Cave, The

****
recensie The Cave

Opereren in Syrische grot

door Yordan Coban

Na de feestdagen is het misschien goed om even stil te staan bij de mensen die het niet zo gezellig hebben gehad de afgelopen tijd. Bij het bekijken van de documentaire The Cave doemt zich langzaam de verschrikking van oorlog aan het bewustzijn van haar toeschouwers op. Laten we in godsnaam hopen dat 2020 het jaar wordt dat de oorlog in Syrië ten einde komt.

De oorlog in Syrië kleurt nu al bijna het gehele decennium. Gruwelijk statelijk geweld van alle actoren der wereldpolitiek die zich actief bemoeien met het conflict, met voornamelijk één groep slachtoffers: de Syrische bevolking. In The Cave zien we de bombardementen van de Russische luchtmacht wiens bommen geen onderscheid maken tussen militaire targets en ziekenhuizen. Sterker nog, in de betreffende locatie in Ghouta, staat geen ziekenhuis meer overeind. De tragische realiteit in Ghouta is echter niet de uitzondering maar eerder de regel. Het enige werkende ziekenhuis is verborgen in een complex gangennetwerk onder de grond. Een gangennetwerk zo indrukwekkend, het fungeert als een waar monument van menselijke inventiviteit.

The Cave

Onverzettelijk
In de documentaire volgen we een groepje dokters en medewerkers die zich in de hel van Ghouta storten op verminkte en gebroken lichamen. Onzelfzuchtigheid stroomt door hun aderen, maar ook zij voelen dat ze langzaam ten onder gaan aan hun werk. Er komen dagelijks afgrijselijke vertoningen de grot binnen. Maar juist in het midden van dergelijke gruwelijkheid zien we een onverzettelijkheid bij de dienstverleners die zelfs in fictie onrealistisch zou lijken.

Een goede documentaire probeert de realiteit op cinematische wijze weer te geven, zonder afbreuk te doen aan diezelfde realiteit. The Cave lijkt soms in scène gezet, gesprekken lijken iets te camerabewust plaats te vinden. Toch leidt het nooit echt af van de essentie van de film: de horror van oorlog. Bijna alle documentaires zijn in zekere zin, min of meer, in scène gezet. Van belang is of voldoende recht wordt gedaan aan de realiteit die de documentaire belichten wil.

The Cave

Vrouwen
In The Cave gaat het sporadisch ook over vrouwenrechten. Zelfs in oorlogstijden zijn er mannen die de deskundigheid van een vrouwelijke arts in twijfel trekken. Het is frustrerend om te zien dat vrouwelijke artsen op deze manier een tweefrontenoorlog moeten voeren. De manier hoe tegen de vrouwelijke arts gepraat wordt, doet denken aan interacties uit films als Offside (2006) en Beauty and the Dogs (2017).

Vanaf 23 januari verschijnt een andere indrukwekkende documentaire over de oorlog in Syrië in de bioscoop, genaamd For Sama. Een documentaire die niet dezelfde productiekwaliteit heeft als The Cave, maar qua choquerende beelden wel degelijk van dezelfde gradatie is. Bij het zien van een mogelijk resultaat van statelijk optreden begint men zich toch af te vragen naar de legitimiteit ervan. Als de centralisatie van macht zich op deze weerzinwekkende manier vertoont, is die dan nog wel te rechtvaardigen?

Het zijn slechts de zinloze gedachtespinsels die de machteloze kijker uit wanhoop en frustratie produceert, om hetgeen The Cave ons toont te verwerken. Gedachtespinsels die met een harde knal uit de gedachte verdwijnen als het ontploffende vuurwerk van de overbuurjongen de ijzige stilte doorbroken heeft.

 

31 december 2019

 

ALLE RECENSIES

Top 10 van het Millennium – Deel 7: Yordan Coban

Deel 7: Yordan Coban
Top 10 van het Millennium

In the Mood for Love (2000)

In the Mood for Love (2000)

In aanloop naar mijn lijst benoem ik kort een aantal onfortuinlijke films die de selectie niet gehaald hebben: Ex Machina (2015), Wild Tales (2014), Boyhood (2014), Her (2013), La grande bellezza (2013), La Vie d’Adèle (2013), Amour (2012), A Seperation (2011), A Prophet (2009), Synecdoche, New York (2008), There Will Be Blood (2007), No Country for Old Men (2007), Wall-E (2006) Grizzly Man (2005), Cloaca (2003), The Lord of the Rings-trilogie (2001-2003) en Requiem for a Dream (2001). En dan nu de lijst.

   door Yordan Coban

10. Ratatouille (2007)
Vlak voor het begin van de 21e eeuw werd de animatie-industrie gerevolutioneerd. Van kleurrijke onderwaterwerelden tot beangstigende dystopische realiteiten, 3D-animatie heeft ons veel te bieden. Toch is er geen animatiepersonage zo charmant als de kleine Remy uit Ratatouille. Filmrecensenten in het bijzonder zullen zich extra indringend kunnen identificeren met deze kleine rat. Tegen maatschappelijke conventies in volgt een echte recensent zijn gevoelige voelsprieten van cinematisch raffinement. Ratatouille is een film over inclusie, vriendschap, de kunst van het koken, maar vooral een betoog over het volgen van je passie.

9. Turist (2014)
Ruben Östlund is één van de interessantste filmmakers van het moment. Hij kijkt naar onze micro-gedragingen en ontleedt ze dusdanig confronterend dat het ons tot psychoanalyse in ons alledaagse handelen dwingt. Östlund speelt graag met de onuitgesproken conflicten tussen mensen en laat de kijker die invullen. De muziek en de manier van filmen heeft iets Kubrickiaans. Turist is beperkt in actie, rijk aan conflict en groots in toon.

