Lunana, A Yak in the Classroom

****
recensie Lunana, A Yak in the Classroom
Bhutaans sprookje met echte mensen

door Paul Rübsaam

Ugyen, een Bhutaanse leraar in opleiding tegen wil en dank, droomt ervan zich als zanger te vestigen in Australië. Maar hij wordt gedwongen les te gaan geven in het boerengehucht Lunana. Erger kan het niet. Of toch wel? Lunana, A Yak in The Classroom, het regiedebuut van Pawo Choyning Dorji, is op de keper beschouwd een voorspelbare, zoetsappige propagandafilmMaar dan wel een hele mooie.

Ugyen (Sherab Dorji), een wees die bij zijn dominante grootmoeder inwoont, zit in het voorlaatste jaar van zijn lerarenopleiding. Maar hij studeert met nauw verholen tegenzin. Liever stort hij zich met zijn vrienden in het uitgaansleven van Thimphu, de snel moderniserende hoofdstad van Bhutan. Als het even kan, treedt hij op als zanger, zichzelf begeleidend met zijn gitaar. Ooit hoopt hij zo de kost te kunnen gaan verdienen in Australië.

De regeringsfunctionarissen in wier opdracht hij zijn opleiding volgt, hebben echter andere plannen met de ongemotiveerde leraar in spe. Docenten zijn hard nodig in het traditionele boeddhistische koninkrijk Bhutan, dat zich geleidelijk wil gaan aanpassen aan de moderne tijd. Juist daar waar ze het meest schaars zijn, moet Ugyen zijn didactische vaardigheden maar eens ten toon gaan spreiden. Hoog in de bergen dus. In het kleinste dorpje dat je je maar kunt voorstellen.

Recensie Lunana, A Yak in the Classroom

Rechtsomkeert?
Hoe afgelegen en primitief het dorpje Lunana werkelijk is, kan Ugyen zich nauwelijks voorstellen. Het eerste deel van zijn reis gaat nog per bus, naar het al tamelijk hoog gelegen dorp Gasa. Maar daar blijken de gidsen Michen (Ugyen Norbu Lhendup) en Singye uit Lunana met drie muilezels klaar te staan voor het tweede deel: een voettocht van acht dagen die alleen maar omhoog gaat. Dat laatste zeggen de gidsen er niet bij, omdat ze de jonge leraar niet te veel willen ontmoedigen.

De zesenvijftig inwoners van Lunana maken zo goed als allemaal deel uit van het ontvangstcomité. Als Ugyen het comité ontwaart, denkt hij dat hij op zijn bestemming is aangekomen. Maar hij vergist zich. Hij heeft nog twee uur te gaan naar het dorpje, dat op dezelfde hoogte ligt als de top van de Mont Blanc. Hoe hoffelijk het is dat het dorpshoofd Asha Gup Jinpa (Kunzang Wandi) en de andere dorpelingen hem tegemoet zijn gekomen, dringt nauwelijks tot hem door. Zo uitgeput is hij.

Als Lunana dan eindelijk is bereikt, blijkt het schoolgebouw vervallen en volledig uitgewoond. Ook ontbreken de meest elementaire leermiddelen, zoals een schoolbord. Bovendien vormt de door zonne-energie opgewekte elektriciteit in Lunana een hoogst onzekere factor. Ugyen kan niet geloven dat hij onder deze omstandigheden les zal kunnen geven. Hij laat het dorpshoofd en de gidsen vast weten dat hij zo snel mogelijk vertrekken wil.

Uitwerpselen als geschenk
Het door jakherders bevolkte Lunana biedt inderdaad weinig comfort. Maar midden in een groene vallei, tussen de besneeuwde Himalayatoppen, is het dorpje wel schitterend gelegen. Bovendien zijn de bewoners, die hun onwillige nieuwe leraar op handen lijken te willen dragen, buitengewoon aardig. Te aardig misschien wel, naar de maatstaven van een westerse filmkijker. De enige die een tijdje lang een beetje vervelend blijft is Ugyen zelf. Maar dat verandert natuurlijk.

Zijn voornemen om zo snel mogelijk rechtsomkeert te maken, wordt de eerste ochtend na zijn aankomst al danig op de proef gesteld. Namelijk als de bijdehante en grenzeloos schattige zevenjarige klassenvertegenwoordigster Pem Zam (Pem Zam) hem komt wekken omdat de kinderen al popelend zitten te wachten in het klaslokaal.

Recensie Lunana, A Yak in the Classroom

En er is meer dat Ugyen wel over de streep moet trekken. Zoals de jonge vrouw Saldon (Kelden Lhamo Gurung), die door de manier waarop zij het devote lied ‘Yak Lebi Lhadar’ zingt Ugyen niet alleen een nieuwe kijk op de zangkunst verschaft, maar ook op de door haar en alle andere inwoners van Lunana vereerde jak. Uit eerbied voor het dier dat zijn vlees aan de mens schenkt als voedsel en zijn uitwerpselen als brandstof is Ugyen uiteindelijk bereid om Norbu, de oudste jak van het dorp, het onderdak te verschaffen waar de titel van de film naar verwijst.

Heilstaat
Volgens het door het Bhutaanse staatshoofd gepredikte principe van het ‘bruto nationaal geluk’ zijn in het traditionele, geleidelijk moderniserende Bhutan naast economische welvaart ook het welzijn en de ontwikkelingsmogelijkheden van de bevolking van groot belang. Onderwijs vervult daarbij een cruciale rol. Het verhaal van Lunana, a Yak in the Classroom wijkt geen duimbreed af van deze officieel gehuldigde opvatting. In dat opzicht zou je regisseur Choyning Dorji’s eersteling een propagandafilm kunnen noemen voor de heilstaat die Bhutan zou moeten zijn.

Toch doe je de film daarmee tekort. Onder soms moeilijke omstandigheden vonden de draaidagen plaats in het werkelijk bestaande Lunana. De cast bestaat voor een aanzienlijk deel uit de eigenlijke dorpelingen, met hun wat kinderlijke, maar oorspronkelijke acteerstijl. Samen met de dromerig stemmende synthese tussen spirituele zang en de adembenemende omgeving maakt dit van Lunana een sprookje met echte mensen dat als vorm van lyrische poëzie zeker geslaagd is.

 

16 mei 2022

 

ALLE RECENSIES

Love It Was Not

***
recensie Love It Was Not
Onmogelijke liefde

door Jochum de Graaf

Het is natuurlijk een zeer dramatisch gegeven, de liefde tussen de Oostenrijkse SS-officier en kampbewaker Franz Wunsch en de Joodse Helena Citron, in interneringskamp Auschwitz 1942. De documentaire die de Israëlische Maya Sarfaty onder de misleidende titel Love it was not over deze onmogelijke liefdesgeschiedenis maakte (twee jaar geleden al op het IDFA te zien), is een gepassioneerd verslag, maar overtuigt niet in alle opzichten.   

