Herederos, Los

***
IFFR Unleashed – 2009: Los herederos
Kinderen klagen niet

door Cor Oliemeulen

In deze tijd van verplichte social distancing zou je bijna verlangen naar het ouderwetse leven in de ongerepte natuur waar een virus nauwelijks kans heeft. Ook een mooi moment voor kinderen om hun mobieltje en andere gadgets in te ruilen voor gereedschap en wapperende handen om zich nuttig voor de gemeenschap te maken. Of toch niet?

De Mexicaanse documentairemaker Eugenio Polgovsky maakte in 2016 zijn vierde en laatste documentaire Resurrección voordat hij een jaar later op 40-jarige leeftijd in Londen overleed. Genoemde film gaat over dorpsbewoners die te maken krijgen met de gevolgen van een vervuilde rivier. Tijdens zijn korte loopbaan veranderde Polgovsky in eigen land de manier waarop men naar documentaires keek. Op sociaal-realistische, humane en poëtische wijze registreerde hij het leven van de arme bevolking van Mexico tegen de achtergrond van de ongereptheid van de natuur, die zich weliswaar steeds vaker kwetsbaar toont door inmenging van mensen van buiten.

Los herederos

Verwachtingspatroon
Tijdens het IFFR van 2005 draaide zijn filmdebuut Tropico de cancer, met een portret van Mexicanen in een woestijn die voorzien in hun levensonderhoud door exotische dieren langs de snelweg te verkopen. Drie jaar later trakteerde Polgovsky het IFFR-publiek op Los herederos (De erfgenamen) over het leven en de strubbelingen van Mexicaanse kinderen in de bergen. Zij bestendigen de traditie van hun (voor)ouders die werken op het land en niet naar school gaan.

Los herederos begint met een lieflijk slaapliedje. Later blijkt dat veel kinderen geen slaapliedje nodig hebben na een lange dag hard werken op het land. Natuurlijk hebben de kinderen ook lol, getuige de eerste beelden van kleine jochies die door de bossen naar een riviertje rennen en de laatste beelden van piepjonge arbeidertjes die met elkaar ravotten en met dieren spelen. In de tussentijd lijkt er geen enkele ruimte voor ontspanning, maar doen zij ongevraagd wat van hen wordt verwacht.

Plakbandje
De stenen huisjes zijn armoedig en dat heeft niets te maken met het feit dat ook kinderen de stenen hebben gekapt en met behulp van een raster lemen vloertegels leggen. Zelfs de allerkleinsten helpen mee met water dragen, hout sprokkelen en in feite alle werkzaamheden die normaliter door volwassenen worden uitgevoerd. Terwijl vader met koe en ploeg gleuven in de grond trekt, moet een meisje van pakweg vier jaar daarin boontjes gooien om die steeds met een korte voetbeweging met zand te bedekken.

Los herederos

Los herederos is een betrokken en oprechte registratie (bijna zonder woorden) van kinderarbeid in een regio waar de tijd heeft stilgestaan. De aanvankelijke romantiek van leven in en met de natuur, ambachtelijke nijverheid en zelfvoorzienend zijn, maakt plaats voor het plukken van groenten en fruit (we zien een close-up van iemand die een stopwatch indrukt en op een vel papier de verrichtingen noteert) op grote velden, waarnaar de kinderen bijna elke dag met trucks worden vervoerd en waar ze als lunch afgekeurde tomaten eten.

Sommige kinderen maken houten beeldjes die later aan toeristen zullen worden verkocht. Het fragment van een jongetje, net drie turven hoog, dat met een kapmes in vlot tempo hout snijdt, is veelzeggend. Terwijl het blanke hout rood kleurt omdat hij per ongeluk een klein topje van zijn wijsvinger heeft afgesneden, pakt hij een plakbandje en werkt gewoon door. In deze contreien hoor je niemand klagen.

Deze film is bij het jarige IFFR online te zien tot en met 26 mei 2021.

21 april 2021


ALLE RECENSIES 50 JAAR IFFR

Happiness of the Katakuris, The

***
IFFR Unleashed – 2002: The Happiness of the Katakuris
Het geluk van een verknipte familie

door Bob van der Sterre

De Katakuri’s hebben een guesthouse gebouwd. Alleen sterven de gasten allemaal een ongelukkige dood. Film van Takashi Miike overtreft zichzelf in bizarriteiten en extremiteiten.

We krijgen de Katakuri’s meteen geschetst. Dat is de vader die zijn ziel en zaligheid in het guesthouse heeft gestopt met zijn vrouw. Zijn dochter, een alleenstaande moeder die snel verliefd wordt. Haar zwijgende broer. En opa: ‘Hij leeft een makkelijk bestaan, met het vertellen van leugens en zelfzuchtigheid.’

The Happiness of the Katakuris

Het geluk uit de titel is vet ironisch want het guesthouse loopt totaal niet. De eerste bezoekers zijn spirituele wandelaars en als het dan net de eclips is, haasten ze zich weg. Zij komen er nog goed van af. Alle andere bezoekers sterven door een of andere reden. De een krijgt een hartaanval, de ander pleegt zelfmoord, en zo verder. ‘Heeft u soms een lang koord dat we kunnen gebruiken?’ De Kakaturi’s begraven ze maar, want slechte publiciteit kunnen ze niet gebruiken.

Een van de gasten is een piloot die de goedgelovige dochter Shizue wil veroveren. Hij vertelt dat hij familie is van Queen Elizabeth. ‘Ik herinner me geknuffeld te worden door tante Elizabeth. En Diane! Tegen Charles zei ik: je moet je vrouw koesteren.’ Ondertussen barst de familie voortdurend in gezang uit, inclusief dans.

Wat is dit??
Veel kijkers die The Happiness of the Katakuris voor het eerst zien, zeggen: dit is de vreemdste film die ik ooit heb gezien. Zelfs voor ervaren kijkers is het even slikken. Neem het legendarische begin. Een vrouw begint het met lepelen van de soep. Eruit komt een wezentje. En die trekt de huig los van de soepeetster. En vliegt dan met de huig door het hele land. Eet dan de huig op. Een kraai eet het wezentje op. En een pop pakt een oog en doodt de vogel. Een meisje: ‘En toen verwonderde ik mezelf: wat maakt een familie gelukkig.’

Want wat is deze film niet? Hij heeft drama, zang, komedie, fantasy, spanning, animatie en horror. Voor je weet waar je naar kijkt, ben je al bij de volgende scène. De film was weliswaar licht gebaseerd op de Zuid-Koreaanse film The Quiet Family (Ji Woon Kim) maar is in de handen van Takashi Miike een eigen leven gaan leiden.