8. Amélie (2001)
Sommige films dragen een universaliteit in zich die zelfs voor de grootste filmsnob niet te ontkennen valt. Stilistisch is geen film op dit lijstje zo invloedrijk als Amélie. Het kleurenpalet van Jean-Pierre Jeunet bestond in de jaren negentig slecht uit grauwe en duistere tinten, maar bevat in Amélie kleuren die voorheen niet bestonden. Het is prachtig geschoten, heeft memorabele muziek, is komisch verteld en vermaakt in bijna elke scène.

Amélie (2001)

Amélie (2001)

7. The Act of Killing (2012)
In documentaire wordt de kijker geconfronteerd met de diepgewortelde kracht van ideologie. Noah Oppenheim pelt zijn rottende fruit en toont ons de vruchten. Vruchten gekleurd door een verstikkend gevoel van schuld en spijt, die de daders de rest van hun leven met zich mee zullen dragen. Een kleine tol in verhouding tot de Indonesische massamoorden van de jaren zestig, maar genoeg om de kijker te overladen met emotie.

6. Eternal Sunshine of the Spotless Mind (2004)
Geen scenarioschrijver vandaag de dag is zo origineel als Charlie Kaufman. Zijn verhalen bestaan in geheel eigen contexten en verbreden de horizon voor wat mogelijk is met film op een wijze die vergelijkbaar is met Groundhog Day (1993) en The Truman Show (1998). Charlie Kaufmans films zijn uiterst persoonlijk en richten zich op waar kunst primair om draait: een kijkje nemen in de beleveniswereld van een ander.

5. Irréversible (2002)
Irréversible begint desoriënterend en voelt als het betreden van een wenteltrap tot de onderwereld, en dan, in het midden van de film, toont Gaspar Noë zijn hel: een verkrachtingsscène die A Clockwork Orange (1972) en Deliverance (1976) kindvriendelijk laten lijken. Noë wordt er vaak van beschuldigd een ordinaire provocateur te zijn. Alhoewel dat bij vlagen niet te ontkennen valt, geldt dat niet voor Irréversible. Het geweld is bijzonder excessief maar geeft de kijker een emotioneel inzicht in de wereld achter geweld en trauma.

4. La Pianiste (2001)
La Pianiste gaat over seksuele obsessie. Erika (gespeeld door Isabelle Huppert) is overdreven elitair bij dag en excessief seksueel bij nacht. In Paul Verhoevens Elle (2016) speelt Isabelle Huppert een identieke rol, een Freudiaanse weerwolf wiens ego de macht over het stuur verloren is. Net zoals Gustav uit Death in Venice (1971) volgt Erika haar duistere pad der lusten, met als onontkoombare consequentie, haar eigen ondergang.

3. Lost in Translation (2003)
De setting voor deze film over eenzaamheid komt nergens beter tot zijn recht dan in de dichtstbevolkste stad ter wereld. Het verhaal heeft niet veel meer om het lijf dan de sterke chemie tussen de twee hoofdpersonages Charlotte (gespeeld door Scarlett Johansson) en Bob (gespeeld door Bill Murray). Beiden verdrinken in eenzaamheid en vinden troost in elkaars gezelschap. Lost in Translation is als een melancholische existentiële vakantieliefde.

2. Caché (2005)
Michael Haneke waarschuwt voor het digitale tijdperk waarin wij leven. De mens krijgt al zijn drama van het beeldscherm en distantieert zich daarmee van de realiteit. In elk aspect van het moderne bestaan leeft de mens door schermen. Haneke laat in Caché zien dat de wijze waarop Europa met vluchtelingen omgaat niet alleen slechts de waanwereld van media en politiek is, maar een verborgen realiteit die ons met geweld achterhaalt.

1. In the Mood for Love (2000)
Freud stelde dat elke relatie een verhouding tussen vier personen is: de daadwerkelijke mensen, en hun fantasieën. Wong Kar-Wai verwerkt dit tot een onmiskenbaar elegante wals van muziek en kleuren die een lust voor de zintuigen zijn. De camera is verborgen, alsof de kijker de affaire geheimzinnig bespiedt. Is het ware verliefdheid die de twee tot elkaar brengt of slechts de fantasieën geboren uit de omstandigheden? Maakt het eigenlijk uit? Geen verliefdheid doorstaat de vergankelijkheid van tijd. Toch is misschien juist de herinnering aan een onbeantwoorde liefde er één die zich het meest potent in ons geheugen wortelt.

 

20 december 2019

 

Deel 1: Cor Oliemeulen
Deel 2: Tim Bouwhuis
Deel 3: Michel Rensen
Deel 4: Bob van der Sterre
Deel 5: Ries Jacobs
Deel 6: Sjoerd van Wijk
Deel 8: Ralph Evers
Deel 9: Alfred Bos

Portrait de la jeune fille en feu

***
recensie Portrait de la jeune fille en feu

Feminisme verkleed in romantiek

door Yordan Coban

Céline Sciamma maakt indruk met haar vierde speelfilm: een typische moderne Franse film over een ontvonkende vlam tussen twee jonge vrouwen. Een teder achttiende-eeuws kostuumdrama dat kalm en talmend de liefde benadert, maar geen moment saai is.

