Film Fest Gent 2022 – Preview

Film Fest Gent 2022 – Preview:
Van Kinepolis tot Korea

door Tim Bouwhuis

Laten we hopen dat een corona-najaarsgolf uitblijft en de recessie een seconde proberen te vergeten, want wat het IFFR voor Nederland is, dat is het jaarlijkse Film Fest Gent voor België. Terwijl Rotterdam na twee corona-edities ‘the Return of the Tiger’ viert, maakt Gent zich op voor een volgepakte 49ste editie.

Film Fest Gent schikt zich met een iets bescheidener plaats op de festivalladder, maar dat maakt de programmering er niet minder om. De hoofdcompetitie is (in ieder geval) de laatste jaren een soort ‘Best of the Fests’: films die geprezen werden op voorgaande festivals krijgen in Gent een luxe avant-première, voordat betrokken distributeurs de betreffende titels naar de Vlaamse (en haast altijd ook Nederlandse) zalen brengen.

Dat geldt bijvoorbeeld voor het innemende rechtbankdrama Saint Omer, het speelfilmdebuut van Alice Diop (35 Shots of Rhum), dat in Venetië de grote juryprijs won. Toch dekt deze uitleg de lading niet volledig: zo valt niet te verwachten dat de overweldigende filmreis To the North (Mihai Mincan), een soort Apocalypse Now voor arbeidsmigranten, zomaar in de Benelux wordt uitgebracht. Hetzelfde geldt voor de twee metaverhalen die zijn samengebracht in het monsterlijk lange Trenque Lauquen, geregisseerd door een protegé van de Argentijn Mariano Llinás (wiens La Flor in 2019 als een driedelige filmmarathon in Rotterdam draaide).

The Son

The Son

Virtueel vagevuur
Het festival combineert zo meer voor de hand liggende en relatief toegankelijke titels (het onvolkomen drama The Son, van de regisseur van The Father, is bijvoorbeeld een gedoodverfde filmhuishit) met een gevarieerd aanbod van films die je anders misschien niet zomaar zou zien. Wat te zeggen van De humani corporis fabrica, vrij letterlijk een anatomische studie van het menselijk lichaam (van de regisseurs van de – bij gebrek aan een naadloze Nederlandse vertaling – immersieve vissersdocumentaire Leviathan uit 2012), of de nieuwe film van de Russische filmauteur Aleksandr Sokurov (Russian Ark), die Hitler, Stalin, Mussolini en Churchill samenbrengt in een virtueel vagevuur? Afhankelijk van je persoonlijke standaarden is het altijd nog maar afwachten of dergelijke titels later nog op een respectabele manier te zien zullen zijn.

Verschillende vertoningslocaties
Die persoonlijke standaarden zitten soms in de weg bij het opstellen van een uitgebalanceerd festivalprogramma, want de overwegend sfeervolle, maar ook gedateerde en niet altijd prettig ingerichte zalen van Studio Skoop en Sphinx (die, begrijp me niet verkeerd, het festival wel degelijk complementeren) kunnen nu eenmaal niet tippen aan de comfortabele zitplaatsen en megadoeken van multiplex Kinepolis.

Soms is het jammer om te moeten onderkennen dat Gent de meeste ‘kleinere’ films uit de nevensecties en het grootste gedeelte van het vaste retrospectief nu eenmaal niet allemaal in de Kinepolis kan tonen. Vorig jaar gold dat voornamelijk voor de films van de Griekse meester Theo Angelopoulos, die absoluut een zo groot mogelijk doek hadden verdiend, maar een beperkter publiek trekken en in Studio Skoop in een aantal gevallen nog analoog werden vertoond.

Koreaanse hoogtepunten
Toch lijkt er dit jaar meer aandacht te zijn besteed aan een enigszins gelijkmatige verdeling van de films over de zalen. Toegegeven, de meeste titels uit de ‘Focus op Koreaanse Cinema’ (het gebrek aan meerdere titels van voor 2000 doet de term ‘retrospectief’, die gebruikelijk is voor dit deel van het programma, snel vergeten), zijn in Skoop en Sphinx geprogrammeerd, maar de enige echt ‘oude’ film uit de sectie (The Housemaid van Kim Ki-young, een inspiratiebron voor Parasite) is wel gewoon in Kinepolis te zien. Hetzelfde geldt voor Lee Chang-Dong’s meesterwerk Burning (2018) en zelfs voor de nieuwste worp van de hardleerse Filipijnse langfilmer Lav Diaz (When the Waves Are Gone duurt voor de verandering maar een slordige drie uur in plaats van zeven).

Alcarràs

Alcarràs

Nu in België, later in Nederland (?)
Voor liefhebbers die Gent binnen bereik hebben, loont het zeker om even te kijken of er nog Koreaanse titels op het programma staan die tot nu toe aan het zicht waren ontglipt. Anders niet getreurd; menig ‘headliner’ komt later nog deze kant op, of is/was zelfs al in Nederland te zien, zo getuigen het politiek geladen plattelandsdrama Alcarràs (waarvoor Carla Simón in navolging van de mooie coming-of-agefilm Summer 1993 de hoofdprijs won in Berlijn) en het even zware als ontroerende Drii Winter (Michael Koch).

Ten slotte kunnen ook de gasten niet ontbreken: David Lowery licht bijvoorbeeld zijn samenwerking met de Amerikaanse componist Daniel Hart toe, waarbij en passant natuurlijk ook zijn films opnieuw vertoond worden, Cristian Mungiu (4 Months, 3 Weeks, 2 Days) geeft een zogeheten ‘director’s talk’ bij zijn R.M.N. en diverse regisseurs wonen een of meerdere vertoningen van hun films bij. Het belooft toch maar weer een enerverende festivaleditie te worden.

Film Fest Gent wordt gehouden van 11 tot en met 22 oktober. InDeBioscoop doet weer verslag. Lees hier het programma.

