Jan Matthys over Vele Hemels

Jan Matthys, regisseur van Vele hemels boven de zevende:
“Ik werk graag met kwetsbare mensen. Ik moet geen macho’s, geen roepers”

door Alfred Bos

Vele hemels boven de zevende is de eerste speelfilm van Jan Matthys, de gelauwerde televisieregisseur uit België. De film naar de debuutroman van Griet Op De Beeck – in Nederland meer dan een kwart miljoen maal verkocht – is een initiatief van Matthys, die na jaren van werk in opdracht de stap van beeldscherm naar het witte doek zet.

Matthys las het boek kort na verschijning in 2013 en wist op pagina vijf reeds: dit is een film en die moet ík maken. Hij benaderde de auteur, die in samenspraak met hem het scenario schreef, en zocht een producent. Vele Hemels is een Belgisch-Nederlandse productie, met een Belgische rolbezetting en een Nederlandse soundtrack, gecomponeerd door Spinvis (Erik de Jong). Al is de film in Nederland welwillend tot jubelend ontvangen – zo won hij de Publieksprijs van het Leiden International Film Festival (LIFF) – Jan Matthys blijft de bescheidenheid zelve. Hoewel?

Jan Matthys

Matthys herkende zich in Eva, de jonge vrouw met de bazige moeder die het centrale personage van de film is geworden. “Dat bewaken van grenzen”, zegt de regisseur. “Ik werk al 25 jaar met dezelfde ploeg en de mensen die mij het meest geliefd zijn, zeiden tegen mij: we moeten weten welke ja’s bij jou eigenlijk nee betekenen. Ik laat veel inbreng toe, ik heb moeite om nee te zeggen. Maar ze hoorden aan mijn ja’s wanneer ze nee waren. Dat heeft mij doen inzien: waarom zeg je dan niet gewoon nee.”

Dit is uw eerste speelfilm, na jarenlang tv-drama te hebben geregisseerd. Hoe is het bevallen?

Matthys: “Spinvis, Erik de Jong, zei tijdens onze eerste ontmoeting: jij bent de man van de lange aanloop. Ik ga niet zeggen dat alles wat ik tot nu toe heb gedaan vingeroefeningen waren. Ik heb altijd auteur willen worden, ook bij de televisie. Om je vraag te beantwoorden: het is een openbaring geweest. Veel meer eigenheid. Ik heb zoveel ontdekt.”

“Ik lees dat boek en kon niet
meer anders: dit moest ik verfilmen”

“Het begint met voor de eerste keer in mijn leven mijn nek uitsteken. Tot nu toe was al mijn werk in opdracht. Maar ik lees dat boek en kon niet meer anders: dit moest ik verfilmen. Op de een of andere manier moest ik zo lang wachten eer ik daar klaar voor was. En bovendien, het formaat van het filmbeeld valt veel meer samen met de natuurlijke manier van kijken. Je kadreert ook veel intuïtiever, veel juister. Het was alsof ik plots een doos kreeg met vijftig kleurpotloden in plaats van twintig.”

“Maar de grootste ontdekking voor mij was: ik snij naar zwart en kan dat vijf volle seconden laten staan. Bij televisie had de producer direct geroepen: doe dat niet, want de mensen zappen weg. Ik debuteer, maar wel met een volle rugzak. Ik heb dat eerste keer-gevoel gekoesterd, want dat heb je maar één keer. Met zo’n gevulde gereedschapskist eindelijk eens persoonlijk zijn, eindelijk eens je nek uitsteken, ook klaar voor de meppen die je dan kunt krijgen. Het proces van een film maken heeft in dit geval vier jaar geduurd. Voor mij is het vier jaar groei geweest.”

Heeft u zo lang gewacht met uw eerste speelfilm omdat u dacht: ik moet vlieguren maken?

“Zeer juist. En de metafoor van de luchtvaart gaat nog meer op. In een cockpit heb ik eens de spreuk zien hangen: routine is aviation’s biggest enemy.”

Dat geldt ook voor scheppen.

“Daar moet je op gespitst zijn als je steeds werkt met dezelfde ploeg. We moeten elkaar wel blijven bevragen, hè. Deze film was een co-productie met Nederland. De ganse geluidsploeg was Nederlands, die bevroegen mij ook.”

“Wat bleek daarnaast? Toen ik na de casting alle foto’s ophing, besefte ik me dat ik in die 26 jaar tv-werk met nog geen enkele van die acteurs had gewerkt. Ik ben wel naar hun theaterstukken wezen kijken, nadien samen een pintje gedronken dus we kennen elkaar, maar nog nooit samengewerkt. Dat maakt het ook oorspronkelijk. Geen routine.”

“We zijn met zijn allen ondertussen in staat
om complexe verhalen te begrijpen”

Ik begrijp dat u verloren bent voor de televisiewereld.

“In de televisiewereld, zeker in Vlaanderen en ook in Scandinavië, zijn jonge mensen bezig om tv te pushen, om er meer auteurswerk van te maken. Ik zal graag beide blijven doen, film en tv, maar als ik weer tv ga maken ben ik minder compromis-bereid. Niet door te vechten, maar door dingen te stellen. Neem de kijker au serieux. We zijn met zijn allen ondertussen in staat om complexe verhalen te begrijpen. We groeien als kijker. In België spreekt men van de professionalisering van de sector en dat vind ik weer zo’n gevaarlijk woord, professionalisering. Ik pionier graag.”

Vele Hemels

Wat boeide u in het boek? Wat trok u aan in de psychologie van het personage Eva?

“Dat is de basisvraag en die heb ik gaandeweg leren beantwoorden. Daar begin ik nu pas achter te komen. Een Europese studie toont aan dat één op vier in Europa niet helemaal tevreden is met het leven waarin ze zitten. Iedereen heeft de mond vol over burn-out en depressie en dat soort dingen, maar Griet heeft de moed gehad om te kijken wat daar nog onder zit. Dan kom je bij jezelf terecht.”

“Ik denk dat Griet ons uitnodigt om naar onszelf te kijken
en de vraag te stellen: houden wij wel van onszelf?”

“Als ik nu terugkijk heb ik iets willen maken met een maatschappelijke relevantie en de problematiek niet willen oppoken door het alleen maar over de symptomen te hebben. Maar over de oorzaken. Ik denk dat Griet ons uitnodigt om naar onszelf te kijken en de vraag te stellen: houden wij wel van onszelf? Daar zit toch iets in de weg, zoals ik met mijn  ja’s die eigenlijk nee betekenden. Als iedereen zijn eigen opkuis zou doen waardoor je jezelf graag ziet, dan maakt dat de verbindingen met anderen ook evidenter.”

Het is ook confronterend, hè. Mensen kijken graag in de spiegel, maar dan om de positieve kanten van zichzelf te zien.

“Maar ook al duw je dingen weg, ze zijn er nog steeds. Soms vragen ze mij: weet je wel wat je aanricht, hoe mensen de bioscoop verlaten? Wel, wat er uit moet, moet er blijkbaar uit. Mensen blijven de ganse aftiteling zitten, Spinvis mag dan nog een heel nummer uitspelen. Mensen huilen, mensen schokken, maar men schaamt zich niet voor elkaar. Alsof ze iets collectief hebben meegemaakt.”

Dat is het mooie van film: je kijkt met een groep.

“Dat is een nieuwe bevinding. Het is een groepservaring. Gôh, daar had ik nog niet aan gedacht.”

Ik moet wel bekennen dat ik na afloop van de film behoefte had aan een ballon met lachgas.

“Bij voorstellingen merk ik dat mensen wel nood hebben aan ontlading. Spinvis heb ik hard nodig gehad om een dekentje troost te spreiden. Kom Terug, dat nummer onder de aftiteling, zou mijn lijflied kunnen zijn. Het is een aansporing: mensen, leef!”

De muziek van Spinvis is belangrijk voor de film. Hoe bent u op hem uitgekomen?

“Ook dat stond in de sterren geschreven, omdat op de derde bladzijde van haar roman Griet de tekst ‘Kom terug’ gebruikt als motto. Het moest zo zijn. Los daarvan was ik ook al lang fan van Erik. Hij schrijft prachtige teksten, het is poëzie. Iedereen kan er zijn eigen verhaal in lezen. En dan blijkt die man ook nog eens zo toegankelijk. Hij heeft me zo hard toegelaten in zijn proces. Dat was ook weer een verrijking voor mij.”

Heeft u het script geschreven of Griet Op De Beeck?

“Ik heb samen met Griet de beginkeuzes gemaakt. Ik wou dat Griet het script schreef omdat ik van haar taal hou. Die kleur wilde ik niet verliezen. Griet heeft ook een opleiding gehad als dramaturg en een tijdje in het theater gewerkt.”

Vele Hemels

De structuur van de roman leent zich totaal niet voor verfilming. Het zijn vijf monologen.

“Klopt. Mijn keuze om dit boek te verfilmen was impulsief. Maar ik wilde geen monologue interieur of iets artistiekerigs waarin iedereen vertelt vanuit de ik-persoon. Eva bood de oplossing. Zij is het centrale personage geworden. Van nature is ze een geefster. Ze ziet de problemen bij anderen en lost die problemen van anderen op. Zij bracht ons bij iedereen. Griet bevroeg me steeds: Jan, wat wil jij?”

“Innerlijke monologen omzetten
in dialoog is niet eenvoudig”

Dus u heeft in feite ook nog een stoomcursus scenarioschrijven gekregen?

