Seeking Justice

**

recensie  Seeking Justice

Eigen rechter

door Cor Oliemeulen

Wat hebben Robin Hood, Batman en de A-Team gemeen? Zij rekenen af met misdadigers waar de autoriteiten dit niet doen. Met Seeking Justice krijgt het fenomeen wraakfilm een spannend, maar dubieus, vervolg.

Nicolas Cage (geboren als Nicholas Kim Coppola, neef van regisseur Francis Ford Coppola) geniet al ruim een kwart eeuw een grote schare fans. Met schijnbaar gemak scoort hij twee films per jaar en in 2011 mocht hij maar liefst vijf hoofdrollen op zijn curriculum schrijven. Boze tongen beweren dat zijn arbeidsdrift te maken heeft met zijn belastingschuld en exorbitante levensstijl. In Seeking Justice (salaris twaalf miljoen dollar) speelt hij een leraar die te maken krijgt met vigilantisme: een groep burgers rekent af met criminelen die de dans dreigen te ontspringen.

Seeking Justice

Wraakfilm
Het recht in eigen hand nemen, is ook het thema van Magnum Force (1973) waarin onorthodoxe politie-inspecteur Dirty Harry jacht maakt op motoragenten die zelf korte metten maken met geboefte wanneer de wet faalt. Met Death Wish (1974) maakt het grote publiek kennis met een burger die op rigoureuze wijze revanche neemt op de moordenaars van zijn vrouw. Onderweg schroomt hij niet om overig gespuis naar de andere wereld te helpen. Het genre wraakfilm is geboren.

In Seeking Justice krijgt Will Gerard (Nicolas Cage) ook te maken met types die maar al te graag de taak van rechter én executeur op zich willen nemen. Nadat zijn lieftallige echtgenote Laura (January Jones) bruut is mishandeld en verkracht, wordt Will in het ziekenhuis benaderd door een man die zich Simon noemt (Guy Pearce). Deze werpt zich op als wreker. Zijn organisatie zal de schuldige laten boeten, in ruil voor een gunst op een later tijdstip. Na enig aarzelen, stemt Will in. Een half jaar later wordt hij benaderd om deze man een wederdienst te bewijzen. Vanaf dat moment lopen de zaken anders dan gepland.

Charme
Onder de regie van Roger Donaldson (The Bank Job, 2008) weet Cage niet geheel te overtuigen. Serieuze pogingen om zich in te leven in een personage kun je de Hollywood-ster niet ontzeggen. Of hij nu in de huid kruipt van politieagent, gangster, Vietnam-veteraan, Elvis-imitator, engel, ambulancebroeder, autodief, alcoholist, familieman, schrijver, wapenhandelaar, schatzoeker, brandweerman, stuntrijder of gemaskerde held, bijna zonder uitzondering is zijn optreden vanuit dramatisch oogpunt beperkt en ‘over the top’. De gemiddelde acteur komt hier niet mee weg, maar de ‘overacting’ van Cage heeft vaak toch een bepaalde charme vanwege zijn aandoenlijke karakter.

Seeking Justice

Die eigenschap zie je deels terug in Seeking Justice. Nadat zijn vrouw is gemolesteerd, lukt het Cage helaas iets te weinig de pijn van een intens verscheurde man te tonen. Maar als geen ander kan hij een ernstige frons opzetten en emotie in de stem leggen. Het is echter wel spijtig dat de emoties tussen Will en Laura vóór en na het traumatische incident hetzelfde lijken. De onderlinge chemie is ver te zoeken in het script dat geen plaats biedt aan karakterontwikkeling en persoonlijke diepgang. Jammer dat Cage het niveau van Leaving Las Vegas (1995) en Adaptation. (2002) nooit meer haalt. Of is het gewoon pech dat hij louter films kiest waarin hij te weinig ruimte krijgt om zijn dramatische talent ten toon te spreiden?

Orkaan Katrina
Seeking Justice is een doorsnee thriller met wisselende spanningsbogen. Een geschiedenis die aanvangt tijdens het festival Mardi Grass in New Orleans enkele maanden na Katrina en zijn apotheose vindt in een door de orkaan verwoest winkelcentrum. Direct na het natuurgeweld wordt de gehavende stad geconfronteerd met plundering, verkrachting en moord. Burgerwachten schieten als paddenstoelen uit de grond. De film verzaakt jammerlijk de orkaan Katrina als achtergrond van het wraakverhaal te benutten. De beweegredenen en activiteiten van Simon en zijn bende zouden dan wellicht beter te begrijpen zijn.

 

3 mei 2012

 
ALLE RECENSIES

Martha Marcy May Marlene

****

recensie  Martha Marcy May Marlene

Wil de echte M. opstaan?

door Cor Oliemeulen

In Martha Marcy May Marlene, dat het midden houdt tussen thriller en psychologisch drama, is een meisje veroordeeld om voortdurend over haar schouder te kijken. De film roept meer vragen op dan hij antwoorden geeft.

