Babi Yar. Context

***
recensie Babi Yar. Context
Kroniek van een oorlog in de Oekraïne

door Jochum de Graaf

Babi Yar. Context vertelt het verhaal van een van de grootste massamoordaanslagen op Joden tijdens de Tweede Wereldoorlog en hoe dat ook in de Sovjettijd lange tijd verzwegen werd. Het monument voor Babi Jar in het centrum van Kiev werd eind februari, in de eerste dagen van de oorlog, bij een Russisch bombardement vernield.

Met het (her)uitbrengen van eerst Donbass en nu Babi Yar. Context van de grote Oekraïense documentairemaker Sergei Loznitsa wordt de oorlog in Oekraïne van een uitgebreide context voorzien. Donbass, de mozaïekfilm over de onder Russische regie afgescheiden republiekjes Loegansk en Donetsk, liet zien hoe de perverse cocktail van geweld, vernedering, intimidatie, haatcampagnes, verspreiding van nepnieuws van Poetins regime werkt.

Babi Yar. Context

Vijfde colonne
In 1952 besluit de gemeente Kiev dat er over het terrein industrieel afval geloosd mag worden. In later jaren verrijzen er flats. Daarna herinnert er nog maar weinig aan het ravijn vlakbij Kiev waar op twee dagen in september 1942 maar liefst 33.771 Joden door de nazi’s werden doodgeschoten.

In zijn kenmerkende, gedragen en uiterst zorgvuldige stijl laat Sergei Loznitsa in Babi Yar. Context zien hoe het zover heeft kunnen komen, de beelden voor zichzelf sprekend. Beelden van het uitbreken van de oorlog, de beschieting van de brug over de Dnjepr bij Kiev, de inname van Lemberg (Lvov/Lviv) in juni 1941 door de Duitsers, de toejuichingen van de plaatselijke bevolking voor de Wehrmacht, de enthousiaste ontvangst die bevelhebber Frank ten deel valt.

De Joden werden als vijfde colonne, Sovjet-sympathisanten, gezien. Loznitsa toont verontrustende beelden van mensen die door hun buren worden geslagen, uitgekleed en door de straten gesleept. Na hevige gevechten in augustus en september wordt Kiev ingenomen en ook daar worden de Joden voor zowel de bezetter als de plaatselijke bevolking als zondebok aangemerkt. Ze moesten zich melden bij de Ortskommandatur en gemakkelijk zittende kleding aandoen. Op 29 en 30 september worden ze aan de rand van het ravijn, destijds net buiten de stad, gebracht en genadeloos neergeknald.

Schokkend
Een week later wordt er in Kiev een triomfantelijke parade gehouden. Schokkend is de totale onverschilligheid van de duizenden toeschouwers, die toch geweten moeten hebben van de gruweldaad die zich in hun achtertuin afspeelde. In mei 1943 herovert het Rode Leger eerst Kiev en vervolgens Lemberg en zien we hoe de bevolking de nieuwe bevrijders toejuicht. Kort daarop worden de eerste internationale journalisten in Babi Jar rondgeleid.

In 1946 start het tribunaal tegen de Duitse oorlogsmisdadigers. We zien de indrukwekkende getuigenis van actrice Dina Pronicheva ,die zich vanaf 9 uur ’s ochtends in het ravijn schuil wist te houden om zich aan het eind van de middag langzaam door de berg lijken een weg omhoog te banen. We staren minutenlang naar de in eerste aanleg ontwijkende en emotieloze bekentenis van soldaat Hans Isenmann dat hij iets van 120 Joden heeft vermoord.

En dan die niet minder schokkende beelden van de openbare executie van dertien schuldig bevonden oorlogsmisdadigers. De bungelende lijken op het centrale plein tegen de achtergrond van het verwoeste Kiev en de tienduizenden toegestroomde inwoners die getuige zijn van de ophanging blijven nog wel even op je netvlies hangen.

Babi Yar. Context

Focus
In zijn beste documentaires als State Funeral, The Event en Maidan laat Loznitsa ons met zijn meesterlijke montage van lang verborgen archiefmateriaal de loop van de geschiedenis zien. Door zijn scherpe focus op verbazingwekkende, meedogenloze details komt de betreffende gebeurtenis vervolgens uiterst scherp tot leven. Babi Yar. Context heeft echter een minder sterke focus.

Ongetwijfeld heeft de terreurdaad van Babi Jar context nodig, maar in deze film waaiert die nogal breed uit. De bezetting en later weer herovering van Lviv en Kyiv worden als een soort oorlogsreportages breed uitgemeten. Van het ravijn krijgen we weliswaar een aantal aangrijpend verstilde beelden te zien, maar het is eerder een bescheiden fotoreportage achteraf. Babi Yar. Context is daarmee vooral een wijdlopige kroniek van de Tweede Wereldoorlog in de Oekraïne, met Babi Jar als uitwas.

 

20 april 2022

 

ALLE RECENSIES

Belfast

***
recensie Belfast
Bitterzoete thuishaven

door Paul Rübsaam

Het semi-autobiografische Belfast van Kenneth Branagh verbeeldt de lotgevallen van de achtjarige Buddy in de Noord-Ierse hoofdstad anno 1969. Juist in Buddy’s buurt, waar kinderen op straat spelen en iedereen elkaar kent, breken grimmige conflicten uit tussen protestantse en katholieke bewoners.

Kleurrijke luchtopnames van de hedendaagse havenstad Belfast en met warm saxofoongeluid gelardeerde klanken van de stemmig optimistische song ‘Down to Joy’, die peetvader van de ‘Belfast Blues’ Van Morrison componeerde voor de film. Daarmee opent Belfast, wat de kijker meteen het gevoel bezorgt dat de plaats waar Morrison en regisseur en scriptschrijver Kenneth Branagh in respectievelijk 1945 en 1960 het levenslicht zagen ondanks alles een stad is om van te houden.

Belfast

We schakelen terug naar het verleden en naar zwart-wit. Aanvankelijk is er nog weinig reden om het positieve beeld van Belfast bij te stellen. We bevinden ons in augustus 1969 in de Tiger Bay-area, een schijnbaar gezellige arbeiderswijk in Belfast waar kinderen op straat spelen en de volwassenen die daar glimlachend tussendoor lopen ieder kind bij de naam kennen.

