Leaning into the Wind

***

recensie Leaning into the Wind

Land Art voor beginners

door Bob van der Sterre

Leaning into the Wind. Het is dit keer niet het spreekwoordelijke dansende plastic tasje in de wind, maar een heuse kunstenaar die in de wind balanceert. De Schot Andy Goldsworthy maakt kunst van natuur en vindt zichzelf er onlosmakelijk onderdeel van. We zien dat in deze interessante, maar ook wat tamme documentaire.

Land Art is een lastig kunstgenre voor snelle kunstconsumenten. Geen fijn genre voor de New Yorkse galeriewereld. Het zou er niet eens in passen, al die bomen en rotsen. Andy Goldsworthy is een van de bekendste vertegenwoordigers van de stroming. Sinds de jaren zeventig maakt hij kunst van wat natuur hem biedt en vaak met behulp van materialen uit de natuur. Stenen, bomen, klei, blaadjes. Bekend zijn bijvoorbeeld zijn bogen.

Klasse apart
Land Art is net zo divers als de gewone kunst. Mensen als Richard Long, Michael Heizer en James Turrell (zie in Den Haag zijn Hemels Gewelf) vullen het weer anders in dan Goldsworthy. Toch is Goldsworthy een klasse apart in het genre. Vandaar deze tweede film over hem. Thomas Riedelsheimer, die deze film regisseerde, maakte in 2001 ook al Rivers and Tides over Goldsworthy. Leaning into the Wind kun je zien als de opvolger. Maar slechts losjes. De film verwijst niet naar zijn voorganger. We observeren hoe de kunstenaar anno nu werkt, hoe hij horizontaal door wilgenstruiken heen kruipt, in een boom klimt, stenen stapelt, nadenkt.

De documentaire leert ons dat Goldsworthy het heerlijke leven leidt van een man die elke dag lekker kan prutsen in en met de natuur. Of het nu Gabon, Schotland of Zuid-Frankrijk is, elk landschap biedt wel wat om mee te spelen. “Ik heb dit niet geleerd op de kunstacademie, maar op de boerderij.”

Wat opvalt is hoe intens en oneindig de relatie tussen de kunstenaar en de wereld om hem heen is. De documentaire fascineert vooral omdat je erbij bent, hoe ideeën komen en gaan in het hoofd van Goldsworthy. Een soort improv-optreden van een speelse geest. Hoe hij een hand van klei onder een waterval schoon spoelt. Met een straal zonlicht en zand een installatie maakt in een hutje. Een boom heen en weer wiegt en de stof sierlijk laat wegwaaien. Klaprozen spugen? Check!

Als het regent op straat gaan liggen
Ook een van Goldsworthy’s pleziertjes: als het regent op de straat gaan liggen en dan een droge plek achterlaten. Hij beseft dat veel van zijn werken vergaan (het merendeel is er zelfs maar eventjes) maar ook dat veel van zijn werken hem zullen overleven, tot misschien wel een verre toekomst. Een voordeel van een kunstenaar die niet op kwetsbaar canvas werkt. Toekomstige archeologen kunnen zich er dan straks hun kop over breken: “Deze stenen in de vorm van een graf moeten wel een religieuze betekenis hebben gehad.”

Leaning into the Wind

Uit de documentaire blijkt hij een nuchtere, vriendelijke vent, die je in het bos voor een enthousiaste hobbyist met teveel vrije tijd zou aanzien. Imponerende gedachtegangen over kunst hoef je niet te verwachten bij hem. Het woord kunst komt volgens mij in de docu niet eens voor.

Stap even opzij
Toch, zo recht-door-zee als zijn kunst is, soms zijn opmerkingen over kunst wel treffend. Zoals wanneer je ‘het’ voelt als kunstenaar: “Sommige momenten zijn helder, daarna is het weer onduidelijk.” Of deze, die ook niet vreemd had geklonken als uitleg van kunst door een zevenjarige: “Stap opzij van de normale manier van kijken naar dingen.”

De documentaire is net als zijn voorganger mooi en rustgevend – een soort vorm van Slow Cinema. Een type prettig wegkijkende documentaire zoals je wel vaker ziet in het kunstgenre. Maar ook tam en ongevaarlijk. Het is en blijft ook een lastig dilemma: staat de kunstenaar die je portretteert voorop, of is de film die je zelf maakt het kunstwerk? Observeren is het meest gepast in deze situatie maar je handen jeuken toch ook om zelf iets vernieuwends en eigenzinnigs te maken? Riedelsheimer komt er niet helemaal uit, maar het zal de fans van Goldsworthy niet tegenhouden om deze film stuk te kijken.
 

8 oktober 2018

 
MEER RECENSIES

Zie mij doen

****

recensie Zie mij doen

Gehandicapten en hun gevoelens

door Nanda Aris

In deze documentaire van Klara van Es volgen we mensen met een beperking, verstandelijk en vaak ook fysiek. Gehandicapten worden tegenwoordig nog steeds meewarig bekeken, maar de maakster toont dat zij een eigen leven hebben: met verlangens, gewoonten en gedachten. 

Door het volgen van Jessica, Mathias, Dominique, Nadine, Quan, Sam en Sofie, krijgen we als kijker een genuanceerde inkijk in het leven van deze mensen met een beperking. 

Zie mij doen

Met haar derde documentaire Zie mij doen won Van Es de juryprijs op het filmfestival Docville in Leuven. Haar eerste film, Verdwaald in het geheugenpaleis (2010), over drie vrouwen in een verzorgingstehuis met beginnende alzheimer, groeide uit tot de meest bekeken Vlaamse documentaire. Haar tweede documentaire, Carnotstraat 17: huis van aankomst (2015), vertelt het verhaal van een voormalig filmtheater dat nu in gebruik is als migrantenkerk. 

Vrijwilliger
Klara van Es werkte drie jaar als vrijwilliger in Monnikenheide, een zorgcentrum voor mensen met een verstandelijke en fysieke beperking. In haar laatste jaar als vrijwilliger begon ze met filmen, waardoor de hoofdrolspelers van de film bekend met haar waren, en andersom. Van Es had het idee een genuanceerd beeld te geven: geen zielig beeld van mensen met een beperking, geen onbegrijpende boze buitenwereld. Het gebruik van zwart-wit zette dit idee kracht bij, en zorgt voor een zachte en observerende blik.

Gevoelens
Nadine heeft het syndroom van Down, en krijgt last van dementie. Sofie kan niet zoveel, maar kan wel duidelijk laten merken of ze iets leuk vindt of niet. In de openingsscène wordt het haar van Sofie haar geknipt en kijkt Nadine aandachtig toe. “Nee Sofie, geen pijn”, zegt Nadine tegen Sophie, die het knippen niet erg leuk lijkt te vinden. De close-ups laten ons voelen wat zij voelen, en de rust in het filmen geeft rust in onze observatie.