 

4 oktober 2022

 


MEER FILMFESTIVAL

Nowhere

***
recensie Nowhere
Van nergens tot hier

door Cor Oliemeulen

Twee mannen rouwen. De een is op zoek naar wat hij heeft verloren, de ander naar wat hij nooit heeft gehad. Nowhere is een wat traag, maar soms aandoenlijk drama over het verlies en gemis van dierbaren.

Na zijn bejubelde speelfilmdebuut Offline (2012), waarin een ex-gedetineerde zich probeert te verzoenen met zijn familie en Le Ciel Flamand (2016), waarin een seksmisdrijf in een bordeel tot moord leidt, biedt de Belgische regisseur Peter Monsaerts in zijn derde langspeler Nowhere zijn personages hoop op betere tijden. Ook ditmaal bewegen de belangrijkste personages zich in de marge van de samenleving en wachten zij op betere tijden.

Nowhere

Rouw
Ex-vrachtwagenchauffeur André (Koen de Bouw: Het Vonnis, De Premier) is ingehuurd om van een afgelegen pand een wegcafé te maken. In de eerste helft van de film zien we hoe hij overdag buitenlandse werknemers in een busje ophaalt en ’s avonds filmpjes kijkt van zijn op 13-jarige leeftijd overleden dochter, die naar later blijkt vijf jaar geleden werd doodgereden. André is het type ijzervreter en een man van weinig woorden, maar ontdooit enigszins nadat hij de 17-jarige Noord-Afrikaan Thierry (Noa Tambwe Kabati) heeft betrapt tijdens een inbraak. De vijftiger ziet hoe de tiener net als hijzelf worstelt met het leven.

Dit gegeven doet toevalligerwijs denken aan een ander Belgisch drama dat zojuist in de Nederlandse bioscoop is verschenen. Ook in Dealer van Jeroen Perceval is een tienerjongen op zoek naar zijn identiteit en een rolmodel die een heilzaam perspectief kan bieden en probeert een volwassene de leegheid van zijn bestaan in te vullen. Dit klassieke gegeven zien we terug in Nowhere als André Thierry wil behoeden om niet verder weg te zakken in de uitlaatklep die criminaliteit heet. “Die jongen is gewoon op zoek naar wie hij is. Hij heeft gewoon iemand nodig”, zegt André tegen een politievrouw. Op haar beurt moet zij erkennen dat Thierry meedoet aan de ‘Ronde van Vlaanderen’, zoals Vlaamse hulpverleners dat noemen: “Hij is van opvangplek naar opvangplek gegaan.”

Nowhere

Moeder
In de tweede helft van de film blijkt dat André en Thierry elkaar meer nodig hebben dan zij denken om een nieuwe afslag in hun leven te vinden. Zo wil André als compensatie voor zijn overleden kind nu voor een andere onvolwassen persoon zorgen en heeft Thierry van een oudere een duwtje nodig om op zoek te gaan naar zijn roots. Hij weet dat zijn vader ‘waarschijnlijk Marokkaans’ is en heeft ook geen idee waar zijn moeder is. Tijdens hun gezamenlijke roadtrip naar Frankrijk blijkt dat Thierry’s moeder is verstoten door haar familie omdat ze hem op jonge leeftijd kreeg.

Regisseur Monsaerts pleit in Nowhere voor optimisme om te kiezen voor connectie in plaats van afzondering en uitsluiting. Hij is niet blind voor de uitdagingen van de multiculturele samenleving, maar wil een hoopvol tegenwicht bieden aan de polemiek in de media en de politiek. Hoe broos die lijn tussen inclusie en exclusie is, tonen de letters van de filmtitel in de aftiteling: ‘Nowhere’ (nergens) verspringt naar ‘Now here’ (nu hier).

 

26 september 2022

 

ALLE RECENSIES

Dealer

***
recensie Dealer
Teleurstellende volwassenen

door Cor Oliemeulen

Dealer is een rauw Vlaams drama waarin een puberjongen actief is als drugsrunner in Antwerpen. De film toont gretig hoezeer volwassen rolmodellen een wezenlijke invloed hebben op de toekomst van ontspoorde kinderen.

De Belgische acteur Jeroen Perceval (Rundskop, 2011), tevens scriptschrijver en rapper, portretteert in zijn regiedebuut de 14-jarige Johnny (nieuweling Sverre Rous) die een betrouwbaar rolmodel nodig heeft om zijn troosteloze straatleven te kunnen ontvluchten. “Tegelijkertijd wilde ik twee werelden samenbrengen of verbinden”, aldus Perceval. “De kunstwereld waar veel egocentrische personen rondlopen die toch een vorm van schoonheid voortbrengen, en de criminele wereld waar eveneens egocentrische mensen trachten te overleven en ook iemand willen zijn.” Of om met een Nederlandse politica te spreken: ‘Wie zijn die mensen?’

Dealer

Rolmodellen
Er zijn drie volwassenen die een grote invloed hebben op het hachelijke leven van de jonge drugsrunner, die zich met zijn stoere fietsje door de straten en parken van Antwerpen begeeft om harddrugs te verkopen. Allereerst is daar Johnny’s moeder Eva (Veerle Baetens: The Broken Circle Breakdown, 2012). Zij mag dan wel een getalenteerde kunstschilder zijn, maar is te labiel om voor haar zoon te zorgen. Johnny verblijft in een jeugdinstelling, maar gaat regelmatig bij Eva op bezoek. Ze kunnen het goed met elkaar vinden en roken samen een jointje. Eva hoopt dat ze haar schilderijen kan verkopen, zodat ze met Johnny naar Zuid-Frankrijk kan om daar een nieuw en gezonder leven op te bouwen. Zowel Johnny als de kijker weten dat het niet zover zal komen vanwege Eva’s frustraties en psychoses.

