Color of Pomegranates, The

***
IFFR Unleashed – 1980: The Color of Pomegranates
Armeense visuele poëzie

door Yordan Coban

The Color of Pomegranates is geen gesneden koek. Dit abstracte visuele portret zal niet bij iedereen in de smaak vallen maar beslist een indruk achterlaten.

De beelden in The Color of Pomegranates (1969) vertellen het verhaal van Sayat-Nova, een bekende Armeense dichter uit de achttiende eeuw. De regisseur, landgenoot Sergei Parajanov, doet dit zonder een conventioneel narratief. In deze biografie probeert hij een abstracte belevenis van zijn jeugd te creëren met enkel visuele indrukken. De enige spraak die je hoort, zijn de sporadisch voorgedragen gedichten van Sayat-Nova.

The Color of Pomegranates

Excentrieke stijl
Parajanovs excentrieke stijl doet denken aan het vroege werk van Luis Buñuel, in de begintijd dat hij nog samenwerkte met Salvador Dalí. Zijn kritische en non-conformistische aanpak druiste in tegen de gangbare opvatting van de Sovjets, het maken van socialistisch-realistische uitingen, waardoor de film verboden werd en ondergronds ging. Parajanov werd zelfs af en toe in de gevangenis gegooid.

Zijn beelden bevatten vaak dieren, religieuze figuren en exotische gewaden. De mensen bewegen sierlijk heen en weer en worden begeleid met plotseling montagewerk. De Armeense filmmaker en kunstenaar gebruikte verschillende technieken om een indruk achter te laten. De ziel van een abstracte film zit hem vaak in twee elementen: de visuele aantrekkingskracht van de beelden en het ritme waarop de beelden voorgedragen worden.

In een film als Fantasia (1941) dansen de beelden voort op de symfonieën van Tsjaikovski en Bach en treedt de muziek op de voorgrond. In The Color of Pomegranates is niet echt muziek aanwezig. Meditatiegeluiden ondersteund door een koor zorgen voor een vervreemding maar slaan geen eigenzinnige toon aan.

Voor het bewijs dat passende sfeermuziek niet cruciaal hoeft te zijn voor een abstracte filmervaring hoef je alleen maar te kijken naar Man with a Movie Camera (1929), het meesterwerk van Dziga Vertov, dat als een visuele symfonie van het stedelijke leven geldt. Visuele abstractie is nu eenmaal een stuk meeslepender zonder geluid.

The Color of Pomegranates

Herinneringen
De beelden in The Color of Pomegranates zijn herinneringen uit de jeugd van de regisseur die als dagdromen aan de kijker opdoemen. Goede filmmakers zijn misschien een beetje egoïstisch omdat ze hun films meer voor zichzelf maken dan voor een publiek. Echter films zijn vaak het beste als ze innig en persoonlijk zijn.

Toch kan de kijker ook een afstand voelen met dergelijke individuele uitingen. Dit zie je bijvoorbeeld in Fellini-films, die over de belevingen van zijn eigen jeugd gaan. Echter ook voor Fellini geldt dat genialiteit het machtigst naar voren treedt in de werken die strekken tot universaliteit. Deze ondoorgrondelijke universaliteit lijkt altijd te vergaan in betrekkelijkheid als je er direct een beroep op doet maar kan zich slechts doen gelden indien de kunstenaar het niet als uitgangspunt neemt en vanuit zijn eigen beleving ons de hand reikt.

Niet elk shot in The Color of Pomegranates werkt even goed, maar er zijn een aantal bijzonder memorabele fragmenten. Een voorbeeld is een onvergetelijk shot waarin een kind op een dak ligt vol opengeslagen boeken, bladerend in de wind. In die zin leent de film zich goed voor een bezichtiging in een museum. Kijkers kunnen rustig een blik werpen op de visuele spinsels, maar de gehele film van begin tot eind beleven is niet per se noodzakelijk.

Deze film is bij het jarige IFFR online te zien tot en met 21 april 2021.

7 maart 2021


ALLE RECENSIES 50 JAAR IFFR

Scenic Route, The

****
IFFR Unleashed – 1979: The Scenic Route
Dromen boetseren de realiteit

door Sjoerd van Wijk

In The Scenic Route vervlechten de buiten- en belevingswereld dermate innig dat de film een eigen terrein afbakent. Mythe en droom maken daar de dienst uit en geven een gestalte aan het vervreemde leven van de personages.

Estelle leeft als jonge alleenstaande vrouw in New York nadat haar huwelijk op akelige wijze eindigt. In haar kale appartement met sterrenbehang deelt ze per voice-over haar bespiegelingen over het leven, de liefde en de moeizame verhouding met haar zus Lena die een tijd heeft vastgezeten. Ze rommelt wat aan met de stille Paul, die haar vanaf de eerste ontmoeting enigmatisch aanstaart.

The Scenic Route

Als deze gecompliceerde relatie eindigt staat Lena opeens voor de deur op zoek naar onderdak. Daarmee vangt een delicate driehoeksverhouding aan. Want een tijdje later neemt Lena onwetend over Estelles relatie Paul mee naar huis. Voor zowel Estelle als Lena is het aanleiding verder te reflecteren over hun getroebleerde verleden waar liefde ook een rol speelde.

Mythologisering
Refererend naar de mythe van Orpheus en Eurydice analyseren de zusters met de hoop dat zij wel vooruit blijven kijken. Het creëert de achtergrond voor een verhandeling waarin de personages vastzitten in de dagelijkse mythologisering van een stedelijk Amerika. De camera glijdt van designerbehang en muffe kamers inspecterend naar de schilderkunst aan de muren tot aan de personages die zelf bij tijd en wijle als een model staan en staren.

Hun denkbeelden zitten vast in gemeenplaatsen over de romantiek zijn zo gepolijst als die beelden. Soms waait een zweem van realiteit langs in de vorm van geweld, vaak meegedeeld vanaf de televisie. Dat gaat door tot allegorische hoogtes, wanneer bijvoorbeeld op straat een in de rug gestoken slachtoffer in Estelles armen loopt in een buitenissige scène.

Ironie
Haar wapperende haar voor dat moment suggereert nog een breken met alle gedruktheid binnenskamers, maar de plastische close-up van Estelles paniekerige gezicht trekt de film bruusk terug in dromeriger sferen. Zo vervlecht regisseur Mark Rappaport de innerlijke belevingswereld met een gestileerde buitenwereld. Tussen de fantasiescènes met onder anderen opera en geënsceneerd aandoende uitwisselingen aan de ontbijttafel zit een dunne scheidingslijn, waartussen de illustratieve muurdecoraties een gammele brug vormen.

