IFFR 2021: Decepties en illusies

IFFR 2021 (februari-editie) – Deel 5 (slot):
Decepties en illusies

door Sjoerd van Wijk

Het snijvlak tussen deceptie en illusie loopt als een van de opvallender rode draadjes door de programmering van deze jubileumeditie van het IFFR heen. “All the world’s a stage” zoals een van de films uit Shakespeare citeert. Om uiteenlopende redenen spelen deceptie en illusie een rol van betekenis, van personages klem in de illusies van ideologie tot speelsere ideeën over sociale interactie.

 

Aristocrats

Aristocrats – Ouwe-jongens-krentenbrood
Aristocrats geeft een gevoelige inkijk in de wisselwerking tussen socio-economische klasse en het patriarchaat in de Japanse samenleving. Onder druk gezet door haar familie van goede komaf moet Hanaki na een afgebroken verloving op zoek naar een nieuwe man. Snel verschijnt een geschikte kandidaat, maar gaandeweg blijkt dat Hanaki in een ouwe-jongens-krentenbrood schoonfamilie is beland op zoek naar een nazaat voor hun politieke dynastie. Een ander leven dan dat van de armere Miki, die als vrijgezel een leven probeert op te bouwen in Tokio nadat ze haar studie niet kon afmaken.

Ook al gaat de sociale analyse vaak gepaard met het letterlijk poneren van stellingen weet Sode Yukiko in haar regiedebuut de strubbelingen van de twee vrouwen te vangen in prangende shots. Net zo secuur opgezet als de beelden verhaalt het scenario in hoofdstukken hoe klasse en geslacht de keuzes van Hanako en Miki sturen en beperken. Als zij elkaar onvermijdelijk ontmoeten, resoneert de botsing tussen de veiligheid van de een en de onafhankelijkheid van de ander op verrassende wijze. Aristocrats zet zo subtiele vraagtekens bij een in Japan onderbelicht thema.

 

Landscapes of Resistance

Landscapes of Resistance – Eigen gewin
In de meditatieve documentaire Landscapes of Resistance haalt Sonja herinneringen op aan haar tijd als partizaan in Servië en gevangenschap in Auschwitz. Terwijl langzaam landschapsbeelden voorbij glijden doet ze uit de doeken hoe ze zich altijd bleef verzetten met als climax de ontsnapping aan het eind van de Tweede Wereldoorlog. Haar relaas krijgt een spookachtige dimensie door de ruisende wind en overgroeide naamloze ruïnes naadloos in elkaar overspringend.

De eigenzinnigheid van deze aanpak uit zich in het persoonlijke verhaal van de maaksters Ana Vujanovic en Marta Popivoda. Zij durven hun eigen protesten te vergelijken met het heroïsche antifascisme van Sonja. De verzetsheldin als pion voor persoonlijke platgetreden puntjes over de vermeende subversiviteit inclusief platitudes over een monolithisch kwaad kapitalisme. Zo zelfvoldaan munt slaan uit een intrigerend verhaal van een overlevende uit Auschwitz voor eigen politieke punten geeft een nare nasmaak.

 

As We Like It

As We Like It – Gender in de blender
In As We Like It krijgt Shakespeares klassieke komedie As You Like It een bizarre 2021-update. Vroeger speelden mannen alle rollen. Filmmakers Chen Hung-i en Muni Wei castten hier louter vrouwen tot levendig effect. In een fictief Taipei met internetvrije zones zoeken verschillende stelletjes naar elkaar. Zo ook Orlando en Rosalind, waarin die laatste het extra moeilijk maakt door haarzelf voor te doen als een man (Roosevelt). Geestdriftig volgt de film hoe Orlando en Roosevelt verschillende beproevingen ondergaan en gender in de blender belandt.

Een recente trend in popmuziek is om popclichés op te voeren tot hallucinante hoogtes zoals bij het label PC Music of de recent overleden producente SOPHIE. Een vergelijkbare overdosis superstimuli doordringt de mierzoete romantiek van As We Like It. Hung-i en Wei laten een eclectisch geheel van popcultuur inclusief videogame verwijzingen uit de hand lopen. Al die over optimistische gekte waarin overdreven jolige actrices niet bepaald voor kalmte zorgen, beukt uiteindelijk murw.

 

La nuit des rois

La nuit des rois – Brandende fantasie
Op verbluffende wijze dompelt La nuit des rois onder in een mysterieuze wereld waar de verbeelding troef speelt. Een jongeman komt aan in de beruchte Ivoriaanse gevangenis La Maca terwijl een machtsstrijd woedt. Niet de bewakers maar de gevangenen maken binnen de muren de dienst uit en de op sterven liggende baas beroept zich op een traditie om de baas te blijven. De jongeman, Roman gekerstend, moet een nacht lang iedereen vermaken met verhalen. Op straffe van de dood waagt Roman een poging met een biografie over rebellenleider Zama.

La Maca smelt samen met Ivoriaanse mythologie en geschiedenis. Gevangenen beelden spontaan vol overgave scènes uit Romans verhaal na met hun zwierende lichamen terwijl de camera langs hen raast. Regisseur Philippe Lacôte beperkt zich niet tot de interne spanningen van de gevangenis maar vlecht die samen met de mystiek van antieke tovenarij of archiefbeelden van oud-president Laurent Gbagbo’s val tot een enerverende weerspiegeling van de Ivoriaanse samenleving. De met leuzen vol gekalkte muren houden mensen misschien fysiek op hun plaats, maar binnen brandt het vuur van de fantasie.

Het eerste deel van de 50ste editie van het IFFR (het tweede deel is van 2 tot en met 6 juni) is tevens afgesloten met de uitreiking van de Tiger Award aan Pebbles van de Indiaanse filmmaker Vinothraj P.S.. De Special Jury Awards gingen naar I Comete – A Corsican Summer van de Franse filmmaker Pascal Tagnati en Looking for Venera van Norika Sefa. Beide films zijn reeds besproken in dit verslag.

 

8 februari 2021

 
IFFR 2021 (februari-editie): Deense grimmigheid in gretig opgeklopte vertellingen

IFFR 2021 (februari-editie): Fantasierijke producties

IFFR 2021 (februari-editie): Blik op het binnenland

IFFR 2021 (februari-editie): Zwart-wit en wraak op mannen 
 
 
MEER FILMFESTIVAL

IFFR 2021: Zwart-wit en wraak op mannen

IFFR 2021 (februari-editie) – Deel 4:
Zwart-wit en wraak op mannen

door Bob van der Sterre

Zwart-witfilms keren frappant vaak terug tijdens deze IFFR. Black Medusa, Bipolar, The Edge of Daybreak – zomaar wat films die zichzelf presenteren in zwart-wit. Daarnaast een nieuwe filmniche: vrouwen die (uit wraak) mannen ombrengen. Wel in sprookjesvorm!

 

Bipolar

Bipolar – Magische kreeft
In Bipolar vindt een jonge vrouw in een Tibetaans hotel een magische kreeft. In een met tierelantijnen volgehangen jeep rijdt ze naar haar doel: het eiland Ming. Daar wil ze de kreeft terugzetten in het water. Onderweg heeft ze diverse vreemde ontmoetingen.

Deze debuutfilm van Queena Li biedt voldoende eigenzinnigheid. Een kruising tussen moderniteit en ouderdom en hoewel absurdistisch zo nu en dan wordt het verhaal nergens té merkwaardig. Mooie zwart-witbeelden, aardige actrice (Leah Dou, die ook de muziek deed), een paar sterke filmmomenten, en natuurlijk die bizarre liefde voor een kreeft.

Prima uit te kijken, alleen: het beklijft niet. Ondanks de lading van belangwekkende betekenissen (een mix van filosofische en boeddhistische thema’s, en een liefdesverhaal gebaseerd op de mythe van Orpheus) is de film te weinigzeggend. De film duurt ook te lang – er had makkelijk een half uur uit gekund. In opzet en spontaniteit doet de film me ook wel denken aan Abschied von Gestern, een soort Godardfilm uit de jaren zestig van Alexander Kluge. Die film is om dezelfde reden aantrekkelijk en lastig om te beklijven.

Ik vermoed dat Bipolar er wel goed in zal gaan bij het van spirituele films smullende arthousepubliek: vooral door de combinatie dramatisch liefdesverhaal, lichtabsurdistische gebeurtenissen en de Tibetaanse cultuur. Zo’n film waarbij mensen de zaal uitlopen en ‘Prachtig!’, ‘Mooi!’ uitroepen. En wie geeft ze ongelijk, zoveel meningen, zoveel smaken.

 

The Year Before the War

The Year Before the War – Zwart-witcinema op zijn best
In The Year Before the War (ook zwart-wit) draait alles om het jaar 1913. De Let Peter (die zegt dat hij Hans heet) verliest zijn vader en zijn baan. Anarchisten bliezen het hotel op waar hij werkte. Hij moet weg uit Riga en reist naar een sanatorium in Zwitserland. Een anarchistische dame had hem uitgenodigd.

Hans/Peter reist vervolgens heel Europa rond: Praag, Wenen, Londen en Parijs. Voor communisten begint hij aanslagen te plegen. Dat streven om te helpen brengt hem alleen maar meer in de ellende. Hij kijkt in zijn spiegel en ziet zijn gelijkenis verduisteren. Zichzelf laten helen door een grinnikende Freud lukt ook al niet.

Opmerkelijk verzorgde film. Zwart-witcinema op zijn best. Over elk beeld is nagedacht met rook, lichtval, contrast, perspectieven, slow motion en geluiden. Je vindt ongewoon gefilmde scènes zoals het feestje, de vechtpartij op het plein, maar ook mooie widescreen-beelden van het landschap of van het interieur van een trein. Indrukwekkend werk van cinematograaf Andrejs Rudzāts.

Ook het script is erg boeiend en er valt heel veel over te zeggen. Er is een maar: eenvoudig is het niet. Probeer maar eens zonder geschiedenisboek kaas te maken van alle gebeurtenissen. Hoewel het natuurlijk niet echt een Letse Forrest Gump is, heeft alles wel degelijk een betekenis. Eigenlijk zou je dus eerst een uitleg moeten downloaden die je door alle scènes gidst. Dan pas realiseer je hoeveel historische grapjes en cinematografische verwijzingen je hebt gemist (de doodskist die zichzelf voortbeweegt, om er maar een te noemen).