Het is bijna ongelooflijk voor te stellen dat iemand die Audition vervaardigde, twee jaar later The Happiness of the Katakuris maakte. Miike probeert veel genres en daardoor heeft iedereen wel een film van hem gezien. Die snelheid nekt hem ook af en toe, want niet al zijn films zijn even goed, zoals bijvoorbeeld Yakuza Apocalypse en Zebraman 2 erg teleurstellen.

The Happiness of the Katakuris

Veel improvisatie
The Happiness of the Katakuris had eigenlijk niet moeten werken, maar werkt tóch. Dat is vermoedelijk sterk te danken aan Miike’s invloed en zijn gebrek aan angst voor het mislukken van zo’n project. Hoewel de film ook wat mindere stukken heeft (eigenlijk dat hele stuk met de moordenaar), het acteren niet echt geweldig is, er soms té maffe dingen zijn (zo draagt iedereen Kappakleding), en is de lengte nog vrij fors (toch 113 minuten).

De film is de kijker telkens een stap voor met het spontane, alles-is-mogelijk-karakter. “Het werd een keer laat”, zei Miike, “en de producer zei dat we de scène de volgende dag niet konden filmen, dus moesten we een eclips verzinnen om de plotselinge duisternis te verklaren.” De kleien poppen werden ingezet om dure scènes te vermijden.

Geen wonder dat deze film zo’n grote schare fans heeft. Deze film is zo consequent bizar dat je als kijker twee keuzes hebt: meegaan in de mafheid of je gezicht afwenden. Je moet toch wel respect hebben voor deze ode aan de fantasie.

Deze film is bij het jarige IFFR online te zien tot en met 26 mei 2021.

12 april 2021


ALLE RECENSIES 50 JAAR IFFR

Honey Boy

****
recensie Honey Boy

Shia LaBeoufs therapie

door Sjoerd van Wijk

Honey Boy is uit het hart gegrepen dankzij Shia LaBeoufs imponerende aanwezigheid. De film krijgt een therapeutische lading door het intens gebrachte autobiografische verhaal, wat het simpele scenario doet vergeten. 

“Honey boy” is namelijk het koosnaampje dat LaBeoufs eigen vader gebruikte toen de acteur zijn eerste stappen als kindfilmster zette. Hij schreef de film over de traumatische verhouding met zijn vader tijdens zijn verblijf in de verslavingszorg. In Honey Boy is de 22-jarige Otis Lort (gespeeld door Lucas Hedges) LaBeoufs alter ego: een filmster die na een auto-ongeluk in de verslavingszorg belandt. Zijn jeugd besluipt hem daar als de psycholoog een jeugdtrauma constateert.

Honey Boy

Terug naar het verleden dus, waar Noah Jupe als 12-jarige Otis te maken heeft met LaBeouf (American Honey, The Peanut Butter Falcon) als vader James die vooral van de alcohol moet wegblijven en zijn frustraties op zijn zoon botviert. James als mislukte rodeoclown kan alleen maar met Otis omgaan omdat deze hem als assistent heeft aangenomen.

Salonpsychologie
Deze getroebleerde vader-zoonrelatie is een typisch gegeven waar LaBeoufs scenario weinig van afwijkt. Na lange flashback-episodes reageert de volwassen Otis weer boos. Natuurlijk ontkent hij de manipulatie van zijn vader maar geeft uiteindelijk toch schoorvoetend toe dat zijn jeugd niet zo gelukkig was. Bij het duiden van Otis’ trauma vervalt Honey Boy regelmatig in salonpsychologie.

Elk moment uit het verleden moet resoneren in het heden, als Otis gebroken de dialogen herhaalt. De stugge psychologen blijven graven in de slechte jeugd waarbij de bank om languit op te liggen ontbreekt. Een van hen adviseert Otis om eens lekker hard te schreeuwen in z’n eentje; een nichetherapie in het echte leven, maar in films een cliché. Gelukkig blijkt de scenariostructuur een grote MacGuffin voor de werkelijke therapie: die van LaBeouf zelf.

LaBeouf doet het
Want Honey Boy beklijft dankzij zijn krachtsinspanning. De vader is de oorzaak van het trauma en eist vanzelfsprekend alle aandacht op in beeld. De film raast door dankzij Natasha Braiers geagiteerde camerawerk, waar de als door een duivel bezeten LaBeouf een flinke schep bovenop doet. Het is zijn van het internet bekende Just Do It-bombast waar het theatrale aankomt als een gedecideerde mokerslag.

Elk handgebaar, elke oogopslag barst welhaast van de spanning met een intensiteit die doet denken aan het acteergeweld in John Cassavetes’ films. LaBeouf evenaart de iconische acteurs uit die films met spel à la Peter Falk in Husbands die uit man en macht probeert bij de groep te horen en daarbij over de schreef gaat. Het brengt de intimiderende persoonlijkheid die LaBeoufs vader moet zijn geweest tot leven.

Honey Boy

Verbazing
Ogenschijnlijk simpel opgezette films kunnen af en toe toch verbazen en daar is Honey Boy er een van. Het echte graven vindt niet plaats met Hedges maar in elke scène waar LaBeouf zijn eigen vader tracht te doorgronden. Een zoektocht die continu enerveert. LaBeouf put zo met zijn acteerprestatie waarheid uit het clichématige scenario.

De kommer en kwel krijgt een gepast nostalgische toon op selecte momenten. Regisseuse Alma Har’el, die een overstap van documentaire naar fictiefilm maakt, brengt in zachte tinten de spaarzame toenadering tussen vader en zoon die door de tederheid Otis’ herinnering compliceren. Het zijn welkome adempauzes in alle razernij, die het eindeloze conflict tussen vader en zoon benadrukken. Uiteindelijk vertelt Otis in een droom aan zijn vader dat hij een film over hem gaat maken. Dat is door LaBeoufs imposante aanwezigheid goed voor te stellen.

 

1 juni 2020

 

ALLE RECENSIES

Hidden Life, A

**
recensie A Hidden Life

Verrader of held?

door Cor Oliemeulen

Ook in zijn jongste film dompelt Terrence Malick de kijker onder in een uitvoerige visuele contemplatie. Wie The Tree of Life (2011) al niet trok, kan bij A Hidden Life maar beter onderduiken.

