Hors Normes

****
recensie Hors Normes

Voor sommige autisten is er geen alternatief

door Nanda Aris

Ontroerende film over twee vrienden en hun organisaties die ernstige gevallen van autistische jongeren opvangen en ze koppelen aan kansarme jongeren uit de achterstandswijken van Parijs.

Wanneer de reguliere gezondheidszorg zich geen raad weet met zwaar autistische patiënten, kloppen ze aan bij Bruno (Vincent Cassel), die zich al twintig jaar inzet voor deze patiënten. Samen met zijn vriend Malik (Reda Kateb) bieden ze jongeren uit achterstandswijken een baan als verzorger. Zijn organisatie houdt zich niet aan alle regels en dus blijft inspectie niet uit.

Het regisseursduo Olivier Nakache en Éric Toledano kennen we van het zeer succesvolle Intouchables (2011), Samba (2014) en C’est la vie (2017). Voor Intouchables lieten ze zich inspireren door het waargebeurde verhaal van Philippe Pozzo di Borgo en Abdel Sellou, een rijke verlamde man op zoek naar een verzorger, die hij vindt in de criminele Sellou, welke eigenlijk niet wil werken. Hij neemt hem aan, en een hechte vriendschap is geboren.

Hors Normes

Ditmaal laten de regisseurs zich inspireren door het verhaal van Stéphane Benhamou en Daoud Tatou, over wie ze in 2015 een tv-documentaire maakten. Benhamou en Tatou zijn twee bevriende mannen, de een joods, de ander moslim. Ook al is het geen thema in de film, het is wel iets dat de film stilletjes aanstipt. De twee mannen met verschillende geloven gaan goed samen door een deur. Ze hebben allebei hun eigen organisatie in Saint-Denis, een voorstad van Parijs, maar vullen elkaar aan en helpen elkaar waar nodig. Nakache en Toledano (hij heeft een familielid met autisme) besloten dat het verhaal ook het witte doek verdiende. 

Daten
Bruno probeert alle ballen hoog te houden. Hij begeleidt autisten die niet in de reguliere zorg behandeld kunnen worden, zoekt personeel voor nieuwe gevallen, moet zijn team betalen, inspecteurs te woord staan, en tussendoor probeert hij eens te daten (onder zijn cap draagt hij een keppel), maar veel tijd heeft hij daar niet voor.

Door deze drukte mist de film soms een kleine focus en hebben niet alle scènes een duidelijke functie. Zo voegt de scène waarin Bruno flirt met de zus van een patiënt niet heel veel toe (hij is grappig, maar duurt wat aan de lange kant, en krijgt geen vervolg).

Dagbesteding
Samen met zijn vriend Malik zorgt Bruno voor zowel autisten die vierentwintig uur opvang nodig hebben, als voor autisten die wel in een zorginstelling verblijven, maar geen dagbesteding hebben. In een busje rijden ze rond om iedereen op te pikken, om samen naar de paarden te gaan, of te gaan schaatsen. Per patiënt is er een begeleider. Ze zijn vaak (nog) niet opgeleid, en weten niet direct hoe ze het beste om kunnen gaan met deze patiënten.  Maar dat is ook de kracht: omdat ze niet pedagogisch verantwoord handelen, maar menselijk reageren, werkt het.

In de film spelen zowel acteurs als echte autisten. Zo speelt de autistische Benjamin Lesieur de rol van Joseph, wiens personage gebaseerd is op Johann Bouganim, aan wie de film opgedragen is. Bij Johann thuis hing ook de tekst: ‘Als je je moeder slaat, zie je Stéphane niet meer’, net als in film (dan onder de naam Bruno). Het is de mooiste rol van Hors Normes.

Hors Normes

Joseph kent Bruno al heel lang, hij is zijn eerste patiënt. Niemand zal het droog houden wanneer we Joseph en zijn dansgroep (ook in werkelijkheid) zien optreden, op de prachtige muziek van de Grandbrothers. En iedereen voelt de euforie wanneer Joseph uiteindelijk zonder aan de noodrem te trekken uit de metro stapt.

Perspectief
Hors Normes verschilt met andere films over autisme, zoals Rain Man (1988), door ook de meest zware gevallen van autisme te laten zien. Zij die met een rugbyhoofdbeschermer op lopen, zodat ze zichzelf niet kunnen verwonden bijvoorbeeld. In Rain Man heeft de autistische Raymond het savantsyndroom: zijn sociale vaardigheden zijn laag, maar hij heeft een fotografisch geheugen. Ook al zorgde die film destijds voor een groter begrip van autisme, hij vormde ook het idee dat autisten altijd ergens in uitblinken (zoals in het maken van wiskundige sommen of een fotografisch geheugen hebben). In Hors Normes zoomen we niet veel in op de autisten, want het verhaal wordt verteld vanuit Bruno’s perspectief.

Het grote thema van de film is het feit dat er voor sommige autisten geen plek is in deze maatschappij. Ze kunnen niet thuis blijven wonen, maar wanneer ze een gevaar vormen voor verzorgend personeel of zichzelf, kunnen ze ook niet in de gangbare zorginstellingen opgenomen worden. Ze vallen tussen wal en schip, en bij gebrek aan tijd en kunde worden ze vaak opgesloten, vastgebonden of platgespoten.

Organisaties als die van Benhamou en Tatou zijn dus broodnodig. Uit angst dat ze niet kunnen blijven bestaan omdat ze niet voldoen aan alle regeltjes, zwijgen instanties die aankloppen bij de mannen over het bestaan van de organisaties. Bruno maakt er geen geheim van dat niet alles voldoet aan de regels, maar wat is het alternatief?

 

7 december 2019

 

ALLE RECENSIES

High Life

****
recensie High Life

Alfa-aap van het niets

door Alfred Bos

De voorlaatste film van de Franse regisseur Claire Denis draaide om gemis van liefde. Ook in haar nieuwe, eerste Engelstalige werkstuk, een sciencefictionfilm, staat afwezigheid centraal. Ditmaal ontbreekt de zin van het leven.

High Life speelt zich geheel af in een ruimteschip met een respectabel aantal kilometers op de teller. Het vehikel is uitgewoond en metaalmoe, het begint kuren te vertonen en de voorraden zijn niet eindeloos herbruikbaar. Ook de bemanning (spreken we in politiek correcte tijden, met excuses aan robots, van bemensing?) van deep space vehicle 7 is niet okselfris meer. Nooit geweest overigens, want het team bestaat uit terdoodveroordeelde misdadigers.

