Jauja

**

recensie  Jauja

Lange Leegte

door Ralph Evers

Leegte is een interessant filosofisch concept. Ze biedt ons de ruimte haar te verkennen of op te vullen. We worden bewogen een beroep op onze creativiteit te doen. Lisandro Alonso lijkt ook te willen spelen met leegte in Jauja. Echter leegte zonder kaders geeft cinematografisch weinig meer dan verveling.

Regisseur Lisandro Alonso heeft inmiddels zijn plek in de Argentijnse filmwereld gevonden met zijn minimalistische en meditatieve films. Hoewel meer dialoog bevattend dan zijn eerdere films La Libertad, Los Muertos en Liverpool kenmerkt ook Jauja zich door lange leegtes. Met een juiste gemoedstoestand en een juist timbre werkt het prachtige Patagonische landschap, waar de film zich grotendeels afspeelt, om heerlijk in te kunnen mijmeren. De wisselwerking tussen beeld en bezoeker is echter delicaat.

Recensie Jauja

Leegtes
In de uitgestrekte leegtes, die overigens prachtig gevuld zijn met beekjes, heuvels, bergen en wuivend gras, volgen we een negentiende-eeuwse legerkapitein (Viggo Mortensen) die op zoek is naar zijn vermiste dochter. Het verlangen zijn dochter terug te vinden houdt hem op de been en gaandeweg wil de film iets van een existentiële reis neerzetten.

Verwijzingen naar Hermann Hesse’s Reis naar het morgenland pogen om de hoek te kijken, maar daarvoor is het kwaliteitsverschil te groot; tussen de geniale Hesse en de zoekende, doende Alonso. Want er zit iets gemaakts aan de film: de slow cinema is geforceerd. Hoewel ongetwijfeld velen alsnog onder de indruk zullen zijn van de mooie beelden, ontbreekt er iets. Bezieling.

Tarkovski
Het is ironisch dat Mortensen Alonso een hedendaagse Tarkovski noemt. Er zijn in Jauja wel duidelijke verwijzingen, met name naar Tarkovski’s Stalker. Zoals in het begin van de film, waarin de camera mediteert op een rustiek stromend beekje. Maar het grote verschil tussen Alonso en Tarkovski is dus die bezieling, die bij laatstgenoemde in elk frame aanwezig is. Alonso moet het meer van enkele gave beeldcomposities hebben, mede mogelijk gemaakt door de cameraman Timo Salminen (die ook vaak gewerkt heeft met Aki Kaurismäki). Zo zal het shot van de dochter in haar blauwe jurk, tegen een blauwe lucht wel blijven hangen. Evenals de stromende beekjes en bijzondere ontmoeting in de grot, maar waar de slow cinema ook in deze film de mist in gaat is aan gebrek. Jauja doet eerder denken aan de mooifilmerij van Tarsem Singh, zeker het begin van de film.

Recensie Jauja

Daarnaast wordt er wel vaker nogal gemakkelijk een link gelegd tussen regisseur X en Andrej Tarkovski, zoals in 2008 de Finse film Muukalainen van regisseur J.P. Valkeapää. Waarmee enerzijds te hoge verwachtingen van regisseur X worden afgegeven en anderzijds een filmheld wordt gedevalueerd. Op Christopher Nolan na zijn er nog geen nieuwe Kubricks genoemd en Nolan is nu net wel een waardig opvolger.

Lege karakters
Waarom werkt een Mad Max: Fury Road met nauwelijks dialogen zo goed? Om de simpele reden dat de personages een geschiedenis hebben, doorleefd zijn, mensen van vlees en bloed. Volgens Alonso gaat de reis van Mortensen uiteindelijk over in een existentiële reis. Interessant, maar wat bedoelt de regisseur hiermee? Het is niet zo dat we diepe vragen opgeworpen krijgen. We leren de geschiedenis van onze karakters in Jauja nauwelijks kennen, behalve in het grotgesprek waar een tipje van de sluier wordt opgetild. In hoeverre zijn we geïnteresseerd in mensen die we nauwelijks kennen? Zie daar het manco van Jauja.

 

21 augustus 2015

 

MEER RECENSIES

Journal d’une femme de chambre

**

recensie  Journal d’une femme de chambre

Genoeg reden om Buñuels versie nog eens te kijken

door Cor Oliemeulen

Hoe breng je de belevenissen en vernederingen van een dienstmeid ruim honderd jaar later op het witte doek?

Benoît Jacquot is de derde regisseur die de satirische roman ‘Le Journal d’une femme de chambre’ voor de bioscoop verfilmde. Dit in 1900 gepubliceerde ‘Dagboek van een kamermeisje’ van Octave Mirbeau gaat over de Parijse Célestine die komt te werken bij de familie Lanlaire in Normandië. Door overpeinzingen en flashbacks leren wij hoe zij in eerdere betrekkingen talloze vernederingen moest ondergaan. Zo herinnert zij zich hoe haar eerste werkgever gruwelijk stonk toen hij op haar kwam liggen en Célestine als dank een sinaasappel kreeg. Ook bij de Lanlaires is haar afhankelijkheidspositie flagrant. De vrouw des huizes blaft haar af en de mannelijke aandacht neemt ziekelijke vormen aan.

