Nina

***

recensie Nina

Broodnodige thematiek in conservatief Polen

door Ralph Evers

In Nina is hoofdrolspeler Nina op zoek naar een draagmoeder voor haar kinderwens. Haar zoektocht brengt haar bij toeval bij Magda. Regisseuse Olga Chajdas is nog zoekende naar haar balans. Dat ze smoel heeft, bewijst ze alvast wel. 

Op zich is dit een goede film… Het tempo van de film en de lengte van de shots zijn goed. De film is effectief en functioneel geschoten. De erotiek is teder, met een tikje soft focus, gedempt licht en altijd nog een tot de verbeelding sprekende verhulling. De scènes in de baarmoeder (een kunstwerk van Natalia Bażowska) zijn juist door de rode kleur zwoel en contrasteren sterk met de regenachtige herfst buiten. Wel jammer dat de belichting, zeker in het begin van de film, te donker en daarmee misleidend somber is. Ze passen niet bij de toon van de film. Het is dan wel een drama, maar niet zo heel zwaar. De thematiek kon wel eens nodig zijn in het preutse en conservatieve Polen.

Nina

Achtergrond
Om over die thematiek en het conservatieve Polen door te gaan. Nina, de hoofdpersoon, is op zoek naar een draagmoeder om haar (en manliefs) kinderwens te vervullen. Ze ontmoeten via een daartoe opgezette website een potentiële kandidate, maar dat loopt op allerlei vlakken mis. Wanneer Nina op een gegeven dag, opgeslokt in allerlei kleine beslommeringen, verstrooid en al tegen de auto van Magda rijdt, komt daarmee ook een mogelijke draagmoeder in beeld.

Nina raakt echter geïntrigeerd door Magda, die in vele opzichten haar tegenpool is. Waar Nina zich strak beweegt onder het juk van haar moeder, een lerares Frans uit een bovenmodale familie, is Magda de jonge rebel. Daarnaast is Magda lesbisch en dit wakkert in Nina een niet eerder gekende begeerte aan. Wojtek, Nina’s man, geeft aan positief te staan tegenover dat ‘regenbooggedoe’, maar heeft er moeite mee dat zijn vrouw haar lust bevredigt met een andere vrouw.

Nog wat meer achtergrond
Om even een beeld te schetsen van de situatie van de homoseksueel in Polen. Polen behoort tot de minst homovriendelijke landen van Europa. Dat weerhoudt een stad als Warschau er niet van om ruimte te bieden aan Gay Prides. Er is in 2012 zelfs een regenboog gebouwd op ‘plac Zbawiciela’. De oorspronkelijke bedoeling van deze regenboog was om positieve gevoelens van liefde, vrede en hoop uit te dragen, maar werd al gauw door rechtse en katholieke groeperingen gezien als hét symbool voor tolerantie voor homoseksualiteit, en dat kan natuurlijk niet in een zo door het katholicisme gedomineerd land als Polen. De regenboog is meerdere malen gesloopt en zelfs in de hens gestoken, waarop in 2015 besloten is om wat er nog van over was te verwijderen. Inmiddels is er met gewapend glas een hologram op de plek verrezen. Knappe jongen die dat gesloopt krijgt.

Met bovenstaande in het achterhoofd, plus het feit dat de regisseuse lesbisch is, doet vermoeden dat het feit om Nina te kiezen als winnaar van de VPRO Big Screen-competitie op het laatste IFFR in Rotterdam (mede) politiek gemotiveerd is.

Nina

Exploratie
Het boek Die Morgenlandfahrt van Hermann Hesse gaat niet over een of andere werkelijke reis naar ergens, maar over de innerlijke reis naar de vraag ‘wie ik ben’, onze menselijke existentie. In zowel het boek van Hesse als in deze film doet het plot er niet zo toe. Nina gaat vooral over Nina, die haar identiteit verruimt ziet en nader gaat exploreren door de ontmoeting met Magda. Door die ontmoeting wordt Nina ingewijd in een scène (de lesbische) die ze vanuit haar eigen leven nauwelijks kent. Zo wordt niet alleen Nina’s wereldbeeld groter, maar ook dat van de kijker, aangezien de film vooral vanuit Nina verteld en beleefd wordt.

Dat snijdt ook meer hout dan wanneer je de logica van het verhaal zou volgen. Dan vallen namelijk tal van toevalligheden op, zoals bij de aanrijding waar Wojtek toevallig Magda uit de brand helpt. Of vragen rondom de relatie tussen Wojtek en Nina. Hoe goed is die eigenlijk? Ook de achtergrond van Magda en haar vriendin wordt weliswaar getoond, maar niet nader ingevuld. Zo mist Nina om te overtuigen, maar heeft het debuut van Olga Chajdas voldoende kwaliteit om uit te zien naar verder werk.
 

14 augustus 2018

 
MEER RECENSIES

November

****

recensie November

Wonderlijk overwinteren

door Suzan Groothuis

Eén van de opmerkelijkste films van het afgelopen Imagine Film Festival in Amsterdam: November uit Estland, waarin magie, kwaad en liefde samenkomen in prachtig gefilmd zwart-wit. De Estische cultuur van bijgeloof en het leven na de dood er duidelijk in doorschemerend, waan je je in een donker, wonderlijk sprookje waarin ook de nodige humor niet ontbreekt.

