Terugblik filmjaar 2021: Vervreemding van het alledaagse geluk

Terugblik filmjaar 2021:
Vervreemding van het alledaagse geluk

door Yordan Coban

In een jaar waar de Tweede Kamer debatteert over oversterfte, actieve herinneringen en religieuze uitzonderingsposities kan thematisch genoeg aansluiting gevonden worden bij het filmaanbod.

Dit is ook het jaar waarin de twee beste Nederlandse filmmakers een nieuwe film uitbrachten. Alex van Warmendam en Paul Verhoeven kwamen met een aanklacht tegen de kerk in absurde verhalen geteisterd door virussen. Het is mooi om te zien hoe de wegen van de twee regisseurs elkaar thematisch kruisen op onderwerpen van de actualiteit.

Ik kies dit jaar voor een top 3 waarin beide films niet voorkomen, maar er wel dicht tegenaan zitten, ondanks dat het zeer zeker niet hun beste films zijn. Van beide regisseurs kan wel gezegd worden dat ieder op zijn eigen manier stilistisch een interessante kluchtige afslag maakt.

Ik heb dit jaar aardig wat films kunnen zien in de bioscoop, maar moet met spijt erkennen dat er weinig uitschieters naar boven zijn.

Walkabout

Walkabout

Walkabout
Voordat ik aanvang met mijn top 3 van de films die in 2021 voor het eerst in de Nederlandse bioscoop draaiden, wil ik het kort hebben over de beste film die ik dit jaar gezien heb. Een klassieker waarvan relevantie zich jammer genoeg opnieuw heeft gemanifesteerd. Ik heb het over de film Walkabout (1971) van de Britse regisseur Nicolas Roeg. Vlak voor de jaarwisseling is de hoofdrolspeler, een van de grootste Australische acteurs, overleden. Het is in de Aboriginal-cultuur ongebruikelijk om over de namen van overledenen te spreken. Dus dat zal ik hier ook niet doen aangezien de desbetreffende persoon van deze afkomst was.

Niet geheel bij toeval ben ik de acteur dit jaar ook tegengekomen in The Last Wave (1977) en Charlie’s Country (2013). Ik heb altijd de neiging om een bepaalde tak van film (zo doe ik het ook met muziek) volledig in te duiken en op deze manier mijn filmdieet voor geruime tijd te specificeren. Zo waren nu de Australische films over de Aboriginal-cultuur aan de beurt.

In Walkabout wordt de moderne mens kernachtig geportretteerd als een van de natuur ontworteld wezen. Het einde van de film laat ons achter met een herinnering die niet van ons is, naar een simpeler leven, zonder zijn neutrale meedogenloosheid te bagatelliseren. Om te functioneren in onze samenleving wordt tegenwoordig veel van de gemiddelde mens gevraagd. Men moet over van alles verstand hebben. De film, en het leven van de overleden hoofdspeler, staan voor mij symbool voor een vervreemding aan deze eenvoudigere voorstellingen van het alledaagse geluk.

Dan nu terug naar de tegenwoordigheid met mijn top 3 beste films van een jaar waarvan de gordijnen vroegtijdig gesloten zijn.

3 – The French Dispatch
In principe is dit een van Wes Andersons minste films, wat een goede typering geeft voor het niveau van het filmjaar. Het is echter geenszins een slechte film. Sterker nog, The French Dispatch zit vol indrukwekkende verteltechnieken en fraaie verbeeldingen. Het probleem van de film zit hem juist in het feit dat Wes Anderson te hoog inzet. Hij presenteert de vele technische verfijndheden in een te hoog tempo, wat zich doet voorkomen als gehaaste bewijsdrang. Alle kleurrijke stijlvormen in zijn eerdere films zijn terug te vinden in The French Dispatch, aangevuld met de aangename kring van gebruikelijke acteurs. De film staat toch op nummer drie, en dat is vanwege de ontegenzeggelijke elegante en distinctieve regie, die niet dezelfde feilloosheid had als in The Grand Budapest Hotel (2014).

Petite Maman

Petite Maman

2 – Petite Maman
Naast mijn Australische uitstap heb ik dit jaar ook het gehele oeuvre van Céline Sciamma gezien. Een oeuvre dat nog slechts bestaat uit vijf films, maar hopelijk nog lang zal gelden. De Franse regisseuse is een filmmaker die in zekere zin bijzonder kenmerkend is voor deze tijd. Haar films betreffen vaak sociaal betrokken onderwerpen over feminisme, genderidentiteit en sociaaleconomische spanningen, verpakt in realistische films, die toch vaak voorzien zijn van een wonderlijke verbeelding. Ze lijkt in die zin op haar contemporaine collega Alice Rohrwacher. In Petite Maman lijkt Sciamma voor het eerst een expliciete brug te leggen naar een fictieve dimensie in haar verhaal. De film is een kort aandoenlijk parabel over de toenadering van moeder en dochter. De film is voorzien van een aangename ingetogenheid en heeft een universele verbinding.

1 – The Father
Laten we maar stellen dat 2021 een jaar is om snel te vergeten. The Father is een pijnlijke inkijk in het fragmenterende bewustzijn van een dementerende man (indrukwekkend gespeeld door Antony Hopkins). Een jaar waarin we overspoeld worden met ingewikkelde alarmeringen die onze aandacht opeisen, die ons alledaagse leven alsmaar ingewikkelder maken, lijkt er geen plek te zijn voor mensen die daar niet in mee kunnen. Men verdwijnt zo makkelijk geruisloos in de vergetelheid. Maar los daarvan is het vooral ook pijnlijk om te zien hoe iemand grip kan verliezen over diens eigen mentale gesteldheid. The Father is de enige film dit jaar die mij tot tranen bracht. Niet dat dat nu de beste graadmeter is voor een film, maar het onderstreept wel een onweerlegbare emotionele lading. Na het zien van The Father is het wel erg moeilijk om de zorgplicht die de samenleving draagt voor dementerende ouderen (maar eigenlijk alle onzelfstandige zorgdragenden) nog te ontkennen. Bijzondere films als deze confronteren de kijker met wat anderen soms moeten verdragen. Een van de piekprestaties die een film kan bereiken. The Father is een krachtige herinnering hieraan.

