Klanken van Oorsprong

*

recensie Klanken van Oorsprong 

Fantastische klanken, vage oorsprong

door Alfred Bos

Nederlanders met een Indische achtergrond leverden een spraakmakende en unieke bijdrage aan de muziekcultuur van Nederland. Daar zit meer dan één verhaal in. Klanken van Oorsprong wil ze allemaal tegelijk vertellen en faalt dramatisch.

Nederland sprak in de jaren zestig en begin jaren zeventig een aardig woordje mee in de internationale popmuziek van die dagen. De basis daarvoor werd midden jaren vijftig gelegd in Den Haag, waar zogeheten Indo’s (Nederlanders met een Indische achtergrond) als eersten op het continent van Europa de nieuwe popmuziek uit Amerika, rock-’n-roll, begonnen te spelen. Althans, het leek er erg op, maar het was net even anders. Een uniek geluid, blijkt achteraf.

Klanken van Oorsprong

De indorockbands speelden voornamelijk ruige instrumentale rock-’n-roll en hadden er veel succes mee in Duitsland, want aan het land van bierfeesten en Schlagers was de muzikale revolte geheel voorbij gegaan. Daar lag een markt voor de driehonderd (!) indorockbands die er begin jaren zestig Duitse tieners vermaakten (naast bands uit Engeland als The Beatles). Klapstuk van de indorock waren de Tielman Brothers: podiumbeesten met een unieke sologitarist, Andy Tielman, de Jimi Hendrix van zijn tijd.

Indorock wijkt subtiel af van de Amerikaanse rock ’n roll, het is niet geworteld in rhythm & blues. Er zijn invloeden uit krontjong, achterbuurtmuziek uit Jakarta met Portugees/Indonesische wortels. En krontjong is “reggae zonder drums”, aldus Doe Maar-pianist en Indische Nederlander Ernst Jansz. Anneke Grönloh: “Reggae is krontjong.” Razend boeiend allemaal, daar zit een knaller van een documentaire in, rijp voor de internationale markt. Maar Klanken van Oorsprong is die documentaire niet.

Geen Molukkers
Het probleem van Klanken van Oorsprong is het gebrek aan focus. Het verhaal van de Indische Nederlanders en mensen uit Indonesië, inclusief de Molukken, die na de Tweede Wereldoorlog en de Indonesische onafhankelijkheidsverklaring naar Nederland kwamen is een complex verhaal. Nederlanders keken raar naar Indo’s en Indo’s keken raar naar Molukkers. De term Indo staat voor een heterogene groep, de documentaire brengt geen helderheid. Erger, ze vertroebelt het beeld door alles op één hoop te vegen.

Maar de Ambonezen (of in ruimere zin: Molukkers, zo subtiel liggen de verschillen en zo complex is het verhaal) schitteren in Klanken van Oorsprong door afwezigheid. Geen Massada, geen Daniel Sahuleka, geen Erwin Java. Waarom is volstrekt onduidelijk.

De film toont daarentegen wel Nederlandse muzikanten die in voormalig Nederlands-Indië, tegenwoordig Indonesië, zijn geboren. Boudewijn de Groot bezoekt nog steeds pasar malams, Indische markten, en weet zelf eigenlijk ook niet waarom. Liesbeth List vertelt, opnieuw, het verhaal over haar moeder die in een Jappenkamp werd misbruikt en zelfmoord pleegde. Met Indorock heeft het allemaal niets van doen. En als De Groot en List aan het woord komen, waar is Jan Rot dan? En wat doet Kaz Lux in deze docu? De man heeft nota bene Poolse wortels!

Klanken van Oorsprong

Van Halen
Helemaal krankzinnig wordt het in het laatste deel van Klanken van Oorsprong. Zitten we opeens te luisteren naar een Amerikaanse muzikant die in Eindhoven rockliedjes staat te spelen. Pardon? Oh, zijn ouders waren Indo en zijn naar Amerika geremigreerd. Dan kunnen de broertjes Alex en Eddie van Halen, die van die rockband met hun achternaam, er ook nog wel bij. Eddie en Alex verschijnen echter niet voor de camera, wel een nicht en een tante. Waarom de buurvrouw eigenlijk niet? En wat doet Leo Blokhuis daar opeens?

Met meer focus en wat competente redactie had Klanken van Oorsprong iets moois kunnen opleveren, want het verhaal van de muziek die Nederlanders met een Indische achtergrond de afgelopen zestig jaar hebben gemaakt is het vertellen ruimschoots waard. Wie er meer over wil weten (en horen) leest de boeken van Lut Mutsaers, Rockin’ Ramona, over indorock, en Roep der verten, over krontjong. En zoekt op YouTube naar clips, met de onovertroffen Tielman Brothers voorop.
 

15 juni 2018

 
MEER RECENSIES

Ubiquity

***

recensie Ubiquity

Een probleem dat niet bestaat

door Cor Oliemeulen

Iedereen kent wel iemand die zegt veel last van straling te hebben. Het is echter een probleem dat niet bestaat, omdat het zo moeilijk aantoonbaar is. Documentairemaakster Bregtje van der Haak portretteert drie mensen met EHS (Elektro Hypersensitiviteit), waarmee zij de impact van draadloze technologie bespreekbaar wil maken.

De grote internetbedrijven (Facebook en Google) en telefoonmaatschappijen willen het wereldwijde web van digitale netwerken volledig dekkend maken, zodat iedereen altijd en overal met het internet verbonden is. Sommige mensen voelen de elektromagnetische straling van wifi, smartphones en zendmasten in hun hoofd en lichaam. Samen met de toenemende mondiale dekking stijgen zowel het aantal slachtoffers als het verzet, maar aan onbegrip en wegkijkgedrag lijkt vooralsnog weinig te veranderen.

Ubiquity

Op de vlucht
In Ubiquity (letterlijk vertaald: alomtegenwoordigheid) volgen we drie mensen die de straling proberen te ontvluchten. De beelden en interviews worden begeleid door een elektronische geluidsband die soms beangstigt, als ware het een thriller. De draadloze netwerken worden hoorbaar en bijna voelbaar door het geluidsontwerp van Vincent Sincerettu, die zelfs muziekstukjes van wifi-signalen componeert.

Soms zijn de beelden opzettelijk wazig of voorzien van een rood filter. De drone-beelden van bovenaf tonen de drukke wereld daar beneden en wekken de suggestie van een stijgend stralingsniveau. Neem een mensenmassa in een willekeurige stad en je ziet dat meer dan de helft in zichzelf gekeerd een mobieltje in de hand heeft. Over communicatie gesproken.

Frequenties in je hoofd
De Zweedse ingenieur Per werkte eind jaren tachtig bij telecommunicatiebedrijf Ericsson aan een prototype van de smartphone. Hij werd ziek van de hoofdpijn en kon tot verdriet van zijn kinderen niet in Stockholm blijven. Al achttien jaar woont hij in een huisje in de bossen, zo ver mogelijk van stralingsbronnen. Hij heeft vooral last van digitale apparatuur. Daarom filmt de crew de interviews met een ouderwetse Bolex-camera die je met de hand moet aanzwengelen. De mobieltjes gaan tijdelijk in een aluminium pan.

