Man die Ove heet, Een

**

recensie Een man die Ove heet

Zweedse zoetigheid

door Damian Uphoff

Als regisseur Frank Darabont (Shawshank Redemption, The Green Mile) ergens een verloren Zweedse broer zou hebben, zou hij bij de naam Hannes Holm gaan. Met Een man die Ove heet schuwt deze regisseur het namelijk niet om uit te pakken met een clicheetje of twee en een flinke dosis sentiment.

Hannes Holm is een naam die waarschijnlijk niet veel belletjes doet rinkelen. Ondanks zijn redelijk grote oeuvre gooiden weinig van zijn films hoge ogen bij zowel de critici als het publiek.

Met zijn nieuwste speelfilm Een man die Ove heet, gebaseerd op het gelijknamige boek van Fredik Backman, zet hij zichzelf wat meer in de schijnwerpers, want de film is een echte allemansvriend. Iets wat zowel positief als negatief op te vatten valt, maar in dit geval neigt naar het tweede. Een man die Ove heet mag dan Zweeds zijn, in alle opzichten heeft het meer weg van een Hollywoodfilm.

Een man die Ove heet

De knorrepot van de wijk
De 59-jarige Ove staat bekend als de oude chagrijn van de buurt. Na enkele jaren geleden te zijn afgezet als voorzitter, ziet hij het als taak om de orde in de buurt te handhaven. Zanikend op alles en iedereen is hij niet bepaald het zonnetje in huis. Op een dag trekken de zwangere Parvaneh en haar gezin in bij de woning tegenover Ove. Aanvankelijk moet Ove niets van de iets té opgewekte Parvaneh hebben, maar gaandeweg ontstaat er een vriendschap tussen de twee. Het komt zelfs zover dat Ove zijn levensverhaal aan haar vertelt, waarin duidelijk wordt hoe de oude querulant geworden is zoals hij nu is.

Aanvankelijk primeert vooral de lekkere droge humor, die bij Scandinavische films wel vaker aanwezig is. Lassgård heeft dan ook de perfecte norse tronie om een personage als dit te vertolken. De steeds mislukkende zelfmoordpogingen van Ove zijn goede voorbeelden. Het duurt echter niet lang voordat het verhaaltje de kop opsteekt. Aan de hand van flashbacks komt Ove’s verleden centraal te staan. Een verleden dat nogal wat ups en downs kent, want Ove heeft opeenvolgend zijn vader dood zien gaan, is zijn huis kwijtgeraakt, en heeft zijn vrouw verloren. Door de overdramatische toon voelen deze momenten gekunsteld aan en hebben ze niet het beoogde ontroerende effect.

Een man die Ove heet

Plastiek
Na een hoop opgeblazen misère doet het feelgood gedeelte intrede, waarin Holm het helemaal bont maakt. Het slotstuk van de film is gelardeerd met zo’n dikke laag suiker dat je je afvraagt waarom de cast er niet in wegzonk. Behalve de hoofdpersoon zijn de personages karikaturen die slechts het sentiment dienen te ondersteunen. Dit alles bijgestaan door een bombastische, kitscherige soundtrack zorgt ervoor dat het geheel eerder walging dan emotie op weet te wekken. De komische input zorgt soms voor een relativerende noot, maar toch resteert na afloop het gevoel alsof je een veel te zoete suikerspin door de strot geduwd werd, en je het liefst snel een douche wilt nemen om alle klefheid van je af te spoelen.

Er zal vast wel publiek te porren zijn voor Een man die Ove heet. Sentimentele films als The Green Mile, waar deze film wat van wegheeft, doen het niet voor niets zo goed in diverse toplijsten. Maar wiens maag niet bestand is tegen een stevige klodder melodrama kan deze mierzoete film beter links laten liggen.
 

20 juni 2016

 
MEER RECENSIES

Wave, The

**

recensie  The Wave

The Towering Inferno in een Noorse fjord

door Bob van der Sterre

Noorwegen is dat mooie, sprookjesachtige land. Maar dat kan verraderlijk zijn. Op een dag heeft natuur andere plannen: een landverschuiving brengt een tsunami op gang. Rennen voor je leven in Bølgen / The Wave.

Een scenarioschrijver. Je beseft pas weer wat het belang is van zo’n functie als je een film ziet die niets origineels te bieden heeft. De rampenfilm The Wave houdt zich voortreffelijk aan alle eerder bedachte opzetjes hoe een rampenfilm moet worden gemaakt, letterlijk een schoolvoorbeeld.

Het is alsof je aan Google vraagt: hoe maak ik een rampenfilm? En dit is dan het eerste beste antwoord dat je vindt.

The Wave

Clichés overvallen je meteen. Een geoloog, Kristian. Zijn laatste dag (uiteraard), hij gaat verhuizen. Hij neemt afscheid van zijn werk. Maar er zijn rare signalen met het grondwater. Merkwaardig. Hij staat klaar om de pont op de rijden maar keert op het laatste moment om en gaat onderzoek doen.

Kristian heeft twee kinderen (jong meisje, skateboardende puber) en een vrouw die vindt dat hij zich niet meer zo moet opwinden. Het is zijn werk toch niet meer?

Ramp
De clichételler staat dan al op 79. Maar er komt meer. Hij doet onderzoek bij een berg in de Geirangerfjord. Sommige kabels zijn gebroken. Op kantoor schreeuwt hij dat een ramp staat plaats te vinden. Hij slaat letterlijk met de vuist op tafel. Helpt het? Uiteraard niet. De baas wil de alarmknop echt niet indrukken, het is immers nog toeristenseizoen.

Later gaat de ongelovige baas zelf een keer kijken. Je kunt wel raden wat er op dat moment gebeurt.

