Lost Highway: mysterieuze filmpuzzel

Lost Highway: mysterieuze filmpuzzel

door Bob van der Sterre

Lost HighwayEen van David Lynch’ meest duistere en onlogische films. Een film over depressie, jaloezie en verdwalen in de werkelijkheid. Een mysterieuze filmpuzzel. Deze kijkgids helpt om de stukjes goed neer te kunnen leggen. (Let op: artikel bevat spoilers!)

Naar aanleiding van de expositie over de kunst van David Lynch in het Bonnefantenmuseum te Maastricht bespraken we eerder al The Elephant Man, The Straight Story en Mulholland Drive. De expositie loopt nog tot en met 28 april 2019.

Lost Highway

1. Waar te beginnen?
Als je een essay begint over Lost Highway, loop je al na vijf minuten tegen de vraag aan: wat kun je erover schrijven? De film heeft geen lineaire structuur. Geen uitgewerkte karakters. Geen thema, geen logica. Houvasten zijn er nauwelijks. De Filmkrant noemde Lost Highway in een recensie een ‘anti-verhaal’.

Een interpretatie dan? NRC schreef in november: ‘David Lynch’ films moet je niet willen analyseren.’ Dat is ook wel eigenaardig. Alsof je naar een puzzel kijkt en zegt: ‘Deze puzzel moet je niet in elkaar willen zetten’. Je moet, als je serieus iets wilt doen met Lost Highway, de film uit elkaar halen en weer in elkaar zetten.

Ook al heeft het iets van het uitleggen van een tovertruc, het loont de moeite om het mysterie te ontrafelen. Zo kun je Lost Highway meer waarderen.

2. Hoe de film ontstond
Een dag in 1990 bij huize Lynch. Er wordt aangebeld. Iemand zegt door de intercom: ‘David, Dick Laurent is dood.’ Lynch kijkt uit het raam: niemand te zien.

Het is een gebeurtenis die een filmmaker en kunstenaar niet zomaar kan laten gaan. Was het bedoeld voor zijn buurman, ook David geheten? Die man verhuisde kort erna en Lynch kon het niet meer navragen.

De gebeurtenis bleef hangen en werd uiteindelijk het begin (en einde) van het script van Lost Highway. De film ontstond definitief toen Lynch in een boek van medeschrijver Barry Gifford de woorden lost highway las. Hij had dus al het begin en de titel voordat hij echt begon.

Hij maakte de film in 1997, vijf jaar na zijn laatste film Fire Walk With Me. Die film werd door publiek en critici afgekraakt. ‘It’s not the worst movie ever made; it just seems to be’, zei een verslaggever van The New York Times. Hoe neem je dan wraak als artiest? Door een film te maken die nog veel meer de filmregels aan zijn laars zou lappen.

3. Interpreteer je rot: zoals gebruikelijk
Je drang naar het begrijpen van iets. Daar krijgen je hersenen mee te maken als je Lost Highway kijkt. Het is een mysterieuze puzzel zónder uitleg hoe je die moet maken. Hieronder leggen we die puzzel zonder te beweren dat dit de oplossing is. Deze interpretatie is gebaseerd op de vele interpretaties die de ronde doen, aangevuld met wat common sense.

Het eerste wat we zien is de hoofdpersoon Fred, vermoeid ogend, sigaret in de hand. (Dat is vermoedelijk, beseffen we later, net na het plegen van een moord.)

Er wordt aangebeld. ‘Dick Laurent is dead’. Niemand te zien op straat.

Vanaf hier zien we het verhaal van Fred in drie varianten: schijnwerkelijkheid, werkelijkheid en fantasie.

Lost Highway

Schijnwerkelijkheid
De schijnwerkelijkheid, waar deze film mee begint, is Freds versie van wat er werkelijk is gebeurd. In die versie vrijt hij met zijn vrouw maar het gaat niet van harte. Er is iets loos. Ze tikt een paar keer met haar vingers op zijn rug als een soort gebaar van medelijden. Hij oogt mismoedig, depressief. We leren later dat hij heel erg jaloers is.

De volgende dag ligt er een videoband op de stoep. Daarop zien ze hun huis van de buitenkant. Is er een stalker die hen filmt? Ze halen er agenten bij. Die hebben geen idee.

Ze bezoeken een feestje. Fred ontmoet een ‘mystery man’. Die meldt hem dat hij nu bij hem thuis is. ‘Jij hebt me toegelaten.’ Hij ontmoet daar ook ene Andy, een louche regisseur, vriend van zijn vrouw. ‘Ik heb gehoord dat Dick Laurent dood is?’, zegt de verwarde Fred. Andy kijkt verschrikt.

Na het feest zien we Fred naar een duistere kamer lopen. De volgende dag bekijkt hij de volgende videoband. Daarop ziet hij zichzelf zijn vrouw vermoorden. Klap op zijn gezicht. Arrestatie. Gevangenis. Doodstraf.

Fantasie
De fantasie begint als op een ochtend Fred niet meer in zijn cel zit, maar de onschuldige automonteur Pete Dayton. Die is onschuldig en wordt vrijgelaten.

Pete heeft wat Fred niet had: een leuke vriendin en een prima seksleven. Daar komt Alice in beeld, die sprekend lijkt op Renée, maar met blond haar. Ze krijgen een affaire. Hun seks is perfect. Een nadeel: ze is de partner van de louche Mr. Eddy.

De fantasie krijgt steeds meer barsten en breekt definitief als Alice/Renée na seks in Pete’s oor fluistert: ‘You will never have me’. De mystery man helpt Fred vervolgens een handje met de moord op Mr. Eddy (in werkelijkheid Dick Laurent).

Werkelijkheid
Denken we deze twee versies weg uit de film, blijft de harde realiteit over. Die is nergens echt te zien, wel uit de film te halen. Om kort te gaan zit het zo: Dick Laurent produceert pornofilms, Andy regisseert ze, Renée speelt erin. Fred weet hier niets van als hij met haar trouwt. Hij vermoedt op zeker moment wel dat ze ontrouw is (belt haar op en ze neemt niet op). Als hij de pornofilms ziet waarin ze figureert, weet hij het zeker.

Fred ontdekt dat Renée en Dick Laurent seks hebben in het Lost Highway Motel. Daar vermoordt hij hem. En later vermoordt hij Renée bij hun thuis.

Aan het slot vlucht hij voor de politie. Zijn gezicht smelt – zit hij op de elektrische stoel? Hier komen de drie varianten tezamen. 

4. Hints en superhints
Tien hints onderstrepen deze versie.

Een geweldige hint is als Fred de politie ontvangt naar aanleiding van de mysterieuze videobanden, en hij dan antwoordt op de vraag of hij een camera heeft:

– Ik wil dingen op mijn manier onthouden.

– Wat bedoel je daarmee?

– Hoe ik ze onthoud, niet noodzakelijkerwijs hoe ze plaatsvinden.

Hint 2: de mystery man met de camera staat voor de harde realiteit, die Fred probeert te ontkennen. Hét moment van Lost Highway is als Fred hem tijdens een feest ontmoet. YouTube kan beter uitleggen waarom dit stukje zo geweldig griezelig werkt. Het heeft ook iets te maken met het verrassingseffect van de dialoog.

Fred: Where was it you think we met?

Mystery man: At your house. Don’t you remember?

Fred: No. No, I don’t. Are you sure?

Mystery man: Of course. As a matter of fact, I’m there right now.

Waarom is de mystery man daar ook? Het antwoord geeft de man zelf: Fred heeft hem uitgenodigd. Hij is een slechte entiteit (de duivel?) die langskomt omdat Fred de jaloezie niet meer kan verdragen. Het moment dat hij binnenkomt: als Fred in Renées gezicht het gezicht van de mystery man ziet. Gezien het spel met slechte entiteiten in Twin Peaks is het niet moeilijk voor te stellen dat het hier ook zo werkt.

