Florence Foster Jenkins

***

recensie Florence Foster Jenkins

Zo vals zingen is ook een kunst

door Cor Oliemeulen

“Ze mogen zeggen dat ik niet kon zingen, maar niemand kan zeggen dat ik níet zong.“ Florence Foster Jenkins, een rijke societydame in het New York van de jaren 40, leefde voor de operamuziek en groeide uit tot een fenomeen.

Zij werd zowaar een cultfiguur (Foster Jenkins’ opname ‘The Glory of the Human Voice’ was een van de 25 favoriete vinylplaten van David Bowie) en het komische biografische drama van Stephen Frears zal vast leiden tot een run op YouTube-filmpjes van deze ‘slechtste operazangeres aller tijden’.

Florence Foster Jenkins

Engel
Florence Foster Jenkins werd in 1868 geboren in een stadje in Pennsylvania. Haar schatrijke vader stond niet toe dat zij in het buitenland muziek ging studeren, en als reactie hierop trouwde ze op haar zeventiende met een arts in Philadelphia. Ze ging werken als lerares en pianiste. Aan het huwelijk kwam prompt een eind nadat de arts haar had besmet met syfilis. In 1900 vertrok ze naar New York, alwaar ze zich vol overgave in de muziekwereld stortte. Met de erfenis van haar vader richtte ze de Verdi Club op als eerbetoon aan de Grand Opera en begon ze met het financieel ondersteunen van tal van culturele activiteiten. De film begint als Florence (wie anders dan Meryl Streep) er na 25 jaar voor het laatst optreedt als Angel of Inspiration. Ze zingt en figureert in eigenzinnige tableaux vivants, vaak in buitenissige, zelfontworpen jurken.

Haar dubieuze muzikale talent is dan allang in kleine kring bekend, daarbuiten heeft haar naam bijna mythische proporties aangenomen. Dat is vooral te danken aan haar huidige partner, de mislukte Shakespeareaanse acteur met aristocratische roots, St. Clair Fayfield (Hugh Grant), die er persoonlijk op toe ziet dat alleen maar vrienden en andere welwillende, door Florence gesponsorde, gasten de besloten recitals bezoeken. Hoezeer ze ook dagelijks luistert en oefent, ook op haar zestigste heeft Florence nog de grootste moeite met ritme, toonhoogte en zuiverheid. In haar eigen hoofd klinkt haar gezang prachtig, maar ze heeft niet in de gaten dat velen haar achter haar rug dubbel liggen van het lachen. Eén van de meest kostelijke scènes in de film is het moment dat pianist Cosme McMoon (Simon Helberg), die geen idee heeft van Florence’s (gebrek aan) kwaliteiten, voor het eerst met haar gaat oefenen.

Florence Foster Jenkins

Ambitie
Net als de pianist, krijgen muziekrecensenten door St. Clair geld toegestopt, anderen schrijven zo dubbelzinnig over Florence’s zangkwaliteiten dat de verwachtingen voor haar eerste openbare optreden, nota bene in Canergie Hall (voor de film nagebouwd in het bijna even beroemde London’s Hammersmith Apollo!), zo hoog gespannen zijn dat het concert binnen twee uur is uitverkocht. Hoewel de zeer toegewijde St. Clair (omdat Florence een besmettelijke ziekte heeft wipt hij wel buiten de deur) het debacle wil voorkomen, stemt hij toch in en is wat geruster als de duizend, veelal beschonken, oorlogsveteranen getuige zijn van de ambities van wannabe-operazangeres, die de lat hoog legt met haar geliefde aria’s van Mozart, Verdi en Strauss.

Florence Foster Jenkins is een tot de verbeelding sprekend verhaal over een legendarische valse sopraan dat al een paar keer op de planken is gebracht en vorig jaar in de bioscoop verscheen onder de titel Marguerite, dat zich afspeelt in het Parijs van de jaren 20, maar veel losser op het leven van Foster Jenkins is gebaseerd. Hoe realistisch en overtuigend Meryl Streep ook acteert én zingt, de film van Stephen Frears is zeker het bekijken waard, maar kan niet tippen aan de tragikomedie van Xavier Giannoli met een subliem acterende Catherine Frot in de titelrol. Florence Foster Jenkins heeft weliswaar een even mooie aankleding als Marguerite, maar beduidend minder diepgang en chemie tussen de vertolkers. Daarentegen vormen Streeps live geregistreerde opnames een dik pluspunt.
 

17 september 2016

 
MEER RECENSIES

General, The

*****

recensie The General

Onweerstaanbare combinatie van stoïcisme en fysieke humor

door Cor Oliemeulen

Alles klopt en niets is nep aan The General van Buster Keaton. Vijftig jaar na de dood van dit lang miskende genie verschijnt diens absolute meesterwerk in een digitaal gerestaureerde versie (en met de soundtrack uit 1995) in de bioscoop.

Van de drie grote filmkomieken van het stomme tijdperk – Charlie Chaplin, Harold Lloyd en Buster Keaton – viel er voor laatstgenoemde het minst te lachen. Zwerver Chaplin combineerde slapstick met sentiment en werd veruit het grootste icoon, terwijl de bebrilde ideale schoonzoon Lloyd veel serieuzer was en twee keer zo hard moest werken om hetzelfde succes te bereiken. Zij konden lang blijven genieten van hun roem en vergaard vermogen, waar Keaton bijna ten onder ging aan het nemen van financiële risico’s, verlies van artistieke supervisie, echtscheiding en alcoholmisbruik. Zijn unieke talent werd pas veel later onderkend. Our Hospitality (1923) en Sherlock Jr. (1924) behoren tot de beste en leukste komedies uit de filmgeschiedenis. The General (1926) is ongeëvenaard.