Vanaf hier gaat de scenarioschrijver volledig op de automatische piloot; je kunt rustig concluderen dat The Wave helemaal 0% origineels te bieden heeft in het rampengenre. De landverschuiving vindt plaats, creëert een tsunami, laat een familie vervolgens survivallen in het water, zoon, moeder, dochter, ze doen allemaal mee, hier en daar een paar offers van onbelangrijke bijrollen (‘vrienden’), allemaal zo voorspelbaar als dat morgenochtend de klok weer naar rechts zal lopen.

Een paar van de clichés: brommend geluid van de dreigend aankomende golf; mensen staren ongelovig in plaats van hard weg te rennen; slow motion door het water drijven, wisselend geluid en stilte; plassen water door de gangen van een gebouw; kindje kwijtraken, plots terugvinden; verdrinken, water spugen en je bent er weer; kindje ziet ouders en trekt een spurt; moeder die gilt omdat zoon/man/anyone dreigt te verdrinken.

The Wave

Nachtmerrie
Het is The Towering Inferno maar dan in een Noorse fjord. En dat is dan het enige pluspunt: het is een mooie rampplek. Het CGI-team heeft de nachtmerrie van velen mooi uitgebeeld: een tsunami tussen de fjorden waar je zo hard mogelijk vandaan moet rennen. Watergolven die door een hotel sjezen. Leuk bedacht. Bijna jammer van de film die eromheen zit.

Over The Wave nadenken zou tijd verspillen zijn. Ja, die ramp in Geiranger kan echt plaatsvinden. Ja, om dat te weten kunnen we ook een documentaire kijken of een boek openslaan. Dat die ramp rampzalig zal zijn, daarvoor hoeven we ook geen speelfilm te kijken (trouwens, Istanbul kampt met hetzelfde gevaar, en Tokio, en San Francisco, je kunt er een hele serie van maken, The Wave II, The Wave III, de volgende Hollywood-franchise staat al klaar).

Beter om zelf een wandeling door de fjorden maken! Maar wat je moet doen als je die golf dan ziet aankomen? Wel of niet in die auto duiken, de film lijkt het zelf ook niet te weten.

 

18 mei 2016

 
ALLE RECENSIES
 

Men & Chicken

****

recensie  Men & Chicken

Familiegekte op Deens eiland

door Alfred Bos

In Men & Chicken verbeeldt regisseur en scenarist Anders Thomas Jensen een volkomen gestoorde familie die leeft in een absurdistisch universum dat zijn eigen regels volgt, met als resultaat een unieke horrorkomedie.

Tijdens de vertoning van Men & Chicken op het recente Imagine Filmfestival golfden de lachsalvo’s door de zaal en de film werd door de kijkers hoog gewaardeerd. De zwarte komedie rond vijf halfbroers, de een nog excentrieker dan de ander, dankt zijn succes aan een script met originele vondsten en, vooral, voortreffelijke acteerprestaties. Men & Chicken is een anarchistisch sprookje dat zijn eigen regels stelt en daarbinnen volstrekt naturel en geloofwaardig is.

Men & Chicken

Als kijker zit je voortdurend van de ene bil op de andere te wippen. Dit is te krankzinnig en toch ga je al snel overstag voor de behoorlijk verknipte Elias, een vuilbekkende, obsessief onanerende vrijgezel op vrouwenjacht. De Deense topacteur Mads Mikkelsen staat vooral bekend om zijn vertolkingen van grimmige mannen met edele motieven, recentelijk nog als de op wraak beluste cowboy in The Salvation, eveneens naar een script van Men & Chicken-regisseur Anders Thomas Jensen. Er schuilt echter ook een komisch talent in Mikkelsen, die als Elias bijna onherkenbaar is.

Bizar eiland
De humor van Men & Chicken is absurdistisch en droogkomisch. Elias krijgt van zijn broer Gabriel (David Dencik), een vermoeide filosofieprofessor met tic, te horen dat hun vader is overleden. Via een videoboodschap van pa wordt gehint op een duister familieverleden en de broers gaan op onderzoek. Dat voert hen naar het dunbevolkte (fantasie)eiland Ork, waar ze in een soort alternatieve werkelijkheid terechtkomen. Daar leven, naast de burgemeester en de dokter, meer familieleden van Gabriel en Elias. Aan allen is een steekje los, maar wat, dat ontvouwt de film in goed gedoseerde en sterk getimede ontdekkingen.

Regisseur Anders Thomas Jensen heeft een lange lijst van filmscenario’s op zijn palmares (de Nederlandse actieparodie Vet Hard werd door hem geschreven) en dat is aan Men & Chicken, zijn vierde feature film, af te zien. Hoe bizar de situatie op Ork ook is, de filmlogica klopt, de psychologie van de personages eveneens. De broers en hun verwanten blijven karikaturen, maar het zijn karikaturen met volkomen menselijke trekjes. Je gaat ze leuk vinden.

Men & Chicken

Persiflage
Op Ork is een voormalig sanatorium gevestigd en het blijkt een gekkenhuis. Daar zijn de broers thuis met familie die, anders dan Gabriel en Elias tot op zekere hoogte, niet zijn geciviliseerd door de dagelijkse omgang met mensen. Er is een reden voor hun groteske koppen en hun primaire gedrag, en die is te vinden ergens in de donkere gangen en verboden kamers van het landhuis. Men & Chicken is ook een modern sprookje met horrorelementen; een variant op Blauwbaard, maar dan een Blauwbaard die Darwin heeft bestudeerd.

Er komen wel meer films uit Denemarken waarin families of pseudofamilies centraal staan, maar geen enkele zo grotesk als Men & Chicken. Daarnaast varieert de film op het thema van de gestoorde wetenschapper met grootheidswanen en brengt beide thema’s op originele wijze samen. Het is wellicht projectie van deze kijker, maar je kunt in Men & Chicken een persiflage zien op de archetypische Deense film vol zwaarmoedig familiedrama. Jagten (ook met Mikkelsen) of Festen, maar dan volledig op zijn kop gezet. Pluim voor de voortreffelijke rolbezetting en volkomen terecht dat deze eigenzinnige genrefilm ook in de reguliere bioscoop draait.

