IFFR 2016 – Deel 3

Deel 3: Horror, beklemming en een bloederig goedmakertje

door Suzan Groothuis

In dit derde deel van het International Film Festival Rotterdam aandacht voor films waarin horror, angst en bloedvergieten een rol spelen. Van de essay-achtige docu Fear Itself springen we naar het beklemmende Endorphine, om te eindigen met Green Room waarin de punkband The Ain’t Rights in een waar bloedbad verzeild raakt.  

Fear Itself

Wat doet angst met je?
De kalme voice-over van Amy E. Watson leidt ons in Fear Itself door diverse scènes uit horrorfilms. Enge momenten waardoor zij betoverd is, fragmenten die een beklemmende of opbouwende angst suggereren en zich in je hoofd nestelen. De essay-achtige documentaire, waarin de bevindingen en verklaringen van de voice-over samensmelten met beelden uit vergeten horrorfilms en iconische klassiekers, is vooral een sfeerimpressie die de vraag oproept wat angst is en wat het met je doet. En ook waarom bepaalde scènes zo goed werken, zoals Liv Tyler die in The Strangers vastzit in een huis en lastiggevallen wordt door onbekend kwaad.

Fear Itself veroorzaakt een vreemd soort sensatie van samensmelting van soundtrack, beelden en voice-over in een dromerige, angstige en schimmige wereld. Het maakt nieuwsgierig naar vergeten films als Let’s Scare Jessica to Death (1971), waarin een enkele foto kippenvel veroorzaakt op je armen. Of The Exorcist III, waarin een scène in een mortuarium laat zien dat niets op kan tegen het kwaad. En dan nog de fantastische bioscoopscène in A Nightmare on Elm Street 4: The Dream Master, waarin je de dreiging letterlijk in je bioscoopstoel voelt. Fear Itself is niet een hele opzienbarende of vernieuwende documentaire, maar doet wel de vraag rijzen hoe het werkt met angst in films en de gekozen fragmenten sluiten daar perfect op aan.

Endorphine

Niets is wat het lijkt
In het Canadese Endorphine is niets wat het lijkt. Regisseur André Turpin, aanwezig op het festival, raadt aan om de film te ondergaan als een droom en niet teveel te zoeken naar antwoorden of verklaringen. Endorphine begint sterk met een meisje op een afgelegen terrein, waar alles verandert als zij stappen voor- of achterwaarts zet. Lichten springen aan, een bus met passagiers neemt een andere positie in.

Dan over naar het verhaal: de twaalfjarige Simone is getuige van de gewelddadige moord op haar moeder. Tegelijkertijd geeft zestiger Simone een lezing, waarin (toeval of niet?) de beelden van de moord geprojecteerd staan op een groot scherm. En twintiger Simone werkt in de garage waarin de moeder vermoord is. Heden, verleden en toekomst vervloeien met elkaar, evenals de hoofdpersoon Simone in de vorm van drie generaties. De twaalfjarige- en twintigjarige Simone lijken dusdanig op elkaar dat je als kijker even verward raakt – wie is nou wie? Is het wel dezelfde persoon? Of speelt de regisseur met manipulatie van de werkelijkheid en onze zintuigen?

Endorphine is prachtig geschoten – je verwacht ook niet anders van Turpin die ook verantwoordelijk was voor het camerawerk van Denis Villeneuve’s Incendies en Xavier Dolans Mommy. Toch is het meer stijl boven inhoud. Met name de tweede helft zakt wat in en maakt je als kijker juist afwezig in plaats van alert. Naar verklaringen of antwoorden hoef je inderdaad niet te zoeken, want de verwarring is er na het zien van de film nog steeds. Maar die blijft niet met zo’n impact hangen als films van David Lynch (duidelijk een referentie) of het donkere, repeterende Triangle.

Green Room

Bloederig goedmakertje
Na Blue Ruin (in 2013 vertoond op het IFFR) komt Jeremy Saulnier nu met Green Room. Blue Ruin is een soort wraakfilm die flink uit de hand loopt en ook in Green Room  gaat het mis. We volgen punkband The Ain’t Rights, die het niet bepaald makkelijk heeft. Na een afgeblazen concert spelen ze zowat voor nop in een Mexicaans restaurant. Dat je daar pissig van wordt is niet gek, dus biedt hun bemiddelaar hen een goedmakertje aan. En zo gebeurt het dat het viertal afreist naar de bossen van Oregon en in een louche tent met neonazi’s belandt. Ze treden op, maar je voelt de dreiging direct. De agressie is alom aanwezig. En dan gaat alles mis wat er maar mis kan gaan en mondt het goedmakertje uit in een ijzingwekkend bloedbad.

Zonder teveel te vertellen – ga de film zien! – lukt het Saulnier een beklemmende, opbouwende spanning neer te zetten. Waarin er ook ruimte is voor onverwachte momenten, die de kijker een waar “what the fuck!”-moment geven. Waar Blue Ruin met name met de tweede helft inlevert met een te traag tempo, zitten we nu tot het einde op het puntje van onze stoel. Knap, want de film speelt zich vooral in één ruimte af. Als extraatje komt Patrick Stewart als ijzingwekkende bendeleider voorbij. Een film voor liefhebbers van geweld en bloedvergieten, maar dan wel met een rauw en donker randje.

 

4 februari 2016

 

VERSLAG IFFR 2016 Deel 1

VERSLAG IFFR 2016 Deel 2

VERSLAG IFFR 2016 Deel 4

VERSLAG IFFR 2016 Deel 5 (slot)

 

IFFR 2016 – Deel 2

Deel 2: Filmduo, lichtnostalgie, porno-utopie en nieuwe apen

door George Vermij

In ons tweede festivalverslag aandacht voor een ongeëvenaard filmduo, de onderbelichte rol van de filmoperateur, de grondleggers van de porno-industrie in Italië en absurde vergelijkingen tussen aap en mens.

Harold and Lillian: A Hollywood Love Story

Ongeëvenaard filmduo
De gecombineerde cv van Harold en Lillian Michelson zal menig filmliefhebber doen watertanden. The Birds, The Ten Commandments, Rosemary’s Baby, The Graduate, Full Metal Jacket. Maar wat deden ze eigenlijk voor die films? De met liefde gemaakte docu Harold and Lillian: A Hollywood Love Story geeft een antwoord door hun unieke en belangrijke bijdrage aan de filmgeschiedenis voor de toeschouwer te openbaren. Harold tekende storyboards die van grote invloed op de uiteindelijke shots van de films zouden zijn. De voorbeelden die langskomen bewijzen dat zelfs grote regisseurs erg afhankelijk zijn van de juiste tekeningen. Iconische scènes hadden vaak hun eerste leven op Harolds tekentafel, zoals onvergetelijke shots in The Birds en The Graduate.

Lillians bijdrage aan Hollywood was net zo belangrijk. Zij beheerde een belangwekkende bronnenbibliotheek, waar production designers en regisseurs onderzoek konden doen voor de details in hun films. Het verzamelen van allerlei materiaal was Lillians passie zodat filmmakers geloofwaardige en gedetailleerde sets en kostuums konden maken.

De documentaire toont daarnaast hoe uniek het lange huwelijk voor Hollywoodbegrippen was en verklaart dat door gezamenlijke passie die het duo nastreefde. In openhartige interviews praten Harold en Lillian er met veel humor over en je luistert er met plezier naar. Vooral als zij weer komen met een heerlijke roddel of anekdote over Hollywood. De dynamiek tussen de twee doet op momenten denken aan de relatie tussen modegoeroe Iris Apfel en haar man die zo mooi werd geportretteerd in de documentaire Iris.

Het bewijst maar weer dat het in een relatie belangrijk is dat je jouw passie met je partner kunt delen. Harold and Lillian: A Hollywood Love Story is verder vrij conventioneel met zijn talking heads van onder anderen Danny DeVito en Francis Ford Coppola die benadrukken dat Harold en Lillian meer aandacht in de filmgeschiedenis verdienen. Een komische en zoete noot wordt ingebracht door stripachtige storyboards die het leven van het paar illustreren. Deze docu is duidelijk een lofzang zonder kritische noten, maar gezien de indrukwekkende carrière van het liefdevolle paar is die grotendeels terecht.

The Dying of the Light

Lichtnostalgie
De operateur is in het digitale filmtijdperk een uitstervend ras. In de mooie docu The Dying of the Light wordt met gepast respect gekeken naar zijn onderbelichte rol binnen de filmgeschiedenis. Voor velen is de operateur een teruggetrokken figuur in een klein en donker kamertje. Het belang van zijn functie is daarmee grotendeels verborgen. Operateurs zijn echter essentieel om de magie van cinema aan de massa te tonen. Uitgebreide technische kennis was noodzakelijk om de complexe en ingenieuze projectoren te bedienen.

De film geeft ook een leuke spoedcursus over de ontwikkeling van film en hoe bepaalde formaten zoals 35 en 70mm van belang zijn voor een unieke filmervaring. Dat gaat wel ten koste van het gemak als je ziet hoe groot en zwaar de rollen films zijn die voor een 70mm projectie gebruikt worden. Naast die informatie is er voldoende ruimte voor passie als verschillende operateurs aan het woord komen over hun vak. De komst van modernere digitale middelen heeft hun werk overbodig gemaakt.

