Prosecutor the Defender the Father and His Son, The

***

recensie  The Prosecutor the Defender the Father and His Son

Politiek steekspel

door Ralph Evers en Dragan Markovic

In deze reconstructie van een op waargebeurde feiten gebaseerde casus van het Joegoslavië Tribunaal staan een aanklager en een advocaat lijnrecht tegenover elkaar. Na een belastende verklaring van een getuige is diens toekomst wellicht niet meer zeker.

Deze recensie is geschreven door zowel Ralph Evers als gast-recensent Dragan Markovic. Hij zal zichzelf hieronder introduceren en de film vanuit zijn ervaring als medewerker bij het Joegoslavië Tribunaal geven. Daarnaast is hij van Servische origine, dus kijkt hij met andere ogen naar deze film, dan Nederlanders.

The Prosecutor the Defender the Father and His Son

Blinddoek
The Prosecutor the Defender the Father and His Son is gebaseerd op ware feiten, hetgeen zich vertaalt in de beschuldiging van een zekere Milorad Krstić, die oorlogsmisdaden zou hebben begaan. Dit lijkt een verwijzing naar de veroordeling van de Servische generaal Radislav Krstić in 2001. Aanvankelijk volgen we de verhaallijn vooral in het tribunaal zelf. Dit is op zich interessant genoeg in beeld gebracht, met name door de manier waarop de buitenwereld (de pers) al dan niet op afstand gehouden wordt. Hoe de advocaat afgekapt wordt, hoe de zittingen voortdurend verdaagd worden, en het gesmiespel tussen de rechters, waar de rest niets van mee krijgt. Regisseuse Iglika Triffonova tornt aan de blinddoek van Vrouwe Justitia, die mogelijk niet zo onpartijdig is als we wensen.

Toch beperkt de film zich niet tot een rechtbankdrama. Hij tracht een laagje dieper te graven en de kijker enige context mee te geven. Zoals een ieder die zich verdiept heeft in het Joegoslavië-conflict wellicht wel weet, streden er nogal wat belangen, opportunisme en zogenaamd historische claims om een plaats. De “gewone man” echter moest vooral zien te overleven en dat deed men niet zelden pragmatisch. Dat vertroebelt de vraag naar goed en kwaad.

De advocaat, Mikhail Finn, wil de achtergrond van de jonge getuige tot op de bodem uitzoeken en reist met een tolk naar de afgelegen binnenlanden van Bosnië. Een ruig landschap met een afgelegen gehucht is waar hij terechtkomt. Zoals vaker te zien zal zijn, speelt de film met contrasten. Rijk en arm, stad (Amsterdam en Den Haag) en platteland (Bosnië) en wellicht de belangrijkste: goed en kwaad.

The Prosecutor the Defender the Father and His Son

Troef
Hierin komt dan ook de sterkste troef van de film tot uiting. Finn ontdekt dat de vader van de getuige nog leeft, terwijl de getuige niet beter weet dat hij wees is. Toch ligt hierin een risico verbonden, Finn kan ernaast zitten. Desondanks neemt hij het risico en reist samen met de vader (Alexander Lekić) terug naar Nederland. Dit stuk is erg geloofwaardig uitgewerkt.

Het is het menselijke drama dat de film overtuigt. Hierin worden de aanvankelijke tegenstellingen tussen de verdediger en de aanklager ontmaskerd. Goed of fout, zwart of wit, valt niet meer zo gemakkelijk vast te pinnen. Daartegen is het tribunaal slechts het decor.

Mixed feelings

The beginning of the film is quite disappointing. It follows the stereotype in which a Bosnian Serb is the villain presented with a big head, small eyes and a face full of scars, while the victim is thin and pale with big blue eyes. Add to this quite unprofessional mistakes, like name Dejan being misspelled as Deyan and the fact that the villain, who is supposed to be a Serbian teacher, somehow has a heavy foreign accent. The film was heading for a disaster.

However, just when I thought that watching this film would be more painful then passing a kidney stone, it took a turn for the better, especially when the whole scenography moved to Bosnia. Next to the beautiful scenes of local landscape, the whole Bosnian cast has done a great job, especially Izudin Bajrovic. This is also where the director managed to get all the details right and pinpoint cultural differences and small things visible especially to the people who lived in both cultures (West and East Europe in this case).

The Prosecutor the Defender the Father and His Son

Presentation
This is obvious in very emotional and interesting dialogues between Jasna (Nermina Lukac) and Izudin Bajrovic, but also in smaller facts like the Bosnian person from a certain background would remove his shoes when entering a house. Or a pat on the knee of another person as a sign “well done” which, as we can only imagine, made a Swedish lawyer (played by Samuel Fröler) feel very uncomfortable due to the “invasion of his personal space”.

Another two things which were extremely well presented were costumes (perfectly fitted for all the characters, especially the ones from Bosnia) and the reactions of a Bosnian person who comes to the Netherlands for the first time and the way he observes this new country. Due to the fact that I have experience with people from this area coming to the Netherlands, this couldn’t have been better presented.

Crisis
Unfortunately, at the very end one can’t escape the feeling that the film has completely missed the point. Instead of focusing on the fact that such an important institution like ICTY (International Criminal Tribunal for the former Yugoslavia) uses different techniques in order to make witnesses give false testimonies and get the story they want, it puts the accent on the fact that the villain (a Bosnian Serb) was not convicted thanks to the fact that the star witness lied. Even in this highly politicized international court as ICTY applies the rule “the accused is Innocent until proven differently”.