Een wolf rent door een fraai winterlandschap, gefilmd in contrasterend diepzwart en helderwit. Hij wentelt zich door de sneeuw, om vervolgens zijn pad te vervolgen. Maar in het Estische November is niets wat het lijkt. Dat blijkt wel uit de volgende absurdistische scène, waarin een koe ontvoerd wordt door aan elkaar gebundelde stokken met een dierenschedel erop. Wanneer het beest bij zijn onrechtmatige eigenaar is beland, spreekt het bizarre stokkenschepsel met zijn baas. Het wil meer werk en krijgt vervolgens de opdracht om van brood een ladder te maken. Een eigenzinnige kennismaking met een wonderlijke wereld, waarin kratts (krakkemikkige constructies van gereedschappen en andere gebruiksvoorwerpen) werk verrichten voor de arme, luie boerengemeenschap.

November

Leven en dood vermengen zich in Novembers wereld. Zo zijn kratts schepsels met een ziel, verkocht door de duivel in ruil voor mensenbloed. Ze nemen werk uit handen, maar kunnen zich ook tegen hun eigenaar keren als ze te weinig werk krijgen. En op Allerzielen zoeken de doden hun dierbaren op, om zich tegoed te doen aan een lekkere maaltijd en een goed bed. Een wrang gegeven, want de boerenbevolking moet het zelf doen met bomenschors en vleermuizen. De doden hebben het beter dan de levenden, zo blijkt.

Donker liefdessprookje
Hoewel November in eerste instantie wat gefragmenteerd oogt, zit er wel degelijk een lijn in het verhaal. Het draait namelijk om de jonge Liina en Hans. Zij is verliefd op hem, maar hij valt als een blok voor de dochter van de baron, die iets verderop in een groot, maar vervallen landhuis woont. Een onbeantwoorde liefde dus, van beide kanten. Maar dan is er nog magie, waarmee de twee hopen te krijgen waarnaar ze verlangen. Liina doet een beroep op een heks om Hans’ liefde voor zich te winnen. En Hans koopt bij de duivel een ziel voor zijn kratt, een gefabriceerde sneeuwpop. Zijn kratt draagt de wijsheid van alle wateren in zich en legt in poëtische bewoordingen uit hoe de liefde werkt.

November is een donker liefdesverhaal in een middeleeuwse wereld, doordrenkt van Estische mythologie en volksgeloven. Thema’s als bijgeloof, magie, kwaad, zonden en liefde komen allen voorbij. En er is ook kritiek, dan weer onverbloemd en dan weer subtiel: op de rol van religie, op landbezit en eigendomsrecht en op de Letten (wier mond met een kont vergeleken wordt). Alles en iedereen is te misleiden. Zoals de pest die zich als schone blonde dame het water over laat dragen en als geit haar intrede doet in het dorp om haar virus te verspreiden.

Maar zoals de pest kan misleiden kunnen de dorpelingen dat ook: trek een broek over je hoofd en de pest denkt dat je twee konten hebt en zal weer weg gaan. Zelfs de duivel is om de tuin te leiden door hem sap van fijngeknepen bessen te geven in plaats van bloed. En de dorpelingen zijn ook niet vrij van verdorvenheid, door van elkaar te stelen en elkaar te bedriegen. Een van hen zegt het dan ook treffend: “Ik heb geen ziel”. 

November

Een surreëel spel van contrasten
Regisseur Rainer Sarnet weet een fraai, fantasierijk decor neer te zetten dat filmisch een lust voor het oog is. Onberispelijk wit gaat samen met diepzwart en levert adembenemende plaatjes. Zoals de doden die in smetteloze witte kleding vanuit het bos hun dierbaren opzoeken. Of het rustieke sneeuwlandschap waar wolven – of weerwolven, schijn bedriegt – de dienst uitmaken. De contrasterende zwart-wit kleuren spelen met de tegenstellingen die de film rijk is: smerigheid tegenover schoonheid, armoede tegenover rijkdom en kwaad versus goedheid.

Als deze onnavolgbaar originele film dan toch vergeleken moet worden, denk dan aan werk van stop-motion animator Jan Švankmajer, of aan Oost-Europese cinema als het sprookjesachtige Valerie and her Week of Wonders en het eveneens in zwart-wit geschoten, grimmige Marketa Lazarová. November weet de kijker bijna twee uur lang onder te dompelen in een surreële wereld die niet de onze is, maar die toch herkenbaar is met al het menselijk gekonkel dat wij rijk zijn. Immers, geluk en liefde wil iedereen en met magie in het spel kan dat op zijn minst tot bijzondere taferelen leiden.
 

21 mei 2018

 
MEER RECENSIES

Nico, 1988

****

recensie Nico, 1988

Eerlijk portret van een 60’s icoon 

door Suzan Groothuis

In Nico, 1988 volgen we Christa Päffgen, beter bekend als Nico van The Velvet Underground of als muze van Andy Warhol, in haar laatste jaren. Een vrouw met een bewogen leven, waarover muzikant en bandlid James Young in zijn boek Nico, Songs They Never Play On The Radio schreef: From the start, Nico seemed destined for a life of strange tensions and weird scenes.

De van oorsprong Duitse was iemand om wie je niet heen kon. Een prachtige, indrukwekkende verschijning (Nico deed modellenwerk en had een rolletje in Fellini’s La Dolce Vita) die in de jaren ’60 naar Amerika kwam en daar Andy Warhol ontmoette. Hij bracht haar in contact met The Velvet Underground en produceerde hun debuutalbum. Nico werd toegevoegd als chanteuse en zong een paar nummers mee. Zij was echter nooit officieel lid van de band en ging solo verder.

