Op zoek naar de oorspronkelijke natuurdocumentaire

Op zoek naar de oorspronkelijke natuurdocumentaire – Deel 1:
Geënsceneerde taferelen, menselijke veroveringsdrang en kaasmijten

door Paul Rübsaam

Met zijn leeftijd van ruim 130 jaar bestaat het medium film lang genoeg voor beeldverhalen over een ongerepte natuur in een tijd dat de Aarde nog niet geheel gekoloniseerd was door de mens. Dat zou je tenminste denken. Een zoektocht naar zo’n oorspronkelijke natuurdocumentaire zou echter wel eens tevergeefs kunnen zijn.

Het scala onder het kopje ‘natuurdocumentaire’ te rangschikken producten lijkt als een pruim zonder pit uiteen te vallen in twee helften. In een helft van vroegere films, die ondanks soms fraaie natuuropnames voornamelijk getuigen van de kolonisatiedwang van de mens; en een helft van latere (meest recente) films, die met een gevoel van spijt de door die dwang aan de natuur aangebrachte schade inventariseren.

Werd de ware wildernis ooit met belangeloze verwondering vanachter de filmcamera geregistreerd? Of traden behoefte aan verrijking, onderwerping van dieren en natuurvolkeren, sensatiezucht, prestatiedrang en vermeende wetenschappelijke bedoelingen al te snel op de voorgrond? Die vraagstelling noopt tot een reis in vogelvlucht terug in de filmgeschiedenis.

In het laatste deel van deze vierdelige verhandeling staan we kort stil bij het meer hedendaagse aanbod van natuurdocumentaires. Want juist de meest sprekende voorbeelden daarvan doen terugverlangen naar de tijd van de oer-natuurdocumentaire, die er misschien wel nooit geweest is.

Nanook of the North (1922)

Nanook of the North (1922)

Kauwen op een grammofoonplaat
Veelzeggend voor de wat mistige geschiedenis van de natuurdocumentaire is de reputatie die Nanook of the North (1922) van Robert Flaherty geniet als stamvader van het genre. Als we dit docudrama over het leven van de Inuk ‘Nanook’ (in werkelijkheid Allakariallak geheten) en zijn familie al een natuurdocumentaire kunnen noemen, is het nog altijd de vraag of het de eerste vertegenwoordiger is van deze filmsoort. Veel beelden uit Herbert Pontings authentiekere, weliswaar later uitgebrachte The Great White Silence (1924), waarover meer in de volgende paragraaf, zijn ouder.

Bovenal blijft het de vraag of Flaherty in Nanook wel blijk gaf van een onafhankelijke kijk op ‘de natuur’. De wordingsgeschiedenis van de documentaire, zoals de regisseur die zelf uit de doeken heeft gedaan, was moeizaam. Eerdere opnames in 1915 en 1916, waarbij hij gepoogd had het leven van een volledige Inuit-gemeenschap in beeld te brengen, gingen verloren. Dus keerde hij terug naar het hoge noorden om zich ditmaal te concentreren op het wel en wee van één man en diens familie.

Dat Flaherty dacht dat dit de dramatische zeggingskracht van zijn verhaal ten goede zou komen, valt wel te begrijpen. Maar het aantal concessies dat hij ten behoeve van die zeggingskracht heeft gedaan, is heel groot. Het interieur van de iglo is niet dat van de iglo waar ‘Nanook’ en zijn familie werkelijk in sliepen. Zijn zogenaamde vrouwen in de film waren zijn vrouwen niet en de wapens waarmee hij op walrusjacht ging, waren niet de wapens die hij werkelijk gebruikte.

Natuurlijk moest de regisseur onder zware omstandigheden werken, met de beperkte mogelijkheden van de filmapparatuur van destijds. Het valt hem dan ook niet kwalijk te nemen dat hij de werkelijkheid soms een beetje hielp. Maar heeft hij ooit de intentie gehad een getrouw beeld van het leven van de Inuit te schetsen? Minstens heeft het er de schijn van dat hij zijn protagonist ‘primitiever’ wilde doen lijken dan deze werkelijk was, omdat dit beter zou aansluiten bij de toen populaire opvatting over natuurvolkeren. Niet alleen gebruikte ‘Nanook’ in de werkelijkheid voor de jacht gewoon een geweer. Ook was het verschijnsel grammofoonplaat, anders dan de documentaire suggereert, allerminst nieuw voor hem. Dat Allakariallak (Nanook) gevraagd wordt daar voor de camera verwonderd een hapje uit te nemen, getuigt niet alleen van een matig gevoel voor humor. Het is bovendien onwaarachtig en denigrerend.

Pinguïns als troost
Met enig cynisme zou je kunnen beweren dat de talrijke en niet zelden opmerkelijke natuurbeelden in Herbert Pontings The Great White Silence uit 1924 vooral diende om een smadelijke nederlaag en een bloedstollende tragedie te camoufleren. Naast het fameuze dagboek van de gesneuvelde expeditieleider Robert Falcon Scott is deze documentaire immers het andere grote document dat bewaard is gebleven van de fataal verlopen Britse Zuidpoolexpeditie van 1911-1912.

The Great White Silence (1924)

The Great White Silence (1924)

Het mag bekend worden verondersteld: Scott en zijn mannen bereikten de pool weliswaar op 17 januari 1912, maar moesten ondervinden dat de Noor Roald Amundsen en zijn mannen hun vlag daar al ruim een maand eerder hadden kunnen planten. Bovendien werden de uitgeputte Britten op de terugweg overvallen door een sneeuwstorm en vonden ze de dood. Wrang genoeg op slechts enkele kilometers afstand van een voedseldepot.

Fotograaf en cineast Herbert Ponting had als taak foto’s van de expeditie te maken en kleine gefilmde nieuwsberichten over het verloop daarvan, die vertoond moesten worden als zogeheten newsreels in de bioscoop. Maar hij filmde veel meer dan voor die journaals noodzakelijk waren. Onder andere over de leefgewoonten en het voortplantingsgedrag van zeehonden, die overigens ook door de bemanning van expeditieschip Terra Nova geschoten en gegeten werden om scheurbuik te voorkomen. Daarnaast komen meeuwen, zwaardwalvissen en vooral pinguïns uitvoerig aan bod.

Pontings gefilmde verslagen van het wel en wee van de toentertijd in de westerse wereld onbekende Adelie-pinguïn zijn opvallend gedetailleerd. We zien de paringsrituelen van het dier, het bouwen van nesten, de gewoonte van de pinguïns om elkaars eieren te stelen en uiteindelijk het grootbrengen van de jongen, inclusief de door de ouders verzorgde zwemlessen. Voorts had de cineast veel oog voor de schoonheid van het antarctische landschap en de verschillende soorten ijsformaties en maakte hij opnames van het invallen van de Antarctische herfst en het aanbreken van de Antarctische lente.

Als je Nanook of the North en The Great White Silence naast elkaar legt, bieden de eerste schermutselingen op het gebied van het verschijnsel natuurdocumentaire met feature-lengte dus een wat rommelige aanblik. Met Nanook werd een authentiek verslag beoogd van het leven van de Inuit, dat onder invloed van Flaherty’s tegenslagen nadrukkelijk werd gemanipuleerd. Ponting daarentegen had een Britse zegetocht in beeld moeten brengen en vervaardigde, al dan niet om het fiasco dat zich uiteindelijk voordeed te verzachten, een documentaire met opmerkelijk authentieke natuurbeelden uit een voor de mensheid in die jaren nog onbekend gebied. Waarbij nog eens moet worden onderstreept dat de meeste van Pontings beelden ondanks de officiële verschijningsdatum van The Great White Silence dateren uit 1911 en dus aanzienlijk ouder zijn dan Flaherty’s impressies.

Achtertuinen en microscopen
Alleen een vergelijking van de oudste documentaires met speelfilmlengte is echter niet zaligmakend. Juist als het om natuurdocumentaires gaat, is die lengte niet zo’n maatgevend criterium. De eerste afleveringen van de Britse serie korte, sterk wetenschappelijk georiënteerde documentaires genaamd Secrets of Nature verschenen ook al in 1922 en lieten een geheel andere kant van het spectrum zien.

Zo toont The Cuckoo’s Secret (Edgar Chance, Oliver G. Pike) een gedetailleerde, op het Engelse platteland gesitueerde studie van het bekende parasitaire broedgedrag van de koekoek. Om een en ander zo goed mogelijk in beeld te brengen en de koekoek niet te storen bij zijn (wan)praktijken verschansen de onderzoekers zich meerdere dagen in een door hen zelf vervaardigd nepbosje. The Battle of the Ants (Geoffrey Barkas) doet minutieus verslag van een oorlog tussen twee kolonies houtmieren en The White Owl volgt het dagelijks leven van een kerkuilmoeder en haar kuikens.

Secrets of Nature, dat van 1922 tot 1933 meer dan honderd afleveringen kende, demonstreerde vooral een voorkeur voor de natuur in het klein. Insecten, bloemen en micro-organismen komen aan bod, waarvan titels als Skilled Insect Artisans (1922), Busy Bees (1926) en Floral Co-operative Societies (1927) getuigen. In Mighty Atoms (1930) valt zelfs te zien hoe kaasmijten zich te goed doen aan een stukje gorgonzola dat iemand ergens heeft laten liggen.

Niet de uitgestrekte en onherbergzame natuur van gebieden als Noord-Canada en Antarctica vormen het decor in de serie, maar de biotopen van de Britse achtertuin en zelfs de micro-natuur die tegen onze zin deel uitmaakt van ons huishouden. Die verschijnselen worden door de cineasten uiterst nauwgezet in beeld gebracht, waarbij ze gebruik maakten van de beste microscopen van hun tijd.

Nanook of the North en The Great White Silence aan de ene kant en Secrets of Nature aan de andere kant vormen de twee extremen van de vooroorlogse voorlopers van de natuurdocumentaire. Na de Tweede Wereldoorlog zouden met name het productiebedrijf van Walt Disney en de avontuurlijke marineofficier Jacques Cousteau vorm gaan geven aan soms twijfelachtige producten, die echter al veel meer gemeen hebben met de hedendaagse natuurdocumentaire. Over hun werk meer in deel twee van deze verhandeling.

 

13 januari 2023

 

Deel 2: Gemartelde dieren, technologische speeltjes en oppervlakkige diepzeeverkenningen
Deel 3: Evolutie, klimaatschade en het stalken van dieren met zenders 
Deel 4: Eerbied en het nostalgisch verlangen naar zuivere aanschouwing

 

ALLE ESSAYS

All the Beauty and the Bloodshed

****
recensie All the Beauty and the Bloodshed
Intiem portret van activistische fotograaf Nan Goldwin

door Jochum de Graaf

Oscarwinnaar en IDFA-hoofdgast van de afgelopen editie Laura Poitras ontving de Gouden Leeuw in Venetië voor All the Beauty and the Bloodshed. Ze maakte een intiem en openhartig portret van de beroemde fotograaf Nan Goldin over haar leven en kunst, maar ook over haar strijd tegen de Sackler-familie, de veroorzakers van de opiatencrisis in de VS én bekend als een van de grootste filantropen van de kunstwereld.  

Daar zitten ze dan, David Sackler en Theresa Sackler, achter het scherm in een online zitting van de rechtszaak die tegen hun bedrijf Purdue Pharma is aangespannen. Hoogste baas David Sackler heeft geweigerd voor het scherm te komen. De Sacklers, ook wel omschreven als de titanen van de Amerikaanse farmaceutische industrie, worden met hun rol als fabrikanten en marketeers van zwaar verslavende pijnstillers als OxyContin in hoge mate verantwoordelijk gehouden voor de opiatencrisis die in de tweede helft van het afgelopen decennium alleen al in de VS rond de half miljoen dodelijke slachtoffers eiste.

All the Beauty and the Bloodshed

Getuigenissen
Met tamelijk uitgestreken gezichten horen ze getuigenissen aan, zoals van de ouders die zeer emotioneel het in de knop gebroken leven van hun enige zoon beschrijven die ze niet meer reagerend op de grond van de slaapkamer aantreffen, na een overdosis. De vader richt zich rechtstreeks tot de Sacklers: ‘Ik wil jullie er op wijzen dat tegen de tijd dat deze twee uur durende zitting beëindigd is, er opnieuw zestien mensen aan jullie dodenlijst kunnen worden toegevoegd.’

