Private life of Sherlock Holmes, The

The Private Life of Sherlock Holmes

Speurneus onder de loep

door George Vermij

The Private Life of Sherlock Holmes lijkt op het eerste gezicht een buitenbeentje in Billy Wilders oeuvre. De film deed het ook niet goed in de bioscoop en werd lauwtjes onthaald door critici.

Die ontvangst kan misschien verklaard worden door veranderingen in de smaak van het filmpubliek. De film ging eind jaren 60 in productie als een episch portret van ‘s werelds beroemdste detective. In eerste instantie zou het een musical worden met Peter O’Toole in de hoofdrol, maar dat idee ontwikkelde zich geleidelijk tot iets heel anders. Zo nam theateracteur Robert Stevens het stokje over van O’Toole. De film zou zich richten op Holmes’ studententijd en daarna gaan over een zaak die hij als professionele speurneus op zich neemt.

The Private life of Sherlock Holmes

Wegvallen van illusies en oude waarden
Het eindresultaat is met zijn twee uur, maar een deel van een film die eigenlijk langer had moeten zijn. In 1970 was de aandacht van de bioscoopbezoeker al verschoven naar meer eigentijdse films. The Private Life of Sherlock Holmes was toen al verouderd in vergelijking met al die nieuwe hippe titels die inspeelden op een jonger publiek. Een lot dat David Leane’s epische Ryan’s Daughter ook was beschoren. Maar verouderd is maar een relatief begrip en het is nou net dat element dat de film vandaag de dag juist zijn charme en uiteindelijk zijn bittere kracht geeft. The Private Life of Sherlock Holmes gaat over het wegvallen van illusies en oude waarden en dat in een Engeland dat een nieuwe eeuw tegemoet gaat.

De openingsscène vindt plaats als Holmes en Watson al lang tot stof zijn wedergekeerd. In een statige bank wordt een kluis geopend. Vervolgens worden wat objecten afgestoft: een deerstalker hoed, een viool en een grote loep. Het zijn herkenbare rekwisieten die iedereen associeert met Arthur Conan Doyle’s held. Maar wat doet die mysterieuze injectiespuit bij al die spullen? En hoe zit het nou met dat grote manuscript? Het blijkt een tekst die Holmes’ trouwe metgezel John H. Watson met veel zorg heeft geschreven. Het is een verslag van een pijnlijke zaak die de smetteloze reputatie van de privédetective in een heel ander daglicht zet.

Billy WilderOntleding van de mythe
En zo gaan we naar een mistig Londen in het fin de siècle. Holmes en Watson komen net thuis na een van hun avonturen. De meesterdetective is echter niet blij met Watsons stukken over hem die geregeld verschijnen in The Strand Magazine. Moet hij nu steeds met die belachelijke hoed rondlopen omdat lezers dat verwachten? En hij kan wel vioolspelen, maar hij zit niet te wachten op uitnodigingen van orkesten. Zo goed is hij ook weer niet. Het is een mooie ontleding van de mythe die de man overschaduwt.

De scène speelt ook met de ontwikkelingen die de fictieve figuur in het echt heeft meegemaakt. Zo is er nog steeds discussie over de deerstalker hoed die wordt gezien als een handelsmerk, maar in de boeken alleen vluchtig voorbijkomt. En zo is het vaak aangehaalde citaat ‘Elementary, my dear Watson.’ niet in Doyle’s teksten terug te vinden. Iedereen die zich waagt aan een nieuwe bewerking van deze fictieve figuur lijkt er elementen aan toe te voegen. Die worden stapsgewijs een onmiskenbaar deel van de fictieve persoon.

Wrang staartje
Billy Wilders’ film gaat over deze discrepantie tussen verwachting en werkelijkheid aan de hand van een zaak die onschuldig begint, maar een wrang staartje krijgt. De eerste akte start nog komisch in de beste dubbelzinnige Wilder-traditie. Holmes wordt door een gerenommeerde Russische ballerina gevraagd om als zaaddonor te dienen. Hij is nu eenmaal een begeerde vrijgezel wegens zijn uitmuntende reputatie. Daar kunnen toch alleen maar briljante kinderen uit voortkomen? Toch moet hij de ietwat verlopen Russische dame teleurstellen.

The Private life of Sherlock Holmes

Robert Stevens is perfect als de gevatte Holmes die vliegensvlug op het idee komt om maar subtiel te hinten dat hij homoseksueel is. ‘Ach net als Tsjaikovski!’, zegt een teleurgestelde koppelaar. Helaas wordt Watson (een uitstekende Colin Blakely) ook betrokken bij deze leugen. En dat terwijl hij enthousiast aan het flirten is met kokette danseressen.

Van deze grappige misverstanden en decepties komen wij plotseling bij een mysterieuze vrouw die uit de Thames is gevist. Ze wordt voor Holmes’ huis gedropt omdat zij zijn adres bij zich heeft. Deze buitenlandse dame is door het ongeluk haar geheugen tijdelijk kwijt geraakt. Holmes is duidelijk gefascineerd door deze elegante verschijning die uit België blijkt te komen. Haar man is vermist en ze heeft Holmes’ hulp nodig om hem terug te vinden. Het begin van een grote speurtocht waar dwergen, Schotse kastelen, het monster van Loch Ness en geheimzinnige voertuigen de revue passeren.

Complexe relatie met vrouwen
Het knappe van de film is dat dit wilde avontuur gecombineerd wordt met een intiem portret van Holmes. Zo wordt zijn complexe relatie met vrouwen gaandeweg blootgelegd door subtiele openbaringen. Holmes klaagt over hoe Watson hem in zijn verhalen portretteert als een misogyne man. Hij is geen vrouwenhater, hij vertrouwt ze gewoon niet.

In een ongebruikelijke ontboezeming aan de Belgische Gabrielle vertelt Holmes waar zijn wantrouwen vandaan komt. Een verloofde stelde hem teleur op het moment dat ze in het huwelijksbootje zouden stappen. Typisch onderkoeld en met een vleugje ironie zegt Holmes dat ze stierf door een ziekte. Kortom, je kunt niet op ze rekenen die vrouwen.

Stevens heeft de juiste toon te pakken om deze schijnbaar emotieloze gentleman gevoelens mee te geven. Het zijn ook die onderdrukte emoties die zorgen voor de verrassende ontknoping van het verhaal. Ondanks zijn perfectionisme heeft de speurder ook zijn kwetsbare kanten. Zijn talenten om alles tot in de puntjes uit te zoeken kunnen ook gemanipuleerd worden. Gabrielle is daarbij de spil. Misschien niet zo gek dat Wilder die in zijn films noirs de femme fatale ruimte gaf, hier ook gebruik maakt van die figuur.

