dat Strickland het audiodeel zo serieus neemt. 

Lees hier waar en wanneer deze film draait. 

 

My Grandfather’s Demons

My Grandfather’s Demons – Opa’s demonen zijn zo slecht nog niet
Rosa hoort dat haar grootvader is overleden. Hij had haar opgevoed maar in haar drukke stadse leven had ze weinig aandacht voor hem. Een man van driftbuien, waar zij ook wel last van heeft.

Na het slopen van een computer op haar werk, gaat ze naar het huis van haar opa, in de middle of nowhere, en maakt ze kennis met andere dorpsbewoners, zoals de jonge Chico en zijn moeder Laura, en Hugo die helpt bij de bakkerij. En natuurlijk haar kat.

Om een of andere reden doen de meeste dorpsbewoners vrij onaardig tegen haar. Het heeft iets met haar grootvader te maken. En hoe zit het met die zelfgemaakte kleipoppetjes die ‘s nachts à la Toy Story op pad gaan? Dan is er nog de kwelende, klagende stem van haar grootvader in nachtmerries.

Lieve, grappige en ook wel soms duistere ‘claymation’ (ook met gewone animatie). De Portugese film van regisseur Nuno Beato is een goed uitgewerkt persoonlijk verhaal over stadse Rosa die zichzelf hervindt in het huis van haar opa. Het verhaal heeft roots in lokale spooky legenden, die hier gelukkig een keer niet echt kwaadaardig zijn.

Misschien is het enige punt dat er in het indie-animatiegenre intussen zoveel moois is gemaakt (Ernest and Clementine, My Life as a Zucchini, etc.) dat Os demonios de meu avo niet meer zo opvalt tussen al die films. Natuurlijk is het waanzinnig knap hoe de klei en de animatie samen een vermakelijke productie kunnen maken. Diverse leuke kleine grapjes en sympathieke karakters. Maar om grenzen te verleggen, is meer ambitie nodig.

Daarom vond ik misschien het begin ook nog wel spannender dan het verdere deel van de film: die spot met het bedrijfsleven stak net wat feller. Hier was het in feite alleen bedoeld als contrast met het tweede deel in het dorp. Het maakt de film wel volwassen maar misschien minder avontuurlijk.

Lees hier waar en wanneer deze film draait.

 

The Roundup

The Roundup – Zuid-Koreaanse The Rock houdt huis
In Vietnam wordt een rijke Koreaanse toerist gekidnapt. Die keert niet meer terug. Ene Kang blijkt er verantwoordelijk voor. En veel meer dan die ene toerist, en in meer landen.

Naar rechtvaardigheid snakkende Koreaanse detectives gaan erachter aan. Gelukkig heeft de politie een soort superdetective, Ma Saek-Do. Hij is de Koreaanse variant van The Rock. Wel slim en sterk maar subtiliteit is niet zijn beste punt.

Veel bekend materiaal in deze komische buddyfilm. De ‘ik ben nergens bang voor’ routine van Ma Dong-Seok is vermakelijk om naar te kijken. Grappig is dat de Koreanen en Vietnamezen met elkaar in gebroken Engels praten om elkaar te begrijpen. Een echte vertaalclash. Daarbij hebben de Koreanen de rol van regels overtredende rouwdouwers die Amerikanen meestal hebben in Amerikaanse films over de grens.

Het is wel zonde deze komische film ook echt wel wat lugubere momenten heeft. Kang steekt er op los, ze vallen bij bosjes. Je ziet dat zo vaak in moderne actiefilms. Ik heb het nooit grappig gevonden en ik vind het ook niet passen bij een film die iets humoristisch uitdraagt.

Al met al is het als met veel Koreaanse films: vaardig gemaakt, sterke actie, goed verhaal, je verveelt je niet. Alleen blijft het niet zo hangen.

Lees hier waar en wanneer deze film draait.

 

KØT

Shorts: KØT / Legs
In KØT (zie: foto) kijken we naar douaniers bij een grens waar nooit iets gebeurd. Ze spreken een fantasietaal maar het oogt als een oude Sovjetrepubliek. Ze drinken wodka, dragen bontmutsen en zijn bureaucratisch.

Op een dag schieten ze naar een overvliegende drone en die laat een doos vallen. Daarin zit een rond apparaat. Het ding heet ‘Home’ en spreekt in een mum hun taal. Het helpt ze met karatelessen of liedjes zingen. De oude verveling is weg. Alleen weigert het apparaat om de baas van het douanekantoortje te verstaan.

Best vermakelijke Nederlandse film (van Nils Gerbens) van kleine twintig minuten verrast met aardige setting en onverwacht verhaaltje. Zo’n fantasietaal en fantasieland verzinnen en grappig uitvoeren valt niet mee. Ik zie best een hele film voor me met deze acteurs in steeds weer compleet verschillende settings.

In Legs wil een vrouw in verwachting raken maar slikt in plaats daarvan een spin in. Ze gaat naar de dokter. ‘Je hebt een levende spin net boven je buik.’ ‘Kan ik hem levend houden?’ Rare blik. Later krijgt ze trek in vliegen. 

Geestige korte Britse film, Legs. Gaat over de ‘urban myth’ dat we jaarlijks een X-aantal spinnen doorslikken. Dat is niet waar maar in deze film wel het uitgangspunt van een grappig verhaal. 

Het smaakt (pun not intended) eigenlijk naar meer. Waarom niet meer van dit soort korte films over onze relatie met insecten? Een geweldig gegeven waar je veel fantasie in kwijt kan.

 

27 oktober 2022

 

Imagine 2022 – Deel 1: Suspense
Imagine 2022 – Deel 2: Sciencefiction
Imagine 2022 – Deel 3: Familie
Imagine 2022 – Deel 4: Horror
Imagine 2022 – Deel 6: Mysterieuze films

 


MEER FILMFESTIVAL

Dutch Mountain Film Festival 2022 – Deel 1

Dutch Mountain Film Festival 2022 – Deel 1:
Nagalm en weerklank

door Paul Rübsaam

De twaalfde editie van het Dutch Mountain Filmfestival (DMFF) kent Heerlen en Aken als de gebruikelijke standplaatsen. Van 1 tot en met 6 november bedient het festival liefhebbers van extreem alpinisme en iedereen die passie voor het berglandschap koppelt aan belangstelling voor eigenzinnige cinema.

‘Echo’ luidt het thema van het DMFF dit jaar. Met het filmaanbod wordt dit uit de bergen bekende akoestische fenomeen niet in de laatste plaats in overdrachtelijke zin benaderd. In termen van bijvoorbeeld de reactie van de natuur op menselijke activiteit. Zo zou je de klimaatcrisis kunnen zien als de nagalm van jarenlange roofbouw en groeidenken. Maar positieve echo’s zijn er ook. Zoals het aanplanten van bomen door mensen, het vergroenen van steden en de herintroductie van dieren die de natuur zouden kunnen herstellen.

En natuurlijk is er de herontdekking van de ongerepte natuur als inspiratiebron voor immer romantische ziel. Ook dat is een vorm van positieve weerklank die op het festival zoals altijd ruim baan krijgt. Vooruitlopend op het festival bekeek ik alvast acht films, die ik bespreek in onze tweedelige voorbeschouwing van het DMFF.

A White Dream

A White Dream

Hoorns in witte nevels
In drie documentaires zijn de onmetelijke witte sneeuw- en ijsmassa’s van het hoge noorden prominent aanwezig. De meest poëtische rol speelt dit decor in A White Dream (Yukon – un rêve blanc). Natuurfotograaf Jérémie Villet onderneemt een zoektocht naar de berggeit, vastgelegd door zijn Franse landgenoot, regisseur en cameraman Mathieu Le Lay. Het betreft een zeldzaam dier dat zich als overlever van de laatste IJstijd terug heeft getrokken in de hoogste regionen van Yukon in het noordwesten van Canada en doet denken aan een ijsbeer met de kop van een antilope die een witte baard draagt.

Er is een onmiskenbare verwantschap tussen A White Dream en het eveneens op het festival te bezichtigen La Panthère des Neiges. In beide documentaires draait het om de passie en het engelengeduld van een natuurfotograaf, die een moeilijk traceerbaar dier wil vereeuwigen in zijn natuurlijke leefomgeving. Voor Jérémie Villet in A White Dream is fotograferen niet een kwestie van toevoegen, maar van weglaten. Om zo tot de essentie van zijn object te komen, gelijk een studiofotograaf die een te portretteren persoon tegen een witte achtergrond plaatst. Fysiek en mentaal spant de natuurfotograaf zich tot het uiterste in om de natuur zelf in zijn meest maagdelijke gedaante die neutraliserende en tevens versterkende rol van die studio over te laten nemen. Het liefst fotografeert hij dieren met een witte vacht of verenpak in een in witte nevels gehuld sneeuwlandschap, zodat het beeld gedeeltelijk vervaagt in de algehele blankheid, met uitzondering van typerende kenmerken als horens, snavels, ogen en oren.

Het contrast tussen de esthetisch werkende, relatieve eenvoud van Villets foto’s en de extreme moeite die hij zich getroost om het beeld dat hij in zijn dromen koestert daadwerkelijk vast te leggen, zou al voldoende zijn om van A White Dream een betoverende documentaire te maken. Maar als toegevoegde waarde is daar nog het gefilmde verslag van zijn tocht, waarin Mathieu Le Lay op zijn manier de verschillende facetten van het natuurlijke wit etaleert. We zien met sneeuw bedekte verlaten autowegen, hoge silhouetten van witte bergen die bijna op lijken te lossen in de lucht, dwarrelende sneeuwvlokken in de duisternis en een daarvan nauwelijks te onderscheiden sterrenhemel. En natuurlijk Villets witte dieren, die zich echter maar moeilijk laten betrappen. De fotograaf zal nog in de sneeuw moeten bivakkeren bij een temperatuur van min dertig graden Celsius en zelfs weer af moeten dalen om een andere helling te bestijgen, in de hoop dat hij eindelijk zijn gedroomde foto zal kunnen maken.