This all makes us wonder if the fact that films that come from East Europe and are being financed by EU (in one way or another) are getting the same funds only if they stick to the certain official stories. I suppose that we do live in the time where film, just as investigative journalism, which used to move boundaries and give new points of view, is in the same crisis.

Dragan Markovic is psychologist, former ICTY worker and former member of various defend teams.

 

4 april 2016

 
ALLE RECENSIES

Problemski Hotel

****

recensie  Problemski Hotel

Kerstsprookje in azc

door Alfred Bos

Verfilming van de gelijknamige roman uit 2003 waarmee Dimitri Verhulst in thuisland België en tot ver over de grenzen doorbrak. Absurdisme in een asielzoekerscentrum in de donkere dagen van december.

Het Problemski Hotel staat in Brussel, maar het had elke metropool in Europa of Canada kunnen zijn. In de modernistische kantoorkolos, type bank- of overheidsgebouw uit de jaren zeventig, huizen immigranten uit uiteenlopende streken: Afrika, het Midden-Oosten, de voormalige Sovjet-Unie. Ze wachten op hun verblijfsvergunning of maken plannen om, illegaal, door te reizen naar hun droombestemming. De betonkolos is hun universum. In de handen van de regisseur (en de schrijver) wordt het het konijnenhol uit Alice in Wonderland.

Problemski Hotel

Problemski Hotel wordt bevolkt door zielen verloren in een schemerzone, het onbestemde overgangsgebied tussen het ontvluchte verleden en de hoopvolle toekomst. Het is een fantastische (in meerdere betekenissen) setting voor een absurdistisch drama over identiteit en menselijkheid. Bipul weet niet wie hij is of waar hij vandaan komt, maar hij spreekt zeven talen. Hij maakt zich gedienstig aan de overige asielzoekers als raadgever of tolk. Lidia is een nieuwe immigrante uit een voormalige Sovjetrepubliek. Tussen de twee ontstaat een schutterige romance.

Meesterzet
Problemski Hotel is het speelfilmdebuut van Manu Riche, in België gevierd als maker van spraakmakende reality tv (Strip-Tease) en documentaires over onder meer Koning Boudewijn en Tom Barman, de voorman van rockgroep Deus. Hij verplaatste de gelijknamige roman van Dimitri Verhulst van de Vlaamse regio naar de anonimiteit van de Europese hoofdstad en dat is een meesterzet. Het gehannes van de verantwoordelijke ambtenaren, het interculturele onbegrip, de persoonlijke tics van de asielzoekers—het is niet het thema, maar het decor voor een eigentijds kerstsprookje.

Bipul en Lidia zijn de scharnierpunten van de ensemblefilm, die – ook een gouden greep – wordt bevolkt door minder en onbekende acteurs. Het is een bont gezelschap dat met en langs elkaar leeft, iedereen heeft zijn eigen wensen en angsten. Bipul ziet de opvang als zijn thuis, Lidia droomt van een luxeleven in Londen. Hun toenadering vormt de rode draad, geweven door een tapijt van terzijdes rond de gasten van het Problemski Hotel, zoals Igor die naar het Vreemdelingenlegioen wil, Mahsun die blonde Vlaamse schonen aan de haak wil slaan en Tomatski die van ‘het asielen’ zijn bestaan heeft gemaakt en van land naar land hopt.

Problemski Hotel

Snelwandelparcours
Riche filmt veel scènes vanaf de schouder en volgt de personages in documentairestijl. Als contrapunt fungeren de van statief gedraaide, al dan niet uitzoomende totaalshots, die het absurde van de omgeving en de situatie benadrukken, begeleid door de morose strijkkwartetten van Bartok. Als running gags zijn er de directrice die na werktijd het betonnen fort gebruikt als snelwandelparcours en een te grote kerstboom die niet in de lift past en door asielzoekers via het trappenhuis naar het dak moet worden gesjouwd. Tussen alle weemoed en vervreemding kiert de kolder.

De regisseur heeft de pech dat Problemski Hotel (opnamen gestart in september 2014) verschijnt op een moment dat de vluchtelingenproblematiek stijf bovenaan de Europese agenda staat. De film heeft raakvlakken met het recente werk van de Fransman Thomas Bidegain (zie zijn scripts voor Dheepan en The Wakhan Front en zijn eigen debuut, Les Cowboys), maar het is geen sociaal drama over immigratie en integratie. Het is een kerstverhaal, compleet met baby, met een eigen, surrealistische toon. En een warm kloppend hart.

 

23 januari 2016

 
ALLE RECENSIES
 

Dubbelinterview met regisseur Manu Riche en schrijver Dimitri Verhulst!

Perfect Day, A

****

recensie  A Perfect Day

Sarcastische hulpverleners

door Bob van der Sterre

Wat moet je als hulpverlener als je een lijk uit een put omhoog wil hijsen maar het touw breekt, de Verenigde Naties zeggen dat je je nergens mee moet bemoeien, en er in de wijde omgeving geen touw is te vinden? Je bent en blijft toch in de eerste plaats een hulpverlener en je moet en zal dat lijk eruit krijgen. 