 

3 mei 2016

 
ALLE RECENSIES
 

Krigen

***

recensie  Krigen

Een leugentje om bestwil

door Cor Oliemeulen

Een commandant in Afghanistan neemt onder grote druk een beslissing met tragische gevolgen. In eigen land wordt hij aangeklaagd voor oorlogsmisdaden. Het Deense oorlogs- en rechtbankdrama Krigen draait om morele dilemma’s.

De Deen Tobias Lindholm ontwikkelde zich in korte tijd als begenadigd scenarioschrijver met ijzersterke films als Submarino, Kapringen en Jagten. Als regisseur maakte hij drie films: R, Kapringen en Krigen, met steeds een prominente rol voor Pilou Asbæk. In laatstgenoemde drama, dat was genomineerd voor een Oscar voor beste niet-Engelstalige film, speelt hij commandant Claus Michael Pedersen die samen met zijn compagnie door de Deense overheid naar Afghanistan is uitgezonden om de bevolking te helpen met de wederopbouw van het land, zoals dat zo mooi heet.

Krigen

Cruciale beslissing
Geteisterd door bermbommen, zengende hitte en het gemis van het thuisfront krijgen de soldaten op een dag te maken met zware beschietingen en de chaos die hiermee gepaard gaat. Een collega die zwaargewond raakt, kan alleen maar worden afgevoerd als de beschietingen zijn opgehouden. Claus neemt daarom een cruciale beslissing: hij vraagt luchtsteun om de vijandelijke compound te bombarderen. De soldaat kan worden gered, maar tijdens de bombardementen blijken onschuldige Afghaanse vrouwen en kinderen te zijn omgekomen.

Het Deense leger verleende met het beschikbaar stellen van materieel medewerking aan Krigen en veel van de soldaten zijn daadwerkelijk actief geweest in Afghanistan. Het is niet de belangrijkste reden dat filmmaker Tobias Lindholm zich schijnbaar op de vlakte houdt als Claus bij thuiskomst wordt aangeklaagd voor oorlogsmisdaden. De kijker mag oordelen over de beslissing van de commandant, zoals dat hoort bij dit soort morele dilemma’s, die zijn ingegeven door politieke keuzes van overheden.

Moreel dilemma
Wie in de eerste helft van Krigen – het oorlogsdrama – goed oplet, begrijpt dat de beste stuurlui aan wal staan. Idealistische, plichtsgetrouwe soldaten in oorlogsgebied raken nu eenmaal met onmogelijke opdrachten verzeild in onmogelijke situaties, waardoor morele grenzen kunnen vervagen en acute omstandigheden om snelle handelingen vragen. De camera staat nooit stil en het onrustige, schokkende beeld onderstreept de gemoedstoestand van claustrofobie, grote psychische druk en realistische geweldshandelingen die door geen enkele videogame of leerinstructie zijn te simuleren.

Krigen

Uiteindelijk weer thuis in Denemarken – het rechtbankdrama – wil de politiek-correcte aanklaagster weten of Claus de vijand had gezien – een voorwaarde om de boel te laten bombarderen. Claus’ antwoord betekent de keuze tussen vier jaar cel of het gemis van zijn vrouw en kinderen. Volgt hij zijn geweten of wordt het een dikke middelvinger naar overijverige beleidsmakers die vanachter hun bureau beschikken over leven en dood en hun volgende baan proberen veilig te stellen? Of kiest Claus voor een nieuwe toekomst met zijn prille gezin?

Lindholm kiest voor een praktische oplossing. Dat is handig en diplomatiek, maar hij maakt hiermee een sterkere apotheose onmogelijk, zoals in Jagten, die wel lang nadreunt. Krigen mist hierdoor de impact die het had kunnen hebben: het staan voor een beginsel en het aan de kaak stellen van politieke hypocrisie.

Dat neemt niet weg dat de keuzes die in Krigen worden gemaakt, genoeg stof opleverden voor een aflevering van onze rubriek Ondertussen, op de redactie. Lees hier onze aflevering ‘Moreel dilemma bij de kijker’.

 

20 maart 2016

 
ALLE RECENSIES

Moreel dilemma bij de kijker

Ondertussen, op de redactie:

Moreel dilemma bij de kijker

COR:

Onlangs zag ik het Deense drama Krigen, dat was genomineerd voor een Oscar voor beste niet-Engelstalige film, en bleef ik achter met een moreel dilemma. Krigen is half-oorlogsfilm half-rechtbankdrama dat gaat over Claus, de leider van een Deense compagnie die in Afghanistan strijdt tegen de Taliban. De soldaten krijgen te maken met onder meer bermbommen en beschietingen. Wanneer de mannen onder zwaar vijandelijk vuur liggen en ze een zwaargewonde collega moeten ontzetten, besluit Claus om luchtsteun te vragen. Als gevolg hiervan overlijden onschuldige mensen, ook kinderen.

Terug in Denemarken volgt de rechtszaak. Iedereen begrijpt dat de compagnie goed werk heeft geleverd en dat Claus onder grote druk heeft moeten handelen. Het antwoord op de cruciale vraag die de aanklaagster stelt – heeft Claus de vijand wél of niet gezien voordat hij om luchtsteun vroeg? – betekent voor Claus de keuze tussen vier jaar celstraf en de terugkeer naar vrouw en kinderen die hij jaren heeft moeten missen en die hem zo nodig hebben.

Nu wil ik jullie niet in een lastig parket brengen door te vragen wat jullie in een dergelijke situatie zouden doen. Maar nu ik een recensie over Krigen ga schrijven, probeer ik me films voor de geest te halen waarin je als kijker eveneens voor een groot moreel dilemma komt te staan. Herinneren jullie een film waarbij je na afloop dacht: ‘Hoe zou ik in zo’n situatie hebben gehandeld?’

