Kid, The

The Kid (1921)
Nog even actueel als een eeuw geleden

door Ries Jacobs

Charlie Chaplin is wellicht als enige ster uit het tijdperk van de stomme film nog in ons collectieve geheugen gebeiteld. Het mannetje met de bolhoed, het snorretje en de te wijde broek halen we ons zo voor de geest, maar vraag een willekeurige persoon een film van hem te noemen en je krijgt vaak geen antwoord.

De filmliefhebber noemt meestal Modern Times (1936) of The Great Dictator (1940), klassiekers die nog altijd geroemd worden vanwege hun combinatie van humor en maatschappijkritiek. In The Kid (1921) komt Chaplins kritiek op het Amerikaanse winner-takes-all kapitalisme al voorzichtig tot uiting. Zijn bekende zwerverstypetje The Tramp speelt de hoofdrol. Op platvoeten stommelt hij door de achterbuurten en beschrijft hij het leven aan de zelfkant van de Amerikaanse samenleving.

The Kid

In The Kid vindt The Tramp een door een alleenstaande moeder achtergelaten baby. Hij neemt het jongetje (gespeeld door Jackie Coogan, die decennia later in de The Addams Family de rol van de kale engerd Uncle Fester op zich zou nemen) mee naar zijn huis en voedt hem op als zijn eigen zoon. Natuurlijk vinden de autoriteiten dat het onnozele mannetje geen kind kan opvoeden. Samen belanden ze in enkele komische situaties waarin ze met het gezag (agent, huisarts en directeur kindertehuis) de strijd aangaan.

Miserabele jeugd
In retrospectief is The Kid een kantelpunt in het oeuvre van Chaplin. Het was de eerste lange film die hij zelf regisseerde. Daarvoor maakte hij hooguit twintig minuten durende een- of tweeakters. Om zijn eerste grote project te financieren, nam de komiek een enorm risico. Hij leende het in die tijd astronomische bedrag van een half miljoen dollar bij een Italiaanse bank.

Als gevolg van Chaplins perfectionisme liepen de opnames uit tot ruim vijf maanden, voor die tijd ongekend lang. Van het opgenomen materiaal belandde na de montage minder dan twee procent in de film. Maar het resultaat mag er zijn. De klik tussen Chaplin en Coogan spat van het scherm af (het gerucht gaat dat de speciale band die Chaplin met het kind had een poging van hem was om zijn miserabele jeugd te compenseren), wat de slapstickscènes uitermate geestig maakt.

Door de slapstick komt de maatschappijkritiek nu, honderd jaar later, wel wat lief en flauw over, maar we moeten dit in zijn tijd plaatsen. Dat Chaplin bijvoorbeeld het wereldlijk gezag op de korrel neemt, maar het kerkelijk gezag niet aanraakt, zegt genoeg.

Communistenjager
De maatschappijkritiek die Chaplin in The Kid uit, vindt haar oorsprong in zijn jeugd. De latere komiek werd in 1889 in Londen geboren als zoon van rondreizende toneelspelers. Zijn ouders gingen snel na zijn geboorte uit elkaar, waarna zijn vader aan de drank raakte en zijn moeder opgenomen werd in een psychiatrische kliniek. Armoede was de rode draad door Chaplins jeugd. Een groot deel van zijn kinderjaren bracht hij door in een armenhuis. Dit autobiografische gegeven komt terug in de film wanneer de autoriteiten besluiten om het kind naar een weeshuis te sturen.

Gedurende zijn periode in het armenhuis begon Chaplin met acteren, pantomime en tapdansen. Hij kreeg steeds meer succes en besloot in 1910 zijn geluk in Hollywood te beproeven. Toen hij tien jaar later The Kid regisseerde, was hij reeds een gerenommeerde ster. Omdat zijn stomme films niet vertaald of ondertiteld hoefden te worden en zijn humor universeel was, kreeg hij al snel wereldwijde bekendheid. Desondanks bleef Chaplin politiek altijd kritisch en links georiënteerd, waardoor hij uiteindelijk onder het vergrootglas van de beruchte communistenjager Joseph McCarthy terecht kwam. In 1952 verruilde Chaplin de Verenigde Staten voor Zwitserland, waar hij samen met zijn vierde vrouw Oona O’Neill tot zijn dood in 1977 een rustig leven leidde.

Duizendpoot
The Kid is de eerste film van Chaplin waarin de talenten van de duizendpoot goed tot hun recht komen. Timing en mimiek, in het tijdperk van de stomme film nog essentiëler dan nu, beheerste hij als geen ander en zijn regiedebuut sloeg in als een bom. Bedenk daarbij dat hij veel muziek voor zijn films zelf componeerde en je ziet het belang dat de Engelsman had voor de ontwikkeling van de vroege cinema.

Wat betreft thematiek is The Kid nog even actueel als tijdens zijn release. De wereld had zojuist tientallen miljoenen mensenlevens aan de Spaanse Griep verloren en de omstandigheden in fabrieken en achterbuurten waren abominabel. Een eeuw later hebben we corona, groeiende inkomensongelijkheid en een (zeker in Amerika) doorgeschoten neoliberalisme. Bovendien zijn de beelden zo snel gemonteerd dat zelfs de TikTok-generatie ermee overweg kan.