“Haha, eigenlijk wel. Innerlijke monologen omzetten in dialoog is niet eenvoudig. Voor Griet is het ook een worsteling geweest. We hebben veertien versies nodig gehad eer het draaiscript erop stond.”

Familie
De film Vele Hemels past naadloos in het oeuvre van Jan Matthys. Als de regisseur een thema heeft dat als een rode draad door zijn werk loopt, dan is het familie. Vlaanderen zat in het tv-seizoen 2007-2008 aan de beeldbuis gekluisterdvoor de serie Katarakt, over een jonge vrouw en de relatie met haar vader en broers. Het internationaal onderscheiden De Smaak van De Keyser, naar een scenario van Marc Didden, draait rond familiegeheimen die het leven van drie generaties beïnvloeden en Matthys deed het eerste seizoen van het meer op humor gerichte De Zonen van Van As, waar komend jaar de vierde reeks van wordt uitgezonden.

De BBC vroeg hem een aantal afleveringen van veelbekeken series te regisseren. Tijdens de voorbereiding van Vele Hemels draaide hij in Engeland episodes van de detectivereeks Shetland en het oorlogsdrama Our Girl. Jan Matthys: “Door die BBC-reeksen heb ik in den vreemde als een soort experimenteerplek kunnen oefenen. Ik ga het gewoon eens proberen met no. Geen enkel probleem.”

De regisseur zegt altijd te zijn aangetrokken tot personages, meer dan plot. “Iedereen heeft een biologische vader en een biologische moeder. Soms heb je de pech van ze nooit te zien. Of je ziet ze juist teveel. Dat is volgens mij het meest universele thema: familie.”

Bedoelt u met familie geborgenheid?

“Ja, ja. Een nest, een geborgenheid. Die liefdevolle aandacht. Ikzelf kom uit een eenvoudig milieu en mijn vader was van de generatie die niet sprak over gevoelens. En toch wist ik het. Als wij ’s avonds laat van een feestje thuiskwamen, sliep ik in de auto. Ik werd wakker en dan deed ik alsof ik sliep. Ik was zo’n vijf, zes jaar en mijn vader droeg mij naar mijn bed. Volgens mij wist hij dat ik me slapende hield. Hij legde me op mijn bed en gaf me een kus op mijn voorhoofd. Slaap wel, manneke. Voor mij was dat een bewijs van liefde. Daar moet ik het mee doen.”

“En dan nog één keer op mijn veertiende. Ik speelde in een bandje en we vroegen: pa, mogen wij optreden in onze tuin? Toen mompelde hij iets en de dag daarop begon hij met stellingen een podium te bouwen. Dat was dan mijn tweede bewijs. Maar soms is dat genoeg hè, twee momenten. Er werd niet over gevoelens gepraat.”

En ze werden ook niet getoond, met als consequentie dat mensen niet veilig zijn gehecht, wat tot gevolg heeft dat ze doorlopend in de fight or flight-modus staan. Ze staan altijd strak.

“Wat een vermoeiend leven. En dan kom je uit bij drank, zoals de pa in de film. Om te verdoven.”

Vele Hemels

Ouders kunnen meer kapot maken dan je lief is…

“Mijn vader was into voetbal. Ik heb een foto teruggevonden van mij als peuter op een bal en mijn vader staat er zo achter als: Jantje wordt later ook beslist voetballer. Ik had totaal geen talent voor voetbal. Op zondagavond werden in België de voetbaluitslagen omgeroepen en dan moest het stil zijn. ZWIJG! Ik kroop dan onder tafel en het geluid van die opgedreunde uitslagen—traumatisch bijna.”

“Dan spoelen we door. Dertig jaar later sta ik op een set in Gent van een reeks over de Eerste Wereldoorlog, In Vlaamse Velden. Iemand kruipt over de hekken en komt naar mij en zegt: meneer, ik wil u niet storen, maar ik durf er alles op te verwedden dat u de zoon bent van Frans Matthys. Ik ben verbaasd en vraag: hoe weet u dat? Ik kom namelijk niet in de media. Ja, zegt die man, ik heb u naar uw acteurs horen roepen, GOED GESPEELD! Dat was dus een ex-voetballer van mijn vader. Ik wil maar zeggen: het kruipt waar het niet gaan kan. Het is er alleen anders uitgekomen.”

“Ik hou van wat de Coen Brothers doen. Ze hebben
fantastische verhalen en ze durven heel origineel te casten”

Wat voor films ziet u zelf graag, welke regisseurs zijn uw voorbeelden?

“Ik hou van wat de Coen Brothers doen. Ze hebben fantastische verhalen en ze durven heel origineel te casten. En, ze zijn oerklassiek en daar bewonder ik ze om. Ze verstoppen zich nooit achter experiment. Ze werken met portretten, mooie evenwichtige portretten. Hun films zijn bijna een handleiding voor het ambacht van mijn vak. Hun beeldtaal is heel rijk, maar hun vorm primeert niet. Ik hou van hun precisie. Daar zie ik voor mij nog groei.”

“Ik vergeet hun diepgang nog te noemen. Ik ga nog vaak over-shoulder, maar zij zitten doorgaans dichter op de acteurs waardoor ze meer met groothoek moeten werken. Vroeger, voor de televisie, was ik een beetje bang van groothoek, omdat het scherpte-diepteveld kleiner wordt. Ze dagen me uit om met de camera dichterbij te komen. Minder observator te zijn, maar er meer deel van uit te maken.”

Bij film heeft u meer lenzen tot uw beschikking, de cinematograaf wordt belangrijker.

“Ik heb voor Vele Hemels gewerkt met een zeer ervaren cinematograaf, Stijn Van Der Veken, en het ontroert mij hoe genereus mensen kunnen zijn die echt goed zijn en de top hebben bereikt in hun vak.”

Het zijn de B-talenten die met hun ellebogen werken.

“Die B-mannen zeiden tegen mij, toen ze hoorden dat ik een film ging maken: if you can’t stand the heat, stay out of the kitchen. En als ik nu graag kook? Als het te heet wordt, zet ik een raam open. Ik had moeten antwoorden: if you can’t stand the heat, please join my kitchen. Ik werk graag met kwetsbare mensen. Ik moet geen macho’s, geen roepers. Het zijn vier boeiende jaren geweest en u zou een ander mens hebben geïnterviewd hebben als u me vier jaar eerder had gesproken.”
 

5 december 2017

 

MEER INTERVIEWS

Insyriated

*****

recensie Insyriated

Verborgen leed in Syrisch conflict

door Cor Oliemeulen

Bij de oorlog in Syrië zien we vooral verwoeste steden en vluchtelingen. Maar hoe is het gesteld met de burgers die gevangen zitten in hun eigen woning? Het ijzersterke claustrofobische drama Insyriated geeft een gezicht aan mensen die in extreme omstandigheden extreme keuzes moeten maken.

De burgeroorlog in Syrië heeft honderdduizenden mensen het leven gekost en meer dan zes miljoen mensen zijn op de vlucht geslagen. Al die ellende zorgt cynisch genoeg voor een indrukwekkende hausse aan documentaires (o.a. The White Helmets) en speelfilms (o.a. City of Ghosts). Insyriated, winnaar van de Publieksprijs van de Berlinale, richt zich niet op het slagveld, maar op de situatie binnen de vier muren van een flatwoning waar een wanhopige familie zich noodgedwongen heeft afgesloten van de buitenwereld.

Insyriated

Sluipschutter
Na zijn regiedebuut Le jour où Dieu est parti en voyage (2009) over de genocide in Rwanda maakte de Belgische cinematograaf Philippe Van Leeuw een beklemmend, intiem portret van mensen die gevangenen in hun eigen woning zijn. Terwijl buiten bijna zonder oponthoud geweervuur en explosies klinken, zijn binnen de gordijnen dicht en is de deur gebarricadeerd. De claustrofobische sfeer wordt versterkt door enkele tragische gebeurtenissen en het magnifieke camerawerk van Virginie Surdej (o.a. Wolf and Sheep). Insyriated speelt zich geheel af in de kleine flat en toont een etmaal uit het dramatische leven van de bewoners, wier doen en laten worden bepaald door de extreme omstandigheden en die slechts kunnen dromen dat de oorlog ooit ophoudt.

Dat geldt zeker voor de inwonende Samir en Halima (Diamand Bou Abboud) die een baby hebben en in een staat van onzekere opwinding besluiten om nog vanavond te vluchten, met als doel om Frankrijk te bereiken. Terwijl Halima alvast een koffer inpakt, gaat Samir tegen haar wil nog even naar buiten om wat te regelen. De huishoudelijke hulp, Delhani, kijkt op dat moment uit het raam en ziet hoe Samir door een sluipschutter wordt geveld. Zij vertelt het direct aan de vrouw des huizes, Yazan (Hiam Abbas), maar die besluit gedecideerd dat Delhani haar mond moet houden, want zij wil haar familie niet in gevaar brengen.

Insyriated

Kwelling
Wat volgt is de kwelling van Delhani die het geheim met niemand mag delen en de tweestrijd van Yazan die ziet hoe Halima angstvallig wacht op de terugkomst van Samir, die ze ook niet met haar mobieltje kan bereiken. Ondertussen neemt de dreiging van buiten toe, zodat het genoemde gezelschap, samen met Yazans schoonvader, haar drie kinderen en de vriend van haar oudste dochter, soms moeten schuilen onder tafels of in de keuken. Het regelmatige bonzen op de deur door enkele dreigende mannen en het tumult in de woning boven hen werken danig op de zenuwen van zowel de bewoners als de kijkers. En dan gaat het ook binnen plotseling mis.