Portrait de la jeune fille en feu manifesteert zich als de melancholische anekdote van portretschilder Marianne (Noémie Merlant). Haar nieuwe opdrachtgeefster blijkt een lastige jonge dame die zich niet zomaar laat portretteren. De geheimzinnige Héloïse (Adèle Haenel: o.a. La fille inconnue, Les combattans) blijft ook lang op de achtergrond, terwijl haar personeel Marianne voorbereid op haar verschijning. De entree van Héloïse doet enigszins denken aan de onthulling van Hannibal Lecter (Anthony Hopkins) in Silence of the Lambs (1991) of Ava (Alicia Vikander) in Ex Machina (2014).

Portrait de la jeune fille en feu

Geheimzinnige muze
Héloïse is een vrouw voor wie het huwelijk spoedig nadert. Desondanks, of beter gezegd: mede daardoor, wordt haar vreugde bedrukt door een overweldigend gevoel van zwaarmoedigheid. Adèle Haenel, met wie Sciamma al samenwerkte in Naissance de Pieuvres (2007), speelt Héloïse met een ondoorgrondelijke afwezigheid die incidenteel plaatsmaakt voor een ondeugende directheid. Samen met Marianne, die zich als een neutrale observator aandient, raakt de kijker gefascineerd door de blonde muze.

De romance tussen de twee vrouwen is er één die zich niet vanaf het eerste moment aankondigt. Aanvankelijk lijkt haar nieuwe klant een duister lot voor de portretschilderes in petto te hebben. Gedurende de film groeien de twee echter naar elkaar toe en ontvouwt zich een tedere liefde die doet denken aan Todd Haynes’ Carol (2016).

Sciamma is een talentvolle vrouwelijke regisseur wier films bijna tot geen mannen bevatten. De aanwezigheid van mannen zijn in haar films vaak de grondslag voor ellende voor haar vrouwelijke personages. In Bande de Filles (2014) weerklinkt dit evident door het verhaal, maar in Portrait de la jeune fille en feu speelt dit emancipatiebegrip een sturende rol op de achtergrond. Zelfs zonder zelf aanwezig te zijn, hangt het mannelijk voorkomen boven het hoofd van het vrouwelijk geluk.

Portrait de la jeune fille en feu

Verkleedpartij
Er lijkt een revival van kostuumdrama’s gaande. Normaal gesproken duikt er om de zoveel tijd altijd wel ééntje op. Logisch ook nu dit een populair genre onder het gepensioneerde filmhuispubliek is. Maar sinds het midden van dit decennium is toch er een opmerkelijke toename te constateren. Vorig jaar alleen al verschenen Mademoiselle de Joncquières (2018), The Favourite (2018), Mary Queen of Scots (2018) en Phantom Thread (2018). Deze opleving kent echter een vroegere aanvang in films als Amour fou (2014), Lady Macbeth (2016), The Death of Louis XIV (2016), A Quiet Passion (2016), Love & Friendship (2016) en The Beguiled (2017). Portrait de la jeune fille en feu behoort tot één van de betere en meest gedenkwaardige van deze reeks van titels.

Naar eigen zeggen heeft Céline Sciamma haar inspiratie voor deze film opgedaan tijdens haar speurtocht van vergeten vrouwelijke portretschilders uit de achttiende eeuw. In haar ondervinding van deze roemloze vakvrouwen vond ze het fundament. Haar aangewakkerde passie loopt parallel met de zwoel geschetste liefde.

 

13 oktober 2019

 

ALLE RECENSIES

Taxi zum Klo

**
recensie Taxi zum Klo

Provocerende knipoog

door Yordan Coban

Frank Ripploh speelt zichzelf en geeft zich volledig bloot in zijn intense zoektocht naar liefde. We zien alles, geen moment van intimiteit wordt ons bespaard. Het is gedurfd, spraakmakend, tenenkrommend maar heeft uiteindelijk te weinig om het lijf.

Taxi zum Klo (1980, en nu in een digitaal gerestaureerde versie in de bioscoop) gaat over een biologieleraar die worstelt met zijn seksuele relaties en zijn behoefte naar een serieuze partner. Hij gaat volledig op in zijn erotische intriges maar voelt een knagende leegte die zijn seksleven achtervolgt. Frank Ripploh is daardoor vooral een ongelukkige en zoekende man.

Taxi zum Klo

Doelmatige seks
Taxi zum Ko behoort tot de extreme der extremen. Seksscènes volgen elkaar snel op in expliciet langdurige wijzen die doen denken aan La Vie d’Adèle (2013). Er is echter geen filmisch randje aan Taxi zum Klo, die als documentaire geschoten is, waardoor de kijker het gevoel krijgt dat er echte porno afgespeeld wordt.

In een aflevering van onze rubriek ‘Ondertussen op de redactie’ is het onderwerp controversiële film al eens uitvoerig besproken. Er was een bepaalde consensus over onze verafschuw voor ondoelmatig gebruik van geweld en seks in film (en dan met name in de films van Lars Von Trier). Ondoelmatig gebruik van seks is ook de grootste zwakte van Taxi zum Klo. We zien seksscènes gevolgd door momenten van reflectie van Frank Ripploh, waarin hij twijfelt en jammert over zijn liefdesleven. Deze monologen verdienen echter geen half uur aan extreme porno. Helemaal niet als passie en emotie een schaarste is. Extreme scènes dienen zich te legitimeren, de noodzaak van het extreme dient zich aan te tonen. Zonder die legitimatie neigt een film met dergelijk vertoon betekenisloos en onsmakelijk te worden.

Taxi zum Klo

Cultgayfilm
De film speelt zich af in Berlijn, de stad die vandaag de dag nog steeds bekend staat als het epicentrum van de wereldwijde gayscene. Ripploh geeft ons een kijkje in de bruisende, post-AIDS, homoseksuele kringen van die tijd; snorretjes, leren pakken en glory holes, ze komen allemaal voorbij. De film kreeg een cultstatus en in 1987 kwam Ripploh met het vervolg: Taxi nach Kairo. Het vervolg kende echter niet hetzelfde succes.