Martha’s (Elizabeth Olsen) nieuwe leven leek zo uitdagend en betekenisvol toen ze twee jaar geleden toetrad tot een pseudo-communistische gemeenschap in de Catskills, een gebied in de staat New York. Zelfvoorzienend, slechts één keer per dag eten en geen alcohol. Ook door het aannemen van een andere naam heeft ze alle banden verbroken met de kleinburgerlijke consumptiemaatschappij. Het was wel even wennen toen de charismatische leider Patrick (John Hawkes) ’s nachts zijn lusten op Martha’s lichaam kwam botvieren. Maar het liedje dat hij de volgende dag speciaal voor haar zong en speelde op zijn gitaar ontroerde wel degelijk.

Martha Marcy May Marlene

Angst creëert compleet bewustzijn
Toch vlucht Martha weg van de boerderij en zoekt opvang bij haar grote zus Lucy (Sarah Paulson) en zwager Ted (Hugh Dancy) die voor twee weken het drukke New York hebben ingeruild voor een groot huis aan een meer. Ze wil niet vertellen wat er is gebeurd. Lucy gunt Martha tijd om tot zichzelf te komen en verwondert zich ondertussen over de normen en waarden van haar zusje. Ze zwemt naakt in het meer en gaat op het bed liggen waar Lucy en Ted op dat moment de liefde bedrijven. Martha stelt hun geduld op de proef met onalledaagse gedragingen en opmerkingen.

Martha Marcy May Marlene schakelt geleidelijk steeds onverwachter en onheilspellender tussen het rustieke vakantiehuis in Connecticut en het verlaten gebied Catskills waar stadsmeisjes ogenschijnlijk worden geronseld om de mannen te behagen. Flashbacks, flitsen en waanvoorstellingen geven de commune langzaam de contouren van een sekte. Niemand mag het complex verlaten. De vrouwen delen hun bedden en partners, er worden alleen maar jongetjes geboren en de indoctrinatie is subtiel. Echt griezelig wordt het als Patrick, geheel in de stijl van Charles Manson, debiteert dat de dood het mooiste deel van het leven is en dat angst een compleet bewustzijn creëert.

Martha Marcy May Marlene

Hypnotiserende montage
Opgejaagd door haar herinneringen weet Martha soms niet meer wat werkelijkheid of droom is. Door de non-lineaire verhaalstructuur, hypnotiserende montage en onbestemde geluiden kruip je in haar hoofd. Je lijdt mee met haar angst en paranoia. Het blijft onduidelijk of het leven in de gemeenschap een bewuste keuze is of dat ze met mooie praatjes is gelokt. Ook andere gebeurtenissen (of fantasieën) blijven onverklaard. De filmmakers focussen zich voornamelijk op gevoel, verbeelding en interpretatie. Ze weten zich gesteund door de voortreffelijk gecaste debutante Elizabeth Olsen die – in tegenstelling tot haar oudere tweelingzussen annex voormalige kindsterretjes Mary-Kate en Ashley Olsen – wél kan acteren. Martha’s emoties zijn overtuigend en nergens ongeloofwaardig.

Beginnend cineast Sean Durkin, die Martha Marcy May Marlene ook schreef, werd tijdens Sundance als beste regisseur uitgeroepen. Dat vakbroeders Jim Jarmusch en Quentin Tarantino doorbraken op dit grootste onafhankelijke Amerikaanse filmfestival stemt hoopvol. Misschien dat Durkin zijn toekomstige films een meer afgebakend karakter geeft, want niet iedereen zal zijn gecharmeerd van het eind. De vraag blijft of Martha alias Marcy May alias Marlene werkelijk compleet gestoord is of alle reden heeft zich opgejaagd te voelen.

 

12 april 2012

 
ALLE RECENSIES

Headhunters

****

recensie  Headhunters (Hodejegerne)

Man op de vlucht

door Cor Oliemeulen

Niets is wat het lijkt in de sfeervolle Noorse thriller Headhunters (Hodejegerne) waarin een recruiter wordt opgejaagd door een koppensneller.

Roger Brown (Aksel Hennie) is headhunter, iemand die geschikte mensen voor hoge functies zoekt. Met zijn luxueuze levensstijl en een huis van 30 miljoen is het noodzakelijk om wat bij te klussen. Hij steelt kunstobjecten van mensen die hij interviewt. Een grote slag slaat hij bij de voormalige topman van een Nederlands bedrijf, Dane Clas Greve (Nikolaj Coster-Waldau, bekend van zijn rol als mortuariumnachtwaker in Nattevagten, 1994), die thuis een topschilderij van Rubens heeft hangen. Brown krijgt al snel spijt van zijn daad, want zijn slachtoffer blijkt ex-huurling en een specialist in spionageapparatuur.

Moderne film noir
In deze moderne film noir over een man op de vlucht lopen de zaken vervolgens volledig uit de hand. Brown belandt in een spiraal van geweld en wordt opgejaagd door Clas Greve, die een dubbele agenda blijkt te hebben. Ook de politie zoekt hem, wegens moord. Het scenario is gebaseerd op het gelijknamige boek van de zeer populaire Noorweegse misdaadauteur Jo Nesbø en speelt zich af in en rond Oslo. Mooi gefilmd, vakkundig gemonteerd en spannend tot het eind als alle puzzelstukjes op hun plaats vallen.

