Gravity

***

recensie  Gravity

Het Kessler Syndroom

door Alfred Bos

Een ongeluk zit in een klein hoekje, ook als je astronaut bent en met de space shuttle satellieten repareert. Gravity laat met spectaculaire beelden zien hoe klunzige oorzaken grote gevolgen kunnen hebben. 

Mensen maken er op aarde een zooitje van en in de ruimte is het niet anders. Er cirkelt een groeiende berg puin boven onze hoofden, een wassende zwerm metalen maantjes, het zwerfvuil van een halve eeuw ruimtevaart. Het European Space Operations Centre schat dat er sinds 1957 en de lancering van de eerste ruimtesonde, Sputnik, zo’n 23.000 objecten groter dan tien centimeter in een baan om de aarde zijn gebracht. Daarvan draaien er nog steeds 7500 hun rondjes, slechts 6 procent is operationeel. 

Recensie Gravity 3D

Het is dus druk boven en dat ruimtepuin, afkomstig van satellieten en stukken van lanceerraketten, is in toenemende mate een probleem. Het slingert met zo’n 20.000 kilometer per uur rond onze planeet, sneller dan de snelste kogels. Een kunstmaan zal een botsing met ruimtepuin niet overleven en dat resulteert weer in een hagel van nieuwe brokstukken. Het is niet ondenkbaar dat er op een gegeven moment een kettingreactie optreedt. NASA heeft er zelfs een woord voor, het Kessler Syndroom. 

Onmogelijke shots
De sciencefictionfilm Gravity laat zien wat er kan gebeuren met de bemanning van de Explorer space shuttle en het International Space Station (ISS) wanneer het Kessler Syndroom toeslaat. Medisch ingenieur Ryan Stone (Sandra Bullock), op haar eerste ruimtereis, hangt in het gewichtsloze vacuüm een satelliet te repareren. Missieleider Matt Kowalski (George Clooney) is een veteraan op zijn laatste tocht en vliegt vrolijk rondjes buiten de Explorer; hij probeert een nieuw jet pack uit. Dan blijkt dat de Russen een van hun werkloze satellieten hebben vernietigd waarna de brokstukken een fatale keten van ruimtepuinbotsingen in gang zetten. 

Gravity is spectaculair in de verbeelding van de ruimte-ervaring. De film opent overweldigend met een shot van een verbluffend mooie planeet en dankzij de speciaal voor deze film ontwikkelde cameratechnieken, die ogenschijnlijk onmogelijk shots realiseren, waant de kijker zich een ruimtetoerist. De beelden van een vloedgolf ruimtepuin die inslaat op de Explorer en niet veel later op het ISS zijn bepaald dramatisch, zeker in 3D. Kowalski en Stone zijn de enige overlevenden en moeten, afgesneden van de vluchtleiding in Houston, op eigen kracht naar de aarde terug zien te keren. Het is een onmogelijke tour de force. 

Gravity

Merkwaardige kijkervaring
In die race tegen de tijd – de zuurstof raakt op en de puinzwerm draait rondjes en komt dus terug – moeten alle inventiviteit en beschikbare hulpbronnen worden aangesproken. Regisseur Alfonso Cuarón, bekend van Harry Potter and the Prisoner of Azkaban en het dystopische Children of Men, geeft Gravity met minutenlange shots het slomo-tempo van gewichtloosheid, maar ook de adrenalinegolf van een eindeloze achtervolging, wat een merkwaardige kijkervaring oplevert. Ook afwijkend is de afwezigheid van dialoog, want slechts een van de twee overleeft de crisis. 

Gravity moet het vooral hebben van zijn visuele kwaliteiten en die zijn, zacht uitgedrukt, niet kinderachtig. Clooney is zoals we hem kennen: stoer, humoristisch en een gentleman, ook onder druk. Sandra Bullock acteert voornamelijk met een helm op en dat flatteert haar bijdrage. Er is de overweldigende grootsheid van het heelal en de claustrofobie van het ruimteschip. Er is het ballet van gewichtloze beweging en de chaos van vernietiging. Maar je raakt niet bij de personages betrokken. De hoofdrol van Gravity is voor de cinematograaf.

 

27 september 2013

 

 

ALLE RECENSIES

 

Greetings from Tim Buckley

**

recensie  Greetings from Tim Buckley

Nachtvlinders

door Alfred Bos

Jeff Buckley (1966-1997) geldt als het archetype van de romantische singer-songwriter: grillig, onnavolgbaar en jong overleden. Het spiegelbeeld van zijn vader, Tim Buckley (1947-1975), die hij nauwelijks heeft gekend. Greetings from Tim Buckley schetst een cruciaal moment in de loopbaan van Jeff. 

