Judge, The

****

recensie  The Judge

De man van staal en moraal

door Alfred Bos

Robert Duvall en Robert Downey Jr. excelleren in fraai gefotografeerd drama dat scharniert rond een complexe vader-zoonrelatie. The Judge is een karakterfilm met een subtiel plot.

De 71-jarige Joe Palmer is al meer dan veertig jaar rechter in het ruim beloverde en spierwitte provinciestadje Carlinville, het Blaricum van Chicago. Hij is een baken van integriteit, wars van smoezelen en begiftigd met een kartelig gevoel voor humor. Wanneer zijn vrouw plots overlijdt, is de rechter – wie kan het hem kwalijk nemen – emotioneel uit het lood geslagen. Getergd tot in zijn merg neemt hij een verkeerde beslissing.

Recensie The Judge

Hank Palmer, de middelste van zijn drie zoons, is geslaagd in het leven, maar mislukt als mens. Als vrijpleiter in Chicago heeft hij een indrukwekkende staat van dienst opgebouwd, maar buiten zijn werk kan hij nauwelijks een zinvolle relatie onderhouden; zijn huwelijk is een mislukking. Terug in Carlinville voor de begrafenis van zijn moeder blijkt de relatie met zijn vader en broers ronduit stekelig. Terloops spelen verrassende details uit Hanks verleden op en wordt het hoe en waarom van de familieverhoudingen duidelijk.

Humeurige grijsaard
The Judge is geen rechtbankdrama – al speelt een belangrijk deel van het verhaal zich in de rechtbank af – maar een karakterstudie rond bloedrelaties, met een vleugje mysterie voor de spanning. Veteraanacteur en Hollywood-instituut Robert Duvall, 83 inmiddels en gespecialiseerd in humeurige grijsaards met een gietijzeren moraal, vertolkt de rol van de rechter uit de filmtitel. Het verbale en emotionele weerwerk komt van Robert Downey Jr. die de naar vaderliefde hunkerende zoon Hank speelt.

Duvall acteerde vorig jaar een vergelijkbare rol in het familiedrama Jane Mansfield’s Car; ook daar is een begrafenis aanleiding voor een familiebijeenkomst. Die film werd geschreven en geregisseerd door Billy Bob Thornton, die in The Judge opduikt als de aanklager van pa en tegenstrever van zoon Palmer. Daarmee is het rijtje karakteracteurs nog niet compleet: Vincent D’Onofrio vertolkt de oudste broer Glen en Vera Farmiga Hanks vroegere scharrel Samantha.

Recensie The Judge

Fijnzinnige psychologie
Het zijn niet alleen de voortreffelijke acteurs (wie Robert Downey Jr. alleen kent van Iron Man of Sherlock Holmes zal van zijn stoel vallen) waardoor The Judge ruim 140 minuten lang boeit, het is ook het subtiel opgezette script van de schrijvers van Gran Torino en The King’s Speech. Zo zijn aanleiding en omstandigheden voor rechter Joe Palmers verkeerde beslissing knap verweven met de verhouding tot zijn zoon. Dergelijk fijnzinnige psychologie kom je in de Amerikaanse cinema zelden meer tegen. Laconieke terzijdes en een geestige running gag zorgen voor het humoristische tegenwicht.

De verrassing van The Judge is des te aangenamer omdat de film komt uit de koker van David Dobkin, die eerder melige puberfilms en lichtgewicht relatiekomedies maakte. Met een solide bezetting en een doordacht script levert hij een visueel sterke – diverse scènes zijn gedraaid met tegenlicht  – rolprent af. Met zijn levensechte personages en wars van gekunstelde premissen of flitsende actie is The Judge een film uit een vervlogen tijdperk, over een tijdloos en tevens hoogst actueel thema, wortels en identiteit. Meer goed nieuws voor Duvall-fans: hij schijnt aan een nieuwe film te werken.

 

10 oktober 2014

 

MEER RECENSIES

Jimmy’s Hall

****

recensie  Jimmy’s Hall

Het begint in de voeten en eindigt in de hersenen

door Cor Oliemeulen 

Politieke en sociale overtuigingen in film lijken tegenwoordig taboe. Oudgediende Ken Loach wil niets anders. Met Jimmy’s Hall staat hij op het punt een monumentaal oeuvre af te sluiten. Aangrijpend sociaalrealisme van de bovenste plank. 

Ken Loach behoort samen met Mike Leigh tot de meest bejubelde nog actieve Britse filmregisseurs. Beide zeventigers staan vooral bekend vanwege hun engagement. Leigh snijdt vaak afgebakende sociale thema’s aan – zoals in Naked (existentieel portret van een nihilistische antiheld in Engeland begin jaren ’90), Secret & Lies (zwarte vrouw blijkt blanke moeder te hebben) en Vera Drake (abortus in de jaren ’50). Loach mag gebeurtenissen graag in een historische context plaatsen, maar deed dat pas vele jaren na zijn indrukwekkende doorbraakfilm Kes (1969), waarin een jongen in het arme noorden van Engeland vriendschap sluit met een valk. Vanaf de jaren ’90 zette hij – na het maken van tv-series en documentaires – het Britse sociaalrealisme op de kaart. 

