Ring of Dreams

****
recensie Ring of Dreams

Meditatie in de boksring

door Ries Jacobs

Het liefst willen ze, in navolging van hun helden Terry ‘Hulk’ Hogan en Dwayne ‘The Rock’ Johnson, worstelen in volle arena’s. Maar ze voeren hun shows op voor een handjevol mensen. Toch keren de Nederlandse showworstelaars in Ring of Dreams steeds weer terug in de boksring, want “het is emotie op zijn hoogtepunt.”

In Amerika trekt professional wrestling (ook wel show-worstelen genoemd) miljoenen televisiekijkers. In ons land is het marginaal vertegenwoordigd. Regisseur Willem Baptist brengt de wereld van het Nederlandse show-worstelen in beeld door de ogen van Tengkwa. Deze altijd gemaskerde worstelaar is een van de steunpilaren van Pro Wrestling Nederland.

Ring of Dreams

Tengkwa staat regelmatig in de ring en traint jongelui die net als hijzelf gek zijn van pro wrestling. Allen dromen van applaus en roem, sommigen zelfs van een professionele carrière. Een van deze jongens is Krystian, een doodgewone iele tiener die in niets op een showworstelaar lijkt, maar wel een enorm doorzettingsvermogen heeft. Dankzij zijn ijzeren wil lukt het hem om de dreunen op zijn lichaam te incasseren.

Toneelstuk voor macho’s
Baptist bouwt zijn ruim een uur durende documentaire zorgvuldig op. Hij laat de kijker rustig kennismaken met de wereld van het Nederlandse show-worstelen. Juist door de zorgvuldige opbouw is Ring of Dreams aanvankelijk wat eendimensionaal. De kijker ziet voornamelijk mannen in te strakke broeken die spelen dat ze elkaar tot moes slaan.

Op het eerste gezicht is dit aandoenlijk. Volwassen mannen (en een enkele vrouw) vermaken in achterafzaaltjes, waar graffiti de muren versiert, anderhalve man en een paardenkop met pro wrestlingshows waarvan iedereen weet dat ze nep zijn. Om die reden doen we er in ons nuchtere land soms ten onrechte wat lacherig over. Een film is ook niet echt, maar daar laten we ons wel door meeslepen. Pro wrestling is een toneelstuk van en voor macho’s.

Ring of Dreams

Geen toekomst of verleden
Baptist kiest er  bewust voor om, evenals bij eerdere films, het verhaal voornamelijk te vertellen aan de hand van de beelden. Deze aanpak, waarbij hij de worstelaars mondjesmaat aan het woord laat, pakt goed uit. De regisseur weet uiteindelijk door te dringen tot de kern van deze subcultuur. Richting het einde krijgt Ring of Dreams – naast mooi weergegeven visueel spektakel – karakter. Steeds dieper graaft de filmmaker in de ziel van de show-worstelaars. Waarom willen ze in de ring staan?

Doe je het omdat je ervan droomt om in Amerika of Tokio in volle arena’s te staan? Dan zul je het waarschijnlijk niet redden, daarvoor is pro wrestling lichamelijk en geestelijk te zwaar. Volgens worstelaar Sitoci is het “wel show, maar niet voor watjes.” Wie hieraan begint om geld en roem te vergaren houdt het niet vol. De ene na de andere aspirant haakt gaandeweg de documentaire af. Wie overblijft beoefent zijn hobby in het weekend naast een baan in de IT, de beveiliging of de zorg.

Ze doen het omdat ze er, ondanks alle ontberingen, een kick van krijgen. De macho’s in de ring duiken in een fantasiewereld met helden en slechteriken. In het weekend gooien ze alle spanning en frustratie van de week eruit. In de ring is er geen toekomst of verleden, alleen het moment. Ring of Dreams vertegenwoordigt daarmee een maatschappelijke trend, namelijk de wens van velen om te leven in het hier en nu. Even komen de worstelaars los van het dagelijkse leven met al zijn zorgen en beslommeringen. Pro wrestling is voor hen een vorm van meditatie.

 

12 november 2019

 

ALLE RECENSIES

Light of my Life

***
recensie Light of my Life

Op de vlucht voor het onbekende

door Ries Jacobs

In 1947 publiceerde Albert Camus zijn boek De Pest over een stad waar een dodelijke en hoogst besmettelijke ziekte uitbreekt. Als de autoriteiten de stad hermetisch afsluiten, gaat iedere inwoner hier anders mee om. De een wil ontsnappen, de ander leeft zijn leven alsof het de laatste dag is. Light of my Life heeft hetzelfde thema. Wat doe je als er een pandemie uitbreekt?

Een vader en een zoon zitten in een kleine tent in een bos. Het lijkt op een typisch Amerikaanse campingtrip, father and son quality time in de wildernis, maar schijn bedriegt. Dit is geen weekendje weg, dit is keiharde survival. Het is bovendien geen zoon met wie de naamloze vader (Casey Affleck) zijn tijd doorbrengt, maar een dochter van elf die met haar kortgeknipte haar voor een jongen moet doorgaan.

