Mademoiselle de Joncquières

***
recensie Mademoiselle de Joncquières

Filosoferen over de liefde

door Yordan Coban

Er zijn weinig dingen leuker dan filosoferen over de liefde. Film lijkt het perfecte platvorm hiervoor. Mademoiselle de Joncquières toont ons de vele perspectieven van liefde die haar karakters uitdragen in woord en actie.

De liefde van Madame de La Pommeraye (Cécile de France) en Le marquis des Arcis (Edouard Baer) is idealistisch en zelfzuchtig. Madame de La Pommeraye is een welgestelde weduwe in het achttiende-eeuwse Frankrijk en Le marquis de Arcis is de edelman die haar aanhoudend en uiterst galant probeert te verleiden. Madame speelt graag het spel der verleiding en geeft, na lang het hof gemaakt te zijn, toe aan de avances van de markies.

Mademoiselle de Joncquières

Verlangen
Le marquis des Arcis is een man van hunkering en verlangen die snel verveeld raakt met Madame. Psychoanalyticus Jacques Lacan beschreef dit als de eeuwige leegte die niet gevuld kan worden. De relatie tussen fantasie en op te vullen leegte is een bekend fenomeen dat je ook ziet in grote meesterwerken als Citizen Kane (1941), Vertigo (1958) en La Dolce Vita (1960).

Sigmund Freud stelde dat de liefde van de man het verlangen om te verlangen betreft, en dat de liefde van de vrouw meer gaat over het verlangen begeerd te worden. Deze rolverdeling heeft Denis Didot (filosoof en schrijver van het boek waarop het kostuumdrama is gebaseerd) toebedeeld aan Marquis en Madame.

Marquis stelt aan de met liefdesverdriet gepijnigde Madame voor om vrienden te blijven en raakt verliefd op de mysterieuze Mademoiselle de Joncquières (Alice Isaaz), een kennis van Madame de La Pommeraye. Wat volgt is een spel van jaloezie en afgunst.

Eerder dit jaar liet The Favourite van Yorgos Lanthimos op een bijzonder effectieve en ludieke manier zien hoe de onderdrukte driften van de achttiende-eeuwse adellijke stand tot uiting komen in een spel van hoffelijkheid.

Ook in Barry Lyndon (1974) van Stanley Kubrick zien we goed hoe in de statische etiquette vurige hartstocht zich subtiel aan de oppervlakte toont. Kostuumdrama’s hebben in deze zin dezelfde kuisheid en intrige als die van een highschoolromance. Een ingetogen liefde met de onderdrukking van excessieve uitingen van lust die het sterkst terug te vinden is in The Remains of the Day (1993).

Mademoiselle de Joncquières

Confronterend sprookje
Er zijn vele goede films met expliciete gesprekken over de liefde. De meest tot de verbeelding sprekend zijn Annie Hall (1977) van Woody Allen, de Before-trilogie (1995, 2004 en 2013) van Richard Linklater en Jean-Luc Godards À bout de souffle (1960). Films waarin de karakters zelf reflecteren op hun verliefdheid en relaties in een directe, eerlijke en kwetsbare manier. In Mademoiselle de Joncquières analyseren de karakters hun lust en hartstochten maar missen ze ware zelfkennis om dat wat ze zeggen te eleveren tot iets intiem herkenbaars en betekenisvols. Wel vertelt het de kijker veel over hoe de personages in het leven staan en helpt het ze te begrijpen.

Het verval van hartstochtelijke verliefdheid is een van de moeilijkste dingen aan liefde. De langzaam insluipende afstand tussen twee geliefden moet je volgens Lacan bestrijden met een berusting in een bepaalde mate van eenzaamheid, niet met jaloezie en ontkenning. Liefde is dus een confronterend sprookje, ook in Mademoiselle de Joncquière.

 

18 mei 2019

 

ALLE RECENSIES

Jeu, Le

****
recensie Le jeu

Eten van de verboden vrucht

door Ries Jacobs

Tijdens een etentje stelt de gastvrouw een spel voor waarbij alle tafelgenoten de berichten die op hun smartphone binnenkomen met de anderen moeten delen. De risico’s van dit spel zijn natuurlijk enorm. Het is als een avonturenfilm waarbij jongens een enge grot in lopen. Je weet vooraf dat het fout gaat, de vraag is alleen hoe. 

Benoît is het vijfde wiel aan de wagen. De werkloze, tegen overgewicht vechtende gymleraar zit aan de eettafel tussen drie maatschappelijk succesvolle stellen. In zijn pogingen om ook met een interessant verhaal te komen, vertelt hij over een man die in het bijzijn van zijn vrouw overleed. Een minuut na het overlijden ontving de weduwe op de telefoon van haar wijlen echtgenoot een bericht van zijn maîtresse.

Le Jeu

Tijdens de discussie die volgt stelt psychologe Marie voor dat iedereen zijn of haar telefoon op tafel legt. Wie een bericht ontvangt, leest het voor. Niet iedereen is direct voor. Maar wie dit spelletje niet aandurft, heeft iets te verbergen, toch? Dus beginnen de vrienden aan een sociaal experiment. De meest intieme geheimen komen ter tafel, van borstvergroting tot affaires.

Zelfgecreëerd paradijs
Regisseur Fred Cavayé bewerkte het script van de Italiaanse film Perfetti sconosciuti (2016) tot het Franstalige Le jeu. Het uitgangspunt van de Italiaanse schrijvers van het oorspronkelijke script was dat iedereen een geheim leven heeft. Tegenwoordig is het plekje dat we voor onszelf hebben onze mobiele telefoon. Vergrendel het ding en je hebt een hele wereld voor jezelf, je eigen zelfgecreëerde paradijs.

Het spel met de smartphones is te leuk om niet te spelen. Voor de zeven hoofdpersonages van Le jeu is de sensatie om de geheimen van anderen te ontdekken te groot. Dit is een verboden vrucht die te verleidelijk is om niet van te eten, ook al weet je dat deelname aan het spel het einde van je zelfgecreëerde paradijs kan betekenen.