Recensie Journal d'une femme de chambre

Moderne slaaf
De trotse en pragmatische Célestine is zich bewust van zowel haar verschijning als haar lot. Ze blijkt bedreven in het psychologische machtsspel van aantrekken en afstoten, vooral ten opzichte van mannen. Tegelijkertijd beseft ze dat ze als dienstmeisje altijd een moderne slaaf van de maatschappelijke bovenklasse zal blijven, niet in staat de nukken en uitbuitingen te vermijden. Daarom heeft Célestine zich voorgenomen een rijke man te zoeken. De vraag is of zij die uiteindelijk zal vinden in de persoon van de antisemitische knecht Joseph, die Célestine wil meenemen naar zijn gedroomde café in de havenstad Cherbourg. Het boek van Mirbeau eindigt met een trieste boodschap: terwijl je zou mogen verwachten dat Célestine in haar hoedanigheid van bazin aardig en correct met haar werknemers zou omgaan, vertoont ze dezelfde deemoedige aanpak waarmee ze als dienstmeid werd geconfronteerd.

In zijn filmadaptatie blijft Benoît Jacquot de destijds omstreden roman redelijk trouw, hoewel hij enkele wezenlijke gebeurtenissen, zoals het oorspronkelijke verhaaleinde, weglaat. Zijn Journal d’une femme de chambre richt zich vooral op de sociale en persoonlijke misstanden waarmee Célestine te maken krijgt. De focus ligt geheel op haar innerlijke wereld en de manier waarop zij probeert om te gaan met het abjecte gedrag van de bourgeoisie.

Journal d'une femme de chambre

Sleutelgatscènes
De machtswellust en minachting is prachtig verbeeld in de scène waarin mevrouw Lanlaire aan Célestine vraagt of zij boven een schaar wil halen, vervolgens een naald en direct hierna ook garen. Nadat het kamermeisje voor de derde keer amechtig de lange trap is afgedaald, zou je ook als toeschouwer het irritante belletje van mevrouw Lanlaire willen stoppen op de plaats waar geen zonlicht komt.

Waar Jacquot niet in slaagt, is het vertellen van een consistent verhaal: zijn drama is een allegaartje van fragmenten, waarbij de chronologie niet goed te volgen is en sommige plotelementen lukraak zijn ingevoegd en karig uitgewerkt. Zo wordt Joseph plotseling in verband gebracht met een misdrijf, waar bijvoorbeeld de filmversie van Luis Buñuel uit 1964 uitgebreid suggereert hoe de trouwe knecht tot die perverse daad zou zijn gekomen. Ook van de vijandige buurman van de Lanlaines, een ex-legerkapitein, is niet veel te merken. En terwijl Jacquot het taalgebruik van de personages in de moderne tijd heeft geplaatst, zou je – in navolging van de vele sensuele pikanterieën van het dagboek – ook wat meer sleutelgatscènes mogen verwachten, zeker als je de beschikking hebt over Léa Seydoux (La vie d’Adèle, 2013). Meer frivoliteit had het drama goed gedaan.

Recensie Journal d'une femme de chambre

Boeiende filosofie
Journal d’une femme de chambre is even vlak en invalide als Jacquots vorige film 3 Coeurs: hij weet zijn boeiende filosofie niet goed naar het witte doek te vertalen. Hoe anders deden zijn voorgangers het. The Diary of a Chambermaid (1946) van Jean Renoir is amusant en meer een kluchtige romance dan een drama. Hierin vertolkt Chaplin-muze Paulette Goddard lekker zwierig de rol van Célestine, die de avances van de oude buurman in de wind slaat, verliefd wordt op de gebrekkige zoon van de familie Lanlaire en niets moet weten van de knecht Joseph, die aan het eind zelfs door een boze menigte wordt gelyncht.

Luis Buñuel maakt het in zijn superieure Le Journal d’une femme de chambre minder bont, maar zijn draaiboek getuigt van veel meer lef en originaliteit dan dat van de recente verfilming van Benoît Jacquot. In Buñuels versie die zich ontpopt als een heuse whodunit, blijkt meneer Lanlaire een schoenenfetisjist die dood op zijn bed wordt aangetroffen met een laars van Célestine in zijn mond, is ook de zoon des huizes een eersteklas geilneef (wie anders dan Michel Piccoli?) die zijn handen niet kan thuishouden, beweegt Célestine (Jeanne Moreau) zich perfect tussen haar mannelijke aanbidders en krijgen bourgeoisie en katholieke kerk (let op de vloekende en zuipende pastoor), zoals gebruikelijk bij Buñuel, flink op hun falie. Jeanne Moreau speelt bovendien een veel geloofwaardigere Célestine dan Paulette Goddard en Léa Seydoux bij elkaar.

 

20 juni 2015

 

MEER RECENSIES

Jimi: All is by My Side

***

recensie  Jimi: All is by My Side

Het wonderjaar van Jimi Hendrix

door Alfred Bos

Op 24 september 1966 landde Jimi Hendrix in Londen: anoniem, berooid, maar bulkend van talent. Hij zette de hiërarchie van de Londense muziekscene op zijn kop en luttele maanden later was hij een internationale superster. Dit fictieve portret toont de man achter de mythe.

Jimi: All is by My Side is een fictief portret van gitaarheld Jimi Hendrix, geen biopic per se. Onderwerp van de film is de periode juni 1966-juni 1967, Hendrix’s annus maribilis  waarin hij transformeerde van naamloze begeleider tot internationale superster. De film opent met Hendrix in Newyorkse muziekclubs als begeleider van Curtis Knight en sluit af wanneer de Jimi Hendrix Experience vertrekt naar het Monterey Festival in Californië. Als tentmast fungeren enkele historische scènes; ze spannen het doek waarop regisseur John Ridley zijn psychologiserende portret projecteert.

