Babyteeth

***
recensie Babyteeth

Zelfbewuste tiener met kanker

door Yordan Coban

Babyteeth is een klassiek verhaal over een recalcitrante puber. Een meisje die in een dakloze jongen een ontsnapping ziet aan haar perfecte ouderlijke huis, om zo haar zelfstandigheid en eigen identiteit te ontplooien, nu het nog kan.

Milla (gespeeld door Eliza Scanlen) is een meisje dat leeft met de confronterende wetenschap van haar sterfelijkheid. Milla lijdt aan kanker, iets dat de kijker duidelijk gemaakt wordt, maar nooit echt overtuigend uitgewerkt wordt. Haar ziekte geeft Milla een vrijbrief te rebelleren tegen haar preventief rouwende ouders. Ouders die zich beseffen dat zij nu mag en kan doen wat zij wil. Dus ook thuiskomen met een dakloze junk, genaamd Moses (gespeeld door Toby Wallace). Een in de kern onschuldige jongen, over wie we nooit echt het hele verhaal horen. Maar de uiterlijke omstandigheden vertellen in principe genoeg over het tragische bestaan van Moses.

Babyteeth

Schreeuw om vrijheid
Alles aan Milla’s puberale schreeuw om vrijheid is geforceerd, maar begrijpelijk. Haar losbreken lijkt bovendien volledig zelfbewust. Nu het nog kan, wil ze ontsnappen aan het bereik van haar ouderlijk gezag. Alhoewel dat niet werkelijk kan zolang ze ongeneselijk ziek is. Daarom staat ze erop dat Moses bij haar komt wonen, ondanks dat Moses eigenlijk te oud voor haar is en de manifestatie van de ouderlijke nachtmerrie belichaamt.

Babyteeth kent een aantal cinematografisch gedurfde keuzes die de film soms een eigenzinnig karakter geven terwijl het andere keren uitmondt in de middelmatigheid van een videoclip. Dit Australische drama betekent de eerste speelfilm van Shannon Murphy die voorheen slechts korte films en televisieseries regisseerde. Een aardig debuut, maar wat wil ze vertellen met Babyteeth?

Het is een film met twee thema’s die allebei tot vermoeiends toe behandeld worden. Het verhaal van de rebellerende tiener, zoals we dat kennen uit filmklassiekers als The Graduate (1969) en Badlands (1973), wordt gecombineerd met het verhaal van de chronisch zieke en de onvermijdelijke dood, zoals we dat zagen in films als Y Tu Mamá También (2001), Simon (2004) en Me Earl and the Dying Girl (2015).

Babyteeth

Niet simpel
Toch kun je niet zeggen dat de film simpel in elkaar zit. Het drugsgebruik van Moses staat duidelijk in contrast met het gebruik van de voorgeschreven kalmeringsmiddelen voor Milla’s ouders. Een kritiek op de selectieve wijze van het gebruik en veroordelen van verdovingsmiddelen, iets wat we ook terugvinden in Requiem for a Dream (2003).

Dan is er nog de niet sterk uitgewerkte affaire van Milla’s vader met een zwangere jonge vrouw, hetgeen symbool staat voor zijn worsteling met het feit dat hij zijn dochter zal verliezen. En uiteraard de titel, die de kentering tot volwassenheid symboliseert.

Het zijn kleine verbanden en symbolen die alleen goede filmmakers kunnen leggen. Toch mist de film nog wat originaliteit en subtiliteit. De tijd zal leren of Shannon Murphy zich met Babyteeth zelf nog in de jeugdigheid van haar carrière bevindt.

 

24 augustus 2020

 

ALLE RECENSIES

Berlin Alexanderplatz

***
recensie Berlin Alexanderplatz

De Duitse Droom

door Cor Oliemeulen

Het is misschien niet eerlijk om de jongste boekverfilming van Berlin Alexanderplatz te vergelijken met de geniale filmadaptatie van Rainer Werner Fassbinder. Toch verveel je je geen moment bij het verhaal over de opkomst en ondergang van een Afrikaanse vluchteling in de hedendaagse Berlijnse onderwereld.

De 32-jarige Francis (Welket Bungué) is de enige overlevende van een boottocht van Afrika naar Europa en neemt zich voor om een nieuw en beter mens te zijn. Maar als illegale vluchteling zonder papieren blijkt dat kennelijk onmogelijk. Na alle desillusies tijdens het zwoegen op een bouwplaats in het Berlijnse Alexanderplatz valt Francis voor een aanbod van de charismatische drugsdealer Reinhold (Albrecht Schuch) en droomt hij al snel van de Duitse Droom met genoeg middelen voor een zeer aangenaam bestaan. Wanneer Francis de escort Mieze (Jella Haase) tegen het bevallige lijf loopt, wil hij voor hen beiden een degelijk leven. Maar daarop zit Reinhold, die Francis immers uit de goot heeft getrokken en heeft opgeleid, niet te wachten.

Berlin Alexanderplatz

Onderwereld
Regisseur Burhan Qurbani – in 1980 in Duitsland geboren als zoon van Afghaanse vluchtelingen en in het jaar dat de legendarische serie van Rainer Werner Fassbinder op televisie verscheen – vertelt het verhaal van de beroemde roman Berlin Alexanderplatz (1929) van Alfred Döblin vanuit het perspectief van de zwarte vluchteling die belandt in de marge van de Berlijnse samenleving. Waar de oorspronkelijke antiheld Franz Biberkopf acteert in een tijd van politieke instabiliteit (revolutionaire dreiging van links, opkomend fascisme van rechts) verklaart Qurbani de beweegredenen van zijn hoofdpersonage bijna een eeuw later louter tegen de achtergrond van racisme en het verwezenlijken van een droom.

