No Other Choice

*****
recensie No Other Choice
Wanhopig herstel van mannelijkheid

door Zoë van Leeuwen

Je baan verliezen is klote. Maar leg dat concept in handen van Oldboy-regisseur Park Chan-wook, en je krijgt No Other Choice. Een film die werkloosheid omzet in een surrealistische en absurde thriller die wederom bewijst dat Park een verdomd goede regisseur is.

Yoo Man-su (Lee Byung-hun) heeft alles. Een mooie vrouw, twee kinderen, een indrukwekkend huis met twee honden die in de tuin rondrennen, en het belangrijkste: een langdurige carrière bij een papierfabriek, waar hij zo ontzettend trots op is. Wanneer hij na vijfentwintig jaar trouwe dienst plots wordt ontslagen door bezuinigingen vanuit een Amerikaans bedrijf valt zijn leven in diggelen.

No Other Choice

Regisseur Park Chan-wook staat vooral bekend om zijn visueel verbluffende wraakverhalen, waarin morele dilemma’s en donkere humor hand in hand gaan. Waar hij in de Vengeance Trilogy (waaronder Oldboy, 2003) kijkers meenam in een wereld van gewelddadigheid, duikt hij ditmaal een meer satirische hoek in. No Other Choice is een bewerking van de roman The Ax uit 1997, geschreven door Donald Westlake. Een boek dat in 2005 al werd verfilmd door Costa-Gavras. Toch voelt het werk van Park niet repetitief en geeft de Zuid-Koreaanse regisseur zijn welbekende absurdistische draai aan het verhaal, wat No Other Choice tot een van zijn grappigste films maakt.

Existentiële crisis
‘Waarom neem je niet gewoon een andere baan?’, vraagt zijn vrouw Yoo Mi-ri (Son Ye-jin) wanneer Man-su het zoveelste sollicitatiegesprek verpest. Maar hij houdt wanhopig vast aan het verleden en weigert van de carrièreladder af te dalen, omdat hij daar nou eenmaal zo hard voor heeft gewerkt. Maar naarmate de maanden verstrijken, begint hij meer te verliezen dan alleen zijn zelfrespect. De honden worden weggehaald, Netflix wordt afgesloten en het ouderlijk huis moet misschien worden verkocht. Ook zijn vrouw moet weer aan het werk, iets wat Man-su zich nog meer als een nutteloze man laat voelen.

De film gaat hiermee dieper in op de specifieke druk van de Koreaanse mannelijkheid. Man-su’s ‘keuze’ wordt gedreven door een wanhopige behoefte om zijn rol als hoofd van het huis te behouden. Hij laat zien (al dan niet op extreme wijze) dat mannen gevangen zitten in een systeem dat hen dwingt tot geweld om hun loyaliteit en ‘mannelijkheid’ te bewijzen, omdat het anders leidt tot een sociale dood. Een thema dat Park al sinds Joint Security Area (2000) aan de orde stelt, al ruilt Park nu het leger in voor het bedrijfsleven.

De kritiek op het kapitalisme druipt van de film af. Door de harde Amerikaanse kapitalistische cultuur zit hij zonder baan, en het hiërarchisch bedrijfsleven in Zuid-Korea voorkomt dat hij een nieuwe baan van hetzelfde niveau vindt. Man-su zit in een vicieuze cirkel en het licht aan het einde van de tunnel lijkt niet bereikbaar. Na meer dan een jaar werkloosheid besluit Man-su dat er maar één logische manier is om de concurrentie uit te schakelen: door ze daadwerkelijk uit te schakelen.

Absurde wanhoop
Hij plaatst een valse vacature in de krant om zijn concurrentie te lokken, maar een einde aan hun leven maken is makkelijker gezegd dan gedaan. Bij zijn eerste kans stuntelt hij met het pistool, wat resulteert in een chaotische en absurd hilarische schreeuwpartij tussen hem en zijn slachtoffer, terwijl op de achtergrond keiharde muziek klinkt. Die absurde en donkere humor zien we keer op keer terug, zo ook wanneer Man-su op het punt staat een nieuw slachtoffer te vermoorden. Hij staat met een vaas boven zijn hoofd op een dak, wanneer de bewoonster plots de deur van haar dakterras opendoet.

No Other Choice

Toch voel je als kijker nog steeds enige sympathie voor Man-su, want hoewel zijn acties nogal dramatisch zijn, kun je als kijker begrijpen waar hij vandaan komt. Het voelt wel wat vreemd, want je hoort natuurlijk niet te lachen om een moordenaar. Het gestuntel van Man-su doet denken aan Parks Oldboy waar het hoofdpersonage in de bekende vechtscène in de gang struikelt over wapens en af en toe even op adem moet komen. Met dit soort momenten toont Park het absurde van situaties waarin personages zich bevinden.

Typisch Park Chan-wook
Met de tweede moord verandert de film weer in een klassiek Park Chan-wook-project. Man-su lijkt deze keer meer berekenend en meedogenloos. Lee Byung-hun maakt de wanhoop van zijn personage zo realistisch dat je als kijker bijna gaat geloven dat de moorden gerechtvaardigd zijn. Park creëert een wereld waarin het op brute wijze vermoorden van je concurrenten lijkt op een wanhopige laatste poging om jezelf te redden, in plaats van de gruwelijke misdaad die het in werkelijkheid is.

Ook visueel verandert er veel in de tweede helft. Terwijl Man-su en zijn familie aan het begin van de film genieten van de stralende zon, vormen zich op de achtergrond donkere wolken. Het kleurenpalet van de film wordt steeds grauwer. Verder zit No Other Choice vol dynamisch camerawerk en een enorme hoeveelheid aan gedetailleerde decors, zoals we van Park gewend zijn.

Het einde van No Other Choice laat zowel Man-su als de kijker met een dubbel gevoel achter. Het is duidelijk dat je het verleden niet terug kan halen en dat zijn acties hem zullen blijven achtervolgen. Met zijn jongste film laat Park zien dat hij kan vernieuwen en tegelijkertijd enorm zichzelf kan blijven. De vernieuwing lijkt te werken, want bij het kijken van dit moderne meesterwerk verveel je je geen minuut.

 

4 februari 2026

 

ALLE RECENSIES

Nouvelle Vague

***
recensie Nouvelle Vague
Een vrouw en een wapen zijn voldoende

door Cor Oliemeulen

De geboorte van de Nouvelle Vague in Frankrijk is een van de belangrijkste momenten in de filmgeschiedenis. Met zijn gelijknamige biografie brengt Richard Linklater een nostalgische ode aan de revolutionaire filmbeweging met een reconstructie van de totstandkoming van À Bout de Souffle (1960), dat op een vrije, speelse manier afrekende met de stoffige tradities van de toenmalige cinema. Maar waar de nieuwe beweging durfde te schokken, blijft Linklater binnen de lijntjes kleuren.

Al vanaf de opening van het in stemmig zwart-wit 4:3 beeldformaat geschoten Nouvelle Vague druipt de liefde voor film en de filmgeschiedenis van het scherm. Het culturele leven van het Parijs van 1959 bruist. Een hele reeks figuren van de nieuwe generatie filmmakers verschijnt voor de lens: François Truffaut – verantwoordelijk voor de allereerste film van de beweging, Le Beau Serge (1958) – en Claude Chabrol, maker van de tweede film, Les Cousins (1959). Samen met Éric Rohmer en Jacques Rivette maken zij deel uit van Cahiers du Cinéma, een invloedrijk filmtijdschrift én de broedplaats van de nieuwe generatie filmmakers. Hun boodschap: de regisseur is de belangrijkste creatieve kracht achter een film.

