Portrait de la jeune fille en feu

***
recensie Portrait de la jeune fille en feu

Feminisme verkleed in romantiek

door Yordan Coban

Céline Sciamma maakt indruk met haar vierde speelfilm: een typische moderne Franse film over een ontvonkende vlam tussen twee jonge vrouwen. Een teder achttiende-eeuws kostuumdrama dat kalm en talmend de liefde benadert, maar geen moment saai is.

Portrait de la jeune fille en feu manifesteert zich als de melancholische anekdote van portretschilder Marianne (Noémie Merlant). Haar nieuwe opdrachtgeefster blijkt een lastige jonge dame die zich niet zomaar laat portretteren. De geheimzinnige Héloïse (Adèle Haenel: o.a. La fille inconnue, Les combattans) blijft ook lang op de achtergrond, terwijl haar personeel Marianne voorbereid op haar verschijning. De entree van Héloïse doet enigszins denken aan de onthulling van Hannibal Lecter (Anthony Hopkins) in Silence of the Lambs (1991) of Ava (Alicia Vikander) in Ex Machina (2014).

Portrait de la jeune fille en feu

Geheimzinnige muze
Héloïse is een vrouw voor wie het huwelijk spoedig nadert. Desondanks, of beter gezegd: mede daardoor, wordt haar vreugde bedrukt door een overweldigend gevoel van zwaarmoedigheid. Adèle Haenel, met wie Sciamma al samenwerkte in Naissance de Pieuvres (2007), speelt Héloïse met een ondoorgrondelijke afwezigheid die incidenteel plaatsmaakt voor een ondeugende directheid. Samen met Marianne, die zich als een neutrale observator aandient, raakt de kijker gefascineerd door de blonde muze.

De romance tussen de twee vrouwen is er één die zich niet vanaf het eerste moment aankondigt. Aanvankelijk lijkt haar nieuwe klant een duister lot voor de portretschilderes in petto te hebben. Gedurende de film groeien de twee echter naar elkaar toe en ontvouwt zich een tedere liefde die doet denken aan Todd Haynes’ Carol (2016).

Sciamma is een talentvolle vrouwelijke regisseur wier films bijna tot geen mannen bevatten. De aanwezigheid van mannen zijn in haar films vaak de grondslag voor ellende voor haar vrouwelijke personages. In Bande de Filles (2014) weerklinkt dit evident door het verhaal, maar in Portrait de la jeune fille en feu speelt dit emancipatiebegrip een sturende rol op de achtergrond. Zelfs zonder zelf aanwezig te zijn, hangt het mannelijk voorkomen boven het hoofd van het vrouwelijk geluk.

Portrait de la jeune fille en feu

Verkleedpartij
Er lijkt een revival van kostuumdrama’s gaande. Normaal gesproken duikt er om de zoveel tijd altijd wel ééntje op. Logisch ook nu dit een populair genre onder het gepensioneerde filmhuispubliek is. Maar sinds het midden van dit decennium is toch er een opmerkelijke toename te constateren. Vorig jaar alleen al verschenen Mademoiselle de Joncquières (2018), The Favourite (2018), Mary Queen of Scots (2018) en Phantom Thread (2018). Deze opleving kent echter een vroegere aanvang in films als Amour fou (2014), Lady Macbeth (2016), The Death of Louis XIV (2016), A Quiet Passion (2016), Love & Friendship (2016) en The Beguiled (2017). Portrait de la jeune fille en feu behoort tot één van de betere en meest gedenkwaardige van deze reeks van titels.

Naar eigen zeggen heeft Céline Sciamma haar inspiratie voor deze film opgedaan tijdens haar speurtocht van vergeten vrouwelijke portretschilders uit de achttiende eeuw. In haar ondervinding van deze roemloze vakvrouwen vond ze het fundament. Haar aangewakkerde passie loopt parallel met de zwoel geschetste liefde.

 

13 oktober 2019

 

ALLE RECENSIES

Taxi zum Klo

**
recensie Taxi zum Klo

Provocerende knipoog

door Yordan Coban

Frank Ripploh speelt zichzelf en geeft zich volledig bloot in zijn intense zoektocht naar liefde. We zien alles, geen moment van intimiteit wordt ons bespaard. Het is gedurfd, spraakmakend, tenenkrommend maar heeft uiteindelijk te weinig om het lijf.

Taxi zum Klo (1980, en nu in een digitaal gerestaureerde versie in de bioscoop) gaat over een biologieleraar die worstelt met zijn seksuele relaties en zijn behoefte naar een serieuze partner. Hij gaat volledig op in zijn erotische intriges maar voelt een knagende leegte die zijn seksleven achtervolgt. Frank Ripploh is daardoor vooral een ongelukkige en zoekende man.

Taxi zum Klo

Doelmatige seks
Taxi zum Ko behoort tot de extreme der extremen. Seksscènes volgen elkaar snel op in expliciet langdurige wijzen die doen denken aan La Vie d’Adèle (2013). Er is echter geen filmisch randje aan Taxi zum Klo, die als documentaire geschoten is, waardoor de kijker het gevoel krijgt dat er echte porno afgespeeld wordt.

In een aflevering van onze rubriek ‘Ondertussen op de redactie’ is het onderwerp controversiële film al eens uitvoerig besproken. Er was een bepaalde consensus over onze verafschuw voor ondoelmatig gebruik van geweld en seks in film (en dan met name in de films van Lars Von Trier). Ondoelmatig gebruik van seks is ook de grootste zwakte van Taxi zum Klo. We zien seksscènes gevolgd door momenten van reflectie van Frank Ripploh, waarin hij twijfelt en jammert over zijn liefdesleven. Deze monologen verdienen echter geen half uur aan extreme porno. Helemaal niet als passie en emotie een schaarste is. Extreme scènes dienen zich te legitimeren, de noodzaak van het extreme dient zich aan te tonen. Zonder die legitimatie neigt een film met dergelijk vertoon betekenisloos en onsmakelijk te worden.