Helena, of Helenka zoals ze door haar vriendinnen genoemd werd, was in maart 1942 met duizend andere Slowaakse Joodse meisjes naar het vernietigingskamp gedeporteerd. Ze waren de eerste vrouwen en kwamen terecht in de barakken van Kannada waar een relatief minder streng kampregime heerste.

Love It Was Not

Lied
Kort na haar aankomst wordt de verjaardag van de jonge kampbewaker Franz Wunsch gevierd. Op aandringen van de andere vrouwen in de barak – om te overleven moet je jezelf nuttig maken – zingt Helena Liebe war es nie, een mooi melancholisch nummer van Austin Egen uit 1931. ‘Liebe war es nie. Denn du hast leider doch kein Herz. Liebe war es nie. Es war ein Scherz’.

De tranen lopen over haar wangen, overweldigd door de gelegenheid en het besef dat ze het voor een brute moordenaar zingt. Maar wanneer Wunsch haar vraagt het lied nogmaals voor hem te zingen, schrikt ze van dat empathische verzoek.

Liebe war es nie, zoals de film in Duitsland is uitgebracht, dat is toch wel even heel wat anders dan Love it was not, behalve een lelijke dus ook feitelijk onjuiste titel waar wij het kennelijk mee moeten doen.

Tyfus
Maar was het ook nooit liefde tussen Helena en Franz? Wunsch valt na zijn verjaardagsfeest als een blok voor haar. Hij geeft Helena en de andere vrouwen in de barak extra eten en kleding, hij weet haar zus Roza en de twee kinderen uit handen van de beruchte arts Joseph Mengele te redden. Wanneer Helena tyfus krijgt, geeft hij haar een deel van zijn rantsoen net zo lang tot ze weer voldoende is aangesterkt. Dankzij Franz Wunsch overleeft Helena Citron Auschwitz.

Of de liefde wederzijds was, blijft enigszins in het midden. In de interviews die in de jaren negentig opgenomen werden, beklemtoont Helena vooral dat ze deed wat ze nodig achtte om zichzelf en de andere vrouwen te helpen overleven. Toch biecht ze op dat ze gaandeweg de jaren in het kamp wel gevoelens voor Franz ontwikkelde, voor zover liefde mogelijk was op die godvergeten plek.

Waarheid
Wunsch vraagt tegen het einde van de oorlog, wanneer de Duitse nederlaag onafwendbaar lijkt, aan Helena of zij hem zo wil beschermen als hij haar heeft beschermd. Het antwoord komt pas 25 jaar later wanneer Helena wordt opgeroepen om te komen getuigen in Wenen in het proces tegen Wunsch voor zijn daden in Auschwitz. Ze komt voor een groot dilemma te staan. Ze is gelijk na de bevrijding naar Israël geëmigreerd en heeft Franz Wunsch sinds de oorlog niet meer gezien.

Love It Was Not

In Israël wordt ze beticht van collaboratie als ze gaat, het vrijpleiten van een oorlogsmisdadiger. Uiteindelijk besluit ze toch te gaan, voor haar telt dat ze de waarheid wil vertellen over de liefde die de levens van haar en andere vrouwen gered heeft. In de rechtszaal passeert ze Franz Wunsch op een meter, kijkt hem niet aan. Ze doet haar getuigenis. Wunsch wordt vrijgesproken, Helena sprak daarna nooit meer over hem.

Foto’s
Wunsch’ liefde ging onmiskenbaar verder, hij maakte in Auschwitz foto’s van haar. In de openingsscène zien we een ongelooflijke, paradoxale foto: Helena breed lachend, met bolle wangen blakend van gezondheid kijkt recht in de camera. Bijzonder detail echter, ze heeft het gestreepte gevangenisuniform van Auschwitz aan. Ook na de oorlog nog, zo vertelt zijn dochter in de film, knipte Wunsch dat gezicht uit en plakte dat op andere kleding en op foto’s van andere gelegenheden en locaties, een procedé dat goed werkt om zijn liefde te verbeelden.

Die techniek van het maken van het knippen en plakken van collages en kijkdozen wordt ook door regisseur Maya Safarty toegepast om het leven in het kamp uit te beelden. Maar eerlijk gezegd werkt dat niet zo sterk; het is te veel fröbelwerk, een bordkartonnen werkelijkheid die gecreëerd wordt. Het verhaal wordt nu verteld door vrouwen op leeftijd, inmiddels grijze hoofden die in hun voorkomen maar weinig reminiscenties oproepen aan het zware, soms onmenselijke leven in de barak. Daarmee is Liebe war es nie toch te veel een doorsnee pratende hoofden-documentaire geworden.

 

25 april 2022

 

ALLE RECENSIES

Little Man, Time and the Troubadour

***
recensie Little Man, Time and the Troubadour
Poppenspel als parabel voor de oorlog

door Jochum de Graaf

Little Man, Time and the Troubadour is een roadmovie langs plaatsen en mensen waar de Tijd stil lijkt te staan en zeker nog lang niet alle wonden geheeld heeft en de Troubadour een surrealistisch ogend verhaal opvoert. De associatie met Oekraïne dringt zich onweerstaanbaar op.

De documentaire werd vorig jaar juli al door NPO 2Doc vertoond en is nu ook in de bioscoop te zien. De release valt samen met de actualiteit, omdat het verhaal zich afspeelt in Abchazië, de voormalige Sovjet-deelrepubliek die na een burgeroorlog met Georgië in de jaren negentig – vervolgens na een nieuwe inval van Georgië in 2008 door ingrijpen van het Rusland van Poetin – een armzalig onafhankelijk republiekje werd met een vergelijkbare status als Loegansk, Donetsk en Transnistrië.

Little Man, Time and the Troubadour

Surrealistische marionetten
De Troubadour uit de titel en reisgids in de voor ons tamelijk onbekende landstreek op de West-Kaukasus is kunstenaar Sipa Labakhua die deels op de fiets met zijn marionettentheater rondreist. De voorstelling die hij in een aantal kustplaatsen in het dunbevolkte land speelt, is gebaseerd op de lotgevallen van zijn vader, de Kleine Man uit de titel, een politicus vol idealen die gedwongen werd uit te wijken naar Moskou. Zoon Sipa is na de oorlog teruggekeerd naar zijn geboortegrond en brengt met zijn surrealistisch marionettenspel ontmoetingen met allerlei inwoners van de streek tot stand.

We rijden als het ware achterop over de mooie pleinen, de weidse lanen, de boulevard met palmen van hoofdstad Soechoemi, een mooie badplaats aan de Zwarte Zee, waar Konstantin Paustovski in de eerste helft van de vorige eeuw zo prachtig over schreef. Maar we zien vooral ook de karkassen van gebouwen, de vele kogelgaten in huizen, nog niet herstelde bomkraters, de overwoekerde treinrails, die eraan herinneren dat meer dan de helft van de bevolking, meest Georgiërs, na de korte oorlog in 2008 met Rusland gevlucht is.