Toch is Le jeu geen pleidooi voor oneerlijkheid. Eerder lijkt de film ons te willen laten zien dat iedereen nu eenmaal geheimen heeft die je beter niet kunt delen met je omgeving. We kunnen ons hier beter bij neerleggen, dan volledige openheid te verlangen van onze naasten. In een wereld waarin we steeds meer hechten aan transparantie, is het in orde als je niet alles met je naasten deelt.

Le Jeu

Lachwekkend en tenenkrommend
Een verhaal over mensen die besluiten hun geheimen te delen, biedt enorme mogelijkheden. Cavayé buit die uit zonder over de schreef te gaan. Het verhaal wordt nooit ongeloofwaardig. De film heeft een overduidelijke moraal, maar de regisseur brengt deze niet moraliserend.

Eerder is dit laatste werk van Cavayé een aaneenschakeling van onverwachte plotwisselingen en scènes de zowel lachwekkend als tenenkrommend zijn. Dit maakt de film gemakkelijk om naar te kijken. Hoewel het een typische acteursfilm is – je zou hem zo kunnen bewerken tot een toneelstuk – heeft Le jeu de snelheid en de plotwisselingen van een avonturenfilm. Dat maakt deze arthousefilm geschikt voor een groot publiek. Het wachten is op een Nederlandstalige versie.

 

24 april 2019

 

ALLE RECENSIES

Leto

****
recensie Leto

Indringend portret toen rock naar Rusland kwam

door Jochum de Graaf

De titelsong speelt zich af op het strand, zanger Majk Naoemenko van de groep Zoopark, en zijn vrienden proberen een paar nieuwe nummers uit, pielen wat op de gitaar, draaien een jointje, flessen wodka gaan van hand tot hand, het is een beetje hippiesfeer, de meisjes wiegen en dansen rond op de klanken van Leto (Zomer). 

In de songtekst, in Engelse ondertiteling, wordt de tijdgeest verwoord.

Summer!
I’m fried like a croquette.
I’ve got time but no money,
And I don’t give a damn. 

Summer!
Recently I’ve heard somewhere
That a comet will come soon
And we will all die.

Leto

Verandering hangt in de lucht
Het is dansen op de vulkaan, de Sovjet-Unie begin jaren tachtig, de good old stagnation days van het Breznjev-regime, maar de verandering van de perestrojka hangt al in de lucht.

Die middag aan het strand voegen zich Viktor Tsoj, op dat moment nog de onbekende voorman van de legendarische groep Kino, en een vriend bij de groep. Vervolgens ontspint zich het verhaal tussen de beide grootheden van de Leningradse rockscene die elkaar opstuwen in artistieke creativiteit en ook op het persoonlijke vlak met elkaar verweven raken in een driehoeksverhouding met Natalja Naoemenko, op wier memoires de film losjes is gebaseerd.

Terug van het strand krijgt de groep het in de trein aan de stok met een oorlogsveteraan die ze westerse decadentie voor de voeten gooit ‘Hé Amerikaan, wat zie je eruit.’ Conducteurs en bewakers komen erbij, er worden stevige klappen uitgedeeld en de jongeren slaan fors terug. Het is een scherp gemaakte clip in zwart-wit met teksten in stripballoons, fraaie animaties op de tonen van Talking Heads’ Pyscho Killer.

Een van de jongeren met de omineuze naam Sceptic toont een bord in  beeld ‘Dit is niet gebeurd’ en later boven het hoofd van de Koreaanse acteur Teo Yoo, die Viktor Tsoj speelt, ‘Dit is hem niet’.

Spel met realiteit en fantasie
Boris Grebensjtsjikov, die met zijn groep Aquarium een vooraanstaande plaats innam in de Leningradse rockscene in de jaren tachtig, heeft forse kritiek op Leto, vindt dat de film een karikatuur maakt van hun leven, hen afschildert als ‘een soort Moskouse hipsters, die niks kunnen behalve copuleren ten koste van een ander’.

Maar om waarheidsgetrouwheid gaat het niet in Leto, juist het spel met realiteit en fantasie maakt de film zo interessant. Het is de opwinding bij de optredens, waarbij het publiek eerst nog onder streng toezicht in de stoelen moet blijven zitten, een meisje dat wordt opgepakt wegens subversief gedrag omdat ze een levensgroot hart voor de zanger omhoog houdt, het meezingen met de songteksten, het met z’n allen het podium bestormen. De Russische variant op de legendarische concerten van de Stones in het Kurhaus en The Beatles in Blokker. Het onweerstaanbare gevoel dat je ooggetuige bent van de opkomst van de rock-‘n-roll in Rusland en de omwenteling die het teweeg bracht.

Leto

Voor mij riep het de zoete herinnering op aan het zinderende optreden van Zoopark dat ik meemaakte in de statige grote schouwburg van Kiev vlak voor de zomer van ’88, eerst aarzelend meedeinen in de stoelen en uiteindelijk volkomen uit het dak in de gangpaden, op het podium en de belendende ruimten; het bleef nog lang onrustig in de stad.

In bedwang houden
Om in de Leningradse Rockclub op te mogen treden, moesten de artiesten hun teksten voorleggen aan de lokale commissie van de Bond van Sovjetcomponisten. Dat levert droogkomische scènes op met een discussie over de functie van het eindrijm en welke consequenties dat heeft voor inhoud en vorm van de song. De muzikanten moeten elkaar in bedwang houden om niet al te opstandig te reageren, ook in de commissie is er onenigheid, de teksten voldoen natuurlijk niet aan de vereisten voor ondersteuning van het Sovjetcultuur. Uiteindelijk worden ze toegelaten met het argument dat het hier ‘satire’ betreft.

Halverwege de film verschuift het perspectief van de artistieke wisselwerking tussen de gevestigde Majk Naoemenko en coming man Viktor Tsoj naar hun relatieperikelen. Natalja, vrouw en muze van Naoemenko, maakt werk van haar verliefdheid op Tsoj en verleidt hem tot steeds intiemer handelingen in stilzwijgende instemming van man Majk.

