IFFR 2023 – Deel 3: Coronacinema

IFFR 2023 – Deel 3:
Coronacinema

door Bob van der Sterre

De coronaperiode is iets waar de filmkijker van de toekomst misschien verwonderd naar zal kijken. Deze films op IFFR legden de tijd vast, allemaal op hun eigen manier. 

 

Clementina

Clementina – Opgesloten zitten in een onbetrouwbaar huis
Het is de coronaperiode en lockdown. Clementina en haar vriend Guillermo zitten in een nieuwe huis. Dat betekent dat het enige uitje het uitje naar het balkon is. Er komen wel af en toe klussers langs. De vriend van Clementina is aldoor bezig met online lesgeven en is allergisch voor elk contact met de nieuwe buren, die toch soms ongevraagd het huis binnenlopen.

Met het huis zelf is van alles aan de hand. Lekkages, elektriciteitsproblemen, scheuren in de muren. Ze gaat vervolgens helpen in het huis van haar vader elders in Buenos Aires, die door corona niet kan reizen. En dan moet ze met nóg een huis aan de slag.

Clementina van en met Constanza Feldman en Agustín Mendilaharzu is een lichte film over de coronatijd. Een portret van unieke coronadingen als lang haar hebben, brood verkopen vanaf een balkon, klussen in huis, uitstapjes maken naar je balkon, groeten met de ellebogen, antibacteriële middeltjes, thuis sporten, mondkapjes laten hangen aan je oren.

Het is een rustige, prettig uit te kijken film die de emoties nergens laat gaan. En er is verrassend veel focus op de bijrollen en het geluid. Als het op komische, ritmische manier een rol speelt, moet je uiteraard meteen aan de films van Jacques Tati denken. De muziek is ook opvallend aanwezig. En dus corona. Wat lijkt het allemaal weer lang geleden als je dit ziet!

 

Letzter Abend

Letzter Abend – Gezellig zolang het nog kan
Clemens en Lisa organiseren een feestje. Een soort laatste etensmaal voor ze van Hannover naar Berlijn verhuizen. Het is heel gezellig en luchtig. Meel lenen bij de buurvrouw, die meteen uitnodigen. Een onbekende vrouw wil haar mobiel opladen, die meteen uitnodigen, etc.

We zien een serie coronasituaties die iedereen wel in een of andere vorm heeft meegemaakt. Ongemakkelijk de pastabezorger zeggen dat je liever niet wil dat hij gebruikmaakt van je wc? Maar hij moet zo nodig! Speel je via Skype een deuntje op je gitaar voor je muzikale vriend, wordt die net gebeld, gilt ie wat richting de gang. Daarna: ‘Nee, ik voel het niet, je hebt een masker op.’

Het feest biedt The Office-achtig ongemak. Een vrouw wil niet komen omdat ze in paniek raakt van ‘succesvolle personen’. Broer en zus hebben dezelfde vader maar niet moeder. Broer vertelt: ‘Net als het dierenrijk, waarbij een moeder twee kinderen kan krijgen, de een gestreept, de ander zwart. Alleen bij ons hebben wij twee moeders en een vader.’ Marcel, de spontaan bezoekende acteur, veroorzaakte een schandaal door in een toneelstuk over corona de coronaregels te overtreden. Hij is lichtgeraakt als iemand iets zegt over zijn ‘grappige’ Oostenrijkse accent. En Jan, die in elke zin iets Engels moet zeggen.

Letzter Abend koerst na een sterk begin (hoog tempo, goed gedoseerde humor) naar nogal soapy eindtwintigers-begindertigersdrama. Het kan, maar er had denk ik meer ingezeten. Ik vond de eerdere schimpscheuten op het moderne bestaan vermakelijker. Dat deed me ook wel denken aan soortgelijke energieke ultralowbudgetfilms uit de jaren negentig, zoals Love and Other Catastrophies, Clerks of The Daytrippers.

 

New Strains

New Strains – New York in coronatijd
Kalia en Ram gaan op vakantie naar New York. Ze kunnen tijdelijk verblijven in het huis van de oom van Kalia. Maar dan barst corona los en worden lockdowns afgekondigd. In New York heerst corona hevig. ‘We zitten in een gouden kooi, dude’, zegt Ram tegen Kalia. Vliegvelden sluiten en ze mogen nauwelijks meer naar buiten.

Ram maakt zich veel meer zorgen om het coronavirus dan Kalia. Ze wil hem kussen. ‘Moeten we ons niet eerst ontsmetten? We zitten nu alle spullen van jouw oom onder te smeren.’

Van een gezellig tripje naar New York verandert het verblijf in staren naar muren. Spelletjes spelen op de iPad, trainen op het dakterras, ontbijten met het laatste eitje dat er is, sporadisch naar buiten, mondmaskers zoeken. Ze beginnen te ruziën. Zij ergert zich aan zijn stressgevoeligheid en paranoia. Ram ergert zich aan het feit dat Kalia contact heeft met ex Henry, die ze toevallig tegenkomt in een park. ‘Wil je mijn stropdas als mondmasker?’

Het verhaal is wat té basic, denk ik, en had ook een flink stuk korter gekund. Het aardige van de film is vooral het verhaal achter de film. Prashanth Kamalakanthan en Artemis Shaw – de twee acteurs en regisseurs – vonden tijdens de echte lockdown een Hi8-camcorder en maakten daarmee deze beelden tijdens corona. Het zijn deze Hi8-beelden die wij hier zien. Het flink geïmproviseerde verhaal is dus echt een coronafilmbaby, een film die er niet zou zijn geweest als corona er ook niet was geweest.

 

Pastry Friday

Shorts – Déjà-vu / Conviértete en quien eres / The Grave’s Sky / Pastry Friday
Déjà-vu van Kunstenares Shuang-Li is een voorbeeld van hoe je munt kan slaan uit een onmogelijke situatie. Ze kon tijdens corona niet reizen naar een opening van haar eigen expositie. Daarom nodigde ze twintig figuranten uit die zoals zij zelf gekleed naar de vernissage gingen. En daar deze en gene filmden.  Aardig gegeven in deze gratis te bekijken film in De Doelen (achteraan bij de bar). Oogt wel wat te pretentieus met poëtische ondertiteling. Dat was misschien lastig beoordelen omdat er veel door het beeld gelopen werd en bardrinkers – zoals bardrinkers doen – hard met elkaar kletsten.

In Conviértete en quien eres kijken we naar een getekende versie van de coronatijd (tien minuten). In gewone beelden zou dit saai materiaal zijn geweest. Agustin Iezzi zette alles om in bewegende lijnen, die à la het klassieke mannetje van La Linea (wie kent hem nog?) beelden aan elkaar verbinden. We zien vogeltjes, een rondrennende kat; iemand doet een dansoefening; we horen flarden van gesprekken, klingelende windgongen, krekels die krekelen. Ik hou hier wel van. Een mooie herinnering aan de gewoonheid van een bizarre periode.

The Grave’s Sky is een autobiografisch coronaperiodeverslag van regisseur John Gianvito van nog geen twintig minuten. Van een laatste vliegtuigtrip gaan we naar lege straten. Van thuis achter je computer kruipen naar oog in oog staan met herten. Shots van een vliegtuigloze hemel en dan van een dode vos. En doorsneden met beelden van oude films en nieuwsberichten. Deze tikkeltje saaie film is duidelijk een andere beleving van de coronaperiode dan wat ik zelf hier in de stad ervaarde.

Het laatste coronafilmdocument van deze IFFR is het twaalf minuten durende Pastry Friday (zie: foto). Een van de aardigste korte films tijdens IFFR. We kijken in zwart-witbeelden naar mensen met mondkapjes die in een Tsjechisch stadje gebakjes kopen. Opvallende bijrol voor de geluidsband die weer eens aan Tati’s machines-maken-ritmische-herrie-stijl doet denken. Film is van Josef Dabernig, die meer van dit soort films heeft gemaakt.

IFFR toonde verder ook nog de coronaspeelfilm La Tour. Die behandelt het onderwerp corona vanuit een horrorinvalshoek (gebouw wordt monster) maar was helaas niet te zien voor ondergetekende.

 

31 januari 2023

 

Deel 1: Fantasie als werkelijkheid
Deel 2: Terug op locatie
Deel 4: Brieven uit de dodencel
Deel 5: Buitenbeentjes
Deel 6: Olympische Spelen, Poetin en Iran
Deel 7: Stijl & experiment

 

MEER FILMFESTIVAL

IFFR 2023 – Deel 2: Terug op locatie

IFFR 2023 – Deel 2:
Terug op locatie

door Tim Bouwhuis

Als we de uitzonderlijke ‘juni-editie’ van 2021 niet meerekenen, is het IFFR na drie jaar eindelijk weer terug op locatie. In dit tweede IDB-verslag daarom aandacht voor de ‘nieuwe’ festivalbeleving. Wat valt op, wat is er veranderd en welke films springen ertussenuit?

Alleen een aantal door het Rotterdamse centrum verspreide plakposters van een ‘huilende Tiger’ (het festivallogo met een traan) herinneren deze dagen aan de kritieke situatie waarin het IFFR zich het afgelopen jaar bevond. De gerichte reorganisatie, die gepaard ging met het vertrek van medewerkers met een lange staat van dienst, is niet door iedereen vergeven en vergeten. Toch overheerst tijdens de eerste dagen van editie 2023 een gevoel van opluchting en euforie. De iconische Tiger-kop staat weer pontificaal voor Rotterdam CS en de zalen zitten stampvol.

Letzter Abend

Letzter Abend

Uitverkocht
Als ik op de vrijdagochtend tegen tienen de Pathé binnenloop voor La hembrita, een gelaagde dramafilm uit de Dominicaanse Republiek, stelt een collega al snel voor om maar aan te sluiten in de rij naar de zaaldeur. Toegegeven, ik zat op de eerste festivaldag ook al bij een uitverkochte wereldpremière, maar dat was op ‘prime time’, en ik merk dat ik toch weer even moet schakelen. Ik was er van tevoren niet van overtuigd dat ook de ‘kleinere’ IFFR-films weer een respectabel publiek naar Rotterdam zouden lokken. Het gevoel van genoegdoening is af te lezen van het gezicht van festivaldirectrice Vanja Kaludjercic, die het massaal toegestroomde publiek bij haar eerste Tigerpremières hartelijk verwelkomt.

Het programmateam maakt de gelukkige keuze om de eerste volle festivaldag na de openingsavond (met het Noorse kunstenaarsportret Munch) af te sluiten met een onmiddellijke publieksfavoriet. Letzter Abend, een Duitse ‘comedy of errors’ die zich bijna volledig afspeelt in een flatappartement, haalt het maximale uit het beschikbare met levendige vertolkingen en een bijna-overdosis aan tragikomische interacties. Het doet goed om veel generatiegenoten (dat wil zeggen, twintigers) in de zaal te zien, en de energieke regisseur doet daar nauwelijks voor onder: Lukas Nathrath is een jonge dertiger die de Tigercompetitie met zijn al even jonge cast een prettige frisheidsinjectie geeft.

Later InDeBioscoop
Dat de line-up met het Marokkaanse Indivision (Birdland) en het IJslandse Mannvirki ook films herbergt die het aanzien op groot doek helaas nauwelijks waard zijn, wordt gecompenseerd door een handvol hoogtepunten uit het festivalcircuit (met Cannes als grootleverancier), die dit voorjaar stuk voor stuk een reguliere bioscooprelease zullen krijgen. De IJslandse maker Hlynur Pálmason stuwt zichzelf met iedere film naar grotere hoogten, zo bewijst het existentiële meesterwerk Godland, en Aftersun is een uiterst gevoelig en subtiel vader-dochterdrama met een indrukwekkende Paul Mescal (voor sommige kijkers misschien bekend van de serie Normal People, en nu genomineerd voor een Oscar).

Godland

Godland

Eén kanttekening bij die aangekochte films is dat sommige doorgewinterde IFFR-gangers zich bij hun bezoekjes (terecht) juist toespitsen op de titels die kansloos zijn als het op distributie aankomt. De meerwaarde van deze veredelde voorpremières is in die zin beperkt tot de kans om deze films op een groot Pathé-doek te zien, al mag ondergetekende daar na Godland en Aftersun bepaald niet over klagen. Bij het inventariseren van de ‘exclusieve’ IFFR-titels valt op dat er sterk is ingezet op genrecinema en titels met een speels, ‘offbeat’ of subversief karakter. Nu was er aan genrecinema nooit een gebrek op het festival, maar onder de regie van het nieuwe programmateam is er sprake van een duidelijke toename.

Programmabalans
Het programma is nog steeds zo omvangrijk dat iedere filmliefhebber in theorie aan zijn trekken moet kunnen komen, maar er is wel bewust gekozen voor een kleinere hoeveelheid titels, met de op zichzelf nobele intentie iedere individuele titel zo voldoende aandacht te kunnen geven. De genoemde veranderingen in de opzet van het ‘volwaardige’ fysieke IFFR-programma (de nieuwe ‘Harbour’-sectie werd al tijdens de coronaperiode geïntroduceerd) lijken ten koste te zijn gegaan van meer poëtisch of contemplatief ingestoken films, al voelt het voorbarig om hier na drie filmdagen een zwaarwegend oordeel over te vellen. In ieder geval stelt het teleur dat het Nederlandse publiek geen kennis kan maken met een aantal (naar verwachting toch verkiesbare) hoogtepunten van het voorbije filmfestival van Venetië. Het gaat dan bijvoorbeeld om de filmodyssee Spre Nord (To The North; Mihai Mincan), de zoveelste ontmanteling van de ‘American Dream’, en het Canadese coming-of-agedrama The Maiden (Graham Foy).