Als tweede is daar de onberekenbare dealer Luca (Bart Hollanders), die enkele jonge drugsrunners aanstuurt. Vanzelfsprekend kijkt Johnny aanvankelijk op tegen Luca’s geldelijke gewin, maar knapt langzaam af op diens agressie en geweld. Zeker nadat Luca de heroïnespuit aan hem opdringt en zijn vriendje heeft mishandeld.

Net als Eva en Luca worstelt de beroemde acteur Antony (Ben Segers) met een leegte in zijn bestaan, ondanks zijn enorme succes, erkenning en rijkdom. Antony sleept Johnny mee in de partyscene vol drank, drugs en seks, echter Johnny is vooral geobsedeerd door het toneel. “Ik wil ook acteren, in films spelen en beroemd worden”, zegt hij. Terwijl Johnny in Antony een vaderfiguur ziet, heeft Antony op zijn beurt een zwak voor de pientere Johnny, die hij uit het criminele straatleven wil trekken. Dat zou voor de acteur zelf tevens een stimulans zijn om te stoppen met zijn lege hedonisme. “Ik stop met gebruiken, jij met dealen, ok?”, stelt Antony voor. Dat blijkt voor allebei gemakkelijker gezegd dan gedaan.

Dealer

Zelfkant
Na een wat aarzelend begin lukt het Jeroen Perceval de kijker mee te nemen met worstelende individuen in de zelfkant van de Antwerpse samenleving, gesteund door het geloofwaardige acteren van alle hoofdrolspelers, die niet verzaken hun kwetsbare kanten te tonen. In feite verschilt de destructieve wereld van de acteur Antony niet veel van die van de pusher Luca. Het vluchten in kortstondig geluk van genot biedt een wankele basis voor een luchthartige toekomst voor hen allebei. En hoe sympathiek dan ook, ook Eva wordt te veel gehinderd door haar demonen.

In Dealer is de tienerjongen zoals al zijn leeftijdgenoten op zoek naar zijn identiteit, maar ontbeert het hem aan meerderjarige rolmodellen die hem een heilzaam perspectief kunnen bieden. Johnny is slimmer en nuchterder dan de drie volwassenen in zijn directe omgeving. De vraag is of hij reddeloos verloren is wanneer het misbruik van zijn goede wil toeneemt.

 

18 september 2022

 

ALLE RECENSIES

Inexorable

***
recensie Inexorable
Onverbiddelijk conventioneel

door Cor Oliemeulen

De Belgische meester van suspense Fabrice du Welz smeedt vanaf zijn experimentele horrordebuut Calvaire (2004) niet-alledaagse verhalen rond verknipte personen. In zijn zevende speelfilm Inexorable is het plot ondergeschikt aan de spanning.

Marcel Bellmer (Benoît Poelvoorde), zijn vermogende vrouw Jeanne (Mélanie Doutey) en zijn dochtertje Lucie (Janaina Halloy) hebben zojuist hun intrek genomen in een gigantisch landhuis in Wallonië. Marcel is een gevierd schrijver die teert op het succes van zijn roman ‘Inexorable’, maar zijn inspiratie is opgedroogd. Het huis was van Jeanne’s overleden vader, een grote uitgever, wiens familie vroeger banden had met Belgische fascisten.

Inexorable

Indringer
Misschien dat de jonge, mysterieuze Gloria (Alba Gaïa Bellugi) voor wat inspiratie kan zorgen. We zien hoe ze heeft ingecheckt in een naburig hotelletje en al snel kennismaakt met de rijkaards. Om zich toegang tot het gezin te verschaffen, maakt ze eerst vriendschap met de hond, takelt ze later haar gezicht flink toe met een colablikje en doet alsof ze is beroofd. Jeanne heeft medelijden en nodigt haar uit. Gloria kan het vervolgens bijzonder goed vinden met Lucie en wordt in dienst genomen als hulp in de huishouding.

Er ontstaat een connectie tussen Marcel en Gloria. Hij heeft een schrijversblok, zij is fan en kent ‘Inexorable’ uit het hoofd, omdat dat boek naar eigen zeggen haar leven heeft gered. Jeanne moet vaak weg voor haar werk, Gloria begint zich langzaam aan Marcel op te dringen. Marcel is seksueel uitgeblust bij zijn eigen vrouw over wie hij geen ‘macht’ heeft, en wordt onhoudbaar wellustig bij een meisje dat hem bewondert en over wie hij wel macht heeft. Tenminste, dat denkt hij. Gloria vindt Marcels geheime brieven en weet de drie gezinsleden onverbiddelijk (‘inexorable’) tegen elkaar uit te spelen.

Misère
Fabrice du Welz heeft zich duidelijk laten inspireren door beroemde erotische Amerikaanse thrillers van eind jaren tachtig, begin jaren negentig, zoals Fatal Attraction (1987) en Basic Instinct (1992), en leunt bovendien wat op Stephen Kings boekverfilming Misery (1990). Poelvoorde en Bellugi zijn goed op dreef, maar het afgelegen kolossale huis, waar de verlichting regelmatig uitvalt, is het toonaangevende personage.

Inexorable

De cinematografie van Manuel Dacosse is vertrouwd sfeervol, het repeterende klassieke muziekdeuntje van Vivaldi’s ‘Nisi Dominus – Cum Dederit’ is functioneel maar wordt de laatste jaren te vaak in films gebruikt (ditmaal zonder countertenor Andreas Scholl). Met de spannende momenten zit het wel snor, maar het geheel voegt weinig toe aan het filmcanon. De personages wekken onvoldoende sympathie op om de kijker tot het eind toe te boeien. Gelukkig is het einde onvoorspelbaar, maar maakt het je uiteindelijk niets uit wie overleeft.

