Imagine 2017 – Deel 2

Imagine Filmfestival 2017 deel 2
Ranzige moordenaar en klassieke douchescène

door Suzan Groothuis

In dit tweede deel van Imagine aandacht voor alle vormen van vet (frituur, olie, boter) in het absurdistische en wanstaltige The Greasy Strangler, een date die uitmondt in gevangenschap in Berlijn in Berlin Syndrome, misvorming en liefde in het Spaanse Skins en de ontleding van de douchescène in Hitchcocks Psycho in de documentaire 78/52.

 

The Greasy Strangler

The Greasy Strangler: moordenaar met sporen van vet
Wat moet je je nou voorstellen bij een greasy strangler? Een meedogenloze moordenaar gehuld in vet? In deze absurdistische, ranzige film van regisseur Jim Hosking laat het antwoord nog even op zich wachten, want eerst maken we kennis met vader Ronnie en zoon Brayden. De twee wonen samen en organiseren disco-stadswandelingen. Gehuld in een roze outfit etaleert Ronnie zijn disco-kennis: “Well who likes the Bee Gees? Well this is where they came up with that fabulous spunky song, Night Fever.”

Tijdens een van hun wandelingen ontmoeten ze de welgevormde Janet, die valt voor de stille Brayden. Dit tot groot ongenoegen van Ronnie, die besluit de strijd aan te gaan en het hart van Janet te winnen.

Tot zover het verhaal. Want dan is er nog die greasy strangler, een mysterieuze vreemdeling die in de nacht mensen wurgt en sporen van vet achterlaat. Brayden verdenkt al snel zijn vader, die een obsessie heeft voor vet eten. Alles wat hij naar binnen werkt wordt eerst voorzien van een flinke laag frituurvet of olie. Bon appétit! Terwijl de greasy strangler steeds meer dodelijke sporen achterlaat, is Brayden vastberaden zijn vader, de vermoedelijke dader, te ontmantelen.

The Greasy Strangler is een mix van horror, komedie en absurdisme. En vooral: veel ranzigheid. De kijker kan zich vergapen aan oogballen gedoopt in frituurvet, een seksscène waar de olijfolie rijkelijk vloeit en de grote leuter van Big Ronnie. En natuurlijk mogen foute oneliners als “Bullshit artist!” en “Hootie Tootie Disco Cutie!” niet ontbreken. The Greasy Strangler is zo’n film die je omarmt of verguist, maar in ieder geval niet snel vergeet. Na het zien ervan ben je op z’n minst verwonderd over wat je net gezien hebt. Voor wie van bizar, flauw en ranzig houdt, een must see.

 

Berlin Syndrome

Berlin Syndrome: obsessieve relatie in Berlijn
Van vet, ranzigheid en absurdisme naar een obsessieve relatie in Berlijn. De Australische fotojournaliste Claire komt tijdens haar Europa-trip de charmante Andi tegen. Na een nacht met hem te hebben doorgebracht in zijn hippe, afgelegen appartement is er echter een probleem: ze mag er niet meer uit!

Vanaf dan ontwikkelt zich een kat- en muisspel tussen de twee: zij, opgesloten, wil ontsnappen, hij, geobsedeerd door haar, doet er alles aan om haar vast te houden.

De film is grotendeels gefilmd in Andi’s appartement, dat hermetisch afgesloten lijkt te zijn van de buitenwereld. De ramen kunnen niet open en ook niet kapot, wanneer Claire een poging doet ze met een stoel te breken. De deur is met een stalen balk gebarricadeerd. Claire ziet zich dus genoodzaakt een beroep te doen op haar creativiteit en innerlijke kracht.

Berlin Syndrome van de Australische regisseur Cate Shortland (Somersault, Lore) lijkt qua thematiek op films als Room en Single White Female. Room vanwege de opsluiting en wat dat doet met een mens; Single White Female vanwege de obsessieve relatie die zich snel en met grote gevolgen ontwikkelt.

Shortlands film is inhoudelijk dan ook niet verrassend, met een redelijk voorspelbare verhaallijn. Waarin de film wel overtuigt, is het spel van Teresa Palmer (eerder te zien in horror Lights Out, en check eens de gelijkenis met Kristen Stewart!) en Max Riemelt. De sensualiteit van de eerste ontmoeting vormt een groot contrast met de onderhuidse spanning en dreiging die later op de voorgrond staan. Dit alles tegen de achtergrond van een afgelegen plek in hip Berlijn, waar het appartement steeds meer verwordt tot een eenzame, dodelijke leegte.

 

Skins

Skins: spel van aantrekken en afstoten
Het Spaanse Skins zou je kunnen zien als een moderne versie van Tod Brownings Freaks. In deze mozaïekfilm komen verschillende verhaallijnen, waarin mismaakte mensen centraal staan, samen. Zoals Samantha, die gezegend is met een omgekeerd digestief systeem, wat inhoudt dat haar anus op de plek van haar mond zit en andersom. Of de jonge Laura, die diamanten als ogen heeft. En Cristian, wiens benen hem in de weg zitten. Hij is pas gelukkig met een meerminnenstaart. Allen hebben een afwijking, maar willen graag een plek en liefde in de wereld.

Regisseur Eduardo Casanova legt de verschillende verhaallijnen met gevoel en oog voor detail vast. Pasteltinten zijn alom aanwezig, zoals de eenhoorntrui van Samantha, de roze, fonkelende diamanten van Laura en de paarse meerminnenstaart van Cristian. Veel oog voor het visuele dus, waarin de regisseur speelt met het spel van aantrekken en afstoten. Zijn boodschap is uiteindelijk dat we allemaal mensen zijn en dat schoonheid van binnen zit. En het zal je niet verbazen dat de normale mensen eigenlijk vreemder of eerder een outsider zijn dan de getoonde “freaks”. Want wat dacht je van Samantha die met haar uiterlijk walging, maar ook aantrekkingskracht oproept? Of de mooie, maar intens eenzame link naar de meerminnenfascinatie van Cristian? Opmerkelijk debuut.

 

78/52

78/52: Hitchcocks douchescène ontleed
Ofwel: de ontleding van de wereldberoemde douchescène van Alfred Hitchcocks Psycho! In deze documentaire van Alexandre O. Philippe, wiens The People vs. George Lucas eerder te zien was op Imagine, leer je alles over dit iconische filmfragment. De 78 staat voor de camera-instellingen, de 52 voor de cuts.

De film opent met de bekende zwart-wit beelden van een auto op de weg, het zicht steeds meer vertroebeld door een heftige regenbui. De bestuurster ziet zich genoodzaakt te stoppen. Het Bates Motel, met flinkerende letters, nodigt uit tot een tussenstop. Het begin van het einde voor de mooie Marion Crane, een onvergetelijke rol van Janet Leigh.

Via interviews met onder meer Janet Leighs body double Marli Renfro, Guillermo del Toro en Danny Elfman (soundtrackcomponist), leren we hoe Hitchcock tot die iconische douchescène kwam. De aankondiging van Psycho was alleen al een hele belevenis: een voorbode van iets unieks dat de kijker ging aanschouwen. Want niet alleen kreeg je Janet Leigh (ofwel Marli Renfro) naakt te zien, met de hoofdpersoon wordt ook nog eens in korte tijd bruut afgerekend. Hitchcock bleek bovendien een meester in subliminale boodschappen. Zoals een scène waarin Norman Bates Marion haar kamer laat zien, maar hij het woord “bathroom” niet kan uitspreken.

Beeld voor beeld wordt de douchescène geanalyseerd, waarbij de kijker alles te weten komt over de totstandkoming van de shots, de keuze voor de soundtrack én het schilderij dat Norman Bates weghaalt om Marion via een gat in de muur te bespieden.

78/52 is een leerzame, grappige en rijk gedocumenteerde hommage aan Hitchcocks laatste echte meesterwerk. Niet te missen en voer voor zowel de mensen die de film wel als niet gezien hebben.

 

20 april 2017

DEEL 1
DEEL 3
DEEL 4

MEER FILMFESTIVAL

Imagine 2017 – Deel 1

Imagine Filmfestival 2017 deel 1
Bloederig zwart-wit en depressieve dates

door Bob van der Sterre

Dronken van VR-brillen of mensen die al plafondstarend langs je heen lopen. Bij Imagine weet je zeker dat er uit het fantasierijke vaatje wordt getapt. De films vereisen verbeelding en dat is maar goed ook want er is al genoeg drama. Maar: niet alle verbeelding is even sterk.

 

The Eyes of My Mother

The Eyes of My Mother: Bloederig zwart-wit
In The Eyes of My Mother kijken we door de ogen van Francisca. Ze groeit op in een ietwat merkwaardig gezin. Moeder was ooit chirurg. Ze legt dochter uit hoe je ogen kunt verwijderen. Doet ze aan de hand van een koeienkop op de keukentafel.

