Andrej Tarkovski jr. over zijn vader

Andrej Tarkovski jr. over zijn vader:
“We kunnen niet verklaren waarom we geraakt worden door zijn films”

door Ralph Evers

Na de officiële opening van Andrei Tarkovsky The Exhibition vond ik zoon Andrej bereid voor een kort interview. Nu kwam die mogelijkheid ter plaatse bij me op en ik had niets voorbereid. De films van zijn vader kun je keer op keer zien, waarna zich telkens iets anders onthult. Zodoende stelde ik Andrej driemaal dezelfde vraag om daarna nog kort op zijn antwoorden in te gaan.

De vader

De vader

Andrej, wat wil je het publiek vertellen over je vader?

“Ik zorg al een lange tijd voor zijn nalatenschap en vind het belangrijk om zo oprecht mogelijk te blijven en het publiek Tarkovski te tonen zoals hij is. Zodat je naast zijn films hemzelf als het ware ook kan ontmoeten. Vooral ook jonge bezoekers, ik geniet ervan hoe zij erop reageren. Zijn films blijven eigentijds, ware kunst is dat natuurlijk altijd. Ze doorstaan de tand des tijds. Ook nieuwe generaties kunnen kennismaken met de kunstvisie van mijn vader en een eigen relatie met kunst aangaan. Want kunst is ook een taal, een gereedschap dat ons helpt ons leven te begrijpen, dat antwoorden kan geven die anders uitblijven. Voor mijn vader was film een medium om de wereld te ontdekken, te kennen en antwoorden te vinden op de vragen die we ons stellen. Waarom zijn we hier, waarvoor leven we? Dat soort vragen, die vandaag de dag, waar film meer en meer entertainment is, nauwelijks nog gesteld worden. De jonge hedendaagse filmregisseur krijgt steeds minder ruimte om filmkunst te maken, dat betreur ik. Daarom vind ik het belangrijk dit verhaal van mijn vader aan het publiek te tonen.”

Andrej, wat wil je het publiek vertellen over je vader?

Lacht. “Dat men mijn vader ontmoet en zijn films ziet om dichterbij zijn kunst te komen. Het is al meer dan dertig jaar geleden dat zijn laatste film uitkwam, maar nog altijd is het belangrijk dat zijn ideeën en filmtaal gedeeld worden met het publiek. Voornamelijk voor de jonge generaties.”

Andrej, wat wil je het publiek vertellen over je vader?

“De ontmoeting met zijn werk is het belangrijkste aspect van deze tentoonstelling. Om het te zien, te ondergaan, zijn ideeën en visies te verstaan en ze je eigen te maken. Ze bij je binnen te laten komen en openstaan voor de antwoorden die de ervaring je kan geven. Want zijn beeldtaal is een eigen taal.”

Je boodschap condenseert zich tot de ontmoeting tussen het publiek en de visies van je vader. Een visie waarin onze menselijke existentie bevraagd wordt.

“Ja dat klopt, kunst is een manier om tot zelfkennis te komen. Om tot inzichten te komen die zich in het dagelijks leven gemakkelijk aan je onttrekken. Door een andere tijdsbeleving te bewerkstelligen wordt er ruimte voor een dieper weten geschapen. Voor hem zelf was zijn kunst zijn manier om zichzelf te bevragen, het leven, het mysterie.”

Wil je een ervaring delen, die jou hetzelfde gegeven heeft als de films van je vader?

“De Mass in C minor van Johann Sebastian Bach raakt aan wat mijn vader deed. Als ik aan schilderijen denk, dan komt Leonardo in me op, zoals de Aankondiging. Gisteren was ik in het Rijksmuseum en keek ik naar de schilderijen van Rembrandt en bij sommigen overkwam me eenzelfde gevoel. Diezelfde ogen, diezelfde hand van de meester, het is een gevoel dat ik met elke grote kunstenaar heb. Ik heb echter in de filmkunst nog niet iemand anders ontmoet die hetzelfde voor elkaar heeft gekregen als mijn vader. Sommigen komen in de buurt, maar zijn bijvoorbeeld esthetischer, maar missen dan net iets. Ik spreek met andere regisseurs die me vertellen dat de films van mijn vader hun leven hebben veranderd. Ik hoor dat ook van mensen die naar zijn films kijken. Sommigen gooien hun hele leven om, sommigen werden kunstenaar, anderen kozen voor een leven als priester of monnik na het zien en ondergaan van de films van mijn vader. Dat is veruit het grootste compliment dat mijn vader kan krijgen. Het geeft de immense kracht die uitgaat van zijn kunst aan. De kracht van kunst.”

De interviewer en de zoon

De interviewer en de zoon

Mijn laatste opmerking gaat over de spirituele dimensie van Tarkovski’s films. Een vraag als deze kan leiden tot een urenlang en rijk gesprek, maar wellicht is er toch kort iets over te zeggen. Het komt op mij Russisch voor dat God een woord is voor iets waar we als mensen niet bij kunnen. Ik las dat onlangs in hoe Dostojevski over God spreekt in zijn boek Duivels en ik meen het te zien in de films van je vader. Het goddelijke, of liever mystieke, is nooit ver weg.

“Inderdaad, dat is wat ik zeg met de ideeën en visies die mijn vader in zijn kunst heeft. De kunst, of het nou film of literatuur of muziek is, heeft geen dogma’s die in de weg staan en drukken de pogingen van ons mensen uit naar het onnoembare, grotere mysterie van het leven hier. Om dichterbij dit wezenlijke te komen. Daar gaat het iedere keer om, maar nooit om bij God zelf te komen, dat kan niet. De manier waarop mijn vader zocht, is een veel meer open-minded. Hij zocht naar de spirituele wortels binnen het Russisch orthodoxe en het katholieke geloof, maar ook in het zenboeddhisme. We kunnen die eventueel hogere realiteit aanvoelen, maar wanneer het proberen te grijpen, te duiden, dan zijn we het kwijt, dan is het er niet. We kunnen het niet verklaren, evenmin dat we kunnen verklaren waarom we geraakt worden door zijn films, of Bachs muziek. Het gaat voorbij ons voorstellingsvermogen. Mijn vader zei dat ook altijd, het is onmogelijk uit te leggen waarom je geraakt wordt door iets, behalve dat het een wonder is en hoe God werkt. En in kunst kan het goddelijke zich manifesteren.”

De tentoonstelling Andrei Tarkovsky The Exhibition is nog tot en met 6 december te zien in Eye Filmmuseum in Amsterdam.

 

14 oktober 2019

 

MEER ANDREJ TARKOVSKI
 

MEER INTERVIEWS

De Verzegelde Tijd: Bezield testament over de filmkunst

De Verzegelde Tijd
Bezield testament over de filmkunst

door Ralph Evers

Stavrogin- in de Openbaring voorspelt de engel dat er geen tijd meer zal zijn.
Kirillov- weet ik. Dat staat daar nadrukkelijk en duidelijk. Als ieder mens gelukkig is, zal er geen tijd meer zijn omdat deze niet meer nodig is. Een zeer juiste gedachte.
Stavrogin- waar laten ze hem dan?
Kirillov- Nergens. De tijd is geen ding, maar een idee. Het zal uitdoven in het verstand. 

Dostojevski – Duivels

Een persoonlijk document van een van de grootste filmmakers uit de jonge geschiedenis van de film, Andrej Tarkovski, behelst meer dan het medium film alleen. Wanneer film als kunst beschouwd wordt, als één van de manieren waarop de mens de rijke schakering van het ervaren van het leven kan uitdrukken, dan ontkom je niet aan filosofische en spirituele bespiegelingen. Een ondervraging van het medium staat volgens Tarkovski niet los van de context en de persoonlijke ervaring en kennis van maker en kijker.

De Verzegelde Tijd van Andrej Tarkovski

Spontaniteit en toeval
Hiermee plaatst hij de filmkunst in de postmoderne hoek, waar persoonlijke referenties een belangrijke(re) rol zijn gaan innemen. Neem bijvoorbeeld de surrealistische kunst van begin twintigste eeuw. In tegenstelling tot de klassieke kunst, met haar iconografie, is de surrealistische kunst vaak pas zinvol te duiden wanneer we iets weten over de kunstenaar, diens leven, het tijdsgewricht en de situatie waarin het werk tot stand gekomen is. Daarbij speelt spontaniteit en toeval een steeds grotere rol in de moderne kunst. Ook in één van Tarkovski’s werken heeft het toeval en de spontaniteit een plek gekregen. Toen een hond het beeld in wandelde tijdens de droomscène in Stalker besloot hij dit zo te laten.

Deze mengelmoes tussen autocratische invloed uitoefenen op hoe je werk dient te worden enerzijds en het spontane anderzijds is in harmonie met het hogere in het oosterse christendom. Die voegt zowel een prominente aanwezigheid van spiritualiteit als een erkenning van het lijden van de mens samen. Tarkovski spreekt regelmatig van een poëtisch bewustzijn, een poëtisch je verhouden met de wereld om je heen. Iets wat hij niet alleen van zijn vader, de dichter Arseni Tarkovski geleerd heeft. Het zit hem ook in hoe Andrej religie, schilderkunst, muziek en literatuur beleeft. Hij weet hier een ongekende diepte in aan te brengen.