Ook al had Qurbani zijn protagonist Francis (door Reinhold al snel gedoopt tot Franz) geplaatst in een wereld van het hedendaagse oprukkend nationalisme en populisme, zelfs dan zou deze Berlin Alexanderplatz de roman te weinig recht hebben gedaan. Hoewel het thema van racisme immer actueel is, ligt in deze nieuwe boekverfilming het mankement in het ontbreken van een politieke context en een indringend portret van het milieu waarin Franz zich beweegt. Waar Fassbinder in 15,5 uur uiteraard veel meer tijd kan nemen om het door Döblin beschreven Lumpenproletariat met zijn leger van vagebonden, oplichters, bordeelhouders, voddenrapers, bedelaars, zakkenrollers en allerhande ander geteisem te representeren, beperkt Qurbani de Berlijnse onderwereld tot het grootschalig drugs dealen in het park, dure nachtclubs vol schoon vrouwelijk naakt en een op seks beluste bendeleider die zijn trofeeën vanuit een ziekelijke frustratie direct na bewezen diensten het huis uit schopt.

Berlin Alexanderplatz

Kansloos maar verdienstelijk
Ook al is nieuwe Berlin Alexanderplatz drie uur lang, het blijkt een kansloze missie het oorspronkelijke verhaal op het witte doek een ziel te geven. We komen een heel eind met mooie cinematografie en sfeervolle voice-overs met filosofische overpeinzingen uit het boek. En het is ondanks het zo nu en dan rammelende scenario knap dat de kijker weinig kans krijgt om zich te vervelen, maar uiteindelijk kun je alleen maar concluderen dat deze filmadaptatie een tikkeltje te hoog gegrepen is, wat ook blijkt als bepaalde dramatische wendingen te weinig uitleg krijgen en door het wel heel obligatoire einde.

Toch is Berlin Alexanderplatz editie 2020 een verdienstelijk geproduceerd misdaaddrama met een karakterstudie van een worstelende vluchteling en een goede cast waarin met name Albrecht Schuch als de psychopathische Reingold de meeste indruk maakt. Na afloop krijgt de liefhebber echter onmiddellijk zin om Berlin Alexanderplatz van Fassbinder uit de kast te trekken. Het hypnotiserende titelmuziekje, de briljante atmosfeer en de vertolkingen van Günter Lamprecht als de eenarmige ‘draufgänger’ Franz, Gottfriend John als de gemene Reinhold, Barbara Sukowa als het hoertje Mieze en Hanna Schygulla als Franz’ andere liefje Eva zijn nu eenmaal van een ongeëvenaard kaliber.

 

3 augustus 2020

 

ALLE RECENSIES

Blanco en blanco

***
recensie Blanco en blanco

Leed op afstand

door Sjoerd van Wijk

Blanco en blanco houdt het leed op afstand. Met treffend lichtspel ontleedt de film systemisch onrecht, maar daarmee blijft verdere reflectie op de cynische conclusie over medeplichtigheid achterwege.

De fotograaf Pedro (Alfredo Castro: Rojo, El Club) reist af naar het onherbergzame Tierra del Fuego in het zuidelijkste puntje van huidig Chili en Argentinië om een trouwfoto te maken voor de rijke landeigenaar Mr. Porter. In die uithoek vindt een vergeten stuk geschiedenis plaats, de genocide van het Selk’nam volk. Als Pedro weken moet wachten op een boot zonder betaling voor zijn diensten komt die geschiedenis akelig dichtbij. Hoe je een houding te vinden als intens onrecht aan de orde van de dag, verweven in het systeem, is? Dit is niet slechts een historische curiositeit maar nog steeds razend actueel. Kijk bijvoorbeeld naar de gigantische schaal waarop China de Uighur uitroeit.

Blanco en blanco

Clair-obscur
Pedro doet dienst als een welhaast metaforische observator verscholen achter zijn fotocamera. Alfredo Castro onderstreept dat met stoïcijns spel, als hij op didactische wijze zijn subjecten dirigeert teneinde een moment van schoonheid in de ellende te creëren. Zo legt Blanco en blanco

terloops de calculerende wereld van Tierra del Fuego vast die de Selk’nam tot externaliteit reduceert. De foto’s van conquistador Julius Popper’s campagne aldaar vormden een inspiratie voor de film.

De vloeren van de interieurs kraken als bij Ingmar Bergman en zo is cinematograaf José Alayón dan ook de Sven Nykvist van regisseur Théo Court. Alayón schildert net zo geraffineerd met clair-obscur en krijgt daarvoor alle tijd van Court. Het spaarzame licht van achter een wapperend gordijn of de fakkels als dwaallichtjes in het bos tijdens een klopjacht benadrukken het desolate landschap waar mensen ondernemen ten koste van anderen.

Pessimisme
Mr. Porter als grote afwezige tijdens de gebeurtenissen typeert het verhaal en ook Pedro houdt het leed zo lang mogelijk op afstand. Het land heeft andere plannen en lastige keuzes komen met geldnood, geaccentueerd wanneer Court voor even de kilte verlaat tijdens een druk feestje voor de werkers. Hij stevent samen met co-scenarist Samuel M. Delgado af op een gitzwarte conclusie: uiteindelijk hanteert de artiest Pedro eenzelfde instrumenteel denken als de doorsneekolonist, maar dan met esthetische in plaats van monetaire overwegingen.

Blanco en blanco

Het pessimisme snijdt zoals het zand voortraast in de wind. De verlatenheid van het vale landschap buiten doet denken aan het werk van een Theodor Kittelsen of Caspar David Friedrich. Daarmee roept de film soms qua mystiek een blackmetalsfeer op. Waar dat genre draait om een kosmisch pessimisme, blijft dat pessimisme in Blanco en blanco echter van een zakelijker, cynischer, aard. Platen als Burzums klassieker Filosofem en Bloem (2020) van de Gelderse band Fluisteraars blijven echter niet in de afgrond staren maar zwepen op met hun muzikale draaikolken. Zo geven zij treffender vorm aan de machteloosheid van het individu tegenover het onrecht in Tierra del Fuego (of China) en schenken in de confronterende duisternis een mentale houvast, het vertrouwen iets te kunnen maken van de toekomst.

