L’Inconnue

****
recensie L’Inconnue
Jezelf blijven in het lichaam van een ander

door Małgorzata Zielińska

L’Inconnue biedt een originele kijk op het thema van lichaamswisselingen, waarin personages gedwongen worden in een ander lichaam te leven. Met sterk acteerwerk en een mysterieus verhaal presenteert de film deze uitzonderlijke ervaring op een geloofwaardige manier.

Arthur Harari baseerde zijn film op de graphic novel De zaak David Zimmerman, die hij samen met zijn broer Lucas schreef. Een derde broer, Tom Harari, was betrokken als cameraman.

L'Inconnue

Léa Seydoux (Eva/David) en Niels Schneider (David/Malia) zetten overtuigende personages neer die plotseling worden geconfronteerd met een onverklaarbare en ingrijpende situatie. Ze moeten daar vrijwel alleen hun weg in vinden, met niemand anders dan elkaar als bevestiging dat hun ervaringen echt zijn. Vrij snel vermoedt de kijker dat er geen verklaring zal worden gegeven voor wat er gebeurd is en waarom.

Beide acteurs tonen zich hier van een andere kant: Seydoux, die slechts drie maanden na haar bevalling draaide, en Schneider, die gewicht verloor en zijn kapsel veranderde. Hoewel het basisverhaal tot het fantasygenre gerekend kan worden, zorgt de keuze voor een sobere, ingetogen stijl ervoor dat de kijker het verhaal gelooft en de personages ziet als echte, herkenbare mensen.

Een noodlottige ontmoeting
De film volgt David Zimmerman, een teruggetrokken fotograaf tegen de veertig, die de wereld observeert vanachter zijn camera terwijl hij een lang project afrondt dat door zijn overleden vader is begonnen: stedelijke landschappen fotograferen – “om te laten zien wat er verdwenen is”.

Het verhaal begint wanneer David op een uitbundig gemaskerd bal Eva ontmoet, een vrouw die hij eerder tijdens een van zijn opdrachten in het geheim had gefotografeerd. Na een kort seksueel contact wordt David wakker in Eva’s lichaam. Rond dezelfde tijd merkt de jonge vrouw Malia dat ze gevangen zit in Davids lichaam, na een kort seksueel contact met een man die op David leek.

De kracht van L’Inconnue zit in de sobere manier waarop zowel de ervaringen van de personages als de ongewone band tussen David en Malia wordt uitgewerkt. Een van de centrale motieven is het lijden dat voortkomt uit het gevoel opgesloten te zitten in een lichaam dat niet als het eigen lichaam wordt ervaren. Dat roept sterke parallellen op met aspecten van genderdysforie.

De triomf van de geest over de materie
Hoewel Harari niet de bedoeling had een verhaal over transgender ervaringen te vertellen, zijn de scènes waarin David en Malia elkaar herkennen juist daarom zo ontroerend. Terwijl vrienden en familie hen blijven beoordelen op hun uiterlijk, slagen David en Malia erin elkaar te zien zoals ze werkelijk zijn.

Wat deze scènes bovendien zo overtuigend maakt, is dat de acteurs het ogenschijnlijk onmogelijke geloofwaardig weten te maken. Als kijker zie je Léa Seydoux niet langer als Eva, maar als David in Eva’s lichaam. Hetzelfde geldt voor Niels Schneider: gaandeweg zie je niet langer David, maar Malia in Davids lichaam.

Het is wel jammer dat Harari niet verder onderzoekt hoe de naasten van de personages zouden reageren als David en Malia over hun ervaringen zouden proberen te praten, en of het echt onmogelijk is om voorbij de grenzen van het lichaam te reiken. Harari lijkt te suggereren dat er geen uitweg bestaat: ons lichaam bepaalt hoe de buitenwereld ons ziet en vormt daarmee ook onze identiteit. Dat idee komt onder meer naar voren in de droomachtige scène waarin Malia contact zoekt met haar vader maar wordt afgewezen, en in de verhaallijn rond Sofie Caro, een vrouw die David ontmoet wanneer hij probeert te begrijpen wat hem en Malia is overkomen. Er is echter ook een hoopvollere interpretatie denkbaar: echte communicatie is meer dan wat ons lichaam kan uitdrukken en verbinding blijft denkbaar voorbij onze fysieke beperkingen.

L'Inconnue

Geduld en aandacht is gewenst
Met een speelduur van bijna twee uur en twintig minuten vraagt de film geduld en aandacht van de kijker. Het inkorten van de verhaallijn over Sofie Caro had de film ten goede kunnen komen. Die verhaallijn laat vermoedelijk zien wat er gebeurt als de personages hun ware identiteit wél uitspreken: dan worden ze als psychisch ziek bestempeld.

Er is zeer weinig dialoog in de film. Het lijkt erop dat zodra we ons lichaam, ons gezicht en onze stem verliezen, er geen manier is om over te brengen wie we werkelijk zijn. Dit gevoel van opgesloten zijn wordt versterkt door de repetitieve, ritmische, onrustige pianomuziek van Andrea Poggio, die door de hele film heen terugkeert, alsof ze de uitzichtloze situatie waarin de personages zich bevinden wil onderstrepen.

Beide personages beleven de situatie verschillend. Voor Malia, een vrolijke, energieke en sociaal betrokken jonge vrouw, voelt de transformatie als een diefstal van haar toekomst. David, teruggetrokken, emotioneel gesloten en afgesneden van anderen, lijkt het nieuwe leven dat hem is opgelegd te kunnen aanvaarden.

Fascinerend
Alleen al Léa Seydoux maakt de film de moeite waard. Ze is fascinerend om naar te kijken: op een uiterst ingetogen manier brengt ze Davids hevige innerlijke emoties over, terwijl ze de kijker tegelijkertijd zijn onrust en onuitsprekelijke pijn laat zien. Niels Schneider is overtuigender als David dan als Malia, misschien omdat hij twee zeer verschillende personages moest vertolken, waardoor de overgang voor de kijker moeilijker te volgen is.

Beide personages zijn geloofwaardig, maar in de meeste gevallen zorgt de afstandelijke filmstijl ervoor dat de kijker emotioneel op afstand blijft om hun worstelingen van veraf te observeren. Waar de film eindigt met ruimte voor interpretatie, kiest de graphic novel voor een meer directe en misschien verontrustende einde. Alleen al daarom is het de moeite waard om ook de graphic novel te lezen.

 

15 oktober 2026

 

ALLE RECENSIES

Six et demi, onze (1927)

De Herfst van de Stomme Film
Deze september blikken we in De Herfst van de Stomme Film terug op klassiekers uit de maanden voordat The Jazz Singer in oktober 1927 de geluidsfilm inluidde. Een laatste oogst van tien films voordat Hollywood begon te praten. Hieronder de negende film.

 

Six et demi, onze (Frankrijk, juni 1927)
Het gezicht toont de ziel

door Cor Oliemeulen

Jean wordt verliefd op zangeres Mary en vertrekt met haar naar Zuid-Frankrijk. Het geluk is van korte duur. Tijdens een avondje uit danst Mary met Harry en niet lang daarna is ze spoorloos verdwenen. Er volgt een melodrama waarin fotografie centraal staat: als stijlmiddel én als bewijsmateriaal. De raadselachtige titel Six et demi, onze verwijst naar het formaat van de foto’s die Jean van Mary maakte.