Nouvelle Vague

“Zolang je maar niet acteert”
Jean-Luc Godard (Guillaume Marbeck) noemt zichzelf de enige redacteur van Cahiers du Cinéma die nog niets heeft gepresteerd. Op de redactie pakt hij stiekem wat geld uit een la en rijdt naar het Filmfestival van Cannes voor de première van Truffauts meesterwerk Les 400 coups (1959). Nu moet en zal hij ook een speelfilm maken! Een producent wil hem wel steunen, maar alleen als hij een scenario van Truffaut zal verfilmen. Uiteindelijk krijgt hij toch groen licht voor zijn eigen ideeën – ook al blijft lang onduidelijk waar de film over gaat.

“Voor het maken van een film is een vrouw en een wapen voldoende,” zegt Godard tegen de producent die een “realistische, sexy film noir” voor ogen heeft. Zijn beoogde hoofdrolspeelster  vindt Godard in het gezicht van Jean Seberg (Zoey Deutch), dat hij op de cover van een magazine ziet: “Haar wil ik.” De man met het wapen moet Jean-Paul Belmondo (Aubry Dullin) zijn. De acteur speelde al in een korte film van Godard en stemt meteen toe als zijn vriend hem opzoekt in een boksschool.

De eerste ontmoeting tussen Seberg en Belmondo is de opmaat voor nog meer prettig onheil. De actrice heeft zojuist de opnames van Otto Premingers Bonjour Tristesse afgerond en zegt: “Hierna valt iedere andere regisseur wel mee.” Als ze aan haar tegenspeler vraagt of Godard iets om acteurs geeft, krijgt ze te horen: “Zolang je maar niet acteert.”

Ondoorgrondelijk personage
De productie van Godards eerste speelfilm À Bout de Souffle gaat anders dan iedereen – behalve Godard zelf – zich had voorgesteld. Linklater maakt het gebrek aan script en structuur mooi zichtbaar. Godard schrijft ideeën op papiertjes, Seberg en Belmondo krijgen hun tekst vlak voor het draaien. Vaak is één take genoeg, want de stemmen worden achteraf toch gedubd. De producent wordt met de dag nerveuzer en begrijpt amper wat Godard aan het maken is.

Ook sterk is de uiterst gedetailleerde reconstructie van de filmset en filmwereld van 1959. Linklater duikt niet zozeer in Godards psyche, maar in de energie, speelsheid en chaos waarmee zijn werkwijze ontstond. Godard oogt zelfverzekerd, maar ook ondoorgrondelijk. Die keuze is bewust en begrijpelijk, omdat de figuur Godard – met die eeuwige zonnebril – altijd door een bepaalde geheimzinnigheid werd omgeven.

In Le Redoutable (2017) van Michel Hazanavicius leer je Godard veel beter kennen. Na zijn vroege successen zien we een man vol twijfel, cynisme, zelfspot en toenemend politiek radicalisme. Hij gooit stenen naar de politie tijdens demonstraties en worstelt met zijn relatie. Hier leef je veel meer mee met Godard, en waarschijnlijk komt dat ook omdat Hazanavicius zijn hoofdrolspeler een lichter getinte zonnebril laat dragen, zodat je hem in de ogen – en ziel – kunt kijken.

Nouvelle Vague

De revolutie is een attitude
Nouvelle Vague is een must voor cinefielen en mensen die een goed idee willen krijgen over het ontstaan van À Bout de Souffle (vanaf 11 december in een 4K-restauratie in de bioscoop) – of lees deze reis in de tijd. Hoewel Linklaters film zelden echt sprankelt, blijft de onvoorwaardelijke liefde voor film van begin tot eind voelbaar. En er valt regelmatig te lachen. Bijvoorbeeld tijdens een buitenopname van Godards filmdebuut als de cameraman zich in een postkarretje moet proppen zodat voorgangers niet in de gaten hebben dat er op straat wordt gefilmd. Of het bezoek van de beroemde Italiaanse filmmaker Roberto Rossellini aan de redactie van Cahiers du Cinéma die uitlegt hoe je volgens hem een film moet maken – om bij zijn afscheid nog even wat eten van een schaal te graaien en Godard te vragen of hij geld kan lenen.

Dat À Bout de Souffle vernieuwend werd en de eerste Nouvelle Vague-film met een gigantische impact, had uiteindelijk minder te maken met wat er op de set gebeurde dan met wat er in de montagekamer ontstond. Godard ging knippen binnen de scènes, door middel van ‘jump cuts’, waardoor het lijkt alsof de film ‘haast’ heeft. Richard Linklater toont dat de revolutie niet zit in de technologie, maar in de attitude.

 

27 november 2025

 

 

ALLE RECENSIES

The New Year That Never Came

****
recensie The New Year That Never Came
Tragikomische kerst in Roemenië voor de val van dictator Ceaușescu

door Cor Oliemeulen

De ondergang van president Bashar Hafiz al-Assad in Syrië kwam al even snel en onverwacht als die van zijn Roemeense collega Nicolae Ceaușescu. Ook die moest na ruim twintig jaar van onderdrukking het veld ruimen. De Roemeense scenarist/regisseur Bogdan Mureşanu maakte een tragikomisch portret van een aantal landgenoten tijdens de laatste twee dagen van de dictatuur in Roemenië eind december 1989.

Mureşanu’s speelfilmdebuut The New Year That Never Came borduurt voort op zijn veelvuldig bekroonde korte film Christmas Gift (2018), waarin een vader met zijn zoontje een kerstboom optuigt. Het zoontje vertelt dat hij een brief aan de Kerstman heeft gestuurd. Voor zichzelf wenst hij een locomotief en voor zijn moeder een portemonnee. Voor zijn vader wenst hij de dood van ‘oom Nic’, zoals zijn vader dictator Nicolae Ceaușescu noemt. Vader flipt en zal er alles aan doen om de inmiddels geposte brief te onderscheppen.

The New Year That Never Came

Afluisteren en verklikken
Dezelfde scène in The New Year That Never Came begint grappig als de 7-jarige Marius in de brief aan de Kerstman zijn schooladres noemt – ‘2B, School no. 96, Giurgiului Avenue no. 23, Blok A6, Ingang 4’ – maar blijkt bittere ernst als duidelijk wordt dat de Securitate, de geheime staatspolitie, overal is. De familie loopt gevaar als de brief in verkeerde handen zal komen. In eerste instantie wil vader de postbus slopen, maar zijn vrouw heeft een beter idee. De praktijk van afluisteren en verklikken veroorzaakt angst en paranoia bij veel Roemenen. Iedereen, zelfs een familielid, kan voor de staat werken. De film maakt die gevoelens tastbaar.

Tegelijkertijd voel je door subtiele verwijzingen dat burgers iets van een sprankje hoop krijgen. Sinds het vallen van de Berlijnse Muur in november 1989 en een revolutiegolf in omringende landen met communistische regimes is Ceaușescu’s positie wankel geworden, zonder dat hij dit zelf in de gaten heeft. Op 16 december 1989 beginnen in Timișoara protesten tegen de dictatuur en voor vrijheid. Een dag later treden de Securitate en het leger keihard op met tientallen doden en honderden gewonden als gevolg.

Propaganda
Regisseur Bogdan Mureşanu bedient zich van toenmalige tv-beelden en radio-opnamen. Hij maakte zelf een scène waarin arbeiders op 21 december worden opgetrommeld om te juichen en te applaudisseren voor Ceaușescu tijdens zijn toespraak op het Paleisplein in Boekarest. De dictator verwacht een gebruikelijke uiting van steun voor zijn regime, maar een deel van de menigte begint hem uit te fluiten en leuzen te roepen. Beelden van het moment worden uitgezonden op televisie, wat zal leiden tot een verdere escalatie van protesten in andere delen van de stad.