Munt slaan
Blanco en blanco houdt het leed van de Selk’nam echter op afstand en geeft dat houvast en vertrouwen niet. Met zaken als verfijnde drieluikshots en een metaforisch scenario valt de film in dezelfde valkuil als Pedro zelf. Het brengt de zwaarmoedigheid op bestudeerde wijze zoals Pedro een Julius Popper-tableau dirigeert voor het mooiste uitzicht. De fraaie verstilde beelden van Alayón werken weliswaar in dankzij het feeërieke lichtspel, maar zijn juist daardoor ook een te cerebrale benadering van het systemische onrecht. De logica van het kolonialisme blijft hier een theoretische aangelegenheid, in plaats van dat deze invoelbaar wordt via de behandeling van de Selk’nam en het toekijken van de stille omstander. Het is eerder een mooi plaatje om in te lijsten. Daarmee slaat omstander Blanco en blanco er eerder esthetisch munt uit in plaats van te zwijgen.

 

2 augustus 2020

 

ALLE RECENSIES

Bacurau

**
recensie Bacurau

Camp verpakt als politiek

door Sjoerd van Wijk

Bacurau poogt van twee walletjes te eten door camp te verpakken in politieke boodschappen. De omgeving als hoofdpersonage intrigeert, maar raakt ondergesneeuwd in de eclectische genremix met cartoonesk kwaad.

Een paar jaar in de toekomst ligt ergens in een door iedereen vergeten stukje Brazilië het dorp Bacurau. Haar inwoners houden moedig stand ondanks een nijpend watertekort, veroorzaakt door een dam waaraan een op herverkiezing beluste burgemeester vals belooft iets te gaan doen. Vlak na de begrafenis van de iconische dorpsoudste beginnen zich vreemde dingen voor te doen in de omgeving ingeluid door twee flamboyant geklede motorrijders op toer door het platteland. Een of andere sinistere Amerikaanse organisatie, geleid door een ruige Udo Kier, heeft snode plannen met het dorp, getuige hun wapentuig en drone gebouwd als UFO. De dorpelingen denken daar in het nauw gedreven echter anders over.

Bacurau

Hallucinant
Het broeit in het dorpje van een voortdurende drang te overleven. Die toon zet de begrafenis als de inwoners op occulte wijze een laatste eer bewijzen aan de overleden dorpsoudste. Het regieduo Kleber Mendonça Filho en Juliano Dornelles (normaliter Mendonça Filho’s production designer) bouwt gestaag een vervreemdende dorpssfeer op, met ruimte voor de vrolijke noot getuige het afserveren van de slinkse politicus op verkiezingscampagne. Diens carnavalsmuziek wordt niet gewaardeerd. Een oudere die de motorrijders spottend toezingt op gitaar werkt aanstekelijker.

Het dorre landschap, de gloedvolle nachtval en de verlichte lege straten schetsen een verlaten plek waar iedereen op zichzelf is aangewezen. En daarmee op elkaar want samen staan ze sterk tegen de buitenwereld. De eerste tekenen van onheil voelen als een El Topo afgespeeld op halve snelheid maar met evenveel verwijzingen naar van alles en nog wat. Het broeierige blijkt zo hallucinant als de dorpelingen zelf na het nemen van psychotropische drugs in voorbereiding op de strijd.

Maatschappijkritiek
Het regieduo breekt de betovering te pas en te onpas om een flinke dosis maatschappijkritiek toe te voegen. Daar lijkt veel verborgen te zitten voor een Braziliaan met verwijzingen naar bijvoorbeeld de inheemse culturen, andere elementen drukken met de neus op de stempel – de geest van Bolsonaro waart rond. Het groepje Amerikanen als een soort doorgedraaide kolonisten kent weinig nuance op een van hun schietgrage gekken na (hij heeft principes: géén kinderen). Dat zij de tegenstand, geholpen door een teruggekeerde rebellenleider met New Kids-kapsel, onderschatten kent geen dramatische repercussies.

Bacurau

Het is de camp filmlogica van slechteriken die vanzelfsprekend een gruwelijk einde verdienen. De politieke dimensie geeft er nog iets doordachts aan, maar het naar hartenlust mixen van genres (van sciencefiction tot western en horror) getuigt van eenzelfde sadistisch plezier als Quentin Tarantino.

Conflict uit de weg
Zo is er dus lering bij het bloederige vermaak. Maar die twee elementen draaien om elkaar heen zonder raakvlak. De politieke dimensie blijft steken in een goed versus slecht-denken en daarmee een goedmakertje voor de geweldsfantasie. In de Verenigde Staten bouwt regisseur S. Craig Zahler op vergelijkbare wijze een surreële wereld op met camp verwijzingen. In bijvoorbeeld Brawl in Cell Block 99 leidt dat tot een hel passend bij het lot van kolos Vince Vaughn. Zulke eruditie en uitdieping van personages ontbreekt in Bacurau – het dorp blijft door randgebeuren onderbelicht. Een inheemse boer gaat ogenschijnlijk nietsvermoedend zijn huis binnen met twee Amerikanen op de loer, maar die spanning leidt tot een flauwe gotcha als de boer een grote shotgun blijkt te hebben. Dat is exemplarisch voor de film: conflicten uit de weg gaan voor toeters en bellen.

