Square, The

****

recensie The Square

Vertrouwen is een kunstwerk

door Alfred Bos

Met twee en een half uur is de nieuwe film van de Zweedse regisseur Ruben Östlund tjokvol. Wellicht te vol, want zijn verhaal over de museumdirecteur die zijn telefoon kwijtraakt biedt voldoende gelegenheid om zijn punt te scoren.

Ruben Östlund is een provocateur, een beetje als Paul Verhoeven. De Zweedse regisseur doet niet aan politiek correct en laat zijn publiek ongemakkelijk in hun stoelen schuiven. In zijn vorige film, Turist, was een huisvader het middelpunt van morele vragen over zorgzaamheid en persoonlijke moed. Ook in zijn nieuwe, het met de Gouden Palm van het filmfestival in Cannes onderscheiden The Square, wordt het egoïsme van een vader getest. Het is een zwarte komedie met surrealistische trekjes.

The Square

Christian (Claes Bang) is directeur van het museum X-Royali dat het kunstwerk Mirrors & Piles of Gravel van de kunstenaar Gijoni exposeert. Hij en zijn team zijn druk met de voorbereiding van de komende tentoonstelling, The Square, van de kunstenares Lole Ariane. Dat betreft een vierkant, gemarkeerd in kasseien, waar iedereen dezelfde rechten en plichten heeft. We begrijpen: dat geldt in de moderne samenleving niet meer.

Dat gegeven grijpt Östlund aan om een reeks spottende grappen over het snobisme en de luchtfietserij van de kunstwereld te maken – zie de prietpraat over de tentoonstelling die wordt gepresenteerd als non-tentoonstelling – maar het werkelijke object van zijn venijn is de moraal van het individu in het welvarende westen. Christian denkt hoog over zichzelf, maar een mondig immigrantenjongetje zet hem op zijn plek.

Telefoon is identiteit
Voor het zover is moet de kijker door 150 minuten sociale satire laveren en tussen de geslaagde scènes – waarvan er één ronduit briljant is – zitten genoeg té lang gerekte conversaties en minder relevante zijpaden om de film met een half uur te trimmen zonder aan zeggingskracht in te boeten. Die zou in meer compacte vorm wellicht nog groter zijn.

The Square toont ons het leven van Christian. De museumdirecteur is gescheiden en deeltijdpapa voor zijn twee jonge dochters. Hij is zelfingenomen en ijdel, maar ook maatschappelijk bewogen. De belangrijkste verhaallijn draait rond zijn pogingen om zijn smartphone en portefeuille terug te krijgen, nadat die hem op ingenieuze wijze, door teamwork (!), zijn ontfutseld. Die telefoon, meer nog dan zijn portemonnee, is zijn identiteit, zijn zekerheid.

Daar doorheen weeft Östlund, die tevens tekende voor het script, de voorbereidingen van de expositie over het vierkant dat vertrouwen symboliseert. De regisseur neemt alle ruimte – en op sommige momenten helaas ook iets teveel tijd – om de blaaskakerij van de eigentijdse kunstwereld te persifleren. Als een journaliste, Anne (Elisabeth Moss), Christian vraagt zijn abstracte woorddiarree om te zetten in normale taal, valt hij stil.

Anne jaagt op Christian als seksobject en de verhaallijn over hun relatie is, hoewel goed voor een stuntelige bedscène en een geestige dialoog in het museum, in feite overbodig. Dat het Christian ontbreekt aan ruggengraat hadden we al begrepen uit de scènes waarin hij zich druk maakt om zijn verdwenen telefoon. Dat hij ook in de liefde passief-agressief is, voegt niets toe. Of heeft Östland die zijlijn nodig vanwege Anne’s huisdier, een chimpansee?

The Square

Universele moraal
Östlund neemt veel op de korrel. Mediahysterie, aangejaagd door zielloze (en feitelijk a-creatieve) marketing, veroorzaakt een schandaal dat de museumdirecteur in grotere problemen brengt dan zijn verloren telefoon. Slim weeft de regisseur de thematiek rond immigranten en zwervers als running gag door het verhaal; een zwerfvrouw bedelt met de tekst “Ik heb drie kinderen en diabetes.” Tolerantie strekt tot Tourette-patiënten die met schunnige praat openbare interviews verstoren, dat heet vrijheid van meningsuiting. Bejaarden staan te dansen op de beukende techno van Justice. Ook de muziekselectie zal geen toeval zijn.

Net als in Turist blijken Zweedse kinderen tirannieke monsters. Ook Christians tegenstrever, een jongetje met een niet-Scandinavische achtergrond, lijkt zich onuitstaanbaar te gedragen en staat haaks op de beschaving die Christian personifieert, maar hij heeft geen vierkant nodig om temidden van alle surrealistische gekte een universele moraal uit te dragen.

Dat alles is zeer vermakelijk en raakt enkele open zenuwen van het westerse consumptieparadijs. Östlunds bijtende humor staat haaks op de bloedige ernst waarmee de Fransman Bertrand Bonello in Nocturama de ontzielende werking van het kapitalisme schetst. Maar het absolute hoogtepunt van de film – en wellicht het filmjaar – is het galadiner waarop de zelfgenoegzame winnaars van de maatschappelijke rat race op onnavolgbare wijze een spiegel krijgen voorgehouden. De mens is een aap met smartphone, maar nog steeds een aap.
 

7 november 2017

 
MEER RECENSIES

Avicii: True Stories

***

recensie Avicii: True Stories
De kunstenaar wint, niet het geld

door Alfred Bos

Vorig jaar kondigde de Zweedse superster-deejay Avicii aan te stoppen met optreden. Een zeldzaam openhartige documentaire toont hoe de producer moest knokken om het juk van de roem af te schudden.

