IDFA 2013 – Deel 6

Verslag IDFA Deel 6 (slot)

door Bob van der Sterre

In ons zesde en laatste verslag: pygmeeën in Centraal-Afrika, een Joegoslaaf in Zuid-Sudan, Zoutoogsters in India, blote vrouwen in de Oekraïne, kerstalbumverzamelaars in de VS en een Australische propagandafilm in Noord-Korea. 

Als Louis Sarno ’s nachts stilletjes zat te roken in zijn pygmeeëndorp midden in de Centraal-Afrikaanse jungle, hoorde hij een van de stamleden geluidjes maken. Het zijn van die momenten die hij erg koestert en waarom hij zich er in de jaren tachtig vestigde. Hij trouwde met een vrouw van de stam. Ze kregen een kind, een jongen genaamd Samedi.

Vijfentwintig jaar jungle
Zijn studie naar inheemse muziek leidde hem naar deze stam. Muziek is in het dagelijkse leven voortdurend aanwezig. Om de jacht een handje te helpen of gewoon voor de lol. En dat zonder westerse instrumenten. Hij nam het op. Zijn collectie met duizenden uren muziekopnamen is overgedragen aan een museum in Oxford.

Nu, vijfentwintig jaar later, keert hij met Samedi terug naar de VS. Zijn zoon ziet voor het eerst het grote stadsleven. Het lijkt hem weinig te doen. Slechts een opvallend detail: aldoor wil hij een raam open zetten. Hij klaagt vooral over de aankopen die zijn vader doet. ‘Speelgoed? Wat moeten we daar nu mee in de jungle?.’

Het is vooral de vader die zich verbaast. ‘Al die mensen die naar hun werk gaan, iets belangwekkends denken te doen, zijn zo ver verwijderd van een echt bestaan, waarbij hun leven er echt  toe doet.’

Louis bevindt zich in de vreemde situatie dat hij als Amerikaan nauwelijks kan rondkomen in de Afrikaanse jungle. Omdat medestamgenoten van mening zijn dat hij als westerling genoeg geld heeft, geeft hij nogal veel weg, terwijl er weinig inkomsten tegenover staan. Het baart hem grote zorgen.

Song from the Forest van Duitser Michael Obert won de prijs van de beste documentaire op het festival. De film biedt ook veel moois: antropologische knowhow, mooie cinematografie, charmante hoofdpersonen en de fraaie muziek van de pygmeeën. Bovendien een jeugdvriend die niet iedereen heeft: regisseur Jim Jarmusch. Of het de beste was van allen, lastig te zeggen, maar Sarno zal met zijn onvervalste liefde voor de pygmeeëncultuur veel kijkersharten hebben gestolen.

Onverslaanbare tijgers
Niet ver van Louis Sarno vandaan, het land grenst er zelfs aan, was een Servische coach bezig om van de voetballers van Zuid-Sudan onverslaanbare tijgers te maken. Tijgers komen weliswaar niet voor in Afrika. Dat deert coach Zoran Djordjevic niet. Het zouden onverslaanbare tijgers worden, de spelers van het nieuwe land (sinds 2011 onafhankelijk).

Je weet niet goed waar de film nu over gaat. Gaat het over de eerste schreden van een nieuw voetbalteam? Of over de koppige, temperamentvolle persoonlijkheid die Zoran is? Hij moet spelers bekijken in het zuiden van Zuid-Sudan. ‘Geef me een kaart! Hoe kan ik nou zonder kaart reizen?’ ’Een kaart? Dit is geen Europa!’ reageert de voetbalbobo verbouwereerd. Zoran lost dat op zoals alleen Zoran kan: hij rukt een paar oude kaarten van muren en vertrekt.

Coach Zoran and his African tigers is een vlotte, onderhoudende documentaire. Vooral omdat de boomlange Zuid-Sudanezen en de bolbuikige Serviër een bizar duo vormen. Maar het is als met een film met tegenpolen: je wordt er goed door vermaakt. Het moment dat Zoran de doelpalen voor het nationale team persoonlijk met een vrachtwagen komt ophalen. Het moment dat Zoran voor gesloten deuren staat bij een training en dan maar een lap grond elders in de stad confisqueert. Het moment dat hij een vermagerd geitje op de markt koopt als mascotte voor het team. Wrange humor: een van de mooiste soorten humor.

Maar dan wordt het onverwacht grimmig als Zuid-Sudan om principiële redenen geen olie meer wil verkopen aan Noord-Sudan. De tegenslagen stapelen zich op. Hoe vaak heeft het Nederlands elftal een speler verloren aan malaria? Had het geen geld voor de terugreis na een wedstrijd? En kreeg de coach niet meer uitbetaald?

Prachtig tragikomisch verhaal van regisseur Sam Benstead, midden in de roos. Hij hoefde er eigenlijk alleen maar te staan.

Schuifelen over een zoutvlakte
In een documentaire die juist verre van uitbundig is, My name is salt, bekijken we hoe Indiërs op een zoutvlakte zout maken en oogsten. Talloze families trekken ieder jaar naar dezelfde dorre woestijn. Die was een paar maanden ervoor nog een zee. Alles wat ze achter hebben gelaten, van vorig jaar, lijkt spoorloos. Maar deze Indiase families weten feilloos hun eigen plek terug te vinden.

Dan begint het echte werk: het uit de grond halen van de spullen die ze er hebben achtergelaten, het bouwen van een huisje, het aan de praat krijgen van de hulpmiddelen en het graven van grote waterreservoirs. Zeven maanden duurt het tot en met de oogst.

Voor je het weet zijn de zoutpannen af en wordt het zeezout geoogst. Een techniek die al gebruikt werd door de Romeinen. Eigenlijk is een dieselpomp het enige hulpstuk. Soms raakt ie defect en dan moet je alle onderdelen uit elkaar halen. Het tsjukk tsjukke tsjukke van de pomp wordt uiteindelijk een zeer vertrouwelijk geluid in de film.

Het fraaiste gedeelte is het met de voeten egaal maken van de zoutbodem. Het is een schuifeldansje, voetje voor voetje lopen de familieleden naast elkaar te schuifelen, dagenlang, meter voor meter, om de grond zo egaal mogelijk te krijgen. Fraai in beeld gebracht.

Aanvankelijk filmde Farida Pacha de familieleden op een te actieve manier. Interviews, interessante shots, veel beweging in beeld. Die koek was na een week al op. Het werd niets. Pacha zei dat ze zich realiseerde dat ze in het ritme van de werkers moesten komen. Ze gingen kijken. Meer niet. En die kalme aanpak werkt bevrijdend voor de kijker. Aan de hand van het werk zelf zien we hoe de mensen leven, slapen, eten, kletsen, elkaar masseren. Mooie, interessante beelden die voor ons een totaal andere wereld ontsluiten.

Zonder de improvisatie was de documentaire vermoedelijk niet zo interessant geweest. Commentaar: het is soms wel net iets te veel een documentaire uit het boekje. Trucjes met vervreemdende geluiden, verstilde beelden, out of focus, enzovoort.

Verslag IDFA 2013 Deel 6 (slot) My name is salt

Truitjes uittrekken
Victor Svatsky. Geen mens die hem kent. De naakte Oekraïense dames van Femen kent bijna iedereen. Ergens in Kiev trekken ze hun truitjes uit en tonen dan hun naaktheid, omdat ze willen dat Oekraïne niet alleen wordt gezien als een land waar prostituees vandaan komen. Elke keer hetzelfde liedje: media erbij, politie erbij, arrestaties. Soms exporteren ze hun acties, zoals een keer in Turkije, en een keer in Wit-Rusland. Dat waren niet de beste ideeën van de groep. We zien het allemaal in Ukraine is not a brothel.

Kitty Green was bezig met een documentair portret over deze groep te maken toen ze ontdekte dat zijzelf niet aan de touwtjes trokken, maar een vreemd, schimmig figuur genaamd Victor. Het is namelijk Victor die bepaalt wáár Femen de blote borstenacties houdt, wát ze zeggen en hóe het gebeurt. En hij duldt geen tegenspraak. Ze zijn bang als hij belt met weer een opdracht. ‘Wat is het verschil tussen een prostituee en een feministe?’, zegt een van de dames grijnzend.

Tijdens filosofische avondjes kun je vermoedelijk urenlange discussies voeren hoe het kan dat een wereldbekende feministische organisatie op autoritaire wijze wordt geleid door een man. Ligt het aan de man? (‘Ja, ik geef toe dat het ook wel een manier was om met mooie vrouwen in contact te komen.’) Aan de vrouwen, kennelijk niet in staat om de boel zelf goed te regelen? Zijn het de wortels van de Oekraïense samenleving waar patriarchale verhoudingen niet uit te roeien zijn, zelfs niet in een feministische organisatie? Ligt het aan zowel mannen als vrouwen en kunnen we gewoon niet zonder elkaar om iets origineels te scheppen?

Het is een sterk punt van een documentaire die verder niet veel te bieden heeft, afgezien van het feit dat je eens de mens leert kennen achter Oekraïense dames die hun truitjes overal en nergens uittrekken.