 

26 december 2021

 

Terugblik filmjaar 2021: Een lach en een traan
Terugblik filmjaar 2021: Altijd maar weer de oorlog
Terugblik filmjaar 2021: Verwarrende tijden voor filmfans
Terugblik filmjaar 2021: Pole position voor streamingdiensten

 

City Lights

City Lights (1931)
Ware kern van menselijkheid

door Yordan Coban

Tot mijn genoegen heb ik nog geen ziel getroffen die niet kon lachen om de openingsscène van City Lights (1931). Ik geloof heilig dat op het moment dat wij stoppen met lachen om Charlie Chaplin, we gedoemd zijn te vergaan in onze eigen cynisme. Chaplin belichaamt een onschuld die de mens bewapent tegen de verdorvenheid van de moderne ziel.

Chaplin wilde met zijn laatste stille film benadrukken dat film niet per se gebaat is bij sprekende acteurs. Zijn silent films kenden geen nationale grenzen of taalbarrières. In Chaplins beroemde speech uit The Great Dictator (1940) onderstreept hij dat technologie van nature goed is maar ons eerder afsluit dan samenbrengt. Hij had gelijk. Technologie heeft ons comfort gebracht, maar faalt uiteindelijk in het werkelijk bereiken van mensen. Het is slechts een middel, geen doel.

City Lights

Gepolijste onschuld
Chaplin waarschuwde ons hiervoor in Modern Times (1936) en The Great Dictator maar toont het ook werkelijk met City Lights. Deze film kwam uit in een tijd dat de talkies net om de hoek kwamen kijken. Toch koos Chaplin voor het maken van nog een stille film. Hij had geen nieuwe technologische ontwikkelingen nodig om mensen te raken. Spraak, kleur, 3D, Imax, allemaal formaliteiten die het niet winnen van Chaplins vakmanschap.

Het verhaal van City Lights is simpel maar heeft een gepolijste onschuld in zich. Uiteraard centraliseert de film zich rondom de ludieke situaties waarin The Tramp (de zwerver) terecht komt. Hij maakt kennis met twee personages: een rijke ongelukkige alcoholist en een blinde bloemenverkoopster. De rijke man gebruikt de zwerver om zijn eigen leegte te vullen, maar herkent hem alleen als hij dronken is. Hij moet niks van de sloeber hebben als hij de volgende ochtend nuchter wakker wordt. Het bloemenmeisje kan de zwerver niet zien en denkt dat hij een welgestelde heer is. De zwerver helpt het meisje en betaalt haar oogoperatie zodat zij weer kan zien. Beide personages zien hem in eerste instantie niet voor wie hij werkelijk is. Waar de rijke man hem verstoot als ze elkaar in onvervalste vorm ontmoeten, maakt de armoedige vertoning voor het bloemenmeisje geen verschil. Dit resulteert in een van de de meest volmaakte scène in filmgeschiedenis.

Oprecht
Er waren flink wat critici die vonden dat Chaplin zich niet moest wagen aan politieke thema’s. Een serieuze clown is niet waar men op te wachten zat. Maar net als collega-filmmaker Frank Capra (Mr. Smith Goes to Washington, 1939) vond Chaplin dat bij zijn statuur en publiek een grote verantwoordelijkheid hoorde.

City Lights

Chaplins latere films gaan over goedheid, menselijkheid en het kwaad in hebzucht en macht. Voor de jaren 30 was Chaplin de vermakelijke pantomimespeler en Buster Keaton de gevatte komiek. Maar net als de rijke dronkaard en de bloemenverkoopster zag men niet de humanistische intellectueel die Chaplin eigenlijk was. Van het belang van satire en vrijheid van meningsuiting in The Great Dictator tot het gevaar van een kapitaalgerichte machine gestuurde maatschappij in Modern Times, Chaplins oeuvre is groots en zo ook zijn visie.

Films als Citizen Kane, Vertigo, 2001: A Space Odyssey verlangen meerdere bezichtigingen en een intellectueel analyserend vermogen van de kijker. City Lights niet, want de film laat weinig open voor interpretatie. Hij stelt in zijn symboliek niet de vragen des levens en dient qua gelaagdheid niet als een puzzel die opgelost moet worden. De film is eerlijk en oprecht. Als je de vetrandjes met alle insignificante elementen in ons leven wegsnijdt, kom je tot een kern van menselijke sentimentaliteit, onze expressies in extremis: een traan en een lach. En deze ware kern van menselijkheid is nergens zo trouw belichaamd als in City Lights.

 

12 oktober 2021

 

THEMAMAAND CHARLIE CHAPLIN

Film by the Sea 2021 – Fellinopolis

Film by the Sea 2021 – Fellinopolis:
La Città di Federico

door Yordan Coban

De 23ste editie van Film by the Sea in Vlissingen brengt ons een greep uit het verleden met twee documentaires over Federico Fellini. In dit tweede deel, Fellinopolis, nemen we een uniek kijkje achter de schermen naar de werkwijze van de extravagante Italiaanse kunstenaar.

De documentaire, gemaakt door Silvia Giulietti, bestaat uit een aaneenschakeling van beelden geschoten door Fellini’s vriend Ferruccio Castronuovo op de set gedurende de periode van 1976 tot 1986. Deze beelden worden begeleid met de herinneringen van een aantal vaste leden van Fellini’s crew die ook vaak intieme vrienden waren. Veel van deze lieden zijn inmiddels overleden, waaronder de regisseur zelf, zijn vrouw Giulietta Masina en zijn vaste acteur tevens alter ego Marcello Mastroianni. Het merendeel van de documentaire bestaat jammer genoeg uit beelden van een tijd waarin Fellini’s beste werk al gemaakt was.