Superhint no. 3 is als Fred langzaam de kamer inloopt, het duister in. Je ziet twee schaduwen: Fred én de mystery man. Dit is het moment is dat hij de moord gaat plegen. Dit moment zit drie keer in de film. De gecensureerde versie (hij loopt alleen door de donkere gang – is geen dader), het moment vlak voor de moord (de fantasie) en de moord op de videoband (de realiteit).

Hint 4: De moord op televisie. Fred vertelt zichzelf alsmaar dat hij onschuldig is, dat hij maar een buitenstaander was. Hoe kan dat letterlijker dan via een televisie?

Hint 5: Het onmogelijk hoge perspectief van de camera op de videobanden. Dit is het beeld van een hogere orde (dus de mystery man). De videobanden zijn in de werkelijkheid de pornofilms waarin Renée meespeelt, die bij Fred bevestigen wat hij al dacht.

Lost Highway

Hint 6: Fred krijgt slaappillen in de gevangenis. Zijn dokter zegt: Nu kun je slapen. Dat is het begin van de fantasie waarin hij verandert in Pete.

Hint 7: Pete herinnert zich in de fantasie dat er iets vreselijks is voorgevallen. Niemand wil er met hem over praten. Zijn ouders ook niet. Hij kan niet herinneren wat het was. Het waren ook Freds moorden. Pete doet wel zijn best alles uit te vagen wat er is gebeurd. Denk aan de saxofoonsolo van de radio van zijn collega die hij uitzet, of het weigeren van de pornofilm van Mr. Eddy.

Hint 8: De tatoeages in de film zijn muziektekens, die staan voor ‘langer aanhouden van een toon’. Denk dan ook aan Freds solo, die aanhoudt tot zelfs ver nadat het nummer is afgelopen. Zijn vlucht in Pete kun je ook zo zien: het verlengt zijn onschuld.

Hint 9: Renée draagt ook binnen plateauschoenen. Dezelfde die ze in de pornofilm ook aan heeft. Of te wel: de werkelijkheid sijpelt wederom door in zijn schijnwerkelijkheid.

Hint 10: De film begint met wat ook het einde is: dat Fred bij zichzelf aanbelt en zegt dat ‘Dick Laurent dood is’. Zo kun je heel cynisch worden als je hierdoor beseft dat hij in een eeuwigdurende loop zit. Daarin probeert hij zijn misdaden (moord op zijn vrouw en Dick Laurent) steeds weer te ontkennen. Sommige mensen halen er zelfs de achternaam van de monteur bij (Dayton), die zou verwijzen naar de Daytona 500 – een autorace over een concentrische baan die eindeloos doorgaat (wel, 500 mijl).

5. De ontvangst
Kritieken over deze film waren wisselend. Ze lijken in veel gevallen niet goed om te kunnen gaan met een film die zo grandioos ontspoort als Lost Highway. Diverse kijkers vinden de eerste 45 minuten sterk, vooral in stijl en mysterie, maar vinden het Pete-gedeelte te veel film noir-achtig. Het is alsof je een stijlvolle Lynchfilm en een film noir ziet voor de prijs van één.

Een variant is dat recensenten de film een Lynchtrip zonder betekenis noemen. Dat ben ik niet met hen eens. De film legt visueel ijzersterk uit hoe jaloezie en depressie kunnen werken. Freds wandeling naar het duister is subliem gefilmd – ik krijg er elke keer kippenvel van – en kan meten het beste uit Lynch’ oeuvre – nog meer dan de legendarisch scène met de mystery man wat mij betreft. Volgens Lynch zelf gaat Lost Highway ook over seksualiteit en hoe dat ‘een mysterieus gebied’ is.

Sommigen noemen de film een voorbereiding op het meesterwerk Mulholland Drive. En inderdaad, Mulholland Drive is beter te volgen en fraaier in stijl – en de twee films hebben ook veel overeenkomsten. Maar Lost Highway, denk ik, is meer gedurfd en persoonlijk.

En er is kritiek op de bijrollen. De laatste filmrol van komediant Richard Pryor bijvoorbeeld, maar ook van Marilyn Manson en Henry Rollins. Die zouden te veel afleiden van de film.

Zelf denk ik dat Lost Highway op zijn beste momenten een heel hoog niveau haalt. Toch zakt de film ook soms iets te ver terug. Je brein heeft er plezier mee – dat is prettig – maar een intelligente puzzel is wat anders dan een filmisch meesterwerk. Het knapste, voor mij, is hoe David Lynch na het loslaten van alle logica toch komt met een film waarin nog steeds alles lijkt te passen.

Ik kan goed leven met deze reactie: It’s one of the downright spookiest films I’ve ever seen, and it gives me chills just to recall it. (Combustible Celluloid) 

6. Anekdotes rondom de film
De rol van mystery man – volgens sommigen het meest creepy Lynch-karakter ooit – werd gespeeld door Robert Blake. Blake heeft een moeilijke jeugd gehad en had daar zijn hele leven last van. Acteren deed hij al vanaf jonge leeftijd. Hij speelde een van de twee moordenaars in In Cold Blood, de beroemde film op basis van het boek van Truman Capote.

Het is bevreemdend dat de rol van mystery man tot op heden Blakes laatste rol was. Dat heeft ongetwijfeld te maken met een rechtszaak in 2001. Hij werd beschuldigd van de moord op zijn eigen vrouw. Lees er meer over op Wikipedia. Het zoveelste voorbeeld van onnavolgbare toevalligheid bij een Lynch-film.

Lost Highway

Niet geheel toevallig zijn de overeenkomsten met de O.J. Simpson-zaak. In een interview zei Lynch: ‘Hij heeft volgens mij twee moorden gepleegd. Hoe kan de geest zichzelf overtuigen dat er iets anders is gebeurd?’ Ook die zaak ging om jaloezie.

De scène die het minst in het al niet zo logische verhaal past, is de scène waarbij Mr. Eddy een bijdehante automobilist ramt en hem vervolgens al pistol whippend een woedende preek geeft. David Lynch werd zelf – nota bene op Mulholland Drive – gebumperkleefd.

De acteur die Mr. Eddy speelt, Robert Loggia, had al een geschiedenis met Lynch. Hij wilde auditie doen voor Black Velvet (voor de rol van Frank Booth). Die had Lynch al vergeven aan Dennis Hopper maar hij vertelde dat pas aan Loggia na drie uur wachten. Die haalde daarop zijn gram in een enorme woede-uitbarsting. Die uitbarsting bleef Lynch altijd bij en hij vroeg hem de rant nog eens te doen in Lost Highway. Opmerkelijk is ook dat Loggia speelde in de Twin Peaks-dubbelgangersserie van Oliver Stone: Wild Palms.

7. En tot slot
En soms kan een gewone YouTuber je aan het denken zetten. Zoals iemand die in een comment zweert dat het verhaal slaat op David Lynch’ visie op creatief schrijven en hoe moeilijk het proces is. God ja. Ook hier is wat voor te zeggen. Het begon immers allemaal met Lynch zelf. Er werd bij hem aangebeld en gezegd dat Dick Laurent dood was. Dit is ook Lynch’s eigen huis, met zijn onlogische gangen en eigenaardige meubelstukken. De camera heeft het perspectief van God… de regisseur? De auto op de snelweg heeft alleen voorlichten: het verhaal moet vooruit. Het schrijven mislukt keer op keer, eerst met Fred, daarna met Pete. De muze wil hen beiden niet. Foute producers en regisseurs hebben wel succes.

Het zou zomaar kunnen. Lynch’ intuïtie roept dat toeval soms op. Een soort vorm van fantoombriljantheid. Je komt met iets moois waar je helemaal niet verantwoordelijk voor was.