Gelijkgestemde titels zijn traditioneel wel weer aardig vertegenwoordigd in de kortfilmcompetities. Zo schept Sarah-Anaïs Desbenoit in de Tiger-short Phalène een compleet nieuwe wereld waarin tweelingzussen in harmonie (van beeld én geluid) samenleven, en is de Oostenrijkse experimentele filmmaker Siegfried A. Fruhauf (het slechts acht minuten durende Thorax was een van de hoogtepunten van IFFR 2019) terug met Cave Painting. Door de innemende lichteffecten voelt het kijken van een Fruhauf-film vaak intensiever dan het aanschouwen van een twee uur durend drama.

Little Dixie

Little Dixie

Beter dan Butler
Dat genrecinema in Rotterdam alle aandacht krijgt, heeft overigens ook voordelen. Het was een genot om op het grootste festivaldoek te kijken naar Little Dixie, een oh zo typische, maar daarmee niet minder vermakelijke misdaadfilm met een gouden randje neo-noir. Eregast was niemand minder dan hoofdrolspeler Frank Grillo, een Hollywoodacteur die zich ook hard maakt voor onafhankelijke producties, en in korte tijd al twee keer eerder samenwerkte met regisseur John Swab. Grillo is alles wat Gerard Butler nog steeds wil zijn, en als je dat op je cv kunt zetten, ben je in Rotterdam meer dan welkom.

 

29 januari 2023

 

Deel 1: Fantasie als werkelijkheid
Deel 3: Coronacinema
Deel 4: Brieven uit de dodencel
Deel 5: Buitenbeentjes
Deel 6: Olympische Spelen, Poetin en Iran
Deel 7: Stijl & experiment

 

MEER FILMFESTIVAL

IFFR 2023 – Deel 1: Fantasie als werkelijkheid

IFFR 2023 – Deel 1:
Fantasie als werkelijkheid

door Bob van der Sterre

In het eerste deel over IFFR 2023 kijken we naar animaties, films gebaseerd op strips en andere fantasierijke films. Vaak prettige, zachte humor, maar hier en daar ook wat mysterie.

 

No Dogs or Italians Allowed

No Dogs or Italians Allowed – Oma vertelt in stopmotion
Regisseur Alain Ughetto maakte een familiekroniek over zijn eigen familie. Hij creëert het letterlijk zelf en speelt daarmee ook een rol: we zien zijn handen het decor bouwen. Hij begint met het dorp waar zijn familie vandaan kwam: Ughetterra.

Daar praat hij met zijn oma, Cesira, en zij blikt terug op hun geschiedenissen, terwijl ze zijn enorme mensensok stopt. Dat samenspel gaat de hele film door. Als Alains vader als kleuter huilt in de film, vraagt Cesira: ‘Alain, kun jij met je vader praten?’

De verhalen gaan over vroeger. Ze ging mee met haar partner (zijn opa) Luigi en nog meer familie naar Frankrijk. Luigi werkt in Frankrijk als gastarbeider en bouwt daar aan zijn droomhuis. Maar de ontwikkelingen in de wereld doorkruisen zijn plannen. Hij en zijn broers worden twee keer voor de oorlog opgeroepen (Abyssinië en Eerste Wereldoorlog). Dan is er nog de Spaanse griep in 1918. En de fascisten! En terugkerend is de discriminatie tegen Italianen.

Hoewel het verhaal pittig lijkt, blijft de film lichtvoetig. Het is echt een mooie, gevoelsvolle kroniek van een familie die alsmaar zware tijden moet doormaken. Doet een beetje denken aan het boek Honderd jaar eenzaamheid (maar iets korter)… Een tijd dat niet op een mensenleven meer of minder werd gekeken. Dat betekent ook wel wat momenten met zwarte humor. Daar gaat Ughetto ook op smaakvolle manier mee om.

Dit graaft net zo diep als een goede roman – maar mist de pretentie die de romans vaak onleesbaar maken. No Dogs or Italians Allowed maakt juist op humoristische manier gebruik van de kansen die het medium biedt. Broccoli als bomen, kartonnen huisjes die voor je neus aan elkaar worden gelijmd, een speelgoedkoe die uit elkaar valt, ik noem maar wat. Inventiviteit wint hier weer van grote budgetten.

Minpuntje is de wat misleidende titel, waardoor je denkt dat deze animatie over discriminatie gaat, maar dat is uiteindelijk maar bijzaak in het verhaal.

 

Blind Willow, Sleeping Woman

Blind Willow, Sleeping Woman – Kikker als mental coach
Op een dag vindt Katagiri een kikker in zijn huis. De kikker heeft hem nodig om ‘de Worm’ te bestrijden. ‘Alleen gebeurt het onder de grond en of we winnen of verliezen, niemand zal het ooit weten. Maar het gaat om de toekomst van Tokio.’ Katagiri heeft zijn twijfels. Waarom hij?

Komura, zijn collega, is opeens zijn vrouw Kyoko kwijt. Ze worstelde met een depressie vanwege de aardbeving die er net geweest is en is vertrokken. Hij neemt vakantie en reist naar Hokkaido. Daar spreekt hij af met twee vrouwen.

Een verhaal waar je typisch zo’n betekenisloos woord als ‘diepgang’ voor kunt gebruiken. Want dit gaat niet meteen over de menselijke zaken waarvan je aanvankelijk denkt dat het over gaat; het gaat over aardbevingen en therapie. Om precies te zijn het verwerken van de aardbeving van 2011, die ook als mens de fundamenten op losse schroeven zet.

Voor deze karakters betekent de aardbeving een verandering. Ze kijken terug op wat een redelijk teleurstellend leven was. Bij een was een wonder zelfs niet genoeg om het spectaculair te maken. Een ander heeft een alter ego van een pittige kikker nodig om te beseffen hoe weinig betekenisvol zijn leven is.

Regisseur Pierre Földes heeft diverse verhalen van het gelijknamige boek van Haruki Murakami (dat telt 24 verhalen) verweven in één verhaal. Die episodische aanpak werkt hier wel goed. Neem de scène als in Hokkaido – waarbij een vrouw een man uitdaagt met een vreemd erotisch verhaal over een beer. Of hoe het wachten op een kat een ontspannen en toch ook vreemd gesprek oplevert met een eigenwijs zestienjarig meisje. Of hoe zijn ex op haar twintigste een wens kan doen. Of Katagiri die met de kikker in de metro zit.

Deze absurditeit geeft opkikkers als espressoshots bij verder toch redelijk spektakelloze verhalen.

 

Convenience Story

Convenience Story – Lichtvoetig surrealisme rondom winkel
Scriptschrijver Kato is boos op zijn aandacht vragende hond en laat hem achter in een desolate reactie. Maar hij krijgt spijt. Als hij de hond zoekt, komt hij terecht bij een winkel van een benzinepomp. Een aparte winkel, waarvoor hij al gewaarschuwd was in een andere winkel: ‘Er is een alternatief universum voor alles.’ Achter een koelvak blijkt er inderdaad een parallel universum te zijn.

Er gebeurt veel. Hij raakt zijn auto kwijt. En flikflooit met Keiko, de vrouw van de winkeleigenaar. Hij blijft er een paar dagen hangen om te werken aan zijn script, waar hij ineens inspiratie voor krijgt. En hij vlucht samen met Keiko naar een feest ‘om mensen naar een andere wereld te begeleiden’. Terwijl zijn vriendin, Zigzag, hem ook aldoor belt.

Ik ben wel fan van het lichtvoetige surrealisme van Miki Satoshi. Net als in het vermakelijke Adrift in Tokyo zit deze film boordevol symbolen, zachtaardige humor en mysterie. De kleuren geven hier signalen (net als bijvoorbeeld bij films van David Lynch). Als je goed oplet, zie je veel meer: de hoofdwond in de vorm van de Japanse vlag; wonden op de armen (van een oude vrouw en een duizendpoot); vrouwen die stoeien met naaldhakken; bizarre namen (Vanishing Point, Zigzag); tatoeages van ogen, posters met ogen; of de opmerking: ‘Als ik benzine ruik, krijg ik vlinders in mijn buik’. Wat het allemaal betekent? Deze film kun je prima een tweede keer zien om dan de symboliek beter te vatten.

Meestal zijn mysterie en humor een lastige combinatie maar de films van Miki Satoshi bewijzen dat hier nog een redelijk onontgonnen terrein is in cinema. Ik moest ook af en toe denken aan de films van Quentin Dupieux, of aan films als Donnie Darko en Under the Silver Lake. Want het verhaal blijft verrassen en dat is prettig film kijken.

 

La Sudestada

La Sudestada – Argentijnse detective in de ban
‘The hound’ is de bijnaam van Jorge Villafañez. Hij woont in Buenos Aires en is een privédetective. Hij moet een nieuwe klus doen: de choreografe Elvira volgen. Als ze naakt gaat dansen midden in het bos, raakt hij in de ban. Weet hij zijn professionele grens te bewaren? De klant raakt wanhopig terwijl Juan ook de grillige rivier de Plata moet trotseren om Elvira te volgen. Hij komt iets dichterbij dan hij wilde.

Aardige, vriendelijke, rustige film. Archiefbeelden, animaties, dromen etc. breken het lome tempo een beetje. Ook hier is veel mysterie en blijf je je als kijker afvragen: waar gaat het heen. Duidelijk dat Elvira een snaar raakt bij Jorge (mooie rol van Juan Carraso). Het leidt naar het type einde waar je achteraf over gaat discussiëren.

Dit verhaal komt (net als Sri Asih hieronder) uit een graphic novel. Dat soort verfilmingen raken steeds meer in de mode nu de literatuur alsmaar meer vercommercialiseert en minder te bieden heeft, waar de graphic novel juist steeds meer evolueert in ‘grafische romans’. La Sudestada is een bewerking van Juan Sáenz Valiente’s verhaal, dat ik zelf niet kende maar me nu wel nieuwsgierig maakt.

 

Sri Asih

Sri Asih – Superheldenfilm op z’n Indonesisch
Tot slot kijken naar de gewetenloze projectontwikkelaar Prayogo. Hij lost het probleem van Indonesische sloppenwijken op door ze plat te branden en de politie te verhinderen onderzoek te doen. Alana is een freefighter en wint gevechten van mannen.

Op een dag ontdekt Alana dat die freefight-krachten niet uit het niets komen, maar dat ze erfgenaam is van de Sri Asih-superheldin uit de jaren vijftig. Ze moet het opnemen tegen een slechte geest die de aarde wil verwoesten. Maar zij heeft ook steun.

De film (verfilming van een jaren vijftig stripverhaal van R.A. Kosasih) oogt bekend. De origins-story, de bad guys, het ingewikkelde achtergrondverhaal, de overdreven coole martial-arts-gevechten… Toch is het script soms net even anders. Zo komt de superheldin uit een vulkaan (dus geen anoniem laboratorium); is er een weelderige initiatie met oosterse dans en bloemen (dus niet per ongeluk ergens in een steeg: heh, wat overkomt me nu); spelen sloppenwijken en armoede een rol (dus niet alleen Manhattan); is een rode sjaal een wapen (geen pijl en boog of superhamer); zijn er vechtscènes in gangen (dus niet tussen hoge gebouwen). Enzovoort.

Het resultaat is wisselend. Aardig hoe Indonesië hiermee een eigen over de top superheldenfilm aflevert (ze hadden er trouwens al een: Gundala uit 2019). Het probleem is dat het overbekend materiaal is. Het goede versus het kwade (inclusief persoonlijke worsteling van de protagonist); de protagonist die een wees is; de overgestileerde martial-arts-gevechten; de grote toren waar de bad guy zich in bevindt; de zwijmelmuziek die je hoort op softe momenten en drukke muziek bij spannende momenten; de eindeloze vechtpartijen waarbij de helden nooit een schrammetje oplopen. Sommige actiescènes ogen hier bovendien wat houterig.

Dit is de tweede film van Bumilangit Cinematic Universe (BCU), de Indonesische variant van Marvel. Joko Anwar regisseerde de eerste en schreef mee aan dit script. Deze film is geregisseerd door Upi die weer meeschreef aan de eerste. De film is zich bewust van zijn eigen oorsprong: een besef van geschiedenis dat je niet zo snel ziet in de Marvelproducties.

 

28 januari 2023

 

Deel 2: Terug op locatie
Deel 3: Coronacinema
Deel 4: Brieven uit de dodencel
Deel 5: Buitenbeentjes
Deel 6: Olympische Spelen, Poetin en Iran
Deel 7: Stijl & experiment

 

MEER FILMFESTIVAL

IFFR 2023: 40 tips

International Film Festival Rotterdam 25 januari – 5 februari
IFFR 2023: 40 tips

door Bob van der Sterre

Na een paar moeilijke jaren is IFFR weer terug met een vol programma. Ruim 500 films, kort en lang, artistiek en experimenteel, en weer ouderwets terug in de wintertijd. Daarom 40 aanraders voor IFFR 2023.

Wil je meer weten over het programma, de programmaonderdelen en hoe je kaartjes kunt kopen? Lees dan de Q&A over IFFR 2023.

