Preview Tapis Rouge 2019

Preview Tapis Rouge 2019
Mooi programma nieuw Frans filmfestival

door Cor Oliemeulen

Nederland telt meer dan 150 filmfestivals en elk jaar komen er een paar bij. Zo is Tapis Rouge een Frans filmfestival dat voor het eerst zal worden gehouden van 30 oktober tot en met 3 november in Amsterdam. In deze voorbeschouwing bespreken we de openingsfilm Hors Normes (van de makers van Intouchables), de nieuwe film van absurdist Quentin Dupieux en een drama over rouw.

 

Hors Normes

Hors Normes: komisch drama rond autisme
Tapis Rouge trapt af met de Nederlandse première van Hors Normes waarin bijna iedereen inderdaad buiten de gangbare normen handelt. Dat geldt om te beginnen voor de regisseurs Olivier Nakache en Éric Toledano die zich vanaf hun grandioze hit Intouchables (2011) met pure comedy bezighielden, maar ditmaal vrolijke uitstraling geloofwaardig en effectief met drama weten te combineren. Het uitzinnige van voorganger C’est la vie maakt in Hors Normes plaats voor gepaste ingetogenheid. In het verhaal over de opvang van autisten treden twee gepassioneerde mannen buiten de gebaande paden in de gezondheidszorg. Sterker nog: als reguliere instellingen niet meer weten wat ze met hun patiënten aan moeten, doen zij een beroep op Bruno (Vincent Cassel). Hij krijgt daarbij steun van Malik (Reda Kateb) die criminele jongeren uit achterstandswijken koppelt aan autisten.

Het is wachten op de inspectie die constateert dat de opvang niet aan de regels voldoet. Maar wat is het alternatief? Mensen met problematische gedragsstoornissen in een kamertje wegstoppen of proberen om er met aandacht, liefde en heel veel energie iets menselijks van te maken? Sterke rollen van beide hoofdrolspelers, maar vooral van Joseph (Benjamin Lesieur, in werkelijkheid ook autistisch). Hij mag op proef gaan werken bij een wasmachinebedrijf, want hij is geobsedeerd door die draaiende apparaten. Zowel komisch als lastig zijn Josephs fascinatie voor een vrouwelijke collega en zijn neiging om in de metro aan de noodrem te trekken. Diep gaat Hors Normes niet in op de problematiek, maar ondanks de luchtige toon is er respect en empathie voor alle betrokkenen.

 

Deerskin

Deerskin: dialoog met een jasje
Iemand die ook niet binnen de lijntjes kleurt, is Quentin Dupieux, voornamelijk bekend van Rubber (2010) en Réalité (2014). Ook in Deerskin (Franse titel: Le daim) viert het absurdisme hoogtij. Georges (Jean Dujardin: The Artist) koopt een jasje van hertenleer voor 7.000 euro bij een particulier, is daarmee blut, maar krijgt er wel een camcorder bij. In zijn jasje voelt hij zich geweldig en het zal niet lang duren voordat hij zich ook kan kleden met een hoed, broek, schoenen en handschoenen van hertenleer. Voilà, de titel van deze zwarte komedie is verklaard, geholpen door enkele op het oog nietszeggende tussenshots van een hert in de natuur, die wel de opmaat voor de krankzinnige finale vormen.

Als jijzelf het mooiste jasje van de wereld hebt, en het jasje zelf ook vindt (!) dat alle andere jasjes op de wereld moeten verdwijnen, begint Georges’ missie, nauwkeurig vastgelegd op zijn camera. Hij krijgt hulp van barvrouw Denise (Adèle Haenel: Portrait de la jeune fille en feu) die ook erg van film houdt en graag films monteert: “Ik heb alle scènes van Pulp Fiction op chronologische volgorde gezet.” Zonder enig scenario gaat zij met het opmerkelijke materiaal van Georges aan het werk en ontdekt zowaar een rode draad: het hertenleren jasje. Geleidelijk verdwijnen er steeds meer jasjes, maar dat verloopt uiteraard niet zonder slag of stoot. Met twee grote acteernamen in de hoofdrollen maakte Dupieux een heerlijk absurdistische kijkervaring en een van de leukste films van het jaar.

 

Amanda

Amanda: opvoeden moet je leren
Of een dierbare overlijdt als gevolg van een ziekte of door een terroristische aanslag, zoals in Amanda, rouw is een logisch gevolg. Nu de zevenjarige Amanda (debutante Isaure Multrier) plotseling haar moeder heeft verloren, is haar oom David (Vincent Lacoste: Plaire, aimer et courir vite) de aangewezen voogd. Werkzaam als bomensnoeier en hulpje van een woningverhuurder staat het leven van deze jonge twintiger voortaan in het teken van opvoeder en beschermer. David was al erg close met Amanda en haar moeder, maar zo’n nieuwe bestemming gaat niet in de koude kleren zitten. Zo verkast hij naar de woning van zijn zus, krijgt ruzie met Amanda omdat hij de tandenborstel van haar moeder heeft weggegooid, begeleidt haar naar school en probeert zijn eigen intense verdriet zoveel mogelijk bij zichzelf te houden.

Amanda is een drama over rouwverwerking en opkrabbelen omdat je eigen leven nu eenmaal verdergaat. Hoewel de titel verwijst naar de dochter, draait het plot om oom David. Hij acteert ingetogen en zijn verdriet is geloofwaardig, maar onder die oppervlakte van lijden en worstelen zit weinig psychologische diepgang. Natuurlijk is dat lastig omdat David introvert is en het vooral moet hebben van gelaatsuitdrukkingen en gebaren, bijvoorbeeld wanneer zijn kersverse vriendin Léna (Stacy Martin: Vox Lux) besluit om uit Parijs te vertrekken omdat zij zelf gewond raakte bij de aanslag en ook met een trauma kampt. Na te weinig indrukwekkende gebeurtenissen, rest een ontmoeting van Amanda en David met zijn moeder Alison (Greta Scacchi: La ragazza nella nebbia) die haar twee kinderen heel lang geleden verliet en sindsdien woont in Londen. De uitgesponnen slotscène op de volle tribune van Wimbledon laat symbolisch zien hoe je tegenslagen kunt overwinnen.

Lees hier het hele programma van Tapis Rouge.