Into the Ice

Into the Ice

De waarheid van de koude grond
De documentaire Into the Ice van de Deense regisseur en cameraman Lars Henrik Ostenfeld speelt zich voor het overgrote deel af op en zelfs ín de grote ijskap die het vasteland van Groenland bedekt. Door de opwarming van de aarde smelt die kap stukje bij beetje. Dat kan een riskante stijging van de zeespiegel als gevolg hebben, zoals de meest mensen inmiddels wel weten. Maar hoe snel dit proces zich zal voltrekken, is lastiger te bepalen dan vaak wordt aangenomen. Om daar meer inzicht in te krijgen, volgt Ostenfeld drie klimaatwetenschappers, die ieder op hun eigen manier en niet zonder risico’s de ijskap zelf en de verschillende smeltprocessen die zich daarin afspelen onderwerpen aan een nauwkeurig onderzoek. ‘Ground truth’ is de gevleugelde term die de wetenschappers Jason E. Box, Dorthe Dahl-Jensen en Alun Hubbard daarbij graag gebruiken. Satellietbeelden en computermodellen volstaan niet om volledig in kaart te brengen wat zich op en in de traag bewegende grote ijsmassa’s van Groenland afspeelt.

Zo veroorzaakt de klimaatverandering een toename van zowel de regen- als de sneeuwval ter plaatse. Regen beschadigt het ijs en versnelt het smeltproces, terwijl verse sneeuw het ijs juist beschermt tegen de warmte van de zon. Hoe die twee invloeden zich tot elkaar verhouden, kan alleen maar ter plaatse worden onderzocht. Dat is het werk van Jason E. Box, terzijde gestaan door de Japanse wetenschapper Masashi Niwano.

Zich verplaatsend met ski’s en sledes voortrekkend, verrichten Box en Niwano hun eerste onderzoek naar de sneeuwval, dat twaalf dagen in beslag neemt. Een hevige storm die even plotseling opsteekt als uiteindelijk weer gaat liggen, houdt de onderzoekers twee dagen vast in hun tent, die ze met een muur van uitgehakte ijsblokken moeten beschermen tegen de wind.

Dorte Dahl-Jensen is van het drietal de wetenschapper in de meest fundamentele zin des woords. Als hoofd van een groep vakgenoten onderzoekt zij al decennia het ijs op Groenland tot op grote diepten, dat zich soms al duizenden jaren geleden heeft gevormd. Met behulp van luchtbubbels in het samengeperste ijs is het tijdstip waarop een fragment daarvan ooit als sneeuw viel tot op het jaar nauwkeurig te bepalen, zelfs als dat jaar in de laatste IJstijd viel. Klimaatveranderingen en de invloed daarop van menselijk handelen zijn met behulp van de door Dahl-Jensen en haar team geconserveerde ijsstaven nauwkeurig af te lezen.

Mogelijk omdat Dahl-Jensens werk zich hoofdzakelijk in overdekte ruimtes afspeelt, wordt het stokje misschien wat al te snel overgedragen aan de stoere glacioloog Alun Hubbard. Het natuurminnende oog van de kijker annex leunstoelavonturier wil immers ook wat en dan zit je bij de in zogeheten ‘moulins’ (gletsjermolens) afdalende Hubbard wel goed. Gelukkig weet regisseur Ostenfeld zich ook bij het in beeld brengen van Hubbards ijzingwekkende capriolen vast te houden aan zijn missie: het aanschouwelijk over het voetlicht brengen van de verschillende smeltprocessen.

Als er zich namelijk onder de ijsmassa’s door hoge druk samengeperst vloeibaar water bevindt, bevordert dit het glijproces en daarmee het smeltproces van de ijsmassa’s. Om uit te vinden of er van zo’n laag water sprake is, moet je afdalen in een moulin: een door smeltrivieren tot een diepe gat in het ijs uitgeholde gletsjerspleet. Hubbard, een man met een zekere doodsverachting, is zo iemand die dat aandurft. Hubbard en zijn expeditieleider Claus Kongsgaard dalen af in de naar blijkt 175 meter diepe verticale ijsgrot. Regisseur en cameraman Ostenfeld mag ter verkenning ook een stukje mee, maar draagt voor de diepste afdaling zijn camera meer opgelucht dan met spijt over aan Kongsfeld. Dat levert adembenemende beelden op van ijspegels en ijssculpturen die aan lichtblauwe, reusachtige bloemkolen doen denken in een eindeloze, blauwachtige diepte. Een LSD-trip, zoals Hubbard het noemt. Hubbard en Kongsgaard landen tenslotte op een opmerkelijk recht en regelmatig sneeuwoppervlak, dat wijst op een bevroren wateroppervlak daaronder. Boringen moeten uit gaan wijzen of zich daar weer onder vloeibaar water bevindt.

Er zijn van die natuurdocumentaires waarin een vleugje wetenschap er met de haren is bijgesleept. In andere wordt ál te veel uitgelegd en te weinig getoond, met verveling bij de kijker als gevolg. Into the Ice slaagt erin een fraai midden te vinden. De documentaire is leerzaam en oogverblindend tegelijkertijd. Maar ook verontrustend.

Big North

Big North

Een rusteloze kluizenaar
In de literaire roaddocumentaire Big North (Sogni di Grande Nord, regie Dario Acacella, 2020) keren we terug naar het hoge noorden van Amerika. De Italiaanse schrijver Paolo Cognetti treedt in gezelschap van de tekenaar en schilder Nicola Magrin in de voetsporen van zijn literaire helden Raymond Carver, Ernest Hemingway, Henry Melville, Henry Thoreau, Jack London en last but not least Chris McCandless, een zowel verguisde als verafgode avonturier die op 24-jarige leeftijd uitgehongerd stierf in een in de wildernis geparkeerde autobus in Alaska. Na een onstuimige ontdekkingsreis van twee jaar door de Verenigde Staten welteverstaan.

Cognetti zelf is een man die gevangen zit in een relatief comfortabele vicieuze cirkel. De uit Milaan afkomstige schrijver voelde zich op zijn dertigste een onbeminde en onbegrepen loser en besloot zich terug te trekken in een hut in de Italiaanse Alpen. Van daaruit schreef hij zijn gelauwerde ‘De acht bergen’. Een debuutroman met autobiografische inslag, die onder andere verhaalt van zijn intense liefde voor de bergwereld en zijn ambivalente gevoelens voor zijn natuurminnende, maar afstandelijke vader. Hierna volgden andere succesvolle romans. Het gaat de inmiddels middelbare Cognetti dus goed, zou je zeggen. Maar hoe zit het met het levensgevoel waar zijn succes op gebaseerd is? Opnieuw eist hij van zichzelf dat hij het onzekere pad gaat afleggen tussen een verlangen naar vrijheid en ongebondenheid aan de ene kant en een behoefte aan liefde en één zijn met de aarde aan de andere kant.

Dus buigt hij zich thuis samen met zijn vriend Nicola Magrin over de kaarten van de Noord-Amerikaanse bestemmingen. Ze pakken tenslotte het vliegtuig en landen aan de Noord-Amerikaanse westkust. Het eerst reisdoel is Port Angeles, in de Amerikaanse staat Washington, waar Raymond Carver ligt begraven op een begraafplaats met uitzicht op zee. Cognetti leest met instemming diens als grafschrift dienende gedicht: ‘Ánd did you get what you wanted from this life, even so? I did. And what did you want? To call myself beloved. To feel myself beloved on the earth.’

Als de twee later in de buurt van het Canadese Port Hardy aan een meer zitten, memoreert Cognetti dat Ernest Hemingway, oorspronkelijk een jongen uit de grote stad, de vaardigheden om te overleven in de natuur had geleerd van zijn vader. Evenals hijzelf. Alle schrijvers die hij bewondert waren tevens vissers, bedenkt hij zich weer later. Misschien is schrijven als vissen: turen in een mysterieuze diepte als die van een meer, eindeloos wachten, tot je uiteindelijk het verhaal dat je zoekt als een vis naar boven kunt halen.

Ondanks het natuurschoon van bossen, meren, bergen, gletsjers en wilde rivieren en ondanks alle schrijvers en andere personages die de revue passeren, krijgt Big North niet in de laatste plaats vorm als een document over Cognetti zelf. Van storende egotripperij is echter geen sprake. Zijn vaak prikkelende, door de natuur geïnspireerde beschouwingen en zijn zachtmoedigheid in de omgang met anderen doen het bijna vanzelfsprekend lijken dat we uiteindelijk allemaal op zoek zijn naar onszelf en slechts aansluiting proberen te vinden bij diegenen die ons op die zoektocht voor kunnen gaan.

Fedchenko, the forgotten glacier

Fedchenko, the forgotten glacier

Verscholen waterreservoir
In Fedchenko, the forgotten glacier (Christophe Raylat, 2022) opnieuw immense, al dan niet smeltende ijsmassa’s. Dit keer niet in het hoge noorden, maar in Centraal Azië. Cédric Gras en Matthieu Tordeur volgen in deze documentaire in omgekeerde richting het ijs- en waterspoor van de Fedchenko-gletsjer in het Pamirgebergte, ondanks zijn geringe naamsbekendheid de langste niet polaire gletsjer ter wereld. Te beginnen bij het sinds de jaren tachtig van de vorige eeuw goeddeels droog liggende Aralmeer, 2.000 kilometer verder westwaarts in Oezbekistan. De tocht van Gras en Tordeur demonstreert onder andere het belang van de gletsjer als waterbron voor de omliggende landen in Centraal Azië, met hun vaak woestijnachtige klimaat.

Van het met dijken versterkte nog overgebleven deel van het Aralmeer in Kazachstan, waarvan het water zo zout is dat je er min of meer bovenop blijft drijven, vervolgen de twee hun weg langs de Amu Daryarivier en passeren de ooit op de zijderoute gelegen en om zijn Islamitische architectuur fameuze stad Khiva. Water is daar in overvloed. Maar niemand lijkt zich af te vragen waar het vandaan komt. Niet uit de lucht, maar uiteindelijk van die verre verborgen gletsjer.

Voor wat betreft het schouwspel dat hij biedt, kan de uiteindelijk bereikte, tussen meer dan zevenduizend meter hoge bergtoppen gelegen gletsjer de vergelijking met de ijskappen van Groenland en Antarctica doorstaan. Van een zorgwekkende krimp van de Fedchenko en de vele omliggende gletsjers onder invloed van de klimaatverandering is nog geen sprake. Maar dat is een kwestie van tijd. Overstromingen in eerste instantie en vervolgens droogte liggen dan van West-Oezbekistan tot in China op de loer.