Tim Bergling was 21 jaar toen hij in 2011 als deejay optrad voor een uitverkocht stadion in zijn geboorteplaats Stockholm. Na afloop vraagt een journaliste hem: Wat is je doel? Dit zo lang mogelijk doen, antwoordt Bergling bleu maar tevens blij. Op 28 augustus 2016 deed hij zijn laatste optreden, in de club Ushuaia op Ibiza. Wat er in de vijf tussenliggende jaren gebeurde is het onderwerp van Avicii: True Stories.

Avicii: True Stories

De film toont kanten van het bestaan als internationaal vermaarde superster-deejay die doorgaans voor het publiek verborgen blijven. Als één van de populairste deejays en best verkopende producers van de planeet is Avicii een geldmachine en die wordt door de krachten achter de schermen, zijn manager voorop, genadeloos geëxploiteerd. Tot er iets knapt. Levan Tsikurishvili – die eerder enkele kortfilms rond nummers van Avicii regisseerde – heeft de Werdegang van Bergling als een vlieg op de muur geregistreerd. Hij toont de werkelijkheid achter het imago, het marketing-masker.

Monsterhit Wake Me Up
Tim Bergling (8 september 1989) leert zichzelf produceren door instructiefilmpjes op YouTube te bestuderen. Zijn held is de Nederlandse producer Laidback Luke, hij stuurt hem vijf demo’s per week. Ook een andere Nederlander, Tiësto, hoort zijn talent en draait als eerste topdeejay Avicii’s tracks. Dan verschijnt Ash Pournouri in beeld. Hij heeft op internet Berglings eerste producties gehoord en meent de ruwe diamant te kunnen slijpen tot een superster.

Dat lukt boven verwachting. In het najaar van 2011 maakt de hit Levels van Avicii een internationale ster. Zijn track Wake Me Up, volgens Incubus-gitarist Mike Einziger ‘geschreven in een half uur’, is in 2013 een monsterhit. In Nederland wordt het de bestverkochte single van dat jaar; het nummer staat 82 (!) weken in de Single Top 100. Bergling heeft talent – getuigen ook profi’s als Nile Rodgers, Wyclef Jean en Coldplay’s Chris Martin – en werkt hard voor zijn succes. Hij is constant bezig, slaat nachtrust over.

Avicii: True Stories

Het succes van Avicii reikt tot de stratosfeer. Optredens op grote festivals, blokboekingen in Las Vegas, studiotijd met beroemde muzikanten, Madonna die hem aankondigt in Miami en tournees langs zo ongeveer alle continenten. Maar dan volgt tegenslag. Bergling krijgt lichamelijke klachten (galblaas, appendix) en ligt met zijn laptop in het ziekenhuisbed te werken. Het toeren gaat hem tegenstaan, hij is niet gebouwd voor de niet aflatende werkdruk.

‘De betekenis van geld’
Het hart van de film is de strijd tussen de deejay en diens manager om controle over de loopbaan van de ster. Bergling begint langzaam iets te dagen. Hij leest de Zwitserse psycholoog Carl Jung en ontdekt dat hij introvert is; op intuïtie koest, niet volgens een plan. Hij wil minder optreden of eigenlijk helemaal niet meer. De mensen om hem heen zetten de producer in een droomvilla op Ibiza en vervolgens een strandwoning in het Californische Malibu, maar de stressklachten blijven. Avicii wil eruit. Stoppen met toeren, lekker muziek maken in de studio; met vrienden, collega’s of alleen.

‘Hij snapt de betekenis van geld niet’, zegt manager Ash over Avicii en dan weet je dat de breuk onvermijdelijk is. Bonentellers en creatievelingen leven in gescheiden werelden en op zijn zesentwintigste stapt Avicii weloverwogen uit het spotlicht. Hij ging bijna kapot aan de stress van het succes en moest vechten voor zijn vrijheid. Hij zit nu met gitaar op het strand van een paradijselijk eiland nabij Madagaskar en werkt aan zijn nieuwe album. Met Avicii komt het goed.

Avicii: True Stories

Asif Kapadia, de regisseur van de documentaire Amy over Amy Winehouse, moest het doen met home movies en via smartphone gedraaide filmbeelden. Levan Tsikurishvili is een jeugdvriend van Tim Bergling en kon de producer jarenlang van nabij volgen. Dat resulteert in een ongewoon openhartige documentaire die – anders dan Amy – eindigt met een persoonlijke triomf.

Avicii: True Stories – vernoemd naar de titels van zijn eerste twee albums, True (2013) en Stories (2015) – ging afgelopen week in wereldpremière tijdens het Amsterdam Dance Event en draait op donderdag 26 oktober wereldwijd eenmalig in de bioscoop. In Nederland is de film hier te zien. Na afloop van de documentaire wordt een concertfilm van dertig minuten over Avicii’s afscheidsoptreden op Ibiza vertoond.
 

24 oktober 2017

 

MEER RECENSIES

Wolf and Sheep

***

recensie Wolf and Sheep

Hoe overzichtelijk het leven kan zijn

door Cor Oliemeulen

Het natuurgetrouwe Afghaanse drama Wolf and Sheep toont het traditionele leven van een klein Afghaans bergdorpje door de ogen van herderskinderen. In deze afgesloten gemeenschap is je status bepaald door het aantal stuks vee en worden de mysteries van het leven verklaard door oude verhalen.