Een begenadigd filmmaker als Fabrice du Welz is geen man voor conventionele films. Hoewel je Gloria natuurlijk liever niet in het donker tegenkomt, zorgt de kleine Lucie voor de grootste verrassing, met de meest verontrustende performance. Tijdens haar verjaardagsfeestje, waarvoor de hele klas is uitgenodigd, klimt ze op het podium in de tuin. Vanaf het moment dat er een death metal-nummer uit de speakers knalt, danst en schreeuwt ze als door de duivel bezeten. Daarmee degradeert ze het stoere personage van Abigail Breslin in Little Miss Sunshine (2006) tot ideale kleindochter.

 

28 mei 2022

 

ALLE RECENSIES

Little Man, Time and the Troubadour

***
recensie Little Man, Time and the Troubadour
Poppenspel als parabel voor de oorlog

door Jochum de Graaf

Little Man, Time and the Troubadour is een roadmovie langs plaatsen en mensen waar de Tijd stil lijkt te staan en zeker nog lang niet alle wonden geheeld heeft en de Troubadour een surrealistisch ogend verhaal opvoert. De associatie met Oekraïne dringt zich onweerstaanbaar op.

De documentaire werd vorig jaar juli al door NPO 2Doc vertoond en is nu ook in de bioscoop te zien. De release valt samen met de actualiteit, omdat het verhaal zich afspeelt in Abchazië, de voormalige Sovjet-deelrepubliek die na een burgeroorlog met Georgië in de jaren negentig – vervolgens na een nieuwe inval van Georgië in 2008 door ingrijpen van het Rusland van Poetin – een armzalig onafhankelijk republiekje werd met een vergelijkbare status als Loegansk, Donetsk en Transnistrië.

Little Man, Time and the Troubadour

Surrealistische marionetten
De Troubadour uit de titel en reisgids in de voor ons tamelijk onbekende landstreek op de West-Kaukasus is kunstenaar Sipa Labakhua die deels op de fiets met zijn marionettentheater rondreist. De voorstelling die hij in een aantal kustplaatsen in het dunbevolkte land speelt, is gebaseerd op de lotgevallen van zijn vader, de Kleine Man uit de titel, een politicus vol idealen die gedwongen werd uit te wijken naar Moskou. Zoon Sipa is na de oorlog teruggekeerd naar zijn geboortegrond en brengt met zijn surrealistisch marionettenspel ontmoetingen met allerlei inwoners van de streek tot stand.

We rijden als het ware achterop over de mooie pleinen, de weidse lanen, de boulevard met palmen van hoofdstad Soechoemi, een mooie badplaats aan de Zwarte Zee, waar Konstantin Paustovski in de eerste helft van de vorige eeuw zo prachtig over schreef. Maar we zien vooral ook de karkassen van gebouwen, de vele kogelgaten in huizen, nog niet herstelde bomkraters, de overwoekerde treinrails, die eraan herinneren dat meer dan de helft van de bevolking, meest Georgiërs, na de korte oorlog in 2008 met Rusland gevlucht is.

Speelbal in geopolitieke strijd
De film gaat niet over de oorlog, niet wie begon en wie won, neemt ook geen stelling over wie schuldig was, of het een van de eerste uitingen van Poetins Russificatie was. Filmer Ineke Smits (De Vliegenierster van Kazbek, Stand by Your President), die meeschreef aan Labakhua’s voorstelling, registreert niet de mensen die oorlog voerden, daders of slachtoffers, maar vooral gewone burgers, de oorlog die hen overkwam. Ze betoont zich opnieuw een kenner van de regio, met onder meer de prachtige zang van twee zussen in een eerste aanleg arcadisch landschap, waarna de camera langs een pokdalig raamloos gebouw omhoog zwenkt waarboven gierzwaluwen rondcirkelen.

Little Man, Time and the Troubadour

We ontmoeten oude vrouwen die zich vooral herinneren dat het voor de oorlog feitelijk niks uitmaakte of je Abchaziër, Mingreliër, Georgiër, of Armeniër was. Een Russin in het publiek na de voorstelling die nog maar kort in Abchazië woont, ziet vooral stagnatie en onverwerkt leed. Een hippie-achtig stel uit Moskou voelt zich al behoorlijk geaard en zegt zich al thuis te voelen, hun kinderen weten niet beter dan dat dit hun thuisland is. En een Syrische schrijver, jaren geleden gevlucht vanaf de Golanhoogten, vult zijn bespiegelingen over oorlog en vluchten door een fraaie kinderfantasie  op de muur te tekenen.

Het fraai vormgegeven poppenspel is bedoeld als een parabel voor de oorlog, maar komt af en toe toch te gekunsteld over. En het uitstapje van Labakhua naar de Georgische hoofdstad Tbilisi is misschien een onbestemde zijsprong, maar voegt niet zoveel toe aan het verhaal. Maar de antwoorden op filosofische vragen als ‘waar voel je je thuis’ en ‘waar kom je vandaan’, leveren een mooi melancholisch portret van een klein land in een uithoek van het voormalige Sovjetrijk dat een speelbal werd in de geopolitieke strijd.

 

22 maart 2022

 

ALLE RECENSIES

De Oost

****
recensie De Oost

Grauwe historische spiegel

door Jochum de Graaf

Tijdens het draaien van De Oost zuchtten cast en crew onder de hitte, overstromingen en tropische ziekten op Java. Zonnesteken, knokkelkoorts, malaria, buiktyfus, schorpioenen, moeizame onderhandelingen met de Indonesische autoriteiten, het leger dat met regelmaat langskwam op de set, de coronapandemie die de opnamen stillegde, er zijn maar weinig ontberingen die de film bespaard zijn gebleven.

Geldnood, ook zoiets. Regisseur Jim Taihuttu moest naar verluidt inkomsten uit zijn dj-bijbaan investeren en alleen door een deal met Amazon – waardoor de film nu eerst via een streamingdienst te zien is voordat hij in de bioscoop komt – konden de laatste draaidagen opgenomen worden.