Ook Fedchenko, the forgotten glacier biedt veel fraaie natuurbeelden en met de expeditie waarvan verslag wordt gedaan, is zeker niets mis. Voor de door de hiervoor beschreven drie documentaires verwende kijker ontbreekt echter het element verrassing een beetje. De verhalen over de vermoeienissen tijdens de tocht en de gesprekken met de dragers onderscheiden zich te weinig van die in tal van vergelijkbare documentaires. Letterlijk hoogtepunt vormt niettemin het bezoek aan het voormalige Sovjet-weerstation Gorbunov bovenop de gletsjer. Het station werd in 1933 gebouwd en in 1991 na de val van de Sovjet-Unie van de ene op de andere dag verlaten. Hoe daar sindsdien de tijd heeft stilgestaan, is ontegenzeggelijk opmerkelijk.

In het tweede deel van onze voorbeschouwing (lees hier) van het DMFF drie films waarin bergbeklimmingen, rotsbeklimmingen en andere beklimmingen centraal staan. Gesitueerd in Iran, Zwitserland, Tsjechië en zelfs op de Olympische Spelen van Tokyo. Daarnaast aandacht voor een opmerkelijk portret van een zwarte alpenkoe met een sterke persoonlijkheid. Voorts een overzicht van alle films op het festival en de overige activiteiten aldaar.

 

26 oktober 2022

 


MEER FILMFESTIVAL

Imagine 2022 – Deel 4: Horror

Imagine 2022 – Deel 4: Horror
Wraakzuchtige oudjes & livestreamen met geesten

door Bob van der Sterre

Natuurlijk, Imagine is horror. Maar er is horror in veel soorten en maten: zachte horror, grove horror, stijlvolle horror, grappige horror. De creatieve horror blijft op Imagine het meeste hangen.

Horror is in de mode. Vorig jaar was horror volgens deze bron na actie en avontuur het meest populaire genre. Het had in 2021 het hoogste percentage van het totaal ooit. (Dit gaat alleen over Amerikaanse films.)

Het genre bestaat nog steeds veelal uit trucs en dat appelleert vermoedelijk aan veel filmmakers. Het evolueert net zo goed als andere genres. Lees wat we er vorig jaar over schreven.

De films doen het vaak goed in het neerzetten van een idee, minder in wat ze ermee willen vertellen. Het griezelidee domineert het verhaal. Hoewel het naar mijn idee beter andersom zou kunnen zijn, dat maakt het vaak nog veel enger.

Horrorfilms maken steevast gebruik van griezelige huizen. Dat zorgt ervoor dat je beter je horrortrucs kunt inzetten. De enige horrorfilm die daar helemaal niet aan deed tijdens deze Imagine, was de film van de 80-jarige veteraan Dario Argento.

 

Viejos

Viejos – Het is warm, pas op de oudjes
Het is heet en het wordt alleen maar heter, in de veertig graden. De oma van Naia springt van het balkon. In plaats van te rouwen, doet opa raar. Als de vader en stiefmoeder van Naia hem in huis nemen, zegt hij: ‘Ik ga jullie vermoorden.’ Zo gek als een deur, oordeelt stiefmoeder Lena, en ze wil hem laten opnemen.

Zeker geen slechte film, Viejos. Het is een soort horrorniche: een bepaalde groep is creepy en neemt wraak op (meestal) volwassenen. Who can kill a child? is een voorbeeld waarbij kinderen dat doen. Ook Spaans trouwens.

De film zit goed in elkaar. Het tempo is rustig, de setting mooi (Madrid tijdens een hittegolf), de acteurs zijn niet ergerlijk. Er is suspense op de goede manier. Dat komt ook door de cinematografie, die me positief opviel. Goede cinematografie maakt alles interessanter. Daarnaast weet je dat de oudjes weird zijn, maar wat zit erachter? Of je erachter komt in deze film laat ik even in het midden.

Een paar dingen storen wel. De onnodige jump scares (geen hete thee in je handen houden dus) en de muziek. Sinds een tijd is het een trend om spannende filmmuziek te maken met het geluid alsof een orkest aan het inspelen is. Dat hoor je hier wel erg veel.

Daarnaast mis je vaak bij zulke films een soort filosofische laag waar het idee functioneel voor is. De film biedt niet veel meer dan het idee zelf. Dat is hier ook zo. Natuurlijk kun je er wel kritiek in lezen, bijvoorbeeld hoe wij met ouderen omgaan, maar dat is dan vrij simpel als je het mij vraagt.

Lees hier waar en wanneer deze film draait.

 

The Eyes Below

The Eyes Below – Als je nachtmerries levend worden
Journalist Eugène gaat een onthullend stuk publiceren. Met stress gaat hij de nacht in. En wat een nacht… Een terrornacht.

Hij zit vast in bed, maakt tochten door zijn eigen lakens, stoeit met een zwart olieachtig wezen, grijpt (tevergeefs) naar zijn mobiel. Hij krijgt slechts hulp door wat vage verwijzingen in boeken.

Vorig jaar zag ik La Femme aux chaussures Léopard op Imagine. Vijf minuten van deze film en je weet dat je met dezelfde maker te maken hebt: Alexis Bruchon. Dat is een goed teken. Hij heeft een eigen, herkenbare stijl met ontzettend veel creativiteit en interessante beeldideeën. Als ik al horror kijk, dan graag zo.

Daarmee maakt hij een originele film over een voor velen herkenbaar gegeven: panisch van de angst in je bed zitten, compleet bevroren van angst voor een duister wezen. Dat gevoel weten hij en zijn team geweldig over te brengen, zelfs met de beperkte middelen die ze ongetwijfeld hadden. Het is soms zo griezelig dat deze film wel een waarschuwing zou mogen hebben voor mensen die hier echt last van hebben… Want een nachtmerrie beleven is een poeslief ding vergeleken met ‘terrors’. Lees over de serieuze kant van het verhaal.

Net als La Femme aux chaussures Léopard is de film niet foutloos. Waarbij die film last had van een wat te ingewikkeld gegeven, is deze film simpelweg te lang voor het idee. Ook al is het maar 1 uur en 17 minuten, het wordt op een gegeven moment te herhalend. Een half uur minder en de film was misschien wel briljant geweest. Voor filmfans zijn de verwijzingen naar Cluny Brown nog wel grappig (de poster, de naam Boyer).

Lees hier waar en wanneer deze film draait.

 

Deadstream

Deadstream – Livestreamen in een huis vol geesten, wat kan er misgaan?
Shawn is een livestreamer die met pranks geld verdiende op YouTube. Hij ging iets te ver, werd gebanned, maakte een excuusvideo en is nu weer up en running met livestreams.

Zijn volgende project: een livestream van een bezoek aan een haunted mansion. Het is het huis waar de geest van de gestorven Mildred rondwaart. Hij moet er voor zijn publiek (en sponsors) een nacht doorbrengen.

Als een echte livestreamer hangt hij alle kamers camera’s op, inclusief een safe room met veel licht. Hij houd met camera’s alles in de gaten, checkt aldoor de chat. Afgezien van een paar rare geluiden, gebeurt er niets. Totdat ineens Chrissy – een enorme fan – in de kamer staat. Vanaf dat moment… wel… ik zal niets verklappen. Maar het is enerverend.

Iedere Imagine is er wel een film die je totaal verrast. Deze film van Joseph en Vanessa Winter (zowel script als regie als hoofdrol voor Joseph) combineert met eenvoudige middelen knap een parodie van een livestream à la Twitch met een echte horrorfilm. Dat levert een soort grappige The Blair Witch Project op. Het ene moment houd je een dekentje voor je ogen, het andere moment moet je schateren. Het tempo van de film is ook heel hoog.

De parodie op prankers op YouTube en livestreamers is vooral vermakelijk. Zoals het constante gegil van Shawn die bij het minste geringste wegrent; zijn reacties op comments uit de chat; de sluikreclame; de adviezen van ‘het internet’. In wat voor benauwde situatie hij ook zit, hij vindt toch telkens tijd om de comments van zijn fans te bespreken. Het wordt natuurlijk flink over de top – en het einde had beter gekund én Joseph speelt het allemaal net een slag té grappig – maar de amusementswaarde is hoog.

Deadstream – ongetwijfeld voor een appel en een ei gemaakt – laat zien dat grote budgetten toch altijd ondergeschikt zijn aan een sterk script.

Lees hier waar en wanneer deze film draait.

 

Megalomaniac

Megalomaniac – Kinderen van een seriemoordenaar
Martha en Felix wonen in een oud huis. Ze zijn de kinderen van ‘de slager van Bergen’. Een mysterieuze moordenaar in de jaren negentig die nooit werd gepakt. Felix neemt het slagersambacht over van zijn vader. Terwijl Martha door aanrandingen van mannen op haar werk steeds minder in de realiteit staat.

Op een dag neemt Felix een van zijn prooien mee naar huis. Martha voelt een band met het slachtoffer, op wie zij haar eigen frustratie kan botvieren. ‘Mijn kleine poesje.’ Het wordt erger als Martha zwanger blijkt te zijn van een van de aanrandingen.

Megalomaniac heeft in het begin veel potentie. Veel intuïtieve, stijlvolle beelden. De vliegende slager; hoe Martha zichzelf ziet; creepy figuren in het zwart. De film blinkt uit in korte momenten met verrassende, griezelige cinematografie. Tel er een prachtig interieur bij op en goed acteerwerk (Eline Schumacher als Martha).

Alleen is de film van Karim Ouelhaj (zijn vierde) afgezien van stijlvol ook wel erg zwaar en traag. Martha heeft wat te weinig reliëf om zo lang te blijven boeien als hoofdpersoon. Daarnaast zijn er geen lichtpuntjes. Wat het verhaal nog wilde uitdrukken, vloog ook over me heen. Er zat denk ik een knaller van een mysterieuze horrorfilm van een klein uur in deze film verborgen.

Lees hier waar en wanneer deze film draait.

 

Dark Glasses

Dark Glasses – Donkere glazen helpen je niet tegen seriemoordenaars
Een eclips. Een prostituee. Ze wordt op de dag van de eclips in haar auto aangevallen door een kerel in een wit bestelbusje, rijdt andere mensen aan, verongelukt, raakt blind.

Het overlevende kind van het ongeluk, een tienjarig Chinees jongetje genaamd Chin, komt bij haar wonen. Ze moeten vluchten voor een maniakale moordenaar die het om een of andere reden op haar gemunt heeft.

Wat kun je verwachten van een intussen tachtigjarige Dario Argento? Toch op zijn minst een mooie prostituee die blind wordt en op stap gaat met een tienjarige Chinees jongetje. En scènes op het Italiaanse platteland in het pikkedonker. En een paar moorden met net iets te veel smerige details.