In Duitsland was homoseksualiteit verboden tot 1969. Taxi zum Klo kwam in een tijd waarin homoseksualiteit nog steeds een controversieel onderwerp was, wat de extreme seksuele weergaven enigszins een legitiem doel gaf: provocerend schreeuwen om erkenning. Die knipoog, die door heel de film te voelen is, geeft de film enigszins zijn charme. Toch mist de film betekenis, of meer: persoonlijkheid. Ripploh is leuk voor de klas en lijkt een goede leraar. Het worstelen met zijn identiteit voor de klas is een wezenlijke spanning die veel leraren zullen ervaren. Daar zien we te weinig van. Echter in de film zien we teveel seks waarvan hij telkens achteraf zelf ook vindt dat het emotioneel niet veel voorstelde.

 

6 september 2019

 

ALLE RECENSIES

Pianiste, La

*****
recensie  La Pianiste

Bach, Freud en masochisme

door Yordan Coban

Erika Kohut is een strenge pianolerares die zich begeeft onder de Parijse elite. Het kan niet anders dan dat haar verbitterdheid, die in elke vezel van haar lichaam terug te vinden is, een grondslag kent in de teleurstelling over haar eigen talent.

Ze is nors tegen haar studenten en lijkt op iedereen neer te kijken. Maar haar verbolgenheid blijkt, bij het aandringen van de nacht, andere wortels te hebben. La Pianiste geeft een inzicht in de wereld van seksuele obsessie. Het toont het slachtoffer van perversie op een wijze die doet denken aan de controversiële roman Lolita van Vladimir Nabokov.

La Pianiste

Freudiaanse weerwolf
Erika is overdreven elitair bij dag en dierlijk seksueel bij nacht. In die zin is zij te vergelijken met Dr. Jekell (en Mr. Hyde) uit de gelijknamige film Dr. Jekell en Mr. Hyde (1931). Een Freudiaanse weerwolf wiens ego de macht over het stuur verloren is. Net zoals Gustav von Aschenbach (elitairder kan haast niet) in Death in Venice (1971) volgt Erika haar duistere pad der lusten, met als onontkoombare consequentie, haar eigen ondergang.

Ze bewandelt dit pad met een van haar pupillen die haar uitgesproken en niet terughoudend bewondert: Walter Klemmer (Benoît Magimel). Hij heeft een charmante jeugdigheid en is vastberaden Erika te doorgronden. Haar hele verschijning intrigeert Walter vanaf minuut één en door de wijze hoe hij haar het hof maakt galmt een wanhopige verliefdheid.

Toiletvloer
De scène waarin Walter en Erika op de wc-vloer storten, zich overgevend aan hun verlangens, schuurt met elke norm van romantiek die we gewend zijn van film. Het is alsof Haneke ons concessieloze lust wil tonen daar op de koude tegels van het toilet. Dit doet denken aan de scène in Blue Velvet (1986) waarin Dorothy (Isabella Rossellini) zich naakt openbaart aan Jeffrey en Sandy, pijnlijk schreeuwend om liefde.

Het toilet is ook nooit toevallig de locatie voor dergelijke scènes. De toiletscènes in Eyes Wide Shut (1999) en Tourist (2014) laten bijvoorbeeld zien dat de seks op tragisch kwetsbare wijze uit een relatie gewrongen is. Ook de scène uit The Conversation (1974) springt dan direct in de gedachte. In het denken over de ander laat men vaak bepaalde ongewilde aspecten weg. In The Conversation komt bij het spoelen van de wc alle narigheid omhoog. Een overspoeling van bloed en vlees komt terug de realiteit in om ons te confronteren. Op deze wc-vloer laat Haneke zijn personages zich op ongemakkelijke rauwe wijze aan elkaar overgeven.

Media en realiteit
Haneke’s films gaan bijna allemaal over de verhouding tussen realiteit en media. In La Pianiste zien we dan ook dat Erika van tijd tot tijd naar de pornografische videotheek gaat. Meestal toont Haneke de breuk tussen fictie en realiteit met een openbaring van geweld. In La Pianiste lijkt het geweld zich vooral te openbaren door seks. In zijn laatste film Happy End (2018) speelde Haneke daar ook al mee. De seks en het geweld in zijn films zijn vaak droog en verdovend.

Dan is daar nog de moederpersonage (Annie Girardot), de beklemmende moeder. Erica woont met haar moeder, ze slapen zelfs bij elkaar. Er is een bijzondere relatie tussen de twee die doet denken aan het welbekende Norman Bates-syndroom.

La Pianiste

Bach
Zelden gebruikt Haneke muziek, maar uiteraard in La Pianiste wel. Erika is gespecialiseerd in Bach. De ernstige maar charmante melodieën van Bach zijn treffend in het scheppen van de toon van de film. Het leven van Erika zit vol teleurstellingen en frustraties. Ze symboliseert de duistere kant van de bourgeoisie en de leegte in het leven van de elite. Thematiek die in Haneke’s oeuvre vaak terugkomt. Een referentie naar het akelige dat vaak ten grondslag ligt aan financieel fortuin.

Nergens is Isabelle Huppert zo goed als in La Pianiste. In Paul Verhoeven’s Elle (2016) speelt ze een identieke rol maar in La Pianiste is de discrepantie tussen haar gereserveerde persona overdag en haar driften enorm krachtig. Ze geeft haar personage een element van mysterie en ondoorgrondelijkheid. Isabelle Huppert is een van de beste vrouwelijke actrices ooit. Ze speelt altijd interessante beladen rollen en neemt daarbij geen blad voor de mond. Haar vakmanschap oppert de onvermijdelijke gedachte dat Huppert in haar persoonlijke leven wel enigszins op een strenge pianolerares moet lijken.