Speelbal in geopolitieke strijd
De film gaat niet over de oorlog, niet wie begon en wie won, neemt ook geen stelling over wie schuldig was, of het een van de eerste uitingen van Poetins Russificatie was. Filmer Ineke Smits (De Vliegenierster van Kazbek, Stand by Your President), die meeschreef aan Labakhua’s voorstelling, registreert niet de mensen die oorlog voerden, daders of slachtoffers, maar vooral gewone burgers, de oorlog die hen overkwam. Ze betoont zich opnieuw een kenner van de regio, met onder meer de prachtige zang van twee zussen in een eerste aanleg arcadisch landschap, waarna de camera langs een pokdalig raamloos gebouw omhoog zwenkt waarboven gierzwaluwen rondcirkelen.

Little Man, Time and the Troubadour

We ontmoeten oude vrouwen die zich vooral herinneren dat het voor de oorlog feitelijk niks uitmaakte of je Abchaziër, Mingreliër, Georgiër, of Armeniër was. Een Russin in het publiek na de voorstelling die nog maar kort in Abchazië woont, ziet vooral stagnatie en onverwerkt leed. Een hippie-achtig stel uit Moskou voelt zich al behoorlijk geaard en zegt zich al thuis te voelen, hun kinderen weten niet beter dan dat dit hun thuisland is. En een Syrische schrijver, jaren geleden gevlucht vanaf de Golanhoogten, vult zijn bespiegelingen over oorlog en vluchten door een fraaie kinderfantasie  op de muur te tekenen.

Het fraai vormgegeven poppenspel is bedoeld als een parabel voor de oorlog, maar komt af en toe toch te gekunsteld over. En het uitstapje van Labakhua naar de Georgische hoofdstad Tbilisi is misschien een onbestemde zijsprong, maar voegt niet zoveel toe aan het verhaal. Maar de antwoorden op filosofische vragen als ‘waar voel je je thuis’ en ‘waar kom je vandaan’, leveren een mooi melancholisch portret van een klein land in een uithoek van het voormalige Sovjetrijk dat een speelbal werd in de geopolitieke strijd.

 

22 maart 2022

 

ALLE RECENSIES

Last Ride of the Wolves, The

****
recensie The Last Ride of the Wolves
Een crimineel op leeftijd… en zijn zoon

door Bob van der Sterre

Een misdaadfilm die je aan de tv-serie Taxi doet denken – en toch slaagt? Gelukkig maar dat genres nog steeds ruimte bieden aan vernieuwing. In het geval van The Last Ride of the Wolves zit de vernieuwing in het autobiografische verhaal.

Pasquale is een crimineel op leeftijd. Hij komt uit het zuiden van Italië en woont en werkt in het noorden. Dat werken is klussen in de misdaad. Hij heeft jarenlang ervaring, maar is geen type maffioso. Meer een zelfstandige beroepscrimineel.

Hij wil nog een keer een grote klapper maken. Daarvoor moet hij samenwerken met ‘De Wolven’. Twee broers die een dagelijks leven leiden als kermisexploitanten maar zijn ook niet bang om af en toe iemand te ontvoeren.

The Last Ride of the Wolves

Pasquale regelt dus van alles. Hij regelt een magazijn, coördineert de misdaad, gaat een woekerlening aan. Dat doet hij bij een kerel die stil zit in een stoel en niet veel zegt.

Ze moeten wachten tot het moment van de kraak daar is. Pasquale rijdt daarom rond met zijn zoon, de Italiaans sprekende Nederlander Alberto. We luisteren tijdens die ritten naar Pasquales monologen in de auto – soms doorspekt met herinneringen aan zijn leven.

Nietsdoen
The Last Ride of the Wolves
is een ander type misdaadfilm dan je gewend bent. Het is een rustige, onderhoudende en realistische film. Volgens mij wordt er geen schot gelost. Je kijkt naar de voorbereiding van een kraak alsof het een documentaire is. Er is veel saaiheid, wachten, nietsdoen. Dat komt ook door de stijl van de cameravoering, die stiekem mee lijkt te kijken.

Door het rondrijden doet de film af en toe denken aan films als Collateral of Wheeler, maar ook het tv-programma Taxi en latere varianten. Het is wel aardig hoe Alberto de Michele rondom die bron van filmen een verhaal bedacht heeft. Ik heb wel eens wat losse scènes gezien maar nooit eerder een hele film op die manier. En toch is in de Tiger Competition straks op IFFR een nóg extremer voorbeeld te zien: The Plains.

De film wordt na een wat moeizaam begin steeds beter, inclusief plot. En dat is geen toeval. Iedereen speelt zichzelf. Pasquale speelt Alberto’s vader en is ook zijn vader: Pasquale de Michele vs. Alberto de Michele. Alberto de Michele regisseerde dus zijn eigen vader. En zichzelf als zoon. En dat niet alleen: zijn vader was ook een beroepscrimineel en ooit van plan om een ‘laatste kraak’ te doen. En ook ‘de wolven’ spelen zichzelf.

In een interview met de Volkskrant, lichtte de regisseur het verhaal toe: “Dat echte plan mislukte. Vanwege een detail, iets stoms. Mijn vader sprak erover met mij. En ik dacht: misschien kan ik het medium film gebruiken om de roof toch door te laten gaan. Het leek me ook interessant om de valse romantiek die je zo vaak in films en series ziet eraf te halen. Mensen denken dat misdaad spannend is. De roof op zich, ja die is hartstikke spannend, dat is pure adrenaline. Maar de voorbereiding is eigenlijk erg saai. Die traagheid wilde ik in deze film vangen.”

The Last Ride of the Wolves

Voorgeschiedenis
Alberto de Michele studeerde kunst en misdaad komt telkens weer terug als thema. Hij maakte in 2010 al een korte film over dit onderwerp: I lupi. “Ik ben opgegroeid in die wereld, maar wat het precies is wat me zo aantrekt weet ik niet. Voor mijn gevoel kom ik er steeds dichterbij, in mijn kunst.”

In feite gaat de film ook over zijn jeugd, legt hij in het interview uit: “Mijn vader bleef niet thuis voor mij. Hij nam me overal mee naartoe, naar paardenraces, bordelen, illegale casino’s. Net als in de film. Als kind kon ik niet wachten tot de zomer weer begon.”

Het is een boeiende voorgeschiedenis die de film veel echter maakt dan menig andere film. Wel jammer dat de film wat kansen laat liggen om cinematografisch wat sterker voor de dag te komen. Wat meer flair had de film goed gedaan. De ingrediënten zijn er: de muziek is fantastisch, de titels zijn mooi, het acteerwerk is degelijk. Maar het is allemaal vrij ingetogen, vermoedelijk om het realisme niet te veel in de weg te zitten.