Met al die ambities zal de film te afstandelijk en intellectueel aanvoelen voor de gemiddelde kijker – en dat is jammer, want veel echt goede films over geschiedenis heb je niet.

 

Black Medusa

Black Medusa – Negen lugubere dates in Tunis
In het eveneens zwart-witte Black Medusa pikt een jonge vrouw mannen op, of laat zichzelf oppikken. Dan vermoordt ze ze. Negen avonden met negen lugubere dates in Tunis.

Zij (Nada) zegt nooit iets. De mannen vinden het niet erg dat ze niets zegt, ze praten zelf wel honderduit. Ze verwachten makkelijke seks met een zwijgende vrouw. Maar geen van allen haalt het einde van de avond. Op haar werk (waar ze overdag gewoon heen gaat) communiceert ze door te tikken op haar mobiel, die vervolgens de zinnen uitspreekt. Ze ‘praat’ daarmee alleen met artdirector Noura. Op bezoek thuis bij Noura jat ze haar speciale jagersmes. Niet moeilijk te raden wat ze ermee van plan is.

Er is amper een plot (politie ligt net als in giallo’s te slapen) en origineel is het ook al niet zo. Neem Ms. 45 van Abel Ferrara. In wezen hetzelfde als deze film, maar dan mét wat er aan de gekte vooraf ging. Niet dat het veel uitmaakt, we kunnen het ook zelf wel invullen. Haar haat tegen mannen móet ergens vandaan komen.

Ongewone film uit Tunesië, jazeker, maar een goede film? Grootste probleem, net als bij een film als Henry: Portrait of a Serial Killer: je hebt geen band met de hoofdpersoon en kunt niet anders dan apathisch toekijken. Wat je dan overhoudt is de stijl, de kunst van de film, en die is op momenten best mooi, met fantasierijke beelden, spel met lichtval in het Tunesische nachtleven en opmerkelijk esthetische moordscènes.

 

Mayday

Mayday – Drie vrouwen in kapotte onderzeeër
In Mayday (niet zwart-wit!) krijgt Ana, bediende bij een huwelijksfeest, ervan langs van haar manager. En passant mishandelt hij haar. Een stroomstoring slaat toe, ze wordt geëlektrocuteerd, alles is duister, ze kruipt in een oven en opent haar ogen op een eiland.

Drie vrouwen in een kapotte onderzeeër verdedigen daar hun stellingen tegen mannen. Die oorlog is overal. Tegelijk doen ze mayday-oproepen: als sirenen lokken ze mannen een storm in. Marsha (de treurige bruid van het feest waar ze eerder was) pusht haar over haar grenzen en Ana wordt scherpschutter. Toch blijft ze twijfelen. Moet ze echt al die mannen omleggen?

Ik moet zeggen dat ik redelijk sceptisch deze film inging, als man zijnde. Tegelijk ben ik mans genoeg om deze film op zijn merites te beoordelen. En hoe dit zich allemaal in het hoofd van Ana afspeelt, is verrassend fantasierijk. We merken dat ook want ze ziet op het eiland allemaal bekende gezichten van het huwelijksfeest. Dan realiseren we zelf ook (als we dat nog niet wisten) dat we eigenlijk in Ana’s hoofd zitten.

Grace van Patten als Ana is goed gecast, maar boeiender is de rol van Marsha (Mia Goth, nog zo schattig in Emma). Die doet soms denken aan klassieke waanzinnig wordende legerleiders, van Sergeant Barnes in Platoon tot generaal Kurtz in Apocalypse Now. Ana: ‘Waarom nemen we de mannen niet gevangen in plaats van doden?’ Marsha: ‘Dat hebben geprobeerd. Het was vermoeiend.’ Of bij een stervende soldaat die zegt dat hij zoveel van zijn vrouw hield: ‘Ze hield vast niet zo van jou als jij denkt.’ En dan…

Deze debuutfilm van Karen Cinorre heeft in gevoelige MeToo-tijden de potentie om in verkeerde keelgaten te schieten. Zowel in die van vrouwen hatende mannen als van mannen hatende feministen. Over die verachting en misverstanden bij beide geslachten gaat deze film juist (ironisch genoeg). Mochten straks weer eens Twitterstormen hard gaan waaien, moeten al die lui niet vergeten dat het allemaal heel onschuldig is: alles speelt zich immers af in het hoofd van Ana. Het is haar verhaal en het zijn haar gekkigheden (het parodiërende dansje is een goed voorbeeld).

Minpunten zie ik meer in de vorm: het had nog mysterieuzer mogen zijn vormgegeven, het einde is mij iets té sprookjesachtig en het verhaal is duidelijk een potpourri is van allerlei films en ideeën. Je ziet hier dingen terug van Lord of the Flies, Being John Malkovich, Le Tout Nouveau Testament, Inside Out en Alice in Wonderland.

En IFFR bood trouwens nóg een vrouwen-leggen-mannen-om-film… de korte film A Woman’s Revenge. Onderdeel van Su Huy-Yu’s herfilming van Taiwanese filmgeschiedenis, in dit geval sexploitation. Totaal over de top, compleet maf, subtiliteit van een hamer. Wel esthetisch knap werk.

 

7 februari 2021

 

IFFR 2021 (februari-editie): Deense grimmigheid in gretig opgeklopte vertellingen

IFFR 2021 (februari-editie): Fantasierijke producties

IFFR 2021 (februari-editie): Blik op het binnenland

IFFR 2021 (februari-editie): Decepties en illusies

 
 
MEER FILMFESTIVAL

IFFR 2021: Blik op het binnenland

IFFR 2021 (februari-editie) – Deel 3:
Blik op het binnenland

door Tim Bouwhuis

Twee lichtvoetige kanshebbers in de Tiger Competition ademen een vrije, zomerse sfeer die de coronacrisis doet vergeten. Looking for Venera en I Comete – A Corsican Summer portretteren het binnenland van respectievelijk Kosovo en Corsica met een scherp oog voor lokale tradities en de (jonge) bewoners. Het absolute competitiehoogtepunt tot nu toe komt uit Thailand.

De gefocuste coming-of-age-vertelling Looking for Venera steekt mooi af tegen het meer springerige, fragmentarische I Comete. Looking for Venera is op het eerste oog een film zoals er vele anderen bestaan: een redelijk schuchter tienermeisje zoekt naar haar (seksuele) identiteit, kijkt op naar haar zelfverzekerde vriendin en worstelt om los te komen van haar traditioneel ingestelde ouders. De uitwerking is innemend en overwegend subtiel genoeg, maar het is de setting die dit langspeeldebuut van Norika Sefa ook daadwerkelijk onderscheidend maakt. Sefa slaagt erin een klein Kosovaars dorpje om te toveren tot een ware microkosmos, waarin zelfs de jongste bewoners zich zodanig op hun gemak voelen dat ook kijkers zich thuis kunnen wanen.

Looking for Venera

Definitie boven verandering
Het is waardevol dat Venera (een gouden debuutrol van Kosovare Krasniqi) voor de verandering in dit genre eens geen ingrijpende karakterverandering hoeft te ondergaan. We zien duidelijk hoe de mensen in haar omgeving en het proces van ouder worden invloed uitoefenen op haar houding en gedrag, maar dat betekent nog niet dat zij als mens ingrijpend verandert; ze leert alleen geleidelijk haar eigen plaats in de wereld meer definitie te geven. Kijkers kunnen Venera zo überhaupt leren kennen terwijl zij zichzelf béter leert kennen. In die lijn van denken stelde Sefa tijdens een Tiger-persconferentie dat het perspectief van kijkers op die manier misschien wel meer verandert dan dat van Venera zelf – vandaar ‘Looking for Venera’.

Als coming-of-age-vertelling heeft deze film de potentie om wereldwijd aan te spreken, maar Sefa’s beeld van de dorpse omgeving is wel degelijk sterk ingebed in haar kennis van de lokale waarden, tradities en geschiedenis. Engelse taallessen voor de jeugd brengen (impliciete) verwijzingen naar de burgeroorlog met zich mee. Geroddel is aan de orde van de dag en ‘toeschietelijke’ jongedames (zoals Venera’s vriendin en lichte tegenpool Dorina) worden met de nek aangekeken. De traditionele rolverdeling tussen ouders zorgt voor het (helaas wat typisch uitgewerkte) gegeven dat moeders hun drang naar vrijheid soms onderdrukken om hun echtgenoot niet tegen zich in het harnas te jagen.

Dagboek van een draaiboek
Als dwarsdoorsnede van een dorpse omgeving doet Looking for Venera denken aan I Comete van de Franse regisseur Pascal Tagnati. De toon, mate van focus en camerastijl (Tagnati werkt met meer uitgesproken geënsceneerde, lange opnames die elkaar stelselmatig opvolgen) mogen dan verschillen, ook I Comete laat zien hoe een ‘vergeten’ plaatsje in het Europese binnenland balanceert tussen de genadeloze modernisering en de blijvende lokroep van traditie en sociale isolatie.

I Comete – A Corsican Summer

Trap niet in de valkuil te denken dat deze film standhoudt als documentaire: de meeste taferelen en dialogen komen onmiskenbaar uit een draaiboek, maar schetsen wel een aandoenlijk en divers beeld van een voorgestelde gemeenschap. Op momenten bedient Tagnati zich helaas wel heel erg van platitudes, met name als hij weergeeft hoe amateurporno de beeldschone natuur ook niet bespaard is gebleven. In een andere scène wordt een doodscultuur onder de jeugd verbeeld op de bedompte tonen van een nadrukkelijk aanwezige soundtrack. Aan de muur hangt een poster van Kurt Cobain.

Gelukkig profiteert Tagnati’s demonstratieve regie uiteindelijk van de hybride opzet: voor ieder banaal of nihilistisch tafereel is er wel een grap of lichtvoetige ontmoeting in het dorpse ‘centrum’ dat de boel qua toon net voldoende in balans brengt. Een voetbalfan klaagt over het gebrek aan ‘eigenheid’ onder Europese topteams en verraadt zo zijn eigen kijk op multiculturalisme. Een (privé?)helikopter landt uit het niets naast een buitenhuis. Een grootmoeder legt vanuit haar luie stoel geduldig uit wat er zoal mis is met ons continent. “Europa is voor technocraten en bankiers. We moeten onze mond houden en doen wat ons wordt verteld. Ze spelen de armen onder elkaar uit”. En vervolgens: “Ik ga mijn soapopera kijken – geef jij de geraniums water?”