Het verhaal lijkt voor de Franse filmpionier Jean Epstein van ondergeschikt belang. Met close-ups, overvloeiers, dubbele beelden, spiegels, licht, montage, verrassende kaders en een beweeglijke camera onderzoekt hij vooral wat film in 1927 allemaal kon zijn.

Six et demi, onze (1927)

Film bracht een eigen taal
Film was inmiddels populair amusement, maar had nog lang niet het aanzien van literatuur, schilderkunst en theater. Een nieuwe generatie filmmakers probeerde te bewijzen dat cinema niet afhankelijk hoefde te zijn van die oudere kunstvormen. Film moest een eigen taal krijgen. Zo zocht Sergej Eisenstein die in de Sovjet-Unie vooral in de montage. In Pantserkruiser Potemkin (1925) zorgen snel opeenvolgende beelden samen voor spanning en emotie.

F.W. Murnau maakte in Duitsland camerabewegingen om de beleving van zijn personages zichtbaar te maken, wat je nergens zo duidelijk ziet als in Der letzte Mann (1924). In Faust (1926) combineerde hij camerabewegingen met spectaculaire trucages en een expressief spel van licht en schaduw, om met Sunrise (1927) zijn eerste Amerikaanse film te maken waarin hij al die technieken samenbracht.

In Frankrijk gooide Abel Gance in Napoléon (1927) ook bijna iedere denkbare techniek in de strijd. Denk aan snelle montage, meerdere beeldlagen en bewegende camera’s, die hij zelfs op de rug van een galopperend paard bevestigde of aan kabels door de lucht liet vliegen – alles om je middenin de Franse Revolutie te wanen. Voor de spectaculaire finale liet Gance zelfs drie beelden naast elkaar projecteren (Polyvision).

Zowel Epstein als Gance waren Franse impressionisten. Ze registreerden niet alleen gebeurtenissen, maar probeerden ook gevoelens, herinneringen en ervaringen van hun personages zichtbaar te maken.

Psychologische acrobatiek in ‘laboratoriumfilm’
In Six et demi, onze maken we kennis met twee broers uit een welgesteld milieu. Jérôme is een gerenommeerde arts. Zijn jongere broer Jean heeft ook geneeskunde gestudeerd, maar koos een ander pad. Jean is alleen achtergebleven in de grote woning. De enorme, hoge kamers tonen niet alleen de rijkdom, maar maken ook de eenzaamheid voelbaar. Hoe fijn is het dat Jean de beroemde zangeres Mary ontmoet. Hij wordt verliefd en neemt haar mee naar Zuid-Frankrijk, waar ze een comfortabel leven leiden. Maar op een dag is Mary plotseling vertrokken en ontdekt Jean dat ze met danser Harry is meegegaan.

Epstein legt weinig uit, gebruikt opvallend weinig tussentitels en verwacht dus veel van de kijker. Het wel en wee over relaties, locaties en gebeurtenissen moet je vaak uit de beelden afleiden. Het tonen van een afscheidsbrief geeft meer houvast.

Ook het publiek in 1927 had moeite met Epsteins aanpak. Filmmaker en criticus Jean Dréville omschreef Six et demi, onze als “psychologische acrobatiek” en “een soort laboratoriumfilm”. Voor dat laatste valt wat te zeggen: Epstein gebruikt het melodrama als laboratorium om te onderzoeken wat een camera met mensen, voorwerpen, licht en beweging kan doen.

Close-ups van zwaar opgemaakte gezichten
Het gezicht is een van zijn favoriete proefobjecten. Epstein gebruikt veel close-ups, soms zo dichtbij dat een hoofd bijna het hele beeld vult. Vooral de mannen hebben zwaar aangezette ogen en oogleden. Scherp afgetekende gelaatstrekken versterken hun emoties. Tegen een lichte achtergrond komt zo’n hoofd los van de ruimte en blijven alleen de donkere ogen, wenkbrauwen en mond over. Op die manier kijken we in de ziel van het personage en wordt bijvoorbeeld verdriet pijnlijk zichtbaar. De filmtheorie noemde dit photogénie.

Six et demi, onze (1927)

Opvallend is ook Epsteins gebruik van spiegels. Die leveren niet alleen bijzondere composities en mooie contrasten tussen licht en donker op. Een spiegel kan iemand naar zichzelf laten kijken: van buiten én van binnen. Zoals Ingmar Bergman dat later ook zo geweldig zou doen.

Soms lijkt een personage gevangen in het kader, op andere momenten wordt juist de leegte rondom iemand belangrijk. Michelangelo Antonioni zou dat laatste verfijnen om eenzaamheid te benadrukken.

Het beeld blijft bestaan
Eén voorwerp in Six et demi, onze krijgt een bijzondere betekenis: de fotocamera. Jean en Mary bezoeken een fotografiezaak en kopen een camera. Vervolgens gaat Jean haar fotograferen. Fotografie heeft iets paradoxaals: een foto bevriest een moment en bewaart iemand zoals die op dat moment was. Herinneringen kunnen vervagen, maar het beeld blijft bestaan. In deze film smelten vorm en verhaal samen in de ontknoping.

Uiteindelijk heeft Jean Epstein nauwelijks filmtitels nagelaten die bij het grote publiek dezelfde status kregen als Potemkin, Napoléon, Metropolis of Sunrise. Epstein dankt zijn betekenis vooral aan zijn experimenten en filmische ideeën. Dat is waarom Six et demi, onze bijna honderd jaar later nog steeds fascineert. Niet omdat het liefdesdrama je uit je sokken blaast, maar omdat Epstein van een eenvoudig drama een speeltuin maakte.

Deze film is gratis te zien op YouTube.

 

26 september 2026

 

THEMAMAAND ‘De Herfst van de Stomme Film’

Juste une illusion

**
recensie Juste une illusion
Vlotte, maar vlakke familiefilm

door Cor Oliemeulen

Er is niks mis met feelgood. Ook niet met nostalgie. Maar het is prettig om ook verrast te worden. In Juste une illusion keren Olivier Nakache en Éric Toledano terug naar hun jeugd in de jaren tachtig. Hun meest persoonlijke film, zeggen ze zelf.

Filmmakers lijken steeds vaker terug te keren naar hun jeugd. Alfonso Cuarón met Roma en Steven Spielberg met The Fabelmans zijn geslaagde voorbeelden. Bij films als Armageddon Time van James Gray vraag je je af waarom belangrijke herinneringen van de filmmaker automatisch interessant zijn voor de kijker. Die vraag keert terug bij Juste une illusion.

Juste une illusion

Nakache en Toledano (C’est la vie, Hors Normes) waren tieners in de jaren tachtig en wilden opnieuw ervaren hoe het voelde om dertien te zijn. Na bijna twee uur vol muzikale hits, eerste liefdes, familieperikelen en goede bedoelingen blijf je achter met het gevoel dat je alles al eerder hebt gezien.