De film is niet alleen technisch knap gemaakt, maar is vooral een noodzakelijk document over de vergeten groep van al die gewone, vreedzame burgers wiens levens dag in dag uit worden geterroriseerd door machtswellustelingen. Daarbinnen zien we een doortastend psychologisch drama met en tussen twee krachtige vrouwen: Yazan, die haar kinderen niet wil opofferen om Samir te redden en tegelijkertijd kapot gaat van binnen. En Halima, die twee extreme situaties op één dag moet verwerken en waarschijnlijk alles zal blijven proberen om deze Syrische hel ooit te kunnen ontvluchten. Insyriated bewijst dat er geen bakken met geld nodig zijn voor het maken van pure, geloofwaardige cinema.
 

17 november 2017

 
MEER RECENSIES

Michaël Roskam, regisseur Le Fidèle

Michaël Roskam, regisseur van Le Fidèle:
“In mijn films worden de vrouwelijke personages steeds belangrijker”

door Alfred Bos

Le Fidèle is de derde speelfilm van de Belgische regisseur Michaël R. Roskam. Het is tevens zijn derde film met steracteur Matthias Schoenaerts in een van de hoofdrollen. Na de Belgisch-Limburgse veeboer uit Rundskop (2012) en de gewelddadige marginaal in de Amerikaanse productie The Drop (2014) speelt Schoenaerts ditmaal een Brusselse gangster die een verhouding krijgt met een racende rijkeluisdochter, een rol van de Franse actrice Adèle Exarchopoulos.

Een film over een foute man in een liefdesrelatie begint met een jonge vrouw doet de Nederlandse filmkijker al snel opveren: ah, Turks Fruit! Daar had Roskam (Sint-Truiden, 1972), die eigenlijk Reynders heet en als regisseur de de naam van zijn moeder voert, zelf nooit aan gedacht. “Nee, dat is me totaal ontgaan”, reageert hij. “Ik hoorde dat Martin Koolhoven over Le Fidèle had getwitterd: Rundskop meets Turks Fruit. Haha, ik vind dat een compliment. Ik heb Turks Fruit heel lang geleden gezien. Ik ga ‘m opnieuw kijken, met die opmerking in het achterhoofd.”

Michaël Roskam (Foto: Rudy Lamboray)

Le Fidèle is opnieuw een ‘Europese’ film van Roskam, nadat hij op basis van zijn debuut Rundskop werd uitgenodigd om in Amerika het misdaaddrama The Drop te draaien. Voor het scenario van Le Fidèle werkte hij samen met de gelauwerde Franse scenarist Thomas Bidegain, de vaste schrijver van Jacques Audiard (Un prophète, De rouille et d’os, Dheepan).

“We zijn aan elkaar voorgesteld door Matthias Schoenarts. Die speelde de mannelijke hoofdrol in De rouille et d’os. Het klikte onmiddellijk tussen ons. Ik was op dat moment bezig met het script van Le Fidèle en vertelde hem dat ik een scenarist zocht. Zo kwamen we op dezelfde plek.”

InDeBioscoop sprak Thomas Bidegain naar aanleiding van zijn regiedebuut Les Cowboys en bij die gelegenheid uitte hij zijn wrevel over het generieke van de Amerikaanse cinema. Hij had The Drop liever in Antwerpen gesitueerd, niet in een bar in Brooklyn. In zijn woorden: ‘Dat is een vreselijk cliché, hoe vaak hebben we dat al niet eerder gezien?’

“Je kunt moeilijk een misdaadverhaal vertellen
en het dan hebben over bloemschikken”

Roskam: “Daar ga ik niet mee akkoord, natuurlijk. Wat mij aansprak aan het verhaal van The Drop was net dat we een klassiek misdaaddrama konden vertellen, maar wel met een hoogst origineel personage, met een originele set-up en uiteraard: misdaad is misdaad. Je kunt moeilijk een misdaadverhaal vertellen en het dan hebben over bloemschikken. Dan moet er wel een geweer aan te pas komen en een crime, dus klagen dat er teveel crime in een crime-film zit is een komedie verwijten dat er iets te lachen valt.”

Matthias Schoenaerts in Rundskop (2011)

Matthias Schoenaerts in Rundskop (2011)

Dat was niet het punt. Dat was namelijk: als de film was gemaakt in Europa…

“…maar in Europa zou je zo geen film maken, dat is het punt. Daar maak je een ander soort films. Dat is nou net het leuke eraan. Net zoals ik in Rundskop besloten heb de crime scene te nemen zoals ik ze ken en niet een imaginaire Goodfellas ga creëren terwijl er in Antwerpen helemaal geen goodfellas rondlopen. Dan ben je gewoon belachelijk. In dat opzicht heeft het omgekeerd ook geen zin om Europees te doen in Amerika. Dan wordt je eigen plek exotisch.”

“Neem Le Fidèle. Dat is een film noir, dat is altijd melodrama met misdaad. Dat is wat anders dan een heist-film of een stilistische kopie van de broeierige man en de girl in the cocktail dress in distress. Dat zijn clichés. Maar de originele film noirs waren liefdesverhalen, altijd onder druk door misdaad of een crime setting. An element of crime putting pressure on the love story. In mijn geval is de femme fatale een homme fatale. Ik heb een aantal eenentwintigste-eeuwse elementen toegevoegd die genderclichés ontkrachten, maar niet de cinematografische liefdesclichés, om ze zo te noemen. De bestaande genre-elementen heb ik bewaard, maar ik heb ze niet ingevuld volgens de clichés van die tijd of eender welke tijd. Die heb ik in dat opzicht ontkracht.”

“Een misdaaddrama zoals The Drop kun je niet vertellen in Antwerpen. Dan maak je een karikatuur. Niet alleen van het genre, je volgt niet de onderliggende culturele identiteit van een stad als Antwerpen of Amsterdam. The Drop is een beetje een genrefilm. Soms weten we niet meer: zit het cliché in de werkelijkheid of zit het in de film? Life imitates art, art imitates life. Wat dat betreft is The Drop een Amerikaanse film. Een Amerikaanse variant van een bepaald soort cinema en heel genre-gericht ook. Het is eigenlijk een fabel, een heel donker kerstverhaal. Dat wilde ik vertellen. Als ik een Europese misdaadfilm wil maken, maak ik wel een Europese misdaadfilm.”

“Die wenselijkheid is misschien een typisch Franse reflex. Ze zijn heel dominant aanwezig in hun eigen cultuur. Niet zoals wij bijvoorbeeld een grote Amerikaanse dominantie hebben. Fransen die spreken over Amerikaanse genrefilms—dat is heel moeilijk, omdat ze hun eigen genre-conventies hebben. Thomas en ik zijn goede vrienden, maar die reflex zit bij Fransen veel dieper dan bijvoorbeeld bij Vlamingen of Nederlanders.”

“Schoenaerts zal absoluut Schoenaerts zijn en blijven.
En een gelijkaardige impact hebben op de wereldcinema”

Sommige mensen zeggen dat Matthias Schoenaerts de nieuwe Michael Fassbender kan worden, een soort uithangbord van de Europese cinema.

“Schoenaerts zal absoluut Schoenaerts zijn en blijven. En een gelijkaardige impact hebben op de wereldcinema, ik denk het wel. Het zou te gek zijn als ik hem weer een duwtje kan geven. Maar hij heeft niet veel duwtjes nodig, hè. Hij is eerder een kracht op zichzelf. We trekken elkaar aan, we duwen elkaar aan, we slepen elkaar mee. In dat opzicht zit ik ook in zijn slipstream. Het is een totaal gelijkwaardige samenwerking. Een plus een is drie bij ons.”

Wat is de chemie?

“In de eerste plaats zijn talent. Ik ga ervan uit dat ik in ieder geval over een minimum aan talent beschik. Ik denk dat we elkaar opheffen, beter maken, en vooral veel plezier hebben samen. We zijn broeders bijna. We zijn in al die jaren supergoeie vrienden geworden en het is gewoon plezant. Als ge uw passie kunt beleven met plezier, dat is de max.”

Matthias Schoenaerts (Foto: Maarten Vanden Abeele)

Matthias Schoenaerts (Foto: Maarten Vanden Abeele)

Het heeft jaren geduurd eer de financiering voor uw debuutfilm Rundskop rond was. Wat waren de hinderpalen?

“Op papier wekte Rundskop de indruk dat het budget meer zou zijn dan gemiddeld voor een debuutfilm. Dat bracht risico’s met zich mee. Soms duurt het even lang om de laatste tien procent te vinden als de eerste negentig. Het was in die laatste tien procent dat het een beetje moeilijk ging. We hebben toen funding van Eurimage misgelopen, dat was een tegenvaller. Achteraf heeft Eurimage zich daarvoor geëxcuseerd. Nu stappen ze in Le Fidèle.”

Het postitieve van die tegenvaller was dat het Schoenaerts de kans gaf om nog vijf kilo aan te komen.

“Dat wel. Hij zat te wachten natuurlijk: hoe lang moet ik nog zo dik blijven? Nog eventjes, jongen. Nog eventjes. Hij werd almaar zwaarder en zwaarder.”