De ellende begint pas echt als een vreemdeling voor de deur staat. Hij wil even bellen, zegt hij. Slaat vervolgens het hoofd van de moeder in. Vader komt thuis. Slaat de vreemdeling zijn hoofd in. Die leeft nog en wordt in de schuur opgesloten. Hij schreeuwt moord en brand. Vader tegen dochter: ‘Daar moet je iets aan doen.’ Dochter gaat met schaar en bandages naar schuur. Keert terug. ‘Daar zal je geen last meer van hebben.’

Paar jaar later. Volwassen Francisca. Pa is dood. Vreemdeling nog steeds geketend.

Ze moet nu alleen met het leven dealen. Valt niet mee want ze steekt zo ongeveer iedereen neer die voor haar voeten komt.

Een moeilijke film, deze debuutfilm van Nicolas Pesce. De film ziet er namelijk schitterend uit – deze zwart-wit-cinematografie heeft een visie. Het acteren is helemaal prima. Cinematografische verwijzingen (Vincent Price in House on the Haunted Hill).

Maar dat wordt allemaal besteed aan een ongelooflijk dom verhaal. Iemand die zinloze moorden pleegt is en blijft dubieus entertainment. Je kunt het verpakken als een portret van razernij, of wanhoop, of eenzaamheid, of verdriet, of depressie, of de hardheid van het Amerikaanse platteland, maar dat verandert wat mij betreft niets aan de inhoud.

 

Kaleidoscope

Kaleidoscope: Depressieve date
In Kaleidoscope is ook iemand compleet in verwarring. Carl heeft Abby op bezoek in zijn arbeidersflat. Ze blijkt een dievegge en wil bij Carl haar slag wil slaan.

Een bericht op zijn antwoordapparaat laat zijn goede stemming als sneeuw voor de zon verdwijnen. Als hij later wakker wordt, vindt Carl het lijk van Abby in zijn badkamer. Wat is er in godsnaam gebeurd? Later staat ineens zijn moeder voor de deur terwijl hij Abby’s spullen in een zak aan het stoppen was.

Steengoed begin. Mooie shots van een charmeloze arbeidersflatwoning. Toby Jones als getroebleerde Carl. Sinead Matthews die met veel plezier ordinaire tante Abby speelt. Vermakelijke dialogen.

Dan gaat de film de duistere kant op. Ook prima. Maar wat volgt is een doolhof van verhaallijnen, reële en irreële werkelijkheden. Dat wreekt zich bij het plot. De film knipt zich uiteindelijk met een heggenschaar een uitweg uit het doolhof.

Deze film van Rupert Jones (broer van Toby) doet denken aan een andere film met Toby Jones: Berberian Sound Studio. Ook daar gaat de wereld van waanzin open, ook daar riep men al snel de naam David Lynch (die naam valt sowieso snel bij Imagine). Ook daar liep de film in het tweede gedeelte min of meer vast in zijn eigen onlogica. Deze film suggereert ook van alles over depressies en verwerken van je verleden maar is eigenlijk gewoon een thriller.

 

Las Tinieblas

Las Tinieblas: Eenzaam in je hutje
In Las Tinieblas is het drama al gebeurd: dit is een post-apocalyptische maatschappij. Hoe? Dat wordt niet toegelicht. We zitten in een huisje in een bos en daar probeert een kerel te overleven. Hij neemt een paar mensen onder zijn hoede en… Wacht eens, waar kennen we dat van? Juist, van de vorige Imagine: The Survivalist.

Het in dit huisje wonende gezin bestaat uit vader, zonen Marcos en Argel en dochter Luciana. Er is een beest dat af en toe op de ramen en deuren loopt te rammen. Marcos keert na een jacht niet terug. ‘Het beest had hem te pakken’, zegt vader achteloos. Maar Argel vertrouwt zijn eigen vader niet meer.

De film van Daniel Castro Zimbrón mikt op de beklemmende sfeer van het moeten vertoeven in zo’n huisje. Dat komt wel over. Acteerwerk is ook prima – onder andere Brontis Jodorowsky (zoon van).

Omdat daar veel tijd aan besteed wordt, komt de film pas heel laat op gang. Het was vermoedelijk een prima film van een half uur geweest. Nu moet de film het hebben van zijn plot en dat is onbevredigend. Maar dat is mijn persoonlijke mening. Er zijn vast critici te vinden die het ‘poëtisch en surrealistisch’ noemen, of ‘subtiel en sprookjesachtig’. Er is altijd wel een fraai adjectief te vinden!

 

Girl Asleep

Girl Asleep: Kloon van het zuiverste water
Greta is een veertienjarig meisje – helemaal klaar voor de puberteit. Maar ze is niet dol op de dingen van de puberteit: zich verzetten, meedoen met anderen, stoer zijn, feestjes bezoeken. Ze wordt geterroriseerd. Geen wonder, ze heeft een totaal gebrek aan identiteit.

Greta ontmoet Elliott. Vriendschap is geboren. Haar moeder organiseert een verjaardagsfeestje. Tijdens het feest komt ze terecht in een fantasiewereld waarin ze probeert af te rekenen met haar demonen.

Vermakelijke film. Over coming of age zijn al duizelingwekkend veel films gemaakt, maar vaak ontstellend saai. Dit is een vrolijke film vol subtiele visuele grapjes (denk aan Michel Gondry’s inventiviteit). Zoals vader die ‘even’ met moeder gaat overleggen, waarna een poster op de deur hangt met de tekst: 2 hours, 27 minutes, and 37 seconds later, en je ze nog steeds hoort schreeuwen. Zeer stijlvolle productie. Goede dialogen bovendien (was een toneelstuk).

Maar… dit is een Wes Anderson-kloon van het zuiverste water. Je herkent het al bij de eerste scène. Symmetrie. Droge, ‘awkward’ gesprekken. Actie op de achtergrond. Aparte karakters. Felle kleuren. Uitgestreken gezichtsexpressies. Tijdloos (hoewel toch altijd jaren zestig, zeventig). Indiemuziek. Fraaie decors. Ontluikende seksualiteit. Zachte overdrijving. Wie me niet gelooft: dit is de trailer.

Ironisch want destijds vond ik Wes Andersons The Royal Tenenbaums een matige Amélie-kloon. Godzijdank heeft hij zijn eigen stijl gevonden en inspireert nu dus zelfs anderen. Misschien gebeurt dat met Rosemary Meyers ooit ook nog.

 

18 april 2017

 

DEEL 2
DEEL 3
DEEL 4


MEER FILMFESTIVAL

Skins

Bizarre Spaanse film Skins kan cultstatus tegemoet zien
Freaks zijn ook mensen met gevoelens en verlangens

door Cor Oliemeulen

De Spaanse film Skins is één van de opvallendste verschijningen tijdens het toch al zo fantasierijke Imagine Filmfestival in Amsterdam. Het is een tragikomische beproeving waarin bizarre, afstotelijke en smakeloze personages het hart van de toeschouwer proberen te winnen. Een mozaïek dat laveert tussen melodrama en kolder. Gedurfd en origineel voor de één, vulgair en weerzinwekkend voor de ander.

Het begrip freak is onderhevig aan de tijd. Volgens woordenboeken is een freak: een apart persoon, een enthousiast liefhebber of een rare knakker. Soms wordt de persoon in kwestie geassocieerd met ongewenst sociaal of seksueel gedrag, drugsgebruik en homofilie. Frank Zappa hanteerde bij het uitbrengen van zijn dubbelalbum ‘Freaking Out’ in 1966 misschien wel de mooiste definitie: ‘Iemand die afwijkt van de voorgeschreven standaard van denken, kleding en sociaal gedrag om zich creatief te kunnen uiten.’

Freaks als circusattractie
Er was een tijd dat misvormde en mismaakte mensen freaks werden genoemd en een circusattractie waren. Het bekendste voorbeeld is de film Freaks uit 1932 van Tod Browning, die een jaar eerder Dracula had gedraaid. Freaks op het witte doek bleken een andere uitwerking te hebben op het publiek dan freaks in een rondreizend circus. Het was volstrekt nieuw dat lichamelijk gehandicapten zélf de rollen speelden. Nadat filmmaatschappij MGM voor de première het testpubliek had gechoqueerd, werd de film drastisch ingekort en werd het bedrijf zelfs voor de rechter gesleept door een vrouw die beweerde dat ze door het kijken naar Freaks een miskraam had gekregen.

Naast degenslikkers en vuurspuwers bestaat de cast van Freaks uit dwergen, pinheads, interseksuelen, een Siamese tweeling, mensen met handicaps of zonder ledematen, alsook figuranten met afwijkingen en ziektes die we tegenwoordig nog nauwelijks zien, of willen zien. Freaks is een combinatie van drama, documentaire, arthouse en horror. Het verhaal gaat over een ‘normale’ trapezeartieste die het heeft gemunt op het fortuin van een dwerg. Ze wil met hem trouwen, hem vermoorden en dan het geld delen met Hercules, de sterke man van het circus op wie ze echt verliefd is.

