Dolor y gloria

***
recensie Dolor y gloria

Hoe overwin je het lijden?

door Ries Jacobs

De titel van Pedro Almodóvars nieuwste werk laat zich vertalen als ‘pijn en glorie’. Vaak kunnen we pijn, al dan niet tijdelijk, overwinnen. Toch is het bijna altijd een moeilijk en niet erg glorieus gevecht.

Uitgerangeerd en kampend met een zwakke gezondheid, slijt Salvador Matto zijn dagen met niets doen. Als een oude film van de regisseur op leeftijd opnieuw wordt uitgebracht, zet dit een keten van gebeurtenissen in werking. In die film speelt de (door Asier Exteandia gespeelde) aan lager wal geraakte acteur Alberto Crespo de hoofdrol. De twee verzoenen zich na een jarenlange ruzie.

Dolor y gloria

De acteur besluit een toneelstuk van de hand van Matto op te voeren dat handelt over de wilde, door drugs aaneengeregen jaren van de regisseur. Deze op zijn beurt ziet zich hierdoor geconfronteerd met onverwerkte gebeurtenissen uit zijn verleden – van zijn jeugd op het traditionele Spaanse platteland tot zijn adolescente jaren in Madrid – dat hij een plaats moet geven.

Heroïne
Regisseur Pedro Almodóvar beschrijft Dolor y gloria, waarvoor hij ook het script schreef, als zijn meest persoonlijke film. Bewust houdt hij de afstand tussen zijn leven en de film zo klein mogelijk. Matto’s appartement, waarbinnen een groot deel van de film zich afspeelt, is een op de filmset nagebouwde replica van het huis van Almodóvar. Hoofdrolspeler Antonio Banderas heeft hetzelfde kapsel als de regisseur en draagt zelfs diens kleren.

Autobiografische elementen zoals Almodóvars homoseksualiteit en de relatie tot zijn moeder (gespeeld door Penélope Cruz) komen terug in Dolor y gloria. De regisseur benadrukt in interviews evenwel dat hij, in tegenstelling tot de filmkarakters, nooit heroïne heeft gebruikt. Wel was hij in zijn jonge jaren onderdeel van een scene waarin druggebruik aan de orde van de dag was.

Nu Almodóvar zijn ziel deels heeft blootgegeven, weten we waar hij zijn inspiratie vandaan heeft. Drugsgebruik, homoseksualiteit en (kritiek op) de katholieke traditie zien we in veel van zijn films terug en zijn ook een onderdeel van zijn eigen levensgeschiedenis. Al in de vroege jaren tachtig – Spanje was pas enkele jaren van het juk van Franco bevrijd en nog uiterst traditioneel – durfde de regisseur deze onderwerpen aan te snijden.

Dolor y gloria

Pijngrens
Almodóvar ging op dezelfde, soms controversiële, weg door en bouwde een mooi oeuvre op met hoogtepunten als Todo sobre mi madre (1999) en Habla con ella (2002). Hij levert nu, enkele korte films meegerekend, zijn 36ste werk af (en zijn achtste samen met Banderas). Het is daarom niet vreemd dat er thematische overlap in zijn films zit. Maar de overeenkomsten met zijn eerdere films La ley del deseo (1987) en La mala educación (2004) zijn volgens de regisseur zo duidelijk dat hij Dolor y gloria als onderdeel van een drieluik beschouwt. Alle drie gaan “over de filmwereld en over verlangen”.

Hierin heeft Almodóvar gelijk. Filmmakers Marro en Crespo verlangen naar een uitweg uit hun lichamelijke en psychische lijden. Gaandeweg de film laten beiden hun pijn achter zich en leggen zich toe op hun creatieve talenten, hoewel dit gemakkelijker gezegd dan gedaan is.

Iedereen zal de film anders duiden. Laten de hoofdpersonen hun pijn achter zich door zich creatief te uiten of kunnen ze hun creativiteit pas de vrije loop laten nadat ze hun pijn verwerkt hebben? Of wil Almodóvar in beeld brengen dat je geen succes kunt hebben zonder pijn te ervaren, zoals een atleet die pas wint als hij over zijn pijngrens gaat? Het maakt niet uit, van Dolor y gloria kan iedereen zijn eigen film maken.

 

15 september 2019

 

ALLE RECENSIES

Jinpa

***
recensie Jinpa

Versmelting van droom, inbeelding en werkelijkheid

door Ries Jacobs

Tibet, het land van de Dalai Lama en boeddhistische monniken. Het land waar de spirituele bevolking zich vreedzaam verzet tegen de Chinese onderdrukker. In de laatste film van regisseur Pema Tseden zie je van dit land weinig terug.

Jinpa opent met weidse vergezichten van het Kekexiliplateau in Tibet. We zien vrachtwagenchauffeur Jinpa over de vlakte rijden. Ondanks de beelden van de Tibetaanse hoogvlakte koos Tseden om de film te schieten in een traditioneel 4:3 beeld.

Jinpa

Met zijn ruige baard, leren pak en eeuwige zonnebril heeft Jinpa meer weg van een Hollywoodheld dan van een Tibetaanse boeddhist. Dit karakter zou door Tarantino bedacht kunnen zijn. De eerste minuten van de film doen in al hun traagheid aan de Amerikaanse regisseur denken. Jinpa neemt tijdens het rijden een slok drank en steekt een sigaretje op. Verder gebeurt er niet zoveel, maar het is duidelijk dat deze ruwe bolster niet met zich laat sollen.

