Source Code

***

recensie  Source Code

Het betere jatwerk 

door Cor Oliemeulen

Er ligt een bom in de trein. Jouw opdracht is om de terrorist aan boord op te sporen. Daarvoor krijg je steeds maar acht minuten tijd. En dan zit je ook nog in het lichaam van iemand anders. Source Code is een spannende sciencefictionthriller die uitblinkt in het betere jatwerk.

Lyrisch waren critici over de lowbudgetdebuutfilm van Duncan Jones, Moon. Hierin ontmoet Sam Rockwell na drie jaar maanbewoning een kloon van zichzelf. Wetenschap, filosofie en psychologie komen uitstekend samen in een persoonlijk drama. Zijn tweede film Source Code heeft dezelfde speling van krachten. Nu is Jake Gyllenhaal onderworpen aan een medisch experiment, waarin hij geleidelijk de betekenis van zijn bestaan ontdekt. Moon bouwt rustig op tot een mooie climax, Source Code zit vol vaart, maar kent een overbodig en belachelijk eind.

Source Code

Spiegel
Doet Moon nog sterk denken aan Kubricks 2001: A Space Odyssey en Tarkovsky’s Solyaris, Source Code valt zonder moeite te vergelijken met filmproducties die tijd en ruimte als leidmotief hebben. In de tv-serie Quantum Leap kruipt een wetenschapper in de huid van een ander persoon. Als hij in de spiegel kijkt, blijkt hij iemand anders te zijn. Gyllenhaal ondervindt hetzelfde ongemak. Hij speelt Colter Stevens, helikopterpiloot in Afghanistan, maar op het treintoilet aanschouwt hij tot zijn ontzetting het spiegelbeeld van een leraar.

Colter beleeft steeds opnieuw dezelfde acht minuten, net zoals de weerman in het komische Groundhog Day steeds opnieuw dezelfde dag meemaakt. In beide films kunnen ze fouten herstellen en steeds beter anticiperen op situaties. Zo vermijdt Colter dat een medepassagier voortdurend frisdrank op zijn schoen knoeit en zal iedereen in de coupé vergeten dat hij eerder een verdachte reiziger op zijn bek heeft geslagen. Natuurlijk weet hij uiteindelijk het hart van de vrouw tegenover hem te veroveren.

Parellel universum
Source Code lijkt nog meer inspiratiebronnen te hebben. Net als in Déjà Vu gaat Colter terug in de tijd om de vrouw die hij leuk vindt van de dood te redden. Net als in Twelve Monkeys blijkt een verandering in het verleden noodzakelijk. En net als in Avatar gaat het om een lichamelijk beperkte militair met avonturen in een parallel universum. Ook is er goed geleend van Inception, Vantage Point, Back to the Future en talloze andere films.

Source Code

Maar toch lijkt het idee van Source Code oorspronkelijk. Volgens de bedenker van de ‘broncode’ zijn de hersenen te vergelijken met een gloeilamp: als je die uitzet, zie je haar nog even nagloeien. Na de dood behouden de hersenen korte tijd hun elektromagnetische lading en blijven de circuits even open. Bovendien hebben hersenen een kortetermijngeheugen van acht minuten. Het experiment maakt gebruik van de combinatie van die twee gegevens. Het is geen tijdreizen, het is herschikken van de tijd.

Plichtmatig
Hoewel dit intelligente scriptidee van kwantummechanica boeiend is en de film mysterieus en veelbelovend begint, heeft Source Code een beter lot verdiend. Regie, acteren en montage zijn dik in orde. De kwaliteit van de dialogen houdt niet over, de special effects vallen tegen en de spanning slaat na een uur om in een plichtmatige romance. Het lijkt er verdacht veel op dat Duncan Jones te veel concessies heeft moeten doen aan de Hollywoodproducenten en beter kan terugkeren naar het onafhankelijke filmcircuit.

 

9 juni 2011

 
ALLE RECENSIES

Welcome to the Rileys

****

recensie  Welcome to the Rileys

Surrogaatdochter moet huwelijk redden

door Cor Oliemeulen

Het echtpaar Doug en Lois Riley waarvan de tienerdochter is overleden na een ongeluk ontfermt zich over een zestienjarig weggelopen weesmeisje dat de kost verdient met strippen en prostitutie. Deze eenvoudige plot en het magistrale acteren van James Gandolfini en Melissa Leo maken Welcome to the Rileys een aangename kijkervaring die nergens sentimenteel of melodramatisch is.

Leo speelt in The Fighter een zelfverzekerde, dominante moeder. In Welcome to the Rileys is ze een getormenteerde ziel die het huis niet meer verlaat sinds de dood van haar kind. Gandolfini vertolkte als Tony in de gangsterserie The Sopranos een crimineel. Ditmaal is hij succesvol ondernemer in Indiana, een knuffelbeer met een gouden hart. Ook hij lijdt. Na de dood van zijn minnares aanschouwt hij op het kerkhof de familiegrafsteen van de Rileys; slechts zijn sterfdatum moet nog ingevuld.

