****
recensie Sirât
Zanderige Danse Macabre
door Bert Potvliege
Sirât, de nieuwe film van de getalenteerde Frans/Spaanse cineast Oliver Laxe, legt een boeiende weg af. Deze spirituele roadmovie focust zich op een intrigerende plot, maar werpt gaandeweg narratieve vertakkingen als een ballast van zich af. Zo ontstaat een zinnenprikkelende ervaring.
Laxe spreekt tot de verbeelding. De veertiger oogt als een gestileerde sjamaan, en doet zo vermoeden dat hij ooit deel uitmaakte van de ravers zoals die aan bod komen in zijn film. Er huist een boeiende stem in de nog pril ogende man, die met Sirât bewijst in het juiste medium te werken.

In Mimosas (2016) behandelde Laxe de woestijn als een spirituele ruimte die zijn personages test. In Sirât gebruikt hij deze setting nogmaals, om verder onderzoek uit te voeren naar ons omgaan met de dood. Dit doet hij niet belerend, maar wel door een voedingsbodem te creëren die de kijker toelaat in dialoog te gaan met zichzelf. Zo doet Sirât wat goede kunst zou moeten doen: vragen stellen.
De film legde sinds zijn première op het Festival van Cannes een mooi parcours af. Hij won er de Juryprijs (gedeeld met het binnenkort te verschijnen Sound of Falling). De film kende een aantal succesvolle maanden in de bioscopen (in Nederland verschijnt deze vrij laat). De fans zijn van de rabiate soort – popster Charli XCX heeft de prent geprezen. En ook twee Oscarnominaties vielen de film te beurt.
Hunkeren op de dansvloer
Vader Luis (de uitstekende Spaanse acteur Sergi López: Pan’s Labyrinth en Lazzaro Felice) loopt uit de toon bij de ravegemeenschap in de Marokkaanse woestijn. Hij is op zoek naar zijn verdwenen dochter, die zou deelnemen aan een van de dansfeesten in de buurt. Algauw moet hij rekenen op enkele feestvierders, die hem kunnen helpen haar terug te vinden. Luis blijft hoopvol, terwijl de ravers het hunne denken van de wat pafferige man die tegengesteld lijkt aan hun rebelse bestaan. Samen trekken ze de woestijn in.
Wat zich aanvankelijk presenteert als het verhaal van een vader op zoek naar zijn dochter, evolueert naar een metaforische droomstaat, waarin het vinden van die verdwenen persoon haar relevantie lijkt te verliezen. De dood komt in de plaats. Laxe’s verbeelding van ons omgaan met het heengaan zalft en schokt evenzeer. De woestijnsetting is als ‘sirât’ – een Arabische term voor de brug over de hel, dunner als een haar en scherper als een zwaard. Laat het aan de film om je mee te slepen naar deze beproeving. Wat je daar krijgt, benadert dat waar de ravers naar hunkeren op de dansvloer: een transcendente ervaring.
Er is een groot verwantschap met het vijftien jaar oude Altiplano van Peter Brosens & Jessica Woodworth. Beide films benutten een natuurlijke setting als een spirituele metafoor – bij Altiplano gaat het over teloorgang en rouw; bij Sirât gaat het over het landschap als een mystieke arena die je uitdaagt. Beide films positioneren initieel een plot, waarbij geleidelijk aan duidelijk gemaakt wordt dat wat voorbij de plot schuilt van groter belang is: hoe verder in de film, hoe meer alles op losse schroeven komt te staan. Dramaturgie verhuist naar de achterbank; het sensorische neemt plaats aan het stuur. Beide films zijn woordeloos in hun laatste ogenblikken. En beide steunen hard op muziek om hun doel te bereiken.

Onmacht als een donsdeken
Ga kijken op het grote scherm. Niet noodzakelijk omdat je de beelden zo groot mogelijk moet zien, of omdat je dit moet delen met vreemden. Rep je naar de bioscoop voor de intense cocon die de ravemuziek tot leven roept, want zelden waren muziek en intentie zo intrinsiek verweven als hier (een van de Oscarnominaties is voor beste klank – terecht).
De omgeving neemt stelselmatig een groter thematisch belang in, tot enkel ontzag overblijft. Het decor overtroeft de plot – de machteloosheid van de personages tegenover de elementen bepaalt de connectie met de schepping. Alle intenties, alle doelen, alle vragen die een antwoord verdienen, worden ondergesneeuwd door de weerloosheid waarin dit landschap je onderdompelt. Een uitgetelde Luis kan enkel lusteloos neerzijgen op de droge woestijngrond terwijl de zanderige wind uit alle richtingen lijkt te blazen.
Wij hebben ons te buigen naar de grillen van de natuurlijke wereld, net zoals we ons moeten neerleggen bij de onvermijdelijke dood. Sirât spreekt over de existentiële onmacht die dit tot leven roept. Laxe lijkt te zeggen dat een overgave er de juiste benadering van is. Vrede sluiten met die onafwendbaarheid leidt tot spirituele bevrijding.
Het doet denken aan de houding van acteur Harry Dean Stanton in de laatste film voor zijn dood, Lucky: je kan enkel lachen wanneer je de dood in het gezicht kijkt.
17 februari 2026




