Light of my Life

Langzaam kleurt Affleck, die ook het scenario schreef en de regie voor zijn rekening neemt, het verhaal verder in. Nadat een besmettelijke ziekte wereldwijd het grootste deel van de vrouwelijke bevolking uitroeit, slaat de vader met zijn dochter Rag (Anna Pniowsky) op de vlucht. Om zijn oogappel (de vertaling van Light of my Life) te beschermen tegen de ziekte en de achtergebleven mannen, overleven de twee in de Noord-Amerikaanse bossen.

Morele keuze
In navolging van broer Ben en Matt Damon (die in 1996 doorbraken met rollen in het door henzelf geschreven Good Will Hunting), schreef Casey Affleck het script van Light of my Life. Eerder schreef hij de scripts voor Gerry (2002) en I’m still here (2010), die hij net als Light of my Life ook regisseerde.

Affleck maakt het zichzelf niet makkelijk. De film speelt in een post-apocalyptische wereld, waarin – anders dan vaak in dit genre – nauwelijks actiescènes te zien zijn. De filmmaker heeft niet altijd het vermogen om met de lange scènes vol conversatie de aandacht van de kijker vast te houden, wat de film bij momenten eentonig maakt.

Wellicht had hij meer gebruik moeten maken van flashbacks., wat een gevarieerdere film en bovendien een diepgaander verhaal had opgeleverd. Nu weet de kijker nauwelijks wat er na de uitbraak gebeurde en waarvoor precies vader en dochter op de vlucht zijn. Het publiek kan daarom, in tegenstelling tot het lezerspubliek van Camus, niet beoordelen of de keuze van Rags vader om zich terug te trekken in de bossen moreel juist is.

Light of my Life

Karakterboog
Ongetwijfeld is het Afflecks bedoeling om weinig informatie te geven teneinde de kijker in het ongewisse te laten, maar het levert een wat eendimensionale film op. Vader en dochter zijn de hele film lang op de vlucht en het wordt nooit helemaal duidelijk waarvoor. Bovendien zou het interessanter zijn geweest om Light of my Life op een net wat later tijdstip in de toekomst af te laten spelen, namelijk op het moment dat dochter Rag volwassen wordt en haar vrouwelijkheid niet meer kan verbergen achter een jongensachtig uiterlijk.

Nu missen de personages, hoewel uitstekend vertolkt, een karakterboog. Dat Affleck kan acteren weten we en het verbaast niet dat hij als regisseur een neus voor jeugdig acteertalent heeft. Hij en Pniowsky vertolken hun personages uitstekend en maken Light of my Life tot een film die echt het kijken waard is, maar wel kijken we twee uur lang naar dezelfde personages die weinig ontwikkeling doormaken. Vader en dochter zijn voortdurend op de vlucht, op weg naar niets.

 

20 oktober 2019

 

ALLE RECENSIES

Piranhas

****
recensie Piranhas

“Als je sterft op je twintigste, ben je een legende”

door Ries Jacobs

“Just when I thought I was out, they pull me back in.” Deze uitspraak van Michael Corleone is veelvuldig nagespeeld in The Sopranos. Ook in Piranhas zien we maffiosi die vastzitten in het criminele web, een thema dat al vaak te zien was op het witte doek. Voegt de laatste film van regisseur Claudio Giovannesi dan nog iets toe?

Nicola en zijn vrienden zijn net als de meeste tieners dol op merkkleding en andere luxe. Opgegroeid in de slechtere wijken van Napels zijn ze, in tegenstelling tot de meeste tieners, bereid om hiervoor vuile handen te handen maken. Nadat blijkt dat ze in de door de Camorra gecontroleerde stad niet wegkomen met kruimeldiefstal, besluiten ze het groter aan te pakken.

Piranhas

Opportunistisch als ze zijn, sluiten de tienerjongens deals met verschillende maffiafamilies. Geleidelijk worden ze binnen de Napolitaanse onderwereld een factor om rekening mee te houden. Het geld stroomt binnen en Nicola geniet van de luxe en de status die hem dit geeft. Als de gangsterwereld niet alleen uit glamour blijkt te bestaan, lijkt het te laat om eruit te ontsnappen.

Prijs op het hoofd
Piranhas is een bewerking van het boek La paranza dei bambini (in Nederland verkrijgbaar als De kinderen in de sleepnetten) van Roberto Saviano. De schrijver is bekend geworden door het journalistieke werk Gomarra, waarin hij de structuur en het mechanisme van de Camorra blootlegt. Dertien jaar na het verschijnen van dit debuut moet Saviano nog altijd onderduiken omdat er een prijs op zijn hoofd staat.

Giovannesi regisseerde in 2016 twee afleveringen van de mede door Saviano geschreven televisieserie Gomorra. Daarnaast maakt hij documentaires en speelfilms, waarin de hoofdpersoon vaak een crimineel, een verstotene of een andersoortige outsider is. Piranhas past prima in dit oeuvre.

