House That Jack Built, The

***
recensie The House That Jack Built

De Seriemoordenaar en de Kunsten

door Suzan Groothuis

Een nieuwe Von Trier staat gegarandeerd voor controverse. Helemaal als het gaat om The House That Jack Built die verhaalt over een seriemoordenaar. Von Trier duikt in zijn binnenste en er ontvouwt zich een continu spel met de kijker, provocatief maar ook gortdroog. Helemaal geslaagd is The House That Jack Built niet, maar het lukt Von Trier wel om de kijker te ontregelen.

Half Cannes liep weg bij de vertoning van Von Triers The House That Jack Built. Daarmee belooft de film controverse en provocatie, net zoals Hereditary het predicaat “engste film ooit!” kreeg. Ok, The House That Jack Built is controversieel. Maar dat is iedere Von Trier-film. In al zijn films zoekt de Deen de grenzen op.

The House That Jack Built

Zoekende, ongelukkige mensen
Hij toont zoekende, ongelukkige mensen. In The Idiots zoeken normale mensen de idioot in zichzelf op. Ter ontsnapping aan een dwingende, eisende maatschappij. In Breaking The Waves offert een naïeve, kwetsbare vrouw zichzelf op. In Melancholia zien we het einde van de wereld naderen, waarbij de ene zus dat accepteert en de ander zich overgeeft aan angst. In Antichrist hoopt een koppel nader tot elkaar te komen, maar de natuur beslist gruwelijk anders. En in The House That Jack Built duiken we in de geest van een seriemoordenaar.

Matt Dillon speelt Jack en is met zijn strakke gelaat en dwingende ogen perfect gecast. Hij vertelt zijn verhaal in vijf hoofdstukken, ofwel incidenten. Kenmerkend voor Von Trier, die graag structuur aanbrengt in zijn films. Hoofdstukken zijn hem eigen en werken altijd toe naar een dwingende catharsis. Terwijl Jack vertelt hoe hij seriemoordenaar is geworden en hoe hij geleidelijk aan gedreven werd tot grootse werken, is hij in dialoog met Verge (Bruno Ganz). In de openingsscène horen we klotsend water, alsof de twee ergens doorheen ploegen. Later leren we waar ze zijn.

Duistere iconen
In Incident 1 zien we Jacks eerste moord. Hij ontmoet een dame (Uma Thurman) met autopech, die hem om hulp vraagt. Haar krik is kapot en moet gerepareerd worden. Met zichtbare tegenzin brengt Jack haar naar de dichtstbijzijnde monteur. Terwijl ze rijden confronteert ze hem misschien wel een seriemoordenaar te zijn. “Me getting in this car with you. You might as well be a serial killer. Sorry, but you do kind of look like one”. Een voorbode van wat komen gaat. En met een knipoog naar de krik (jack in het Engels) als moordwapen.

The House That Jack Built

Met de incidenten die volgen, worden Jacks daden intenser en gruwelijker. Hij leert om goed te wurgen. En zijn dwangmatigheden nemen af. Hij heeft niet meer de neiging om de plaats van het misdrijf tot in de puntjes te reinigen en eindeloos op bloedvlekken te controleren. In een vriezer vol pizza’s bergt hij zijn slachtoffers. Ondertussen blijft bij in dialoog met de mysterieuze Verge, die we niet zien maar horen. Ze hebben het over zijn OCD en wat hem dreef om te moorden. Maar het gaat ook over kunst, architectuur en filosofie. Volgens Verge is er zonder liefde geen kunst. Jack denkt er anders over: “The old cathedrals often have sublime artworks hidden away in the darkest corners for only God to see. The same goes for murder.”

De dialoog culmineert in een discussie over iconen, waaronder Jack ook zichzelf schaart. “As disinclined as the world is to acknowledge the beauty of decay it’s just as disinclined to give credit to those… no, credit to us, who create the real icons of this planet. We are deemed the ultimate evil. All the icons that have had and always will have an impact in the world are for me extravagant art.” Hij haalt verschillende voorbeelden aan, zoals de Stuka uit de Tweede Wereldoorlog. Een vernietigende duikbommenwerper, berucht om zijn snerende sirenes, die de bijnaam “Trumpets of Jericho” kregen.

Hoogmoedig epos
Als Verge Jack vervolgens uitmaakt voor Antichrist, schieten beelden van films van Von Trier voorbij. Hoogmoed? Misschien, maar ook een spel met de kijker. En dat is wat Von Trier met The House That Jack Built steeds lijkt te doen. Van expliciet geweld (vooral vrouwen moeten het ontgelden) tot een overdadig tableau vivant: hij duikt op extreme maar ook gortdroge wijze in de diepste krochten van de menselijke ziel. Von Trier speelt met een combinatie van ironie, zwarte humor en schokkend geweld. Zo is er een briljante scène waarbij Jack ontsnapt uit de handen van een agent. Terwijl zijn bloedrode busje wegrijdt, slingert er een lijk achteraan, een lange rode streep achterlatend. Fame van Bowie schalt uit de speakers.

The House That Jack Built

Toch wringt er iets bij The House That Jack Built. Want wat wil Von Trier nu precies zeggen? Er is een kritische blik op Trumps “Make America Great Again”, getuige de rode petjes die Jack en een gezin dragen en het lugubere gevolg dat dit familie-uitje krijgt. Vrouwen zijn Jacks voornaamste slachtoffers en worden niet bepaald vleiend neergezet: irritant, simpel en makkelijk voor te liegen. Kansloze, lege zielen in Jacks handen en totaal tegenovergesteld aan de empathische verbeelding van het lijden van vrouwelijke personages als Bess McNeill uit Breaking the Waves en Selma uit Dancer In The Dark. En dan is er het solistische betoog van Jack, dat overeenkomsten laat zien met Von Trier zelf. Beiden meesters in het manipuleren van hun publiek, perversiteiten niet schuwend.

