Office

***

recensie  Office

Zingen onder neon

door Alfred Bos

Office, de musical van actieregisseur Johnnie To uit Hong Kong, speelt op de door chroom en neon gedomineerde kantoorvloer van een corporate bedrijf. De milde satire op het vrije marktkapitalisme is de openingsfilm van Cinemasia 2016, de negende editie van het festival waarop de Aziatische cinema centraal staat.

Geen idee hoe Aziaten naar Office kijken, maar voor deze westerling is Johnnie To’s musical over machtsspelletjes achter de schermen van een kapitalistisch bedrijf een krankzinnige kijkervaring. Zingende kantoortijgers, groepschoregrafieën op Chinese rockmuziek, werkbijen die in koorzang uitbarsten (“build a financial empire with our heart”, het lijkt wel een parodie op het sociaalrealisme van Mao) en dat alles in een uitzinnig edelkitsch decor. Musical is een artificieel genre, maar gekunstelder dan dit worden ze niet gemaakt. Alles aan deze film, van genre tot setting, is niet-authentiek. Wat wellicht het punt is.

Office

Parfum
We zijn op de werkvloer – letterlijk een toneel van open ruimtes en glazen wanden – van financieel dienstverlener Jones & Sunn, gesitueerd in Hong Kong, al zien we weinig van de stad. Daar wordt, vlak voor het uitbreken van de Lehman-crisis van 2008, een deal opgezet met het parfummerk MADAME dat de Chinese markt wil betreden maar in thuisland Amerika over zijn piek is. Office is de filmadaptatie van Sylvia Changs theaterstuk Design For Living, door haar zelf bewerkt tot scenario. Zoals het musicalgenre betaamt zijn er romantiek en humor, voornamelijk in de vorm van slapstick. Drie man-vrouw koppels, al dan niet amoureus, personifiëren het verhaal.

Directrice Winnie (vertolkt door Sylvia Chang) was oorspronkelijk de minnares van de voorzitter van de raad van bestuur Ho (Chow Yun Fat). Diens dochter Kat komt incognito op de kantoorvloer werken, tegelijk met de naïeve optimist Li Xiang, die een oogje heeft op Kat en door Winnie als favoriet wordt behandeld. Dat laatste tot het chagrijn van onderdirecteur David Wang die obsessief gokt op de beurs met kapitaal van de zaak. Sophie, een zojuist door haar vriend gedumpte boekhoudster, moet Davids misstappen voor Winnie verzwijgen. Persoonlijk en zakelijk drama raken fataal verknoopt, maar voor de meesten loopt het goed af.

Office

Ersatz rock
Office  is een buitenbeentje in het oeuvre van Johnnie To, de Hong Kong-regisseur die in de jaren negentig een stoet van genrefilms maakte maar internationaal vooral bekend staat om zijn snoeiharde actiethrillers over de Chinese onderwereld van zo’n tien jaar terug (Election, Triad Election, Exiled). De film is fraai gestileerd, mise-en-scène en cameravoering tonen de overmacht van de vakman, maar inhoudelijk is Office dun en dat ligt aan het script. Een duidelijke hoofdpersoon of plotlijn ontbreekt, noch wordt de film uitgevouwen tot ensemblevertelling; de personages blijven schetsmatig. Over de ersatz rock en dito jazz op de geluidsband zullen we het verder niet hebben.

 

23 februari 2016

 
ALLE RECENSIES

Hail, Caesar!

***

recensie  Hail, Caesar!

Hollywood-ode als farce

door Alfred Bos

Na een drietal meer serieuze films keren de Coen Brothers terug naar de gekte van The Big Lebowski, waarin eveneens een ontvoering dient als katalysator van kolder. Hun als satire vermomde eerbetoon aan het Hollywood van de jaren vijftig is plagerig en liefdevol.

Ze moeten een haat-liefdeverhouding met Hollywood hebben. De gebroeders Coen opereren al een loopbaan lang, dik dertig jaar, buiten het studiosysteem. Maar het zijn ook filmliefhebbers pur sang, zoals spreekt uit hun hele oeuvre. Met Hail, Caesar! brengen ze een ode aan het klassieke Hollywood, dat van de machtige producers wier studio’s als een fabriek genrefilms uitpoepten. En passant is het een film over spiritualiteit in een zielloze wereld.

Hail, Caesar

Hail, Caesar! is typisch Coen Brothers, een liefdevol eerbetoon in de vorm van absurdistische satire. En een pastiche, want het tweetal benut de flinterdunne en tamelijk obligate plot rond een ontvoerde leading man  Baird Whitlock (George Clooney), om een reeks traditionele Hollywood-genres, van musical tot western, stijlvol te persifleren. De aankleding is perfect, de kennis van de materie encyclopedisch, de inside-grappen niet te tellen en aan de stoet steracteurs, ook in bijrollen, komt geen eind.

Kolderieke milieuschets
Josh Brolin speelt Eddie Mannix, een historische regelneef van de MGM studio die in 2006 al eens door Bob Hoskins werd geportretteerd in Hollywoodland. Mannix overziet voor Capital Pictures (in het echt een platenmaatschappij) de productie van een reeks films, die vervolgens de Coen-behandeling krijgen. Het is een geestig kijkje in de ingewanden van de droomfabriek, met zijn immoraliteit en eerzucht, zijn ambitieuze sterren, verwaande diva’s, neurotische regisseurs, blafferige bazen en jachtige roddelcolumnistes. Vermakelijk genoeg en voor kenners van het klassieke Hollywood is er extra lol door de talloze, vaak humoristische verwijzingen.