We zitten in Joegoslavië, 1995, dus tegen het einde van de oorlog. Hulpverleners Mambrú (Benicio Del Toro), B. (Tim Robbins) en Sophie (Mélanie Thierry) willen samen met tolk Damir (Fedja Stukan) dat vadsige lijk eruit vissen, om te voorkomen dat de put onbruikbaar wordt.

Zo makkelijk is het allemaal nog niet. Colonnes tanks en groepjes soldaten versperren de route, dode koeien liggen midden op de weg, VN-soldaten willen dat je opduvelt, en werkelijk nergens kun je touw krijgen.

A Perfect Day

Touw
Hoe moeilijk is dat toch, touw vinden? B. en Damir vinden een winkeltje. ‘Verkoopt u touw?’ De verkoper schudt zijn hoofd. B. loopt door de winkel en vindt overal touw. ‘Ik heb het hier in mijn handen!’ ‘Dát? Dat is niet voor de verkoop.’ B. houdt aan, maar Damir fluistert tegen hem: ‘Laten we gaan. Vermoedelijk willen ze hier helemaal niet dat het lijk eruit gehaald wordt.’

Na de tevergeefse poging om het touw elders te vinden, keren ze beiden terug bij de basis. Aldaar wacht Katya (Olga Kurylenko), een ex van Mambrú. Ze werkt nu voor de Verenigde Naties en ze moeten haar een lift geven naar een andere VN-basis. Hun geschiedenis geeft spanningen. Mambrú heeft tijdens hun affaire simpelweg nooit gemeld dat hij al een vriendin had en dat vergeeft Katya hem nog steeds niet. ‘Ik heb niet gelogen, maar gewoon iets achterwege gelaten’, verklaart hij schouderophalend.

Wat volgt is een tocht langs door de bergen, in een tijd dat navigatiesystemen nog niet bestonden. Van boven ziet het er schitterend uit, maar op de weg is het een ramp. Licht is er niet, overal ravijnen en verdwalen is niet moeilijk. En dan dus die dode koeien gevuld met mijnen.

A Perfect Day

Klein leed
A Perfect Day is een erg aangename film over het kleine leed van oorlog. Het script (geschreven door regisseur Fernando León de Aranoa zelf) is goed materiaal waarbij je niets door de strot geduwd krijgt. Oorlogsdrama ontbreekt. Het is nergens sentimenteel, pathetisch, grof of al te symbolisch (denk bijvoorbeeld aan Oscarwinnaar No Man’s Land). Wie Bosnisch of Servisch is leren we niet eens.

De film scoort pas echt punten op acteerwerk. Er is een geweldige chemie tussen de karakters. Del Toro en Robbins zijn als acteurs al net zo geroutineerd als de rollen die ze spelen, de sarcastische hulpverleners die alles al hebben gezien. Dat is aangenaam om naar te kijken. De bijrollen dansen daar prima onbescheiden omheen.

De film bewijst hoe volwassen sommige scripts kunnen zijn, hoe ze voortreffelijk een balans kunnen vinden tussen humor, karakterfilm, spanning en ontroering. Dat had makkelijk mis kunnen gaan. Vooral het stuk rondom een ingestort huis van een meereizend jochie is erg sterk. In veel oorlogsfilms is zo’n ruïne slechts decor. Hier zien we de geschiedenissen en wordt het een levend object vol herinneringen. Mooie scène.

A Perfect Day

Muggenzifterij
Als kritiek kun je misschien zeggen dat de film eigenlijk echt in Joegoslavië gefilmd had moeten worden, en niet in Spanje. Het had kunnen zorgen voor wat extra couleur locale die nu wel erg karig aanwezig is. Iets anders is dat het jochie Nikola iets te vanzelfsprekend Engels spreekt, voor een amper tienjarig ventje. Een verklaring hiervoor krijg je niet en dat wringt een beetje, maakt het misschien iets te Amerikaans.

En sowieso is het een beetje raadselachtig wat de cinematografische urgentie was om twintig jaar later ineens een film te maken over de nasleep van de Joegoslavische oorlog. De film is goed, dat is niet het probleem, maar de film is niet vernieuwend genoeg om alles wat er tot nu toe over is gemaakt op te schudden.

Maar: muggenzifterij. Met A Perfect Day kunnen hulpverleners nu eindelijk ook eens trots zeggen dat er een film is die hun beroep eer aandoet. Een hulpverlener kan vermoedelijk niet overleven zonder een sarcastisch gevoel voor humor en wij kunnen nu wrang met ze mee lachen.

 

7 november 2015

 
ALLE RECENSIES

Paradise Suite, The

***

recensie  The Paradise Suite

Hemel op aarde is een fabel

door Ashar Medina

Het leven van immigranten gaat niet over rozen. Dit is in een notendop de centrale boodschap van The Paradise Suite. Een rauwe, realistisch in beeld gebrachte mozaïekvertelling die hier en daar de focus mist om de overdonderende impact te maken waar het op inzet. 

Maar liefst zes verhaallijnen schotelt regisseur Joost van Ginkel ons voor. Allen over immigranten die naar Nederland zijn gekomen voor een beter leven. Zo is er de Bulgaarse Jenya, die een carrière als model wordt beloofd, maar eenmaal in Amsterdam achter een raam op de wallen belandt.