The Scenic Route

Niet louter ernstig distantieert de film zich door middel van subtiele ironie. Als de drie personages keurig gepositioneerd zitten met indringende blikken als paspoppen bevat dat iets geestigs. In een van de indringender scènes dansen ze netjes op de maat van een swingend nummer. Mechanisch bewegen zij met een nimmer van hun kant wijkende camera heen en weer, op gezette tijden de sleur doorbrekend met net onhandig getimede handklappen. Zo met elkaar een geworden komen zij allen over als manifestaties van een nooit gespecificeerd vierde personage.

Sociaal wenselijk
In The Scenic Route boetseren dromen zo de realiteit. In die vervreemdende wereld vol zelf aangeprate routines in de liefde of andere sociale omgangsvormen zitten Estelle en Lena vast, niet alleen aan Paul. Hun verhalen lijken vooral rationalisaties voor ingesleten gedragspatronen. Wat de zussen zichzelf vertellen, schijnt vaker aangeleerd dan een oprecht karakter. De gestileerde worstelingen als vervreemding in een mythologiserende wereld werken in, altijd scherp gebalanceerd op een draadje waar sociaal wenselijke dromen en de harde persoonlijke realiteit van karakter met elkaar strijden om de overhand te krijgen.

Deze film is bij het jarige IFFR online te zien tot en met 7 april 2021.

5 maart 2021


ALLE RECENSIES 50 JAAR IFFR

Perfumed Nightmare

**
IFFR Unleashed – 1978: Perfumed Nightmare
Van de derde naar de eerste wereld

door Tim Bouwhuis

Een Filipijnse taxichauffeur droomt van een sprookjesbestaan als astronaut. Geïnspireerd door Amerikaanse radio-uitzendingen richt hij halverwege de jaren zeventig een fanclub op voor raketarchitect Wernher von Braun. Wat blijft er van zijn dromen over als hij de derde wereld daadwerkelijk verlaat voor een reis naar het westen?

Perfumed Nightmare (Mababangong Bangungot) is bij uitstek geboren op de montagetafel: het ritme van de film wordt bepaald door de associatieve wijze waarop 16mm-beelden uit de Filipijnen, Parijs (het ‘tussenstation’ richting een gehoopte eindbestemming in de VS) en Zuid-Duitsland (de wieg van Von Braun) aaneen gemonteerd zijn. De som van beeld en voice-over is als een reislogboek waarin regisseur annex hoofdpersoon Kidlat Tahimik zijn lokale, en deels autobiografische perspectief probeert toe te passen op de plaatsen die hij bezoekt.

Perfumed Nightmare

Krasje wordt breuk
Zo doen de roltrappen in Frankrijk hem denken aan de brug die de film opent en toegang tot zijn afgelegen woonplaats mogelijk maakt. Waarom kunnen mensen in zijn land niet fabriceren wat hier de standaard is, vraagt hij zich in eerste instantie nog af. Het duurt echter niet lang voor Kidlats ideaalbeeld van westerse voorspoed krasjes begint te vertonen.

Sowieso was er al de koloniale geschiedenis van de Filipijnen, in het politiek-culturele geheugen van zijn familie gegrift door de (spoorslags benoemde) ervaringen van zijn vader. Op reis ontdekt hij meer: wat klein en bescheiden kán, wordt door westerlingen nog altijd groot gemaakt, ook als er dan sprake is van verspilling. En natuurlijk laat alles zich uitdrukken in geld. Het begint bij spijkerbroeken en eindigt bij wapens, dicht een Parijse handelaar hem toe. Marktkapitalisme faciliteert het militair-industriële complex.

Kroniek of droombeeld
Kidlats oorspronkelijke naïviteit en zijn reis naar inzicht worden zo opzichtig via de voice-over uitgespeeld dat de film aan geloofwaardigheid inboet. De hoofdpersoon omarmt de radio-uitzendingen over de Apollo-landing en de rol van Von Braun als een tiener die van zijn ouders een NASA-sweater in zijn handen krijgt gedrukt. Een dergelijk dromerig uitgangspunt valt echter moeilijk te rijmen met de politiek en sociaal-cultureel bewuste manier waarop Tahimik al vanaf het begin van Perfumed Nightmare als volleerd onderzoeker de koloniale geschiedenis van de Filipijnen verweeft met antropologisch georiënteerde registraties van lokale rituelen.

De film had baat gehad bij een scherpe keuze tussen laatstgenoemde vorm van cinema of een vertelling over het lot van Kadlits didactisch geladen droombeeld, dat natuurlijk gedoemd is om als een nachtkaars uit te gaan. Het eerste alternatief is gelaagd, het tweede niet. Wat ook niet meehelpt, is dat de reis naar zelfinzicht in Perfumed Nightmare nauwelijks dramatische zeggingskracht meekrijgt. De regisseur en hoofdpersoon komt zelf immers weinig in beeld, en de voice-over, die duidelijk maakt hoe zijn blik verandert, is te eendimensionaal en repetitief van toon.

Perfumed Nightmare

Cinema Novo
Deze film is aan te dragen als een goede erfgenaam van de stroom onafhankelijk geproduceerde derde wereldcinema die in de jaren zestig onder de naam Cinema Novo ontsprong in Brazilië. Zo zou je Perfumed Nightmare bijvoorbeeld zij aan zij kunnen bekijken met een titel als Memorias del Subdesarrollo (Memories of Underdevelopment, Tomás Gutiérrez Alea, 1968), waarin de (ditmaal rijke en geschoolde) hoofdpersoon op Cuba in voice-over reflecteert op de transformatie van de maatschappij onder Amerikaanse invloed. De paradox van filmmakers als Glauber Rocha (doorgaans genoemd als de belangrijkste filmmaker in de Cinema Novo), Alea en ook Tahimik is dat hun werk juist in het door hen zo bekritiseerde westen is vertoond, gezien en geprezen.

Perfumed Nightmare ging in 1977 in première op het filmfestival van Berlijn en maakte vervolgens in 1978 deel uit van het IFFR-programma (in die tijd kon dat nog). Tahimik weigerde financieel te profiteren van het succes van zijn debuutfilm, die naar eigen zeggen was gemaakt voor een tiende van wat een Filipijnse langspeler toentertijd gemiddeld kostte. Hij spitste zich verder toe op niet-commerciële producties en maakte in eigen land onder andere een aantal documentaires. Perfumed Nightmare is in het westen nog altijd zijn meest bekende film.

Deze film is bij het jarige IFFR online te zien tot en met 7 april 2021.