Tijdens het laatste Movies That Matter-festival draaide de documentaire What Tomorrow Brings, het inspirerende verhaal van de allereerste meisjesschool in Afghanistan. Na de overheersing van de Taliban is er in het dorp weer wat ruimte voor vrijheid en een gulle lach. Ondanks de conservatieve krachten, maar met steun van de meerderheid, biedt de school inmiddels hoop en kansen aan zo’n vijfhonderd meisjes die vechten voor een toekomst die niet door anderen wordt bepaald.

Wolf and Sheep

Fragiel
Maar niets is zeker in Afghanistan. Net als de samenleving krabbelt de filmcultuur langzaam op uit het dal van misère, onderdrukking en geweld, maar de media laten bijna dagelijks zien hoe uiterst fragiel de toekomst van het land is. Na het verdwijnen van de Taliban uit de overheid verschenen er enkele gelauwerde films, zoals Osama (2003) over een Afghaans meisje dat zich als jongen vermomt en Zolykha’s Secret (2006) over een gezin dat de repressie door godsdienstfanatici probeert te overleven. Hoewel deze films werden gemaakt met een hoofdzakelijk Afghaanse crew, hebben de regisseurs zich allang in het buitenland gevestigd.

Ook het meer recente The Patience Stone (2012) speelt zich af in Afghanistan en staat model voor de Arabische samenleving waarin vrouwenonderdrukking de norm is. In dit internationale filmsucces zien we hoe een jonge moslima tijdens de burgeroorlog haar comateuze echtgenoot verzorgt en horen we hoe ze geheimen, onderdrukte emoties en seksuele verlangen aan hem opbiecht. Ook de regisseur van dit drama heeft het land verlaten, net als hoofdrolspeelster Golshifteh Farahani (Iraanse van geboorte) die inmiddels haar naam vestigde in Amerika met Paterson van Jim Jarmusch.

Wolf and Sheep

De tijd staat stil
Van de nieuwe piepkleine generatie jonge Afghaanse filmmakers biedt Shahrbanoo Sadat mogelijk een nieuw, blijvend perspectief. Ze woonde zeven jaar in een afgelegen dorpje in een vallei en situeerde haar debuutfilm in deze omgeving waarin de tijd heeft stilgestaan en de bewoners nauwelijks een idee hebben wat er zich achter de bergen afspeelt. De mensen hebben hun eigen regels en proberen de wereld en het leven te verklaren door legendes en magisch-realistische verhalen. Zo geldt de kasjmierwolf als een verleidelijke vijand voor dier en mens: onder de vacht en de lange haren zien we een groene fee.

Wolf and Sheep is gebaseerd op het ongepubliceerde dagboek van Sadat, die zich in haar jeugd een buitenbeentje voelde, net als het meisje Sediqa. Zij is schapenherder, net als alle andere kinderen, die overdag zijn onttrokken aan het zicht van hun ouders en zich bezighouden met verboden activiteiten zoals kinderen in alle landen dat doen: roken, ruziemaken, vechten en hun ouders imiteren.

De gebeurtenissen komen even traag als het leven in de vallei. We zien deze gemeenschap met haar tradities en gebruiken vooral door de ogen van de kinderen. Zij spelen zichzelf, authentieker kun je het niet hebben. De tieners hebben geen mobieltjes in hun hand, maar een stok. De jongens ravotten en slingeren met stenen (ook om de wolven te verjagen), de meisjes spelen grappige toneelstukjes over uithuwelijking. Vroeg of laat leef je mee met deze kinderen. Zeker als het leven van alledag verandert nadat er schapen zijn gedood en de kinderen de schuld krijgen dat ze niet goed hebben opgelet.
 

6 augustus 2017

 
MEER RECENSIES

Sami Blood

****

recensie Sami Blood

Rendiermeisje gooit haar ketenen af

door Cor Oliemeulen

Als je langzaam volwassen wordt kan de cultuur waarin je opgroeit verstikkend werken. Zeker als jouw volk wordt geteisterd door vooroordelen en minachting van de maatschappij. Het Zweedse drama Sami Blood bewijst dat niet alleen thrillers uit Scandinavië goed kunnen zijn.

Ze mogen dan al ontelbare generaties in Lapland wonen, maar de naam Lap beschouwen ze als een belediging. Traditioneel leefden de Sami, zoals ze liever worden genoemd, als nomaden die de rendieren in hun jaarlijkse voedseltrek volgden. Maar de tijden veranderden en de laatste eeuwen vestigden steeds meer Sami zich op vaste plekken als visser, landbouwer of zelfs ondernemer. Werkelijk deel uitmaken van de Scandinavische samenleving bleef lange tijd een probleem. De behandeling van het Sami-volk vormt volgens regisseur Amanda Kernell (half Sami, half Zweeds) een zwarte bladzijde in de recente Zweedse geschiedenis.

Sami Blood

Internaat
Haar speelfilmdebuut Sami Blood is een stijlvol gefotografeerde, meeslepende coming af age over het veertienjarig meisje Elle Marja dat wil breken met haar volk. In de jaren dertig van de vorige eeuw woont zij met haar gezinnetje in de ongerepte natuur en de tijd breekt aan dat zij de zorg voor een eigen rendier op zich gaat nemen. Dat vooruitzicht en haar verplichte verblijf op een internaat veroorzaakt een gevoel van beklemming. Het lijkt een kwestie van tijd dat Elle Marja de ketenen van zich zal afgooien om haar geluk, vrijheid en idealen buiten de Sami-gemeenschap te gaan zoeken.