De begeleider in het zorgcentrum praat met de bewoners over gevoelens: wat maakt hen boos of bedroefd. Quan, een jongen in een rolstoel met Chinese roots, zou graag met kerst teruggaan naar China en de feestdagen doorbrengen met zijn familie. Het maakt hem boos en bedroefd dat hij daar niet bij kan zijn.

Zie mij doen

Met Jessica praat een andere begeleidster over hoe mensen naar haar kijken. Even kijken of blijven staren, dat is een verschil. “Als ze blijven kijken, kijk ik meestal zo terug: ‘heb je mij gezien?’” 

Dansen
Er wordt ook gedanst in het zorgcentrum, op muziek van Sam. Sam heeft ook het syndroom van Down en de passie waarmee hij plaatjes draait is prachtig. Hij schakelt moeiteloos van een dansbare beat naar Clouseau, onze blik volgt zijn vingers die de knoppen bedienen. De muziek is zijn uitlaatklep, van André Rieu wordt hij kalm; in het nummer ‘Omdat ik van je hou’ zitten al zijn gevoelens, en door het nummer ‘Samen voor altijd’ van Marco Borsato kan hij een punt achter zich zetten, het verleden achter zich laten.

Door de nadruk op de verschillende gevoelens te leggen, zijn de bewoners van het zorgcentrum geen bekijks, maar mensen zoals jij en ik.
 

7 oktober 2018

 
MEER RECENSIES

Sprekend Nederland

***

recensie Sprekend Nederland

Zoektocht naar verbondenheid

door Ries Jacobs

Regisseur John Appel laat aan de hand van toespraken op verschillende bijeenkomsten een cultureel verdeeld Nederland zien. Ons land moet nog steeds wennen aan het multiculturalisme, wat meer dan eens leidt tot ferme taal. “Gebeurt er iets ergs, dan oprotten met die gasten.”

Gemakkelijk maakt Appel het zich niet. In Sprekend Nederland toont hij een allegaartje van toespraken. De camera registreert een uitvaart, de verjaardag van de koning en demonstraties van allerlei pluimage. In een documentaire die bestaat uit meerdere toespraken in een setting die steeds wijzigt, is het moeilijk om een duidelijke verhaallijn aan te brengen. Het publiek haakt dan gemakkelijk af. Wellicht heeft Appel daarom gekozen voor een korte film, opgebouwd uit snel gemonteerde scènes. Razendsnel verplaatst de camera zich van Amsterdam naar Zuid-Limburg en van een doopceremonie naar een feest van een beleggingsclub.

Sprekend Nederland

André Hazes
Appel maakt al sinds 1987 films. In dat jaar studeerde hij af aan de Filmacademie met de film Radio Daniëlle, een portret van een lokale radiopiraat. De documentaire werd uitgeroepen tot beste eindexamenfilm van dat jaar. Ook zijn bekendste film, André Hazes – Zij gelooft in mij (1999), ontving meerdere onderscheidingen.

In 2003 maakte Appel een soortgelijke documentaire met dezelfde titel. Toen verwerkte hij dronken corpsballen, een jonge prinses Máxima en de overwinningsspeech van Balkenende in zijn film. Appel was niet helemaal tevreden met het resultaat. Het geheel miste een duidelijke structuur, het had geen begin en geen eind.

In 2018 is dit hem wel gelukt. Een toespraak tijdens een naturalisatieceremonie vormt het door Appel bewust gekozen begin van Sprekend Nederland. De ambtenaar vraagt de aanstaande Nederlanders om de wet en alle mensen in ons land te respecteren. Vervolgens toont de film toespraken die lang niet altijd getuigen van respect voor anderen, maar ook mensen die de kloof tussen de verschillende Nederlanders juist willen dichten.

Sprekend Nederland

Hoger doel
Appel zegt tijdens de voorbereiding van zijn films vooral aan “emotionele research” te doen. Hiermee bedoelt hij dat mensen en hun kwetsbaarheid belangrijker zijn dan feiten. Een prachtig resultaat hiervan is een toespraak van het enkele dagen eerder afgetuigde homostel Jasper en Ronnie.

De deelnemers aan een demonstratie van de PVV zijn op hun manier net zo kwetsbaar. Een man die een pet van Roda JC draagt, spreekt Geert Wilders lovend toe. Deze man zal in dezelfde periode ongetwijfeld, in het stadion of voor de televisie, Mohamed El Makrini en Adil Auassar toegejuicht hebben. Beiden speelden toen bij Roda JC en beiden zijn Nederlands met een Marokkaanse achtergrond. Is deze man een racist of is hij eerder een gelegenheidsracist die opgaat in dit samenzijn van de PVV om een gevoel van saamhorigheid te ervaren?

In bijna iedere scène zie je deze hang naar verbondenheid terug. Mensen zoeken naar iets dat verder gaat dan gezellig bijeen zijn, iets dat ze vinden bij een religieuze bijeenkomst, in maatschappelijk idealisme of tijdens het vormgeven van een ander gezamenlijk doel. Sprekend Nederland is geen film over culturele verdeeldheid, het is een film over mensen die proberen hun leven zin te geven door zich samen in de zetten voor een hoger doel. Dit maakt de film een mooi en hoopvol portret van onze samenleving. We zijn het niet altijd met elkaar eens, we zijn soms niet respectvol naar de ander toe, maar we doen wel ons best om van ons land iets moois te maken.

 

30 september 2018

 
MEER RECENSIES

Living the Light

***

recensie Living the Light

Altijd onderweg uit liefde voor licht

door Rob Comans

De cinematografie van director of photography Robby Müller was van invloed op films, filmmakers en cameramensen. Regisseur Claire Pijman brengt in Living the Light – Robby Müller een ode aan de even gedreven als bescheiden vakman, en geeft een zeldzaam inkijkje in zijn persoonlijke leven.

De Nederlandse cameraman Robby Müller was letterlijk beeldbepalend voor een generatie van cineasten, collega-cameralieden en filmliefhebbers. De in juli van dit jaar overleden director of photography werkte in zijn ruim veertigjarige loopbaan (soms meermaals) samen met regisseurs zoals Wim Wenders, Jim Jarmusch, Lars von Trier, William Friedkin, Alex Cox en Steve McQueen. De films waar Müller zijn visuele stempel op drukte waren al niet minder indrukwekkend, zoals Der Amerikanische Freund (1977), Paris, Texas (1984), Repo Man (1984), Down by Law (1986), Bis ans Ende der Welt (1991), Dead Man (1995), Breaking the Waves (1996) en Ghost Dog: The Way of the Samurai (1999).