Stalker

Stalker

Niet genieten van entertainment
Eén van zijn belangrijke inspiratiebronnen is F.M. Dostojevski. Hij vertelt hoe hij als klein jochie door zijn moeder voorgelezen werd uit Oorlog en Vrede van Tolstoj en menig werk van Dostojevski. Na die onderdompeling kon hij niet meer genieten van wat hij als entertainment bestempelt. Dat is hem te vlak, nietszeggend, een vervelend tijdverdrijf. Dat klinkt voor de hedendaagse lezer en bioscoopbezoeker mogelijk arrogant en neerbuigend, maar hierin komt de visie van Tarkovski over de filmkunst scherp naar voren.

Hij maakt een onderscheid tussen filmkunst en entertainment en met dat laatste heeft hij niets en wil hij niets van doen hebben. Hij beschouwt dat als minder, minder ten opzichte van wat hij nastreeft. Waarbij hij het wankelvaste geloof houdt dat wat de kunstenaar uitdrukt, hoe onconventioneel ook, altijd wel door een iemand uit het publiek wordt opgepakt. Daarvan doet hij in het boek De Verzegelde Tijd regelmatig verslag. Interessant hierin is dat alle lagen van de Russische bevolking aan bod komen. Fabrieksarbeiders die weggeblazen worden en gelijke ervaringen met hem delen en ingenieurs die zich beledigd voelen door de losse, associatieve structuur die bijvoorbeeld Zerkalo (De Spiegel) kenmerkt. Met dreigementen bij het filminstituut in Moskou en diens autoriteiten aan toe.

Literaire rivier
Dostojevski is een rode draad door zijn leven en boek. Hij had graag de Idioot van Dostojevski verfilmd, maar na 7 (het getal van de heelheid in het christendom) films overleed hij. Ook Boze Geesten (ook bekend als Demonen of Duivels) heeft grote invloed op Tarkovski’s werk en denken, bijvoorbeeld in het kader van wat hij als kunst beschouwt. In Boze Geesten stelt Dostojevski ideologieën en met name het nihilisme en atheïsme centraal. Het is een zeitgeist van de tweede helft van de negentiende eeuw dat het nihilisme opkomt, waar Dostojevski en later ook Nietzsche zich het hoofd om zouden breken welk antwoord daarop te formuleren valt.

De wortel ligt in het ter discussie stellen van God, waarbij God doorgaans gedacht wordt als een mannelijke omnipotent, maar vooral potentaat. Bij Dostojevski en ook bij Tarkovski is God echter eerder een woord voor datgene wat buiten ons voorstellingsvermogen ligt. Het betreft hier datgene wat onverborgen blijft, wat de Grieken (en Heidegger) aletheia noemen – dat wat ons als waarheid verschijnt. ‘Voor wie de waarheid niet zoekt, blijft ook het schone verborgen’, stelt Tarkovski in navolging van Dostojevski. Om te vervolgen: ‘En het is juist deze geestelijke armoede bij degenen die kunst beoordelen zonder bereid te zijn zich te verdiepen in de hogere zin en het doel van hun leven die hen tot primitieve uitspraken verleidt als ‘hier vind ik niets aan’ of ‘dat is niet interessant’. Dit zijn sterke argumenten, maar het zijn de argumenten van een blindgeborene die een regenboog beschrijft. […] Een van de meest treurige tekenen van onze tijd is de welhaast onomkeerbare teloorgang van het besef van het schone en het eeuwige. De moderne consumptieve massacultuur – een beschaving van prothesen – verminkt de ziel en blokkeert de weg die de mens voert naar de kernvragen van zijn bestaan, naar de bewustwording van zichzelf als geestelijk wezen’. 

Het is de taak van de kunstenaar niet doof te worden aan zijn eigen roeping, om zodoende deze eeuwige wijsheid (om het met Huxley te zeggen) door te geven aan de toeschouwer, de geïnteresseerde. En in die interesse, waar het Tarkovski om te doen is, zit zijn liefde, zijn engagement naar het project wat hem het meest na aan het hart lag: de filmkunst. Waarbij voortdurend een echo naar zijn vader klinkt. Een gemiste vader, omdat die het gezin verliet om zich aan te sluiten bij het leger.

De Spiegel

De Spiegel

Leermeester
Het boek leest als een inwijding in de filmtaal. Het staat vol van persoonlijke beschouwingen op eigen films, is gelardeerd met redenen waarom scènes zijn zoals ze zijn en draagt een visie uit hoe film zou moeten zijn. Het is tevens rijk aan diepzinnige beschouwingen over kunst in z’n algemeenheid, het leven, religie en schoonheid. Een willekeurige bladzijde of alinea geeft net zoveel inspiratie, diepgang en visie als het hele boek.

De hoofdstukken zijn gekoppeld aan de film die hij op dat moment maakte, op chronologische volgorde, beginnende bij De jeugd van Ivan (zijn twee korte films bespreekt hij niet). Filmkunst is als poëtische, associatieve, individuele taal te ondergaan. Er is een boodschap van de kunstenaar, die met gebruik van symboliek, cultureel gemeengoed en associatieve verbanden deze tracht over te brengen en er is de persoonlijke ervaring en invulling. Hijzelf zou wars van interpretatie zijn, hetgeen ook wel logisch is. In het ondergaan van een van zijn meesterwerken ontstaat een intiem ‘gesprek’ tussen de kijker en de filmmeester zelf.

In gesprek met andere kijkers met en over de film vanuit eigen ervaringen en associaties geeft dit keer op keer een nieuwe laag aan de ervaring. Een aletheia, een toevallige onverborgenheid. Zo is ook zijn boek te lezen. Enerzijds als een uniek traktaat over film, anderzijds als een aanvulling op de gangbare filmkritiek, filmkunst en geschiedenis van de film. Zoals enkele andere auteurs staat Tarkovski op zichzelf, verlegde hij de grenzen tot ver voorbij onze huidige horizon, op een tijdloze schaal. Voor zij die geraakt worden, dooft de tijd inderdaad uit, doorgaans tot aan de aftiteling. Zo bergt kunst een bodem om tot innerlijke wijsheid te komen. Dan wordt Tarkovski’s kritiek op film-als-entertainment ook duidelijk en verliest het zijn neerbuigende toon.

 

10 oktober 2019



MEER ANDREJ TARKOVSKI
 
 
ALLE ESSAYS

Hoop en vertrouwen in Het Offer

Hoop en vertrouwen in Het Offer

door Sjoerd van Wijk

“Het moet mooi geweest zijn toen de mens dacht dat de wereld er zo uitzag!”, verzucht de jarige Alexander kijkend naar een oude landkaart van Europa. Deze verjaardagsgift van postbode Otto noopt hem tot mijmeren, zich realiserende dat het afgebeelde Europa niks van doen heeft met de waarheid.

Op dat moment weet hij nog niet hoe anders het leven luttele uren later is, als vliegtuigen oversjezen en een kernoorlog begint. Hij schudt zijn vervreemding van zich af en vindt de naastenliefde na een afspraak met God om alles op te geven als deze de tijd terugdraait naar hoe het was.

Het Offer

In Het Offer, de laatste film van regisseur Andrej Tarkovski, uit zich een toewijding die de mens mist in de huidige ecologische crisis. Alexander, een voormalige acteur die het praktiseren opgaf voor de studie, kampt met een spirituele leegte. Zijn filosofische monologen tonen een visie van technologiekritiek die doet denken aan Tarkovski’s eigen denkbeelden. Technologie transformeert de wereld tot te exploiteren materie, wat leidt tot vervreemding. Beschaving beschouwt de kaart als echter dan het territorium. Ted Kaczynski schreef in zijn manifest dat de Industriële Revolutie en haar gevolgen rampzalig zijn geweest voor de mensheid. Dit realiseert Alexander zich ook.

Spirituele crisis
Zijn gemis spreekt echter sterker uit de entourage dan de monologen. Sven Nykvists camera blijft plechtig op afstand, en het desolate landschap van schiereiland Närsholmen krijgt de overhand. Het gras wuift de stemmen weg, de tijd verstilt. Vogels klinken. Het transcendentale sluimert op de achtergrond, als het beeld kalm Alexander en zijn zwijgende zoontje Gossen volgt in gesprek met Otto. De tijdsbeleving in Offret is een majestueuze uitdaging. Het serene voortstromen is radicaal anders dan de tijdsbeleving binnen het technisch denken, waar de tijd in naam van functionaliteit een opeenstapeling van afzonderlijke momenten is.

Voordat Otto ten prooi valt aan Gossens kattenkwaad, had Gossen met zijn vader een dode boom geplant. Volgens een oude legende gaf een monnik dagelijks water aan de plant, totdat deze na drie jaar opbloeide. Deze door Alexander vertelde anekdote is exemplarisch voor zijn spirituele crisis. Hij lijkt de toewijding te bewonderen, maar mist het geloof. Zijn huis is welhaast een gevangenis, gevuld met gekeuvel van mensen met wie hij de connectie mist. Door grauw en grijs omhuld lijken zijn gasten en familie bijna onderdeel van het pand, waar de wind in de gordijnen herinnert aan de diepere waarheid die zij allen missen.