Victor laat zich uiteindelijk ook interviewen. Hij houdt wel van paradoxen, legt hij uit. ‘Marx was toch ook een beetje bourgeois’, verdedigt hij zich. Het zijn dit soort opmerkingen die je laten denken dat deze film een schertsactie is à la Banksy’s Exit Through the Gift Ghop.

Kerstliedjes met Miles Davis en Flaming Lips
Louter mannen komen voor in Jingle bell Rocks!, waarin Mitchell Kezin op zoek gaat naar verzamelaars van aparte kerstmuziek. Het doorsnee kerstgejammer à la Whams Last Christmas is niet aan hem besteed. Hij zoekt naar persoonlijke, ongewone platen die niemand kent met titels als Santa Claus was a black man en Merry Christmas someone.

De vonk die deze film deed ontstaan was het kerstnummer The little boy that Santa Claus forgot. In 1968 hoort Kezin dat sombere kerstliedje van Nat King Cole. Hij vergat het nooit meer. ‘De gedachte dat de Kerstman iedereen kon vergeten, in het bijzonder een kind als ik, was verschrikkelijk.’

Het blijkt een geweldige opzet voor mooie muzikale ontdekkingen, grappige interviews en portretten van maniakale verzamelaars. Bob Dorough die vertelt hoe het was om met Miles Davis een kerstnummer op te nemen. Bill Adler die vertelt over de Run DMC-hit Christmas in Hollis. De melodieuze kerstsongs van The Free Design. En Wayne Coyne van The Flaming Lips heeft ook een bizarre herinnering om te delen.

Kezin (debutant) verbaasde vermoedelijk zichzelf ook met het eindresultaat. Zijn persoonlijke, gepassioneerde invalshoek maakt dat de film veel interessanter is dan als het gewoon een opdracht voor een journalist zou zijn geweest. De vormgeving heeft bovendien de vlotheid die je een beetje hoopt bij dit onderwerp. Ook de liefhebbers nemen zichzelf niet zo heel serieus. Het is behoorlijk fout, weten ze zelf, die kerstmuziek. Maar ook in een woestijn groeit er hier en daar een mooi plantje.

Wie mazzel had, zag de film in de Melkweg met een optreden van Fay Lovsky als dessert.

Hoog grijpen in Noord-Korea
De laatste film van het festival die we bespreken is een vrolijke film die niet goed valt uit te leggen in een zin: Aim High in Creation van Anna Broinowski. Laten we het toch proberen. Anna ziet de plannen voor de winning van schaliegas in haar favoriete park. Ze denkt: wat kan ik hier tegen doen? En beseft: ik moet een propagandafilm maken, tégen de winning van schaliegas. En waar ter wereld maken ze de beste propagandafilms? Noord-Korea!

Anna bezoekt in twee etappes Noord-Korea. Ze ontmoet filmmakers, acteurs, scriptschrijvers, muzikanten. Ze leert aan de hand van een boekje over film van Kim Jung Il hoe je de baas moet zijn als regisseur, hoe je je acteurs moet laten geloven in de boodschap van de film, welke filmmuziek het beste past bij propaganda. Een van de tips: Aim high in creation!

Het lukt haar om de Noord-Koreanen mee te laten denken. De boodschap van een groot boosaardig bedrijfsleven is natuurlijk wel acceptabel in een land waar westers agressief gedrag via alle kanalen dagelijks naar binnen wordt gegoten.

Het is werkelijk fijn om eens andere  Noord-Koreanen te zien. Deze mensen maken grapjes en zijn vriendelijk. Geen gebrainwashte robots in mensenvorm die je keer op keer krijgt voorgeschoteld dankzij onze  massamedia. ‘Denk je dat we van een andere wereld zijn?’

Verslag IDFA 2013 Deel 6 (slot) Aim High in Creation

Natuurlijk stond het Noord-Koreaanse regime overal bovenop, keurde ze eerst alle beelden goed, en zie je in plaats van lege winkels een snackbar à la McDonald’s. Maar ook wij zijn niet gek: dat weten we heus wel, die manipulatie. Tóch is het een heerlijke film. Het had ook een saaie journalistieke film over schaliegas kunnen zijn. Wat zou ik me dan verveeld hebben. Dit is stukken beter. De overwinning van een origineel idee.

 

5 december 2013

 

IDFA 2013 – Deel 5

Verslag IDFA Deel 5

door George Vermij

In ons vijfde verslag een pijnlijke en ontroerende terugblik op de hel van Cambodja, Mexicaanse rappers die de gewelddadige drugscultuur verheerlijken en herinneringen aan de Holocaust van een controversiële overlever.

Van regisseur Rithy Panh, het onderwerp van een retrospectief, was op het IDFA zijn laatste film te zien: The Missing Picture. Zoals in zijn voorgaande films speelt de beladen en traumatische geschiedenis van Cambodja een belangrijke rol. Waar de film vooral in verschilt met zijn andere werk is de zeer persoonlijke visie die in een verrassende stijl tot uiting komt. Panh maakte voor de film namelijk gebruik van kleifiguurtjes om zijn eigen verhaal te verbeelden. Dit heeft iets kinderlijks, maar is ook een methode om pijnlijke ervaringen te herleven.

Totale terreur
Panhs film begint met goede herinneringen uit zijn kindertijd in Phnom-Penh waar hij ook een liefde ontwikkelde voor cinema. Een essentieel moment in zijn leven dat geïllustreerd wordt door oude filmbeelden afgewisseld met beelden uit het nu van verbrande filmrollen waar nog met moeite een afbeelding is terug te zien. Deze onbezorgde jeugd werd al snel verstoord door de inval van de Rode Khmer in 1975 en de massale deportaties van de stadsbevolking naar het platteland. Panhs hele familie werd het slachtoffer van een genadeloos bewind en een totale terreur. Mensen werkten totdat zij uitgeput waren en crepeerden van ondervoeding. Kinderen werden geïndoctrineerd en verraadden hun ouders om de kleinste misdaden, waarna ze geëxecuteerd werden.

Voor Panh een hel die niet eindigt en die hij door de figuren op verstilde wijze in beeld brengt terwijl hij zelf commentaar levert. Op momenten denkt hij terug aan vroeger, maar de gebeurtenissen die hij meemaakt blijven ondragelijk en niet te bevatten. The Missing Picture is een intiem filmessay dat naast een getuigenis een poging is om te zien hoe je het onvoorstelbare en het traumatische kan verwerken door middel van het medium film.

Het doet denken aan Victor Erice’s zeer persoonlijk filmessay La Morte Rouge over zijn jeugd tijdens het Franco-regime, zijn herinneringen aan de burgeroorlog en zijn eerste onvergetelijke filmervaring. De kracht van cinema als vorm van troost en bron van schoonheid schemert in wat beelden door in Panhs film maar staat in de schaduw van de onvoorstelbare misdaden die gepleegd zijn. The Missing Picture is daarmee een film die je niet snel vergeet.

Bloed over de grens
Het schokkende Narco Cultura van Shaul Schwarz geeft een onopgesmukt kijkje in een van de meest gewelddadige steden ter wereld. In Juárez op de Mexicaans-Amerikaanse grens woedt een drugsoorlog die dagelijks slachtoffers eist. Schwarz volgt een team van forensische rechercheurs terwijl zij op plaatsen van misdrijven zoeken naar sporen. Er wordt niet geschroomd om te laten zien hoe erg de situatie is. Door kogels doorzeefde lijken, verbrande lichamen en afgehakte ledematen passeren de revue. Een medewerker van het forensische team vertelt hoe hij dagelijks vreest voor zijn leven. Meerdere collega’s zijn al op brute wijze vermoord door drugskartels.

De harde werkelijkheid van Juárez wordt gecontrasteerd met een Mexicaans-Amerikaanse rapper die bekend is met zijn liedjes over het Mexicaanse gangsterbestaan. Hij is niet de enige. De film volgt wat bekende artiesten, in een genre dat te boek staat als narcocorridos, tijdens drukbezochte optredens in Amerika en Mexico. Enkele geïnterviewden hebben het over een muzikale revolutie zoals hiphop en gangsta rap, maar narcocorridos is een vreemde mix van folk, die doet denken aan de muziek van mariachi’s, gecombineerd met beats.

Het heeft iets lachwekkends ondanks dat de zangers gekleed gaan in kogelvrije vesten en clips maken die zonder gêne verwijzen naar Scarface. Schwarz’ film toont een merkwaardige tegenstelling die ontstaat als geweld wordt verheerlijkt terwijl anderen het menselijke vuil moeten opruimen. In zijn conclusie is Narco Cultura zeer pessimistisch over de toekomst: Mexico zal ongetwijfeld nog lang in de ban blijven van dood en geweld.

De zaak Murmelstein
Claude Lanzmann werd bekend met Shoah, zijn monumentale negen uur durende documentaire over de Holocaust. Voor die film interviewde hij overlevenden, maar ook daders. Van het materiaal dat hij toen had verzameld werd zijn interview met Benjamin Murmelstein niet gebruikt in de film. Op het eerste gezicht opmerkelijk omdat Murmelstein een bijzondere positie had. Hij was de enige voorzitter van een Judenrat die de oorlog had overleefd. De organisatie die door de nazi’s werd opgericht diende als schakel tussen de Duitsers en de Joodse gemeenschap. De positie van de Judenräte en de mensen verbonden aan die organen is altijd controversieel geweest. Deels omdat ze de nazi’s hielpen in hun beleid, ook omdat zij net zo goed slachtoffers waren.

