High-Rise

****

recensie High-Rise

Rumoer in het paradijs

door Alfred Bos

High-Rise is na Crash en The Atrocity Exhibition de derde dystopische roman van de Britse auteur J.G. Ballard die is verfilmd. Futuristische hoogbouw staat model voor de verzorgingsstaat. Daar breukt de pleuris uit.

De jaren zeventig waren volgens de lifestyle-adepten van toen één groot feest. De Engelse auteur J.G. Ballard – en hij niet alleen – dacht daar anders over. In zijn in 1975 verschenen roman High-Rise gebruikt hij een monsterlijk monument van modernistische architectuur, een giga-torenflat, als metafoor voor de Britse klassenmaatschappij. Het is geen vrolijk oord, al wordt het geadverteerd als de kroon op de verzorgingsstaat.

Regisseur Ben Wheatley werd in kringen van liefhebbers een cultregisseur dankzij enkele lowbudgetfilms die de meer donkere kanten van de mens belichten. In Kill List (2011) en A Field in England (2013) zijn het geweld bruut, de handeling quasi-verstandelijk maar in feite irrationeel en de personages zelfdestructief. Daarmee lijkt hij geknipt voor de verfilming van Ballards kritische kijk op de samenleving, al leek High-Rise lange tijd een onverfilmbaar boek. Wheatley’s idool Nicolas Roeg probeerde het, maar brak het project af. Dat hoorde Wheatley pas nadat hij zijn film had voltooid. Maar goed ook, want anders had hij het nooit aangedurfd, liet hij weten.

High-Rise

Grand guignol
High-Rise is zo lastig verfilmbaar omdat Ballard in zijn roman uitgebreid de sociale structuur en logistieke inrichting van de gigaflat beschrijft. Dat kan natuurlijk niet op een filmdoek en Wheatley lost het probleem op door de kijker plompverloren in het verhaal te storten en de context via dialoog en sleutelscènes op te dienen. Daarmee sluit hij de deur naar het mainstream-publiek, maar beloont de toeschouwer die bereid is zijn grijze massa te activeren. Die krijgt voor zijn inspanning een bijtende satire met enkele grand guignol-momenten, een aantal situaties die zo absurd zijn dat het zwart komisch wordt en een prachtig voorbeeld van geweldsesthetiek. Plus een bloedsterke soundtrack, met onder meer krautrock-acts Amon Düül, Can en Gila.

Ook te horen is ABBA’s SOS in twee nieuwe, afwijkende arrangementen; de versie van Portishead zelfs tweemaal. Hun tot op het bot uitgebeende, als de klacht van een geest klinkende cover past de film als een huid. Ook geslaagd is Wheatley’s keuze om het verhaal, dat in 1975 als sciencefiction werd beoordeeld, niet te verplaatsen naar de actualiteit van nu. Juist omdat de kern van Ballards boodschap – de verzorgingsstaat is ontaard in een zielloze nachtmerrie – voor een flink deel werkelijkheid is geworden, werkt de ironie des te krachtiger door de toekomst als het verleden te presenteren. Margaret Thatcher moest nog komen.

Betonnen sarcofaag
De Britse steracteur Tom Hiddleston – hij is de gedroomde nieuwe Bond – speelt Robert Laing, een arts en docent die een appartement heeft gekocht in een modernistisch woonblok in een Londense buitenwijk (Wheatley vond zijn locatie in Noord-Ierland). De eerste van de vier betonnen monsters is net opgeleverd en raakt bewoond, de andere drie zijn nog in aanbouw. De flat is voorzien van alle gemakken die het moderne leven biedt, supermarkten en zwembaden. De bewoners zijn in feite losgesneden van de wereld, hun betonnen sarcofaag is een universum op zich. De architect van het monstrum, Anthony Royal (Jeremy Irons), woont in het penthouse, waar zijn veel jongere vrouw op een wit paard rijdt door een daktuin zo groot als twee voetbalvelden.

