Homefront

*

recensie  Homefront

Jason versus James

door Alfred Bos

Actiefilmheld Jason Statham is de laatste der mannetjesputters. Is er in de bioscoop nog plaats voor het jaren tachtig-genre van de pratende spierbundels (Schwarzenegger, Stallone, Seagal, Van Damme)? Homefront hoort thuis op dvd. 

Films rond actie-acteur Jason Statham zijn een heimelijk genoegen; junkfood voor het brein. Als acteur heeft de Brit één stand: gemelijk loerende lomperik met gouden hart. Ongeacht zijn rol – binnen, buiten of boven de wet – houden zijn gegromde one-liners het humeur op temperatuur. Geen Shakespeare-acteur, maar dat weet de voormalige professionele duiker zelf ook. Hij wordt getypecast op zijn bozige tronie. Statham zelf zou graag eens gevraagd worden voor een komedie, bij voorkeur romantisch.

Recensie Homefront

Hij heeft de pech buiten de lijntjes van zijn vaste rol te kunnen acteren in een draak van een film. In Homefront is hij een weduwnaar met jonge dochter en mag hij in enkele warme, huiselijke momenten de gevoelige vader vertolken. En inderdaad, met zijn gelaat kan hij meer uitdrukken dan getergde macho op punt van exploderen. Jammer evenwel dat Homefront een ridicule aaneenschakeling van de meest afgekloven clichés is.

Personages van papier-maché
Wat de film rond een voormalig undercover agent van de DEA, de Amerikaanse drugspolitie, ook geen goed doet zijn enkele volstrekt ongeloofwaardige plotwendingen. Zou ex-agent Phil Broker, gespeeld door Statham, werkelijk belastende documenten bewaren in een niet afgesloten schuur achter zijn woning, een voormalige plantage in Rayville, op het platteland van Louisiana? Zou de plaatselijke crackbaron, Gator (James Franco), zijn laboratorium niet beveiligen met camera’s?

Maar zelfs met het verstand op nul valt er aan Homefront nauwelijks lol te beleven. Alle volwassenen zijn standaardpersonages van papier-maché: de onmogelijk agressieve trailer park moeder (Kate Bosworth); het onbetrouwbare crackhoertje (Winona Ryder); de begripvolle schoolpsychologe en potentiële geliefde (Rachelle Lefevre); de criminele motorduivels onder aanvoering van een moordlustige psychopaat (Frank Grillo). Het minst ongeloofwaardig is Brokers tienjarige dochter, een rol van de veelgevraagde kind-actrice Izabela Vidovic.

Vriendelijke vechtmachine
Homefront  is geproduceerd door Sylvester Stallone, die ook tekende voor het script. Het zal niet verbazen dat Statham een Rambo-achtig type vertolkt: vriendelijke vechtmachine, nieuw in het dorp, wordt belaagd door niet bijster slimme locals. Een stoet van gekende acteurs probeert iets te maken van het gekunstelde script, wat onbedoeld op de lachspieren werkt. Met name James Franco is misplaatst als lokale misdaadprins; zijn aanwezigheid moet Homefront boven het niveau van direct-to-video productie uittillen.

Recensie Homefront

Routineus gefilmd door tv-regisseur Gary Fleder heeft Homefront  de allure van een doorsnee tv-film, opgeleukt met acteurs van naam. Wat de film echter doet zinken is de volkomen humorloze aaneenschakeling van uitgekauwde stereotypen. Alles wat de Statham-films van Europese regisseurs als Guy Ritchie en Olivier Megaton zo leuk maakt – de ironie, de uitgewerkte plots, de zelfspot, het visuele spektakel – is hier ver te zoeken. Statham raakt ondertussen op leeftijd; het is te hopen dat zijn loopbaan niet uitglijdt over deze opgewarmde drol.

 

26 november 2013

 
ALLE RECENSIES

Twenty Feet from Stardom

****

recensie  Twenty Feet from Stardom

Zingen voor je leven

door Tom Bakker

Twenty Feet from Stardom richt de spotlight op de achtergrondzangeressen die verantwoordelijk zijn voor een aantal van de meest herkenbare hits uit de popmuziek. Een wervelwind door de geschiedenis van pop, soul, r&b en rock maakt deze muziekdocumentaire een genot om naar te kijken.  

Regisseur Morgan Neville laat met Twenty Feet from Stardom een kant van de muziekgeschiedenis zien die het verdient om eindelijk in het zonnetje te worden gezet: het leven van de achtergrondzangeressen. Vanaf de jaren ’60 kreeg de popmuziek een enorme impuls door de komst van de veelal zwarte achtergrondzangeressen, die de nummers een welverdiende dosis soul gaven. Gedurende de eerste helft van de film volgen we deze geschiedenis aan de hand van de verhalen van deze opmerkelijke dames (en een tweetal heren).

Recensie Twenty Feet From Stardom

Ze hebben gezongen met de groten der aarde, van Ray Charles tot Tina Turner en van The Rolling Stones tot Stevie Wonder. Door de persoonlijke herinneringen van deze vrouwen en geholpen door archiefbeelden van legendarische optredens komt deze geschiedenis op een prachtige manier tot leven. Het is bijna onmogelijk om niet mee te bewegen met de muziek en de soul spat van het scherm. Het lijkt een wereld vol glitz & glamour. Niets is echter minder waar.