Goddelijke Komedie
Met The House That Jack Built heeft Von Trier zijn eigen Goddelijke Komedie gemaakt, waar de megalomanie soms van af druipt. Tegelijkertijd weet je: het is Von Trier, hij speelt een spel met de kijker. En net wanneer je denkt dat hij er met het einde een potje van maakt, verrast hij weer.

Dit epos vol kunst, verderf, pijn en verdriet is uiteindelijk een zoektocht naar verlossing. Een zwart-komische zoektocht welteverstaan, waarbij Von Trier de kijker constant bespeelt. Zoals ook Jack zijn omgeving bespeelt. Dan weer briljant en dan weer potsierlijk; het is een film die verdeeldheid geeft maar wel stof tot nadenken levert. En dat kan je tegenwoordig niet van veel films zeggen.

 

8 januari 2019

 

ALLE RECENSIES

House With A Clock In Its Walls, The

***

recensie The House With A Clock In Its Walls

Doorsnee avontuur met durf

door Sjoerd van Wijk

Met gedurfde elementen biedt The House With A Clock In Its Walls meer dan een doorsnee familieavontuur. Toveren is hier meer dan verwondering, het is ook een beetje eng. Maar de aimabele personages zitten toch vast aan een standaardstramien in deze spookhuisattractie.

Lewis (Owen Vaccaro) trekt in bij zijn vreemde oom Jonathan (Jack Black) omdat zijn ouders zijn overleden. Jonathans huis is zo mogelijk nog vreemder, want er schuilen mysterieuze magische krachten in elke hoek. Al snel hoort Lewis een grote klok tikken in de muren. Geheimzinnige buurvrouw Zimmerman (Cate Blanchett) is ook vaak over de vloer. De twee volwassenen lijken op zoek te zijn naar de plek van deze klok, want er zijn duistere krachten met snode plannen in het spel. Uiteraard weten ze hun activiteiten niet lang voor Lewis te verbergen en wordt hij meegenomen in de wereld van magie. Samen proberen de drie de duistere krachten van de oude eigenaar Isaac Izard (Kyle MacLachlan) te stoppen. Ondertussen moet Lewis zich aanpassen aan de nieuwe school en leren omgaan met zijn verlies. 

The House With A Clock In Its Walls

Elegante betovering
Het mysterieuze huis vormt een statig decor voor de goedgebekte personages. Ondanks dat de acteurs niet uitblinken in hun spel, zijn ze allen perfect geschikt voor hun rol. Owen Vaccaro is veelbelovend als het ingetogen jongetje met onverwachte kracht. Samen met Jack Black in zijn welbekende typetje als goedgemutste excentriekeling vormt hij het hart van de film. Blanchett als strenge dame met air van mysterie en MacLachlan als innemend kwaad genie completeren het ensemble. Ze brengen de magie tot leven.

Dit is mede dankzij de elegantie waarmee het huis een eigen personage lijkt te vormen. Het zit vol merkwaardigheden, al dan niet in leven, zoals een zich als hond gedragende stoel of een glas-in-loodraam dat continu iets anders toont. Alles in een warme zweem van een lang vervlogen jaren vijftig die er nooit waren, door de toevoeging van soms subtiel anachronistisch aandoende curiosa. Zo wordt bijvoorbeeld de muffe kelder vol mechanische poppen lichtelijk unheimisch. 

Duistere durf
Ondanks dat The House With A Clock On Its Walls een familiefilm is, betekent het niet dat de personages niks lugubers overkomt. Scenarist Eric Kripke (maker van Supernatural) vult het scenario, gebaseerd op het gelijknamige boek van John Bellairs, met duistere fantasieën. Zo staat de film met een been in de dageraad en het andere in de nacht. Zaken als necromantie of deals met demonen brengen de spanning in deze magische spookhuisattractie. Ondanks dat Kripke durf toont, blijft hij juist teveel bij voorspelbare ontwikkelingen waar je de klok op gelijk kan zetten.

Zo werkt de film uiteindelijk toe naar een cartooneske ontknoping van de goeden versus de slechterik die komt na een race tegen de tijd. Daarnaast worden de geheimen van het huis te snel prijsgegeven, terwijl het langzaam ontdekken van de wondere wereld van magie juist de innemende momenten oplevert. 

The House With A Clock In Its Walls

Plastische attractie
Het is niet alleen Kripke die durf toont. De keuze om deze familiefilm te geven aan een horrorregisseur als Eli Roth is een ingenieuze zet. Roth, bekend van exploitatiehorror zoals Hostel, toont zelf uiteraard ook durf door iets buiten zijn gebruikelijke oeuvre te regisseren. Of hij de aangewezen persoon was om het avontuur niet alleen spannend maar ook griezelig te maken, is echter de vraag. Waar de wereld van magie er een van verwondering is, die van de omgeving een plek met onvermoede krachten maakt, lijkt deze voor Roth te veel een kermisattractie. Subtiel griezelige scènes gaan snel ten onder in plastische vertoning van wat er precies eng is, in plaats van dit aan de verbeelding over te laten.

Daardoor leveren bijvoorbeeld de levende Halloween-pompoenen eerder kolderiek hakwerk op dan de noodzakelijke angst voor het onbekende. Het is tevens niet het goede moment om Jack Black oneliners te laten maken. Daarom smaakt The House With A Clock In Its Walls naar meer, want er ligt onder de directe regiestijl en beproefde scenarioformules een spannend avontuur begraven.
 

25 september 2018

 
MEER RECENSIES

Hereditary

***

recensie Hereditary

Pionnen in een transcendent schaakspel

door Tim Bouwhuis

In het openingsshot van Hereditary zien we een verfijnde miniatuur van een groot landhuis. Het interieur beheerst de bewoners; levenloze vormpjes die verdwijnen in een groter geheel. Tot de camera langzaam inzoomt. We onze blik verleggen naar één van die vele kamers. En het levenloze tot leven komt.