 

25 oktober 2019


MEER FILMFESTIVAL

Portrait de la jeune fille en feu

***
recensie Portrait de la jeune fille en feu

Feminisme verkleed in romantiek

door Yordan Coban

Céline Sciamma maakt indruk met haar vierde speelfilm: een typische moderne Franse film over een ontvonkende vlam tussen twee jonge vrouwen. Een teder achttiende-eeuws kostuumdrama dat kalm en talmend de liefde benadert, maar geen moment saai is.

Portrait de la jeune fille en feu manifesteert zich als de melancholische anekdote van portretschilder Marianne (Noémie Merlant). Haar nieuwe opdrachtgeefster blijkt een lastige jonge dame die zich niet zomaar laat portretteren. De geheimzinnige Héloïse (Adèle Haenel: o.a. La fille inconnue, Les combattans) blijft ook lang op de achtergrond, terwijl haar personeel Marianne voorbereid op haar verschijning. De entree van Héloïse doet enigszins denken aan de onthulling van Hannibal Lecter (Anthony Hopkins) in Silence of the Lambs (1991) of Ava (Alicia Vikander) in Ex Machina (2014).

Portrait de la jeune fille en feu

Geheimzinnige muze
Héloïse is een vrouw voor wie het huwelijk spoedig nadert. Desondanks, of beter gezegd: mede daardoor, wordt haar vreugde bedrukt door een overweldigend gevoel van zwaarmoedigheid. Adèle Haenel, met wie Sciamma al samenwerkte in Naissance de Pieuvres (2007), speelt Héloïse met een ondoorgrondelijke afwezigheid die incidenteel plaatsmaakt voor een ondeugende directheid. Samen met Marianne, die zich als een neutrale observator aandient, raakt de kijker gefascineerd door de blonde muze.

De romance tussen de twee vrouwen is er één die zich niet vanaf het eerste moment aankondigt. Aanvankelijk lijkt haar nieuwe klant een duister lot voor de portretschilderes in petto te hebben. Gedurende de film groeien de twee echter naar elkaar toe en ontvouwt zich een tedere liefde die doet denken aan Todd Haynes’ Carol (2016).

Sciamma is een talentvolle vrouwelijke regisseur wier films bijna tot geen mannen bevatten. De aanwezigheid van mannen zijn in haar films vaak de grondslag voor ellende voor haar vrouwelijke personages. In Bande de Filles (2014) weerklinkt dit evident door het verhaal, maar in Portrait de la jeune fille en feu speelt dit emancipatiebegrip een sturende rol op de achtergrond. Zelfs zonder zelf aanwezig te zijn, hangt het mannelijk voorkomen boven het hoofd van het vrouwelijk geluk.

Portrait de la jeune fille en feu

Verkleedpartij
Er lijkt een revival van kostuumdrama’s gaande. Normaal gesproken duikt er om de zoveel tijd altijd wel ééntje op. Logisch ook nu dit een populair genre onder het gepensioneerde filmhuispubliek is. Maar sinds het midden van dit decennium is toch er een opmerkelijke toename te constateren. Vorig jaar alleen al verschenen Mademoiselle de Joncquières (2018), The Favourite (2018), Mary Queen of Scots (2018) en Phantom Thread (2018). Deze opleving kent echter een vroegere aanvang in films als Amour fou (2014), Lady Macbeth (2016), The Death of Louis XIV (2016), A Quiet Passion (2016), Love & Friendship (2016) en The Beguiled (2017). Portrait de la jeune fille en feu behoort tot één van de betere en meest gedenkwaardige van deze reeks van titels.

Naar eigen zeggen heeft Céline Sciamma haar inspiratie voor deze film opgedaan tijdens haar speurtocht van vergeten vrouwelijke portretschilders uit de achttiende eeuw. In haar ondervinding van deze roemloze vakvrouwen vond ze het fundament. Haar aangewakkerde passie loopt parallel met de zwoel geschetste liefde.

 

13 oktober 2019

 

ALLE RECENSIES

Swallows of Kabul, The

****
recensie The Swallows of Kabul

Getekende karakters die blijven dromen

door Paul Rübsaam

Het stenigen van een vrouw kan ook in een animatiefilm een ondraaglijk schouwspel opleveren, bewijst The Swallows of Kabul. Maar tevens toont de film menselijke hartstochten in een wereld die bepaald wordt door repressie en geweld.

Nog voor de eerste scène van The Swallows of Kabul (Les Hirondelles de Kaboul) is begonnen, horen we al auto’s toeteren, straatgeluiden, de stemmen van marktkooplui, het geschreeuw van strijders, een oproep tot gebed en het schrapende geluid van een schop waarmee iemand een berg stenen aanlegt.

The Swallows of Kabul

Als het beeld verschijnt, blijken we ons in het centrum van Kaboel te bevinden. In 1998 welteverstaan, toen de Afghaanse hoofdstad volledig in handen was van de Taliban. We zien vrouwen gehuld in boerka’s met boodschappentassen in hun handen naar de markt lopen. Joelende Talibanstrijders scheuren in jeeps door de straten. Eén van de strijders schiet met zijn kalasjnikov tot vreugde van zijn kameraden een zwaluw (swallow) uit de lucht.

De kapotgeschoten straten en gebouwen van Kaboel zijn weergegeven in dromerige, soms wat vervagende aquareltinten, die de indruk versterken dat de hoofdstad van Afghanistan een mooie stad is geweest. De karakters, die praten en bewegen als echte mensen, zijn met wat stevigere lijnen neergezet. Want we kijken voor alle duidelijkheid naar een animatiefilm.

Vier zwaluwen
Als we de eerste van de vier hoofdpersonen leren kennen, wordt snel duidelijk waarom de berg stenen is verzameld. De manke cipier Atiq (stem van Simon Abkarian) geeft een vrouw in een cel een glas water. Het zal haar laatste zijn. Omdat ze overspel gepleegd zou hebben, zal ze worden gestenigd.

Dat stenigen vindt midden op straat plaats. Mannelijke passanten pakken stenen van de stapel en werpen die naar de voor een muurtje neergeknielde vrouw. We zien hun furieuze gezichten en horen de vrouw wier gelaatstrekken verborgen blijven kermen van angst en pijn, tot ze uiteindelijk levenloos voorover valt en het bloed uit haar schedel door haar boerka heen sijpelt.

The Swallows of Kabul

Eén van de mannen die een steen heeft geworpen is Mohsen (Swann Arlaud). Hij begrijpt zelf niet waarom hij het deed. Hij is toch een aardige jongen, die gek is op zijn mooie vriendin Zunaira (Zita Hanrot). Maar de misogyne wereld die hem omringt, blijkt ook op hem vat te hebben.

