Leaning into the Wind

***

recensie Leaning into the Wind

Land Art voor beginners

door Bob van der Sterre

Leaning into the Wind. Het is dit keer niet het spreekwoordelijke dansende plastic tasje in de wind, maar een heuse kunstenaar die in de wind balanceert. De Schot Andy Goldsworthy maakt kunst van natuur en vindt zichzelf er onlosmakelijk onderdeel van. We zien dat in deze interessante, maar ook wat tamme documentaire.

Land Art is een lastig kunstgenre voor snelle kunstconsumenten. Geen fijn genre voor de New Yorkse galeriewereld. Het zou er niet eens in passen, al die bomen en rotsen. Andy Goldsworthy is een van de bekendste vertegenwoordigers van de stroming. Sinds de jaren zeventig maakt hij kunst van wat natuur hem biedt en vaak met behulp van materialen uit de natuur. Stenen, bomen, klei, blaadjes. Bekend zijn bijvoorbeeld zijn bogen.

Klasse apart
Land Art is net zo divers als de gewone kunst. Mensen als Richard Long, Michael Heizer en James Turrell (zie in Den Haag zijn Hemels Gewelf) vullen het weer anders in dan Goldsworthy. Toch is Goldsworthy een klasse apart in het genre. Vandaar deze tweede film over hem. Thomas Riedelsheimer, die deze film regisseerde, maakte in 2001 ook al Rivers and Tides over Goldsworthy. Leaning into the Wind kun je zien als de opvolger. Maar slechts losjes. De film verwijst niet naar zijn voorganger. We observeren hoe de kunstenaar anno nu werkt, hoe hij horizontaal door wilgenstruiken heen kruipt, in een boom klimt, stenen stapelt, nadenkt.

De documentaire leert ons dat Goldsworthy het heerlijke leven leidt van een man die elke dag lekker kan prutsen in en met de natuur. Of het nu Gabon, Schotland of Zuid-Frankrijk is, elk landschap biedt wel wat om mee te spelen. “Ik heb dit niet geleerd op de kunstacademie, maar op de boerderij.”

Wat opvalt is hoe intens en oneindig de relatie tussen de kunstenaar en de wereld om hem heen is. De documentaire fascineert vooral omdat je erbij bent, hoe ideeën komen en gaan in het hoofd van Goldsworthy. Een soort improv-optreden van een speelse geest. Hoe hij een hand van klei onder een waterval schoon spoelt. Met een straal zonlicht en zand een installatie maakt in een hutje. Een boom heen en weer wiegt en de stof sierlijk laat wegwaaien. Klaprozen spugen? Check!

Als het regent op straat gaan liggen
Ook een van Goldsworthy’s pleziertjes: als het regent op de straat gaan liggen en dan een droge plek achterlaten. Hij beseft dat veel van zijn werken vergaan (het merendeel is er zelfs maar eventjes) maar ook dat veel van zijn werken hem zullen overleven, tot misschien wel een verre toekomst. Een voordeel van een kunstenaar die niet op kwetsbaar canvas werkt. Toekomstige archeologen kunnen zich er dan straks hun kop over breken: “Deze stenen in de vorm van een graf moeten wel een religieuze betekenis hebben gehad.”

Leaning into the Wind

Uit de documentaire blijkt hij een nuchtere, vriendelijke vent, die je in het bos voor een enthousiaste hobbyist met teveel vrije tijd zou aanzien. Imponerende gedachtegangen over kunst hoef je niet te verwachten bij hem. Het woord kunst komt volgens mij in de docu niet eens voor.

Stap even opzij
Toch, zo recht-door-zee als zijn kunst is, soms zijn opmerkingen over kunst wel treffend. Zoals wanneer je ‘het’ voelt als kunstenaar: “Sommige momenten zijn helder, daarna is het weer onduidelijk.” Of deze, die ook niet vreemd had geklonken als uitleg van kunst door een zevenjarige: “Stap opzij van de normale manier van kijken naar dingen.”

De documentaire is net als zijn voorganger mooi en rustgevend – een soort vorm van Slow Cinema. Een type prettig wegkijkende documentaire zoals je wel vaker ziet in het kunstgenre. Maar ook tam en ongevaarlijk. Het is en blijft ook een lastig dilemma: staat de kunstenaar die je portretteert voorop, of is de film die je zelf maakt het kunstwerk? Observeren is het meest gepast in deze situatie maar je handen jeuken toch ook om zelf iets vernieuwends en eigenzinnigs te maken? Riedelsheimer komt er niet helemaal uit, maar het zal de fans van Goldsworthy niet tegenhouden om deze film stuk te kijken.
 

8 oktober 2018

 
MEER RECENSIES

Living the Light

***

recensie Living the Light

Altijd onderweg uit liefde voor licht

door Rob Comans

De cinematografie van director of photography Robby Müller was van invloed op films, filmmakers en cameramensen. Regisseur Claire Pijman brengt in Living the Light – Robby Müller een ode aan de even gedreven als bescheiden vakman, en geeft een zeldzaam inkijkje in zijn persoonlijke leven.

De Nederlandse cameraman Robby Müller was letterlijk beeldbepalend voor een generatie van cineasten, collega-cameralieden en filmliefhebbers. De in juli van dit jaar overleden director of photography werkte in zijn ruim veertigjarige loopbaan (soms meermaals) samen met regisseurs zoals Wim Wenders, Jim Jarmusch, Lars von Trier, William Friedkin, Alex Cox en Steve McQueen. De films waar Müller zijn visuele stempel op drukte waren al niet minder indrukwekkend, zoals Der Amerikanische Freund (1977), Paris, Texas (1984), Repo Man (1984), Down by Law (1986), Bis ans Ende der Welt (1991), Dead Man (1995), Breaking the Waves (1996) en Ghost Dog: The Way of the Samurai (1999).

Living the Light

Regisseur Claire Pijman brengt in haar documentaire Living the Light – Robby Müller een ode aan Müller en zijn visuele nalatenschap, en schetst een intiem portret van de zoon, vader en partner die Robby Müller ook was. Voor het maken van haar film kreeg de regisseur toegang tot Müllers persoonlijke archief en kon beschikken over duizenden Hi8-videodagboeken, persoonlijke beelden, setopnamen, polaroidfoto’s en originele scenario’s die hij gedurende zijn carrière verzamelde. Daaruit ontstaat een beeld van een gedreven man die van zijn naasten hield, maar zijn camera zelden neerlegde en de nomadische levensstijl die bij filmen hoort, omarmde.