Recensie Jimi: All is by My Side

Ook in de visie van Ridley is Hendrix, het uitzonderlijk begaafde gitaartalent, een raadsel, gekleed in oogverblindende outfits, mompelend over kosmische broeders. André Benjamin, helft van de rap act Outkast (monsterhit uit 2003: Hey Ya!), maakt van Hendrix een introverte, van elke ambitie gespeende non-persoonlijkheid die op het toneel tot alles in staat is. Benjamin heeft Hendrix’s manier van praten – vocabulaire én dictie – buitengewoon raak getroffen. Het is bijna griezelig: je hoort Hendrix door zijn personage heen.

Relatie met vrouwen
Ook in de podiumscènes weet Benjamin de flamboyante performer Hendrix treffend op te roepen. Historisch zijn de optredens van 1 oktober 1966 in de Regent Polytechnic, waar de op dat moment nog anonieme Hendrix een totaal verblufte Eric Clapton van het toneel speelt, en 4 juni 1967 in het door Beatles-manager Brian Epstein gerunde Saville Theatre. Voor een zaal met prominenten, waaronder The Beatles, bestaat Hendrix het om het optreden te openen met zijn versie van Sgt. Pepper’s Lonely Hearts Club Band, het titelnummer van het sensationeel ontvangen Beatles-album dat twee dagen eerder is uitgekomen. Een brutaler staaltje is nimmer vertoond.

Centraal in de film staat Hendrix’s relatie met twee vrouwen. Linda Keith (Imogen Poots), fotomodel en voormalige vriendin van Rolling Stone, Keith Richards – Ruby Tuesday  is voor haar geschreven – helpt Hendrix aan een gitaar en een manager. Ze is verliefd op hem, maar de relatie blijft platonisch. Haar tegenpool is Kathy Etchingham (Hayley Atwell), de niet-ingewijde groupie die door opnamesessies blundert en haar prooi emotioneel claimt. De echte Kathy Etchingham heeft op IMDb een vernietigend stuk over deze film geschreven. Die reactie bevestigt ironisch genoeg de roofdierachtige aspecten van haar filmische portret.

Recensie Jimi: All is by My Side

Rake geluidsband
Volstrekt fictief zijn twee sleutelscènes. Wandelend door Londen worden Jimi en Kathy lastig gevallen door enkele racistische agenten. Nog raadselachtiger – en ook binnen de film volkomen ongemotiveerd – is de scène waarin Jimi zijn groupie-vriendin te lijf gaat met een telefoonhoorn. Het past niet bij zijn karakter, niet van de echte en niet van de fictieve Hendrix, en slaat als slagroom op augurk. Treffender is Hendrix’s (eveneens fictieve) ontmoeting met de activist en manipulatieve psychopaat Michael X, wiens revolutionaire prietpraat hij met een glimlach fileert.

Omdat Ridley van de erven Hendrix geen toestemming kreeg om gebruik te maken van de originele muziek, zijn sleuteltracks bewonderenswaardig naturel nagespeeld door studioveteranen Waddy Wachtel (gitaar), Leland Sklar (bas) en Kenny Aronoff (drums). Regisseur Ridley experimenteert daarnaast met het niet-synchroon laten lopen van beeld en geluid. Een aantal goed gekozen, minder bekende nummers uit 1967, van onder meer The Creation, The Yardbirds en The Seeds, vervolmaken het tijdsbeeld. Dat er een paar anachronismen tussen zitten (Small Faces: 1968; Pentagle: 1969) mag de pret niet drukken. Jimi: All is by My Side is een merkwaardige, maar moedige film die alleen maar kan mislukken en toch overeind blijft.

 

20 april 2015

 

MEER RECENSIES

Jupiter Ascending

**

recensie  Jupiter Ascending

Star Wars met een onsje Dune

door Alfred Bos

Broer en zus Wachowski, beroemd van The Matrix, vertillen zich aan een topzwaar sciencefiction-epos dat nimmer tot leven komt. Hun kritiek op het turbokapitalisme, vermomd als space opera, sneuvelt in overdaad.

In mythologische verhalen is het altijd oppassen geblazen met vliegende wezens en in Jupiter Ascending, de zevende (of zes en een halfste, Cloud Atlas was een gedeelde) film van voorheen de Wachowski-broers is het niet anders. Ze kennen hun sciencefictionklassiekers en hun mythen, van het oude Sumerië en het klassieke Griekenland tot de Amerikaanse superhelden van vandaag. Jupiter Ascending is een hoog octaan-soep van vijf millennia aan verhalen over goden – of culturen met superieure technologie – en hun spelletjes. Je zou er bijna in de war van raken.

Recensie Jupiter Ascending

Het verhaal: volgens de sterren is Jupiter Jones (Mila Kunis) voorbestemd tot grote zaken, maar ze maakt toiletten schoon voor de kost. Omdat haar genen cruciaal zijn voor de business van een koninklijke ondernemersdynastie op een andere planeet – we herkennen Jupiter – wordt ze inzet van een machtsspel. Een gevallen engel annex gemodificeerde soldaat met vliegschoenen, Caine (Channing Tatum), moet haar redden uit de klauwen van een narcistische puberprins met Machiavelli-complex, Balem Abrasax (Eddie Redmayne). Er sneuvelt een complete beschaving, maar het komt goed voor Jupiter – Jones, niet de planeet.