High Life

Het schip is onderweg naar een zwart gat, om daar de energie af te tappen die op een uitgeputte aarde wordt begeerd—een bestaande wetenschappelijke theorie, vernoemd naar fysicus Roger Penrose. De reis is een experiment uit nood, in feite een zelfmoordmissie. De thuisplaneet en het leven aldaar zijn ver weg. Het ruimteschip is een eiland in de immense leegte, het vroegere bestaan een vage herinnering. De veroordeelden zijn op elkaar aangewezen, bijgestaan door een arts, Dr. Dibs (Juliette Binoche krijgt wederom een hoofdrol van Denis), met een strafblad en een sinistere agenda.

Existentiële leegte
High Life is de eerste Engelstalige productie van Claire Denis (Un Beau Soleil Intérieur, Les Salauds) en het is, met haar genadeloze kijk op de menselijke natuur en de compromisloze wijze waarop ze die verbeeldt, onmiskenbaar een Denis-film. High Life staat in een lange sciencefictiontraditie, maar wijkt daar niettemin op een wezenlijk punt vanaf. Geen weidse avonturen in deep space van een heroïsch gezelschap, zoals in de boeken van A. Bertram Chandler en James Blish; geen claustrofobe horror à la Alien of Event Horizon; niet de spirituele bespiegeling van Tarkovsky’s Solaris of Kubricks 2001, geen vertoon van menselijk vernuft zoals verbeeld in Interstellar en The Martian noch de ecologische boodschap van begin jaren zeventigfilms als Silent Running en Soylent Green.

High Life heeft een ironische titel. Hij staat voor drama van het existentiële soort. Wat rest er van het bestaan als alles – zekerheid, toekomst, verwanten en vrienden, cultuur, schoonheid, inspiratie, tijd – is weggevallen en de wereld is gekrompen tot een buitenmodel koekblik met ouderdomskuren? Het antwoord is seks.

Waar die seks toe leidt, is minder duidelijk. Het slot van de film laat zich op tegengestelde manieren uitleggen. Als ode aan wilskracht en liefde, schakels die bestand zijn tegen het bruutste wat het universum heeft te bieden. Of als ultieme ontgoocheling: alles, ook liefde, verdwijnt in een zwart gat. Uiteindelijk is er niets. We hebben enkel elkaar.

High Life

Zwart gat als metafoor
Het punt van High Life is niet het verhaal van Monte (Robert Pattinson, Maps to the Stars) , Dr. Dibs en het gezelschap van gestoorde, gebroken en door het leven gekneusde lotgenoten op reis naar het niets. Het punt van de film is dat hij draait om alles wat er niet is, wat het bestaan glans geeft. Die afwezigheid, dat metaforische zwarte gat, doet duidelijker uitkomen wat wezenlijk is. Door het gemis wint het aan gewicht. Maar wat betekent gewicht in een omgeving van gewichtsloosheid?

Een film die het niet moet hebben van plot of spektakel, waarin de personages vaag blijven en de sfeer – opgeroepen via de geluidsband: de brommende machines en het gekreun van het ruimteschip creëren een sluier van ruis – centraal staat, zo’n film steunt in de eerste plaats op de acteurs. Denis heeft een fraai stel bij elkaar gebracht. Pattinson is geknipt voor de rol van gevaarlijke, maar sensitieve man. Hij wordt ongewild de alfa-aap van de groep verstotenen, waarin we onder meer André Benjamin (André 3000 van het hiphopduo OutKast), Mia Goth (Suspiria) en Claire Tran (Valerian and the City of a Thousand Planets) herkennen.

In het totale isolement komen de diepmenselijke trekken boven. De reizigers zijn tot elkaar veroordeeld, maar harmonieus is het gezelschap allerminst en de kilheid van hun situatie kan de extremen niet dempen. Al het dierlijke dat de mens eigen is, komt tijdens de reis naar buiten. En bepaalt uiteindelijk het lot van Monte. Is hij een Kaïn, een Lazarus, een Jezus of een Adam? Hij is bovenal menselijk, ook in de peilloze leegte van het heelal.

High Life

Niet-lineair verteld
High Life is arthouse-sciencefiction. De film gebruikt de situaties en tropen van het genre en herschept ze tot een reflectie op levensvragen. Het verhaal in het ruimteschip wordt niet-lineair verteld, inclusief flashbacks naar het leven vóór de missie, waardoor het gebrek aan dialoog nauwelijks opvalt. De kijker moet de situatie, de personages en hun onderlinge relaties samenstellen uit de informatie die stilaan wordt prijsgegeven, en details die in het voorbijgaan niet direct opvallen maar betekenisvol zijn.

Claire Denis gebruikt een breed scala van beelden, van horror en gore tot niet zo pastorale natuur (ze echoën Solaris). Er zijn briljante momenten, zoals de scène met Dr. Dibs in de masturbatiekamer, de Fuckbox. En de lege handschoen die gewichtsloos door het vacuüm zweeft en een spook suggereert, iemand die er niet is. Of het zeemansgraf van dode teamleden die in formatie en in slow motion over het scherm schuiven—een beeld dat even poëtisch als verontrustend is. Net als de film.

 

12 maart 2019

 

ALLE RECENSIES

Hate U Give, The

****
recensie The Hate U Give

Effectief rassendrama voor jongeren

door Paul Rübsaam

De zestienjarige Afro-Amerikaanse Starr Carter woont in het arme dorpje Garden Heights, waar haar vader een kleine kruidenierszaak runt. Ondertussen probeert ze een modelleerling op een blanke particuliere school te zijn. Totdat ze na een feestje met oude vrienden bij een schietincident betrokken raakt en de vicieuze cirkel van rassenhaat leert kennen. 

Aan de eettafel pleegt kruidenier Maverick Carter zijn drie kinderen op de toon van een drilsergeant te doceren dat ze trots moeten zijn op hun zwarte identiteit. Maar ze moeten wel op hun tellen passen. Dus demonstreert vader hoe je je handen gespreid op het dashboard van je auto moet leggen bij een verkeerscontrole. Zodat die blanke politieagenten kunnen zien dat je ongewapend bent.