Nadruk op beelden
We leren Robby Müller kennen aan de hand van filmfragmenten, persoonlijke interviews, en verhalen en anekdotes van regisseurs, collega’s en familieleden. Eén daarvan is regisseur Jim Jarmusch, die samen met instrumentalist Carter Logan de film van een atmosferische soundtrack voorziet. Daarnaast maakt Pijmans filmisch essay veelvuldig gebruik van door Müller zelf geschoten beelden. Deze keuze ontstond deels uit noodzaak, omdat Müller later in zijn leven zijn spraakvermogen verloor. Door deze nadruk op beelden kent de film soms een hoge mate van abstractie die niet iedereen zal liggen, maar wel duidelijk maakt dat Müller altijd bezig was met zijn werk. In video-opnamen en foto’s legde hij voortdurend bewegingen, lijnen, patronen, en lichtschakeringen vast die zijn filmische visie, kadrering en gebruik van licht inspireerden.

Zijn liefde voor licht leverde Müller vergelijkingen op met schilders als Johannes Vermeer, zijn werk voor Im Lauf der Zeit (1976) werd geïnspireerd door de fotografie van Walker Evans. Het werk van schilder Edward Hopper vormde daarentegen een belangrijke inspiratie voor de visuele stijl van Der Amerikanische Freund (1977).

Living the Light

Bedrieglijke eenvoud
Naast een uitgesproken gevoel voor licht, waren eenvoud en het gevoel dat een beeld moest uitdrukken bepalend voor Müllers manier van werken. Maar deze eenvoud was slechts ogenschijnlijk: tijdens opnamen voor de film Barfly (1987) waren Müller en zijn belichtingsvoorman Frieder Hochheim maar liefst vier uur in de weer om een set uit te lichten. Dit werd zo geraffineerd gedaan dat regisseur Barbet Schroeder zich geërgerd afvroeg wat ze in hemelsnaam al die tijd hadden uitgevoerd.

DoP Agnès Godard roemt Müllers gebruik van een diopter, een lens die hem tijdens het filmen van Paris, Texas (1984) in staat stelde zowel voor- als achtergrond scherp in beeld te krijgen, hetgeen zijn beelden een schilderachtige helderheid gaf. Daarnaast besteedde Müller veel aandacht aan het kleurenpalet van de film dat in soms zonovergoten en uitgebleekte tinten, dan weer heldere, verzadigde kleuren het gevoel van ontworteldheid ving, wat essentieel voor de film is.

Regisseur Wim Wenders vertelt hoe de intensieve, langdurige opnameperiode van Bis ans Ende der Welt (1991) een tijd lang een zware wissel op zijn vriendschap met Müller trok. In de creatieve radiostilte die hiervan het gevolg was werkte Müller onder andere met regisseur Jim Jarmusch aan Dead Man (1995). In 1996 ging Müller met regisseur Lars von Trier in zee. Tijdens het werken aan diens films Breaking the Waves (1996) en het latere Dancer in the Dark (2000) experimenteert Müller met een lossere, 360° filmstijl en digitale technieken.

Naast de vakman eert Claire Pijmans documentaire de mens Robby Müller, en doet dat op een manier die de man zelf tekende: trefzeker, liefdevol en oprecht.
 

 16 september 2018

 
MEER RECENSIES

Tom of Finland

***

recensie Tom of Finland

‘It seems Finland has bigger cocks’

door Ralph Evers

De biopic Tom of Finland verhaalt over de levenswandel van de introverte homo-kunstenaar Touko Laaksonen, die internationaal bekend werd door zowel zijn hypermasculiene homo-verheerlijking als zijn handtekening ‘Tom of Finland’.

Finland is een beetje een vreemde eend in de Europese bijt. Dat andere taaltje dat godsonmogelijk is om onder de knie te krijgen. Dat woeste land, dat enerzijds kalmeert door haar duizenden meren en verlaten, stille landschappen. Anderzijds de moordende kou in de winter en de even zo moordende hoeveelheid muggen in de zomer.

Kennismaking met Finland
De schrijver van deze recensie kwam in zijn studententijd graag in Finland. Hij had daar – mede door zijn metal-liefhebberij – aardig wat vrienden zitten en met zijn studie psychologie zeeën van tijd. Zo leerde hij al gauw de modernistische architectuur van Alvar Aalto kennen, de symfonieën van Sibelius en, wat natuurlijk veel interessanter was, de films van Kaurismäki, maar ook de karaoke-cafés, om te eindigen met de heerlijk sappige soap van een andere wereldberoemde Fin: Matti Nykänen (verfilmd in 2006 onder de titel Matti). Beschouwd als ‘s werelds grootste skischansspringer die viermaal olympisch goud won. Daarnaast was het een notoire drinker, sloeg hij menig vrouw het ziekenhuis in en wist hij vriend en vijand te verbazen met niet al te snuggere oneliners. Tot slot was daar Tom of Finland.

Tom of Finland

De film begint ten tijde van de winteroorlog tegen de Russen in begin 1940 (het verslag van deze oorlog is indrukwekkend verfilmd in Talvisota). Tussen het oorlogsgeweld door zien we hoe in het geheim homomannen elkaar wisten te vinden in de donkere parken. We leren Touko kennen als de introverte man, die z’n werk bij de luchtafweer halfbakken doet en een leven lang worstelt met het feit dat hij een Russische paratrooper doodde. Na de oorlog gaan de ontmoetingen door, altijd in het geheim. Soms bij hooggeplaatste mensen waar andere homo’s zich tijdelijk veilig wanen en hun fantasieën kunnen uitleven, soms leidend tot excessief geweld van de autoriteiten. Homoseksualiteit was ook in Finland, evenals zoveel andere landen, niet toegestaan in de bekrompen jaren 50.