In de VS zijn de bioscopen grotendeels overgestapt op digitaal waardoor de rollen zijn vervangen door een simpele harde schijf. De reacties van de geïnterviewden verschillen. Sommigen zien het als de onvermijdelijke verandering die technologische vooruitgang met zich meebrengt. Anderen kijken met weemoed terug naar vroeger en de magie van het analoge beeld. Dat er in het digitale tijdperk toch nog belangstelling voor echte film is blijkt wel uit Tarantino’s gebruik van 70mm voor The Hateful Eight, waaraan The Dying of the Light ook kort aandacht besteedt. Een leuke en essentiële docu dus als cinema je dierbaar is en je wilt weten hoe de magie van film tot stand komt.

Porno e libertà

Porno-utopie
Pornografie is volgens Carmine Amoroso’s documentaire Porno e libertà een revolutionaire kracht in het Italië van de jaren 60 en 70 geweest. Ze vormde de voorbode voor het versoepelen van de seksuele moraal en de acceptatie van homoseksualiteit. Amoroso spreekt in de docu een aantal belangrijke grondleggers van de industrie die werden beïnvloed door de vrije geest van de sixties. Dat wordt nog eens bevestigd door een bonte montage van naakte mensen bij happenings in een park en studentenprotesten. Ook geen tekort aan scènes die door het Vaticaan en de Italiaanse christendemocraten werden bestempeld als obscene vunzigheid.

Waar het wel aan ontbreekt is een duidelijke lijn. De chronologie is wat versnipperd en de visie op het fenomeen is vooral positief zonder dat er echt naar de werking van de industrie wordt gekeken. Ook de ontdekking van pornoactrice Cicciolina komt kort aan bod; het blijkt dat zij werd gemodelleerd om als cultfiguur voor de seksindustrie te fungeren. Het probleem van de film is dat Amoroso te overtuigd is van de revolutionaire kracht van pornografie zonder daar al te kritische kanttekeningen bij te plaatsen. De film doet daarmee denken aan de docu Istintobrass over seksfilmregisseur Tinto Brass die wordt neergezet als een belangrijke auteurcineast. Je blijft als kijker met teveel vragen zitten om echt overtuigd van die claim te worden.

Aaaaaaaah!

Nieuwe apen in de buurt
Steve Orams Aaaaaaaah! lijkt op het eerste gezicht een uit de hand gelopen grap. Dat is te verwachten als je weet dat het de liefdesarbeid van een stel Britse absurdistische komieken is. In de film gedragen mensen in een truttige Britse buitenwijk zich als apen. Geen dialogen dus, maar gegrom, gekrijs en gekreun.

Het verhaal volgt twee nieuwe alphamannetjes die hun zinnen hebben gezet op een woning waar een ander paar brute gasten de dienst uitmaakt. De twee vrouwen die ook in de woning verblijven lijken op het eerste gezicht ondergeschikt aan het haantjesgedrag, maar oefenen op hun eigen manier invloed uit. Het duurt even voordat je in de absurde logica van Oram gaat geloven, maar de combi van plat dierlijk gedrag met het banale Britse leven is op momenten erg grappig en complementair aan elkaar. Neem een scène waarin een personage een breedbeeld-tv uitpakt en ondertussen zuipt uit een halveliterblik bier terwijl een medestander instemmend gromt.

Tijdens een geanimeerde Q&A op het festival bekende Oram deels geïnspireerd te zijn door de observerende natuurdocumentaires van David Attenborough. Die afstandelijkheid zie je ook terug in de film, waardoor momenten van extreem geweld je opeens kunnen verrassen als een klap in je gezicht. In zijn rauwe mengeling van herkenbaar en bizar te vergelijken met de wereld van Griekse regisseur Yorgos Lanthimos (Dogtooth, The Lobster) waar primaire drijfveren op surreële wijze worden geherdefinieerd, maar dan wel met een budget van nop.

 

31 januari 2016

 

IFFR 2016 PREVIEW

VERSLAG IFFR 2016 Deel 1

VERSLAG IFFR 2016 Deel 3

VERSLAG IFFR 2016 Deel 4

VERSLAG IFFR 2016 Deel 5 (slot)

 

IFFR 2016 – Deel 1

Deel 1: Poppen, indianen, muzikanten en een megaflat

door George Vermij

De filmtijger waart weer rond in Rotterdam en Indebioscoop is erbij! In ons eerste festivalverslag een animatiefilm van Charlie Kaufman, bloeddorstige indianen in het wilde westen, een ontmoeting tussen oosterse en westerse muzikanten in India en bizarre taferelen in een brutalistische megaflat. 

Anomalisa

Geanimeerd onbehagen
Charlie Kaufman kennen we natuurlijk van zijn originele en slimme scripts voor Eternal Sunshine of the Spotless Mind en Adaptation.. Hij debuteerde een aantal jaar geleden met het complexe Synecdoche, New York. Zijn nieuwste film, Anomalisa, heeft een simpel uitgangspunt, maar is op een andere wijze ambitieus. Kaufman werkte voor de film samen met stop-motionanimatoren en dat heeft een wereld opgeleverd die herkenbaar is maar ook vervreemdend. Sommige poppen zijn levensecht terwijl anderen mechanisch en onpersoonlijk ogen.

In dat universum volgen wij Michael Stone. Een schrijver van businessboeken die op zakenreis is in een non-descript en zielloos Cincinatti. In een luxueus maar steriel hotel peinst hij over zijn leven en concludeert hij dat hij ongelukkig is. Dat verandert als hij de pure en onschuldige Lisa leert kennen en valt op haar stem.

Kaufmans film weet door subtiele en minder subtiele trucjes het groeiende onbehagen van Michael te illustreren. De stemmen van David Thewlis, Jennifer Jason Leigh en Tom Noonan geven de poppen een extra lading, waarbij vooral Leigh met een mooie ingetogen versie van het liedje Girls just want to have fun weet te ontroeren. De stem van Noonan werkt vooral als tegenpool van de menselijkheid en emotie van Thewlis en Leigh.

Die spanning is essentieel voor de film die gaat over het vastzitten in een kleurloze wereld waar gemak en comfort een groter gevoel van zinloosheid niet langer meer kunnen onderdrukken. Naar het einde toe verliest Anomalisa de richting en zorgen wat vreemde wendingen voor een onevenwichtige conclusie. Toch is de moderne malaise die de film als zijn onderwerp heeft op momenten pijnlijk herkenbaar ondanks dat er poppen zijn gebruikt om dat over te brengen.

Bone Tomahawk

Het wilde en bloedige westen
Bone Tomahawk is een merkwaardige hybride van horror en western. Als er in een slaperig dorpje opeens mensen worden ontvoerd door mysterieuze indianen, gaat een stoere Sheriff (Kurt Russel, die net van de set van The Hateful Eight lijkt te zijn weggelopen) op onderzoek uit. Samen met de man (Patrick Wilson) van een ontvoerde vrouw, een dandy cowboy en zijn trouwe deputy komen ze op het spoor van een primitieve meute indianen die lijken op neanderthalers en er brute eetgewoontes op nahouden.

Bone Tomahawk weet een overtuigende westernsfeer neer te zetten, maar is vooral aan de te lange kant. De tocht die het gezelschap aflegt naar de grotten had makkelijker wat korter gekund en bevat wat onnodige subplots. De overgang van western naar horror is lekker abrupt, waarna het bloed rijkelijke vloeit en ledematen niet meer veilig zijn voor strijdbijlen en andere barbaarse instrumenten. Helaas wordt die rauwe duistere sfeer niet tot het einde vastgehouden.

Junun

Muzikaal fort
Junun is een vreemde toevoeging van de filmografie van Paul Thomas Anderson. De impressionistische documentaire volgt muzikant Johny Greenwood (bekend van de band Radiohead en componist van een aantal soundtracks voor Andersons films) in India. Daar heeft hij in een eeuwenoud fort met muziekproducer Nigel Godrich een tijdelijke studio gebouwd waar hij met Indiaanse muzikanten repeteert en muziek maakt.

Junun toont wat energieke sessies waar oost en west bij elkaar komen in onwerkelijke en ritmische composities. Anderson lijkt niet geïnteresseerd in het geven van informatie of het duidelijk vertellen van een verhaal. Zijn film is een schets die mooie momenten van muziek maken afwisselt met wat couleur locale. Af en toe komen er artiesten aan het woord, maar die vertellen weinig. Het gaat dus vooral om de sfeer en verschilt daarmee van een beter docu over de ontmoetingen tussen muzikale culturen zoals het mooie Song of Lahore. Meer een tussendoortje dus, wat ook de korte duur verklaart.

High-Rise

Brutalistische botsingen
Ben Wheatley is een unieke Britse filmmaker die zich begeeft tussen genres, maar altijd confronterende, licht surreële en gewelddadige films maakt. In Rotterdam was Kill List al eerder te zien: een verhaal over een huurmoordenaar krijgt een duister occult kantje. High-Rise is een grotere film, wat blijkt uit de indrukwekkende look van de film en een sterrencast.

Tom Hiddleston speelt een verwarde arts die in een grootse torenflat woont die door architect Jeremy Irons is ontworpen vanuit een modernistisch utopisch model. Het immense betonnen gebouw bevat alles wat een mens nodig heeft. Maar zijn de bewoners wel zo gelukkig en is iedereen wel gelijk?