En dan was er nog een kort geding, waarbij een organisatie van Indië-veteranen een extra disclaimer aan het begin van de film eiste, omdat de uniformen van de soldaten, de insignes, de snor van kapitein Westerling, een van de hoofdrolspelers, de belettering van de titel teveel reminiscentie aan de nazitijd zou verbeelden.

De Oost

Schijnrumoer
Eerlijk gezegd denk ik dat dit schijnrumoer de makers uit publiciteitsoverwegingen niet zo slecht uitkwam. Indië-veteranen zijn nogal makkelijk uit de tent te lokken. Denk aan de affaire-Hueting eind jaren zestig (aantonen oorlogsmisdaden), het tumult rond het bezoek van Poncke Princen midden jaren tachtig (vermeende overloper) en het aanbieden van excuses door onze koning ruim een jaar geleden voor het door Nederland gepleegde geweld, nota bene ruim 70 jaar na dato.

Terecht dat de rechter de eis voor een extra disclaimer aan het begin van de film afwees. De Oost is geen documentaire over de koloniale oorlog, eufemistisch aangeduid als ‘politionele acties’, die Nederland tussen 1945 en 1949 tegen de onafhankelijkheidsstrijd van Indonesië uitvocht; geen nauwgezet verslag van de vermeende wandaden van het Koninklijk Nederlandsch-Indisch Leger met pakweg 100.000 slachtoffers aan Indonesische en 5.000 aan Nederlandse kant; geen zwart-witfilm over goed en kwaad waarbij de Nederlandse soldaten als nazi’s worden weggezet.

Moreel moeras
De Oost is een dramatische schets hoe naïeve jongens van diverse pluimage uit alle windstreken, hoeken en gaten van het land langzaam maar zeker een oorlog voor een kansloos doel, de herovering van kolonie Indonesië, werden ingezogen. Maar bovenal vertelt de film het individuele verhaal van Johan de Vries (een veel Hollandser naam kun je niet verzinnen) die door een krampachtig streven naar revanche in een moreel moeras belandt.

De Oost

Martijn Lakemeier speelt overtuigend de soldaat die in 1946 samen met ruim honderdduizend anderen wordt uitgezonden om in Nederlands-Indië orde op zaken te stellen. In het eerste deel van de film raakt hij langzaamaan gefrustreerd van het landerige soldatenleven met patrouilles door doodsbange kampongs waar niemand iets over opstandelingen durft te zeggen, het gemopper en gevloek op ‘zwartjes’ en ‘apen’, het vermaak met stoere praatjes en bordeelbezoek. Johan doet de nodige moeite om zich in de Indonesische cultuur te verdiepen, hij deelt koekjes uit aan kinderen, leert zichzelf de taal en heeft een affaire met prostituee Gina. Hij lijkt een ‘eerlijke’ soldaat met een groot rechtvaardigheidsgevoel.

Zuiveringen
Dat gewone soldatenleven verandert op slag met de verschijning van kapitein Raymond Westerling (sterke rol van Marwan Kenzami) op het strijdtoneel. Johan raakt meer en meer in de ban van deze even charismatische als onberekenbare ‘Turk’ die eind 1946 met een speciale eenheid, het door hem zelf samengestelde Depot Speciale Troepen (DST), carte blanche kreeg om Zuid-Celebes, het tegenwoordige Zuid-Sulawesi, van alle opstandige elementen te zuiveren. De nog steeds ernstig omstreden Westerling gaf daar een eigen invulling aan en werd beschuldigd van excessief geweld, misdaden tegen de menselijkheid en het veroorzaken van vele burgerslachtoffers.

Wreed en straight is hij, de man die de mensheid in twee soorten opdeelt: ‘je bent jager of je bent prooi’. Het gaat van kwaad tot erger. Eerst worden de kampongs platgebrand, later gaat hij over tot standrechtelijke executies. De namen van mogelijke verraders staan bij hem in een boekje en bij het omroepen van de naam moeten ze naar voren komen en worden zonder pardon neergeknald. Op dit punt begint de film toch een beetje te wringen. Niet zozeer omdat het geweld fel realistisch en bruut in beeld wordt gebracht, maar meer omdat het zo breed uitgesponnen wordt en het daarmee nogal wat tijd kost voor Johan om tegen deze oorlogsmisdaden in het geweer te komen en de plot een dramatische wending neemt.

De Oost

Karakterontwikkeling
Daarentegen is wel de opbouw van de karakterontwikkeling van Johan goed gedoseerd. In eerste instantie fungeert hij als een soort rechtvaardige soldaat, later kiest hij toch uit verveling of misschien tegen de achtergrond van het NSB-verleden van zijn vader voor de foute kant aan de zijde van Westerling. We zien in flashforwards hoe hij zijn door PTSS en wrok getekende leven in het naoorlogse wederopbouwend Nederland niet goed meer op de rails krijgt. Er is hier geen enkele aandacht voor wat hij heeft meegemaakt. Dat hij tenslotte toch opstaat tegen zijn mentor in een hernieuwde confrontatie van Johan met Westerling leidt tot een opera-achtige apotheose met een onverwacht slot.

De Oost – uitgebracht in de tijd dat bijvoorbeeld het NIOD grondig onderzoek doet naar de oorlogsmisdaden in Indonesië en met het boek Revolusi van David Van Reybrouck eindelijk serieuze aandacht komt voor deze donkere, veel te lang onderbelichte episode uit de vaderlandse geschiedenis – houdt ons een grauwe historische spiegel voor.

De Oost is sinds 13 mei te zien op Prime Video en verschijnt op het witte doek zodra de bioscopen weer open mogen.

