Movies that Matter 2021 – De nos frères blessés

Movies that Matter 2021 – De nos frères blessés:
Verrader of vrijheidsstrijder?

door Jochum de Graaf

Het Movies that Matter Festival wordt dit jaar online gehouden (lees hier hoe alles werkt) van 16 tot en met 25 april met dertig premières en een aantal verdiepingsprogramma’s. De Algerijnse oorlog (1954-1962) is een zwarte vlek in de Franse geschiedenis, een periode waarin de staat zijn toevlucht nam tot moorden en willekeurig geweld tegen Algerijnen.

Tijdens die oorlog was Fernand Iveton was een van de weinige zogenaamde pieds noirs, Algerijnen van Franse of andere Europese komaf, die zich aan de kant van de onafhankelijkheidsstrijd schaarden. Vanwege het plaatsen van een bom (die voor ontploffing werd ontdekt) in de elektriciteitsfabriek waar hij werkte, zonder slachtoffers te willen maken, werd hij in 1956 opgepakt, ter dood veroordeeld en onder de guillotine onthoofd.

De nos frères blessés

Hartstochtelijke liefde
De nos frères blessés is gebaseerd op het gelijknamige boek van Andras Joseph, dat in 2016 met de prestigieuze Prix Goncourt werd bekroond. Met subtiele wisselingen van tijd en perspectief en een mooi sepia van jaren vijftig-kleuren brengt regisseur Hélier Cisterne het drama indringend in beeld. De daad van Iveton, zijn veroordeling en de voltrekking van het vonnis mogen dan een grote rol vervullen, de hartstochtelijke liefde tussen Fernand (Vincent Lacoste: Journal d’une femme de chambre) en zijn vrouw Hélène (Vicky Krieps: Phantom Thread) vormt het hart van de film.

Ze ontmoeten elkaar op een dansavond in Parijs, waar Hélène, een uit Polen afkomstige zelfstandige en alleenstaande moeder, danig onder de indruk raakt van de danskwaliteiten van Fernand, korte tijd over uit Algiers. Ze vormen niet de meest voor de hand liggende combinatie, onderweg naar haar huis raken ze in een verhitte discussie over het communisme. Voor Fernand met zijn ervaringen in thuisland Algerije staat dat gelijk aan verzet. Hélène stelt het als Poolse immigrante echter gelijk met onderdrukking. Ondanks hun grote verschillen worden ze smoorverliefd, zozeer dat Hélène Fernand volgt naar Algerije met haar puberzoon.

De nos frères blessés

Gevecht voor zijn leven
Terwijl ze samen een nieuw leven opbouwen, wordt Fernands betrokkenheid bij het (gewapende) verzet in Algerije steeds sterker. Wanneer hij opgepakt wordt, komt hun nog prille geluk volledig op zijn kop te staan. Hélène is plotseling de vrouw van een ‘verrader’ geworden, ze weigert Fernand aan zijn lot over te laten en gaat met allerlei acties, petities, amnestieaanvragen het uiteindelijk vergeefse gevecht aan voor zijn leven. Daarmee is Hélène net zo goed hoofdpersoon als Fernand, niet zozeer als ‘sterke vrouw achter de man’, maar veeleer als iemand die resoluut naast hem gaat staan.

Bijzonder perspectief krijgt de film met het openingscitaat van de voormalige Franse president François Mitterrand: “Algerije is Frankrijk. En wie van jullie zou er niet alles aan doen om Frankrijk te beschermen?”. Op de aftiteling lezen we dat hij als minister van justitie verantwoordelijk was voor niet minder dan 45 executies, allemaal Algerijnse onafhankelijkheidsstrijders. Op één na: Fernand Iveton. Dat maakt van De nos frères blessés een nauw verholen aanklacht tegen de man die tegenwoordig wordt beschouwd als een van Europa’s belangrijkste staatslieden van de 20ste eeuw.

Online te zien dinsdag 20 april 17.00 uur en zaterdag 24 april 01.00 uur.

 

19 april 2021

 

Movies that Matter 2021 – Quo Vadis, Aida
Movies that Matter 2021 – Advocaten zelf slachtoffer
Movies that Matter 2021 – Kunst in gevangenschap
Movies that Matter 2021 – De nos frères blessés
Movies that Matter 2021 – Finale

 
MEER FILMFESTIVAL

De bruit et de fureur

****
IFFR Unleashed – 2003: De bruit et de fureur
Eros en Thanatos

door Ralph Evers

De bruit et de fureur (1987) van Jean-Claude Brisseau is overrijp aan Bijbelse symboliek en maatschappelijke keuzen. De strijd tussen het goede en het kwade, orde of chaos, het schone of het lelijke, het komt in velerlei gezichten terug tegen een decor van een sociaal drama.

Blood hath been shed ‘ere now, i’ the olden time, ‘Ere human statute purged the gentle weal”, Macbeth, Shakespeare. Met dit citaat opent de film. Bloed is vergoten hier nu, in de oude tijd, Hier is het menselijke statuut op zachte wijze gezuiverd. Macbeth, een verhaal van verval en tirannie. Wat zal deze film ons brengen?

De bruit et de fureur

Troost
We bevinden ons in een voorstad van Parijs, midden jaren 80, waar de door zijn ouders in de steek gelaten Bruno (13) een onderkomen zoekt in een anonieme flat. Hij wandelt met zijn koffer en vogelkooi met kanarie Superman de flat binnen waar de lift niet werkt en een kwajongen deurmatten in de fik steekt. Wie verhaal komt halen bij diens vader krijgt geweld als antwoord. Het appartement waarin Bruno zijn intrek neemt, is opgeleukt met een welkomstvlag van moeder, maar ademt vooral leegte en kilte.