Mannix heeft het dagelijks te stellen met zijn klasje kunstenmakers en wordt als manager begeerd door een grote vliegtuigbouwer. Zijn grootste zorg is evenwel de afwezigheid van zijn belangrijkste ster, acteur Whitlock. Zonder hem kan het klassieke epos over Romeins keizer Caesar (de film uit de titel) niet worden voltooid. Whitlock blijkt te zijn ontvoerd door communistische scenarioschrijvers die de studio geld willen aftroggelen. Veel meer plot is er niet. De ragfijne, maar kolderieke milieuschets, doorspekt met genre-pastiches, moet voldoen. De beste grap is slapstick: de sjaal van een medewerkster in de montagekamer verdwaalt in de Moviola-machine.

Hail, Caesar

Kundig opgediend fastfood
Het is kostelijk om George Clooney een parodie op George Clooney te zien spelen. In Coen-films vertolkt hij nimmer grote lichten, maar dit moet zijn meest imbecielige personage zijn. En aan achteloze acteerprestaties geen gebrek. Brolin is uitmuntend als bullebak met geweten; Alden Ehrenreich speelt droogkomisch Hobie Doyle, een ongeletterde boer die van cowboyheld tot romantic lead wordt gekatapulteerd; Ralph Fiennes de gesoigneerde Britse regisseur Lawrence Laurentz; en dan zijn er kleine maar fijne rollen voor Tilda Swinton (tweemaal, als tweelingzus), Scarlett Johansson (in badpak), Francis McDormand (die van de sjaal), Alison Pill en Jonah Hill. Zelfs Channing Tatum draaft op voor een gelikte tapdance-routine. Het is allemaal feest.

Niet dat Hail, Caesar! gemakzuchtig aanvoelt, maar toch blijft er na afloop van zeven kwartier Coen-kolder een licht weeïg gevoel hangen, alsof het kundig opgediende fastfood wel lekker weg hapt maar niet goed vult, wat ongetwijfeld Hollywood karakteriseert. Het komt wellicht ook door de fragmentarische opzet van de film. De uitvoerige genre-pastiches hangen half aan de plot en dienen vooral als excuus voor vertoon van eervol vakmanschap. Dan heeft hun laatste all-out  grollenfilm, Burn After Reading uit 2008, meer lachsalvo’s per filmrol te bieden. Een onderhoudend tussendoortje, zullen we maar denken.

 

16 februari 2016

 

 
ALLE RECENSIES
 

Goosebumps

***

recensie  Goosebumps

Kippenvel in uw eigen bios

door Cor Oliemeulen

Aanstekelijk spel en fantasievolle griezels garanderen een leuk uitje in uw plaatselijke filmtheater.

In de week waarin filmproducenten en distributeurs de Nederlandse Staat aanklagen voor schade die zij volgens eigen zeggen lijden vanwege downloaden, verschijnen er gewoon weer films in de bioscoop, omdat de aantrekkingskracht van het grote witte doek vaak nu eenmaal groter is. Wanneer de branche zich iets beter aanpast aan de moderne tijd en het bioscoopbezoek aantrekkelijker en vooral goedkoper zou maken, hoeft niemand worden verstoken van al het moois en nuttigs dat het medium film kan bieden. Of zoals de Amerikaanse filosoof Robert M. Pirsig het ooit zei: “Als je het pad van kwaliteit volgt, kunnen er schijnbaar vanuit het niets prachtige inzichten, gedachten en oplossingen ontstaan.”

Goosebumps

Vermaak
Goosebumps is typisch zo’n film die in de bioscoop veel beter tot zijn recht komt dan op een beeldscherm thuis. Het verhaal over een schrijver van enge kinderboeken, die zijn griezels uit voorzorg heeft opgesloten, zijn dochter en haar nieuwe buurjongen is een vermakelijke, fantasierijke avonturenfilm, ideaal voor een avondje bios met familie of vrienden. Verstrooiing, escapisme, loslaten – een yogales voor het overbelaste brein, voor jong en oud. Service in optima forma en de mogelijkheid om heerlijk te worden vertroeteld door het gastvrije cinemapersoneel. Het enige dat nog ontbreekt, is een voetmassage.

Na een televisieserie, enkele videospellen en een stripserie is er nu Goosebumps, de speelfilm. Van deze Kippenvel-boeken verschenen al bijna 200 titels waarvan wereldwijd al meer dan 400 miljoen exemplaren zijn verkocht. De vraag was dan ook: welk boek ga je verfilmen? Het antwoord lag voor de hand: alle griezelige hoofdpersonages uit alle boeken komen samen in één film. Simpel en briljant, want het idee pakt fantastisch uit. Goosebumps is een geslaagde combinatie van grappig en griezelig, van spanning en avontuur, van kalverliefde en vaderlijke bescherming.

Goosebumps

Terreur
Jack Black speelt de schrijver van de succesvolle Goosebump-serie, R.L. Stine, die low profile door het leven gaat en zijn enige dochter angstvallig afschermt van mannelijke leeftijdsgenoten en andere pottenkijkers. Black – het leukst in The School of Rock en Kung Fu Panda (en met zijn fameuze lofzang op Led Zeppelin in het Kennedy Center in 2012) – is de ideale protagonist in zijn bundeling van een ijzig en aanstekelijk voorkomen. Een hoogst onaangenaam en onvoorspelbaar heerschap, tot het moment dat zowel de nieuwe buurjongen als de kijker zijn grote geheim ontdekken en de terreur van de ontsnapte Goosebumps-griezels is begonnen.

