Hurricane, The

The Hurricane (1999) met Denzel Washington
Onschuldig achter tralies

door Ries Jacobs

Op 17 juni 1966 hield een politieagent bokslegende Rubin Carter aan tijdens een routinecontrole. Op zich niet onalledaags, in het racistische Amerika van die tijd waren Afro-Amerikanen veelvuldig het doelwit van discriminerende wetsdienders. Het voorval zou snel vergeten zijn als er die nacht niet in een bar vlakbij drie mensen waren vermoord en de schutters bovendien geïdentificeerd waren als gekleurd.

Door op de verkeerde tijd op de verkeerde plaats te zijn, brachten Carter – bijnaam The Hurricane – en zijn chauffeur John Artis de twintig jaar die volgden in de gevangenis door. Dit was niet de eerste keer dat de bokser in het gevang belandde. The Hurricane (1999) verhaalt over hoe Carter zijn tienerjaren grotendeels achter tralies doorbrengt. Hij komt er binnen als straatschoffie en gaat eruit als een vechtmachine.

The Hurricane (1999)

Daarnaast concentreert regisseur Norman Jewison zich op de geschiedenis van Lesra Martin. De zwarte tiener uit Toronto is zo geïnspireerd door het verhaal van de bokser die onterecht vastzit dat hij er zijn levenswerk van maakt om hem vrij te krijgen. Beide verhalen lopen door elkaar en worden niet altijd chronologisch verteld, wat de film in het begin soms enigszins verwarrend maakt. Het wekt de nieuwsgierigheid van de kijker, die langzaam de puzzelstukjes in elkaar kan passen.

Racistische jury
Jewison kiest ervoor om er geen rechtbankdrama van te maken (in 1979 regisseerde hij de rechtbankfilm And Justice for All), maar zich te concentreren op het institutioneel racisme dat (zeker in de tijd) diep in de Amerikaanse samenleving geworteld is. De van oorsprong Canadese filmmaker reisde in de late jaren veertig door het zuiden van de Verenigde Staten en was geschokt door de openlijke segregatie. Het thema komt vaker terug in zijn films, onder andere in In the Heat of the Night (1967) en A Soldier’s Story (1984).

De regisseur bundelt honderden jaren van onrecht en leed in het karakter Rubin Carter, een rol die Denzel Washington natuurlijk op het lijf geschreven is. Hij moest de Oscar in 2000 aan Kevin Spacey laten, maar won wel de Golden Globe. De Carter die we zien in de film is emotioneel, doorleefd en compleet geloofwaardig.

Over de geloofwaardigheid van de film als geheel is al jaren discussie. Niet vreemd als je over een dermate controversieel onderwerp verhaalt, bijna een kwarteeuw eerder kreeg Bob Dylan ook kritiek nadat hij het nummer The Hurricane uitbracht. Het lied komt meerdere malen terug in de film. Bovendien laten Jewison en zijn scripschrijvers vooral de emotie spreken en houden ze zich minder bezig met de vraag of hun verhaal de realiteit wel weerspiegelt. Zo zou Carter in 1964 door toedoen van een racistische jury een wedstrijd om de wereldtitel tegen Joey Giardello op punten hebben verloren. In werkelijkheid was Giardello die dag de betere bokser.

Levenslange vete
Vooral wat betreft het handelen van rechercheur Vincent DeSimone nemen de filmmakers een loopje met de werkelijkheid. The Hurricane suggereert dat de politieagent een levenslange vete had met Carter en hem het gevang in wilde luizen. Dit idee is eenvoudigweg niet correct. Voor die beruchte nacht in juni 1966 hadden de twee elkaar nog nooit ontmoet. Wellicht is het daarom dat de naam DeSimone in de film gewijzigd is in Della Pesca.

The Hurricane (1999)

Wel correct (genoeg) weergegeven is de geschiedenis van Lesra Martin. De begeesterde tiener speelde samen met drie vrijwilligers een belangrijke rol in de vrijlating van Carter en Artis, al krijgt het personage een wel erg prominente rol in The Hurricane. Maar ach, het is Hollywood en het verhaal van vier sympathieke progressieve Canadezen doet het goed bij het publiek. Het draagt, gecombineerd met gedreven acteerwerk en een oerdegelijk (zij het niet helemaal realistisch) script, bij aan het voortreffelijk staaltje vakmanschap dat The Hurricane is.

Kijk hier wanneer The Hurricane draait.

 

10 juli 2022

 

Meer Sidney Poitier & Denzel Washington

Hero, A

****
recensie A Hero
Eerlijkheid duurt het langst

door Yordan Coban

In de nieuwe profetische film A Hero van Asghar Farhadi doet zich een Kantiaans dilemma voor dat zich kenmerkt door een merkwaardige ironie. De Iranese regisseur keert terug naar zijn geboorteland en schijnt een licht op de culturele verwikkelingen die momenteel de regisseur zelf ook in de greep nemen. 

Het draait allemaal om het waargebeurde verhaal van de gedetineerde schuldenaar Rahim Soltani (gespeeld door Amir Jadidi), die tijdens zijn verlof een gevonden tas gevuld met goud terugbrengt bij de bank. Zijn eerzame daad levert hem beroemdheid op. Niet iedereen reageert echter even enthousiast op zijn versie van het verhaal. Als kijker kan je daar aanvankelijk geen begrip voor opbrengen omdat Rahim zich bijzonder sympathiek voordoet. Naarmate de film zich verder ontvouwt, begint daar verandering in te komen. Nieuwe informatie wordt stapsgewijs aan het feitenrelaas gevoegd, waardoor morele beoordelingen betrekkelijk worden.