Maar het is niet de tamelijk vlakke plot en weinig dramatische ontknoping die Leto tot een aansprekende schildering van de Russische rock in de jaren tachtig maakt. Dat zijn toch de rauwe in zwart-wit gefilmde beelden van het dagelijks leven voor jongeren in de Sovjet Unie en de expressieve clips met Russische versies van Lou Reeds Perfect Day, Iggy Pops The Passenger en Mott The Hooples All The Young Dudes. En vooral ook de discussies welke groepen belangrijk zijn voor de ontwikkeling van de popmuziek, de exegese van de teksten, hun fan zijn van Bowie, Lou Reed, The Sex Pistols, Blondie, The Clash en niet te vergeten T-Rex.

Leto

Huisarrest
Ik heb het altijd opvallend gevonden die bijzondere aandacht in het Oostblok voor T-Rex, in het westen was hun invloed maar beperkt – mooie jongen Marc Bolan die een cultstatus kreeg door zijn vroege overlijden bij een auto-ongeluk. In de Sovjet-Unie kreeg dat een extra dimensie doordat ook Viktor Tsoj in 1990 een paar maanden na zijn 27e (!) verjaardag bij een auto-ongeluk om het leven kwam. Majk Naoemenko overleed een jaar later door overmatig drankgebruik.

Regisseur Kirill Serebrennikov werd tijdens het maken van de film onder huisarrest gesteld, zogenaamd omdat hij fraude met subsidiegelden zou hebben gepleegd. Algemeen wordt aangenomen dat hij zoals zo vaak in het huidige Rusland van Poetin administratief werd gestraft vanwege zijn deelname aan demonstraties tegen het regime. Juist vorige week werd zijn huisarrest opgeheven. En zo zou een parallel met de jaren van onderdrukking in de Sovjet-Unie gelegd kunnen worden. Maar Leto is eerst en vooral een indringend en innemend portret van de tijd toen rock-‘n-roll naar Rusland kwam.

 

15 april 2019

 

ALLE RECENSIES

Grand Bain, Le

***
recensie Le Grand Bain

Synchroonzwemmers in midlifecrisis

door Sjoerd van Wijk

Le Grand Bain brengt energie in een klassiek underdogverhaal. De sierlijkheid waarmee de film over een olijke bende mannen in midlifecrisis verhaalt, leidt tot aanstekelijk optimisme, maar is wel een misvatting van hun problematiek. 

Bij het plaatselijke zwembad vormt een samengeraapt zooitje mannen van middelbare leeftijd een synchroonzwemteam. Tweewekelijks is het trainen van het niveau bierteam geblazen, gevolgd door diepe gesprekken over ieders problemen. Want ze hebben allen wel iets, van depressie, falende ondernemingen tot aan woede-uitbarstingen. Totdat zij besluiten mee te doen aan het wereldkampioenschap synchroonzwemmen voor heren. Het verhaal volgt vele welbekende punten, inclusief voormalige topzwemsters met een verleden die hen moeten omscholen tot kampioenen. Maar Le Grand Bain draait gelukkig niet om deze sportfilmclichés waarin een montage om progressie aan te duiden niet kan ontbreken. 

Le Grand Bain

Midlifecrisis smörgåsbord
Het gaat om de triomf van de mannen om weer iets van het leven te maken. Het koddige ensemble vertedert, wat een prestatie is gezien het feit dat het om een stel heren uit de middenklasse gaat, normaliter niet een groep die als underdog bekend staat. De groep is een waar smörgåsbord van hedendaagse problemen, of het nu refereert aan de depressie-epidemie zoals bij Bertrand (Mathieu Almaric) of iets eenvoudiger als Simons (Jean-Huges Anglade) verwoede pogingen om zijn droom van rockster waar te maken.

De herkenbaarheid komt eerder oprecht dan schematisch over mede dankzij het innemende spel van acteurs als Guillame Canet (Double Vies). Dat de vele verhaallijnen vaak plotse wendingen bevatten, zoals Simons van hem vervreemde dochter die uit haarzelf de verzoening inzet, doet geen afbreuk aan de authenticiteit. 

Innemend energiek
De vaart blijft er in met een sierlijkheid die past bij het synchroonzwemmen. Regisseur Gilles Lellouche moet verschillende ballen tegelijk in de lucht houden en doet dit op dynamische wijze. Beweeglijk voert Le Grand Bain mee van hot naar her met amusante onderonsjes tussen de personages als boeg binnen alle vaarwateren. De spanningen die een strenger trainingsregime met zich meebrengen, geven Leïla Bekhti als de aan een rolstoel gekluisterde oud-topper Amanda de ruimte om te schitteren. Haar tekeergaan tegen de stukken onbenul is van een bevrijdende geestigheid. 

Tegenover deze lach staat de traan van alle individuele problematiek. In de verte doet deze versie van feelgood denken aan Little Miss Sunshine of Jean-Pierre Jeunet, maar Lellouche geeft er een eigen draai aan met vlotte overgangen en opzwepende beweeglijkheid. Zo is een onderwerp wat op het eerste gezicht had kunnen leiden tot oubolligheid juist innemend energiek. 

Le Grand Bain

Hartverwarmend maar verraderlijk
Deze vitaliteit is onlosmakelijk verbonden met de overduidelijke moraal van het verhaal. Rondjes en vierkanten passen niet in elkaar, of toch wel? Deze moraal is weliswaar vernuftig geïntroduceerd met een gesmeerde stortvloed aan beelden, maar komt erg sturend over met gevormde kadering. De plotse wendingen getuigen daarom ook van een gebrek aan echte beproevingen voor de personages die deze gedachte kenbaar maken. Alles voor elkaar boksen met het team lijkt al voldoende voor alle individuele problematiek. Aan de ene kant werkt deze energieke lofzang op het onmogelijke voor elkaar krijgen aanstekelijk. Het optimisme waarmee de personages hun problemen als sneeuw voor de zon zien verdwijnen, is hartverwarmend. 