Joodse Arabier
Het is 1985. De bijna dertienjarige Vincent woont met zijn ouders en oudere broer Arnaud in een Parijse buitenwijk als hij verliefd wordt op Anne-Karin. Ondertussen verbergt vader Yves (Louis Garrel) dat hij werkloos is, terwijl moeder Sandrine (Camille Cottin) juist probeert hogerop te komen.

Daarmee gebruiken Nakache en Toledano de economische crisis van de jaren tachtig niet alleen maar als decor. Achter alle nostalgische aankleding proberen zij wel degelijk iets van de maatschappelijke werkelijkheid van 1985 te laten zien. Zo komt de Franse beweging SOS Racisme aan bod met de optimistische gedachte dat verschillende bevolkingsgroepen samen iets konden veranderen.

Ook Vincents afkomst krijgt aandacht zonder dat de film een zwaar identiteitsdrama wordt. Zijn moeder heeft Algerijnse wortels en zijn vader Marokkaanse. Vincent blijkt een Joodse Arabier. We leren dat door het décret Crémieux uit 1870 Algerijnse Joden de Franse nationaliteit kregen. Ook Nakache en Toledano groeiden op met meerdere culturele identiteiten.

Mitterrand en zijn vriend
Gelukkig valt er soms te lachen. De beste grap begint als Arnaud voor straf zijn jongere broer moet helpen met de spreekbeurt die Vincent zogenaamd samen met Anne-Karin heeft gemaakt.

Op een foto ziet Vincent president François Mitterrand hand in hand met een hem onbekende man. Zijn broer Arnaud maakt hem wijs dat de foto historisch is omdat de twee mannen hiermee openlijk voor hun homoseksuele relatie uitkomen. In werkelijkheid is de man de Duitse bondskanselier Helmut Kohl en werd deze beroemde foto in 1984 gemaakt tijdens een herdenking in Verdun, waar hun handdruk symbool stond voor de Frans-Duitse verzoening. Vincent neemt Arnauds uitleg voor waar aan en verwerkt die in de spreekbeurt op school. Met alle gevolgen van dien.

Helaas is niet iedere grap zo geslaagd. Zo is er een zoekgeraakte seksvideo, en de zoektocht naar de nieuwe eigenaar. De rabbijn misschien? Dat het hier om een videoband gaat, maakt de grap jaren tachtig, maar allesbehalve nieuw.

Juste une illusion

Bekend recept
Met Juste une illusion grijpen Nakache en Toledano opnieuw terug naar hun beproefde formule, die begon met hun grote internationale doorbraak Intouchables (2011). De kracht zat daar vooral in de buitengewone chemie tussen François Cluzet en Omar Sy in een tamelijk conventioneel feelgoodverhaal. Een van de bekendste scènes is die waarin Omar Sy op een feestje losgaat op Boogie Wonderland van Earth, Wind & Fire. Het stijve gezelschap komt tot leven en ook de kijker kan niet stilzitten.

Juste une illusion kent opnieuw zo’n dansmoment. Ditmaal gaat Sandrine in de woonkamer los op I’m So Excited van The Pointer Sisters. De scène duurt en duurt, totdat Yves binnenkomt en ook zijn remmingen laat varen. Daar is-ie weer: de bekende pophit, het spontane dansen, het gevoel van bevrijding en het feelgoodmoment.

Ook de sfeervolle pianomuziek die af en toe opduikt, roept herinneringen op aan Intouchables, waarin de muziek van Ludovico Einaudi zo’n belangrijke rol speelde. Misschien geen bewuste verwijzing, maar toch.

De laatste akte bevestigt alle vermoedens over hoe deze familiefilm eindigt. Vincents bar mitswa nadert, de gezinsproblemen worden gladgestreken en het verhaal werkt toe naar hereniging en verbondenheid. En natuurlijk niet te vergeten de sentimentele toespraak: liefde voor alles en iedereen! Uiteindelijk nog wat homevideo’s om zeker te weten hoe bijzonder die tijd wel was.

Nakache en Toledano kunnen zich troosten met de wetenschap dat het Franse publiek hun terugkeer naar de jaren tachtig enthousiast heeft omarmd. Maar volle zalen maken een film nog niet origineel.

 

22 september 2026

 

ALLE RECENSIES

De Gaulle: Liberté

****
recensie De Gaulle: Liberté
Vervolg maakt epische status waar

door Jochum de Graaf

De Gaulle: Liberté – het vervolg van De Gaulle: Résistance – begint op drie fronten. Het is januari 1943. In de hitte van de Fezzan-woestijn in Libië bereidt generaal Philippe Leclerc zich voor om zich met zijn colonne van Vrije Fransen aan te sluiten bij de geallieerden in de strijd tegen de Duitsers in Noord-Afrika. In Londen en Washington zijn er besprekingen voor de conferentie van Casablanca later die maand, de geheime top waar de Amerikanen en de Britten hun militaire strategie willen bepalen. En in het winterse Lyon probeert hoge ambtenaar Jean Moulin in opdracht van De Gaulle het Franse verzet van links tot rechts met elkaar te verenigen.

De eigenzinnige Philippe Leclerc gaat zich aansluiten bij het Britse Achtste Leger. De colonne is dan al twee jaar bezig met een opmars vanuit de Sahara. Als ze in maart 1941 de Italiaanse Kufra-oase innemen, leggen ze de legendarische Eed van Kufra af waarbij ze zweren de wapens pas neer te leggen wanneer de Franse driekleur op de kathedraal van Straatsburg wappert. Later in de oorlog landen de troepen in Normandië en hebben een groot aandeel in de bevrijding van Parijs, augustus 1944.

De Gaulle: Liberté (foto: Malgosia Abramowska)

Gedeeld leiderschap van het Franse verzet
Jean Moulin, de jongste prefect van Frankrijk, slaagt er met buitengewone moed en tact in het communistische, socialistische en rechts-nationalistische verzet met elkaar te verenigen. In juni 1943 wordt hij door verraad in eigen kring door de Gestapo opgepakt en dagenlang gemarteld, maar hij breekt niet en zal later op weg naar Duitsland overlijden aan zijn verwondingen. Het lot van Moulin is van doorslaggevende betekenis voor de positie van De Gaulle als onbetwiste leider van het Franse verzet.

Ten aanzien van met name de Amerikanen bevindt De Gaulle zich in een lastig parket. In vrij eenzame ballingschap in het Londense Hampstead wordt hij geconfronteerd met een diep wantrouwen van Roosevelt persoonlijk, die in hem niet de onbetwiste leider van het Franse verzet ziet. Hij heeft een voorkeur voor de meer meegaande generaal Giraud, de bevelhebber van de Franse troepen in Noord-Afrika. Bovendien ziet hij voorziet hij voor Frankrijk maar een zeer beperkte rol in het naoorlogse Europa. Er is een voorstel om het land onder Amerikaans gezag te brengen. De Gaulle wordt niet eens in de voorbereidingen op D-Day betrokken.

De Gaulle blijft straf bij zijn eis van een volledige erkenning van de Franse onafhankelijkheid. Roosevelt en in zijn kielzog Churchill weten de rivalen De Gaulle en Giraud tot een soort gedeeld leiderschap van het Franse verzet te dwingen. Het is een ijzig fotomoment als de mannen elkaar onder die zware druk de hand schudden.