A Hero

Een land als personage
De films van Farhadi zijn onmiskenbaar in toon en thema. Hij hangt zijn films op aan de intrige van sociaalmaatschappelijke confrontaties die reflecteren op de conservatieve aspecten van de Iranese cultuur. De personages van Farhadi worden vormgegeven aan de hand van een zuivere realistische stijl en door middel van verschillende ethische vraagstukken. Vraagstukken die op onverbiddelijke wijze ingevuld worden door de politieke staat van het land. De mensen in een Farhadi-film lijken altijd langzaam weg te zakken in een moeras van onmacht.

Het land Iran is in Farhadi’s filmografie eigenlijk altijd een personage op zich geweest. Net zoals in de films van Andrej Zvjagintsev en Nuri Bilge Ceylan is er altijd de doemde dreiging van een politieke instabiliteit die het zuivere geweten van hun personages beproeft. De meest poëtische films verbeelden vaak een zeker collectief geweten van een volk in het handelen en vertoon van zijn personages.

Eer en geweten
Films gaan over het leven, maar soms is het leven net een film. Op 23 maart kwam The Hollywood Reporter met het bericht dat Asghar Farhadi het idee voor A Hero gestolen heeft van een van zijn filmstudenten. Azadeh Masihzadeh maakte al eens een documentaire over dit waargebeurde verhaal. Zij zou het idee met Farhadi hebben gedeeld tijdens een van de lessen. Inmiddels heeft de Iranese rechter Azadeh Masihzadeh in het gelijk gesteld en is het wachten op een vonnis, wat mogelijk een gevangenisstraf voor de regisseur kan betekenen. Dat het hier om een vrouwelijke student gaat, wiens strafbedreiging op vierenzeventig zweepslagen werd gemunt, lijkt direct uit een Farhadi-script gegrepen.

A Hero

A Hero is niet van dezelfde complexiteit als A Seperation (2011), About Elly (2009) of zelfs The Salesman (2016). Het persoonlijke drama dat zich momenteel in de nasleep van de film afspeelt, geeft het geheel wel een extra dimensie. Ironisch genoeg heeft de regisseur dus een leugen nodig om de relevantie van zijn thema te realiseren. Dit alles doet erg denken aan de film Close-Up (1990), geregisseerd door die andere grote Iranese regisseur, Abbas Kiarostami. In deze film draait het immers ook om een leugen van een filmmaker. Een leugen in de naam van kunst.

Voor eerlijkheid dien je echter soms je eigen belang weg te cijferen. Farhadi lijkt dat niet gedaan te hebben. A Hero is een film over eer en geweten. Zowel Rahim Soltani als Asghar Farhadi zijn vast komen te zitten in hun eigen bedrog. Op een onvoorstelbare ironische wijze is Asghar Farhadi in een van zijn eigen films beland.

 

13 april 2022

 

ALLE RECENSIES

Haine, La

****
recensie La Haine

Leven in de banlieue

door Jochum de Graaf

Ruim 25 jaar geleden was La Haine een cinematografische vuistslag. Bij de wereldpremière tijdens het filmfestival in Cannes in 1995 sloeg de film in als een bom. Voor het eerst zag het Franse publiek de rauwe realiteit van het leven in de banlieues, de achtergestelde Parijse voorsteden. In het Black Lives Matter-tijdperk heeft de nu uitgebrachte gedigitaliseerde en geremasterde versie van heeft nog steeds urgentie en relevantie.

De toen nog jonge schrijver-regisseur Mathieu Kassovitz, 27 in 1995, maakte La Haine naar aanleiding van het neerschieten van een Zaïrese immigrant in een politiebureau. Toen kort na de première, juni 1995, in de Parijse voorstad Noisy-le-Grand rellen ontstonden waarbij tijdens een politie-achtervolging een 21-jarige Frans-Arabische jongere omkwam, werd alom de vraag gesteld wat de invloed van La Haine op dit incident was.

La Haine

Driemanschap
De film begint op de tonen van Bob Marley’s Burnin and Lootin met beelden van hevige rellen, keihard optredende oproerpolitie, fel terugvechtende jongeren, traangas, knuppels, brandende auto’s, plunderingen. Het nieuwsbericht dat een zekere Abdel Ihachi zwaargewond is afgevoerd naar het ziekenhuis voert ons naar de fictieve achterstandswijk Muguets, ofwel ‘lelietjes-van-dalen’. We maken kennis met het ‘black-blanc-beur’ driemanschap: de zwarte bokser Hubert, de joodse Vincent oftewel Vinz en de van Algerijnse komaf Saïd.

Vinz is een beetje een heethoofd, vindt na een van de rellen een politiewapen en zweert daarmee wraak te willen nemen voor zijn gewonde vriend Abdel. Hubert is een kleine dealer, probeert zijn vriend tot rust te brengen, maar is ook niet helemaal zuiver op de graat. Saïd bemiddelt met zijn eeuwige grijns tussen die twee.

In pregnant zwart-witte beelden volgen we het drietal van 10:38 in de ochtend, wanneer Saïd bij zijn vriend Vinz op bezoek gaat, tot 6:01 in de vroege ochtend van de dag erna wanneer Vinz onbenullig per ongeluk door een paar stillen wordt aangehouden en neergeschoten. Tussendoor volgen we de jongens overdag in de betonwoestenij van Muguets en later op de dag in het centrum van Parijs waar ze met astrant gedrag een vernissage ontregelen. Ze bezoeken hun vriend Abdel in het ziekenhuis, proberen een auto te pikken, praten over hun leven en toekomst, vechten met skinheads, lummelen wat rond in de nachtelijke stad, nemen de eerste metro terug naar de banlieue, waarna daar vroeg in de ochtend de spanning en haat die zich een dag lang in hen ophoopten tot een fatale ontlading komen.

