50 jaar IFFR in 50 films

Jubileumprogramma Unleashed: 50/50
50 jaar IFFR in 50 films
Het International Film Festival Rotterdam viert dit jaar het 50-jarig bestaan met onder meer IFFR Unleashed: 50/50. Vijftig films uit vijftig jaar IFFR zijn ieder vijftig dagen online te zien. Je betaalt meestal € 4,50 per film of € 5,00 per maand.

Dit jubileumprogramma is deze week van start gegaan met acht films; elke drie weken komt er een nieuwe ‘batch’ films bij. InDeBioscoop zal het leeuwendeel van de films tot eind april bespreken.

The Cow

De liefhebber kan in deze bioscooploze periode volop online genieten van vooral speelfilms en een paar korte films. Denk aan bekende regisseurs als Apichatpong Weerasetakhul, Chantal Akerman, Rainer Werner Fassbinder, Marguerite Duras, Cheryl Dunye, Chris Marker, Eliza Hittman, Jim Jarmusch, Kelly Reichardt, Miike Takashi, Sara Driver, Sergei Parajanov en Wong Ping.

De oudste getoonde film is het fantastische Iraanse drama The Cow, dat in 1969 werd gemaakt door Dariush Mehrjui en vertoond tijdens de eerste editie van het IFFR in 1972, en de voorlopig jongste speelfilm is De nuevo otra vez, een frisse mix van documentaire en fictie van de Argentijnse regisseur Romina Paula. De laatste, vijftigste, film is bij het schrijven van dit artikel nog niet bekend.

Lees hier onze recensies van ALLE 50 door het IFFR geselecteerde films.

 

22 februari 2021

 
MEER FILMFESTIVAL

IFFR 2021: Decepties en illusies

IFFR 2021 (februari-editie) – Deel 5 (slot):
Decepties en illusies

door Sjoerd van Wijk

Het snijvlak tussen deceptie en illusie loopt als een van de opvallender rode draadjes door de programmering van deze jubileumeditie van het IFFR heen. “All the world’s a stage” zoals een van de films uit Shakespeare citeert. Om uiteenlopende redenen spelen deceptie en illusie een rol van betekenis, van personages klem in de illusies van ideologie tot speelsere ideeën over sociale interactie.

 

Aristocrats

Aristocrats – Ouwe-jongens-krentenbrood
Aristocrats geeft een gevoelige inkijk in de wisselwerking tussen socio-economische klasse en het patriarchaat in de Japanse samenleving. Onder druk gezet door haar familie van goede komaf moet Hanaki na een afgebroken verloving op zoek naar een nieuwe man. Snel verschijnt een geschikte kandidaat, maar gaandeweg blijkt dat Hanaki in een ouwe-jongens-krentenbrood schoonfamilie is beland op zoek naar een nazaat voor hun politieke dynastie. Een ander leven dan dat van de armere Miki, die als vrijgezel een leven probeert op te bouwen in Tokio nadat ze haar studie niet kon afmaken.

Ook al gaat de sociale analyse vaak gepaard met het letterlijk poneren van stellingen weet Sode Yukiko in haar regiedebuut de strubbelingen van de twee vrouwen te vangen in prangende shots. Net zo secuur opgezet als de beelden verhaalt het scenario in hoofdstukken hoe klasse en geslacht de keuzes van Hanako en Miki sturen en beperken. Als zij elkaar onvermijdelijk ontmoeten, resoneert de botsing tussen de veiligheid van de een en de onafhankelijkheid van de ander op verrassende wijze. Aristocrats zet zo subtiele vraagtekens bij een in Japan onderbelicht thema.

 

Landscapes of Resistance

Landscapes of Resistance – Eigen gewin
In de meditatieve documentaire Landscapes of Resistance haalt Sonja herinneringen op aan haar tijd als partizaan in Servië en gevangenschap in Auschwitz. Terwijl langzaam landschapsbeelden voorbij glijden doet ze uit de doeken hoe ze zich altijd bleef verzetten met als climax de ontsnapping aan het eind van de Tweede Wereldoorlog. Haar relaas krijgt een spookachtige dimensie door de ruisende wind en overgroeide naamloze ruïnes naadloos in elkaar overspringend.

De eigenzinnigheid van deze aanpak uit zich in het persoonlijke verhaal van de maaksters Ana Vujanovic en Marta Popivoda. Zij durven hun eigen protesten te vergelijken met het heroïsche antifascisme van Sonja. De verzetsheldin als pion voor persoonlijke platgetreden puntjes over de vermeende subversiviteit inclusief platitudes over een monolithisch kwaad kapitalisme. Zo zelfvoldaan munt slaan uit een intrigerend verhaal van een overlevende uit Auschwitz voor eigen politieke punten geeft een nare nasmaak.

 

As We Like It

As We Like It – Gender in de blender
In As We Like It krijgt Shakespeares klassieke komedie As You Like It een bizarre 2021-update. Vroeger speelden mannen alle rollen. Filmmakers Chen Hung-i en Muni Wei castten hier louter vrouwen tot levendig effect. In een fictief Taipei met internetvrije zones zoeken verschillende stelletjes naar elkaar. Zo ook Orlando en Rosalind, waarin die laatste het extra moeilijk maakt door haarzelf voor te doen als een man (Roosevelt). Geestdriftig volgt de film hoe Orlando en Roosevelt verschillende beproevingen ondergaan en gender in de blender belandt.

Een recente trend in popmuziek is om popclichés op te voeren tot hallucinante hoogtes zoals bij het label PC Music of de recent overleden producente SOPHIE. Een vergelijkbare overdosis superstimuli doordringt de mierzoete romantiek van As We Like It. Hung-i en Wei laten een eclectisch geheel van popcultuur inclusief videogame verwijzingen uit de hand lopen. Al die over optimistische gekte waarin overdreven jolige actrices niet bepaald voor kalmte zorgen, beukt uiteindelijk murw.

 

La nuit des rois

La nuit des rois – Brandende fantasie
Op verbluffende wijze dompelt La nuit des rois onder in een mysterieuze wereld waar de verbeelding troef speelt. Een jongeman komt aan in de beruchte Ivoriaanse gevangenis La Maca terwijl een machtsstrijd woedt. Niet de bewakers maar de gevangenen maken binnen de muren de dienst uit en de op sterven liggende baas beroept zich op een traditie om de baas te blijven. De jongeman, Roman gekerstend, moet een nacht lang iedereen vermaken met verhalen. Op straffe van de dood waagt Roman een poging met een biografie over rebellenleider Zama.

La Maca smelt samen met Ivoriaanse mythologie en geschiedenis. Gevangenen beelden spontaan vol overgave scènes uit Romans verhaal na met hun zwierende lichamen terwijl de camera langs hen raast. Regisseur Philippe Lacôte beperkt zich niet tot de interne spanningen van de gevangenis maar vlecht die samen met de mystiek van antieke tovenarij of archiefbeelden van oud-president Laurent Gbagbo’s val tot een enerverende weerspiegeling van de Ivoriaanse samenleving. De met leuzen vol gekalkte muren houden mensen misschien fysiek op hun plaats, maar binnen brandt het vuur van de fantasie.

Het eerste deel van de 50ste editie van het IFFR (het tweede deel is van 2 tot en met 6 juni) is tevens afgesloten met de uitreiking van de Tiger Award aan Pebbles van de Indiaanse filmmaker Vinothraj P.S.. De Special Jury Awards gingen naar I Comete – A Corsican Summer van de Franse filmmaker Pascal Tagnati en Looking for Venera van Norika Sefa. Beide films zijn reeds besproken in dit verslag.

 

8 februari 2021

 
IFFR 2021 (februari-editie): Deense grimmigheid in gretig opgeklopte vertellingen

IFFR 2021 (februari-editie): Fantasierijke producties

IFFR 2021 (februari-editie): Blik op het binnenland

IFFR 2021 (februari-editie): Zwart-wit en wraak op mannen 
 
 
MEER FILMFESTIVAL

IFFR 2021: Zwart-wit en wraak op mannen

IFFR 2021 (februari-editie) – Deel 4:
Zwart-wit en wraak op mannen

door Bob van der Sterre

Zwart-witfilms keren frappant vaak terug tijdens deze IFFR. Black Medusa, Bipolar, The Edge of Daybreak – zomaar wat films die zichzelf presenteren in zwart-wit. Daarnaast een nieuwe filmniche: vrouwen die (uit wraak) mannen ombrengen. Wel in sprookjesvorm!

 

Bipolar

Bipolar – Magische kreeft
In Bipolar vindt een jonge vrouw in een Tibetaans hotel een magische kreeft. In een met tierelantijnen volgehangen jeep rijdt ze naar haar doel: het eiland Ming. Daar wil ze de kreeft terugzetten in het water. Onderweg heeft ze diverse vreemde ontmoetingen.

Deze debuutfilm van Queena Li biedt voldoende eigenzinnigheid. Een kruising tussen moderniteit en ouderdom en hoewel absurdistisch zo nu en dan wordt het verhaal nergens té merkwaardig. Mooie zwart-witbeelden, aardige actrice (Leah Dou, die ook de muziek deed), een paar sterke filmmomenten, en natuurlijk die bizarre liefde voor een kreeft.

Prima uit te kijken, alleen: het beklijft niet. Ondanks de lading van belangwekkende betekenissen (een mix van filosofische en boeddhistische thema’s, en een liefdesverhaal gebaseerd op de mythe van Orpheus) is de film te weinigzeggend. De film duurt ook te lang – er had makkelijk een half uur uit gekund. In opzet en spontaniteit doet de film me ook wel denken aan Abschied von Gestern, een soort Godardfilm uit de jaren zestig van Alexander Kluge. Die film is om dezelfde reden aantrekkelijk en lastig om te beklijven.

Ik vermoed dat Bipolar er wel goed in zal gaan bij het van spirituele films smullende arthousepubliek: vooral door de combinatie dramatisch liefdesverhaal, lichtabsurdistische gebeurtenissen en de Tibetaanse cultuur. Zo’n film waarbij mensen de zaal uitlopen en ‘Prachtig!’, ‘Mooi!’ uitroepen. En wie geeft ze ongelijk, zoveel meningen, zoveel smaken.