Al in de eerste minuten verraadt A Hidden Life de geliefde cameravoering van de Amerikaanse filmmaker Terrence Malick. Mooie plaatjes van de natuur, geschoten met een grote beeldhoek. De nerveuze camera die vaak naar de personages toe beweegt (en vice versa), een laag perspectief inneemt en de personages onbedoeld juist extra bewust van die camera maakt – alsof acteren een kunstje is. Het lijkt wel alsof iemand met een veel te dure camera een homevideo maakt.

A Hidden Life

Gevoelsimpressies
Een ander handelsmerk zijn de vele korte shots met non-verbale communicatie en lichaamstaal, want Malick maakt het plot (teveel) ondergeschikt aan cinematografie en montage. Iemand praat en ondertussen zien we beelden van andere, of eerdere scènes. Het is de overtreffende trap van de jump cut-techniek, waarbij het doel heilig is: een reeks van snel achter elkaar geplakte beelden geeft een gevoelsimpressie van de situatie weer, maar nog meer de emotionele staat van het personage: angst, vertwijfeling, trots. Met zo’n filmvisie is op zich weinig mis.

De stemmingsgevoelige montage, de keuze voor klassieke en religieuze muziek, de vaak fluisterende voice-overs met gedachten, existentialistische overpeinzingen en onnodig filosofisch gewauwel – alsook het gebruik van korte archiefbeelden voor de historische context – maken dat Malicks films kunnen worden gezien als een filmische vorm van humanitair expressionisme, met als doel om een betere, menslievende wereld te verwezenlijken. Ook dat is op zichzelf een nobel streven.

Het grote nadeel van deze cinematografische werkwijze is echter de extreem lange aanlooptijd naar een heel interessant thema, in het geval van A Hidden Life een duivels dilemma van de hoofdpersoon. Wie niet daarop wil wachten, kan beter pas na twee uur inhaken.

Conflict
Het conflict begint een klein beetje te broeien als de expansiedrift van Adolf Hitler langzaam het idyllische Oostenrijkse bergdorp binnendruppelt. Soms horen we wat vliegtuiggebrom in de lucht en op een dag lopen er soldaten met nazi-emblemen die collecteren voor oorlogsveteranen en hun gezinnen. De religieuze boer Franz Jägerstätter (August Diehl) is niet van plan om geld te geven aan het kwaad: mensen die andere mensen onderdrukken. Nu Oostenrijk zich heeft aangesloten bij Duitsland wordt iedere ingezetene geacht zich in te zetten voor de ‘goede zaak’.

Franz’ afschuw over de oorlog stuit echter op weerstand van de andere dorpsbewoners. Hij en zijn vrouw Fani (Valerie Pachner) worden met de nek aangekeken en zelfs de burgemeester en de priester kunnen de boer niet overtuigen. Wat wil je nou als koppige eenling bereiken? Bovendien is het je plicht aan het vaderland om te sympathiseren met het Derde Rijk. Maar in plaats daarvan ontstaat er bijvoorbeeld een vechtpartij op het land en worden de kinderen van de Jägerstätters door andere kinderen met stenen bekogeld.

A Hidden Life

Overpeinzingen
Dan ontvangt Franz een brief waarin hij wordt opgeroepen zich bij het leger te melden. Het gezin vlucht niet de bossen in, zoals Fani aanvankelijk voorstelt. Franz vervoegt zich bij het leger, waar hij vervolgens weigert zijn loyaliteit aan Hitler te betonen. Hij verdwijnt in de gevangenis, wordt regelmatig mishandeld en zal uiteindelijk voor de militaire rechtbank moeten verschijnen (let op de allerlaatste filmrol van Bruno Ganz). Met de detentie en de dreigende gewetensnood van Franz is het werkelijke verhaal van A Hidden Life begonnen. De cameravoering wordt minder nerveus, maar de filosofische en spirituele overpeinzingen nemen schrikbarend toe.

Franz vraagt God om hulp, licht en kracht. Hij kijkt in de hemel, maar er verschijnt niets of niemand vanachter de wolken. Hij schrijft heel veel brieven aan Fani en zij schrijft heel veel brieven terug, terwijl zij zelf thuis het land probeert om te ploegen. We horen hoe ze elkaar fragmenten vol levensvragen en tegeltjeswijsheden voorlezen. Zoals: het is beter onrechtvaardigheid te ondergaan dan je eraan schuldig te maken; we moeten geloven in de triomf van het goede, er kan immers niets slechts gebeuren met goede mensen; de natuur houdt geen rekening met de gevoelens van mensen; de vogels buiten hoeven niet te piekeren; de zon schijnt op zowel het goede als het slechte. En ten slotte de hamvraag: waarom hebt U ons geschapen?

A Hidden Life

Overkill
De overkill van het uitgesproken manoeuvreren tussen hoop en wanhoop begint uiteindelijk te irriteren. Je vraagt je af hoe een begenadigd cineast als Ingmar Bergman dat varkentje, in de helft van de tijd, zou hebben gewassen. “Doe wat goed is”, zegt Fani uiteindelijk, in de wetenschap dat ze Franz waarschijnlijk nooit meer zal zien.

Het opgelegde sentiment en de overbodige breedsprakigheid in deze kunstzinnige relikitsch van Terrence Malick verpesten de aandoenlijke principiële opofferingsgezindheid van het hoofdpersonage en belemmeren hiermee de weg naar een beklijvend existentieel drama. Dat is jammer, want Franz Jägerstätter is een (weliswaar naïeve) held die staat voor een wezenlijk principe. Ofschoon sommige inwoners van het Oostenrijkse bergdorp hem anno 2020 nog steeds als een verrader beschouwen.

 

3 februari 2020

 

ALLE RECENSIES

Hellhole

****
recensie Hellhole

Collectief bewust zijn

door Tim Bouwhuis

Op 22 maart 2016 schokte een reeks aanslagen de Belgische hoofdstad Brussel. Met Hellhole kruipt de Vlaamse filmmaker Bas Devos in het collectief bewustzijn van een maatschappij die niet weet of ze nog eens door een catastrofe getroffen zal worden.

“Spreek je ook Frans?”, vraagt een Brusselaar aan een jongeman in een stadspark. Als een duidelijk antwoord uitblijft, concludeert de Brusselaar half grappend dat zijn toehoorder dan wel van de Taliban moet zijn. Volgende scène: in een klaslokaal op een Brusselse middelbare school komen Trump en terrorisme ter sprake. Brussel zou de Jihadistische hoofdstad van Europa zijn, laat een meisje terloops vallen. Hellhole is zo nog maar net begonnen als een tweetal schijnbaar nonchalante scènes de belangen al op scherp zetten.