Per zegt dat hij frequenties in zijn hoofd hoorde. Als hij teruggaat naar ‘de beschaving’ komt het geluid onmiddellijk terug. Hij trilt nog steeds. Komt dat door de straling, of kan het ook een andere oorzaak hebben? Per weet het antwoord wel. De oud-ingenieur maakt een eenzame indruk midden in de natuur. Het incidentele contact met de buitenwereld is met een man in een bestelbusje die boodschappen komt brengen.

Ubiquity

Draadloos is overal
Ook de Nederlandse Anouk (36) nam ontslag. Ze kreeg zware hoofdpijn en huiduitslag nadat op haar werk nieuwe wifi-routers en een zendmast werden geplaatst. Ze legt haar twee jonge kinderen uit wanneer ze het meest last heeft. Samen doen ze met een apparaatje metingen bij een telefoonmast. Haar dochtertje draagt een T-shirt waarop staat dat je beter offline kunt zijn. Hun halve huis zit vol aluminiumfolie, in de meeste gevallen zwart geverfd. Zo blijft de meeste straling buiten, zegt Anouk, die hogere waardes meet achter het raam dan achter de beplakte muur. Ze maakt zich zorgen over de toekomst van haar kinderen. Draadloos is overal en neemt alleen maar toe.

Het gezin gaat verhuizen van de stad naar de provincie. Als ze uiteindelijk een boerderij hebben gevonden en Anouk een ‘acceptabel’ aantal microwatts heeft gemeten, krijgt manlief groen licht. Wel een beetje jammer dat er vlakbij de basisschool een telefoonmast staat. We zien Anouk tijdens een hoorzitting in haar nieuwe gemeente, maar erg serieus wordt ze niet genomen.

Hetzelfde probleem heeft Asaka (31) die de drukte van Tokio is ontvlucht. Ze zegt dat haar lichaam werkt als een gloeiende antenne en dat ze veel last heeft van haar hoofd en oren en af en toe een bloedneus krijgt. Ze meet de elektromagnetische straling in haar nieuwe buurt. Desgewenst geeft ze uitleg, sommigen halen hun schouders op. Asaka verspreidt stickers met de boodschap om in de trein je mobieltje uit te zetten. Ze is realistisch: “Mensen met EHS zijn klokkenluiders. Maar zolang hun ziekte niet wordt erkend, gebeurt er niets.”

Ubiquity

Invoelbaar
In 1995 maakte de onafhankelijke Amerikaanse regisseur Todd Haynes het beklemmende filmdrama Safe over de lotgevallen van een vrouw (Julianne Moore) die ziek wordt van haar omgeving. Zij krijgt hoofdpijn, ademnood en uitslag van één of meer van de 60.000 chemische componenten die dagelijks in onze nabijheid zijn, echter dokters kunnen geen lichamelijke oorzaak voor haar klachten vinden. Totaal verzwakt en bewapend met een zuurstoffles belandt zij uiteindelijk in een speciaal gebouwd ‘safe house’, waardoor zij bijna geheel van de buitenwereld is afgesloten.

In de 23 jaar tot de Nederlandse documentaire is er weinig gebeurd om het leven van hypersensitieve mensen wat aangenamer te maken. Hoewel Apple deze week op de nieuwe versie van haar iOS-besturingssysteem Digital Health introduceert, met als doel gebruikers wat vaker hun iPhone en iPad weg te laten leggen, blijven serieuze maatregelen achterwege en lijkt de alsmaar toenemende elektrosmog steeds meer slachtoffers te eisen.

Ubiquity registreert prima en zet niemand in het beklaagdenbankje, echter het invoelbare blijft wat op afstand en de toon is braaf. Maar misschien maakt dat de film juist erg geschikt als discussiestuk, vooral op middelbare scholen. Van een beetje bewustwording is nog nooit iemand ziek geworden.
 

2 juni 2018

 
MEER RECENSIES

My Generation

****

recensie My Generation

Klassenstrijd in klank en kleur

door Alfred Bos

Acteur Michael Caine praat met zijn netwerk van creatieve generatiegenoten over Swinging London, de culturele revolutie van de jaren zestig die de Britse samenleving opschudde. Met beelden en muziek van toen.

Zo leeg is een persvoorstelling zelden, we zitten met zijn vieren in de zaal. De film begint, op het scherm verschijnt een stadsbeeld van Londen in de jaren zestig. De Theems in tegenlicht, de Tower steekt scherp af tegen de zalmroze zonsondergang. Waterloo Sunset, zeg ik zonder nadenken. Op de geluidsband beginnen The Kinks aan Dead End Street. Beelden van Engelse arbeiders in beroerde wijken. Dan klinkt Waterloo Sunset. Nathalie van de KRO Gids buigt zich naar me toe. “Ze kunnen de hele documentaire vullen met The Kinks.”

My Generation

Het zegt iets over The Kinks, de Britse band die als geen andere popgroep de jaren zestig wist te vangen via sociaal-culturele portretten in hét medium van die dagen, popliedjes. En het zegt iets over Swinging London, die twee dozijn maanden rond het midden van de jaren zestig waarin zich langs de boorden van de Theems een heuse culturele revolutie voltrok. Een generatie Britse arbeiderskinderen, geboren tijdens en kort na de oorlog, brak met de traditie van hun ouders. De grauwe realiteit van de wederopbouw maakte plaats voor spetterend technicolor. De wereld kreeg kleur, letterlijk.

Pop-art
My Generation is een rondleiding door die betoverde (en betoverende) tijd aan de hand van acteur Michael Caine. Hij is de ideale gids: ervaringsdeskundige, typerend exponent van het fenomeen dat hij beschrijft, geplaatst in het hart van de culturele revolutie en gezegend met een nuchtere blik waarin humor en zelfspot zelden afwezig zijn. Hij praat met generatiegenoten, net als hijzelf gangmakers die uitgroeiden tot iconen, zoals Who-zanger Roger Daltrey, Beatles-bassist Paul McCartney, zangeres Marianne Faithfull, modeontwerper Mary Quant, model Twiggy en fotograaf David Bailey.

Het sterke van My Generation is dat de documentaire geen reeks pratende grijze hoofden op het filmdoek projecteert. We horen ze terugblikken en kijken naar beelden van toen, grafisch fraai bewerkt en flitsend gemonteerd. Op de geluidsband klinkt muziek uit die dagen plus het luchtige commentaar van Caine, die en passant een scherpe analyse geeft van het hoe en waarom.

In een notendop: arbeiderskinderen hadden – voor het eerst – toegang tot de kunstacademie en stroomden uit in de wereld van media, mode en muziek. Ze hadden geen boodschap aan traditie en conformisme; tijdens hun opleiding hadden ze kennis gemaakt met conceptuele kunst en pop-art, en die ideeën brachten ze in praktijk. Pete Townshend sloeg op het podium zijn gitaar aan gruzels. Dat had hij op de kunstacademie geleerd van Gustav Metzger, de pionier van auto-destructieve kunst.

