IDFA 2020 – Deel 6: Power to the People en The Backstage of Politics (3)

IDFA 2020 – Deel 6:
Power to the People en The Backstage of Politics (3)

door Jochum de Graaf

Het is natuurlijk maar relatief of je een film politiek of geëngageerd kunt noemen. Pakweg de helft van de IDFA-films kun je met gemak onder het thema ‘politiek’, ‘maatschappelijk’, ‘sociaal bewogen’ scharen. Voor de wegwijzers Power to the People en The Backstage of Politics zijn een stuk of twintig films geselecteerd.

Opmerkelijk dan toch dat in het juryrapport van Best Feature Length-winnaar Radiography of a Family (niet in deze selectie opgenomen), regisseur Firouzeh Khosrovani geroemd wordt omdat ze ‘zo subtiel en poëtisch laat zien hoe politiek een gezin voor altijd kan veranderen’. En het toeval wil dat in deze laatste aflevering van Power to the People en The Backstage of Politics toevallig ook twee andere award-winnaars zijn opgenomen. Gorbachev. Heaven won de prijs voor Beste Regie en Inside the Red Brick Wall de prijs voor de Beste Montage.

 

Gorbachev. Heaven

Gorbachev. Heaven
Daar zit hij dan, als enige, aan een lange tafel, moeizaam aan komen strompelen met looprek. De tafel is goed Russisch gedekt, kenmerkend met flesjes sap, schaaltjes vleeswaren, een kokkin brengt hapjes en wodka. Vooral zijn hoofd is dikker geworden, met die kenmerkende bloeduitstorting, een broze man. Dit is de man die het leven van miljoenen mensen ingrijpend veranderd heeft.

Michael Gorbatsjov (89), de laatste secretaris-generaal van de CPSU (Communistische Partij van de Sovjet-Unie), de man die met zijn politiek van perestrojka en glasnost het einde van de Koude Oorlog en daarmee ook van de Sovjet-Unie in gang zette.

Regisseur Vitaly Mansky – hij maakte op het vorige IDFA furore met Putin’s Witness – concentreert zich op zijn eigen beelden van Gorbatsjov, maakt geen gebruik van archiefmateriaal, slechts af en toe een foto met korte tekst over wie Breznjev en Andropov ook al weer waren. Zo krijg je een levendig gevoel hoe Gorbatsjov zijn eigen leven ziet. Er ontstaat een boeiend, ietwat verleidelijk beeld van zijn karakter, teder en humoristisch, maar soms een hint naar zijn donkere kwaliteiten. Gorbatsjov citeert dichters Poesjkin en Yesenin, en zingt voluit Oekraïense volksliedjes.

Mansky hanteert een doortastende, vasthoudende interviewstijl, bepaalt Gorbatsjov telkens weer tot het onderwerp. Waarom vermijdt hij de ineenstorting van de Sovjet-Unie, waarom gaat hij niet in op de vraag of hij het Sovjetleger heeft bevolen het vuur te openen in de Baltische staten? Gorbatsjov zwijgt, krabt zich langdurig aan een huidwond op zijn arm.

Gorbatsjov doet een paar onthullende observaties. Ronald Reagan zag hij als ‘een echte dinosaurus’; hij is hoogst onaangenaam over zijn opvolger Boris Jeltsin. Op de vraag wie van de Sovjetleiders nog als socialist kan worden beschouwd, antwoordt hij schalks lachend: ‘ik natuurlijk’. Over Poetin is hij de ene keer diplomatiek en een andere keer nauw verholen scherp kritisch. Tijdens de Oudejaarsviering in de flat bij assistent Volodya en zijn vrouw Tanya is Poetin alom tegenwoordig op de tv-schermen. Het is vast toeval, maar wanneer Poetin zijn Nieuwjaarstoespraak uitspreekt, verliest Gorbatsjov zijn gehoorapparaat.

Het slot is weemoedig, melancholiek over zijn toewijding aan zijn vrouw Raisa, nu alweer twintig jaar geleden overleden. De vrouw die bekend stond als de eerste en enige first lady van de Sovjet-Unie. We zien een prachtige scène met Gorbatsjov als een klein figuurtje in de deuropening van zijn kantoor naast een enorme foto van een glimlachende Raisa. Gorbatsjov brengt een bezoek aan haar graf op de schitterende begraafplaats Novodjevitsje. Hij zegt dat hij al geboekt heeft voor een eigen plaats.

Gorbachev.Heaven is een meeslepende terugkijk op een leven dat de wereld veranderd heeft.

 

Inside the Red Brick Wall

Inside the Red Brick Wall
PolyU, de polytechnische universiteit van Hongkong, ingeklemd tussen wolkenkrabbers en een wirwar van snelwegen, werd tijdens de grote demonstraties zomer 2019 in Hongkong tegen de gewraakte uitleveringswet van de Volksrepubliek China twee weken lang belegerd door de politie. Studenten hebben zich in de steeds grimmig wordende strijd verschanst in het rood bakstenen gebouw en komen meer en meer als ratten in de val te zitten.

Inside the Red Brick Wall (de titel slaat zowel op de kleur van het gebouw als op de straatstenen die de studenten naar de politie gooien) is een onverhuld verslag van de schermutselingen tussen studenten en politie. Het begin is nog energiek en moedige studenten weten soms inventief een gat in de belegering te vinden, gaandeweg wordt het een kat-en-muispelletje en je weet de afloop van de ongelijke strijd. Behalve met stokken, stenen, slagwapens, traangas, waterkanonnen, helmen, bivakmutsen, wordt de strijd in dit digitale tijdperk ook met iPhones, grote screens met eigen tv-kanalen gevoerd.

Daarbij is het ook een propagandaoorlog. De strijdende partijen bestoken elkaar aan de frontlinie met luide leuzen en keiharde muziek: de demonstranten spelen keihard ‘Fuck the Popo’, de politie tracht de moraal te ondermijnen met ‘Surrounded’ en ‘Ambush from Ten Sides’.

Moeten de demonstranten de strijd opgeven, zich naar buiten vechten, toch nog volhouden? Gaandeweg slaan de angst en vertwijfeling toe. Buiten de Red Brick Wall is het zeker dat ze hardhandig opgepakt worden en lange gevangenisstraffen tegemoet kunnen zien. Maar het bijzondere aan de film is dat je er als het ware helemaal in wordt gezogen door de vrijwel zonder uitzoomen vanaf ooghoogte gefilmde scènes vanuit verschillende perspectieven. Een briljante montage van de HK Documentary Filmmakers, terecht beloond met de Best Editing Award.

 

Final Account

Final Account
‘Monsters, schreef Primo Levi ooit, ‘zijn altijd aberraties. Maar de kleine lieden die vanaf de zijlijn toekijken en af en toe voorover leunen om een handje te helpen: die zijn het echte gevaar. Die zijn veel erger dan de monsters.’

De Britse documentairemaker Luke Holland, die kort na het voltooien van zijn magnum opus overleed, verzamelde in ruim tien jaar getuigenissen van Duitsers en Oostenrijkers die in de Tweede Wereldoorlog aan de kant van de nazi’s stonden. Kleine krabbelaars die in het Duitsland en Oostenrijk van de jaren dertig en veertig van de vorige eeuw een ‘normaal’ leven leidden als frontsoldaat, als eenvoudige accountants of opgroeiden in de Hitlerjugend.

