Catch .44

**

recensie  Catch .44

Yes, we pecan

door Alfred Bos

Matige en uiteindelijk mislukte Tarantino-pastiche, inclusief sterke soundtrack, is met twee jaar vertraging alsnog in Nederland te zien. Met Bruce Willis als gangster op leeftijd, nu met haar.

Het is niet helemaal duidelijk waarom Catch .44, een ‘kleine’ misdaadfilm met enkele grote acteurs uit 2011, met twee jaar vertraging alsnog een Nederlandse release krijgt. Wie niet gelooft in de goede smaak van de Nederlandse filmdistributeurs houdt het erop dat Catch .44 inhaakt op de marketingcampagne rond A Good Day to Die Hard, het formulefilmspektakel rond Bruce Willis’ John McClaine.

Catch 44

Willis speelt in Catch .44 de gangster op leeftijd Mel. We zien de pecannoten kauwende psychopaat in welgeteld twee scènes, bij hem thuis en op de werkvloer, in dit geval een desolaat diner ergens op het platteland van Louisiana. Daar staat een drugsdeal op de rol, maar daar komt niets van, want iedere betrokkene heeft zo zijn of haar eigen plannen. Aldus belazert iedereen elkaar en ontwikkelt zich een hysterisch staaltje collectief bedrog. Met als resultaat een stapel lijken en één verrassende winnaar. Die heeft gewoon geluk. Of is het nuchterst; de rest gelooft teveel in de eigen hersenspinsels.

Komische noot
Naast Mel is er een groepje criminele meiden rond Tes (Malin Akerman) en de ogenschijnlijk bedaarde, maar volstrekt kierewiete Ronny (Forest Whitaker). Ze hebben allemaal een vertroebelde kijk op de werkelijkheid en handhaven hun waanzin met veel geweld. Dat geweld is zo alom aanwezig dat ieder personage dat in Catch .44 verschijnt voor het slot van de film is afgeknald, met als uitzonderingen de winnaar en de lokale sheriff, een kleine maar heerlijke rol van Brad Dourif, die al Robert Duvall persiflerend voor de komische noot zorgt. Hij is steevast te laat.

De onderlinge banden tussen Mel, Tes en Ronny worden mondjesmaat onthuld, in een reeks flashbacks die telkens vanuit een ander perspectief worden verteld. Niet alleen de niet-lineaire montage en de nouvelle violence zijn schatplichtig aan Quentin Tarantino, dat is ook de uitstekende soundtrack die de actie becommentarieert. De opening wordt begeleid door Fox On The Run van The Sweet en wanneer Tes in beeld komt, klinkt Bowie’s Queen Bitch. Maar er is niet alleen glamrock uit de jaren ’70: The Kills en The Raveonettes leveren meer eigentijdse toptracks. Grapje: Bruce Willis komt ook langs met (dubbele ironie) Respect Yourself.

Catch 44

Zwakke dialogen
Catch .44 is een veredeld hobbyproject van de jonge regisseur Aaron Harvey, die zijn bewondering voor de grootmeester QT op al te opzichtige wijze over het filmdoek smeert. Personages en scènes zijn regelrecht gekopieerd uit Reservoir Dogs, Pulp Fiction, Jackie Brown en Kill Bill. Het maakt Catch .44 niet alleen licht van gewicht, maar ook behoorlijk gedateerd. Vergelijk het met een Drive of een Trance en deze Tarantino-pastiche doet bepaald ouderwets aan.

Al die bezwaren zouden overkomelijk zijn geweest, als Harvey een script met sterke dialogen – het handelsmerk van Tarantino – had afgeleverd, maar juist op dat punt loopt het fout. Catch .44 weet ruim een uur te vermaken, tot de veel te lang gerekte sleutelscène, een driehoeks standoff zonder de centrale figuur, kopje onder gaat in onzinnig gewauwel. Dan gaan opeens de eerder genoemde manco’s irriteren en is Catch.44 een ballon die niet klapt, maar snel leegloopt.

 

25 juni 2013

 

 

ALLE RECENSIES

 

Gambit

***

recensie  Gambit

Britse stiff upperlip versus Texaanse cowgirl

door Alfred Bos

De heist komedie Gambit is het soort film dat anderhalf uur weet te charmeren, om daarop te direct te worden vergeten. Perfect vermaak voor een luie zomeravond zonder zorgen, in een stijl die herinnert aan de jaren ’50 en ’60 komedies met Cary Grant of Peter ‘The Pink Panther’ Sellers.

Gambit is geschreven door de gebroeders Coen en hun melige, absurdistische humor typeert de verwikkelingen rond een obscuur schilderij van de Franse meesterschilder Monet. De erg Britse Harry Deane (Colin Firth) werkt als kunstkenner voor de grofgebekte mediatycoon Lionel Shahbandar (Alan Rickman) en adviseert hem bij het uitbreiden van diens kunstcollectie. Hij is het beu door zijn baas doorlopend te worden geschoffeerd en verzint een list.

