Bag Man, The

*

recensie The Bag Man
Bagger, man!

door Cor Oliemeulen

Een man beschermt een tas met zijn leven. Een vrouw speelt een gevaarlijk spel. The Bag Man is een moderne film noir met perspectief.  

Crimineel Jack (John Cusack) krijgt opdracht een tas met onbekende inhoud op te halen om die te overhandigen aan gangster Dragna (Robert De Niro). Ze zullen elkaar treffen in een afgelegen motel in het diepe zuiden van Amerika. De sfeer is broeierig, bevreemdend en onbestemd. De afspraak is dat Jack niet in de tas mag kijken, want anders kan hij fluiten naar zijn beloning. Met alles wat de komende anderhalf uur te wachten staat, blijkt dat een ware beproeving.

Recensie The Bag Man

Wat zit er in die tas?
Zijn eerste ontmoeting is met moteleigenaar Ned (Crispin Glover, bekend als George McFly, de stuntelige toekomstige vader van Marty in Back to the Future) die zich merkwaardig opricht vanachter de desk en achterdochtig en mysterieus zijn nieuwe klant opneemt. Hierna zal een illustere stoet van marginale figuren Jacks pad kruisen: foute buren, een agressieve pooier en enge dwerg, sadistische agenten en een femme fatale met gevaarlijke rondingen. Er is een stoere antiheld, (erotische) spanning en je wordt snel nieuwsgierig wat er in die verdomde tas zit.

De vraag is: waartoe leiden alle confrontaties, het geweld, de moorden en het nachtbraken? Het antwoord is: nergens. The Bag Man begint hoopvol als interessante film noir, ontspoort en crasht zoals alleen éénsterrenfilms dat kunnen. John Cusack heeft aanvankelijk genoeg charisma, maar krijgt te maken met een verhaal dat steeds verder uit zijn voegen barst van niet uitgewerkte karakters, erbarmelijke dialogen, onzinnige plotwendingen en teveel ongeloofwaardigheden. Is er nou niemand die tegen debuterend regisseur David Grovic had kunnen zeggen: ‘Beste man, je hebt talent, maar je kunt geen keuzes maken.’

Robert De Niro
En waar zijn in hemelsnaam de vrienden en vertrouwelingen van Robert De Niro? Natuurlijk, de 70-jarige geboren New Yorker heeft zijn sporen al lang en breed verdiend en zeker hij mag doen en laten wat hij wil. Echter na de gestaag opstapelende optredens in dubieuze producties van de laatste jaren rijst de vraag of een van de grootste acteurs uit de geschiedenis daadwerkelijk kijkt naar de films waarin hij speelt. Van tevoren én erna.

Recensie The Bag Man

In 1976 ontving De Niro voor zijn rol als wereldverbeteraar in Taxi Driver het schamele bedrag van 35.000 dollar, in 2010 mocht hij na de uitgekauwde formule van Little Fockers liefst 20 miljoen dollar op zijn bankrekening laten schrijven. Wat hij heeft gekregen voor The Bag Man is niet bekend; een geldboete zou meer op zijn plaats zijn. Hij komt maar een minuut of tien in beeld en het enige waarmee zijn met Liberace-kapsel uitgedoste personage imponeert is de manier waarop hij de neus van een vrouw breekt. Fans van Robert De Niro dienen zich echter serieus af te vragen of ze hun held willen zien falen in de potsierlijke finale. Anderen zouden beter halfweg de zaal verlaten om zelf verder te fantaseren hoe mooi het allemaal had kunnen zijn.

 

28 maart 2014

 

MEER RECENSIES

Ain’t Them Bodies Saints

***

recensie Ain’t Them Bodies Saints
Outlaw met een klein hart

door Wouter Spillebeen

Regisseur en schrijver David Lowery werkt vanuit zijn buikgevoel en dat merk je in Ain’t Them Bodies Saints. Het romantische drama loopt over van sentiment, ten koste van een sterk verhaal.  

Ain’t Them Bodies Saints opent met de woorden ‘Dit was in Texas’. In de jaren ‘70 zijn overvallers Bob Muldoon (Casey Affleck) en Ruth Guthrie (Rooney Mara) tot over hun oren verliefd en in verwachting van hun eerste kind. Maar een mislukte hold-up leidt tot een vuurgevecht met de politie. Ruth schiet een agent neer en Bob geeft zich over, neemt alle schuld op zich en spaart zijn vrouw en ongeboren dochter een celstraf.

Recensie Ain't Them Bodies Saints

Vier jaar later ontsnapt hij uit de gevangenis om met Ruth en dochter Sylvie een nieuw leven te beginnen. Zijn odyssee brengt hem over de Texaanse bergen en op het pad van agenten en outlaws. Echter Ruth leeft intussen onder bescherming van oldtimer Skerritt (Keith Carradine) en is bevriend met Patrick Wheeler (Ben Foster) – de agent die ze neerschoot. Of ze zomaar zal meegaan, is nog maar de vraag.

Romantische western
Ain’t Them Bodies Saints is gedrenkt in een melancholische westernsfeer. Het zuinige gebruik van kleur benadrukt de uitzichtloze situatie van Bob en het grote contrast tussen de vuurgevechten en de klassieke romantiek doet beide aspecten veel intenser overkomen. Het merendeel van de communicatie tussen de twee hoofdpersonages gebeurt via brieven tjokvol mierzoete en naïeve verliefdheid. Het romantische sentiment druipt ervan af.