Living the Light

Regisseur Claire Pijman brengt in haar documentaire Living the Light – Robby Müller een ode aan Müller en zijn visuele nalatenschap, en schetst een intiem portret van de zoon, vader en partner die Robby Müller ook was. Voor het maken van haar film kreeg de regisseur toegang tot Müllers persoonlijke archief en kon beschikken over duizenden Hi8-videodagboeken, persoonlijke beelden, setopnamen, polaroidfoto’s en originele scenario’s die hij gedurende zijn carrière verzamelde. Daaruit ontstaat een beeld van een gedreven man die van zijn naasten hield, maar zijn camera zelden neerlegde en de nomadische levensstijl die bij filmen hoort, omarmde.

Nadruk op beelden
We leren Robby Müller kennen aan de hand van filmfragmenten, persoonlijke interviews, en verhalen en anekdotes van regisseurs, collega’s en familieleden. Eén daarvan is regisseur Jim Jarmusch, die samen met instrumentalist Carter Logan de film van een atmosferische soundtrack voorziet. Daarnaast maakt Pijmans filmisch essay veelvuldig gebruik van door Müller zelf geschoten beelden. Deze keuze ontstond deels uit noodzaak, omdat Müller later in zijn leven zijn spraakvermogen verloor. Door deze nadruk op beelden kent de film soms een hoge mate van abstractie die niet iedereen zal liggen, maar wel duidelijk maakt dat Müller altijd bezig was met zijn werk. In video-opnamen en foto’s legde hij voortdurend bewegingen, lijnen, patronen, en lichtschakeringen vast die zijn filmische visie, kadrering en gebruik van licht inspireerden.

Zijn liefde voor licht leverde Müller vergelijkingen op met schilders als Johannes Vermeer, zijn werk voor Im Lauf der Zeit (1976) werd geïnspireerd door de fotografie van Walker Evans. Het werk van schilder Edward Hopper vormde daarentegen een belangrijke inspiratie voor de visuele stijl van Der Amerikanische Freund (1977).

Living the Light

Bedrieglijke eenvoud
Naast een uitgesproken gevoel voor licht, waren eenvoud en het gevoel dat een beeld moest uitdrukken bepalend voor Müllers manier van werken. Maar deze eenvoud was slechts ogenschijnlijk: tijdens opnamen voor de film Barfly (1987) waren Müller en zijn belichtingsvoorman Frieder Hochheim maar liefst vier uur in de weer om een set uit te lichten. Dit werd zo geraffineerd gedaan dat regisseur Barbet Schroeder zich geërgerd afvroeg wat ze in hemelsnaam al die tijd hadden uitgevoerd.

DoP Agnès Godard roemt Müllers gebruik van een diopter, een lens die hem tijdens het filmen van Paris, Texas (1984) in staat stelde zowel voor- als achtergrond scherp in beeld te krijgen, hetgeen zijn beelden een schilderachtige helderheid gaf. Daarnaast besteedde Müller veel aandacht aan het kleurenpalet van de film dat in soms zonovergoten en uitgebleekte tinten, dan weer heldere, verzadigde kleuren het gevoel van ontworteldheid ving, wat essentieel voor de film is.

Regisseur Wim Wenders vertelt hoe de intensieve, langdurige opnameperiode van Bis ans Ende der Welt (1991) een tijd lang een zware wissel op zijn vriendschap met Müller trok. In de creatieve radiostilte die hiervan het gevolg was werkte Müller onder andere met regisseur Jim Jarmusch aan Dead Man (1995). In 1996 ging Müller met regisseur Lars von Trier in zee. Tijdens het werken aan diens films Breaking the Waves (1996) en het latere Dancer in the Dark (2000) experimenteert Müller met een lossere, 360° filmstijl en digitale technieken.

Naast de vakman eert Claire Pijmans documentaire de mens Robby Müller, en doet dat op een manier die de man zelf tekende: trefzeker, liefdevol en oprecht.
 

 16 september 2018

 
MEER RECENSIES

Imagine

***

recensie Imagine

De eerste vlog, ruim voor het social media-tijdperk

door Alfred Bos

Alleen op de Amerikaanse tv vertoonde film van en over John Lennon en Yoko Ono komt digitaal opgepoetst in de bioscoop. Eerherstel voor de lang verguisde Ono die inmiddels een gevierde kunstenares is.

In 1971 waren The Beatles officieel een jaar uit elkaar, informeel al langer. John Lennon woonde met echtgenote Yoko Ono op het landgoed Tittenhurst Park, vlakbij Ascot. De relaties met zijn ex-collega’s waren wisselend. Het contact met gitarist George Harrison was warm, hij speelde mee op Lennons tweede solo-album Imagine. Drummer Ringo Starr nam landhuis en bijbehorend park over toen de Lennons in het najaar van 1971 naar New York verkasten. Paul McCartney was de gebeten hond, het onderwerp van het snerende How Do You Sleep?

Imagine

Dat nummer staat ook op Imagine en het is de tegenpool van het wereldberoemd geworden titelnummer, dat na Lennons dood in 1980 uitgroeide tot het lijflied van Amnesty International. De reflectie over universele verdraagzaamheid was Lennons droom, zijn ultieme wens, aldus Yoko Ono in de documentaire Imagine uit 1988, over het wordingsproces van Lennons meest beroemde album. Dat beeldverslag heeft dezelfde titel – tikje verwarrend – als de film van en over de Lennons die in december 1972 op de Amerikaanse televisie werd vertoond. Onder supervisie van Yoko Ono is het werkstuk digitaal opgepoetst en verschijnt, aangevuld met bonusmateriaal, alsnog in de bioscoop.

Andy Warhol
In 1971 was George Harrison de meest succesvolle solo-Beatle en Ringo Starr stond in de coulissen klaar om het stokje van hem over te nemen (met dank aan Harrison, die Starrs eerste hit, It Don’t Come Easy, schreef). Paul McCartney daarentegen hing in de touwen, uitgekotst door pers en publiek—en John Lennon. Die maakte optimaal gebruik van zijn faam en reputatie, geïnspireerd – en sommigen zeggen geregisseerd – door Yoko Ono. Want hoe de Imagine-film uit te leggen of te duiden? Amerikaanse critici noemden het de duurste homevideo ooit en al is dat een tikje vals, er zit wat in.

We zien de Lennons op het landgoed, wandelend hand in hand, elkaars lippen beroeren. We zien ze in de straten van Londen een demonstratie leiden. We zien ze in Central Park voor verbaasde omstanders een drollig dansje doen. Kortom, we zien héél veel John & Yoko die héél erg verliefd zijn. En de buitenwereld? Dat zijn de kennissen en beroemde gasten tijdens een besloten borrel op het landgoed. Kijk, daar staat Andy Warhol een paar fotomodellen te filmen. Of dat zijn Hollywood-coryfeeën als Jack Palance en Fred Astaire die opdraven in een dadaïstische beeldsonate voor kamer, deur en diva’s.