 

3 oktober 2021

 

THEMAMAAND CHARLIE CHAPLIN

Onoda – 10.000 Nights in the Jungle

****
recensie Onoda – 10.000 Nights in the Jungle

Dwalen in een andere werkelijkheid

door Ries Jacobs

Op 26 december 1944 werd Hiroo Onoda naar het Filipijnse eiland Lubang gestuurd om het te verdedigen tegen het oprukkende Amerikaanse leger. De Tweede Luitenant in het Japanse Keizerlijke Leger gaf zich uiteindelijk op 10 maart 1974 over aan een officier van de Filipijnse luchtmacht. Onoda – 10 000 Nights in the Jungle vertelt het verhaal over de soldaat die, gedreven door plichtsbesef en wantrouwen, weigerde te geloven dat de oorlog voorbij was.

Het cliché dat de waarheid soms vreemder is dan fictie gaat in dit geval zeker op. Als de geschiedenis van Onoda niet werkelijk had plaatsgevonden, dan zou het filmscript van de Franse regisseur Arthur Harari en zijn schrijversmaatje Vincent Poymiro direct met het stempel ongeloofwaardig in de prullenbak verdwijnen.

Onoda - 10.000 Nights in the Jungle

Andersom is het vreemd dat dit bizarre en tegelijkertijd avontuurlijke verhaal nu pas verfilmd is. Harari was gefascineerd toen hij hoorde over een Japanse soldaat die bijna dertig jaar overleefde in de jungle. Vrijwel meteen zag hij de mogelijkheden voor een film. Het uiteindelijke resultaat is een ingetogen film met een minimum aan heroïsche gevechten. Ook laat hij zich niet verleiden tot een overdaad aan poëtische vergezichten, hoewel het tropische heuvellandschap daartoe wel degelijk uitnodigt.

Geef je nooit over
In plaats daarvan legt Harari de nadruk op de ontwikkeling en de kameraadschap van de soldaten. Want hoewel Onoda in 1974 alleen werd gevonden, voerde hij zijn voortgezette oorlog aanvankelijk met drie Japanse medestrijders. Een voor een ontvallen zijn kameraden hem. Twee van hen komen om in de strijd met de eilandbevolking (door de keizerlijke Japanse strijders nog steeds beschouwd als hun vijand), één geeft zich over.

Als de overgelopen soldaat Akatsu zich met een Japanse delegatie op het eiland mededeelt dat de oorlog al jaren voorbij is, beschouwen Onoda en zijn overgebleven strijdmakker dit als Amerikaanse propaganda. Hoe meer informatie ze krijgen, hoe dieper ze zich ingraven in hun idee dat de oorlog nog steeds gaande is. Het laatste bevel dat ze in 1945 kregen, luidde immers om het eiland te verdedigen en zich nooit over te geven.

Onoda - 10.000 Nights in the Jungle

Politiek, spiritualiteit en levenszin
‘De film moest gaan over het ervaren van de werkelijkheid’, zegt Harari hierover. Hij doet er te lang over (165 minuten) om zijn verhaal te vertellen, maar slaagt er wel in om de kijker te laten meekijken in de hoofden van de Japanse soldaten die allen de realiteit op hun eigen manier ervaren. Ze hebben dezelfde twijfels als orders uitblijven en de jaren verstrijken, maar ieder van hen gaat er anders mee om.

In die zin is de bizarre geschiedenis van Onoda en zijn drie medestrijders op het Filipijnse eiland een uitvergroting van de werkelijkheid van alledag. Politiek, spiritualiteit, levenszin, over al deze zaken en nog veel meer geloven we wat we willen geloven. Ons geloof baseren we op onze interpretatie van de werkelijkheid, niet op de werkelijkheid zelf. Naast een geslaagde film is Onoda – 10 000 Nights in the Jungle daarom een spiegel die Harari de kijker voorhoudt. Hoe objectief is ons beeld van de werkelijkheid eigenlijk?

 

2 september 2021

 

ALLE RECENSIES

Painter and the Thief, The

****
recensie The Painter and the Thief

Hoe de kunstrover zelf een kunstwerk werd

door Ries Jacobs

In 2015 stalen inbrekers twee schilderijen van de Tsjechische kunstenares Barbora Kysilkova. De dieven pikten er de duurste doeken uit waardoor het in eerste instantie leek te gaan om een professionele kunstroof. Maar niets bleek minder waar.

De diefstal leek een vooraf zorgvuldig geplande actie te zijn. In plaats van het canvas snel en slordig uit de lijst te snijden, maakten de inbrekers het nietje voor nietje los van het houten frame. Maar de kunstdieven bleken twee junks die nauwelijks wisten waar ze mee bezig waren. Op basis van camerabeelden werden ze snel gevonden.