Gezegend schaap
Na verloop van tijd blijkt de vrachtwagenchauffeur ook een blanke pit te hebben. Hij rijdt een schaap dood, waarover hij zich schuldig voelt, en ontmoet daarna een man die hij een lift aanbiedt. De lifter heet ook Jinpa en is op weg naar het dorp Sanak, waar hij de man wil doden die tien jaar eerder zijn vader vermoordde. Hij zet de lifter af bij een splitsing en rijdt door naar zijn bestemming. Nadat de chauffeur zijn vracht heeft afgeleverd en het schaap door een monnik heeft laten zegenen, gaat hij op zoek naar de lifter.

Tseden geeft de sfeer van de Tibetaanse hoogvlakte prachtig weer. De wind lijkt bijna langs de kijker heen te suizen en de donkere beelden van het café waar Jinpa naar binnen gaat doen aan als die van een film noir. Mannen drinken er bier en dobbelen, activiteiten die niet erg passen bij ons beeld van Tibet. Toch lijkt dit Tibet een stuk authentieker en realistischer dan het land van Seven Years in Tibet (1997) en The Golden Child (1986), dat voornamelijk bevolkt lijkt door verlichte en zichzelf wegcijferende boeddhisten.

Jinpa

Een engeltje en een duiveltje
De film kwam in China uit onder de naam Zhuang si le yi zhi yang, te vertalen als ‘Doodde een schaap’. Als de eerste Tibetaanse student aan de Beijing Film Academy weet Tseden de censuur van de filmkeuring te ontwijken door geen politiek in zijn film te stoppen. Aanvankelijk vertelde hij zijn verhalen in literatuurvorm (de regisseur heeft meer dan vijftig boeken geschreven), maar inmiddels is hij toe aan zijn zesde film, na Tharlo (2015) de tweede waarin hij samenwerkt met acteur Jinpa (dit is de naam van zowel de hoofdrolspeler als de hoofdpersoon).

In het tweede deel van de film laat de regisseur, die alle filmscripts zelf schrijft, een duidelijke verhaallijn varen. De werelden van droom, inbeelding en werkelijkheid komen samen. Het is niet duidelijk wat echt is en wat niet. Zijn de beide Jinpa’s twee zijden van één persoon, als een engeltje en een duiveltje? Of creëert de coole vrachtwagenchauffeur een alter ego om dat te doen wat hij zelf niet durft? Het wordt niet duidelijk.

Nu hoeft een film natuurlijk niet de hapklare koek te zijn die Hollywood ons vaak aanbiedt. Kunst is pas kunst als je er je eigen interpretatie aan kunt geven, maar Tseden geeft ons een verhaal dat wel erg mager is. Hij geeft te weinig duiding en verwacht teveel van de kijker. De beelden van Jinpa zijn prachtig en verdienen een tien met een griffel. De film als geheel komt niet verder dan een kleine voldoende.

 

25 augustus 2019

 

ALLE RECENSIES

Loulou

****
recensie Loulou

Een onfortuinlijk trio

door Ries Jacobs

Nelly verlaat haar man André voor Loulou. Ze heeft moeite om haar huwelijk achter haar te laten en met haar nieuwe vlam een toekomst op te bouwen. De drie zitten elkaar een film lang in de weg. 

“Ik neem het leven zoals het komt.” Halverwege de film is Loulou, vertolkt door Gérard Depardieu, voor het eerst openhartig als hij aan de bar staat. Hij heeft geen werk en geen ambities. Zijn leven bestaat voornamelijk uit stappen, kroeggevechten en vrouwen mee naar huis nemen.

Loulou

Nelly, een rol van Isabelle Huppert, valt als een blok voor de blonde adonis. Ze verlaat haar ambitieuze en succesvolle partner André voor klaploper Loulou en verkiest het zorgeloze leven van de kroegtijger annex kruimeldief boven het georganiseerde leven dat ze had met André. Toch blijkt het voor de twee geliefden nauwelijks mogelijk om samen een toekomst op de bouwen zolang Loulou zijn vrijgevochten leven niet wil opgeven.

Benauwende levens
Depardieu is in topvorm. Vanaf het eerste moment weten we wat voor persoon hij is. Het is een prachtig staaltje method acting. Ook Huppert zet een prima rol neer als de onschuldig lijkende, maar gaandeweg de film steeds minder onschuldig wordende Nelly. Overigens is ook de bedrogen en voor een ander ingewisselde André niet het onschuldige slachtoffer. Hij is verbaal en fysiek agressief tegenover Nelly.

Deze door de scenarioschrijvers prima neergezette karakters zijn goud voor goede acteurs. Depardieu, Huppert en Guy Marchand in de rol van André hebben geen moeite om hun personages, die alle drie vastzitten in hun gelimiteerde denkbeelden, vorm te geven. De zakelijke André kan Nelly alleen intellectueel uitdagen. De losbandige Loulou is voor haar fysiek aantrekkelijk, maar kan haar verder niets bieden. En Nelly zoekt naar een combinatie van de twee, de perfecte en natuurlijk niet bestaande partner.

Daardoor zitten de drie klem in hun benauwende leven. Dit lijkt regisseur Maurice Pialat in beeld te brengen door alles in de film benauwend te maken. De camera zit niet per se dicht op de huid van de acteurs, maar alle ruimtes in de film lijken claustrofobisch klein. De mensen zijn bijna constant met teveel in een te kleine ruimte en zitten elkaar daardoor in de weg, zoals de drie hoofdrolspelers elkaar in de weg zitten.