Recensie Headhunters

Het goed doortimmerde scenario staat gelukkig niet bol van de schietpartijen en autoachtervolgingen. Het wapengekletter en bloedvergieten in deze Noorse thriller vormen functionele intermezzo’s op een lichamelijke en psychische uitputtingsslag. Het personage van de nietsontziende koppensneller Clas Greve oogt wat vlak en scoort op de ‘Schaal van Creepiness’ beduidend lager dan psychopaat Anton Chigurh in No Country for Old Men (2007). Maar regisseur Morten Tyldum is gezegend met acteur Aksel Hennie, die even charismatisch en onverwoestbaar lijkt als zijn nazi hatende saboteur in het fraaie oorlogsepos Max Manus (2008).

Napoleoncomplex
Het is dan ook geen zwaktebod dat Roger Brown het enige karakter is dat zich in Headhunters in volle glorie kan ontwikkelen. Hij heeft een Napoleoncomplex: zijn extreem ambitieuze gedrag moet de minderwaardigheidsgevoelens over zijn geringe lichaamslengte van 1,68 meter compenseren. Op zijn werk gaat hij over lijken en thuis wacht zijn langbenige vrouw Diana. Aanvankelijk opereert hij als koele, berekenende man die moeite heeft zich emotioneel te binden. Maar als hij later aangeschoten wild wordt, vertoont hij menselijke trekjes en krijg je door zijn uitzichtloze situatie zowaar sympathie voor hem. De actie is realistisch, van goor tot hilarisch. Zo krijgen we antwoord op de vraag: Hoe vervoer je een gevaarlijke hond met een tractor?

Headhunters  is een intelligent verhaal met gedoseerde dynamiek en zwarte humor. In navolging van Millennium: Mannen die vrouwen haten (Män som hatar kvinnor) staat ook deze Scandinavische thriller op de nominatie om als Amerikaanse remake te worden verbasterd. Hoopgevender is de adaptatie van een eerdere misdaadroman van Jo Nesbø, Snømannen, die volgens bronnen door grootmeester Martin Scorsese als The Snowman zal worden verfilmd.

 

12 april 2012

 
ALLE RECENSIES

Trespass

*

recensie  Trespass

Ongeloofwaardig misbaksel

door Cor Oliemeulen

Hoe een fantasieloos script met falende regie in één klap de carrières van Nicolas Cage en Nicole Kidman dreigt te ruïneren, kun je ontdekken in een thriller van 145 in een gros.

Vandaag de dag is er kennelijk veel behoefte aan dom vermaak gevoed door verbaal en fysiek geweld. Trespass past uitstekend in deze trend. Anderhalf uur lang veel hysterisch geschreeuw, mishandelingen en niet uitgevoerde doodsbedreigingen. Hoe diep kun je zakken als toch al zo wisselvallige filmmaker? Na het juweeltje Falling Down (1992) groeit het aantal zwakke producties van veteraan Joel Schumacher gestaag. De vraag is gerechtvaardigd of sommige regisseurs niet na hun 65ste jaar verplicht moeten stoppen met werken.

Trespass

Masterclass overacting
Trespass is afgezaagd in de overtreffende trap en lijkt bovendien als twee druppels water op de veel brutere, maar minder geveinsde Spaanse horrorthriller Kidnapped (Secuestrados, 2010). Vier overvallers met bivakmutsen dringen een zwaarbeveiligd huis binnen op zoek naar kostbaarheden en terroriseren de bewoners. In deze Amerikaanse variant kunnen Oscarwinnaars Nicolas Cage en Nicole Kidman niet verhinderen dat een realistisch bedoelde nachtmerrie uitmondt in een ongeloofwaardig misbaksel. Cage geeft een masterclass overacting, terwijl Kidman mag opdraven in ochtendgewaad en strandt in eendimensionaal gesnotter.

De schurken hebben het gemunt op de diamanten van handelaar Kyle Miller (Cage), die zijn echtgenote Sarah (Kidman) heeft laten verpieteren in hun immense architectonische huis aan het meer. Puberdochter Avery is stiekem naar een feestje en zal bij terugkomst ook te maken krijgen met de indringers. Er ontstaat een kat-en-muisspel als Kyle het verdomt de kluis te openen. De betrokkenen doen tevergeefs hun best om door plotwendingen en flashbacks psychologische diepgang te creëren. De kijker mag bij elke twist misschien met stijgende verbazing van zijn stoel vallen, de acteurs echter tonen zich nergens verrast. Ze beperken zich tot het opdreunen van tekst en opvoeren van agressieve handelingen.

Trespass

Welke achtergrond?
In plaats van werkelijke karakterontwikkeling krijgen alle personages precies één gelegenheid om hun achtergrond nader te duiden voordat ze natuurlijk onderling ruzie krijgen. Zo blijkt dat één van de overvallers Sarah al ooit heeft ontmoet, en wel op amoureus niveau. De volgende bekent wanhopig geld nodig te hebben om een familielid de winter door te helpen. Het derde bendelid lijkt verdacht veel op een straatvechtende primaat, rechtstreeks weggelopen van de set van Return of the Planet of the Apes. De drugsverslaafde vrouwelijke crimineel ontwikkelt ondertussen spontaan een fetisjisme voor Sarahs klerenkast.