 

6 januari 2019


ALLE ESSAYS

Liebe in den Gängen

***
recensie Liebe in den Gängen

Glansrol voor vorkheftruck in pamflettistisch melodrama

door Paul Rübsaam

Als vakkenvuller in een groothandel voor levensmiddelen moet nieuweling Christian de kraag van zijn dienstjas opslaan en de mouwen zo ver mogelijk naar beneden trekken. De klanten mogen namelijk niet geconfronteerd worden met zijn tot aan zijn nek en polsen reikende tatoeages. 

Ondertussen kijkt hij zijn ogen uit in die lange gangen met torenhoge schappen waar het daglicht geen toegang heeft. Hoe bedien je in godsnaam zo’n vorkheftruck? En wat moet hij denken van zijn collega’s? De ervaren, brommerige Bruno zegt zijn hulp niet nodig te hebben en de blonde Marion van de afdeling zoetwaren probeert hem in de maling te nemen. Of valt het allemaal mee?

Liebe in den Gängen

In Nederland zie je die megaconcerns voor levensmiddelen niet zo veel meer. Denk dus maar aan een vestiging van Lidl met Ikea-afmetingen, neergepoot in een gebied dat voor het overige slechts uit snelwegen, bushaltes en parkeerterreinen bestaat. Daar speelt Liebe in den Gängen (In Duitsland uitgebracht als In den Gängen) van de (Oost-)Duitse regisseur Thomas Stuber zich af.

De bevoorrading en de verwijdering van niet langer houdbare producten in het concern gebeuren overdag, maar ook ‘s nachts. Zoveel maakt dat niet uit, want binnen heerst uitsluitend kunstlicht en als de medewerkers het gebouw verlaten, is het buiten vrijwel altijd donker, zoals ook Christian (Franz Rogowski) ondervindt.

Dit schijnbare niemandsland met zijn eindeloos lange gangen waar ettelijke eetbare producten kaarsrecht staan opgesteld, lijkt een bij uitstek troosteloze en depersonaliserende omgeving. De mensen die er werken, moeten welhaast robots zijn, zou je denken. Maar dat blijkt in Liebe in den Gängen juist niet het geval te zijn.

Melksnor
Al gauw ontdekt Christian dat er op zijn nieuwe werkplek de nodige nestwarmte is. Onder de ruwe bolster van Bruno (Peter Kurth) die hem moet inwerken, blijkt een blanke pit schuil te gaan. De oudere, voormalige vrachtwagenchauffeur heeft wel schik in die zwijgzame, nieuwe jongen die hem zo trouwhartig aankijkt en brengt hem met eindeloos, vaderlijk geduld de fijne kneepjes van het besturen van de vorkheftruck bij.

Liebe in den Gängen

Marion (Sandra Hüller), een aantal jaar ouder dan Christian, blijkt ook helemaal niet zo’n pestkop te zijn. Een klein beetje uit de hoogte, maar vooral geamuseerd en met moederlijke warmte slaat ze de nieuwe medewerker gade. Hij op zijn beurt is van haar zo onder de indruk dat hij bij de koffieautomaat niet weet wat hij tegen haar zeggen moet, terwijl zijn cappuccino ondertussen een melksnor op zijn bovenlip achterlaat. Soms begluurt Christian Marion een beetje door een open ruimte in het schap dat hun afdelingen van elkaar scheidt. Dan ziet hij hoe zij de vorkheftruck bestuurt: met de gratie van een amazone op een Arabische volbloedhengst. In de ogen van de verliefde Christian althans.

Ostalgie
Er zijn films waarbij je je tijdens de aftiteling afvraagt wat de regisseur je heeft willen vertellen. Maar ook films waarbij dat juist te snel al duidelijk wordt. Liebe in den Gängen behoort tot die laatste categorie. De boodschap dat menselijke warmte op onverwachte plekken gevonden kan worden, kun je als kijker al na tien minuten in de tas steken, waardoor het vervolg van de film te weinig verrast. Al zijn er de nodige verwikkelingen rond Marion en Bruno, waarbij zelfs het drama niet wordt geschuwd en al blijkt ook Christian zelf geen onbeschreven blad, zoals de omineuze tatoeages op zijn lichaam reeds voorspelden.

Hoogstens verbaast die collegiale warmte in Liebe in den Gängen in het licht van Stubers filmografie. Zo ging het in zijn sinistere Teenage Angst (2008) nota bene om de fatale gevolgen van groepsdruk in een jongensinternaat. Zou Stubers vertrouwen in het sociale leven de afgelopen tien jaar een ferme boost hebben gekregen? Of ligt het aan het verschil tussen de maatschappelijke klassen die hij in zijn films onder de loep neemt? De jongens die elkaar zowat dood treiteren in Teenage Angst zijn rijkeluiszoontjes, toekomstige vertegenwoordigers van het grootkapitaal en misschien daarom juist ettertjes. Terwijl de magazijnmedewerkers die in Liebe in den Gängen warmhartig elkaars zorgen delen, vertegenwoordigers van de arbeidersklasse zijn.

Liebe in den Gängen

Hoe dan ook is de wijze waarop het persoonlijke drama rond de oudere Bruno in Liebe in den Gängen wordt geschetst doortrokken van zogeheten ‘Ostalgie’. Maar dan  zonder de ironie van bijvoorbeeld Good Bye, Lenin! (Wolfgang Becker, 2003). Stuber is in 1981 in Leipzig geboren en heeft als kind van de voormalige DDR dus nog een zweem meegekregen. Hetzelfde geldt voor mede-draaiboekschrijver Clemens Meyer.

Ode
Charmant, geslaagd en gelukkig wél voorzien van de nodige ironie is Liebe in den Gängen een ode aan de vorkheftruck. Als er iemand of beter gezegd iets is waar Stuber ons met andere ogen naar leert kijken, is het wel deze mechanische magazijnhulp. Vaardigheden, moed, geduld, zelfvertrouwen en zelfs liefde komen eraan te pas om Der Gabelstapler effectief te bedienen. Met de juiste touch kun je hem zelfs een bijzonder geluid ontlokken, zo blijkt tenslotte. Als was hij een heus personage met onverwachte noten op zijn zang.             .

 

16 november 2018

 

ALLE RECENSIES

Leave No Trace

****

recensie Leave No Trace

Verloren in twee werelden

door Tim Bouwhuis

De nieuwe film van Debra Granik begint als het fantasiebeeld van de moderne samenleving. Een vader en zijn dochter trekken door de bossen van Portland, de natuur is hun enige getuige. Maar hoe leef je zonder een spoor achter te laten? Het wachten is op een buitenwereld die de idylle doorbreekt.

Met haar vertelling over stad en natuur roept Granik tal van associaties op. Meer dan het prachtig minimalistische Winter’s Bone (2010) is Leave No Trace een film van thema’s, tegenstellingen. De door het leven getekende Will (Ben Foster) geeft zijn dochter (een doorbrekende Thomasin McKenzie) het soort bestaan dat we in recente varianten onder meer kennen uit Captain Fantastic en het veel minder geslaagde The Glass Castle. Die films zochten hun hang naar de natuur in uitgesproken ideeën. Verstedelijking is vervuiling, politieke eenheidsworst, gevangenschap. In dat verband is de dramatische aanpak van Granik een verademing. Ook hier is de stad een vreemd land, maar het hart van de film beweegt zich tussen kleine blikken en veelzeggende gebaren; sommige emoties blijven de volledige speelduur verstopt.