De enige troost voor Bruno naast Superman is een mysterieuze engelachtige verschijning die in koel blauw licht ‘s avonds in zijn appartement tevoorschijn komt. Zij lijkt in haar naaktheid een ongewone tederheid, vrijheid en een droom van vrijheid te tonen. Kwetsbaarheden waar in de zielloze nieuwe omgeving van Bruno geen plek is. Naarmate de film vordert, zal het de kijker opvallen dat het gewone leven, zelfs de idee van een stad met haar winkeltjes, drukke straten en levendigheid absent blijken.

De tweede belangrijke plek waar deze film zich afspeelt is in de klas. Hier raakt Bruno bevriend met met Jean-Roger Rophy. De jongen die we in het begin deurmatten in de fik zagen steken, blijkt in de klas degene die chaos sticht en ermee wegkomt. Diens vader is al weinig beter, want hij dreigt met geweld naar medeflatbewoners en diens oom in huis verdrijft de verveling met geweerschoten. Jean-Roger neemt Bruno op sleeptouw met tal van kwajongensstreken, die al gauw van kwaad tot erger gaan.

Wereld zonder sturing
De weinigen die een rem hierop kunnen zetten zijn afwezig (ouders), niet opgewassen tegen zijn brutaliteit (de lerares), onverschillig en onmachtig (de schoolleiding die de situatie bagatelliseert en de sociale werker die met de dood wordt bedreigd) of gewoon uit slechter hout gesneden (de vader van Jean-Roger). Een wereld zonder ouderlijke sturing en grenzen lijkt misschien wel vrij en cool, maar ontaardt in een geweldsorgie. De tegenhanger van deze bandeloosheid is Superman, die in het kooitje rondfladdert en door Bruno gekoesterd wordt . Wanneer Superman weet te ontsnappen, verschijnt de mysterieuze vrouw, ditmaal met roofvogel op haar schouder, die hem zijn kanarie teruggeeft. De tekenen zijn helder.

De bruit et de fureur

Zo zit de film boordevol verwijzingen en symbolen, die een genot zijn voor een goed nagesprek. Zou de relatie tussen Jean-Roger en zijn oudere broer Thierry – diens tegenhanger omdat hij wel onderdeel van de maatschappij wil zijn, hetgeen vader afdoet als kiezen voor een leven van slavernij – zijn te interpreteren als het verhaal van Kaïn en Abel? Hoe vader zich ook opstelt, Thierry blijft waardering zoeken. We komen ook het symbool van de omkering tegen: de politie die zich terugtrekt en jeugdgangs die geleid worden door vrouwen die mannen onder druk zetten. De gekooide vogel en de vrije roofvogel spreken voor zich. Door de symboliek, beeldtaal en verwijzingen heen wordt duidelijk dat Jean-Claude Brisseau zich etaleert als maatschappijcriticus.

Anarchie
Hoewel de film met zijn eighties-look gedateerd aanvoelt, is deze aan de andere kant nog altijd actueel. De meeste karakters kenmerken zich door gebrek. Gebrek aan moreel besef, gebrek aan basale kennis van de wereld, gebrek aan gezag, grenzen en orde geleid door dierlijke instincten. Hierin klinkt door een echo van Dostojevski’s Gebroeders Karamazow: ‘als God dood is, is alles geoorloofd’.

In zo’n nihilistische context sluit de film af in een geweldsorgie, die werkelijke catharsis ontbeert. Waarmee de regisseur maar wil zeggen dat grenzeloze vrijheid misschien wel bevrijdend en zelfs cool lijkt, maar uiteindelijk tot anarchie en totalitarisme leidt. Dit laatste wordt een aantal maal met sprekende voorbeelden naar voren geschoven in De bruit et de fureur. Totalitarisme is niet alleen het kwaad van enkele potentaten, maar ook het wegkijken van diegenen die een verschil hadden kunnen maken en het kwaad daarmee vrij spel geven. Zoals de schoolleiding die het gevaar van Jean-Roger bagatelliseert en de lerares niet bijvalt. Een vader die de problemen in zijn gezin en wereld met geweld poogt op te lossen en dit – daar is de omkering weer – op een harde, doch ironische, wijze moet bekopen.

In de liefdeloze wereld van Bruno lijkt er uiteindelijk maar één zuivering mogelijk, in de hoop dat er een plek komt waar wel medemenselijkheid te vinden is.

Deze film is bij het jarige IFFR online te zien tot en met 26 mei 2021.

14 april 2021


ALLE RECENSIES 50 JAAR IFFR

Sans soleil

***
IFFR Unleashed – 1984: Sans Soleil
Herinneringen van een rusteloze premiejager

door Cor Oliemeulen

Chris Marker wordt beschouwd als een van de meest innovatieve film- en documentairemakers van de jaren 60 en 70. Maar zijn meest gewaardeerde productie is Sans soleil uit 1983 waarin de menselijke herinnering centraal staat.

Dit moeilijk te duiden filosofische beeldessay van de Franse cineast en videokunstenaar Chris Marker komt tot de kijker als een persoonlijk dagboek dat wordt voorgelezen door een vrouwenstem. Het leidt tot een film over subjectiviteit, dood, identiteit en bewustzijn. Markers toenmalige kijk op de wereld voedt zich met levenservaring die hij jarenlang opdeed in alle uithoeken van de wereld.

Sans soleil

Raakvlakken en associaties
Sans soleil focust vooral op Tokio, maar maakt kleine uitstapjes naar andere continenten. Op een hoogst originele manier legt Marker verbanden die alle kanten opschieten. Zo leren we van de voice-over dat de kunstenaar het beeld van drie kinderen op een weg in IJsland in 1965 voor hem het ultieme geluk uitstraalt. Dat beeld wordt direct gevolgd door rijke, gehaaste Japanners op het vliegveld en op een veerboot. We horen hoe Marker zich voelt als een rusteloze premiejager, die na enkele malen rond de wereld te hebben gereisd, mogelijk alleen nog maar oog lijkt te hebben voor het banale, hoewel dat bij hem soms juist abnormaal lijkt.