Fellinopolis

Surreële vervoering
Fellini was vaak niet echt geïnteresseerd in het vertellen van een verhaal, hij wenste voornamelijk zijn persoonlijke sentimenten te uiten in visuele indrukken om zo zijn publiek in vervoering te brengen. Het maken van 8 1/2 (1963) kwam, zo zegt hij in een van de spaarzame oudere beelden uit de documentaire, vanzelf uit hem. Alsof het de regisseur overkwam en het op gegeven moment als een natuurlijk proces ook weer stopte.

Het maken van zijn films deed hij aan de hand van de meest vreemde gezichten, carnavaleske kostuums en indrukwekkend grootse decors. Fellini vond dat een gezicht meer kon zeggen dan woorden. Hij had een bureau in Rome waar mensen van het opvallendste soort zich aan konden melden om als figuranten in zijn films te fungeren. In de documentaire vertelt zijn oude chauffeur dat Fellini, als in een film, hem opdroeg een taxi te volgen vanwege het merkwaardige uiterlijk van de desbetreffende passagier. Fellini joeg de wonderbaarlijkheden van het leven op cinematische wijze achterna.

Ook maar een mens
De documentaire blijft slechts een kijkje achter de schermen. Ze heeft niet meer om het lijf dan wat je als kijker van tevoren verwacht, maar dat hoeft niet erg te zijn als de films van Fellini je dierbaar zijn. Gelukkig worden er niet slechts ludieke anekdotes verteld en proberen de sprekers werkelijk op de thema’s en de distinctieve aard van zijn werk in te gaan. Wat vaak gebeurt bij het kijken van dergelijke documentaires is dat zij op ten duur in een geïdealiseerde toon vervallen.

Fellinopolis

Mensen zijn mensen, zelfs Fellini. Het is ergens ook zonde zijn om alle pracht uit de cinematische wereld van Fellini terug te relateren tot één extravagante man. Daarvoor is zijn werk te veel erfgoed van een collectief onderbewustzijn, kunstenaar overstijgend. Dit aspect is het meest futiele aan een biografische documentaire over Fellini. Het gaat niet om de persoon. Het gaat om wat zijn werk deed vermoeden.

Universeel vermoeden
Fellini’s films gaan namelijk niet alleen over zijn eigen dromen, er is iets universeels in de vermoedens die zijn werk losmaken. Uit de opmerkingen van de geïnterviewden blijkt wel dat Fellini zich goed besefte dat hij vernuft was in het beïnvloeden van anderen. Hij had oog voor datgene wat bij anderen tot de verbeelding kon spreken. Dit maakt zijn werk tijdloos, en niet slechts op een wijze die onderstreept dat zijn werk nog steeds goed te verteren is. Het lijkt het wezenlijke synoniem van wat een film zou moeten zijn. Zolang mensen naar geprojecteerde fantasieën op een scherm wensen te kijken, zal Fellini relevant blijven.

Fellinopolis is te zien op 12, 15 en 19 september tijdens Film by the SeaHier lees je het volledige programma.

 

11 september 2021

 

Film by the Sea 2021: The Truth About La Dolce Vita

 
MEER FILMFESTIVAL

Minari

***
recensie Minari

Wie zaait, zal oogsten

door Yordan Coban

Als immigrant kwam regisseur Lee Isaac Chung op jonge leeftijd naar de Verenigde Staten en ondervond dezelfde weerstand als de familie Yi: het assimileren en het opbouwen van een leven in een ander land. 

Minari draait om de familie Yi bestaande uit vader Jacob (gespeeld door Steven Yeung), moeder Monica (gespeeld door Yeri Han), dochter Anne (gespeeld door Noel Cho), zoon David (gespeeld door Alan S. Kim) en de later intrekkende oma Soonja (gespeeld door Yuh-Jung Youn). Het filmdrama begint aan de dageraad van Jacobs gedroomde avontuur. Jacob heeft een stuk grond met een caravan gekocht en zijn familie meegesleurd in zijn agrarische droom. Hij begint een boerderij maar neemt daarbij wel een groot financieel risico, hetgeen zijn vrouw niet bepaald waardeert. Jacob en Monica maken veel ruzie en hun relatie lijkt nog aan enkele zijden draden te hangen. Draden die zouden breken als Jacob zijn familie failliet zou maken.

Minari

Rigoureuze beslissing
Dit brengt ons meteen op een van de zwakste punten van de film. Wie begint er nu een boerderij met het laatste spaargeld van je gezin zonder volledige instemming van je partner? Door deze rigoureuze beslissing van Jacob degradeert hij Monica tot een ontevreden zeurende vrouw. Het maakt haar een vervelend personage, puur om zo een oppervlakkige spanning te creëren. De film suggereert het publiek sympathie voor Jacob en zijn droom te hebben. Monica is slechts een blok aan het been van haar ondernemende man. Maar eigenlijk heeft Monica gelijk. Wie doet nu zoiets zonder dit in genoegzaamheid te overleggen?

Als compromis mag oma Soonja inwonen bij het gezin. Soonja let op de kinderen terwijl vader en moeder bijverdienen als kuikenkeurders in een fabriek. De band tussen kinderen en oma is onwennig. Oma spreekt in tegenstelling tot de kinderen geen woord Engels en ‘ruikt Koreaans’, zo snauwt de jongste, David, haar toe. Oma zal zich niet goed meer kunnen assimileren, of althans niet zoals de kinderen dat zullen, maar vormt wel een onlosmakelijk onderdeel van het gezin.