Recensie Jimmy's Hall

Ierse Burgeroorlog
In Land and Freedom (1995) schenkt hij aandacht aan de Spaanse Burgeroorlog, in Ae Fond Kiss… (2004) een Pakistaanse familie in Glasgow, in Route Irish (2010) de oorlog in Irak, terwijl in The Wind That Shakes the Barley (2006) de Ierse Burgeroorlog (1919-1922) centraal staat. Loach’s meest recente filmdrama Jimmy’s Hall borduurt voort op laatstgenoemd meesterwerk: hoe gaat de bevolking in het nieuwe Noord-Ierland tien jaar na de burgeroorlog om met de beperkte vrijheid en de macht van de katholieke kerk en landeigenaren? Anders dan in Neil Jordans thriller Michael Collins (1996) over de gelijknamige Ierse vrijheidsstrijder gaat het in de films van Ken Loach vooral om de persoonlijke motieven van het individu. 

Jimmy’s Hall, gebaseerd op het gelijknamige toneelstuk van Donal O’Kelly en bewerkt door Loach’s vaste scenarist Paul Laverty, is het aandoenlijke verhaal van politiek activist Jimmy Gralton (prima gespeeld door opkomend filmacteur Barry Ward). Tien jaar na de Ierse Burgeroorlog keert hij vanuit New York terug naar Leitrim Country waar hij zijn moeder gaat helpen op het land. Ondertussen bezoekt hij de vervallen danshal die hij destijds bouwde met vrijwilligers en vanwege de schermutselingen moest sluiten. Op aandrang van toenmalige vrienden en sympathisanten heropent hij het gebouw. 

‘Is it Christ or is it Jim?’
Jimmy heeft een grammofoon en jazzplaten meegebracht uit Amerika en in korte tijd is Jimmy’s Hall het plaatselijke centrum van dans, muziek, zang, kunst, literatuur én politieke discussies. Het is Father Sheridan (Jim Norton) een doorn in het oog, want ‘educatie is voorbehouden aan de kerk’ en ‘barbaarse klanken uit donker Afrika mogen de Ierse volksmuziek niet verdringen’.

Recensie Jimmy's Hall

De ontwikkelingen in de postrevolutionaire samenleving – waar het gezag conservatiever lijkt dan dat van voor de burgeroorlog en soms iets weg heeft van een Stalinistische dictatuur – zetten de boel op scherp. Want de gevestigde orde zit niet te wachten op een nieuwe golf van sociale onrust en bloedvergieten, hoewel de bezoekers van Jimmy’s Hall alleen maar willen dansen en zich scholen. De pastoor weet het zeker: ‘Het begint met de voeten en komt uiteindelijk in de hersenen.’

Ken Loach focust op de relatie tussen Jimmy Gralton en Father Sheridan die leidt tot mooie, intense dialogen. Jimmy komt op voor de belangen van jonge mensen op zoek naar perspectief, persoonlijke groei en vermaak tijdens deze economische crisisjaren. Father Sheridan beschouwt hem als een communistische oproerkraaier, demoniseert tijdens zijn preek kerkgangers die Jimmy’s Hall bezoeken en dwingt zijn parochie te kiezen: ‘Is it Christ or is it Jim?’ Het eind van het liedje is dat de Ierse overheid over Jimmy’s lot beschikt.

 

10 augustus 2014

 

MEER RECENSIES

Joe

***

recensie  Joe

Het ruige zuiden

door Cor Oliemeulen 

Een jongen probeert te ontsnappen aan zijn lot en ziet een ex-gedetineerde als zijn bevrijding. Nicolas Cage is ouderwets in vorm als antiheld die held wordt in een droefgeestige geschiedenis.  

Joe heeft geen gemakkelijk leven gehad. Hij is een einzelgänger, heeft weinig op met de autoriteiten en betaalt voor de liefde. Zijn enige kameraad is een valse hond. In opdracht van een houthakkersbedrijf vergiftigt hij bomen, zodat ze legaal mogen worden gekapt. Iedere ochtend, weer of geen weer, stapt hij in zijn oude truck om zijn ingehuurde krachten op te halen. ’s Avonds stort hij zich afgemat op de bank van zijn aftandse woning waar hij rookt als een ketter en drinkt als een tempelier.  