Miniaturen als replica’s van de werkelijkheid, angstbeelden waarin je verdwalen kunt. Voorafschaduwingen van (of terugblikken op?) een nare familiegeschiedenis. Al snel schijnt één waarheid door: de bewoners zijn pionnen in een transcendent schaakspel. Veel keuze hebben ze ook niet. Zoals de filmtitel al insinueert liggen de wortels van het kwaad in het verleden. Zoveel wordt al zichtbaar op de katalyserende begrafenis van de mater familias. In de hoek van de rouwkamer kijkt een ongenode gast breed grijnzend toe. Het einde is slechts het begin.

Hereditary

Een valse tong
Hereditary is een ijzingwekkend effectieve genreflick, maar de echte spanningen van de film zitten niet in geestverschijningen of schrikeffecten (of hooguit die klikkende tong?). Full feature-debutant Ari Aster (zie voor zijn meest spraakmakende short The Strange Thing About the Johnsons) gebruikt de aanzienlijke speelduur om de conflicten binnen de familie Graham langzaam uit de hand te laten lopen. Hoogtepunt is een emotionele uitbarsting van Annie (Toni Collette), die zelfs haar rebellerende zoon Peter (Alex Wolff) verbijsterd achterlaat.

De vraag is wie hier wie imponeert – even lijkt Wolff vooral onder de indruk van de vurige Collette. En zo kruipen de acteurs wel vaker uit hun keurslijf. De hysterische reacties van Wolff, hoe ernstig de situatie ook is, laten zich nauwelijks meten met de angstaanjagende kalmte van Gabriel Byrne. Als bron van rust blijft zijn vaderpersonage vanzelfsprekend wat op de achtergrond.

Aster laat de kans liggen om meer met die dynamiek te doen: naarmate de film vordert, wordt de focus redelijk plichtmatig verlegd naar de toenemende bezetenheid van Peter.

Hereditary

Over de grens
Die bezetenheid komt uit de vroeg geopende doos van Pandora. Als de spiritueel gevorderde Joan (Ann Dowd) Annie een bloedlink voorstel doet, moet de modelscepticus daar in eerste instantie niets van weten. De moderne mens gelooft niet meer in contact met de doden. Tot er contact gemaakt wordt natuurlijk. De rigide distincties tussen geloof en ongeloof vervagen als de wereld van Hereditary steeds echter wordt. Angstaanjagender. En er geen priesters (The Exorcist) of markante demon hunters (de Warrens in de Conjuring-films) meer zijn om het kwaad te verdrijven.

Af en toe vergeet componist Colin Stetson in dat kader ook dat Hereditary vooral ook een heel subtiele slowburner mocht zijn. De drammerige geluidsband (denk Insidious) bij groteske taferelen zorgt ervoor dat Aster qua toon en opbouw soms iets te veel in de valkuilen van een James Wan trapt: sfeer wint altijd van bombast.

Zo bewijst ook de slotsequentie, waarin de beelden een bedriegende kalmte ademen, de wereld van Hereditary niet langer de wereld lijkt. Het is het werk van een regisseur die zijn filmgeschiedenis kent. Subversieve psychologie onder de mantel van het (on)bekende; ook voor Aster is het einde waarschijnlijk alleen maar het begin.
 

10 juni 2018

 
MEER RECENSIES

Homecoming (1945)

***

recensie Homecoming (1945)

Verwrongen erfenis

door Tim Bouwhuis

In de nazomer van 1945 arriveren twee orthodoxe Joden in een klein Hongaars dorpje. De nieuwkomers handelen bedachtzaam, gereserveerd: het leed dat ze meedragen vraagt om een gepast stilzwijgen. Voor de bewoners vertelt het plotse bezoek een heel ander verhaal. Terwijl de Joden met paard en wagen de omgeving intrekken, pakken donkere wolken zich samen boven een verzwegen dorpsgeschiedenis.

Voor Homecoming (1945) werkte regisseur Ferenc Török (Moscow Square) intensief samen met Gabor T. Szanto, de romanschrijver wiens kortverhaal aan de basis van de film stond. Szanto’s retrospectief (Hazatérés, 2004) op de Hongaarse verwerking van WO II verkent de grenzen van collectieve schuld: waar vervaagt de rol van het individu, en wordt een complete gemeenschap verantwoordelijk? Is verzoening überhaupt mogelijk als er zoveel afwijkende perspectieven op een verwrongen verleden zijn? Török toont de recente geschiedenis nooit direct. Wat we meekrijgen over het oorlogsverleden wordt bemiddeld door de dorpsbewoners. Stuk voor stuk geven ze hun eigen betekenis aan het bezoek van de Joden. De waarheid is het domein van de herinnering – nu al.

Homecoming (1945)

Er zijn er al twee
In stijlvol zwart-wit oogt de film een stuk gewichtiger dan hij inhoudelijk is. In het eerste kwartier is er nog een bruiloft op komst, op het platteland spreken arbeiders over het vooruitzicht van een nieuwe wereld. Na de oorlog mag er gedroomd worden. Het verloop van Homecoming (1945) schetst een weemoediger beeld. Op ideologisch vlak is er niets veranderd: antisemitisme sluimert, het vuur van het patriottisme woekert.

Een vlugge inventarisatie van het collectieve wantrouwen leert dat de twee Joden een voorbode zijn van ongeluk, misschien zelfs van meer Joden. Je herkent ze van verre, want een hoed dragen ze allemaal en een baard ontbreekt nooit. In de film zijn het opmerkingen in de marge, in context zijn het verhalen op zichzelf. Terwijl de angst van de dorpsbewoners verder gevoed wordt, onthaalt de vaderlandslievende Szentes (Bence Tasnádi) een oorlogsveteraan op een anders besloten feest.

Collectieve psyche
Vlekkeloos worden deze onderliggende sentimenten niet uitgespeeld. Török en Szanto geven hun dorpse personages eigenschappen en handelsmerken die om een bredere psychologische uitwerking vragen. Uitingen van hypocrisie, egoïsme en ongeremd patriottisme missen hun emotionele draagkracht door de generieke manier waarop de individuen zijn geschetst. Gezegd moet wel dat ook de korte speelduur en de beperkte reikwijdte van het narratief hier een rol spelen.