Loulou

No future
In mei 1968 protesteerden Parijse studenten tegen de ‘gevestigde orde’ die hen zou inkapselen in een burgermansbestaan. Ze leefden in de jaren 70 een vrij bestaan. Tegen het einde van het decennium kwamen ze erachter dat leven als een bohemien ook betekende dat je je leven moeilijk vorm kon geven. Hoe geef je je kinderen eten als je geen werk hebt. Niet voor niets was ‘No future’ het adagium van de punkers in die jaren.

Loulou draaide in 1980 in de bioscoop en kun je daarom (in retrospectief) zien als een waterscheiding tussen de vrije jaren 70, gepersonaliseerd door Loulou, en de zakelijke jaren 80 in de vorm van André. Net zo goed kun je de film zien als de zoektocht van een jonge vrouw die niet kan kiezen tussen de rauwe lichamelijkheid van Loulou en de intellectuele uitdaging die André haar biedt. Pialat past maatschappelijke ontwikkelingen en klassenverschillen binnen het raamwerk van een liefdesverhaal. Dit maakt Loulou tot een goede gelaagde film.

Loulou draait nog driemaal in EYE Amsterdam: vrijdag 9 augustus (10.45), zaterdag 17 augustus (15.00) en zondag 25 augustus (19.00).

 

30 juli 2019
 

MEER ISABELLE HUPPERT
 
 

ALLE RECENSIES

Ik ben er even niet

****
recensie Ik ben er even niet

Waar komen die beelden vandaan?

door Ries Jacobs

De wolf kijkt Caro aan met zijn felgele ogen. Langzaam komt hij vanuit haar ooghoek op haar af. Bijna iedere dag weer bezoekt hij haar, soms meerdere keren per dag. De wolf is niet echt, maar tijdens haar aanvallen ervaart Caro hem als levensecht.

Als kind speelde documentairemaakster Maartje Nevejan tijdens een dagje aan het strand in de branding. Opeens kreeg ze een black-out. Het viel haar ouders op dat ze enkele seconden van de wereld leek te zijn. Haar vader nam haar mee naar het ziekenhuis, waar artsen de diagnose absence epilepsie stelden. Deze ziekte uit zich niet in de heftige aanvallen die andere vormen van epilepsie kenmerkt, een aanval (ook absence genoemd) duurt maar enkele seconden en uit zich naar buiten toe slechts door afwezigheid. Iemand is even weg van deze wereld en na hoogstens dertig seconden weer bij bewustzijn.

Ik ben er even niet

Neurowetenschappers nemen tijdens een aanval geen abnormale hersenactiviteit waar en concluderen daarom dat er dan niets is, maar dat zit Nevejan niet lekker. Volgens haar is er wel degelijk iets. Ze ziet beelden tijdens een aanval, en met haar vele medepatiënten. Haar zoon Abel heeft ook absence epilepsie. Hij ziet sterren en andere hemellichamen. Caro ziet een wolf. En de filmmaakster zelf tenslotte ziet telkens weer dezelfde beelden uit Pepper Police Woman, een Amerikaanse televisieserie uit de jaren 70.

Geen charlatans
Wat zien Nevejan en haar lotgenoten tijdens hun epileptische aanvallen? De wetenschap kan hierop geen antwoord geven. Daarom wendt de regisseuse zich tot kunstenaars, die zo goed mogelijk weergeven wat zij, Abel, Caro en anderen zien als ze er even niet zijn. Het mooie is dat ook de neurologen, begiftigd met de hen kenmerkende wetenschappelijke nieuwsgierigheid, het project met interesse volgen. Ze zien de kunstenaars niet als concurrenten of charlatans. De wetenschap kan steeds meer, maar niet de beelden van een absence zichtbaar maken.

Maar nadat de kunstenaars de ervaring zo zichtbaar mogelijk maken, speelt bij Nevejan nog steeds de vraag of wat ze ziet tijdens haar absences echt is. Pepper is er wel voor haar, maar niet voor de rest van de wereld. In het tweede deel van de film probeert ze die vraag zo goed mogelijk te beantwoorden.

Ik ben er even niet

Leonardo da Vinci
De spooky en soms bewust rommelige filmbeelden doen op momenten denken aan een videoclip. Ze overladen het publiek met emoties en vragen, altijd gesteld vanuit het perspectief van de mensen die absences ervaren. Wat zie ik? Hoe komt het dat ik dit zie? Is wat ik ervaar tijdens mijn absences echt? En als het echt is, waar komt het dan vandaan? En misschien wel de belangrijkste vraag: hoe geef ik mijn aanvallen een plaats in mijn leven? Verwacht hierop geen kant-en-klare antwoorden of nieuwe inzichten, maar wel een film die je meesleept in de ervaringswereld van iemand met absence epilepsie.

Leonardo da Vinci was kunstenaar, wetenschapper en filosoof. Hij en zijn tijdgenoten konden de drie disciplines niet los van elkaar zien. Later gingen kunst, wetenschap en filosofie ieder hun eigen weg. Nevejan brengt de drie weer samen in Ik ben er even niet. In haar zoektocht naar de kern van haar ziekte vlecht ze wetenschappelijke inzichten, filosofische vraagstukken en artistieke uitingen ineen. De film lang gaan epileptici, kunstenaars en wetenschappers de dialoog met elkaar aan. De documentaire is meer dan de som van deze drie delen.

 

19 juni 2019

 

ALLE RECENSIES

Notti magiche

***
recensie Notti magiche

De teloorgang van de Italiaanse cinema

door Ries Jacobs

In zijn nieuwste werk neemt regisseur Paolo Virzì de Italiaanse filmwereld onder de loep. Films hierover belichten vaak een wereld van glitter en glamour, bevolkt door steracteurs en weinig subtiele regisseurs. In Notti magiche zijn de hoofdpersonages origineler: scenarioschrijvers. 