High-Rise is een allegorie, het leven in de flat is gelaagd. Dicht bij de begane grond woont het plebs, daarboven de gegoede middenklasse waartoe Laing behoort en op de bovenste verdiepingen houdt de upperclass zich schuil. Laings buurvrouw Charlotte (Sienna Miller) is het type assertieve mannenverslindster, maar de werkelijke held van het verhaal is zijn andere buur, Richard Wilder (Luke Evans), een wrokkige documentairemaker die als eerste door heeft dat er iets grondig scheef zit.

High-Rise

Unheimische sfeer
Wat volgt is een excursie naar totale anarchie, de verzorgingsstaat verkruimelt door verkeerde keuzes. Het volledig verzorgde en gecontroleerde droomleven ontaardt langzaam in een nachtmerrie waarin overleven centraal staat. Niet alleen laat de techniek de bewoners in de steek, dat doen ook hun medebewoners én de autoriteiten. Het kantelpunt is een zelfmoord, door Wheatley in ultra-slomo gebracht als geweldchoreografie.

Perfect is Wheatley’s versie van Ballards boek niet, daarvoor wordt de omslag van orde naar anarchie te onsamenhangend gebracht. Maar aan beide zijden van die lijn is hij sterk in vorm. De tot in perfectie geregisseerde (schijn)orde van het gebouw is dwangmatig en Wheatley zet de unheimische sfeer raak neer. Wanneer de remmen los zijn blijkt dat de regisseur van Kill List en A Field in England heeft geleerd en brengt hij cynisme en surrealisme fraai in balans.

Blijf vooral zitten tot het allerlaatste shot, want daarin deelt deze inktzwarte komedie het idee van een maakbare wereld de nekslag toe. De ironie van het leven wil dat High-Rise in Nederland gaat draaien in de week na het Brexit. Life imitates art, Wheatley wordt op zijn wenken bediend.
 

18 juni 2016

 
MEER RECENSIES

Love & Friendship

*****

recensie  Love & Friendship

Weduwe op mannenjacht

door Alfred Bos

Voor liefhebbers van kostuumdrama en romantische komedie is de verfilming van een minder bekende (brieven)roman van Jane Austen verplichte kost. Voortreffelijke rolbezetting, puntgave karaktertekening en scherpe dialogen maken een perfecte genrefilm.

Het probleem voor de eenentwintigste-eeuwse lezer met de romans van Jane Austen is wellicht hun tempo. Ze zijn traag: uitgebreide beschrijvingen, lange terzijdes. Maar plak de dialogen achter elkaar en je hebt Shakespeare. Fantastische tweespraken, scherpe humor, diep inzicht in wat mensen drijft. De romans en verhalen van de Britse schrijfster – en grondlegger van de moderne roman – zijn derhalve geknipt voor verfilming.

Love & Friendship

Een ellenlange rij van bewerkingen voor tv-scherm en filmdoek van haar zes romans bewezen het en Love & Friendship, de hilarische verfilming van Austens novelle in briefvorm Lady Susan, onderstreept het wederom: de vertellingen van Jane Austen zijn van alle tijden. Voeg daarbij de laat achttiende-eeuwse setting en een bonte rij van herkenbare karakters (zonder uitzondering vlekkeloos neergezet door een voortreffelijke ensemble cast) en je hebt een kostuumdrama om van te smullen.

Erotische verwikkelingen
Hoewel, drama? Dat zijn Dangerous Liaisons (ook gebaseerd op een brievenroman, van de Franse auteur Chodelos de Laclos) en Kubricks Barry Lyndon. Love & Friendship heeft met die films de historische setting (de pruikentijd), erotische verwikkelingen (wie gaat met wie?) en economisch gewin in amoureuze vermomming (omhoog trouwen) gemeen. Maar een drama is het geenszins, eerder een comedy of manners die speelt in 1794, toen de wereld nog feodaal was en de sociale etiquette van de bezittende klasse byzantijns ingewikkeld.

Dat is de lijst met personages en hun onderlinge familiebanden en vriendschappen ook, maar de Amerikaanse regisseur Whit Stillman, die zich heeft gespecialiseerd in de romcom met sociaal-culturele laag, maakt het glashelder door de veelheid aan karakters te introduceren met portretjes. Zelfs een Asperger-patiënt kan de stoet pruiken en baljurken rond Lady Susan Vernon, een weduwe op mannenjacht, moeiteloos uit elkaar houden.