Thuisgekomen zou Mohsen het liefst aan Zunaira opbiechten wat hij gedaan heeft. Maar hij kan het niet. Zunaira en Mohsen zijn jong en verliefd en dromen liever over een mooie toekomst. Beiden hebben hun opleiding aan de verwoeste universiteit van Kaboel moeten afbreken en hopen dat ze spoedig ver buiten Kaboel hun talenten verder kunnen ontwikkelen. Zunaira zal er echter achter komen dat haar geliefde de steen heeft geworpen, wat niet zonder gevolgen blijft.

Cipier Atiq is ondertussen niet wat je noemt gelukkig met zijn baan. Zijn huwelijk met de ongeneeslijk zieke Mussarat is bovendien vreugdeloos. Mussarat (Hiam Abbass) vraagt zich ziek als ze is af hoe ze nog iets voor haar man kan betekenen. Het pad van dit oudere koppel zal dat van het jongere koppel Zunaira en Mohsen gaan kruisen.

Boerka’s en tralies
De internationale bestseller The Swallows of Kabul van Yasmina Khadra (pseudoniem van de Algerijnse schrijver Mohammed Moulessehoul) zou zich best lenen voor een live-action verfilming. Toch weten de Franse regisseuse Zabou (Isabelle) Breitman (1959) en haar landgenote en animatrice Eléa Gobbé-Mévellec (1984) met hun animatiefilm te overtuigen.

In animatiefilms en stripboeken is van oudsher alles mogelijk en doet niets echt pijn. De karakters kunnen platgewalst of uitgerookt worden, dan wel in een ravijn belanden, om vervolgens weer verder te lopen alsof er niets aan de hand is. Breitman en Gobbé-Mévellec zetten dat principe op zijn kop door verbijsterende, aan de realiteit ontleende schendingen van mensenrechten te tonen, maar niets dat de natuurwetten tart.

The Swallows of Kabul

Het neemt niet weg dat de typisch grafische elementen in The Swallows of Kabul indringend zijn. De tegenstelling tussen de bebaarde, vals grijnzende mannelijke Talibanstrijders met hun tulbanden en kalasjnikovs en de in hun vormeloze boerka’s tot identiteitsloze wezens gereduceerde vrouwen doet denken aan die tussen de katten (nazi’s) en muizen (joden) uit de graphic novel Maus (1980) van Art Spiegelman. Tralies vormen tevens een belangrijke scheiding in de film. We krijgen de wereld te zien vanuit het gezichtspunt van gevangenen in hun cel, maar ook vanuit dat van Zunaira die op straat verplicht is een boerka te dragen. Het gaasje voor haar ogen is als een traliewerk in het klein.

Als finishing touch bevat de film toch een ode aan de getekende wereld waarin kan wat in de echte wereld niet kan. Atiq zal een naaktportret van Zunaira aanschouwen dat zij zelf op de muur van haar woning heeft getekend. Daarmee krijgt hij iets te zien dat niet voor zijn ogen bestemd is. Of wel? De oude cipier raakt niet alleen geïmponeerd door de schoonheid van de jonge vrouw, maar ook door haar moed en kunstzinnigheid, wat hem eerder op verheven dan wellustige gedachten zal brengen.

 

24 september 2019

 

ALLE RECENSIES

Celle que vous croyez

***
recensie Celle que vous croyez

Vrouwelijk verlangen in socialmediatijdperk

door Cor Oliemeulen

Wat betekent het om iemand te ontmoeten in een digitale wereld? Wat is de rol van liefdesfantasie voor een vrouw van middelbare leeftijd die door haar man is verlaten voor een veel jongere vrouw? Juliette Binoche trekt alle registers open om weer geliefd en bemind te worden in Celle que vous croyez.

De 50-jarige alleenstaande moeder Claire leidt een dubbelleven vanaf het moment dat ze op Facebook uit nieuwsgierigheid een nepprofiel heeft aangemaakt en valt voor de veel jongere Alex. Overdag is ze lerares Frans en ’s avonds de 24-jarige Clara, organisator van modeshows. De liefde en hunkering van de twee twintigers blijkt wederzijds en de kijker mag zwelgen in hun digitale verrukkingen.

Celle que vous croyez

Trauma
Rode draad in Celle que vous croyez (Degene die je gelooft) zijn de sessies tussen Claire (Juliette Binoche) en haar psychiater Catherine (Nicole Garcia). Claire heeft een trauma opgelopen en neemt ons met hartstochtelijke verhalen mee in haar onfortuinlijke liefdesgeschiedenis. We leren hoe Claire zich gaat gedragen als een 24-jarig meisje, hoe ze zich in het uitgaansleven stort en tijdens telefoonseks met Alex ongegeneerd masturbeert in haar auto. De aanvankelijk stoïcijnse psychiater gaat nu ook ongemakkelijk op haar stoel schuiven en raakt, net als de kijker, steeds verder gevoelsmatig betrokken bij de lotgevallen van haar cliënte.

Binoche overtuigt als de ouder wordende vrouw die verlaten is, moeite heeft de scherven van haar identiteit aan elkaar te lijmen en vlucht in fantasieën om zich weer begeerd te voelen. In spiegelingen vloeien de gezichten van Claire en Clara in elkaar over. Haar twee zoontjes vragen zich af waarom moeder maar steeds rondjes op het schoolplein blijft rijden voordat ze mogen instappen, omdat ze op dat moment een emotioneel telefoongesprek met haar internetliefde voert. Maar waar Claire worstelt met zelfacceptatie en vertedering, ontpopt de eendimensionale Alex zich als een sukkel die niet doorheeft dat hij misschien wel heeft te maken met een bedriegster. Wanneer een ontmoeting in het echte leven onvermijdelijk wordt, kiest Claire eieren voor haar geld.

Celle que vous croyez

Gelaagd
Eind goed al goed, zou je zeggen. Alle kleffe clichés zijn aan bod gekomen, we hebben Binoche weer eens met blakende boezem kunnen aanschouwen en de (oudere) kijker is gewaarschuwd om niet dezelfde stommiteiten te begaan. Echter pas nadat Alex van de aardbodem is verdwenen, begint Celle que vous croyez interessant te worden. Regisseur Safy Nebbou profiteert voluit van de gelaagdheid van het gelijknamige boek van de Franse schrijfster Camille Laurens. Aan Claires fantasieën blijkt geen einde te zijn gekomen en het adembenemende droneshot van twee fietsers op een slingerpad dat vlak langs een enorm ravijn loopt, voorspelt een fascinerende, onvoorspelbare afloop van deze romantische thriller.