Filmproducent Saponaro wordt dood aangetroffen in zijn te water geraakte auto. De jonge, ambitieuze scenarioschrijvers Antonino, Luciano en Eugenia zijn de hoofdverdachten. Als de carabinieri hen ondervragen, komt langzaam de waarheid aan het licht. Ondertussen blijkt hoe gejaagd en opportunistisch de filmwereld is.

Notti magiche

Wervelwind
Regisseur Virzì gaf de hoofdrollen in Notti magiche aan drie piepjonge acteurs die eerder nauwelijks voor de camera hadden gestaan. De onderlinge chemie is voortreffelijk. Het meest opvallende personage is Luciano, een wervelwind die handelt voordat hij nadenkt. Debuterend acteur Giovanni Toscano weet dit moeilijk te vertolken karakter – overacting ligt op de loer – geloofwaardig vorm te geven.

Notti magiche speelt zich af in de zomer van 1990. De titel is een zinsnede uit het lied Un’ estate Italiana, dat speciaal werd geschreven voor het wereldkampioenschap voetbal in Italië van dat jaar. In de film zien we regelmatig flarden van wedstrijden op tv. De sfeer en tijdsgeest weet de regisseur goed te vangen. De filmwereld met zijn afgunst en nijd, die vanonder een oppervlakkig laagje Italiaanse decadentie opborrelt. Waarschijnlijk niet geheel toevallig maakte Virzì zelf rond die tijd zijn entree als scenarioschrijver in de Italiaanse filmscene als coauteur van Time to Kill (1989) met Nicolas Cage in de hoofdrol. Dit werk gaf Virzì een voet tussen de deur. Hij bouwde naam op als scriptschrijver om vervolgens in 1994 zijn debuut als regisseur te maken met La bella vita. Na de successen van La prima cosa bella (2010) en La pazza gioia (2016) staat hij bekend als een van de grote Italiaanse regisseurs van deze tijd.

Bejaarde man
Virzì toont in Notti magiche hoe Antonino, Luciano en Eugenia gedurende die zomerse weken frivool opgaan in de Italiaanse filmscene, die door oude mannen (en een enkele oude vrouw) gedomineerd wordt. In een scène zien we een bejaarde Marcello Mastroianni huilen om een vrouw (Catherine Deneuve?) die hem verlaten heeft. De komedie staat bol van dit soort symboliek waarvan de boodschap duidelijk is: eind jaren 80 is de Italiaanse cinema een bejaarde man die zijn beste tijd achter zich heeft. Het beginnende trio scenarioschrijvers is ook nog even getuige van een opname van La voce della luna, de zwanenzang van Federico Fellini.

Notti magiche

Het is aan een jonge generatie van getalenteerde filmmakers om het stokje over te nemen. Maar het blijkt niet zo eenvoudig om in het kliekje van bijna uitgerangeerde, verwaande filmbonzen te komen. Dit gegeven brengt Virzì prachtig in beeld in de scène waarin een kantoor vol anonieme, fanatiek typende ghostwriters zo goed mogelijk probeert te voldoen aan de grillen van filmproducent Zappellini.

Beau monde van Rome
Notti magiche is een prima film, maar kan niet tippen aan Virzì’s beste werk. Dit komt doordat de drie hoofdrolspelers met horten en stoten hun weg in het wespennest van filmbonzen en steracteurs vinden, maar er verder weinig opbouw in het verhaal zit. Meer dan een uur lang bewegen de hoofdpersonages zich, alleen of gedrieën, in de beau monde van Rome en ontmoeten ze mensen die hen misbruiken en teleurstellen. Ondanks dat Virzì een unieke inkijk in de Italiaanse filmwereld van die periode geeft, moddert de plot wat aan totdat de regisseur pas op het allerlaatste moment het gaspedaal indrukt.

 

27 mei 2019

 

ALLE RECENSIES

Man Who Stole Banksy, The

****
recensie The Man Who Stole Banksy

Een collage van tegenstrijdige idealen

door Ries Jacobs

In 2007 verschenen enkele politiek gemotiveerde kunstwerken op gebouwen in Bethlehem. Ze bleken gemaakt te zijn door graffitikunstenaar Banksy. Enkele inwoners van de heilige stad hebben een kunstwerk verwijderd, niet door het over te schilderen, maar door het kunstwerk met muur en al uit te zagen met behulp van een slijpmachine. Wat was hun motivatie? En wie is Banksy?

De identiteit van Banksy is een van de grootste mysteries binnen de hedendaagse kunstwereld. Het is na decennia nog steeds niet bekend wat zijn echte naam is. Geruchten gaan dat achter de graffitikunstenaar ene Robin Gunningham schuilgaat. Anderen zeggen dat Banksy het pseudoniem is van Robert del Naja, één van de leden van muziektrio Massive Attack. Wat weten we dan wel over Banksy? Hij maakt straatkunst en is daarmee succesvol. En hij schuwt de controverse niet.

The Man Who Stole Banksy

Original gangster
Het kunstwerk in Bethlehem is hiervan een voorbeeld. Het toont een Israëlische soldaat die het paspoort van een ezel controleert. Provocerend? Absoluut, zeker in de Arabische wereld. Daar wordt het scheldwoord ezel, meer dan hier, als beledigend ervaren. Regisseur Marco Proserpio wilde weten of dit de reden was om het kunstwerk weg te halen.