Minari

Nieuwe grond
Dan de filmtitel, Minari. Minari is een erg dominante plant in de Koreaanse keuken en cultuur en heeft de eigenschap om te kunnen groeien in de meest dorre, onvruchtbare gronden. Sterker nog, Minari gedijt bij de compost van zijn eigen soort, het herleven en het implementeren van een oude generatie in de nieuwe. Dat is waar Minari voor staat. Het is niet voor niets dat juist oma deze plant zaait. Het zijn juist haar zaden uit het land van herkomst van de Yi-familie die in deze nieuwe grond zullen moeten ontwikkelen tot iets nieuws.

Begeleid met een tedere cinematografie brengt Lee Isaac Chung dit familieverhaal tot leven op een manier die in eerste instantie qua kalmte doet denken aan Paterson (2016). Een verhaal over een familie op de financiële afgrond, vechtend hun bestaan kent echter thematisch meer gelijkenis met Shoplifters (2018). Tegen het einde kent het verhaal een stroomversnelling die zich uit in een climax. Een climax die nogal onnodig voelt maar symbolisch wel enigszins te rijmen is.

Net zoals bijvoorbeeld in de Hitchcock-klassieker Rear Window (1954) en de Zweedse satire Turist (2014) wordt de teloorgang van een relatie – in Minari zijn dat Jacob en Monika – opzij geschoven in de dramatische toedracht van de climax, waarin beide partners het vuur voor elkaar hervinden. En als de vlammen zijn gaan liggen, en de rook met de noorderzon vertrokken is, is daar nog altijd de Minari van oma. Uitgezaaid over het beloofde land.

 

5 augustus 2021

 

ALLE RECENSIES

Dea Fortuna, La

**
recensie La Dea Fortuna

Flauwe Italiaanse feelgoodfilm

door Yordan Coban

Driehoeksverhoudingen, terminale ziekte, ongewenste kinderen en vreemdgaan, dat is La Dea Fortuna in een notendop. Een dramatische feelgoodfilm zoals we die al zo vaak gezien hebben.

Het verhaal gaat over de twee mannelijke partners Arturo (gespeeld door Stefano Accorsi) en Alessandro (gespeeld door Edoardo Leo) wiens relatie met de vrouw Annamaria (gespeeld door Jasmine Trinca) voor complicaties zorgt als blijkt dat Alessandro de vader van de jongste zoon is. Annamaria blijkt ernstig ziek te zijn en het koppel vangt de kinderen op. Arturo is daar echter minder enthousiast over wat tot spanningen in de relatie tussen Alessandro en Arturo leidt. Wat de kinderen nou eigenlijk onwenselijk maakt is echter niet helemaal duidelijk.

La Dea Fortuna

Uit de toon
De film mikt qua toon op een doorsnee Europese filmhuisfilm, oogt aanvankelijk als een Netflix-original maar degradeert zichzelf geleidelijk richting het niveau van een serie als Goede tijden, slechte tijden. De film gaat van conflict naar conflict, maar elke poging tot dramatiek voelt geforceerd en misplaatst. De relatie van Arturo en Alessandro bijvoorbeeld oogt vredig en stabiel maar kennelijk was dat louter schijn. Buiten het feit dat de aanwezigheid van de kinderen spanning zet op de relatie, blijkt Arturo ook nog eens een minnaar te hebben, wat nogal uit het niets komt voor zowel de kijker als voor Alessandro.

Beiden staan bijzonder tolerant tegenover uitspattingen van de lustige aard, maar Arturo lijkt meer te missen in zijn huidige relatie dan alleen een seksuele bevrediging. De film gaat vooral herhaaldelijk in op de droom om altijd samen te blijven, duurzame liefde, wat voor Arturo onmogelijk is met Alessandro, zo zegt hij zelf. De belevingswereld van de personages wordt in tekst geuit maar communiceert niet met de verdere realiteit van de film. De plotontwikkelingen worden niet of amper begeleid in de regiekeuzes.

La Dea Fortuna

Europese feelgood
Het meest weerzinwekkende van de film is de muziekkeuze. Waar sommige scènes nog een glimlach op het gezicht van de kijker teweeg kunnen brengen, zorgt de begeleiding van de muziekkeuze van regisseur (Ferzan Özpetek) dat dit een vrij onwaarschijnlijk gegeven is.

De Europese feelgoodkraker presenteert zich aanvankelijk als niet-Amerikaanse arthouse maar kent in zich eigenlijk alle oppervlakkige gewaarwordingen die we gewend zijn uit Hollywood. Een terminale ziekte of het geïdealiseerde romantische beeld van de eeuwige liefde, La Dea Fortuna vinkt het allemaal af. Films als Intouchables (2011) of Simon (2003) zijn voorbeelden van vruchten van deze veramerikanisering van filmmarkten wereldwijd; dramatischer in toon, oppervlakkiger qua inhoud. La Dea Fortuna lijkt hiervan het schoolvoorbeeld.

 

6 juni 2021

 

ALLE RECENSIES

Color of Pomegranates, The

***
IFFR Unleashed – 1980: The Color of Pomegranates
Armeense visuele poëzie

door Yordan Coban

The Color of Pomegranates is geen gesneden koek. Dit abstracte visuele portret zal niet bij iedereen in de smaak vallen maar beslist een indruk achterlaten.

De beelden in The Color of Pomegranates (1969) vertellen het verhaal van Sayat-Nova, een bekende Armeense dichter uit de achttiende eeuw. De regisseur, landgenoot Sergei Parajanov, doet dit zonder een conventioneel narratief. In deze biografie probeert hij een abstracte belevenis van zijn jeugd te creëren met enkel visuele indrukken. De enige spraak die je hoort, zijn de sporadisch voorgedragen gedichten van Sayat-Nova.

The Color of Pomegranates

Excentrieke stijl
Parajanovs excentrieke stijl doet denken aan het vroege werk van Luis Buñuel, in de begintijd dat hij nog samenwerkte met Salvador Dalí. Zijn kritische en non-conformistische aanpak druiste in tegen de gangbare opvatting van de Sovjets, het maken van socialistisch-realistische uitingen, waardoor de film verboden werd en ondergronds ging. Parajanov werd zelfs af en toe in de gevangenis gegooid.