Wheatley’s film is een bewerking van de gelijknamige roman van cultschrijver J.G. Ballard die een fascinatie had voor de botsing tussen moderne technologie en de kwetsbare psyche en vleselijkheid van de mens. Dat gegeven werd al vrij letterlijk vertaald in Crash, dat gaat over mensen die opgewonden raken van auto-ongelukken. High-Rise weet duistere thema’s ook langzaam onder de oppervlakte tastbaar te maken. De prachtige shots en sets vallen vooral op, echter het verhaal weet de spanning maar tot een bepaald punt te behouden. Daarna wordt het al snel onnodig bizar en richtingloos. En gemiste kans dus voor een regisseur die visueel perfect weet te imponeren maar bepaalde belangwekkende thema’s slechts zijdelings weet te raken.

 

28 januari 2016

 

VERSLAG IFFR 2016 Deel 2

VERSLAG IFFR 2016 Deel 3

VERSLAG IFFR 2016 Deel 4

VERSLAG IFFR 2016 Deel 5 (slot)

 

IFFR 2016 – Preview

Preview: IFFR 2016 gaat los

door George Vermij

Het grootste filmfestival van Nederland gaat deze week weer van start in Rotterdam. InDeBioscoop is er natuurlijk bij en blikt vooruit op een breed en gevarieerd programma.

Het IFFR heeft elk jaar natuurlijk wat grote titels die voor het eerst in Nederland te zien zijn. Dit jaar zijn de verwachtingen hoog gespannen voor de nieuwste film van scriptschrijver Charlie Kaufman. Bekend geworden door zijn scripts voor Eternal Sunshine on the Spotless Mind en Adaptation. heeft hij nu ook in de regiestoel plaatsgenomen. Anomalisa is zijn tweede film en maakt gebruik van stopmotion animatie die herkenbaar maar ook surreëel overkomt. Het verhaal draait om een typisch Kaufmaniaanse ongelukkige man die tijdens een zakenreis in zijn hotel een nieuwe vrouw ontmoet. Zij kan zijn leven mogelijk een nieuwe draai kan geven.

IFFR 2016: Anomalisa

High-Rise
Ben Wheatley is geen onbekende van het festival en zijn Kill List was er een aantal jaar terug te zien. Nu is hij terug met het ambitieuze High-Rise, een verfilming van J.G. Ballards gelijknamige roman. In het Engeland van de jaren 70 worden de inwoners van een modernistische flat gevolgd die leven in schijnbare luxe en comfort. Gaandeweg ontstaan er breuken in hun bestaan als de klassenverschillen duidelijk worden en het gebouw een vreemde invloed lijkt te hebben op de bewoners.

Andere grote titels zijn Room van Lenny Abrahmson (Frank) en Demolition van Jean Marc Vallee (C.R.A.Z.Y. en Dallas Buyers Club). Ook op het programma staat de tweede langverwachte film van regisseuse Lucile Hadzihalilovic die in 2004 opviel met het magische maar onheilspellende Innocence. En de eigenzinnige Deense Anders Thomas Jensen (The Green Butchers en Adam’s Apples) is terug met de zwarte komedie Men & Chicken waarin Mads Mikkelsen oude familiegeheimen ontdekt.

IFFR 2016: Raiders!: The Story of the Greatest Fan Film Ever Made

Naast speelfilms veel documentaires dit jaar zoals het bizarre Raiders!: The Story of the Greatest Fan Film Ever Made. We volgen de leden van een groep die zich storten op een remake  van hun favoriete Spielberg-film. Chuck Norris vs. Communism richt zich op de illegale videohandel in het Roemenië van Ceausescu en geeft op die manier een beeld van het westen in een land waar de bevolking onderdrukt werd.

Dit is natuurlijk maar het topje van de ijsberg. InDeBioscoop houdt je verder op de hoogte tijdens het IFFR met verslagen. Ga naar het programma van het IFFR 2016.

 

26 januari 2016

 

VERSLAG IFFR 2016 Deel 1

VERSLAG IFFR 2016 Deel 2

VERSLAG IFFR 2016 Deel 3

VERSLAG IFFR 2016 Deel 4

VERSLAG IFFR 2016 Deel 5 (slot)

 

IDFA 2015 – Deel 6

Deel 6: Het goede voorbeeld en Hollands leedvermaak

door Bob van der Sterre

Een Oekraïense dominee, een vrouw op Lampedusa, een Nederlandse autoverkoper en twee Amerikaanse politieke debaters. Wat hebben ze gemeen? Ze willen allemaal het goede voorbeeld geven.

Bij Gennady – ook wel Crocodile Gennady, naar een krokodil uit een Sovjet-Russische kinderserie – moet je niet aankomen met dingen als ‘Je kunt toch niet de hele wereld op je schouders nemen’, ‘Mensen zijn toch ondankbare wezens’.  Hij heeft nu 32 adoptiekinderen en heeft een veelvoud in zijn woonplaats Mariupol van de straat geplukt en heropgevoed.

Verslaafde straatkinderen
Gennady is de oprichter van Pilgrim, een organisatie die al sinds de jaren negentig verslaafde straatkinderen van de straat in Mariupol haalt en ze opvangt. Maar een typische zieltjeswinner is hij niet. Hij trekt zijn domineespak uit, een leren jas aan en gaat op zoek in riolen en onder auto’s naar kinderen die hulp nodig hebben. Ineens is hij een soort uitsmijter die huizen openbreekt, drugsverkopers hard aanpakt, en illegale pillen verkopende apothekers aanspreekt.

In een vorig leven was hij politieagent in Moskou. Dat is nooit helemaal uit zijn genen verdwenen. Hij wil mensen helpen. En soms moeten de regeltjes dan een beetje gebogen worden. ‘Ja, ik heb geen recht om haar uit dit huis te halen. Moet ze dan maar daar ongelukkig blijven?’

Onconventioneel is hij ook. Kinderen krijgen onderdak en voedsel in ruil voor het stoppen met drugs. Als een jongen dan toch drugs gebruikt en ziek wordt, sleept Gennady hem met matras en al naar het midden van een kamer vol kinderen. ‘Dit krijg je er nou van als je toch drugs blijft gebruiken: een bloedvirus!’ De spijt van dat jongetje (dat later sterft) gaat door merg en been.

Zulke dingen zouden in Nederland zonder twijfel een grof schandaal zijn gevonden. Denk je alle ingezonden brieven in. Wie hier immers zijn kop boven het maaiveld uitsteekt, kan een zeis verwachten. Maar in Oekraïne kennen ze die luxe van morele superioriteit nog niet. Daar kunnen Gennady’s nog levens redden.

Doorgaans zijn zulke hagiografische films niet te verteren maar Crocodile Gennady is een geslaagd humanistisch portret, gemaakt door een Amerikaan, Steve Hoover. En dat zónder het uplifting sausje waarmee het vaak gepaard gaat.

Dodelijke vluchtroute naar curieus eilandje
Het hart op de juiste plaats heeft ook Paola, een bewoonster van het eilandje Lampedusa. Het eilandje, amper tien kilometer lang en 6.000 inwoners, ligt dichterbij Tunesië dan bij Sicilië. Het was nogal wat keren het toonbeeld van dramatische scènes van vluchtelingen die in gammele bootjes aan komen varen. En geregeld zonken. Op een avond in 2013 verdronken er ruim driehonderd. De route naar het eilandje vanuit Libië is een van de dodelijkste vluchtroutes ter wereld.

Lampedusa in Winter is geen vluchtelingendrama, maar een empathisch portret van de kleurrijke bevolking die daar woont. Het is als een afgedreven dorp waar iedereen elkaar kent. Je hebt er de vissers, die de pont blokkeren om een grotere boot af te dwingen. De dj die altijd de laatste nieuwtjes meldt. De vluchtelingen die bezwaar maken tegen hun behandeling. De man die de restanten uit de vluchtelingenboten verzamelt en tentoonstelt. De patrouillerende schepen die er telkens op uit gaan om mensen in nood te redden. De burgemeester, die (geen wonder) nogal gestresst raakt van alle problemen. En dan dus Paola, die warme soep en thee komt brengen bij de vluchtelingen en helpt met wat ze kan.

Niemand is in deze documentaire de hoofdpersoon, behalve het curieuze eilandje, dat meer leed heeft gezien dan menig ander eiland. Prima film van debutant Jakob Brossmann. Een aanrader voor wie de Italiaanse cultuur lief is.

Autobedrijf in crisistijd
Dan is er nog Gert Kooijman, de baas van het autobedrijf Kooijman. Bepaald geen wereldverbeteraar. Wel iemand die in Garage 2.0  zijn zaak (en zijn personeel) probeert te redden in crisistijden. Daar is vernieuwing voor nodig. Voortgangsgesprekken die meer beledigend zijn dan opbouwend (‘Qua expressie zit er weinig gezelligheid in je gezicht’). Een spoedcursus ’beleving’ van een snelle consultant. (‘Ja, maar ik heb wel fingerspitzengefühl’ ‘Ah, dat is mooi, Ad, kun je ons dan even uitleggen hoe dat werkt?’). En een discotheek-achtige presentatie van een nieuw model auto.