Greetings From L.A. (1972) is de zevende en zeker niet de meest bekende langspeelplaat van de in cult-kringen gevierde singer-songwriter Tim Buckley. Toen hij op 28-jarige leeftijd overleed aan een overdosis heroïne, liet hij een intrigerend en indertijd ondergewaardeerd oeuvre plus een vervreemde zoon na. Jeff Buckley op zijn beurt had het muzikale talent van zijn vader, evenals diens grillige, door de inspiratie van het moment gedreven sensibiliteit. Beiden blonken uit in eclectische en avontuurlijke muziek op het snijvlak van folk en jazz, buitenbeentjes die niet in een hokje waren te vangen. Maar hoewel ze veel gemeen hadden, waren vader en zoon vreemden voor elkaar. Ze hebben elkaar twee keer ontmoet. 

Greetings from Tim Buckley

Die niet-bestaande vader-zoonrelatie is het onderwerp van Greetings from Tim Buckley, een biopic over een geest. Centraal staat het Tim Buckley tribute concert in St. Anne’s Church in Brooklyn, New York 1991. Jeff Buckley is een niet bijzonder succesvol muzikant in Los Angeles en wordt uitgenodigd om een bijdrage te leveren aan de avond waarop de muzikale erfenis van zijn vader centraal staat. Hij vliegt naar New York zonder precies te weten wat hij daar doet of wat men van hem verwacht. En op de avond zelf, als hij door anderen aangespoord in zijn vaders schoenen stapt, ontdekt hij zijn creatieve identiteit. Althans, zo wil deze film het. 

Geboorte van Grace
Er zijn twee tijdslijnen. Via flashbacks zien we vader Tim in de psychedelische jaren ’60, aan het begin van zijn loopbaan. Gedraaid op grofkorrelige film krijgen we impressies van de romantische singer-songwriter met de geweldige stem en kwikzilveren verbeelding die als een vlinder door de alternatieve wereld van koffiehuizen en hippiefeesten fladdert. Probleem is evenwel dat acteur Ben Rosenfield, in zijn eerste grote rol, als zanger geen schim is van de man die hij uitbeeldt. 

Het heden van deze film is 1991 en de voorbereidingen van het herdenkingsconcert. Ook dat deel van het verhaal is gevuld met bestaande personen: naast Jeff Buckley onder meer concertorganisator Hal Wilner (Norbert Leo Butz), Lee Underwood (William Sadler) als vaste begeleider van Tim Buckley en gitarist Gary Lucas, die zichzelf speelt. Voor liefhebbers van de muziek van Jeff Buckley is er een intrigerende scène, waarin we het titelnummer van Buckley fils’ enige tijdens zijn korte leven verschenen album, Grace (uit 1994), geboren zien worden. 

Recensie Greetings from Tim Buckley

Vuil op de spiegel
Probleem van Greetings from Tim Buckley  is dat de film geen duidelijke premisse heeft. Is het een biopic? Is het een vader-zoonfilm? Is het een concertfilm? Een docudrama? Het verhaal van de voorbereiding van het eerbetoon wordt opgeleukt met een romantisch intermezzo: Jeff (Penn Badgley) en de stagiaire Allie (Imogen Poots, onlangs nog te zien in The Look of Love) beleven een affaire die stopt wanneer Jeff na het concert weer naar Los Angeles vertrekt. 

Greetings from Tim Buckley biedt een fictieve versie van een huldeblijk, dat is twee stappen verwijderd van de bron. Het is de derde film in twintig jaar van regisseur Daniel Algrant, die volgens de persinformatie zelf een verstoorde vader-zoonrelatie had. Dat is dus het probleem van deze film: er zitten zoveel lagen vuil op de spiegel dat de reflectie vaag is geworden. Maar als hij de belangstelling voor Tim Buckley en diens muziek doet aanwakkeren, heeft ook deze rommelige en slechts gedeeltelijk geslaagde film bestaansrecht.

 

23 september 2013

 

 

ALLE RECENSIES

 

Still Mine

****

recensie  Still Mine

Krasse knar

door Cor Oliemeulen

Vertederend portret van een levenslustige bejaarde die een nieuw huis bouwt voor zijn dementerende echtgenote en zichzelf, maar stuit op bureaucratie.  

Sinds hun huwelijk 61 jaar geleden wonen Craig en Irene Morrison in St. Martins nabij een prachtige baai aan de oostkust van Canada. Vroeger werden hier schepen gebouwd, nu is er veel toerisme. De tijden zijn veranderd. Het grote houten huis is toe aan reparaties en voldoet langzaamaan minder nu Irene de eerste tekenen van dementie begint te vertonen. Craig, die altijd heeft geleefd van de opbrengst van zijn grond, is gewend zijn eigen boontjes te doppen en voelt zich als 89-jarige nog mans genoeg om eigenhandig een nieuw, kleiner en functioneler huis te bouwen.