Home sweet home?
De achtjarige protagonist Buddy (Jude Hill) wordt door zijn moeder geroepen. ‘Gewapend’ als hij is  met een plastic zwaardje en een deksel van een vuilnisbak die als schild moet dienen, is het toch tijd om naar huis te komen. Buddy heeft aardige,  aantrekkelijke en zelfs danslustige ouders (Caitriona Balfe en Jamie Dornan) en een wat ingetogen, maar niet onsympathieke oudere broer (Lewis McAskie). Voorts twee lieve, inwonende, elkaar nog altijd beminnende grootouders (Judie Dench en Ciarán Hinds), van wie de grootvader, die graag met de deur open op een in een schuur geplaatst toilet zit, altijd luistert en raad weet.

Maar alleen maar idyllisch is het allemaal toch niet. Nog voor Buddy goed en wel thuis is, wordt hij op straat geconfronteerd met een radicale protestantse militie die met stokken, molotovcocktails en autobommen katholieke buurtbewoners uit hun huizen probeert te jagen. Het zijn de begindagen van ‘The Troubles’, oftewel het uiteindelijk dertig jaar slepende Noord-Ierse conflict. Het geweld in de Tiger Bay-area richt zich weliswaar niet rechtstreeks tegen Buddy en zijn familieleden, maar vormt voor hen toch een bedreiging. Ze belijden hun protestantse geloof namelijk weinig fanatiek en leven het liefst in vrede met hun katholieke buurtgenoten.

Wapenstilte 
Nadat een aantal katholieke families inderdaad hun huis hebben moeten verlaten, herstelt het leger de orde. Terwijl straten met prikkeldraadversperringen zijn afgezet om nieuwe geweldsuitbarstingen te voorkomen, pakt de familie van Buddy de draad weer op. Vader werkt in Londen in de bouw en is dus veel van huis.  Het liefst zou hij met zijn gezin naar Engeland verhuizen, of zelfs naar Sidney of Vancouver. In Belfast is het immers niet veilig meer. Ondertussen wordt hij ook nog eens onder druk gezet door de voorman van de protestantse militie om zich uit te spreken voor de protestantse zaak. Hij is toch geen lafaard?

Buddy zelf gaat weer naar school. Hij is verliefd op de katholieke Catherine, het beste meisje van de klas, dat om die reden helemaal vooraan mag zitten. Omdat Buddy letterlijk zo dicht mogelijk bij haar in de buurt wil komen, doet hij flink zijn best op zijn huiswerk. Al kijkt hij liever op de zwart-televisie naar westerns en zelfs naar de ietwat meisjesachtige musical en toenmalige bioscoophit Chitty Chitty Bang Bang (in kleur!) De mannen die in de zomer van 1969 op de maan landden, spreken eveneens tot zijn verbeelding.

Belfast

Geen fusie
Voor generatiegenoten van Buddy en van welke nationaliteit en geloofsovertuiging dan ook biedt Belfast aangenaam veel herkenningspunten. Gelukkig ook krijgt de op het eerste gezicht wat clichématige keuze om de terugblik naar het einde van de sixties in zwart-wit te verbeelden een speelse dimensie. Toneel- en bioscoopvoorstellingen zijn wél in kleur in dat tijdperk dat gedomineerd wordt door de zwart-wittelevisie, die bij Buddy thuis voortdurend aanstaat. De kleuren van een toneelvoorstelling zien we zelfs weerspiegeld in de brillenglazen van oma, die (uiteraard in zwart-wit) in de zaal zit.

Tel daar nog eens de soundtrack bij op, met legio sfeervolle nummers van Van Morrison (onder anderen ook ‘Bright Side of the Road’ en ‘And the Healing Has Begun’) en het even plechtige, als hypnotiserende ‘Do Not Forsake Me, Oh my Darling’ van Tex Ritter (titelsong van de western High Noon uit 1952), en het wordt moeilijk om het warme bad dat Belfast biedt af te slaan.    

Maar als je daar eenmaal in zit, gebeurt er in zekere zin te weinig. Het draait in de film te veel om nestwarmte en buurtromantiek versus narigheid en geweld, die als te gescheiden elementen in het verhaal maar geen fusie met elkaar aan lijken te kunnen gaan. Het gevolg is dat Branagh de valkuil van de sentimentaliteit gaandeweg steeds minder goed weet te omzeilen. Ook voor de spanning en plotontwikkeling heeft die te strikte tweedeling negatieve consequenties. Blijft de familie van Buddy in Belfast omdat ze het er zo fijn hebben, of gaan ze toch de zee over omdat ze het er zo rot hebben? Naar het antwoord dat we natuurlijk krijgen, ben je als kijker minder benieuwd dan de bedoeling zal zijn geweest.

 

20 februari 2021

 

ALLE RECENSIES

Brief die nooit verzonden werd, De

****
recensie De brief die nooit verzonden werd
Ploeterend door de taiga

door Ries Jacobs

Het avontuurlijke drama De brief die nooit verzonden werd (1960) is in de filmgeschiedenis enigszins ondergesneeuwd door Als de kraanvogels overvliegen (1957) en Soy Cuba (1964), de twee andere films die regisseur Michail Kalatozov samen met cameraman Sergej Oeroesevski maakte. Is dit terecht of lijdt de film aan het ‘middelste kind-syndroom’?

Na decennia van Stalinistische onderdrukking en propaganda liet partijleider Chroesjtsjov de touwtjes in de jaren vijftig enigszins vieren. Regisseur Michail Kalatozov was een van de eerste regisseurs die opbloeide door de vrijheid die Russische cineasten kregen en maakte in enkele jaren tijd zijn drie meest gewaardeerde films. Overschaduwd door zijn meer geprezen broertjes heeft De brief die nooit verzonden werd nooit echt een plaats gekregen in de eregalerij van de filmgeschiedenis.

De brief die nooit verzonden werd

De film verhaalt over expeditieleider Sabinin die, op zoek naar diamantrijke aardlagen, met twee jonge geologen en gids Stepanovich de Russische taiga doorkruist. De gids (type ruwe bolster, blanke pit) heeft zijn oog laten vallen op wetenschapper Tania, maar zij vindt de nerdy geoloog Andrei leuker. Als het team een diamantrijke aardlaag ontdekt, is de vreugde van korte duur. Een die nacht om zich heen slaande bosbrand vernietigt de boten van het team en daarmee ook een snelle weg terug naar de bewoonde wereld. Het is aan Sabinin om het nieuws van zijn ontdekking, ter meerdere eer en glorie van Moedertje Rusland, naar Moskou te brengen.

Bosbrand
In zekere zin kun je De brief die nooit verzonden werd beschouwen als de moeder (of grootmoeder?) van de sinds de jaren negentig immens populaire rampenfilm. Wat De brief die nooit verzonden werd onderscheidt van de recentere varianten van dit genre is het tempo. Waar het publiek van de gemiddelde rampenfilm meestal binnen een kwartier midden in de door vulkanen, tsunami’s of buitenaardse indringers veroorzaakte ellende zit, neemt Kalatozov de tijd om eerst eens rustig zijn personages voor te stellen. Pas als de film bijna halverwege is moeten de geologen en hun gids rennen voor hun leven.