Taxi zum Klo

Cultgayfilm
De film speelt zich af in Berlijn, de stad die vandaag de dag nog steeds bekend staat als het epicentrum van de wereldwijde gayscene. Ripploh geeft ons een kijkje in de bruisende, post-AIDS, homoseksuele kringen van die tijd; snorretjes, leren pakken en glory holes, ze komen allemaal voorbij. De film kreeg een cultstatus en in 1987 kwam Ripploh met het vervolg: Taxi nach Kairo. Het vervolg kende echter niet hetzelfde succes.

In Duitsland was homoseksualiteit verboden tot 1969. Taxi zum Klo kwam in een tijd waarin homoseksualiteit nog steeds een controversieel onderwerp was, wat de extreme seksuele weergaven enigszins een legitiem doel gaf: provocerend schreeuwen om erkenning. Die knipoog, die door heel de film te voelen is, geeft de film enigszins zijn charme. Toch mist de film betekenis, of meer: persoonlijkheid. Ripploh is leuk voor de klas en lijkt een goede leraar. Het worstelen met zijn identiteit voor de klas is een wezenlijke spanning die veel leraren zullen ervaren. Daar zien we te weinig van. Echter in de film zien we teveel seks waarvan hij telkens achteraf zelf ook vindt dat het emotioneel niet veel voorstelde.

 

6 september 2019

 

ALLE RECENSIES

Pianiste, La

*****
recensie  La Pianiste

Bach, Freud en masochisme

door Yordan Coban

Erika Kohut is een strenge pianolerares die zich begeeft onder de Parijse elite. Het kan niet anders dan dat haar verbitterdheid, die in elke vezel van haar lichaam terug te vinden is, een grondslag kent in de teleurstelling over haar eigen talent.

Ze is nors tegen haar studenten en lijkt op iedereen neer te kijken. Maar haar verbolgenheid blijkt, bij het aandringen van de nacht, andere wortels te hebben. La Pianiste geeft een inzicht in de wereld van seksuele obsessie. Het toont het slachtoffer van perversie op een wijze die doet denken aan de controversiële roman Lolita van Vladimir Nabokov.

La Pianiste

Freudiaanse weerwolf
Erika is overdreven elitair bij dag en dierlijk seksueel bij nacht. In die zin is zij te vergelijken met Dr. Jekell (en Mr. Hyde) uit de gelijknamige film Dr. Jekell en Mr. Hyde (1931). Een Freudiaanse weerwolf wiens ego de macht over het stuur verloren is. Net zoals Gustav von Aschenbach (elitairder kan haast niet) in Death in Venice (1971) volgt Erika haar duistere pad der lusten, met als onontkoombare consequentie, haar eigen ondergang.

Ze bewandelt dit pad met een van haar pupillen die haar uitgesproken en niet terughoudend bewondert: Walter Klemmer (Benoît Magimel). Hij heeft een charmante jeugdigheid en is vastberaden Erika te doorgronden. Haar hele verschijning intrigeert Walter vanaf minuut één en door de wijze hoe hij haar het hof maakt galmt een wanhopige verliefdheid.

Toiletvloer
De scène waarin Walter en Erika op de wc-vloer storten, zich overgevend aan hun verlangens, schuurt met elke norm van romantiek die we gewend zijn van film. Het is alsof Haneke ons concessieloze lust wil tonen daar op de koude tegels van het toilet. Dit doet denken aan de scène in Blue Velvet (1986) waarin Dorothy (Isabella Rossellini) zich naakt openbaart aan Jeffrey en Sandy, pijnlijk schreeuwend om liefde.

Het toilet is ook nooit toevallig de locatie voor dergelijke scènes. De toiletscènes in Eyes Wide Shut (1999) en Tourist (2014) laten bijvoorbeeld zien dat de seks op tragisch kwetsbare wijze uit een relatie gewrongen is. Ook de scène uit The Conversation (1974) springt dan direct in de gedachte. In het denken over de ander laat men vaak bepaalde ongewilde aspecten weg. In The Conversation komt bij het spoelen van de wc alle narigheid omhoog. Een overspoeling van bloed en vlees komt terug de realiteit in om ons te confronteren. Op deze wc-vloer laat Haneke zijn personages zich op ongemakkelijke rauwe wijze aan elkaar overgeven.

Media en realiteit
Haneke’s films gaan bijna allemaal over de verhouding tussen realiteit en media. In La Pianiste zien we dan ook dat Erika van tijd tot tijd naar de pornografische videotheek gaat. Meestal toont Haneke de breuk tussen fictie en realiteit met een openbaring van geweld. In La Pianiste lijkt het geweld zich vooral te openbaren door seks. In zijn laatste film Happy End (2018) speelde Haneke daar ook al mee. De seks en het geweld in zijn films zijn vaak droog en verdovend.

Dan is daar nog de moederpersonage (Annie Girardot), de beklemmende moeder. Erica woont met haar moeder, ze slapen zelfs bij elkaar. Er is een bijzondere relatie tussen de twee die doet denken aan het welbekende Norman Bates-syndroom.