Space opera gekruist met cyberpunk
Hebben Andy en Lana Wachowski na The Matrix-trilogie op het grote scherm nog iets gedaan wat hun enorme reputatie rechtvaardigt? Jupiter Ascending is een warrige film, topzwaar aan computeranimaties en actie, maar dun van psychologie en helder verhaal. De verbeelding van het tweetal is koortsig en de film bulkt van de ideeën – aan futuristische technologie geen gebrek – maar mist een visie. Wie zich niet laat meeslepen door reputatie en verwachtingen ziet de Wachowski-variant van Star Wars, inclusief bedreigde prinses Leia (Jupiter), ruwbolsterige vrijbuiter Han Solo (Caine) en sinistere megalomaan Darth Vader (Balem), versneden met een onsje Dune.

Omdat Jupiter Ascending vooral vorm is, mogen we opmerken dat de sciencefiction-liefhebber in het Wachowski-werkstuk een mengvorm van twee nogal uiteenlopende subgenres zal herkennen. Uiteenlopend in tijd, de space opera van de jaren dertig en veertig (denk Flash Gordon en diens nazaat Star Wars), en de cyberpunk van de jaren tachtig en daarna (denk Brazil en Minority Report). De Schotse auteur Iain Banks vermengde als eerste die stijlvormen in zijn reeks Culture-romans. Aan diens boeken, minus de humor, doet Jupiter Ascending qua sfeer, plot, aankleding en personages denken.

Het lukt Andy en Lana echter niet om het (te) complexe verhaal, met nodeloze dan wel onduidelijke subplots, helder te vertellen. Ze leunen teveel op de stijlfiguur van de hyperbool: groot, groter, grootst. Daardoor komt de sage nimmer tot leven, mede doordat veel uitleg niet terloops maar via overbodige dialogen wordt gegeven. Het haalt de vaart eruit, maakt de film houterig en schetsmatig. Daar kan geen CGI-bombardement iets aan verhelpen.

Recensie Jupiter Ascending

Mens als grondstof
Met Jupiter Ascending leveren broer en zus hun commentaar op het turbokapitalisme en typisch Wachowski is het idee dat voor hogere machten de mens dient als grondstof. Planeet aarde is voor Balem niet meer dan vastgoed dat coûte que coûte winst moet opleveren. ‘Het leven is een daad van consumptie’, zegt hij tegen Jupiter in de derde akte, die, zoals tegenwoordig in veel Hollywood-spektakelfilms, volledig uit de bocht vliegt en – het zal niet verrassen in een verhaal waarin planeten als onroerend goed worden opgevoerd – de hemelkaart overnieuw wordt getekend.

Het best zijn broer en zus in het bedenken van (nog?) niet bestaande technologie. Caine beschikt over anti-zwaartekrachtschoenen waarmee hij door de lucht schaatst. Er is een sonisch schietwapen, een stun gun die luchtgolven afvuurt. Nanotechnologie produceert uit het niets reddende ruimtepakken. En er is een variant op de onzichtbaarheidsmantel van Harry Potter. Tussendoor leren we ook waar de graancirkels vandaan komen. Van gebrek aan fantasie of ambitie kun je de Wachowski’s niet betichten, wel van warrigheid. Met wat minder postmodern geciteer uit de SF-canon en wat meer focus was Jupiter Ascending een klassieker geweest.

 

3 februari 2015

 

MEER RECENSIES

Jessabelle

**

recensie  Jessabelle

Kun je vechten met een geest?

door Cor Oliemeulen

De schrijver van Night at the Museum (1 en 2) heeft zijn best gedaan om van Jessabelle een interessante kruising van horror, thriller en mysterie te maken. Eén origineel vernieuwend plotelement tussen een reeks van versleten ingrediënten is helaas te weinig om geschiedenis te schrijven. 

Na het auto-ongeluk waarbij haar vriend om het leven kwam, keert Jessabelle gekluisterd aan een rolstoel terug in haar ouderlijke huis in Louisiana. Haar moeder is overleden toen Jessabelle op aarde kwam en haar vader, met wie ze jaren geen contact heeft gehad, hult zich in stilzwijgen en alcoholdampen. Jessabelle neemt haar intrek in haar moeders kamer in het grote huis aan een meer. De sfeer is direct onheilspellend. Onder het bed ontdekt Jessabelle een doos met haar naam erop. Er zitten videobanden in. In de opnames spreekt haar moeder tot Jessabelle. Als vader dit ontdekt, is hij furieus en smijt de rolstoel in het meer. Maar Jessabelle blijft geïntrigeerd door de videobanden. Voortaan kijkt ze stiekem en ontdekt langzaam en geschokt wie en wat haar moeder was. 

Recensie Jessabelle

Mysterie
Jessabelle is gemaakt door Kevin Greutert, editor van de hele Saw -franchise waarvan hij de laatste twee delen mocht regisseren. De film mist gore, voldoende heftige schrikmomenten of nagelbijtende en bloedstollende fragmenten om horror genoemd te mogen worden. Wel herbergt de film aardige thrillerelementen en voegt hij een mysterieuze voorgeschiedenis en een voodoosausje toe om te kunnen meeliften op de hype van het bovennatuurlijke. IDB-collega Bob van der Sterre liet onlangs in zijn Camera Obscura zien dat de filmgeschiedenis veel betere genregenoten kent. Maar de premisse van Jessabelle is ambitieus. 