Kijk hier het landelijke draaischema van La Pianiste.

 

7 juli 2019

 
MEER ISABELLE HUPPERT
 
 

ALLE RECENSIES

Goldene Handschuh, Der

***
recensie Der goldene Handschuh

Een bruine borrel

door Yordan Coban

De Gouden Handschoen is de bruine kroeg in Hamburg waar één van de beruchtste seriemoordenaars van Duitsland zich graag kwam bezatten. De op Quasimodo lijkende dronkaard lokte dakloze alcoholistische vrouwen naar zijn hol waar slechts duisternis en ellendigheid botvierden. 

Fritz Honka (gespeeld door Jonas Dassler) heeft in de periode van 1970 tot 1975 vier vrouwen op gewelddadige wijze van het leven beroofd. Zoals bij vele seriemoordenaars (Ed Gein om maar een extreem voorbeeld te noemen) waren zijn parafilie en impotentie, met de daaruit voortvloeiende seksuele frustraties in combinatie met zijn overmatig drankgebruik, de oorzaken van zijn gewelddadige erupties. Toch schuilt er achter het verhaal van Fritz Honka meer dan slechts een alcoholistische man met een seksuele stoornis.

Der goldene Handschuh

Verward en beschadigd
Honka en zijn vader hebben tijdens de Tweede Wereldoorlog vastgezeten in een concentratiekamp. De psychische klachten en het drankgebruik kennen dus een fundament in de Duitse duistere geschiedenis. Alle beschadigde zielen in De Gouden Handschoen lijken producten van de verloren oorlog. Mensen die allemaal balanceren op het randje van de goot.

Het verhaal is verder niet heel bijzonder, het is het typische kat-en-muisspel van een seriemoordenaar en zijn slachtoffers. De uitvoering maakt het toch de moeite waard. Met een snelle zoekopdracht naar het echte verhaal van Fritz Honka zien we dat regisseur Fatih Akin uiterst nauwkeurig te werk gegaan is in het reconstrueren van Honka’s leven. Ondanks dat is Der goldene Handschuh tot nu toe erg slecht ontvangen door recensenten.

Weerzinwekkend
De cinematografie is van de hand van Rainer Klausmann, een bekende partner van Fatih Akin. Samen werkten zij al aan films als Gegen die Wand (2004), Auf der anderen Seite (2007) en Soul Kitchen (2009). Ook werkte Klausmann aan films als Der Untergang (2004) en Das Experiment (2001). De grauwe visuele stijl in de twee laatst genoemde films sluit het beste aan op de cinematografie van Der goldene Handschuh met bruin en grijs als de dominante kleuren.

De kamer van Honka doet denken aan de kamer van Cahit uit Gegen die Wand. Het is er vies, treurig en bedorven. Veel recensenten beschreven dit als weerzinwekkend lelijk, maar het heeft ergens een eigen charme. Deze weerzinwekkendheid is ook terug te vinden in de personages van de film. De personages zijn net varkens. Ze leven in vuilnis met bloed, zweet en slijm op hun gezichten gesmeerd. Ze schelden, zijn continu dronken en stinken op een visuele manier.

Een andere vergelijking met Gegen die Wand is te vinden in het gebruik van de vrouwelijke personages door Akin. Die zijn er (net als in Auf der Anderen Seite) ter ondersteuning van de van god losgeslagen mannen. Zowel in seksuele afhankelijkheid als in het brengen van enig degelijke fatsoen en stabiliteit in hun leven.

Der goldene Handschuh

Gastarbeiders
Fatih Akin zou bovendien Fatih Akin niet zijn als hij het in zijn films niet zou hebben over immigratie. Het thema speelt ditmaal een bijzonder marginale rol. In Honka’s kleine appartement bewaart hij de lichamen van zijn slachtoffers achter een verborgen luik. De stank schuift hij op het bord van zijn Griekse onderburen. De ellendigheid van zijn appartement is te wijten aan de gastarbeiders, maar is in feite (indirect) de verslagenheid van de monsterlijke oorlog in een moreel anarchistisch post-nazi Duitsland.

Het vieze kleine appartement begint gedurende film zijn bekende thuishaven te vormen. Het is alsof de kijker daar met Honka in de ellendigheid van zijn kamer aanwezig is. Het is hetzelfde ‘cabin effect’ zoals je ziet in claustrofobische films als Night of the Living Dead (1968), The Thing (1982) en The Hateful Eight (2015).

Op een dag komt de broer van Honka op bezoek. Hij heeft een aantal dronkaardslevenslessen: ‘het leven is een draaiorgel en we dansen allemaal op het liedje dat gedraaid wordt.’ Fritz Honka danst alleen op een heel ander geluid: het geluid van geschreeuw en klinkende schnapsflessen.

 

15 juni 2019

 

ALLE RECENSIES

Mademoiselle de Joncquières

***
recensie Mademoiselle de Joncquières

Filosoferen over de liefde

door Yordan Coban

Er zijn weinig dingen leuker dan filosoferen over de liefde. Film lijkt het perfecte platvorm hiervoor. Mademoiselle de Joncquières toont ons de vele perspectieven van liefde die haar karakters uitdragen in woord en actie.