Buiten het camerawerk en de belichting stemt de rest treurig. Zeker het infantiele eind. Terwijl je de obligate sirenes al van verre hoort, valt het sterrenduo in elkaars armen om een laatste poging van chemie te verbeelden. Voor de bioscoopzaal waar Trespass draait, zouden ze een bordje ‘Betreden op eigen risico!’ moeten zetten.

 

5 januari 2012

 
ALLE RECENSIES

Don’t Be Afraid of the Dark

**

recensie  Don’t Be Afraid of the Dark

Gremlins in Goblin-jasje

door Cor Oliemeulen

In menige horrorfilm staat een kolossaal huis met sullige bewoners en een kind dat wordt lastig gevallen door gemene wezens. Soms zijn de bewoners té sullig en de wezens niet gemeen genoeg.

De gemiddelde tienjarige durft na afloop van Don’t Be Afraid of The Dark nog rustig onder zijn bedje te kijken en het licht uit te doen. Sommige realityprogramma’s en zangaudities bieden al snel meer horror dan deze debuutfilm van Troy Nixey. Ondanks de nauwe betrokkenheid van Guillermo del Toro (Pan’s Labyrinth, 2006) bij de productie is de remake van de tv-film uit 1973 nauwelijks vernieuwend en niet verrassend genoeg.

Don't Be Afraid of the Dark

Hamer en beitel
In de kelder van zijn immense huis roept Emerson Blackwood om assistentie. Poëtisch duistere atmosfeer, sinistere muziek en betoverend kaarslicht. De ongeruste bediende daalt tergend langzaam de trap af, struikelt halfweg, valt op de grond en breekt haar been. Haar hopeloze baas toont zijn bloederige, verminkte gebit en buigt zich met hamer en beitel over haar heen. Hij jammert dat hij tanden nodig heeft voor het voeden van de wezens in ruil voor zijn gestolen zoon. Geheven arm, doordringende doodschreeuw en opgewonden gelispel op de achtergrond.

Een eeuw later voelt het jonge meisje Sally (Bailee Madison) zich al direct unheimisch als ze met haar vader Alex (Guy ‘Memento’  Pearce) en zijn vriendin Kim (Katie Holmes) de stulp van wijlen Blackwood betrekt. De prachtige tuin zorgt voor afleiding. De klusjesman verhindert tevergeefs dat Sally achter de weelderige vegetatie de ramen van de kelder ontdekt. Het duurt niet lang voordat Sally stemmen begint te horen en de klusjesman net als Blackwood’s bediende van de keldertrap valt. Hij wordt flink toegetakeld met messen en schroevendraaiers.

Film en acteurs ontsporen
Tot hier verloopt alles naar wens. Het kwaad lijkt meedogenloos en het slachtoffer zit helemaal onder het bloed. Maar de film ontspoort vanaf het moment dat de nieuwe bewoners de klusjesman kermend in psychotische toestand aantreffen. Hij zit vol steek- en snijdwonden en er steekt nog wat gereedschap uit zijn lijf, echter Alex vermoedt dat de klusjesman een ‘ongeluk’ heeft gehad. De politie bellen is dus niet nodig. Sally flipt steeds meer van de kleine engerds die ondertussen de kelders hebben verlaten. Vader bagatelliseert haar traumatische ervaringen en stuurt haar telkens terug naar bed.

Een bepaalde ergernis hoort natuurlijk bij het genre. Alex is echter zo star en ongeïnteresseerd in zijn dochter dat je de psychiater die haar onderzoekt vriendelijk zou willen verzoeken pa wat shocktherapie aan te bieden. En dan Kim. Geleidelijk heeft zij als toekomstige stiefmoeder Sally’s vertrouwen gewonnen, maar ook zij heeft het wiel niet uitgevonden. Als ze Sally uiteindelijk gelooft, geeft ze haar een camera waarmee ze foto’s van haar kwelgeesten kan maken, zodat ze ‘bewijs’ heeft voor haar vader. Bijkomend voordeel is dat de wezens bang zijn van het flitslicht.

Don't Be Afraid of the Dark

Tandenfee
De geterroriseerde Sally speelt geloofwaardig, maar de andere karakters blijven in clichéverf steken. Ook de monsters kunnen niet overtuigen. In de gebrekkige technische mogelijkheden van het origineel zijn ze een combinatie van aardmannetjes, uit de kluiten gewassen winterpenen en grimmige oompa-loompa’s. In deze remake manifesteren ze zich als irritante Gremlins in een Goblin-jasje. Slechts de enkele keren dat ze frontaal in beeld komen, zijn ze enigszins angstaanjagend. De grootste makke is dat je ze veel te vaak en te duidelijk ziet.