Hypermasculiene fantasieën
Om toch uiting te geven aan zijn erotische fantasieën tekent Touko ze op papier. Al snel slaan zijn geïdealiseerde, gestyleerde en hypermasculiene fantasieën aan. Eerst in kleine kring, later wereldwijd. Uiteraard mag zijn zus onder geen voorwaarde te weten komen van zijn geaardheid. Via een misgelopen avontuur in Berlijn, in de jaren na de oorlog één van de weinige plekken waar je je als homoseksueel kon overgeven aan een nachtleven, belanden zijn tekeningen in Californië. In de tussentijd werkt Touko, samen met zijn zus, als grafisch vormgever. Tevens leert hij een vroege kameraad uit het leger kennen, nu een danser, die verwoede pogingen doet diens homoseksuele geaardheid te verbloemen (hij was één van de slachtoffers van het eerder genoemde geweld).

Tom of Finland zal uiteindelijk de geschiedenisboeken ingaan als één van de meest bepalende homo-erotische kunstenaars. Een kunstenaar die oog had voor maatschappelijke posities en deze in zijn fantasierijke wereld ten positieve voor de underdog weet om te draaien. Hierin is zijn werk dubbel ondermijnend voor het gezag. In de eerste plaats omdat het tot voor kort in veel landen verboden was om homoseksueel gedrag te uiten, of überhaupt homoseksueel te zijn. In de tweede plaats omdat in zijn afbeeldingen gezagsdragers zich overgeven aan hun verborgen homo-erotische lusten (iets wat altijd al in die uniformen zat).

Tom of Finland

Zelfcensuur
Tom of Finland lijdt aan een vorm van zelfcensuur die haaks staat op de provocaties die Touko’s tekeningen voor de buitenwereld hebben. De film is suggestief in het tonen van homoseksualiteit en te tam voor deze tijd. (Wie wat dat betreft the real deal wil, wende zich tot de documentaire uit 1991 Daddy and the Muscle Academy). Daarnaast wordt eveneens controversiële interesse van nazi’s uit de film gelaten. Niet omdat Touko ze hoog had zitten, maar omdat ze nu eenmaal de meest sexy uniformen hadden.

Mogelijk leidt deze selectieve biografische vertelling en preutse vertoning tot een bredere vertoning van de film. Toch blijft het gevoel van iets missen aanwezig. Daarbij helpt het trage tempo en de nauwelijks aanwezige spanningsboog niet mee. Desondanks weet regisseur Dome Karukoski een mooi eerbetoon af te leveren en doet hij voldoende recht aan die beeldbepalende illustrator Tom of Finland, die sympathiek neergezet wordt door acteur Pekka Strang.
 

10 maart 2018

 
MEER RECENSIES

Lumière! L’Aventure Commence

*****

recensie Lumière! L’Aventure Commence

De eerste filmmaker die het leven onthulde

door Cor Oliemeulen

De vrouw van een gouverneur gooit munten naar bedelende kinderen. Het is één van de 144 schitterende gerestaureerde filmpjes in Lumière! L’Aventure Commence. Niet eerder was er zo’n fantastische documentaire over de fascinerende beginjaren van de cinema.

Louis Lumière is de vader van de cinema. Samen met zijn broer Auguste bedacht hij de cinematograaf, een apparaat waarmee je niet alleen filmbeelden kon opnemen en ontwikkelen, maar ook op een scherm kon vertonen. Dat gebeurde op 28 december 1895 voor het eerst voor een betalend publiek in het Parijse café Salon Indien. De voorstelling van tien korte filmpjes – variërend van arbeiders die een fabriek verlaten tot een sproeiende man die zelf wordt natgespoten – groeide uit tot een gigantisch succes. Een jaar later maakten zes cameramannen namens Lumière opnames in alle uithoeken van de wereld.

Lumiere! L'Aventure Commence

Unieke tijdsbeelden in perfecte kaders
Wie goed zoekt op het internet vindt tientallen van die filmpjes, in de oorspronkelijke – en dus ook belabberde – beeldkwaliteit. In navolging van Le Voyage dans la Lune van Georges Méliès is gelukkig nu ook materiaal van de gebroeders Lumière in 4K gerestaureerd, geopenbaard in de werkelijk oogverblindende documentaire Lumiere! L’Aventure Commence. Thierry Frémaux, directeur van het filmfestival van Cannes en het Institut Lumière, koos uit het omvangrijke, grotendeels onbekende, oeuvre 144 filmpjes van ongeveer vijftig seconden geschoten tussen 1895 en 1905. Pas nu zie je het pure vakmanschap: perfecte beeldkaders waarin alle details plotseling haarscherp zichtbaar zijn. Lumière blijkt niet alleen een geniale technicus met de behoefte om de geschiedenis op beeld vast te leggen, met zijn meer dan vierhonderd filmpjes onthulde hij vooral het leven.

Unieke tijdsbeelden gevangen in 24 frames per seconde. We zien een foto, dan nog een foto, steeds sneller zodat er een film ontstaat. Maar film is meer dan het achter elkaar zetten van foto’s die snel worden afgespeeld. Film beweegt, wat je goed kunt zien als de wind speelt met boomtoppen. Hoewel nagenoeg alle filmpjes van Lumière een stilstaand camerastandpunt hebben, zit er veel beweging in die statische shots. De fotografische kaders zijn onberispelijk qua perspectief, mise-en-scène en beeldcompositie. Vaak zie je meerdere gebeurtenissen in één frame, bijvoorbeeld kleren wassende vrouwen aan de oevers van de Seine met daarboven passanten op de weg onder een ochtendhemel met vogels.

Lumiere! L'Aventure Commence

Poort naar de kennis van de wereld
Louis Lumière begon vooral met filmpjes van familie en vrienden, vaak in de stijl van de impressionistische schilder Pierre-Auguste Renoir. Later kreeg hij oog voor de samenleving in al zijn geledingen. Een stoet van vier brandweerwagens elk voortgetrokken door galopperende tweespanpaarden, spelende kinderen, metaalarbeiders, bergbeklimmers en de eerste wielrenwedstrijden. Opvallend zijn de komische filmpjes met bijster originele en visuele grapjes die we pas veel later weer tegenkomen bij de grote Amerikaanse komieken van de stomme film, Charlie Chaplin en Buster Keaton. Ook zien we leuke staaltjes overacteren, zoals de ober in een filmpje dat is gebaseerd op De Kaartspelers van Cézanne. Die neiging tot overacteren in het aanschijn van de camera zie je ook goed terug tijdens een potje jeu-de-boules en acrobatische toeren met een paard.