The Hate U Give

Starr luistert wel naar haar vader. Maar ze is ook een gewoon meisje van zestien dat wel tien paar fonkelnieuw ogende sneakers in haar kast heeft staan en graag in de smaak valt bij haar medeleerlingen op de deftige Williamson Preparatory School. Zich onberispelijk gedragend geeft ze daar in haar eigen woorden ‘Starr version two’ gestalte. Haar aanpassingsvermogen werpt zijn vruchten af, want ze heeft zelfs een blank vriendje, de knappe, dromerige Chris, waar menig wit meisje haar om benijdt.

In het weekend is er weer ruimte voor ‘Starr version one’. Op een dansfeestje waar Starr haar Afro-Amerikaanse vrienden ontmoet, gaat er echter iets fout. Een paar jongens krijgen ruzie, waarbij een schot valt. Khalil, een jeugdvriend van Starr, geeft haar een lift met zijn auto om haar in veiligheid te brengen. Als hij wordt aangehouden en zijn papieren moet tonen, laat Khalil zich provoceren door het botte optreden van de blanke politieagent. Hij stapt op diens bevel uit de auto, maar steekt zijn arm door het raampje om bij wijze van grap een haarborstel te pakken. De agent ziet het voorwerp aan voor een wapen aan en vuurt met zijn haastig getrokken pistool drie keer. Khalil overleeft het niet.

Gelukkige mix
George Tillman Jr. heeft als filmregisseur zijn sporen verdiend als ambachtsman, niet vanwege zijn artistieke hoogstandjes. Zo vervaardigde hij in 2010 Faster, een actiefilm met veel schietgeweld waarin een ex-gedetineerde zijn vermoorde broer wil wreken en in 2015 The Longest Ride, een zwijmeldrama waarin een New Yorkse kunststudente verliefd wordt op een plattelandsjongen annex cowboy. Met The Hate U Give laat de Afro-Amerikaanse Tillman een mix zien van eerder getoonde vaardigheden in een relatief zachtaardige film die zich afspeelt in een wereld waarin haat, wrok, vooroordelen en geweld de toon zetten.

Die mix werkt goed. Tevens is dat de verdienste van de twintigjarige actrice Amandla Stenberg, die Starr Carter aanvankelijk eerder neerzet als een piepjonge, aaibare everywoman dan als een geëngageerd zwart meisje. Als verbijsterde getuige van de dood van haar vriend Khalil stort Starr zich bepaald niet hals over kop in de Black Lives Matter-beweging. Niet alleen omdat ze haar imago op school wil beschermen. Maar ook omdat ze om recht te doen aan haar onschuldige, vermoorde vriend het liefst alles over hem zou willen vertellen, inclusief de minder onschuldige dingen die hij deed. Dat laatste zou drugsdealer King, leider van The King Lords, een bende die in Garden Heights de lakens uitdeelt, niet bepaald leuk vinden. Juist door die twijfels van Starr, die zich pas gaandeweg meer durft uit te spreken, kan iedere kijker met haar meeleven. 

The Hate U Give

Iedereen verneukt?
De titel van de film en het gelijknamige boek van Angie Thomas verwijst naar Thug Life, de naam van de hiphopband met de fameuze Tupac Shakur als voorman. Shakur flirtte niet alleen met een crimineel imago, maar vroeg met het acroniem voor ‘The Hate U Give Little Infants Fucks Everybody’ ook aandacht voor de vicieuze cirkel waarin veel zwarte jongeren (en met hen de hele Amerikaanse samenleving) gevangen zitten. Ze groeien op met een negatief zelfbeeld in een wereld vol geweld, wat er vaak toe dat leidt dat ze in hun latere leven met al dan niet criminele activiteiten snel geld willen verdienen en dat versterkt dan weer de vooroordelen jegens hen.

Thomas schreef haar boek naar aanleiding van de dood van Oscar Grant, een 22-jarige, ongewapende Afro-Amerikaan die in 2009 door politiekogels om het leven kwam, en over wie de film Fruitvale Station werd gemaakt. Het uitspellen van het hele acroniem van Shakur zou een te lange titel opleveren. Bovendien vond Thomas’ uitgever het F-woord vermoedelijk niet geschikt voor het beoogde lezerspubliek van young adults, die eerder tot nadenken moesten worden aangezet dan opgehitst.

Maar nadenken of niet, Oscar Grant is wel dood. Datzelfde geldt voor onder anderen Trayvon Martin, Michael Brown en de twaalfjarige Tamir Rice, die eveneens slachtoffer werden van ongerechtvaardigd politiegeweld. Het filmpersonage Khalil kan niet worden losgezien van hun nagedachtenis. Alleen daarom al hoop je als kijker dat Starr Carter alsnog op de barricaden zal klimmen en dat ze Shakurs vicieuze cirkel, al was het maar in het klein, weet te doorbreken.

 

19 januari 2019

 

ALLE RECENSIES

House That Jack Built, The

***
recensie The House That Jack Built

De Seriemoordenaar en de Kunsten

door Suzan Groothuis

Een nieuwe Von Trier staat gegarandeerd voor controverse. Helemaal als het gaat om The House That Jack Built die verhaalt over een seriemoordenaar. Von Trier duikt in zijn binnenste en er ontvouwt zich een continu spel met de kijker, provocatief maar ook gortdroog. Helemaal geslaagd is The House That Jack Built niet, maar het lukt Von Trier wel om de kijker te ontregelen.

Half Cannes liep weg bij de vertoning van Von Triers The House That Jack Built. Daarmee belooft de film controverse en provocatie, net zoals Hereditary het predicaat “engste film ooit!” kreeg. Ok, The House That Jack Built is controversieel. Maar dat is iedere Von Trier-film. In al zijn films zoekt de Deen de grenzen op.

The House That Jack Built

Zoekende, ongelukkige mensen
Hij toont zoekende, ongelukkige mensen. In The Idiots zoeken normale mensen de idioot in zichzelf op. Ter ontsnapping aan een dwingende, eisende maatschappij. In Breaking The Waves offert een naïeve, kwetsbare vrouw zichzelf op. In Melancholia zien we het einde van de wereld naderen, waarbij de ene zus dat accepteert en de ander zich overgeeft aan angst. In Antichrist hoopt een koppel nader tot elkaar te komen, maar de natuur beslist gruwelijk anders. En in The House That Jack Built duiken we in de geest van een seriemoordenaar.