Rauw bestaan
Alleen al als impressie van het harde en rauwe bestaan van de jongeren in de Parijse voorsteden is het documentair aandoende La Haine ijzersterk. Regisseur Kassovitz zet het leven van de jongens onder spanning door de vraag uit te spelen of hun vriend in het ziekenhuis zal sterven en door ze allerlei levensgevaarlijke capriolen met het pistool te laten uithalen. Hij werkt naar de climax toe door tussen de verschillende gebeurtenissen telkens even een klok te laten zien die de tijd wegtikt en onvermijdelijk aanstuurt op het gewelddadige einde.

La Haine

Heel sterk wordt ook het motto van La Haine uitgespeeld. Aan het begin van de film vertelt een van de jongens een anekdote die op het eind terugkeert. Een man valt van een flatgebouw met vijftig verdiepingen en spreekt zich bij het passeren van elke verdieping moed in: ‘jusqu’ici tout va bien’, oftewel ‘tot nu toe gaat alles goed’. En dan: het gaat er niet om hoe je valt, maar waar je terecht komt.

Status
Indertijd werd La Haine gezien als de Franse tegenhanger van films als Taxi Driver en Scarface; Vinz parafraseert de befaamde scène van ‘You talkin’ to me?’: ‘C’est moi tu parles?‘ En met beeld en geluid van breakdancen, KRS-One, de Franse rapgroep NTM en Édith Piaf, werd de vergelijking met Boys n the Hood getrokken.

De status van cultfilm die La Haine over de hele wereld behaalde, werd in Frankrijk nog het meest tastbaar. De eerste banlieuefilm creëerde in feite een nieuw genre in de Franse cinema, de thematiek werd verbreed naar de onderkant van de samenleving. Het leidde tot navolging met films als Raï en Hexagone. En zeker een film als de voor een Oscar genomineerde Les Miserables (2019) is uitermate schatplichtig aan La Haine. Al gebiedt de eerlijkheid te zeggen dat die film nog wat completer het thema aan de orde stelt met bovendien het perspectief vanuit de politie, de impact van de radicale islam in de banlieues en het sterke open einde.

 

10 augustus 2021

 

ALLE RECENSIES

Happy Together

****
recensie Happy Together

Eenzaam in Buenos Aires

door Sjoerd van Wijk

Wong Kar-Wai leverde met het drama over gebroken harten Happy Together (1997) zijn eerste goede film af. Doordat zijn stilistische elegantie ingetogen blijft, slaagt hij met een portret van eenzaamheid in de metropool.

Het was de wens van geliefden Lai Yiu-fai (Tony Leung) en Ho Po-wing (Leslie Cheung) om Argentinië vaarwel te zeggen met een bezoek aan de beroemde Iguazu-watervallen. Maar de plannen lopen anders. Ze raken de weg kwijt en ook elkaar. Terug in Buenos Aires zit financieel gezien een terugkeer naar Hong Kong er voor beide migranten niet in. Yiu-fai probeert met allerhande baantjes op te sparen en ondertussen niet in te gaan op Po-wings gebruikelijke voorstel na elke relatiebreuk om ‘opnieuw te beginnen’. Toch zit er nog een laatste opleving van hun stormachtige romance in nadat Po-wing in elkaar geslagen voor Yiu-fai’s voordeur staat.

Happy Together

Mijmering
Niet alleen de terugblikkende voice-over van Yiu-fai maakt van Happy Together (Chun gwong cha sit) een mijmering over het verleden. Zoals gebruikelijk bij Wong voelt de tijdsbeleving zo fragmentarisch en intuïtief als de herinnering zelve. Een spervuur aan stilistische vondsten met frappante camerastandpunten, zwart-wit en kleur die stuivertje wisselen en vlot opgebroken montage wisselen elkaar vlot af. Aan die elegantie zit iets modieus – zo strak, vluchtig en verleidelijk als een reclamespot.

Wongs werk hangt dan ook snel aan elkaar van tierlantijntjes in eerder werk. Zo blijft Fallen Angels (1995) gegrond binnen gangsterconventies en paradeert Chungking Express (1994) vooral een boel cinematische snuisterijen.

Ademruimte
In deze film daalt het tempo echter waardoor de leefwereld van Chinese expats de ruimte krijgt om te ademen. De zon straalt van de straatstenen als ze buiten de openingstijd van hun restaurant voetballen om een aantal biljetten, een van de flarden dagelijks leven die verteld door Yiu-fai langstrekken terwijl Po-wing door zijn hoofd spookt. Leung barst strak getimed in zijn worstelingen om de man van zijn leven vaarwel te zeggen. Zijn personage vormt een organisch geheel met Wongs stilisme in tegenstelling tot de eerdere films waar personages eerder een excuus daarvoor vormden. De romance culmineert toepasselijk met de tango zowel droevig als gepassioneerd in de kille keuken van Yiu-fai’s appartementencomplex.

Voor A Single Man (2009), ook over een man die er alleen voor staat om over de verloren gegane man van zijn leven te komen, filmde regisseur Tom Ford met eenzelfde reclametendens. Maar de speelsheid en warmte van Wong ontbreken in Fords strak in het gelid zittende leefwereld vol Hitchcock-achtige glans. In Happy Together leeft de herinnering pas echt.

Happy Together

Eenzaamheid
Daaruit blijkt de eenzaamheid van leven als vreemde in een wereldstad. Yiu-fai en Po-wing hebben alleen elkaar. Toch zit aan deze hermetisch afgesloten belevingswereld een kosmopolitische kant. De bars met ladingen toeristen, de in rook omgeven keukens en het krakkemikkige appartement – dat alles in een Buenos Aires als dynamische metropool geschoten met timelapse.

In het melancholische terugkijken van Yiu-fai blijft de wereld in fluxus vol levendige omgevingen waar mensen en locaties door elkaar lopen. De commerciële elegantie waarmee dat gebeurt, laat goederen en mensen samenstromen alsof eenzaamheid en extase twee zijdes van dezelfde medaille vormen in 24uursglobalisme. Het bij tijd en wijle zinderende melodrama van Happy Together loopt daardoor over van een ingetogen smachten.