 

The Year Before the War

The Year Before the War – Zwart-witcinema op zijn best
In The Year Before the War (ook zwart-wit) draait alles om het jaar 1913. De Let Peter (die zegt dat hij Hans heet) verliest zijn vader en zijn baan. Anarchisten bliezen het hotel op waar hij werkte. Hij moet weg uit Riga en reist naar een sanatorium in Zwitserland. Een anarchistische dame had hem uitgenodigd.

Hans/Peter reist vervolgens heel Europa rond: Praag, Wenen, Londen en Parijs. Voor communisten begint hij aanslagen te plegen. Dat streven om te helpen brengt hem alleen maar meer in de ellende. Hij kijkt in zijn spiegel en ziet zijn gelijkenis verduisteren. Zichzelf laten helen door een grinnikende Freud lukt ook al niet.

Opmerkelijk verzorgde film. Zwart-witcinema op zijn best. Over elk beeld is nagedacht met rook, lichtval, contrast, perspectieven, slow motion en geluiden. Je vindt ongewoon gefilmde scènes zoals het feestje, de vechtpartij op het plein, maar ook mooie widescreen-beelden van het landschap of van het interieur van een trein. Indrukwekkend werk van cinematograaf Andrejs Rudzāts.

Ook het script is erg boeiend en er valt heel veel over te zeggen. Er is een maar: eenvoudig is het niet. Probeer maar eens zonder geschiedenisboek kaas te maken van alle gebeurtenissen. Hoewel het natuurlijk niet echt een Letse Forrest Gump is, heeft alles wel degelijk een betekenis. Eigenlijk zou je dus eerst een uitleg moeten downloaden die je door alle scènes gidst. Dan pas realiseer je hoeveel historische grapjes en cinematografische verwijzingen je hebt gemist (de doodskist die zichzelf voortbeweegt, om er maar een te noemen).

Met al die ambities zal de film te afstandelijk en intellectueel aanvoelen voor de gemiddelde kijker – en dat is jammer, want veel echt goede films over geschiedenis heb je niet.

 

Black Medusa

Black Medusa – Negen lugubere dates in Tunis
In het eveneens zwart-witte Black Medusa pikt een jonge vrouw mannen op, of laat zichzelf oppikken. Dan vermoordt ze ze. Negen avonden met negen lugubere dates in Tunis.

Zij (Nada) zegt nooit iets. De mannen vinden het niet erg dat ze niets zegt, ze praten zelf wel honderduit. Ze verwachten makkelijke seks met een zwijgende vrouw. Maar geen van allen haalt het einde van de avond. Op haar werk (waar ze overdag gewoon heen gaat) communiceert ze door te tikken op haar mobiel, die vervolgens de zinnen uitspreekt. Ze ‘praat’ daarmee alleen met artdirector Noura. Op bezoek thuis bij Noura jat ze haar speciale jagersmes. Niet moeilijk te raden wat ze ermee van plan is.

Er is amper een plot (politie ligt net als in giallo’s te slapen) en origineel is het ook al niet zo. Neem Ms. 45 van Abel Ferrara. In wezen hetzelfde als deze film, maar dan mét wat er aan de gekte vooraf ging. Niet dat het veel uitmaakt, we kunnen het ook zelf wel invullen. Haar haat tegen mannen móet ergens vandaan komen.

Ongewone film uit Tunesië, jazeker, maar een goede film? Grootste probleem, net als bij een film als Henry: Portrait of a Serial Killer: je hebt geen band met de hoofdpersoon en kunt niet anders dan apathisch toekijken. Wat je dan overhoudt is de stijl, de kunst van de film, en die is op momenten best mooi, met fantasierijke beelden, spel met lichtval in het Tunesische nachtleven en opmerkelijk esthetische moordscènes.

 

Mayday

Mayday – Drie vrouwen in kapotte onderzeeër
In Mayday (niet zwart-wit!) krijgt Ana, bediende bij een huwelijksfeest, ervan langs van haar manager. En passant mishandelt hij haar. Een stroomstoring slaat toe, ze wordt geëlektrocuteerd, alles is duister, ze kruipt in een oven en opent haar ogen op een eiland.

Drie vrouwen in een kapotte onderzeeër verdedigen daar hun stellingen tegen mannen. Die oorlog is overal. Tegelijk doen ze mayday-oproepen: als sirenen lokken ze mannen een storm in. Marsha (de treurige bruid van het feest waar ze eerder was) pusht haar over haar grenzen en Ana wordt scherpschutter. Toch blijft ze twijfelen. Moet ze echt al die mannen omleggen?

Ik moet zeggen dat ik redelijk sceptisch deze film inging, als man zijnde. Tegelijk ben ik mans genoeg om deze film op zijn merites te beoordelen. En hoe dit zich allemaal in het hoofd van Ana afspeelt, is verrassend fantasierijk. We merken dat ook want ze ziet op het eiland allemaal bekende gezichten van het huwelijksfeest. Dan realiseren we zelf ook (als we dat nog niet wisten) dat we eigenlijk in Ana’s hoofd zitten.

Grace van Patten als Ana is goed gecast, maar boeiender is de rol van Marsha (Mia Goth, nog zo schattig in Emma). Die doet soms denken aan klassieke waanzinnig wordende legerleiders, van Sergeant Barnes in Platoon tot generaal Kurtz in Apocalypse Now. Ana: ‘Waarom nemen we de mannen niet gevangen in plaats van doden?’ Marsha: ‘Dat hebben geprobeerd. Het was vermoeiend.’ Of bij een stervende soldaat die zegt dat hij zoveel van zijn vrouw hield: ‘Ze hield vast niet zo van jou als jij denkt.’ En dan…

Deze debuutfilm van Karen Cinorre heeft in gevoelige MeToo-tijden de potentie om in verkeerde keelgaten te schieten. Zowel in die van vrouwen hatende mannen als van mannen hatende feministen. Over die verachting en misverstanden bij beide geslachten gaat deze film juist (ironisch genoeg). Mochten straks weer eens Twitterstormen hard gaan waaien, moeten al die lui niet vergeten dat het allemaal heel onschuldig is: alles speelt zich immers af in het hoofd van Ana. Het is haar verhaal en het zijn haar gekkigheden (het parodiërende dansje is een goed voorbeeld).

Minpunten zie ik meer in de vorm: het had nog mysterieuzer mogen zijn vormgegeven, het einde is mij iets té sprookjesachtig en het verhaal is duidelijk een potpourri is van allerlei films en ideeën. Je ziet hier dingen terug van Lord of the Flies, Being John Malkovich, Le Tout Nouveau Testament, Inside Out en Alice in Wonderland.

En IFFR bood trouwens nóg een vrouwen-leggen-mannen-om-film… de korte film A Woman’s Revenge. Onderdeel van Su Huy-Yu’s herfilming van Taiwanese filmgeschiedenis, in dit geval sexploitation. Totaal over de top, compleet maf, subtiliteit van een hamer. Wel esthetisch knap werk.

 

7 februari 2021

 

IFFR 2021 (februari-editie): Deense grimmigheid in gretig opgeklopte vertellingen

IFFR 2021 (februari-editie): Fantasierijke producties

IFFR 2021 (februari-editie): Blik op het binnenland

IFFR 2021 (februari-editie): Decepties en illusies

 
 
MEER FILMFESTIVAL

IFFR 2021: Blik op het binnenland

IFFR 2021 (februari-editie) – Deel 3:
Blik op het binnenland

door Tim Bouwhuis

Twee lichtvoetige kanshebbers in de Tiger Competition ademen een vrije, zomerse sfeer die de coronacrisis doet vergeten. Looking for Venera en I Comete – A Corsican Summer portretteren het binnenland van respectievelijk Kosovo en Corsica met een scherp oog voor lokale tradities en de (jonge) bewoners. Het absolute competitiehoogtepunt tot nu toe komt uit Thailand.

De gefocuste coming-of-age-vertelling Looking for Venera steekt mooi af tegen het meer springerige, fragmentarische I Comete. Looking for Venera is op het eerste oog een film zoals er vele anderen bestaan: een redelijk schuchter tienermeisje zoekt naar haar (seksuele) identiteit, kijkt op naar haar zelfverzekerde vriendin en worstelt om los te komen van haar traditioneel ingestelde ouders. De uitwerking is innemend en overwegend subtiel genoeg, maar het is de setting die dit langspeeldebuut van Norika Sefa ook daadwerkelijk onderscheidend maakt. Sefa slaagt erin een klein Kosovaars dorpje om te toveren tot een ware microkosmos, waarin zelfs de jongste bewoners zich zodanig op hun gemak voelen dat ook kijkers zich thuis kunnen wanen.

Looking for Venera

Definitie boven verandering
Het is waardevol dat Venera (een gouden debuutrol van Kosovare Krasniqi) voor de verandering in dit genre eens geen ingrijpende karakterverandering hoeft te ondergaan. We zien duidelijk hoe de mensen in haar omgeving en het proces van ouder worden invloed uitoefenen op haar houding en gedrag, maar dat betekent nog niet dat zij als mens ingrijpend verandert; ze leert alleen geleidelijk haar eigen plaats in de wereld meer definitie te geven. Kijkers kunnen Venera zo überhaupt leren kennen terwijl zij zichzelf béter leert kennen. In die lijn van denken stelde Sefa tijdens een Tiger-persconferentie dat het perspectief van kijkers op die manier misschien wel meer verandert dan dat van Venera zelf – vandaar ‘Looking for Venera’.

Als coming-of-age-vertelling heeft deze film de potentie om wereldwijd aan te spreken, maar Sefa’s beeld van de dorpse omgeving is wel degelijk sterk ingebed in haar kennis van de lokale waarden, tradities en geschiedenis. Engelse taallessen voor de jeugd brengen (impliciete) verwijzingen naar de burgeroorlog met zich mee. Geroddel is aan de orde van de dag en ‘toeschietelijke’ jongedames (zoals Venera’s vriendin en lichte tegenpool Dorina) worden met de nek aangekeken. De traditionele rolverdeling tussen ouders zorgt voor het (helaas wat typisch uitgewerkte) gegeven dat moeders hun drang naar vrijheid soms onderdrukken om hun echtgenoot niet tegen zich in het harnas te jagen.