My Generation

Radiopiraat
Wat hielp waren toevalligheden die qua timing perfect uitpakten. In 1964 werd de pil beschikbaar en begon radiopiraat Radio Caroline (de Engelse tegenhanger van Veronica) net buiten de Britse territoriale wateren de nieuwste popmuziek de ether in te sturen. De rol van Caroline als alternatief voor de gevestigde media en muziek als aanjager van de ommekeer is cruciaal gebleken. ‘Swinging London’ valt samen met de actieve jaren van de piraat, van 1964 tot en met 1967. Niet toevallig ook de piekjaren van de popsingle.

Michael Caine schetst de revolutie die medio jaren zestig de Britse samenleving kleur gaf en Londen voor even het culturele centrum van de wereld maakte als een klassenstrijd. De nieuwe generatie creatievelingen nam geen genoegen met de plek die de Britse klassenmaatschappij hen toedacht. Met een explosie van kleur en klank eisten en namen ze hun vrijheid.

De soundtrack doet recht aan de rijkdom en variatie die er in 1966 uit de transistorradio klonk. In de gecanoniseerde geschiedschrijving verklanken Beatles en Rolling Stones de jaren zestig. Maar de scherpste waarnemers van hun eigen revolte zijn minder vaak bejubelde helden als The Who, The Kinks en Donovan, wiens Sunshine Superman de aftiteling tot een feest maakt.

My Generation

Kater
My Generation eindigt een beetje vreemd. Teneur: het feest had lang genoeg geduurd, de energie ebde weg, de kater nam over. Daar laten Michael Caine en regisseur David Batty (bekend van een reeks documentaires over religie) een gouden kans liggen. Ze zetten het toneel klaar voor de spetterende finale, maar lopen hoofdschuddend de deur uit. In plaats van You Can’t Always Get What You Want had de film moeten eindigen met Street Fighting Man. Want de culturele revolutie van 1965-1967 ging naadloos over in de politieke revolutie van 1968.

Zo bevestigt My Generation een oude wijsheid: het voorspel is vaak leuker dan de climax. En Ray Davies, voorman van The Kinks, zong in 1971 ‘I’m a 20th century man but I don’t wanna be here’. Hadden de technocraten toch gewonnen.
 

29 mei 2018

 
MEER RECENSIES

Mountain

***

recensie Mountain

Mysterieuze bergen

door Nanda Aris

Prachtige shots van bergen over de hele wereld, van sneeuw en lava en klimmers die een berg trotseren. Veelal violen begeleiden de mooie beelden. Willem Dafoe praat met zijn diepe en warme stem de film aan elkaar. Maar het tekstuele symbolische sausje dat over de film gegoten wordt, wrijft soms lichtelijk tegen de haren in. 

Jennifer Peedom werk niet voor het eerst aan een film over bergen; ze maakte eerder Miracle on Everest (2008) en Sherpa (2015). Beide films vertellen verhalen over Mount Everest, een van de meest lastig te beklimmen bergen ter wereld. Niet alleen voor Peedom is het bekend terrein, een film maken over bergen, ook cinematograaf Renan Ozturk is geen nieuwkomer op dit onderwerp. Hij en Peedom werkten samen aan Sherpa, en Ozturk deed ook de cinematografie voor Meru (2015), een film over ervaren bergbeklimmers, die de uitdaging aangaan om Mount Meru te beklimmen.

Mountain

Comfortabel
Mountain begint met prachtige shots van besneeuwde bergtoppen. Hoe komt het dat bergen zo’n grote aantrekkingskracht op de mensheid uitoefenen? Dat de mens de drang voelt om een berg te bedwingen?

Dit is niet altijd zo geweest. We worden meegenomen naar vroegere tijden, zien oude plaatjes van bewoners vlakbij bergen. Vroeger liet men het wel uit het hoofd die bergen te beklimmen, maar naarmate ons leven comfortabeler is geworden, zijn we meer en meer het avontuur op gaan zoeken. Dat het avontuur niet zonder gevaren is, zien we ook. Pijn, kou, storm; de avonturier doorstaat het allemaal. Figuurlijke bergen zijn minder zwaar dan de echte bergen, zo spreekt Dafoe. 

Industrie
De kneuterigheid van de beelden van weleer, de gezelligheid van de wintersportende vertierzoeker, maakt plaats voor beelden van het industriële van Everest. In een rij stappen mensen langzaam achter elkaar omhoog de berg op. Ondanks dat de kans dat men niet levend terug komt aanwezig is, schrikt het weinig thrillseekers af. Dafoe spreekt: ‘Danger can hold terrible joys’.

De muziek is klassiek, van de hand van Richard Tognetti en uitgevoerd door het Australian Chamber Orchestra. We horen onder andere Vivaldi en Ardo Pärt. Het is een goede, maar wat repeterende, begeleiding van de beelden.

Mountain

Vele vormen
Niet alleen bergbeklimmers (zowel gezekerd als niet-gezekerd) passeren de revue, ook moutainbikers, snowboarders, slack liners, wingsuiters en base jumpers zien we voorbij komen. Het ene beeld nog spectaculairder dan het andere. ‘Mountains humble the human instinct’, zegt Dafoe.

We zien niet alleen Everest, maar ook bergen op andere continenten. En Peedom beperkt zich niet alleen tot de besneeuwde bergtoppen, maar toont ons ook bergen die lava spuwen. Bergen zijn constant in beweging, en zijn de ‘symphony of the earth’.

De film mist soms een kleine focus, de teksten zijn ietwat cliché, de muziek had af en toe is gevarieerder gekund, en het geheel duurt net iets te lang, maar de geweldig imposante beelden maken het goed.
 

17 maart 2018

 
MEER RECENSIES

Lumière! L’Aventure Commence

*****

recensie Lumière! L’Aventure Commence

De eerste filmmaker die het leven onthulde

door Cor Oliemeulen

De vrouw van een gouverneur gooit munten naar bedelende kinderen. Het is één van de 144 schitterende gerestaureerde filmpjes in Lumière! L’Aventure Commence. Niet eerder was er zo’n fantastische documentaire over de fascinerende beginjaren van de cinema.

Louis Lumière is de vader van de cinema. Samen met zijn broer Auguste bedacht hij de cinematograaf, een apparaat waarmee je niet alleen filmbeelden kon opnemen en ontwikkelen, maar ook op een scherm kon vertonen. Dat gebeurde op 28 december 1895 voor het eerst voor een betalend publiek in het Parijse café Salon Indien. De voorstelling van tien korte filmpjes – variërend van arbeiders die een fabriek verlaten tot een sproeiende man die zelf wordt natgespoten – groeide uit tot een gigantisch succes. Een jaar later maakten zes cameramannen namens Lumière opnames in alle uithoeken van de wereld.