Haat-liefdeverhouding tussen De Gaulle en Churchill
Hoewel de namen, data en gebeurtenissen over elkaar heen buitelen zijn de diverse verhaallijnen van de film dankzij een uitnemende montage goed te volgen. De krijgshandelingen in Afrika worden spectaculair in beeld gebracht, de spannende ontwikkelingen bij het verzet zijn goed van sfeer en de diplomatieke verwikkelingen zijn ondersteund door het goed gekozen archiefmateriaal uitermate geloofwaardig.

In deel 1, De Gaulle: Résistance, wordt De Gaulle als een soort Don Quichot neergezet. Ik stoorde me een beetje aan die koketterie die kolderieke scènes opleverde. De Gaulle die na een noodlanding in een besmeurd militair modderkostuum een rare competentiestrijd voert met een hogergeplaatste generaal. In Liberté wordt dit beeld scherp gecorrigeerd en ontpopt hij zich tot een machtspoliticus die de belangrijke ontwikkelingen naar zijn hand weet te zetten. Let eens op de soevereine manier waarop hij in vergadering met de hoogste leiders van het Franse verzet zijn tegenstrever Giraud buitenspel weet te zetten.

Heel sterk uitgewerkt is ook de haat-liefdeverhouding tussen De Gaulle en Churchill: de steile, ascetische militair van bijna twee meter De Gaulle versus de kleine flamboyante bolronde Churchill met bolknak en cognac. Het is ook een geweldig acteerduel tussen de twee Simons, Akbarian (De Gaulle) en Russell (Churchill).

Grote verdienste van het tweeluik is dat het een genuanceerd nieuw licht werpt op een belangrijke episode van onze geschiedenis. De onbekende strijd in Afrika, veldslagen als de Slag bij Birkheim, de Eed van Kufra en niet te vergeten de belangrijke rol van de van de Afrikaanse en Arabische militairen in het Franse leger, zijn lang onderbelicht gebleven.

De Gaulle: Liberté (foto: Malgosia Abramowska)

La Bataille de Gaulle – zoals het tweeluik van Antonin Baudry wordt genoemd – krijgt ook betekenis als goed inzicht in de recente geschiedenis van Frankrijk. Met in het huidige politieke speelveld met een opnieuw een wispelturig Amerika en de tekening van het sterk gepolariseerde politieke landschap in Frankrijk zou je kunnen zeggen dat de film ook te zien is als een interessante vooruitblik op de presidentsverkiezingen van volgend jaar.

Ten onrechte ondergewaardeerd
In Frankrijk kende De Gaulle: Résistance aan het begin van de zomer nog een stroeve start, met aanvankelijk nog geen half miljoen bezoekers (in Nederland trok de film tot nu toe ruim 40.000 bezoekers). Inmiddels zijn beide films echter uitgegroeid tot de absolute zomerhit in de Franse bioscopen. Nadat de release van De Gaulle: Liberté werd vervroegd om samen te vallen met ‘Fête du Cinéma’ – waarbij tickets vier dagen lang slechts 5 euro kostten – volgde de definitieve doorbraak. Het tweeluik is inmiddels op weg naar de zes miljoen bezoekers, waarmee De Gaulle deze zomer uitstekend kon wedijveren met blockbusters als The Odyssey en Spider-Man.

De eerlijkheid gebiedt te zeggen dat ook ik deel 1 ernstig ondergewaardeerd heb met een heel zuinige twee sterren. Met de komst van deel 2 is mijn oordeel omgeslagen en geef ik vier sterren, waarmee het eindoordeel van beide films op minstens drie sterren uitkomt.

 

13 september 2026

 

Lees hier De Gaulle: Résistance

 

ALLE RECENSIES

Histoires Parallèles

***
recensie Histoires parallèles
Uit de hand gelopen fantasie

door Cor Oliemeulen

Een teruggetrokken schrijfster bespiedt haar overburen en verzint een broeierig melodrama. Als een jonge man ontdekt dat de personages echt bestaan, beginnen fictie en werkelijkheid elkaar te beïnvloeden. Histoires parallèles bevat alle ingrediënten van een typische Asghar Farhadi, maar de Iraanse meesterregisseur heeft ze weleens overtuigender door elkaar geroerd.

Een klein voorval kan bij Asghar Farhadi enorme gevolgen hebben. Een verdwijning, een scheiding, een tas met geld: meer is niet nodig om zijn personages te verstrikken in een web van leugens, halve waarheden en verkeerde aannames. Het knappe is dat de kijker daarin net zo verstrikt raakt.

Histoires Parallèles

Kettingreactie
Misschien werkt dat wel het sterkst in About Elly (2009), waarin de verdwijning van een jonge vrouw tijdens een uitstapje aan zee langzaam de onderlinge verhoudingen binnen een vriendengroep blootlegt.

In zijn Oscarwinnaar A Separation (2011) leidt een huwelijkscrisis via een ogenschijnlijk klein incident tot een moreel conflict waarin afkomst, religie, geld en verantwoordelijkheid een rol gaan spelen. Farhadi zet de kijker op de stoel van de rechter en elke nieuwe onthulling maakt het vellen van een oordeel moeilijker.

Ook A Hero (2021) draait om zo’n kettingreactie. Een gevangene vindt tijdens zijn verlof een tas met gouden munten en lijkt door die terug te geven plotseling een held. Maar zijn goede daad is minder eenvoudig dan gedacht en voordat hij het zich realiseert staan zijn reputatie, trots en waarheid op het spel.

Het zijn allemaal typische Farhadi-drama’s die de spanning van een thriller krijgen zonder thrillers te zijn.

Kijken naar de overkant
In Histoires parallèles speelt Isabelle Huppert Sylvie, een succesvolle maar vereenzaamde schrijfster die half verslonst in haar Parijse appartement rondhangt. Met een telescoop observeert ze mensen aan de overkant. Wat ze ziet, gebruikt ze als inspiratie voor een nieuwe roman. Uit flarden van het dagelijks leven fantaseert ze een opwindend bestaan bij elkaar.

Sylvies nichtje vraagt de jonge dakloze Adam (Adam Bessa) om haar tante in het dagelijks leven te helpen. Langzaam ontdekt hij Sylvies schrijfsels en dat de mensen aan de overkant model staan voor haar verhaal. Het gaat om twee broers, Nicolas (Vincent Cassel) en Théo (Pierre Niney), die daar met hun aantrekkelijke collega Nita (Virginie Efira) tot laat in de avond geluidseffecten voor films maken.

Dat laatste is een leuke vondst, want naast beeld en fictie speelt ook geluid voortdurend met wat echt is en wat de kijker als echt ervaart. Farhadi versterkt dat mysterieuze gevoel in het begin met kleine parallellen. Sylvie trapt met haar blote voet in een stukje glas en even later overkomt Nita aan de overkant hetzelfde. Adam maakt een gasfornuis schoon, even later gebeurt aan de overkant hetzelfde.

Histoires Parallèles

De parallellen doorbreken
De filmtitel krijgt gaandeweg steeds meer betekenis. Er lopen twee verhalen naast elkaar: Sylvies verzonnen versie van haar overburen en hun werkelijke bestaan. Adam is degene die de parallellen doorbreekt. De fictie begint de werkelijkheid te veranderen. Vervolgens beginnen de personen uit het verhaal anders naar elkaar en naar zichzelf te kijken.