The Private life of Sherlock Holmes

Melancholiek
Anders dan die fatalistische films noirs is The Private Life of Sherlock Holmes  meer een melancholieke film. Het draait om een man die zijn talenten gebruikt zodat hij kan vluchten van de realisatie dat hij te bang is om iemand echt lief te hebben. Zijn bescheiden verslaving aan verdovende middelen vloeit daar ook uit voort. Stevens heeft aan wat kleine gebaren genoeg om dit geloofwaardig over te brengen. Zijn teksten zijn ook heerlijk vooral als hij iemand scherp van repliek voorziet zoals zijn sluwe broer Mycroft, een prima gecaste Christopher Lee.

Het is jammer dat de film in zijn tijd geen groot publiek kon vinden. Toch is de waardering voor de film door de jaren gegroeid. Criticus Kim Newman vindt het nog steeds de beste Sherlock Holmes-verfilming. Steven Moffat en Mark Gattis gaven ook toe dat zij zich door de film lieten inspireren toen ze het scenario van een eigentijdse versie van de detective schreven. Die BBC-serie met Benedict Cumberbatch als Holmes werd een groot succes. Naar mijn mening is deze film toch beter en verplichte kost voor iedereen die zijn hart heeft verloren aan deze knappe kop wonende op 221b Baker Street.
 

28 juli 2018

 

MEER BILLY WILDER
 
 
MEER ESSAYS

Phantom Thread

****

recensie Phantom Thread

Capitulatie in de liefde

door Yordan Coban

De achtste film van Paul Thomas Anderson gaat over de strijd in de verhoudingsstructuur binnen een relatie en de zoektocht naar een balans tussen de liefde die we willen krijgen en de liefde die we te bieden hebben.

Reynolds Woodcock (Daniel Day-Lewis) is een elitaire kledingmaker. Zijn jurken zijn alleen bedoeld voor de meest gefortuneerde. Woodcock is een erg elegante maar moeilijke man. Hij is ijdel, verwend en obsessief bezig met de perfectie in zijn vakmanschap. Alles draait om zijn wil en hij dwingt ieder tot een passantenrol in zijn wereld. Alleen de relatie met zijn assistente Cyril is gebaseerd op wederzijds respect. Cyril (Lesley Manville) is een erg strenge no-nonsense vrouw die weet hoe ze een blaffende hond in bedwang moet houden.

Phantom Thread

Reynolds is nooit getrouwd en formuleert zijn leven stellig als een liefdeloze eenling die toebedeeld is aan zijn vak. Hier komt verandering in als hij valt voor de jonge Alma (Vicky Krieps), in wier imperfecties hij perfectie ziet. De film leert ons aan het begin dat er een routine is in de manier waarop Woodcock verliefd wordt. Hij valt voor uiterlijke schoonheid en raakt na geringe tijd geïrriteerd op de vrouwen uitgekeken. Hij is even veeleisend voor zijn vrouwen als voor zijn jurken.

Alma lijkt in het begin te bezwijken onder zijn regie in de relatie. Echter kan Alma door zijn poppenkast heen prikken. Het is interessant om te zien wie nu werkelijk de bespeler van wie is. Reynolds had een bijzondere relatie met zijn moeder. Hij vertelt Alma hierover tijdens hun eerste etentje. Hij is op zoek naar bemoederende liefde, al laat zijn neurotische drang naar controle dit niet toe. Alma is echter een sterke vrouw en kent hem beter dan hij zichzelf kent.

Transitie in stijl
De regiestijl van Paul Thomas Anderson heeft in de loop van zijn carrière een verandering ondergaan. Hij begon met flitsend, dynamisch camerawerk. Snel bewegende scènes waarin veel informatie zich snel na elkaar opvolgde onder begeleiding van catchy popmuziek, zoals in Boogie Nights (1997) en Magnolia (1999). Deze flashy heersende filmdoctrine uit de jaren negentig, die begon met de innovaties van Goodfellas (1990), kleurde zijn werk op significante wijze. Regisseurs als Martin Scorsese, Quentin Tarantino, Oliver Stone en David Fincher zijn collega’s die een overeenkomende regiestijl hanteerden.

Phantom Thread

Paul Thomas Anderson is echter sinds de 21ste eeuw een andere richting ingeslagen. Een richting die minder op het werk van Scorsese lijkt maar meer overeenkomsten heeft met de stijl van Stanley Kubrick en Terrence Malick. Deze transitie begint subtiel in Punch-Drunk Love (2002) maar is radicaler in There Will Be Blood (2006) en The Master (2012). Paul Thomas Anderson gebruikt nu voornamelijk klassieke of experimentele melodieën om zijn werk te ondersteunen. Verder is het camerawerk (wat hij in Phantom Thread voornamelijk zelf deed) rustiger en eleganter geworden met scènes die nu meer ademruimte krijgen maar nooit statisch zijn. 

Maar misschien wel het belangrijkste in Paul Thomas Anderson’s werk is ook het hoogtepunt in Phantom Thread: het acteerwerk. De drie grote rollen in de film worden heel genuanceerd gespeeld. Het kan geen toeval zijn dat de films van Anderson misschien wel het beste acteerwerk van de laatste twintig jaar bevat. Joaquin Phoenix, Julianne Moore, Philip Seymour Hoffman, Daniel Day-Lewis of Adam Sandler, Anderson weet altijd een maximale performance uit zijn acteurs te halen.

Overgave
Er gebeurt niet veel in Phantom Thread. Er zijn geen grote gebeurtenissen waaraan het verhaal zich optrekt. We kijken naar twee mensen en de verloop van hun relatie. Er is geen overdreven romantiek, maar een psychoanalytische studie over de liefde die ze delen. De twee dansen een wals vol compromissen, strijd en acceptatie. De overgave aan dat wat zij zoeken in een partner.
 

28 februari 2018

 
MEER RECENSIES

Post, The

*****

recensie The Post

Voor wie de klok luidt

door Alfred Bos

Steven Spielberg is boos en overtreft zichzelf met een politieke thriller over een krant die staatsgeheimen wil publiceren en een president die van liegen zijn overlevingsstrategie heeft gemaakt. Het is allemaal waar gebeurd. En hoogst actueel.

Vorig jaar februari was Steven Spielberg druk doende met de opnamen van de sciencefictionfilm Enter Player One (eind maart in de bioscoop) toen hij het script van The Post onder ogen kreeg. De meest succesvolle regisseur uit de filmgeschiedenis liet alles vallen om die film te maken. En wel nu. Het duidt op urgentie. En op persoonlijke betrokkenheid. Steven Spielberg giet zijn verontwaardiging over een bluffende botterik in het Witte Huis – de man met een eekhoornstaart als toupet – in de mal van de Spielberg-filmmagie en presto, The Post is een hoogtepunt in ’s mans toch al niet misselijke loopbaan.