Piranhas

Semiautomatisch geweer
Films over straatschoffies die uitgroeien tot gangsters hebben we al vaker gezien, maar nooit eerder waren ze te jong om auto te mogen rijden. Giovannesi brengt goed in beeld hoe naïef Nicola en zijn vrienden zijn. Ze stoeien, dagen elkaar uit en leggen alles vast op hun telefoon. Van een semiautomatisch geweer raakt hun hoofd net zo op hol als van de nieuwste Nikes. Het gangsterleven is voor hen als soldaatje spelen. Deze kinderlijke naïviteit middenin de vieze en grauwe straten van Napels geeft de film een realisme dat we vaker zien in de Italiaanse cinema.

Niet alleen doet Piranhas echt aan, het is volgens Saviano de weergave van een nieuwe realiteit. Gangsters worden steeds jonger, zowel het ‘voetvolk’ als de bazen. Deze tieners kiezen voor een kort leven vol luxe. “Als je sterft op negentigste, ben je oud nieuws. Als je sterft op je twintigste, ben je een legende.” Volgens Saviano zien we deze ontwikkeling ook in New York, Rio de Janeiro en andere steden. Zijn de schrijver en de regisseur een maatschappelijke trend op het spoor?

Waarschijnlijk wel, maar evengoed is de film een coming of ageverhaal. Nicola verruilt, aangetrokken door geld en glamour, zijn normale tienerleven voor een crimineel bestaan. Als hij eenmaal door de andere maffiosi als een volwassene wordt behandeld, blijkt terugkeer naar het tienerleven moeilijk. Dit maakt Piranhas tot een maatschappelijk realistische en originele film.

 

25 september 2019

 

Lees hier ons interview met Claudio Giovannesi over Piranhas.

 
 
ALLE RECENSIES

Jeugd van Ivan, De

****
recensie De jeugd van Ivan

Het gevecht van een twaalfjarige oorlogsheld

door Ries Jacobs

Nadat Duitsland in juni 1941 de Sovjet-Unie binnenviel, gaf Stalin opdracht om een strook van honderden kilometers Russisch grondgebied te ontruimen en plat te branden. Deze woestenij van verschroeide aarde en moeras is de setting van de eerste speelfilm van regisseur Andrej Tarkovski.

In het desolate gebied vinden Russische soldaten de twaalfjarige Ivan Bondarev. De mysterieuze jongen beveelt luitenant Galtsev om onmiddellijk nummer 51 te bellen omdat hij waardevolle informatie over Duitse stellingen zou hebben. De commandant neemt Ivan aanvankelijk niet serieus, maar de jongen is zo standvastig dat Galtsev toch belt.

De jeugd van Ivan

Nummer 51 is de codenaam van luitenant-kolonel Gryaznov. Beide mannen ontfermen zich als een vaderfiguur over oorlogswees Ivan, die een verkenner van het Russische leger blijkt te zijn. De door zijn oorlogservaringen zelfstandig geworden jongen zit hier niet op te wachten. Ivan wil geen vader, hij wil meehelpen om Moeder Rusland te bevrijden van de nazi’s. In zijn vastberadenheid vecht hij niet alleen tegen de Duitse bezetter, maar ook tegen de twee Russische officieren en zichzelf.

Stalinisme
Opvallend is de rol van Nikolay Burlyaev. Hij boetseert het karakter van de dappere en toch gevoelige oorlogswees Ivan tot een geloofwaardig en vol personage. De destijds pas vijftienjarige acteur spat werkelijk van het scherm. Opvallend is dat auteur Vladimir Bogomolov, op wiens boek Tarkovski de film baseerde, ook vijftien was toen hij in 1941 aan het front vocht. Bogomolov was overigens kritisch op de film. Hij vond dat de regisseur, die geen dag in een oorlog had gevochten, nooit kon uitdrukken wat er werkelijk aan het front gebeurde.

Toch was Tarkovski, evenals in zijn latere werk, standvastig over wat hij wilde vertellen. Zo verweefde hij een subplot in de film over verpleegster Masha, die onzedelijk bejegend wordt door een officier. Een dermate kritisch beeld van het Rode Leger was tijdens het stalinisme, nog geen tien jaar voor het uitkomen van De jeugd van Ivan onmogelijk. De regisseur maakte graag gebruik van de ruimte voor kritiek die tijdens het regime van Chroestsjov ontstond.

Gouden Leeuw
Evenals bij veel van zijn latere werk schreef de regisseur ook voor De jeugd van Ivan het script. Zaken die kenmerkend voor Tarkovski’s vertelstijl zouden blijken – eenzaamheid, de droomwereld, en de wil om te overleven – zien we al terug in deze eerste speelfilm. Het verhaal is met zijn flashbacks, het subplot en gaten in de chronologie niet gemakkelijk te volgen, maar Tarkovski speelt in zijn oeuvre nu eenmaal veelvuldig met de tijd en die aanpak is niet voor iedereen weggelegd.

De jeugd van Ivan

Het verhaal is soms taai, maar qua vormgeving laat Tarkovski al in deze film zien wat hij in zijn mars heeft. Met name de buitenscènes zijn visueel prachtig, met als hoogtepunt het moment dat Ivan zich in een waterput verstopt voor de oprukkende Duitsers. De camera bevindt zich onder het wateroppervlak, waarop zo nu een dan een druppel valt.

