IFFR 2020 – Deel 3

IFFR 2020 – Deel 3:
Doorzetters, twijfelaars en dromers

door Suzan Groothuis

Veel films handelen over verandering. Een gebeurtenis waardoor je leven ineens op z’n kop staat, je besluiten moet nemen, het roer om moet gooien. Ruim baan voor dromers, vernieuwers of mensen die het gevoel hebben vast te zitten. Hieronder een selectie van films waarin de personages, fictief of echt, cruciale veranderingen doormaken.

 

Sound of Metal

Sound of Metal – Wennen aan stilte
Drummer Ruben speelt in een noiseband en muziek is zijn leven. Samen met zijn vriendinnetje Lou touren ze met hun camper, die omgebouwd is tot een paradijs voor muziekfanaten. Vol apparatuur en ook de draaitafel met Marantz-versterker ontbreken niet. Zo kunnen ze ‘s ochtends van een jazzmuziekje genieten, terwijl Ruben er ‘s avonds een snoeiharde drumset uit knalt.

Maar dan, plots, valt zijn gehoor weg. Eerst is er een indringende piep, om over te gaan in een verdovend, afstompend geluid. Ruben hoort nog wel, maar slechts 20% van wat normaal is. Hopend op iets tijdelijks krijgt hij van de arts slecht nieuws voorgeschoteld. Zijn gehoor is onherstelbaar beschadigd. De enige manier om het niet te verergeren, is rust nemen en niet meer optreden. En de enige manier om zijn gehoor weer terug te krijgen, is via implantaten. Een dure grap, en niet verzekerd.

Met het wegvallen van zijn gehoor valt ook Rubens wereld weg. In Darius Marders debuut volgen we hem in zijn zoektocht, hoe zich aan te passen aan deze nieuwe manier van leven. Zichtbaar gespannen onder de situatie wordt Ruben door Lou onder druk gezet zijn intrede te nemen in een doveninstituut. Zij gaat haar eigen muzikale weg. Weer moet Ruben, in eerste instantie vol weerstand, zich aanpassen.

Net wanneer je denkt dat de film de zoete kant op gaat – Ruben begint binding te krijgen met de dove wereld – zorgt Marder voor een spanningsveld. Want Ruben wil niets liever dan zijn muziekcarrière weer oppakken. Tegen het advies van zijn begeleider in besluit hij tot implantaten en daarmee begint het interessantste deel van de film. De keuze die Ruben maakt, blijft een discutabele. Want met implantaten hoort hij anders: scherp, snijdend, blikkerig. Als kijker hoor je letterlijk wat hij hoort. Van het verdoofde, verstomde geluid in het begin van de film tot het ervaren van geluid met implantaten – beiden zijn hels voor iemand voor wie geluid cruciaal is. En dat weten Marder, die mee schreef aan Derek Cianfrances The Place Beyond the Pines, en acteur Riz Ahmed perfect over te brengen. Een auditieve, ontluisterende ervaring.

 

My Morning Laughter

My Morning Laughter – In beweging komen
In het Servische My Morning Laughter volgen we de 28-jarige Dejan. Hij woont nog bij zijn moeder en buiten het feit dat hij lesgeeft, weten we weinig over hem. Wel zien we dat zijn bejaarde buurman het bloed onder zijn nagels vandaan haalt. En dat Dejan het thuis niet meer zo goed trekt. Het is tijd om op jezelf te wonen, zegt zijn moeder. Tegelijkertijd houdt ze dat ook tegen, want ze is gewend om voor haar zoon te zorgen. En Dejan zelf? Die zien we uitgezakt op de bank zitten, apathisch en besluiteloos. Als kijker geeft het je het gevoel dat de muren, waarop de camera geregeld focust, op je afkomen.

My Morning Laughter, het debuut van Marko Djordjevic, belooft een tragikomedie. De film is droog, maar het komische aspect is ver te zoeken. Djordjevic neemt de tijd. Lange shots, met veel aandacht voor ruimte – deuren en muren die afkaderen en benauwen. Ook is er weinig dialoog. De hoofdpersoon in kwestie is zwijgzaam en niet van de actie. Toch komt er, zij het op minimale wijze, verandering in zijn leven.

Een vrouwelijke collega ziet hem wel zitten en de stap om op zichzelf te gaan wonen komt dichterbij. Maar in plaats van dat je Dejan ziet opbloeien, of tot leven ziet komen, blijft hij uitgeblust. Alsof al zijn energie uit hem gerukt is. Je zou My Morning Laughter als een karakterstudie kunnen zien van een man die vastzit. Kaal en droog, zonder een duidelijk narratief. Dat klinkt saai, en dat is het helaas ook.

 

Moving On

Moving On – Snede uit een familie
Gelukkig laat de Zuid-Koreaanse filmmaakster Yoon Dan-bi met haar fraaie debuut Moving On zien dat verstildheid wel kan werken. Niet dat er in haar film weinig gebeurt – integendeel. Maar Dan-bi neemt rustig en ingetogen de tijd voor dit familiedrama, waarin een vader met zijn twee kinderen bij opa intrekt.

Niet alleen omdat opa ziek is, vader zit ook financieel aan de grond. Er is net genoeg ruimte in opa’s appartement om het gezin op te vangen. En dan komt tante, die kampt met een relatiecrisis, er ook nog eens bij. Op subtiele wijze toont Dan-bi hoe de familieverhoudingen liggen.

In eerste instantie hebben kleinkinderen Okju en Dongju helemaal geen zin om naar opa te gaan. Er lijkt ook geen sprake van een band. Maar geleidelijk aan hechten ze zich aan de zwijgzame man, aan wiens blik we kunnen zien dat hij blij is dat zijn familie er is. Ondertussen speelt er genoeg – de worsteling van Okju en Dongju met hun ouders scheiding, Okju die droomt van een oogoperatie, vader die met zijn handel in nepsneakers en zijn optimisme het hoofd boven water probeert te houden en de vraag wat er met opa en het huis moet gebeuren nu zijn gezondheid zo slecht is.

Moving On is in observerende stijl gefilmd, waarbij Dan-bi laat zien dat er niet altijd woorden nodig zijn om te duiden wat er speelt. Een van de mooiste scènes is die waarin opa naar muziek luistert. Het nummer gaat over het verlies van een dierbare en de herinneringen aan diegene. Okju neemt vanaf de trap haar opa, met een melancholieke glimlach op zijn gezicht, waar. Zij is in twijfel – opa wel of niet vergezellen – maar ze besluit hem met zijn herinneringen alleen te laten.

En zo is er wel meer moois te halen in deze beschouwende, maar veelzeggende film. Moving On wordt wel vergeleken met werk van de Japanse cineast Hirokazu Koreeda (After the Storm, Shoplifters). Thema’s van verlies, herinneringen en rouw sijpelen door, maar altijd met gedoseerd sentiment. Een snee uit het leven van drie generaties.

 

An Impossible Project

An Impossible Project – Analoge dromer
Het IFFR heeft naast het grote aantal speelfilms een behoorlijk aantal documentaires op de agenda. Een ervan is An Impossible Project van regisseur Jens Meurer waarin hij Dr. Florian “Doc” Kaps volgt. Een Oostenrijker met passie voor al wat analoog is.

Terwijl de wereld is overgegaan op digitaal, probeert Doc de analoge moraal hoog te houden. Zo heeft hij de voormalige Polaroid-fabriek in Enschede overgenomen om nieuw leven in Polaroid-camera’s te blazen. Oude camera’s worden gereviseerd en onder een nieuwe naam, Impossible, verkocht. Het merk dankt zijn naam aan het feit dat iedereen Doc voor gek verklaarde. Zo’n product in dit digitale tijdperk weer aan de man brengen, is onmogelijk. Maar Doc is een dromer die van het onmogelijke houdt. Dus kwam hij met Impossible.

Doc is een goede dromer, maar geen goede zakenman. An Impossible Project toont hoe hij van project naar project gaat, waarbij hij zijn passie voor analoog hoog blijft houden. Doc schroomt niet voor verandering. Zo heeft hij Supersense opgericht in zijn thuisstad Wenen, een analoog koffieparadijs waar onder meer ongecomprimeerde analoge opnamen worden geproduceerd. Maar Doc heeft ook zijn oog laten vallen op een Grand Hotel, dat ruim twintig jaar leeg staat. Het is oud, maar alles werkt nog. Docs visie? Maak het schoon, en laat het zo!

Uiteindelijk krijgt Doc steun vanuit het medium Facebook, dat ook de charme en noodzaak van de analoge wereld ziet. The Impossible Project loodst de kijker op vermakelijke wijze door de avonturen van Doc en zijn bevlogen medestanders. Een film over iemand die durft te dromen, bij zichzelf blijft én aanzet tot verandering. In hoeverre bepaalde analoge producten, zoals de Polaroid-camera in nieuwe vorm, zullen beklijven is wel de vraag. Hype of geen hype, de terugkeer naar analoog wordt in The Impossible Project wel bijzonder aanlokkelijk gemaakt.