Harde realiteit
Achter deze fantastische optredens schuilt namelijk een harde realiteit. De vrouwen vertellen hoe is het om te leven buiten het spotlicht en alle lof naar de ster te zien gaan. Solocarrières die moeilijk van de grond komen, slechte contracten en een hoge werkdruk, het leven van een achtergrondzangeres is niet makkelijk.

De levendigheid van de eerste helft maakt plaats voor een rustiger tweede deel, waarin de zangeressen vertellen hoe het nu met ze gaat en hoe ze terugkijken op hun hoogtijdagen. De film verliest hier iets van haar energie en kracht, vooral omdat veel van de vrouwen (zoals Darlene Love, Merry Clayton, Lisa Fischer en Táta Vega) zulke persoonlijkheden zijn dat je meer van ze wilt weten. Nu worden hun verhalen vrij kort behandeld, waardoor ze enigszins aan de oppervlakte blijven. Eigenlijk zou over elk van hen een aparte film gemaakt kunnen worden.

Niet alleen de achtergrondzangeressen zelf zijn aan het woord. Ook de sterren zelf (Stevie Wonder, Bruce Springsteen, Sting, Mick Jagger, Bette Midler) vertellen anekdotes en hebben het over de uitzonderlijke kwaliteiten van deze vrouwen. En in Twenty Feet from Stardom komen die kwaliteiten volledig tot hun recht. Door middel van prachtige beelden uit verschillende opnamestudio’s laten ze zien wat ze kunnen en dat ze absoluut niet onderdoen voor de sterren met wie ze zo lang mee hebben gezongen. Hun muzikaliteit is ongelooflijk en verdient het om gezien en gehoord te worden.

Recensie Twenty Feet From Stardom

Wat maakt een ster?
Daarmee gaat de documentaire in op wat nou eigenlijk een ster maakt. Zoals gezegd kunnen deze vrouwen zingen als geen ander, hebben ze contacten binnen de muziekwereld en enorme persoonlijkheden. Ze lijken gemaakt voor het succes. Velen hebben het geprobeerd, maar toch lukt het maar weinig achtergrondzangeressen om echt op de voorgrond te treden. De film zoekt naar een antwoord en lijkt te zeggen dat het gaat om een combinatie van geluk, doorzettingsvermogen en narcisme.

De achtergrondzangeressen worden veelal getypeerd als vrouwen die zelfvergoding missen, maar leven voor de muziek en daar uiteindelijk genoeg aan hebben. Fame and fortune is bij de meesten niet gelukt. Twenty Feet from Stardom is een goede stap in de richting om dit recht te zetten en ze aandacht te geven die ze zeker verdienen. Een absolute aanrader voor elke muziekliefhebber.

 

24 november 2013

 
ALLE RECENSIES

Fifth Estate

***

recensie  The Fifth Estate

De Assange Show

door Alfred Bos 

Geïnspireerd door het verhaal achter WikiLeaks: hoe een Australische misfit en een Berlijnse hacker de machtigste instituten deden sidderen door hun geheimen te publiceren. De waarheid als fictie. 

Niets is wat het lijkt in de digitale wereld, want alles wat uit een computer komt is het resultaat van manipulatie. Het algoritme klopt de bits en bytes in de vorm die de auteur van het rekenprogramma het beste uitkomt. De ‘waarheid’ op het scherm is de waarheid van de programmeur. Hackers weten er alles van. 

Recensie The Fifth Estate

The Fifth Estate vertelt de gedramatiseerde versie van het verhaal achter WikiLeaks, de non-profit online organisatie die in november 2010 wereldwijd de voorpagina’s van de kranten haalde door vertrouwelijke documenten van de Amerikaanse diplomatieke dienst openbaar te maken. Het is de fictieve tegenhanger van de documentaire We Steal Secrets: The Story of WikilLeaks, die eerder dit jaar in verschillende Europese landen – maar niet in Nederland – in roulatie ging. Vorig jaar is er in Australië al een speelfilm verschenen, Underground: The Julian Assange Story, over de jonge hacker en de periode voor WikiLeaks.  

Monumentaal ego
De Australiër Julian Assange geldt als de grote man achter WikiLeaks. Hij is de protagonist van The Fifth Estate en wordt in deze thriller neergezet als een hyperintelligente hork, een gedreven online activist die het opneemt tegen de machtigste instituten ter wereld (staten, internationale bedrijven, de financiële wereld) door hun geheimen te publiceren. En dat met minimale middelen: laptops en versleutelde websites. 

Maar hij is – als we regisseur Bill Condon moeten geloven – ook een manipulator met een monumentaal ego. Een beschadigde ziel die opgroeide in een sekte, nooit een normaal gezinsleven heeft gekend, en liegt over zijn witte haar en de omvang van de WikiLeaks-organisatie. Assange is een dolende eenling, zonder vrienden of vaste verblijfsplaats, die leeft uit een koffer. Hij wordt overtuigend neergezet door de opkomende steracteur Benedict Cumberbatch (Sherlock, Tinker Tailor Soldier Spy ), die steeds vaker wordt getypecast als razend intelligente excentriekeling. Ook nu weer: zijn lispelende Australische accent is bewonderenswaardig echt. 