De zaal lag regelmatig dubbel van het lachen, om de Jiskefet-achtige dialogen in het rookhok, als Kooijman Engels probeert te spreken, of als iemand tijdens een sollicitatiegesprek een formidabele flater slaat.

Ik vraag me af of er in het buitenland ook zo gulzig gelachen zou worden. Hollandser kan het namelijk niet worden. De ongelooflijke lompheid. Het leedvermaak. De directheid. En niemand die zich van enig kwaad bewust is, zo gaat het hier nu eenmaal.

Maar de film is niet louter leedvermaak want zoals met een goede tragikomedie is hier ook soms een schaduwkant te vinden. De vlotte secretaresse wint een auto van de zaak, de minder vlotte moet er zelf een kopen (‘Ah, daar kun je zeker wat van je erfenis in leggen’). Broer Ton Kooijman, die af en aan rijdt naar ongelukken en er zelf ook eentje heeft meegemaakt. Of klant Cor, die een nieuwe auto koopt op de ochtend dat hij slecht nieuws heeft gehad van de dokter, en toch trots is dat hij 500 euro heeft weten af te pingelen.

Sommige onderwerpen worden niets, sommigen worden goud. Die mazzel heb je soms nodig als documentairemaker. Catherine van Campen had die mazzel. Dit is een prima film van Nederlandse bodem. Er is een puntje van kritiek: hij duurt iets te lang.

Politieke discussie voor eeuwig veranderd
In 1968 was het nog niet zo raar als je als intellectueel het lekenpubliek wilde verheffen. Twee politieke debaters, William Buckley en Gore Vidal, hadden volstrekt tegengestelde opvattingen over alles. In Best of Enemies zien we ze regelmatig intellectueel de degens kruisen: de charmante conservatief (Buckley) en de vileine progressieve denker (Vidal). Ze discussieerden rondom de presidentiële voorverkiezingen van 1968, in een serie van omroep ABC.

Hoewel ze haast geen grotere tegenpolen konden zijn wisten ze elkaar goed te vinden in hoe je het debat moet voeren: spottend, op het scherpst van de snede. Elitair, maar altijd begrijpelijk. Soms werd het wat gemeen maar alles (op één berucht incident na) was in good taste.

Ze leefden bovendien in roerige tijden en er viel veel  te discussiëren. Buckley vond cultureel oproer een misverstand. Vidal was de liberaal die vond dat groepen met recht vroegen om een verbetering van hun situatie. Hier clashten twee gedachtegoeden.

Vermakelijke film die je met weemoed doet denken aan een tijd dat dit nog iets nieuws  was op televisie. De film suggereert dat deze twee debaters de politieke discussies op televisie voor eeuwig hebben veranderd. Daar zit wel wat in. Alleen zijn het nu loopgravenoorlogen, met argumenten als artillerie. De sarcastische, lichtfilosofische en spottende finesses waarmee deze twee aan het schermen sloegen, zijn nu ver te zoeken. Of te wel: iets wat je nooit  zal ervaren aan de tafel van Matthijs van Nieuwkerk.

 

1 december 2015

 

DEEL 1: De kleurrijke werkelijkheid van Errol Morris

DEEL 2: Mensen die hun nek uitsteken

DEEL 3: Pijnpunten, moed en humor als wapen

DEEL 4: De kracht van muziek

DEEL 5: Van zwarte panters tot huiveringwekkende nachtmerries

IDFA 2015 – Deel 5

Deel 5: Van zwarte panters tot huiveringwekkende nachtmerries

door Suzan Groothuis

De opkomst en ondergang van The Black Panthers in de Verenigde Staten, een wazig gebied van naziterreur in Rusland, de gruweldaden van de Zweedse Hannibal Lecter en nachtmerries waarbij de duivel je op de hielen zit.

In zijn rijk gedocumenteerde Black Panthers: Vanguard of the Revolution laat Stanley Nelson zien hoe het begon met de Panthers en waar het eindigde. Oprichters Huey Newton en Bobby  Seale wilden met hun beweging vooral verbetering, zoals betere salarissen en huisvesting en aandacht voor onderwijs. Maar ze wilden ook een tegenwicht bieden aan de politie, die vaak excessief optrad tegenover zwarte Amerikanen.

Black Panthers: Vanguard of the Revolution

Roerige tegenreactie
Met hun militante uiterlijk – lange zwarte leren jassen, baretten en wapenbezit – werden The Panthers met name door de FBI als bedreiging gezien. De documentaire toont aan de hand van talking heads (voormalige leden van The Panthers, politici) en archiefmateriaal (waaronder cruciale documentatie van FBI voorman J. Edgar Hoover die het had over het “neutraliseren” van deze groep) hoe moeilijk het was vast te houden aan hun idealen. Uiteindelijk ontstond er een splitsing binnen The Panthers, wat op roerige wijze bezegeld werd met het uitblazen van hun laatste adem. Een film die te denken geeft, vooral omdat de strijd waar het The Panthers om ging nog steeds actueel is in de VS.

Niets is wat het lijkt in Rusland
In 2007 wordt een schokkende video verspreid op YouTube. Twee jongens worden op brute wijze afgemaakt door Russische neonazi’s. Het filmpje zaait verwarring: is het echt of niet? Door de regering als nep afgedaan, besluit de Israëlische filmmaker Vladi Antonevicz samen met zijn vriend Shuravi de waarheid naar boven te halen.

Credit For Murder

Credit For Murder is als thriller opgebouwd en opent met tieners die naar het filmpje op YouTube kijken. Een Amerikaanse student die in Rusland woont waarschuwt nog: “Ga dit alsjeblieft niet zien. Het is echt.” De reacties die van de jonge kijkers af te lezen zijn, spreken voor zich. Het filmpje, online gezet door Russische neonazi’s, veroorzaakt verwarring en angst. Neonazi’s in Rusland vormen een probleem. Ze vertonen extreem geweld, waarbij niemand zijn leven zeker is. Mensen van een andere etniciteit worden op straat overmeesterd en in elkaar geslagen, of erger nog, voor een trein gegooid. En de regering? Die doet niets.

De documentaire, in donkere, dreigende kleuren gevangen, toont hoe Antonevicz samen met zijn vriend in de duistere neonazi-wereld duikt. Zich voordoend als Amerikaanse journalist met hang naar extreemrechts, probeert de regisseur via verschillende neonazi-netwerken te achterhalen hoe het zit met de executie van de twee jonge mannen.

De film werkt als thriller, waarbij de puzzelstukjes van de executie geleidelijk aan in elkaar vallen. Dat Antonevicz niet bang is aangelegd blijkt wel uit hoe hij de confrontatie aangaat. Toch geeft de film ook veel vragen: is de waarheid niet slechts door Antonevics ingevuld? Sluitende antwoorden krijgen we niet. Slechts een idee van wat er gebeurd kan zijn en wie er achter zitten. Dat er een duistere link naar de regering is zal niet verbazen. De conclusie maakt dat je ongelovig de zaal uitloopt en blij bent niet in een schimmig en corrupt Rusland te wonen.

The Confessions of Thomas Quick

Een seriemoordenaar ontmanteld
Of Zweden er trots op mag zijn is de vraag, maar het land heeft in Thomas Quick (alter ego van Sture Bergwall) een ware Hannibal Lecter. De man, die jaren vastzat in een psychiatrische inrichting, heeft meer dan dertig moorden bekend. Nadat hij zijn slachtoffers martelde en doodde, at hij hun ingewanden op. Het begin van de film toont Sture, die nauwgezet vertelt over een moord waaraan hij schuldig is bevonden. Het is nauwelijks voor te stellen dat deze man – welbespraakt, intelligent en beleefd – die duistere krachten in zich heeft.

We volgen Sture in hoe het begon: een jongen die geen aandacht kreeg in zijn familie, bekend stond als zwart schaap en door onmacht en onzekerheid overmeesterd werd toen hij ontdekte dat hij homoseksueel was. Hij was op jonge leeftijd al bekend met geweld, iets dat gaandeweg meer en gruwelijker vorm kreeg.

Nadat Sture in 1991 gearresteerd werd voor een gewapende overval, moest hij naar een psychiatrische inrichting voor criminelen met een persoonlijkheidsstoornis. Tijdens zijn regressietherapie bekende hij meer dan 30 dertig moorden. En zo verwierf Sture de status van Zweedse Hannibal Lecter.

Maar in 2008 neemt Sture al zijn bekentenissen terug. The Confessions of Thomas Quick krijgt daarmee een andere wending, waarbij je je als kijker afvraagt wat ze in hemelsnaam uitspookten tijdens zijn therapieën. Het einde van de film (teveel verraden zal ik niet) staat in contrast met het begin, waarin we Sture als ijskoude seriemoordenaar tegemoet treden. Maar geslaagd? Nee, The Confessions is vooral een verwarrend geheel, wat je ambivalent tegenover Sture Bergwall doet staan. Wel of niet een seriemoordenaar? Het is maar wie je pretendeert te zijn.