Het was ook wel naïef om te verwachten maar Dark Glasses heeft niet dezelfde sfeer als klassiekers als Profondo Rosso, Tenebrae en Suspiria, horrorfilms die met extreem stilisme de filmwereld veroverden. Dit oogt een stuk lomper en dat zit hem vooral in een verhaal waar weinig moeite in is gestopt en de inspiratieloze bad guy.

Aan de andere kant is de vriendschap tussen Chin en Adriana (een Chinees weeskind én een blinde prostituee) wel iets voor Argento. Een aardig contragewicht tegen de brute seriemoordenaar. Er zitten meer Argento-herkenbaarheden in. De protagoniste; de combinatie van uiteenlopende karakters; het humane versus het duivelse; de kansloze detectives; en natuurlijk de extreme uitvergrotingen van geweld.

Ongetwijfeld worden filmbezoekers tijdens Imagine wild van de dingen die in de jaren 70 al grappig waren: het gebruik van effecten van poppen in plaats van CGI, het nepbloed en het soms oersimpele acteerwerk. Dat hoort erbij.

Lees hier waar en wanneer deze film draait.

 

What Killed Timmy Benson

Shorts: Hudlos / Under the Ice / What Killed Timmy Benson
Hudlos is een Korte Deense film van een klein kwartier, die vertelt over Jonas die bij zijn nieuwe vriendinnetje op bezoek komt. Hij loopt de verkeerde kamer in en daar zit haar vader. ‘Hallo!’ Vader reageert niet. Blijkt dood. Opgezet.

‘We hebben een gekke familie’, zegt ze.

Je kunt al raden wat je aantreft in de badkuip. De film is wat grappiger dan de meeste horrorfilms maar heeft geen meer inspiratie over om de film te eindigen met een aardig plot. De meeste films zijn te lang, deze is iets te kort.

De Spaans-Andorraanse productie Under the Ice is minder grappig maar slaagt wel redelijk in het klassieke griezelwerk.

Vader van jongetje verdrinkt maar keert terug in hun huishouden. Wat is de rol van het jongetje? Inclusief bliksemschichten en een elegant plot. Mooi gemaakt.

Meer ijs en een jongetje in What Killed Tommy Benson (zie: foto). Horroranimatie, dat is misschien (ik ben geen kenner) wel iets nieuws. Jongetje wordt gevolgd door monster dat uit spiegel kruipt.

De Nederlandse korte film van Nick Cremers is een mooi persoonlijk werk. (Er is overigens niets Nederlands aan – als je mij had gezegd dat het Zweeds was, had ik het ook wel geloofd.) Enige is dat de film voor kinderen lijkt (animatie, kinderen als hoofdpersonen) maar het lijkt mij toch echt wat te griezelig voor jonge kinderen.

 

26 oktober 2022

 

Imagine 2022 – Deel 1: Suspense
Imagine 2022 – Deel 2: Sciencefiction
Imagine 2022 – Deel 3: Familie
Imagine 2022 – Deel 5: Luchtig
Imagine 2022 – Deel 6: Mysterieuze films

 


MEER FILMFESTIVAL

Imagine 2022 – Deel 3: Familie

Imagine 2022 – Deel 3: Familie
Overbezorgde moeders

door Cor Oliemeulen

Je kunt je afvragen welke heikele familiekwesties ten grondslag liggen aan de motivatie om horrorfilms over moeders te maken. Sommige filmmakers tonen nog enige compassie, anderen zijn meedogenloos. 

 

Huesera

Huesera – Krakende botten
Haar man Raúl lijkt gelukkiger dan Valeria (prima rol Natalia Solián) wanneer ze dan eindelijk in verwachting is van hun eerste kind. Valeria’s onbestemde gevoel begint als zij ’s avonds laat tegenover hun appartement iemand van het balkon ziet springen. Vol afschuw roept zij Raúl, maar als hij komt kijken is het slachtoffer verdwenen. Valeria stopt met haar werk als meubelreparateur en prepareert de babykamer (Let op met die zaagmachine!). Ze slaapt slecht, hoort ’s nachts angstaanjagende geluiden en ziet schimmige figuren snel wegschieten. Van haar familie hoeft ze niet veel steun te verwachten. De dokter wijt haar angsten aan zwangerschapsspanning. Als op een dag het zelfgemaakte babyledikantje in de fik staat (volgens Raúl omdat Valeria stiekem had staan te roken), komen er kalmeringspillen aan te pas.

Het naderende moederschap is een dankbaar, maar redelijk afgezaagd thema voor horror. Met Rosemary’s Baby (1968) van Roman Polanski was het meeste al gezegd. Desalniettemin verrast de Mexicaanse Michelle Garza Cervera met haar speelfilmdebuut. In plaats van gruwelijke schrikbeelden die de kijker de stuipen op het lijf moeten jagen, zien we vage reflecties in spiegels en op glimmende oppervlaktes: Valeria’s innerlijke tweestrijd. Verder is de geluidsband kraakhelder, van de knakkende vingers van Valeria tot en met wezenloze wezens met krakende botten tijdens een zwart magisch ritueel dat de kersverse moeder zal ondergaan. Huesera laat zien dat het moederschap niet is geschikt voor sommige vrouwen. Zwangere vrouwen kunnen beter een andere film gaan kijken.

Lees hier waar en wanneer deze film draait.

 

Family Dinner

Family Dinner – Vasten tot Pasen
In deze eerste speelfilm van Oostenrijker Peter Hengl had moeder Claudia ook beter geen kind kunnen krijgen. Haar tienerzoon Filipp is uitgegroeid tot een verwend ettertje. Zij pampert hem, checkt elke avond zijn mobiel en ontneemt hem zijn vrijheid. Als gezondheidsgoeroe heeft Claudia succesvolle boeken geschreven, maar ook esoterie geniet haar fascinatie. Haar huidige levenspartner Stefan is een op wild jagende fitnessfanaat, die het liefst van Filipp een ‘echte vent’ wil maken. Vanaf het moment dat Claudia’s corpulente nichtje Simi (Nina Katlein) in hun afgelegen woning de paasvakantie komt doorbrengen, ontvouwt zich een verhaal waarin Filipp steeds recalcitranter wordt en vastbesloten is zich aan de verstikkende bemoeienis van zijn moeder te onttrekken.

Claudia wil Simi wel helpen met haar overgewicht: gewoon de hele week tot aan paaszondag niets eten; eerst detoxen, de rest volgt vanzelf. Terwijl Filipp de meest uitgebreide maaltijden krijgt voorgeschoteld, begint Simi’s maag steeds heftiger te knorren. Ook Claudia en Stefan lijken te vasten. Ondertussen maken neef en nicht voorzichtig contact. Filipp is ervan overtuigd dat Claudia en Stefan hem iets ergs aan willen doen. Ook Simi begint argwanend te worden.

Met weinig middelen en verrassingen telt Family Dinner langzaam de dagen af naar het paasdiner. Het slachten en villen van een paaskonijn op Witte Donderdag en Claudia’s klap in Filipps gezicht op Goede Vrijdag vormen de opmaat voor de onvermijdelijke horror die komen gaat. Wat gebeurt er met die houten wigwam waarin Filipp zich af en toe verstopt? Wat gebeurt er tijdens het familiediner? Tja, die climax zag je al van mijlenver aankomen. Gelukkig bestaat er zoiets als wraak waaraan de kijker zich kan laven. 

Lees hier waar en wanneer deze film draait.

 

La Piedad

La Piedad – Krankzinnige kitsch
Ook moeder Libertad (Ángela Molina) heeft haar tienerzoon Mateo (Manel Llunel) geïsoleerd van de buitenwereld. Ze wonen in een groot, roze huis met zwart-marmeren pilaren. Sinds Mateo’s vader na de geboorte vertrok, heeft Libertad hun zoon alle vrijheid en eigen initiatief ontnomen, omdat ze bang is hem te verliezen. Libertad stopt Mateo nog in bad en als zij zijn nagels knipt, knipt zij een topje van zijn teen af zodat zij weer voor hem kan zorgen. En als Mateo zijn moeder nodig heeft, trekt hij de wond open. Ze slapen niet alleen bij elkaar in bed, maar doen eigenlijk alles samen, zoals eten, en kotsen. Wanneer Mateo een hersentumor heeft, denkt Libertad dat ook zij kanker heeft en zou zij het liefst ook zelf geopereerd willen worden. Dan maar samen aan de chemotherapie.

Vijf jaar na zijn speelfilmdebuut verrast en schokt Eduardo Casanova met La Piedad opnieuw het Imagine Film Festival. Pieles was een tragikomische beproeving waarin bizarre, afstotelijke en smakeloze personages het hart van de toeschouwer proberen te winnen. De maffe karakters en verwikkelingen deden denken aan ‘pope of trash’ John Waters, de pastelkleuren en gestileerde kaders aan het werk van Wes Anderson. Ook het productiedesign in La Piedad staat volledig ten dienste van het krankzinnige plot. De excentrieke Spaanse filmmaker (in eigen land bekender als acteur) heeft een voorkeur voor sets waarin de personages zich nietig voelen, alsof ze worden bestuurd door een almachtige stem.

Casanova weet begrippen als ‘bevalling’ en ‘piëta’ (een meelijwekkende voorstelling waarin de heilige maagd treurt om haar dode zoon op haar schoot) een nieuwe dimensie te geven. Als je door de verontrustende beelden en situaties heen kijkt, ontdek je een intelligente uiteenzetting over dictatoriaal gedrag en onderdrukking.

Lees hier waar en wanneer deze film draait.

 

25 oktober 2022

 

Imagine 2022 – Deel 1: Suspense
Imagine 2022 – Deel 2: Sciencefiction
Imagine 2022 – Deel 4: Horror
Imagine 2022 – Deel 5: Luchtig
Imagine 2022 – Deel 6: Mysterieuze films

 


MEER FILMFESTIVAL

Imagine 2022 – Deel 2: Sciencefiction

Imagine 2022 – Deel 2: Sciencefiction
Biohacken & Monsters tegen bodemprijzen

door Bob van der Sterre

Wie houdt er niet van SF? Het is onze gedroomde toekomst. Op Imagine valt er weer voldoende tijd te reizen, al lijkt het aanbod iets schaarser dan andere jaren.

Sciencefiction evolueert, we schreven er vorig jaar al over. Ook dit jaar zet de trend zich voort. De SF is op Imagine van alle markten thuis.