Lumière en zijn goed geïnstrueerde cameramannen – Alexandre Promio, Gabriel Veyre, Francesco Felicetti, Constant Girel, Félix Mesguich en Charles Moisson – werden spoedig actief in veel grote Europese steden en op verschillende continenten. De camera ging fungeren als poort naar de kennis van de wereld. Lumière werd volgens de amusante commentaarstem van regisseur Thierry Frémaux zo populair dat leiders hem uitnodigden om hen voor de eeuwigheid vast te leggen. Een voorbeeld van perfecte regie zien we in het filmpje van Egypte, want in krap vijftig seconden vangt de camera de essentie van het Arabische land: kamelen met begeleiders in lokale klederdracht tegen de achtergrond van de Sfinx en piramide van Chefren.

Lumiere! L'Aventure Commence

Inspiratie voor latere filmmakers
Het pionierswerk van Louis Lumière heeft ongetwijfeld geleid tot inspiratie voor latere filmmakers. Naast de hoofdzakelijk statische shots zie je al eind negentiende eeuw zo nu en dan een tracking shot, zoals het panorama van Lyon gefilmd vanaf een trein (deze phantom rides waren in die tijd vooral bij Engelse filmpioniers populair), maar ook zijn er bewegende camerabeelden vanaf een boot, vanuit een luchtballon en gezeten op een door Vietnamese dorpelingen gedragen stoel.

We zien zowaar de eerste montage (van een auto-ongeluk), een techniek die illusionist Georges Méliès enkele jaren later veelvuldig ging toepassen, terwijl je de beeldwisselingen van close-ups, medium shots en long shots (in een roeibootje) pas in de jaren twintig terugziet bij andere filmpioniers zoals Abel Gance en Serge Eisenstein. Het kniehoge tatami-shot van liggende opiumrokers zou niet hebben misstaan in een film van de Japanse meesterregisseur Yasujiro Ozu, en met de soms contrastrijke diepte in de beelden was Lumière ook Orson Welles een stapje voor. Met Lumière! L’Aventure Commence begint het intrigerende avontuur om op een nieuwe manier te kijken naar de filmgeschiedenis.
 

4 maart 2018

 
MEER RECENSIES

Loving Vincent

****

recensie Loving Vincent

Brits moordmysterie in een Van Goghiaans landschap

door Bob van der Sterre

Maar liefst 65.000 olieverfschilderijen vormen een oogstrelende film over kunstschilder Vincent van Gogh. Maar was dat moordmysterie nu wel nodig?

Het is 1891. De kunstenaar is een jaar dood. Armand Roulin krijgt in Arles van zijn vader, de postbode Joseph Roulin, een brief in handen. Het is een brief van de kunstenaar Vincent van Gogh. ‘Ga die maar afgeven aan de nabestaanden.’

Dat is niet zo makkelijk als het lijkt. In Parijs leert hij dat broer Theo van Gogh ook al is overleden. Roulin gaat naar Auvers-sur-Oise want daar woont Gachet, arts en vriend van Vincent. Die is niet aanwezig. Roulin besluit om te wachten op zijn terugkeer.

In de tussentijd spreekt hij met allerlei mensen die Van Gogh hebben gekend. Tegenstrijdige berichten bereiken hem. Als een soort pseudodetective spreekt hij met ooggetuigen en probeert hij te achterhalen hoe Vincent nou aan zijn einde is gekomen.

Reizen via Van Gogh-schilderijen
Het aardigste van Loving Vincent is dat we via zijn doeken rechtstreeks reizen naar de tijd dat ze zijn gemaakt. Inclusief niet kloppende perspectieven, rare wolkenpartijen en bomen en planten in verkeerde kleuren. Dat is een bijzondere ervaring voor een kunstliefhebber. Je kijkt bijna een film in een kunstwerk.

Veel karakters met wie Roulin spreekt kennen we al van Van Gogh-schilderijen. In deze film komen ze tot leven. De streepjesbaard begint te bewegen, de ogen knipperen, het jasje deint in de wind.

Met het levend worden, veranderen de geschilderde personen ook in echte mensen met hun hebbelijkheden en onhebbelijkheden. De karakters reageren allemaal anders op de kunstenaar. De een vond hem een griezel (‘Ik wist meteen dat er problemen op stapel stonden’), de ander vond hem een sympathieke kerel, met af en toe slechts wat merkwaardige trekjes. Met name dokter Gachet blijkt een aparte rol te hebben gespeeld in dit verhaal.

65.000 olieverfschilderijen
Loving Vincent: de hype is de film voor geweest. De Pools-Britse productie, onder leiding van Dorota Kobiela en Hugh Welchman, was een megaproject. We zien niet minder dan 65.000 olieverfschilderijen langskomen, in de stijl van hem zelf, gemaakt door 125 schilders (dus meer dan 500 schilderijen per persoon). De film noemt zichzelf de eerste olieverfschilderijenfilm van de geschiedenis.

De cijfers zijn al duizelingwekkend, laat staan de beelden zelf. De trippy doeken van Van Gogh vertalen zich prima naar bewegende beelden. Dat is al vaker gedaan, met name de Starry Night is het slachtoffer, maar nog nooit zo ambitieus als hier.

Loving Vincent

Soms pakt het erg fraai uit. Een kat in Van Gogh-stroken komt miauwend in beeld. De bomen in Van Goghs landschappen hebben ineens ruisende bladeren. Het licht in de cafés dat nu echt beweegt. En natuurlijk alle bekende werken (meer dan honderd) die hier als het ware artistieke cameo’s maken.

Een Brits moordmysterie
Alleen… er zit een moordmysterie aan vast. De film baseert dit verhaal op een vrij recente theorie van Amerikaanse wetenschappers. Die denken dat student René Secretan, een lokale pestkop, de moord op zijn geweten zou hebben. Theorieën over zijn dood zijn niet nieuw. Al decennia denken mensen na over wat hem tot zijn daad dreef (bipolair karakter, depressies, epilepsie, ondervoeding). En al decennia lopen ze vast op gebrek aan bewijs.

Dit verhaal is niet goed voor de film. Dialogen en scènes passen meer bij vlot scenariowerk voor een Netflix-serie dan bij een film die zich in 1891 in Frankrijk zou moeten afspelen. Wat niet helpt, is dat de voertaal Engels is. En met een taal die niet klopt, komen acteurs die meer Brits zijn dan Frans. De film speelt zich af in Auvers-sur-Oise, maar het had net zo goed in Southend-on-Sea kunnen zijn.