 

Eye brengt in samenwerking met distributeur Cinéart vijf speelfilms van Wong Kar-Wai vanaf 10 juni landelijk uit. Naast Happy Together zijn dat In the Mood for Love, Chungking Express, Fallen Angels en 2046 (allen 4K gerestaureerd). 

 

7 juni 2021

 

ALLE RECENSIES

Herederos, Los

***
IFFR Unleashed – 2009: Los herederos
Kinderen klagen niet

door Cor Oliemeulen

In deze tijd van verplichte social distancing zou je bijna verlangen naar het ouderwetse leven in de ongerepte natuur waar een virus nauwelijks kans heeft. Ook een mooi moment voor kinderen om hun mobieltje en andere gadgets in te ruilen voor gereedschap en wapperende handen om zich nuttig voor de gemeenschap te maken. Of toch niet?

De Mexicaanse documentairemaker Eugenio Polgovsky maakte in 2016 zijn vierde en laatste documentaire Resurrección voordat hij een jaar later op 40-jarige leeftijd in Londen overleed. Genoemde film gaat over dorpsbewoners die te maken krijgen met de gevolgen van een vervuilde rivier. Tijdens zijn korte loopbaan veranderde Polgovsky in eigen land de manier waarop men naar documentaires keek. Op sociaal-realistische, humane en poëtische wijze registreerde hij het leven van de arme bevolking van Mexico tegen de achtergrond van de ongereptheid van de natuur, die zich weliswaar steeds vaker kwetsbaar toont door inmenging van mensen van buiten.

Los herederos

Verwachtingspatroon
Tijdens het IFFR van 2005 draaide zijn filmdebuut Tropico de cancer, met een portret van Mexicanen in een woestijn die voorzien in hun levensonderhoud door exotische dieren langs de snelweg te verkopen. Drie jaar later trakteerde Polgovsky het IFFR-publiek op Los herederos (De erfgenamen) over het leven en de strubbelingen van Mexicaanse kinderen in de bergen. Zij bestendigen de traditie van hun (voor)ouders die werken op het land en niet naar school gaan.

Los herederos begint met een lieflijk slaapliedje. Later blijkt dat veel kinderen geen slaapliedje nodig hebben na een lange dag hard werken op het land. Natuurlijk hebben de kinderen ook lol, getuige de eerste beelden van kleine jochies die door de bossen naar een riviertje rennen en de laatste beelden van piepjonge arbeidertjes die met elkaar ravotten en met dieren spelen. In de tussentijd lijkt er geen enkele ruimte voor ontspanning, maar doen zij ongevraagd wat van hen wordt verwacht.

Plakbandje
De stenen huisjes zijn armoedig en dat heeft niets te maken met het feit dat ook kinderen de stenen hebben gekapt en met behulp van een raster lemen vloertegels leggen. Zelfs de allerkleinsten helpen mee met water dragen, hout sprokkelen en in feite alle werkzaamheden die normaliter door volwassenen worden uitgevoerd. Terwijl vader met koe en ploeg gleuven in de grond trekt, moet een meisje van pakweg vier jaar daarin boontjes gooien om die steeds met een korte voetbeweging met zand te bedekken.

Los herederos

Los herederos is een betrokken en oprechte registratie (bijna zonder woorden) van kinderarbeid in een regio waar de tijd heeft stilgestaan. De aanvankelijke romantiek van leven in en met de natuur, ambachtelijke nijverheid en zelfvoorzienend zijn, maakt plaats voor het plukken van groenten en fruit (we zien een close-up van iemand die een stopwatch indrukt en op een vel papier de verrichtingen noteert) op grote velden, waarnaar de kinderen bijna elke dag met trucks worden vervoerd en waar ze als lunch afgekeurde tomaten eten.

Sommige kinderen maken houten beeldjes die later aan toeristen zullen worden verkocht. Het fragment van een jongetje, net drie turven hoog, dat met een kapmes in vlot tempo hout snijdt, is veelzeggend. Terwijl het blanke hout rood kleurt omdat hij per ongeluk een klein topje van zijn wijsvinger heeft afgesneden, pakt hij een plakbandje en werkt gewoon door. In deze contreien hoor je niemand klagen.

Deze film is bij het jarige IFFR online te zien tot en met 26 mei 2021.

21 april 2021


ALLE RECENSIES 50 JAAR IFFR

Happiness of the Katakuris, The

***
IFFR Unleashed – 2002: The Happiness of the Katakuris
Het geluk van een verknipte familie

door Bob van der Sterre

De Katakuri’s hebben een guesthouse gebouwd. Alleen sterven de gasten allemaal een ongelukkige dood. Film van Takashi Miike overtreft zichzelf in bizarriteiten en extremiteiten.

We krijgen de Katakuri’s meteen geschetst. Dat is de vader die zijn ziel en zaligheid in het guesthouse heeft gestopt met zijn vrouw. Zijn dochter, een alleenstaande moeder die snel verliefd wordt. Haar zwijgende broer. En opa: ‘Hij leeft een makkelijk bestaan, met het vertellen van leugens en zelfzuchtigheid.’

The Happiness of the Katakuris

Het geluk uit de titel is vet ironisch want het guesthouse loopt totaal niet. De eerste bezoekers zijn spirituele wandelaars en als het dan net de eclips is, haasten ze zich weg. Zij komen er nog goed van af. Alle andere bezoekers sterven door een of andere reden. De een krijgt een hartaanval, de ander pleegt zelfmoord, en zo verder. ‘Heeft u soms een lang koord dat we kunnen gebruiken?’ De Kakaturi’s begraven ze maar, want slechte publiciteit kunnen ze niet gebruiken.