Krigen

 

RALPH:

Ja, die Vlaamse film Het Vonnis van Jan Verheyen. Het is verleidelijk hetzelfde te doen als de hoofdrolspeler. De film doet een beroep op wat we als rechtvaardigheid beschouwen in onze westerse samenleving.

 

ALFRED:

Mensen gaan naar films kijken om zich met één van de personages te kunnen identificeren. Ze vragen ze voortdurend af: wat zou ik hebben gedaan?

Het boeiende aan films die in oorlogstijd spelen is dat de bestaande orde ‘on hold’ staat en de ware aard van het beestje tevoorschijn komt. Saaie pieten blijken opeens helden, terwijl de gesjochte types zich als achterbakse meelopers onthullen. Ik kijk dus graag naar oorlogsfilms: niet om het knokken, maar om de psychologie.

Wat ik zou hebben gedaan als ik Claus was geweest? Om te beginnen kun je vraagtekens plaatsen bij een overheid die onderdanen opdraagt om op vreemd, niet-nationaal grondgebied te gaan vechten, dus tegenstanders uit te schakelen (eufemisme voor doden), en hen vervolgens voor de rechter daagt wegens dood door schuld. Wat wil die overheid? Een potje schaak met een kop thee bij de hand? Dat de soldaten braaf volgens het boekje vechten (hoe doe je dat, trouwens) terwijl de vijand elk middel tegen hen in de strijd gooit? Hoe denkt de Deense overheid een oorlog uit te vechten zonder vuile handen te maken? Hoe betrouwbaar is een overheid die liever een door hen uitgezonden soldaat in nood laat stikken dan eventueel onschuldige slachtoffers op het geweten te hebben? Hoe ziet dat geweten eruit? Komen ze wel eens buiten?

Het verbaast me niet dat Krigen een Deense productie is. Scandinavië is een bolwerk van politiek-correctheid (lees mijn interview met de makers van Turist er nog maar eens op na) en Denemarken is binnen Scandinavië een speciaal geval: politiek-correct én provinciaal. Uit eigen ervaring weet ik dat Denen niet de prettigste mede-Europeanen zijn. Ze wanen zich kosmopoliet, maar staan met hun rug naar de wereld. (Hun Engels legt het ook af tegen dat van bijvoorbeeld Zweden of Duitsers. Begin je in een Deense winkel in het Duits omdat men je Engels niet begrijpt, dan gaan ze een andere klant helpen. Dit is een veldobservatie.) Die politiek-correctheid en dat provincialisme gaan hand in hand met groepsdenken en sociale druk. Wee je gebeente als je in Denemarken buiten de pot pist.

Is je tijdens het kijken naar de onvolprezen Zweeds/Deense tv-productie Bron/Broen (De Brug) trouwens het verschil in attitude tussen Zweden en Denen opgevallen? Daar zit het ook in: de Zweden zijn een stuk minder conformistisch dan de Denen. En je ziet het terug in het asielbeleid: tot voor kort werd iedere ontheemde in Zweden met open armen ontvangen terwijl nieuwkomers aan de Deense grens hun waardevolle spullen mochten afgeven. Dat je überhaupt op het idee komt, het is die benepenheid die een hartgrondige afkeer van de Deense mentaliteit bij me oproept. Je snapt, ik spreek in algemene termen, ik heb het niet over individuen.

Rokjesdag

Oké Alfred, neem nog een bittertje en zucht even diep. Claus dus, en Krigen. Als ik Claus was geweest koos ik voor vrouw en gezin, zijn naasten die hem harder nodig hebben dan de Deense overheid die haar politiek-correcte blazoen tegenover de wereld hoog wil houden door hem te slachtofferen; of een aanklager die meent carrière te kunnen maken via een mediagenieke showvertoning. In zo’n propagandaproces zou ik keihard liegen ten eigen bate. Ik zou me door die schijnheilige overheid niet laten opknopen.

Ik ga de film zeker nog zien. Ben benieuwd waar de makers mee komen. Kiezen ze voor Claus of voor de aanklager? En als ze het in het midden laten: hoe wurmen ze zich daar uit?

Wat me op de vraag brengt: als jij Michael Corleone (Al Pacino in The Godfather) was geweest, zou je dan je oudste broer Fredo, een verrader weliswaar, zo kil hebben geëxecuteerd? Of, andere vraag: zou je Marijke in Rokjesdag (Lieke van Lexmond) over de knie leggen of straal negeren?

 

COR:

Ik zal je bekennen dat ik Rokjesdag niet heb gezien, en ook geen plannen in die richting heb, en zie het over de knie leggen van Lieke van Lexmond niet in eerste instantie als een moreel dilemma.

Ja, The Godfather is – net als Het Vonnis van Ralph – een aardig voorbeeld.

Je tirade tegen de Denen neem ik voor kennisgeving aan…

 

BOB:

Als het gaat om morele dilemma’s in film vraag ik me altijd af waarom karakters niet wat vaker laffe beslissingen nemen in films. Ooit sprak ik een BHV-cursusleider en hij zei dat niemand weet wat ie zal doen tijdens crisissituaties – hoe dapper of laf je ook wel denkt te zijn.

Zou Van Speijk op een andere dag misschien hebben gezegd: ‘Dan maar liever overgeven aan de Antwerpenaren’ in plaats van zijn legendarische zin, ‘dan maar liever de lucht in’?

Tarantino had er in True Romance nog oog voor: Elliot die zich van zijn laffe kant laat zien. (Balki, wie kent hem nog?)

Maar om terug te komen op het onderwerp: het zijn bij mij de documentaires die vraagstukken over morele dilemma’s oproepen. Zou ik net als de journalisten in Reportero durven te schrijven over de misdaad in Tijuana? Of zou ik net als Kirsty Sword in Alias Ruby Blade met alle risico’s van dien de latere president van Oost-Timor, Xanana Gusmão, van informatie voorzien? Of zou ik net als Basset in The Return to Homs tegen alle advies in terugkeren naar Homs om te knokken?