Nico, 1988

Nico ontwikkelde een eigenzinnige, donkere muzikale stijl, begeleid door haar zware stem en harmonium. Met haar muzikale carrière begon ook een jarenlange heroïneverslaving. In 1988 kwam plots een einde aan Nico’s leven, nadat zij in Ibiza door een val van haar fiets aan een hersenbloeding bezweek. In 1995 verscheen de documentaire Nico Icon, waarin vrienden, muzikanten en familie terugblikken op haar leven. Ook Nico zelf, met haar diepe, karakteristieke stem: “Regrets? I’ve got no regrets… except that I was born a woman instead of a man.”

Het geluid van brandend Berlijn
Nico’s karakter was er een van uitersten: introvert maar aanwezig, met een obsessie voor verval en destructie. Nico, 1988 opent dan ook met zowel dreigende als schone beelden: een jonge Christa kijkt, terwijl de hemel donker kleurt, naar fel licht in de verte. Brandend Berlijn, het einde van de Tweede Wereldoorlog. Een plaatje dat zij nooit meer vergeten zou. Maar ook het geluid dat zij toen hoorde blijkt een grote rol te spelen in Nico’s latere muzikale carrière: gewapend met een opnamekoffer probeert ze het te vangen. Het geluid van het einde van de oorlog, nog nagloeiend in Nico’s zijn: “It was the sound of defeat”.

Nico wordt in Nico, 1988 vertolkt door de Deense actrice Trine Dyrholm (In a Better Word, A Royal Affair). Ondanks dat zij qua uiterlijk niet lijkt op Nico, weet Dyrholm een indrukwekkend portret neer te zetten en met haar stem en karakteristieken dichtbij te komen. Dyrholm zingt alle nummers zelf en doet dat met verve. Met name een illegaal concert in voormalig Tsjechoslowakije laat de haren op de armen rijzen: kippenvel. We zien een uitzinnige Nico die als een echte punkdiva het publiek met het nummer My Heart Is Empty mee krijgt en alles geeft wat ze in zich heeft.

Nico, 1988

Ook het persoonlijke portret van Nico in haar laatste twee jaren is geloofwaardig: regisseur Susanna Nicchiarelli toont haar ongegeneerd, maar altijd eerlijk en met respect. Er zijn beelden van internationale optredens, dan weer briljant, dan weer gênant. En de pogingen van Nico om een band op te bouwen met haar suïcidale zoon Ari, terwijl ze zelf als het even kan heroïne spuit. Maar er is ook gevatheid en humor, zoals een scène met een fles limoncello. Nico’s oog valt er op, maar de eigenaar twijfelt het haar te geven. Nico: “The bottle is too precious”.

Muziek als levensdoel
Ondanks – of misschien wel dankzij – Nico’s complexe persoonlijkheid is het onoverkomelijk dat je als kijker empathie voor haar voelt. Haar doorzettingsvermogen, afgezien van de tegenslagen – een hardnekkige drugsverslaving, een muzikale carrière die maar moeilijk van de grond komt en een suïcidale zoon – is bewonderenswaardig.

Dit is geen portret van de Nico van The Velvet Underground. Dit is een eerlijke weergave van de vrouw van na The Velvets die niet langer mooi gevonden wilde worden en zich richtte op haar levensdoel: “My life started after the experience with The Velvet Underground. I started making my own music.”
 

15 april 2018

 
MEER RECENSIES

Nocturama

**

recensie Nocturama

Leeg radicalisme

door Suzan Groothuis

Een groep jongeren uit alle lagen van de Franse bevolking plant een reeks bomaanslagen in Parijs. Om daarna weer samen te komen in een luxe warenhuis en zich over te geven aan consumptie, verveling en uiteindelijk angst. De film opent sterk, maar verzandt in een soort terroristische The Bling Ring.

Nocturama, van de hand van de Franse regisseur Bertrand Bonello (hij maakte eerder Saint Laurent, over het leven van Yves Saint Laurent in zijn hoogtijdagen) opent met een helikoptershot over Parijs. Om zich vervolgens in de donkere metro te begeven, waar we – in guerrilla-stijl geschoten – verschillende jongeren volgen met eindbestemming Esplanade de La Défense, de belangrijkste zakenwijk in Parijs. Wat de jongeren gemeen hebben met elkaar is nog onduidelijk, maar een dreigende spanning is voelbaar. Schichtig kijken ze om zich heen, terwijl de klok tikt en haast geboden is.

Nocturama

Parijs in vlammen
Uit alle lagen van de Franse bevolking komen ze, de jongeren waar het in Nocturama om draait. Van straatschoffies tot veelbelovend jong talent in pak. En allemaal hebben ze een doel: de één boekt een hotelkamer, de ander plaatst bommen in auto’s en een jonge student met een ambitieuze carrière in het vooruitzicht brengt een bezoekje aan het ministerie van Binnenlandse Zaken. Ze werken samen om de boel eens flink op te schudden. Parijs zal branden. En hoe.

Na alle zorgvuldig beraamde voorbereidingen verschuilen de jongeren zich in een luxe warenhuis. En die samenkomst, in die consumptierijke omgeving, is waar de film zijn afdaling tegemoet gaat.

Zonde, want het eerste uur is heerlijk om naar te kijken. Al vanaf het begin voel je een gejaagde, unheimische spanning. Af en toe schiet de tijd in beeld. Een indicatie dat er iets komen gaat, alleen weet je nog niet wat. En wanneer duidelijk is dat het gaat om een terroristische actie, is het nog de vraag wie er wel en niet betrokken zijn. “We gaan op in de massa” zegt één van hen. En dan blijkt het netwerk van jonge terroristen groter dan gedacht: van straatschorem tot beveiliger.