De sadistische pop Slappy the Dummy fungeert als het alter ego van Stine. Als het brein achter de opstand zweert hij dat zijn tot leven gekomen fictieve collega’s nooit meer in boeken zullen worden opgesloten. De weerwolf, verschrikkelijke sneeuwman, slangenvrouw, geestendokter, gnomen, vleesetende planten, speelgoedrobots, reuzenbidsprinkhaan, vampieren, aliens, zombies, mummies, een krankzinnige clown en talloze andere engerds richten een ware ravage aan in de stad, niet gehinderd door een koppel niet al te snuggere agenten. Hoewel sommige monsters zeer wrede bedoelingen hebben, worden ze plotseling grappig als blijkt dat ze een raar hoog stemmetje hebben, zodat ook de jongste kijkers zich niet zo snel in hun popcorn zullen verslikken.

 

5 februari 2016

 
ALLE RECENSIES
 

Problemski Hotel

****

recensie  Problemski Hotel

Kerstsprookje in azc

door Alfred Bos

Verfilming van de gelijknamige roman uit 2003 waarmee Dimitri Verhulst in thuisland België en tot ver over de grenzen doorbrak. Absurdisme in een asielzoekerscentrum in de donkere dagen van december.

Het Problemski Hotel staat in Brussel, maar het had elke metropool in Europa of Canada kunnen zijn. In de modernistische kantoorkolos, type bank- of overheidsgebouw uit de jaren zeventig, huizen immigranten uit uiteenlopende streken: Afrika, het Midden-Oosten, de voormalige Sovjet-Unie. Ze wachten op hun verblijfsvergunning of maken plannen om, illegaal, door te reizen naar hun droombestemming. De betonkolos is hun universum. In de handen van de regisseur (en de schrijver) wordt het het konijnenhol uit Alice in Wonderland.

Problemski Hotel

Problemski Hotel wordt bevolkt door zielen verloren in een schemerzone, het onbestemde overgangsgebied tussen het ontvluchte verleden en de hoopvolle toekomst. Het is een fantastische (in meerdere betekenissen) setting voor een absurdistisch drama over identiteit en menselijkheid. Bipul weet niet wie hij is of waar hij vandaan komt, maar hij spreekt zeven talen. Hij maakt zich gedienstig aan de overige asielzoekers als raadgever of tolk. Lidia is een nieuwe immigrante uit een voormalige Sovjetrepubliek. Tussen de twee ontstaat een schutterige romance.

Meesterzet
Problemski Hotel is het speelfilmdebuut van Manu Riche, in België gevierd als maker van spraakmakende reality tv (Strip-Tease) en documentaires over onder meer Koning Boudewijn en Tom Barman, de voorman van rockgroep Deus. Hij verplaatste de gelijknamige roman van Dimitri Verhulst van de Vlaamse regio naar de anonimiteit van de Europese hoofdstad en dat is een meesterzet. Het gehannes van de verantwoordelijke ambtenaren, het interculturele onbegrip, de persoonlijke tics van de asielzoekers—het is niet het thema, maar het decor voor een eigentijds kerstsprookje.

Bipul en Lidia zijn de scharnierpunten van de ensemblefilm, die – ook een gouden greep – wordt bevolkt door minder en onbekende acteurs. Het is een bont gezelschap dat met en langs elkaar leeft, iedereen heeft zijn eigen wensen en angsten. Bipul ziet de opvang als zijn thuis, Lidia droomt van een luxeleven in Londen. Hun toenadering vormt de rode draad, geweven door een tapijt van terzijdes rond de gasten van het Problemski Hotel, zoals Igor die naar het Vreemdelingenlegioen wil, Mahsun die blonde Vlaamse schonen aan de haak wil slaan en Tomatski die van ‘het asielen’ zijn bestaan heeft gemaakt en van land naar land hopt.

Problemski Hotel

Snelwandelparcours
Riche filmt veel scènes vanaf de schouder en volgt de personages in documentairestijl. Als contrapunt fungeren de van statief gedraaide, al dan niet uitzoomende totaalshots, die het absurde van de omgeving en de situatie benadrukken, begeleid door de morose strijkkwartetten van Bartok. Als running gags zijn er de directrice die na werktijd het betonnen fort gebruikt als snelwandelparcours en een te grote kerstboom die niet in de lift past en door asielzoekers via het trappenhuis naar het dak moet worden gesjouwd. Tussen alle weemoed en vervreemding kiert de kolder.

De regisseur heeft de pech dat Problemski Hotel (opnamen gestart in september 2014) verschijnt op een moment dat de vluchtelingenproblematiek stijf bovenaan de Europese agenda staat. De film heeft raakvlakken met het recente werk van de Fransman Thomas Bidegain (zie zijn scripts voor Dheepan en The Wakhan Front en zijn eigen debuut, Les Cowboys), maar het is geen sociaal drama over immigratie en integratie. Het is een kerstverhaal, compleet met baby, met een eigen, surrealistische toon. En een warm kloppend hart.

 

23 januari 2016

 
ALLE RECENSIES
 

Dubbelinterview met regisseur Manu Riche en schrijver Dimitri Verhulst!

Hallo Bungalow

**

recensie  Hallo Bungalow

Chick flick met ballen

door Ashar Medina

Enigszins onevenwichtige komedie over drie vrouwen die hun baas besluiten te chanteren wanneer ze ontdekken dat hij zich bezighoudt met allerlei louche zaken. Dit blijkt echter makkelijker gezegd dan gedaan.

De film opent met drie ambitieuze tienermeisjes die een rookpauze nemen van hun werkzaamheden in een suf vakantiepark met de weinig inspirerende naam De Lusthove. Olivia, Bibi en Trijntje dromen alle drie van een mooie toekomst. Olivia wil gaan studeren, Bibi wil zangeres worden en Trijntje wil het liefst een gezin met vijf kinderen. De jonge dames vervloeken de gasten van het park en beloven na deze zomer nooit meer terug te keren. Twintig jaar later werken ze er nog steeds. Olivia woont nog steeds met haar aanhankelijke moeder en is nooit gaan studeren, Bibi zingt alleen nog het welkomstlied door de parkintercom en Trijntje is dan wel getrouwd, die vijf kinderen zijn nergens te bekennen. Dit alles verandert wanneer ze vermoeden dat hun baas een crimineel is en het briljante plan opvatten om hem af te persen.