Verslag IDFA 2013 The Last of the Unjust

In de proloog van zijn nieuwste documentaire The Last of the Unjust bekent Lanzmann dat het gesprek met Murmelstein hem altijd heeft achtervolgd en dat hij nu eindelijk heeft besloten om het materiaal voor een film te gebruiken. Lanzmann begint in Theresienstadt, het modelkamp dat door de nazi’s werd gepresenteerd als een humaan onderkomen voor joden. Lanzmann vertelt echter hoe hard en onrechtvaardig het regime in het kamp was.

Vervolgens gaan wij terug in de tijd en zijn we in Rome bij Murmelstein die op zijn terras met Lanzmann praat over zijn onwaarschijnlijke levensloop. Murmelstein is een merkwaardig figuur die op momenten mooie vergelijkingen gebruikt en een liefde heeft voor klassieke mythologie en verhalen. Als hij het bijvoorbeeld heeft over zijn relatie met Adolf Eichmann, die hem op elk moment had kunnen laten vermoorden, haalt hij Sherazade (de vertelster uit 1001 Nachten) aan die elke keer weer een nieuw verhaal moest vertellen om te overleven. Murmelstein is altijd realistisch maar bescheiden genoeg om aan te geven dat hij in zijn positie gedwongen was om mee te werken aan het wisselende beleid van de nazi’s. Ook vertelt hij dat hij een avontuurlijk karakter had. Het is vreemd hoe hij met een mate van enthousiasme vertelt over de zaken die hij regelde in Wenen en vervolgens in Theresienstadt.

Murmelstein begaf zich altijd dicht bij de bureaucraten van de vernietiging. In bepaalde gevallen probeerde hij mensen te helpen, maar zijn situatie was altijd moeilijk en in bepaalde gevallen onmogelijk. Voorgangers en andere functionarissen binnen de Judenräte werden wegens het minste of geringste op transport gezet of geliquideerd.

Lanzmann hanteert een licht chronologische lijn als aanvulling op het interview en toont aan hoe grillig er over het lot van de joden werd nagedacht door de nazi´s. Van gedwongen migratie, maar dan wel voor een hoge prijs en met verlies van alle bezitting, tot aan het bizarre Madagascar-plan. Uiteindelijk werd door de oorlog in het oosten de vernietiging van de joden de enige oplossing voor het probleem.

Naar het einde van de film toe probeert Lanzmann tot Murmelstein door te dringen. Dit lukt tot een bepaald punt, maar ook blijkt dat Lanzmann een mate van empathie voor Murmelstein opbouwt, ook al is het moeilijk om te bevatten hoe iemand zou handelen in zo´n positie. The last of the Unjust toont op indringende wijze dat complexe grijze gebied waar mensen soms gedwongen worden om te handelen tegen hun principes en moraal in. De film vormt ook een belangrijke aanvulling op de geschiedenis van de Holocaust van een unieke bron.

 

3 december 2013

 

PREVIEW IDFA 2013

DEEL 1

DEEL 2

DEEL 3

DEEL 4

DEEL 6

IDFA 2013 – Deel 4

Verslag IDFA Deel 4

door George Vermij

In het vierde deel van ons IDFA-verslag kijken wij naar de gevaren van het internet, zijn wij dronken en depressief in de Ardennen, herbeleven we de rock and roll excessen van een legendarische manager en blikken Hongaarse hoogbejaarde dorpsbewoners terug op hun seksleven.

InRealLife van Beeban Kindron wil een beeld geven van wat het internet met jongeren doet. De film begint onheilspellend met duistere muziek terwijl er beelden te zien zijn van glasvezelkabels die onder de grond worden gelegd en de basis vormen voor ons internetverkeer.

Pubers en seks op het web
Kindron interviewt vervolgens pubers over hoe ze met seks op het web omgaan. Een jongen laat zien wat zijn favoriete seksfilmpjes zijn en bekent dat hij verslaafd is geraakt aan porno. Ook geeft hij toe dat echte meisjes altijd moeten voldoen aan virtuele eisen. Dit portret wordt afgewisseld door experts en deskundigen die ouder zijn en vooral ingaan op de negatieve aspecten van het internet, variërend van het uiteindelijke gebrek aan privacy tot het geleidelijke verdwijnen van de aandacht en concentratievermogen van jongeren.

Verslag IDFA 2013 InRealLife

In dat opzicht is de film in zijn stijl (een onheilspellende soundtrack en desoriënterende fragmentarische montage) en inhoud negatief en dus erg eenzijdig. Het versterkt daarmee een bepaald soort doemdenken waarvan de conclusie is dat wij uiteindelijk geen macht of invloed meer kunnen uitoefenen op technologische ontwikkelingen. Een grappige scène die hiermee contrasteert is als twee homoseksuele jongens, die alleen een band met elkaar hebben op het internet, elkaar in het echt ontmoeten. Onwennig zitten ze bij elkaar tijdens de eerste keer dat zij echt contact hebben maar al snel worden de mobieltjes tevoorschijn gehaald. Het is echter de vraag wat er zich afspeelt als de camera’s er niet zijn en of de mens dan toch behoefte heeft aan echt fysiek contact met iemand van vlees en bloed.

Een lach, een traan en anderhalve liter rum
Sabine Lubbe Bakker en Niels van Koevordens Ne me quitte pas is een prachtig tragikomisch portret van een vriendschap tussen twee aan lager wal geraakte mannen. De aan alcohol verslaafde Marcel wordt aan het begin van de film verlaten door zijn vrouw die de kinderen en een deel van de huisraad meeneemt. Marcel kan het nog niet helemaal accepteren en vraagt of ze nog een keer met hem naar bed wil. In de steek gelaten denkt Marcel alleen aan drank en zelfmoord. Hij krijgt al snel gezelschap van Bob die hem steunt, maar in feite ook kampt met een alcoholprobleem. We zien ze samen drinken en als Marcel flauwvalt, gooit Bob een emmer heet water over hem heen. Dit soort scènes zijn levensecht, maar ook op het randje van tragisch en komisch.

De sfeer wordt eigenlijk al gezet door een citaat van Samuel Beckett aan het begin van de film. Marcel en Bob zouden makkelijk personages kunnen zijn in een van zijn absurdistische toneelstukken waar mensen doelloos wachten op het niets. Uiteindelijk krijgt de film een wending als Marcel besluit om van zijn verslaving af te komen terwijl Bob nog steeds per dag een fles rum consumeert. Qua camerawerk is Ne me quitte pas mooi geschoten en bevat wat poëtische scènes, zoals een segment waar Bob een van zijn nostalgische gedichten voorleest en we beelden zien van de streek. Dit contrasteert met de droge registraties waar de mannen te zien zijn in een lethargische staat. Ook maakt de film goed gebruik van muziek zoals het mooie liedje Le temps de l’amour van Françoise Hardy.

Sterke Rock & Roll verhalen
Shep Gordon is een legendarische manager die per ongeluk het vak in rolde toen hij in Los Angeles Janis Joplin en Jimi Hendrix tegenkwam. Het onvergetelijke advies van Hendrix was toen: You’re jewish, you should become a manager. En waarom ook niet, dacht Gordon die zich al snel ontfermde over Alice Cooper. Toen nog een onbekende band die door menig concertprogrammeur onterecht werd aangekondigd als folkzangeres. Gordon maakte al snel een naam voor zichzelf door met Alice Cooper de media-aandacht te trekken. Hij gebruikte daarvoor shocktactieken en de kennis dat als je succesvol wil zijn bij jongeren je hun ouders erg kwaad moet maken. Alice Cooper zou door zijn gewelddadige shows al gauw een controversiële reputatie hebben die zich vertaalde in een toename van de plaatverkoop.

Mike Myers (ja die van Wayne’s World en Austin Powers) maakt met Supermensch: The Legend of Shep Gordon een grappig en intiem portret van Gordon dat vooral bij elkaar wordt gehouden door zijn sterke verhalen. Wat korreltjes zout moet je er wel bij nemen. Zo zou Gordon ooit eens aan de Franse Rivièra hebben gedineerd in het bijzijn van Pablo Picasso. Komische correctie van Myers: Picasso was al jaren dood toen die anekdote plaatsvond.

Het enige manco van de docu is dat Gordon vooral positief wordt belicht vanuit de kant van vrienden en intimi. Hij is bovenal een goed mensch ondanks de drugs- en seksexcessen en de harde wereld van de muziekindustrie. Geen kritische noot dus, maar Gordon is ook innemend genoeg om de kijker geboeid te houden. Zoals wanneer je hem ziet golven met Alice Cooper (hilarisch) of als Gordon spreekt over zijn spirituele roeping (I am a Bujew) als hij door toedoen van Sharon Stone een volgeling wordt van de Dalai Lama. Gordon weet het uiteindelijk briljant te vertellen.