Dagboek van een draaiboek
Als dwarsdoorsnede van een dorpse omgeving doet Looking for Venera denken aan I Comete van de Franse regisseur Pascal Tagnati. De toon, mate van focus en camerastijl (Tagnati werkt met meer uitgesproken geënsceneerde, lange opnames die elkaar stelselmatig opvolgen) mogen dan verschillen, ook I Comete laat zien hoe een ‘vergeten’ plaatsje in het Europese binnenland balanceert tussen de genadeloze modernisering en de blijvende lokroep van traditie en sociale isolatie.

I Comete – A Corsican Summer

Trap niet in de valkuil te denken dat deze film standhoudt als documentaire: de meeste taferelen en dialogen komen onmiskenbaar uit een draaiboek, maar schetsen wel een aandoenlijk en divers beeld van een voorgestelde gemeenschap. Op momenten bedient Tagnati zich helaas wel heel erg van platitudes, met name als hij weergeeft hoe amateurporno de beeldschone natuur ook niet bespaard is gebleven. In een andere scène wordt een doodscultuur onder de jeugd verbeeld op de bedompte tonen van een nadrukkelijk aanwezige soundtrack. Aan de muur hangt een poster van Kurt Cobain.

Gelukkig profiteert Tagnati’s demonstratieve regie uiteindelijk van de hybride opzet: voor ieder banaal of nihilistisch tafereel is er wel een grap of lichtvoetige ontmoeting in het dorpse ‘centrum’ dat de boel qua toon net voldoende in balans brengt. Een voetbalfan klaagt over het gebrek aan ‘eigenheid’ onder Europese topteams en verraadt zo zijn eigen kijk op multiculturalisme. Een (privé?)helikopter landt uit het niets naast een buitenhuis. Een grootmoeder legt vanuit haar luie stoel geduldig uit wat er zoal mis is met ons continent. “Europa is voor technocraten en bankiers. We moeten onze mond houden en doen wat ons wordt verteld. Ze spelen de armen onder elkaar uit”. En vervolgens: “Ik ga mijn soapopera kijken – geef jij de geraniums water?”

Tocht naar de duisternis
Na het bespreken van twee vergelijkbare titels mag een vreemde eend in de bijt door zijn eigenzinnige klasse niet ontbreken. Competitietopper The Edge of Daybreak van de Thaise regisseur Taiki Sakpisit deed ondergetekende verreweg het meest balen dat Pathé Schouwburgplein dit festivaljaar niet beschikbaar mag zijn. Contrastrijke zwart-witbeelden en onheilspellende geluiden begeleiden een donkere tocht door de recente politieke geschiedenis van het land.

The Edge of Daybreak

The Edge of Daybreak is een film met lagen van perspectief: centraal staat een vrouw die getroffen is door trauma, van daaruit bekijken we het lot van een volledige familie, en op meta-niveau gaat de verbeelding over twee breekpunten in de recente geschiedenis van Thailand; een reeks studentenopstanden in de jaren zeventig en een militaire coup in 2006. Naarmate de film vordert, trekt de camera steeds verder de duisternis in, alsof de getraumatiseerde psyche van de hoofdpersoon direct samenvalt met een tocht terug in de tijd. In een interview na afloop van de online screening stelde Sakpisit dat de exacte tijdsbepaling voor kijkers niet eens zozeer van belang hoeft te zijn. The Edge of Daybreak is een bedwelmende ervaring, ergens tussen droom en realiteit, die historisch geïnformeerd trauma op een zintuiglijke manier invoelbaar maakt.

Op 7 februari wordt bekendgemaakt welke film de Tiger wint en welke speciale juryvermeldingen daar nog bijkomen. The Edge of Daybreak is na vrijdag 5 februari helaas niet meer te streamen, maar tickets voor Looking for Venera en I Comete zijn op het moment van schrijven nog beschikbaar via de IFFR-website.

 

6 februari 2021

 

IFFR 2021 (februari-editie): Deense grimmigheid in gretig opgeklopte vertellingen

IFFR 2021 (februari-editie): Fantasierijke producties

IFFR 2021 (februari-editie): Zwart-wit en wraak op mannen 

IFFR 2021 (februari-editie): Decepties en illusies

 

MEER FILMFESTIVAL

IFFR 2021: Fantasierijke producties

IFFR 2021 (februari-editie) – Deel 2:
Fantasierijke producties

door Bob van der Sterre

Lichtvoetige films: ze worden in het IFFR-programma niet eens meer zó overwoekerd door het zwaarmoedig stemmende drama. Toch valt over smaak te twisten, ook hier weer. Hilarisch wordt het nergens.

 

Carro Rei

Carro Rei – Onze verhouding met apparaten
In Carro Rei zegt Uno’s vader dat hij het taxibedrijf moet overnemen. Uno heeft nog steeds verdriet om zijn moeder die overleed na een auto-ongeluk en kiest zijn eigen weg.

Op een dag keert hij terug bij de garage waar hij opgroeide. Daar herontdekt hij zijn talent om met auto’s te praten. Samen met zijn oom Zé (die samen met zijn vriendin Mercedes paaldanst) lappen ze de auto op waarin Uno’s moeder het leven liet. Ze kunnen ‘carro rei’ (koning der auto’s) laten praten. Hij wordt een soort irritante en narcistische Kitt van Knight Rider.

Bizarre film die bedoeld is om iets te zeggen over onze verhouding met apparaten. Die verandert aldoor. ‘Dat doen we al sinds de mens het eerste gereedschap uitvond, in de prehistorie’, zegt Zé.

Ik hield het ongeveer drie kwartier uit maar daarna gaat het filmlicht uit als het echt te dwaas wordt. Carro Rei gaat dan een nationalistische beweging leiden, een zeer opzichtige verwijzing naar de situatie in Brazilië op dit moment. Deze film van Renata Pinheiro (met familielid Clara Pinheiro als Amora) kan niet tippen aan de hilarische Braziliaanse film Diamantino.

 

Friends and Strangers
Friends and Strangers – Kamperen en misverstanden
In het Australische Friends and Strangers zien we hoe twee mid-twintigers (Ray en Alice) die elkaar vaag kennen samen een weekend gaan kamperen. Wat kan er misgaan? Ze liggen in een tent en raken elkaar aan. ‘Kan het niet wat langzamer?’ ‘Wat is het dan dat wij snel doen?’ Opeens staat er een kerel met een caravan naast je tent en wil praten over wandelen in de natuur. En tref je een familie die rondreist samen met de kleding van de overleden moeder. De affaire in wording sterft voor er überhaupt een kus is gevallen.

Verrassend inventief hoe dit verhaal tijdens een wandeling ineens overgaat naar foto’s op een mobiel in een cafeetje. Alice vertelt daar hoe het weekend was, terwijl Ray op datzelfde moment autopech heeft op een steenworp afstand.

Je denkt eerst aan een typisch Australische roadmovie-romcom, een lichtgewicht film die weinig kwaad doet. Dan volgt een ander tweede deel. Ray komt te laat bij een afspraak over filmen van een huwelijk, slaat daar een gat in een muur, ziet een roze schilderij dat later blauw is, ontmoet een dame die steeds haar kont prikt aan een cactus en moet een vriend doodziek bij de buren achterlaten.

De film van James Vaughn doet soms in zijn absurdisme denken aan Punch Drunk Love – maar veel minder komisch uitgevoerd. Alles draait om misverstanden. Het script biedt verder geen aanknopingspunten voor de kijker om daar dan filosofische kaas van te kunnen maken. Je wilt wel maar de film helpt je nergens mee. Het is daardoor te abstract om er dan ook emotioneel van te kunnen genieten.

Een feest van herkenning voor veel Nederlanders is natuurlijk wel het kamperen. De vraag is alleen: hoe paste er nog een cameraman in die tent?

 

The Cemil Show

The Cemil Show – Slechterik in Turkse actiefilms
In The Cemil Show kijken we naar Cemil, een bescheiden bewaker in een winkelcentrum in Istanboel met een grote droom. Hij wil de rol van Turgay Göral spelen. Een badguy in Turkse actiefilms van de jaren zeventig.

De auditie voor de remake van een van Görals films verloopt waardeloos. Cemil keert terug naar zijn bewakersbaan maar blijft geloven in zijn acteercarrière. Dan merkt hij dat collega-bewaker Burcu de dochter van Turgay is. Hij smeekt om een bezoek aan zijn idool en krijgt zijn zin. Alleen heeft Turgay net zijn laatste adem uitgeblazen.

Cemil gaat zich dan obsessief verdiepen in Turgays geschiedenis. Hij bestudeert zijn notities over acteren, bekijkt zijn films talloze keren. ‘Ik schoot honderden mensen in mijn films. Ik stak ze neer in hun rug, martelde ze, ontvoerde ze, stal van de armen en brandde huizen plat.’ Cemil verandert zelf langzaam in een Turgay-film. Burcu’s leven ontspoort op hetzelfde moment. Verdriet om de dood van haar vader (moeder was al overleden) en haar promotie-affaire met haar baas, meneer Zafer, pakt heel anders uit dan ze hoopte.

Een moedige poging van nieuwkomer Baris Sarhan om een soort ontsporende dramady te maken. Het is een poging want het lukt uiteindelijk niet: daarvoor is het tempo van de film te traag, de opzet te weinig stijlvast (springt alle genres over: komedie, spanning, horror, drama) en het obsessieverhaal te weinig verrassend.

Sterkste punt zijn de cinematografische verwijzingen. Naast een link met de film Play it again, Sam! (Humphrey Bogart souffleert Woody Allen zoals Turgay Göral een gids is voor Cemil) is er ook een link met de sleazy films van de jaren zeventig. Die zijn heel aardig gekopieerd, met geluiden, kleding, snorren. En wie heeft soms niet geschiedenisheimwee?

 

The North Wind

The North Wind – Wachten op het dertiende uur
The North Wind – door Renata Litvinova geschreven, geacteerd en geregisseerd – is een soort fantasyfilm over een matriarchale samenleving in een onbepaalde tijd. We zien alle hoofdrolspelers in het paleis van matriarch Margarita jaarwisseling na jaarwisseling. Iedereen rookt en drinkt erop los. Het is wachten op het ‘magische dertiende uur’ (want dan begint de periode van liefde).