Matt Dillon speelt Jack en is met zijn strakke gelaat en dwingende ogen perfect gecast. Hij vertelt zijn verhaal in vijf hoofdstukken, ofwel incidenten. Kenmerkend voor Von Trier, die graag structuur aanbrengt in zijn films. Hoofdstukken zijn hem eigen en werken altijd toe naar een dwingende catharsis. Terwijl Jack vertelt hoe hij seriemoordenaar is geworden en hoe hij geleidelijk aan gedreven werd tot grootse werken, is hij in dialoog met Verge (Bruno Ganz). In de openingsscène horen we klotsend water, alsof de twee ergens doorheen ploegen. Later leren we waar ze zijn.

Duistere iconen
In Incident 1 zien we Jacks eerste moord. Hij ontmoet een dame (Uma Thurman) met autopech, die hem om hulp vraagt. Haar krik is kapot en moet gerepareerd worden. Met zichtbare tegenzin brengt Jack haar naar de dichtstbijzijnde monteur. Terwijl ze rijden confronteert ze hem misschien wel een seriemoordenaar te zijn. “Me getting in this car with you. You might as well be a serial killer. Sorry, but you do kind of look like one”. Een voorbode van wat komen gaat. En met een knipoog naar de krik (jack in het Engels) als moordwapen.

The House That Jack Built

Met de incidenten die volgen, worden Jacks daden intenser en gruwelijker. Hij leert om goed te wurgen. En zijn dwangmatigheden nemen af. Hij heeft niet meer de neiging om de plaats van het misdrijf tot in de puntjes te reinigen en eindeloos op bloedvlekken te controleren. In een vriezer vol pizza’s bergt hij zijn slachtoffers. Ondertussen blijft bij in dialoog met de mysterieuze Verge, die we niet zien maar horen. Ze hebben het over zijn OCD en wat hem dreef om te moorden. Maar het gaat ook over kunst, architectuur en filosofie. Volgens Verge is er zonder liefde geen kunst. Jack denkt er anders over: “The old cathedrals often have sublime artworks hidden away in the darkest corners for only God to see. The same goes for murder.”

De dialoog culmineert in een discussie over iconen, waaronder Jack ook zichzelf schaart. “As disinclined as the world is to acknowledge the beauty of decay it’s just as disinclined to give credit to those… no, credit to us, who create the real icons of this planet. We are deemed the ultimate evil. All the icons that have had and always will have an impact in the world are for me extravagant art.” Hij haalt verschillende voorbeelden aan, zoals de Stuka uit de Tweede Wereldoorlog. Een vernietigende duikbommenwerper, berucht om zijn snerende sirenes, die de bijnaam “Trumpets of Jericho” kregen.

Hoogmoedig epos
Als Verge Jack vervolgens uitmaakt voor Antichrist, schieten beelden van films van Von Trier voorbij. Hoogmoed? Misschien, maar ook een spel met de kijker. En dat is wat Von Trier met The House That Jack Built steeds lijkt te doen. Van expliciet geweld (vooral vrouwen moeten het ontgelden) tot een overdadig tableau vivant: hij duikt op extreme maar ook gortdroge wijze in de diepste krochten van de menselijke ziel. Von Trier speelt met een combinatie van ironie, zwarte humor en schokkend geweld. Zo is er een briljante scène waarbij Jack ontsnapt uit de handen van een agent. Terwijl zijn bloedrode busje wegrijdt, slingert er een lijk achteraan, een lange rode streep achterlatend. Fame van Bowie schalt uit de speakers.

The House That Jack Built

Toch wringt er iets bij The House That Jack Built. Want wat wil Von Trier nu precies zeggen? Er is een kritische blik op Trumps “Make America Great Again”, getuige de rode petjes die Jack en een gezin dragen en het lugubere gevolg dat dit familie-uitje krijgt. Vrouwen zijn Jacks voornaamste slachtoffers en worden niet bepaald vleiend neergezet: irritant, simpel en makkelijk voor te liegen. Kansloze, lege zielen in Jacks handen en totaal tegenovergesteld aan de empathische verbeelding van het lijden van vrouwelijke personages als Bess McNeill uit Breaking the Waves en Selma uit Dancer In The Dark. En dan is er het solistische betoog van Jack, dat overeenkomsten laat zien met Von Trier zelf. Beiden meesters in het manipuleren van hun publiek, perversiteiten niet schuwend.

Goddelijke Komedie
Met The House That Jack Built heeft Von Trier zijn eigen Goddelijke Komedie gemaakt, waar de megalomanie soms van af druipt. Tegelijkertijd weet je: het is Von Trier, hij speelt een spel met de kijker. En net wanneer je denkt dat hij er met het einde een potje van maakt, verrast hij weer.

Dit epos vol kunst, verderf, pijn en verdriet is uiteindelijk een zoektocht naar verlossing. Een zwart-komische zoektocht welteverstaan, waarbij Von Trier de kijker constant bespeelt. Zoals ook Jack zijn omgeving bespeelt. Dan weer briljant en dan weer potsierlijk; het is een film die verdeeldheid geeft maar wel stof tot nadenken levert. En dat kan je tegenwoordig niet van veel films zeggen.

 

8 januari 2019

 

ONDERTUSSEN, OP DE REDACTIE: Lars von Trier: gek of geniaal?

 

ALLE RECENSIES

House With A Clock In Its Walls, The

***

recensie The House With A Clock In Its Walls

Doorsnee avontuur met durf

door Sjoerd van Wijk

Met gedurfde elementen biedt The House With A Clock In Its Walls meer dan een doorsnee familieavontuur. Toveren is hier meer dan verwondering, het is ook een beetje eng. Maar de aimabele personages zitten toch vast aan een standaardstramien in deze spookhuisattractie.

Lewis (Owen Vaccaro) trekt in bij zijn vreemde oom Jonathan (Jack Black) omdat zijn ouders zijn overleden. Jonathans huis is zo mogelijk nog vreemder, want er schuilen mysterieuze magische krachten in elke hoek. Al snel hoort Lewis een grote klok tikken in de muren. Geheimzinnige buurvrouw Zimmerman (Cate Blanchett) is ook vaak over de vloer. De twee volwassenen lijken op zoek te zijn naar de plek van deze klok, want er zijn duistere krachten met snode plannen in het spel. Uiteraard weten ze hun activiteiten niet lang voor Lewis te verbergen en wordt hij meegenomen in de wereld van magie. Samen proberen de drie de duistere krachten van de oude eigenaar Isaac Izard (Kyle MacLachlan) te stoppen. Ondertussen moet Lewis zich aanpassen aan de nieuwe school en leren omgaan met zijn verlies. 