De liefde die overblijft
Een van de mooiste scènes uit Agnes Sós’ Streams of love is hoe hoogbejaarde dorpelingen oplichten als zij weer denken aan liefde en verlangen. Ondanks de vele rimpels en het onvermijdelijke verval door ouderdom is er op hun gezichten en in hun ogen nog een sprankeling die hen jong en vitaal maakt. Streams of Love volgt deze oudjes in een idyllisch Transsylvanië waar er nog dicht bij de natuur geleefd wordt en waar zij nog elke dag bezig zijn op het land.

De film is een losse verzameling interviews en observaties die prachtig zijn gefilmd en je meenemen in het rustige tempo van het plattelandsleven. Zo rijdt een oude man op zijn kar door het dorp terwijl hij kijkt naar de dames en ze gedag zegt. Hij is nog steeds een charmeur en de dames lachen als hij voorbij rijdt. In ander scènes praten vrouwen over vroeger en dat er veel veranderd is. Hun ontdekking van seksueel genot kwam vaak op latere leeftijd, maar het houdt ze niet tegen om nog steeds seks te hebben. Streams of Love laat op prachtige wijze zien dat je als mens tot op hoge leeftijd vitaal kan blijven en van het leven kan blijven genieten.

 

2 december 2013

 

PREVIEW IDFA 2013

DEEL 1

DEEL 2

DEEL 3

DEEL 5

DEEL 6

IDFA 2013 – Deel 3

Verslag IDFA Deel 3 

door George Vermij

In ons derde verslag de problemen in het onderwijs, de sombere voorspellingen van een voormalige bankier, een Zuid-Afrikaanse familiekroniek en rouwverwerking in het verre oosten.

Onderwijs is een essentieel deel van onze ontwikkeling als mens. In de openingsscène van Erwin Wagenhofers Alphabet vertelt de Britse onderwijsadviseur Ken Robinson over het belang van verbeelding als basis voor alles wat de mens uiteindelijk maakt. Maar hij eindigt met de vraag of wij tegenwoordig wel het volle potentieel van de mens benutten.

Onderwijs biedt geen ruimte voor verbeelding
Alphabet haakt in op Robinsons overpeinzing en laat zien dat er in het huidige onderwijs geen ruimte is voor verbeelding. Als eerste voorbeeld China. Het land haalt de hoogste scores volgens een gezaghebbend internationaal onderwijsonderzoek. Ondanks de hoge cijfers is de werkdruk voor de jongeren ondragelijk wat tot uiting komt in een hoog percentage van depressies en zelfmoorden.

Vervolgens laat Wagenhofer een Duitse neurobioloog aan het woord. Die heeft het over de waarden achter het onderwijs en concludeert dat de markt en economische drijfveren dominant zijn geworden. Dit wordt geïllustreerd in een segment over McKinsey: het rekruteren van jonge zakenlieden die CEO willen worden en presentaties houden in hol en nietszeggend business jargon. Dit wordt gecontrasteerd met een portret van een jonge Duitse werkeloze die geen toekomst lijkt te hebben omdat hij niet de kans krijgt om zijn potentieel te tonen.

Een voorbeeld van hoe het wel kan is de onderwijzer Arno Stern die zich vooral richt op het belang van spelen en het ontwikkelen van creativiteit. In wat scènes zien we hoe hij bezig is om kinderen te laten schilderen op een vrije manier. Sterns zoon die zonder institutioneel onderwijs is grootgebracht en die zelf dingen heeft geleerd wordt ook als een rolmodel aangehaald.

Alphabet

Het probleem met Alphabet is dat het eigenlijk niet zozeer gaat over onderwijs, maar eerder een aanklacht is tegen het kapitalisme en neoliberalisme. Hierdoor rijst de vraag wat nu precies veranderd moet worden om de huidige situatie te verbeteren. De voorbeelden die Wagenhofer kiest zijn ook niet altijd even helder of goed uitgewerkt. Sterns zoon is een mooi rolmodel zou je zeggen, maar is het niet iets te simpel om te denken dat die methode voor iedereen zou werken? Wagenhofers nadruk ligt vooral op creatieve en artistieke ontwikkeling terwijl het in onderwijs ook moet gaan om het leren van praktische vaardigheden. Het doet denken aan Rousseau´s denkbeelden over het goede in de mens dat door de maatschappij gecorrumpeerd wordt. Maar de vraag blijft of de mens van nature goed is.

De crisis is nog niet voorbij
Een goed companion piece van Alphabet is Marc Bauders Master of the Universe. In beide films gaat het immers om hetzelfde probleem: de waarden achter ons economische en politieke systeem. Die waarden worden in grotere mate bepaald door geld. In Master of the Universe interviewt Bauder de Duitse voormalige investeringsbankier Rainer Voss over de financiële sector. Voss geeft een beeld van de harde werksfeer en de modus operandi van een grote bank die zich laat leiden door het halen van een steeds grotere omzet ondanks de gevaren en gevolgen.

Als terzijde toont Bauder beelden die betrekking hebben op de financiële crisis, zoals een hoorzitting in de VS waar een bankier wordt ondervraagd over het misleiden van zijn klanten. Aan de hand van Voss woorden wordt een somber beeld geschetst van de financiële sector. Een punt van kritiek is wel dat de film eenzijdig is in zijn focus op Voss. Er zijn geen andere geïnterviewden. Ook wordt de crisis maar summier en onbevredigend uitgelegd aan de hand van wat voorbeelden die niet ingaan op de grotere context. Voss’ eindoordeel en voorspellingen zijn wel zorgwekkend. Hij haalt Nederland aan als een land dat zijn problemen niet onder ogen wil zien en hij voorspelt dat Frankrijk de weg zal gaan van Griekenland en Spanje. Daarna is het in zijn woorden ‘Game over voor Europa’.

Kroniek uit het beloofde land
I, Afrikaner is het resultaat van de jarenlange observaties van regisseuse Annalet Steenkamp. Zij volgde haar Zuid-Afrikaanse familie vanaf 2004 en toont de problemen waar ze tegenaan lopen. Het politieke keerpunt van Apartheid naar democratie heeft als gevolg dat er groeiende spanningen ontstaan tussen de boeren en de zwarte bevolking. Veel Afrikaners trekken weg van het platteland wegens gewelddadige incidenten. Steenkamp toont hoe haar oma met een uzi door het huis loopt omdat er elk moment iemand kan inbreken. Zij focust daarnaast op haar broers die het boerenbedrijf nog voortzetten ondanks een grimmigere situatie van geweld.

Steenkamps jonge nichtje vormt een tegenpool. Zij is opgegroeid tussen de zwarte Zuid-Afrikanen en geniet van hun gezelschap. Zij valt tussen wal en het schip van het moderne Zuid-Afrika en ziet in dat de huidige problemen hun oorzaak hebben in de lange onderdrukking. Steenkamps intieme film laat je meeleven met haar familie. Een lichtere noot vormt de bruiloft van haar broer en de wijze beslommeringen van haar oma. De film is op momenten wat lang en je vraagt je af op bepaalde shots meerwaarde hebben, maar al met al is het een monumentale kroniek die een treffend beeld geeft van het boerenbestaan in het moderne Zuid-Afrika.

Rouwen in Japan
Ashes is een zeer persoonlijke en intieme film over Akiko Gaisseau, de dochter van de Franse filmmaker Pierre Dominique Gaisseau en de Japanse Kyoko Kosako. Kyoko was een vrijgevochten vrouw die Japan ontvluchtte omdat zij haar leven wilde leiden. Geïnspireerd door films van de nouvelle vague ging zij ook acteren en had korte rollen in films van Jean-Luc Godard en Chris Marker.

De film begint als Akiko de as van haar moeder ophaalt op de begraafplaats Père Lachaise in Parijs. Zij maakt vervolgens een tocht naar Hiroshima waar haar moeder vandaan kwam. De film toont de complexe Japanse begrafenisrituelen en hoe Akiko tussen twee culturen valt. Mooie statische shots vangen haar ongemakkelijkheid als zij geconfronteerd wordt met haar familie. Deze beelden worden afgewisseld door monologen uit het dagboek van Kyoko en beelden uit de jaren zestig. Ashes is een bescheiden aandenken aan een bijzondere vrouw en hoe iemand omgaat met rouw.

 

30 november 2013

 

PREVIEW IDFA 2013

DEEL 1

DEEL 2

DEEL 4

DEEL 5

DEEL 6

IDFA 2013 – Deel 2

Verslag IDFA Deel 2

door Bob van der Sterre

In het tweede stuk van het IDFA reizen we van Uri Gellers privéhuis naar de oorlog in Syrië, zien we mensen opgesloten in een Brits bordeel en een Russische gevangenis, en leren we de harde waarheid rondom de financiering van de winterspelen in Sotsji en de leegstand in Spanje. 

Als je tot de 260 allerergste misdadigers in Rusland behoort, moet je wel wat op je kerfstok hebben. En dat hebben ze ook, de jongens en mannen in The Condemned. Meer dan 800 moorden hebben ze in totaal gepleegd.

Een bos zo groot als Duitsland
Nick Read en Mark Franchetti kregen wonder boven wonder toestemming om in Federal Penal Colony No. 56 te filmen. Zes maanden onderhandelen kostte het om de afspraak te maken. Franchetti was al eens als verslaggever bij de gevangenis geweest en een goede band met de gouverneur van de gevangenis legde de basis.

