Two Prosecutors

****
recensie Two Prosecutors
Het ‘hoogtepunt’ van Stalins terreur

door Jochum de Graaf

Sergei Loznitsa maakte naam en faam met zeventien avondvullende documentaires over diep ingrijpende gebeurtenissen, met name de Tweede Wereldoorlog en het (post-)Sovjet-tijdperk. Met Maidan (2014), State Funeral (dood van Stalin, 2019), The Kiev Trial (2022), Babi Jar. Context (massamoord op Joden in Oekraïne, 2021) en The Invasion (Russische inval in Oekraïne, 2024) werd hij een gevierde gast op IDFA. Zijn vier uur durende Mr. Landsbergis kreeg in 2021 de Publieksprijs. Daarnaast maakte hij speelfilms, waarvan Donbass de meest succesvolle is. Nu is er Two Prosecutors, zijn vijfde speelfilm, waarin hij in zijn kenmerkende indringende stijl de Stalinterreur van de jaren dertig fileert.

Het is de Sovjet-Unie 1937: ‘het hoogtepunt van Stalins terreur’, aldus een korte, bondige aankondiging. We zijn bij de gevangenis in Brjansk, een kilometer of vierhonderd ten zuidwesten van Moskou, de grens van Belarus. Een bewaker in zwart uniform ontgrendelt de massieve hoge poort. Een groepje gevangenen, sjofel gekleed, kale koppen, sterk vermagerd, strompelt de binnenplaats op en wordt op een houten bank neergezet. Ze krijgen de opdracht om papieren te verbranden.

Two Prosecuters

Opdracht met één lucifer
De speciale gevangene Stepniak wordt intussen onder strenge bewaking in het gebouw door het trappenhuis geleid en in een cel met een klein kacheltje neergezet. Hij heeft twee grote bundels, dichtgeknoopte lakens over zijn schouder en krijgt één lucifer met de nadrukkelijke opdracht om alle papieren zonder uitzondering te verbranden. Blijft hij in gebreke dan volgt een straf van twintig maanden isoleercel. De papieren zijn voor het grootste deel verzoeken en petities van partijgetrouwen aan ‘beste kameraad Stalin’. Stepniak drukt echter een stukje karton met daarop een paar met bloed geschreven krabbels achterover en verbergt het in zijn overhemd.

Het kartonnetje wordt op slinkse wijze de gevangenis uitgesmokkeld en komt in handen van de net afgestudeerde jonge aanklager Aleksandr Kornyev (Aleksandr Kuznetsov). Kornyev kent de oude Bolsjewiek Stepniak van de rechtenfaculteit waar hij een voordracht hield over het zoeken naar waarheid en rechtvaardigheid in relatie tot het bolsjewisme. Hij gaat bij Stepniak op bezoek in de gevangenis, waar deze hem de littekens en bloederige wonden laat zien die hij over heeft gehouden aan de martelingen vanwege zijn weigering om een valse bekentenis af te leggen.

Stepniak overhandigt de jonge aanklager een brief waarin hij de veiligheidsdiensten in de Sovjet-Unie, met name de NKVD (voorloper van de KGB), in staat van beschuldiging stelt. Ze trekken zich niets aan van de rechtsstaat, de gevangenissen en het rechtssysteem worden gebruikt om een ​​hele generatie oudere partijveteranen zoals hij te martelen en te vermoorden om plaats te maken voor fanatieke incompetente partijleden die een uiterste loyaliteit aan Stalin betonen. En hij vraagt Kornyev om zijn zaak in Moskou aanhangig te maken bij het Politbureau en zo mogelijk bij Stalin zelf.

Wet is ondergeschikt aan terreur
In de trein naar Moskou wordt Kornyev de hele reis wakker gehouden door een oorlogsveteraan uit WO I met een zware handicap waaraan hij zijn bijnaam ‘Houten been’ overgehouden heeft. De oud-soldaat die nogal op Stepniak lijkt – het is inderdaad een dubbelrol van Aleksandr Fillipenko – vertelt de anekdote dat hij van Lenin in partijhoofdkwartier Smolny een aalmoes kreeg en hoopt dat hij nu ook van grote leider Stalin een dergelijke gunst te ontvangen.

Kornyev moet een aantal dagen urenlang in de wachtkamer van de beruchte procureur-generaal Vysjinski zitten voor hij belet krijgt. Vysjinski, die routineus schreeuwend en bevelend de vele wachtenden met hun verzoekschriften en smeekbeden afhandelt, is als ‘tweede’ aanklager het volkomen contrast met Kornyev. De man die alle zuiveringen zou overleven, heeft geen enkel begrip voor wie dan ook, de wet is voor hem totaal ondergeschikt aan de terreur. Kornyev wordt beleefdheidshalve aangehoord maar krijgt al snel de opdracht om nog eens terug te gaan naar Brjansk en aanvullend bewijsmateriaal te leveren.

Two Prosecutors

Meeslepend en beklemmend
Hoewel je de afloop voor Kornyev eigenlijk al van het begin af aan ziet aankomen, word je toch meegesleept in het verhaal (gebaseerd op een novelle van Georgy Demidov, een politieke gevangene die veertien jaar vastzat in een goelag). In zijn documentaires laat Lotznitza door de knappe montage archiefbeelden zonder voice-over voor zichzelf spreken, waarmee de grote gebeurtenissen secuur worden ontleed. Die strakke montage is er ook in Two Prosecutors: afzonderlijke scènes die met een take, vanuit een camerastandpunt in beeld worden gebracht.

Dat werkt nogal confronterend. De bang makende bejegening van de bewakers als Kornyev bij Stepniak op bezoek gaat. De bleke gezichten en spaarzame woorden in de zaal met wachtenden voor ze bij Vysjinsky naar binnen mogen. De zogenaamd joviale partijgenoten die Kornyev oppikken en dicht tegen hem aan gaan zitten in de auto, wanneer hij terug naar Brjansk moet. De grauwsluier die over de Sovjet-samenleving hangt, al is er geen vorst of sneeuw te bekennen. De kilte slaat om je hart.

Het is kafkaësk wat er gebeurt, beklemmend, onontkoombaar. Two Prosecutors legt het dieptepunt van het sinistere Stalinisme bloot, de totalitaire nachtmerrie waar niet aan te ontsnappen leek.

 

29 april 2026

 

ALLE RECENSIES

L’Étranger en het absurde bestaan

L’Étranger en het absurde bestaan
Man zonder voornaam stuit op ‘Arabier’

door Paul Rübsaam

Een jongensachtige Meursault is even wennen voor de ouderen onder ons die Albert Camus’ wereldberoemde roman over die vreemde man (een mán toch en geen jongen?) al lazen op de middelbare school. Toch weet François Ozons mysterieuze zwart-witfilm L’Étranger dat gelijknamige boek uit 1942 effectiever te herladen dan Luchino Visconti’s Lo Straniero uit 1967, met de toen al middelbare Marcello Mastroianni in de hoofdrol.

De film en niet het boek bespreken valt nog niet mee als het gaat om een adaptatie van de roman L’Étranger (De Vreemdeling) van Albert Camus. Want voor velen die (zoals ik) pakweg geboren zijn tussen 1955 en 1970 gold de in 1960 op 46-jarige leeftijd verongelukte existentialistisch-absurdistische Franse schrijver zo’n beetje als een cultheld. Als een soort James Dean voor boekenwurmen.

