Family Fang, The

**

recensie The Family Fang

Kinderen als kunstwerk

door Cor Oliemeulen

De performancekunst van vader en moeder Fang heeft hun kinderen Annie en Baxter weinig goeds gebracht. The Family Fang laveert tussen subversief drama en zwarte komedie, maar laat de kijker gedeprimeerd achter.

Een klein jongetje loopt naar een baliemedewerkster van de bank en overhandigt haar een briefje met de tekst: ‘Blijf rustig, doe geen domme dingen en geef een lolly’. Zij lacht, geeft hem een lolly uit een glazen pot en wenst hem nog een prettige dag. Dan richt hij een pistool op haar en fluistert hij dat hij álle lolly’s wil. Een beveiliger van de bank aanschouwt het tafereel en schreeuwt: ‘Pistool!’ en stort zich op het jongetje, maar die heeft al een schot gelost. Op de grond ligt een vrouw met naast haar een meisje dat snikt: ‘Mama, niet doodgaan!’ Even later staat het viertal lachend op, alle aanwezigen in de bank compleet verbouwereerd achterlatend.

The Family Fang

Wereldberoemd in kleine kring
Welkom bij de familie Fang, performanceartiesten. Vader Caleb en moeder Camille waren in de jaren zeventig wereldberoemd in kleine kring met hun uitvoerende conceptuele kunst. Veel minder braaf en conventioneel dan het verborgen camera-programma Candid Camera verkenden de Fangs de spontane reacties van het publiek en de grenzen van het fatsoen. Performance als kunstvorm, met als doel mensen te verwonderen, te choqueren of intellectueel uit te dagen. Hun dochter Annie en zoon Baxter (hun ouders spraken hen aan met “A” en “B”) maakten meestal ongewild deel uit van de projecten van vader en moeder, maar verbraken op latere leeftijd het contact nadat zij jarenlang gebukt waren gegaan onder het narcistische gedag van hun opvoeders, die geen opvoeders waren.

Nu, enkele decennia later, volgt het weerzien van Annie (Nicole Kidman, die de film produceerde) en Baxter (Jason Bateman, die de regie op zich nam) met hun ouders, nadat laatstgenoemde door een onalledaags ongeluk in het ziekenhuis is beland. Met de komst van de sociale media en verstoken van de hulp van hun kroost bestaat de performancekunst van Caleb en Camille heden ten dage vooral uit dooddoeners en mislukkingen, kunst om kunst. Maar als de ouders plotseling zijn verdwenen en de politie aan moord denkt omdat er matchende bloedsporen zijn gevonden, vermoedt Annie dat Caleb en Camille het misdrijf in scène hebben gezet, terwijl Baxter het zich niet kan voorstellen dat hun ouders zich aan zo’n laaghartige streek schuldig zouden maken.

The Family Fang

Zoektocht naar de waarheid
Gedurende de zoektocht naar de waarheid zien en horen we flarden van de tol die hun ondoelmatige opvoeding heeft geëist. Een door middel van schakelen tussen heden en verleden in aanleg dramatische karakterstudie van een broer en zus (waarbij bovendien incest wordt gesuggereerd) komt niet goed uit de verf door een rommelig script en een niet gelukkige montage. Dat is jammer, want er wordt zeker niet slecht geacteerd en Christopher Walken is zelfs subliem in de rol van onbuigzame vader.

Caleb Fangs filosofie over wat wel en geen kunst is, is een origineel en interessant gegeven voor film, maar in zijn dogmatische denken verliest de vader elke sympathie bij de kijker, vooral omdat hij er geen geheim van maakt dat zijn kroost bijzaak is. Vergeleken met hem is de vader in The Royal Tenenbaums (2001) die een terminale ziekte veinst om weer in contact te komen met zijn disfunctionele familie, een heilige. The Family Fang begint veelbelovend met de ‘bankoverval’ en eindigt met een twist die schokkend, vergezocht en onzinnig tegelijk is. Misschien leuk in het boek, maar in deze verfilming voelt het ultieme project van Caleb en Camille als een wel heel dubieus geval van conceptuele kunst.
 

15 juli 2016

 
MEER RECENSIES

Man die Ove heet, Een

**

recensie Een man die Ove heet

Zweedse zoetigheid

door Damian Uphoff

Als regisseur Frank Darabont (Shawshank Redemption, The Green Mile) ergens een verloren Zweedse broer zou hebben, zou hij bij de naam Hannes Holm gaan. Met Een man die Ove heet schuwt deze regisseur het namelijk niet om uit te pakken met een clicheetje of twee en een flinke dosis sentiment.