Lumiere! L'Aventure Commence

Unieke tijdsbeelden in perfecte kaders
Wie goed zoekt op het internet vindt tientallen van die filmpjes, in de oorspronkelijke – en dus ook belabberde – beeldkwaliteit. In navolging van Le Voyage dans la Lune van Georges Méliès is gelukkig nu ook materiaal van de gebroeders Lumière in 4K gerestaureerd, geopenbaard in de werkelijk oogverblindende documentaire Lumiere! L’Aventure Commence. Thierry Frémaux, directeur van het filmfestival van Cannes en het Institut Lumière, koos uit het omvangrijke, grotendeels onbekende, oeuvre 144 filmpjes van ongeveer vijftig seconden geschoten tussen 1895 en 1905. Pas nu zie je het pure vakmanschap: perfecte beeldkaders waarin alle details plotseling haarscherp zichtbaar zijn. Lumière blijkt niet alleen een geniale technicus met de behoefte om de geschiedenis op beeld vast te leggen, met zijn meer dan vierhonderd filmpjes onthulde hij vooral het leven.

Unieke tijdsbeelden gevangen in 24 frames per seconde. We zien een foto, dan nog een foto, steeds sneller zodat er een film ontstaat. Maar film is meer dan het achter elkaar zetten van foto’s die snel worden afgespeeld. Film beweegt, wat je goed kunt zien als de wind speelt met boomtoppen. Hoewel nagenoeg alle filmpjes van Lumière een stilstaand camerastandpunt hebben, zit er veel beweging in die statische shots. De fotografische kaders zijn onberispelijk qua perspectief, mise-en-scène en beeldcompositie. Vaak zie je meerdere gebeurtenissen in één frame, bijvoorbeeld kleren wassende vrouwen aan de oevers van de Seine met daarboven passanten op de weg onder een ochtendhemel met vogels.

Lumiere! L'Aventure Commence

Poort naar de kennis van de wereld
Louis Lumière begon vooral met filmpjes van familie en vrienden, vaak in de stijl van de impressionistische schilder Pierre-Auguste Renoir. Later kreeg hij oog voor de samenleving in al zijn geledingen. Een stoet van vier brandweerwagens elk voortgetrokken door galopperende tweespanpaarden, spelende kinderen, metaalarbeiders, bergbeklimmers en de eerste wielrenwedstrijden. Opvallend zijn de komische filmpjes met bijster originele en visuele grapjes die we pas veel later weer tegenkomen bij de grote Amerikaanse komieken van de stomme film, Charlie Chaplin en Buster Keaton. Ook zien we leuke staaltjes overacteren, zoals de ober in een filmpje dat is gebaseerd op De Kaartspelers van Cézanne. Die neiging tot overacteren in het aanschijn van de camera zie je ook goed terug tijdens een potje jeu-de-boules en acrobatische toeren met een paard.

Lumière en zijn goed geïnstrueerde cameramannen – Alexandre Promio, Gabriel Veyre, Francesco Felicetti, Constant Girel, Félix Mesguich en Charles Moisson – werden spoedig actief in veel grote Europese steden en op verschillende continenten. De camera ging fungeren als poort naar de kennis van de wereld. Lumière werd volgens de amusante commentaarstem van regisseur Thierry Frémaux zo populair dat leiders hem uitnodigden om hen voor de eeuwigheid vast te leggen. Een voorbeeld van perfecte regie zien we in het filmpje van Egypte, want in krap vijftig seconden vangt de camera de essentie van het Arabische land: kamelen met begeleiders in lokale klederdracht tegen de achtergrond van de Sfinx en piramide van Chefren.

Lumiere! L'Aventure Commence

Inspiratie voor latere filmmakers
Het pionierswerk van Louis Lumière heeft ongetwijfeld geleid tot inspiratie voor latere filmmakers. Naast de hoofdzakelijk statische shots zie je al eind negentiende eeuw zo nu en dan een tracking shot, zoals het panorama van Lyon gefilmd vanaf een trein (deze phantom rides waren in die tijd vooral bij Engelse filmpioniers populair), maar ook zijn er bewegende camerabeelden vanaf een boot, vanuit een luchtballon en gezeten op een door Vietnamese dorpelingen gedragen stoel.

We zien zowaar de eerste montage (van een auto-ongeluk), een techniek die illusionist Georges Méliès enkele jaren later veelvuldig ging toepassen, terwijl je de beeldwisselingen van close-ups, medium shots en long shots (in een roeibootje) pas in de jaren twintig terugziet bij andere filmpioniers zoals Abel Gance en Serge Eisenstein. Het kniehoge tatami-shot van liggende opiumrokers zou niet hebben misstaan in een film van de Japanse meesterregisseur Yasujiro Ozu, en met de soms contrastrijke diepte in de beelden was Lumière ook Orson Welles een stapje voor. Met Lumière! L’Aventure Commence begint het intrigerende avontuur om op een nieuwe manier te kijken naar de filmgeschiedenis.
 

4 maart 2018

 
MEER RECENSIES

Last Fight, The

****

recensie The Last Fight

Verslaafd aan vechtsport

door Ries Jacobs

Vechtsporter Marloes Coenen staat aan de wereldtop. Ze is halverwege de dertig en weet dat ze nog maar enkele gevechten in zich heeft voordat ze moet stoppen met het beoefenen van haar passie. “Vechten is zo puur, wie ben ik als ik stop met de sport?”

Loodzware trainingen, bloemkooloren en sessies bij een energetisch therapeut, alles heeft ze ervoor over om dat ene doel te behalen: de overwinning. Coenen beoefent Mixed Martial Arts (MMA), een vechtsport waarin verschillende disciplines met elkaar gecombineerd worden. In Nederland staat deze sport ook bekend als kooivechten.

The Last Fight

Documentairemaker Victor Vroegindeweij volgt haar gedurende de laatste jaren van haar carrière. Hij legt vast hoe Coenen traint en zich mentaal voorbereid op de gevechten, hoe ze terugkijkt op haar carrière en worstelt met de wetenschap dat die carrière eindig is. We zien geen terminatorachtige vechtmachine, maar een intelligente vrouw die de laatste jaren haar loopbaan zorgvuldig vormgeeft. Ondanks twijfels over de toekomst werkt Coenen gedisciplineerd toe naar haar laatste gevecht.

De documentaire is voorzien van een prachtig diepe en tegelijk rauwe voice-over die op filosofische wijze de essentie van de vechtsport belicht. Dit is de stem van acteur Bruce Dern, tweemaal genomineerd voor een Oscar (in 1979 voor Coming Home en in 2014 voor Nebraska) en bij het jonge publiek vooral bekend vanwege zijn rollen in Django Unchained en The Hateful Eight.

Zingeving
Vroegindeweij werkte eerder al met Coenen samen. De korte documentaire Tiny Love uit 2013 gaat over een gevecht van Coenen in Tokio. Langere documentaires van hem zijn Mattheus en Ik (2013) over evangelist Mattheus van der Steen en Gaandeweg (2008) over zijn dichtende vader Rien, die terugkijkt op zijn leven. In deze films staat de zoektocht naar zingeving centraal.