Homecoming (1945)

Homecoming (1945) overspant de loop van een enkele dag, en leent zich daardoor beperkter voor (karakter)ontwikkelingen op de lange termijn. Dat neemt niet weg dat een minder eenzijdige benadering de film goed had gedaan. De twee Joden dienen te nadrukkelijk als katalysators voor het collectieve reactievermogen van het dorp. De tragiek van hun eigen geschiedenis schemert constant door maar wordt nergens écht tastbaar.

Het weer als waarheid
De manco’s op vertellend vlak ten spijt is Homecoming (1945) een stijlvol gefilmd drama, dat tegelijk beklemt en betovert. De elegante zwart-wit fotografie van Elemér Ragalyi doet onder andere denken aan het bekroonde Ida (2013). Ook in die film komt het verleden tot leven omdat er sprake is van onverwerkt leed. Personages zoeken naar waarheid; persoonlijke waarheid (de Poolse Anna in Ida) of de collectieve waarheid van de dorpsbewoners. Als die al bestaat: na de broeierige en bloedhete namiddag op het Hongaarse platteland hangt de passende dreiging van een onweersbui in de lucht.
 

7 mei 2018

 
MEER RECENSIES

Have a nice day

***

recensie Have a nice day

Follow the money

door Ralph Evers

“Money makes the world go round”, zong Geddy Lee, de zanger van rockband Rush in 1985 al. Hoewel in dit kleine misdaadverhaal het geld zeker niet de wereld rondgaat, maakt het wel veel los in een anonieme Chinese stad. 

Have a nice day opent met strakke lijnen, een graphic novel, in een hedendaagse Chinese bouwput. De stof en het lawaai volgen op een citaat van Leo Tolstoi waarmee de film aan de kijker wordt voorgesteld. Overigens een grimmig citaat, waar een ieder voor zich en god tegen ons allen in doorklinkt. 

Have a nice day

Mozaïek
De film volgt de strapatsen van een zak met geld, in een wanhoopsdaad door loopjongen Xiao Zhang van zijn baas gestolen. Hij werkt voor een criminele organisatie en heeft geld nodig voor de mislukte plastisch chirurgische ingreep die zijn verloofde heeft ondergaan. Het nieuws van de roof verspreidt zich snel en het verhaal ontvouwt zich gedurende de nacht. De personages zijn vrij eendimensionaal neergezet, al kennen de dialogen soms een prettige soort hipheid en diepgang.

Die onverwachte mix in de personages werkt goed in dit misdaadverhaal. De regisseur is mede geïnspireerd door de Coen-broers, die eveneens uitblinken in het neerzetten van typetjes. Zo is de gangsterbaas Oom Liu treffend geportretteerd achter een wand vol lachende maskers, als een slechte kopie van een James Ensor. Sprekend over geld, dwazen en gekken, een vrij voor de hand liggende kritiek. De hele affaire leidt tot een dwaze gang van het geld, waar meer en meer mensen zich mee bemoeien.

Als een mozaïek ontwikkelt het verhaal zich. De over het algemeen kabbelende film, die qua tempo vooral te traag aanvoelt, kent plotselinge explosies van geweld en grappige wendingen. Daarnaast her en der opgeleukt met tegen het absurdisme aan schurkende fragmenten, zoals het in oud communistische stijl getekende paradijselijke visioen van Shangri-La. Een tweede manco is de vrij platte tekenstijl. Een stijl die doet denken aan de klare lijn en voldoende detail kent, maar te weinig indruk maakt, het geeft de personages te weinig karakter. Zo blijft Have a nice day over het geheel genomen flets. 

Have a nice day

Censuur
Regisseur Liu Jian wilde met zijn film een kritische noot kraken rond de snelle opkomst van het kapitalisme in China. Hij doet dit met een onderkoelde, donkere humor, die de autoriteiten toch niet zo zagen zitten. Zijn film is een tijdlang tegengehouden en moest her en der gecensureerd worden alvorens in China vertoond te mogen worden. Ook die versie is inmiddels geboycot. Kritiek geslaagd, film overleden.

Have a nice day doet op een bepaalde manier denken aan A Wonderful Night in Split. Ook een film waarin geld een hoofdrol speelt en je van de ene in de andere rare situatie terechtkomt. Waar de eerste haar charmante uitstapje heeft naar Shangri-La, komt de Kroatische film beter tot zijn recht, daar er onder meer meer aandacht besteed is aan de karakters.
 

24 april 2018

 
MEER RECENSIES

Hostiles

****

recensie Hostiles

Reis door land en ziel

door Alfred Bos

In deze western staat niet gebrek aan gezag centraal, maar gebrek aan empathie. Vertolkt door een sterke ensemble-rolbezetting trekt een multicultureel gezelschap door de Amerikaanse wildernis en wordt geconfronteerd met zichzelf.

De western is van alle tijden want hij gaat met zijn tijd mee. Het genre blijft regisseurs en publiek boeien omdat het een elementaire setting biedt: de menselijke natuur in een omgeving zonder regels. In de western bestaat er geen samenleving – hooguit in embryonale vorm: de ranch, de postkoetsherberg, het mijnstadje – en regeert het eigenbelang van het individu. Het gezag is afwezig, wetteloosheid regeert. Hoe te overleven?

Hostiles

In Hostiles (‘vijanden’) stelt regisseur Scott Cooper een andere vraag: hoe om te gaan met anderen? Zijn western gaat over moreel gedrag in een immorele wereld. Kapitein Joseph Blocker (Christian Bale) is een veteraan van de oorlog die het Amerikaanse leger in het laatste kwart van de negentiende eeuw voerde tegen de oorspronkelijke bewoners van het wilde westen. Hij heeft verschrikkelijke dingen gezien. En, in reactie daarop, gedaan. Hij haat indianen, punt. “Men heeft geen idee wat oorlog doet met een man”, mompelt hij.