Hellhole

Bang voor morgen
Gelukkig is Hellhole geen doorsneefilmvariant op de thema’s die hier aangesneden worden. Devos is niet zozeer geïnteresseerd in het verwarmen van een of meerdere hete hangijzers (terrorisme, conflicten tussen bevolkingsgroepen); zijn film gaat wel over politiek, maar heeft op zichzelf geen expliciet politiek karakter. De aanpak die de regisseur van Violet (2014) verkiest is ambitieuzer. Via associatief verbonden scènes poogt hij door te dringen tot de levens van verschillende mensen die dagelijks met (emotionele) hoogspanning geconfronteerd worden, zonder te veel nadruk op dat laatste te leggen. Echte hoofdpersonen ontbreken, een afgebakende vertelling is er niet. Met zijn sfeerstuk gaat Devos voor de kracht van kleine signalen. Twee militairen die meeliften in de metro. Een beeldverbinding die wegvalt. Zelfs het avondeten brandt aan.

Brussel, zo zien we, is een meltingpot waar angst veel macht heeft. Bang zijn voor de ‘ander’ betekent hier vrijwel automatisch dat je bang bent voor elkaar. Potentieel gevaar schuilt op iedere straathoek, en niemand is nog in staat zich voor de realiteit af te schermen. “Afstand bestaat niet meer”, zegt Samira (Lubna Azabal) tegen haar goede vriend Wannes (Willy Thomas). In dezelfde fase van de film speelt een groep kinderen een schietspel op de spelcomputer.

Angst veruiterlijken
Op momenten ontneemt Devos’ stilistische voorkeur voor observatie de film iets van zijn zeggingskracht. De voortglijdende middellange takes (beheerst camerawerk van de doorgewinterde Nicolas Karakatsanis) schuren niet, ze sussen, en dat schept soms afstand tussen de angsten waar de Brusselaren over spreken en de beeldtaal die gebruikt wordt om die uit te drukken.

Hellhole

Devos’ ingetogen composities, vastgelegd op Kodak (35 en 65 mm) tegen het verzadigde Brusselse nachtlicht, zullen volledig op hun plaats vallen in opvolger Ghost Tropic (Kodak 16 mm, te zien op het IFFR en vooralsnog vanaf medio maart in de bioscoop). In Hellhole sterken ze vooral de poëtische ondertoon van een reis langs rusteloze zielen, knap uitgedrukt via een onbestemd, dynamisch sound design. Het maakt de film alleen wel minder intens dan de titel wellicht doet vermoeden – tot je letterlijk in een hellegat kijkt.

De wereld openbreken
De absolute meerwaarde van Hellhole zit hem uiteindelijk vooral in zijn aanspraak op een groter verhaal, dat vooral via subtiele verwijzingen (bijvoorbeeld naar de transcontinentale vluchtelingenstroom) verteld wordt. Niet toevallig werkt één van de mensen in de film, Alba (Alba Rohrwacher, de zus van de Italiaanse regisseuse Alice Rohrwacher), als tolk voor het Europees Parlement. Hellhole mag zich op die manier misschien in Brussel afspelen en ook wel degelijk over Brussel gaan, de onderbuik van de film gaat heel Europa aan.

Devos’ derde langspeler (die hier dus eerder wordt uitgebracht) heeft zo vast het nodige gemeen met Ghost Tropic. Ook in die film worden minimale middelen aangewend voor grote gebaren. In een double bill hebben de twee titels veel te zeggen over het Europa van nu, zonder hun kijkers daarbij op de knieën te dwingen en een betekenis op te leggen. Het is een bijzondere, kwalitatief bemoedigende tandem van een regisseur die hopelijk nog veel te verbeelden heeft.

 

18 januari 2020

 

ALLE RECENSIES

Honeyland

***
recensie Honeyland

Stekend vloeibaar goud

door Suzan Groothuis

In Noord-Macedonië volgt een kleine crew de laatste vrouwelijke honingjager. Maar de komst van buren heeft grote gevolgen voor het voortbestaan van haar wilde bijenvolken.

In de openingsscène zien we een imposant, verlaten landschap waar een tengere vrouw zich een weg baant langs een gevaarlijk uitziende klif. Met trefzekere pas begeeft ze zich naar een rotswand waar een bijenkorf verstopt zit. Met haar blote handen, voorzichtig en zonder gestoken te worden, ontvreemdt ze wat honingraten uit de korf om mee te nemen naar huis.

Honeyland

Daar, in een afgelegen vallei, wordt de bijenkolonie getransplanteerd in een stenen muur vlakbij haar huis. De vrouw die we volgen heet Hatidze en zij is wat je de laatste vrouwelijke honingjager kan noemen. Hatidze zorgt voor haar 85-jarige moeder, die bij haar inwoont en niet meer in goede gezondheid is. Ze leven arm en eenvoudig, zonder elektriciteit. Geld wordt verdiend met de pure, onbewerkte honing van Hatidzes bijen. Die verkoopt ze in het nabijgelegen Skopje, waar ze bekend staat als iemand die superieure honing verkoopt.

Tot zover is Honeyland observerend in het volgen van Hatidzes reilen en zeilen, waarbij de aandacht gericht is op haar werk met de bijen en het verzorgen van haar moeder. Hatidze heeft respect voor de ambachtelijke wijze waarop honing verkregen wordt. Een van haar credo’s is dat je nooit meer moet wegnemen dan de bijen kunnen missen. Neem een halve raat en laat de ander voor de bijen.

Honeyland

Verkwistende buren
En dan is een kentering met de komst van rumoerige, Turkse buren. Hatidze, zelf van Turkse origine, kijkt toe hoe het grote gezin met een kudde runderen de vallei betrekt en zich installeert. Vader Hussein zet iedereen, waaronder peuters en kleuters, in beweging, zodat er gewerkt en verdiend wordt. Wanneer hij doorheeft dat Hatidze goed verkoopt met haar honing, besluit hij ook bijen te houden. Haar wijze les, dat je nooit meer moet wegnemen dan de bijen kunnen missen, geeft ze hem meerdere malen mee. Er is genoeg voor iedereen, zolang je er goed mee omgaat.

De camera is vanaf de entree van de Turkse buren op hen gericht. We zien vooral chaos en ruwheid, in hun manier van leven en werken. Hussein is begonnen met de bijen, waarbij opvalt hoe verschillend hij en Hatidze met de ijverige beestjes omgaan. Hatidze respectvol, met ze dansend en zingend. Maar Hussein gaat voor het snelle verdienmodel. Een handelaar wil zijn honing en overtuigt hem veel te produceren. Hatidzes waarschuwende woorden klinken na wanneer we zijn honingraten grof vermalen zien worden en de honing vloeit. Een duister omen hangt boven de vallei.