The House With A Clock In Its Walls

Elegante betovering
Het mysterieuze huis vormt een statig decor voor de goedgebekte personages. Ondanks dat de acteurs niet uitblinken in hun spel, zijn ze allen perfect geschikt voor hun rol. Owen Vaccaro is veelbelovend als het ingetogen jongetje met onverwachte kracht. Samen met Jack Black in zijn welbekende typetje als goedgemutste excentriekeling vormt hij het hart van de film. Blanchett als strenge dame met air van mysterie en MacLachlan als innemend kwaad genie completeren het ensemble. Ze brengen de magie tot leven.

Dit is mede dankzij de elegantie waarmee het huis een eigen personage lijkt te vormen. Het zit vol merkwaardigheden, al dan niet in leven, zoals een zich als hond gedragende stoel of een glas-in-loodraam dat continu iets anders toont. Alles in een warme zweem van een lang vervlogen jaren vijftig die er nooit waren, door de toevoeging van soms subtiel anachronistisch aandoende curiosa. Zo wordt bijvoorbeeld de muffe kelder vol mechanische poppen lichtelijk unheimisch. 

Duistere durf
Ondanks dat The House With A Clock On Its Walls een familiefilm is, betekent het niet dat de personages niks lugubers overkomt. Scenarist Eric Kripke (maker van Supernatural) vult het scenario, gebaseerd op het gelijknamige boek van John Bellairs, met duistere fantasieën. Zo staat de film met een been in de dageraad en het andere in de nacht. Zaken als necromantie of deals met demonen brengen de spanning in deze magische spookhuisattractie. Ondanks dat Kripke durf toont, blijft hij juist teveel bij voorspelbare ontwikkelingen waar je de klok op gelijk kan zetten.

Zo werkt de film uiteindelijk toe naar een cartooneske ontknoping van de goeden versus de slechterik die komt na een race tegen de tijd. Daarnaast worden de geheimen van het huis te snel prijsgegeven, terwijl het langzaam ontdekken van de wondere wereld van magie juist de innemende momenten oplevert. 

The House With A Clock In Its Walls

Plastische attractie
Het is niet alleen Kripke die durf toont. De keuze om deze familiefilm te geven aan een horrorregisseur als Eli Roth is een ingenieuze zet. Roth, bekend van exploitatiehorror zoals Hostel, toont zelf uiteraard ook durf door iets buiten zijn gebruikelijke oeuvre te regisseren. Of hij de aangewezen persoon was om het avontuur niet alleen spannend maar ook griezelig te maken, is echter de vraag. Waar de wereld van magie er een van verwondering is, die van de omgeving een plek met onvermoede krachten maakt, lijkt deze voor Roth te veel een kermisattractie. Subtiel griezelige scènes gaan snel ten onder in plastische vertoning van wat er precies eng is, in plaats van dit aan de verbeelding over te laten.

Daardoor leveren bijvoorbeeld de levende Halloween-pompoenen eerder kolderiek hakwerk op dan de noodzakelijke angst voor het onbekende. Het is tevens niet het goede moment om Jack Black oneliners te laten maken. Daarom smaakt The House With A Clock In Its Walls naar meer, want er ligt onder de directe regiestijl en beproefde scenarioformules een spannend avontuur begraven.
 

25 september 2018

 
MEER RECENSIES

Hereditary

***

recensie Hereditary

Pionnen in een transcendent schaakspel

door Tim Bouwhuis

In het openingsshot van Hereditary zien we een verfijnde miniatuur van een groot landhuis. Het interieur beheerst de bewoners; levenloze vormpjes die verdwijnen in een groter geheel. Tot de camera langzaam inzoomt. We onze blik verleggen naar één van die vele kamers. En het levenloze tot leven komt.

Miniaturen als replica’s van de werkelijkheid, angstbeelden waarin je verdwalen kunt. Voorafschaduwingen van (of terugblikken op?) een nare familiegeschiedenis. Al snel schijnt één waarheid door: de bewoners zijn pionnen in een transcendent schaakspel. Veel keuze hebben ze ook niet. Zoals de filmtitel al insinueert liggen de wortels van het kwaad in het verleden. Zoveel wordt al zichtbaar op de katalyserende begrafenis van de mater familias. In de hoek van de rouwkamer kijkt een ongenode gast breed grijnzend toe. Het einde is slechts het begin.

Hereditary

Een valse tong
Hereditary is een ijzingwekkend effectieve genreflick, maar de echte spanningen van de film zitten niet in geestverschijningen of schrikeffecten (of hooguit die klikkende tong?). Full feature-debutant Ari Aster (zie voor zijn meest spraakmakende short The Strange Thing About the Johnsons) gebruikt de aanzienlijke speelduur om de conflicten binnen de familie Graham langzaam uit de hand te laten lopen. Hoogtepunt is een emotionele uitbarsting van Annie (Toni Collette), die zelfs haar rebellerende zoon Peter (Alex Wolff) verbijsterd achterlaat.

De vraag is wie hier wie imponeert – even lijkt Wolff vooral onder de indruk van de vurige Collette. En zo kruipen de acteurs wel vaker uit hun keurslijf. De hysterische reacties van Wolff, hoe ernstig de situatie ook is, laten zich nauwelijks meten met de angstaanjagende kalmte van Gabriel Byrne. Als bron van rust blijft zijn vaderpersonage vanzelfsprekend wat op de achtergrond.

Aster laat de kans liggen om meer met die dynamiek te doen: naarmate de film vordert, wordt de focus redelijk plichtmatig verlegd naar de toenemende bezetenheid van Peter.

Hereditary

Over de grens
Die bezetenheid komt uit de vroeg geopende doos van Pandora. Als de spiritueel gevorderde Joan (Ann Dowd) Annie een bloedlink voorstel doet, moet de modelscepticus daar in eerste instantie niets van weten. De moderne mens gelooft niet meer in contact met de doden. Tot er contact gemaakt wordt natuurlijk. De rigide distincties tussen geloof en ongeloof vervagen als de wereld van Hereditary steeds echter wordt. Angstaanjagender. En er geen priesters (The Exorcist) of markante demon hunters (de Warrens in de Conjuring-films) meer zijn om het kwaad te verdrijven.