De gevangenis bevindt zich midden in de taiga, dus met bos aan alle kanten van de gevangenis. Je bevindt je middenin een bos zo groot als Duitsland. De dichtstbijzijnde stad is op acht uur rijden. De gevangenis bestaat uit barakken met veel prikkeldraad. Er is een deel waar de allerergste moordenaars geïsoleerd vastzitten, en een deel met iets minder erge moordenaars, iets meer sociaal samenlevend.

De documentaire is een feest van eindeloos mooie beelden. Oude barakken tussen pakken sneeuw, close-ups van gegroefde gelaten en uitzichten op mistige bossen. Geluiden van sluiten van loodzware deuren. Prachtige cinematografische beelden. Misschien niet verbazend als je weet dat Read lang als cameraman heeft gewerkt.

Het is bijna een sociaal experiment. Wat je krijgt als je ruim tweehonderd mannen in zeer povere condities opsluit met nagenoeg geen kans op vrijheid. Want hoewel hun levenslang is omgedraaid in 25 jaar cel is dat nog steeds niet iets waar de gevangenen vrolijk van worden. Wat moet je immers doen als je terug bent? ‘Ik zou weer gaan drinken en vermoedelijk weer gaan moorden’, zegt er een eerlijk.

Er ontwikkelen zich interessante karakters. Verre van de lompe proleten in de meeste gevangenisfilms. Neem nu een bikkel als Timur – huurmoordenaar in de jaren negentig. Hij heeft enorm veel spijt van zijn verleden. Je ziet het lot hem zich meedragen. Hij denkt er aldoor over na en leest ondertussen Plotinus, Plato en Socrates. Hij is uiterst gevoelvol geworden. Als zijn vrouw op bezoek komt, zijn ze beiden weer zo verliefd als tieners.

Maxim is zelfs aandoenlijk te noemen. Hij was dronken tijdens zijn daad; weet er niets meer van, maar heeft toen zes mensen gedood. Hij heeft een zachtaardige uitstraling en maakt zich druk als zijn moeder hem komt opzoeken.

Deze 260 samen hebben 800 moorden op hun geweten. Maar er is nooit een conflict: de strikte hiërarchie van gevangenen zorgt daar vanzelf wel voor. Het laagste staan de downcasts. Een van hen vindt het wel best. ‘Na zoveel jaar in de gevangenis is dit leven deel van mij geworden en is deze plek mijn huis. Er is niemand die buiten op me wacht. Dit is wie ik nu ben.’

Een snelweg met een laagje van goud
Meer Rusland krijgen we te zien in Putin’s Games. Een andere hoek: Sotsji aan de Zwarte zee. Sotsji en niet Salzburg kreeg de winterspelen van volgend jaar toegewezen. ‘Winterspelen?’, gniffelt oppositieleider Boris Nemtsov. ‘Sotsji is de warmste plaats in Rusland.‘

Het corrupte bouwcircus is intussen geland in Sotsji. Een snelweg die zo duur is ‘dat ie voor die prijs met goud bedekt had kunnen zijn’. Een skischans is gebouwd op een berg die berucht is om landslides. Een ondernemer die zo gepest werd dat hij zijn skiliften wel moest verkopen aan een staatsonderneming. Eindeloze files in het stadje. Lelijke hoogbouw in naam van de Spelen. Een spoorlijn van talloze miljarden dollars die eigenlijk niet nodig was. Een haven die vernietigd werd door een storm. Een giftige rivier vol chemicaliën. Mensen wiens huizen worden platgewalst en nu dakloos zijn geworden.

Verslag IDFA 2013 Poetins Olympische droom

De corruptie loopt gierend uit de hand. Poetin bemoeit nu persoonlijk met de coördinatie van de Spelen omdat het anders niet eens afkomt, terwijl de kosten van deze spelen aldus Nemtsov al 45 miljard euro zijn; een onvoorstelbaar bedrag als je weet dat de vorige drie winterspelen elk 2 miljard euro gekost hebben. Maar de natuur neemt wraak met stormen en grondverschuivingen. Oppositieleider Kasparov: ‘Ondanks alles kan Poetin één ding niet beheersen: de natuur.’

Het is allemaal van het pure cynisme, passend bij een regime dat lak aan alles heeft. Maar of het echt een documentaire oplevert waar je graag heen gaat? Bewondering om de getoonde journalistieke durf, dat zeker, maar ook ontstellend somber stemmend.

Vlijtige leerling
Beter is dan misschien de aanpak van een film als Casas para todos (Houses for all), want daar wordt cynisme afgestraft met cinematografische humor. Hier zien we de effecten van de crisis van de huizenmarkt in Spanje. Als een vlijtige leerling van Kossakovsky toont Gereon Wetzel veel beelden die met mazzel en gevoel voor humor tot stand komen. Er is praktisch geen commentaar; wel veel beeld.

Het probleem is niet minder ernstig: huiszoekenden zijn er genoeg maar ze kunnen de gevraagde huren niet betalen. De huizenbouwers blijven ondertussen onverdroten doorbouwen. Het gevolg: duizenden woningen die immer blijven leegstaan, wachtend op hun eerste bewoners, en talloze mensen die met hun huisraad onder een viaduct leven.

De situatie wordt pas echt schrijnend als je de commercial ziet van wat een verrukkelijk droomoord had moeten worden en je daarna de werkelijkheid ziet. Het vale gras van de golfbaan is symbolisch voor de triestheid. Alle andere mooie wilde plannen zijn ingestort met de crisis van 2008.

De spontaniteit zie je al in het eerste beeld; dat een beetje herinnert aan Kossakovsky’s Tishe!, waarbij een dame autopech heeft op de rand van alweer zo’n lege woonwijk. Monter stemmend zijn ook de militairen die oefenen in een leegstaand appartementencomplex of schapen die door een ander complex trekken. Het mooiste beeld: een man die moederziel alleen gewichten heft bij een zwembad van een net gecreëerde woonwijk die op hem na helemaal leeg is.

Absolute aanrader en een mooi voorbeeld van hoe je een ernstig onderwerp ook eens met gevoel voor humor en beeldtalent kunt aanpakken.

Een lepeltjesbuiger als spion
The Secret Life of Uri Geller: Psychic Spy? is al even absurd. Een serie belangrijke tapes blanco denken omdat je achter iemand zit in een vliegtuig? Uri Geller grinnikt. Hij heeft nooit gehoord dat het niet had gewerkt. Een kans van een op de triljoen bij een test? Uri kijkt er niet van op. De radar wegdenken boven Egypte? Uri kan bevestigen noch ontkennen. Hij grijnst wel breed.

De jaren zeventig waren helemaal zijn tijdperk. ‘Ik wilde een leven leiden als James Bond, snap je.’ De tijden dat hij als enige naast Frank Sinatra wapens mocht dragen in New York (hij droeg er zes tegelijk). De tijd dat hij kind aan huis was bij de Mexicaanse presidentsvrouw. De tijd dat ieder tv-programma zijn gaven wilde laten zien.

Hoe noem je zo’n persoon die zijn eigen auto heeft volgehangen met gebogen lepels? Iemand die zijn huis laat bewaken met honderden camera’s? Iemand voor wie publiciteitsgeil een zwak eufemisme is. Een excentriekeling? Of gewoon Uri Geller.

Een lepeltjesbuiger, ja, maar ook iemand die toch wel over bepaalde gaven moet beschikken, omdat hij anders denkelijk wel een keer door de mand zou zijn gevallen. Denk niet aan de geestenknuffelaars die je nu ziet op televisie. Uri Geller tekende een boot als een plaatje van een boot opgeborgen was in een andere envelop. Het klinkt simpel maar doe het hem maar eens na. Als hij een goocheltruc beheerst, houdt hij het knap lang vol om niet ontmaskerd te worden.

Het geweldige van deze documentaire is dat het helemaal geen onthulling is. Superster blijkt CIA-spion! Nee, Uri vertelt het zelf. En nergens op een manier van iemand die zich aangevallen voelt. ‘Vikram’, zegt hij gezeten in zijn serre tegen de regisseur, ‘dat mag ik je helaas niet vertellen.’ Dat klinkt heel wat beter als de vele documentaires waarbij de betwiste karakters op de camera slaan en geen commentaar willen geven.

Verslag IDFA 2013 - The Secret Life of Uri Geller: Psychic Spy?

Je leert niet alleen veel over Gellers geschiedenis, maar ook die van het Standford Research Institute (SRI) – een wetenschappelijk instituut dat onofficieel voor de CIA parapsychologische talenten ronselde. Ze testten destijds ook Geller en vertellen er nu over. Medewerkers vertellen beschroomd de waarheid omdat het sinds de jaren negentig declassified is. Zo leren we ook hoe het echt zat met The men who stare at goats. En dat Geller zo goed scoorde dat de CIA lang dacht dat de Mossad hem gebruikte als dubbelspion. Maar lepeltjesbuigen onder wetenschappelijke omstandigheden is hem daar niet gelukt.