Mensen als Margarette Schwarz, die zich herinnert dat haar tanden gevuld en rechtgetrokken werden door gevangenen van Dachau. ‘Het waren hele aardige gevangenen’, zegt ze. Een man als Herman Knoth, die uitlegt dat de Waffen-SS in hoog aanzien stond als de elite van de natie, ‘niet alleen fysiek, ook geestelijk’. En iemand als Karl Hollander, die half doof en blind aan het eind van zijn leven benadrukt dat hij nog steeds grote bewondering voor Hitler heeft en die joden, ja dat was misschien erg, maar ze hadden veel eerder een eigen land moeten krijgen.

Ze voelden zich geborgen in de sportieve cultuur van de Hitlerjugend, loven de kameraadschap van de SS, en die kampen hadden toch ook betekenis voor de lokale economie: de bakkers, slagers, kruideniers, iedereen profiteerde ervan, alleen de mensen die opgesloten zaten niet. Na zoveel jaar ontkennen ze dat ze wisten wat er aan de hand was – ‘wir haben es nicht gewusst’ – of wanneer ze er wel iets van hadden geweten, droegen ze geen verantwoordelijkheid, waren slechts een klein radertje in het geheel, ‘we konden niet anders’. Slechts een enkeling bekent dat toch menigeen geweten moet hebben wat er aan de hand was, op twee kilometer van de kampen kon je de verbrande lijken nog ruiken.

Onthutsend die slotscène in Wannsee, de ‘schuldige’ locatie waar de Endlosung werd uitgedacht en waar de bejaarde Hans Wierk, gewezen frontsoldaat, zijn schaamte uitspreekt voor de Duitse geschiedenis. Tegenover hem een niet nader aangeduide, lompige kale student die hem daarvoor hekelt: de oude man zou zich veel meer zorgen moet maken over Albanese immigranten die rovend rondtrekken. Met zijn hoofd in de handen, luisterend naar deze tirade, roept Wierk radeloos en bijna in tranen: ‘ik vraag alleen dit van jou, laat je niet verblinden’.

Final Account is een eenvoudige, onopgesmukte studie van het alledaagse kwaad, een die de ooggetuigenverslagen in balans brengt met archiefbeelden, geprojecteerd op muren van gebouwen en huizen waar het zich allemaal afspeelde. Melancholieke beelden van bergen, bossen en door bladeren overwoekerde spoorlijnen in winterkleuren.

De film laat expliciet zien hoe honderd grijstinten samen een duisternis kunnen vormen. En impliciet waarschuwend dat het nog een keer zou kunnen gebeuren.

 

3 december 2020

 

IDFA 2020 – Deel 1: Vergane glorie en persoonlijke geschiedenissen
IDFA 2020 – Deel 2: Power to the People en The Backstage of Politics (1)
IDFA 2020 – Deel 3: Mensen met hun passies en zwakheden
IDFA 2020 – Deel 4: Rusland documentaireland
IDFA 2020 – Deel 5: Power to the People en The Backstage of Politics (2)
IDFA 2020 – Deel 7: Grenzen Verleggen

 

MEER FILMFESTIVAL

IDFA 2020 – Deel 5: Power to the People en The Backstage of Politics (2)

IDFA 2020 – Deel 5:
Power to the People en The Backstage of Politics (2)

door Jochum de Graaf

Als het om de achterkant van de politiek en over de macht aan het volk gaat, zijn de Verenigde Staten op dit moment wel het meest interessante land om de ontwikkelingen te volgen. In aflevering 2 van de politieke wegwijzers van IDFA drie urgente films.

 

City Hall

City Hall
Het is misschien niet zijn absolute magnum opus, daarvoor heeft de 90-jarige Frederick Wiseman sinds 1963 te veel documentaire meesterwerken gemaakt, maar zonder twijfel is City Hall opnieuw een indrukwekkende aflevering uit zijn lange carrière sinds 1963.

In de herfst van 2018 en de winter van 2019 volgde Wiseman het stadsbestuur van Boston en in City Hall worden we ruim vier en een half uur ondergedompeld in het openbare leven van Amerika’s meest Europese stad. 272 Minuten waarin we burgemeester Marty Walsh, Democraat van Ierse komaf, volgen bij zijn werkbezoeken in de wijken, zijn ontmoetingen met zakenlieden in de haven die hij toespreekt over de impact van klimaatverandering, met veteranen die in Faneuil Hall hun verhalen vertellen op 11 november Veterans Day, met de vrijwilligers van Goodwill Industries bij de viering van Thanksgiving Day, met de organisatoren van de Boston Red Sox Parade ter viering van het kampioenschap.

Telkens maakt hij het persoonlijk: met de veteranen deelt hij zijn strijd tegen alcoholisme, met een groep protesterende verpleegsters het verhaal van kanker in zijn kinderjaren, met een groep latino’s die opkomen voor een betere scholing en opleiding refereert hij aan de emancipatiestrijd van de Ieren, de bevolkingsgroep waar hij zelf uit voortkomt.

Maar City Hall is niet alleen een studie van de burgemeester maar vooral ook hoe een stadsbestuur, met al zijn afdelingen en diensten, met politie en brandweer, met burgerzaken, diversiteitsraden, vuilnisophaal, armoedebestrijding, veteranenzaken, huisvesting en ongediertebestrijding functioneert. En ook hoe die alledaagse gang van zaken daar bovenuit stijgt en de grote vraagstukken van het leven aanraakt.

Illustratief is de scène waarin een blanke veteraan met een arbeidersachtergrond bezoek krijgt van de ongediertebestrijding, het gaat na verloop van tijd niet zozeer om de last van de muizenplaag die hij heeft maar om zijn schaamte voor de omstandigheden waarin hij leeft.

Vooral in het begin mis je de context van de film; waar zijn we en wie is er nu eigenlijk aan het woord. Maar dat is nu het eigene, fascinerende van Wisemans aanpak, in plaats van talking heads met tijd en plaats op te voeren maakt hij documentaires waarin de actie de informatie is.

In plaats van een dramatische verhaallijn van personages biedt Wiseman een uitgekiende spanningsboog van ideeën. De film begint met een overzicht hoe de ruim 300 telefonisten binnenkomende telefoontjes afhandelen en eindigt met een indrukwekkende ‘State of the city’-toespraak van Marty Walsh in Symphony Hall.

Natuurlijk, vier en een half uur is een forse zit en tussen de scènes kun je je rustig even een hapje eten en drinken, een sanitaire stop maken, of met je huisgenoten de crisis bij Forum voor Democratie doornemen, maar bij iedere volgende scène haak je toch weer aan bij het fascinerende beeld hoe een fatsoenlijke overheid en daarmee onze democratie werkt.

City Hall gaat de tegenstellingen in de stad tussen verschillende bevolkingsgroepen niet uit de weg, maar laat vooral ook zien hoe de ambtenaren en politici in Boston telkens stuiten op het beleid van de regering Trump. Wiseman in een interview bij het Toronto Film Festival: ‘City Hall is een anti-Trumpfilm omdat de burgemeester en de mensen die voor hem werken geloven in democratische normen. Ze vertegenwoordigen alles waar Donald Trump niet voor staat.’