 

28 juni 2020

 

ALLE RECENSIES

Bonne épouse, La

***
recensie La bonne épouse

Komedie voor het zwakke geslacht

door Cor Oliemeulen

La bonne épouse is net zo voorspelbaar als de filmtitel suggereert. Desondanks bieden de enthousiaste cast, het vlotte scenario en de eeuwige drang naar vrijheid genoeg aanknopingspunten voor ongecompliceerd tijdverdrijf.

Als opgroeiend kind in de jaren zestig zag de Franse regisseur Martin Provost in de keukenla een gids over hoe jonge echtparen zich dienden te gedragen. Hij herinnert zich hoe zijn vader na zijn werk in een luie stoel neerplofte, de krant las en pas opstond nadat hij werd geroepen om te komen eten, nadat moeder had gekookt en de tafel had gedekt. Het was niets meer dan normaal dat vader thuis geen vinger uitstak. Als moeder had afgeruimd en afgewassen, en iedereen ’s avonds voor de televisie zat, had zij door al haar huishoudelijke klusjes het begin van de film gemist. Zo gingen die dingen in die tijd, voordat de studentenopstanden van 1968 een veranderende omgang tussen de seksen inluidden.

La bonne épouse

Hoe word je een goede huisvrouw?
In een lieflijk stadje aan de Elzas runt Paulette Van Der Beck (Juliette Binoche) een traditionele huishoudschool waar vooral tienermeisje van plattelandsgezinnen moeten leren hoe ze voorbeeldige huisvrouwen kunnen worden. We maken kennis met achttien meiden die vanaf de eerste dag hun beoogde taken krijgen ingepeperd. De goede huisvrouw (La bonne épouse) is een droom voor haar aanstaande echtgenoot, cijfert zich weg en klaagt nooit. Uiteraard moet je beschaafd praten, op de juiste manier een kopje thee kunnen inschenken en ook fungeren als gastvrouw, die altijd een fris bloemetje in huis heeft staan.

Ondertussen klinkt op de radio de eerste roep om maatschappelijke verandering. Paulettes veel oudere echtgenote Robert (François Berléand), oprichter van de huishoudschool, stikt in een konijnenbotje. Ondanks de ontdekking dat de huishoudschool door Roberts gokverslaving in de schulden is beland, besluit Paulette, die bovendien haar voormalige liefde André (Édouard Baer) weer tegen het lijf loopt, de leiding over te nemen. Het is een kwestie van tijd en inzicht dat zij de touwtjes zal laten vieren, ondanks de luidruchtige aanwezigheid van Roberts naïeve zus Gilberte (Yolande Moreau) en de tegenwerking van de robuuste non Soeur Marie-Thérèse (Noémie Lvovsky).

La bonne épouse

Apfelstrudel
Langzaam ontketent zich in de huishoudschool ook onder de beoogde sloofjes een revolutie. De meiden doen aanvankelijk keurig wat hun ouders en de schoolleiding hen hebben opgedragen en begrijpen bijvoorbeeld ook dat zij geen verstand van cijfers hebben, zolang zij hun uitgaven maar goed op orde hebben. Maar de plicht van de vrouw om de man te behagen, kan uiteindelijk zó samen met het keukenschort de vuilnisbak in. Vrouwen hebben meer rechten dan het aanrecht! Hoezo geen seks voor het huwelijk? En waarom zou je niet verliefd op een ander meisje mogen worden?

De tieners bewegen zich geloofwaardig in de sixties. De volwassenen zijn uitstekend op elkaar ingespeeld, stereotiep, maar soms heerlijk over de top, wat bijvoorbeeld blijkt als Paulette en André tijdens een romantische stoeipartij het recept van apfelstrudel uitwisselen. Martin Provost (Sage Femme) maakt het liefst films over vrouwen. Misschien heeft hij het gegeven van een vrouw die plotseling de scepter gaat zwaaien, veel meer oog voor sociale verhoudingen heeft dan haar man en die opnieuw valt voor een oude vlam, afgekeken van Potiche (2010) van zijn landgenoot Franςois Ozon. Dat neemt niet weg dat vrouwen die in de patriarchale periode na de Tweede Wereldoorlog zijn opgevoed met La bonne épouse ongetwijfeld een gevoel van nostalgie zullen ervaren. Maar ook veel jongere vrouwen en meisjes zullen het idee van onafhankelijkheid en vrijheid bejubelen. Dat maakt deze komedie, die uitmondt in een musicalsetting, bij uitstek vermakelijk voor al diegenen die ooit werden beschouwd als het zwakke geslacht.

 

20 juni 2020

 

ALLE RECENSIES

Barefoot Emperor, The

*
recensie The Barefoot Emperor

Negatief kijkadvies in 5 stappen

door Cor Oliemeulen

Na het vermakelijke King of the Belgians vervolgen regisseurs Peter Brosens en Jessica Woodworth de avonturen van de Belgische koning, die door niet-alledaagse omstandigheden leert voelen wat het betekent om een alledaagse burger te zijn. Helaas zit er aan The Barefoot Emperor een onaangenaam luchtje.

Nieuwkomers leren snel wat er in King of the Belgians is gebeurd en hoe koning Nicolaas III met zijn driekoppige gevolg uiteindelijk is beland in Sarajevo waar op dat moment de moordaanslag op Franz Ferdinand, de beoogde opvolger van het Oostenrijks-Hongaarse rijk, wordt nagespeeld. Hoewel deze scène in de vuilnisbak was beland, zou die volgens Peter Brosens bij nader inzien kunnen dienen als de opening van The Barefoot Emperor. Jammer genoeg blijkt dit vervolg een infantiele miskleun en zijn er genoeg redenen om de film te mijden. We beperken ons tot vijf.