En zo ontstaat er een spanning in een documentaire die haast bezwerend begon. Met lede ogen ziet Hatidze toe hoe haar buren de heilige graal tot zich nemen en vernietigen. De enige van wie ze erkenning krijgt is Husseins zoon, die met Hatidze optrekt en van haar leert over de bijen. Hij probeert zijn vader duidelijk te maken dat hij geen goede bijenhouder is, maar de koppige en trotse Hussein wil van niets weten.

Honeyland

De laatste in haar soort
Honeyland is een documentaire die aanvoelt als een observerende speelfilm. De makers volgden Hatidze drie jaar lang, met als het ware een onzichtbare camera; van de documentaire-ploeg is niets merkbaar. We zien mooie shots van het bergachtige, eenzame landschap, waar Hatidze op haast poëtische wijze met haar wilde bijenvolk omgaat. Tegelijkertijd is er de onmiskenbare armoede waarin zij en haar moeder leven. Een uitzichtloos bestaan, want Hatidze beseft dat zij als alleenstaande vrouw de vallei niet meer zal verlaten. En dan is er de komst van haar buren, die de natuur om hen heen exploiteren en verkwisten.

De titel Honeyland is wat misleidend. Want in dit land van honing is er vooral sprake van overleven. Als in een Ken Loach-film zien we hoe de protagonist voor hete vuren komt te staan en de hoop op beter steeds meer uit zicht raakt. Opeenstapelingen van ellende maken het leven voor Hatidze moeilijk. Bescheiden en geduldig als ze is, kan je haar als een eenzame strijder zien, als de laatste in haar soort. Schurend tussen pijnlijk, intens en poëtisch, geeft Honeyland een boodschap over hoe we omgaan met wat de natuur te bieden heeft. Daarin is Hatidze een voorbeeld, maar haar dromen van een andere toekomst – ver weg van de werkelijkheid – maken haar lot ook wrang.

 

7 januari 2020

 

ALLE RECENSIES

Hors Normes

****
recensie Hors Normes

Voor sommige autisten is er geen alternatief

door Nanda Aris

Ontroerende film over twee vrienden en hun organisaties die ernstige gevallen van autistische jongeren opvangen en ze koppelen aan kansarme jongeren uit de achterstandswijken van Parijs.

Wanneer de reguliere gezondheidszorg zich geen raad weet met zwaar autistische patiënten, kloppen ze aan bij Bruno (Vincent Cassel), die zich al twintig jaar inzet voor deze patiënten. Samen met zijn vriend Malik (Reda Kateb) bieden ze jongeren uit achterstandswijken een baan als verzorger. Zijn organisatie houdt zich niet aan alle regels en dus blijft inspectie niet uit.

Het regisseursduo Olivier Nakache en Éric Toledano kennen we van het zeer succesvolle Intouchables (2011), Samba (2014) en C’est la vie (2017). Voor Intouchables lieten ze zich inspireren door het waargebeurde verhaal van Philippe Pozzo di Borgo en Abdel Sellou, een rijke verlamde man op zoek naar een verzorger, die hij vindt in de criminele Sellou, welke eigenlijk niet wil werken. Hij neemt hem aan, en een hechte vriendschap is geboren.

Hors Normes

Ditmaal laten de regisseurs zich inspireren door het verhaal van Stéphane Benhamou en Daoud Tatou, over wie ze in 2015 een tv-documentaire maakten. Benhamou en Tatou zijn twee bevriende mannen, de een joods, de ander moslim. Ook al is het geen thema in de film, het is wel iets dat de film stilletjes aanstipt. De twee mannen met verschillende geloven gaan goed samen door een deur. Ze hebben allebei hun eigen organisatie in Saint-Denis, een voorstad van Parijs, maar vullen elkaar aan en helpen elkaar waar nodig. Nakache en Toledano (hij heeft een familielid met autisme) besloten dat het verhaal ook het witte doek verdiende. 

Daten
Bruno probeert alle ballen hoog te houden. Hij begeleidt autisten die niet in de reguliere zorg behandeld kunnen worden, zoekt personeel voor nieuwe gevallen, moet zijn team betalen, inspecteurs te woord staan, en tussendoor probeert hij eens te daten (onder zijn cap draagt hij een keppel), maar veel tijd heeft hij daar niet voor.

Door deze drukte mist de film soms een kleine focus en hebben niet alle scènes een duidelijke functie. Zo voegt de scène waarin Bruno flirt met de zus van een patiënt niet heel veel toe (hij is grappig, maar duurt wat aan de lange kant, en krijgt geen vervolg).

Dagbesteding
Samen met zijn vriend Malik zorgt Bruno voor zowel autisten die vierentwintig uur opvang nodig hebben, als voor autisten die wel in een zorginstelling verblijven, maar geen dagbesteding hebben. In een busje rijden ze rond om iedereen op te pikken, om samen naar de paarden te gaan, of te gaan schaatsen. Per patiënt is er een begeleider. Ze zijn vaak (nog) niet opgeleid, en weten niet direct hoe ze het beste om kunnen gaan met deze patiënten.  Maar dat is ook de kracht: omdat ze niet pedagogisch verantwoord handelen, maar menselijk reageren, werkt het.

In de film spelen zowel acteurs als echte autisten. Zo speelt de autistische Benjamin Lesieur de rol van Joseph, wiens personage gebaseerd is op Johann Bouganim, aan wie de film opgedragen is. Bij Johann thuis hing ook de tekst: ‘Als je je moeder slaat, zie je Stéphane niet meer’, net als in film (dan onder de naam Bruno). Het is de mooiste rol van Hors Normes.

Hors Normes

Joseph kent Bruno al heel lang, hij is zijn eerste patiënt. Niemand zal het droog houden wanneer we Joseph en zijn dansgroep (ook in werkelijkheid) zien optreden, op de prachtige muziek van de Grandbrothers. En iedereen voelt de euforie wanneer Joseph uiteindelijk zonder aan de noodrem te trekken uit de metro stapt.

Perspectief
Hors Normes verschilt met andere films over autisme, zoals Rain Man (1988), door ook de meest zware gevallen van autisme te laten zien. Zij die met een rugbyhoofdbeschermer op lopen, zodat ze zichzelf niet kunnen verwonden bijvoorbeeld. In Rain Man heeft de autistische Raymond het savantsyndroom: zijn sociale vaardigheden zijn laag, maar hij heeft een fotografisch geheugen. Ook al zorgde die film destijds voor een groter begrip van autisme, hij vormde ook het idee dat autisten altijd ergens in uitblinken (zoals in het maken van wiskundige sommen of een fotografisch geheugen hebben). In Hors Normes zoomen we niet veel in op de autisten, want het verhaal wordt verteld vanuit Bruno’s perspectief.