 

White Noise

White Noise
Van een geheel ander kaliber is White Noise, Daniel Lombroso’s intrigerende inkijk in de wereld van alt-right (alternatief rechts) in de VS. ‘Heil Trump’ roept bedenker van de term Richard Spencer, al drie dagen dronken na diens verkiezingsoverwinning in 2016 en in het publiek wordt fors de rechterarm in de lucht gestrekt. Verderop in de film komt Spencer in moeilijkheden als organisator van de demonstraties in Charlotsville waar een demonstrant door een auto wordt overreden en waar Trump uitroept dat er schuldigen zijn ‘on many sides’.

‘Fuck Islam’ schildert influencer Laura Southern met lippenstift op haar wang en we volgen haar op bezoek bij geestverwanten in Frankrijk en in Rusland waar ze tamelijk naïef de inmenging van Poetin in de Amerikaanse presidentsverkiezingen zegt te onderzoeken.

Mike Cernovich, de derde alt-righter die we volgen, is een straffe anti-feminist die zich ontwikkelt tot complotdenker, nationalist en Trump-propagandist.

Al krijgen we soms een glimp van twijfel en frustraties van de drie protagonisten te zien, White Noise schetst toch vooral een genadeloos beeld van de deerniswekkende narcisten en aandachtstrekkers die extreemrechts bevolken.

 

MLK/FBI

MLK/FBI
Martin Luther King groeide na zijn gewelddadige dood in 1968 tot een held van bijna mythische proporties. In MLK/FBI, Sam Pollards docu over de jacht op King door de FBI, wordt hij teruggebracht tot redelijker proporties. Hij had weliswaar enorme gaven, organisatietalent en die weergaloze retoriek, maar het was ook een man met een aantal karakterzwakheden.

Van de FBI daarentegen en zijn grote voorman J. Edgar Hoover, in de jaren ‘50 en ‘60 met een zorgvuldig opgepoetst onkreukbaar imago, krijgen we te zien hoe ze in werkelijkheid in die jaren uitgroeiden tot een daadwerkelijke deep state, een in het duister opererende schaduwoverheid. In de jacht op King werd geen middel geschuwd om bewijsmateriaal tegen hem te verzamelen: over zijn vermeende anti-Amerikaanse sympathieën, over het privéleven van zijn belangrijkste assistent die er communistische sympathieën op na zouden houden en vooral ook over zijn buitenechtelijke escapades.

Al dat bewijsmateriaal wordt op volstrekt illegale wijze verkregen, met het onder druk zetten van naasten van King, met het afluisteren van zijn telefoongesprekken, met geheime opnamen van zijn vele ontmoetingen met allerlei prominenten als president Johnson. Het gaat zover dat de FBI een brief met uitgebreide details over zijn seksuele escapades dreigt te openbaren, in een poging hem tot zelfmoord aan te zetten.

Met een goed gemonteerde combinatie van reportages, interviews, slim gekozen fragmenten uit speelfilms, van commentaar voorzien door personen als FBI-directeur James Comey en burgerrechtenactivist Andrew Young wordt de jarenlange heksenjacht in beeld gebracht. Het is de tijd waar nog onbekommerd het N-woord wordt gebruikt, Martin Luther King is ‘the most dangerous negroe in America’.

Onthutsend is het speelfilmfragment waarin een zwarte jongen gelyncht wordt nadat hij zich aan een blank meisje zou hebben vergrepen. Maar het is anderzijds ook de tijd van optimisme en hoop, de sixties en de opkomst van de burgerrechtenbeweging, die met de moord op Martin Luther King even de kop in werd gedrukt, maar achteraf toch doorzette.

MLK/FBI is een zeer belangwekkende historische reconstructie van een scharnierpunt in de geschiedenis van de Verenigde Staten.

 

30 november 2020

 

IDFA 2020 – Deel 1: Vergane glorie en persoonlijke geschiedenissen
IDFA 2020 – Deel 2: Power to the People en The Backstage of Politics (1)
IDFA 2020 – Deel 3: Mensen met hun passies en zwakheden
IDFA 2020 Deel 4: Rusland documentaireland
IDFA 2020 – Deel 6: Power to the People en The Backstage of Politics (3)
IDFA 2020 – Deel 7: Grenzen Verleggen

 

 

MEER FILMFESTIVAL

Farewell Paradise

****
recensie Farewell Paradise

Keihard eerlijk

door Sjoerd van Wijk

Met keiharde eerlijkheid toont Farewell Paradise een enerverend portret van een gebroken familie. Niemand lijkt een blad voor de mond te nemen, maar toch blijven er vragen hangen. Het gesprek zal nooit af zijn.

Regisseuse Sonja Wyss interviewt in deze documentaire haar vader, moeder en oudere zussen een op een over hun veelbewogen familiegeschiedenis. Moeder vluchtte op een dag weg uit de Bahama’s na de zoveelste affaire van vader en het gezin brak uiteen. Een deel bleef achter in de Verenigde Staten, terwijl de jongere zusters om vage redenen verder reisden naar land van herkomst Zwitserland. In de interviews passeren vele verhuizingen, een halfslachtige tweede poging van de ouders om bij elkaar te blijven en diverse nalatigheden van de verschillende familieleden de revue. Wyss lijkt daar als jongste kind het meest onder te hebben geleden. Zo blijkt maar weer dat de structuur van het kerngezin niet altijd een hoeksteen in de samenleving is.

Farewell Paradise

Pratende hoofden
Deze verhandeling van een mislukt huisje-boompje-beestje fantasie is ogenschijnlijk een verzameling pratende hoofden die vertellen over wat er is gebeurd, waar maar sporadisch beeldmateriaal uit het familiearchief ter ondersteuning bijkomt. Pratende hoofden zijn vaak een cliché in documentaires, maar Wyss weet dit op zijn kop te zetten met een enerverende film.

Op zwartgrijze achtergrond steken de familieleden fel af tijdens het vragenvuur van de jongste, die bijzonder kritisch durft te zijn. Geen opsmuk, de camera staat op gepaste afstand om elke gelaatstrekking secuur vast te leggen voor het nageslacht. Wyss neemt de tijd om reacties op een confronterende vraag, of gewoon mijmeren hoe het ook alweer zat, af te laten spelen tot de volgende revelatie van de bizarre verhoudingen.

Wederhoor geen kruisverhoor
Die nadruk op de scherp opgenomen aan hun stoel gekluisterde ondervraagden maakt Farewell Paradise tot een enerverend onderzoek van een gebroken familie. De lukrake intermezzo’s van landschappen steken er enigszins potsierlijk bij af, een misplaatste stilte voor een woordenstorm. Het is echter niet louter een kruisverhoor, want er is ook wederhoor. Wyss is niet uit op bloed noch wraak, maar begrip.

Doordat het geen moddergooien is, schetst zich langzaam maar zeker een beeld van ieders aandeel in de familiegeschiedenis. Zelfs in heftiger momenten blijft de kalmte overeind, als bijvoorbeeld de vader zonder blikken of blozen de verantwoordelijkheid voor het ontfermen over zijn van moeder weggelopen dochter bij zijn nieuwe vrouw legt in plaats van zichzelf.

Farewell Paradise

Ontwapenend openhartig
Zoals het een gecompliceerde familieverhouding betaamt, heeft uiteindelijk niemand echt schuld aan alle gebeurtenissen. In alle heftige gesprekken spreekt iedereen elkaar tegen, want iedereen beleefde elk moment vanuit een ander perspectief. Het werkelijke verhaal speelt zich niet af in een zelden tot niet getoond verleden, maar op de gezichten wanneer alle kaarten open op tafel komen.