Tocht naar de duisternis
Na het bespreken van twee vergelijkbare titels mag een vreemde eend in de bijt door zijn eigenzinnige klasse niet ontbreken. Competitietopper The Edge of Daybreak van de Thaise regisseur Taiki Sakpisit deed ondergetekende verreweg het meest balen dat Pathé Schouwburgplein dit festivaljaar niet beschikbaar mag zijn. Contrastrijke zwart-witbeelden en onheilspellende geluiden begeleiden een donkere tocht door de recente politieke geschiedenis van het land.

The Edge of Daybreak

The Edge of Daybreak is een film met lagen van perspectief: centraal staat een vrouw die getroffen is door trauma, van daaruit bekijken we het lot van een volledige familie, en op meta-niveau gaat de verbeelding over twee breekpunten in de recente geschiedenis van Thailand; een reeks studentenopstanden in de jaren zeventig en een militaire coup in 2006. Naarmate de film vordert, trekt de camera steeds verder de duisternis in, alsof de getraumatiseerde psyche van de hoofdpersoon direct samenvalt met een tocht terug in de tijd. In een interview na afloop van de online screening stelde Sakpisit dat de exacte tijdsbepaling voor kijkers niet eens zozeer van belang hoeft te zijn. The Edge of Daybreak is een bedwelmende ervaring, ergens tussen droom en realiteit, die historisch geïnformeerd trauma op een zintuiglijke manier invoelbaar maakt.

Op 7 februari wordt bekendgemaakt welke film de Tiger wint en welke speciale juryvermeldingen daar nog bijkomen. The Edge of Daybreak is na vrijdag 5 februari helaas niet meer te streamen, maar tickets voor Looking for Venera en I Comete zijn op het moment van schrijven nog beschikbaar via de IFFR-website.

 

6 februari 2021

 

IFFR 2021 (februari-editie): Deense grimmigheid in gretig opgeklopte vertellingen

IFFR 2021 (februari-editie): Fantasierijke producties

IFFR 2021 (februari-editie): Zwart-wit en wraak op mannen 

IFFR 2021 (februari-editie): Decepties en illusies

 

MEER FILMFESTIVAL

IFFR 2021: Fantasierijke producties

IFFR 2021 (februari-editie) – Deel 2:
Fantasierijke producties

door Bob van der Sterre

Lichtvoetige films: ze worden in het IFFR-programma niet eens meer zó overwoekerd door het zwaarmoedig stemmende drama. Toch valt over smaak te twisten, ook hier weer. Hilarisch wordt het nergens.

 

Carro Rei

Carro Rei – Onze verhouding met apparaten
In Carro Rei zegt Uno’s vader dat hij het taxibedrijf moet overnemen. Uno heeft nog steeds verdriet om zijn moeder die overleed na een auto-ongeluk en kiest zijn eigen weg.

Op een dag keert hij terug bij de garage waar hij opgroeide. Daar herontdekt hij zijn talent om met auto’s te praten. Samen met zijn oom Zé (die samen met zijn vriendin Mercedes paaldanst) lappen ze de auto op waarin Uno’s moeder het leven liet. Ze kunnen ‘carro rei’ (koning der auto’s) laten praten. Hij wordt een soort irritante en narcistische Kitt van Knight Rider.

Bizarre film die bedoeld is om iets te zeggen over onze verhouding met apparaten. Die verandert aldoor. ‘Dat doen we al sinds de mens het eerste gereedschap uitvond, in de prehistorie’, zegt Zé.

Ik hield het ongeveer drie kwartier uit maar daarna gaat het filmlicht uit als het echt te dwaas wordt. Carro Rei gaat dan een nationalistische beweging leiden, een zeer opzichtige verwijzing naar de situatie in Brazilië op dit moment. Deze film van Renata Pinheiro (met familielid Clara Pinheiro als Amora) kan niet tippen aan de hilarische Braziliaanse film Diamantino.

 

Friends and Strangers
Friends and Strangers – Kamperen en misverstanden
In het Australische Friends and Strangers zien we hoe twee mid-twintigers (Ray en Alice) die elkaar vaag kennen samen een weekend gaan kamperen. Wat kan er misgaan? Ze liggen in een tent en raken elkaar aan. ‘Kan het niet wat langzamer?’ ‘Wat is het dan dat wij snel doen?’ Opeens staat er een kerel met een caravan naast je tent en wil praten over wandelen in de natuur. En tref je een familie die rondreist samen met de kleding van de overleden moeder. De affaire in wording sterft voor er überhaupt een kus is gevallen.

Verrassend inventief hoe dit verhaal tijdens een wandeling ineens overgaat naar foto’s op een mobiel in een cafeetje. Alice vertelt daar hoe het weekend was, terwijl Ray op datzelfde moment autopech heeft op een steenworp afstand.

Je denkt eerst aan een typisch Australische roadmovie-romcom, een lichtgewicht film die weinig kwaad doet. Dan volgt een ander tweede deel. Ray komt te laat bij een afspraak over filmen van een huwelijk, slaat daar een gat in een muur, ziet een roze schilderij dat later blauw is, ontmoet een dame die steeds haar kont prikt aan een cactus en moet een vriend doodziek bij de buren achterlaten.

De film van James Vaughn doet soms in zijn absurdisme denken aan Punch Drunk Love – maar veel minder komisch uitgevoerd. Alles draait om misverstanden. Het script biedt verder geen aanknopingspunten voor de kijker om daar dan filosofische kaas van te kunnen maken. Je wilt wel maar de film helpt je nergens mee. Het is daardoor te abstract om er dan ook emotioneel van te kunnen genieten.

Een feest van herkenning voor veel Nederlanders is natuurlijk wel het kamperen. De vraag is alleen: hoe paste er nog een cameraman in die tent?

 

The Cemil Show

The Cemil Show – Slechterik in Turkse actiefilms
In The Cemil Show kijken we naar Cemil, een bescheiden bewaker in een winkelcentrum in Istanboel met een grote droom. Hij wil de rol van Turgay Göral spelen. Een badguy in Turkse actiefilms van de jaren zeventig.

De auditie voor de remake van een van Görals films verloopt waardeloos. Cemil keert terug naar zijn bewakersbaan maar blijft geloven in zijn acteercarrière. Dan merkt hij dat collega-bewaker Burcu de dochter van Turgay is. Hij smeekt om een bezoek aan zijn idool en krijgt zijn zin. Alleen heeft Turgay net zijn laatste adem uitgeblazen.

Cemil gaat zich dan obsessief verdiepen in Turgays geschiedenis. Hij bestudeert zijn notities over acteren, bekijkt zijn films talloze keren. ‘Ik schoot honderden mensen in mijn films. Ik stak ze neer in hun rug, martelde ze, ontvoerde ze, stal van de armen en brandde huizen plat.’ Cemil verandert zelf langzaam in een Turgay-film. Burcu’s leven ontspoort op hetzelfde moment. Verdriet om de dood van haar vader (moeder was al overleden) en haar promotie-affaire met haar baas, meneer Zafer, pakt heel anders uit dan ze hoopte.

Een moedige poging van nieuwkomer Baris Sarhan om een soort ontsporende dramady te maken. Het is een poging want het lukt uiteindelijk niet: daarvoor is het tempo van de film te traag, de opzet te weinig stijlvast (springt alle genres over: komedie, spanning, horror, drama) en het obsessieverhaal te weinig verrassend.

Sterkste punt zijn de cinematografische verwijzingen. Naast een link met de film Play it again, Sam! (Humphrey Bogart souffleert Woody Allen zoals Turgay Göral een gids is voor Cemil) is er ook een link met de sleazy films van de jaren zeventig. Die zijn heel aardig gekopieerd, met geluiden, kleding, snorren. En wie heeft soms niet geschiedenisheimwee?

 

The North Wind

The North Wind – Wachten op het dertiende uur
The North Wind – door Renata Litvinova geschreven, geacteerd en geregisseerd – is een soort fantasyfilm over een matriarchale samenleving in een onbepaalde tijd. We zien alle hoofdrolspelers in het paleis van matriarch Margarita jaarwisseling na jaarwisseling. Iedereen rookt en drinkt erop los. Het is wachten op het ‘magische dertiende uur’ (want dan begint de periode van liefde).

Voorlopig is er vooral ellende. Benedikt, zoon van Margarita, verandert als zijn vrouw Fannie (piloot) crasht. Fannies dood werpt een schaduw op de familie. Zijn nieuwe vrouw, Fannies zus Faina, wordt nooit echt geaccepteerd.

Vrouwen zijn hier de leiders, actiehelden, openen champagneflessen. Mannen zijn huwelijksmateriaal en beklagen zich over ontrouw van hun vrouwen. ‘Ze bezocht verschillende vrouwenfeestjes en dronk tot de vroege ochtend!’ Benedikt en zijn zoon Hugo zijn lege persoonlijkheden. Margarita ziet het zelf ook: ‘Iets gebeurde er met het mannenbloed. Ze bleven kinderen.’

Deze neo-sf-fantasy-familiesoap is aardig maar niet boeiend genoeg om je op het puntje van de stoel te krijgen. Daarvoor duurt de film ook veel te lang (ruim twee uur), zijn de scènes te veel theaterachtig (zonder écht interessant te worden) en voel ik me als kijker niet betrokken bij deze karakters. De leeftijden kloppen ook van geen kant (oma en kleinzoon ogen even oud) maar dat kun je misschien nog toeschrijven aan de fantasie. Misschien was een achtdelige serie een beter idee geweest om dit fantasiekoninkrijk tot zijn recht te laten komen.

Wat de film laat liggen aan verhaal, biedt het wel in het ongelooflijk mooie set design. Die verdient op zijn minst een Oscarnominatie, als die prijs zich nog serieus wil nemen.

 

5 februari 2021

 

IFFR 2021 (februari-editie): Deense grimmigheid in gretig opgeklopte vertellingen

IFFR 2021 (februari-editie): Blik op het binnenland

IFFR 2021 (februari-editie): Zwart-wit en wraak op mannen 

IFFR 2021 (februari-editie): Decepties en illusies

 

MEER FILMFESTIVAL

IFFR 2021: Deense grimmigheid in Shorta en Riders of Justice

IFFR 2021 (februari-editie) – Deel 1 :
Deense grimmigheid in gretig opgeklopte vertellingen

door Tim Bouwhuis

Ondanks de afgeslankte line-up zijn er tijdens het eerste luik van deze IFFR-jubileumeditie toch twee redelijk vergelijkbare films uit Denemarken te zien. Shorta en Riders of Justice ademen actualiteit door aan de hand van grimmige, gretig opgeklopte vertellingen thema’s als politiegeweld, terrorisme en complotdenken te behandelen.