 

14 mei 2021

 

ALLE RECENSIES

Dial H-I-S-T-O-R-Y

***
IFFR Unleashed – 1998: Dial H-I-S-T-O-R-Y
Onafgebroken informatiebombardement

door Jochum de Graaf

Dial H-I-S-T-O-R-Y (1997) was een van de hoogtepunten van de Documenta X, de vijfjarige ‘wereldtentoonstelling van hedendaagse kunst’ in Kassel. De Belg Johan Grimonprez, videokunstenaar, curator en regisseur, behandelt in deze postmoderne documentaire een alternatieve geschiedenis vanaf de jaren zestig aan de hand van terroristische acties, meer in het bijzonder van vliegtuigkapingen.

We zien de ontwikkeling van de kapingen: de allereerste die live op tv werd uitgezonden, de kaping door het Japanse Rode Leger op het vliegveld van Fukuoka in 1970, van de Fidelista’s die zich in Cuba bij hun grote leider Fidel Castro wilden voegen, van Black Panthers die naar Algerije wilden, van de verschillende Palestijnse bevrijdingsbewegingen PLO en PFLP, die eind jaren zestig meer dan honderd vliegtuigkapingen uitvoerden.

Dial H-I-S-T-O-R-Y

Interviews
In Libië, Cyprus, Koeweit zien we vliegtuigen op het asfalt staan, omringd door commandotroepen en cameraploegen, paraat om in te grijpen, dan wel daar live verslag van te doen. Kapers worden geïnterviewd, onder andere de Palestijnse Leila Khaled die er wereldberoemd door zou worden, we zien ze berecht worden, na hun vrijlating opnieuw geïnterviewd, de scène van de Japanse kaper die zijn laatste woorden voor de camera uitspreekt vlak voor hij wordt neergeschoten en het lijk van een kaper dat door Russische soldaten wordt weggesleept.

Ook vrijgelaten en bevrijde gegijzelden komen aan het woord, ‘moest u hard rennen?’ en het jongetje van tien dat enthousiast knikt op de vraag ‘vond je het spannend’. Menigmaal was er ook sprake van het Stockholmsyndroom, sympathie tussen gijzelaars en gegijzelden, met meisjes in tranen om hun kapers die met een bomaanslag om het leven komen.

En dan is er de reactie van de autoriteiten. We krijgen te zien hoe vliegvelden meer en meer beveiligd werden, de introductie van röntgenapparatuur en aangepaste fouilleringstechnieken. Enigszins ironisch is het Amerikaanse instructiefilmpje over waar je moet gaan zitten in een vliegtuig. ‘Have a plan’ luidt het advies, ga niet bij de vleugels zitten, ook niet vooraan, achteraan, of in de eerste klasse, want dan trek je de aandacht van de kaper; de rijen in het midden kun je ook beter mijden, dat kan de mobiliteit hinderen bij een snelle evacuatie. Je kunt natuurlijk maar beter helemaal niet vliegen als je verwacht dat het gekaapt gaat worden.

Visueel spervuur
Dial H-I-S-T-O-R-Y laat goed de omslag van de romantisch revolutionaire beginjaren van de kaperspraktijk naar de grimmige anonieme terreur van de bompakketten van de jaren negentig zien. Tegelijkertijd kregen in die jaren de geheime terreurpraktijken van de VS in El Salvador, Nicaragua, Guatemala gestalte. En dan hebben we ook de beelden van de begrafenis van Stalin (1956), van de moord op Sadat (1981), van de bomaanslag op een Pan Am-vliegtuig boven Lockerbie (1988) voorbij zien komen. Het einde met de iconische scène van een dronken Boris Jeltsin en een slappe lach krijgende Bill Clinton kan er op duiden dat de midden jaren negentig de ergste vormen van terreur voorbij zijn, maar we zijn dan natuurlijk nog onwetend van 9/11.

Dial H-I-S-T-O-R-Y

De film is een visueel spervuur. Naast de stroom aan televisieverslaglegging van kapingen zien we fragmenten uit propagandafilms over revolutionaire leiders als Lenin, Stalin, Mao en Castro, uit stomme films, reclamespotjes voor vliegmaatschappijen, tekenfilms en instructiefilms voor diplomaten.

Voor intellectueel gewicht zorgen de teksten in voice-over van de Amerikaanse schrijver Don DeLillo, die in zijn werk verbanden legt tussen terrorisme en de daad van het schrijven en verwijst naar het vreemde huwelijk dat de media steeds weer aangaan met alles wat riekt naar ramp.

Ook de soundtrack, misschien beter nog de soundscape met subtiele samplecollages van de New Yorkse avant-gardist David Shea, past naadloos op de experimentele opzet van de film.

En zo is Dial H-I-S-T-O-R-Y een amalgaam van beelden en klanken dat je uitnodigt tot bespiegelingen over de relaties tussen politiek, technologie, retoriek, entertainment, media, literatuur en geschiedenis. Maar voor hetzelfde geld verdwaal je in dat onafgebroken informatiebombardement, dat soms verbijsterende beelden van spectaculaire geweldpleging en rampspoed met dodelijke slachtoffers, afgewisseld met nietszeggende geluiden, banale beelden en nutteloze wetenswaardigheden.

Deze film is bij het jarige IFFR online te zien tot en met 12 mei 2021.

6 april 2021


ALLE RECENSIES 50 JAAR IFFR

Kom Hier Dat Ik U Kus

****
recensie Kom Hier Dat Ik U Kus

Knellend pantser van een familiegeschiedenis

door Jochum de Graaf

Kom Hier Dat Ik U Kus, de verfilmde bestseller van Griet Op de Beeck, vertelt in drie delen het verhaal van de in een Vlaamse provinciestad opgroeiende Mona, als negenjarige, twintiger en dertiger.