In die atmosfeer van onrust en onzekerheid spelen de gebeurtenissen van The New Year That Never Came zich af. De film begint met lichte paniek op de redactie van het tv-station. Er is wat misgegaan met een propagandafilm met de traditionele nieuwjaarswens voor de dictator, en in allerijl moet een actrice worden vervangen door een andere actrice. Het probleem wordt voorgeschoteld op die typisch droogkomische, satirische manier die je terugziet in Roemeense films als The Treasure (2016).

De actrice die wordt gekozen en gedwongen om de actrice in het propagandafilmpje te vervangen, heet Florina (Nicoleta Hâncu). Ze wil weigeren, omdat ze in haar omgeving niet wil worden geassocieerd met steun voor het regime, stemt uiteindelijk toch in, maar niet zomaar. Ondertussen zien we hoe leden van het redactieteam een scheur in het decor proberen te camoufleren met enkele kerstbomen en door er enkele ‘kameraden’ voor te zetten.

The New Year That Never Came

Gedwongen verhuizingen
Verre van komisch is het subplot over de gedwongen verhuizing van Margareta (Emilia Dobrin). In de naam van modernisering wilde Ceaușescu zo’n 7.000 dorpen gedeeltelijk of volledig slopen, het werden er uiteindelijk enkele honderden. In de hoofdstad Boekarest waren al hele wijken gesloopt om ruimte te maken voor het paleis van de dictator en voor brede boulevards, met als voorbeeld Parijs. Margareta is een van die tienduizenden die verplicht haar huis moet verlaten. Terwijl werklieden haar spullen inpakken, probeert een medewerker van de overheid haar moed in te spreken. Het blijkt haar zoon.

Het subplot met de tiener Laurențiu (Andrei Miercure) laat dan weer zien dat de jonge generatie zich steeds actiever begint te roeren. Hij heeft wat spullen aangeschaft en vertrekt met twee mannen per auto naar een onbekende bestemming. De sfeer is duister, want het gezelschap lijkt van plan om een politieke daad te plegen. Toch kan de regisseur het niet laten om een korte grappige scène in deze grimmige situatie te verwerken, als de chauffeur van de auto onderweg even moet stoppen om seks te hebben met een vriendin.

Opbouw
Al die thematische verhaallijnen zijn mooi en naadloos in elkaar verweven. Het ene personage verlaat de apotheek en het andere personage neemt de vertelling over. Vaak gaat een deur bij iemand dicht en gaat een deur bij iemand anders open. Roemeense mozaïekfilms, zoals Sieraneveda (2016) van Cristi Puiu, nemen al snel een paar uur de tijd om alle personages beter te leren kennen en om een bepaalde atmosfeer te scheppen waarin het alledaagse leven en de verborgen drama’s langzaam samenkomen. The New Year That Never Came duurde in eerste instantie 3 uur en 40 minuten. Er werden scènes verwijderd, terwijl andere scènes werden ingekort door de kop en de staart te verwijderen. Het eindresultaat van 2 uur en 18 minuten houdt de vertelling vlot.

De compositie naar de finale is slim geïntensiveerd door het gebruik van Ravels Bolero. De repetitieve structuur van het muziekstuk, het geleidelijke crescendo en de emotionele impact bouwen de spanning op tot de onvermijdelijke climax: het Nieuwjaar dat nooit zou komen.

 

17 december 2024

 

ALLE RECENSIES

A New Kind of Wilderness

***
recensie A New Kind of Wilderness
Laten we in de zon blijven tot hij ondergaat

door Cor Oliemeulen

In films, documentaires en tv-programma’s zie je steeds vaker hoe mensen zich terugtrekken uit de drukke, gehaaste en materialistische maatschappij om in de natuur een nieuw leven te beginnen. A New Kind of Wilderness toont een mooi voorbeeld van zo’n eenvoudig leven, maar laat ook zien hoe idealen vervagen door onvermijdelijke aanpassingen aan het moderne leven.

“Laten we buiten gaan wandelen. Midden in het gebied van kabbelend water. En vogels die barsten van enthousiasme. Met zicht op de kale grond, de eerste lentebloemen en vlinders. Laten we in de zon blijven tot hij ondergaat.”

A New Kind of Wilderness

Verstoken van luxe
Het zijn de laatste woorden van Maria in A New Kind of Wilderness van de Noorse filmmaakster Silje Evensmo Jacobsen dat werd gekozen tot beste documentaire op het afgelopen Sundance Film Festival. Maria is een Noorse fotograaf die samen met haar partner, de Engelsman Nik, besluit om het hectische leven van de grote stad achter zich te laten, zich terug te trekken in de natuur en daar verstoken van luxe grotendeels zelfvoorzienend te worden.

Ze kopen een oude boerderij, knappen die op en gaan zelf hun groenten verbouwen. Ze krijgen vier kinderen, die ze tweetalig opvoeden en zelf lesgeven, en genieten samen met hun kroost van het leven in de overweldigende Noorse natuur. Een tragedie verstoort hun dromen en dwingt hen om langzaam contact met de buitenwereld te krijgen.

Gevangenis
De camera van Silje Evensmo Jacobsen (bekend van haar tv-serie over de Noorse atletiekfamilie Ingebrigsten) registreert zowel het leven in de wildernis waar de kinderen spelen in het bos, bomen knuffelen of houtsnijden, als binnen in de boerderij waar de twee meisjes en twee jongens het geweldig naar hun zin lijken te hebben, ook als ze les krijgen van hun ouders. Ze hebben nog nooit televisie gekeken en hebben dan ook niet het gevoel dat ze iets missen als ze op hun verjaardag bijvoorbeeld een door pa vervaardigde houten lepel cadeau krijgen.

A New Kind of Wilderness

Maar de Noorse wet gebiedt dat ingezetenen op een bepaalde leeftijd naar school moeten. Als Nik zijn oudste dochter Ronja met zijn auto naar school brengt, vraagt zij zich af waarom ze per se naar die “gevangenis” moet. En als de nieuwe omstandigheden daar om vragen, moet Nik een deal maken met de autoriteiten en moeten ook de jongere kinderen voortaan naar school; drie dagen, de rest mag thuis. Ze kunnen ook maar beter hun messen thuislaten om geen problemen met andere leerlingen te krijgen.

Onbestemde hoop
Naast de beelden van de wonderschone Noorse natuur en de louter observerende filmcamera geeft A New Kind of Wilderness ook door de montage van filmpjes en foto’s met teksten van Maria een prachtig beeld van twee vrije geesten en de naar hun idealen opgevoede kinderen. Totdat langzaam pijnlijk duidelijk wordt dat een geïsoleerd leven in deze tijd nauwelijks of niet is vol te houden. Want geef een kind een laptop en voordat je het weet, speelt het spelletjes en zijn ook de andere kinderen er niet meer bij weg te slaan.

De maatschappij wil dat iedereen zich moet ontwikkelen en het liefst ook leert omgaan met andere mensen. En dus moet in deze met liefde gemaakte documentaire over idealen, rouw en verdriet ook een ouder leren om het oude leven los te laten.

 

27 augustus 2024

 

ALLE RECENSIES

No Country for Old Men (2007)

No Country for Old Men (2007) 
Hoe een deel van deze wereld te zijn

door Bert Potvliege

Er komen enkele spoilers aan, dus gelieve je te onthouden als je deze nog niet zag. Wel vraag ik me af, als je No Country for Old Men na een goeie vijftien jaar nog steeds niet gezien hebt, of het leuk wonen was op Mars.