Helaas zorgen de aangezette, uitgelijnde scenario’s er in beide gevallen voor dat de uitwerking van die thema’s zich nauwelijks serieus laat nemen. Let op: om deze kritiek concreet te kunnen maken, neemt dit verslag het niet al te nauw met spoilers.

Adrenaline en amusement
Shorta, het regiedebuut van Frederik Louis Hviid en Anders Ølholm, begint letterlijk met een “I can’t breathe”-moment. Een tiener wordt bekneld door twee politieagenten. Dat zij blank zijn, en hij niet, mag natuurlijk geen toeval zijn. Even later leren we uit een nieuwsfragment dat de tiener Talib heette en dat het voorval hem uiteindelijk fataal is geworden. Twee andere politieagenten begeven zich op dat moment richting Svalegården, een buurt die zo berucht is dat de politiemacht van Kopenhagen haar doorgaans mijdt. In het kielzog van een verdacht voertuig belanden de twee hoofdpersonen er uiteraard wél, waarop het niet lang duurt voor de boel uit de hand begint te lopen.

Shorta

Svalegården blijkt een soort ‘Hotel California’: de agenten raken zodanig ingesloten dat ze op den duur – ironisch genoeg – ronddolen in een gevangenis zonder spijlen. De avond valt, er wordt geschoten en de geluidsband draait overuren. Deze thriller, die ook nog eens rijk aan actie is, zadelt kijkers zo al dan niet expliciet op met een dilemma. Shorta (een Arabische, vaak laatdunkend gebruikte term voor de politie) is pure adrenaline, en dus voor velen (puur) entertainment. De thema’s die de film aansnijdt vragen echter juíst om een meer nuchtere analyse, waarin de kritieke karakterschetsen en de vele plotwendingen niet direct naar de marge verdwijnen door het hoge verteltempo.

In een interview na afloop van de online vertoning stelde een van de regisseurs dat hun intentie altijd was geweest om geen directe oplossingen te presenteren voor de problematiek (sociaaleconomische verloedering, stelselmatig racisme, spiralen van geweld) die Shorta inzichtelijk poogt te maken, maar, vrij geparafraseerd, juist de grijze ethische gebieden te verkennen die je automatisch betreedt als je het oog van de storm eenmaal bereikt hebt. Curieus genoeg komt de film alleen allesbehalve grijs over.

Plot vol tegenstellingen
Het begint met de twee hoofdpersonen, die vrij letterlijke tegenpolen van elkaar zijn. Mike (Jacob Lohmann) is een barse alfa die zich makkelijk op laat hitsen, en het aan het begin van de film uitschatert als zijn collega een misplaatste anekdote over zigeuners vertelt. Jens (Simon Sears) voelt zich duidelijk wat ongemakkelijk als Mike zigeuners na zijn schaterlach verder begint te discrimineren, en het daarbij eigenlijk heeft over ‘vreemdelingen’ in het algemeen. “Dit is Denemarken niet”, roept hij even later. Op dat moment zijn de twee al even gearriveerd in Svalegården, wat de regisseurs duidelijk hebben gemaakt door de agenten in slow motion uit het autoraam naar een passerende moslima te laten kijken. Het conflict tussen de agenten en de buurtbewoners begint met een sleutelscène: een tiener wordt staande gehouden en door Mike tot zijn onderbroek aan toe gefouilleerd. Op de achtergrond zwelt het gejoel aan, en als de agenten deze Amos (Tarek Zayat) met zich mee willen nemen, vliegt de eerste steen tegen de autoruit.

De overduidelijke verschillen tussen de twee agenten zijn een zwakke, doorzichtige basis voor de verdere verloop van de plot. Het is een kwestie van tijd voor Jens, die steeds openlijker gaat twijfelen aan het politieoptreden dat tot Talibs dood leidde, en Mike, die stelt dat politieagenten het koste wat het kost voor elkaar moeten blijven opnemen, met elkaar op de vuist zullen gaan. De twee agenten wekken bewust of onbewust de indruk dat de politiemacht in twee kampen kan worden verdeeld. Die indruk blijft zelfs bestaan als de regisseurs (die het scenario ook voor hun rekening namen) plotwendingen gaan gebruiken om de dramatische spanning te verhogen. Aan de ene kant moet Mike op haast therapeutische wijze zijn vooroordelen onder ogen zien als hij door een verwonding afhankelijk wordt van, jawel, de goedwillende medische verzorging van Amos’ nietsvermoedende Pakistaanse moeder. Aan de andere kant zal Jens uiteindelijk een voor zichzelf traumatische gebeurtenis veroorzaken die het vertrouwen in zijn eigen werk definitief wegneemt.

Kijken naar “de ongelukkigen”
In iedere wending is zo duidelijk de pen van de scenaristen te herkennen dat de geloofwaardigheid telkens ver te zoeken blijft. Shorta doet wat dat betreft sterk denken aan het overmatig gelauwerde Les Misérables (Ladj Ly, 2019), waarin de agenten (daar zijn het er drie) eveneens verschijnen als karikaturen die elkaar naadloos aanvullen in hun gedrag en blik op de situatie. Ook in die film raken de agenten geïsoleerd in een zogenoemde probleembuurt waar de vlam steeds feller in de pan slaat (en zigeuners toevallig ook een belangrijke rol in het conflict spelen).

Niemand twijfelt eraan dat deze “probleembuurten” (tussen aanhalingstekens, want de politie is (mede) verantwoordelijk) bestaan, en het is op zichzelf ook zeker geen probleem dat de regisseurs van beide films geen directe oplossingen kunnen of willen voorzien. De dwarsliggers zijn de rigide scenario’s, die aangezette karakterschetsen en plotontwikkelingen op de context projecteren en de integriteit van het geheel op die manier aantasten.

Regisseur met handtekening
Een vergelijkbaar manco ondermijnt Riders of Justice, de film die vooraf breed werd uitgelicht als programma-opener en in principe ook nog regulier zal worden uitgebracht. Regisseur Anders Thomas Jensen (Adam’s Apples, Men & Chicken) heeft de afgelopen twintig jaar een behoorlijke status opgebouwd in het mixen van drama en donkere humor, niet in de laatste plaats dankzij zijn vaste acteurs Mads Mikkelsen (Casino Royale, Jagten) en Nikolaj Lie Kaas (Reconstruction, de Dossier Q-reeks). Riders of Justice is duidelijk herkenbaar als een komedie van zijn hand; de vraag is alleen of de verkozen wisselingen van toon en insteek ook daadwerkelijk goed uitpakken.

Riders of Justice

Het drama begint met een bomaanslag in de metro, die de moederfiguur wegvaagt uit de levens van militair gediende Markus (Mikkelsen) en zijn dochter Mathilde (Andrea Heick Gadeberg). Markus’ boosheid kan geen kant op en zijn trauma krijgt langzaam vorm. Zijn dochter is ontvankelijker voor hulp, maar haar vader blokkeert iedere poging tot toenadering en raadt haar ook af om spirituele troost te zoeken. Er was waarschijnlijk lang geen schot in de situatie gekomen als Markus niet zou zijn opgezocht door de excentriekelingen Otto en Lennart (Kaas en Lars Brygmann). Deze verstrooid uitziende whizzkids, die in de meest willekeurige situaties met onmogelijke statistieken komen aanzetten, zijn ervan overtuigd geraakt dat de aanslag in de metro geen ongeluk was. Aan de hand van kansberekeningen, getuigenobservaties van Otto en de nodige hulp van een al even excentrieke hacker (Nicolas Bro) komen de twee tot een samenzweringsthese die in de richting wijst van motorclub Riders of Justice.

De radicalisering van ‘complotdenkers’
Je kunt Jensen en zijn groteske typetjes een aantal geslaagde grappen zeker niet ontzeggen, maar toch raakt de film al snel verstrikt in de verschillende netten die hij zelf uitgooit. Zo heeft de verhaallijn rond het verdriet van Mathilde en de band met haar vader best wat potentie, maar wordt iedere aanzet tot welgemeend drama door Jensen zelf weer om zeep geholpen. Mikkelsen acteert goed, zoals we van hem gewend zijn, en Gadeberg is erg beloftevol, maar de meeste andere acteurs schmieren er bewust op los, waardoor de personages nooit geloofwaardig bij elkaar komen.

Dat heeft vooral consequenties als de samenzweringsthese van het drietal het ensemble daadwerkelijk aanzet tot gewelddadige actie. Moeten kijkers daadwerkelijk geloven dat een computernerd zijn onderdrukte frustraties moeiteloos botviert op een volautomatisch geweer, en hooguit even twijfelt om de genadeklap uit te delen? Natuurlijk niet, dat is de aangezette genre-insteek, maar daar komt de film wel in de knel met de duidelijk doorschijnende boodschap over het voorgestelde gevaar van complottheorieën en, daaraan gelinkt, van extremisme of radicalisering.

Riders of Justice

Riders of Justice behandelt dat flink geactualiseerde onderwerp op de meest banale manier mogelijk: de twee ‘complotdenkers’ van dienst maken één cruciale fout, waardoor er aan het einde van de rit overal lijken op straat liggen. De getraumatiseerde Markus wordt daarbij meegesleept in de überhaupt giftige gedachte dat er wraak valt te behalen, waardoor hij zijn militaire kennis en fysiek op gruwelijke wijze misbruikt.

Door de gewelddadige loop krijgt Jensens blik op de samenzweringsthese enorm veel gewicht, maar dat gewicht is niet terecht, aangezien Jensen in een interview ook niet veel verder komt dan de holle leus ‘Complotdenkers, het zijn allemaal losers!’. Riders of Justice zit zo verstrikt in de spanning tussen het luchtige amusement dat Jensen met zijn karakteristieke zwarte humor brengt en de serieuze onderwerpen waar hij op gedramatiseerde wijze iets over wil zeggen.