Casey Affleck speelde in 2007 al een outlaw in The Assassination of Jesse James by the Coward Robert Ford. Door Afflecks kleine postuur, hoge stem en jongensachtige blauwe ogen komt hij nooit over als een geharde crimineel. Dat ging hem zeer goed af toen hij de lafaard Robert Ford portretteerde, maar in Ain’t Them Bodies Saints maakt het hem ongeloofwaardig wanneer hij zegt dat hij vroeger de duivel was. Ook Rooney Mara geeft niet de performance van haar leven. Haar weinige scènes in Spike Jonze’s Her waren de meeste vertederende van de hele film en dat wil wat zeggen. Die magie is zoek in deze film. De beste prestaties komen van Ben Foster – die volgens onafhankelijke filmsite Indiewire een Oscarnominatie verdiende – en Keith Carradine.

Recensie Ain't Them Bodies Saints

Hereniging en opoffering
De focus van Ain’t Them Bodies Saints ligt op hereniging en romantische opoffering, niet op een gedurfde ontsnapping en far-west-achtige duellen. Dat is duidelijk door wat David Lowery besluit niet te vertellen. Hoe is Bob uit de gevangenis ontsnapt? Hoe is hij zo ver geraakt zonder gevonden te worden? Wie heeft de schietgrage outlaws op hem af gestuurd en hoe kan het dat Patrick Bob zo dicht op het spoor is? Lowery introduceert plotpunten die het verhaal verder helpen, zonder die subplots diep uit te werken. Dat kan charmant zijn, maar werpt in dit geval steeds meer vragen op.

De film is absoluut genietbaar en raakt soms alle juiste noten. Maar net als Bob Muldoon is Ain’t Them Bodies Saints en outlaw met een klein hart: een onafhankelijk ogende film met een eigen visie op de klassieke romantiek, maar net te weinig ballen om helemaal te overtuigen.

 

15 maart 2014

 
ALLE RECENSIES

American Hustle

*****

recensie American Hustle

Het onbenul van Rosalyn

door Alfred Bos

De reacties in Amerika op deze quasi-waargebeurde oplichterstragikomedie-in-retro-stijl zijn gemengd, van zuinigjes tot jubel. Er wordt in ieder geval geweldig in geacteerd, met een bijna onherkenbare Christan Bale in de hoofdrol. 

Er staan een flink aantal Oscars op de rol voor deze bij vlagen hilarische film en één daarvan verdient Jennifer Lawrence voor haar (vrouwelijke bij)rol van Rosalyn Rosenfield, het ultieme domme blondje dat zonder enig realiteitsbesef door FBI-operaties en maffiaopzetjes blundert terwijl ze haar partner toezucht ‘Thank God for me’. Lawrence, na in 2010 te zijn doorgebroken met Winter’s Bone vorig jaar goed voor een Oscar voor haar hoofdrol in Silver Linings Playbook, is niet de enige topacteur in deze carrousel van schijn.

Recensie American Hustle

De 23-jarige actrice vertolkt de echtgenote van Irving Rosenfeld (Christian Bale), een getalenteerde oplichter die met zijn vriendin, Sydney Prosser (Amy Adams), door een manipulatieve FBI-agent, Richie DiMaso (Bradley Cooper), wordt gedwongen mee te werken aan een plan om corrupte bestuurders en maffioso ondernemers strafrechtelijk aan te klagen. Een flink deel van de cast – waaronder Robert De Niro, niet op de titelrol vermeld als de louche Victor Tellegio – werkte eerder met regisseur David O. Russell, onder meer aan een van zijn beide voorgaande films, The Fighter (2010) en het genoemde Silver Linings Playbook (2012). Bovendien is komiek Louis C.K. (Blue Jasmine) van de partij.

Bazige moeders
American Hustle  is, meer dan vergelijkbare oplichtersfilms als The Sting (1973) en The Grifters (1990), een spel met de werkelijkheid. Het verhaal, gesitueerd in 1978, wordt gepresenteerd als gedeeltelijk waar gebeurd, maar komt uit de koker van de regisseur; het logo van de distributeur is de versie die destijds werd gebruikt, net zoals de logo’s van de producenten quasi-retro zijn. In de openingsscène zien we Rosenfeld voor de spiegel bezig met zijn toupet en ook DiMaso’s kroeskop is nep; hij gebruikt haarkrullers. Alle personages wenden voor iemand anders te zijn om, naar eigen zeggen, te kunnen overleven.

In deze film speelt Christian Bale, compleet met buik en kalende schedel, een personage dat wordt geterroriseerd door vrouwen: vroeger zijn dominante moeder (leren we uit voice-overs), nu door de onmogelijke Rosalyn. Daarnaast speelt vriendin Sydney onder zijn ogen  spelletjes met de opdringerige FBI-agent. Bale heeft zich voor zijn rol zichtbaar laten inspireren door James Gandolfini’s Tony Soprano, maar dan goedzakkeriger. Ook DiMaso wordt geplaagd door een bazige moeder, zijn bravoure is een act. Alles in deze film is een act, behalve het onbenul van Rosalyn. Ze valideert het bedrog.

Recensie American Hustle

Surrealistische dialoog
Thematiek (oplichting) en toon (neiging tot uitzinnigheid) vertonen overeenkomsten met The Wolf of Wall Street, maar het scenario van American Hustle is ingenieuzer. Elk van de hoofdpersonen levert een existentiële strijd en balanceert doorlopend op het randje van hysterie, de gedreven FBI-agent niet uitgezonderd. Ver over de rand verkeert Rosenfeld’s vrouw Rosalyn, zoals een surrealistische dialoog tussen de echtelieden illustreert. In die briljante scène botsen twee overlevingsstrategieën frontaal: Rosenfelds bedrog is gebaseerd op calculatie en empathie; Rosalyn laveert impulsief, koersend op eigenwaan en tegeltjeswijsheid, door het mijnenveld. Ze leven in parallelle werelden.

Speciale vermelding verdient de voortreffelijke geluidsband en ook die truukt de kijker, want al speelt deze film in 1978, we horen hit-singles uit 1972 en 1973 van onder meer Steely Dan, Chicago, Todd Rundgren, Electric Light Orchestra, Temptations en Wings. En waar hebben ze die, perfect getimede, Arabische versie van Jefferson Airplane’s White Rabbit vandaan? Sterk scenario (inclusief geslaagde running gag), geweldige acteerprestaties en een fantastische soundtrack—American Hustle is een instant klassieker.