Kalatozov laat de bosbrand in dienst staan van de karakters in plaats van andersom. Sabinin en zijn team zijn meer dan pionnen in een almaar voortrazend verhaal. In plaats daarvan is de bosbrand het decor voor de acteurs. Je kunt de film achteraf in het ietwat goedkope genre van de rampenfilm plaatsen, maar hij is er wel een met aanzienlijk meer diepgang dan zijn opvolgers.

De brief die nooit verzonden werd

Stadsmeisje
Toch komen de karakters, hoewel ze zeker niet eendimensionaal zijn, niet volledig uit de verf. Zo blijft de stoere gids Stepanovich toch vooral een spierbal. Waarom valt deze taigabewoner als een blok voor het gesofisticeerde stadsmeisje Tania? De film zou interessanter zijn als Kalatozov dit had uitgediept.

De brief die nooit verzonden werd is oppervlakkiger dan zijn voorganger, een liefdesverhaal dat gaat over trouw en verantwoordelijkheid in tijden van oorlog. Ook Soy Cuba gaat dieper, hoewel dit politieke werk dat focust op armoede en ongelijkheid in de nadagen van Batista ook gezien kan worden als socialistische propaganda. Ondanks dat critici de film aanvankelijk neersabelden, werd de film uiteindelijk omarmd door filmliefhebbers.

Anderzijds kun je evengoed betogen dat Kalatozov, nadat hij met Als de kraanvogels overvliegen een Gouden Palm won, in De brief die nooit verzonden werd meer focus legt op de weidse schoonheid van de beelden. Hij laat zien dat hij naast een verhaal vertellen het technische aspect van het regisseren tot in de puntjes beheerst, waarbij we ook de hand van cameraman Oeroesevski niet mogen uitvlakken. Groots en vaak vanuit een moeilijk camerastandpunt brengt hij de taiga in beeld, spelend met licht en schaduw. Stel dat je in 1960 in Moskou in de bioscoop zat en je Sabinin door de taiga zag ploeteren, het moet werkelijk adembenemend geweest zijn.

De brief die nooit verzonden werd zou in de gerestaureerde versie vanaf 2 december in een aantal bioscopen draaien, maar wegens de huidige coronamaatregelen is dat uitgesteld. De film is momenteel te zien op YouTube.

 

30 november 2021

 

ALLE RECENSIES

Blue Strait (2015)

REWIND: Blue Strait (2015)
Mentale gevangenschap in suburb

door Sjoerd van Wijk

Blue Strait overpeinst de tragiek van een padafhankelijk leven in een Amerikaanse suburb. Een falende relatie vervlecht zich losjes met een stroom indrukken van een doodse omgeving, aanschouwd met verontrustend cynisme.

Filmmaker Jon Jost omschrijft de film zelf op IMDb als één voor mensen met een ruimdenkend idee over de mogelijkheden van cinema. Een mannelijk stel verschijnt slechts sporadisch in een contemplatieve aaneenschakeling van kustlijnen en lege straten in een anonieme voorstad. Hun hobby’s krijgen bovendien meer de aandacht nog dan concreet de relatie. De een (John Manno) begeleidt de film soms muzikaal op de harp en praktiseert yoga, de ander (Stephen Taylor) ontsnapt zo vaak als mogelijk aan de aardbol met een klein vliegtuig. Uit het niets doemen ellenlange discussies op over het avondeten of de financiële situatie nu een van hen zijn baan zal verliezen.

Blue Strait

Losgeslagen samenleving
Na een korte periode waarin Jost een niche vond in het festivalcircuit, inclusief twee duimen omhoog van Roger Ebert voor All the Vermeers in New York (1990), raakte hij in de vergetelheid na het gretig omarmen van digitale film in de vroege jaren 90. Of die afkeuring van het festivalcircuit nu komt door pech of niet, zijn films dagen stilistisch uit met urgente maatschappijkritiek waarin qua attitude de vergelijking met Jean-Luc Godard van nature komt. In plaats van de cinema an sich neemt Jost de Amerikaanse mythos als uitgangspunt voor vaak bijtende beschouwingen op een losgeslagen samenleving.

The Bed You Sleep In (1993) schept bijvoorbeeld een naargeestige Amerikaanse suburb-sfeer die op meditatief Tarkovski-achtige wijze inbrandt, een gruwelijker visie dan Twin Peaks (1990) met een reeks banaliteiten voor elkaar kreeg. Amerikaanse dromen blijken vooral nachtmerries vol tragiek. Zo gronden het tedere Slow Moves (1983) en satirische Frameup (1993) het ideaal van een vrijgevochten leven à la Bonnie & Clyde in de keiharde realiteit.



In REWIND opnieuw aandacht voor opvallende films uit dit millennium.

 


Hardvochtig individualisme
In zijn recente werk keert Jost zich net als Godard meer in zichzelf met een dikwijls onnavolgbare taaiheid. Waar eerdere films vaak verbluften met trackingshots maakt de camera nu meer pas op de plaats met streng gekadreerde beelden. In Coming to Terms (2013) en They Had It Coming (2015) leidde dat tot lethargisch uitgewerkte familiedrama’s. Ook Blue Strait zakt door radicaal eigenzinnig stilisme weg in de eigen caleidoscopische omvang, maar vat succesvoller het mentale gevangenschap van haar personages.

Manno en Taylor zetten figuren neer zo onderkoeld zakelijk als die van Robert Bresson (Mouchette, 1967). Ralph Waldo Emersons ideaal (nog zo gretig geciteerd in The Bed You Sleep In) van zelfredzaamheid muteert hier naar onverschilligheid. Een hardvochtig individualisme dringt door in de enerverende twisten waarin hun hoofden het scherm vullen in een subtiel uitgevoerde split screen, die op andere tijden de spanning ophoogt door Josts vernuftige vondst deze heen en weer te laten bewegen.

Blue Strait

Onverschil
In spaarzame dialogen vol venijn zitten verwijten hoe beide mannen zich hebben ingebouwd in een levensstijl waar niet aan getornd mag worden. Beide criticasters lijken gevangen in een padafhankelijk leven. Of dat nu door yoga ingegeven minimalisme inhoudt of spelen met vaartuigen, een secce veroordeling van materialisme blijft uit. In het grotere plaatje doet de kapotte relatie er niet meer toe, opgaand in de sobere omgevingsshots waarin Jost zijn gave voor superimpose (techniek om twee beelden over elkaar te plaatsen) etaleert.