 

31 januari 2020

 

DEEL 1
DEEL 2
DEEL 4
DEEL 5


MEER FILMFESTIVAL

IFFR 2020 – Deel 2

IFFR 2020 – Deel 2:
Enorme variatie korte films

door Michel Rensen

Met ongeveer 250 korte films is het kortfilmprogramma van IFFR net zo omvangrijk als het reguliere programma. Met tal van voorfilms, thematische voorstellingen en een 21-koppige Tiger Short-competitie. 

Tiger Shorts-competitie
De Ammodo Tiger Short-competitie vormt een zeer gevarieerde mengelmoes van films die nieuwe vormen van verhalen vertellen onderzoeken. Een veelvoud aan experimenteel werk, waar concepten en ideeën vaak voorrang krijgen boven een narratief. De films zijn zelfs voor een doorgewinterde kijker vaak moeilijk te volgen, maar als je je overgeeft aan het experiment, heeft elke film in competitie iets eigens te bieden.

Aquí y allá

Aquí y allá

Melisa Liebenthals Aquí y allá begint een zoektocht naar de betekenis van het concept ‘thuis’ vanuit Google Earth. Vanaf haar eigen positie als Argentijnse immigrant in Frankrijk duikt Liebenthal in de geschiedenis van haar eigen familie, die na het vluchten voor het opkomend nazisme de wereld rondzwierf voor ze in Argentinië neerstreek.

Michael Portenoy mengt in Progressive Touch dans, absurdisme en porno. Met overdreven bewegingen voeren de personages een paringsdans uit. Op minimalistische sets worden hun lichaamsdelen als muziekinstrumenten gebruikt om vervolgens ritmisch tot een hoogtepunt te komen.

Narratieve korte film
Naast de experimentele korte films, zijn er in het Voices Short-programma tal van meer narratieve films te zien. Veel van deze films draaien als voorfilm bij een speelfilm, terwijl ook een selectie in compilatieprogramma’s te zien is.

Bait-regisseur Mark Jenkin slaagt er met Hard, Cracked the Wind in om poëzie op beeld te maken. Niet met trage en ambigue shots, maar door ritmische montage en het creëren van nieuw beelden door verrassende shot-combinaties. De film is een wervelende zwart-witvertelling over een behekste aktetas.

Baba

Baba

Sarah Blok en Lisa Konno maken met Baba het tweede deel uit een reeks van komische portretten van immigrantenvaders. Nadat Konno de camera op haar eigen Japanse vader richtte in Nobu, is in Baba de hoofdrol voor een Turkse muzikant die met zijn eigen dochter in gesprek gaat. Met een goede dosis humor reflecteert de film op de complexe en vaak onbesproken gevoelens die met de immigratie gepaard gaan en de rol van vaderschap in een veranderende culturele context. Hopelijk komt het regisseursduo snel met het volgende deel in de reeks.

Drie keer prijs
Al vroeg in het festival worden de korte filmprijzen uitgereikt. In de Tiger Shorts-competitie ontvangen drie films de gelijkwaardige hoofdprijs. In Sun Dog (Dorian Jespers) dwaalt de camera tijdens een nachtelijke sneeuwstorm door een bijna verlaten Russische stad. Als buitenstaander krijgt de hoofdpersoon geen toegang tot de stad en doolt daardoor als een soort geest van de ene naar de volgende inwoner tot een dubbele zon aan de horizon verschijnt.

Communicating Vessels

Communicating Vessels

Communicating Vessels van Maïder Fortuné en Annie MacDonell vertelt een vervreemdende relatie tussen een kunstdocent en haar geniale doch wereldvreemde student. Gebaseerd op hun eigen ervaringen in kunstinstituten, als docent en student, lijkt de film toch vooral gemaakt voor een in-crowd.

Ismaïl Bahri’s Apparition laat zien dat complexe thema’s geen ingewikkelde opzet nodig hebben om te raken. Met enkel een oude foto en een lamp maakt Bahri de fysieke relatie tussen mens, geheugen en geschiedenis. Vanuit de schaduw brengt hij het verleden weer aan het licht.

 

30 januari 2020

 

DEEL 1
DEEL 3
DEEL 4
DEEL 5

 


MEER FILMFESTIVAL

IFFR 2020 – Deel 1

IFFR 2020 – Deel 1:
Zoeken naar moraal

door Suzan Groothuis

Het International Film Festival Rotterdam (IFFR) is in volle gang. In de publiekspoll zijn er flinke verschuivingen, maar drie films houden zich staande in de top tien. Toevalligerwijs films die zich buigen over hetzelfde thema: het zoeken of vinden van moraal in een wereld die op z’n kop staat.

 

Les misérables

Les misérables – Ontembare woede
Het Franse Les misérables speelt zich af in de Parijse voorstad Montfermeil, waar rellen aan de orde van de dag zijn. De filmtitel is een verwijzing naar de klassieker van Victor Hugo – een deel van zijn boek speelde zich in Montfermeil af.

Anno nu is het een wijk die aan Baltimore in politieserie The Wire doet denken: er is voortdurend onrust. De werkloosheid ligt hoog, jeugdbendes halen rottigheid uit en de autoriteiten moeten opboksen tegen woede en onvrede. Binnen al die chaos heerst het leiderschap van een drugsbaas die zich De Burgemeester noemt.

De jonge politieagent Stéphane is overgeplaatst naar Montfermeil om dichter bij zijn zoontje te kunnen zijn. Samen met twee collega’s moet hij optreden als handhaver in het onrustige gebied. In Les misérables volgen we hem op zijn eerste werkdag, die een ware vuurdoop is. Niet alleen omdat zijn collega’s er onorthodoxe methoden op nahouden, maar ook omdat de al aanwezige onrust door een aantal gebeurtenissen in rap tempo escaleert.

Les misérables is het debuut van Ladj Ly, die als kind van Malinese ouders opgroeide in Montfermeil en waar hij de rellen in 2005 filmde. Er is onmiskenbaar een link met La Haine, Mathieu Kassovitz’ film uit 1995. Rauw en ongecompliceerd toont Ly hoe de onvrede in een rumoerig district broeit en groeit en de ontstane woede niet of nauwelijks te temmen is. Van meet af aan wordt je als kijker meegezogen in een wereld waar de moraal ver te zoeken is, en waar Stéphane zoekt naar wat juist is. Een tour de force die je op het puntje van je stoel houdt. 

 

Corpus Christi

Corpus Christi – Priester uit de bajes
Van een onrustig Frankrijk gaan we naar de bajes in Polen, waar de twintigjarige jeugddelinquent Daniel droomt van een carrière als priester. Maar hij heeft een strafblad en al wordt hij vergeven voor zijn zonden, priester kan hij niet worden.

Wanneer Daniel met ontslag gaat, wordt hij te werk gesteld bij een houtzagerij. Maar dan krijgt zijn lot plots een andere wending, wanneer hij zich tijdens een bezoek aan de dorpskerk voordoet als priester.

Gebaseerd op ware gebeurtenissen volgen we Daniel in zijn goddelijke roeping. Terwijl hij waarneemt voor de echte priester, die wegens dubieuze gezondheidsredenen is uitgevallen, weet hij als onorthodoxe nieuweling de conservatieve dorpsharten voor zich te winnen.

En hoewel Daniel een oprechte intentie heeft om de dorpelingen, die kampen met een recent trauma, te helpen, is er ook een innerlijke worsteling: zijn donkere, criminele verleden dat hem achtervolgt en misschien wel in komt halen. 

Corpus Christi van regisseur Jan Komasa slaagt als gelaagd drama, waarin hij de geldende normen en waarden binnen het geloof laat schuren. Wat maakt je een goed mens, en is er onderscheid tussen een burgemeester met een verborgen agenda en een crimineel? In hoeverre krijg je echt nieuwe kansen, als je misstappen hebt begaan? Bartosz Bielenia overtuigt als de charismatische Daniel, die zowel innemend als intens is en net zo makkelijk met luide hardcoremuziek aan zijn scooter sleutelt als een rede houdt die tot nadenken stemt. Aangrijpend, maar ook komisch en het ruwe randje niet schuwend, zou Corpus Christi met zijn huidige nummer 1-notering in de poll een terechte publiekswinnaar zijn.

 

Antigone

Antigone – Griekse draak
Met Antigone – met een tweede plaats in de poll hijgend in de nek van Corpus Christi – vertaalt regisseur Sophie Deraspe de Griekse mythologie naar het nu. Antigone is samen met haar twee broers Eteocles en Polynices en zus Ismene vanuit Algerije naar Canada gevlucht. Voor de klas vertelt Antigone – met haar felle blauwe ogen een krachtige verschijning – over haar lotsbestemming. Haar ouders verloren en nu onder de hoede van haar oma. Ze krijgt haar onoplettende klasgenoten wakker en geroerd.