Dat kan een volgende keer nog komen. Wie weet wat voor jeugdinspiratie Alberto de Michele hierna nog omzet in film? Want er zit meer misdaadgevoel in deze film dan in de meeste misdaadfilms en -series.

 

11 februari 2022

 

Nu te zien in de filmtheaters en online op Picl.

 

ALLE RECENSIES

Licorice Pizza

***
recensie Licorice Pizza

Hommage aan de jeugdigheid

door Yordan Coban

Licorice Pizza markeert een opvallende stijlverandering in het werk van Paul Thomas Anderson die tot uiting komt in een vermakelijke film, die niet per se het beste in de regisseur omhoog haalt.

De film opent met een charmeoffensief van Gary Valentine (Cooper Hoffman, zoon van Philip Seymour Hoffman) naar Alana (Alana Haim). Wat direct opvalt is dat beide acteurs geen exceptionele schoonheden zijn,  zoals dat vaak wel het geval is in de gemiddelde Netflix-romcom. Paul Thomas Anderson (PTA) kiest met zijn acteurs voor een sterke uiterlijke eigenzinnigheid zonder beroep te doen op een manipulatieve generieke schoonheid.

De jacht van Gary (zijn karakter is gebaseerd op filmproducer Gary Goetzman) op Alana in de openingsscène is daarentegen wel vrij clichématig vormgegeven op een bijna Bollywood-achtige manier. Het betreft een versierpoging waarbij de vrouw na negenendertig afwijzingen toch bij de veertigste poging dermate gevleid is dat ze de man een kans geeft.

Licorice Pizza

Na de recente onthullingen bij The Voice is er in ons land een maatschappelijk debat over de verhouding tussen man en vrouw met betrekking tot consent en machtsposities. Nu heeft PTA daar uiteraard geen boodschap aan en gaat het in Licorice Pizza niet over grensoverschrijdend gedrag, toch is deze stijlvorm anno 2022 niet echt passend in het licht van het maatschappelijke debat. De notie dat elke nee na genoeg assertiviteit in een ja veranderd kan worden, oogt als een vrij giftige culturele kronkel. Een manier van denken die bijvoorbeeld goed past bij het personage van Tom Cruise in PTA’s Magnolia (1999). De botte desinteresse van Alana krijgt een begrijpelijke context nadat duidelijk wordt dat Alana tien jaar ouder is. Doordat ze toch besluit om met hem uit eten te gaan, vangt het verhaal met een vrij onbevredigende premisse aan.

Jongvolwassenen
Gelukkig is het verhaal hier zelfbewust genoeg over om niet direct te vervallen in een ongeloofwaardige romance. De jeugdige impulsiviteit van Gary lijkt perfect te passen bij het scherpzinnige cynisme van Alana, maar Alana wil daar in het begin begrijpelijk genoeg niet aan toe geven. Gary en Alana zijn zoekende in een grote mensenwereld en ontwikkelen zich als individuen terwijl ze samen betrokken raken bij de raarste figuren in de meest uiteenlopende taferelen die in hoog tempo voorbijkomen.

Gary is ambitieus en heeft een honger naar succes die Alana wel aanstaat. Zijn bijdehante persoonlijkheid doet denken aan Max Fischer van Rushmore (1998). Alana bevindt zich in de existentiële schemerfase van een jongvolwassene die worstelt met haar levensbestemming. Te midden van het overweldigende oerwoud van Hollywood vol krankzinnige neppe volwassenen rennen Gary en Alana driftig rond. De twee hebben opvallend weinig tot geen ouderlijk gezag ter begeleiding, ze doen alles zelfstandig. Ze zijn juist zo krachtig omdat ze zich aan elkaar optrekken, elkaar complimenteren. 

Licorice Pizza

Nostalgie
Naar eigen zeggen wilde PTA met het maken van Licorice Pizza een greep naar zijn jeugd doen. Dat kun je gemakkelijk aan deze filmmaker overlaten, omdat hij befaamd is voor zijn periodestukken. Zo maakte hij een film over de hippiecultuur in de jaren zeventig (Inherent Vice), de strijd om olie aan het begin van de vorige eeuw (There Will Be Blood), de modewereld in de jaren vijftig (Phantom Thread) en de porno-industrie rond 1977 (Boogie Nights).

De jaren zeventig is dus een veel bezocht tijdperk voor de regisseur terwijl hij er toch vrij weinig bewust van meegekregen zal hebben aangezien de beste man in 1970 geboren is. Toch lijkt Andersons werk ondubbelzinnig voort te vloeien uit het kenmerkende gedachtegoed en de veranderingen van die tijd.

Met Licorice Pizza keert de regisseur niet alleen terug naar zijn werkelijke jeugd, maar ook stilistisch naar het begin van zijn carrière. PTA begon met twee films die qua stijl erg doen denken aan het werk van Martin Scorsese. Zo vinden we in Boogie Nights (1997) het snelle montagewerk en het verval van de American Dream zoals je ziet in Goodfellas (1990). Bovendien lijkt de eindscène van Boogie Nights een expliciete verwijzing naar Raging Bull (1980).

Vanaf Magnolia en Punch-Drunk Love (2002) is de stijl van PTA minder flitsend en broeierig. Er is een abstracte sereniteit over zijn films gekomen die meer doet denken aan de films van Terrence Malick en David Lynch. Waar PTA eerst charmante popmuziek gebruikte om zijn dynamische camerawerk te begeleiden, zijn films als The Master (2012) en There Will Be Blood begeleid met onconventionele surrealistische tonen die tegen de achtergrond van sublieme landschappen een verheffende sfeer scheppen.

 

4 februari 2022

 

ALLE RECENSIES

Limelight

Limelight (1952)
Zwanenzang van de komiek Chaplin

door Ralph Evers

In Limelight (1952), de zwanenzang van de komiek Charlie Chaplin, speelt hij de rol die hem te goed paste, de clown. Hierdoor verzandt zijn film in het teveel en vergeet hij de climax van zijn carrière achter de coulissen.

Living in the limelight, the universal dream, for those who wish to see.” Oh nee, ik hoef geen Rush te citeren, het is de bedoeling een stuk te schrijven over Chaplins film met dezelfde titel als dat fantastische Rush-nummer.

Limelight

Limelight, Chaplins persoonlijke afscheidsfilm (en zijn laatste Amerikaanse film voordat hij het land ontvluchtte omdat hij daar onterecht als communist werd beschouwd), is een komisch drama met een licht autobiografische insteek (zijn zoon Sydney doet ook mee) waarin Chaplin, ditmaal vermeld als Charles – is hij volwassen geworden? – in de huid van de clown Calvero kruipt.