22 maart 2021


ALLE RECENSIES 50 JAAR IFFR

Last Movie, The

***
IFFR Unleashed – 1977: The Last Movie
De ellende van de filmindustrie

door Bob van der Sterre

Dennis Hopper heeft veel mooie, interessante filmmomenten meegemaakt. De acteur, die ons meer dan tien jaar geleden is ontvallen, acteerde in tal van legendarische films en regisseerde er vijf, waaronder Easy Rider, Colors en The Last Movie. Laatstgenoemde werd gemaakt in 1971 en kwam pas onder de Nederlanders via het IFFR van 1977.

In The Last Movie bekijken we hoe in Peru filmopnamen worden gemaakt. Amerikanen maken daar de western Pat Garrett & Billy the Kid. ‘Kansas’, een stuntman, manusje-van-alles, blijft na afloop van de opnamen in Peru hangen met zijn Peruaanse vriendin, Maria.

The Last Movie

Hij ontmoet een groep Amerikanen. Een bezemmagnaat, die net als zijn vrouw wel een verzetje nodig heeft. Zijn vrouw ziet de ‘cowboy’ Kansas wel zitten, de bezemmagnaat houdt van doorzakken. En dan is er nog een vriend, een lamstraal, die alsmaar zeurt over de kansen van een goudmijn.

Maria voelt zich steeds meer verloren in dit cynische gezelschap, maar met Kansas gaat het langzaam maar zeker ook steeds slechter. Hij zuipt en raakt verwilderd. Peruanen maken ondertussen gebruik van de achtergelaten locaties en kopiëren de westernfilm tijdens een feest. Het middelpunt is Kansas die gelooft dat hij Jezus is geworden.

Gewaagde film
Hopper schaamde zich niet voor zijn ambities en na lange smeekbedes (vijf jaar) bij studio’s om geld kreeg hij eindelijk een zak met geld van studio Universal, en zelfs de vrijheid om te doen wat hij wilde. Hij maakte deze gewaagde, redelijk ontoegankelijke film die zeker niet ieders cup of tea zal zijn, en ook niet overal in slaagt, maar die wel voelt als iets bijzonders. Je krijgt in deze film:

  • een satire op het maken van westerns of de ‘Hollywooddroom’
  • een schets van westerse (Amerikaanse) nonchalance ten opzichte van andere culturen (in dit geval Peruaans)
  • Dennis Hoppers eigen getroebleerde denken als de ontsporende ‘Kansas’
  • een kruisigingsverhaal
  • talloze cinematografische verwijzingen
  • een parodie

En dat allemaal in krap twee uur – wat ook best de inhoud van een serie van tien afleveringen van een uur had kunnen zijn.

Ik wil de bontjas!
De filmindustrie staat hier voor een hoop ellende. Alleen al dat The Last Movie draait om een film in een film – en daarna om een kopie van een film in een film. Dat idee van de culture clash (Hollywood in Peru) was een ervaring die Dennis Hopper zelf in 1965 in Mexico had meegemaakt tijdens opnamen van de John Wayne-film The Sons of Katie Elder. Die inspireerde hem tot dit verhaal.

Als je essayisten zou loslaten op deze film, komen ze allemaal met iets anders terug. Let eens op hoe vaak kruisen terugkeren in de film. Of de opmerkelijke rol van muziek: dit is praktisch een lange soundtrack die scènes aan elkaar plakt. Of de momenten die Kansas’ troebelen weerspiegelen: interessante en experimentele shots. Je hebt als beginnend regisseur moed nodig om dit te durven.

The Last Movie

Wat The Last Movie niet biedt, is een coherent verhaal over een onderwerp. De Amerikanen in andere landen zijn alleen maar uit op drank, genot en seks en willen ook nog eens de grondstoffen stelen. Kansas is niet anders. En de armere culturen zijn evenmin geweldig. Zijn vriendin zegt letterlijk: ‘Omdat we geen elektriciteit en geen water hebben, betekent niet dat we geen leuke dingen willen hebben, gringo. Ik wil de bontjas van Mrs Anderson!’

De film is zo in zekere zin de antifilm van Hoppers toch redelijk te volgen debuut Easy Rider uit 1969. Je belandt soms van belachelijke passages (de goudmijnactie in drie minuten) in best sterke, speelfilmachtige scènes. De scène met Julie Adams als de naar ruige seks hunkerende Miss Anderson bijvoorbeeld. De dronken scène in de bar met prostituees. Ook mooi: hoe Kansas ineens te paard dwars door een scène huppelt.

Flashforwards, flashbacks en een vleugje Godard
De montage speelt een hoofdrol in The Last Movie. Naar hartenlust flashforwards, flashbacks, surrealisme – zelfs cowboy te paard tegen ondergaande zon. Een plotseling beeld van een volwassen man die gevoed wordt met melk uit een vrouwenborst? Check. Een seksscène onder een waterval? Ook check. Uit de lucht vallende waanzin à la Apocalypse Now? Inderdaad.

Je ziet vooral heel veel intuïtie – en dat is zonder twijfel ook de invloed van Alejandro Jodorowsky, die aanvankelijk hielp met de montage. Geen wonder die hulp, zou je zeggen. Hopper had destijds meer dan 40 uur materiaal om uit te kiezen en deed een jaar over de montage. Een nadeel hiervan is sowieso dat de film nu meer oogt als een reeks aan elkaar gelaste stukjes dan als een vloeiende speelfilm. Het noopte filmcriticus Roger Ebert in 1971 tot zijn wel erg botte conclusie: Dennis Hopper’s “The Last Movie” is a wasteland of cinematic wreckage.

The Last Movie komt ook wel over als een afspiegeling van de cinema die in 1971 in artistieke kringen populair was. Je ziet hier een soort blend van een Altmanesque satire (MASH, 1970), bizarre momenten à la Luis Buñuel (La Voie Lactée 1969, Tristana 1970), typische Werner Herzog-toestanden (Lebenszeichen, 1968). absurdisme van Jodorowsky (El Topo, 1970) en zelfs een vleugje Godard (het bordje Scene missing).

Film over film dus. Regisseur Henry Hathaway komt langs (hier gespeeld door regisseur Sam Fuller), Walter Huston wordt genoemd (in de film) en Sam Peckinpah zou zelfs echt Pat Garrett & Billy the Kid maken in 1973.

The Last Movie

En dat is ook precies de kern van mijn kritiek: The Last Movie wil te veel. Dat is wat je vaak ziet bij acteurs die beginnen als regisseurs. Ook bij het regiedebuut van Ryan Gosling, George Clooney, Robert De Niro, Clint Eastwood; in feite praktisch al die ambitieuze acteurs die aan het filmen slaan, willen het te goed doen, te veel vakjes aanvinken. Een ‘gewone’ regisseur heeft ook wel ambities, maar offert niet het verhaal op om alle ideeën en kritieken die hij of zij maar heeft te verpanden aan het kijkerspubliek. Less is soms more voor je eigen stijl en ideeën.