Hij spoorde de mensen op die het kunstwerk weggehaald hebben. Een van de verantwoordelijken is Walid. Met zijn ringbaardje, gemillimeterde coupe en sportschoolpostuur heeft de Palestijnse taxichauffeur nog het meest weg van een gangster. Maar schijn bedriegt, politiek idealisme was zijn grootste drijfveer. Hij vindt dat de Palestijnen in Israël onderdrukt worden. Banksy’s kunstwerken in Bethlehem zijn in zijn ogen provocerend en misplaatst. Daarom hebben Walid en zijn kompanen op een dag met een slijptol gepakt en daarmee het kunstwerk verwijderd.

Graffiti in museumzalen
Was deze daad dan alleen idealistisch gemotiveerd? Ook hebzucht speelde wellicht een rol, een Banksy is immers wat waard. Maar Proserpio brengt ook mensen voor de camera die om een andere reden straatkunst te verwijderen, een reden die Walid niet heeft. Sommige idealisten zagen straatkunst uit de muren om voor het nageslacht te bewaren. Door weersinvloeden en uitlaatgassen vergaat straatkunst nu eenmaal in enkele jaren. Graffitikunst gaat nu van de straat naar de museumzalen.

The Man Who Stole Banksy

Meerdere Banksy’s zijn zo van de ondergang gered. Zijn de hiervoor verantwoordelijken dieven of idealisten? Van wie is straatkunst? Proserpio belicht dit vraagstuk van alle kanten. Hij laat graffitispuiters, museumdirecteuren en andere mensen uit de kunstwereld aan het woord, maar geeft geen oordeel. Dit objectieve standpunt maakt van The Man Who Stole Banksy een sterke documentaire, ondanks het soms wat rommelige karakter van de film. De regisseur heeft de neiging om snel van onderwerp te veranderen en springt daardoor meer dan eens van de hak op de tak.

Bataclan
Anderzijds past het snelle en rommelige karakter van The Man Who Stole Banksy wel bij het tegendraadse straatleven waaruit de graffitikunst voortkomt. Het is daarom toepasselijk dat Proserpio voor de voice-over de eeuwig springerige Iggy Pop heeft gevraagd. Hij is de vertolking van de rebellie die ten grondslag ligt aan straatkunst. Straatkunstenaars, ‘kunstdieven’ en de museumcuratoren die straatkunst tentoonstellen, allen vertegenwoordigen eenzelfde soort rebellerend idealisme. Hun idealen zijn alleen niet met elkaar te verenigen.

Op 26 januari van dit jaar, nadat de documentaire al in meerdere landen uitgebracht was, werd in Parijs een Banksy ontvreemd. Dit kunstwerk was aangebracht op een nooddeur van het Bataclan om de slachtoffers van de terroristische aanslag van 2015 te herdenken. Lag hieraan ook idealisme ten grondslag?

 

28 april 2019

 

ALLE RECENSIES

Jeu, Le

****
recensie Le jeu

Eten van de verboden vrucht

door Ries Jacobs

Tijdens een etentje stelt de gastvrouw een spel voor waarbij alle tafelgenoten de berichten die op hun smartphone binnenkomen met de anderen moeten delen. De risico’s van dit spel zijn natuurlijk enorm. Het is als een avonturenfilm waarbij jongens een enge grot in lopen. Je weet vooraf dat het fout gaat, de vraag is alleen hoe. 

Benoît is het vijfde wiel aan de wagen. De werkloze, tegen overgewicht vechtende gymleraar zit aan de eettafel tussen drie maatschappelijk succesvolle stellen. In zijn pogingen om ook met een interessant verhaal te komen, vertelt hij over een man die in het bijzijn van zijn vrouw overleed. Een minuut na het overlijden ontving de weduwe op de telefoon van haar wijlen echtgenoot een bericht van zijn maîtresse.

Le Jeu

Tijdens de discussie die volgt stelt psychologe Marie voor dat iedereen zijn of haar telefoon op tafel legt. Wie een bericht ontvangt, leest het voor. Niet iedereen is direct voor. Maar wie dit spelletje niet aandurft, heeft iets te verbergen, toch? Dus beginnen de vrienden aan een sociaal experiment. De meest intieme geheimen komen ter tafel, van borstvergroting tot affaires.

Zelfgecreëerd paradijs
Regisseur Fred Cavayé bewerkte het script van de Italiaanse film Perfetti sconosciuti (2016) tot het Franstalige Le jeu. Het uitgangspunt van de Italiaanse schrijvers van het oorspronkelijke script was dat iedereen een geheim leven heeft. Tegenwoordig is het plekje dat we voor onszelf hebben onze mobiele telefoon. Vergrendel het ding en je hebt een hele wereld voor jezelf, je eigen zelfgecreëerde paradijs.

Het spel met de smartphones is te leuk om niet te spelen. Voor de zeven hoofdpersonages van Le jeu is de sensatie om de geheimen van anderen te ontdekken te groot. Dit is een verboden vrucht die te verleidelijk is om niet van te eten, ook al weet je dat deelname aan het spel het einde van je zelfgecreëerde paradijs kan betekenen.

Toch is Le jeu geen pleidooi voor oneerlijkheid. Eerder lijkt de film ons te willen laten zien dat iedereen nu eenmaal geheimen heeft die je beter niet kunt delen met je omgeving. We kunnen ons hier beter bij neerleggen, dan volledige openheid te verlangen van onze naasten. In een wereld waarin we steeds meer hechten aan transparantie, is het in orde als je niet alles met je naasten deelt.