Volgende de Griekse vertelling sterven Eteocles en Polynices na hun nalatigheid het koninkrijk te regeren – een vloek van vader Oedipus. Koning Creon verbood dat Polynices begraven zou worden, zus Antigone strijdt ervoor dat dit wel gebeurt. In het Canadese Antigone zijn de personages letterlijk overgenomen, maar de gebeurtenissen aangepast naar het huidige tijdsbeeld. Na een rel met de politie wordt er een kogel op Eteocles afgevuurd en vindt hij de dood. Polynices, in rouw, gaat in verzet en wordt door de politie opgepakt. Antigone besluit voor haar familie op te komen en bedenkt een vrijzinnig plan om Polynices te laten ontsnappen.

Dat plan is zelfopoffering: Antigone en Polynices wisselen van identiteit. Hij gaat als Antigone de bak uit, zij blijft er als Polynices in. Wat dan volgt is een verhaal van rechtvaardigheid, waarbij Antigone ondanks alle moeilijkheden die op haar pad komen strijdbaar blijft en de moraal hoog houdt. Alles voor familie!

Het uitgangspunt van Deraspes films is origineel, maar de uitwerking – o jee. Allereerst is er de vorm – zoals flitsende social mediabeelden van broers Eteocles en Polynices na hun omstreden lot. Volgens de politie crimineel tuig, maar selfies, Facebook en Instagram tonen lachende, jonge knullen die hun toekomst nog voor zich hadden liggen. Daarbij wordt het sentiment in Antigone breed uitgesponnen. Het drama loopt maar op en de camera zoomt steeds meer in op Antigone’s strijdbare, blauwe ogen. De moralistische boodschap – familie voor alles, doen wat juist voelt – ligt er duimendik bovenop. Deraspe wil zo graag warme solidariteit en menselijkheid verbeelden, dat het glazuur van je tanden springt.

 

29 januari 2020

 

DEEL 2
DEEL 3
DEEL 4
DEEL 5


MEER FILMFESTIVAL

IFFR 2019 – Deel 6

IFFR 2019 deel 6 (slot):
Cinema die doet voelen

door Suzan Groothuis

Dit jaar prikkelde het International Film Festival Rotterdam (IFFR) met de slogan: Feel IFFR. Cinema moet je voelen, ervaren. Filmmakers uit alle streken beroeren, verruimen de blik, doen je onderdompelen in een andere wereld. Maar films voelen of ervaren wil niet zeggen dat iedere IFFR-film een hoogtepunt is. 

Veel films binnen mijn selectie scoorden middelmatig, wegens teveel pretentie (Vox Lux) of een typische arthouse-feel: weinig verhaallijn, lange shots, zoekende personages (Tarde Para Morir Joven). Wel aardig om naar te kijken, maar vernieuwend, verrassend of beklijvend, nee. In ons zesde en laatste verslag van IFFR 2019 twee films die dat wel deden: het bewogen, dwingende Sunset, en het knappe, aan The Act of Killing denkende I Do Not Care If We Go Down in History as Barbarians. Het overlappende thema: vastberadenheid. Klamp je vast aan een doel en geef niet op.

 

Sunset

Sunset – duistere geheimen in Boedapest
Sunset van regisseur László Nemes is zo’n film die na het zien ervan nog lang door het hoofd blijft spoken. Dat deed zijn debuut, Son of Saul, ook al. Een film die zo intens is dat ik ‘m geen tweede keer zou willen zien. Over vernietigingskamp Auschwitz, waar een man zoekt naar zijn zoon. Vooral de cameravoering bleef hangen: we zien de man constant vanuit de rug gefilmd, zich een weg banend door het kamp, waarbij hij letterlijk alle kanten op getrokken wordt. Iedereen wil wat van hem, waardoor er nauwelijks ruimte is voor zijn persoonlijke queeste. Een nietsontziende blik op massavernietiging en wat dat doet met de hoop van een mens.

Nu is er Sunset, waarbij we eveneens in een zoektocht belanden, maar dan in het Boedapest voor de Eerste Wereldoorlog. De twintigjarige Irisz Leiter trekt naar de Hongaarse hoofdstad om te werken bij het vooraanstaande hoedenmagazijn Leiter. De naam is geen toeval: Irisz is de dochter van de oprichters, maar haar ouders zijn op duistere wijze overleden. Wanneer Irisz haar intrede doet, is gelijk merkbaar dat ze niet welkom is. Als ze te horen krijgt dat ze een broer heeft, besluit ze op onderzoek uit te gaan.

De camera volgt Irisz in haar vastberaden en onverschrokken tocht, terwijl ze heen en weer geslingerd wordt door vertwijfeling. Wat klopt van wat ze over haar broer heeft gehoord? Wie is te vertrouwen? En vooral: wie niet? Terwijl de politieke onrust toeneemt en de chaos in de stad verergert, geeft Irisz – steeds gefilmd vanuit haar rug, haar witte kanten kraagje omhoog stekend – haar onderneming niet op.

Sunset, met zijn weelderige sets prachtig in beeld gebracht, dwingt de kijker mee te gaan op Irisz’ reis. Van een sjiek hoedenmagazijn begeven we ons naar donkere achterafsteegjes waar het gevaar broeit. Nemes hanteert een claustrofobische, opgejaagde stijl. Telkens afgeleid – een hoedenkamer versieren voor een bezoek van de Weense prinses, terwijl je je broer wil vinden – volgen we Irisz die in plaats van antwoorden steeds meer vragen op haar pad tegenkomt. Nemes beantwoordt die vragen niet, wat de kijker als onbevredigend kan ervaren. Maar je beleeft zijn film, zijnde een duistere trip die iets wil ontrafelen maar alleen maar meer verwarring brengt. Knap en uiterst meeslepend.

 

I Do Not Care If We Go Down in History as Barbarians

I Do Not Care If We Go Down in History as Barbarians – weergave van een donkere geschiedenis
In I Do Not Care If We Go Down in History as Barbarians duiken we in de Roemeense geschiedenis. De jonge en idealistische regisseur Mariana buigt zich over de etnische zuiveringen aan het Oostfront. Het Roemeense leger was verantwoordelijk voor de massamoord op de Joden in Odessa in 1941. Een gegeven dat in de doofpot is gestopt, want de toenmalige premier Antonescu kreeg voor velen na de omwenteling van 1989 een soort heldenstatus. Het was immers Antonescu die tegen de Russen, en dus tegen het communisme, gevochten had.

Via een openluchtschouwspel wil Mariana laten zien wat er werkelijk plaatsvond. Namelijk dat Roemenië niet onschuldig is als het gaat om de Holocaust. Maar zo gemakkelijk is het niet haar ideeën te verwezenlijken: zij stuit op weerstand van zowel acteurs als een vertegenwoordiger van het stadsbestuur. Verhitte discussies zaaien verdeeldheid, maar Mariana blijft volharden.

I Do Not Care If We Go Down in History as Barbarians doet wat denken aan het briljante The Act of Killing, waar leiders van doodseskaders hun massamoorden naspelen in de door hen gewenste cinematografische stijl. Ook in I Do Not Care.. vindt re-enactment plaats, maar dan zo realistisch mogelijk, alsof je teruggaat in de tijd en de massamoord opnieuw beleeft. Regisseur Radu Jude lijkt met realiteit en spel te spelen, door acteurs en publiek zich met elkaar te laten vermengen. Het zenuwslopende proces van het schouwspel is gespeeld, maar je vraagt je af of het publiek bij de vertoning ook geënsceneerd en geïnstrueerd is. Het schouwspel levert een applaus voor de onderdrukker, voortkomend uit een diepgewortelde nationale trots. Als kijker geeft dat te denken: in hoeverre zijn we in staat kritisch naar ons verleden te kijken en toe te geven dat we fouten hebben gemaakt?

Radu Jude levert met I Do Not Care If We Go Down in History as Barbarians een film die tot reflectie stemt. Hij verweeft literaire feiten, archiefbeelden en persoonlijk drama tot een gelaagd geheel, waarbij hij de licht-komische noot niet schuwt. Bijzonder document.

 

7 februari 2019

Deel 1
Deel 2
Deel 3
Deel 4
Deel 5

 

MEER FILMFESTIVAL

IFFR 2019 – Deel 5

IFFR 2019 deel 5:
Artiesten en buitenbeentjes

door Bob van der Sterre

In ons vijfde deel van het IFFR 2019 aandacht voor een Argentijns misdaaddrama dat niet aan de verwachtingen voldoet, een lichtvoetige Franse film over de boekenbranche en de flow van een grote Chinese filmmaker.

 

Rojo

Rojo – 70’s-misdaad in Argentinië
Een restaurant. Man, nogal bot, vraagt iemand die aan een leeg tafeltje zit om op te hoepelen. Hij wil daar eten. Het loopt uit de hand, knokpartij volgt – zelfs een schietpartij. De brutale man blijkt ‘de hippie’ te zijn, familie van vrienden van de hoofdpersoon, een advocaat.

Rojo volgt een interessante periode: als de overgang naar de dictatuur in de lucht hangt. Er zijn kleine incidenten waaruit blijkt dat de sfeer verhardt, dat mensen zich asocialer opstellen, dat een kleine misdaad niet meer telt in het grote plaatje.