Welcome to the Rileys

Achterdocht
Een loodgietercongres in New Orleans moet voor wat afleiding zorgen. De bijeenkomst en de collega’s boeien hem niet, dus gaat Doug de stad verkennen. In een stripclub ontmoet hij de jonge Mallory (Kristen Stewart). Als ze samen zijn en zij al direct zijn broek losmaakt en haar benen spreidt, bekent hij dat hij niet voor seks maar voor wat gezelschap is gekomen. Als hij dan ook nog naar haar leeftijd begint te vragen, scheldt zij hem de tent uit.

De volgende dag treffen ze elkaar toevallig in een koffieshop. Langzaam verdwijnt haar achterdocht en blijken ze het redelijk met elkaar te kunnen vinden. Als hij ziet in wat voor krot ze woont, biedt hij spontaan aan om te gaan klussen. Mallory blijkt Allison te heten en doet Doug denken aan zijn dochter. Hij geeft haar geld en eten, maakt de boel schoon en koopt nieuwe spullen. Voor elke keer dat ze ‘fuck’ zegt, moet ze een dollar betalen.

Lellebel
Allison lijkt Doug als vaderfiguur te accepteren en hij handelt en voelt alsof er een nieuwe dochter in zijn leven is. Liefhebbers van de Twilight-reeks zullen even moeten wennen aan Kristen Stewart als puisterige, vetharige, slecht opgemaakte, vuilspuwende lellebel. Ze doet haar stinkende best, maar op het gebied van drama en diepgang moet ze nog veel leren. Gelukkig wordt haar personage geen karikatuur.

Welcome to the Rileys

Doug belt Lois dat hij een tijdje niet thuis komt. Ze houden nog veel van elkaar, maar het vuur is gedoofd. Lois beseft dat ze nú moet handelen. Hier ontstaat de grappigste scène van de film. Het is lang geleden dat ze achter het stuur heeft gezeten en het duurt een hele poos voordat ze de oprit kan verlaten. Uiteindelijk voegt ze zich schoorvoetend bij het duo in New Orleans in een poging om zowel haar huwelijk als de gebroken kindertijd van Allison te redden.

Regisseur Jake Scott – zoon van Ridley Scott (American Gangster, Kingdom of Heaven) en neef van Tony Scott (True Romance, Domino) – tapt met zijn pas tweede speelfilm uit een heel ander vaatje dan zijn vader en oom. Welcome to the Rileys is een onafhankelijke, hartverwarmende lowbudgetvoorstelling waarin de actie voornamelijk is gereduceerd tot emoties.

 

19 mei 2011

 
ALLE RECENSIES

Made in Dagenham

****

recensie  Made in Dagenham

Vrouwen op de barricades

door Cor Oliemeulen

In de roerige jaren zestig van protest en roep om inspraak nemen mannen in Engeland volop deel aan duizenden stakingsacties. Het enige recht van de vrouw is het aanrecht. Maar op 7 juni 1968 komen in Dagenham de 187 vrouwen van de Fordfabriek in opstand tegen de slechte beloning. De wereld zal er na die tijd anders uitzien.

In de autofabriek worden 300 Fords per dag gemaakt. De vrouwen zijn verantwoordelijk voor de stoel- en binnenbekleding. Ook deze ochtend fietsen ze kwebbelend en giechelend door de fabriekspoort. Voorzien van thermoskannen betreden ze het krakkemikkige atelier en zetten zich zodra de zoemer gaat trouw achter de naaimachines. Op deze warmste dag van het jaar werken sommigen in ondergoed. Plots klinkt er ‘Man Alert ‘. Het is de goeiige Albert (Bob Hoskins), de enige met oog voor hun beroerde werkomstandigheden.

Made in Dagenham

Geschoffeerd
Heel toevallig wordt Rita (Sally Hawkins) vooruit geschoven om zich met een afvaardiging van de vakbond te onderhouden. Ze is extra gemotiveerd, omdat ze eerder is geschoffeerd door een leraar die haar zoon regelmatig slaat. ‘Jongens van het platteland hebben veel moeite zich aan te passen. Ze missen de leidende hand van hun ouders die niet academisch zijn geschoold.’ Rita zal zich niet langer de mond laten snoeren, zeker niet door pratende pakken van de vakbond. Voor ze het beseft, is ze stakingsleidster.

De onderlinge solidariteit van de vrouwen betekent dat de hele fabriek uiteindelijk plat gaat. Dit levert spanningen op. Mannen spreken hun afkeuring uit, één van de collega-vriendinnen ervaart een tragische gebeurtenis en bij Rita thuis stapelen zowel de emoties van echtgenoot Eddie als de vuile afwas zich op. De onderbetaalde naaisters van Dagenham weten door te dringen tot de media en de politiek. Dit resulteert zelfs in een uitnodiging van minister Barbara Castle (Miranda Richardson). De missie lijkt te slagen.