Voorlopig is er vooral ellende. Benedikt, zoon van Margarita, verandert als zijn vrouw Fannie (piloot) crasht. Fannies dood werpt een schaduw op de familie. Zijn nieuwe vrouw, Fannies zus Faina, wordt nooit echt geaccepteerd.

Vrouwen zijn hier de leiders, actiehelden, openen champagneflessen. Mannen zijn huwelijksmateriaal en beklagen zich over ontrouw van hun vrouwen. ‘Ze bezocht verschillende vrouwenfeestjes en dronk tot de vroege ochtend!’ Benedikt en zijn zoon Hugo zijn lege persoonlijkheden. Margarita ziet het zelf ook: ‘Iets gebeurde er met het mannenbloed. Ze bleven kinderen.’

Deze neo-sf-fantasy-familiesoap is aardig maar niet boeiend genoeg om je op het puntje van de stoel te krijgen. Daarvoor duurt de film ook veel te lang (ruim twee uur), zijn de scènes te veel theaterachtig (zonder écht interessant te worden) en voel ik me als kijker niet betrokken bij deze karakters. De leeftijden kloppen ook van geen kant (oma en kleinzoon ogen even oud) maar dat kun je misschien nog toeschrijven aan de fantasie. Misschien was een achtdelige serie een beter idee geweest om dit fantasiekoninkrijk tot zijn recht te laten komen.

Wat de film laat liggen aan verhaal, biedt het wel in het ongelooflijk mooie set design. Die verdient op zijn minst een Oscarnominatie, als die prijs zich nog serieus wil nemen.

 

5 februari 2021

 

IFFR 2021 (februari-editie): Deense grimmigheid in gretig opgeklopte vertellingen

IFFR 2021 (februari-editie): Blik op het binnenland

IFFR 2021 (februari-editie): Zwart-wit en wraak op mannen 

IFFR 2021 (februari-editie): Decepties en illusies

 

MEER FILMFESTIVAL

IFFR 2021: Deense grimmigheid in Shorta en Riders of Justice

IFFR 2021 (februari-editie) – Deel 1 :
Deense grimmigheid in gretig opgeklopte vertellingen

door Tim Bouwhuis

Ondanks de afgeslankte line-up zijn er tijdens het eerste luik van deze IFFR-jubileumeditie toch twee redelijk vergelijkbare films uit Denemarken te zien. Shorta en Riders of Justice ademen actualiteit door aan de hand van grimmige, gretig opgeklopte vertellingen thema’s als politiegeweld, terrorisme en complotdenken te behandelen.

Helaas zorgen de aangezette, uitgelijnde scenario’s er in beide gevallen voor dat de uitwerking van die thema’s zich nauwelijks serieus laat nemen. Let op: om deze kritiek concreet te kunnen maken, neemt dit verslag het niet al te nauw met spoilers.

Adrenaline en amusement
Shorta, het regiedebuut van Frederik Louis Hviid en Anders Ølholm, begint letterlijk met een “I can’t breathe”-moment. Een tiener wordt bekneld door twee politieagenten. Dat zij blank zijn, en hij niet, mag natuurlijk geen toeval zijn. Even later leren we uit een nieuwsfragment dat de tiener Talib heette en dat het voorval hem uiteindelijk fataal is geworden. Twee andere politieagenten begeven zich op dat moment richting Svalegården, een buurt die zo berucht is dat de politiemacht van Kopenhagen haar doorgaans mijdt. In het kielzog van een verdacht voertuig belanden de twee hoofdpersonen er uiteraard wél, waarop het niet lang duurt voor de boel uit de hand begint te lopen.

Shorta

Svalegården blijkt een soort ‘Hotel California’: de agenten raken zodanig ingesloten dat ze op den duur – ironisch genoeg – ronddolen in een gevangenis zonder spijlen. De avond valt, er wordt geschoten en de geluidsband draait overuren. Deze thriller, die ook nog eens rijk aan actie is, zadelt kijkers zo al dan niet expliciet op met een dilemma. Shorta (een Arabische, vaak laatdunkend gebruikte term voor de politie) is pure adrenaline, en dus voor velen (puur) entertainment. De thema’s die de film aansnijdt vragen echter juíst om een meer nuchtere analyse, waarin de kritieke karakterschetsen en de vele plotwendingen niet direct naar de marge verdwijnen door het hoge verteltempo.

In een interview na afloop van de online vertoning stelde een van de regisseurs dat hun intentie altijd was geweest om geen directe oplossingen te presenteren voor de problematiek (sociaaleconomische verloedering, stelselmatig racisme, spiralen van geweld) die Shorta inzichtelijk poogt te maken, maar, vrij geparafraseerd, juist de grijze ethische gebieden te verkennen die je automatisch betreedt als je het oog van de storm eenmaal bereikt hebt. Curieus genoeg komt de film alleen allesbehalve grijs over.

Plot vol tegenstellingen
Het begint met de twee hoofdpersonen, die vrij letterlijke tegenpolen van elkaar zijn. Mike (Jacob Lohmann) is een barse alfa die zich makkelijk op laat hitsen, en het aan het begin van de film uitschatert als zijn collega een misplaatste anekdote over zigeuners vertelt. Jens (Simon Sears) voelt zich duidelijk wat ongemakkelijk als Mike zigeuners na zijn schaterlach verder begint te discrimineren, en het daarbij eigenlijk heeft over ‘vreemdelingen’ in het algemeen. “Dit is Denemarken niet”, roept hij even later. Op dat moment zijn de twee al even gearriveerd in Svalegården, wat de regisseurs duidelijk hebben gemaakt door de agenten in slow motion uit het autoraam naar een passerende moslima te laten kijken. Het conflict tussen de agenten en de buurtbewoners begint met een sleutelscène: een tiener wordt staande gehouden en door Mike tot zijn onderbroek aan toe gefouilleerd. Op de achtergrond zwelt het gejoel aan, en als de agenten deze Amos (Tarek Zayat) met zich mee willen nemen, vliegt de eerste steen tegen de autoruit.

De overduidelijke verschillen tussen de twee agenten zijn een zwakke, doorzichtige basis voor de verdere verloop van de plot. Het is een kwestie van tijd voor Jens, die steeds openlijker gaat twijfelen aan het politieoptreden dat tot Talibs dood leidde, en Mike, die stelt dat politieagenten het koste wat het kost voor elkaar moeten blijven opnemen, met elkaar op de vuist zullen gaan. De twee agenten wekken bewust of onbewust de indruk dat de politiemacht in twee kampen kan worden verdeeld. Die indruk blijft zelfs bestaan als de regisseurs (die het scenario ook voor hun rekening namen) plotwendingen gaan gebruiken om de dramatische spanning te verhogen. Aan de ene kant moet Mike op haast therapeutische wijze zijn vooroordelen onder ogen zien als hij door een verwonding afhankelijk wordt van, jawel, de goedwillende medische verzorging van Amos’ nietsvermoedende Pakistaanse moeder. Aan de andere kant zal Jens uiteindelijk een voor zichzelf traumatische gebeurtenis veroorzaken die het vertrouwen in zijn eigen werk definitief wegneemt.

Kijken naar “de ongelukkigen”
In iedere wending is zo duidelijk de pen van de scenaristen te herkennen dat de geloofwaardigheid telkens ver te zoeken blijft. Shorta doet wat dat betreft sterk denken aan het overmatig gelauwerde Les Misérables (Ladj Ly, 2019), waarin de agenten (daar zijn het er drie) eveneens verschijnen als karikaturen die elkaar naadloos aanvullen in hun gedrag en blik op de situatie. Ook in die film raken de agenten geïsoleerd in een zogenoemde probleembuurt waar de vlam steeds feller in de pan slaat (en zigeuners toevallig ook een belangrijke rol in het conflict spelen).

Niemand twijfelt eraan dat deze “probleembuurten” (tussen aanhalingstekens, want de politie is (mede) verantwoordelijk) bestaan, en het is op zichzelf ook zeker geen probleem dat de regisseurs van beide films geen directe oplossingen kunnen of willen voorzien. De dwarsliggers zijn de rigide scenario’s, die aangezette karakterschetsen en plotontwikkelingen op de context projecteren en de integriteit van het geheel op die manier aantasten.

Regisseur met handtekening
Een vergelijkbaar manco ondermijnt Riders of Justice, de film die vooraf breed werd uitgelicht als programma-opener en in principe ook nog regulier zal worden uitgebracht. Regisseur Anders Thomas Jensen (Adam’s Apples, Men & Chicken) heeft de afgelopen twintig jaar een behoorlijke status opgebouwd in het mixen van drama en donkere humor, niet in de laatste plaats dankzij zijn vaste acteurs Mads Mikkelsen (Casino Royale, Jagten) en Nikolaj Lie Kaas (Reconstruction, de Dossier Q-reeks). Riders of Justice is duidelijk herkenbaar als een komedie van zijn hand; de vraag is alleen of de verkozen wisselingen van toon en insteek ook daadwerkelijk goed uitpakken.

Riders of Justice

Het drama begint met een bomaanslag in de metro, die de moederfiguur wegvaagt uit de levens van militair gediende Markus (Mikkelsen) en zijn dochter Mathilde (Andrea Heick Gadeberg). Markus’ boosheid kan geen kant op en zijn trauma krijgt langzaam vorm. Zijn dochter is ontvankelijker voor hulp, maar haar vader blokkeert iedere poging tot toenadering en raadt haar ook af om spirituele troost te zoeken. Er was waarschijnlijk lang geen schot in de situatie gekomen als Markus niet zou zijn opgezocht door de excentriekelingen Otto en Lennart (Kaas en Lars Brygmann). Deze verstrooid uitziende whizzkids, die in de meest willekeurige situaties met onmogelijke statistieken komen aanzetten, zijn ervan overtuigd geraakt dat de aanslag in de metro geen ongeluk was. Aan de hand van kansberekeningen, getuigenobservaties van Otto en de nodige hulp van een al even excentrieke hacker (Nicolas Bro) komen de twee tot een samenzweringsthese die in de richting wijst van motorclub Riders of Justice.