De grondslag van Kaczynski’s technologiekritiek is een ruig individualisme dat leidde tot diepe woede. Alexanders weemoed is van doortastender aard. Zodra het onheil daar is met vreselijk kabaal, schudt hij wakker uit zijn verdoving om een groot offer te brengen ten behoeve van hen waar hij zo-even nog vermoeid van was. Tarkovski’s laatste meesterwerk blijkt daarmee een parabel. Boodschapper Otto sommeert hem te gaan naar de mysterieuze bediende Maria, die de sleutel tot verlossing houdt.

Nederig handelen
Geloof is in Het Offer niet een kwestie van de juiste geschriften leren, maar een houding van nederigheid. Maria’s gift van liefde aan Alexander komt na een klein moment waaruit een zinderende bezieling spreekt. Het wassen van vieze handen start de opmars tot spirituele herleving. Tarkovski vindt schoonheid in elk moment op meditatieve wijze. Alsof hij de Tao toont zonder erover te spreken. Het maakt elke handeling discreet. Tegenwoordig is het individu niet meer nederig, maar een project wat zichzelf dient te optimaliseren. Het Offer raakt, doordat het dit beperkende wereldbeeld doorbreekt.

De oncomfortabele waarheid van de klimaatcatastrofe is dat er op het moment van schrijven nog 15 maanden zijn voor plannen om emissies te reduceren voor een 67% kans om onder 2,0ºC te blijven. Aangezien dit alleen kan door een gigantische reductie van productie en consumptie, betekent dit volwassenen nu een offer moeten brengen om hun kinderen te sparen voor grotere rampspoed. Dit maakt Alexanders nederigheid en gelofte aan God tot een bijzonder actueel en nijpend moment.

Het Offer

Moed en vertrouwen
Andrej Tarkosvki draagt de film op aan zijn zoon, met “hoop en vertrouwen”. Uit Alexanders offer spreekt echter eerder moed dan hoop. In een ontzagwekkende scène legt Nykvist de grootsheid van Alexanders daad vast met bescheiden precisie. Paradoxaal genoeg spreekt uit Alexanders offer, onderdeel van zijn afspraak met God, een autonomie die de moderne mens niet kent. Het individu als project verwart autonomie namelijk met het verzamelen van ervaringen en spullen, terwijl deze juist zit in het opgeven. Het is maar de vraag of volwassenen dit tijdig zullen beseffen en de noodzakelijke offers brengen zodat hun kinderen niet met de gebakken ecoperen zitten.

Alexander denkt voorbij de kaart, die onwerkelijk beperkt met grenzen. In het wegcijferen zit de autonomie opgesloten, mogelijk gemaakt door een geloof wat niet verdween maar slechts woekerde. Gossens eerste woorden, gesproken na Alexanders vertrekt, dringen daardoor in. Met vertrouwen en moed gloort de hoop aan de horizon. En daar is Het Offer getuige van.

Kijk hier waar Het Offer nog is te zien.

 

7 oktober 2019



MEER ANDREJ TARKOVSKI
 

ALLE ESSAYS

Spiegel, De

****
recensie De Spiegel

Venster op het eigen leven

door Cor Oliemeulen

“Ben je ditmaal niet in slaap gevallen?”, vraagt iemand als ik vertel dat ik De Spiegel (1975) opnieuw heb gekeken. De eerste keer zocht ik een draad die ik niet kon vinden, de tweede keer liet ik mij uiteindelijk hypnotiseren door de meanderende beelden, gevangen in lange shots met tergend langzame, maar sprekende camerabewegingen.

Natuurlijk had ik me beide keren al danig laten verwonderen door Andrej Tarkovski’s unieke naturalistische manier van filmen om te beseffen dat de tijd in elk shot waardig moet verstrijken, zodat al zijn ideeën in alle rust tot zijn recht kunnen komen en de kijker alle besef van tijd kan verliezen (en misschien mag indommelen). Van zijn zeven speelfilms kiest de Russische cineast vooral in De Spiegel voor poëtische verbanden in plaats van de klassieke lineaire verhaallijn, zoals in Stalker, dat juist oogt als één lang shot.

De Spiegel (1975)

Klaarwakker
Door elkaar gemonteerde dromen, verwachtingen, vermoedens, herinneringen en archiefbeelden scheppen een chaos van omstandigheden die de hoofdpersoon onvermijdelijk met de problemen van het leven confronteert en de (wakkere) kijker een venster op het eigen leven biedt. Niet de werkelijkheid, maar een eigen wereld. Niet enkel weemoed en nostalgie door ervaringen van een kind, meer dan een simpele lyrische terugblik. Een moeder rookt een sigaret op een hek, in de verte op het uitgestrekte veld doemt een gestalte op. Zo te zien wacht ze op iemand. Het is niet haar echtgenoot, maar een dokter op doorreis. Ver weg het gefluit van een stoomtrein. Twee kleine kindjes tussen het hek en het landhuis. Niet alleen en verloren in een lege kosmos, maar door ontelbare draden aan verleden en toekomst gebonden. De jonge vrouw bekijkt zichzelf in de spiegel waarna het beeld langzaam draait en weerkaatst naar een oudere vrouw. Steeds maar weer het kleine landhuis waar hij opgroeide: soms in kleur, soms zwart-wit, soms onduidelijk, soms helder.

Water en vuur
Twee kleine kinderen met bijna kaalgeschoren koppies aan tafel, tumult, een roep op de achtergrond, de vrouw loopt naar buiten, de kinderen volgen haar. In de spiegel staan ze in de deuropening. Heel langzaam pannend naar de blik vanuit de kamer op de schuur in lichterlaaie. De vrouw vult rustig een emmer in de put. Het regent pijpenstelen en het water druppelt boven de deur van het landhuis naar beneden. Op tv ziet de jongen een man stotteren tegen een vrouw in een witte jas. Geen onbescheiden zelfverheerlijking, maar een zwak en zelfzuchtig persoon, niet in staat om naasten onbaatzuchtig lief te hebben. Het is niet haar echtgenoot. Komt hij wel ooit terug? Wat is haar lot? De dokterstas gaat niet open, heeft zij misschien een schroevendraaier? Een gesprek, nog een sigaret. Ze zakken allebei lachend door het hek. Als een stip verdwijnt hij in het veld. Hij kijkt pas om nadat er plots een ferme windvlaag opsteekt. Zoiets valt niet te regisseren. Ik kan luid en dui-de-lijk spreken! In het gras heeft de vrouw zojuist de liefde bedreven, richt zich op van de man, strijkt door haar blonde haren. Wil je een jongen of een meisje? Een traan in haar ogen. Hemelse Bach. Een oudere vrouw draagt een mand, een kind ernaast. De dichtende vader ademt zijn laatste woorden.

De Spiegel (1975)

Zou het toeval zijn dat De Spiegel (aanvankelijk bedoeld na Andrej Roebljov) direct volgt op Solaris? Als je in de spiegel kijkt, zie je dan jezelf? Of iemand die op jou lijkt, een dubbelganger?

 

Hier kun je zien waar en wanneer De Spiegel draait.

 

4 oktober 2019

MEER ANDREJ TARKOVSKI

 

ALLE RECENSIES

Religie in de woorden van Andrej Tarkovski

Religie in de woorden van Andrej Tarkovski
Kunst als verlangen naar het ideaal

door Tim Bouwhuis

Er is veel gezegd en geschreven over de rol van religie in de films van de Russische beeldpoëet Andrej Tarkovski (1932-1986). Sommigen noemen hem agnost of juist (orthodox-)katholiek, anderen spreken over existentiële vraagstukken en spirituele zoektochten. Er zijn er ook die de met religie doorsponnen dialogen in films als Andrej Roebljov en Stalker terzijde schuiven, of de plaats die religie zou innemen relativeren. Maar wat zegt Tarkovski er zelf over?

Het is niet overdreven te stellen dat Sculpting in Time (eerste druk 1984, in het Nederlands vertaald als De Verzegelde Tijd) diep doordringt tot de kunstenaarsgeest van de maker. Tarkovski schreef het als een serie van oorspronkelijk losstaande reflecties op zijn ontwikkeling als filmmaker, de aard van de filmkunst en de relatie tussen zijn werk en het publiek. Kern van aanpak? Er bestaan geen grenzen tussen je identiteit als filmmaker en je lotsbestemming als mens. Échte kunst kent uiteindelijk geen geheimen: het is een offer op het doek, een uitnodiging om te communiceren. Met zo’n uitgangspunt liggen misschien ook de antwoorden op onze vraag binnen handbereik.

De Spiegel (1975)

De Spiegel (1975)

Het offer van de kunstenaar
Kunst als verlangen naar het ideaal
, het tweede hoofdstuk van De Verzegelde Tijd, gaat bij uitstek over Tarkovski’s kijk op de hoge roeping van kunst. ‘Hoge roeping’ mag daarbij letterlijk worden begrepen, als een geestelijke plicht die het aardse ontstijgt en in wezen haast religieus is. In dat kader heeft kunst voor Tarkovski het doel de zin van het leven te verklaren, of, als ze niet verklaart, haar publiek tenminste met dat vraagstuk te confronteren.