Van emoes in Île de France, meisjes op de Bissagoseilanden van Guinee-Bissau die zelf hun verloofden uitkiezen, rouwende bezoekers van een Japans kattenkerkhof naar een door bier van gefermenteerde melk bedwelmende alcoholist die al regelend het verkeer ontregelt. Ogenschijnlijk losse beeldfragmenten die middels filosofische beschouwingen plotseling raakvlakken en onverwachte associaties krijgen.

Ook de Afrikaanse vrouwen op een markt lijken in eerste instantie zo gewoon, totdat ze heel kort in de camera kijken en daardoor een gezicht krijgen. En dan weer terug naar Tokio, een stad die door Markers lens voelt als een stripverhaal. Een snelle gedachte aan een film van Godard, een toneelstuk van Shakespeare en een vijftiende-eeuws gedicht van Basho. Al even gemakkelijk en acceptabel linkt een uitspraak van filosoof Rousseau aan de Rode Khmer in Cambodja. ‘Is het toeval of historisch besef?’, citeert de vertelster.

Sans soleil

Gefragmenteerd wereldbeeld
De filosofische overpeinzingen verwijzen regelmatig naar beroemde films, zoals Apocalypse Now waarin we het personage van Marlon Brando horen zeggen dat horror een gezicht en een naam heeft, en dat je daarom van horror je vriend moet maken. Marker voegt er dan direct aan toe dat je je van horror kunt bevrijden door het een andere naam en een ander gezicht te geven, om vervolgens in te gaan op Japanse horrorfilms. Ook het uitstapje naar San Francisco waar we alle filmlocaties van Hitchcocks Vertigo bezoeken, lijkt volstrekt willekeurig, echter blijkt toch op de een of andere manier te passen in Markers gefragmenteerde wereldbeeld van herinneringen.

Qua aanpak en vormgeving doet Sans soleil heel af en toe denken aan het caleidoscopische Koyaanisqatsi dat in hetzelfde jaar 1983 werd gemaakt. Echter waar documentairemaker Ron Fricke kiest voor grote groepen mensen als naamloze individuen in een immens, vaak verontrustend, decor koppelt Chris Marker de mens aan andere plaatsen en tijden. En waar in Koyaanisqatsi de beelden sfeervol worden begeleid door de minimalistische synthesizermuziek van Philip Glass, hoor je in Sans soleil experimentele elektronische interpretaties van muziekstukken van de Russische componist Moessorgski (onder andere Sunless = sans soleil) met een onthechtende uitwerking en als doel sommige herinneringen van de maker te vernietigen.

De subjectiviteit van herinneringen en observaties, de muziek en de soms hallucinerende videokunst (onder meer abstract gekleurde beelden van kamikazepiloten boven Pearl Harbour) maken van Sans soleil een transcendent filmessay dat een nieuwe trend zette in de non-fictiefilm. Een persoonlijk monument, dat bewust wat op afstand blijft door de maker in de derde persoon te introduceren (Chris Marker wilde ook niet voor niets niet als regisseur op de aftiteling worden vermeld). Op die manier blijft er voldoende ruimte voor de kijker om diens eigen herinneringen en associaties op de meanderende beelden en woorden los te laten.

Deze film is bij het jarige IFFR online te zien tot en met 21 april 2021.

14 maart 2021


ALLE RECENSIES 50 JAAR IFFR

Merry-Go-Round

**
IFFR Unleashed – 1981: Merry-Go-Round
Experiment aan kracht verloren

door Jochum de Graaf

Merry-Go-Round uit 1981 is niet de meest bekende film van Jacques Rivette, prominent vertegenwoordiger van de Nouvelle Vague, en zeker niet zijn beste.

Rivette (1928-2016) hanteerde een experimentele techniek door met grote groepen acteurs te werken aan karakterontwikkeling en het vrijwel zonder script uitgebreid oefenen met scènes voor de camera. Zijn oeuvre wordt gekenmerkt door improvisaties, losse verhaallijnen en lange looptijden. Out 1, oorspronkelijk uit 1971, duurt in de gereviseerde versie van 2003 maar liefst 750 minuten en wordt door sommige cinefielen als een heilige graal beschouwd.

Merry-Go-Round

Inzinkingen
Midden jaren zeventig had Rivette een contract voor het maken van vier films, onder de noemer Scènes de la vie parallèle. Duelle en Noroît had hij in 1976 afgemaakt, maar toen hij een paar dagen met de derde aflevering Marie et Julien bezig was. kreeg hij een zenuwinzinking. Ook bij Merry-Go-Round is het bijna onmogelijk om de film te scheiden van de chaos achter de schermen waaruit hij voortkwam. Toen Rivette in 1979 de draad weer oppakte en de film begon te draaien, werden na een paar maanden zowel hij als hoofdrolspeelster Maria Schneider ziek.

De improvisatorische manier van filmen had ook al geleid tot een steeds verslechterende relatie tussen Schneider en de andere hoofdrolspeler, Joe Dallesandro, icoon van de subcultuur van de jaren zeventig, uit de stal van Andy Warhol. Schneider, die een iconische status aan Bertolucci’s Last Tango in Paris had overgehouden, gaf er de brui aan en een aantal scènes werd met een andere actrice, Hermine Karaheuz, opgenomen.