Maar daar begint het scenario wat te wringen. Farhadi maakt weliswaar voldoende duidelijk dat Adam geobsedeerd raakt, maar minder overtuigend waarom zijn fascinatie zo’n extreme vormen aanneemt. Verder heeft het scenario enkele gekunstelde neigingen. Zo wurgt in Sylvies manuscript de ene man de andere met een elektriciteitskabel. Tegen het einde struikelt iemand bijna over een kabel en pakt die vervolgens op, waarmee Farhadi wel heel nadrukkelijk suggereert dat de werkelijkheid de fictie gaat herhalen.

Buiten Iran
Farhadi’s films buiten Iran voelen vaker nét anders aan. Le passé (2013) en het in Spanje gedraaide Todos lo saben (2018) zijn bepaald geen slechte films, maar missen iets van de vanzelfsprekendheid van zijn Iraanse werk. De regisseur erkende zelf bij Todos lo saben dat culturele verschillen zijn manier van vertellen beïnvloedden. Een deel van de spanning in zijn Iraanse films komt juist doordat mensen binnen die cultuur minder direct tegen elkaar zeggen wat ze denken en voelen. Je ziet dat ook bij een andere grote filmmaker als Hirokazu Kore-eda, wiens Franse La vérité (2019) anders aanvoelt dan zijn Japanse familiedrama’s.

De cast houdt Histoires parallèles moeiteloos overeind. Vincent Cassel en Isabelle Huppert zijn als vanouds uitstekend op dreef, Pierre Niney etaleert zachtaardigheid met een scherp randje, Virginie Efira weet als geen ander hoe een kwetsbare vrouw neer te zetten en Adam Bessa laat in het midden of we naar een onvervalste romanticus of een obsessieve zonderling zitten te kijken. De paar minuten speeltijd van Catherine Deneuve als impresario, uiteraard met sigaret, zorgen voor een zeldzaam komisch moment. Ook een mindere Asghar Farhadi is nog dik de moeite waard.

 

1 september 2026

 

ALLE RECENSIES

De la Comédie-Française

***
recensie De la Comédie-Française
The show must go on

door Małgorzata Zielińska

Twee maanden schrijven, drie weken voorbereiden en veertien dagen filmen. Twee coregisseurs en vier scenaristen. Het eindresultaat is een komische, flamboyante film van 1 uur en 15 minuten met acteurs van de Comédie-Française die laten zien dat Fransen de kampioenen van zelfspot en relativeringsvermogen zijn.

Over drie uur moet Nina (Pauline Clément) haar eerste toneelstuk, Macbeth, regisseren in de Comédie-Française. Maar alles lijkt tegen te werken. Alles wat mis kan gaan, gaat ook daadwerkelijk mis: afwezige hoofdactrice, kapotte decors, haar ex-partner die hun baby naar haar werk brengt en vervolgens verdwijnt, tot een onverwacht bezoek van de minister van Cultuur, van wiens oordeel belangrijke subsidies afhangen.

De la Comédie-Française

Wanneer het theater verandert in een vrolijk gekkenhuis, moet Nina tegen de klok vechten om de voorstelling toch op de planken te krijgen. Want in de Comédie-Française wordt een voorstelling nooit afgelast.

Om de spanning op te voeren, is de film opgedeeld in scènes die worden gemarkeerd door tijdsaanduidingen: 18.00 uur, 18.30 uur, 19.00 uur enzovoort. Met elke nieuwe scène tikt de klok verder richting de première van 21.00 uur, waardoor de druk op Nina steeds verder toeneemt.

De keuze voor Macbeth als toneelstuk dat Nina moet opvoeren, is geen toeval. De regisseurs zochten bewust naar een contrast met de komische toon van de film. Bovendien is Macbeth omgeven door bijgeloof, dat ook in de film opduikt en naadloos aansluit bij de eindeloze reeks tegenslagen die Nina op de avond van de première achtervolgt.

Veel Leven om Niets
De eerste veertig minuten van het regiedebuut van Martin Darondeau en Bertrand Usclat zitten vol geestige dialogen, boeiende scènes en originele personages die soms ronduit absurd zijn. Er valt veel te lachen met zowat alle stereotypen over acteurs en het theater. We zien bijgelovige acteurs, zoals Nadine, de grande dame van het theater (Danièle Lebrun) die nog altijd rookt om haar plankenkoorts te bestrijden om vervolgens compleet stoned rond te dwalen. Daarnaast komt uitgerekend nu een geheime romance uit en begrijpt een van de actrices Suzanne (Adeline D’Hermy) totaal niet wie haar personage is of wat haar rol inhoudt.

Na al die komische verwikkelingen voelt het rustiger en meer sentimentele vervolg kleurlozer en onevenwichtig aan door de abrupte overgang in toon en ritme. Dat komt omdat het idee voor de film zijn oorsprong vindt in een plan om een korte, humoristische video te maken voor de sociale media van de Comédie-Française. Dat leidt eerder tot een reeks komische situaties en sketches dan tot een diepgaande karakterstudie.

De la Comédie-Française

Spelen of niet spelen, dat is de vraag
Toch probeert de film de ontwikkeling van Nina te tonen. Aan het begin is ze voortdurend bezig iedereen tevreden te houden. Lange tijd slaagt ze erin de enige redelijke persoon te blijven in een werkelijkheid die steeds chaotischer wordt. Wanneer de actrice die Lady Macbeth moet spelen niet op de première verschijnt, wordt Nina gedwongen de rol zelf op zich te nemen. Naarmate ze letterlijk in het kostuum van Lady Macbeth stapt, wordt ze ook steeds daadkrachtiger en vastberadener. De film is echter te kort om deze evolutie volledig geloofwaardig uit te werken.

De film werd opgenomen in het indrukwekkende gebouw van de Comédie-Française. Dit theatergezelschap, opgericht in 1680 door Lodewijk XIV, is het oudste nog actieve theatergezelschap ter wereld. Alle acteurs en medewerkers die in de film te zien zijn – van acteurs tot technici – zijn allen werkzaam in de Comédie-Française.

Niet alleen het theatergebouw, maar ook de muziek van Clément Ducol draagt bij aan de dynamiek en spanning. De componist, die in 2025 een Oscar won voor Emilia Pérez van Jacques Audiard, zet in de meest dynamische scènes percussie in om het ritme en de energie van de film te versterken.

Al met al is dit een onderhoudende komedie, gedragen door sterk acteerwerk. De kleurrijke personages, scherpe humor en unieke locatie maken van de film een aangename kijkervaring, die kijkers mogelijk zullen aanzetten om de Comédie-Française zelf eens te bezoeken.

 

29 juli 2026

 

ALLE RECENSIES

Playtime (4K re-release)

*****
recensie Playtime (4K re-release)
De titel dekt de lading

door Bert Potvliege

De cinema van Jacques Tati is als fijne wijn: wondermooi gerijpt doorheen de jaren. We schrijven meer dan zeventig jaar na de creatie van Monsieur Hulot, het memorabele hoofdpersonage uit zijn films (door de regisseur zelf gespeeld), en nog steeds schuddebuiken cinefielen smakelijk door zijn filmografie. De lichtvoetige aard van die prenten zou je bijna doen vergeten wat voor monumentale cinema het eigenlijk is – de impact van Tati is immens. De ambitie van Playtime (1967) was dat evenzeer.