Dankzij de strakke hand van Wyss resoneren de dialogen, die de spanning opdrijven. Momenten van hardvochtigheid, verteld met een onschuldige glimlach, hakken er zo in. De openhartigheid is ontwapenend en leidt als vanzelf tot nieuwe mysteries dankzij de tegenspraak. Daarbij stoort het wel dat de openingsfoto, die bij de moeder inslaat als een bom, weinig verdere context krijgt. Maar misschien is dat maar beter zo, want dit soort gesprekken zullen nooit een einde krijgen.

 

26 oktober 2020

 

ALLE RECENSIES

Phil Lynott: Songs for while I’m away

**
recensie Phil Lynott: Songs for while I’m away

Half boef, half dromer

door Alfred Bos

Documentaire die het tragisch geëindigde leven van Thin Lizzy-voorman Phil Lynott retoucheert tot portret van een romantische rockheld. Collega-muzikanten en familieleden nemen het H-woord niet in de mond.

Thin Lizzy is de beste rockgroep die het nooit heeft kunnen maken in Amerika, het beloofde land voor iedere muzikant van een zekere generatie. Tijdens hun hoogtepunt, midden jaren zeventig, was het kwartet – een blanke Ier, een zwarte Ier, een Schot en een Amerikaan – de definitie van rock. Niet hardrock, niet heavy metal en zeker niet metal. Maar rock, onverdund en zonder toevoegingen. Gitaren, branie en outsiderromantiek. Met een herkenbaar eigen geluid, de dubbele, harmoniërende gitaarlijnen.

Phil Lynott: Songs for while I’m away

Phil Lynott (1949-1986), de boomlange bassist van Iers-Nigeriaanse afkomst, was het middelpunt van de band, de leider. Hij trok de aandacht, op het podium als zanger en daarbuiten als rockgod. Hij schreef de teksten, was als co-componist betrokken bij alle liedjes, bepaalde de muzikale koers en domineerde het groepsimago. Een natuurtalent met het charisma van een gulhartige piraat. Half boef, half dromer. Of de boef uiteindelijk de dromer de das om deed, of de dromer de boef, is een vraag die de documentaire Phil Lynott: Songs for while I’m away onbeantwoord laat.

Vrijbuiters en vagebonden
De wereld maakte kennis met Thin Lizzy – vernoemd naar een strip over een vrouwelijke robot, Tin Lizzy – in het vroege voorjaar van 1973 en de hit Whiskey In The Jar. Het Ierse volksliedje werd opgenomen als grap, maar bevat met de wijsheid van achteraf meerdere elementen die de groep en haar loopbaan typeren. Het gaat over een struikrover die wordt verraden door de liefde. De folktraditional is Iers tot in het merg. En de whiskey zou in het geval van Lynott en Thin Lizzy heroïne blijken. Maar ‘there’s smack in the needle’ bekt niet zo lekker.

Lynott, zoon van een Ierse moeder en een Nigeriaanse vader, werd geboren in Londen, maar groeide op bij zijn grootouders in Dublin. Hij voelde zich Iers, identificeerde zich met de Keltische cultuur – en cowboys – was trots op zijn Ierse bloed. Een zwarte Ier was in het Dublin van de jaren vijftig en zestig een exotisch unicum.

Die rol van outsider voedde Lynotts romantische inborst. In de liedjes van Thin Lizzy wemelt het van de vrijbuiters en vagebonden, macho’s buiten de maatschappelijke orde, gebonden aan god noch gebod, gemankeerd door hun ontembare natuur of het drijfzand van de liefde. De boef was de buitenkant van Lynott, achter die façade school een verlegen dromer. De twee kwamen samen in zijn songteksten, die meer persoonlijk getint waren dan het publiek destijds kon vermoeden.

Phil Lynott: Songs for while I’m away

Geretoucheerd portret
Romantiek en roem kunnen een fatale cocktail zijn, zeker wanneer ze samenkomen in een heroïnespuit. Got To Give It Up stelde Lynott in het gelijknamige nummer van het album Black Rose uit 1979. Op die plaat bezingt hij ook Sara, de eerste dochter uit de relatie met zijn latere echtgenote Caroline Crowther (Cathleen, zijn tweede dochter, kreeg haar nummer op zijn tweede soloplaat). Zijn stem werd minder; op het laatste Thin Lizzy-album, Thunder And Lightning uit 1983, met onder andere Cold Sweat, klinkt hij schor en verstopt.

De Amerikaanse doorbraak is er nooit gekomen en niet alleen door botte pech. De eerste tournee door de States werd voortijdig afgebroken omdat Lynott hepatitis had opgelopen (vervuilde naald). De tweede moest worden uitgesteld omdat gitarist Brian Robertson zijn hand had verwond in een ontaarde ruzie. Halverwege de derde Amerikaanse tournee vertrok gitarist Gary Moore (hij was het heroïnegebruik van Lynott en gitarist Scott Gorham beu) en trok de Amerikaanse platenmaatschappij zijn handen van de groep.

Het woord heroïne valt niet in Phil Lynott: Songs for while I’m away. Het is een geretoucheerd portret van een complex talent, met bijdragen van oud-collega’s (eerste Lizzy-gitarist Eric Bell, Scott Gorham, maar geen Brian Robertson), muzikanten (U2-bassist Adam Clayton, Midge Ure, Metallica’s James Hetfield, Suzy Quatro) en familie (zijn vrouw en dochters, moeder Philomena ontbreekt). Dat hij ten onder ging aan zijn imago is een romantisch cliché en een uitgekauwde smoes die de mythe rond Lynotts persoon – en persona – in stand houdt. Deze ‘definitieve’ docu is gelikt, ook qua presentatie. Op YouTube zijn oudere en betere documentaires te vinden.

Phil Lynott: Songs for while I’m away is op 27 oktober in deze bioscopen te zien. Op 23 oktober is de 6CD+DVD Rock Legends verschenen, met demo’s, liveopnames, radiosessies, single edits en de BBC-documentaire Bad Reputation uit 2015.

 

23 oktober 2020

 

ALLE RECENSIES

Stevie Nicks’ 24 Karat Gold: The Concert

***
recensie Stevie Nicks’ 24 Karat Gold: The Concert

Weesliederen uit de gotische koffer

door Alfred Bos

Stevie Nicks introduceert haar nieuwe livealbum met een concertfilm die wereldwijd op twee avonden in geselecteerde zalen is te zien. Er is niet alleen muziek, maar ook een zangeres op haar praatstoel.

In 1981 zei Stevie Nicks tegen haar collega’s van Fleetwood Mac: ‘Ik zal de groep altijd trouw blijven en ik ga een soloplaat maken.’ Dat album, Bella Donna, was in Amerika goed voor drie hits. Opvolger The Wild Heart leverde eveneens drie (Amerikaanse) hits op en zo werd Stevie Nicks de eerste vrouw die tweemaal zou worden opgenomen in de Rock and Roll Hall of Fame: met Fleetwood Mac én op eigen kracht, als soloartiest.