Leuk dat de ogen en stem van Chris O’Dowd (IT-Crowd) zijn geleend voor postbode Joseph Roulin, en die van Jerome Flynn (Ripper Street) voor dokter Gachet. Toch zijn redelijk beroemde acteurs in een gelikte filmproductie moeilijk te rijmen met Van Goghs eigen artistieke principes. Denk bijvoorbeeld eerder aan een film als Koyaanisqatsi, ook een beeldenstroom, maar zonder echt verhaal.

Loving Vincent

Commerciële keuzes
Het is de ironie ten top dat de schilder, die niets had met commercieel denken, na zijn dood zo geplaagd is door andermans commerciële keuzes. Niets ontsnapt meer aan die wervelwind van commercie, als het om Van Gogh gaat. Loving Vincent ontsnapt er ook niet aan. De film doet wel een gooi naar het complexe karakter van de kunstenaar, dat is wel lovenswaardig, maar het is een veel te kleine worp. Het script grijpt naast de authenticiteit, de spiritualiteit en het gevoel voor avontuur die wél bij Van Gogh hadden gepast.

Als je zijn brieven leest, en die zijn echt lezenswaardig, dan zie je een heel palet aan menselijke eigenschappen, een beetje vergelijkbaar met de intensiteit van zijn doeken. Soms een enorme zeurpiet (altijd klagen over gebrek aan geld), soms iemand die een hekel had aan mensen en hun menselijke conventies, soms een zeer intens spiritueel persoon, en soms ook een nuchter denker.

Maar ook iemand die boven alles zijn eigen weg wilde volgen, die in een stroom van passie zijn beste prestaties leverde en die in die roes moest dealen met het feit dat er te weinig geld was voor aardse dingen, zoals verf, doeken, materialen, eten, kleding. En die zich dan ook soms schuldig voelde over het lot van zijn broer – die tegen alle logica in alsmaar in Vincents kunstenaarschap bleef geloven. In feite gingen ze hier tezamen aan onderdoor en ze stierven ook bijna tegelijkertijd.

Ze hadden eens moeten weten dat ooit 65.000 doeken in zijn stijl zouden worden gemaakt in een productie die vijf miljoen dollar zou kosten. Of hij er minder krankzinnig van zou zijn geworden, daaraan mag je twijfelen.
 

22 oktober 2017

 
MEER RECENSIES

Cézanne et moi

**

recensie Cézanne et moi

Provençaalse Bro’s doen alles voor de kunst!

door George Vermij

Bro onmoet bro in Aix-en-Brovence. Vrienden voor het leven dat worden ze! Maar dan komen de vrouwen, het succes en de jaloezie. Kan deze bromance de druk van dat alles aan?

Dat is in een notendop Cézanne et moi. Een verhaal over de hechte vriendschap tussen twee gasten en de krachten die dat ontwrichten. Het is alleen geen Bromance-komedie, maar een serieuze film over de hoge kunsten met de stormachtige relatie tussen kunstschilder Paul Cézanne (1839-1906) en schrijver Émile Zola (1840 – 1902) als uitgangspunt.

Toch is het voorspelbare sjabloon van de bromance makkelijk te herkennen als je door al die mooi geschoten plaatjes van een denkbeeldig negentiende-eeuws Frankrijk kijkt. Misschien is dat ook niet zo gek voor een regisseuse die in feite bekend werd met een soort bromance-film avant la lettre. Danièle Thompson werkte mee aan het scenario van haar vaders La Grande Vandrouille met proto-bro’s Louis de Funès en Bourvil die de moffen te slim af zijn. Een film met het aanstekelijke ‘Tea for two, and two for tea…’

Cézanne et moi

Onafscheidelijke maten
Maar terug naar Cézanne et moi die met zevenmijlslaarzen door de levens van de Franse culturele zwaargewichten walst. Het begint allemaal met een ongemakkelijk bezoek van de oude Cézanne aan de succesvolle Zola naar aanleiding van zijn roman L’Œuvre. Vervolgens springt de film tussen flashbacks en dat pijnlijke gesprek tussen de miskende kunstenaar en de gevestigde romancier.

Wij zien ze als jongens in Aix-en-Provence waar de arme Émile bevriend raakt met de rijkere Paul wiens vader een bankier is. Onafscheidelijke maten worden het en als Zola besluit om naar Parijs te gaan, volgt Cézanne al snel. Daar belanden de mannen in een turbulent milieu met drank en vrouwen in overvloed. Zola maakt geleidelijk naam met zijn maatschappijkritische en naturalistische romans. Cézanne heeft minder succes. Samen met andere miskende kunstenaars exposeert hij op de Salon de Refusés, waar zijn werken nog het minst serieus worden genomen.

Deze miskenning vormt gaandeweg een kloof tussen beide mannen terwijl verschillende vrouwen hun pad kruisen. Zo is er Alexandrine (Alice Pol) die modelleert voor de veeleisende Cézanne, maar trouwt met Zola. Het schijnt dat zij ook het model was van de naakte baadster in Éduard Manets Le Déjeuner sur l’herbe. Een werk dat in de film ook niet kan ontbreken omdat het de geschokte reacties van het nette Parijse bourgeois publiek toont op het werk van de impressionisten.

Cézanne is binnen die groep van artistieke buitenstaanders een geval apart wegens zijn obsessieve perfectionisme en zijn wens om zich steeds verder te distantiëren van traditionele figuratieve kunst. Acteur Guillaume Gallienne portretteert hem op een wijze die wij inmiddels gewend zijn van kunstenaars: egoïstisch, koppig en gedreven. Het stereotype van het romantische en miskende genie. Een running gag in de film is dat Cézanne steeds maar tegen zijn ongeduldige schildersmodellen zegt ‘Appels blijven toch ook stilzitten!’. Zijn relatie met mensen wordt daarmee ook gelijk duidelijk. Ze zijn een last omdat ze niet te bedwingen zijn.

Vrouwen zijn zeikerds
Tegenover de temperamentvolle Cézanne is Zola een beetje een saaie kneus in de droge vertolking van Guillaume Canet. Hij heeft het op een gegeven moment gemaakt en wordt gelauwerd door het publiek ondanks zijn kritische visie op het conservatieve Franse regime. De relatie tussen hem en de schilder is wel intens en eerlijk. Als het Cézanne opvalt dat Zola een oogje heeft op zijn dienstmeid vraagt hij of hij haar al geneukt heeft.