Made in Dagenham

Girl power
Regisseur Nigel Cole heeft iets met girl power. In Calendar Girls liet hij vrouwen naakt poseren voor het goede doel. In Made in Dagenham toont hij vrouwen die strijden voor sociale rechtvaardigheid. Dat de samenleving moet wennen aan mondige vrouwen blijkt uit een emotionele woordenwisseling tussen Eddie en Rita. Man: ‘Ik gok niet en ga niet elke avond naar de kroeg. Ik ga niet vreemd en sla je niet.’ Vrouw: ‘Ben je een heilige? Dat is je plicht, geen privilege!’

Sally Hawkins zette in Happy-Go-Lucky een vrolijke, optimistische schooljuf neer en ook nu is ze overtuigend in haar hoofdrol als actievoerster Rita. Ook mooi om Bob Hoskins (The Long Good Friday) weer eens in vorm te zien met zijn pretoogjes en ondeugende glimlach. Miranda Richardson (The Hours) is geniaal als werkgelegenheidsminister in de regering Wilson. Ze is zojuist aangetreden en zet haar twee mannelijke medewerkers als een Margaret Thatcher avant la lettre meerdere malen kostelijk op hun nummer.

Made in Dagenham is een grappige film met dramatische invalshoeken. Een waardige exponent van de Britse sociale cinema waarin mensen uit de onderklasse zich weten op te werken. De tijdgeest van de jaren zestig is goed neergezet. Mode, kapsels, muziek, taalgebruik, sfeer en gebeurtenissen, alles lijkt te kloppen. Hoewel? Het karakter van stakingsleidster Rita O’Grady is verzonnen. Maar dat mag de pret niet drukken.

 

13 mei 2011

 
ALLE RECENSIES
 

Vida de los peces, La

***

recensie  La vida de los peces

Theater op het witte doek

door Cor Oliemeulen

De nieuwe generatie Chileense regisseurs maakt films in een rustig tempo en beschouwt vooral persoonlijke relaties. Naast Sebastián Silva (La Nana) en Pablo Larraín (Tony Manero) wordt twintiger Matías Bize gelauwerd als talent. In La vida de los peces confronteert hij twee ex-geliefden op indringende wijze met hun verleden. Maar hebben zij ook een toekomst samen?

In En la cama werkte Bize al samen met scenarist Julio Rojas en componist Diego Fontecilla. Een hoofdrol was ook in die film voor Blanca Lewin – in Chili beroemd als Lola in de gelijknamige tv-serie. In La vida de los peces kruipt ze in de huid van Beatriz. Haar oude vlam Andrés wordt gespeeld door Santiago Cabrera. Ook hij verdient zijn brood met tv-series, net als bijna de héle cast. Desondanks wordt er bij vlagen erg goed geacteerd.

Reünie
De 33-jarige Andrés is schrijver voor reisgidsen. Tien jaar geleden emigreerde hij. Nu woont hij in Berlijn. Voor het eerst keert hij terug naar Santiago voor zaken. Op de laatste avond voor zijn vertrek bezoekt hij een verjaardagsfeest van een oude kameraad. De film begint met een reünie met zijn toenmalige vrienden Pablo, Ignacio, Roberto en Guille. Ze halen herinneringen op en vertellen dat ook Beatriz op het feest komt. Andrés aarzelt maar blijft nog even.

La vida de los peces

In iedere ruimte van het kolossale familiehuis komt hij mensen van vroeger tegen. Geleidelijk ontdekken we de echte Andrés. Voor de buitenwereld succesvol, levend in een glamourwereld, maar in werkelijkheid een eenzame man vol melancholie en spijt. Bijna elk gesprek is gefilmd met op de voorgrond het licht van een lamp, een gordijn of een ander voorwerp. Alsof de personages privacy wordt gegund. Het knappe is dat geen enkele emotie in de gezichten je ontgaat.

Ontknoping
Tijdens zijn gang door het huis ontmoet hij Beatriz drie keer kort, maar tot een afscheid komt het niet. Als ze zich uiteindelijk terugtrekken in een kamer confronteren ze elkaar met hun tijd samen en de gevoelens die ze nog voor elkaar hebben. In een groot aquarium zwemmen de vissen met een leven zonder confrontaties in (relatieve) vrijheid rond. Een contrast met het duo dat gevangen zit in het verleden en onvermijdelijk aanstuurt op een dramatische ontknoping.