Recensie Still Mine

Vergeetachtig
Irene (Geneviève Bujold) hoeft niet zo nodig, maar net als haar man wil ze allesbehalve naar een tehuis. Ook al wordt ze wat vergeetachtig. Zo laat ze een keer de oven aanstaan, zodat Craig (James Cromwell) alle luciferdoosjes moet verstoppen. Ze loopt een keer weg naar het strand, wil spontaan ’s nachts beslist buiten op het gras slapen en valt zomaar van de trap. Net zo tragisch als in Amour (2012) wordt het nooit, ofschoon ook in Still Mine de wederzijdse liefde groot is en de vader zijn best doet de werkelijke toestand van zijn vrouw voor zijn dochter te verzwijgen.

Als Craig in de schuur gaat zagen en schaven, neemt hij de babyfoon mee zodat hij Irene in de gaten kan houden. Hij toont zich een bekwame ambachtsman. Zijn vader, een scheepsbouwer, leerde hem de kneepjes van het vak. Nauwelijks met enige hulp van zijn zeven kinderen en veertien kleinkinderen verrijzen vlakbij het oude huis de contouren van het nieuwe onderkomen. Tot ongenoegen van de overheid die een bouwstop oplegt, omdat de constructie niet aan de regels voldoet. Craig moet een bouwplan overleggen, heeft niet-goedgekeurd hout gebruikt en overtreedt volgens de bureaucraten maar liefst 26 keer de wet. Trots als hij altijd is geweest, zet Craig door en moet uiteindelijk voor de rechter verschijnen.

Krantenartikel
Regisseur Michael McGowan stuitte op een krantenartikel van de rechtszaak en besloot zich te verdiepen in de geschiedenis van de Morrisons. Still Mine is een uitstekend en aandoenlijk klein filmdrama geworden. Geneviève Bujold, die in de jaren zestig enige furore maakte in Franse films als tegenspeelster van bijvoorbeeld Yves Montand en Jean-Paul Belmondo, waren we al uit het oog verloren. Maar de actrice is nog steeds gezegend met een natuurlijke uitstraling, verstoken van make-up, en weet vooral in haar non-verbale communicatie te overtuigen. James Cromwell (schitterde bijna twintig jaar geleden als boer in Babe) speelt formidabel en draagt de film moeiteloos.

 

21 september 2013

 
ALLE RECENSIES

Lovelace

**

recensie  Lovelace

Vrouw in de hel

door Wouter Spillebeen

Pornografie mag in vele woonkamers een taboe zijn, maar in de jaren ‘70 was Linda Lovelace in alle Amerikaanse huishoudens bekend. Lovelace is de eerste van twee films die dit jaar haar levensverhaal vertellen.  

Linda “Lovelace” Boreman (Amanda Seyfried) is een typisch, ietwat bescheiden tienermeisje uit een zeer katholiek gezin. In 1970 leert ze Chuck Trainor (Peter Sarsgaard) kennen, met wie ze een relatie begint en trouwt. Wanneer blijkt dat Chuck niet genoeg geld heeft om hem en Linda te onderhouden, stelt hij voor haar in een pornofilm te laten meespelen. Linda heeft namelijk een oraal talent dat nooit eerder op film is vastgelegd: het zogenaamde ‘deepthroaten’. Producers happen toe en Deep Throat wordt de meest succesvolle film voor volwassenen. Tien jaar lang kan het Amerikaanse publiek in reguliere bioscopen naar Linda’s kunsten kijken.

Linda feest met sterren als Hugh Hefner (James Franco) en Sammy Davis Jr. (Ron Pritchard). Achter alle glamour en extravagantie gaat een donkere waarheid schuil: Chuck slaat en verkracht Linda regelmatig en prostitueert haar aan hele groepen mannen. Hij dwingt haar porno te maken. Linda zoekt toevlucht bij haar ouders, maar de verontwaardigde katholieken geven haar geen gehoor.

Recensie Lovelace

Pathologische leugenaar
Lovelace is gebaseerd op Ordeal, de autobiografie van Linda die na haar carrière in de porno-industrie het kamp van feminisme en anti-pornoactivisme koos. Voordat Citadel Press het wilde uitgeven, moest Linda haar verhaal door een leugendetector laten controleren. Er waren twijfels over haar oprechtheid. Haar entourage noemt haar een seksuele freak en een pathologische leugenaar die porno de schuld voor haar eigen foute keuzes geeft. Niemand ontkent dat Chuck een sadist was die Linda vaak sloeg, maar het is onduidelijk of de folteringen die ze beschrijft ook echt gebeurd zijn. Toch wordt ze op haar woord geloofd in Lovelace. Bovendien reppen de filmmakers met geen woord over de pornografische films die Linda maakte vóór Deep Throat. De juistheid van de film, die bijna op het laatste moment werd opgeschort door een copyrightprobleem, is op z’n zachtst gezegd dubieus.