Sarah Snook, vooral actief als tv-actrice, kruipt in de huid van Jessabelle en doet dat lang niet slecht. Het is geloofwaardig dat ze door het kijken van de videobanden haar moeder wil leren kennen, maar ze zou zich meer hardop mogen afvragen waarom haar moeder haar zoveel schrik aanjaagt, onder meer met het leggen en duiden van tarotkaarten. En natuurlijk wordt de sfeer in het verlaten huis steeds dreigender, hoort Jessabelle voetstappen op zolder, ziet ze geesten en krijgt ze nachtmerries en waanvoorstellingen. Gelukkig is haar oude, inmiddels getrouwde, jeugdliefde Preston bereid haar emotioneel en fysiek bij te staan in deze donkere tijden. 

Recensie Jessabelle

Voodoo in Louisiana
Het duo gaat op onderzoek uit om het mysterie te ontrafelen. De swampy sfeer van Louisiana vormt het mooie decor van het verhaal dat aardig in elkaar steekt en opvallend weinig plotgaten kent. Na wat ongezellige onderonsjes met autochtonen, confrontaties met voodoopraktijken en de schokkende ontdekking van een graf mag de lokale politie proberen het mysterie mee op te lossen. Echter bovennatuurlijke krachten blijven Jessabelle opjagen, of is het verbeelding? Als Preston uiteindelijk zelf letterlijk met Jessabelle’s waanbeeld moet knokken, vliegt deze alledaagse rolprent toch nog uit de bocht.

 

24 november 2014

 

MEER RECENSIES

Judge, The

****

recensie  The Judge

De man van staal en moraal

door Alfred Bos

Robert Duvall en Robert Downey Jr. excelleren in fraai gefotografeerd drama dat scharniert rond een complexe vader-zoonrelatie. The Judge is een karakterfilm met een subtiel plot.

De 71-jarige Joe Palmer is al meer dan veertig jaar rechter in het ruim beloverde en spierwitte provinciestadje Carlinville, het Blaricum van Chicago. Hij is een baken van integriteit, wars van smoezelen en begiftigd met een kartelig gevoel voor humor. Wanneer zijn vrouw plots overlijdt, is de rechter – wie kan het hem kwalijk nemen – emotioneel uit het lood geslagen. Getergd tot in zijn merg neemt hij een verkeerde beslissing.

Recensie The Judge

Hank Palmer, de middelste van zijn drie zoons, is geslaagd in het leven, maar mislukt als mens. Als vrijpleiter in Chicago heeft hij een indrukwekkende staat van dienst opgebouwd, maar buiten zijn werk kan hij nauwelijks een zinvolle relatie onderhouden; zijn huwelijk is een mislukking. Terug in Carlinville voor de begrafenis van zijn moeder blijkt de relatie met zijn vader en broers ronduit stekelig. Terloops spelen verrassende details uit Hanks verleden op en wordt het hoe en waarom van de familieverhoudingen duidelijk.

Humeurige grijsaard
The Judge is geen rechtbankdrama – al speelt een belangrijk deel van het verhaal zich in de rechtbank af – maar een karakterstudie rond bloedrelaties, met een vleugje mysterie voor de spanning. Veteraanacteur en Hollywood-instituut Robert Duvall, 83 inmiddels en gespecialiseerd in humeurige grijsaards met een gietijzeren moraal, vertolkt de rol van de rechter uit de filmtitel. Het verbale en emotionele weerwerk komt van Robert Downey Jr. die de naar vaderliefde hunkerende zoon Hank speelt.

Duvall acteerde vorig jaar een vergelijkbare rol in het familiedrama Jane Mansfield’s Car; ook daar is een begrafenis aanleiding voor een familiebijeenkomst. Die film werd geschreven en geregisseerd door Billy Bob Thornton, die in The Judge opduikt als de aanklager van pa en tegenstrever van zoon Palmer. Daarmee is het rijtje karakteracteurs nog niet compleet: Vincent D’Onofrio vertolkt de oudste broer Glen en Vera Farmiga Hanks vroegere scharrel Samantha.

Recensie The Judge

Fijnzinnige psychologie
Het zijn niet alleen de voortreffelijke acteurs (wie Robert Downey Jr. alleen kent van Iron Man of Sherlock Holmes zal van zijn stoel vallen) waardoor The Judge ruim 140 minuten lang boeit, het is ook het subtiel opgezette script van de schrijvers van Gran Torino en The King’s Speech. Zo zijn aanleiding en omstandigheden voor rechter Joe Palmers verkeerde beslissing knap verweven met de verhouding tot zijn zoon. Dergelijk fijnzinnige psychologie kom je in de Amerikaanse cinema zelden meer tegen. Laconieke terzijdes en een geestige running gag zorgen voor het humoristische tegenwicht.

De verrassing van The Judge is des te aangenamer omdat de film komt uit de koker van David Dobkin, die eerder melige puberfilms en lichtgewicht relatiekomedies maakte. Met een solide bezetting en een doordacht script levert hij een visueel sterke – diverse scènes zijn gedraaid met tegenlicht  – rolprent af. Met zijn levensechte personages en wars van gekunstelde premissen of flitsende actie is The Judge een film uit een vervlogen tijdperk, over een tijdloos en tevens hoogst actueel thema, wortels en identiteit. Meer goed nieuws voor Duvall-fans: hij schijnt aan een nieuwe film te werken.

 

10 oktober 2014

 

MEER RECENSIES

Jimmy’s Hall

****

recensie  Jimmy’s Hall

Het begint in de voeten en eindigt in de hersenen

door Cor Oliemeulen 

Politieke en sociale overtuigingen in film lijken tegenwoordig taboe. Oudgediende Ken Loach wil niets anders. Met Jimmy’s Hall staat hij op het punt een monumentaal oeuvre af te sluiten. Aangrijpend sociaalrealisme van de bovenste plank. 