L'Étranger en het absurde bestaan

Een stille mooie jongen?
Om toch te voorkomen dat dit al te veel een boekrecensie wordt, zal ik proberen de uitweg te bewandelen van een vergelijking van de nu in de bioscopen verschijnende film L’Étranger van de Franse regisseur François Ozon met een eerdere verfilming van Camus’ roman: Lo Straniero van Luchino Visconti uit 1967.

Maar eerst toch even naar dat boek van Camus en een belangrijke reden waarom dat bij pubers zo aansloeg. Volgens mij had dat te maken met de ondoorgrondelijkheid en onbewogenheid van de hoofdpersoon in combinatie met de ik-vorm waarin de roman geschreven was. Meursault vond niets en voelde niets, pleegde een moord (leek het) en was ondertussen steeds zelf aan het woord. Op een ondefinieerbare manier was dat heel spannend.

De gehele eerste helft van zijn film echter trekt Ozon zich anders dan Visconti, die Mastroianni regelmatig voice-overs liet inspreken, niets aan van die ik-vorm van de roman. Terwijl de onbewogenheid van zijn erg jonge Meursault (Benjamin Voisin) ondertussen naar het apathische neigt. Je kunt je nauwelijks voorstellen dat deze persoon in staat zou zijn om als waardig Camus-personage een gloedvol betoog te houden. Nadat hij onaangedaan getuige is geweest van zijn moeders begrafenis rolt hij niettemin amper boe of ba zeggend als vanzelf in de armen van de verleidelijke Marie (Rebecca Marder). Omdat hij knap is om te zien, laat zich dat nog wel enigszins verklaren. Maar was onze Meursault dan niet meer dan een stille mooie jongen?

Verblindend licht en duisternis 
Hoe het ook zij, Ozon slaagt er ondanks de twijfels die je als ooit jeugdige lezer van de roman aanvankelijk bekruipen gaandeweg steeds beter in om het boek op zijn eigen manier voor je te heropenen. Dat doet hij met zijn keuze voor filmen in zwart-wit, waarmee hij naar eigen zeggen de ambiance wilde herscheppen van Algiers in de jaren dertig van de vorige eeuw, toen veel mensen daar witte of juist uitgesproken donkere kleding droegen. Ook los daarvan vormen in zwart-wit het licht van de felle zon op de schijnbaar paradijselijke stranden nabij de Algerijnse hoofdstad en de donkere tinten die de representanten kunnen zijn van het verbijsterende lot dat de hoofdpersoon wacht een passend, bijna abstract decor.

Bij nader inzien is zelfs welhaast groteske ondoordringbaarheid van Ozons Meursault niet geheel misplaatst bij iemand die evenals de hoofdpersoon in het boek geen voornaam lijkt te hebben. Anders dan de door Mastroianni vertolkte veel te levendige, bijna gezellige Arturo Meursault in Lo Straniero wordt de protagonist van l’Étranger immers consequent eenvoudigweg Meursault genoemd, alsof hij het vleesgeworden naambordje is naast zijn deurbel.

Juist die gebondenheid van dit op het gedepersonaliseerde af neutrale wezen aan zijn woning, die hij uiteindelijk zal moeten inruilen voor een gevangeniscel, is medebepalend voor de opbouw van het verhaal. Belangrijke bijrollen zijn namelijk weggelegd voor zijn buren. Zoals de oude, mopperende Salamano, die een haat-liefdesrelatie heeft met zijn schurftige hond en vooral Raymond Sintès (Pierre Lottin), een souteneur die zich uitgeeft voor magazijnbeheerder in een fabriek en de onverschillige Meursault voor zijn karretje weet te spannen.

Dissonant
Het kan de hoofdpersoon namelijk weinig schelen dat de louche, maar joviale Sintès een onduidelijke relatie heeft met een vrouw, die hij klaarblijkelijk mishandelt. Hij vindt het best om in naam van zijn buurman aan haar een brief te schrijven en een verklaring af te leggen op het politiebureau.

L'Étranger en het absurde bestaan

Tevreden nodigt Sintès zijn nieuwe ‘maatje’ Meursault en diens vriendin Marie vervolgens uit in het strandhuisje van zijn vriend Massin, waar het jonge stel zich de geneugten van zon, zee en strand niet laat ontzeggen. Een zich al eerder aankondigende dissonant begint zich echter steeds scherper af te tekenen. Een groepje Arabieren, waaronder de broer van de door Sintès mishandelde Djemilla blijkt de Franse badgasten naar het strand gevolgd te zijn. Sintès deelt zijn orders uit aan Massin en Meursault, voor als het tot een afrekening mocht komen. Het mes van de broer van Djemilla, het zonlicht dat daarin reflecteert en een revolver die Sintès bij Meursault in bewaring heeft gegeven, zullen uiteindelijk het lot bepalen van Djemilla’s broer en dat van Meursault zelf.

Mysterie
Niet alle handelingen van Meursault die tot zijn uiteindelijke gevangenneming leiden zijn helemaal begrijpelijk. De verklaring voor dat door Ozon terecht in stand gehouden mysterieuze aspect in de roman is vermoedelijk dat het strafproces tegen Meursault niet meer dan een door Camus gekozen constructie was. Als Meursault naar het oordeel van de lezer (of kijker) te schuldig of onschuldig is (dat laatste bijvoorbeeld omdat hij zich onmiskenbaar kan beroepen op zelfverdediging of een tijdelijke psychose), zou een te klassiek rechtbankdrama ontstaan in plaats van het beoogde verhaal over een man die zich tegenover de samenleving verantwoorden moet voor zijn algehele levenshouding.

Toch vult de film L’Étranger de 84 jaar oude roman hier en daar aan. In zowel boek als film gaat het tijdens het proces nauwelijks om Meursaults vermeende misdrijf, maar hoofdzakelijk om zijn gedrag tijdens zijn moeders begrafenis. Nog minder aandacht is er echter voor de slechts als ‘De Arabier’ aangeduide persoon van het slachtoffer van het misdrijf. Ozon geef die broer van Djemilla in navolging van de Algerijnse schrijver Kamel Daoud een naam (Moussa Hamdani) en kent zijn rouwende zuster een iets prominentere bijrol toe. Enigszins tegendraads en nog los van de vereisten van de 21ste-eeuwse politieke correctheid weet de Franse regisseur hiermee de aandacht te vestigen op de fascinerende, maar ook eigenaardige kaalheid van het boek.

Ook actrice Rebecca Marder weet dat te doen door Meursaults geliefde Marie meer tot leven te brengen. Anders dan Anna Karina die in Visconti’s Lo Straniero maar wat heen fladdert om vrolijke Frans Arturo Meursault met zijn diepzinnige voice-overs weet Marder ons deelgenoot te maken van Marie’s toch niet alleen fysieke belangstelling voor die ondoorgrondelijke jongeman Meursault, die uiteindelijk in de meest uitzichtloze situatie de onverbiddelijke absurditeit van het bestaan zal omarmen.