Celle que vous croyez is tevens een feministische film, die hamert op de ongelijkheid tussen oudere vrouwen en mannen. Boodschap: angst voor veroudering en het gevoel van (vooral amoureus) te zijn afgeschreven is begrijpelijk, maar als je jezelf niet kunt accepteren, verandert er weinig. Als je gewoon jezelf blijft en je mooiste beentje voorzet, zijn er nauwelijks grenzen aan de mogelijkheden. Toch? Daar heb je echt geen Fakebook voor nodig.

 

1 september 2019

 

ALLE RECENSIES

Loulou

****
recensie Loulou

Een onfortuinlijk trio

door Ries Jacobs

Nelly verlaat haar man André voor Loulou. Ze heeft moeite om haar huwelijk achter haar te laten en met haar nieuwe vlam een toekomst op te bouwen. De drie zitten elkaar een film lang in de weg. 

“Ik neem het leven zoals het komt.” Halverwege de film is Loulou, vertolkt door Gérard Depardieu, voor het eerst openhartig als hij aan de bar staat. Hij heeft geen werk en geen ambities. Zijn leven bestaat voornamelijk uit stappen, kroeggevechten en vrouwen mee naar huis nemen.

Loulou

Nelly, een rol van Isabelle Huppert, valt als een blok voor de blonde adonis. Ze verlaat haar ambitieuze en succesvolle partner André voor klaploper Loulou en verkiest het zorgeloze leven van de kroegtijger annex kruimeldief boven het georganiseerde leven dat ze had met André. Toch blijkt het voor de twee geliefden nauwelijks mogelijk om samen een toekomst op de bouwen zolang Loulou zijn vrijgevochten leven niet wil opgeven.

Benauwende levens
Depardieu is in topvorm. Vanaf het eerste moment weten we wat voor persoon hij is. Het is een prachtig staaltje method acting. Ook Huppert zet een prima rol neer als de onschuldig lijkende, maar gaandeweg de film steeds minder onschuldig wordende Nelly. Overigens is ook de bedrogen en voor een ander ingewisselde André niet het onschuldige slachtoffer. Hij is verbaal en fysiek agressief tegenover Nelly.

Deze door de scenarioschrijvers prima neergezette karakters zijn goud voor goede acteurs. Depardieu, Huppert en Guy Marchand in de rol van André hebben geen moeite om hun personages, die alle drie vastzitten in hun gelimiteerde denkbeelden, vorm te geven. De zakelijke André kan Nelly alleen intellectueel uitdagen. De losbandige Loulou is voor haar fysiek aantrekkelijk, maar kan haar verder niets bieden. En Nelly zoekt naar een combinatie van de twee, de perfecte en natuurlijk niet bestaande partner.

Daardoor zitten de drie klem in hun benauwende leven. Dit lijkt regisseur Maurice Pialat in beeld te brengen door alles in de film benauwend te maken. De camera zit niet per se dicht op de huid van de acteurs, maar alle ruimtes in de film lijken claustrofobisch klein. De mensen zijn bijna constant met teveel in een te kleine ruimte en zitten elkaar daardoor in de weg, zoals de drie hoofdrolspelers elkaar in de weg zitten.

Loulou

No future
In mei 1968 protesteerden Parijse studenten tegen de ‘gevestigde orde’ die hen zou inkapselen in een burgermansbestaan. Ze leefden in de jaren 70 een vrij bestaan. Tegen het einde van het decennium kwamen ze erachter dat leven als een bohemien ook betekende dat je je leven moeilijk vorm kon geven. Hoe geef je je kinderen eten als je geen werk hebt. Niet voor niets was ‘No future’ het adagium van de punkers in die jaren.

Loulou draaide in 1980 in de bioscoop en kun je daarom (in retrospectief) zien als een waterscheiding tussen de vrije jaren 70, gepersonaliseerd door Loulou, en de zakelijke jaren 80 in de vorm van André. Net zo goed kun je de film zien als de zoektocht van een jonge vrouw die niet kan kiezen tussen de rauwe lichamelijkheid van Loulou en de intellectuele uitdaging die André haar biedt. Pialat past maatschappelijke ontwikkelingen en klassenverschillen binnen het raamwerk van een liefdesverhaal. Dit maakt Loulou tot een goede gelaagde film.

Loulou draait nog driemaal in EYE Amsterdam: vrijdag 9 augustus (10.45), zaterdag 17 augustus (15.00) en zondag 25 augustus (19.00).

 

30 juli 2019
 

MEER ISABELLE HUPPERT
 
 

ALLE RECENSIES

Promesse de l’aube, La

****
recensie La promesse de l’aube

Alles voor moeder en Frankrijk

door Cor Oliemeulen

De liefde van een moeder kan verstikken of leiden tot grote inspiratie. De Frans-joodse schrijver Romain Gary laveerde tussen deze twee uitersten. Hij presteerde vooral om de dromen van zijn moeder te verwezenlijken.

Niet alleen als bejubelde schrijver van ruim dertig boeken, maar ook als oorlogsheld en diplomaat ging Romain Gary de geschiedenisboeken in. De Franse regisseur Eric Barbier verfilmde zijn autobiografie La promesse de l’aube (De belofte van de dageraad) en richt zich voornamelijk op de relatie tussen de veeleisende moeder en de behagende zoon.

La promesse de l’aube

Excentrieke toewijding
De film begint in Mexico-Stad tijdens de Dag van de Doden als Gary in gedeprimeerde toestand met een zwachtel om zijn hoofd wordt aangetroffen, omdat hij denkt dat hij een tumor heeft en spoedig zal sterven. Van hieruit blikken we aan de hand van zijn autobiografie terug op zijn bewogen leven, in drie verschillende periodes (vertolkt door drie verschillende acteurs): zijn kindertijd in Oost-Europa, het volwassen worden in Frankrijk en de harde leerschool van de Tweede Wereldoorlog.