Lege provocatie
Nadat de bommen ontstoken zijn en Parijs in rep en roer is, focust de filmmaker zich op hun verschuiling in een modern warenhuis, waar dure merken schreeuwen. En hier ontaardt de film in een soort The Bling Ring: het comfort van luxe en de jacht op consumptie. In plaats van motieven van de daders uit te diepen, of in te gaan op hun achtergronden, zien we hoe de jongeren toegeven aan verveling en roekeloosheid. Van het checken van posts op Facebook tot het passen van dure kleding en het spelen van de nieuwste games. Zelfs een uitbundige vertolking in drag van Shirley Bassey’s ‘My Way’ komt voorbij.

Natuurlijk kan je het warenhuis zien als aanklacht tegen de consumptiemaatschappij; de jonge terroristen hebben het niet voor niets als schuilplaats gekozen. Maar alles gaat met zo’n overdaad, dat je als kijker alleen nog maar leegte en afstand voelt. Zijdelings komen onderwerpen als opoffering en het Paradijs voorbij. Meer aandacht is er voor het leegplunderen van de delicatessenafdeling, het vinden van het juiste setje kleding (“Wil je een trouwjurk? Neem maar”) en het keihard draaien van muziek uit de nieuwste Bose-speakers. Op Blondies ‘Call Me’ gaan de voetjes van de vloer, terwijl de gendarmerie zich klaarmaakt om het pand te bestormen.

Uiteindelijk wint de angst voor wat komen gaat – gepakt worden, of de dood – het van verveling en impulsen. Voor de kijker maakt dat al niet meer uit. Binding met de jonge hoofdrolspelers is er niet. Leegheid des te meer. Bonello mag dan inspelen op de actualiteit, zijn bomaanslagen voelen aan als een hol protest. Een provocatie waarvan je als kijker na afloop alleen maar kan denken: c’est fini.
 

17 juli 2017

 
MEER RECENSIES

Neruda

****

recensie Neruda

Buiten de hokjes dichten

door Wim Meijer

De Chileense dichter en politicus Pablo Neruda – zijn eigenlijke naam: Ricardo Eliécer Neftalí Reyes Basoalto – was een opmerkelijke man. Een net zo opmerkelijke film is Neruda, zorgvuldig neergepend door de zeer capabele regisseur Pablo Larraín.

De Chileense meester Pablo Larraín is terug met wederom een politieke film, na NO – ook met Gael García Bernal in de hoofdrol. NO is een originele film met een komische draai aan het woelige Chileense verleden onder de dictatuur. De toenmalige gruwelen vertoonde hij nauwelijks. In plaats daarvan richtte hij zich op de persoonlijke strijd van actievoerders die tegen de regering streden.

Neruda

Kat-en-muisspel
In Neruda kiest Larraín een gelijksoortige aanpak. De film is geen biopic, maar een met dichterlijke vrijheid gemaakte karakterstudie van een immens populair dichter en politicus. Althans, bij het volk, zoals de film op vaak grappige wijze toont. Minder populair is de lijvige dichter bij de regering, die hem opjaagt. García Bernal vertolkt rechercheur Oscar Peluchonneau, een patriot aangesteld door president Videla (huisacteur Alfredo Castro) zelf. Hij achtervolgt Pablo Neruda (Luis Gnecco, ook te zien in NO), omdat hij zich bij de communisten heeft gevoegd en kritiek heeft op de president.

Een kat-en-muisspel volgt, waarbij de dichter het tempo bepaalt. Rechercheur Peluchonneau zet driehonderd agenten op de zaak, maar is steeds een stap te laat. Een van de redenen is de immense populariteit van Neruda, die zich constant geholpen weet door het volk. Het maakt hem arrogant, hij waant zich onsterfelijk. Hij laat een spoor van kruimels na: een politieroman op elke plek waar hij is geweest. Spanning gegarandeerd, natuurlijk.

Neruda

Mystieke waas
Neruda valt op door haar originele plot en fantastisch acteerwerk. Er hangt een mystieke waas rondom de dichter, gevoed door zijn antagonist en diens voice-over. Pablo is een icoon, zelfverzekerd, pragmatisch, maar ook roekeloos en onhandelbaar. Gnecco levert een geweldige rol af en grijpt de aandacht met zijn omvang en acteerkunsten. Peluchonneau is alles wat Neruda niet is, onzeker, ongeliefd, angstig, maar ook doortastend tot het bittere eind. García Bernal toont wederom zijn waarde en bewijst nogmaals dat hij elke rol aan kan.

De regering begint een lastercampagne, die regelrecht faalt. Communist of niet, de gedichten van Neruda leven onder de bevolking en geeft haar hoop in bange tijden. Terwijl Videla en Pinochet een schrikbewind voeren, leest de bevolking Neruda’s poëzie. Net als in NO focust Larraín nauwelijks op de gruweldaden die het land teisterden, maar juist op de personages. Voeg daar de fantastische voice-over van Peluchonneau aan toe, meer lens flares dan in de gemiddelde Michael Bay-film, een hoop komedie en intieme, persoonlijke portretten en het resultaat is een hele fijne film die het goed zal doen in de race voor de Oscar voor beste buitenlandse film.
 

3 december 2016

 
MEER RECENSIES

Nocturnal Animals

***

recensie Nocturnal Animals

Tussen wens en waan

door Alfred Bos

Na het melodrama van zijn debuut A Single Man (2009), komt voormalig modeontwerper Tom Ford met een gelaagde vertelling over wraak via fictie. Die komt nauwelijks tot leven.