La vide de los peces is theater op het witte doek, in krap anderhalf uur real time. Lange gesprekken, betekenisvolle stiltes en een goed ondersteunende soundtrack. Verder gebeurt er niets. In Spanje werd deze karakterstudie beloond met een Goya voor beste buitenlandse film. Voor de één is het een verhaal dat zich als een thriller lijkt te ontpoppen, voor de ander langdradig en hopeloos slaapverwekkend.

 

12 mei 2011

 
ALLE RECENSIES

Fast & Furious 5: Fast Five

***

recensie  Fast  & Furious 5: Fast Five

Beste van de reeks

door Cor Oliemeulen

In Fast & Furious 5: Fast Five hebben autodieven Vin Diesel en Paul Walker hun zinnen gezet op honderd miljoen dollar van de maffiakoning van Rio. Daarvoor moeten ze wel eerst inbreken in een zwaar beveiligd politiebureau. Een onderhoudende film vol sensatie, stunts en vuurwerk. Bij voorkeur kijken met het verstand op nul.

Om het beoogde fortuin te kunnen binnenhalen, moeten specialisten uit alle hoeken van de wereld worden opgetrommeld. We zien een reünie van de partners in crime uit de vorige edities. Goed nieuws voor de volgers van de reeks, die deel 5 dan ook het beste vinden. Na de Amerikaanse première gaf de helft van de (vooral jeugdige) bioscoopbezoekers het rapportcijfer tien.

Fast & Furious 5: Fast Five

Echte diehards van Fast & Furious moeten wel een uurtje wachten op de ingrediënten waarmee het tien jaar geleden begon: jankende turbo’s, gierende banden in adembenemende wegraces en lekkere meiden in korte rokjes die bevallig op de motorkap leunen. Tot die tijd maakt regisseur Justin Lin ruimte voor het bevrijden van titelheld Dominic Toretto (Vin Diesel) uit een gevangenentransport en het stelen van exclusieve auto’s uit een rijdende trein.

Testosteron
In een mix van Ocean’s Eleven en Gone in Sixty Seconds en met een vleugje Jason Bourne gaat vervolgens het kat- en muisspel tussen Toretto’s team, de maffia en de politie in de hoogste versnelling. Prachtige en flitsende beelden tegen het decor van Rio de Janeiro en de favela’s, ondersteund door mooie soundeffecten. De teksten zijn no-nonsense met humor, de auto’s wreed en het testosteron druipt van het doek.

De nieuwe karakters in deze jongste uitgave zijn goed gekozen. Neem Dwayne ‘The Rock’ Johnson, levende legende als zevenvoudig wereldkampioen showworstelen. Hij speelt Hobbs, de FBI-agent die als een bloedhond iedere crimineel weet op te sporen. Acteren blijkt een vak apart, maar met zijn imposante gestalte oogst hij sympathie als superspeurder die geniet van elke scène. Hij is ultrastoer, gezegend met een scherp analytisch vermogen en mag vaak met one-liners strooien.

Fast & Furious 5: Fast Five

Schietpartijen en achtervolgingen
De filmkeuring acht Fast Five geschikt voor het grote publiek. Ondanks de vele schietpartijen en achtervolgingen moet je goed kijken om een druppel bloed te zien. Een typisch voorbeeld is de bevrijding van Toretto: de bus met gevangenen gaat wel tien keer over de kop waarna een tv-station vrolijk meldt dat er geen enkele gewonde is gevallen.

Fast Five heeft bijna twee uur nodig om te komen tot de uitsmijter die even spectaculair als ongeloofwaardig is. Een originele achtervolging die als gedenkwaardig in de geschiedenisboeken van de actiefilm kan. Ultiem popcornvermaak voor actie en autoraces minnende fans die halsreikend zullen uitzien naar deel 6.

5 mei 2011

ALLE RECENSIES
 

Attenberg

***

recensie Attenberg
Spoedcursus tongzoenen

door Cor Oliemeulen

De 23-jarige Marina weet nog niets van seksualiteit. Ze houdt mensen erg op een afstand en observeert deze schepsels zoals natuurfilmer David Attenborough naar dieren kijkt. Attenberg is een interessante coming-of-agefilm met ontroerende, experimentele, hilarische, absurdistische, maar ook trage fragmenten. 

De openingsscène van Attenberg zet de toon. ‘Vond je het lekker?’, vraagt Bella aan haar vriendin na een spoedcursus tongzoenen van enkele minuten. ‘Ik heb nog nooit eerder iets wriemelends in mijn mond gehad’, antwoordt Marina. Bella: ‘Hoe voelt mijn tong?’ Marina: ‘Net als een slak. Het is walgelijk!’ Bella: ‘Je moet ademen, anders stik je.’

Attenberg

Spookstad
Attenberg kent geslaagde en minder geslaagde scènes, maar bijna alles is fascinerend om te zien. Het is de eerste Griekse speelfilm van Athina Rachel Tsangari, die opviel als producent van Dogtooth (Kynodontas). In nagenoeg dezelfde stijl keert ze als regisseur terug met een kijkje op de Griekse samenleving. Ze schetst de contouren van een halve spookstad aan zee. Het terrein van een oude fabriek, een doodlopend straatje, een tuin met sproeier, een kantine met voetbal op tv en het interieur van een kerkje. Alles leeg en verlaten.