Blockers laatste opdracht is om een krijgsgevangen Cheyenne-opperhoofd, Yellow Hawk (Wes Studi, Magua in The Last of the Mohicans), en diens familie te verplaatsen naar het land van zijn voorouders in Montana; de chief heeft terminale kanker. De tocht van Fort Beringer in de woestijn van New Mexico naar de Berenvallei aan de voet van de Rocky Mountains leidt door ongerept, dus wetteloos gebied. Een reeks van incidenten onderweg wrikt het morele anker van de kapitein los. De reis is – heel klassiek, we kennen het al van middeleeuwse ridderromans – een transformatie. Het is een reis door de ziel.

Hostiles

Revisionistische western
Hostiles is een variant op de revisionistische western die in de jaren zestig opgang deed. Daarin waren de indianen het slachtoffer van blanke agressie en niet andersom, zoals in de traditionele western. In Coopers film gaat iedereen gebukt onder het geweld. De kapitein is getekend door zijn verleden, het Cheyenne-opperhoofd wordt in de blanke blik gereduceerd tot primitieve wilde, pelsjagers verkrachten net zo vrolijk blanke als indiaanse vrouwen, Comanche-indianen zijn sadistische slangen en blanke landeigenaren vegen met het gezag, zelfs dat van de Amerikaanse president, hun reet af. Het is allemaal historisch correct.

In Hostiles zijn alle personages gegijzeld door hun rol in de primitieve samenleving. Ze hebben de waarden van hun stereotype geïnternaliseerd, ze zijn geworden wat de omgeving in hen ziet. Het heeft hun identiteit gevormd en misvormd. De film heeft als motto een citaat van D.H. Lawrence, in parafrase: Amerika is een hard land, want de Amerikaanse ziel is nooit ontdooid. Iedereen is de vijand van iedereen.

Kapitein Blocker wordt tijdens de reis gaandeweg zichzelf door de morele waarden die passen bij zijn stereotype – de matrix van vooroordelen waarin iedereen gevangen zit – laag voor laag af te schaven. Hij wordt daarbij geholpen door een weduwe, Rosalie Quaid (Rosamund Pike), wier familie in de proloog van de film door een bende Comaches is uitgemoord. En door een vroegere strijdmakker, Charles Wills (Ben Foster), zijn sergeant van dienst bij de slachtpartij van Wounded Knee. Die moordt na de oorlog nog steeds indianen uit en wordt tijdens een tussenstop in Fort Winslow in Colorado als gevangene aan het reisgezelschap toegevoegd.

Hostiles

Romeinse code
Zo heeft regisseur Cooper een microversie van de Amerikaanse samenleving op reis gestuurd door het overweldigende landschap: man, vrouw en kind (Little Bear, de kleinzoon van de chief, gespeeld door Xavier Horsechief); blank, indiaan en neger (Blockers korporaal Woodson, gespeeld door Jonathan Majors). De moraal van kapitain Blocker wordt gespiegeld in de gefossiliseerde ideeën van de blanke psychopaat, Wills; de ethiek van de Cheyenne in de wreedheid van de Comanches. De moraal van de film komt uit de mond van Blockers eerste sergeant, Thomas Metz (Rory Cochrane): “Wat we de indianen hebben aangedaan is onvergeeflijk.”

Kapitein Blocker is een moderne man, al beseft hij dat aan het begin van de film nog niet. Hij vertrouwt blind op zijn korporaal, een Afro-Amerikaan, die zijn flank dekt. Hij spreekt met de Cheyenne in hun taal. En zijn code is, interessant genoeg, niet de christelijke moraal van de bijbel. Zijn held is Julius Caesar, hij leest diens beschrijving van de veldtochten in Gallië in het latijn. De Romeinen beschaafden barbaren door ze op te nemen in het Romeinse Rijk, niet door dwang en genocide. Aan het slot van de film stapt Blocker, in burgerkloffie, op dat westernsymbool van de beschaving, de trein.

Scott Coopers vierde film (de regisseur viel eerder op met de psychologisch sterke en maatschappelijk geëngageerde films Crazy Heart, Out of the Furnace en Black Mass) is net te schetsmatig van opzet om te verbluffen. De film wil, heel politiek correct, alle ethische kwesties met evenveel gewicht aansnijden, maar houdt daardoor meer ballen in de lucht dan de verhaallijn aan kan. Dat is wellicht het resultaat van snoeiwerk in de montagekamer, waar de vier uur die de film aanvankelijk duurde is teruggebracht tot twee uur en een kwartier. We zien Hostiles graag nog eens terug op oorspronkelijke lengte, als tv-serie.
 

26 maart 2018

 
MEER RECENSIES

Hannah

***

recensie Hannah

Stilzwijgende afstandelijkheid

door Suzan Groothuis

In Hannah is de camera constant gefocust op de gelijknamige hoofdpersoon: we zien heel veel Charlotte Rampling. En Rampling spreekt met haar blik, haar beroemde grijsgroene, katachtige ogen. Een blik die diep gaat, maar erachter komen wat er speelt doen we niet.

73 is ze, Charlotte Rampling (Swimming Pool, 45 Years). En nog steeds een veelgevraagde actrice. Bang om ouder te worden is ze niet, in de documentaire The Look noemt zij het ouder worden voor een artiest “enriching”. Bewust is ze dan ook in het uitkiezen van haar rollen.

Hannah

In Hannah draait het om de gelijknamige hoofdpersoon. Een vrouw op leeftijd, een zekere waardigheid uitstralend. Ze maakt de maaltijd klaar voor haar en haar man. Zwijgend zitten ze tegenover elkaar. Hun laatste avondmaal samen, blijkt later.