Shorta en Riders of Justice zijn allebei online te zien (geweest) tijdens dit eerste luik van de IFFR-jubileumeditie. Shorta is nog beschikbaar tot en met vrijdag 5 februari om 16:00, Riders of Justice tot en met donderdag 4 februari om 21:30. Van deze twee titels zal alleen Riders of Justice met zekerheid nog regulier fysiek en/of ‘on demand’ uitgebracht worden.
In een tweede, later te verschijnen verslag aandacht voor positieve hoogtepunten uit de Tigercompetitie.

 

4 februari 2021

 

IFFR 2021 (februari-editie): Fantasierijke producties

IFFR 2021 (februari-editie): Blik op het binnenland

IFFR 2021 (februari-editie): Zwart-wit en wraak op mannen 

IFFR 2021 (februari-editie): Decepties en illusies

 

MEER FILMFESTIVAL

IFFR 2021 – 15 filmtips

15 filmtips IFFR 2021

door Bob van der Sterre

Met veel minder films dan normaal, kan het ook niet anders zijn dan dat onze voorbeschouwing flink ingekort is. Hieronder 15 filmtips, per drie verdeeld in genres. Wil je weten hoe het IFFR dit jaar werkt en hoe je de kaartjes voor de online voorstellingen koopt? Lees onze eerste preview.

15 filmtips IFFR 2021: Sweat

Bizar & horrorachtig
IFFR schaamt zich steeds minder voor genrefilms. Dit zijn ook niet echt genrefilms, maar wel films die erg duister zijn en tegen horror aankleven. Ook in dit genre en mogelijk interessant: Liborio en Dead Beautiful.

Bipolar
Vrouw gaat naar Lhasa (waarom weet ze zelf ook niet precies) en verandert door ontmoeting met een ‘heilige’ kreeft in een hotel. Variatie op de mythe van Orpheus.

Trailer van Bipolar belooft prachtige shots en een onvervalste Twin Peaks-vibe, met muziek en surrealistische beelden. Lastig om in te schatten of dit een hele film boeiend blijft maar deze debuutfilm van Queena Li oogt alvast artistiek erg gedurfd, waar je juist vaak erg flauw wordt van de stilistische eentonigheid van films in het IFFR-programma.

The Edge of Daybreak
Een familiegeschiedenis is getekend door opstanden in 1970 en de coup in 2006 in Thailand. Veel emotionele problemen ontvouwen zich.

Vooral stilistisch interessant deze film, denk ik. Veel trage zwart-witbeelden met mooie, merkwaardige shots. Een film die vervreemdend, hypnotiserend en ‘duister’ is. Verwacht ook wel een film over heftige thema’s. Tweede film van Taiki Sakpisit.

Black Medusa
Nadia spreekt met mannen af en slaat ze dan in elkaar. Negen nachten met Nadia in de vorm van een film noir, giallo, etc.

Moeilijk wat te maken van de beschrijving op de site van IFFR, maar ik verwacht een stilistisch fantasierijke film met schokkende beelden en een merkwaardig verhaal. Het is afwachten of dat iets interessants oplevert voor een complete film. In elk geval zie je Tunis een keer anders dan anders. Eerst lange speelfilm van Youssef Chebbi.

Historisch
Net als bij IDFA is geschiedenis een populair thema. Komt de hang naar de twintigste eeuw door al het gedoe in onze tijd? Of herontdekken we deze fascinerende eeuw gewoon keer op keer? Voor de liefhebber in dit genre is er ook nog: Quo vadis Aida (fictieversie van het drama van Srebrenica).

Dear Comrades!
In 1962 kwamen de arbeiders in Novotsjerkassk in opstand. Dat werd bloedig onderdrukt en pas in 1990 werd bekend wat er dertig jaar eerder had plaatsgevonden in de Sovjet-Unie.

De keuze van de toon van de film is sober en spannend – heel wat anders dus dan de satire The Death of Stalin. Met de zwart-wit-filmstijl doet het een beetje denken aan Der Hauptmann. Actrice Julia Vysotskaya komt zelf uit Novotsjerkassk en wist ook niets van dit drama. Regisseur Andrey Konchalovskiy is de oudere broer van de bekende Russische regisseur en acteur Nikita Michalkov en draait al lang mee: zijn eerste korte film dateert zelfs nog van vóór het jaar dat deze film uitbeeldt.

The Year Before the War
Peter (noemt zichzelf Hans) reist in 1913 door Europa. Hij raakt verstrengeld door de idealen van de verschillende politieke stromingen van die tijd.

Letse film (debuut van Davis Simanis) wekt nieuwsgierigheid op. Ziet eruit als een film die niet snel in een hokje te duwen is, net zo goed absurd als surrealistisch, net zo goed stijlvol als spannend (en ook weer in zwart-wit!). Historische thriller doet wel een beetje denken aan het gegeven van Forrest Gump.

First Cow
Een ontmoeting tussen een kok en een Chinese immigrant in Oregon 1820. Ze gaan samen op pad.

Film van Kelly Reichardt focust zich op de vriendschap tussen de twee mannen – en dat twee uur lang. Verwacht dus een zéér kalme film met vermoedelijk mooie acteerprestaties. En widescreen landschapsbeelden. Reichardt is een beetje bekend van Wendy and Lucy (2008) en Meek’s Cutoff (2011).

Lichtvoetig, absurd & fantasierijk
Fantasie steeds minder een taboe? Ik ben voor! Ook erg fantastisch klinken Mayday, Destello Bravío en The North Wind.

Carro Rei
De zoon van de eigenaar van een taxibedrijf kan praten met auto’s. Leuke vaardigheid? Niet echt als wrakken beginnen te klagen over hun leven.

Film bevat vast veel politieke dubbelzinnigheden die ons misschien ontgaan. Weet ook niet of dit gegeven boeiend blijft voor een hele film (klinkt meer als een goede korte film) maar het prikkelt op zijn minst de nieuwsgierigheid. Film van Renata Pinheiro (tweede echte speelfilm).

The Cemil Show
Een Turkse actieklassieker met in de hoofdrol een stoere kerel krijgt een remake. Een beveiligingsbeambte ziet zijn kans, doet auditie, maar krijgt de rol niet. Hij wordt in zijn dagelijkse leven zo vaak vernederd dat hij langzaam maar zeker verandert in zijn eigen stoere held.

Bekend gegeven? Inderdaad, doet erg denken aan Woody Allens Play It Again, Sam. Toch oogt deze komedie uit Turkije veelbelovend, al was om allerlei insidersgrapjes van genrefilms en zo te zien geslaagd komisch acteerwerk. Eerste film van Baris Sarhan.

Mandibules
Twee niet al snuggere mannen ontdekken een reusachtige vlieg in hun kofferbak. Kunnen ze er geld mee verdienen?

Elke keer vraag je je af: kan Quentin Dupieux nog absurder? Deerskin was behoorlijk maf. Realité en Wrong waren net zo hilarisch als onvoorspelbaar. Deze film is denk ik meer ‘comedy’ dan absurd. Ik verwacht mafheid in de trant van Dumb and Dumber, grappig acteerwerk en zoals gebruikelijk een prima score. Of het zo’n indruk maakt als Realité betwijfel ik.

Misdaad
Misdaad is nooit weggeweest, maar dit jaar weer wat meer aanwezig in het programma, zo lijkt het. Afgezien van deze films, lijken ook Lone Wolf en Madalena interessante producties.

Riders of Justice
Een treinongeluk. Een overlevende neemt contact op met de man die zijn vrouw verloor in het ongeluk. Was het wel een ongeluk? Een wraakverhaal begint.

Anders Thomas Andersen is een beetje de Deense Shane Black, met scripts voor actiekomedies als In China They Eat Dogs (1999), Old Men in New Cars (2002) en zijn eigen films Adam’s Apples (2005) en Men & Chicken (2016). Mads Mikkelsen steelt hier vermoedelijk de show, maar de liefhebber van Deense actiefilms (zijn die er?) zijn misschien ook wel blij met de terugkeer van Nikolaj Lie Kaas, die in al bovengenoemde films speelde.

Sexual Drive
Een driedelige film over eten, afrodisiacum, verlangens en seks.

Zo’n film die aldoor over seks gaat zonder ook maar een seksscène te bevatten. Dat dwingt al respect af. IFFR wijst zelf al naar de klassieker Tampopo (1985). We moeten maar zien of de film dit weet waar te maken want regisseur Yoshida Kota heeft ook wel wat twijfelachtige films op zijn naam staan.

Sweat
Sylwia Zajac is een Instagramberoemdheid. Een fitnessgoeroe die miljoenen verdient met haar online openheid. Maar er is een prijs: ze krijgt last van een stalker.

Ongetwijfeld gaat deze film de leegheid van de social mediaster laten zien (het zou wel origineel zijn als we juist zien hoe overgelukkig zo’n iemand is!). Vermoedelijk best spannende film met veel drama (of drama met spannende elementen) die wel eens een publieksfavoriet zou kunnen worden. Aan de trailer kun je al zien dat Magdalena Kolesnik een geslaagde cast is voor de best moeilijke rol van Instaster. Film van regisseur Magnus von Horn (van The Here After) is een Zweeds-Poolse coproductie.

Drama & mensen
Ook op IFFR: veel rustige films over mensen. Opvallend: deze producties hebben allemaal iets met hitte en zomer. Veel opties in deze categorie: Looking for Venera, Aurora, Suzanne Andler en Drifting klinken ook interessant.

I Comete − A Corsican Summer
Het is augustus en heet op Corsica. Bewoners in een dorpje kletsen met elkaar op straat en hebben het gezellig. Langzaam maar zeker leren we ook de diepere kanten van de bewoners kennen.

Eerste lange film van Pascal Tagnati is meteen een erg lange film (twee uur), maar belooft veel intermenselijke warmte. Deze film met veel amateuracteurs moet wel een mooi portret opleveren van het Corsicaanse leven. Of er iets beklijft, is een tweede. Aan de lange kant maar tempo past vast bij de zomerse hitte van de film.

Pebbles
Zuid-Indiaas dorpje waar mensen leven van landbouw. Alleen heeft een langdurige droogte zijn sporen achtergelaten. Na een ruzie lopen vader en zoon in de ziedende hitte naar huis.

Roadmovie-gegeven is natuurlijk verre van origineel (niets is zo makkelijk om culturen te schetsen via een roadmovie). Aan de andere kant: hoe vaak zie je ze in India? Ik verwacht een heftige, emotionele en hartverwarmende film over een vader-zoonrelatie. Debuutfilm van P.S. Vinothraj.