 

24 februari 2026

 


ALLE ESSAYS

Nouvelle Vague

***
recensie Nouvelle Vague
Een vrouw en een wapen zijn voldoende

door Cor Oliemeulen

De geboorte van de Nouvelle Vague in Frankrijk is een van de belangrijkste momenten in de filmgeschiedenis. Met zijn gelijknamige biografie brengt Richard Linklater een nostalgische ode aan de revolutionaire filmbeweging met een reconstructie van de totstandkoming van À Bout de Souffle (1960), dat op een vrije, speelse manier afrekende met de stoffige tradities van de toenmalige cinema. Maar waar de nieuwe beweging durfde te schokken, blijft Linklater binnen de lijntjes kleuren.

Al vanaf de opening van het in stemmig zwart-wit 4:3 beeldformaat geschoten Nouvelle Vague druipt de liefde voor film en de filmgeschiedenis van het scherm. Het culturele leven van het Parijs van 1959 bruist. Een hele reeks figuren van de nieuwe generatie filmmakers verschijnt voor de lens: François Truffaut – verantwoordelijk voor de allereerste film van de beweging, Le Beau Serge (1958) – en Claude Chabrol, maker van de tweede film, Les Cousins (1959). Samen met Éric Rohmer en Jacques Rivette maken zij deel uit van Cahiers du Cinéma, een invloedrijk filmtijdschrift én de broedplaats van de nieuwe generatie filmmakers. Hun boodschap: de regisseur is de belangrijkste creatieve kracht achter een film.

Nouvelle Vague

“Zolang je maar niet acteert”
Jean-Luc Godard (Guillaume Marbeck) noemt zichzelf de enige redacteur van Cahiers du Cinéma die nog niets heeft gepresteerd. Op de redactie pakt hij stiekem wat geld uit een la en rijdt naar het Filmfestival van Cannes voor de première van Truffauts meesterwerk Les 400 coups (1959). Nu moet en zal hij ook een speelfilm maken! Een producent wil hem wel steunen, maar alleen als hij een scenario van Truffaut zal verfilmen. Uiteindelijk krijgt hij toch groen licht voor zijn eigen ideeën – ook al blijft lang onduidelijk waar de film over gaat.

“Voor het maken van een film is een vrouw en een wapen voldoende,” zegt Godard tegen de producent die een “realistische, sexy film noir” voor ogen heeft. Zijn beoogde hoofdrolspeelster  vindt Godard in het gezicht van Jean Seberg (Zoey Deutch), dat hij op de cover van een magazine ziet: “Haar wil ik.” De man met het wapen moet Jean-Paul Belmondo (Aubry Dullin) zijn. De acteur speelde al in een korte film van Godard en stemt meteen toe als zijn vriend hem opzoekt in een boksschool.

De eerste ontmoeting tussen Seberg en Belmondo is de opmaat voor nog meer prettig onheil. De actrice heeft zojuist de opnames van Otto Premingers Bonjour Tristesse afgerond en zegt: “Hierna valt iedere andere regisseur wel mee.” Als ze aan haar tegenspeler vraagt of Godard iets om acteurs geeft, krijgt ze te horen: “Zolang je maar niet acteert.”

Ondoorgrondelijk personage
De productie van Godards eerste speelfilm À Bout de Souffle gaat anders dan iedereen – behalve Godard zelf – zich had voorgesteld. Linklater maakt het gebrek aan script en structuur mooi zichtbaar. Godard schrijft ideeën op papiertjes, Seberg en Belmondo krijgen hun tekst vlak voor het draaien. Vaak is één take genoeg, want de stemmen worden achteraf toch gedubd. De producent wordt met de dag nerveuzer en begrijpt amper wat Godard aan het maken is.

Ook sterk is de uiterst gedetailleerde reconstructie van de filmset en filmwereld van 1959. Linklater duikt niet zozeer in Godards psyche, maar in de energie, speelsheid en chaos waarmee zijn werkwijze ontstond. Godard oogt zelfverzekerd, maar ook ondoorgrondelijk. Die keuze is bewust en begrijpelijk, omdat de figuur Godard – met die eeuwige zonnebril – altijd door een bepaalde geheimzinnigheid werd omgeven.

In Le Redoutable (2017) van Michel Hazanavicius leer je Godard veel beter kennen. Na zijn vroege successen zien we een man vol twijfel, cynisme, zelfspot en toenemend politiek radicalisme. Hij gooit stenen naar de politie tijdens demonstraties en worstelt met zijn relatie. Hier leef je veel meer mee met Godard, en waarschijnlijk komt dat ook omdat Hazanavicius zijn hoofdrolspeler een lichter getinte zonnebril laat dragen, zodat je hem in de ogen – en ziel – kunt kijken.

Nouvelle Vague

De revolutie is een attitude
Nouvelle Vague is een must voor cinefielen en mensen die een goed idee willen krijgen over het ontstaan van À Bout de Souffle (vanaf 11 december in een 4K-restauratie in de bioscoop) – of lees deze reis in de tijd. Hoewel Linklaters film zelden echt sprankelt, blijft de onvoorwaardelijke liefde voor film van begin tot eind voelbaar. En er valt regelmatig te lachen. Bijvoorbeeld tijdens een buitenopname van Godards filmdebuut als de cameraman zich in een postkarretje moet proppen zodat voorgangers niet in de gaten hebben dat er op straat wordt gefilmd. Of het bezoek van de beroemde Italiaanse filmmaker Roberto Rossellini aan de redactie van Cahiers du Cinéma die uitlegt hoe je volgens hem een film moet maken – om bij zijn afscheid nog even wat eten van een schaal te graaien en Godard te vragen of hij geld kan lenen.

Dat À Bout de Souffle vernieuwend werd en de eerste Nouvelle Vague-film met een gigantische impact, had uiteindelijk minder te maken met wat er op de set gebeurde dan met wat er in de montagekamer ontstond. Godard ging knippen binnen de scènes, door middel van ‘jump cuts’, waardoor het lijkt alsof de film ‘haast’ heeft. Richard Linklater toont dat de revolutie niet zit in de technologie, maar in de attitude.

 

27 november 2025

 

 

ALLE RECENSIES

Slocum et moi

**
recensie Slocum et moi
Te lief eerbetoon aan vergeten avonturier

door Ralph Evers

Joshua Slocum was een Canadese zeeman, avonturier en degene die als eerste persoon alleen rond de wereld is gevaren. Jean-François Laguionie brengt met zijn nieuwste film een eerbetoon aan deze vergeten avonturier. 

Slocum et moi opent met de van regisseur Laguionie bekende pasteltinten, potloodtekeningen en schetsmatige proeven van landschappen en decorsetting. Dit alles ondersteund met door Debussy geïnspireerde muziek volgen we een hap uit het leven van de dromerige jongeman François. Zijn vader Pierre, die de bijnaam Slocum krijgt, is een gesloten man, tikje nors, die wanneer diens werk als marketeer voorbij is, zich wijdt aan zijn werkelijke passie: dingen maken, waaronder eenzelfde boot als avonturier Slocum.