Love & Friendship

“Feiten zijn vreselijke dingen”
Lady Susan (Kate Beckinsale) zoekt een geschikte huwelijkskandidaat om haar sociale en, vooral, economische status te handhaven. Ze heeft echter onbedoelde concurrentie van haar puberdochter Frederica (Morfydd Clark), die valt voor de man die de geboren intrigante voor zichzelf in gedachten heeft. Als bliksemafleider engageert ze de steenrijke sul – het Engels heeft daarvoor de onovertroffen term fop – Sir James Martin (Tom Bennett). Rond de amoureuze valkuil cirkelen haar schoonfamilie, de Vernons, en aangetrouwde familie De Courcy. Hun beminnelijke zoon Reginald (Xavier Samuel) lijkt een prooi, maar blijkt het aas.

Lady Susan kent geen scrupules, chanteert desgewenst haar beste vriendin en vertrouweling, de Amerikaanse en dus niet-blauwbloedige Alicia Johnson (Chloë Sevigny, achttien jaar na Stillmans klassieke komedie The Last Days of Disco herenigd met Beckinsale), en charmeert een adellijke adonis uit zijn broek, een indiscretie met onvoorziene verwikkelingen. Intrige, list en overspel volgen haar als een schaduw. “Ze is de slang in Eden”, weet haar schoonzus Catherine De Courcy Vernon (Emma Greenwell), die als enige haar machinaties doorziet. “Facts are horrid things”, zucht Lady Susan wanneer haar reputatie dreigt te wankelen.

Deze Iers-Frans-Nederlandse coproductie, waarvan de computerbeelden (voornamelijk straattaferelen) in Amsterdam zijn afgewerkt, weet alle verwikkelingen, zonder overbodige scènes of nodeloze dialoog, in een compacte 92 minuten te vertellen. Aan het slot komt alles goed, behalve voor Sir James Martin dan. En zelfs die is blij. Heerlijke film voor alle gezindten, de zomerhit voor iedereen die moet gapen van superhelden.

 

24 mei 2016

 

ALLE RECENSIES

 

Eye in the Sky

****

recensie  Eye in the Sky

De politiek gevoelige drone

door Wim Meijer

Eye in the Sky toont zowel het politieke als militaire aspect van drone-aanvallen en doet dat veelal goed. Van piloot tot president, iedereen passeert de revue en doet z’n plasje over de operatie, om het eens met managementtermen te zeggen. Want management is wel het sleutelwoord in dezen.

De missie: de nummer twee, vier en vijf van de meest gezochte terroristen van Oost-Afrika gevangen nemen. Ze bevinden zich allemaal in hetzelfde complex, ergens in Kenia. De situatie loopt echter al snel uit de hand, waardoor het leger dodelijk geweld in de vorm van Hellfire-raketten wil gebruiken.

Eye in the Sky

Besluitvorming
Een nieuwe missie kent ook nieuwe autorisatie en de vraag naar legitimiteit. Onschuldige Keniaanse burgers slijten hun handelswaar en omringen het complex van de terroristen. Een Hellfire eist wellicht ook burgerslachtoffers, naast een hoop negatieve publiciteit. Daarnaast is Kenia geen oorlogsgebied, althans niet voor Engeland en Amerika, en een drone-aanval ligt politiek zeer gevoelig. Wanneer ook nog eens een klein meisje broden verkoopt op straat en een inslag van een Hellfire-raket vermoedelijk niet zal overleven, lopen de gemoederen hoog op.

Door slim gebruik te maken van verschillende locaties creëert regisseur Gavin Hood overzicht. Piloot Steve Watts (Aaron Paul) zit in een container in Vegas, zijn meerdere in een barak iets verderop, de kolonel Catherine Powell (Helen Mirren) in een ondergronds hoofdkwartier in Londen, generaal Frank Benson (Alan Rickman) in een conferencehal en de Keniaanse troepen ter plekke bezetten een gebouw, rijden in een busje of verkopen spullen op straat. Meteen herken je als kijker wie de volgende schakel in de besluitvorming is. Een knappe prestatie met de hoeveelheid aanwezige personages.