Hallo Bungalow

Polder-noir
Technisch en productioneel valt er weinig aan te merken op Hallo Bungalow. Het sound design valt alleen op als het moet; bijvoorbeeld wanneer Bibi (Anne-Marie Jung in topvorm) haar valse welkomstlied ten gehore brengt. Het camerawerk is daarnaast degelijk en functioneel. Bovendien wordt er dankbaar gebruik gemaakt van de gemoedelijke setting, door het creëren van een camping-gevoel dat in contrast met de zwart-komische, soms expliciet gewelddadige uitspattingen, zorgt voor een interessante clash.

Maar dat uitgangspunt komt helaas niet vaak genoeg tot zijn recht. Daarvoor is Hallo Bungalow  te onevenwichtig. Pas na bijna veertig minuten lijkt de film echt op gang te komen en gaan de vrouwen over tot actie. Regisseuse Anne de Clercq neemt de tijd om alle personages in het park goed te leren kennen, maar dat zorgt wel voor een volle tweede akte waarin te veel verhaallijnen tegelijk om aandacht vragen. 

Daarnaast blijft Hallo Bungalow door de mix van genres op twee gedachten hinken. Wat in essentie een luchtige komedie is over vrouwen op verschillende kruispunten in hun leven – carrière, liefde, gezin – transformeert soms heel abrupt in een misdaadmysterie inclusief chantagebrieven en moordcomplotten. Polder-noir, zullen we maar zeggen. Het valt te prijzen dat de scherpe randjes worden gezocht, maar de film wisselt te vaak van toon om tot het eind te overtuigen. Daarvoor zijn de zoete delen te zoet, en de donkere te donker.

Hallo Bungalow

Vrouwen aan de macht
Hallo Bungalow is geen cinematografisch meesterwerk. Het is wel een chick flick in de beste zin van het woord. Een film voor vrouwen, geschreven door vrouwen, met drie sterke actrices in de hoofdrol. In een tijd waar er binnen de internationale filmwereld veel wordt gesproken over seksisme en een gebrek aan diversiteit voor en achter de camera, is dat alleen maar aan te moedigen. Wel moet gezegd worden dat die diversiteit niet heel erg consequent wordt doorgevoerd. Zo behoren de enige niet-blanke gezichten in de film toe aan een random gangster – die in een van de laatste scènes opeens opduikt – en een getraumatiseerd Afrikaans adoptiekind dat later blijkt te zijn opgepikt bij een asielzoekerscentrum. Dat kan en mag beter. 

 

1 december 2015

 

 

ALLE RECENSIES

 

Er ist wieder da

***

recensie  Er ist wieder da

Een klucht van nazistische proporties

door Damian Uphoff

De Duitse regisseur David Wnendt zette zich met zijn twee eerste speelfilms, het controversiële drama Kriegerin en de komedie Feuchtgebiete, direct in de schijnwerpers. Met zijn excentrieke Hitler-satire scoort hij in zijn thuisland een gigantische hit. Duitsers blinken doorgaans niet uit in een geweldig gevoel voor humor, maar Er is wieder da mag daar gerust een uitzondering op heten.

Adolf Hitler – een man die geen nadere uitleg behoeft – wordt op een dag wakker op de plek waar vroeger zijn beruchte bunker stond. Van het hoe, wat en waarom heeft hij geen enkele notie, en ook de kijker blijft erover in het ongewisse. Zijn plotselinge terugkeer zorgt voor veel consternatie in het land; men denkt dat hij een Hitler-imitator is. Hij trekt er op uit om het in zijn ogen zwaar gedegenereerde Duitse volk weer op de been te brengen, alleen gezien hij nog een aantal jaartjes achterloopt, gaat dat natuurlijk niet bepaald van een leien dakje.

Recensie Er ist wieder da

One-man-show
Nochtans lukt het Hitler – de geschiedenis herhaalt zich – om het volk bij de kladden te vatten. Hij duikt, na ontdekt te zijn door de onlangs ontslagen filmmaker Sawatzki, op in allerhande tv-shows, waarna hij al snel tot een grote publiekslieveling uitgroeit. Niet louter vanwege zijn geweldig accurate Hitler-‘imitatie’, maar ook omdat het Duitse volk vindt dat hij een aantal valide punten over de huidige situatie in Duitsland heeft. U kunt het al ruiken: dat wordt stront aan de knikker.

Het zal vast geen eenvoudig karwei geweest zijn: een geschikte acteur vinden die Hitler adequaat kan vertolken. Maar met Oliver Masucci heeft Wnendt een echte troef in handen. Zijn kop is misschien net wat te robuust om als een echte Hitler-lookalike door te gaan, maar met zijn mimiek, zijn maniertjes en zijn bij vlagen hilarische spel compenseert hij dat ruimschoots. Een knappe performance, helemaal met de wetenschap dat we met een relatief onbekend acteur te maken hebben.

De Führer als komiek
Er ist wieder da  is in eerste instantie bedoeld als een komische film. Gedurfd is het wel, de notoire Adolf Hitler als ‘clown’. De gelijknamige satirische roman van Timur Vermes, die ook al het nodige stof deed opwaaien, bemachtigde de eerste plek op de bestsellerlijst van Der Spiegel, dus de lat lag hoog.