Scheppen via democratie
Roskam studeerde in 2005 af aan het Binger Film Instituut, tegenwoordig Binger Filmlab, in Amsterdam. Zijn hoofdrichting was scenarioschrijven, niet regie. “Ik wou altijd al regisseren en ik schreef ook”, vertelt hij. “Want je begint een film bij het scenario. Ik had vooral nood aan craftmanship. Ik voel me nog geen rasechte schrijver. Ik volg nog te vaak mijn regisseursinstinct als ik in de pen duik.”

“Wanneer regisseurs een script schrijven sluipen er vaak regieaanwijzingen in de dialogen. Dat zijn eigenlijk kapstokken voor de regisseur om zichzelf te kunnen uitdrukken in zijn verhaal, maar die puur verhaal-technisch ballast zijn. Dingen die je niet hoeft te vertellen. Maar je vertelt het jezelf om te kunnen snappen wat je aan het doen bent. Daar moet je afstand van kunnen nemen en dat is heel moeilijk voor een schrijvend regisseur. Daarom vraagt dat dubbel zo veel tijd en dubbel zoveel maturiteit om dat te kunnen. Per generatie heb je er één die op zijn twaalfde al schrijft en op zijn tweeëntwintigste knalt, maar al de rest moet rijpen.”

Vlieguren maken.

“Inderdaad, en dan hangt het ervan af hoe oud je bent wanneer je begint te vliegen. De meeste beginnen op hun achttiende, maar je hebt er hier en daar eentje die op zijn twaalfde al bezig is.”

U heeft ervaring met cinema in Europa en u heeft gewerkt in de States. Zijn er grote verschillen?

“Ik heb daar vaak en veel over nagedacht en de conclusie is, als ik het in het Engels mag zeggen: in Europa, the guys who are receiving the money own the film. In Amerika is het: the guy who gives the money owns the film. Dat maakt het grote verschil. Als je me vraagt wat het beste is: ik vind het alle twee juist en goed. Het is een andere dynamiek.”

“Producenten en financiers zitten
in Amerika mee aan de ronde tafel”

Als de Amerikaan die het geld levert ook zeggenschap heeft over het eindproduct, vertrouwt die de kunstenaar dan?

“Als je zo’n iemand hebt niet nee, maar je hebt er veel die dat wel doen. Het betekent dat if you own the film, you can’t trust the director. Ik voelde me heel gerespecteerd toen ik The Drop maakte. Producenten en financiers zitten in Amerika mee aan de ronde tafel. Het hoofd van die tafel zit ergens anders, de verdieping daarboven.”

Tom Hardy in The Drop (2014)

Tom Hardy in The Drop (2014)

En ze praten mee over creatieve beslissingen?

Ja, je moet je kunnen verantwoorden over kwesties. Je deelt al je beslissingen. Ze zitten er heel dicht op. Ze zijn heel geëngageerd. Ze zijn daardoor ook heel efficiënt. Filmmaken is teamwork. Amerikanen zeggen: there is no I in a team. Je voelt dat heel sterk. Dat evenwicht kan soms zoek zijn als je met teveel aan tafel zit. Teveel koks in de keuken is ook niet goed. Maar een kok alleen in de keuken komt ook wel eens handen tekort. Je moet voelen met wie je in zee gaat, met wie je gaat werken. Aan tafel moet je ook durven zeggen: oké, het is een moeilijke beslissing, maar het is wel de juiste. Je moet kunnen wegstappen van een groep als je voelt dat die niet goed zit.”

Scheppen via democratie werkt zelden.

“Hoe was het? Democratie is van alle vormen de minst slechte.”

Dat was Churchill. Democratie is een hopeloze staatsvorm, maar van alle mogelijke staatsvormen de minst slechte.

“In de Europese cinema en dan vooral in de cinema die niet vanuit private hoek gefinancierd wordt heb je de producent-maker en de regisseur-maker: de financieel directeur en de creatief directeur. Die nemen samen beslissingen. Een goede producent helpt als hij de creatieve impact van beslissingen kan doorgronden door te helpen om die beslissingen te financieren. In dat opzicht is een creatief producer heel belangrijk omdat hij moet begrijpen wat zijn maker wil. Als hij dat niet snapt en als een boekhouder gaat werken … Andersom moet de regisseur de financiële consequenties van zijn keuzes overwegen. Moet ik overal een regenmachine gebruiken? Als we dat niet doen, heb ik geld voor een extra camera daar. Dat is ook creatief denken.”

Hoeveel van uw tijd gaat zitten in het rond krijgen van de financiering?

“Ik denk tien, vijftien procent. Die activiteiten waren bij Rundskop veel intenser dan nu bij Le Fidèle omdat ik een bepaalde status heb verworven. Dat is het gevolg van het succes van de vorige films. Ik heb een bepaalde geloofwaardigheid die meegaat als mijn producent ergens naar toe gaat. Ik hoef daar niet altijd meer zelf bij aanwezig te zijn, terwijl dat vroeger wel was. In plaats van twee miljoen gaat het nu over zevenenhalf miljoen, dus ik krijg meer verantwoordelijkheden. De discussies worden ook veel langer.”

“Logischerwijs zou de volgende film
een vrouw als hoofdpersonage moeten hebben”

Alle drie de speelfilms die u heeft gemaakt kennen interessante mannenrollen. Het zijn geen doorsnee-mannen. Ze hebben heel mannelijke trekjes, maar ze zijn ook atypisch. Wat interesseert u in dat soort karakters?

“Ik hou van unieke personages. Als er al een evolutie is, dan denk ik dat vrouwelijke personages belangrijker worden Waar ze nog heel enigmatisch was en de representatie van een droom, een verlangen, in Rundskop, werd ze iets presenter, een inspiratie, in The Drop. De twee mannelijke hoofdpersonen laten hun doen en laten voornamelijk bepalen door het vrouwelijke personage. In Le Fidèle is het een equivalentie tussen de man en de vrouw. Logischerwijs zou de volgende film een vrouw als hoofdpersonage moeten hebben. Ik weet nog niet of dat ook zo zal zijn, maar het zal er ooit wel eens van komen.”

Bent u al bezig aan de volgende film?

“Ik ben nu aan het schrijven. Ik ben weer met de Amerikanen bezig, dus het kan zijn dat de volgende film weer een Amerikaanse film wordt.”

Adèle Exarchopoulos en Matthias Schoenaerts in Le Fidèle (2017)

Adèle Exarchopoulos en Matthias Schoenaerts in Le Fidèle (2017)

Dat zou leuk zijn: om en om Europees en Amerikaans.

“Dat is ook de bedoeling. Ik ben niet teruggekomen om Le Fidèle te maken, daar was ik al mee bezig toen The Drop langskwam. Ik wilde Le Fidèle per se maken. Na The Drop had ik in Amerika kunnen blijven, er waren aanbiedingen. Een beetje schertsend zeg ik wel eens dat ik graag een Noord-Atlantisch filmmaker wil zijn.”

Het zijn vooral regisseurs uit West- en Noord-Europa die ook in Amerika werken. Heeft u een idee waarom juist uit die regio? Omdat hun Engels doorgaans beter is dan dat van Zuid-Europeanen? Of omdat ze uit een calvinistische cultuur komen die beter aansluit op de Amerikaanse werkethiek?

“Ik denk dat het een combinatie is. Al vallen wij Vlamingen daar een beetje buiten, want wij hebben een diep-katholieke achtergrond. De Noord-West Europese landen – Duitsland uitgezonderd, dat is een ander verhaal – zijn kleine landen met kleinere bevolkingsaantallen en een grote invloed van de Angelsaksische cultuur. Plus: wij hebben ondertitelde films, wij groeien op met originele versies. Wij groeien niet op met de gedubde Italiaanse versie van Goodfellas of de Spaanse dub van Casino. Ik denk dat dat een grote rol speelt.”

“Het is voor filmregisseurs als met voetballers. Je bent een topper
in eigen land en dan kun je vertrekken naar Engeland of Spanje”

“Het is voor filmregisseurs als met voetballers. Je bent een topper in eigen land en dan kun je vertrekken naar Engeland of Spanje. Andersom kan ik me voorstellen dat een voetballer die zijn hele carrière in Engeland voetbalt niet het gevoel heeft dat hij het internationaal niet heeft gemaakt. Dat is het, denk ik: het gevoel van internationaal succes kan in grote landen meer zonder dat je die verlaat. Om als regisseur uit een klein land dat gevoel van internationaal succes te kunnen beleven, moeten wij uit onze cultuur stappen.

“Ik zit veel dichter op de Franse politiefilm dan een Nederlander zou zijn. Ik ben opgegroeid met die Franse policiers: met Jean Gabin, Jules Dassin, dingen van Melville. Aan de andere kant zaten we met die Amerikaanse films. Dus qua Vlaming, Belg, zijnde heb ik echt het gevoel dat ik op een kruispunt sta. Engeland daar, Noord-Europa daar, Zuid-Europa daar. Le Fidèle is daar de kristallisatie van. Dat is het liefdeskind van de Amerikaanse film noir en de Franse policier. Dat noemen we Belgium noir.”

Dan is het mooi dat Le Fidèle op een steenworp afstand van Waterloo is gedraaid.

“Haha, dat klopt. Als ze toen waren gestopt met vechten, hadden ze een film als Le Fidéle kunnen maken.”
 

6 november 2017

 
MEER INTERVIEWS

Draken en deuntjes

***

recensie Draken en deuntjes

Draken, ridders, koningen en een eenhoorn

door Nanda Aris

Vijf verschillende verhalen voor kinderen vanaf vijf jaar waarin fantasie – naast draken, ridders en koningen – het overkoepelde thema is. 