Maar daarin zit tegelijk ook een vorm van verraad. De midlifecrisis van de teamleden komt dikwijls neer op systemische mankementen, gebaseerd op de hedendaagse ethos dat alles kan als men er maar voor werkt. Zoals filosoof Byung-Chul Han opmerkt, leven wij in de vermoeide samenleving waar niet een ander ons dwingt iets te moeten doen, maar wij onszelf dwingen alles te kunnen doen. Le Grand Bain ziet daarmee niet in dat het geloof alles te kunnen geen triomfantelijke conclusie is maar juist de oorzaak van de problemen van zijn personages.

 

8 april 2019

 

ALLE RECENSIES

C’est ça l’amour

***
recensie C’est ça l’amour

Intiem familieportret

door Nanda Aris

Wanneer een vader er alleen voor komt te staan, doet ie er alles aan om zijn vrouw terug te winnen en het gezin te herenigen. De toneelles waarvoor hij zich opgeeft, is een excuus om zijn vrouw te kunnen zien. Maar onverwachts biedt het hem meer dan gedacht. 

C’est ça l’amour is de eerste film die Claire Burger alleen regisseert. Voorgaande films – Party Girl (2014) en Forbach (2008) – schreef en maakte ze samen met Marie Amachoukeli-Barsacq. Ook deze film speelt in Forbach, een plaats dichtbij de Frans-Duitse grens. Ditmaal zelfs in het huis van Burgers vader, waarin zij opgroeide en dat eigenlijk te klein was om goed te kunnen bewegen voor cast en crew. Maar Burger wilde de film losjes baseren op haar eigen jeugd (haar ouders scheidden toen ze jong was) en kon zich uiteindelijk niet voorstellen ergens anders op te nemen dan in het ouderlijk huis. 

C’est ça l'amour

Dochters
Mario (Bouli Lanners, de enige professionele acteur in de film) is een lieve, zachtaardige vader en echtgenoot, die kapot is van het feit dat zijn vrouw hem en de kinderen verlaat. ‘Als je terugkomt, ben ik veranderd.’ Het is aandoenlijk en een beetje zielig tegelijk hoezeer Mario zijn vrouw mist en stalkt. Met zijn baard en buikje is het een teddybeer en een goedzak. De meeste vrouwen sollen een beetje met Mario, tot je als kijker hoopt dat hij een grens trekt en voor zichzelf opkomt.

Mario heeft een zeventienjarige dochter Niki (Sarah Henochsberg) en een veertienjarige dochter Frida (Justine Lacroix), een androgyn meisje dat haar seksuele voorkeur ontdekt. Vooral Frida maakt het Mario niet makkelijk, omdat zij het hem kwalijk neemt dat moeder Armelle (Cécile Rémy-Boutang, tevens productiemanager van de film) vertrokken is.

Wanneer Mario voorstelt dat Frida haar vriendinnetje van school uitnodigt voor een slaappartijtje, heeft hij daar andere ideeën bij dan Frida. Wanneer hij Frida ziet zoenen met haar vriendin, besluit hij dat het beter is als de meisjes niet in dezelfde kamer slapen. Het lijkt niet zozeer onwil, maar vooral onmacht, en schrik voor het feit dat zijn dochter opgroeit. Frida is echter woest en besluit haar vader terug te pakken door zijn kruidenthee extra spice te geven en MDMA toe te voegen. Er volgt een grappige, aandoenlijke, maar licht overdreven scène waarin de hele familie bij elkaar is, ook al bevindt Mario zich in een andere wereld door de drugs.

C’est ça l'amour

Atlas
Het theaterstuk waarvoor Mario zich heeft opgegeven, is in eerste instantie alleen een middel om dichtbij zijn vrouw te zijn, maar wanneer hij zich overgeeft aan de groep en de opdrachten die ze uitvoeren, blijkt het een therapeutische werking te hebben op hem. Het theaterstuk, waarin niet-professionele acteurs een korte tekst uitspreken die typerend is voor henzelf – wie ze zijn, of zouden willen zijn – is een werkelijk gespeeld stuk.

Antonia, de regisseuse van dit stuk in de film, is ook in werkelijkheid betrokken bij dit bestaande project, Atlas, dat wordt opgevoerd met lokale mensen. Op die manier kon Burger op een authentieke wijze de omgeving in haar film verwerken; een beeld van een snel veranderende regio, onder andere door sluiting van een mijn en de opkomst van het rechts-nationalistische Front National.

Zo krijgen we in C’est ça l’amour een beeld van de regio, niet door het tonen van industriële landschappen, maar door deze burgers een stem te geven. Tegelijkertijd krijgt Mario meer zelfvertrouwen, want hij vindt steun in zijn toneelspel, zijn medespelers en in Antonia. En zo zoekt en vindt ieder gezinslid liefde en geluk, ieder op een eigen manier, op een eigen pad.

 

24 maart 2019

 

ALLE RECENSIES

High Life

****
recensie High Life

Alfa-aap van het niets

door Alfred Bos

De voorlaatste film van de Franse regisseur Claire Denis draaide om gemis van liefde. Ook in haar nieuwe, eerste Engelstalige werkstuk, een sciencefictionfilm, staat afwezigheid centraal. Ditmaal ontbreekt de zin van het leven.

High Life speelt zich geheel af in een ruimteschip met een respectabel aantal kilometers op de teller. Het vehikel is uitgewoond en metaalmoe, het begint kuren te vertonen en de voorraden zijn niet eindeloos herbruikbaar. Ook de bemanning (spreken we in politiek correcte tijden, met excuses aan robots, van bemensing?) van deep space vehicle 7 is niet okselfris meer. Nooit geweest overigens, want het team bestaat uit terdoodveroordeelde misdadigers.