De huizen werden in de jaren zestig gebouwd voor mijnwerkers en werknemers van de aluminiumfabriek. Het enige doel was om hen een dak boven het hoofd te bieden, schoonheid was niet van belang. Als Marina’s vader Spyros, een terminale kankerpatiënt, vanaf het balkon van hun appartement uitkijkt op de vergane glorie waarvan hij als architect aan de basis stond, zegt hij tegen zijn dochter: ‘Het is alsof we ruïnes ontwerpen. We hebben een industriële kolonie op de top van schapenkooien gebouwd en dachten dat we een kleine revolutie ontketenden.’ Marina echter vindt het uitzicht ‘mooi’ en ‘rustgevend’.

Functioneel naakt
Alles in Attenberg draait om de personages. Het duurde maanden voordat de regisseur de juiste mensen wist te vinden voor drie van de vier rollen. De rol van Vangelis Mourikis (vader Spyros) stond snel vast. De andere drie kandidaten waren nog geen professionele filmacteurs. Hoofdrolspeelster Ariane Labed (Marina) is in het dagelijkse leven een Franse artiest, Evangelia Randou (Bella) een prominente Griekse danseres en choreograaf, terwijl Yorgos Lanthimos (de ingenieur die de stad bezoekt) werkzaam is als filmregisseur (Dogtooth).

Attenberg

Ariane Labed steelt de show en was de grote verrassing op het filmfestival van Venetië waar ze de Copa Volpi als beste actrice in ontvangst nam. In haar eerste speelfilm toont ze zich van haar meest kwetsbare kant. Soms zou je liefdevol een arm om haar heen willen slaan. Marina is eigenwijs, mensenschuw en doorbreekt verbaal taboes. Ze verschijnt functioneel naakt in beeld, verricht onderzoekend seksuele handelingen, showt haar ver uitstekende schouderbladen en doet lekker gek met beste vriendin Bella.

Maatjes
Ook de relatie met haar vader is niet alledaags. Marina wijkt zelden van zijn zijde, ook niet in het ziekenhuis. Als ze niet rustig naast elkaar zitten of liggen, doen ze spontane en absurde woordspelletjes. Ze discussiëren, praten over seksualiteit, wisselen filosofieën uit en springen op bed op en neer waarbij ze dieren imiteren die ze zien in de documentaires van Sir David Attenborough (‘Attenberg’ is hiervan een verbastering). Ze hebben elkaar, maar ze willen niet afhankelijk zijn van elkaar. Spyros: ‘Soms vergeet ik dat je niet mijn maatje bent.’ Marina: ‘Ik ben je énige maatje.’

Het einde is onvermijdelijk. Spyros wil na zijn dood worden gecremeerd, wat verboden is in Griekenland. Ze vinden een oplossing. Marina moet hem loslaten, letterlijk en figuurlijk. Vader wil op zijn manier de wereld verlaten, dochter begroet de seksualiteit.

 

8 maart 2012

 
ALLE RECENSIES
 

World Invasion: Battle Los Angeles

**

recensie World Invasion: Battle Los Angeles

Schietgrage aliens 

door Cor Oliemeulen

Eén aspect van World Invasion: Battle Los Angeles is duidelijk: de titel. Aliens bezetten de wereld en LA is het strijdtoneel. Verplichte kost voor de actieliefhebber. Tenminste als die het graatmagere verhaal, de tenenkrommende dialogen en het gebrek aan karakterontwikkeling op de koop toe neemt. 

Gissen naar de afloop hoeft niet. Stafsergeant Michael Nantz richt zich tot de overgebleven pelotonleden met de legendarische woorden: ‘Let those bastards know who they’re fucking with!’ Vloeken hoor je overigens nauwelijks in de film. Van een beetje commando zou je wat anders verwachten. Vooral nadat oorlogszuchtige, schietgrage aliens duizenden burgers doden, wereldsteden in de as leggen en je collega’s omleggen. Verder valt slechts één seksgerelateerde opmerking te noteren, ook niet al te realistisch in legerkringen.

World Invasion: Battle Los Angeles

Opdracht
Het verhaal. Enkele burgers hebben zich verschanst in een verlaten politiebureau in een door aliens veroverd gebied. Een peloton commando’s krijgt de opdracht hen te redden. De onverschrokken helden krijgen slechts drie uur de tijd, want hierna wil de luchtmacht het gebied plat bombarderen.