Rommelige vertelstructuur
Lovelace wil een aangrijpend verhaal vertellen over een vrouw in een persoonlijke hel, maar slaagt er niet altijd in dat te verwezenlijken. Het acteerwerk is niets bijzonders, voor een film met zo’n obsceen onderwerp zijn de expliciete scènes zeer braaf (verwacht geen waterige pornofilm) en de vertelstructuur is rommelig. Flashbacks tonen soms tweemaal hetzelfde moment, de tweede maal met een lugubere uitbreiding of vanuit een andere ooghoek. Zo proberen de filmmakers over te brengen dat de afranselingen achter gesloten deuren gebeurden en dat niemand op de hoogte was van de gruwelen die Linda doorstond, net zoals de kijker die het eerst niet zag. Het idee is niet slecht, maar de uitvoering is verwarrend en mist doel.

Met producerervaring in documentaires als Sex in ’69: The Sexual Revolution in America en Real Sex lijkt het regisseursduo Rob Epstein en Jeffrey Friedman geknipt om het leven van Linda Lovelace te verfilmen. Toch is Lovelace niet de aangrijpende biografie die ze had kunnen zijn. Hopelijk is het toekomstige Inferno: A Linda Lovelace Story beter.

 

18 september 2013

 
ALLE RECENSIES

White House Down

***

recensie  White House Down

Wonderbaarlijke overlevingen

door Cor Oliemeulen

Met het verstand op nul, watjes in de oren en het op de koop toe nemen van alle wonderbaarlijke overlevingen heb je soms best een onderhoudend filmavondje met een Amerikaanse actiefilm die bol staat van politieke en militaire propaganda.  

De gewelddadige inname van het best beveiligde gebouw ter wereld blijkt dit jaar een bron van inspiratie voor twee filmmakers. Olympus Has Fallen van Antoine Fuqua verscheen in mei in de bioscoop en nu mag Roland Emmerich met White House Down  er een schepje bovenop doen. Qua kapitaalvernietiging is dat gelukt. Want de man die al in Independence Day (1996) het Witte Huis liet opblazen – toen door aliens, nu door paramilitairen – had maar liefst 150 miljoen dollar tot zijn beschikking. Net als in Olympus Has Fallen modelleert Emmerich in White House Down een nieuwe John McClane, de held van Die Hard (1988) die in zijn eentje tegen wil en dank zijn medeburgers moet zien te verlossen van het kwaad. De vraag die nu rijst: Wie is de nieuwe Bruce Willis?

De nieuwe Bruce Willis?
Gerard Butler doet het in Olympus Has Fallen lang niet onverdienstelijk, aanvankelijk als hoofd van de presidentiële veiligheidsdienst. Hij valt in ongenade nadat de First Lady omkomt bij een auto-ongeluk. Als enkele jaren later het Witte Huis wordt bezet door een groep meedogenloze Noord-Koreanen is hij er als de kippen bij om zich binnen te wurmen met als doel de president (en natuurlijk diens zoontje) te redden en op het allerlaatste nippertje te voorkomen dat Zuid-Korea en de VS van de wereldkaart zullen worden geveegd. Regisseur Antoine Fuqua begint veelbelovend met een zeer spectaculaire aanval. Echter zijn jammerlijke vervolg bestaat uit een orgie van ongeloofwaardigheid met veel bloederige agressie, veel te veel lijken en scènes waarin mensen door het hoofd worden geschoten. Tegen zo’n achtergrond kan zelfs de echte John McClane niet floreren.

Recensie White House Down

De andere kandidaat om Bruce Willis op te volgen, heeft meer geluk. Was Olympus Has Fallen met Gerard Butler, Morgan Freeman, Aaron Eckhart en Melissa Leo al gezegend met een topcast, in White House Down mag Channing Tatum zich omringen met Jamie Foxx, Maggie Gyllenhaal en James Woods. In tegenstelling tot Eckhart is Foxx een veel relaxtere Amerikaanse president. Hij heeft een boek over Nelson Mandela op zijn nachtkastje liggen, neemt kauwgom tegen de stress, zet eerst rustig zijn bril op voordat hij een terrorist doodschiet, trekt zijn gympies aan om sneller te kunnen vluchten én veroorlooft zich met permissie één keer het f-woord. De chemie tussen president en held in White House Down is beter, het verhaal en de actie minder onzinnig en een knipoog wordt niet geschuwd.