Een van de gasten is een piloot die de goedgelovige dochter Shizue wil veroveren. Hij vertelt dat hij familie is van Queen Elizabeth. ‘Ik herinner me geknuffeld te worden door tante Elizabeth. En Diane! Tegen Charles zei ik: je moet je vrouw koesteren.’ Ondertussen barst de familie voortdurend in gezang uit, inclusief dans.

Wat is dit??
Veel kijkers die The Happiness of the Katakuris voor het eerst zien, zeggen: dit is de vreemdste film die ik ooit heb gezien. Zelfs voor ervaren kijkers is het even slikken. Neem het legendarische begin. Een vrouw begint het met lepelen van de soep. Eruit komt een wezentje. En die trekt de huig los van de soepeetster. En vliegt dan met de huig door het hele land. Eet dan de huig op. Een kraai eet het wezentje op. En een pop pakt een oog en doodt de vogel. Een meisje: ‘En toen verwonderde ik mezelf: wat maakt een familie gelukkig.’

Want wat is deze film niet? Hij heeft drama, zang, komedie, fantasy, spanning, animatie en horror. Voor je weet waar je naar kijkt, ben je al bij de volgende scène. De film was weliswaar licht gebaseerd op de Zuid-Koreaanse film The Quiet Family (Ji Woon Kim) maar is in de handen van Takashi Miike een eigen leven gaan leiden.

Het is bijna ongelooflijk voor te stellen dat iemand die Audition vervaardigde, twee jaar later The Happiness of the Katakuris maakte. Miike probeert veel genres en daardoor heeft iedereen wel een film van hem gezien. Die snelheid nekt hem ook af en toe, want niet al zijn films zijn even goed, zoals bijvoorbeeld Yakuza Apocalypse en Zebraman 2 erg teleurstellen.

The Happiness of the Katakuris

Veel improvisatie
The Happiness of the Katakuris had eigenlijk niet moeten werken, maar werkt tóch. Dat is vermoedelijk sterk te danken aan Miike’s invloed en zijn gebrek aan angst voor het mislukken van zo’n project. Hoewel de film ook wat mindere stukken heeft (eigenlijk dat hele stuk met de moordenaar), het acteren niet echt geweldig is, er soms té maffe dingen zijn (zo draagt iedereen Kappakleding), en is de lengte nog vrij fors (toch 113 minuten).

De film is de kijker telkens een stap voor met het spontane, alles-is-mogelijk-karakter. “Het werd een keer laat”, zei Miike, “en de producer zei dat we de scène de volgende dag niet konden filmen, dus moesten we een eclips verzinnen om de plotselinge duisternis te verklaren.” De kleien poppen werden ingezet om dure scènes te vermijden.

Geen wonder dat deze film zo’n grote schare fans heeft. Deze film is zo consequent bizar dat je als kijker twee keuzes hebt: meegaan in de mafheid of je gezicht afwenden. Je moet toch wel respect hebben voor deze ode aan de fantasie.

Deze film is bij het jarige IFFR online te zien tot en met 26 mei 2021.

12 april 2021


ALLE RECENSIES 50 JAAR IFFR

Honey Boy

****
recensie Honey Boy

Shia LaBeoufs therapie

door Sjoerd van Wijk

Honey Boy is uit het hart gegrepen dankzij Shia LaBeoufs imponerende aanwezigheid. De film krijgt een therapeutische lading door het intens gebrachte autobiografische verhaal, wat het simpele scenario doet vergeten. 

“Honey boy” is namelijk het koosnaampje dat LaBeoufs eigen vader gebruikte toen de acteur zijn eerste stappen als kindfilmster zette. Hij schreef de film over de traumatische verhouding met zijn vader tijdens zijn verblijf in de verslavingszorg. In Honey Boy is de 22-jarige Otis Lort (gespeeld door Lucas Hedges) LaBeoufs alter ego: een filmster die na een auto-ongeluk in de verslavingszorg belandt. Zijn jeugd besluipt hem daar als de psycholoog een jeugdtrauma constateert.

Honey Boy

Terug naar het verleden dus, waar Noah Jupe als 12-jarige Otis te maken heeft met LaBeouf (American Honey, The Peanut Butter Falcon) als vader James die vooral van de alcohol moet wegblijven en zijn frustraties op zijn zoon botviert. James als mislukte rodeoclown kan alleen maar met Otis omgaan omdat deze hem als assistent heeft aangenomen.

Salonpsychologie
Deze getroebleerde vader-zoonrelatie is een typisch gegeven waar LaBeoufs scenario weinig van afwijkt. Na lange flashback-episodes reageert de volwassen Otis weer boos. Natuurlijk ontkent hij de manipulatie van zijn vader maar geeft uiteindelijk toch schoorvoetend toe dat zijn jeugd niet zo gelukkig was. Bij het duiden van Otis’ trauma vervalt Honey Boy regelmatig in salonpsychologie.

Elk moment uit het verleden moet resoneren in het heden, als Otis gebroken de dialogen herhaalt. De stugge psychologen blijven graven in de slechte jeugd waarbij de bank om languit op te liggen ontbreekt. Een van hen adviseert Otis om eens lekker hard te schreeuwen in z’n eentje; een nichetherapie in het echte leven, maar in films een cliché. Gelukkig blijkt de scenariostructuur een grote MacGuffin voor de werkelijke therapie: die van LaBeouf zelf.

LaBeouf doet het
Want Honey Boy beklijft dankzij zijn krachtsinspanning. De vader is de oorzaak van het trauma en eist vanzelfsprekend alle aandacht op in beeld. De film raast door dankzij Natasha Braiers geagiteerde camerawerk, waar de als door een duivel bezeten LaBeouf een flinke schep bovenop doet. Het is zijn van het internet bekende Just Do It-bombast waar het theatrale aankomt als een gedecideerde mokerslag.