Politiek spel
Het politieke spel en de spanning zijn bijzonder effectief verfilmd. Pas als een meisje haar broden heeft verkocht zal ze de plek des onheils verlaten en langzaam raakt ze door haar voorraad heen. Spanning gegarandeerd. Hier tegenover staan banale situaties: de minister van BuZa die met Chinezen pingpongt en het hele voorval afdoet als een formaliteit op het moment dat hij gebeld wordt. Natuurlijk wil hij een raket door dat dak jagen, hij kijkt immers niet op de monitoren.

Eye in the Sky is bij tijden bijzonder luchtig en ja, de komische scènes doorbreken de spanning op effectieve wijze, maar schieten hun doel ook voorbij. Lachsalvo’s om scènes als pingpongende ministers zijn toch misplaatst in een film als deze. Wanneer kolonel Powell vervolgens op een volstrekt belachelijke manier haar luitenant onder druk zet om een herberekening van de collateral damage door te voeren, komt dat de geloofwaardigheid niet ten goede. Toch zijn dit details in een verder sterke film.

Eye in the Sky

De actuele dilemma’s in Eye in the Sky zijn al eens getackeld door Good Kill, maar dan op kleine schaal. Het gaat steeds om de afweging tussen onschuldige mensenlevens versus het uitschakelen van een gevaarlijke terrorist. Good Kill beleeft de kijker door de ogen van de dronepiloot, gespeeld door Ethan Hawke, en diens persoonlijke situatie. De film geeft de impact van dit soort missies op individueel niveau mooi weer.

Eye in the Sky vergroot de scope en brengt op fraaie wijze alle lagen van de besluitvorming in beeld. Dat daarbij ook de politiek wordt meegenomen geeft de film de nodige relevantie, gezien het feit dat ook de Nederlandse luchtmacht onlangs heeft besloten drones te kopen. Je vraagt je af hoe Nederland straks omgaat met dit soort situaties, wanneer ze ook de wapens voor de drones bestelt.

Alan Rickman
Helen Mirren geeft een daverende performance als de doortastende kolonel Powell. Haar toenemende frustratie is knap gespeeld wanneer de terroristen dreigen te ontkomen. Alan Rickman vertolkt zijn laatste rol – hij overleed in januari aan pancreaskanker. Onverwacht voor velen, want Rickman had vrijwel niemand op de hoogte gesteld van zijn ziekte. De Britse gigant, zowel in toneel als cinema, zal bij het jongere publiek vooral bekend zijn als Severus Snape in Harry Potter, maar schitterde al decennia voordat hij drankjes mixte.

Zijn laatste rol – Rickman verleent alleen nog zijn iconische stem aan de nieuwe Alice in Wonderland – speelt hij met verve en samen met Helen Mirren voert hij de spanning tot ongekende hoogte op. Eye in the Sky is mede dankzij een ijzersterke cast enorm spannend tot aan de daverende finale toe.

 

8 mei 2016

 

 

ALLE RECENSIES

 

Second Coming

***

recensie  Second Coming

Zwangerschap roept veel vragen op

door Nanda Aris

Second Coming is het speelfilmdebuut van Debbie Tucker Green, waarvoor ze vorig jaar op het IFFR de The Big Screen Award ontving. Het is prijzenswaardig dat ze dingen uitprobeert: lange shots en geen typisch drama. Maar te lang vragen we ons af waar de film heengaat.

In Second Coming volgen we de onwaarschijnlijke zwangerschap van Jacqueline (Nadine Marshall), ook wel Jax genaamd. Ze heeft al een tijd geen seks gehad met haar man Mark (Idris Elba: Mandela, a Long Walk to Freedom, The Gun Man), maar komt erachter dat ze zwanger is. Ze vertelt Mark niks en twijfelt of ze het kind weg zal laten halen. De spanningen binnen het gezin, waar ook elfjarige zoon Jerome (Kai Francis Lewis) deel vanuit maakt, lopen op.