Zijn beelden bevatten vaak dieren, religieuze figuren en exotische gewaden. De mensen bewegen sierlijk heen en weer en worden begeleid met plotseling montagewerk. De Armeense filmmaker en kunstenaar gebruikte verschillende technieken om een indruk achter te laten. De ziel van een abstracte film zit hem vaak in twee elementen: de visuele aantrekkingskracht van de beelden en het ritme waarop de beelden voorgedragen worden.

In een film als Fantasia (1941) dansen de beelden voort op de symfonieën van Tsjaikovski en Bach en treedt de muziek op de voorgrond. In The Color of Pomegranates is niet echt muziek aanwezig. Meditatiegeluiden ondersteund door een koor zorgen voor een vervreemding maar slaan geen eigenzinnige toon aan.

Voor het bewijs dat passende sfeermuziek niet cruciaal hoeft te zijn voor een abstracte filmervaring hoef je alleen maar te kijken naar Man with a Movie Camera (1929), het meesterwerk van Dziga Vertov, dat als een visuele symfonie van het stedelijke leven geldt. Visuele abstractie is nu eenmaal een stuk meeslepender zonder geluid.

The Color of Pomegranates

Herinneringen
De beelden in The Color of Pomegranates zijn herinneringen uit de jeugd van de regisseur die als dagdromen aan de kijker opdoemen. Goede filmmakers zijn misschien een beetje egoïstisch omdat ze hun films meer voor zichzelf maken dan voor een publiek. Echter films zijn vaak het beste als ze innig en persoonlijk zijn.

Toch kan de kijker ook een afstand voelen met dergelijke individuele uitingen. Dit zie je bijvoorbeeld in Fellini-films, die over de belevingen van zijn eigen jeugd gaan. Echter ook voor Fellini geldt dat genialiteit het machtigst naar voren treedt in de werken die strekken tot universaliteit. Deze ondoorgrondelijke universaliteit lijkt altijd te vergaan in betrekkelijkheid als je er direct een beroep op doet maar kan zich slechts doen gelden indien de kunstenaar het niet als uitgangspunt neemt en vanuit zijn eigen beleving ons de hand reikt.

Niet elk shot in The Color of Pomegranates werkt even goed, maar er zijn een aantal bijzonder memorabele fragmenten. Een voorbeeld is een onvergetelijk shot waarin een kind op een dak ligt vol opengeslagen boeken, bladerend in de wind. In die zin leent de film zich goed voor een bezichtiging in een museum. Kijkers kunnen rustig een blik werpen op de visuele spinsels, maar de gehele film van begin tot eind beleven is niet per se noodzakelijk.

Deze film is bij het jarige IFFR online te zien tot en met 21 april 2021.

7 maart 2021


ALLE RECENSIES 50 JAAR IFFR

Angst essen Seele auf

****
IFFR Unleashed – 1974: Angst essen Seele auf
Liefde, eenzaamheid en exotisme

door Yordan Coban

Angst essen Seele auf (1973) van Rainer Werner Fassbinder is een film over liefde en tolerantie die zich onderscheidt door af te wijken van de te verwachte boodschap, die je vaak vindt in films over xenofobie en de multiculturele samenleving.

Het romantische drama gaat over twee eenlingen, de oudere Duitse weduwe Emmi (Brigitte Mira) en de Marokkaanse arbeidsmigrant Ali (El Hedi ben Salem). Ondanks dat ze zich bevinden in een sociale omgeving met collega’s en vrienden missen ze een intiemer gezelschap in hun leven. De twee beginnen een relatie maar ondervinden voornamelijk negatieve bejegeningen. In het naoorlogse Duitsland kon men geen begrip opbrengen voor interraciale relaties, om nog maar te zwijgen van het leeftijdsverschil.

Angst essen Seele auf

Verboden begeerte
Een goed voorbeeld van een film over xenofobie die wél de te verwachten verhaallijn volgt, is The Shape of Water (2017) van Guillermo del Toro. We zien daar twee totaal verschillende personen die ondanks de buitenwereld voor de liefde kiezen, met de dood tot gevolg. Het is in wezen een variatie op het klassieke Romeo en Julia-verhaal: het noodlot van een verboden begeerte. Angst essen Seele auf vermijdt dit noodlot en gaat verder waar een film als The Graduate (1967) eindigde.

Na hard tegen iedereen gevochten te hebben in naam van de liefde blijven in deze klassieker van Mike Nichols de personages van Dustin Hoffman en Katharine Ross achter met de vraag of het punt aan de horizon werkelijk een bevredigende liefde is. Was het niet juist de controverse die ze zo verliefd maakte? Diezelfde vraag speelt een belangrijke rol in Angst essen Seele auf. Op het moment dat de omgeving de relatie geaccepteerd heeft, lijkt de verliefdheid over. Het is dan aan de personages en het publiek om bij zichzelf te rade te gaan wat de aanvankelijke aantrekkingskracht was en wat daar nu nog van over is.

Machtspositie tussen partners
De films van Fassbinder worden gekenmerkt door hun sociaal-maatschappelijk relevante onderwerpen. De Duitse regisseur maakte films over liefde en relaties maar leek daarbij vooral geïnteresseerd in de machtspositie tussen partners. Fassbinder ging zijn tijd flink vooruit. Zijn films prediken thema’s op zwierige meanderende wijze, zoals vakbroeders Jean-Luc Godard en Werner Herzog dat ook deden.