The Post

The Post is gesitueerd in 1971, als de Amerikaanse president van dienst, Richard Nixon, en diens cercle onder het mom van nationaal belang de pers probeert te muilkorven. Al verschillen context en middelen, de parallellen met het heden zijn evident: president meent zich verheven boven grondwet en politiek systeem, en acht de waarheid kneedbaar. Achter de werkelijkheid van 1971 knettert de actualiteit van 2018. Het geeft de film een dwingende kwaliteit, een urgentie. Wanneer was Hollywood voor het laatst zo geëngageerd?

Feministisch rolmodel
In Spielbergs voorlaatste film, Bridge of Spies, speelt Tom Hanks een advocaat die tijdens de Koude Oorlog een buitenlandse spion redt van de elektrische stoel: uitruilen tegen Amerikaanse spionnen in Russisch gevangenschap is handiger. Diezelfde onbuigzaamheid, niet wijken voor de druk van hogerhand, neemt Hanks mee naar zijn rol van Ben Bradlee, de macho hoofdredacteur van The Washington Post. Die krant is in 1971 nog niet het instituuut dat het werd met de onthullingen rond het Watergate-schandaal die Nixon uiteindelijk de presidentiële nek kosten. Dát verhaal werd in 1976 door Alan J. Pakula verfilmd als All the President’s Men. The Post is de prequel van die klassiek geworden paranoiathriller over journalisten en klokkenluiders.

De werkelijke held van de film is evenwel Kay Graham (Meryl Streep), die in 1963, na de zelfmoord van haar man, kranteneigenaar Philip Graham, de zakelijke leiding van The Washington Post overnam. Ze is de enige vrouw in een kamer vol mannen – adviseurs, juristen en ingewijden in de politieke kringen rond het Witte Huis – die het zakelijke belang verkiezen boven het publiceren van geheime stukken. Spielberg portretteert haar als een feministisch rolmodel avant la lettre.

The Post

Historische bandopnamen
Het draait allemaal om de zogeheten Pentagon Papers. In 1966 gelastte de toenmalige minister van Defensie, Robert McNamara (Bruce Greenwood), een niet-publiekelijk onderzoek naar de besluitvorming rond alle oorlogen en buitenlandse conflicten waar de Verenigde Staten sinds de Tweede Wereldoorlog bij betrokken waren geweest. Hij twijfelde aan het nut van de oorlog in Vietnam die in 1966 snel escaleerde, vroeg zich af hoe het zover had kunnen komen en wilde documentatie voor toekomstige historici en onderzoekers. Uit het onderzoek bleek dat alle Amerikaanse presidenten, van Truman tot en met Johnson, volk en volksvertegenwoordiging hadden voorgelogen. Kopieën werden verdeeld over een aantal instituten en verdwenen achter slot en grendel.

De grootste leugenaar was evenwel Richard Nixon, in 1968 de opvolger van Lyndon B. Johnson. Die had in november van dat jaar zijn verkiezing veilig gesteld door in het geheim de vredesbesprekingen in Parijs tussen Noord- en Zuid-Vietnam te saboteren. (Het wordt uit de doeken gedaan in de onvolprezen documentaireserie van Ken Burns, The Vietnam War.)

Smetvrees heb je alleen met vuile zaakjes en bang dat die lafhartige daad, feitelijk landverraad, aan het licht zou komen liet Nixon opnameapparatuur plaatsen in de Oval Office: alle gesprekken, ook telefoonverkeer, werden opgenomen. Die bandopnamen zouden een cruciale rol spelen in de Watergate-affaire en uiteindelijk leiden tot Nixons aftreden. In The Post zien we een acteur achter het raam van het Witte Huis en horen de authentieke telefoongesprekken tussen hem en zijn minister van Buitenlandse Zaken, Henry Kissinger.

The Post

“Nixon heeft schurken om zich heen”
In 1971, het jaar waarin The Post speelt, verscheen in de gerespecteerde kwaliteitskrant New York Times een onthullende publicatie, gebaseerd op de Pentagon Papers. Het vele duizenden pagina’s tellende document was gelekt door een medewerker van de denktank RAND Corporation. Nixons en diens staf wisten via de rechter vervolgpublicaties te voorkomen.

Waarop Ben Bradlee de kans schoon ziet om het provinciekrantje Washington Post de rol van titaan New York Times over te laten nemen, net op het moment dat een beursgang de krant een broodnodige financiële injectie moet geven. Redacteur Ben Bagdikian (Bob Odenkirk) jaagt op de bron van de Times en verkrijgt een kopie van de Pentagon Papers. Maar dan, publiceren of wijken voor de intimidaties van een wraakzuchtige president? Ex-minister McNamara waarschuwt: “Nixon heeft schurken om zich heen”.

De film markeert een breekpunt in de relatie tussen pers en Amerikaanse politiek. Tot dat moment verkeren journalisten en bewoners van het Witte Huis op intieme voet, men vertrouwt elkaar. McNamara is een huisvriend van Kay Graham, Ben Bradlee deelde whiskey en schuine grappen met John F. Kennedy. Dat was na de kwestie rond de Pentagon Papers voorgoed verleden tijd. In 1968 had Nixon de verkiezingen gewonnen met vuil spel en voor zijn herverkiezing in 1972 liet hij inbreken in het hoofdkwartier van de Democratische Partij, in het Watergatecomplex. The Post houdt op waar All the President’s Men begint.

The Post

Spielberg-sterrenstof
The Post is nog een tandje beter dan Spotlight (over onthullingen rond kindermisbruik door de kerk) van twee jaar terug en steekt All the President’s Men naar de kroon als de beste krantenfilm ooit. Het is een thriller, een historisch drama en een ideeënfilm ineen. Een thriller rond brisant bronmateriaal, een historisch drama over de confrontatie tussen pers en president, een film over een idee: de vrijheid van meningsuiting. En de integriteit van het presidentschap.

Het is ook een masterclass van acteren en filmisch vertellen. Hanks treft de mengeling van mannelijke bravoure en journalistieke integriteit van hoofdredacteur Ben Bradlee in woord, tics en lichaamstaal. Streep speelt als hoeder van het familiebedrijf die door omstandigheden ver buiten haar comfortzone wordt geplaatst, een bakvis in een tank vol haaien (om het oneerbiedig te zeggen), een van de beste rollen uit haar carrière. Ze is sereen in een ruimte die onder stroom staat.