Propaganda?
The Fifth Estate schetst het verhaal van Assange en WikiLeaks tot de spraakmakende acties van 2010. Assanges belangrijkste medestander is Daniel Domscheit-Berg (Daniel Brühl), de Berlijnse hacker die in het najaar van 2010 met Assange brak en het boek Inside WikiLeaks publiceerde, waarop deze rolprent mede is gebaseerd (de andere bron is het boek WikiLeaks van de Engelse journalisten David Leigh en Luke Harding). Ook zien we Carice van Houten als de IJslandse parlementariër Birgitta Jónsdóttir. Op de redactie van de Engelse krant The Guardian herkennen we tussen de bekende acteursgezichten onder meer Dan Stevens (Downton Abbey ). 

Recensie The Fifth Estate

Geholpen door een sterke Europese cast, houdt de Amerikaanse regisseur Condon er de vaart in door zich te concentreren op de personages en hun motieven. Assange wordt gaandeweg minder en minder sympathiek, wat de vraag oproept: In hoeverre is The Fifth Estate propaganda? Assange is inmiddels vakkundig buitenspel gezet; bang om te worden uitgeleverd aan de Amerikaanse autoriteiten schuilt hij sinds 19 juni 2012 op de ambassade van Ecuador in Londen en heeft in praktische zin huisarrest. Deze film werpt een minder vleiend licht op zijn karakter en bijgevolg zijn handelen. Wordt met de boodschapper tevens zijn boodschap besmeurd? Want niets is wat het lijkt.

 

19 november 2013

 

 

ALLE RECENSIES

 

Captain Phillips

***

recensie  Captain Phillips

Amerikaanse superheld

door Wouter Spillebeen 

Na United 93 en Green Zone pakt regisseur Paul Greengrass nogmaals uit met een film over een typisch Amerikaanse held. Kapitein Phillips buigt niet onder de druk van Somalische piraten.

Captain Phillips is gebaseerd op het verhaal van Richard Phillips, de kapitein van een vrachtschip dat in 2009 werd gekaapt door Somalische piraten. De Maersk Alabama is het enige Amerikaanse vrachtschip in tweehonderd jaar dat in de handen van kapers viel. Phillips (gespeeld door Hollywoods eeuwige goedzak Tom Hanks) houdt het hoofd koel en weet de eerste aanval van de Somaliërs af te wenden. Tegen hun tweede poging kan hij zich minder goed verdedigen, vier gewapende mannen enteren de Maersk Alabama. De crew van het schip verbergt zich in de machinekamer terwijl de kapitein en zijn adjudanten de mannen te woord staan. De piraten zijn belust op geld, maar wat in de kluis zit is niet genoeg. De situatie escaleert wanneer de kaping in een gijzelneming omslaat en uitmondt in een confrontatie tussen een reddingsboot en een Amerikaans militair schip.

Recensie Captain Phillips

Heroïsch
Het spannende verhaal van kapitein Phillips heeft alle heroïsche kenmerken om klaar te zijn voor het grote scherm. Voeg daar een uitstekende hoofdacteur, een rijkelijk budget en een ervaren regisseur aan toe en het resultaat kan bijna niet slecht zijn. De film kent een strakke montage, net genoeg schuddende camera’s om de wild deinende zee na te bootsen en een acteerprestatie van Hanks om ‘u’ tegen te zeggen.

De film creëert spanning zoals alleen Hollywood-releases dat kunnen. De Somaliërs zwaaien met hun wapens als was het speelgoed en iedere woordenwisseling kan in een bloedbad uitmonden. De snaar staat constant gespannen en de gijzelaars komen tot driemaal toe net niet vrij. De kapers zijn geen doorslechte mensen, ze zijn in de criminaliteit gedwongen. De regisseur wil dat zowel Phillips als de piraten de kijker aangrijpen, maar vergeleken met Tobias Lindholms Kapringen  komt Captain Phillips oppervlakkig over. Kapringen is dan ook een psychologisch drama over gijzelaars die maanden lang in een hel leven, terwijl Captain Phillips een meer actiegerichte film is over een kort conflict.

Recensie Captain Phillips

Realisme
Captain Phillips mist realisme, ondanks de setting van het waargebeurde verhaal. In de eerste vijf minuten van de film is het duidelijk dat de hele crew weet dat op de vaarroute een verhoogd risico op piraterij bestaat, die informatie wordt door e-mails verspreid. Toch is de ongelooflijk heldhaftige kapitein de enige die eraan denkt om de antipiratenkooien te sluiten en de veiligheidssystemen te testen. Zelfs onder de enorme druk van twee Somaliërs die een machinegeweer op hem richten, verpinkt hij niet en weet de piraten net lang genoeg aan het lijntje te houden om de crew verborgen te houden. Hij ontwijkt nipt kogels en denkt altijd een stap verder dan de piraten. Maak plaats man van staal, hier is de nieuwe Amerikaanse superheld.