Gespeend van opbeurende emoties portretteert Blue Strait zo een sensatie van anhedonie (een gevoel van apathie). Als document van individueel onverschil over de buitenwereld zelfs als deze zich onder hetzelfde dak bevindt zoals bij het stel krijgt deze desillusie over het suburbia-ideaal van een geborgen thuis een verontrustende kant. Dat maakt Blue Strait een confronterende film die zich mag meten met Josts beste werk.

 

BLUE STRAIT KIJKEN: net als het volledige werk van Jon Jost hier te streamen of te downloaden.

 

Meer REWIND

Bright Green Lies

****
recensie Bright Green Lies

Meer of minder civilisatie?

door Sjoerd van Wijk

Bright Green Lies (2021) duidt open en helder hoe gangbare ideeën over duurzaamheid de kans op ecologisch herstel beschadigen. Toch dwingt het strijdvaardige idealisme van de makers uiteindelijk te weinig af om kleur te bekennen.

De Industriële Revolutie en haar consequenties zijn een ramp geweest voor het menselijk ras. Vanuit die zienswijze schreef het activistische trio Max Wilbert, Lierre Keith en Derrick Jensen (de laatste twee oprichters van de milieubeweging Deep Green Resistance) het boek Bright Green Lies, hier in een documentairevorm gegoten door Julia Barnes. Samen met het trio prikt zij de fantasiebubbels door van mainstream-milieuactivisten die strijden voor massale investeringen in energiebronnen als zon, wind en ethische consumptie.

Bright Green Lies

Het denken in kortzichtige oplossingen zoals zonnepanelen voor een ‘wicked problem’ leidt tot verdere ecologische schade. In plaats daarvan focussen de makers op de hoofdoorzaak van de ecologische catastrofe. Ze bekritiseren de komst van landbouw en civilisatie in de geest van John Zerzans anarcho-primitivisme en de technologiekritiek van een Ted Kaczynski of een vroege Ran Prieur.

Sprookjes
De communicatie over de ecologische catastrofe valt snel in een dumpen van grafiekjes en diagrammen, of de ondergang schreeuwend aankondigen van de daken om vervolgens met een hoopvolle oplossing te komen. Zo smeert Cowspiracy (2014) met kersen plukken haar veganistische ideologie aan. Planet of the Humans (2020) agiteert propagandistisch en doet afbreuk aan haar snijdende kritiek door selectieve reportage. In Bright Green Lies ontspint echter een open gesprek met de auteurs waarin zij toegankelijk hun zienswijze uitleggen. Relaxed zittend kijken zij langs de camera heen rechtstreeks naar Barnes wat de gesprekken een informeel karakter geeft.

Kort en krachtig ontmantelen zij sprookjes door bijvoorbeeld te wijzen hoe zogenaamd hernieuwbare energiebronnen afhankelijk zijn van fossiele brandstoffen. Dat informele maakt de redeneringen soms simplistisch wanneer onder andere het beruchte ‘windmolens doden vogels’-argument langskomt. De sprekers steken hun ideologie echter niet onder stoelen of banken en besteden welbewust aandacht aan tegenargumenten. Zo krijgen gasten als activist David Suzuki een faire gelegenheid hun perspectief tegenover dat van de auteurs te plaatsen zonder dat Barnes lange neuzen trekt.

Kleur bekennen
Als mainstream-publicaties al iets durven te melden van de ernst van de ecologische catastrofe eindigt men dikwijls met een verplicht stukje hoop. Ook de met het tegendeel bewijzende informatie volgestopte documentaire Living in the Future’s Past (2018) kon het hoop venten niet nalaten. Barnes benadrukt haar liefde voor de natuur met fraaie onderzeebeelden (zij debuteerde met de documentaire Sea of Life) en een ontroerende aftiteling die alle getoonde niet-menselijke organismes ook noemt als gasten en schuwt de makkelijke oplossingen. Zo kordaat als elke auteur het stelt, poneert ook zij dat in opstand komen tegen civilisatie als enige redmiddel overblijft.

Bright Green Lies

Barnes schaart zich daarmee ideologisch duidelijk bij het trio. Zich verbazend over toonaangevende groene ideeën bezichtigt ze een in de naam van emissie neutrale biomassa-energie weggekapt bos of slentert ze rond op een duurzaamheidsbeurs vol snuisterijen en elektrische auto’s die uiteraard dankzij fossiele brandstoffen blijken te zijn geproduceerd. Haar idealisme uit zich in treffende voice-overs die uitdagen kleur te bekennen: wil men meer of minder civilisatie?

Introspectie
Daarmee sust de documentaire niet in slaap dat anderen al hard werken om het ‘wicked problem’ kortzichtig op te lossen met kipstuckjes of Tesla’s zodat civilisatie door kan gaan. Barnes lijkt te geloven dat grootschalig verzet nog zin heeft ondanks dat de afgelopen dertig jaar van klimaattoppen geen vinger is uitgestoken. Dat geeft Bright Green Lies een rechtlijnige boodschap en daarmee gemakkelijke uitwegen in cynisme of instinctieve weigering van de geïmpliceerde discomfort. Of dit informele verhaal mensen gaat confronteren met hun irreële vertrouwen in Green New Deals blijft daarmee de vraag.

De filmmaker Robert Kramer nam de wens van verzet versus de cynische constatering dat niets gebeurt als uitgangspunt in Route One, USA (1989), waarin de fictieve Doc na jaren gedesillusioneerd terugkeert in de Verenigde Staten. Geschoten als een documentaire smelten daar Amerikaanse dromen en de realiteit onuitsplitsbaar samen, waarmee de film prangende vragen stelt wat men nog kan doen. Door het oprechte karakter van zijn worstelingen motiveren Docs pogingen om zelf een boom van kap te behoeden, ook al zal deze abrupte klimaatverandering toch niet overleven. Bright Green Lies poneert weliswaar een worsteling maar boet in aan kracht doordat introspectie als die van Kramer ontbreekt.

Bright Green Lies kun je hier zien en hier streamen/kopen.

 

5 mei 2021

 

ALLE RECENSIES

Bothersome Man, The (2006)

REWIND: The Bothersome Man (2006)
Een hel als hemel

door Paul Rübsaam

Er zijn van die films die je tot je eigen verbazing steeds opnieuw van je plankje grist. Het Noorse The Bothersome Man (Den brysomme mannen) van Jens Lien uit 2006 is er zo eentje. Misschien omdat je je blijft afvragen wat het eigenlijk voor film is. Een dystopie? Nee, het is toch erger. Het getoonde lijkt verdacht veel op de werkelijkheid.