Met name het eerste deel is wat fragmentarisch. Eric Barbier moest kiezen uit de duizelingwekkend talrijke scènes in het boek, maar hij slaagt door middel van een chronologische verteltrant de tijdspanne van twintig jaar overzichtelijk en representatief te maken. Het leven van moeder en zoon blijkt te bestaan uit een aaneenschakeling van (on)mogelijkheden, (on)geluk, maar voor alles vechtlust en een excentrieke toewijding aan elkaar. Zoals zijn moeder bij haar zoon geen zwakte tolereert, zo verzwijgt zij haar suikerziekte.

Discriminatie en vernedering
Geboren als Roman Kacew in het toen nog Russische Vilnius verhuisde hij naar het Poolse Warschau waar haar joodse moeder Nina door hard werken haar best doet om de eindjes aan elkaar te knopen. Gebukt onder discriminatie en vernedering droomt zij van haar ideale land Frankrijk: de keuken, de stijl, de elegantie en de verleiding. “Mijn zoon wordt ambassadeur van Frankrijk en koopt later zijn pakken in Londen”, sneert zij naar de buurtbewoners, die haar uitlachen. “Dat moment bepaalde de rest van mijn leven”, zegt de kleine Romain die zichzelf belooft om zijn moeder te rehabiliteren en gelukkig te maken.

Nina wil dat hij een belangrijk iemand wordt, bijvoorbeeld een virtuoos violist, maar Romain tekent liever. Nee, kunstschilder onder geen beding, want dat zijn arme sloebers, kijk maar naar Vincent van Gogh die zelfmoord pleegde op zijn vijfendertigste. Dan maar literatuur. Romain moet geheel tegen zijn wil een bontjas dragen en als hij wordt gepest moet hij flink van zich afbijten. Volgens Nina zijn er drie redenen om te vechten: voor een vrouw, voor de eer van je moeder en voor Frankrijk – desnoods met gebroken botten of je dood als gevolg.

La promesse de l’aube

Beloofde land
Op zijn elfde emigreert het duo naar het beloofde land. Direct na aankomst in Nice blijkt Nina’s zakelijke instinct dat leidt tot het openen van een pension. Concurrentie qua aandacht duldt ze niet: als ze Romain in bed aantreft met een dienstmeisje, wordt die hardhandig uit huis gezet. Romains poging om zijn moeder te koppelen aan een huurder, een kunstschilder, mislukt. Het is vervolgens niet meer dan logisch dat Romain in Parijs rechten gaat studeren en zich ondertussen gaat bekwamen in het schrijversvak. Hij liegt over zijn vermeende succes, omdat hij zijn moeder nimmer wil teleurstellen. Op een dag zegt Nina dat hij naar Berlijn moet om Hitler te vermoorden, en na de capitulatie van Frankrijk moet Romain dan maar het land bevrijden, zodat zij vol aanzien over de boulevard van Nice kan paraderen.

La promesse de l’aube – in 1970 verfilmd door Jules Dassin met Melina Mercouri als de moeder – verveelt geen seconde omdat er veel noemenswaardige gebeurtenissen in verschillende landen moeten worden verteld. Dit kundig gemaakte opgroeidrama wordt gedragen door twee sterke hoofdrolspelers: Pierre Niney (Yves Saint Laurent, Frantz) als de gekwelde ziel en Charlotte Gainsbourg (Melancholia, 3 Coeurs) die eindelijk eens een keer overtuigt, zowel met haar ziekelijke obsessie voor haar zoon als haar Poolse accent. De rest van de cast figureert geheel in het teken van deze veel meer dan bijzondere relatie tussen moeder en zoon.

 

28 juli 2019

 

ALLE RECENSIES

Violette Nozière

****
recensie Violette Nozière

Spiegelpaleis van leugens

door Sjoerd van Wijk

De jonge Isabelle Huppert is verleidelijk maar verraderlijk als de gelijknamige moordenares in Violette Nozière. Haar sluwheid evenaart de film met een onderhuids bouwen aan dubbele bodems, tot er een spiegelpaleis van leugens staat.

Op haar vijfentwintigste had Huppert al vele films op haar naam staan. Toch lijkt deze eerste samenwerking met regisseur Claude Chabrol een blauwdruk voor haar latere rollen. In films als La Pianiste en Elle is ze hard en berekenend, maar ook getroebleerd met naargeestige gevolgen. Iets wat terug te zien is in Violette Nozière, waar Huppert als prostituee probeert te ontsnappen aan het gezapige thuisleven en tegelijkertijd flinke bedragen verdient.

Violette Nozière

Het huisje-boompje-beestje leven van haar ouders beklemt haar dermate dat Violette nadat ze met syfilis is gediagnosticeerd drastische maatregelen neemt. Vader Baptiste en moeder Germaine krijgen gif in plaats van medicijn tegen deze zogenaamd erfelijk overgedragen ziekte, waarbij de eerste het loodje legt. In hoeverre zijn er verzachtende omstandigheden als Violette beweert seksueel misbruikt te zijn door Baptiste?

Femme fatale voor iedereen
Uit de mond van Violette komen leugens net zo overtuigend als waarheden. Huppert heeft aan een enkele oogopslag genoeg. Violette is een klassieke femme fatale, zo overredend dat ze de vermoorde onschuld speelt. Haar personage lijkt een rondwandelende verwijzing naar de film noir, elegant in zwart gehuld (door onder andere Karl Lagerfeld) tijdens haar geheime activiteiten.

Net als in latere films is ook hier sprake van een man waar Hupperts personage zich teveel aan vastklampt. Violette blijkt daarnaast een femme fatale voor haarzelf, met de onderkoelde Jean als uitlaatklep voor haar geldverkwisting. Daarmee heeft Hupperts berekende sensualiteit een zekere tragiek. Haar liegen krijgt het elan van ontsnapping, getuige haar dromen om de stad te verlaten met Jean.

Onderhuidse vervreemding
De onpeilbare Huppert zorgt al voor dubbele bodems, maar Chabrol bouwt dit verder uit. De omgeving versterkt het labyrint van leugens, alsof achter alles iets anders te zoeken valt. Het visuele motief van de spiegel is wel erg nadrukkelijk aanwezig, maar vaste cameraman Jean Rabier weet de personages hierin te vangen met gracieuze nuchterheid.

Daarmee stapelt het enigma omtrent de ongemakkelijke familiesituatie van Violette zich laag op laag op. De beheerste taferelen zorgen voor onderhuidse vervreemding over haar belevingswereld in plaats van paranoia. Het is duidelijk dat Violette niet te vertrouwen is, maar op welke punten precies blijft aanlokkelijk onder het oppervlak borrelen.