Deze zomer loopt er een retrospectief met nieuwe 4K-restauraties van al zijn speelfilms: de uitgelezen kans om te (her)ontdekken wat voor uitzonderlijk talent Tati was, van halfweg de twintigste eeuw tot zijn carrière drie decennia later uitdoofde. Hij overleed in armoede in 1982 – de ontbering het gevolg van de financiële ramp die Playtime was.

Playtime (4K-restauratie)

Cinema van nostalgie
Het valt aan te raden de duik in Tati’s universum niet te beginnen met Playtime: de schok kan te bruusk zijn, de uitdaging te groot. Mon oncle (1958) is daarentegen een uitstekende introductie en toont ten voeten uit wie hij was als filmmaker: cinema van nostalgie, met gortdroge visuele humor, verwondering voor mens en wereld, en een immense nadruk op het beeld. Tati’s films hebben een vitale relatie met het medium waarin ze bestaan; enkel in cinema kon hij deze verhalen vertellen. Deze zachtere instap is de ideale opwarmer voor Playtime: een knettergekke titaan die uit zijn voegen dreigt te barsten. De film staat bovendien op de 23ste plaats in de gezaghebbende Sight & Sound Poll van beste films ooit.

Hulot is een ietwat naïef maar zeer onschuldig typetje dat vasthoudt aan de eenvoud van het verleden en vol verbazing de hoogtechnologische bureaucratische architectuur beleeft. Met grote ogen flaneert hij door het moderne bestaan. En in Playtime kan je eindeloos flaneren. Waarlijk eindeloos.

De plot is zo goed als verwaarloosbaar (er is bovendien nauwelijks dialoog). Hulot volgt zijn neus in het drukke Parijs: een wereld van staal, beton en glas, waar het verkeer raast en miljoenen mensen onderweg zijn. Zo ook Hulot, op weg naar een afspraak in een gigantisch kantoorgebouw – een taak die meer uitdagingen en side quests blijkt te hebben dan verwacht. Personages kruisen elkaar voortdurend in deze wirwar van stadsdrukte: luchthavens, winkels, beurzen, appartementen, kantoren. Op parkeerterreinen staan wagens in rijen van drie tegen elkaar geplakt – een onmogelijke situatie om uit te geraken.

Blik van kinderlijke onschuld
De blik van kinderlijke onschuld voelt vertederend aan, en de kijker mag door die ogen die wereld mee beleven. En wat komt die binnen bij onze protagonist: de gekke vering van een stoel boeit hem mateloos, de receptionist die zijn drukke balie beheert met snedig voetenwerk intrigeert, de labyrintische kantoorruimte met cubicles lijkt waanzinnig, en een communicatiebord met vele lichtjes en knopjes oogt ronduit absurd. Alles verdient aandacht, alles is spel. En Hulot speelt het mee.

De film mondt uit in een langgerekte restaurantscène, waarin het net geopende etablissement spelenderwijs tot schroot wordt herleid. Deze wereld is als een kermis – wat finaal wordt bevestigd door een druk rond punt dat alle schijn heeft van een carrousel. De verbeelding is indrukwekkend, de visuele humor feilloos, de adoratie voor de wereld totaal.

Playtime (4K-restauratie)

Maar er is meer dat de film naar dat bijna onbereikbare niveau tilt: megalomanie. De ambitie van Tati’s project was gigantisch, maar ook roekeloos. Hij liet een volledige kunstmatige stad bouwen (toepasselijk ‘Tativille’ genoemd) om volledige controle te hebben over elk aspect van de productie. De film werd gedraaid op peperdure 70 mm-pellicule, bedoeld om de enorme hoeveelheid beeldinformatie te dragen – je kan erin verdwalen. De productie duurde jaren en liep zwaar over budget.

Bankroet
Net zoals Francis Ford Coppola zijn eigen geld investeerde in het onderschatte Megalopolis, financierde Tati zijn film zelf. En net als Coppola verloor hij bakken geld: Playtime werd destijds de duurste Franse film ooit en een commerciële flop. Dat Tati zo obsessief te werk ging, blijft fascinerend – weinig zaken op het witte doek spreken zo tot de verbeelding als megalomanie: een kunstenaar die opgeslorpt wordt door zijn eigen ambitie en vervolgens iets monsterlijks creëert. Dat geldt voor Werner Herzog met Fitzcarraldo, voor Coppola met Apocalypse Now, en zelfs voor het onbezonnen (maar fenomenaal) drama Magnolia van Paul Thomas Anderson. Voor Tati leidde het tot bankroet – een Icarus die ter aarde stort.

De eerder vermelde verbijstering over de wereld wordt hier ook vanuit die grootheidswaanzin benaderd. Die blik van verwondering is er een die we doorgaans ergens in de kindertijd naar de achtergrond verdringen, maar voor Tati lijkt het de enige manier om de wereld te benaderen. De openingsscène in de terminal toont beelden die tot de rand gevuld zijn met bezienswaardigheden, klaar om in te verdwalen. Merkwaardig hoe vlot hij de kijker in dat tempo en die perceptie meeneemt, klaar om de komende twee uur de wereld op zijn manier te beleven. Playtime is een uitnodiging om stil te staan bij schoonheid en speelsheid, terwijl de wereld als een gek om ons heen draait.

Al deze elementen samen – megalomanie, verwondering, humor, onschuld en verbeelding – in combinatie met ontzettend sterke beelden, maken Playtime tot essentiële cinema: Tati leert ons kijken op manieren die we verloren zijn. Dit eindeloos flaneren kan je leven veranderen..

 

26 juli 2026

 

ALLE RECENSIES

Des preuves d’amour

***
recensie Des preuves d’amour
Dossier van toekomstige liefde

door Małgorzata Zielińska

Vijftien schriftelijke getuigenissen. Dat is wat Céline nodig heeft om juridisch moeder te worden van het kind dat haar partner Nadia draagt. Na haar César-winnende korte film L’Attente (Expecting, 2022) maakt Alice Douard haar speelfilmdebuut met Des preuves d’amour, een toegankelijke film over queer ouderschap kort na ingang van het homohuwelijk in Frankrijk in 2013.

Die getuigenissen liggen aan de basis van Des preuves d’amour. Het verhaal put uit de persoonlijke ervaringen van regisseur en scenarioschrijver Alice Douard, die zelf haar geschiktheid als ouder moest aantonen voor de dochter die haar vrouw droeg. Die persoonlijke achtergrond maakt de personages opvallend geloofwaardig.

Des preuves d’amour

De film volgt club-dj Céline (Ella Rumf) tijdens haar zoektocht naar getuigenissen. Een van de moeilijkheden waarmee ze wordt geconfronteerd, is de langdurige afwezigheid van haar moeder, een beroemde pianiste, gespeeld met opmerkelijke natuurlijkheid door Noémie Lvovsky. Céline heeft haar moeder nu nodig om zelf als moeder erkend te kunnen worden. Die moeder koos jarenlang voor haar carrière als pianiste boven een actieve rol in het leven van haar dochter.