Recensie The Paradise Suite

De Afrikaanse Yaya werkt aanvankelijk illegaal als bloemenplukker, maar vindt op een gegeven moment werk in een seksclub waar hij Jenya ontmoet; de twee verloren zielen bieden elkaar troost. Tegelijkertijd leren we Lukas en zijn vader Stig kennen. Stig heeft genoeg aan zijn hoofd als dirigent, maar Lukas kan niet zo goed aarden. Wanneer hij wegloopt van huis ontmoet hij Seka, die op haar beurt weer achter Jenyas pooier aanzit vanwege diens foute verleden in de Joegoslavische oorlog. Zo kruisen de levens van de personages elkaar en komt het verhaal rond in een enerverende eindsequentie. De aanloop ernaar toe is alleen niet altijd even geslaagd.

Film als legpuzzel
De mozaïekfilm is een van de lastigste vertelvormen binnen de cinema. Pionier Robert Altman presenteerde in de jaren zeventig met MASH en Nashville twee pareltjes binnen het genre en liet zo een blauwprint achter voor makers die een bepaalde overkoepelende thematiek willen overbrengen door de levens van verschillende personages onder de loep te nemen en met elkaar te laten botsen. Van Ginkels thematiek is duidelijk: het leven is vaak oneerlijk, dus het minste wat we kunnen doen is elkaar steunen. Hij werpt zijn personages genoeg obstakels voor de voeten, het drama is goed voelbaar en de acteurs zijn stuk voor stuk geloofwaardig in hun vertolkingen.

The Paradise Suite

De valkuil van het genre is echter dat door de vele verhaallijnen sommigen wat vlak blijven, waardoor het een en ander willekeurig kan aanvoelen. Dat is in The Paradise Suite soms ook het geval. Zo kan je je bijvoorbeeld afvragen of de lijn van Lukas en zijn vader überhaupt nodig was om dit verhaal te vertellen. Van Ginkel gaf in een interview aan dat hij wilde laten zien dat zelfs immigranten met een goede baan en voldoende geld zich soms verloren kunnen voelen, wat uiteraard waar is. De vraag is alleen of dit de film beter maakt.

What you see is what you get
The Paradise Suite is rauw en realistisch verbeeld, met veel handheld cameravoering en donkere kleurenpaletten. Een hoop Nederlandse films gebruiken deze technieken om een gevoel van authenticiteit over te brengen. ‘Dit is het echte leven, jongens’, lijken de makers ons op deze manier te willen vertellen. Echt filmisch is het echter niet. Om de vergelijking met Altman door te trekken: zijn films waren realistisch maar alsnog zeer gestileerd.

The Paradise Suite

Muziek en diëgetisch geluid speelde altijd een belangrijke rol, iets waar Van Ginkel (naast het enigszins veilige camerawerk) meer aandacht aan had kunnen besteden. Beeld en geluid worden in The Paradise Suite op een strikt noodzakelijke wijze aangepakt, ‘what you see is what you get’. Hoe anders was dat in 170 Hz, Van Ginkels debuutfilm over twee jonge, dove geliefden die van huis vluchten. 170 Hz heeft een uitgesproken look, met impressionistische beelden die de belevingswereld van de hoofdpersonages uiterst effectief overbrengt, en een geweldig sound design dat speelt met de handicap van de getormenteerde dove geliefden.

Wat dat betreft is Van Ginkel met The Paradise Suite ‘volwassen’ geworden. De film schetst een ambigue wereld en onderzoekt een actueel, politiek thema dat op degelijke wijze aan een groot publiek wordt gepresenteerd. Het is zelfs de Nederlandse inzending voor de Oscars. Maar of dat het een meesterwerk maakt…?

 

25 oktober 2052

 
ALLE RECENSIES

Pixels

*

recensie  Pixels

Opgeruimd staat netjes

door Cor Oliemeulen

Pixels is ouderwets popcornvermaak als je je hersens thuislaat, verslaafd aan videogames bent of heimwee naar de eighties niet kunt onderdrukken. Helaas kunnen alleen special effects een film niet maken, noch redden.

Het gaat misschien wat ver te veronderstellen dat regisseur Chris Columbus zijn commerciële successen niet direct aan zichzelf heeft te danken. De inmiddels klassieke kerstfilm Home Alone (1990) is gezegend met het uitstekend gecaste inventieve jochie Kevin en de twee ideale domme inbrekers; Mrs. Doubtfire (1993) was zonder Robin Williams vast al spoedig in de vergetelheid geraakt en zijn lucratieve regieklussen voor The Sorcerer’s Stone (2001) en The Chamber of Secrets (2002) waren mogelijk het gevolg van het feit dat Columbus voor deze twee Harry Potter-films optrad als executive producer.

Recensie Pixels

Familiefilms
Chris Columbus is vast een aardige man en we gunnen hem het behaalde succes natuurlijk van harte. Steven Spielberg ontdekte zijn landgenoot. Hij zag als enige wel wat in Columbus’ script van The Gremlins (1984) en verfilmde direct daarna ook diens The Goonies (1985). Alle hierboven genoemde films tonen de belevingswereld en avonturen van kinderen en zijn stuk voor stuk onderhoudende familiefilms. Hoewel Columbus sinds Harry Potter niets noemenswaardig meer heeft gemaakt, leek hernieuwd succes bij voorbaat verzekerd met zijn jongste film Pixels, omdat hij hierin nostalgisch teruggrijpt naar begin jaren ’80 – ook al speelt het grote kind Adam Sandler de hoofdrol.