De jeugd van Ivan werd in eigen land een commercieel succes en kreeg ook aan de andere kant van het IJzeren Gordijn een enthousiaste ontvangst. De film won op het festival van Venetië een Gouden Leeuw en bezorgde Tarkovski bekendheid buiten de landsgrenzen. Het was de basis van een ruim twintig jaar durende carrière waarin de regisseur liet zien tot de besten van zijn generatie te behoren.

 

19 september 2019

 
MEER ANDREJ TARKOVSKI
 

ALLE RECENSIES

Dolor y gloria

***
recensie Dolor y gloria

Hoe overwin je het lijden?

door Ries Jacobs

De titel van Pedro Almodóvars nieuwste werk laat zich vertalen als ‘pijn en glorie’. Vaak kunnen we pijn, al dan niet tijdelijk, overwinnen. Toch is het bijna altijd een moeilijk en niet erg glorieus gevecht.

Uitgerangeerd en kampend met een zwakke gezondheid, slijt Salvador Matto zijn dagen met niets doen. Als een oude film van de regisseur op leeftijd opnieuw wordt uitgebracht, zet dit een keten van gebeurtenissen in werking. In die film speelt de (door Asier Exteandia gespeelde) aan lager wal geraakte acteur Alberto Crespo de hoofdrol. De twee verzoenen zich na een jarenlange ruzie.

Dolor y gloria

De acteur besluit een toneelstuk van de hand van Matto op te voeren dat handelt over de wilde, door drugs aaneengeregen jaren van de regisseur. Deze op zijn beurt ziet zich hierdoor geconfronteerd met onverwerkte gebeurtenissen uit zijn verleden – van zijn jeugd op het traditionele Spaanse platteland tot zijn adolescente jaren in Madrid – dat hij een plaats moet geven.

Heroïne
Regisseur Pedro Almodóvar beschrijft Dolor y gloria, waarvoor hij ook het script schreef, als zijn meest persoonlijke film. Bewust houdt hij de afstand tussen zijn leven en de film zo klein mogelijk. Matto’s appartement, waarbinnen een groot deel van de film zich afspeelt, is een op de filmset nagebouwde replica van het huis van Almodóvar. Hoofdrolspeler Antonio Banderas heeft hetzelfde kapsel als de regisseur en draagt zelfs diens kleren.

Autobiografische elementen zoals Almodóvars homoseksualiteit en de relatie tot zijn moeder (gespeeld door Penélope Cruz) komen terug in Dolor y gloria. De regisseur benadrukt in interviews evenwel dat hij, in tegenstelling tot de filmkarakters, nooit heroïne heeft gebruikt. Wel was hij in zijn jonge jaren onderdeel van een scene waarin druggebruik aan de orde van de dag was.

Nu Almodóvar zijn ziel deels heeft blootgegeven, weten we waar hij zijn inspiratie vandaan heeft. Drugsgebruik, homoseksualiteit en (kritiek op) de katholieke traditie zien we in veel van zijn films terug en zijn ook een onderdeel van zijn eigen levensgeschiedenis. Al in de vroege jaren tachtig – Spanje was pas enkele jaren van het juk van Franco bevrijd en nog uiterst traditioneel – durfde de regisseur deze onderwerpen aan te snijden.

Dolor y gloria

Pijngrens
Almodóvar ging op dezelfde, soms controversiële, weg door en bouwde een mooi oeuvre op met hoogtepunten als Todo sobre mi madre (1999) en Habla con ella (2002). Hij levert nu, enkele korte films meegerekend, zijn 36ste werk af (en zijn achtste samen met Banderas). Het is daarom niet vreemd dat er thematische overlap in zijn films zit. Maar de overeenkomsten met zijn eerdere films La ley del deseo (1987) en La mala educación (2004) zijn volgens de regisseur zo duidelijk dat hij Dolor y gloria als onderdeel van een drieluik beschouwt. Alle drie gaan “over de filmwereld en over verlangen”.

Hierin heeft Almodóvar gelijk. Filmmakers Marro en Crespo verlangen naar een uitweg uit hun lichamelijke en psychische lijden. Gaandeweg de film laten beiden hun pijn achter zich en leggen zich toe op hun creatieve talenten, hoewel dit gemakkelijker gezegd dan gedaan is.

Iedereen zal de film anders duiden. Laten de hoofdpersonen hun pijn achter zich door zich creatief te uiten of kunnen ze hun creativiteit pas de vrije loop laten nadat ze hun pijn verwerkt hebben? Of wil Almodóvar in beeld brengen dat je geen succes kunt hebben zonder pijn te ervaren, zoals een atleet die pas wint als hij over zijn pijngrens gaat? Het maakt niet uit, van Dolor y gloria kan iedereen zijn eigen film maken.

 

15 september 2019

 

ALLE RECENSIES

Jinpa

***
recensie Jinpa

Versmelting van droom, inbeelding en werkelijkheid

door Ries Jacobs

Tibet, het land van de Dalai Lama en boeddhistische monniken. Het land waar de spirituele bevolking zich vreedzaam verzet tegen de Chinese onderdrukker. In de laatste film van regisseur Pema Tseden zie je van dit land weinig terug.