Captain Phillips  is een spannende actiegerichte film die qua diepgang het loodje moet leggen tegen Lindholms Kapringen  en qua originaliteit aan de South Park-aflevering Fatbeard. Niet de film van het jaar, wel een aangenaam tussendoortje.

18 november 2013

ALLE RECENSIES
 

Counselor, The

***

recensie  The Counselor

Schuld en boete in El Paso

door Alfred Bos 

Ridley Scotts misdaadthriller is eerder een film noir uit de jaren ’50 dan een romantiserend epos over de glamourwereld van criminelen. Morele keuzes beslissen het leven en over die waarheid kan niet worden onderhandeld. 

Ridley Scott staat bekend als regisseur van genrefilms, het soort dat vroeger B-film werd genoemd maar door de productieve veteraan wordt opgetuigd tot kraker met A-status. Van sprookjes fantasy (Legend ) tot historisch sword & sandal spektakel (Gladiator), van oorlogsdrama (Black Hawk Down) tot horror (Alien) het vakmanschap en de creatieve verbeelding druipen ervan af. Al lukt het met al die mooifilmerij niet altijd om te kijker emotioneel te engageren. 

Met The Counselor waagt Scott zich aan een crime thriller die speelt in de (Amerikaanse) drugswereld, maar verwacht geen bovengemiddeld fraai gefotografeerd misdaadepos als Stephen Soderbergs Traffic of Savages van Oliver Stone. The Counselor is een ‘kleine’ thriller, die draait om menselijk falen; niet om repeterende proppenschieters. Het is een acteursfilm, geen actiefilm. Dankzij een rolbezetting om van te watertanden zijn de 117 minuten geenszins een lange zit. 

Recensie The Counselor

Oudtestamentisch verhaal
Het scenario komt uit de pen van Cormac McCarthy, auteur van romans waarin de persoonlijke moraal het enige schild is tegen de onverschilligheid van het universum. Drie daarvan zijn naar het filmdoek vertaald (All The Pretty Horses door Billy Bob Thornton; No Country For Old Men door de Coen Brothers en The Road  door John Hillcoat) en James Franco’s verfilming van Child of God wordt eerdaags verwacht. Als chroniqueur van het naakte bestaan is McCarthy nauwelijks geëvenaard en ook The Counselor toont dat genade niet aan bomen groeit, maar met harde hand in de menselijke ziel moet worden geranseld. 

The Counselor is een Oudtestamentisch verhaal in een 21ste eeuw setting. De locatie is El Paso, aan de andere kant van de grens ligt Ciudad Juarez, de moordhoofdstad van Mexico. De naamloze protagonist (Michael Fassbender) leidt als advocaat een sprookjesleven: beeldschone vrouw (Penélope Cruz) die hem adoreert, droomvilla, luxe alom. Met een zakenrelatie, Reiner (Javier Bardem), gaat hij een club runnen. Reiner doet in drugs en heeft een vriendin, Malkina (Cameron Diaz), die jachtluipaarden als huisdier houdt: ze valt op killers. De Counselor heeft geld nodig en besluit om zich via Reiners contact, Westray (Brad Pitt), voor één keer te committeren aan een drugsdeal. 

Recensie The Counselor

Maffioso als filosoof
Dat gaat gruwelijk fout en de Counselor leert dat er geen weg terug is. Die les krijgt hij over de telefoon ingepeperd in een schitterende filosofische monoloog van de Mexicaanse maffioso Jefe (Ruben Blades). Het is een literair hoogstandje in een routineus gedraaide, maar fraai ogende film – van Scott verwacht je niets minder – waarin de personages hard uit hun schijnwereld vallen, gewetenloos gemanipuleerd door een Judas in hun midden. 

Voor de statistieken: de echtelieden Bardem en Cruz speelden los van elkaar eerder in een McCarthy-verfilming (Bardem in No Country for Old Man, Cruz in All the Pretty Horses), maar delen geen scènes in The Counseler. Het verhaal wordt onderkoeld verteld; personages zonder context geïntroduceerd; alle achtergrond komt uit de dialogen; de keuzes bepalen wie ze zijn. Ook het geweld is kort en bruut, net als het leven in Cormac McCarthy’s wereldbeeld. Misdaad en romantiek gaan niet samen. ‘Niets is zo wreed als een lafaard’, concludeert Malkina. Dit is eerder Macbeth  dan The Godfather, geen film voor jonge honden.

 

8 november 2013

 

 

ALLE RECENSIES

 

Carrie

**

recensie  Carrie

Het bloed kruipt waar het niet gaan kan

door Cor Oliemeulen

Volstrekt overbodige remake over een zonderling meisje dat door het paranormaal bewegen van voorwerpen haar belagers een gedenkwaardig lesje leert.  

Over pesten zijn heel wat films gemaakt. Het ene kind kruipt in een hoekje, het andere begaat een wanhoopsdaad of roept desnoods de hulp in van een vampier. Het personage Carrie uit het gelijknamige verhaal van horrorschrijver Stephen King neemt zelf wraak. Als Jochem in de Carry Slee-verfilming Spijt! ook telekinetische gaven zou bezitten, had hij de treiteraars allang met rondvliegende attributen de mond kunnen snoeren. Maar goed, dan hadden we natuurlijk niet lekker massaal kunnen snotteren in de bioscoop.