The General

Handelsmerk
Ook in zijn films zie je Keaton zelden lachen. Zijn stoïcijnse oogopslag leverde hem de bijnaam The Great Stone Face op, een handelsmerk dat je decennia later terugziet bij Chevy Chase (National Lampoon) en Bill Murray (Lost in Translation). Keatons onweerstaanbare combinatie van een droog, flegmatiek uiterlijk en fysieke komedie komt volledig tot zijn recht in The General, waarin het accent niet alleen ligt op zijn typische visuele grappen, maar ook op (historisch) drama, karaktertekening en cinematografie. Negentig jaar na dato is de mede door Keaton geregisseerde en geproduceerde film allesbehalve gedateerd: spannend, technisch sterk en vooral erg origineel. In vijf kwartier dendert het avontuur met de trein uit de filmtitel vastbesloten voorbij.

Johnnie Gray (Buster Keaton) heeft twee liefdes: zijn locomotief The General en zijn vriendin Annabelle (Marion Mack). Bij het uitbreken van de Amerikaanse Burgeroorlog wil Annabelle dat Johnnie zich net als haar vader en broer aanmeldt bij de zuidelijke strijdkrachten, echter hoe hij ook zijn best doet, het leger wil Johnnie niet hebben, omdat hij als machinist van grotere waarde is. Als Annabelle hoort dat Johnnie verstek heeft laten gaan en zij hem niet gelooft, verbreekt zij de relatie en wil pas weer samen verder zodra Johnnie een soldatenuniform aanheeft.

The General

Gestunt(el)
Dat laatste zal ten langen leste op wonderbaarlijke wijze geschieden. Maar niet voordat Johnnie zich in een hachelijk avontuur vol inventieve capriolen heeft gestort. Een groep noordelijke soldaten heeft namelijk zijn locomotief gestolen en Johnnie zet de achtervolging in, zonder te beseffen dat Annabelle in de trein zit, op reis naar haar gewonde vader. De film is veel luchtiger dan het boek The Great Locomotive Chase waarop hij is geïnspireerd, want daarin worden de treinkapers krijgsgevangen gemaakt en terechtgesteld. In The General is het schaarse geweld grappig en dringt Johnnie in zijn eentje diep door achter de vijandelijke linies, hoort bij toeval de aanvalsplannen van de noordelingen en ontpopt zich na het nodige gestunt(el) als oorlogsheld.

De meest memorabele scène van The General is een locomotief die door een brug zakt en in het ravijn stort. Het maakte dit beroemde Keaton-vehikel met een budget van 750.000 dollar destijds de duurste film ooit gemaakt. Filmmaatschappij MGM had geen geld meer om de locomotief uit het ravijn te halen (ze werd een toeristische attractie), de opbrengsten vielen tegen en Buster Keaton verloor zijn onafhankelijkheid als filmmaker. De scène heeft werkelijk niets aan klasse en authenticiteit ingeboet en de aansluitende schermutselingen tussen de noordelijke en zuidelijke troepen bij de ingestorte brug van Rock River zijn uiterst sfeervol gefilmd door een miskend genie dat zijn tijd ver vooruit was.
 

29 augustus 2016

 
MEER RECENSIES

Pazza gioia, La

****

recensie La pazza gioia

Twee vrouwen om van te houden

door Cor Oliemeulen

Luxe eten zonder te betalen, joyriden, drank en valium stelen, stelselmatig een rechter bedreigen, je ex beroven en George Clooney in je bellijst. Zomaar wat gekke vreugde in het komische drama La pazza gioia.

Bijna net zo leuk als schrijven over films is het praten over films. Een Duitse vriendin die in Turkije woont mag ook graag veel kijken en regelmatig worden meningen en tips uitgewisseld. Maar met de filmtitels gaat het soms mis. Toen op een dag de klassieker der klassiekers Gone with the Wind (1939) voorbij kwam, duurde het even voordat duidelijk werd dat het ging om Vom Winde verweht. De onverwachte Franse succeskomedie Intouchables (2011) heet in Duitsland Ziemlich beste Freunde. En Turken noemen The Godfather (1972) simpelweg Baba.

La pazza gioia

Nasynchronisatie
Nasynchronisatie hoor je overal ter wereld. De originele stemmen van meer films dan je misschien denkt worden later in de studio opnieuw ingesproken. Aziatische films voor de globale markt verschijnen ook in de Engelse taal, oudere Italiaanse en Spaanse films met een internationale rolbezetting worden eentalig, terwijl in Rusland en Polen een voice-over commentaar geeft bij de oorspronkelijke stemmen. Dat in Nederland nauwelijks wordt nagesynchroniseerd – uitgezonderd jeugdfilms en tekenfilms (Spongebob Squarepants is hier zelfs leuker dan het origineel) – is niet enkel een kwestie van geld: wij houden kennelijk van het authentieke stemgeluid en vragen ons bovendien af wie dan wel een schmierende Al Pacino zou moeten nabootsen.

De Nederlandse distributeurs zijn consequenter dan ooit door veel oorspronkelijke filmtitels onberoerd te laten, terwijl gemakkelijke vertalingen misschien beter blijven hangen en dus voor meer bezoekers zorgen. Enkele gloedvolle recente voorbeelden: Kiki, el amor se hace en El botón de nácar (Spaans), La meglio gioventù en In Grazia di Dio (Italiaans), Les Ogres en Les chevaliers blancs (Frans). En aangezien ‘de Nederlander wel bestaat’ is het maar goed dat we middels het medium film kunnen blijven genieten van de internationale taalcultuur, al moeten we daarvoor soms de bek breken.