Sfeer, tijdsbeeld en milieu zijn in detail getroffen. Het enige smetje zit op de geluidsband, in de proloog die speelt in de Vietnamese jungle van 1966. Daar horen we Green River van Creedence Clearwater Revival, een nummer uit 1969. Verder klopt alles. Rotatiepersen worden gefilmd als wonderen van analoog vernuft. Voor publieke telefoons heb je een broekzak vol muntjes nodig. Iedereen rookt overal. En dat alles besprenkeld met het Spielberg-sterrenstof. De regisseur koerst op intuïtie, gedragen voor dik veertig jaar ervaring, en glorieert. Wat een film.
 

30 januari 2018

 
MEER RECENSIES

Premier, De

*

recensie De Premier

Politicus als actieheld

door Alfred Bos

Terug uit Hollywood, waar hij zijn succesfilm Loft voor de Amerikaanse markt opnieuw verfilmde, vertilt Erik van Looy zich aan een eigen scenario. De Premier is om te lachen. Helaas is het geen komedie, maar een actiethriller.

Actiethrillers moeten stunten. In hun speelhoek van de cinema is het druk, het publiek verwend. Dus buitelen ze over elkaar, de grandioze premissen en de sensationele plotwendingen. Veel sensationeler dan het vertrekpunt van De Premier wordt het niet: de hoogste bestuurder van de staat België wordt door een duistere partij gedwongen om de Amerikaanse president om te leggen. Gelieve uw verstand bij de kassa achter te laten. Ontvangstbewijs goed bewaren.

De Premier

De Belgische regisseur Erik van Looy, in eigen land uitgegroeid tot Bekende Vlaming als presentator van de tv-quiz De Slimste Mens Ter Wereld, maakte in 2003 indruk met zijn verfilming van Jef Geeraerts’ roman over een dementerende huurmoordenaar, De zaak Alzheimer. Vijf jaar later verblufte hij vriend en vreemdeling met het razendknappe Loft, een puzzelthriller rond vijf vrienden en hun sekszolder. Het werd de best bezochte Belgische film aller tijden, tot twee maal toe herfilmd. Eerst in Nederland (slap), vervolgens door Van Looy zelf in Hollywood (geen verbetering).

Extreem esthetiserend
Uit Hollywood heeft Van Looy, weer terug op Vlaamse bodem, de conceptuele aanpak meegenomen. Een reeks bewezen succeselementen wordt als puzzelstukjes op de tekentafel uitgespreid en met wat schuiven en een enkel eigen idee tot een nieuw succesnummer samengevoegd. Voor Loft kon de regisseur terugvallen op het script van acteur Bart de Pauw; voor De zaak Alzheimer op het boek van Geeraerts, door hemzelf en coscenarist Carl Joos (die het toneelstuk The Broken Circle Breakdown omwerkte tot filmscript) bewerkt tot draaiboek.

Ditmaal komt de vertelling uit de koker van Van Looy en Joos, en de uitzinnige premisse – politicus als actieheld – moet het gebrek aan creatieve ideeën maskeren. Hoe onzinninger de film zich ontwikkelt, hoe meer meelijden je krijgt met acteur Koen De Bouw (die eerder hoofdrollen vertolkte in De zaak Alzheimer, Loft en Het Vonnis) als premier Michel Devreese. Hij heeft, net als de actrices Tine Reymer (zijn vrouw Christine) en Charlotte Vandermeersch (zijn spindoctor Eva, met wie hij – uiteraard – een geheime relatie heeft) nauwelijks fatsoenlijke tekst om mee te werken.

Zeeziek
Illustratief is de slotscène: de beproeving is achter de rug, de premier kijkt uit over de tuin van zijn villa waar zijn kinderen onder het oog van zwaarbewapende para’s spelen en zijn vrouw met de rozen bezig is, maar iedereen zwijgt. Hier had een eenvoudige dialoog, een simpel stukje tekst, wonderen kunnen doen. Nu blijft het een mooi maar volstrekt nietszeggend beeld. Je wordt als kijker aan je lot over gelaten, doe het zelf maar. Net zo nutteloos is de proloog: extreem esthetiserend gefilmd, maar irrelevant voor het verhaal. Oh, het is een droom.

Maar niet alleen het kolderieke uitgangspunt en de krukkige dialogen halen De Premier onderuit. Daar werkt de regisseur hard aan mee door te kiezen voor het soort cameravoering dat in generieke B-films standaard is geworden: nerveuze montage, onnodige camerabewegingen, veel drukte om de kijker – met de veronderstelde aandachtsspanne van een ADHD-patiënt – bij de les te houden.

De Premier

Typerende scène: de premier is door zijn invalchauffeur (Stijn van Opstal) naar een vervallen energiecentrale gereden en krijgt daar te horen dat zijn kinderen zijn ontvoerd: meewerken of hij ziet ze niet meer. De confrontatie zou een dramatisch moment moeten zijn, maar Van Looy maakt de kijker zeeziek door de camera eindeloos rondjes te laten tollen om de premier en de booswicht (Dirk Roofthooft). Alsof hij zijn eigen regiekunsten niet vertrouwt. Of zijn publiek voor debiel acht.

Stramme dialogen
Voor de Nederlands-Engelse actrice Saskia Reeves valt er nauwelijks eer te behalen aan haar rol van Amerikaanse president. Haar naturel smoort in het surrealisme van het verhaal en de stramme dialogen. Volstrekt ongeloofwaardig is de Engelse acteur Adam Godley als chef van de presidentsbeveiliging; je ziet in hem een listige accountant, geen alfa-aap. Urgentie kan de film niet worden ontzegd, want de plot propt een half etmaal in twee uur speelfilm, maar zelfs die ballon loopt leeg dankzij een overbodige en nogal flauwe laatste plotwending.

Is er dan echt niets aardigs aan De Premier te ontdekken? Helaas, nee. De film ging afgelopen november uit in België en werd daar gemengd ontvangen. Een Nederlandse remake, met Jeroen Spitzenberger als Rutte, hoeven we niet te verwachten en om een Kuifje redt de wereld zit men in Hollywood niet te springen. Geen nood, er ligt nog een stapel Geeraerts-thrillers te wachten op verfilming.
 

28 februari 2017

 
MEER RECENSIES

Paterson

****

recensie Paterson

De kunst van het klein houden

door Suzan Groothuis

Paterson heeft een dagelijks ritme van vroeg opstaan, naar zijn werk gaan, ’s avonds de kroeg in en dan weer bij zijn vrouw Laura in bed. Ondertussen laat hij de hond uit en schrijft hij gedichten. Mooie, kleine gedichtjes, die volgens Laura rijp zijn voor publicatie. Een ingetogen, subtiele film met aandacht voor het geschreven woord.