De liefde van Madame de La Pommeraye (Cécile de France) en Le marquis des Arcis (Edouard Baer) is idealistisch en zelfzuchtig. Madame de La Pommeraye is een welgestelde weduwe in het achttiende-eeuwse Frankrijk en Le marquis de Arcis is de edelman die haar aanhoudend en uiterst galant probeert te verleiden. Madame speelt graag het spel der verleiding en geeft, na lang het hof gemaakt te zijn, toe aan de avances van de markies.

Mademoiselle de Joncquières

Verlangen
Le marquis des Arcis is een man van hunkering en verlangen die snel verveeld raakt met Madame. Psychoanalyticus Jacques Lacan beschreef dit als de eeuwige leegte die niet gevuld kan worden. De relatie tussen fantasie en op te vullen leegte is een bekend fenomeen dat je ook ziet in grote meesterwerken als Citizen Kane (1941), Vertigo (1958) en La Dolce Vita (1960).

Sigmund Freud stelde dat de liefde van de man het verlangen om te verlangen betreft, en dat de liefde van de vrouw meer gaat over het verlangen begeerd te worden. Deze rolverdeling heeft Denis Didot (filosoof en schrijver van het boek waarop het kostuumdrama is gebaseerd) toebedeeld aan Marquis en Madame.

Marquis stelt aan de met liefdesverdriet gepijnigde Madame voor om vrienden te blijven en raakt verliefd op de mysterieuze Mademoiselle de Joncquières (Alice Isaaz), een kennis van Madame de La Pommeraye. Wat volgt is een spel van jaloezie en afgunst.

Eerder dit jaar liet The Favourite van Yorgos Lanthimos op een bijzonder effectieve en ludieke manier zien hoe de onderdrukte driften van de achttiende-eeuwse adellijke stand tot uiting komen in een spel van hoffelijkheid.

Ook in Barry Lyndon (1974) van Stanley Kubrick zien we goed hoe in de statische etiquette vurige hartstocht zich subtiel aan de oppervlakte toont. Kostuumdrama’s hebben in deze zin dezelfde kuisheid en intrige als die van een highschoolromance. Een ingetogen liefde met de onderdrukking van excessieve uitingen van lust die het sterkst terug te vinden is in The Remains of the Day (1993).

Mademoiselle de Joncquières

Confronterend sprookje
Er zijn vele goede films met expliciete gesprekken over de liefde. De meest tot de verbeelding sprekend zijn Annie Hall (1977) van Woody Allen, de Before-trilogie (1995, 2004 en 2013) van Richard Linklater en Jean-Luc Godards À bout de souffle (1960). Films waarin de karakters zelf reflecteren op hun verliefdheid en relaties in een directe, eerlijke en kwetsbare manier. In Mademoiselle de Joncquières analyseren de karakters hun lust en hartstochten maar missen ze ware zelfkennis om dat wat ze zeggen te eleveren tot iets intiem herkenbaars en betekenisvols. Wel vertelt het de kijker veel over hoe de personages in het leven staan en helpt het ze te begrijpen.

Het verval van hartstochtelijke verliefdheid is een van de moeilijkste dingen aan liefde. De langzaam insluipende afstand tussen twee geliefden moet je volgens Lacan bestrijden met een berusting in een bepaalde mate van eenzaamheid, niet met jaloezie en ontkenning. Liefde is dus een confronterend sprookje, ook in Mademoiselle de Joncquière.

 

18 mei 2019

 

ALLE RECENSIES

Dirty God

***
recensie Dirty God

Er is leven na mismaaktheid

door Yordan Coban

Dirty God is de optimistische hervertelling van het klassieke verhaal van de verminkte vechtend voor autonomie en acceptatie in een intolerante samenleving.

Er zijn verscheidene manifestaties die zien op de uitwerking van deze thematiek. La Belle et la Bête (1946, 1991), The Hunchback of Notre Dame (1939, 1996), Frankenstein (1931), Phantom of the Opera (1925) en The Elephant Man (1980). De samenleving heeft soms de onverbiddelijkheid van een schoolplein, gelukkig is Jade een sterke vrouw die weet hoe ze voor zichzelf moet opkomen.

Dirty God

Weerbaarheid
Jade (gespeeld door Vicky Knight) is een alleenstaande moeder, slachtoffer van een zoutzuuraanval van haar ex-vriend. De precieze context van de aanval wordt niet nader gegeven, maar dat is ook niet nodig. De gevolgen zijn onafgebroken in beeld en gezien de ernst van de verminking lijkt het uiterst onwaarschijnlijk dat er enige relevante omstandigheden zijn die de daad verzachtend uit kunnen leggen. Jade’s leven is voor altijd beschadigd, het is nu aan haar om hier mee om te gaan en deze harde realiteit te accepteren.

Jade toont zich sterk en weerbaar. Ze blijft gewoon stappen met vrienden, zoekt seksueel contact met mannen en gaat de confrontatie aan met mensen die haar negatief benaderen. Zelfacceptatie schuift zij echter voor zich uit. Ze houdt vast aan een hoopvol perspectief aan de horizon. Ze stuit online op een kliniek in Marrakesh die gespecialiseerd is in de reconstructie van misvormde mensen (wat de bezwaarlijke kant toont van de geïndividualiseerde advertenties bij kwetsbare mensen). Deze hoop zorgt er echter voornamelijk voor dat ze de realiteit van haar verscheurde bestaan niet onder ogen hoeft te zien.

Er is een scène in de film waarin Jade besluit gesluierd met een hoofddoek over straat te gaan. Paradoxaal geeft dit haar de kracht om weer even, al is het maar op alternatieve wijze, vrouwelijk te zijn. In de islamitische cultuur is de hoofddoek juist een middel om de vrouwelijkheid te verbergen. Daarbij komt nog dat haar ex-vriend ironisch genoeg van Arabische afkomst is. Jade laat zich in ieder geval niet onderdrukken door hetgeen haar aangedaan is.