Het bijzondere van de kunst is dat ze dat publiek hierin niet wil overtuigen met onverbiddelijk geldende rationele argumenten, maar met de geestelijke energie waarmee de kunstenaar het werk geladen heeft. Die energie heeft alles weg van een offer. Het bevestigt de status van de kunstenaar als een dienaar, die zijn publiek wil helpen het ware voor het gevoel toegankelijk te maken: ‘’de algemene functie van kunst ligt voor mij onbetwistbaar besloten in het idee van het kennen, in de catharsis, het inzicht dat als een schok tot stand komt’’. De menselijke ziel streeft intuïtief naar het kortstondige ogenblik waarop het ideaal van de harmonie voelbaar is.

De boom van kennis
Een dergelijke visie kan niet zonder het geloof dat de mens zo’n hang naar het absolute ideaal, vaak uitgedrukt als ‘de waarheid’, ook daadwerkelijk bezit. De notie van religie is dichtbij als het ideaal buiten ons en buiten de (materiële) wereld wordt geplaatst. Dit is precies wat Tarkovski ook betoogt. Omdat het ideaal buiten ons ligt, is het verlangen naar dat ideaal onvervulbaar. Menselijke ontevredenheid en geestelijk lijden ontspringen in het besef van ieder mens dat zijn vermogen te kennen altijd ontoereikend zal blijven.

Waar ging het mis? Hadden we het ideaal ooit in handen? Dit is waar het Bijbelboek Genesis, dat expliciet door Tarkovski aangehaald wordt, concrete invulling geeft aan de oorsprong van de menselijke zoektocht naar kennis. Deze zoektocht is in dit verband geen nobele taak, maar een vloek die de mensheid (door Adam en Eva) treft als ze de boom van kennis verkiest boven de boom van het leven. Hier krijgt Tarkovski’s redenatie zelfs een cynisch randje: ‘’zo verscheen de mens, deze kroon der schepping, op aarde en eigende zich haar toe. De weg die hij sindsdien is gegaan en die men gewoonlijk evolutie noemt, is voor hem een pijnlijk proces van zelfkennis geworden’’.

Kunst als geestelijk wapen
Ieder mens heeft de keuze om zijn drang naar kennis te (h)erkennen en hem te cultiveren of te onderdrukken, en als we iets weten uit de menselijke geschiedenis is het wel dat kennis daarin een eenduidige definitie weigert. De waarheden die de ziel van de ene persoon voeden zijn voor de ander de fabels van een fantast. Tarkovski erkent die verschillen, en schrijft in zijn nawoord in teneur over de tekenen van zijn tijd, en over de materieel georiënteerde mens die het geestelijke achterliet. Sterker gesteld: kunst is voor hem altijd een wapen geweest in de strijd van de mens tegen het materiële dat de geest dreigt te verslinden.

Die band tussen kunst en geest brengt ons weer terug bij het absolute, het ideaal: voor Tarkovski kan het absolute alleen door geloof en door de creatieve daad worden bereikt. Misschien, schrijft hij in zijn slotparagraaf, is ons vermogen om te scheppen wel het bewijs dat wij zijn geschapen naar Gods beeld en gelijkenis.

Andrej Roebljov (1966)

Andrej Roebljov (1966)

De maker en zijn publiek
De kunst die uit het scheppen van de kunstenaar voortkomt kan alleen geaccepteerd worden als de toeschouwer het beeld en zijn waarheid gelooft, en de kunstenaar daarin onvoorwaardelijk vertrouwt. Tarkovski legt zo een belangrijke verantwoordelijkheid bij de toeschouwer: als hij de waarheid niet zoekt, blijft ook het schone voor hem verborgen. Die uitspraak is geen toonbeeld van arrogantie, maar één van de vele bevestigingen van de maker dat zijn films om een specifieke mentaliteit vragen. ‘’Er is (…) een diepe verwantschap tussen de zuivere religieuze ervaring en de ervaring die een spiritueel en ontvankelijk mens bij een kunstwerk ondergaat’’.

Betekent dit direct dat een persoon die zo’n ervaring niet nastreeft niets met de films van Tarkovski kan aanvangen? Het antwoord ligt bij de lezers (en kijkers) die er een ander wereldbeeld op nahouden, maar zich toch aan zijn oeuvre wagen. Eén ding is wel duidelijk: onze westerse consumptie-en commerciecultuur en de hang naar (filosofisch) materialisme hebben een hoge barrière opgeworpen voor diegenen die zonder overheersende scepsis mee willen denken met de Tarkovski die in De Vergezelde Tijd al zijn kaarten op tafel legt. De uitdaging is om jezelf met zijn vragen te confronteren, ook als je tot geheel andere antwoorden komt dan de maker zelf. Het landelijke retrospectief in EYE en verwante filmhuizen biedt een uitgelezen mogelijkheid om dat de komende maanden te doen.

 

2 oktober 2019


MEER ANDREJ TARKOVSKI
 
ALLE ESSAYS

Solaris: spiegel uit de kosmos

Solaris: spiegel uit de kosmos

door Alfred Bos

Solaris is een diep-religieuze bespiegeling over de aard van het bestaan en de grenzen van de menselijke verbeelding. Vernietigt kennis het mysterie?

De roman Solaris (1961) van Stanislaw Lem is een bedekte satire op het communisme en diens dialectiek. De film Solaris (1972) van Andrej Tarkovski is een poëtische bespiegeling over het menselijke onvermogen om de ander te kennen. Wat hebben boek en film, buiten de titel, gemeen? Dat is de onmacht van de mens om over de grenzen van zijn verbeelding te stappen. De kosmos is vreemder dan we ons kunnen voorstellen. En je kunt geen contact maken met wat je niet begrijpt.

Solaris

De auteur was niet blij met de boekverfilming en de cineast meende dat zijn film los van het boek moest worden gezien. Beiden hadden te maken met ‘hogere machten’. De Poolse schrijver Stanislaw Lem (1921-2006), auteur van een reeks sciencefictionromans die behoren tot het beste wat het genre heeft te bieden, moest zijn werk voorleggen aan de staatscensuur. De Russische regisseur Andrej Tarkovski (1932-1986), maker van een handvol films die tot de toppen van de cinema behoren, werd openlijk tegengewerkt door het communistische regime van zijn thuisland.

Lem, de wetenschapper, vertrouwde op de ratio. Tarkovski, de kunstenaar, geloofde in schoonheid. Wat hen bindt is poëtische vervoering. Langs verschillende wegen komen de existentialist en de romanticus uit op hetzelfde punt. De kosmos is ontzagwekkend omdat hij überhaupt bestaat—er had ook niets kunnen zijn. Wat eigenlijk veel logischer is.

Bezielde materie
Solaris is een exoplaneet die geheel wordt bedekt door water. Aardse wetenschappers bestuderen vanuit een nabijgelegen ruimtestation reeds eeuwenlang de planeet, het object blijkt een buitenaardse intelligentie te zijn. De oceaan vormt een scala aan bizarre geometrische lichamen die boven het zeeoppervlak zweven. De studie van Solaris, de solaristiek, heeft een bibliotheek aan wetenschappelijke verhandelingen opgeleverd, exegeses die het fenomeen proberen te duiden. Er zijn scholen die elkaars verklaring betwisten. De analogie met Bijbelstudie en de uitleg van Marx en diens theorieën is evident. Tot zover het boek.

Stanislaw Lem heeft meer romans geschreven waarin de grenzen van de menselijke cognitie centraal staan. In His Master’s Voice (1968, niet in het Nederlands vertaald) maakt de mensheid contact met een buitenaardse beschaving, maar is niet in staat om de boodschap van de aliens te doorgronden. Fiasco (1986, niet in het Nederlands vertaald) voert de problemen in de communicatie met aliens terug op verschillen in cultuur.

Solaris

Lems punt is het bekende verhaal over de Caraïbische indianen die op een morgen in het jaar 1492 aan het strand stonden en zagen dat de zee was veranderd, maar hoe? Waren er eilanden bijgekomen? Zwommen er walvissen aan de horizon? Het waren de schepen van Columbus, maar die herkenden de indianen niet als zodanig. Ze kenden het concept ‘schip’ niet. En wat je niet kent, kun je niet herkennen. Dat is de kwestie van Solaris. Is wier dat wiegt in de stroom, een struik die meewaait met de wind een levend wezen? Het beweegt, toch?

Je leert de wereld kennen via de reeks waarneming-reflectie-concept-benaming, daarna volgen ideeën over oorzaak en gevolg. Zonder reflectie en concepten is de werkelijkheid een vormloze ruis. De mens ‘denkt’ de wereld. In de filosofie heet dat idealisme. Het tegendeel is het materialisme van Marx en de moderne wetenschap.

Liefdespaar
In Tarkovski’s Solaris kan de mens het concept ‘denkende planeet’ niet goed bevatten. De film gaat voorbij aan de geometrische figuren die de oceaan produceert en stipt de wetenschappelijke stammenstrijd vluchtig aan. De solaristiek verkeert in crisis, de studie is vastgelopen en heeft geen duidelijkheid opgeleverd. Om een doorbraak te forceren, bombarderen de wetenschappers Solaris met röntgenstraling en de reactie van de planeet is, op zijn zachtst gezegd, boeiend.