Tot een veroordeling komt het niet. Ruim voor de rechtszaak begint, onttrekken de Sacklers miljarden aan het bedrijf, sluizen ze weg naar belastingparadijzen en laten het bedrijf failliet gaan, zodat ze de hoge boetes schaamteloos kunnen ontlopen.

Een deel van die miljarden is gestoken in het ondersteunen van kunst, in gerenommeerde musea als het New Yorkse Metropolitan Museum of Art (MET), het Guggenheim en het Louvre. Op Harvard en een stuk of tien andere universiteiten zijn er Sackler Wings, Sackler Halls, Sackler Rooms en Sackler Educational Centers. Verder zijn er in Washington en Londen Sackler Museums, waarmee ze hun reputatie als een van de grootste filantropen van de kunstwereld oppoetsen.

OxyContin
De wereldberoemde fotografe en kunstenares Nan Goldin, die al in 1986 naam maakte met haar fotoserie The Ballad of Sexual Dependency, kende de Sacklers ook vooral als de maecenassen in wiens musea en galerieën ze menigmaal exposeerde. Tot ze in 2014 na een operatie de pijnstiller OxyContin voorgeschreven krijgt, binnen de kortste keren verslaafd raakt en er vervolgens bijna door een overdosis aan onderdoor gaat. Een paar jaar later richt Goldin – geïnspireerd door de onthullingen van journalist Patrick Radden Keefe in The New Yorker die de Sackler-bedrijven omschrijft als ‘een imperium van pijn’ – de actiegroep Prescription Addiction Intervention Now (PAIN) op die de strijd aanbindt met de praktijken van de Sacklers.

All the Beauty and the Bloodshed begint maart 2018 in het New Yorkse MET waar PAIN een populaire tentoonstelling in de Sackler Wing verandert in een symbolisch slagveld. Later in de film laten ze met als het ware een performance act honderden receptbriefjes met anti-Sackler-slogans van de kenmerkende spiraalgangen in het Guggenheim naar beneden dwarrelen.

Drie jaar later is er de teleurstelling dat de Sacklers niet veroordeeld kunnen worden, maar vieren ze wel een klein feestje dat de namen van de Sacklers in vrijwel alle Wings, Rooms en Galleries verwijderd worden en de grote musea de een na de ander besluiten geen geld meer van de big pharma-reus aan te nemen.

All the Beauty and the Bloodshed

Openhartig
Laura Poitras, die een Oscar kreeg voor Citizenfour over NSA-klokkenluider Edward Snowden en hoofdgast was op het afgelopen IDFA, maakt een intiem, aansprekend en bij tijd en wijle melancholisch portret van Nan Goldin, waarvoor ze in Venetië de Gouden Leeuw kreeg.

In een stuk of zes hoofdstukken laat Poitras vooral Goldin zelf rauw, eerlijk en openhartig haar leven en werk schetsen. Na een moeilijke jeugd in een buitenwijk van Maryland met een depressieve zus, wier zelfmoord een slagschaduw over haar jeugd legt, volgen de bevrijdende jaren aan de kunstacademie en speelt ze een vooraanstaande rol in de kunstscene van Manhattan in de enerverende jaren zeventig en tachtig.

Goldin vertelt onopgesmukt over Tin Pan Alley, over medekunstenaars als underground-actrice Cookie Mueller, fotograaf David Armstrong, kunstenaar, schrijver en aidsactivist David Wojnarowicz, over haar heroïneverslaving, over de deprimerende jaren dat de aidsepidemie vooral in het kunstenaarsmilieu om zich heen greep, over haar korte periode als go-go-danseres en sekswerker, omdat ze de huur niet meer kon betalen en hoe ze voor het eerst de camera oppakt.

Ze breekt door met fel realistische projecten als The Ballad of Sexual Dependency en Sisters, Saints and Sibyls, waar ze rechtstreeks put uit haar leven en haar vriendenkring, de bohemiens, transseksuelen, selfmade-artiesten, mensen aan de zelfkant. In de film zien we een aantal diavoorstellingen met een steeds wisselende soundtrack voorbijkomen, opgezet als een soort dagboek een stijl die veel navolging krijgt en haar exposities in prestigieuze musea en collecties over de hele wereld oplevert.

Bijzondere archiefbeelden van New York onderstrepen het mooie tijdsbeeld, de rebelse levenshouding van Goldin, de constante van haar gedrevenheid en haar volharding in de strijd tegen de Sackler-familie. De gelauwerde Laura Poitras verdient vooral veel lof voor de knappe manier waarop ze Goldins latere activisme weet te verweven in het grotere verhaal over haar leven en kunst.

 

11 januari 2023

 

ALLE RECENSIES

Dreaming Walls

***
recensie Dreaming Walls
Vergane glorie

door Jochum de Graaf

Het Chelsea Hotel, New York, Midtown Manhattan, vlakbij Greenwich Village. Als je in de jaren zestig en zeventig niet in dat hotel had gelogeerd, telde je in bepaalde kringen niet mee. 

Het Chelsea Hotel oefende een enorme aantrekkingskracht uit op kunstenaars, bohemiens en ontleende zijn reputatie aan al die beroemdheden die waren voorgegaan. Schilders als Willem de Kooning, filmers als Stanley Kubrick, schrijvers als Charles Bukowski, William S. Burroughs, Allen Ginsburg en Mark Twain, vele muzikanten als Nico, Lou Reed, Bob Dylan, Leonard Cohen en Janis Joplin. Jan Cremer logeerde er altijd wanneer hij in New York was en ook voor NRC-columnist Henk Hofland was het de favoriet pleisterplaats.

Dreaming Walls

Aan anekdotes en spraakmakende verhalen geen gebrek. Arthur C. Clarke schreef er het scenario voor 2001: A Space Odyssey, Jack Kerouac zwoegde er op On the Road, Andy Warhol nam er de film Chelsea Girls op, Leonard Cohen schreef er zijn song Chelsea Hotel #2 over zijn onenightstand met Janis Joplin. Ook Lou Reed, Joni Mitchell en Jefferson Airplane maakten nummers over het fameuze hotel. Meest besproken gebeurtenis is ongetwijfeld de roemruchte moord van punkmuzikant Sid Vicious op zijn vriendin en mede-junkie Nancy Spungen, oktober 1978. Jan Donkers memoreert in zijn onlangs verschenen rockmemoires Forty Tracks dat hij een uur voor de gebeurtenissen nog met hen in de lift stond.

Grote schoonmaak
Elf jaar geleden werd het voormalige kunstenaarshotel opgekocht door een internationale keten. Het was met die roemruchte traditie van seks, rock-’n-roll en drugs, heel veel drugs, danig in verval geraakt. Er werd een grote schoonmaak gehouden, ook onder de bewoners en er startte een grondige renovatie. Slechts een stuk of vijftig gasten konden er wegens langlopende huurcontracten niet uitgezet worden, er werd met een sterfhuisconstructie geprobeerd hen het hotel uit te werken.  Afgelopen maart ging het volledig opgepimpte Chelsea Hotel Savoy weer open en je kunt er tegenwoordig vanaf zo’n 600 dollar per nacht een eenvoudige kamer huren.

In de openingsbeelden van Dreaming Walls: Inside the Chelsea Hotel van de Vlaamse documentairemakers Maya Duverdier en Amélie van Elmbdt zien we filmbeelden van beroemde gasten als Marilyn Monroe, Jimi Hendrix, Salvador Dalí en Leonard Cohen op een schoorsteen op het dak geprojecteerd. Een nog jonge Patti Smith uit haar grote bewondering voor Dylan Thomas en prevelt een gedicht van hem.

We zien beelden van steigers, lange gangen, opdwarrelend stof, getimmer en geboor. Een van de bouwvakkers vertelt dat hij de geest van al die beroemdheden rond voelt waren.

We maken kennis met een stuk of wat achterblijvers van de hotelgasten die er vanwege langlopende huurcontracten niet uitgezet konden worden. Ze verblijven met elkaar op de eerste verdieping, zodat ze geen overlast kunnen geven voor de bouwvakkers en de nieuwe welgestelde hotelgasten die langzamerhand het hotel gaan bevolken.

Dreaming Walls

De huidige bewoners
We maken kennis met een transgender, die last heeft van duizelingen en alleen ’s nachts kan leven en door de gangen dwaalt. Een choreografe in ruste die op haar hoge leeftijd met een paar jonge dansers op de trappen balletten oefent. Als voorzitter van de huurdersvereniging zou ze graag zien dat de verbouwing snel voorbij is, andere huurders zijn het totaal niet met haar eens, zwelgen liever in het verleden. We zien een kunstenaar, draadbeeldhouwer, die fantastisch mooie beeldjes, miniaturen van ijzerdraad vormt en als gescheiden vader zijn tienerdochter tekenles geeft met al even prachtige resultaten. We krijgen een intiem inkijkje in het leven van een excentriek echtpaar in een ruim appartement dat ooit grandeur en status moet hebben gehad. De vrouw, ooit gevierd schilderes, krijgt steeds meer moeite met de zorg voor haar aan alzheimer lijdende man, voormalig kunstverzamelaar. Tussendoor zijn er uitstapjes naar het verleden toen het hotel nog ‘the place to be’ was.

Er worden herinneringen opgehaald aan de legendarische manager Stanley Bard, die zomaar ineens door het nieuwe management op straat werd gezet. We horen bij de verbouwingsbeelden fragmenten uit dagboeken, romans en teksten waarin het hotel voorkomt.

Multimediakunstenaar Steve Willis is in de loop van de jaren een groot deel van zijn ruime appartement kwijtgeraakt. Hij geeft een rondleiding door zijn krappe studio. Hij heeft de muur blauw geverfd en toont zijn tandenborstelhouder, die was ooit in het bezit van Janis Joplin. Ook het zeepbakje staat er nog, hij weet te melden dat Janis niet zo bekend stond om haar goede persoonlijke hygiëne.

Ach, het is allemaal wel amusant, mooi gefilmde portretten van de achtergebleven paradijsvogels, maar er zit verder niet zoveel verhaal in. Afgaande op de titel zou je wat meer spannende en misschien onthullende verhalen ‘als muren konden praten’ verwachten, maar Dreaming Walls blijft net iets te veel hangen in het oppervlakkig benoemen van vergane glorie.

 

23 november 2022

 

ALLE RECENSIES

IDFA 2022 – Deel 7: Een zee van experimenten

IDFA 2022 – Deel 7:
Een zee van experimenten

door Bob van der Sterre

Altijd interessant: experimentele films. Maar ze zijn wel hit and miss… Bij IDFA vallen veel experimentele films in het Paradocs-programma. En dan is er nog DocLab. Laatste bijdrage over IDFA 2022.

 

Danse Macabre

Danse Macabre – Een schokkende Thaise geschiedenis
De Thaise geschiedenis van de laatste honderd jaar is een tamelijk bloederige aangelegenheid en vol onopgehelderde zaken. Zaken waarin staatsgeweld een rol speelde.

Zwaar onderwerp maar je hoeft dat niet als een standaard pratende hoofden-drama te vertellen, dachten de makers. Danse Macabre begint met een homo-erotische dans tussen twee halfnaakte mannen, gaat over in een verhaal over diverse bizarre moordverhalen, vervolgt met een verhaal over de mysterieuze dood van een koning, beschrijft dan het geweld van de Thaise staat tegen zijn burgers: drie bloedbaden en acties tegen recente protesten. ‘Hebt u spijt dat u akkoord gaf om met scherp tegen demonstranten te schieten?’ ‘Hoe moet je je anders verdedigen tegen mensen die je aanvallen?’

Daarmee heb ik alleen de feiten opgesomd. De manier van vertellen is compleet eigenzinnig. De film toont serieuze archiefbeelden à la een true crime documentaire, wisselt dat af met nogal homo-erotische videoclips, nagespeelde stukken, een stukje videogame, en – welja – een stukje pornografie.

De proloog geeft al aan dat de film alle regels probeert te overtreden die de Thaise overheid voor films heeft opgesteld. En dat is wat hij doet. Waar de meeste documentaires subtiel omgaan met schokkende beelden, zie je hier alle details. Behoorlijk ranzig af en toe. Gelukkig keek ik de film thuis en kon ik snel vooruit skippen maar in een zaal heb je die luxe niet.

Danse Macabre is zo’n film die vol gas gaat, geen remmingen heeft. Dat dwingt respect af voor het lef maar leidt wel enorm af van wat de film nu wil vertellen: een boodschap over de politieke geschiedenis van Thailand. De filmmakers Thunska Pansittivorakul en Phassarawin Kulsomboon kun je in elk geval niet betrappen op gebrek aan durf.