 

4 februari 2014

 
ALLE RECENSIES

Wolf of Wall Street, The

****

recensie  The Wolf of Wall Street

Scorsese in topvorm

door Alfred Bos

Leonardo DiCaprio en Martin Scorsese werken voor de vijfde maal samen in een drie uur durende zwarte komedie, die bijna uit zijn voegen barst van levenslust en hilariteit. 

Er zijn zo overdonderend veel krankzinnige scènes, zoveel geestige – veelal geïmproviseerde – dialogen, zoveel absurde situaties en zoveel briljante momenten dat de drie uur die Martin Scorsese’s The Wolf of Wall Street duurt, geen verloren minuut kent. In een ongenadig tempo vertelt deze zwarte komedie het waar gebeurde verhaal van de effectenmakelaar Jordan Belfort (Leonardo DiCaprio), die begin jaren negentig absurd veel geld verdiende met illegale praktijken in de wereld van Wall Street en uiteindelijk achter de tralies belandde.

Recensie The Wolf of Wall Street

Belfort is een schurk, maar een charmante schurk. Hij komt als broekje op Wall Street en wordt ingewijd in de mores van het geldwezen door een cynische veteraan (Matthew McConaughey). Het is niet eens de hebzucht die hem drijft, het is de uitdaging om vlees te verkopen aan vegetariërs. Bij dat spel is alles geoorloofd en Belfort kent geen scrupules. Die mentaliteit en (gebrek aan) moraal kennen we uit Scorsese-films als Goodfellas (1990) en het ondergewaardeerde Casino (1995).

Mannenvriendschappen
Ook The Wolf of Wall Street is een film over de vriendschap tussen mannen die in hun eigen fantasiewereld leven naar hun eigen regels. Zoals Goodfellas de doorbraak betekende voor acteur Joe Pesci, zo fungeert deze film als het podium waarop het talent van Jonah Hill kan schitteren. Hij speelt de rol van Donnie Azoff, de adjudant van Belfort die uitgroeit tot zijn beste vriend. Zowel Belfort als Azoff zijn uitzinnige personages en ze stuwen elkaar op tot hallucinante hoogtes. Scorsese heeft extra moeten snijden om de NC-17 (voorheen X) rating te ontwijken, wat niet wegneemt dat er meer drugs en vrouwelijk naakt voorbij komen dan in al zijn voorgaande films tezamen.

The Wolf is geproduceerd door DiCaprio, die de biedingsoorlog om de rechten van Belforts autobiografie won van Brad Pitt, en kende een moeizame ontstaansgeschiedenis. Tussendoor maakten DiCaprio en Scorsese Shutter Island (2010) en Ridley Scott liet de regie van het door Terence Winter (Boardwalk Empire, The Sopranos) geschreven script aan zich voorbij gaan. Dankzij onafhankelijke financiering ging Scorsese alsnog aan de slag, met als resultaat een van de beste films uit zijn toch al imposante oeuvre. Voor DiCaprio is het na The Great Gatsby en Django Unchained zijn derde glansrol binnen een jaar. Als slagroom op de taart is er een bijrol voor Joanna ‘Absolutely Fabulous’ Lumley.

Remmen-los soundtrack
Om het filmfeest compleet te maken tekende Robbie Robertson voor de soundtrack, waarop rhythm & blues-klassiekers van Howlin’ Wolf, John Lee Hooker, Willie Dixon en Cannonball Adderley figureren naast de alternatieve rock van The Dead Weather, Me First and The Gimme Gimmes en The Lemonheads. Het is remmen-los muziek die het filmverhaal ironisch becommentarieert en de grenzeloze energie van de personages verklankt. Zo horen we Mrs. Robinson – in een punk-cover van The Lemonheads – wanneer Belfort zijn Engelse schoontante Emma (Lumley) dreigt te kussen.

Recensie The Wolf of Wall Street

Anders dan Goodfellas en Casino gaat The Wolf of Wall Street over witte boorden-criminaliteit en dat betekent: geen brute moorden of psychopathisch geweld. Al is de geestesgesteldheid van de Wall Street-bluffers even gestoord als die van hun maffioso evenknieën uit vroegere Scorsese-films, ze halen maximaal plezier uit iedere situatie. Het is die ontembare levenslust die van het filmdoek spat en van The Wolf een hilarische rollercoaster maakt. Na drie uur stap je suf gebeukt, maar intens voldaan uit de bioscoop.

 

24 januari 2014

 
ALLE RECENSIES

Gangs of Wasseypur

*****

recensie  Gangs of Wasseypur

Indiase kolenmaffia

door Cor Oliemeulen

Alle mannen van de familie Khan zijn gewelddadige rotzakken. Dit gegeven maakt een misdaaddrama nog niet onsympathiek. Gangs of Wasseypur is de geschiedenis van zeventig jaar Indiase kolenmaffia samengevat in ruim vijf uur pure cinema.  

In een flashforward naar de tegenwoordige tijd verschaft een gewapende bende zich nietsontziend de toegang tot de woning van Faizal Khan (Nawazuddin Siddiqui), de machtigste gangster van Wasseypur. De overvallers doorzeven het onderkomen en denken hun tegenstander gedood te hebben. Direct hierna gaan we terug naar begin jaren veertig van de vorige eeuw. In de Bengalen houdt Faizals grootvader, Shahid Khan, zich bezig met het beroven van Britse treinen. Als lid van de moslimgroep Pathans geeft hij zich uit voor de mythische treinrover Sultana Daku, de leider van de concurrerende moslimgroep Quershis. Er lijkt geen sprake van godsdienststrijd, de voortdurende rivaliteit gaat over macht en geld.