Het belangrijkste kenmerk van een goede horrorfilm is dat er bijna continu een dodelijke dreiging in de lucht hangt en het kwaad juist niet vaak en niet goed zichtbaar is. De monstertjes in Don’t Be Afraid of The Dark zijn zo klungelig dat ze meer op de lach- dan op de sluitspieren werken. De variant op de Tandenfee is bovendien minder authentiek dan het lijkt: Guillermo del Toro zelf toont in Hellboy 2: The Golden Army (2008) een veel fantasierijkere speling van deze folklore.

 

24 november 2011

 

 

MEER RECENSIES

 

Margin Call

****

recensie  Margin Call

Financiële luchtbel

door Cor Oliemeulen

Een grote investeringsbank dreigt een biljoen dollar te verliezen. Wordt het buigen of barsten? De financiële thriller Margin Call volgt gedurende een etmaal het leven van betrokkenen die hun hart of hun portemonnee zullen volgen.

De intrige is losjes gebaseerd op de val van de Amerikaanse zakenbank Lehman Brothers in 2008. Debuterend regisseur/scenarist J.C. Chandor schetst een authentiek beeld van het ontstaan van de financiële crisis, die later zou overwaaien naar Europa. Hij maakt inzichtelijk hoe vermogen op drijfzand is gebouwd door de handel in complexe, waardeloze financiële producten.

Margin Call

Koppen rollen
Margin Call begint op het moment dat er koppen rollen. Ook risicoanalist Eric Dale (Stanley Tucci) kan na een uiterst kille mededeling zijn biezen pakken. Een veiligheidsman ziet er op toe dat hij snel zijn persoonlijke spullen in een doos stopt en is niet te beroerd de totaal overrompelde Dale naar de uitgang te begeleiden. Onderweg weet Dale nog afscheid te nemen van collega Peter Sullivan (Zachary Quinto), die hij een USB-stick in de hand drukt.

Hoofd Verkoop & Handel Sam Rogers (Kevin Spacey), die al 34 jaar in het bedrijf werkt, geeft zijn team een peptalk: ‘Op elke etage in dit gebouw en in alle kantoren van Hong Kong tot Londen gebeurt dit. Binnenkort zijn drie van de zeven mensen, die tussen jouw baan en die van je baas staan, vertrokken. Dit is jullie kans.’ Analist Peter Sullivan blijft ’s avonds achter om de informatie op de USB-stick te bestuderen en doet een schokkende ontdekking.

Noodklok luidt steeds harder
De koers van de financiële producten van de investeringsbank blijkt op een dusdanig bedenkelijk laag niveau dat ze op het punt staat om meer dan een biljoen dollar te verliezen. Sullivan belt hoofdhandelaar Will Emerson (Paul Bettany), die Sam Rogers belt. De noodklok gaat steeds harder luiden en het dramatische nieuws maakt grote hiërarchische sprongen. Als bedrijfshoofd Jared Cohen (Simon Baker) en hoofd Financiën Sarah Robertson (Demi Moore) er niet uitkomen, meldt de stinkrijke eigenaar John Tuld (Jeremy Irons) zich per helikopter.

Margin Call

‘Praat tegen me alsof je praat tegen een kind of een golden retriever’, adviseert hij Sullivan als die tekst en uitleg geeft. Jeremy Irons is geweldig op zijn plaats als flamboyante Engelsman die zonder blikken of blozen ventileert dat de wereld bestaat uit winnaars en verliezers: ‘vette katten en stervende honden’. Zijn oplossing stuit vooral op weerstand bij Sam Rogers. In deze rol bevestigt Kevin Spacey zijn veelzijdigheid. Ook alle andere personages zijn voortreffelijk gecast, al opereert Demi Moore als vlakke en kleurloze dissonant.

Hoeren, drank en strippers
De fascinatie voor geld, ook privé, overschaduwt de luttele poging om de snelle jongens als maatschappelijk betrokken mensen te portretteren. Het vooroordeel van oppervlakkig vertier wordt schaamteloos bevestigd door handelaar Will Emerson, die dit jaar al 2,5 miljoen dollar op zijn bankrekening mocht bijschrijven. De belasting pakt de helft, hypotheek 3 ton, ouders en auto 1,5 ton, een ton voor restaurants en kleding en de rest sparen. Hij weet dat hij exact 76.250 dollar heeft besteed aan hoeren, drank en strippers, omdat hij dit bedrag heeft gedeclareerd als entertainment.

Het is bewonderenswaardig dat Margin Call in slechts zeventien dagen werd opgenomen, voornamelijk op één locatie met een budget van nog geen vier miljoen dollar. Net als in Glengarry Glen Ross (1992) is de atmosfeer van in maatkostuums gestoken mannen, die balanceren tussen twijfel en onverbiddelijkheid, levensecht. Maar als puntje bij paaltje komt, lijken zelfs bij de grootste idealist financiële afwegingen boven morele overtuigingen te gaan.

 

10 november 2011

 
ALLE RECENSIES

Contagion

***

recensie  Contagion

Akelig realistische pandemie

door Cor Oliemeulen

Aardbevingen, tsunami’s, meltdowns en olierampen zijn direct waarneembaar en te verklaren. De thriller Contagion confronteert de kijker met een onzichtbaar gevaar: een onbekend virus houdt de wereld in zijn greep.