Fluxus
Voor Yoko Ono eind 1966 John Lennon ontmoette in Londen, maakte ze in New York deel uit van de avant-gardistische kunstbeweging Fluxus en haar hand is terug te zien in de absurdistische en dadaïstische beelden die in de film de nummers van Lennons album begeleiden. Potje schaak met exclusief witte stukken op een bord met uitsluitend witte vlakken? Een onder een zwarte doek (anno nu denken we boerka) verscholen personage dat door de straten van Londen doolt? Schokkerig walsje in een verlaten steeg? Het had Hans Richter kunnen zijn die een idee van Marcel Duchamps op celluloid vangt.

De film heeft eigenlijk de verkeerde titel, hij zou Imagine/Fly moeten heten. Het album Imagine duurt een kleine veertig minuten en de film ruim een uur; de extra tijd wordt gevuld met muziek van Ono. Lennons songs alterneren met nummers van Fly, Yoko Ono’s dubbelalbum uit 1971 dat indertijd werd gekraakt (in het beste geval genegeerd) maar tegenwoordig als baanbrekend wordt gehoord. Wie een ingeslapen kinderfeestje weer tot leven wil wekken, draait Mind Train; succes verzekerd, kleuters door het dolle heen. En de Duitse band Can heeft er ook naar geluisterd. Mind Train is in Imagine te horen onder de scène met Jack Palance en Dick Cavett.

Het beeld van Lennon is vertekend door de lens van de roem en Imagine is bovenal een film van Yoko Ono, met John Lennon als aanleiding en hun wederzijdse affectie tot onderwerp. Hij is overdadig en tenenkrommend, neigend naar narcisme. Maar hij is ook bruut in zijn openheid en het delen van wat nog niet zo lang geleden als privé werd beschouwd. In feite is Imagine de eerste vlog van het social media-tijdperk dat in 1972 nog niet bestond. Geheel in de geest van Andy Warhol dus en zijn tijd vooruit.
 

14 september 2018

 

Kijk hier waar en wanneer Imagine draait.

 

MEER RECENSIES

Chavela

***

recensie Chavela

De bittere stem van de tederheid

door Alfred Bos

In deze tijden van identiteitspolitiek en emancipatie van de LHBT-gemeenschap is het levensverhaal van Chavela Vargas (1919-2012) niet langer exotisch, maar exemplarisch. De lesbische zangeres uit Mexico werd via Spanje uiteindelijk ook in haar thuisland een icoon.

De zangeres is 88 jaren oud en schuifelt het toneel op. Halverwege coulissen en microfoon staat ze stil en spreidt haar armen. De zaal explodeert in een orkaan van aanbidding, fans zijn in extase. Ze is de zegenende engel. Haar omgeving weet wel beter: als ze niet even was blijven staan, had ze die microfoon nooit gehaald. Haar lijf wil niet meer, maar niemand zal haar in een rolstoel zien.

Chavela

De Mexicaanse zangeres Chavela Vargas (in 1919 op Costa Rica geboren als Isabel Vargas Lizano) overleed in 2012 in haar tweede thuisland Mexico, kort nadat ze in Madrid afscheid had genomen van haar Spaanse fans. In Spanje begon begin jaren negentig haar zegetocht, die haar op bejaarde leeftijd alsnog de erkenning bracht die haar als lesbische entertainer in de machocultuur van Mexico lange tijd was onthouden.

De documentaire Chavela vertelt het levensverhaal van een hartstochtelijke, zuipschuitende, homoseksuele, intens levende en in sommige opzichten onmogelijke vrouw. Een geboren buitenstaander, en dat letterlijk. Haar ouders schaamden zich voor hun dochter en hielden haar weg van de visite. Isabel Vargas Lizano had ongewoon mannelijke trekken voor een meisje. Ze groeide eenzaam op en eenzaamheid was haar leven lang haar trouwste gezel, zei ze later.

Vrouw zoekt vrouw
Chavela vertrok als 14-jarige naar Mexico en maakte naam als zangeres in het genre dat bekend staat als ranchera, het Mexicaanse levenslied dat de zielenpijn verklankt; denk de Mexicaanse variant van fado, blues of Jordaanse smartlap. Aanvankelijk kleedde ze zich elegant, met lang haar en sieraden, maar ‘ik zag er uit als een travestiet’. Na een gedaantewisseling – rode poncho, broek, kort haar, sigaar tussen de vingers – groeide ze uit tot een lokale ster. Haar drinkgelagen met ranchero-componist en zanger José Alfredo Jiménez zijn legendarisch. Ze dronken letterlijk de kroeg droog.

Als twintiger had Chavela een relatie met de tien jaar oudere kunstenares Frida Kahlo, maar haar onrustige hart dreef haar voort. Iedereen in haar omgeving besefte dat ze lesbisch was, maar daar werd in Mexico nooit openlijk over gesproken en wat je in het geniep doet is ieders eigen zaak. Geen vrouw was veilig voor haar, ze bracht de titel van Stephen Stills’ hit uit 1970, Love The One You’re With, in de jaren vijftig al in praktijk. Na het huwelijksfeest van Hollywood-ster Elizabeth Taylor werd ze wakker met Ava Gardner.

Chavela

Historisch beeldmateriaal
Chavela heeft veel betekend voor de emancipatie van lesbiennes in Mexico. Voor dat deel van haar publiek fungeerde ze als een sjamaan. Helemaal nadat de zangeres, na een periode van armoede en eenzaamheid, weer de weg omhoog vond en via een uitnodiging voor optredens in Madrid werd gewaardeerd om wie ze was, niet om wat ze projecteerde te zijn. De Spaanse cineast Pedro Almodóvar herkende in Chavela een muze en gebruikte haar muziek voor een aantal van zijn films. Haar ‘bittere stem van de tederheid’ is ook te horen in Frida en A Bigger Splash.

De documentaire vertelt Chavela’s verhaal aan de hand van haar muziek – met Engelse vertaling van de Spaanstalige teksten, verbeeld à la Amy – en getuigenissen van intimi; op de geluidsband horen we de zangeres praten over haar leven en liefdes. Het historische beeldmateriaal van Mexico in de jaren veertig en vijftig geeft context, zonder veel te verhelderen. De film oogt als een degelijke tv-documentaire, maar verschijnt, ook al is het onderwerp minder bekend bij het grote publiek, niettemin in de bioscoop. Dat alleen al voelt als een overwinning.
 

20 augustus 2018

 
MEER RECENSIES

Grace Jones: Bloodlight and Bami

**

recensie Grace Jones: Bloodlight and Bami

De waarheid achter Grace Jones blijft uit beeld

door Alfred Bos

Documentairemaker Sophie Fiennes volgde popicoon Grace Jones een aantal jaren tijdens en buiten haar werk. Het resultaat is een lukrake registratie zonder context. Met fraaie concertbeelden, dat wel.