Hoewel deze verfilming, logischerwijs, niet bij iedereen in even goede aarde valt, heeft hij tot dusver niet veel last van boycotgekkies en andere protestacties. Er ist wieder da  is – hoewel het weinig scrupules kent – qua humor dan ook niet ál te plat. Wnendt weet een aantal vervaarlijke valkuilen (makkelijke Jodengrapjes, voor de hand liggende humor) te ontwijken en komt geregeld zelfs best scherp uit de hoek. De verwijzing naar Der Untergang is daar een uitgelezen voorbeeld van, evenals het moment waarop de schijn gewekt wordt dat de film afgelopen is, terwijl er nog een flink stuk volgt.

Recensie Er ist wieder da

Scripttrucjes
Gaandeweg lijkt het humoristische karakter wat te verwateren, maar telkens wanneer je denkt dat de boel inzakt, komt Wnendt met een nieuwe komische uithaal. Later komen er zelfs wat ludieke scripttrucjes bij, zoals het film-in-film principe: je ziet hoe de personages bezig zijn met het maken van de film. Zoiets heeft een grappig, speels effect.

De eindscène is wat serieuzer van toon, wat een beetje detoneert met het komische karakter van voorheen. Typisch dat de regisseur het nodig vindt om wat oude archiefbeelden van stal te halen, om nog even snel een soort obligaat maatschappijkritisch randje mee te geven. Maar erg veel doet het niet af aan dit komische schouwspel.

 

20 november 2015

 

 

ALLE RECENSIES

 

Perfect Day, A

****

recensie  A Perfect Day

Sarcastische hulpverleners

door Bob van der Sterre

Wat moet je als hulpverlener als je een lijk uit een put omhoog wil hijsen maar het touw breekt, de Verenigde Naties zeggen dat je je nergens mee moet bemoeien, en er in de wijde omgeving geen touw is te vinden? Je bent en blijft toch in de eerste plaats een hulpverlener en je moet en zal dat lijk eruit krijgen. 

We zitten in Joegoslavië, 1995, dus tegen het einde van de oorlog. Hulpverleners Mambrú (Benicio Del Toro), B. (Tim Robbins) en Sophie (Mélanie Thierry) willen samen met tolk Damir (Fedja Stukan) dat vadsige lijk eruit vissen, om te voorkomen dat de put onbruikbaar wordt.

Zo makkelijk is het allemaal nog niet. Colonnes tanks en groepjes soldaten versperren de route, dode koeien liggen midden op de weg, VN-soldaten willen dat je opduvelt, en werkelijk nergens kun je touw krijgen.

A Perfect Day

Touw
Hoe moeilijk is dat toch, touw vinden? B. en Damir vinden een winkeltje. ‘Verkoopt u touw?’ De verkoper schudt zijn hoofd. B. loopt door de winkel en vindt overal touw. ‘Ik heb het hier in mijn handen!’ ‘Dát? Dat is niet voor de verkoop.’ B. houdt aan, maar Damir fluistert tegen hem: ‘Laten we gaan. Vermoedelijk willen ze hier helemaal niet dat het lijk eruit gehaald wordt.’

Na de tevergeefse poging om het touw elders te vinden, keren ze beiden terug bij de basis. Aldaar wacht Katya (Olga Kurylenko), een ex van Mambrú. Ze werkt nu voor de Verenigde Naties en ze moeten haar een lift geven naar een andere VN-basis. Hun geschiedenis geeft spanningen. Mambrú heeft tijdens hun affaire simpelweg nooit gemeld dat hij al een vriendin had en dat vergeeft Katya hem nog steeds niet. ‘Ik heb niet gelogen, maar gewoon iets achterwege gelaten’, verklaart hij schouderophalend.

Wat volgt is een tocht langs door de bergen, in een tijd dat navigatiesystemen nog niet bestonden. Van boven ziet het er schitterend uit, maar op de weg is het een ramp. Licht is er niet, overal ravijnen en verdwalen is niet moeilijk. En dan dus die dode koeien gevuld met mijnen.

A Perfect Day

Klein leed
A Perfect Day is een erg aangename film over het kleine leed van oorlog. Het script (geschreven door regisseur Fernando León de Aranoa zelf) is goed materiaal waarbij je niets door de strot geduwd krijgt. Oorlogsdrama ontbreekt. Het is nergens sentimenteel, pathetisch, grof of al te symbolisch (denk bijvoorbeeld aan Oscarwinnaar No Man’s Land). Wie Bosnisch of Servisch is leren we niet eens.

De film scoort pas echt punten op acteerwerk. Er is een geweldige chemie tussen de karakters. Del Toro en Robbins zijn als acteurs al net zo geroutineerd als de rollen die ze spelen, de sarcastische hulpverleners die alles al hebben gezien. Dat is aangenaam om naar te kijken. De bijrollen dansen daar prima onbescheiden omheen.

De film bewijst hoe volwassen sommige scripts kunnen zijn, hoe ze voortreffelijk een balans kunnen vinden tussen humor, karakterfilm, spanning en ontroering. Dat had makkelijk mis kunnen gaan. Vooral het stuk rondom een ingestort huis van een meereizend jochie is erg sterk. In veel oorlogsfilms is zo’n ruïne slechts decor. Hier zien we de geschiedenissen en wordt het een levend object vol herinneringen. Mooie scène.

A Perfect Day

Muggenzifterij
Als kritiek kun je misschien zeggen dat de film eigenlijk echt in Joegoslavië gefilmd had moeten worden, en niet in Spanje. Het had kunnen zorgen voor wat extra couleur locale die nu wel erg karig aanwezig is. Iets anders is dat het jochie Nikola iets te vanzelfsprekend Engels spreekt, voor een amper tienjarig ventje. Een verklaring hiervoor krijg je niet en dat wringt een beetje, maakt het misschien iets te Amerikaans.

En sowieso is het een beetje raadselachtig wat de cinematografische urgentie was om twintig jaar later ineens een film te maken over de nasleep van de Joegoslavische oorlog. De film is goed, dat is niet het probleem, maar de film is niet vernieuwend genoeg om alles wat er tot nu toe over is gemaakt op te schudden.