Het is beklemmend leeg in Nocturnal Animals, de tweede film van Tom Ford. De vernissage waarmee de film aftrapt is uitzinnig gestileerd, maar wordt bevolkt door lege zielen. Ook het huis van de vrouwelijke hoofdpersoon, Susan Morrow (Amy Adams), galeriehouder te Los Angeles, is leeg, want haar jongere echtgenoot, nummer twee, gaat vreemd in New York. De schijn van luxe en materiële welstand contrasteert met de emotionele kaalslag. Ze leeft in een leugen.

Nocturnal Animals

Dan ontvangt Susan in de post de proefdruk van een boek getiteld Nocturnal Animals. Het is de debuutroman van haar voormalige echtgenoot, Edward Sheffield (Jake Gyllenhaal), die hij aan haar heeft opgedragen. Susan begint het in haar lege bed te lezen en zo belanden we in de tweede vertellaag van de film: die van de roman.

Die verhaalt over de onfortuinlijke belevenissen van een gezin op doorreis in de woeste leegte van West-Texas. (Wat is dat toch met West-Texas? Staat het desolate niets van het landschap in de verbeelding van eigentijdse Amerikaanse cineasten voor de morele woestenij waarin hun natie verzeild is geraakt?) De vader ziet verbijsterd hoe zijn vrouw en dochter uit zijn leven verdwijnen. Hoe heeft het zo kunnen lopen?

Hersenspinsels
Dan is er nog een derde vertellaag: flashbacks verbeelden een gelukkiger verleden van Susan en Edward, hoe ze samen kwamen en dromen deelden. Dromen doet Susan nog steeds, maar nu alleen in haar bed, bij de roman van haar ex die ze verliet omdat zijn schrijfaspiraties stuk liepen. In haar fantasie projecteert ze het beeld van Edward op de vader uit het boek, Tony Hastings. In Tony heeft haar echtgenoot van twintig jaar daarvoor haar visie op hem geportretteerd, zo meent ze. Beide rollen worden vertolkt door Gyllenhaal.

En dan is er eigenlijk nog een vierde vertellaag, want in het boek heeft de vader nachtmerries en ook die hersenspinsels zien we op het filmdoek. Ford heeft het zichzelf niet gemakkelijk gemaakt voor zijn tweede film, gebaseerd op een eigen script naar de roman ‘Tony and Susan’ van Austin Wright. Al doet de compositie gekunsteld aan, de uitwerking is strak en helder. Anders dan bij een complexe film als Inception (vijf vertellagen) is er voor de kijker nauwelijks verwarring over de vraag naar welke werkelijkheid we kijken.

Briljant vormgegeven
Dat is niet aan de orde voor Susan. Haar fantasie slaat op hol en ze meent, via de roman, haar voormalige wederhelft opnieuw te hebben gevonden. Aan het slot van de film zien we hoe werkelijkheid en fictie zich aan haar openbaren, in een scène die zowel hartverscheurend als afstandelijk kil is. Het is film noir in oogverblindend kleur, formalistisch gestileerd.

Nocturnal Animals

En dat is tevens het probleem van Nocturnal Animals. De film ademt vakmanschap uit ieder shot, elke belichting, iedere enscenering. De openingsscène, die naadloos overloopt uit de openingstitels, is briljant vormgegeven en van verbluffende schoonheid. Maar het lukt nimmer om je als kijker emotioneel te engageren met Susan. “Hij is te cynisch om kunstenaar te worden,” zegt Susans moeder over Edward tegen haar in een flashback. Het is onbedoeld ook commentaar op de film die een wereld toont waaruit alle romantiek is verbannen.

Innerlijke leegte
Dat lukt beter met Tony Hastings, de vader uit de roman. Gyllenhaal speelt hem met zijn vertrouwde passieve agressie, maar je voelt eerder medelijden voor zijn lot dan medeleven. Daarvoor is zijn wedervaren te bruut, te cynisch; de vertelling te afstandelijk. Michael Shannon overtuigt minder in zijn rol van Bobby Andes, de wrekende rechercheur die zijn terminale ziekte aangrijpt om de laksheid van een falend rechtssysteem te corrigeren. Ook dat systeem blijkt hol.

Net als Susans ideeën over zichzelf. En zo is Nocturnal Animals een fraai gestileerde film over de wisselwerking tussen wens en waan, die verbeeldt hoe de keuze voor geld en zekerheid de ziel smoort, maar dat helaas doet op een wijze die het thema van de film spiegelt. Prachtig, maar leeg. Junkfood, gepresenteerd als haute cuisine. Ford is een man van zijn tijd.

 

29 november 2016

 
MEER RECENSIES

Nerve

***

recensie Nerve

Players en voyeurs in uitdagend spel

door Wim Meijer

Nerve geeft een realistische kijk op de mogelijkheden van internetfenomenen als Twitch. Dankzij treitervlogs en online roekeloosheid is de film tevens bijzonder actueel. Speel je mee of blijf je langs de zijlijn toekijken?

In 2010 debuteerden Ariel Schulman en Henry Joost met Catfish, een documentaire waarin Ariel’s broer een internetromance krijgt. Zes jaar later is de fascinatie voor het internet alleen maar toegenomen. Het regisserende duo verfilmt Nerve, een boek van Jeanne Ryan waarin een ongrijpbare online community in de ban is van een spel. We kennen het spelletje allemaal: durven of de waarheid. Schrap de waarheid en wat overblijft is een uitdagende, fascinerende online game genaamd Nerve.