Solaris materialiseert personen die belangrijk zijn in het innerlijke leven van de wetenschappers. Psycholoog Kris Kelvin (de Litouwse toneelacteur Donatas Banionis, hij gaat gekleed in een punk-outfit die in 1972 profetisch was) wordt naar het onderzoeksstation gestuurd voor een rapport dat zal beslissen: missie voortzetten of de laatst overgebleven wetenschappers terughalen.

De onderzoeker Gibarian, een idealist en Kelvins mentor aan de universiteit, heeft kort daarvoor zelfmoord gepleegd en een boodschap voor hem achtergelaten. Informaticadoctor Snaut, een scepticus met een hang naar onthechting, en astrobioloog Sartorius, de materialist, ontvangen de psycholoog als een onwetende indringer.

Solaris

Ook aan Kelvin openbaart zich een verschijning, Hari, zijn vrouw die tien jaar daarvoor zelfmoord heeft gepleegd omdat ze zich onbemind meende. Hari wordt vertolkt door Natalya Bondarchuk, dochter van de Oekraïense regisseur en acteur Sergei Bondarchuk; ze is later in haar loopbaan ook gaan regisseren. De film van Tarkovski concentreert zich op het liefdespaar.

Nabootsingen
Wat zijn de projecties die de planeet in het ruimteschip materialiseert? Zijn het geesten? Dubbelgangers? Klonen? Het zijn simulacra, nabootsingen. Tarkovski geeft visuele hints: de sjaal van Hari blijft achter op een stoel, nadat de verschijning is verdwenen. Hari 2 draagt dezelfde sjaal om haar schouders, terwijl de sjaal van Hari 1 nog steeds over de stoelrug hangt. Hari 2 kan zich de eerdere ontmoeting – van Hari 1 – met Kelvin niet herinneren. “Ik ken mezelf niet,” zegt ze, terwijl ze in de spiegel kijkt. Ze wordt gaandeweg menselijk, ze weet niet meer hoe ze moet slapen.

Het spiegelbeeld is het meest bekende voorbeeld van een simulacrum. Het is echt (als beeld in de spiegel), maar ook weer niet. Het lijkt echt, maar is een kopie, een nabootsing. Het simulacrum staat centraal in de sleutelscène van de film: het gesprek tussen Snaut en Kelvin in de bibliotheek van het station. De bibliotheek zelf is een nabootsing van de menselijke cultuur, met het dodenmasker van Gogol, de buste van Socrates, het schilderij van Pieter Bruegel (Jagers in de sneeuw) en stapels boeken. Daartussen ligt De vernuftige edelman Don Quichot van La Mancha van Miguel de Cervantes, over de edelman op leeftijd die denkt dat hij een dolende ridder is. Don Quichot is de stereotypische idealist.

Solaris

Snaut, de scepticus die in feite een mysticus is, pakt het boek en vraagt Kelvin een passage voor te lezen. Snaut: “Ze [de verschijningen] komen ’s nachts. Maar je moet soms slapen. Dat is het probleem, de mensheid is het verleerd om te slapen.” In de tekst van Cervantes is Quichots dienaar Sancho Panza, de snuggere analfabeet, lovend over de persoon die de slaap heeft uitgevonden. Slaap is de gemeenschappelijke munt die alles koopt, de balans die herder en koning, de dwaas en de wijze, gelijkmaakt.

Het dwaze probleem van de mens
Het citaat is onderdeel van de tweespraak tussen Snaut en Kelvin, die volgens deze kijker het hart van de film vormt. Snaut: “We willen de aarde oprekken tot de grenzen van de kosmos. We weten niet wat we aanmoeten met andere werelden. We hebben geen andere werelden nodig. We hebben een spiegel nodig.”

De spiegel is, zoals opgemerkt, de simulacrum-generator bij uitstek. Solaris is die spiegel. Of eigenlijk—en dat typeert de kunstenaar Tarkovski: Solaris is die spiegel. De film over een spiegel werkt zélf als spiegel. Elke kijker heeft zijn eigen interpretatie, ziet er zichzelf in.

De zucht naar kennis verdrijft het mysterie, merkt Kelvin op, het mysterie van geluk, dood en liefde. Hier verwoordt de psycholoog het standpunt van de regisseur. Snaut zegt het zo: “We zwoegen en vechten voor contact, maar we zullen het nooit vinden. Dat is het dwaze probleem van de mens.” Snaut is de Sancho Panza van Kelvins Don Quichot.

Kennis zonder ethiek
Kennis is een probleem voor de diep-gelovige Tarkovski. De zucht naar kennis, geformaliseerd via de wetenschap, is een pact met de duivel. De materialist Sartorius is een Faust-figuur. De kentheoretische vragen die Stanislaw Lem in het boek stelt, komen in de eerste filmakte – die op aarde speelt, in het ouderlijke huis van Kelvin – aan de orde. Ze worden opgeroepen naar aanleiding van het beeldverslag van de teruggeroepen wetenschapper Burton. “We begrijpen het niet, waarom filmde je de wolken?”, wil het comité van solaristiek-wetenschappers weten. Burton staat voor de kunstenaar: hij kijkt, neemt waar. Ziet schoonheid waar materialisten waterdamp zien.

Solaris

In het dialectische denken is wetenschap de vijand van schoonheid. Burton zegt tegen Kelvin: “We vernietigen wat we op dit moment nog niet kunnen begrijpen.” En dan: “Kennis heeft alleen waarde als het is gebaseerd op ethiek.” Het had uit de mond van Tarkovski zelf kunnen komen.

Wetenschap zonder ethiek is een actueel probleem. Wat de atoombom was tijdens de Koude Oorlog, is kunstmatige intelligentie voor de eenentwintigste eeuw. Remt de zelfrijdende auto voor een overstekende hond? Bepaalt een algoritme onze kredietwaardigheid? Kunnen killer drones beslissen over leven en dood? Stanislaw Lem wees in zijn roman The Invincible uit 1964 (in 1975 in Nederland uitgegeven als De onoverwinnelijke) op de risico’s van kunstmatige intelligentie.

Onbedoeld maakt Tarkovski een cruciaal punt in de discussie over kunstmatige intelligentie en creativiteit. Je kunt de vorm namaken, maar niet de inhoud: Hari heeft geen herinneringen. Dat hoeft niet te verbazen, een similacrum heeft geen ziel. Die laat zich niet kopiëren. De ziel is het metafysische in de mens, het wezen van leven.

Het Socratische probleem
De eerste filmakte loopt ook vooruit op de verzuchting die Hari slaakt wanneer ze in de spiegel kijkt en een vreemde ziet. Kelvin spreekt Burton wanneer hij zijn ouders bezoekt, de dag voor hij zal afreizen naar Solaris. Aan het slot van de ontmoeting zegt de moeder tegen Burton: “We kennen je al heel lang, maar ik wist niets van je.” De film toont in de ruim twee uur die daarop volgen dat mensen eigenlijk ook niets over zichzelf weten. Het is de planeet Solaris die hun onbewuste motieven en verlangens materialiseert en hen aldus met zichzelf confronteert.

Solaris

In het huis staat een buste – een simulacrum – van Socrates, net als in de bibliotheek van het ruimtestation. Dat is geen toeval, de Griekse wijsgeer staat voor het ‘Socratische probleem’ dat de kern van de film is. Wie was de historische persoon en in welke mate is hij een dichterlijke representatie van latere auteurs? Socrates zelf heeft geen teksten nagelaten. We kennen zijn ideeën alleen uit tweede hand, via de weergave van anderen. Als simulacrum, derhalve.

Dat brengt ons naar het slot van de film, dat – net als het einde van 2001: A Space Odyssee, waarmee Solaris vaak wordt vergeleken, ook al is het een totaal ander soort film – door veel kijkers als raadselachtig wordt ervaren. Na zijn ervaringen met Solaris zien we Kelvin terug bij het ouderlijke huis uit het begin van de film. Zijn oplossing voor de problemen van het ruimtestation heeft gewerkt, er zijn geen verschijningen meer. Hij knielt voor zijn vader en de camera zoomt uit. Het huis staat op een eiland in een immense zee.

Elke kijker mag er zijn of haar interpretatie op plakken. Deze kijker ziet dit: de ervaringen op de exoplaneet zijn louterend geweest, een soort kosmische psychotherapie. Kelvin is in het reine gekomen met de zelfmoord van zijn vrouw. En met zichzelf. Hij komt thuis.

Het slot laat open of het ouderlijke huis op aarde staat dan wel op een eiland in de oceaan van Solaris. Of Kelvin verstilt in zichzelf (sterft?) dan wel voortleeft in het paradijs Solaris, de intelligente planeet die staat voor God. Aarde, Solaris—maakt het iets uit?

En dat is het punt van Solaris: God kunnen we niet begrijpen, zijn schepping moeten we niet wíllen begrijpen en verbeelding is wat ons tot mens maakt. Verbeelding om schoonheid te zien. Verbeelding om schoonheid te scheppen. De rest is ijdelheid.