 

Private Footage

Private Footage – Met een browser door de Zuid-Afrikaanse geschiedenis
Regisseur en kunstenaar Janaína Nagata kocht een filmspoel op een veilingsite. 19 minuten found footage van een reis naar Zuid-Afrika zit in de spoel. Dieren, inheemse volken, blank en zwart.

Daarna worden de beelden teruggespoeld en kijken we er nog eens naar, maar nu met context. Via een  splitscreen zien we hoe een browser wordt geopend en zoekt de surfer het verleden van Zuid-Afrika erbij, via foto’s, Wikipedia en video’s. Een blikken stem leest voor. Het Krugerpark, opnamen van Durban en Transkei (kathedraal, strand, vlag, riksja): in bijna al die details zit iets van de rassenscheiding.

Een fraai experiment: de geluiden bij de beelden maakt het nog even iets unheimischer. Als de maker een relatie blootlegt tussen een medicijnman in Transkei en de blanke overheersers wordt het echt mysterieus. Je moet een passie voor geschiedenis hebben maar er zijn weinig betere middelen om dat te krijgen dan deze film. Die oogt als een feilloze researchsessie maar ik vermoed dat de timing van ieder beeld goed doordacht is.

Een beetje herkenbaar voor ondergetekende, aangezien ik soortgelijke research online heb gedaan voor de Camera Obscura Specials. Dit gaat dus ook een keer over het internet als ongelooflijke bron van informatie en hoe je dat kunt gebruiken.

 

A History of the World According to Getty Images

A History of the World According to Getty Images – Publiek of commercieel domein?
A History of the World According to Getty Images sluit naadloos aan bij Private Footage; de browser in de vorige film bezoekt zelfs eventjes de site van Getty Images. Alleen gaat het hier niet om de geschiedenis maar om de rechten van de beelden van die geschiedenis.

We zien allerlei klassieke films langskomen met het watermerk Getty Images. Daarna nog een keer. Dan vertelt regisseur Richard Misek meer over de oorsprong van de beelden, die niet zelden uit het open domein kwamen. Het is vreemd dat de beelden ooit wel gratis waren en bedoeld waren om belangrijke momenten in onze geschiedenissen te laten zien. Ze zijn nu alleen nog te koop. ‘Een houdgreep van de commercie’, noemt IDFA dat.

Misek vindt dat niet fair maar vond een loophole: je kunt deze film gratis downloaden en dan alsnog alle beelden bekijken. Interessante film van slechts 20 minuten vertelt meer dan menig documentaire van anderhalf uur.

 

A Stretch of Time

A Stretch of Time – Game vs. Film vs. Kunstwerk
Gezicht geeft een opdracht. Een man met alleen zichtbare handen (bekend concept van de game Half-Life) moet in de kelder iets doen. Hij komt daar in een kolossaal en levend archief.

IDFA legt het ons uit: ‘A Stretch of Time is een nieuw hoofdstuk in het doorlopende project False Mirror van kunstenaar Ali Eslami.’ Eslami woont in Amsterdam.

Deze game die je niet kunt spelen (mensen kijken ook vaak naar gamers via livestreams) duurt slechts 22 minuten. Het is eigenlijk game noch film noch kunstwerk, maar een fusie van die dingen. Het is vooral aardig als je met alle drie de vormen bekend bent; zoals dat geklungel met auto’s in een tunnel absoluut herkenbaar is als je bijvoorbeeld een game als Grand Theft Auto hebt gespeeld. En het enorme archief prikkelt de fantasie.

Niet perfect maar ik hou wel van zulke experimenten. Drang naar experimenten en gebruik van fantasie zoals in deze film zorgen ervoor dat de familie van de documentaire blijft groeien.

 

Striking Land

Striking Land – Een uur staren naar natuur
Een uur lang kijken we naar landbouwers in Portugal. Vooral mensen op leeftijd die oldskool aan landbouw doen. En die respectvol met de natuur omgaan.

Er zijn geen interviews – alleen beelden. Broek schoon pulken. Tractor die rondrijdt. Aardappels in een zakje doen. Schoffelen in het bos. Grond begieten met water. Paard knippert met zijn ogen. Blootvoets door de maïs/gerst lopen (te weinig kennis van zaken om dat verschil te zien). Paal in de grond duwen. Dode takken ergens heen smijten.

Genoeg van alle stressvolle, dramatische documentaires? Dan is Striking Land een goede om te gaan kijken. ‘De geluiden van de vaak repetitieve, bijna meditatieve verrichtingen vormen een soort hartslag van de natuur’, schrijft IDFA eigenlijk wel heel goed. Dat is precies hoe ik het ervaarde.

Misschien is Striking Land de minst opvallende film van het festival maar stiekem toch wel de beste. Geen dialoog, geen verhaal, gewoon beelden, die je wel tien keer achter elkaar kunt zien (ik heb het twee keer gedaan, maar moet bekennen dat ik bij de eerste keer in slaap viel). Ik vond het geslaagd in veel opzichten – ook omdat deze mooie beelden je simpelweg gelukkig maken. In elk geval wint Striking Land de prijs voor de meest Kossakovsky-achtige film die IDB ieder jaar officieus uitreikt.

 

The Anticipation of Rain

DocLab – Kunstdocumentaires via een VR-bril
Aangezien de meeste documentairegangers – inclusief de pers – DocLab in de Brakke Grond overslaan, wil ik hier nog wel even iets vertellen over het meest experimentele hoekje van het festival.

Ik denk zelf dat virtual reality (VR) op een punt staat om toegankelijker te worden. Dan kan het net als een tv in iedere huiskamer te vinden zijn (met alle gevolgen van dien, zoals mensen die hun nek breken omdat ze struikelen over een stoel). In potentie kan VR (onder andere) de wereld van documentaires compleet veranderen. Zoals er nu ook al games zijn alleen voor VR. Alleen gewenning en kosten staan ons in de weg.

Bekijk de trailer van Plastisapiens om een idee te krijgen van een VR-film.

Het punt is dat VR nieuwe zintuigelijke ervaringen ontsluit. Je ogen zien 360 graden film op je ogen. Je kunt virtueel dingen pakken of aanraken. Geluid krijg je via koptelefoons. Bij de film/ervaring van The Anticipation of Rain (zie: foto) kreeg ik ook geuren te ruiken.

Er is dus ontzettend veel mogelijk in wat in feite een fusie tussen game, kunst en documentaire is. Als fan van alle drie ben ik dus heel nieuwsgierig naar deze ontwikkelingen. Ik heb eerder over experimentele kunst in deze vorm geschreven. En VR is ook weer niet zo kakelvers: de geschiedenis ervan gaat terug naar 1970. En wist je dat Fassbinders Welt am Draht met VR te maken heeft? Uit 1973!

Er is alleen een ding… Bij bezoek aan DocLab Gallery (je reserveert een blok van een uur en kan kiezen tussen zes films) bleek het telkens terugkerende probleem van VR: de techniek is hoogdrempelig. Voor welke vorm van documentaires kijken heb je een assistent nodig om te kunnen kijken? Het is een gedoe om de VR-bril op te zetten en te gebruiken. Knoppen indrukken en dingen pakken etc. gaan niet altijd zo makkelijk als je er niet mee bekend bent. Daarnaast kun je moeilijk meer communiceren in het echt als je niets meer ziet, hoort of voelt. Dus ook niet als het misgaat. 

The Antipication of Rain heb ik bijvoorbeeld – bleek later – niet gezien. Ik keek wel naar een mooi bewegend plaatje van een landschap en wachtte tot een regenbui langzaam zou verschijnen. Ik dacht dat de film ook ging over onthaasting (dat krijg je ervan als je je nooit inleest). Toen de film afgelopen had moeten zijn, was er bij mij nog niets gebeurd. (Waar het nu misging, weet ik niet. Ik vroeg nog nadrukkelijk of ik nog ergens op moest klikken en dat hoefde niet.)

En bij Kristine is not Well van Seeyam Quine moest ik bij een hysterische uil op een knop drukken maar ik had geen idee waar de knop zat of hoe ik eraan moest komen en bleef daar vijf minuten hangen, tot ik het opgaf en de bril maar probeerde af te doen. Gelukkig kwam er snel assistentie.

Bij alle grote uitvindingen zijn er kinderziekten. Ik blijf heel nieuwsgierig naar nieuwe ontwikkelingen op dit punt. De documentairewereld staat op een punt dat het deze experimenten meer moet gaan omarmen, wil het niet een eeuwige recyclemachine worden van veel praktisch dezelfde soort verhalen. Wellicht dat je in de toekomst ‘oldskool’ documentaires kunt zien in een zaaltje in de Brakke Grond en je voor interessante VR-voorstellingen naar Tuschinski 1 gaat.

 

20 november 2022

 

IDFA 2022 – Deel 1: Openingsfilms
IDFA 2022 – Deel 2: Azië, anders
IDFA 2022 – Deel 3: Muziekdocumentaires
IDFA 2022 – Deel 4: Mensen aan het werk
IDFA 2022 – Deel 5: Oekraïne
IDFA 2022 – Deel 6: Pioniers

 


MEER FILMFESTIVAL

IDFA 2022 – Deel 6: Pioniers

IDFA 2022 – Deel 6:
Pioniers

door Bob van der Sterre

Sommige mensen leiden ongewone levens waar je niet snel aan zou denken. Ze zijn vaak pioniers in het een of ander. IDFA 2022 biedt veel films die deze ongewone levens gretig vastleggen.

 

Wildcat

Wildcat – Ocelottherapie voor gevorderden
Britse soldaat Harry raakt depressief na zijn tour in Afghanistan. Zijn oplossing: vliegen naar zo ver mogelijk, de jungle in Peru. In de jungle ontmoet hij Samantha, die er een dierenopvang runt. Ze krijgen een relatie.

Harry krijgt de lastige taak om een predator, een ocelot, zelfstandig te laten worden. Dat betekent dat hij het beestje moet leren jagen, wat nog nooit eerder gedaan zou zijn in een reïntroductieprogramma. ‘Pak die muis! Doe wat je moet doen als jager!’

Dat jagen gaat met vallen en opstaan. Dan is er een bijna dodelijke spin, of jagers, of illegale houtkappers. Persoonlijk gaat Harry ook door duistere tijden.

Een fors applaus na afloop gaf aan dat de vlotte film er in ging als koek. De film van Melissa Lesh en Trevor Beck Frost (die zelf ook vertelde dat hij kampte met een depressie) is dan ook vaardig in elkaar gezet. De liefde van Harry voor zijn ocelots is immens en herkenbaar als je zelf dieren hebt. Daarnaast is de liefde van zijn familie, die hem bezoekt in de jungle, ook ‘wholesome’ te noemen.

Sterkste punt van Wildcat is dat het niet alleen over natuur, maar vooral over psychologie gaat. Harry legt zijn hele persoonlijkheid in het zelfstandig maken van het dier. Hij projecteert al zijn liefde op dat ene wezen. Als het dan minder gaat, gaat het ook met hem minder. Hij begint zichzelf te snijden. ‘Ik ga naar het meest afgelegen plekje van de planeet en ik zit nog steeds met dit hoofd!’ Ook bij Samantha zit iets: zij had een alcoholische vader. Maar haar problemen zitten minder diep dan bij Harry.

De film blijft boeien door de combinatie van drie punten: hun complexe verhouding, Harry’s ongelooflijke kracht om door te gaan en de buitengewone beelden als hij ‘s nachts de jungle in trekt om de ocelot te leren jagen. Een minpuntje vond ik het te gladde einde, waarmee de docu iets te goed past bij kijkers van streamingdiensten.

 

Girl Gang

Girl Gang – Een puberende influencer
Leonie is 14 en influencer. Ze heeft 500.000, nee 600.000, nee 700.000 volgers op Instagram. Ze Tiktokt, YouTubet en verdient veel geld als ze cheeseburgers van McDonald’s aanprijst en duizenden andere producten. En niet alleen zij verdient veel geld, maar ook haar ouders, die vervolgens ook beginnen te influencen.

Deze film van Susanne Regina Meures (productie Christian Frei) verraste me omdat het redelijk objectief het leven van een influencer vastlegt. De influencer zelf, natuurlijk nog maar een tiener, die moet werken voor de kost. ‘Stop nou met zeuren, ik regel het wel hoor!’ De ouders, die proberen ouder te zijn en tegelijkertijd manager van hun ster. En bij wie de aandacht toch ook kriebelt. De fans, die soms last krijgen van parasociaal gedrag.