Maar: muggenzifterij. Met A Perfect Day kunnen hulpverleners nu eindelijk ook eens trots zeggen dat er een film is die hun beroep eer aandoet. Een hulpverlener kan vermoedelijk niet overleven zonder een sarcastisch gevoel voor humor en wij kunnen nu wrang met ze mee lachen.

 

7 november 2015

 
ALLE RECENSIES

LIFF 2015 – Deel 3

Deel 3: Komedies in allerlei gedaanten

door Bob van der Sterre

LIFF is een prima plek om een beeld te krijgen van de lichtvoetige film. Wat blijkt? Jean-Pierre Jeunets Amélie blijkt nog steeds een immense inspiratiebron. Maar er zijn ook films die meer hun eigen plan trekken.

Op het Leiden International Film Festival blijkt opnieuw hoe inspirerend en baanbrekend Amélie voor veel regisseurs is geweest. Dus originele, creatieve (‘quirky’) karakters; kleurrijke beelden; geestig getypeerde bijfiguren; vindingrijke montage; aandacht voor details; evenwicht tussen komedie en tragedie; ‘ouderwetse’ romantiek.

Me and Earl and the Dying Girl, die is besproken in deel 2, herinnert vrij sterk aan die film maar ook aan twee andere: 50/50 en Be Kind Rewind. Net als in een film als Amélie worden karakters vlot getypeerd door hun bizarre voorkeuren. De getatoeëerde leraar die houdt van Vietnamese soepen; de vader die in badjas met kat op schouder bizarre gerechten klaarmaakt (‘Hier jongens, een stukje cuttlefish’); de moeder die haar verdriet verdrinkt met wijn (‘Jullie zijn toch ook oud genoeg voor een glaasje?’); de broer van Earl die sigaren rokend met een pitbull op de veranda overal commentaar op geeft.

LIFF 2015 Le tout nouveau testament

Le tout nouveau testament – God is een klootzak
In Le tout nouveau testament is de erfenis van Jean-Pierre Jeunet nóg duidelijker aanwezig. Het is dat je aan het begin Jaco van Dormael ziet staan – anders zou je best kunnen denken dat Jeunet weer een nieuwe heeft gemaakt.

In de film is God een klootzak van een kerel die Brussel heeft gemaakt ‘omdat hij zich verveelde’. Later bedacht hij de mens en de rest. Als hij zijn dochter mishandelt (de zus van Jezus Christus, met wie ze via een standbeeldje communiceert), vlucht ze via de wasmachine (een portal), om met wat nieuwe apostelen ‘de wereld te veranderen’.

Het eerste half uur is ijzersterk maar leunt enorm op Amélie. Het stuk waarin God zijn lijst met sadistische tegenslagen tikt (‘een boterham met jam zal altijd ondersteboven op de grond vallen’, ‘de andere rij in de supermarkt gaat altijd sneller’) had zo in Amélie  gekund.

Dan gaan we op zoek naar de apostelen – en dat stuk is aanmerkelijk zwakker. Het geestige, spottende verhaal van het begin verandert langzaam maar zeker in over de top comedy (Catherine Deneuve met namaakgorilla). Er was hier iets meesterlijks aan de gang maar het glipt weg, als een bokser bij wie de kracht uit de armen is gevloeid. Zijn we blij met een half goede film of teleurgesteld om een half zwakke film?

Zoom

Zoom – Prettig gestoord en een echt plot
In Zoom is Amélie  ook weer een beetje aanwezig, met name in de grappige benadering van seks, de speelse montage, het creatieve nerdmeisje. Maar deze film heeft veel meer zijn eigen plan en slaagt daarin.

Emma (Allison Pill) werkt in een magazijn voor love dolls en tekent graag. Met haar collega Bob (Tyler Labine) heeft ze seks tijdens de pauze en hij laat haar terloops weten dat haar borsten niet zo groot zijn. ‘Maar dat is ook prima.’ Ze raakt onzeker en koopt een grotere boezem bij de plastisch chirurg.

Tussen de bedrijven door werkt ze aan een tekenverhaal waarin haar droomman Edward (Gael Garcia Bernal), een Spaanse actiefilmregisseur, aan een nieuw project werkt. Dit keer is het een integer verhaal. Zijn Amerikaanse producente vindt alles wat afwijkt van het gemiddelde al eng. Een strijd volgt en de droomman krijgt de schrik van zijn leven als Emma uit wraak hem een heel klein piemeltje geeft.

En hijzelf maakt ondertussen een artsy film waarin een Braziliaans model schrijfster wil worden. Als ze wordt bespot door haar vriendje, reist ze uit protest naar Brazilië. Ze ontdekt daar andere kanten van zichzelf.

Hoe het allemaal samenhangt, ga ik niet verklappen. Zoom  is een creatieve en originele film met een prettig gestoorde vibe. De film zit goed in elkaar, heeft tempo, neemt stilistisch heel wat risico’s, en is ook een van de weinige films op het festival met een echt plot.

A Perfect Day

A Perfect Day – Ode aan de hulpverlener
In A Perfect Day is er helemaal geen sprake van ‘comedy’ – en toch is de film vaak erg grappig. We zien een dag in Joegoslavië in 1995 (als het vredesakkoord bijna is getekend) waarin hulpverleners Mambrú (Benicio del Toro), B. (Tim Robbins) en Sophie (Mélanie Thierry) proberen een waterput te redden door er een lijk uit te vissen. Het touw breekt en de zoektocht naar touw brengt de hulpverleners overal en nergens.