Gambit

Daarvoor heeft Deane de medewerking nodig van een plat knauwende en op een trailerpark wonende cowgirl uit de binnenlanden van Texas, PJ Puznowski (Cameron Diaz). De humor komt uit het spelen met culturele cliché’s – soms bevestigen, dan weer op zijn kop zetten – en de tegenstelling tussen personages die niets gemeen hebben, maar door omstandigheden noodgedwongen samenwerken. De combinatie van Britse stiff upperlip en Texaanse rauwdouwerigheid biedt volop gelegenheid tot komisch misverstand.

Blunderende kneus
Dat klinkt flinterdun en het is flinterdun. Colin Firth is voornamelijk bekend om zijn dramatische rollen (The King’s Speech, Tinker Tailor Soldier Spy), maar hij zet de kneuzige doch volhardende Deane met flair neer. Cameron Diaz walst als het simpele provinciaaltje uit cowboyland door alle grollen en verwikkelingen zonder een buikspier te verrekken en ook de bijpersonages (de mediatycoon, de gepensioneerde kolonel, de Japanse zakenlieden, het snobistische hotelpersoneel) zijn archetypes van het hyperbolische soort.

Als voorbeeld moeten Ethan en Joel Coen de Pink Panther-films met Peter Sellers voor ogen hebben gehad. Dat blijkt al direct uit de filmtitels van Gambit, wier cartoonstijl verwijst naar de Inspector Clouseau-films van Blake Edwards. Een blunderende kneus met ambities is altijd geestig, maar Harry Deane is een man van zijn tijd en weet dat hij moet manipuleren om zijn gelijk te halen.

Gambit

Beschaafde dames
De geestigste bijfiguur is Deane’s directe concurrent, de Duitse kunsthistoricus Martin Zaldenweber (Stanley Tucci) die zijn baantje dreigt over te nemen en daarmee het grote plan om zeep helpt. Zaldenweber is vals, onberispelijk gemanicureerd en übergay. De met beleefdheden uitgevochten verbale duels tussen de twee kemphanen geven de film frisson. Daar staat onderbroekenlol – in dit geval letterlijk – met een kostbare Chinese vaas en een verloren pantalon tegenover. O ja, ook beschaafde dames laten winden.

Gambit is een tussendoortje van de Coen-broers, een script dat ze er op routine en om de verveling te verdrijven moeten hebben opgehoest. Regisseur Michael Hoffman is een solide Hollywood vakman, die keer op keer brave, degelijke films aflevert zonder ooit een keer op te vallen of een hit te scoren. De ideale man om dit aardige, maar vluchtige niemendalletje te draaien.

 

17 juni 2013

 

 

ALLE RECENSIES

 

Trance

*****

recensie  Trance

Schaamhaar als plotelement

door Alfred Bos

Wat krijg je wanneer je Eternal Sunshine of the Spotless Mind kruist met Inception? Dan krijg je Trance, het huzarenstukje van Danny Boyle dat de kijker voortdurend op het verkeerde been zet en naar adem laat happen. Niet met megalomane computertrucages, maar met een intelligent script, dynamische montage en een spetterende cameravoering.

Je moet er maar opkomen: een verhaal over liegen en bedriegen waarin onderbewustzijn en geschoren schaamstreken een sleutelrol spelen. Trance is een visueel imponerende actiethriller waarin het verhaal lijkt op een ui die je laag na laag afpelt om telkens te ontdekken dat niets is wat het lijkt – en zelfs dat is het niet. Het is ook een surrealistisch psychodrama over identiteit en manipulatie. Trance snijdt filosofische vragen aan als: Wat is een mens anders dan zijn geheugen? Zijn mijn herinneringen authentiek? Kan ik mezelf vertrouwen?

Trance begint als een heist movie. Veilingmeester Simon (James McAvoy) is de inside man van een bende die ‘het eerste moderne schilderij’ wil stelen. Dat schilderij is Francisco Goya’s Heksen In De Lucht (1798) dat het vrouwenlichaam niet idealiseert, maar afbeeldt zoals het is, inclusief harige schaamstreek. Zonder iets te verklappen, dat schaamhaar is een plotelement.

Trance

Spiegelpaleis
Trance heet Trance omdat hele stukken van de film zich afspelen in het gehypnotiseerde brein van de vergeetachtige veilingmeester. Er is tijdens de overval iets fout gegaan en om een cruciaal detail boven water te krijgen stuurt bendeleider Franck (de Franse steracteur Vincent Cassel) Simon naar een hypnotiseur, de donkere schoonheid Elizabeth (Rosario Dawson inmiddels Boyle’s ex). Werkelijkheid en waan beginnen door elkaar te lopen en de kijker raakt net zo in de war als het filmpersonage.