La pazza gioia

De uitbundige en de stille
Naast het feit dat vertaalde filmtitels dus tot spraakverwarring kunnen leiden, zijn ze soms moeilijk te vertalen. Dit geldt ook voor La pazza gioia, letterlijk vertaald als Gekke Vreugde en na de staande ovatie tijdens het Filmfestival van Cannes internationaal gelanceerd onder de titel Like Crazy. De oorspronkelijke titel van deze jongste film van Paolo Virzì (samen met Paolo Sorrentino: La grande bellezza en Nanni Moretti: Mia Madre behorend tot de huidige generatie toonaangevende Italiaanse regisseurs) strookt natuurlijk veel beter met het prachtige kleurrijke landschap van Toscane en het schilderachtige onderkomen waarin vrouwelijke psychiatrische patiënten op een zo humaan mogelijke manier worden voorbereid voor een eventuele terugkeer in de maatschappij.

Paolo Virzì centreert zijn komische drama rond twee actrices met wie hij eerder succesvol werkte: Valeria Bruni Tedeschi (Il capitale umano) en Micaela Ramazzotti (Virzì’s echtgenote die doorbrak in La prima cosa bella). Tedeschi speelt Beatrice, wiens bipolaire stoornis beduidend meer manisch dan depressief is, wat zich uit in een voortdurende spraakwaterval, onbeschaamde bemoeizucht en pathologisch liegen. Vanaf het moment dat de stille, uitbundig getatoeëerde Donatella (Ramazotti) de instelling betreedt, ontluikt zich een vriendschap tussen deze twee tegenpolen: het lekker gestoorde wijf versus de mistroostige automutilant die uit de ouderlijke macht is gezet. Beide vrouwen, met het hart op de goede plaats, gaan na een spontane ontsnapping op avontuurlijke wijze confrontaties met het verleden aan, waardoor er uiteindelijk veel begrip en genegenheid voor elkaar ontstaat.

La pazza gioia bereikt in het respectvol relativeren van psychische aandoeningen een uitstekende balans tussen drama en komedie, zonder te vervallen in karikaturen. Valeria Bruni Tedeschi is met haar tomeloze energie en onafscheidelijke parasol de ideale actrice om de film tot grote hoogte te laten stijgen en vormt samen met de meer ingetogen acterende Micaela Ramazzotti een ongekende Italiaanse womance. Twee aandoenlijke vrouwen om van te houden.
 

22 augustus 2016

 
MEER RECENSIES

Angry Indian Goddesses

***

recensie Angry Indian Goddesses
Vrouwen bijten van zich af

door Suzan Groothuis

Een aantal vriendinnen komt bij elkaar, nadat ze elkaar lange tijd niet gezien hebben. De gastvrouw gaat over een paar dagen trouwen en dat moet gevierd worden! Regisseur Pan Nalin opent zijn Angry Indian Goddesses luchtig, om geleidelijk meer drama en diepgang in het verhaal te brengen. Het levert een vermakelijke film met wat verrassende wendingen en maatschappijkritiek.

De eerste shots van de film tonen vrouwen in een door mannen gedomineerde maatschappij. Een Bollywood-actrice moet vooral lekker met haar heupen zwaaien en niet de heldin spelen, want ze is geen held. Een zangeres wordt uitgejouwd, omdat ze in het Engels zingt en haar mannelijke publiek Hindi wil horen. En in de sportschool wordt de opmerking geplaatst dat alle “hotties” er vet verbranden. Probeer je daar meer eens van af te sluiten als je serieus op de loopband aan het trainen bent.

Angry Indian Goddesses

Vervolgens komen de verschillende vrouwen, die net een onprettige ervaring hebben gehad met het mannelijk geslacht, bij elkaar. Ze zijn uitgenodigd door fotografe Freida, die iets te vieren heeft. Ze stapt namelijk in het huwelijksbootje, alleen met wie blijft nog geheim.

Lick my lollipop
Tijdens hun verblijf in Goa delen de vriendinnen lief en leed. Het begin van de film heeft een luchtig karakter en heeft met zijn ontboezemingen en seksueel getinte grappen wel iets weg van een Indiase Sex and the City. Ware het niet dat we ons hier in India bevinden, waar de culturele en kaste-verschillen gevoelig liggen en vrouwen een ondergeschikte positie hebben. Geleidelijk aan brengt regisseur Pan Nalin (bekend van Samsara) meer diepgang én maatschappijkritiek in het verhaal.

Wordt er in het begin van hun samenzijn nog gegrapt over Bollywood-vriendin Pammy die in ‘Lick My Lollipop’ heeft gespeeld, later gaat het over serieuzere zaken als de rol van de vrouw, het kastenstelsel en de vader van de bruid, die zijn redenen heeft om niet bij de bruiloft aanwezig te zijn. Drama sluipt geleidelijk aan in het verhaal en laat zien dat deze mooie Indiase dames niet zo’n eenvoudig leven leiden. Ieder heeft haar strubbelingen, of je nou gevierd actrice bent of succesvol zakenvrouw.

Angry Indian Goddesses

Gewaagde Bollywood-tegenhanger
Die strubbelingen leiden uiteindelijk tot een dramatische gebeurtenis, door Nalin aangegrepen om de ongelijke verhoudingen tussen mannen en vrouwen in India te bekritiseren. Maar dan wel met zijn Angry Indian Goddesses (een verwijzing naar de afschrikwekkend uitziende godin Kali) aan het front, die autoriteiten én mannen die niet deugen een koekje van eigen deeg geven.