Timing
Het leven van Calvero lijkt als een kaars in de mist uit te doven. Voorbij zijn de roemrijke jaren waar variététheater en vaudeville volle zalen trokken. Met alcohol en een gespeeld optimisme, behouden uit de rollen van weleer, poogt Calvero zijn leven uit te zitten. Wanneer hij op een dag waggelend thuis komt, ruikt hij iets vreemds. Iets onder m’n zolen? Nee, het is iets anders. Hij ontdekt dat de danseres die op de begane grond woont een poging tot zelfmoord doet, door te slapen bij geopende gaskranen. De grond van dit onheil zit ‘m in financiële zorgen. Calvero treedt op als haar redder en het verhaal kan op gang komen.

De eerste dertig minuten verlopen echter stroef en houterig, de humor zit niet mee, het gebeuren komt veel te traag en oninteressant op gang. Het is als gekookte aardappels zonder zout. Daar komt verandering in wanneer Calvero en later danseres Terry hun levensgeschiedenissen uit de doeken doen. De film wordt hierdoor opgedeeld in eetbare brokken, maar verzandt evenwel in soms eindeloze dialogen die hun punt maar niet willen maken. Enigszins verrassend, omdat je zou verwachten dat aan het eind van zijn carrière Chaplin wel zou weten hoe een film de juiste ritmiek mee te geven. Aan het verhaal is weinig af te dingen, evenmin aan de kwaliteit van de lach en de traan. Een aantal geniale scènes – zoals de piano met een snarenoverschot en groeiende en krimpende benen – daargelaten, voelt het geheel als een onnodig langgerekt geheel, waarbij de encore te lang doorgaat.

Alledaags
Een andere subtiele opvallendheid is de afwezigheid van precies datgene wat voor het voetlicht had moeten treden. Waar eerdere films iconische momenten hebben, zoals de treffende kritiek op de moderne tijd in Modern Times of op tirannen in The Great Dictator met typetjes en een compactheid die veel van Chaplins roem hebben geleverd, verblijft Limelight in de alledaagsheid. Er wordt gesproken over tijden van weleer, van roem, maar het komt maar niet uit de verf in de anthologie die deze film wil zijn. Er wordt soms geraakt aan het contrast van het applaus, de verering door het publiek en een paar minuten later de kille stilte van een lege, geluidloze kleedkamer. Echter eerder als verplicht script dan als doorvoelde ellende.

Limelight

Wat dat betreft heeft de clown Calvero (Chaplin dus) nooit zijn schmink afgedaan. In dit voetlicht bezien klopt het dat het einde te lang doorgaat, omdat de clown geen afscheid wilde nemen, de schaduwkant schuwde. Liever nog een lolletje dan een werkelijk contrapunt aan te brengen. De grootvader die ondanks het familiaire tumult de gezelligheid wil behouden. Het heeft iets tragisch dat Limelight aldus aan de oppervlakte blijft en niet, zelfs niet met humor, wat bovenstaande andere titels wel zo goed lukte, een laagje dieper te komen. Na ruim twee uur dooft het voetlicht en verrast de plotsheid van het einde van een carrière die tot vandaag tot de verbeelding weet te spreken. Zijn we getrakteerd op enkele fijne, grappige, ontroerende maar bovenal gemakkelijke scènes, waar een teveel het afscheid van een grote man hinderde.

 

19 oktober 2021

 

THEMAMAAND CHARLIE CHAPLIN

Limite

****
IFFR Unleashed – 2008: Limite
Beklemmende nabijheid van de zee

door Paul Rübsaam

Drie uitgeputte mensen in een roeiboot op volle zee. Met ongebreideld camerawerk, ingenieuze montages en eigenzinnige kadreringen vertelt het zwijgende Limite (1931) van de Braziliaanse regisseur Mário Peixoto ons over hun voorafgaande levens en de begrenzingen van het menselijk bestaan.

Twee vrouwen en een man in een roeiboot. De man zit middenin, op de plaats aan de riemen. Voorin zit een vrouw in lichtgekleurde, zomerse kleding. Soms draait ze zich naar de man toe. Dan weer laat ze hem haar rug zien. De vrouw in het zwart aan de andere kant van de boot ligt plat op haar rug, met haar ogen vaak dicht.

Limite

Ze nuttigen hun schaarse voedsel, kijken naar de lucht, naar het bootje en eindeloos naar de zee. Hun noodlot is kortstondig noch afwisselend, waarmee de openingsscènes van Limite eerder bij uitstek realistisch dan surrealistisch zijn. Al zullen we de context van het tafereel niet langs lineaire weg leren kennen.

Begrenzing en sleur
Een stroom van het associatievermogen van de kijker prikkelende beelden, afgewisseld met scènes in de roeiboot, leren ons dat de vrouw voorin (Olga Breno) een ontsnapte gevangene is. Als werknemer in een naaiatelier vond ze echter weinig vrijheid. De man (Raul Schnoor), die in de boot vergeefs probeert twee stukjes hout aan elkaar te passen, had blijkbaar een liefdesaffaire met de vrouw van een ander (een rolletje van Peixoto zelf). De vrouw in het zwart (Taciana Rey) ging gebukt onder een zorgelijk huwelijk met een uitgebluste pianist die zwijgende speelfilms muzikaal begeleidt.

Maar in plaats van op de geijkte manier getuige te zijn van de belangrijkste gebeurtenissen in de drie levens zien we bijvoorbeeld het beeld van een draaiend treinwiel dat overvloeit in dat van het wiel van een naaimachine, waarmee de ogenschijnlijke vrijheid die een reis kan bieden, wordt ingewisseld voor de benauwenis van een naaiatelier in een souterrain. Een klosje garen, een meetlint en een schaar symboliseren daar in close-up gefilmd eindigheid, begrenzing en beperking.

Of beelden van de filmpianist de iedere avond zijn bladmuziek, zijn hoed en zijn jas op een stoel werpt, alvorens hij achter de piano plaatsneemt. We zien de stoel, wat daarop terecht komt en even zijn hand die de bewegingen uitvoert. Maar van hemzelf slechts een schaduw. Alsof hij veroordeeld is tot een schaduwbestaan, tot een leven dat gekenmerkt wordt door sleur of op zijn best een cyclisch karakter heeft.

Ruïne en voetafdrukken
Als de beelden zich rond het levensverhaal van de man in de boot beginnen te bewegen, vloeit het beeld van een boom over in dat van een telegraafpaal, teken van beschaving en communicatie. Al snel volgen echter impressies van een huis dat in een ruïne verandert, waar vervolgens weer planten uitgroeien. Het verval van de menselijke betrekkingen krijgt gestalte en tevens de kringloop waarbij de natuur de menselijke bouwsels weer in zich opneemt.