Ontvangst in 1971: matig
De film werd slecht ontvangen. Proefscreenings waren onsuccesvol. Hopper kreeg zelfs klappen van vrouwelijke kijkers die niet gediend waren van het seksisme in de film (er wordt wel wat geslagen).

Dan hebben we het nog niet gehad over het drugs- en drankgebruik tijdens deze productie – een beetje ironisch gezien het thema van de film. (Er zijn anekdotes dat Dennis Hopper er alles aan deed om de junta toen in Peru te beledigen. En dat die regering op zijn beurt spionnen inhuurde om hem in de gaten te houden.)

Toch won The Last Movie in 1971 de prijs van de critici in Venetië. De grap in Woody Allens film Hollywood Ending (2002) dat de ‘mislukte’ film in Frankrijk als meesterwerk werd ontvangen, ging hier niet op, want de film was simpelweg niet in Europa te zien (Franse première volgde pas in 1988).

Hoe dat kwam? Studiobaas Lew Wasserman van Universal eiste een re-cut van Hopper, ook al had de film dus al toegeslagen in Venetië, anders zou hij de film op de plank laten liggen. Hopper weigerde dat en de rest is geschiedenis.

En is de cirkel van de kunst en de pulp op celluloid weer rond!

Deze film is bij het jarige IFFR online te zien tot en met 7 april 2021.

3 maart 2021


ALLE RECENSIES 50 JAAR IFFR

Jeanne Dielman, 23, Quai du Commerce, 1080 Bruxelles

*****
IFFR Unleashed – 1976: Jeanne Dielman, 23, Quai du Commerce, 1080 Bruxelles
De routine regeert

door Sjoerd van Wijk

In Jeanne Dielman, 23, Quai du Commerce, 1080 Bruxelles (1975) regeert de routine bij het hoofdpersonage. Haar lot levert een waarschuwingsschot over de psychische inwerking van een rigide gepland leven.

De stoïcijnse Delphine Seyrig (ook al te zien in India Song in de reeks IFFR Unleashed) als de weduwe Jeanne Dielman functioneert als een tandwiel binnen sociale machinaties. Ogenschijnlijk adresseert de film patriarchale structuren met een scherpe blik à la de video-essays van Jean-Luc Godard (Deux ou trois choses que je sais d’elle, 1967).

Jeanne Dielman, 23, Quai du Commerce, 1080 Bruxelles

Ze besteedt immers haar dagen aan taken om het huis schoon te houden en haar zoon op te voeden, werkzaamheden die regisseuse Chantal Akerman in realtime registreert. Daarnaast heeft ze tegen betaling seks met mannelijke cliënten om de kost te kunnen verdienen. Tijdens drie dagen volgt de bijna vier uur durende film hoe Jeanne steeds meer kleine foutjes in haar anders zo geperfectioneerde routine maakt. Dat begint onschuldig met overkokende aardappels en een gevallen lepel.

Schokkend breekpunt
Die focus op alle eeuwig wederkerende handelingen blijkt gaandeweg meer centrifugaal dan cyclisch. Akerman observeert verstild de langzame ineenstorting tot het schokkende breekpunt in het sober aangeklede Brusselse huis. Je kunt de klok welhaast gelijk zetten op basis van deze procedures tot aan het serveren van het tafelbier aan toe. Hoe Jeanne stapsgewijs de aardappels schilt, het vlees paneert of het ‘s middags gebruikte bed weer opmaakt, ontstijgt haar specifieke situatie.

De broeiende spanning in deze monotonie voelt als de algemene frustraties van een individu dat gevangen zit in de ijzeren kooi van de routine. Gesprekken met haar zoon blijven summier om maar niet te spreken van de cliënten, waar de film consequent wegknipt als het lichaam tot gebruikswaarde verwordt.

Jeanne Dielman, 23, Quai du Commerce, 1080 Bruxelles

Waarschuwing
Jeanne schijnt door als een archetype, systematisch gereduceerd tot louter energie om een sociale machine draaiende te houden. Toch ontvouwt zich een rijke psychologische studie van het personage voorbij zulke puur analytische constructies. Alle minutieus gechoreografeerde shots krijgen dankzij de wederkerigheid een hypnotiserende werking, die meetrekt naar Jeanne’s gevoelswereld. Haar dagen lijken hetzelfde ondanks dat inwendig een dood door duizend sneden intreedt, waardoor het naarstig zoeken wordt naar oplossingen om de neerwaartse spiraal te breken voordat deze klapt. Voorbij theoretische bespiegelingen blijft zo het enigma van een persoonlijkheid in stand.

Met de globale pandemie krijgt dit meesterwerk hernieuwde relevantie, nu de routine regeert met frivoliteiten verboden ten faveure van scholen als opvangcentra. In werkkamp Nederland leven nog louter Jeannes terwijl de ziekte gecontroleerd uitraast en de crematoria overuren draaien voor degenen die ongeschikt zijn voor de arbeid. ‘Maximaal controleren’ blijkt een ijzeren kooi, net zo benauwend als het Brusselse huis. Straks klapt ook hier meer dan alleen de ziekenhuiscapaciteit.

Deze film is bij het jarige IFFR online te zien tot en met 7 april 2021.

2 maart 2021

 
ALLE RECENSIES 50 JAAR IFFR

India Song

***
IFFR Unleashed – 1975: India Song
Poëtisch psychodrama

door Cor Oliemeulen

India Song behandelt veel thema’s, zoals liefde, verlangen en sociale ongelijkheid als gevolg van koloniale overheersing. Bijna een halve eeuw na de vertoning op het IFFR mag je dit poëtische psychodrama van Marguerite Duras nog gerust zeer experimenteel noemen.

Op het filmdoek zien we tergend traag bewegende personages in weliswaar soms adembenemende interieurs, echter de werkelijke actie – in de vorm van vertellingen en herinneringen – speelt zich geheel buiten beeld af, en niet eens synchroon!

Het fragmentarische verhaal wordt verteld door vier stemmen: twee vrouwen en twee mannen, die zich de gebeurtenissen herinneren van een nachtelijk feest op de Franse ambassade in Calcutta in 1937 en de volgende dag in de Franse residentie op een eiland in de Indische Oceaan. Anne-Marie (Delphine Seyrig) is voor iedereen een bron van fascinatie. Hoewel ze is getrouwd met ambassadeur Stretter, heeft ze Michael Richardson (Claude Mann) als minnaar. Ze dansen in een kamer met een grote spiegel, terwijl twee andere mannen ook verliefd op haar zijn.