 

26 september 2019



MEER ANDREJ TARKOVSKI
 
ALLE ESSAYS

Andrej Roebljov: hoog spel met bel

Andrej Roebljov: hoog spel met bel

door Guido van Driel

Regisseur en stripartiest Guido van Driel zag als student geschiedenis het middeleeuwse epos Andrej Roebljov. Het was zijn kennismaking met Tarkovski en gaf hem een nieuwe fascinatie: filmregie.

Al meer dan dertig jaar is Tarkovski’s Andrej Roebljov (1966) mijn favoriete speelfilm. Ik zag deze meer dan drie uur durende vertelling, losjes gebaseerd op het leven van de gelijknamige iconenschilder uit de vijftiende eeuw, voor het eerst op 23 februari 1985 in het bovenzaaltje van Kriterion.

Middeleeuwen was in de studentenbioscoop enige weken achtereen het thema bij een serie filmvertoningen die ook Mariken van Nieumeghen, De Leeuw van Vlaanderen en Het Zevende Zegel omvatte. Zelfs de klassieker van de Zweedse meester stak bleekjes af naast Tarkovski’s meesterwerk. In een dagboek noteerde ik daags erna: ‘Wat een ongelofelijk indrukwekkende film! Diepzinnig, poëtisch en schokkend gewelddadig. Nog nooit eerder zo sterk het gevoel gehad dat ik in een ander tijdperk rondkeek.’

Andrej Roebljov

Overtuigend en a-historisch
Middeleeuwen was een belangrijk bijvak tijdens mijn studie geschiedenis. Mijn  fascinatie voor die tijd is Ohne Zweifel begonnen met Floris en Sindala die over de Ginkelse heide galopperen. Na het zien van Andrej Roebljov was het echter zonneklaar dat ik er een gloednieuwe fascinatie bij had gekregen. Filmregie!

In films was ik altijd al geïnteresseerd. In mijn Rijam-agenda’s schreef ik ieder schooljaar opnieuw alle filmtitels uit die ik tot dan toe had gezien. Inclusief de toevoeging waar en met wie. Maar over wat filmregie inhield, had ik nog nooit nagedacht. Tot Andrej Roebljov dus.

Hoe deed die Rus dat toch om een heel tijdperk – de vertelling begint in de zomer van 1400 en eindigt in de lente van 1424 – op zo’n overtuigende manier leven in te blazen? Hier geen men in tights of met modder besmeurde onnozelaars (zie Mariken van N.). Hier geen gezwollen taalgebruik of anachronistische uitglijders als ‘Hoe denk je dat ik mij voel, klootzak!’.  Nogmaals, hoe slaagde Tarkovski erin een tijd die al zo verschrikkelijk ver achter ons ligt, te bezielen?

In de Engelstalige Wikipedia lees ik dat hij en zijn medescriptschrijver Andrej Konchalovski meer dan twee jaar aan het script hebben gewerkt. Gedurende die tijd hebben ze middeleeuwse geschriften, kronieken, illustraties en iconen bestudeerd. Het is het minste wat je mag verwachten van iemand die een historische epos wenst te regisseren. Wat ik eigenlijk interessanter vind, is dat de maker vervolgens niet braaf de historische feiten volgt.

Andrej Roebljov

Los van de aarde
Dit wordt direct duidelijk in de proloog van de film wanneer – heel a-historisch –  een heteluchtballon te zien is. Het is 1400! Het uit huiden aan elkaar genaaide gevaarte hangt reutelend naast een kerktoren, in bedwang gehouden door handlangers van de ballonvaarder. De luchtpionier komt aangesneld. Een meute zit hem op de hielen. Deze hovaardige actie moet verijdeld worden. De  handlangers worden overmeesterd, maar de ballonvaarder heeft via de kerktoren zijn tuigje onder de ballon al bereikt.

Op dat moment toont de regisseur de kracht van cinema. Hoe de camera van de kerktoren wegglijdt en de diepte toont. Los van de aarde! De camera zwenkt even terug en nadert het muurreliëf op de toren. Een korte vlucht is begonnen. In de diepte zien we de roeiers op de rivier in ongeloof vanuit hun bootjes omhoog staren. De ballonvaarder kraait van verrukking.’ Ik vlieg! Ik vlieg!’ Even zien we een weids Russisch landschap met echte vijftiende-eeuwers daarin. Een horde paarden rent over grasland. Tenslotte stort de ballon neer.

Dan volgt een shot van een paard dat op de rivieroever op zijn rug rolt. Zoals paarden, wanneer ze blij zijn, dat kunnen doen. In die eerste paar minuten hebben we al zoveel begrepen over de hoge aspiraties van de mens, de verrukking wanneer die voor even bewaarheid wordt en de onvermijdelijke neergang. Tenslotte is er de notie dat daaronder of daarachter een geweldige raadselachtige kracht schuilgaat. Het leven dat altijd doorgaat.

Tedere onverschilligheid
De film wemelt van dergelijke door ambitie gedreven personages en de sympathie van de regisseur ligt voelbaar bij de kunstenaars, de ware creatieven. Tegenover hen plaatst Tarkovski de machthebbers en hun botte wrede willekeur. Die verholen kritiek op het gezag werd door de Sovjet-autoriteiten destijds goed begrepen en niet voor niets heeft het jaren geduurd voordat de film in het buitenland vertoond mocht worden (Venetië, 1969).

Door alle vreugde en ellende die de regisseur ons serveert, houdt de vertelling steeds een open oog voor die ‘tedere onverschilligheid’ van de natuur. Vooral door dit geraffineerd wegglijden van de actie naar bijvoorbeeld de regen op de akkers, het stromende water in een beekje, stuifmeel in de lucht of kinderen in een schuur, gaat de kijker (deze kijker in ieder geval) onwillekeurig aanvoelen dat er een veel ruimer perspectief denkbaar is dan enkel dat van de menselijke maat. Namelijk, de natuurlijke en inherent mystieke maat. Iets waar wij allen een onderdeel van uitmaken.

Wat ik geweldig bewonder bij Tarkovski is zijn gevoel voor mise-en-scène. Het oogt allemaal zo natuurlijk. Een perfect voorbeeld van show, don’t tell is een intieme scène waarin de grootvorst zijn jongere broer vernedert door hem ten overstaan van zijn getrouwen letterlijk op de tenen te gaan staan.

Andrej Roebljov

Geloofwaardige actiescènes
Dit geldt ook voor alle massascènes. Ik vind ze telkens weer geloofwaardig en ze steken heel complex in elkaar. ‘Zo zal het in het echt ook wel gegaan zijn’, denk ik wanneer ik kijk naar de episode De plundering. Herfst 1408. Met hulp van een Tartarenleger doet de gekrenkte jongere broer een succesvolle greep naar de macht. De ommuurde stad Wladimir wordt ingenomen. Wat een chaos! Met enkel de regieaanwijzing ‘Na Actie! allemaal naar voren rennen!’ krijg je zulk resultaat niet voor elkaar. Daarvoor gebeurt er gewoonweg teveel in beeld. Tussen al het wapengekletter staan zelfs enkele strijders een beetje te lummelen. Ja, waarom niet eigenlijk?

De kersverse grootvorst laat de Tartaren plunderen en brandschatten. Het lot van zijn onderdanen interesseert hem geen zier. De bevolking heeft zich verscholen in de kerk. Met een stormram wordt op de deuren ingebeukt. Voor de Tartarenhoofdman op zijn paard lijkt het bijna routine geworden. Een knecht legt al een fraaie draperie over het paard en zijn berijder. Een dappere Rus doet een vergeefse aanval met een bijl en maakt zich daarna meteen uit de voeten. De Tartarenleider lijkt er niet in het minst van onder de indruk. Vlakbij valt een paard van een trap. Zo is oorlog. Dan bezwijken de kerkdeuren en is er enkel nog paniek.Geen beginnen aan eigenlijk om te verwoorden wat ik allemaal zo goed vind aan deze film. Bij iedere nieuwe kennismaking ontdek ik meer details. De enige scène die mij niet bevalt, is die waarin Jezus wordt gekruisigd. Die had van mij op de montagevloer mogen achterblijven. Het is het enige moment waarop de film in mijn ogen iets gekunstelds krijgt.

Andrej Roebljov

De klok
Met het verstrijken der jaren heb ik steeds meer waardering gekregen voor de soundtrack van Vyacheslav Ovchinnikov. Die is orkestraal op een trippy spookachtige manier, zoals in de episode waarin de schilderende monnik zich mengt onder naakte heidenen die met toortsen door de bossen snellen om het midzomerfeest te vieren. Dat prachtige beeld van die naakte vrouw die voor de soldaten van de grootvorst wegvlucht en over de rivier weg zwemt tussen boten waarin Andrej en zijn reisgenoten varen door. Hoe de monnik beschaamd wegkijkt.

De beste vertelling vind  ik de laatste, De klok. Lente, zomer, winter, lente. 1423 -1424. Het is een ode aan de moed en vindingrijkheid van de kunstenaar, in dit geval een puber (Nikolai Burlyayev maakte in 1962 zijn debuut in De jeugd van Ivan) Tegenover de soldaten van de grootvorst bluft de jongen dat hij weet hoe je een klok moet gieten en dat moet hij vervolgens waarmaken. In een tijd waarin vorsten kunstenaars de ogen uitstaken om te voorkomen dat hun talent ook voor andere opdrachtgevers werd ingezet, speelt de jongen erg hoog spel. 