Wil je discussies na afloop, ga dan naar deze film. Deze biedt genoeg stof om over te kletsen bij een goed Belgisch biertje. Is dit nog ‘een normale familie’? Welk effect heeft beroemd zijn voor je persoonlijke ontwikkeling als je nog kind bent? Wat is eigenlijk de precieze verantwoordelijkheid van de ouders? Mag ze eigenlijk wel zo jong zoveel werken? Komt er bij dat influencen talent kijken of ben je een toevallige optelsom van je publiek? Is verslaving aan social media geen groot probleem? De film is simpelweg te kort om meer te kunnen doen dan alleen aanstippen.

Het is niet de eerste film over dit onderwerp. Zo heb je ook al de Poolse speelfilm Sweat. Er zijn er ook een paar op streamingdiensten te zien maar die zoeken vooral het sensationele op (Fake Famous en Bad Influencer). Deze film ging letterlijk over het leven van een influencer.

De film is vlot gemonteerd – hier en daar met niet zo storende voice-overs van de hoofdpersonen – en laat genoeg hilariteit achter de schermen zien: gedoe met ballonnen als ze weer een mijlpaal heeft bereikt, vader die niets begrijpt van filters op Instagram, Zwitsers die niet over de brug willen komen met geld, moeder die te ijverig haar mailbox opruimt. Soms is het ook wrang: zoals dat de dochter alsmaar nieuwe content moet maken in plaats van gewoon een beetje dollen met haar vrienden. Het meest aandoenlijk was het meisje dat het account van de fanclub beheert en eigenlijk gewoon vrienden wil hebben; een terechte keuze van de regisseurs om die in het verhaal te betrekken.

Ondertussen denken de kat en de hond: het zal allemaal wel.

 

Uncanny Me

Uncanny Me – Je eigen avatar voor modeshows
De coronatijd was een groot probleem onder andere voor de modewereld. Het zette model Lale aan het denken: wat als ik een eigen mode-avatar heb? Nooit meer moeten reizen, nooit meer shoots doen, kortom: je virtuele jou werkt voor jou, terwijl je lekker in je huis solitaire aan het spelen bent.

Met je eigen avatar ben je ook op de toekomst voorbereid want de hele industrie wil graag kosten besparen. Een echte pionier dus.

Documentairemaakster Katharina Pethke leek het aardig om dit experiment vast te leggen. We zien hoe Lale’s lichaam wordt vastgelegd in computers. Een boeiend proces om jezelf terug te laten brengen tot een bestandje. Het heeft alleen wel veel juridische haken en ogen, zoals Lale merkt. Pethke vertelde in de Q&A dat het experiment voorlopig is stopgezet.

Goed verzorgde productie met prettige neutrale houding (dus geen focus op alle gevaren). De film heeft in tegenstelling tot veel andere docu’s ook een prima lengte (45 minuten). Daarnaast is het einde ook echt een mooi einde – dat is ook vaak nogal anders. En dat de film geen antwoorden geeft, is voor Pethke geen issue: ‘Ik stel alleen vragen, dat is mijn filmfilosofie.’

 

The Land

The Land – Letse Boeren hebben lol
Steeds meer Letten keren terug naar het platteland. Een stuk of tien nieuwe boeren in een bepaalde regio komen in deze film aan het woord over hun vak. Waar Letse boeren vroeger in Sovjettijden het grotere doel moesten nastreven, kunnen ze nu met hun eigen passies bezig. En daar worden ze blij van.

De alternatieve boer stopt aardappelen in het hooi in plaats van in de grond (‘Ik zie mezelf niet als veehouder, maar als een grasboer’). Een boer met gevoel voor marketing geeft proeverijen van zijn shmakovka. Een andere boer verkoopt zijn kazen op de markt (‘Het maakt niet uit of ik ze verkoop. Anders zet ik ze op de plank. Ze blijven houdbaar’). Een dame maakt kinderboeken over het boerenleven. Een oudere vrouw heeft nog één koe (‘Ze geeft me wat te doen’). En dan is er nog een jongen van twintig die scheuren met de auto leuker vindt dan het boerenwerk.

Boeren zijn net zo divers als mensen. Dat is wat regisseur Ivars Seleckis hier wil laten zien. De film draagt duidelijk zijn handtekening. Seleckis (nu 88) maakte in de jaren zeventig een film over veranderingen in de landbouw van toen nog Sovjet-Letland. En nu is de toon aanmerkelijk positiever omdat de boeren hun eigen keuzes kunnen maken.

Seleckis praat hij de hele film aan elkaar (wat in ieder handboek staat om niet te doen, maar hij doet het lekker toch). Een laconieke vertelstem à la Werner Herzog. ‘Ze deed een cursus in tractor- en bulldozer besturen. Maar kook- en psychologie-skills bleken toch bruikbaarder.’

Dit is een laidbackwereld met veel gelukkige mensen. En dat is ook wel mijn kritiek: het is wel heel erg laidback, ontspannen, en het oogt soms zelfs wat kinderachtig (door die voice-over van Seleckis en de sprookjesmuziek). Het boerenbedrijf is hier totaal anders dan de film Les Fils de la Terre die ik ooit ook zag op IDFA, over de toename van zelfmoorden onder Franse boeren. Zoals gebruikelijk zal de waarheid wel weer in het midden liggen.

 

19 november 2022

 

IDFA 2022 – Deel 1: Openingsfilms
IDFA 2022 – Deel 2: Azië, anders
IDFA 2022 – Deel 3: Muziekdocumentaires
IDFA 2022 – Deel 4: Mensen aan het werk
IDFA 2022 – Deel 5: Oekraïne
IDFA 2022 – Deel 7: Een zee van experimenten

 


MEER FILMFESTIVAL

IDFA 2022 – Deel 5: Oekraïne

IDFA 2022 – Deel 5:
Oekraïne

door Jochum de Graaf

In de zomer kondigde IDFA aan dat ze zeven Oekraïense documentaireprojecten zou gaan ondersteunen. Met een oorlog die eind februari begon, is de verwachting dat we het resultaat pas op een volgend IDFA te zien krijgen. Toch is er een aantal belangwekkende films op tijd voor deze editie afgekomen. Daarnaast presenteert vaste gast Sergei Loznitsa twee afleveringen uit zijn niet aflatende serie over de Tweede Wereldoorlog die ook met het oog op deze oorlog hoogst actueel zijn. En er is een indringende docu over jongeren in Rusland.

 

Mariupolis

Mariupolis en Mariupolis 2
Hoe zou het toch in Marioepol zijn? Na hevige gevechten en de wekenlange slag om de Azovstal-fabriek kwam de strategisch gelegen havenstad aan de Zwarte Zee eind mei in Russische handen. Sindsdien komt er nog maar weinig nieuws uit de stad die zo ernstig had te lijden en is de aandacht alweer lang verlegd naar andere steden plaatsen en gebeurtenissen.

De Litouwse cineast Mantas Kvedaravičius maakte voorjaar 2015, kort na de Russische bezetting van de Krim een portret van de stad. Mariupolis (de film heeft geen nummering, Kvedaravičius wist toen nog niet dat er een tweede aflevering zou komen) geeft geen beeld van hoe het ook alweer zover gekomen was, waarom de stad zo belangrijk was en laat niet de slag om Marioepol die de Russen in 2014 nog verloren buiten beschouwing.

In Mariupolis lijkt het gewone leven ondanks de Russische dreiging al weer opgepakt te zijn. De tram vertrekt ‘s ochtends vroeg in de mist. Een dochter gaat met haar vader voor het eerst vissen in een boot op zee. In een danszaal wordt gerepeteerd voor een grote uitvoering, een legereenheid doet oefeningen, een schoenmaker in zijn werkplaats, met opmerkelijk genoeg een foto van Brezjnev aan de muur, vertelt hoe erg het was een jaar geleden, maar dat hij niet zo bang is voor de Russen. In een hal op het enorme Azovstal-complex krijgen de arbeiders een veiligheidstraining. We worden nog wel even opgeschrikt als we een verslaggeefster volgen die een reportage maakt over een afgegaan explosief. Maar de viering van de 9e mei, het einde van de Grote Vaderlandse Oorlog, de discussies met de veteranen en even later de voorbereiding op een bruiloft in het grote gemeenschapshuis is al weer het leven van alle dag.

Kvedaravičius, opgeleid als antropoloog, filmt zijn mensen zeer dicht op de huid, laat vooral de gezichten zien, zoomt slechts een enkele keer uit. Hij maakt zijn observaties van gewone mensen in zeer bijzondere omstandigheden. Plaats-, naam- of tijdsaanduidingen ontbreken, de grote gebeurtenissen blijven op de achtergrond.

Mariupolis 2

Dit procedé past hij ook toe in Mariupolis 2. Twee weken na de Russische invasie besloot hij dat hij terug moest naar zijn geliefde Marioepol. En nu zijn het vooral mensen die proberen te overleven in de oorlogsomstandigheden. Ook nu weer geen beelden van gevechtshandelingen, geen mededelingen over het verloop van de strijd, al is de oorlog met explosies, bominslagen, geweervuur in de nabijheid en schuilen voor luchtalarm angstwekkend dichtbij. Het is een desolaat gebied, in de huizen en gebouwen is geen raam nog heel, overal puinhopen, alleen puinhopen. De hele dag en vaak ook ’s nachts explosies, bominslagen, rookwolken, vuurflitsen. Zo ongeveer moet de hel op aarde eruit zien.

We volgen een groep ouderen dagenlang onder in de schuilkelder van een kerk, ’s ochtends en ’s avonds gaat de pope voor in gebed. Na een paar weken moeten ze verkassen naar een nieuwe locatie. Er moeten een paar lijken uit een trapportaal worden geruimd, een paar mannen kijken of de auto nog gerepareerd kan worden. Wanneer er even stilte heerst, wordt een gat in de grond gemaakt, een vuur aangestoken, er wordt een grote ketel geplaatst en even later genieten de buren van een kom borsjt, hij is zowaar lekkerder dan gisteren. Ze proberen er het beste van te maken, maar je voelt dat het niet goed zal aflopen.

Mantas Kvedaravičius moest het maken van de film met de dood bekopen. Toen hij tijdens de opnamen tijdelijk de stad wilde verlaten, werd hij door de Russen ontvoerd en in koelen bloede vermoord. Zijn weduwe Hanna Bilobrova heeft de film in zijn geest afgemaakt. Je zou kunnen verwachten dat de film met de aanslag op Kvedaravičius zou eindigen. Maar de minutenlange slotbeelden, het uitzicht op de stad, met in de verte Azovstal en de wetenschap wat er met de maker gebeurd is, werken minstens zo sterk. Daar hoeft geen woord aan worden toegevoegd.   

 

When Spring Came to Bucha

When Spring Came to Bucha
Na een week van hevige gevechten was begin maart Boetsja een van de eerste steden die door de Russen werd ingenomen. Een maand later was de stad weer bevrijd en gingen de beelden van de verwoestingen, de verhalen over Russische oorlogsmisdaden en de vondst van massagraven de hele wereld over. De Oekraïense fotografe Mila Tesjajeva ging kort daarna samen met de Berlijnse filmmaker Marcus Lenz terug naar haar geboorteland en filmde hoe de bewoners uit hun schuilkelders kwamen en proberen hun leven weer op te pakken.

Al komt menige lijkzak voorbij, al te gruwelijke beelden blijven achterwege. We horen het verschrikkelijke verhaal over de man die even uit zijn huis werd gelokt en voor de ogen van zijn vrouw werd doodgeschoten, de aangrijpende getuigenis van de vrouw die 35 dagen in een kelder opgesloten zat zonder elektriciteit en water. We zien de moeder die aan de hulpverleners vraagt of ze het lichaam van haar zoon al hebben gevonden, hij moet te herkennen zijn aan de kogel door zijn hoofd en in zijn middenrif. Nee, nog niet gevonden, maar dat gaat zeker gebeuren. We zien de aanklagers die oorlogsmisdaden inventariseren aan het werk. Op de overvolle begraafplaats wordt een aantal keren per dag de mis voor de gevonden lijken opgediend.