Net als laatstgenoemde was Fassbinder frontman van de Neue Deutsche Welle, een stroming die qua invloeden weer voortvloeide uit de Nouvelle Vague, waarvan Godard een van de boegbeelden was. Beide stromingen kenmerken zich als een alternatieve niet-commerciële lowbudgettegenreactie op de tot dan toe gevestigde filmindustrie. Fassbinder werkte graag met simpele filmsets en onbekendere acteurs. Zo wist hij in zijn korte leven (hij werd slechts 37) een indrukwekkend aantal films te produceren.

Fassbinders personages zijn over het algemeen filosofisch onderlegd en geven dikwijls een psychoanalytische ontleding van zichzelf voordat de kijker dat hoeft te doen. In Angst essen Seele auf gebeurt dit niet echt. Personages worstelen met hun gevoelens maar weten zich niet altijd te uiten, hun frustraties worden eerder uitgedrukt in stiltes dan in woorden. De film bevat een aantal karakteristieke lange stilstaande shots waarin de personages leeg voor zich uit staren.

Angst essen Seele auf

Aanklacht en taboe
Fassbinder was een zelfbewuste filmmaker die ook vaak expliciet in zijn eigen films verscheen. In Angst essen Seele auf speelt hij de rol van de racistische en misogyne schoonzoon van Emmi. Toch wijzen vele interpretaties op het idee dat Fassbinder zijn sentimenten juist op Emmi geprojecteerd heeft. Deze aanname is voornamelijk te rijmen met het feit dat Fassbinder in die tijd een relatie had met El Hedi ben Salem. De filmmaker werkte graag, soms obsessief, samen met zijn muzen, regelmatig homoseksuele, lesbische of transseksuele hoofdpersonages. Zijn aanklacht tegen xenofobie strekte dus niet slechts tot raciale verschillen maar betrof ook mensen met een afwijkende genderidentiteit.

Wie in de Randstad leeft, ziet bijna niet anders dan koppels met verschillende achtergronden. Gelukkig maar, de multiculturele samenleving heeft met de jaren op dit vlak een taboe doorbroken. Het heeft wat dat betreft in vergelijking met de tijdsgeest zoals geportretteerd in Angst essen Seele auf een aangenaam niveau van tolerantie bereikt. Dit geeft ons geen vrijbrief tot berusting, de Toeslagenaffaire en het politiek activisme als gevolg van raciale spanningen van het afgelopen jaar dwingen ons nog steeds tot een indringende zelfreflectie op dit gebied.

Het thema van racisme in Angst essen Seele auf blijkt dus anno 2021 nog steeds relevant ondanks dat het al vele malen verfilmd is. Toch doen we deze film van Fassbinder te kort als we hem slechts beschouwen als een film over racisme. Meer nog dan racisme is het thema de complexe pathologische werking van liefde, eenzaamheid en exotisme.

Deze film is bij het jarige IFFR online te zien tot en met 7 april 2021.

28 februari 2021


ALLE RECENSIES 50 JAAR IFFR

Terugblik filmjaar 2020 – Deel 8: Vijf films die ik voor het eerst zag

Terugblik filmjaar 2020 – Deel 8 (slot):
Vijf films die ik voor het eerst zag

door Yordan Coban

Dit jaar deed ik het eens geheel anders. Ik heb logischerwijs betrekkelijk weinig nieuwe films gezien en heb het aantal bioscoopbezoekjes moeten beperken tot twee. Het leek mij dan ook gepast om een alternatief lijstje te presenteren. Een lijstje met vijf films die ik dit jaar voor het eerst gezien heb en die bij mij iets wisten te ontbranden.

Sweet Thing

Sweet Thing

Ik moet ook bekennen dat de duurzaamheid van mijn passie op de proef wordt gesteld. Begrijp me niet verkeerd: ik ben dol op films en zal dat altijd zijn, maar zonder de afwisseling met wat meer socialere en actievere activiteiten wordt het lastiger om er hetzelfde plezier aan te beleven. Met deze vijf films werd ik toch weer herinnerd aan hetgeen films zo bijzonder maakt voor mij.

Van de films die dit jaar uitgekomen zijn, zijn er drie die ik de moeite van het kijken waard acht:
1. For Sama
2. Sweet Thing
3.
Été 85

Deze drie films zijn bij lange na niet van hetzelfde kaliber als de top 5 die ik hieronder presenteer, maar hebben wel in enige mate een indruk achtergelaten. Sweet Thing voor de dromerige sfeer en visuele stijl die een duistere jeugd verbloemt. Été 85 voor het acteerwerk en de wijze waarop François Ozon zijn kijker in spanning houdt. En For Sama voor haar pijnlijke confrontatie met een politieke realiteit. Maar vooral de scène waarin een pasgeboren baby voor de camera terug tot leven gereanimeerd wordt. Ik had nog nooit zoiets gezien en het geeft me nu nog koude rillingen als ik er aan terugdenk. Zonder verder omheen te draaien volgt dan nu mijn top 5 films die ik in quarantaine voor het eerst gezien heb.

5. Salo
Het is een beetje misplaatst om deze film te verheerlijken, sterker nog ik raad het niemand echt aan om Salo te zien. Hij is excessief en eigenlijk bijzonder ranzig te noemen, maar excessen ga je vanzelf opzoeken als alle dagen hetzelfde lijken. Hetgeen hoogstwaarschijnlijk ook gold voor de Fransman Markies de Sade (waarvan het woord sadisme afkomstig is), schrijver van het gelijknamige boek waarop de film gebaseerd is. Volgens de legende schreef hij het boek op het toiletpapier in het gevang van de Bastille ten tijde van de Franse Revolutie. Salo is een cultklassieker die elke filmliefhebber “gezien moet hebben” maar waarvan het meer dan begrijpelijk is dat men daar vanaf ziet. Ondanks dat het zien van de film als onprettig ervaren kan worden, is het toch te kort door de bocht om de film als louter pervers geneuzel af te doen. De film maakt een paar expliciete verwijzingen naar de controversiële filosoof Friedrich Nietzsche. Dit is ook hoe het werk naar mijn mening gezien en beoordeeld moet worden, niet in het letterlijke vertoon maar in wat het los probeert te maken in haar overdrijving.