Ken Loach behoort samen met Mike Leigh tot de meest bejubelde nog actieve Britse filmregisseurs. Beide zeventigers staan vooral bekend vanwege hun engagement. Leigh snijdt vaak afgebakende sociale thema’s aan – zoals in Naked (existentieel portret van een nihilistische antiheld in Engeland begin jaren ’90), Secret & Lies (zwarte vrouw blijkt blanke moeder te hebben) en Vera Drake (abortus in de jaren ’50). Loach mag gebeurtenissen graag in een historische context plaatsen, maar deed dat pas vele jaren na zijn indrukwekkende doorbraakfilm Kes (1969), waarin een jongen in het arme noorden van Engeland vriendschap sluit met een valk. Vanaf de jaren ’90 zette hij – na het maken van tv-series en documentaires – het Britse sociaalrealisme op de kaart. 

Recensie Jimmy's Hall

Ierse Burgeroorlog
In Land and Freedom (1995) schenkt hij aandacht aan de Spaanse Burgeroorlog, in Ae Fond Kiss… (2004) een Pakistaanse familie in Glasgow, in Route Irish (2010) de oorlog in Irak, terwijl in The Wind That Shakes the Barley (2006) de Ierse Burgeroorlog (1919-1922) centraal staat. Loach’s meest recente filmdrama Jimmy’s Hall borduurt voort op laatstgenoemd meesterwerk: hoe gaat de bevolking in het nieuwe Noord-Ierland tien jaar na de burgeroorlog om met de beperkte vrijheid en de macht van de katholieke kerk en landeigenaren? Anders dan in Neil Jordans thriller Michael Collins (1996) over de gelijknamige Ierse vrijheidsstrijder gaat het in de films van Ken Loach vooral om de persoonlijke motieven van het individu. 

Jimmy’s Hall, gebaseerd op het gelijknamige toneelstuk van Donal O’Kelly en bewerkt door Loach’s vaste scenarist Paul Laverty, is het aandoenlijke verhaal van politiek activist Jimmy Gralton (prima gespeeld door opkomend filmacteur Barry Ward). Tien jaar na de Ierse Burgeroorlog keert hij vanuit New York terug naar Leitrim Country waar hij zijn moeder gaat helpen op het land. Ondertussen bezoekt hij de vervallen danshal die hij destijds bouwde met vrijwilligers en vanwege de schermutselingen moest sluiten. Op aandrang van toenmalige vrienden en sympathisanten heropent hij het gebouw. 

‘Is it Christ or is it Jim?’
Jimmy heeft een grammofoon en jazzplaten meegebracht uit Amerika en in korte tijd is Jimmy’s Hall het plaatselijke centrum van dans, muziek, zang, kunst, literatuur én politieke discussies. Het is Father Sheridan (Jim Norton) een doorn in het oog, want ‘educatie is voorbehouden aan de kerk’ en ‘barbaarse klanken uit donker Afrika mogen de Ierse volksmuziek niet verdringen’.

Recensie Jimmy's Hall

De ontwikkelingen in de postrevolutionaire samenleving – waar het gezag conservatiever lijkt dan dat van voor de burgeroorlog en soms iets weg heeft van een Stalinistische dictatuur – zetten de boel op scherp. Want de gevestigde orde zit niet te wachten op een nieuwe golf van sociale onrust en bloedvergieten, hoewel de bezoekers van Jimmy’s Hall alleen maar willen dansen en zich scholen. De pastoor weet het zeker: ‘Het begint met de voeten en komt uiteindelijk in de hersenen.’

Ken Loach focust op de relatie tussen Jimmy Gralton en Father Sheridan die leidt tot mooie, intense dialogen. Jimmy komt op voor de belangen van jonge mensen op zoek naar perspectief, persoonlijke groei en vermaak tijdens deze economische crisisjaren. Father Sheridan beschouwt hem als een communistische oproerkraaier, demoniseert tijdens zijn preek kerkgangers die Jimmy’s Hall bezoeken en dwingt zijn parochie te kiezen: ‘Is it Christ or is it Jim?’ Het eind van het liedje is dat de Ierse overheid over Jimmy’s lot beschikt.

 

10 augustus 2014

 

MEER RECENSIES

Joe

***

recensie  Joe

Het ruige zuiden

door Cor Oliemeulen 

Een jongen probeert te ontsnappen aan zijn lot en ziet een ex-gedetineerde als zijn bevrijding. Nicolas Cage is ouderwets in vorm als antiheld die held wordt in een droefgeestige geschiedenis.  

Joe heeft geen gemakkelijk leven gehad. Hij is een einzelgänger, heeft weinig op met de autoriteiten en betaalt voor de liefde. Zijn enige kameraad is een valse hond. In opdracht van een houthakkersbedrijf vergiftigt hij bomen, zodat ze legaal mogen worden gekapt. Iedere ochtend, weer of geen weer, stapt hij in zijn oude truck om zijn ingehuurde krachten op te halen. ’s Avonds stort hij zich afgemat op de bank van zijn aftandse woning waar hij rookt als een ketter en drinkt als een tempelier.  

Recensie Joe

Surrogaatvader
We bevinden ons in het ruige zuiden van Amerika. Het is hier donker, grimmig, hopeloos, troosteloos en uitzichtloos. Disfunctionele families met ongelukkige en arme mensen. Misdaad, knokpartijen, blaffende honden, regen en een lot dat genetisch is bepaald. Een sfeer die treffend in beeld wordt gebracht en doet denken aan Winter’s Bone (2010) en Mud (2012). En net als in die films draait de plot in Joe rond een vaderfiguur. Bovendien speelt de veelbelovende jonge acteur Tye Sheridan een hoofdrol in zowel Mud als Joe – in beide gevallen desperaat op zoek naar een surrogaatvader. 