Ook The Last Fight gaat in essentie niet over MMA, maar over de vraag hoe Coenen haar leven vormgeeft op een manier die voor haar zinvol is. “Ik heb heel veel opgegeven”, zegt Coenen als ze haar leven vergelijkt met dat van andere mensen. “Zij hebben mooie huizen, gaan een paar keer per jaar op vakantie en hebben kinderen. De klok begint nu wel te tikken.” Dit soort zelfreflectie uit ze vaker. Heb ik voorheen de juiste keuzes gemaakt? Wat doe ik na mijn professionele carrière? Kan ik nog kinderen krijgen of heb ik hiervoor teveel van mijn lichaam gevraagd? Vragen die Coenen zichzelf stelt, maar waar ieder mens mee te maken krijgt.

The Last Fight

Spiegel
Het leven van Coenen en Roemer Trompert, die zowel haar partner als haar trainer is, staat volledig in het teken van haar sport. Zij hebben een andere keuze gemaakt dan de meeste mensen door niet te gaan voor de mooie koopwoning en de zekerheid van een vast contract. Hun enige zekerheid is onzekerheid.

Vroegindeweij geeft de twee een podium en houdt daarmee ook de kijker een spiegel voor. Doet de kijker wel echt wat hij het liefst wil? Heeft hij in het verleden wel de juiste keuzes gemaakt? De introspectieve beschouwingen van Coenen maken dat de toeschouwer bijna niet anders kan dan naar zichzelf kijken. De welhaast levensbeschouwelijke vragen die de film stelt, gecombineerd met  keiharde actie tijdens trainingen en wedstrijden en de raspende stem van Dern, maken van The Last Fight een documentaire maken die tot het laatste moment boeit.
 

5 februari 2018

 
MEER RECENSIES

Marquis de Wavrin, Le

***

recensie Le Marquis de Wavrin

Eendimensionale avonturier

door Ries Jacobs

De Engelse ontdekkingsreiziger Robert Scott vond in Antarctica de dood, werd postuum gebombardeerd tot held en kreeg een plaats in de wereldgeschiedenis. De Belg Robert de Wavrin legde inheemse volkeren vast op film en in boeken, leverde een bijdrage aan de wetenschap en werd nagenoeg vergeten. Le Marquis de Wavrin is een eerbetoon aan deze ontdekkingsreiziger.

In 1913 betrapt Robert Marquis de Wavrin de Villers-au-Tertre twee kinderen die op zijn landgoed noten stelen. Hij schiet zijn geweer leeg op de kinderen, die het maar net overleven. Om een celstraf te ontlopen vlucht hij naar Nederland, om daar op de boot naar Buenos Aires te stappen. Dit is het begin van het Zuid-Amerikaanse avontuur van de jonge Belgische edelman.

Le Marquis de Wavrin

Zijn drie reizen naar Zuid-Amerika, tussen 1913 en 1937, leveren vier films op. De bekendste verschijnt in 1931 in de bioscoop. Au pays du scalp (In het land van de scalp) brengt onder andere Amazone-indianen en de toen net ontdekte Incastad Machu Pichu naar de Europese bioscopen. Daarnaast schrijft hij boeken en artikelen en verzamelt hij waardevolle objecten die nu nog in musea te zien zijn.

‘Eerlijk, ongewapend en kwetsbaar’
Archivaris Grace Winter heeft uit het filmmateriaal van het Koninklijk Belgisch Filmarchief de documentaire Le Marquis de Wavrin, du manoir à la jungle samengesteld. Hierbij kreeg ze hulp van editor Luc Plantier. Stiekem hoopt ze dat deze film de nalatenschap van De Wavrin uit de vergetelheid zal halen.

De documentaire toont ons dat de markies zijn tijd ver vooruit was. ‘Mijn echte huis was de jungle. De indianen werden mijn broeders. Ik benaderde ze altijd als een vriend. Eerlijk, ongewapend en kwetsbaar.’ Zijn oprechte interesse in andere culturen was in die tijd een uitzondering. Veel van zijn tijdgenoten zagen de overzeese gebieden als commerciële wingewesten en hun inwoners als wilden.

Koppensnellers
Een reis van het landhuis (le manoir) naar de jungle, dat is wat de titel van de film suggereert. Winter en Plantier blijven oppervlakkig over de markies en zijn reizen. Wat voor persoon was hij? Wat voedde zijn hang naar avontuur? Is het zaadje hiervoor al in zijn jeugd geplant of is de avonturier De Wavrin bij toeval geboren nadat hij in 1913 besloot de boot naar Argentinië te nemen? Verder dan een zijdelingse opmerking dat de markies er al in zijn jeugd van droomde om Europa te verlaten komen de documentairemakers niet.

Le Marquis de Wavrin

Ook op de plaats van De Wavrin in de geschiedenis gaan de documentairemakers nauwelijks in. Wat heeft hij bijgedragen aan de westerse bekendheid met en acceptatie van andere culturen? Hoe werden zijn films ontvangen in Europa? De documentaire zegt hier niets over, behalve dat de bioscoopgangers voor het eerst beelden van Zuid-Amerikaanse indianen en koppensnellers zagen.

Robert Marquis de Wavrin heeft een grote bijdrage geleverd aan de wetenschap en de Belgische cinema. Hij verdient het om niet vergeten te worden. De documentaire haalt de markies uit de vergetelheid, maar is tegelijkertijd niets meer dan een chronologische weergave van zijn leven, doorspekt met beelden uit zijn films. Mooie beelden, maar de avontuurlijke markies blijft toch een eendimensionaal figuur..
 

27 januari 2017

 
MEER RECENSIES

My Name is Nobody

***

recensie My Name is Nobody

Op zoek naar een niemand

door Bob van der Sterre

Een foto. De eigenaresse van een restaurant kijkt ernaar en peinst. ‘Wacht maar, ik ken heel veel mensen, ik bel wel even rond.’ Het is het begin van heel veel mensen die gaan staren naar een foto uit 1937.

In My Name is Nobody bezoeken we de Romeinse wijk Trastevere. Nonnen in een klooster, oude buurtbewoonsters die de kerk uitkomen en mensen die toevallig op straat rondlopen. De alsmaar terugkerende vraag: kennen ze ene Crissanti? Wie? Een onbekend jongetje dat op een klassenfoto uit 1937 staat, precies tussen Sergio Leone en Ennio Morricone, twee grote jongens van de Italiaanse cinema.

De vraag stellen is absurd: wie zoekt er nou ooit naar een onberoemd persoon? Helemaal als er geen persoonlijk leed bij betrokken is, zoals bijvoorbeeld bij het programma Spoorloos? De meeste ondervraagden doen gelukkig niet moeilijk en vertellen wat ze weten (niet veel).

My Name is Nobody

Marco Bakker
Regisseur Denise Janzee heeft wel wat met het thema beroemdheid. Ze is de dochter van Willeke van Ammelrooy en haar stiefvader is Marco Bakker. Over Marco Bakker maakte ze de documentaire De weg terug. My Name is Nobody zou je de tegenhanger van die film kunnen noemen.