Leave No Trace

Het midden van uitersten
Leave No Trace laat de schaduwzijden van twee verschillende levens zien. Enerzijds krijgen we mee hoe het Will en Tom vergaat als ze noodgedwongen een door de lokale autoriteiten toegewezen huis betrekken op het platteland van Portland. Ze zijn, weerloos als ongewenste migranten, verwijderd uit de omgeving die ze als hun thuis beschouwden. De bossen zijn nog altijd dichtbij, maar uit de ridicule manier waarop de twee ‘gescreend’ worden, blijkt hoe doorgedraafd dominante ideeën over burgerschap zich kunnen manifesteren. En bovenal: hoe slecht Will en Tom passen in het systeem dat daaruit is voortgevloeid. ‘’Niet buiten de lijntjes tekenen’’, zegt een verantwoordelijke digitale rompslomp, ‘’dat herkent de computer niet.’’ In dezelfde bureaucratische nachtmerrie krijgt Will een computergestuurde enquête voorgelegd: 400 vragen maar.

Anderzijds is de film niet alleen een kritiek op een moderne samenleving van regels en patronen. De ambiguïteit van Leave No Trace zit hem erin dat een terugkeer naar de natuur niet altijd de oplossing is. De harmonie waar Will naar streeft is een mythe die in de marge wordt bevraagd. Vaak is de uitgespeelde tragiek ook subtieler verpakt dan de tegenstelling stad-natuur doet vermoeden. Burgerwachten hebben honden nodig om het uitgestrekte Forest Park uit te kammen, en zien het grote niets van de bossen als een bedreiging. Ondertussen is de wereld van die wachten juist de wereld waarin Will en Tom elkaar al snel kwijtraken. Tekenend is de angst die Will overvalt als Tom zonder het te laten weten een tijdje rond blijft hangen op de boerderij van de buren. Het is de overtreffende trap van verlatingsangst, verpakt in verstild sentiment.

Leave No Trace

Film als werkelijkheid
Om zulke spanningen te belichamen moet je het gelaagde sentiment van je personage niet alleen begrijpen, je moet het kunnen léven. De film is een triomf van twee acteurs die precies daarin het beste uit zichzelf naar boven halen. Ben Foster speelt zeker één van de puurste rollen uit zijn carrière. Thomasin McKenzie, op haar beurt, heeft de empathie en het inlevingsvermogen om een groot actrice te worden. De volgende vooraanstaande productie staat intussen al op de rol: in Justin Kurzels The True History of the Kelly Gang verschijnt ze zij aan zij met Nicholas Hoult, Russell Crowe en Travis Fimmel.

Uiteindelijk is Leave No Trace geen vader-dochtereditie van Into the Wild, maar een ontroerende vertelling over de sporen die onze herinneringen kunnen nalaten. Net als in Room (2015) maakt de ouder de wereld tot een kamer die zorgvuldig dichtgemetseld is; het is een kwestie van tijd voor het kind ontdekt dat het toch echt verder moet gaan.

 

5 november 2018

 

ALLE RECENSIES

Loro

****

recensie Loro

De lange adem van een oude man

door Alfred Bos

Viezeriken in maatkostuum bevolken de Italiaanse politiek in Loro, Paolo Sorrentino’s bijtend scherpe portret van Silvio Berlusconi. Visuele overdaad gaat hand in hand met uitbundige satire, ook in de ingekorte versie voor de internationale markt.

De herfst werpt de langste schaduwen en dat geldt ook voor politici in hun nadagen. Silvio Berlusconi, voormalig premier van Italië, is inmiddels 82 jaar oud. In 2013 werd hij veroordeeld voor belastingfraude en mag, als onderdeel van de straf, zes jaar lang geen publiek ambt vervullen. Regisseur Paolo Sorrentino (La grande bellezza, Youth) is er niet gerust op dat ‘de kaaiman’ volgend jaar niet opnieuw zijn zoveelste comeback zal maken. Achter de schermen is Berlusconi als voorzitter van de door hem opgerichte populistische partij Forza Italia nog steeds betrokken bij het politieke bedrijf van de tweede economie van de EU.

Loro

Loro is Sorrentino’s genadeloze schets van – zeg maar gerust afrekening met – de Italiaanse politiek in het algemeen en Berlusconi in het bijzonder. Nanni Moretti, de regisseur van Mia Madre, pakte in Il caimano (2006) Berlusconi langs indirecte weg aan door in de film een regisseur op te voeren die een documentaire maakt over het titelpersonage. Sorrentino gaat er frontaal en met gestrekt been in. De disclaimer waarmee de film opent – elke gelijkenis met ware gebeurtenissen is toeval – is een juridisch kogelvest. De kijkers, ook buiten Italië, weten wel beter.

Gecoupeerde versie
De gitzwarte komedie, goed voor een glimlach, geen uitbundig geschater, was het afgelopen voorjaar in de Italiaanse bioscopen te zien in twee delen, tezamen drieënhalf uur lang. In Nederland draait de fors ingekorte versie voor de internationale markt (en om voor een Oscar in aanmerking te komen); die is met tweeënhalf uur nog steeds een stevige zit.

Saai wordt het nimmer, al heeft de ingreep de film niet behapbaarder gemaakt. De balans tussen de voornaamste verhaallijnen is weg, de overgang tussen de tweede en derde akte werkt desoriënterend; sommige nevenintriges zweven in de lucht, terwijl andere personages opeens lijken verdwenen. Er zijn duidelijk stukken verhaal zoek in deze gecoupeerde versie van Loro.

Mannen pooier, vrouwen hoer
De provinciale ondernemer Sergio Morra (Riccardo Scamarcio) beseft dat hij naar Rome moet wanneer hij na een geslaagde deal zijn sloerie van achteren neemt, ze heeft het portret van Silvio op haar onderrug getatoeëerd. Die vroege scène zet de toon: zaken en politiek zijn één, mannen met macht zijn pooiers en vrouwen zijn er voor de seks die nog smeuïger smeert dan geld. Maar hoe komt Morra in contact met de überpooier?

Loro

Door met zijn harem neer te strijken in de luxevilla naast Berlusconi’s privépaleis op Sardinië en daar uitbundige zwembadfeesten te organiseren. Zoveel losbandige lust en halfnaakte verleiding moet wel de aandacht van de kaaiman in ruste trekken, niet? Ja en nee, want Silvio is alleen geïnteresseerd in zichzelf en zijn vermeende genie. Zijn verveelde (tweede) vrouw, Veronica Lario (steractrice Elena Sofia Ricci), moet maar in haar eentje op wandelvakantie in Cambodja naar de Angkor Wat tempels gaan kijken. Weer thuis mediteert ze in lotushouding in een op schaal nagebootste tempel. Cadeautje van Silvio. Zie je wel dat hij om haar geeft.

Namaak-Etna
In Il Divo, Sorrentino’s filmschets van de naoorlogse politiek in Italië, speelt Toni Servillo premier Andreotti. In zijn vijfde hoofdrol voor Sorrentino vertolkt hij Silvio Berlusconi, de man aan wie alles fake is behalve diens eigendunk. In een scène waarin Servillo zowel Berlusconi als bankdirecteur en miljardair Ennio Doris speelt, kan het contrast niet groter zijn.

De nuchtere Doris is naturel; de charmeur Berlusconi nep, zijn zonnebankbruine tronie een masker van een in botox gebeitelde glimlach en spleetoogjes als vensterluiken. De climax van zijn banga banga-feesten is de eruptie van de namaak-Etna, het pronkstuk van de collectie curiosa op zijn immense gazon. Ook zijn belangstelling voor vrouwen is quasi, ze zijn speelgoed en reden waarom zijn vrouw vertrekt. Op de afwijzing van een literatuurstudente – hij doet haar aan haar vader denken, hij heeft de adem van een oude man – reageert hij gelaten.