Hannes Holm is een naam die waarschijnlijk niet veel belletjes doet rinkelen. Ondanks zijn redelijk grote oeuvre gooiden weinig van zijn films hoge ogen bij zowel de critici als het publiek.

Met zijn nieuwste speelfilm Een man die Ove heet, gebaseerd op het gelijknamige boek van Fredik Backman, zet hij zichzelf wat meer in de schijnwerpers, want de film is een echte allemansvriend. Iets wat zowel positief als negatief op te vatten valt, maar in dit geval neigt naar het tweede. Een man die Ove heet mag dan Zweeds zijn, in alle opzichten heeft het meer weg van een Hollywoodfilm.

Een man die Ove heet

De knorrepot van de wijk
De 59-jarige Ove staat bekend als de oude chagrijn van de buurt. Na enkele jaren geleden te zijn afgezet als voorzitter, ziet hij het als taak om de orde in de buurt te handhaven. Zanikend op alles en iedereen is hij niet bepaald het zonnetje in huis. Op een dag trekken de zwangere Parvaneh en haar gezin in bij de woning tegenover Ove. Aanvankelijk moet Ove niets van de iets té opgewekte Parvaneh hebben, maar gaandeweg ontstaat er een vriendschap tussen de twee. Het komt zelfs zover dat Ove zijn levensverhaal aan haar vertelt, waarin duidelijk wordt hoe de oude querulant geworden is zoals hij nu is.

Aanvankelijk primeert vooral de lekkere droge humor, die bij Scandinavische films wel vaker aanwezig is. Lassgård heeft dan ook de perfecte norse tronie om een personage als dit te vertolken. De steeds mislukkende zelfmoordpogingen van Ove zijn goede voorbeelden. Het duurt echter niet lang voordat het verhaaltje de kop opsteekt. Aan de hand van flashbacks komt Ove’s verleden centraal te staan. Een verleden dat nogal wat ups en downs kent, want Ove heeft opeenvolgend zijn vader dood zien gaan, is zijn huis kwijtgeraakt, en heeft zijn vrouw verloren. Door de overdramatische toon voelen deze momenten gekunsteld aan en hebben ze niet het beoogde ontroerende effect.

Een man die Ove heet

Plastiek
Na een hoop opgeblazen misère doet het feelgood gedeelte intrede, waarin Holm het helemaal bont maakt. Het slotstuk van de film is gelardeerd met zo’n dikke laag suiker dat je je afvraagt waarom de cast er niet in wegzonk. Behalve de hoofdpersoon zijn de personages karikaturen die slechts het sentiment dienen te ondersteunen. Dit alles bijgestaan door een bombastische, kitscherige soundtrack zorgt ervoor dat het geheel eerder walging dan emotie op weet te wekken. De komische input zorgt soms voor een relativerende noot, maar toch resteert na afloop het gevoel alsof je een veel te zoete suikerspin door de strot geduwd werd, en je het liefst snel een douche wilt nemen om alle klefheid van je af te spoelen.

Er zal vast wel publiek te porren zijn voor Een man die Ove heet. Sentimentele films als The Green Mile, waar deze film wat van wegheeft, doen het niet voor niets zo goed in diverse toplijsten. Maar wiens maag niet bestand is tegen een stevige klodder melodrama kan deze mierzoete film beter links laten liggen.
 

20 juni 2016

 
MEER RECENSIES

Ma Loute

***

recensie Ma Loute

Van toeristen kun je eten

door Cor Oliemeulen

Na het succes van zijn absurdistische komedie P’tit Quinquin, vooral in eigen land, flikt de Franse regisseur Bruno Dumont met Ma Loute deels hetzelfde kunstje.

Achterlijke, afzichtelijke autochtonen op het Franse platteland figureren tegen de achtergrond van mysterieuze misdaden die nooit en te nimmer zullen worden opgelost omdat de politieagenten zo gek zijn als een looien deur. Waar we in het experimentele P’tit Quinquin konden kennismaken met een onverstaanbare, motorisch gestoorde commissaris en zijn al even snuggere hulpje met een fietsenrek en een voorliefde voor autorijden op twee wielen, ontmoeten we in Ma Loute karikaturen van Sherlock Holmes en Doctor Watson, of beter: Laurel en Hardy. De Dikke, inspecteur Machin, is zo volumineus dat de Dunne, assistent Malfoy, hem regelmatig overeind moet helpen – hier in de duinen onder Calais waar toeristen spoorloos verdwijnen.