Angry Indian Goddesses kijkt met zijn mix van komedie, drama en actie lekker weg, hoewel vooral de tweede helft overtuigt. Het begin – waar de humor de boventoon voert – kabbelt wat voort. Daarbij zijn vrijwel alle hoofdpersonen “hotties met booties”, een beetje dubbelzinnig voor een film die schoonheidsidealen aan de kaak stelt. Desalniettemin schotelt Nalin de kijker een vermakelijke film voor met een diepere laag en wat verrassende wendingen. In India ongetwijfeld een gewaagde tegenhanger van de “shake your booty and belly” Bollywood-industrie.
 

22 augustus 2016

 

MEER RECENSIES

Treasure, The

***

recensie The Treasure

Droogkloterij op de vierkante meter

door Cor Oliemeulen

Een vader leest zijn zoon voor uit Robin Hood. Het liefst zou hij zelf ook een verworven buit aan anderen willen geven. Die kans komt in zicht als zijn buurman oppert op zoek te gaan naar een begraven schat. In de minimalistische Roemeense komedie The Treasure zien we of de vader zich ontpopt als held.

De Amerikaanse Schot Alexander Graham Bell wordt meestal geassocieerd met de uitvinding van de telefoon. Ten onrechte, omdat de Italiaan Antonio Meucci deze ‘sprekende telegraaf’ al in 1871 had ontworpen en geïntroduceerd, waarna de slimme Bell er met het patent vandoor ging. Bell is wél de bedenker van de metaaldetector, een apparaat dat middels elektromagnetische inductie metalen objecten opspoort en in 1881 voor het eerst werd gebruikt om de kogel in het lichaam van de vermoorde president James Garfield te traceren.

The Treasure

Sindsdien gebruikt men de metaaldetector vooral om oude munten, sieraden en antieke voorwerpen te vinden. Het hart van menig strand- of akkerzoeker gaat sneller kloppen zodra de metaaldetector dat typisch jengelende geluid produceert, waarna de opgewonden stemming omslaat wanneer de speurder is gestuit op een oud stuk ijzer, een lipje van een blikje of een vingerhoedje uit grootmoederstijd, terwijl je juist zo had gehoopt op een pot zilveren munten uit de middeleeuwen of iets anders van onschatbare waarde.

Schat
Mocht je ooit een schat vinden, dan moet je hiervan aangifte doen bij de gemeente. In de meeste gevallen krijg je de helft van deze kostbaarheden en gaat de andere helft naar de eigenaar van de grond. In Roemenië gaat dat anders. Daar moet je alles afgeven aan de politie en mag je hopen op een percentage van de opbrengst en dat de autoriteiten er zelf niet met de buit vandoor gaan. En als je de gevonden voorwerpen niet meldt, is de kans groot dat je in de gevangenis belandt.

Of het zover komt, zien we in The Treasure van de Roemeense regisseur Corneliu Porumboiu (bekend van de post-Ceaușescu-komedie 12:08 East of Bucharest). Twee buurmannen gaan op zoek naar de schat die de grootvader van één van hen tijdens de Tweede Wereldoorlog in zijn tuin zou hebben begraven. Maar hoe kom je aan een metaaldetector? En wat kost zo’n ding eigenlijk? Dan maar een kennis met een metaaldetector inhuren. Als dank voor de bewezen diensten zal deze zichzelf benoemde professional een deel van de opbrengst krijgen, mocht men iets waardevols vinden.

The Treasure

Gortdroge humor
Wat volgt is een clandestiene speurtocht met een oude kaart in de hand waarbij de metaaldetector regelmatig op tilt lijkt te slaan en er vele gaten worden gegraven voordat het trio dan eindelijk op een hoopvolle locatie is gestuit. Ze graven en graven, de hele dag door en ’s avonds in het schijnsel van de koplampen van een auto. Met elke meter neemt de irritatie en frustratie toe en is het te hopen dat ze hun schat vinden voordat lokale bewoners of politie in de smiezen krijgen wat hier aan de hand is.

The Treasure doet wat denken aan het betere vroege werk van Aki Kaurismäki en Jim Jarmusch, maar de pointe is te abrupt om te kunnen gedijen. Het is wel knap hoe regisseur Porumboiu met een flinterdun plot, minimale middelen en een perfect passende geluidsband de kijker anderhalf uur bij de les houdt, want veel meer dan stapvoets lopen, graven en mopperen gebeurt er niet. Of het moet zo zijn dat de schaarse handelingen en dialogen vol gortdroge humor subtiel verwijzen naar de geschiedenis en de bureaucratie van Roemenië en dat het melige loeien van de metaaldetector op een gegeven moment op de lachspieren gaat werken.
 

19 augustus 2016

 
MEER RECENSIES

Café Society

****

recensie Café Society

De liefde dwingt tot onmogelijke keuzes

door Alfred Bos

In de herfst van zijn indrukwekkende loopbaan maakt Woody Allen een bitterzoete komedie van romantische snit. Achter de amoureuze en komische verwikkelingen lijkt subtiel een weemoedige terugblik op zijn eigen leven verscholen.

Voor een tachtiger heeft Woody Allen (uit 1935, het geboortejaar van Elvis) een onbedaarlijke werklust. Met Café Society levert hij zijn jaarlijkse film af, nummer 47 inmiddels, en tussen het werk voor die film door schreef en regisseerde hij een tv-miniserie – Crisis in Six Episodes, dit najaar op de Amerikaanse buis – waarin hij tevens acteert. Van sleet heeft de workaholic geen last. Café Society is klassiek Woody Allen, van het vertrouwde niveau. Plus iets extra’s.