4. Bamako
Bamako is een film over de politieke situatie in Afrika. Het brengt een Afrikaans perspectief naar voren en completeert dat op komische wijze met de schoonheid van het continent. Abderrahmane Sissako wierf naambekendheid met Bamako en brak in 2013 werkelijk door op internationaal niveau met zijn film Timbuktu. Zijn stijl draagt in zich de rust van de Mauritaanse woestijn, waar je alleen de wind het zand hoort verplaatsen. De film gaat over een rechtszaak waarin Afrika het opneemt tegen de Wereldbank en het IMF die het continent verdrukken onder haar economische dwang. De locatie voor de rechtszaak is een Afrikaans dorp, waar het alledaagse leven, of het nou in de greep is van de westerse instituten of niet, gewoon doorgaat. Het geeft een prachtig visueel portret van Afrika afgewisseld met overtuigende politieke pleidooien. Aansluitend is er ook nog het hoopgevende gegeven dat de meeste pandemieën vaak desastreus zijn voor Afrika, maar als we de berichtgeving mogen geloven lijkt Afrika deze pandemie relatief goed te zijn doorgekomen.

3. Happy Together
Toen ik mijn Rewind-stuk over In the Mood for Love (2000) schreef, had ik nog één Wong Kar-Wai film niet gezien, en dat was Happy Together, wat achteraf een doodzonde is. Happy Together is wederom een bedwelmende melancholische film zoals we dat gewend zijn van de Hongkongse regisseur. Het gaat over twee Taiwanese jongens (gespeeld door Tony Leung en Leslie Cheung) die gevangen zitten in een neerwaartse spiraal in Buenos Aires. Beiden lijken niet goed te weten waarom ze in Argentinië zijn, ze werken om een ticket terug naar Azië te bekostigen maar drinken alles op waardoor ze zichzelf gevangen houden, vluchtend voor het verleden. Het is de tijd die ongrijpbaar aan de jongens voorbij vliegt terwijl hun levens stilstaan (herkenbaar). Verzachtend op zijn minst zijn dan de prachtige tangomelodieën van Astor Piazzolla.

2. Naked
Soms zie je ze, personages als Johnny (gespeeld door David Thewlis), slenterend en tierend gaan ze door de straten. Junks, zwervers, gevaarlijke mensen met een stoornis, zo worden ze tegenwoordig beschouwd. Spontane Socratische gesprekken met onbekende mensen op het marktplein gebeuren niet echt in deze tijd. Al gebeurde dat voor de pandemie ook voornamelijk alleen met die verschrikkelijke mensen van Vandebron. Misschien ben ik nu te cynisch, maar cynisch is ook de toon van Naked, een grauwe film van Mike Leigh over de schaduwwereld van de straten van Londen. Johnny meandert zich een weg langs de meest uitlopende figuren van de nacht wie hij bevraagt en belaagt terwijl hij naar iets op zoek is waarvan hij al lijkt te weten dat het is opgelost in een lang vervlogen tijd.

The Wild Pear Tree

The Wild Pear Tree

1. The Wild Pear Tree
In vele momenten in mijn leven zijn er films geweest die bijzonder sterke raakvlakken hadden met mij als persoon of met mijn levensloop. Nooit eerder had ik echter werkelijk het gevoel dat een film autobiografisch aanvoelde. The Wild Pear Tree wel. Alsof Nuri Bilge Ceylan een film over mijn leven gemaakt heeft. Dat gezegd hebbende bespaar ik u een verdere beschrijving van mijn persoonlijke leven, maar wilde ik voornamelijk de bijzonderheid van deze gewaarwording benadrukken. En zoals dat soms voelt bij regisseurs wiens werk vertrouwd lijkt, beschouw ik Nuri Bilge Ceylan nu als een goede vriend. Vrienden worden met personen op het scherm klinkt echter wel heel erg als de quarantainekwalen van een Cronenberg-scenario.

 

31 december 2020

 

Terugblik filmjaar 2020 – Deel 1: Het jaar van de vrouw
Terugblik filmjaar 2020 – Deel 2: Beste lezer, over 25 jaar…
Terugblik filmjaar 2020 – Deel 3: Film op rantsoen
Terugblik filmjaar 2020 – Deel 4: Een beetje escapisme kunnen we wel gebruiken
Terugblik filmjaar 2020 – Deel 5: Gecontroleerd uitrazen
Terugblik filmjaar 2020 – Deel 6: Herwaardering collectieve ervaring
Terugblik filmjaar 2020 – Deel 7: Blikvangers en donkere spiegels

 

Sweet Thing

***
recensie Sweet Thing

Te vroeg volwassen

door Yordan Coban

Alexandre Rockwell en haar gezin brengen ons een ingetogen en visueel in het oog springende film over kinderen die vroeg geconfronteerd worden met de akeligheden uit de boze grotemensenwereld.

Deze gezinsfilm speelt zich af rond kerst maar mist de stemming ervoor. Het merendeel van de film is in zwart-wit. De sporadische verschijning van kleur is gekoppeld aan de ontlading van emotie van de kinderen. De film vloeit ook voort uit hun perspectief. Dromerig en speels. De kinderen zijn Billie (gespeeld door Lana Rockwell) en Nico (gespeeld door Nico Rockwell). Ze wonen bij hun vader Adam (gespeeld door Will Patton) wiens leven een goot te noemen is. Vader drinkt heel veel en verdient heel weinig. Moeder Eve (gespeeld door Karyn Parsons) is nog in beeld, maar lijkt vooral voor zichzelf gekozen te hebben. Een rolverdeling die normaal gesproken omgedraaid is.