La Pianiste

Bach
Zelden gebruikt Haneke muziek, maar uiteraard in La Pianiste wel. Erika is gespecialiseerd in Bach. De ernstige maar charmante melodieën van Bach zijn treffend in het scheppen van de toon van de film. Het leven van Erika zit vol teleurstellingen en frustraties. Ze symboliseert de duistere kant van de bourgeoisie en de leegte in het leven van de elite. Thematiek die in Haneke’s oeuvre vaak terugkomt. Een referentie naar het akelige dat vaak ten grondslag ligt aan financieel fortuin.

Nergens is Isabelle Huppert zo goed als in La Pianiste. In Paul Verhoeven’s Elle (2016) speelt ze een identieke rol maar in La Pianiste is de discrepantie tussen haar gereserveerde persona overdag en haar driften enorm krachtig. Ze geeft haar personage een element van mysterie en ondoorgrondelijkheid. Isabelle Huppert is een van de beste vrouwelijke actrices ooit. Ze speelt altijd interessante beladen rollen en neemt daarbij geen blad voor de mond. Haar vakmanschap oppert de onvermijdelijke gedachte dat Huppert in haar persoonlijke leven wel enigszins op een strenge pianolerares moet lijken.

Kijk hier het landelijke draaischema van La Pianiste.

 

7 juli 2019

 
MEER ISABELLE HUPPERT
 
 

ALLE RECENSIES

Goldene Handschuh, Der

***
recensie Der goldene Handschuh

Een bruine borrel

door Yordan Coban

De Gouden Handschoen is de bruine kroeg in Hamburg waar één van de beruchtste seriemoordenaars van Duitsland zich graag kwam bezatten. De op Quasimodo lijkende dronkaard lokte dakloze alcoholistische vrouwen naar zijn hol waar slechts duisternis en ellendigheid botvierden. 

Fritz Honka (gespeeld door Jonas Dassler) heeft in de periode van 1970 tot 1975 vier vrouwen op gewelddadige wijze van het leven beroofd. Zoals bij vele seriemoordenaars (Ed Gein om maar een extreem voorbeeld te noemen) waren zijn parafilie en impotentie, met de daaruit voortvloeiende seksuele frustraties in combinatie met zijn overmatig drankgebruik, de oorzaken van zijn gewelddadige erupties. Toch schuilt er achter het verhaal van Fritz Honka meer dan slechts een alcoholistische man met een seksuele stoornis.

Der goldene Handschuh

Verward en beschadigd
Honka en zijn vader hebben tijdens de Tweede Wereldoorlog vastgezeten in een concentratiekamp. De psychische klachten en het drankgebruik kennen dus een fundament in de Duitse duistere geschiedenis. Alle beschadigde zielen in De Gouden Handschoen lijken producten van de verloren oorlog. Mensen die allemaal balanceren op het randje van de goot.

Het verhaal is verder niet heel bijzonder, het is het typische kat-en-muisspel van een seriemoordenaar en zijn slachtoffers. De uitvoering maakt het toch de moeite waard. Met een snelle zoekopdracht naar het echte verhaal van Fritz Honka zien we dat regisseur Fatih Akin uiterst nauwkeurig te werk gegaan is in het reconstrueren van Honka’s leven. Ondanks dat is Der goldene Handschuh tot nu toe erg slecht ontvangen door recensenten.

Weerzinwekkend
De cinematografie is van de hand van Rainer Klausmann, een bekende partner van Fatih Akin. Samen werkten zij al aan films als Gegen die Wand (2004), Auf der anderen Seite (2007) en Soul Kitchen (2009). Ook werkte Klausmann aan films als Der Untergang (2004) en Das Experiment (2001). De grauwe visuele stijl in de twee laatst genoemde films sluit het beste aan op de cinematografie van Der goldene Handschuh met bruin en grijs als de dominante kleuren.

De kamer van Honka doet denken aan de kamer van Cahit uit Gegen die Wand. Het is er vies, treurig en bedorven. Veel recensenten beschreven dit als weerzinwekkend lelijk, maar het heeft ergens een eigen charme. Deze weerzinwekkendheid is ook terug te vinden in de personages van de film. De personages zijn net varkens. Ze leven in vuilnis met bloed, zweet en slijm op hun gezichten gesmeerd. Ze schelden, zijn continu dronken en stinken op een visuele manier.

Een andere vergelijking met Gegen die Wand is te vinden in het gebruik van de vrouwelijke personages door Akin. Die zijn er (net als in Auf der Anderen Seite) ter ondersteuning van de van god losgeslagen mannen. Zowel in seksuele afhankelijkheid als in het brengen van enig degelijke fatsoen en stabiliteit in hun leven.

Der goldene Handschuh

Gastarbeiders
Fatih Akin zou bovendien Fatih Akin niet zijn als hij het in zijn films niet zou hebben over immigratie. Het thema speelt ditmaal een bijzonder marginale rol. In Honka’s kleine appartement bewaart hij de lichamen van zijn slachtoffers achter een verborgen luik. De stank schuift hij op het bord van zijn Griekse onderburen. De ellendigheid van zijn appartement is te wijten aan de gastarbeiders, maar is in feite (indirect) de verslagenheid van de monsterlijke oorlog in een moreel anarchistisch post-nazi Duitsland.

Het vieze kleine appartement begint gedurende film zijn bekende thuishaven te vormen. Het is alsof de kijker daar met Honka in de ellendigheid van zijn kamer aanwezig is. Het is hetzelfde ‘cabin effect’ zoals je ziet in claustrofobische films als Night of the Living Dead (1968), The Thing (1982) en The Hateful Eight (2015).