Goede vragen en een antwoord is er niet. Je stemming, het weer, jeuk aan je elleboog, alles kan van invloed zijn op je keuze.

Weet je wat een leuke manier is om te testen welke morele keuzes je zou maken? De game The Walking Dead spelen. Nee, echt. Je moet aldoor  keuzes maken die gevolgen hebben voor iedereen met wie je betrokken bent. Leerzaam.

Armadillo

Ik heb Krigen niet gezien, wel Armadillo, ook over Denen in Afghanistan, maar dan een documentaire (uit 2010). Fascinerend openhartig. Het gebeurt niet vaak dat je oorlog op de voet volgt, je ziet ze hier gewonde taliban neerschieten, je staat er zo’n beetje bij als kijker. ‘We hebben ze op humane wijze geliquideerd’, zegt ie dan. Zo’n zin verzin je niet.

De vraag is: was het neerschieten terecht of moeten ze zich over kunnen geven? Zoals je terecht al zegt, Alfred, zaten die Talibani daar in die greppel ook niet om ze uit te nodigen op een kopje thee en potje go (mijn variant van potje schaak). Het is duidelijk dat de angst en snelheid verhinderen om er eens goed voor te gaan zitten. Die mensen willen je doodmaken, niets minder dan dat. En adrenaline zorgt ervoor dat je euforisch bent na  zo’n gebeurtenis, logisch. Dat begrijpt ieder jongetje dat op straat oorlogje heeft gespeeld. Maar een moeder van een van de soldaten krijgt er lucht van en gaat het aankaarten bij de legerleiding. Kan dat allemaal zo maar, is deze keuze moreel juist? De les: met moeders win je geen oorlog.

En leuk, Alfred, dat jij ook liefhebber bent van Bron/Broen. Ik deel je Deense drama-ervaringen niet maar ik vind dat de tekst ook best werkt als je ‘Nederlanders’ invult op de plek waar nu ‘Denen’ staat. Of is dat onpatriottisch? Nederlanders en Denen hebben toch veel van elkaar weg, heb ik vaak het idee.

Die Scandinavische politieke correctheid is iets om je soms enorm over te verbazen. Films als Together, Lilja 4-Ever hebben jullie vast al gezien, maken gehakt van de mythe van de superieure Zweedse liberale maatschappij. En wie zich nog meer wil verbazen, kan zich altijd weer verdiepen in de moord op Olof Palme, nog mysterieuzer dan de moord op JFK. En anders is daar nog Call Girl  uit 2012, een uitstekende paranoiafilm die een cynisch beeld schept van de liberale jaren zeventig. Is dit ook Zweden? Ja dus.

 

19 maart 2016

 

Lees hier de recensie van Krigen.

 

Meer ‘Ondertussen, op de redactie’

Louder Than Bombs

***

recensie  Louder Than Bombs

Door rouw versnipperd

door Suzan Groothuis

Wat blijft er over van een gezin na de zelfmoord van de moeder? En sterker nog, wat doe je als vader als je je jongste zoon steeds hebt voorgehouden dat het een ongeluk was? Louder Than Bombs is een sterk geacteerd familiedrama, maar houdt de kijker ondanks momenten van betovering op afstand. 

De Noorse regisseur Joachim Trier kennen we van Reprise en Oslo, August 31st. Integere, psychologische drama’s waarin jonge mensen met een intellectuele achtergrond worstelen met hun twijfels en ambities. In Reprise leidt dat vooral tot de verwende weltschmerz van een groep hoogopgeleide twintigers; Oslo, August 31st krijgt een tragischer wending als de jonge hoofdpersoon besluit afscheid van het leven te nemen. En nu is er dan Louder Than Bombs, Triers eerste Engelstalige productie met grote namen als Isabelle Huppert en Gabriel Byrne.

Louder Than Bombs

Ook in Louder Than Bombs staan reflecties op het leven en ieders persoonlijke twijfels en wensen centraal. Het draait om het gezin Reed, incompleet sinds het overlijden van moeder Isabelle (Isabelle Huppert). De succesvolle, maar getroebleerde fotografe maakte zelf een einde aan haar leven door tegen een vrachtwagen aan te rijden. Iets wat jongste zoon Conrad niet weet, want hem is door zijn vader voorgehouden dat het een ongeluk was.

Complexe familiegeschiedenis
Drie jaar na het overlijden is er een retrospectief op haar werk. Oudste zoon Jonah (Jesse Eisenberg) keert net na de geboorte van zijn zoon terug naar zijn ouderlijk huis om zijn vader te helpen met het samenstellen van de collectie. Een manier voor vader Gene (Gabriel Byrne) om de banden met zijn zonen aan te halen. Hij komt hierbij voor de moeilijke opgave te staan Conrad eerlijk te vertellen wat de daadwerkelijke aanleiding was van Isabelle’s dood.

En zo raakt de kijker verwikkeld in een complexe familiegeschiedenis, waarin het hier en nu afgewisseld wordt met beelden uit het verleden. Herinneringen aan Isabelle komen in beeld, worden opgerakeld of gereconstrueerd. Zo beeldt de kwetsbare Conrad zich haar dood in: was ze aan het wegdromen voordat ze geschept werd door een vrachtwagen? Ook al proberen de gezinsleden de draad weer op te pakken – Jonah als kersverse vader, Gene weer in een nieuwe relatie en Conrad ergens zwevend in zijn eigen wereld – de wonden van Isabelle’s dood zijn nog duidelijk zichtbaar.

Ingetogen en onderkoeld
Louder Than Bombs heeft een ingetogen sfeer waarin herinneringen, dagdromen en realiteit samensmelten. Parallel aan rouwverwerking lopen thema’s van passie, zingeving, vervreemding en eenzaamheid. Waarom heeft Isabelle een einde aan haar leven gemaakt en hoe kan het gezin weer verder na deze tragische gebeurtenis? Triers film heeft momenten van betovering en schoonheid, maar blijft een zekere afstand tot zijn personages houden. Alsof ieder zich wil beschermen voor de ware emoties die achter een ogenschijnlijk geslaagd en succesvol leven schuil gaan.