Roodwit hemdje
Natuurlijk is er maar één Bruce Willis, met alle bravoure en meligheid van dien. Channing Tatum komt het meest in de buurt. Hij éindigt in ieder geval als John McClane: gehavend en bebloed door de strijd, nat gesproeid door een sprinklerinstallatie en het gespierde lijf slechts gehuld in een wit hemdje, onder tromgeroffel en blazoengeschal opdoemend uit de rookpluimen, vol trots gadegeslagen door een ex-vrouw die niets liever wil dan onze nationale held in de armen sluiten om ’s avonds direct voor nageslacht te zorgen.

 

6 september 2013

 
ALLE RECENSIES

Conjuring, The

****

recensie  The Conjuring

Duiveluitdrijving 2.0

door Cor Oliemeulen

Na de première van The Exorcist tweede kerstdag 1973 in New York brak massahysterie uit en besprenkelden bioscoopbezoekers zich spontaan met wijwater. Veertig jaar later mag je al lang trots zijn als je een onrustige nacht hebt na het kijken van The Conjuring. 

Filmbeleving is door de jaren heen sterk veranderd. Tijdens de horrorfilm van William Friedkin, die anno 2013 nog steeds angstaanjagend is en realistisch oogt, vielen destijds sommige bezoekers flauw, anderen moesten onbedaarlijk huilen of verlieten geschokt en gedeprimeerd het filmtheater. De huidige bioscoopbezoeker kan bogen op een dubieuze schat aan ervaring als het gaat om het gadeslaan van horror. Als het journaal op televisie en obscure sites op internet geen uitkomst bieden, kun je altijd nog naar de film.

The Conjuring

In de jaren zeventig verdrongen seks, karate en rampen het reguliere filmaanbod. Wat niet in de bioscoop mocht en slechts in vage videotheken onder de toonbank ging, kon je met een beetje mazzel ook zien tijdens uitzendingen van piraten die zich in de ether wisten te dringen zodra Nederland 1 en 2 overschakelden op testbeeld. De liefhebber kon zich laten verwonderen en choqueren door geesteszieken die onzedelijke handelingen met schapen verrichten of fascistoïde medeburgers die mensen in een ondergronds gat uithongeren en er niet voor terugdeinzen om met veel bloedgespetter lichaamsdelen te amputeren.

Klassieke horrorthriller
Tegenwoordig heeft de gemiddelde veertienjarige al zoveel gezien – leeftijdsrating of niet – dat je als filmmaker van goede huize moet komen. Recente remakes van The Texas Chainsaw Massacre zijn flauwtjes ontvangen; als je één Paranormal Activity hebt gezien, heb je ze allemaal gezien. Saw (2004) probeerde nog op intelligente wijze te confronteren met een sadistische seriemoordenaar. Maar regisseur James Wan kreeg kennelijk genoeg van collega’s die in vervolgfilms schaamteloos nieuwe dimensies aan de door hem geïntroduceerde martelporno toevoegden. Met Insidious (2010) greep Wan terug op de formule van de klassieke horrorthriller die het absoluut niet hoeft te hebben van bloed en geweld. Met The Conjuring (2013) weet hij de combinatie van horror en suspense bijna te perfectioneren.

Recensie The Conjuring

In feite lijkt het afgezaagd dat een aanvankelijk opgewekt gezin een groot, oud huis betrekt en al snel te maken krijgt met mysterieuze verschijnselen. Iemand ontdekt een verborgen kelder vol oud spul met spinnenwebben. Een ander ziet een geest in de spiegel en de hond durft niet naar binnen en wordt spoedig dood aangetroffen. De vader bagatelliseert natuurlijk de onrust terwijl zijn vijf dochters enge geluiden blijven horen, rottend vlees ruiken, tijdens hun slaap aan de benen worden getrokken en de moeder elke ochtend met steeds meer blauwe plekken ontwaakt. Dat alle klokken in het onderkomen steeds op het zelfde tijdstip stil blijven staan, voorspelt dat er in het verleden enge zaken zijn geschied. Inderdaad, clichés zijn soms noodzakelijk.

Echt gebeurd?
Toch is The Conjuring bijzonder meeslepend, vooral door de consistente opbouw, het geloofwaardige acteren, de onverwachte camerahoeken, het geluid en de schrikeffecten. Het verhaal is gebaseerd op de belevenissen van Lorraine en Ed Warren (gespeeld door Vera Farmiga en Patrick Wilson). Het echtpaar stichtte in 1952 de New England Society for Psychic Research en claimde meer dan tienduizend gevallen van paranormale activiteiten te hebben onderzocht. In 1971 worden de Warrens door het gezin Perron gesmeekt hulp te bieden bij het verjagen van duistere krachten uit hun nieuwe huis, plus een hardnekkig gevalletje van exorcisme. Bloedstollend voor de één, popcornvermaak voor de ander.