Café Society

De film opent met een wonderschoon dollyshot van een poolparty in Hollywood. Kunstlicht en natuurlijk strijklicht van de ondergaande zon vermengen zich tot een feeëriek beeld. Het is een idylle, alles is perfect: niet alleen het licht en de entourage, ook de mensen rond het zwembad personifiëren succes. Anderhalf uur later, in het grijze ochtendlicht van New York, is de illusie leeggelopen. Aan het slot – dat herinnert aan Ettore Scola’s C’eravamo tanto amati (Wat hielden we van elkaar) – blijkt er altijd meer te wensen dan de werkelijkheid heeft te bieden.

Geliefde van twee minnaars
Café Society opent – wellicht niet toevallig – in 1935, Allens geboortejaar. Terwijl het in de rest van Amerika volop crisis is, begint de droommachine van Hollywood op temperatuur te komen. De Joodse immigrantenzoon Bobby Dorfman (Jesse Eisenberg) komt uit New York over naar de westkust. Hij hoopt bij zijn oom Phil Stern (Steve Carell), een succesvolle filmimpressario, een baantje te vinden.

Oom Phil vraagt zijn secretaresse, Vonnie (Kristen Stewart, Joan Jett in de biopic The Runaways en Sneeuwwitje in Snow White and the Huntsman), om zijn neef in Hollywood te introduceren. Wat volgt is het soort comedy of manners waar de Italiaanse toneelschrijver Goldini het patent op had, alleen is de knecht van twee meesters nu de geliefde van twee minnaars. Die minnaars kennen elkaar, maar hebben verder geen idee. De kijker wel en die verkneukelt zich.

Jonge versie van de regisseur
Maar Café Society is een romantische komedie van het bitterzoete soort. De liefde dwingt tot onmogelijke keuzes en al is Bobby, weer terug aan de oostkust, de gevierde gastheer van de populairste uitgaansgelegenheid van sjiek New York en gelukkig getrouwd bovendien, de hernieuwde kennismaking met Vonnie, nu de Hollywood-roddel blabla-ende echtgenote van een rijke zakenman, schudt bezonken gevoelens op. Maar de keuzes zijn gemaakt, wat had kunnen zijn een fantasie.

Café Society

Die weemoed is de parfum die uit een flacon van typisch Alleneske humor walmt. Die krijgt vorm via een reeks voortreffelijke bijrollen. Bobby’s verwanten, de Dorfmans, vormen de archetypische Joodse familie, met bazige moeder Rose (Jeannie Berlin), bitsige vader Marty (de Engelse acteur Ken Stott), criminele broer Ben (Corey Stoll) en zus Evelyn (Sari Lennick), die is getrouwd met de communistische intellectueel Leonard (Stephen Kunken). Allen zet ze in als komisch contrapunt. Jesse Eisenberg speelt als Bobby de jongere versie van de regisseur. Het is verleidelijk om in Vonnie een jonge Diane Keaton (denk aan de driehoeksverhouding in Manhattan) te zien.

Dat het Allen met zijn zevenenveertigste film om meer te doen is dan komedie, blijkt uit zijn voice-overs. Ze vullen de gaten in de tijdslijn van het verhaal en leveren commentaar op de handeling. “Dromen zijn dromen” verzuchten Vonnie en Bobby, lang nadat de beslissende keuzes zijn gemaakt maar de hartstocht nog steeds gloeit. Ware liefde dooft nimmer en zonder illusies is het leven een sleur. Gelukkig is er film, de ultieme illusie.
 

9 augustus 2016

 
MEER RECENSIES

Forbidden Room, The

****

recensie The Forbidden Room

Badderen in de diepe poel van het onderbewuste

door George Vermij

Voor Guy Maddin is cinema een vorm van lichtalchemie. Een magische lantaarn waarmee je vergeten verhalen weer tot leven kan wekken. Zo ook in zijn nieuwste koortsdroom van een film, The Forbidden Room.

Het begint allemaal met een oude man in een morsige badjas die doceert over bad-etiquette. De verzadigde kleuren van deze scène zijn als warm water waarin je langzaam wegzakt. Zo word je als kijker ondergedompeld in de wereld van The Forbidden Room waar verhalen op onverklaarbare wijze in elkaar overlopen als overrijpe visioenen.

The Forbidden Room

Na het gemoedelijke bad zijn er de wanhopige bemanningsleden van een zinkende onderzeeër. Een tussentitel waarschuwt over de explosieve lading die op elk moment kan ontploffen. Deze claustrofobische situatie vloeit over in het verhaal van een soort Hercules-figuur gekleed in een houthakkershemd. Hij moet absurde beproevingen ondergaan om een schone dame te redden van een wild volk. Maar er is ook tijd voor zang en dans in een spelonkachtige jazzclub waar een aan slapeloosheid lijdende vrouw in trance zingt over de Aswang: tropische vampiers die zich diep in de jungle hebben verscholen.

Wie deze summiere beschrijving van de eerste helft van The Forbidden Room iets te gortig vindt, moet niet vergeten dat Guy Maddin een lichtvoetige gave heeft om met minimale middelen en een rijke portie fantasie de kijker geboeid te houden. Vergelijk het met illustere voorloper Luis Buñuel die in Un chien andalou en L’ Âge d’or dezelfde associatieve beeldenstorm en verknipte verhalen tot een beklemmend geheel wist te smeden.

Onder de droomvulkaan
Maddins fascinaties bevinden zich ook in het gebied waar surrealisme, psychoanalyse en het melodrama van de zwijgende film samenkomen. Qua tijdsgewricht valt dat van het fin de siècle tot het broeierige interbellum. Een periode die voor het merendeel van de verhalen als achtergrond fungeert. Maddin voegt daar echter nog een vleugje eigentijdse Canadese humor en camp aan toe.