Moeder Geneviève komt wat flets uit de verf, daar zij de goedheid zelve is en zowel haar man als zoon in alles steunt en zich gedwee voegt naar haar rol. Het is tenslotte 1949 in Frankrijk. Dit alles geaccentueerd in een dromerigheid die kenmerkend is voor de films van Laguionie. 

Slocum et moi

Geïdealiseerd verleden
Al met al wanen we ons al gauw in een geïdealiseerd verleden, waar de Fransman z’n alpinopetje draagt, iedereen naar elkaar omziet en er een vredigheid heerst die ernstig contrasteert met de bombardementen van enkele jaren daarvoor. Vader Pierre besluit, nadat de toon van de film is gezet, met het bouwen van een boot in zijn achtertuin. Jawel, eenzelfde boot al Joshua Slocum bouwde en de wereldzeeën bevoer.

Geen onvertogen woord van de buren, geen enkel smetje op het huwelijk van ouders, een man wiens energie, tijd en geld gaat zitten in een naïef project. Deze film kent, zelfs tijdens de jazz-tonen, geen enkele dissonant (of het moet de Lovecraftiaanse Kraken zijn, die het bootje van Slocum in een van diens dagboekvertellingen aandoet). 

En die verheerlijking van die goeie ouwe tijd is in deze tijden nog kwalijk ook. Temeer wanneer je alle kleinburgerlijke bekrompenheid uit beeld houdt. Het is dan ook best ironisch dat die goede oude tijd, waar Slocum zich afspeelt, met digitale middelen is gemaakt. Hierdoor gaat evenwel het authentieke, simpele, dat deze film poogt te ademen, binnen de lijntjes verloren.

Slocum et moi

Loslaten
Slocum doet denken aan een herhaling van Louise en hiver, waarin vrijwel dezelfde nostalgie wel werkt. Het is een sfeer die opgeroepen wordt, die raakt aan verlangens die de meesten van ons wel hebben. Een kindertijd die verloren is, een paradijs verloren. Het is tegelijkertijd een beperkt venster dat Laguionie op de wereld laat, waarbij het interessant is hoe gemakkelijk je mee wilt gaan in die idealisering, dat smetteloze, dat dromerige en magisch realistische van een kind.

Edoch, als deze fata morgana al bij de aftiteling knapt, heb je als maker toch iets gemist. Al het paradijselijke morgen- en avondrood en de kinderlijke idylle ten spijt, zou je toch enige wijsheid van de inmiddels 85-jarige Laguionie verwachten.

Maar nee, de door de tijd tot zorgeloze jeugdherinneringen vervormde herinneringen van Laguionies jeugd, doen geen recht aan de kijker. Ze fungeren slechts als behoefte van een oude man die moet gaan loslaten wat nooit perfect was.

 

20 augustus 2025

 

ALLE RECENSIES

Plein Soleil (4K re-release)

****
recensie Plein Soleil (4K re-release)
Alain Delon steelt identiteiten

door Bob van der Sterre

Gezellige vrienden op een terrasje. Dat is wat je denkt van Tom en Philippe. Maar zo simpel is het niet. De een is steenrijk en de ander een identiteitensteler. Hoe lang gaat dat goed? Niet lang, blijkt uit Plein Soleil, de film uit 1960 van René Clement, die nu in 4K-resolutie is verschenen.

Twee keer eerder zag ik Plein Soleil. Toen was me nog niet opgevallen hoe enorm snel deze film wel is… De film begint met een dialoog op een terrasje. Rap gebabbel van drie mannen, een van hen koopt een boek van kunstenaar Fra Angelico, de ander bietst een wandelstok van een blinde en die verkopen ze aan een vrouw met wie ze (samen) kussen in een open koets.

Plein Soleil

Wat een vragen geven deze vijf minuten. Zijn Philippe en Tom vrienden, oplichters, rijkelui, geliefden? Zijn ze uit op relschoppen? En waarom voelt die Tom een beetje raar aan?

Dan zitten ze opeens op een zeilboot, Tom wordt in een balorige actie alleen op zee gelaten, Philippe haalt hem weer op. Ze zetten zijn vriendin Marge af. Dan (let op: spoiler in aantocht…) volgt een bizarre dialoog:

– Dus je vermoordt me en je bent rijk?
– Je mist niets, hè?
– Het lijkt erg ingewikkeld. Je zou meteen gepakt worden.
– Dat hoeft niet. Ik heb veel fantasie.

Wat Tom dan dus prompt doet. Vervolgens moet hij zich in allerlei bochten wringen om bij Philippe’s geld te komen. Hier en daar mensen omleggen en laten verdwijnen, Philippe’s stem en handtekening imiteren, naar de bank gaan, de politie mijden, enzovoort. (Er zitten een paar bizarre scriptwendingen in, bijvoorbeeld hoe de reusachtige tochten van vasteland naar Sicilië in een oogwenk plaatsvinden, maar laten we die maar even met rust.)

Een film die mooi is om te zien
Ja, Plein Soleil van René Clement is een zeer prettige film ‘voor het oog’, met een erg goed passende Alain Delon in de hoofdrol. Hij ziet er gek genoeg meer uit als een gewone Franse acteur dan de superster die hij nog zou worden.

1960 was zijn doorbraakjaar, toen hij ook in Rocco e i suoi fratelli speelde. Twee memorabele rollen. Misschien wel omdat de arrogantie nog moest komen, die hem trouwens ook geen kwaad deed, gezien zijn latere rollen in Le Samurai, Le Cercle Rouge of Mr. Klein. Na een lang en actief filmleven is Delon vorig jaar overleden, bijna negentig jaar.

De intensiteit van de acteurs, vooral Delon, maar ook Maurice Ronet (die grappig wordt geïmiteerd door Delon) past bij het tempo en helpt ook bij de filmervaring.

Regisseur René Clement die dit vastlegde is geen Truffaut of Godard (verwacht van hem geen ‘artistieke fratsen’) maar had wel al vrij sterke films op zijn cv, zoals Monsieur Ripois en Jeux Interdits. Niet raar voor iemand die kennis had opgebouwd als documentairefilmer.

Ook Patricia Highsmith, de schrijfster van The Talented Mr. Ripley – waar de film op is gebaseerd – vond het “very beautiful to the eye and interesting for the intellect”. Alleen vond ze het veranderde einde erg jammer. En of er echt iets homoseksueels in zit (sterke passage als Tom Philippe nadoet in de spiegel) is lastig te zeggen. In films uit die tijd bleef dat in het ongewisse.

Plein Soleil

Warmbloedige Hitchcock
Plein Soleil ziet eruit en werkt als een warmbloedige Alfred Hitchcock-film. Dat is misschien ook niet zo raar, want de scenarioschrijver, Paul Gégauff, werkte ook voor Claude Chabrol, die ook wel bekendstond als ‘de Franse Hitchcock’. Doet dit verhaal je bijvoorbeeld denken aan Chabrols Les Biches uit 1968? Ook die film is een beetje gebaseerd op The Talented Mr. Ripley.

Clement had hierna nog een paar jaar succes, maar na de kostbare misser Paris brûle-t-il? (een film ramvol Amerikaanse en Franse vedettes, toch bliefde niemand het) halverwege de jaren zestig kwam er eigenlijk geen echt goede film meer uit zijn handen. Hij kon zich niet vernieuwen zoals vele anderen dan wel konden in de jaren zeventig.