Le Jeu

Lachwekkend en tenenkrommend
Een verhaal over mensen die besluiten hun geheimen te delen, biedt enorme mogelijkheden. Cavayé buit die uit zonder over de schreef te gaan. Het verhaal wordt nooit ongeloofwaardig. De film heeft een overduidelijke moraal, maar de regisseur brengt deze niet moraliserend.

Eerder is dit laatste werk van Cavayé een aaneenschakeling van onverwachte plotwisselingen en scènes de zowel lachwekkend als tenenkrommend zijn. Dit maakt de film gemakkelijk om naar te kijken. Hoewel het een typische acteursfilm is – je zou hem zo kunnen bewerken tot een toneelstuk – heeft Le jeu de snelheid en de plotwisselingen van een avonturenfilm. Dat maakt deze arthousefilm geschikt voor een groot publiek. Het wachten is op een Nederlandstalige versie.

 

24 april 2019

 

ALLE RECENSIES

Movies that Matter Festival 2019 deel 3

Movies that Matter Festival 2019 deel 3:
Een ongenuanceerd tegengeluid

door Ries Jacobs

Skinheads, links-radicalen, jihadisten en anticommunisten, in iedere samenleving zijn er tegenbewegingen van activisten met vaak extreme opvattingen en soms een voorkeur voor geweld. Wat zijn hun drijfveren? Hoe organiseren ze zich? Een Noorse, een Zweedse en een Russische filmmaker proberen het wezen van deze groeperingen te doorgronden.

 

Exit

Exit – de neerwaartse spiraal
De behoefte om ergens bij te horen en een hang naar actie zijn alle ingrediënten die je nodig hebt om een rechts-extremist te worden. Dit zeggen de voormalige neonazi’s die aan het woord komen in Exit. De documentaire is een solide bouwwerk van interviews en archiefbeelden uit de jaren negentig.

De Noorse filmmaakster Karen Winther onderzoekt haar eigen neonazi-verleden door zichzelf en andere gelijkgezinden onder de loep te leggen. Ze laat ook voormalige extremisten met andere denkbeelden hun verhaal doen. Het is ironisch dat die mensen zich om dezelfde redenen, de behoefte aan een groepsgevoel en actie, aansluiten bij radicaal linkse of jihadistisch bewegingen.

Alle verhalen zijn doordrenkt van spijt en angst. Spijt van hun intolerante houding tegenover anderen, alleen maar vanwege hun geloof, huidskleur of denkbeelden. Angst voor represailles van de extremistische groep die ze hebben achtergelaten. Want wat doe je als je tot het inzicht komt dat je denkbeelden niet stroken met de werkelijkheid, dat die anderen helemaal zo erg niet zijn? Als je deel uitmaakt van een rechts-extremistische groepering, is het moeilijk om eruit te stappen. Dit zijn mensen die geweld niet schuwen. Dreigementen, kogelbrieven, alles doen de neonazi’s om hun privélegertje van gelijkgezinden bijeen te houden.

Maar ook radicaal linkse of jihadistische denkbeelden kun je niet zomaar achter je laten. “Als je de ideologie achter je laat, is het de uitdaging waar je de leegheid door wilt vervangen”, zegt voormalig jihadist David. Bovendien kampen veel voormalige extremisten met een trauma vanwege het leed dat ze anderen hebben aangedaan. Exit toont extremisme als neerwaartse spiraal die vaak eindigt in een orgie van geweld, maar ook iets dat je moeilijk achter je kunt laten.

Exit is nog te zien in Filmhuis Den Haag woensdag 27 maart 17.15 uur en vrijdag 29 maart 12.45 uur.

 

Stieg Larsson: The Man Who Played With Fire

Stieg Larsson: The Man Who Played With Fire – journalistieke workaholic
Het succes van zijn romans heeft de Zweedse schrijver Stieg Larsson niet meer mogen meemaken. Na zijn dood in 2004 liet hij drie voltooide manuscripten achter, later bekend als de Millennium-trilogie. De boeken Mannen die vrouwen haten, De vrouw die met vuur speelde en Gerechtigheid zijn op het eerste gezicht thrillers. Maar schijn bedriegt, de goed uitgewerkte journalistieke hoofdpersonages en de gedetailleerde beschrijving van het rechts-extremisme maakt zijn boeken tot meer dan een typische whodunit.

In Stieg Larsson: The Man Who Played With Fire laat filmmaker Henrik Georgsson zien waar Larsson de mosterd vandaan haalde. Al in de jaren 70, toen rechts-extremisme in Zweden nog niet meer was dan een minuscule bende skinheads, zag Larsson het gevaar. Hij bracht het neonazisme in Zweden gedetailleerd in kaart en werd een autoriteit op het gebied van rechts-extremisme. Dit alles deed hij in de avonduren, want overdag werkte hij voor het persbureau Tidningarnas Telegrambyrå.

Larsson was een typische onderzoeksjournalist. Hij kon zich ergens in vastbijten en dan tot drie uur in de nacht doorwerken. Met een groep gelijkgezinden wilde hij achterhalen wie de cd’s van White Power Bands uitgaf, in die tijd een belangrijke inkomstenbron voor extreemrechtse bewegingen. Op de hoezen was niets over een platenmaatschappij te vinden, maar aan de onderkant van ieder schijfje vonden ze een code. Het bleek dat iedere cd-oplage een specifiek nummer heeft. Uiteindelijk kwamen de journalisten uit bij een Italiaanse fabrikant met nazisympathieën.