Friends and Strangers
Ray en Alice, vrienden, worstelen met de druk van de maatschappij. Ze presteren niet veel. Hun ambities zijn nog geringer. Als ze gaan kamperen, blijkt dat ook hun vriendschap onder druk staat.

Lastig te zeggen wat je hebt aan deze Australische productie. Kan een aangename menselijke film zijn, deze debuutfilm van James Vaughn, maar misschien ook wel iets te algemeen. Sowieso prettig om te zien dat de portie doffe ellende in IFFR-films iets lijkt te zijn afgenomen.

 

 

30 januari 2021

 
Preview: IFFR 2021 in zes vragen en antwoorden
 
 
MEER FILMFESTIVAL

IFFR 2021: Slechts 67 films in februari-programma

Slechts 67 films in februari-programma
IFFR 2021 in zes vragen en antwoorden

door Bob van der Sterre

IFFR 2021 staat op punt van beginnen. Maar ook dit festival is weer anders dan anders door corona. In dit stuk leggen we in zes vragen en antwoorden uit wat je kunt verwachten.

1. Wanneer is het festival precies?
De 50ste editie van International Film Festival Rotterdam (IFFR) heeft plaats van 1 februari tot en met 7 februari 2021. En… van 2 tot 6 juni. Een compleet andere opzet dan normaal, met tweeënhalve week in de winter. Het is alsof de gebeden van schrijver dezes zijn verhoord om het festival eens in een warmere periode te houden. De website van IFFR licht toe: “Het tweede deel speelt zich af in het voorjaar, als eerbetoon aan de eerste editie die in 1972 ook in juni plaatsvond.”

IFFR wil dan publiek uitnodigen om het jubileum te vieren. Dat gebeurt onder andere door jonge en oude regisseurs in Rotterdam samen over film te laten praten. Tussentijds vertoont IFFR online hoogtepunten van vijftig jaar festival.

First Cow van Kelly Reichardt is een van de te verwachten hoogtepunten.

First Cow van Kelly Reichardt is een van de te verwachten hoogtepunten.

2. Waar vind ik het programma?
Het programma van de films vind je op de website van IFFR. Kijk bij A-Z voor een alfabetische volgorde. Wil je dat IFFR voor jou een keuze maakt? Probeer de Film Finder.

3. Zijn de IFFR-programma’s nog hetzelfde?
Ja en nee. De structuur van de IFFR-programma’s is in 2021 wel iets veranderd. Dat is vooral interessant voor mensen die zich wat meer willen verdiepen:

4. Hoe werkt een kaartje kopen en de films zien?
Je kunt op twee manieren kijken. IFFR legt het zo uit: “De première is een getimede screening, die als het ware plaatsvindt in een online bioscoopzaal. Iedereen kijkt tegelijkertijd. Je moet de stream op het juiste tijdstip openen om de film te kijken. Je kunt niet terug- of vooruitspoelen. Er is een chatroom en wanneer mogelijk een live, interactieve Q&A met de filmmaker. Daarnaast is iedere film die tijdens IFFR 2021 in première gaat vanaf dat moment nog 72 uur beschikbaar om on demand (op afroep) te kijken.”

Bebia, à mon seul désir van Juja Dobrachkous strijdt mee om de Tiger Award.

Bebia, à mon seul désir van Juja Dobrachkous strijdt mee om de Tiger Award.

5. Waarom is het zo’n uitgekleed festival?
De spoeling is dunner dan afgelopen jaren, dat merk je al snel bij het bestuderen van het februari-programma. Normaal kostte het dagen om door het programma heen te ploeteren, nu ben je in een uurtje klaar. In 2020 werden er 573 films vertoond (lang, medium en kort bij elkaar), in 2019 nog 516 films en nu telde ik ongeveer 70 films. De verklaring hiervoor is logisch: de coronacrisis is desastreus voor de filmindustrie.

De persvoorlichter van het IFFR bevestigt desgevraagd dat er in februari slechts 67 films te zien zijn. “Ik kan me voorstellen dat het grote verschil in aantal films wat vragen oproept. Omdat we nu nog druk zijn met ons februari-hoofdstuk kan ik geen cijfers noemen voor juni. Wel zal het programma uitgebreider zijn dan het eerste deel want het zal meer programma’s beslaan: Harbour, Bright Future, Cinema Regained en het tweede deel van Limelight.”

De technisch festivaldirecteur zei eerder tegen het AD dat het filmaanbod dit jaar niet het probleem is. “Vele producties waren al af voordat de coronacrisis losbarstte. Het aanbod van de films in de jaren hierna, daar maak ik me wel zorgen om.”

6. Zijn er ondanks alle coronaperikelen toch leuke buitenevenementen?
Ja, tussen 29 januari en 14 februari is er ‘Tiger On The Loose’. Interactieve installaties op 50 locaties in Rotterdam. Een route vol (korte) films om als een speurtocht te maken: met green screens. En die locaties zijn niet zomaar gekozen: ze vormen van bovenaf gezien het logo van IFFR.

Houd de website van InDeBioscoop de komende dagen in de gaten voor ons uitgebreide verslag van IFFR 2021!

 

26 januari 2021

 
15 filmtips FFR 2021
 
 
MEER FILMFESTIVAL

Parasite Black & White had nooit IFFR-publieksprijs mogen winnen

Ondertussen, op de redactie:

Parasite Black & White had nooit IFFR-publieksprijs mogen winnen

 

COR:

Beste collega’s,

Parasite is de eerste Koreaanse film die in Cannes een Gouden Palm won. Deze genres overschrijdende rolprent gooit internationaal hoge ogen en zal ook wel een paar Oscars winnen.

In Nederland draaide de film al op de filmfestivals van Vlissingen en Leiden. Het IFFR in Rotterdam heeft de wereldpremière van de zwart-wit versie van Parasite – nadat regisseur Bong Joon-ho eerder Mother in zwart-wit had gelanceerd.

“Ik ben er zeker van dat iedereen een andere opvatting zal hebben over deze versie”, meldt de Koreaanse filmmaker. “Zelf vind ik dat alle personages er nog pathetischer uitzien, en dat het onderscheid tussen de drie verschillende ruimtes waar de families verblijven in al zijn grijstinten nog tragischer is.”

Volgens onze vrouw in Rotterdam, Suzan, zat de zaal bomvol Parasite-fans en maakt de film grote kans ook hier de publieksprijs te winnen.

Gaan we nu elke succesfilm in zwart-wit uitbrengen? Was het wel verstandig om de kleurloze versie van Parasite te laten meedingen in de polls? Moet Alfonso Cuarón van Roma nu maar een kleurenversie maken?

Parasite Black & White

 

ALFRED:

Persoonlijk ben ik blij met alle ophef rond Parasite: fantastische film (mijn nummer 2 van vorig jaar, als we aan jaarlijstjes hadden gedaan) en bovendien draag ik de cinema van Zuid-Korea een warm hart toe. Hopelijk zet het succes van Parasite de deur voor Zuid-Koreaanse films nog wat verder open; er is genoeg fraais dat het westen niet haalt en dat is ons gemis.

Parasite dreigt een regelrechte wereldhit te worden en dat is bepaald opmerkelijk voor een niet-Engelstalige film, die het afgelopen jaar op festivals wereldwijd met applaus is ontvangen en het krankzinnige aantal van 170 (!) onderscheidingen is toebedeeld. Regisseur Bong Joon-ho vliegt van talkshow naar interview en heeft nauwelijks tijd om zijn nieuwe film voor te bereiden. Tussen al het promotiewerk door werkt hij in hotel en vliegtuig aan een nieuw script. De regisseur is op dit moment meer verkoper dan filmer.

En dat verklaart mogelijk waarom Parasite nu opeens in een zwart-witversie opduikt. Het is marketing, uitmelken van manifest succes.

Is dit een idee van de regisseur? In dat geval, wat is zijn motivatie? Waarmee verkoopt hij deze zet? Wat voegt de zwart-witvariant toe? Is de oorspronkelijk versie dan niet goed genoeg? Waarom niet direct in zwart-wit gedraaid? Vragen en nog meer vragen.

Of is dit een idee van het marketingteam? Dat zou me niet verbazen, want ik heb marketeers slechts bij hoge uitzondering op een origineel en goed idee kunnen betrappen. Doorgaans ‘leent’ men van meer begaafde types, de creatieven, en hangt vervolgens de gebraden haan uit.

Wat me wel verbaast is dat IFFR een bewezen hitfilm in een gefilterde versie – want zwart-wit betekent in dit geval simpelweg een ander filter voor de lens – laat meedraaien in het circus rond de publieksprijs. Wederom, wellicht een marketingdingetje.

Het is armoede, een schrijnend gebrek aan creatieve ideeën. Hitfilm opnieuw uit in andere kleur? Non-idee.

Maar let op, men vreet het. De observatie van Suzan tijdens IFFR bevestigt het. Ik zou in dit verband Aristoteles willen citeren, of parafraseren: waarom zou je de ezel sla voeren als hij ook distels eet?

Parasite Black & White

 

TIM:

Suzans intuïtie heeft haar niet in de steek gelaten: op het moment van schrijven is enkele uren bekend dat Parasite Black & White (de versie rijmt nog ook) de BankGiro Loterij (!)-publieksprijs heeft gewonnen. Ik vind het, ik ben eerlijk plat, een vrij grote schande. Aan de prijs is een bedrag van 10.000 euro verbonden – dat gun je een film die maar één keer bestaat en zijn sporen nog niet elders heeft verdiend. De kwaliteit van Parasite an sich en het vermeende onderscheidingsvermogen van deze versie (die ik zelf niet ben gaan zien) doen in dit verband voor mij totaal niet ter zake. Als organisatie hoor je er in mijn ogen gewoonweg voor te kiezen de versie als een special treat te draaien en de scheurkaarten in de zak te houden. In dit geval kon je er donder op zeggen dat alle lyrische bezoekers de film naar de winst zouden stemmen.