In de nieuwe Jim Jarmusch (Ghost Dog: The Way of the Samurai, Only Lovers Left Alive) volgen we Paterson. Doordeweeks staat hij steevast rond 6 uur op, om nog even te knuffelen met zijn mooie vrouw Laura (Golshifteh Farahani, The Patience Stone). Franse buldog Marvin zit hem grommend op te wachten op de bank. Paterson en Marvin, dat klikt niet zo.

Paterson

Vanuit huis volgt de routine van het werk. Paterson werkt als buschauffeur en zijn bus heeft als bestemming Paterson. Stom toeval? Er worden grapjes over gemaakt, die Paterson gelaten over zich heen laat komen. Onderweg luistert hij naar gesprekken van passagiers. Twee mannen praten over mooie vrouwen en hoe ze er bijna één om hun vinger hadden gewonden. Een net-niet-verovering.

Dagelijks leven als inspiratiebron
De verhalen vormen voor Paterson een inspiratie voor zijn gedichten. Hij draagt altijd een klein boekje met zich mee, waar hij in pauzes en na zijn werk in schrijft. Het zijn mooie, kleine gedichtjes. Over het mooiste luciferdoosje ter wereld bijvoorbeeld, met letters in de vorm van een megafoon. Laura vindt dat Paterson zijn gedichten uit moet geven. Want ze zijn te mooi om in de obscuriteit te blijven. Maar Paterson is introvert en bescheiden en weet het nog zo niet.

Paterson en Laura vormen een groot contrast. Hij introvert, gehecht aan zijn dagelijkse routines van vroeg opstaan, naar zijn werk gaan, de hond uitlaten en de kroeg in gaan. Tussendoor gedichtjes schrijvend. Zij extravert met artistieke aspiraties. Ze verft gordijnen, maakt cupcakes met gekke patroontjes en krijgt ineens de ingeving om een country-gitaar te kopen. Ondanks de verschillen is er veel liefde en respect voor elkaar. Laura drukt Paterson op het hart om kopieën van zijn boekje te maken, want het is zijn enige exemplaar.

Poëzie komt tot leven
Paterson ademt poëzie. We zien hoe de observerende gedichtjes van Paterson tot leven komen. Tijdens een busrit, of tijdens een wandeling. Woorden komen in hem op en vormen een zin. Met een rustige intonatie spreekt hij ze uit, terwijl de camera ze vereeuwigt op schrift. Poëtische stijlmiddelen als herhaling en symmetrie komen ook visueel terug. Zoals verschillende tweelingen die Paterson ontmoet. Of de brievenbus die iedere dag weer schuin op zijn paal staat als hij thuis komt. Later leren we waarom.

Paterson

Paterson is een intieme, ingetogen film die draait om verborgen aspiraties. Adam Driver (die we vooral kennen als Adam uit Girls, maar ook uit Star Wars en Midnight Special) is perfect gecast als de introverte buschauffeur. Het rustige stadje Paterson (dat overigens ook de titel is van een dichtwerk van een van Patersons favoriete dichters) dient als decor voor zijn dichterlijke inspiratie. De kalme sfeer gaat gepaard met droogkomische humor, een stijl die we kennen van Jarmusch. Zo zorgt hond Marvin (Nellie in het echt en ze won er een Palm Dog mee in Cannes) voor een aantal hilarische scènes.

Bescheiden
Af en toe gebeurt er iets heftigs dat de routine onderbreekt, zoals in de blueskroeg waar Paterson dagelijks komt. En komt Paterson nog voor een moeilijk moment te staan dat hem dwingt anders naar zijn dichtkunst te kijken.

Jarmusch hanteert een observerende stijl. Met aandacht voor detail, zoals de inrichting van Patersons appartement, de patronen waarmee Laura cupcakes opsiert en de aankleding van de kroeg. Een foto van rock- en punkzanger Iggy Pop krijgt een plek aan de muur, ongetwijfeld een verwijzing naar de documentaire Gimme Danger die Jarmusch aan Iggy en zijn Stooges wijdt.

De kunst van het klein houden, dat is wat Jarmusch met Paterson doet. De gedichten zijn overigens van de hand van de Amerikaanse dichter Ron Padgett. Resonerend na het zien van de film, evenals het pure spel van Adam Driver. Paterson is mooi in al zijn bescheidenheid.
 

6 februari 2017

 
De trieste, mooie wereld van Jim Jarmusch in elf speelfilms.


MEER RECENSIES

Personal Shopper

****

recensie Personal Shopper

Modieus griezelen met Kristen Stewart in topvorm

door Wim Meijer

De nieuwste film van Olivier Assayas is zo’n film die je moet ondergaan. Laat je onderdompelen in de modieuze spookwereld die de Franse cineast creëert. En geniet van de uitstekende, verontrustende Kristen Stewart als down to earth medium.

Het duurt slechts enkele minuten voordat de paranormale Maureen (Stewart) zich ’s nachts in een verlaten huis bevindt, gekweld door haar overleden broer Lewis, ook een medium. De afspraak is dat hij haar vanuit het hiernamaals een teken zou geven, om zo leven na de dood aan te tonen. Het huis kraakt, piept en er wordt met deuren gesmeten. Op zachte toon, volledig beheerst, zegt Maureen: ‘Lewis? Lewis, is that you?’ De oplettende kijker ziet een vertroebeling in de lucht, zichtbaar door invallend licht. Een hard cut volgt. De gereserveerde Maureen vertelt de toekomstige huizenkopers dat ze een presence voelde. Maar ze wil zeker weten dat het Lewis was. Ze heeft meer tijd nodig. De kopers knikken.

Personal Shopper

Vliegtuigstand
De kille cinematografie van Yorick Le Saux en indringende strijksymfonieën dragen bij aan de naargeestige sfeer. Het contrast is enorm wanneer je Personal Shopper vergelijkt met A Bigger Splash, de hitsige zomerfilm waarvoor Le Saux afgelopen jaar de beelden schoot. Assayas knipt terwijl je midden in de spannende scène zit. Meer dan eens is de montage vlijmscherp en onverwachts, waardoor dit soort scènes de kijker overvallen. Verwarrend en effectief, al duurt de verwarring nooit lang wegens de overzichtelijke regie van de Franse cineast.

Personal Shopper houdt het midden tussen drama, thriller en horror, maar is eigenlijk niet te categoriseren met haar vreemd soort realisme en bijzonder beklemmende sfeer. YouTube blijkt de voornaamste bron van mediums. Dagenlang kijkt Maureen naar het internet, op zoek naar manieren om Lewis te vinden. De geesten – vaker niet dan wel in beeld, zoals het hoort – jagen je de stuipen op het lijf. Andere keren levert het vertederende momenten op. Dan verschijnen er ook nog vreemde berichtjes op Maureens telefoon. Afzender: Unknown. Spanning gegarandeerd. Met name wanneer de berichten in rap tempo elkaar opvolgen als Maureen haar telefoon van de vliegtuigstand haalt. Hitchcock had zijn vingers erbij afgelikt.