Dirty God

Hoopvol
Dirty God is de vijfde film van de Nederlandse regisseur Sacha Polak. Onderwerpen als plastische chirurgie, overspel en de zorg over een kind, zijn onderwerpen die zowel in Dirty God als in eerdere werken terug te vinden zijn. Dirty God lijkt van alle bovengenoemde films het meest op The Elephant Man van David Lynch. The Elephant Man is echter aanzienlijk duisterder. De verminking van de man in kwestie, John Merrick (gespeeld door John Hurt), is ook wel van een andere orde. Zijn leven omvatte een genadeloze onmogelijkheid in zich. Dirty God is optimistischer. Een verminking van die gradatie brengt vaak een impotentie met zich mee. Jade lijkt daar echter minder last van te hebben. Ze blijft seksueel actief en begeert. Dit heeft iets van naïviteit in zich.

Richting het einde vormt zich een hoopvol perspectief. De film is voor een dergelijk einde, gelijke de hoofdpersonage, bepaalde worstelingen uit de weg gegaan. Het lot stuurt Jade tot bepaalde beslissingen zonder dat het toonbaar wordt of zij een verandering doorgemaakt heeft. Dat Jade worstelt met haar lot is duidelijk, maar de conclusies die zij daaraan verbindt laat de film achterwege.

 

26 april 2019

 

ALLE RECENSIES

Movies that Matter Festival 2019 deel 4

Movies that Matter Festival 2019 deel 4 (slot):
Racistische complotten

door Yordan Coban

Camera Justitia bracht twee documentaires over complotten tegen gekleurde mensen. De eerste ongeloofwaardig heftig in omvang en gradatie. De tweede, een bekender fenomeen, dat vandaag de dag nog steeds voorkomt.

 

Cold Case Hammarskjöld

Cold Case Hammarskjöld – verborgen complot in jungle Congo
De Franse filosoof Foucault schreef ooit dat nieuwe informatie niet lineair verworven wordt maar dat nieuw opgedane kennis al het voorheen geleerde beïnvloedt. Na het zien van Cold Case Hammarskjöld begin je als kijker dit effect te herkennen en te twijfelen aan je realiteit. Daarbij komt nog eens dat de documentaire continu balanceert op fictie, werkelijkheid en vermoedens. Als kijker verlies je op gegeven moment vertrouwen in het waarheidsgehalte van de documentaire om er toch elke keer weer terug in gezogen te worden.

De documentaire overspoelt haar kijkers met een belachelijke hoeveelheid aan informatie. Zoveel dat het bijna onrealistisch is om het gehele complot in één keer te begrijpen. Dit complot, waarmee de Deense documentairemaker Mads Brügger de kijker confronteert, is daarentegen wel betrekkelijk onbekend.

De Zweed Dag Hammarskjöld was een omstreden secretaris-generaal bij de Verenigde Naties. Zijn vliegtuig zou in 1961 zijn neergestort terwijl hij onderweg was naar de vredesonderhandelingen tussen Congo en Katanga. Er is nooit fatsoenlijk onderzoek naar het ongeluk gedaan. Er zijn een aantal merkwaardige aspecten aan zijn dood. Hammarskjöld was een idealistische man die opkwam voor de gedekoloniseerde Afrikaanse landen. Hij maakte daarmee tijdens zijn loopbaan veel vijanden. Een vergelijking met de moord op Kennedy en Oliver Stone’s JFK (1991) is daarom al snel gemaakt. Brügger stuit in zijn onderzoek op een groter kwaad dat zich achter de schermen van Hammarskjölds moord verschuilt. Een theorie die een enkeling wel eens vernomen heeft maar hoogstwaarschijnlijk als klucht afdoet.

De absurdistische wijze waarop Brügger zijn documentaire presenteert, helpt niet bij de geloofwaardigheid. Op momenten lijkt ze op een Wes Anderson-film. Dat dergelijke grote complotten wel degelijk bestaan, voedt de ziel met paranoia voor de medemens. Brügger presenteert de complotten expres over de top om de kijker argwanend op een verkeerd been te zetten om achteraf een extra lading verbazing los te weken. De tirannie van macht weet zich soms beangstigend goed verborgen te houden. We hebben documentairemakers als Mad Brügger nodig om het licht op de meest duistere zaken te laten schijnen.

Cold Case Hammarskjöld is nog te zien vrijdag 29 maart 12.30 uur in Theater aan het Spui.

 

Crime and Punishment

Crime and Punishment – hoeders van onrecht
Een aantal jaren geleden was er veel ophef in Amerika rond de moord op Eric Garner. De afschuwelijke beelden van zijn publiekelijke wurging zullen nog lang op het netvlies kleven. Er zijn meer van dit soort incidenten geweest. Een ander voorbeeld is de moord op Philando Castile, die zonder aanleiding doodgeschoten werd in het bijzijn van zijn vrouw en kinderen. Ook deze beelden gingen de wereld rond. Eigenlijk is racisme in Amerika nooit irrelevant geweest, maar is het niet slechts een Amerikaans probleem. Racisme is een lelijke kant van onze samenleving waarvan veel mensen naïef menen dat dergelijke schandalen niet meer tot de hedendaagse werkelijkheid behoren. Crime and Punishment laat zien dat racisme vandaag de dag nog steeds levend is. Zij die denken dat blanke jongeren in gelijke situaties even veel in aanraking met justitie komen als gekleurde jongeren staan waarschijnlijk ver van die werkelijkheid af. Twaalf politieambtenaren laten in deze documentaire de harde waarheid zien.