Jinpa opent met weidse vergezichten van het Kekexiliplateau in Tibet. We zien vrachtwagenchauffeur Jinpa over de vlakte rijden. Ondanks de beelden van de Tibetaanse hoogvlakte koos Tseden om de film te schieten in een traditioneel 4:3 beeld.

Jinpa

Met zijn ruige baard, leren pak en eeuwige zonnebril heeft Jinpa meer weg van een Hollywoodheld dan van een Tibetaanse boeddhist. Dit karakter zou door Tarantino bedacht kunnen zijn. De eerste minuten van de film doen in al hun traagheid aan de Amerikaanse regisseur denken. Jinpa neemt tijdens het rijden een slok drank en steekt een sigaretje op. Verder gebeurt er niet zoveel, maar het is duidelijk dat deze ruwe bolster niet met zich laat sollen.

Gezegend schaap
Na verloop van tijd blijkt de vrachtwagenchauffeur ook een blanke pit te hebben. Hij rijdt een schaap dood, waarover hij zich schuldig voelt, en ontmoet daarna een man die hij een lift aanbiedt. De lifter heet ook Jinpa en is op weg naar het dorp Sanak, waar hij de man wil doden die tien jaar eerder zijn vader vermoordde. Hij zet de lifter af bij een splitsing en rijdt door naar zijn bestemming. Nadat de chauffeur zijn vracht heeft afgeleverd en het schaap door een monnik heeft laten zegenen, gaat hij op zoek naar de lifter.

Tseden geeft de sfeer van de Tibetaanse hoogvlakte prachtig weer. De wind lijkt bijna langs de kijker heen te suizen en de donkere beelden van het café waar Jinpa naar binnen gaat doen aan als die van een film noir. Mannen drinken er bier en dobbelen, activiteiten die niet erg passen bij ons beeld van Tibet. Toch lijkt dit Tibet een stuk authentieker en realistischer dan het land van Seven Years in Tibet (1997) en The Golden Child (1986), dat voornamelijk bevolkt lijkt door verlichte en zichzelf wegcijferende boeddhisten.

Jinpa

Een engeltje en een duiveltje
De film kwam in China uit onder de naam Zhuang si le yi zhi yang, te vertalen als ‘Doodde een schaap’. Als de eerste Tibetaanse student aan de Beijing Film Academy weet Tseden de censuur van de filmkeuring te ontwijken door geen politiek in zijn film te stoppen. Aanvankelijk vertelde hij zijn verhalen in literatuurvorm (de regisseur heeft meer dan vijftig boeken geschreven), maar inmiddels is hij toe aan zijn zesde film, na Tharlo (2015) de tweede waarin hij samenwerkt met acteur Jinpa (dit is de naam van zowel de hoofdrolspeler als de hoofdpersoon).

In het tweede deel van de film laat de regisseur, die alle filmscripts zelf schrijft, een duidelijke verhaallijn varen. De werelden van droom, inbeelding en werkelijkheid komen samen. Het is niet duidelijk wat echt is en wat niet. Zijn de beide Jinpa’s twee zijden van één persoon, als een engeltje en een duiveltje? Of creëert de coole vrachtwagenchauffeur een alter ego om dat te doen wat hij zelf niet durft? Het wordt niet duidelijk.

Nu hoeft een film natuurlijk niet de hapklare koek te zijn die Hollywood ons vaak aanbiedt. Kunst is pas kunst als je er je eigen interpretatie aan kunt geven, maar Tseden geeft ons een verhaal dat wel erg mager is. Hij geeft te weinig duiding en verwacht teveel van de kijker. De beelden van Jinpa zijn prachtig en verdienen een tien met een griffel. De film als geheel komt niet verder dan een kleine voldoende.

 

25 augustus 2019

 

ALLE RECENSIES

Loulou

****
recensie Loulou

Een onfortuinlijk trio

door Ries Jacobs

Nelly verlaat haar man André voor Loulou. Ze heeft moeite om haar huwelijk achter haar te laten en met haar nieuwe vlam een toekomst op te bouwen. De drie zitten elkaar een film lang in de weg. 

“Ik neem het leven zoals het komt.” Halverwege de film is Loulou, vertolkt door Gérard Depardieu, voor het eerst openhartig als hij aan de bar staat. Hij heeft geen werk en geen ambities. Zijn leven bestaat voornamelijk uit stappen, kroeggevechten en vrouwen mee naar huis nemen.

Loulou

Nelly, een rol van Isabelle Huppert, valt als een blok voor de blonde adonis. Ze verlaat haar ambitieuze en succesvolle partner André voor klaploper Loulou en verkiest het zorgeloze leven van de kroegtijger annex kruimeldief boven het georganiseerde leven dat ze had met André. Toch blijkt het voor de twee geliefden nauwelijks mogelijk om samen een toekomst op de bouwen zolang Loulou zijn vrijgevochten leven niet wil opgeven.