Onvoorwaardelijke beleving
De jonge Franse attaché (Matthieu Carrière) mag zo nu en dan aftikken, echter de komst van de Franse viceconsul van Lahore (Michael Lonsdale) zet de liefdesverhoudingen op scherp. Iedereen mijdt hem, want in de voice-overs blijkt dat hij vroeger een misdaad heeft begaan. De oplettende luisteraar leert verder dat Anne-Marie zelfmoord heeft gepleegd door de oceaan in te lopen om zichzelf te verdrinken. Haar eerdere lotgevallen spelen zich af binnen de weelderige grenzen van het Europese koloniale leven, waar de bevoorrechte blanken zich veilig afschermen voor de armoede, ziekte en honger van het Indiase volk. De kijker ziet niets daarvan, maar hoort bijvoorbeeld wel soms de snijdende klaagzang van een bedelaarster buiten de poort. Hoewel de film zich afspeelt in India is hij bijna geheel opgenomen in Château Rothschild nabij Parijs.

India Song is gebaseerd op een toneelstuk van Marguerite Duras uit 1972 dat eerst in boekvorm en als film verscheen en pas in 1993 voor het eerst op de planken werd opgevoerd. Het zou zomaar kunnen dat de tragische liefdesgeschiedenis van de ambassadeursvrouw vaak te gecompliceerd werd geacht, echter ook de film verlangt een tomeloos inlevings- en uithoudingsvermogen, en wordt misschien pas echt begrijpelijk als je hem nog een keer kijkt, en nog een keer. Tegelijkertijd is de door Duras gekozen vorm origineel: poëtisch, uitdagend, experimenteel. Begrip is misschien niet zozeer nodig, onvoorwaardelijke beleving staat voorop.

Duras lijkt in dat opzicht op de maestro van de moderne cinema Michelangelo Antonioni die in feite geen woorden nodig had om de vervreemding van zijn personages en de vrouwelijke zoektocht naar liefde en betekenis uit te drukken. Het beeld vormt immers de spiegel van emoties. Maar tegelijkertijd is het juist die dichterlijke brij van woorden in India Song die bijvoorbeeld Gustave Flauberts archetypische personage Madame Bovary doet verbleken in haar drang te ontsnappen aan de banaliteit en de leegheid van het bestaan.

Mysterieus relatiespel
Duras geldt als exponent van de Nouveau Roman, een literaire beweging die in de jaren 40 en 50 tot bloei kwam en afrekende met de conventionele romanvorm. De eigen verbeelding en de persoonlijke reflectie van het personage, dat de neiging heeft het verleden te reconstrueren, staat centraal. Beroemd zijn de poëtische teksten die zij schreef voor de gekwelde actrice in Hiroshima mon amour (1959), de debuutspeelfilm van Alain Resnais. Deze regisseur integreerde Duras’ dialogen subliem in een psychologisch relatiespel, wat hij in zijn volgende monumentale film, L’année dernière à Marienbad, verder, en mysterieuzer, zou uitwerken. De setting en het psychologische relatiespel van India Song doen niet voor niets denken aan Resnais’ Marienbad.

Marguerite Duras is veel meer dan alleen de regisseur en schrijver van India Song. In een interview rond de première in Cannes liet ze weten dat ze ook in de film zit. Niet alleen de vrouw, maar ook alle andere personages zijn reflecties van haarzelf en haar demonen. Je vraagt je af of Duras wel voldoende tevreden was met het resultaat van de niet afgesloten herinneringen en overpeinzingen van een overleden vrouw, want al een jaar later maakte ze Son nom de Venise dans Calcutta désert met opnieuw Anne-Marie Stretter, opnieuw vertolkt door Delphine Seyrig, volgens Duras de beste Franse actrice in die tijd. Het feit dat Duras de complete geluidsband van India Song opnieuw (!) gebruikte voor de emotionele innerlijke zelfwaarneming van de hoofdpersoon onderstreept nog meer haar cinematografische vernieuwingsdrang dan haar eigenzinnigheid.

Deze film is bij het jarige IFFR online te zien tot en met 7 april 2021.

1 maart 2021


ALLE RECENSIES 50 JAAR IFFR

Angst essen Seele auf

****
IFFR Unleashed – 1974: Angst essen Seele auf
Liefde, eenzaamheid en exotisme

door Yordan Coban

Angst essen Seele auf (1973) van Rainer Werner Fassbinder is een film over liefde en tolerantie die zich onderscheidt door af te wijken van de te verwachte boodschap, die je vaak vindt in films over xenofobie en de multiculturele samenleving.

Het romantische drama gaat over twee eenlingen, de oudere Duitse weduwe Emmi (Brigitte Mira) en de Marokkaanse arbeidsmigrant Ali (El Hedi ben Salem). Ondanks dat ze zich bevinden in een sociale omgeving met collega’s en vrienden missen ze een intiemer gezelschap in hun leven. De twee beginnen een relatie maar ondervinden voornamelijk negatieve bejegeningen. In het naoorlogse Duitsland kon men geen begrip opbrengen voor interraciale relaties, om nog maar te zwijgen van het leeftijdsverschil.

Angst essen Seele auf

Verboden begeerte
Een goed voorbeeld van een film over xenofobie die wél de te verwachten verhaallijn volgt, is The Shape of Water (2017) van Guillermo del Toro. We zien daar twee totaal verschillende personen die ondanks de buitenwereld voor de liefde kiezen, met de dood tot gevolg. Het is in wezen een variatie op het klassieke Romeo en Julia-verhaal: het noodlot van een verboden begeerte. Angst essen Seele auf vermijdt dit noodlot en gaat verder waar een film als The Graduate (1967) eindigde.

Na hard tegen iedereen gevochten te hebben in naam van de liefde blijven in deze klassieker van Mike Nichols de personages van Dustin Hoffman en Katharine Ross achter met de vraag of het punt aan de horizon werkelijk een bevredigende liefde is. Was het niet juist de controverse die ze zo verliefd maakte? Diezelfde vraag speelt een belangrijke rol in Angst essen Seele auf. Op het moment dat de omgeving de relatie geaccepteerd heeft, lijkt de verliefdheid over. Het is dan aan de personages en het publiek om bij zichzelf te rade te gaan wat de aanvankelijke aantrekkingskracht was en wat daar nu nog van over is.