Van zanger naar vrijheidsstrijder
Return to Homs is een heel ander soort documentaire dan alle voorgaande. Je kunt het kort door de bocht stellen dat er een film werd gemaakt tijdens het beleg van de Syrische stad Homs en we daarbij onafgebroken de jonge zanger Abdul Bassat volgen, die van zanger transformeert in vrijheidsstrijder. Met zijn meeslepende chants krijgt hij de volksstammen aan het rebelleren. Vrijheid lonkt.

Maar het is geen gemakkelijke strijd. De rebellen zijn niet slecht georganiseerd, ze zijn niet georganiseerd. En het Syrische leger is dat wel.

Het eerste half uur weet je niet wat je meemaakt. Deze live beelden van een oorlogsfront; het is echt. Het is ook zo recent: in 2012 vond deze strijd plaats. Echte doden, echt bloed, het stof dwarrelt haast de filmzaal in. Het is de CNN van deze tijd: eigen filmpjes, schokkerig en midden in de actie, samengesmeed tot een grote film over de strijd rondom Homs, dat in een ruïne verandert.

De film zou werkelijk verpletterend zijn geweest als het bij het indrukwekkende eerste half uur was gebleven maar er zit een tweede deel aan vast. Dat heeft niets nieuws te bieden: meer burgeroorlog, meer Bassat die gaat zingen, meer ongelooflijke ontsnappingen, meer gruwelijke momenten. Het wordt een afmattende filmervaring. Anderhalf uur staren naar Bassats vermoeide gezicht is toch een beetje te veel. Ga toch weg uit die ellendige stad, denk je als kijker.

Geheime brilcinema
Ook geen kans op ontsnapping is er in Sex, my British Job. Nick Broomfield is altijd goed voor een sensationele documentaire. Meestal over seks, maar soms ook over Biggie and Tupac, of Kurt & Courtney. Zijn wegen zijn vaak omstreden en hier is het niet anders. Hier weet hij collega-journaliste Hsiao-Hung Pai over te halen om zich met camera in haar bril als huishoudster in een bordeel te melden.

Illegaal zou zijn ze zijn, en dus kwetsbaar. Ze wordt daarom flink onder druk gezet om zich ook maar te prostitueren. Er zijn momenten dat ze niet goed meer weet dat ze journaliste is. In kleine ontmoetingen met Broomfield in zijn auto zien we hoe ze worstelt met haar positie.

De documentaire is ontroerend als we getuige zijn van de persoonlijke ellende van de Chinese prostituees die ze spreekt. Ze zijn soms genadeloos eerlijk over hun bestaan omdat natuurlijk ook niemand wist dat ze gefilmd werden. Ze denken er ook niet bij na dat het best vreemd is dat iemand zijn bril moet opladen.

Verslag IDFA 2013 Sex, my British Job

De film gaat over machtsstructuren. Het zal een hard gelag zijn geweest voor de bazin van het bordeel toen ze erachter kwam dat haar illegale sloofje een documentaire van haar maakte. Hoe ontluisterend moet dat wel gevoeld hebben voor haar, die zich onaantastbaar waande. Geheime brilcinema: undercover journalistiek heeft weer een nieuwe stap gemaakt.

 

28 november 2013

 

PREVIEW IDFA 2013

DEEL 1

DEEL 3

DEEL 4

DEEL 5

DEEL 6

Twenty Feet from Stardom

****

recensie  Twenty Feet from Stardom

Zingen voor je leven

door Tom Bakker

Twenty Feet from Stardom richt de spotlight op de achtergrondzangeressen die verantwoordelijk zijn voor een aantal van de meest herkenbare hits uit de popmuziek. Een wervelwind door de geschiedenis van pop, soul, r&b en rock maakt deze muziekdocumentaire een genot om naar te kijken.  

Regisseur Morgan Neville laat met Twenty Feet from Stardom een kant van de muziekgeschiedenis zien die het verdient om eindelijk in het zonnetje te worden gezet: het leven van de achtergrondzangeressen. Vanaf de jaren ’60 kreeg de popmuziek een enorme impuls door de komst van de veelal zwarte achtergrondzangeressen, die de nummers een welverdiende dosis soul gaven. Gedurende de eerste helft van de film volgen we deze geschiedenis aan de hand van de verhalen van deze opmerkelijke dames (en een tweetal heren).

Recensie Twenty Feet From Stardom

Ze hebben gezongen met de groten der aarde, van Ray Charles tot Tina Turner en van The Rolling Stones tot Stevie Wonder. Door de persoonlijke herinneringen van deze vrouwen en geholpen door archiefbeelden van legendarische optredens komt deze geschiedenis op een prachtige manier tot leven. Het is bijna onmogelijk om niet mee te bewegen met de muziek en de soul spat van het scherm. Het lijkt een wereld vol glitz & glamour. Niets is echter minder waar.

Harde realiteit
Achter deze fantastische optredens schuilt namelijk een harde realiteit. De vrouwen vertellen hoe is het om te leven buiten het spotlicht en alle lof naar de ster te zien gaan. Solocarrières die moeilijk van de grond komen, slechte contracten en een hoge werkdruk, het leven van een achtergrondzangeres is niet makkelijk.

De levendigheid van de eerste helft maakt plaats voor een rustiger tweede deel, waarin de zangeressen vertellen hoe het nu met ze gaat en hoe ze terugkijken op hun hoogtijdagen. De film verliest hier iets van haar energie en kracht, vooral omdat veel van de vrouwen (zoals Darlene Love, Merry Clayton, Lisa Fischer en Táta Vega) zulke persoonlijkheden zijn dat je meer van ze wilt weten. Nu worden hun verhalen vrij kort behandeld, waardoor ze enigszins aan de oppervlakte blijven. Eigenlijk zou over elk van hen een aparte film gemaakt kunnen worden.

Niet alleen de achtergrondzangeressen zelf zijn aan het woord. Ook de sterren zelf (Stevie Wonder, Bruce Springsteen, Sting, Mick Jagger, Bette Midler) vertellen anekdotes en hebben het over de uitzonderlijke kwaliteiten van deze vrouwen. En in Twenty Feet from Stardom komen die kwaliteiten volledig tot hun recht. Door middel van prachtige beelden uit verschillende opnamestudio’s laten ze zien wat ze kunnen en dat ze absoluut niet onderdoen voor de sterren met wie ze zo lang mee hebben gezongen. Hun muzikaliteit is ongelooflijk en verdient het om gezien en gehoord te worden.

Recensie Twenty Feet From Stardom

Wat maakt een ster?
Daarmee gaat de documentaire in op wat nou eigenlijk een ster maakt. Zoals gezegd kunnen deze vrouwen zingen als geen ander, hebben ze contacten binnen de muziekwereld en enorme persoonlijkheden. Ze lijken gemaakt voor het succes. Velen hebben het geprobeerd, maar toch lukt het maar weinig achtergrondzangeressen om echt op de voorgrond te treden. De film zoekt naar een antwoord en lijkt te zeggen dat het gaat om een combinatie van geluk, doorzettingsvermogen en narcisme.

De achtergrondzangeressen worden veelal getypeerd als vrouwen die zelfvergoding missen, maar leven voor de muziek en daar uiteindelijk genoeg aan hebben. Fame and fortune is bij de meesten niet gelukt. Twenty Feet from Stardom is een goede stap in de richting om dit recht te zetten en ze aandacht te geven die ze zeker verdienen. Een absolute aanrader voor elke muziekliefhebber.

 

24 november 2013

 
ALLE RECENSIES

IDFA 2013 – Deel 1

Verslag IDFA Deel 1 

door George Vermij

In ons eerste verslag van het IDFA een indringend beeld van de terreur van de Rode Khmer, de wijze lessen van bekende documentairemakers, gevechten van Muhammad Ali buiten de ring en een prachtig portret van een ongewoon kunstenaarsechtpaar.

S21 The Khmer Rouge Killing Machine is een pijnlijke en confronterende film over een Cambodjaans gevangenkamp waar tijdens Pol Pots regime duizenden mensen werden gemarteld en vermoord. De film die gemaakt werd in 2003 is te zien, omdat regisseur Rithy Panh op het festival geëerd wordt door een retrospectief. Panh behandelt in zijn documentaires de traumatische recente geschiedenis van zijn land en probeert in zijn films een manier te vinden om de stemmen uit het verleden te laten spreken.

Verslag IDFA 2013 S21 The Khmer Rouge Killing Machine

Het is een fascinatie die vergelijkbaar is met de Chileen Patricio Guzman die in zijn oeuvre steeds terugkijkt naar Salvador Allende en de bloedige staatsgreep van Pinochet. S21 The Khmer Rouge Killing Machine is conventioneler van stijl dan Panhs nieuwe film The Missing Picture, waar hij zijn eigen leven ten tijde van de terreur navertelt met behulp van animaties van kleifiguren. S21 is een film die in zijn tempo en de vele gesprekken met slachtoffers en daders meer doet denken aan Claude Lanzmanns Shoah, waar de systematische vernietiging van de joden wordt behandeld. De film begint met gesprekken met twee overlevenden en focust vervolgens op de kampbewaarders die door Panh weer terug worden genomen naar het kamp Tuol Sleng, in de bureaucratie van de vernietiging omgedoopt tot S21. In de ruimtes waar mensen gevangen werden gehouden en werden verhoord, laat Panh de voormalige bewakers hun routines en werkwijzen overdoen.