De donkere diva is inmiddels zeventig, maar staat nog immer springlevend op het toneel. Oma of niet, ze slingert al zingend de hoepel rond haar heupen alsof ze een stoute tiener is. Grace Jones is een geboren rebel, dochter van een strenge Jamaicaanse dominee, icoon van ongetemde expressie, voormalig fotomodel en discodiva, de eerste zwarte androgyne popster. Wie is geen fan van Grace Jones?

Grace Jones: Bloodlight and Bami

Onafhankelijke vrouwen waren in de popmuziek van eind jaren zeventig met een lantaarntje te zoeken. En onafhankelijke popsterren van niet-westerse afkomst, bovendien androgyn en extravagant, stoer en openlijk spelend met hun seksualiteit, kwamen van een andere planeet. Toen Grace Jones na drie weinig opmerkelijke discoplaten in 1980 met het new wave-album Warm Leatherette op aarde landde, doorbrak ze muren tussen sekses, genres en disciplines. Muziek, mode, theater, nachtclub, rockpodium, mainstream, avant-garde—voor Grace Jones bestonden die categorieën simpelweg niet. Het was allemáál haar terrein. Leve de zelfexpressie.

Lukraak opgeknipt
Grace Jones kwam als eerste met het popconcert als modeshow en dansrevue, een spektakelstuk waarin de choreografie en verkleedpartijen net zo belangrijk waren en net zoveel indruk maakten als de muziek. Alle vrouwelijke popsterren die na haar uitgroeiden tot stadionact, van Madonna en Britney Spears en Christina Aguilera tot Beyoncé, Lady Gaga en Taylor Swift, zijn schatplichtig aan Grace Jones.

Over haar persoonlijke geschiedenis en impact op de populaire cultuur leren we in de documentaire Grace Jones: Bloodlight and Bami hoegenaamd niets. Het zijn in feite twee op zichzelf staande films: Grace Jones de performer in een reeks concertopnames en Grace Jones achter de schermen – ogenschijnlijk lukraak opgeknipt en zonder context of uitleg door elkaar geplakt.

Grace Jones: Bloodlight and Bami

Boos, maar waarom?
Daarmee lijkt regisseur Sophie Fiennes (zus van acteurs Ralph en Joseph), die eerder eigenzinnige documentaires maakte rond de Sloveense anti-filosoof Slavoj Zizek, te focussen op de mens achter de mythe en een meer naturel portret te schetsen van de vrouw die de provocatie tot kunstvorm heeft verheven. Maar wat zien we eigenlijk? Jones is ook maar een mens – zoals ze zelf in een telefonisch twistgesprek onomwonden toegeeft – die steunt op creatieve partners als muzikanten, kledingontwerpers en producers. Een uur en 55 minuten is wel heel veel tijd om die open deur uit zijn hengels te trappen.

Fiennes volgt haar onderwerp en stelt nergens vragen, ze registreert en de kijker is de omstander die meekijkt. De beelden van Grace in kleed- of hotelkamer – of onder douche – worden afgewisseld met een bezoek aan haar familie in Jamaica. En daar slaat het gebrek aan context geeuwverwekkend toe, want dat de familieverhoudingen nog immer niet vrij zijn van wrijvingen is duidelijk, maar naar het hoe en waarom is het gissen. Waarom is Grace Jones na al die jaren nog steeds zo boos? Daar blijft Bloodlight and Bami (Jamaicaans patois voor ‘rood studiolicht’ en ‘brood’) net zo raadselachtig over als de titel van de documentaire. Werk en familie? De definitieve film over Grace Jones moet nog gemaakt worden.
 

7 augustus 2018

 
MEER RECENSIES

Whitney

****

recensie Whitney

Misbruikte schoonheid

door Alfred Bos

Was sterzangeres Whitney Houston heimelijk biseksueel? Sloeg echtgenoot Bobby Brown haar? Werd ze als kind misbruikt? En waarom haatte dochter Krissi haar? Dat alles en nog veel meer in de documentaire Whitney. Niks sensatiezucht, maar eerherstel.

Hoe zou de popmuziek van het sociale media-tijdperk hebben geklonken zonder Whitney Houston? Anders, minder gemaniëreerd, meer naturel. Elke zangeres die de afgelopen vijftien jaar heeft meegedaan aan een tv-talentenjacht probeert Whitney’s vocale strapatsen te imiteren, inclusief trillers, uithalen en melisma. Maar niemand komt ook maar in de buurt van haar aangeboren en – door haar moeder, zangeres Cissy Houston – behoedzaam getrainde talent. Haar mezzosopraan buigt staal.

Op 11 februari 2012 werd Whitney Houston dood aangetroffen in haar kamer in het Beverly Hills Hotel in Los Angeles. Verdronken in bad. Ze had haar tante Mary eropuit gestuurd om cupcakes te scoren, daar had ze opeens zin in. De autopsie trof in haar bloed cocaïne en een reeks (legale) medicijnen aan. Ze was in het water weggedommeld. Een banaal einde voor de zangeres die de link vormt tussen Aretha Franklin en Rihanna, tussen gospel en ‘arrenbie’, tussen de kerk en de straat. De straat won, uiteindelijk.

Meest onderscheiden vrouwelijke artiest ooit
Het ging al een aantal jaren niet goed met het natuurtalent dat op 21-jarige leeftijd de muziekwereld en het publiek verblufte. Whitney Houston uit 1985 werd het meest succesvolle debuutalbum van een zangeres ooit (wereldwijd meer dan dertig miljoen exemplaren verkocht). Ze had zeven Amerikaanse nummer 1-hits op rij, meer dan The Beatles, Elvis Presley, Bee Gees of Michael Jackson. Ze wist The Star Sprangled Banner, het Amerikaanse volkslied, tot tweemaal toe de Amerikaanse hitparade in te zingen en haar vertolking van Dolly Partons I Will Always Love You (uit de hitfilm The Bodyguard, 1991) is de best verkochte single van een vrouw uit de historie van de hitparade. Het werd na haar dood opnieuw een hit.

Whitney Houston is volgens Guinness World Records de meest onderscheiden vrouwelijke artiest ooit, maar stierf diep ongelukkig. Hoe heeft het zover kunnen komen? Het korte antwoord, bondig genoeg voor een t-shirt: beauty meets abuse. Moeder Cissy voedde haar beschermd op en stuurde Whitney naar een katholieke privéschool voor meisjes; daar ontmoette ze haar hartsvriendin (en liefdespartner, wordt gesuggereerd) Robyn Crawford. Platenbaas Clive Davis adoreerde Nippy, zoals familie en intimi haar noemden, en waakte over haar als een kostbare schat. Wat ze was, in muzikaal én zakelijk opzicht.