Op een dag komt de broer van Honka op bezoek. Hij heeft een aantal dronkaardslevenslessen: ‘het leven is een draaiorgel en we dansen allemaal op het liedje dat gedraaid wordt.’ Fritz Honka danst alleen op een heel ander geluid: het geluid van geschreeuw en klinkende schnapsflessen.

 

15 juni 2019

 

ALLE RECENSIES

Mademoiselle de Joncquières

***
recensie Mademoiselle de Joncquières

Filosoferen over de liefde

door Yordan Coban

Er zijn weinig dingen leuker dan filosoferen over de liefde. Film lijkt het perfecte platvorm hiervoor. Mademoiselle de Joncquières toont ons de vele perspectieven van liefde die haar karakters uitdragen in woord en actie.

De liefde van Madame de La Pommeraye (Cécile de France) en Le marquis des Arcis (Edouard Baer) is idealistisch en zelfzuchtig. Madame de La Pommeraye is een welgestelde weduwe in het achttiende-eeuwse Frankrijk en Le marquis de Arcis is de edelman die haar aanhoudend en uiterst galant probeert te verleiden. Madame speelt graag het spel der verleiding en geeft, na lang het hof gemaakt te zijn, toe aan de avances van de markies.

Mademoiselle de Joncquières

Verlangen
Le marquis des Arcis is een man van hunkering en verlangen die snel verveeld raakt met Madame. Psychoanalyticus Jacques Lacan beschreef dit als de eeuwige leegte die niet gevuld kan worden. De relatie tussen fantasie en op te vullen leegte is een bekend fenomeen dat je ook ziet in grote meesterwerken als Citizen Kane (1941), Vertigo (1958) en La Dolce Vita (1960).

Sigmund Freud stelde dat de liefde van de man het verlangen om te verlangen betreft, en dat de liefde van de vrouw meer gaat over het verlangen begeerd te worden. Deze rolverdeling heeft Denis Didot (filosoof en schrijver van het boek waarop het kostuumdrama is gebaseerd) toebedeeld aan Marquis en Madame.

Marquis stelt aan de met liefdesverdriet gepijnigde Madame voor om vrienden te blijven en raakt verliefd op de mysterieuze Mademoiselle de Joncquières (Alice Isaaz), een kennis van Madame de La Pommeraye. Wat volgt is een spel van jaloezie en afgunst.

Eerder dit jaar liet The Favourite van Yorgos Lanthimos op een bijzonder effectieve en ludieke manier zien hoe de onderdrukte driften van de achttiende-eeuwse adellijke stand tot uiting komen in een spel van hoffelijkheid.

Ook in Barry Lyndon (1974) van Stanley Kubrick zien we goed hoe in de statische etiquette vurige hartstocht zich subtiel aan de oppervlakte toont. Kostuumdrama’s hebben in deze zin dezelfde kuisheid en intrige als die van een highschoolromance. Een ingetogen liefde met de onderdrukking van excessieve uitingen van lust die het sterkst terug te vinden is in The Remains of the Day (1993).

Mademoiselle de Joncquières

Confronterend sprookje
Er zijn vele goede films met expliciete gesprekken over de liefde. De meest tot de verbeelding sprekend zijn Annie Hall (1977) van Woody Allen, de Before-trilogie (1995, 2004 en 2013) van Richard Linklater en Jean-Luc Godards À bout de souffle (1960). Films waarin de karakters zelf reflecteren op hun verliefdheid en relaties in een directe, eerlijke en kwetsbare manier. In Mademoiselle de Joncquières analyseren de karakters hun lust en hartstochten maar missen ze ware zelfkennis om dat wat ze zeggen te eleveren tot iets intiem herkenbaars en betekenisvols. Wel vertelt het de kijker veel over hoe de personages in het leven staan en helpt het ze te begrijpen.

Het verval van hartstochtelijke verliefdheid is een van de moeilijkste dingen aan liefde. De langzaam insluipende afstand tussen twee geliefden moet je volgens Lacan bestrijden met een berusting in een bepaalde mate van eenzaamheid, niet met jaloezie en ontkenning. Liefde is dus een confronterend sprookje, ook in Mademoiselle de Joncquière.

 

18 mei 2019

 

ALLE RECENSIES

Dirty God

***
recensie Dirty God

Er is leven na mismaaktheid

door Yordan Coban

Dirty God is de optimistische hervertelling van het klassieke verhaal van de verminkte vechtend voor autonomie en acceptatie in een intolerante samenleving.

Er zijn verscheidene manifestaties die zien op de uitwerking van deze thematiek. La Belle et la Bête (1946, 1991), The Hunchback of Notre Dame (1939, 1996), Frankenstein (1931), Phantom of the Opera (1925) en The Elephant Man (1980). De samenleving heeft soms de onverbiddelijkheid van een schoolplein, gelukkig is Jade een sterke vrouw die weet hoe ze voor zichzelf moet opkomen.

Dirty God

Weerbaarheid
Jade (gespeeld door Vicky Knight) is een alleenstaande moeder, slachtoffer van een zoutzuuraanval van haar ex-vriend. De precieze context van de aanval wordt niet nader gegeven, maar dat is ook niet nodig. De gevolgen zijn onafgebroken in beeld en gezien de ernst van de verminking lijkt het uiterst onwaarschijnlijk dat er enige relevante omstandigheden zijn die de daad verzachtend uit kunnen leggen. Jade’s leven is voor altijd beschadigd, het is nu aan haar om hier mee om te gaan en deze harde realiteit te accepteren.