Het script, bewerkt door John Hodge, die ook meeschreef aan Boyle’s filmdebuut Shallow Grave (1995) en diens doorbraak Trainspotting (1996), heeft jarenlang op de plank gelegen en stamt nog van vóór The Usual Suspects (1995), de film die het genre van de puzzelthriller introduceerde. Als spiegelpaleis van intrige en tegen-intrige slaat Trance alles wat er tot op heden in de bioscoop is verschenen.

Broeierige paranoia
Trance is film noir op zijn 21ste-eeuws, visueel net zo imponerend als Boyle’s voorlaatste krachttoer, 127 Hours, of zijn zwaar onderschatte sciencefiction meesterwerk Sunshine. De film speelt zich af op voor Boyle vertrouwd terrein: de broeierige paranoia van Shallow Grave en de waanwereld van Trainspotting. Je moet als regisseur goed in je vel zitten en een volmaakt vertrouwen in je vakmanschap hebben om zo’n gewaagd kunststukje als Trance  af te leveren.

De eerste reacties op deze film zijn gemengd. Sommigen kunnen geen touw aan het verhaal vastknopen. Wie alleen iets kan waarderen als hij alles snapt, krijgt met Trance een pak slaag. Maar laat je je als kijker meeslepen – en overdonderen – door deze gekmakend goede film, dan komt het allemaal in orde, want aan het slot blijken alle eindjes keurig verknoopt en is er voor iedere verrassing een verklaring, Maar niet zoals je denkt.

 

6 juni 2013

 
ALLE RECENSIES

Iceman, The

***

recensie  The Iceman

Huurmoordenaar met familiehart

door Joan Gebraad

De Pools-Amerikaanse huurmoordenaar Richard Kuklinski pleegde meer dan honderd moorden. Regisseur Ariel Vromen weet hem in een ijzingwekkend spannende film neer te zetten als mens, niet als monster. Een knappe prestatie.

‘Rozen zijn rood, viooltjes zijn blauw. Anabel, je bent mijn gouden licht!’, zegt Richard Kuklinski (Michael Shannon) liefdevol tegen zijn dochter. Het is haar zestiende verjaardag en de kamer zit vol visite. Op dat moment is Kuklinkski een doodgewone huisvader. Niet veel later gaat de bel en zit hij in een auto waar een maffioos een pistool tegen zijn hoofd drukt. Een typerende situatie voor het leven van deze huurmoordenaar met een hart voor zijn familie. Deze contradictie maakt The Iceman tot een fascinerende op waarheid gebaseerde thriller.

The Iceman

IJskoude familieman
Zijn familie, bestaande uit dochters Betsy (Megan Sherrill) en Anabel (McKaley Miller) en vrouw Deborah (Winona Ryder), is alles voor Kuklinski. Zij kennen hem niet anders dan een liefdevolle valutahandelaar, die zijn werk niet mee naar huis neemt. Ze hebben geen idee hoe soepel en kil de familieman zijn slachtoffers doodschiet, neersteekt of vergiftigt. Alles gaat voorspoedig totdat zijn opdrachtgever hem aan de kant schuift.

Kuklinksi gaat andere allianties aan, zoals met Mr. Freezy, een huurmoordenaar die verkleed als ijscoman zijn slachtoffers vergast en invriest. Samen maken ze heel wat slachtoffers, wier lichamen ze vervolgens onder het genot van een muziekje in stukken hakken. Het levert Kuklinski de bijnaam The Iceman op. Ondertussen zinnen zijn oude kameraden op wraak. Ze voelen zich verraden en proberen hem op zijn zwakste punt te pakken: zijn familie.

The Iceman

Keihard, maar liefdevol
The Iceman heeft een vlot tempo en een aangenaam snelle scènemontage. Liquidaties, onderhandelingen en achtervolgingen wisselen elkaar af, zonder overdadige explosies en special effects. De keiharde maffiawereld is overtuigend neergezet. Scènes met Kuklinski’s broer geven enige indicatie over hoe gruwelijk hun jeugd geweest moest zijn: hun vader sloeg hen. Vaak en veel. We volgen Kuklinski van de jaren vijftig tot de jaren tachtig. Dit levert mooie sfeerbeelden van vervlogen era’s op. Met tussendoor liefdevolle familiescènes.