Op een perron staan een jonge man en een jonge vrouw met een starre blik in hun ogen werktuigelijk te tongzoenen. Het smakkende geluid daarvan draagt ver in de bijna uitgestorven ruimte. Aan de rand van de rails heeft zich een transpirerende en wanhopig kijkende man in een grijs colbertje geposteerd. We horen het geluid van een snel naderende trein. De man aarzelt nog even en springt.

The Bothersome Man

Is deze openingsscène van The Bothersome Man een beschrijving van wat voorafging en biedt de rest van de film een kijkje in het hiernamaals waar onze zelfmoordenaar Andreas Ramsfjell (Trond Fausa Aurvåg) terecht is gekomen? Tot op zekere hoogte slechts, want de scène is tevens een flashforward. In het ‘hiernamaals’ zal Andreas onder identieke omstandigheden opnieuw voor de trein te springen, waarna hij weer herstelt van zijn afschuwelijke verminkingen.

Smakeloos voedsel en vioolklanken
We kunnen maar het beste beginnen met het eigenlijke begin van The Bothersome Man, dat wil zeggen: vanaf de openingsscène. Nog steeds in kantooroutfit, maar bebaard en met gymschoenen aan zijn voeten en een baseballpet op zijn hoofd arriveert Andreas als enige passagier van een autobus bij een verlaten tankstation in een vulkanisch landschap. Daar heeft een oudere man zojuist een spandoek met de tekst ‘Velkommen’ (‘Welkom’) voor hem opgehangen.



In REWIND opnieuw aandacht voor opvallende films uit dit millennium.

 


In een klein, gedateerd ogend autootje chauffeert de oudere man Andreas vervolgens naar een stad waar een sobere flat en een betrekking reeds voor hem gereserveerd zijn. De volgende dag mag hij beginnen als werknemer van een groot bedrijf, gevestigd in een wolkenkrabber in een op de Amsterdamse Zuid-As gelijkende moderne kantoorwijk. Hij krijgt een klein, smetteloos werkkamertje toegewezen, waar hij vanachter de computer eenvoudige boekhoudkundige taken moet verrichten.

Zijn nieuwe chef en collega’s maken een niet onvriendelijke, zij het wat flegmatieke indruk. Het eten in de stad heeft echter geur noch smaak en van de ‘alcoholica’ die men verstrekt, word je niet dronken. Op de toiletten van een uitgaansgelegenheid hoort Andreas iemand zich daarover beklagen. Hij volgt deze persoon in wie hij een mogelijke geestverwant herkent ’s nachts naar diens woning, die deel uitmaakt van een souterrain waaruit gedempte vioolklanken opstijgen. Als hij de volgende dag weer terug is op kantoor legt hij snakkend naar authentieke sensaties zijn vinger onder de papiersnijmachine. Het doet vreselijk pijn en hij bloedt hevig, maar de afgehakte vinger groeit uiteindelijk vanzelf weer aan.

The Bothersome Man

Fysiek ongeschonden, maar toenemend verontrust, vindt hij toch aansluiting bij zijn collega’s en weet hij zich aan te passen aan hun conversatiestof, die zich volledig beperkt tot het onderwerp woninginrichting. Er ontvouwt zich een sociaal leven voor hem en Anne-Britt (Petronella Barker), een niet onaantrekkelijke vrouwelijke collega, is zelfs genegen een relatie met hem te beginnen. Al gauw kan hij intrekken in haar veel ruimere huis, waar ze hun voortdurende pogingen om haar interieur nog te verfraaien afwisselen met mechanische copuleersessies.

Desillusie
Maar de relatie met Anne-Britt verveelt hem al snel. Op zijn werk heeft hij inmiddels ook de jongere, blonde Ingeborg (Birgitte Larsen) ontmoet, die best met hem uit wil. Ingeborg praat zelf niet zo veel, maar etaleert een charmante eenvoud en luistert graag naar Andreas, wat diens verlangen naar romantiek hevig aanwakkert.

De grote deceptie volgt als ook Ingeborg zielloos en gelijkmoedig blijkt te zijn. Tijdens een romantisch verrassingsdinertje bekent Andreas haar dat hij voor haar bereid is een punt te zetten achter zijn relatie met Anne-Britt. Ingeborg vindt dat echter helemaal niet nodig. Alles gaat toch prima zo? Zelf ziet ze ook drie andere mannen. Die ze trouwens best vaarwel wil zeggen, omdat ze nu eenmaal alles wel best vindt.

Wanhopig begeeft Andreas zich naar het station. Op het perron met het tongzoenende paar stort hij zich (opnieuw) voor de trein. Die houdt juist halt, maar komt weer in beweging als hij zich nog bedenken wil. Nadat drie achtereenvolgende treinen hem mee hebben gesleurd over de rails richt het verminkte, bloederige hoopje mens dat hij is geworden zich weer op en strompelt op de melancholieke klanken van Edvard Griegs Solveig’s Song door de verlaten kantoorwijk. Twee gemeenteambtenaren brengen hem tenslotte in een dienstautootje naar het huis van Anne-Britt, die haar nog hevig bloedende partner achteloos verwelkomt.

The Bothersome Man

Tunnel naar vroeger
Nadat zijn lichaam zich op wonderbaarlijke wijze, maar allerminst tot zijn vreugde volledig hersteld heeft, is Andreas’ enige hoop nog gevestigd op de vioolklanken in het souterrain. De man die hij daar heeft zien binnengaan (Per Schaanning) ontvangt hem na enge aarzeling in zijn door trossen gloeilampen verlichte, grotachtige onderkomen. Daar blijkt zich achter een opgehangen schilderijtje een gleuf in de muur te bevinden, van waaruit de vioolklanken tot hen komen. Andreas gaat de muur met een voorhamer en een drilboor lijf. Zijn aanvankelijk tegensputterende geestverwant komt hem te hulp als hen door het al groter geworden gat een heerlijke geur bereikt.

Dat Andreas ondertussen op kantoor zijn ontslag krijgt, kan hem weinig deren. Want inmiddels kunnen ze koffiedrinken in het stuk tunnel dat reeds is uitgehakt. Bejaarden die op de geur zijn afgekomen kloppen op de voordeur van Andreas’ handlanger, die ze met een smoesje afscheept. Langzaam maar zeker wordt zichtbaar wat zich aan de andere kant van de tunnel bevindt: een keuken met rood-wit geblokt zeil op de vloer, gemeubileerd met houten kastjes en tafels, met daarop schalen met verse groenten, een transistorradio en niet in de laatste plaats een aangebroken tulbandvormige, geglazuurde cake. Door een openslaande, glazen deur komt zonlicht en het geluid van spelende kinderen uit een tuin naar binnen.