Recensie Gangs of Wasseypur

Zodra Shahid is ontmaskerd, ontvlucht hij Wasseypur en wordt tewerkgesteld in de kolenmijnen van Dhanbad. Na de onafhankelijkheid van India komen de mijnen in handen van vrienden van de Engelse kolonisten. In deze streek gaat Ramadhir Singh de scepter zwaaien. Hij benoemt Shahid Khan als ‘muscle man’, die de arbeiders in toom moet houden. Echter Ramadhir laat de meedogenloze opzichter vermoorden als deze te lastig wordt. Shahids zoon Sardar zweert wraak, scheert zijn hoofd kaal en zal pas na de dood van Ramadhir – die het zal schoppen tot minister – zijn haren weer laten groeien.

Bloedwraak
Werd Gangs of Wasseypur in India nog in twee delen in de bioscoop uitgebracht, bij ons is een extra zitkussentje vanwege de totaallengte van 320 minuten geen overbodige luxe. Langdradig is de film van regisseur Anurag Kashyap allerminst. In de overstelpende aaneenschakeling van scènes is alles raak en zijn nagenoeg alle aspecten van de filmkunst tot in de puntjes verzorgd. Een vlot verteld en onderhoudend verhaal met realistische dialogen, goede acteurs, mooie cinematografie, perfecte cameravoering en soepele montage. Vooral het eerste uur mag een geschiedenisles met een duizelingwekkende stoet van personages zijn, als de premisse en de sfeer eenmaal zijn neergezet, maakt Kashyap van elk fragment pure cinema.

De regisseur heeft goed gekeken naar de spaghettiwesterns van Leone, het door Coppola geschetste gangsterleven en naar de mix van grof geweld, zwarte humor en vette soundtrack van Tarantino. Hij overgiet het met een Bollywood-saus van liedjes met lyrische teksten, vrolijke dansjes door mooie vrouwen in veelkleurige kleden en registreert en passant de Indiase cultuur en gebruiken. Een voice over loodst ons door de zeventig jaar lange geschiedenis waarin bloedwraak centraal staat en de notoire rokkenjager Sardar Khan (Manoj Bajpayee) zich ontwikkelt tot hoofdpersonage. Hij krijgt vijf zonen bij twee vrouwen. Alle kinderen groeien uit tot gangsters.

Gangs of Wasseypur

Ultieme Godfather
Hoewel het niet altijd meevalt de drie generaties durende vete te integreren in de industriële ontwikkelingen van Oost-India, slaagt Kashyap er in een duidelijk beeld te geven hoe politiek, macht, corruptie en moord al die tijd hand in hand gaan. Geleidelijk wordt het taalgebruik intenser en gevatter – volgens Hindi-kenners ongekend vulgair. De techniek schrijdt voort en de personages worden ouder en grijzer. Soms zijn de taferelen kort, videoclipachtig, gelardeerd met humor, absurditeiten en populaire muziekdeuntjes. Het geweld evolueert mee.

De voortdurend aan een hasjpijp lurkende Faizal, die zijn vader Sardar uiteindelijk zal opvolgen, toont zich de ultieme Godfather. Vond een tegenstander van Don Corleone destijds een afgesneden paardenhoofd in zijn bed, in Gangs of Wasseypur snijdt Faizal persoonlijk (buiten beeld) het hoofd van een onbetrouwbare vriend af en hangt het bij de voordeur van diens familie. In deze contreien moet iedereen op zijn hoede zijn. Ook de politie. Zoals blijkt als een agent een mensenvinger vindt, ter plekke poolshoogte gaat nemen en te horen krijgt: ‘In Wasseypur vliegt zelfs een duif met één vleugel, met de andere vleugel beschermt hij zijn rug.’

 

11 oktober 2013

 
ALLE RECENSIES
 

The Godfather en ik

Jimmy Van der Velde – Student Film

Jimmy Van der Velde is een 23-jarige student Filmstudies en Visuele Cultuur te Antwerpen. Hij is al in het bezit van een diploma journalistiek. Schrijven doet hij voor enola.be en hoopt ooit professioneel met film bezig te kunnen zijn. Cinema is al lang geen passie meer, maar een obsessie.

 

The Godfather en ik

The Godfather is een filmisch meesterwerk. Een essentieel Amerikaans epos. Daar valt niet over te discussiëren. Voor de jonge cinefiel die ik enkele jaren geleden was, fungeerden de drie films als een openbaring over wat cinema precies kon zijn. Maar het ging verder dan dat. De trilogie van Francis Ford Coppola is ook een bastion van mannelijke expositie, een wereld met sterk omlijnde regels en een duidelijke hiërarchie. Naast het feit dat de films voor eens en altijd mijn filmliefde deden opflakkeren, raakten de lotgevallen van Michael Corleone en co. mij ook op een diep persoonlijk niveau. De veertienjarige ik vond er zijn blauwdruk in voor volwassenheid en mannelijkheid.

Geen vrees, dit bericht zal niet voor de duizendste maal proberen uit te leggen waarom The Godfather-trilogie zo geniaal is, waarom het een meesterwerk is. De opzet van dit stuk is dat ik tracht te beschrijven wat voor invloed deze specifieke misdaadtrilogie op mij had als jongeling en hoe die invloed nazindert. Noem het een Coming of Age-verhaal, een reflectie op mijn jongere zelf en hoe The Godfather onlosmakelijk deel uitmaakt van mijn persoon.