Het allerbeste aan de The Iceman is Michael Shannon. Met zijn karakteristieke kop, koelbloedigheid en woede-uitbarstingen, maar ook enige charme maakt hij Kuklinksi tot een uiterst boeiend karakter. Shannon draagt de film. Zijn beste acteerwerk zit in de monoloog tegen het einde van de film, waarin Kuklinksi in de gevangenis zijn spijt betuigt. Spijt tegenover zijn familie. Dat hij hen gekwetst heeft. Hij houdt van hen. Om de dood van zijn slachtoffers maalt hij niet. Bijna lijkt hij te huilen. Bijna, want: ‘The Iceman huilt niet. Dat is niet macho.’  Vromen slaagt om een verondersteld monster neer te zetten als iemand met gevoelens. Kuklinski is geen sociopaat, maar een getergde ziel.

 

22 juni 2013

 

ALLE RECENSIES

Welcome to the Punch

*

recensie  Welcome to the Punch

Standje moeilijk gezicht, met hip kinpluis

door Alfred Bos

Stereotiepe actiethrillers kunnen ondanks alle clichés toch vermaken. De film ziet er gelikt uit; het verhaal bevat net dat ene slimmigheidje; de humor is droog of juist kolderiek; de hoofdrol is een rake typering; de actie blaast het stof van de muur. Hoe meer van dit alles, hoe vermakelijker. Welcome to the Punch ziet er alleen gelikt uit.

Het zal je als held maar gebeuren: heb je als ambitieus politiebroekje bijna de grote schurk in zijn kladden, schiet hij je half invalide. Dat levert een serieus trauma op, want de loopbaan staat op een zijspoor en de stralende toekomst is een druilerige herfstdag geworden. Geen schouderklopjes (of jaloerse blikken) van collega’s, geen smachtende bewonderaarsters, maar een wrokkig bestaan als nobody.

Recensie Welcome to the Punch

Zo staat Max Lewinsky, de protagonist van Eran Creevy’s tweede speelfilm, in het leven. In de fraai gestileerde proloog zien we hem achter een viertal in strakke pakken gestoken overvallers aan jagen door een uitgestorven Londen, dat exclusief is opgetrokken uit glas, staal en neon. Max gaat in zijn eentje de boeven pakken en scheurt in zijn bolide achter de motorduivels aan. Hij negeert de instructies van zijn meerdere en dat had hij beter niet kunnen doen.

Bordkarton
Klinkt goed? Het ziet er nog beter uit. Creevy heeft een verleden als regisseur van commercials en videoclips; hij weet hoe je een budget omzet tot eye candy. Een paar jaar terug wist hij uit een schamele 100K aan Britse ponden een thriller over de Londense drugsscene te kloppen (Shifty). Voor zijn tweede werkstuk, eveneens op basis van een zelfgeschreven script, had hij tachtig keer meer geld ter beschikking en dat zie je aan Welcome to the Punch af. Ridley Scott en het British Film Institute betaalden mee.

Wanneer het verhaal niet bijster boeit (iets met wapens, cynische politici en corrupte agenten) of vlak wordt verteld (geen context of motivatie), moet de spanning uit de personages komen:  de film heeft een cast van ervaren acteurs. Ook dat helpt niet, want ze hebben niets om mee te werken. Max (gespeeld door James McAvoy, met hip kinpluis) en zijn tegenstrever James Sternweed (Max Strong) worden door omstandigheden handlangers en gaan gezamenlijk een derde vijand te lijf. Je gelooft het geen seconde, want hun karakters zijn van bordkarton, standje moeilijk gezicht, met de psychologie van een diepgevroren kabeljauw.

Stripverhaal
Humorloos is de wereld van Welcome to the Punch ook. Agenten, chefs, boeven, spin doctors – ze blaffen tegen elkaar in cynisch bedoelde oneliners die geen schuim op het bier brengen. Zo uitgebleekt blauw als de beelden zijn, zo levenloos leeg zijn de personages. Dan is er natuurlijk schietgeweld, in arty slo-mo zelfs. Kogels slaan vuistgrote gaten in de muur, hele magazijnen worden weggemitrailleurd zonder een olifant te raken en in de finale shoot out – op het containerpark dat de film zijn titel geeft – is het Max en James tegen de overmacht. In plaats van stoer komt het een beetje onbeholpen over.

‘I learned not to get involved’, zegt hoofdpersoon Max tegen zijn partner Sarah (Andrea Riseborough), de enige in dit stripverhaal die niet stijf staat van de adrenaline en het stresshormoon cortisol. Juist zij legt in een kreupele scène het loodje. De kijker raakt maar niet betrokken bij deze komisch aandoende hutspot van filmclichés en artistieke pretenties. Wat zou Ridley Scott er in hebben gezien?

 

18 mei 2013

 
ALLE RECENSIES

Stand Up Guys

***

recensie  Stand Up Guys

Tarantino-met-rollator

door Alfred Bos

Drie bejaarde gangsters beleven voor een nacht en een dag de kameraadschap en opwinding van hun gloriejaren. Maar er zit een adder onder het gras.