Het moest er ooit van komen. Het talent van regisseursduo Joel & Ethan Coen was te groot om nooit een film af te leveren die ongeveer alle prijzen zou winnen die te winnen vielen, een film die velen beschouwen als hun meesterwerk. Zowel Joel als Ethan mochten elk drie Oscars op de schouwmantel zetten voor het fantastische No Country for Old Men (2007). Javier Bardem zou het vierde beeldje mee naar huis nemen voor de beste bijrol. Het was mooi om zien hoe deze arthouse darlings de hoofdvogel afschoten in mainstreamcinema. De prijzenregen was meer dan verdiend, want de Coens hebben er een meesterlijke suspenserijke thriller van gemaakt. 

Josh Brolin als de armtierige cowboy Llewelyn Moss

Josh Brolin als de armtierige cowboy Llewelyn Moss

Het was het punt in de carrière van de Coens waar ze in een vervelend dipje zaten. Intolerable Cruelty (2003) deed menigeen fronsen en het daaropvolgende The Ladykillers (2004) wordt zelfs beschouwd als hun slechtste film. Niemand heeft enig idee wat de impact ervan was op de broers. Maalden ze er überhaupt om? Maar het valt wel op dat ze voor hun volgende prent voor het eerst een boek zouden verfilmen en geen origineel werk. Het was producent Scott Rudin die het boek No Country for Old Men, van befaamd auteur Cormac McCarthy (The Road), de broertjes onder de neuzen schoof. Rudin had eerder dan de rest van de wereld door dat dit verhaal hen op het lijf geschreven stond, alsof ze geboren waren om dit te vertalen naar het witte doek.

You don’t often see a Mexican in a suit
De armtierige cowboy Llewelyn Moss (Josh Brolin in een doorbraakrol) stoot op een fout gelopen Mexicaanse drugsdeal in de droge vlaktes van West-Texas. Een koffer met twee miljoen dollar valt er zomaar voor het rapen en hij besluit het geld voor zich te houden. Het betekent dat hij op de vlucht moet, want uiteraard maken een aantal dubieuze figuren jacht op het geld. Enter fenomeen Anton Chigurh (Javier Bardem is om duimen en vingers bij af te likken), een sociopaat en huurmoordenaar zonder gevoel voor humor, die niet zal stoppen vooraleer hij Llewelyn heeft leren kennismaken met zijn penschietpistool. Naast het kat-en-muisspel tussen beide mannen vertelt de film ook over sheriff Ed Tom Bell (een briljante Tommy Lee Jones), die noodgedwongen achter de feiten aanloopt en vooral het hoofd schudt voor al het geweld in de wereld. Zal Llewelyn de poen voor zich kunnen houden? Zal de waanzinnige Chigurh hem te pakken krijgen? Of zal Ed Tom hem kunnen redden van het onvermijdelijke?

Het is op zich een ontzettend eenvoudig en rechtlijnig verhaal, maar monstertalenten voor en achter de camera maken er een nagelbijtende rit met diepgang van. De vraag stelt zich wat McCarthy wou zeggen met dit verhaal. Het is daar dat de titel een hoop werk verzet voor de kijker, want die verraadt de thematische lading van de prent. Net zoals die scène bijna aan het eind van de film waar Ed Tom een familielid opzoekt die het hem nog eens haarfijn uitspelt: “You can’t stop what’s coming. It ain’t all waiting on you. That’s vanity.”

Het grootste deel van je leven spendeer je in een wereld die je steeds minder lijkt te herkennen, die niet langer de wereld is waarin je opgroeide. Die verdere evolutie is normaal, maar ervaar je als iets dat steeds verder verwijderd raakt van wat je zelf ooit normaal vond. Het aanvaarden dat de wereld verder draait zonder jou, is een essentiële stap die je moet zetten om verbittering tegen te gaan. Want verwachten dat alles blijft zoals je het gewoon bent, dat is die ijdelheid. Dat vind ik een heerlijke moraal en ik was aangenaam verrast toen ik de film voor het eerst zag, door die ontzettend mooie levensles die erin schuilt.

What business is it of yours where I’m from, friendo?
Director of photography Roger Deakins is in mijn ogen, met uitzondering van Emmanuel ‘Chivo’ Lubezki (The Tree Of Life), de beste cameraman ter wereld. De man had hiervoor al een aantal keer samengewerkt met de broertjes. Zo denk ik met plezier terug aan O Brother, Where Art Thou?. Maar dit is zijn strafste bijdrage aan het oeuvre van de Coens. De film straalt aan de oppervlakte een visuele bedaring uit, maar onderhuids gaat er een niet te negeren dreiging van uit. Die dreiging komt regelmatig opborrelen dankzij een uitstekende montage, die de suspense voedt. Het ontbreken van muziek in de film versterkt dit enkel. Er valt geen noot te horen in de twee uur durende speeltijd.

Een mooi voorbeeld van die visuele rust met onderhuidse dreiging vind je bij de introductiescène van Llewelyn, wanneer hij in alle kalmte aan het jagen is. Een moment van hoe montage de dreiging aan de oppervlakte kan brengen, is bij dat beeld van de papierwikkel op de balie van het tankstation, dat net iets te lang duurt waardoor een tastbaar ongemak ontstaat (Scorsese deed net hetzelfde in Taxi Driver). Het ontbreken van muziek leidt ertoe dat de klankeffecten een meer centrale rol innemen en zelfs fungeren als een muzikale begeleiding. Let maar op het moment wanneer Llewelyn vlucht uit het hotel, waarbij de impact van een kogelregen in een autoraam een ritmiek creëert die me op het puntje van mijn stoel deed zitten. Het is een creatief spel met de middelen van het filmmaken dat hypereffectief blijkt te zijn.

And then I woke up
De drie hoofdrolspelers zijn elk voor hun eigen reden een mooi staaltje casting. Een hoofdrol geven in 2007 aan Josh Brolin was een groter risico dan dat het vandaag zou zijn, gezien alle succes dat hij had sindsdien (hij speelde Thanos in The Avengers en won prijzen voor Milk). Mooi dat de broers de kans gaven aan Brolin, om hem zo aan het grote publiek te kunnen voorstellen. Het bleek de doorbraak die hij bovendien verdiende, al was het maar omdat het zou leiden tot zijn rol in Inherent Vice, waarvan de lachkrampen nog nazinderen.

Javier Bardem in de rol van Chigurh ging met de meeste aandacht lopen en het is duidelijk waarom. Het is het personage dat meest tot de verbeelding spreekt, met dat gekke kapsel en die bizarre eigengereidheid van hem (check hoe hij zijn sokken uitdoet na een schietpartij). Zijn Oscar voor beste bijrol bleek dat jaar de logica zelve. Laat ons ook niet vergeten dat Bardem ondertussen al vijfentwintig jaar topwerk aflevert dat bovendien heel divers is, van Mar adentro tot Skyfall.

Javier Bardem als de psychopaat Anton Chigurh

Javier Bardem als de psychopaat Anton Chigurh

Dan is er nog klasbak Tommy Lee Jones in de rol van sheriff Ed Tom. Ik zie de man al mijn hele leven goeie kwaliteit leveren, maar wat hij hier neerzet, is meer dan dat. Ik wik even mijn woorden, maar zijn spel in No Country for Old Men vind ik een van de allerbeste acteerprestaties van de afgelopen kwarteeuw. Omdat de rol van Chigurh zo flamboyant is, bleef Jones wat in de luwte, maar vergis je niet. Wat hij hier neerzet is voor de annalen van de cinema. Het mooiste voorbeeld daarvan is de slotscène, een monoloog van Jones waarin hij vertelt over een droom die hij had over zijn vader. Ik kan er opnieuw en opnieuw naar kijken op zoek naar een foute noot, maar die monoloog is perfect gespeeld – net zoals de monoloog van Michael Stuhlbarg in Call Me by Your Name of Anthony Hopkins in de slotscène van The Father.