Zou de SF van nu realistischer over de toekomst denken dan een film als Metropolis deed in 1927? De tijd zal het uitwijzen. De rode draad is in elk geval dat het ontzettend moeilijk is om in films de toekomst te voorspellen.

Het valt op dat de shorts hier vooral in uitblinken. De featurefilms not so much. Is de sciencefiction echt wat minder in de mode? Zijn we de toekomst beu geraakt omdat ons heden al zo maf is? Of is de strijd met series als The Expanse opgegeven?

 

Escape to the Silver Globe

Escape to the Silver Globe – Hoe je een SF-meesterwerk ruïneert
Andrzej Zuwalski. Ik ken hem vooral van Possession. Geboren regisseur, begon als assistent van Wajda. Zijn zoon: ‘Als je meeging met zijn ideeën was alles prima. Als je eigen ideeën had, was het meteen over.’ Een collega: ‘Als je een auto wilde, kon je aan hem vragen: Andrzej, welke auto moet ik kopen? En hij zou het je dan wel vertellen.’

Zo’n ietwat wereldvreemd en overcontrolerend persoon is wel wat een grote filmproductie nodig heeft. Want hij heeft antwoorden op alle vragen. In 1977 had Zuwalski al wat films gemaakt maar zijn magmum opus moest de sciencefictionproductie On the Silver Globe worden. Denk aan Star Wars maar met fantasierijkere outfits, vreemdere decors, meer filosofie, poëzie en mysterie. Het type film dat jaren later wordt bestempeld als ‘meesterwerk’.

Natuurlijk was het vrij duur voor Poolse begrippen maar toch was iedereen verrast dat een bureaucraat die carrière wilde maken de stekker eruit trok. Nota bene toen al ruim 70% van de film klaar was. Zuwalski was een relatieve buitenstaander in de Poolse cinema (had in Frankrijk gestudeerd) en kende geen bescherming.

Een sciencefiction-meesterwerk-in-wording werd hierdoor geruïneerd. De betrokkenen vertellen in deze docu hoe dat toen ging. De film werd later wel afgemaakt en in 1988 vertoond, en in 2016 nog eens digitaal gerestaureerd. Het verlies van het momentum bedierf een echte afsluiting.

Zuwalski maakte nog carrière in Frankrijk (waar hij gedwongen heen moest) maar On the Silver Globe bleef altijd voor hem een pijnlijk hoekje van de cinema – en voor de liefhebber natuurlijk ook. Een voorbeeld hoe simpele bureaucraten cultuur kunnen verknallen. De film van ruim 2,5 uur kun je zien op Archive.org.

Lees hier waar en wanneer deze film draait.

 

Vesper

Vesper – Biohacken voor een goed doel
In Vesper zien we hoe de arme 13-jarige Vesper probeert te overleven in een postapocalyptische wereld, waarbij de macht ligt bij de supersteenrijken in hun Citadels. Zij wil niet bij groep armen onder de straffe hand van Jonas leven en verkiest bewoning in een klein huisje met haar vader. Hij ligt op bed maar zijn geest communiceert via een drone.

Vesper doet veel experimenten met planten en gaat superzaden kweken. Oftewel: biohacken. Misschien kunnen die zaden de wereld vooruit helpen. Ze wordt alleen afgeleid door nogal wat gebeurtenissen. Zoals de irritante Jonas. Of het rijke meisje uit de Citadels (neergestort in een minivliegtuigje). Jagers die haar zoeken.

Vesper pakt de SF-film niet aan met een strak script. Zo komt de elite in hun citadellen nauwelijks in het script voor. Je krijgt een sfeervolle ‘trip’ in een SF-wereld, die af en toe wordt onderbroken door spanning en actie.

De setting is boeiend en dat is wat liefhebbers hiervan zoeken, maar voor mij is de film té traag en te dramatisch om bij te blijven. Ik ben zelf ook een beetje allergisch voor zulke overdadig serieuze fantasierijke verhalen, maar ik respecteer de poging van de makers, Kristina Buozyte en Bruno Samper.

Lees hier waar en wanneer deze film draait.

 

Shin Ultraman

Shin Ultraman – Monsters tegen bodemprijzen
Monsters komen ineens overal in Japan aan de oppervlakte. Geen nood, daar is Ultraman! Een mensachtige alien die energiestralen kan schieten, vliegen en zo groot is als een gebouw.

Leden van het buitenaardse wezen commandoteam SSSP hebben het maar druk met de monsters. Ze zijn ervan overtuigd dat Ultraman hen wil helpen. Plotseling maakt hij een stuk stad kapot. Dat blijkt Zarab te zijn, een alien die de aarde wil domineren en Ultraman opgesloten heeft. Na zijn aftocht is Ultraman er nog niet vanaf: dan komen Mefilas en Zoffy nog langs. Ultraman houdt van de mensheid en wil hun bestaan verdedigen (waarom precies wordt niet duidelijk).

Ultraman was een Japanse serie uit de jaren zestig. Uiteraard knullig gemaakt met allerlei goedkope effecten. Dat verklaart waarom de pakken, gevechten en monsters er hier ook zo uitzien. De film blijft trouw bij ‘het hart’ van Ultraman – en dat is mooi – maar tegelijk is dit verhaal ook wel wat te episodisch om echt goed te werken. Het zijn als vier korte serie-afleveringen achter elkaar geplakt. Je mist karakterontwikkeling voor een echte speelfilm.

Twee dingen vond ik wel erg genietbaar: de monsters (ook geïnspireerd op de tv-serie, kijk hier maar) en het gesprekje over de toekomst van de planeet tussen Mefilas en Ultraman op schommels. Ook aardig is hoe de politiek hier wordt afgeschilderd: pragmatici die er een uiterst kortetermijnvisie op nahouden.

Al met al is het script te rommelig en charmeloos om echt te overtuigen. Je kunt misschien beter de oude serie nog eens bekijken. Van dezelfde schrijver en regisseur (Hideaki Anno/Shinji Higuchi) als Shin Godzilla uit 2016.

Lees hier waar en wanneer deze film draait.

 

New Babylon

Shorts: The Following Year / Time Tourists / New Babylon
In de korte Spaanse (wel Engelstalige) film The Following Year van Miguel Campa kijken we naar de gevolgen van een uitvinding van de nabije toekomst. Je kunt een overleden mens bestellen en tot leven wekken. Letterlijk Lazarus op commerciële basis dus.

Jim doet dat bij Julia. Alleen merkt Julia via subtiele boodschappen dat dit niet de eerste keer is dat Jim haar besteld heeft. En dat zijn doelen misschien niet zo nobel zijn.

Een van de betere korte films van deze Imagine, deze Spaanse productie. Eentje met kop, staart en een verhaal. Ik heb zelfs flashbacks naar Memento, een van de betere (wat mij betreft) Christopher Nolan-films. Zelf vind ik plots nogal overschat, maar hier werkt het wel goed.

Verder zijn de acteurs (Rachel Keller en Kieran O’Brien) wel twee om in de gaten te houden: ik zie ze makkelijk meespelen in duurdere producties. Film past in de stijl van Engelstalige indie SF-films in de nabije toekomst, zoals Lapsis en Creative Control.

Time Tourists past ook bij die indie SF-stijl. In de toekomst kun je als toerist reizen naar andere tijden. Leuk om even vogels te checken als je die nog nooit hebt gezien. Een man en een vrouw ontmoeten elkaar tijdens hun trip en trekken samen op. ‘Waarom een enkele reis?’ ‘Een retour was te duur.’ Deze Nieuws-Zeelandse dramady is simpel en effectief; precies wat een kort verhaal moet doen.

Tot slot kijken we in New Babylon (zie: foto) naar een cyclische stad die ronddraait in verschillende lagen. Diverse inwoners raken er zelf ook van door de war, vooral de Audi-bezitter die ineens zijn auto kwijt is.

Deze Nederlandse film van Gideon van der Stelt (regie, script) en Jorne Tielemans (cinematografie) is een soort SF-Roy Andersson. Een prachtige productie die je gerust een tweede keer kunt bekijken. De cyclische, klokachtige stad vormgeven is een ding. De locaties binnen de stad passen er ook ontzettend goed bij (zoals het lege gebouw, het café, de woonkamer, de metro). En dan zijn er nog de effecten met de bewegende stad. De zwevende Audi is dan goed bruikbaar als humoristisch breekijzer.

Technisch erg sterk, kritiek heb ik op het menselijke stukje van de film. De acteurs verdrinken een beetje binnen het visuele geweld. Ook jammer dat ze niet gewoon Nederlands spreken maar misschien was dat opzettelijk.

 

24 oktober 2022

 

Imagine 2022 – Deel 1: Suspense
Imagine 2002 – Deel 3: Familie
Imagine 2022 – Deel 4: Horror
Imagine 2022 – Deel 5: Luchtig
Imagine 2022 – Deel 6: Mysterieuze films

 


MEER FILMFESTIVAL

Imagine 2022 – Deel 1: Suspense

Imagine 2022 – Deel 1: Suspense
Spannend toiletdrama & paranoia op het platteland

door Bob van der Sterre

De suspensefilm, die zoveel spanning biedt dat je vergeet dat je een film zit te kijken. Omdat het plot zo belangrijk is, is het zelden echt de moeite waard om een tweede keer te kijken (tenzij Hitchcock, Welles of Clouzot de film maakte). Tegelijk is hij niet weg te denken als genre.

Een goede suspense vereist een bijna niet meer bestaand geduld om je verhaallijnen goed uit te werken. Details, plotwendingen, tempo, spanning, gegriezel: er komt echt meer bij kijken dan je denkt op basis van bijvoorbeeld de zoveelste literaire thriller.

Moderne suspenseregisseurs zijn vaak schatplichtig aan de oude meesters. Ze proberen ook wel nieuwe technieken en stijlen. Mobieltjes, wifiverbindingen, USB-sticks zijn de nieuwe spionagefoto’s, doka’s en koffers met dubbele lagen. En daarnaast is sfeer toch ook wel weer heel belangrijk geworden.

Imagine laat dit jaar veel variaties in dit genre zien en het niveau is wisselend.

Los Minutos Negros

Los Minutos Negros – Geen hoop meer
Hoofdpersoon Rangel is zo’n zeldzame, niet-corrupte agent – muzikant in vrije tijd – die graag een seriemoordenaar wil oppakken. Ook al blijkt ie familie van een hoge pief. Hij houdt van gerechtigheid. Hij neemt ‘pothead’ en nog wat anderen mee op pad. Aanvankelijk nog leuk en gezellig maar het wordt steeds gevaarlijker, corrupter en cynischer.