De radicalisering van ‘complotdenkers’
Je kunt Jensen en zijn groteske typetjes een aantal geslaagde grappen zeker niet ontzeggen, maar toch raakt de film al snel verstrikt in de verschillende netten die hij zelf uitgooit. Zo heeft de verhaallijn rond het verdriet van Mathilde en de band met haar vader best wat potentie, maar wordt iedere aanzet tot welgemeend drama door Jensen zelf weer om zeep geholpen. Mikkelsen acteert goed, zoals we van hem gewend zijn, en Gadeberg is erg beloftevol, maar de meeste andere acteurs schmieren er bewust op los, waardoor de personages nooit geloofwaardig bij elkaar komen.

Dat heeft vooral consequenties als de samenzweringsthese van het drietal het ensemble daadwerkelijk aanzet tot gewelddadige actie. Moeten kijkers daadwerkelijk geloven dat een computernerd zijn onderdrukte frustraties moeiteloos botviert op een volautomatisch geweer, en hooguit even twijfelt om de genadeklap uit te delen? Natuurlijk niet, dat is de aangezette genre-insteek, maar daar komt de film wel in de knel met de duidelijk doorschijnende boodschap over het voorgestelde gevaar van complottheorieën en, daaraan gelinkt, van extremisme of radicalisering.

Riders of Justice

Riders of Justice behandelt dat flink geactualiseerde onderwerp op de meest banale manier mogelijk: de twee ‘complotdenkers’ van dienst maken één cruciale fout, waardoor er aan het einde van de rit overal lijken op straat liggen. De getraumatiseerde Markus wordt daarbij meegesleept in de überhaupt giftige gedachte dat er wraak valt te behalen, waardoor hij zijn militaire kennis en fysiek op gruwelijke wijze misbruikt.

Door de gewelddadige loop krijgt Jensens blik op de samenzweringsthese enorm veel gewicht, maar dat gewicht is niet terecht, aangezien Jensen in een interview ook niet veel verder komt dan de holle leus ‘Complotdenkers, het zijn allemaal losers!’. Riders of Justice zit zo verstrikt in de spanning tussen het luchtige amusement dat Jensen met zijn karakteristieke zwarte humor brengt en de serieuze onderwerpen waar hij op gedramatiseerde wijze iets over wil zeggen.

Shorta en Riders of Justice zijn allebei online te zien (geweest) tijdens dit eerste luik van de IFFR-jubileumeditie. Shorta is nog beschikbaar tot en met vrijdag 5 februari om 16:00, Riders of Justice tot en met donderdag 4 februari om 21:30. Van deze twee titels zal alleen Riders of Justice met zekerheid nog regulier fysiek en/of ‘on demand’ uitgebracht worden.
In een tweede, later te verschijnen verslag aandacht voor positieve hoogtepunten uit de Tigercompetitie.

 

4 februari 2021

 

IFFR 2021 (februari-editie): Fantasierijke producties

IFFR 2021 (februari-editie): Blik op het binnenland

IFFR 2021 (februari-editie): Zwart-wit en wraak op mannen 

IFFR 2021 (februari-editie): Decepties en illusies

 

MEER FILMFESTIVAL

IFFR 2021 – 15 filmtips

15 filmtips IFFR 2021

door Bob van der Sterre

Met veel minder films dan normaal, kan het ook niet anders zijn dan dat onze voorbeschouwing flink ingekort is. Hieronder 15 filmtips, per drie verdeeld in genres. Wil je weten hoe het IFFR dit jaar werkt en hoe je de kaartjes voor de online voorstellingen koopt? Lees onze eerste preview.

15 filmtips IFFR 2021: Sweat

Bizar & horrorachtig
IFFR schaamt zich steeds minder voor genrefilms. Dit zijn ook niet echt genrefilms, maar wel films die erg duister zijn en tegen horror aankleven. Ook in dit genre en mogelijk interessant: Liborio en Dead Beautiful.

Bipolar
Vrouw gaat naar Lhasa (waarom weet ze zelf ook niet precies) en verandert door ontmoeting met een ‘heilige’ kreeft in een hotel. Variatie op de mythe van Orpheus.

Trailer van Bipolar belooft prachtige shots en een onvervalste Twin Peaks-vibe, met muziek en surrealistische beelden. Lastig om in te schatten of dit een hele film boeiend blijft maar deze debuutfilm van Queena Li oogt alvast artistiek erg gedurfd, waar je juist vaak erg flauw wordt van de stilistische eentonigheid van films in het IFFR-programma.

The Edge of Daybreak
Een familiegeschiedenis is getekend door opstanden in 1970 en de coup in 2006 in Thailand. Veel emotionele problemen ontvouwen zich.

Vooral stilistisch interessant deze film, denk ik. Veel trage zwart-witbeelden met mooie, merkwaardige shots. Een film die vervreemdend, hypnotiserend en ‘duister’ is. Verwacht ook wel een film over heftige thema’s. Tweede film van Taiki Sakpisit.

Black Medusa
Nadia spreekt met mannen af en slaat ze dan in elkaar. Negen nachten met Nadia in de vorm van een film noir, giallo, etc.

Moeilijk wat te maken van de beschrijving op de site van IFFR, maar ik verwacht een stilistisch fantasierijke film met schokkende beelden en een merkwaardig verhaal. Het is afwachten of dat iets interessants oplevert voor een complete film. In elk geval zie je Tunis een keer anders dan anders. Eerst lange speelfilm van Youssef Chebbi.

Historisch
Net als bij IDFA is geschiedenis een populair thema. Komt de hang naar de twintigste eeuw door al het gedoe in onze tijd? Of herontdekken we deze fascinerende eeuw gewoon keer op keer? Voor de liefhebber in dit genre is er ook nog: Quo vadis Aida (fictieversie van het drama van Srebrenica).

Dear Comrades!
In 1962 kwamen de arbeiders in Novotsjerkassk in opstand. Dat werd bloedig onderdrukt en pas in 1990 werd bekend wat er dertig jaar eerder had plaatsgevonden in de Sovjet-Unie.

De keuze van de toon van de film is sober en spannend – heel wat anders dus dan de satire The Death of Stalin. Met de zwart-wit-filmstijl doet het een beetje denken aan Der Hauptmann. Actrice Julia Vysotskaya komt zelf uit Novotsjerkassk en wist ook niets van dit drama. Regisseur Andrey Konchalovskiy is de oudere broer van de bekende Russische regisseur en acteur Nikita Michalkov en draait al lang mee: zijn eerste korte film dateert zelfs nog van vóór het jaar dat deze film uitbeeldt.

The Year Before the War
Peter (noemt zichzelf Hans) reist in 1913 door Europa. Hij raakt verstrengeld door de idealen van de verschillende politieke stromingen van die tijd.

Letse film (debuut van Davis Simanis) wekt nieuwsgierigheid op. Ziet eruit als een film die niet snel in een hokje te duwen is, net zo goed absurd als surrealistisch, net zo goed stijlvol als spannend (en ook weer in zwart-wit!). Historische thriller doet wel een beetje denken aan het gegeven van Forrest Gump.

First Cow
Een ontmoeting tussen een kok en een Chinese immigrant in Oregon 1820. Ze gaan samen op pad.

Film van Kelly Reichardt focust zich op de vriendschap tussen de twee mannen – en dat twee uur lang. Verwacht dus een zéér kalme film met vermoedelijk mooie acteerprestaties. En widescreen landschapsbeelden. Reichardt is een beetje bekend van Wendy and Lucy (2008) en Meek’s Cutoff (2011).

Lichtvoetig, absurd & fantasierijk
Fantasie steeds minder een taboe? Ik ben voor! Ook erg fantastisch klinken Mayday, Destello Bravío en The North Wind.

Carro Rei
De zoon van de eigenaar van een taxibedrijf kan praten met auto’s. Leuke vaardigheid? Niet echt als wrakken beginnen te klagen over hun leven.

Film bevat vast veel politieke dubbelzinnigheden die ons misschien ontgaan. Weet ook niet of dit gegeven boeiend blijft voor een hele film (klinkt meer als een goede korte film) maar het prikkelt op zijn minst de nieuwsgierigheid. Film van Renata Pinheiro (tweede echte speelfilm).

The Cemil Show
Een Turkse actieklassieker met in de hoofdrol een stoere kerel krijgt een remake. Een beveiligingsbeambte ziet zijn kans, doet auditie, maar krijgt de rol niet. Hij wordt in zijn dagelijkse leven zo vaak vernederd dat hij langzaam maar zeker verandert in zijn eigen stoere held.

Bekend gegeven? Inderdaad, doet erg denken aan Woody Allens Play It Again, Sam. Toch oogt deze komedie uit Turkije veelbelovend, al was om allerlei insidersgrapjes van genrefilms en zo te zien geslaagd komisch acteerwerk. Eerste film van Baris Sarhan.

Mandibules
Twee niet al snuggere mannen ontdekken een reusachtige vlieg in hun kofferbak. Kunnen ze er geld mee verdienen?

Elke keer vraag je je af: kan Quentin Dupieux nog absurder? Deerskin was behoorlijk maf. Realité en Wrong waren net zo hilarisch als onvoorspelbaar. Deze film is denk ik meer ‘comedy’ dan absurd. Ik verwacht mafheid in de trant van Dumb and Dumber, grappig acteerwerk en zoals gebruikelijk een prima score. Of het zo’n indruk maakt als Realité betwijfel ik.

Misdaad
Misdaad is nooit weggeweest, maar dit jaar weer wat meer aanwezig in het programma, zo lijkt het. Afgezien van deze films, lijken ook Lone Wolf en Madalena interessante producties.

Riders of Justice
Een treinongeluk. Een overlevende neemt contact op met de man die zijn vrouw verloor in het ongeluk. Was het wel een ongeluk? Een wraakverhaal begint.

Anders Thomas Andersen is een beetje de Deense Shane Black, met scripts voor actiekomedies als In China They Eat Dogs (1999), Old Men in New Cars (2002) en zijn eigen films Adam’s Apples (2005) en Men & Chicken (2016). Mads Mikkelsen steelt hier vermoedelijk de show, maar de liefhebber van Deense actiefilms (zijn die er?) zijn misschien ook wel blij met de terugkeer van Nikolaj Lie Kaas, die in al bovengenoemde films speelde.

Sexual Drive
Een driedelige film over eten, afrodisiacum, verlangens en seks.

Zo’n film die aldoor over seks gaat zonder ook maar een seksscène te bevatten. Dat dwingt al respect af. IFFR wijst zelf al naar de klassieker Tampopo (1985). We moeten maar zien of de film dit weet waar te maken want regisseur Yoshida Kota heeft ook wel wat twijfelachtige films op zijn naam staan.