Andrej Roebljov

Er valt een paard van de trap
Wie langdurig met mij bevriend raakt, krijgt vroeg of laat deze film voorgeschoteld. Vrienden en geliefden. De eerste keer dat ik met mijn ex-vrouw de film zag, riep zij keihard door de zaal: ‘Wat een klotefilm is dit zeg!’ Maar toen waren we dan ook aanbeland bij de scène waarin dat paard van de trap valt en ik vond haar reactie begrijpelijk.

Wikipedia leerde mij dat het arme dier eigenlijk op weg was naar het slachthuis, toen ze op de set belandde. Zij is letterlijk van de trap geduwd, beneden met een speer doorboord en vervolgens met een pistoolschot uit haar lijden verlost.

Enerzijds snap ik de rechtvaardiging voor zoiets. Afgezet tegen de onvoorstelbare wreedheden die in iedere oorlog en eeuwenlang lastdieren zijn aangedaan, kan het niet kwaad eens te zien hoe zoiets in zijn werk gaat. Maar dat kun je ook in documentaires te zien krijgen. Ik zou het als regisseur niet willen ensceneren. Mijn ex-vrouw zou de film later zeer waarderen en we zijn om andere reden uit elkaar gegaan.

Maar het moet gezegd: niet al mijn vrienden delen mijn enthousiasme voor deze zwart-wit film met een kleurig randje. Sommigen hebben de film niet eens uitgezeten. Ze beleven dit meesterwerk als traag. Jammer dan. Even goeie vrienden. Ik ken iemand voor wie Fight Club de life changing movie werd en toch zijn we echt goede vrienden.

Evengoed blijf ik Andrej Roebljov telkens opnieuw enthousiast aanprijzen en zie ik reikhalzend uit naar de zoveelste gerestaureerde versie.

 

Guido van Driel (1962) werd kort na zijn afstuderen als historicus aan de Universiteit van Amsterdam illustrator, schilder en striptekenaar. Toen hij begin deze eeuw films begon te maken, deed hij dat opnieuw als autodidact. Inmiddels heeft hij twee speelfilms geregisseerd: De wederopstanding van een klootzak (Topkapi Films, 2013) en Bloody Marie (Family Affair Films, 2019). De eerste film is gebaseerd op zijn stripboek Ommekaar in Dokkum (Oog&Blik, 2005). Binnenkort verschijnt het omvangrijke eerste deel van het tweeluik In Suburbia Hollandia (Concerto Books). De graphic novel laat zich samenvatten als ‘aliens in de Hollandse voorstad’.

 

22 september 2019


MEER ANDREJ TARKOVSKI
 

ALLE ESSAYS

Jeugd van Ivan, De

****
recensie De jeugd van Ivan

Het gevecht van een twaalfjarige oorlogsheld

door Ries Jacobs

Nadat Duitsland in juni 1941 de Sovjet-Unie binnenviel, gaf Stalin opdracht om een strook van honderden kilometers Russisch grondgebied te ontruimen en plat te branden. Deze woestenij van verschroeide aarde en moeras is de setting van de eerste speelfilm van regisseur Andrej Tarkovski.

In het desolate gebied vinden Russische soldaten de twaalfjarige Ivan Bondarev. De mysterieuze jongen beveelt luitenant Galtsev om onmiddellijk nummer 51 te bellen omdat hij waardevolle informatie over Duitse stellingen zou hebben. De commandant neemt Ivan aanvankelijk niet serieus, maar de jongen is zo standvastig dat Galtsev toch belt.

De jeugd van Ivan

Nummer 51 is de codenaam van luitenant-kolonel Gryaznov. Beide mannen ontfermen zich als een vaderfiguur over oorlogswees Ivan, die een verkenner van het Russische leger blijkt te zijn. De door zijn oorlogservaringen zelfstandig geworden jongen zit hier niet op te wachten. Ivan wil geen vader, hij wil meehelpen om Moeder Rusland te bevrijden van de nazi’s. In zijn vastberadenheid vecht hij niet alleen tegen de Duitse bezetter, maar ook tegen de twee Russische officieren en zichzelf.

Stalinisme
Opvallend is de rol van Nikolay Burlyaev. Hij boetseert het karakter van de dappere en toch gevoelige oorlogswees Ivan tot een geloofwaardig en vol personage. De destijds pas vijftienjarige acteur spat werkelijk van het scherm. Opvallend is dat auteur Vladimir Bogomolov, op wiens boek Tarkovski de film baseerde, ook vijftien was toen hij in 1941 aan het front vocht. Bogomolov was overigens kritisch op de film. Hij vond dat de regisseur, die geen dag in een oorlog had gevochten, nooit kon uitdrukken wat er werkelijk aan het front gebeurde.

Toch was Tarkovski, evenals in zijn latere werk, standvastig over wat hij wilde vertellen. Zo verweefde hij een subplot in de film over verpleegster Masha, die onzedelijk bejegend wordt door een officier. Een dermate kritisch beeld van het Rode Leger was tijdens het stalinisme, nog geen tien jaar voor het uitkomen van De jeugd van Ivan onmogelijk. De regisseur maakte graag gebruik van de ruimte voor kritiek die tijdens het regime van Chroestsjov ontstond.

Gouden Leeuw
Evenals bij veel van zijn latere werk schreef de regisseur ook voor De jeugd van Ivan het script. Zaken die kenmerkend voor Tarkovski’s vertelstijl zouden blijken – eenzaamheid, de droomwereld, en de wil om te overleven – zien we al terug in deze eerste speelfilm. Het verhaal is met zijn flashbacks, het subplot en gaten in de chronologie niet gemakkelijk te volgen, maar Tarkovski speelt in zijn oeuvre nu eenmaal veelvuldig met de tijd en die aanpak is niet voor iedereen weggelegd.

De jeugd van Ivan

Het verhaal is soms taai, maar qua vormgeving laat Tarkovski al in deze film zien wat hij in zijn mars heeft. Met name de buitenscènes zijn visueel prachtig, met als hoogtepunt het moment dat Ivan zich in een waterput verstopt voor de oprukkende Duitsers. De camera bevindt zich onder het wateroppervlak, waarop zo nu een dan een druppel valt.

De jeugd van Ivan werd in eigen land een commercieel succes en kreeg ook aan de andere kant van het IJzeren Gordijn een enthousiaste ontvangst. De film won op het festival van Venetië een Gouden Leeuw en bezorgde Tarkovski bekendheid buiten de landsgrenzen. Het was de basis van een ruim twintig jaar durende carrière waarin de regisseur liet zien tot de besten van zijn generatie te behoren.

 

19 september 2019

 
MEER ANDREJ TARKOVSKI
 

ALLE RECENSIES

Tarkovski: De man achter de films is een van ons

Opening tentoonstelling Andrej Tarkovski in Eye
De man achter de films is een van ons

door Ralph Evers

Na de officiële opening van Andrei Tarkovsky The Exhibition door Eye Filmmuseum-directeur Sandra den Hamer en een woordje van Jaap Guldemond, die de tentoonstelling vormgaf in samenwerking met Andrej Tarkovski junior, kon de verzamelde pers vrijdagochtend 13 september een kijkje nemen. De tentoonstelling gaat uiteraard over de filmkunst van de Russische cineast Andrej Tarkovski (1932-1986).

Voor het eerst krijgen we documenten uit het privéarchief (secuur bijgehouden door zoon Andrej in Florence) te zien, waaronder foto’s van de jonge Tarkovski en stills uit diens autobiografische Zerkalo (De Spiegel). Op polaroids die Tarkovski tussen 1979 en 1985 maakte, valt het spelen met licht op. De polaroids kennen eenzelfde esthetiek als zijn films. Daarnaast zijn er talloze setfoto’s, scripts, scenario’s, dagboeken, brieven en ruwe schetsen van filmscènes. Een intiem portret van de man achter de film.

Opening tentoonstelling Andrej Tarkovski

Naturelle kleurstelling
Eye vertoont naast de films van Tarkovski werk van filmmakers die ofwel als inspiratiebron golden (Bresson, Paradzjanov) of die door hem geïnspireerd zijn (Von Trier en Garland). De vertoningen van Tarkovski’s oeuvre zijn veelal digitale restauraties, die later ook een tour langs veertig bioscopen in het land krijgen. Of de kijker zal opmerken of het een digitale restauratie betreft, valt te bezien, en het idee dat de filmkwaliteit is verbeterd, trekt zoon Andrej in twijfel. Ik kan me daar wel in vinden, want die spikkels bij analoge cinema geven een charme die we gaan missen met de voortzetting van het digitale tijdperk. Daarnaast valt de naturelle kleurstelling in het werk van Tarkovski op: die staat haaks op de hoogglans HDR500-kleurenporno van deze tijd. Gelukkig roept in de expositie het bijna vochtige groen van Stalker en Solaris nog steeds datzelfde ongerepte gevoel op.