Visuele flair
Silvio is alleen geïnteresseerd in Silvio, de selfmade miljardair die zich van projectontwikkelaar in Milaan opwerkte tot mediamagnaat en de machtigste man van Italië. Diepst in zijn ziel is hij een verkoper, van dromen. Hij slijt moderne appartementen aan bejaarden in achterstandswijken, zoals de slotakte verbeeldt. Na een verwoestende aardbeving staat er van dat complex alleen nog een gevel met Christusbeeld overeind. Het appartementencomplex liet Berlusconi eind jaren zestig in Milaan bouwen. De aardbeving is van 2009 en het Jezusbeeld komt uit Sorrentino’s verbeelding.

Loro

Loro is niet alleen qua onderwerp en toonzetting onmiskenbaar een Sorrentino-film. Net als in This Must Be the Place en Youth vloeien beeld en soundtrack samen in scènes die als videoclips door het verhaal zijn gevlochten. De beelden van mensen die feesten in een regen van uit de hemel stromende xtc-pillen zijn oogverblindend. En de symboliek van een vuilnisauto die uitwijkt voor een rat en in ultra-slowmotion in het Forum stort, is hallucinant in zijn gratie. Het spreekt dat de muziek op de geluidsband meer dan in orde is, met tot tweemaal toe – en voortreffelijk getimed – Down on the Street van The Stooges.

Loro oogt alsof wijlen Fellini de Italiaanse tegenhanger van The Wolf of Wall Street heeft gedraaid. De visuele flair verguldt de pil die Sorrentino zijn kijkers serveert, een ijskoude blik onder de deken van vulgariteit die Berlusconi na drie regeringsperiodes over Italië heeft uitgespreid, door de regisseur eerder meesterlijk verbeeld in La grande bellezza. De proloog symboliseert de portee van de film: een schaap loopt de villa van Berlusconi binnen waar de tv een spelshow toont, de thermostaat doet de temperatuur naar nul dalen, schaap valt dood neer. Hoedt u voor deze herder.
 

30 oktober 2018

 
MEER RECENSIES

Leaning into the Wind

***

recensie Leaning into the Wind

Land Art voor beginners

door Bob van der Sterre

Leaning into the Wind. Het is dit keer niet het spreekwoordelijke dansende plastic tasje in de wind, maar een heuse kunstenaar die in de wind balanceert. De Schot Andy Goldsworthy maakt kunst van natuur en vindt zichzelf er onlosmakelijk onderdeel van. We zien dat in deze interessante, maar ook wat tamme documentaire.

Land Art is een lastig kunstgenre voor snelle kunstconsumenten. Geen fijn genre voor de New Yorkse galeriewereld. Het zou er niet eens in passen, al die bomen en rotsen. Andy Goldsworthy is een van de bekendste vertegenwoordigers van de stroming. Sinds de jaren zeventig maakt hij kunst van wat natuur hem biedt en vaak met behulp van materialen uit de natuur. Stenen, bomen, klei, blaadjes. Bekend zijn bijvoorbeeld zijn bogen.

Klasse apart
Land Art is net zo divers als de gewone kunst. Mensen als Richard Long, Michael Heizer en James Turrell (zie in Den Haag zijn Hemels Gewelf) vullen het weer anders in dan Goldsworthy. Toch is Goldsworthy een klasse apart in het genre. Vandaar deze tweede film over hem. Thomas Riedelsheimer, die deze film regisseerde, maakte in 2001 ook al Rivers and Tides over Goldsworthy. Leaning into the Wind kun je zien als de opvolger. Maar slechts losjes. De film verwijst niet naar zijn voorganger. We observeren hoe de kunstenaar anno nu werkt, hoe hij horizontaal door wilgenstruiken heen kruipt, in een boom klimt, stenen stapelt, nadenkt.

De documentaire leert ons dat Goldsworthy het heerlijke leven leidt van een man die elke dag lekker kan prutsen in en met de natuur. Of het nu Gabon, Schotland of Zuid-Frankrijk is, elk landschap biedt wel wat om mee te spelen. “Ik heb dit niet geleerd op de kunstacademie, maar op de boerderij.”

Wat opvalt is hoe intens en oneindig de relatie tussen de kunstenaar en de wereld om hem heen is. De documentaire fascineert vooral omdat je erbij bent, hoe ideeën komen en gaan in het hoofd van Goldsworthy. Een soort improv-optreden van een speelse geest. Hoe hij een hand van klei onder een waterval schoon spoelt. Met een straal zonlicht en zand een installatie maakt in een hutje. Een boom heen en weer wiegt en de stof sierlijk laat wegwaaien. Klaprozen spugen? Check!

Als het regent op straat gaan liggen
Ook een van Goldsworthy’s pleziertjes: als het regent op de straat gaan liggen en dan een droge plek achterlaten. Hij beseft dat veel van zijn werken vergaan (het merendeel is er zelfs maar eventjes) maar ook dat veel van zijn werken hem zullen overleven, tot misschien wel een verre toekomst. Een voordeel van een kunstenaar die niet op kwetsbaar canvas werkt. Toekomstige archeologen kunnen zich er dan straks hun kop over breken: “Deze stenen in de vorm van een graf moeten wel een religieuze betekenis hebben gehad.”

Leaning into the Wind

Uit de documentaire blijkt hij een nuchtere, vriendelijke vent, die je in het bos voor een enthousiaste hobbyist met teveel vrije tijd zou aanzien. Imponerende gedachtegangen over kunst hoef je niet te verwachten bij hem. Het woord kunst komt volgens mij in de docu niet eens voor.

Stap even opzij
Toch, zo recht-door-zee als zijn kunst is, soms zijn opmerkingen over kunst wel treffend. Zoals wanneer je ‘het’ voelt als kunstenaar: “Sommige momenten zijn helder, daarna is het weer onduidelijk.” Of deze, die ook niet vreemd had geklonken als uitleg van kunst door een zevenjarige: “Stap opzij van de normale manier van kijken naar dingen.”

De documentaire is net als zijn voorganger mooi en rustgevend – een soort vorm van Slow Cinema. Een type prettig wegkijkende documentaire zoals je wel vaker ziet in het kunstgenre. Maar ook tam en ongevaarlijk. Het is en blijft ook een lastig dilemma: staat de kunstenaar die je portretteert voorop, of is de film die je zelf maakt het kunstwerk? Observeren is het meest gepast in deze situatie maar je handen jeuken toch ook om zelf iets vernieuwends en eigenzinnigs te maken? Riedelsheimer komt er niet helemaal uit, maar het zal de fans van Goldsworthy niet tegenhouden om deze film stuk te kijken.
 

8 oktober 2018

 
MEER RECENSIES

Living the Light

***

recensie Living the Light

Altijd onderweg uit liefde voor licht

door Rob Comans

De cinematografie van director of photography Robby Müller was van invloed op films, filmmakers en cameramensen. Regisseur Claire Pijman brengt in Living the Light – Robby Müller een ode aan de even gedreven als bescheiden vakman, en geeft een zeldzaam inkijkje in zijn persoonlijke leven.

De Nederlandse cameraman Robby Müller was letterlijk beeldbepalend voor een generatie van cineasten, collega-cameralieden en filmliefhebbers. De in juli van dit jaar overleden director of photography werkte in zijn ruim veertigjarige loopbaan (soms meermaals) samen met regisseurs zoals Wim Wenders, Jim Jarmusch, Lars von Trier, William Friedkin, Alex Cox en Steve McQueen. De films waar Müller zijn visuele stempel op drukte waren al niet minder indrukwekkend, zoals Der Amerikanische Freund (1977), Paris, Texas (1984), Repo Man (1984), Down by Law (1986), Bis ans Ende der Welt (1991), Dead Man (1995), Breaking the Waves (1996) en Ghost Dog: The Way of the Samurai (1999).