The Nightmare

Duivelse zielen in je slaap
Deze nieuwe film van Rodney Ascher doet het hart sneller kloppen, want zijn Room 237  gaf een interessante en donkere kijk op Kubricks meesterwerk The Shining. In The Nightmare gaat het over nachtmerries. Niet zomaar nachtmerries, maar de slaapstoornis slaapverlamming, waarbij iemand half in slaap, half wakker de meest vreselijke dingen waarneemt. Interviews met mensen die aan slaapverlamming lijden en reconstructies van wat ze doormaken moeten de kijker een beeld geven van de stoornis.

Daarbij is een aantal dingen opmerkelijk: slaapverlamming komt wereldwijd voor en is ook als een soort duivelse bezetenheid in eeuwenoude boeken beschreven. Zelfs een film als A Nightmare on Elm Street lijkt gebaseerd op slaapverlamming: voor de mensen die er aan lijden zijn de gelijkenissen tussen wat zij ’s nachts doormaken en hoofdpersoon Nancy opvallend groot.

Verschil met A Nightmare on Elm Street is dat mensen die lijden aan slaapverlamming wakker worden en niet zijn opgegeten door een bed. Maar wat zij zien in die duistere, wazige wereld tussen bewustzijn en slaap is zeer beangstigend: schaduwen (ook wel de “man met de hoed” genoemd) dringen de kamer binnen en willen bezit van je lichaam nemen. De sensaties die zij voelen zijn via computeranimaties in beeld gebracht.

De filmmaker slaagt maar gedeeltelijk in het leveren van een duistere,  beklemmende documentaire. De verhalen van de geïnterviewden komen zoveel overeen, dat je het op gegeven moment wel gehoord hebt en de aandacht wegebt. Conclusie? Slaapverlamming moet een vreselijke gewaarwording zijn en er is geen passende behandeling voor. Een film waarbij je na het zien maar in je handen mag klappen dat jij er geen last van hebt.

 

30 november 2015

 

DEEL 1: De kleurrijke werkelijkheid van Errol Morris

DEEL 2: Mensen die hun nek uitsteken

DEEL 3: Pijnpunten, moed en humor als wapen

DEEL 4: De kracht van muziek 

DEEL 6: Het goede voorbeeld en Hollands leedvermaak

IDFA 2015 – Deel 4

Deel 4: De kracht van muziek

door Suzan Groothuis

Hoe traditionele Pakistaanse muziek een verbintenis aangaat met jazz, we een inkijkje krijgen in het leven en de carrière van Neerlands trots Boudewijn de Groot, Janis Joplin ons terugvoert naar de ‘60s en de eigengereide Hot Sugar de invloed van omgevingsgeluid op zijn muziek laat zien. 

Lahore was ooit een bloeiend muzikaal mekka voor traditionele Pakistaanse muziek. Maar na de intrede van het streng-islamitisch regime in de jaren 70 was het voorbij. Gelukkig zijn er nog muzikanten hun muziek trouw gebleven, maar anno nu is de vraag of er überhaupt nog publiek voor is.

Song of Lahore

Passie voor tradities
Pakistaanse pop overheerst en daarbij is het lastig om aan traditionele instrumenten te komen. Waar vind je nog een fluitenmaker? Toch geven de leden van het kleine orkest niet op en bedenken ze in hun speciaal opgerichte studio Sachel hoe ze een breder publiek kunnen aanboren. Studiobaas Izzat Majid lijkt het antwoord gevonden te hebben: met hun traditionele instrumenten jazz een nieuw leven inblazen! En zo geschiedde een geheel eigen draai aan Dave Brubecks Take Five. Hier de bijzondere uitvoering van deze jazzklassieker.

Hun opname belandt op YouTube en wordt opgepikt door vooraanstaand jazzmusicus Wynton Marsalis in de Verenigde Staten. Het orkest krijgt een uitnodiging om op te treden in het Jazz at Lincoln Center in New York. Nauwgezet zijn de repetities voorafgaand aan de grote avond in beeld gebracht, wat de vraag oproept of het Pakistaanse orkest wel klaar is voor deze stap. De documentaire houdt de kijker tot aan het zenuwslopende concert in de greep. Mooi is ook de passie van de verschillende muzikanten, die allemaal zo hun eigen redenen hebben om hun muziek in stand te houden en over te brengen. Song of Lahore van Andy Schocken en Sharmeen Obaid-Chinoy is zo’n pareltje waarbij je met een warm gevoel en een nieuwe muzikale ontdekking de zaal uitloopt.

Boudewijn de Groot - Come Closer

Een blik op Boudewijn
Een film maken over de Nederlandse muzikant Boudewijn de Groot is geen gemakkelijke opgave. De zanger, die in 1966 debuteerde met zijn gelijknamige album, is namelijk een gesloten boek. Zoon Jim zegt het ad rem aan het begin van de film: Om Boudewijn te leren kennen, kan je beter geen film over Boudewijn maken. Toch lukt het documentairemaker Suzanne Raes om een mooi portret van de man neer te zetten. Niet door op Boudewijn zelf te focussen, maar op zijn drie kinderen en zijn vrienden.

In Boudewijn de Groot – Come Closer zien we in chronologische volgorde hoe zijn carrière vorm kreeg. Samen met tekstschrijver Lennaert Nijgh maakte Boudewijn de Groot zijn eerste platen, waar hits als ‘Welterusten, meneer de president’ en ‘Het Land van Maas en Waal’ uit voortkwamen. Met ‘Welterusten, meneer de president’ kreeg De Groot de reputatie van protestzanger, al stond hij daar zelf ambivalent tegenover.

Hoewel ze vrienden blijven, gaan Nijgh en De Groot beroepsmatig een tijdje uit elkaar, wat onder meer leidt tot een mislukt Engelstalig project van De Groot. Ondertussen zien we ook hoe het Boudewijn als familieman verging: twee huwelijken en drie kinderen verder lijkt hij zijn vrijheid in zijn muziek te willen beproeven. Omdat Jim zijn vader zo weinig zag, heeft hij een deel van zijn vaderschap via zijn vinylplaten tot hem genomen. Ook dochter Caya heeft gemengde gevoelens: “De melodieën die hij schrijft zijn zo warm en dat strookt niet altijd met de man die je ziet.”

Muzikant Henny Vrienten, die Boudewijn al jaren kent, noemt hem een goede vriend, maar of dat wederzijds is zou hij niet zo snel kunnen zeggen. Voor familie en vrienden is Boudewijn eveneens een mysterie, maar toch vervalt de documentaire niet in teveel afstand of feitjes. De Groots laatste optreden, waarin hij afscheid neemt van zijn 50-jarige carrière, en het lied ‘Kom Nader’, dat hij over zijn vader zingt, geven op subtiele en verrassende wijze meer prijs. Raes levert zo een evenwichtig portret, waarin zijn oeuvre en onpeilbare persoon mooi samenkomen.

Janis: Little Girl Blue

Muzikale verlossing
Hoe populair Janis Joplin nog steeds is blijkt wel uit de reeks uitverkochte voorstellingen van deze vertoning over haar leven en haar muziek. Janis: Little Girl Blue is een conventionele, maar degelijke documentaire over de opkomst en ondergang van de blueslegende. Joplin, opgegroeid in het conservatieve Port Arthur (Texas), liet al op jonge leeftijd zien een outsider te zijn. Zo wordt ze ook omschreven door talking heads als familie en vrienden. In muziek vond ze uiteindelijk haar uitlaatklep, geïnspireerd door blueszangeressen als Bessie Smith. Joplin vertrok uit haar geboortestad, om in San Francisco naam te maken met de psychedelische band Big Brother & The Holding Company.

Via archiefbeelden, interviews en brieven die Joplin aan haar familie schreef (mooi verwoord door zangeres Cat Power) zien we hoe zij uitgroeit tot excessief podiumbeest. Maar ook de keerzijde van de roem wordt getoond: Janis’ immense onzekerheid en gevoeligheid tonen een kwetsbaar persoon die de druk naarmate zij meer succesvol werd niet aankon. Dit leidde in 1970 tot haar dood ten gevolge van een heroïne-overdosis. Natuurlijk weet je als kijker hoe het afloopt, maar Little Girl Blue laat niet onberoerd door te focussen op de pure, eerlijke persoon van Joplin. En laat je achter met de vraag hoe ver ze was gekomen als ze niet tot die beroemde 27 club  behoord had.

Hot Sugar’s Cold World

Immense geluidswereld
Hot Sugar aka Nick Koenig is een artiest die zich heeft gericht op het unieke spectrum van omgevingsgeluid. Met zijn recorder legt hij alles vast wat geluid oplevert of wat geluid kan produceren. Je kan het zo gek niet bedenken: bakstenen op straat, verkeer, schedels in de tombes van Parijs en stiltes van kamers. Ieder geluid klinkt anders, zo leren we van Nick, die iedere dag weer een uitdaging zoekt om nieuwe geluiden op te nemen. Wat hij vastlegt, tovert hij om in zijn minimale, trippy tracks.

Van de persoon Nick Koenig komen we in de documentaire Hot Sugar’s Cold World van Adam Bhala Lough weinig te weten, buiten dat hij een wat wazig figuur is. Dag in dag uit loopt hij met zijn recorder rond om geluiden te vangen. We zien wel hoe de relatie met zijn vriendin Kitty – ook actief in de muziekwereld – strandt, wat verder niet van grote impact lijkt op de man en zijn kunsten. Een wat afstandelijk, doch boeiend portret van iemand die gedreven en geïnspireerd geluiden onderzoekt, interpreteert en tot een muzikaal kunstwerkje maakt. Wacht maar af, de nieuwste ontdekking van de toonaangevende muzieksite Pitchfork?