Louder Than Bombs

In deze film zijn het niet de grote namen die de meeste indruk maken, maar die van nieuwkomer Devin Druid als Conrad. Het verlies van zijn moeder heeft er dusdanig ingehakt dat hij volledig in zijn eigen, vervreemdende wereld leeft. Dit leidt tot komische scènes, zoals zijn liefdesverklaring aan een onbereikbaar meisje dat hij kent van school. Maar de rijke fantasie (creatief vormgegeven aan de hand van zijn dagboek) van de jongen gaat samen met zijn zichtbare worsteling, woede en onmacht. Terwijl zijn vader verwoede pogingen doet om contact te maken, sluit Conrad zich steeds meer af.

De slotscène, waarin blijkt dat er altijd veel moet gebeuren om nader tot elkaar te komen, is mooi, maar toch wil Louder Than Bombs niet helemaal beklijven. Misschien ook wel omdat de film teveel wil laten zien – perspectiefwisselingen, sprongen naar het verleden, denkbeeldige sequenties en wat overbodige zijlijntjes zoals een affaire die Jonah er op nahoudt. Conclusie? Een degelijke, maar onderkoelde film, zodat je als kijker toch met droge ogen de zaal uitloopt. Terwijl voorganger Oslo, August 31st insloeg als een bom, maakt deze film zijn titel niet waar.

 

13 februari 2016

 
ALLE RECENSIES

Rams

***

recensie  Rams

Haat slaat om in affectie

door Damian Uphoff

Een film met een lach en een traan over twee broers in een afgelegen dorpje in IJsland. De gemiddelde dag bestaat voor deze knarren uit het achter overgieten van bier en, bovenal, het verzorgen van hun competitierammen. Op papier klinkt het weinig sensationeel, en dat is het ook niet. Toch heeft Rams voldoende kwaliteit om te boeien. 

Grímur Hákonarson: een regisseur die waarschijnlijk niet veel belletjes doet rinkelen. Zijn komische debuutfilm Summerland  genoot zo weinig faam dat hij zichzelf met Rams pas écht op de kaart zet. Des te meer omdat hij er de Un Certain Regard-prijs (prijs voor nieuwe, potentievolle talenten) tijdens het filmfestival in Cannes mee in de wacht sleepte. Een prijs waarvoor weleens avontuurlijkere winnaars zijn gekozen: Dogtooth, White God, Después de Lucía waren stuk voor stuk gewaagder.

Rams

De pleuris breekt uit
Ogenschijnlijk is de lucht boven de afgelegen vallei in IJsland zwanger van gezapigheid. De rammencompetitie is in volle gang, en dat gaat met veel luidruchtige gezelligheid gepaard. Ruw manvolk met ferme baard viert uitbundig feest. Kiddi, de oudere broer van Gummi, komt als winnaar uit de bus, wat tot jaloezie leidt bij zijn op de tweede plaats geëindigde broer. De broers hebben al veertig jaar geen contact meer, totdat Gummi zijn broer bij de autoriteiten aangeeft vanwege symptomen van scrapie (schapenziekte) bij diens prijswinnende rammen.

Vanzelfsprekend is Kiddi razend op de klikspaan, en ook het dorpje is volledig in rep en roer. Scrapie is immers een besmettelijke ziekte. Autoriteiten besluiten dat alle rammen in het dorpje en masse een kopje kleiner gemaakt dienen te worden. Door een samenloop van omstandigheden bundelen de broers noodgedwongen hun krachten om een groepje overgebleven rammen voor hun ondergang te behoeden.

Diepgewortelde haat
Gummi en Kiddi zijn twee broers die een passionele haat tegen elkaar koesteren. De twee vertikken het om contact te leggen, ondanks dat ze nota bene naast elkaar wonen. Waarom ze zó de pest aan elkaar hebben wordt nooit duidelijk, maar gezien de lange afwezigheid van contact zal het geen klein akkefietje geweest zijn.

Recensie Rams

Júlíusson en Sigurjónsson – wie kent ze niet – zetten de rollen van de twee broers met overtuigingskracht neer. Verwacht echter geen minutieuze karakteruitdiepingen, want erg veel achtergrondinformatie krijg je niet als kijker. Het is veeleer hun relatie onderling, en de later schuivende verhoudingen daartussen, waar de regisseur zijn pijlen op richt. De bijrollen zijn helaas niet even sterk; naast het hoofdduo zijn de schapen zowaar de beste acteurs.

Desolaatheid
Besneeuwde, mistige contreien, lange uitgestrekte vlaktes en mottig weer: eigenlijk precies conform de verwachtingen als je aan IJsland denkt. Cinematograaf Sturla Brandth Grøvlen weet de desolaatheid van deze setting vaak op feilloze wijze te accentueren, met lange wijde shots en statisch camerawerk. De muziek is weinig gevarieerd, maar sluit wel naadloos aan bij het gezette sfeertje. Tijdens het slotakkoord wordt de cinematografische kalmte doorbroken zodra er een stevige sneeuwstorm de kop opsteekt, zo’n beetje het filmisch hoogtepunt van de film.

De simplistische aard van Rams – zowel op cinematografisch als op narratief vlak – veroorzaakt verder geen echte uitschieters. Het is een mooie, integere vertelling over de hereniging van twee broers, maar al bij al geen film om extatisch van te worden.

 

6 december 2015

 
ALLE RECENSIES

Virgin Mountain

****

recensie  Virgin Mountain

Tanks en linedance

door Suzan Groothuis

Een heerlijke tragikomedie over een veertiger die nog bij zijn moeder woont, totdat het tijd wordt zijn vleugels uit te slaan.