De sfeer van de toenmalige spelletjeshallen waarin de jeugd zich stortte op 16 bits videogames als Pacman, Centipede, Donkey Kong en Space Invaders roept misschien heel even zowel heerlijk archaïsche herinneringen op bij degenen die toen opgroeiden als verwondering bij de huidige generatie gamers die met de overdaad aan gewelddadige spellen de onschuld allang voorbij is. Desalniettemin hebben intergalactische aliens destijds de klassieke games beschouwd als een oorlogsverklaring en achten zij nu, ruim dertig jaar later, de tijd rijp om de aarde aan te vallen. Dat doen ze met de populaire spellen uit die tijd, waarbij alles wat ze raken, verandert in pixels die oplossen in de ruimte.

Recensie Pixels

Non-conformist
Dat onze planeet wordt bestookt met klassieke videospellen is een prima uitgangspunt voor een originele, spannende hedendaagse film. Maar omdat Chris Columbus Pixels beschouwt als ‘Gremlins meets Goonies meets Harry Potter’ gaat het bij voorbaat mis. Met alleen wat nostalgie, een vriendengroepje en goede special effects maakt zelfs zijn ontdekker Steven Spielberg geen goede film. Het script is ronduit belabberd en de cast loopt er bijna continu verveeld bij.

Adam Sandler speelt de gebruikelijke loser die met zijn typische non-conformisme zijn tegenspelers aan de lopende band te kijk mag zetten. Hij speelt een technicus die zowaar bevriend is met de Amerikaanse president (Kevin James) en samen met de spelletjeskampioenen van weleer de strijd met de boosaardige aliens aangaat om de wereld voor de ondergang te behoeden. Wat Pixels echt uniek en aangenaam zou hebben gemaakt, is als de aarde voor de verandering eens een keer niet zou worden gered, maar wanneer ze in triljoenen spikkels zou verdwijnen in de kosmos waar een nieuwe wereld ontstaat. Een wereld waarin zelfs Adam Sandler een nieuwe kans krijgt.
Eén pixel voor de moeite.

 

15 augustus 2015

 
ALLE RECENSIES

Prins

***

recensie  Prins

Liefde of criminaliteit in Amsterdam-Noord

door Nanda Aris

Een tiener moet kiezen tussen de liefde van familie en vrienden of het geld en de criminaliteit. 

Amsterdam Noord is een geliefde setting van regisseur Sam de Jong. Niet verwonderlijk ook dat zijn eerste speelfilm Prins tot stand kon komen met geld van de gemeente Amsterdam stadsdeel Noord, alhoewel de wijk niet heel best in beeld in komt. De film is geproduceerd door het Amsterdamse productiebedrijf 100% Halal in coproductie met VICE Media.

Recensie Prins

In 2012 studeerde De Jong af aan de Film­academie met Magnesium, welke werd be­­kroond met de Tuschinski Award en de Prijs van de KNF (Kring van Nederlandse Filmjournalisten). Internationale belangstelling was er ook, met vertoningen in onder andere Los Angeles, Beijing en Rome. Na Magnesium maakte hij de korte film Marc Jacobs, over een Marokkaanse jongen uit Amsterdam-Noord. Ook de korte film Malaguti Phantom uit 2014 werd opgenomen in Noord. Beide films gaan over een jongen die bij de rest van de groep wil horen.

Erbij horen
Veel van de (niet professionele) acteurs zien we terug in Prins. Sommigen kent De Jong nog uit de buurt waarin hij zelf ook opgroeide, zoals Peter Douma (Ronnie in de film), vroeger de pestkop van school, nu de louche gewelddadige broer van Franky (Jorik Scholten, alias rapper Lil’ kleine). Naast de herkenning van de cast, is er herkenning in thematiek. Het zijn allen opgroeidrama’s waarin de hoofdpersoon erbij wil horen, onzeker zoekt naar zijn identiteit, zich geaccepteerd wil voelen en waarin materialisme niet onbelangrijk is.

In Prins wil Ayoub (Ayoub Elasri) graag wat extra geld verdienen. De reden; hij wil nieuwe schoenen kopen, zodat hij met meer zelfvertrouwen het hart van de onbereikbare Laura (Sigrid ten Napel) kan veroveren. Zij heeft echter al een vriendje.

Duister
De helpende hand hierin komt van Kalpa (Freddy Tratlehner, ook wel Vjèze Fur van De Jeugd van Tegenwoordig), een onberekenbaar, schokkend en zwetend persoon die in de buurt rondrijdt in een paarse Lamborghini Diablo en hem criminele klusjes aanbiedt. Ayoub raakt meer en meer in de problemen, en zijn lieve, maar licht labiele moeder en zwaar verslaafde vader kunnen hem niet helpen. Hij raakt verwijderd van zijn vrienden en familie. Als het knaapje van Kalpa aan hem vraagt of hij gelukkig is, en zelf antwoord dat hij het niet is, lijkt het erop dat Ayoub beseft dat het gras niet altijd groener is aan de andere kant.

Recensie Prins

Neo noir-stijlen
Dat De Jong potentie heeft laat hij absoluut zien met Prins. Hij experimenteert met stijlen. De film begint in neo noir western: individueel komen de jongens in beeld, als voor een shoot out. Maar tegelijkertijd is de film ook psycho noir, wat doet denken aan Drive (2011). De soundtrack van Drive heeft overeenkomsten met het sciencefiction-achtige nummer van de Nederlandse artiest Palmbomen, waarmee Prins begint. Ook hint De Jong naar nouvelle violence Tarantino-stijl met de varkensslacht-scène; alhoewel niet zo gruwelijk en expliciet in beeld als bij Tarantino, geeft de scène toch een onbehaaglijk gevoel.