Freaks is door het aanzienlijke gedrochtengehalte jarenlang in veel landen verboden geweest, maar na de hernieuwde première op het filmfestival van Cannes in 1962 uitgegroeid tot een echte cultfilm. Misschien omdat de freaks in latere tijd minder als onvolwaardige mensen werden beschouwd en meer identificatie opleverden, omdat zij meedogenloos wraak nemen op de trapezeartieste, die daardoor in de film overigens zelf eindigt als….freak. Onvoorwaardelijke compassie voor een freak krijg je zeker in The Elephant Man (1980) van David Lynch met John Hurt als de misvormde Joseph Merrick.

Mededogen met mismaakte personen
Skins
(originele titel is Pieles) is verre van biografisch en uit heel ander hout gesneden, maar wil eveneens mededogen met mismaakte personages opwekken. De Spaanse cultregisseur Álex de la Iglesia, die de film produceerde, strikte Eduardo Casanova als regisseur. De producer zegt het volgende over de grilligheid van zijn pas 26-jarige landgenoot, in eigen land vooral bekend als tv-acteur: “Eduardo is een mix van een heleboel mensen in één persoon. Hij is een mengeling van haat, wraak, woede en zoetheid. Een porseleinen pop in een horrorfilm. Hij is Chucky en The Bride of Chucky tegelijkertijd. Hij is zélf een filmkarakter.”

Desalniettemin speelt Casanova zelf niet in zijn speelfilmdebuut. Wel het uiterst buitenissige personage Samantha, die eerder was te zien in zijn ruim drie minuten durende Eat My Shit (2015). Zij is geboren met een omgekeerd digestief systeem: op de plaats waar normaal je mond zit, zit bij haar de anus. En waar je anus behoort te zitten, zit bij Samantha haar mond. Het is een idee dat je misschien eerder bij de heerlijke nonsens van South Park zou aantreffen, maar in Casanova’s wereld staat Samantha voor de ultieme lichamelijke misvorming. Zo goor als Eat My Shit eindigt, wordt het gelukkig niet in Skins, maar zij is wel het personage dat de meeste walging oproept.

Tegelijkertijd fascineert Samantha enkele personen die flink opgewonden raken van haar verschijning. Maar dat ze door de maatschappij als afstotelijk wordt beschouwd, blijkt als ze een selfie op Instagram plaatst. Binnen no-time krijgt ze een berichtje met de mededeling dat haar post is verwijderd, omdat die ’tegen de richtlijnen’ is. Eduardo Casanova relativeert raak met de nodige humor. Zo leren we bijvoorbeeld hoe Samantha kippensoep moet eten. En hoe het bij haar werkt als ze op haar verjaardag kaarsjes mag uitblazen. Menig kijker zal na een tijdje ook compassie voor Samantha voelen. Want zij is immers, hoe afstotelijk dan ook, een mens. Een mens met een innerlijk, met gedachten en gevoelens, net als alle andere personages in Skins.

Hoer zonder ogen
Zo passeert Laura het rariteitenkabinet. Laura is mooi, kan mooi zingen, maar ze heeft geen ogen. Ze werkt als prostituee voor klanten die blij zijn dat zij hen niet kan zien. Het zijn de freaks die bij Laura seksueel aan hun trekken proberen te komen.

De zwangere dwerg Vanessa is pas populair vanaf het moment dat zij in een pak wordt gehesen en furore maakt als het roze beertje Pinkoo in een tv-show voor kinderen.

Christian snijdt met een mes in zijn benen, want die benen zijn niet van hem. Hij wil het liefst een zeemeermin worden, want ‘zeemeerminnen hebben geen benen, maar zijn toch gelukkig’.

En wat de denken van Ana, die een grote tumor op de helft van haar gezicht heeft. “Je valt alleen op mijn uiterlijk”, verwijt zij Ernesto, die slechts opgewonden kan raken van misvormde vrouwen. Het is een prachtig voorbeeld van de ironie in Skins.

Alle personages maken van Skins een ongemakkelijke film. Bizar, maar tegelijkertijd ontroerend en vertederend. Soms met onverwachte wendingen. Zo kan een melodramatische scène – vaak ondersteund door melige popdeuntjes uit de jaren 70 – zomaar uitmonden in tragikomische kolder. Het doet meer dan eens denken aan het werk van The Pope of Trash, John Waters, die opviel door een combinatie van kitsch, goorheid en excentrieke taferelen met meer dan eens corpulente, halfblote vrouwen.

Inspiratiebronnen
De kleuren en gestileerde kaders van Skins zouden zomaar kunnen zijn afgekeken van Wes Anderson’s The Grand Budapest Hotel. De vormgeving lijkt ook direct geïnspireerd op het Franse duo Pierre et Gilles, bekend van barokke fotografische creaties met levendige kleuren. Uiterst gestileerde combinaties van foto’s en schilderijen die zich bewegen tussen fantasie en werkelijkheid, kunst en kitsch, en omstreden vanwege de naakte, provocatieve poses.

Niet alleen het typisch Spaanse melodrama van Pedro Almodóvar zien we terug in Skins, maar vooral de veelal kitschachtige kleuren in diens vroegere werk. Eduardo Casanova gebruikt vooral pastelkleuren. We zien voornamelijk roze en paars, wat fungeert als een functioneel, zoet contrast met de schokkende verschijningen van de personages.

Qua narratieve structuur is Skins te vergelijken met de ensemblefilm Happiness (1998): veel personages in meerdere verhaallijnen die uiteindelijk allemaal met elkaar te maken hebben. Ook in deze inktzwarte satire van Todd Solondz zien we voornamelijk verdrietige mensen. Echter hier vind je geen spoor van fysiek gehandicapten, maar van losers, nerds en perverse lieden. Zoals de pedofiele vader die twee vriendjes van zijn zoontje verkracht en het personage van Philip Seymour Hoffman dat zo verlegen én gefrustreerd is, dat hij vrouwen in zijn omgeving belt om ze onder een lading seksuele grofheid te bedekken.

Ook in Skins zijn de mensen diep van binnen eenzaam en hunkeren zij naar aandacht. En tegelijkertijd kun je soms enorm lachen om die ongelooflijke triestheid van het bestaan, het relativeren en de zelfspot. Ondanks de controversiële aanpak vertelt deze krankzinnige film een coherent verhaal over verlangens, idealen en dromen. Boodschap: hoe we er van de buitenkant ook uit mogen zien, onder die huid zijn we misschien wel allemaal freaks. Vooral de mensen die er van de buitenkant ‘normaal’ uitzien.
 

16 april 2017

 

 

Skins

 
Lees ook: Boek over Spaanse cinema

Imagine 2017 – Preview

Imagine: hét festival van de fantastische film

door Suzan Groothuis

Het is bijna zover: woensdag 12 april begint het Imagine Film Festival in Eye aan het Amsterdamse IJ. Wat te verwachten? Prikkelende, bloedstollende, gewelddadige, bizarre en fantasierijke films natuurlijk, want Imagine is hét festival van de fantastische film. InDeBioscoop is er weer bij en maakt vast een selectie. Welke films moet je zeker gaan zien?

Een grote verandering is het definitief verdwijnen van Night of Terror. Imagine, ooit ontstaan uit deze jaarlijkse horrornacht, vond niet langer een locatie die het evenement, berucht vanwege het schreeuwen van ‘homo’, ‘hoer’ en racistische uitingen, wilde hosten. Nu is er Fright Night, eveneens een nacht met vier horrorfilms, een heuse Scream Queen Contest en een filmquiz. Schreeuwen kan nog steeds, maar zonder scheldkanonnen en racistische uitingen.

Fascinatie voor vlees
Het Franse Raw had al een vertoning op het IFFR en Imagine doet het dunnetjes over. Horrorkannibalisme onder diergeneeskundestudenten. Grimmig en kaal in beeld gebracht, waarbij het eten van rauwe konijnenniertjes nog het minst schokkend is. Raw is zo’n film met een sterke maag als vereiste. Veelbelovend debuut, dat doet denken aan Marina de Van’s In My Skin. Ook zo’n film met een fascinatie voor vlees en Laurent Lucas (bekend van Calvaire en nu dus ook in Raw te zien) in een bijrol.

The Greasy Strangler

The Greasy Strangler is een mix van horror en komedie en belooft lekker vunzig te zijn. Over een vader en zoon, die een Disco-stadswandeling runnen. Wanneer een sexy vrouw mee doet aan de tour, gaan vader en zoon de competitie aan. En dan is er nog een “greasy strangler” die de stad onveilig maakt. En heel smerig, vet eten en melige oneliners. Nieuwsgierig? Van Rook Films, dat ook alle Ben Wheatley-films produceerde.

Publieksopening
Komiek Jordan Peele komt met Get Out. Allesbehalve een komedie, want zijn debuut krijgt een naargeestige wending als Rose haar vriend meeneemt naar het mysterieuze landgoed van haar familie. O ja, hij is zwart en zij blank, maar dat zou voor haar liberale, tolerante familie geen probleem moeten zijn. Of toch wel? Terwijl de spanning opbouwt, draait de film richting eigentijdse horror. Lovend ontvangen in de pers en tevens Imagine’s publieksopening.