Regelmatig filmt cameraman Edgar Brazil vanuit lage camerastandpunten voeten, schoeisel, voetstappen en voetafdrukken, als schakels tussen de mens en de aarde, waar hij (zij) slechts tijdelijk op verblijft. Als de nabijheid van de zee gaandeweg meer nadruk krijgt (de film is opgenomen op locaties aan de kust ten zuiden van Rio de Janeiro), vaagt het zeewater voetafdrukken van het strand. De lange straten die de personages af moeten lopen, maken plaats voor strandwegen, een huis in een straat voor een strandhuis of een boot. Het lot van de personages is het lot van de mens in het algemeen. De door het zonlicht fonkelende, soms kalme, soms onstuimige zee biedt een vluchtroute, maar is ook een natuurlijke grens en een eindbestemming.

Limite

Niet netjes, toch bescheiden
De carrière van de cineast Peixoto, tevens romancier en dichter, kende zelf de nodige beperkingen. Limite, geïnspireerd op een foto van een vrouw met de geboeide handen van een man rond haar hals die Peixoto in Parijs zag, is de enige speelfilm die hij voltooide. De film werd eerst uit de roulatie genomen en bleek later zodanig beschadigd te zijn dat hij zonder restauraties, die weer veel later plaatsvonden, niet vertoond kon worden.

Ondertussen ondernam Peixoto zelf het nodige om zijn film onder de aandacht te brengen. Zo beweerde hij dat deze het werk was van de Russische cineast Valery Pudovkin en ondertekende hij een door hem zelf geschreven lovend artikel erover met de naam van Sergei Eisenstein. Niet zo netjes, maar eigenlijk ook te bescheiden. Met de ritmiek van zijn wuivende, golvende, dan weer aardse, door muziek van onder andere Igor Stravinsky en Erik Satie ondersteunde beeldmontages weet Peixoto de Russen zeker te evenaren. En van slaafse nabootsing kan hij niet beticht worden, vanwege de eigen, Caribische sfeer van zijn beelden.

Toen Limite voor het eerst de bioscopen aandeed, had de geluidsfilm al zijn intrede gedaan. In ongeveer diezelfde tijd (1932) noteerde de Duits-joodse taalkundige en filmliefhebber Victor Klemperer (1881-1960) in zijn onlangs verschenen Kinotagebuch ‘Licht un Schatten’: ”Stummer Film ist Kunst für sich, Tonfilm is schlechter Ersatz des Theaters.” Onberedeneerde angst voor de talkies speelde bij die observatie van Klemperer wellicht een rol. Toch ga je door Limite beter begrijpen wat hij bedoelde.

Deze film is bij het jarige IFFR online te zien tot en met 26 mei 2021.

20 april 2021


ALLE RECENSIES 50 JAAR IFFR

Last Movie, The

***
IFFR Unleashed – 1977: The Last Movie
De ellende van de filmindustrie

door Bob van der Sterre

Dennis Hopper heeft veel mooie, interessante filmmomenten meegemaakt. De acteur, die ons meer dan tien jaar geleden is ontvallen, acteerde in tal van legendarische films en regisseerde er vijf, waaronder Easy Rider, Colors en The Last Movie. Laatstgenoemde werd gemaakt in 1971 en kwam pas onder de Nederlanders via het IFFR van 1977.

In The Last Movie bekijken we hoe in Peru filmopnamen worden gemaakt. Amerikanen maken daar de western Pat Garrett & Billy the Kid. ‘Kansas’, een stuntman, manusje-van-alles, blijft na afloop van de opnamen in Peru hangen met zijn Peruaanse vriendin, Maria.

The Last Movie

Hij ontmoet een groep Amerikanen. Een bezemmagnaat, die net als zijn vrouw wel een verzetje nodig heeft. Zijn vrouw ziet de ‘cowboy’ Kansas wel zitten, de bezemmagnaat houdt van doorzakken. En dan is er nog een vriend, een lamstraal, die alsmaar zeurt over de kansen van een goudmijn.

Maria voelt zich steeds meer verloren in dit cynische gezelschap, maar met Kansas gaat het langzaam maar zeker ook steeds slechter. Hij zuipt en raakt verwilderd. Peruanen maken ondertussen gebruik van de achtergelaten locaties en kopiëren de westernfilm tijdens een feest. Het middelpunt is Kansas die gelooft dat hij Jezus is geworden.

Gewaagde film
Hopper schaamde zich niet voor zijn ambities en na lange smeekbedes (vijf jaar) bij studio’s om geld kreeg hij eindelijk een zak met geld van studio Universal, en zelfs de vrijheid om te doen wat hij wilde. Hij maakte deze gewaagde, redelijk ontoegankelijke film die zeker niet ieders cup of tea zal zijn, en ook niet overal in slaagt, maar die wel voelt als iets bijzonders. Je krijgt in deze film:

  • een satire op het maken van westerns of de ‘Hollywooddroom’
  • een schets van westerse (Amerikaanse) nonchalance ten opzichte van andere culturen (in dit geval Peruaans)
  • Dennis Hoppers eigen getroebleerde denken als de ontsporende ‘Kansas’
  • een kruisigingsverhaal
  • talloze cinematografische verwijzingen
  • een parodie

En dat allemaal in krap twee uur – wat ook best de inhoud van een serie van tien afleveringen van een uur had kunnen zijn.

Ik wil de bontjas!
De filmindustrie staat hier voor een hoop ellende. Alleen al dat The Last Movie draait om een film in een film – en daarna om een kopie van een film in een film. Dat idee van de culture clash (Hollywood in Peru) was een ervaring die Dennis Hopper zelf in 1965 in Mexico had meegemaakt tijdens opnamen van de John Wayne-film The Sons of Katie Elder. Die inspireerde hem tot dit verhaal.

Als je essayisten zou loslaten op deze film, komen ze allemaal met iets anders terug. Let eens op hoe vaak kruisen terugkeren in de film. Of de opmerkelijke rol van muziek: dit is praktisch een lange soundtrack die scènes aan elkaar plakt. Of de momenten die Kansas’ troebelen weerspiegelen: interessante en experimentele shots. Je hebt als beginnend regisseur moed nodig om dit te durven.

The Last Movie

Wat The Last Movie niet biedt, is een coherent verhaal over een onderwerp. De Amerikanen in andere landen zijn alleen maar uit op drank, genot en seks en willen ook nog eens de grondstoffen stelen. Kansas is niet anders. En de armere culturen zijn evenmin geweldig. Zijn vriendin zegt letterlijk: ‘Omdat we geen elektriciteit en geen water hebben, betekent niet dat we geen leuke dingen willen hebben, gringo. Ik wil de bontjas van Mrs Anderson!’