High Life

Het schip is onderweg naar een zwart gat, om daar de energie af te tappen die op een uitgeputte aarde wordt begeerd—een bestaande wetenschappelijke theorie, vernoemd naar fysicus Roger Penrose. De reis is een experiment uit nood, in feite een zelfmoordmissie. De thuisplaneet en het leven aldaar zijn ver weg. Het ruimteschip is een eiland in de immense leegte, het vroegere bestaan een vage herinnering. De veroordeelden zijn op elkaar aangewezen, bijgestaan door een arts, Dr. Dibs (Juliette Binoche krijgt wederom een hoofdrol van Denis), met een strafblad en een sinistere agenda.

Existentiële leegte
High Life is de eerste Engelstalige productie van Claire Denis (Un Beau Soleil Intérieur, Les Salauds) en het is, met haar genadeloze kijk op de menselijke natuur en de compromisloze wijze waarop ze die verbeeldt, onmiskenbaar een Denis-film. High Life staat in een lange sciencefictiontraditie, maar wijkt daar niettemin op een wezenlijk punt vanaf. Geen weidse avonturen in deep space van een heroïsch gezelschap, zoals in de boeken van A. Bertram Chandler en James Blish; geen claustrofobe horror à la Alien of Event Horizon; niet de spirituele bespiegeling van Tarkovsky’s Solaris of Kubricks 2001, geen vertoon van menselijk vernuft zoals verbeeld in Interstellar en The Martian noch de ecologische boodschap van begin jaren zeventigfilms als Silent Running en Soylent Green.

High Life heeft een ironische titel. Hij staat voor drama van het existentiële soort. Wat rest er van het bestaan als alles – zekerheid, toekomst, verwanten en vrienden, cultuur, schoonheid, inspiratie, tijd – is weggevallen en de wereld is gekrompen tot een buitenmodel koekblik met ouderdomskuren? Het antwoord is seks.

Waar die seks toe leidt, is minder duidelijk. Het slot van de film laat zich op tegengestelde manieren uitleggen. Als ode aan wilskracht en liefde, schakels die bestand zijn tegen het bruutste wat het universum heeft te bieden. Of als ultieme ontgoocheling: alles, ook liefde, verdwijnt in een zwart gat. Uiteindelijk is er niets. We hebben enkel elkaar.

High Life

Zwart gat als metafoor
Het punt van High Life is niet het verhaal van Monte (Robert Pattinson, Maps to the Stars) , Dr. Dibs en het gezelschap van gestoorde, gebroken en door het leven gekneusde lotgenoten op reis naar het niets. Het punt van de film is dat hij draait om alles wat er niet is, wat het bestaan glans geeft. Die afwezigheid, dat metaforische zwarte gat, doet duidelijker uitkomen wat wezenlijk is. Door het gemis wint het aan gewicht. Maar wat betekent gewicht in een omgeving van gewichtsloosheid?

Een film die het niet moet hebben van plot of spektakel, waarin de personages vaag blijven en de sfeer – opgeroepen via de geluidsband: de brommende machines en het gekreun van het ruimteschip creëren een sluier van ruis – centraal staat, zo’n film steunt in de eerste plaats op de acteurs. Denis heeft een fraai stel bij elkaar gebracht. Pattinson is geknipt voor de rol van gevaarlijke, maar sensitieve man. Hij wordt ongewild de alfa-aap van de groep verstotenen, waarin we onder meer André Benjamin (André 3000 van het hiphopduo OutKast), Mia Goth (Suspiria) en Claire Tran (Valerian and the City of a Thousand Planets) herkennen.

In het totale isolement komen de diepmenselijke trekken boven. De reizigers zijn tot elkaar veroordeeld, maar harmonieus is het gezelschap allerminst en de kilheid van hun situatie kan de extremen niet dempen. Al het dierlijke dat de mens eigen is, komt tijdens de reis naar buiten. En bepaalt uiteindelijk het lot van Monte. Is hij een Kaïn, een Lazarus, een Jezus of een Adam? Hij is bovenal menselijk, ook in de peilloze leegte van het heelal.

High Life

Niet-lineair verteld
High Life is arthouse-sciencefiction. De film gebruikt de situaties en tropen van het genre en herschept ze tot een reflectie op levensvragen. Het verhaal in het ruimteschip wordt niet-lineair verteld, inclusief flashbacks naar het leven vóór de missie, waardoor het gebrek aan dialoog nauwelijks opvalt. De kijker moet de situatie, de personages en hun onderlinge relaties samenstellen uit de informatie die stilaan wordt prijsgegeven, en details die in het voorbijgaan niet direct opvallen maar betekenisvol zijn.

Claire Denis gebruikt een breed scala van beelden, van horror en gore tot niet zo pastorale natuur (ze echoën Solaris). Er zijn briljante momenten, zoals de scène met Dr. Dibs in de masturbatiekamer, de Fuckbox. En de lege handschoen die gewichtsloos door het vacuüm zweeft en een spook suggereert, iemand die er niet is. Of het zeemansgraf van dode teamleden die in formatie en in slow motion over het scherm schuiven—een beeld dat even poëtisch als verontrustend is. Net als de film.

 

12 maart 2019

 

ALLE RECENSIES

Doubles Vies

**
recensie Doubles Vies

Veel praten, weinig verbeelding

door Sjoerd van Wijk

De gefortuneerde Parijzenaars van Doubles Vies converseren maar door tijdens hun voor de hand liggende romantische kluchten. Het grote probleem is dat de praatjes elke vorm van verbeelding ontberen.

Léonard Spiegel is een zogenaamd getormenteerde schrijver die er allerhande scharrels op nahoudt. Zijn oeuvre is niet zonder controverse, onder andere doordat de autobiografische elementen omtrent deze scharrels wel heel duidelijk tussen de regels door te lezen zijn. Zijn uitgever Alain, die het ook zwaar te verduren heeft met zijn midlifecrisis inclusief stiekempjes vozen met een jongedame van het kantoor, ziet het nieuwe boek niet zo zitten. Dit is een aanleiding voor een overdaad aan gesprekken tijdens etentjes en dergelijken over de toekomst van boeken publiceren, het internet en de vermoedens van vreemdgaan die hun eega’s hebben. De ironie wilt dat Alains vrouw (Juliette Binoche) weer een affaire heeft met Léonard, waardoor het laatste woord over diens nieuwe boek nog niet is gezegd.