Are you all right? You got a bone stickin’ out of your arm.
Om te eindigen wil ik een ogenblik stilstaan bij de zin voor risico die Joel & Ethan Coen hier etaleren. Het is niet omdat deze film een enorm succes was dat dit zou betekenen dat ze op veilig speelden bij het maken ervan, om een groter publiek te kunnen bereiken. Op narratief vlak gebeurt er zelfs een plotwending zoals je nooit eerder zag, waarbij Llewelyn – nota bene de protagonist in dit verhaal – off-screen doodgeschoten wordt, een half uur voor het einde van de film. Uiteraard frustreert dit mateloos, maar het heeft een thematisch gewicht (iets over uitgerangeerd worden, maar vlooi dat gerust zelf uit naar eigen believen). Ik houd best wel van dergelijke gewaagdheid en voor zij die menen dat het ontzettend ergerlijk is, leer inzien dat het net de bedoeling is. De dood is een plots ding.

De gewaagdheid van de broers vind je ook terug bij de conclusie van de film en die slotmonoloog van Tommy Lee Jones. Het is een riskante afhandeling van de plot, maar het tilt de film naar een hoger niveau, verder weg van de eenduidigheid van een traditionele achtervolgingsfilm, naar een bedachtzame parabel over het leven. Het eindresultaat is een meesterlijke thriller die veel meer te bieden heeft dan enkel een verhaal vertellen. Moest het door hun eerder werk nog niet in kannen en kruiken zijn, dan hebben de Coens met deze No Country for Old Men hun status in de filmgeschiedenis voor eens en voor altijd bezegeld.

 

29 juli 2024

 

THEMAMAAND JOEL EN ETHAN COEN

Nosferatu: Phantom der Nacht (1979)

Nosferatu: Phantom der Nacht (1979)
Aandoenlijke ondode in bijna volmaakte remake

door Paul Rübsaam

Nosferatu, eine Symphonie des Grauens van F.W. Murnau uit 1922 is een meesterwerk. Werner Herzog bracht in 1979 een hommage met Nosferatu: Phantom der Nacht, een bijna volmaakte remake met glansrollen voor Klaus Kinski en Isabelle Adjani.

Als kind zag ik Dracula (1931) van Tod Browning met Bela Lugosi als vampier. Nosferatu van Herzog zag ik toen hij voor het eerst in Nederland in de bioscoop verscheen. Ik was een jaar of twintig en ging naar films die je zien moest. Spraakmakende Duitse filmmakers als Rainer Werner Fassbinder, Wim Wenders en Werner Herzog diende je te volgen. De naam F.W. Murnau was mij in die tijd onbekend.

Nosferatu: Phantom der Nacht (1979)

In Nosferatu: Phantom der Nacht (1979) was er weinig dat deed denken aan de goochelaarachtige Draculafiguur van Bela Lugosi, die met een zwierige cape en zwoele blik af en toe ten tonele verschijnt als welgestelde verloofden, een arts en een wetenschapper in een salon zitten te keuvelen. Herzogs Nosferatu was allerminst statische, oubollige horror. Eerder zwart-romantische kunst die bij de kijker schoonheidservaringen teweeg kon brengen, vond ik.

Nosferatu, eine Symphonie des Grauens (1922) van Murnau zag ik ongeveer vijftien jaar geleden voor het eerst. Pas toen ik van middelbare leeftijd was, ontwikkelde zich bij mij een fascinatie voor met name Duitse films uit het zwijgende tijdperk. Werner Herzog heeft meerdere keren verklaard dat Nosferatu: Phantom der Nacht bedoeld is als hommage aan de film van Murnau. Van een remake heeft hij echter nooit willen spreken. Toch vind ik het nu verleidelijk om Nosferatu: Phantom der Nacht in dat laatste licht te bezien. Want Murnau’s verhaallijn wordt opmerkelijk getrouw gevolgd. Al weet Herzog met de acteurs en de modernere cinematografische middelen zijn landgenoot regelmatig te overtreffen.

Ongrijpbaarheid en beweging
Naarmate je Murnau’s origineel vaker ziet, kom je steeds meer tot de conclusie dat Nosferatu, eine Symfonie des Grauens niet in de eerste plaats gaat over een vampier, of specifieker een ondode graaf. De film gaat over angst. Angst voor ziektes, bacillen en de dood uiteraard. Angst voor wat met de wind uit verre oorden wordt aangewaaid. Angst voor het onzichtbare, ongrijpbare, maar immer beweeglijke en noodlottige.

Beweging en tegenbeweging, traag maar onstuitbaar, maar ook fluïditeit en permeabiliteit zijn kernwoorden bij Murnau. Wekenlange reizen per schip, te voet en te paard, golven die het strand overspoelen, de wind in de zeilen, het slaapwandelen van Ellen (Lucy bij Herzog), de wind die met de gordijnen speelt, de trage vleugelslag van een vleermuis. Alles is een beweging bij Murnau en alles verbeeldt hetzelfde noodlot. De ritmiek van zijn film is weergaloos.

Lijden
Graaf Dracula zoals Klaus Kinski die in Nosferatu: Phantom der Nacht verbeeldt, is nog een verfijning van de graaf Orlok die Max Schreck gestalte gaf in Nosferatu, eine Symphonie des Grauens. Nou ja, gestalte? Orlok was al een akelig schriel mannetje. Een levend skelet waar je bijna doorheen greep. Zoals het een ondode betaamt.

Bij de zacht, bijna bedeesd sprekende graaf Dracula waar Jonathan Harker (Bruno Ganz) na zijn reis van Wismar naar Transsylvanië een onroerendgoedtransactie mee af dient te sluiten, manifesteert dat half vergane van graaf Orlok uit Murnau’s zwijgende film zich in de vorm van fragiliteit en kwetsbaarheid.

Kinski’s graaf Dracula is innemend tot op zekere hoogte en zelfs bijna aandoenlijk. Al is hij een uitgemergelde, wasbleke man met rafelige oren, lange en puntige boventanden, handen met klauwachtig lange nagels, die zijn bloeddorst bovendien nauwelijks beteugelen kan als Harker per ongeluk met een mes in zijn vingertop snijdt in plaats van in een brood. Deze graaf Dracula is een man die in de eerste plaats lijdt. Hij is iemand die veel liever dood dan ondood zou zijn. Meer nog dan in het afschrikwekkende van zijn personage leeft Kinski zich uit in het tragische daarvan.

Schrikogen
De ultieme tegenspeler van Kinski’s Dracula is uiteindelijk niet Jonathan Harker, maar diens echtgenote Lucy Harker (Isabelle Adjani). Het duurt lang voordat Lucy en de graaf elkaar ontmoeten. Ze zijn zich echter een groot deel van de film al sterk van elkaars bestaan bewust, respectievelijk als de belichaming van het noodlot en de ultieme belofte.

Met haar lange zwarte haar, lange slanke hals en grote schrikogen geeft Adjani gestalte aan het engelachtige, hypergevoelige, op het randje van hysterie balancerende personage Lucy Harker, die als haar man uit Wismar op weg gaat naar Transsylvanië al voorvoelt dat die reis niets goeds kan brengen en uiteindelijk bereid is zichzelf op te offeren om het onheil af te wenden dat Dracula over Wismar zal brengen. Beide gedempt sprekend, prevelend bijna, zijn Lucy Harker en graaf Dracula tot elkaar veroordeeld, maar eigenlijk ook voor elkaar gemaakt.