Nu nóg beter
De film van 1999 en serie van 2024 zijn misschien bekender, maar niet beter. James Berardinelli, een redelijk bekende criticus, vatte het wel goed samen: ‘Almost every aspect of Rene Clement’s 1960 motion picture is superior to that of Minghella’s 1999 version, from the cinematography to the acting to the screenplay.’

Nu dus zelfs in 4K. 4K-films klinkt voor mij altijd als een hype. Fijn hoor, die geweldige kwaliteit (vier keer meer pixels dan in HD) maar als HD al geweldig is, hoe geweldig is dan nog 4 keer geweldiger? Ik heb nog een klein scherm, kijk wel eens dvd, zelfs YouTube als het uitkomt. Ik koester de vlekjes en oneffenheden van het celluloid, het hoort bij film als barstjes in de muur.

Toch snap ik wel waarom CanalPlus koos voor een 4K-restauratie van Plein Soleil. Het is bijna een no-brainer. De film heeft veel actie en een hoog tempo. Het is spannend. Geweldige zomerse beelden van de middellandse zee (letterlijk: de zee). Italiaanse steden, prachtige auto’s, cafés, straten, winkels. De zonnige kleuren spatten van het scherm.

Er zijn vast slechtere films om in 4K-resolutie te kijken.

 

7 juli 2025

 

ALLE RECENSIES

Vingt dieux

***
recensie Vingt dieux
Op zoek naar een bestaansreden

door Bert Potvliege

Films die slagen in hun opzet zitten dwars wanneer die opzet een matige ambitie vertoont. Een boeiende visie of frisse kijk is waar het om zou moeten draaien. Met Vingt dieux brengt debutante Louise Courvoisier een geslaagde en publieksvriendelijke coming of age-film, maar de afwezigheid van originaliteit en enig zin voor risico is een verarming.

Met de Youth Prize op het filmfestival van Cannes op zak mag filmmaakster Courvoisier met geheven hoofd haar langspeeldebuut presenteren. Nauwelijks 31 jaar oud en met slechts twee kortfilms onder de arm is ze erin geslaagd zichzelf te lanceren als een naam om in de gaten te houden. Met Vingt dieux neemt ze de kijker mee naar haar heimat, waar ze inzoomt op enkele sombere figuren zoals ze er ongetwijfeld vele kende in haar jeugdjaren.

Vingt dieux

Met gemak naar een eindmeet
Clément Faveau speelt de 18-jarige Totone, zoon van een kaasboer in het Franse Bourgogne. De jongeman slijt zijn dagen met optrekken met de vrienden, meisjes versieren, sigaretten roken en te veel bier drinken – een iets te evidente karakterschets van adolescentie. Na het overlijden van zijn vader, dat uit het niets komt en de plot in gang moet steken, moet Totone zorg dragen voor kleine zus en de zaak van vader overnemen. Hij ziet zijn kans schoon om wat broodnodig geld te verdienen met een kaaswedstrijd maar hiervoor steelt hij goede melk bij een jonge boerin. Op een vermakelijke negentig minuten onderzoekt Courvoisier hoe dit verloren jong schaap een goede vriend, partner, voogd en zaakvoerder wordt. Kortom: Totone wordt stap per stap een man.

Vingt dieux is een geslaagd portret waarbij de cineaste een op zich geloofwaardige karakterschets verbeeldt en een fraai beeld schetst van haar milieu. De cast bestaat uit niet-professionele acteurs, wat de waarachtigheid van de schets verhoogt en nergens valt iemand door de mand. Faveau zet een degelijke hoofdrol neer. De jongeman heeft een engelachtige uitstraling die doet denken aan Eden Dambrine (Close), maar toont tegelijkertijd een jeugdige furie zoals die van Anthony Bajon in La prière. Maïwene Barthelemy levert een charmante bijrol als boerin Marie-Lise en ook de vrienden van Totone doen onvervalst aan. Dit leidt tot een oprechte empathie van de kijker voor de lotgevallen van onze weifelende protagonist en zijn leeftijdsgenoten.

Goedkoop succes
Op stilistisch vlak perst Courvoisier er een breedbeeldfilm uit die een aantrekkelijke, zomerse ontspanning ademt. Het lijkt alsof de keuze voor deze sfeer een gevolg is van haar geromantiseerde kijk op haar opgroeien. De sociaal-realistische dimensie van haar vertelling vertaalt zich – gelukkig – niet in een sombere grauwheid. De film is aangenaam om te zien en getuigt van een professionele enscenering, wat soms kan sputteren in een debuut waarbij de beginneling op zoek is naar een eigen stem. De regisseuse levert een debuut af dat werkt.

Maar wat ze etaleert in professionalisme, ontbreekt haar in creativiteit. Courvoisier brengt het verhaal van een egoïstische losbol die door barre omstandigheden verantwoordelijk leert zijn. Dit is een karakterschets en een kentering met weinig om het lijf. Je kan gerust zeggen dat er een waarheid schuilt in dergelijke typering – het zijn platgetreden paden voor een reden – maar het is geen verhaalconstructie die de aandacht verdient. Die plot werd reeds kapot verteld in duizend gelijkaardige films. Dat deze hier met succes herkauwd wordt, leidt nauwelijks tot een meerwaarde.

Vingt dieux

Clichés in het DNA
Het Bourgondië dat in de film aan bod komt, spookt duidelijk in het DNA van de cineaste. Je voelt haar haat-liefdeverhouding met het Frankrijk waarin ze opgroeide. De nostalgische kijk toont hoe haar thuis haar na aan het hart ligt, maar ze grijpt evenzeer kansen om de mistroostigheid ervan onder de aandacht te brengen: de dronken figuren, de stoerdoenerij, de mannenwereld die het is. Allemaal best, maar de frisse ideeën ontbreken. De verbeelding van dit milieu toont torenhoge clichés want elke creatieveling die een kleingeestig plattelandsbestaan ontvlucht, kijkt erop terug met minachting en koestering door elkaar. Dat is bij Courvoisier niet anders.

Een ander voorbeeld om de gebrekkige originaliteit te schetsen: er zit zowaar een montagescène in de film – een snedige song lijmt een aantal losse beelden bijeen tot een scène waarin de tijd snel vooruitgaat en we de personages vooruitgang zien boeken (in elke Rocky-film zit een montagescène waarin Stallone zich klaarstoomt voor het finale gevecht). In de montagescène van Vingt dieux zien we Totone beter worden in het maken van kaas, we zien hem een meelevende surrogaatvader worden voor kleine zus en we zien hem zijn nieuwe liefje graag zien. Een kijker met enige feeling voor deze bij de haren getrokken filmtechnische ingreep kan het hier gerust op een schaterlachen zetten. Het is functioneel maar bespottelijk.

Vingt dieux is een film voor mensen die weinig cinema kijken. Dat publiek zal zich heus wel vermaken. Wij voelden ons enkel in tune met het beeld van de jonge snaak die op de brommer snort, met een kaasbol op de rug gegespt, langs de zonovergoten weilanden vol koeien. Dat is nostalgische romantiek.