Stevie Nicks’ 24 Karat Gold: The Concert

Er zijn weinig muzikanten in geslaagd om buiten een succesvolle groep om gelijktijdig een eigen pad naar bijval en roem te navigeren. Dat zegt iets over Nicks’ talent en, vooral, over haar karakter. Sterke vrouw, onafhankelijk en eigenzinnig, vlinderend door de ijlste regionen van het popbedrijf. Romantisch gelieerd aan meerdere muzikanten van de grootste Amerikaanse bands van de jaren zeventig, Fleetwood Mac en The Eagles, maar slechts éénmaal – en dan voor slechts drie maanden – getrouwd en bewust kinderloos gebleven. Gewone stervelingen schenken de wereld kroost, Stevie Nicks geeft de wereld muziek.

Praatgraag
Stevie Nicks’ 24 Karat Gold: The Concert documenteert de tournee van 2017 die in het teken stond van het 24 Karat Gold album uit 2014, een verzameling nummers afkomstig uit (in Nicks’ woorden) ‘the gothic trunk of lost songs’, liedjes over relaties die om uiteenlopende redenen nooit eerder waren uitgebracht. Niet op de langspelers van Fleetwood Mac, omdat de groep met drie componisten materiaal genoeg had. Niet op Nicks’ soloplaten, omdat ze de tijd niet rijp achtte.

De concertfilm is opgenomen in Indianapolis en Pittsburgh, in zalen met de intimiteit van een sporthal. Begeleid door haar vaste band sinds de jaren tachtig, onder muzikale leiding van gitarist Waddy Wachtel, staat Nicks dik twee uur op het toneel voor een selectie bekende nummers uit de vroege jaren tachtig (Bella Donna, Stop Draggin’My Heart Around, Edge of Seventeen, Stand Back) en weesliederen uit de gotische koffer (Starlight, Belle Fleur, I Don’t Care).

Tussendoor vertelt Nicks ontspannen en niet gehinderd door gêne over de achtergrond van een aantal liedjes. Een enkele maal is dat onbedoeld hilarisch, zoals het verhaal over de plaatopnamen van Fleetwood Mac in een Frans kasteel ‘zonder airco en ijsblokjes’. Nicks is in haar woorden ‘a reporter, I chronicle things, I archive things’. Ze is ook brutaal genoeg, zo blijkt, om Prince te bellen en hem te vertellen dat ze een van diens composities heeft herschreven met een eigen tekst en nieuwe muzikale draai: Little Red Corvette werd Stand Back.

Stevie Nicks’ 24 Karat Gold: The Concert

Soundstage Sessions
In visueel opzicht is de concertfilm vergelijkbaar met de tv-registraties van Soundstage, de concertreeks van de Amerikaanse publieke omroep waarvan een aantal op dvd zijn uitgebracht (in 2009 de aflevering met Stevie Nicks) . Belichting en montage zijn conventioneel, ondergeschikt aan de performance. De enige concessie aan theatrale presentatie is het – voor stadionconcerten bijna verplichte – levensgrote beeldscherm als achterwand.

De zangeres laat haar publiek na twee uur en twintig minuten niet naar huis gaan zonder haar bekendste en meest gewaardeerde bijdragen aan Fleetwood Mac te hebben gezongen: Gold Dust Woman (wellicht haar signature song), Rhiannon en het gelauwerde Landslide. Het geeft haar ook de kans om haar elfje-op-acid derwisjdans te etaleren. Ondanks haar status heeft Stevie Nicks op haar achtenzestigste nog steeds iets te bewijzen. Daar zal geen fan om rouwen.

Stevie Nicks’ 24 Karat Gold: The Concert is op 21 en 25 oktober in deze bioscopen te zien. Het gelijknamige album verschijnt op 30 oktober.

 

18 oktober 2020

 

ALLE RECENSIES

I Am Greta

*
recensie I Am Greta

Gewichtige nepperij

door Sjoerd van Wijk

I Am Greta voelt als een rekruteringsfilmpje waarbij de vraag wie daarvan profiteert speelt. Het portret van klimaatactiviste Greta Thunberg veinst authenticiteit en gebruikt deze voor gewichtige nepperij.

Terwijl dit jaar de omvang van ijskappen op de Noordpool bijna het dieptepunt uit 2012 evenaarde, realiseren steeds meer kinderen zich dat hen een precaire toekomst wacht. Zo ook de Zweedse Greta Thunberg (frappant genoeg familie van Svante Arrhenius die het broeikaseffect theoretiseerde). Als vijftienjarige domineerde ze een tijd lang de media met haar viraal gaande schoolstaking om aandacht te vragen voor de klimaatcatastrofe. Of zij net als Severn Cullis-Suzuki de vergetelheid ingaat of een blijvende stem in de klimaatbeweging blijft, moet nog blijken, maar I Am Greta komt uit aan het einde van haar sabbatical besteed aan voltijds activisme. Documentairemaker Nathan Grossman volgt haar vanaf het prille begin in Stockholm tot de massale scholierprotesten in Brussel en haar bezoek aan de internationale klimaattoppen.

I Am Greta

Real Deal
Op losse wijze hangt de camera rond achter de schermen als Thunberg ronddanst met zichtbaar plezier of helemáál geen zin heeft iets te eten ondanks het aandringen van vader Svante. Ook haar frustraties over de almaar niet luisterende politici komen voorbij, iets wat ze met overgave in haar dikwijls louterende speeches verwerkt. Daar kan vader Svante niets aan veranderen.

Grossman besteedt ook aandacht aan haar thuishaven, waar tijdens huiselijke taferelen op openhartige wijze haar heftige jeugd met eco-depressie en moeizaam opgebouwde sociale vaardigheden door het syndroom van Asperger ter sprake komt. De vlammende voordrachten suggereren in tandem met de intiemere momenten een authenticiteit, dat Thunberg de ‘real deal’ is wat betreft het actievoeren.

Marketingmachine
Als mediafenomeen ligt dat anders. Iedereen plakt zijn eigen etiket op Thunberg of gebruikt opportunistisch haar persona. De een droomt van een Jeanne d’Arc voor de klimaatbeweging, de ander hoopt op een mooie foto uit pr-overwegingen, wat Thunberg zelf ook doorheeft. Dan zijn er nog de vele sneren, die Grossman door de documentaire snijdt, inclusief haar laconieke reacties. Klimaatscepsis of smerige persoonlijke aanvallen, veelal geuit door verongelijkte babyboomers, de generatiekloof impliciet in het klimaat spijbelen getrouw.

I Am Greta

I Am Greta plakt echter zelf ook een etiket op Thunberg, waarmee de authenticiteit verdwijnt. Zo insinueert de film dat zij een grassrootsbeweging startte, terwijl Grossman al vanaf haar start toevallig daar rondloopt. Niet vermeld wordt onder andere de vroege social mediasteun van de NGO We Don’t Have Time (van het type waarvoor Planet of the Humans waarschuwt), voor wie Thunberg een tijd jeugdadviseur was. Haar zeiltocht naar de Verenigde Staten onthaalt de film als een morele keuze om emissies uit te sparen. Dat het dan vreemd is als een deel van de crew van de professionele YouTube-zeiler daarvoor moet overvliegen, laat Grossman opvallend ongemoeid. Kortom, de marketingmachine achter Thunberg blijft frappant genoeg buiten beeld.