The Forbidden Room

Het riante scala aan personages dat de revue passeert zijn onder meer: debutantes met Louise Brooks-kapsels en onopgeloste jeugdtrauma’s, ijverige artsen die verliefd worden op hun verminkte patiënten, rusteloze inboorlingen van een vulkanisch eiland die onreine rituelen uitvoeren met octopussen, om nog maar te zwijgen over de nette meneer die zijn ogen maar niet kan afwenden van alle derrières. Gelukkig biedt lobotomie nog een uitweg. De lijdensweg van dit arme burgermannetje wordt in de film komisch bezongen door popgroep Sparks in het lied The Final Derriere.

Visueel is The Forbidden Room een liefdevolle en hallucinante hommage aan films van een mythisch verleden, compleet met de beknopte poëzie van tussentitels. Maddins regiehulp Evan Johnson bewerkte het op digitale video geschoten materiaal net zo lang tot het de look en textuur kreeg van oude nitraatfilm. De vergankelijkheid wordt nog eens benadrukt door kunstmatige krassen en schokkerige verspringingen die het beeld op momenten vervormt.

Heksenketel
Maddins filmische heksenketel wordt verder draaiende gehouden door een verrassende cast. Daar duikt opeens Geraldine Chaplin op als een ontembare feeks met een zweep. Vervolgens is een aristocratische Mathieu Amalric aan het bekokstoven hoe hij zijn butler kan vermoorden en zijn identiteit kan overnemen. En dan is er nog de weergaloze Udo Kier, de eerdergenoemde ongeneeslijke derrière-man, maar ook Charlotte Rampling, Maria de Medeiros, Jacques Nolot en nog velen anderen.

Het copieuze narratieve gerecht dat Maddin ons voorschotelt heeft ook literaire voorgangers. Denk aan een boek zoals Cloud Atlas van David Mitchell waar uiteenlopende verhalen in verschillende genres een geheel vormen. De methode is ook verwant aan de psychedelische proza van Thomas Pynchon met zijn verstrengelde verhalen die samen een beeld geven van onze chaotische en ondoorgrondelijke realiteit.

The Forbidden Room

Maddin liet zich voor zijn film inspireren door schijnbaar onafgemaakte films uit de jaren twintig en dertig, zoals Friedrich Wilhelm Murnau’s Der Januskopf. Verhalen die hij heeft willen redden uit de vergetelheid en die nu in een delirische droomlogica zijn verenigd. Maddins enthousiaste speelsheid werkt aanstekelijk en verplaatst je ondanks lachwekkende effecten en neppe decors overtuigend naar een andere wereld. Verbeelding heeft geen budget nodig. In dat opzicht is hij schatplichtig aan de goedkope underground cinema van de broers George en Mike Kuchar die zich nooit lieten beperken in hun weelderige en campy ambities.

Verscholen kunst
Maar het is niet alleen de camp die Maddins universum kenmerkt. Er zit ook kunst verscholen tussen de vergeten en verguisde restjes filmhistorie. Zo doet The Forbidden Room met zijn gebruik van achtergrondprojecties en nadruk op de kunstmatigheid van film denken aan de monumentale cinema van Hans-Jürgen Syberberg (Hitler, ein Film aus Deutschland). Een soortgenoot is ook kunstenaar Reynold Reynolds. Zijn grootse filminstallatie The Lost, spelend in een swingend Berlijn tijdens het interbellum, was ook geïnspireerd op een verloren en onafgemaakte film. En tot slot zijn er nog de verboden fin de siècle verlangens uit Bret Woods merkwaardige Psychopathia Sexualis. Ze passen helemaal in Maddins polymorfe perverse cinefiele wereldbeeld.

Uiteindelijk wordt The Forbidden Room gevoed door een onverzadigbare heimwee naar de ongrijpbare sensualiteit van oude cinema. De film zal je bekoren als je ontvankelijk bent voor de verborgen en verleidelijke krachten van de magische lantaarn. Het moet wel gezegd worden dat voor niet-ingewijden twee uur ronddobberen in Maddins onstuimige maalstroom misschien iets te lang is. Aan de andere kant: Waarom zou je een uitnodiging om ongegeneerd te badderen in de diepe poel van het onderbewuste laten schieten?
 

1 augustus 2016

 
MEER RECENSIES

Secret Life of Pets, The

****

recensie The Secret Life of Pets

Herkenbaarheid troef in geestige beestenboel

door Wim Meijer

U gaat een dag werken, laat de trouwe viervoeter blaffend achter, komt negen uur later terug en zie daar, hetzelfde kwispelende exemplaar. Helemaal door het dolle is-ie, alsof de baas nooit meer terug zou komen. Maar wat heeft dat beest in de tussentijd nou gedaan?

Regisseur Chris Renaud weet wel raad met dit concept. Hij maakte furore met Despicable Me en creëerde grappige, geanimeerde wezens zoals Scrat uit Ice Age en de Minions, waarbij hij zelf Minion Dave een stem gaf. Nu brengt Renaud dezelfde gevatte humor, herkenbare situaties, een hartverwarmend verhaal en verwijzingen naar voorgaand werk, zoals de nieuwslezer uit Despicable Me die ook in The Secret Life of Pets te zien is.

The Secret Life of Pets

Verzetsbeweging tegen mensen
Terriër Max (Louis CK) is dolgelukkig met zijn baasje. Liefde op het eerste gezicht, zo omschrijft Max de situatie aan het publiek. Max is een held op sokken, zoals kleine hondjes dat vaker zijn. Beetje saai is-ie ook wel en Louis CK’s stem komt toch beter tot zijn recht met eigen werk op het podium. Tegenover Max woont Gidget die hem wel ziet zitten, zo op de mat. Stemactrice Jenny Slate maakt CK’s zwakke optreden goed met haar vertolking van Gidget, de naïeve, opportunistische en bijzonder snoezige poedel. Andere huisdieren zijn er in de vorm van de dikke, onverschillige kat Chloe (Lake Bell), de flexibele teckel Buddy (Hannibal Buress) en stupide buldog Mel (Bobby Moynihan).