Voor jongeren worden er vanaf 7 oktober rondleidingen gegeven, georganiseerd en uitgevoerd door jongeren. Het idee daarachter is dat zij op zoek gaan naar eigentijdse ervaring en interpretatie van Tarkovski’s werk, zonder ‘besmet’ te worden door de reeds bestaande duidingen, interpretaties en verklaringen. Naast tal van beschouwingen over Tarkovski lees je later in onze maandspecial een interview met zijn zoon Andrej, die ons graag even te woord stond en met name de rol van een jong publiek benadrukte. Zijn documentairefilm Cinema Prayer gaat op 28 november in première.

Mythe rond Stalker
In de korte Q&A ontkracht Andrej junior een hardnekkige mythe rondom Stalker: enkele jaren na de film is iedereen die betrokken was bij Stalker overleden. Enkelen aan kanker, waaronder Tarkovski zelf, maar ook een aantal door een hartaanval. Het verhaal ging dat er een te hoge stralingswaarde was en dat de rivier de Jägala, waar de verlaten elektriciteitscentrale staat en waar de acteurs in waden, vergiftigd zou zijn.

Ook interessant om te horen is dat Tarkovski uit een nalatenschap van literair Rusland komt. Vader Arseny was dichter met wortels uit de rijke negentiende eeuw van Rusland. In diezelfde lijn vertaalt Andrej deze rijke geschiedenis naar het witte doek, waarbij zoon Andrej opmerkt dat in de tijd dat de films uitkwamen de ‘gewone burgerman’, zoals de fabrieksarbeider of de boer, de films vaak veel beter begrepen dan de filmcritici. Waar de onbevangen kijker geraakt wordt door de emotie en sfeer die de films ademen, mierenneukt de criticus op de technische aspecten of de atypische vertelstijl.

Waardig en indrukwekkend
De tentoonstelling is op een waardige, indrukwekkende wijze vormgegeven. Het werkt natuurlijk enorm goed dat we in een donkere ruimte de buitenwereld achter ons laten en de spirituele, mystieke wereld van een tijdloos kunstenaar binnenstappen. Vrijwel direct valt ons oog op een citaat: ‘There is no deeper, more mysterious, and more critical mystery than the mystery of our existence’. Er is geen dieper, mysterieuzer en meer essentieel mysterie dan het mysterie van ons bestaan. Dat belooft wat! Een ziener die het mysterie van het leven tracht te benaderen (ik denk dat doorgronden onmogelijk is). Het is een variatie op de vrolijke opmerking van een van de taoïstische wijzen die zegt dat over het mysterie van het leven niets te zeggen valt, dus moeten we erover blijven praten (als tegenhanger van Wittgensteins ‘waarover men niet spreken kan, daarover dient men te zwijgen’). Dit krijgt in de tentoonstelling vorm door een korte contemplatie bij elke film.

Opening tentoonstelling Andrej Tarkovski

Zo krijgen Tarkovski’s unieke poëtische beeldtaal, bijbelse thema’s en de vier elementen een duiding. Aarde, vuur, water en lucht hebben een prominente plek in zijn films. Water is in vele gedaanten aanwezig en al stromend associeert het aan het leven, geboorte, stilstaand aan de dood. Vuur kan verzengend, vernietigend, doch ook zuiverend zijn. Lucht heeft een spirituele connotatie, Aarde is de grond van het creatieve proces en de verbeelding gevat in vorm.

Het meest indrukwekkend zijn de beeldcomposities van de films. Fragmenten van 20 tot 25 minuten zijn in een loop aan elkaar gemonteerd en maken een eerste, doch diepe indruk op de bezoeker. Met name Solaris springt eruit. Wanneer je op het juiste moment de eigen ruimte van deze geprojecteerde film betreedt, is het alsof je de film inloopt. Dat werkelijke, vochtige gras, waar hoofdrolspeler Kris Kelvin in het begin van de film door waadt, sprankelt van het scherm en contrasteert sterk met de donkere ruimte waarin de doeken zijn opgehangen.

Opening tentoonstelling Andrej Tarkovski

Spiegels van de ziel
Ook Stalker is waanzinnig gedaan. Drie schermen naast elkaar, met drie verschillende fragmenten, die met elkaar in gesprek lijken te gaan in vragen en antwoorden naar elkaar. Waanzinnig omdat de lineaire logica van onze technologische alledaagsheid vanuit een dieper weten bespiegeld wordt. Wie de moed heeft de dialogen tot zich te laten doordringen, kan bijna niet anders dan het eigen leven in vraag stellen. Het is Tarkovski op zijn best. Het is een religieuze overdracht die een ieder, gelovig of atheïstisch, aanspreekt, omdat ze fungeert als spiegels van onze ziel.

Het werkt ook omdat het getoonde geen pretenties heeft. Het is een artistieke uitdrukking in naakte vorm, congruent aan de strengheid die Tarkovski voorstond in zijn contemplaties over film en te lezen is in zijn boek De Verzegelde Tijd (dat later in onze Tarkovski-special uitgebreid aan bod komt). Temidden van alle betoverende beelden en dialogen die zo’n indruk op de ontvankelijke bezoeker maken, zijn er de foto’s van het leven van de filmer en diens wereld zelf. Ze brengen ons weer terug op aarde, op eigen voeten. De man achter de films is ook maar een van ons, met vriendschappen, tegenslagen, familiekiekjes en toekomstdromen.

De tentoonstelling Andrei Tarkovsky The Exhibition is tot en met 6 december te zien in Eye Filmmuseum in Amsterdam.

 

16 september 2019


 

MEER ANDREJ TARKOVSKI
 

Anna’s War

****
recensie Anna’s War

De oorlog van een kind

door Tim Bouwhuis

Het allereerste shot van Anna’s War vertelt een verhaal op zichzelf. Het toont waar het in deze film uiteindelijk om gaat: de rauwe dialoog tussen dood en overlevingsdrang. Deze confronterende long take, een trage reis van de camera, markeert een omgeving die we eigenlijk niet willen zien, een waarheid die we niet kunnen kennen.

Een groep Oekraïense dorpsbewoners haalt de zesjarige Anna (Marta Kozlova) uit een Joods massagraf. Eenmaal gearriveerd bij een plaatselijk schoolgebouw, geannexeerd door de nazi’s en omgedoopt tot hoofdverblijf, laten de bevreesde locals het meisje aan haar lot over. “Als we haar aan de nazi’s geven, gaan ze misschien vragen stellen”, klinkt het. Na een grove tien minuten speeltijd heeft Anna zich verborgen in de kilte van een nis. Overleven kun je hier alleen in de schaduwen.

Anna's War

Verbeeld voortbestaan
In de obscure ruimtes van het schoolgebouw herinnert alles aan de dood. We zien een opgezette wolf, een plank vol gezichtsprotheses. Anna’s War maakt het moeilijk het woord ‘leven’ nog uit te spreken. En toch is dat het enige wat dit verwonderingswaardige kind op de been houdt. Zij kan niet meer, maar ze moét wel. Haar ‘acteren’ voelt nooit als acteren aan. Alsof de piepjonge Kozlova directe toegang heeft tot een andere werkelijkheid, waarin camera’s niet bestaan en de filmset daadwerkelijk een kooi is.

Het kind, de camera en de oorlog
De Russische filmmaker Aleksei Fedorchenko (Silent Souls, Angels of Revolution) is zeker niet de eerste die zich aan de verbeelding van kinderleed in oorlogstijd waagt. Wie voorbeeldige titels als Ivan’s Childhood (1962) en Come and See (1985) goed kent, kan zelf de parallellen met Anna’s War trekken en zich afvragen of (en zo ja, op welke manier) die laatste film ons helpt om die ongrijpbare verschrikkingen ook maar half te begrijpen. Wat voegt hij mogelijk toe, of kan een oorlogsfilm als deze überhaupt niets aan ons realiteitsbegrip bijdragen?

Net als haar veelgeprezen voorgangers wordt Anna’s War gekenmerkt door een ernst die de dreiging van exploitatie afhoudt. Tegelijkertijd blijft de onmacht van de filmmaker in zo’n verstikkend decor een terecht onderwerp van discussie. Oók wanneer we in ogenschouw houden dat Fedorchenko de desolate atmosfeer van de centrale filmlocatie tot in detail poogt te simuleren.

Anna's War

Het overleven voorbij
Terwijl ook die vragen vervagen, verstrijkt de tijd, tergend langzaam; Anna’s wereld is een continuüm, waarin ieder moment zich laat herleiden tot een eindeloos hier en nu. Fedorchenko werkt uitgesproken elliptisch, met trage fade-outs die scènes letterlijk doen uitsterven. Met het intreden van iedere volgende scène is het einde van de oorlog dichterbij, maar hoeveel tijd er nu echt verstreken is? We weten het niet.

Het enige wat vaststaat is dat we deelgenoot zijn – en blijven – van Anna’s delirium. Het is allesbehalve comfortabel om een jong meisje zo te zien aftakelen. Op den duur drinkt Anna zelfs de vloeistof die normaal bestemd is voor het reinigen van verfkwasten. Als de schaarste zo toeslaat, houden alleen voorzichtige beloftes de wereld nog overeind. Misschien kan die oorlog ooit eindigen – misschien is er ooit licht aan het einde van de tunnel.

 

30 april 2019

 

ALLE RECENSIES