The Painter and the Thief

Met Karl Bertil-Nordland, een van de dieven, neemt de al jaren in Noorwegen woonachtige Kysilkova contact op in de hoop erachter te komen waar de gestolen schilderijen zijn. De met tatoeages bedekte inbreker heeft zichtbaar spijt van zijn daad. Hij wil alle medewerking verlenen, maar kan zich, met zijn hoofd vol drugs, niets van de diefstal herinneren. Kysilkova vraagt hem te poseren voor een kunstwerk. Dit is het begin van een reeks schilderijen en een vriendschap tussen de kunstenares en de dief.

Een prachtig sprookje?
Regisseur Benjamin Ree vertelt zijn verhaal niet altijd chronologisch, iets wat niet vaak gebeurt in documentaires en deze relatief lange film spannend houdt. Hij licht een belangrijke gebeurtenis uit en vertelt daarna uitvoerig welke ontwikkelingen tot deze gebeurtenis leidden. Het verhaal leent zich hier prima voor want de levens van de kunstenares en de drugsverslaafde nemen nog wel eens een onverwachte wending.

Maar hoe kwam Ree juist bij deze twee personen uit? De regisseur zegt ‘altijd gefascineerd te zijn geweest door kunstroof’. Het zijn de contrasten tussen de elitaire kunstwereld en de veelal van de straat afkomstige criminelen die hem intrigeren. ‘Wie zijn deze dieven? Hoe kiezen ze hun schilderijen?’ De regisseur begon zoals iedereen tegenwoordig start met zijn research, hij zocht op Google. Daarna had hij gesprekken met meerdere kunstdieven, maar geen van hen vond hij interessant genoeg voor een documentaire.

Dit veranderde toen hij las over een kunstroof bij de in Oslo gevestigde galerie Nobel, waar twee schilderijen van een relatief onbekende, in realistische schilderijen gespecialiseerde kunstenares gestolen waren. Hij begon te filmen en zag de band tussen de kunstenares en de drugsverslaafde uitgroeien tot een prachtig sprookje over oprechte spijt en vergeving. Of toch niet?

The Painter and the Thief

Spelend kind
Gelukkig is The Painter and the Thief niet zo eendimensionaal. Ja, spijt en vergeving zijn wel degelijk aspecten die centraal staan in de documentaire, maar er is meer. Zo zien we hoe de kunstenares zich als een moeder ontfermt over de stuurloze drugsgebruiker, maar haar leven zelf ook niet zo goed op de rails heeft. Ze heeft een huurschuld van drie maanden en haar aanvragen voor tentoonstellingen worden afgewezen. Toch vertikt ze het om een parttime baan te zoeken. Ze wil alleen maar schilderen, zoals een kind alleen maar wil spelen.

Beide hoofdrolspelers hebben hun eigen sores, beiden vinden het moeilijk om hun leven zin en richting te geven. In dat opzicht lijken ze op elkaar, deze twee mensen die in compleet verschillende werelden leven en elkaar onder normale omstandigheden nooit hadden leren kennen. Dit is het mooiste aspect van The Painter and the Thief. De film toont te kijker hoe de schilders en de dief, net als alle mensen – arm of rijk, hoog- of laagopgeleid, snobistisch of van de straat – beiden met vallen en opstaan proberen hun leven vorm te geven.

 

26 juli 2021

 

ALLE RECENSIES

Widow of Silence

****
recensie Widow of Silence

Slechts een halve vrouw

door Ries Jacobs

Niet vaak opent een film met een beeld zo confronterend als de openingsscène van Widow of Silence. Een oude vrouw wordt vastgebonden in een stoel. Ze zegt geen woord, maar haar doorleefde gelaat verraadt een immense pijn.

Aasia woont samen met haar elfjarige dochter Inaya en schoonmoeder in een armoedige bovenwoning. Haar man verdween tijdens politieke schermutselingen in de al decennia door burgeroorlog geteisterde Indiase deelstaat Kahmir en sinds zijn verdwijning praat Aasia’s schoonmoeder niet meer. Voordat ze de deur uitgaat, bindt ze de oude zwakke vrouw vast in een stoel.

Widow of Silence

Als half-weduwe, getrouwd met een nooit uit de oorlog teruggekeerde en daardoor officieel nog levende man, kan Aasia geen juridische beslissingen maken of beschikken over de bezittingen van haar man. Al jaren probeert ze zijn overlijdensakte te bemachtigen. Alleen dit stukje papier kan haar status van half-weduwe veranderen in die van officiële weduwe, alleen dan kan ze weer beslissen over haar eigen lot. Om het document te bemachtigen, moet zij de bureaucratische mallemolen door. Een lokale ambtenaar wil het certificaat alleen afgeven in ruil voor een gunst en heeft daardoor Aasia’s toekomst in zijn handen.

Levend op de brandstapel
Widow of Silence is een drama over een, door loyaliteit aan haar al dan niet overleden man, verscheurde vrouw. Aasia kan de vloek die als half-weduwe op haar rust opheffen door met een nieuwe man te trouwen en heeft zelfs een aanbidder die haar haar status en menselijkheid kan teruggeven. Maar het voelt als verraad aan haar man om opnieuw te trouwen en ze blijft in de maalstroom van armoede en onrecht ronddraaien.