In de film leren we weinig over Crissanti. Er waren dan ook maar vier dagen om te filmen. ‘Het is ook geen Spoorloos’, zei Janzee achteraf in een Q & A. ‘Die hebben een budget honderd keer als dat van ons.’

Die opzet zit de film ook een beetje in de weg. Iemand vroeg bijvoorbeeld tijdens de Q & A: ‘Kon je niet gewoon naar de burgerlijke stand gaan voor informatie?’ Als de maker dat niet beschouwt als het doel van de film is dat diens goed recht. Toch wringt dat tijdens het kijken: is het nu serieuze research of gaat het puur om het interviewen van mensen?

Kleurrijke karakters
Het tweede dus: het gaat hier om het in beeld brengen van kleurrijke karakters in de wijk Trastevere. Een project over serendipiteit: je vindt dingen die je niet zocht. Zo ontmoeten we acteur Willi Colombini. Een charmante oud-acteur die wat bijrollen had in giallo’s en westerns en die zijn dagen slijt met kletsen en selfies (laten) maken op de pleintjes van Trastevere.

Colombini is een prachtige persoonlijkheid, een eigen documentaire waardig. Vergane glorie: hij is een mooi voorbeeld. Met papegaai op de schouder in een gemakkelijke leunstoel vertelt hij over zijn filmprojecten uit de jaren zeventig. Films die zelfs de allergrootste film buffs niets zullen zeggen. ‘Ik was toen toch wel een aantrekkelijke man’, zegt hij grinnikend. Zijn vrouw beaamt dat gretig.

My Name is Nobody

In een kooi gevangen
Het hart van de film is de fraaie scène waarbij Colombini, vrolijk, kleurrijk, eerlijk, met de interviewer langs gaat bij de grote Morricone zelf. Die, intussen dik in de negentig, kan niet geloven dat er alleen maar gevraagd wordt of hij ene ‘Crissanti’ kent.

Janzee roemde in de Q & A achteraf juist deze scène omdat Colombini, ondanks zijn onbekendheid, een levenslustig karakter is, en Morricone in een kooi gevangen lijkt, want hij komt zijn huis amper uit en is redelijk bot in de omgang. Het interview draait daarmee alles om: normaal wordt de onbekende persoon gebruikt om de beroemdheid op te sporen. Dat heeft wel iets humanistisch.

Zo zoek je een Crissanti en vind je soms een Colombini. Mazzel dus. Jammer dat de film een beetje aan de lange kant is, maar de meeste documentaires missen de moed om dit soort serendipiteit op te zoeken. Juist die ontmoeting maakt van My Name is Nobody een hartelijke, warme film, en dat is alleen maar mooi, want geluk dwing je af als artiest.
 

13 januari 2017

 
MEER RECENSIES

IDFA 2017 – Deel 5

IDFA 2017 Deel 5 (slot):
Cynisme, strandgasten en een laatste meesterwerk

door Bob van der Sterre

IDFA is weer voorbij en had wéér meer bezoekers: 285.000. De films waren volgens velen ietsje vrijer dan voorheen. Maar maatschappijkritiek was volgens mij net zoveel aanwezig als vorige jaren (zie hieronder bijvoorbeeld Freedom for the Wolf).

Wat mij vooral opviel is hoe gescript en bedacht documentaires tegenwoordig wel zijn. Zo lijken films als The Next Guardian, Ugliest Car of 24th Street iets te enthousiast hun protagonisten te willen sturen – tot de dialogen aan toe. Het maakt het verhaal sterk maar de verrassingen gering.

 

Cold Blooded: The Clutter Family Murders

Cold Blooded: The Clutter Family Murders – Murw gebeukt worden door feiten
‘Je mag gerust een keer naar de wc. Twee keer zelfs!’, waarschuwde regisseur Joe Berlinger vooraf al. Deze film is ook geen geringe zit: 172 minuten. Eigenlijk een tweedelige miniserie voor tv maar voor IDFA achter elkaar geplakt.

We kijken naar álles rondom de koelbloedige moorden op de familie Clutter. Een vriendelijke familie zonder vijanden. Toch zijn ze in een nacht allemaal afgeslacht met een shotgun. We zien niet alleen alles over de moorden, niet alleen alles over het boek van Truman Capote, maar ook nog eens alles over de film die naar het boek werd gemaakt. Na afloop ben je een kenner. Dat mag ook wel na een paar uur archiefbeelden en interviews.

Het gekke is dat de film eerder te snel is dan te langzaam. Zoveel interviews, zoveel meningen, zoveel details. Vaardig gemaakt, dat zeker, en Berlinger heeft genoeg ervaring om zo’n moeilijk onderwerp heel degelijk tot een einde te brengen. Knap werk.

Ik had wel meer op een artistieke interpretatie gehoopt, meer mysterie, meer cinema. Daar is bijvoorbeeld iemand als Errol Morris heel goed in. Wat rust tussen de feitenbrij – wat meer sfeer. Dat verhindert de film om écht goed te worden. De serie OJ: Made in America deed dat bijvoorbeeld beter. Een denderende ovatie na afloop deed niets af aan dat gevoel.

 

Happy Winter

Happy Winter – Vrolijke strandgasten in Sicilië
Meer artisticiteit krijg je wel te zien in Happy Winter. Deze voor RAI geproduceerde film van Giovanni Totaro ziet er prachtig uit. We kijken naar maar een paar honderd meter strand, bij Mondello in Sicilië. Een regio waar mensen niet schuw van wat aandacht zijn en ook wel houden van babbelen. Dat maakt de film al snel levendig.

De beperking van de locatie noopt tot creatief denken. Fraaie shots van badhuisjes, van de illegale drankverkoper die over het strand sjokt (‘Aquaaaah, Birraaaah’), van de politicus zonder partij die ineens moet huilen, het lieve stel ‘s avonds op het strand. Nachtelijke feestjes, zwempartijtjes en de duiker met metaaldetector geven genoeg ruimte voor interessante shots. De montage is steengoed en je krijgt veel ‘mooi beeld’ per minuut.

De film zal voor sommigen wat ‘relevantie’ missen, om maar eens een lelijk modewoord te gebruiken. Geen vluchtelingen, geen drama, geen maatschappijkritiek (hoewel je tussen de regels door best wat triestheid vindt). Zo moet je deze film niet gaan zien. Dit is een prettige vlucht uit de werkelijkheid met gewone mensen die een gewone, volkse smaak hebben. Toch zou dit niet overal zo werken. Je moet bijvoorbeeld absoluut niet denken aan een soortgelijke documentaire over Zandvoort.

En de titel? Mensen wensen elkaar daar een prettige winter aan het einde van de zomer.