Tussen de aaneenschakeling van actiescènes doet regisseur Jonathan Liebesman (verantwoordelijk voor enkele matige horrorproducties) tevergeefs moeite om de kameraadschap tussen de commando’s een extra dimensie te geven. Pogingen om karakters te verdiepen blijven steken in overmatig gebruik van close-ups. De personages zijn stereotiep. Zo maken we kennis met de held die net voor zijn pensioen een laatste klus door de strot geduwd krijgt en de onervaren leider die van angst geen besluiten meer kan nemen. In hun kielzog de Afro-Amerikaan, de Aziaat, de boerenkinkel én de aantrekkelijke stoere meid die toevallig komt aanwaaien en uitstekend met vuurwapens overweg kan. Je identificeren met de meeste personages is uitgesloten; je vindt het niet eens erg als er iemand doodgaat.

Karakterloos
Ook nagenoeg karakterloos zijn de aliens, die de aarde bezetten omdat ze ons water nodig hebben. Helaas komen deze buitenaardse wezens pas duidelijk op het scherm als de commando’s uiteindelijk hun zwakke plek (waar bij mensen het hart zit!) hebben ontdekt. Door vijandelijk vuur getroffen, spatten ze met een beetje geluk uit elkaar om een veelkleurige smurrie achter te laten. Ze mogen dan wel een hogere technologische beschaving hebben met geavanceerde luchtvoertuigen, laserstralen en communicatiemiddelen, de aliens lijken volslagen blind. Ze schieten wel héél vaak mis.

World Invasion: Battle Los Angeles

Alleen de special effects in World Invasion: Battle Los Angeles scoren een voldoende. Er is veel spanning in de actiesequenties, soms nog meer in de aanloop ernaar toe. Het gebruik van handheld camera’s versterkt de nervositeit, echter de overmaat van schokkerige beelden doet Parkinson vermoeden. Bij een productie als Cloverfield (realistisch door ‘amateurvideo’) was dat ongefocuste functioneel, hier is het vaak storend.

Vergelijkingen met vorige invasiefilms als Independence Day en War of the Worlds (remake) gaan deels op. Ook dit keer geen gebrek aan Amerikaans patriottisme en superioriteit, een paar dozijn clichés, heroïsche acties onder begeleiding van nepviolen en een astronomisch budget. Wél een chronisch gebrek aan goed acteren, treffende dialogen, diepgang en humor.

 

21 april 2011

 

ALLE RECENSIES

Limitless

***

recensie  Limitless

De perfecte versie van jezelf

door Cor Oliemeulen

Een vreemde taal en virtuoos pianospelen leren in één dag? Je alles kunnen herinneren? Gebruik maken van je onmetelijke wijsheid en grenzeloze zelfvertrouwen? Versieren wie je wilt? Het geheim is een pilletje dat je volledige hersencapaciteit benut. Wie wil dat niet?

In Limitless is would-be-schrijver Eddie Morra (Bradley Cooper) rijp voor een dergelijk experiment. Hij krijgt geen letter op papier, kan de huur niet betalen en hangt rond in kroegen waar hij wazige filosofieën verkondigt. Tot overmaat van ramp gaat zijn vriendin bij hem weg. Op een dag krijgt hij van zijn ex-zwager de ‘goedgekeurde’ drug NZT. Na een korte aarzeling neemt Eddie een pilletje en betreedt direct een wereld vol ongekende mogelijkheden. In no-time schrijft hij een indrukwekkende roman. Hij gaat naar de kapper en steekt zich in maatpak. Door zijn briljante inzichten verovert hij Wall Street. Zijn lamlendige bestaan maakt plaats voor een succesvol leven vol ambitie. Dit blijft niet onopgemerkt door de machtige zakenman Carl Van Loon (Robert De Niro) en een handjevol meedogenloze criminelen. Het sprookje van Eddie begint de vormen van een nachtmerrie aan te nemen.

Limitless

Verslavend
Als iemand NZT gebruikt, verandert de wereld van grauw in kleurrijk. Als Eddie aan zijn roman begint, vallen de letters als manna naar beneden. En als hij zijn appartement opruimt, zien we even later wel tien Eddie’s die orde in de chaos scheppen. Helaas heeft NZT akelige keerzijdes, die goed in beeld worden gebracht. Euforie slaat om in depressie en als je niet gebruikt, word je ziek. Eddie krijgt black-outs en komt in aanraking met de politie. Hoewel zijn ex-vriendin en ex-vrouw hem van het verslavende spul proberen af te helpen, wil Eddie kost wat kost ‘de perfecte versie’ van zichzelf blijven.