Op jonge leeftijd komt haar moeder bij een auto-ongeluk om. Haar vader heeft al snel een nieuwe vrouw, die Mona half afgedwongen mama gaat noemen. Wanneer zij zelf op volwassen leeftijd relaties aangaat, lopen de verhoudingen eveneens moeizaam. Ze krijgt een baan als dramaturge die haar ondergeschikt aan een bekende regisseur maakt en heeft een relatie met een beroemde oudere schrijver, die volledige toewijding aan hem eist. In het laatste deel, wanneer Mona halfweg dertig is, wordt haar vader ernstig ziek, komt het tot een verzoening en lijkt Mona eindelijk haar lot in eigen hand te nemen.

Kom Hier Dat Ik U Kus

Onderhuidse spanning
De coming of age van Mona draait constant om de onderhuidse spanning; de uitnodiging tot liefkozing die de Vlaamse uitdrukking ‘Kom hier dat ik u kus’ vormt, kan ook een benauwende opdracht zijn. Liefhebben op commando omdat anders de hel losbreekt.

Het succes van het boek zat hem vooral in de invoelende impressionistische stijl, dicht op de denkwereld van Mona. De film doet daar niet voor onder, de sec beschreven periodes, in het boek met jaartallen aangegeven, worden in de film psychologisch uitgediept met de thema’s de moeder, de liefde, de vader. En dat is vooral te danken aan de documentaire aanpak, die regisseurs Sabine Lubbe Bakker en Niels van Koevorden hanteren, intiem observerend de personages aftastend. Het duo maakte in 2013 de veelgeprezen docu Ne Me Quitte Pas over de Waalse vrienden Bob en Marcel en hun straffe voorliefde voor drank.

Kom Hier Dat Ik U Kus

Pijnlijk schurende scènes
In de volledig Vlaamse cast verdienen vooral de voornaamste vrouwenrollen veel lof. Tanya Zabarylo geeft met haar blikken en lichaamstaal de verstilde Mona een reikwijdte aan onderdrukte emoties mee. Daar tegenover staat Wine Dierickx als de labiele soms hysterische stiefmoeder wier emoties ieder moment kunnen exploderen.

Kom Hier Dat Ik U Kus zit vol met pijnlijk schurende scènes zoals wanneer Mona’s jongere broer met zijn nieuwe lief op bezoek komt en de stiefmoeder de mooie halfbloed vriendin vraagt waar ze vandaan komt. ‘Van Dendermonde’ is het antwoord, en de lompe vraag volgt ‘Maar nee, waar komt ge echt oorspronkelijk vandaan’.

Veel van de onderlinge verhoudingen in het gezin, waar al gauw een stiefzusje wordt geboren en de vader vlak voor zijn sterven een geheime liefde koestert, wordt afgedekt en blijft onbesproken, sudderend onder de oppervlakte en soms tot een uitbarsting komend. Het meest spannend komt dit tot uitdrukking tijdens de maaltijden, de stiltes, de glimlachjes, de obligate opmerkingen om de sfeer een beetje goed te houden, de spanning die om te snijden is. En dan opeens slaat toch de vlam in de pan, wordt er met borden en glazen gegooid. De apotheose is bij het laatste kerstdiner, met vader net dood, de stiefmoeder die met een litanie vol zelfbeklag en verwijten de boel laat ontaarden en Mona die zich op waardige wijze bevrijdt van het knellende pantser van de familiegeschiedenis.

 

7 december 2020

 

ALLE RECENSIES

Adam

***
recensie Adam

Weduwe vindt steun bij zwangere dakloze

door Sjoerd van Wijk

Adam verrast nimmer wanneer een weduwe met tegenzin een zwangere dakloze in huis neemt. Toch sympathiseert de film als ze steeds meer steun bij elkaar vinden in treffende momenten.

Samia zwerft door de straten van Casablanca op zoek naar werk en onderdak. Dat is nogal lastig aangezien ze zwanger is en alleenstaand. De bakster Abla haalt haar in huis, mede dankzij Abla’s vrolijk zwaaiende dochter Warda. Ook Abla staat er alleen voor na het overlijden van haar man, waardoor deze hulp voor haar zwaarder weegt dan het risico op roddel en achterklap van de buurt. Dat plichtsbesef vloeit naarmate de film vordert over in een innige band tussen de twee. Samen staan ze sterker in een samenleving waar geen man hebben een moeizaam leven betekent. Dankzij hun saamhorigheid kent de bakkerij hoogtijdagen. De kassa rinkelt en Abla leert te lachen.

Adam

Opeenvolging van zetten
Weinig in Adam komt niet van mijlenver aanwandelen, de onvermijdelijke bevalling getuige Samia’s dikke buik nagelaten. Abla kijkt bedachtzaam uit het raam, maar de buitensporige aandacht voor haar huiselijk leven geeft al weg dat ze met tegenzin de initiële afwijzing omzet in een uitnodiging.

De enthousiaste Warda kan haar geluk niet op en dit nieuwe maatje dat haar van het huiswerk houdt mag nog een dag blijven, dan nog een paar dagen, en zo schuift de deadline van vertrek naar de achtergrond. Dat voelt als een logische opeenvolging van zetten tot de titulaire baby ter wereld komt, waarna de film het over een andere boeg gooit met een summier conflict over Samia’s twijfel of het geplande afstaan ter adoptie wel door moet gaan.

Krachtig duo
Het gebeurt allemaal binnen het stramien van het sociaal realisme. Regisseuse Maryam Touzani blijft in haar debuut in dat kader met een Vittorio de Sica-achtig sentiment en doet dat op prangende wijze. De vele close-ups van Samia en Abla spreken voor zichzelf. Het duo vult elkaar goed aan, wat resulteert in kleine momenten indringend gespeeld. Lubna Azabal (Incendies, Paradise Now) als Abla kijkt doorleefd en brengt daarmee overtuigend de wrevel over de vroege dood van haar man. Haar gezicht lijkt als ijs, maar de dooi breekt steeds vaker aan met een vlugge glimlach. Nisrin Erradi als Samia biedt daar innemend spel tegenover. Er spreekt een fundamentele hoop in de goede afloop uit haar vragende ogen. De draai naar teleurgesteld optimisme is daardoor begrijpelijk als de aanstaande adoptie dichtbij komt.