Nosferatu: Phantom der Nacht (1979)

Schoonheid van Holland
De immer trage, maar constante beweging bij Murnau bouwt Herzog onder andere uit bij de aankomst te voet van Jonathan Harker bij zonsondergang op de Borgopas, waar Transsylvanië zich ontvouwt voor het oog van de wandelaar. Tegen de steeds donker wordende hemel ontwaart Harker daar op een heuveltop het kasteel van Dracula in de gedaante van een ruïne. De gedragen klanken van de ouverture van Richard Wagners opera ‘Das Rheingold’ lijken een dreiging, maar ook een belofte in te houden. Harker gaat immers hoe dan ook een andere wereld betreden.

Nadat hij in het slot zaken met de bewoner heeft gedaan, zal Harker terugreizen naar Wismar. Maar Dracula is hem voor. Over Varna en de golf van Biskaje reist de ondode graaf met zijn kisten per schip naar het stadje, waar hij niet in de laatste plaats zijn tanden in de hals van Lucy wil zetten. De bemanning van het schip met zijn rode zeilen zal ten prooi vallen aan de pest, verspreid door de uit de kisten afkomstige ratten. Machtig traag en schijnbaar onbestuurd zien we het verdoemde vaartuig tenslotte de haven van Wismar binnenschuiven (in werkelijkheid een kade in Schiedam, voor het overige wordt Wismar hoofdzakelijk met behulp van locaties in Delft verbeeld).

Een typisch Hollands decor wordt eveneens luisterrijk over het voetlicht gebracht bij de gehaaste terugreis die Harker onderneemt in de hoop Lucy nog te kunnen redden, nadat hij zich bevrijd heeft uit het slot waar Dracula hem opgesloten heeft. Aanvankelijk reist Harker te paard. Maar later, als zijn lichamelijke en geestelijke gezondheid steeds verder verslechteren, als koetspassagier. Het is die koets die we over een kaarsrechte dijk tussen twee Hollandse plassen zien rijden. De dijk vormt een horizontale streep precies in het midden van het beeld. Het rijtuig met de dravende paarden ervoor weerspiegelt zich feilloos in het roerloze water.

Jarenzeventigfilm
In een film die geen remake is, maar een ode mag de regisseur ook dingen weglaten, of toevoegen. Maar had Herzog dat ook moeten doen? Wanneer we de sensueel griezelige finale waarin Kinski en Adjani opnieuw excelleren buiten beschouwing laten, gaat hij zich in het laatste deel van de film (als graaf Dracula in Wismar is gearriveerd) te buiten aan toevoegingen die te veel een dam vormen in Murnau’s constante stroom. Dan wordt het ineens zo’n typische jarenzeventigfilm met te veel ratten en decadente personages die in het zicht van de dood nog een feestmaal aan willen richten. Alsof Herzog zich ook nog schatplichtig achtte aan La Grande Bouffe (Marco Ferreri, 1973), of iets dergelijks.

Nu ja, niemand is volmaakt. Zelfs Werner Herzog niet.

 

Kijk hier waar en wanneer Nosferatu: Phantom der Nacht draait.

 

24 juni 2023

 

THEMAMAAND WERNER HERZOG

No Dogs or Italians Allowed

****
recensie No Dogs or Italians Allowed
De geestige wortels van regisseur Alain Ughetto

door Bob van der Sterre

Een van de revelaties bij het laatste IFFR (International Film Festival Rotterdam) was de stopmotionfilm No Dogs or Italians Allowed. “Weten waar ik vandaan kom, vind ik een geruststellende gedachte”, zegt regisseur Alain Ughetto. Een vriendelijke film die moeilijke thema’s op lichtvoetige manier aanpakt.

Ughetto bouwt de set en praat tegelijk in het geboortedorp van zijn familie, Ughetterra, met zijn oma, Cesira. Zij blikt terug op hun geschiedenissen, terwijl ze zijn enorme mensensok stopt.

Het is begin twintigste eeuw. Luigi en Cesira komen uit Italië en gaan hun geluk beproeven in Frankrijk. Luigi (de opa van de regisseur) is handig en gaat er werken. Dat is het begin van hun droomhuis.

De ontwikkelingen in de wereld doorkruisen hun plannen. Oorlogen (Abessinië, Eerste Wereldoorlog)… De Spaanse griep… Fascisten… Discriminatie… Er gebeurt ontzettend veel. En dan dient de volgende generatie zich alweer aan.

No Dogs or Italians Allowed

Een kind van migranten
Alain Ughetto, een Franse regisseur, besefte een tijd geleden dat zijn roots elders lagen. In een interview met de Filmkrant zei hij: ‘Mijn vader verliet Italië om opgeleid te worden in Frankrijk. Hij was zeventien toen hij de Franse nationaliteit kreeg. Pas toen ik me in dit verhaal verdiepte, realiseerde ik me dat ik zelf ook een kind van migranten ben.’

Ughetto ging na het overlijden van zijn vader op zoek naar ‘het dorp waar iedereen Ughetto heet’ in Italië. En het bleek te bestaan: Ughettera. ‘Iedereen heet daar Ughetto. In elk geval op de begraafplaats.’

De wortels van zijn leven waren ook de wortels van zijn film, die de IFFR-publieksprijs net niet won, maar wel de European Film Award voor beste animatie.

Ughetto verzon het meeste over de familie die hij laat zien. Dat kwam omdat hij weinig bronnen over zijn familie had. In hetzelfde interview met de Filmkrant: ‘De mensen van Italiaanse origine kennen hun eigen geschiedenis niet. Ze besloten dat ze Frans moesten worden, Franser dan de Fransen, dus Italië hebben ze uit hun geheugen gewist. Men wil het niet meer weten.’

Ughetto ziet de wrange parallel met de huidige generatie vluchtelingen die naar Italië gaan. ‘(…) terwijl de Italianen zelf jarenlang overal ter wereld hun arbeid aanboden, en overal heen vertrokken, is de situatie nu omgedraaid. Nu ontvangen ze migranten en weten ze niet wat ze met hen aan moeten.’

Mooie vondsten in een lichtvoetig verhaal
Het klinkt allemaal als een vrij pittig politiek verhaal – en dat komt ook een beetje door de misleidende titel – maar hier heb je de mooie uitdrukking ‘niets is minder waar’ voor: de film verrast met een geestige en lichtvoetige aanpak van het drama.

Neem het decor. Ughetto creëert de setting letterlijk in de film: we zien zijn handen het decor bouwen. ‘Het gaat over mijn familie en dan moeten mijn handen ook zichtbaar zijn, dat is natuurlijk.’ Het is ook een familietrekje want zijn vader was een handige man die ‘alles kon maken’, die het weer van zijn vader had. ‘Ik ben zoals hen, maar dan met films.’

Broccoli als bomen, kartonnen huisjes die voor je neus aan elkaar worden gelijmd, een speelgoedkoe die uit elkaar valt, suikerklontjes als muur.

No Dogs or Italians Allowed

Als Alains vader als kleuter huilt in de film, vraagt Cesira aan de regisseur: ‘Alain, kun jij met je vader praten?’ Dat zijn mooie vondsten en dat laat ook zien hoe goed die lichte stijl tegenwoordig past bij de animatie voor volwassenen. Zelfs ondanks de oorlog, het fascisme en de fatale ziektes weet Ughetto het allemaal vrij luchtig te houden. De kijker werkt het weg met een flinke teug droge, zwarte humor. In feite graaft zo’n film net zo diep als een roman – maar mist de pretentie die deze romans vaak onleesbaar maken.