Gids naar een eervolle mannelijkheid
Het begon ongeveer toen ik veertien jaar oud was. Mijn interesse in film begon sterk te ontluiken en als monument binnen de filmgeschiedenis was The Godfather één van de eerste klassiekers die ik gezien wou hebben. Het was alsof ik door een trein geraakt werd. Daar zat ik dan: een puber op zoek naar een identiteit, een kader voor zijn persoonlijkheid, normen en waarden die hem zouden definiëren. Coppola’s meesterwerk kwam mijn leven binnenvallen als bliksem bij heldere hemel. Terwijl leeftijdsgenoten hun voorbeelden zochten in de toenmalige populaire cultuur, was ik helemaal in de ban van die donkere, mythische wereld van mannelijkheid die Coppola schetst.

Jeugdige promiscuïteit kon mij plotseling gestolen worden. Het was die onbeweeglijke discipline van Vito Corleone die mij aansprak, het belang van eer en zelfcontrole, trouw aan je naasten en de strak omlijnde mannelijke eigenheid van de Italo-Amerikaan. Niet dat de verdere populaire cultuur mij plotseling niet meer interesseerde en ik mij ging gedragen als een gangster. Het geweld en maffiagebeuren uit de film(s) waren secundair voor mij. The Godfather trof mij als een gids naar een eervolle mannelijkheid. Geen haantjesgedrag, maar naar een gedisciplineerde persoonlijkheid die waarde hecht aan wat voor een persoon ik nu precies wou zijn.

Geen macho
Je moet nu wel denken dat ik een ongelofelijke macho ben, maar aan die oppervlakkigheid kon ik als tiener makkelijk voorbij kijken. Het is niet dat ik door The Godfather ben gaan geloven in een patriarchale maatschappij. Hoewel ik het moment waarbij de deur toeslaat voor de neus van Diane Keaton aan het einde van de eerste film nog steeds een prachtig symbolisch moment vind, ben ik zeker geen aanhanger van een klimaat waar vrouwen worden uitgesloten.

Toch was – en blijft – voor mij deze trilogie een prachtig toonbeeld van mannelijke idealen. The Godfather leerde mij als tiener dat je een weloverwogen betekenis kan geven aan je persoonlijkheid als man, dat je jezelf kan verbreden tot een respectabel iemand, een persoon die rekening houdt met zijn omgeving en zichzelf recht in de ogen kan kijken, zonder ooit je normen- en waardestelsel overboord te gooien.

De films lagen tijdens mijn tienerjaren aan de basis van een nieuwe denkwijze, wat resulteerde in het nastreven van een volwassenere houding en het duidelijk proberen definiëren van mezelf. Plots vond ik respect voor anderen zeer belangrijk, droeg ik vriendschap hoog in het vaandel en het feit dat mensen op mij zouden kunnen vertrouwen en kunnen rekenen. Net zoals je weet wat je aan Don Corleone hebt als je hem om een gunst vraagt, zulk een vertrouwen wou ik ook uitstralen.

Vito Corleone
Het waren dan ook vooral Marlon Brando’s en Robert De Niro’s Vito Corleone die me daarbij aansprak. Die man is een meedogenloze moordenaar, maar weet zichzelf toch te profileren als iemand die respect afdwingt en geeft, elke keuze zorgvuldig afweegt, een bewonderenswaardige bescheidenheid weet te behouden en een onnavolgbare discipline kent. Daarbovenop kent hij nog eens sterke familiewaarden en een onbreekbare liefde voor zijn zonen. Quotes als “a man who doesn’t spend time with his family can never be a real man” doen nog steeds lichtjes mijn haren recht komen. Michael Corleone laat zien hoe dat het niet moet. Pacino’s personage wordt verblind door zijn idealen en zijn doeleinden, waarbij hij de lessen van zijn vader volledig in de wind slaat. Michael Corleone streeft ook naar controle en discipline, maar verliest zich volledig in foute en irrationele beslissingen.

Ik zeg soms: “The Godfather bevat alles waarnaar een man verlangt en van droomt.”  Op een primair niveau wel te verstaan. Welke man verlangt er nu niet ergens diep vanbinnen naar macht, respect, aanzien, rijkdom en familie? Een volledig leven dat je zelf hebt opgebouwd met je eigen bloed, zweet en tranen? Een leven waar je trots kan op zijn en voldaan kan op neerkijken? Als jongeling is dat een aanlokkelijke droom, een verlangen om op oudere leeftijd even geslaagd in het leven te staan als Vito Corleone. Zonder een misdaadimperium op te starten, laat dat duidelijk zijn. Nog steeds verlang ik daar naar. Momenteel studeer ik nog een jaar, maar het echte leven lonkt en ik wil dat zo goed mogelijk vorm weten te geven. Het ondernemerschap van de jonge Vito Corleone die zich als migrant vanuit het niets weet op te werken, is daarin steeds een mooi voorbeeld en motivatie om in het achterhoofd te houden. Niet dat ik armzalig ben opgegroeid, maar de dingen zijn me ook nooit in de schoot geworpen.

Idealen en dromen
Ik klink misschien als een onverbeterlijke romanticus die veel te veel belang hecht aan wat uiteindelijk maar een film is. Toch is de invloed die die drie films op mij hadden onmiskenbaar. En die invloed blijft nazinderen. Nog steeds grijp ik een drietal keer per jaar terug naar The Godfather-trilogie en blijft de sensatie even adembenemend en inspirerend als die eerste keer. Nog steeds verlang ik naar een zelfde soort gecontroleerde mannelijkheid. Coppola doet me realiseren dat ik moet blijven trachten om een zo compleet mogelijk persoon te zijn; iemand die met beide voeten stevig in de realiteit staat. Geen dom alfamannetje, maar een persoon met duidelijke idealen en dromen, plus de motivatie en kracht om die idealen en dromen onverbiddelijk en gedisciplineerd na te jagen.