Hypocriet heldendom
Het gaat hier om een heldin die strijdt tegen de algehele apathie rondom de klimaatcatastrofe, zo blijkt uit de grandioze muzikale begeleiding en gewichtige speeches. In de climax van de film komen massa’s spijbelende schoolkinderen voorbij alsof het een revolutie betreft. Dat voelt een jaar na dato al aan als verleden tijd nu de media hun aandacht hebben verlegd en door het coronavirus het milieuactivisme op een laag pitje staat. Het getuigt van een potsierlijke eigendunk typerend voor bourgeois activisme: het verkopen van deugd signalerende demonstraties als succesvolle rebellie.

Thunberg staart over zee zittend in de boot, terwijl de golven over haar heen spatten. Door de onbesproken marketing en overschatting van het succes komt dat eerder ergerlijk over dan heroïsch. Schrijver Edward Abbey (Desert Solitaire) etaleert een meeslepender vorm van hypocriet heldendom. Diens overdreven machismo roept dankzij de onderliggende satire op krachtige wijze rebelse gevoelens op jegens de systemische oorzaken van de ecologische catastrofe waar Thunberg deze juist kanaliseert.

I Am Greta

Ingekapseld
De filosoof Herbert Marcuse beschreef hoe systeemkritiek ingekapseld raakt en zo haar angel verliest. Waarvoor peppen Thunbergs speeches eigenlijk op? De catharsis van Greta’s “How dare you?” komt op hetzelfde neer als Zach de la Rocha’s (Rage Against the Machine) “Fuck you, I won’t do what you tell me!” Een kanaliseren van terechte woede naar onschuldiger wateren. Sterker nog, door de roep voor Green New Deals zelfs schadelijk – actievoeren voor massale investeringen in zonne- en windenergie waarvan energiebedrijven de vruchten zullen plukken, maar de ecosystemen waar de mineralen en metalen zich bevinden niet.

De aan de schoolstakingen gerelateerde Sunrise-beweging werd “grassroots” gestart door het gecompromitteerde Sierra Club, gerund door een staf van meer dan vijftien personen. Zo lijken de spijbelende kinderen de inzet voor een campagne waarvan de motieven in het duister blijven. Op eenzelfde wijze voelt I Am Greta aan als het geniepig ronselen van zieltjes en is daarmee nep.

 

16 oktober 2020

 

ALLE RECENSIES

QT8: The First Eight

***
recensie QT8: The First Eight

Quentin Tarantino: stem van zijn generatie

door Cor Oliemeulen

Mag je wel lachen als een hippe gangster per ongeluk iemands hoofd aan gort schiet en je wordt bedolven onder een lading bloed en hersenen? Quentin Tarantino introduceerde begin jaren negentig met Reservoir Dogs en Pulp Fiction een nieuwe filmtaal vol krankzinnige gebeurtenissen en opmerkelijke dialogen en werd daarmee de stem van zijn generatie. In de documentaire QT8: The First Eight vertelt een aantal getrouwen over Tarantino’s bevlogenheid.

Geïnspireerd door oude cultfilms en tv-series creëerde de in 1963 in Knoxville, Tennessee geboren Tarantino een geheel eigen universum waarin cartoonesk geweld nooit ver weg is, met ruim baan voor wraakexercities, bijvoorbeeld in Inglourious Basterds (2009) en Django Unchained (2012), misschien wel zijn grootste succes. Huisacteurs als Samuel L. Jackson, Michael Madsen, Tim Roth, Christoph Waltz en Kurt Russell nemen de kijker middels anekdotes in vogelvlucht mee door de stormachtige carrière van het Amerikaanse filmgenie, die in de documentaire van Tara Wood wordt afgeschilderd als een perfectionist en wandelende filmencyclopedie, maar bovenal een prettig mens met een onmiskenbaar talent.

QT8: The First Eight

Anekdotes en fragmenten
Storyboards gebruikt Tarantino niet, elke scène zit in zijn hoofd en speelt hij desnoods zelf voor. Zijn scripts lezen als enerverende romans waarin je altijd zit te wachten totdat er weer iets heftigs gebeurt. Ondanks het veelvuldige geweld vindt menigeen hem een romanticus – met de nodige originele zwarte humor. Dat blijkt al in het door Tarantino geschreven misdaaddrama True Romance (1993) van Tony Scott waarin een geniale dialoog zit: het personage van Dennis Hopper, die weet dat zijn einde aanstaande is, legt het personage van Christopher Walken, een trotse Siciliaanse maffiabaas, fijntjes uit dat hij afstamt van ‘negers’.

Ook leuk zijn de anekdotes over Tarantino’s lowbudgetdebuut Reservoir Dogs (1992) waarin de overval op een juwelier hopeloos uit de hand loopt en uiteindelijk iedereen elkaar neerschiet. De onafhankelijke filmmaker verzocht de acteurs in een zwart pak op de set te verschijnen, maar sommigen hadden slechts een zwarte spijkerbroek (Steve Buscemi) of zwarte laarzen (Michael Madsen). Iedereen moest wennen aan Tarantino’s aanpak en keuzes. “Ik wilde best gedood worden door Harvey Keitel, maar zeker niet door Tim Roth”, blikt Madsen terug. “Bovendien moest ik van Tarantino dansen, iets wat ik helemaal niet kan.” Kijkend naar de bewuste scène maakt zijn personage desalniettemin coole moves op Stuck in the Middle with You van Stealers Wheel. Tarantino’s soundtracks spelen een essentiële, sfeerbepalende rol in zijn oeuvre.

QT8: The First Eight

Comebacks
Zoals gedateerde songs een nieuwe betekenis kregen en scènes een extra dimensie gaven, wist Tarantino ook acteurs en actrices aan de vergetelheid te onttrekken en naar een grandioze comeback op te stuwen, denk aan babyfluisteraar John Travolta als Vincent Vega in Pulp Fiction (1994) en voormalige Blaxploitation-actieheldin Pam Grier als ‘badass leading lady’ in Jackie Brown (1997). En nog slechts weinigen kenden Uma Thurman, die als Mia Wallace in Pulp Fiction op wonderbaarlijke wijze een heroïne-overdosis overleeft en onsterfelijk zou worden als wraakengel The Bride in Kill Bill (2003) door een gros tegenstanders met een zwaard een kopje kleiner te maken.

QT8: The First Eight is de eerste film over het fenomeen Quentin Tarantino, die zelf niet aan het woord komt. De documentaire biedt een leuke introductie voor filmliefhebbers die nog niet zo bekend zijn met diens oeuvre, terwijl de meeste anekdotes gesneden koek zijn voor de fans, maar ook zij kunnen zich natuurlijk laven aan een groot aantal memorabele scènes, tot en met zijn jongste films The Hateful Eight (2015) en Once Upon a Time in Hollywood (2019).

QT8: The First Eight

Smet op het succes
Hoe origineel en vernieuwend de filmmaker ook moge zijn, jammer genoeg rust er een smet op zijn blazoen: Harvey Weinstein. De machtige Hollywood-producer was voor Tarantino een vaderfiguur, die bijna al zijn films produceerde en distribueerde, en dus mede verantwoordelijk is voor Tarantino’s succes. Weinstein wordt op de valreep van QT8: The First Eight nog even afgeschilderd als een bullebak die velen angst en afschuw inboezemde. Veel actrices durfden geen melding van Weinsteins (seksuele) wangedrag te maken omdat ze bang waren nooit meer in een film te kunnen spelen.