Een hulpverlener kan vermoedelijk niet overleven zonder een sarcastisch gevoel voor humor en wij lachen dus even wrang met ze mee. Daarmee, heel in de verte, doet de film denken aan M*A*S*H. Hulpverleners kunnen nu eindelijk ook eens zeggen dat er een film is die hun beroep eer aandoet.

De film profiteert van prachtige shots in de bergen (die overigens niet Joegoslavisch zijn maar Spaans) en van geweldige chemie tussen de karakters. Del Toro en Robbins zijn als acteurs al net zo geroutineerd als de rollen die ze spelen, de sarcastische hulpverleners die alles al hebben gezien. Olga Kurylenko (Bond-girl in Quantum of Solace) en Fedja Stukan (As If I Am Not There) passen daar prima bij.

Het script (geschreven door regisseur Fernando León de Aranoa zelf) is verder behulpzaam. Het is namelijk nergens sentimenteel, pathetisch, grof of al te symbolisch. Nee, het is gewoon goed  materiaal dat je niet iets door de strot probeert te duwen. Oorlogsdrama ontbreekt. Wie Bosnisch of Servisch is, leren we niet eens. Hier gaat het om koeien die een weg blokkeren, huizen die op instorten staan of soldaten die je verbieden om door te rijden.

LIFF 2015 The Lobster

The Lobster – Absurdisme in creatief drijfzand
Ook anders dan anders is The Lobster van het Griekse duo Yorgos Lanthimos (regie) en Efthymis Filippou (script), die eerder Dogtooth (2009) en Alps (2011) maakten. In beide gevallen verrukkelijk absurdisme – maar (met name Alps) ook te lang durend.

In de akelige maatschappij die hier wordt geschetst mag je niet meer single zijn. Je móet een partner vinden. Lukt het je niet om in een aantal maanden in een hotel die geschikte partner te vinden, dan word je in een bos losgelaten, opgejaagd en als je dan wordt neergeschoten, gaan ze je veranderen in een dier. David (rol van Colin Farrell) wil in die hypothetische situatie een kreeft worden.

Het eerste uur is geweldig materiaal, erg grappig, droogkomische dialogen, absurdisme op zijn best. Je ziet Filippou aan zijn schrijftafel al schateren om zijn specialisme: kurkdroge absurditeit. Alle acteurs voelen het goed aan.

Maar het tweede uur (het dramatische deel) zakt het verhaal net als in Alps weer helemaal in. Scènes duren te lang, overbodige passages volgen elkaar op. Alles wat eerst leuk was, gaat nu tegenstaan, de droogheid verandert in saaiheid. Wat er maar er niet ingaat bij het Griekse duo is als een absurdistische tragikomedie geen maat weet te houden, de film terecht komt in creatief drijfzand. Zo zonde! Zulke originele scripts zien we bijna nooit.

 

6 november 2015

 

VERSLAG LIFF 2015 DEEL 1
VERSLAG LIFF 2015 DEEL 2
VERSLAG LIFF 2015 DEEL 4

Tout nouveau testament, Le

***

recensie  Le tout nouveau testament

Ontsporend meesterwerkje

door Bob van der Sterre

God leeft. Hij woont ergens in een buitenwijk van Brussel, met zijn nietszeggende vrouw met een passie voor borduren en honkbalplaatjes en zijn dochtertje, Ea. Achter een computertje in een kamer vol dossierlades heeft hij de wereld verzonnen.

God is een hufter, een schoft, en bedenkt dus een sadistische maatschappij. Het duurde even voor hij zijn ideale slachtoffer vond nadat pogingen met giraffes op niets uitliepen. De mens is ideaal voor zijn echte passie: het verzinnen van een lijst met sadistische tegenslagen (‘een boterham met jam zal altijd ondersteboven op de grond vallen’, ‘als je net in bad gaat, klinkt de telefoon’). Hij grinnikt achter zijn pc’tje en tikt lekker verder.

Le tout nouveau testament

IJzersterk
Ea leeft in dat huis. Niets leuks aan. Ze wordt opstandiger en God weet niet anders dan haar ervan langs te geven met de riem. Ze wil ontsnappen, apostelen zoeken, het lijden van mensen verzachten. Na een overleg met haar broer, Jezus Christus, die als een beeldje op de kast staat, weet ze hoe ze ervandoor kan gaan. God moet ook want ze heeft zijn pc geblokkeerd.

Een schitterende premisse – en ook schitterend uitgevoerd. Virtuoos, vermakelijk, satirisch en erg speels. Sterk herinnerend aan Jean-Pierre Jeunets Amélie maar wat geeft het? Het eerste deel van de film is ijzersterk.

Maar dan komt het vervolg en het schema van het meesterwerk moeten we al snel verlaten. Ea gaat apostelen bezoeken. Een leuk gegeven, maar het meeste materiaal over hun levens is niet zo heel interessant. Soms zelfs dwaas (Catherine Deneuves passage wint de cultprijs). Ja, er zijn nog wel wat vermakelijke grapjes (de citerende zwerver, de passage met God en de dominee) maar ze werken steeds minder goed.

Doordraven
Wat je steeds meer mist naarmate de film vordert, is een gewone scène. Alles is olijke montage in Le tout nouveau testament. De film draaft erin door en wordt meer en meer style over substance. De originaliteit van het verhaal, de motor van ieder meesterwerk, begint te pruttelen. Tegen het einde rijdt de auto alleen nog maar op gebakken lucht.

Le tout nouveau testament

Een ander probleem is een kind als hoofdpersoon. Goed acteren is altijd lastig voor kinderen en geen enkele andere rol komt boven de karikatuur uit. Een kinderfilm is het toch ook niet. De film speelt ongegeneerd met taboes.

Denkend aan soortgelijke originele verhalen (Being John Malkovich, Amélie, The Grand Budapest Hotel) dan valt elke keer op dat de humor subtieler wordt met het vorderen van de film. Hier gaan we de andere kant op.