Een scène die bij menig horrorfan op het netvlies gebrand zal staan is het slechts drie minuten durende hoogstandje uit Hitchcocks Psycho. Ofwel, de beroemdste moordscène uit de filmgeschiedenis! Na het zien van 78/52 weet je er alles over. De 78 staat voor de camera-instellingen, de 52 voor de cuts. Deze documentaire staat niet alleen stil bij die legendarische douchescène, maar heeft ook aandacht voor de tijd waarin de film ontstond. Plus interviews met betrokkenen, waaronder de body double van Janet Leigh.

Suspiria

Horrorklassieker in 4K
Niet te missen is Suspiria van horror-grootmeester Dario Argento. De horrorklassieker uit 1977 krijgt een vertoning in 4K. Voor Argento betekende deze film, die dit jaar zijn veertigste verjaardag viert, zijn doorbraak. Prachtige decors en psychedelische kleuren tillen de film naar een hoger niveau. Het intens rode bloed vloeit rijkelijk. Een giallo die je gezien moet hebben, nu messcherp in beeld gebracht en met de onovertroffen soundtrack van progrockers Goblin. Argento loopt overigens ook zelf rond op Imagine voor een avondvullend programma over zijn carrière.

Natuurlijk is er nog meer: een double bill met Australische horror, waarbij de outback het toneel is van bruut geweld en moordzucht. En het beklemmende The Girl With All The Gifts, eerder ook op het IFFR te zien. Een zombie-outbreak en overlevingsdrang verenigen zich in een onherkenbaar Londen. En we zien Glenn Close weer eens in een rol, maar het is de jonge Sennia Nanua die de show steelt. Voor wie even film-moe is (de diehard kan zes films op een dag pakken) is er een masterclass slashing zombies. Handig om je voor te bereiden op het nieuwe seizoen van The Walking Dead.

Het Imagine Film Festival zal worden gehouden van 12 tot en met 22 april. Hier vind je het hele programma.
 

10 april 2017

 
MEER FILMFESTIVAL

Movies that Matter Festival 2017 – Deel 3

Movies That Matter Festival, deel 3
Onwerkelijk Fukushima, ex-kindsoldaat en meisjesschool in Afghanistan

door Cor Oliemeulen

Het Movies That Matter Festival beleeft het laatste weekend, waarin de prijzen in de verschillende categorieën zullen worden verdeeld. Veel belangrijker is het podium waarop bevlogen filmmakers hun observaties en boodschappen wisten uit te dragen.

Aan negen dagen laveren tussen een staat van bewustzijn, gedeprimeerdheid, inspiratie en hoop komt weer een eind. Voer voor discussie blijft.

 

Half-Life in Fukushima

Half-Life in Fukushima: doelloos wachten op wat eens was
De zeebeving en daaropvolgende tsunami van 11 maart 2011 rond de kerncentrale Fukushima in Japan leidde tot de uitstoot van radioactiviteit. Ruim vijf jaar na de ramp wonen slechts enkele personen middenin de besmette zone. De Zwitsers/Franse documentaire Half-Life in Fukushima volgt het eenzame bestaan van een boer, die een kleine veestapel onderhoudt, lukraak wat troep opruimt, een balletje slaat op de resten van een golfbaan en min of meer doelloos wacht op de dag dat de eerste bewoners weer mogen terugkeren.

Dat levert onwerkelijke beelden op. Soms grappig, bijvoorbeeld als de man minutenlang keurig wacht voor een stoplicht terwijl er in velden of wegen niets of niemand te bekennen is. Regelmatig beklemmend, bijvoorbeeld wanneer hij zich door een post-apocalyptisch landschap beweegt naar de zee die veel onheil heeft aangericht. De bijna dodelijke stilte komt mooi tot uiting in een scène waarin de boer moederziel door een winkelstraat loopt. We zien geen enkele bedrijvigheid, maar op de geluidsband horen we de enorme drukte van vroeger. Half-Life in Fukushima is een nuttige documentaire voor overheidsfunctionarissen die geloven in de absolute veiligheid van kerncentrales.

 

No Place For A Rebel

No Place For A Rebel: Is de dader het slachtoffer?
Wat gebeurt er met kindsoldaten die hun leger weten te ontvluchten? Op die vraag geven Ariadne Asimakopoulos en Maartje Wegdam antwoord in hun documentaire No Place For A Rebel die na vier jaar filmen in Noord-Oeganda succesvol kon worden afgesloten middels crowdfunding. Het duo volgde de 27-jarige Opono Opondo die terugkeerde nadat hij maar liefst zestien jaar had gevochten voor het rebellenleger LRA van Joseph Kony. Ontvoerd, gehersenspoeld en door geweld gedwongen om te doden, is hij één van de naar schatting 30.000 kindsoldaten, waarvan slechts een klein percentage na terugkeer poogt een plek in de burgermaatschappij te vinden.

Opono leert motorrijden, timmeren en vaardigheden die hij anders allang onder de knie zou hebben gehad. Hij lijkt zijn best te doen, gesteund door een vriend en een oom die ook andere voormalige kindsoldaten op weg probeert te helpen. Maar de onzekerheid overheerst en de argwaan spuwt soms uit zijn ogen. Dat leidt tot de aangrijpendste scène als Opono na al die tijd een bezoek brengt aan zijn moeder en broer op het platteland. Hoewel ze elkaar hebben gemist, blijft de afstand groot en het verblijf van korte duur. Iemand die heeft gedood, wordt immers omringd door kwade geesten.

No Place For A Rebel  laat op een pijnlijk duidelijke manier zien hoe ontheemde kinderen worden getekend voor het leven. Echter de kijker zit in dezelfde spagaat als de bevolking die leed onder de LRA-terreur: moet je de voormalige kindsoldaten vergeven en een nieuwe kans bieden of moet je hen vervolgen als kan worden bewezen dat ze hebben gemoord? Hoever strekt de huidige verantwoordelijkheid van de overheid die de kinderen destijds niet beschermde zodat zij konden worden ontvoerd? Is de dader het slachtoffer?

Uiteindelijk moet ook Opono, die geld nodig heeft om een nieuw bestaan op te bouwen, een afweging maken: wordt hij nu werkelijk soldaat in het Oegandese leger? Realiseert hij zich voldoende dat hij dan zal moeten vechten tegen zijn oude kameraden, die het grootste deel van zijn leven voor hem hebben ‘gezorgd’?

 

What Tomorrow Brings

What Tomorrow Brings: Verandering moet uit het volk zelf komen
Misschien wel de mooiste documentaire in het programma A Matter of ACT (en van het hele festival) is What Tomorrow Brings. De vrijgevochten Razia Jan richt na veel weerstand in een afgelegen Afghaans dorp de allereerste meisjesschool op. Het duurt niet lang voordat we gaan houden van deze moedige vrouw en haar leerlingen, die na de overheersing van de Taliban voor het eerst lijken te kunnen lachen. Ze zijn leergierig en krijgen les van andere inspirerende leraressen. Begonnen met enkele tientallen meisjes, vandaag de dag ruim vijfhonderd. O ja, er is één man: de directeur. Het moet immers niet al te zot worden voor de conservatieve krachten in het dorp waarvan velen onderwijs voor meisjes onzin vinden en hen liever verstoppen onder een boerka. Maar het vuur van Razia Jan is al jaren ondoofbaar en respect van de meerderheid van het dorp is uiteindelijk haar deel.

Waar buitenlandse mogendheden zich in het verleden bezighielden met het bouwen van talrijke scholen in Afghanistan die over het algemeen in korte tijd door de Taliban met de grond werden gelijkgemaakt, fungeert de meisjesschool als een rots in de branding en als trots van deze gemeenschap. Die trots (met relativerende humor) straalt Razia Jan ook uit tijdens de Q&A na afloop van de laatste vertoning van de documentaire. Helaas kent de grote zaal van Theater aan het Spui op dat moment slechts dertig bezoekers.

Ook What Tomorrow Brings is zo’n film die je onherroepelijk aan het denken zet. Want wat brengt de toekomst? Wat als de buitenlandse troepen Afghanistan verlaten en de Taliban weer de macht grijpt? Je moet er niet aan denken. Maar goed, verandering moet uit het volk zelf komen, ook al duurt dat misschien nog lang.

Lichtend voorbeeld is de jonge vrouw Rihali. Ze moest de meisjesschool verlaten omdat de nieuwe, zestienjarige (!) vrouw van haar vader geen thee kon zetten en bovendien zou Rihali worden uitgehuwelijkt aan een zeventigjarige (!) man. Ondanks de klappen van haar broers bleef zij zich verzetten en wist ze haar vader na een half jaar te overtuigen: Rihali zal niet worden uitgehuwelijkt en ze mag terug naar de meisjesschool. Maar zal ze haar ambitie om te gaan studeren door de onzekere toekomst kunnen waarmaken?