 

30 augustus 2013

 
ALLE RECENSIES
 

We’re the Millers

*

recensie  We’re the Millers

Test je gevoel voor humor

door Cor Oliemeulen

Een paar aardige grappen zinken in een moeras van inspiratieloze banaliteiten. Het is dat de cast er nog iets leuks van probeert te maken en dat veertiger Jennifer Aniston een wellustig dansje doet.  

De enige taak van een recensent is om een cultureel kader te scheppen, zodat de lezer een betere afweging kan maken of een film de moeite waard is. De onderbouwde mening van de recensent is misschien net dat laatste duwtje in de rug om een film te gaan kijken. Soms worden er sterretjes uitgedeeld voor een snelle indicatie, omdat niet iedereen tijd of zin heeft om de recensie te lezen. Context, nuances en achtergronden van de film kunnen echter nooit in sterretjes worden uitgedrukt. Bovendien, smaken verschillen. Zeker bij komedies, of films die als zodanig worden geafficheerd. In sommige gevallen kan de recensent het de lezer een stuk eenvoudiger maken.

Recensie We're the Millers

De test
Hieronder staan tien willekeurige gebeurtenissen uit We’re the Millers. Test zelf of je de film leuk genoeg vindt om te gaan kijken door JA of NEE in te vullen. Helemaal onderaan lees je de uitslag.

1) Alle Mexicanen zijn tuig van de richel die handelen in drugs en rondzwaaien met machinegeweren.

2) Een jonge danseres in een stripclub toont vol trots een tatoeage op haar buik. Er staat: ‘Boner Garage’.

3) De camper is helemaal volgestouwd met pakketten drugs en de bestuurder verzucht: ‘You’ve got me moving enough weed to kill Willie fucking Nelson!’

4) Een vrouw noemt haar vibrator Joe Morgan (vernoemd naar een legendarische honkbalspeler die aardig overweg kon met het slaghout).

5) Het meisje vertelt de stewardess dat ze al een paar keer niet ongesteld is geweest, wat ze niet snapt, omdat ze de laatste maanden alleen maar anale seks heeft gehad.

6) De tienerjongen leert van een meisje hoe hij moet kussen en als dat niet goed gaat, neemt haar moeder het over.

7) Dezelfde jongen krijgt te maken met een grote spin die in zijn broek kruipt en in een testikel bijt, zodat hij met spoed naar het ziekenhuis moet.

8) In een teken-en-raadspel probeert de tekenaar een skateboard te fabriceren maar roept de vrouw die moet raden de alternatieve filmtitel Black Cock Down.

9) Een corrupte Mexicaanse agent wil eigenlijk wel in nature worden betaald, dus wordt er een beroep gedaan op de echtgenote van de man die is aangehouden. Als de agent vervolgens aangeeft dat hij homo is, moet de zoon worden overgehaald voor een blow job.

10) Iedereen moet heel hard lachen omdat iemand nog maagd is.

De antwoorden
Hoe vaak heb je JA ingevuld?

0 – 3 keer: Waarschijnlijk heb je veel gevoel voor humor, maar kijk je liever naar films waarbij je ook soms moet nadenken.

4 – 6 keer: Mogelijk ga je onder invloed van alcohol en/of drugs naar de bioscoop.

7 – 9 keer: Schroom niet om ook films te bezoeken als My idiot Brother, Identity Thief, Jack and Jill, A Good Old Fashioned Orgy, Hall Pass, Grown Ups en The Heat.

10 keer: Gefeliciteerd! Je bent één van de vier scriptschrijvers van We’re the Millers en mag solliciteren voor de nieuwe film van Adam Sandler of Paul Rudd.

 

26 augustus 2013

 
ALLE RECENSIES

This Is the End

***

recensie  This Is the End

Alsof het de laatste dag is

door Wouter Spillebeen

Wat gebeurt er wanneer beroemdheden tijdens een feestje het einde van de wereld meemaken? Het is mogelijk dat er in de hele geschiedenis nooit een film gemaakt is met meer cameo’s van komediereuzen dan in This Is The End.  

Net zoals in Jay and Seth Versus the Apocalypse, hun korte film uit 2007, trotseren Jay Baruchel (Million Dollar Baby ) en Seth Rogen (Pineapple Express) in This Is the End het einde van de wereld. Ditmaal hoeven ze dat niet alleen te doen, want de Apocalyps slaat niet toe terwijl ze in hun appartement zitten, maar tijdens het decadente housewarming feestje van James Franco (127 Hours). Nadat de goeden der aarde ter hemel zijn gestegen en aardbevingen, grondverzakkingen en verkeerschaos de meeste beroemdheden op het feest tot slachtoffer hebben gemaakt, proberen Seth, Jay, James, Jonah Hill (Superbad), Danny McBride (Your Highness) en Craig Robinson (Hot Tub Time Machine) als enige overlevenden toch nog een plekje in de hemel te bemachtigen.