Violette Nozière

Flarden van een werkelijkheid
Het abrupte doorbreken van dit spiegelpaleis verhoogt de vervreemding. Het strakke monteren van Yves Langlois bevraagt de werkelijkheid. Of eerder, een zeer persoonlijke werkelijkheid, gevormd door flarden van Violettes herinnering. De onderlinge verhoudingen tussen de familieleden tonen al hoezeer een ieder zaken verborgen houdt. Hierbinnen verontrusten de interacties van Baptiste ( geniepig gespeeld door Jean Carmet) met zijn dochter.

Het geharrewar tussen de overdreven geaccentueerde flashbacks, nachtelijke bezigheden en het fatale moment maakt alles enigmatisch. Het geeft de vervaarlijk lieftallige Huppert extra munitie te bedwelmen over de ware toedracht van haar handelen. Door te eindigen met een zakelijke opsomming van Violettes straf (de film is gebaseerd op ware gebeurtenissen) dringt dit des te meer binnen. Was deze daad überhaupt te begrijpen? Het onbegrip daarover is de kern van het mysterie in Violette Nozière. Met dank aan Hupperts vermoorde onschuld.

Violette Nozière is te zien op de dinsdagen 6 augustus (vanaf 14.45 uur) en 20 augustus (vanaf 19.00 uur) in EYE Amsterdam.

 

26 juli 2019
 

MEER ISABELLE HUPPERT
 
 

ALLE RECENSIES

Madame Bovary: De vrouw zonder eigenschappen

Madame Bovary
De vrouw zonder eigenschappen

door Alfred Bos

Zeven films maakte regisseur Claude Chabrol met Isabelle Huppert in de vrouwelijke hoofdrol. Haar Emma in Madame Bovary (1991) is uniek in die samenwerking.

Wat is de aantrekkingskracht van Madame Bovary? Gustave Flaubert publiceerde zijn verhaal over de burgervrouw die zich verveelt in de provincie als feuilleton in 1856, een jaar later volgde de boekpublicatie. Flauberts roman wedijvert met The Hound of the Baskervilles, de bekendste Sherlock Holmes-vertelling, om de eretitel van vaakst verfilmde roman.

Madame Bovary

Dat charisma schuilt in het titelpersonage. Emma Bovary is een fictief karakter dat nog steeds heel herkenbaar is voor de filmkijker (en lezer) van de eenentwintigste eeuw. Ze gaat vreemd en consumeert meer dan haar banksaldo, of dat van haar echtgenoot, de sullige plattelandsarts Charles Bovary, toelaat. Verveling drijft haar handelen, reflectie of zelfkennis zijn haar vreemd. Hoe herkenbaar, hoe universeel, hoe modern ook.

Contrasten
In dat ‘modern’ zit de crux. Emma Bovary leeft en gaat ten onder in de consumptiemaatschappij die in 1856, het jaar van de eerste publicatie, slechts in embryonale vorm bestond en in de decennia daarop – en dan vooral in de grote steden – haar beslag kreeg. Maar Flaubert situeert zijn verhaal in 1837, op het Franse platteland en in een slaperig provinciestadje waar het jaarlijkse landbouwfestival, inclusief verkiezing van de mooiste mestvaalt, het hoogtepunt van de culturele agenda is. Verre van modern, dus.

Je kunt zeggen, Flaubert haalt een literaire truc uit: hij googelt met tijd en ruimte. Je kunt ook zeggen, Flaubert situeert zijn vertelling op het snijvlak van twee fundamenteel verschillende tijdsvakken en haalt het maximale uit de spanning die de botsing van traditie en vooruitgang oproept.

Landadel versus ambachtsman, oud geld versus opkomende bourgeois, handelaars in luxe consumptiegoederen versus verveelde burgervrouwen, aderlaten versus opera, kennis versus onbenul. Het ritselt in Madame Bovary van de contrasten, maar alles en iedereen dwarrelt door elkaar alsof het feestconfetti is. Het is een wereld die niet meer weet wat voor en achter is.

Jan Salie
Zie bijvoorbeeld het verschil met Barry Lyndon, Stanley Kubricks verfilming van de roman The Luck of Barry Lyndon van William Makepeace Thackery uit 1844. Die speelt in de pruikentijd, het laatst deel van de achttiende eeuw, en gaat over een zoon van verarmde adel die via een huwelijksovereenkomst zijn positie in de klassenmaatschappij probeert te verbeteren. Die wereld is overzichtelijk, strak gekadreerd en van graniet wat betreft de sociale conventies.

Actrice van de maandEen halve eeuw later is de wereld van Madame Bovary nog steeds niet wat we tegenwoordig verstaan onder modern, maar niettemin een stuk vloeibaarder. Er wordt nog steeds adergelaten, maar de medische wetenschap waagt zich aan chirurgie, weliswaar onverdoofd, voor niet-levensbedreigende kwalen. De lokale landeigenaar geeft exclusieve balpartijen op zijn hof, maar daar zijn naast de aristocratie ook vertegenwoordigers van de professionele klasse als artsen en notarissen uitgenodigd. De adel wentelt zich in weelde, maar studenten dansen met renteniersdochters. De wereld van Madame Bovary is in flux en Emma gaat, ondanks of juist dankzij haar vrijgestelde positie, onderuit.

Het is geen toeval dat Flaubert zijn roman heeft gesitueerd in 1837, twintig jaar vóór zijn eigen tijd, en een vingerhoedje cultuurgeschiedenis maakt duidelijk waarom. De jaren dertig van de negentiende eeuw zijn wat in de literatuur de Biedermeier-periode wordt genoemd. Biedermeier staat voor gezapige burgerlijkheid, een saaie niks-aan-de-hand wereld, een samenleving gestold in tevredenheid en eigendunk—in het Nederlands kennen we daar de term Jan Salie voor.

Biedermeider staat voor de periode van rust na de Sturm und Drang van de Romantiek en de stilte voor de storm eer de moderniteit en de elektrificering van de wereld losbarst. Flaubert voelde de eerste trillingen van de moderne tijd toen hij Madame Bovary in de jaren vijftig van de negentiende eeuw schreef en plaatste zijn vrouwelijke antiheldin (nog een verschil met Thackery’s Barry Lyndon) doelbewust in de rimpelloze Biedermeider-periode. Voor het contrast, om zijn punt te maken: modern personage in een wereld die op het punt staat te verdwijnen. De vrijheid is nieuw en verleidelijk. De traditie is veilig, maar saai. Wat te doen?