Wat we als kijkers krijgen, is een vakkundig gemaakte film die sterke, onafhankelijke en moderne vrouwen toont. Nadia (Monia Chokri), zes maanden zwanger, gaat naar clubs, vermaakt zich, mist het roken, verlangt lichamelijk naar haar partner, maar is ook kwetsbaar en onzeker over haar toekomstige rol als moeder.

Innerlijke reis door Parijs
Het camerawerk volgt Céline dynamisch tijdens haar tocht door Parijs. Haar reis door de stad kan worden gelezen als een zoektocht naar zichzelf in een periode waarin de naderende geboorte van haar eerste kind haar leven en identiteit ingrijpend zal veranderen.

Tegelijkertijd blijft de camera vaak lang op haar gezicht gericht, waardoor de kijker niet alleen haar fysieke, maar ook haar emotionele reis van dichtbij meemaakt. Er zijn niet veel dialogen in de film. Door deze stijl kan de kijker eigen gevoelens en gedachten op Céline projecteren. De film geeft de kijker de ruimte om samen met het hoofdpersonage antwoorden te zoeken op vragen als: hoe bouw je een relatie op met een afwezige ouder? Hoe bereid je jezelf voor op de komst van een eerste kind? En mag je bang zijn wanneer je op je eerste kind wacht?

Het feit dat twee van de hoofdpersonages muzikanten zijn, maakt van de muziek bijna een personage op zich. Van de klassieke pianomuziek van Céline’s moeder, die haar gedachten en gevoelens uitdrukt wanneer woorden tekortschieten, tot de moderne elektronische muziek van Céline. Het vormt een aanvulling op een verhaal waarin muziek vaak even belangrijk is als dialoog.

Opvallend is dat moeder en dochter juist tijdens het musiceren het meest zichzelf lijken. De moeder achter de piano, Beethoven spelend, en Céline achter haar mengpaneel als dj: beiden hebben volledige controle over hun eigen muzikale wereld en lijken zich daarin af te sluiten van anderen. Toch suggereert de film ook een verschil tussen de twee: Céline is even onafhankelijk en even sterk als haar moeder, maar kiest ervoor meer aandacht te hebben voor de behoeften van de mensen om haar heen.

Des preuves d’amour

Geen ongemakkelijke vragen
Wanneer de queer vrouwen met moeilijke situaties worden geconfronteerd of familieleden vragen stellen die soms als indringend worden ervaren, worden deze conflicten snel opgelost. Het lijkt alsof de regisseur de moeilijke of verdrietige emoties niet wil oproepen bij de kijker. Daardoor voelt de film soms als een crowdpleaser, maar ook volwassenen hebben af en toe behoefte aan een sprookje.

De film is niet overdreven sentimenteel en bevat verschillende komische momenten, zoals de scène met een arts die beleefd en respectvol probeert om te gaan met een queer koppel dat een kind verwacht, maar daarbij juist steeds onhandigere opmerkingen maakt.

Voor kijkers die vooral een positieve en aangename filmervaring zoeken, is Des preuves d’amour een geslaagde keuze. Wie echter meer inzicht wil krijgen in de complexiteit van het dagelijkse leven van queer gezinnen, zou kunnen vinden dat de film de werkelijkheid enigszins verzacht. Conflicten en kwetsende opmerkingen worden zelden uitgediept, waardoor hun emotionele gevolgen minder zichtbaar blijven dan ze in het echte leven vaak zijn.

Met haar speelfilmdebuut wilde Douard een breed publiek aanspreken door de nadruk te leggen op vreugde en liefde. Die keuze resulteert in negentig minuten toegankelijke cinema, gedragen door sterk acteerwerk en een boeiend verhaal. Tegelijkertijd blijft de film daarmee wat aan de veilige kant. Des preuves d’amour is een plezierige kijkervaring, maar laat de meeste kijkers waarschijnlijk niet achter met inzichten of emoties die nog lang nazinderen.

23 juli 2026

 

ALLE RECENSIES

A pied d’oeuvre

***
recensie A pied d’oeuvre
De schrijver die liever klusjesman wilde zijn

door Bob van der Sterre

Paul Marquet was fotograaf en kon er goed van leven. En is nu schrijver. Maar hij is vooral klusjesman. Voor twintig euro kun je hem inhuren om je kelder leeg te ruimen.

Het ging Marquet voor de wind als duurbetaalde fotograaf. Maar het verandert als hij zelf beslist dat hij schrijver wil worden. Zijn kinderen zijn bij zijn ex-vrouw en hij ziet ze vrijwel nooit want ze wonen in de VS. ‘Ze hebben een ander rolmodel nodig op die leeftijd.’

Het kiezen voor het schrijverschap gaat met offers. Hij gaat van een prachtig appartement naar een goedkope, bedompte kelder. En van geld bij de vleet naar bijna niks meer. ‘Ze krijgen mooie kritieken maar de verkoop valt tegen.’

A pied d'oeuvre

App voor klusjesmannen
Paul heeft geld nodig en schrijft zich in bij een app voor klusjesmannen, die je helpt als je onmiddellijke nood hebt met koelkasten, trappen plaatsen, verstoppingen, elektriciteit. Of als je planten weg wilt doen, een taxichauffeur zoekt, meubels uit elkaar wilt halen, een spiegel ophangen, glazen laat wassen of een kelder laten leegruimen. Klusjes van 20 tot 30 euro met een ratingsysteem. Een oude schoolvriend: ‘Je had ook consultant kunnen zijn.’

Hij past zich aan. ‘Ik trek één velletje van het wc-papier, zet de temperatuur wat lager. Er is altijd iets op te offeren als je met weinig moet leven.’

Het budgettair lijden bevalt hem eigenlijk zo goed dat hij nog maar weinig interesse heeft in het schrijven van een nieuwe roman. Iedereen raadt hem dat trouwens toch af. Met name zijn vader vindt het maar niets: ‘Waarom kies je dit leven? Wat wil je bewijzen? En wat schrijven? Waarom? Je bent al op televisie geweest en het leidt nergens naar.’ Zijn vrouw: ‘Kun je alsjeblieft stoppen met mij vermelden in je boeken? Het is toegestaan om het niet te willen…’

Waarom eigenlijk?
En eerlijk gezegd, na het kijken van de film snap je als kijker ook niet zo goed waarom hij stopte met zijn blijkbaar commercieel erg succesvolle fotografie. Was het niet mogelijk gewoon iets minder te werken? En waar is het grote geld dat hij ermee verdiende heengegaan? En dan krijgt hij nog 250 aan royalty’s, wat een mazzelaar!

Als droog drama is het best goed, de klussen zijn een sterk stuk in de film, maar als komedie is er niets te zien. Het is ook moeilijk houden van iemand waar net zoveel persoonlijkheid in zit als een krant. In geen enkel beeld raak je overtuigd van een verborgen talent. Hij zegt en denkt bijna niets.