Elk handgebaar, elke oogopslag barst welhaast van de spanning met een intensiteit die doet denken aan het acteergeweld in John Cassavetes’ films. LaBeouf evenaart de iconische acteurs uit die films met spel à la Peter Falk in Husbands die uit man en macht probeert bij de groep te horen en daarbij over de schreef gaat. Het brengt de intimiderende persoonlijkheid die LaBeoufs vader moet zijn geweest tot leven.

Honey Boy

Verbazing
Ogenschijnlijk simpel opgezette films kunnen af en toe toch verbazen en daar is Honey Boy er een van. Het echte graven vindt niet plaats met Hedges maar in elke scène waar LaBeouf zijn eigen vader tracht te doorgronden. Een zoektocht die continu enerveert. LaBeouf put zo met zijn acteerprestatie waarheid uit het clichématige scenario.

De kommer en kwel krijgt een gepast nostalgische toon op selecte momenten. Regisseuse Alma Har’el, die een overstap van documentaire naar fictiefilm maakt, brengt in zachte tinten de spaarzame toenadering tussen vader en zoon die door de tederheid Otis’ herinnering compliceren. Het zijn welkome adempauzes in alle razernij, die het eindeloze conflict tussen vader en zoon benadrukken. Uiteindelijk vertelt Otis in een droom aan zijn vader dat hij een film over hem gaat maken. Dat is door LaBeoufs imposante aanwezigheid goed voor te stellen.

 

1 juni 2020

 

ALLE RECENSIES

Hidden Life, A

**
recensie A Hidden Life

Verrader of held?

door Cor Oliemeulen

Ook in zijn jongste film dompelt Terrence Malick de kijker onder in een uitvoerige visuele contemplatie. Wie The Tree of Life (2011) al niet trok, kan bij A Hidden Life maar beter onderduiken.

Al in de eerste minuten verraadt A Hidden Life de geliefde cameravoering van de Amerikaanse filmmaker Terrence Malick. Mooie plaatjes van de natuur, geschoten met een grote beeldhoek. De nerveuze camera die vaak naar de personages toe beweegt (en vice versa), een laag perspectief inneemt en de personages onbedoeld juist extra bewust van die camera maakt – alsof acteren een kunstje is. Het lijkt wel alsof iemand met een veel te dure camera een homevideo maakt.

A Hidden Life

Gevoelsimpressies
Een ander handelsmerk zijn de vele korte shots met non-verbale communicatie en lichaamstaal, want Malick maakt het plot (teveel) ondergeschikt aan cinematografie en montage. Iemand praat en ondertussen zien we beelden van andere, of eerdere scènes. Het is de overtreffende trap van de jump cut-techniek, waarbij het doel heilig is: een reeks van snel achter elkaar geplakte beelden geeft een gevoelsimpressie van de situatie weer, maar nog meer de emotionele staat van het personage: angst, vertwijfeling, trots. Met zo’n filmvisie is op zich weinig mis.

De stemmingsgevoelige montage, de keuze voor klassieke en religieuze muziek, de vaak fluisterende voice-overs met gedachten, existentialistische overpeinzingen en onnodig filosofisch gewauwel – alsook het gebruik van korte archiefbeelden voor de historische context – maken dat Malicks films kunnen worden gezien als een filmische vorm van humanitair expressionisme, met als doel om een betere, menslievende wereld te verwezenlijken. Ook dat is op zichzelf een nobel streven.

Het grote nadeel van deze cinematografische werkwijze is echter de extreem lange aanlooptijd naar een heel interessant thema, in het geval van A Hidden Life een duivels dilemma van de hoofdpersoon. Wie niet daarop wil wachten, kan beter pas na twee uur inhaken.

Conflict
Het conflict begint een klein beetje te broeien als de expansiedrift van Adolf Hitler langzaam het idyllische Oostenrijkse bergdorp binnendruppelt. Soms horen we wat vliegtuiggebrom in de lucht en op een dag lopen er soldaten met nazi-emblemen die collecteren voor oorlogsveteranen en hun gezinnen. De religieuze boer Franz Jägerstätter (August Diehl) is niet van plan om geld te geven aan het kwaad: mensen die andere mensen onderdrukken. Nu Oostenrijk zich heeft aangesloten bij Duitsland wordt iedere ingezetene geacht zich in te zetten voor de ‘goede zaak’.

Franz’ afschuw over de oorlog stuit echter op weerstand van de andere dorpsbewoners. Hij en zijn vrouw Fani (Valerie Pachner) worden met de nek aangekeken en zelfs de burgemeester en de priester kunnen de boer niet overtuigen. Wat wil je nou als koppige eenling bereiken? Bovendien is het je plicht aan het vaderland om te sympathiseren met het Derde Rijk. Maar in plaats daarvan ontstaat er bijvoorbeeld een vechtpartij op het land en worden de kinderen van de Jägerstätters door andere kinderen met stenen bekogeld.

A Hidden Life

Overpeinzingen
Dan ontvangt Franz een brief waarin hij wordt opgeroepen zich bij het leger te melden. Het gezin vlucht niet de bossen in, zoals Fani aanvankelijk voorstelt. Franz vervoegt zich bij het leger, waar hij vervolgens weigert zijn loyaliteit aan Hitler te betonen. Hij verdwijnt in de gevangenis, wordt regelmatig mishandeld en zal uiteindelijk voor de militaire rechtbank moeten verschijnen (let op de allerlaatste filmrol van Bruno Ganz). Met de detentie en de dreigende gewetensnood van Franz is het werkelijke verhaal van A Hidden Life begonnen. De cameravoering wordt minder nerveus, maar de filosofische en spirituele overpeinzingen nemen schrikbarend toe.