Op de gradiënt – het overgangsgebied of het verloop van waarden – gebeuren de spannende dingen, weten biologen en fysici, en schrijvers van het kaliber Flaubert weten het ook. Met Madame Bovary schreef hij de eerste moderne realistische roman. De innerlijke wereld van het titelpersonage staat centraal, een halve eeuw voor de psychologie als wetenschap vorm kreeg. Dáárom is het boek talloze malen verfilmd, in 2014 nog door Sophie Barthes, met Mia Wasikowska in de titelrol.

Alwetende verteller
Madame Bovary heeft binnen de letteren een unieke reputatie en voor een boek dat regelmatig onverfilmbaar is genoemd, is het opvallend populair onder cineasten. De verfilming van Claude Chabrol, uit 1991, met Isabelle Huppert in de titelrol, geldt als de meest letterlijke. Dat klopt, alle belangrijke scènes uit het boek komen langs in de film, soms vrijwel naar de letter.

Maar is de meest letterlijke boekverfilming ook de beste filmversie van het boek? Chabrols film doet stijfjes aan, de voice-over van de auctoriale verteller – en dus geen personage uit het verhaal of iemand die deelneemt aan de handeling – is bepaald houterig en bovendien overbodig. In zijn respect voor het boek onderschat Chabrol de intelligentie van de eigentijdse kijker, waardoor in het propvolle script sommige scènes onhandig zijn geplaatst en overgangen onduidelijk worden. De logica van de psychologie – Flauberts forte – is op het filmdoek niet altijd even makkelijk te duiden.

Wie streng is als een gereformeerde schoolmeester kan de film zelfs deels mislukt noemen. Emma Bovary is en blijft een fascinerend personage en zelfs een topregisseur die boven zijn macht grijpt, kan daar weinig aan veranderen: een vrouw zonder eigenschappen die haar innerlijke leegte vult met onrealistische wensdromen en monter het noodlot uitnodigt in haar leven. Het is een van de meest tragische karakters uit de moderne literatuur en cinema, een rol die vraagt om een actrice van bovengemiddelde kwaliteit.

Madame Bovary

Onbetrouwbare vrouwen
Er zijn twee redenen waarom Chabrols Madame Bovary nog steeds genietbaar is. Dat zijn Isabelle Huppert en de schitterende kostuums—en eerlijk is eerlijk, een Isabelle Huppert in schitterende kostuums is dubbel schitterend. Ze speelt Emma als sfinx. Je leert haar niet kennen, want ze is er eigenlijk niet. Ze is een vreemde, ook voor zichzelf.

Huppert maakte zeven films met Chabrol, dit is de derde, en in al die films speelt ze onbetrouwbare vrouwen met kwestieuze motieven, misdadigers zelfs. Of het nu misdaadkomedie is (Rien ne va plus, 1997) of misdaadfilm gebaseerd op feiten (Violette Nozière, 1977; La Cérémonie, 1995); thriller (Merci pour le Chocolat, 2000; L’Ivresse du pouvoir, 2006) dan wel historisch drama (Une affaire de femmes, 1988), in haar films met Claude Chabrol vertolkt Huppert personages die om uiteenlopende redenen in de knoop liggen met maatschappelijke dan wel juridische regels.

De uitzondering is Madame Bovary, maar ook in die film geeft Huppert gestalte aan een vrouw die niet zonder problemen is, een vrouw die in de knoop ligt met zichzelf, die een probleemloos leven juist overhoop trekt vanwege het gebrek aan opwinding. Dat is geen hysterie, zoals tijdgenoten van Flaubert meenden, dat is de menselijke natuur.

Madame Bovary is te zien in Filmmuseum EYE te Amsterdam op maandag 29 juli (10:30) en dinsdag 27 augustus (15:00).

 

22 juli 2019

 

MEER ISABELLE HUPPERT
 

ALLE ESSAYS

Tel Aviv on Fire

**
recensie Tel Aviv on Fire

Eindeloze grenssoap

door Michel Rensen

Tel Aviv on Fire toont het Israëlisch-Palestijnse conflict als een eeuwigdurende, ongeloofwaardige grenssoap. Met louter oppervlakkige observaties dooft de film uit als een nachtkaars. 

Salam werkt als productieassistent op de set van de populaire spionagesoap van zijn oom. Hij wordt aanvankelijk ingehuurd om de Hebreeuwse dialogen te controleren en waar nodig te verbeteren. Nadat de enige vrouwelijke schrijver ontslag neemt nadat haar script ongevraagd wordt aangepast, krijgt Salam zijn gewenste promotie plots in de schoot geworpen. Het enige probleem is dat hij helemaal niet kan schrijven.

Tel Aviv on Fire

Soap
Salam steekt dagelijks de Israëlisch-Palestijnse grens over. Als hij de Israëlische commandant Assi van de grenspost om hulp vraagt over het gebruik van een specifiek woord, wil de commandant direct alles over het verloop van de soap weten. Assi is aanvankelijk enkel geïnteresseerd omdat zijn vrouw verslaafd is aan de “antisemitische propaganda” zoals hij de soap omschrijft, maar begint al snel zijn eigen ideeën voor de show aan Salam te pitchen. Aangezien Salam dus niet kan schrijven, begint hij Assi’s ideeën als zijn eigen te gebruiken, maar hierdoor raakt hij verstrikt in een soap vol politieke spelletjes waar hij niet meer uitkomt.

Het concept van Tel Aviv on Fire intrigeert, maar de film vervalt helaas snel in nodeloze herhalingen. De realiteit blijkt nog minder geloofwaardig dan een soap, inclusief een voorspelbaar, romantisch subplot. Elk gesprek lijkt enkel te bestaan om het plot voort te duwen. De politieke spelletjes zijn niets meer dan spelletjes waarna iemand vol vreugde zijn overwinning kan vieren zonder dat er enige consequenties aan verbonden zijn. Tel Aviv on Fire legt in het eerste half uur al zijn kaarten op tafel en slaagt er daarna niet meer in nog iets aan complexiteit toe te voegen.