Living the Light

Regisseur Claire Pijman brengt in haar documentaire Living the Light – Robby Müller een ode aan Müller en zijn visuele nalatenschap, en schetst een intiem portret van de zoon, vader en partner die Robby Müller ook was. Voor het maken van haar film kreeg de regisseur toegang tot Müllers persoonlijke archief en kon beschikken over duizenden Hi8-videodagboeken, persoonlijke beelden, setopnamen, polaroidfoto’s en originele scenario’s die hij gedurende zijn carrière verzamelde. Daaruit ontstaat een beeld van een gedreven man die van zijn naasten hield, maar zijn camera zelden neerlegde en de nomadische levensstijl die bij filmen hoort, omarmde.

Nadruk op beelden
We leren Robby Müller kennen aan de hand van filmfragmenten, persoonlijke interviews, en verhalen en anekdotes van regisseurs, collega’s en familieleden. Eén daarvan is regisseur Jim Jarmusch, die samen met instrumentalist Carter Logan de film van een atmosferische soundtrack voorziet. Daarnaast maakt Pijmans filmisch essay veelvuldig gebruik van door Müller zelf geschoten beelden. Deze keuze ontstond deels uit noodzaak, omdat Müller later in zijn leven zijn spraakvermogen verloor. Door deze nadruk op beelden kent de film soms een hoge mate van abstractie die niet iedereen zal liggen, maar wel duidelijk maakt dat Müller altijd bezig was met zijn werk. In video-opnamen en foto’s legde hij voortdurend bewegingen, lijnen, patronen, en lichtschakeringen vast die zijn filmische visie, kadrering en gebruik van licht inspireerden.

Zijn liefde voor licht leverde Müller vergelijkingen op met schilders als Johannes Vermeer, zijn werk voor Im Lauf der Zeit (1976) werd geïnspireerd door de fotografie van Walker Evans. Het werk van schilder Edward Hopper vormde daarentegen een belangrijke inspiratie voor de visuele stijl van Der Amerikanische Freund (1977).

Living the Light

Bedrieglijke eenvoud
Naast een uitgesproken gevoel voor licht, waren eenvoud en het gevoel dat een beeld moest uitdrukken bepalend voor Müllers manier van werken. Maar deze eenvoud was slechts ogenschijnlijk: tijdens opnamen voor de film Barfly (1987) waren Müller en zijn belichtingsvoorman Frieder Hochheim maar liefst vier uur in de weer om een set uit te lichten. Dit werd zo geraffineerd gedaan dat regisseur Barbet Schroeder zich geërgerd afvroeg wat ze in hemelsnaam al die tijd hadden uitgevoerd.

DoP Agnès Godard roemt Müllers gebruik van een diopter, een lens die hem tijdens het filmen van Paris, Texas (1984) in staat stelde zowel voor- als achtergrond scherp in beeld te krijgen, hetgeen zijn beelden een schilderachtige helderheid gaf. Daarnaast besteedde Müller veel aandacht aan het kleurenpalet van de film dat in soms zonovergoten en uitgebleekte tinten, dan weer heldere, verzadigde kleuren het gevoel van ontworteldheid ving, wat essentieel voor de film is.

Regisseur Wim Wenders vertelt hoe de intensieve, langdurige opnameperiode van Bis ans Ende der Welt (1991) een tijd lang een zware wissel op zijn vriendschap met Müller trok. In de creatieve radiostilte die hiervan het gevolg was werkte Müller onder andere met regisseur Jim Jarmusch aan Dead Man (1995). In 1996 ging Müller met regisseur Lars von Trier in zee. Tijdens het werken aan diens films Breaking the Waves (1996) en het latere Dancer in the Dark (2000) experimenteert Müller met een lossere, 360° filmstijl en digitale technieken.

Naast de vakman eert Claire Pijmans documentaire de mens Robby Müller, en doet dat op een manier die de man zelf tekende: trefzeker, liefdevol en oprecht.
 

 16 september 2018

 
MEER RECENSIES

Love in the Afternoon

Love in the Afternoon heeft de ‘Lubitsch touch’

Het mysterieuze meisje en de rokkenjager

door Nanda Aris

Billy Wilder maakte met Love in the Afternoon in 1957 zijn tweede romantische comedy met Audrey Hepburn. Ze speelt de dochter van een detective. Ze besluit de rokkenjager die neergeschoten zal worden door een jaloerse echtgenoot, te helpen. 

Love in the Afternoon is niet verworden tot een van Wilders bekendste films, maar het is interessant werk om te bekijken, vanwege de invloed van regisseur Ernst Lubitsch.

Love in the Afternoon

Lubitsch
Dat Billy Wilder een fan was van Ernst Lubitsch, was duidelijk. In het kantoor van Wilder hing een bordje met: ‘How would Lubitsch do it?’ Wanneer Wilder – zowel schrijver als regisseur – er niet uitkwam, probeerde hij zich altijd voor te stellen hoe Lubitsch het gedaan zou hebben. De ‘Lubitsch touch’ inspireerde Wilder, waarover later meer.

In 1939 werkten Lubitsch en Wilder samen aan de film Ninotchka; Wilder schreef het scenario, en Lubitsch regisseerde. Een jaar daarvoor maakte Lubitsch de film Bluebeard’s Eighth Wife, die de inspiratie voor Wilder’s Love in the Afternoon vormde. Beide regisseurs waren joods en kwamen oorspronkelijk niet uit Hollywood. Lubitsch was van Duitse komaf, en Wilder van Oostenrijkse, maar woonde een tijd in Berlijn en Parijs, totdat Hitler in 1933 aan de macht kwam, waarna hij vluchtte naar Amerika. In de films van Lubitsch en Wilder zijn vaak Europese invloeden aanwezig.

Parisienne
Zo is Love in the Afternoon gesitueerd in Parijs, en geen betere actrice dan Audrey Hepburn toentertijd om een Parisienne te spelen. Een aantal jaren ervoor speelde Hepburn in de film Sabrina (1954) van Wilder een jonge vrouw die naar Parijs vertrekt, en bij terugkomst een ontwikkelde vrouw is geworden.

Billy WilderHepburn werd geboren in België, haar vader was een Brit en haar moeder Nederlandse. Haar gracieuze verschijning en de kleding die ze droeg, zorgden ervoor dat ze niet alleen een bekend actrice zou worden, maar ook een stijlicoon. Amerika genoot van de stijlvolle, moderne en kosmopolitische Europese sfeer die zowel Lubitsch als later Wilder neer wisten te zetten. Het zijn ook kenmerken die de ‘Lubitsch touch’ typeren: elegantie en stijl. “I’ve been to Paris, France, and I’ve been to Paris, Paramount”, zo zei Lubitsch ooit. “Paris, Paramount, is better.” Paris, Paramount had hij zelf zo’n beetje uitgevonden; het bevestigt de erkenning van zijn rol als culturele vertaler.

Deuren
Love in the Afternoon vertelt het verhaal van detective Claude Chavasse (Maurice Chevalier, ook een bekende in films van Lubitsch), die zijn cliënt vertelt dat hij diens vrouw inderdaad gezien heeft met rokkenjager Frank Flannagan (Gary Cooper, o.a. Bluebeard’s Eighth Wife). Eigenlijk zou Cooper te oud zijn om Hepburns tegenspeler te zijn – hij was 56 – maar Wilder loste dat op door een film noir-schaduw op zijn gezicht te laten vallen.

De bedrogen echtgenoot kookt van woede, besluit zijn vrouw op heterdaad te betrappen en Flannagan neer te schieten. Dat zou moeten gebeuren in de Ritz. Een prachtige locatie, omdat er zowel ín de hotelkamer als op de gang gefilmd kon worden. Die suspense – iets suggereren, iets niet direct vertellen of laten zien; door het tonen of niet tonen van het één het andere suggereren – is nog zo’n kenmerk van de ‘Lubitsch touch’. De hoteldeur is gesloten, de musici die speelden in de kamer, verlaten de kamer, en we zien het beeld van een gesloten deur. We weten dat er achter die deur een stel samen is.