Ma Loute

Vallende ziekte
Bijna iedereen valt weleens in Ma Loute. Zoals de emotioneel en lichamelijk ingesnoerde rijke dame Isabelle van Peteghem (Valeria Bruni Tedeschi: Il capitale umano), de nerveuze, bekakt sprekende André Van Peteghem (Fabrice Luchini: Gemma Bovery) en de extatische snob Aude van Peteghem (Juliette Binoche: Clouds of Sils Maria). Samen met drie kinderen en een al even curieuze neef viert deze welgestelde familie uit Lille in de zomer van 1910 vakantie in en om een prachtig wit huis bovenop een duin aan de baai van Slack.

In contrast met deze incestueuze familie – “industriële verbintenissen: neef trouwt met nicht, zo doen families dat in het noorden” – staan de leden van de teruggetrokken familie Brufort. Zij moeten zien rond te komen met het vangen van mosselen en het overzetten van toeristen bij wassend water (bij voorkeur dragend) en blijken liefhebbers van mensenvlees (bij voorkeur toeristen). Terwijl vader Brufort in zijn authenticiteit door de rijkaards wordt beschouwd als de belichaming van perfectie en totale schoonheid, krijgt zijn oudste zoon, Ma Loute, te maken met de avances van de oudste telg van de Van Peteghems. Het blijft lang onduidelijk of deze Billie een meisje is dat zich als jongen kleedt of een jongen die zich als meisje vermomt.

Ma Loute

Kansen
Anders dan in P’tit Quinquin heeft Bruno Dumont begrijpelijkerwijs gekozen voor enkele professionele acteurs, die zich met zichtbaar plezier uitleven in hun groteske rollen (met name Binoche speelt totaal over de top), maar gelukkig zijn de plattelandslieden ook in Ma Loute heerlijk streekgebonden boers en ongecompliceerd. Maar nog meer dan in zijn absurdistische voorganger is het gemis van enig plot en noodzakelijke twists voelbaar. Met alleen bijzondere typetjes, droogkomische scènes, aardige cinematografie en een soundtrack waarin het piepen en kraken van (vooral menselijke) bewegingsapparaten wordt afgewisseld met klassieke muziek, laat de regisseur uitgelezen kansen voor een werkelijk oorspronkelijk filmjuweeltje liggen.

In P’tit Quinquin zit een vette knipoog naar Federico Fellini’s La Dolce Vita: als een koe (vol mensenresten) met een helikopter door de lucht wordt getransporteerd; de finale van Ma Loute doet sterk denken aan een andere klassieker van deze Italiaanse meesterregisseur, 8 ½: als een rariteitenkabinet zich in polonaise over het strand beweegt en iemand als een vlieger in de lucht zweeft met een touw aan een been. Met het genre drama (L’humanité, Flandres) bewees Dumont over veel eigenzinnig talent te beschikken, met zijn absurde komedies valt nog de nodige winst te behalen.
 

18 juni 2016

 
MEER RECENSIES

Now You See Me2

**

recensie Now You See Me 2

De Wet van Freeman houdt stand

door Alfred Bos

Met veel effectbejag opgeklopt vervolg van de verrassinghit rond vier avontuurlijke illusionisten in een mix van Mission Impossible, X-Men en The Great Buck Howard.

Succes baart succes, zei mijn opa zaliger op zijn meer bezonken momenten, en aldus verschijnt Now You See Me 2, niet Now You Don’t. Het is het vervolg op de verrassingshit uit 2013 rond een groepje illusionisten die hun talenten voor trucs en magie aanwenden om banken van hun geld te verlossen en de buit over het publiek uit te strooien. Robin Hood met een vleugje superheldenpathos, Justice League goes David Copperfield. Die overigens een van de geldschieters achter deze nieuwe franchise is.

Now You See Me 2

Voor een speelfilm over verrassingen was Now You See Me bepaald voorspelbaar, want hij houdt zich keurig aan wat filmfans kennen als de Wet van Freeman: elke film waarin Morgan Freeman zijn kunstje van vaderlijke autoriteitsfiguur afdraait is een marketing mormel. Als Thaddeus Bradley, voormalig illusionist en nu ontmaskeraar van magie, draaft hij voor deel 2 opnieuw op om de Four Horsemen, zoals de altruïstische illusionisten zich noemen, het leven zuur te maken. Vrees niet, de Wet van Freeman houdt stand. De tweede ster boven dit stukje is er voor zijn tegenspelers.