Gemakzucht
Van remakes gruwel je soms meer dan van de engste horrorfilms. Al jaren is een deel van Hollywood behept met een lamlendige gemakzucht die leidt tot het schaamteloos reproduceren van succesvolle films. Het kopiëren van vaak artistieke Europese films is verdedigbaar, omdat hele werelddelen een verhaal nu eenmaal in de eigen taal en cultuur willen beleven, maar de kwaliteit is bijna zonder uitzondering van een bedenkelijk niveau. Ook remakes van films van eigen (Amerikaanse) bodem falen meestal jammerlijk, ondanks – en soms dankzij – een hoger budget. Zelfs de eigenzinnige filmmaker Gus Van Sant, die de horrorklassieker Psycho (1960) van Hitchcock beeldje voor beeldje en woordje voor woordje overdeed, ging met zijn experiment pijnlijk op zijn gezicht.

Recensie Carrie

Wat nu te denken van de remake van Carrie? Als je opnieuw kijkt naar het origineel van Brian De Palma uit 1976 (ook op blu-ray) lijkt de film met foute kapsels, grote brillen, korte sportbroekjes en een rokende gymlerares in eerste instantie een tikkeltje gedateerd. Bovendien zie je in het reguliere filmcircuit niet vaak meer dat pubermeisjes na het sporten naakt door de kleedruimte paraderen. De scène waarin het buitenbeentje Carrie aanvankelijk opvallend sensueel is gefilmd onder de douche loopt meesterlijk over in het moment dat ze voor het eerst menstrueert en geen idee heeft wat haar overkomt. De jonge Sissy Spacek is grandioos in elke scène en het zou nog jaren duren voordat ze niet meer automatisch werd geassocieerd met het onzekere roodharige meisje dat allengs haar identiteit en verborgen krachten ontdekt.

Hit-Girl is geen Carrie
Hoe anders vergaat het Chloë Grace Moretz als Carrie. In de remake van Kimberly Peirce, die in het biografische drama Boys Don’t Cry (1999) Hilary Swank naar een Oscar regisseerde, maakt Hit-Girl geen schijn van kans om haar getormenteerde karakter geloofwaardig te maken. Ze mist niet alleen de juiste uitstraling, haar acteerkwaliteiten en dramatische diepgang maken haar rol tot een typisch geval van miscasting. En dan heeft ze ook nog te maken met scenarioschrijvers die weinig kaas hebben gegeten van spanningsopbouw. In het origineel word je pas helemaal op het eind totaal overrompeld door Carrie’s vernietigende gaven, in de remake laat ze als een Poltergeist al vrij vroeg boeken in de rondte vliegen en tilt ze als ze boos is met haar geest mensen van de grond.

Recensie Carrie

Alles aan het origineel is beter: drama, romantiek, sfeer, intensiteit, muziek, creativiteit, fotografie, belichting, symboliek, suspense en subtiliteit (en dat van De Palma die in die tijd heus niet keek op een litertje tomatenketchup meer of minder). De acteurs van toen staan in je geheugen gegrift: Nancy Allen als de heerlijk dellerige onruststoker Chris, Amie Irving als haar vriendin Sue die in gewetensnood komt, de blonde krulletjes van de aardige sportbink Tommy (William Katt) en de onvergetelijke jonge John Travolta die als de gemanipuleerde Billy het benodigde varken de hersens inslaat. De cast van de remake acteert ronduit belabberd. Behalve dan natuurlijk Julianne Moore als Margaret White, de godsdienst waanzinnige moeder van Carrie.

Krankzinnige
Maar ook zij komt niet in de buurt van de archetypische rol van Piper Laurie, die net als Sissy Spacek, is verankerd in haar personage. Laurie spéélt niet de harde, meedogenloze krankzinnige die zichzelf kastijdt en ter aarde stort om hysterisch de Heer aan te roepen en de duivel te vervloeken, zij ís het. De crew van de remake heeft nog geprobeerd om met een nieuwe openingsscène de toon te zetten, echter het fragment dat Margaret onder veel gepers en geschreeuw, kennelijk niet vermoedend wat haar overkomt, het levende wezentje Carrie tussen haar benen aantreft, valt eerder uít de toon. Ook het allerlaatste shot stelt teleur. Iedereen die het origineel heeft gezien, herinnert zich de slotscène bij het graf. Je vraagt je af waarom juist dit onsterfelijke kippenvelmoment niet is gekopieerd.

 

2 november 2013
 
ALLE RECENSIES
 

Thor: The Dark World

****

recensie  Thor: The Dark World

Thor op zijn best

door Karina Meerman

Stel dat Thor, Iron Man en Superman alle drie om je vechten om jouw nieuwe verkering te worden. Wie van de drie kies je dan? Eén voorwaarde: ‘allemaal’ is geen optie.  

Op het eerste gezicht lijkt Tony Stark een aantrekkelijke keuze. Wanneer hij geen superheldenwerk doet, kleedt hij zich uitstekend. Hij is een goed geconserveerde 45-plusser met een Mensawaardig IQ, rijdt coole auto’s, woont in een gigantisch huis aan zee en heeft miljoenen te spenderen. Ook aan jou. Hij houdt van sterke vrouwen en is hartstikke handig in huis: als er iets kapot gaat, kan hij het zelf repareren.

