****
recensie Het hart van Amsterdam
Veertig jaar penoze in een fascinerend insidersbeeld
door Bob van der Sterre
Begin jaren tachtig begonnen filmmakers Arnold-Jan Scheer en Roy Dames op de Wallen de Amsterdamse penoze te filmen. Veertig jaar later werkten ze na een crowdfundingsactie deze beelden uit in het geslaagde portret Het hart van Amsterdam.
Wie wil dat nou niet, een film over de Amsterdamse penoze? We kijken naar het vroege soort penoze dat in softdrugs deed, nog niet zo over lijken ging als de georganiseerde misdaad die toen langzaam opkwam, maar zich vooral presenteerde als een vriend van de buurt.

De Wallen als concentratie van kleine misdaad
Deze criminelen zaten in softdrugs, prostitutie en casino’s. Ze concentreerden zich rondom de Wallen in de Nieuwmarktbuurt. Een sportschool met sterke jongens was voldoende om overal druk uit te oefenen.
De mooiste namen vliegen je om de oren: Mooie Manus, Frits van de Wereld, Zwarte Joop, Parijse Leen, Utrechtse Gonnie, de Bollenbakker. Ze zaten gezellig jenevers te klokken in een barretje aan de Zeedijk. “Vroeger was een andere tijd. Als er wat gebeurde, was het elkaar een paar stompen geven en daarna zaten ze een biertje te drinken.”
De Wallen waren lang een eigen ecosysteem binnen Amsterdam met veel (klein) misdadige rafelrandjes. Journalist Bas van Hout groeide er op en legt het als volgt uit: “Er was geen wetgeving, het was een soort sociaal vacuüm waar alles kon. Niemand die aan mij vroeg: wat doe jij eigenlijk?” Henk de Vries, uitbater van The Bulldog: “Je liep amper buiten de Nieuwmarkt en je werd verguisd en vergald als: Je komt uit een smerig getto.”
Een pittig wereldje waar hardheid de boventoon voerde. “Mijn vader was ook lief… Maar af en toe sloeg ie me de tering.” Met een eigen logica: “De een hep het een beetje beter gedaan, de ander heeft het wat slechter gekregen.” En: “Vroeger dachten we dat wij de boeffies waren. Nu zijn we de netste en fatsoenlijkste mensen die hier in de buurt rondlopen.”
We kijken ook naar souteneurs en sekswerkers die rondom de Wallen opereerden. Zoals de twee zussen Louise en Martine Fokkens die uitleggen hoe uitpezen werkte. Of sekswerker Rob die het twintig keer per dag zeven dagen per week deed op een podium: “Ik voelde me net een Febo-kroket.”
Frits van de Wereld en Zwarte Joop
De film focust zich vooral op de twee criminelen die gedijden bij het gebrek aan aandacht van de politie voor deze buurt. Frits van de Wereld – die rondom de Zeedijk opereerde – en Zwarte Joop – die Casa Rosso begon op de Oudezijds Achterburgwal. En of Frits nou in heroïne zat? Zelf ontkende hij dat ten stelligste: “Als ik ooit 1 gulden aan heroïne verdiend hep, hoop ik dat ze me twintig jaar lik geeffe.”
Zwarte Joop introduceerde seksbars als Casa Rosso en later ook luxe casino’s. Hij was een ‘innovatieve’ penoze. “Het was toen half illegaal, we hadden een alarmsysteem voor als er iemand van de zedenpolitie kwam, dan werd de porno vervangen door een tekenfilm.”
De verhalen rondom deze casino’s zijn bijna een speelfilm, zegt Bas van Hout, die er middenin zat. Hij begon er al op zijn twaalfde als croupier en herkende veel toen hij Casino zag. “Ik heb miljoenen naar Zwitserland gebracht.” Frits van de Wereld reageerde met zijn eigen gokhuis: Mata Hari.
Soms was het toch wel grimmig, zoals met een grote brand in een van de casino’s, die aangestoken werd door een ex-werknemer. Daarnaast klopte de meer georganiseerde misdaad van Klaas Bruinsma steeds meer op de deur. Dat zou uitlopen op de gangsteroorlogen in de jaren negentig.

Bar en boos: de jaren tachtig en de Zeedijk
De geplande documentaire in de jaren tachtig van Scheer en Dames kwam nooit af. Maar het laten sudderen van het materiaal kan soms goud waard zijn. Want ze bleven filmen, deden nog diverse interviews later en rondden het project af, waardoor je een vrij compleet en fascinerend insiders-beeld krijgt van de Amsterdamse penoze.
Een voordeel hiervan is bijvoorbeeld dat de film diverse unieke beelden bevat van de jaren tachtig, toen het echt bar en boos was rondom de Zeedijk. Een typisch beeld is als ‘Petertje’ bij ‘ome Frits’ geld komt vragen voor zijn verslaving. “Hij was een van de vriendjes van m’n soon.”
De buurt raakte verpauperd. Frits van de Wereld geeft zelf een rondleiding. “Alles is verrot en kapotgemaakt.” Ingevallen huizen, overal hout voor de ramen, restaurants en cafés gingen dicht. Maar wel overal junks en dealers. “Het was de hele dag: Bruin-wit… Dan zeg ik: de bakker is daar.”
Een serie?
Journalistiek is het nooit goed om te dicht op je onderwerp te zitten. Je krijgt al snel weinig-kritisch ouwe-jongens-krentenbrood.
Maar ook dat levert een fascinerend beeld op van een subcultuur die niet vaak aan het woord is. Er is veel genietbaars aan een passieproject als deze film. Bijna alles is goud, het Amsterdams, de karakters, de dialogen, de archiefbeelden. En zelfs wel wat gevoelige momenten, zoals de verhalen van de kleinzoon van Frits van de Wereld.
Een nadeel is wel dat er veel in weinig tijd wordt geperst. Het verhaal gaat hierdoor aldoor alle kanten op met heel veel karakters en geschiedenissen. Ik zeg het niet snel maar een serie had hier wonderen gedaan. Met hoofdstukken over softdrugspenoze, casino’s, prostitutie, georganiseerde misdaad, jaren tachtig heroïnegolf, heden, etc.; dat zou nog meer smullen zijn geweest.
22 mei 2026
Meer Amsterdam? Lees Camera Obscura Special: Filmstad Amsterdam.










Je kunt er donder op zeggen dat hoofdpersoon Norville Barnes (Tim Robbins) het bedrijfsgebouw binnenwandelt op het moment dat Waring Hudsucker (je zou maar zo heten) zijn einde tegemoet paradeert. De snode uitvoerenden hebben hun talentloze interim te pakken. Norville blijkt alleen een stuk slimmer dan de heren voorzagen, want na zijn intrede (“hoe kon deze man zo laag beginnen en zo hoog eindigen”, opent de voice-over) volgt al snel de scène waar de film mede bekend om staat.