Maar de film laat vooral ook zien hoe langzaam maar zeker het gewone leven zal worden opgepakt. Buren gaan bij elkaar op bezoek en beloven ondersteuning in de verwerking van het verdriet. Er worden gezamenlijke schoonmaakacties georganiseerd. Vluchtelingen keren terug uit het buitenland, in de zomer zijn de klassen op de basisschool al weer vol. Een ouder echtpaar schoffelt de tuin om en wijst de plek aan waar bloemen zullen opkomen volgend voorjaar, uiteraard met gele en blauwe bloemen. 

When Spring Came to Bucha is geen pessimistische film, maar eerst en vooral een mooi eerbetoon aan de veerkracht van de Oekraïners. 

 

Liturgy of Anti-Tank Obstacles

Liturgy of Anti-Tank Obstacles
In een atelier waar ze normaal heiligenbeelden maken, beitelen kunstenaars nu stevig in op de beelden. We horen liturgische koorzang, er staat een radio aan met de actuele situatie over de Azovstal-fabriek in Marioepol. De bedoeling is om de kruizen van de beelden los te bikken, die kunnen goed dienst doen als wegversperring.

Het motto van de Oekraïense schrijver Oleksandr Mykhed, waarmee de korte documentaire begint, wordt mooi in beeld gebracht: ‘De taal van de oorlog wordt nu door iedereen gesproken. En elke bajonet, ongeacht wat het is, telt.’

 

Away

Away
De Oekraïense vluchtelingen Andrej en Alisa kopen op de markt een set speelgoedsoldaatjes, eentje lijkt een beetje op Poetin. Ze beschilderen de soldaatjes en leggen ze op een geschilderde landkaart van de Oekraïne, een sterk anti-oorlogsmonument in een park in Boedapest dat de nodige discussie opwekt met nationalistische Hongaren, maar ook tot solidariteit van anderen leidt.

Ze werken in een kinderdagverblijf met Oekraïense kinderen die hun vluchtervaringen vertellen. Ze kijken op een app naar de vliegbewegingen boven hun hoofd, er is geen vliegverkeer meer naar Rusland. Andrej belt geregeld met zijn moeder die in Charkiv is gebleven, waar de stroom weer eens is uitgevallen. 

Away is een intiem hartverwarmend beeld van vluchtelingen, bekroond met de award voor de beste korte documentaire.

 

The Natural History of Destruction

The Natural History of Destruction
Loznitsa’s nieuwste film is gebaseerd op het gelijknamige boek van de Duitse schrijver W.G. Sebald waarin hij de moraliteit van de grootscheepse geallieerde bombardementen op Duitse steden in de Tweede Wereldoorlog aan de kaak stelt.

Het verhaal, misschien beter de argumentatie, wordt in die kenmerkende stijl van Loznitsa langzaam maar zeker en zeer zorgvuldig opgebouwd. We zien vredige plattelandstaferelen, grazende schapen, ganzen. Ook in de stad is het nog rustig, trams rijden door de straten, er is veel winkelend publiek, mensen zitten gezellig in het café, drinken wat, nemen een hap van een taartje, de camera pent door het café strijkt haast achteloos langs een statieportret van Hitler aan de muur. Dan wordt het donker en zien we vanuit de hoogte gefilmd ontploffingen op de grond, enorme rookwolken, een vuurzee. Het havengebied van een Duitse stad is volledig verwoest. Maar we krijgen ook de verwoesting van een Engelse stad te zien. In enorme fabriekshallen zien we merendeels vrouwelijke arbeiders bommen, kanonnen, granaten en ander wapentuig in elkaar zetten. Een ploegje soldaten stapelt de bommen op een lorrie, vervolgens worden ze stuk voor stuk onder de vleugels en in het ruim geladen. Een eskadron van een stuk of twaalf bommenwerpers stijgt op, vrolijk uitgezwaaid door achterblijvende militairen. We zien hoe een volgend bommentapijt gelegd wordt.

Churchill rijdt staande in een auto langs de verwoeste straten, hij spreekt met zijn befaamde toespraken de burgers moed in. Een auto met bedrukt kijkende hoge Duitse legerofficieren rijdt door een compleet weggevaagde woonwijk.

Montgomery houdt op een avond in de officiersmess een peptalk: ‘we weten niet hoe lang het nog zal duren, maar wij zijn veel beter uitgerust, hebben echt veel meer materieel’. De rechtvaardiging van de grootscheepse vernietiging van burgerdoelen wordt gevonden in de overtuiging dat er maar een antwoord op terreur is, namelijk tegen-terreur.

Loznitsa laat de gevolgen van die overtuiging scherp en duidelijk zien. Luchtbeelden van steden waar hele wijken zijn weggevaagd, straten die nauwelijks nog als zodanig te herkennen zijn, minutenlang de puinhopen van verwoeste woonwijken, de burgers, meest vrouwen, die een enorme slinger maken, elkaar een emmer doorgeven om smeulend vuur te blussen, het cynisme van een babylijkje onder kapotgeschoten huisraad.

In het licht van de Russische invasie in Oekraïne en de grootscheepse aanvallen op burgerdoelen en de vernietiging van de infrastructuur is de film een stevig statement in de discussie over oorlogsmoraal. 

 

The Kiev Trial

The Kiev Trial
Babi Jar. Context, Sergei Loznitsa’s film over de grootste massamoord op de Joden in een ravijn bij Kiev die op het vorige IDFA in première ging, eindigde met de onthutsend realistische beelden van de openbare executie van de dertien Duitse oorlogsmisdadigers die verantwoordelijk waren.

The Kiev Trial laat zien wat daaraan vooraf ging, in een hele secce stijl zijn de archiefbeelden van het proces achter elkaar gemonteerd. Januari 1946 komen de vijftien Duitse verdachten de rechtszaal binnen, gaan zitten en worden vervolgens een voor een naar voren geroepen. Stuk voor stuk geven ze aan dat ze schuldig zijn aan de aanklachten, een enkeling pleit op een aantal punten onschuldig.

Hen wordt in detail gevraagd naar hun daden in Meletopol, Rovno, Novomoskovsk en nog een reeks andere plaatsen. Nee, er is maar 75 procent van het goud van de Joden in beslag genomen; en nee, die 120 doden vielen niet allemaal op een dag; ja, er waren in bijna alle gevallen ook vrouwen en kinderen onder de slachtoffers. Een aantal getuigen vult het nog aan of corrigeert een enkel feit. En er is het verbijsterende getuigenis van de vrouw die zich urenlang tussen de lijken in het ravijn bij Babi Jar verborgen wist te houden en pas aan het eind van de dag in het donker naar boven wist te klimmen.

Het is een van de weinige punten in de film waarop je nog wat emotie hoort. Alleen bij het horen van de strafeis, dood door ophanging, klinkt applaus. Net als het publiek in de rechtszaal zit je met verbijstering maar ook met fascinatie naar het proces te kijken. De veroordeelden horen onbewogen het vonnis aan en geven desgevraagd aan dat ze de straf gerechtvaardigd vinden.

En ook de uitvoering is een haast klinische aangelegenheid. Het Kalininplein is op die zaterdagmiddag in februari 1946 vol, heel Kiev is uitgelopen om de executie mee te maken. En dan zie je ze weer op het schavot worden geleid, dezelfde beelden als in Babi Jar. Context. Nu komt het misschien nog veel duidelijker in beeld, beelden die nog wel even op je netvlies blijven hangen.

 

Manifesto

Manifesto
Angie Vinchito, ongetwijfeld een schuilnaam, schetst met deze found footage-montage van YouTube- en TikTok-filmpjes een grimmig beeld van het opgroeien van Russische jongeren. Manifesto begint nog luchtig: meisjes en jongens staan op, laten zien hoe ze hun tanden poetsen, gaan onderweg in de metro, dreigen te laat te komen op school, maar dat deert niet want het is toch het eerste uur en de docent is ook niet altijd op tijd.

Maar in de klas is het zelden normaal, ze worden uitgescholden als ze niet snel of goed genoeg antwoord geven, vernederingen zijn aan de orde van de dag, sommige docenten, ook vrouwelijke laten de handen wapperen. Er wordt ze de Russische normen en waarden bijgebracht, homoseksualiteit is uit den boze, bij meisjes wordt de onderdanigheid er in gestampt: ‘een vrouw moet altijd klaar staan wanneer de man dat wil’. Er heerst een onveilig en onzeker klimaat. Wanneer ze aan een evacuatie meedoen, is velen niet duidelijk of het nu een oefening of gewoon echt is. Even later trekt een losgeslagen jongen schietend en schreeuwend door het schoolgebouw een stuk of twintig slachtoffers achterlatend.

Anderen komen in aanraking met de politie omdat ze meedoen aan een demonstratie, worden hardhandig opgepakt omdat ze steun aan oppositieleider Navalny hebben betuigd of zich tegen ‘de speciale operatie in Oekraïne’ hebben uitgesproken. Een meisje met uitgelopen mascara maakt snikkend haar diepe excuses aan de Tsjetsjeense leider en Poetinvazal Ramzan Kadyrov die ze kennelijk beledigd heeft.

Manifesto krijgt een huiveringwekkende ontknoping met het stel Denis en Katya die na het plegen van een grove misdaad in een vakantiehuisje met het geweer in de hand de komst van de Speciale Interventie eenheid afwachten. Deze docu schetst een weinig hoopvol beeld van de nieuwe generatie jonge Russen. De film won de Envision Competition.

 

19 november 2022

 

IDFA 2022 – Deel 1: Openingsfilm
IDFA 2022 – Deel 2: Azië, anders
IDFA 2022 – Deel 3: Muziekdocumentaires
IDFA 2022 – Deel 4: Mensen aan het werk
IDFA 2022 – Deel 6: Pioniers
IDFA 2022 – Deel 7: Een zee van experimenten

 


MEER FILMFESTIVAL

IDFA 2022 – Deel 4: Mensen aan het werk

IDFA 2022 – Deel 4:
Mensen aan het werk

door Bob van der Sterre

Mensen werken overal ter wereld, in allerlei beroepen. Genoeg documentaires staan stil bij dit wonderlijke fenomeen. Dit artikel over IDFA gaat over al die mensen die elke dag ergens ter wereld opstaan om iets te gaan doen.

 

The Pawnshop

The Pawnshop – Bieden op een mammoettand
In Bytom – een oude industriestad vlakbij Katowice – proberen Wiesiek en Jola een pandhuis te runnen. Een soort commerciële kringloopwinkel. Mensen verkopen spullen en de winkel verkoopt ze weer door met een kleine winst.

Vanuit het centrum van Bytom zijn ze verhuisd naar een grote loods in een vervallen buurt. Het valt niet mee als je inkomsten tegenvallen en je maar 12 euro per week krijgt betaald. Een lentefeest maakt het enigszins draaglijker. Daarnaast is er veel armoede en leed in de buurt, dus delen ze soms soep uit en geven ze een jas aan een dakloos meisje.

De film heeft een paar prachtige uit-het-hart ontboezemingen van ongelukkige klanten. Die treffen je als kijker toch meer dan welk geacteer in een dramatische speelfilm. De ruzies tussen Jola en Wiesiek als hij het karige geld opnieuw liever spendeert aan de zaak. Klanten die bizarre dingen proberen te slijten, zoals de man die ‘een originele mammoettand’ verkoopt. Een lekkage die wordt gefikst door een man die alles met een brander oplost. ‘Je verbrandt de kabel van de boiler!’ ‘Dat is niet mijn schuld!’

Een luchtige film maar wat een hoop leed schuilt er achter die luchtigheid. Geweld, drank, alcoholisme: ze spelen een rol bij vrijwel iedereen, zowel klanten als personeel. Een gezellige familie maar overleven is niet eenvoudig.

Prettig wegkijkende documentaire maar dat is misschien ook het probleem: soms voelt het (zoals vaker in moderne documentaires) te gescript aan. Het is logisch dat documentaires ook scripts maken om een verhaal te vertellen. Soms gaat het allemaal wel érg soepel. Zoals de twee dames die even gaan zitten voor een goed gesprek over mishandelende mannen. Documentaire of speelfilm? Die discussie is al zo oud als Nanook of the North.

 

Gigi le Legge

Gigi le Legge – Mysterieus portret van een wijkagent
Gigi is wijkagent bij een politiebureau in een klein stadje in Noord-Italië. Op een dag vinden ze een lichaam bij het spoor, waar mensen soms zelfmoord plegen.

Hij vindt een man op de fiets verdacht maar kan niets doen. Dat hoort niet bij zijn werk als straatagent. Wel bij zijn werk horen flirten met de nieuwe medewerkster, doelloos rondrijden en ruzie maken met zijn buurman.