Het is belegen nieuws: Hollywood heeft de senioren ontdekt. De oudere consument, niet opgegroeid met internet of slimme telefoon en in staat zich langer dan vijftien seconden te concentreren, geeft – in Amerika althans – meer geld uit aan bioscoopbezoek dan de 24 op 7 aan het web gelinkte digifielen. Met als resultaat: filmsterren van toen doen hun kunstje vrolijk verder; rimpels geen bezwaar.

Stand Up Guys

En waarom ook niet? Karakter (doorgaans geen selling point in Hollywood) is onbetaalbaar en hoe knoestiger de kop, des te ‘authentieker’ het karakter. Voeg daar een vleugje zelfspot aan toe – de krasse knarren weten wie ze zijn, ook een teken van rijpheid – en de houdbaarheidsdatum heeft een face-lift gekregen. Stand Up Guys, met hoofdrollen voor Al Pacino, Christopher Walken en de iets minder bekende Alan Arkin, is zo’n film.

Dialogen om te smullen
Stand Up Guys is een buddy film over drie voormalige gangsters op leeftijd. Het is ook een kruising van komedie en misdaadfilm. En hij draait om de personages, minder om de plot. De actie is beperkt en de dialogen zijn om te smullen. Kortom, Stand Up Guys is zo’n film zonder pretentie waarin vakmensen ontspannen hun kunstje doen; een soort Tarantino-met-rollator, zeg maar, die de mondhoeken doet krullen.

Val (Al Pacino) heeft 28 jaar gevangen gezeten voor een misdaad die zijn maten hebben begaan. Zijn beste vriend en kompaan van toen, Doc (Christopher Walken), wacht hem op bij de gevangenispoort; Doc wordt door lokale opperschurk Claphands gedwongen Val binnen 24 uur te vermoorden. Doc rekt de tijd door Val te trakteren op drank en vrouwen. Ze betrekken een oude maat, Hirsch, in het feestgedruis. Val heeft geen notie wat hem te wachten staat.

Stand Up Guys

Chemie tussen giganten
Zo’n film lukt alleen als er acteurs met een hoofdletter A aan meewerken en was er ooit een betere filmschurk dan Christopher Walken (kleine greep: King Of New York, Batman Returns, The Funeral en onlangs nog Seven Psychopaths)? Al Pacino beleefde zijn doorbraak als titelheld van The Godfather en zijn Tony Montana (Scarface) is legendarisch. Als Val doet Pacino wat hij al jaren doet, uitzinnig schmieren, maar ditmaal past het voortreffelijk bij zijn personage. Het is de chemie tussen deze twee giganten die Stand Up Guys zijn charme geeft.

En zo kan het gebeuren dat een niet bijster origineel script, een onbekende regisseur (de acteur Fisher Stevens, die hier voor zijn tweede feature tekent) en een bescheiden budget een film opleveren die onderhoudender is dan menig met special effects en computeranimaties dicht gepleisterde spektakel blockbuster. Vakmanschap kent geen leeftijd.

 

9 mei 2013

 
ALLE RECENSIES

Spring Breakers

**
recensie  Spring Breakers

Power girls met YOLO mentaliteit

door Eva Baaren

Seks, drugs, rock ’n roll, gewelddadige meisjes in neonkleurige bikini’s en een klein vleugje onschuld. Spring Breakers is een vermakelijke achtbaan die je automatisch meeneemt, maar weinig schokkends biedt.

Als de voorjaarsvakantie aanbreekt in een klein stadje in het midden van de V.S., besluiten vier verveelde studentes (Vanessa Hudgens, Selene Gomez, Ashley Benson en Rachel Korine) om op vakantie te gaan. Met behulp van een grote mond en een paar waterpistolen overvallen ze de plaatselijke hamburgertent en vervolgen ze hun weg naar de stranden van zonovergoten Florida voor hun welverdiende portie zon, zee, strand en ruige feestjes. Al snel komen ze in aanraking met de jonge drugsbaas Alien (James Franco) en slaat hun spring break om in een gevaarlijk spelletje dat ze niet langer in de hand lijken te hebben.

Popcultuur en girl power
Op het eerste gezicht lijkt Spring Breakers een oppervlakkige film met weinig uitgediepte karakters en veel seks, drugs en geweld. De film is echter meer dan dat. Regisseur Harmony Korine (Gummo, Julien Donkey-Boy, Trash Humpers en scenario Kids)  verwijst in zijn laatste werk regelmatig naar de hedendaagse jongerencultuur en de problematische situaties waaraan ouders hun kinderen liever niet blootstellen.