De moderne mens beroert twee- tot drieduizend keer per dag zijn gezicht. Deurklinken, trapleuningen en boodschappenkarretjes zitten barstensvol bacteriën. Ook al ben je principieel handenschudweigeraar, je leeft door de lucht die je inademt. Nog voordat je hatsjie kunt zeggen, komt een ziekteverwekker via je ogen, neus of mond in je longen en bloed. Je wordt verkouden of krijgt de griep. Soms ontstaan er epidemieën, zoals de vogelgriep, SARS en de Mexicaanse varkenspest. Maar het kan veel erger…

Contagion

Stuiptrekken
Beth Emhoff (Gwyneth Paltrow) keert misselijk terug van een zakenreis in Hongkong. Twee dagen later ligt ze met schuim op de mond te stuiptrekken om direct na aankomst in het ziekenhuis te overlijden. Doodsoorzaak onbekend. Thuisgekomen ontdekt echtgenoot Mitch (Matt Damon) dat zijn stiefzoontje met dezelfde symptomen het leven laat. Hijzelf blijkt immuun. Contagion schetst de apocalyptische pandemie met de sociale gevolgen en de strijd tegen het mysterieuze virus.

Net als in zijn Oscar-winnende Traffic (2000) hanteert regisseur Steven Soderbergh een narratieve stijl met een aantal subplots. Terwijl in korte tijd wereldwijd tientallen miljoenen slachtoffers vallen, ondernemen personages op verschillende locaties actie. Na de tragische gebeurtenissen krijgt Mitch Emhoff te maken met sociale onrust, plundering en moord en hij doet er alles aan om zijn dochter te beschermen. Supervisor Ellis Cheever (Laurence Fishburne) en dokter Erin Mears (Kate Winslet) onderzoeken het virus en tegelijkertijd speurt Leonora Orantes (Marillon Cotillard), epidemioloog van de Wereldgezondheidsorganisatie, in Hongkong naar de bron.

Farmacie
Het nadeel van al die verhaallijnen, waartussen overigens soepel wordt geschakeld, is dat er te weinig ruimte is voor karakterverdieping. Dit geldt ook voor Alan Krumwiede (Jude Law), een videoblogger die rept over een samenzwering van de farmaceutische industrie en de overheid. De film zelf had hier interessanter kunnen worden door stelling te nemen tegen maffiapraktijken van de pillenconcerns en corrupte politici. In plaats hiervan zetten de makers nota bene Krumwiede neer als malafide. De blogger, die ten onrechte beweert door een homeopathisch middel te zijn genezen, blijkt aan zijn campagne een vermogen te hebben verdiend.

Contagion

De enige echte hoofdrolspeler van Contagion is het virus. Dit blijkt al tijdens de autopsie van Beth Emhoff. Nadat de cirkelzaag in haar voorhoofd is verdwenen, schrikken de pathologen zich de pleuris als ze constateren hoe het virus in de hersenen heeft huisgehouden. De cameravoering is niet gefocust op effectbejag maar op acteren en handelen. Subtiel is de wijze waarop de eerste besmetting in beeld is gebracht: Beth pakt wat nootjes uit een schaal, met dezelfde hand geeft ze haar creditcard aan de ober, die stopt hem in de pinautomaat, pakt een glas, enzovoorts.

Horrorbeeld
De boodschap van deze medische paranoiathriller is akelig realistisch. De moderne wetenschap wordt steeds capabeler, maar sommige bacteriën en virussen zijn nauwelijks meer te beheersen. In de toekomst kan het maanden of misschien wel jaren duren voordat er een vaccin wordt gevonden. Dit horrorbeeld is veel afgrijselijker dan het fictieve beeld van bloed brakende zombies of driekoppige monsters die over het plafond kruipen. Probeer maar eens niet geagiteerd te raken als je bedenkt wat je vandaag allemaal met je besmette handen deed voordat je aan je geïnfecteerde toetsenbord zat.

 

25 oktober 2011

 
ALLE RECENSIES
 

Essential Killing

***

recensie  Essential Killing 

Doden om te overleven

door Cor Oliemeulen

Van sommige films word je niet vrolijk. In Essential Killing zit nauwelijks tekst en is er slechts elke vijf minuten actie. Toch sleept het trieste relaas je mee.

De Poolse regisseur Jerzy Skolimowski brak door in het alternatieve circuit met Deep End (1970) waarin een 15-jarige jongen geobsedeerd raakt door een volwassen vrouw. Hierna volgde een tiental films met een vooral controversiële benadering en zonderlinge figuren. Essential Killing – zijn tweede film pas in twintig jaar – is in die zin geen uitzondering. Wel nieuw is de vertelling zonder enige opsmuk en met slechts één essentieel thema: de strijd om te overleven.