Benauwende levens
Depardieu is in topvorm. Vanaf het eerste moment weten we wat voor persoon hij is. Het is een prachtig staaltje method acting. Ook Huppert zet een prima rol neer als de onschuldig lijkende, maar gaandeweg de film steeds minder onschuldig wordende Nelly. Overigens is ook de bedrogen en voor een ander ingewisselde André niet het onschuldige slachtoffer. Hij is verbaal en fysiek agressief tegenover Nelly.

Deze door de scenarioschrijvers prima neergezette karakters zijn goud voor goede acteurs. Depardieu, Huppert en Guy Marchand in de rol van André hebben geen moeite om hun personages, die alle drie vastzitten in hun gelimiteerde denkbeelden, vorm te geven. De zakelijke André kan Nelly alleen intellectueel uitdagen. De losbandige Loulou is voor haar fysiek aantrekkelijk, maar kan haar verder niets bieden. En Nelly zoekt naar een combinatie van de twee, de perfecte en natuurlijk niet bestaande partner.

Daardoor zitten de drie klem in hun benauwende leven. Dit lijkt regisseur Maurice Pialat in beeld te brengen door alles in de film benauwend te maken. De camera zit niet per se dicht op de huid van de acteurs, maar alle ruimtes in de film lijken claustrofobisch klein. De mensen zijn bijna constant met teveel in een te kleine ruimte en zitten elkaar daardoor in de weg, zoals de drie hoofdrolspelers elkaar in de weg zitten.

Loulou

No future
In mei 1968 protesteerden Parijse studenten tegen de ‘gevestigde orde’ die hen zou inkapselen in een burgermansbestaan. Ze leefden in de jaren 70 een vrij bestaan. Tegen het einde van het decennium kwamen ze erachter dat leven als een bohemien ook betekende dat je je leven moeilijk vorm kon geven. Hoe geef je je kinderen eten als je geen werk hebt. Niet voor niets was ‘No future’ het adagium van de punkers in die jaren.

Loulou draaide in 1980 in de bioscoop en kun je daarom (in retrospectief) zien als een waterscheiding tussen de vrije jaren 70, gepersonaliseerd door Loulou, en de zakelijke jaren 80 in de vorm van André. Net zo goed kun je de film zien als de zoektocht van een jonge vrouw die niet kan kiezen tussen de rauwe lichamelijkheid van Loulou en de intellectuele uitdaging die André haar biedt. Pialat past maatschappelijke ontwikkelingen en klassenverschillen binnen het raamwerk van een liefdesverhaal. Dit maakt Loulou tot een goede gelaagde film.

Loulou draait nog driemaal in EYE Amsterdam: vrijdag 9 augustus (10.45), zaterdag 17 augustus (15.00) en zondag 25 augustus (19.00).

 

30 juli 2019
 

MEER ISABELLE HUPPERT
 
 

ALLE RECENSIES

Ik ben er even niet

****
recensie Ik ben er even niet

Waar komen die beelden vandaan?

door Ries Jacobs

De wolf kijkt Caro aan met zijn felgele ogen. Langzaam komt hij vanuit haar ooghoek op haar af. Bijna iedere dag weer bezoekt hij haar, soms meerdere keren per dag. De wolf is niet echt, maar tijdens haar aanvallen ervaart Caro hem als levensecht.

Als kind speelde documentairemaakster Maartje Nevejan tijdens een dagje aan het strand in de branding. Opeens kreeg ze een black-out. Het viel haar ouders op dat ze enkele seconden van de wereld leek te zijn. Haar vader nam haar mee naar het ziekenhuis, waar artsen de diagnose absence epilepsie stelden. Deze ziekte uit zich niet in de heftige aanvallen die andere vormen van epilepsie kenmerkt, een aanval (ook absence genoemd) duurt maar enkele seconden en uit zich naar buiten toe slechts door afwezigheid. Iemand is even weg van deze wereld en na hoogstens dertig seconden weer bij bewustzijn.

Ik ben er even niet

Neurowetenschappers nemen tijdens een aanval geen abnormale hersenactiviteit waar en concluderen daarom dat er dan niets is, maar dat zit Nevejan niet lekker. Volgens haar is er wel degelijk iets. Ze ziet beelden tijdens een aanval, en met haar vele medepatiënten. Haar zoon Abel heeft ook absence epilepsie. Hij ziet sterren en andere hemellichamen. Caro ziet een wolf. En de filmmaakster zelf tenslotte ziet telkens weer dezelfde beelden uit Pepper Police Woman, een Amerikaanse televisieserie uit de jaren 70.

Geen charlatans
Wat zien Nevejan en haar lotgenoten tijdens hun epileptische aanvallen? De wetenschap kan hierop geen antwoord geven. Daarom wendt de regisseuse zich tot kunstenaars, die zo goed mogelijk weergeven wat zij, Abel, Caro en anderen zien als ze er even niet zijn. Het mooie is dat ook de neurologen, begiftigd met de hen kenmerkende wetenschappelijke nieuwsgierigheid, het project met interesse volgen. Ze zien de kunstenaars niet als concurrenten of charlatans. De wetenschap kan steeds meer, maar niet de beelden van een absence zichtbaar maken.