Los Minutos Negros begint veelbelovend met goed acteerwerk, een mooie setting (jaren zeventig), een sfeervolle cinematografie. Rangel en de journaliste zijn een interessant duo om te volgen. Je bent nieuwsgierig waar het heengaat.

Ergens halverwege wordt het lastig kijken. Het verhaal blijft ondanks de mooie aankleding toch te gewoon: de goede, oprechte detective neemt het op tegen z’n corrupte collega’s. Daarnaast is het enorm cynisch. Mexicaanse films en series over misdaad zijn zo negatief als misdaad zelf. Neem Miss Bala, Narcos Mexico of het gitzwarte Nuevo Orden van vorig jaar. Er is geen hoop voor de kijker. Dan zal men zeggen: zo is misdaad, en dat snap ik ook wel, maar de vraag blijft of je dat dan ook wilt zien. Ik heb er in elk geval moeite mee.

Er waren best wat kansen om het een andere kant op te sturen dan weer een cynisch verhaal over misdaad en corruptie. Welke kant dat op is, kan ik niet zeggen want ik ben de maker niet, maar in elk geval dat het meer is dan een mooi uitziende versie van een vrij gemiddeld verhaal. Gebaseerd op een boek van Martin Solares.

Lees hier waar en wanneer deze film draait.

 

Ach du Scheisse!

Ach du Scheisse! – Vastzitten in een ‘Dixie’
In Ach du Scheisse! (vertaald als Holy Shit!) wordt architect Frank wakker. Hij ontdekt dat hij in ‘een Dixie’ zit (merknaam voor een portable toilet), dat er een stalen draad door zijn arm loopt en dat hij gewond is. O ja, de plek gaat opgeblazen worden binnen een paar uur.

Langzaam maar zeker herinnert hij zich wat er is voorgevallen. Hij kreeg een koffer tegen zijn hoofd en daarna volgde een valpartij. En zijn mobiel… in de stront gevallen (uiteraard). Hoe zit het met zakelijk partner Horst, die per se deze explosie wil laten doorgaan, ook al is het de broedplaats van een zeldzame uil?

Een nieuwe film in de reeks van claustrofobische cinema. We hebben hier al eerder over geschreven bij de film Meandre tijdens Imagine van vorig jaar. Een nieuw klein subfilmgenre is zich aan het ontwikkelen: een persoon bevindt zich de hele film in een krappe ruimte, moet zich eruit vechten, er is tijdsdruk en contact met buiten (stem, radioverbinding, walkietalkie, etc.). Denk aan films als Buried, 127 Hours en Moon. Een klassieker in dit genre is de film La Cabina uit 1972.

Zo’n film vraagt altijd enorm veel van de hoofdrolspeler die in de ongemakkelijke situatie zit, in dit geval Thomas Niehaus. Hij slaat zich er prima doorheen, grote ogen, geschreeuw, momenten van helderheid: hij speelt dat allemaal overtuigend.

Afgezien van de smerigheid van de stront (obviously moest dat ook in de film), en wat misselijkmakende stukjes bodyhorror, is de film wel inventief. Wat je al met zeep van een portable toilet kunt doen. Wc-papier kun je ook uitrollen en in de brand steken… Tot een uur blijft dat aardig om te zien: het is net zo smerig als grappig als spannend. Daarna ebt de energie van de film weg. Het laatste half uur is overbodig en iets te komisch. Dat is jammer.

Lees hier waar en wanneer deze film draait.

 

Ashkal

Ashkal –  Sfeer, sfeer, sfeer
Ooit zouden de ‘Gardens van Carthago’ de trots zijn van de politieke leider van Tunesië. Sinds hij weg is, is het bouwproject nooit afgemaakt. Het zijn kale, onaffe gebouwen. Twee rechercheurs, een vrouw en een man, lopen er vaak rond want er is een meisje in brand gestoken. Er is iets vreemds aan de hand met dat in brand steken, iets mysterieus.

Wat een sfeer! Volop mooie beelden. Het probleem van Ashkal (regie Youssef Chebbi) is het tempo. Met een goed tempo was de film al in een uur klaar geweest. Deze film heeft helemaal geen haast. Daarom krijg je beelden als de man die een sigaret opsteekt, iemand die zichzelf wast, een rondrit langs de gebouwen die maar duurt, eindeloze panning shots van links naar rechts…

Het beeld van deze onaffe wijk in Tunis is wel een boeiende locatie. En het verhaal is mysterieus. Heel in de verte doet het denken aan een film als Buffet Froid. Toch is het echt te traag om je een hele film van anderhalf uur te boeien. Je zou toch willen dat meer filmmakers de tijd zouden nemen die past bij een film, in plaats van die heilige filmgraal van anderhalf uur of langer.

Wel is het altijd tof als architectuur een grote rol krijgt. Deze film komt vast nog wel eens langs bij het AFFR.

Lees hier waar en wanneer deze film draait.

 

Exhibit 8

Exhibit 8 – Het platteland is onbetrouwbaar
Aisha is in 1999 in een vluchtelingenlocatie haar broer verloren (ze waren gevlucht voor de oorlog in Bosnië). Letterlijk, want hij was nooit teruggevonden. Samen met documentairemaker Elias keert ze nu naar het dorp terug. Een laatste poging om de waarheid te ontdekken. ‘De hele wereld kent het gezicht van Maddie, maar dat zou toch voor ieder spoorloos kind moeten gelden.’

De film kijkt mee met de film die Elias hierover maakt. Ze worden in de gaten gehouden. De mensen in het dorp blijken niet betrouwbaar. Als de waarheid zo dichtbij is, keer je ook niet meer terug. Ze hebben ook beiden hun eigen drijfveer: Elias de onthullende film, Aisha het vinden van haar broer.

Vaardig en ingenieus gemaakte film van Ruben Broekhuis – een hoog tempo en een aantal aardige plotwendingen (vooral op het gebied van wie welke video nu aan het kijken is). Stijl doet me denken aan The Blair Witch Project. Schokkende, bewegende camera van liveopnamen. Een gevarieerde berg media in beeld: beveiligingscamera’s, droneshots, mobieltjes, camera’s, laptops… Sterk is het griezelige effect als ze iets vertalen via Google Translate.

De film echoot de spannende paranoiafilms uit de jaren zeventig, zoals The Parallax View, The Conversation, Klute. Hier is het Nederlandse platteland onbetrouwbaar.

Er is wel een manco: tegen het einde komen er plotholes zo diep dat de weg van het verhaal praktisch onberijdbaar is geworden. Voor mensen die hun praktijken zo geheim mogelijk willen houden, hebben ze wel een beroerde bewaking. Dat de politie zo enthousiast meedoet, vond ik ook raar. Verwarrender wordt het als ze dingen in scène gaan zetten…

Ook zoiets: omdat Spanjaard Elias de documentaire maakt, praat iedereen (vrijwel alleen maar Nederlanders) in de film Engels. Ik snap de commerciële keuze wel, maar het doet mij ook wel afgrijzen: is dit de toekomst van de Nederlandse cinema? Een andere Nederlandse film op Imagine (Sputum) is ook al Engelstalig. Overigens deden Pim de la Parra en Wim Verstappen dat jaren geleden ook al (en anderen met hen), maar het werkt zelden goed.

Lees hier waar en wanneer deze film draait.

 

Night by Night

Shorts: Night by Night
In Night by Night kijken we naar een film van krap twintig minuten over een detective die een muzikant in de gaten houdt. Achtervolgingen te voet, met verrekijker uit het raam starend. Er is weinig moeilijks aan voor de detective, hij vangt makkelijk geld. Het gemis aan uitdagingen breekt hem op.

Film van Jules Mathôt is plotloos maar buitengewoon stijlvol, zo stijlvol dat het zelfs op het overdrevene af is. Doet me soms denken aan Abel. Ik hou van dit soort films maar voor meer dan twintig minuten is wat meer karakterontwikkeling nodig.

Lees hier waar en wanneer deze film draait.

 

23 oktober 2022

 

Imagine 2022 – Deel 2: Sciencefiction
Imagine 2022 – Deel 3: Familie
Imagine 2022 – Deel 4: Horror
Imagine 2022 – Deel 5: Luchtig
Imagine 2022 – Deel 6: Mysterieuze films

 


MEER FILMFESTIVAL

Film Fest Gent 2022 – Deel 2

Film Fest Gent 2022 – Deel 2:
Dansen achter gesloten deuren

door Tim Bouwhuis

In de loop van deze Film Fest Gent-editie wordt almaar duidelijker dat opvallend veel films iets specifieks gemeen hebben. Onder meer in Next Sohee, Un petit frère en Metronom markeren dansscènes belangrijke ontwikkelingen in de belevingswereld van een hoofdpersonage.

Het sociaal bewogen Koreaanse drama Next Sohee begint in een oefenruimte voor dansers. De choreografie van Sohee (een rol van Kim Si-Eun) houdt het midden tussen plezier, vaardigheid en verlegenheid; een mobiele camera legt de routine vast, verder is alleen het publiek getuige. Later in de film bekijken we de beelden in een ander licht. Tegen die tijd hebben de kantoormuren van een telecombedrijf Sohee ingesloten, waardoor die schuchtere danspassen achter gesloten deuren plots een toonbeeld zijn van een innerlijke zoektocht naar vrijheid.

Next Sohee

Next Sohee

Diagnose van een maatschappij
Regisseuse July Jung (A Girl At My Door) kaart met haar film aan hoe de Koreaanse maatschappij zucht onder een mentaliteit van werk- en prestatiedruk, met alle sociale en psychologische gevolgen van dien (zie ook Aloners, afgelopen jaar op Cinemasia en te streamen via MUBI). Next Sohee heeft helaas een stuk meer manco’s (een overmatig uitgelijnd scenario, veel te hysterisch acteerwerk in het eerste uur) dan Burning (Lee Chang-Dong, 2018), de briljant gelaagde film die ditzelfde probleem in zijn beeldtaal verwerkte. Wat dan beklijft is een bijzondere overeenkomst tussen beide titels: ook in Burning signaleert een dansscène een zwaarmoedig proces van emotionele verwerking. De cirkel is rond als je beseft dat laatstgenoemde film in het kader van het Koreaanse focusprogramma óók te zien was (d.w.z. in de eerste week) op het festival.