Ondoorgrondelijk
Merry-Go-Round is een tamelijk ondoorgrondelijke film. In een schimmige en steeds ingewikkelder wordende plot, komen Amerikaan Ben (Joe Dallesandro) en Française Léo (Maria Schneider) na eerst onafhankelijk van elkaar uitgebreid over het Franse platteland te hebben gezworven uiteindelijk tegelijkertijd in Parijs aan, gelokt door een spoor van mysterieuze telegrammen van een zekere Elisabeth (Danièle Gegauff), vriendin van Ben en zus van Léo. Eenmaal in Parijs is Elisabeth aanvankelijk nergens te bekennen, het duo gaat op een soort speurtocht door de stad, ze vangen op zeker moment een glimp van haar gezicht op en er ontvouwt zich een soort complottheorie waarbij mogelijk overleden meisjes betrokken zijn, een neppe vader die 4 miljoen dollar al dan niet verborgen houdt vanwege een vliegtuigexplosie die voor hem bedoeld was… en dan wordt Elisabeth prompt ontvoerd. Hallo, bent u daar nog?

Toch is er een moment van lichte schoonheid in de waanzin van Merry-Go-Round: de climax van de film in de scène in de zandduinen waar Ben en Léo letterlijk vrede, rust en rust in hun eigen hoofd vinden.

Merry-Go-Round

Onnozel
Maar wat Schneider en Dallesandro voor het overige doen is veel mopperen, door verlaten huizen dwalen en slappe grappen maken en vechten en kletsen, onnozele scènes improviseren zoals die waarin Ben een samenzweerderige obsessie met het getal 3 botviert.

Het is allemaal nogal fragmentarisch, wat nog versterkt wordt door twee soorten intermezzo’s die het toch al zwakke hoofdverhaal onderuit halen.

Het ene is de openingsscène en de daarna telkens opduikende live uitgevoerde soundtrack van twee muzikanten (bassist Barre Phillips en klarinettist John Surman), die een treurig jazzy muziekstuk improviseren, lange lage klarinettonen die overgaan in een naargeestig geluidsveld van een strijkende bas.

En het andere is een aantal vermoedelijk spannend bedachte intermezzo’s, zoals een ridicuul gevecht met een in vol ornaat geharnaste ridder te paard en een achtervolging door wilde honden – scènes die voor het grootste deel schrikbarend saai en overdreven lang zijn.

Destijds werd de film nogal positief besproken, gelauwerd met maar liefst vier sterren; de tand des tijds geeft aan dat de film nu met de helft ruimschoots beloond wordt.

Deze film is bij het jarige IFFR online te zien tot en met 21 april 2021.

9 maart 2021


ALLE RECENSIES 50 JAAR IFFR

Jeanne Dielman, 23, Quai du Commerce, 1080 Bruxelles

*****
IFFR Unleashed – 1976: Jeanne Dielman, 23, Quai du Commerce, 1080 Bruxelles
De routine regeert

door Sjoerd van Wijk

In Jeanne Dielman, 23, Quai du Commerce, 1080 Bruxelles (1975) regeert de routine bij het hoofdpersonage. Haar lot levert een waarschuwingsschot over de psychische inwerking van een rigide gepland leven.

De stoïcijnse Delphine Seyrig (ook al te zien in India Song in de reeks IFFR Unleashed) als de weduwe Jeanne Dielman functioneert als een tandwiel binnen sociale machinaties. Ogenschijnlijk adresseert de film patriarchale structuren met een scherpe blik à la de video-essays van Jean-Luc Godard (Deux ou trois choses que je sais d’elle, 1967).

Jeanne Dielman, 23, Quai du Commerce, 1080 Bruxelles

Ze besteedt immers haar dagen aan taken om het huis schoon te houden en haar zoon op te voeden, werkzaamheden die regisseuse Chantal Akerman in realtime registreert. Daarnaast heeft ze tegen betaling seks met mannelijke cliënten om de kost te kunnen verdienen. Tijdens drie dagen volgt de bijna vier uur durende film hoe Jeanne steeds meer kleine foutjes in haar anders zo geperfectioneerde routine maakt. Dat begint onschuldig met overkokende aardappels en een gevallen lepel.

Schokkend breekpunt
Die focus op alle eeuwig wederkerende handelingen blijkt gaandeweg meer centrifugaal dan cyclisch. Akerman observeert verstild de langzame ineenstorting tot het schokkende breekpunt in het sober aangeklede Brusselse huis. Je kunt de klok welhaast gelijk zetten op basis van deze procedures tot aan het serveren van het tafelbier aan toe. Hoe Jeanne stapsgewijs de aardappels schilt, het vlees paneert of het ‘s middags gebruikte bed weer opmaakt, ontstijgt haar specifieke situatie.

De broeiende spanning in deze monotonie voelt als de algemene frustraties van een individu dat gevangen zit in de ijzeren kooi van de routine. Gesprekken met haar zoon blijven summier om maar niet te spreken van de cliënten, waar de film consequent wegknipt als het lichaam tot gebruikswaarde verwordt.

Jeanne Dielman, 23, Quai du Commerce, 1080 Bruxelles

Waarschuwing
Jeanne schijnt door als een archetype, systematisch gereduceerd tot louter energie om een sociale machine draaiende te houden. Toch ontvouwt zich een rijke psychologische studie van het personage voorbij zulke puur analytische constructies. Alle minutieus gechoreografeerde shots krijgen dankzij de wederkerigheid een hypnotiserende werking, die meetrekt naar Jeanne’s gevoelswereld. Haar dagen lijken hetzelfde ondanks dat inwendig een dood door duizend sneden intreedt, waardoor het naarstig zoeken wordt naar oplossingen om de neerwaartse spiraal te breken voordat deze klapt. Voorbij theoretische bespiegelingen blijft zo het enigma van een persoonlijkheid in stand.

Met de globale pandemie krijgt dit meesterwerk hernieuwde relevantie, nu de routine regeert met frivoliteiten verboden ten faveure van scholen als opvangcentra. In werkkamp Nederland leven nog louter Jeannes terwijl de ziekte gecontroleerd uitraast en de crematoria overuren draaien voor degenen die ongeschikt zijn voor de arbeid. ‘Maximaal controleren’ blijkt een ijzeren kooi, net zo benauwend als het Brusselse huis. Straks klapt ook hier meer dan alleen de ziekenhuiscapaciteit.