 

31 maart 2017


DEEL 1: Vrouwen met een ijzeren wil

DEEL 2: Duivels dilemma Servië, corruptie Bulgarije en zelfverrijking Borneo



MEER FILMFESTIVAL

Movies that Matter Festival 2017 – Deel 2

Movies That Matter Festival, deel 2
Duivels dilemma Servië, corruptie Bulgarije en zelfverrijking Borneo

door Cor Oliemeulen

Het programma Camera Justitia is een belangrijke pijler van het Movies That Matter Festival, dat niet zomaar wordt gehouden in de internationale stad van recht en vrede. Jozias van Aartsen, oud-burgemeester van Den Haag, is voorzitter van de jury, die de winnaar zal kiezen uit vier speelfilms en vier documentaires waarin juridische dwalingen en dilemma’s centraal staan. Eén van de kanshebbers is het Servische drama A Good Wife.

Verder in dit tweede verslag tragikomische satire uit Bulgarije en een imponerende documentaire over het bijna verdwenen tropische regenwoud op Borneo door toedoen van een zichzelf verrijkende politicus.

 

A Good Wife

A Good Wife: Het verleden laten rusten?
De in Servië welbekende actrice Mirjana Karanovic speelt de mooie, kwetsbare hoofdrol in haar eigen regiedebuut. Milena is moeder van een zoon en twee dochters. De oudste dochter woont niet meer thuis. Ze heeft met haar vader Vlada een meningsverschil over de situatie die is ontstaan na de Joegoslavische burgeroorlog. Milena, die een relatie kreeg met Vlada nadat hij twee mannen die haar lastigvielen had verjaagd, wil het beladen verleden laten rusten. Haar kalme leven verandert op het moment dat bij haar borstkanker wordt vastgesteld. Milena steekt aanvankelijk haar kop in het zand en gaat het huis drastisch opruimen om haar gedachten te verzetten. Ze ontdekt een videoband met oude beelden: Vlada en enkele andere Servische militairen sleuren een groepje Bosnische jongens naar de bossen. Het schokkende gevolg laat zich raden.

A Good Wife toont klip en klaar hoe de afdrukken van een burgeroorlog altijd op de een of andere manier aan de oppervlakte komen. Het drama bouwt langzaam op zodat de kijker alle kans krijgt om in Milena’s hoofd te kruipen om onvermijdelijk met haar duivelse dilemma mee te worstelen. Karanovic’s sterke, ingetogen mimiek verraadt duizelingwekkende gedachten die zij niet hoeft uit te spreken. Vlak voordat zij onder het mes moet, stelt Milena een daad. Eens een goede vrouw, altijd een goede vrouw. Of juist niet?

 

Glory

Glory: Onbetaalbaar horloge
Een teruggetrokken spoorwegmedewerker vindt op en naast de rails grote stapels bankbiljetten. Hij meldt het bij de autoriteiten, wordt voor even een mediaheld, maar fungeert binnen no-time als speelbal van de pr-machine van het ministerie van transport om op die manier een corruptieschandaal te verhullen. Glory begint kluchtig omdat de eerlijke vinder een aanzienlijk stotterprobleem heeft, wat de nodige misverstanden oplevert. Er is bovendien het nodige gehannes met een bevuilde broek die net voor aanvang van een live persconferentie met de minister moet worden vervangen, en dan verdwijnt ook nog het horloge van de spoorwegman, een erfstuk met een inscriptie van zijn vader.

Geleidelijk verandert deze tragikomedie in een bij vlagen komische tragedie. Een vlotte satire over de optelsom van slinkse overheidspraktijken, bureaucratie en een kritisch tv-station waarvan een simpele ziel de dupe wordt. De centrale kwade genius in deze koddige geschiedenis is de egocentrische Julia (Margita Gosheva), die alles doet om de transportminister uit de wind te houden. De prominente positie van haar mobieltje is grappig en deerniswekkend tegelijk, bijvoorbeeld als de gynaecoloog haar en haar man probeert uit te leggen hoe zij alsnog zwanger kan worden, en later als zij zich op gezette tijden moet injecteren. Gosheva speelde eerder de hoofdrol in The Lesson van hetzelfde regisseursduo Kristina Grozeva en Petar Valchanov. Dat drama geeft een soortgelijk beeld van het leven in het hedendaagse Bulgarije.

 

The Borneo Case

The Borneo Case: Nog tien procent van tropisch regenwoud
Voor deze documentaire over het op zeer grote schaal kappen van het tropisch regenwoud op Borneo was al voor aanvang veel aandacht, getuige het uitgebreide artikel in de Movies That Matter Festival-krant. Jong en oud in de zaal liet zich meeslepen door het persoonlijke verhaal van activist Mutang Urud, die zich na afloop, samen met de Zweedse regisseur Erik Pauser, door een geëngageerd publiek met vragen liet overstelpen.

Het is dan ook geen kattenpis wat The Borneo Case laat zien. Negentig procent van een van de oudste tropische regenwouden op aarde is gekapt ten behoeve van de houthandel en de palmolie-industrie. Bosbewoners op het Maleisische eiland moesten hun heil elders zoeken en middenin het oorspronkelijke regenwoud is een immense zee ontstaan. De documentaire legt haarfijn uit waarom tegenstanders geen kans hadden tegen een zichzelf verrijkende politicus met zijn familie die banden kreeg met vierhonderd bedrijven in 25 landen. Eén van de grote boosdoeners blijkt de Deutsche Bank.

We volgen de jarenlange strijd van Mutang Urud, die na zijn toespraak bij de Verenigde Naties terug in eigen land werd gearresteerd en gemarteld, en besloot om naar Canada uit te wijken. Bovendien leren we hoe het Bruno Manser Fonds zich nog immer inzet voor de missie van zijn Zwitserse naamgever die in 1990 spoorloos verdween op Borneo en hoe het jarenlange onderzoekswerk van de Engelse onderzoeksjournalist Clare Rewcastle Brown uiteindelijk leidde tot het aftreden van de onaantastbare, corrupte machthebber. Maar – zo verzekeren de makers na afloop – de strijd is nog niet gewonnen. En ‘cases’ als op Borneo bestaan ook nog op andere plaatsen in de wereld.

29 maart 2017


DEEL 1: Vrouwen met een ijzeren wil

DEEL 3: Onwerkelijk Fukushima, ex-kindsoldaat en meisjesschool in Afghanistan


MEER FILMFESTIVAL

HAFF 2017

Wisselende kwaliteit HAFF 2017

door Ralph Evers

Rechtstreeks vanuit een citytrip Warschau op een bioscoopstoel plaatsgenomen om me onder te dompelen in de sfeer en een deel van het programma van het HAFF (Holland Animation Film Festival). 

Opvallend aan het programma is de hoeveelheid films die al eerder draaiden en zelfs twee live-action films: Star Wars: The Force Awakens en Train to Busan. Die laatste film borduurt voort op Seoul Station. Enkele winnaars van eerdere edities komen vooralsnog jaarlijks terug.

Have a Nice Day

De Chinese misdaadfilm Have a Nice Day doet qua stijl denken aan de winnaar van de features 2015, On the White Planet van Bum-wook Hur. Met belangrijkste verschil dat de humor en de verhaallijn van eerstgenoemde film een stuk aantrekkelijker zijn. We volgen een zak met een miljoen yuan en een flink aantal verschillende personages die allemaal wel trek hebben in dit voordeel. Zo wil de jongen, die de zak met geld van een crimineel aftroggelt, het geld gebruiken om zijn vriendin een medische ingreep te laten betalen. Anderen kunnen het geld goed gebruiken om uit hun armoede te ontsnappen. De gangsterbaas en zijn onderdanen blijken ieder hun eigen belangen te hebben. Naarmate het verhaal vordert neemt de chaos en het cynisme toe.

Pijnlijk
Seoul Station kent alle clichés van de zombiefilm en weet dit aanvankelijk aantrekkelijk neer te zetten. Na een trage start breekt de pleuris uit wanneer de zombie-besmetting om zich heen grijpt. Tegen dit decor leren we Hae-sun en haar vriend Ki-woong kennen. Een stel dat diep in de schulden zit, waarop Ki-woong besluit Hae-sun te prostitueren. Wanneer zij wil stoppen leidt dit tot een scheiding tussen de twee, waarna de nieuwe realiteit van Seoul zich aan hen opdringt. Een nodig element om de spanning in een aantal scènes op te voeren. Wanneer later de vader van Hae-sun zich ermee gaat bemoeien, lijkt er enig schot te komen in de hereniging van Hae-sun, Ki-woong en vader, waarbij het plot gelukkig een aantal verrassingen in petto heeft. Helaas te mager om de pijnlijke domheid en slechte beslissingen die de personages kenschetsen, goed te maken. 