De Belgische Arnaud Demuynck heeft vooral als producent, maar ook als regisseur en schrijver meerdere korte films op zijn naam staan. Zo maakte hij Signes de Vie (2004) en Le parfum de la carotte (2014), beide korte animatiefilms, de eerste niet voor kinderen, de tweede wel.

Draken en Deuntjes bestaat uit vijf verschillende muzikale kinderfilmpjes, van verschillende regisseurs. Dit zorgt voor afwisseling, maar ook voor minder uniformiteit.

Draken en deuntjes

Vlaams
De filmpjes in Draken en Deuntjes zijn Vlaams ingesproken, wat zorgt voor een lieve en zachte toon, maar wat wellicht ook voor onbegrip kan zorgen. Woorden als ‘pralinekes’, ‘geluimd’ en ‘troubadour’ kunnen lastige woorden zijn voor Nederlandse kinderen. Gelukkig draait het in deze filmpjes niet zozeer om de tekst, maar meer om het beeld.

De eerste korte film is van Anaïs Sorrentino, Draken en Kant (2015). Over een meisje dat thee drinkt met haar vriendinnetjes, maar liever zou vechten met haar zwaard.

De tweede korte film Drakenjacht (2015) is van Arnaud Demuynck zelf, en vertelt over een zusje dat niet met haar broertjes mee mag op drakenjacht. Het lijkt alsof het verhaal het gender neutrale debat aan wil snijden door de broertjes te laten zeggen dat hun zusje niet mee mag op drakenjacht, want ‘draken jagen is niet voor kleine meisjes’. Het wordt niet geheel opgelost, want het zusje mag nog steeds niet mee op drakenjacht, ook al vindt ze al snel haar eigen draak.

Koningen
Het derde filmpje is van Madina Iskhakova, De nachtvrouw (2015), en gaat over drie buffels en een vrouw die samenwonen in een huis. Zodra het donker wordt, zijn ze alle drie binnen en sluiten ze ramen en deuren. Maar op een avond vergeten ze een raam te sluiten.

Dit filmpje zou wel eens te spannend kunnen zijn voor kleine kinderen, de nachtvrouw is angstaanjagend, en de angst wordt aangewakkerd door de voice over die zegt: ‘Zoals alle mannen en vrouwen ter wereld waren ze bang voor de diepdonkere, sombere nacht’. Het eindigt goed gelukkig, voor de kinderen die niet halverwege afgehaakt zijn.

Draken en deuntjes

In De eenhoorn (2017) van Rémi Durin wil een koning het witte wezen, een eenhoorn, dat hij tegenkwam in het bos tijdens een wandeling, als huisdier. De muziek van dit filmpje is prachtig.
Het laatste filmpje, De wind in het riet (2016) is het langst, 26 minuten, en is wederom van Arnaud Demuynck, in samenwerking met Nicolas Liguori. Het gaat over een koning die muziek heeft verboden, de vriendschap tussen een troubadour en een meisje, en hoe zij er samen voor zorgen dat er weer muziek gespeeld mag worden in het land.

Uil
Tussen de filmpjes door spreekt er een (Fabeltjeskrant-achtige) uil, die het geheel aan elkaar praat. De uil is soms een beetje te wijs, zoals wanneer hij zegt na De eenhoorn: ‘Het is niet omdat hij de koning is dat alles van hem is, of iemands leven van hem is. Begrijp je? Niets is belangrijker dan de vrijheid’.

Een vermakelijke film voor jonge kinderen, soms een beetje (te) spannend, soms qua tekst niet geheel te begrijpen, maar de fantasie en muziek van de filmpjes zal de kleintjes meenemen in de verhalen.
 

30 oktober 2017

 
MEER RECENSIES

Belgisch Film Festival 2017

Belgische cinema is van elke markt thuis

door Ralph Evers

De vierde editie van dit festival dat begon als Vlaams Film Festival en sinds vorig jaar het Belgisch film festival heet. België heeft namelijk veel te bieden op filmgebied, of het nou horror, drama, coming-of-age, komedie of sociaalrealisme is, van elke markt zijn ze thuis.

Plaats van handeling is nog steeds het Louis Hartlooper Complex in Utrecht. De opening wordt ingeluid aan de hand van een gedicht van Dimitri Verhulst: een ode aan de cinema. Cinema is een krachtig medium dat ons helpt in onze beeldvorming van het Europa dat we samen aangaan binnen de Europese Unie. Daarvoor is het nodig te weten wat er buiten je grenzen leeft. Met het vaak gebezigde idee dat de meesten van ons in een ‘bubbel’ leven, biedt de film een veilig avontuur om uit die bubbel te stappen.

Belgisch Film Festival 2017

Dat blijkt al in de kortfilm, voorafgaand aan de openingsfilm Boi. We zien twee Bulgaarse broers via wat kleine criminaliteit aan zakgeld komen. Het begin van die film duwt ons een morele kant op, waarbij het makkelijk is de jongens te veroordelen om hun gedrag. Dan krijgt het verhaal meer context en blijkt ons aanvankelijke oordeel, voor de meesten althans, te voorbarig.

Gedurfde keuze
De hoofdfilm, My First Highway, is een coming-of-age film die gedragen wordt door de dan 16-jarige acteur Aäron Roggeman. Een aanvankelijk suffe vakantie in Spanje krijgt een dramatische wending wanneer Benjamin hals over kop verliefd wordt op Annabel. Een Vlaamse die met haar moeder een supermarkt runt bij de camping waar Benjamin verblijft. Wat begint als een onschuldig spelletje om een kus te krijgen, mondt uit in een hels avontuur. De jongen Benjamin wordt met een knal een volwassen, getekende man, knap neergezet door Roggeman. Dat de film uiteindelijk de catharsis achterwege laat, maakt de impact des te groter. Een gedurfde keuze van debutant Kevin Meul.

Doordat de Belgische cinema de afgelopen jaren steeds vaker vertoond wordt in Nederlandse bioscopen, kent deze editie minder verrassingen. Die zitten hem vooral in de kortfilms en in de vertoning van de tv-serie Clinch. Houd je lokale bioscoop in de gaten en laat je verrassen door de Belgische film.

 

12 juni 2017

 

MEER FILMFESTIVALS

Peter Brosens over King of the Belgians

Peter Brosens, co-regisseur van King of the Belgians:

“Surrealisme en België, er is wel een link, hè”

door Alfred Bos

De Vlaamse regisseur Peter Brosens (Leuven, 1962) maakte met zijn Amerikaanse echtgenote Jessica Woodworth (1971) de komedie King of the Belgians. Het is een roadmovie over een ceremonieel personage dat door bizarre omstandigheden ontdooit tot mens. De film is internationaal lovend ontvangen en zal in meer dan dertig landen te zien zijn. Maar niet in België.

Geen enkele Belgische distributeur zag brood in de absurdistische komedie annex quasi-documentaire annex roadmovie annex meta-film (in de mockumentary draait een ingehuurde cineast een promotiefilm over de Belgische koning). Dus is Brosens naast scenarist, regisseur en producent tevens de internationale verkoper van zijn film.

“Het klinkt misschien arrogant,
maar de film is een beetje te origineel”

“Ik vergelijk het met dat plastieken speelgoed voor peuters”, zegt hij in filmmuseum EYE, voorafgaand aan een Q&A op de Nederlandse openingsavond van King of the Belgians. “Er zijn vormpjes en openingen waar je het rondje in het rondje moet steken, de driehoek in de driehoek, het vierkant in het vierkant. Maar als je een trapezium hebt, dat past nergens in. Het klinkt misschien arrogant, maar de film is een beetje te origineel.”

Peter Brosens en Jessica Woodworth

Peter Brosens en Jessica Woodworth

De inspiratie voor King of the Belgians kwam uit de krant. In april 2010 was het vliegverkeer in Europa enkele dagen ernstig verstoord door een uitbarsting van de IJslandse vulkaan Eyjafjalla. De president van Estland, Toomas Ilves, op staatsbezoek is Istanboel, kon niet terugvliegen naar Tallin en reed met een minibusje dwars door de Balkan en Oost-Europa naar huis. “Op foto’s zie je de president zijn eigen busje opvullen aan het benzinestation”, aldus Brosens.

“Toen dachten we: wat als we de koning van België zouden droppen in Istanboel. Belangrijke stad, snijpunt tussen oost en west, goede plek om van te vertrekken. We vervangen de vulkaan door iets wat in die periode ook in de krant stond, een zonnestorm die elektronische apparatuur plat legt en satellieten doet uitvallen. De motivatie om de koning holderdebolder door de Balkan naar huis te laten rijden is het uit elkaar vallen van zijn koninkrijk. Dat moet hij redden. En in het geval van België is dat geloofwaardig.”

Het is dus een variant op Richard III: mijn koninkrijk voor een vliegtuig.

“Voilà. Peter Van den Begin, die de Belgische koning speelt, leerden we kennen bij onze vorige film, Het vijfde seizoen. Daarin deed hij enkele korte scènes, hij is de man met de haan. We wisten meteen: dat is onze koning. Hij kan heel goed plat Antwerps klappen, maar zijn Frans is niet heel goed. Bij onze koning is het precies andersom, die is Franstalig en spreekt een beetje Nederlands. Daarom hebben we ook maar eens Wallonië de onafhankelijkheid laten uitroepen. Dan weet je meteen: we zitten in fictie.”