Personal Shopper

Lugubere modewereld
Kristen Stewart speelt een personal shopper, iemand die voor een beroemdheid shopt, omdat die daar zelf geen tijd voor heeft. Een verderfelijke wereld, zo blijkt al snel. Zo is de modewereld de laatste tijd wel vaker op lugubere manier neergezet, denk aan films met vorm over inhoud zoals The Neon Demon en Nocturnal Animals. Personal Shopper tapt uit hetzelfde fashionvaatje, maar deze tevens onconventionele film is minder pretentieus en geeft meer voldoening.

Dat komt vooral door Stewart. Maureen is gestrest, kwetsbaar, gereserveerd, introvert, gedreven, verbeten en geïrriteerd. Haar emoties zijn voelbaar en echt. Maureen is Stewart op het lijf geschreven en de actrice speelt de rol met ongekende klasse. Het Oscarseizoen gaat binnenkort beginnen en Stewart zou met deze veelzijdige vertolking hoge ogen moeten gooien. Als tenminste de Academie ook inziet dat ze ondertussen Bella al ver overstegen is.
 

23 januari 2017

 
MEER RECENSIES

Poesía sin fin

****

recensie Poesía sin fin

Autobiografie zonder einde

door Bob van der Sterre

Alejandro Jodorowsky, de meester van het surrealisme in de strip, maker van een paar filmklassiekers, is begonnen met het verfilmen van zijn eigen levensverhaal. Natuurlijk wel op zijn Jodorowsky’s: bizar en compromisloos.

Fando and Lis, El Topo en The Holy Mountain. Deze drie klassieke Jodorowsky’s uit de jaren zeventig leveren doorgaans maar twee soorten reacties op: dat het briljant is of het is het allerergste wat je ooit in cinema hebt moeten doorstaan. Welke andere regisseur moest tijdens een première (Fando and Lis 1968 in Mexico) na een rel uit de zaal sluipen om vervolgens bekogeld te worden met stenen?

Poesía sin fin

Hoe bizar ook, Jodorowsky’s invloed in cinema kan niet worden onderschat. Hij vormt een uniek hoekje. Zoals in het eerder op IDB gepubliceerde essay van Alfred Bos staat te lezen: ‘De Chileense filmmaker, die wordt gezien als belangrijke inspirator van Dennis Hopper, David Lynch en Nicolas Winding Refn, leverde het scenario voor de fameuze Incal-strip van Moebius/Jean Giraud, die werd gepubliceerd in de jaren tachtig.’

Dat maakt het interessant om te zien waar het allemaal vandaan kwam, in een door hemzelf gekleurde autobiografische geschiedenis. Zijn leven is een reclamespot voor een brede creatieve ontwikkeling. Het tegenovergestelde van wat de maatschappij nu van mensen eist. Alle kunstvormen kwamen juist bij hem uit. Inspiratie uitte hij in poëzie, circusoptredens, stripverhalen, theater en dus film.

Opera zingende moeder
Aangezien dit deel 2 is van een vijfdelige (!) autobiografie gaan we verder waar La danza de la realidad drie jaar geleden eindigde. Kleine Alejandro wordt grote Alejandro. We zien de metamorfose (geestig stukje) hoe de stad met grote prenten verandert in hoe het er vroeger uitzag. Het strikte regime thuis zint Alejandro niet en hij ontsnapt uit het benauwende wereldje.

In een kunstenaarscollectief voelt hij zich eindelijk thuis. Ontmoet symbiotische dansers, ‘polypainters’ en een ‘ultrapianist’ (bespeelt piano met een hamer). Hij is zelf een dichter en moet een muze zoeken. In café Iris vindt hij er een.

En dan begint zijn dichtersbestaan. Hij behoort tot de dichters die woorden vooral thuis laten en hun handelingen als poëzie zien. Een periode toen het werpen van rotte eieren ook iets poëtisch betekende. Of het lopen van een rechte lijn vanuit je eigen huiskamer.

Poesía sin fin

Het begin heeft een hoog tempo, loopt lekker, ook al zie je meteen dat het acteerwerk slordig is. Maar dat hoort ook bij Jodorowsky’s stijl, die is losjes en lichtvoetig. Zo komt de zoon na een nacht slapen als man uit de slaapkamer, hoewel de anderen niet ouder zijn geworden. Stripachtige overdrijving combineert vrolijk met de mogelijkheden van filmsets.

Bundeling van losse scènes
Het tweede gedeelte van de film is minder sterk. De dichters met hun ondichtende dichtwerk zijn een bundeling van wat losse scènes waarvan de ene wel werkt en de andere niet. Met de typische Jodorowsky-compromisloosheid om een scène te maken waarin een vrouwelijke dwerg (die flink menstrueert) seks heeft met de hoofdpersoon.

Het is sowieso opvallend hoe dik de vrouwenpersonages zijn aangezet. De muze is opzettelijk opgeblazen tot een mollige dame die alle clichés van eigenzinnige vrouw vertegenwoordigt. De moeder is immer bezorgd en communiceert in aria’s. Er moet een verklaring zijn in hoe Jodorowsky zijn beleving van toen schetst. Die overdrijving is dan juist een compliment.

Hier en daar vind je wat geniale momenten, zoals de dichter die een deur opent, daar wit gepoederde mensen laat zien, op de achtergrond een schilderij waar een tank op staat, een radio die babbelt over bommenwerpers, waarna de dichter kalm zegt: ‘Mijn ouders, ze raken niet uitgepraat over de oorlog.’

En de film heeft prima, passend camerawerk van Christopher Doyle, die met films als 2046 en Underwater Love wel het juiste op zijn cv heeft staan om de film Jodorowsky-proof te maken. Helemaal bij de tijd is hoe Kickstarter en Indiegogo hebben geholpen om de film te financieren.

Poesía sin fin

Wat de film helaas erg mist is een spanningsboog. Je zit vooral naar uitzinnige mensen te kijken zonder dat het ergens heen gaat. Wat je ook echt mist zijn een paar kalme, verbindende scènes. Mensen die gewoon een beetje eten en kletsen. Zulke breaks hadden de film toegankelijker en meer volwassen kunnen maken, hadden de karakters meer mens kunnen laten zijn.

Vol Jodorowsky’s
Poesía sin fin (Endless Poetry) is een beetje Being Alejandro Jodorowsky. De film zit bijvoorbeeld vol Jodorowsky’s. Alejandro zelf, Adan (ene zoon) en Brontis (andere zoon). Adan speelt de rol van Alejandro (en deed de muziek). Brontis speelt Alejandro’s vader, met wie Alejandro in onmin leeft.