Essential Killing

Achtervolging in de sneeuw
Overleven is al vanaf de eerste minuten het doel. Mohammed (we zien pas op de aftiteling zijn naam) wordt ergens in de woestijn (Afghanistan?) geconfronteerd met drie Amerikaanse soldaten. Nadat hij uit zelfbescherming zijn tegenstanders met een verwoestend schot doodt, begint de achtervolging. Hij wordt gepakt en gemarteld. Tijdens een transport weet hij te ontsnappen. Aanbeland in een ijskoude, besneeuwde omgeving (Polen?) wordt hij opgejaagd door een helikopter en militairen met speurhonden. Hij is zijn belagers steeds te slim af.

Vincent Gallo (net als Jerzy Skolimowksi regisseur, acteur, schilder en excentriekeling) vertolkt zeer geloofwaardig de zwijgende, bebaarde protagonist in dit overlevingsdrama. De spanning van het eerste kwartier slaat om in een trage exercitie van minimalistische beeldpoëzie. De uitzichtloosheid van Mohammed werkt confronterend. Je krijgt zowaar wat sympathie voor de vluchter en lijdt mee in zijn worsteling. De terrorist (?) krijgt gestalte als mens die geen andere optie ziet als doden om zelf te kunnen overleven; Essential Killing.

Mieren, boomschors en moedermelk
Zijn perikelen zijn vele malen heftiger dan die van bijvoorbeeld Harrison Ford als de onterecht van moord beschuldigde dokter in The Fugitive (1993). Of als die van Robert Shaw en Malcolm McDowell als gevangenen die continu worden opgejaagd door een helikopter in het verwante Figures in a Landscape (1970). Mohammed verwondt zich lelijk in een berenval, moet met één schoen verder door de barre wildernis, valt in ijswater, vecht met een cirkelzagende houthakker, steekt een agressieve hond dood en kotst bloed.

Essential Killing

Hij eet mieren, boomschors en mogelijk giftige bessen. De meeste moeite nog heeft hij met het zich toe-eigenen van melk van een zogende vrouw. In Les Valseuses (1974) deden schavuiten Gérard Depardieu en Patrick Dewaere dit uit balorigheid, Mohammed om geen hongersnood te sterven. Steeds verder strompelt hij in een spiraal van uitzichtloosheid en wanhoop, versterkt door indringende geluiden en schokkerige camerabeelden. In flashbacks zien we flitsen van Allah, boerka’s en een krant met 9/11, maar echte referenties aan historische feiten zijn er niet.

Fout moment, foute plaats?
Mohammed is dus niet per se een Talib. Hij kan net zo goed iemand zijn op het foute moment op de foute plaats. Skolimowksi beweert dat hij films puur voor zichzelf maakt. En inderdaad is Essential Killing gespeend van elke vorm van commercie. De volstrekt ongeromantiseerde strijd van het individu in een vijandige omgeving doet een klemmend beroep op het uithoudingsvermogen van zowel Mohammed als van de kijker. Maar fascinerende cinema is het wel.

 

8 september 2011

 
ALLE RECENSIES
 

Super 8

***

recensie  Super 8

Hommage aan Steven Spielberg 

door Cor Oliemeulen

Steven Spielberg was in zijn beginjaren verantwoordelijk voor vijf kaskrakers. Met Super 8 brengt regisseur J.J. Abrams een hommage aan de oude meester van deze fantasie- en sciencefictionklassiekers. Helaas is Abrams geen Spielberg.

In een eerbetoon mag je schaamteloos refereren aan voorgangers. Nog gemakkelijker is het om beproefde ingrediënten samen te smeden tot een nieuw geheel. Zo wordt In Super 8 een kleine gemeenschap lange tijd geconfronteerd met een monsterlijke dreiging, probeert de sheriff het gevaar te beteugelen en blijkt een geïsoleerde wetenschapper gelijk te hebben (Jaws, 1975).

Super 8

Typische nostalgie
Ook is er sprake van een onbetrouwbaar leger dat de bewoners van het stadje evacueert en het grote onbekende dat contact legt met de held om vervolgens op spectaculaire wijze te verdwijnen (Close Encounters of the Third Kind, 1977 en E.T., 1982). Verder zijn we getuige van rondvliegende voorwerpen (Poltergeist, 1982) en begint het avontuur met jeugdvrienden die een kaart vinden, op zoektocht gaan en ontdekken dat de schurk eigenlijk helemaal niet zo onaardig is als gedacht (The Goonies, 1985).

Abrams (Star Trek, 2009) doet vakkundig de typische nostalgie van Spielberg (producer Super 8) van weleer herleven. Geheimzinnige voorvallen zijn niet het belangrijkste. Of het nu gaat om buitenaardse wezens, schrikbarende monsters of klopgeesten die families de stuipen op het lijf jagen. Plots van dit genre gaan juist vooral over de onderlinge emoties van vrienden en familie tegen de achtergrond van visueel boeiende gebeurtenissen die je een traantje willen laten wegpinken.