Elke revisie van The Godfather-films blijft me daaraan herinneren en fungeert als een constante wake-up call. De films maken hierdoor haast deel uit van mijn DNA en de persoon die ik nu ben. Wat voor een persoon ik ben, is niet aan mij om te zeggen. Maar dankzij de familie Corleone heb ik geleerd om aandacht te besteden aan mijn persoonlijkheid en mannelijkheid en ook om daar bewust aan te werken. Een werk van lange adem, maar een werk dat ik noodzakelijk acht. Ik ga niet zeggen dat ik nu compleet ben als man en als mens. Het blijft een weg waaraan je constant timmert en waarschijnlijk nooit klaar mee bent.

Mannelijkheid uit zich voor mij niet in uiterlijk vertoon, maar in een sterke en zelfzekere persoonlijkheid, in respect voor je naasten en naargelang de situatie steeds de juiste houding trachten aan te nemen. Ik ga niet zeggen dat heel mijn bestaan gefundeerd is op Coppola’s trilogie, maar het heeft zeker een belangrijke rol gespeeld. Om maar een voorbeeld te geven: zo zal ik nooit meer in een fauteuil kunnen gaan zitten zonder aan de koele zithouding van Michael Corleone te denken. Ik zal er Coppola, Mario Puzo en iedereen die aan deze ultieme meesterwerken heeft meegewerkt steeds dankbaar voor zijn.

 

8 september 2013

 
 

MEER ESSAYS

Pain and Gain

**

recensie  Pain and Gain

Meer spieren dan hersencellen

door Cor Oliemeulen

Van regisseur Michael Bay hoef je geen psychologisch portret van een groepje antihelden te verwachten, zijn enige doel is het bevredigen van de gemiddelde tienerjongen.  

Het jongste geweld van de maker van The Rock (1996) en Transformers (2007, 2009 en 2011) kan met een beetje goede wil worden aangeduid als zwarte actiekomedie. Drie bodybuilders zijn jaloers op rijke klanten van hun Fitness Gym en beramen een plan om één van hen te beroven. Het verhaal is gebaseerd op een werkelijke misdaad in het midden van de jaren negentig in zonovergoten Florida. Bay zou Bay niet zijn als hij niet zijn register van bombast, uiterlijk vertoon en snelle montages met korte flashbacks zou opentrekken. Pain and Gain verzandt al snel in een rommelige klucht met het doelloos verheerlijken van moorden.

Overschatting
De schrijvers van de familiefilms over Narnia hebben ditmaal hun fantasie helemaal de vrije loop gelaten. Ze hebben kennelijk genreklassiekers als Pulp Fiction en Fargo voor ogen gehad. In dat geval hebben ze hun eigen ambities en schrijfcapaciteiten schromelijk overschat en zijn ze vergeten dat Tarantino en Coen meesters zijn in de dialoog en totaal andere regiekwaliteiten bezitten dan Bay. Bovendien valt of staat een film met de kunst van het acteren. Je kunt grof geweld op een zwart-komische wijze relativeren, maar dat vereist wel een subtiele combinatie van de juiste mensen en het juiste materiaal.

Recensie Pain and Gain

In Pulp Fiction doorzeven twee hippe gangsters een niet-betalende drugsgebruiker die zojuist zonder succes zijn magazijn op hen heeft leeggeschoten. In Pain and Gain proberen de gelegenheidscriminelen twee lijken met een kettingzaag in te korten, echter het ding werkt niet omdat er ‘Made in China’ opstaat. Nog een voorbeeld. In Fargo stopt een boef zijn slachtoffer in een houtversnipperaar, wat helemaal past in het vele geklooi en het ziet er bovendien ‘esthetisch’ uit in het winterlandschap; in Pain and Gain volgt na het lijkenzagen een discussie over de noodzaak van het verwijderen van borstimplantaten, want het voluptueuze slachtoffer kan later mogelijk aan de hand van de serienummers worden geïdentificeerd. Conclusie: absurde situaties kunnen altijd en overal, maar de tentoongespreide geloofwaardigheid is doorslaggevend.

Amerikaanse Droom
De boeven in Pain and Gain zijn anders dom dan het duo in Fargo. Het trio wordt aangevoerd door Daniel Lugo (Mark Wahlberg) die zijn mooie baan als senior fitness coördinator niet lucratief genoeg vindt. Hij vindt twee collega-bodybuilders die net als hij de Amerikaanse Droom nastreven: net zo rijk worden als anderen. De eerste is Adrian Doorbal (Anthony Mackie), die door overmatig gebruik van steroïden impotent is geworden en zijn strippervriendinnetje wijsmaakt dat hij bij de CIA zit. De andere is Paul Doyle (Dwayne Johnson), die Jezus ziet als zijn persoonlijke redder, nadat hij als cocaïneverslaafde in de gevangenis heeft gezeten.

Ze kidnappen de zakenman Victor Kershaw (Tony Shaloub) die als half-Columbiaan, half Jood zijn best doet het opgewonden standje van Joe Pesci na te doen. Natuurlijk gaat de ontvoering niet zonder slag of stoot. Het trio koopt wat onwennig wapens. Vervolgens proberen ze het slachtoffer met een busje klem te rijden maar ze rijden eerst zichzelf klem, het apparaat om elektroshocks toe te dienen functioneert niet naar behoren en de intens vloekende zakenman wil uiteindelijk maar niet doodgaan en weet zelfs te ontsnappen. Het is aan een detective (Ed Harris) om alle losse eindjes met alle ongein aan elkaar te knopen. Behalve dan de geamputeerde grote teen van bodybuilder Paul.

 

9 augustus 2013

 
ALLE RECENSIES

Bling Ring, The

***
recensie The Bling Ring
De paaldanspaal van Paris

door Alfred Bos

Sofia Coppola vertelt zonder enig commentaar het waar gebeurde verhaal van vijf tieners in Los Angeles die insluipen in villa’s van film- en mediasterren om de lifestyle van de rich & famous  na te spelen. The Bling Ring is bijna een documentaire.