Franz vraagt God om hulp, licht en kracht. Hij kijkt in de hemel, maar er verschijnt niets of niemand vanachter de wolken. Hij schrijft heel veel brieven aan Fani en zij schrijft heel veel brieven terug, terwijl zij zelf thuis het land probeert om te ploegen. We horen hoe ze elkaar fragmenten vol levensvragen en tegeltjeswijsheden voorlezen. Zoals: het is beter onrechtvaardigheid te ondergaan dan je eraan schuldig te maken; we moeten geloven in de triomf van het goede, er kan immers niets slechts gebeuren met goede mensen; de natuur houdt geen rekening met de gevoelens van mensen; de vogels buiten hoeven niet te piekeren; de zon schijnt op zowel het goede als het slechte. En ten slotte de hamvraag: waarom hebt U ons geschapen?

A Hidden Life

Overkill
De overkill van het uitgesproken manoeuvreren tussen hoop en wanhoop begint uiteindelijk te irriteren. Je vraagt je af hoe een begenadigd cineast als Ingmar Bergman dat varkentje, in de helft van de tijd, zou hebben gewassen. “Doe wat goed is”, zegt Fani uiteindelijk, in de wetenschap dat ze Franz waarschijnlijk nooit meer zal zien.

Het opgelegde sentiment en de overbodige breedsprakigheid in deze kunstzinnige relikitsch van Terrence Malick verpesten de aandoenlijke principiële opofferingsgezindheid van het hoofdpersonage en belemmeren hiermee de weg naar een beklijvend existentieel drama. Dat is jammer, want Franz Jägerstätter is een (weliswaar naïeve) held die staat voor een wezenlijk principe. Ofschoon sommige inwoners van het Oostenrijkse bergdorp hem anno 2020 nog steeds als een verrader beschouwen.

 

3 februari 2020

 

ALLE RECENSIES

Hellhole

****
recensie Hellhole

Collectief bewust zijn

door Tim Bouwhuis

Op 22 maart 2016 schokte een reeks aanslagen de Belgische hoofdstad Brussel. Met Hellhole kruipt de Vlaamse filmmaker Bas Devos in het collectief bewustzijn van een maatschappij die niet weet of ze nog eens door een catastrofe getroffen zal worden.

“Spreek je ook Frans?”, vraagt een Brusselaar aan een jongeman in een stadspark. Als een duidelijk antwoord uitblijft, concludeert de Brusselaar half grappend dat zijn toehoorder dan wel van de Taliban moet zijn. Volgende scène: in een klaslokaal op een Brusselse middelbare school komen Trump en terrorisme ter sprake. Brussel zou de Jihadistische hoofdstad van Europa zijn, laat een meisje terloops vallen. Hellhole is zo nog maar net begonnen als een tweetal schijnbaar nonchalante scènes de belangen al op scherp zetten.

Hellhole

Bang voor morgen
Gelukkig is Hellhole geen doorsneefilmvariant op de thema’s die hier aangesneden worden. Devos is niet zozeer geïnteresseerd in het verwarmen van een of meerdere hete hangijzers (terrorisme, conflicten tussen bevolkingsgroepen); zijn film gaat wel over politiek, maar heeft op zichzelf geen expliciet politiek karakter. De aanpak die de regisseur van Violet (2014) verkiest is ambitieuzer. Via associatief verbonden scènes poogt hij door te dringen tot de levens van verschillende mensen die dagelijks met (emotionele) hoogspanning geconfronteerd worden, zonder te veel nadruk op dat laatste te leggen. Echte hoofdpersonen ontbreken, een afgebakende vertelling is er niet. Met zijn sfeerstuk gaat Devos voor de kracht van kleine signalen. Twee militairen die meeliften in de metro. Een beeldverbinding die wegvalt. Zelfs het avondeten brandt aan.

Brussel, zo zien we, is een meltingpot waar angst veel macht heeft. Bang zijn voor de ‘ander’ betekent hier vrijwel automatisch dat je bang bent voor elkaar. Potentieel gevaar schuilt op iedere straathoek, en niemand is nog in staat zich voor de realiteit af te schermen. “Afstand bestaat niet meer”, zegt Samira (Lubna Azabal) tegen haar goede vriend Wannes (Willy Thomas). In dezelfde fase van de film speelt een groep kinderen een schietspel op de spelcomputer.

Angst veruiterlijken
Op momenten ontneemt Devos’ stilistische voorkeur voor observatie de film iets van zijn zeggingskracht. De voortglijdende middellange takes (beheerst camerawerk van de doorgewinterde Nicolas Karakatsanis) schuren niet, ze sussen, en dat schept soms afstand tussen de angsten waar de Brusselaren over spreken en de beeldtaal die gebruikt wordt om die uit te drukken.

Hellhole

Devos’ ingetogen composities, vastgelegd op Kodak (35 en 65 mm) tegen het verzadigde Brusselse nachtlicht, zullen volledig op hun plaats vallen in opvolger Ghost Tropic (Kodak 16 mm, te zien op het IFFR en vooralsnog vanaf medio maart in de bioscoop). In Hellhole sterken ze vooral de poëtische ondertoon van een reis langs rusteloze zielen, knap uitgedrukt via een onbestemd, dynamisch sound design. Het maakt de film alleen wel minder intens dan de titel wellicht doet vermoeden – tot je letterlijk in een hellegat kijkt.

De wereld openbreken
De absolute meerwaarde van Hellhole zit hem uiteindelijk vooral in zijn aanspraak op een groter verhaal, dat vooral via subtiele verwijzingen (bijvoorbeeld naar de transcontinentale vluchtelingenstroom) verteld wordt. Niet toevallig werkt één van de mensen in de film, Alba (Alba Rohrwacher, de zus van de Italiaanse regisseuse Alice Rohrwacher), als tolk voor het Europees Parlement. Hellhole mag zich op die manier misschien in Brussel afspelen en ook wel degelijk over Brussel gaan, de onderbuik van de film gaat heel Europa aan.