100 jaar eenzaamheid?
Over romans gesproken, de film heeft wat weg van de beroemde roman van Gabriel García Márquez: Honderd jaar eenzaamheid. Hier ook het komen en gaan van generaties. En het is net zo meelevend als die roman. De kijker wordt erin getrokken en voor je het weet leef je met ze mee. En denk je als de Italiaanse fascisten het deel van Frankrijk binnenvallen waar zij nou net zijn gaan wonen: hoeveel pech kan een gezin hebben?

Een mooi moment in de film is als de broers voor militaire dienst worden opgeroepen, wat ze aanvankelijk als een grote grap zien, maar ze keren terug, gebroken, om vervolgens voor wéér een oorlog te worden opgeroepen… Zo vrolijk zijn ze niet meer; ze hadden nog geen idee hoe verschrikkelijk moderne oorlogen waren geworden. Die herhaling maakt het ontzettend wrange ook weer komisch, en dat is het kenmerk van verfijnde humor.

 

17 mei 2023

 

ALLE RECENSIES

No Bears

****
recensie No Bears
Ragfijn spel met film en werkelijkheid

door Jochum de Graaf

Op het moment dat No Bears op het IFFR in première ging, ging Jafar Panahi in hongerstaking. De Iraanse regisseur zat al sinds juli in de beruchte Evin-gevangenis in Teheran. Toen hij uit solidariteit de rechtszaak tegen collega-regisseur Mohammad Rasoulof (There is no Evil) wilde bijwonen, werd een oude straf wegens ‘het bedreigen van de staatsveiligheid’ ten uitvoer gelegd. Afgelopen vrijdag 3 februari werd Panahi op borgtocht vrijgelaten. Actueler en urgenter kan het nieuwe meesterwerk van de chroniqueur van het leven in de islamitische dictatuur van Iran niet zijn.

Panahi wordt gezien als vertegenwoordiger van het neorealisme. Zelf beschrijft hij zijn als het in beeld brengen van ‘menselijke gebeurtenissen op poëtische een artistieke wijze’, maar ik beschouw hem vooral als haarscherpe observator en volhardend criticaster van het dictatoriale regime van de Islamitische Republiek Iran, dat na veertig jaar onderdrukking met de hevigste vormen van verzet wordt geconfronteerd, met vooralsnog ongewisse afloop.

No Bears

Conflicten met regime
Panahi heeft als meest gelauwerde Iraanse cineast een lange geschiedenis van conflicten met het ayatollah-regime. Hij werd regelmatig aangeklaagd en opgepakt, het werd hem verboden films te maken, hij kreeg een verbod op reizen naar het buitenland. Het weerhield hem niet van het tot op de dag van vandaag met zijn veelal clandestien opgenomen en uitgebrachte films de perfide islamitische dictatuur aan de kaak te stellen.

Al in 2000 stelde hij met The Circle, waarvoor hij in Venetië de Gouden Leeuw kreeg, de onderdrukte positie van vrouwen aan de orde, in Offside volgde hij een aantal vrouwen die zich als man verkleedden om een voetbalwedstrijd te zien. De film werd net als The Circle officieel verboden en was desondanks in 2006 toch in het ondergrondse circuit in Iran de meest bekeken film, bovendien bekroond met de Zilveren Beer in Berlijn. Taxi Teheran won in 2015 de Gouden Beer, Panahi speelt zelf de hoofdrol als taxichauffeur in de straten van Teheran die met zijn bijzondere passagiers aan de hand van alledaagse gebeurtenissen grotere thema’s als moraal en censuur onder de Islamitische dictatuur bespreekt.

Rituele voetwassing
Ook No Bears biedt een haarscherp, prachtig poëtisch inkijkje in de huidige Iraanse samenleving. Panahi speelt zichzelf als de tijdelijk naar een klein dorpje aan de grens met Turkije uitgeweken regisseur die van daaruit een speelfilm in een stad net over de grens probeert te maken. Het volgens het scenario ook in werkelijkheid Iran ontvluchte stel Zara en Bakhtiar wil asiel aanvragen in Europa en krijgt los van elkaar valse paspoorten toegespeeld, waardoor ze zeer tegen de zin van met name Zara niet samen kunnen reizen.

De opnamen vorderen redelijk, maar door het haperende internet in de afgelegen regio kan Panahi maar zeer beperkt de rushes bekijken. Zijn opnameleider Reza komt hem vanuit Turkije bezoeken en wil hem overhalen met behulp van smokkelaars de grens over te steken. Panahi maakt een nachtelijke rit door het onherbergzame gebied, maar deinst uiteindelijk terug voor de rigoureuze stap zich af te sluiten van zijn afkomst, land en verleden.

Wanneer het contact met de crew in Turkije al een aantal dagen verbroken is, besluit hij het leven in het dorp en zijn bewoners vast te leggen. Hij geeft zijn fotocamera in handen van zijn huisbaas met de opdracht om de voetwassing van twee jonggeliefden, onderdeel van een eeuwenoud verlovingsritueel, vast te leggen. Tegelijkertijd loopt als speelfilm in een speelfilm de verhouding tussen Zara en Bakhtiar in Turkije uit op een verschrikkelijk drama.

No Bears

En ook in het Iraanse bergdorp loopt het gruwelijk mis. De jonge vrouw zou kort voor het ritueel gezien zijn met een andere jonge man die korte tijd vanuit Teheran in zijn geboortedorp is teruggekeerd. Een grote schande en aantasting van de eer van haar beoogde echtgenoot en zijn familie, die niet ongewroken mag blijven.

Panahi zou de geheime ontmoeting vastgelegd hebben. Eerst zijn huisbaas en even later de dorpsoudste vragen hem de foto als bewijs te overhandigen, maar hij ontkent dit en levert hen de harde schijf uit de camera. Om aan alle onzekerheid een einde te maken, wordt Panahi gevraagd zijn getuigenis onder ede ten overstaan van de raad van dorpsoudsten te bevestigen.

Op weg naar de openbare ceremonie ontmoet Panahi een toevallige wandelaar die een eindje met hem meeloopt en hem wijst op het gevaar van beren in de duisternis. Even later merkt hij op dat de verschillen tussen stad en platteland minder groot zijn als iedereen denkt. Stadsmensen hebben problemen met de autoriteiten, zij als dorpsbewoners hebben problemen met bijgeloof. Die geruchten over gevaarlijke beren vindt hij eigenlijk onzin, het zijn ‘verhalen om ons bang te maken, onze angst geeft anderen kracht, niet beren’.

Lagen en perspectieven
Eenmaal in het primitieve dorpslokaal ontstaat een discussie of liegen onder ede volgens de Koran wel verboden is. Panahi verbindt aan zijn getuigenis de voorwaarde dat de ceremonie ook op film wordt vastgelegd, waardoor het indringender voor de eeuwigheid bewaard kan worden. Ook dit maakt weer deel uit van het ragfijne spel dat Panahi met film en werkelijkheid speelt. De speelfilm in de speelfilm, de botsing van culturen, het vasthouden aan absurde dogma’s, de eeuwenoude tradities op het platteland in contrast met moderne opvattingen over de verhouding tussen mannen en vrouwen, de dramatische liefdesgeschiedenissen als gevolg daarvan, het toch bij elkaar komen van archaïsche opvattingen en moderne stadse inzichten in de gedeelde afkeer van het verre Teheran, het dilemma van vluchten of blijven en de achtergrond van het zoveel mogelijk ontwijken van of juist verzet bieden aan het regime. Het is dat telkens aanboren van nieuwe lagen en perspectieven dat No Bears zo fascinerend maakt.