Recensie Spring Breakers

Zo zien we MTV-achtige dancefeesten op het strand, blanke rappers met zilveren voortanden en een hoop neonkleurige colorblocking. Deze elementen zijn niet alleen herkenbaar, maar ook verontrustend. Onder onheilspellende trancemuziek en met vertraagde beelden van vlezige blote lijven volgen de drank- en drugsfeesten elkaar in hoog tempo op en maakt de onbegrensdheid van de vier meisjes het vakantieoord tot een hedonistisch paradijs waar werkelijk alles kan, maar ook alles mis kan gaan.

Met het verhaal over uitgelaten studentes die niet goed lijken te weten hoever ze kunnen gaan voordat het niet meer leuk is, slaagt Korine erin om een spannende tegenstelling tussen naïeve kwetsbaarheid en keiharde girl power te creëren. Zo wordt er vlak voor de uitvoering van een gewelddadig plan nog even snel naar een aantal moeders gebeld om te zeggen dat alles goed gaat. Ook het geknuffel en gegiechel van de meisjes hand in hand met meedogenloze uitspraken en acties, waarin ze geen enkele twijfel tonen. De afwisseling tussen kwetsbaarheid, verstandigheid en gewelddadigheid zet de kijker meer dan eens op het verkeerde been en houdt deze tot op het einde bezig met het bijstellen van zijn of haar verwachtingen.

YOLO
Dat de film succesvol speelt met verwachtingen rondom de keuzes van de hoofdpersonen betekent niet dat Spring Breakers echt vernieuwend is. Met de bekende werken van o.a. regisseur Quentin Tarantino (Pulp Fiction, Django Unchained)  zijn we heel wat gewend op het gebied van interculturele verwijzingen, gewelddadige scènes en onvoorspelbare over the top karakters. De film is dan ook vooral een lange achtbaan met felle kleuren en onverwachte wendingen, waar je aan het eind van de rit tijdelijk gedesoriënteerd maar ongeschonden vandaan komt.

Wat nadien nog het meest blijft hangen is de timing van de bioscooprelease. In Spring Breakers draait alles om het doorbreken van verveling, en met het rapport over de rellen in Haren nog vers in het geheugen is deze rolprent vooral symptomatisch voor deze tijdsgeest. Net als het rapport van Job Cohen kan ook deze film geschaard worden onder het motto ‘YOLO’ (you only live once). Op de vraag of dit eigenlijk een goed motto is, geeft het spektakel van Korine spijtig genoeg geen enkel antwoord.

 

11 april 2013

 
ALLE RECENSIES

Place Beyond the Pines, The

****

recensie  The Place Beyond the Pines

Saga in drie aktes over vaders en zonen

door Karina Meerman

Regisseur Derek Cianfrance introduceert Handsome Luke door middel van krachtige beelden. Misdaaddrama over een aanvankelijk onverschillige stuntrijder die worstelt met het vaderschap en de wet.

In het onafgebroken openingsshot van ruim drie minuten zien we een jonge man, vaardig met een mes, een mooi lijf bedekt met tatoeages. Hij bereidt zich ergens op voor in een armoedige trailer. Gaat naar buiten. Trekt, wandelend langs schreeuwerige kermistenten zijn versleten T-shirt aan en een opvallend leren jack. Steekt een sigaret op. Negeert de enthousiaste fans en stapt op zijn motorfiets voor een dodelijke stunt met drie man in een metalen bol. Heeft deze man wel emoties?

Tot de dam breekt
Wanneer het verhaal van Handsome Luke zich ontrafelt, laat Ryan Gosling steeds iets meer zien van de innerlijke wereld van deze rondreizende kermisklant. Mooi ingehouden spel, waardoor we meer vermoeden dan we te zien krijgen. Alsof de ingehouden frustraties naar buiten sijpelen, tot een stroom, tot de dam breekt. Net als in Drive.

De verandering begint wanneer Luke ontdekt dat ex-vriendinnetje Romina (Eva Mendes) zwanger van hem was en een kind heeft. Dan laat Gosling de onverschilligheid gedoseerd varen. Luke wil bij zijn zoon zijn, maar met zijn goede bedoelingen ontwricht hij het leven van Romina en haar man Kofi (Mahershala Ali). Luke denkt dat geld alles zal oplossen en hij besluit banken te gaan beroven. Op een cruciaal moment kruist zijn pad dat van politieagent Avery (Bradley Cooper), zelf jonge vader. De focus van het verhaal verschuift. De tweede akte begint.

Vaderschap en criminaliteit
The Place Beyond the Pines is veel meer dan een film over een jonge man die worstelt met het vaderschap. Zowel de crimineel als de agent voelen verantwoordelijkheid voor hun kroost, alleen hun aanpak verschilt. Ook de zoons hebben hun verhaal te vertellen en de invloed van hun vaders is bepalend in hun leven. Dit zien we in de derde akte.