IFFR 2023: 40 tips, zoals Convenience Story

Hieronder zie je 40 tips van onze redactie. Noot vooraf: we moeten de films zelf ook nog zien, het gaat hierbij daarom ook om gut feeling. De IFFR-verslaggevers van InDeBioscoop wensen alle IFFR-gangers in elk geval veel plezier!

Actie
Sri Asih
Indonesische actiefilm over vrouwelijke superheld zit tjokvol actiescènes en martial-arts-gevechten. Film van Upi is een bewerking van een populaire Indonesische strip uit de jaren vijftig, maar dan verplaatst naar het heden. Klassiek gevecht van goeden versus de kwaden.

Animatie
Blind Willow, Sleeping Woman
Japans-Franse animatiefilm is een verfilming van een kort verhaal van Haruki Murakami. De gevolgen van een aardbeving, een vrouw die ineens weg is, een kikker die meedoet in het huishouden. Klinkt niet als verspilling van tijd, deze film van Pierre Földes.

No Dogs or Italians Allowed
Stopmotionfilm van Alain Ughetto gaat over Italiaanse emigranten in Frankrijk. Ziet eruit als een mooie, intelligente film. Er is nog veel meer animatie tijdens deze IFFR in verband met het focusprogramma van animatieregisseur Yuasa Masaaki.

Cinema
Jeune Cinéma
Voor de liefhebber van de Franse cinema waarschijnlijk erg leuk: dit inkijkje via archiefbeelden van het filmfestival van badplaats Hyères in de jaren zestig (Festival International du Jeune Cinéma werd van ‘65 tot ‘83 gehouden). Een ‘fresco van pracht en ellende’ volgens het IFFR. Film van Yves-Marie Mahé.

No Bears
Ik ben wel benieuwd naar deze nieuwe film van Jafar Panahi. De Iraanse regisseur probeert aan de andere kant van de grens (in Turkije) een film in Iran te regisseren via een videoverbinding. En we zien hoe dat niet zo goed lukt. Dit proberen wordt op zichzelf ook een weer film.

Coming of age
Funny Pages
Een jongen verlaat school en wordt een comic book nerd… en ontmoet talloze gelijkgestemden. De film van Owen Kline belooft volgens IFFR ‘een achtbaan van verontrustende emoties en onvoorspelbare reacties’. Vermoedelijk een geestige film die er makkelijk ingaat. Steuntje in de rug voor alle nerds ter wereld. Opvallend bij deze IFFR is dat we niet worden platgegooid met gezapige coming of age-films. Die trend lijkt nu toch wel over.

Coronapandemie
New Strains
Een stel zit tijdens de eerste lockdown vast in New York. Deze flink geïmproviseerde film kan hit of miss zijn, maar is in elk geval een echte speelfilm over en tijdens de pandemie. Makers Artemis Shaw en Prashanth Kamalakanthan hadden hier vermoedelijk veel plezier mee. Ze schetsen hier (bij mijn weten als eersten) in fictie hoe de lockdowns impact hadden op je emoties.

La Tour
In deze film van Guillaumne Nicloux wordt juist het griezelige en uitzichtloze van de pandemie-lockdowns naar voren gehaald. Het gebouw verandert zelf in een killer. Een ‘typisch product van het pandemietijdperk’ aldus IFFR. Grappig idee maar films waarbij geen hoop is, trek ik meestal moeilijk.

Dieren
Eo
Nieuwste film van de 84-jarige cineast Jerzy Skolimowski (o.a. Deep End en Le Depart) gaat over een ezel. Dat alleen al is voor mij genoeg om deze film zonder voorkennis naar de bioscoop te laten hollen. Ik weet niet waar deze film over gaat maar na het portret van een varken (Gunda) en een koe (Cow) ben ik blij met deze volgende stap in de emancipatie van dieren in de cinema. Isabelle Huppert heeft ook een rolletje.

Drama
Aftersun
Volwassen man gaat met dochter naar een Turkse badplaats. De vader probeert alles gezellig te houden maar is langzaam aan het instorten. De verfilming van de vader-dochterrelatie door Charlotte Wells lijkt een warme, lieve film op te leveren. Ondanks de vele positieve reacties op dit drama, verdenk ik deze film wel een beetje van oppervlakkigheid. Misschien is Nostalgia van Mario Martone (o.a. van het mooie L’amore molesto uit 1995) een beter drama, maar bijna twee uur lijkt me dan wel weer aan de lange kant.

Dramady
Showing Up
Kelly Reichhardts nieuwste film gaat over competiviteit tussen twee kunstenaars. Een lichtvoetige dramady over families, vrienden, collega’s, kleine ongemakken en zo. Misschien wel een beetje Woody Allen?

Experiment
Mannvirki
Wow. Waar deze film van Gústav Geir Bollasons over gaat, is mij een raadsel. Iets met een gebouw in IJsland. Een groot risico om deze film te bezoeken. Maar wie niet waagt, die niet wint.

Fantasie
Unidentified
Ufo’s hangen boven de aarde. Ze doen niets. Wat voor effect heeft dat op de mens? Deze film is wat lastig te peilen, maar ik verwacht een uitzinnige trip, met kleur, dans, muziek, bizarre editing en daar ergens tussenin een sciencefictionverhaal. Jude Chun zou volgens IFFR een film hebben gemaakt met ‘sardonische humor’ dus dat moeten we dan maar proberen. Ik waarschuw alvast: deze trailer geeft niets weg.

Geschiedenis
La Stranezza
Biopic van Luigi Pirandello. Vermoedelijk weer topacteerwerk van Tony Servillo als Pirandello. Servillo krijgt zo onderhand Mastroianni-status. Film van Roberto Andó ziet er verzorgd uit en speelt zich af in Sicilië.

La Palisiada
In La Palisiada van Philip Sotnychenko kijken we naar een moord die in Oekraïne in de jaren negentig is gepleegd. Volgens IFFR ‘worden in La Palisiada worden slechts twee schoten gelost, met een kwart eeuw ertussen, en het is aan de kijker het verband te vinden.’ Lastig te zeggen wat je krijgt maar ik hoop op een sterke film met een boeiend tijdsbeeld.

Horror
Deadly Love Poem
Op het oog is Deadly Love Poem van Garin Nugroho interessante, stijlvolle horror. Een giallo over de wereld van kunst en mode… Klinkt bijna als een Indonesische variant van Argento’s L’uccello dalle piume di cristallo. Waarom ook niet! Ook een aanrader visueel gezien is 2551.02 – The Orgy of the Damned. Deze horrorfilm van Norbert Pfaffenbichler heeft geen dialogen, maar zit vol muziek en geluiden. Volgens IFFR ‘even duister, gestoord en avant-garde als de griezeligste horrorfilm’. Wie nog meer creepiness wil, heeft vermoedelijk een goede aan Faces of Anne, een horrorfilm waarbij meisjes allemaal Anne heten en van gezicht veranderen.

Internet
Girl Internet Show: A Kati Kelli Show
Ik had nog nooit van deze YouTube-comédienne gehoord, Kati Kelli, maar ze bestond werkelijk en is al in 2019 overleden. Een outsider-YouTuber las ik ergens en dat klopt wel: waar de grote YouTubers miljoenen views binnenharken, worden de meeste van haar filmpjes op haar kanaal ‘slechts’ een paar duizend keer afgespeeld. Op basis daarvan lijkt ze een goed gevoel te hebben gehad voor spot en satire.

Klassieker
Santo contra los jinetes del terror
El Santo (de heilige) was een soort Mexicaanse superheld. Hij droeg een zilveren masker en versloeg altijd de bad guys. Dit is een curieuze El Santo-film uit 1970 van René Cardona. IFFR legt uit waarom: ‘Ten eerste omdat het Santo’s enige uitstapje naar het Wilde Westen is, en ten tweede omdat het erotiek had moeten introduceren in de verder keurige Santo-wereld (…).’ Onderdeel van het programma Cinema Regained.

Komedie
Clementina
Droogkomische Argentijnse film over een appartement dat langzaam instort, bewoners lopen met mondkapjes vanwege corona, overal is herrie, en Clementina is het middelpunt. Het is niet makkelijk om deze ‘excentrieke komedie’ tot het einde interessant te houden maar hopelijk slaagt de film van Agustín Mendilaharzu en Constanza Feldman daar wel in.

Kolonialisme
Pacifiction
Frans-Polynesië krijgt een nieuwe hoge-commissaris. Benoit Magîmel doet hier zijn rol in tv-serie Marseille nog eens over. ‘Een decadent ritueel dat kunstmatig in stand wordt gehouden tot ver na zijn hoogtijdagen’, aldus IFFR. De film van Albert Serra neemt de tijd maar druipt van het cynisme.

Kostuumdrama
Il Boemo
Tsjechisch kostuumdrama gaat over de zeventiende-eeuwse componist Josef Mysliveček die succes heeft in Italië, ten tijde van Mozart. Film van Petr Václav ziet eruit als een interessante historische film met veel aandacht voor setting en kleding. Duurt wel ruim twee uur, dus heb geen haast.

Kunst
Kunstkamera
Naar eigen zeggen laatste film van Jan Švankmajer, die al sinds 1964 met menig film is langskomen op IFFR. We bezoeken zijn kasteel, want dat heeft hij met zijn inmiddels overleden vrouw ooit gekocht. Soort documentaire/rondleiding? Het is nooit gewoon bij Svankmajer. Hierna maakt hij nooit meer een film, zegt hij zelf op 88-jarige leeftijd. Een cinefiel afscheid om een traantje bij te laten. Wie hem beter wil leren kennen: lees mijn artikel over Svankmajers kunst.

Munch
Verschillende kanten van kunstenaar Edvard Munch door verschillende acteurs belicht in verschillende tijden. Klinkt dus niet als je doorsnee-biopic, deze film van Henrik Martin Dahlsbakken. Openingsfilm van deze IDFA.

Lengte
Drunkard Nursing Home
Een ‘op digitale video gedraaide no-budget-documentaire’ over een nachtclub in Peking. Nauwgezet gaat de film allerlei bezoekers van die nachtclub langs. Het leverde een film van tien uur op die ik eigenlijk wel in die lengte had verwacht bij IFFR. Had een sessie kunnen zijn met lunch, yogabreaks, koffiepauzes en powernaps. De film is nu teruggebracht tot 2,5 uur lengte en dus beter uit te houden. Film van Shuai Zhang zou wel eens kunnen verrassen in menselijkheid.

Esterno Notte
Ook niet al te kort is deze tv-serie van oude bekende Mario Bellocchio (300 minuten in totaal). Deze gaat over de ontvoering van Aldo Moro, al eens eerder door hem vastgelegd in cinema, in 2003 in Buongiorno notte. Die film ging over de ontvoering, deze over de context.

Wie letterlijk alle tijd van de wereld heeft, kan ook nog terecht bij deze films:

Lichtvoetig
Convenience Story
Kato bezoekt een winkel waar alles anders is. Hij valt in allerlei surrealistische avonturen en kan amper werkelijkheid van fantasie onderscheiden. Film van Miki Satoshi die ons ook al Adrift in Tokyo voorschotelde. Eenvoudige maar fantasierijke film belooft wederom lichtvoetigheid van de categorie Michel Gondry en Charlie Kaufman.

Misdaad
The Boys
Zuid-Koreaanse misdaadfilm gaat over een het heropenen van een oude misdaadzaak. Meestal kunnen Koreanen zulke films maken als geen ander. Film van Chung Ji-young gaat ook over een echte coldcase. Wel lastig om dat op basis van de trailer te zeggen… dat is namelijk meer een mini-making-of van de film dan een trailer.

The Abandoned
Kortgezegd gaat deze film over moord en doodslag in een heftige nacht. De Taiwanese recherche onderzoekt een moord en dat leidt ze naar onverwachte paden. De trailer belooft veel actie, rommelig gedoe en geweld in deze film van Tseng Ying-ting.

Corazonada
Grote zwendel in Mexicaanse loterij van binnenuit bekeken. Ik vermoed dat de film van José Manuel Cravioto een vaardig gemaakte film is à la Quiz Show – en er dus wel lekker ingaat – maar niet echt zal blijven hangen. Volgens IFFR is de film nogal veel: ‘Een ironische aanklacht tegen de algemeen verbreide overheidscorruptie en tegelijkertijd een komedie, spannende thriller, misdaadfilm en sociaal commentaar.’

Ontroering
The Whale
Wie deze film zonder voorkennis gaat kijken, zal na de eerste minuten in z’n ogen wrijven. Brendan Fraser? In deze film is hij een kluizenaar met obesitas. Knappe metamorfose. Ik verwacht dat deze film van Darren Aronofsky een absolute publiekslieveling wordt tijdens deze IFFR. Brendan Fraser, over wie je veel kunt zeggen maar niet dat hij geen talent heeft, zal uit een vaatje tappen dat we hem nog niet eerder hebben gezien. Zijn emoties kon hij amper bedwingen toen hij onlangs een Annual Critics Choice Award ontving (de Golden Globes weigerde hij te bezoeken). De media hebben het al over de ‘Brennaissance’.

Religie
Godland
Hardcore IJslandse geschiedenis en religie in 143 minuten. En dat vierkant. Echt iets voor de liefhebber en bij de redactie van IDB lopen er al een aantal handenwrijvend rond om deze film van Hlynur Pálmason te kunnen bezoeken. ‘Een feest voor het oog door de heerlijke soberheid’, is inderdaad precies wat ik erbij verwacht.