Alles loopt op rolletjes, totdat Max’ baasje de enorme schapendoes Duke oppikt uit het asiel. Max moet de indringer niet en de situatie loopt zodanig uit de hand dat Max en Duke uiteindelijk uitkomen in het riool bij de Flushed Pets, een verzetsbeweging tegen mensen onder leiding van het kleine, witte konijntje Snowball. Kevin Hart trekt alle registers open voor z’n vertolking van Snowball en het contrast tussen zijn overduidelijke zwarte stem en dat superschattige witte konijn is briljant gevonden. Ook de running gag (of running goose) over gans Ricky die is gesneuveld in de strijd tegen de mensen is effectief. Terwijl in het riool de gemoederen tussen Duke, Max en Snowball hoog oplopen, verzamelt Gidget haar posse om de liefde van haar leven terug te krijgen.

The Secret Life of Pets

Herkenbaar
Animatiefilms over dieren zijn er genoeg, neem Ice Age als voorbeeld. Prima film hoor, met herkenbare situaties, maar zonder herkenbare beesten. Want wanneer zag u voor het laatst een sabeltandtijger of mammoet? En zo’n luiaard spreekt ook niet bepaald tot de verbeelding. Daarnaast rent Cid zich rot in die vijf films waarvan er vier overbodig zijn. Nee, de film moet het toch vooral hebben van de idiote situaties en grappen over uitstervende diersoorten.

Hoe anders is dat bij The Secret Life Of Pets, waar Renaud als geen ander de typische trekjes van huisdieren weet te vangen in zijn geestige familiefilm en waar bijna alle scènes wél tot de verbeelding spreken. Qua gedrag, zoals honden die uiteraard apporteren en helemaal los gaan als ze een bal zien – denk ‘Squirrel!’ uit Up. Ook qua maniertjes en bewegingen levert de animatieafdeling puik werk, met honden die achter hun staart aanzitten en altijd even een half rondje maken voordat ze kunnen gaan liggen. Midas Dekkers weet ongetwijfeld waarom. Niet eerder was een film over en met huisdieren zo herkenbaar en daardoor zo grappig.
 

31 juli 2016

 
MEER RECENSIES

Madeliefjes

*****

recensie Madeliefjes

Umwertung aller Werte

door Ralph Evers

Věra Chytilová’s Madeliefjes is één lange reeks provocaties naar de gevestigde orde van Tsjecho-Slowakije van de jaren 60. Haar film komt na vijftig jaar in een gerestaureerde versie in de bioscoop. Qua inventiviteit zal de film nog niets hebben ingeboet.

Madeliefjes kwam twee jaar voor de Praagse Lente uit. Er broeide onder de oppervlakte al van alles in Tsjecho-Slowakije. De Nová Vlna-beweging (die ook weleens de Tsjecho-Slowaakse new wave of nouvelle vague genoemd wordt) begon gestaag de ene na de andere provocatieve film uit te brengen. Doorgaans slim gecamoufleerd in subtiele beeldtaal en een omkering van de typisch communistische waarden. Samen met een grote groep regisseurs stond Chytilová aan de basis van deze beweging, die films produceerde waarvan de invloed ver reikt. Haar film Madeliefjes (Sedmikrásky) is één van de meest opvallende films uit dit genre.

Madeliefjes

Bekende thema’s in de films van de Nová Vlna-beweging zijn het existentialisme (de zoektocht naar de zin van het leven in een onttoverde, zinloze wereld), non-conformisme, surrealisme (dat op zichzelf ook weer tot thematiek en interpretaties leidt) en een aanklacht tegen het totalitaire regime. Tevens zijn de seksuele revolutie en het feminisme niet aan Oost-Europa voorbijgegaan en zochten daar hun eigen filmtaal, waarvan Madeliefjes een sprekend voorbeeld is.

Plots plot
Het plot laat zich niet zo gemakkelijk vertellen en bestaat vooral uit een surrealistische logica. Achter een deur kan een andere wereld schuilgaan, onthoofde hoofdrolspelers en de seksuele verlangens zien we terug in suggestieve augurken, bananen, sappig vlees en overdadige suikernijen.

Madeliefjes opent met beelden van een stoommachine, afgewisseld met beelden van bombardementen uit de Tweede Wereldoorlog. De madeliefjes zien dat de wereld slecht is en besluiten zich slecht te gedragen. In een volgend shot zien we ze in de Tuin van Eden. Wanneer Maria I één van de vele appels van de Boom van de kennis van Goed en Kwaad eet, vallen ze terug in hun appartement.

Er ontstaat een machinatie die niet meer is te stoppen. Een logica die door knallende jazztrompetten en het geflirt met popart dissoneert. De film werd zo schokkend ervaren door de autoriteiten dat Chytilová tot 1975 geen films meer in eigen land mocht maken. En inderdaad, in elk frame is een middelvinger naar het gezag te ontwaren. Een middelvinger die zich op velerlei verschillende manieren laat zien. Hetzij door de rol van de mannen, die vrijwel elke keer het zwakkere geslacht zijn, ten opzichte van de seksueel prikkelende madeliefjes: Maria I en Maria II.