The Barefoot Emperor

1) Verhaal
Waar King of the Belgians kan worden beschouwd als een mockumentary – die losjes omgaat met de feitelijke realiteit, maar wel een licht-satirisch beeld schetst van Europa dat worstelt met haar identiteit en nationalistische gevoelens – is The Barefoot Emperor volkomen visieloos. Het vervolg begint weliswaar met een scène waarin de Belgische koning aan zijn medewerkers vraagt wat vrijheid nu eigenlijk is, maar daarmee houdt het op. Nadat de koning wel heel toevallig in de buurt van Franz Ferdinand wordt geraakt door een kogel, belandt hij in een kuuroord op het Kroatische eiland Brijuni. Net als in het eerste deel kan Nicolaas III natuurlijk geen contact met het Belgische thuisfront maken, omdat er geen communicatiemiddelen zijn. En net als toen vinden zijn drie medewerkers dat de koning maar eerst eens goed moet rusten. Er zit dus niets anders op dan het eiland te gaan verkennen en langzaam de snode plannen van de eigenaar van het kuuroord te ontdekken. Ze horen dat de Europese Unie uit elkaar is gevallen en direct ophoudt te bestaan. Ineens zijn alle landen kennelijk nationalistisch geworden en moeten migranten buiten de grenzen van Nova Europa worden gehouden. In deze uiterst kinderlijke voorstelling van zaken ontbreekt enige uitleg en visie over de politieke crisis en blijft te veel op de vlakte waarom juist de Belgische koning de nieuwe heerser moet worden.

2) Acteerprestaties
Na één film is de houten klazen-charme van Nicolaas III en zijn gevolg er wel van af. Als je al kunt spreken van Vlaamse humor is deze variant mogelijk nog droger dan Scandinavische humor. Wellicht dat sommige Belgen in eigen land (zolang dat nog bestaat) in de bioscoopzaal niet meer bijkomen van het lachen, maar de kans dat je buiten België het Coronavirus oploopt door proestende medebezoekers lijkt uitgesloten.

The Barefoot Emperor

Ook het aantrekken van actrice Geraldine Chaplin en acteur Udo Kier, om internationale belangstelling op te wekken en de financiering van de film rond te krijgen, mag niet baten. Chaplin speelt een gedegen dubbelrol – zachtaardig en aandoenlijk als criticaster van Nova Europa, gemeen en berekenend als een van de architecten van de toekomstige natie – maar dat enge hoofd van Udo Kier hebben we al veel te vaak gezien als het gaat om het spelen van megalomane griezels.

3) Humor
Een steeds terugkerende grap betreft de namen van de bezoekers van het kuuroord. De president van het toenmalige Joegoslavië, Josip Tito, ontving tijdens zijn 36-jarige regime tal van wereldleiders en filmsterren op het Kroatische eiland. In de film wordt elke gast vernoemd naar degene in wiens kamer hij logeert. Dat begint leuk met de mededeling op de speaker dat Che Guevara zich moet melden voor zijn aromatherapie, maar de running gag begint al snel op de zenuwen te werken. Bovendien gaat Nicolaas III voorlopig door het leven als Leonid Brezjnev (op zijn kamer hangt een foto van de Russische leider) terwijl bijvoorbeeld een van zijn begeleiders zich laat welgevallen dat hij Yasser Arafat is. De hele film door komen deze toespelingen terug, zonder iets wezenlijks of oorspronkelijks toe te voegen. De absurdistisch bedoelde situaties waarin de cast belandt, doet soms even denken aan Yorgos Lanthimos (The Lobster) of aan Bruno Dumont (Ma Loute), maar die creëerden daarmee wel hun eigen unieke universum. Verder is zelfs de lachtherapie van gasten in het kuuroord op het eiland niet grappig.

The Barefoot Emperor

4) Muziek
Zoals een regisseur als Martin Scorsese het innerlijke van zijn personages verklankte middels een uitgebalanceerde soundtrack, hanteren veel van diens collega’s muziek om een scène meer glans te geven. Zo kun je Wagners Walkürenritt, bij het filmpubliek bekend geworden door Apocalypse Now, met enige goede wil nog wel een parodie noemen wanneer een boot met leiders van Nova Europa opstoomt richting het eiland. Echter om Flight of the Bumblebee van Nikolaj Rimski-Korsakov te gebruiken tijdens een slapstickscène, met een frivool arrangementje van Bizets Habanera de komische misère van een situatie te accentueren en Ravels Bolero onder een groep grappig bewegende mensen te plakken, is wel heel afgezaagd en gemakzuchtig.

5) Conclusie
In een interview noemt Peter Brosens King of the Belgians ‘een roadtrip’ en The Barefoot Emperor een ‘trip without a trip’. De regisseur heeft volstrekt gelijk: de makers van het vervolg zijn volledig de weg kwijt. Tegelijkertijd wordt er gerept van een ‘urgente film’. Maar als de makers echt een statement over de ontwikkelingen in de Europese politiek hadden willen maken en zaken als het opkomende nationalisme en het falende klimaatbeleid op de hak hadden willen nemen, hadden ze zich beter eerst aan een vrijwillige intelligente lockdown kunnen wagen om vervolgens iets zinnigs te presenteren. Ledigheid is des duivels oorkussen. Met lollig bedoelde acties win je de oorlog niet, en door die slechts met wat mooi gestileerde beeldcomposities op te kloppen tot een speelfilm van ruim anderhalf uur, is een belediging van de volwassen kijker.

 

26 mei 2020

 

ALLE RECENSIES

Beanpole

****
recensie Beanpole

Meedogenloos leed

door Ralph Evers

Terwijl Leningrad herstellende is van een vreselijke oorlogstijd, zoeken de vriendinnen Masha en Iya troost en uitzicht bij elkaar. 