Het is een bewijs voor de theorie dat je goede verhalen ‘achteruit’ moet schrijven, met een origineel plot in je achterhoofd, en niet ‘vooruit’, vanuit een startpositie. Goede films zijn nu eenmaal kop en staart.

Wat nu overheerst na het kijken van de film van Jaco van Dormael (bekend van Toto le Héros, Le Huitième Jour en Mr. Nobody) is een gevoel van vermaakt te zijn en een gevoel van spijt dat het niet meer was dan dit.

 

2 november 2015

 
ALLE RECENSIES

Youth

*****

recensie  Youth

Een symfonie van koekoeksklokken

door Alfred Bos

De Italiaanse regisseur Paolo Sorrentino groeit uit tot een Europees filmauteur van formaat, schepper van een eigen universum. In Youth staat dat universum in de Zwitserse Alpen, waar een gepensioneerde dirigent en een bejaarde regisseur zich druk maken over hun ochtendplas. Fellini’s 8½ voor de nieuwe generatie.

Paolo Sorrentino is een rebel. ‘Intellectuelen hebben geen smaak’, legt hij Fred Ballinger, een van de twee protagonisten van zijn zevende speelfilm Youth (La giovinezza), in de mond en dat is weer een citaat van Igor Stravinsky, maar Sorrentino zegt het eigenlijk zelf. Youth is, net als zijn voorlaatste film, de arthouse-hit La grande bellezza, een dikke vinger naar de bourgeois en hun verstikkende conformisme over wat goed dan wel fout is. Intellectuelen hebben hun kritisch vermogen geofferd voor een veilige plek in de maatschappelijke pikorde en Sorrentino schopt ze met sardonisch genoegen uit hun comfortzone.

Recensie Youth

Youth telt niet één (zoals La grande bellezza en Sorrentino’s voorvoorlaatste, This Must Be the Place, zijn eerste Engelstalige film) maar twee ontheemde kunstenaars als hoofdpersoon. Gepensioneerd componist en dirigent Fred Ballinger (Michael Caine) ondergaat zijn jaarlijkse medische keuring in een Zwitsers sanatorium. Daar verkeert hij met jeugdvriend Mick Boyle (Harvey Keitel), een regisseur die in gezelschap van een groepje creatieve baarden werkt aan het draaiboek van zijn afscheidsfilm. De Amerikaanse acteur Jimmy Tree (Paul Dano) bereidt zich tussen de bergen voor op zijn rol in een Duitse productie.

Vermoeide levenswijsheid
Ballingers dochter en persoonlijke assistent Lena (Rachel Weisz) houdt hem gezelschap in het geïsoleerde universum van het sanatorium. Dat is bevolkt met excentrieke karakters, waaronder een wereldberoemde ex-voetballer die moeiteloos een tennisbal hoog houdt en de kersverse Miss Universe die even intelligent als mooi blijkt te zijn. In zijn gedachten en dromen verkeert Ballinger echter in Venetië – symbool van schoonheid in verval – waar zijn vrouw, een operazangeres, verblijft in een rusthuis. Ballinger is het toonbeeld van vermoeide levenswijsheid. Hij is apathisch, waar jeugdvriend Mick nog bruist van creatieve energie.

Er zijn veel overeenkomsten, qua thematiek, toon en verbeelding, tussen Youth en La grande bellezza, maar belangrijker is het verschil. Youth is meer verstild van toon: een in zichzelf gekeerd rusthuis tegenover de exuberantie van Rome. Dat geldt ook voor de geluidsband, die naast omgevingsgeluid voornamelijk uit eigentijdse muziek van David Lang bestaat, al veroorlooft Sorrentino zich een grap – vergelijkbaar met de cameo van David Byrne in This Must Be the Place – met een videoclip van de Britse zangeres Paloma Faith, die zichzelf speelt als nieuwe vriendin van Boyle’s zoon. Grandioos is het geluidsspel met drie Zwitserse clichés: we horen symfonieën van koebellen, waldhoorns en koekoeksklokken.

Recensie Youth

Vileine humor
Youth is ook strakker van script dan Sorrentino’s voorgaande films. Er is een plot en een ontknoping, met tegengestelde afloop voor beide hoofdpersonages. Onthechting en je schikken in het onvermijdelijke leveren weliswaar evenveel verdriet, maar minder drama of brokken op dan energiek je dromen najagen. Het contrast tussen de dirigent en de regisseur blijkt ook uit de verbluffend gevisualiseerde droomscènes waarin beider angsten tot leven komen. Een andere bron van spanning is de tegenstelling tussen kunst (opera) en vermaak (het nachtclubvertier in het sanatorium, Paloma Faith). Een derde die tussen woorden en lichaamstaal. Een vierde, jeugd versus ouderdom. Die rijke melange is gezouten met droge, soms vileine humor.

Met Youth toont Sorrentino dat La grande bellezza geen toevalstreffer was. Hij heeft een eigen, unieke en vaak schitterende beeldtaal en een eigen, scherp ironische stem die hij steeds duidelijker laat doorklinken in de bijtende monologen van zijn personages (deze film telt er meer dan één). Hij plaatst de vluchtigheid van de populaire cultuur tegenover de blijvende schoonheid van de traditie – naast Stravinksy wordt de Duitse Romantische dichter Novalis aangehaald – en bouwt aan een eigen universum dat geregeld, à la Fellini, naar zichzelf verwijst. Ook Youth is een spel met verbeelding: ‘Tv is de toekomst’, zegt de fictieve filmregisseur Boyle. De echte regisseur werkt inmiddels aan een tv-serie.

 

26 oktober 2015

 
ALLE RECENSIES