Recensie Joe

Surrogaatvader
We bevinden ons in het ruige zuiden van Amerika. Het is hier donker, grimmig, hopeloos, troosteloos en uitzichtloos. Disfunctionele families met ongelukkige en arme mensen. Misdaad, knokpartijen, blaffende honden, regen en een lot dat genetisch is bepaald. Een sfeer die treffend in beeld wordt gebracht en doet denken aan Winter’s Bone (2010) en Mud (2012). En net als in die films draait de plot in Joe rond een vaderfiguur. Bovendien speelt de veelbelovende jonge acteur Tye Sheridan een hoofdrol in zowel Mud als Joe – in beide gevallen desperaat op zoek naar een surrogaatvader. 

In Mud heet hij Ellis, een jongen die wordt gefascineerd door de mysterieuze titelfiguur, gespeeld door Matthew McConaughey. In Joe is hij de 15-jarige Gary die de no-nonsense titelfiguur, gespeeld door Nicolas Cage, als strohalm ziet. Gary wil geld verdienen om zijn moeder en zusje te kunnen onderhouden, want zijn vader is een luie, asociale, alcoholistische rotzak die hem regelmatig slaat en jaloers op hem is omdat hij wél geld binnenbrengt. De vader wordt levensecht gespeeld door ene zwerver Gary Poulter, die letterlijk bij een bushalte in Austin werd weggeplukt tijdens een auditie voor figuranten. Enkele weken na de opnames overleed hij.  

Heldenstatus
Nicolas Cage weet in zijn karakterrol weer eens te overtuigen, na talloze lamlendige optredens met onvervalste staaltjes van overacting. Als gemankeerd personage, niet vies van drank en opererend aan de zelfkant van de maatschappij, zoals in Leaving Las Vegas (1995) en The Bad Lieutenant: Port of Call – New Orleans (2009), komt hij het best tot zijn recht. Ook als Joe is hij gedoemd onder te gaan, maar niet voordat hij bij Gary de heldenstatus bereikt. Joe herkent zich in Gary en wil voorkomen dat hij niet dezelfde fouten maakt. De reïncarnatiegedachte maakt het verhaal wel redelijk voorspelbaar.  

Recensie Joe

De film is gebaseerd op de gelijknamige roman van de schrijvende brandweerman Larry Brown, exponent van de Grit Lit: een literaire stroming van zuidelijke redneck fiction  waarvan ook Charles Bukowski deel uitmaakte. Het loodzware scenario is geschreven door Gary Hawkins, fan van Larry Brown over wie hij de veel besproken documentaire The Rough South of Larry Brown maakte – tevens de oude filmprofessor van David Gordon Green die Joe regisseerde.  

Verdienstelijk en veelzijdig
Green toont zich een verdienstelijke en veelzijdige filmmaker. Hij debuteerde sterk met het drama George Washington (2000) dat gaat over een groep tieners in een naargeestig stadje in North Carolina die een tragisch ongeluk probeert te verdoezelen, waagde zich aan de stoneractiekomedie Hollywood Pineapple Express (2008 ) met Seth Rogen en James Franco, en won zijn eerste grote filmprijs in Berlijn met het sfeervolle Prince Avalanche (2013) met Paul Rudd en Emile Hirsch. Ook hier figureren de personages in een geïsoleerde setting middenin de overweldigende natuur. Die film is droogkomisch, Joe is het tegenovergestelde. 

 

8 juni 2014

 

MEER RECENSIES

Jack Ryan: Shadow Recruit

**

recensie  Jack Ryan: Shadow Recruit

Knulletje versus Russische maffia

door Simone Vogel 

Spionagefilms vervelen nooit. Dat moeten ook de makers van Jack Ryan: Shadow Recruit hebben gedacht. Nine eleven, oorlogsveteranen, de CIA en Rusland-politiek worden samengebracht in dit gecompliceerde en toch vlakke aftreksel van de succesvolle boekenreeks van Tom Clancy.  

Jack Ryan (Chris Pine) is een gewone economiestudent. Na de aanslagen van 11 september komt de patriot in hem naar boven. Hij sluit zich aan bij het leger en vecht mee met de ‘War on Terror’ in Afghanistan. Door een tragisch ongeluk moet hij weer huiswaarts keren, waar hij tijdens zijn revalidatie wordt opgepikt door een CIA-agent. Ryan gaat undercover als financieel analist op Wall Street. Dat baantje lijkt nogal saai, tot hij op verdachte transacties stuit die kunnen leiden tot een tweede reeks aanslagen. Wanneer hij als geheim agent naar Moskou reist, is zijn leven ineens niet meer zo saai.  

Recensie Jack Ryan: Shadow Recruit

Ongeloofwaardig
Chris Pine is niet de eerste acteur die de rol van Jack Ryan vertolkt. Alec Baldwin, Harrison Ford en Ben Affleck gingen de acteur voor. Jack Ryan: Shadow Recruit is de eerste film die niet is gebaseerd op een boek van Tom Clancy. Het karakter is los getrokken uit de bekende verhalen en beleeft nu zijn eigen avontuur. Al is het de vraag of het personage sterk genoeg is om een film te kunnen dragen. Ryan is niet bepaald het prototype James Bond. In de film zien we een onervaren, naïeve jongen. Het is dan ook zeer ongeloofwaardig wanneer dit knulletje het opneemt tegen de Russische maffia. Ineens is Ryan een meesterspion die de straten van Moskou op zijn duimpje kent en voor ieder ingewikkeld probleem een oplossing weet.  