Als er één stad geleden heeft tijdens de Tweede Wereldoorlog is het wel Leningrad. De stad (tegenwoordig Sint-Petersburg) werd geteisterd door strenge winters en een aanhoudende hongersnood, die vele duizenden slachtoffers maakte. De trotse cultuurstad heeft met zijn noordelijke ligging een aanzienlijk nadeel tijdens bezettingen. Wanneer de eerste herfst na de oorlog aanbreekt, leren we Iya en Masha kennen. Beiden streden aan het front: Masha is zelfs tot aan Berlijn doorgestoten. Iya keerde terug met shellshock-symptomen, uitende in een vorm van epilepsie. Haar lichaam schokt en verstijft, haar ogen zijn leeg, als in een absence. Iya is zuinig met woorden en moet niet teveel mensen om zich heen hebben. Masha daarentegen lijkt vooral behoefte te hebben aan afleiding, dansen, uitgaan en behoudt afstand tussen de wereld en haar gevoelsleven.

Beanpole

Het lijkt er vooral op dat hun lichamen wedergekeerd zijn uit de oorlog, hun ziel is vooralsnog niet terug. Een schrijnend voorbeeld hiervan is wanneer Masha’s zoontje Pashka door een tragisch lotgeval met Iya komt te overlijden. Het lijkt haar nauwelijks te raken. In plaats van geraakt te zijn door dit immense verdriet is haar reactie zoals je die wel vaker ziet: dierbare dood? Neuken! Eros en Thanatos zitten knus naast elkaar op de sofa film te kijken en waar nodig te seksen. Take Me Somewhere Nice en Antichrist kenden ook een dergelijke reflex.

De ondraaglijke traagheid van de ellende
Wat de film gemeen heeft met Kantemir Balagovs eerste speelfilm Tesnota is het tempo. In Tesnota staat een ontvoering van twee Joodse mensen centraal tegen een achtergrond van financiële instabiliteit, religieuze conflicten en de worsteling van de jongere generatie met de oudere, traditionele generatie. In Beanpole (Dylda) is het sociale conflict vervangen door persoonlijke tragedies, tegen een achtergrond van collectieve ellende. Beide films hebben gemeen dat het tempo laag is.

Soms werkt dat wanneer er meer gezegd wordt door de context – de gezichtsuitdrukking en lichaamshouding (zoals lege ogen of een breekbaar lijf – maar niet altijd. De jonge Balagov (hij is pas 28) heeft nog te zoeken naar een afgestemde balans tussen tempo en emotie. Zowel in Tesnota als in Beanpole heeft de traagte nogal eens het effect dat je onthecht raakt van wat de mensen overkomt. Vermoedelijk het laatste wat de regisseur voor ogen heeft in het vertellen van dit aangrijpende verhaal.

Stijl
Wat opvalt aan Beanpole is de duidelijke keuze voor stijl. Ofwel een gouden, ofwel een gele gloed die over de film hangt, met daarbij de kleuren rood en groen opvallend aanwezig. Iya is veelal in het groen gekleed, een kleur die onder andere samenhangt met het nieuwe, frisse, jonge. Het gebruik van kleur en licht doet regelmatig denken aan de schilderkunst van Johannes Vermeer (zoals het beeld van Iya met hoofddoek in een keuken), Rembrandt van Rijn en bovenal Gerrit van Honthorst (een Caravaggist die speelde met kaarslicht zoals in zijn schilderij De Koppelaarster. Een stijl die chiaroscuro genoemd wordt).

Beanpole

Volgens Balagov is het gebruik van kleur voor de hand liggend. Uit de vele dagboeken die hij las om de film vorm te geven, kwam telkens naar voren dat – ondanks de akelige omstandigheden waarin de mensen zich bevonden – ze omringd werden door kleuren, die enige troost en sereniteit geven. En inderdaad in de film werken de kleuren schoonheidsbevorderend en geven de omgeving soms dat beetje extra verbeeldingskracht, zodat je als kijker wat kunt ontsnappen aan de ellende.

Waarom kijken?
Want grote kans dat je na het zien van deze film een bezwaard gemoed overhoudt. Het roept de vraag op waarom je hier naartoe zou gaan. De film is eigenzinnig genoeg, anders dan je gewend bent en toont een rauwheid die zelfs een onafhankelijke filmstudio en filmmaker uit bijvoorbeeld de Verenigde Staten niet gauw zou maken. Hoewel de film eindigt met een greintje verlossing (die in sommige onafhankelijke films uit de VS of Denemarken achterwege blijft, als een puberaal statement of iets dergelijks, zoals in Adam Wingards You’re Next of Von Triers The House That Jack Built) blijven de heftige gebeurtenissen, zoals de dood van Pashka, je nog lang bij.

Dit plus de bij tijden onnodige traagheid maakt Beanpole geen gemakkelijke zit. Dit Russische oorlogsdrama, met voldoende oogstrelende scènes, is in ieder geval wel gedurfd.

 

17 februari 2020

 

ALLE RECENSIES

Bulbul Can Sing

****
recensie Bulbul Can Sing

Vervlogen dromen

door Michel Rensen

Rima Das richt na Village Rockstars weer de camera op de dromen van jonge meisjes in haar geboorteregio Assam in India. Met een intiem portret van opgroeiende tieners maakt zij een aanklacht tegen de positie van jonge vrouwen in de hedendaagse Indische samenleving. 

In een klein afgelegen dorpje in de Indiase deelstaat Assam staan de bewoners met de voeten in de modder. Ze leven van het land: het verbouwen van rijst en het houden van varkens.

Bulbul Can Sing

Hechte vriendschap
De 15-jarige Bulbul en haar vrienden Bonny en Suman hebben naast hun schoolverplichtingen vooral veel tijd om samen niets te doen. Ze klimmen in bomen, rennen door uitgestrekte velden of praten over hun dromen, verlangens en de onvermijdelijke eerste liefde. Met een bijna documentair ogende intimiteit filmt Rima Das haar personages alsof ze onderdeel is van de hechte vriendengroep.