Romantische komedie
Voyages en Italie
We volgens het stel Jean-Philippe en Sophie tijdens hún reis door Italië. ‘Een juiste mix van originaliteit, humor en intelligentie’ en ‘briljante dialogen, adembenemende oprechtheid’: het is niet niets wat IFFR belooft. Ik weet het nog niet zonder trailer (ik kan alleen de versie van Rossellini vinden, die in de jaren vijftig dezelfde trip verfilmde). Wat is het toch met al die filmmaatschappijen die geen trailers op YouTube zetten!

Sciencefiction
LOLA
Een machine zorgt ervoor dat twee zussen al eerder zien wat er gaat gebeuren dan de rest van de wereld. Wat te doen? Mogelijk aardige indie SF-film van Andrew Legge had ik toch eerder bij Imagine verwacht dan IFFR.

Seksualiteit
Hand
Het is een beetje ingewikkeld maar sinds de jaren zeventig zijn er pinkufilms (pink films, Japanse seksfilms met verhaal) gemaakt. Studio Nikkatsu had zelf een serie van softseksfilms genaamd ‘roman porno’. Omdat die 50 jaar bestond, maakte Nikkatsu drie films. Nog steeds om elke tien minuten een seksscène maar deze film van Matsu Daigo gaat vooral over wat de vrouw wil. Een punt waar pinkufilms natuurlijk vroeger geen enkel oog voor hadden. Seks en erotiek zijn sowieso wat meer en vogue, lijkt het. De uitzinnige Filipijnse sekskomedie I Love you, Beksman belooft vooral gendergrappen, terwijl de Koreaanse film White River wat meer klassiek erotisch is, en de korte film Grief Encounter pornografisch.

Spanning
Killing a Traitor
Spannend misdaadmelodrama over corruptie in Iran in de jaren vijftig. Volgens IFFR toont filmmaker Masoud Kimiai ‘het lef van Francis Ford Coppola en Sam Peckinpah met een indrukwekkende cast.’ Grote namen, dan ook dito verwachtingen.

Spookverhalen
Let It Ghost
Humor, spot, drie spookverhalen en YouTubers in Hongkong. De energie zal er wel van af spatten, en het bloed op de muren, maar of het echt wat is, blijft lastig te zeggen. Er is trouwens nog een spookfilm uit Hongkong op IFFR: Silent Ghosts.

Sport
One Win
Sportdrama van Shin Yeon-Shick over de coach van een vrouwenvolleybalteam. Liever voetbal kijken dan volleybal? Dan is er nog deze film over de oud-voetballer Prosinecki.

Stijl
Não Sou Nada
Bijna niemand heeft zo’n mooie en herkenbare filmstijl als Edgar Pêra, die in 2019 een retrospectief had op IFFR. Het probleem zijn meestal de verhalen. Deze film over 75 karakters van de dichter Fernando Pessoa zou ik ook niet contextloos bezoeken. Een beetje verdiepen helpt de filmervaring.

Surrealisme
La Sudestada
Deze film van Daniel Casabé en Edgardo Dieleke biedt gedoseerde weirdness, een bewerking van een stripverhaal, goed acteerwerk: de seinen staan op groen. Wel intens denk ik. ‘Een thriller die de bewegingen van de ziel volgt’, aldus IFFR.

Theater
Als uw gat maar lacht (If yes, Okay)
Tienerdochter Amy wil dat haar rijke familie een kabuki-theaterstuk gaat spelen. Die is bedoeld als parodie op haar eigen familie. Film van Dick Verbult (Viva Matanzas) oogt net zo maf als de titel maar de trailer belooft ook krachtige spot. Ik verwacht wel wat grappige momenten maar misschien ook wel een film die zichzelf overschreeuwt in eigenzinnigheid. Frappant dat de laatste tijd zoveel series en films rijkdom zo op de korrel nemen (denk bijvoorbeeld aan White Lotus).

 

18 januari 2022

 


MEER FILMFESTIVAL

IFFR 2023 in 5 vragen en antwoorden

IFFR 2023 in 5 vragen en antwoorden

door Bob van der Sterre

IFFR 2023 is veel minder dan de voorgaande twee edities getekend door het coronavirus. We kunnen vanaf 25 januari weer volle kracht genieten van het filmfestival. In dit stuk leggen we in 5 vragen en antwoorden uit wat je kunt verwachten als IFFR 2023-bezoeker.

IFFR 2023 in 5 vragen en antwoorden - Openingsfilm Munch

1. Wanneer is het IFFR 2023 precies?
De 52ste editie van International Film Festival Rotterdam (IFFR) vindt plaats van 25 januari tot en met 5 februari 2023.

Dit zegt IFFR over hoe het festival terugkeert naar de stijl van voor het coronavirus: “Het festival verwelkomt het publiek met een compleet programma van speelfilms, korte films, focusprogramma’s, installaties, performances en meer. Industrie-, pers- en onderwijsactiviteiten vinden weer plaats door heel Rotterdam met festivalhart De Doelen.”

Wie er echt zin in heeft, bekijkt de video van de persconferentie over het festival van 2023.

2. Waar vind ik het programma voor IFFR 2023?
Het programma van de films vind je op de website van IFFR.

Wil je dat IFFR voor jou een keuze maakt? Probeer de Film Finder.

Wil je alleen het on demand-programma bekijken? Kijk op de website van IFFR. Daar staat ook uitleg over het on demand-programma.

3. Hoe kun je op IFFR 2023 een kaartje kopen?
Hoe koop je tickets?

Waar staan tips van IFFR over kaartverkoop?

Andere vragen? Bekijk de algemene Q&A van IFFR.

4. Welke IFFR-programma’s kan ik bezoeken tijdens IFFR 2023?
Anders dan vorig jaar zijn er nu weer volledige programma’s:

Awards en competities IFFR:

Kunst en IFFR:

5. Wat doet InDeBioscoop dit jaar aan IFFR?
Tim Bouwhuis en Bob van der Sterre doen dit jaar verslag van het IFFR 2023. Houd de website van InDeBioscoop de komende weken in de gaten voor onze besprekingen! Wil je ons steunen? Like de website op Facebook en abonneer je op onze nieuwsbrief!

 

17 januari 2023

 

IFFR 2023: 40 tips

IDFA 2022 – Deel 7: Een zee van experimenten

IDFA 2022 – Deel 7:
Een zee van experimenten

door Bob van der Sterre

Altijd interessant: experimentele films. Maar ze zijn wel hit and miss… Bij IDFA vallen veel experimentele films in het Paradocs-programma. En dan is er nog DocLab. Laatste bijdrage over IDFA 2022.

 

Danse Macabre

Danse Macabre – Een schokkende Thaise geschiedenis
De Thaise geschiedenis van de laatste honderd jaar is een tamelijk bloederige aangelegenheid en vol onopgehelderde zaken. Zaken waarin staatsgeweld een rol speelde.

Zwaar onderwerp maar je hoeft dat niet als een standaard pratende hoofden-drama te vertellen, dachten de makers. Danse Macabre begint met een homo-erotische dans tussen twee halfnaakte mannen, gaat over in een verhaal over diverse bizarre moordverhalen, vervolgt met een verhaal over de mysterieuze dood van een koning, beschrijft dan het geweld van de Thaise staat tegen zijn burgers: drie bloedbaden en acties tegen recente protesten. ‘Hebt u spijt dat u akkoord gaf om met scherp tegen demonstranten te schieten?’ ‘Hoe moet je je anders verdedigen tegen mensen die je aanvallen?’

Daarmee heb ik alleen de feiten opgesomd. De manier van vertellen is compleet eigenzinnig. De film toont serieuze archiefbeelden à la een true crime documentaire, wisselt dat af met nogal homo-erotische videoclips, nagespeelde stukken, een stukje videogame, en – welja – een stukje pornografie.

De proloog geeft al aan dat de film alle regels probeert te overtreden die de Thaise overheid voor films heeft opgesteld. En dat is wat hij doet. Waar de meeste documentaires subtiel omgaan met schokkende beelden, zie je hier alle details. Behoorlijk ranzig af en toe. Gelukkig keek ik de film thuis en kon ik snel vooruit skippen maar in een zaal heb je die luxe niet.

Danse Macabre is zo’n film die vol gas gaat, geen remmingen heeft. Dat dwingt respect af voor het lef maar leidt wel enorm af van wat de film nu wil vertellen: een boodschap over de politieke geschiedenis van Thailand. De filmmakers Thunska Pansittivorakul en Phassarawin Kulsomboon kun je in elk geval niet betrappen op gebrek aan durf.

 

Private Footage

Private Footage – Met een browser door de Zuid-Afrikaanse geschiedenis
Regisseur en kunstenaar Janaína Nagata kocht een filmspoel op een veilingsite. 19 minuten found footage van een reis naar Zuid-Afrika zit in de spoel. Dieren, inheemse volken, blank en zwart.

Daarna worden de beelden teruggespoeld en kijken we er nog eens naar, maar nu met context. Via een  splitscreen zien we hoe een browser wordt geopend en zoekt de surfer het verleden van Zuid-Afrika erbij, via foto’s, Wikipedia en video’s. Een blikken stem leest voor. Het Krugerpark, opnamen van Durban en Transkei (kathedraal, strand, vlag, riksja): in bijna al die details zit iets van de rassenscheiding.

Een fraai experiment: de geluiden bij de beelden maakt het nog even iets unheimischer. Als de maker een relatie blootlegt tussen een medicijnman in Transkei en de blanke overheersers wordt het echt mysterieus. Je moet een passie voor geschiedenis hebben maar er zijn weinig betere middelen om dat te krijgen dan deze film. Die oogt als een feilloze researchsessie maar ik vermoed dat de timing van ieder beeld goed doordacht is.

Een beetje herkenbaar voor ondergetekende, aangezien ik soortgelijke research online heb gedaan voor de Camera Obscura Specials. Dit gaat dus ook een keer over het internet als ongelooflijke bron van informatie en hoe je dat kunt gebruiken.

 

A History of the World According to Getty Images

A History of the World According to Getty Images – Publiek of commercieel domein?
A History of the World According to Getty Images sluit naadloos aan bij Private Footage; de browser in de vorige film bezoekt zelfs eventjes de site van Getty Images. Alleen gaat het hier niet om de geschiedenis maar om de rechten van de beelden van die geschiedenis.

We zien allerlei klassieke films langskomen met het watermerk Getty Images. Daarna nog een keer. Dan vertelt regisseur Richard Misek meer over de oorsprong van de beelden, die niet zelden uit het open domein kwamen. Het is vreemd dat de beelden ooit wel gratis waren en bedoeld waren om belangrijke momenten in onze geschiedenissen te laten zien. Ze zijn nu alleen nog te koop. ‘Een houdgreep van de commercie’, noemt IDFA dat.

Misek vindt dat niet fair maar vond een loophole: je kunt deze film gratis downloaden en dan alsnog alle beelden bekijken. Interessante film van slechts 20 minuten vertelt meer dan menig documentaire van anderhalf uur.

 

A Stretch of Time

A Stretch of Time – Game vs. Film vs. Kunstwerk
Gezicht geeft een opdracht. Een man met alleen zichtbare handen (bekend concept van de game Half-Life) moet in de kelder iets doen. Hij komt daar in een kolossaal en levend archief.

IDFA legt het ons uit: ‘A Stretch of Time is een nieuw hoofdstuk in het doorlopende project False Mirror van kunstenaar Ali Eslami.’ Eslami woont in Amsterdam.

Deze game die je niet kunt spelen (mensen kijken ook vaak naar gamers via livestreams) duurt slechts 22 minuten. Het is eigenlijk game noch film noch kunstwerk, maar een fusie van die dingen. Het is vooral aardig als je met alle drie de vormen bekend bent; zoals dat geklungel met auto’s in een tunnel absoluut herkenbaar is als je bijvoorbeeld een game als Grand Theft Auto hebt gespeeld. En het enorme archief prikkelt de fantasie.

Niet perfect maar ik hou wel van zulke experimenten. Drang naar experimenten en gebruik van fantasie zoals in deze film zorgen ervoor dat de familie van de documentaire blijft groeien.

 

Striking Land

Striking Land – Een uur staren naar natuur
Een uur lang kijken we naar landbouwers in Portugal. Vooral mensen op leeftijd die oldskool aan landbouw doen. En die respectvol met de natuur omgaan.

Er zijn geen interviews – alleen beelden. Broek schoon pulken. Tractor die rondrijdt. Aardappels in een zakje doen. Schoffelen in het bos. Grond begieten met water. Paard knippert met zijn ogen. Blootvoets door de maïs/gerst lopen (te weinig kennis van zaken om dat verschil te zien). Paal in de grond duwen. Dode takken ergens heen smijten.

Genoeg van alle stressvolle, dramatische documentaires? Dan is Striking Land een goede om te gaan kijken. ‘De geluiden van de vaak repetitieve, bijna meditatieve verrichtingen vormen een soort hartslag van de natuur’, schrijft IDFA eigenlijk wel heel goed. Dat is precies hoe ik het ervaarde.

Misschien is Striking Land de minst opvallende film van het festival maar stiekem toch wel de beste. Geen dialoog, geen verhaal, gewoon beelden, die je wel tien keer achter elkaar kunt zien (ik heb het twee keer gedaan, maar moet bekennen dat ik bij de eerste keer in slaap viel). Ik vond het geslaagd in veel opzichten – ook omdat deze mooie beelden je simpelweg gelukkig maken. In elk geval wint Striking Land de prijs voor de meest Kossakovsky-achtige film die IDB ieder jaar officieus uitreikt.