Spionnendrama
Daar wringt dan ook de schoen. De meeste spionagefilms zijn doorspekt met plotwendingen en actie. Jack Ryan laat de bezoeker met een teleurgesteld gevoel achter. Hoewel regisseur Kenneth Branagh, die ook de rol van Russische superschurk op zich neemt, zijn strepen heeft verdiend in de filmwereld met kaskrakers als Hamlet  en Thor, weet hij de kijker in dit spionnendrama niet te prikkelen. De karakters spreken niet aan en het plot is – voor een film waarin de CIA probeert een tweede Koude Oorlog te voorkomen – zeer zwakjes opgezet.

Recensie Jack Ryan: Shadow Recruit

Jack Ryan: Shadow Recruit mist diepgang. Het moeilijke taalgebruik van Ryan lijkt bedoeld om het gebrek aan verhaal en tempo goed te maken. Keira Knightley lijkt toegevoegd om het mannelijke publiek te prikkelen, wat ze als vrouwelijke superschurk misschien wel had kunnen doen. Knightley’s rol irriteert meer dan dat ze iets toevoegt. In vorige vertolkingen van Jack Ryan kozen de makers voor de verfilming van een boek van Tom Clancy. Dat hadden ze nu beter ook kunnen doen. 

 

17 januari 2014

 

MEER RECENSIES

Jeune & Jolie

***

recensie  Jeune & Jolie

Lolita ontwaakt

door Joan Gebraad

Regisseur François Ozon staat bekend vanwege zijn vrije visie op seksualiteit. Hij oordeelt niet en laat de kijker vaak in het ongewisse. In de seksuele Coming of Age film Jeune & Jolie doet hij dat te sterk.  

Jeune & Jolie volgt het zeventiende levensjaar van de scholiere Isabelle aan de hand van vier jaargetijden. Ieder seizoen wordt ingeluid met de mierzoete liederen van Françoise Hardy over idyllische liefde. Deze romantiek staat in schril contrast met Isabelle’s tienerleven. Alizee’s Moi, Lolita (een hit uit 2001 over een vroeg seksueel rijp meisje dat stiekem de aandacht van (oudere) mannen zoekt) zou een goede muzikale metafoor voor haar zijn. Tijdens haar ontmaagding, breekt bij Isabelle de koppeling tussen liefde en seks. Seks wordt een doel op zich. Lolita is ontwaakt.

Hotel in, hotel uit, gaat Isabelle, de verlangens van de Humbert Humberts van deze wereld bevredigend in ruil voor geld. Prostitutiewerk windt haar op. Op een dag ontmoet Isabelle George, een oudere man die oprecht om haar geeft. Wanneer George tijdens de daad sterft, stopt Isabelle. Als uiteindelijk haar geheim bekend wordt, moet Isabelle de pijnlijke confrontatie met haar familie en George’s weduwe aangaan. Daarnaast probeert ze haar ‘normale’ leven als tiener weer op te pakken. Ook dat blijkt niet zo gemakkelijk te zijn.

Recensie Jeune & Jolie

Mysterieuze lolita
Het 23-jarige model en actrice Marine Vacth zet Isabelle interessant neer. Een tikkeltje diabolisch, vastberaden, slim, teruggetrokken, maar tegelijkertijd in staat de aandacht van degenen rondom haar te trekken. Kortom een echte Lolita.

Storend is dat Ozon weigert inzicht te geven in Isabelle’s motieven. Vooral verderop in de film wringt dit. Wat drijft Isabelle? Spanning en seksuele ontdekking van zichzelf, zo hint de film. Maar welke rol speelt de afwezigheid van een vader in Isabelle’s leven? Of het feit dat haar moeder vreemdgaat? Deze verhaallijnen worden niet uitgewerkt. Wat moet ze met al die oude mannen en wat is de oorzaak van haar apathie? Ozon wil de kijker bewust in het ongewisse laten. Maar bij een film over een controversieel onderwerp als jeugdprostitutie kunnen motieven juist belangrijk zijn voor oordeelsvorming.

Mannelijke fantasie
Met Jeune & Jolie schept Ozon een mannenfantasie. Dit komt niet alleen naar voren door Isabelle’s perspectief, maar uit zich op de manier waarop het mannelijke geslacht op Isabelle reageert. Het broertje dat haar begluurt met zijn verrekijker, Isabelle’s cliënten die maar wat graag met haar van bil gaan, de stiefvader die het normaal acht dat oudere mannen zo’n mooi, jong meisje als Isabelle geld aanbieden in ruil voor seks. En dan is daar nog George’s weduwe, die bekent jaloers te zijn op Isabelle. O, wat had zij ook graag in haar jonge jaren zichzelf geprostitueerd.