De film houdt aanvankelijk een open houding ten opzichte van traditie. Hij laat de pracht en praal van de dans en zang zien, maar ook hoe traditionele rolverdeling tussen man en vrouw de levens van de dorpsbewoners bepaalt. Suman is als homoseksuele jongen constant het slachtoffer van pestgedrag van de jongens uit het dorp. Als één van hen Suman vertelt dat hij niet mannelijk genoeg is om te vissen, snijdt de film naar een establishing shot waarin we zien dat er net zoveel vrouwen vissen als mannen. De film laat een wereld zien waarin vrouwen evenveel of meer werk verrichten dan mannen. Met simpele montage maakt Bulbul Can Sing de hypocrisie van die traditionele rolverdeling sterk voelbaar.

Abrupt verstoorde jeugd
Bulbul Can Sing filmt de vriendschap tussen de drie vrienden met een jeugdige frivoliteit. Wanneer een groep religieuze mannen Bulbul en Bonny betrapt als zij een date hebben met jongens uit het dorp, wordt hun leven abrupt en gewelddadig verstoord. Alles wat de schijn van onzedelijk gedrag heeft, wordt door het dorp sterk veroordeeld. Schaamte voert de boventoon. Men moet koste wat het kost de sociale status waarborgen.

De toon van Bulbul Can Sing slaat op dit moment ook compleet om. De jeugdige onbezonnenheid uit de eerste helft maakt plaats voor zwaarmoedigheid. De vrijheid die het drietal vond met elkaar is verdwenen. Bulbul is enkel nog alleen te vinden op de plekken waar ze eerst samen waren. Haar leven is voorgoed veranderd, haar mogelijkheid om te dromen is haar ontnomen.

Bulbul Can Sing

Neorealisme
Rima Das is niet alleen de regisseur van de film, maar ook schrijver, producer, cameravrouw, editor en verantwoordelijk voor de production design. Ze werkt met een minimale crew, op locatie met niet-professionele acteurs en zoekt stilistisch de grens tussen fictie en documentaire op. Haar werkwijze heeft sterke overeenkomsten met het Italiaans neorealisme.

Het is daarom niet verwonderlijk dat haar werk een sterk hedendaags maatschappelijk karakter heeft. Das heeft een scherp oog voor de wrange positie van jonge meisjes in de hedendaagse Indiase samenleving, maar haar films zijn meer dan een aanklacht. Ze laat vooral zien dat deze meisjes mensen zijn, vol dromen en verlangens.

 

29 december 2019

 

ALLE RECENSIES

Belle Époque, La

****
recensie La Belle Époque

Ultieme nostalgietrip

door Cor Oliemeulen

Hedendaagse goeroes prediken om te leven in het hier en nu. Maar wat als het hier en nu een hel is? Of in het geval van de hoofdpersoon in La Belle Époque je huidige leven gewoon saai is? Dan koester je iedere mooie droom of meld je je aan bij een hip bedrijf dat je de mooiste periode van je leven kan laten herbeleven.

De uitgebluste zestiger in kwestie heet Victor (Daniel Auteuil), die succesvol was als politiek cartoonist van een inmiddels verdwenen dagblad en nu zonder werk zit. Hij heeft veel moeite zich aan te passen aan de moderne tijd. Zo heeft hij geen mobieltje, verafschuwt hij pratende computers en haalt hij zijn wenkbrauwen op als iemand alcoholvrije wijn wil drinken. Zijn vrouw Marianne (Fanny Ardant) probeert met volle teugen van het moderne leven te genieten. Zij rijdt een Tesla, heeft een VR-bril en verdient als psychoanalist uitstekend met haar online platform dat is gebaseerd op algoritmen, zodat niet zijzelf maar haar digitale ik de cliënt therapeutisch advies geeft. Op een dag zet Marianne Victor het huis uit. Die actie is mede ingegeven door het feit dat Marianne inmiddels stiekem het bed deelt met de beste vriend van Victor.

La Belle Époque

Verliefd
Victor neemt contact op met een bedrijf dat is gespecialiseerd om iemand enkele dagen een bepaalde historische tijd te laten beleven, bijvoorbeeld aan het hof van Marie-Antoinette of om zelfs toe te treden tot de intieme kring van Adolf Hitler. Victor wil graag terug naar 1974 toen hij in een café in Lyon zijn grote liefde ontmoette. Om dat te realiseren onderwerpt hij zich aan uitgebreide intakegesprekken, waarin hij in woorden en tekeningen de exacte setting van die dagen beschrijft.

De regisseur van de tijdreizen, Antoine (Guillaume Canet), is een meester in het neerzetten van die perfecte setting en eist van zijn figuranten uiterste discipline als het gaat om het naleven van het script. Zeker van zijn vriendin, met wie hij een haat-liefdeverhouding heeft, dat het meisje speelt op wie Victor destijds verliefd werd. Hoewel Victor, die zijn baard heeft afgeschoren en zich in een jaren zeventig-outfit heeft gehuld, zich realiseert dat hij in een gecreëerde illusie is beland, wordt hij inderdaad opnieuw verliefd. Maar is hij nu verliefd op het meisje uit zijn herinnering of het meisje dat zijn grote liefde speelt?

La Belle Époque

Nuttig?
Het eind van de film bepaalt of La Belle Époque uiteindelijk een feelgoodfilm of een drama is. Als Victor ontwaakt uit zijn verlangen van weleer en de realiteit van de huidige tijd weer volledig tot hem doordringt, rest slechts de vraag of het herbeleven van het verleden iets waardevols heeft opgeleverd. Was het nuttig om te graven in je herinneringen en de verliefdheid van destijds opnieuw te voelen? Ben je door die ervaring in staat nu ook op latere leeftijd weer voor iemand te vallen? Of blijft het bij die intens beleefde begoocheling die je voor even kon koesteren om je daarna te realiseren dat levensgeluk eindig is?