Gigi le Legge oogt met de trailer als een grappige, vermakelijke documentaire. Dat is het niet helemaal. Het heeft wel grappige momenten maar het is vooral een film met veel mysterie. En dat verraste me.

Achter het karakter Gigi zitten diverse onopgeloste zaken. Hoe zit het met de overleden persoon en wat is zijn obsessie met de fietser? En wie is die Gigi nou eigenlijk over wie deze film gaat?  ‘Doe met haar niet je Gigi-dingen’, waarschuwt een collega. Alleen via een paar fragmenten krijgen we een beeld van hem: vriendelijk, eigenwijs en liberaal met regels. De droomscène in zijn tuin – hij zoekt een indringer – maakt de film nog vreemder.

Veel kijkers willen een portret dat ergens toe leidt, met een duidelijk verhaal vol drama, etc.. Dit is een ander soort film: een film die oogt heeft voor het gewone, simpele en menselijke van het bestaan zonder de pretentie te hebben om het hele leven van een persoon terug te kunnen brengen tot anderhalf uur cinema.

 

Petit Taxi

Petit Taxi – Babbelen in Casablanca
Oussama is taxichauffeur in Casablanca. Hij rijdt verschillende mensen rond en voert prettige, openhartige gesprekken.

Een studente wil graag jongensdingen doen, want een meisjesleven is saai, een man vertelt over zijn droom en een andere passagier vertelt hoe het is als je naar het buitenland gaat, want daar is Oussama nog nooit geweest.

28 prettige minuten biedt deze film. Echt vernieuwend is het niet. Maarten Spanjer maakte immers al het programma Taxi bij NCRV halverwege de jaren negentig. En dat is daarna nog heel vaak herhaald. In de kern is dit ook zo – net als Panahi’s Taxi Teheran – maar met een belangrijk verschil: Oussama is een échte taxichauffeur.

Film van Samu Sidali geeft een aardig inzicht in de bewoners van de grote stad maar ook niet veel meer dan dat.

 

A Provincial Hospital


A Provincial Hospital
– Corona in de Bulgaarse provincie
In een klein provinciaal ziekenhuis is het alle hens aan dek voor afdeling waar coronavirusslachtoffers worden verzameld. Een patiënt ziet het niet meer zitten (‘Waar liggen de handboeien ook alweer?’), een ander wil fetakaas op brood, een derde mag naar huis en de laatste eindigt in een bodybag.

Typische fly-on-the-wall documentaire. Aardig wat keren is de maker stiekem aan het luistervinken. We horen grappen over de Bulgaarse volksaard. We zien een probleem met de zuurstof (‘Waar dienen deze knoppen voor?’). De vrouw die naar huis mag en van grote blijheid in een keer overgaat in grote tranen. De tafeltennisser die moedeloos wordt van zijn besmetting. Geklooi met hesjes en plastic maskers. ‘Waarom doe ik het nu uit als ik weer naar die patiënt moet?’

De film bewijst dat je als mens op moeilijke momenten bijna vanzelf móet lachen. Vandaar de vele flauwe grappen in deze film. De verpleegsters en de arts kunnen hun zwarte humor gelukkig niet voor hen houden: ‘Pas op, laat het lichaam niet vallen met de camera achter ons!’ Het zal voor verpleegkundigen en artsen wel herkenbaar zijn.

Het is natuurlijk niet alleen jolig en luchtig want er sterven ook aardig wat patiënten. Het doet je als kijker zelf ook wel weer terugdenken aan die vreemde periode waarbij je in het nieuws las hoe overal mensen bij bosjes stierven door het coronavirus. Deze film documenteerde deze periode uitvoerig en is alleen al daarom een waardevol document. Een minpuntje is dat de film met twee uur wat traag wordt. Nog een kritisch rondje in de editing had de film geen kwaad gedaan.

 

17 november 2022

 

IDFA 2022 – Deel 1: Openingsfilm
IDFA 2022 – Deel 2: Azië, anders
IDFA 2022 – Deel 3: Muziekdocumentaires
IDFA 2022 – Deel 5: Oekraïne 
IDFA 2022 – Deel 6: Pioniers
IDFA 2022 – Deel 7: Een zee van experimenten

 


MEER FILMFESTIVAL

IDFA 2022 – Deel 3: Muziek – documentaires

IDFA 2022 – Deel 3:
Muziekdocumentaires

door Jochum de Graaf

Spraakmakende muziekdocumentaires zijn zo langzamerhand een vast onderdeel van IDFA. Dit jaar is er een mooi eerbetoon aan drie zangeressen, krachtige persoonlijkheden die ieder op eigen wijze een belangrijke rol in de geschiedenis van hun land speelden. Daarnaast spreekt de actuele geschiedenis van een lied, het verhaal van een legendarische rockster en een rockster die de politiek ingaat zeer tot de verbeelding.

 

Miúcha, The Voice of Bossa Nova

Miúcha, The Voice of Bossa Nova
Van de drie films over zangeressen is dit de muzikaalste. De rol van Heloïsa Buarque de Hollanda, een naam die ze veranderde in de artiestennaam Miúcha, is altijd onderbelicht gebleven. In de film, gemaakt na haar overlijden in 2018 door haar neef Daniel Zurvos, vertelt ze aan de hand van dagboekfragmenten, brieven aan familie en geliefden, fraaie collages van haar aquarellen en niet te vergeten in vele songs uit haar bewogen carrière haar levensgeschiedenis.

Ze groeit in de jaren vijftig op in een artistiek gezin in de culturele elite van Sao Paulo. Een bezoek van Jean-Paul Sartre en vooral van Simone de Beauvoir, wegbereider van het feminisme, maakt diepe indruk op haar. Het is een belangrijke reden om in 1960 in Parijs te gaan studeren, de tijd van het existentialisme. Min of meer toevallig rolt ze in de muziek, gaat optreden in cafés van Saint-Germain des Prés en ontmoet zo João Gilberto, de grondlegger van de bossanova, de lome jazz op het ritme van de samba, die zo goed bij dat tijdperk paste.

Het levert mooie scènes op van de bohemiens, zwart-wit beelden van rokerige etablissementen met veel drank en gelach, een instructie hoe je de bossanova zou moeten dansen. Ze  trouwen en gaan in 1965 naar New York waar Gilberto al gauw furore maakt, ze krijgen een dochter, maar een gelukkig huwelijk wordt het niet. In 1971 scheiden ze, maar blijven wel samenwerken.

In 1975 maakt Miúcha haar platendebuut op het album The Best of Both Worlds, dat Gilberto samen met jazzgrootheid Stan Getz opneemt. Uit de beelden van de opnamen komt Gilberto naar voren als een jaloerse, autoritaire man, je ziet hem valsig naar haar kijken, telkens corrigerend dat ze iets te langzaam of juist iets te hard zingt. Miúcha kijkt zelf er met de nodige verbazing op terug dat juist zij als verondersteld feministe zich zo volgzaam en dienstbaar aan zijn carrière opstelde. Ze beschuldigt hem van het regelrecht stelen van melodieën die zij bedacht heeft.

Het keerpunt bereikt ze wanneer ze een aantal jaren later gaat samenwerken met andere sleutelfiguren uit de bossanova: Tom Jombim, Vinicius de Moraes. Ze beleeft het zelf als een sprookje dat haar lijkt te overkomen. Haar vorige leven met Gilberto vervaagt meer en meer, ze vraagt zich op een gegeven moment af of hij wel echt bestaan heeft of misschien is verzonnen. De film ontrukt de vrouw die met alle grootheden van de bossanova gewerkt heeft voorgoed aan de vergetelheid.

 

Cesária Évora

Cesária Évora
Het zijn de voeten, brede, blote, platte voeten, uitstekend onder een lange wijde bloemetjesjurk. De camera brengt ze in de beginscène langzaam uitzoomend in beeld. En dan is er die stem, die krachtige diepe emotie rakende stem die een weemoedig, melancholisch lied inzet. Het is meer strompelen dan lopen als ze het podium opkomt, van een swingend voorkomen moet ze het niet hebben. Maar zo gauw ze haar mond opendoet, weet je, hier staat een persoonlijkheid die een hele cultuur een stem geeft. Cesária Évora is de folkzangeres die vrijwel in haar eentje de morna – de blues met klarinet, viool, piano percussie van Kaapverdië – op de wereldkaart zette.

In haar jeugd, ze is van 1941, heeft ze al vroeg de zorg voor haar blinde moeder, wordt in een door strenge nonnen geleid weeshuis geplaatst. Eenmaal volwassen leeft ze elf jaar in zelfverkozen isolatie, waar ze door een paar bevriende muzikanten uit verlost wordt. Tot haar vijftigste blijft ze in een ernstig vervallen huisje bij het strand zonder water en elektra wonen. In beperkte kring geniet ze dan enige bekendheid met optredens op bruiloften en partijen. Het is de ontmoeting, eind jaren tachtig, met muzikant José da Silva, die haar carrière een enorme boost geeft, hij ziet in haar een Kaapverdische Billie Holiday of meer nog misschien Edith Piaf. Haar eerste album La Diva aux Pieds Nus (1988) wordt in Frankrijk uitgebracht en zorgt voor een enorme doorbraak.

Maar het grote succes verandert haar niet. Ze blijft met haar blote voeten op de grond staan, heeft altijd geboorte-eiland Sao Vicente in haar hart, verloochent nooit haar afkomst. Op tournee komt er meestal cachupa, het traditioneel Kaapverdische bonengerecht, op tafel. In het begin laat ze zich in baar geld uitbetalen om aan familie en vrienden uit te delen. Na een Amerikaanse tournee gaan er acht grote koffers met cadeaus en geschenken mee naar huis. En op Sao Vicente is ze dan gewoon weer Cesária, Cive, de eenvoudige volksvrouw die blootsvoets op het strand met een kip in haar hand loopt.

Cesária Évora vertelt ook over haar podiumangst, het vele roken en drinken waar ze maar moeizaam vanaf komt. Met het verstrijken der jaren wordt haar stem droeviger, vanaf 2005 gaat het met de gezondheid bergafwaarts. Ze krijgt een aantal beroertes, wordt als bipolair gediagnosticeerd, later manisch depressief, toeren gaat niet meer. In 2009 neemt ze nog wel een album op, na een volgende beroerte moet ze in september 2011 haar carrière beëindigen. Een paar maanden later overlijdt ze aan hartfalen. Er volgt een maand van nationale rouw, er wordt een vliegveld naar haar genoemd en de morna wordt op de Werelderfgoedlijst van Unesco geplaatst. De film is een prachtig innemend portret van de koningin van het Kaapverdische levenslied.

 

Nothing Compares

Nothing Compares
Voor Sinead O’Connor was het nooit de bedoeling geweest popster worden. Maar het betekende voor haar wel de ontsnapping aan het streng katholieke milieu, de bevrijding van een onveilige jeugd met een gewelddadige moeder. Op haar veertiende wordt ze op een katholieke tuchtschool geplaatst, liefdeloos regime van nonnen. Als ze een paar jaar later op een minder strenge kostschool terechtkomt, krijgt ze de kans om in schoolbandjes op te treden en vestigt zich na een aantal bandwisselingen in Londen in 1986. Ze is dan net twintig. Een jaar later komt haar debuutalbum The Lion and the Cobra uit, waarop hits als Mandinka, Jerusalem, Troy. Ze wordt alom als een groot aanstormend talent gezien.

Maar ze gaat altijd haar eigen weg, recalcitrant als ze is, zet ze zich af tegen het uiterlijk vertoon waar rockstars op beoordeeld worden en scheert haar hoofd kaal, wat voor altijd haar handelsmerk zal blijven. En dan krijgt ze in 1990 die megahit Nothing Compares 2U, een cover van Prince, met een iconische videoclip waarin ze alle ellende van zich afzingt. Het levert haar wereldroem op, het nummer staat in alle belangrijke hitparades wekenlang bovenaan en is nog steeds bovenaan in alle oudejaarslijstjes te horen.