Isabelle mag dan nieuwsgierig zijn naar haar seksualiteit, ze is ook nog een kind. Ze is slechts zeventien. Lichamelijk en geestelijk nog volop in ontwikkeling, en minderjarig voor de wet. Ze heeft recht te leren genieten van liefdevolle seks, niet alleen van lustenbevrediging met onbekende mannen.

Berekenend en diabolisch
In een wereld waarin nog veel minderjarige meisjes ongewild in de prostitutie belanden en vrouwen dagelijkse geconfronteerd worden met macho- en jeugdculturen die vrouwen neerzetten als minderwaardige lustobjecten, heeft deze romantisering van prostitutie iets beangstigends. Lolita is niet langer het slachtoffer, maar een berekende vrouw met diabolische trekken. Humbert Humberts seksuele fantasieën over tienermeisjes veranderen van pervers in normaal. En zo belanden we weer bij het middeleeuwse beeld van de vrouw als duivelse en wulpse verleider.

Al met al is Jeune & Jolie een intrigerende film met controversiële thematiek en goed acteerwerk. Ozon’s gebrek aan een duidelijk oordeel of uitleg van motieven, moet je maar net kunnen waarderen.

 

13 september 2013

 

MEER RECENSIES

Jour de fête

****

recensie  Jour de fête

The Postman Always Rings

door Cor Oliemeulen

Melancholische schets van het rustige leven in een pittoresk Frans dorp waar een innemende postbode elke omstandigheid aangrijpt om de efficiency van de Amerikaanse posterijen te evenaren. 

Het vroegere werk van Jacques Tati slaat een brug tussen stomme en gesproken films. Zijn regiedebuut Jour de fête (1949)  vormt de opmaat voor zijn latere alter ego Monsieur Hulot. Als filmmaker en komiek wenste Tati volledige artistieke controle: hij regisseerde, produceerde, schreef en speelde de hoofdrol. Jour de fête is een subtiele satire op de vooruitgang die Tati tot in het extreme doortrekt in Playtime (1967)  waarin hij meesterlijk de draak steekt met moderne architectuur en gadgets. 

Tijd staat stil
In Jour de fête lijkt de tijd stil te staan. De kinderen in Sainte-Sévère-sur-Indre huppelen en dragen hoedjes, oude vrouwtjes met geiten lopen er nog écht krom, mannen laten zich scheren bij de barbier, vrouwen gebruiken kruiwagens om spullen te vervoeren en de jeugd loopt enthousiast achter de fanfare aan. De postbode François symboliseert de rustige manier van leven en werken in de naoorlogse tijd die langzaam moderniseert. Dat begint op het moment dat een kermis het dorp bezoekt en de plaatselijke middenstand zich voorbereidt op de grote feestdag. François is natuurlijk niet te beroerd om tijdens het bezorgen van de post iedereen, op zijn typische wijze, een handje te helpen. 

Recensie Jour de fête

In zijn gebaren en manier van handelen doet de protagonist soms denken aan de slapstick van Charlie Chaplin, terwijl de korte, creatieve stunts lijken geïnspireerd op Buster Keaton. Zijn fijngevoelige gestuntel en kleine ongelukjes charmeren, François’ naïviteit ontroert. De lange, houterige postbode is zo goed van vertrouwen dat sommigen er behagen in scheppen practical jokes met hem uit te halen of zelfs dronken te voeren. Tati houdt de kijker voortdurend op afstand, de kijker observeert de gebeurtenissen. Geen enkele close-up, ook niet van de Hitler-snor die destijds nog in de mode was. 

Kleine, rake absurditeiten
De humor van Tati is er geen van schaterlachen. Het zijn vooral de kleine, rake absurditeiten van het dagelijkse leven die zijn scherpe oog voor detail karakteriseren. De zoemende mug die steeds terugkomt om mensen lastig te vallen, het gehannes met het plaatsen van een grote vlaggenmast of bezoekers van het café die steeds tot groeiend ongenoegen van de eigenaar gaan zitten op pas geschilderde stoelen. De dialogen lijken van ondergeschikt belang: teksten zijn bewust onverstaanbaar gemaakt door achtergrondgeluiden, maar de belangrijkste woorden hoor je. Samen met de vrolijke deuntjes ondersteunt de zangerigheid van het dialectische gemurmel heel functioneel de visuele klasse van Jour de fête

 

27 juli 2013

 

MEER RECENSIES

Jayne Mansfield’s Car

***

recensie  Jayne Mansfield’s Car

Dierentuin van menselijk tekort

door Alfred Bos

On-Amerikaanse relatiefilm over een getroebleerde familie in het Amerikaanse Zuiden die Britse bloedverwanten op visite krijgt. Met veel misverstanden, de nodige humor en de onvermijdelijke seks.