Maar nadat de kunstenaars de ervaring zo zichtbaar mogelijk maken, speelt bij Nevejan nog steeds de vraag of wat ze ziet tijdens haar absences echt is. Pepper is er wel voor haar, maar niet voor de rest van de wereld. In het tweede deel van de film probeert ze die vraag zo goed mogelijk te beantwoorden.

Ik ben er even niet

Leonardo da Vinci
De spooky en soms bewust rommelige filmbeelden doen op momenten denken aan een videoclip. Ze overladen het publiek met emoties en vragen, altijd gesteld vanuit het perspectief van de mensen die absences ervaren. Wat zie ik? Hoe komt het dat ik dit zie? Is wat ik ervaar tijdens mijn absences echt? En als het echt is, waar komt het dan vandaan? En misschien wel de belangrijkste vraag: hoe geef ik mijn aanvallen een plaats in mijn leven? Verwacht hierop geen kant-en-klare antwoorden of nieuwe inzichten, maar wel een film die je meesleept in de ervaringswereld van iemand met absence epilepsie.

Leonardo da Vinci was kunstenaar, wetenschapper en filosoof. Hij en zijn tijdgenoten konden de drie disciplines niet los van elkaar zien. Later gingen kunst, wetenschap en filosofie ieder hun eigen weg. Nevejan brengt de drie weer samen in Ik ben er even niet. In haar zoektocht naar de kern van haar ziekte vlecht ze wetenschappelijke inzichten, filosofische vraagstukken en artistieke uitingen ineen. De film lang gaan epileptici, kunstenaars en wetenschappers de dialoog met elkaar aan. De documentaire is meer dan de som van deze drie delen.

 

19 juni 2019

 

ALLE RECENSIES

Notti magiche

***
recensie Notti magiche

De teloorgang van de Italiaanse cinema

door Ries Jacobs

In zijn nieuwste werk neemt regisseur Paolo Virzì de Italiaanse filmwereld onder de loep. Films hierover belichten vaak een wereld van glitter en glamour, bevolkt door steracteurs en weinig subtiele regisseurs. In Notti magiche zijn de hoofdpersonages origineler: scenarioschrijvers. 

Filmproducent Saponaro wordt dood aangetroffen in zijn te water geraakte auto. De jonge, ambitieuze scenarioschrijvers Antonino, Luciano en Eugenia zijn de hoofdverdachten. Als de carabinieri hen ondervragen, komt langzaam de waarheid aan het licht. Ondertussen blijkt hoe gejaagd en opportunistisch de filmwereld is.

Notti magiche

Wervelwind
Regisseur Virzì gaf de hoofdrollen in Notti magiche aan drie piepjonge acteurs die eerder nauwelijks voor de camera hadden gestaan. De onderlinge chemie is voortreffelijk. Het meest opvallende personage is Luciano, een wervelwind die handelt voordat hij nadenkt. Debuterend acteur Giovanni Toscano weet dit moeilijk te vertolken karakter – overacting ligt op de loer – geloofwaardig vorm te geven.

Notti magiche speelt zich af in de zomer van 1990. De titel is een zinsnede uit het lied Un’ estate Italiana, dat speciaal werd geschreven voor het wereldkampioenschap voetbal in Italië van dat jaar. In de film zien we regelmatig flarden van wedstrijden op tv. De sfeer en tijdsgeest weet de regisseur goed te vangen. De filmwereld met zijn afgunst en nijd, die vanonder een oppervlakkig laagje Italiaanse decadentie opborrelt. Waarschijnlijk niet geheel toevallig maakte Virzì zelf rond die tijd zijn entree als scenarioschrijver in de Italiaanse filmscene als coauteur van Time to Kill (1989) met Nicolas Cage in de hoofdrol. Dit werk gaf Virzì een voet tussen de deur. Hij bouwde naam op als scriptschrijver om vervolgens in 1994 zijn debuut als regisseur te maken met La bella vita. Na de successen van La prima cosa bella (2010) en La pazza gioia (2016) staat hij bekend als een van de grote Italiaanse regisseurs van deze tijd.

Bejaarde man
Virzì toont in Notti magiche hoe Antonino, Luciano en Eugenia gedurende die zomerse weken frivool opgaan in de Italiaanse filmscene, die door oude mannen (en een enkele oude vrouw) gedomineerd wordt. In een scène zien we een bejaarde Marcello Mastroianni huilen om een vrouw (Catherine Deneuve?) die hem verlaten heeft. De komedie staat bol van dit soort symboliek waarvan de boodschap duidelijk is: eind jaren 80 is de Italiaanse cinema een bejaarde man die zijn beste tijd achter zich heeft. Het beginnende trio scenarioschrijvers is ook nog even getuige van een opname van La voce della luna, de zwanenzang van Federico Fellini.

Notti magiche

Het is aan een jonge generatie van getalenteerde filmmakers om het stokje over te nemen. Maar het blijkt niet zo eenvoudig om in het kliekje van bijna uitgerangeerde, verwaande filmbonzen te komen. Dit gegeven brengt Virzì prachtig in beeld in de scène waarin een kantoor vol anonieme, fanatiek typende ghostwriters zo goed mogelijk probeert te voldoen aan de grillen van filmproducent Zappellini.