Deze film is bij het jarige IFFR online te zien tot en met 7 april 2021.

2 maart 2021

 
ALLE RECENSIES 50 JAAR IFFR

Pays qui se tient sage, Un

***
recensie Un pays qui se tient sage

Wie heeft het recht om geweld te gebruiken?

door Ries Jacobs

De gele hesjes domineren het nieuws allang niet meer, maar nog wel de levens van hen die tijdens demonstraties blijvend verminkt raakten. Regisseur David Dufresne stelt voormalige gele hesjes, politiemedewerkers, sociologen en andere deskundigen de vraag: was het politiegeweld destijds buitensporig?

Hoe zat het ook alweer? De beweging die de geschiedenis in zou gaan als de Gele Hesjes ontstond al in 2018 op Facebook, maar werd pas in 2019 wereldnieuws toen ontevreden Franse burgers massaal de straat opgingen. De beelden van gewelddadige gele hesjes en een bij vlagen nog gewelddadiger leger van ME’ers schokten de wereld.

Un pays qui se tient sage

Nu de rust is wedergekeerd, confronteert Dufresne voor- en tegenstanders van het politieoptreden met de beelden hiervan. We zien ME’ers die inhakken op demonstranten, mensen uit auto’s sleuren en individuen meppen die weerloos op de grond liggen. Een demonstrant provoceert de aanwezige politiemacht in de hoop hen uit de tent lokken. Natuurlijk trapt één ME’er, woest om zich heen slaand met zijn gummiknuppel, in de door de demonstrant gezette val.

Het meest confronterende beeld is een groep arrestanten, knielend met de handen op het achterhoofd. Dienders van de staat staan er smalend omheen volgens een van hen is het ‘une classe qui se tient sage’ (een klas die zich goed gedraagt).

Filosofische zwaargewichten
Tussen deze beelden door zien we slachtoffers, ooggetuigen en deskundigen die hun visie geven over wat ze zien. Dufresne plaatst alle gezichten die de kijker ziet tegen een zwarte achtergrond, stilistisch fraai en bovendien is iedereen zo gelijk. Ook geeft de regisseur de mensen in beeld geen namen of titels. We zien dus niet dat we kijken naar een geel hesje, een deskundige of een woordvoerder van de politie. Dit moet het publiek zelf uit de woorden opmaken.

Ze bediscussiëren de rol van de politie binnen de samenleving. De agent is de enige in de samenleving die geweld mag gebruik en dit recht geeft hem een grote verantwoordelijkheid. Hierbij vliegen de uitspraken van filosofen de kijker om de oren. De filosofische zwaargewichten Weber, Rousseau, Arendt en Foucault komen voorbij. De overpeinzingen over de rol van de politiemacht, hoewel soms moeilijk te volgen, vormen een goed tegenwicht tegenover het nogal masculiene geweld in de straten van Parijs en andere Franse steden.

Un pays qui se tient sage

Geen toekomst
Dufresne, als filmmaker het meest bekend van de experimentele roadmovie Prison Valley (2010), is in de rol van journalist en schrijver al even maatschappijkritisch. Volgens zijn zus is hij ‘trouw aan de idealen uit zijn jeugd’. Un pays qui se tient sage ademt dit idealisme, maar toch bekruipt het gevoel dat in deze documentaire meer had gezeten.

Een documentaire heeft, evenals een fictief verhaal, een plot nodig waarin een verhaal of een hoofdpersoon zich ontwikkelt. Deze ontwikkeling is bij Un pays qui se tient sage nauwelijks zichtbaar. De film bestaat enkel uit een orgie van politiegeweld, doorspekt met (quasi)filosofische uitspraken over de rol van de politie in een democratie. Wie de film na een uur voor lief neemt, mist inhoudelijk niets.

Waarom gaat regisseur Dufresne niet dieper in op de achtergrond van de gele hesjes? Ze worden tot bloedens toe in elkaar gemept door dienders van een staat die hen niet lijkt te representeren, een staat die meer en meer een vertegenwoordiger lijkt van de aan tradities en sociale verworven vasthoudende Franse middenklasse. De in gele hesjes gestoken marginalen, veelal laaggeschoold en zonder vast contract, worden door de staat en de middenklasse met de rug aangekeken en aan hun lot overgelaten. Het is jammer dat Dufresne deze maatschappelijk tweedeling, die zich in Frankrijk nadrukkelijker manifesteert dan in de omringende landen, nauwelijks belicht.

Deze film is vanaf 4 maart te zien op Picl en Vitamine Cineville.

 

2 maart 2021

 

ALLE RECENSIES

India Song

***
IFFR Unleashed – 1975: India Song
Poëtisch psychodrama

door Cor Oliemeulen

India Song behandelt veel thema’s, zoals liefde, verlangen en sociale ongelijkheid als gevolg van koloniale overheersing. Bijna een halve eeuw na de vertoning op het IFFR mag je dit poëtische psychodrama van Marguerite Duras nog gerust zeer experimenteel noemen.

Op het filmdoek zien we tergend traag bewegende personages in weliswaar soms adembenemende interieurs, echter de werkelijke actie – in de vorm van vertellingen en herinneringen – speelt zich geheel buiten beeld af, en niet eens synchroon!

Het fragmentarische verhaal wordt verteld door vier stemmen: twee vrouwen en twee mannen, die zich de gebeurtenissen herinneren van een nachtelijk feest op de Franse ambassade in Calcutta in 1937 en de volgende dag in de Franse residentie op een eiland in de Indische Oceaan. Anne-Marie (Delphine Seyrig) is voor iedereen een bron van fascinatie. Hoewel ze is getrouwd met ambassadeur Stretter, heeft ze Michael Richardson (Claude Mann) als minnaar. Ze dansen in een kamer met een grote spiegel, terwijl twee andere mannen ook verliefd op haar zijn.