Second Coming

Zonder woorden
In een van de eerste scènes zien we Jax in een restaurant met haar collega en vriendin Bernie (Sharlene Whyte), en het is mooi dat we zonder dat zij de woorden ‘zwangerschap’ en ‘abortus’ in de mond nemen, toch weten dat ze daarover praten. De overige scènes met de twee vriendinnen voelen koel aan, ze lijken niet erg hartelijk naar elkaar, terwijl Bernie peettante is van Jerome.

We begrijpen als kijker dat Jax twijfelt over haar zwangerschap, maar begrijpen pas gaandeweg de film waarom ze twijfelt of ze het kind zal houden. Als kijker zijn we verward: komt het door de miskramen die ze eerder gehad heeft? Omdat haar verteld is dat ze geen kind meer zou kunnen krijgen? Is het kind toch van een ander? Of snijdt Tucker Green een religieus onderwerp aan, en is ze onbevlekt ontvangen?

Cinematografie
Tucker Green neemt de tijd voor scènes, niets voelt overhaast. Ze maakt gebruik van close-ups, maakt mooie shots van de natuur, en de enscenering is zorgvuldig. Uit de two shots van Jax en Mark aan tafel begrijpen we dat zij als man en vrouw met elkaar zouden moeten praten, al vinden ze het moeilijk. Ook de long take van het gezicht van Jerome, wanneer zijn ouders off screen ruzie met elkaar maken, is prachtig bedacht en goed geacteerd door de jonge Francis Lewis. De inhoud van het beeld is alleen twijfelachtiger. We begrijpen dat Mark denkt dat hij onmogelijk de vader kan zijn, maar waarom zwijgt Jax? We zijn net zo verward als dat zij lijkt. Tucker Green is qua beeld goed op weg, maar het verhaal blijft achter.

Second Coming

Doorsnee
Het gezin is een normaal gezin, Mark werkt als spoorwegarbeider, is een goede vader en man, maar is ook niet te perfect. Jerome is een rustige zoon, die niet alle vakken leuk vindt, maar wel altijd naar school gaat. Niks vreemds aan. Jax werkt als servicemedewerker, en is ondanks dat we haar volgen het meest gesloten. Samen kijken ze tv, lachen ze aan tafel tijdens het eten met de familie, liggen ze samen in bed, kortom vrij doorsnee, geen grote drama’s. Waarschijnlijk is het daardoor des te lastiger om het verhaal te begrijpen.

Een verhaal hoeft ook niet altijd begrepen te worden, het kan heel fijn zijn om een eigen invulling te geven, maar door het zwijgzame, de rust in scènes, de tijd die genomen wordt, blijven we als kijker teveel verward over wat de film bedoelt. Het einde helpt ook niet om deze verwarring weg te nemen. Toch is Tucker Green iemand om in de gaten te houden.

 

2 april 2016

 
ALLE RECENSIES

Eddie the Eagle

***

recensie  Eddie the Eagle

Meedoen is belangrijker dan winnen

door Wim Meijer

Eddie the Eagle toont de underdog Michael Edwards op lange latten die alle verwachtingen overtreft en zijn Olympische schansspringdroom waarmaakt. Het is een sympathieke film met dito hoofdpersoon die gekkere sprongen maakt dan de film zelf.

Michael Edwards (Taron Egerton), zoals Eddie the Eagle eigenlijk heet, is een kleine, doortastende jongen die je alles gunt. Zijn droom om een Olympiër te worden begint al in de openingsscène, waarin hij verscheidene zomersporten uitprobeert. Er sneuvelen vele brillenglazen tijdens pogingen te kogelstoten of hordelopen, maar de maat voor Eddie’s vader is pas echt vol wanneer er een speer rakelings langs hem door het raam vliegt. Eddie moet maar stukadoor worden, net als hijzelf.