Sweat
Sylwia Zajac is een Instagramberoemdheid. Een fitnessgoeroe die miljoenen verdient met haar online openheid. Maar er is een prijs: ze krijgt last van een stalker.

Ongetwijfeld gaat deze film de leegheid van de social mediaster laten zien (het zou wel origineel zijn als we juist zien hoe overgelukkig zo’n iemand is!). Vermoedelijk best spannende film met veel drama (of drama met spannende elementen) die wel eens een publieksfavoriet zou kunnen worden. Aan de trailer kun je al zien dat Magdalena Kolesnik een geslaagde cast is voor de best moeilijke rol van Instaster. Film van regisseur Magnus von Horn (van The Here After) is een Zweeds-Poolse coproductie.

Drama & mensen
Ook op IFFR: veel rustige films over mensen. Opvallend: deze producties hebben allemaal iets met hitte en zomer. Veel opties in deze categorie: Looking for Venera, Aurora, Suzanne Andler en Drifting klinken ook interessant.

I Comete − A Corsican Summer
Het is augustus en heet op Corsica. Bewoners in een dorpje kletsen met elkaar op straat en hebben het gezellig. Langzaam maar zeker leren we ook de diepere kanten van de bewoners kennen.

Eerste lange film van Pascal Tagnati is meteen een erg lange film (twee uur), maar belooft veel intermenselijke warmte. Deze film met veel amateuracteurs moet wel een mooi portret opleveren van het Corsicaanse leven. Of er iets beklijft, is een tweede. Aan de lange kant maar tempo past vast bij de zomerse hitte van de film.

Pebbles
Zuid-Indiaas dorpje waar mensen leven van landbouw. Alleen heeft een langdurige droogte zijn sporen achtergelaten. Na een ruzie lopen vader en zoon in de ziedende hitte naar huis.

Roadmovie-gegeven is natuurlijk verre van origineel (niets is zo makkelijk om culturen te schetsen via een roadmovie). Aan de andere kant: hoe vaak zie je ze in India? Ik verwacht een heftige, emotionele en hartverwarmende film over een vader-zoonrelatie. Debuutfilm van P.S. Vinothraj.

Friends and Strangers
Ray en Alice, vrienden, worstelen met de druk van de maatschappij. Ze presteren niet veel. Hun ambities zijn nog geringer. Als ze gaan kamperen, blijkt dat ook hun vriendschap onder druk staat.

Lastig te zeggen wat je hebt aan deze Australische productie. Kan een aangename menselijke film zijn, deze debuutfilm van James Vaughn, maar misschien ook wel iets te algemeen. Sowieso prettig om te zien dat de portie doffe ellende in IFFR-films iets lijkt te zijn afgenomen.

 

 

30 januari 2021

 
Preview: IFFR 2021 in zes vragen en antwoorden
 
 
MEER FILMFESTIVAL

IFFR 2021: Slechts 67 films in februari-programma

Slechts 67 films in februari-programma
IFFR 2021 in zes vragen en antwoorden

door Bob van der Sterre

IFFR 2021 staat op punt van beginnen. Maar ook dit festival is weer anders dan anders door corona. In dit stuk leggen we in zes vragen en antwoorden uit wat je kunt verwachten.

1. Wanneer is het festival precies?
De 50ste editie van International Film Festival Rotterdam (IFFR) heeft plaats van 1 februari tot en met 7 februari 2021. En… van 2 tot 6 juni. Een compleet andere opzet dan normaal, met tweeënhalve week in de winter. Het is alsof de gebeden van schrijver dezes zijn verhoord om het festival eens in een warmere periode te houden. De website van IFFR licht toe: “Het tweede deel speelt zich af in het voorjaar, als eerbetoon aan de eerste editie die in 1972 ook in juni plaatsvond.”

IFFR wil dan publiek uitnodigen om het jubileum te vieren. Dat gebeurt onder andere door jonge en oude regisseurs in Rotterdam samen over film te laten praten. Tussentijds vertoont IFFR online hoogtepunten van vijftig jaar festival.

First Cow van Kelly Reichardt is een van de te verwachten hoogtepunten.

First Cow van Kelly Reichardt is een van de te verwachten hoogtepunten.

2. Waar vind ik het programma?
Het programma van de films vind je op de website van IFFR. Kijk bij A-Z voor een alfabetische volgorde. Wil je dat IFFR voor jou een keuze maakt? Probeer de Film Finder.

3. Zijn de IFFR-programma’s nog hetzelfde?
Ja en nee. De structuur van de IFFR-programma’s is in 2021 wel iets veranderd. Dat is vooral interessant voor mensen die zich wat meer willen verdiepen:

4. Hoe werkt een kaartje kopen en de films zien?
Je kunt op twee manieren kijken. IFFR legt het zo uit: “De première is een getimede screening, die als het ware plaatsvindt in een online bioscoopzaal. Iedereen kijkt tegelijkertijd. Je moet de stream op het juiste tijdstip openen om de film te kijken. Je kunt niet terug- of vooruitspoelen. Er is een chatroom en wanneer mogelijk een live, interactieve Q&A met de filmmaker. Daarnaast is iedere film die tijdens IFFR 2021 in première gaat vanaf dat moment nog 72 uur beschikbaar om on demand (op afroep) te kijken.”

Bebia, à mon seul désir van Juja Dobrachkous strijdt mee om de Tiger Award.

Bebia, à mon seul désir van Juja Dobrachkous strijdt mee om de Tiger Award.

5. Waarom is het zo’n uitgekleed festival?
De spoeling is dunner dan afgelopen jaren, dat merk je al snel bij het bestuderen van het februari-programma. Normaal kostte het dagen om door het programma heen te ploeteren, nu ben je in een uurtje klaar. In 2020 werden er 573 films vertoond (lang, medium en kort bij elkaar), in 2019 nog 516 films en nu telde ik ongeveer 70 films. De verklaring hiervoor is logisch: de coronacrisis is desastreus voor de filmindustrie.

De persvoorlichter van het IFFR bevestigt desgevraagd dat er in februari slechts 67 films te zien zijn. “Ik kan me voorstellen dat het grote verschil in aantal films wat vragen oproept. Omdat we nu nog druk zijn met ons februari-hoofdstuk kan ik geen cijfers noemen voor juni. Wel zal het programma uitgebreider zijn dan het eerste deel want het zal meer programma’s beslaan: Harbour, Bright Future, Cinema Regained en het tweede deel van Limelight.”

De technisch festivaldirecteur zei eerder tegen het AD dat het filmaanbod dit jaar niet het probleem is. “Vele producties waren al af voordat de coronacrisis losbarstte. Het aanbod van de films in de jaren hierna, daar maak ik me wel zorgen om.”

6. Zijn er ondanks alle coronaperikelen toch leuke buitenevenementen?
Ja, tussen 29 januari en 14 februari is er ‘Tiger On The Loose’. Interactieve installaties op 50 locaties in Rotterdam. Een route vol (korte) films om als een speurtocht te maken: met green screens. En die locaties zijn niet zomaar gekozen: ze vormen van bovenaf gezien het logo van IFFR.

Houd de website van InDeBioscoop de komende dagen in de gaten voor ons uitgebreide verslag van IFFR 2021!

 

26 januari 2021

 
15 filmtips FFR 2021
 
 
MEER FILMFESTIVAL

IDFA 2020 – Deel 7: Grenzen verleggen

IDFA 2020 – Deel 7 (slot):
Grenzen verleggen

door Bob van der Sterre

Met zes films die in meerdere opzichten grenzen verleggen, sluiten we onze verslaggeving van IDFA 2020 af. In dit laatste deel zien we verrassende taferelen in Cuba, het verstrijken van de tijd in een Italiaans dorp, jonge vrouwen in Parijs, algoritmen met goddelijke pretenties in de VS, het in scène zetten van een documentaire in Londen en het mysterie van 43 verdwenen studenten in Mexico.

 

Epicentro

Epicentro
Cuba. Prachtig arm land in de Cariben. Hubert Sauper, befaamd documentairemaker, strijkt er neer en observeert. Sauper werd in 2004 wereldberoemd met de documentaire Darwin’s Nightmare. Hij maakte sindsdien maar een film en nu richt hij zich op Cuba. Het boek Energie und Utopie van Johannes Schmiedl is de ruggengraat van dit verhaal. In dat geval kun je de drie kleurrijke karakters (twee guitige meisjes van een jaar of twaalf die graag dansen en een graag lachende volwassen vrouw) beschouwen als de bloedsomloop.

Epicentro begint met filmvertoningen voor een Cubaanse schoolklas over de vergeten geschiedenis tussen Spanje en de VS in 1898. Het zinken van de USS Maine, die een Spaans-Amerikaanse oorlog tot gevolg had en Cuba zou bevrijden. De Amerikanen als motor achter de Cubaanse onafhankelijkheid? Het was echt zo.

Zulke momenten zijn de tussenstations van deze film. We beginnen dus met Theodore Roosevelt en zijn ‘rough riders’, zien de Cubaanse striptekenaar die hem tekende, bezoeken Hotel Roosevelt midden in Havana, zien kinderen boze dingen zeggen over imperialisme, horen dat Che Guevara ‘minister van rum en suiker’ was, bezoeken een oude suikerfabriek (‘Hier maakten ze de suiker voor Coca Cola’).

Na dit sterke begin kijken we vooral naar de gevolgen van het laatste stukje geschiedenis in Cuba: toerisme. Een cruise. Een rondrit. Convertibles met toeristen langs het strand. Habanabustour. Sauper filmt een toerist die, behangen met camera’s, foto’s neemt van kinderen en oudjes in Cuba. ‘Ik betaal ze nooit. Het is een eer om door mij gefotografeerd te worden.’ Dure hotels (‘Door de maffia gebouwd’).

Een Italiaanse bezoeker zegt letterlijk: ‘Ik kom hier om terug te gaan in de tijd.’ Hij vat ook de reden van het Cuba-toerisme samen: ‘Mensen komen hier om nog een communistisch land te kunnen bezoeken, voor het voorbij is.’ We pakken ook nog het overlijden van Fidel Castro mee als symbolisch eind van het non-kapitalisme.