Andreas weet nog juist zijn arm door het gat van de tunnel te steken en een stuk cake te bemachtigen. Terwijl gemeenteambtenaren het blijkbaar verraden tweetal door de andere kant van de tunnel weer naar buiten slepen, propt hij zijn mond vol. Zijn handlanger wordt uiteindelijk weer vrijgelaten. Maar hijzelf moet terug naar het verlaten tankstation. Daar wordt hij in het laadruim van de autobus gegooid. Als hij zich na een hobbelige en benauwde rit weet te bevrijden, belooft de sneeuwstorm waarin hij is terechtgekomen weinig goeds.

Aartsconservatief?
Is The Bothersome Man een beschrijving van het leven na de dood? De alternatieve titel voor de film: No(r) way of life geeft al aan dat het eerder gaat om een satire op het bestaande leven in Noorwegen. Andreas doet in het schijnbare ‘leven na de dood’ opnieuw een zelfmoordpoging, maar blijkt onsterfelijk te zijn, waarmee de uitzichtloosheid van zijn oorspronkelijke bestaan een cyclisch karakter krijgt.

De gedeeltelijk in IJsland opgenomen film naar een script van Per Schreiner is geen pur sang dystopie, maar een ironische schets van een ‘heilstaat’, waarin zich slechts één vervelende (‘bothersome’) dwarsligger manifesteert. De andere mensen in de stad, dood of levend, zijn dik tevreden in hun geur- en smaakloze wereld, waar een liberale seksuele moraal heerst en het interieur – in de geest van Ikea en andere Scandinavische meubelgiganten – moet dienen als de verwerkelijking van een moderne maatschappijfilosofie.

Alleen Andreas Ramsfjell, die zeurpiet, is ontevreden. Met zijn verlangen naar ware liefde en grootmoeders cake is hij de held van een film die je welbeschouwd aartsconservatief zou moeten noemen. Maar het parallelle universum van The Bothersome Man is zo beklemmend en herkenbaar dat het de sluimerende conservatieve geestesgesteldheden van de kijker onweerstaanbaar prikkelt. Een gotspe eigenlijk dat de tekst op de achterkant van het dvd-hoesje de film in één adem noemt met het intens flauwe, veel te opzichtig provocatieve Adam’s Apples (2000) van de Deense regisseur Anders Thomas Jensen (óók Scandinavische zwarte humor, ach ja..).

 

THE BOTHERSOME MAN KIJKEN: o.a. te koop via Bookspot en Ebay.

 

Meer REWIND

Babyteeth

***
recensie Babyteeth

Zelfbewuste tiener met kanker

door Yordan Coban

Babyteeth is een klassiek verhaal over een recalcitrante puber. Een meisje dat in een dakloze jongen een ontsnapping ziet aan haar perfecte ouderlijke huis, om zo haar zelfstandigheid en eigen identiteit te ontplooien, nu het nog kan.

Milla (gespeeld door Eliza Scanlen) is een meisje dat leeft met de confronterende wetenschap van haar sterfelijkheid. Milla lijdt aan kanker, iets dat de kijker duidelijk gemaakt wordt, maar nooit echt overtuigend uitgewerkt wordt. Haar ziekte geeft Milla een vrijbrief te rebelleren tegen haar preventief rouwende ouders. Ouders die zich beseffen dat zij nu mag en kan doen wat zij wil. Dus ook thuiskomen met een dakloze junk, genaamd Moses (gespeeld door Toby Wallace). Een in de kern onschuldige jongen, over wie we nooit echt het hele verhaal horen. Maar de uiterlijke omstandigheden vertellen in principe genoeg over het tragische bestaan van Moses.

Babyteeth

Schreeuw om vrijheid
Alles aan Milla’s puberale schreeuw om vrijheid is geforceerd, maar begrijpelijk. Haar losbreken lijkt bovendien volledig zelfbewust. Nu het nog kan, wil ze ontsnappen aan het bereik van haar ouderlijk gezag. Alhoewel dat niet werkelijk kan zolang ze ongeneselijk ziek is. Daarom staat ze erop dat Moses bij haar komt wonen, ondanks dat Moses eigenlijk te oud voor haar is en de manifestatie van de ouderlijke nachtmerrie belichaamt.

Babyteeth kent een aantal cinematografisch gedurfde keuzes die de film soms een eigenzinnig karakter geven terwijl het andere keren uitmondt in de middelmatigheid van een videoclip. Dit Australische drama betekent de eerste speelfilm van Shannon Murphy die voorheen slechts korte films en televisieseries regisseerde. Een aardig debuut, maar wat wil ze vertellen met Babyteeth?

Het is een film met twee thema’s die allebei tot vermoeiends toe behandeld worden. Het verhaal van de rebellerende tiener, zoals we dat kennen uit filmklassiekers als The Graduate (1969) en Badlands (1973), wordt gecombineerd met het verhaal van de chronisch zieke en de onvermijdelijke dood, zoals we dat zagen in films als Y Tu Mamá También (2001), Simon (2004) en Me Earl and the Dying Girl (2015).

Babyteeth

Niet simpel
Toch kun je niet zeggen dat de film simpel in elkaar zit. Het drugsgebruik van Moses staat duidelijk in contrast met het gebruik van de voorgeschreven kalmeringsmiddelen voor Milla’s ouders. Een kritiek op de selectieve wijze van het gebruik en veroordelen van verdovingsmiddelen, iets wat we ook terugvinden in Requiem for a Dream (2003).

Dan is er nog de niet sterk uitgewerkte affaire van Milla’s vader met een zwangere jonge vrouw, hetgeen symbool staat voor zijn worsteling met het feit dat hij zijn dochter zal verliezen. En uiteraard de titel, die de kentering tot volwassenheid symboliseert.

Het zijn kleine verbanden en symbolen die alleen goede filmmakers kunnen leggen. Toch mist de film nog wat originaliteit en subtiliteit. De tijd zal leren of Shannon Murphy zich met Babyteeth zelf nog in de jeugdigheid van haar carrière bevindt.

 

24 augustus 2020

 

ALLE RECENSIES

Berlin Alexanderplatz

***
recensie Berlin Alexanderplatz

De Duitse Droom

door Cor Oliemeulen

Het is misschien niet eerlijk om de jongste boekverfilming van Berlin Alexanderplatz te vergelijken met de geniale filmadaptatie van Rainer Werner Fassbinder. Toch verveel je je geen moment bij het verhaal over de opkomst en ondergang van een Afrikaanse vluchteling in de hedendaagse Berlijnse onderwereld.