Maar zo gemakkelijk is dat niet, want voor beide werelden valt wat te zeggen, en je familie en je cultuur achterlaten doe je niet zomaar. Amanda Kernell weet dat uit eigen ervaring, omdat veel van haar familieleden uit vorige generaties voor diezelfde keuze stonden. Het mooie van Sami Blood is dat de filmmaakster geen partij kiest: er is begrip voor degene die het traditionele afzweert en respect voor de oude cultuur die nog is verstoken van modern verval. Maar de keuze is onverbiddelijk, het is de ene levenswijze of de andere.

Wijde wereld
Die botsing van culturen vormt dan ook de rode draad van het drama. Elle Marja zit samen met haar jonge zusje in een internaat waar ze door een strenge Zweedse juffrouw worden onderricht en gedrild. De meisjes mogen niet langer hun eigen taal spreken en de dokter meet hun schedels, fotografeert hen naakt, alsof de Sami een volstrekt achterlijk volk is. Als Elle Marja zegt dat ze wil gaan studeren, ondervindt ze tegenwerking van de juf die weigert het vereiste document te ondertekenen. Zij vindt dat Lappen te weinig hersencapaciteit hebben om te kunnen studeren.

Sami Blood

Ook buiten het internaat stuit het ambitieuze pubermeisje op weerstand. Nadat een groepje jongens in het bos zich discriminerend over haar uit heeft gelaten, barst de bom. Het voorval mondt uit in een tragische aanvaring waarin Elle Marja wordt bejegend als ware zij een rendier. Het leidt tot de dag waarop ze stiekem een andere jurk aantrekt en haar traditionele kleding verbrandt. Elle Marja vlucht, noemt zich voortaan Christina en ontmoet een jonge, welgestelde student.

Tijdens het onverbiddelijke afscheid van haar familie en de moeizame ontdekkingstocht in een nieuwe wereld zit de camera bijna voortdurend dicht op haar huid, regelmatig confronterend en aangrijpend – gesteund door de energieke verschijning van nieuweling Lene Cecilia Sparrok.
 

8 mei 2017

 
MEER RECENSIES

Other Side of Hope, The

****

recensie The Other Side of Hope

Finse kneuterigheid

door Wim Meijer

De Finse film The Other Side of Hope geeft een mooi beeld van de vluchtelingenproblematiek. Met droge humor en fraaie regie vertelt regisseur Aki Kaurismäki een aangrijpend verhaal.

De Finse zakenman Wikström (Sakari Kuosmanen) trekt ’s ochtends zijn te grote pak aan, legt zijn trouwring naast zijn echtgenote neer en loopt richting de deur. Terwijl de vrouw nog een borrel inschenkt, wisselen ze een laatste blik en zonder een woord te zeggen verlaat Wikström het huis. In de kelder staat een zwarte, oude klassieker, volgeladen met overhemden. De verkoper gaat langs kledingwinkels en deelt zijn dagdromen met de klanten. Terwijl hij de straat uit tuft rijdt hij bijna Khaled aan.

The Other Side of Hope

Opvallend luchtig
Khaled (Sherwan Haji) is een Syrische vluchteling die een paar minuten eerder onder een lading kolen vandaan is gekropen. Onder het roet klimt hij het vrachtschip uit en zet hij voet op nieuw land. Finland nog wel. Na een douche gaat hij naar de politie en vraagt hij asiel aan. Al snel zit hij in een asielzoekerscentrum waar de anderen hem en de kijker informeren over de situatie in zo’n AZC: niet kunnen werken, wachten en wellicht uitgezet worden. Ze maken er het beste van in een periode van onzekerheid die jaren kan duren. In dat opzicht verschilt Finland weinig met de Nederlandse situatie.

Later in de film zullen de paden van de protagonisten nogmaals kruisen, maar eerst neemt regisseur Aki Kaurismäki uitgebreid de tijd om de personages te introduceren. Dat gaat gepaard met de nodige humor. The Other Side of Hope is geen film die het lot van de vluchteling er in wil wrijven. In tegenstelling tot veel recente films over vluchtelingen (Fuocoammare bijvoorbeeld) is dit Finse stukje cinema opvallend luchtig. Dat kijkt wel zo prettig, terwijl de boodschap alsnog kraakhelder is.

The Other Side of Hope

Gortdroog
Niet dat er iets mis is met intieme portretten over vluchtelingen, maar Aki Kaurismäki toont dezelfde soort problematiek minstens net zo effectief met gortdroge humor. De manieren waarop Khaled de autoriteiten ontvlucht en uiteindelijk op zoek gaat naar een baan zijn bijzonder komisch. Wanneer de Finse cineast vervolgens enkele scènes gebruikt waarin Khaled vertelt over zijn barre tocht en de discriminatie waarmee hij te maken krijgt, zijn deze bijzonder emotioneel en doeltreffend. Een scène waarin Khaled musiceert op een bağlama (een soort luit) is een van de mooiste uit de film. Sterk hoe de Arabische typerende toonladders de kale slaapruimte in het AZC vullen, terwijl iedereen verstilt om te luisteren naar Khaled, denkend aan thuis.

Aki Kaurismäki levert een bijzonder fijne film af met een bijrol voor de muziek. Niet alleen Khaled speelt een deuntje. Ook lokale helden spelen Finse riedeltjes, vaak bluesy en melancholisch. De livemuziek is nooit ver weg en is net zo kneuterig als de film zelf. Zo creëert Kaurismäki een heerlijk sfeertje zonder verder enige visuele flair. Alle kracht zit hem in de beelden, het grauwe palet en de hoe de haast emotieloze Wikström met zijn nieuwe vriend om gaat. Aanrader!
 