Onvoorwaardelijke beleving
De jonge Franse attaché (Matthieu Carrière) mag zo nu en dan aftikken, echter de komst van de Franse viceconsul van Lahore (Michael Lonsdale) zet de liefdesverhoudingen op scherp. Iedereen mijdt hem, want in de voice-overs blijkt dat hij vroeger een misdaad heeft begaan. De oplettende luisteraar leert verder dat Anne-Marie zelfmoord heeft gepleegd door de oceaan in te lopen om zichzelf te verdrinken. Haar eerdere lotgevallen spelen zich af binnen de weelderige grenzen van het Europese koloniale leven, waar de bevoorrechte blanken zich veilig afschermen voor de armoede, ziekte en honger van het Indiase volk. De kijker ziet niets daarvan, maar hoort bijvoorbeeld wel soms de snijdende klaagzang van een bedelaarster buiten de poort. Hoewel de film zich afspeelt in India is hij bijna geheel opgenomen in Château Rothschild nabij Parijs.

India Song is gebaseerd op een toneelstuk van Marguerite Duras uit 1972 dat eerst in boekvorm en als film verscheen en pas in 1993 voor het eerst op de planken werd opgevoerd. Het zou zomaar kunnen dat de tragische liefdesgeschiedenis van de ambassadeursvrouw vaak te gecompliceerd werd geacht, echter ook de film verlangt een tomeloos inlevings- en uithoudingsvermogen, en wordt misschien pas echt begrijpelijk als je hem nog een keer kijkt, en nog een keer. Tegelijkertijd is de door Duras gekozen vorm origineel: poëtisch, uitdagend, experimenteel. Begrip is misschien niet zozeer nodig, onvoorwaardelijke beleving staat voorop.

Duras lijkt in dat opzicht op de maestro van de moderne cinema Michelangelo Antonioni die in feite geen woorden nodig had om de vervreemding van zijn personages en de vrouwelijke zoektocht naar liefde en betekenis uit te drukken. Het beeld vormt immers de spiegel van emoties. Maar tegelijkertijd is het juist die dichterlijke brij van woorden in India Song die bijvoorbeeld Gustave Flauberts archetypische personage Madame Bovary doet verbleken in haar drang te ontsnappen aan de banaliteit en de leegheid van het bestaan.

Mysterieus relatiespel
Duras geldt als exponent van de Nouveau Roman, een literaire beweging die in de jaren 40 en 50 tot bloei kwam en afrekende met de conventionele romanvorm. De eigen verbeelding en de persoonlijke reflectie van het personage, dat de neiging heeft het verleden te reconstrueren, staat centraal. Beroemd zijn de poëtische teksten die zij schreef voor de gekwelde actrice in Hiroshima mon amour (1959), de debuutspeelfilm van Alain Resnais. Deze regisseur integreerde Duras’ dialogen subliem in een psychologisch relatiespel, wat hij in zijn volgende monumentale film, L’année dernière à Marienbad, verder, en mysterieuzer, zou uitwerken. De setting en het psychologische relatiespel van India Song doen niet voor niets denken aan Resnais’ Marienbad.

Marguerite Duras is veel meer dan alleen de regisseur en schrijver van India Song. In een interview rond de première in Cannes liet ze weten dat ze ook in de film zit. Niet alleen de vrouw, maar ook alle andere personages zijn reflecties van haarzelf en haar demonen. Je vraagt je af of Duras wel voldoende tevreden was met het resultaat van de niet afgesloten herinneringen en overpeinzingen van een overleden vrouw, want al een jaar later maakte ze Son nom de Venise dans Calcutta désert met opnieuw Anne-Marie Stretter, opnieuw vertolkt door Delphine Seyrig, volgens Duras de beste Franse actrice in die tijd. Het feit dat Duras de complete geluidsband van India Song opnieuw gebruikte voor de emotionele innerlijke zelfwaarneming van de hoofdpersoon onderstreept nog meer haar cinematografische vernieuwingsdrang dan haar eigenzinnigheid.

Deze film is bij het jarige IFFR online te zien tot en met 7 april 2021.

1 maart 2021


ALLE RECENSIES 50 JAAR IFFR

Lamentations of Judas

****
recensie Lamentations of Judas 

Verlaten mensen

door Sjoerd van Wijk

Lamentations of Judas schept op respectvolle wijze een indringend beeld van aan hun lot overgelaten Angolese oud-soldaten. Het Zuid-Afrika van de Apartheid rekruteerde hen ooit. Die tegenstrijdigheid tekent de eenzame gezichten tijdens indringende interviews.

Er gaat een complexe geschiedenis aan vooraf dat de oud-soldaten zich ophouden bij een voormalige asbestmijn in Pomfret vlakbij de Kalahari-woestijn. Afkomstig van verschillende Angolese milities die de strijd in 1975 verloren, vluchtten ze naar huidig Namibië. Daar vormde het Zuid-Afrikaanse leger hen om tot het beruchte 32ste bataljon (bijnaam De Verschrikkelijken). Ze ondernamen missies in Angola namens het Apartheid-regime, dat bang was voor de socialistische noorderburen. Gerepatrieerd in Pomfret werden ze nog eenmaal ingezet tijdens de overgang naar democratie en leidde hun manier van orde bewaken in zwarte gemeenschappen wederom tot controverse. Het zijn dus zwarte soldaten die in een roerig tijdperk voor de witte overheerser vochten, door iedereen werden verlaten en zijn achtergebleven met tegenstrijdige gevoelens. In deze documentaire spelen ze het verhaal van Jezus en Judas’ verraad na en gaan de confrontatie met hun herinneringen aan.