Vooraf had ik wel hoge verwachtingen van Rojo op basis van de beschrijving ‘hooggestileerde film met zwarte humor’ maar de film maakt dit beide niet waar. Dat ligt met name aan het tempo. Het als bedaard bedoelde 70’s-tempo is mij hier wat al te bedaard. Als de acteurs de zoveelste sigaret opsteken en er de zoveelste pauze valt, haak ik af. Rojo had volgens mij makkelijk met een half uur minder gekund. Ook zie ik in de filmstijl geen verwijzingen naar andere 70’s-misdaadfilms en de hooggestileerdheid vond ik ook tegenvallen.

Wel heeft de film een geweldige start (eerste half uur) en laat Alfredo Castro’s (Tony Manero, Post Mortem, El Club) optreden als ‘de Chileense detective van televisie’ de film weer opleven. Al met al gemiddeld.

 

Double Vies

Double Vies – vermakelijk portret van de moderne boekenwereld
We volgen een uitgever, schrijver, de partner van de uitgever, de partner van de schrijver, een ‘hoofd digitalisering’ en hun vrienden en kennissen. Ze praten over de vernieuwingen in de boekenwereld die gevolgen heeft voor hen allemaal. De een verzet zich met alle macht – de ander wil juist voor de troepen uitlopen. En ondertussen hebben de personen op basis van hun voorkeuren affaires met elkaar.

Double Vies is een van mijn favoriete films van het festival. Waar een ander een typisch Franse film vol gepraat en overspel ziet, zie ik eindelijk een levendige film over een zeldzaam onderwerp: de boekenbranche. De lichtvoetige film zit vol dialogen over bloggen, e-books, digitalisering.

De film van schrijver/regisseur Olivier Assayas (Personal Shopper, Irma Vep) is dialogen, dialogen, dialogen. Ik geniet ervan – omdat zo weinig films dat bieden (uit de mode). Deze gaan rap, verlopen naturel en vervelen niet. Dat komt ook door de acteurs. Guillaume Canet is erg geloofwaardig als moderne uitgever, Vincent Macaigne als schrijver annex romanticus, Juliette Binoche als actrice die boeken op vakantie meeneemt in plaats van e-readers. Voeg hier en daar sterke bijrollen toe dan heb je een film die aan Woody Allens Husbands and Wives doet denken.

 

Ash Is Purest White

Ash Is Purest White – nieuw China valt niet mee
Het is 2001. Bin is een lokale crimineel, Qiao zijn liefje. Ze zijn belangrijk voor een stadje in de omgeving van Datong. Totdat er agressieve bendes opduiken. We verspringen af en toe van tijd en volgen hoe Qiao en Bin bij elkaar komen, elkaar loslaten en bij elkaar komen.

Ik herinner me nog dat Zhangke werd ingehaald als zo ongeveer de nieuwe Mozart van de cinema. Nu is hij intussen een veteraan onder de Chinese regisseurs, de beroemdste van de zesde generatie, en maker van beroemde films als A Touch of Sin en The World. Lees dit artikel in bfi om wat meer context te krijgen bij zijn werk.

Zhjangke’s films zijn ongrijpbaar. Geen genres, geen voorspelbaarheid, geen gestileerdheid, geen makkelijke thema’s. Je kijkt eerder naar een flow dan een verhaal. Dat zorgt ervoor dat je soms simpel camerawerk en houterig acteerwerk ziet en op andere momenten weer verbluft wordt door momenten van prachtige eenvoud. Zhangke zou je kunnen zien als de anti-Wes Anderson. Hij gelooft niet in overstilering – niet eens in stilering zelf.

Met dit verhaal (een snel moderniserende stad, misdaad, de Drieklovendam) komen diverse films van Zhangke terug in deze film. Dat schept de verwachting dat hij hiermee een periode afsluit.

 

4 februari 2019

 

Deel 1
Deel 2
Deel 3
Deel 4
Deel 6

MEER FILMFESTIVAL

IFFR 2019 – Deel 4

IFFR 2019 deel 4:
Genrefilm onder de loep

door Suzan Groothuis

Het International Film Festival Rotterdam onderscheidt zich door het grote aanbod van arthouse en independent films, maar heeft ook wat in petto voor liefhebbers van genrefilms. Zoals het Amerikaanse Harpoon, dat drie vrienden op hun noodlottige trip toont. In Nightmare Cinema laten vijf regisseurs zich inspireren door een lege bioscoop. En in The Night Shifter zien we hoe een lijkschouwer kan spreken met de doden. 

 

Harpoon

Harpoon – en toen waren er nog drie
Harpoon van regisseur Rob Grant komt als beste uit de test. De film is een mengeling van horror, thriller, drama en komedie. De band tussen drie vrienden staat onder spanning. Wanneer de opgefokte rijkeluiszoon Richard achter de vermeende relatie tussen zijn vriendin Sasha en zijn beste vriend Jonah komt, is het hek van de dam. Hij slaat Jonah tot bloedens toe, om vervolgens te horen dat de twee achter z’n rug om een harpoen voor zijn verjaardag hebben gekocht. Richard had hun berichtenverkeer niet helemaal goed begrepen. Oeps!

Om het goed te maken nodigt hij de twee uit voor een dagje op zijn jacht. Maar een dag die de vrienden dichter bij elkaar moet brengen, mondt uit in een ware helletocht. Hun vriendschap ligt verborgen onder een web van leugens en verraad. Die komen net zo pijlsnel uit als de harpoen die Richard heeft gekregen.

Wat volgt is een absurd, donker, komisch en bloederig tafereel. Wat mis kan gaan, gaat mis. Met als gevolg dat de drie in overlevingsmodus op een jacht zitten zonder voedsel en drinken. Aangewezen tot elkaar, ieder elkaars vijand. Het doet wat denken aan Jean Paul Sartres L’Enfer, waarvan ik me de zin: “Le bourreau, c’est chacun de nous pour les deux autres” nog goed kan herinneren. Ieder is de beul voor de anderen.

In Harpoon is dat niet anders, al legt Rob Grant geen link met Sartre maar met een verhaal van Edgar Allan Poe, waarin drie matrozen na schipbreuk moeten overleven. Ze zijn uiteindelijk genoodzaakt strootjes te trekken, om te bepalen wie van de drie ze moeten opofferen als kannibalistische snack. Ook speelt Grant met feitjes, zoals bijgeloof op het water (roodharigen en een zwarte banaan brengen ongeluk!) en hoe lang je nou echt zonder eten en water kan. Harpoon verrast met zijn vermenging van genres, het spelen met feitjes, literaire verwijzingen en, natuurlijk, een grote dosis bloedvergieten.

 

Nightmare Cinema

Nightmare Cinema – teleurstellende nachtmerrie
Nightmare Cinema belooft een soort horrormarathon van twee uur. Deze omnibusfilm beslaat vijf korte films, van onder meer regisseurs Joe Dante (Gremlins) en Ryûhei Kitamura (The Midnight Meat Train). Allen laten zich inspireren door een oude, lege bioscoop. The Thing in the Woods bijt het spits af en is er een in de traditie van slashers: een jong gezelschap wordt een voor een afgeslacht door een mysterieuze vreemdeling met lashelm op. Woest smijt hij met hakbijlen, maar hij weet ook raad met brandertjes en messen. Het verhaal krijgt een andere wending met de komst van mysterieuze spinnen. Een hoofd dat langzaamaan opensplijt, met erin een boosaardige spin, vormt het hoogtepunt. Een segment dat het vooral moet hebben van zijn gore-effecten.

Het tweede deel, Mirari, is van horrormeester Dante (Piranha, The Howling) zelf. Het doet wat denken aan een aflevering van The Twilight Zone, waarin een jonge vrouw geopereerd wordt en achter de gruwelijke waarheid achter haar verband komt. In Mirari is dat niet anders. Een jong stel gaat trouwen, maar zij is onzeker over haar uiterlijk. Door een auto-ongeluk loopt er een groot litteken over haar gezicht. Haar vriend zegt dat schoonheid overgewaardeerd is, maar hij doet haar ondertussen wel een aanbod om plastische chirurgie te ondergaan. Zijn moeder heeft hetzelfde meegemaakt en ze is er alleen maar mooier op geworden. Als kijker vermoedt je het ergste, zeker wanneer de enge, gladde plastisch chirurg (Richard Chamberlain, kennen we ‘m nog!) zijn intrede doet. Uiteindelijk werkt Mirari toe naar een nare, maar voorspelbare climax.

Het sterkst is This Way to Egress van David Slade, die verantwoordelijk was voor Black Mirror-aflevering Metalhead. Net als Metalhead in intens zwart-wit geschoten, met een eveneens donker, dystopisch thema. Elizabeth Reaser, pas nog te zien in Netflix-horrorserie The Haunting of Hill House, wordt geplaagd doordat alles om haar heen transformeert in lelijkheid. Vloeren worden gedweild met bloed en mensen veranderen in afzichtelijke monsters met grommende stemmen. Alleen haar kinderen zijn nog wie ze zijn. Wanneer zij haar dwingen een dokter te bezoeken, komt de zieke waarheid onverwacht naar boven. Slade overtuigt vooral met een kille en verstikkende sfeer, waarin niets is wat het lijkt.