De 32-jarige Francis (Welket Bungué) is de enige overlevende van een boottocht van Afrika naar Europa en neemt zich voor om een nieuw en beter mens te zijn. Maar als illegale vluchteling zonder papieren blijkt dat kennelijk onmogelijk. Na alle desillusies tijdens het zwoegen op een bouwplaats in het Berlijnse Alexanderplatz valt Francis voor een aanbod van de charismatische drugsdealer Reinhold (Albrecht Schuch) en droomt hij al snel van de Duitse Droom met genoeg middelen voor een zeer aangenaam bestaan. Wanneer Francis de escort Mieze (Jella Haase) tegen het bevallige lijf loopt, wil hij voor hen beiden een degelijk leven. Maar daarop zit Reinhold, die Francis immers uit de goot heeft getrokken en heeft opgeleid, niet te wachten.

Berlin Alexanderplatz

Onderwereld
Regisseur Burhan Qurbani – in 1980 in Duitsland geboren als zoon van Afghaanse vluchtelingen en in het jaar dat de legendarische serie van Rainer Werner Fassbinder op televisie verscheen – vertelt het verhaal van de beroemde roman Berlin Alexanderplatz (1929) van Alfred Döblin vanuit het perspectief van de zwarte vluchteling die belandt in de marge van de Berlijnse samenleving. Waar de oorspronkelijke antiheld Franz Biberkopf acteert in een tijd van politieke instabiliteit (revolutionaire dreiging van links, opkomend fascisme van rechts) verklaart Qurbani de beweegredenen van zijn hoofdpersonage bijna een eeuw later louter tegen de achtergrond van racisme en het verwezenlijken van een droom.

Ook al had Qurbani zijn protagonist Francis (door Reinhold al snel gedoopt tot Franz) geplaatst in een wereld van het hedendaagse oprukkend nationalisme en populisme, zelfs dan zou deze Berlin Alexanderplatz de roman te weinig recht hebben gedaan. Hoewel het thema van racisme immer actueel is, ligt in deze nieuwe boekverfilming het mankement in het ontbreken van een politieke context en een indringend portret van het milieu waarin Franz zich beweegt. Waar Fassbinder in 15,5 uur uiteraard veel meer tijd kan nemen om het door Döblin beschreven Lumpenproletariat met zijn leger van vagebonden, oplichters, bordeelhouders, voddenrapers, bedelaars, zakkenrollers en allerhande ander geteisem te representeren, beperkt Qurbani de Berlijnse onderwereld tot het grootschalig drugs dealen in het park, dure nachtclubs vol schoon vrouwelijk naakt en een op seks beluste bendeleider die zijn trofeeën vanuit een ziekelijke frustratie direct na bewezen diensten het huis uit schopt.

Berlin Alexanderplatz

Kansloos maar verdienstelijk
Ook al is nieuwe Berlin Alexanderplatz drie uur lang, het blijkt een kansloze missie het oorspronkelijke verhaal op het witte doek een ziel te geven. We komen een heel eind met mooie cinematografie en sfeervolle voice-overs met filosofische overpeinzingen uit het boek. En het is ondanks het zo nu en dan rammelende scenario knap dat de kijker weinig kans krijgt om zich te vervelen, maar uiteindelijk kun je alleen maar concluderen dat deze filmadaptatie een tikkeltje te hoog gegrepen is, wat ook blijkt als bepaalde dramatische wendingen te weinig uitleg krijgen en door het wel heel obligatoire einde.

Toch is Berlin Alexanderplatz editie 2020 een verdienstelijk geproduceerd misdaaddrama met een karakterstudie van een worstelende vluchteling en een goede cast waarin met name Albrecht Schuch als de psychopathische Reingold de meeste indruk maakt. Na afloop krijgt de liefhebber echter onmiddellijk zin om Berlin Alexanderplatz van Fassbinder uit de kast te trekken. Het hypnotiserende titelmuziekje, de briljante atmosfeer en de vertolkingen van Günter Lamprecht als de eenarmige ‘draufgänger’ Franz, Gottfriend John als de gemene Reinhold, Barbara Sukowa als het hoertje Mieze en Hanna Schygulla als Franz’ andere liefje Eva zijn nu eenmaal van een ongeëvenaard kaliber.

 

3 augustus 2020

 

ALLE RECENSIES

Blanco en blanco

***
recensie Blanco en blanco

Leed op afstand

door Sjoerd van Wijk

Blanco en blanco houdt het leed op afstand. Met treffend lichtspel ontleedt de film systemisch onrecht, maar daarmee blijft verdere reflectie op de cynische conclusie over medeplichtigheid achterwege.

De fotograaf Pedro (Alfredo Castro: Rojo, El Club) reist af naar het onherbergzame Tierra del Fuego in het zuidelijkste puntje van huidig Chili en Argentinië om een trouwfoto te maken voor de rijke landeigenaar Mr. Porter. In die uithoek vindt een vergeten stuk geschiedenis plaats, de genocide van het Selk’nam volk. Als Pedro weken moet wachten op een boot zonder betaling voor zijn diensten komt die geschiedenis akelig dichtbij. Hoe je een houding te vinden als intens onrecht aan de orde van de dag, verweven in het systeem, is? Dit is niet slechts een historische curiositeit maar nog steeds razend actueel. Kijk bijvoorbeeld naar de gigantische schaal waarop China de Uighur uitroeit.

Blanco en blanco

Clair-obscur
Pedro doet dienst als een welhaast metaforische observator verscholen achter zijn fotocamera. Alfredo Castro onderstreept dat met stoïcijns spel, als hij op didactische wijze zijn subjecten dirigeert teneinde een moment van schoonheid in de ellende te creëren. Zo legt Blanco en blanco

terloops de calculerende wereld van Tierra del Fuego vast die de Selk’nam tot externaliteit reduceert. De foto’s van conquistador Julius Popper’s campagne aldaar vormden een inspiratie voor de film.

De vloeren van de interieurs kraken als bij Ingmar Bergman en zo is cinematograaf José Alayón dan ook de Sven Nykvist van regisseur Théo Court. Alayón schildert net zo geraffineerd met clair-obscur en krijgt daarvoor alle tijd van Court. Het spaarzame licht van achter een wapperend gordijn of de fakkels als dwaallichtjes in het bos tijdens een klopjacht benadrukken het desolate landschap waar mensen ondernemen ten koste van anderen.