Jade toont zich sterk en weerbaar. Ze blijft gewoon stappen met vrienden, zoekt seksueel contact met mannen en gaat de confrontatie aan met mensen die haar negatief benaderen. Zelfacceptatie schuift zij echter voor zich uit. Ze houdt vast aan een hoopvol perspectief aan de horizon. Ze stuit online op een kliniek in Marrakesh die gespecialiseerd is in de reconstructie van misvormde mensen (wat de bezwaarlijke kant toont van de geïndividualiseerde advertenties bij kwetsbare mensen). Deze hoop zorgt er echter voornamelijk voor dat ze de realiteit van haar verscheurde bestaan niet onder ogen hoeft te zien.

Er is een scène in de film waarin Jade besluit gesluierd met een hoofddoek over straat te gaan. Paradoxaal geeft dit haar de kracht om weer even, al is het maar op alternatieve wijze, vrouwelijk te zijn. In de islamitische cultuur is de hoofddoek juist een middel om de vrouwelijkheid te verbergen. Daarbij komt nog dat haar ex-vriend ironisch genoeg van Arabische afkomst is. Jade laat zich in ieder geval niet onderdrukken door hetgeen haar aangedaan is.

Dirty God

Hoopvol
Dirty God is de vijfde film van de Nederlandse regisseur Sacha Polak. Onderwerpen als plastische chirurgie, overspel en de zorg over een kind, zijn onderwerpen die zowel in Dirty God als in eerdere werken terug te vinden zijn. Dirty God lijkt van alle bovengenoemde films het meest op The Elephant Man van David Lynch. The Elephant Man is echter aanzienlijk duisterder. De verminking van de man in kwestie, John Merrick (gespeeld door John Hurt), is ook wel van een andere orde. Zijn leven omvatte een genadeloze onmogelijkheid in zich. Dirty God is optimistischer. Een verminking van die gradatie brengt vaak een impotentie met zich mee. Jade lijkt daar echter minder last van te hebben. Ze blijft seksueel actief en begeert. Dit heeft iets van naïviteit in zich.

Richting het einde vormt zich een hoopvol perspectief. De film is voor een dergelijk einde, gelijke de hoofdpersonage, bepaalde worstelingen uit de weg gegaan. Het lot stuurt Jade tot bepaalde beslissingen zonder dat het toonbaar wordt of zij een verandering doorgemaakt heeft. Dat Jade worstelt met haar lot is duidelijk, maar de conclusies die zij daaraan verbindt laat de film achterwege.

 

26 april 2019

 

ALLE RECENSIES

Movies that Matter Festival 2019 deel 4

Movies that Matter Festival 2019 deel 4 (slot):
Racistische complotten

door Yordan Coban

Camera Justitia bracht twee documentaires over complotten tegen gekleurde mensen. De eerste ongeloofwaardig heftig in omvang en gradatie. De tweede, een bekender fenomeen, dat vandaag de dag nog steeds voorkomt.

 

Cold Case Hammarskjöld

Cold Case Hammarskjöld – verborgen complot in jungle Congo
De Franse filosoof Foucault schreef ooit dat nieuwe informatie niet lineair verworven wordt maar dat nieuw opgedane kennis al het voorheen geleerde beïnvloedt. Na het zien van Cold Case Hammarskjöld begin je als kijker dit effect te herkennen en te twijfelen aan je realiteit. Daarbij komt nog eens dat de documentaire continu balanceert op fictie, werkelijkheid en vermoedens. Als kijker verlies je op gegeven moment vertrouwen in het waarheidsgehalte van de documentaire om er toch elke keer weer terug in gezogen te worden.

De documentaire overspoelt haar kijkers met een belachelijke hoeveelheid aan informatie. Zoveel dat het bijna onrealistisch is om het gehele complot in één keer te begrijpen. Dit complot, waarmee de Deense documentairemaker Mads Brügger de kijker confronteert, is daarentegen wel betrekkelijk onbekend.

De Zweed Dag Hammarskjöld was een omstreden secretaris-generaal bij de Verenigde Naties. Zijn vliegtuig zou in 1961 zijn neergestort terwijl hij onderweg was naar de vredesonderhandelingen tussen Congo en Katanga. Er is nooit fatsoenlijk onderzoek naar het ongeluk gedaan. Er zijn een aantal merkwaardige aspecten aan zijn dood. Hammarskjöld was een idealistische man die opkwam voor de gedekoloniseerde Afrikaanse landen. Hij maakte daarmee tijdens zijn loopbaan veel vijanden. Een vergelijking met de moord op Kennedy en Oliver Stone’s JFK (1991) is daarom al snel gemaakt. Brügger stuit in zijn onderzoek op een groter kwaad dat zich achter de schermen van Hammarskjölds moord verschuilt. Een theorie die een enkeling wel eens vernomen heeft maar hoogstwaarschijnlijk als klucht afdoet.

De absurdistische wijze waarop Brügger zijn documentaire presenteert, helpt niet bij de geloofwaardigheid. Op momenten lijkt ze op een Wes Anderson-film. Dat dergelijke grote complotten wel degelijk bestaan, voedt de ziel met paranoia voor de medemens. Brügger presenteert de complotten expres over de top om de kijker argwanend op een verkeerd been te zetten om achteraf een extra lading verbazing los te weken. De tirannie van macht weet zich soms beangstigend goed verborgen te houden. We hebben documentairemakers als Mad Brügger nodig om het licht op de meest duistere zaken te laten schijnen.

Cold Case Hammarskjöld is nog te zien vrijdag 29 maart 12.30 uur in Theater aan het Spui.