In 1989 kwam de straat in haar leven, in de persoon van Bobby Brown, op dat moment een grote (en vernieuwende) ster aan het soulfirmament. Na haar huwelijk met de hitmaker werd Houstons muziek minder mainstream en meer avontuurlijk, met het album My Love Is Your Love uit 1998 als beste bewijs: het is de blauwdruk van Beyoncé’s solorepertoire. Maar met Brown kwamen ook de drugs. En de handtastelijkheden. En de sabotage. Whitney was een grotere ster dan Bobby en daar kon Mr. Houston niet mee omgaan. Ze gaf haar productiemaatschappij zijn naam. De na-ijver bleef, de coke vrat haar stem aan. Whitney werd langzaam een zombie.

Whitney

Parallellen met Amy
Toen ze in 2001 een rampzalig tv-interview gaf gonsden de geruchten al volop: het gaat niet goed met Whitney. In een aantal fragmenten uit de documentaire is ze nauwelijks herkenbaar. Die harde cokekop is niet de levenslustige hartendief van I Wanna Dance With Somebody of de smachtende sirene van I Will Always Love You. ‘Ze probeerde zichzelf te vinden’, aldus tante Mary, de laatste die haar levend zag. ‘Ik was altijd op de vlucht’, volgens Whitney zelf. Heeft ze zich ooit veilig gevoeld?

Ze zou op 9 augustus 55 jaar oud zijn geworden. Het is de dag waarop Whitney verschijnt, de film die is geregisseerd door Kevin Macdonald, de man van de Bob Marley-docu Marley uit 2012, en geproduceerd door de mensen achter de documentaire over Amy Winehouse, Amy. Er zijn opvallende parallellen met het tragische verhaal van de Britse soul- en jazzzangeres: een opportunistische vader en een dubieus vriendje c.q. echtgenoot. En dan is er de sensationele beschuldiging van halfbroer Gary: Whitney en hij zouden als kind zijn misbruikt door tante Dee Dee Warwick, zus van Dionne en een van de eersten in de muziekindustrie die openlijk lesbisch was.

Whitney is geen hagiografie en smeert de sensatie er niet dik op. Interviews met naaste familieleden en intimi worden afgewisseld met archiefbeelden en homevideo’s, op de wijze waarop Amy is samengesteld. Dat betekent dat er ook vlekkerige en schokkerige beelden langskomen die sommige kijkers schele hoofdpijn kunnen bezorgen. Whitney zet iets recht: de karikatuur uit de laatste fase van haar loopbaan maakt plaats voor een tragédienne. Eerherstel voor een uitzonderlijk talent.
 

6 augustus 2018

 
MEER RECENSIES

Tommy Pallotta en robotmaker Will Jackson

Regisseur Tommy Pallotta en robotmaker Will Jackson:
Gaat de robot ons leven beheersen?

door Alfred Bos

De robots staan voor de deur en zullen ons leven omgooien, wil de tech-industrie ons doen geloven. Onderwijl slurpt kunstmatige intelligentie buiten het zicht onze data weg en maakt de tech-industrie er vervolgens geld van. Wat is waar en niet waar in de schimmige wereld van de computersimulatie? De documentaire More Human Than Human licht een tipje van de sluier.

Wat is er eerder? De intelligente robot of de volgende Elfstedentocht? Dat is een no brainer: de tocht der tochten natuurlijk.

Reginald heeft een rond hoofd, bolle wangen en guitige flaporen; op zijn onderbuik staat RoboThespian (robotacteur). ‘Hoe gaat het met je’, vraagt hij. ‘Goed’, antwoord ik. ‘Hoe heet je’, wil Reginald weten. ‘Alfred’, zeg ik. ‘Ik ben Reginald. Zullen we handen schudden?’ Waarom niet, denk ik, en pak de uitgestoken kunsthand. ‘Je hebt een stevige handdruk’, zegt Reginald. Weer wat geleerd: een hand van metaal is teerder dan een hand van vlees en bloed.

Tommy Pallatto

Tommy Pallotta

Reginald is een robot en hij staat in De Balie in Amsterdam, waar de documentaire More Human Than Human wordt gepresenteerd. De RoboThespian is een creatie van Will Jackson, oprichter en directeur van Engineered Arts Ltd, dat in het Britse Cornwall uit zelf vervaardigde onderdelen kunstmensen maakt die gasten ontvangen van NASA, het Science Museum in Londen en het Copernicus Science Centre in Warschau.

Reginald is een simulatie, niet voor niets staat het woord thespian (acteur) op zijn buik gedrukt. Hij een is kunstmens, met een mechanisch lichaam en een menselijk brein. Als Reginald converseert, hoor je geen kunstmatige intelligentie (artificial intelligence, AI), maar Joe, een medewerker van Engineered Arts die via een internetlink Reginald zijn stem geeft. Reginald is een fopper. En dat is geen toeval.

“We zijn heel ver verwijderd van een machine
waarmee je een intelligent gesprek kunt voeren”

“We zijn heel ver verwijderd van een machine waarmee je een intelligent gesprek kunt voeren”, merkt Will Jackson op. Waarmee de man die van robots zijn bedrijf heeft gemaakt wil zeggen: de tech-industrie, met Silicon Valley voorop, maakt claims en doet beloftes die men in de verste verte niet kan waarmaken. Het is propaganda voor bedrijfsdoeleinden. Elon Musks kolonie op Mars? De vliegende taxi van Über? De in reuzenstappen lerende AI van Google die zijn schepper, de mens, zal overvleugelen? Sprookjes voor volwassenen.

De toekomst nu
Tommy Pallotta werd letterlijk geboren in de schaduw van NASA. De astronauten die tussen 1969 en 1972 naar de maan vlogen, waren zijn buren. Hij groeide op te midden van technici die de wereldtop in hun vakgebied vertegenwoordigden en op school had hij de beschikking over computers, geleverd door NASA. Palotta regisseerde met zijn Nederlandse vrouw Femke Wolting de documentaire More Human Than Human.

Pallotta: “Op jonge leeftijd al viel ik compleet voor het verhaal dat computers ons leven volledig zouden veranderen. Iedereen zou een beter leven krijgen. We zouden minder hoeven te werken. Dat verhaal bleef men ons verkopen en ik heb het heel lang geloofd. De belofte werd keer op keer herhaald, maar nimmer waargemaakt. We werken langer dan vroeger. De inkomensverschillen zijn groter geworden. Er is meer vervreemding, mensen voelen zich eenzamer.”

In More Human Than Human spreken Pallotta en Wolting met AI-onderzoekers (onder wie de Nederlander Johan Hoorn, de man van de Alice-robotjes die bejaarden gezelschap houden) en auteurs die zich in boekpublicaties enthousiast dan wel kritisch hebben uitgelaten over technologie in het algemeen en AI en robots in het bijzonder. Robotkunde en kunstmatige intelligentie is een breed veld en de documentaire stipt veel aspecten aan. De toon is zowel enthousiast als kritisch. “De film laat zien waar we op dit moment staan”, aldus Pallotta. “Hij gaat niet over de toekomst, maar over nu.”