Het antwoord laat zich raden: de kijker mag natuurlijk niet gefrustreerd de bioscoop verlaten. Hoewel dat gegeven op zich misschien best jammer is, biedt het intelligente script van La Belle Époque genoeg interessante invalshoeken, subtiele humor en geloofwaardig acteerwerk dat je zelf ook wel eens zo’n ultieme nostalgietrip zou willen beleven.

 

27 december 2019

 

ALLE RECENSIES

Beats

****
recensie Beats

Rave en Revolutie

door Suzan Groothuis

Met Beats grijpt regisseur Brian Welsh terug op de jaren 90, waarin rave hoogtij vierde. Hij weet het tijdsbeeld goed te vangen en levert een energieke, rauwe maar ook hartverwarmende film, waarin we twee vrienden volgen in hun laatste nacht samen.

Beats speelt in het Schotland van 1994. In zwart-wit geschoten beelden volgen we beste vrienden Spanner en Johnno. Ze hebben een verschillende achtergrond, maar delen hun passie voor muziek. Het is de tijd van de rave, een stijl die zich kenmerkt door zijn anarchistische karakter. Rave was verbonden aan illegale feesten, waar de jeugd massaal op afkwam. Met de intrede van de Criminal Justice Bill in 1994 werd het “samenscholen rond repetitieve beats” strafbaar.

Beats

Aan wat hun laatste nacht samen moet worden, gaan wat strubbelingen vooraf. Zo hebben de moeder en stiefvader van Johnno het niet op Spanner. Aan zijn kop alleen al zie je dat het uitschot is, aldus Johnno’s stiefvader, die bij de politie werkt. Helemaal onterecht zijn zijn zorgen niet: Spanner woont in bij zijn criminele broer en brengt zijn dagen lanterfantend door. Hij zoekt Johnno op voor ritjes op zijn gammele brommer en om samen naar muziek te luisteren. En dan niet zomaar muziek: nee, knallende, suizende en stuiterende beats, illegaal te beluisteren via de radio, waar DJ D-Man aanzet tot revolutie en oppositie. Een grote middelvinger naar de maatschappij, waarop de ravebeats perfect aansluiten. Maar Groot-Brittannië zou Groot-Brittannië niet zijn om daar korte metten mee te maken. Om de boel weer in het gareel te krijgen, is er de Criminal Justice Bill en zijn raveliefhebbers genoodzaakt te zoeken naar nieuwe, creatieve manieren om samen te komen en onder het genot van drugs en drank uit hun dak te gaan.

Rave als ontsnapping
Terwijl er een illegale rave op komst is, wordt het Spanner en Johnno moeilijk gemaakt om met elkaar om te gaan. Johnno heeft huisarrest, omdat Spanner stiekem bij hem was. En tussen Spanner en zijn  broer lopen de spanningen ook op. De twee jongens besluiten te ontsnappen aan hun problemen thuis en te doen wat ze al zo lang wilden: een rave bezoeken!

Beats is gebaseerd op Kieran Hurley’s toneelstuk uit 2012. Regisseur Brian Welsh, die al langer iets met film en 90’s-rave wilde doen, werd getipt door een vriend om erheen te gaan. Het toneelstuk leverde hem wat hij zocht: het maken van een “party”-film waarin de sociale en culturele context niet ontbreekt. Maar Beats is ook een persoonlijke film: Welsh groeide op in de jaren van de raves. Hij weet de tijdgeest dan ook goed te vangen. Beats is in zwart-wit geschoten, wat de rauwe, morsige sfeer van toen ten goede komt. Zoals het krakerspand besmeurd met graffiti, waar DJ D-Man zijn plaatjes draait en raves aankondigt. Of de rave zelf, waar de pillen slikkende menigte uit zijn dak gaat op imponerende visuals en duistere breakbeats.

Beats

Energiek en hartverwarmend
Beats zou je kunnen zien als Trainspotting-light. Niet zo trendsettend en adrenaline-verhogend als Danny Boyles film, maar er zit vaart, humor, een opgestoken middelvinger en vooral, veel dancemuziek uit de jaren 90 in. Welsh’ film heeft het hart op de goede plek en roept een nostalgisch gevoel op naar wat dance in de jaren 90 teweeg bracht. Orbital, Human Resource en Liquid Liquid komen voorbij en doen je mee trippen in je stoel. Welsh neemt dat laatste letterlijk door je tijdens een rave psychedelische beelden voor te schotelen, die je als kijker in een soort drugstrip doen belanden. Het doet herinneren aan MTV’s Chillout Zone, waar baanbrekende acts als Aphex Twin of The Future Sound Of London hypnotiseerden met hun clips.

Maar Beats draait, ondanks het thema van rave, vooral om de gedoemde vriendschap tussen twee jongens uit een verschillend milieu. Dan weer humoristisch, dan weer gevat en dan weer teder zien we hoe de twee (mooie rollen van Lorn Macdonald als Spanner en Cristian Ortega als Johnno) dichtbij elkaar staan en er toch afstand is. De film werkt toe naar een bitterzoete afloop, waarna we nog even zien hoe het de fictieve personages verder vergaan is. Dat laatste voelt wat gekunsteld aan, maar doet niet onder aan het feit dat Beats een aangename kijkervaring is die eventjes terugverlangt naar vervlogen tijden, en ondertussen iets zegt over hoe bepalend klassenverschillen zijn in een vriendschap die door dik en dun gaat.

 

5 november 2019

 

ALLE RECENSIES