Raadaels-in-raadsels
Dat zijn acteurs van naam die bijschnabbelen in een publiekshit om hobby’s – zoals in het geval van Freeman zijn bluescafé in New Orleans – of de pensioenkas te financieren. Jesse Eisenberg, Woody Harrelson en Dave Franco (jongere broer van) zijn als de Four Horsemen ditmaal in het gezelschap van nieuwkomer Lizzy Caplan. Na zich anderhalf jaar koest te hebben gehouden worden ze door een onbekende weer verenigd voor een nobele klus, de ontmaskering van een tech-enterpreneur met een fascistoïde agenda. Het is slechts de opmaat voor een cavalcade van illusie, dubbelspel en raadsels-in-raadsels.

De Four Horsemen strijden nu op drie fronten tegelijk, want naast Thaddeus Bradley jaagt niet alleen de FBI, maar ook überboef Arthur Tressler (Michael Caine) achter hun broek. Die laat het vuile werk over aan zijn luitenant, waarin we Daniel Radcliffe herkennen. Merritt McKinney (Woody Harrelson) blijkt een stinkend jaloerse tweelingbroer te hebben die zich als zijn donkere spiegelbeeld in de ophef mengt. Tussen de partijen zweeft voormalig FBI-agent Dylan Rhodes (Mark Ruffalo), die een dubbelrol speelt want niets is wat het lijkt.

Now You See Me 2

Overstimulatie
Dit vervolg – hoewel, kennis van deel 1 helpt niet om chocola te maken van de kolderieke plot – begint met een ernstige handicap: de verrassing is er af. Dat gebrek herstelt regisseur Jon M. Chu (die eerder gepimpte exploitatiefilms als G.I. Joe: Retalitation en Jem and the Holograms afleverde) door de effectendoos open te trekken. De cameravoering is nerveus, op de momenten die tellen raggen de trommels op de geluidsband de spanning aan gort en wanneer na al dat subliminale geweld de climax moet worden geaccentueerd barst een operazangeres los in een aria over overspel. Now You See Me 2 wil via overstimulatie een overprikkeld publiek hypnotiseren..

Al opent Now You See Me 2 in New York en is de viertrapsraket van de finale gesitueerd in een Oud & Nieuw vierend Londen, de film richt zich nadrukkelijk op de Chinese markt. Een flink brok van het verhaal speelt zich af in Macau, het Vegas van China, en de Taiwanese rockster Jay Chou (eerder te zien in The Green Hornet) helpt als de mysterieuze Li de benarde Horsemen uit exotische complicaties. Drie keer wedden dat Li weer opduikt in deel 3, want die komt er ook.
 

11 juni 2016

 
MEER RECENSIES

Truman

***

recensie  Truman

Uit het leven gegrepen

door Cor Oliemeulen

Vijftiger met terminale kanker zoekt nieuw baasje voor zijn trouwe viervoeter. Sterk, geloofwaardig acteerwerk zonder Latijns temperament in komisch drama Truman.

Regisseur Cesc Gay maakte in 2012 Una pistola en cada mano, dat hij net als zijn jongste film Truman samen schreef met Tomàs Aragay. In zes korte verhalen portretteerden zij op soms meedogenloze wijze de worstelingen van tobbende veertigers. De Argentijnse acteur Ricardo Darín (El secreto de sus ojos, 2009) en zijn Spaanse collega Javier Cámara (Hable con ella, 2002) excelleerden als doorsnee mannen die verzeild raken in buitengewone situaties. Het viertal werkt opnieuw samen in Truman en mét Truman, een hond.

Truman

Wie adopteert de hond?
Ricardo Darín speelt Julián, een vijftiger die zojuist heeft geaccepteerd dat hij de strijd tegen uitgezaaide longkanker niet kan winnen. Javier Cámara speelt zijn oude vriend Tomás die hem verblijdt met een onverwacht bezoek in zijn woonplaats Madrid. Samen gaan ze op zoek naar een nieuw baasje voor Truman. Het drietal bezoekt een dierenarts voor tips. Julián wil weten of het zinvol is als hij bij het afscheid een kledingstuk achterlaat zodat de hond hem kan blijven ruiken.

In Truman lijkt de zoektocht naar een geschikte adoptiefamilie belangrijker dan bijvoorbeeld de keuze voor een begrafenis of een crematie (“Pas je wel in zo’n kleine urn?”). De vier dagen die Julián en Tomás samen hebben, staan in het teken van de toekomst van de hond (zelf ook niet meer de jongste), terwijl het filosoferen over leven en dood subtiel op de achtergrond door kabbelt. Deze twee rasacteurs hebben weinig woorden nodig om hun gevoelens te uiten.