Madeliefjes

Visuele krachtpatserij
Madeliefjes blinkt uit in visuele creativiteit. Het eerder genoemde popart kleurenpalet is daar één voorbeeld van. De robotische manier van spreken door de Maria’s aan het begin van de film, de bizarre cuts in de montage, de verrassende kleureffecten (zoals bij de treinreis, die doet denken aan de spacetrip van Kubricks 2001: A Space Odyssey, twee jaar later) of het uit een stomme film geplukte vaudeville in het variététheater dat doet denken aan Of Freaks and Men van Balabanov uit 1998. Ook niet te missen vallen de interessante stopmotion tussenbeelden (anders dan bij landgenoot Švankmajer) en het sensuele geflirt met vlinders, wat we vorig jaar ook zagen bij Peter Stricklands The Duke of Burgundy. Enkele andere montagetechnieken (zoals het verknippen van het beeld) geven blijk aan het surrealisme dat van oudsher in de Tsjechische geest rondwaart. Het geeft een vervreemdend, doch fascinerende bioscoop-ervaring.

Hoewel Madeliefjes voor menig kijker een vermoeiende zit kan zijn, zit er voldoende excentrieke mafheid en visuele kundigheid in om je te laten verbazen. Laat je meeslepen door de doldwaze avonturen van de beide Maria’s en laten we hopen dat volgend jaar opnieuw een meesterwerk uit de Nová Vlna in onze bioscopen gaat draaien (vorig jaar was dat Marketa Lazarová). Onze voorkeur: Spalovac Mrtvol van Juraj Herz.
 

23 juli 2016

 
MEER RECENSIES

Kiki, Love to Love

**

recensie Kiki, Love to Love

Spaanse onderbroekenlol

door George Vermij

In deze duistere tijden is het een schrale troost om te zien dat het overal op deze aardbodem toch draait om seks. Wie denkt dat Nederlandse films of Amerikaanse komedies uitblinken in het belachelijk maken van onze vleselijke verlangens, moet maar eens een bezoekje brengen aan Paco Leóns Kiki, Love to Love.

Niet dat het een goede film is, maar Kiki, Love to Love (Kiki, el amor se hace) illustreert een soort universele platheid die ondanks culturele barrières en landsgrenzen iedereen toch stiekem lijkt aan te spreken. De film was wonderbaarlijk genoeg een grote hit in Spanje en heeft waarschijnlijk om die reden een plekje in de Nederlandse bioscoop verdiend.

Kiki, Love to Love

De premisse is simpel en herkenbaar. Regisseur Paco León hanteert de structuur van een mozaïekfilm waar verschillende personages en verhaallijnen thematisch aan elkaar verbonden zijn. Vergelijk het met Love Actually en Nederlandse tegenhanger Alles is liefde, maar ook met de relatieperikelen uit He’s Just Not That Into You.

Seksuele freakshow
León wil met zijn film iets zeggen over moderne seks en liefde, maar de bindende factor zijn vooral de ongewone seksuele fantasieën die alle personages delen. Zo begint de film met Natalia die na een vrijbeurt iets aan haar vriend bekent. Zij raakt opgewonden als zij gewelddadig wordt beroofd. Een fetisj die harpaxofilie heet als je de bijgevoegde tekst in de film moet geloven.

Plastisch chirurg Jose Luis krijgt hem alleen omhoog als zijn vrouw slaapt (somnofilie) wat resulteert in wat ongemakkelijke scènes als hij haar stiekem slaappillen laat innemen. En dan is er María die alleen tot een orgasme komt als ze iemand ziet janken (dacrifilie).

Regisseur Paco León wil de verhalen nog wat diepgang geven, maar de film is vooral een seksuele freakshow die wanhopig probeert om de kijker aan het lachen te krijgen. Het niveau is bijzonder laag en Leóns gevoel voor humor blijft eenzijdig. Zo vormen pis en poep terugkerende elementen in het verhaal.

Remsporen en scheten
Er is de dame die opbiecht dat haar dochter haar slipjes met remsporen op internet verkoopt aan mannen die daar op geilen. Een ander gesprek tussen Natalia en haar vriend gaat over scheten laten. En dan is er nog het verhaal van Paco en Ana die hun huwelijk weer wat sjeu willen geven en in een morsige seksclub belanden. Daar komt Paco een oude bekende tegen die hem vraagt of hij op hem wil plassen. Het zijn scènes die je zou kunnen verwachten in de Deuce Bigalow-films met Rob Schneider.

Kiki, Love to Love

Problematischer zijn de mager uitgewerkte personages die voornamelijk door hun fetisj gekenmerkt worden en je daarom verder niet betrekken. Jose Luis’ drogeerpraktijken worden door een kluchtige visuele aanpak van León verbloemd. Zijn daden worden goedgepraat doordat hij het blijkbaar uit liefde doet, maar hebben in deze tijd waar er zoveel te doen is over consensual sex een nare bijsmaak. Die bijsmaak proef je trouwens ook terug bij de eendimensionale Natalia en haar verkapte aanrandingsfantasieën.

Doventolk
Het enige personage dat nog enigszins echt overkomt is Sandra die opgewonden raakt van zijde en leeft als een excentriekeling. Actrice Alexandra Jiménez weet haar ondanks het karige materiaal waarmee zij is opgezadeld, leuk en geloofwaardig neer te zetten. Van alle personages is zij nog het meest een buitenstaander die niet alleen snakt naar opwinding, maar ook naar liefde. Jiménez heeft ook de leukste scène als ze moet werken als een doventolk voor een jongen die een sekslijn belt.

Wat Kiki, Love to Love ons leert over liefde kan je natuurlijk al raden als je bekend bent met de moraal uit al die dertien-in-een-dozijn romantische komedies. Ondanks alle ranzige onderbroekenlol is de film onder de oppervlakte dus behoorlijk tam en voorspelbaar.
 

18 juli 2016

 
Lees ook: Boek over Spaanse cinema

 

MEER RECENSIES