Tot slot is de link naar New Kids (ook van productiebedrijf 100% Halal) met de hangjongeren, het geweld, en het platte taalgebruik ook snel gelegd. De film maakt vooral nieuwsgierig naar volgende films van De Jong. Prins is een kleine film, een sluitstuk van zijn eerdere films. Hopelijk blijft hij experimenteren, niet alleen in stijlen, maar ook in andere aspecten, zoals thematiek.

 

19 juni 2015

 
ALLE RECENSIES

Phoenix

***

recensie  Phoenix

Terugkeer van een schim

door George Vermij

In de nieuwste film van Christian Petzold kijkt hij in plaats van het eigentijdse Duitsland weer naar het verleden, zoals hij deed in Barbara (2012). Een joodse vrouw keert na de oorlog terug naar de ruïnes van Berlijn op zoek naar haar man. 

Nelly is echter zwaar getekend door het conflict. Na gevlucht te zijn uit een concentratiekamp is haar gezicht verminkt. In de Amerikaanse zone van het vernietigde Berlijn wordt zij opgevangen door een oude vriendin. Zij helpt overlevenden en probeert mensen te identificeren aan de hand van de foto’s van de net bevrijde kampen.

Recensie Phoenix

De in shock verkerende Nelly krijgt een nieuw gezicht en went langzaam aan haar nieuwe leven. Er blijven nog wel vragen uit het verleden opdoemen. Wat is er met haar man gebeurd? En wie heeft haar verraden? En zo belandt zij al zoekend door de ruïnes van Berlijn in de nachtclub Phoenix, waar ze haar man Johnny denkt te herkennen.

Steriel puin
Phoenix bevat veel elementen die als constanten terugkomen in Petzolds oeuvre. De betekenis en kwetsbaarheid van identiteit vormt daarin de grote lijn. In zijn hypnotische Gespenster (2005) wordt een psychisch labiel meisje verward met een vermist kind. In Yella (2007) kiest een vrouw uit Oost-Duitsland voor een nieuwe carrière in het westen, maar komt gaandeweg in een identiteitsconflict terwijl de film effectief speelt met schijn en werkelijkheid.

Phoenix koppelt dit identiteitsgegeven met een verhaal dat film noir-achtig aandoet. Het is een populair genre dat Petzold ondanks zijn arthouse-achtergrond fascineert. Zo was zijn Jerichow (2008) als een eigentijdse en kale remake van de klassiekers Double Indemnity (1944) en The Postman always rings twice (1946).

Helaas is de rauwheid en het mysterie van Petzolds vroege werk vervangen door een steriele en degelijke filmstijl waar actrice Nina Hoss (een vaste verschijning in zijn films) als schim doorheen dwaalt. Het naoorlogse Berlijn valt daarbij erg tegen en lijkt het conflict zonder al te veel schade te hebben doorstaan. De acteurs en figuranten lijken bij te komen van een ongemakkelijk uitstapje en niet van een vernietigend conflict. De sfeer voelt daarom minder grimmig als je het vergelijkt met Lars von Triers visueel overdonderende Europa (1991) of oudere films zoals Roberto Rossellini’s Germania, anno zero (1948) en Samuel Fullers Verboten! (1959).

Recensie Phoenix

Speak Low
Het verhaal dat zich ontvouwt als Nelly en Johnny weer bij elkaar komen, is daarnaast ook niet verrassend en bevat een voorspelbare twist. Een muziekstuk vormt daarbij een belangrijk en terugkerend thema, net als in Yella. Het is het mooie liedje Speak Low van Kurt Weill dat in verschillende versies te horen is.

Wat nog wel overeind blijft staan is Hoss’ vertolking als de uitgebluste Nelly die haar eigen Stunde Null (een Duitse term die verwijst naar 8 mei 1945 toen de Nazi’s capituleerden) meemaakt. Zij weet treffend het gevoel over te brengen van een ontheemde persoon die alles wat haar dierbaar is, heeft verloren.

Toch voelt Phoenix niet zozeer aan als een film over de beladen geschiedenis van Duitsland. Daarvoor biedt de film te weinig inzichten of nieuwe feiten. Het is meer een terugkerend onderzoek van Petzold naar identiteit en vertrouwen. Een onderzoek dat in vergelijking met zijn eerdere werk niet al te verrassende resultaten oplevert ondanks een sterke rol van Hoss.

 

23 maart 2015

 
ALLE RECENSIES
 

Vijf onderbelichte Duitse films

Pigeon Sat on a Branch Reflecting on Existence, A

***

recensie  A Pigeon Sat on a Branch Reflecting on Existence

Rijke beelden met armoedige mensen in zielloos Zweden

door Karina Meerman

Deze film heeft wellicht de meest pretentieuze titel sinds ‘Eeuwige Zonneschijn van het Smetteloze Brein’. Welkom bij ‘Een duif zat op een tak en dacht na over het bestaan’, kortweg ‘Een Duif’. 