Over de andere twee delen kunnen we kort zijn: Kitamura’s Mashit is een over de top duiveluitdrijving in een kerk, met veel bloedfonteinen veroorzaakt door een met messen zwaaiende priester. Een vermoeiende zit. En in Dead zien we hoe een jongen na een bijna-doodervaring dode mensen ziet. Een verhaal dat toewerkt naar een niet-verrassende afloop, waarin het leven wint van de dood.

De bindende factor van Nightmare Cinema is de lege bioscoop, die voorbijgangers naar zich toe trekt en hen dwingt plaats te nemen op een van de stoelen. Vervolgens zien zij zichzelf terug op het grote doek en dan niet in de meest fraaie setting. De naargeestige filmoperateur (Mickey Rourke, die weinig moeite hoeft te doen om er eng uit te zien) heeft zijn eigen, duistere doel. Op zich leuk bedacht om een oude, lege bioscoop speelterrein te laten zijn van vijf verschillende regisseurs. Nightmare Cinema moet een idee geven hoe veelzijdig horror is, maar schotelt zoveel clichés voor dat het geen moment verrast. David Slades deel daargelaten, omdat dat visueel en stilistisch de rest overstijgt. Een magere score.

 

The Night Shifter

The Night Shifter – duistere geheimen van de doden
En dan als laatste Braziliaanse horror in de vorm van The Night Shifter. Regisseur Dennison Ramalho vertelt dat zijn film een bizarre kijk op het leven in São Paolo geeft. Tegelijkertijd toont hij wat er gaande is: criminaliteit, corruptie, afrekeningen en de rol van bijgeloof. In zijn film, die je kan zien als mengeling van horror, absurdisme en realisme, draait het om de ongelukkige lijkschouwer Stênio. Hij werkt overuren en kan thuis niet op een warm onthaal van zijn vrouw rekenen.

Ondanks dat Stênio wat sullig oogt, heeft hij wel een gave. Hij kan spreken met de doden. Als hij alleen met hen is in zijn mortuarium, delen de doden hun geheimen. Wanneer Stênio door een gesprek met een van hen erachter komt dat zijn vrouw een affaire heeft, besluit hij in actie te komen.

Het is even wennen om de lijken in cgi-stijl te zien praten, maar het uitgangspunt van The Night Shifter heeft wel wat: deel nooit de geheimen van de doden, want daar komt alleen maar ellende van. Al snel wentelt Stênio zich in de problemen, door informatie van de doden te gebruiken om wraak te nemen op de geliefde van zijn vrouw. Ramalho’s film ontvouwt zich vervolgens tot horror waarin duivelse krachten de dienst uitmaken. Stênio moet alles op alles zetten om zichzelf en zijn kinderen te beschermen tegen het kwaad uit het hiernamaals. En dan is er ook nog de agressieve chaos van de stad zelf waar hij tegenop moet boksen.

Wanneer het horroraspect zijn intrede doet, boet de film aan kracht in. Van een bizarre, maar ook realistische blik op São Paolo en zijn inwoners verwordt The Night Shifter tot eendimensionale, uitzinnige duivelse wraakactie. Dat is jammer, want wat Ramalho wil zeggen over je staande houden temidden van al die ellende die speelt in de stad, komt zo niet goed uit de verf.

 

3 februari 2019

Deel 1
Deel 2
Deel 3
Deel 5
Deel 6

 

MEER FILMFESTIVAL

IFFR 2019 – Deel 3

IFFR 2019 deel 3:
Sporters en overlevers

door Bob van der Sterre

De eenzaamheid van een wielerprofessional, de profvoetballer en de vluchteling, cameraman alleen op de wereld, oplichter in de bajes, een muziekdoosje komt tot leven en het heftige leven van Fela Kuti.

 

Coureur

Coureur – een Belg in een Italiaanse epo-wielerploeg
Felix Vereecke is een ambitieuze amateur. Hij gaat wielrennen bij een Italiaanse ploeg, zijn vader en diens dubieuze connecties in de steek latend.

Mooie beelden, goede muziek, goed script. Niet al te sentimenteel en goed acteerwerk. De film kijkt naar de tragische kant van dopinggebruik (epo, amfetaminen) en de psychologische stress en eenzaamheid van wielerprofessionals. Een haantjescultuur.

Goede acteurs zijn het halve werk. Frappant is de keuze van de acteur die trainer Bruno Leone speelt: Fortunato Cerlino. Van capo di tutti capi in de tv-serie Gomorrah naar het zijn van een wielerbaas die louche zaakjes doet met doping, hij speelt ze identiek.

Ook al is Coureur op zich een prima film, voor mij gaat er geen wielerfilm boven de eveneens Belgische komedie Le vélo de Ghislain Lambert. In feite was dat hetzelfde onderwerp (wielrennen, doping) maar je kon er veel bij lachen. Dat kun je niet met Coureur. De film is – leuk om te zeggen als we het over epo hebben – bloedernstig en focust zich ook op de ellendige relatie van de hoofdpersoon met diens vader. (Er is trouwens voor de liefhebbers nóg een Belgische film over wielrennen: Un Ange, die een romantische invalshoek heeft, een soort Bobby Deerfield op een racefiets.)

 

Diamantino

Diamantino – profvoetballer van slag door vluchtelingen
Voetbalvedette ziet reusachtige roze fluffy puppies tijdens voetbalwedstrijden. Tijdens de WK-finale laten ze hem ineens in de steek en hij faalt. Hij stopt met voetbal en neemt een vluchteling in huis. Probleem 1: zijn twee bloeddorstige zussen die er ook wonen. Probleem 2: de vluchteling is een dame van de geheime dienst, op zoek naar zijn offshore accounts.

Geestige en originele film – een grote verrassing tussen al het serieuze drama op IFFR. Deze film bespot heel veel moderne dingen. Zoals Brexit, Trump, LGBT en de Panama Papers. Op een slimme manier wordt het hedendaags cynisme verbonden aan een symbool als Cristiano Ronaldo – hoewel de film vooraf meldt dat vergelijkingen toevallig zijn.

Hoe satirisch als Diamantino antwoordt op de vraag of hij weleens seks heeft gehad: ‘Nee nooit, moet geweldig zijn.’ Of dat ie slaapt onder zijn dekbed met eigen beeltenissen, zijn eigen naam draagt als onderbroekenmerk en een gigantisch kasteel bezit. Kijk hem daar als patser op zijn jacht zitten – terwijl hij niet weet dat hij een patser is. Je moet maar een acteur als Carlotto Cora vinden, die best op Cristiano Ronaldo lijkt en de kwaliteiten heeft om zo’n komische rol te spelen.

Het is trouwens de eerste keer dat ik het cynisme van deze tijd op een hoop gegooid zie worden met duistere krachten (zoals de immer op geld beluste en zwart geklede zussen). Dat maakt Diamantino een sterkere film dan als het alleen een satire op profvoetballers was geweest. Minder sterk is het spionageverhaal, vooral naar het einde toe, maar de film van regisseursduo Gabriel Abrantes en Daniel Schmidt stijgt wel uit boven de grauwe middenmoot.

 

In My Room

In My Room – de laatste man op aarde – en vrouw
Een blunderende cameraman bezoekt zijn stervende oma. De nacht dat zij is gestorven, slaapt hij buiten in zijn auto. Hij wordt wakker. Er is geen mens meer op aarde. Hij rijdt rond: niemand. Hij begint ergens een boerderijtje en dan blijkt er toch nog een mens te zijn. Een Italiaanse komt in zijn leven en matcht toevallig bijna perfect (einde van de wereld werkt beter dan een datingsite).

Aanvankelijk best een aardige film van Ulrich Köhler. Begin is erg geestig. Middenstuk is ook goed (onder andere met onverwachte knipoog naar Claude Lelouch’ Rendez-Vous). Het einde vond ik wat minder en haalt wat kracht uit de film.

Frappant is dat bij dit intussen immens populaire genre ‘laatste persoon op aarde’ geen verklaring komt waarom. Meestal zijn het zombies, ziekten, klimaatverwoestingen. Deze film is geen sciencefiction, geen horror, maar ook niet duidelijk.

Is dit een ‘ideale wereld’ voor hoofdpersoon Hans? Of gaat de film stiekem over het verlies van religie in ons leven? Hij bouwt de ark van Noach (denk ook aan de boot die hij ziet) en speelt met Kirsi Adam en Eva in een Hof van Eden. Zelfs als laatste mens van de wereld blundert hij door. Ironie der mensheid. Het zou kunnen. Mijn voornaamste kritiek: de hint om het anders te zien dan wat het is, is te zwak. De film hoort bij de nieuwe ‘Berlijn-school’, bekend van films als Western en Toni Erdmann.

 

Out of Tune

Out of Tune – de grandioze verpester
In de bajes gesmeten worden: het overkomt ook de rijken der aarden. Zoals Markus Føns, een financieel oplichter. Wat dat betekent, merkt hij in de bajes. Mensen willen geld terug van aandelen die gekelderd zijn.