Want haar echtgenoot moet de gevangenis in. Stilzwijgend vergezelt Hannah hem, om afscheid te nemen van het leven dat ze hadden. Ze moet alleen verder, de bezoekjes aan haar man daargelaten. De camera volgt Hannah in haar dagelijkse structuur, die niet anders is dan dat het was. Althans, zo pretendeert zij. Hannah spreekt zich niet uit, alsof er nooit iets gebeurd is. De ramen van het huis waar ze schoonmaakt poetst ze nog net zo nauwkeurig als voorheen. Thuis bereidt ze haar maaltijden en ontfermt zich over haar hond. Alleen in de acteerlessen die ze volgt laat ze heel voorzichtig zien wat zich in haar schuilhoudt.

De grens van realiteit en ontkenning
Het leven van Hannah wordt in zorgvuldige composities geregistreerd. We zien haar onlosmakelijk verbonden met haar omgeving: thuis, werk, de metro, de acteerschool. In zichzelf gekeerd, de dialoog niet opzoekend. Maar dat ze worstelt is duidelijk: haar blik laat pijn en eenzaamheid zien, verborgen door trots en ontkenning.

Naarmate de film vordert komen we weinig te weten over de aanleiding van de arrestatie van haar man. De Italiaanse regisseur Andrea Pallaoro kiest bewust voor een schemergebied. De spanning zit ‘m niet in erachter komen wat er is gebeurd, maar wat er in Hannah’s hoofd gebeurt. Als kijker staan we in haar schoenen en zien we toe hoe een gevoel van machteloosheid haar overmeestert.

De kijker blijft in het ongewisse over Hannah’s aandeel in het gevangenschap van haar man. Wat weet ze en in hoeverre is ze medeplichtig? Zo is er een scène waarbij er aangebeld wordt bij haar thuis. Een vrouwenstem spreekt haar toe, naar het schijnt over het vermeende incident, en vraagt Hannah de deur te openen. Maar zij blijft als bevroren staan.

Terwijl Hannah in ontkenning is, zijn er gebeurtenissen die haar wankele leven nog meer uit evenwicht brengen. De bezoeken aan haar man, die een schim lijkt van wie hij was. Geen contact met hun zoon. En wanneer Hannah een verrassingsbezoek aan haar kleinkind wil brengen, wordt haar resoluut de toegang geweigerd.

Hannah

Stille wateren
Als kijker wil je het graag, in het hoofd van Hannah kruipen. Weten wat ze voelt, wat ze denkt, de dialoog met haar opzoeken. Maar Pallaoro laat ons in het luchtledige. We zien slechts flarden van Hannah’s ware emoties: zich kapot huilen als ze haar kleinzoon niet mag zien. Of haar bezoek aan een gestrande walvis aan de Belgische kust, een opzichtige metafoor voor haar eigen leven dat vastgelopen is.

We zien vooral leegte en afstandelijkheid. De beelden zorgvuldig rondom Hannah geconstrueerd, waarin ze niet teveel in donkere tinten kan opgaan: zoals het gebruik van opzichtig geel in de ballonnen die de tuin van haar kleinkind sieren. Er is nog kleur in het leven, lijkt de film te willen zeggen. Maar Hannah zit in een schemergebied, weifelend tussen er zijn en willen verdwijnen.

Toch beklijft Hannah’s tragedie niet. Hannah is uiteindelijk een afstandelijke, stilzwijgende registratie van een vrouw die vastloopt. Mooi neergezet door Rampling, dat wel, maar niet vernieuwend of bijzonder. Een soortgelijke rol had ze in François Ozon’s Sous le sable, waarin ze een weduwe speelt die niet met het verlies van haar man kan omgaan en in ontkenning is. Daar raakte en ontroerde er iets. Misschien is dat wel het grootste probleem van Hannah: de film pretendeert Ramplings blik te doorgronden, maar treedt slechts stille wateren tegemoet.
 

19 februari 2018

 
MEER RECENSIES

Happy End

***

recensie Happy End

Pessimisme over de huidige tijd

door Yordan Coban

In Happy End brengt Michael Haneke eerder gebruikte elementen terug op het witte doek. Euthanasie, verborgen seksuele verlangens, ontmenselijking van media in een digitale wereld, onverschilligheid van de bourgeoisie tegenover vluchtelingen en ongelijkheid zijn allemaal thema’s die centraal staan in dit duistere familiedrama.

Het werk van de Oostenrijkse filmregisseur bevat altijd een diepgewortelde donkere Freudiaanse kant van het leven, loerend onder een kalm oppervlakte, wachtend om tot eruptie te komen. Happy End kent relatief weinig schokkende momenten zoals die wel terug te vinden zijn in Benny’s Video (1992), La Pianiste (2001), Caché (2005) en Amour (2012). De film draait wel om dezelfde tragiek maar alle gruwelijkheden gebeuren buiten beeld of op een niet schokkende manier. 

Happy End

Dehumanisatie van media
Happy End is een familiedrama over de familie Laurent waarin elk familielid serieuze persoonlijke problemen heeft. De film begint door de lens van de telefoon van dochter Eve (Fantine Harduin), die registreert hoe zij haar hamster tot sterven brengt met een dodelijke dosis antidepressiva. Hetgeen slechts een test was voordat ze ook haar moeder op dezelfde manier vermoordt. Eve is van nature een stil meisje met een groot kwaad in zich dat zich slechts door de lens van haar camera toont.

Het idee dat media ons ongevoelig maken en ons vermogen van empathie wegnemen is een idee waarmee Haneke meer speelt in zijn films. In Benny’s Video is duidelijk te zien hoe alle menselijkheid kan verdwijnen door de afstandelijke weergave op een scherm.

Ook heeft de overvloed aan stimulerende beelden in de media ons vermogen om geschokt te zijn verdoofd. Elke dag nieuwe beelden over Syrië en de vluchtelingencrisis doen ons vergeten van de werkelijke misères die daar achter schuilen. Een idee wat ook sterk uitgewerkt is in David Cronenberg’s Videodrome (1983).