De film is zo in zekere zin de antifilm van Hoppers toch redelijk te volgen debuut Easy Rider uit 1969. Je belandt soms van belachelijke passages (de goudmijnactie in drie minuten) in best sterke, speelfilmachtige scènes. De scène met Julie Adams als de naar ruige seks hunkerende Miss Anderson bijvoorbeeld. De dronken scène in de bar met prostituees. Ook mooi: hoe Kansas ineens te paard dwars door een scène huppelt.

Flashforwards, flashbacks en een vleugje Godard
De montage speelt een hoofdrol in The Last Movie. Naar hartenlust flashforwards, flashbacks, surrealisme – zelfs cowboy te paard tegen ondergaande zon. Een plotseling beeld van een volwassen man die gevoed wordt met melk uit een vrouwenborst? Check. Een seksscène onder een waterval? Ook check. Uit de lucht vallende waanzin à la Apocalypse Now? Inderdaad.

Je ziet vooral heel veel intuïtie – en dat is zonder twijfel ook de invloed van Alejandro Jodorowsky, die aanvankelijk hielp met de montage. Geen wonder die hulp, zou je zeggen. Hopper had destijds meer dan 40 uur materiaal om uit te kiezen en deed een jaar over de montage. Een nadeel hiervan is sowieso dat de film nu meer oogt als een reeks aan elkaar gelaste stukjes dan als een vloeiende speelfilm. Het noopte filmcriticus Roger Ebert in 1971 tot zijn wel erg botte conclusie: Dennis Hopper’s “The Last Movie” is a wasteland of cinematic wreckage.

The Last Movie komt ook wel over als een afspiegeling van de cinema die in 1971 in artistieke kringen populair was. Je ziet hier een soort blend van een Altmanesque satire (MASH, 1970), bizarre momenten à la Luis Buñuel (La Voie Lactée 1969, Tristana 1970), typische Werner Herzog-toestanden (Lebenszeichen, 1968). absurdisme van Jodorowsky (El Topo, 1970) en zelfs een vleugje Godard (het bordje Scene missing).

Film over film dus. Regisseur Henry Hathaway komt langs (hier gespeeld door regisseur Sam Fuller), Walter Huston wordt genoemd (in de film) en Sam Peckinpah zou zelfs echt Pat Garrett & Billy the Kid maken in 1973.

The Last Movie

En dat is ook precies de kern van mijn kritiek: The Last Movie wil te veel. Dat is wat je vaak ziet bij acteurs die beginnen als regisseurs. Ook bij het regiedebuut van Ryan Gosling, George Clooney, Robert De Niro, Clint Eastwood; in feite praktisch al die ambitieuze acteurs die aan het filmen slaan, willen het te goed doen, te veel vakjes aanvinken. Een ‘gewone’ regisseur heeft ook wel ambities, maar offert niet het verhaal op om alle ideeën en kritieken die hij of zij maar heeft te verpanden aan het kijkerspubliek. Less is soms more voor je eigen stijl en ideeën.

Ontvangst in 1971: matig
De film werd slecht ontvangen. Proefscreenings waren onsuccesvol. Hopper kreeg zelfs klappen van vrouwelijke kijkers die niet gediend waren van het seksisme in de film (er wordt wel wat geslagen).

Dan hebben we het nog niet gehad over het drugs- en drankgebruik tijdens deze productie – een beetje ironisch gezien het thema van de film. (Er zijn anekdotes dat Dennis Hopper er alles aan deed om de junta toen in Peru te beledigen. En dat die regering op zijn beurt spionnen inhuurde om hem in de gaten te houden.)

Toch won The Last Movie in 1971 de prijs van de critici in Venetië. De grap in Woody Allens film Hollywood Ending (2002) dat de ‘mislukte’ film in Frankrijk als meesterwerk werd ontvangen, ging hier niet op, want de film was simpelweg niet in Europa te zien (Franse première volgde pas in 1988).

Hoe dat kwam? Studiobaas Lew Wasserman van Universal eiste een re-cut van Hopper, ook al had de film dus al toegeslagen in Venetië, anders zou hij de film op de plank laten liggen. Hopper weigerde dat en de rest is geschiedenis.

En is de cirkel van de kunst en de pulp op celluloid weer rond!

Deze film is bij het jarige IFFR online te zien tot en met 7 april 2021.

3 maart 2021


ALLE RECENSIES 50 JAAR IFFR

Last Right, The

****
recensie The Last Right

In een oude Volvo dwars door Ierland

door Ries Jacobs

Weet je, jullie twee hebben wel iets weg van Rain Man.’ Met deze woorden begint Mary de tocht dwars door Ierland die ze samen met de broers Daniel en Louis Murphy onderneemt. Bij het kijken van The Last Right kun je niet om de klassieker uit 1988 heen. Daarvoor zijn de gelijkenissen – twee broers, waarvan er een autistisch is, op een roadtrip – te treffend.

De film nadert zijn eindfase als de drie een doodskist rondzeulen door een weiland in Noord-Ierland. De voettocht door het gras is de climax van hun reis die als doel heeft het lichaam van een dode man naar zijn laatste rustplaats te brengen. De hieraan voorafgaande reeks van absurde gebeurtenissen begint als Daniel van New York naar Ierland vliegt om zijn overleden moeder te begraven. Door een speling van het lot krijgt hij de verantwoordelijkheid voor het stoffelijk overschot van een tijdens zijn vlucht overleden medepassagier.

The Last Right

De botsende persoonlijkheden van de autistische Louis, de egocentrische Daniel en de extraverte Mary zorgen voor zowel emotionele als hilarische scènes. Kenmerkend is de scène waarin Louis aangeeft niet met een lijkwagen op pad te willen. De autistische tiener durft alleen in de vertrouwde Volvo-stationwagen van zijn moeder te zitten. Om op pad te kunnen binden ze de doodskist tenslotte vast op de dakdragers van de Volvo.

Game of Thrones
Dit doet denken aan de scène van Rain Man waarin de door Dustin Hoffman gespeelde Raymond Babbitt alleen met Qantas wil vliegen omdat van deze luchtvaartmaatschappij nog nooit een vliegtuig is neergestort. Toch lukt het acteur Samuel Bottomley om van Louis een aandoenlijke tiener te maken die menselijker overkomt dan Hoffmans personage. De jongen lijkt een normale tiener die een jeugdvriendinnetje heeft, maar toont zijn autistische trekken als hij aan zijn reisgenoten vertelt dat hij drie maanden, acht dagen en vijf uur verkering met haar heeft.

The Last Right

Ook het acteerwerk van de overige hoofdrolspelers is degelijk. Onze eigen Michiel Huisman neemt de rol van Daniel op zich, een gewiekste advocaat die ook gevoelens blijkt te hebben. Huisman zet het personage evenwichtig neer, geen moment komt van beide kanten van zijn personage teveel op de voorgrond. Hij heeft al meerdere malen laten zien goed overeind te blijven tussen het internationale acteertalent (onder andere in de hitseries Orphan Black en Game of Thrones) en doet dat nu weer.