Het wordt wel een beetje Jodorowsky-inception als Alejandro zijn eigen zoon poedelnaakt zichzelf laat spelen met z’n minnares van toen. Het zou niemand moeten verbazen als hij zijn zoon zelfs in een latere episode zichzelf laat verwekken. Als je principieel niets vreemd vindt, wat is er dan nog raar?
 

30 december 2016

 
MEER RECENSIES

Perfetti Sconosciuti

****

recensie Perfetti Sconosciuti

Black box met explosieve lading

door Cor Oliemeulen

Menigeen kan Perfetti Sconosciuti beter zónder geliefde bezoeken. Hoe het verplicht openbaren van gegevens op je mobieltje leidt tot relationele slachtpartijen bewijst deze Italiaanse kaskraker.

Onlangs was op tv de documentaire Addicted to my Phone te zien. Gesteund door de gebruikersvoorwaarden van Facebook bood een Deens onderzoeksteam een zaklamp-app aan, echter de gebruikers wisten niet dat ze door het installeren van de app automatisch toegang gaven tot hun gesprekken, teksten, foto’s, camera en microfoon. Naderhand bezocht het team enkele gebruikers, die totaal geschokt reageerden omdat al hun data bleken te zijn gekopieerd en heimelijk gesprekken waren opgenomen. Zelfs een ex-minister wist zich geconfronteerd; we zagen hoe zij een dag later een spoedberaad in het parlement belegde.

Perfetti Sconosciuti

Bioscoophit
Het lenen en stelen van persoonlijke gegevens, winkels en organisaties die door middel van wifi-tracking de handel en wandel van bezitters van mobiele apparaten volgen en gebruiken, stralingsgevaar, verslaving aan je mobieltje en appen achter het stuur mogen dan verontrustend zijn als je er wat dieper over nadenkt – dat alles is nog niets vergeleken met het verplicht delen van de explosieve geheimen die de gemiddelde mobiele telefoon(eigenaar) met zich meedraagt.

De Italiaanse regisseur Paolo Genovese kwam op het originele idee om een speelfilm over dit gegeven te maken, getriggerd door een uitspraak van schrijver Gabriel Garcia Marquez: ‘Iedereen heeft een publiek leven, een privéleven en een geheim leven.’ Twintig jaar geleden waren onze geheimen veilig in onszelf opgeborgen, tegenwoordig liggen ze verborgen in onze mobieltjes. In Perfetti Sconosciuti (Volmaakte Onbekenden) wordt dan ook gesproken van een persoonlijke black box. Het komische drama was afgelopen voorjaar dé bioscoophit in Italië en won er twee Donatello’s, voor beste film en beste scenario.

Perfetti Sconosciuti

Van ruilen komt huilen
In een toneelsetting ontmoeten we drie stellen die bij één van hen samenkomen voor een diner. Ze zijn welgesteld en kennen elkaar al hun halve leven. Eén vriend komt later en zou zijn nieuwe vriendin meebrengen, maar die moet zich verontschuldigen. Na het uitwisselen van koetjes en kalfjes begint er een gesprek over de geheimen die iedereen op zijn of haar mobieltje meedraagt, waarna iemand oppert om tijdens het diner de anderen bij wijze van experimenteel spelletje deelgenoot te maken van binnengekomen gesprekken en berichtjes. Na wat tegenstribbelen ontstaan de eerste complicaties, als één van de getrouwde vrienden zich realiseert dat hij vanavond een wulpse foto van een vrouw zal ontvangen en hij de eenling in het gezelschap zover krijgt om stiekem mobieltjes te ruilen. Langzaam volgen de eerste kleine onthullingen en uiteindelijk blijkt dat minstens vijf van de zeven disgenoten iets serieus op hun kerfstok hebben. Maar niets is wat het soms lijkt.

De sterrencast – o.a. Giuseppe Battiston (Pane e Tulipani), Marco Giallini (Una famiglia perfetta), Valerio Mastandrea (La prima cosa bella) en Alba Rohrwacher (Le Meraviglie) – weet uitstekend raad met het intelligente scenario van Perfetti Sconosciuti, waarbij Genovese steun kreeg van een kwartet ervaren scenaristen. De film is bij voorkeur te genieten zónder partner, behalve natuurlijk als je absoluut geen geheimen voor elkaar hebt…
 

13 november 2016

 
MEER RECENSIES

Pazza gioia, La

****

recensie La pazza gioia

Twee vrouwen om van te houden

door Cor Oliemeulen

Luxe eten zonder te betalen, joyriden, drank en valium stelen, stelselmatig een rechter bedreigen, je ex beroven en George Clooney in je bellijst. Zomaar wat gekke vreugde in het komische drama La pazza gioia.

Bijna net zo leuk als schrijven over films is het praten over films. Een Duitse vriendin die in Turkije woont mag ook graag veel kijken en regelmatig worden meningen en tips uitgewisseld. Maar met de filmtitels gaat het soms mis. Toen op een dag de klassieker der klassiekers Gone with the Wind (1939) voorbij kwam, duurde het even voordat duidelijk werd dat het ging om Vom Winde verweht. De onverwachte Franse succeskomedie Intouchables (2011) heet in Duitsland Ziemlich beste Freunde. En Turken noemen The Godfather (1972) simpelweg Baba.

La pazza gioia

Nasynchronisatie
Nasynchronisatie hoor je overal ter wereld. De originele stemmen van meer films dan je misschien denkt worden later in de studio opnieuw ingesproken. Aziatische films voor de globale markt verschijnen ook in de Engelse taal, oudere Italiaanse en Spaanse films met een internationale rolbezetting worden eentalig, terwijl in Rusland en Polen een voice-over commentaar geeft bij de oorspronkelijke stemmen. Dat in Nederland nauwelijks wordt nagesynchroniseerd – uitgezonderd jeugdfilms en tekenfilms (Spongebob Squarepants is hier zelfs leuker dan het origineel) – is niet enkel een kwestie van geld: wij houden kennelijk van het authentieke stemgeluid en vragen ons bovendien af wie dan wel een schmierende Al Pacino zou moeten nabootsen.

De Nederlandse distributeurs zijn consequenter dan ooit door veel oorspronkelijke filmtitels onberoerd te laten, terwijl gemakkelijke vertalingen misschien beter blijven hangen en dus voor meer bezoekers zorgen. Enkele gloedvolle recente voorbeelden: Kiki, el amor se hace en El botón de nácar (Spaans), La meglio gioventù en In Grazia di Dio (Italiaans), Les Ogres en Les chevaliers blancs (Frans). En aangezien ‘de Nederlander wel bestaat’ is het maar goed dat we middels het medium film kunnen blijven genieten van de internationale taalcultuur, al moeten we daarvoor soms de bek breken.