In Mud heet hij Ellis, een jongen die wordt gefascineerd door de mysterieuze titelfiguur, gespeeld door Matthew McConaughey. In Joe is hij de 15-jarige Gary die de no-nonsense titelfiguur, gespeeld door Nicolas Cage, als strohalm ziet. Gary wil geld verdienen om zijn moeder en zusje te kunnen onderhouden, want zijn vader is een luie, asociale, alcoholistische rotzak die hem regelmatig slaat en jaloers op hem is omdat hij wél geld binnenbrengt. De vader wordt levensecht gespeeld door ene zwerver Gary Poulter, die letterlijk bij een bushalte in Austin werd weggeplukt tijdens een auditie voor figuranten. Enkele weken na de opnames overleed hij.  

Heldenstatus
Nicolas Cage weet in zijn karakterrol weer eens te overtuigen, na talloze lamlendige optredens met onvervalste staaltjes van overacting. Als gemankeerd personage, niet vies van drank en opererend aan de zelfkant van de maatschappij, zoals in Leaving Las Vegas (1995) en The Bad Lieutenant: Port of Call – New Orleans (2009), komt hij het best tot zijn recht. Ook als Joe is hij gedoemd onder te gaan, maar niet voordat hij bij Gary de heldenstatus bereikt. Joe herkent zich in Gary en wil voorkomen dat hij niet dezelfde fouten maakt. De reïncarnatiegedachte maakt het verhaal wel redelijk voorspelbaar.  

Recensie Joe

De film is gebaseerd op de gelijknamige roman van de schrijvende brandweerman Larry Brown, exponent van de Grit Lit: een literaire stroming van zuidelijke redneck fiction  waarvan ook Charles Bukowski deel uitmaakte. Het loodzware scenario is geschreven door Gary Hawkins, fan van Larry Brown over wie hij de veel besproken documentaire The Rough South of Larry Brown maakte – tevens de oude filmprofessor van David Gordon Green die Joe regisseerde.  

Verdienstelijk en veelzijdig
Green toont zich een verdienstelijke en veelzijdige filmmaker. Hij debuteerde sterk met het drama George Washington (2000) dat gaat over een groep tieners in een naargeestig stadje in North Carolina die een tragisch ongeluk probeert te verdoezelen, waagde zich aan de stoneractiekomedie Hollywood Pineapple Express (2008 ) met Seth Rogen en James Franco, en won zijn eerste grote filmprijs in Berlijn met het sfeervolle Prince Avalanche (2013) met Paul Rudd en Emile Hirsch. Ook hier figureren de personages in een geïsoleerde setting middenin de overweldigende natuur. Die film is droogkomisch, Joe is het tegenovergestelde. 

 

8 juni 2014

 

MEER RECENSIES

Jack Ryan: Shadow Recruit

**

recensie  Jack Ryan: Shadow Recruit

Knulletje versus Russische maffia

door Simone Vogel 

Spionagefilms vervelen nooit. Dat moeten ook de makers van Jack Ryan: Shadow Recruit hebben gedacht. Nine eleven, oorlogsveteranen, de CIA en Rusland-politiek worden samengebracht in dit gecompliceerde en toch vlakke aftreksel van de succesvolle boekenreeks van Tom Clancy.  

Jack Ryan (Chris Pine) is een gewone economiestudent. Na de aanslagen van 11 september komt de patriot in hem naar boven. Hij sluit zich aan bij het leger en vecht mee met de ‘War on Terror’ in Afghanistan. Door een tragisch ongeluk moet hij weer huiswaarts keren, waar hij tijdens zijn revalidatie wordt opgepikt door een CIA-agent. Ryan gaat undercover als financieel analist op Wall Street. Dat baantje lijkt nogal saai, tot hij op verdachte transacties stuit die kunnen leiden tot een tweede reeks aanslagen. Wanneer hij als geheim agent naar Moskou reist, is zijn leven ineens niet meer zo saai.  

Recensie Jack Ryan: Shadow Recruit

Ongeloofwaardig
Chris Pine is niet de eerste acteur die de rol van Jack Ryan vertolkt. Alec Baldwin, Harrison Ford en Ben Affleck gingen de acteur voor. Jack Ryan: Shadow Recruit is de eerste film die niet is gebaseerd op een boek van Tom Clancy. Het karakter is los getrokken uit de bekende verhalen en beleeft nu zijn eigen avontuur. Al is het de vraag of het personage sterk genoeg is om een film te kunnen dragen. Ryan is niet bepaald het prototype James Bond. In de film zien we een onervaren, naïeve jongen. Het is dan ook zeer ongeloofwaardig wanneer dit knulletje het opneemt tegen de Russische maffia. Ineens is Ryan een meesterspion die de straten van Moskou op zijn duimpje kent en voor ieder ingewikkeld probleem een oplossing weet.  

Spionnendrama
Daar wringt dan ook de schoen. De meeste spionagefilms zijn doorspekt met plotwendingen en actie. Jack Ryan laat de bezoeker met een teleurgesteld gevoel achter. Hoewel regisseur Kenneth Branagh, die ook de rol van Russische superschurk op zich neemt, zijn strepen heeft verdiend in de filmwereld met kaskrakers als Hamlet  en Thor, weet hij de kijker in dit spionnendrama niet te prikkelen. De karakters spreken niet aan en het plot is – voor een film waarin de CIA probeert een tweede Koude Oorlog te voorkomen – zeer zwakjes opgezet.