14 april 2017

 
MEER RECENSIES

Day Will Come, The

***

recensie The Day Will Come

Terreur in belang van kind

door Cor Oliemeulen

Op het eerste gezicht lijkt The Day Will Come het zoveelste drama waarin een slachtoffer door middel van fantasie de hel probeert te ontvluchten. Maar wie verder kijkt dan de verwachtingsvolle titel ziet een modern Oliver Twist-verhaal met intrigerend plot en sterke vertolkingen.

De Denen hebben het laatste decennium danig van zich laten horen met filmproducties die ver buiten Scandinavië furore maakten. Al voordat hele volksstammen zich lieten vollopen met vooral Amerikaanse tv-series kluisterden fans zich massaal aan het beeldscherm voor de politiereeks The Killing (Forbrydelsen) en het politieke drama Borgen. Zentropa, het productiehuis van regisseur Lars von Trier, bracht voor The Day Will Come een aantal zeer getalenteerde landgenoten bij elkaar.

The Day Will Come

Wreed
We hebben het allemaal al eerder gezien: jongens belanden op last van de staat in een weeshuis of tuchthuis alwaar zij hard, soms onmenselijk wreed, worden aangepakt om later als volwaardige en brave burgers aan de maatschappij te kunnen deelnemen. Maar in het Denemarken van eind jaren 60 waarin jongeren openlijk strijden voor vrede, vrijheid en liefde, kan de generatiekloof bijna niet groter zijn. Degene die zich niet gedraagt of geen ouder heeft die voor hem kan zorgen, loopt kans te belanden in het tehuis van de tirannieke Frederik Heck (Lars Mikkelsen: The Killing, Borgen en later als Russische president in House of Cards). Een idealist van de oude stempel die door middel van keiharde discipline en vernedering heilig gelooft het belang van het kind te dienen.

Als iemand zich niet aan de regels houdt, mag de groep kiezen: óf iedereen wordt gestraft óf iedereen mag de zondaar enkele rake klappen verkopen. Bedplassers moeten buiten in weer en wind in hun onderbroek op een kistje staan net zo lang tot het natte laken, dat ze met gestrekte armen moeten vasthouden, is opgedroogd. Als het hulpje van de directeur met zijn sleutelbos rammelt, moet je pas echt op je tellen passen. En dan is er altijd nog een pedofiele begeleider die ’s nachts een jongetje uit de slaapzaal komt halen en niet vies is van een verkrachting meer of minder.

The Day Will Come

Watertoren als Apollo
The Day Will Come drijft op treurnis en geweld, maar stijgt uit boven clichés en middelmaat. Enerzijds door het sterke scenario van Søren Sveistrup, de bedenker en schrijver van The Killing, die de hoofdpersonages een realistische complexiteit heeft toebedeeld. Anderzijds door de strakke, gedegen regie van Jesper Nielsen, eerder verantwoordelijk voor een aantal afleveringen van Borgen. En dan is er nog Sofie Gråbøl, die in het eerste en derde seizoen van The Killing de eigengereide hoofdinspecteur Sarah Lund speelt. Ditmaal fungeert zij als de nieuwe lerares in het jongenstehuis die met lede ogen moet toezien hoe hier de tijd heeft stilgestaan. Hoewel zij gefrustreerd met de noorderzon vertrekt, blijft de kijker zich vastklampen aan de hoopgevende filmtitel.

Centraal in het drama staan de broertjes Elmer en Erik, in het tehuis geplaatst nadat hun moeder voor behandeling van kanker in het ziekenhuis is opgenomen. De oudste, Erik, is de rebel; Elmer (met klompvoet) de dromer. Met zijn fantasierijke verhalen weet Elmer voor zowel zichzelf als zijn broer en lotgenootjes het alledaagse leed te verzachten. Hij is gefascineerd door de ruimtevaart en wil later astronaut worden. De watertoren op het buitenterrein, mooi van onderaf gefilmd met de maan erboven, geldt als metafoor voor de eerste Amerikaanse Apollo-raket die op het punt staat om op de maan te landen en staat tegelijkertijd symbool voor Elmers drang naar vrijheid en rechtvaardigheid. Terwijl de directeur zowaar op weg is naar een koninklijke onderscheiding, is het aan een nieuwe inspecteur om tot de lamgeslagen jongens door te dringen. Maar dan weet de kijker gelukkig allang dat ooit De Dag Zal Komen.
 

10 maart 2017

 
MEER RECENSIES

Happiest Day in the Life of Olli Mäkim, The

****

recensie The Happiest Day in the Life of Olli Mäki 

Boksdrama zonder geijkte focus op actie

door Nanda Aris

In deze zwart-wit film van nieuwkomer Juho Kuosmanen volgen we het leven van Olli Mäki (Jarkko Lahti), een Finse amateurbokser die tijdens het wereldkampioenschap van 1962 de wedstrijd van zijn leven bokste tegen titelverdediger Davey Moore.

De film won op het afgelopen filmfestival van Cannes de Un Certain Regard-prijs, en sleepte daarnaast andere nominaties en prijzen in de wacht. Kuosmanen besloot de film in zwart-wit en in 16mm te filmen, om de authenticiteit van de periode te waarborgen.