 

Freedom for the Wolf

Freedom for the Wolf – Het heden op pauze gezet
Heel wat ‘relevanter’ zullen mensen deze film van Rupert Russell vinden. Je vindt geen film die méér over onze tijd, 2015, 2016 en 2017, gaat. Via vier stukken zien we hoe de democratie langzaam verschuift in iets wat je het beste kunt omschrijven als economisch nationalisme: Hong Kong, Tunesië, India en nu ook de VS. Volgens wetenschappers als Francis Fukuyama zijn dit ‘onliberale staten’ geworden.

Het is enorm lastig om zulke complexe situaties terug te brengen tot een film van anderhalf uur. Een hoog gehalte van boze bloggers en Occupygangers die zeggen: ‘Je moet van je blijven horen.’ De stoere animatie zet de boze toon. Iemand als Adam Curtis zou vermoedelijk een stuk dieper zoeken.

Toch is er denk ik tot nu toe geen docu die zo sterk het heden op pauze drukt als deze film. Het is een kwestie van samenvoegen van allerlei dingen die we al wisten, maar die maakt dat je de krantenkoppen toch wat beter kunt plaatsen. Het sombere cynisme van de laatste jaren, de jaren van Brexit, Oekraïnereferendum & Trump, zie je hier min of meer verklaard. ‘Onliberale staten’, dat wordt het modewoord de komende tijd.

Wie een dosis realiteit nodig wenst om ons heden te kunnen plaatsen: ga deze film zien. Wie juist iets zoekt om ervan te ontsnappen: ga iets anders kijken.

 

Recruiting for Jihad

Recruiting for Jihad – Documentaire wordt zelf nieuws
Na Golden Dawn Girls volgt hier een soortgelijke film. Ook deze is gemaakt door Noren, twee om precies te zijn: Adel Khan Farooq en Ulrik Imtiaz Rolfsen. Farooq loopt met zijn camera aldoor ene Ubaydullah te filmen, een extreme moslim, ronselaar van Syriëgangers.

Uit deze film blijkt goed dat je makkelijk vriendelijkheid met abjecte ideeën kunt combineren. Aan de oppervlakte is deze Ubaydullah een vriendelijk persoon en geeft hij geduldig antwoorden. Maar pleegt iemand in Denemarken een terroristische aanslag, dan reist hij onmiddellijk naar zijn graf om te rouwen. Na de Parijse aanslagen is hij vol lof over de moordenaars. Discussies van andere moslims die zijn opvattingen schadelijk vinden, mijdt hij. Die passen niet in zijn extreme straatje. En wat als de wet zegt dat hij iets niet mag doen? Voorspelbaar: ‘De Noorse wet zegt me niets.’

De film begint amateuristisch, je denkt aan een studentenfilm. Maar al snel snap je het fascinerende ervan: je beseft dat deze man wel op de radar van de geheime dienst zal staan. En ja hoor, later neemt het lot ineens een bizarre wending als de politie beelden van deze film in beslag neemt. De zaak komt tot bij het hogere gerechtshof. De film is zelf het nieuws geworden. (Ze hadden ook gewoon kunnen wachten tot deze film uit was, denk je dan, steun je nog een paar documentairemakers ook.)

De film scoort punten omdat het bij mijn weten voor het eerst het hele ronselen van binnenuit laat zien. Aan de andere kant is het op een rare manier voorspelbaar. En blijf ik er altijd moeite mee hebben om te kijken naar mensen met hun extreme ideeën. Ik begrijp de nieuwswaarde ervan maar echt leuk is anders.

 

Untitled

Untitled – Michael Glawoggers laatste film
Untitled is de laatste film van Michael Glawogger, die in 2014 in Liberia stierf aan de gevolgen van malaria. Glawogger wordt gezien als een groots en origineel documentairemaker. Maker van meesterwerken als Megacities, Workingman’s Death, Whores Glory. Glawogger rijgt daarin als het ware allerlei korte films aan elkaar en heeft veel gevoel voor het observeren met een camera.

Untitled bevat ook een reeks losse observaties. De reis leidt van Oostenrijk naar Liberia. Een reis van drie jaar waarin Glawoggers team rondreisde om gewapend met intuïtie en serendipiteit beelden te schieten. Vermoedelijk ieder ander met zo’n idee zou zijn weggehoond door de filmmaatschappij. ‘Je wilt wat? Een themaloze reis maken en dan filmen wat je ziet? Zonder een titel?’

Zoals je gewend bent van Glawogger levert die serendipiteit parels van scènes op. De ezel achter op de auto. Goudzoekers. Mensen die schooieren rondom vuilnis. Mensen die naar elkaar schreeuwen in een vallei. Dansende vrouwen in Sierra Leone. Een Servisch dorp met huizen vol kogelgaten. Worstelende West-Afrikanen. Een badhuis. Een chaotische vismarkt. Ga zo maar door.

De film zegt net zoveel als niets. Een vlieg aan de muur die de rare diersoort de mens observeert. Rode draad zijn dieren, rituelen en ruïnes.

Untitled is op basis van het materiaal drie jaar later afgemaakt door zijn eigen editor Monika Willi en zal denk ik niet zo legendarisch blijken te zijn als de andere films. Het is wel een formidabel afscheid voor een echte documentairekunstenaar. Hij laat zien wat in de kern het maken van een goede documentaire inhoudt: nieuwsgierigheid hebben en kunnen observeren.

Alleen de voice-over (stem van Fiona Shaw) maakt de film wat pretentieuzer overkomen dan hij in werkelijkheid is. De voorgelezen teksten van Glawogger en Willi hadden misschien beter opgelost kunnen worden met tekst in beeld.

Het is misschien ironisch dat deze laatste documentaire van een echte documentairemaker te zien is in een jaar dat de documentaires meer dan ooit lijken op speelfilms.
 

29 november 2017

 
IDFA 2017, deel 1
IDFA 2017, deel 2
IDFA 2017, deel 3
IDFA 2017, deel 4

 
 
MEER FILMFESTIVAL

IDFA 2017 – Deel 4

IDFA 2017 Deel 4:
Soms hoge verwachtingen, soms onverwachte verrassingen

door Suzan Groothuis

Het programma van IDFA doorspitten is nogal een klus. Ruim twintig zalen zijn er, de meeste in Tuschinski en Pathé Munt. En dan zijn er honderden documentaires om uit te kiezen. Van sommige heb je hoge verwachtingen, anderen verrassen onverwachts.

Zo zagen vrienden Lots of Kids, a Monkey and a Castle. Over een Spaanse vrouw die drie wensen had en er ook nog bepaalde gewoonten op na houdt. Met de belofte de ideale mix tussen komisch en tragisch te zijn, toch snel een kaartje gescoord. En inderdaad: een verrassing. Ook Filmworker, over de man die ruim 30 jaar met Stanley Kubrick heeft gewerkt, maakt indruk. In Quest volgen we het gezin Rainey uit Philadelphia in moeilijke tijden. En Habaneros van Julien Temple toont de geschiedenis van Havana in een duizelingwekkende 2 uur.