Tegelijk brengt regisseur Praveen Morchhale de positie van de vrouw in India realistisch in beeld. Volgens de heersende traditie is de taak – de enige échte taak – van de vrouw om haar man en gezin te dienen. Nog steeds komt voor dat een weduwe op de brandstapel van haar overleden echtgenoot klimt en zichzelf levend in de vlammenzee gooit. Een ongehuwde vrouw is hier slechts een halve vrouw. Omdat Aasia geen echtgenoot heeft, noch levend noch dood, ziet de samenleving haar niet als een volwaardige vrouw. Haar omgeving keert haar de rug toe waardoor ze in haar eentje de kost verdient, Inaya opvoedt en voor de oude vrouw zorgt.

Widow of Silence

Gargamel
De enige kritiek op de film is dat de karakters niet voldoende tot leven komen. De in- en inslechte naamloze ambtenaar die misbruik maakt van onschuldige en rechteloze vrouwen, het komt enigszins over als de kwaadaardige Gargamel, de eeuwige vijand van de smurfen. Dat Morchhale de personages opoffert voor het verhaal en het maatschappelijke punt dat hij wil maken, komt het acteerwerk niet ten goede.

Dit maakt de maatschappelijke urgentie van Widow of Silence niet minder, want armoede, ongelijkheid, vrouwenonderdrukking, oorlog en een corrumperende bureaucratie komen in het India van nu, vooral op het platteland, nog steeds voor. Het land dat zich in de afgelopen decennia ontwikkelde tot een grootmacht die vooroploopt op het gebied van informatietechnologie, blijft in maatschappelijke opzichten hopeloos ouderwets. Het is aan kunstenaars als Morchhale om dit in beeld te brengen.

Widow of Silence is sinds 20 mei te zien op Picl.

 

21 mei 2021

 

ALLE RECENSIES

Parabellum

**
IFFR Unleashed – 2015: Parabellum
De oorlog in je hoofd

door Ries Jacobs

De filmtitel verwijst naar het Latijnse spreekwoord Si vis pacem, para bellum: als je vrede wilt, bereid je dan voor op oorlog. Regisseur Lukas Valenta Rinner liet zich bij het maken van Parabellum inspireren door de Doomsday Preppers die zich voorbereiden op het einde van de beschaving. Klinkt onheilspellend, maar levert het ook een interessante film op?

Het leven van de Argentijn Hernan is even grijs als de grauwe straten om hem heen. Daarom besluit hij op vakantie te gaan. Niet zomaar een vakantie, maar een survivalbootcamp. Met een aantal lotgenoten die stuk voor stuk even onopvallend en zwijgzaam zijn, verblijft hij in een paradijselijk resort, alwaar ze volgens de IFFR-website “onder dreiging van het einde van de wereld afstand nemen van hun humanistische ideeën en een transformatie ondergaan van burger tot roofdier”.

Parabellum

Weinig woorden
In plaats van uitslapen in de houten blokhutten, luieren bij het zwembad of genieten van het hen omringende regenwoud, zijn de deelnemers de hele dag actief. Ze krijgen les in zelfverdediging, pistoolschieten en overlevingsmethoden. Zonder werkelijk met elkaar te communiceren, komen de leden steeds meer in een gevechtsmodus te staan. Je kunt Parabellum dan ook bekijken als het realistische alternatief voor de hausse aan doomsday-films die Hollywood ons de afgelopen decennia in de maag splitste. Weinig actie, veel psychologie.

Het (geschatte) budget van Parabellum bedroeg slechts 400.000 dollar en dat is te zien. De beelden zijn sober en soms over- of onderbelicht (het lijkt bij vlagen of je naar een Dogma-film kijkt) en het camerawerk is oninteressant. Spannende dialogen en goed acteerwerk zouden dit kunnen compenseren, maar ook hieraan ontbreekt het. Gaandeweg rijst de vraag waarom Valenta Rinner niet meer gebruikmaakt van zijn acteurs. De Oostenrijkse regisseur geeft de acteurs zo weinig tekst dat de meeste scènes voorbijgaan zonder dat er meer dan enkele woorden gesproken worden.

Parabellum

Transformatie
In een interview met het Britse Eye for Film vertelt de regisseur dat hij een observerende film wilde maken ‘met weinig focus op woorden en dialoog’. Hiermee nam Valenta Rinner een gok. Het uitgangspunt van de film – geïnspireerd door Amerikaanse Doomsday Preppers maakt een groep mensen een transformatie van burger tot roofdier door – heeft juist veel woorden nodig. Dialoog is de sleutel die toegang geeft tot het transformatieproces in de hoofden van de personages. Omdat de ontwikkeling van de karakters het uitgangspunt van het verhaal is, komt Parabellum nauwelijks op gang. Het wordt gedurende de film steeds onduidelijker waar de regisseur nu eigenlijk heen wil.