Deze techniek van naspelen doet denken aan het recentere The Act of killing over de ontelbare politieke moorden die werden gepleegd in Indonesië in de jaren zestig en zeventig. Het contrast met die film is wel dat in S21 de schilder en voormalige gevangene Vann Nath de daders confronteert met hun misdaden en verantwoordelijkheid, ook al reageren zij op enigszins voorspelbare wijze door te zeggen dat zij geen keuze hadden. Ondanks die houding gaan zij erg ver in het beschrijven van de martelingen en moorden die koelbloedig werden uitgevoerd.

Het kamp bevatte ook een uitgebreid en gedetailleerd archief dat in de film wordt gebruikt. De oneindige portretfoto´s van de gevangenen die met lege en angstige blikken de camera inkijken is bijzonder schokkend als er daarna verteld wordt hoe die mensen aan hun einde kwamen. Schokkend zijn ook de schilderijen die Nath maakte van zijn tijd in het kamp en die Panh gebruikt als visuele getuigenis. S21 The Khmer Rouge Killing Machine is zeker geen makkelijke film, maar een belangrijk document over onvoorstelbare onmenselijkheid tijdens een gifzwarte bladzijde uit de recente geschiedenis.

Verslag IDFA 2013 The Art of Observing Life

´Come in, we´re not ready´
Documentairemaker en filmdocente Marina Goldovskaya had door de jaren heen contact met grote en invloedrijke regisseurs. Zij interviewde ze voor haar camera over hun werk, hun methoden en wat belangrijk is in een documentaire en ze verzamelde dit voor haar film The Art of Observing Life. Dit levert, ondanks de goedkope videolook van de film, parels van observaties en gedachten op van meesterfilmers zoals Albert Maysles, D.A. Pennebaker en Allan King.

Goldovskaya wisselt de woorden van de filmmakers af met beelden uit hun films. Zo vertelt Albert Maysles over een gebeurtenis uit zijn legendarische documentaire Grey Gardens, waar de hoofdpersoon tegen de cameraman zegt ´Come in, we´re not ready´. Voor Maysles raken die woorden en die situatie de kern van wat het maken van documentairefilm is, namelijk het vangen van de werkelijkheid in wat voor vorm dan ook. Een ander prachtig moment is als de Canadese regisseur Allan King zich geheel blootlegt en vertelt hoe gebeurtenissen uit zijn jeugd de basis hebben gelegd voor zijn fascinaties als regisseur. Dit wordt afgewisseld met beelden uit Kings ongelofelijke intieme portret van een disfunctioneel echtpaar A Married Couple. Goldovskaya’s film weet je door de mooie en oprechte woorden van de geïnterviewden te inspireren en ze laat zien dat goede documentaires je openstellen voor de ander door gevoelens en ervaringen te delen die ieder mens herkent.

Triomf van de underdog
The trails of Muhammad Ali is een gepaste, maar conventionele documentaire gemaakt voor de Amerikaanse publieke omroep, die een mooi beeld geeft van de problemen die de bokser ondervond in zijn turbulente leven. De film werkt vooral omdat Ali als personage groter is dan het leven zelf. Agressief, direct, opschepperig, maar tenslotte ook innemend, rechtschapen en met een ontwapenend gevoel voor humor. Net als in de ring is hij snel, sierlijk en ontwijkend en dan weer aanvallend en recht op zijn doel af.

Verslag IDFA 2013 The trails of Muhammad Ali

Wat vooral duidelijk wordt in de film is dat Ali een unieke positie had als bekende African American in een tijd waar zwart zijn betekende dat je automatisch een tweederangs burger was. Zijn worstelingen met zijn identiteit en zijn geloof voerde hij in het openbaar waarmee hij de aandacht trok. De eerste grote controverse kwam met zijn bekering tot de Islam en zijn vriendschap met Malcolm X die in de blanke man de duivel zag. In de door blanken gedomineerde publieke opinie werd hij al snel afgeschilderd als een lastpost en opschepper.

Wat The Trails of Muhammad Ali vooral laat zien is dat hij ondanks die behandeling een voorbeeld werd voor een bevolkingsgroep die nog geen duidelijke stem had. Hij was de koppige underdog  en de zwarte Amerikaan die zich niet liet kleinmaken, ook al leek de wereld zich tegen hem te keren. Zijn bijzondere positie wordt in de film ook bewezen door de vreemde juridische situatie die ontstond toen Ali weigerde om zich voor dienstplicht te laten oproepen ten tijden van de Vietnamoorlog. Heel Amerika leek er schande van te spreken, al zou de publieke opinie over de oorlog veranderen. Door interviews met advocaten blijkt dat het Amerikaanse Hooggerechtshof hem gelijk moest geven ook al ging dat moeizaam, en was dat een unicum. De film laat goed zien wat de prijs is die Ali hiervoor moest betalen, maar het siert hem omdat je als kijker respect krijgt voor een uniek en krachtig individu op zoek naar zijn eigen waarde binnen een veranderende maatschappij.

Waar liefde en kunst samenkomen
Cutie and the Boxer van Zachary Heinzerling is een prachtige film over het ongewone kunstenaarsechtpaar Ushio en Noriko Shinohara. Ushio kwam in de jaren zestig naar New York en maakte daar door pop art geïnspireerde sculpturen en zijn eigen variant van action painting door met bokshandschoenen verf te slaan op doek. Hij brak echter nooit door als grote kunstenaar en de film toont hem met zijn vrouw Noriko in zijn New Yorkse loft als hij net 80 is geworden. Noriko is ook een kunstenares en raakte als jonge vrouw in de ban van de energieke Ushio die voor haar alles belichaamde wat kunst betekende. Maar door de jaren zijn er ook veel conflicten geweest tussen het stel. In de mooie striptekeningen die Noriko maakt portretteert zij zich als Cuttie die de wilde en onverantwoordelijke Bullie moet temmen, terwijl zij moeder is en zich bezig moet houden met huiselijke zaken.

Verslag IDFA 2013 Cutie and the Boxer

De film toont in mooie shots en op ontroerende wijze hoe het koppel leeft met elkaar en probeert rond te komen. Een komische en tegelijk ook schrijnende scène is als er een nette dame van het Guggenheim langskomt om een schilderij te kopen. Eindelijk het vooruitzicht op wat geld, ware het niet dat Ushio het gevraagde doek in een dronken bui aan een vriend heeft gegeven. Het blijkt al snel dat Noriko de persoon is die zorgt voor een mate van stabiliteit binnen de relatie, maar dat gaat ten koste van haar eigen creatieve drijfveren.

In een mooie scène citeert zij uit Virginia Woolfs essay A room of One´s Own hoe belangrijk het is om zelf dingen te creëren. Dit zorgt voor een verhaallijn in de film waarbij Noriko en Ushio besluiten om samen te gaan tentoonstellen, wat voor spanningen zorgt. Het is uiteindelijk de liefde die overwint, maar het is een liefde waar je offers maakt voor diegene die je liefhebt en waar je soms moet accepteren dat je in de schaduw leeft van een ander.

 

23 november 2013

 

PREVIEW IDFA 2013

DEEL 2

DEEL 3

DEEL 4

DEEL 5

DEEL 6

IDFA 2013 – Preview

Preview IDFA 2013 

Rond het Rembrandtplein in Amsterdam zal het komende weken weer een drukte van jewelste zijn. Documentairemakers, pers en publiek verenigen zich rond de belangrijkste locaties van verreweg het grootste documentairefestival van Nederland: het IDFA. Het festival begint 20 november en duurt tot en met 1 december. Kunst- en filmcriticus Bob van der Sterre en kunsthistoricus George Vermij doen verslag voor Indebioscoop. 

Een blikvanger van het IDFA is het retrospectief. Vorig jaar gaf Victor Kossakovsky een zeer vermakelijke masterclass over de originele aanpak van zijn films. Dit jaar staat de Cambodjaanse regisseur Rithy Panh in het zonnetje. Zijn films gaan vaak over de Rode Khmer-geschiedenis van het land. Vrijdag 22 november geeft hij een masterclass in Tuschinski. Zijn nieuwe film The Missing Picture is al bijna uitverkocht.

IDFA 2013 The Missing Picture

292 Documentaires, ook populaire films
Alles bij elkaar opgeteld, kom je bij deze editie tot niet minder dan 292 documentaires in vijfentwintig programmaonderdelen. De eerste wereldoorlog (acht films), films uit Zuidoost-Azië (veertien), standup comedy (zes), Niek Koppen in focus (vier). Om maar een paar te noemen.

Interessant is ook het programmaonderdeel Based on the Same Story. Zeven documentaires worden met speelfilms vergeleken. Een voorbeeld is The Last King of Scotland (Kevin MacDonald, 2006) versus General Idi Amin Dada (Barbet Schroeder, 1974). MacDonald zal van de partij zijn om uit te leggen hoe beide films anders naar het karakter Amin kijken. Een leuk bezoek want hij is ook regisseur van een van de documentaires in dit programma: One Day in September, die wordt vergeleken met Spielbergs Munich (2005).