Recensie The Place Beyond the Pines

De film stelt vragen over de nuances tussen goed en kwaad. Wat maakt een goede vader? Als een man uit liefde uit misdaad pleegt, is dat dan recht te praten? En is een politieagent die eerlijk wordt met als enig doel zijn eigen ambitie, een goed mens? De personages in The Place Beyond the Pines voelen stuk voor stuk echt. Ze worden geconfronteerd met gebeurtenissen waarna ze een keus moeten maken. En die keuzes hebben consequenties, zoals altijd. De vraag is: in hoeverre zijn we bereid die te dragen? En kunnen we die consequenties wel overzien?

In rook gehuld
En zo glijdt in 140 minuten het leven van Luke en Avery aan het oog voorbij. Soms leven we mee, soms beschouwen we op afstand. De kracht van de opening wordt niet echt meer herhaald en de film vertraagt richting het einde. Dat is jammer, maar misschien ook een consequentie van Cianfrances keuze om vroeg in het verhaal een fikse plotwending voor te schotelen.

De enige werkelijke ergernis is dat het eerste deel van de film letterlijk in rook is gehuld. Luke en zijn vriend Robin (een uitstekende Ben Mendelsohn) zijn nooit zonder peuk, maar vooral Gosling is geen echte roker. Dat is uiteraard prijzenswaardig voor de man zelf, maar ziet er op het scherm raar uit. Misschien dat het niet-rokers niet opvalt en zijn voor hen de van de lip bungelende filtersigaretten niet meer dan een tijdsbeeld.

 

5 april 2013

 
ALLE RECENSIES

Sweeney, The

***

recensie  The Sweeney

Sneller, harder en groffer

door Alfred Bos

Tussen 1975 en 1978 was de door de commerciële zender ITV uitgezonden serie The Sweeney het kijkcijferkanon van Engeland en er volgden twee spin-offs voor het witte doek. De serie katapulteerde de carrières van John Thaw (Inspector Morse) en Dennis Waterman (New Tricks). Na een pauze van 35 jaar is The Sweeney terug, als bioscoopfilm met een glansrol voor Ray Winstone.

In de dagen dat The Sex Pistols het Britse establishment uitdaagden, maakten Jack Regan en zijn tien jaar jongere sidekick George Carter jacht op het geboefte van de Londense onderwereld. Met hun baas Frank Haskins, een bureaucraat die op zijn tijd niet vies was van wat actie, vormden ze een cel van de Flying Squad, alias The Sweeney, een speciale politie-eenheid die zware misdaad bestreed. Al is alles in de wereld sneller, harder en groffer geworden, de originele serie is nog steeds het aankijken waard.

The Sweeney

Dat moet Nick Love, Brits regisseur van stoere mannenfilms als The Business, Outlaw en The Firm, ook hebben gedacht en hij blies Jack Regan en George Carter nieuw leven in middels een script waaraan hij zelf meeschreef. Een remake kun je deze film niet noemen, want het verhaal is nieuw. Gebleven zijn de personages en die zijn in Love’s versie groffer, harder en sneller dan voorheen, net als het 21ste-eeuwse Londen waarin zowel de criminaliteit als de wapens van een zwaarder kaliber zijn.

Explosieve cocktail
De ex-bokser Ray Winstone (aan het begin van zijn acteursloopbaan speelde hij een bijrol in een aflevering van de originele serie) zet Jack Regan neer als een vuilbekkende zuipschuit met een lage geweldsdrempel. Zijn rechterhand Carter, een rol van Ben Drew, is ditmaal een gewezen boef die heeft gekozen voor de actie van de wetshandhaving; zijn accent is niet cockney, maar het patois van de sociale onderklasse. De Amerikaanse tv-ster Damian Lewis (bekend van onder meer de serie Homeland) blijft als bureauchef Haskins in de schaduw, het lukt hem nauwelijks om het projectiel Jack Regan op koers te houden.

Regans eenheid is een succes, zijn team plukt met grof geweld de schurken van de straat, maar de vijand komt – is het een teken des tijds? – van binnenuit. Ivan Lewis van de interne dienst komt klagen dat Regan en zijn team bij hun arrestaties teveel geweld gebruiken en teveel interieurs slopen. Wat ook niet helpt is dat Regan een affaire heeft met zijn teamlid Nancy Lewis, de vrouw van zijn opponent. Het is een explosieve cocktail met een lange lont, maar de knal is er niet minder om.

Snelle auto’s
Ray Winstone, eerder dit jaar 56 geworden, speelt Jack Regan als een ontembare oerkracht en laat daarmee weer een ander facet van zijn talent zien, na recentelijk te hebben overtuigd in komische rollen (Snow White and the Huntsman, The Hot Potato) en als Alzheimerpatiënt in het psychodrama Ashes. Als actieheld-op-leeftijd is Winstone zeker zo geslaagd als Bruce Willis en deze film is minstens zo onderhoudend als de laatste Die Hard-variatie, waarmee hij de vader-zoonrelatie gemeen heeft.