Recensie Eddie the Eagle

Eddie raakt meerdere malen in de film overtuigd van zijn onvermogen – niet geheel onterecht overigens – maar klautert telkens weer overeind. Eddie blijkt zelfs zowaar voor skiën enigszins talent te hebben. Het is echter niet genoeg, want hij plaatst zich niet bij het Britse Olympische team op de slalom. Maar Eddie geeft niet op, hij krijgt z’n moeders spaargeld en jat z’n vaders busje om te gaan schansspringen.

Even onnozel als komisch
Eddie gaat trainen in Duitsland en springt oud-schansspringer Bronson Peary tegen het lijf. Peary is een cynische zuiplap, een rol die Hugh Jackman ondertussen kan dromen na alle X-Men films. Peary moet niets weten van Eddie, maar ontwikkelt een zwak voor zijn doorzettingsvermogen en al snel vormen de twee een onafscheidelijk duo met maffe trainingsmethoden, zoals trainen op aerodynamica door op het dak van een rondrijdend busje te staan. Het levert wel leuke scènes op waarin de twee protagonisten naar elkaar toe groeien.

Fijn aan de film is het karakter van Eddie zelf. Eerst zou hij gespeeld worden door Steve Coogan – je moet er niet aan denken – maar gelukkig is later de relatief onbekende Taron Egerton gecast. Hij vertolkte Eggsy in het fantastische Kingsman: The Secret Service en lijkt sprekend op de echte Michael Edwards. Eddie’s blik achter zijn enorme bril is goud waard, zijn opmerkingen even onnozel als komisch, zijn volharding tekenend voor een Olympiër. Het is een vermakelijke set kwaliteiten die Eddie als karakter een stuk interessanter maken dan zijn coach.

Contrast
Je ziet het al helemaal gebeuren natuurlijk, een Brit die zonder enige ervaring van schansen springt in een trainingsgebied in Duitsland. Het contrast is haast zo groot als in Cool Runnings waar we allemaal juichten voor Jamaicanen in een bobslee. Regisseur Dexter Fletcher liet zich inspireren door die culthit uit 1993 en dat is te merken. Eddie the Eagle heeft dezelfde Disney feelgood vibe, met veel vrolijke muziek, excentrieke personages, een enorme underdog en een happy ending waar de gemiddelde massagesalon in Amsterdam nog een puntje aan kan zuigen. De film refereert nog kort aan zijn spirituele voorganger in een radiobericht tijdens de Olympische Winterspelen van Calgary in 1988.

Eddie the Eagle

Dexter Fletcher maakte eerder Wild Bill, een film over de terugkeer van een crimineel naar zijn twee verlaten zoontjes na jaren gevangenschap. Een prima debuut, vermakelijk met een rauw randje. Eddie the Eagle blijft echter keurig binnen de lijntjes en weet nergens te verrassen. De chemie tussen Jackman en Egerton maakt een hoop goed, maar de film is bijzonder voorspelbaar. De scènes gemaakt door een ‘helm-cam’ waarin Eddie als een gek van een schans naar beneden raast, spreken wel tot de verbeelding, met prachtige shots in mid-air.

Eddie the Eagle, in tegenstelling tot de hoofdpersoon bepaald geen hoogvlieger, speelt erg in op het underdoggevoel en haalt het onderste uit de kan. Van enige diepgang is nauwelijks sprake, zowel qua script als karakterontwikkeling. Ondermaats is de film echter allerminst en valt hij te vergelijken met de titulaire hoofdpersoon: ’t is niet goed, maar wel behoorlijk vermakelijk.

 

25 maart 2016

 

 

ALLE RECENSIES

 

Room

***

recensie  Room

Moeder en zoon versus De Wereld

door Ashar Medina

Brie Larson en nieuwkomer Jacob Tremblay schitteren als moeder en zoon die jarenlang gevangen worden gehouden door een psychopaat die ze behandelt als zijn huisdieren. Drama, suspense en een heel klein beetje actie kunnen echter niet verhullen dat de makers bleven hinken op twee gedachten.