Truman

Amsterdam
De dialogen vormen dan ook het minst sterke element van de film, die hierdoor verzuimt om te verrassen. Natuurlijk, Truman gaat over échte mensen (en een hond) en het drama van een naderende dood is al heftig genoeg, maar een paar leuke twists, net als in Una pistola en cada mano, had dit komische drama wel kunnen gebruiken. Eén van de sterkste scènes daarentegen is bloedserieus en raak: in een restaurant irriteert Julián zich aan een koppel dat doet alsof ze hem niet heeft gezien. Een herkenbare situatie en een steuntje in de rug voor mensen die weten wat rouw is en zouden willen dat ze het lef hadden te reageren zoals Julián dat doet.

En dan hebben we nog het ‘verplichte’ uitje naar Amsterdam, waar Juliáns saai ogende zoon Nico studeert en die in de veronderstelling is dat zijn vader inmiddels is genezen. Hoe gaan ze dat varkentje wassen óf lukt het Julián simpelweg niet om Nico te vertellen dat dit hun laatste ontmoeting is? En passant maken we kort kennis met een vriend van Nico (Lucas Hamming, Lover or Loser en voorman huisband DWDD) en vraagt de kijker zich af hoe het toch mogelijk is dat je in films direct hoort dat het een Nederlander is die Engels praat?

Het afscheid van de vrienden en van Truman is – net als het spel van Ricardo Darín en Javier Cámara – van een ingehouden ontroerende pracht, echter het is te weinig om de film te laten beklijven.

 

6 mei 2016

 

Lees ook: Boek over Spaanse cinema

 

ALLE RECENSIES

Men & Chicken

****

recensie  Men & Chicken

Familiegekte op Deens eiland

door Alfred Bos

In Men & Chicken verbeeldt regisseur en scenarist Anders Thomas Jensen een volkomen gestoorde familie die leeft in een absurdistisch universum dat zijn eigen regels volgt, met als resultaat een unieke horrorkomedie.

Tijdens de vertoning van Men & Chicken op het recente Imagine Filmfestival golfden de lachsalvo’s door de zaal en de film werd door de kijkers hoog gewaardeerd. De zwarte komedie rond vijf halfbroers, de een nog excentrieker dan de ander, dankt zijn succes aan een script met originele vondsten en, vooral, voortreffelijke acteerprestaties. Men & Chicken is een anarchistisch sprookje dat zijn eigen regels stelt en daarbinnen volstrekt naturel en geloofwaardig is.

Men & Chicken

Als kijker zit je voortdurend van de ene bil op de andere te wippen. Dit is te krankzinnig en toch ga je al snel overstag voor de behoorlijk verknipte Elias, een vuilbekkende, obsessief onanerende vrijgezel op vrouwenjacht. De Deense topacteur Mads Mikkelsen staat vooral bekend om zijn vertolkingen van grimmige mannen met edele motieven, recentelijk nog als de op wraak beluste cowboy in The Salvation, eveneens naar een script van Men & Chicken-regisseur Anders Thomas Jensen. Er schuilt echter ook een komisch talent in Mikkelsen, die als Elias bijna onherkenbaar is.

Bizar eiland
De humor van Men & Chicken is absurdistisch en droogkomisch. Elias krijgt van zijn broer Gabriel (David Dencik), een vermoeide filosofieprofessor met tic, te horen dat hun vader is overleden. Via een videoboodschap van pa wordt gehint op een duister familieverleden en de broers gaan op onderzoek. Dat voert hen naar het dunbevolkte (fantasie)eiland Ork, waar ze in een soort alternatieve werkelijkheid terechtkomen. Daar leven, naast de burgemeester en de dokter, meer familieleden van Gabriel en Elias. Aan allen is een steekje los, maar wat, dat ontvouwt de film in goed gedoseerde en sterk getimede ontdekkingen.

Regisseur Anders Thomas Jensen heeft een lange lijst van filmscenario’s op zijn palmares (de Nederlandse actieparodie Vet Hard werd door hem geschreven) en dat is aan Men & Chicken, zijn vierde feature film, af te zien. Hoe bizar de situatie op Ork ook is, de filmlogica klopt, de psychologie van de personages eveneens. De broers en hun verwanten blijven karikaturen, maar het zijn karikaturen met volkomen menselijke trekjes. Je gaat ze leuk vinden.