Markus kiest voor veiligheid: de afgesloten afdeling voor pedofielen en verkrachters. En die hebben een zangkoor, geleid door regelfan Niels. Daar begint hij vrij snel de intrigant uit te hangen. Het is de ongeschreven regel dat niemand vraagt waarvoor iemand anders zit. Die regel geldt niet voor Markus. Zijn belangrijkste doel is om Niels te verstoten als leider van het koor. Een handlanger is de assistent van de bazin die hij weet te manipuleren.

Een redelijk gewone maar ook vaardig gemaakte film, met wat geestige momenten. Het geestige zit hem in de strijd tussen Markus en Niels. Markus (Jacob Lohmann) is aanvankelijk wel sympathiek maar later ervaren we zijn ware gezicht. Anders Mathesen is ook sterk als Niels, zijn concurrent, die tegelijk een tegenpool is. Beiden zijn vervelend op hun eigen manier. En kunnen ze überhaupt sympathiek zijn, gezien hun geschiedenissen? De film verwart de kijker en legt je eigen sympathiemeter op een weegschaal.

 

Koko-di Koko-da

Koko-di Koko-da – creepy Groundhog Day
Een stel verliest zijn kind plotseling aan een mysterieus buikvirus. Dat kind had een muziekdoosje. Dat speelt steeds het liedje ‘koko-di koko-da’. De twee gaan kamperen en worden vanaf dat moment lastiggevallen door het trio figuren op het muziekdoosje. Een grote man die een dode hond draagt, een vrouw met twee enorme paardenstaarten en een man met een hoedje. En een witte poes. Keer op keer gebeurt dat – als een gestoorde versie van Groundhog Day.

Deze film van Johannes Nyholm is verbluffend simpel gemaakt. Meer dan een tent, een auto en een paar acteurs waren er niet nodig. Toch is het een geslaagde film: soms werkt eenvoud heel goed.

De film vertelt redelijk origineel en fantasierijk een verhaal, speelt met folklore en sprookjes op een eigenzinnige manier. Bovendien zijn er ook mooie onderbrekingen via een silhouettenspel. Wel is het wat jammer dat het verhaal wat diepte in het mysterie mist. Dat wreekt zich vooral aan het einde.

 

My Friend Fela

My Friend Fela – een hels bestaan in Nigeria
Carlos Moore – Cubaan, Afrikaan, Amerikaan, ooit bevriend met Malcolm X – is de officiële biograaf van Fela Kuti. Voor de film springt Moore aldoor in de armen van oude Nigeriaanse bekenden. Zonen van Fela, ex-vrouwen van Fela, albumdesigners. We leren de context van Kuti’s leven. Zoals zijn jeugd in Londen (waar hij studeerde) en hoe hij vervolgens afrobeat creëerde.

Aan de ene kant een geweldig leven met een internationale zegetocht met zijn afrobeat en zijn 27 vrouwen. Zelfs vriendinnen zeggen na al die jaren dat ze ondanks al die concurrentes beslist een spirituele connectie hadden met hem. ‘Fela hield van seks. Hij sliep met drie vrouwen op een dag. Hij had niet alleen vrouwen thuis, maar ook buitenhuis.’

Aan de andere kant een moeilijke strijd met de toenmalige leiders van Nigeria. Dat leidde in 1977 tot een invasie van zijn commune. Diverse van zijn vrouwen werden verkracht en zijn moeder uit het raam gegooid (ze stierf). Vier jaar later deden ze het nog een keer over. Daarnaast werd hij diverse keren in de gevangenis gesmeten.

Zelf was Fela ook niet vies van geweld, zegt een ingewijde in deze film. Hij begon ook steeds meer paranoia te worden. ‘Er is een paradox tussen wat hij preekte en wat hij deed.’

En dan zie je in het Fela Kutimuseum plotseling een Bløf-music award hangen, wat net zo absurd is als dat je in het museum van Cat Stevens een ansichtkaart zou zien met: ‘Groeten uit Nigeria. Fela.’

 

2 februari 2019

 

Deel 1
Deel 2
Deel 4
Deel 5

 

MEER FILMFESTIVAL

IFFR 2019 – Deel 2

IFFR 2019 deel 2:
De strijd om de publieksfavoriet

door Suzan Groothuis

Het International Film Festival Rotterdam 2019 is in volle gang. Terwijl vaste locaties als De Doelen, Kino, Cinerama en Pathé volle zalen trekken, strijden films die meedoen in de Audience Award om de publieksfavoriet. Iedere dag is de top tien op de site van het IFFR te bewonderen.

Die top tien kan overigens per dag verschillen, al staat het door onze filmrecensent Tim Bouwhuis bekritiseerde Capharnaüm nog steeds op een eerste plaats. Hiervoor stond Beats nog bovenaan (dit Britse drama krijgt later een bioscooprelease en een uitgebreide recensie). Opvallend is hoe genereus het publiek is met het uitdelen van vieren (goed) en vijven (zeer goed). Hieronder een blik op films die in die felbegeerde publiekstop 10 staan of stonden, met de vraag: zijn ze die hoge score ook echt waard?

 

Barbara Rubin & The Exploding NY Underground

Barbara Rubin & The Exploding NY Underground – ongekroonde koningin van de underground
Vanuit het niets verscheen ineens Barbara Rubin & The Exploding NY Underground in de top tien. Over een jonge, eigenzinnige kunstenares die deel uitmaakte van Andy Warhols kunstscene. De documentaire laat het verloop van haar leven zien; die kreeg een aparte wending toen Rubin zich wendde tot het orthodoxe jodendom.

Vrienden en familie, schrijvers en bekende kunstenaars uit die tijd vertellen over Rubin en wat haar tot zo’n speciaal mens maakte. Ze was pas zeventien toen ze haar film Christmas on Earth (oorspronkelijke titel: Cocks and Cunts) maakte, geschoten met een 16mm-camera die eigendom was van filmmaker Jonas Mekas. De film baarde opzien door expliciete en (letterlijk) indringende beelden van vrouwelijke genitaliën. Daarbij was het een van de eerste erkende werken binnen de multimedia-art.

Al snel kreeg Rubin een plek binnen de kunstscene van Andy Warhol. Ze was verantwoordelijk voor de introductie van The Velvet Underground, die daarna zou optreden in Warhols Factory en speelde bij screenings van films van Warhol, Rubin en Paul Morrissey. Verder is er in de documentaire aandacht voor de vriendschap met beatschrijver Allen Ginsberg, op wie Rubin verliefd was en met wie ze het liefst kinderen zou krijgen. Een verlangen dat nooit in vervulling ging. Hoewel Ginsberg onderkomen bood aan goede vrienden die kampten met een drugsverslaving, waaronder ook Rubin, verdween Rubin net zo snel als ze gekomen was. Na zich enige tijd met de studie van de Kabbala te hebben beziggehouden, werd ze door een magneet aangetrokken tot de joods orthodoxe gemeenschap. Er volgden twee huwelijken, vijf kinderen en een plots einde.

Barbara Rubin & The Exploding NY Underground is in zijn stijl een conventionele, rechttoe rechtaan documentaire: middels archiefbeelden en talking heads krijgen we een chronologisch beeld van het leven van deze energieke, artistieke jonge vrouw. We zien en horen weinig van Barbara zelf. Er zijn archiefbeelden van screenings voor Warhol, fragmenten van haar eigen films, en wat video-opnames van Rubin met Bob Dylan, Rubin met Jonas Mekas en Rubin met Allen Ginsberg. Uiteindelijk mis je de diepgang van een portret waarvan in bijvoorbeeld Nico Icon (over het leven van Nico, ook een Warhol-muze) wel sprake was. Het roept dan ook de vraag op wat deze degelijke maar zeker niet hoogstaande documentaire, zo hoog in de publieksprijs doet belanden.

 

Tel Aviv on Fire

Tel Aviv on Fire – soapserie als bindende factor
Over naar Israël, waar we belanden in een soapopera. Althans, daar speelt regisseur Sameh Zoabi mee. Zijn film Tel Aviv on Fire opent met zoete beelden van een Palestijnse spionne (Lubna Azabal, Incendies) die informatie moet lospeuteren bij een Israëlisch militair. Ze zet alles in, waaronder haar vrouwelijke charmes, terwijl haar hart ligt bij een Palestijn. Net wanneer je denkt: “shit, ben ik in een soap beland?” zoomt de camera uit en zien we een filmcrew de bewuste scène filmen. En dan het echte verhaal: Salam werkt als productieassistent op de set van zijn oom, die verantwoordelijk is voor de serie Tel Aviv on Fire. Gemaakt op Palestijnse bodem en natuurlijk niet geheel Israël-vriendelijk. Wanneer Salam kans maakt op promotie, ontwikkelt zich een komisch drama waarin soap en realiteit zich met elkaar vermengen.

Zijn oom stelt Salam verantwoordelijk voor het script van het personage van de Israëlisch militair. Er is alleen een probleem: Salam heeft geen inspiratie. Uit nood wendt hij zich tot een Israëlisch grenswachter, die hij dagelijks moet passeren om op de filmset aanwezig te kunnen zijn. Om zich vervolgens in allerlei bochten te wringen, want alle betrokkenen hebben weer hun eigen belangen: de grenswachter bekijkt de serie vanuit het Israëlisch perspectief en Salams oom wil het liefst dat de  romance tussen de Palestijnse spionne en de Israëlisch militair eindigt in een bomaanslag.