“Als je de Fransen vertelt dat de meerderheid van de Belgen
Nederlandstalig is, vallen ze van hun stoel”

Tamelijk absurde fictie, met universele trekjes, waarop internationaal heel uiteenlopend maar enthousiast wordt gereageerd. Tijdens de première op het filmfestival van Venetië begon de zaal te applaudisseren op het moment waarop het subtiele spiegelspel met fictie en werkelijkheid een koprol maakt. In Iran, vertelt Brosens, heeft men geen koning, maar brak het publiek van opwinding de zaal zowat af.

En in Frankrijk waren de kijkers al na tien minuten de kluts kwijt. Brosens: “Een Belgische koning die geen Frans spreekt? België is toch Franstalig? Als je de Fransen vertelt dat de meerderheid van de Belgen Nederlandstalig is, vallen ze van hun stoel.”

Het zou helemaal komisch geweest zijn als de koning Duitstalig was.

“Dat is ook nog zoiets, we hebber in de Ardennen ook nog eens 30.000 Duitstaligen zitten. Die vergeten we altijd. Ze hebben daar eens een bevraging gedaan. Moest België uit elkaar vallen, wat gaan jullie dan doen? Anschluss bij Duitsland? Nee, Luxemburg! Surrealisme en België, er is wel een link, hè.”

Interview King of the Belgians

King of the Belgians

Comfortzone
Ster van King of the Belgians is Peter Van den Begin, die de fictieve Belgische koning Nicolas III tot leven brengt. Het is een glansrol voor de karakteracteur die een veelheid aan registers beheerst. Zo speelde hij in 2004 Tante Sidionia in de live action verfilming van de Suske & Wiske-strip De Duistere Diamant. Vorig jaar was hij te zien in de misdaadthriller D’Ardennen.

King of the Belgians is een komedie die knap speelt met de wisselwerking tussen fictie en werkelijkheid. Er is propaganda, dat is de officiële fictie die als werkelijkheid wordt gepresenteerd. Er is fantasie, dat is de fictie die als gedroomde werkelijkheid wordt beleefd. En er is de werkelijkheid die zo absurd is dat hij als fictie wordt ervaren. Al die ficties en werkelijkheden zijn in de film verweven. De draad van Ariadne is de koning, wiens decorum langzaam afbrokkelt.

“We hebben gekozen voor een koning want die heeft er
(…) niet voor gekozen om koning te worden”

“We hebben gekozen voor een koning”, zegt Brosens, “want die heeft er, in tegenstelling tot meneer Ilvus, de president van Estland, niet voor gekozen om koning te worden. Die wordt geboren als kroonprinsje. Die groeit op in een parallelle werkelijkheid. Dat is voor ons het belangrijkste aan de film. Niet zozeer de reis door de Balkan, maar de innerlijke reis van die man. Hoe hij in een kleine week een heel ander iemand is geworden.”

Naast komedie is King of the Belgians een roadmovie over een regisseur die een documentaire, een promotiefilm, draait over de Belgische koning. Het zal niet verbazen dat de film zelf is gedraaid als documentaire, in chronologische volgorde en met geïmproviseerde scènes. Brosens en Woodworth zijn van huis uit documentairemakers, die voor een speelfilm atypische aanpak is hun comfortzone.

“De film is fictie, maar een aantal scènes zijn weer echt documentaire”, aldus Brosens. Het moment waarop het publiek in Venetië spontaan begon te applaudisseren was bij het interview met de burgemeester van het Bulgaarse dorpje. Die scène illustreert hoe gehaaid de film jongleert met fictie en feit. In het dorpje op het Bulgaarse platteland doen de koning en zijn gezelschap, inclusief de ingehuurde Engelse documentairemaker, zich voor als televisieploeg op reportage. Voor de schijn interviewt de koning de Bulgaarse burgemeester.

Brosens: “Acteur Peter Van den Begin, die de Belgische koning speelt, wist alleen dat die man de echte burgemeester van het dorp was en dat hij ooit iets met stuntcoördinatie te maken had. Meer wist hij niet. Dat interview is een echt interview, wat die burgemeester zegt is echt. We hebben nooit scenario’s op onze set. De opname van de maaltijd in dat dorp duurde maar liefst 45 minuten, één lange take, een improvisatie van drie kwartier. Alles wat er van die scène in de film zit, is geïmproviseerd.”

Khadak

Khadak

Speelfilm als documentaire
Brosens en Woodworth ontmoetten elkaar in 1998 in een café in Ulan Bator, de hoofdstad van Mongolië. Woodworth was daar voor haar eerste film, de documentaire Urga Song. Brosens werkte aan Poets of Mongolia, het slotstuk van een documentairedrieluik over Mongolië. Samen maakten ze vier speelfilms: Khadak (opnieuw gedraaid in Mongolië), Altiplano (dat in Peru speelt) en de apocalyptische sciencefictionfantasie La cinquième saison / Het vijfde seizoen, dat in België is gesitueerd.

“Die films zijn onbedoeld een oeuvre geworden”, zegt Brosens. “Khadak en Altiplano gaan over het geweld van de mens tegen de natuur en in de derde, Het vijfde seizoen, over klimaatsverandering, neemt de natuur wraak op de mens. Daarmee was dat onderwerp wel klaar. We zijn voor King of the Belgians in feite alleen van toon veranderd, van tragisch-absurd naar komisch-absurd. We grijpen terug op de beperktheden van de documentaire. Die liggen ons goed.”

Waarom bent u overgestapt naar speelfilm? Was u uitgekeken op documentaire?

“In fictie heb je geen verantwoordelijkheid naar je personages toe. Jessica noch ik zijn naar de filmschool geweest. We hadden geen ervaring met acteurs en scenario’s lezen. Als documentairemaker werk je zonder scenario.”

Dat moet wennen zijn geweest, want met een scenario zit je vast aan het verhaal.

“Een scenario is voor ons geen handleiding om een film te maken, maar een referentie. We draaien op locatie, dus niet in een studio waar je alle parameters kunt controleren. Voor ons is dat een uitdaging. In Het vijfde seizoen sneeuwt het in de zomer. Dat komt omdat de film in januari is gedraaid. We waren gewaarschuwd, er zou een sneeuwstorm komen. De productie wilde stoppen, maar wij zeiden: draaien. Zoiets krijg je cadeau: het weer is zo in de war dat het in de zomer sneeuwt.”

Het vijfde seizoen

Het vijfde seizoen

“Als de film een flop blijkt,
is dat natuurlijk ook onze fout”

Dat is dan weer het leuke van fictie, je zit niet vast aan de werkelijkheid.

“Maar we schrijven zelf de contracten, we produceren, we nemen de financiële verantwoordelijkheid, maar ook de artistieke verantwoordelijkheid. Als de film een flop blijkt, is dat natuurlijk ook onze fout. We luisteren naar distributeurs, maar uiteindelijk is het onze beslissing. Final cut.”

“Voor King of the Belgians was de financiering niet rond, maar we zijn toch gaan draaien. We hadden 28 draaidagen voorzien en hebben de film gedraaid in 19 dagen. Eigenlijk 20, maar één dag zit niet in de film. Waarom ging het zo snel? We hebben de film chronologisch gedraaid.”

Dus toch semi-documentair.

“Voor de hele ploeg was het een roadmovie. Het werd chronologisch gedraaid, dus de personages konden ook groeien. Het scenario is op dagelijkse basis herschreven.”

Majoritair versus minoritair
Het zal de geregelde bioscoopbezoeker niet zijn ontgaan dat de Belgische cinema, zowel de Vlaamse als de Waalse, van hoog niveau is. Hoe ervaart Brosens als regisseur en producent het filmklimaat in België? “Er zijn creatieve fondsen, maar ook economische regelingen”, zegt hij. “Die zijn er in Vlaanderen, maar ook aan Franstalige zijde. En ook in Brussel. Het voordeel van België is dat er eigenlijk heel veel fondsen zijn.”

Maar de Belgische filmsector is ook een labyrint in een mijnenveld. Brosens legt uit: “De films van Jessica en mij zijn majoritair Vlaams en minoritair Franstalig Belgisch. Dat moet je ook aangeven: waarom behoort uw film tot de Vlaamse gemeenschap? De films van de gebroeders Dardenne zijn majoritair Franstalig Belgisch en minoritair Vlaams. Nee, niet Nederlandstalig Belgisch, want Brussel is niet Wallonië. Vandaar Franstalig Belgisch in plaats van Waals. Brussel ligt geografisch in Vlaanderen, maar is overwegend Franstalig. Daarom is België niet zomaar te splitsen, zoals Tsjechië en Slowakije.”

Jessica Woodworth en Peter Brosens

Jessica Woodworth en Peter Brosens

Kun je als filmmaker die aan de Vlaamse loketten is afgewezen, aankloppen bij de Waalse loketten?

“Zeker.”

Dus je hebt in feite drie kansen?

“Alleen zijn er in Brussel enkel economische regelingen, daar is geen volwaardig filmfonds. Om in het buitenland co-producenten te vinden, moet je een van die twee – Vlaams of Waals filmfonds – mee hebben. Die hoeksteenfinanciering moet uit eigen land komen. Het is zo dat een Vlaming die in Bolivia woont voor het fonds in aanmerking komt, zoals ook een Boliviaan die zich in België als inwonende heeft ingeschreven. Jessica en ik hebben tien jaar in Wallonië gewoond en komen dus ook in aanmerking voor majoritair Vlaams. Het is wel ingewikkeld hoor.”