Beau monde van Rome
Notti magiche is een prima film, maar kan niet tippen aan Virzì’s beste werk. Dit komt doordat de drie hoofdrolspelers met horten en stoten hun weg in het wespennest van filmbonzen en steracteurs vinden, maar er verder weinig opbouw in het verhaal zit. Meer dan een uur lang bewegen de hoofdpersonages zich, alleen of gedrieën, in de beau monde van Rome en ontmoeten ze mensen die hen misbruiken en teleurstellen. Ondanks dat Virzì een unieke inkijk in de Italiaanse filmwereld van die periode geeft, moddert de plot wat aan totdat de regisseur pas op het allerlaatste moment het gaspedaal indrukt.

 

27 mei 2019

 

ALLE RECENSIES

Man Who Stole Banksy, The

****
recensie The Man Who Stole Banksy

Een collage van tegenstrijdige idealen

door Ries Jacobs

In 2007 verschenen enkele politiek gemotiveerde kunstwerken op gebouwen in Bethlehem. Ze bleken gemaakt te zijn door graffitikunstenaar Banksy. Enkele inwoners van de heilige stad hebben een kunstwerk verwijderd, niet door het over te schilderen, maar door het kunstwerk met muur en al uit te zagen met behulp van een slijpmachine. Wat was hun motivatie? En wie is Banksy?

De identiteit van Banksy is een van de grootste mysteries binnen de hedendaagse kunstwereld. Het is na decennia nog steeds niet bekend wat zijn echte naam is. Geruchten gaan dat achter de graffitikunstenaar ene Robin Gunningham schuilgaat. Anderen zeggen dat Banksy het pseudoniem is van Robert del Naja, één van de leden van muziektrio Massive Attack. Wat weten we dan wel over Banksy? Hij maakt straatkunst en is daarmee succesvol. En hij schuwt de controverse niet.

The Man Who Stole Banksy

Original gangster
Het kunstwerk in Bethlehem is hiervan een voorbeeld. Het toont een Israëlische soldaat die het paspoort van een ezel controleert. Provocerend? Absoluut, zeker in de Arabische wereld. Daar wordt het scheldwoord ezel, meer dan hier, als beledigend ervaren. Regisseur Marco Proserpio wilde weten of dit de reden was om het kunstwerk weg te halen.

Hij spoorde de mensen op die het kunstwerk weggehaald hebben. Een van de verantwoordelijken is Walid. Met zijn ringbaardje, gemillimeterde coupe en sportschoolpostuur heeft de Palestijnse taxichauffeur nog het meest weg van een gangster. Maar schijn bedriegt, politiek idealisme was zijn grootste drijfveer. Hij vindt dat de Palestijnen in Israël onderdrukt worden. Banksy’s kunstwerken in Bethlehem zijn in zijn ogen provocerend en misplaatst. Daarom hebben Walid en zijn kompanen op een dag met een slijptol gepakt en daarmee het kunstwerk verwijderd.

Graffiti in museumzalen
Was deze daad dan alleen idealistisch gemotiveerd? Ook hebzucht speelde wellicht een rol, een Banksy is immers wat waard. Maar Proserpio brengt ook mensen voor de camera die om een andere reden straatkunst te verwijderen, een reden die Walid niet heeft. Sommige idealisten zagen straatkunst uit de muren om voor het nageslacht te bewaren. Door weersinvloeden en uitlaatgassen vergaat straatkunst nu eenmaal in enkele jaren. Graffitikunst gaat nu van de straat naar de museumzalen.

The Man Who Stole Banksy

Meerdere Banksy’s zijn zo van de ondergang gered. Zijn de hiervoor verantwoordelijken dieven of idealisten? Van wie is straatkunst? Proserpio belicht dit vraagstuk van alle kanten. Hij laat graffitispuiters, museumdirecteuren en andere mensen uit de kunstwereld aan het woord, maar geeft geen oordeel. Dit objectieve standpunt maakt van The Man Who Stole Banksy een sterke documentaire, ondanks het soms wat rommelige karakter van de film. De regisseur heeft de neiging om snel van onderwerp te veranderen en springt daardoor meer dan eens van de hak op de tak.

Bataclan
Anderzijds past het snelle en rommelige karakter van The Man Who Stole Banksy wel bij het tegendraadse straatleven waaruit de graffitikunst voortkomt. Het is daarom toepasselijk dat Proserpio voor de voice-over de eeuwig springerige Iggy Pop heeft gevraagd. Hij is de vertolking van de rebellie die ten grondslag ligt aan straatkunst. Straatkunstenaars, ‘kunstdieven’ en de museumcuratoren die straatkunst tentoonstellen, allen vertegenwoordigen eenzelfde soort rebellerend idealisme. Hun idealen zijn alleen niet met elkaar te verenigen.

Op 26 januari van dit jaar, nadat de documentaire al in meerdere landen uitgebracht was, werd in Parijs een Banksy ontvreemd. Dit kunstwerk was aangebracht op een nooddeur van het Bataclan om de slachtoffers van de terroristische aanslag van 2015 te herdenken. Lag hieraan ook idealisme ten grondslag?

 

28 april 2019

 

ALLE RECENSIES