The Happiest Day in the Life of Olli Mäki

Daardoor is het makkelijk de film te vergelijken met ook in zwart-wit gefilmde Raging Bull (1980) van Martin Scorsese. Ook hij filmde voor dezelfde reden in zwart-wit, maar wilde de film ook differentiëren van Rocky, die zo’n beetje in dezelfde periode verscheen. Met beide films kan The Happiest Day in the Life of Olli Mäki niet vergeleken worden. De film van Kuosmanen is een zachtaardige film, over een bescheiden jongeman die het hele circus waar hij in terecht komt omdat hij een belangrijke wedstrijd gaat boksen, maar niks vindt.

Vedergewicht
Olli Mäki is 26 als hij zich opeens gekwalificeerd ziet voor de wereldkampioenschappen. Zijn trainer Ellis (een mooie rol van Eero Milonoff, die een man speelt met goede en minder goede kanten), heeft hem opgegeven voor de klasse vedergewicht, omdat hij zelf een klasse hoger bokst, en in Mäki gevreesde competitie ziet. “Als dit allemaal voorbij is, kun je zeggen dat 17 augustus 1962 de gelukkigste dag van je leven is”, zo zegt hij tegen Mäki om diens zelfvertrouwen te vergroten.

Bescheiden
De wedstrijd moet Mäki’s doorbraak in de internationale boksscene worden en Finland op de kaart zetten. Er wordt dan ook groots ingezet op de wedstrijd. Een cameraploeg volgt Mäki (een zeer geestige scène, als de cameraploeg kennis komt maken met Mäki en trainingsgenoten, die net onder de douche staan); hij doet een reclamecampagne (wederom een grappige scène, als de kleine Mäki op een krukje moet gaan staan om boven het lange model naast ‘m uit te komen); er worden sponsoravonden georganiseerd.

The Happiest Day in the Life of Olli Mäki

Des te meer Mäki verzeild raakt in de bijzaken, des te meer hij afgeleid wordt van het boksen. Als dan ook nog eens zijn vriendin besluit om terug te keren naar Kokkola, voelt hij ook de noodzaak uit Helsinki weg te gaan, om zich in alle rust voor te bereiden. De mooie scène waarin hij een vlieger vindt, toont de speelse kant van zowel Mäki als de film.

Thema
De film gaat niet alleen om het boksen, maar vooral over de liefde die opbloeit tussen Olli en Raija (Oona Airola). Dat maakt de film iets lastiger te definiëren, we worden als kijker niet één kant opgestuurd en er is geen hoofdthema. The Happiest Day in the Life of Olli Mäki gaat over boksen, liefde, mediacircus, het platteland vs. de stad, heeft humor en voelt aan als een documentaire.

Dit komt onder andere doordat Kuosmanen Lahti vaak van achter filmt, alsof hij hem daadwerkelijk volgt. Dit zagen we eerder op een mooie manier in de film The Wrestler (2008), waarin regisseur Aronofsky worstelaar Mickey Rourke veelal vanachter filmt. Ook heeft Kuosmanen zijn uiterste best gedaan om kleding en setting zo geloofwaardig mogelijk te maken. En last but not least dragen ook de prachtige lange uncut scènes hieraan bij.
 

3 februari 2017

 
MEER RECENSIES

Magnus

****

recensie Magnus

Gezin als hoeksteen van succes

door Cor Oliemeulen

Magnus is een documentaire over de gelijknamige Noorse wereldkampioen schaken die zich laat kijken als een spannend jongensboek.

“Ik heb nog nooit zoiets indrukwekkends gezien”, verzucht iemand als Magnus Carlsen uit zijn hoofd alle zetten van zijn partij tegen een zojuist verslagen opponent in Harvard University opschrijft. Normaal geef je zo iemand misschien je handtekening, maar de Noorse schaakgrootmeester overhandigt liever een notatieformulier als herinnering. Ook de negen andere advocaten hadden tijdens de blindsimultaan tegen de ‘Mozart of Chess’ geen schijn van kans gehad.

Magnus

De kunst van het componeren
Componeren op het schaakbord. Schaken als kunst. Weinigen zo creatief als Magnus Carlsen, op 30 november 1990 geboren in het stadje Tønsberg. Aan de hand van homevideo’s blikt vader Henrik terug op de kindertijd van zijn enigste zoon. Terwijl we zijn drie zusjes spontaan zien ravotten in de Noorse natuur, denkt de vierjarige Magnus eerst goed na voordat hij tot actie overgaat. Drie jaar later kent hij de hoofdsteden, vlaggen en inwonersaantallen van de meeste landen van buiten. Hij is gek van lego, én van schaken. We zien Magnus weliswaar de Donald Duck lezen, maar volgens zijn vader vertellen vooral cijfers en nummers hem het verhaal. Dat maakt hem op school een eenling, een outsider. Hij wordt veel gepest omdat hij altijd in gedachten is. “Schaken was goed voor zijn zelfvertrouwen”, vertelt Henrik. Magnus Carlsen werd al op zijn dertiende Noors schaakkampioen. Het begin van een glansrijke carrière.

Nadat zijn landgenoot Øyvind Asbjørnsen in de korte documentaire The Prince of Chess in 2005 het wonderkind portretteerde, neemt Benjamin Ree in Magnus als het ware het stokje over vanaf het moment dat Carlsen internationaal doorbreekt. Zijn camera draait tijdens alle belangwekkende gebeurtenissen met de lens vaak dicht op de huid en op het schaakbord. Het resultaat is een sympathieke coming of age van een ongekend talent dat we zien opgroeien van tiener tot volwassene, zowel in de arena als in zijn gezin. Een must voor de schaakliefhebber, maar zeker zo interessant voor de liefhebber van een geobsedeerd persoon die zijn hele leven in het teken stelt van het doel om de beste te worden. Tegelijkertijd blijkt Magnus een zeer gesloten persoon. “Ik houd mijn demonen voor mezelf. Soms is het zwaar dat je de enige bent die iets begrijpt.”