Seoul Station

Pijnlijk, zo laat een deel van de Nederlandse Competitie-films zich omschrijven. Daar het HAFF een junior-programma heeft, is de vraag waarom het kinderlijke TEX in dit studentenprogramma meegenomen is. Het gros van de films blinkt uit in een weinig gedurfd verhaal met fantasieloze animaties. Van studenten zou je verwachten dat ze lekker experimenteren. Liefst eens goed op hun bek gaan en daarna opkrabbelen. De verhaaltjes zijn vooral braaf en kinderlijk.

Behalve Bloodcoal dat een duidelijk statement maakt. Het blije gezinnetje dat de geneugten van elektriciteit viert, wordt afgezet tegen de pijnlijke, harde realiteit van bloedkolen uit Colombia, waar mensen vermoord, gemarteld en van hun land gejaagd worden.

Het puberdagboek: Lisette Smeets weet te entertainen door de herkenbaarheid van de kalverliefde en Horen, zien en zwijgen kent nu net wel die experimentele drift. 

Melancholie
Het Poolse programma valt op door haar diversiteit en hoge kwaliteit. Opgedeeld in drie animatoren lopen we door hun recente werk. Mateusz Sadowski valt op door de arbeid die hij in zijn werk legt en de beeldtaal die hij laat zien. In volledige stilte, waarbij de zaal opging in de haast hallucinante beelden gleden zijn ideeën aan ons voorbij.

Piotr Bosacki kiest voor een heel andere invulling. Diepgravende schei- en natuurkundige uiteenzettingen, waarbij de neurowetenschap en evolutieleer niet ontbreken. De overdenkingen worden ondersteund door effectief, doch simpele pentekeningen op ruitjespapier.

Wojciech Bakowski ten slotte kiest voor een meer spirituele benadering waarin zijn eigen zoektocht naar passende beelden opvalt. Daarbij grijpt hij terug op eigen herinneringen en specifieke ervaringen. 

Louise en Hiver

Een hele andere invulling van de melancholie is de nieuwe film van Jean-Francois Laguionie. In 2012 overdonderde hij met het heerlijk fantasievolle Le Tableau. Dit jaar staat zijn nieuwe film  op het programma. Door een speling van het lot blijft Louise een winter ‘gevangen’ in het kustplaatsje Biligen sur Mer. Alsof ze in een parallelle wereld terechtkomt, afgesloten van de werkelijke wereld, gaat ze als een Robinson Crusoë op zoek naar haar nieuwe bestaan. Ondertussen dromend over haar verleden en genietend van de vrijheid. In de pratende hond Pepper vindt ze een trouwe vriend. Ondersteund door verwarmende, melancholische muziek en getekend in de bij Laguionie bekende pasteltinten is dit bitterzoete sprookje een stemmige afsluiter, die opnieuw doet verlangen naar de volgende editie van het HAFF.
 

28 maart 2017

 
MEER FILMFESTIVAL

Movies that Matter Festival 2017 – Deel 1

Movies That Matter Festival, deel 1
Vrouwen met een ijzeren wil

door Cor Oliemeulen

Onderdrukking en vrijheidsstrijd, vluchtelingen en terroristen, corruptie en opstand, klimaat en milieu, racisme en discriminatie, oorlog en vrede. Het jaarlijkse Movies That Matter Festival in Den Haag toont zo’n zeventig films uit alle uithoeken van de wereld die ertoe doen. Buiten trotseert het voorjaarszonnetje de frisse wind, binnen in het Filmhuis Den Haag en Theater aan het Spui staat een legertje vrijwilligers klaar om de gasten te verwelkomen.

Tijdens het festival, dat duurt toe en met 1 april, komen zowel documentaires (met regelmatig vraaggesprekken met filmmakers na afloop) als speelfilms aan bod. In ons eerste verslag drie speelfilms over vrouwen met een ijzeren wil.
 

Sami Blood

Sami Blood: Rendiermeisje ontvlucht haar volk
Kun je een vrouw zijn als je veertien bent? Wel als je Elle Marja heet, behoort tot het Sami-volk in Lapland, de discriminerende omgeving probeert te ontvluchten en snel uitgroeit tot iemand die volwassen keuzes maakt. De Sami wonen in de ongerepte natuur, kennen een eigen cultuur en worden in het Zweden van de jaren dertig als minderwaardig beschouwd. In de mooi gefotografeerde debuutspeelfilm Sami Blood van Amanda Kernell volgen we Elle Marja die samen met haar jonge zusje in een instituut door een strenge Zweedse juffrouw wordt onderricht en gedrild. De meisjes mogen niet langer hun eigen taal spreken en de dokter meet hun schedels, fotografeert hen naakt, alsof de Sami een volstrekt achterlijk volk is. Elle Marja is ambitieus en wil gaan studeren, maar de juf vindt dat Lappen hiervoor te weinig hersencapaciteit hebben en weigert het vereiste document te ondertekenen.

En dan komt de dag dat Elle Marja stiekem een andere jurk aantrekt, haar traditionele kleding verbrandt en vlucht naar de wereld buiten de voor haar verstikkende Sami-cultuur, die wordt geteisterd door vooroordelen en minachting van de maatschappij. Zij noemt zich voortaan Christina en ontmoet een jonge, welgestelde student. Tijdens het onverbiddelijke afscheid van haar familie en de moeizame ontdekkingstocht in de haar onbekende wereld, soms confronterend en aangrijpend, zit de camera dicht op haar huid en spat de energieke verschijning van nieuweling Lene Cecilia Sparrok van het scherm.
 

The Teacher

The Teacher: Lerares straft kinderen als ouders niet meewerken
Ook lerares Mária Drazdechová (Zuzana Mauréry) van een school in Bratislava begin jaren tachtig heeft een ijzeren wil, gesteund door de machtsverstrengeling van het toenmalige communistische gezag in Tsjecho-Slowakije. Het lukt haar om de meeste leerlingen – én hun ouders – precies te laten doen wat zij wenst. Dat blijkt al direct wanneer ze tijdens haar introductie als nieuwe leerkracht aan de kinderen vraagt wat hun ouders doen voor de kost. Zo wordt een vader die als boekhouder op de luchthaven werkt, vriendelijk doch dringend verzocht om taartjes te laten smokkelen naar Mária’s zus in Moskou en wordt een leerlinge met balletaspiraties gestraft omdat haar ouders zich niet door de lerares voor het karretje laten spannen.

Het komische drama van de Slovaakse regisseur Jan Hrebejk begint met deze aardige premisse en wordt grilliger vanaf het moment dat het danseresje met haar hoofd in de oven wordt aangetroffen en de directrice van de school alle ouders van Mária’s klas optrommelt om te stemmen of de lerares misschien niet weg moet. Er ontstaat tweespalt tussen twee groepen ouders, waarbij een rauwe gymleraar met losse handjes de opstandige klasse symboliseert en een onvermurwbare rechter er namens de gevestigde orde alles aan doet om de verhitte gemoederen te bedaren. Met dit verhaal over rechtvaardigheid versus corruptie is The Teacher origineel in zijn thema en opbouw, maar had de film een sterkere uitsmijter verdiend.
 

A United Kingdom

A United Kingdom: Simplistisch sprookje
Het Movies That Matter Festival programmeert ook mensenrechtenfilms die succesvol bleken tijdens andere filmfestivals, zoals I, Daniel Blake, Sonita, Fuocammare en Zero Days. Logisch, want bekende namen trekken extra publiek. Met de Nederlandse première van A United Kingdom was op de eerste avond een volle zaal verzekerd. Het verhaal gaat over de toekomstige koning van Botswana, Seretse Khama, die in het Londen van de jaren veertig verliefd wordt op de blanke Ruth en geheel tegen de wens van hun beider families met elkaar trouwen. Niet hun interraciale huwelijk is het grootste probleem, maar de mogelijke internationale politieke consequenties.

Het moet gezegd dat beide tortelduifjes hun beste beentje voorzetten. De rol van troonopvolger Seretse wordt met (soms overdreven) gevoel en emotie gespeeld door David Oyelowo (Martin Luther King in Selma), terwijl we nog meer bewondering hebben voor de gereserveerde, maar onwankelbare Ruth, een rol die Rosemund Pike (Gone Girl) op het lijf is geschreven. A United Kingdom van regisseur Amma Asante (Belle) is technisch goed verzorgd, echter het afgezaagde script biedt geen enkele verrassing. Natuurlijk had dit romantische stel een belangrijke voorbeeldfunctie voor interraciale koppels overal ter wereld in hun streven naar gelijkwaardigheid, maar alle verhoudingen en politieke verwikkelingen worden wel heel erg simplistisch neergezet. Steeds als er een hindernis opdoemt, weet je al meteen dat alles goed komt. Gelukkig is het gros van de andere films van het festival minder voorspelbaar en afstandelijk. Daarover meer in de volgende verslagen.
 