 

The Anticipation of Rain

DocLab – Kunstdocumentaires via een VR-bril
Aangezien de meeste documentairegangers – inclusief de pers – DocLab in de Brakke Grond overslaan, wil ik hier nog wel even iets vertellen over het meest experimentele hoekje van het festival.

Ik denk zelf dat virtual reality (VR) op een punt staat om toegankelijker te worden. Dan kan het net als een tv in iedere huiskamer te vinden zijn (met alle gevolgen van dien, zoals mensen die hun nek breken omdat ze struikelen over een stoel). In potentie kan VR (onder andere) de wereld van documentaires compleet veranderen. Zoals er nu ook al games zijn alleen voor VR. Alleen gewenning en kosten staan ons in de weg.

Bekijk de trailer van Plastisapiens om een idee te krijgen van een VR-film.

Het punt is dat VR nieuwe zintuigelijke ervaringen ontsluit. Je ogen zien 360 graden film op je ogen. Je kunt virtueel dingen pakken of aanraken. Geluid krijg je via koptelefoons. Bij de film/ervaring van The Anticipation of Rain (zie: foto) kreeg ik ook geuren te ruiken.

Er is dus ontzettend veel mogelijk in wat in feite een fusie tussen game, kunst en documentaire is. Als fan van alle drie ben ik dus heel nieuwsgierig naar deze ontwikkelingen. Ik heb eerder over experimentele kunst in deze vorm geschreven. En VR is ook weer niet zo kakelvers: de geschiedenis ervan gaat terug naar 1970. En wist je dat Fassbinders Welt am Draht met VR te maken heeft? Uit 1973!

Er is alleen een ding… Bij bezoek aan DocLab Gallery (je reserveert een blok van een uur en kan kiezen tussen zes films) bleek het telkens terugkerende probleem van VR: de techniek is hoogdrempelig. Voor welke vorm van documentaires kijken heb je een assistent nodig om te kunnen kijken? Het is een gedoe om de VR-bril op te zetten en te gebruiken. Knoppen indrukken en dingen pakken etc. gaan niet altijd zo makkelijk als je er niet mee bekend bent. Daarnaast kun je moeilijk meer communiceren in het echt als je niets meer ziet, hoort of voelt. Dus ook niet als het misgaat. 

The Antipication of Rain heb ik bijvoorbeeld – bleek later – niet gezien. Ik keek wel naar een mooi bewegend plaatje van een landschap en wachtte tot een regenbui langzaam zou verschijnen. Ik dacht dat de film ook ging over onthaasting (dat krijg je ervan als je je nooit inleest). Toen de film afgelopen had moeten zijn, was er bij mij nog niets gebeurd. (Waar het nu misging, weet ik niet. Ik vroeg nog nadrukkelijk of ik nog ergens op moest klikken en dat hoefde niet.)

En bij Kristine is not Well van Seeyam Quine moest ik bij een hysterische uil op een knop drukken maar ik had geen idee waar de knop zat of hoe ik eraan moest komen en bleef daar vijf minuten hangen, tot ik het opgaf en de bril maar probeerde af te doen. Gelukkig kwam er snel assistentie.

Bij alle grote uitvindingen zijn er kinderziekten. Ik blijf heel nieuwsgierig naar nieuwe ontwikkelingen op dit punt. De documentairewereld staat op een punt dat het deze experimenten meer moet gaan omarmen, wil het niet een eeuwige recyclemachine worden van veel praktisch dezelfde soort verhalen. Wellicht dat je in de toekomst ‘oldskool’ documentaires kunt zien in een zaaltje in de Brakke Grond en je voor interessante VR-voorstellingen naar Tuschinski 1 gaat.

 

20 november 2022

 

IDFA 2022 – Deel 1: Openingsfilms
IDFA 2022 – Deel 2: Azië, anders
IDFA 2022 – Deel 3: Muziekdocumentaires
IDFA 2022 – Deel 4: Mensen aan het werk
IDFA 2022 – Deel 5: Oekraïne
IDFA 2022 – Deel 6: Pioniers

 


MEER FILMFESTIVAL

IDFA 2022 – Deel 6: Pioniers

IDFA 2022 – Deel 6:
Pioniers

door Bob van der Sterre

Sommige mensen leiden ongewone levens waar je niet snel aan zou denken. Ze zijn vaak pioniers in het een of ander. IDFA 2022 biedt veel films die deze ongewone levens gretig vastleggen.

 

Wildcat

Wildcat – Ocelottherapie voor gevorderden
Britse soldaat Harry raakt depressief na zijn tour in Afghanistan. Zijn oplossing: vliegen naar zo ver mogelijk, de jungle in Peru. In de jungle ontmoet hij Samantha, die er een dierenopvang runt. Ze krijgen een relatie.

Harry krijgt de lastige taak om een predator, een ocelot, zelfstandig te laten worden. Dat betekent dat hij het beestje moet leren jagen, wat nog nooit eerder gedaan zou zijn in een reïntroductieprogramma. ‘Pak die muis! Doe wat je moet doen als jager!’

Dat jagen gaat met vallen en opstaan. Dan is er een bijna dodelijke spin, of jagers, of illegale houtkappers. Persoonlijk gaat Harry ook door duistere tijden.

Een fors applaus na afloop gaf aan dat de vlotte film er in ging als koek. De film van Melissa Lesh en Trevor Beck Frost (die zelf ook vertelde dat hij kampte met een depressie) is dan ook vaardig in elkaar gezet. De liefde van Harry voor zijn ocelots is immens en herkenbaar als je zelf dieren hebt. Daarnaast is de liefde van zijn familie, die hem bezoekt in de jungle, ook ‘wholesome’ te noemen.

Sterkste punt van Wildcat is dat het niet alleen over natuur, maar vooral over psychologie gaat. Harry legt zijn hele persoonlijkheid in het zelfstandig maken van het dier. Hij projecteert al zijn liefde op dat ene wezen. Als het dan minder gaat, gaat het ook met hem minder. Hij begint zichzelf te snijden. ‘Ik ga naar het meest afgelegen plekje van de planeet en ik zit nog steeds met dit hoofd!’ Ook bij Samantha zit iets: zij had een alcoholische vader. Maar haar problemen zitten minder diep dan bij Harry.

De film blijft boeien door de combinatie van drie punten: hun complexe verhouding, Harry’s ongelooflijke kracht om door te gaan en de buitengewone beelden als hij ‘s nachts de jungle in trekt om de ocelot te leren jagen. Een minpuntje vond ik het te gladde einde, waarmee de docu iets te goed past bij kijkers van streamingdiensten.

 

Girl Gang

Girl Gang – Een puberende influencer
Leonie is 14 en influencer. Ze heeft 500.000, nee 600.000, nee 700.000 volgers op Instagram. Ze Tiktokt, YouTubet en verdient veel geld als ze cheeseburgers van McDonald’s aanprijst en duizenden andere producten. En niet alleen zij verdient veel geld, maar ook haar ouders, die vervolgens ook beginnen te influencen.

Deze film van Susanne Regina Meures (productie Christian Frei) verraste me omdat het redelijk objectief het leven van een influencer vastlegt. De influencer zelf, natuurlijk nog maar een tiener, die moet werken voor de kost. ‘Stop nou met zeuren, ik regel het wel hoor!’ De ouders, die proberen ouder te zijn en tegelijkertijd manager van hun ster. En bij wie de aandacht toch ook kriebelt. De fans, die soms last krijgen van parasociaal gedrag.

Wil je discussies na afloop, ga dan naar deze film. Deze biedt genoeg stof om over te kletsen bij een goed Belgisch biertje. Is dit nog ‘een normale familie’? Welk effect heeft beroemd zijn voor je persoonlijke ontwikkeling als je nog kind bent? Wat is eigenlijk de precieze verantwoordelijkheid van de ouders? Mag ze eigenlijk wel zo jong zoveel werken? Komt er bij dat influencen talent kijken of ben je een toevallige optelsom van je publiek? Is verslaving aan social media geen groot probleem? De film is simpelweg te kort om meer te kunnen doen dan alleen aanstippen.

Het is niet de eerste film over dit onderwerp. Zo heb je ook al de Poolse speelfilm Sweat. Er zijn er ook een paar op streamingdiensten te zien maar die zoeken vooral het sensationele op (Fake Famous en Bad Influencer). Deze film ging letterlijk over het leven van een influencer.

De film is vlot gemonteerd – hier en daar met niet zo storende voice-overs van de hoofdpersonen – en laat genoeg hilariteit achter de schermen zien: gedoe met ballonnen als ze weer een mijlpaal heeft bereikt, vader die niets begrijpt van filters op Instagram, Zwitsers die niet over de brug willen komen met geld, moeder die te ijverig haar mailbox opruimt. Soms is het ook wrang: zoals dat de dochter alsmaar nieuwe content moet maken in plaats van gewoon een beetje dollen met haar vrienden. Het meest aandoenlijk was het meisje dat het account van de fanclub beheert en eigenlijk gewoon vrienden wil hebben; een terechte keuze van de regisseurs om die in het verhaal te betrekken.

Ondertussen denken de kat en de hond: het zal allemaal wel.

 

Uncanny Me

Uncanny Me – Je eigen avatar voor modeshows
De coronatijd was een groot probleem onder andere voor de modewereld. Het zette model Lale aan het denken: wat als ik een eigen mode-avatar heb? Nooit meer moeten reizen, nooit meer shoots doen, kortom: je virtuele jou werkt voor jou, terwijl je lekker in je huis solitaire aan het spelen bent.

Met je eigen avatar ben je ook op de toekomst voorbereid want de hele industrie wil graag kosten besparen. Een echte pionier dus.

Documentairemaakster Katharina Pethke leek het aardig om dit experiment vast te leggen. We zien hoe Lale’s lichaam wordt vastgelegd in computers. Een boeiend proces om jezelf terug te laten brengen tot een bestandje. Het heeft alleen wel veel juridische haken en ogen, zoals Lale merkt. Pethke vertelde in de Q&A dat het experiment voorlopig is stopgezet.

Goed verzorgde productie met prettige neutrale houding (dus geen focus op alle gevaren). De film heeft in tegenstelling tot veel andere docu’s ook een prima lengte (45 minuten). Daarnaast is het einde ook echt een mooi einde – dat is ook vaak nogal anders. En dat de film geen antwoorden geeft, is voor Pethke geen issue: ‘Ik stel alleen vragen, dat is mijn filmfilosofie.’

 

The Land

The Land – Letse Boeren hebben lol
Steeds meer Letten keren terug naar het platteland. Een stuk of tien nieuwe boeren in een bepaalde regio komen in deze film aan het woord over hun vak. Waar Letse boeren vroeger in Sovjettijden het grotere doel moesten nastreven, kunnen ze nu met hun eigen passies bezig. En daar worden ze blij van.

De alternatieve boer stopt aardappelen in het hooi in plaats van in de grond (‘Ik zie mezelf niet als veehouder, maar als een grasboer’). Een boer met gevoel voor marketing geeft proeverijen van zijn shmakovka. Een andere boer verkoopt zijn kazen op de markt (‘Het maakt niet uit of ik ze verkoop. Anders zet ik ze op de plank. Ze blijven houdbaar’). Een dame maakt kinderboeken over het boerenleven. Een oudere vrouw heeft nog één koe (‘Ze geeft me wat te doen’). En dan is er nog een jongen van twintig die scheuren met de auto leuker vindt dan het boerenwerk.

Boeren zijn net zo divers als mensen. Dat is wat regisseur Ivars Seleckis hier wil laten zien. De film draagt duidelijk zijn handtekening. Seleckis (nu 88) maakte in de jaren zeventig een film over veranderingen in de landbouw van toen nog Sovjet-Letland. En nu is de toon aanmerkelijk positiever omdat de boeren hun eigen keuzes kunnen maken.

Seleckis praat hij de hele film aan elkaar (wat in ieder handboek staat om niet te doen, maar hij doet het lekker toch). Een laconieke vertelstem à la Werner Herzog. ‘Ze deed een cursus in tractor- en bulldozer besturen. Maar kook- en psychologie-skills bleken toch bruikbaarder.’

Dit is een laidbackwereld met veel gelukkige mensen. En dat is ook wel mijn kritiek: het is wel heel erg laidback, ontspannen, en het oogt soms zelfs wat kinderachtig (door die voice-over van Seleckis en de sprookjesmuziek). Het boerenbedrijf is hier totaal anders dan de film Les Fils de la Terre die ik ooit ook zag op IDFA, over de toename van zelfmoorden onder Franse boeren. Zoals gebruikelijk zal de waarheid wel weer in het midden liggen.

 

19 november 2022

 

IDFA 2022 – Deel 1: Openingsfilms
IDFA 2022 – Deel 2: Azië, anders
IDFA 2022 – Deel 3: Muziekdocumentaires
IDFA 2022 – Deel 4: Mensen aan het werk
IDFA 2022 – Deel 5: Oekraïne
IDFA 2022 – Deel 7: Een zee van experimenten

 


MEER FILMFESTIVAL

IDFA 2022 – Deel 5: Oekraïne

IDFA 2022 – Deel 5:
Oekraïne

door Jochum de Graaf

In de zomer kondigde IDFA aan dat ze zeven Oekraïense documentaireprojecten zou gaan ondersteunen. Met een oorlog die eind februari begon, is de verwachting dat we het resultaat pas op een volgend IDFA te zien krijgen. Toch is er een aantal belangwekkende films op tijd voor deze editie afgekomen. Daarnaast presenteert vaste gast Sergei Loznitsa twee afleveringen uit zijn niet aflatende serie over de Tweede Wereldoorlog die ook met het oog op deze oorlog hoogst actueel zijn. En er is een indringende docu over jongeren in Rusland.