 

29 november 2015

 

DEEL 1: De kleurrijke werkelijkheid van Errol Morris

DEEL 2: Mensen die hun nek uitsteken

DEEL 3: Pijnpunten, moed en humor als wapen

DEEL 5: Van zwarte panters tot huiveringwekkende nachtmerries 

DEEL 6: Het goede voorbeeld en Hollands leedvermaak

IDFA 2015 – Deel 3

Deel 3: Pijnpunten, moed en humor als wapen

door Suzan Groothuis

In dit derde deel aandacht voor de moeizame verhoudingen in een familie, een Afghaans meisje dat vecht voor haar idealen en een comédienne die grapt over borstkanker.

In zijn documentaire A Family Affair laat Tom Fassaert een stukje familiegeschiedenis zien. Het draait om zijn oma Marianne Hertz, met haar 95 jaar oud nog steeds een prachtige vrouw om te zien. Ze is model geweest en heeft drie kinderen, maar het contact met hen is moeizaam of verbroken.

A Family Affair

Ontrafeling van familiegeheimen
Zijn vader wilde een boek over haar schrijven, een boek dat nooit tot stand kwam. De relatie bleek zo complex dat hij besloot het contact te verbreken. En dan nodigt Marianne kleinzoon Tom uit om naar Zuid-Afrika te komen, het land waar ze lang geleden naartoe is gegaan om haar vrijheid te vinden. Haar kinderen achter zich latend.

Er zit een doel achter de uitnodiging, ofwel zoals Toms vader omschrijft een manipulatie. Pas op voor je oma, waarschuwt hij, want voor je het weet heeft ze je voor haar karretje gespannen. Er is een metafoor met een schaakbord: Marianne kan je het gevoel geven dat je een koning bent, maar dan degradeer je en veegt ze je zo als een pion van het bord af.

Het doel van Mariannes uitnodiging is snel duidelijk: Tom moet haar vergezellen naar Nederland. Marianne noemt het een afscheid van haar kinderen. Zij zoeken haar niet op, dus zal Marianne nog eenmaal de reis naar Nederland maken. Ze weet wat ze kan verwachten, want het contact knaagt.

Terwijl ze zich voorbereiden voor de reis, probeert Tom te achterhalen wat er gebeurd is waardoor de verhoudingen zo gespannen zijn. Waarom iedereen een masker ophoudt. En bovenal waarom het zo’n pijn doet. A Family Affair bevat alle ingrediënten voor een goede documentaire: onvoorspelbaarheid, spanning, humor en tragiek. Het is gemakkelijk als kijker om Marianne af te doen als een egocentrische vrouw die haar kinderen in de steek heeft gelaten, maar ook zij draagt verdriet met zich mee. Dat wordt duidelijk in een ontroerende scène waarin zij zich eenmalig openstelt. Hoe onpeilbaar de vrouw is blijkt later weer als zij een familiefoto, een cadeau van Tom, weigert aan te nemen.

Een prachtig portret van een gebroken familie dat net genoeg waarheid naar boven haalt om de pijnpunten te kunnen plaatsen en begrijpen.

IDFA 2015 Sonita

Als Michael Jackson en Rihanna je ouders waren
Sonita is een meisje van achttien en droomt van een carrière als rapper. Maar Sonita is ook een meisje dat gevlucht is uit Afghanistan en in Teheran, Iran in een opvanghuis voor tieners verblijft. Haar oudere zus en nichtje zijn de enige familieleden die ook in Iran wonen en kunnen met moeite de huur voor hun appartement betalen. Sonita’s ouders zitten in Afghanistan en maken zich meer druk om de bruidsschat voor hun zoon dan de toekomst van hun dochter in Iran.

Terug naar haar dromen. Als Sonita het voor het zeggen had, was ze geboren in Amerika en was ze de dochter van Michael Jackson en Rihanna. Want hoe cool klinkt Jackson als achternaam! Als kijker ontdek je al snel dat Sonita persistent is in het nastreven van een rapcarrière. Samen met een vriend struint ze producer na producer af om hun nummer op te nemen. Maar ook dat blijkt niet zo makkelijk, want in Iran mogen vrouwen helemaal niet zingen. En daar komt bij dat Sonita’s moeder haar dwingt terug te komen naar Afghanistan om zich te laten uithuwelijken. Van dat geld kan haar broer namelijk zijn bruidsschat betalen. Hoezo omgekeerde rollen?

Sonita is een persoonlijk portret van een meisje dat niet zomaar opgeeft. Hoewel er meerdere tegenslagen op haar pad komen, vecht ze zich uit haar problemen en volgen we haar in het verwezenlijken van haar dromen. Bijgestaan door regisseuse Roksareh Ghaem Maghami krijgt Sonita het uiteindelijk voor elkaar om in Amerika een scholarship te volgen. Maar daarvoor moet ze wel eerst haar papieren regelen in Kabul en de confrontatie met haar familie aangaan.

De film Sonita blijft dichtbij de persoon Sonita staan, maar toont intussen nauwgezet de problemen rondom vrouwenrechten, uithuwelijking en aanslagen. Terwijl Sonita vanuit haar hotelkamer in Kabul over de stad uitkijkt, vliegen helikopters over en weer na een zelfmoordaanslag in een theater. Je voelt de link met de recente aanslagen in Parijs. De documentaire laat uiteindelijk zien dat kracht en geloof in jezelf je verder op weg kunnen helpen – en daarmee ook anderen. Sonita, die aanwezig was op het IDFA en een indrukwekkende rapsolo weggaf (een inspiratievolle aanklacht tegen uithuwelijking) vecht namelijk niet alleen voor haar eigen belangen, maar hoopt een weg te openen voor al die meisjes voor wie uithuwelijking het enige toekomstperspectief is.

Tig

Platte tieten
Tig is de artiestennaam van Mathilde Notaro. Een talent in de comedy-wereld, dat definitief naam maakte met haar show over borstkanker. Hoe dat zo kwam zien we in Tig, een documentaire gewijd aan deze jongensachtige verschijning die met haar droge, gevatte humor Amerika veroverde.

Wat Tig zo uniek maakt? Haar gave om het ongemakkelijke om te zetten in humor. Ze schroomt daarbij niet zichzelf op de hak te nemen. Wanneer Tig in haar leven te maken krijgt met tegenslagen- een levensbedreigend virus, het overlijden van haar moeder en als kers op de taart borstkanker – blijft zij overeind staan. Sterker nog, Tig gebruikt haar wapen – humor – in de strijd tegen al die narigheid. Op aanraden van een collega besluit ze haar leed te delen met het publiek, op zo’n manier dat het iedereen aan het lachen brengt en de pijn wat gemakkelijker te dragen is.

Over haar borsten, die ze moest laten verwijderen, zegt Tig bijvoorbeeld dat die definitief hebben afgerekend met haar “flat chested body”. In de loop der tijd moeten ze Tigs grappen daarover gehoord hebben en waren ze het zat (“you know what, we’re sick of this, let’s kill her!”). De show wordt een succes en Tig is niet meer van het podium weg te denken.

De documentaire van Kristina Goolsby volgt Tig in de aanloop naar het eenjarige bestaan van de “breast cancer” show. Ondertussen zien we hoe zij worstelt in de liefde en er een kinderwens woedt.

De eerste helft is het vooral vanwege de vele scènes of geluidsopnamen uit shows genieten; gaandeweg volgt de film het conventionele pad naar meer geluk en voorspoed. De scherpe randjes zijn er af, ook dankzij de irritante muzikale deuntjes die regelmatig de kop opsteken. En een scène waarin Tig en haar liefde Stephanie tezamen in een koets getrokken door paarden hun liefde bezegelen dikt de “finally happy together” wel heel nadrukkelijk aan. Sterke kracht is natuurlijk Tig Notaro zelf, want waar tref je iemand met zo’n uniek gevoel voor humor en uitzonderlijk optimisme? Als kijker gun je haar het beste en dan neem je die koets en die nietszeggende muzikale intermezzo’s maar op de koop toe.

 

27 november 2015

 

DEEL 1: De kleurrijke werkelijkheid van Errol Morris

DEEL 2: Mensen die hun nek uitsteken 

DEEL 4: De kracht van muziek

DEEL 5: Van zwarte panters tot huiveringwekkende nachtmerries 

DEEL 6: Het goede voorbeeld en Hollands leedvermaak

IDFA 2015 – Deel 2

Deel 2: Mensen die hun nek uitsteken

door Bob van der Sterre

Een festival in de schaduw van terreuraanslagen in Parijs. Er zijn ineens belangrijkere dingen in het leven dan film. Wat te kiezen, realistisch verdriet in een filmzaal of verdriet om de realiteit in de kranten? Een gekke situatie.

Een groepje maniakken met Kalasjnikovs zorgde krap vijf dagen voor de IDFA-openingsdag plotseling voor een heel andere sfeer dan je doorgaans hebt bij dit festival. De aanslag in Parijs, in combinatie met een stroom berichten daarna (‘Brussel is afgezet!’, ‘Aanslag in Hannover verijdeld!’, ‘Aanslag in Mali!’) betekende veel onrust tijdens het IDFA. Het weer hielp ook niet echt mee, met regen, hagel, storm en lagedrukgebieden.