Devos’ derde langspeler (die hier dus eerder wordt uitgebracht) heeft zo vast het nodige gemeen met Ghost Tropic. Ook in die film worden minimale middelen aangewend voor grote gebaren. In een double bill hebben de twee titels veel te zeggen over het Europa van nu, zonder hun kijkers daarbij op de knieën te dwingen en een betekenis op te leggen. Het is een bijzondere, kwalitatief bemoedigende tandem van een regisseur die hopelijk nog veel te verbeelden heeft.

 

18 januari 2020

 

ALLE RECENSIES

Honeyland

***
recensie Honeyland

Stekend vloeibaar goud

door Suzan Groothuis

In Noord-Macedonië volgt een kleine crew de laatste vrouwelijke honingjager. Maar de komst van buren heeft grote gevolgen voor het voortbestaan van haar wilde bijenvolken.

In de openingsscène zien we een imposant, verlaten landschap waar een tengere vrouw zich een weg baant langs een gevaarlijk uitziende klif. Met trefzekere pas begeeft ze zich naar een rotswand waar een bijenkorf verstopt zit. Met haar blote handen, voorzichtig en zonder gestoken te worden, ontvreemdt ze wat honingraten uit de korf om mee te nemen naar huis.

Honeyland

Daar, in een afgelegen vallei, wordt de bijenkolonie getransplanteerd in een stenen muur vlakbij haar huis. De vrouw die we volgen heet Hatidze en zij is wat je de laatste vrouwelijke honingjager kan noemen. Hatidze zorgt voor haar 85-jarige moeder, die bij haar inwoont en niet meer in goede gezondheid is. Ze leven arm en eenvoudig, zonder elektriciteit. Geld wordt verdiend met de pure, onbewerkte honing van Hatidzes bijen. Die verkoopt ze in het nabijgelegen Skopje, waar ze bekend staat als iemand die superieure honing verkoopt.

Tot zover is Honeyland observerend in het volgen van Hatidzes reilen en zeilen, waarbij de aandacht gericht is op haar werk met de bijen en het verzorgen van haar moeder. Hatidze heeft respect voor de ambachtelijke wijze waarop honing verkregen wordt. Een van haar credo’s is dat je nooit meer moet wegnemen dan de bijen kunnen missen. Neem een halve raat en laat de ander voor de bijen.

Honeyland

Verkwistende buren
En dan is een kentering met de komst van rumoerige, Turkse buren. Hatidze, zelf van Turkse origine, kijkt toe hoe het grote gezin met een kudde runderen de vallei betrekt en zich installeert. Vader Hussein zet iedereen, waaronder peuters en kleuters, in beweging, zodat er gewerkt en verdiend wordt. Wanneer hij doorheeft dat Hatidze goed verkoopt met haar honing, besluit hij ook bijen te houden. Haar wijze les, dat je nooit meer moet wegnemen dan de bijen kunnen missen, geeft ze hem meerdere malen mee. Er is genoeg voor iedereen, zolang je er goed mee omgaat.

De camera is vanaf de entree van de Turkse buren op hen gericht. We zien vooral chaos en ruwheid, in hun manier van leven en werken. Hussein is begonnen met de bijen, waarbij opvalt hoe verschillend hij en Hatidze met de ijverige beestjes omgaan. Hatidze respectvol, met ze dansend en zingend. Maar Hussein gaat voor het snelle verdienmodel. Een handelaar wil zijn honing en overtuigt hem veel te produceren. Hatidzes waarschuwende woorden klinken na wanneer we zijn honingraten grof vermalen zien worden en de honing vloeit. Een duister omen hangt boven de vallei.

En zo ontstaat er een spanning in een documentaire die haast bezwerend begon. Met lede ogen ziet Hatidze toe hoe haar buren de heilige graal tot zich nemen en vernietigen. De enige van wie ze erkenning krijgt is Husseins zoon, die met Hatidze optrekt en van haar leert over de bijen. Hij probeert zijn vader duidelijk te maken dat hij geen goede bijenhouder is, maar de koppige en trotse Hussein wil van niets weten.

Honeyland

De laatste in haar soort
Honeyland is een documentaire die aanvoelt als een observerende speelfilm. De makers volgden Hatidze drie jaar lang, met als het ware een onzichtbare camera; van de documentaire-ploeg is niets merkbaar. We zien mooie shots van het bergachtige, eenzame landschap, waar Hatidze op haast poëtische wijze met haar wilde bijenvolk omgaat. Tegelijkertijd is er de onmiskenbare armoede waarin zij en haar moeder leven. Een uitzichtloos bestaan, want Hatidze beseft dat zij als alleenstaande vrouw de vallei niet meer zal verlaten. En dan is er de komst van haar buren, die de natuur om hen heen exploiteren en verkwisten.

De titel Honeyland is wat misleidend. Want in dit land van honing is er vooral sprake van overleven. Als in een Ken Loach-film zien we hoe de protagonist voor hete vuren komt te staan en de hoop op beter steeds meer uit zicht raakt. Opeenstapelingen van ellende maken het leven voor Hatidze moeilijk. Bescheiden en geduldig als ze is, kan je haar als een eenzame strijder zien, als de laatste in haar soort. Schurend tussen pijnlijk, intens en poëtisch, geeft Honeyland een boodschap over hoe we omgaan met wat de natuur te bieden heeft. Daarin is Hatidze een voorbeeld, maar haar dromen van een andere toekomst – ver weg van de werkelijkheid – maken haar lot ook wrang.

 

7 januari 2020

 

ALLE RECENSIES