 

Crime and Punishment

Crime and Punishment – hoeders van onrecht
Een aantal jaren geleden was er veel ophef in Amerika rond de moord op Eric Garner. De afschuwelijke beelden van zijn publiekelijke wurging zullen nog lang op het netvlies kleven. Er zijn meer van dit soort incidenten geweest. Een ander voorbeeld is de moord op Philando Castile, die zonder aanleiding doodgeschoten werd in het bijzijn van zijn vrouw en kinderen. Ook deze beelden gingen de wereld rond. Eigenlijk is racisme in Amerika nooit irrelevant geweest, maar is het niet slechts een Amerikaans probleem. Racisme is een lelijke kant van onze samenleving waarvan veel mensen naïef menen dat dergelijke schandalen niet meer tot de hedendaagse werkelijkheid behoren. Crime and Punishment laat zien dat racisme vandaag de dag nog steeds levend is. Zij die denken dat blanke jongeren in gelijke situaties even veel in aanraking met justitie komen als gekleurde jongeren staan waarschijnlijk ver van die werkelijkheid af. Twaalf politieambtenaren laten in deze documentaire de harde waarheid zien.

In deze klokkenluidersdocumentaire worden zij gevolgd in hun rechtszaak tegen het politiedepartement van New York. De twaalf agenten weigeren met quota te werken (wat ook bij wet verboden is). Quota verplichten de agenten om een minimumaantal verdachten te arresteren. Dit heeft tot gevolg dat een hele hoop onschuldige mensen lastiggevallen worden puur zodat de agenten efficiënt lijken. De buurten waarin de agenten vooral op zoek gaan, zijn achterstandsbuurten waarin voornamelijk minderheden wonen. Het quotabeleid leidt tot etnisch profileren bij de politie in New York.

Naast het racisme dat we in de documentaire zien, is er de strijd tussen werknemer en werkgever. Het verhaal van deze corruptie bestrijdende agenten toont veel overeenkomsten met Sidney Lumet’s Serpico (1973) en Curtis Hansons LA Confidential (1997). Agenten vechten tegen een systeem waaraan ze zelf uitgeleverd zijn. Een gevecht in de media, in de rechtszaal, op straat en op kantoor.

 

28 maart 2019

 

Deel 1
Deel 2
Deel 2


MEER FILMFESTIVAL

Can You Ever Forgive Me?

**
recensie Can You Ever Forgive Me?

Lee Israel neemt de boel in de maling

door Yordan Coban

Leugens zijn een invloedrijke bron van veel kwaad in de wereld. Mensen nemen elkaar voortdurend in de maling. Films behandelen dit onderwerp vaak op dezelfde manier. Valt Can You Ever Forgive Me? te vergeven ondanks het gebruik van dit veelgebruikte format?

Lee Israel (gespeeld door Melissa McCarthy) heeft in het verleden succes behaald met het schrijven van biografieën. Ze heeft een afkeer tegen de wijze waarop de meeste schrijvers zich profileren om zo interessant over te komen. Ze doet niet mee aan het commerciële circus rond de literatuur. Dit is mede de reden voor haar stagnerende succes als schrijfster. Door brieven van beroemde schrijvers te vervalsen, probeert ze financieel haar hoofd boven water te houden.

Can You Ever Forgive Me?

Lee Israel is in Can You Ever Forgive Me? bepaald geen warm mens. Melissa McCarthy speelt overtuigend haar personage, dat een leven vol teleurstelling heeft gekend. De actrice laat Lee Israel lijken op de vrouwelijke versie van Bill Murray in zijn hoogtijdagen als acteur (Groundhog Day, Lost in Translation en Broken Flowers).

Leugens
De ethiek in films die leugens behandelen, is vaak kwalijk kort door de bocht. In negen van de tien keer liegt het personage voor eigen gewin; de leugen komt uit waardoor het personage een korte periode van onfortuin kent; het personage verontschuldigt zich en wordt verlost van de zonde en alles komt goed. Om dit allemaal te laten werken, heeft de film op zijn minst een sterke karakterontwikkeling nodig.

In Can You Ever Forgive Me? zien we dat Lee moeite heeft om zich open te stellen in haar schrijfwerk (vandaar dat ze biografieën schrijft) en in haar persoonlijke leven. Aan het einde van de film heeft zij dit geleerd omdat zij aan een roman over haarzelf begonnen is. Er is een sterk geacteerde scène in de rechtbank, waarin Lee stelt dat ze is gefaald als schrijfster. Voor even laat ze het achterste van haar tong zien. Lee zegt met tranen in haar ogen dat de afgelopen tijd de gelukkigste periode uit haar leven was en dat ze er geen spijt van heeft. Het klinkt ontroerend maar ze slaat de plank mis. Geen moment lijkt Lee werkelijk gelukkig. Ze is continu eenzaam, gestrest en verbitterd. Dat is niet erg, maar als de film achteraf meent dat ze al die tijd gelukkig was, voelt de kijker zich in de maling genomen. Haar vervalsingen hebben haar alleen maar ellende bezorgd.

Een film die dit gegeven wel goed aanpakt, is L’emploi du temps (2001) van Laurent Cantet. In dit drama komt wat betreft de leugen alles uiteindelijk goed in oppervlakkige zin. Maar de diepere oorzaak van de problemen van het hoofdpersonage blijven aan het einde zichtbaar onopgelost. Problemen die iets fundamenteels zeggen over onze samenleving en waaraan het hoofdpersonage zich machteloos moet overgeven. De leugen was een ontsnappingspoging maar ontsnappen is voor hem onmogelijk. Voor Lee komt daarentegen alles voorspoedig plompverloren samen.

Can You Ever Forgive Me?