In zijn eerste regieklus sinds ruim tien jaar staat Billy Bob Thornton niet alleen achter, maar ook voor de camera. Bovendien schreef hij mee aan het scenario van Jayne Mansfield’s Car, een a-typische film over twee typische families – vertolkt door een keur aan gevierde acteurs plus een paar sterren – zoals die in Amerika eigenlijk nooit gemaakt wordt. Maar Thornton is dan ook een buitenbeentje; niet alleen op het filmdoek, doch eveneens in het echte leven: een neuroticus die acteert, regisseert, schrijft en musiceert. Te kleurrijk voor de formules van Hollywood.

In deze film vertolkt hij Skip Caldwell, zoon van een bejaarde pater familias (Robert Duvall). De chaos in de familie blijkt uit de tegenstelling tussen Skips beide broers, de aartsconservatieve Jimbo (Robert Patrick) en de nietsnuttende hippie Carroll (Kevin Bacon). De eerste is keurig getrouwd, de tweede hokt met vriendinnen. Het is augustus 1969 (het weekend van Woodstock trouwens) en het decor een provinciestadje in de zuidelijke staat Alabama. Er woedt in de States een culturele oorlog (jeugd versus gevestigde orde) en die gaat aan de Caldwells niet ongemerkt voorbij.

recensie Jayne Mansfield's Car

Flegma botst op wantrouwen
Daarnaast is er een tweede tegenstelling. De moeder van de broers heeft vader Caldwell lang geleden verlaten en is in Engeland hertrouwd met de zeer Britse gentleman Kingsley Bedford (John Hurt). Na haar overlijden wil ze in haar geboortegrond worden begraven en de Engelse tak van de familie reist naar de Caldwells in Alabama om de begrafenis bij te wonen. Brits flegma botst op Zuidelijk wantrouwen en de culturele clichés stapelen zich op, zij het in afwijkende – en vaak komische – varianten.

Tussen al dat ongemakkelijk om elkaar heen draaien vliegen er ook erotische vonken, met de Britse tak als lijdend voorwerp. Zoonlief Philip Bedford (Ray Stevenson) valt in de smaak bij de vrouw van Jimbo, terwijl dochter Camilla (Frances O’Connor) de fantasie prikkelt van de excentrieke Skip. Het begint met het naakt reciteren van Shakespeare ten behoeve van auto-erotisch gerief en eindigt al fresco in het woud. Half-zus en half-broer, het lijkt wel Tennessee Williams.

Incest geen issue
Jayne Manfield’s Car wordt geafficheerd als drama, maar dat komt omdat er geen flitsende actiescènes zijn en er veel wordt gepraat. Echt dramatisch wordt het evenwel nergens – incest is geen issue hier – en toch blijf je twee uur geamuseerd naar deze dierentuin van menselijk tekort kijken. Dat is niet zozeer een verdienste van het script als wel van de acteurs. Duvall is als bejaarde brompot volstrekt naturel, Thornton zelf weet wel raad met buitenbeentjes en de verrukkelijke O’Connor dreigt de film te stelen, maar is na het al fresco avontuur opeens nergens meer te bekennen. Aan het slot zien we haar nog even terug.

Met zijn intermenselijk geharrewar en nadruk op dialoog doet Jayne Mansfield’s Car denken aan een Franse (Eric Rohmer) of Italiaanse (Ettore Scola) relatiefilm uit de jaren ’70. Die hoogten haalt deze ensemblefilm nergens, maar als feelgood antidotum tegen computer-geanimeerde blockbusters waarin niets minder dan het voortbestaan van de mensheid op het spel staat verdient hij zijn plek op de bioscoopladder. En voor liefhebbers van jaren ’60 psychedelica biedt de soundtrack een paar verrassingen.

 

20 juli 2013

 

MEER RECENSIES

Jack the Giant Slayer

***

recensie  Jack the Giant Slayer

Vermakelijke remake van Brits volksverhaal

door Joan Gebraad

In 1963 bracht de Amerikaanse regisseur Nathan H. Juran het verhaal Jack and the Bean Stalk tot leven op het witte doek. Vijftig jaar later maakt Bryan Singer een remake met hedendaagse technieken, maar ouderwets filmplezier.

Net als in het origineel, is Jack (Nicholas Hoult) een simpele boerenjongen. Tijdens een trip naar de markt om wat pingels binnen te halen voor zijn oom, ontmoet Jack een monnik op de vlucht die zijn ooms paard ruilt voor een stel bonen. En passent redt Jack ook een dame in nood. Niet zomaar een dame, maar de vrijgevochten prinses Isabelle (Eleanor Tomlinson) die liever op avontuur gaat dan te moeten trouwen met oude sik Roderick (Stanley Tucci). Wanneer Isabelle op een regenachtige dag voor Jacks huis staat en een van de bonen contact maakt met de regen, schiet er een reusachtige bonenstaak uit de grond, Isabella meenemend.