A pied d’oeuvre van Valérie Donzelli (gefilmd naar een boek van Franck Courtes) gaat uit van iets waar je sowieso weinig van leert: hoe andere mensen jouw keuzes beoordelen. En dan nog bevestigt het op het einde precies waar het niet om leek te draaien: succes. Ja, zo is het wel makkelijk plots verzinnen.

A pied d'oeuvre

Geen Antoine Doinel
De film doet met de klusjes wat denken aan een klassieke antiheld met dezelfde vreemde baantjes en passies: Antoine Doinel. Bekend van Truffauts beroemde vijf films over dit karakter.

Maar waar de films van Antoine Doinel vreemder, vlotter, satirischer en grappiger zijn (dialogen, karakters, acteren en scènes – en dat is dan nota bene vijftig jaar geleden), is deze film vrij humorloos, statisch en weinig biedend wat afwijkt van het arthousegemiddelde. Ook in stijl: talloze close-ups van de nietszeggende blik van de hoofdpersoon. Waarom dat een trend is in arthouseland heb ik nooit begrepen.

Het meest verdrietig is dat het geschetste schrijversleven altijd een romantisch bestaan is – met een alwetende en supportende uitgever – en meesterwerken die uit de lucht komen vallen. Je hoopt toch weer elke keer op een film die het schrijverschap écht weergeeft, dus met uitgevers als geldwolven, recensenten als ijdele slijmerds en feestjes waarbij iedereen de meest belezene wil zijn.

Voorbeelden zijn er genoeg als je de serie Privé-domein van de Arbeiderspers leest, met schrijvers in alle soorten dramatische situaties, maar de vloek van de romantiek rondom dat beroep blijft zo’n eerlijk beeld altijd verhinderen.

 

17 juni 2021

 

ALLE RECENSIES

L’affaire Bojarski

****
recensie L’affaire Bojarski
De betekenis van geld

door Małgorzata Zielińska

Regisseur Jean-Paul Salomé baseerde L’affaire Bojarski op het leven van Czesław Jan Bojarski, een Poolse ingenieur, uitvinder en valsemunter die probeert zijn leven op te bouwen in het naoorlogse Frankrijk. De film is geïnspireerd op waargebeurde gebeurtenissen, wat vrij ongebruikelijk is binnen het film noir-genre.

De film begint met een achtervolgingsscène waarin een bende een hinderlaag legt voor een transport. Het kostbare materiaal is geen geld of juwelen, maar iets nog fundamentelers: het papier waarop officiële bankbiljetten worden gedrukt. De achtervolging is dynamisch en goed gefilmd. Daarna ontmoeten we voor het eerst de hoofdpersoon, zijn gezicht half verborgen op de achterbank van een auto, stil en afwachtend. Vanaf het begin begrijpen we dat hij geen moreel verscheurde held is. Hij lijkt zich niet te bekommeren om de prijs die anderen betalen. Wat telt, is zijn doel. Hij observeert passief en emotieloos hoe veiligheidsmedewerkers worden vermoord; het enige wat hem interesseert, is het kostbare papier.

Later ervaren we meerdere keren deze spannende dynamiek, waar het personage voortdurend wordt bedreigd met ontmaskering en het risico opgepakt te worden.

L’affaire Bojarski

Dubbelleven
L’affaire Bojarski volgt het pad van de hoofdpersoon en wij volgen hem als toeschouwers op de eerste rij van een fascinerend kijkje achter de schermen, waarin de technische en praktische kant van geldvervalsing wordt getoond, evenals de tol die dit eist van hem en zijn gezin. Een dubbelleven leidt zelden tot gezinsgeluk. Geheimen en het voortdurende risico van ontmaskering zorgen voor vervreemding.

Bojarski die bekend zou worden als “de Cézanne onder de valsemunters” wordt ingetogen en geloofwaardig vertolkt door Reda Kateb (A Prophet, 2009). Als een kalm, stil, teruggetrokken, vastberaden, intelligent en hardwerkend persoon doet hij zich aan ons voor. Nadat hij tevergeefs heeft geprobeerd interesse te wekken voor zijn uitvindingen nieuwe huishoudelijke producten zoals koffiepadmachines of andere apparaten die tegenwoordig algemeen gebruikt worden of met fysiek werk zijn gezin te onderhouden, wendt hij zich tot vervalsing.

Bojarski’s toewijding aan zijn zelfopgelegde taak om bankbiljetten te creëren die mooier zijn dan de originelen is deels indrukwekkend en deels verontrustend. Zoals in veel film noirs is het moeilijk om volledig mee te leven met een personage dat zich met ernstige criminaliteit bezighoudt en geleidelijk bezeten raakt door zijn creatie. Toch blijven zijn toewijding, inventiviteit en arbeidsethos opvallend en in hoe paradoxaal het ook klinkt binnen een criminele context zelfs inspirerend.

Migrantenervaring
Een ander belangrijk personage is Bojarski’s vrouw, gespeeld door Sara Giraudeau, die op overtuigende wijze haar pijnlijke transformatie neerzet van een zorgeloze, gelukkige echtgenote en moeder tot de gedesillusioneerde en verbitterde partner van een vervalser. Ook commissaris Mattei is een sleutelpersonage, gespeeld met vanzelfsprekend gemak door Bastien Bouillon. Hij probeert jarenlang Bojarski te arresteren en raakt uiteindelijk geobsedeerd door hem.

L’affaire Bojarski

L’affaire Bojarski is meer dan alleen een misdaadverhaal over de opkomst en ondergang van een gedoemde man die niet kan ontsnappen aan de criminele wereld en uiteindelijk het lot tart door contact te zoeken met de commissaris die hem achtervolgt – de enige die zijn “kunst” lijkt te begrijpen. De film voelt bijzonder relevant in zijn weergave van Bojarski’s migrantenervaring: afwijzing door ondernemers die geen vertrouwen hebben in uitvindingen van een buitenlander, grove beledigingen gebaseerd op zijn Poolse afkomst, een voorkeur voor lokale werknemers boven migranten en spot met zijn gebrekkige Frans. Deze scènes zijn pijnlijk hedendaags en tonen de sociale gevoeligheid van de regisseur.

Behoefte aan erkenning
Een ander belangrijk thema dat de film onderzoekt, is de behoefte aan erkenning als kunstenaar. Het is gemakkelijk om het eens te zijn met commissaris Mattei dat Bojarski niet werkelijk geïnteresseerd is in geld – hij wil perfecte bankbiljetten creëren en erkend worden als kunstenaar.

Afgezien van de eerste twintig minuten opgesplitst in vier verweven tijdlijnen, een keuze die het voor de kijker moeilijker maakt om in het verhaal te komen houdt de film daarna een degelijk tempo aan. Naarmate de tijdlijnen langer en duidelijker worden, gestructureerd rond de bankbiljetten die Bojarski vervaardigt, kan de kijker zich beter in het verhaal verdiepen. De cinematografie, muziek, montage en het acteerwerk zowel van de hoofd- als bijrollen zijn van hoog niveau en versterken de algehele filmervaring.

We verlaten de bioscoop niet alleen met een uniek inzicht van een intrigerend persoon en valsemunter, maar ook met reflecties over migrantenervaring in een wereld die in de afgelopen zeventig jaar nauwelijks is veranderd.

 

7 juni 2026

 

ALLE RECENSIES