Een gezellig avondje uit is deze Zweedse absurdistische tragikomedie niet. In plaats van een bioscoopje met popcorn lijkt dit eerder op een bezoek aan een museum met oudere familieleden. We schuifelen wat door het geheel en raken bevangen door een beeld of een geluid, terwijl de mensen in onze buurt met hun eigen interpretatie bezig zijn. Hé presto, dit is ook de eerste scène die regisseur Roy Andersson ons laat zien. Misschien is het om aan te geven wat we kunnen verwachten: alles en niets en de betekenis moet uit onszelf komen.

Recensie A Pigeon Sat on a Branch Reflecting on Existence

Absurdistische trilogie over het leven
A Pigeon Sat on a Branch Reflecting on Existence (2014) is het laatste deel van Anderssons absurdistische trilogie over het leven, voorafgegaan door Songs from the Second Floor (2000) en You, the Living (2007). De Duif bevat negenendertig scènes. Negenendertig schilderijen waarin een treurig Zweden met liefde wordt gefileerd en aan de kijker gepresenteerd in ogenschijnlijk monotone kleurstelling. Alle schakeringen van oker worden volledig benut.

Anderssons werk is ook beïnvloed door de schilderkunst. In dit deel zijn dat vooral de door WOI-geïnspireerde werken van de Duitse Otto Dix en George Scholz. Zij vertegenwoordigden de Nieuwe Zakelijkheid, de intellectuele reactie op de romantiek van het expressionisme. “Verwoest door de oorlog, resoneert hun wereldbeeld sterk met iets dat ik zelf voel, zonder ooit in een oorlog te hebben meegemaakt”, aldus de regisseur, die in zijn jeugd alleen waarde hechtte aan realisme.

“Films van nu zijn oninteressant”
Andersson betreurt het dat filmmakers zich niet vaker laten inspireren door kunst. “Dat is waarschijnlijk de reden waarom films van nu zo dunnetjes zijn en oninteressant. De beelden zijn zo armoedig.” Visueel armoedig is De Duif niet. Ieder schilderij is met grote zorgvuldigheid in scène gezet en ieder voorwerp en ieder geluid levert een bijdrage. De personages, daarentegen, zijn zo armoedig dat ze leeg zijn.

Recensie A Pigeon Sat on a Branch Reflecting on Existence

Van de handvol terugkerende elementen in de film zijn de opvallendste twee verkopers van fopartikelen, gespeeld door Holger Andersson en Nisse Vestblom. De twee vrienden – mannen van een zekere leeftijd – schuifelen door de enorme worsteling van hun nutteloze leven. De make-up en belichting maken hen tot stripfiguren. Dit zijn geen personages om aardig te vinden. Niemand is overigens erg aardig in De Duif, maar dat is ook niet wat de regisseur wil. Hij wil ons laten nadenken over wat we aan het doen zijn en waar we naar toe gaan.

Roy Andersson zegt dat “de toon er overweldigend een is van levenslust”. Het al dan niet kunnen bespeuren van die levenslustige toon, hangt vermoedelijk sterk af van de levensinstelling van de kijker. Sommige kijkers zullen De Duif heel grappig vinden. Anderen krijgen de mondhoeken maar een paar keer omhoog. Maar niemand blijft onberoerd, ook de mensen niet die gefrustreerd de bioscoop uit lopen.

 

3 februari 2015

 
ALLE RECENSIES

P’tit Quinquin

***

recensie  P’tit Quinquin

De koe die niet meer kon ruften

door Cor Oliemeulen

Bienvenue chez les Ch’tis van en met Dany Boon brak in 2008 een record: ruim twintig miljoen Fransen zagen deze komedie in de bioscoop. Buiten Frankrijk haalde men de schouders op: gebrek aan identificatie met de typische Franse humor over plattelandscultuur. P’tit Quinquin is interessanter en gedurfder maar lijdt aan hetzelfde euvel.

Het schrijven en uitvoeren van oorspronkelijke scenario’s kan de Franse regisseur Bruno Dumont niet worden ontzegd. Hij viel vooral op met de choquerende drama’s L’humanité (1999) en Flandres (2006) en gooit het met P’tit Quinquin over een andere boeg. Eerder uitgebracht als vierdelige miniserie op Canal+ draait zijn absurdistische tragikomedie, die zich afspeelt in een Noord-Frans kustplaatsje, als speelfilm in de bioscoop. Bijzonder is dat alle personages voor het eerst acteren.

Recensie P’tit Quinquin

Waarom absurdistisch?
Het verhaal begint met de vondst van een koe die om onverklaarbare redenen in het water van een bunker uit de Tweede Wereldoorlog verzeild is geraakt. De rust in het dorp wordt opgeschrikt door een laag vliegende helikopter die het beest bevrijdt en het vervolgens bungelend in een net meeneemt. Het fragment doet denken aan het Jezusbeeld in Fellini’s La Dolce Vita en het vliegende standbeeld in Goodbye Lenin. De ‘nationale politie’ constateert dat de koe uit het poepgat bloedt en ontdekt dat het rund is volgestopt met menselijke resten. Verderop in een weiland ligt het bijbehorende vrouwenhoofd. Absurd genoeg? Later blijkt het in stukken gehakte stoffelijke overschot via de andere ingang in het arme rund te zijn beland.