 

1 april 2025

 

ALLE RECENSIES

Belle de Jour (4K re-release)

****
recensie Belle de Jour (4K re-release)
Fatsoenlijke vrouw met verborgen verlangens

door Cor Oliemeulen

Belle de Jour vertelt het verhaal van een getrouwde vrouw die stiekem overdag in een bordeel gaat werken om haar verborgen verlangens te bevredigen. De gelijknamige roman van Joseph Kessel uit 1928 was vooral bijzonder vanwege de psychologische diepgang. Een kolfje naar de hand van de Spaanse filmmaker Luis Buñuel, die het boek in 1967 verfilmde en ooit zei: “Seks zonder zonde is als een gekookt ei zonder zout.”

Onderdrukte seksuele verlangens, veroorzaakt door de katholieke kerk, is een duidelijk thema in het werk van Luis Buñuel, de vader van het filmsurrealisme. Al in 1930 maakte hij, met scriptbijdragen van Salvador Dalí, het omstreden L’Age d’Or, waarin een man zo hopeloos is aangetrokken tot een vrouw dat alle sociale normen van die tijd werden ondermijnd.

Belle de Jour

Masochistische fantasieën
Belle de Jour
– nu opnieuw in de bioscoop als 4K-restauratie – is veel subtieler, maar het thema blijft hetzelfde: Séverine (Catherine Deneuve) onderdrukt haar seksuele verlangens binnen haar burgerlijke, schijnbaar perfecte huwelijk met de rijke chirurg Pierre (Jean Sorel). Zij houdt van hem, maar vermijdt fysieke toenadering. In een heel korte scène van Séverine als kind in bijzijn van een werkman wordt een mogelijk jeugdtrauma gesuggereerd, zonder dat misbruik wordt benoemd. Alsof voor de volwassen Séverine intimiteit gepaard gaat met onderwerping en geweld.

Buñuel portretteert een vrouw die balanceert tussen verlangen en angst, en gebruikt hiervoor surrealistische droombeelden. Al in de openingsscène zien we hoe Séverine door Pierre uit een koets wordt getrokken en door twee van zijn vrienden wordt vastgebonden en afgeranseld. Dit soort masochistische fantasieën suggereren dat haar verlangens diep onderdrukt zijn en alleen op een gecontroleerde manier tot uiting kunnen komen, door (dag)dromen én door te gaan werken in een bordeel.

Séverine wordt op dat idee gebracht tijdens een samenzijn met vrienden op een wintersportvakantie. De antiburgerlijke rokkenjager Henri (wie anders dan Michel Piccoli) vertelt over een welgestelde vrouw die in het geheim in een bordeel zou werken. Niemand verwacht zoiets, want wat heeft een vrouw te klagen als je alles hebt wat je hartje begeert? Toch gaat bij Séverine steeds meer de nieuwsgierigheid overheersen. We zien hoe deze mooie, elegante Parisienne, onberispelijk gekleed in haute couture van Yves St. Laurent en bedekt achter een zonnebril, informeert in een bordeel. Eerst rent ze verschrikt weg, maar uiteindelijk kan ze zich niet meer verzetten tegen het werken in het bordeel om haar seksuele angsten en verlangens te begrijpen en accepteren. Tegelijkertijd is zij bang dat haar dubbelleven zal worden ontdekt, zeker nadat een jonge bezoekende crimineel Séverine obsessief begint te claimen.

Belle de Jour

Vrij of gevangen?
Met zijn contrasten tussen elegantie en decadentie, biedt Parijs de perfecte setting voor dit morele psychologische drama. De stad weerspiegelt Séverine’s innerlijke conflict: van de ene kant de ordelijke, traditionele wereld van haar huwelijk en sociale status, aan de andere kant de verborgen, zondige onderwereld. Ondanks het thema is Belle de Jour uiterst kuis gefilmd. Van zichtbare seks is geen sprake, en Catherine Deneuve is slechts een paar keer heel even met onbedekte achterkant te bewonderen.

De toeschouwer van toen – maar ook nog ruim een halve eeuw later – kan na het kijken van Belle de Jour bepalen in hoeverre Buñuels oogstrelende meesterwerk een feministische film is. Buñuel zelf was zeker geen uitgesproken feminist, hij was allereerst een criticus van de bourgeois moraal en de hypocrisie rondom seksualiteit. Zijn film is geen aanklacht tegen het patriarchaat, maar werpt vragen op over vrouwelijke begeerte en maatschappelijke verwachtingen. Heeft Séverine uiteindelijk haar vrijheid gevonden, of blijft ze gevangen in een mannelijke fantasiewereld?

 

5 februari 2025

 

ALLE RECENSIES

Monsieur Aznavour

***
recensie Monsieur Aznavour

‘Als ik stop, ben ik dood’

door Jochum de Graaf

Hij zat meer dan 70 jaar in het vak, verkocht 180 miljoen albums, gaf 17.000 optredens over de hele wereld en nam 1200 songs op (waarvan ongeveer duizend zelf geschreven), uitgevoerd in 9 talen. In het jaar waarin Charles Aznavour honderd zou zijn geworden, wordt Monsieur Aznavour uitgebracht. Een boeiende biopic die toch een beetje last heeft van de veelheid aan informatie over dat lange leven van de grootste chansonnier die de wereld gekend heeft.

Bij de aftiteling zien we in een reeks flitsen het leven van de echte Charles Aznavour voorbij trekken. Bijzonder opvallend in die beelden van concerten, prijsuitreikingen, publieke optredens en wat al niet meer is het enorme charisma dat hij had.

Hoofdrolspeler Tahar Rahim (Un Prophète) heeft dat charisma een stuk minder, al doet hij erg goed zijn best in het imiteren van de gebaartjes. Maar die stem, die blijft onbereikbaar. Hij laat goed de welbespraakte, brutale, eerzuchtige kant van Aznavour zien. Maar zijn andere kant – de grote onzekerheid, het minderwaardigheidscomplex van die ‘kleine man, 1 meter 60, met die hese stem’ zoals Charles zelf zei – blijft onderbelicht. Naar verluidt gaf de meester zelf kort voor zijn dood zijn zegen aan het project en hielden zijn zonen Mischa en Nicolas toezicht op het scenario. Aznavour wordt braver en charmanter afgeschilderd dan hij in werkelijkheid was.

Monsieur Aznavour

Opvallende details
Toch is Monsieur Aznavour geen beroerde film. Dat ligt met name aan de sterke enscenering en de montage met aandacht voor opvallende details bij de belangrijke gebeurtenissen uit het leven van Charles Aznavour die min of meer chronologisch aan het oog voorbij trekken. Beelden van de Armeense genocide (1917), de grote groepen vluchtelingen, scènes uit het migrantenbestaan van de familie Aznavourian in Parijs leveren een indringende achtergrond voor zijn levensverhaal. Het opgroeien in armoede, vader Micha die op zeker moment zijn gouden tand verkocht om een uitgewoonde kamer voor het hele gezin te kunnen huren. Het restaurant waar Charles, gespijbeld van school, al op zijn negende tussen de bedrijven door optreedt. Het broeinest van verzet van datzelfde restaurant, schuilplaats voor Joden, die aan papieren voor hun verdere vlucht worden geholpen. Later in de film de emotionele scène van Charles met zus Aida wanneer ze, in 2017, het bericht ontvangen dat de Israëlische regering hen de Raoul Wallenberg Award daarvoor toekent.