Machtspositie tussen partners
De films van Fassbinder worden gekenmerkt door hun sociaal-maatschappelijk relevante onderwerpen. De Duitse regisseur maakte films over liefde en relaties maar leek daarbij vooral geïnteresseerd in de machtspositie tussen partners. Fassbinder ging zijn tijd flink vooruit. Zijn films prediken thema’s op zwierige meanderende wijze, zoals vakbroeders Jean-Luc Godard en Werner Herzog dat ook deden.

Net als laatstgenoemde was Fassbinder frontman van de Neue Deutsche Welle, een stroming die qua invloeden weer voortvloeide uit de Nouvelle Vague, waarvan Godard een van de boegbeelden was. Beide stromingen kenmerken zich als een alternatieve niet-commerciële lowbudgettegenreactie op de tot dan toe gevestigde filmindustrie. Fassbinder werkte graag met simpele filmsets en onbekendere acteurs. Zo wist hij in zijn korte leven (hij werd slechts 37) een indrukwekkend aantal films te produceren.

Fassbinders personages zijn over het algemeen filosofisch onderlegd en geven dikwijls een psychoanalytische ontleding van zichzelf voordat de kijker dat hoeft te doen. In Angst essen Seele auf gebeurt dit niet echt. Personages worstelen met hun gevoelens maar weten zich niet altijd te uiten, hun frustraties worden eerder uitgedrukt in stiltes dan in woorden. De film bevat een aantal karakteristieke lange stilstaande shots waarin de personages leeg voor zich uit staren.

Angst essen Seele auf

Aanklacht en taboe
Fassbinder was een zelfbewuste filmmaker die ook vaak expliciet in zijn eigen films verscheen. In Angst essen Seele auf speelt hij de rol van de racistische en misogyne schoonzoon van Emmi. Toch wijzen vele interpretaties op het idee dat Fassbinder zijn sentimenten juist op Emmi geprojecteerd heeft. Deze aanname is voornamelijk te rijmen met het feit dat Fassbinder in die tijd een relatie had met El Hedi ben Salem. De filmmaker werkte graag, soms obsessief, samen met zijn muzen, regelmatig homoseksuele, lesbische of transseksuele hoofdpersonages. Zijn aanklacht tegen xenofobie strekte dus niet slechts tot raciale verschillen maar betrof ook mensen met een afwijkende genderidentiteit.

Wie in de Randstad leeft, ziet bijna niet anders dan koppels met verschillende achtergronden. Gelukkig maar, de multiculturele samenleving heeft met de jaren op dit vlak een taboe doorbroken. Het heeft wat dat betreft – in vergelijking met de tijdsgeest zoals geportretteerd in Angst essen Seele auf – een aangenaam niveau van tolerantie bereikt. Dit geeft ons geen vrijbrief tot berusting, de Toeslagenaffaire en het politiek activisme als gevolg van raciale spanningen van het afgelopen jaar dwingen ons nog steeds tot een indringende zelfreflectie op dit gebied.

Het thema van racisme in Angst essen Seele auf blijkt dus anno 2021 nog steeds relevant ondanks dat het al vele malen verfilmd is. Toch doen we deze film van Fassbinder te kort als we hem slechts beschouwen als een film over racisme. Meer nog dan racisme is het thema de complexe pathologische werking van liefde, eenzaamheid en exotisme.

Deze film is bij het jarige IFFR online te zien tot en met 7 april 2021.

 

28 februari 2021

 

ALLE RECENSIES 50 JAAR IFFR

Adult Fun

***
IFFR Unleashed – 1973: Adult Fun
Dubbelzinnige pret

door Alfred Bos

Adult Fun is een obscure speelfilm van de Engelse schilder en regisseur James Scott. De onafhankelijk geproduceerde film ging in november 1972 in première op het London Film Festival en is nadien zelden te zien geweest. Het is een rariteit die qua vorm, aankleding en psychologie de geest van de vroege jaren zeventig in een momentopname vangt.

Als zoon van twee kunstenaars – vader William Scott is een van de bekendste Britse schilders van de vorige eeuw, ook moeder Mary was artistiek angehaucht – had James Scott (1941) op de kunstacademie niet alleen belangstelling voor beeldende kunst, maar ook voor fotografie en film. Toen hij in 1970 toetrad tot het radicale Londense Berwick Street-filmcollectief had hij reeds een aantal korte films en documentaires over kunstenaars gemaakt.

Adult Fun

Scott maakte slechts een handvol speelfilms. Adult Fun was zijn eerste, de Hollywood-komedie Strike It Rich (met Molly Ringwald en de Engelse acteur Robert Lindsay) zijn laatste. Kort daarop, in 1990, verhuisde hij naar Los Angeles en verruilde film voor beeldende kunst. Al sinds de jaren zeventig zijn Scotts kortfilms en documentaires te zien geweest op retrospectieven en festivals, waaronder het IFFR.

Britse nouvelle vague
Scotts maakte zijn eerste film, het 24 minuten lange The Rocking Horse, tijdens zijn studie. Onderwerp is een ontmoeting, of eigenlijk confrontatie, van twee lagen van de Britse samenleving: de toevallige romance van een nozem (arbeidersklasse) en een schilderes (bourgeois). De acteurs waren studiegenoten, in hun eerste en enige filmrol. Drewe Henley, de antagonist, zou na een bijdrage aan de tv-serie De Wrekers (seizoen 5, aflevering 13, van april 1967) een respectabele loopbaan als acteur in film en tv-series opbouwen.

Dezelfde dynamiek zien we in Adult Fun. Een kleurloze kantoorslaaf verliest zijn baan en zijn leven begint te ontrafelen. Hij raakt betrokken bij een schimmig spionagespel en georganiseerde misdaad. Uiteindelijk verliest hij alles: zijn gezin, zijn minnares, zijn identiteit, zijn leven. Het laatste gesproken woord op de geluidsband is niet toevallig nothing. De toon van de film is antiburgerlijk, de samenleving heeft psychopathische trekjes. Ook de manier van filmisch vertellen heeft overeenkomsten met de nouvelle vague van Agnès Varda en Jean-Luc Godard.

Aldus is Adult Fun een kruising van Performance (onderwereld ontmoet artistieke bohemien) en Wonderwall (krankzinnig en niet altijd geslaagd filmexperiment), twee films die – net als Adult Fun – karakteristiek zijn voor de culturele omslag van eind jaren zestig, waarin de verbeelding en idealen van een nieuwe generatie botsten op de onvergankelijkheid van de menselijke natuur.