De vierde muur
Elk van de vele bekende acteurs in This Is the End speelt een absurde of overdreven versie van zichzelf. Michael Cera (Superbad ) is in de film verslaafd aan cocaïne (wat volgens zijn collega’s rechtlijnig tegenover zijn echte karakter staat), Jonah Hill is overdreven vriendelijk en Jason Segel praat constant over zijn rol in How I Met Your Mother, om er maar enkele te noemen.

Recensie This Is the End

Rogen, die in de film zowel acteert, schrijft als regisseert, zegt in een interview dat zowat alle belangrijke acteurs op een bepaald punt vonden dat hun rol te ver ging. De zogenaamde vierde muur wordt constant doorbroken met grappen die zowel de spelers zelf als de hele filmindustrie viseren. Rogen wordt verweten in iedere film dezelfde rol te spelen, acteurs in het algemeen worden slap, verwend en egoïstisch genoemd. Zelfspot wordt niet geschuwd.

Unieke karakters
Overdaad kan schaden, maar omdat This Is the End op zich een over de top concept kent, is minder niet meer. Ondanks de hoeveelheid personages op het scherm slaagt iedere acteur erin zich te onderscheiden met een uniek en hilarisch karakter. Elk van de acteurs speelt op zijn eigen manier en het valt op dat ze zich stuk voor stuk goed voelen bij hun rol. Zelfs Emma Watson (Harry Potter, The Perks of Being a Wallflower), die nooit eerder in een komedie verscheen, speelt alsof ze ervoor gemaakt is.

Subtiel is de film helemaal niet, maar grappig door absurditeit des te meer. Afgezien van een hoop kinderachtige grappen is het niveau van This Is the End verrassend hoog. Deze film bevestigt het komische talent van de cast die haar strepen al ruim verdiend heeft, zeker als je beschouwt dat de helft van de film volgens Rogen grotendeels geïmproviseerd is. Bovendien kan een hommage aan The Exorcist nooit kwaad.

 

26 augustus 2013

 
ALLE RECENSIES

Mortal Instruments: City of Bones

**

recensie  The Mortal Instruments: City of Bones

Nieuw voer voor tienermeiden

door Simone Vogel

Sinds de Twilight-films zijn weerwolven en vampiers populairder dan ooit. The Mortal Instruments: City of Bones speelt hier handig op in. Clary is een all American girl next door, die zich moet zien te redden tussen heksen, vampiers, weerwolven en halfengelen. Zal het haar lukken om de toekomst van alle halfengelen veilig te stellen?  

The Mortal Instruments: City of Bones is gebaseerd op de gelijknamige boekenreeks van Cassandre Clare. Om het plaatje goed op beeld te krijgen, vormde regisseur Harald Zwart een team met de schrijfster. Zij leveren een film af die zich kan meten met Twilight. In de eerste plaats omdat het verhaal draait om een doodgewoon meisje, Clary (Lily Collins). Daarnaast richt het zich op de strijd tussen goed en kwaad.

Special effects dragen de film
Bij een fantasiefilm zijn special effects erg belangrijk. In dit geval dragen ze de film. Het grootste gedeelte van de verhaallijn speelt zich af in Brooklyn. De gotische gebouwen die zich ontvouwen in de stad, lijken levensecht. Ze zouden voor het menselijke oog verborgen kunnen zijn. We moeten geloven dat deze plekken echt bestaan in de stad, gewoon in ons dagelijks leven.

The Mortal Instruments: City of Bones is doorspekt met romantiek. Zo wordt al snel duidelijk dat Simon, de beste vriend van Clary, een oogje op haar heeft, wat zij natuurlijk niet doorheeft. De aantrekkingskracht tussen Jace (Jamie Campbell Bower) en Clary lijkt haast onvermijdelijk. Twee knappe jonge mensen die zij aan zij strijden en het leven zouden willen geven voor de ander, maakt de film ietwat zoetsappig.

Recensie The Mortal Instruments: City of Bones

Romantische sfeer
Om de halfengelen, ook wel schaduwjagers genoemd, er geloofwaardiger uit te laten zien, schakelde Zwart de hulp in van cinematograaf Geir Hartly Andreassen (Kon-Tiki), een expert in belichting. Hij licht de huiden van de acteurs iets op en schiet de beelden op film in plaats van digitaal. Het resultaat draagt bij aan de romantische sfeer.

Voor tienermeiden zal het romantische karakter herkenbaar zijn en prettig om naar te kijken. Het tempo in The Mortal Instruments: City of Bones ligt hoog, de vechtscènes blijven boeiend en er zit af en toe een onverwachte wending in het plot. Toch kunnen deze elementen niet verhullen dat Lily Collins, die haar eerste hoofdrol speelt, een onervaren en weinig verrassende actrice is. Terwijl ze mooi opgemaakt en onschuldig kijkend door het beeld hupst, is het Jamie Campbell Bower die de show steelt. Zijn krachtige karakter, intelligentie en Engelse accent maken zijn personage Jace boeiend.