Sauper buit fascinerende momenten goed uit. Een slow motionbeeld van een oude auto bij de ruïne van een suikerfabriek met muzikale begeleiding: erg fraai. Daarna een interview met een oude man, een jonge man eist dat hij gefotografeerd wordt, vervolgens passeert een paard en wagen, dan een scooter – en dat allemaal met dezelfde muziek.

Als documentairemaker krijg je wat het moment je biedt. Als je door haar kleren aan de waslijn een doorkijkje hebt naar gebouwen in de wijk. De trein die rennende koeien achterna zit. De twee die tango dansen in een meubelwinkel (?). Wat te denken van dit beeld: een oud huis, twee halfnaakte mannen, vrouw zingt in de telefoon half mee met Bohemian Rhapsody, poster van Fidel Castro (90) aan de muur. Allemaal levende schilderijtjes.

En dan dus de twee meisjes en de dame, die het zware politieke en economische verhaal een heel prettig spontaan en menselijk tegengewicht bieden.

Conclusie: dit is wat documentaires vaker zouden moeten zijn; niet de verwachting als doel, maar de verrassing.

 

Bosco

Bosco
Bosco di Rossano. Italiaans dorp in het noorden van Toscane. 9 bewoonde huizen, 13 inwoners, 40 leegstaande huizen: ver, ver van de bewoonde wereld.

Dat is niet wat Bosco was voor de opa van filmmaakster Alicia Cano Menoni. Hij is 102 jaar oud. Zijn familie bewoonde het dorp toen het nog een levendig dorp was. Door de verhalen van vroeger kende hij het dorp van buiten zonder er zelf te zijn geweest. Zelf groeide hij op in Uruguay en zag niet veel meer van de wereld dan de hoofdstad, Montevideo, waar hij een bar had.

Met Bosco maakte Alicia Cano Menoni een ontroerende film over tijd. De paar bewoners van Bosco vertellen over hun levens, hun verleden, en ze weten ook dat ze er nooit weg zullen gaan. En wat gebeurt er dan met Bosco? Een dame loopt naar midden in het bos, waar haar ouderlijk huis al in een ruïne is veranderd, en begint te huilen.

En dan weer terug in Uruguay, waar de pretoogjes van opa Menoni glinsteren als hij over ‘Bok-ko’ begint. Ook daar ontroering als we de aftakeling van diens vrouw op video meemaken. Eerst nog vol levenslust aan het bezemen, even later verlaat ze met een wandelrekje het huis en kust nog eenmaal de deurpost. Er is ook een beetje (tijdloze) humor als hij ergens zijn cv opduikt en een waslijst aan baantjes begint op te sommen.

Uiteindelijk zal het stadje weer opgenomen worden door de natuur, dat is onvermijdelijk. De opa van Alicia Cano Menoni maakt dat sowieso niet meer mee. Hij overleed vlak na het maken van deze film en geeft daarmee een extra wrange laag aan de thema’s tijd en vergankelijkheid in deze film.

 

Jungle

Jungle
Parijs. Jonge vrouwen (begin twintig) die roken, drinken, schreeuwen en feesten.

Bovenstaande voldoet prima voor de synopsis van deze 50 minuten durende film. We leren natuurlijk dat er ook schaduwkanten zijn achter de pret. Vooral met woningen zijn er problemen. Ook met vriendjes, ouders, geld, werk en soms psychische problemen.

De film gaat niet echt diep. En dat is ook niet erg: Jungle is een mild entertainende film met een paar droogkomische momenten over jonge meiden die net zo fragmentarisch zijn als het leven op die leeftijd zelf ook is. Misschien komen er nog wel vervolgen, zoals de legendarische reeks Up (die nu aan 63-Up toe is). Of nog beter: misschien maakt Louise Mootz ook zo’n soort film over introverte Parijse vrouwen. Ik vermoed dat die nooit de bioscoop zal halen. Jammer!

 

New Gods

New Gods
Ergens in de VS. Een jongen is eenzaam en rijdt rond in een auto. Hij wil een vriendinnetje maar meisjes willen hem niet. Hij gaat ze haten. Een algoritme volgt hem.

In deze korte Zwitsers-Franse film kijkt een algoritme ons brutaal aan. Het vertelt hoe het de schone taak had om een bepaald type jongen, user LonerWolf58, te laten verdwijnen. Het algoritme definieert hem heel simpel. Man? Check. Bewapend? Check. Altijd alleen? Check? Maakt video’s online? Check. Impopulair bij meisjes? Check. ‘Hij swipet 55.723 profielen. Hij stuurt 14.723 berichten.’ Hij noemt zichzelf ‘incel’ (involuntarily celibate).

We weten dan al: dit gaat niet goed aflopen. De film zegt het niet letterlijk maar dit verhaal is gebaseerd op dat van de moordenaar Elliot Rodger.

Een groot beeldexperiment – alles is digitaal bewerkt. Geen wonder, we kijken ook vanuit het perspectief van een algoritme (God). Aandacht voor lettertypen, bewerkte beelden (met embossed effect) en geluid.

Het is alsof regisseur Loïc Hobi en zijn team keken hoe je dat thema van een schietende maniak helemaal anders kunt vertellen: vanuit het totaal ongewone perspectief van het algoritme, die bijna de status van God bereikt. ‘Ik werd gemaakt om hem te laten verdwijnen.’ Dat biedt perspectieven voor visuele kunststukjes én filosofische overpeinzingen.

Een documentair experiment zoals je ze veel te weinig ziet op IDFA. Ik zeg het niet snel maar deze film van Loïc Hobi had van mij langer mogen duren. Hoewel het resultaat nu juist ook ijzersterk is. Ook al duurde het maar twintig minuten; dit was veel beter dan menig lange docu.

 

The Filmmaker’s House

The Filmmaker’s House
Londen. Filmmaker Marc Isaacs moet een film maken over misdaad… of seks. Geen van beide onderwerpen trekt hem echt.

Hij is al jaren bezig met een ander project: een demente man die hij slapend filmde en die vlak daarna een moord pleegde. Zijn schoonmaakster wil die video’s nu een keertje weggooien. ‘Ze geven een slechte energie aan dit huis.’

Wanhopig begint documentairemaker Marc Isaacs dan maar te filmen wat thuis gebeurt. Eerst de schoonmaakster, dan een dakloze die zichzelf uitnodigt, dan tuiniers die hekken vervangen, dan de buurvrouw (door boerka bedekt) die maaltijden komt brengen… Eh ja, dan besef je dat je naar complete fictie zit te kijken. Deze film is een opzettelijke fictiefilm over documentaire. Nee, het is een film over het in scène zetten van een documentaire… Of wacht… Nou ja, dan is het niet zo raar als je een dakloze uit het ziekenhuis haalt om het laatste shot van je documentaire te schieten en hem weer terugstuurt met een taxi.

De film bekritiseert volgens IDFA ‘de gelikte, commerciële documentaire’. En niet ten onrechte! Lees mijn eigen artikel over hyperrealisme van een paar jaar terug.

De programmeurs op IDFA zullen er vast over hebben gediscussieerd. Kan dit wel? Natuurlijk mag je altijd de grenzen blijven opzoeken – niet al te bang zijn voor negatieve reacties. Ik snap de satirische knipoog wel naar al die mooie, ontroerende docu’s over vluchtelingen.

Ik waardeer de poging, maar heb het gevoel dat de film niet alles aan absurditeit haalt wat erin had gezeten, zoals bijvoorbeeld de satires van Brass Eye dat wel doen. En valt die bodem er eenmaal uit, blijft een beetje waterige filmblend over waar je niet echt goed van weet wat je ermee moet doen.

 

Vivos

Vivos
Tot slot Mexico. In september 2014 veranderde het leven voor 43 Mexicaanse gezinnen. Ze kregen vreemde berichten van hun kinderen of partners, allemaal studenten van een lerarenopleiding, dat ze misschien wel zouden sterven die dag in Iguana.

Een officieel onderzoek beschreef later dat nota bene de politie de studenten uit bussen had gehaald en had overgedragen aan een kartel, dat ze vermoord zou hebben. Die sowieso al best curieuze lezing (waarom zou de politie dat doen en ermee wegkomen?) wordt door weinigen geaccepteerd. Mobiele telefoons bleken later nog te werken. Waarom gebeurde het eigenlijk? Een theorie is dat de bende zich vergiste toen ze dacht dat er drugs gesmokkeld werd in de bussen.

Een grimmig hoofdstuk in de geschiedenis van een toch al door misdaad getekend land. Nog steeds weet niemand wat er met de 43 vermiste studenten is gebeurd. Maar het geeft weinig hoop dat er al drie daar waren vermoord. Ai Weiwei bezoekt familieleden, advocaten, journalisten. Ondertussen veel beelden van het platteland.

Met het hart van de film is niets mis, Ai Weiwei maakte er een mooie respectvolle docu van, vergelijkbaar met Human Flow in 2017. Ik zie er alleen jammer genoeg héél weinig eigen handtekening in van de artiest. Anders dan de bijvoorbeeld uren durende opnames van snelwegen die hij eerder maakte (Bejing Second en Third Ring). Hier cijfert hij zijn kunstenaarschap edelmoedig weg.

Wel snap ik wat de eregast van het IFFR in 2012 in dit verhaal zag: de individu versus de staat. Plus een volgens velen onware lezing van de overheid.

Overigens niet de enige film die hij maakte in 2020: CoroNation gaat over corona en Wuhan. Dat belooft meer documentair spektakel! Maar dat is vermoedelijk wachten op IDFA 2021. Als we dan maar weer gewoon in de filmzalen terecht kunnen.

 

4 december 2020

 

IDFA 2020 – Deel 1: Vergane glorie en persoonlijke geschiedenissen
IDFA 2020 – Deel 2: Power to the People en The Backstage of Politics (1)
IDFA 2020 – Deel 3: Mensen met hun passies en zwakheden
IDFA 2020 – Deel 4: Rusland documentaireland
IDFA 2020 – Deel 5: Power to the People en The Backstage of Politics (2)
IDFA 2020 – Deel 6: Power to the People en The Backstage of Politics (3)

 

MEER FILMFESTIVAL

IDFA 2020 – Deel 6: Power to the People en The Backstage of Politics (3)

IDFA 2020 – Deel 6:
Power to the People en The Backstage of Politics (3)

door Jochum de Graaf

Het is natuurlijk maar relatief of je een film politiek of geëngageerd kunt noemen. Pakweg de helft van de IDFA-films kun je met gemak onder het thema ‘politiek’, ‘maatschappelijk’, ‘sociaal bewogen’ scharen. Voor de wegwijzers Power to the People en The Backstage of Politics zijn een stuk of twintig films geselecteerd.