 

Mariupolis

Mariupolis en Mariupolis 2
Hoe zou het toch in Marioepol zijn? Na hevige gevechten en de wekenlange slag om de Azovstal-fabriek kwam de strategisch gelegen havenstad aan de Zwarte Zee eind mei in Russische handen. Sindsdien komt er nog maar weinig nieuws uit de stad die zo ernstig had te lijden en is de aandacht alweer lang verlegd naar andere steden plaatsen en gebeurtenissen.

De Litouwse cineast Mantas Kvedaravičius maakte voorjaar 2015, kort na de Russische bezetting van de Krim een portret van de stad. Mariupolis (de film heeft geen nummering, Kvedaravičius wist toen nog niet dat er een tweede aflevering zou komen) geeft geen beeld van hoe het ook alweer zover gekomen was, waarom de stad zo belangrijk was en laat niet de slag om Marioepol die de Russen in 2014 nog verloren buiten beschouwing.

In Mariupolis lijkt het gewone leven ondanks de Russische dreiging al weer opgepakt te zijn. De tram vertrekt ‘s ochtends vroeg in de mist. Een dochter gaat met haar vader voor het eerst vissen in een boot op zee. In een danszaal wordt gerepeteerd voor een grote uitvoering, een legereenheid doet oefeningen, een schoenmaker in zijn werkplaats, met opmerkelijk genoeg een foto van Brezjnev aan de muur, vertelt hoe erg het was een jaar geleden, maar dat hij niet zo bang is voor de Russen. In een hal op het enorme Azovstal-complex krijgen de arbeiders een veiligheidstraining. We worden nog wel even opgeschrikt als we een verslaggeefster volgen die een reportage maakt over een afgegaan explosief. Maar de viering van de 9e mei, het einde van de Grote Vaderlandse Oorlog, de discussies met de veteranen en even later de voorbereiding op een bruiloft in het grote gemeenschapshuis is al weer het leven van alle dag.

Kvedaravičius, opgeleid als antropoloog, filmt zijn mensen zeer dicht op de huid, laat vooral de gezichten zien, zoomt slechts een enkele keer uit. Hij maakt zijn observaties van gewone mensen in zeer bijzondere omstandigheden. Plaats-, naam- of tijdsaanduidingen ontbreken, de grote gebeurtenissen blijven op de achtergrond.

Mariupolis 2

Dit procedé past hij ook toe in Mariupolis 2. Twee weken na de Russische invasie besloot hij dat hij terug moest naar zijn geliefde Marioepol. En nu zijn het vooral mensen die proberen te overleven in de oorlogsomstandigheden. Ook nu weer geen beelden van gevechtshandelingen, geen mededelingen over het verloop van de strijd, al is de oorlog met explosies, bominslagen, geweervuur in de nabijheid en schuilen voor luchtalarm angstwekkend dichtbij. Het is een desolaat gebied, in de huizen en gebouwen is geen raam nog heel, overal puinhopen, alleen puinhopen. De hele dag en vaak ook ’s nachts explosies, bominslagen, rookwolken, vuurflitsen. Zo ongeveer moet de hel op aarde eruit zien.

We volgen een groep ouderen dagenlang onder in de schuilkelder van een kerk, ’s ochtends en ’s avonds gaat de pope voor in gebed. Na een paar weken moeten ze verkassen naar een nieuwe locatie. Er moeten een paar lijken uit een trapportaal worden geruimd, een paar mannen kijken of de auto nog gerepareerd kan worden. Wanneer er even stilte heerst, wordt een gat in de grond gemaakt, een vuur aangestoken, er wordt een grote ketel geplaatst en even later genieten de buren van een kom borsjt, hij is zowaar lekkerder dan gisteren. Ze proberen er het beste van te maken, maar je voelt dat het niet goed zal aflopen.

Mantas Kvedaravičius moest het maken van de film met de dood bekopen. Toen hij tijdens de opnamen tijdelijk de stad wilde verlaten, werd hij door de Russen ontvoerd en in koelen bloede vermoord. Zijn weduwe Hanna Bilobrova heeft de film in zijn geest afgemaakt. Je zou kunnen verwachten dat de film met de aanslag op Kvedaravičius zou eindigen. Maar de minutenlange slotbeelden, het uitzicht op de stad, met in de verte Azovstal en de wetenschap wat er met de maker gebeurd is, werken minstens zo sterk. Daar hoeft geen woord aan worden toegevoegd.   

 

When Spring Came to Bucha

When Spring Came to Bucha
Na een week van hevige gevechten was begin maart Boetsja een van de eerste steden die door de Russen werd ingenomen. Een maand later was de stad weer bevrijd en gingen de beelden van de verwoestingen, de verhalen over Russische oorlogsmisdaden en de vondst van massagraven de hele wereld over. De Oekraïense fotografe Mila Tesjajeva ging kort daarna samen met de Berlijnse filmmaker Marcus Lenz terug naar haar geboorteland en filmde hoe de bewoners uit hun schuilkelders kwamen en proberen hun leven weer op te pakken.

Al komt menige lijkzak voorbij, al te gruwelijke beelden blijven achterwege. We horen het verschrikkelijke verhaal over de man die even uit zijn huis werd gelokt en voor de ogen van zijn vrouw werd doodgeschoten, de aangrijpende getuigenis van de vrouw die 35 dagen in een kelder opgesloten zat zonder elektriciteit en water. We zien de moeder die aan de hulpverleners vraagt of ze het lichaam van haar zoon al hebben gevonden, hij moet te herkennen zijn aan de kogel door zijn hoofd en in zijn middenrif. Nee, nog niet gevonden, maar dat gaat zeker gebeuren. We zien de aanklagers die oorlogsmisdaden inventariseren aan het werk. Op de overvolle begraafplaats wordt een aantal keren per dag de mis voor de gevonden lijken opgediend.

Maar de film laat vooral ook zien hoe langzaam maar zeker het gewone leven zal worden opgepakt. Buren gaan bij elkaar op bezoek en beloven ondersteuning in de verwerking van het verdriet. Er worden gezamenlijke schoonmaakacties georganiseerd. Vluchtelingen keren terug uit het buitenland, in de zomer zijn de klassen op de basisschool al weer vol. Een ouder echtpaar schoffelt de tuin om en wijst de plek aan waar bloemen zullen opkomen volgend voorjaar, uiteraard met gele en blauwe bloemen. 

When Spring Came to Bucha is geen pessimistische film, maar eerst en vooral een mooi eerbetoon aan de veerkracht van de Oekraïners. 

 

Liturgy of Anti-Tank Obstacles

Liturgy of Anti-Tank Obstacles
In een atelier waar ze normaal heiligenbeelden maken, beitelen kunstenaars nu stevig in op de beelden. We horen liturgische koorzang, er staat een radio aan met de actuele situatie over de Azovstal-fabriek in Marioepol. De bedoeling is om de kruizen van de beelden los te bikken, die kunnen goed dienst doen als wegversperring.

Het motto van de Oekraïense schrijver Oleksandr Mykhed, waarmee de korte documentaire begint, wordt mooi in beeld gebracht: ‘De taal van de oorlog wordt nu door iedereen gesproken. En elke bajonet, ongeacht wat het is, telt.’

 

Away

Away
De Oekraïense vluchtelingen Andrej en Alisa kopen op de markt een set speelgoedsoldaatjes, eentje lijkt een beetje op Poetin. Ze beschilderen de soldaatjes en leggen ze op een geschilderde landkaart van de Oekraïne, een sterk anti-oorlogsmonument in een park in Boedapest dat de nodige discussie opwekt met nationalistische Hongaren, maar ook tot solidariteit van anderen leidt.

Ze werken in een kinderdagverblijf met Oekraïense kinderen die hun vluchtervaringen vertellen. Ze kijken op een app naar de vliegbewegingen boven hun hoofd, er is geen vliegverkeer meer naar Rusland. Andrej belt geregeld met zijn moeder die in Charkiv is gebleven, waar de stroom weer eens is uitgevallen. 

Away is een intiem hartverwarmend beeld van vluchtelingen, bekroond met de award voor de beste korte documentaire.

 

The Natural History of Destruction

The Natural History of Destruction
Loznitsa’s nieuwste film is gebaseerd op het gelijknamige boek van de Duitse schrijver W.G. Sebald waarin hij de moraliteit van de grootscheepse geallieerde bombardementen op Duitse steden in de Tweede Wereldoorlog aan de kaak stelt.

Het verhaal, misschien beter de argumentatie, wordt in die kenmerkende stijl van Loznitsa langzaam maar zeker en zeer zorgvuldig opgebouwd. We zien vredige plattelandstaferelen, grazende schapen, ganzen. Ook in de stad is het nog rustig, trams rijden door de straten, er is veel winkelend publiek, mensen zitten gezellig in het café, drinken wat, nemen een hap van een taartje, de camera pent door het café strijkt haast achteloos langs een statieportret van Hitler aan de muur. Dan wordt het donker en zien we vanuit de hoogte gefilmd ontploffingen op de grond, enorme rookwolken, een vuurzee. Het havengebied van een Duitse stad is volledig verwoest. Maar we krijgen ook de verwoesting van een Engelse stad te zien. In enorme fabriekshallen zien we merendeels vrouwelijke arbeiders bommen, kanonnen, granaten en ander wapentuig in elkaar zetten. Een ploegje soldaten stapelt de bommen op een lorrie, vervolgens worden ze stuk voor stuk onder de vleugels en in het ruim geladen. Een eskadron van een stuk of twaalf bommenwerpers stijgt op, vrolijk uitgezwaaid door achterblijvende militairen. We zien hoe een volgend bommentapijt gelegd wordt.

Churchill rijdt staande in een auto langs de verwoeste straten, hij spreekt met zijn befaamde toespraken de burgers moed in. Een auto met bedrukt kijkende hoge Duitse legerofficieren rijdt door een compleet weggevaagde woonwijk.

Montgomery houdt op een avond in de officiersmess een peptalk: ‘we weten niet hoe lang het nog zal duren, maar wij zijn veel beter uitgerust, hebben echt veel meer materieel’. De rechtvaardiging van de grootscheepse vernietiging van burgerdoelen wordt gevonden in de overtuiging dat er maar een antwoord op terreur is, namelijk tegen-terreur.

Loznitsa laat de gevolgen van die overtuiging scherp en duidelijk zien. Luchtbeelden van steden waar hele wijken zijn weggevaagd, straten die nauwelijks nog als zodanig te herkennen zijn, minutenlang de puinhopen van verwoeste woonwijken, de burgers, meest vrouwen, die een enorme slinger maken, elkaar een emmer doorgeven om smeulend vuur te blussen, het cynisme van een babylijkje onder kapotgeschoten huisraad.

In het licht van de Russische invasie in Oekraïne en de grootscheepse aanvallen op burgerdoelen en de vernietiging van de infrastructuur is de film een stevig statement in de discussie over oorlogsmoraal. 

 

The Kiev Trial

The Kiev Trial
Babi Jar. Context, Sergei Loznitsa’s film over de grootste massamoord op de Joden in een ravijn bij Kiev die op het vorige IDFA in première ging, eindigde met de onthutsend realistische beelden van de openbare executie van de dertien Duitse oorlogsmisdadigers die verantwoordelijk waren.

The Kiev Trial laat zien wat daaraan vooraf ging, in een hele secce stijl zijn de archiefbeelden van het proces achter elkaar gemonteerd. Januari 1946 komen de vijftien Duitse verdachten de rechtszaal binnen, gaan zitten en worden vervolgens een voor een naar voren geroepen. Stuk voor stuk geven ze aan dat ze schuldig zijn aan de aanklachten, een enkeling pleit op een aantal punten onschuldig.

Hen wordt in detail gevraagd naar hun daden in Meletopol, Rovno, Novomoskovsk en nog een reeks andere plaatsen. Nee, er is maar 75 procent van het goud van de Joden in beslag genomen; en nee, die 120 doden vielen niet allemaal op een dag; ja, er waren in bijna alle gevallen ook vrouwen en kinderen onder de slachtoffers. Een aantal getuigen vult het nog aan of corrigeert een enkel feit. En er is het verbijsterende getuigenis van de vrouw die zich urenlang tussen de lijken in het ravijn bij Babi Jar verborgen wist te houden en pas aan het eind van de dag in het donker naar boven wist te klimmen.

Het is een van de weinige punten in de film waarop je nog wat emotie hoort. Alleen bij het horen van de strafeis, dood door ophanging, klinkt applaus. Net als het publiek in de rechtszaal zit je met verbijstering maar ook met fascinatie naar het proces te kijken. De veroordeelden horen onbewogen het vonnis aan en geven desgevraagd aan dat ze de straf gerechtvaardigd vinden.

En ook de uitvoering is een haast klinische aangelegenheid. Het Kalininplein is op die zaterdagmiddag in februari 1946 vol, heel Kiev is uitgelopen om de executie mee te maken. En dan zie je ze weer op het schavot worden geleid, dezelfde beelden als in Babi Jar. Context. Nu komt het misschien nog veel duidelijker in beeld, beelden die nog wel even op je netvlies blijven hangen.