Gedeeld universum
De rest van de familie bestaat uit Eve’s overspelige vader Thomas (Mathieu Kassovitz), zijn zakelijke prestige gedreven zus Anna (Isabelle Huppert), haar vriend Lawrence (Toby Jones) en haar verwende rebelse zoon Pierre (Franz Rogowski). Net zoals Zvyagintsev dit jaar in Loveless is Haneke pessimistisch over het huidige moderne leven. In zijn wereld zijn alle familieleden harteloos en onverdraagzaam. Internet heeft ons een kouder bestaan gegeven en social media dienen als een uitlaatklep van onze bijna dierlijke impulsen, zo stellen beide regisseurs.

Happy End

Over de films van Quentin Tarantino bestaan theorieën die een gedeeld universum voor zijn films suggereren. Dit zou ook waar kunnen zijn voor de films van Haneke. Hij koppelt de grootvader van het gezin George Laurent aan het personage George uit Amour door ze dezelfde geschiedenis te geven. Beide worden gespeeld door de eigenlijk gepensioneerde Jean-Louis Trintignant, hebben Isabelle Huppert als dochter en hebben hun vrouwen doen sterven nadat zij dement werden. Happy End zou als een tragisch vervolg op Amour beschouwd kunnen worden.

Haneke heeft in Happy End veel te zeggen maar zegt het niet half zo krachtig als hij in Caché, Amour en La Pianiste deed. Alle thema’s van zijn vorige films komen in Happy End bij elkaar, maar hij mist daardoor enige focus. Haneke lijkt net iets te veel op zijn bord te scheppen en laat de kijker zoals gebruikelijk met veel vragen en ruimte voor interpretatie achter.
 

14 november 2017

 
MEER RECENSIES

HHhH – The Man with the Iron Heart

**

recensie HHhH – The Man with the Iron Heart

Het blonde beest speelt viool

door Alfred Bos

De aanslag op nazileider Reinhard Heydrich, Hitlers hoogste man in Tsjechië, is gevonden vreten voor makers van spionage, actie en oorlogsfilms. Maar aan de Franse regisseur Cédric Jimenez lijkt het nauwelijks besteed.

Reinhard Heydrich is de archetypische nazi. De gedoodverfde opvolger van Hitler stond bekend als ‘de slager van Praag’ en ‘het blonde beest’; Hitler zelf noemde hem ‘de man met het hart van staal’. Hij was de hoogste leider van de SD (Sicherheitsdienst, de inlichtingendienst van de nazi’s) en de architect van de Endlösung, de systematische vernietiging van Joden en andere ‘ongewenste elementen’. Hij stierf op 4 juni 1942 in Praag aan de gevolgen van een aanslag die negen dagen eerder was gepleegd door twee Tsjechische spionnen.

HHhH - The Man with the Iron Heart

Heydrich was de hoogste nazi in het bezette Tsjechië en de geslaagde aanslag was een groot succes voor de geallieerden – de enige succesvolle poging om een nazi-kopstuk te elimineren – maar de Duitsers namen gruwelijk wraak op de lokale bevolking. De dorpen Lidici en Ležáky werden uitgemoord en in brand gestoken; Lidici letterlijk met de grond gelijk gemaakt. Over het strategische belang van Operatie Anthropoid, de codenaam van de operatie, en de impact op het verloop van de Tweede Wereldoorlog verschillen historici van mening. Eén ding is zeker: Hitler moest op zoek naar een nieuwe kroonprins.

Himmlers Hersens heten Heydrich
Al tijdens de oorlog werd er in films verwezen naar de aanslag, als eerste door Fritz Lang in Hangmen Also Die! (1943). Ook na de oorlog is het verhaal van de moord op Heydrich en de twee Tsjechische soldaten die door de Engelsen in de Bohemen werden gedropt, Jan Kubiš en Jozef Gabčík, diverse malen verfilmd. Atentát van de Tsjechische regisseur Jiří Sequens opende in 1964 de reeks.

Vorig jaar nog maakte de Engelsman Sean Ellis (Metro Manilla) het niet in Nederland uitgebrachte Anthropoid. HHhH – The Man with the Iron Heart van de Fransman Cédric Jimenez is gebaseerd op het gelijknamige succesboek van de Franse schrijver Laurent Binet. Dat was tevens de bron van de documentairereeks Himmlers Hersens heten Heydrich, eerder dit jaar uitgezonden door de VPRO.

Jimenez graast met HHhH op afgekloven weiden. Deze Belgisch-Franse coproductie compenseert dat met gekende acteurs in de hoofdrollen: Jason Clarke als Heydrich, Rosamund Pike als diens loyale en politiek bewuste echtgenote Lina, geboren Von Osten, en Stephen Graham als Himmler. In de internationale rolbezetting vinden we Barry Atsma terug in een minieme bijrol als SS-commandant. De film is dus voer voor het spelletje Spot The Barry (voorlaatste entry: The Hitman’s Bodyguard).

Overgestileerde videoclip
De voorgeschiedenis, omstandigheden en historische details zijn complex en HHhH vertelt het verhaal wel zo overzichtelijk, maar ook een beetje stijf, in drie delen: Heydrich, de daders en hun handlangers, en de aanslag plus nasleep. Heydrich zelf blijft een raadsel: zijn loopbaan wordt in vogelvlucht aangestipt, zijn motieven blijven onduidelijk, zijn karakter is geschetst in grove clichés. De man is een artistiek aangelegde estheet (hij speelt viool met zijn familie) én een calculerende fijnslijper. Clarke kan het personage ook nauwelijks reliëf geven, want de regisseur vertelt via beeld, niet via dialoog die exposé en psychologie uitdiept.