Beroepsnon-conformisten
Adult Fun doet denken aan de films die Pim de la Parra in de jaren zeventig en tachtig in Nederland maakte. Hij oogt rommelig, al improviserend tot stand gekomen en wellicht met onderbrekingen gedraaid. Veel scènes zijn quasidocumentair vastgelegd met één camera; de binnenscènes beroerd uitgelicht en buitenscènes onderbelicht; de dialogen soms nauwelijks verstaanbaar; de montage vaak onnavolgbaar en dat laatste letterlijk. Kortom, de onconventionele warboel die begin jaren zeventig ‘progressief’ en ‘artistiek’ werd geacht.

Tegenover de atonale pianoklanken op de geluidsband staan het plezier en de energie waarmee een groep geestverwante beroepsnon-conformisten zich inzet voor het project van de regisseur en diens script. Alle belangrijke rollen, ook de bijrollen, worden vertolkt door acteurs met ervaring in de wereld van film en/of televisie en menigeen blijkt een halve eeuw later een klinkend cv achter te hebben gelaten; veel van hen zijn inmiddels overleden.

Het geïmproviseerde karakter van de film toont zich onder meer in het gebruik van authentieke non-acteurs, zoals zwervers, dronkaards en prostituees, gefilmd in hun natuurlijke omgeving van Camden Town en Lavender Hill, wijken in Londen die bekend staan om hun markten en straatleven. Ze zijn decoratie, maar geïntegreerd in het verhaal van de film en de psychologische desintegratie van de hoofdpersoon, Chris Thompson; die wordt gespeeld door Peter Marinker, op hoge leeftijd nog steeds actief als stemacteur. Deborah Norton, die in Adult Fun debuteert als Thompsons buitenechtelijke scharrel, het fotomodel Jenny, zou zich ontwikkelen tot veelgevraagd actrice.

Adult Fun

Vervreemding
Hoezeer Adult Fun het product is van de tijdsgeest en een gedeelde mentaliteit blijkt vooral uit een scène niet lang na het begin van de film. Thompson en zijn vrouw (Judy Liebert) gaan, heel burgerlijk, eten bij een bevriende kunstenaar. Die wordt gespeeld door Bruce Lacey, in werkelijkheid een kunstenaar van het excentrieke soort, een representant van de tegencultuur van de jaren zestig. Lacey is avant-garde performance-artiest, maker van allerhande robotachtige installaties – er staat er een in het Tate – en het onderwerp van zowel een documentaire van Ken Russell (The Preservation Man, 1962) als de song Mr. Lacey, te vinden op het tweede album van Fairport Convention, What We Did On Our Holidays uit 1969.

Naast Lacey zitten op de bank zijn vijftien jaar jongere echtgenote Jill Bruce (geboren Smith), kostuummaakster en performance-artiest, en Beryl Bainbridge, actrice en een van Engelands meest gewaardeerde schrijvers van na de oorlog, al moest die faam op dat moment nog komen. Dat het drietal zich vervolgens – hij gekleed, Bainbridge gedeeltelijk ontbloot en Jill Bruce topless – amoureus verstrengelt is héél erg begin jaren zeventig.

Helemaal omdat er een roodfilter voor de lens wordt gezet en het beeld het gezichtspunt van protagonist Thompson verbeeldt. Die zit, gezellig op visite, met hoofdtelefoon op de oren in zijn eigen wereld. De vervreemding en de desintegratie van zijn identiteit zijn ingezet.

Voice-over van een geest?
In diezelfde scène is er nog iets aan de hand. De televisie staat aan en daarop zien we beelden uit de Amerikaanse sciencefiction tv-serie Lost In Space, die van 1965 – dus nog voor Star Trek – tot 1968 op de buis was. Als Adult Fun in 1970 of 1971 is gedraaid, rijst de vraag: waar komen die beelden vandaan? Op dat moment was er nog geen videorecorder. Die beelden moeten eerder zijn geschoten en vervolgens in de scène zijn gemonteerd.

Iets dergelijks gebeurt later op de geluidsband. Daar horen we de voice-over van Thompson, de hoofdpersoon, wat gezien het slot van de film helemaal niet kan. En we horen dialogen en omgevingsgeluid, regelmatig gemengd met detonerende pianoklanken. Soms is dat omgevingsgeluid muziek, zoals Honky Tonk Women van de Rolling Stones dat speelt op een jukebox. Maar niet lang daarna klinkt op de geluidsband opeens, uit het niets, James Taylor en diens Soldiers, van zijn album Mud Slide Slim, uitgekomen in maart 1971. Het is de enige song die de kijker hoort en de personages niet, de enige niet-diëgetische popmuziek in de hele film. Waar komt die vandaan?

Geeft Soldiers misschien commentaar op de handeling? Nee, dat doet het niet. Het nummer is simpelweg gekozen om zijn lengte. Het vult 1 minuut en 15 seconden op de geluidsband. Het is illustratief voor de speelse en geïmproviseerde wijze waarop de film tot stand is gekomen.

Adult Fun

Guerrilla-filmen
Elders in de film zien en horen we een straatmuzikant. Hij zingt – en niet eens zo beroerd – Helplessly Hoping, een nummer van Stephen Stills. Het was voor het eerst te horen op het debuutalbum van Crosby, Stills & Nash, verschenen in mei 1969. Die diëgetische muziek, van dezelfde straatmuzikant met hetzelfde nummer, komt later in de film terug. Niet in een voorval met Thompson, zoals de eerste keer, maar in een scène rond Jenny, zijn vriendin. Het lied is louter decor, het wordt niet thematisch ingezet. Het is het resultaat van guerrilla-filmen.

Adult Fun reflecteert op zichzelf, maar niet op een postmoderne manier. Opa, de vader van Thompsons vrouw, filmt het gezin met zijn Super 8-camera. En er is een scène in de bioscoop, de personages zien een balletfilm. Radio, televisie, media spelen geen onbelangrijke rol in de film. Ze bepalen en reflecteren het mentale landschap van de protagonist die gaandeweg meer en meer vervreemdt van de werkelijkheid.

Tegen Jenny zegt Thompson dat hij op zoek is naar wie hij is. “Whether there is anything inside me at all.” Enige tijd later merkt hij op dat je de wereld van meerdere kanten moet bekijken. Dat “detaches yourself, sets you free”. We zien een schilderij van Saturnus die een van zijn kinderen verslindt. Thompson speelt een spel met rollen, maar het personage eet de persoon op.

Dubbelzinnig
Rond diezelfde tijd wees de Engelse auteur J.G. Ballard er op – in diens collageroman The Atrocity Exhibition, de gelijknamige installatie in het New Arts Lab en de kortfilm Crash, gemaakt voor de BBC – dat de met media doordrenkte maatschappij van de jaren zestig oorzaak was van een psychose waarin realiteit en mediarepresentatie van plek zijn verruild; het simulacrum heeft de werkelijkheid overgenomen. Adult Fun lijkt iets dergelijks te willen zeggen. Is Thompson een onverbeterlijke nihilist? Of een opgeblazen ego dat niet kan leven naar zijn wensendromen?