Chatbots zijn makkelijk te foppen
In More Human Than Human zien we onder meer Nick Bostrom, de Zweedse filosoof en directeur van het Future of Humanity Institute in Oxford. Bostrom is een techno-utopist, een gelovige die meent dat kunstmatige intelligentie de mens in de nabije toekomst zal overvleugelen. Maar wat is er zo intelligent aan algoritmes die je luistersuggesties doen (Spotify, YouTube) of je overlijdensdatum voorspellen (Google)? Dat is geen intelligentie, maar een verfijnde vorm van statistiek en kansberekening op basis van een enorme brij data.

Will Jackson met Reginald

Will Jackson met Reginald

“Die benadering is een doodlopende weg”, zegt Will Jackson. “Twee stukjes informatie samenvoegen en daar iets nieuws uit halen – dat heb ik een machine nog nooit zien doen. Dat is wat intelligentie is. AI kan een conversatie nabootsen, maar een chatbot heeft geen begrip. De meeste falen bij de eerste vraag.”

Er zijn commerciële spraak-AI’s in ontwikkeling, bijvoorbeeld om call centers te ‘bemannen’. Die zijn makkelijk te foppen of te ontmaskeren. Jackson: “Ze zijn doorgaans slecht in het kortetermijngeheugen. Dan krijg je iets als: Ik heb een blauwe auto. En de machine antwoordt: U heeft een blauwe auto. Dan vraag je: Welke kleur heeft mijn auto? De machine antwoordt doorgaans: Dat weet ik niet, laten we over iets anders praten.”

Verhalenverteller
De meeste computerwetenschappers en vreemd genoeg ook veel psychologen menen dat het menselijke brein functioneert als een computer. Het brein is een brein, zegt Tommy Pallotta. “Ik heb de afgelopen jaren regelmatig met robots gesproken. Hun reactie lijkt menselijk, maar dat is schijn. De robot heeft geen begrip. We weten nog nauwelijks hoe ons brein functioneert. Dat proberen we na te bootsen in een machine. Dat gegeven spiegelt wie we als mensheid zijn. We zijn ambitieus en we proberen onszelf te begrijpen.”

Homo sapiens, de wetenschappelijke naam voor de mens, is eigenlijk een verkeerde term. De mens is geen denker (sapiens = denkend), maar een doener: instrumentenmaker en verhalenverteller. Wetenschap en kunst zijn de menselijke domeinen bij uitstek, daarin onderscheidt Homo sapiens zich van de rest van het leven op aarde.

In Will Jackson komen die twee domeinen samen, hij is opgeleid als kunstenaar. Tommy Pallota is afgestudeerd als filosoof en gebruikt nieuwe technologie om via film verhalen te vertellen. Hij regisseerde clips voor het Britse downtempoduo Zero 7 en produceerde A Scanner Darkly, Richard Linklaters verfilming van de gelijknamige roman van sciencefictionauteur Philip K. Dick; het is een unieke combinatie van live action en computeranimatie.

In zijn TEDx Talk – of eigenlijk Reginalds praatje – verklankt Will Jenkins een compleet andere visie op robots dan die van de AI-wetenschap. Hij ziet de robot niet als een nuttig ding of een kunstmens, maar als een medium om verhalen te vertellen, als de roman, de film en het stripboek. ‘Het gaat niet om de robot, maar om het publiek en hun reactie. Kan ik jou laten geloven in deze machine?’

Creatieve machines?
Wat de tech-industrie afficheert als kunstmatige intelligentie is een toepassing van getallen kraken. De computer kan in korte tijd enorme hoeveelheden data verwerken en daaruit patronen distilleren. Psychologen noemen dat perceptie (waarneming): patroonherkenning. Dat is iets anders dan het verwerken van informatie, iets wat psychologen cognitie (kennisverwerving) noemen. “AI wordt goed in perceptietaken”, zegt Jackson. “Voor machinecognitie is een compleet nieuwe benadering nodig.”

“Veel van wat we creativiteit noemen
komt voort uit vergissingen”

Als het al twijfelachtig is of we de robots van dit moment intelligent kunnen noemen, dan is kunstmatige creativiteit zéker een brug te ver. “Veel van wat we creativiteit noemen komt voort uit vergissingen”, aldus Will Jackson. “Machines maken geen vergissingen.”

Er is ook een filosofisch probleem met kunstmatige creativiteit: autonomie. Duur gezegd, creativiteit is een functie van vrijheid. En de computer kan niet onafhankelijk denken. More Human Than Human toont een schilderende machine. Het algoritme is geschreven door een programmeur die zelf graag wil schilderen, maar daar geen talent voor heeft. Nu doet de computer het voor hem.

Maar waar zit de creativiteit? Niet in het algoritme, dat doet wat het is opgedragen. De creativiteit schuilt in de programmeur die het algoritme heeft geschreven. Het algoritme is niet onafhankelijk, niet zelf bepalend; het is niet autonoom. En bijgevolg niet creatief.

Google is de duivel
Als het over AI en intelligente robots gaat kunnen we rustig gaan slapen. Als het gaat over de macht van Silicon Valley en de sluipende kolonisering van onze geest, dan is permanente waakzaamheid het parool. Neem de stem gestuurde digitale assistenten van Apple (Siri), Amazon (Alexa) en Google (de Assistent). Tommy Pallotta: “Als een vreemdeling aan je vraagt: mogen we een camera en een microfoon in je huis installeren? Dan reageert iedereen met: ben je gek geworden? Maar het publiek zet zonder probleem een Alexa in de woonkamer zodat een bedrijf hen kan afluisteren. Ze betalen er zelfs voor!”

Robots hebben een gezicht (en een lichaam), maar de kunstmatige intelligentie die ons in het dagelijkse leven omringt is niet als zodanig herkenbaar. AI is een witte pagina met een leeg invulvak: het (geheime) algoritme van Google’s zoekmachine. “Google is echt griezelig”, zegt Will Jackson in de film.

“Maar het ziet er niet griezelig uit”, vult hij in Amsterdam aan. “Het is een wit vlak met een kader. Het heeft geen gezicht en het is overal.” Jackson heeft de moeite genomen om uit te zoeken wat Google van hem weet. “Ze hebben mijn location history, daar wist ik niks van. Ze weten waar ik de afgelopen tien jaar ben geweest. Iedere bar, ieder hotel, alles. Die informatie is lastig te deleten en dat wil Google ook niet.”

Will Jackson denkt niet dat Larry Page Google heeft opgericht om zoveel mogelijk data te verzamelen. “Maar het is volledig uit de hand gelopen. Ken je deze mop? Bill Gates wants your money, but Steve Jobs wants you soul. And Larry Page has it.”