Fúsi is drieënveertig jaar en woont nog steeds bij zijn moeder. Hij vult zijn dagen met zijn werk als bagageruimer bij een vliegveld, zijn vaste etentje bij een Thais restaurant op de vrijdag en zijn passie voor de Tweede Wereldoorlog. De slag om El Alamein staat in miniatuur uitgestald op tafel. Wanneer de vriend van zijn moeder nieuwsgierig een van zijn soldaatjes oppakt wijst Fúsi hem de deur. Wegwezen, dit is zijn territorium!

Virgin Mountain

Een gezonde situatie is het natuurlijk niet, op je drieënveertigste nog thuis wonen onder de beschermende vleugels van je moeder. Fúsi is dan ook net een groot klein kind. Melk en chocopops vormen zijn vaste ontbijtritueel en zijn moeder zorgt voor het avondeten en de was. Zijn buren vinden hem maar een rare snuiter, maar zijn jonge buurmeisje Hera mag Fúsi wel. Samen spelen ze met barbies, maar als het aan Fúsi ligt liever oorlogje.

Je moeder betrappen op seks
De film trapt af als droge komedie, waarin we met ongemakkelijke situaties te maken krijgen zoals Fúsi die zijn moeder betrapt als ze seks heeft. Maar Virgin Mountain (een verwijzing naar het enorme gewicht dat Fúsi met zich meedraagt) laat subtiel ook de tragiek zien in het leven van deze kolossale metal dude met een warm karakter. Ondanks zijn voorkomen is Fúsi een eenzame, onzekere man. Met zijn uiterlijk roept hij veel plagerijen op, zoals collega’s die hem pesten op het werk. En in de liefde heeft Fúsi ook al geen succes.

De omslag vindt plaats wanneer Fúsi jarig is en van moeder en haar vriend een cursus linedance cadeau krijgt. Wat, linedance voor iemand die van metal houdt? En zo gebeurt het, onder zichtbare tegenzin, dat Fúsi (gehesen in zwart pak met cowboyhoed!) op de cursus de open Sjöfn ontmoet. Er ontstaat een vriendschap en Fúsi besluit zijn leven een andere wending te geven.

Virgin Mountain

Coming of age van een veertiger
Het tweede deel van Virgin Mountain zou je een coming of age kunnen noemen, maar dan met een veertiger in de hoofdrol die zijn vleugels uitslaat. Niet dat Fúsi in zijn karakter veel verandert – hij blijft een goedhartige metal dude, al wil hij voor Sjöfn wel Dolly Parton aanvragen bij zijn favoriete radiozender. Door wat onvoorziene gebeurtenissen ontpopt Fúsi zich als iemand met een gouden hart, die er voor de ander is maar ook trouw blijft aan zichzelf. Gunnar Jónsson zet zijn rol van de introverte Fúsi prachtig neer – een man van weinig woorden die op subtiele wijze laat zien oog te hebben voor zijn medemens.

De IJslandse regisseur Dagur Kári is geen nieuwkomer: hij debuteerde met het goed ontvangen Noi The Albino (2003) en kwam in 2009 met The Good Heart (met acteurs Paul Dano en Brian Cox), films waarin de thematiek van buitenstaander ook terugkomt. Met Virgin Mountain zou Kári wel eens meer zieltjes kunnen winnen. De film balanceert perfect tussen die typische noordelijke droge humor en ontroerend drama en beschikt over een hoofdpersoon van wie je als kijker gaat houden.

 

16 november 2015

 
ALLE RECENSIES

Underdog

***

recensie  Underdog

Iedereen kan een winnaar zijn

door Cor Oliemeulen

Underdog is een licht drama over liefde, verlangen, macht en onzekerheid. Een klein verhaal over emoties met een rauw randje als ingrediënt van een groot politiek-maatschappelijk verhaal dat zich in Scandinavië voltrekt.

Vroeger was Noorwegen het kleine broertje van Zweden, maar sinds de oliewinsten zich opstapelen zijn de rollen omgedraaid. Zeker nu ook Zweden gebukt gaat onder een economische crisis en de hoge jeugdwerkloosheid jongeren aanspoort om in Noorwegen (ongeschoold) werk te vinden. De Zweden zijn de bedienden van de Noren geworden. De 23-jarige Dino is één van de honderdduizenden die de grens oversteekt in een poging om de uitzichtloosheid te ontlopen.

Recensie Underdog

Heimelijke liefde en affectie
Een baantje vinden met een gebroken arm, als uitwas van dronkenschap, valt niet mee. Dat blijkt als Dino (Bianca Kronlöf) solliciteert bij het sushirestaurant van Steffen (Henrik Rafaelsen), die uiteraard een voorkeur heeft voor iemand die wel beide handen uit de mouwen kan steken. Met haar innemendheid lukt het Dino om een keer op te passen op Steffens dochtertje Siri, en voor ze het weet verblijft ze de halve zomer als au-pair bij het middenklassegezin in Oslo. Het klikt namelijk goed met Siri en Ida, haar introverte zus, maar vooral met Steffen, die Dino voor haar diensten betaalt.

Met Steffen ontstaat een onvermijdelijke, heimelijke liefdesrelatie, terwijl een voorzichtige vriendschap met zijn tienerdochter op de loer ligt. Ida durft op school niet mee te doen met gym, heeft eetproblemen en staat opvallend vaak op een brug naar beneden te kijken. Ida raakt geïntrigeerd door de portrettekeningen die Dino maakt en hunkert in alle stilte naar haar affectie. Dat wordt gecompliceerder als Ida vermoedt dat er zich onder hetzelfde dak seksescapades afspelen.

Gelukkig biedt het realistische script ook wat luchtigheid, bijvoorbeeld als Steffen tijdens een etentje met vrienden met Dino wil pronken en tijdens discussies stiekem met haar aan tafel zit te appen. Een (Noorse) vriend zegt: “Mijn ontbijt en mijn lunch smaken een stuk beter sinds een Zweed die serveert.” Dino reageert gehaaid: “Wij Zweden zien jullie als het achterlijke neefje dat de loterij heeft gewonnen.”