Bij het uitkomen van zijn prijswinnende film Uncle Boonmee Who Can Recall His Past Lives (2010) zei de Thaise filmmaker Apichatpong Weerasethakul in een interview met The Guardian dat ‘je niet alles hoeft te begrijpen’. Zijn films zijn nooit helemaal af zodat de kijker het verhaal zelf kan aanvullen. Ditzelfde lijkt Valenta Rinner te willen doen, alleen werkt het dit keer niet. Een avondje Parabellum is als een bezoek aan een restaurant waar je de karbonade rauw op je bord krijgt.

Deze film is bij het jarige IFFR online te zien tot en met 9 juni 2021.

28 april 2021


ALLE RECENSIES 50 JAAR IFFR

Desert Paradise

****
recensie Desert Paradise

Op eigen benen leren staan

door Ries Jacobs

We are our little oasis in the desert.’ Wat een oudere dame uit Oranjemund halverwege de documentaire zegt, is waar. De brede hoofdwegen van het vierduizend inwoners tellende woestijnstadje zijn omgeven door laanbomen en de tuintjes ogen groen. Maar voor hoelang nog?

Zuidelijk-Afrika is de muze van de Nederlandse regisseur Ike Bertels. Haar eerdere documentaires Treatment for Traitors (1983) en Guerilla Grannies (2013) portretteren het leven in Mozambique. Voor haar nieuwste film reisde ze naar Namibië, om precies te zijn naar het tegen de Zuid-Afrikaanse grens liggende stadje Oranjemund.

Desert Paradise

Op een steenworp afstand van de woestijnnederzetting ligt het met hekwerk en prikkeldraad afgezette Sperrgebiet. Een dreigende waarschuwing bij de ingang van het gebied laat aan duidelijkheid niets te wensen over: ‘Oortreders sal vervolg word’. Het stadje dankt zijn bestaan aan de diamantmijn in het verboden Sperrgebiet.

Hoge waterprijzen
De nederzetting die nabij de monding van de Oranjerivier verrees, is meer dan een mijnstad. Niet alleen woonden de werknemers van diamantmaatschappij Namdeb er, Oranjemund was eigendom van Namdeb. Het bedrijf stampte hele wijken uit de grond en verhuurde de huizen goedkoop aan zijn werknemers. De watervoorziening – een belangrijke dienst middenin de Kalahari-woestijn – was bijna gratis. In 2017 droeg Namdeb het bestuur van Oranjemund over aan de lokale autoriteiten en over enkele jaren zal de mijn sluiten.

Bertels brengt in beeld hoe de inwoners van het woestijnstadje op eigen benen leren staan. Ze klagen over hoge waterprijzen, maken plannen voor de toekomst en mijmeren over hoe goed ze het vroeger hadden in hun paradijsje waar zwart en wit al jaren vreedzaam en zonder apartheid wonen. Gehecht als ze zijn aan hun geboortegrond willen ze er niet weg, maar ze zien tegelijkertijd dat er nauwelijks een toekomst voor hen is in hun woonplaats.

Desert Paradise

Van Loppersum tot Landgraaf
Bij dreigend gevaar kent de mens drie reacties: vechten, vluchten of bevriezen. In Oranjemund is het niet anders. Sommige mensen doen niets (tenzij klagen een activiteit is) en anderen proberen een eigen zaak op te zetten, waarbij velen het toerisme zien als de banenmotor van de regio. Een derde groep maakt plannen om te vertrekken naar de hoofdstad Windhoek of een andere grote plaats. Zoals water zijn weg vindt naar het laagste punt, zo vinden ook in Namibië de mensen hun weg richting de verstedelijkte centra.

Dit maakt Desert Paradise tot een universeel verhaal. Van Loppersum tot Landgraaf, van Franse Pyreneeëndorpjes tot de steppen van Kazachstan, wereldwijd loopt het platteland leeg. Wat resteert zijn halflege dorpen waar de bevolking vergrijst en de huizen langzaam verworden tot ruïnes. Elk van deze dorpjes heeft zijn eigen verhaal, maar toch hebben al deze geschiedenissen dezelfde rode draad. Overal op het wegkwijnende platteland zie je dezelfde mix van apathie, vechtlust en vluchtgedrag die je tegenkomt in Oranjemund. Hoe zal het de mijnstad vergaan? Niemand heeft een glazen bol, maar de kans is zeer aannemelijk dat dit nu nog zo paradijselijk ogende oord ooit zal vervallen tot een spookstad.

Deze documentaire is vanaf donderdag 29 april te zien op Picl en Vitamine Cineville. 

 

26 april 2021

 

ALLE RECENSIES

Pays qui se tient sage, Un

***
recensie Un pays qui se tient sage

Wie heeft het recht om geweld te gebruiken?

door Ries Jacobs

De gele hesjes domineren het nieuws allang niet meer, maar nog wel de levens van hen die tijdens demonstraties blijvend verminkt raakten. Regisseur David Dufresne stelt voormalige gele hesjes, politiemedewerkers, sociologen en andere deskundigen de vraag: was het politiegeweld destijds buitensporig?