Nu was ik eerder al sceptisch over de keuze om zó snel met een zwart-witversie te komen. De Black & Chrome-edition van Mad Max: Fury Road bleek een groot succes (en terecht), maar daar zat tenminste een langere periode tussen. Ook is het in de huidige situatie veel duidelijker dat er een een-tweetje is gescoord met de komst & masterclass van de filmmaker. Tijdens die sessie grapte Bong naar aanleiding van de onvermijdelijke ‘waarom’-vraag overigens dat hij zichzelf wijs wilde maken dat ‘ie een klassieker had gemaakt. Zelfspot kun je hem niet ontzeggen, maar de nasmaak blijft. Het commerciële plaatje tekent zich te scherp af – Alfred heeft er al genoeg over gezegd en voldoende vraagtekens geplaatst. Ik voeg er enkel aan toe dat geïnteresseerden op YouTube kunnen terugzien hoe de Portugese regisseur Pedro Costa (ter plaatse met zijn Vitalina Varela) op hetzelfde IFFR cynisch-kritisch oreerde over de rol van producers en marketeers in de filmwereld.

Parasite

 

COR:

Op de site van het IFFR laat Bong Joon-ho weten dat in zwart-wit de ‘personages pathetischer’ en de ‘locaties tragischer’ overkomen. In een interview met NRC voegt hij eraan toe dat de kijker nu “meer nuances ziet in het spel en op de gezichten van de acteurs”. De uitspraken van de regisseur neigen naar een wel heel simplistische manier om een doorzichtige marketingtruc artistiek te rechtvaardigen.

De Koreaan had beter iets kunnen zeggen in de trant van zijn Duitse collega Edgar Reitz die voor zijn bejubelde Heimat-kroniek wél een overdachte artistieke keuze maakte. “Zwart-witscènes werken om een of andere reden op het gemoed. Het is alsof men dieper in de ziel van de personen kan binnendringen. Zwart-witbeelden mobiliseren de onbewuste inhoud, zorgen voor een grotere nabijheid met de personen op het witte doek en worden makkelijker herinnerd. Kleurenbeelden zijn decoratiever en daardoor ook vaak moeilijker op te slaan in het geheugen.”

Het door Alfred geformuleerde begrip “uitmelken” lijkt in het geval van Parasite geheel op zijn plaats. Voor je het weet valt zo’n kwaliteitsfilm jammerlijk van zijn voetstuk. Ook ben ik het geheel eens met Tim die uitlegt waarom hij het “een vrij grote schande” vindt dat de zwart-witversie mocht meedingen naar de IFFR-publieksprijs. Juist door deze armoedige keuze slaat het IFFR de plank mis! Naast alle (gegunde) extra publiciteit en marketingopties, wilde het Rotterdamse filmfestival mogelijk het gebrek aan andere ‘grote’ filmtitels tijdens deze editie verhullen.

Parasite Black & White krijgt vanaf 13 februari zowaar een officiële bioscooprelease.

 

SJOERD:

Ik kijk uit naar de Parasite 1,5x snelheid versie.

 

6 februari 2020

 

Meer ‘Ondertussen, op de redactie’

IFFR 2020 – Deel 5

IFFR 2020 – Deel 5 (slot):
Arthouse verkent grenzen van genrefilm

door Suzan Groothuis

Het IFFR – met 573 vertoningen – toonde opnieuw groei: 13.000 bezoekers meer dan vorig jaar. Ook scholieren bezochten het festival, dankzij het educatieprogramma. Hierbij een laatste terugblik op enerverende filmdagen.

Er waren de toppers (veelgehoord: Corpus Christi, Les Misérables), onverwachte verrassingen (VHYes met hoog eighties-gehalte, het verstilde maar veelzeggende Moving On, de Iraanse politiethriller Just 6.5) en de dompers (met als dieptepunt Dreamlife, over een droom-experiment met de lelijkste cgi-muis ooit).

Daartussen heel veel redelijks, maar waarvan je je wel afvraagt of het uiteindelijk zal beklijven. Wie de publiekspoll volgde, werd eind vorige week ineens verrast door een nummer 1-notering voor Parasite B&W Version, met vlak daarachter Les Misérables en Corpus Christi. De winnaar riep vooral vragen op en bracht een terechte discussie teweeg. Waarom deed Parasite, al is het in de nieuwe zwart-wituitvoering, mee met de poll? De film heeft al een release gehad en is dermate gepromoot en in de prijzen gevallen dat deze notering overbodig aanvoelt en vooral een hulde van fans lijkt. Verder krijgen opvallend veel titels een bioscooprelease, maar echt grote namen bleven uit. Ook opmerkelijk waren de films waarin arthouse en genrefilm zijn vermengd, wellicht met het doel een breder publiek aan te spreken. Hieronder een selectie.

 

Little Joe

Little Joe – Verraderlijke bloemen
Jessica Hausners Little Joe is daar één van. Geïnspireerd door Invasion of the Body Snatchers, een persoonlijke favoriet van Hausner. Wat haar het meest triggert in die film is de vraag wat normaal is en wat niet. Zodra de peulen bezit nemen van mensen, zijn zij zichzelf niet meer. Maar wat is dat eigenlijk, jezelf zijn? Die vraag komt ook terug in Little Joe, haar eerste productie met een internationale cast.

In Little Joe draait het om de devote plantenkweker Alice (Emily Beecham, voor haar rol gelauwerd in Cannes). Zij is bezig met het ontwikkelen van een nieuwe plantensoort. Een oogstrelende bloem, waarvan de pollen een gelukmakend stuifmeel afgeven. Stiekem neemt ze er één mee naar huis voor haar zoon, die zichtbaar worstelt met de scheiding tussen zijn ouders. En het werkt: Joe wordt gelukkiger. Maar Joe is ook niet langer zichzelf. Een soort gemaaktheid maakt zich van hem meester. En hij keert zich steeds meer tegen zijn moeder.

Ook op de kwekerij gebeuren er gekke dingen. De planten, vernoemd naar Alice’s zoon, lijken ook bezit te nemen van Alice’s collega’s. Bella (Kerry Fox), die er al een tijd werkt, heeft het gelijk door. Ze vertrouwt Alice haar theorie over de plant toe. Maar Alice moet daar in eerste instantie niets van weten. Kom niet aan haar Little Joe!

De film, in fraaie steriele beelden geschoten, speelt vervolgens met het idee wat normaal is en wat niet. Mensen veranderen, maar komt dat door de pollen? Klopt Bella’s theorie? En in hoeverre is Alice zelf al door de pollen besmet? Die laatste vraag is het meest interessant, want Emily Beecham heeft als Alice iets onwerkelijks; altijd onberispelijk, maar wat oubollig gekleed, en met haar afstandelijke houding zowel zeker als kwetsbaar. Met andere woorden, je krijgt weinig grip op haar persona.

Toch is er ook veel aan Little Joe op te merken. De theorie dat de pollen kwaadaardig zijn, komt zo snel dat dit een groot deel van de spanning wegneemt. Daarbij ademt de film een klinische, afstandelijke sfeer, wat maakt dat er geen binding met de personages ontstaat. Er volgt een voorspelbaar en wat mager verhaal, waarin het draait om de dubieuze kracht van de pollen en wat die met mensen doet. Zo schipperen de rode bloemen tussen briljant medicijn en kwade voortplanters. Ergens, onderliggend, is er kritiek op de rol van de farmaceutische industrie. De bloemen leveren geld vanwege hun medicinale werking; en wanneer iets geld opbrengt, heeft de mens de neiging datgene te beschermen. Uiteindelijk kan je je van het kille Little Joe afvragen, wie wie in zijn greep houdt: de pollen of de mens?

 

Bacurau

Bacurau – Bloederige taferelen in slapend stadje
Na Hausners ijzige arthousethriller gaan we naar Brazilië, waar regisseurs Kleber Mendonça Filho (Aquarius, Neighbouring Sounds) en Juliano Dornelles de handen ineen slaan. Bacurau is een mengeling van genres tegen een sociaal-realistische achtergrond, waarbij dorpelingen moeite moeten doen om het hoofd boven water te houden.

Het kleine dorpje Bacurau, in het noordoosten van Brazilië, heeft het namelijk niet makkelijk. Teresa, die ernaar onderweg is vanwege het overlijden van haar oma, merkt dat er vreemde dingen gaande zijn op de route. Zo versperren kapot gereden doodskisten de weg en zien we een bloederig lijk. En ook in Bacurau, waar ze niet bepaald warm onthaald wordt, wacht de dood op haar. Terwijl er afscheid wordt genomen van haar oma verstoort de plaatselijke dokter Domingas (Sônia Braga, ook te zien in Aquarius) de dienst.

Er is onrust onder de dorpelingen, zoveel is zeker. De dam is namelijk afgesloten, wat maakt dat ze voor water naar naburige steden moeten reizen. Maar ook wegen zijn versperd, wat het verkrijgen van water weer moeilijk maakt. En dan is er de vreselijke burgemeester Tony jr., die beterschap belooft in de vorm van boeken die niemand meer wil lezen, omstreden medicatie en voedsel dat over de datum is.

En dan gebeuren er steeds gekkere dingen. Een vliegende schotel die over het landschap zoemt en Bacurau in de gaten houdt. Twee motorrijders in felle pakken. En Udo Kier als Amerikaanse Duitser die er met zijn team genoegen in schept om Bacurau, letterlijk, van de kaart te vegen.

Met de komst van Kier en zijn Amerikanen wordt Bacurau steeds gewelddadiger. En verandert de film in een genremix waarin het Wilde Westen, scifi en bloedige horror samensmelten. Het dorp, dat in eerste instantie ingeslapen leek, moet de oude moed van vroeger bijeenrapen om zich te wapenen tegen deze extremistische vreemdelingen. De vraag is, werkt het? De film begint met zijn bizarre sfeer veelbelovend, maar verzandt in ‘teveel van het goede’: zeker wanneer Kier met zijn maten op de proppen komt. Over de top, zonder achtergrondinformatie, zien we hoe leeg geweld zich meester maakt van de film. De effecten, waaronder een exploderend hoofd, zijn knap gedaan, en het strijdbare van de dorpelingen is voelbaar. Maar uiteindelijk voelt Bacurau als een gekke exploitatie van genres om een politiek statement te maken.

 

VHYes

VHYes – Voorliefde voor eighties
Een van de verrassingen op het IFFR was VHYes. Het is de eerste lange film van Henry Jack Robbins, zoon van beroemd acteursduo Tim Robbins en Susan Sarandon. In zijn speelfilmdebuut volgen we de twaalfjarige Ralph in 1986. Ralph en zijn videocamera zijn onafscheidelijk. Hij filmt alles wat hij interessant vindt, zoals de avonturen van hem en zijn vriendje Josh, maar hij neemt ook op van televisie. En wat is dan interessant voor een jongen van zijn leeftijd? Foute Tel Sell-reclames, gecensureerde B-porno en Painting With Joan, een erotische variant van Bob Ross.