Magnus

Meer mens dan computer
Schaken en cool zijn, gaat niet goed samen. Dat imago veranderde enigszins toen een bekend jeansmerk Magnus Carlsen in 2010 als boegbeeld van zijn reclamecampagne naar voren schoof, in stoere poses door Anton Corbijn vereeuwigd. Dit hoefde kennelijk niet in de documentaire, want Magnus blijkt sowieso veel meer mens dan computer. Hij houdt niet van het gedisciplineerd uitpluizen van databases met alle openingen en partijen van zijn tegenstanders, maar speelt liever intuïtief. Een groot contrast met de Indiase grootmeester Viswanathan Anand, de wereldkampioen die in 2013 door Carlsen wordt uitgedaagd voor de titel. Tijdens de eerste vier partijen van de tweekamp is de uitdager bloednerveus – hij laat zowaar een paar keer een stuk uit zijn hand vallen – maar als hij op de eerste rustdag veel lol heeft gemaakt met zijn zusjes en ouders, zit vanaf de vijfde partij een volkomen ontspannen en zelfverzekerde toekomstige wereldkampioen achter het bord.

Magnus Carlsen heeft de hoogste schaakrating ooit. Of hij de beste schaker aller tijden is, zal blijken als hij net als Garry Kasparov het mondiale schaken twee decennia lang kan beheersen en dezelfde mate van vernieuwing en creatief aanvalsschaak op het bord kan toveren als de Rus (die enigszins nerveus op zijn stoel schuift als een 13-jarige Magnus tegenover hem aan het bord zit). Maar dat Carlsen een genie is, staat buiten kijf. Misschien wel even geniaal als Bobby Fisher, ongrijpbaar op en naast het bord. Die tijd dat iemand zijn tegenstander zo genadeloos van het bord kon vegen is (jammer genoeg) voorbij, want na de introductie van schaakcomputers weet je bijna exact welke openingen je tegenstander speelt en kun je je heel gericht voorbereiden.

Je vraagt je af wat er van Bobby Fisher terecht zou zijn gekomen als ook hij in een stabiel gezin was opgegroeid. Van Magnus Carlsen hoeven we niet snel te verwachten dat hij ten prooi valt aan paranoia en zal doordraaien. In dat geval zou dat vast een even mooie vervolgdocumentaire opleveren.
 

13 januari 2017

 
MEER RECENSIES

Vijf goede schaakfilms

Here After, The

***

recensie The Here After

Geen tweede kans

door Cor Oliemeulen

Iedereen verdient een tweede kans, maar de vraag is of die tweede kans moet worden benut in de omgeving waar de eerste kans is verprutst. Het Zweedse drama The Here After biedt stof tot discussie.

De Poolse cinematograaf Lukasz Zal viel enkele jaren geleden op met zijn sfeervolle zwart-witbeelden in het beklemmende drama Ida, het verhaal van een jonge non die in de jaren 60 een duister familiegeheim ontdekt. In The Here After vangt hij het weidse Zweedse landschap met ongebruikelijke 35mm widescreen lenzen in grauwe groenblauwe tinten. Debuterend speelfilmregisseur Magnus von Horn plaatst in dit decor een dorpsgemeenschap die moet zien om te gaan met de terugkomst van John, die twee jaar in een jeugdgevangenis heeft gezeten.

The Here After

Weerstand
Het duurt lang voordat we weten wat John op zijn kerfstok heeft, maar dat het heftig is blijkt al snel als hij met zijn vader en broertje boodschappen doet in een supermarkt waar hij wordt aangevallen door een meisje dat hem bijna wurgt. Ook de hernieuwde kennismaking op school roept veel weerstand op, variërend van protestacties tot en met provocaties. John realiseert zich dat hij zich niet tot een reactie moet laten verleiden, maar dat verandert nadat hij in elkaar is geslagen en geschopt.

In de eerste helft van het drama heb je als kijker hoofdzakelijk sympathie voor John, zie je dat zijn vader, een boer, gezien de omstandigheden zijn best doet en dat ook zijn broertje lijdt onder de terugkomst. Nadat duidelijk wordt welk misdrijf John heeft gepleegd en hij weinig berouw lijkt te tonen, kun je pas meer begrip voor zijn omgeving opbrengen. Maar ook dat begrip kent natuurlijk grenzen, want wraak heeft een averechts effect.

The Here After

Discussiestuk
Magnus von Horn, die ook het script schreef, lijkt langzaam aan te sturen op vergelding en leende het plotelement van de protagonist die gaat jagen misschien wel van het Deense meesterwerk Jagten, om met de combinatie van geweer en wraak extra spanning op te kunnen bouwen. Echter The Here After heeft een echt open einde, wat zowel het sterke als het zwakke punt van de film is. Sterk, omdat we geen voor de hand liggende climax krijgen voorgeschoteld en de kijker zelf mag invullen hoe de getergde John zal omgaan met de onhoudbare situatie. Zwak, omdat de maker kennelijk zelf niet tot een statement kon komen.

Juist omdat we blijven verstoken van een enkel detail of achtergrond van Johns daad en dus wat meer psychologische diepgang was gewenst (werd hij voordat hij zijn daad pleegde ook al geprovoceerd?; was het misschien zelfverdediging?) blijft van The Here After niet veel meer over dan een, weliswaar interessant, discussiestuk. Verdient iedereen, ongeacht zijn verleden, een tweede kans? En vooral: hoe wenselijk is het om een dader terug te laten keren in zijn oude omgeving?
 