Nerve

Player of watcher?
Het werkt als volgt. Log in en er zijn twee opties: watcher of player. Kies je player, dan krijg je opdrachten – ‘ga een winkel in en pas een jurk binnen vijf minuten’ – die je moet voltooien. Slaag je dan stijg je in de ranglijsten en valt er geld te verdienen. Ben je watcher, dan mag je de players uitdagingen geven. Stemt de meerderheid van de watchers in met de uitdaging, dan wordt deze aan een player gepresenteerd.

We maken kennis met Vee (Emma Roberts). Aanvankelijk is ze een muurbloempje die onder het juk van haar beschermende moeder probeert uit te komen, maar na een ruzie met haar beste vriendin Sydney (Emily Meade) besluit ze Nerve te spelen. Haar eerste opdracht: zoen een vreemdeling voor 5 seconden. De charismatische Ian (Dave Franco) is de lucky guy. Hij blijkt ook te spelen. Toevallig! Of toch niet? De watchers bepalen immers. Nerve lijkt een onschuldig spelletje, maar niets is minder waar. Vee en Ian raken verstrikt in het wereldwijde web en hun levens worden steeds meer beheerst door het spel.

Extreme uitdagingen
De uitdagingen worden extremer en de film daardoor spannender. Wanneer Ian geblinddoekt op een motor door New York rijdt met Vee als navigator houd je je hart vast. Lekker gefilmd ook, met afwisselende beelden vanuit smartphone en shots van de stunts. De muziekkeuze is veelal cliché: generieke elektronische vrouwenrock zoals zo vaak te horen is in young adult films.

Nerve

Nerve kent aanvankelijk een mooie balans tussen actie, romance, realistische uitdagingen en de roem die online celebrities toekomt. Wanneer Nerve de donkere kant van het spel belicht, wankelt deze balans en zijn de acties van de hoofdrolspelers niet meer te volgen. Het slotstuk met een heuse arena komt uit de lucht vallen en is moeilijk te verteren.

Twitch 2.0
Nerve is in feite Twitch 2.0. Twitch is een online streamingdienst voor game(r)s waarin de interactie tussen gamer en kijker centraal staat. Gamers laten zich inspireren door kijkers, volgen uitslagen van kijkerspolls en laten zich leiden door een online community. Chatberichten rollen net als in Nerve constant over het scherm. Zelfs de botaanval die een hackerscollectief in Nerve loslaat op het spel heeft zijn origine in Twitch, waarin zogenaamde viewbots worden gebruikt om kunstmatig de kijker aantallen op te schroeven en daarmee de winst.

Virtuele competities waaraan potentieel iedereen kan meedoen hebben een enorme aantrekkingskracht, met name op jongeren. Nerve speelt daar slim op in, zowel het spel als de film. De erkenning, de roem, het geld dat er te verdienen valt – bijzonder aantrekkelijk. En dat alles met wat filmpjes of spelletjes spelen. De kracht van Nerve ligt hem in het realisme en de urgentie. Een spel als Nerve bestaat al of gaat er binnen enkele jaren zijn. Spijtig dat de regisseurs het plot niet tot een goed einde weten te brengen.
 

19 september 2016

 
MEER RECENSIES

Neon Demon, The

****

recensie The Neon Demon

De zucht naar nep

door Alfred Bos

In een wereld waarin mensen zich gedragen – en worden behandeld – als objecten is de empathie verdwenen, maar vieren primaire emoties als lust en jaloezie hoogtij. De Deense regisseur Nicolas Winding Refn kent geen genade.

In de visie van de Britse schrijver J.G. Ballard, auteur van het boek waarop High-Rise is gebaseerd, leven we in een wereld waarin de gescripte werkelijkheid van de media de realiteit van atomen en natuurwetten, van toeval en de dood, heeft vervangen. De dagelijkse blootstelling aan virtuele versies van de echte wereld zorgt voor verwarring en vervreemding, een door media geïnduceerde psychose waarin de waan niet meer van de werkelijkheid wordt onderscheiden. Ons bewustzijn is gekaapt door reclame.

The Neon Demon

Aldus leven we zonder het te beseffen in twee werelden tegelijk, de fysieke wereld en die van onze gemanipuleerde verbeelding. In The Neon Demon neemt de Deense regisseur Nicolas Winding Refn, de man van Drive en Only God Forgives, die schizofrenie op de korrel met een overgestileerde, surrealistische en gitzwarte tragikomedie, gesitueerd in het modemilieu van Los Angeles.

Magisch denken
The Neon Demon is gegoten in een provocerende mengvorm van David Lynchs droomlogica en giallo, Italiaanse cult-horror uit de jaren zeventig. Qua toon en thematiek is de film verwant aan David Cronenbergs Maps to the Stars en Paul Verhoevens Showgirls, maar dan bevangen door de geest van Markies de Sade. Refn gaat necrofilie (seks met lijken) en kannibalisme niet uit de weg. Zijn methode: hij presenteert het figuurlijke als letterlijk. De waan is de werkelijkheid geworden, schoonheid een fetisj. Magisch denken met een chirurgiemes.