Bradley Cooper is bekend als de altijd charmante, blauwogige acteur in romantische komedies. Genoeg reden om bij voorbaat te twijfelen aan de hoofdrol die voor hem is weggelegd in deze fantasy thriller. Gesterkt door zijn eigen voice-over, blijkt Cooper echter verrassend goed op zijn plaats. Het laat zich raden dat hij profijt heeft gehad van acteurkanon De Niro. Ook hulde voor regisseur Neil Burger (The Illusionist) die bekend staat om een hoogst creatieve aanpak. In zijn vierde speelfilm Limitless trekt hij alle registers open. De beginscène toont een unieke inzoomtechniek, waarbij de camera door de straten van New York scheert — door autoruiten heen, rakelings over de hoofden van voetgangers, door videoschermen en hersenen om te eindigen bij loser Eddie die een straat in Manhattan oversteekt.

Limitless

Veelbelovend
Het uitgangspunt van Limitless is veelbelovend en zet je aan het denken. Halverwege het script duiken jammer genoeg enkele plotgaten op en dreigt de film te verzanden in een middelmatige actiefilm waar soms de logica ontbreekt. Regisseur Burger is echter niet te beroerd om de boel vlot te trekken door originele vondsten. Gedenkwaardig (of onzinnig?) is een horrorscène waar Dracula zijn vingers bij af zou likken. Hierna neemt de spanning af, maar je blijft nieuwsgierig naar de afloop.

 

11 april 2011

 
ALLE RECENSIES

We Bought a Zoo

***

recensie  We Bought a Zoo

Twintig seconden waanzinnige moed 

door Cor Oliemeulen

Je hart volgen, genieten van het leven en af en toe een risico nemen. Dit Hollywood-concept is gretig toegepast in de weinig verrassende, maar sympathieke familiefilm We Bought a Zoo.

Een half jaar na de dood van zijn vrouw is journalist Benjamin Mee (Matt Damon) radeloos. Zijn zoon Dylan (14) wordt van school gestuurd en zijn dochter Rosie (7) kan door burenherrie niet slapen. Hij neemt ontslag en gaat op zoek naar een rustiek gelegen huis met grote achtertuin. Zijn oog valt op een landgoed, maar tot zijn ontzetting ontdekt hij dat er een dierentuin bij hoort. ‘Soms heb je twintig seconden waanzinnige moed nodig om iets groots te bereiken’, houdt Benjamin zijn kinderen voor als hij voor de grootste uitdaging van zijn bestaan staat: het redden van het achttien hectares grote Rosemoor Animal Park.

We Bought a Zoo

Zingeving en harmonie
Het verhaal is gebaseerd op de autobiografie van de Engelse journalist Benjamin Mee. Het draaiboek van Aline Brosh McKenna (The Devil Wears Prada, 2006) is bij regisseur Cameron Crowe in perfecte handen. Zijn eerste speelfilm sinds het geflopte Elizabethtown (2005) combineert de emotionele en morele groei van het hoofdpersonage met de zoektocht naar zingeving en harmonie. In zijn eerdere werk Jerry Maguire (1996) was sport de kapstok, in Almost Famous (2000) muziek. We Bought a Zoo ontwikkelt dezelfde feelgood-atmosfeer als in deze voorgangers, maar richt zich op een nog breder publiek.

Voorspelbaarheid is een consequentie. Incidenten keren steeds pas op het allerlaatste moment ten goede en romances zie je al van verre aankomen. Hoewel de moeizame vader-zoonrelatie precies voldoende dramatische aandacht krijgt, ligt het sentiment regelmatig op de loer. Grappige momenten komen gelukkig niet van de dieren, maar van bijvoorbeeld Benjamins pessimistische broer Duncan (Thomas Haden Church) en de zeikerige dierentuininspecteur Ferris (John Michael Higgins). Ze worden moeiteloos afgewisseld met onwaarschijnlijkheden, zoals slangen die ’s avonds ontsnappen uit een kist en ’s morgens allemaal keurig bij elkaar voor het huis liggen om opgeraapt te worden.

We Bought a Zoo

Nauwelijks interactie tussen mens en dier
Met zijn enorme ervaring en droogkomische charme zorgt Matt Damon dat We Bought a Zoo geen kleffe status krijgt. Maar jammer genoeg is er nauwelijks interactie tussen mens en dier. Damon is weliswaar aandoenlijk wanneer hij communiceert met een doodzieke tijger, maar het is spijtig dat we Scarlett Johansson als parkhoofd Kelly nauwelijks met dieren zien omgaan. Ze mag dan ervaring hebben met The Horse Whisperer (1998), anderhalf decennium later kan het stoere wijdbeens staan en zitten niet verhullen dat ze kennelijk niet in de acteerwieg is gelegd om geloofwaardig poep te scheppen, dierenvertrekken te desinfecteren, een ontsnapte struisvogel te vangen of andere nagels dan die van zichzelf te knippen.

Als compensatie biedt ze een stralende glimlach en een gewillig oor aan haar nieuwe baas en wacht ze op zijn eerste zoen: dit is een echte familiefilm die aandacht schenkt aan relaties, inspirerend handelen en het verwerken van verlies. De cast wordt aangevuld met een trio aanstormende talenten: Maggie Elizabeth Jones als de piepkleine Rosie die praat als een volwassene, Colin Ford als Dylan die graag tekeningen van onthoofdingen maakt, en Elle Fanning als Lily die een zwak voor hem heeft. De vlotte soundtrack ondersteunt het pretentieloze vermaak.