Onverdiend gejuich
Naast het feit dat het verhaal cliché is, doet de climax van de film erg denken aan de afhandeling van het geschiede kwaad door Dixon (Sam Rockwell) in het onterecht geprezen Three Billboards Outside Ebbing, Missouri (2017). Als Dixon (een gewelddadige racistische man die van zijn daden niks geleerd heeft) besluit om iemand om te leggen waarvan hij niet eens weet of diegene ook werkelijk een misdadiger is, is gejuich niet op zijn plek. Hoe erg de film dit ook probeert te verkopen. Zo extreem is het gelukkig niet in Can You Ever Forgive Me? De daden van Lee Israel zijn beduidend geringer van aard. Toch blijft het onderliggende sentiment tenenkrommend.

Leugens zijn een hardnekkige wortel der kwaad in de wereld. Donald Trump confronteert ons daar elke dag mee. Can You Ever Forgive Me? bevestigt dat als iemand sympathiek genoeg is, je er wel mee weg kan komen als je er een feelgood-einde aan draait.

 

17 februari 2019

 

ALLE RECENSIES

Climax

***
recensie Climax

Hedonistische nachtmerrie

door Yordan Coban

De ultieme climax van Gaspar Noé. Waarmee kon hij nog choqueren? Met welk taboe kon hij zijn publiek nog confronteren? Natuurlijk gaat het over drugs, seks, geweld en de dood. Maar heeft Noé nog iets nieuws te vertellen in zijn nieuwe Climax?

Het plot en de personages van de film zijn uiterst minimalistisch. Die zijn in een zin uiteen te zetten: een repetitie van een dansgroep ontspoort nadat iemand in het gezelschap een behoorlijke hoeveelheid lsd aan de punch heeft toegevoegd. Wat volgt is een helse neerwaartse spiraal van de gemoedstoestand van de onder invloed zijnde personages die langzaam al hun menselijkheid verliezen.

Climax

Beestachtig
Noé heeft in interviews aangegeven dat hij met Climax het tegenovergestelde effect van 2001: A Space Odyssey (1968) wilde bereiken. In 2001 zien we de evolutie van primaten naar mensen. Dit is geen nieuw concept. In Luis Buñuels El Ángel Exterminador (1963) zien we een betere uitvoering van Noé’s idee.

Het verval van de gegoede burger tot het dierlijke is ook een belangrijk element in de films van Michael Haneke. Gaspar Noé doet dit veel minder subtiel, al zijn films zijn verre van geraffineerd. Zijn stijl is juist het meest doeltreffend in extremis.

Provocateur
In de laatst verschenen Ondertussen, op de redactie van IDB staat een ongefilterde tirade tegen het werk van Lars von Trier. De Deense filmmaker wordt neergezet als een onsympathieke, zelfingenomen provocateur. Deze antipathie is wat overdreven, daar het eigenzinnige van Melancholia (2011), Dancer in the Dark (2000) en Dogville (2003) het pedante in zijn werk overschaduwt. Echter valt de antipathie wel te begrijpen. Provocatie komt vaak over als onnodig interessant doen.

Ook andere filmmakers genereren weerzin door de extreme wijze waarop zij hun werk presenteren. Regisseurs als Pier Paolo Pasolini, Takasi Miike, Michael Haneke en Gaspar Noé behoren ook tot deze groep vaak verguisde regisseurs.

Tot nu toe was het provocatieve in het werk van Gaspar Noé zinvol. De seks was erg in your face, maar net zoals in La Vie d’Adèle (2013) diende de intense intimiteit een artistiek doel. Het geweld in zijn film is choquerend en confronterend maar niet respectloos. Er is een duidelijke selectieve verontwaardiging bij het gebruik van geweld en seks. Het lijkt wel alsof seks en geweld niet teveel betekenis mogen hebben. Op het moment dat een verkrachting zoals in Irréversible (2002) of A Clockwork Orange (1973) te realistisch vertoond wordt, lopen mensen de zaal uit.

Climax

Het geweld van bijvoorbeeld Quentin Tarantino is opzettelijk overdreven en onrealistisch. Het werkt ontsnappend. Het neemt de beangstigende lading van de dood weg en maakt het betekenisloos. Het is te vergelijken met het spelen van een gewelddadige game waarin de dood slechts een ongemak is. Kunst is er nou juist om ons te confronteren met onze angsten en dierlijke uitspattingen. Dit is zo bewonderenswaardig aan Noé’s werk, voornamelijk in Love (2015) en Irréversible.

Anticlimax
Climax
mist die betekenis. Het is meer een stilistische hedonistische nachtmerrie zonder overtuigende context. Het is misschien wat goedkoop om Climax anti-climactisch te noemen. Daarmee zou je de film tekort doen. Dit alles klinkt misschien vrij negatief, maar dat komt omdat Gaspar Noé tot meer in staat is dan hij laat zien in Climax. De cinematografie is zoals altijd van een hoog niveau en de expressieve choreografie van de dansers is indrukwekkend.

Climax lijkt passend als titel voor een film die als sluitstuk van een spraakmakend oeuvre dient. Een film waarin je als filmmaker alles uit de kast trekt om nog éénmaal te zeggen wat je te zeggen hebt. Dat is niet de bestemming die Gaspar Noé gegeven heeft aan deze epileptische aanval. Het intrigeert, het verveelt nooit, het is spraakmakend, maar het mist een ziel en voelt in reflectie als liefdeloze seks. Climax is een hoop geluid zonder harmonie.