 

8 februari 2023

 

ALLE RECENSIES

La nuit du 12

***
recensie La nuit du 12
Iedere rechercheur heeft een misdaad die hem achtervolgt

door Ries Jacobs

In een Frans Alpendorp wordt de eenentwintigjarige Clara Royer met benzine overgoten en in brand gestoken. Ze overleeft de aanslag niet. Het is aan het team van rechercheur Vivès om de dader te vinden.

La nuit du 12 lijkt aanvankelijk een klassieke whodunnit, een soort Baantjer in de Franse Alpen. Vele verdachten komen in beeld in wat al snel een crime passionel lijkt te zijn. Clara was een romanticus, op zoek naar liefde kwam ze steeds weer in de armen van foute mannen terecht.

La nuit de 12

De politieagenten die op de moord gezet worden, zijn uiterst serieus, maar  hebben tegelijk geen hoge pet op van vrouwen, of in ieder geval niet van de interactie tussen mannen en vrouwen.

Zijn ook zij diep van binnen geen foute mannen? De liefde hebben ze afgezworen, ze waarschuwen een nieuwe collega die onlangs voor zijn vriendin op zijn knieën is gegaan voor de valkuilen van het huwelijk. Opvallend is het personage Marceau. De getatoeëerde rechercheur en zijn vriendin probeerden jarenlang vergeefs een kind te krijgen. Nu is ze zwanger van haar minnaar. Deze zes mannen, murw gebeukt door verloren liefdes en gruwelijke misdaden, hebben de taak om de moord op te lossen.

Feminisme
Dominik Moll maakte ruim 20 jaar geleden een bliksemstart als regisseur. Voor zijn tweede film Harry, un ami qui vous veut du bien (2000) kreeg hij een César, het Franse equivalent van de Oscar, en ook in de jaren daarna werden zijn films goed ontvangen. Een rode draad in zijn oeuvre zijn personages die op zoek zijn naar liefde en intimiteit. Deze lijn zet hij voort in La nuit du 12. De film toont gelijkenissen met Moll’s voorlaatste werk. Ook in Seules les bêtes (2019) hebben we te maken met ongelukkige liefde, een misdaad en een keur aan verdachten.

Ook voor die film schreef de Frans-Duitse regisseur zelf het scenario. Voor La nuit du 12 baseerde hij het script losjes op het boek 18.3. Une année à la PJ van de Franse schrijfster Pauline Guéna. Het centrale thema in het boek, ‘iedere rechercheur heeft een misdaad die hem achtervolgt’, fascineerde hem zodanig dat hij het verwerkte in een film. Toch is dit niet het enige dat hij wil zeggen. 

La nuit de 12

Er zit een feministisch element in de film dat niet goed uit de verf komt. Foute verdachten en vrouwonvriendelijke politieagenten staan tegenover een gewelddadig uit haar jonge leven gerukte blondine, een meisje eigenlijk nog. Moll lijkt de onschuld van het meisje tegenover het cynisme van de mannen te willen zetten, maar wat hij nu werkelijk wil zeggen, wordt geen moment duidelijk. 

Verval en verveling
Dit had Moll in zijn scenario beter uit moeten diepen. Nu is er een lichaam van een aan de liefde verslaafde vrouw en een allegaartje van mannen die de liefde hebben afgezworen. Deze verhaallijn leidt nergens naartoe. Het acteerwerk is oké, maar geen moment leef je mee met de nabestaanden of met de getroebleerde politiemannen. Het lukt de regisseur niet om dicht op de huid van zijn personages te zitten.

Ook wat betreft de beelden lukt het niet om La nuit du 12 voldoende sfeer te geven. Het camerawerk is eenvoudig en droog, je kunt het zelfs afstandelijk noemen. Dat is jammer, want het Alpendecor leent zich uitstekend voor de desolate sfeer van verval en verveling die in de leeggelopen bergdorpjes hangt. Toch kijkt de film lekker weg en verveelt hij geen moment. Alsof je kijkt naar een lange aflevering van Baantjer, maar dan zonder ontknoping.

 

4 december 2022

 

ALLE RECENSIES

Nowhere

***
recensie Nowhere
Van nergens tot hier

door Cor Oliemeulen

Twee mannen rouwen. De een is op zoek naar wat hij heeft verloren, de ander naar wat hij nooit heeft gehad. Nowhere is een wat traag, maar soms aandoenlijk drama over het verlies en gemis van dierbaren.

Na zijn bejubelde speelfilmdebuut Offline (2012), waarin een ex-gedetineerde zich probeert te verzoenen met zijn familie en Le Ciel Flamand (2016), waarin een seksmisdrijf in een bordeel tot moord leidt, biedt de Belgische regisseur Peter Monsaerts in zijn derde langspeler Nowhere zijn personages hoop op betere tijden. Ook ditmaal bewegen de belangrijkste personages zich in de marge van de samenleving en wachten zij op betere tijden.

Nowhere

Rouw
Ex-vrachtwagenchauffeur André (Koen de Bouw: Het Vonnis, De Premier) is ingehuurd om van een afgelegen pand een wegcafé te maken. In de eerste helft van de film zien we hoe hij overdag buitenlandse werknemers in een busje ophaalt en ’s avonds filmpjes kijkt van zijn op 13-jarige leeftijd overleden dochter, die naar later blijkt vijf jaar geleden werd doodgereden. André is het type ijzervreter en een man van weinig woorden, maar ontdooit enigszins nadat hij de 17-jarige Noord-Afrikaan Thierry (Noa Tambwe Kabati) heeft betrapt tijdens een inbraak. De vijftiger ziet hoe de tiener net als hijzelf worstelt met het leven.

Dit gegeven doet toevalligerwijs denken aan een ander Belgisch drama dat zojuist in de Nederlandse bioscoop is verschenen. Ook in Dealer van Jeroen Perceval is een tienerjongen op zoek naar zijn identiteit en een rolmodel die een heilzaam perspectief kan bieden en probeert een volwassene de leegheid van zijn bestaan in te vullen. Dit klassieke gegeven zien we terug in Nowhere als André Thierry wil behoeden om niet verder weg te zakken in de uitlaatklep die criminaliteit heet. “Die jongen is gewoon op zoek naar wie hij is. Hij heeft gewoon iemand nodig”, zegt André tegen een politievrouw. Op haar beurt moet zij erkennen dat Thierry meedoet aan de ‘Ronde van Vlaanderen’, zoals Vlaamse hulpverleners dat noemen: “Hij is van opvangplek naar opvangplek gegaan.”

Nowhere

Moeder
In de tweede helft van de film blijkt dat André en Thierry elkaar meer nodig hebben dan zij denken om een nieuwe afslag in hun leven te vinden. Zo wil André als compensatie voor zijn overleden kind nu voor een andere onvolwassen persoon zorgen en heeft Thierry van een oudere een duwtje nodig om op zoek te gaan naar zijn roots. Hij weet dat zijn vader ‘waarschijnlijk Marokkaans’ is en heeft ook geen idee waar zijn moeder is. Tijdens hun gezamenlijke roadtrip naar Frankrijk blijkt dat Thierry’s moeder is verstoten door haar familie omdat ze hem op jonge leeftijd kreeg.

Regisseur Monsaerts pleit in Nowhere voor optimisme om te kiezen voor connectie in plaats van afzondering en uitsluiting. Hij is niet blind voor de uitdagingen van de multiculturele samenleving, maar wil een hoopvol tegenwicht bieden aan de polemiek in de media en de politiek. Hoe broos die lijn tussen inclusie en exclusie is, tonen de letters van de filmtitel in de aftiteling: ‘Nowhere’ (nergens) verspringt naar ‘Now here’ (nu hier).

 

26 september 2022

 

ALLE RECENSIES