Jesse (een sterke rol van Elle Fanning) is kort na haar zestiende verjaardag als wees vanuit de provincie naar LA verkast om haar ongerepte schoonheid te exploiteren als model. Ze heeft geen enkel talent maar ze is mooi, zegt ze over zichzelf, terwijl ze slaapwandelt door een piranhapoel. Ze logeert in een ranzig woonblok in Pasadena, het Osdorp van LA, en we leren haar kennen via een fotoshoot waarin een lijk oogt als een pop, het is Jesse. Refn is vanaf de eerste seconde glashelder over haar lot en in de twee uur die volgen wordt de onschuld stap voor stap gecorrumpeerd, opgevreten door de waan.

Lippenstift
Ogen en spiegels zijn de meest prominente motieven van de surrealistische filmers en schilders van de twintigste eeuw (Buñuel, Cocteau, Dalí, Magritte) en Refn zet ze volop in. Hij voegt daar een fallisch schoonheidsattribuut aan toe, de lippenstift. In een huiveringwekkende scène kort na het begin van de film staat Jesse op het damestoilet van een bondagefeest, het blijkt een haaientank.

Ze is daar met Ruby (Jena Malone), een iets oudere visagiste die een oogje op haar heeft. Terwijl Ruby haar lippen stift verschijnen haar vriendinnen, Gigi (Bella Heathcote) en Sarah (Abbey Lee), verveelde modellen voor wie cosmetische chirurgie ‘gewoon goede verzorging’ is.

Het gesprek gaat over lippenstift: waarom hebben de verschillende kleurtinten altijd namen die verwijzen naar voedsel of seks? Jesse weet het niet, ze is – in de woorden van Ruby – een hert met grote ogen dat is bevroren in het licht. Wat ben jij, willen Gigi en Sarah van Jesse weten, voedsel of seks? Jesse is nog maagd. Drie keer raden hoe het afloopt.

The Neon Demon

Overstilering
Nu ons bewustzijn is gekoloniseerd door media, is alleen het onderbewustzijn nog van onszelf. Dromen zijn het product van dat onderbewustzijn en Refn laat Jesse in haar slaap een extreem onaangename verkrachting door haar botte huisbaas (Keanu Reeves) beleven. Die gebruikt een mes, Refns vierde motief, wederom fallisch. De droom waarschuwt haar voor de werkelijkheid, maar het voorval drijft haar in de armen van vrouwtjesroofdier Ruby. In Ruby’s domein verliest Jesse definitief haar naturel en is haar lot bezegeld. Het is geen toeval dat ze wordt belaagd met keukenmessen.

Refns portret van de zucht naar nep – en de gekmakende jaloezie op de niet-maakbare authenticiteit van het natuurlijke – is verbeeld via een overmatig gestileerd hyperrealisme waarin textuur en kleur domineren. Die overstilering is de neon duivel uit de titel: het is kunstmatig, het is zielloos en het verdoemt. Het laatste shot toont de zilte leegte van Death Valley.

The Neon Demon roept een breed scala aan emoties op, maar ‘feel good’ hoort daar niet bij. Je kunt de film walgelijk vinden, of briljant, zelfs geniaal. Dat is hij geen van beiden, het is een zedenpreek over verdorven deugd. Deze spiegel toont een zwart gat, de aars van de duivel. Lars von Trier zal aan het banket van de Deense Oscars een stoel moeten opschuiven.
 

10 juli 2016

 
MEER RECENSIES

Now You See Me2

**

recensie Now You See Me 2

De Wet van Freeman houdt stand

door Alfred Bos

Met veel effectbejag opgeklopt vervolg van de verrassinghit rond vier avontuurlijke illusionisten in een mix van Mission Impossible, X-Men en The Great Buck Howard.

Succes baart succes, zei mijn opa zaliger op zijn meer bezonken momenten, en aldus verschijnt Now You See Me 2, niet Now You Don’t. Het is het vervolg op de verrassingshit uit 2013 rond een groepje illusionisten die hun talenten voor trucs en magie aanwenden om banken van hun geld te verlossen en de buit over het publiek uit te strooien. Robin Hood met een vleugje superheldenpathos, Justice League goes David Copperfield. Die overigens een van de geldschieters achter deze nieuwe franchise is.

Now You See Me 2

Voor een speelfilm over verrassingen was Now You See Me bepaald voorspelbaar, want hij houdt zich keurig aan wat filmfans kennen als de Wet van Freeman: elke film waarin Morgan Freeman zijn kunstje van vaderlijke autoriteitsfiguur afdraait is een marketing mormel. Als Thaddeus Bradley, voormalig illusionist en nu ontmaskeraar van magie, draaft hij voor deel 2 opnieuw op om de Four Horsemen, zoals de altruïstische illusionisten zich noemen, het leven zuur te maken. Vrees niet, de Wet van Freeman houdt stand. De tweede ster boven dit stukje is er voor zijn tegenspelers.

Raadaels-in-raadsels
Dat zijn acteurs van naam die bijschnabbelen in een publiekshit om hobby’s – zoals in het geval van Freeman zijn bluescafé in New Orleans – of de pensioenkas te financieren. Jesse Eisenberg, Woody Harrelson en Dave Franco (jongere broer van) zijn als de Four Horsemen ditmaal in het gezelschap van nieuwkomer Lizzy Caplan. Na zich anderhalf jaar koest te hebben gehouden worden ze door een onbekende weer verenigd voor een nobele klus, de ontmaskering van een tech-enterpreneur met een fascistoïde agenda. Het is slechts de opmaat voor een cavalcade van illusie, dubbelspel en raadsels-in-raadsels.