Lamentations of Judas

Open boek
De ensceneringen van Jezus’ verhaal en de sfeerbeelden van Pomfret krijgen structuur door individuele interviews met de voormalige leden van het bataljon. Regisseur wijlen Boris Gerrets etaleert zo een christelijke vergevingsgezindheid die boeken opent. Dankzij de recht voor hun raap natuur drijft het vragenvuur de herinneringen aan het beruchte verleden naar boven. Het begint militair als iedereen monotoon zijn naam en registratienummer opdreunt vanachter een tafel waarvan Nic Hofmeyrs camera op gepaste afstand blijft.

Al snel komen de parallellen met Jezus’ verhaal en de Romeinse soldaten die hem arresteerden op tafel – de aanleiding voor overpeinzingen over vrije wil en de schuldvraag. Het komt sterk over als velen vinden dat de Romeinse soldaten de gevangenis verdienen maar niet hun orders mochten weigeren. Afkeuring en plichtsbesef met elkaar in strijd. Het bekende idee van slechts orders volgen is echter een opstapje voor diverse perspectieven. De een vertelt vol overtuiging hoe zij juist een bijdrage aan dekolonisatie leverden, de ander deelt gebroken zijn berouw. De film komt letterlijk met indringende montage en figuurlijk dichterbij op zulke intense momenten.

Lamentations of Judas

Bijbelspel
De antwoorden in de interviews geven het bijbelspel extra cachet met de treffend gekozen focus op de klassieke verrader Judas Iskariot. Maar de gepaste afstand van de camera breekt hier dikwijls de film op. Ondanks de vernuftige parallellen komt het spel soms losjes over binnen de strakke structuur. In de verte banjeren de apostelen voort in de woestijn en mist de link met de beleving van het spelen van de rollen door de oud-soldaten.

De beleving dringt daarom zelden in, behalve bij het intiemere Laatste Avondmaal of Jezus die in een onderonsje Judas vergeeft en hem aanspoort diens lot te ondergaan. De episode waarin Jezus als strijdvaardige activist de bankiers uit de tempel verdrijft, mengt fictie met herinnering en levert een huiveringwekkende glimp op van de bataljonmethodiek.

Eenzaamheid
De figuren afgetekend tegen de droge Kalahari-vlakte met hier en daar een vervallen huis geeft daarentegen wel de eenzaamheid van deze groep weer. De Zuid-Afrikaanse staat behandelde hen als oud vuil door ze hier weg te moffelen. Een trap na gezien hun controversiële status binnen de gemeenschap vanwege hun rol in de Apartheid. Het desolate landschap, waar de enige metgezellen op een zeldzaam kind na de oud-strijdgenoten en het geweten zijn, zorgt voor een decor van tragische boetedoening. Dat gaat gepaard met een soms hoogdravende sturing door spirituele Afrikaanse muziek en filosofisch getinte voice-overs. Ondanks dat soort wereldwijsheid blijft Lamentations of Judas een krachtig portret van door iedereen verlaten mensen die de vraag over schuld en vrije wil in systemische misstanden scherpstelt en hen in hun waarde laat.

 

4 augustus 2020

 

ALLE RECENSIES

Fahim

***
recensie Fahim

Illegaal schaaktalent wil wereldkampioen worden

door Cor Oliemeulen

Onderhoudende biografie over een vader in Bangladesh die zijn zoon meeneemt naar Frankrijk om daar diens schaaktalent verder te kunnen ontwikkelen. Tegen de achtergrond van de hoop op een verblijfstatus ontwikkelt zich een hartverwarmend verhaal over een jochie dat wereldkampioen wil worden.

Schaken in films wordt over het algemeen niet bar serieus genomen. Vaak staat het bord verkeerd (het vakje rechtsonder moet wit zijn) en hebben de intelligent geachte personages geen flauw idee wat ze aan het doen zijn. De liefhebber kijkt reikhalzend uit naar een goede schaakfilm, waarvan er slechts sporadisch eentje de bioscoop weet te bereiken. De laatste was The Dark Horse vijf jaar geleden. Dit Nieuw-Zeelandse drama vertelt het waargebeurde verhaal van de bipolaire ex-bendeleider Genesis Potini die zijn passie voor schaken overbrengt op Maori-jongeren en hen daarmee probeert te behoeden voor het criminele circuit.

Fahim

Oorlog tussen twee geesten
Een goede schaakfilm gaat nooit alleen over het strategisch verplaatsen van stukken op het bord. Het zijn met name de achtergronden van de schaker die een film, ook voor het grote publiek, interessant maken. In Pawn Sacrifice (uit hetzelfde jaar) kruipt Tobey Maguire in de huid van de meest legendarische – en volgens velen beste – schaker Bobby Fisher. Geweldig voor de schaakfanaat, omdat daarin bijvoorbeeld de beroemde schaaktweekamp van de onvoorspelbare Amerikaan tegen de stoïcijnse Rus Boris Spassky uitgebreid aan bod komt. Maar ondanks de psychologische oorlogsvoering tussen de twee kemphanen is zo’n film slaapverwekkend voor de niet-schaker, omdat die geen snars van het spelletje begrijpt.

Schaken is geen spelletje, aldus de eigenzinnige Franse topcoach Xavier Parmentier (geweldige rol van Gérard Depardieu) in Fahim, maar een oorlog tussen twee geesten. In zijn schaaklokaal in Parijs heeft hij zojuist kennisgemaakt met de spontane Fahim Mohammad Alam (ontwapenend oprecht vertolkt door Assad Ahmed) die met zijn vader is gevlucht uit Bangladesh om hier een beter leven te kunnen opbouwen. Het grootste doel is om het 11-jarige talent te laten kneden tot schaakprofessional. Het is aan de stugge, afstandelijke en chagrijnige Xavier om Fahim op een onalledaagse manier de subtiele kneepjes van het schaken te leren. Belangrijkste les: speel niet altijd zo agressief en neem af en toe genoegen met remise. Net als in het echte leven.