Mode
De man van staal is, alhoewel veel jonger, modetechnisch ontzettend saai. Het is óf een blauw pak met een rode cape óf een spijkerbroek met overhemd. Met zo’n ferme kaaklijn en grote blauwe kijkers heeft hij ook niet veel nodig. Sterker nog, dat supermanlijf doet het eigenlijk veel beter zonder geruit overhemd. Kal-El heeft niets van het flamboyante van Tony, maar zijn haarstijl is veel beter. Als hij tenminste niet ongekamd langs Amerika’s wegen sluipt op zoek naar zijn identiteit. Thor oogt spectaculairder als geheel, maar zijn eeuwige outfit van vikinghaar, cape, harnas en onafscheidelijke hamer doen je vriendinnen in hun broek piesen van het lachen. Voor een man die duizenden jaren oud is zou je denken dat hij wat vaker van kapper en/of modehuis wisselt.

recensie Thor: The Dark World 3D

Maar zoals iedereen weet zit echte schoonheid van binnen. Superman is heel lief voor zijn adoptie-ouders en hij zal het prima begrijpen wanneer jij afzegt omdat je met je moeder moet winkelen. Ook Thor is een respectvolle zoon, die veel van zijn moeder houdt en eerbied heeft voor zijn vader. Het is jammer dat ze niet wat gezelliger zijn, want al dat formele gedoe maakt van de feestdagen een gespannen tijd. Zeker wanneer broer Loki besluit de boel weer eens te verstieren. Het is misschien niet jolig met de familie uit Asgard, maar saai is het zelden.

Angstaanvallen
Het makkelijke aan Tony is dat hij geen familie heeft. Die heeft hij ook niet nodig, want dan houdt hij meer aandacht over voor zichzelf. Een knappe miljonair als vriendje lijkt misschien leuk, maar als hij niet in de spotlights staat, sluit hij zich dagenlang op in de kelder om met zichzelf te spelen. En dan is er nog het vrouwelijk schoon dat zich op hem stort. Je moet sterk in je schoenen staan wil je met Tony om kunnen gaan. Zeker in periodes waarin hij aan zichzelf twijfelt waardoor hij angstaanvallen krijgt. Voor hetzelfde geld zoekt hij bevestiging buiten de deur, alhoewel de kans groter is dat hij zich in zijn werk verstopt.

Vrouwen
Superman heeft geen aandacht voor andere vrouwen en Thor evenmin. Dat ze nog nooit hebben gedate maakt jou heel bijzonder, maar doet ook twijfels rijzen over de geestelijke gesteldheid van beide mannen. Thor heeft tenminste nog een goede vriendin. Superman heeft alleen jou, maar toch kom jij altijd op de tweede plaats. Eerst moet de wereld worden gered. Je weet nooit of Kal-El op tijd zal zijn voor een afspraakje, want als een bus schoolkinderen in een Chinese afgrond dreigt te storten, zal jij toch echt moeten wachten. Daarbij toont hij de laatste tijd wat nare trekjes. Man of Steel voelt zich wel erg comfortabel als de grote redder en hij draait zijn hand niet meer om voor moord. Dat zijn toch signalen waar een meisje rekening mee moet houden, zeker als hij moeilijk over zijn emoties praat.

De wereld redden
Bij Thor is dat hoopvoller. Was hij vroeger nog een arrogant leeghoofd die vond dat hij recht had op de troon, na zijn val naar aarde is hij een stuk sympathieker geworden en geestiger dan ooit tevoren. Oké, zonder zijn hamer voelt hij zich wat onzeker dus dat ding moet altijd mee, maar het is geven en nemen in een relatie. Hij houdt je – via zijn wachter Heimdall – goed in de gaten, zonder dat het stalken wordt. En hij houdt zich aan zijn woord. Als hij zegt dat hij terugkomt, doet hij dat ook. Je moet alleen – ook bij hem – even wachten tot een wereld is gered (en zijn werkgebied is aanzienlijk groter dan dat van Superman). Als jij je echter in een van die negen werelden bevindt, doet hij er werkelijk alles aan om te zorgen dat je veilig bent. Hij vindt je geweldig om wie je bent, heeft thuis een kast vol kleren die je perfect passen en hij kan uitstekend omgaan met je vrienden. Zelfs met je vervelende jongere zusje.

 

30 oktober 2013

 
ALLE RECENSIES

What Maisie Knew

****

recensie  What Maisie Knew

Modernisering van tijdloos verhaal

door Wouter Spillebeen

Henry James schreef in 1897 What Maisie Knew, een roman over een disfunctioneel gezin dat instort. Nu is het verhaal door Scott McGehee en David Siegel gemoderniseerd voor het witte doek.  