Wie het zichzelf makkelijk wil maken, kiest voor populaire films van andere festivals: Best of Fests. En degene die de novemberkou te bar vindt, kan ook terecht op de site van IDFA, met honderden gratis en deels betaalde films van eerdere edities. Het is ook een manier om het festival financieel te steunen.

IDFA 2013 Ukraine is not a brothel

Bikvangers
Wat zijn de films waar we op moeten gaan letten? Ukraine is not a brothel is een van de films die tongen zal losmaken. Een film over de blote borsten-actiegroep Femen, en dus marketingstrateeg Victor Svatsky die achter de groep zit, en de waarheid over de prostitutie uit de Oekraïne. Ongetwijfeld een confronterende film.

Wie wil weten wat er nu precies gebeurt in Syrië, kan zich verdiepen via Return to Homs. Via twee vrienden die bij de rebellen vechten, zien we de oorlog in levende lijve. Een Syrisch-Duitse film; vermoedelijk zeer aangrijpend.

Ai Weiwei, het middelpunt van het vorige IFFR (International Film Festival Rotterdam), is er ook weer bij. Hij werd in 2011 gearresteerd en moest drie maanden in een isolatiecel verblijven. Nu is hij voorwaardelijk vrij. Hij wordt vanwege belastingontduiking aangeklaagd – wat hij een ‘fake case’ noemt. Ai Weiwei a Fake Case is gemaakt door een Deense filmploeg.

IDFA 2013 Torre David

Kraken in Venezuela
Meer mogelijke aanraders. Is Uri Geller een paragnostische spion? The Secret Life of Uri Geller stelt deze vraag. In The Horses Of Fukushima kijken we naar 23 paarden die de tsunami hebben overleefd. In Torre David zien we een kraakpandflat in Venezuela. In de toren, die nooit af is gemaakt, wonen nu 750 gezinnen. En Coach Zoran And His African Tigers, over de Servische coach van het Sudanese voetbalteam, zou wel eens dé feelgooddocu kunnen worden.

Er is veel, véél meer. Op het You Tube-kanaal van het festival staan nu al 114 trailers – en het aantal zal alleen maar toenemen.

 

15 november 2013

 

Nieuwe Wildernis, De

****

recensie  De Nieuwe Wildernis

Dieren met persoonlijkheid

door Simone Vogel

De Oostvaardersplassen. Konikpaarden en edelherten leven in vrede naast elkaar. Vossen en ganzen staan elkaar naar het leven. De mooie ijsvogels trekken zich van al hun buren weinig aan. Slechts een kleine greep uit De Nieuwe Wildernis. Een film die met al haar allure met gemak BBC-documentaires als Frozen Planet, Earth en Earthflight evenaart.  

Om de film te maken is vier jaar voorbereiding en twee jaar filmen uitgetrokken. Wat uiteindelijk overblijft van 350 uur aan filmmateriaal is een 97 minuten durende schets van de seizoenen uit het jaar 2011 en de winter van 2012. Om de documentaire aantrekkelijk te maken voor een breed publiek, hebben regisseurs Ruben Smit en Mark Verkerk gekozen voor een verhalende lijn. De dieren hebben menselijke trekjes en een duidelijke persoonlijkheid. Wellicht was het mooier geweest om het commentaar van Harry Piekema, de jolige supermarktmanager uit de reclames van de Albert Heijn, weg te laten en de beelden voor zich te laten spreken.

Menselijke inmenging
De Nieuwe Wildernis richt zich op de natuur in de Oostvaardersplassen. Het feit dat deze plek zo’n tachtig jaar geleden nog onderdeel was van de Zuiderzee, verklaart de titel. Sinds de drooglegging heeft de natuur in dit gebied zijn gang kunnen gaan. Er is wel sprake geweest van enige menselijke inmenging. Zo komen de konikpaarden van nature niet in het gebied voor. De groep konikpaarden in de Oostvaardersplassen vormt nu de grootste kudde wilde paarden van Europa.

Recensie De Nieuwe Wildernis

Wat de makers heel goed hebben gedaan, is het uitzoeken van de underdog. Zo zien we een zwart merrieveulen dat net wat minder hard groeit dan haar neefjes en nichtjes. Moeder bekommert zich om dit letterlijke zwarte schaap van de familie. De beelden waarin het moederpaard haar veulen tot opstaan maant zijn aandoenlijk. Wanneer het veulen niet genoeg groeit, blijf je als toeschouwer hopen dat het de strenge winter zal overleven. Maar of dat ook gebeurt?

Grootsheid en wreedheid
De schakeling tussen de dieren is erg bijzonder. Hoewel de focus van het verhaal ligt op de konikpaarden, wonen er nog veel andere dieren, zoals het roodborstje dat bevriend is met het zwarte veulen. Maar buiten alle schattige dierenvriendschappen en lieve beelden, gaan de makers onsmakelijke beelden niet uit de weg. Zo wordt er ingezoomd op mesthopen, die strontvliegen aantrekken, en ganzenkuikens voor wie het vanaf hun eerste dagen rennen geblazen is, omdat ze door zowel kraaien als vossen worden opgejaagd.

Het beeldmateriaal van De Nieuwe Wildernis is indrukwekkend. Dat komt niet alleen door de hoeveelheid tijd die is gestoken in het schieten van het materiaal, maar ook door de moderne cameratechnieken. Waterluizen en vliegen komen dichterbij dan ooit. Het feit dat de makers hebben geprobeerd een verhaallijn in de documentaire te brengen en de dieren menselijke eigenschappen hebben meegegeven, voelt ietwat geforceerd aan, maar het zorgt er wel voor dat de documentaire door een groot publiek gewaardeerd zal worden. De Nieuwe Wildernis toont de Nederlandse natuur in al haar grootsheid, maar schroomt niet om ook de wrede kant van de wildernis te belichten.

24 september 2013

MEER RECENSIES

Forget Me Not

***

recensie  Forget Me Not

Alleen gevoel blijft over

door Karina Meerman 

Liefdevolle documentaire zonder vals sentiment van een zoon die een periode uit het leven van zijn dementerende moeder vastlegt.  

Gretel, de 73-jarige moeder van filmmaker David Sieveking, lijdt aan de ziekte van Alzheimer. In de Duitse documentaire Forget Me Not (Vergiss mein nicht)  schetst David een beeld van zijn moeder en kijken we mee naar de impact van haar aftakeling op de naaste familie. Het verlies van haar persoonlijkheid is voor David reden om meer te weten te komen over het politiek roerige verleden van zijn moeder en haar open huwelijk met zijn vader Malte. Beelden van nu worden afgewisseld met anekdotes uit het verleden.  

Forget Me Not

Identiteit en intelligentie verdwijnen langzaam
Alzheimer is een wrede ziekte, die de persoon in leven laat maar zijn identiteit en intelligentie langzaamaan wegneemt. In een later stadium is de patiënt zich hier zelf niet meer van bewust, maar dementie trekt tot het einde een zware wissel op de omgeving. Gretel is gereduceerd tot een lieve, kinderlijke vrouw, wier motoriek begint te haperen. Een groot verschil met de vurige politiek activiste die zij in de jaren zestig was. Ze vergeet hoe de dingen heten, wie de mensen zijn en waar ze eigenlijk is. Aan het begin van de documentaire herkent ze Malte meestal als haar echtgenoot. Wanneer hij op vakantie gaat en David zijn taken overneemt, verwart ze al snel haar zoon met haar man.  

Iedereen die de ziekte van dichtbij heeft meegemaakt vindt ergens herkenning in deze film. De liefde van echtgenoot en kinderen die Gretel proberen te prikkelen om iets te ondernemen, het veelvuldig herhalen van vragen en antwoorden. Het soebatten en uitleggen. Het onbeholpen reageren op onbegrijpelijk commentaar. De intense vermoeidheid van het dagelijks zorgen voor deze lieve vrouw, die in weinig meer lijkt op de vrouw en moeder die ze veertig jaar lang kenden.  

Recensie Forget Me Not

Niet bitter, maar gelaten
Toch is Forget Me Not geen tranentrekker. Dit komt deels door de rustige vertelstem van David, en wellicht meer door de houding van de intellectuele familie. Geen openlijke wanhoop, geen woede, maar berusting en zoeken naar oplossingen met groot geduld. Vader was een hoogleraar wiskunde, die zijn pensioen heel anders gedacht had in te vullen dan voor zijn dementerende vrouw te zorgen. Toch lijkt hij niet bitter, eerder gelaten.  

Binnen het huwelijk van Malte en Gretel was ruimte voor affaires en de kinderen kregen een antiautoritaire opvoeding. Het was voor hen makkelijker te praten over wiskunde en politiek dan over liefde en emotie. Alzheimer brengt daar verandering in. Bij Gretel brokkelen alle intellectuele vaardigheden af, waardoor alleen gevoel overblijft. Malte leest haar dagboeken en leert hoe Gretel zich eigenlijk heeft gevoeld bij zijn affaires. De zachtheid en kwetsbaarheid die ontbrak in hun leven samen, is nu alles wat ze hebben. En dat is misschien wel het treurigste in dit verhaal.

 

17 september 2013

 

 

ALLE RECENSIES