Adult Fun is een dubbelzinnige titel. Het kan worden uitgelegd als bijtend commentaar op de wereld van volwassenen, met hun egoïsme, eerzucht, agressie, (zelf)bedrog en hebzucht. En het kan slaan op de film zelf, op de lol die een vriendenclub van grote kinderen heeft gehad in het maken ervan. Adult en fun hoeven elkaar niet in de weg te zitten.

Deze film is bij het jarige IFFR online te zien tot en met 7 april 2021.

De documentaires van James Scott over kunstenaars als David Hockney, Richard Hamilton, Claes Oldenburg en R.B. Kitaj, inclusief de film over zijn vader William Scott, Every Picture Tells a Story (1984), zijn verzameld op de 2dvd Every Picture Tells a Story: The Art Films of James Scott, een uitgave van het British Film Institute.

26 februari 2021


ALLE RECENSIES 50 JAAR IFFR

Cow, The

****
IFFR Unleashed – 1972: The Cow
Liefde voor een koe is de grootste liefde

door Bob van der Sterre

Een dorp. Een man. Een koe. Liefde. The Cow (Gaav) begint met een portret van een Iraans dorpje. Mash Hassan heeft een koe en verzorgt die beter dan zijn eigen vrouw. Hij wast de koe, hij boent de koe, zegt lieve woordjes tegen de koe.

Op een dag gaat hij naar de stad. En dan sterft de koe. Zijn het de heidense Bolouris-bendeleden, die al eerder in het dorp waren? Is het een slang? Is het het ‘boze oog?’ Iedereen heeft zijn eigen theorie.

The Cow

Genadeloos blootleggen
Het hele dorp komt bijeen om te beslissen hoe ze kunnen voorkomen dat Hassan het nieuws krijgt. Ze gaan zelfs zo ver om de dorpsidioot vast te binden. Hassan keert terug en mist zijn koe. Hij begin hooi te eten. ‘Ik ben niet Hassan. Ik ben zijn koe.’ Zijn dorpsgenoten zijn supergeduldig en willen hem graag helpen met zijn verdriet maar Hassan teert langzaam weg. Ze moeten wat doen.

De film (cinematografie is van Fereydon Ghovanlou) is prachtig om te zien. De locatie, een klein Iraans dorpje in een woestijn, maakt hier de film. De zwart-witbeelden zijn hier vrij letterlijk, aangezien de mensen vaak in het zwart lopen en hun huizen wit zijn. De muziek is mysterieus, de karakters van het dorp worden mooi in beeld gebracht en de woestijn en de krappe huisjes geven alles een beklemmend gevoel. Dat is met cinematografisch instinct gezien door regisseur Darius Mehrjui en dan helpt de geweldige rol van Ezzatolah Entezami als Hassan ook veel.

Met interpretaties kun je veel kanten op, dat is het aardige van deze film. Er is gelukkig niet een simpele uitleg, zoals je ook met Ionesco’s Rhinoceros, of Kafka’s Die Verwandlung, waar deze film aan beide een beetje doet denken, veel kanten uit kunt. Heeft het met politiek, psychologie, sociologie, religie of met onze omgang met dieren te maken? Dat zou allemaal kunnen.

The Cow

Islamitische Revolutie
In niet-artistiek opzicht is de film ook bijzonder. De sjah-regering vond dat het Iraanse volk te simpel en boers oogde in deze film. De film kwam alleen bij buitenlandse festivals (in 1971 voor het eerst in Venetië in 1972 dus in Rotterdam) dankzij het betere smokkelwerk. Zo ging dat in die tijd.

Frappant genoeg vond ayatollah Khomeini de film vermakelijk. The Cow zou misschien zelfs de reden zijn dat na de Islamitische Revolutie van 1979 (tien jaar na deze film) er nog films gemaakt mochten worden.

Wat me elke keer zo verbaast, is dat dit soort relatief eenvoudige filmhuisfilms al zo lang gemaakt worden (deze is dus uit 1969). Een incident is de aanleiding voor het genadeloos blootleggen van culturele kenmerken van een maatschappij. Zoals de kleien huisjes, de hiërarchie bij mannen, de religie, de rol van vrouwen. De helft van de filmhuisfilms zit nog steeds zo in elkaar. Deze ‘ truc’ van The Cow – die vast daarvoor ook al eens was gedaan – is daarna immer en immer gerecycled in de filmhuiswereld, en minder goed, want zonder de zachte humor en ontroering die je hier treft.

Het begon allemaal met een Iraanse koe!

Deze film is bij het jarige IFFR online te zien tot en met 7 april 2021.

24 februari 2021


ALLE RECENSIES 50 JAAR IFFR

50 jaar IFFR in 50 films

Jubileumprogramma Unleashed: 50/50
50 jaar IFFR in 50 films
Het International Film Festival Rotterdam viert dit jaar het 50-jarig bestaan met onder meer IFFR Unleashed: 50/50. Vijftig films uit vijftig jaar IFFR zijn ieder vijftig dagen online te zien. Je betaalt meestal € 4,50 per film of € 5,00 per maand.

Dit jubileumprogramma is deze week van start gegaan met acht films; elke drie weken komt er een nieuwe ‘batch’ films bij. InDeBioscoop zal het leeuwendeel van de films tot eind april bespreken.

The Cow

De liefhebber kan in deze bioscooploze periode volop online genieten van vooral speelfilms en een paar korte films. Denk aan bekende regisseurs als Apichatpong Weerasetakhul, Chantal Akerman, Rainer Werner Fassbinder, Marguerite Duras, Cheryl Dunye, Chris Marker, Eliza Hittman, Jim Jarmusch, Kelly Reichardt, Miike Takashi, Sara Driver, Sergei Parajanov en Wong Ping.

De oudste getoonde film is het fantastische Iraanse drama The Cow, dat in 1969 werd gemaakt door Dariush Mehrjui en vertoond tijdens de eerste editie van het IFFR in 1972, en de voorlopig jongste speelfilm is De nuevo otra vez, een frisse mix van documentaire en fictie van de Argentijnse regisseur Romina Paula. De laatste, vijftigste, film is bij het schrijven van dit artikel nog niet bekend.

Lees hier onze recensies van ALLE 50 door het IFFR geselecteerde films.

 

22 februari 2021

 
MEER FILMFESTIVAL