Er is genoeg persoonlijk drama in Aznavours leven. Hij trouwde drie keer; de film belicht met name zijn relatie met de twintig jaar jongere Zweedse Ulla Thorsell, zijn nog steeds levende weduwe. Eind jaren vijftig wanneer hij al redelijk beroemd is in Frankrijk wordt hij geconfronteerd met een buitenechtelijke zoon van acht, Patrick. Aznavour weigert in eerste aanleg mee te betalen aan de opvoeding, maar bouwt later een goede band met hem op. De zelfmoord van Patrick na overmatig drugsgebruik veroorzaakt een levenslang trauma.

De muzikale carrière die aanvankelijk met ups en downs gepaard ging. Weliswaar speelt hij op zijn negende al in een film en een toneelstuk, rond zijn twintigste als hij met zijn vriend en pianist Pierre Roche engagementen in de provincie probeert binnen te slepen, is het hard sappelen. Het publiek in de nachtclubs waar ze als entr’acte optreden dat begrijpelijk meer aandacht heeft voor de schaars geklede danseressen. Aznavour die in recensies op zijn Armeense afkomst wordt afgerekend, opmerkingen over zijn neus, kwalificaties als ‘zigeuner’ en ‘Quasimodo’.

Doorbraak
Aznavours eerste grote doorbraak is eind jaren veertig wanneer Edith Piaf, dan al een grote ster, hem en Roche vraagt als voorprogramma en hen meeneemt op tournee door Frankrijk en de VS. Piaf, die net als hij van ver moest komen en zijn toegang is tot de opbloeiende chansoncultuur in het Parijs van de jaren vijftig en zestig, met artiesten als Charles Trennet, Gilbert Becaud; later ontmoet Aznavour de jonge Johnny Halliday. Aznavour schrijft dan al grotendeels zijn eigen repertoire, bestudeert Franse klassiekers om zijn teksten te verbeteren. Hij wil elke dag een chanson schrijven en zingen ‘tot mijn strot scheurt’. Hij wil een solocarrière starten en breekt op instigatie van Piaf met Roche. ‘Om te zingen heb je een zuivere stem nodig’, zegt ze ‘en de jouwe is onzuiver’. Aznavour zet door en mede door haar adviezen ontwikkelt hij dat onderscheidende unieke hese stemgeluid dat hem wereldfaam verschaft.

Na de breuk met Piaf neemt hij zijn carrière in eigen hand, daarbij soms grote risico’s nemend zoals het boeken van de Carnegie Hall in ‘63, ondanks het feit dat hij geen grote nummer 1 in Amerika had. Bij de onderhandelingen stelt hij dat hij net zo lang doorgaat tot hij minstens eenzelfde gage krijgt als Frank Sinatra, wat hem jaren later lukt.

Nog weer jaren later wanneer hij al op hoge leeftijd is en alle grote podia ter wereld van binnen en van buiten gezien heeft, geeft hij zijn levenslange vriend en manager Levon Sayan de opdracht om in alle grote hoofdsteden nog eens de grootste en mooiste concertzaal af te huren. Er volgen nog vele lange soms door ziekte onderbroken maar steevast stijf uitverkochte afscheidstournees. ‘Als ik stop, ben ik dood’, is zijn credo. Dat was op 1 oktober 2018 het geval, Aznavour werd 94.

Monsieur Aznavour

Soundtrack
Regisseurs Mehdi Idir en Grand Corps Malade (alias van slam-zanger Fabian Marsaud), zelf afkomstig uit de muziekwereld, kozen voor een filmische bloemlezing uit het lange, rijke leven van Aznavour. Met de soundtrack, een verfijnde keuze van grote hits als She, La Bohème, Les Deux Guitares, Hier Encore, Idiote, Je t’aime, The Old Fashioned Way, La Mamma, uit het immense repertoire zit het wel goed. Mooi detail nog, de beelden van Aznavour in de weer met de toen hypermoderne 16 mm-camera die hij eind jaren veertig van Edith Piaf kreeg, die hij op al zijn reizen met zich mee sleepte. Marc di Domenico maakte er in 2021 nog een film over: Aznavour, le Regard de Charles.

Maar dat Aznavour ook nog in pakweg tachtig films speelde wordt nauwelijks aandacht aan besteed. Zijn activisme voor de Armeense zaak, zijn steun aan de lhtbi-gemeenschap en zijn uitspraken tegen de opkomst van het Front National van Le Pen blijven goeddeels buiten beschouwing. En dat is misschien maar goed ook, want afgezien hiervan hebben de regisseurs met veel details al heel veel willen vertellen, waar je allengs een beetje moe van wordt.

Uitkomst is dat Monsieur Aznavour een mooi gefilmd maar door de vele gedetailleerde verwikkelingen een wat vlak eerbetoon is aan een van de grootste iconen uit de moderne muziekgeschiedenis.

 

11 december 2024

 

ALLE RECENSIES

Maria

***
recensie Maria
Het droevige lot van Maria Schneider

door Cor Oliemeulen

Veel filmliefhebbers vinden de rol van Marlon Brando in Last Tango in Paris (1972) zijn beste vanwege het intense acteren. Dit erotische drama van Bernardo Bertolucci veroorzaakte destijds een schandaal, vooral door de zogenaamde ‘boterscène’. Brando’s tegenspeelster, Maria Schneider, zou de rest van haar leven worden achtervolgd door deze scène.  

De Franse filmmaakster Jessica Palud zei na de première van Maria (internationaal uitgebracht onder de titel Being Maria) tijdens het filmfestival van Cannes dat ze besloot om deze film te maken vanwege haar eigen ervaringen op de filmset. Toen ze actief was als assistent voor verschillende films zag ze hoe acteurs en actrices op de set vernederd werden. Opvallend genoeg was haar eerste job voor een andere omstreden film van Bertolucci, The Dreamers (2003), waarin onder meer een incestueuze relatie tussen een tweelingbroer en –zus wordt gesuggereerd. Jessica Palud was toen 19, dezelfde leeftijd als toen Maria Schneider haar eerste hoofdrol speelde in Last Tango in Paris.

Maria

Familie
Even in het kort de inhoud van laatstgenoemde film. Een Amerikaanse man van eind veertig (Brando) en een Française van ongeveer twintig (Schneider) ontmoeten elkaar in een appartement in Parijs dat ze allebei willen huren. Er ontstaat een onstuimige liefdes/seksrelatie waarin ze elkaars namen niet delen. De man heet Paul, die zojuist zijn vrouw heeft verloren aan suïcide. De jonge vrouw die hij ontmoet, heet Jeanne. Zij voelt in deze relatie meer passie dan bij haar huidige minnaar. Hoe afstandelijk en woedend Paul soms ook is, Jeanne voelt voor het eerst dat iemand haar echt nodig heeft.