Ook absurd is het onderzoekende politieduo dat bestaat uit Commandant Van der Weijden (Bernard Pruvost) en Lieutenant Carpentier (Philippe Jore). Met zijn opvallende gebit en zijn voorliefde voor autorijden op twee wielen is laatstgenoemde een stuk minder idioot dan zijn baas. Van der Weijden mompelt een dialect, heeft een raar waggelloopje en is behept met een groot aantal tics, waarvan het voortdurend knipperen met de ogen en het optrekken van de wenkbrauwen nog het meest op de zenuwen werken. Je moet het Bruno Dumont nageven: in hun bespottelijkheid en (on)alledaagse gedrag heeft het tweetal een zeer authentieke uitstraling, net als de meeste dorpsgenoten die je tijdens een pitstop op doorreis naar de zonnige Atlantische zuidkust zo zou kunnen aantreffen.

Recensie P’tit Quinquin

Waarom een tragikomedie?
Dat geldt niet alleen voor de kleine, brutale P’tit Quinquin (Alane Delhaye) die samen met zijn vriendinnetje en twee vriendjes met kattenkwaad en het pesten van de politie de sleur probeert te doorbreken, maar ook voor de boerse paardenfokker, de leden van fanfare en majorettekorps én het meisje dat met een heerlijk vals en aanstekelijk liedje aan een zangwedstrijd meedoet. Ook een aantal van hen komt binnen korte tijd op onorthodoxe wijze om het leven. De meeste gebeurtenissen zijn triest en grappig (bedoeld) tegelijk, terwijl het wachten is of en hoe de politie de dader(s) van de moordpartijen in de kraag zal grijpen.

Het tempo van P’tit Quinquin is even traag als de ontlasting van een geconstipeerd rund op het achterlijke platteland. Ondanks de potpourri van nog meer vreemde personages – twee melige priesters, een fanatieke organist en de gediscrimineerde Afrikaanse jongen die door het lint gaat – had de film wel een uurtje korter gemogen. De tragikomedie van Bruno Dumont kan een cultstatus tegemoet zien. Maar omdat het meer draait om absurde situaties en typetjes dan om consistentie en een bevredigend slot, zou de regisseur bij een eventueel vervolg – we gúnnen het de twee politiemannen – de verdwaalde koe wat beter bij de horens moeten vatten.

 

8 januari 2015

 
ALLE RECENSIES

Pride

****

recensie  Pride

Homo’s en mijnwerkers vinden elkaar in nostalgisch tijdsbeeld

door Karina Meerman

Britse succesformule geeft ontroerend tijdsbeeld van twee buitengesloten gemeenschappen die elkaar vinden in zware tijden. 

In 1984 gingen mijnwerkers in Groot-Brittannië in staking als protest tegen de overheidsaankondiging van het grootschalig sluiten van de mijnen. De staking zou bijna een jaar duren. Een lange periode waarin de meeste mijnwerkers en hun gezinnen niet konden rekenen op inkomen of bijstand. Overal in het land ontstonden inzamelacties.

Recensie Pride

De film Pride zoomt in op de activiteiten van de Londense ‘Lesbians and Gays Support the Miners (LGSM)’, een groep onder de bezielende leiding van de 23-jarige Mark Ashton (Ben Schnetzer). Geïnspireerd door de Pride, de jaarlijkse mars voor gelijke rechten voor homo’s en lesbiennes, besluiten ze geld in te zamelen voor de mijnwerkers. Voordat zij echter een vakbondsafdeling hebben gevonden die geld wil accepteren van homo’s, zijn we al een stuk verder in de film en hebben we al een band opgebouwd met de meeste hoofdpersonen.

Harmonie en conflict
Pride verloopt volgens de succesvolle Britse formule van de feelgoodmovie. Men neme een groep interessante personages en volgt hun persoonlijke ontwikkeling alsook hun plaats in de groep. Neem een contrasterende groep en doe hetzelfde. Laat de groepen elkaar ontmoeten, voeg nog wat extra harmonie en conflict toe en sluit af met een ontroerend einde.

Wat Pride bijzonder maakt is dat de film is gebaseerd op feiten: de LGSM steunde inderdaad een kleine gemeenschap in Wales en werd op onverwachte wijze beloond voor haar steun. Knap van regisseur Matthew Warchus dat hij een stuk geschiedenis kan vertellen als een sprookje, zonder de akeligheden te schuwen. Want ook voelt Pride als een feelgoodmovie, het leed van mijnwerkers- en de homogemeenschap in dit tijdsgewricht is duidelijk aanwezig.

Recensie Pride

Sociaal activisme
Wie jong was in de jaren tachtig wordt succesvol teruggeworpen in een tijd van sociaal activisme, veel zwarte make-up en het gevoel dat onrecht nog te bestrijden was met muziek en persoonlijke daden. Een tijd zonder internet en mobiel: je arriveerde ergens zonder dat je wist hoe het eruit zag. Je kon drie uur te laat zijn zonder bereikbaar te zijn. Een andere vorm van protestacties dan op een URL klikken of vanaf de computer geld doneren. Niet per se beter, maar wel anders. Wel beter is de positie van homo’s en lesbo’s. Dat bijvoorbeeld politieagenten – ook in Londen – meewandelen in de Gay Pride was in 1984 nauwelijks voor te stellen.

De Britse formule maakt Pride enigszins voorspelbaar, maar aangezien het geschiedenis is, mag dat ook wel. De personages zijn sympathiek genoeg, de humor is prettig en wie pinkt er niet graag een traantje weg tijdens de film?

 

14 oktober 2014

 
ALLE RECENSIES