Af en toe vergeet componist Colin Stetson in dat kader ook dat Hereditary vooral ook een heel subtiele slowburner mocht zijn. De drammerige geluidsband (denk Insidious) bij groteske taferelen zorgt ervoor dat Aster qua toon en opbouw soms iets te veel in de valkuilen van een James Wan trapt: sfeer wint altijd van bombast.

Zo bewijst ook de slotsequentie, waarin de beelden een bedriegende kalmte ademen, de wereld van Hereditary niet langer de wereld lijkt. Het is het werk van een regisseur die zijn filmgeschiedenis kent. Subversieve psychologie onder de mantel van het (on)bekende; ook voor Aster is het einde waarschijnlijk alleen maar het begin.
 

10 juni 2018

 
MEER RECENSIES

Homecoming (1945)

***

recensie Homecoming (1945)

Verwrongen erfenis

door Tim Bouwhuis

In de nazomer van 1945 arriveren twee orthodoxe Joden in een klein Hongaars dorpje. De nieuwkomers handelen bedachtzaam, gereserveerd: het leed dat ze meedragen vraagt om een gepast stilzwijgen. Voor de bewoners vertelt het plotse bezoek een heel ander verhaal. Terwijl de Joden met paard en wagen de omgeving intrekken, pakken donkere wolken zich samen boven een verzwegen dorpsgeschiedenis.

Voor Homecoming (1945) werkte regisseur Ferenc Török (Moscow Square) intensief samen met Gabor T. Szanto, de romanschrijver wiens kortverhaal aan de basis van de film stond. Szanto’s retrospectief (Hazatérés, 2004) op de Hongaarse verwerking van WO II verkent de grenzen van collectieve schuld: waar vervaagt de rol van het individu, en wordt een complete gemeenschap verantwoordelijk? Is verzoening überhaupt mogelijk als er zoveel afwijkende perspectieven op een verwrongen verleden zijn? Török toont de recente geschiedenis nooit direct. Wat we meekrijgen over het oorlogsverleden wordt bemiddeld door de dorpsbewoners. Stuk voor stuk geven ze hun eigen betekenis aan het bezoek van de Joden. De waarheid is het domein van de herinnering – nu al.

Homecoming (1945)

Er zijn er al twee
In stijlvol zwart-wit oogt de film een stuk gewichtiger dan hij inhoudelijk is. In het eerste kwartier is er nog een bruiloft op komst, op het platteland spreken arbeiders over het vooruitzicht van een nieuwe wereld. Na de oorlog mag er gedroomd worden. Het verloop van Homecoming (1945) schetst een weemoediger beeld. Op ideologisch vlak is er niets veranderd: antisemitisme sluimert, het vuur van het patriottisme woekert.

Een vlugge inventarisatie van het collectieve wantrouwen leert dat de twee Joden een voorbode zijn van ongeluk, misschien zelfs van meer Joden. Je herkent ze van verre, want een hoed dragen ze allemaal en een baard ontbreekt nooit. In de film zijn het opmerkingen in de marge, in context zijn het verhalen op zichzelf. Terwijl de angst van de dorpsbewoners verder gevoed wordt, onthaalt de vaderlandslievende Szentes (Bence Tasnádi) een oorlogsveteraan op een anders besloten feest.

Collectieve psyche
Vlekkeloos worden deze onderliggende sentimenten niet uitgespeeld. Török en Szanto geven hun dorpse personages eigenschappen en handelsmerken die om een bredere psychologische uitwerking vragen. Uitingen van hypocrisie, egoïsme en ongeremd patriottisme missen hun emotionele draagkracht door de generieke manier waarop de individuen zijn geschetst. Gezegd moet wel dat ook de korte speelduur en de beperkte reikwijdte van het narratief hier een rol spelen.

Homecoming (1945)

Homecoming (1945) overspant de loop van een enkele dag, en leent zich daardoor beperkter voor (karakter)ontwikkelingen op de lange termijn. Dat neemt niet weg dat een minder eenzijdige benadering de film goed had gedaan. De twee Joden dienen te nadrukkelijk als katalysators voor het collectieve reactievermogen van het dorp. De tragiek van hun eigen geschiedenis schemert constant door maar wordt nergens écht tastbaar.

Het weer als waarheid
De manco’s op vertellend vlak ten spijt is Homecoming (1945) een stijlvol gefilmd drama, dat tegelijk beklemt en betovert. De elegante zwart-wit fotografie van Elemér Ragalyi doet onder andere denken aan het bekroonde Ida (2013). Ook in die film komt het verleden tot leven omdat er sprake is van onverwerkt leed. Personages zoeken naar waarheid; persoonlijke waarheid (de Poolse Anna in Ida) of de collectieve waarheid van de dorpsbewoners. Als die al bestaat: na de broeierige en bloedhete namiddag op het Hongaarse platteland hangt de passende dreiging van een onweersbui in de lucht.
 

7 mei 2018

 
MEER RECENSIES

Have a nice day

***

recensie Have a nice day

Follow the money

door Ralph Evers

“Money makes the world go round”, zong Geddy Lee, de zanger van rockband Rush in 1985 al. Hoewel in dit kleine misdaadverhaal het geld zeker niet de wereld rondgaat, maakt het wel veel los in een anonieme Chinese stad. 

Have a nice day opent met strakke lijnen, een graphic novel, in een hedendaagse Chinese bouwput. De stof en het lawaai volgen op een citaat van Leo Tolstoi waarmee de film aan de kijker wordt voorgesteld. Overigens een grimmig citaat, waar een ieder voor zich en god tegen ons allen in doorklinkt. 

Have a nice day

Mozaïek
De film volgt de strapatsen van een zak met geld, in een wanhoopsdaad door loopjongen Xiao Zhang van zijn baas gestolen. Hij werkt voor een criminele organisatie en heeft geld nodig voor de mislukte plastisch chirurgische ingreep die zijn verloofde heeft ondergaan. Het nieuws van de roof verspreidt zich snel en het verhaal ontvouwt zich gedurende de nacht. De personages zijn vrij eendimensionaal neergezet, al kennen de dialogen soms een prettige soort hipheid en diepgang.