Had Quentin Tarantino zich misschien teveel gefocust op zijn films? In een interview met The New York Times in oktober 2017 verklaarde Tarantino dat hij de geruchten destijds helaas niet serieus genoeg nam, zelfs niet nadat zijn voormalige vriendin, actrice Mira Sorvino, hem vertelde dat Weinstein onwelkome avances had gemaakt en niet met zijn handen van haar kon afblijven. “Ik wist wel van een paar gevallen”, aldus Tarantino. “Ik wou dat ik meer verantwoordelijkheid had genomen. Als ik had gedaan wat ik had moeten doen, had ik niet meer met hem moeten werken. Ik heb de incidenten gemarginaliseerd, maar alles wat ik nu zeg, klinkt als een zwak excuus.”

Gelukkig hebben we de films nog.

 

28 september 2020

 

ALLE RECENSIES

Allen Tegen Allen

****
recensie Allen Tegen Allen

Fascinatie voor fascisme

door Sjoerd van Wijk

Allen Tegen Allen geeft een intrigerende geschiedenisles over het Nederlandse fascisme van de vroeg twintigste eeuw. Het brengt een fascinatie over het ongrijpbare van de ideologie maar houdt daardoor de boot af voor een fundamentelere analyse.

Waar een klein land al niet groot in kan zijn. Deze documentaire doet een boekje open hoe fascisme in Nederland meer is dan de NSB en Anton Mussert, ook al neemt diens muur in Lunteren een prominente plaats in. De documentaire vertelt over de steeds wijdere vertakkingen die met elkaar in onmin leven. Van de prille ideologische invloed van professor Gerard Bolland tot de flamboyante artiest Erik Wichman die voor het Nederlands fascisme een vergelijkbare rol vervulde als Gabriele d’Annunzio voor het Italiaanse. De rode draad bestaat uit het zoeken naar die rode draad. Op essayistische wijze tracht regisseur Luuk Bouwman met een breed scala aan gasten te achterhalen wat het fascisme nu eigenlijk inhoudt. Die kwamen er overigens zelf ook niet uit op een internationaal congres in 1934. Allen Tegen Allen refereert daar niet zonder reden aan, want de definitie glipt steevast tussen de vingers.

Allen Tegen Allen

Nieuwsgierigheid
Als het decor voor menig geluidsfragment of voorgedragen citaat van sleutelfiguren als Anton Meijer en Jan Baars (die later in het verzet ging) ligt daar het vlakke Nederlandse grasland doorkruist door een rivier in mist gehuld. Het uitzicht op die nevelen à la Caspar David Friedrichs wandelaar hinten naar een Romantisch verlangen en daaruit voortkomende vervreemding. Fascisten kapitaliseren ook dikwijls op gevoelens van vervreemding zoals ook uitgesproken door een van de gasten.

Deze mystiek vol weemoed vat zowel een stuk fascistische psychologie als dat het prikkelt te ontdekken wat iemand beweegt zich tot die ideologie aangetrokken te voelen. Daardoor spreekt uit deze met drone geschoten vergezichten een soort morbide nieuwsgierigheid, die de gasten zelf ook allen etaleren.

Levende geschiedenis
Deze documentaire voelt niet puur over het fascisme door die onderhuidse fascinatie. Terug op aarde tonen fervente verzamelaars van fascistische parafernalia hun pronkstukken en vertellen daarbij in geuren en kleuren hoe het fascisme zich ontwikkelde in Nederland. Samen met diverse auteurs trekken zij een blik aan vaak in de Nederlandse geschiedenis onderbelichte informatie open.

Een nonchalante handcamera begeleidt de gasten op onbewaakte momenten als ze ritselen in paperassen op zoek naar dat ene ding zoals Musserts paspoort. De geschiedenis komt tot leven als heden en verleden door elkaar heen lopen, met oude videofragmenten van bijvoorbeeld oud-leden van het Zwart Front die het antisemitisme van die club op voorspelbare wijze ontkennen. De aantrekkingskracht van deze boeiende historie dwingt zo als vanzelf tot reflecteren.

Allen Tegen Allen

Om de hete brij heen
Het ongrijpbare blijft overeind, want de gasten spreken elkaar regelmatig tegen. De hamvraag wat fascisme is, blijft overeind wanneer de vele facetten de revue passeren, waarbij prijzenswaardig het heden buiten beschouwing blijft. Bouwman laat daarmee het verleden voor zichzelf spreken, wat de aantrekkingskracht van de geschiedenis sterk maakt. De psychologie neemt een belangrijke plaats in bij Bouwmans filmessay. Allen tegen allen past wat dat betreft in de canon voor wie de fascist wilt doorgronden, zoals bijvoorbeeld Visconti’s meeslepende The Damned of primaire bronnen als Ohm Krüger.

Dat ongrijpbare betekent wel dat de film snel om de hete brij heen draait. In plaats van een resolute analyse komen platitudes over populisme langs en krijgt Plato voor zijn kritiek op de democratie op zijn dak – terwijl deze getuige het electorale succes van vele fascisten wel een punt heeft. Diepere structurele pijnpunten waarom het fascisme de kop op kan steken, laat Allen Tegen Allen zo ongemoeid. Maar het spreekt voor de film dat deze de fascinatie voor fascisme deelt en zo uitnodigt zelf de geschiedenisles af te maken.

 

27 september 2020

 

ALLE RECENSIES

Chili

***
recensie Chili

Veertig breedtegraden in vijftig minuten

door Paul Rübsaam

De duizenden kilometer lange sliert land die Chili heet, vormt wat betreft landschap, flora en fauna een dwarsdoorsnede van het zuidelijk halfrond. Kun je dat laten zien in een natuurdocumentaire van slechts vijftig minuten?

Na een afwezigheid van twintig jaar keerde de natuurdocumentarist Christian Muñoz-Donoso terug naar Chili om de ontzagwekkende en veelzijdige natuur van zijn geboorteland te vereeuwigen. Chile: A Wild Jouney werd een serie in acht delen. Het laatste deel vat de serie samen en fungeert nu als bioscoopfilm met dezelfde naam.

Chili

Die vijftig minuten durende documentaire begint en eindigt in het nationaal park Torres del Paine in het zuidelijke Patagonië. Tussendoor krijgen we onder andere de vijfduizend kilometer noordelijker gelegen Atacama-woestijn te zien. Er worden reuzensprongen gemaakt, maar wel met de nodige primeurs.

Walvisdialect
In het naar het Paine-bergmassief met zijn imposante torenspitsachtige bergen genoemde Torres del Paine bevolken grote kuddes guanaco’s (lama-achtigen) de lager gelegen heuvels en prairies. Zij vormen het voedsel voor de poema’s, die evenals de guanaco’s door de jacht lange tijd met uitsterven bedreigd zijn geweest. In het warme licht van de late middagzon zien we een moederpoema stoeien met haar welpen en deze later ook zogen. Nooit eerder werd dit laatste in het wild gefilmd.

Westwaarts, in de richting van de Grote Oceaan, verandert het Patagonische landschap. Tal van eilanden flankeren de grillige kustlijn. Nabij het Chiloë-eiland is de voedselrijke zee het domein van een ander mythisch dier: de blauwe vinvis. De Chileense variant van dit grootste dier op Aarde vormt een ondersoort en beschikt over een eigen ‘dialect’. Voor het eerst kunnen we dit geluid, dat doet denken aan het gepuf van een stoomschip, horen.