Het grote thema van de film is het feit dat er voor sommige autisten geen plek is in deze maatschappij. Ze kunnen niet thuis blijven wonen, maar wanneer ze een gevaar vormen voor verzorgend personeel of zichzelf, kunnen ze ook niet in de gangbare zorginstellingen opgenomen worden. Ze vallen tussen wal en schip, en bij gebrek aan tijd en kunde worden ze vaak opgesloten, vastgebonden of platgespoten.

Organisaties als die van Benhamou en Tatou zijn dus broodnodig. Uit angst dat ze niet kunnen blijven bestaan omdat ze niet voldoen aan alle regeltjes, zwijgen instanties die aankloppen bij de mannen over het bestaan van de organisaties. Bruno maakt er geen geheim van dat niet alles voldoet aan de regels, maar wat is het alternatief?

 

7 december 2019

 

ALLE RECENSIES

High Life

****
recensie High Life

Alfa-aap van het niets

door Alfred Bos

De voorlaatste film van de Franse regisseur Claire Denis draaide om gemis van liefde. Ook in haar nieuwe, eerste Engelstalige werkstuk, een sciencefictionfilm, staat afwezigheid centraal. Ditmaal ontbreekt de zin van het leven.

High Life speelt zich geheel af in een ruimteschip met een respectabel aantal kilometers op de teller. Het vehikel is uitgewoond en metaalmoe, het begint kuren te vertonen en de voorraden zijn niet eindeloos herbruikbaar. Ook de bemanning (spreken we in politiek correcte tijden, met excuses aan robots, van bemensing?) van deep space vehicle 7 is niet okselfris meer. Nooit geweest overigens, want het team bestaat uit terdoodveroordeelde misdadigers.

High Life

Het schip is onderweg naar een zwart gat, om daar de energie af te tappen die op een uitgeputte aarde wordt begeerd—een bestaande wetenschappelijke theorie, vernoemd naar fysicus Roger Penrose. De reis is een experiment uit nood, in feite een zelfmoordmissie. De thuisplaneet en het leven aldaar zijn ver weg. Het ruimteschip is een eiland in de immense leegte, het vroegere bestaan een vage herinnering. De veroordeelden zijn op elkaar aangewezen, bijgestaan door een arts, Dr. Dibs (Juliette Binoche krijgt wederom een hoofdrol van Denis), met een strafblad en een sinistere agenda.

Existentiële leegte
High Life is de eerste Engelstalige productie van Claire Denis (Un Beau Soleil Intérieur, Les Salauds) en het is, met haar genadeloze kijk op de menselijke natuur en de compromisloze wijze waarop ze die verbeeldt, onmiskenbaar een Denis-film. High Life staat in een lange sciencefictiontraditie, maar wijkt daar niettemin op een wezenlijk punt vanaf. Geen weidse avonturen in deep space van een heroïsch gezelschap, zoals in de boeken van A. Bertram Chandler en James Blish; geen claustrofobe horror à la Alien of Event Horizon; niet de spirituele bespiegeling van Tarkovsky’s Solaris of Kubricks 2001, geen vertoon van menselijk vernuft zoals verbeeld in Interstellar en The Martian noch de ecologische boodschap van begin jaren zeventigfilms als Silent Running en Soylent Green.

High Life heeft een ironische titel. Hij staat voor drama van het existentiële soort. Wat rest er van het bestaan als alles – zekerheid, toekomst, verwanten en vrienden, cultuur, schoonheid, inspiratie, tijd – is weggevallen en de wereld is gekrompen tot een buitenmodel koekblik met ouderdomskuren? Het antwoord is seks.

Waar die seks toe leidt, is minder duidelijk. Het slot van de film laat zich op tegengestelde manieren uitleggen. Als ode aan wilskracht en liefde, schakels die bestand zijn tegen het bruutste wat het universum heeft te bieden. Of als ultieme ontgoocheling: alles, ook liefde, verdwijnt in een zwart gat. Uiteindelijk is er niets. We hebben enkel elkaar.

High Life

Zwart gat als metafoor
Het punt van High Life is niet het verhaal van Monte (Robert Pattinson, Maps to the Stars) , Dr. Dibs en het gezelschap van gestoorde, gebroken en door het leven gekneusde lotgenoten op reis naar het niets. Het punt van de film is dat hij draait om alles wat er niet is, wat het bestaan glans geeft. Die afwezigheid, dat metaforische zwarte gat, doet duidelijker uitkomen wat wezenlijk is. Door het gemis wint het aan gewicht. Maar wat betekent gewicht in een omgeving van gewichtsloosheid?

Een film die het niet moet hebben van plot of spektakel, waarin de personages vaag blijven en de sfeer – opgeroepen via de geluidsband: de brommende machines en het gekreun van het ruimteschip creëren een sluier van ruis – centraal staat, zo’n film steunt in de eerste plaats op de acteurs. Denis heeft een fraai stel bij elkaar gebracht. Pattinson is geknipt voor de rol van gevaarlijke, maar sensitieve man. Hij wordt ongewild de alfa-aap van de groep verstotenen, waarin we onder meer André Benjamin (André 3000 van het hiphopduo OutKast), Mia Goth (Suspiria) en Claire Tran (Valerian and the City of a Thousand Planets) herkennen.

In het totale isolement komen de diepmenselijke trekken boven. De reizigers zijn tot elkaar veroordeeld, maar harmonieus is het gezelschap allerminst en de kilheid van hun situatie kan de extremen niet dempen. Al het dierlijke dat de mens eigen is, komt tijdens de reis naar buiten. En bepaalt uiteindelijk het lot van Monte. Is hij een Kaïn, een Lazarus, een Jezus of een Adam? Hij is bovenal menselijk, ook in de peilloze leegte van het heelal.

High Life

Niet-lineair verteld
High Life is arthouse-sciencefiction. De film gebruikt de situaties en tropen van het genre en herschept ze tot een reflectie op levensvragen. Het verhaal in het ruimteschip wordt niet-lineair verteld, inclusief flashbacks naar het leven vóór de missie, waardoor het gebrek aan dialoog nauwelijks opvalt. De kijker moet de situatie, de personages en hun onderlinge relaties samenstellen uit de informatie die stilaan wordt prijsgegeven, en details die in het voorbijgaan niet direct opvallen maar betekenisvol zijn.