 

Manifesto

Manifesto
Angie Vinchito, ongetwijfeld een schuilnaam, schetst met deze found footage-montage van YouTube- en TikTok-filmpjes een grimmig beeld van het opgroeien van Russische jongeren. Manifesto begint nog luchtig: meisjes en jongens staan op, laten zien hoe ze hun tanden poetsen, gaan onderweg in de metro, dreigen te laat te komen op school, maar dat deert niet want het is toch het eerste uur en de docent is ook niet altijd op tijd.

Maar in de klas is het zelden normaal, ze worden uitgescholden als ze niet snel of goed genoeg antwoord geven, vernederingen zijn aan de orde van de dag, sommige docenten, ook vrouwelijke laten de handen wapperen. Er wordt ze de Russische normen en waarden bijgebracht, homoseksualiteit is uit den boze, bij meisjes wordt de onderdanigheid er in gestampt: ‘een vrouw moet altijd klaar staan wanneer de man dat wil’. Er heerst een onveilig en onzeker klimaat. Wanneer ze aan een evacuatie meedoen, is velen niet duidelijk of het nu een oefening of gewoon echt is. Even later trekt een losgeslagen jongen schietend en schreeuwend door het schoolgebouw een stuk of twintig slachtoffers achterlatend.

Anderen komen in aanraking met de politie omdat ze meedoen aan een demonstratie, worden hardhandig opgepakt omdat ze steun aan oppositieleider Navalny hebben betuigd of zich tegen ‘de speciale operatie in Oekraïne’ hebben uitgesproken. Een meisje met uitgelopen mascara maakt snikkend haar diepe excuses aan de Tsjetsjeense leider en Poetinvazal Ramzan Kadyrov die ze kennelijk beledigd heeft.

Manifesto krijgt een huiveringwekkende ontknoping met het stel Denis en Katya die na het plegen van een grove misdaad in een vakantiehuisje met het geweer in de hand de komst van de Speciale Interventie eenheid afwachten. Deze docu schetst een weinig hoopvol beeld van de nieuwe generatie jonge Russen. De film won de Envision Competition.

 

19 november 2022

 

IDFA 2022 – Deel 1: Openingsfilm
IDFA 2022 – Deel 2: Azië, anders
IDFA 2022 – Deel 3: Muziekdocumentaires
IDFA 2022 – Deel 4: Mensen aan het werk
IDFA 2022 – Deel 6: Pioniers
IDFA 2022 – Deel 7: Een zee van experimenten

 


MEER FILMFESTIVAL

IDFA 2022 – Deel 4: Mensen aan het werk

IDFA 2022 – Deel 4:
Mensen aan het werk

door Bob van der Sterre

Mensen werken overal ter wereld, in allerlei beroepen. Genoeg documentaires staan stil bij dit wonderlijke fenomeen. Dit artikel over IDFA gaat over al die mensen die elke dag ergens ter wereld opstaan om iets te gaan doen.

 

The Pawnshop

The Pawnshop – Bieden op een mammoettand
In Bytom – een oude industriestad vlakbij Katowice – proberen Wiesiek en Jola een pandhuis te runnen. Een soort commerciële kringloopwinkel. Mensen verkopen spullen en de winkel verkoopt ze weer door met een kleine winst.

Vanuit het centrum van Bytom zijn ze verhuisd naar een grote loods in een vervallen buurt. Het valt niet mee als je inkomsten tegenvallen en je maar 12 euro per week krijgt betaald. Een lentefeest maakt het enigszins draaglijker. Daarnaast is er veel armoede en leed in de buurt, dus delen ze soms soep uit en geven ze een jas aan een dakloos meisje.

De film heeft een paar prachtige uit-het-hart ontboezemingen van ongelukkige klanten. Die treffen je als kijker toch meer dan welk geacteer in een dramatische speelfilm. De ruzies tussen Jola en Wiesiek als hij het karige geld opnieuw liever spendeert aan de zaak. Klanten die bizarre dingen proberen te slijten, zoals de man die ‘een originele mammoettand’ verkoopt. Een lekkage die wordt gefikst door een man die alles met een brander oplost. ‘Je verbrandt de kabel van de boiler!’ ‘Dat is niet mijn schuld!’

Een luchtige film maar wat een hoop leed schuilt er achter die luchtigheid. Geweld, drank, alcoholisme: ze spelen een rol bij vrijwel iedereen, zowel klanten als personeel. Een gezellige familie maar overleven is niet eenvoudig.

Prettig wegkijkende documentaire maar dat is misschien ook het probleem: soms voelt het (zoals vaker in moderne documentaires) te gescript aan. Het is logisch dat documentaires ook scripts maken om een verhaal te vertellen. Soms gaat het allemaal wel érg soepel. Zoals de twee dames die even gaan zitten voor een goed gesprek over mishandelende mannen. Documentaire of speelfilm? Die discussie is al zo oud als Nanook of the North.

 

Gigi le Legge

Gigi le Legge – Mysterieus portret van een wijkagent
Gigi is wijkagent bij een politiebureau in een klein stadje in Noord-Italië. Op een dag vinden ze een lichaam bij het spoor, waar mensen soms zelfmoord plegen.

Hij vindt een man op de fiets verdacht maar kan niets doen. Dat hoort niet bij zijn werk als straatagent. Wel bij zijn werk horen flirten met de nieuwe medewerkster, doelloos rondrijden en ruzie maken met zijn buurman.

Gigi le Legge oogt met de trailer als een grappige, vermakelijke documentaire. Dat is het niet helemaal. Het heeft wel grappige momenten maar het is vooral een film met veel mysterie. En dat verraste me.

Achter het karakter Gigi zitten diverse onopgeloste zaken. Hoe zit het met de overleden persoon en wat is zijn obsessie met de fietser? En wie is die Gigi nou eigenlijk over wie deze film gaat?  ‘Doe met haar niet je Gigi-dingen’, waarschuwt een collega. Alleen via een paar fragmenten krijgen we een beeld van hem: vriendelijk, eigenwijs en liberaal met regels. De droomscène in zijn tuin – hij zoekt een indringer – maakt de film nog vreemder.

Veel kijkers willen een portret dat ergens toe leidt, met een duidelijk verhaal vol drama, etc.. Dit is een ander soort film: een film die oogt heeft voor het gewone, simpele en menselijke van het bestaan zonder de pretentie te hebben om het hele leven van een persoon terug te kunnen brengen tot anderhalf uur cinema.

 

Petit Taxi

Petit Taxi – Babbelen in Casablanca
Oussama is taxichauffeur in Casablanca. Hij rijdt verschillende mensen rond en voert prettige, openhartige gesprekken.

Een studente wil graag jongensdingen doen, want een meisjesleven is saai, een man vertelt over zijn droom en een andere passagier vertelt hoe het is als je naar het buitenland gaat, want daar is Oussama nog nooit geweest.

28 prettige minuten biedt deze film. Echt vernieuwend is het niet. Maarten Spanjer maakte immers al het programma Taxi bij NCRV halverwege de jaren negentig. En dat is daarna nog heel vaak herhaald. In de kern is dit ook zo – net als Panahi’s Taxi Teheran – maar met een belangrijk verschil: Oussama is een échte taxichauffeur.

Film van Samu Sidali geeft een aardig inzicht in de bewoners van de grote stad maar ook niet veel meer dan dat.

 

A Provincial Hospital


A Provincial Hospital
– Corona in de Bulgaarse provincie
In een klein provinciaal ziekenhuis is het alle hens aan dek voor afdeling waar coronavirusslachtoffers worden verzameld. Een patiënt ziet het niet meer zitten (‘Waar liggen de handboeien ook alweer?’), een ander wil fetakaas op brood, een derde mag naar huis en de laatste eindigt in een bodybag.

Typische fly-on-the-wall documentaire. Aardig wat keren is de maker stiekem aan het luistervinken. We horen grappen over de Bulgaarse volksaard. We zien een probleem met de zuurstof (‘Waar dienen deze knoppen voor?’). De vrouw die naar huis mag en van grote blijheid in een keer overgaat in grote tranen. De tafeltennisser die moedeloos wordt van zijn besmetting. Geklooi met hesjes en plastic maskers. ‘Waarom doe ik het nu uit als ik weer naar die patiënt moet?’

De film bewijst dat je als mens op moeilijke momenten bijna vanzelf móet lachen. Vandaar de vele flauwe grappen in deze film. De verpleegsters en de arts kunnen hun zwarte humor gelukkig niet voor hen houden: ‘Pas op, laat het lichaam niet vallen met de camera achter ons!’ Het zal voor verpleegkundigen en artsen wel herkenbaar zijn.

Het is natuurlijk niet alleen jolig en luchtig want er sterven ook aardig wat patiënten. Het doet je als kijker zelf ook wel weer terugdenken aan die vreemde periode waarbij je in het nieuws las hoe overal mensen bij bosjes stierven door het coronavirus. Deze film documenteerde deze periode uitvoerig en is alleen al daarom een waardevol document. Een minpuntje is dat de film met twee uur wat traag wordt. Nog een kritisch rondje in de editing had de film geen kwaad gedaan.

 

17 november 2022

 

IDFA 2022 – Deel 1: Openingsfilm
IDFA 2022 – Deel 2: Azië, anders
IDFA 2022 – Deel 3: Muziekdocumentaires
IDFA 2022 – Deel 5: Oekraïne 
IDFA 2022 – Deel 6: Pioniers
IDFA 2022 – Deel 7: Een zee van experimenten

 


MEER FILMFESTIVAL

IDFA 2022 – Deel 3: Muziek – documentaires

IDFA 2022 – Deel 3:
Muziekdocumentaires

door Jochum de Graaf

Spraakmakende muziekdocumentaires zijn zo langzamerhand een vast onderdeel van IDFA. Dit jaar is er een mooi eerbetoon aan drie zangeressen, krachtige persoonlijkheden die ieder op eigen wijze een belangrijke rol in de geschiedenis van hun land speelden. Daarnaast spreekt de actuele geschiedenis van een lied, het verhaal van een legendarische rockster en een rockster die de politiek ingaat zeer tot de verbeelding.

 

Miúcha, The Voice of Bossa Nova

Miúcha, The Voice of Bossa Nova
Van de drie films over zangeressen is dit de muzikaalste. De rol van Heloïsa Buarque de Hollanda, een naam die ze veranderde in de artiestennaam Miúcha, is altijd onderbelicht gebleven. In de film, gemaakt na haar overlijden in 2018 door haar neef Daniel Zurvos, vertelt ze aan de hand van dagboekfragmenten, brieven aan familie en geliefden, fraaie collages van haar aquarellen en niet te vergeten in vele songs uit haar bewogen carrière haar levensgeschiedenis.

Ze groeit in de jaren vijftig op in een artistiek gezin in de culturele elite van Sao Paulo. Een bezoek van Jean-Paul Sartre en vooral van Simone de Beauvoir, wegbereider van het feminisme, maakt diepe indruk op haar. Het is een belangrijke reden om in 1960 in Parijs te gaan studeren, de tijd van het existentialisme. Min of meer toevallig rolt ze in de muziek, gaat optreden in cafés van Saint-Germain des Prés en ontmoet zo João Gilberto, de grondlegger van de bossanova, de lome jazz op het ritme van de samba, die zo goed bij dat tijdperk paste.

Het levert mooie scènes op van de bohemiens, zwart-wit beelden van rokerige etablissementen met veel drank en gelach, een instructie hoe je de bossanova zou moeten dansen. Ze  trouwen en gaan in 1965 naar New York waar Gilberto al gauw furore maakt, ze krijgen een dochter, maar een gelukkig huwelijk wordt het niet. In 1971 scheiden ze, maar blijven wel samenwerken.

In 1975 maakt Miúcha haar platendebuut op het album The Best of Both Worlds, dat Gilberto samen met jazzgrootheid Stan Getz opneemt. Uit de beelden van de opnamen komt Gilberto naar voren als een jaloerse, autoritaire man, je ziet hem valsig naar haar kijken, telkens corrigerend dat ze iets te langzaam of juist iets te hard zingt. Miúcha kijkt zelf er met de nodige verbazing op terug dat juist zij als verondersteld feministe zich zo volgzaam en dienstbaar aan zijn carrière opstelde. Ze beschuldigt hem van het regelrecht stelen van melodieën die zij bedacht heeft.

Het keerpunt bereikt ze wanneer ze een aantal jaren later gaat samenwerken met andere sleutelfiguren uit de bossanova: Tom Jombim, Vinicius de Moraes. Ze beleeft het zelf als een sprookje dat haar lijkt te overkomen. Haar vorige leven met Gilberto vervaagt meer en meer, ze vraagt zich op een gegeven moment af of hij wel echt bestaan heeft of misschien is verzonnen. De film ontrukt de vrouw die met alle grootheden van de bossanova gewerkt heeft voorgoed aan de vergetelheid.

 

Cesária Évora

Cesária Évora
Het zijn de voeten, brede, blote, platte voeten, uitstekend onder een lange wijde bloemetjesjurk. De camera brengt ze in de beginscène langzaam uitzoomend in beeld. En dan is er die stem, die krachtige diepe emotie rakende stem die een weemoedig, melancholisch lied inzet. Het is meer strompelen dan lopen als ze het podium opkomt, van een swingend voorkomen moet ze het niet hebben. Maar zo gauw ze haar mond opendoet, weet je, hier staat een persoonlijkheid die een hele cultuur een stem geeft. Cesária Évora is de folkzangeres die vrijwel in haar eentje de morna – de blues met klarinet, viool, piano percussie van Kaapverdië – op de wereldkaart zette.