Cézanne et moi

De bro’s before ho’s filosofie heeft het echter zwaar te verduren in Cézanne et moi. Vrouwen drijven constant een wig tussen de vriendschap, maar zijn in de film vrij eenzijdige personages. Het zijn inspiratiebronnen die even kort in wat poëtische shots worden gevangen. Daarna worden het al snel zeikerds die een ballast vormen voor de creativiteit van de mannen.

Netjes binnen de lijntjes
Wat je vooral beklijft na Thompsons film is dat je het allemaal al eerder gezien hebt. Cézanne et moi presenteert de kijker een gepolijste kostuumversie van het kunstenaarsleven in de 19e eeuw zonder de rauwe randjes. Het idyllische en pittoreske hebben visueel de overhand, maar resulteren in een soort degelijke oppervlakkigheid die alleen wil bekoren. De spanning tussen de mannen die nog als contrast dient op de mooie historische beelden heeft ook zijn problemen. Het stelt ons beeld van kunstenaars niet ter discussie omdat het strandt in clichés die worden gezien als waarheid.

Dat het thema van creativiteit pakkender verbeeld kan worden zie je terug in Jacques Rivette’s La Belle Noiseuse. Een film die is geïnspireerd op Honoré de Balzacs Le Chef-d’œuvre inconnu. Een boek dat Cézanne en zijn kunstenaarschap ook intens heeft beïnvloed en gaat over het mysterie van het creatieve proces. Het is die pijnlijke en obsessieve passie om iets nieuws te maken die je mist in het brave Cézanne et moi waar alles netjes binnen de lijntjes blijft.
 

27 december 2016

 
MEER RECENSIES

Echte Vermeer, Een

****

recensie Een echte Vermeer

Onderbreking van de kunst 

door Ralph Evers

Een echte Vermeer is geïnspireerd op het leven van meestervervalser Han van Meegeren. Vrijwel alles wat hij deed was doordrenkt van list en bedrog, behalve zijn liefde voor de vrouw van kunstkenner en nemesis Bredius.

De geschiedenis van het schildertalent Han van Meegeren spreekt tot de verbeelding. Een temperamentvol en chaotisch man, die moeite had de alcohol te laten staan. Een schilder die geïnspireerd door de oude meesters, experimenteerde om de craquelure (hetgeen je op oude schilderijen ziet doordat de tijd op de olieverf ingewerkt heeft) na te bootsen. Een talentvolle schilder, die snakte naar erkenning. Nergens haalde hij de door hem gewenste perfectie.

Een echte Vermeer

Muze
Ondertussen wordt Picasso wel op waarde geschat. Een gruwel! Totdat Han van Meegeren (Jeroen Spitzenberger) de beeldschone Jólanka (Lize Feryn) leert kennen. Zij moet zijn muze worden. Zijn relatie loopt erdoor op de klippen, wanneer hij betoverd in het theater zijn muze aanschouwt. De chemie tussen de geliefden vindt haar hoogtepunt in het portret dat Van Meegeren van haar maakt. Helaas blijkt Jólanka getrouwd met de bekende kunstcriticus (en nemesis van Van Meegeren) Abraham Bredius (Porgy Franssen). Die ziet de romantische avances van Van Meegeren niet zo zitten en vernedert hem publiekelijk. De gekrenkte Van Meegeren heeft iets nodig om zich te herpakken. Wanneer het hem lukt de craquelure na te maken heeft hij een kans om de critici, die hem vernederd hebben, op geraffineerde manier voor schut te zetten.

De film is echter meer dan alleen een wraakverhaal. Er is bewust voor fictie en niet voor een biopic gekozen. Dat blijkt al uit de flashbacks en -forwards. Er zitten wel waargebeurde elementen in, zoals het oplichten van de nazitop, door te doen alsof die echte Van Meegeren een echte Vermeer is – hetgeen hem overigens flink in de nesten werkt, vanwege een vermeend landverraad. Toch focust de film naast de fictie vooral op het getroebleerde personage Van Meegeren. Een fraai shot daarin is, wanneer we van Meegeren in Italië aantreffen en het kader scheef gehouden wordt, terwijl het langzaam inzoomt op het gezicht. De rechtlijnigheid, de rationaliteit is ten onder gegaan in de smart, de hartstocht en de alcohol.

De prijs van schoonheid
Een echte Vermeer gaat over de prijs van schoonheid en het verlangen naar eeuwigheid. Juist schoonheid is zo gevoelig voor de tand des tijds. Waarin wordt de meester zichtbaar? De oude meesters die wij nu kunnen aanschouwen in musea zijn allen ‘bekrast’ door de nagels van Kronos, hetgeen we als mooie, extra dimensie zijn gaan waarderen. Juist doordat het oude schilderijen zijn waarderen we het wellicht meer.

Een echte Vermeer

Een film over een kunstenaar ontkomt niet aan het denken over kunst. Niet alleen in de film, maar ook er buiten, hetgeen blijkt uit de goed verzorgde productie waarbij de liefde voor het project er afdruipt. De knappe cinematografie heeft veel oog voor detail en weet met de juiste filters de bij de scène passende sfeer te tekenen. De filmmuziek van componist André Dziezuk is een fijne vermenging tussen stemmige muziek met strijkinstrumenten en met een zwoele saxofoon gedomineerde jazzklanken. Het spel tussen de karakters kent een goede chemie; schelmenromantiek, met verve gespeeld door de cast. De kritiek op de film is dat hij net iets te braaf blijft gegeven de omstandigheden. Iets rauwer had de juiste toon binnen het verhaal gezet.

En hoe zit dat eigenlijk met het oplichten van de nazi’s? De parallel die te trekken is met de nazi’s en Van Meegeren is hun beider afkeer van moderne kunst, zie de beschimping van Picasso. De echte Van Meegeren zou zelfs nog een persoonlijke brief aan Hitler hebben gestuurd, vanwege hun overeenkomstige visie op kunst. Toch kiest in het proces Van Meegeren liever de straf van een zwendelaar dan de dood als landverrader. Zo leren we naast de romancier ook de laffe enkeling kennen, die na al zijn bravoure opnieuw tot eenzaamheid veroordeeld wordt. Een tragisch lot in een mooie lijst.
 