Fahim

Onderduiken
Fahim vertelt een waargebeurd verhaal waarin schaken en politiek op een geloofwaardige manier worden gemengd. Ja, Fahim is een groot talent, die zich snel de Franse taal machtig maakt en soms heel gevat voor zich weet op te komen, echter zijn vader kan zich maar moeilijk aanpassen in deze volstrekt andere maatschappij. Hij kan geen structurele baan vinden en dreigt te worden uitgezet. Ook Fahim moet, geholpen door zijn nieuwe schaakvriendjes, onderduiken. Ondertussen blijft hij dromen om kampioen te worden.

De nijpende omstandigheden waarin het duo verzeild is geraakt, maakt de film meer dan alleen een verhaal over de relatie tussen leraar en leerling, zoals die heel kenmerkend aan bod komt in de schaakklassieker Searching for Bobby Fisher (1993). Hierin wordt de pas 7-jarige Josh, die graag in de voetsporen van zijn idool wil stappen, hardhandig aangepakt door zijn schaakleraar Bruce (Ben Kingsley). Naast de verwikkelingen rond de vluchtelingenstatus en de relatie tussen mentor en talent, besteedt Fahim ook de nodige aandacht aan de verhouding tussen vader en zoon. Hun geschiedenis doet – hoewel minder confronterend – denken aan Pelle the Conquerer (1987) waarin eveneens een vader (Max von Sydow) zijn zoontje meeneemt naar een ander land in de hoop daar een beter bestaan te kunnen opbouwen. Ondanks dat het titelpersonage niet de beste schaker van de wereld zal worden, is Fahim een inspirerende film voor het hele gezin.

 

27 juli 2020

 

ALLE RECENSIES

Adam

***
recensie Adam

Weduwe vindt steun bij zwangere dakloze

door Sjoerd van Wijk

Adam verrast nimmer wanneer een weduwe met tegenzin een zwangere dakloze in huis neemt. Toch sympathiseert de film als ze steeds meer steun bij elkaar vinden in treffende momenten.

Samia zwerft door de straten van Casablanca op zoek naar werk en onderdak. Dat is nogal lastig aangezien ze zwanger is en alleenstaand. De bakster Abla haalt haar in huis, mede dankzij Abla’s vrolijk zwaaiende dochter Warda. Ook Abla staat er alleen voor na het overlijden van haar man, waardoor deze hulp voor haar zwaarder weegt dan het risico op roddel en achterklap van de buurt. Dat plichtsbesef vloeit naarmate de film vordert over in een innige band tussen de twee. Samen staan ze sterker in een samenleving waar geen man hebben een moeizaam leven betekent. Dankzij hun saamhorigheid kent de bakkerij hoogtijdagen. De kassa rinkelt en Abla leert te lachen.

Adam

Opeenvolging van zetten
Weinig in Adam komt niet van mijlenver aanwandelen, de onvermijdelijke bevalling getuige Samia’s dikke buik nagelaten. Abla kijkt bedachtzaam uit het raam, maar de buitensporige aandacht voor haar huiselijk leven geeft al weg dat ze met tegenzin de initiële afwijzing omzet in een uitnodiging.

De enthousiaste Warda kan haar geluk niet op en dit nieuwe maatje dat haar van het huiswerk houdt mag nog een dag blijven, dan nog een paar dagen, en zo schuift de deadline van vertrek naar de achtergrond. Dat voelt als een logische opeenvolging van zetten tot de titulaire baby ter wereld komt, waarna de film het over een andere boeg gooit met een summier conflict over Samia’s twijfel of het geplande afstaan ter adoptie wel door moet gaan.

Krachtig duo
Het gebeurt allemaal binnen het stramien van het sociaal realisme. Regisseuse Maryam Touzani blijft in haar debuut in dat kader met een Vittorio de Sica-achtig sentiment en doet dat op prangende wijze. De vele close-ups van Samia en Abla spreken voor zichzelf. Het duo vult elkaar goed aan, wat resulteert in kleine momenten indringend gespeeld. Lubna Azabal (Incendies, Paradise Now) als Abla kijkt doorleefd en brengt daarmee overtuigend de wrevel over de vroege dood van haar man. Haar gezicht lijkt als ijs, maar de dooi breekt steeds vaker aan met een vlugge glimlach. Nisrin Erradi als Samia biedt daar innemend spel tegenover. Er spreekt een fundamentele hoop in de goede afloop uit haar vragende ogen. De draai naar teleurgesteld optimisme is daardoor begrijpelijk als de aanstaande adoptie dichtbij komt.

Adam

Maar hun band schenkt vertrouwen. Ze vinden de kracht om door te gaan ongeacht wat voor obstakels de samenleving op hun pad legt. Dat uit zich het sterkst als Samia een oude tape opzet met Abla’s favorieten die haar herinneren aan haar overleden man. De stevige handdrukken, omhelzingen en Azabals breken combineren voor een indrukwekkend ingetogen innerlijke zuivering.

Gezellig
Dat maakt de komst van Adam een bruuske afbreking van deze opbouw van vriendschap. Alsof daar het laatste woord al over was gezegd en een nieuw dramatisch conflict nodig is. Het legt een probleem van de film bloot. Adam blijft te gezellig. Strubbelingen tussen Abla en Samia beperken zich tot de initiële terughoudendheid van de eerste. De samenleving waarin zij zich moeizaam staande houden, roert zelden zijn staart, met een makkelijk af te schepen nieuwsgierige buurvrouw en een sympathiek lachende kerel die dolgraag in het huwelijk met Abla wil treden.

De close-ups grijpen aan door strakke montage, maar die innemende gezichten kampen met weinig strubbelingen. De huiselijke gezelligheid sympathiseert wel. Het draagt echter bij aan het missende verrassingselement van Adam.

 

20 juli 2020

 

ALLE RECENSIES