Doubles Vies

Vertelling, geen vertoning
Schrijver-regisseur Olivier Assayas (Clouds of Sils Maria) lijkt het adagium ‘show, don’t tell’ om te keren getuige de niet aflatende stroom dialogen. Blijkbaar is er veel gaande in de samenleving. Dat wordt althans veelvuldig medegedeeld tijdens weer een borrel met culinaire hapjes. De onzekerheid van Alains toekomst door een potentiële overname, of nu e-books of luisterboeken de markt veroveren en de perikelen van een socialistische politicus: de ene persoon vertelt het de andere. Dankzij verdienstelijk acteerwerk komen de onderhuidse spanningen waarom het draait naar voren. Desalniettemin blijft Doubles Vies verzanden in een hoeveelheid informatie die ver van de riante woningen van de personages staan.

Geen geel hesje
Aangezien Frankrijk ondertussen al wekenlang in opstand tegen de Franse politieke elite met oppertechnocraat Macron is, lijkt deze film daarom niet op het goede moment uit te komen. De didactische dialogen daargelaten blijft een zekere zelfvoldaanheid overeind ondanks de komische tint. Dit zijn gefortuneerde stadsmensen met de te verwachten ennui die al zo vaak is behandeld. Het is als een Franstalige Woody Allen zoals Hannah and her Sisters minus de humor. Dit betekent dat de film wat speelt met de verveling, maar dat radicale kritiek op een betekenisloos leven uitblijft. Dat Juliette Binoche knipogend bij naam genoemd wordt, onderstreept de zelfvoldaanheid ten overvloede. Een gilet jaune zal Doubles Vies terecht links laten liggen.

Doubles Vies

Geen avontuur
Zo leeg als het bestaan van haar personages is ook de trukendoos van Assayas. De omlijsting komt neer op beeld en tegenbeeld van pratende mensen. Waar is het avontuur? De fantasie? Het speciale van cinema is hoe direct de ervaring overkomt bij de kijker. Men beleeft het vertoonde op een plaatsvervangende manier. De daarmee gepaard gaande emotionele reactie is hetgeen wat beklijft en doet reflecteren. Film op haar zwakst tracht dikwijls te krampachtig te lenen van andere media. Doubles Vies lijkt hier aan ook schuldig. Het is bij tijd en wijle als een veredeld toneelstuk waar toevallig een handheld camera bij aanwezig was.

Wat een verschil met een regisseur als Michelangelo Antonioni, die met ijzingwekkende precisie personages in hun omgeving wist te laten opgaan en zo de vervreemding te vangen. Dat maakte vergelijkbare liefdesperikelen als in Doubles Vies juist tot iets universeels. Hier blijven de midlifecrises en potentieel kluchtige affaires een ver-van-mij-bedshow. Doubles Vies is ondubbelzinnig oncinematisch.

 

12 februari 2019

 

ALLE RECENSIES

Continuer

****
recensie Continuer

Verder zonder pc’s en wc’s

door Paul Rübsaam

Kirgizië in hartje Azië is een mooi, ruig en af en toe gevaarlijk land. In Continuer trekken een Franse moeder en haar jonge, volwassen zoon er te paard doorheen. Voor het avontuur, maar wat de moeder betreft vooral om te werken aan hun onderlinge betrekking, die evenals het landschap verre van rimpelloos is.

Toen de Brusselse regisseur Joachim Lafosse het boek van Laurent Mauvignier waar hij zijn film op baseerde maar nauwelijks uit had, kreeg hij naar eigen zeggen de neiging om zijn eigen moeder uit te nodigen voor een reis als die waarover het boek verhaalt. Een drang die hij nog nooit eerder gevoeld had.

Continuer

We geloven Lafosse (43) op zijn woord. Toch heeft hij zich als filmmaker al eerder over moeder-zoonrelaties gebogen. Zo komt in Nue Propriété (Private Property, 2006) een moeder (Isabelle Huppert) in conflict met haar volwassen, maar kinderlijke tweelingzoons (Jérémy Renier en Yannick Renier), met als inzet de verkoop van het huis dat aan de overleden vader toebehoorde.

In Continuer is er geen sprake van benauwende Franse of Belgische interieurs. Wel van binnenvetterij. Moeder Sybille (gesteund door haar dagboek) en zoon Samuel (met walkman) maken zich daaraan uitsluitend schuldig in de volle, ongerepte Kirgizische ruimte. Ondertussen leiden hun verschillende competenties regelmatig tot gekibbel, dat eigenlijk een strijd om de macht is. Samuel (Kacey Mottet Klein) kan beter met paarden overweg en als het echt moet met een pistool. Sybille (Virginie Efira) is vastberadener, minder teerhartig en minder bang voor hagedissen en Kirgiezen. Bovendien kan ze zich, Russisch sprekend, beter verstaanbaar maken.

iPod?
Er broeide natuurlijk al iets tussen moeder en zoon voor de reis begon. Wat dat is, ontvouwt zich even geleidelijk als het Kirgizische landschap. Samuel kan stevig drinken, zo blijkt. Bovendien heeft hij zich misdragen als student. Maar Sybille, lust die niet ook wel een slokje? En dan de vader van Samuel, van wie Sybille allang gescheiden is. Was hij wel degene van wie ze het liefst een kind had willen hebben?

Die hele door zijn moeder bedachte en op twijfelachtige wijze gefinancierde trektocht om nader tot elkaar te komen, vond Samuel ook al niet zo’n goed idee. Esoterisch gedweep met ongerepte natuur en verre volkeren is zijn ding niet. De overwegend beminnelijke en gastvrije Kirgiezen (het tweetal slaapt meestal in kleine tentjes, maar een enkele keer in een herberg in een dorp) noemt hij ‘klootzakken zonder pc’s en wc’s’. Als hij zijn iPod maar niet kwijtraakt. Al moet hij toegeven dat hij daar voortsjokkend op zijn paard tussen de bergen en de meren niet veel aan heeft. 