In haar jeugd, ze is van 1941, heeft ze al vroeg de zorg voor haar blinde moeder, wordt in een door strenge nonnen geleid weeshuis geplaatst. Eenmaal volwassen leeft ze elf jaar in zelfverkozen isolatie, waar ze door een paar bevriende muzikanten uit verlost wordt. Tot haar vijftigste blijft ze in een ernstig vervallen huisje bij het strand zonder water en elektra wonen. In beperkte kring geniet ze dan enige bekendheid met optredens op bruiloften en partijen. Het is de ontmoeting, eind jaren tachtig, met muzikant José da Silva, die haar carrière een enorme boost geeft, hij ziet in haar een Kaapverdische Billie Holiday of meer nog misschien Edith Piaf. Haar eerste album La Diva aux Pieds Nus (1988) wordt in Frankrijk uitgebracht en zorgt voor een enorme doorbraak.

Maar het grote succes verandert haar niet. Ze blijft met haar blote voeten op de grond staan, heeft altijd geboorte-eiland Sao Vicente in haar hart, verloochent nooit haar afkomst. Op tournee komt er meestal cachupa, het traditioneel Kaapverdische bonengerecht, op tafel. In het begin laat ze zich in baar geld uitbetalen om aan familie en vrienden uit te delen. Na een Amerikaanse tournee gaan er acht grote koffers met cadeaus en geschenken mee naar huis. En op Sao Vicente is ze dan gewoon weer Cesária, Cive, de eenvoudige volksvrouw die blootsvoets op het strand met een kip in haar hand loopt.

Cesária Évora vertelt ook over haar podiumangst, het vele roken en drinken waar ze maar moeizaam vanaf komt. Met het verstrijken der jaren wordt haar stem droeviger, vanaf 2005 gaat het met de gezondheid bergafwaarts. Ze krijgt een aantal beroertes, wordt als bipolair gediagnosticeerd, later manisch depressief, toeren gaat niet meer. In 2009 neemt ze nog wel een album op, na een volgende beroerte moet ze in september 2011 haar carrière beëindigen. Een paar maanden later overlijdt ze aan hartfalen. Er volgt een maand van nationale rouw, er wordt een vliegveld naar haar genoemd en de morna wordt op de Werelderfgoedlijst van Unesco geplaatst. De film is een prachtig innemend portret van de koningin van het Kaapverdische levenslied.

 

Nothing Compares

Nothing Compares
Voor Sinead O’Connor was het nooit de bedoeling geweest popster worden. Maar het betekende voor haar wel de ontsnapping aan het streng katholieke milieu, de bevrijding van een onveilige jeugd met een gewelddadige moeder. Op haar veertiende wordt ze op een katholieke tuchtschool geplaatst, liefdeloos regime van nonnen. Als ze een paar jaar later op een minder strenge kostschool terechtkomt, krijgt ze de kans om in schoolbandjes op te treden en vestigt zich na een aantal bandwisselingen in Londen in 1986. Ze is dan net twintig. Een jaar later komt haar debuutalbum The Lion and the Cobra uit, waarop hits als Mandinka, Jerusalem, Troy. Ze wordt alom als een groot aanstormend talent gezien.

Maar ze gaat altijd haar eigen weg, recalcitrant als ze is, zet ze zich af tegen het uiterlijk vertoon waar rockstars op beoordeeld worden en scheert haar hoofd kaal, wat voor altijd haar handelsmerk zal blijven. En dan krijgt ze in 1990 die megahit Nothing Compares 2U, een cover van Prince, met een iconische videoclip waarin ze alle ellende van zich afzingt. Het levert haar wereldroem op, het nummer staat in alle belangrijke hitparades wekenlang bovenaan en is nog steeds bovenaan in alle oudejaarslijstjes te horen.

Nothing Compares focust op de vijf jaar vanaf debuutalbum en de optredens najaar 1992 die niet alleen Sinead O’Connors wereld volledig op zijn kop zouden zetten. Regisseur Kathryn Ferguson bouwt langzaam op naar die bepalende momenten. We horen Sinead buiten beeld commentaar geven op haar jeugd, de scheiding van haar ouders, het verstikkende katholieke klimaat in Ierland, de ontwikkeling van haar muzikale carrière. Begin oktober ’92 wordt ze uitgenodigd voor de populaire Saturday Night Life, ze brengt Bob Marley’s strijdlied War ten gehore en tot ontsteltenis van publiek en presentator pakt ze een foto van paus Johannes Paulus II en scheurt die voor het oog van de camera in stukken. Het is haar protest tegen het misbruik van kinderen door de katholieke geestelijkheid waar op dat moment nog maar weinig mensen zich druk om maken. Zonder haar actie zou er in Ierland in 2019 niet de verrassende uitslag van het referendum hebben plaatsgevonden waarbij abortus en homohuwelijk voortaan werden toegestaan.

De film is een geweldig en mooi ontroerend eerbetoon aan de Sinead O’Connor van 1992, die haar tijd ver vooruit was en de misstanden in de katholieke kerk aan de kaak stelde, twintig jaar voor de wereldwijde schandalen van kindermisbruik door katholieke geestelijken tot uitbarsting kwamen en de kerk diep door het stof moest.

Nothing Compares eindigt met een concertopname, januari 2020. Sinead zingt in een lichaamsbedekkend felblauw gewaad met een soort hoofddoek half over haar nog steeds kale hoofd Thank You For Hearing Me, een krachtig slotstatement. De film vermeldt evenwel niet dat Sinead zich in 2019 tot de islam bekeerde. En dat doet toch afbreuk aan het beeld van de vrouw die een moedige baanbrekende strijd tegen de autoritaire katholieke kerk voerde en nu haar heil in een niet minder autoritair en patriarchaal geloof lijkt te zoeken.

 

Bella Ciao

Bella Ciao
Bella Ciao begint sterk, met beelden van een moskee in de Turkse stad Izmir, waar in plaats van de eentonige oproep tot gebed het vrolijke Bella Ciao uit de speakers komt. Een vermetele actie die tot veel tumult in conservatieve moslimkringen leidt, ook president Erdogan spreekt zijn scherpe veroordeling uit. De argeloze Banu Özdemir die de opname op haar Facebookpagina zette, vertelt hoe ze wordt bedolven onder de haatreacties, opgepakt en langdurig verhoord en zelfs tot drie jaar gevangenisstraf wordt veroordeeld.

Bella Ciao wordt als hét lied gezien van verzet, de strijd tegen onrecht, niet alleen in Italië, ook in landen als Syrië en Irak. We zien een Koerdische vrijheidsstrijdster die vertelt hoe het een rol speelde in de strijd tegen IS rond de bevrijding van Kobani en ook bij de bevrijding van Mosul, Irak, eveneens door Koerdische milities speelde het een belangrijke rol.

Uitgebreid komt de muzikale herkomst van het lied aan de orde, was het misschien al in de 19e eeuw te horen, komt het wellicht uit de Klezmer-traditie. Hoofdmoot van de film is de discussie tussen wetenschappers en musicologen over de vraag of het lied nu hét strijdlied van de partizanen in de Tweede Wereldoorlog was, die het fascistisch regime van Mussolini omver wisten te werpen. Daar lijkt het op, maar dan zien we een oude dame, geboortejaar 1933, die met tranen in de ogen volhoudt dat het voor haar man en zijn medepartizanen wel degelijk de motivator voor hun strijd was.

De tekst wordt aan een uitgebreide exegese onderworpen, de populariteit mede verklaard door het gebruik in de populaire serie La Casa de Papel. Bella Ciao is een onderhoudende film over een liedje dat keer op keer bij opwindende gebeurtenissen zal opduiken en dan opnieuw weer dagenlang in je hoofd blijft zitten.

 

Bobi Wine: The People’s President

Bobi Wine: The People’s President
Met wat goede wil zou je Bobi Wine ook een muziekdocumentaire kunnen noemen. De film is in eerste aanleg een verslag van de campagne van Robert Kyakulaniy, alias Bobi Wine, een van de populairste popsterren van Oeganda, om vanaf 2015 president te worden. Zittend president Yoweri Museveni is dan al dertig jaar aan de macht en mag zich volgens de grondwet niet meer herkiesbaar stellen. Bobi Wine ziet hierin een kans om verandering te brengen en besluit in de politiek te gaan. Museveni wil echter ondanks eerdere toezeggingen geen afstand van de macht doen en wil zich via een grondwetswijziging toch weer kandidaat kunnen stellen. In de protesten die met veel geweld en zo’n vijftig doden gepaard gaan, wordt ook Bobi Wine, die dan als parlementslid is verkozen, opgepakt en in elkaar geslagen. Museveni produceert door het invoeren van een soort staat van beleg en het uitschakelen van internet een voor hem positieve uitslag in het referendum, waardoor hij op kan gaan voor een vijfde termijn bij de presidentsverkiezingen van 2019.

Bobi Wine presenteert zich als tegenkandidaat en weet opnieuw massa’s mensen in beweging te krijgen. Vanzelfsprekend krijgt hij het weer zwaar te verduren in een campagne met opnieuw veel geweld en vervolging, traangas dat recht in het gezicht van demonstranten wordt gespoten en wederom tientallen doden.

Bobi Wine: The People’s President is een tamelijk lineair verhaal. We volgen Bobi Wine op de voet, van zijn jeugd in de sloppen van hoofdstad Kampala, waar hij door zijn muzikale carrière aan kan ontsnappen, zijn huwelijk met de prachtige uit hogere kringen afkomstige Barbie, zijn politieke strijd eerst als parlementslid en vervolgens presidentskandidaat. Enig minpuntje wellicht dat die strijd vooral wordt ingezet tegen het machtsmisbruik, de fraude en corruptie van het Museveni-regime en inhoudelijke standpunten over de belabberde staat van het onderwijs, de zorg, de strijd tegen de armoede, in het land waar meer dan zestig procent van de bevolking onder de twintig is, niet of nauwelijks aan de orde komen.

Maar de film wordt overeind gehouden door de geweldige soundtrack en de aanstekelijke rally’s waarmee enorme mensenmassa’s gemobiliseerd worden. De swingende Bobi met zijn rode baret en overall die de menigte tot groot enthousiasme weet te brengen. Met songs als Fighting for Freedom en Stand for the Constitution weet hij de hoop op een betere wereld levendig te houden. Muziek is echt een wapen in de politieke strijd.

 

Personality Crisis: One Night Only

Personality Crisis: One Night Only
David Johansen is tegenwoordig een geweldige crooner geworden. Op de vooravond van zijn 72e verjaardag geeft hij als zijn alter ego Buster Poindexter een geweldig optreden in de sfeervolle New Yorkse club Café Carlyle. Fijne vetkuif, zonnebril, getrimd snorretje, pochetje in de borstzak, af en toe zippend uit een longdrinkglas.

Tussen de nummers door achterover leunend tegen de vleugel worden we meegenomen in een ruim overzicht van zijn muzikale carrière. Begin jaren zeventig maakte hij furore als voorman van de legendarische punkband The New York Dolls. Een commercieel succes werd het nooit, maar de invloed op de popmuziek kan moeilijk onderschat worden. ‘We were a bands band’, zegt Johansen, ‘zonder The Dolls geen Ramones’. ‘Glampunk’ werd het genoemd, ruige nummers gespeeld door mooie jongens die zich hoerig androgyn uitdosten en ook nog eens Dolls noemden.

Midden jaren zeventig verlaat hij de band en gaat verder met The David Johansen Group en speelt meer jazzy nummers en experimenteert met Afrikaanse ritmes. In de jaren tachtig creëert hij zijn alter ego Buster Poindexter, waarmee hij vergezeld van zijn band The Horns met een mix van traditionele pop, swing en novelty songs het tot huisband van Saturday Night Live weet te schoppen. Hij gaat dan ook acteren en stort zich begin van deze eeuw op de blues met The Harry Smiths om aan het eind van de jaren tien met zijn oude strijdmakkers Sylvain Sylvain en Arthur Kane een aantal reünie-albums van The New York Dolls op te nemen.

Een muzikale kameleon wordt hij genoemd en we zien hem in zijn vele gedaanteverwisselingen, maar de titel van de film, Personality Crisis, is een van de hits van The Dolls, moet niet al te letterlijk genomen worden. David Johansen kan beter worden omschreven als muzikaal genie die er telkens in slaagt zich opnieuw uit te vinden, met een stijl die bij zijn leeftijd hoort.

Uitgebreid wordt stilgestaan bij zijn liefde voor Maria Callas. We zien beelden van Buster Poindexter die op een Oudejaarsavond in de jaren tachtig het Waldorf Astoria op zijn kop zet. In de vele archiefbeelden is hij meermaals te gast bij Jools Holland. De Britse zanger Morissey verklaart zijn adoratie voor Johansen, hij was op zestienjarige leeftijd de president van Britse fanclub van The New York Dolls. Maar het mooist zijn de beelden van het concert in Cafe Carlyle, sfeervol en intiem gefilmd in een co-regie van Martin Scorsese en David Tedeschki. Een geweldige belevenis om daar bij geweest te zijn.

 

16 november 2022

 

IDFA 2022 – Deel 1: Openingsfilm
IDFA 2022 – Deel 2: Azië, anders
IDFA 2022 – Deel 4: Mensen aan het werk
IDFA 2022 – Deel 5: Oekraïne 
IDFA 2022 – Deel 6: Pioniers
IDFA 2022 – Deel 7: Een zee van experimenten

 


MEER FILMFESTIVAL