De deur functioneert op meerdere momenten de scheiding van wat zich binnen en buiten afspeelt. Zo ook bij de detective thuis, als scheiding tussen de woonkamer en de slaapkamer. Op die manier hoort Ariane Chavasse (Audrey Hepburn), de dochter van de detective, van de plannen van de bedrogen echtgenoot, en besluit ze mr. Flannagan te helpen. Flannagan is gecharmeerd van de mysterieuze Ariane, en valt voor haar.

Love in the Afternoon

Muziek
De ‘Lubitsch touch’ spitst zich ook toe op het gebruik van muziek. In dit geval spelen de musici die Flannagan laat optreden in zijn kamer oneindig vaak Fascination van Fermo Dante Marchetti (1905) – en als zij het niet spelen, neuriet Ariane het deuntje wel.

In de volgende scène combineert Wilder het element muziek met de laatste te benoemen ‘Lubitsch touch’: humor. We zien Flannagan in zijn hotelkamer waar hij luistert naar de opname die Ariane voor hem heeft gemaakt. Ze bespreekt welke ‘items’ ze allemaal heeft gehad: de bankier uit Brussel, de chauffeur van de bankier, enz. Flannagan drinkt flink door, hij geeft niet graag toe dat de opname hem iets doet. De orkestleden spelen in hetzelfde tempo door en krijgen van Flannagan een tafel met drankglazen toegeschoven. En na het drankgelag sommeert hij de gipsy’s zelfs om mee gaan naar de sauna waar ze vrolijk, maar zwetend, verder musiceren.

Ondanks dat Love in the Afternoon niet Wilders belangrijkste werk is, is het een interessante film. Om de vergelijking met Ernst Lubitsch te kunnen maken, maar zeker ook omdat Audrey Hepburn de show steelt als de jonge charmante, elegante en soms aandoenlijke Ariane.
 

24 juli 2018

 

Kijk hier wanneer deze film nog draait in EYE Amsterdam.

 

MEER BILLY WILDER

Lost Weekend, The

****

recensie The Lost Weekend

Koorddansen over de Niagara-watervallen 

door Cor Oliemeulen

Een talentvolle schrijver in New York dompelt zich vier dagen lang bijna onafgebroken onder in de sterke drank. The Lost Weekend was de allereerste film die de alcoholist niet neerzet als een lollige karikatuur, maar is een serieus portret van iemand die worstelt met zijn verslaving. Dit drama over verloren dromen, verstopte flessen en gebroken beloftes is ruim zeventig jaar later nog uiterst relevant.

Billy Wilder was één van de meest veelzijdige filmmakers van Hollywood. Hij beheerste bijna alle genres en stijlen: film noir (Double Indemnity, 1944 en Sunset Blvd., 1950), drama (Ace in the Hole, 1951), oorlogsfilm (Stalag 17, 1953) en comedy (Some Like It Hot, 1959 en The Apartment, 1960). De ene film is nog klassieker en onvergetelijker dan de ander. The Lost Weekend (1945) verdient om meerdere redenen een bijzondere plaats in Wilders oeuvre. En niet alleen vanwege de Oscars voor beste film, acteur, scenario en regie.

The Lost Weekend

Worsteling
Dat de ervaringen van de alcoholist worden verhaald vanuit het perspectief van de eerste persoon was niet echt nieuw, maar wel bijzonder op momenten dat het lijkt alsof de drank de vertellersrol overneemt. Don Birnam (Ray Milland), de schrijver met een leeg wit vel in zijn typemachine, levert een voortdurende worsteling vol stress, pijn en waan naar de volgende slok in dit verloren weekend dat vier dagen zal duren. In verhelderende, soms hartverscheurende flashbacks zien we hoe het zover is gekomen en dat de toewijding van zijn broer (Phillip Terry) en zijn liefde (Jane Wyman) gedoemd lijkt te mislukken.

De in Wales geboren Ray Milland speelde voorheen vooral lichtvoetige karakters, zoals in Billy Wilders regiedebuut The Major and the Minor (1942). In The Lost Weekend vertolkt hij de rol van alcoholverslaafde grandioos. Don is een arme stumper, maar geen chagrijnige klootzak. Hij mag dan geen letter op papier krijgen, eenmaal in aangeschoten toestand lepelt hij de mooiste teksten op. Zoals tegen de barman van zijn favoriete buurtkroeg die hem graag wil redden van de ondergang, maar onder Don’s druk telkens maar weer bijschenkt.

Billy WilderCompetent
“Het krimpt mijn lever, nietwaar, Nat? Het pakt mijn nieren aan, ja. Maar wat doet het in mijn gedachten? Het gooit de zandzakken overboord zodat de ballon kan stijgen. Plots ben ik boven het gewone. Ik ben competent, uiterst competent. Ik dans koord over de Niagara-watervallen. Ik ben één van de groten. Ik ben Michelangelo, die de baard van Mozes vormt. Ik ben Van Gogh, puur zonlicht schilderend. Ik ben Horowitz, die de Emperor Concerto speelt. Ik ben John Barrymore voordat de films hem bij de keel grepen. Ik ben Jesse James en zijn twee broers – alle drie. Ik ben W.  Shakespeare. En daarginds is het niet langer Third Avenue: het is de Nijl, Nat, de Nijl – en daar naartoe beweegt het schip van Cleopatra.”

Op momenten dat Don Birnam niet beeldend spreekt, maar zich in een naderend delirium bevindt, sleurt de filmmuziek van Miklós Rózsa de kijker verder mee in de malaise. De herhaaldelijk opklinkende elektronische klanken van de theremin laten niemand nog twijfelen aan de verwarde toestand van de alcoholist. De Hongaarse componist had al in hetzelfde jaar in de psychoanalytische setting van Spellbound de theremin in de cinema geïntroduceerd en won vanwege die originaliteit een Oscar – overigens tot ergernis van Alfred Hitchcock die klaagde dat het jankende gejengel zijn regie had dwarsgezeten. Thrillerregisseurs zouden de theremin nog vele jaren inzetten om extra spanning te creëren.

Inlevingsvermogen
The Lost Weekend is gebaseerd op het bekendste boek van de Amerikaanse schrijver Charles Jackson, die het verhaal baseerde op zijn eigen leven. Billy Wilder schreef met Charles Brackett het scenario. Dit duo vormde een van de meeste bejubelde samenwerkingen in de geschiedenis van de cinema; Life Magazine noemde het tandem ooit ‘the happiest couple in Hollywood’. Na veertien filmscenario’s samen – variërend van Ninotchka (1939) tot en met Sunset Blvd. (1950) waarvoor ze opnieuw een Oscar wonnen, gingen ze ieder hun eigen weg.

The Lost Weekend

Wilder en Bracket hadden het voordeel dat filmmaatschappij Paramount het duo relatief veel vrijheid gaf. The Lost Weekend verscheen in een periode dat vooral patriottistische avonturenverhalen en romantische komedies de Amerikaanse bioscopen domineerden. De film kwam echter precies op het juiste moment en werd een onverwacht succes. Zeer waarschijnlijk had dit te maken met het toegenomen inlevingsvermogen, want veel teruggekeerde soldaten van de Tweede Wereldoorlog hadden door lichamelijk en geestelijk letsel een alcoholprobleem ontwikkeld.