Continuer

Mooi meegenomen
Lafosse is als filmmaker wijs genoeg om de hoge bergen, weidse vlakten, grote meren en sterk wisselende seizoenen van de voormalige Sovjetrepubliek Kirgistan (Kirgizië) mooi mee te nemen (camerawerk van Jean-François Hensgens). Maar hij overdrijft dit niet en dat siert hem. Het landschap blijft voornamelijk decor voor een vertelling over twee verwante, getormenteerde individuen. Het doet zijn werk in sterke scènes zonder dialoog en met een minimum aan handeling. Als moeder en zoon ijsberend, naar muziek luisterend of schrijvend in een dagboek zich samen in de onmetelijke ruimte bevinden, maar ieder in hun eigen hoofd wonen.

Evenmin scheutig is Lafosse met het gebruik van cliffhangers, die (niet zelden in hun letterlijke betekenis) een traditioneel opgezette avonturenfilm op temperatuur moeten houden. Helemaal zonder tegenslag is de ruitertocht niet. Er zijn ongelukjes, kleinere en ook wat grotere. En niet iedereen die ze op hun weg tegenkomen is helemaal te vertrouwen. Maar voor de grootste aanslagen op het emotionele systeem van Sybille blijft Samuel verantwoordelijk en omgekeerd.

Toch nog schoonheidsfoutjes? Een enkel. Het leeftijdsverschil tussen de protagonisten oogt nogal klein (de acteurs schelen toch 21 jaar, dus je kunt erover twisten). En moeten moeder en zoon (wat ze zijn in de film) per se bij een mooi meer tweestemmig een slaapliedje voor kinderen zingen? Liever niet. Dit laatste is slechts een klein tenenkrommertje. Continuer is zeker geen feelgoodmovie. Eerder feel comme ci comme ça. De twee moeten door. Te paard en met elkaar. Of ze dat willen of niet.

 

10 februari 2019

 

ALLE RECENSIES

Climax

***
recensie Climax

Hedonistische nachtmerrie

door Yordan Coban

De ultieme climax van Gaspar Noé. Waarmee kon hij nog choqueren? Met welk taboe kon hij zijn publiek nog confronteren? Natuurlijk gaat het over drugs, seks, geweld en de dood. Maar heeft Noé nog iets nieuws te vertellen in zijn nieuwe Climax?

Het plot en de personages van de film zijn uiterst minimalistisch. Die zijn in een zin uiteen te zetten: een repetitie van een dansgroep ontspoort nadat iemand in het gezelschap een behoorlijke hoeveelheid lsd aan de punch heeft toegevoegd. Wat volgt is een helse neerwaartse spiraal van de gemoedstoestand van de onder invloed zijnde personages die langzaam al hun menselijkheid verliezen.

Climax

Beestachtig
Noé heeft in interviews aangegeven dat hij met Climax het tegenovergestelde effect van 2001: A Space Odyssey (1968) wilde bereiken. In 2001 zien we de evolutie van primaten naar mensen. Dit is geen nieuw concept. In Luis Buñuels El Ángel Exterminador (1963) zien we een betere uitvoering van Noé’s idee.

Het verval van de gegoede burger tot het dierlijke is ook een belangrijk element in de films van Michael Haneke. Gaspar Noé doet dit veel minder subtiel, al zijn films zijn verre van geraffineerd. Zijn stijl is juist het meest doeltreffend in extremis.

Provocateur
In de laatst verschenen Ondertussen, op de redactie van IDB staat een ongefilterde tirade tegen het werk van Lars von Trier. De Deense filmmaker wordt neergezet als een onsympathieke, zelfingenomen provocateur. Deze antipathie is wat overdreven, daar het eigenzinnige van Melancholia (2011), Dancer in the Dark (2000) en Dogville (2003) het pedante in zijn werk overschaduwt. Echter valt de antipathie wel te begrijpen. Provocatie komt vaak over als onnodig interessant doen.

Ook andere filmmakers genereren weerzin door de extreme wijze waarop zij hun werk presenteren. Regisseurs als Pier Paolo Pasolini, Takasi Miike, Michael Haneke en Gaspar Noé behoren ook tot deze groep vaak verguisde regisseurs.

Tot nu toe was het provocatieve in het werk van Gaspar Noé zinvol. De seks was erg in your face, maar net zoals in La Vie d’Adèle (2013) diende de intense intimiteit een artistiek doel. Het geweld in zijn film is choquerend en confronterend maar niet respectloos. Er is een duidelijke selectieve verontwaardiging bij het gebruik van geweld en seks. Het lijkt wel alsof seks en geweld niet teveel betekenis mogen hebben. Op het moment dat een verkrachting zoals in Irréversible (2002) of A Clockwork Orange (1973) te realistisch vertoond wordt, lopen mensen de zaal uit.

Climax

Het geweld van bijvoorbeeld Quentin Tarantino is opzettelijk overdreven en onrealistisch. Het werkt ontsnappend. Het neemt de beangstigende lading van de dood weg en maakt het betekenisloos. Het is te vergelijken met het spelen van een gewelddadige game waarin de dood slechts een ongemak is. Kunst is er nou juist om ons te confronteren met onze angsten en dierlijke uitspattingen. Dit is zo bewonderenswaardig aan Noé’s werk, voornamelijk in Love (2015) en Irréversible.

Anticlimax
Climax
mist die betekenis. Het is meer een stilistische hedonistische nachtmerrie zonder overtuigende context. Het is misschien wat goedkoop om Climax anti-climactisch te noemen. Daarmee zou je de film tekort doen. Dit alles klinkt misschien vrij negatief, maar dat komt omdat Gaspar Noé tot meer in staat is dan hij laat zien in Climax. De cinematografie is zoals altijd van een hoog niveau en de expressieve choreografie van de dansers is indrukwekkend.