HHhH - The Man with the Iron Heart

De beelden zijn pseudo-artistiek op een nietszeggende manier, gefilmd met lens flare, vaak via spiegels en in veel onnodige close-ups die diepgang suggereren maar de kijker geen overzicht, laat staan inzicht bieden. Opmerkelijk genoeg is het portret van Heydrichs vrouw Lina nog het meest geslaagd: Pike zet haar neer als een ambitieuze Macher, de sterke vrouw achter de carrièreman. Wat ook niet helpt is dat Kubiš en Gabčík, de twee Tsjechische verzetshelden (gespeeld door respectievelijk Jack O’Connell en Jack Raynor), zoveel op elkaar lijken dat het broers hadden kunnen zijn. Misschien is dat het punt, maar niet bevorderlijk voor de inleving van de toeschouwer.

Aan een onderwerp zo rijk aan drama als leven en dood van het meest beruchte nazi-monster valt meer te beleven dan het fletse docu-drama dat Cédric Jimenez opdient. Deels gefilmd in de nerveuze stijl van de smartphone-filmpjes op YouTube probeert HHhH te behagen waar hij de kijker naar de strot had moeten grijpen. Dat een aantal details rond de aanslag zelf zijn verzonnen, is de regisseur vergeven. Dat hij uit dit brisante materiaal slechts een overgestileerde videoclip van twee uur weet te destilleren, mag je hem aanrekenen. Wie een meer beklijvende film over de aanslag op Heydrich wil zien: ga op zoek naar Anthropoid.
 

10 oktober 2017

 
MEER RECENSIES

Hitman’s Bodyguard, The

**

recensie The Hitman’s Bodyguard

Anti-buddy film met hoge body count

door Alfred Bos

Met Amsterdam en Den Haag als voornaamste decor weet deze actiefilm niet of het parodie, screwball comedy, Hong Kong-knokfilm, buddy movie of Tarantino-kloon moet zijn en dus is het van alles een beetje en van niets genoeg.

In de Amsterdamse grachten kun je met boten scheuren, op het filmdoek althans. Dick Maas deed het met Amsterdamned (1988), doorsneden met een paar tussenshots gedraaid in Utrecht. In 1971 haalde de middelmatige genrethriller Puppet on a Chain de Nederlandse kranten vanwege een lange achtervolging door grachten en Amstel. En zes jaar daarvoor konden de vaderlandse paparazzi zich vergapen aan de Italiaanse diva Monica Vitti, in Mokum voor de spy-fi thrillerparodie Modesty Blaise.

The Hitman’s Bodyguard

Naast de Amsterdamse grachten staan dus zelden camera’s te draaien voor bloedstollende actie te water met woonboot vermorzelende hekgolven. En of het nu komt door de kwaliteit van de Amsterdamse wiet of de eerbied voor zoveel cultureel erfgoed per vierkante meter, tot beklijvende films heeft het nimmer geïnspireerd. Ook de laatste uit de korte reeks kanaalkrakers heeft weinig meer te bieden dan melig vertier voor een regenachtige zondagmiddag. Al geeft The Hitman’s Bodyguard wel een aardige variant: motor achtervolgt auto die boot achtervolgt.

Rijksmuseum
Deze B-film met A-lijst acteurs is het derde vehikel van Patrick Hughes, de man die drie jaar terug de reünie van knokfilmveteranen The Expendables 3 aan een sterke finale hielp. In wezen is The Hitman’s Bodyguard een anti-buddy film rond twee tegenpolen die tot elkaar zijn veroordeeld. De huurmoordenaar is Darius Kincaid (Samuel L. Jackson), zijn lijfwacht Michael Bryce (Ryan Reynolds), ingehuurd omdat Kincaid als kroongetuige moet worden beschermd tegen de aanslagen op zijn leven door de Oost-Europese tiran Dukhovich (Gary Oldman). Die staat in het Internationaal Strafhof in Den Haag terecht voor misdaden tegen de menselijkheid.

De weg van het Engelse Coventry, plaats van de eerste aanslag op Kincaid, naar Den Haag leidt via Amsterdam, dat wordt getypeerd door bloemen, fietsen en toeristen. Daar zit Kincaids echtgenote Sonia (Salma Hayek) in een Interpol-cel met uitzicht op het Rijksmuseum, waar de toeristen niets merken van het kat-en-muisspel tussen Dukhovichs mannetjesputters, de huurmoordenaar en diens lijfwacht. Via de Jan Luijkenstraat gaat het naar de grachtengordel en vandaar via Duinrel en de Haagse tram naar het Internationaal Strafhof voor de finale. Met de stapel lijken die en route wordt achtergelaten kun je een dijkbreuk stremmen.

The Hitman’s Bodyguard

Hypergeweld
Tussen al het gejakker en geknal door voeren Kincaid en Bryce een reeks van Tarantineske gesprekken. Die schetsen de achtergrond van het tweetal, tevens gevisualiseerd door flashbacks, en moeten het hypergeweld kruiden met humor. Maar dit is geen Pulp Fiction, wel pulp-fictie, en de dialogen zijn naast langdradig bij vlagen tenenkrommend niet-leuk. Jacksons parodie op het stereotype van de vuilbekkende bluffer dat hij zelf creëerde doet evenwel weldadig aan vergeleken bij het neurotische flegma van Reynolds gentleman actieheld. Hij is geen George Clooney, zoals The Hitman’s Bodyguard geen Ocean’s Twelve is (al probeert de soundtrack met Bobby Bland en Chuck Berry het wel). En Hughes geen Steven Soderbergh.

Alsof de champagne nog niet genoeg schuimt is er ook nog een tweede romantische subplot: Interpol-agente en lid van Kincaids beveiligingsteam Amelia Roussel (Elodie Yung) is door toedoen van (niet verklappen, want spoiler) de ex van lijfwacht Bryce. Die krijgt na alle dwaze avonturen het meisje terug, zoals Barry Atsma in zijn tweede Engelstalige filmrol als aanklager Moreno de boef Dukhovich achter de tralies krijgt. Maar dan zijn we twee uur verder en regent het buiten hopelijk niet meer.
 

15 augustus 2017

 
MEER RECENSIES