25 juli 2016

 
MEER RECENSIES

Neon Demon, The

****

recensie The Neon Demon

De zucht naar nep

door Alfred Bos

In een wereld waarin mensen zich gedragen – en worden behandeld – als objecten is de empathie verdwenen, maar vieren primaire emoties als lust en jaloezie hoogtij. De Deense regisseur Nicolas Winding Refn kent geen genade.

In de visie van de Britse schrijver J.G. Ballard, auteur van het boek waarop High-Rise is gebaseerd, leven we in een wereld waarin de gescripte werkelijkheid van de media de realiteit van atomen en natuurwetten, van toeval en de dood, heeft vervangen. De dagelijkse blootstelling aan virtuele versies van de echte wereld zorgt voor verwarring en vervreemding, een door media geïnduceerde psychose waarin de waan niet meer van de werkelijkheid wordt onderscheiden. Ons bewustzijn is gekaapt door reclame.

The Neon Demon

Aldus leven we zonder het te beseffen in twee werelden tegelijk, de fysieke wereld en die van onze gemanipuleerde verbeelding. In The Neon Demon neemt de Deense regisseur Nicolas Winding Refn, de man van Drive en Only God Forgives, die schizofrenie op de korrel met een overgestileerde, surrealistische en gitzwarte tragikomedie, gesitueerd in het modemilieu van Los Angeles.

Magisch denken
The Neon Demon is gegoten in een provocerende mengvorm van David Lynchs droomlogica en giallo, Italiaanse cult-horror uit de jaren zeventig. Qua toon en thematiek is de film verwant aan David Cronenbergs Maps to the Stars en Paul Verhoevens Showgirls, maar dan bevangen door de geest van Markies de Sade. Refn gaat necrofilie (seks met lijken) en kannibalisme niet uit de weg. Zijn methode: hij presenteert het figuurlijke als letterlijk. De waan is de werkelijkheid geworden, schoonheid een fetisj. Magisch denken met een chirurgiemes.

Jesse (een sterke rol van Elle Fanning) is kort na haar zestiende verjaardag als wees vanuit de provincie naar LA verkast om haar ongerepte schoonheid te exploiteren als model. Ze heeft geen enkel talent maar ze is mooi, zegt ze over zichzelf, terwijl ze slaapwandelt door een piranhapoel. Ze logeert in een ranzig woonblok in Pasadena, het Osdorp van LA, en we leren haar kennen via een fotoshoot waarin een lijk oogt als een pop, het is Jesse. Refn is vanaf de eerste seconde glashelder over haar lot en in de twee uur die volgen wordt de onschuld stap voor stap gecorrumpeerd, opgevreten door de waan.

Lippenstift
Ogen en spiegels zijn de meest prominente motieven van de surrealistische filmers en schilders van de twintigste eeuw (Buñuel, Cocteau, Dalí, Magritte) en Refn zet ze volop in. Hij voegt daar een fallisch schoonheidsattribuut aan toe, de lippenstift. In een huiveringwekkende scène kort na het begin van de film staat Jesse op het damestoilet van een bondagefeest, het blijkt een haaientank.

Ze is daar met Ruby (Jena Malone), een iets oudere visagiste die een oogje op haar heeft. Terwijl Ruby haar lippen stift verschijnen haar vriendinnen, Gigi (Bella Heathcote) en Sarah (Abbey Lee), verveelde modellen voor wie cosmetische chirurgie ‘gewoon goede verzorging’ is.

Het gesprek gaat over lippenstift: waarom hebben de verschillende kleurtinten altijd namen die verwijzen naar voedsel of seks? Jesse weet het niet, ze is – in de woorden van Ruby – een hert met grote ogen dat is bevroren in het licht. Wat ben jij, willen Gigi en Sarah van Jesse weten, voedsel of seks? Jesse is nog maagd. Drie keer raden hoe het afloopt.

The Neon Demon

Overstilering
Nu ons bewustzijn is gekoloniseerd door media, is alleen het onderbewustzijn nog van onszelf. Dromen zijn het product van dat onderbewustzijn en Refn laat Jesse in haar slaap een extreem onaangename verkrachting door haar botte huisbaas (Keanu Reeves) beleven. Die gebruikt een mes, Refns vierde motief, wederom fallisch. De droom waarschuwt haar voor de werkelijkheid, maar het voorval drijft haar in de armen van vrouwtjesroofdier Ruby. In Ruby’s domein verliest Jesse definitief haar naturel en is haar lot bezegeld. Het is geen toeval dat ze wordt belaagd met keukenmessen.

Refns portret van de zucht naar nep – en de gekmakende jaloezie op de niet-maakbare authenticiteit van het natuurlijke – is verbeeld via een overmatig gestileerd hyperrealisme waarin textuur en kleur domineren. Die overstilering is de neon duivel uit de titel: het is kunstmatig, het is zielloos en het verdoemt. Het laatste shot toont de zilte leegte van Death Valley.

The Neon Demon roept een breed scala aan emoties op, maar ‘feel good’ hoort daar niet bij. Je kunt de film walgelijk vinden, of briljant, zelfs geniaal. Dat is hij geen van beiden, het is een zedenpreek over verdorven deugd. Deze spiegel toont een zwart gat, de aars van de duivel. Lars von Trier zal aan het banket van de Deense Oscars een stoel moeten opschuiven.
 

10 juli 2016

 
MEER RECENSIES