27 maart 2017

 
DEEL 2: Duivels dilemma Servië, corruptie Bulgarije en zelfverrijking Borneo

DEEL 3: Onwerkelijk Fukushima, ex-kindsoldaat en meisjesschool in Afghanistan


MEER FILMFESTIVAL

IFFR 2017 – Deel 6

Verslag IFFR 2017 Deel 6 (slot):

Ratten, eeuwigdurende shoot-outs en Hollandse originaliteit

door Bob van der Sterre

Weer een jaar wachten op bizarre actiefilms uit de Filipijnen, routinematige coming of age-films en hier en daar een aangename verrassing. Hieronder de films van de laatste dagen.

Rat Film

Onthutsend beeld van Baltimore
Rat Film
is een documentaire over het rattenprobleem in Baltimore. We zien Baltimorians die de ratten te grazen willen nemen. Een duo, de een met hengel, de ander met honkbalknuppel. Een man (hoe Amerikaans) die een immense collectie wapens heeft om ratten af te schieten. De professionele rattenverdelger, die eerlijk zegt: ‘Het is geen probleem van ratten, maar van mensen.’

De film van regisseur Theo Anthony is geen standaarddocu over ratten. De film neemt je mee langs de geschiedenis van Baltimore. Voor wie The Wire heeft gezien is dat best interessant. Zo is daar een museum waar Frances Glessner Lee in de jaren dertig miniaturen bouwde voor onopgeloste moorden. Fascinerend, een eigen docu waardig.

En je krijgt zo een onthutsend beeld voorgeschoteld hoe de segregatie in Baltimore is aangepakt. Of eigenlijk niet aangepakt. Bewust arm en rijk van elkaar scheiden, dat wel ja.

Een paar minpunten zijn wel te noemen. Het gedeelte van de game is oninteressant. En de fluisterende voice-over in deze docu behoort tot een van de ergste die ik ooit heb gehoord.

Vida de Familia

Passieloze oppasser
In Vida de Familia kijken we naar Martin. Hij past op het huis van Bruno en Consuelo. Hij kent ze amper – maar in de verte hij is familie, dus dat moet goed zitten volgens Chileense logica.

Hij hangt een beetje rond in het huis, passieloos. De kat loopt weg. Hij gaat op zoek. Ontmoet Paz, die haar hond kwijt is. Van het een komt het ander. Het huis wordt de locatie voor hun seksuele afspraken. ‘Negen keer seks, en dan vernieuwen we misschien de afspraak’.

De afspraak wordt verlengd, de kat keert terug, en alles lijkt mooi maar: hij heeft Paz van alles voorgelogen. Dat het huis van hem is, dat hij een dochter heeft, dat hij gescheiden is.

Een klaterend applaus weerklonk na de voorstelling. Een aardige film, inderdaad, hoewel verre van wereldschokkend. Een paar dingen waren heel aardig gelukt. De soms ronddraaiende camera geeft de suggestie van een eigen stijl. De lichtvoetige aanpak van het verhaal waarmee de dramavalkuil wordt vermeden. En de gelijke inbreng van man en vrouw in deze film. De film kent dan ook een man en vrouw als regisseur. Christian Jiménez (Bonsái, Illusiones Opticas) en Alicia Scherson (Play en Il Futuro). Het beste punt vind ik hoe de film over depressies gaat zonder het woord zelf te noemen (nou ja, een keer).

De symboliek in deze film is een keer niet zo gezocht – zoals ze zichzelf naakt in de spiegel bekijken – en ook de seksscènes zijn een keer ‘functioneel’ zoals dat zo mooi heet. Weinig op de film aan te merken.

Free Fire

Humoristische schietfestijnen
Free Fire (van Ben Wheatley, Sightseers) bespreken we kort want binnenkort volgt er een uitgebreide recensie. Dit is een film die begint bij een punt waar veel films stoppen. De shoot-outs. In veel films zie je ze pas op het einde en duren ze maar een paar schoten. Maar wat als het maar een schampschot was en iemand zoekt dekking en schiet terug?

Free Fire zou je kunnen zien als kleinzoon van de nouveau violence-films uit de jaren negentig. Het had een verloren script van Tarantino kunnen zijn. Droge dialogen, zwarte humor, bloederigheid, uiteenlopende karakters, inspiratie uit de 70’s. Hoewel zijn film wel meer plot zou hebben gehad dan deze, die zich daar eigenlijk geen raad mee weet.

Er valt veel te lachen en dat heeft ook te maken met de multinationaliteit van de film. ‘Wat is dat voor accent?’ ‘Oostenrijks, ik weet het zeker.’ De acteurs hebben er ook zin in, net als bij Tarantino-films.

De liefhebber van coming of age kan beter even doorlopen (of aldoor naar een mobiel staren, zoals ik een paar geschokte IFFR-bezoekers zag doen). De fan van humoristische schietfestijnen heeft er weer een favoriet bij.

Marjorie Prime

Bergmaniaans Kammerspiel
Goed om even af te koelen met Marjorie Prime. Traplopen is de heftigste actie in deze film. Een film met een zéér rustig tempo.

Walter is al een poosje dood. Maar een hologramversie van zijn jongere ik praat dagelijks met zijn tachtigjarige weduwe, Marjorie. Ze praten over hun herinneringen. Onderwijl voedt Jon, de schoonzoon, Walter met informatie. Zo leert Walter dat zijn zoon zelfmoord heeft gepleegd. Zijn standaardantwoord: ‘Dat zal ik vanaf nu onthouden.’

De hologrammen hebben ook onverwachte voordelen. ‘Ik spreek nu 32 talen’. Tijdens de gesprekken komt er uiteraard ook onverwerkt wrok boven.

Marjorie Prime is vooral bedoeld als Bergmaniaans Kammerspiel waarin befaamde Hollywoodacteurs zich van een intieme kant laten zien: Tim Robbins, Geena Davis en Jon Hamm (Don Draper in Mad Men). En Lois Smith in een sterke rol als Marjorie. Michael Almereyda (Experimenter, Cymbeline) deed de zeer sobere regie.

Is het goed? Het stuk komt voor toneelbegrippen conservatief uit de hoek maar het speelt desondanks aardig met een mogelijke omgang met een zeer geavanceerde AI. Hoe goedbedoeld dit soort AI’s zijn, ze hebben ook iets engs: alsof wij altijd maar moeten doorbestaan. Stel je voor. Altijd een versie van jou op de planeet. Vreselijk.

En ik vind het jammer dat iemand verzuimd heeft de CGI-afdeling in te huren. Die had er fatsoenlijke doorschijnende hologrammen met glitches en zo van kunnen maken. Dit zijn perfecte hologrammen – vermoedelijk alleen voor de rijken van de toekomst.

Quality Time

Originaliteit in een Nederlandse film
En dan eindigen we deze IFFR toepasselijk met ambities van eigen bodem: Quality Time van Daan Bakker. Bij het begin wrijf je even in je ogen: dit kan geen Nederlandse film zijn, al die ambities en dat gevoel voor stijl. En dat voor een debutant!

We volgen Koen, Stefaan, Kjell, Karel en Jef. Al deze dertigers zijn onvolwassen en kunnen niet zonder de steun van hun ouders. We observeren hoe dat gebeurt.

De stijl van de film is gedurfd. Een dialoog tussen stipjes. Dialogen in tekstvorm in plaats van dat je ze hoort praten. Een dialoog die zich geheel van bovenaf gezien afspeelt, zoals de luchtfoto’s van Karel Tomei. Lappen bizarre teksten over het scherm. Zoveel originaliteit in een Nederlandse film, ik krijg er bijna pijn van in mijn ogen.

De Nederlandse eigen stijl neigt vaak naar het keurslijvige à la de werken van Mondriaan. Sober, strak, simplistisch en helder. Je ziet dat strakke terug in films van Alex van Warmerdam, waarbij het goed uitpakt. Denk ook aan veel grafische kunstenaars. Of Jan Schoonhoven. En ook hier. De dialoog op het voetbalveld hoort precies bij dat soort schoonheid. Quality Time past daarmee in een sterke Hollandse traditie.

Maar wanneer wordt het echt grappig? Nergens dus. De verhalen zijn wel lichtelijk vermakelijk maar de beloofde satire is niet volvet, eerder erg mager, of onzichtbaar. Daar moet je van houden.

Het is toch ook een soort keurslijf waar het spontane licht uit gezogen wordt. Daarom lukt het laatste gedeelte, Jef, het meest filmische stuk, maar niet om grappig te worden. Toegegeven, Michiel Romeyn weet er toch nog een sterke oneliner uit te gooien als Jef een bepaald visgerecht niet wil eten: ‘Ansjovis, dat is geen echte vis.’ Maar humor is meer dan een geestige opmerking.

 

8 februari 2017

 

IFFR 2017 DEEL 1
IFFR 2017 DEEL 2
IFFR 2017 DEEL 3
IFFR 2017 DEEL 4
IFFR 2017 DEEL 5

 

MEER FILMFESTIVALS

IFFR 2017 – Deel 5

Verslag IFFR 2017 Deel 5:

Blonde seksbom, vierde dimensie, donkere ziel en rendez-vous Madrid

door Suzan Groothuis

Het is voor mij weer voorbij met tien dagen films. Dit jaar beloonde het publiek het merendeel van de films met hoge waarderingen. Terecht in het geval van publiekswinnaar Moonlight, het prachtige Koreaanse The Handmaiden en het minder bekende The Girl With all the Gifts en La Reconquista. Maar het publiek is ook weg van de zogeheten middenmoot, films die niet slecht zijn, maar zeker niet bovengemiddeld goed zijn.

