*****
recensie No Other Choice
Wanhopig herstel van mannelijkheid
door Zoë van Leeuwen
Je baan verliezen is klote. Maar leg dat concept in handen van Oldboy-regisseur Park Chan-wook, en je krijgt No Other Choice. Een film die werkloosheid omzet in een surrealistische en absurde thriller die wederom bewijst dat Park een verdomd goede regisseur is.
Yoo Man-su (Lee Byung-hun) heeft alles. Een mooie vrouw, twee kinderen, een indrukwekkend huis met twee honden die in de tuin rondrennen, en het belangrijkste: een langdurige carrière bij een papierfabriek, waar hij zo ontzettend trots op is. Wanneer hij na vijfentwintig jaar trouwe dienst plots wordt ontslagen door bezuinigingen vanuit een Amerikaans bedrijf valt zijn leven in diggelen.

Regisseur Park Chan-wook staat vooral bekend om zijn visueel verbluffende wraakverhalen, waarin morele dilemma’s en donkere humor hand in hand gaan. Waar hij in de Vengeance Trilogy (waaronder Oldboy, 2003) kijkers meenam in een wereld van gewelddadigheid, duikt hij ditmaal een meer satirische hoek in. No Other Choice is een bewerking van de roman The Ax uit 1997, geschreven door Donald Westlake. Een boek dat in 2005 al werd verfilmd door Costa-Gavras. Toch voelt het werk van Park niet repetitief en geeft de Zuid-Koreaanse regisseur zijn welbekende absurdistische draai aan het verhaal, wat No Other Choice tot een van zijn grappigste films maakt.
Existentiële crisis
‘Waarom neem je niet gewoon een andere baan?’, vraagt zijn vrouw Yoo Mi-ri (Son Ye-jin) wanneer Man-su het zoveelste sollicitatiegesprek verpest. Maar hij houdt wanhopig vast aan het verleden en weigert van de carrièreladder af te dalen, omdat hij daar nou eenmaal zo hard voor heeft gewerkt. Maar naarmate de maanden verstrijken, begint hij meer te verliezen dan alleen zijn zelfrespect. De honden worden weggehaald, Netflix wordt afgesloten en het ouderlijk huis moet misschien worden verkocht. Ook zijn vrouw moet weer aan het werk, iets wat Man-su zich nog meer als een nutteloze man laat voelen.
De film gaat hiermee dieper in op de specifieke druk van de Koreaanse mannelijkheid. Man-su’s ‘keuze’ wordt gedreven door een wanhopige behoefte om zijn rol als hoofd van het huis te behouden. Hij laat zien (al dan niet op extreme wijze) dat mannen gevangen zitten in een systeem dat hen dwingt tot geweld om hun loyaliteit en ‘mannelijkheid’ te bewijzen, omdat het anders leidt tot een sociale dood. Een thema dat Park al sinds Joint Security Area (2000) aan de orde stelt, al ruilt Park nu het leger in voor het bedrijfsleven.
De kritiek op het kapitalisme druipt van de film af. Door de harde Amerikaanse kapitalistische cultuur zit hij zonder baan, en het hiërarchisch bedrijfsleven in Zuid-Korea voorkomt dat hij een nieuwe baan van hetzelfde niveau vindt. Man-su zit in een vicieuze cirkel en het licht aan het einde van de tunnel lijkt niet bereikbaar. Na meer dan een jaar werkloosheid besluit Man-su dat er maar één logische manier is om de concurrentie uit te schakelen: door ze daadwerkelijk uit te schakelen.
Absurde wanhoop
Hij plaatst een valse vacature in de krant om zijn concurrentie te lokken, maar een einde aan hun leven maken is makkelijker gezegd dan gedaan. Bij zijn eerste kans stuntelt hij met het pistool, wat resulteert in een chaotische en absurd hilarische schreeuwpartij tussen hem en zijn slachtoffer, terwijl op de achtergrond keiharde muziek klinkt. Die absurde en donkere humor zien we keer op keer terug, zo ook wanneer Man-su op het punt staat een nieuw slachtoffer te vermoorden. Hij staat met een vaas boven zijn hoofd op een dak, wanneer de bewoonster plots de deur van haar dakterras opendoet.

Toch voel je als kijker nog steeds enige sympathie voor Man-su, want hoewel zijn acties nogal dramatisch zijn, kun je als kijker begrijpen waar hij vandaan komt. Het voelt wel wat vreemd, want je hoort natuurlijk niet te lachen om een moordenaar. Het gestuntel van Man-su doet denken aan Parks Oldboy waar het hoofdpersonage in de bekende vechtscène in de gang struikelt over wapens en af en toe even op adem moet komen. Met dit soort momenten toont Park het absurde van situaties waarin personages zich bevinden.
Typisch Park Chan-wook
Met de tweede moord verandert de film weer in een klassiek Park Chan-wook-project. Man-su lijkt deze keer meer berekenend en meedogenloos. Lee Byung-hun maakt de wanhoop van zijn personage zo realistisch dat je als kijker bijna gaat geloven dat de moorden gerechtvaardigd zijn. Park creëert een wereld waarin het op brute wijze vermoorden van je concurrenten lijkt op een wanhopige laatste poging om jezelf te redden, in plaats van de gruwelijke misdaad die het in werkelijkheid is.
Ook visueel verandert er veel in de tweede helft. Terwijl Man-su en zijn familie aan het begin van de film genieten van de stralende zon, vormen zich op de achtergrond donkere wolken. Het kleurenpalet van de film wordt steeds grauwer. Verder zit No Other Choice vol dynamisch camerawerk en een enorme hoeveelheid aan gedetailleerde decors, zoals we van Park gewend zijn.
Het einde van No Other Choice laat zowel Man-su als de kijker met een dubbel gevoel achter. Het is duidelijk dat je het verleden niet terug kan halen en dat zijn acties hem zullen blijven achtervolgen. Met zijn jongste film laat Park zien dat hij kan vernieuwen en tegelijkertijd enorm zichzelf kan blijven. De vernieuwing lijkt te werken, want bij het kijken van dit moderne meesterwerk verveel je je geen minuut.
4 februari 2026











Beweging en tegenbeweging, traag maar onstuitbaar, maar ook fluïditeit en permeabiliteit zijn kernwoorden bij Murnau. Wekenlange reizen per schip, te voet en te paard, golven die het strand overspoelen, de wind in de zeilen, het slaapwandelen van Ellen (Lucy bij Herzog), de wind die met de gordijnen speelt, de trage vleugelslag van een vleermuis. Alles is een beweging bij Murnau en alles verbeeldt hetzelfde noodlot. De ritmiek van zijn film is weergaloos.