Susanna (Julianne Moore) en Beale (Steve Coogan) gaan uit elkaar nadat ze elkaar constant de huid vol schelden. Zij is een verouderende rockster, hij een gerenommeerde kunsthandelaar. Hun zevenjarige dochter Maisie (Onata Aprile) zit gevangen tussen twee vuren. Beide ouders krijgen hoederecht, dus Maisie verhuist om de tien dagen. Susanna is egoïstisch, onverantwoordelijk en kinderachtig en weet niet hoe ze tegen Maisie moet praten. Ze verdraagt niet dat iemand anders dan zij een band met het meisje heeft. Beale lijkt een goede vader te zijn, maar is nooit aanwezig en verliest gauw de voeling met zijn dochter. Hij hertrouwt met de Schotse nanny Margo (Joanna Vanderham) terwijl Susanna haar heil zoekt in toyboy Lincoln (Alexander Skarsgård). Wanneer Susanna en Beale hun dochter in de steek laten, worden hun nieuwe partners verantwoordelijk voor Maisie.

Recensie What Maisie Knew

Creatieve vrijheden
De film neemt heel wat creatieve vrijheden ten opzichte van het boek uit 1897. Naast het overduidelijke feit dat What Maisie Knew zich meer dan honderd jaar later en niet in London maar New York afspeelt, zijn ook de personages aangepast. De twee stiefouders zijn in de film zeer liefdevol en ze geven oprecht om Maisie, terwijl dat in het boek veel minder het geval is. Mrs. Wix, die in het boek uiteindelijk de meest geschikte vervangingsouder voor Maisie blijkt, is in de film zo goed als geschrapt: haar rol wordt overgenomen door Margo en Lincoln. De modernisering van het tijdloze verhaal maakt What Maisie Knew voor een hedendaags publiek beter verteerbaar, de sfeer van de late negentiende eeuw zou te ver van het bed zijn voor een verhaal dat zo herkenbaar is. Wat eerder onrealistisch lijkt, is dat de ouders van Maisie in de film wel heel snel moeten hertrouwen, aangezien het verhaal zich niet over enkele jaren afspeelt zoals in het boek, maar eerder over enkele maanden.

Ontroerende interacties
De acteerprestaties dragen het verhaal op een sublieme manier. Julianne Moore is zeer geloofwaardig als een moeder op de rand van het psychotische die meer aan zichzelf denkt dan aan de impact die haar keuzes hebben op Maisie. Alexander Skarsgård en Joanna Vanderham spelen net de omgekeerde rol en doen dat met verve. Hun interacties met Onata Aprile bespelen de gevoelige snaar. Hun uitstekende performance wordt ondersteund door een passend aangrijpende soundtrack en een duidelijke artistieke visie in het camerawerk. Dat zie je vooral in de meest kleurrijke scènes, waarin de emoties van het scherm spatten.

Films over scheidingen en de zoektocht naar een nieuwe ouderfiguur zijn niet bepaald dun gezaaid, denk maar aan Jeff Nichols’ geweldige Mud, dat deze zomer uitkwam. What Maisie Knew scheidt zich af van de massa door gebruik van interessante personages in een bekende setting. De film is subtiel in haar uitvoering, zijn boodschap is overduidelijk.

 

20 oktober 2013

 
ALLE RECENSIES

Short Term 12

*****

recensie  Short Term 12

Jeugdtrauma’s zonder vals sentiment

door Karina Meerman

Ontroerende film laat zien dat liefde van vreemden helend kan werken, waar ouderliefde faliekant tekort is geschoten.  

De meeste kleine of kunstzinnige films hebben een nare draai, een onderhuids leed dat op een gegeven moment schreeuwend naar de oppervlakte wordt getrokken. Alsof film vooral moet raken waar het zeer doet. Het alternatief is de blockbuster: veel speciale effecten, visueel geweld en volkomen los van de dagelijkse realiteit. Het is maar zelden dat een film warmte en herkenning biedt en toch boeit. Short Term 12 raakt ons niet waar het zeer doet, maar waar we liefhebben. Zonder vals sentiment.

Balans tussen vrijheid en veiligheid
Short Term 12 is een tijdelijk opvanghuis voor tieners, die in het Amerikaanse systeem van opvang en herplaatsing zijn beland. Hoofdpersoon is de twintiger Grace, innemend en overtuigend gespeeld door Brie Larson (21 Jump Street, United States of Tara). Te midden van de woede en het verdriet van verlaten en verdwaalde tieners geeft ze met humor en compassie ferm leiding aan de unit. De komst van nieuwkomer Nate (Rami Malek) wordt als een passend vehikel gebruikt om de chaos van alledag te laten zien en hoe precair de balans is tussen vrijheid en veiligheid.

Recensie Short Term 12

De dagelijkse gang van zaken is echter niet het brandpunt van de film, dat is Grace. Ogenschijnlijk uiterst stabiel, blijkt het voor haar privé allemaal niet zo makkelijk te zijn. De komst van de rebelse Jayden (Kaitlyn Dever) confronteert haar met haar eigen demonen. Dit zet zowel haar geestelijke gezondheid als haar relatie met de lieve Mason (John Gallagher Jr.) onder druk.