 

19 april 2012

 
ALLE RECENSIES

Fighter, The

****

recensie  The Fighter

Gevechten buiten de ring

door Cor Oliemeulen

Profbokser ‘Irish’ Micky Ward groeit tijdens de jaren tachtig op in een achterstandswijk in Lowell, Massachusetts, een stadje bij Boston. Halfbroer Dicky, vroeger ook talentvol bokser, probeert na vijf jaar gevangenis te fungeren als zijn manager. Volgens Micky’s vriendin Charlene hebben de criminele crackverslaafde Dicky en de rest van het gezin een verkeerde invloed. Micky staat voor de moeilijke keuze hoe zich klaar te stomen voor de strijd om de wereldtitel in het weltergewicht.

Acteur Mark Wahlberg liep al vele jaren met het script van The Fighter onder zijn arm om het te laten verfilmen. Net als de echte Micky Ward groeide hij op met weinig perspectief in een armoedige buurt in Boston te midden van werkloosheid en criminaliteit. Wahlberg zag nog meer parallellen met zijn eigen leven: ook hij was de jongste van negen kinderen, en ook hij had een succesvolle oudere broer.

The Fighter

Canvas
Het werd ook tijd voor positieve aandacht voor Lowell, temeer nadat deze voorstad slechte publiciteit had gekregen na de tv-vertoning van de documentaire High on Crack Street (1995), die als een rode draad door The Fighter loopt. Dicky wordt hierin geportretteerd als drugsverslaafde, hoewel hij zelf denkt dat de cameraploeg hem volgt omdat hij ooit bokslegende Sugar Ray Leonard tegen het canvas heeft geslagen. (Sommigen beweren dat Leonard was uitgegleden.)

Regisseur David O. Russell, die met Three Kings en I Heart Huckabees al samenwerkte met Mark Wahlberg, brengt een zeer onderhoudende film. De casting en de acteerprestaties zijn voortreffelijk. Aanvankelijk zou Matt Damon de rol van Dicky op zich nemen en Darren Aronofsky tekenen voor de regie. Damon haakte af; Brad Pitt kwam vervolgens in beeld, maar die wilde niet meer toen Aronofsky besloot liever een andere sportfilm (The Wrestler) te maken. De uiteindelijke keuze voor Christian Bale is een fantastische. Terwijl Wahlberg ter voorbereiding een boksring in zijn achtertuin liet bouwen, twee trainers inhuurde en vijf jaar lang pasjes en bewegingen oefende, moest Bale voor zijn personage de nodige kilo’s afvallen – een kunstje dat hij eerder tot in het extreme flikte voor The Machinist.

Lichaamstaal
Met zijn hele mimiek en lichaamstaal leerde Bale zeer overtuigend de drugsverslaafde te spelen. Als praatgrage grote broer geeft hij Micky dwangmatig goedbedoelde tips om zijn opponenten te lijf te gaan. Zo levensecht zou een andere acteur de rol van Dicky niet neer weten te zetten. Op die Oscar en Golden Globe voor beste bijrol valt dus weinig af te dingen. Hetzelfde geldt voor Melissa Leo, die dezelfde prijzen won en eerder prachtig acteerde in Frozen River, als alleenstaande moeder die mensen over de grens smokkelt. Zij is de dominante moeder van het gezin Ward en ziet zichzelf als Micky’s zakelijk manager.

The Fighter

De boksfragmenten zijn gefilmd door een team van HBO, de zender die verantwoordelijk is voor het World Championship Boxing, met als doel de scènes in de boksring een authentieke uitstraling te geven. Er vallen wel de nodige klappen, maar toch zit je te weinig op het puntje van je stoel.

Model
Of dit ook te maken heeft met de uitstraling van Mark Wahlberg, moet ieder voor zich beoordelen. Als boybandzanger leerde hij de allereerste kneepjes van het acteervak als onderbroekenmodel van Calvin Klein. Hij ontwikkelde zich als een altijd gedegen, maar ook wat tweedimensionale acteur. Verrassend goed kwam hij voor de dag in The Departed en als fors geschapen pornoacteur in Boogie Nights, waarin hij bewees dat hij definitief de onderbroek was ontgroeid.

Naast een boksfilm is The Fighter vooral een sociaal familiedrama met gevechten buiten de ring – net als Raging Bull, waarin ook de verhouding tussen twee broers op scherp komt te staan. Die klassieker is superieur, maar The Fighter is een indrukwekkende film, die zonder Wahlbergs inspanningen wellicht nooit was geproduceerd.

31 maart 2011

ALLE RECENSIES