Sprookje
The Last Right is de eerste lange film van de Ierse regisseuse Aoife Crehan, die ook het script schreef. Ze hanteert het heerlijk snelle tempo dat we vaker zien bij comedy’s, de kijker valt vanaf minuut één in de film. Tegelijkertijd ontroert de manier waarop met name Mary en Louis zich staande proberen te houden in een wereld die hen overweldigt en die ze bovendien niet begrijpen. Toegegeven, de plot hangt aan elkaar van ongeloofwaardige toevalligheden en dat maakt The Last Right even realistisch als een sprookje of de gemiddelde actiefilm, maar storend is dat geen moment. Bovendien creëert ze samen met Bottomley een autistisch personage dat complex, maar geloofwaardig is. Gecombineerd met het lichte en vaak humoristische verhaal kunnen we The Last Right typeren als de lightversie van Rain Man.

 

20 oktober 2020

 

ALLE RECENSIES

Living in the Future’s Past

****
recensie Living in the Future’s Past

Introductie over verval en liefde

door Sjoerd van Wijk

Als beknopt overzicht van de collapsologie slaagt Living in the Future’s Past er in om het complexe en deprimerende onderwerp van verval bespreekbaar te maken. Het geduld en respect waarmee dit gebeurt, betekent echter dat de film geen gewaagd terrein betreedt.

Denken over maatschappelijk en ecologisch verval kreeg in 1972 een impuls met de oprichting van de Club van Rome. Terwijl vijftig jaar lang de waarschuwingen van het Grenzen aan groei-rapport zijn genegeerd, volgt de wereld volgens onderzoeken angstwekkend accuraat het bekende World3-model welke leidt tot verval. Het is dan ook een misplaatst idee dat 2020 een uitzonderlijk jaar is – alle gebeurtenissen passen in het plaatje van een globaal systeem in neerwaartse spiraal. De documentaire Living in the Future’s Past zet in heldere termen de dynamiek van en psychologie achter dit proces uiteen, in voice-over verteld door Jeff Bridges (The Big Lebowski).

Living in the Future’s Past

Uitnodigend tot onderzoek
Een doordachte verzameling ingewijden onderbreken Bridges’ vertelling. Club van Rome-lid Ugo Bardi draaft niet toevallig op als een van de gasten. Rangerend van een milieubewuste Republikeinse oud-senator tot archeoloog Joseph Tainter, wiens boek The Collapse of Complex Societies (1988) een van de standaardwerken over het onderwerp is, legt men de materie uit. Denken over verval wint de laatste jaren aan terrein getuige zogenaamde “collapsnik” internetfora of de Franse collapsologie-beweging, maar een toegankelijke introductie ontbreekt. Hier leggen de gasten voor hen bekende concepten als Energy Return on Investment op informele wijze uit alsof men aan de theetafel zit.

Als introductie tot de collapsologie nodigt Living in the Future’s Past daarom uit tot verder onderzoek. Aan Bridges’ vertelling schreven diverse gasten zoals filosoof Timothy Morton mee en dat levert de nuchtere, redelijke en aangrijpende monologen op. Hij herhaalt vriendelijk hoe de vork in de steel zit en overpeinst in voice-over pienter over het geleerde. Dat de psychologen in de film vooral speculeren over de mentale processen die leiden tot verval stimuleert meer de reflectie dan dat het verhaal aan overtuiging inboet. Tevens helpt het een abstract onderwerp behapbaar te maken. Beelden ondersteunen vaak letterlijk waar men het over heeft, maar met Koyaanisqatsi-achtige versnellingen en totaalopnames maakt regisseuse Susan Kucera desalniettemin een meeslepend essay van de film die de overtuigingskracht van de gasten versterkt.

Living in the Future’s Past

Blinde vlek
Men praat van mens tot mens hier. De overtuigingskracht van Bridges en zijn gasten zit daardoor ook in een respectvolle houding naar de medemens zonder te prediken of te beleren. De veelbesproken milieudocumentaires Planet of the Humans (2020) en Cowspiracy (2014) stippen op instinctieve wijze onrecht aan maar porren zo effectief door een manipulatieve houding. Dat leidt bij de een nog tot een onthulling van de illusies rond zonne- en windenergie, de ander dringt echter de ideologie van de makers op. Living in the Future’s Past laat in het midden wat de verstrekte informatie betekent. De overpeinzingen van Bridges stimuleren vooral wat van het leven te maken, maar niet hoe. Te reflecteren over de positie van de mens, maar niet welke positie dat moet zijn.

Die oproep bevat echter een blinde vlek. Verval komt over als een monolithisch geheel. Het grote verhaal over energie wekt de suggestie dat dit proces gelijkmatig verloopt in de wereld. De film benoemt weliswaar de grotere problematiek voor armere landen, maar vergeet te concluderen dat verschillende gebieden op verschillende wijzen verval meemaken. Bridges’ aansporingen werken voor een westers publiek, maar bijvoorbeeld stammen in de Amazone moeten al leven met de consequenties van verval.

Living in the Future’s Past

Implicaties
Living in the Future’s Past brandt zich niet aan de gewaagdere implicaties van zijn verhaal. Dat de Neolithische Revolutie resulteerde in een ecologisch Ponzi-schema zit tussen de regels door. Een scepsis over vooruitgangsdenken, zoals filosoof John Zerzans kritiek op de symbolisering van beschaving of de technologiekritiek van Ted Kaczynski, blijft eveneens onbesproken. In dat soort gedachtegoed zitten juist de complexe vraagstukken, zoals de onmogelijkheid van een terugkeer naar jagen-verzamelen of de door de film benoemde paradox dat men deel uitmaakt van een destructief systeem dat moet plaatsmaken voor iets anders.

Een prozaïsche lofzang op de liefde concludeert de film. Daarmee vormt het qua optimisme en helderheid een perfecte double bill over verval met Jean-Luc Godards enigmatisch apocalyptische essayfilm Le livre d’image (2018) – verval roept immers verschillende emoties op. Waar Godard echter blijft graven, beperkt Living in the Future’s Past zich tot een individualistische kijk op verval.

De focus op liefde geeft geen plaats aan andere emoties die gepaard gaan met denken over verval zoals woede evenals reflecties op gemeenschappelijke ondernemingen. Hoe sympathiek Bridges à la The Dude ook in de camera blikt en de aftiteling vol Instagram waardige natuurshots ook zindert, Living in the Future’s Past lijkt zo te zijn vergeten dat Jezus Christus weliswaar naastenliefde predikte maar ook ferme politieke actie ondernam toen hij met harde hand de geldwisselaars uit de tempel verdreef.

25 augustus 2020

 

ALLE RECENSIES