Toch, je niet laten kisten, in die zaal gaan zitten en films gaan kijken. Opvallende rode draad tijdens deze IDFA zijn films over aparte mensen in aparte locaties.

24 Inwoners in Noord-Dakota
Leith is zo’n aparte locatie. Een gehucht van 24 inwoners ergens in rural Noord-Dakota waar ene Craig Cobb plotseling een afzichtelijk huisje betrok en er vlaggen voor de deur plantte. Niet zomaar vlaggen. Vlaggen met hakenkruizen.

Zijn droom? Het stichten van een nazigemeente. Hij riep andere kopstukken van de neonazistische beweging in de VS op om ook naar Leith te komen. Ze begonnen daadwerkelijk huizen te kopen.

De media doken erop. Rellen tussen Amerikaanse nationaalsocialisten en tegenstanders waren aanstaande. De ‘gemeenteraad’ in rep en roer als Cobb zich met de ‘politiek’ gaat mengen. Hoe een ongewenst persoon weg te krijgen?

De film belandt middenin de chaotische taferelen en laat iedereen aan het woord – ook de rechtsextremisten. Die krijgen ineens een menselijk gezicht. De een houdt van taarten bakken en de ander van de hele nacht door internetten. Gewone mensen? Totdat ze hun mond opendoen over de maatschappij. Je vraagt je vooral af met welke hamer je op je hoofd geslagen moet zijn om zulke stompzinnige meningen te ventileren.

Tegenover deze antipathieke lui staan de sympathieke karakters van het dorp. Het soort uit de grond getrokken helden dat je alleen maar ziet in de Verenigde Staten. De no-nonsense man met zijn aanstekelijke nonchalante manier van doen (verloor ooit zijn dochter door moord); de enige donkere man in het dorp die zich niet laat wegjagen; een fotograaf met excentrieke trekjes; een oprechte sheriff die nog nooit van dit soort rechtsextremistische groepen had gehoord.

Welcome to Leith is een knappe prestatie van regisseurs Michael Beach Nichols en Christopher K. Walker die de beelden het werk laten doen en het moralisme thuis laten.

Nina Simone in Nijmegen
En wie wist dat zangeres Nina Simone zichzelf hervond in nota bene Nijmegen? We leren dat in de film What Happened, Miss Simone?  Ze woonde er twee jaar. Het lijkt een beetje op hoe Marvin Gaye zich hervond na een verblijf in Oostende. (Dat minstens zo vreemde verhaal valt hier te lezen.) Kennelijk stralen de lage landen iets kalms uit.

What Happened, Miss Simone

Nina Simone was een getalenteerde pianospeelster die na een afwijzing voor het conservatorium min of meer gedwongen werd tot een hard bestaan als zangeres in nachtclubs. Ze evolueerde zich later als de stem van een protestgeneratie. De inkomsten droogden op want de gegoede burgerij vond dat ze maar lieve jazzliedjes moest blijven zingen.

Ze belandde in een depressie, vluchtte naar Afrika (het Liberia van voor de burgeroorlog). Om vervolgens zichzelf enigszins te hervinden in Nijmegen, waar ze ook psychologisch werd behandeld tegen borderline. Ze toerde vervolgens nog met veel succes door Europa.

Een wonderlijk verhaal, een wonderlijke vrouw. De reactie van haar dochter spreekt boekdelen: ze verafschuwt hoe gemeen haar moeder soms was, maar bewondert haar prestaties. De documentaire is geen origineel meesterwerk maar het is alleszins de moeite waard om je eens te verdiepen in het verhaal van een vrouw die echt goed muziek kon maken, anders dan de toonladders oefenende videoclipjessterren van tegenwoordig.

Progressieve burgemeester in Datong
En soms kun je vreemdeling in je eigen land zijn. Yanbo Geng is burgemeester van Datong. Hij laat er geen gras over groeien. Alles moet wijken voor zijn visie: het in ere herstellen van de oude stad, stadsmuren, musea. Geng is ervan overtuigd dat Datong er beter door zal worden.

The Chinese Mayor

Het kost miljarden. Extreem ondernemend en ambitieus voor een Chinees politicus. ‘Ik weet wel hoe ik het spel kan spelen, maar dat doe ik niet.’ Hij is trots op zijn sloopwoede. ‘We hebben 15.000 woningen gesloopt.’ Het resultaat is verrassend: ook al haalt hij hun huizen neer, burgers dragen hem op handen, geloven in zijn visie om de stad te verfraaien. Waarom? Omdat ze hem vertrouwen, een unicum in de doorgaans anonieme Chinese politiek.

De film met de logische titel The Chinese Mayor zegt veel over hoe China zijn politieke zaken regelt maar ook hoe de gemiddelde Chinees leeft in een gemiddelde provinciestad. En hoe een vrouw van de burgemeester tijdens een belangrijk overleg binnen marcheert en roept: ‘Wil je kapot? Heb je geen privéleven?’

De film van Hao Zhou kijkt vlot weg en is een aanwinst voor iedereen met interesse in de Chinese cultuur.

Bergbeklimmers in Meru
Ieder mens is een vreemde eend in de bijt als het gaat om de barre, moeilijke Himalayaanse berg Meru. De berg is niet gemaakt voor iets anders dan wind, sneeuw en rotsen. Dat is dus voor alpinisten een niet te weerstane lokroep.

Meru

Opvallend bescheiden portretten van de drie klimmers die tot twee keer aan toe de poging wagen om de Meru te verslaan. Ze waren de cineasten van hun eigen film (ook Meru geheten) want cameracrews heb je op die hoogte niet meer. Het is opmerkelijk hoe ze zo hoog, met zulke koude tenen, zo bijna verhongerd, nog oog hebben voor drama en details. Überhaupt een camera kunnen vasthouden!

Dit toonbeeld van volharding zou wel eens de bergsportklassieker van de toekomst kunnen zijn. Het heeft alles wat nodig is. Karakters, drama, spanning, doorzettingsvermogen en een berg die zich simpelweg niet wil laten beklimmen (met de zogenaamde shark’s fin peak). Zelfs ondergetekende, die normaal niet veel van heldhaftige alpinismefilms moet hebben, was onder de indruk (hoewel ik nog steeds niet begrijp waar ze het geld en de tijd vandaan halen).

Het is wel zo dat de film een beetje voelt als het kijken naar een fotoalbum van kennissen. Leuk voor hen maar wat moet je er zelf mee? Uit niets blijkt echt dat hun onderneming ook iets betekent voor iemand anders dan de drie hoofdpersonen. Maar de echte bergsport-diehard zal daar geen boodschap aan hebben. Die zal denken: daar wil ik ook hangen, in een tentje aan die berg, zesduizend meter hoog, bevroren couscous oppeuzelen!

Autodefensas  in Mexico
Ten slotte Mexico en zijn misdaad in Cartel Land, een titel die doet denken aan winkels als Bouwland, Knaakland of Videoland. Maar hier geen kartels te koop: alles draait om de illegale handel van crystal meth. In het begin horen we een verhaal van een Amerikaanse scheikundige die de Mexicanen het vak heeft geleerd. Voor wie deze link niet legt: dat is dus Breaking Bad in het echt.

Cartel Land

Sommige bewoners zijn het zat, pakken omwille van het goede de wapens op. Dat zijn de autodefensas in de provincie Michocoacan. Als de overheid niets wil doen, doen ze het zelf wel. Ze jagen de kartelleden al schietend hun huizen uit.

In het midden ervan alles vinden we de charismatische arts Jose Mireles, een slimme man die dit oprechte verzet in goede banen probeert te leiden en regelmatig in de pers opduikt met zijn boodschap. Aan de andere kant van de grens zien we Amerikanen zichzelf bewapenen en als ware Tour of Duty-soldaten patrouilleren langs afgelegen schuurtjes. Soms pakken ze wat illegale vluchtelingen op. Dit verhaal is aanmerkelijk minder interessant.

Een uplifting docu lijkt het, maar Cartel Land ontwikkelt zich als een somber stemmende documentaire die het tegendeel van uplifting blijkt te zijn. Want hoe controle te houden over zo’n groep? En uiteraard zijn er nogal wat partijen niet gediend van deze eigenwijze vrijheidsstrijders. Zoals de overheid.

Louterende film
Allemaal goed en aardig maar als je een van de klassiekers op het festival ziet, gaat het documentairehart pas echt harder kloppen.

Als je denkt dat je bestaan rot is, zou je Megacities (1998) van Michael Glawogger moeten kijken. De film laat de levens zien van mensen die ongeschoold werk doen in Mumbai, Mexico Stad, Moskou en New York. Dus die kippen onthoofden; iets chemisch lopen te zeven; in ranzige rivieren zoeken naar rommel; tijdens stripteases worden aangerand; leven in tunnels onder de stad. Allemaal passeren ze even de revue en vertellen ze over hun dromen. Het is ongelooflijk hoe ver soms een mens gaat om te overleven.

Megacities is zuiver registratie. Buitengewone beelden te over, zoals dat van een kapper die vlak langs de spoorlijn werkt, de criminelen die pitbulls met elkaar laten vechten, de man die een kuikentje weggeeft als hij iets verkoopt. Nergens sentimentaliteit, nergens een boodschap, maar documentaire zoals documentaire bedoeld is.