Men & Chicken

Persiflage
Op Ork is een voormalig sanatorium gevestigd en het blijkt een gekkenhuis. Daar zijn de broers thuis met familie die, anders dan Gabriel en Elias tot op zekere hoogte, niet zijn geciviliseerd door de dagelijkse omgang met mensen. Er is een reden voor hun groteske koppen en hun primaire gedrag, en die is te vinden ergens in de donkere gangen en verboden kamers van het landhuis. Men & Chicken is ook een modern sprookje met horrorelementen; een variant op Blauwbaard, maar dan een Blauwbaard die Darwin heeft bestudeerd.

Er komen wel meer films uit Denemarken waarin families of pseudofamilies centraal staan, maar geen enkele zo grotesk als Men & Chicken. Daarnaast varieert de film op het thema van de gestoorde wetenschapper met grootheidswanen en brengt beide thema’s op originele wijze samen. Het is wellicht projectie van deze kijker, maar je kunt in Men & Chicken een persiflage zien op de archetypische Deense film vol zwaarmoedig familiedrama. Jagten (ook met Mikkelsen) of Festen, maar dan volledig op zijn kop gezet. Pluim voor de voortreffelijke rolbezetting en volkomen terecht dat deze eigenzinnige genrefilm ook in de reguliere bioscoop draait.

 

3 mei 2016

 
ALLE RECENSIES
 

Nouveau, Le

***

recensie  Le Nouveau

Buitenbeentjes leren feesten

door Cor Oliemeulen

Iedereen is in zijn leven weleens een nieuweling geweest. Maar als opgroeiende tiener valt het soms niet mee je aan de onbekende omstandigheden aan te passen.

Le Nouveau won vorig jaar de Cinekid Juryprijs voor Beste Kinderfilm. De film volgt de verlegen tiener Benoît die is verhuisd van Le Havre naar Parijs en zijn best doet om een plekje in zijn nieuwe wereld te vinden. De vraag is of hij kiest voor het populaire groepje of voor de nerds. Wat volgt is een mooie en oprechte zoektocht naar het antwoord.

Le Nouveau

Van kind naar volwassen
De Franse acteur Rudi Rosenberg, vooral te zien in films en series voor televisie, maakt na twee korte films over tieners met Le Nouveau zijn speelfilmdebuut, waarvoor hij zelf het scenario schreef. Een tikkeltje autobiografisch, dus met de nodige nostalgische trekjes. Rosenberg is gefascineerd door de overgang van kindertijd naar volwassenheid – “Tieners hebben nog niet geleerd om hun gevoelens te verbergen, zoals volwassenen dat over het algemeen doen” – en legt graag de nadruk op buitenbeentjes, zoals hij dat al deed in het komische Aglaée (2010) met Géraldine Martineau als spastisch meisje.

Dit veelzeggende personage komt terug in zijn speelfilm. Net als Benoît is Aglaée nieuw op school, maar door haar typische manier van bewegen valt zij extra op en kan zij gegarandeerd rekenen op gegniffel achter haar rug. Haar handicap heeft haar kennelijk snel volwassen gemaakt, want zij weet zich beter en sneller aan te passen dan Benoît, die als een blok valt voor een derde nieuweling: het knappe Zweedse meisje Johanna. Ook zij is verlegen, maar mengt zich zonder aarzelen ook onder het groepje popie jopies van de klas, dat wordt aangevoerd door Charles, wiens plagerijtjes allemaal niet zo verkeerd zijn bedoeld, maar toch impact blijken te hebben.

Le Nouveau

Afwijkend gedrag
Met name Joshua heeft in eerste instantie last van de pesterijtjes. Zijn molligheid en zijn van de groepsnorm afwijkend gedrag hebben van hem een echte eenling gemaakt. Benoît ziet op Joshua’s kamer lijstjes met namen van leerlingen die hem ooit hebben uitgescholden of geslagen. Hij knipt zijn eigen haren en speelt accordeon. En tenslotte is daar Constantin die in tegenstelling tot Joshua niet denkt als een kind, maar juist als een volwassene. Hij draagt een bril en een beugel en is wat onhandig. Bijvoorbeeld als hij Aglaée wil ‘beschermen’ terwijl zij niet zit te wachten op zijn medelijden.

Het bijzondere van Le Nouveau is dat het niet de zoveelste film is over opgroeiende tieners die zoeken naar hun identiteit in een wereld van groepjesvorming, maar zich juist richt op het ontstaan van aansluiting en vriendschappen. De film behandelt geen onoverkomelijke problemen en is juist luchtig. Dat komt onder meer omdat Rosenberg de jeugdige acteurs veel liet improviseren en uit maar liefs 250 uur materiaal een realistisch portret (verstoken van social media) van krap tachtig minuten wist te destilleren. Het enige volwassen karakter is een oom die de kinderen aanzet tot stoute dingen. Dat leidt ertoe dat de buitenbeentjes wat weerbaarder worden en zelf ook leren wat feesten is in deze charmante jeugdfilm die vooral lijkt te willen zeggen: ‘Ben jezelf!’