Zoabi neemt de kijker mee op een vermakelijke rit door een door conflicten verscheurd land. Hoewel de toon immer luchtig is, weet hij toch subtiel de politieke en maatschappelijke problemen aan te kaarten. De regisseur neemt geen stelling: Tel Aviv on Fire kiest geen kant voor Palestina of Israël. In de Q&A na de film legt hij uit dat het conflict al zo lang speelt, dat het niet op te lossen is. Zijn film speelt er mee en doet dat knap door een meeslepende soapserie als uitgangspunt te nemen, die zich geleidelijk aan vermengt met het echte leven. Waar Goodbye Lenin de draak stak met het communisme in de DDR, doet Zoabi dat met het politieke conflict tussen Israël en Palestina. Met zijn goed gebalanceerde mengeling van drama en komedie en vindingrijke script is Tel Aviv on Fire een perfecte publiekskandidaat. Geen nood voor wie ‘m gemist heeft (de voorstellingen zijn uitverkocht), want de film krijgt in juli een bioscooprelease.

 

The Best of Dorien B

The Best of Dorien B – grijze muis krijgt klauwen
Van Vlaamse bodem is er The Best of Dorien B. De film was samen met het Nederlandse Dirty God en Take Me Somewhere Nice te zien op een speciale persdag voorafgaand aan het festival. De geselecteerde persfilms scoren allen hoog in de poll voor de publieksprijs, Dorien de andere twee overstijgend. Inmiddels is Dorien verslagen door titels als Miel-Emile en A Private War (geen nood, krijgt ook een bioscooprelease!).

The Best of Dorien B. Is Anke Blondé’s speelfilmdebuut na wat korte films en episoden van de tv-serie Beau Séjour. Het is een tragikomedie, die verhaalt over de dertiger Dorien, die louter ongeluk op haar pad tegenkomt.

Om maar wat te noemen: het wringt tussen haar ouders. Terwijl haar moeder zich verheugt op een veels te groot zwembad in de tuin, fluistert haar vader Dorien toe dat haar moeder vreemd gaat. En dat terwijl er ook perikelen in Doriens eigen relatie spelen. Haar vriend Jeroen is amper thuis en heeft een affaire achter de rug. Of speelt die nog steeds? En dan is er een verwoestende knobbel in Doriens borst, een teken van borstkanker. Terwijl ze al dit nieuws moet verwerken, is er zelfs op haar werk geen rust, want Dorien runt temidden van de vete tussen haar ouders de dierenartspraktijk van haar vader.

Nieuwkomer Kim Snauwaert is perfect gecast als Dorien. In eerste instantie oogt ze als een grijze muis, de wereld beschouwend en overkomend. Maar gaandeweg laat Dorien zien klauwen te hebben. Ongemakkelijke scènes tonen haar innerlijke conflict, dat steeds meer naar buiten komt. Met name de eerste helft van de film is sterk, het humoristische aspect overheerst. Totaal niet over de top, want Snauwaert kan al met een enkele oogopslag op de lachspieren werken. Het is de absurde ongemakkelijkheid die het hem doet. Situaties waar Dorien niet om vraagt, maar die haar worden opgedrongen.

Naarmate de film vordert, krijgt hij een serieuzer karakter en het personage van Dorien meer boost. Uiteindelijk is er de bevrijdende afloop, waarin Dorien voor zichzelf durft te kiezen, al vraagt dit offers. Qua sfeer doet de film wat denken aan die van Nicole Holofcener (Please Give, Enough Said), waarin personages ook met ongemakken geconfronteerd worden maar uiteindelijk hun geluk vinden. De combinatie humor en drama is een lastige. Blondé weet daar goed haar weg in te vinden, wat The Best of Dorien B. tot een veelbelovend debuut maakt. Een notering in de top tien is discutabel, maar de film is zeker een 3,5 op mijn scorelijstje waard.

 

Diamantino

Verborgen parels
Soms voel of merk je het bij het zien van een IFFR-film wat een echte publieksfavoriet is. Meestal zijn dit films die een groot publiek aanboren (en beroeren) door bewust in te spelen op sentiment of politiek/maatschappelijk beladen kwesties. De zaal is doodstil, er wordt niet geschuifeld of onrustig heen en weer bewogen. Een nog duidelijkere gradatie dat een film geslaagd is: het publiek loopt niet en masse weg. En na afloop is er een daverende ovatie. “Topfilm”, hoor je naast je. Gretig wordt er door vijfjes gescheurd.

Maar waar blijven de verborgen pareltjes? Waarom is het absurde, humoristische en volstrekt originele Diamantino (foto) niet in de top terug te zien? Of het knappe, aan The Act of Killing denkende I Do Not Care If We Go Down in History as Barbarians, die een confronterende les over de invulling van geschiedenis geeft en daadwerkelijk aan het denken zet? En het dwingende, mysterieuze Sunset van László Nemes van Son of Saul, dat vele vragen onbeantwoord laat maar de kijker van begin tot eind meesleept?

In mijn volgende deel aandacht voor de films die de top niet halen, maar die indruk maakten, wegens een verrassende invalshoek, een bijzondere cameravoering of een tot reflectie stemmende inhoud.

 

31 januari 2019

 
Deel 1
Deel 3
Deel 4
Deel 5
Deel 6
 

MEER FILMFESTIVAL

IFFR 2019 – Deel 1

IFFR 2019 deel 1:
Mensen die het moeilijk hebben

door Bob van der Sterre

Wat hebben mensen het toch moeilijk. Althans, in films. Bij het IFFR lopen er aardig wat karakters met problemen rond.

 

Out of Sight, Out of Mind

Out of Sight, Out of Mind – vriendengroep in crisis
Een vriendengroep van dertigers. Travis wil schrijver worden. Hij neemt de tijd om tot zichzelf te komen in Mexico. ‘O Brien raakt de weg kwijt (schizofrenie) en wordt (per ongeluk) een satirische YouTube-ster. Lox is een muzikant die teleurgesteld is in zijn loopbaan. Het duo Kate en Zander gaat uit elkaar (de een gaat zich een ongeluk tinderen, de ander porno kijken). Uiteindelijk proberen ze met ‘O Brien ook hun vriendengroep te redden.

Leuke gegevens, moeizame film. Wat is er allemaal moeizaam? De karakters zijn niet echt boeiend. De voice-over. Grote thema’s die er bij de haren worden bijgesleept (schizofrenie, depressie). De lengte (ruim twee uur). Moderne thema’s ook genoeg: YouTube-beroemdheden, tinderen, internetdaten, watervasten. Alsmaar Boléro van Ravel (ironisch?).

De kracht van de film zit in het karakter Travis. Zijn episode als supporter van een socialistische revolutie in Mexico is het beste stuk van de film. De rest eruit en een keuze voor een drama over schizofrenie, of een kortere satirische film over dertigers. Dan had je een aardige film die een uur korter was. Nu tolt de film door de torenhoge ambities. De satire is daardoor aangelengd met veel water – net als de karakters in de film die aan het watervasten zijn. ‘Iedere gast op Tinder heette Greg’, is bijvoorbeeld wel een grappige zin maar dat soort zinnen zijn te spaarzaam in deze film.

 

Bloody Marie

Bloody Marie – zuipende tekenares in Amsterdam
Marie (tekenares) zuipt als een kanon. Ze kan amper haar eigen huis, midden op de Wallen (Oudezijds Voorburgwal denk ik), binnen. Ze heeft haar moeder verloren en het tekenen vlot ook al niet.

Op een dag vindt ze in een buurwoning een flink bedrag en ze neemt het mee. Dat zorgt er indirect voor dat er bij het bordeel naast haar een meisje sterft. Ze gaat zich ermee bemoeien en moet zich daarna zien te ontdoen van wazige criminele figuren. En dan nog haar hond zien terug te krijgen.

Bloody Marie (film van Lennert Hillege en Guido van Driel) is best aardig. De Wallenbuurt – een keer lelijk Amsterdam – als hoofdpersoon geeft de film karakter. Met zijn hoeren, nauwe steegjes, wazige Bulgaarse buren. Mooi in beeld gebracht met zijn kleurrijke ranzigheid. Ook de hoofdrol van Susanne Wollf als tekenares Marie Winkelmut is vrij goed.

Halverwege gaat de film van drama ineens naar misdaadverhaal – een staaltje Tarantino in de polder. Dat is lef hebben en geeft de film een nieuwe energie. Het is ook het manco van de film. Het misdaadverhaal is namelijk niet echt uitgewerkt – en ik weet ook niet hoe het afloopt met het dronken leven van Marie. Verhalen over dronkaards hebben ook een dilemma: moet het verhaal dan goed aflopen, slecht, of geen van beide? De laatste is misschien het meest ‘poëtisch’ maar dan blijf je zitten met leegte (en frustratie).