Neem A Wedding (Noces), een goed geacteerd, tragisch verhaal over een meisje dat tegen haar wil wordt uitgehuwelijkt. De film werkt naar het einde toe naar een voorspelbare apotheose, die je al vanaf begin ziet aankomen. Toch: top 10. Of het Zweedse A Hustlers Diary, waarin een crimineel meer uit zijn leven wil halen dan zwarte handel en berovingen. Wanneer hij zijn dagboek laat liggen bij een auditie, blijken zijn memoires uitstekend geschikt voor een boek. De film is snel, hard, grappig, maar te gemaakt en stevent eveneens af op een voorspelbare afloop.

In dit deel aandacht voor de pareltjes die weinig aandacht hebben gekregen. Opvallend genoeg zijn het dan toch de documentaires die er uit springen. IDFA eat your heart out!

Mansfield 66/67

De legende van de “blond bombshell”
In Mansfield 66/67 een blik op Jayne Mansfield, Hollywoods sekssymbool uit de jaren vijftig en zestig. Niet te verwarren met die andere twee M’s, Marilyn Monroe en Mamie van Doren. Regisseurs Todd Hughes en P. David Ebersole kiezen niet voor de conventionele aanpak, zoals een feitelijke terugblik op het leven van deze “blond bombshell”. Mansfield 66/67 is een overdadig vormgegeven documentaire, net zo over de top als de actrice zelf. De film opent met haar bizarre auto-ongeluk in 1967, waarbij Mansfield om het leven kwam. Onthoofd volgens de media, maar in werkelijkheid gescalpeerd. Maar er is meer over Mansfield: het overdreven gilletje dat ze gebruikte in veel van haar films, haar turbulente relaties met mannen en haar connecties met de Church of Satan.

Mansfield 66/67 gebruikt archiefbeelden en tussendoor zien we vier acteurs die Mansfield op campy wijze vertolken. Het levert hilarische beelden, zoals haar gilletje dat we in viervoud horen. Verder zien we regisseur John Waters die onder de indruk was van haar film The Girl Can’t Help It uit 1965, actrice Tippi Hedren (The Birds) die een bizar verhaal heeft over de leeuw die Mansfields zoontje aanviel en cultregisseur Kenneth Anger die vertelt over haar band met Church of Satan-leider Anton Szandor LaVey. Geen talking heads dus die direct betrokken waren bij Mansfield, zoals familie of vrienden.

Mansfield 66/67 is gemaakt om de legende in stand te houden, zonder met feitjes aan te komen of teveel te willen verklaren. Een liefdevol project van beide regisseurs, die twintig jaar met het onderwerp Mansfield bezig waren. En petje af, want hun film slaagt in alle opzichten. Hilarisch, campy, maar ondertussen tonen ze ook een kant van Mansfield die bijna niemand zag: na haar bezoek aan Vietnam uitte ze zich , duidelijk geëmotioneerd, tegen de oorlog. Of een fragment van een interview, waarin ze zegt zichzelf niet al te serieus te nemen. De regisseurs maken er na de vertoning nog een bijzondere Q&A van, waarbij ze wat vinylplaten weggeven als je de quizvraag goed hebt. Blijkt Mansfield ook nog een nummer te hebben gezongen, met niemand minder dan Jimi Hendrix als begeleidende muzikant.

How to Build a Time Machine

Verbeeldende verkenning van de vierde dimensie
Van een heel ander kaliber is Jay Cheels How to Build a Time Machine. De regisseur volgt animator Rob Niosi en fysicus Ronald Mallet. Beiden zijn geobsedeerd door de vierde dimensie. Niosi is al jaren bezig met de bouw van een perfecte replica van de tijdmachine uit The Time Machine (1960) van George Pal. Die film staat voor de verbeelding om de vierde dimensie te doorgronden: wat als we daadwerkelijk in de tijd kunnen reizen?

Voor Niosi is het een langdurig project geworden, al was dat niet zijn intentie. Perfectionistisch als hij is wil hij alleen de beste materialen voor zijn tijdmachine en dat neemt, hoe ironisch, tijd in beslag. We zien hem met aandacht en de grootste zorgvuldigheid werken aan zijn machine, die werkelijk adembenemend is. Niosi vertelt niet alleen hoe hij geïnspireerd raakte, maar ook over de beïnvloedbaarheid van tijd en persoonlijke ervaringen.

Ook Ronald Mallet drijft op persoonlijke ervaringen. Als hij terug zou kunnen in de tijd, zou hij dat direct doen. Om zijn vader te weerzien, die op jonge leeftijd is overleden. Om hem te waarschuwen dat hij een hartprobleem heeft en dit serieus moet nemen. Zijn doodscertificaat onder zijn ogen houdend. Tegelijkertijd vertelt hij over wetenschap en laat hij experimenten zien waarin tijd in een capsule zit en te manipuleren is.

How to Build a Time Machine laat de kijker in rustig tempo kennismaken met de vierde dimensie, waarbij cinema, wetenschap en persoonlijke ervaringen mooi in elkaar overvloeien. Een prachtige film waarin je als kijker helemaal kan opgaan en je je met Niosi’s machine even terug laat voeren in Victoriaanse tijden.

David Lynch: The Art Life

De donkere ziel van David Lynch
In een documentaire over David Lynch verwacht je diens films en de serie Twin Peaks terug te zien, maar filmmakers Jon Nguyen, Olivia Neergaard-Holm en Rick Barnes kiezen voor zijn carrière als kunstenaar. Lynch is pas later regisseur geworden, zo blijkt. In zijn huis, terwijl hij schildert, vertelt hij over zijn jeugd en wat hem dreef tot zijn kunstenaarschap. Lynch vertelt prachtig, in rustig tempo en met gevoel voor humor. Hij is de enige die we te zien krijgen. Geen talking heads, geen lovende woorden van collega-filmmakers of andere bekenden. Nee, Lynch vertelt en schept daarmee zíjn wereld, zíjn ervaringen.

Zijn kunst maakt een belangrijk deel uit van de film. We zien werken uit zijn beginperiode tot nu. Werken met een donkere, getormenteerde ziel. Niet dat Lynch een ongelukkige jeugd heeft gehad: hij groeide op in een keurige buitenwijk en kreeg de vrijheid om te ontdekken wat hij wilde. Wel waren er verkeerde vrienden, een donkere tijd in Philadelphia en hadden zijn vader en broer liever gehad dat Lynch een normale baan had. Via zijn werken leren we Lynch beter kennen. Met de camera dicht op de verfstreken gericht, komen de schilderijen haast tot leven. En herkennen we diezelfde donkere, dreigende sfeer die ook terugkomt in zijn films. David Lynch: The Art Life eindigt met Eraserhead, waarin Lynch’ creativiteit en passie als filmmaker tot volle wasdom kwamen. En zijn schilderijen eindelijk gingen leven.

La Reconquista

Dromerige herovering in Madrid
Misschien is La Reconquista wel een van de mooiste films (ok, na Moonlight en The Handmaiden dan, die onovertroffen zijn) van deze IFFR-editie, één die qua sfeer doet denken aan Richard Linklaters Before Sunset. We bevinden ons in Madrid, waar Manuela en Olmo elkaar na jaren weer treffen. Als tieners hadden ze een relatie, die zij heeft uitgemaakt. Nu, 15 jaar later, zien ze elkaar weer, een belofte van toen. In eerste instantie is er ongemak. Maar het ijs breekt als Manuela Olmo een brief die hij aan haar geschreven heeft overhandigt. Met de brief komen de herinneringen. En de vragen: zijn ze na die jaren veranderd? Is Olmo nog steeds verlegen en is Manuela nog steeds zo pittig als toen? Olmo is inmiddels getrouwd en de rusteloze Manuela single. Terwijl ze samen het nachtleven van Madrid verkennen, speelt de belangrijkste vraag: wat is er nog van hun jeugdliefde over? In hoeverre wakkert hun weerzien weer emotie en verlangen aan?

Regisseur Jonás Trueba vangt het weerzien op naturelle wijze. De twee togen van bar naar bar, vergezeld van mooie liedjes van Manuela’s vader, die een optreden heeft. De liedjes refereren mooi aan Olmo’s en Manuela’s rendez-vous. Een film over weemoed, verstild verlangen en de realiteit: terug naar toen kan niet meer, als je al een ander leven hebt opgebouwd.

 

7 februari 2017

 

IFFR 2017 DEEL 1
IFFR 2017 DEEL 2
IFFR 2017 DEEL 3
IFFR 2017 DEEL 4
IFFR 2017 DEEL 6

 

MEER FILMFESTIVALS