Tussen al het blockbustergeweld uit de horror- en sciencefictionhoek maakt Sofia Coppola’s The Bling Ring een weldadig realistische indruk. Al heeft het verhaal over vijf aartsverwende en wereldvreemde pubers uit Los Angeles bepaald surrealistische trekjes, The Bling Ring tekent – zonder enig moreel oordeel te vellen – een liefdeloze wereld waarin merkfetisjisme het gebrek aan bezieling compenseert.

The Bling Ring

Rebecca (Katie Chang) leert Marc (Israel Broussard) kennen op een ‘laatste kans’ middelbare school. Beiden hebben, om hun eigen reden, moeite om zich te conformeren aan de mores van de buitenwijk. Om het gat in hun ziel te dichten gaan ze, op initiatief van Rebecca, inbreken in villa’s van film- en mediasterren. Op internet lezen ze dat Paris Hilton of Orlando Bloom een aantal dagen niet thuis zijn. Via Google Maps vinden ze in een mum het juiste adres. ’s nachts breken ze in, bijgestaan door Nicki (Emma Watson), Emily (Georgia Rock) en Chloe (Claire Julien), en vergapen zich aan de overdaad. Ze spelen Parisje en feesten in haar privéclub, inclusief paaldanspaal.

Fame, drugs & fashion
Dat loopt al snel uit de hand, want het kan allemaal zomaar; er lijken geen grenzen. De kledingkasten en bijoukabinetten van Paris Hilton worden geplunderd en behangen met hun trofeeën gaat het clubje wannabe-sterren feesten. De foto’s van hun clubavonturen plaatsen ze op Facebook. Het vijftal is het product van een cultuur die is geobsedeerd door roem en glitter, waarin labels en brands de nieuwe rocksterren zijn en ostentatief consumeren de status definieert. De sex, drugs & rock ’n roll van hun ouders is vervangen door fame, drugs & fashion. Pillen moduleren de gemoedstoestand.

Fraai is de scène waarin het clubje een grote glazen villa binnenvalt. De camera staat hooggeplaatst en biedt een totaalshot, dat langzaam inzoomt. Het gaat allemaal moeiteloos en vlekkeloos; de armen gevuld met kleren, schoenen en snuisterijen zien we ze 120 seconden later wegsluipen, de anonieme nacht in. Het beeld is ironisch – en ionisch: de sterren maken zich druk om hun privacy, maar ze leven in een glazen huis.

Recensie The Bling Ring

Losgezongen van de werkelijkheid
Sofia Coppola is de chroniqueur van de moderne leegte. En het sterke is dat ze daar verder geen oordeel over heeft. Haar vorige film, Somewhere (2010), registreerde haarfijn het lege leven van een verlopen acteur. Zonder spot, zonder deernis. Het onderwerp is zo losgezongen van de werkelijkheid dat verder commentaar overbodig is. In The Bling Ring past ze dezelfde methode toe. Het maakt de film ogenschijnlijk saaier, maar ook indringender. De kijker heeft alle ruimte om zijn eigen reactie te ontwikkelen.

Coppola schetst de Bling Ring niet als daders noch als slachtoffers, maar als uitwas van de mediamaatschappij. Het is hen niet in de eerste plaats om het geld te doen. Marc verpatst een collectie peperdure horloges voor een schamele 5K. Het is ook niet zozeer de thrill van het insluipen. Ze willen het leven van de mediasterren, met alle excessen die aan die status kleven. Zou het toeval zijn dat ringleader Rebecca op de Bob Hope luchthaven in de Dolce & Gabbana-kraag wordt gevat? Ze gaat voor vier jaar de bak in en moet 800.000 dollar schadevergoeding betalen. Marc krijgt een jaar en mag drie ton lappen. De door en door verwende Nicki wandelt weg. De buit bedroeg drie miljoen dollar.

 

29 juli 2013

 

MEER RECENSIES

 

Red 2

***

recensie  Red 2

Voorzichtig met de handgranaten, schat

door Alfred Bos

Nadat de stripverfilming Red een verrassende hit werd, doen de gepensioneerde geheim agenten Frank en Marvin hun spyfi-parodie nog eens vet aangezet over. 

Ze zijn ontsproten aan het brein van de Britse stripauteur Warren Ellis: de gepensioneerde ‘dirty ops’ (vuile zaakjes) agenten Frank Moses (Bruce Willis) en Marvin Boggs (John Malkovich), door hun voormalige werkgever CIA aangemerkt als RED (Retired Extremely Dangerous) en derhalve rijp voor liquidatie. Geholpen door Victoria (Helen Mirren), ex-scherpschutter van de Britse contra-spionagedienst MI6, en haar vroegere geliefde, de Rus Ivan (Brian Cox), ooit KGB-agent, trotseren ze de Amerikaanse inlichtingendienst én het geboefte.

De laconieke Frank en de door LSD-experimenten volkomen geschifte Marvin debuteerden in stripvorm in 2003 en op het witte doek in 2010. Die zeer geslaagde rolprent werd een onverwacht succes en een nieuwe franchise was geboren. Het zal niet echt verbazen dat Red 2 minder overtuigt. De verrassing is er vanaf en de film gaat gebukt onder een ‘marketing scenario’: een Zuid-Koreaanse huurmoordenaar (gespeeld door de Koreaanse ster Byung-hun Lee) voor de Aziatische markt, plus uitstapjes naar Parijs, Londen en Moskou om de Europese kijker te prikkelen.

Recensie Red 2

Geniale gek-grollen
Was de eerste Red een eigenwijze, alternatieve satire op het genre van de spionagethriller, Red 2 is een actiekomedie voor de mainstream markt; met parodistische trekjes, dat wel. Het verschil wordt hoorbaar op de soundtrack. Red  had een geluidsband met sfeerrijke elektronica en het soort funky lounge muziek dat David Holmes aanleverde voor Out Of Sight en Ocean’s Eleven van Steven Soderbergh. Een track als Cissy Strut van The Meters is op Red 2 evenwel ver te zoeken, daar domineren de gezwollen orchestraties waarmee Hollywood haar drama pleegt op te vullen. Red was cool; Red 2 is lauw. Maar u raadt het al: in Amerika is de vervolgfilm goed ontvangen, veel beter dan Red dat via mondreclame een hit werd.