Claire Denis gebruikt een breed scala van beelden, van horror en gore tot niet zo pastorale natuur (ze echoën Solaris). Er zijn briljante momenten, zoals de scène met Dr. Dibs in de masturbatiekamer, de Fuckbox. En de lege handschoen die gewichtsloos door het vacuüm zweeft en een spook suggereert, iemand die er niet is. Of het zeemansgraf van dode teamleden die in formatie en in slow motion over het scherm schuiven—een beeld dat even poëtisch als verontrustend is. Net als de film.

 

12 maart 2019

 

ALLE RECENSIES

Hate U Give, The

****
recensie The Hate U Give

Effectief rassendrama voor jongeren

door Paul Rübsaam

De zestienjarige Afro-Amerikaanse Starr Carter woont in het arme dorpje Garden Heights, waar haar vader een kleine kruidenierszaak runt. Ondertussen probeert ze een modelleerling op een blanke particuliere school te zijn. Totdat ze na een feestje met oude vrienden bij een schietincident betrokken raakt en de vicieuze cirkel van rassenhaat leert kennen. 

Aan de eettafel pleegt kruidenier Maverick Carter zijn drie kinderen op de toon van een drilsergeant te doceren dat ze trots moeten zijn op hun zwarte identiteit. Maar ze moeten wel op hun tellen passen. Dus demonstreert vader hoe je je handen gespreid op het dashboard van je auto moet leggen bij een verkeerscontrole. Zodat die blanke politieagenten kunnen zien dat je ongewapend bent.

The Hate U Give

Starr luistert wel naar haar vader. Maar ze is ook een gewoon meisje van zestien dat wel tien paar fonkelnieuw ogende sneakers in haar kast heeft staan en graag in de smaak valt bij haar medeleerlingen op de deftige Williamson Preparatory School. Zich onberispelijk gedragend geeft ze daar in haar eigen woorden ‘Starr version two’ gestalte. Haar aanpassingsvermogen werpt zijn vruchten af, want ze heeft zelfs een blank vriendje, de knappe, dromerige Chris, waar menig wit meisje haar om benijdt.

In het weekend is er weer ruimte voor ‘Starr version one’. Op een dansfeestje waar Starr haar Afro-Amerikaanse vrienden ontmoet, gaat er echter iets fout. Een paar jongens krijgen ruzie, waarbij een schot valt. Khalil, een jeugdvriend van Starr, geeft haar een lift met zijn auto om haar in veiligheid te brengen. Als hij wordt aangehouden en zijn papieren moet tonen, laat Khalil zich provoceren door het botte optreden van de blanke politieagent. Hij stapt op diens bevel uit de auto, maar steekt zijn arm door het raampje om bij wijze van grap een haarborstel te pakken. De agent ziet het voorwerp aan voor een wapen aan en vuurt met zijn haastig getrokken pistool drie keer. Khalil overleeft het niet.

Gelukkige mix
George Tillman Jr. heeft als filmregisseur zijn sporen verdiend als ambachtsman, niet vanwege zijn artistieke hoogstandjes. Zo vervaardigde hij in 2010 Faster, een actiefilm met veel schietgeweld waarin een ex-gedetineerde zijn vermoorde broer wil wreken en in 2015 The Longest Ride, een zwijmeldrama waarin een New Yorkse kunststudente verliefd wordt op een plattelandsjongen annex cowboy. Met The Hate U Give laat de Afro-Amerikaanse Tillman een mix zien van eerder getoonde vaardigheden in een relatief zachtaardige film die zich afspeelt in een wereld waarin haat, wrok, vooroordelen en geweld de toon zetten.

Die mix werkt goed. Tevens is dat de verdienste van de twintigjarige actrice Amandla Stenberg, die Starr Carter aanvankelijk eerder neerzet als een piepjonge, aaibare everywoman dan als een geëngageerd zwart meisje. Als verbijsterde getuige van de dood van haar vriend Khalil stort Starr zich bepaald niet hals over kop in de Black Lives Matter-beweging. Niet alleen omdat ze haar imago op school wil beschermen. Maar ook omdat ze om recht te doen aan haar onschuldige, vermoorde vriend het liefst alles over hem zou willen vertellen, inclusief de minder onschuldige dingen die hij deed. Dat laatste zou drugsdealer King, leider van The King Lords, een bende die in Garden Heights de lakens uitdeelt, niet bepaald leuk vinden. Juist door die twijfels van Starr, die zich pas gaandeweg meer durft uit te spreken, kan iedere kijker met haar meeleven. 

The Hate U Give

Iedereen verneukt?
De titel van de film en het gelijknamige boek van Angie Thomas verwijst naar Thug Life, de naam van de hiphopband met de fameuze Tupac Shakur als voorman. Shakur flirtte niet alleen met een crimineel imago, maar vroeg met het acroniem voor ‘The Hate U Give Little Infants Fucks Everybody’ ook aandacht voor de vicieuze cirkel waarin veel zwarte jongeren (en met hen de hele Amerikaanse samenleving) gevangen zitten. Ze groeien op met een negatief zelfbeeld in een wereld vol geweld, wat er vaak toe dat leidt dat ze in hun latere leven met al dan niet criminele activiteiten snel geld willen verdienen en dat versterkt dan weer de vooroordelen jegens hen.

Thomas schreef haar boek naar aanleiding van de dood van Oscar Grant, een 22-jarige, ongewapende Afro-Amerikaan die in 2009 door politiekogels om het leven kwam, en over wie de film Fruitvale Station werd gemaakt. Het uitspellen van het hele acroniem van Shakur zou een te lange titel opleveren. Bovendien vond Thomas’ uitgever het F-woord vermoedelijk niet geschikt voor het beoogde lezerspubliek van young adults, die eerder tot nadenken moesten worden aangezet dan opgehitst.

Maar nadenken of niet, Oscar Grant is wel dood. Datzelfde geldt voor onder anderen Trayvon Martin, Michael Brown en de twaalfjarige Tamir Rice, die eveneens slachtoffer werden van ongerechtvaardigd politiegeweld. Het filmpersonage Khalil kan niet worden losgezien van hun nagedachtenis. Alleen daarom al hoop je als kijker dat Starr Carter alsnog op de barricaden zal klimmen en dat ze Shakurs vicieuze cirkel, al was het maar in het klein, weet te doorbreken.

 

19 januari 2019

 

ALLE RECENSIES

House That Jack Built, The

***
recensie The House That Jack Built

De Seriemoordenaar en de Kunsten

door Suzan Groothuis

Een nieuwe Von Trier staat gegarandeerd voor controverse. Helemaal als het gaat om The House That Jack Built die verhaalt over een seriemoordenaar. Von Trier duikt in zijn binnenste en er ontvouwt zich een continu spel met de kijker, provocatief maar ook gortdroog. Helemaal geslaagd is The House That Jack Built niet, maar het lukt Von Trier wel om de kijker te ontregelen.