Toen de rechts-extremisten hiervan lucht kregen, leidde dit tot bedreigingen. Hieraan was Larsson gewend, maar ditmaal was het wel heel serieus. Om zijn geest te verzetten ging hij een roman  schrijven. Uiteindelijk werden het drie dikke pillen. Het misschien wel meest succesvolle literaire werk van deze eeuw is dus het resultaat van schrijverij ter ontspanning.

Stieg Larsson: The Man Who Played With Fire is nog te zien zaterdag 30 maart 20.00 uur in Theater aan het Spui.

 

Leto

Leto – liefde voor muziek
De nieuwste film van regisseur Kirill Serebrennikov is een schets van de muzikale underground in de nadagen van het Sovjetrijk. Je zou denken dat dit een loodzwaar drama is, vol onderdrukking en infiltratie van geheim agenten. Maar niets van dit alles. Leto is een lichtvoetige weergave van een muzikale zomer van enkele vrienden.

De biopic geeft de beginjaren van zanger Viktor Stoï weer, zijn eerste onzekere stappen in de muzikale scene van Leningrad en de oprichting van zijn band Kino. Voordat de band mag optreden, moeten de teksten worden goedgekeurd en als de band eenmaal op het podium staat, mag het publiek niet dansen. Bands en publiek houden zich braaf aan de codes die de Sovjetmagistraten opleggen.

Maar onderhuids broeit de spanning. De muzikanten kunnen met hun liedjes niet uitdrukken wat ze willen zeggen. In experimentele muzikale intermezzo’s komt de soms gewelddadige fantasie van de muzikanten tot uiting. Dan zie je hoe ze eigenlijk willen leven. Wat dat betreft is er weinig verschil tussen de Sovjet-Unie en het huidige Rusland. De inwoners gaan nu gebukt onder de onderdrukking van een ander regime. De arrestatie van regisseur Serebrennikov illustreert dit. Tijdens de vertoning van Leto in Cannes, waar de film in de race was voor de Gouden Palm, was hij niet op het filmfestival aanwezig omdat hij onder huisarrest stond.

Bovenal is Leto een ode aan de muziek. De zanger van de gevestigde rockband Zoopark helpt Stoï simpelweg omdat hij gek van zijn liedjes is. De mannen willen gewoon muziek maken en passen zich daarom aan de wensen van het Sovjetregime aan. Je kunt de film daarom zien als een weergave van de gefrustreerde en tegelijkertijd berustende Russische ziel, maar ook als een weergave van de Russische Summer of Love.

Leto is nog te zien dinsdag 26 maart 21.00 uur en vrijdag 29 maart 12:30 uur in Filmhuis Den Haag en zaterdag 30 maart 21.30 uur in Theater aan het Spui.

 

26 maart 2019

 

Deel 1
Deel 2
Deel 4


MEER FILMFESTIVAL

Wajib

***
recensie Wajib

Een broos evenwicht

door Ries Jacobs

Soms moet je door de zure appel heen bijten en doen wat je omgeving van je verwacht. Soms moet je juist doen wat je zelf wilt. In de laatste film van de Palestijnse regisseuse Annemarie Jacir worstelen de hoofdrolspelers met de vraag voor welke van deze twee opties ze moeten kiezen.

Een vader met een snor en een ouderwetse pet, een zoon met een hipsterstaart en dito kleding. Al na vijf minuten is duidelijk dat dit een familiedrama is waarin traditie en moderniteit botsen. Vader Abu Shadi en zoon Shadi rijden in een oude Volvo rond om uitnodigingen voor het huwelijk van dochter en zus Amal te bezorgen. Volgens het lokale gebruik moet iedereen persoonlijk worden uitgenodigd en worden de huwelijksaankondigingen dus niet per post verstuurd.

Wajib

Vader is een Palestijn die in het tegenwoordig Israëlische Nazareth woont. Hij is gevoelig voor de plaatselijke roddel en achterklap, die zijn eer kunnen aantasten. Zoon werkt als architect in Italië. Hij is meer individualistisch ingesteld en begrijpt weinig van het eergevoel van zijn vader.

Israëlische hond
Jacir weet als geen ander hoe ze het dagelijks leven in Israël in beeld moet brengen. Ook in haar derde lange film doet ze dit vanuit het Palestijnse perspectief. Op een subtiele manier geeft ze weer hoe in het leven van Shadi en Abu Shadi plaats is voor christenen, joden en moslims. Ze gaan langs bij families waar een kerstboom het huis versiert, maar ook bij zionisten in Israëlische nederzettingen.

Het nieuws geeft ons een beeld van Israël als land dat bestaat uit twee kampen die elkaar de hersens inslaan, maar Jacir laat zien dat de verschillende geloofsgemeenschappen geen gescheiden werelden zijn. Meestal leven ze vreedzaam naast elkaar. Soms lukt dat niet, bijvoorbeeld wanneer Abu Shadi in een joodse nederzetting een hond aanrijdt en er daarna vandoor gaat. “Je weet wat er gebeurt in dit land als je een beest kwetst? En zeker een Israëlische hond!”

Wajib

Lied zonder refrein
Wajib bevat meer scènes waarin de onderhuidse spanning tussen Palestijnen en joden tot uiting komt. Zo hebben vader en zoon bijna constant ruzie over wie ze moeten uitnodigen voor de bruiloft, waarbij zoon principieel is en vader niemand voor het hoofd wil stoten teneinde het broze evenwicht met Palestijnen en joden in zijn omgeving te bewaren. Als hij nu de verwachtingen van zijn omgeving inlost, krijgt hij later geen probleem. Dit verklaart de naam van de film. Een wajib is een voor moslims noodzakelijke handeling, zoals het gebed of de ramadan. Wie deze uitvoert wordt later beloond, wie deze verwaarloost wordt gestraft.