Jack Ryan: Shadow Recruit

Isabelle’s vader (Ian McShane) stuurt een reddingsteam onder leiding van Elmont (Ewan McGregor) de staak in. Boven aanschouwen ze Gantua, waar een stel kannibalistische, schetenlatende en neuspeuterende computeranimatiereuzen hen opwacht. General Fallon (Bill Nigh), gezegend met een tweede minihoofd (stem van John Kassir) en leider van dit rapalje, is vastbesloten Isabelle, Jack en zijn maten te verorberen. Ze belanden dan ook als tapasingrediënt in de keuken. Ondertussen heeft Roderick macht over de reuzen vergaard. Hij wil met een leger reuzen de macht grijpen.

Singer just wants to have fun
Wat Jack the Giant Slayer aangenaam maakt is dat regisseur Bryan Singer (X-men) de film duidelijk met plezier heeft gemaakt. Dit uit zich onder meer in de mooie landschapsanimaties en digitale reuzen. Soms doet de film hierdoor aan The Lord of the Rings denken. Dit geldt ook voor de gevechten met hordes heldhaftige zwaardvechters, kruisbogen met brandende peilen en hongerige reuzen.

Verder bevat de film een dosis humor. Naast wat platte grappen zoals scheten latende en neuspeuterende reuzen en venijnige opmerkingen van onder meer Roderick en zijn maffe schildknaap, verwijst Singer – soms heel subtiel – naar allerlei films en verhalen. Wie goed oplet, hoort in het begin van de film een toneelspelende dwerg zeggen: ‘Guantua is where we lay our scene.’

Jack Ryan: Shadow Recruit

Elmont, de reuzendoder
Wat Jack the Giant Slayer ook overeind houdt, is de goede casting. Hierdoor is het minder erg dat de verhaallijn wat dunnetjes is. Jammer is dat de belangrijkste personages niet sprankelen. Prinses Isabelle lijkt niet echt een functie te hebben. De romance tussen Jack en Isabelle krijgt weinig aandacht. Personages als Roderick en Elmont stelen de show. Het was uiterst aangenaam geweest als Elmont een groter aandeel in de film had gekregen. Naast McGregor – let op de close-ups van zijn in details gestylede snor – is Hoult een muurbloempje.

Jack the Giant Slayer  is de zoveelste film in de trend van sprookjesreanimaties als Alice in Wonderland, Red Riding Hood, Snow White and the Huntsman en is zeker niet de slechtste. Singers plezier en goede casting verzekert de bioscoopganger van twee uur vermaak.

 

20 maart 2013

 

MEER RECENSIES

Jagten

****

recensie  Jagten

Jachtseizoen zonder einde

door Eva Baaren

Wat gebeurt er met je leven als je ten onrechte beschuldigd wordt van seks met een kleuter? Thomas Vinterbergs Jagten toont de pijnlijke keerzijde van onze veroordelende tijdgeest.

Wie Vinterbergs gevierde productie Festen heeft gezien, zal de link met Jagten niet ontgaan. Terwijl het in Festen draait om de gevolgen van seksueel misbruik en geheimhouding, is in zijn laatste film verdachtmaking na een juist niet plaatsgevonden seksueel misbruik het thema. In Jagten volgen we Lucas (Mads Mikkelsen), een gescheiden kleuterleider en parttime vader die niet bang is te ravotten met de jongetjes op het schoolplein. Maar als Klara (Annika Wedderkopp), het meisje uit zijn groep en de vijfjarige dochter van Lucas’ beste vriend Theo (Thomas Bo Larsen), uit kinderlijke boosheid een zin laat vallen over de penis van Lucas, breekt in het dorp al snel de hel los.

Jagten

Treffend gebrek aan schuldigen
Centraal in Jagten staat de groeiende isolatie van Lucas, die nergens meer welkom is en steeds minder weet over het onderzoek naar hem en de gedachtegang van zijn vrienden, met uitzondering van zijn puberzoon (Lasse Fogelstrom) en een paar vrienden uit zijn jachtclub. Het drama dat zich ontvouwt, is alles behalve een opeenvolging van snelle actie, maar kenmerkt zich door een langzame opbouw met plotselinge erupties van emoties, frustraties en twijfel. Deze verhaallijn zorgt niet alleen voor spanning, maar ook voor een identificatie met Lucas en zijn onschuld.