29 oktober 2016

 

Interview met regisseur Rudolf van den Berg.

 

 
MEER RECENSIES

Francofonia

***

recensie  Francofonia

Zeg maar U tegen het Louvre

door Ralph Evers

Francofonia vertelt de bewogen geschiedenis van het Louvre ten tijde van de Tweede Wereldoorlog. Hoe de samenwerking tussen de nazi’s en de Fransen ertoe leidde dat veel kunstschatten werden gespaard. Documentaire met fictie, waarin het Louvre zelf ook tot leven komt.

Sokurov en schilderkunst. Niet de eerste keer dat de Rus zich cinematografisch verlustigt aan schilderijen en er een eigenzinnig portret van weet te maken, ingelijst in zijn eigen artistieke handtekening met passende achtergrondmuziek, merendeels klassiek. Vervlogen herinneringen uit jongensjaren, beelden die ons vreemd genoeg bekend voorkomen, ook al zullen weinig hedendaagse kijkers die tijd bewust meegemaakt hebben.

Francofonia

Parijs en het Louvre begin 1940. De nazi’s hebben Frankrijk veroverd en voelen zich trotse eigenaar van de vele kunstschatten die Frankrijk rijk is. Onderhandelingen vinden plaats tussen de directeur van het Louvre, Jacques Jaujard, en Franz Graf Wolff-Metternich. Hij is hoofd van Kunstschutz, de Duitse commissie ter bescherming van kunstwerken in bezet gebied. De relatie tussen Jaujard en Metternich staat in Francofonia centraal. In het bijzonder omdat Metternich in samenwerking met Jaujard het voor elkaar kreeg de autoriteiten in Berlijn voortdurend om de tuin te leiden, zodat de kunstschatten in Parijs konden blijven.

Sokurov’s Ark
Als zijplot speelt een hedendaagse verhaallijn over een kunsttransport over zee. De boot, geladen met topstukken uit Europese musea, raakt in uitzonderlijk slechte weersomstandigheden verzeild. Het schip is als de ark van Noah, ditmaal gevuld met de belangrijke kunstwerken van het oude Europa. Boeken, film, schilderkunst, beelden, muziek, alles wat in ons culturele DNA te vinden valt, bevindt zich op de Ark. Terwijl het schip in slecht weer verkeert, houdt Sokurov zelf contact met de schipper. Was de storm te voorkomen? Wat had de schipper kunnen of moeten doen? Wat symboliseert het schip? Alsof Sokurov het onschatbare belang van kunst verdedigt. Musea hebben wonderwel menig oorlog overleefd en bieden onderdak aan de ideeën en tijdsbeelden van vroeger. Als een vergeten foto van onze vroegere cultuur.

Niet de eerste keer dat Aleksandr Sokurov met bovenstaand idee speelt, want ook in Russian Ark (2002) waarbij de Hermitage van Sint-Petersburg als hoofdpersonage gebruikt wordt, speelt een dergelijke gedachtelijn op de achtergrond. Die film viel vooral op door haar vorm: één lange take van 96 minuten vol fantastische scenes, waaraan een hoop repetitie voorafging.

Francofonia

Nostalgie
Sokurov slaagt er met zijn reconstructie van de geschiedenis in om een ongrijpbare, weemoedige, nostalgische sfeer te scheppen. Het kleurfilter ligt als een zachte deken over de beelden gedrapeerd en geeft de illusie van oude beelden. Dit effect wordt versterkt door de daadwerkelijke archiefbeelden en de treffende soundtrack. Het enige dat nog ontbreekt om de nostalgie compleet te maken is de geur van pijp of sigaar en cognac.

Francofonia is zowel film als documentaire. Zowel afstandelijk als nabij. De balans tussen het verhaal en de waargebeurde feiten is helaas uit evenwicht, waardoor de film, ondanks haar prachtige melancholische sfeer, de kijker te vaak loslaat.

 

30 januari 2016

 

 

MEER RECENSIES

 

Jheronimus Bosch, Touched by the Devil

***

recensie  Jheronimus Bosch – Touched by the Devil

Oog in oog met duivels mooi werk

door Suzan Groothuis

2016 is het jaar van Jheronimus Bosch. Het is 500 jaar geleden dat de beroemde Brabantse schilder overleed. Reden voor zijn geboortestad Den Bosch om feest te vieren: ‘Jheronimus Bosch. Visioenen van een Genie’ in het Noordbrabants Museum trapt af met de grootste overzichtstentoonstelling van Bosch ooit. Documentairemaker Pieter van Huystee volgde de voorbereidingen rondom die tentoonstelling en laat de werken van Bosch in zijn Touched by the Devil dicht tot de kijker komen.

In Jheronimus Bosch, Touched by the Devil volgen we een team van vijf Nederlandse kunsthistorische onderzoekers. In de aanloop naar de tentoonstelling in Den Bosch trekt het team eropuit om de geheimen van Bosch’ schilderijen te ontrafelen. Zoals een van hen opmerkt: “Ik weet wel zeker dat we nieuwe dingen zullen zien, omdat Bosch nou bij uitstek een schilder is van heel veel kleine details”. 

Jheronimus Bosch - Touched  by the Devil

Concurrentie
Hun onderzoek, zoals met speciale infraroodcamera’s zoeken naar de tekeningen onder de verf, moet meer vertellen over de intenties van Bosch. Maar ook of de schilderijen daadwerkelijk van Bosch afkomstig zijn of van zijn leerlingen en volgers. Op en neer pendelend tussen Den Bosch, Madrid en Venetië onderwerpt het team Bosch’ werken aan een uitvoerige inspectie.

Dat niet iedereen welwillend is om mee te werken blijkt uit een fragment in het Prado in Madrid, waar curator Pilar Silva eventjes haarfijn laat weten dat zij over de meeste schilderijen van Bosch (liefkozend “El Bosco” genoemd) beschikken en Nederland niet. Kortom, de keuze wat wel en niet uitgeleend wordt aan Den Bosch is aan hen. Een stukje eigenbelang, want ook het Prado organiseert dit jaar een expositie over Bosch.