Naast een filmgenieke held biedt The Sweeney veel actie. Een diamantroof ontaardt in een publieke schietpartij waarbij het marmer van de beelden op Trafalgar Square wordt geknald en de specialiteit van de oorspronkelijke tv-serie, achtervolgingen met snelle auto’s, wordt tot twee keer toe uit het vet gehaald. Zelfs de finale lijkt een eerbetoon aan de inspiratiebron. Maar dan sneller, harder en groffer. Missie geslaagd.

 

13 maart 2013

 
ALLE RECENSIES

Seven Psychopaths

****

recensie  Seven Psychopaths

Meer lagen dan de sjiekste bruidstaart

door Karina Meerman

Stel dat Quentin Tarantino en Danny Boyle het op een zuipen hadden gezet en samen een filmscript hadden bedacht, dan had het resultaat Seven Psychopaths kunnen zijn. Regisseur Martin McDonagh (In Bruges) presteerde het in zijn eentje.

‘Eén alcoholistische schrijver en zijn gestoorde vrienden’ bekt minder lekker maar dekt ook de lading van Seven Psychopaths. De trailer doet vermoeden dat het om zeven personages gaat met een gelijkwaardige rol, die ergens in het verhaal toch wel samen zullen komen. Niet echt. Een paar van hen verdwijnt eigenlijk weer net zo snel als ze verschijnen en samenkomen – tsja. Als je een schema zou proberen te maken van de verbanden tussen de verhaallijnen in deze film, dan kwam er een heel warrig tekeningetje uit. Maar wel een heel komische tekening. Het gevatte script doet een hoop zijpaden vergeven en is in feite de ster van deze film.

Seven Psychopaths

Shih Tzu Bonnie
De grote lijnen dan maar. Colin Farrell speelt de Ierse Marty, een zware drinker die een filmscript probeert te schrijven. Zijn beste vriend Billy (een fantastische rol van Sam Rockwell) helpt hem daarbij, maar op een manier die je je grootste vijand niet toewenst. Marty wil een verhaal maken over zeven psychopaten en Billy adviseert hem hierin, met name door echte psychopaten in Marty’s leven te brengen. Een van hen is de gestoorde maffiabaas Charlie, gespeeld door een wijdogige Woody Harrelson, tevens eigenaar van Shih Tzu Bonnie.

Billy en zijn maat Hans (Christopher Walken) ontvoeren (‘lenen’) honden, die ze dan terugbrengen zodra er een beloning voor ze is uitgeloond. Dan kidnapt (‘leent!’) Billy de Mogwai-achtige Bonnie. Charlie is ontroostbaar. De kille moordenaar houdt meer van zijn hond dan van wie dan ook en baant zich een bloederig pad naar zijn geliefde pluizenbol.

De psychopaat met het konijn
Naast de vriendschap tussen mannen en de liefde tussen man en hond, spelen nog wat andere verhaallijnen, zoals die van ‘de psychopaat met het konijn’ (Tom Waits), een wraakzuchtige Vietnamees (Long Nguyen) en de zoektocht naar innerlijke vrede (je verzint het niet).

Seven Psychopaths

Het mooiste is dat de psychopaten zelf natuurlijk niet door hebben hoe gestoord ze zijn, maar ze zien dat wel aan een ander. Hoe anders kan je – met pistool in de hand – je maat verwijten dat hij iets aan zijn drankprobleem moet doen want ‘van te veel drinken ga je dood’. Het geeft Colin Farrell in ieder geval genoeg gelegenheid om die energieke wenkbrauwen te laten acteren.

Je meest angstaanjagende vrienden
Seven Psychopaths is een film in een film, een plakboek met anekdotes van je meest angstaanjagende vrienden. Het voelt als een privé-project van regisseur McDonagh, maar eentje waar je als kijker gelukkig wel deelgenoot van gemaakt wordt. De mannen in de film zijn hilarisch. De vrouwen: daar hebben Billy en Hans zelf kritiek op, wanneer ze Micky helpen met zijn filmscript. Billy vat het wel goed samen: ‘Je kunt geen dieren vermoorden in films, maar wel vrouwen.’ Niet dat McDonagh zich daartoe beperkt. Wie In Bruges heeft gezien, weet dat.

Al met een al een fijne duistere film, met meer lagen dan de sjiekste bruidstaart. Een extra ster voor de openingsdialoog van de film, ook omdat die blonde engerd (Michael Pitt) uit Boardwalk Empire hier dan eindelijk zijn verdiende loon krijgt.

 

8 december 2012

 
ALLE RECENSIES