Soms subtiel, soms een mokerslag
Wat Short Term 12 zo’n oprecht ontroerende film maakt is in de eerste plaats het ingetogen spel van de hoofdrolspelers en de observerende camera van regisseur Destin Cretton. We zitten bovenop het verhaal, maar we zijn geen voyeurs. Ten tweede wordt het leed van de tieners niet breed uitgemeten, maar onthuld. Soms subtiel, soms met een mokerslag. Zoals wanneer de 18-jarige Marcus zijn rap voordraagt aan begeleider Mason. Het gaat over de redenen waarom hij in een opvanghuis is beland en over het leven dat hem te wachten staat wanneer hij als meerderjarige weer terug moet naar huis. Mason reageert niet met goedbedoelde clichés, hoe graag we dat misschien op dat moment zouden willen.

De verwaarlozing en mishandeling van kinderen door hun ouders, de mensen die juist van hen zouden moeten houden, staat haaks op de liefde en het begrip van begeleiders als Grace en Mason. Vreemden, die het op zich hebben genomen veiligheid te bieden aan kinderen die dat thuis niet hebben gehad. Cretton werkte zelf tijdelijk in een opvanghuis voor tieners, wat hem inspireerde om tijdens zijn filmopleiding hierover een korte film te maken. Toen zijn film de Juryprijs won van het Sundance Festival in 2009, kreeg hij het advies om een script klaar te hebben voor een lange film. Gelukkig werden dat de 96 minuten van Short Term 12.

 

17 oktober 2017

 
ALLE RECENSIES

Metallica: Through The Never

****

recensie  Metallica: Through The Never

Rocken op een Zwitsers legerzakmes

door Alfred Bos

Metallica paart de proto-metal van Black Sabbath aan het rocktheater van Alice Cooper en tilt het naar de 21ste eeuw met de spectaculaire 3D-concertfilm Through the Never. 

Elvis Presley deed het, The Rolling Stones en Prince deden het en nu doet Metallica het: een concertfilm. Maar niet zomaar een concertfilm. Het optreden zelf loopt parallel aan een verhaallijn die zich buiten de concertzaal afspeelt. Daarnaast haalt de groep alles uit de kast om van de performance een evenement te maken. En dat alles is gedraaid in 3D. Eerlijk is eerlijk, Metallica: Through the Never is zonder twijfel de meest spectaculaire concertfilm die tot nu toe in de bioscoop heeft gedraaid.

Recensie Metallica: Through the Never 3D

Alles aan de film ademt ambitie. Het podium, ontworpen door de Engelsman Mark Fisher (hij werkte eerder voor Pink Floyd, de Stones, U2 en Lady Gaga), is het meest geavanceerde plankier waarop performers tot nu toe hebben gewerkt. Het is een Zwitsers legerzakmes, zoals gitarist en zanger James Hatfield het treffend omschrijft, waaruit allerlei decorstukken omhoog komen en weer verdwijnen. Er zijn vervaarlijke vuurstunts, er zijn Tesla- transformatoren waarmee een elektrocutie wordt gesimuleerd en ook Doris, de levensgrote Vrouwe Justitia van het …And Justice For All-album, doet een cameo.

Apocalyptische stadsjungle
Parallel aan het optreden voor zo’n 20.000 fans die rondom het legerzakmes zitten – de film werd gedraaid in Vancouver en Edmonton, Canada – verlopen de avonturen van roadie Trip (Dane DeHaan, bekend van de tv serie True Blood). Hij wordt erop uit gestuurd om een gestrande vrachtwagen te helpen en belandt in een apocalyptische stadsjungle, compleet met anarchisten, straatgevechten en onsmakelijke geweldsexcessen. Dat zijspoor is surrealistisch van toon en beïnvloedt op een magische manier het optreden van de band. Bovendien is er een gehaaide zogenaamde MacGuffin, een raadsel dat wel of niet wordt opgelost.

Regisseur Nimród Antal (Predators ) heeft de film gedraaid met 24 camera’s, waardoor er onvermijdelijk af en toe een paar cameramannen door het beeld lopen. Dat is volstrekt niet storend, want deze show van Metallica is één groot mediacircus waarin niet alleen het publiek in de concertzaal, maar ook de kijker in zijn bioscoopstoel volledig wordt ondergedompeld. De camera zit de band dicht op de huid, wat veel close-ups van verbeten gezichten oplevert, met de holenmens Robert Trujillo (bas) als grootste blikvanger. Bij hem steekt de frêle sologitarist Kirk Hammett af als een elfje-in-leer.

Visueel 3D-spektakel
De setlist van het concert biedt het beste uit de dertigjarige loopbaan van de groep. Sinds de oprichting opent Metallica zijn optredens met The Ecstacy Of Gold van Ennio Morricone (uit de film The Good, The Bad and The Ugly) en vervolgens gaat men min of meer chronologisch door de discografie, van de debuutsingle Creeping Death uit 1984, via de bekendste nummers van alle albums (met uitzondering van Load en St. Anger), om tijdens de aftiteling voor een lege zaal de fantastische instrumental Orion te vertolken.

Voor Metallica-fans is Through the Never verplichte kost. Maar naast metal van de bovenste plank biedt de film genoeg visueel 3D spektakel om niet-metal aficionados eveneens een welbestede anderhalf uur aan mediavermaak te laten beleven. De soundtrack is ook verkrijgbaar als dubbel-cd.

 

8 oktober 2013

 
ALLE RECENSIES