Koning van de dansvloer
In Un petit frère is de dansvloer eveneens de spaarzame plek waar een hoofdpersonage zich vrij kan voelen. De jongvolwassen Jean (Stéphane Bak) is als kind met zijn moeder en broertje van Ivoorkust naar Frankrijk gemigreerd, en in het tweede hoofdstuk van een knap geconstrueerd drieluik (ieder hoofdstuk concentreert zich op een levensfase van een van de gezinsleden) toont regisseuse Léonor Serraille (Jeune Femme) hoeveel moeite het hem kost om zijn draai te vinden op school en in het sociale leven. Hij worstelt met vooroordelen, met een gebrek aan perspectief, en met de aanwezigheid van de man die zijn moeder tekortdoet.

Un petit frère

Un petit frère

Op een ontmoetingsplaats voor jongeren probeert Jean alle frustraties en zorgen van zich af te dansen. Zijn wilde, onbevreesde bewegingen werken voor heel even bevrijdend. Het levert hem zelfs een spontane flirt op, blijkt een scène later, maar de intimiteit die zijn date zoekt botst met de rauwe, ongecontroleerde energie van de dansvloer. “Je hebt teveel porno gekeken zeker”, klinkt het als Jean over haar grenzen heengaat. Precies op het verkeerde moment verschijnt dan ook nog eens Jean’s jonge broertje op het toneel. “Ik heb uren op je gewacht”, klinkt het vanuit de deuropening. Voor het meisje is het de druppel, en na haar vertrek blijft Jean met een gevoel van onvermogen achter. De dansvloer is ingehaald door de realiteit.

Dansen voor betere tijden
Dat er een spanning bestaat tussen de springerige vrijheid van dans en de grillen van de echte wereld ondervindt ook Ana (Mara Bugarin), het hoofdpersonage van het Roemeense Metronom. Dansen kan in dit politiek geladen drama alleen in de huiselijke sfeer, waar geëngageerde jongeren elkaar opzoeken om ideeën uit te wisselen en alles te doen wat het regime verafschuwt. De tegencultuur van het communisme vaart op Radio Free Europe en de tonen van The Doors, Ceaușescu is niet uitgenodigd. In een vroege scène fantaseren Ana en Roxana (een vriendin die haar huis voor de gelijkgestemde jongeren beschikbaar heeft gesteld) op speelse wijze hoe hun dansmoves er in het bijzijn van hun vrienden uit zouden zien. Ana hoeft voor de ideale dans alleen te wachten op haar vriend, die op pad is met een politieke missie en zich later bij het gezelschap zal aansluiten.

Metronom

Metronom

Zijn komst laat alleen bedrieglijk lang op zich wachten, en terwijl haar vrienden dansen, beweegt de camera (in een benauwend 4:3 kader) met Ana mee van de dansvloer naar de keuken, waar het gemis en de sluimerende angst het voorzichtig winnen van de gecreëerde vrijheid. Is haar vriend veilig? Hebben de muren oren? Kort na dit moment beweegt ze zich op de iconische tonen van ‘Light my Fire’ alsnog richting de dansvloer. Omdat haar vriend nog steeds niet is aangekomen, danst ze rebels wat passen met een jongen waarin ze verder niet eens per se interesse heeft. Regisseur Alexandru Belc toont laconieke taferelen die door de politieke context van het verhaal toch urgent aanvoelen. Een laatste dans in afwachting van betere tijden. 

Dans en cinema
De dansscènes in de besproken films (en in de films die de selectie niet haalden) laten zien dat dans veel meer kan uitdrukken dan een artistiek aantrekkelijk spel van beweging en muziek. Uiteindelijk is het vooral dat overheersende gevoel van (tijdelijke) vrijheid dat misschien wel nergens zo passend tot uitdrukking komt als in dans, en met gemak volledige verhalen definieert. Precies daarom ging er deze editie van Film Fest Gent haast geen dag voorbij waarop dans de cinema niet voor even overnam. 

Ook True Things (Harry Wootliff), When the Waves Are Gone (Lav Diaz), Zee van Tijd (Theu Boermans) en Leila’s Brothers (Saeed Roustayi) kwamen voor dit verslag in aanmerking. Film Fest Gent gaat nog door tot en met zaterdag 22 oktober, klik hier voor meer informatie.

 

20 oktober 2022

 

Film Fest Gent 2022 – Deel 1

 


MEER FILMFESTIVAL

Film Fest Gent 2022 – Deel 1

Film Fest Gent 2022 – Deel 1:
Veerkrachtig opgroeien

door Tim Bouwhuis

“Om als mens overeind te blijven in deze tijden is een stevige dosis veerkracht nodig”, schrijft programmadirecteur Wim de Witte in een voorwoord van het lopende Film Fest Gent. Coming-of-age films blijken bij uitstek geschikt om de uitersten van die veerkracht te onderzoeken, zo bewijst deze 49ste festivaleditie. Opgroeien als een ultieme proef van psychische weerbaarheid.

De openingsfilm maakt die dynamiek direct zichtbaar. In Close belicht de geboren en getogen Gentenaar Lukas Dhont (al bekend van het veelbesproken Girl) de innige vriendschap tussen twee jonge tieners, die onder extreme druk komt te staan als de boezemvrienden na een eerste dag in de brugklas ineens niet meer zo onafscheidelijk lijken. De brugklas is een befaamd breekpunt in het opgroeien: de een zoekt makkelijk aansluiting bij zijn leeftijdsgenootjes, de ander zondert zich af of wordt juist buitengesloten. Laura Wandel’s Un Monde toonde vorig jaar (in Gent en daarna in de Nederlandse zalen) op innemende wijze hoe deze verschillen al ontstaan op het speelplein van de basisschool, en Close doet daar een festivaleditie (en een generatie) later een tragisch schepje bovenop. De personages zijn ouder, de consequenties beklemmender.

Close

Close

Kruisende wegen
De eerste barstjes worden snel scheuren. Er hoeft niet altijd geduwd of gescholden te worden om te verzekeren dat iemand zich niet langer vrij voelt. Wat begint met een vraag (“zijn jullie een stel?”), eindigt met een botsing: waar Léo (een knappe debuutrol van Eden Dambrine) meteen in de verdediging schiet, hult Rémi (Gustav de Waele) zich in zwijgen, zijn gezicht een stille wanhoopskreet.

De vraag is of Close door zijn heftige verkenning van kruisende wegen niet een (on?)bedoeld sturende uitwerking kan hebben op kijkers. Het is op zichzelf heel normaal dat tieners elkaar aantrekken en afstoten in hun doorlopende zoektocht naar de eigen identiteit; Rémi blijft hobo spelen, Léo probeert het ijshockeyteam. Op een dag fietst Léo eerder weg bij het kruispunt waar hij normaal altijd op Rémi wacht. De jongens worden ouder, de band is niet meer als vroeger. Het probleem is dat deze herkenbare opname van de tienertijd in Close haar onschuld verliest. U voelt het misschien al aan, maar die stelling toelichten is de crux van de film weggeven, en dat onderstreept nog eens hoe de vertelling leunt op een onvermijdelijk, hermetisch aanvoelend breekpunt. Zonde, want Dhont laat met een even lyrische als intieme beeldtaal (straf werk van cameraveteraan Frank van den Eeden) wel degelijk een hoop aan de verbeelding over.

Falcon Lake

Falcon Lake

Tussen dood en leven
Een compleet andere coming-of-age variant dan. Ver weg van het schoolplein ontdekken twee tieners hun omgeving en elkaar; hun band is broeierig en er hangt een cocktail van liefde en friendzone in de lucht. Falcon Lake is een verbluffend Canadees debuut van actrice Charlotte Le Bon, die een karakteristiek gegeven (vakantiekriebels en zomerse taferelen) transformeert in een gelaagde, suggestieve filmdroom die de fantasie en de zintuigen prikkelt. De analoge fotografie (16mm) is als een warme deken.

Opgroeien tijdens je vakantiedagen lijkt een zorgeloos proces, maar Le Bon weet op knappe wijze te verbeelden wat zich ondertussen allemaal in de hoofden van tieners kan afspelen. Falcon Lake speelt met realiteitszin als ware het een Ghost Story-light; terwijl de betreffende film van David Lowery (2017) precies deze jaargang in een eigentijds retrospectief draait (Lowery’s vaste componist Daniel Hart is lid van de jury), verkleden Bastien en Chloe (prima rollen van Joseph Engel en Sara Montpetit) zich als spoken die het meer uit de titel zijn eigen mythologie meegeven. De tieners delen een besef van de dood en ontdekken juist op die manier wat het betekent om te leven.

Geluk in theorie
Het wordt niet door de films zelf benadrukt, maar de hoofdpersonages van Close en Falcon Lake hebben alles om een (in theorie) gelukkig bestaan te leiden. Ze hebben ouders die voor ze zorgen, een dak boven hun hoofd, ze kunnen naar school. Ze kunnen een teamsport beoefenen, meespelen in een orkest, zwemmen in het meer of dansen op een feestje. Toch wordt het geluk in beide films overschaduwd door donkere gevoelens. Heeft de tienertijd dan een universele zwaarte en complexiteit, of is het die loden wetmatigheid dat de beste vertellingen altijd leunen op een stukje tragiek?

War Pony

War Pony

Geluk voor de spiegel
De persoonlijke obstakels in Close en Falcon Lake wegen gevoelsmatig niet per se zwaarder dan de kansarme leefomstandigheden in het Amerikaanse drama War Pony (geregisseerd door American Honey-actrice Riley Keough en debutant Gina Gammell). Ondertussen zit er wel degelijk een wereld van verschil tussen de in zonlicht badende vakantiedagen van Bastien en Chloe en het ontsporende weesbestaan van Matho, een van de twee hoofdpersonen van War Pony. Dat weesbestaan begint als Matho’s vader hem zonder pardon de deur wijst, en de twaalfjarige jongen (volgens de filminformatie – ik zou hem jonger hebben ingeschaald) terechtkomt bij een dame die meer kinderen opvangt. Een treurige scène later in de film toont een joyride van Matho en zijn vrienden. Nog lang geen rijbewijs, een joint in de hand, ongeval.

De schets doet erger vermoeden, maar War Pony is geen zogenoemde armoedeporno. De film laat zien hoe kinderen en jongeren te lijden hebben onder maatschappelijke structuren en omstandigheden die groter zijn dan zijzelf, en daarnaast vooral onder volwassenen die het slechte voorbeeld geven. Opgroeien is in zulke werelden inderdaad een ultieme proef van psychische weerbaarheid, terwijl Close en Falcon Lake ons een andere spiegel voorhouden: geluk spreekt nooit voor zichzelf, en om het (on)geluk van de (opgroeiende) ander te begrijpen, is empathie andermaal de sleutel.