Jacirs poging om de spagaat waarin veel Palestijnen zich bevinden weer te geven is zonder meer geslaagd. Dit geldt niet voor de film als geheel, waarin niet zoveel gebeurt. Vader en zoon rijden, bezorgen ergens een uitnodiging, rijden weer verder, gaan weer bij iemand langs en rijden weer verder. De verhaallijn van het door Jacir zelf geschreven script is flinterdun en maakt de film, ondanks de goed uitgewerkte karakters, bij vlagen vlak en spanningsloos.

Kijken naar een film zonder verhaal is als luisteren naar een lied zonder refrein. Na een tijdje gaat het vervelen omdat het meer van hetzelfde is. Dit geldt ook voor Wajib, ondanks de sfeer die Jacir weet te creëren. Als regisseuse is de Palestijnse filmmaakster deze keer beter geslaagd dan als scriptschrijfster.

 

23 maart 2019

 

ALLE RECENSIES

Schapenheld

*****
recensie Schapenheld

Een eenzaam schreeuwende idealist

door Ries Jacobs

De opkomende zon schijnt haar stralen op de heide. Een herder struint met zijn kudde en zijn honden door de velden. Schapenheld opent met de heerlijke romantiek van het leven in de natuur, een traditioneel en rustiek buitenleven. Of toch niet?

Openheid, rust, ruimte, vrijheid. Schaapsherder Stijn Hilgers somt op waarom hij zo graag met zijn schapen op de heide is. Nabij Goirle, tegen de Belgische grens, leidt hij zijn kudde van de boerderij naar de heidevelden en van daar weer naar het grasland. Hij is een typische Brabander, grofgebekt en vaak klagend, maar tegelijkertijd zorgzaam voor zijn schapen en zijn gezin.

Schapenheld

Hilgers maakt het zichzelf niet gemakkelijk. Categorisch weigert hij zich aan te passen aan het marktdenken en de grootschalige, gemechaniseerde landbouw die het hedendaagse Nederland kenmerkt. Hij wil traditioneel en duurzaam met de natuur bezig zijn zonder haar te schaden.

Valerio Zeno
Regisseur Ton van Zantvoort vertelt in Schapenheld het verhaal van Hilgers op een observerende manier, zonder voice-over en met een minimum aan interviews. Hij wil zijn mening niet opdringen aan het publiek. Zo kom je er in de loop van de film zelf achter hoe het werkelijke leven van de schaapsherder eruitziet. Dat dit leven niet alleen uit romantiek bestaat, wordt snel duidelijk. Hilgers heeft moeite om de touwtjes aan elkaar te knopen en moet steeds weer met natuurbeheerders om de tafel om te onderhandelen over welke heidegronden zijn kudde mag begrazen.

Gaandeweg de documentaire krijgt Hilgers steeds meer moeite om zijn idealen in de praktijk te brengen. Hij is minder op de hei te vinden en houdt zich steeds vaker bezig met randzaken zoals televisieoptredens bij Valerio Zeno en Herman den Blijker, horeca-activiteiten en presentaties op braderieën. Zijn humeur wordt er dan ook niet beter op.

Vlaams dorpje
Van Zantvoort wilde onderzoeken of het nog mogelijk is om in onze neoliberale wereld niet met de kudde mee te lopen. Dit blijkt moeilijk. Iedereen vindt het prachtig wat Hilgers doet, zolang het maar binnen de bestuurlijke en financiële kaders past. De herder op zijn beurt is zo gesteld op zijn vrijheid dat hij zich moeilijk kan aanpassen aan onze geïnstitutionaliseerde maatschappij. Het schrijnende dieptepunt van de film is de scène waarin Hilgers, nadat hij zijn kudde dwars door het Vlaamse dorpje Poppel heeft geloodst, wordt gebeld dat er uitwerpselen op de stoep liggen. Nadat zijn vader naar België is gereden om de schapenkeutels op te ruimen, krijgt hij van de politie alsnog een boete.

Schapenheld

De kijker ziet het incident vanuit het gezichtspunt van Hilgers, zonder wederhoor van andere partijen. Dit perspectief houdt Van Zantvoort gedurende de hele documentaire vast en dat levert een ijzersterke film op. Samen met Hilgers zinkt de kijker steeds verder weg in het moeras van bestuurlijke regelgeving, overijverige ambtenaren en de moordende concurrentie van minder op duurzaamheid gerichte bedrijven.

Omdat de regisseur zich concentreert op de idealen en gevoelens van Hilgers, geeft hij de beelden een intensiteit die je weinig ziet in documentaires. De filmmaker brengt de frustrerende strijd van Hilgers rauw en zonder sentiment in beeld en maakt daarmee een film die meer is dan een portret van een herder.

In 2011 maakte Van Zantvoort de korte film Het verleden heeft de toekomst. Hierin is een optimistische en strijdvaardige Hilgers te zien, een herder die bewust afstand van de bio-industrie en de consumptiemaatschappij neemt. In Schapenheld zien we een herder die meer en meer verbitterd raakt wanneer het tot hem doordringt dat hij geen afstand van diezelfde maatschappij kan nemen. Wie niet wil meegaan in de neoliberale maalstroom verwordt al snel tot een eenzaam schreeuwende idealist in de jungle van marktdenken en institutionele regelgeving.

 

19 februari 2019

 

ALLE RECENSIES