Veel hel, maar een klein beetje hemel
Jheronimus Bosch, Touched by the Devil is een rijke documentaire waarin de filmmaker zoveel mogelijk wil laten zien van ‘Jeroen’ Bosch. In het kader van de tentoonstelling in Den Bosch, dat wel, maar tegelijkertijd staat de vraag centraal welke schilderijen daadwerkelijk aan Jheronimus Bosch kunnen worden toegeschreven. Zo leren we van een Duitse wetenschapper, die de jaarringen in het hout van de panelen onderzoekt, dat veel van zijn schilderijen later (pas na zijn dood) gemaakt zijn. En ook het Nederlandse team komt tot conclusies of de onderzochte schilderijen wel of geen echte Bosch zijn.

Van Huystee verspringt met zijn documentaire van technisch en zakelijk naar de daadwerkelijke schoonheid van de werken. Een rijk geïllustreerd drieluik als De Hooiwagen bijvoorbeeld (waarover de onderhandelingen met het Prado niet bepaald soepeltjes verlopen), waarvan de kleinste details nauwgezet zijn vastgelegd door de camera. Voor de kijker zijn de in beeld gebrachte meesterwerken van Bosch dan ook de grootste traktatie: nimmer hebben we zo met onze neus op zijn schilderijen gezeten en zijn we getuige van zijn rijke bizarre surreële wereld. Waarin, zo leren we ook, er vooral veel hel is en maar een klein beetje hemel.

Jheronimus Bosch - Touched  by the Devil

Maar wie was Bosch?
Toch voelt deze documentaire van Van Huystee (bekend als gerenommeerd producent van Nederlandse documentaires) wat vluchtig en gefragmenteerd aan. Er zijn teveel verhaallijntjes en echt spannend of onthullend wordt het niet. Daarbij blijft de grootste vraag “wie was Bosch en wat dreef hem tot het samenstellen van zijn gruwelijke, surreële en fantasierijke wereld?” onbeantwoord. Er is weinig over de middeleeuwse schilder bekend en dat blijft zo met Jheronimus Bosch, Touched by the Devil.

Wat vooral blijft hangen zijn die prachtige beelden van Bosch, waarvan je na afloop wel meer had willen zien. Op naar Den Bosch, met wie weet nog een uitstapje Boijmans en Prado. Zijn de concurrenten ook weer blij.

De overzichtstentoonstelling wordt gehouden van 13 februari tot en met 8 mei 2016 in het Noordbrabants Museum in Den Bosch.

 

5 januari 2016

 

MEER RECENSIES

Kunst… begin drrr niet an

***

recensie  Kunst… begin drrr niet an

Kunst of een kunstje?

door Cor Oliemeulen

Zijn de schilderijen van Herman Brood kunst of een kunstje? Regisseur Gwen Jansen laat je deze vraag beantwoorden in Kunst… begin drrr niet an, de eerste film die onze ‘nationale knuffeljunk’ neerzet als beeldend kunstenaar. De artiest zelf zag zich liever als ‘souvenirfabriek’.

Van 1992 tot 2000 verruilde Herman Brood regelmatig zijn hectische publieke leven in Amsterdam voor zijn geboorteplaats Zwolle waar hij actief was als schilder bij zijn kunstvriend Ivo de Lange. Die maakte vele uren film met nog nooit vertoonde beelden en gesprekken die als basis van de documentaire dienen. Recente interviews met intimi en bewonderaars vervolledigen het beeld van Brood als bevlogen schilder.

Recensie Kunst… begin drrr niet an

Popart
Wie is opgegroeid met Herman Brood kent de muzikale kwaliteiten van Cuby and the Blizzards en The Wild Romance, de band waarmee hij in 1978 het monumentale album Shpritz opnam. Na een mislukt avontuur in Amerika verlegde Brood zijn artistieke aspiraties steeds verder naar de schilderkunst. Geenszins opmerkelijk, want we leren uit de documentaire dat de geboren Zwollenaar altijd en overal tekende. De Kunstacademie in Arnhem was niet aan hem besteed, omdat daar “iedereen hetzelfde schilderde als de leraar”.

Geïnspireerd door de kleurrijke avant-gardekunst van Cobra ging Brood als een bezeten popart-artiest in de weer met spuitbussen, sjablonen, verfrollers en stiften, maar hij kon ook uren op een terras op het Leidseplein pentekeningen op bierviltjes voor passanten maken. Herman Brood was kleurenblind, wat zijn keuze voor primaire kleuren verklaart. In de documentaire suggereert een oogarts dat Brood mogelijk de kleur rood als groen zag. Een ander leuk fragment is als kinderen hem het fotobewerkingsprogramma Paint op de computer laten zien en hij er direct enthousiast mee aan de slag gaat.

Recensie Kunst… begin drrr niet an

Icoon
Kunst… begin drrr niet an toont een gedreven, sympathieke Herman Brood, soms verward en deerniswekkend door zijn drank- en speedverslaving. Fan van Beatrix (“Zij is er zich onderhand wel van bewust dat ik achter haar reet aan zit”), omstreden door zijn ontmoeting met Bouterse in Suriname die hij wel wat ongemakkelijke momenten bezorgt (“Desi, huil jij ooit? Bijvoorbeeld als je ’s morgens de krant leest?”) en uitgekookt omdat hij niemand nodig had om hem in de markt te zetten. In Duitsland liet hij zich voor de grap ontvallen dat hij zo ziek was dat hij elk moment op het podium zou kunnen bezwijken en vervolgens zien we een fragment dat hij als beeldend kunstenaar met een infuus onder grote belangstelling een schilderdemonstratie geeft.

Herman Brood maakte er geen geheim van dat hij vaak graag in het middelpunt van de belangstelling stond. Hij adoreerde het concept van het icoon zijn en tegelijkertijd had hij er schijt aan. Misschien wel door zijn lopende bandproductie lukte het hem niet een plekje in het Stedelijk in Amsterdam te bemachtigen – de meeste museumdirecteuren beschouwden zijn schilderijen niet als kunst. Volgens collega-kunstenaar Rob Scholte was zijn werk juist zo bijzonder omdat hij voor en tussen de mensen schilderde. Kunst of een kunstje? Oordeel zelf in deze boeiende en vooral openhartige documentaire.

Kunst… begin drrr niet an is de komende maanden op een beperkt aantal locaties te zien. Kijk hier voor het overzicht.

 

24 oktober 2015

 

MEER RECENSIES