Die onverwachte mix in de personages werkt goed in dit misdaadverhaal. De regisseur is mede geïnspireerd door de Coen-broers, die eveneens uitblinken in het neerzetten van typetjes. Zo is de gangsterbaas Oom Liu treffend geportretteerd achter een wand vol lachende maskers, als een slechte kopie van een James Ensor. Sprekend over geld, dwazen en gekken, een vrij voor de hand liggende kritiek. De hele affaire leidt tot een dwaze gang van het geld, waar meer en meer mensen zich mee bemoeien.

Als een mozaïek ontwikkelt het verhaal zich. De over het algemeen kabbelende film, die qua tempo vooral te traag aanvoelt, kent plotselinge explosies van geweld en grappige wendingen. Daarnaast her en der opgeleukt met tegen het absurdisme aan schurkende fragmenten, zoals het in oud communistische stijl getekende paradijselijke visioen van Shangri-La. Een tweede manco is de vrij platte tekenstijl. Een stijl die doet denken aan de klare lijn en voldoende detail kent, maar te weinig indruk maakt, het geeft de personages te weinig karakter. Zo blijft Have a nice day over het geheel genomen flets. 

Have a nice day

Censuur
Regisseur Liu Jian wilde met zijn film een kritische noot kraken rond de snelle opkomst van het kapitalisme in China. Hij doet dit met een onderkoelde, donkere humor, die de autoriteiten toch niet zo zagen zitten. Zijn film is een tijdlang tegengehouden en moest her en der gecensureerd worden alvorens in China vertoond te mogen worden. Ook die versie is inmiddels geboycot. Kritiek geslaagd, film overleden.

Have a nice day doet op een bepaalde manier denken aan A Wonderful Night in Split. Ook een film waarin geld een hoofdrol speelt en je van de ene in de andere rare situatie terechtkomt. Waar de eerste haar charmante uitstapje heeft naar Shangri-La, komt de Kroatische film beter tot zijn recht, daar er onder meer meer aandacht besteed is aan de karakters.
 

24 april 2018

 
MEER RECENSIES

Hostiles

****

recensie Hostiles

Reis door land en ziel

door Alfred Bos

In deze western staat niet gebrek aan gezag centraal, maar gebrek aan empathie. Vertolkt door een sterke ensemble-rolbezetting trekt een multicultureel gezelschap door de Amerikaanse wildernis en wordt geconfronteerd met zichzelf.

De western is van alle tijden want hij gaat met zijn tijd mee. Het genre blijft regisseurs en publiek boeien omdat het een elementaire setting biedt: de menselijke natuur in een omgeving zonder regels. In de western bestaat er geen samenleving – hooguit in embryonale vorm: de ranch, de postkoetsherberg, het mijnstadje – en regeert het eigenbelang van het individu. Het gezag is afwezig, wetteloosheid regeert. Hoe te overleven?

Hostiles

In Hostiles (‘vijanden’) stelt regisseur Scott Cooper een andere vraag: hoe om te gaan met anderen? Zijn western gaat over moreel gedrag in een immorele wereld. Kapitein Joseph Blocker (Christian Bale) is een veteraan van de oorlog die het Amerikaanse leger in het laatste kwart van de negentiende eeuw voerde tegen de oorspronkelijke bewoners van het wilde westen. Hij heeft verschrikkelijke dingen gezien. En, in reactie daarop, gedaan. Hij haat indianen, punt. “Men heeft geen idee wat oorlog doet met een man”, mompelt hij.

Blockers laatste opdracht is om een krijgsgevangen Cheyenne-opperhoofd, Yellow Hawk (Wes Studi, Magua in The Last of the Mohicans), en diens familie te verplaatsen naar het land van zijn voorouders in Montana; de chief heeft terminale kanker. De tocht van Fort Beringer in de woestijn van New Mexico naar de Berenvallei aan de voet van de Rocky Mountains leidt door ongerept, dus wetteloos gebied. Een reeks van incidenten onderweg wrikt het morele anker van de kapitein los. De reis is – heel klassiek, we kennen het al van middeleeuwse ridderromans – een transformatie. Het is een reis door de ziel.

Hostiles

Revisionistische western
Hostiles is een variant op de revisionistische western die in de jaren zestig opgang deed. Daarin waren de indianen het slachtoffer van blanke agressie en niet andersom, zoals in de traditionele western. In Coopers film gaat iedereen gebukt onder het geweld. De kapitein is getekend door zijn verleden, het Cheyenne-opperhoofd wordt in de blanke blik gereduceerd tot primitieve wilde, pelsjagers verkrachten net zo vrolijk blanke als indiaanse vrouwen, Comanche-indianen zijn sadistische slangen en blanke landeigenaren vegen met het gezag, zelfs dat van de Amerikaanse president, hun reet af. Het is allemaal historisch correct.

In Hostiles zijn alle personages gegijzeld door hun rol in de primitieve samenleving. Ze hebben de waarden van hun stereotype geïnternaliseerd, ze zijn geworden wat de omgeving in hen ziet. Het heeft hun identiteit gevormd en misvormd. De film heeft als motto een citaat van D.H. Lawrence, in parafrase: Amerika is een hard land, want de Amerikaanse ziel is nooit ontdooid. Iedereen is de vijand van iedereen.

Kapitein Blocker wordt tijdens de reis gaandeweg zichzelf door de morele waarden die passen bij zijn stereotype – de matrix van vooroordelen waarin iedereen gevangen zit – laag voor laag af te schaven. Hij wordt daarbij geholpen door een weduwe, Rosalie Quaid (Rosamund Pike), wier familie in de proloog van de film door een bende Comaches is uitgemoord. En door een vroegere strijdmakker, Charles Wills (Ben Foster), zijn sergeant van dienst bij de slachtpartij van Wounded Knee. Die moordt na de oorlog nog steeds indianen uit en wordt tijdens een tussenstop in Fort Winslow in Colorado als gevangene aan het reisgezelschap toegevoegd.

Hostiles

Romeinse code
Zo heeft regisseur Cooper een microversie van de Amerikaanse samenleving op reis gestuurd door het overweldigende landschap: man, vrouw en kind (Little Bear, de kleinzoon van de chief, gespeeld door Xavier Horsechief); blank, indiaan en neger (Blockers korporaal Woodson, gespeeld door Jonathan Majors). De moraal van kapitain Blocker wordt gespiegeld in de gefossiliseerde ideeën van de blanke psychopaat, Wills; de ethiek van de Cheyenne in de wreedheid van de Comanches. De moraal van de film komt uit de mond van Blockers eerste sergeant, Thomas Metz (Rory Cochrane): “Wat we de indianen hebben aangedaan is onvergeeflijk.”