Dialogen vlak en emotieloos
The Mortal Instruments: City of Bones is de verfilming van het eerste deel van een populaire boekenreeks met uitgesproken karakters. Helaas heeft de cast deze karakters niet goed tot uiting kunnen brengen. De dialogen blijven vaak vlak en emotieloos. Harald Zwart, die al niet uitblonk in originaliteit met films als The Pink Panther 2 en The Karate Kid, laat ook in deze productie weinig verrassends zien. Het zijn de special effects en hunk Jamie Campbell Bower die de tienermeiden naar de bioscoop zullen lokken voor een vermakelijk maar weinig origineel verhaal.

 

21 augustus 2013

 
ALLE RECENSIES

Blue Jasmine

****
recensie Blue Jasmine
De tol van de waan

door Alfred Bos

Cate Blanchett schittert in de nieuwe Woody Allen als gevallen societyvrouw op het punt van breken. Blue Jasmine is een zedenschets die de kijker besluipt. En uiteindelijk overrompelt. 

Na een paar jaar in Europese steden te hebben gefilmd is Woody Allen voor zijn meest recente werkstuk teruggekeerd naar zijn thuisland. Maar toch ook weer niet helemaal, want Blue Jasmine speelt niet in Allens vertrouwde New York, maar aan de Westkust. Daar plaatst hij Jasmine (Cate Blanchett), een Newyorkse societydame in crisis, die uitwijkt naar San Francisco om de scherven van haar leven bijeen te rapen.

Recensie Blue Jasmine

In San Francisco woont Jasmine’s jongere zusje, Ginger (Sally Hawkins), bij wie ze op adem hoopt te komen. De zussen hebben weinig gemeen, want ze zijn beiden geadopteerd. Het geeft Allen alle kans om een aantal sociale tegenstellingen op humorvolle wijze uit te spelen. Ginger is een muizig typetje, dat onheil gelaten over zich heen laat komen. Haar zus heeft volgens Ginger ‘alle goede genen’: elegant gekleed en gewend aan een milieu waarin geld buffert tegen ongemak. Veel realiteitsbesef heeft Jasmine niet.

Onaangenaam personage
Jasmine schuilt in San Francisco, omdat haar voormalige echtgenoot, de investeringsbankier Hal (Alec Baldwin), haar niet alleen heeft bedrogen in de liefde, maar ook berooid heeft achtergelaten. Ginger en haar voormalige echtgenoot Augie (Andrew Dice Clay) zijn eveneens door Hal belazerd. Aldus zet Allen de ingrediënten klaar voor een cocktail van komedie en zedenschets.

Cate Blanchett speelt de bepaald niet eenvoudige rol van Jasmine met verve. Ze vertolkt een in beginsel onaangenaam personage, verwend en hooghartig. Toch gaat de kijker gaandeweg sympathie voelen voor de vrouw die al haar ‘zekerheden’ ziet verdampen. In haar ogen schemert de wanhoop; niettemin volhardt ze in haar illusies, wat voor hilarische complicaties zorgt. De simpele Ginger daarentegen neemt het leven zoals het is en maakt er nog iets aardigs van. Ze heeft geen pretenties.

Blue Jasmine

Vertrouwd terrein
Blue Jasmine is Woody Allen ten voeten uit. De inmiddels 77-jarige regisseur, nog altijd goed voor een film per jaar, is terug op vertrouwd terrein. Kon hij zich in zijn recente ‘Europese’ films nog verschuilen achter grollen over culturele clichés, ditmaal is de ellende existentieel. De humor komt uit rake typeringen van contrasten tussen arm en rijk; proletariaat en bourgeois; realiteitszin en zelfbedrog. Ook de bijrollen zijn sterk bezet, met bijdragen van de in Amerika gekende komiek Louis C.K., Max Casella (bekend van The Sopranos en Boardwalk Empire) en Peter Sarsgaard.

Misschien is het de crisis, met alle ontnuchtering van dien, die Allen nieuwe inspiratie heeft gegeven. Blue Jasmine, hoe humoristisch ook, kent geen genade met de hoofdpersoon. De klassenstrijd eindigt in het voordeel van de simpelen van geest. Waren het in de jaren ’70 nog tobberige intellectuelen die stuk liepen op de werkelijkheid – denk aan Interiors of Manhattan – nu is het de leeghoofdige nouveau riche die de tol van de waan betaalt. Wrang en toch geestig, alleen een meester komt ermee weg.

 

16 augustus 2013

 

MEER RECENSIES