De Four Horsemen strijden nu op drie fronten tegelijk, want naast Thaddeus Bradley jaagt niet alleen de FBI, maar ook überboef Arthur Tressler (Michael Caine) achter hun broek. Die laat het vuile werk over aan zijn luitenant, waarin we Daniel Radcliffe herkennen. Merritt McKinney (Woody Harrelson) blijkt een stinkend jaloerse tweelingbroer te hebben die zich als zijn donkere spiegelbeeld in de ophef mengt. Tussen de partijen zweeft voormalig FBI-agent Dylan Rhodes (Mark Ruffalo), die een dubbelrol speelt want niets is wat het lijkt.

Now You See Me 2

Overstimulatie
Dit vervolg – hoewel, kennis van deel 1 helpt niet om chocola te maken van de kolderieke plot – begint met een ernstige handicap: de verrassing is er af. Dat gebrek herstelt regisseur Jon M. Chu (die eerder gepimpte exploitatiefilms als G.I. Joe: Retalitation en Jem and the Holograms afleverde) door de effectendoos open te trekken. De cameravoering is nerveus, op de momenten die tellen raggen de trommels op de geluidsband de spanning aan gort en wanneer na al dat subliminale geweld de climax moet worden geaccentueerd barst een operazangeres los in een aria over overspel. Now You See Me 2 wil via overstimulatie een overprikkeld publiek hypnotiseren..

Al opent Now You See Me 2 in New York en is de viertrapsraket van de finale gesitueerd in een Oud & Nieuw vierend Londen, de film richt zich nadrukkelijk op de Chinese markt. Een flink brok van het verhaal speelt zich af in Macau, het Vegas van China, en de Taiwanese rockster Jay Chou (eerder te zien in The Green Hornet) helpt als de mysterieuze Li de benarde Horsemen uit exotische complicaties. Drie keer wedden dat Li weer opduikt in deel 3, want die komt er ook.
 

11 juni 2016

 
MEER RECENSIES

Nouveau, Le

***

recensie  Le Nouveau

Buitenbeentjes leren feesten

door Cor Oliemeulen

Iedereen is in zijn leven weleens een nieuweling geweest. Maar als opgroeiende tiener valt het soms niet mee je aan de onbekende omstandigheden aan te passen.

Le Nouveau won vorig jaar de Cinekid Juryprijs voor Beste Kinderfilm. De film volgt de verlegen tiener Benoît die is verhuisd van Le Havre naar Parijs en zijn best doet om een plekje in zijn nieuwe wereld te vinden. De vraag is of hij kiest voor het populaire groepje of voor de nerds. Wat volgt is een mooie en oprechte zoektocht naar het antwoord.

Le Nouveau

Van kind naar volwassen
De Franse acteur Rudi Rosenberg, vooral te zien in films en series voor televisie, maakt na twee korte films over tieners met Le Nouveau zijn speelfilmdebuut, waarvoor hij zelf het scenario schreef. Een tikkeltje autobiografisch, dus met de nodige nostalgische trekjes. Rosenberg is gefascineerd door de overgang van kindertijd naar volwassenheid – “Tieners hebben nog niet geleerd om hun gevoelens te verbergen, zoals volwassenen dat over het algemeen doen” – en legt graag de nadruk op buitenbeentjes, zoals hij dat al deed in het komische Aglaée (2010) met Géraldine Martineau als spastisch meisje.

Dit veelzeggende personage komt terug in zijn speelfilm. Net als Benoît is Aglaée nieuw op school, maar door haar typische manier van bewegen valt zij extra op en kan zij gegarandeerd rekenen op gegniffel achter haar rug. Haar handicap heeft haar kennelijk snel volwassen gemaakt, want zij weet zich beter en sneller aan te passen dan Benoît, die als een blok valt voor een derde nieuweling: het knappe Zweedse meisje Johanna. Ook zij is verlegen, maar mengt zich zonder aarzelen ook onder het groepje popie jopies van de klas, dat wordt aangevoerd door Charles, wiens plagerijtjes allemaal niet zo verkeerd zijn bedoeld, maar toch impact blijken te hebben.

Le Nouveau

Afwijkend gedrag
Met name Joshua heeft in eerste instantie last van de pesterijtjes. Zijn molligheid en zijn van de groepsnorm afwijkend gedrag hebben van hem een echte eenling gemaakt. Benoît ziet op Joshua’s kamer lijstjes met namen van leerlingen die hem ooit hebben uitgescholden of geslagen. Hij knipt zijn eigen haren en speelt accordeon. En tenslotte is daar Constantin die in tegenstelling tot Joshua niet denkt als een kind, maar juist als een volwassene. Hij draagt een bril en een beugel en is wat onhandig. Bijvoorbeeld als hij Aglaée wil ‘beschermen’ terwijl zij niet zit te wachten op zijn medelijden.

Het bijzondere van Le Nouveau is dat het niet de zoveelste film is over opgroeiende tieners die zoeken naar hun identiteit in een wereld van groepjesvorming, maar zich juist richt op het ontstaan van aansluiting en vriendschappen. De film behandelt geen onoverkomelijke problemen en is juist luchtig. Dat komt onder meer omdat Rosenberg de jeugdige acteurs veel liet improviseren en uit maar liefs 250 uur materiaal een realistisch portret (verstoken van social media) van krap tachtig minuten wist te destilleren. Het enige volwassen karakter is een oom die de kinderen aanzet tot stoute dingen. Dat leidt ertoe dat de buitenbeentjes wat weerbaarder worden en zelf ook leren wat feesten is in deze charmante jeugdfilm die vooral lijkt te willen zeggen: ‘Ben jezelf!’

 

23 april 2016

 

MEER RECENSIES