 

23 april 2016

 
ALLE RECENSIES

Demolition

***

recensie  Demolition

Frivool schouwspel over rouw

door Damian Uphoff

Vaak stuit je in films over rouwverwerking op een overdosis pathetiek. Hoe anders is dat in Demolition. Een buitenissige film waarin lichtvoetigheid de boventoon voert, ondanks het loodzware thema.

Regisseur Jean-Marc Vallée is aardig op dreef de laatste jaren. Waar zijn voor zes Oscars genomineerde Dallas Buyers Club en het eveneens gelauwerde Wild drama’s pur sang zijn, is Demolition een komedie. Dit genre is geen onbekend terrein voor de Canadese regisseur: met C.R.A.Z.Y. waagde hij zich er eerder aan, maar een komische film over rouwverwerking is geen courant verschijnsel.

Demolition

Stille rouw
Niet enkel Vallée bevestigt zijn talent met Demolition, ook Jake Gyllenhaal laat na een aantal ijzersterke prestaties (Nightcrawler en Enemy) weer zien wat hij in zijn mars heeft. In Demolition vertolkt hij de rol van Davis: een jonge bankier wiens vrouw Julia het loodje legt in een auto-ongeluk. Davis reageert echter lethargisch op het ongeluk, ogenschijnlijk scheelt het hem weinig. Toch verandert er iets in hem. Hij let op details die hem voorheen niet opvielen en gedraagt zich vreemd en impulsief. Niet iedereen reageert natuurlijk hetzelfde op zo’n tragische gebeurtenis. Sommigen uiten hun rouw expressief, bij anderen verloopt het rouwproces in stilte en duurt het even voordat de pijn écht doordringt.

Davis behoort overduidelijk tot de laatste categorie. Waar iedereen rondom Davis in diepe tristesse raakt door Julia’s dood, heeft onze bankier andere prioriteiten. Vanwege een defect in een snoepautomaat schrijft hij talloze brieven naar een automatenbedrijf. Karen, vertegenwoordigster van de klantenservice, raakt geëmotioneerd door de brieven waarin Davis zijn hele privéleven openbaart. Wat volgt is een merkwaardige vriendschap tussen de twee die samen een nieuw leven op proberen te bouwen.

Uitzinnig
Die vriendschap gaat niet zonder hilariteit gepaard. De humor in Demolition is droog, speels, en een tikkeltje uitzinnig. Vooral Gyllenhaal excelleert als laconieke droogkloot. Zo begeeft hij zich dansend en zingend door drukke straten en haalt hij capriolen uit met Karen’s zoon. Gyllenhaal is overigens niet de enige wiens personage wat eigenaardig is, want ook Karen (Naomi Watts), die de ganse dag aan de cannabis zit, en haar zoon (Judah Lewis), die worstelt met zijn geaardheid, zijn lekker labiele figuren.

Demolition

Davis’ metamorfose van afgeborstelde bankier tot extravagante bon vivant valt te duiden als zijn manier om rouw te verwerken. Opvallend hierbij is zijn drang naar destructie. Dingen die hem aan zijn vrouw, zijn oude leven doen denken vernietigt of verdringt hij. Samen met Karen’s zoon slaat hij bijvoorbeeld zijn oude huis kort en klein. Aldus de titel ‘Demolition ’.

Concessies
Dat Davis’ verwerkmethodes niet helpen blijkt tijdens zijn uiteindelijke bewustwording. De lichtvoetigheid moet even plaats maken voor zwaarmoedigheid, en daar doet de film zich wat mee tekort. Je zit al te wachten op het moment waarop Davis dan eindelijk emotioneel instort en als Vallée vervolgens braaf beantwoordt aan de verwachtingen van de kijker kun je dat als een zwaktebod beschouwen. Gelukkig weten de vele komische vondsten en vooral het spel van Gyllenhaal hun stempel op deze film te drukken.

 

9 april 2016

 

 

ALLE RECENSIES

 

Moonwalkers

***

recensie  Moonwalkers

Kubrick-mythe als filmplot

door Alfred Bos

Moet je stoned of anderszins onder invloed zijn om deze komedie rond Ron Pearlman te kunnen waarderen? Nee, maar het helpt wel.