Glawogger registreert niet saai, hij speelt met zijn materiaal, monteert het soms erg geestig (de mannen die lopend op de markt hun producten verpatsen). Er is maar een minpunt: het (voornamelijk nagespeelde) stuk over New York valt erg uit de toon en had beter op zichzelf een minidocu kunnen zijn. Verder: briljant.

 

25 november 2015

 

DEEL 1: De kleurrijke werkelijkheid van Errol Morris 

DEEL 3: Pijnpunten, moed en humor als wapen

DEEL 4: De kracht van muziek

DEEL 5: Van zwarte panters tot huiveringwekkende nachtmerries 

DEEL 6: Het goede voorbeeld en Hollands leedvermaak

IDFA 2015 – De kleurrijke werkelijkheid van Errol Morris

De kleurrijke werkelijkheid van Errol Morris

door Bob van der Sterre

Errol Morris begon zijn loopbaan in 1978 met een portret van dierenbegraafplaatsen, getiteld Gates of Heaven. De IDFA-gast van dit jaar heeft altijd een voorkeur gehad voor aparte onderwerpen en kleurrijke karakters.

Vrijdag 20 november om 13.00 in Tuschinski 1 kun je de regisseur zelf horen vertellen in zijn masterclass. In zes punten schetsen we Morris’ stijl als documentairemaker.

Een duidelijk verhaal
Welke film van hem je ook aanzet: we zien altijd een helder verteld verhaal van een ploeterend persoon. In Mr. Death volgen we bijvoorbeeld het bizarre levenspad van elektrische stoel-designer Felix Leuchter; in Tabloid leren we hoe Joyce McKinney een huwelijk met geweld probeerde af te dwingen; in The Fog of War laat oud-minister Robert McNamara zijn licht schijnen op de oorlog van Vietnam.

Die opzet heeft als voordeel dat je je cinematografisch wat vrijer kunt bewegen. Het zijn kleine onderwerpen met veel vertakkingen. Al die vertakkingen bieden weer nieuwe visuele mogelijkheden.

De karakters zijn altijd wat merkwaardig
De personages hebben een opvallende overeenkomst: ze zijn veelbesproken geweest en hebben zelf ook behoefte aan klaarheid. Voor hen is de documentaire van Errol Morris een mogelijkheid om zelf overzicht te kunnen krijgen op wat er is voorgevallen.

Wat te denken van de vriendelijke, innemende moordenaar in The Thin Blue Line? Ontzettend aardige jongen. Wel een maniak. Of de excentrieke Felix Leuchter die elektrische stoelen in elkaar knutselt (bijnaam: The Florence Nightingale of Death Row) en tegelijk denkt dat hij een expert is op het gebied van concentratiekampen. Of men neme Joyce McKinney, die in Tabloid in geuren en kleuren vertelt hoe ze haar verloofde uit de handen van de mormonen kidnapte.

Maar ook Rumsfeld en McNamara hebben behoefte om hun posities in de wereldgeschiedenis in een helder licht te plaatsen. En Stephen Hawkings portret in A Brief History of Time (1991) past in zekere zin ook in dat plaatje.

Interviews zijn essentieel om de karakters te leren kennen
‘Ik weet niet zeker of ik een idee heb waar het maken van een documentaire precies aan moet voldoen, maar in mijn hart ben ik een onderzoeker, en dus weet ik nooit wat ik ga horen in een interview’, zegt hij tijdens een filmfestivalinterview. ‘Waarom zou je ze anders houden?’

Morris heeft sinds de jaren negentig een eigen stijl van interviewen. Die kunst heet interrotron. Hoe krijgt hij McNamara zover om recht in de camera een traan te laten? Hier wordt het uitgelegd.

Het is alsof met deze methode ineens de mens achter de mythe naar voren komt. Rumsfeld een vreselijke vent? Kijk goed naar The Unknown Known en je gaat hem sympathiek vinden wanneer hij zegt: ‘Of er een les uit te leren is? Nou, dat sommige dingen goed gaan en sommige dingen niet.’

Geregeld krijgt Morris te horen dat hij te aardig is voor zijn protagonisten. Hij legt het zelf anders uit: ‘Je ziet het portret ook in de dingen die niet gezegd zijn. In het geval van Rumsfeld zie je dat hij totaal niet in staat is om ironie te begrijpen.’

Hij velt geen oordeel over de personages
Opmerkelijk aan de documentaires van Morris is dat hij voorzichtig te werk gaat met conclusies trekken – alsof het hem echt tegenstaat iets te zeggen buiten de wereld van de feiten om.

In The Thin Blue Line zien we hem eigenlijk geen suggestie geven hoe de moord wél heeft plaatsgevonden. In Tabloid  blijft in het midden of McKinney nu wel of geen misdaad heeft gepleegd. Was Rumsfeld nou wel of niet verantwoordelijk voor waterboarden in Guantanamo Bay? Is Leuchter terecht of ten onrechte aan de schandpaal genageld?

Kortom: hij puzzelt de stukjes bij elkaar maar de puzzel uiteindelijk in elkaar zetten, dat moet de kijker zelf doen. Om dat makkelijker te maken, zeggen de karakters het over het algemeen zelf wel. Zo zegt McNamara: ‘Hij en ik gedroegen ons als oorlogsmisdadigers.’ Leuchter concludeert dat hij een niet-praktiserend revisionist is. En in The Thin Blue Line is Adams’ verhaal zo plausibel, dat naar aanleiding van de film de zaak werd heropend en hij werd vrijgesproken.

Morris erkent dat hij niet weet wat er in zijn protagonisten omgaat. ‘Wie denkt dat ik nu weet wie Joyce McKinney is, heeft het mis.’ Voor iemand als Michael Moore is deze aanpak vermoedelijk een gruwel: hij trekt dolgraag  conclusies ook al kent hij de mensen totaal niet.

De montage is uitstekend
Pratende hoofden in documentaires kennen het risico dat je van verveling in slaap valt maar Morris is een meester  van de montage. Op de juiste momenten worden er altijd interessante zaken bijgehaald: archiefbeelden, landkaarten, nieuwsberichten.

En niet zelden wordt een verhaal ondersteund met nagespeelde beelden. The Thin Blue Line is het beste voorbeeld van wat je bijna een kruising kunt noemen tussen speelfilm en documentaire.

De slow motion van de moord op de agent, vanuit verschillende punten, de milkshake die door de lucht vliegt. Een ander goed voorbeeld is de close-up van het kapot hameren van stenen in Mr. Death. Of Rumsfeld die keer op keer navraag doet bij het leger over de situatie van detainees in Irak, en we zien zijn woorden letterlijk in een zwarte, donkere put verdwijnen.

Close-ups van bandrecorders komen vaak terug. Dat ontstond per ongeluk, toen voor het beslissende interview in The Thin Blue Line zijn camera stukging en hij alleen een microrecorder bij zich had. Later kijk je verbouwereerd naar bandrecorders (met dat typische sjlip sjlip geluid) en hoor je Lyndon B. Johnson Robert McNamara de les lezen, nadat we eerder Kennedy van gedachten hoorden wisselen met McNamara.

Zelf zegt Morris er het volgende over: ‘Als alles gepland zou zijn, zou het vreselijk zijn. Als alles ongepland zou zijn, zou het even vreselijk zijn. Cinema bestaat omdat er elementen van beide in voorkomen. En in documentaires is dat ook zo.’

De muziek voegt veel toe
Philip Glass was tot The Unknown Known de vaste componist voor zijn films. Het valt nu pas op hoe die vioolrijke tunes zo ongeveer gemeengoed zijn geworden in series en documentaires. Neem de muziek die je hoort bij de B29-bommenwerpers in de film over Robert McNamara. Of de pure cinema als je kerstmuziek hoort en in slow motion een helikopter ziet klapwieken (The Unkown Known). Daarin is Errol Morris absoluut een voorloper geweest, samen met Adam Curtis.

Conclusie
Regisseur Werner Herzog kent Morris al jaren en zegt het volgende in een interview: ‘Een State of the Union zegt je eigenlijk niets over deze tijd. Maar een film van Errol Morris doet dat wel, is als een tijdcapsule. Die films weerstaan de tand des tijds.’

Persoonlijke top 5 van Errol Morris-documentaires:

  1. The Thin Blue Line (1988) – trailer
  2. Tabloid (2010) – trailer
  3. The Fog of War: Eleven Lessons from the Life of Robert S. McNamara (2003) – trailer
  4. Mr. Death: The Rise and Fall of Fred A. Leuchter, Jr. (1999) – trailer
  5. The Unknown Known (2013) – trailer

Hier kun je Errol Morris’ top tien van favoriete documentaires vinden, en hier lees de toelichting op zijn keuze. En hier vind je Sietse Meijers analyse over Errol Morris.

18 november 2015

DEEL 2: Mensen die hun nek uitsteken

DEEL 3: Pijnpunten, moed en humor als wapen

DEEL 4: De kracht van muziek

DEEL 5: Van zwarte panters tot huiveringwekkende nachtmerries 

DEEL 6: Het goede voorbeeld en Hollands leedvermaak

 
 
MEER ESSAYS