Hoe zat het ook alweer? De beweging die de geschiedenis in zou gaan als de Gele Hesjes ontstond al in 2018 op Facebook, maar werd pas in 2019 wereldnieuws toen ontevreden Franse burgers massaal de straat opgingen. De beelden van gewelddadige gele hesjes en een bij vlagen nog gewelddadiger leger van ME’ers schokten de wereld.

Un pays qui se tient sage

Nu de rust is wedergekeerd, confronteert Dufresne voor- en tegenstanders van het politieoptreden met de beelden hiervan. We zien ME’ers die inhakken op demonstranten, mensen uit auto’s sleuren en individuen meppen die weerloos op de grond liggen. Een demonstrant provoceert de aanwezige politiemacht in de hoop hen uit de tent lokken. Natuurlijk trapt één ME’er, woest om zich heen slaand met zijn gummiknuppel, in de door de demonstrant gezette val.

Het meest confronterende beeld is een groep arrestanten, knielend met de handen op het achterhoofd. Dienders van de staat staan er smalend omheen volgens een van hen is het ‘une classe qui se tient sage’ (een klas die zich goed gedraagt).

Filosofische zwaargewichten
Tussen deze beelden door zien we slachtoffers, ooggetuigen en deskundigen die hun visie geven over wat ze zien. Dufresne plaatst alle gezichten die de kijker ziet tegen een zwarte achtergrond, stilistisch fraai en bovendien is iedereen zo gelijk. Ook geeft de regisseur de mensen in beeld geen namen of titels. We zien dus niet dat we kijken naar een geel hesje, een deskundige of een woordvoerder van de politie. Dit moet het publiek zelf uit de woorden opmaken.

Ze bediscussiëren de rol van de politie binnen de samenleving. De agent is de enige in de samenleving die geweld mag gebruik en dit recht geeft hem een grote verantwoordelijkheid. Hierbij vliegen de uitspraken van filosofen de kijker om de oren. De filosofische zwaargewichten Weber, Rousseau, Arendt en Foucault komen voorbij. De overpeinzingen over de rol van de politiemacht, hoewel soms moeilijk te volgen, vormen een goed tegenwicht tegenover het nogal masculiene geweld in de straten van Parijs en andere Franse steden.

Un pays qui se tient sage

Geen toekomst
Dufresne, als filmmaker het meest bekend van de experimentele roadmovie Prison Valley (2010), is in de rol van journalist en schrijver al even maatschappijkritisch. Volgens zijn zus is hij ‘trouw aan de idealen uit zijn jeugd’. Un pays qui se tient sage ademt dit idealisme, maar toch bekruipt het gevoel dat in deze documentaire meer had gezeten.

Een documentaire heeft, evenals een fictief verhaal, een plot nodig waarin een verhaal of een hoofdpersoon zich ontwikkelt. Deze ontwikkeling is bij Un pays qui se tient sage nauwelijks zichtbaar. De film bestaat enkel uit een orgie van politiegeweld, doorspekt met (quasi)filosofische uitspraken over de rol van de politie in een democratie. Wie de film na een uur voor lief neemt, mist inhoudelijk niets.

Waarom gaat regisseur Dufresne niet dieper in op de achtergrond van de gele hesjes? Ze worden tot bloedens toe in elkaar gemept door dienders van een staat die hen niet lijkt te representeren, een staat die meer en meer een vertegenwoordiger lijkt van de aan tradities en sociale verworven vasthoudende Franse middenklasse. De in gele hesjes gestoken marginalen, veelal laaggeschoold en zonder vast contract, worden door de staat en de middenklasse met de rug aangekeken en aan hun lot overgelaten. Het is jammer dat Dufresne deze maatschappelijk tweedeling, die zich in Frankrijk nadrukkelijker manifesteert dan in de omringende landen, nauwelijks belicht.

Deze film is vanaf 4 maart te zien op Picl en Vitamine Cineville.

 

2 maart 2021

 

ALLE RECENSIES

Mole Agent, The

***
recensie The Mole Agent

Eenzaamheid, verveling en doelloosheid

door Ries Jacobs

De titel doet vermoeden dat de laatste film van regisseur Maite Alberdi een spionagefilm is in de trant van 007. Na het zien van de film blijkt dit in het geheel niet het geval te zijn, maar wat is het dan wel?

De drieëntachtigjarige Sergio Chamy beantwoordt een advertentie van een detectivebureau waarin ze zoeken naar een undercoveragent. In tegenstelling tot de meeste personeelsadvertenties is het ditmaal geen probleem dat de sollicitant op leeftijd is. Sterker nog, ze zoeken juist iemand van tachtig plus. Na een uitgebreide sollicitatieprocedure krijgt Sergio de opdracht.

The Mole Agent

De weduwnaar leert zo goed mogelijk om te gaan met een mobiele telefoon zodat hij kan communiceren met zijn opdrachtgever. Hij moet in een bejaardentehuis gaan wonen om uit te zoeken of het personeel steelt van de bewoners. De dochter van een van de bewoonsters vermoedt dat dit het geval is en nam daarom een detectivebureau in de hand.