Zombiefilm
De tieners die in 1979 hard werken aan een zombiefilm, passen uitstekend in die sfeer van charme en ontroering met af en toe een knipoog. De vrienden (let op het grote acteertalent Elle Fanning) maken regelmatig opnames op onalledaagse locaties en tijdstippen. Tijdens een nachtelijk treffen botst een truckje frontaal (!) op een trein, waarna een gigantische ravage ontstaat. De super 8-camera heeft het incident vastgelegd: een grote, vage gestalte lijkt uit de trein te ontsnappen.

Super 8

Het leger ontfermt zich over het slagveld en doet geen mededelingen naar buiten. Veel mensen en ook honden raken spoorloos. De viervoeters duiken mijlenver weg op in andere staten. Er wordt een vreemdsoortige kubus met onbekende krachten gevonden. De stroom valt uit omdat kabels tussen de masten verdwijnen. Magnetrons worden ontvreemd. Voorwerpen vliegen spontaan de lucht in en vallen even later weer op de grond. Allemaal voorvallen die om verklaringen schreeuwen. Spijtig genoeg worden die in de meeste gevallen niet gegeven.

Eindshot
De spanning in Super 8 wordt uitstekend opgebouwd, maar de kijker komt van een koude kermis thuis. De film ín de film is veel interessanter en diepgaander dan het uiteindelijke mysterie, dat niets toevoegt aan het genre. Het enige lichtpuntje is het technische hoogstandje in het (veel te abrupte) eindshot dat het slotakkoord van Close Encounters visueel overstijgt. Echter dat was een klassieker, net als Spielbergs E.T., Poltergeist, Jaws en The Goonies. Het is uitgesloten dat Super 8 ooit die status zal krijgen.

 

11 augustus 2011

 
ALLE RECENSIES

Route Irish

***

recensie  Route Irish

Doofpotaffaire

door Cor Oliemeulen

De Britse regisseur Ken Loach ademt sociaalrealisme. Met zijn vaste scenarioschrijver Paul Laverty toont hij huursoldaten in Irak, waar westerse belangen belangrijker zijn dan rechtvaardigheid. In Route Irish onderzoekt ex-huurling Fergus de dood van zijn boezemvriend Frankie. Hij komt tot een schokkende conclusie en neemt drastische maatregelen. Niet het beste werk van Loach en Laverty, wel zeer de moeite waard.

Liverpool, 2007. Rouwende mensen komen samen voor een kerkdienst. Fergus kan niet geloven dat zijn vriend is overleden. Hij wil hem nog zien, maar de priester weigert de kist te openen. Frankie is te verminkt en zijn lichaam is niet meer compleet. ’s Avonds laat Fergus zich opsluiten in de kerk en licht hij zelf geëmotioneerd het deksel. Al direct na de begrafenis begint hij vragen te stellen. Frankie was voor het geluk geboren, een ongeluk is uitgesloten.

Route Irish

Gevaarlijkste weg ter wereld
Het tragische incident vond plaats op Route Irish tussen het vliegveld van Bagdad en de militaire Green Zone. Tijdens de oorlog in Irak was dit de gevaarlijkste weg ter wereld. Zelfmoordacties, bermbommen en hinderlagen waren schering en inslag. Frankie begeleidt drie Colombianen en wordt slachtoffer van een aanslag. Fergus twijfelt aan de officiële lezing en start een onderzoek. Om de vragen van Frankie’s vriendin Rachel te beantwoorden maar ook voor zijn eigen gemoedsrust. Fergus verleidde Frankie destijds om als huursoldaat grof geld te gaan verdienen.

De zoektocht naar de waarheid komt in een stroomversnelling door de vondst van een mysterieuze telefoon. Hierop staat een filmpje waarin een Iraakse taxi onder vuur wordt genomen. We zien dat de inzittenden het leven hebben verloren en horen hoe Frankie een collega beschuldigt. Na de gedachte dat de dood van Frankie het directe gevolg is van deze schietpartij, wordt Route Irish een mix van drama en thriller. Het gebruik van authentieke oorlogsbeelden versterkt dit.

Route Irish

Vol overgave
De film wordt gedragen door speelfilmdebutant Mark Womack die het karakter van Fergus levensecht en vol overgave gestalte geeft. Ook de rest van de cast treft doel, zoals Andrea Lowe als Rachel en komiek John Bishop als Frankie. Het taalgebruik is oorspronkelijk, recht uit het hart en zal sommige bioscoopbezoekers mogelijk storen. Het is denkbaar dat Route Irish het aantal malen ‘fucking’ van Tony Montana in Scarface overtreft. Dit maakt de dialogen echter eerder realistisch dan overdreven.

Over de oorlog in Irak zijn al veel films gemaakt, vooral van Amerikaanse makelij. Denk maar aan The Hurt Locker (specialist maakt bommen onschadelijk), In the Valley of Elah (vader zoekt vermiste zoon) en Green Zone (officier speurt naar zogenaamde massavernietigingswapens). Ook Engeland was direct betrokken in de strijd. Aanleiding voor Ken Loach om in zijn traditie van engagement van Route Irish een politiek pamflet te maken. Een antioorlogsfilm met corruptie als thema die resulteert in een schrijnend persoonlijk drama.

 

16 juni 2011

 
ALLE RECENSIES