“Omdat je met gemeenschapsgeld werkt, heb je ook
een verantwoordelijkheid naar die gemeenschap toe”

Als de distributeurs in hokjes denken, zoals u aangaf, hoeveel vrijheid heb je dan als filmmaker?

“De film is het meest belangrijk. Maar omdat je met gemeenschapsgeld werkt, heb je ook een verantwoordelijkheid naar die gemeenschap toe. Dus voor ons is het belangrijk dat die film ook effectief het publiek bereikt. Dus het ‘dat intereseert me niet’ van de artiest, vind ik geen aanvaardbaar standpunt.”

Wat doen wij Nederlanders fout?

“Ik weet het niet. Jullie hebben fantastische filmfestivals. Jullie hebben fantastische filminstituten. Jullie hebben fantastische filmtheaters. Daar zijn wij stikjaloers op.”

Ik heb begrepen dat King of the Belgians een vervolg gaat krijgen.

“Inderdaad, want de koning is nog lang niet thuis. De Belgen sturen een militair detachement om de koning op te halen in Sarajevo. Ze zijn vergeten dat het 28 juni is, de commemoratie van de aanslag op Frans Ferdinand die die inleiding vormde van de Eerste Wereldoorlog. En dan loopt het allemaal grondig fout.”

“Dat is allemaal al gedraaid. Het paste niet in King of the Belgians, dus dat wordt het beginpunt van de volgende film. Maar dat wordt geen mockumentary en ook geen roadmovie. Hij speelt zich in zijn geheel af op een eiland voor Kroatië, Brioni, de zomerresidentie van de voormalige Joegoslavische leider Tito.”

Ik persoonlijk kan niet wachten. Mag ik u danken voor het gesprek.

“Maar er is éen vraag die altijd terugkomt, nog niet gesteld.”

Welke vraag is dat?

“Wat vindt koning Filip van de film?”

30 mei 2017



MEER INTERVIEWS

King of the Belgians

***

recensie King of the Belgians

Wat als België uiteen zou vallen?

door Cor Oliemeulen

Amusante mockumentary over de Belgische koning die door niet-alledaagse omstandigheden leert voelen wat het betekent om een alledaagse burger te zijn.

In de filmklassieker Roman Holiday (1953) weet Audrey Hepburn zich als Engelse prinses op bezoek in Rome voor een paar dagen te ontworstelen aan haar keurslijf en wordt verliefd op een Amerikaanse reporter, gespeeld door Gregory Peck. In King of the Belgians is het de (fictieve) Belgische koning Nicolas III die zich weet te onttrekken aan het protocol. Voor hem is het geen bewuste keuze, maar een gevolg van (krankzinnige) omstandigheden. Waar de Engelse prinses nog terugkeert in haar gearrangeerde leven, is het de vraag of de koning weer ooit zal kunnen – en willen – wennen aan zijn uitgestippelde leven.

King of the Belgians

Roadtrip door de Balkan
Tijdens zijn werkbezoek aan Turkije verneemt koning Nicolas dat Wallonië de onafhankelijkheid heeft uitgeroepen. Samen met zijn drie begeleiders probeert hij zo spoedig mogelijk Istanboel te verlaten, echter door een zonnestorm is er geen vliegverkeer mogelijk en zijn alle communicatiemiddelen tijdelijk uitgeschakeld. De Turkse veiligheidsdienst wil de koning niet laten vertrekken, maar Nicolas wil snel terug naar de monarchie die hem nu zo nodig heeft. De Britse cineast Duncan Lloyd, die een promotionele documentaire over de koning maakt, verzint de lumineuze list om incognito per bus mee te reizen met een gezelschap Bulgaarse volkszangeressen. Maar de Turken kunnen weinig begrip opbrengen voor deze onverantwoorde actie en zetten de achtervolging in.

Wat volgt is een chaotische roadtrip door de Balkan, verstoken van telefoons, geld en paspoorten, waar de koning kennismaakt met gewoontes en tradities, maar vooral met mensen (zoals een Servische sluipschutter) die hij anders nooit zou hebben ontmoet. Langzaam vallen de koning en zijn begeleiders uit hun rol en lijkt de aanvankelijke houterige en eenzame Nicolas (een perfect gecaste Peter Van den Begin) een stuk vitaler, spontaner en goedlachser te worden. Of zoals hij het zelf zegt: “Ik voel, proef, ruik en zie. Al mijn zintuigen zijn scherp. Ik voel me als herboren.”

King of the Belgians

Wie ben ik?
King of the Belgians is een mockumentary, die losjes omgaat met de feitelijke realiteit, maar wel een licht-satirisch beeld schetst van Europa dat worstelt met haar identiteit en nationalistische gevoelens. Veel belangrijker is natuurlijk de registratie van de geleidelijke metamorfose van de koning die de unieke kans krijgt om zichzelf te ontdekken als gewone burger. Bijvoorbeeld als chauffeur van een oud ambulancebusje, zijn rol als interviewer van een lokale meloenenboer tot en met de fysieke gevolgen van een avondje doorzakken met raki. Van het begin tot het einde geregistreerd door de camera van de Britse documentairemaker Lloyd (een al even geloofwaardige rol van Pieter van der Houwen), waarmee de originele aanpak van de filmmakers wordt onderstreept.

Het regisseursduo Peter Brosens en Jessica Woodworth ging al eerder de grenzen over met Khadak (Mongolië) en Altiplano (Irak). King of the Belgians is ook beduidend lichtvoetiger dan hun vorige speelfilm, La cinquième saison, en bewijst dat onze zuiderburen niet te klagen hebben over de voortdurende stroom van oorspronkelijke filmmakers. Het zou leuk zijn om te vernemen of Filip, de echte Belgische koning, na het kijken van King of the Belgians ook behoefte krijgt aan een persoonlijke zoektocht van de ziel. Spontaan en onvoorbereid, voorbereid op onzekere tijden.
 

20 mei 2017

 
MEER RECENSIES

Home

****

recensie Home

Ontheemd thuiskomen

door Ralph Evers

Met Home levert regisseur Fien Troch een beklemmend en aangrijpend document rondom de generatiekloof tussen jongeren en volwassenen af.

Home opent met de 17-jarige Lina, die bij de rector moet komen vanwege het verspreiden van een roddel dat een leraar kinderen in zijn kelder zou hebben. Terwijl zij niet inziet wat er zo schadelijk en kwetsend is aan haar roddel, zinspeelt de rector op straf. De verhoudingen worden vanuit een machtspositie neergezet en vanaf het eerste moment grijpt Home je bij je strot. Je voelt het ongemak, daar de scène de situatie in het ongewisse laat.

In een volgende scène zien we John, druk append en vermanend toegesproken door de conciërge van school. Het toespreken neigt naar kleineren en blijkbaar is het gesprek van John erg belangrijk. We ontdekken niet veel later dat hij met zijn moeder aan het appen is.

Home

Home cirkelt rondom hoofdpersonage Kevin, een jongen die wegens mishandeling in de gevangenis heeft gezeten en vanwege de slechte relatie met zijn vader terugkeert bij zijn tante Sonja. Zijn oom Willem biedt hem een baan als loodgieter binnen zijn bedrijf aan. Kevin lijkt hier goed te gedijen, maar zijn houding zegt gaandeweg iets anders.

Gebaseerd op waargebeurde feiten, construeert Troch een wrang, doch treffend beeld van de generatiekloof tussen tieners en volwassenen. Dat waargebeurde verhaal verwijst naar de toxische relatie tussen John en zijn moeder. We zien een tiener die bij zijn moeder onder de plak zit en nauwelijks in staat te rebelleren. Deze relatie gaat ver en de details worden de kijker niet bespaard.

Thuiskomen
Troch vertrekt vanuit de belevingswereld van de 17, 18-jarigen in haar verhaal. Een leeftijdsgroep die tussen puberteit en jongvolwassenheid in zit, zoekende naar identiteit. Een thematiek die in haar eerdere films ook aanwezig is. Gezien de complexe overgangsfase – ze voelen zich al volwassen, doch worden als kind behandelt – zoomt Troch juist ook in op de rol van de ouders. Wie neemt welke verantwoordelijkheid?

Het plaatst de titel van de film ook in een breder perspectief: waar voelt men zich thuis, geborgen, veilig? Deze vraag wordt pregnant in verband gebracht met de dramatische gebeurtenissen tussen John en zijn moeder en de rol die Johns vrienden, Kevin en Sammy (de neef van Kevin) hierin spelen.

Home

Machteloos
Eerder zijn we al getuige van tal van vernederingen die de jongens moeten ondergaan. Kevin die nog altijd worstelt met zijn impulsbeheersing en regelmatig uitgedaagd wordt, leidende tot enkele rake klappen. Johns situatie die ondraaglijk toxisch wordt en Sammy die zich weliswaar stoer voordoet, maar vooral zoekende is naar houvast.

Geïntegreerd in de film zijn smartphone-opnames waarin we de jongens in tal van extatische momenten zien. John zich te buiten gaand aan alcohol en Sammy de gangmaker uithangend. Sterk contrasterend met de momenten waarop de grip op hun leven hen ontglipt en ze erbij staan alsof ze een doffe dreun in hun buik hebben gekregen.

Bewonen
Home is geen gemakkelijke film. Dicht op de huid gefilmd, ingezoomd op de taal van de ogen en blikken die veelzeggend wegkijken of de ander juist leeg aankijken. In onvolledig bewoonde lichamen die luchtledig in een ruimte zoeken naar houvast en slechts onbegrip ontmoeten. Thuiskomen op ontheemde plekken.