 

27 januari 2019

 

ALLE RECENSIES

Top 5 en miskleun 2018

Deel 3: Yordan Coban
Top 5 en miskleun van 2018

Burning

Zeven recensenten van InDeBioscoop bespreken hun vijf favoriete films die dit jaar in Nederland in première gingen. Traditioneel kiest iedereen ook de Miskleun van het Jaar én een film die een bioscooprelease had verdiend. Tot en met Oudjaarsdag lees je hier elke dag een persoonlijke terugblik op het filmjaar 2018.

Yordan Coban door Yordan Coban

5. – TODOS LO SABEN

Het nachtmerriescenario van Todos lo saben brengt, met het gedeelde leed, veel vergane verhoudingen terug naar boven. Todos lo saben is een typische Asghar Farhadi-film waarin hij samenwerkt met een van de meest spraakmakende Spaanse acteurs van dit moment. Het is misschien niet zo goed als About Elly (2009) of A Separation (2011) maar niemand zal de zaal vroegtijdig verlaten tijdens het zien van deze meeslepende film.

 

4. – BEAUTY AND THE DOGS

Bij het scrollen door de titels van dit jaar realiseerde ik mij toch dat Beauty and the Dogs een van de meest indrukwekkendste bezichtigingen was. De constante frustratie die de kijkers in zijn greep houdt is als jeuk ten opzichte van de werkelijke pijn van Mariams martelgang. De realiteit van het verhaal is weerzinwekkend en confronterend. De film is een Kafkaëske vrouw onterende nachtmerrie waar maar geen einde aan lijkt te komen en bij de kijker blijft hangen tot lang na haar bezichtiging.

 

3. – YOU WERE NEVER REALLY HERE

De moderne hervertelling van Taxi Driver (1976) maar met een eigen identiteit. Ook hier geldt dat de levens van de personages de politieke situatie van het land spiegelen. Waar Amerika door Scorsese nog afgebeeld werd als een verwarde man die langzaam door aan het draaien was, is Joaquin Phoenix in Ramsey’s film simpelweg gestoord. De film is grof en heeft een duister gevoel voor humor, maar bovenal heeft de film een bijzondere dromerige sfeer die zich afzet tegen het realisme van het bloed aan de muur.

 

2. – PHANTOM THREAD

De liefde van de stugge overheersende kledingmaker Reynolds Woodcock (Daniel Day-Lewis) is vaak kort en zelfzuchtig. De bijdehante Alma (Vicky Crieps) weet zijn tirannie te beheersen. Beiden moeten een balans vinden in de liefde die ze bieden en de liefde die ze wensen. Reynolds Woodcock is een vakman met een obsessie. Met deze rol neemt Daniel Day-Lewis op passende wijze afscheid van het toneel.

 

1. – BURNING

Moderne Koreaanse thrillers behoren stiekem tot mijn favoriete subgenre. De films van Chan-wook Park, Hong-Jin Na en Bong Joon-hoo zijn films die ik iedereen meerdere malen aanraadt. De populaire schrijfster Agatha Christie schreef ooit over thrillers dat het een soort sport voor intellectuelen is. Zij stelde dat het puzzelelement in combinatie met de spanning en het gevaar het genre voor iedereen toegankelijk maakt. Burning is echter enigszins afwijkend van de Koreaanse norm. Het heeft niet dezelfde snelheid en gruwelijkheid van bijvoorbeeld de films uit de wraaktrilogie van Chan-wook Park. De film is teder en realistisch. Maar onder die kalmte schuilt continu iets onheilspellend. Steven Yeun’s geweldige acteerwerk is hier een belangrijk aspect van. Chang-dong Lee heeft zijn werk voorheen altijd op drama’s toegespitst. Hij lijkt nu zijn tijdgenoten te vergezellen en zijn steentje bij te dragen aan de golf van Koreaanse thrillers.

 

Jurassic World: Fallen Kingdom

Miskleun van 2018:

JURASSIC WORLD: FALLEN KINGDOM

Wat betreft de miskleun van het jaar geldt ook voor 2018 dat ik zoveel mogelijk miskleunen vermeden heb. Echter heb ik in al mijn naïviteit de bioscoop bezocht voor Jurassic World: Fallen Kingdom. Als jongetje was ik gek op dinosauriërs maar mijn jeugdige enthousiasme kwam niet tot bloei tijdens het kijken van deze film. Voor elke dino in beeld werd je in het gezicht geslagen met clichés en onlogische plotontwikkelingen. Toch draag ik de verantwoordelijkheid geheel zelf. Ik moet accepteren dat de tijd dat ik van dit soort films kon genieten voorbij is. Bovendien zijn dit eigenlijk geen echte films. Het zijn trailers om je naar de bioscoop te lokken met wat opvulling. Door een combinatie tussen de verdringing van mijn kinderlijke zelf door een cynische filmrecensent en de industrie die haar focus verlegd heeft, bezorgen bioscoopbezoekjes als deze mij een identiteitscrisis.

 

Gemist in de bioscoop:

THE BALLAD OF BUSTER SCRUGGS

De gebroeders Coen zijn filmmakers waarvoor je in het algemeen toch je winterjas voor aantrekt om naar de bioscoop voor te gaan. The Ballad of Buster Scruggs is dit jaar niet in de Nederlandse filmzalen verschenen, slechts te bewonderen op Netflix. Een gemiste kans denk ik. Een western is naar mijn mening altijd indrukwekkender op het grote doek.
 
27 december 2018 

 

Deel 1: Cor Oliemeulen
Deel 2: Sjoerd van Wijk
Deel 4: Alfred Bos
Deel 5: Ralph Evers
Deel 6: Bob van der Sterre
Deel 7 (slot): Tim Bouwhuis