Climax lijkt passend als titel voor een film die als sluitstuk van een spraakmakend oeuvre dient. Een film waarin je als filmmaker alles uit de kast trekt om nog éénmaal te zeggen wat je te zeggen hebt. Dat is niet de bestemming die Gaspar Noé gegeven heeft aan deze epileptische aanval. Het intrigeert, het verveelt nooit, het is spraakmakend, maar het mist een ziel en voelt in reflectie als liefdeloze seks. Climax is een hoop geluid zonder harmonie.

 

27 januari 2019

 

ALLE RECENSIES

Extraordinary Journey of the Fakir, The

*
recensie The Extraordinary Journey of the Fakir

Geen hoogvlieger

door Rob Comans

Neem een paar stereotiepe Indiërs, dompel ze onder in een sentimenteel verhaal, vul dit aan met zoete romcom-stroperigheid, vermeng dat met sociale relevantie en een flinke toef Bollywood-exotisme en breng alles op smaak met ingrediënten uit eerdere crowd pleasers zoals Slumdog Millionaire (2008), Life of Pi (2012) en Lion (2016). 

Zie hier het hapklare recept voor The Extraordinary Journey of the Fakir, een film die ongegeneerd het lijstje van mierzoete benodigdheden voor succesvolle publieksfilms aftikt, en ook nog het mondiale vluchtelingenprobleem wil aankaarten. Helaas vliegt deze door regisseur Ken Scott aangestuurde fakir zo laag en voorspelbaar op zijn doel af dat je hem al van mijlenver ziet aankomen.

The Extraordinary Journey of the Fakir

Omzwervingen
Ajatashatru ‘Aja’ Lavash Patel (Dhanush) groeit als straatjochie op in Mumbai, waar hij als ‘fakir’ toeristen geld uit de zak klopt. Zijn moeder (Seema Biswas) wil hem niet zeggen wie zijn vader is, behalve dat ze hem in Parijs heeft leren kennen. Dus vertrekt Aja wanneer hij eenmaal volwassen is richting de Lichtstad. Daar leert hij Marie (Erin Moriarity) kennen bij de plaatselijke Ikea, waar Aja ‘logeert’ omdat hij zelf geen onderkomen kan betalen. Voordat hij haar in zijn armen kan sluiten, volgen de vele verplichte plotwendingen en omzwervingen waaraan de film zijn titel ontleent. Tel even mee: van Parijs reist Aja naar Londen, dan naar Barcelona, Rome, Tripoli, terug naar Parijs om vervolgens weer in Mumbai te landen.

Illegalen
Op een van zijn ‘reizen’ ontmoet Aja een groep Somalische illegalen. Eén van hen, Wiraj (Barkhad Abdi), wordt Aja’s vriend. Zij hopen in Londen werk te kunnen vinden, maar worden tegengehouden door een bureaucratische immigratiebeambte (Ben Miller), die middels een misplaatst en pijnlijk niet grappig ‘musicalnummer’ het repressieve Britse immigratiebeleid uitlegt. Uiteindelijk belandt Aja in Rome, waar hij actrice Nelly Marnay (Bérénice Bejo) leert kennen. Wanneer zij hem financieel op weg helpt, brengt hij haar als dank weer samen met haar grote liefde. Cue voor het verplichte zang- en dansnummer waarin Aja en Nelly op zijn Bollywoods losgaan. Ettelijke omzwervingen later komt alles weer goed in Mumbai. Marie dumpt haar nieuwe vriend om weer met Aja samen te kunnen zijn, en Aja behoedt als wijze leraar de drie jochies die de raamvertelling van de film vormen voor een lange gevangenisstraf.

Ikea
Er is niks mis met pretentieloos vermaak, dat The Extraordinary Journey of the Fakir dan ook in grote hoeveelheden brengt. Wanneer de ontmoeting met Wiraj de aanzet blijkt voor een geforceerde poging om sociale relevantie en maatschappijkritiek in de film te stoppen, schiet regisseur Scott zijn doel echter ver voorbij. Ook de hijgende pogingen om aan te sluiten bij het referentiekader van het filmpubliek middels Ikea-referenties is stuitend. De jonge hoger opgeleide startende twintigers en dertigers waarop de film zich richt, zullen veel van hun interieurstijl in de film herkennen, en voor deze schaamteloze sluikreclame zal Ikea veel geld over hebben gehad.

The Extraordinary Journey of the Fakir

Iets soortgelijks deed regisseur David Fincher ook al in Fight Club (1999), maar daar was het bedoeld als zwart-komische kritiek op een oppervlakkige, materiële levensstijl. Niets van dit soort ironie bij The Extraordinary Journey of the Fakir: hier is een Ikea-interieur iets om oprecht naar te verlangen. Aju gebruikt zelfs een Ikea-pot als urn voor zijn moeders as (!), die hij keurig op het Parijse graf van zijn vader achterlaat. Dat Ikea de laatste jaren vaak in opspraak kwam vanwege uitbuiting en onethisch gedrag wordt keurig onder het fakir-tapijt gemoffeld.

Harteloosheid
The Extraordinary Journey of the Fakir voornaamste probleem is dat de film, onder alle felle Bollywood-kleurtjes en oppervlakkige romantiek, de ongelijkheid, uitbuiting, het onrecht en materialisme omarmt die de film pretendeert te veroordelen. Deze ‘harteloosheid’ blijkt wanneer Wiraj en Aja spreken over het verschil tussen een toerist en een illegale vluchteling. Plotseling maakt Wiraj de opmerking: “He who swallows coconuts has faith in his butthole.” Aja: “I don’t see the relevance.” Wiraj: “No relevance, I just love the proberb…”

Diegenen die gecharmeerd zijn van mierzoete, inhoudsloze, bijna cynisch gecalculeerde fluff zullen The Extraordinary Journey of the Fakir inderdaad buitengewoon vinden. Mensen die liever door films worden aangesproken op gebieden boven het middenrif zullen nauwelijks wakker kunnen blijven.

9 december 2018

 

ALLE RECENSIES