La pazza gioia

De uitbundige en de stille
Naast het feit dat vertaalde filmtitels dus tot spraakverwarring kunnen leiden, zijn ze soms moeilijk te vertalen. Dit geldt ook voor La pazza gioia, letterlijk vertaald als Gekke Vreugde en na de staande ovatie tijdens het Filmfestival van Cannes internationaal gelanceerd onder de titel Like Crazy. De oorspronkelijke titel van deze jongste film van Paolo Virzì (samen met Paolo Sorrentino: La grande bellezza en Nanni Moretti: Mia Madre behorend tot de huidige generatie toonaangevende Italiaanse regisseurs) strookt natuurlijk veel beter met het prachtige kleurrijke landschap van Toscane en het schilderachtige onderkomen waarin vrouwelijke psychiatrische patiënten op een zo humaan mogelijke manier worden voorbereid voor een eventuele terugkeer in de maatschappij.

Paolo Virzì centreert zijn komische drama rond twee actrices met wie hij eerder succesvol werkte: Valeria Bruni Tedeschi (Il capitale umano) en Micaela Ramazzotti (Virzì’s echtgenote die doorbrak in La prima cosa bella). Tedeschi speelt Beatrice, wiens bipolaire stoornis beduidend meer manisch dan depressief is, wat zich uit in een voortdurende spraakwaterval, onbeschaamde bemoeizucht en pathologisch liegen. Vanaf het moment dat de stille, uitbundig getatoeëerde Donatella (Ramazotti) de instelling betreedt, ontluikt zich een vriendschap tussen deze twee tegenpolen: het lekker gestoorde wijf versus de mistroostige automutilant die uit de ouderlijke macht is gezet. Beide vrouwen, met het hart op de goede plaats, gaan na een spontane ontsnapping op avontuurlijke wijze confrontaties met het verleden aan, waardoor er uiteindelijk veel begrip en genegenheid voor elkaar ontstaat.

La pazza gioia bereikt in het respectvol relativeren van psychische aandoeningen een uitstekende balans tussen drama en komedie, zonder te vervallen in karikaturen. Valeria Bruni Tedeschi is met haar tomeloze energie en onafscheidelijke parasol de ideale actrice om de film tot grote hoogte te laten stijgen en vormt samen met de meer ingetogen acterende Micaela Ramazzotti een ongekende Italiaanse womance. Twee aandoenlijke vrouwen om van te houden.
 

22 augustus 2016

 
MEER RECENSIES

Purge: Election Year, The

***

recensie The Purge: Election Year

Bloedige strijd om presidentschap

door Wim Meijer

 

The Purge uit 2013 kostte 2,8 miljoen dollar, hetgeen een schijntje is in de filmindustrie. Vrijwel direct kreeg regisseur James DeMonaco een telefoontje van Universal om de tweede film te gaan maken. Niet vreemd, want The Purge leverde wereldwijd bijna negentig miljoen dollar op, gezien het budget een monsterbedrag. The Purge: Anarchy verscheen een jaar later en leverde 111 miljoen dollar op met een productiebudget van negen miljoen dollar. Dat vinden filmstudio’s leuk. Nu verschijnt het derde (en laatste?) deel van de franchise.

 The Purge: Election Year

Geld is echter niet de enige reden dat deze films gemaakt worden. DeMonaco werkt zijn genrefilms namelijk goed uit, vult ze subtiel en minder subtiel met eigen ideeën en tilt zo de B-film naar een hoger plan. Daarnaast spreekt het concept een groot publiek aan, zo bleek. De film draait om de Amerikaanse samenleving waarin eens per jaar een wetteloze nacht – Purge Night – plaatsvindt. Alles dat normaal per wet verboden is, is toegestaan. Het gevolg: totale chaos, een enorm bloedbad, een hoop gore, maar ook naakt, fascisme, extreem geweld en andere factoren die kenmerkend zijn voor het genre. Dit alles wordt grafisch verfilmd met vooral handheld camerawerk.

Moord om snoep
In The Purge nam Ethan Hawke het op tegen een stel moordlustige loonies, The Purge: Anarchy trok de horror naar een breder plan in de straten van Los Angeles en in dit deel verhoogt DeMonaco de inzet nog maar eens. Waar in vorige films mensen als senatoren immuun waren (toch geen volledige anarchie dus), is dit nu jaar niet meer het geval. Dat is slecht nieuws voor Senator Charlie Roan (Elizabeth Mitchell) die zich kandidaat heeft gesteld voor het presidentschap, met als speerpunt van haar verkiezingsprogramma het afschaffen van de purge. Aan Leo Barnes (Frank Grillo) de taak om de senator in leven te houden. Hij krijgt daarbij hulp van een groep zwarte vigilantes die gewonden verzorgen tijdens de purge en een Mexicaanse snoepverkoper.

The Purge: Election Year borduurt vooral voort op de bestaande franchise. Wederom verschijnt een lading gestoorde karakters ten tonele, zoals twee zwarte, schaars geklede dames die snoep stelen, worden gepakt en vervolgens besluiten de eigenaar van de snoepwinkel om te leggen. Het zijn dit soort gedachtekronkels waar menigeen van zal gruwelen en waar anderen zich aan verlekkeren.

 The Purge: Election Year

Politieke statements
Naast moordzuchtige maniakken, al dan niet religieus, verwerkt James DeMonaco andere elementen in zijn film. Schrikeffecten bijvoorbeeld – bijzonder effectief met al die mafkezen. Lachwekkend zijn de moordtoeristen, fascistische Scandinaviërs die speciaal voor deze nacht naar Amerika afreizen. Onder hen zit Earl Danzinger (Terry Serpico), een commando die met zijn eenheid de opdracht van Roach politieke tegenstanders krijgt om Amerika te zuiveren van het kwaad. Dat is mooie taal van politiek zwaargewicht dominee Edwidge Owens (Kyle Secor), waarmee hij niets meer bedoelt dan het vermoorden van senator Roach.

Met het derde deel in de Purge-franchise verwijst DeMonaco wederom veelvuldig naar de Amerikaanse samenleving. Racisme is daar aan de orde van de dag, tegenwoordig zelfs op het hoogste niveau. Dat het verkiezingstijd is, is ook geen toeval. DeMonaco schreef het script afgelopen jaar. Dat juist een groep zwarte mensen en een Mexicaan senator Roach beschermen tegen moordlustige invloeden is niet eens een hint meer te noemen, maar naast wat politieke statements is het vooral genieten van een geslaagde, cynische B-film.
 

3 juli 2016

 
MEER RECENSIES