Traliewerk
Een leuk detail is dat The Mole Agent een Nederlandse inbreng heeft. Vincent van Warmerdam, de broer van regisseur Alex van Warmerdam, componeerde de muziek voor de negende documentaire van Alberdi. Bijna altijd stelt deze regisseur sociale kwesties aan de kaak, zo ook in The Mole Agent. Eerder bracht ze de ouderen van haar thuisland Chili in beeld, in de films Yo no soy de aquí (2016) en La Once (2014).

Origineel is de regisseur ditmaal zeker, ze gaf de spion op leeftijd opdracht te infiltreren in het bejaardentehuis en deed tegelijkertijd alsof er gefilmd werd voor een documentaire. De kijker ziet voornamelijk de beelden die de filmcrew schoot. Door het verhalende karakter heb je als kijker vaak het idee dat je naar een speelfilm kijkt, maar The Mole Agent is wel degelijk een documentaire.

The Mole Agent

Sergio had er eveneens geen idee van dat hij de hoofdrolspeler van een documentaire was. Aanvankelijk vervult hij zijn opdracht voortvarend, maar gaandeweg trekt hij zich het lot van de bewoners steeds meer aan. De empathische man wint al snel de harten van de voornamelijk vrouwelijke bewoners en probeert hen zo goed als hij kan bij te staan en te helpen. Hierdoor lukt het de crew om de eenzaamheid, de verveling en de doelloosheid van de bewoners vast te leggen. Het meest aangrijpend zijn de bewoonsters die achter het traliewerk van de ijzeren poort bij de ingang staan en zich afvragen waarom ze de deur niet uit mogen.

Gissen
Tegelijkertijd verklaart de documentaire niets. Geen moment wordt duidelijk waarom de senioren in het tehuis zo eenzaam en verveeld zijn. Is de oorzaak een gebrek aan financiële middelen? De kijker kan alleen maar gissen dat dit wellicht de oorzaak is, maar weet dan nog niet waarom de Chilenen niet beter voor hun oudere landgenoten zorgen. Het Zuid-Amerikaanse land is immers allang geen ontwikkelingsland meer.

De unieke manier waarop Alberdi deze film gemaakt heeft, stelt haar in staat om dicht op de huid van de hoofdrolspelers te komen, maar is tegelijkertijd een valkuil. The Mole Agent mist de spanning en de plotontwikkelingen van een speelfilm, maar ook de diepgang van een documentaire. Dit maakt het laatste werk van de Chileense documentairemaakster tot iets dat vlees noch vis is.

 

8 december 2020

 

ALLE RECENSIES

Assistant, The

***
recensie The Assistant

Als je vermoedt dat je baas een Harvey Weinstein is

door Ries Jacobs

The Assistant is niet de eerste film over #MeToo en ongetwijfeld ook niet de laatste. Toch is het een waardevolle aanvulling op andere films die deze misstanden aan de kaak stellen omdat de vrouwelijke hoofdpersoon ditmaal niet het slachtoffer is. Wat doe je als je vermoedt dat je baas zijn positie misbruikt?

Jane heeft net de studiebanken verlaten en werkt als assistente bij een producent in de entertainmentindustrie. De camera volgt een werkdag in het leven van de jonge alumnus. Ze is ambitieus en maakt lange dagen, maar collega’s negeren haar. Als een moderne Assepoester voert ze de klusjes uit waar geen eer aan te behalen is. Ze print de werklijsten van haar collega’s voor die dag en krijgt de opdracht om de vrouw van de directeur af te schepen als deze belt.

The Assistant

Nadat de directeur haar over de telefoon uitscheldt voelt Jane zich genoodzaakt om haar excuses aan te bieden. Om het allemaal nog erger te maken krijgt ze concurrentie van Sienna, een nieuwe bloedmooie assistente.

Jaloers
Regelmatig laat regisseur en scriptschrijver Kitty Green alleen de camera het werk doen om de sfeer binnen het bedrijf weer te geven. Iemands houding, een hoofdknikje of een enkel woord zijn vaak al voldoende om de broeierig competitieve spanning die in het bedrijf hangt weer te geven. Deze minimalistische manier van acteren gaat hoofdrolspeelster Julia Garner, vooral bekend van haar rollen in de series Ozark en The Americans, goed af. Ze is geknipt voor haar rol van de timide Jane. De immer ietwat trieste en wereldvreemde blik in de ogen van de actrice met de kenmerkende blonde krullen maakt haar personage compleet.

Als Jane bij een collega een klacht wil indienen omdat ze de directeur ervan verdenkt dat hij haar collega-assistente Sienna tot seksuele handelingen dwingt, krijgt ze de wind van voren. De oudere man tegenover haar poneert dat ze alleen maar jaloers is. De door Green subtiel neergepende dialoog verwerken de acteurs al even subtiel tot een scène die de kern van de film vormt. Inspiratie voor het script van The Assistant vond de regisseuse namelijk toen het onoorbare handelen van Harvey Weinstein wereldkundig werd.

Green maakt van haar film geen aanklacht tegen de wanpraktijken in de filmindustrie, ze lijkt eerder te willen laten zien hoe de filmindustrie werkte en waarschijnlijk nog steeds werkt, zij het wellicht in mindere mate dan voorheen. Ze geeft de zaken die de MeToo-beweging aan het licht bracht spitsvondig in beeld zonder naar een climax toe te werken.