Film Fest Gent loopt nog tot en met zaterdag 22 oktober, zie hier voor het programma en tickets. Voor dit stuk over coming-of-age films kwamen ook The Quiet Girl (Colm Bairéad) en Tengo sueños eléctricos (Valentina Maurel) in aanmerking. Alle films, ook die in het stuk, zijn aangekocht door Nederlandse distributeurs en zullen in principe nog regulier worden uitgebracht.

 

18 oktober 2022

 

Film Fest Gent 2002 – Deel 2

 

MEER FILMFESTIVAL

Imagine Film Festival 2022 – Preview

Imagine Film Festival 2022 – Preview:
Veel mafs, vaags, gegriezel…

door Bob van der Sterre

Nieuwe tijd, nieuwe locaties, nieuw logo: Imagine gaat het anders aanpakken dit jaar. In plaats van rond april in Eye is het festival nu verschoven naar oktober. En is het festival te zien op twee locaties: LAB111 en De Filmhallen, beide in de Kinkerbuurt. De kaartverkoop is maandag 10 oktober begonnen. Het festival duurt van 26 oktober tot en met 4 november.

Het is niet de eerste keer dat het meest fantastische filmfestival van het land zichzelf moet heruitvinden. De corona-edities van 2020 (hybride in augustus) en 2021 (online in april) maakten alles even anders. Vorig jaar was er nog corona alom, avondklok.

Kennelijk bood deze coronaperiode voor Imagine wel de juiste rust om een paar ferme keuzes te maken. “Wij zijn blij op volle sterkte terug te zijn. In een nieuw duo-behuizing en een ander jaargetijde, maar er vast van overtuigd dat we ons publiek nóg beter kunnen bedienen dan voorheen“, aldus Imagine op zijn eigen website.

The Menu

The Menu

Waar vind ik het programma van en meer informatie over Imagine 2022?
Bekijk de website van Imagine voor het complete programma, per dag of in alfabetische volgorde.

Is alles op locatie?
Ja, het festival is volledig op locatie, dus LAB111 en De Filmhallen in de Kinkerbuurt. Lees de informatie over de locaties op de website van Imagine. De Kinkerbuurt zal voor niet-Amsterdammers misschien even zoeken zijn. Met lijn 17 van Centraal Station kom je er wel. Of vind je weg via de website van GVB.

Zijn er dit jaar ook digitale voorstellingen?
Ik kan hier niets over terugvinden op de website van Imagine, dus ik neem aan van niet.

Kan ik al kaartjes kopen?
Ja, dat kan. Lees hoe je een ticket koopt op de website van Imagine.

Zijn er speciale programma’s op Imagine 2022?
Ja. Het festival heeft ruim 50 featurefilms en veel shorts. Daarnaast kun je een paar interessante themaprogramma’s volgen:

Wat biedt het programma voor bijzondere films?
De Amerikaanse film The Menu is de openingsfilm. Let verder op films als Lux Aeterna (Gaspar Noé), Flux Gourmet (Peter Strickland), The Witch Part 2 – The Other One (Park Joon-Hung) en de comeback van Dario Argento met Dark Glasses. In de hoek van de minder bekende namen zouden Huesera (Michelle Garza Cervera), Barbarian (Zach Cregger) en Shin Ultraman (Anno Hideaki) misschien kunnen verrassen.

Verder verwijzen we naar het programma, veel films of regisseurs kennen wij ook niet.

Hoe kan ik op de hoogte blijven van het laatste nieuws?
Schrijf je in voor de nieuwsbrief van Imagine, of volg Imagine op Instagram, Twitter en Facebook.

Wat zijn jullie verwachtingen over dit festival?
Dit jaar kun je dus weer ouderwets filmfestivallen en dat is natuurlijk heuglijk nieuws voor de filmliefhebber. De Kinkerbuurt is wel een wat lastiger locatie om te komen voor als je niet in Amsterdam woont, maar het is er wel gezelliger dan rondom Eye. Voor ons is het festival ook altijd een groot avontuur. Veel mafs, vaags, gegriezel… De bevrijding van de artistieke genrefilm, zo staan we er nog steeds in. Laten we het Imagine zelf maar zeggen: “Het vertrouwde warme bad, kortom, voor elke cinefiel met hart voor de genrefilm en verwante immersive ervaringen.”

 

12 oktober 2022

 


MEER FILMFESTIVAL

Film Fest Gent 2022 – Preview

Film Fest Gent 2022 – Preview:
Van Kinepolis tot Korea

door Tim Bouwhuis

Laten we hopen dat een corona-najaarsgolf uitblijft en de recessie een seconde proberen te vergeten, want wat het IFFR voor Nederland is, dat is het jaarlijkse Film Fest Gent voor België. Terwijl Rotterdam na twee corona-edities ‘the Return of the Tiger’ viert, maakt Gent zich op voor een volgepakte 49ste editie.

Film Fest Gent schikt zich met een iets bescheidener plaats op de festivalladder, maar dat maakt de programmering er niet minder om. De hoofdcompetitie is (in ieder geval) de laatste jaren een soort ‘Best of the Fests’: films die geprezen werden op voorgaande festivals krijgen in Gent een luxe avant-première, voordat betrokken distributeurs de betreffende titels naar de Vlaamse (en haast altijd ook Nederlandse) zalen brengen.

Dat geldt bijvoorbeeld voor het innemende rechtbankdrama Saint Omer, het speelfilmdebuut van Alice Diop (35 Shots of Rhum), dat in Venetië de grote juryprijs won. Toch dekt deze uitleg de lading niet volledig: zo valt niet te verwachten dat de overweldigende filmreis To the North (Mihai Mincan), een soort Apocalypse Now voor arbeidsmigranten, zomaar in de Benelux wordt uitgebracht. Hetzelfde geldt voor de twee metaverhalen die zijn samengebracht in het monsterlijk lange Trenque Lauquen, geregisseerd door een protegé van de Argentijn Mariano Llinás (wiens La Flor in 2019 als een driedelige filmmarathon in Rotterdam draaide).

The Son

The Son

Virtueel vagevuur
Het festival combineert zo meer voor de hand liggende en relatief toegankelijke titels (het onvolkomen drama The Son, van de regisseur van The Father, is bijvoorbeeld een gedoodverfde filmhuishit) met een gevarieerd aanbod van films die je anders misschien niet zomaar zou zien. Wat te zeggen van De humani corporis fabrica, vrij letterlijk een anatomische studie van het menselijk lichaam (van de regisseurs van de – bij gebrek aan een naadloze Nederlandse vertaling – immersieve vissersdocumentaire Leviathan uit 2012), of de nieuwe film van de Russische filmauteur Aleksandr Sokurov (Russian Ark), die Hitler, Stalin, Mussolini en Churchill samenbrengt in een virtueel vagevuur? Afhankelijk van je persoonlijke standaarden is het altijd nog maar afwachten of dergelijke titels later nog op een respectabele manier te zien zullen zijn.

Verschillende vertoningslocaties
Die persoonlijke standaarden zitten soms in de weg bij het opstellen van een uitgebalanceerd festivalprogramma, want de overwegend sfeervolle, maar ook gedateerde en niet altijd prettig ingerichte zalen van Studio Skoop en Sphinx (die, begrijp me niet verkeerd, het festival wel degelijk complementeren) kunnen nu eenmaal niet tippen aan de comfortabele zitplaatsen en megadoeken van multiplex Kinepolis.

Soms is het jammer om te moeten onderkennen dat Gent de meeste ‘kleinere’ films uit de nevensecties en het grootste gedeelte van het vaste retrospectief nu eenmaal niet allemaal in de Kinepolis kan tonen. Vorig jaar gold dat voornamelijk voor de films van de Griekse meester Theo Angelopoulos, die absoluut een zo groot mogelijk doek hadden verdiend, maar een beperkter publiek trekken en in Studio Skoop in een aantal gevallen nog analoog werden vertoond.

Koreaanse hoogtepunten
Toch lijkt er dit jaar meer aandacht te zijn besteed aan een enigszins gelijkmatige verdeling van de films over de zalen. Toegegeven, de meeste titels uit de ‘Focus op Koreaanse Cinema’ (het gebrek aan meerdere titels van voor 2000 doet de term ‘retrospectief’, die gebruikelijk is voor dit deel van het programma, snel vergeten), zijn in Skoop en Sphinx geprogrammeerd, maar de enige echt ‘oude’ film uit de sectie (The Housemaid van Kim Ki-young, een inspiratiebron voor Parasite) is wel gewoon in Kinepolis te zien. Hetzelfde geldt voor Lee Chang-Dong’s meesterwerk Burning (2018) en zelfs voor de nieuwste worp van de hardleerse Filipijnse langfilmer Lav Diaz (When the Waves Are Gone duurt voor de verandering maar een slordige drie uur in plaats van zeven).

Alcarràs

Alcarràs

Nu in België, later in Nederland (?)
Voor liefhebbers die Gent binnen bereik hebben, loont het zeker om even te kijken of er nog Koreaanse titels op het programma staan die tot nu toe aan het zicht waren ontglipt. Anders niet getreurd; menig ‘headliner’ komt later nog deze kant op, of is/was zelfs al in Nederland te zien, zo getuigen het politiek geladen plattelandsdrama Alcarràs (waarvoor Carla Simón in navolging van de mooie coming-of-agefilm Summer 1993 de hoofdprijs won in Berlijn) en het even zware als ontroerende Drii Winter (Michael Koch).

Ten slotte kunnen ook de gasten niet ontbreken: David Lowery licht bijvoorbeeld zijn samenwerking met de Amerikaanse componist Daniel Hart toe, waarbij en passant natuurlijk ook zijn films opnieuw vertoond worden, Cristian Mungiu (4 Months, 3 Weeks, 2 Days) geeft een zogeheten ‘director’s talk’ bij zijn R.M.N. en diverse regisseurs wonen een of meerdere vertoningen van hun films bij. Het belooft toch maar weer een enerverende festivaleditie te worden.

Film Fest Gent wordt gehouden van 11 tot en met 22 oktober. InDeBioscoop doet weer verslag. Lees hier het programma.

 

4 oktober 2022

 


MEER FILMFESTIVAL