Tegelijkertijd blijft de vraag knagen wie dan wél schuldig is aan de situatie. Vinterberg versterkt die vraag door de keuze voor een enigszins passieve hoofdpersoon, die in de eerste instantie verzuimt om zichzelf tegenover zijn omgeving te verdedigen. Ook de rol van de twijfelende vader van het vijfjarige meisje komt in een aantal scherpe scènes aan bod. Wie vooral overblijven als schuldigen zijn de meer anonieme dorpelingen die bedreigingen uiten en de vijfjarige Klara zelf. Maar kun je een kleuter verwijten dat ze liegt over iets waar ze niks van snapt?

Jagten

Overspannen tijdgeest
Ondanks de vele aanwijzingen die duiden op Lucas’ onschuld heeft Vinterberg weinig nodig om bij de kijker een aantal momenten van twijfel te creëren. Zo volstaat een pauze in een conversatie over een vermeende kelder in het huis van Lucas om de kijker even te doen geloven dat hij toch iets te verbergen heeft. Jagten verwijst sterk naar de hedendaagse overspannen tijdgeest waarin het fenomeen van kindermisbruik in de kinderopvang en op scholen ons iets te bekend voorkomt, en waarin ook onterecht verdachten van pedofilie nooit meer echt onschuldig kunnen zijn.

 

18 november 2012

 

MEER RECENSIES

Jack and Jill

*

recensie  Jack and Jill

Ongewenste gast

door Cor Oliemeulen

Adam Sandler speelde met wisselend succes in komedies en verraste positief in het drama Reign over Me. In Jack and Jill trekt hij opnieuw de stoute schoenen én vrouwenkleren aan. Tenenkrommend.

Robin Williams deed het met veel elan en Eddie Murphy meestal over de top. Ook komiek Adam Sandler wilde wel eens een vrouwenrol spelen. In Jack and Jill wordt niet echt duidelijk of dit een parodie is of dat hij bewust op een vrouw moet lijken.

Jack and Jill

Een kind kan zien dat het een fout geschminkte man in een jurk is. Tel hierbij op de lompe gebaren, de dominante aanwezigheid en de verschrikkelijke stem die in het beste geval lijkt op die van Miss Piggy en je hebt ongeveer de slechtste en ongrappigste metamorfose uit de filmgeschiedenis.

De grote Al Pacino
Reclameman Jack (Sandler) krijgt een ongewenste gast: zijn tweelingzuster Jill (ook Sandler). Zij heeft en is ongeveer alles wat een vrouw onaantrekkelijk maakt. Tijdens een uitstapje naar een basketbalwedstrijd van de LA Lakers ontmoeten ze Al Pacino. Terwijl Jack de filmster voorzichtig probeert te benaderen voor een donut-commercial, krijgt Al oog voor de lawaaierige Jill, eveneens afkomstig uit de Bronx. Het begin van een onmogelijke en ongeloofwaardige romance. Hij stalkt haar, maar zij wil niets van hem weten. Jack ziet geen andere mogelijkheid dan zich voor te doen als zijn tweelingzus Jill, om zo de grote Al Pacino voor de reclamecampagne te paaien.

Het blijft een raadsel waarom Al Pacino zich überhaupt heeft laten strikken. Beland in zijn herfstjaren zal hij het wel een leuk idee hebben gevonden om een karikatuur van zichzelf neer te zetten. Hoewel de dialogen uitermate zwak zijn, probeert hij van zijn eigen tekst het beste te maken. Met zijn welbekende schmieren en oreren geeft hij de grootste onbenulligheid toch nog charme. Wanneer Al Pacino als toneelspeler op Broadway toegewijd een stuk van Shakespeare doet, raakt hij compleet van slag door een mobieltje, dat bij nader inzien zijn eigen telefoon blijkt te zijn.

Jack and Jill

Humor is relatief
Dat humor relatief is, bewijzen incidenten met een dronken papegaai, een potje jetskiën in een privé-zwembad, een zeer luidruchtige stoelgang na Mexicaans eten en een pony die onder het gewicht van Jill door de hoeven zakt. Als je maar blijft proberen, zijn sommige momenten best raak. Zo draait Jill tijdens het televisiespelletje The Price is Right zó fanatiek aan het Rad van Fortuin dat ze er met haar hoofd tegenaan knalt en knock-out gaat. Heerlijk ironisch is het als ze later bij Al Pacino thuis per ongeluk zijn enige Oscar (acht nominaties!) kapot gooit.

Het jongste Sandler-vehikel is gelukkig niet aan de lange kant. Om de martelgang op te rekken naar minimale bioscooplengte, kent de film een proloog en epiloog waarin een aantal eeneiige tweelingen anekdotes en karakteristieken vertelt. Ook het afsluitende filmpje met een donut aanprijzende Pacino geldt als extra. Nadat ze het reclamespotje hebben bekeken, walgt Al zichtbaar van het resultaat en roept gedecideerd: ‘Burn it!’ Het is zeker niet ondenkbaar dat iemand bij Jack and Jill de daad bij het woord voegt.

 

2 februari 2012

 

MEER RECENSIES