Kapitein Blocker is een moderne man, al beseft hij dat aan het begin van de film nog niet. Hij vertrouwt blind op zijn korporaal, een Afro-Amerikaan, die zijn flank dekt. Hij spreekt met de Cheyenne in hun taal. En zijn code is, interessant genoeg, niet de christelijke moraal van de bijbel. Zijn held is Julius Caesar, hij leest diens beschrijving van de veldtochten in Gallië in het latijn. De Romeinen beschaafden barbaren door ze op te nemen in het Romeinse Rijk, niet door dwang en genocide. Aan het slot van de film stapt Blocker, in burgerkloffie, op dat westernsymbool van de beschaving, de trein.

Scott Coopers vierde film (de regisseur viel eerder op met de psychologisch sterke en maatschappelijk geëngageerde films Crazy Heart, Out of the Furnace en Black Mass) is net te schetsmatig van opzet om te verbluffen. De film wil, heel politiek correct, alle ethische kwesties met evenveel gewicht aansnijden, maar houdt daardoor meer ballen in de lucht dan de verhaallijn aan kan. Dat is wellicht het resultaat van snoeiwerk in de montagekamer, waar de vier uur die de film aanvankelijk duurde is teruggebracht tot twee uur en een kwartier. We zien Hostiles graag nog eens terug op oorspronkelijke lengte, als tv-serie.
 

26 maart 2018

 
MEER RECENSIES

Hannah

***

recensie Hannah

Stilzwijgende afstandelijkheid

door Suzan Groothuis

In Hannah is de camera constant gefocust op de gelijknamige hoofdpersoon: we zien heel veel Charlotte Rampling. En Rampling spreekt met haar blik, haar beroemde grijsgroene, katachtige ogen. Een blik die diep gaat, maar erachter komen wat er speelt doen we niet.

73 is ze, Charlotte Rampling (Swimming Pool, 45 Years). En nog steeds een veelgevraagde actrice. Bang om ouder te worden is ze niet, in de documentaire The Look noemt zij het ouder worden voor een artiest “enriching”. Bewust is ze dan ook in het uitkiezen van haar rollen.

Hannah

In Hannah draait het om de gelijknamige hoofdpersoon. Een vrouw op leeftijd, een zekere waardigheid uitstralend. Ze maakt de maaltijd klaar voor haar en haar man. Zwijgend zitten ze tegenover elkaar. Hun laatste avondmaal samen, blijkt later.

Want haar echtgenoot moet de gevangenis in. Stilzwijgend vergezelt Hannah hem, om afscheid te nemen van het leven dat ze hadden. Ze moet alleen verder, de bezoekjes aan haar man daargelaten. De camera volgt Hannah in haar dagelijkse structuur, die niet anders is dan dat het was. Althans, zo pretendeert zij. Hannah spreekt zich niet uit, alsof er nooit iets gebeurd is. De ramen van het huis waar ze schoonmaakt poetst ze nog net zo nauwkeurig als voorheen. Thuis bereidt ze haar maaltijden en ontfermt zich over haar hond. Alleen in de acteerlessen die ze volgt laat ze heel voorzichtig zien wat zich in haar schuilhoudt.

De grens van realiteit en ontkenning
Het leven van Hannah wordt in zorgvuldige composities geregistreerd. We zien haar onlosmakelijk verbonden met haar omgeving: thuis, werk, de metro, de acteerschool. In zichzelf gekeerd, de dialoog niet opzoekend. Maar dat ze worstelt is duidelijk: haar blik laat pijn en eenzaamheid zien, verborgen door trots en ontkenning.

Naarmate de film vordert komen we weinig te weten over de aanleiding van de arrestatie van haar man. De Italiaanse regisseur Andrea Pallaoro kiest bewust voor een schemergebied. De spanning zit ‘m niet in erachter komen wat er is gebeurd, maar wat er in Hannah’s hoofd gebeurt. Als kijker staan we in haar schoenen en zien we toe hoe een gevoel van machteloosheid haar overmeestert.

De kijker blijft in het ongewisse over Hannah’s aandeel in het gevangenschap van haar man. Wat weet ze en in hoeverre is ze medeplichtig? Zo is er een scène waarbij er aangebeld wordt bij haar thuis. Een vrouwenstem spreekt haar toe, naar het schijnt over het vermeende incident, en vraagt Hannah de deur te openen. Maar zij blijft als bevroren staan.

Terwijl Hannah in ontkenning is, zijn er gebeurtenissen die haar wankele leven nog meer uit evenwicht brengen. De bezoeken aan haar man, die een schim lijkt van wie hij was. Geen contact met hun zoon. En wanneer Hannah een verrassingsbezoek aan haar kleinkind wil brengen, wordt haar resoluut de toegang geweigerd.

Hannah

Stille wateren
Als kijker wil je het graag, in het hoofd van Hannah kruipen. Weten wat ze voelt, wat ze denkt, de dialoog met haar opzoeken. Maar Pallaoro laat ons in het luchtledige. We zien slechts flarden van Hannah’s ware emoties: zich kapot huilen als ze haar kleinzoon niet mag zien. Of haar bezoek aan een gestrande walvis aan de Belgische kust, een opzichtige metafoor voor haar eigen leven dat vastgelopen is.

We zien vooral leegte en afstandelijkheid. De beelden zorgvuldig rondom Hannah geconstrueerd, waarin ze niet teveel in donkere tinten kan opgaan: zoals het gebruik van opzichtig geel in de ballonnen die de tuin van haar kleinkind sieren. Er is nog kleur in het leven, lijkt de film te willen zeggen. Maar Hannah zit in een schemergebied, weifelend tussen er zijn en willen verdwijnen.

Toch beklijft Hannah’s tragedie niet. Hannah is uiteindelijk een afstandelijke, stilzwijgende registratie van een vrouw die vastloopt. Mooi neergezet door Rampling, dat wel, maar niet vernieuwend of bijzonder. Een soortgelijke rol had ze in François Ozon’s Sous le sable, waarin ze een weduwe speelt die niet met het verlies van haar man kan omgaan en in ontkenning is. Daar raakte en ontroerde er iets. Misschien is dat wel het grootste probleem van Hannah: de film pretendeert Ramplings blik te doorgronden, maar treedt slechts stille wateren tegemoet.
 

19 februari 2018

 
MEER RECENSIES