Adam

Maar hun band schenkt vertrouwen. Ze vinden de kracht om door te gaan ongeacht wat voor obstakels de samenleving op hun pad legt. Dat uit zich het sterkst als Samia een oude tape opzet met Abla’s favorieten die haar herinneren aan haar overleden man. De stevige handdrukken, omhelzingen en Azabals breken combineren voor een indrukwekkend ingetogen innerlijke zuivering.

Gezellig
Dat maakt de komst van Adam een bruuske afbreking van deze opbouw van vriendschap. Alsof daar het laatste woord al over was gezegd en een nieuw dramatisch conflict nodig is. Het legt een probleem van de film bloot. Adam blijft te gezellig. Strubbelingen tussen Abla en Samia beperken zich tot de initiële terughoudendheid van de eerste. De samenleving waarin zij zich moeizaam staande houden, roert zelden zijn staart, met een makkelijk af te schepen nieuwsgierige buurvrouw en een sympathiek lachende kerel die dolgraag in het huwelijk met Abla wil treden.

De close-ups grijpen aan door strakke montage, maar die innemende gezichten kampen met weinig strubbelingen. De huiselijke gezelligheid sympathiseert wel. Het draagt echter bij aan het missende verrassingselement van Adam.

 

20 juli 2020

 

ALLE RECENSIES

Duelles

***
recensie Duelles

Perfecte droom ruw verstoord

door Cor Oliemeulen

Het plotselinge verlies van een kind wekt bij alle betrokkenen hevige, maar begrijpelijke emoties op. De Belgische psychologische thriller Duelles doet daar nog een flinke schep bovenop.

Als Theo tijdens de begrafenis van zijn beste vriendje Maxime zijn verloren geachte favoriete knuffelbeest in de kist ziet liggen, reageert hij ontstemd en wil hij het pakken. Door deze gênante vertoning slepen Theo’s ouders hem de kerk uit en geeft vader zijn zoontje in de auto een tik om hem te kalmeren. Het is een aangrijpende scène met begrijpelijke emoties na de tragedie die zich eerder heeft afgespeeld en vormt de opmaat voor een psychologische thriller met Hitchcockiaanse trekjes.

Duelles

Schuldgevoelens
Duelles speelt zich zich bijna helemaal af in de twee-onder-een-kapwoning van een keurige buitenwijk in de jaren zestig. We maken kennis met Alice en Céline en hun kleine gezinnetjes, hun onberispelijke kapsels, kleding en interieurs, de perfecte gazonnetjes en de mooie auto’s. De buurvrouwen zijn hechte vriendinnen geworden en hun twee even oude zoontjes, Theo en Maxime, spelen bijna altijd samen en komen regelmatig bij elkaar over de vloer. Dat ideaalbeeld kan natuurlijk niet goed blijven gaan. Op een dag als Alice in de tuin werkt, ziet zij hoe haar buurjongetje Maxime gevaarlijke capriolen uithaalt om hun poes te pakken. Voordat wie dan ook actie kan ondernemen, is Maxime uit het raam gevallen en ontsluiten zich de poorten van de hel.

Terwijl hun echtgenoten buitenshuis de kost verdienen en op de achtergrond ieder op hun eigen manier omgaan met het drama en de nieuwe situatie, moeten ook Alice en Céline het verlies een plek proberen te geven en omgaan met hun beider schuldgevoelens. Het lijkt alsof Céline het haar buurvrouw kwalijk neemt dat ze Maxime niet adequaat waarschuwde toen hij buiten het bovenraam de poes probeerde te pakken, maar ze vindt sowieso dat ze zelf in gebreke is gebleven. De eerste maand verloopt om die reden uiterst stroef, hoewel Alice haar best blijft doen om Céline te steunen. Na enkele vruchtbare ontmoetingen en gesprekken lijkt de vriendschap hersteld. Alleen Célines man lijkt nog in een zware depressie te zitten.

Duelles

Van drama tot thriller
Maar schijnt bedriegt. Het verhaal van de Belgische schrijfster Barbara Abel waarop haar landgenoot Olivier Masset-Depasse zijn derde film baseerde, ontpopt zich langzaam van drama tot thriller, gesteund door het sterke spel van Anne Coesens (speelde ook een hoofdrol in de twee andere films van Masset-Depasse, Cages en Illégal) als Céline en Veerle Baetens (The Broken Circle Breakdown, D’Ardennen) als Alice. Céline mist Maxime en paait Theo met aandacht en geschenken, terwijl Alice haar buurvrouw steeds meer gaat wantrouwen, omdat er vreemde dingen geschieden. En zoals dat ook vaak gaat in horrorverhalen kan het achterdochtige karakter dat steeds meer paranoïde wordt op weinig steun van de slome echtgenoot rekenen, omdat die vindt dat ze zich alles verbeeldt. Zelfs Theo (geweldig debutantje Jules Lefebvres) lijkt partij voor Céline te kiezen.

In Duelles blijft de soundtrack op de achtergrond, maar weet juist daardoor efficiënt de spanning verder op te bouwen, terwijl de cinematografie en de subtiele cameravoering de vervreemdende atmosfeer versterken. De finale mag dan niet heel verrassend heten, maar het is des te verrassender en veelzeggend dat er al wordt gewerkt aan een Hollywood-remake, met Jessica Chastain en Anne Hathaway als de buurvrouwen. Het is zeer de vraag of het gemiddelde Amerikaanse publiek zo’n naargeestige afloop wel kan behapstukken.

 

13 juli 2020

 

ALLE RECENSIES