Los van die kanttekeningen weet tv-regisseur Dean Parisot een vermakelijke parodie op franchises als de James Bond-films of Mission Impossible neer te zetten. Een sterke cast helpt daarbij. Mary-Louise Parker waggelt als Franks vriendin Sarah met grote ogen door het alom aanwezige gevaar. Catherine Zeta-Jones speelt Katja, officier van de Russiche geheime dienst en een ex van Frank, wat goed is voor een aantal venijnige grappen van Sarah. En schurk du jour is ditmaal Anthony Hopkins die in zijn rol van de doorgedraaide wetenschapper Bailey zijn arsenaal aan geniale gek-grollen kan aanspreken.

Kolderieke hoofddeksels
Was Red  nog een aaneenschakeling van min of meer realistische scènes in de Verenigde Staten, ingeleid door ansichtkaarten, ditmaal flitst de handeling van land naar land en zijn de schietscènes nog meer over de top dan ze in de voorgaande film al waren. Ook de MacGuffin, het plotelement waar het verhaal om scharniert, is uitzinnig onrealistisch: een nucleaire bom van ‘rode kwik’, verborgen in de catacomben van het Kremlin. Daar steekt de presidentskandidaat met duister oorlogsverleden uit Red tamelijk gewoontjes tegen af.

Is dat alles een bezwaar? Niet echt, want het hart van Red klopt nog steeds in de tweespraak tussen de gortdroge Frank, zijn emotionele vriendin Sarah en de totaal paranoïde Marvin, wiens voorkeur voor kolderieke hoofddeksels in de allerlaatste scène een krankzinnige climax bereikt. Op naar Red 3.

 

22 juli 2013

 
ALLE RECENSIES

Shokuzai

*****

recensie   Shokuzai

Een Japanse Cloud Atlas

door Alfred Bos

Oorspronkelijk vijfdelige Japanse tv-serie nu als bioscoopfilm te zien. Shukozai is een psychologisch drama met thriller-trekjes rond de moord op een schoolmeisje. Of hoe een kleine oorzaak enorme gevolgen kan hebben.

In de bioscoop lijkt het de zomer van het geheugenverlies te zijn. Na Trance en I, Anna laat Shokuzai  (het Japanse woord voor ‘boetedoening’) zien hoe mensen in feite niet meer zijn dan hun herinneringen. De vierenhalf uur durende film is een psychologische thriller rond vier jonge vrouwen, die als schoolmeisje werden geconfronteerd met de moord op een klasgenootje. Elk gaat daar op haar eigen manier (niet) mee om, wat hun leven, zonder dat ze zich daar van bewust zijn, een donkere glans geeft.

Regisseur Kiyoshi Kurosawa (1955) maakt sociaal drama in de traditie van Yasujiro Ozu en zijn vermaarde naamgenoot Akira Kurosawa; shomingeki heet het genre in Japan. De meest recente film die van hem in de Nederlandse bioscoop te zien was, Tokyo Sonate (2008), handelt over een gewone man die zijn kantoorbaan – en daarmee zijn identiteit – verliest en wat dat betekent voor hem en zijn gezin. Naast melancholie is er humor en hoop. Kurosawa houdt van mensen.

recensie Shokuzai

Marathonvertelling
Shokuzai is zwarter. De regisseur bewerkte de gelijknamige roman van Kanae Minato (uit 2009) tot een tv-serie van in totaal 270 minuten, die in januari en februari 2012 in vijf afleveringen door het Japanse satelliet tv-kanaal WOWOW is uitgezonden. De Nederlandse distributeur zag de film vorig jaar zomer tijdens het filmfestival van Venetië en was zo onder de indruk dat de dvd-uitgave wordt voorafgegaan door een bioscooprelease. De redenering: deze kijkervaring voor het kleine scherm is het waard om op het filmdoek te worden gezien.

Voor liefhebbers is Shokuzai inderdaad om te likkebaarden. Geen moment voelt het episodisch vertelde verhaal (gelardeerd met enkele flashbacks) als een tv-film en de marathonvertelling verveelt geen seconde. De psychologische portretten van de vier jongvolwassen vrouwen, elk met hun donkere kant, zijn invoelbaar en met saillante details neergezet. Want het zijn minieme, zelfs triviale details die het verschil maken tussen geluk of doem.

Subtiele ontknoping
De vrouw die de levens van de vier voormalige klasgenootjes verbindt, is de moeder van het vijftien jaar daarvoor vermoorde meisje. Haar rol wordt pas gaandeweg duidelijk, nadat Kurosawa eerst uitgebreid heeft getoond hoe de tragiek van toen zich na al die tijd nog steeds doet gelden. In het vijfde en laatste deel komt stukje bij beetje de waarheid aan het licht en ziet de moeder zich geconfronteerd met haar eigen keuzes uit het verleden. De ontknoping is van een verpletterende subtiliteit, waarin het toeval zijn onverschillige maar alles bepalende rol speelt.

Shokuzai heeft, met al zijn empathische aandacht voor de nukken van mensen, ook een moraal. Elke handeling en ieder woord hebben consequenties die zich eindeloos vertakken; vergissingen planten zich voort en worden doorgegeven. Oorzaak en gevolg zijn verstrengeld. Verroest, dat lijkt wel Cloud Atlas. Klopt, maar dan gezien vanuit Japans (niet-westers) perspectief. Deze intrigerende en ontroerende film is zijn lange zit meer dan waard.

 

19 juli 2013

 
ALLE RECENSIES