Het biografische filmdrama Maria is gebaseerd op het boek My Cousin Maria Schneider van Vanessa Schneider. Jessica Palud bewerkte het tot een scenario in twee delen: Maria Schneiders leven vóór en ná de beruchte boterscène. De jonge Maria (Anamaria Vartolomei) woont bij haar moeder, wiens achternaam zij draagt. Maria’s vader is een acteur, die ze voor het eerst ontmoet als hij een film aan het opnemen is. Maria’s moeder is boos en jaloers, en gooit haar dochter de woning uit. Van haar vader hoeft Maria ook niet veel te verwachten.

Boter
Na enkele bijrolletjes wordt Maria gevraagd voor de rol van Jeanne in Last Tango in Paris. Net als zovelen kijkt ze op tegen acteerlegende Marlon Brando (een aardige rol van Mat Dillon). Ze weet dat het gaat om ‘een intense fysieke relatie’. We zien hoe ze tussen de opnamen door goed overweg kan met Brando en bewondert zijn vakmanschap. “Ik was gisteren onder de indruk van het eind van de scène toen je moest huilen. Het leek zo echt”, zegt Schneider. “Het wás echt”, reageert Brando.

De sfeer verandert als de beruchte scène wordt opgenomen. Zoals vaker wijkt Bernardo Bertolucci op het laatste moment van het script af, maar dit keer vertelt hij dat tegen Marlon Brando en niet tegen Maria Schneider. De regisseur wil een authentieke reactie van zijn actrice. De scène begint als Jeanne het appartement binnenkomt. Paul zit op de grond te ontbijten. Ze praten. Dan trekt hij haar naar zich toe, draait haar op haar buik en trekt haar broek naar beneden. Hij pakt een klont boter, smeert die op haar billen en verkracht haar anaal. Jeanne stribbelt tegen en begint te huilen. Na afloop zien we dat ook een vrouwelijk crewlid moet huilen, sommige anderen ogen geschokt. Brando probeert Jeanne te troosten. “Het is maar een film”, zegt hij.

Maria

De verkrachting is inderdaad gesimuleerd, toch voelt het voor Maria alsof ze daadwerkelijk is verkracht, door twee mannen: Bertolucci en Brando. Nadat de film in première is gegaan, wordt Maria in een klap beroemd. Als ze samen met haar vader in een restaurant zit, snauwt een vrouw haar toe: “Je bent een schande voor Frankrijk!” De film wordt in Italië en enkele andere landen verboden. Maria’s vader vindt dat elke publiciteit goede publiciteit is, en complimenteert zijn dochter dat zij veel sneller bekend is dan hij dat werd.

Aanklacht
Vanaf hier volgt Maria de langzame ondergang van het titelpersonage. Ze raakt verslaafd aan heroïne en alcohol, wordt zwaar depressief en komt in een kliniek terecht. Ondanks haar erbarmelijke toestand verschijnt ze in films van makers, die haar niet slechts als lustobject willen neerzetten. Zodra er wordt afgeweken van het script, trekt Maria de grens. De film maakt pijnlijk duidelijk dat Maria Schneider tot aan haar dood zal worden geassocieerd met die ene scène, waar ze onvrijwillig bij betrokken raakte. Ze heeft het kennelijk nooit weten te verwerken.

Niet alleen het boek van haar nichtje Vanessa, maar ook documentaires en interviews belichten meerdere aspecten van Maria Schneiders leven. Jessica Palud beperkt zich voornamelijk tot een aanklacht tegen de filmindustrie die ruim een halve eeuw na Last Tango in Paris nog steeds wordt gedomineerd door mannen. De rol van Anamaria Vartolomei roept herinneringen op aan een intrigerende actrice die een mooier lot had verdiend.

 

1 oktober 2024

 

ALLE RECENSIES

Daaaaaalí!

***
recensie Daaaaaalí!
Dromen in dromen, films in films, films in dromen en dromen in films

door Cor Oliemeulen

Een journaliste wil de extravagante kunstenaar Salvador Dalí interviewen, maar steeds gaat hun afspraak op het laatste moment niet door. Quentin Dupieux voegt met Daaaaaalí! een heerlijke onzinkomedie toe aan zijn absurdistische universum.

De meeste mensen kennen Dalí van De volharding der herinnering met de beroemde gesmolten klokken. In de openingsscène brengt Dupieux een minder bekend schilderij tot leven: een piano in een woestijn waar water uit stroomt. Vreemd, suggestief en typisch surrealisme – de kunststroming waarmee Dalí beroemd werd.

Daaaaaalí!

Bakkersvrouwtje wordt journalist
We maken kennis met Judith (Anaïs Demoustier, eerder te zien in Dupieux’ Incroyable mais vrai en Fumer fait tousser). Ze vertelt dat ze haar baan als apotheker heeft opgezegd en journalist wil worden. Gedurende de film wordt ze consequent aangesproken als ‘bakkersvrouwtje’. In een hotel wacht ze op Dalí voor een interview. Na een eindeloze wandeling door een lange gang – ondertussen mopperend op de lelijke architectuur – draait Dalí meteen om zodra blijkt dat er geen camera is. Judith blijft het proberen, maar zonder succes.

Dalí spreekt Frans met zwaar Spaans accent. Opvallend: hij wordt gespeeld door zes verschillende acteurs (elke “a” in de titel staat voor een andere Dalí), onder wie Gilles Lellouche en Jonathan Cohen. Dat werkt verrassend goed, vooral door de mimiek en tics van Cohen. Samen vormen ze eerder een speelse ode dan een karikatuur.

Monty Python en Luis Buñuel
Zoals volgers van Dupieux gewend zijn, is de storytelling op zijn zachtst gezegd een tikkeltje onconventioneel. De pogingen om Dalí te interviewen draaien uit op een loop: dromen in dromen, films in films, films in dromen en dromen in films.

Geholpen door de aanstekelijke, jolige soundtrack van Thomas Bangalter (de ene helft van Daft Punk) zijn alle typeringen en lolligheden gedurende de looptijd van 67 minuten prima vol te houden. Sterkere scènes wisselen af met minder sterkere scènes, regelmatig geïnspireerd door het Britse gezelschap Monty Python. Zoals de eindeloze hotelgang, Dalí die op duiven schiet, en een bizarre hondenregen.

Daaaaaalí!

Ook de invloed van Luis Buñuel is duidelijk. Hij maakte met Dalí in 1929 de surrealistische film Un chien andalou, beroemd om de schokkende oogscène. Surrealisme was toen een aanval op burgerlijke zekerheden – iets wat Dupieux nog steeds graag doet..

Unieke filmauteur
In Daaaaaalí! verschijnt ook een priester die tijdens een diner met levende wormen een droom vertelt. Dat doet denken aan Buñuels Le charme discret de la bourgeoisie, waarin een etentje steeds mislukt door vreemde gebeurtenissen en dromen de realiteit verstoren.

Die ontregeling zie je ook bij Dupieux. Noem het surrealisme, absurdisme, of gewoon zijn eigen stijl – hij laat zich niet in hokjes plaatsen. Met zijn verstoring en ontregeling van de filmkijker, maar vooral door zijn eigenzinnige vorm van humor is hij volstrekt uniek tussen de laatste filmauteurs van de hedendaagse Franse cinema.

 

20 augustus 2024

 

ALLE RECENSIES