Wanneer hebben we Ron Pearlman voor het laatst op het witte doek gezien in een film die niet beter direct op dvd had kunnen worden uitgebracht? Was het in het visueel avontuurlijke wuxia meets comics-drama Bunraku uit 2010 of de tweede Hellboy-film, The Golden Army, van twee jaar daarvoor? De Guilllermo del Toto-fan roept natuurlijk: Pacific Rim, maar die vonden wij weer niet te pruimen.

Moonwalkers

Hoe dan ook, de man die de kleinzoon van de legendarische Franse acteur Fernandel had kunnen zijn is momenteel nauwelijks van het tv-scherm te branden – mis vooral niet zijn vertolking als godsdienstwaanzinnige rechter in de Amazon-serie Hand of God – en de voornaamste ster in deze kolderieke, met veel stoner-humor opgetuigde productie van Belgische makelij, het regiedebuut van een zekere Antoine Bardou-Jacquet, als dat zijn echte naam is tenminste.

Geestverruimend menu
Het is juli 1969 en de Amerikanen staan op het punt om Apollo 11, met aan boord onder andere Neil Armstrong en Buzz Aldrin, naar de maan te schieten. Om de propagandaoorlog van de Russen te winnen moet deze meesterzet van Koude Oorlogsvoering natuurlijk wel slagen en om elk toeval – en dat is ruim aanwezig met een maanlander wiens boordcomputer een werkgeheugen van 20K heeft – uit te sluiten stuurt de Amerikaanse geheime dienst zijn agent Tom Kidman (Ron Pearlman) gewapend met een koffer met geld naar Londen. Hij moet Stanley Kubrick overhalen om de maanlanding te faken.

Pearlmans tegenspeler is Rupert Grint, die we nog kennen als het bangige vriendje van Harry Potter uit de gelijknamige filmreeks. Grint vertolkt Jonny Thorpe, de klunzige manager van een hopeloze rockband, die op kamers leeft met de altijd onder invloed verkerende – naarmate Moonwalkers vordert verrijkt hij zijn hasj-menu met opium, lsd en paddenstoelen – Leon, een rol van Robert Sheehan. Pearlman speelde eerder samen met Sheehan in een van de minst gedenkwaardige films (uit een lange reeks) van Nicolas Cage, Season of the Witch, en Sheehan kent op zijn beurt Grint van het drugsfestijn Cherrybomb en zo is de cirkel van deze parodie op een stoner-film rond.

Moonwalkers

Gedrogeerde slapstick
Het zegt ook iets over wat we van Moonwalkers kunnen verwachten: doorgerookte slapstick met knipogen naar de realiteit, want het broodje aap-verhaal rond Kubrick’s namaakmaanlanding is uitgegroeid tot een urban myth waar heuse documentaires over zijn gemaakt. Verwikkelingen te over: Kidman is een getraumatiseerde Vietnam-veteraan die lijdt aan hallucinaties. Thorpe is geld schuldig aan een Londense onderwereldbaas genaamd The Ironmonger. Dan zijn er nog een Duitse arthouse-regisseur, een wulpse hippiedame (de Waalse actrice Erika Sainte; die willen we vaker zien) en natuurlijk de sigaren paffende generaal – shades of Dr. Strangelove – die vanuit een geheime bunker de verwikkelingen op afstand volgt.

Die laatste stuurt een batterij mannen in zwart naar Londen om alle getuigen van het maanfilmpje uit de weg te ruimen, wat culmineert in een kostelijke climax, want laat nu net op dat moment ook The Ironmonger met een legertje gorilla’s op de filmset neerstrijken. Moonwalkers is de natte droom van theoretici van de post-moderne film want hij handelt over een genepte nepmaanlandingsfilm.

De grappen draaien om het persifleren van de hippiemores en het broodje aap-verhaal rond Kubrick (inclusief vele verwijzingen naar diens films), het uitvergroten van overbekende clichés en het tot groteske porties oppompen van cartoonesk ultrageweld dat op zijn leukst is wanneer het zich buiten beeld afspeelt en alleen op de geluidsband is te horen. Los van de uitstekende, zij het voor de hand liggende muziekkeuze (Jefferson Airplane, Lovin’ Spoonful, Creedence Clearwater Revival) is de experimentele geluidsband de geheime kracht van de film, met dank aan de Franse house-producer Alex Gopher. Ook broodnuchter valt er genoeg te grinniken.

 

28 maart 2016

 
ALLE RECENSIES