In deze klokkenluidersdocumentaire worden zij gevolgd in hun rechtszaak tegen het politiedepartement van New York. De twaalf agenten weigeren met quota te werken (wat ook bij wet verboden is). Quota verplichten de agenten om een minimumaantal verdachten te arresteren. Dit heeft tot gevolg dat een hele hoop onschuldige mensen lastiggevallen worden puur zodat de agenten efficiënt lijken. De buurten waarin de agenten vooral op zoek gaan, zijn achterstandsbuurten waarin voornamelijk minderheden wonen. Het quotabeleid leidt tot etnisch profileren bij de politie in New York.

Naast het racisme dat we in de documentaire zien, is er de strijd tussen werknemer en werkgever. Het verhaal van deze corruptie bestrijdende agenten toont veel overeenkomsten met Sidney Lumet’s Serpico (1973) en Curtis Hansons LA Confidential (1997). Agenten vechten tegen een systeem waaraan ze zelf uitgeleverd zijn. Een gevecht in de media, in de rechtszaal, op straat en op kantoor.

 

28 maart 2019

 

Deel 1
Deel 2
Deel 2


MEER FILMFESTIVAL

Can You Ever Forgive Me?

**
recensie Can You Ever Forgive Me?

Lee Israel neemt de boel in de maling

door Yordan Coban

Leugens zijn een invloedrijke bron van veel kwaad in de wereld. Mensen nemen elkaar voortdurend in de maling. Films behandelen dit onderwerp vaak op dezelfde manier. Valt Can You Ever Forgive Me? te vergeven ondanks het gebruik van dit veelgebruikte format?

Lee Israel (gespeeld door Melissa McCarthy) heeft in het verleden succes behaald met het schrijven van biografieën. Ze heeft een afkeer tegen de wijze waarop de meeste schrijvers zich profileren om zo interessant over te komen. Ze doet niet mee aan het commerciële circus rond de literatuur. Dit is mede de reden voor haar stagnerende succes als schrijfster. Door brieven van beroemde schrijvers te vervalsen, probeert ze financieel haar hoofd boven water te houden.

Can You Ever Forgive Me?

Lee Israel is in Can You Ever Forgive Me? bepaald geen warm mens. Melissa McCarthy speelt overtuigend haar personage, dat een leven vol teleurstelling heeft gekend. De actrice laat Lee Israel lijken op de vrouwelijke versie van Bill Murray in zijn hoogtijdagen als acteur (Groundhog Day, Lost in Translation en Broken Flowers).

Leugens
De ethiek in films die leugens behandelen, is vaak kwalijk kort door de bocht. In negen van de tien keer liegt het personage voor eigen gewin; de leugen komt uit waardoor het personage een korte periode van onfortuin kent; het personage verontschuldigt zich en wordt verlost van de zonde en alles komt goed. Om dit allemaal te laten werken, heeft de film op zijn minst een sterke karakterontwikkeling nodig.

In Can You Ever Forgive Me? zien we dat Lee moeite heeft om zich open te stellen in haar schrijfwerk (vandaar dat ze biografieën schrijft) en in haar persoonlijke leven. Aan het einde van de film heeft zij dit geleerd omdat zij aan een roman over haarzelf begonnen is. Er is een sterk geacteerde scène in de rechtbank, waarin Lee stelt dat ze is gefaald als schrijfster. Voor even laat ze het achterste van haar tong zien. Lee zegt met tranen in haar ogen dat de afgelopen tijd de gelukkigste periode uit haar leven was en dat ze er geen spijt van heeft. Het klinkt ontroerend maar ze slaat de plank mis. Geen moment lijkt Lee werkelijk gelukkig. Ze is continu eenzaam, gestrest en verbitterd. Dat is niet erg, maar als de film achteraf meent dat ze al die tijd gelukkig was, voelt de kijker zich in de maling genomen. Haar vervalsingen hebben haar alleen maar ellende bezorgd.

Een film die dit gegeven wel goed aanpakt, is L’emploi du temps (2001) van Laurent Cantet. In dit drama komt wat betreft de leugen alles uiteindelijk goed in oppervlakkige zin. Maar de diepere oorzaak van de problemen van het hoofdpersonage blijven aan het einde zichtbaar onopgelost. Problemen die iets fundamenteels zeggen over onze samenleving en waaraan het hoofdpersonage zich machteloos moet overgeven. De leugen was een ontsnappingspoging maar ontsnappen is voor hem onmogelijk. Voor Lee komt daarentegen alles voorspoedig plompverloren samen.

Can You Ever Forgive Me?

Onverdiend gejuich
Naast het feit dat het verhaal cliché is, doet de climax van de film erg denken aan de afhandeling van het geschiede kwaad door Dixon (Sam Rockwell) in het onterecht geprezen Three Billboards Outside Ebbing, Missouri (2017). Als Dixon (een gewelddadige racistische man die van zijn daden niks geleerd heeft) besluit om iemand om te leggen waarvan hij niet eens weet of diegene ook werkelijk een misdadiger is, is gejuich niet op zijn plek. Hoe erg de film dit ook probeert te verkopen. Zo extreem is het gelukkig niet in Can You Ever Forgive Me? De daden van Lee Israel zijn beduidend geringer van aard. Toch blijft het onderliggende sentiment tenenkrommend.

Leugens zijn een hardnekkige wortel der kwaad in de wereld. Donald Trump confronteert ons daar elke dag mee. Can You Ever Forgive Me? bevestigt dat als iemand sympathiek genoeg is, je er wel mee weg kan komen als je er een feelgood-einde aan draait.

 

17 februari 2019

 

ALLE RECENSIES