The Assistant

Uit het leven van een hond
Het is begrijpelijk dat ze film kiest als medium om haar verhaal te vertellen, maar wellicht is het bewegende beeld hiervoor niet de meest geschikte vorm. Beter had de werkdag van Jane in een roman gegoten kunnen worden omdat dit meer ruimte geeft om in het hoofd van de hoofdpersoon te kruipen. Wat voor persoon is ze? Wat motiveert haar? Waarom heeft ze deze drijfveren? Veel komt de kijker hierover niet te weten, behalve dat ze ambitieus is en uiteindelijk als producent aan de slag wil.

Uit het leven van een hond, dit jaar de winnaar van de Libris Literatuurprijs, beschrijft net als The Assistant één dag uit het leven van de hoofdpersoon. Auteur Sander Kollaard had tijdens het schrijven de mogelijkheid om, bijvoorbeeld door middel van flashbacks, zijn hoofdpersoon diepgang te geven. Dat de plot zich minder ontwikkelt, is dan van minder belang. Deze mogelijkheid heeft een filmmaker in mindere mate. Omdat The Assistant een wat vlak plot heeft, is de film bij vlagen langdradig, ondanks de goede dialogen die prima vertolkt worden.

 

14 november 2020

 

ALLE RECENSIES

Last Right, The

****
recensie The Last Right

In een oude Volvo dwars door Ierland

door Ries Jacobs

Weet je, jullie twee hebben wel iets weg van Rain Man.’ Met deze woorden begint Mary de tocht dwars door Ierland die ze samen met de broers Daniel en Louis Murphy onderneemt. Bij het kijken van The Last Right kun je niet om de klassieker uit 1988 heen. Daarvoor zijn de gelijkenissen – twee broers, waarvan er een autistisch is, op een roadtrip – te treffend.

De film nadert zijn eindfase als de drie een doodskist rondzeulen door een weiland in Noord-Ierland. De voettocht door het gras is de climax van hun reis die als doel heeft het lichaam van een dode man naar zijn laatste rustplaats te brengen. De hieraan voorafgaande reeks van absurde gebeurtenissen begint als Daniel van New York naar Ierland vliegt om zijn overleden moeder te begraven. Door een speling van het lot krijgt hij de verantwoordelijkheid voor het stoffelijk overschot van een tijdens zijn vlucht overleden medepassagier.

The Last Right

De botsende persoonlijkheden van de autistische Louis, de egocentrische Daniel en de extraverte Mary zorgen voor zowel emotionele als hilarische scènes. Kenmerkend is de scène waarin Louis aangeeft niet met een lijkwagen op pad te willen. De autistische tiener durft alleen in de vertrouwde Volvo-stationwagen van zijn moeder te zitten. Om op pad te kunnen binden ze de doodskist tenslotte vast op de dakdragers van de Volvo.

Game of Thrones
Dit doet denken aan de scène van Rain Man waarin de door Dustin Hoffman gespeelde Raymond Babbitt alleen met Qantas wil vliegen omdat van deze luchtvaartmaatschappij nog nooit een vliegtuig is neergestort. Toch lukt het acteur Samuel Bottomley om van Louis een aandoenlijke tiener te maken die menselijker overkomt dan Hoffmans personage. De jongen lijkt een normale tiener die een jeugdvriendinnetje heeft, maar toont zijn autistische trekken als hij aan zijn reisgenoten vertelt dat hij drie maanden, acht dagen en vijf uur verkering met haar heeft.

The Last Right

Ook het acteerwerk van de overige hoofdrolspelers is degelijk. Onze eigen Michiel Huisman neemt de rol van Daniel op zich, een gewiekste advocaat die ook gevoelens blijkt te hebben. Huisman zet het personage evenwichtig neer, geen moment komt van beide kanten van zijn personage teveel op de voorgrond. Hij heeft al meerdere malen laten zien goed overeind te blijven tussen het internationale acteertalent (onder andere in de hitseries Orphan Black en Game of Thrones) en doet dat nu weer.

Sprookje
The Last Right is de eerste lange film van de Ierse regisseuse Aoife Crehan, die ook het script schreef. Ze hanteert het heerlijk snelle tempo dat we vaker zien bij comedy’s, de kijker valt vanaf minuut één in de film. Tegelijkertijd ontroert de manier waarop met name Mary en Louis zich staande proberen te houden in een wereld die hen overweldigt en die ze bovendien niet begrijpen. Toegegeven, de plot hangt aan elkaar van ongeloofwaardige toevalligheden en dat maakt The Last Right even realistisch als een sprookje of de gemiddelde actiefilm, maar storend is dat geen moment. Bovendien creëert ze samen met Bottomley een autistisch personage dat complex, maar geloofwaardig is. Gecombineerd met het lichte en vaak humoristische verhaal kunnen we The Last Right typeren als de lightversie van Rain Man.

 

20 oktober 2020

 

ALLE RECENSIES