Recensie Underdog

Persoonlijke groei
Op de casting van Underdog valt niets aan te merken. Bianca Kronlöf, die de zoekende Dino speelt, werd in Zweden zeer populair op YouTube door haar radicale stand-up comedy over seksisme en racisme en blijkt ook in een speelfilm te kunnen overtuigen. Henrik Rafaelsen als Steffen is een van de bekendste Noorse acteurs die net als in Happy Happy (2010) en Blind (2014) een bepaalde kwetsbaarheid etaleert en graag in zijn blote kont mag rond paraderen. Mona Kristiansen maakt een prima debuut als buitenbeentje. Drie personages die vast zitten in hun ontwikkeling en emoties.

Een underdog is iemand die weinig kans heeft om te winnen. Deze kwalificatie slaat op Dino: haar toekomst blijft onbestemd, maar er gloort perspectief. In haar hoedanigheid van vervloekte Zweed (de vrije vertaling van de oorspronkelijke Noorse filmtitel Svenskjævel) is het haar in deze onalledaagse driehoeksverhouding in ieder geval wel gelukt de vastgeroeste patronen van zichzelf en de andere twee te doorbreken. Dat is de verdienste van debuterend speelfilmregisseur Ronnie Sandahl die met zijn evenwichtige script de netelige situatie subtiel weet op te lossen.

 

11 september 2015

 
ALLE RECENSIES

Fazantenmoor-denaars, De

**

recensie  De Fazantenmoordenaars

Waar zijn de fazanten?

door Alfred Bos

Het was een succes in Denemarken, de verfilming van het eerste boek in een thrillerreeks rond een afdeling voor onopgeloste moordzaken. De verfilming van boek twee struikelt over de intrige.

Het productiehuis van Lars von Trier startte twee jaar terug de verfilming van de reeks Afdeling Q-romans rond de horkerige inspecteur Carl Mørck en diens assistent Assad, een creatie van de Deense auteur Jussi Adler-Olsen. The Keeper of Lost Causes, een succes in de Deense cinema’s en het afgelopen jaar in Nederland te zien, was een degelijke genrefilm en dat geldt, zij het in mindere mate, ook voor nummer twee, De Fazantenmoordenaars.

Recensie De Fazantenmoordenaars

De serie ontleent zijn naam aan de afdeling voor onopgeloste misdrijven waar de eeuwig boze speurder Mørck (Nikolaj Lie Kaas) zijn antisociale tendensen kan uitleven. Net als Sherlock Holmes heeft hij een met iets meer emotionele intelligentie begiftigde rechterhand nodig om met zijn directe omgeving en de wereld te kunnen communiceren. Die taak is aan Assad (Fares Fares), een volledig geïntegreerde migrant uit de Mahgreb die Mørck volgt als een verliefde herdershond en diens meeste bête uitglijders glad poetst. Een privéleven heeft de gescheiden Mørck niet, al leren we in deze aflevering zijn puberzoon kennen.

Industrieel zonder scrupules
De Fazantenmoordenaars  draait om een dubbele moord, een verdwenen getuige en een geperverteerde rijkeluiszoon. De laatste, achteloos grimmig neergezet door topacteur Pilou Asbæk (we kennen hem als de spindoctor uit de Borgen tv-serie en van de film Kapringen), is een industrieel zonder scrupules; met zijn vriendjes annex onderknuppels jaagt hij op zijn landgoed op… zebra’s, geen fazanten.  Het verhaal pendelt tussen begin jaren negentig, toen het boefje een elitekostschool terroriseerde, en het heden waarin kwaaie zaken van toen hun bekomst krijgen.

De schakel tussen beide tijdslijnen is de verdwenen getuige en daar begint de intrige te rammelen. Want hoe geloofwaardig is een timide kostschoolmeisje dat, na twintig jaar zwerven langs Gods dreven, een heuse vechtjas blijkt en zich dure hotelkamers kan veroorloven? En Mørck is een watje, want welke speurder legt begripvol zijn pistool weg wanneer hij zich tegenover een bewezen killer ziet geplaatst? Zo zijn er meer momenten waarop het realisme wordt geofferd voor de spanningsboog. Honderdtwintig pagina’s script bieden onvoldoende ruimte voor de nuance van vierhonderd pagina’s boek.

Recensie De Fazantenmoordenaars

Geen excuserend gepsychologiseer
Met bijna twee uur speelduur is De Fazantenmoordenaars aan de lange kant, waar de flashbacks naar begin jaren negentig verantwoordelijk voor zijn. De film heeft geen last van excuserend gepsychologiseer, anders dan ‘de gelegenheid maakt de dief’; de personages blijven makkelijk-eendimensionaal. Typisch Scandinavisch zijn de vraagtekens bij een kostschool voor de maatschappelijke elite. Sterker, het niet-mengen met het gewone volk kweekt ons-kent-ons netwerken die hun eigen regels stellen. Het is een vage echo van Sjöwall & Wahlöö, de peetouders van de maatschappijkritische thriller uit Scandinavië, al mist de film hun kenmerkende ironie.

Regisseur Mikkel Nørgaard heeft ervaring met de filmadaptatie van Scandinavische thrillers – hij vertaalde eerder enkele boeken van de Zweedse auteur Arne Dahl naar het witte scherm – en slaat zich er, net als hij deed bij de eerste Afdeling Q-verfilming, manmoedig door heen. De Fazantenmoordenaars biedt degelijk vakwerk voor de liefhebber van het genre, maar is eerder een adequate, doch warrige tv-film dan vertelkunst voor het grote doek. Dat moeten de makers zich ook hebben gerealiseerd, want de serie lijkt na aflevering twee reeds te zijn gestaakt.

4 augustus 2015

 

 
ALLE RECENSIES