Sweet Thing

Billie Holiday
Billie is vernoemd naar Billie Holiday. Niet omdat Holiday mooi kon zingen maar omdat het zo uniek klonk, legt haar vader uit. Mensen die vernoemd zijn naar een bekend persoon zijn daar vaak niet heel enthousiast meer over in later stadium van hun leven. Het is dan vaak verdrongen tot een vermoeiende triviale referentie. Ergens is dat fenomeen wel kernachtig voor deze film. Het perspectief van Billie is nog hoopvol, nog niet bedorven.

In een interview geeft Alexandre Rockwell aan dat haar intentie was om het verhaal vanuit de beleving van de kinderen te vertellen. Het geeft de lens een filter van onschuld zoals we dat ook zien in films als The Florida Project (2017) en George Washington (2000). De keerzijde is echter dat dit in enkele scènes onnatuurlijk voelt. Scènes die moeten illustreren dat er lol gemaakt wordt, komen nep over.

In films met vergelijkbare onderwerpen, films als Shoplifters (2018), Lean on Pete (2017) en Chop Shop (2007) zien we dat de kinderen gedwongen worden om vroeg op te groeien, sterk te zijn. In Sweet Thing is dit voornamelijk vanwege het niet functioneren van de ouders en de armoede binnen het gezin die dat teweegbrengt.

Sweet Thing

Ensemblestuk
Het is niet de eerste keer dat dit gezin samen een film maakt. In haar eerdere films Little Feet (2013) en Pete Smalls is Dead (2010) speelden Rockwells kinderen ook al mee. Karyn Parsons acteert al wat langer dan vandaag. Haar rol als Hilary Banks in The Fresh Prince of Bel-Air (1990-1996) is de meest memorabele.

De film lijkt ook kort in te haken op het maatschappelijke debat dat ontstaan is na de protesten tegen het politiegeweld in de Verenigde Staten. Zo doet zich in de film een ontspoorde arrestatie voor zoals dat al zo vaak is voorgekomen. De film gaat er verder niet op in. Dit heeft ook eigenlijk geen plek in een kinderwereld. Rockwell wilde de weerbarstigheid van kinderen tonen. Wiens vermogen om plezier te maken onbegrensd lijkt. Allemaal kinderen die puzzelend kijken naar de absurditeit van de wereld van de volwassene.

 

20 oktober 2020

 

ALLE RECENSIES

Babyteeth

***
recensie Babyteeth

Zelfbewuste tiener met kanker

door Yordan Coban

Babyteeth is een klassiek verhaal over een recalcitrante puber. Een meisje dat in een dakloze jongen een ontsnapping ziet aan haar perfecte ouderlijke huis, om zo haar zelfstandigheid en eigen identiteit te ontplooien, nu het nog kan.

Milla (gespeeld door Eliza Scanlen) is een meisje dat leeft met de confronterende wetenschap van haar sterfelijkheid. Milla lijdt aan kanker, iets dat de kijker duidelijk gemaakt wordt, maar nooit echt overtuigend uitgewerkt wordt. Haar ziekte geeft Milla een vrijbrief te rebelleren tegen haar preventief rouwende ouders. Ouders die zich beseffen dat zij nu mag en kan doen wat zij wil. Dus ook thuiskomen met een dakloze junk, genaamd Moses (gespeeld door Toby Wallace). Een in de kern onschuldige jongen, over wie we nooit echt het hele verhaal horen. Maar de uiterlijke omstandigheden vertellen in principe genoeg over het tragische bestaan van Moses.

Babyteeth

Schreeuw om vrijheid
Alles aan Milla’s puberale schreeuw om vrijheid is geforceerd, maar begrijpelijk. Haar losbreken lijkt bovendien volledig zelfbewust. Nu het nog kan, wil ze ontsnappen aan het bereik van haar ouderlijk gezag. Alhoewel dat niet werkelijk kan zolang ze ongeneselijk ziek is. Daarom staat ze erop dat Moses bij haar komt wonen, ondanks dat Moses eigenlijk te oud voor haar is en de manifestatie van de ouderlijke nachtmerrie belichaamt.

Babyteeth kent een aantal cinematografisch gedurfde keuzes die de film soms een eigenzinnig karakter geven terwijl het andere keren uitmondt in de middelmatigheid van een videoclip. Dit Australische drama betekent de eerste speelfilm van Shannon Murphy die voorheen slechts korte films en televisieseries regisseerde. Een aardig debuut, maar wat wil ze vertellen met Babyteeth?

Het is een film met twee thema’s die allebei tot vermoeiends toe behandeld worden. Het verhaal van de rebellerende tiener, zoals we dat kennen uit filmklassiekers als The Graduate (1969) en Badlands (1973), wordt gecombineerd met het verhaal van de chronisch zieke en de onvermijdelijke dood, zoals we dat zagen in films als Y Tu Mamá También (2001), Simon (2004) en Me Earl and the Dying Girl (2015).

Babyteeth

Niet simpel
Toch kun je niet zeggen dat de film simpel in elkaar zit. Het drugsgebruik van Moses staat duidelijk in contrast met het gebruik van de voorgeschreven kalmeringsmiddelen voor Milla’s ouders. Een kritiek op de selectieve wijze van het gebruik en veroordelen van verdovingsmiddelen, iets wat we ook terugvinden in Requiem for a Dream (2003).

Dan is er nog de niet sterk uitgewerkte affaire van Milla’s vader met een zwangere jonge vrouw, hetgeen symbool staat voor zijn worsteling met het feit dat hij zijn dochter zal verliezen. En uiteraard de titel, die de kentering tot volwassenheid symboliseert.

Het zijn kleine verbanden en symbolen die alleen goede filmmakers kunnen leggen. Toch mist de film nog wat originaliteit en subtiliteit. De tijd zal leren of Shannon Murphy zich met Babyteeth zelf nog in de jeugdigheid van haar carrière bevindt.

 

24 augustus 2020

 

ALLE RECENSIES