Pessimisme
Mr. Porter als grote afwezige tijdens de gebeurtenissen typeert het verhaal en ook Pedro houdt het leed zo lang mogelijk op afstand. Het land heeft andere plannen en lastige keuzes komen met geldnood, geaccentueerd wanneer Court voor even de kilte verlaat tijdens een druk feestje voor de werkers. Hij stevent samen met co-scenarist Samuel M. Delgado af op een gitzwarte conclusie: uiteindelijk hanteert de artiest Pedro eenzelfde instrumenteel denken als de doorsneekolonist, maar dan met esthetische in plaats van monetaire overwegingen.

Blanco en blanco

Het pessimisme snijdt zoals het zand voortraast in de wind. De verlatenheid van het vale landschap buiten doet denken aan het werk van een Theodor Kittelsen of Caspar David Friedrich. Daarmee roept de film soms qua mystiek een blackmetalsfeer op. Waar dat genre draait om een kosmisch pessimisme, blijft dat pessimisme in Blanco en blanco echter van een zakelijker, cynischer, aard. Platen als Burzums klassieker Filosofem en Bloem (2020) van de Gelderse band Fluisteraars blijven echter niet in de afgrond staren maar zwepen op met hun muzikale draaikolken. Zo geven zij treffender vorm aan de machteloosheid van het individu tegenover het onrecht in Tierra del Fuego (of China) en schenken in de confronterende duisternis een mentale houvast, het vertrouwen iets te kunnen maken van de toekomst.

Munt slaan
Blanco en blanco houdt het leed van de Selk’nam echter op afstand en geeft dat houvast en vertrouwen niet. Met zaken als verfijnde drieluikshots en een metaforisch scenario valt de film in dezelfde valkuil als Pedro zelf. Het brengt de zwaarmoedigheid op bestudeerde wijze zoals Pedro een Julius Popper-tableau dirigeert voor het mooiste uitzicht. De fraaie verstilde beelden van Alayón werken weliswaar in dankzij het feeërieke lichtspel, maar zijn juist daardoor ook een te cerebrale benadering van het systemische onrecht. De logica van het kolonialisme blijft hier een theoretische aangelegenheid, in plaats van dat deze invoelbaar wordt via de behandeling van de Selk’nam en het toekijken van de stille omstander. Het is eerder een mooi plaatje om in te lijsten. Daarmee slaat omstander Blanco en blanco er eerder esthetisch munt uit in plaats van te zwijgen.

 

2 augustus 2020

 

ALLE RECENSIES

Bacurau

**
recensie Bacurau

Camp verpakt als politiek

door Sjoerd van Wijk

Bacurau poogt van twee walletjes te eten door camp te verpakken in politieke boodschappen. De omgeving als hoofdpersonage intrigeert, maar raakt ondergesneeuwd in de eclectische genremix met cartoonesk kwaad.

Een paar jaar in de toekomst ligt ergens in een door iedereen vergeten stukje Brazilië het dorp Bacurau. Haar inwoners houden moedig stand ondanks een nijpend watertekort, veroorzaakt door een dam waaraan een op herverkiezing beluste burgemeester vals belooft iets te gaan doen. Vlak na de begrafenis van de iconische dorpsoudste beginnen zich vreemde dingen voor te doen in de omgeving ingeluid door twee flamboyant geklede motorrijders op toer door het platteland. Een of andere sinistere Amerikaanse organisatie, geleid door een ruige Udo Kier, heeft snode plannen met het dorp, getuige hun wapentuig en drone gebouwd als UFO. De dorpelingen denken daar in het nauw gedreven echter anders over.

Bacurau

Hallucinant
Het broeit in het dorpje van een voortdurende drang te overleven. Die toon zet de begrafenis als de inwoners op occulte wijze een laatste eer bewijzen aan de overleden dorpsoudste. Het regieduo Kleber Mendonça Filho en Juliano Dornelles (normaliter Mendonça Filho’s production designer) bouwt gestaag een vervreemdende dorpssfeer op, met ruimte voor de vrolijke noot getuige het afserveren van de slinkse politicus op verkiezingscampagne. Diens carnavalsmuziek wordt niet gewaardeerd. Een oudere die de motorrijders spottend toezingt op gitaar werkt aanstekelijker.

Het dorre landschap, de gloedvolle nachtval en de verlichte lege straten schetsen een verlaten plek waar iedereen op zichzelf is aangewezen. En daarmee op elkaar want samen staan ze sterk tegen de buitenwereld. De eerste tekenen van onheil voelen als een El Topo afgespeeld op halve snelheid maar met evenveel verwijzingen naar van alles en nog wat. Het broeierige blijkt zo hallucinant als de dorpelingen zelf na het nemen van psychotropische drugs in voorbereiding op de strijd.

Maatschappijkritiek
Het regieduo breekt de betovering te pas en te onpas om een flinke dosis maatschappijkritiek toe te voegen. Daar lijkt veel verborgen te zitten voor een Braziliaan met verwijzingen naar bijvoorbeeld de inheemse culturen, andere elementen drukken met de neus op de stempel – de geest van Bolsonaro waart rond. Het groepje Amerikanen als een soort doorgedraaide kolonisten kent weinig nuance op een van hun schietgrage gekken na (hij heeft principes: géén kinderen). Dat zij de tegenstand, geholpen door een teruggekeerde rebellenleider met New Kids-kapsel, onderschatten kent geen dramatische repercussies.

Bacurau

Het is de camp filmlogica van slechteriken die vanzelfsprekend een gruwelijk einde verdienen. De politieke dimensie geeft er nog iets doordachts aan, maar het naar hartenlust mixen van genres (van sciencefiction tot western en horror) getuigt van eenzelfde sadistisch plezier als Quentin Tarantino.

Conflict uit de weg
Zo is er dus lering bij het bloederige vermaak. Maar die twee elementen draaien om elkaar heen zonder raakvlak. De politieke dimensie blijft steken in een goed versus slecht-denken en daarmee een goedmakertje voor de geweldsfantasie. In de Verenigde Staten bouwt regisseur S. Craig Zahler op vergelijkbare wijze een surreële wereld op met camp verwijzingen. In bijvoorbeeld Brawl in Cell Block 99 leidt dat tot een hel passend bij het lot van kolos Vince Vaughn. Zulke eruditie en uitdieping van personages ontbreekt in Bacurau – het dorp blijft door randgebeuren onderbelicht. Een inheemse boer gaat ogenschijnlijk nietsvermoedend zijn huis binnen met twee Amerikanen op de loer, maar die spanning leidt tot een flauwe gotcha als de boer een grote shotgun blijkt te hebben. Dat is exemplarisch voor de film: conflicten uit de weg gaan voor toeters en bellen.

 

28 juni 2020

 

ALLE RECENSIES