Niet ver van de wateren waar het grootste zeezoogdier op Aarde huist, bevindt zich de verblijfplaats van het kleinste: de zuidelijke zeeotter. Met aanstekelijk hedonisme nuttigt dit dier ruggelings op het water dobberend de schaaldieren die hij uit de zee heeft opgedoken. Evenals andere dieren die leven in dit deel van de oceaan wordt de otter in zijn voortbestaan bedreigd door de winning van zeewier en de toenemende huizenbouw aan de Chileense kust.

Chili

Bloemenzee
Veel noordelijker, op een eiland ter hoogte van de Atacama-woestijn, hangen vampiers met hun tenen aan de wanden van een grot. Deze vleermuissoort heeft een weinig aantrekkelijk snuitje, maar is ongevaarlijk voor mensen. Wél leeft de vampier van bloed, zoals Charles Darwin in de negentiende eeuw ontdekte. Maar dan alleen van dat van vogels en kleine zoogdieren.

In de open vlakte van de Atacama voltrekt zich nu en dan een merkwaardig verschijnsel. Onder invloed van het weerfenomeen El Niño valt er eens in de zoveel jaar een aanmerkelijke hoeveelheid regen. Die doet de woestijn geleidelijk aan groen kleuren, tot er uiteindelijk een veelkleurige bloemenzee ontluikt. Zelfs een hagedis, die zich normaal gesproken met insecten voedt, kunnen we dan naar bloemblaadjes zien happen. Ook dit werd volgens de makers nooit eerder met een camera vastgelegd.

Chili

Meer hoogtepunten
De kleinste katachtige van Amerika: de zogeheten Kodkod, de kleinste hertensoort: de Pudu en de rode Chileense klokbloem (de nationale bloem) passeren nog de revue. Alsmede de Degoe, een knaagdier dat veel weg heeft van een kruising tussen een rat en een konijn. In de hete zomers kan deze wekenlang rustig wachten tot de wind de peulen uit een meidoornboom blaast, waarna hij die buit vervolgens zo snel als hij kan naar zijn in de schaduw gelegen hol sleept.

Weer terug in Patagonië zien we dat niet alleen de poema zich te goed doet aan het vlees van de guanaco’s. De chilla, een grijze Zuid-Amerikaanse vos, doet dat eveneens, maar dan als aaseter. Evenals de condor, de koningsgier die met zijn voor het Guinness Book of Records in aanmerking komende spanwijdte in een Zuid-Amerikaanse natuurfilm niet mag ontbreken.

Chili is bijna voortdurend ademberovend. Er ontbreekt echter een narratieve structuur die de kijker het gevoel kan geven dat hij Chili in zijn eigen tempo mag ontsluieren. In plaats daarvan wordt hij meegesleept van het ene record naar het volgende extreem. Dat bevredigt niet helemaal, maar maakt wel benieuwd naar de gehele achtdelige serie.

 

21 september 2020

 

ALLE RECENSIES

White Riot

****
recensie White Riot

De straat als podium

door Alfred Bos

In de jaren zeventig sloegen punk en de Engelse antiracisme-organisatie Rock Against Racism de handen ineen. Activisten en muzikanten van toen kijken terug op een explosieve tijd. Is er sindsdien veel veranderd?

Eric Clapton stond dronken op het toneel en mompelde in de microfoon iets over ‘roetmoppen’ en ‘wegwezen’. Het kwam in de krant en Red Saunders, freelance fotograaf en undergroundtheatermaker, krabde in zijn rosse baard. Hij startte een politiek-culturele beweging, Rock Against Racism (RAR), gekeerd tegen de extreemrechtse partij National Front en het racisme dat zich in het Engeland van de jaren zeventig steeds openlijker manifesteerde. Muziek en activisme gingen hand in hand, de straat was het podium.

White Riot

RAR werd opgericht in 1976, het jaar waarin punk zich begon te roeren. RAR en punk deelden een mentaliteit, ze stonden buiten de maatschappelijke orde en creëerden hun eigen autonome (wan)orde: do it yourself. Stencilmachines en offsetdrukpersen waren de sociale mediakanalen van het pre-internettijdperk. Sniffin’ Glue was het eerste van talloze punkblaadjes. RAR had Temporary Hoarding (met de letter RAR in de naam) als huisorgaan, het liet zich handig uitvouwen tot poster.

Vergaarbak
Punk was een vergaarbak van Britse jongeren voor wie er in de klassenmaatschappij vanwege achtergrond (arbeider), opleiding (niet-academisch) of huidskleur (gekleurd) slechts een marginale of helemaal geen plaats was. Punk was ‘rebel music’, net als reggae, de muziek van de West-Indische immigranten (zoals Don Letts eerder op InDeBioscoop heeft uitgelegd). De twee muziekgenres, zo verschillend van stijl en culturele achtergrond, stonden niettemin schouder aan schouder. Ze waren het organische tegendeel van racisme, het duidelijkst belichaamd door punkgroep The Clash. De band annexeerde het RAR-logo en gebruikte het in hun eigen iconografie.

White Riot, de eerste lange documentaire van Rubika Shah, een jonge Britse van Pakistaanse afkomst, schetst de opkomst van de beweging en het socioculturele klimaat van de late jaren zeventig. Ze spreekt met RAR-oprichters Red Saunders en Roger Huddle, en muzikanten van toen als Dennis Bovell, Pauline Black (The Selecter), Topper Headon en Paul Simenon (The Clash), Poly Styrene (X-Ray Spex) en David Hinds (Steel Pulse). Archiefbeelden illustreren hun herinneringen en observaties. De punk van 999, The Clash en Sham 69 klinkt op de geluidsband

White Riot

Van Maggy naar Boris
Rock Against Racism hield het zes jaar vol en was een krachtig geluid in een roerige tijd vol ingrijpende veranderingen, economisch, sociaal en cultureel. White Riot, vernoemd naar de debuutsingle van The Clash, culmineert in wat het meest zichtbare moment was voor RAR: de mars van 30 april 1978 dwars door het Londense East End, een wijk met veel National Front-aanhang. De optocht eindigde in het Victoria Park in de ‘zwarte’ wijk Hackney, waar X-Ray Spex (punk), Steel Pulse (reggae), Tom Robinson (openlijk homofiel) en The Clash optraden voor honderdduizend antiracisten uit heel Engeland.

Dat was ook het moment waarop punk zich splitste. Het conservatieve deel werd Oi (zo heette dat toen) en openlijk rechts. Het progressieve deel werd postpunk en ontwikkelde zich tot een baaierd van stijlen, veelal maatschappelijk geëngageerd. Maar zover rekt de film niet. Die concentreert zich op de culturele explosie van 1976-1978, waarin luttele maanden zoveel gebeurde dat er een reeks boeken en documentaires over gemaakt kan worden.

Niet dat er door RAR veel veranderde. Op 4 mei 1979 won Margaret Thatcher de Britse verkiezingen en kwam het neoliberalisme aan de macht. Op 12 en 13 oktober 1982 trad The Clash in de voetsporen van The Beatles en speelde in het Shea Stadion te New York. Veertig jaar later is racisme nog springlevend. En ligt Engeland meer dan ooit in de knoop met zichzelf.

 

14 september 2020

 

ALLE RECENSIES