 

Lots of Kids, a Monkey and a Castle

Lots of Kids, a Monkey and a Castle – Voor en na de crisis
In dit intieme docudrama volgen we de 80-jarige Julia, een extraverte levensgenieter die drie wensen in vervulling zag gaan: heel veel kinderen, een aap en een kasteel. Geleidelijk aan vertelt ze haar verhaal aan de kijker, hoewel niet geheel van harte, want ze vraagt zich af waarom zoon Gustavo een film over haar wil maken. Ze is toch helemaal niet interessant? En waarom zou de kijker naar een stel homevideo’s van een Spaans gezin willen kijken?

Nou, misschien wel omdat het gezin van Julia niet alledaags is. Met de praatgrage Julia aan het roer, maken we kennis met haar man en haar zes kinderen. In Lots of Kids, a Monkey and a Castle is er een voor en een na de economische crisis. Julia en haar gezin hebben mooie tijden gekend, met als hoogtepunt de intrek in een kasteel. Een plek waar de verzamelgevoelige Julia al haar kostbare spullen kwijt kon – van een kunstgebit, zelfgemaakte poppenkleertjes tot de wervels van haar grootmoeder die in de Spaanse Burgeroorlog omkwam.  De crisis dwingt hen echter het kasteel te verlaten en elders hun intrek te nemen. Wat volgt is de ontruiming van een immense ruimte, wat leidt tot veel hilarische (waar zijn toch die wervels van oma?), mooie en ook verdrietige momenten en herinneringen.

Het is maar goed dat regisseur Gustavo Garciá Salmerón zijn project heeft doorgezet, ondanks de bezwaren van zijn moeder. Zijn film, in nonchalante stijl geschoten, is een mooi portret van een bijzonder gezin. En omvat ondertussen alle thema’s die het leven rijk is: van dromen en bezit tot liefde en de dood.

 

Filmworker

Filmworker – Een leven van toewijding
Stanley Kubrick kennen we allemaal. Maar wie heeft ooit van Leon Vitali gehoord? Buiten het feit dat hij in Kubricks film Barry Lyndon speelde, was hij jarenlang Kubricks assistent. Maar Leon noemt zichzelf liever filmworker. Na Barry Lyndon werd Leon een veelgevraagd acteur. Maar nieuwe acteerkansen sloeg hij af, want hij besloot zij aan zij met meesterfilmer Kubrick te werken. Na Barry Lyndon geen acteercarrière meer voor Leon, maar een dienstverband als assistent van Kubrick – van casting tot de restauratie van kopieën.

Leon was een mateloos bewonderaar van Kubrick. Zijn leven aan de zijlijn koos hij doelbewust, al was het er een van totale devotie: het was bijna 24-7 werken. Filmworker toont bijzondere opnames, zoals op de set van The Shining. Leon was degene die Danny castte. Ook koos hij voor de tweelingmeisjes Burns, terwijl het in eerste instantie om één rol zou gaan. Na het zien van Filmworker vraag je je af, wat Kubrick zonder Leon Vitali had gemoeten. De man heeft ongelooflijk veel kennis en inzicht als het gaat om film. Maar hij heeft al die jaren een bescheiden positie ingenomen – voor de opening van de Kubrick-expositie, na diens dood, was hij niet eens uitgenodigd.

Filmworker is een portret van een man die zich voor de volle honderd procent inzette voor zijn vak. Een film over adoratie en toewijding, met bijzonder beeldmateriaal dat laat zien hoezeer Leon Vitali betrokken was bij Kubricks projecten. Ondanks dat Leon niet rijk en beroemd is geworden en hij amper thuis bij zijn gezin was, heeft hij nooit spijt gehad van zijn besluit. Filmworker brengt Leon Vitali terecht voor het voetlicht – maar heeft ook oog voor het vak film maken. Een inclusief inkijkje vol anekdotes in de wereld van een meesterfilmer en zijn devote filmworker. Een must voor Kubrick-fans en voor wie van film houdt.

 

Quest

Quest – The streets of Philadelphia
Vanaf 2008 volgen we, slechts met één camera gefilmd, Christopher en Christine Rainey en hun jongste dochter PJ.  Ze wonen in een buurt waar geweld en criminaliteit aan de orde van de dag zijn. Is er nog hoop op verbetering met de inauguratie van Obama, dan wordt die teniet gedaan wanneer PJ plots in een gruwelijke schietpartij belandt.

Filmmaker Jonathan Olshefski volgt het gezin tot de verkiezingscampagne van Trump. De Raineys zien er op toe hoe scholen plaats maken voor casino’s en hoe criminaliteit een bepalende rol heeft in hun wijk. Maar ze geven niet op: samen met buurtgenoten besluiten ze hun stem te laten horen. Letterlijk gebeurt dat in hun muziekstudio, hun veilige thuishaven, alwaar muzikanten samenkomen en gedachten en gevoelens gedeeld worden. Maar Christopher heeft als radiopersoonlijkheid ook een belangrijke rol in de wijk – en na het ongeluk met zijn dochter laat hij alleen maar meer van zich horen.

Een rauw, eerlijk portret van mensen die het niet makkelijk hebben en moeten opboksen tegen de harde bureaucratie en leidende politiek. Ook is Quest een mooi, indringend portret van de Raineys, die er ondanks de tegenslagen het beste van maken. Woeste ernst versus streetwise humor.

 

Habaneros

Habaneros – Havana breed uitgemeten
In Julien Temples (bekend van The Filth and the Fury) twee uur durende documentaire volop aandacht voor de geschiedenis van Havana in Cuba. De regisseur grijpt terug op eind negentiende eeuw, ten tijde van de afschaffing van de slavernij, tot nu. We zien hoe Havana als welvarende, maar corrupte wereldstad onder het bewind van generaal Batista verwordt tot de stad van de revolutionairen onder Fidel Castro.

Temple roept de vraag op wat de geschiedenis, en dan met name Castro’s revolutie, de stad gebracht heeft. Het antwoord is tweestrijdig, zoals ook veel inwoners gemengde gevoelens hebben over Castro. Er kwam meer gelijkheid, de zorg verbeterde en mensen (zowel mannen als vrouwen) werden gestimuleerd om te studeren. Maar veel idealen gingen ook verloren door de invloed van Rusland en de VS. Het Amerikaanse embargo dat sinds 1962 aan Cuba is opgelegd, zorgde voor veel moeilijkheden onder de Cubaanse inwoners, zoals restricties om te reizen.

Habaneros is met zijn ruim twee uur een daverende historische rit, vergezeld van een dynamische soundtrack van salsa, jazz en Cubaanse hiphop. Toch valt de film richting einde in herhaling (wat brengt de toekomst?) en doet met zijn speelduur te lang aan. Bovendien is de film volgestopt met beelden – interviews, archiefmateriaal, animaties en fragmenten uit speelfilms. Een overdaad voor het oog. Maar wie meer van Havana en de geschiedenis van Cuba wil weten, een leerzame blik op een unieke stad.
 

27 november 2017

 
IDFA 2017, deel 1
IDFA 2017, deel 2
IDFA 2017, deel 3
IDFA 2017, deel 5 (slot)

 
 
MEER FILMFESTIVAL