Half Cannes liep weg bij de vertoning van Von Triers The House That Jack Built. Daarmee belooft de film controverse en provocatie, net zoals Hereditary het predicaat “engste film ooit!” kreeg. Ok, The House That Jack Built is controversieel. Maar dat is iedere Von Trier-film. In al zijn films zoekt de Deen de grenzen op.

The House That Jack Built

Zoekende, ongelukkige mensen
Hij toont zoekende, ongelukkige mensen. In The Idiots zoeken normale mensen de idioot in zichzelf op. Ter ontsnapping aan een dwingende, eisende maatschappij. In Breaking The Waves offert een naïeve, kwetsbare vrouw zichzelf op. In Melancholia zien we het einde van de wereld naderen, waarbij de ene zus dat accepteert en de ander zich overgeeft aan angst. In Antichrist hoopt een koppel nader tot elkaar te komen, maar de natuur beslist gruwelijk anders. En in The House That Jack Built duiken we in de geest van een seriemoordenaar.

Matt Dillon speelt Jack en is met zijn strakke gelaat en dwingende ogen perfect gecast. Hij vertelt zijn verhaal in vijf hoofdstukken, ofwel incidenten. Kenmerkend voor Von Trier, die graag structuur aanbrengt in zijn films. Hoofdstukken zijn hem eigen en werken altijd toe naar een dwingende catharsis. Terwijl Jack vertelt hoe hij seriemoordenaar is geworden en hoe hij geleidelijk aan gedreven werd tot grootse werken, is hij in dialoog met Verge (Bruno Ganz). In de openingsscène horen we klotsend water, alsof de twee ergens doorheen ploegen. Later leren we waar ze zijn.

Duistere iconen
In Incident 1 zien we Jacks eerste moord. Hij ontmoet een dame (Uma Thurman) met autopech, die hem om hulp vraagt. Haar krik is kapot en moet gerepareerd worden. Met zichtbare tegenzin brengt Jack haar naar de dichtstbijzijnde monteur. Terwijl ze rijden confronteert ze hem misschien wel een seriemoordenaar te zijn. “Me getting in this car with you. You might as well be a serial killer. Sorry, but you do kind of look like one”. Een voorbode van wat komen gaat. En met een knipoog naar de krik (jack in het Engels) als moordwapen.

The House That Jack Built

Met de incidenten die volgen, worden Jacks daden intenser en gruwelijker. Hij leert om goed te wurgen. En zijn dwangmatigheden nemen af. Hij heeft niet meer de neiging om de plaats van het misdrijf tot in de puntjes te reinigen en eindeloos op bloedvlekken te controleren. In een vriezer vol pizza’s bergt hij zijn slachtoffers. Ondertussen blijft bij in dialoog met de mysterieuze Verge, die we niet zien maar horen. Ze hebben het over zijn OCD en wat hem dreef om te moorden. Maar het gaat ook over kunst, architectuur en filosofie. Volgens Verge is er zonder liefde geen kunst. Jack denkt er anders over: “The old cathedrals often have sublime artworks hidden away in the darkest corners for only God to see. The same goes for murder.”

De dialoog culmineert in een discussie over iconen, waaronder Jack ook zichzelf schaart. “As disinclined as the world is to acknowledge the beauty of decay it’s just as disinclined to give credit to those… no, credit to us, who create the real icons of this planet. We are deemed the ultimate evil. All the icons that have had and always will have an impact in the world are for me extravagant art.” Hij haalt verschillende voorbeelden aan, zoals de Stuka uit de Tweede Wereldoorlog. Een vernietigende duikbommenwerper, berucht om zijn snerende sirenes, die de bijnaam “Trumpets of Jericho” kregen.

Hoogmoedig epos
Als Verge Jack vervolgens uitmaakt voor Antichrist, schieten beelden van films van Von Trier voorbij. Hoogmoed? Misschien, maar ook een spel met de kijker. En dat is wat Von Trier met The House That Jack Built steeds lijkt te doen. Van expliciet geweld (vooral vrouwen moeten het ontgelden) tot een overdadig tableau vivant: hij duikt op extreme maar ook gortdroge wijze in de diepste krochten van de menselijke ziel. Von Trier speelt met een combinatie van ironie, zwarte humor en schokkend geweld. Zo is er een briljante scène waarbij Jack ontsnapt uit de handen van een agent. Terwijl zijn bloedrode busje wegrijdt, slingert er een lijk achteraan, een lange rode streep achterlatend. Fame van Bowie schalt uit de speakers.

The House That Jack Built

Toch wringt er iets bij The House That Jack Built. Want wat wil Von Trier nu precies zeggen? Er is een kritische blik op Trumps “Make America Great Again”, getuige de rode petjes die Jack en een gezin dragen en het lugubere gevolg dat dit familie-uitje krijgt. Vrouwen zijn Jacks voornaamste slachtoffers en worden niet bepaald vleiend neergezet: irritant, simpel en makkelijk voor te liegen. Kansloze, lege zielen in Jacks handen en totaal tegenovergesteld aan de empathische verbeelding van het lijden van vrouwelijke personages als Bess McNeill uit Breaking the Waves en Selma uit Dancer In The Dark. En dan is er het solistische betoog van Jack, dat overeenkomsten laat zien met Von Trier zelf. Beiden meesters in het manipuleren van hun publiek, perversiteiten niet schuwend.

Goddelijke Komedie
Met The House That Jack Built heeft Von Trier zijn eigen Goddelijke Komedie gemaakt, waar de megalomanie soms van af druipt. Tegelijkertijd weet je: het is Von Trier, hij speelt een spel met de kijker. En net wanneer je denkt dat hij er met het einde een potje van maakt, verrast hij weer.

Dit epos vol kunst, verderf, pijn en verdriet is uiteindelijk een zoektocht naar verlossing. Een zwart-komische zoektocht welteverstaan, waarbij Von Trier de kijker constant bespeelt. Zoals ook Jack zijn omgeving bespeelt. Dan weer briljant en dan weer potsierlijk; het is een film die verdeeldheid geeft maar wel stof tot nadenken levert. En dat kan je tegenwoordig niet van veel films zeggen.

 

8 januari 2019

 

ONDERTUSSEN, OP DE REDACTIE: Lars von Trier: gek of geniaal?

 

ALLE RECENSIES