Met oog voor alledaagse details en het naturelle acteerwerk doet de film aan als een rijkgeschakeerde studie naar de belevingswereld van jongeren in de huidige tijd. Daarbij aanschurkend tegen een documentaire.
 

17 maart 2017

 
MEER RECENSIES

Premier, De

*

recensie De Premier

Politicus als actieheld

door Alfred Bos

Terug uit Hollywood, waar hij zijn succesfilm Loft voor de Amerikaanse markt opnieuw verfilmde, vertilt Erik van Looy zich aan een eigen scenario. De Premier is om te lachen. Helaas is het geen komedie, maar een actiethriller.

Actiethrillers moeten stunten. In hun speelhoek van de cinema is het druk, het publiek verwend. Dus buitelen ze over elkaar, de grandioze premissen en de sensationele plotwendingen. Veel sensationeler dan het vertrekpunt van De Premier wordt het niet: de hoogste bestuurder van de staat België wordt door een duistere partij gedwongen om de Amerikaanse president om te leggen. Gelieve uw verstand bij de kassa achter te laten. Ontvangstbewijs goed bewaren.

De Premier

De Belgische regisseur Erik van Looy, in eigen land uitgegroeid tot Bekende Vlaming als presentator van de tv-quiz De Slimste Mens Ter Wereld, maakte in 2003 indruk met zijn verfilming van Jef Geeraerts’ roman over een dementerende huurmoordenaar, De zaak Alzheimer. Vijf jaar later verblufte hij vriend en vreemdeling met het razendknappe Loft, een puzzelthriller rond vijf vrienden en hun sekszolder. Het werd de best bezochte Belgische film aller tijden, tot twee maal toe herfilmd. Eerst in Nederland (slap), vervolgens door Van Looy zelf in Hollywood (geen verbetering).

Extreem esthetiserend
Uit Hollywood heeft Van Looy, weer terug op Vlaamse bodem, de conceptuele aanpak meegenomen. Een reeks bewezen succeselementen wordt als puzzelstukjes op de tekentafel uitgespreid en met wat schuiven en een enkel eigen idee tot een nieuw succesnummer samengevoegd. Voor Loft kon de regisseur terugvallen op het script van acteur Bart de Pauw; voor De zaak Alzheimer op het boek van Geeraerts, door hemzelf en coscenarist Carl Joos (die het toneelstuk The Broken Circle Breakdown omwerkte tot filmscript) bewerkt tot draaiboek.

Ditmaal komt de vertelling uit de koker van Van Looy en Joos, en de uitzinnige premisse – politicus als actieheld – moet het gebrek aan creatieve ideeën maskeren. Hoe onzinninger de film zich ontwikkelt, hoe meer meelijden je krijgt met acteur Koen De Bouw (die eerder hoofdrollen vertolkte in De zaak Alzheimer, Loft en Het Vonnis) als premier Michel Devreese. Hij heeft, net als de actrices Tine Reymer (zijn vrouw Christine) en Charlotte Vandermeersch (zijn spindoctor Eva, met wie hij – uiteraard – een geheime relatie heeft) nauwelijks fatsoenlijke tekst om mee te werken.

Zeeziek
Illustratief is de slotscène: de beproeving is achter de rug, de premier kijkt uit over de tuin van zijn villa waar zijn kinderen onder het oog van zwaarbewapende para’s spelen en zijn vrouw met de rozen bezig is, maar iedereen zwijgt. Hier had een eenvoudige dialoog, een simpel stukje tekst, wonderen kunnen doen. Nu blijft het een mooi maar volstrekt nietszeggend beeld. Je wordt als kijker aan je lot over gelaten, doe het zelf maar. Net zo nutteloos is de proloog: extreem esthetiserend gefilmd, maar irrelevant voor het verhaal. Oh, het is een droom.

Maar niet alleen het kolderieke uitgangspunt en de krukkige dialogen halen De Premier onderuit. Daar werkt de regisseur hard aan mee door te kiezen voor het soort cameravoering dat in generieke B-films standaard is geworden: nerveuze montage, onnodige camerabewegingen, veel drukte om de kijker – met de veronderstelde aandachtsspanne van een ADHD-patiënt – bij de les te houden.

De Premier

Typerende scène: de premier is door zijn invalchauffeur (Stijn van Opstal) naar een vervallen energiecentrale gereden en krijgt daar te horen dat zijn kinderen zijn ontvoerd: meewerken of hij ziet ze niet meer. De confrontatie zou een dramatisch moment moeten zijn, maar Van Looy maakt de kijker zeeziek door de camera eindeloos rondjes te laten tollen om de premier en de booswicht (Dirk Roofthooft). Alsof hij zijn eigen regiekunsten niet vertrouwt. Of zijn publiek voor debiel acht.

Stramme dialogen
Voor de Nederlands-Engelse actrice Saskia Reeves valt er nauwelijks eer te behalen aan haar rol van Amerikaanse president. Haar naturel smoort in het surrealisme van het verhaal en de stramme dialogen. Volstrekt ongeloofwaardig is de Engelse acteur Adam Godley als chef van de presidentsbeveiliging; je ziet in hem een listige accountant, geen alfa-aap. Urgentie kan de film niet worden ontzegd, want de plot propt een half etmaal in twee uur speelfilm, maar zelfs die ballon loopt leeg dankzij een overbodige en nogal flauwe laatste plotwending.

Is er dan echt niets aardigs aan De Premier te ontdekken? Helaas, nee. De film ging afgelopen november uit in België en werd daar gemengd ontvangen. Een Nederlandse remake, met Jeroen Spitzenberger als Rutte, hoeven we niet te verwachten en om een Kuifje redt de wereld zit men in Hollywood niet te springen. Geen nood, er ligt nog een stapel Geeraerts-thrillers te wachten op verfilming.
 

28 februari 2017

 
MEER RECENSIES

Ciel Flamand, Le

***

recensie Le Ciel Flamand

Schuld en boete op het Vlaamse platteland

door Cor Oliemeulen

Na zijn bejubelde drama Offline schetst de Belgische regisseur Peter Monsaert ook in zijn tweede speelfilm een portret van mensen die leven in de marge van de samenleving. In Le Ciel Flamand leidt een seksmisdrijf tot moord.

Donkere wolken pakken zich samen boven het bordeel van Monique en Sylvie dat is gelegen in West-Vlaanderen tegen de Franse grens. Terwijl haar oma Monique en moeder Sylvie binnen aan het werk zijn, vraagt Sylvie’s zesjarige dochtertje Eline zich buiten in de auto af wat het betekent als haar moeder zegt: “Als mensen een knuffel nodig hebben, komen ze naar mama.” Mensen helpen, dat wil Eline later ook.

Le Ciel Flamand

Tien keer poepen per dag
Het leven in het hoerenkot loopt niet altijd op rozen. Een jonge debutante moet erg wennen aan de (hardhandige) wensen van haar eerste klanten, terwijl haar oudere collega’s de nukken van een piepend bed relativeren: “Er is geen enkel bed bestand tegen tien keer poepen per dag.” Monique, die destijds het bordeel met haar man begon, vindt dat Sylvie onderhand de zaak zou moeten verkopen, zodat zij beter voor de kleine Eline kan zorgen, maar Sylvie zegt dat zij het geld nodig heeft. Ondertussen neemt oom Dirk, een bevriende buschauffeur, Eline onder zijn hoede.

En dan slaat het noodlot vreselijk toe. Sylvie (Sara Vertongen, vooral bekend van de Vlaamse tv-series Binnenstebuiten en Familie) neemt stiekem foto’s van haar klanten en probeert de dader van een seksmisdrijf op te sporen. Dirk (speelde ook een hoofdrol in Offline) begint zich wat geheimzinnig te gedragen, terwijl op school een vriendinnetje van Eline (Esra Vandenbussche) zegt dat haar moeder een stinkende hoer is. “Mama, wat is een hoer?”, vraagt Eline. “Hier, ruik maar. Vind je dat mama stinkt?”

Le Ciel Flamand

Onheilspellende atmosfeer
Veel van de film zien we door de ogen van de kleine Eline. Haar blik op de werkplek van haar moeder en oma is vervuld van mysterie en nieuwsgierigheid. De neonachtige kleuren rood, oranje en paars van het bordeel staan in sterk contrast met het serene blauwgroene schijnsel in Eline’s slaapkamer. Dit is de plek waar ze zich echt op haar gemak kan voelen in tegenstelling tot de auto op de parkeerplaats van het bordeel waar ze vaak met haar moeder tijdens lunchtijd boterhammen eet of nog even moet wachten totdat Sylvie is afgewerkt.

Net zoals in de meeste Belgische films van de laatste jaren wordt in Le Ciel Flamand sterk en geloofwaardig geacteerd. We zien een realistisch beeld van een van zon verstoken Vlaams platteland met het bezoek aan een markt, een danslokaal en de viering van Sinterklaas, die zowaar een rol in deze sombere geschiedenis zal vervullen. Maar tot die tijd is het drama – over de consequenties van schuld en boete – na een sterke eerste helft wat ingezakt. Het knappe is wel de voortdurende onderhuidse spanning, waarbij er op elk moment iets onverwachts kan gebeuren. Alleen al die onheilspellende atmosfeer maakt van Peter Monsaert de zoveelste veelbelovende Belgische cineast die we goed in de gaten moeten houden.
 

28 januari 2017

 
MEER RECENSIES