Politiek vehikel
Salams oom wil zijn geplande klapper van een seizoensfinale schrijven, ondanks de veranderende plotontwikkeling op weg ernaartoe. Salam zelf is vooral bezig te bedenken hoe hij kan zorgen dat er een tweede seizoen komt, terwijl iedereen hem probeert te beïnvloeden om de soap zo te schrijven dat het een bevestiging van hun eigen politieke visie vormt. De Palestijnse financiers van de soap willen de Israëlische generaal in de soap zien afgebeeld als brute tiran, terwijl Assi hem als goede soldaat én romantische held wil neerzetten. Alle mannen willen simpelweg de representant van hun groep als romantische held, terwijl de vrouwen zich enkel bekommeren om de mannelijkheid van de personages. “Niet alles is politiek”, stelt Assi’s vrouw. Het politieke speelveld is in Tel Aviv on Fire enkel aan mannen vergeven.

Tel Aviv on Fire

In een film die zo politiek geladen is, is het erg vreemd dat de film reflectie op zijn eigen positie mist. Tel Aviv on Fire komt niet verder dan een wijzend vingertje naar het gebrek aan nuance of oplossingsgerichtheid in het debat, maar biedt dit zelf ook niet. Op het eerste oog lijkt het een briljante zet om het politieke conflict vanuit een eenvoudige metafoor – de romantische held – uit te bouwen, maar de blauwdruk wordt nooit gerealiseerd. Elke discussie vervalt in een nuanceloze keuze tussen de Israëlische soldaat of de Palestijnse rebel. Er lijkt geen manier om de twee vreedzaam te laten samenleven. Salam doet nog een poging tot verzoening, maar de rest van de film biedt weinig hoop.

Tel Aviv on Fire kabbelt voort van plottwist naar plottwist, maar net als een echte soap levert de film nooit een bevredigende climax. Er zijn geen consequenties verbonden aan de verschuivingen en er komt geen einde aan. Zelfs met een lengte van honderd minuten voelt de film als een eindeloze exercitie met louter oppervlakkige observaties waarbij de lach al snel verdwijnt.

 

20 juli 2019

 

ALLE RECENSIES

Coup de Torchon

*****
recensie Coup de Torchon

Donkere schaduw over humaniteit

door Cor Oliemeulen

Een blanke politiecommissaris van een kleine West-Afrikaanse gemeenschap doet zich dommer en zwakker voor dan hij is. In het existentialistische, onheilspellende drama Coup de Torchon staat de filmtitel voor een grote schoonmaakbeurt.

Coup de Torchon (1981) begint met een zonsverduistering, een verschijnsel dat je kunt zien als een donkere schaduw over de menselijkheid die zich de komende twee uur zal ontvouwen. Politiecommissaris Lucien Cordier (een geniale Philippe Noiret) ziet dat vijf in het zand spelende Afrikaanse jongetjes het koud krijgen en maakt snel een vuurtje zodat ze zich kunnen opwarmen. Aan het eind van de film slaat de politiecommissaris half verscholen achter een boom dezelfde jongetjes in het zand gade en richt zijn pistool op een van hen.

Coup de Torchon

Wraakengel
De Franse regisseur Bertrand Tavernier maakte een vrije bewerking van de bejubelde roman Pop. 1280 van de Amerikaanse schrijver Jim Thompson over een sullige sheriff in een gehucht in North-Carolina. Door de manier waarop hij wordt behandeld en de dingen die hij om zich heen ziet, ontpopt hij zich tot een wraakengel die de door hem gechoreografeerde dans probeert te ontspringen. In zijn meesterwerk Coup de Torchon plaatst Tavernier een zelfde ogenschijnlijk ongeïnteresseerde gezagsdrager heel subtiel naar het Senegal van 1938.

Aan de vooravond van de Tweede Wereldoorlog heerst er in deze gemeenschap van krap 1.280 zielen (volgens sommigen zijn het er beduidend minder, want negers moet je niet meetellen als mensen) een sfeer van raciale spanning die is veroorzaakt door de Franse overheersing en van moreel verval van de kolonialisten. Politiecommissaris Lucien Cordier kreeg zijn huidige, relaxte baantje in de schoot geworpen en lijkt geenszins van plan iets te doen aan de wetteloosheid. De pesterijen en vernederingen van zijn omgeving neemt hij aanvankelijk op de koop toe. Zo ook die van twee lamlendige witte rijkaards die uit balorigheid schieten op zwarte slachtoffers van difterie die in de rivier drijven, want alleen witte mensen horen volgens de priester op het kerkhof.

Losbandige speelsheid
Ondanks zijn onnozele uitstraling heeft Cordier succes bij het vrouwelijke geslacht en moet hij zijn aandacht verdelen tussen drie vrouwen: eega Huguette (Stéphane Audran) die thuis seksueel aanrommelt met haar inwonende broer Nono (zanger Eddie Mitchell), de nieuwe onderwijzeres Anne (Irène Skobline) bij wie Cordier zijn gevoelige hart kan luchten, alsook zijn immer naar liefde hunkerende minnares Rose (Isabelle Huppert) wiens agressieve echtgenoot al vrij snel van de aardbodem verdwijnt. Net als in Taverniers Le juge et l’assassin (1976) is er een fantastische chemie tussen de frêle, maar vinnige Rose en de gelaten knuffelbeer Lucien.

Die speelsheid die onvermijdelijk leidt naar een fatale afloop maakt van Coup de Torchon een meer dan geslaagde, zeer natuurlijke film noir die zich ontwikkelt van een hilarisch drama tot een grimmige thriller vol zwarte humor. Wanneer Cordier de nieuwe onderwijzeres Anne voor het eerst ontmoet, zegt hij: “Lesgeven is een nobel vak. Dankzij u kunnen zwarte kinderen straks de namen van hun vaders op Franse oorlogskerkhoven lezen.” En als hij Rose leert met een pistool te schieten, oefenen ze op een poster op de muur van het politiebureau waarop staat ‘Meld je aan voor het koloniale leger’.

Terwijl het opgewonden standje Rose staat voor de losbandige vrijheid in een gemeenschap, die zich nog angstvallig vastklampt aan uitbuiting, racisme en corruptie, evolueert haar geliefde zich tot een Jezusfiguur die liever geen mensen redt, maar bevrijdt. In de avond als het West-Afrikaanse hemelschijnsel de karakters en de omgeving vervaagt, kleurt Tavernier de muren in een surrealistische blauwe gloed en geschieden daarbuiten zaken waarvan niemand weet hoeft te hebben. Bij daglicht kan Lucien Cordier dan de ultieme verlossing regisseren.

 

Kijk hier waar en wanneer Coup de Torchon draait.

 

19 juli 2019
 

MEER ISABELLE HUPPERT
 

 

ALLE RECENSIES