Hoewel The Lost Weekend af en toe neigt naar melodrama, maakte Billy Wilder een geloofwaardig en compromisloos portret, hoewel hij de latente homoseksualiteit van schrijver Charles Jackson buiten beschouwing laat. Desalniettemin is het opvallend dat de film zijn weg vond door de censuur, want volgens de toen geldende Hays Code waren films over verslaving taboe. Dat verklaart in ieder geval het Hollywood-einde: een optimistische finale met een prekerige toon. Het neemt niet weg dat alle latere films over verslaving schatplichtig zijn aan deze krachttoer. Zelfs het geniale Le Feu Follet (1963) van de Franse cineast Louis Malle waarin de alcoholist in kwestie wél ten dode is opgeschreven.
 

7 juli 2018

 
Kijk hier waar deze film is te zien! 

 

MEER BILLY WILDER

Lean on Pete

***

recensie Lean on Pete

Galopperend ontsnappen aan armoede

door Yordan Coban

Lean on Pete is de naam van het racepaard wiens vriendschap van grote waarde is voor de vijftienjarige Charley als het leven hem ongezind is. We volgen zijn bittere leven en zijn ontvluchting aan afhankelijkheid.

Geboren in armoede moet Charley vechten voor zijn plekje op de wereld. Daar waar hij eigenlijk buiten zou moeten spelen met leeftijdsgenoten, is een paard zijn enige vriend in de harde grotemensenwereld.

Lean on Pete

Zelfstandig
Charley woont bij zijn vader maar als zijn vader plots niet meer voor hem kan zorgen, staat hij er helemaal alleen voor. Hij gaat op zoek naar zijn tante, met wie hij vroeger een sterke band had. Hij moet niks hebben van jeugdzorg en leunt enkel op Pete voor kracht en genegenheid. Echter kent Pete een onzeker bestaan aangezien hij naar de slachterij gestuurd zal worden als hij zijn race niet wint.

Net als in Chop Shop (2007), waarin een jongen zich stort op het repareren van auto’s, hebben we hier te maken met een krachtig kind-personage dat aan zijn eigen lot is overgelaten. Wat Charley ook op zijn pad krijgt, ze krijgen hem niet klein. Hij zet door. Maar wat Charley ook leert is dat zonder middelen hij soms niet anders kan dan een dubbeltje van de duivel te lenen.

De ethiek van een hongerige dief is een uitvoerig behandelde kwestie in zowel film als literatuur. Zij die ver van armoede af staan kunnen makkelijk oordelen over de mensen die er in vast zitten. Als de neorealistische klassieker The Bicycle Thieves (1948) ons iets geleerd heeft, is het wel dat het makkelijk is om te praten over goed en kwaad als je buik gevuld is.

Charlie Plummer speelt Charley als een erg timide jongen, wat past in deze kalme film. Lean on Pete kent ook intense momenten maar is misschien wel juist het sterkst als hij ingetogen is. Regisseur Andrew Haigh, bekend van 45 Years (2015) en Weekend (2011), geeft zijn film de natuurlijke elan van een meanderende rivier. Als kijker drijf je mee op de rustige stroming van de film, met hier en daar een dramatische stroomversnelling.

Lean on Pete

Armoede
Dit is een film over armoede. Armoede als kwaal wordt vaak te makkelijk aan de verantwoordelijkheid van haar slachtoffers gekoppeld. De film toont ons alcoholistische daklozen die elk misgelopen fortuin aan zichzelf te wijten hebben. Maar hij toont ons ook de situatie van kinderen als Pete die nooit een eerlijke kans gekregen hebben om aan hun armoede te ontsnappen.

Als er in de film één personage is dat zich zonder er zelf van bewust te zijn in beangstigende onzekerheid bevindt, is het Lean on Pete wel. Als hij niet hard genoeg rent, moet hij naar de slacht.

Een maatschappij zonder een fatsoenlijk sociaal vangnet is niet ver verwijderd van een vergelijkbare realiteit. Competitie kan prachtige resultaten teweeg brengen, maar het kan niet de bedoeling zijn dat de verliezers in absolute armoede achterblijven.

Armoede is een neerwaartse spiraal, vaak beginnend met depressie gevolgd door verslaving en isolatie. Niet iedereen is sterk genoeg om zich tegen de greep van armoede te verzetten. Niet iedereen kan hard genoeg rennen.
 

29 mei 2018

 
MEER RECENSIES

Lady Bird

****

recensie Lady Bird

Gewoon het leven zoals het is

door Nanda Aris

Ontroerend, speels en komisch opgroeiverhaal over een 17-jarig meisje dat botst met haar moeder en haar plaatsje probeert te veroveren in het Californië van 2002. 

‘I wish I could live trough something’, verzucht Christine in de auto met haar moeder. ‘Well, aren’t you?’, vraagt haar moeder lichtelijk geïrriteerd en ze starten te kibbelen – precies zoals een moeder en dochter dat kunnen. De opmerkingen worden venijniger en al snel worden er dingen gezegd die geen van beiden zo vervelend bedoeld heeft te zeggen. Het is een prachtige opening van de film, waarin de moeder-dochterrelatie een belangrijke rol speelt. 

Lady Bird

Debuut
Lady Bird is de solo-debuutfilm van actrice Greta Gerwig (Frances Ha, Maggie’s Plan, 20th Century Women), en dat bleef niet onopgemerkt. Ze kreeg meerdere prijzen en nominaties voor haar schrijven en regisseren van Lady Bird. Ze maakt dankbaar gebruik van een goede cast, zoals hoofdrolspeelster Saoirse Ronan, die in 2008 op 13-jarige leeftijd haar eerste Oscar-nominatie voor haar rol in Atonement (2007) in de wacht sleepte en ook dit jaar kanshebber voor de Academy Award was. Ook Timothée Chalamet, Christine’s geliefde Kyle in Lady Bird, kreeg toen een Oscar-nominatie: voor zijn optreden in Call Me by Your Name.

Sacramento
Het verhaal speelt in 2002, Sacramento, Californië, waar Gerwig zelf opgroeide. De 17-jarige Christine, oftewel Lady Bird, zoals ze zichzelf graag noemt, heeft weinig affiniteit met haar geboortestreek (net als Gerwig vroeger zelf). Liever zou ze richting het oosten gaan – daar waar cultuur is –  naar een stad als New York. Ze besluit zich aan te melden voor studies aldaar, zonder medeweten van haar moeder, maar met haar vaders steun.

Ondertussen gaat het laatste jaar op de christelijke school door, met alle perikelen die daarbij komen kijken. Jongens, vriendschappen, en cijfers maken het voor een 17-jarige niet makkelijk. De film is komisch, zoals wanneer Lady Bird achter de auto van de non op school een bord ‘Married to Jesus’ hangt. Gelukkig kan de non er zelf ook om lachen.

Lady Bird

Arm
Het gezin waarin Lady Bird opgroeit is niet rijk. Haar vader is net zijn baan verloren, haar moeder werkt als verpleegkundige en haar broer werkt samen met zijn vriendin in de supermarkt. Ze wonen ‘aan de verkeerde kant van het spoor’, zoals Lady Bird dat zelf noemt. De favoriete zondagsbesteding van moeder Marion en Lady Bird is het doen alsof ze interesse hebben in dure huizen, en daar rondkijken en wegdromen.

Marion is een mooie rol van Laurie Metcalf. We proeven de liefde die ze voelt voor haar dochter, maar tegelijkertijd wil ze haar ook opvoeden, haar behoeden voor misstappen en daardoor kan ze soms behoorlijk pinnige opmerkingen maken.

Speels
Gerwig’s stijl doet denken aan films als 20th Century Women (waarin ze dus zelf speelt) en aan Boyhood (2014). De luchtige en grappige speelsheid waarmee belangrijke thema’s als opgroeien, volwassen worden, vriendschappen en het leven in al zijn facetten behandeld worden zijn vergelijkbaar. Het is fijn dat personages geen karikaturen zijn, en dat situaties begrijpelijk zijn. Geen grote tragedies, gewoon het leven zoals het is.
 

1 april 2018

 
MEER RECENSIES