Nothing Compares focust op de vijf jaar vanaf debuutalbum en de optredens najaar 1992 die niet alleen Sinead O’Connors wereld volledig op zijn kop zouden zetten. Regisseur Kathryn Ferguson bouwt langzaam op naar die bepalende momenten. We horen Sinead buiten beeld commentaar geven op haar jeugd, de scheiding van haar ouders, het verstikkende katholieke klimaat in Ierland, de ontwikkeling van haar muzikale carrière. Begin oktober ’92 wordt ze uitgenodigd voor de populaire Saturday Night Life, ze brengt Bob Marley’s strijdlied War ten gehore en tot ontsteltenis van publiek en presentator pakt ze een foto van paus Johannes Paulus II en scheurt die voor het oog van de camera in stukken. Het is haar protest tegen het misbruik van kinderen door de katholieke geestelijkheid waar op dat moment nog maar weinig mensen zich druk om maken. Zonder haar actie zou er in Ierland in 2019 niet de verrassende uitslag van het referendum hebben plaatsgevonden waarbij abortus en homohuwelijk voortaan werden toegestaan.

De film is een geweldig en mooi ontroerend eerbetoon aan de Sinead O’Connor van 1992, die haar tijd ver vooruit was en de misstanden in de katholieke kerk aan de kaak stelde, twintig jaar voor de wereldwijde schandalen van kindermisbruik door katholieke geestelijken tot uitbarsting kwamen en de kerk diep door het stof moest.

Nothing Compares eindigt met een concertopname, januari 2020. Sinead zingt in een lichaamsbedekkend felblauw gewaad met een soort hoofddoek half over haar nog steeds kale hoofd Thank You For Hearing Me, een krachtig slotstatement. De film vermeldt evenwel niet dat Sinead zich in 2019 tot de islam bekeerde. En dat doet toch afbreuk aan het beeld van de vrouw die een moedige baanbrekende strijd tegen de autoritaire katholieke kerk voerde en nu haar heil in een niet minder autoritair en patriarchaal geloof lijkt te zoeken.

 

Bella Ciao

Bella Ciao
Bella Ciao begint sterk, met beelden van een moskee in de Turkse stad Izmir, waar in plaats van de eentonige oproep tot gebed het vrolijke Bella Ciao uit de speakers komt. Een vermetele actie die tot veel tumult in conservatieve moslimkringen leidt, ook president Erdogan spreekt zijn scherpe veroordeling uit. De argeloze Banu Özdemir die de opname op haar Facebookpagina zette, vertelt hoe ze wordt bedolven onder de haatreacties, opgepakt en langdurig verhoord en zelfs tot drie jaar gevangenisstraf wordt veroordeeld.

Bella Ciao wordt als hét lied gezien van verzet, de strijd tegen onrecht, niet alleen in Italië, ook in landen als Syrië en Irak. We zien een Koerdische vrijheidsstrijdster die vertelt hoe het een rol speelde in de strijd tegen IS rond de bevrijding van Kobani en ook bij de bevrijding van Mosul, Irak, eveneens door Koerdische milities speelde het een belangrijke rol.

Uitgebreid komt de muzikale herkomst van het lied aan de orde, was het misschien al in de 19e eeuw te horen, komt het wellicht uit de Klezmer-traditie. Hoofdmoot van de film is de discussie tussen wetenschappers en musicologen over de vraag of het lied nu hét strijdlied van de partizanen in de Tweede Wereldoorlog was, die het fascistisch regime van Mussolini omver wisten te werpen. Daar lijkt het op, maar dan zien we een oude dame, geboortejaar 1933, die met tranen in de ogen volhoudt dat het voor haar man en zijn medepartizanen wel degelijk de motivator voor hun strijd was.

De tekst wordt aan een uitgebreide exegese onderworpen, de populariteit mede verklaard door het gebruik in de populaire serie La Casa de Papel. Bella Ciao is een onderhoudende film over een liedje dat keer op keer bij opwindende gebeurtenissen zal opduiken en dan opnieuw weer dagenlang in je hoofd blijft zitten.

 

Bobi Wine: The People’s President

Bobi Wine: The People’s President
Met wat goede wil zou je Bobi Wine ook een muziekdocumentaire kunnen noemen. De film is in eerste aanleg een verslag van de campagne van Robert Kyakulaniy, alias Bobi Wine, een van de populairste popsterren van Oeganda, om vanaf 2015 president te worden. Zittend president Yoweri Museveni is dan al dertig jaar aan de macht en mag zich volgens de grondwet niet meer herkiesbaar stellen. Bobi Wine ziet hierin een kans om verandering te brengen en besluit in de politiek te gaan. Museveni wil echter ondanks eerdere toezeggingen geen afstand van de macht doen en wil zich via een grondwetswijziging toch weer kandidaat kunnen stellen. In de protesten die met veel geweld en zo’n vijftig doden gepaard gaan, wordt ook Bobi Wine, die dan als parlementslid is verkozen, opgepakt en in elkaar geslagen. Museveni produceert door het invoeren van een soort staat van beleg en het uitschakelen van internet een voor hem positieve uitslag in het referendum, waardoor hij op kan gaan voor een vijfde termijn bij de presidentsverkiezingen van 2019.

Bobi Wine presenteert zich als tegenkandidaat en weet opnieuw massa’s mensen in beweging te krijgen. Vanzelfsprekend krijgt hij het weer zwaar te verduren in een campagne met opnieuw veel geweld en vervolging, traangas dat recht in het gezicht van demonstranten wordt gespoten en wederom tientallen doden.

Bobi Wine: The People’s President is een tamelijk lineair verhaal. We volgen Bobi Wine op de voet, van zijn jeugd in de sloppen van hoofdstad Kampala, waar hij door zijn muzikale carrière aan kan ontsnappen, zijn huwelijk met de prachtige uit hogere kringen afkomstige Barbie, zijn politieke strijd eerst als parlementslid en vervolgens presidentskandidaat. Enig minpuntje wellicht dat die strijd vooral wordt ingezet tegen het machtsmisbruik, de fraude en corruptie van het Museveni-regime en inhoudelijke standpunten over de belabberde staat van het onderwijs, de zorg, de strijd tegen de armoede, in het land waar meer dan zestig procent van de bevolking onder de twintig is, niet of nauwelijks aan de orde komen.

Maar de film wordt overeind gehouden door de geweldige soundtrack en de aanstekelijke rally’s waarmee enorme mensenmassa’s gemobiliseerd worden. De swingende Bobi met zijn rode baret en overall die de menigte tot groot enthousiasme weet te brengen. Met songs als Fighting for Freedom en Stand for the Constitution weet hij de hoop op een betere wereld levendig te houden. Muziek is echt een wapen in de politieke strijd.

 

Personality Crisis: One Night Only

Personality Crisis: One Night Only
David Johansen is tegenwoordig een geweldige crooner geworden. Op de vooravond van zijn 72e verjaardag geeft hij als zijn alter ego Buster Poindexter een geweldig optreden in de sfeervolle New Yorkse club Café Carlyle. Fijne vetkuif, zonnebril, getrimd snorretje, pochetje in de borstzak, af en toe zippend uit een longdrinkglas.

Tussen de nummers door achterover leunend tegen de vleugel worden we meegenomen in een ruim overzicht van zijn muzikale carrière. Begin jaren zeventig maakte hij furore als voorman van de legendarische punkband The New York Dolls. Een commercieel succes werd het nooit, maar de invloed op de popmuziek kan moeilijk onderschat worden. ‘We were a bands band’, zegt Johansen, ‘zonder The Dolls geen Ramones’. ‘Glampunk’ werd het genoemd, ruige nummers gespeeld door mooie jongens die zich hoerig androgyn uitdosten en ook nog eens Dolls noemden.

Midden jaren zeventig verlaat hij de band en gaat verder met The David Johansen Group en speelt meer jazzy nummers en experimenteert met Afrikaanse ritmes. In de jaren tachtig creëert hij zijn alter ego Buster Poindexter, waarmee hij vergezeld van zijn band The Horns met een mix van traditionele pop, swing en novelty songs het tot huisband van Saturday Night Live weet te schoppen. Hij gaat dan ook acteren en stort zich begin van deze eeuw op de blues met The Harry Smiths om aan het eind van de jaren tien met zijn oude strijdmakkers Sylvain Sylvain en Arthur Kane een aantal reünie-albums van The New York Dolls op te nemen.

Een muzikale kameleon wordt hij genoemd en we zien hem in zijn vele gedaanteverwisselingen, maar de titel van de film, Personality Crisis, is een van de hits van The Dolls, moet niet al te letterlijk genomen worden. David Johansen kan beter worden omschreven als muzikaal genie die er telkens in slaagt zich opnieuw uit te vinden, met een stijl die bij zijn leeftijd hoort.

Uitgebreid wordt stilgestaan bij zijn liefde voor Maria Callas. We zien beelden van Buster Poindexter die op een Oudejaarsavond in de jaren tachtig het Waldorf Astoria op zijn kop zet. In de vele archiefbeelden is hij meermaals te gast bij Jools Holland. De Britse zanger Morissey verklaart zijn adoratie voor Johansen, hij was op zestienjarige leeftijd de president van Britse fanclub van The New York Dolls. Maar het mooist zijn de beelden van het concert in Cafe Carlyle, sfeervol en intiem gefilmd in een co-regie van Martin Scorsese en David Tedeschki. Een geweldige belevenis om daar bij geweest te zijn.

 

16 november 2022

 

IDFA 2022 – Deel 1: Openingsfilm
IDFA 2022 – Deel 2: Azië, anders
IDFA 2022 – Deel 4: Mensen aan het werk
IDFA 2022 – Deel 5: Oekraïne 
IDFA 2022 – Deel 6: Pioniers
IDFA 2022 – Deel 7: Een zee van experimenten

 


MEER FILMFESTIVAL

IDFA 2022 – Deel 2: Azië, anders

IDFA 2022 – Deel 2: 
Azië, anders

door Bob van der Sterre

Een van de aardige dingen van IDFA zijn toevallige thema’s, zoals tijdens deze editie films uit Aziatische landen opvallen. Ze schetsen allemaal een ander beeld van het gevarieerde continent. Afghanistan, Bhutan, Thailand, Siberië en China tonen plaatsen en mensen die we zelden zien buiten de wereld van documentaires.

 

The Etilaat Roz

The Etilaat Roz – Krant maken met meelezende Taliban
De Etilaat Roz is de grootste kwaliteitskrant van Kabul. Dat is tenminste voordat de Taliban het land en de stad Kabul verovert. Filmpjes stromen binnen, getuigen vertellen over de stand van zaken. Een moeilijke dag voor iedereen die er werkt: vrouwen en mannen.

Wat doe je dan als journalist? Ga je vluchten, want de Taliban heeft het niet zo op persvrijheid? Of ga je undercover en wacht je alles af? De hoofdredacteuren en de redacteuren worden net zo verrast door het nieuws als de rest van de wereld het was. ‘De enige reden om te blijven, is om mijn collega’s te helpen om te vertrekken.’

De dagen erna is het duidelijk dat vertrekken de beste optie is. Het is alleen fysiek niet mogelijk door de chaos op het vliegveld. De dagen erna wordt het bijna een raadspelletje: wie is waarheen vertrokken? Sommigen zijn naar Oekraïne, Polen en Frankrijk gegaan. Qatar en India worden genoemd. Een journalist pakt zijn documenten in een tas. ‘Dit is mijn hele leven.’

En dan is het nog gevaarlijk ook: bommen gaan af op het vliegveld. En als journalist is het dubbel lastig te verkroppen: er is ook nog groot nieuws gaande.

Het wordt griezeliger als een aantal journalisten worden gearresteerd en mishandeld. Daarna weer vrijgelaten. En dan gedoogt de Taliban de The Etilaat Roz een tijdje om te laten zien hoe goed ze omgaan met kritische media. De hoofdredacteur neemt een besluit: we sluiten de tent. ‘Nu ben je hulpeloos en heb je niemand meer.’

Fascinerend portret van Abbas Rezaie van een redactie die voor moeilijke keuzes staat. Soms is er wel erg veel geklets maar de bizarre situatie is duidelijk. Zelfs die doorgaans zo cynische en sarcastische journalisten weten zich eigenlijk geen raad met wat er gebeurt. Ze waren nog niet klaar met schrijven over misstanden bij de vorige regering en worden net zo verrast als de rest van de wereld door wat er om hen heen gebeurt. ‘Het is niet te begrijpen na tien jaar dit werk te hebben gedaan.’ En: ‘Voor ik begon, had ik geen idee dat journalisten geslagen werden.’

De film dooft langzaam als een nachtkaars. Je mist nog wel een dramatisch ontknoping, een moment van heldhaftigheid, een inzicht? De film eindigt gewoon met het sluiten van de deur. Dat is ook symbolisch: buiten de deur is filmen gewoon niet meer mogelijk.