Opmerkelijk dan toch dat in het juryrapport van Best Feature Length-winnaar Radiography of a Family (niet in deze selectie opgenomen), regisseur Firouzeh Khosrovani geroemd wordt omdat ze ‘zo subtiel en poëtisch laat zien hoe politiek een gezin voor altijd kan veranderen’. En het toeval wil dat in deze laatste aflevering van Power to the People en The Backstage of Politics toevallig ook twee andere award-winnaars zijn opgenomen. Gorbachev. Heaven won de prijs voor Beste Regie en Inside the Red Brick Wall de prijs voor de Beste Montage.

 

Gorbachev. Heaven

Gorbachev. Heaven
Daar zit hij dan, als enige, aan een lange tafel, moeizaam aan komen strompelen met looprek. De tafel is goed Russisch gedekt, kenmerkend met flesjes sap, schaaltjes vleeswaren, een kokkin brengt hapjes en wodka. Vooral zijn hoofd is dikker geworden, met die kenmerkende bloeduitstorting, een broze man. Dit is de man die het leven van miljoenen mensen ingrijpend veranderd heeft.

Michael Gorbatsjov (89), de laatste secretaris-generaal van de CPSU (Communistische Partij van de Sovjet-Unie), de man die met zijn politiek van perestrojka en glasnost het einde van de Koude Oorlog en daarmee ook van de Sovjet-Unie in gang zette.

Regisseur Vitaly Mansky – hij maakte op het vorige IDFA furore met Putin’s Witness – concentreert zich op zijn eigen beelden van Gorbatsjov, maakt geen gebruik van archiefmateriaal, slechts af en toe een foto met korte tekst over wie Breznjev en Andropov ook al weer waren. Zo krijg je een levendig gevoel hoe Gorbatsjov zijn eigen leven ziet. Er ontstaat een boeiend, ietwat verleidelijk beeld van zijn karakter, teder en humoristisch, maar soms een hint naar zijn donkere kwaliteiten. Gorbatsjov citeert dichters Poesjkin en Yesenin, en zingt voluit Oekraïense volksliedjes.

Mansky hanteert een doortastende, vasthoudende interviewstijl, bepaalt Gorbatsjov telkens weer tot het onderwerp. Waarom vermijdt hij de ineenstorting van de Sovjet-Unie, waarom gaat hij niet in op de vraag of hij het Sovjetleger heeft bevolen het vuur te openen in de Baltische staten? Gorbatsjov zwijgt, krabt zich langdurig aan een huidwond op zijn arm.

Gorbatsjov doet een paar onthullende observaties. Ronald Reagan zag hij als ‘een echte dinosaurus’; hij is hoogst onaangenaam over zijn opvolger Boris Jeltsin. Op de vraag wie van de Sovjetleiders nog als socialist kan worden beschouwd, antwoordt hij schalks lachend: ‘ik natuurlijk’. Over Poetin is hij de ene keer diplomatiek en een andere keer nauw verholen scherp kritisch. Tijdens de Oudejaarsviering in de flat bij assistent Volodya en zijn vrouw Tanya is Poetin alom tegenwoordig op de tv-schermen. Het is vast toeval, maar wanneer Poetin zijn Nieuwjaarstoespraak uitspreekt, verliest Gorbatsjov zijn gehoorapparaat.

Het slot is weemoedig, melancholiek over zijn toewijding aan zijn vrouw Raisa, nu alweer twintig jaar geleden overleden. De vrouw die bekend stond als de eerste en enige first lady van de Sovjet-Unie. We zien een prachtige scène met Gorbatsjov als een klein figuurtje in de deuropening van zijn kantoor naast een enorme foto van een glimlachende Raisa. Gorbatsjov brengt een bezoek aan haar graf op de schitterende begraafplaats Novodjevitsje. Hij zegt dat hij al geboekt heeft voor een eigen plaats.

Gorbachev.Heaven is een meeslepende terugkijk op een leven dat de wereld veranderd heeft.

 

Inside the Red Brick Wall

Inside the Red Brick Wall
PolyU, de polytechnische universiteit van Hongkong, ingeklemd tussen wolkenkrabbers en een wirwar van snelwegen, werd tijdens de grote demonstraties zomer 2019 in Hongkong tegen de gewraakte uitleveringswet van de Volksrepubliek China twee weken lang belegerd door de politie. Studenten hebben zich in de steeds grimmig wordende strijd verschanst in het rood bakstenen gebouw en komen meer en meer als ratten in de val te zitten.

Inside the Red Brick Wall (de titel slaat zowel op de kleur van het gebouw als op de straatstenen die de studenten naar de politie gooien) is een onverhuld verslag van de schermutselingen tussen studenten en politie. Het begin is nog energiek en moedige studenten weten soms inventief een gat in de belegering te vinden, gaandeweg wordt het een kat-en-muispelletje en je weet de afloop van de ongelijke strijd. Behalve met stokken, stenen, slagwapens, traangas, waterkanonnen, helmen, bivakmutsen, wordt de strijd in dit digitale tijdperk ook met iPhones, grote screens met eigen tv-kanalen gevoerd.

Daarbij is het ook een propagandaoorlog. De strijdende partijen bestoken elkaar aan de frontlinie met luide leuzen en keiharde muziek: de demonstranten spelen keihard ‘Fuck the Popo’, de politie tracht de moraal te ondermijnen met ‘Surrounded’ en ‘Ambush from Ten Sides’.

Moeten de demonstranten de strijd opgeven, zich naar buiten vechten, toch nog volhouden? Gaandeweg slaan de angst en vertwijfeling toe. Buiten de Red Brick Wall is het zeker dat ze hardhandig opgepakt worden en lange gevangenisstraffen tegemoet kunnen zien. Maar het bijzondere aan de film is dat je er als het ware helemaal in wordt gezogen door de vrijwel zonder uitzoomen vanaf ooghoogte gefilmde scènes vanuit verschillende perspectieven. Een briljante montage van de HK Documentary Filmmakers, terecht beloond met de Best Editing Award.

 

Final Account

Final Account
‘Monsters, schreef Primo Levi ooit, ‘zijn altijd aberraties. Maar de kleine lieden die vanaf de zijlijn toekijken en af en toe voorover leunen om een handje te helpen: die zijn het echte gevaar. Die zijn veel erger dan de monsters.’

De Britse documentairemaker Luke Holland, die kort na het voltooien van zijn magnum opus overleed, verzamelde in ruim tien jaar getuigenissen van Duitsers en Oostenrijkers die in de Tweede Wereldoorlog aan de kant van de nazi’s stonden. Kleine krabbelaars die in het Duitsland en Oostenrijk van de jaren dertig en veertig van de vorige eeuw een ‘normaal’ leven leidden als frontsoldaat, als eenvoudige accountants of opgroeiden in de Hitlerjugend.

Mensen als Margarette Schwarz, die zich herinnert dat haar tanden gevuld en rechtgetrokken werden door gevangenen van Dachau. ‘Het waren hele aardige gevangenen’, zegt ze. Een man als Herman Knoth, die uitlegt dat de Waffen-SS in hoog aanzien stond als de elite van de natie, ‘niet alleen fysiek, ook geestelijk’. En iemand als Karl Hollander, die half doof en blind aan het eind van zijn leven benadrukt dat hij nog steeds grote bewondering voor Hitler heeft en die joden, ja dat was misschien erg, maar ze hadden veel eerder een eigen land moeten krijgen.

Ze voelden zich geborgen in de sportieve cultuur van de Hitlerjugend, loven de kameraadschap van de SS, en die kampen hadden toch ook betekenis voor de lokale economie: de bakkers, slagers, kruideniers, iedereen profiteerde ervan, alleen de mensen die opgesloten zaten niet. Na zoveel jaar ontkennen ze dat ze wisten wat er aan de hand was – ‘wir haben es nicht gewusst’ – of wanneer ze er wel iets van hadden geweten, droegen ze geen verantwoordelijkheid, waren slechts een klein radertje in het geheel, ‘we konden niet anders’. Slechts een enkeling bekent dat toch menigeen geweten moet hebben wat er aan de hand was, op twee kilometer van de kampen kon je de verbrande lijken nog ruiken.

Onthutsend die slotscène in Wannsee, de ‘schuldige’ locatie waar de Endlosung werd uitgedacht en waar de bejaarde Hans Wierk, gewezen frontsoldaat, zijn schaamte uitspreekt voor de Duitse geschiedenis. Tegenover hem een niet nader aangeduide, lompige kale student die hem daarvoor hekelt: de oude man zou zich veel meer zorgen moet maken over Albanese immigranten die rovend rondtrekken. Met zijn hoofd in de handen, luisterend naar deze tirade, roept Wierk radeloos en bijna in tranen: ‘ik vraag alleen dit van jou, laat je niet verblinden’.

Final Account is een eenvoudige, onopgesmukte studie van het alledaagse kwaad, een die de ooggetuigenverslagen in balans brengt met archiefbeelden, geprojecteerd op muren van gebouwen en huizen waar het zich allemaal afspeelde. Melancholieke beelden van bergen, bossen en door bladeren overwoekerde spoorlijnen in winterkleuren.

De film laat expliciet zien hoe honderd grijstinten samen een duisternis kunnen vormen. En impliciet waarschuwend dat het nog een keer zou kunnen gebeuren.

 

3 december 2020

 

IDFA 2020 – Deel 1: Vergane glorie en persoonlijke geschiedenissen
IDFA 2020 – Deel 2: Power to the People en The Backstage of Politics (1)
IDFA 2020 – Deel 3: Mensen met hun passies en zwakheden
IDFA 2020 – Deel 4: Rusland documentaireland
IDFA 2020 – Deel 5: Power to the People en The Backstage of Politics (2)
IDFA 2020 – Deel 7: Grenzen Verleggen

 

MEER FILMFESTIVAL