Recensie Jack Ryan: Shadow Recruit

Jack Ryan: Shadow Recruit mist diepgang. Het moeilijke taalgebruik van Ryan lijkt bedoeld om het gebrek aan verhaal en tempo goed te maken. Keira Knightley lijkt toegevoegd om het mannelijke publiek te prikkelen, wat ze als vrouwelijke superschurk misschien wel had kunnen doen. Knightley’s rol irriteert meer dan dat ze iets toevoegt. In vorige vertolkingen van Jack Ryan kozen de makers voor de verfilming van een boek van Tom Clancy. Dat hadden ze nu beter ook kunnen doen. 

 

17 januari 2014

 

MEER RECENSIES

Jeune & Jolie

***

recensie  Jeune & Jolie

Lolita ontwaakt

door Joan Gebraad

Regisseur François Ozon staat bekend vanwege zijn vrije visie op seksualiteit. Hij oordeelt niet en laat de kijker vaak in het ongewisse. In de seksuele Coming of Age film Jeune & Jolie doet hij dat te sterk.  

Jeune & Jolie volgt het zeventiende levensjaar van de scholiere Isabelle aan de hand van vier jaargetijden. Ieder seizoen wordt ingeluid met de mierzoete liederen van Françoise Hardy over idyllische liefde. Deze romantiek staat in schril contrast met Isabelle’s tienerleven. Alizee’s Moi, Lolita (een hit uit 2001 over een vroeg seksueel rijp meisje dat stiekem de aandacht van (oudere) mannen zoekt) zou een goede muzikale metafoor voor haar zijn. Tijdens haar ontmaagding, breekt bij Isabelle de koppeling tussen liefde en seks. Seks wordt een doel op zich. Lolita is ontwaakt.

Hotel in, hotel uit, gaat Isabelle, de verlangens van de Humbert Humberts van deze wereld bevredigend in ruil voor geld. Prostitutiewerk windt haar op. Op een dag ontmoet Isabelle George, een oudere man die oprecht om haar geeft. Wanneer George tijdens de daad sterft, stopt Isabelle. Als uiteindelijk haar geheim bekend wordt, moet Isabelle de pijnlijke confrontatie met haar familie en George’s weduwe aangaan. Daarnaast probeert ze haar ‘normale’ leven als tiener weer op te pakken. Ook dat blijkt niet zo gemakkelijk te zijn.

Recensie Jeune & Jolie

Mysterieuze lolita
Het 23-jarige model en actrice Marine Vacth zet Isabelle interessant neer. Een tikkeltje diabolisch, vastberaden, slim, teruggetrokken, maar tegelijkertijd in staat de aandacht van degenen rondom haar te trekken. Kortom een echte Lolita.

Storend is dat Ozon weigert inzicht te geven in Isabelle’s motieven. Vooral verderop in de film wringt dit. Wat drijft Isabelle? Spanning en seksuele ontdekking van zichzelf, zo hint de film. Maar welke rol speelt de afwezigheid van een vader in Isabelle’s leven? Of het feit dat haar moeder vreemdgaat? Deze verhaallijnen worden niet uitgewerkt. Wat moet ze met al die oude mannen en wat is de oorzaak van haar apathie? Ozon wil de kijker bewust in het ongewisse laten. Maar bij een film over een controversieel onderwerp als jeugdprostitutie kunnen motieven juist belangrijk zijn voor oordeelsvorming.

Mannelijke fantasie
Met Jeune & Jolie schept Ozon een mannenfantasie. Dit komt niet alleen naar voren door Isabelle’s perspectief, maar uit zich op de manier waarop het mannelijke geslacht op Isabelle reageert. Het broertje dat haar begluurt met zijn verrekijker, Isabelle’s cliënten die maar wat graag met haar van bil gaan, de stiefvader die het normaal acht dat oudere mannen zo’n mooi, jong meisje als Isabelle geld aanbieden in ruil voor seks. En dan is daar nog George’s weduwe, die bekent jaloers te zijn op Isabelle. O, wat had zij ook graag in haar jonge jaren zichzelf geprostitueerd.

Isabelle mag dan nieuwsgierig zijn naar haar seksualiteit, ze is ook nog een kind. Ze is slechts zeventien. Lichamelijk en geestelijk nog volop in ontwikkeling, en minderjarig voor de wet. Ze heeft recht te leren genieten van liefdevolle seks, niet alleen van lustenbevrediging met onbekende mannen.

Berekenend en diabolisch
In een wereld waarin nog veel minderjarige meisjes ongewild in de prostitutie belanden en vrouwen dagelijkse geconfronteerd worden met macho- en jeugdculturen die vrouwen neerzetten als minderwaardige lustobjecten, heeft deze romantisering van prostitutie iets beangstigends. Lolita is niet langer het slachtoffer, maar een berekende vrouw met diabolische trekken. Humbert Humberts seksuele fantasieën over tienermeisjes veranderen van pervers in normaal. En zo belanden we weer bij het middeleeuwse beeld van de vrouw als duivelse en wulpse verleider.

Al met al is Jeune & Jolie een intrigerende film met controversiële thematiek en goed acteerwerk. Ozon’s gebrek aan een duidelijk oordeel of uitleg van motieven, moet je maar net kunnen waarderen.

 

13 september 2013

 

MEER RECENSIES