 

Just an Alien

Just an Alien – Een vrolijke dakloze in Chongqing
Zhighuo Sun is een hardop filosoferende dakloze en hij besteedt zijn dagen vooral in een kleurrijk pretpark genaamd de Buitenlandersstraat. Dat is een in 2008 geopend attractiepark net buiten Chongqing. Met een namaak Rialtobrug van Venetië, een miniskyline van Manhattan, UFO’s, een kermis en een optreden van ‘Thaise ladyboys’.

Van de flair in 2008 is tien jaar na dato weinig meer over. Volgens Sun: ‘De laatste glinstering van een primitieve maatschappij in hedendaags China. (…) Een groot contrast met de genadeloze mars voorwaarts van Chongqing naar een ijskoude abstractie.’ Hij noemt dat ‘het principe van zero’. Het pretpark maakt plaats voor een nieuwe woonwijk.

Sun bivakkeert aldoor in het park en kraamt her en der onzin uit. Mentaal (en door drugsgebruik) misschien niet 100% maar zijn hart zit op de goede plaats. Een soort pretparksjamaan, zoals de IDFA zelf zegt. Af en toe zegt hij iets origineels: ‘Ik ben helemaal aangepast op mijn eigen universum.’

Sun blijft wel sprankelen maar de film is echt veel te lang. De film doolt zich een beetje naar het einde toe. Ik denk dat een film van een half uur veel beter was geweest. Dan was de kwaliteit van regisseur/fotograaf Weicheng Hua ook nog beter naar voren gekomen. Het is slim om je kracht als fotograaf niet te vergeten zodra je films gaat maken.

 

Mountain Man

Mountain Man – IJsdiktes meten in Bhutaanse bergen
De landelijke gletsjerspecialist gaat zijn werk doen in de bergen van Bhutan. Hij is de enige expert die in de heilige omgeving mag werken. Dat is relatief rustig werk: je komt niemand tegen en je hoeft alleen maar dingen te meten. Wel op ruim 5.000 meter hoogte. Via video door zijn eigen ogen – en door video’s van zijn dochter thuis – leven we met zijn trip mee.

Een eenvoudige korte film van 20 minuten die niet veel meer zegt over klimaatverandering dan ‘Hier was vroeger nog sneeuw’. Misschien zegt dat toch meer dan een vuistdik rapport waar je niets van snapt.

De film bevat in elk geval prachtige beelden van de bergen in Bhutan zonder alpinisten! Vind maar eens zo’n film. De nietigheid van de mens in deze bergomgeving is wel indrukwekkend om te zien op een groot scherm. Daarnaast is elke film over Bhutan toe te juichen want het is een bijzonder land waar we helaas te weinig van horen, en zien.

 

Scala

Scala – Thaise bioscoop gestript van geschiedenis
In Bangkok worden alle spullen uit de bioscoop Scala gehaald. Terugloop bezoekers, coronapandemie, concurrentie van thuiscinema: na zestig jaar moet de bioscoop ermee ophouden. Deze film vertelt de geschiedenissen van een enorme zaal die ooit 1200 plaatsen herbergde.

Afgezien van wat interviews hier en daar is de film vooral een portret van een ontmanteling. De lampen, gordijnen, planken, stoelen, alles gaat weg. De ontmanteling zorgt er ook voor dat de geschiedenis naar voren komt. Zoals dat het pas in 1979 verboden werd om te roken in bioscopen. Of hoe personeelsleden er leefden. Dat er altijd katten rondliepen.

Terloops komen ook een paar belangrijke momenten in de politieke geschiedenis van Thailand langs. En horen we de geschiedenissen van andere klassieke bioscopen uit de jaren zestig, zoals Lido en Siam, die het evenmin hebben gered.

De film is een persoonlijk project, want regisseur Ananta Thitanat groeide op in de Scala. Haar vader werkte er ook en haar tante werkte in een andere bioscoop. Via verhalen van oud-medewerkers hoort ze over haar biologische moeder die ze nooit ontmoet heeft. Ze groeide op bij haar tante. De film gaat hier verder nauwelijks op in – het is allemaal heel terloops. De film had misschien wat persoonlijker kunnen worden maar tegelijk zijn er ook al genoeg films die het thema ‘wie ben ik’ uitmelken.

Scala is een sympathieke film maar een uur lengte had beter uitgepakt.

 

Paradise

Paradise – Oranjekleurende bossen in Siberië
Grote bosbranden teisteren Siberië. Een lucht tussen geel en oranje in, bomen die kraken, een wind die de brand opjaagt.

Jakoetië in Siberië bestaat voor 80% uit ‘control zones’. Dat zijn gebieden waar vuur niet wordt bestreden omdat het te duur is om te doen. Het stadje Shologon ligt tegen de vuurlinie aan. De lokale bewoners staan er alleen voor. ‘Het is alsof het vuur een eigen leven heeft. Daarom noemen we het de draak.’

Gekleed met petten, doeken en lasbrillen gaan mannen kijken hoe ze de vuurzee kunnen stoppen voor hij Shologon bereikt. Dat vereist teamwerk en planning. Ze hebben eerder figuurlijk én letterlijk met het bijltje gehakt. ‘De temperatuur neemt toe, dus het vuur gaat opwaarts.’

Deze echte badasses rijden dwars door de brand heen om ergens te komen, graven met het vuur op een meter of tien van hen vandaan, en dat zonder maskers. ‘We drinken melk. Het houdt de longen schoon.’ Ook de vrouwen graven. Het gaat dan ook wel om iets belangrijks: zonder de boerderijen en huizen, verliezen de bewoners van het stadje hun economische levens.

De film van Alexander Abaturov ontvouwt zich als een suspensefilm. Een bosbrand van deze orde is erg dreigend maar levert ook bijzondere cinematografie op. Gekraak en gesuis – gele luchten waar je ook kijkt. Een man die een pad maakt over een bevroren meer. Shots van bovenaf hoe paden met vuur worden gemaakt (om de brand tegen te houden). De cinematografie is een lust voor het oog, speelfilmwaardig zou ik zelf zeggen. Je voelt je bijna schuldig als kijker.

De film gaat natuurlijk niet echt alleen over een lokale brand maar juist over de wereldwijde klimaatverandering. Het gaat hier maar om een stukje maar het aantal hectaren waar de brand plaatsvindt, loopt in de miljoenen. En dat maal vele honderden plaatsen in de wereld.

De Jakoetiërs komen vaker in de cinema voor dan vroeger. Ik denk bijvoorbeeld aan The Stoker van Aleksej Balabanov, de documentaire Genesis 2.0 en de horrorfilm Ich-Chi.

 

Devil’s Peak

Devil’s Peak – Abstract Hongkong
Hongkong in een bizarre montage en met unheimische muziek. Straten, pleinen, demonstraties. Maar ook winkels, gebouwen en achterafstraatjes. Paraplu’s en camera’s komen vaak in beeld (met reden).

IDFA vergelijkt de film met de sfeer van de klassieker Berlin – Die Sinfonie der Großstadt uit 1927 en zegt dat de film ‘met een dynamische montage deze hogedrukpan laat zien’.

De korte film Devil’s Peak van videokunstenaar Simon Liu is sowieso wel een van de meest experimentele films van het festival. Eindelijk een film die bewijst dat je niet altijd een film van anderhalf uur nodig hebt om iets te vertellen. En dat juich ik toe! Want er is echt veel te weinig gewaagd beeldexperiment in de wereld van de documentaires.

Zoals altijd: be careful what you wish for… De film is écht een draaitol met beelden die in kleur en afbeelding alle kanten uitgaan. Zenuwlijders houden dit nog geen minuut vol. De desoriënterende muziek en de blikken horrorstem maken het ook wel erg artsy. Ik heb al medelijden voor de nietsvermoedende laatkomers die alleen nog een kaartje op de eerste rij konden krijgen.

Lees tot slot onze recensie over de documentaire All that Breathes die zich afspeelt in Delhi, India.

 

15 november 2022

 

IDFA 2022 – Deel 1: Openingsfilm
IDFA 2022 – Deel 3: Muziekdocumentaires
IDFA 2022 – Deel 4: Mensen aan het werk
IDFA 2022 – Deel 5: Oekraïne 
IDFA 2022 – Deel 6: Pioniers
IDFA 2022 – Deel 7: Een zee van experimenten

 


MEER FILMFESTIVAL

All That Breathes

****
recensie All That Breathes
Het regent roofvogels

door Tim Bouwhuis

In de Indiase miljoenenstad Delhi komen de roofvogels letterlijk uit de lucht vallen. De twee broers die in de bescheiden documentaire All That Breathes centraal staan, zien niemand ingrijpen en besluiten zich gericht over de dieren te ontfermen. Ondertussen blijft het in hun politiek verkrampte omgeving niet bij ecogeweld.

Onder welke omstandigheden besluit je een deel van je leven te wijden aan mensen (en hier dus dieren) in nood? Het verzorgen van (tijdelijk) vleugellozen lijkt voor Nadeem en Saud een vanzelfsprekendheid, maar als je ziet hoe groot de problemen zijn, mag hun tomeloze inzet een klein wonder heten. De hechte broers kunnen de last van een zuchtend ecosysteem en bloedende straten nooit alleen dragen. En toch bouwen ze hun kleine garageruimte met de hulp van een vriend om tot een provisorisch noodhospitaal.

All That Breathes

Noodoproep
All That Breathes verweeft de onvoorwaardelijke liefdadigheid van de hoofdpersonen met een bredere blik op de sociaal-politieke en religieuze spanningen die India (Delhi niet eens in het bijzonder) al decennia parten spelen. Rigoureus gesteld lijkt het alsof sommige bewoners van de grootstad zo druk zijn met het uitdragen (en in dit geval ook bevechten) van hun identiteit, dat ze niet doorhebben dat de zuiverende kringlopen van water, lucht en natuur wankelen. De zwarte wouw (‘black kite’ in het Engels), zoals de vogelsoort die de broers zo koesteren genoemd wordt, is een hulpeloos slachtoffer van de erbarmelijke luchtkwaliteit, verziekt, vervuild en bestraald door menselijke ingrepen.

Het gaat regisseur Shaunak Sen (Cities of Sleep) duidelijk aan het hart dat Delhi niet alleen een onveilige stad is door de ecoproblemen. Korte mediafragmenten en terloopse opmerkingen van de broers worden in de montage uiteindelijk aangevuld met een mobiel opgenomen filmpje waarin een man met gevaar voor eigen leven een religieus monument probeert te slopen. In een documentaire die zich desondanks te allen tijde blijft concentreren op de zorgverlening van de broers, maakt de politiek geladen interventie duidelijk dat Sen zich verantwoordelijk voelde om het verband tussen het ecogeweld en de ontsporende verhoudingen tussen (met name) hindoe-nationalisten en moslims expliciet te maken. Wie de lange documentaire Reason (Anand Patwardhan; bekroond op het IDFA in 2018) of de speelfilm Nasir (Arun Karthick; IFFR 2020 en vervolgens uitgebracht in Nederland) zag, kan zich bij dat laatste een (zij het door de sterke stellingname van de filmmakers wat vertekende) voorstelling maken.

All That Breathes

Natuurbeeld
Het is niet storend dat All That Breathes door de filmische verwerking van de politieke (onder)laag iets van zijn subtiliteit verliest. Wel had er enigszins bespaard kunnen worden op het gebruik van voice-overs, die gebruikt worden om de broers te laten uitdrukken welke filosofie (humanistisch, maar met een licht religieus tintje) er aan het verzorgen van de roofvogels ten grondslag ligt, en om toe te lichten welke rol de dieren spelen in het schoonhouden (‘reinigen’) van de natuurlijke omgeving. Er wordt namelijk al veel weggegeven door de sprekende beelden, die het verhaal van de documentaire met gemak dragen en de meeste zeggingskracht hebben als er niet bij wordt gesproken. Met het geduld van strakke kaders en lome tracking shots vangen Sen en zijn crew met beperkte filmische middelen dierlijke details die in vluchtigheid voor het oog verborgen zouden blijven. “Het gaat ons om alles wat ademt”, is de redenatie van de broers. Het geheven vingertje blijft uit. Gelukkig, want dat werkt vaak ook averechts. Maar misschien ‘moeten’ we wel vaker zo denken.

 

14 november 2022

 

ALLE RECENSIES