Het gelijk van Philip K. Dick
More Human Than Human biedt een boeiende inkijk in de wereld van kunstmatige intelligentie en stelt de nodige praktische en filosofische vragen. Het klapstuk is evenwel de finale: Tommy Pallotta in gesprek met een AI die speciaal voor de film is gebouwd. Het idee: we maken een kunstmatige intelligentie die een film regisseert over kunstmatige intelligentie; een robot die de rol van Pallotta vervult. Het gesprek blijkt geen ontmoeting, maar een confrontatie. Er is geen ruimte voor intuïtie, twijfel of ambiguïteit, eigen aan de mens en menselijk verkeer.

“Ik schrok ervan om te merken hoezeer
ik die menselijke connectie nodig had”

Pallotta: “Het was een zeer ongemakkelijk interview, naar mijn idee een complete mislukking. Dat had ik niet verwacht. Tot dat moment liep alles gesmeerd en ik ging ervan uit dat we deze noot ook zouden kraken. Toen ik na de filmopname van het lab in Pittsburgh naar mijn hotel liep, vroeg ik me af: waarom wilde ik dit eigenlijk doen? Ik wilde een eerlijke respons. Ik wilde naakt zijn voor de camera. Zonder de opname terug te hebben gezien realiseerde ik me dat ik in die opzet was geslaagd. Wat er gebeurd was, was waar.”

“Ik schrok ervan om te merken hoezeer ik die menselijke connectie nodig had, de mens aan de andere kant van het gesprek. Ik moet naar de ogen kunnen kijken. Dat interview voelde als een verhoor.” Waarmee die confronterende scène het gelijk van Philip K. Dick aantoont. Wat mensen onderscheidt van dieren en kunstmensen is empathie en barmhartigheid. Pallotta: “We kunnen rustig zeggen dat Philip K. Dick altijd gelijk heeft.”

 

13 juli 2018

 

MEER INTERVIEWS

Betty: They Say I’m Different

****

recensie Betty: They Say I’m Different

De vrouw met het hete telefoonboekje

door Alfred Bos

In de jaren zeventig was er meer vrijheid dan ooit. Maar een zwarte vrouw die openlijk zong over seks was twee stappen te ver: vrouw en zwart. Deze documentaire is een ode aan en eerherstel voor vergeten funkicoon Betty Davis.

Betty: They Say I’m Different

Veel popmuziek gaat over seks en het genre dat funk genoemd wordt al helemaal; het scheelt maar één letter. Beyoncé en Rihanna maken er geen geheim van, Macy Gray en Erykah Badu doen er ook niet moeilijk over, maar de eerste zwarte vrouw die openlijk over seks zong was Betty Davis. In de jaren zeventig, ruim voor Prince zijn hitsigheid omzette in hits, zong Davis in bloemrijk straatjargon over jeukende geslachtsdelen en marathonparingen. Luister naar Shoo-B-Doop And Cop Him, het openingsnummer van haar tweede album They Say I’m Different uit 1974, en het is klaar: deze vrouw doet wat haar lust.

Tussen 1973 en 1975 maakte Betty Davis drie platen die de heilige graal zijn onder liefhebbers van lowdown dirty ass funk. Ze verkochten nauwelijks en de artieste verdween geruisloos van het toneel. De wereld was nog niet klaar voor een vrouw die niet bleu was over haar driften, en al helemaal geen zwarte vrouw. Ze pionierde de weg voor Grace Jones en Madonna, popsterren die in de jaren tachtig de braafheid afwierpen. Met #metoo als ruggesteun is de tijd rijp voor eerherstel van vrouwelijke kunstenaars die (te) lang onder het tapijt zijn geschoven. Deze korte documentaire (55 minuten) is perfect getimed.

Miles Davis
Betty Davis, geboren Mabry, van bouwjaar 1945, was een vlinder. Kleurrijk, fragiel, gevoelig, creatief; een gangmaker in het bohemienmilieu van New York midden jaren zestig. Twee mannen hebben haar leven getekend. Ze adoreerde haar vader, die haar onvoorwaardelijk steunde. En ze was, van 1968 tot 1969, een jaar lang getrouwd met Miles Davis. Het huwelijk van de jazztrompettist, toen 42 jaar oud, en zijn 23-jarige muze heeft beide partners wederzijds en blijvend beïnvloed. Zij stelde hem voor aan Jimi Hendrix en liet hem de muziek van Sly & The Family Stone horen. Hij stimuleerde haar om haar teksten en muziek zelf op te nemen.

Betty Davis siert de hoes van Filles de Kilimanjaro, het album uit 1968 waarop Miles Davis de eerste stappen zet op weg naar de fusie van jazz en rock die uitmondde in het legendarische dubbelalbum Bitches Brew (1970); de titel was een suggestie van Betty. Miles Davis geeft in zijn autobiografie grif toe dat het Betty was die hem de ogen opende en op nieuwe ideeën bracht. Het moet een speciale relatie zijn geweest, want zelfs jaren na de scheiding was er een band. Op haar derde album, Nasty Girl (1975), staat het nummer You And I, geschreven in samenwerking met Miles (en gearrangeerd door Gil Evans). Het gaat over Miles.

Kraai
Betty Davis was überhip, had een excellente smaak en een heet telefoonboekje met de nummers van gevierde en bevriende muzikanten. In 1973 nam ze met onder meer de ritmesectie van Sly & The Family Stone haar titelloze debuutalbum op. De openingstrack, If I’m In Luck I Might Get Picked Up, windt er geen doekjes om. En geen enkele vrouw had op dat moment zulke moddervette, van geiligheid schuimende funk op plaat gezet. Dat was schrikken, ook voor media en muziekindustrie.

Een vierde album kwam nooit uit (het verscheen pas in 2009 als Is It Love Or Desire?) en Betty Davis verdween, ook voor haar directe omgeving en vrienden. Ze werd een kluizenaar en groeide onder ingewijden – vergelijkbaar met voormalig tieneridool annex avant-garde muzikant Scott Walker – uit tot een mythe. De documentaire maakt duidelijk dat Davis de dood van haar vader emotioneel nooit te boven is gekomen. “Er heeft altijd een vogel in me gewoond”, zegt ze. Een kraai. Maar na de dood van haar vader “kon ik de kraai niet meer horen”.

Betty: They Say I’m Different is een met veel liefde gemaakt portret dat op esthetische wijze haar privacy respecteert. De film, die tijdens IDFA 2017 in première ging en deels met crowdfunding is gefinancierd, is betrokken van toon en afwijkend van vorm; animaties en beeldbewerking illustreren interviews. Aan het woord komen muzikanten, intimi en Davis zelf, 72 inmiddels. Maar niet zoals je verwacht. Ze is nog steeds net een tikje anders.
 

16 juni 2018

 
MEER RECENSIES