Niet wetende dat hij over de huwelijksband van zijn ouders filmt, zien we een bonte mix van beelden voorbij komen. Ondanks dat het pastiche is, is het bijzonder knap gedaan: met gevoel van nostalgie en humor beleven we de eighties vanuit de ogen van een twaalfjarige. Meest in het oog springend zijn het droge Painting With Joan met actrice Kerri Kenney, en een grimmige Amerikaanse variant op Tussen Kunst en Kitsch. Eigenlijk is alles leuk in VHYes. Over de top, en toch zo eighties als het maar kan. Bovendien: gefilmd met echte, oldskool videocamera’s, wat volgens Robbins nog een hele beproeving was.

Hoewel fragmentarisch van opzet – we vliegen van beeld naar beeld – komt alles samen in een origineel einde dat aan found footage à la The Blair Witch Project doet denken. En ja, er zit zelfs een waarschuwende, vooruitziende blik in deze retrokomedie. In een van de programma’s wordt gewaarschuwd voor VHS-recorders. Ooit zullen we allemaal drager zijn van een mini-VHS-recorder, en zal de wereld er zijn om gefilmd te worden. Illustratief voor het nu, waarin mens en telefoon één zijn. En, niet gelogen, het was zelfs merkbaar op het IFFR. In een aantal voorstellingen waren mensen foto’s aan het maken van de films die ze keken. Alles moet vastgelegd worden, een gegeven waar VHYes met bijtende ironie mee speelt.

 

L’extraordinaire voyage de Marona

L’extraordinaire voyage de Marona – Door de ogen van een hond
Voor liefhebbers van animatie is er ook wat te halen. Anca Damians L’extraordinaire voyage de Marona bijvoorbeeld, dat verhaalt over een hondje dat afscheid van het leven neemt. De openingsscène toont hoe Marona op een drukke autoweg wordt aangereden. In grove getekende lijnen zien we hoe ze één wordt met het grijze asfalt.

Wat doe je, als je daar hulpeloos ligt en weet dat je gaat sterven? Je blikt terug. En zo worden we als kijker meegenomen in Marona’s wereld, die zowel pijnlijk als mooi is.

Ze is het product van een edele rashond en een parmantig vuilnisbakkie. Met haar krullende staart, sprieterige oortjes en hartvormige neusje is het een schattig beestje om te zien, maar de eerste eigenaar zet haar al snel op straat. Hij is niet de eerste die afstand doet van Marona. We zien hoe ze bij een acrobaat belandt, een mens met een geur om van te houden. En hoewel Marona gek op hem is, besluit ze zelf weg te gaan – haar mens is ongelukkig, en dat is voor een hond moeilijk aan te zien.

Vervolgens zien we hoe Marona van eigenaar naar eigenaar gaat. De een teder en liefdevol, de ander hatelijk en egoïstisch – hondeneigenaren zijn er in alle soorten en maten. Desondanks past Marona zich aan en neemt verantwoordelijkheid. Een mens zorgt voor een hond, maar dat geldt andersom ook.

Het meest opvallend aan L’extraordinaire voyage de Marona is hoe de film geanimeerd is. Grof, simpel, kleurrijk, organisch. De acrobaat is bijvoorbeeld vormgegeven in vloeiende lijnen, die zich speels door het beeld bewegen. En Parijs is opgetrokken uit bordkarton, waar ondertussen van alles gebeurt: zelfs planeten trekken voorbij.

Met L’extraordinaire voyage de Marona beland je in een wonderlijke omgeving, die je bekijkt vanuit de ogen en wijsheid van een hond. Een expressieve verrassing met een mooi verhaal, waarin thema’s als identiteit, verantwoordelijkheid en grenzeloze liefde besloten liggen.

 

3 februari 2020

 

DEEL 1
DEEL 2
DEEL 3
DEEL 4

 


MEER FILMFESTIVAL

IFFR 2020 – Deel 4

IFFR 2020 – Deel 4:
Focus op Nederlandse films

door Sjoerd van Wijk

Namens InDeBioscoop nam ik plaats in de KNF-jury op het IFFR 2020. De opdracht: samen met vier mede-juryleden de beste Nederlandse (co)productie kiezen uit een selectie van veertien films.

Dat betekent je onderdompelen in de hectiek van het professionele gedeelte van het festival en van hot naar her haasten voor vertoningen. De festivalwereld heeft de sfeer van een bijenkorf, waar iedereen overal een uurtje de tijd voor heeft tot je weer naar de zaal ‘moet’. Die intermezzo’s zijn echter vaak gevuld met diepgravende gesprekken over het geziene. Want ondanks de uiteenlopende programma’s is de grote gemene deler een passie voor cinema, waarbij iedereen eindelijk het hart kan uitstorten bij gelijkgestemden. Elke zaal in Rotterdam herbergt een nieuwe ontdekking in een eclectisch programma, wat ook bleek uit het diverse aanbod van Nederlandse (co)producties. Hier volgen vier van die producties.

 

Nasir

Nasir – Meditatief en geestig
Nasir voert mee naar het India van president Narendra Modi, die met fascistische praktijken moslims tot tweederangs burgers maakt. Nasir is zo’n Indiase moslim die in de zuidelijke staat Tamil Nadu het probeert te rooien als verkoper in een kledingzaak. Hij neemt ‘s ochtends afscheid van zijn vrouw, wat uiteindelijk profetisch blijkt voor zijn lot in een plek waar het hindoe-nationalisme welig tiert. Gedurende de dag zijn er klussen te klaren, maar op de achtergrond broeit het fanatisme weinig subtiel.

Dat fanatisme komt vrij uitdagend tot uiting in een desoriënterende climax, waar de camera heftig mee schudt met een woedende menigte. Tot die verdraaiing toont regisseur Arun Karthick zich echter bekwaam in het tonen van het dagelijks leven op meditatieve wijze. De bonte kledingzaak is het decor voor bij tijd en wijle geestige interacties tussen sjacherende handelaars en ongeduldige klanten, wat een innemende intonatie op hun overeenkomsten legt. De droge opsomming van restaurants in de buurt door de racistische baas geldt daar als komisch hoogtepunt.

 

Ghost Tropic

Ghost Tropic – Fraaiheid om het fraaie
Nachtelijk Brussel is in Ghost Tropic een oase van rust. Schoonmaakster Khadja valt in slaap in de metro en kan vanaf de laatste halte niet meer terug de stad in. Er zit niets anders op dan naar huis te lopen. Onderweg ziet zij verschillende mensen die de eenzaamheid van het stadsleven in zich hebben. In kleine of grotere momenten met Khadja drijft echter saamhorigheid met een Vittorio de Sica-achtige sentimentaliteit. Daar doorheen fietst een misplaatst verhaal over haar dochter, wat het hypnotiserende karakter van de film bijna teniet doet door onder andere een lukrake eindscène.

Regisseur Bas Devos weet samen met cameraman Grimm Vandekerckhove leven te scheppen in de verstilde beelden, een Brussel om in te verdrinken als de nacht alles sereen maakt. In gevoeligheid schiet Devos echter uit de pas, waardoor Ghost Tropic ten onder gaat in vals sentimentalisme. Het interactieve videospel Life is Strange verbeeldt eenzelfde vreemd verlangen in een ongrijpbare wereld sterker met oprechte emoties, terwijl in deze film Khadja te veel een heilige is en de muziek te veel kitsch. Het stille van de beelden lijkt een doel op zich, fraaiheid om het fraaie.

 

Farewell Paradise

Farewell Paradise – Fel pratende hoofden
In Farewell Paradise interviewt regisseuse Sonja Wyss haar vader, moeder en oudere zussen een op een over hun veelbewogen familiegeschiedenis. Moeder vluchtte op een dag weg uit de Bahama’s na de zoveelste affaire van vader en het gezin brak uiteen. Dat levert heftige gesprekken op, want iedereen spreekt elkaar tegen en er ging vooral veel mis in de opvoeding van de gezusters Wyss.

Pratende hoofden zijn vaak een cliché in documentaires, maar Wyss weet dit op zijn kop te zetten met een enerverende film. Op zwartgrijze achtergrond steken de familieleden fel af tijdens het vragenvuur van de jongste, die bijzonder kritisch durft te zijn. De nadruk op de scherp opgenomen aan hun stoel gekluisterde ondervraagden maakt Farewell Paradise tot een enerverend onderzoek van een gebroken familie. De lukrake intermezzo’s van landschappen steken daar enigszins potsierlijk bij af, terwijl de spaarzame familiekiekjes naar meer smaken. De ontwapenende openhartigheid blijft echter overeind.

 

Mother

Mother – Huiveringwekkend resort
Ook de documentaire Mother duikt in gebroken familiebanden, ditmaal met Alzheimer als leidraad. In Thailand is een Zwitsers resort voor dementerende ouderen, die daar alle zorg krijgen van Thaise verpleegkundigen. Pomm is zo’n verpleegster, die moet schipperen tussen verschillende baantjes en haar kinderen nauwelijks kan zien. Haar tragiek legt regisseur Kristof Bilsen bloot, het verzorgen van andermans ouders en daardoor zelf niet moeder kunnen zijn. De beelden spreken voor zich, net als de personages dat doen.

Aan de andere kant is er een Zwitserse familie, die na lang wikken en wegen besluit dat het voor hun 57-jarige moeder het best is als zij haar naar Thailand afschepen. Waar bij Pomm telefoonbeelden het geheel schwung geven, blijft Marko Milovanovic’ camera scherp toezien hoe deze familie afscheid neemt van moeder. Het levert in eenvoud heftige, confronterende beelden op. Een videogesprek met het warme Abba op de achtergrond is het pijnlijkst, als alle sluimerende systemische factoren van klasse en eenzaamheid samenkomen voor een huiveringwekkende toon van onvermogen bij elke partij. En dat zonder opgeheven vinger.

 

De KNF Award (uitgereikt door de Kring van Nederlandse Filmjournalisten) ging naar Kala azar van Janis Rafa. De film levert volgens de jury “op subtiele wijze commentaar op de zieke staat van de wereld en onze mogelijke ecologische ondergang”.

 

1 februari 2020

 

DEEL 1
DEEL 2
DEEL 3
DEEL 5

 


MEER FILMFESTIVAL