 

Caminhos Magnetykos

Caminhos Magnetykos – esthetiek voor alles
Raymond Vachs, een Fransman die in Portugal leeft, heeft spijt van het uithuwelijken van zijn dochter aan een of andere slijmjurk. Hij raakt dronken en bevindt zich ineens in een satansseance. Hij kan de beslissing terugdraaien maar er is wel een prijs die hij moet betalen.

Waarom ik een fan ben van Pêra; hij is een stilist, heeft een eigen beeldtaal, zoals dat heet. In deze film is het kleurrijk, creatief, mysterieus en hij gebruikt aldoor over elkaar liggende montage. Prachtige beelden, de hele film door. En nog mooier: in deze film doet hij weer heel andere dingen dan in The Baron.

Waarom ik geen fan ben van Pêra: hij gebruikt zijn talent niet voor een interessant en mysterieus verhaal. Net als bij The Baron ging de style over substance me halverwege vervelen. Het is bij anderen die ene uitzinnige scène maar dan de hele film lang. En zonder echt verhaal zijn films echt lastig uit te kijken.

Het hoogtepunt is juist een stukje acteerwerk: als de slijmjurk op het huwelijk triomfantelijk een telefoontje van ‘Donald’ opneemt. Wat een smerige glimlach, voortreffelijk. Dat soort lichte komedie – en meer mysterie in het verhaal – had de film geweldig kunnen maken. De stijl is er al, nu de rest nog.

 

Muere, monstruo, muere

Muere, monstruo, muere – raar monster bijt hoofden af
Een monster vermoordt en onthoofdt mensen. Maar monsters bestaan niet, toch? De verdachte is David die immers bij alle drie de moorden betrokken was. Die zegt dat er toch een monster is. Hij zegt tegen een psycholoog: ik hoor een stem die zegt: ‘Murder me, monster. Murder.’ Cruz is de enige die een stap extra wil nemen om het mysterie te ontrafelen. Maar zijn baas gelooft niet in monsters.

Vage toestanden in deze Argentijnse film van Alejandro Fadel (Los Salvajes). Griezelige rit door een tunnel, een agent met een onwijs diepe stem, een creepy bos met lichtjes en een monster… daar zal ik niets over verklappen. Een van de meer fantasierijke films van IFFR die ook vast op Imagine straks te zien is.

Veelbelovend maar jammer dat er na afloop geen touw aan vast te knopen valt. Bij David Lynch, met wiens werk de film veel vergeleken wordt, snap je altijd wel dat er een soort onderhuidse logica is. Hier gaat het nergens heen. We gaan zelfs van een mysterieuze thriller naar een slasher B-film. Een probleem is ook dat de agenten vooral tijd kwijt zijn aan wazige, filosofische dialogen terwijl je eigenlijk van agenten verwacht dat ze gewoon hun werk doen. Je krijgt geen band met de karakters.

Daardoor weet de film niet de belofte van het eerste deel in te lossen. En wat moeten we nu met het monster zelf? Dat moeten we wel op een of andere manier opvatten (iets met seks neem ik aan?). Oftewel: wat meer nuchterheid, meer humor, een hoger tempo en een logischer plot hadden deze film veel goeds gedaan. De artdirection is wel een speciale vermelding waard.

 

A Land Imagined

A Land Imagined – agent zoekt slachtoffer
Lok is een agent. Hij moet achterhalen wat er met Wang en Ajit is gebeurd – twee arbeiders van een bouwplaats. Om dat te leren, verplaatst hij zich vrij letterlijk in Wangs leven en merkt dat de sleutel ligt bij het internetcafé ertegenover. Daar werkt een meisje genaamd Mindy die een paar keer op stap is geweest met Wang. En wie is Troll562 die Wang daar in de gaten houdt?

Dit is geen makkelijk verhaal – en na Mulholland Drive te hebben beschreven vallen me ineens parallellen op. Dit doet precies denken aan hoe David Lynch in zijn script dromen en werkelijkheid door elkaar mengt. Wang en Lok zijn hier praktisch dubbelgangers, en Mindy (het punkmeisje van het internetcafé dat met seks een beetje bijbeunt) is een soort sleutelpersoon tussen de twee. Een typisch tussen goed en slecht bevindend karakter à la Lynch. Dan is er nog het decor dat net als bij Lynch veelbetekenend is. Dat is de stad Singapore dat werk verschaft, maar ook mensen uit andere landen huisvest in vieze kamers, dat land wil maken maar daarvoor zand moet halen uit Maleisië.

Siew Hua Yeo won met deze film de hoofdprijs op het Locarno-filmfestival. De film heeft al meer dan zeventig reviews van allerlei serieuze bladen op IMDb. De film raakt dan ook een snaar bij critici. Een noir politieverhaal, een sociaal-realistisch verhaal over migrantenarbeiders en een kritisch essay over de stad Singapore dat uitbreidt richting zee. (Fascinerend, maar wij hebben al decennia Flevoland.) Op wonderlijke wijze blijft dit in evenwicht; de natte droom van iedere criticus.

Er zitten ook wel wat verbazingwekkende stukken in. De overgang van heden naar flashback was er zo een – precies als agent Lok iets vaags vertelt over zijn dromen.

Toch is het door het mengen van al deze karakters en filmstijlen lastig om om je aan een karakter te hechten en het gevoel te hebben een meesterwerk te hebben gezien. Daar komt toch meer emotie bij kijken dan hier het geval is.

 

28 januari 2019

 
Deel 2
Deel 3
Deel 4
Deel 5
Deel 6
 
MEER FILMFESTIVAL

IFFR 2019: Veel ruimte voor obscure krochten

IFFR 2019: van 23 januari tot en met 3 februari 
Veel ruimte voor obscure krochten van wereldcinema

door George Vermij

Rotterdam host het grootste internationale filmfestival van Nederland en wij doen traditioneel verslag. Na onze twee IFFR-previews per genre een vooruitblik om helemaal in de stemming te komen. 

Rotterdam heeft altijd een breed programma: naast de wat grotere arthouse en independent films is er veel ruimte voor de meer obscure krochten van de wereldcinema. Wat de grote titels betreft zijn dit jaar Vox Lux en High Life opvallend. Deels worden ze gedragen door bekende Hollywoodsterren, maar de regie is in handen van mensen die naam hebben gemaakt binnen de arthouse.

Vox Lux

Popster
In Vox Lux speelt Nathalie Portman een grote popster die bekend werd nadat zij als jong meisje een traumatische gebeurtenis meemaakte en daarover ging zingen. Acteur Brady Corbet (Funny Games US, Melancholia) is de regisseur en zijn The Childhood of a Leader was eerder op het festival te zien. Voormalig meisjesidool Robert Pattinson probeert zijn carrière weer meer artistieke geloofwaardigheid te geven met zijn rol in High Life van de Franse Claire Denis die bekend staat om haar lange staat van dienst (Trouble Every Day, Beau Travail en Un Beau Soleil Intérieur) binnen de arthousecinema.

Binnen dat genre is er ook nieuw werk van Alice Rohrwachter die een aantal jaar geleden imponeerde met Le Meraviglie. Haar nieuwe film Lazzaro Felice werd al goed ontvangen in Cannes en draait in Rotterdam. Sunset kan ook verrassend worden. László Nemes maakte indruk met het intense concentratiekampdrama Son of Saul en Sunset wordt omschreven als een paranoiathriller.

Spionnen
Genrecinema is onderhuids altijd wel aanwezig op het festival en sluit goed aan op de thema’s die dit jaar worden aangekaart. Een programmaonderdeel gaat over spionage en bevat klassiekers zoals Alfred Hitchcocks Rear Window en Frits Langs Spione. Verrassende keuze is wel de Tsjechische film Skid uit 1969 die de intriges van de Koude Oorlog laat zien vanuit de kant van het Oostblok. De Zuid-Koreaanse film The Spy gone North klinkt ook veelbelovend. Een verhaal over een spion die met moeite infiltreert in de partijtop van Noord-Korea en geleidelijk het vertrouwen van hooggeplaatste figuren binnen het totalitaire regime wint.

Una Banda de Chicas

Naast spionnen ook geen gebrek aan monsters en zombies. In het Argentijnse Soy Toxico is Latijns-Amerika veranderd in een post-apocalyptisch landschap met hordes ondoden. De mens is het ultieme monster in Harpoon waarin drie jongeren opeens zijn gestrand op zee en moeten overleven. Een situatie die het slechtste uit de mens kan halen. En in Koko-di Koko-da wordt een getraumatiseerd koppel geterroriseerd tijdens een campingtocht in de bossen.

Tot slot mogen wat documentaires niet ontbreken. Doozy is een ongebruikelijk portret van een stemacteur die vooral slechteriken in cartoons vertolkte. Vinyljunkies, over een iconische platenzaak in Rotterdam, is verplichte kost voor liefhebbers van het zwarte goud. En een erg leuk geheim van het festival is het Scopitone Café waar muziekdocumentaires worden vertoond waaronder Una Banda de Chicas over feministische rockbands in Argentinië.

 

22 januari 2019


MEER FILMFESTIVAL