Room is als film moeilijk te recenseren zonder teveel weg te geven. Het zijn eigenlijk twee verhalen in een. De eerste helft laat zien hoe Joy (Larson) het leven voor haar 5-jarige zoontje Jack zo normaal mogelijk probeert te maken. Ze zitten al jarenlang vast in een kleine schuilkelder, waar ze elke avond bezoek krijgen van hun cipier, Old Nick. Jack is zelfs geboren in de ‘room’, en weet niet beter dan dat dit de wereld is. Dat is ook gelijk het meest aangrijpende aan het verhaal dat wordt verteld via zijn voice-over.

Room

Jacks naïeve, onschuldige kinderstem staat in schril contrast met de onmenselijke omstandigheden waarin hij en zijn moeder verkeren. Zijn enthousiaste verwondering over een eenzaam eikenblad dat neerdwarrelt op het dakraam (hun enige uitzicht op de buitenwereld) is vertederend en hartverscheurend tegelijk. De gedachte dat dit lieve jongetje misschien wel zijn hele leven zal doorbrengen in deze gevangenis is onmenselijk en drijft Joy tot drastische maatregelen.

Het is ook de motor van de film, waar regisseur Lenny Abrahamson (Frank, 2014) dankbaar gebruik van maakt – een gecontroleerde cameravoering en een strakke montage geven ons het gevoel dat we in goede handen zijn. Ongeveer een uur lang is Room daardoor een subtiele dramatische thriller, met twee innemende protagonisten en een oprecht enge vijand die elk weldenkend mens angst zal inboezemen.

Eindelijk thuis?
De tweede helft is echter een ander verhaal. Letterlijk en figuurlijk. Wie verrast wil worden kan deze recensie beter wegleggen, hierna volgt een (semi-)spoiler. Halverwege de film verandert namelijk alles. Joy en Jack weten ternauwernood te ontsnappen aan hun folteraar en keren terug naar de ‘echte wereld’. Althans, voor Joy is het een terugkeer, voor Jack is het een angstige kennismaking met alles wat hem tot nu toe is onthouden. Hij leert zijn familie kennen en ziet voor het eerst auto’s, huizen en echte dieren, in tegenstelling tot de getekende versies uit zijn kleurboeken.

Het is interessant om te zien hoe de kleuter daarmee omgaat. Hij is in wezen een soort Mowgli, het wolvenkind uit The Jungle Book dat opgroeide in de wildernis en niet kon aarden in de maatschappij. In hun gevangenis was Jack heer en meester; hij kende elk hoekje van de ruimte als zijn binnenzak en kreeg alles gedaan van zijn moeder, die hem natuurlijk vertroetelde om zijn leven makkelijker te maken. De ‘room’ was veilig, en hij heeft er dan ook geen slechte herinneringen aan.

Joy is aanvankelijk dolblij verlost te zijn van de hel die ze zo lang haar thuis moest noemen. Ze stort zich op haar oude leven, maar merkt al gauw dat dat niet meer bestaat. Haar vriendinnen zijn inmiddels getrouwd of hebben succesvolle carrières en dachten dat zij dood was. Hetzelfde geldt voor een deel van haar familie, die ook niet meer hetzelfde is. De wereld is zonder haar doorgegaan en dat doet pijn.

Room

Beklemmende vrijheid
Room verandert dus in een soort coming of age-drama, toegespitst op de ‘revalidatieperiode’ van moeder en zoon. Joy’s posttraumatische stress drijft een wig tussen haar en Jack, die zichzelf totaal geen houding weet te geven. Zijn enige steunpilaar valt zo weg en het is fascinerend om te zien hoe de twee eerst elkaars enige steun en toeverlaat waren, maar nu de meest levendige herinneringen vormen van hun lijdensweg. Zo zien en voelen we dat vrijheid soms gek genoeg heel beklemmend kan zijn.

Room is een bewerking van een bestseller en het is te merken dat de makers moeite hadden met kiezen. Waar leg je de nadruk? Bij het leven in de schuilkelder en de spannende ontsnappingspogingen, of bij de terugkeer naar de echte wereld en de problemen die dat teweegbrengt. Uiteindelijk is er dus geen keuze gemaakt, mede omdat beide delen gewoon heel goed drama bieden en boeiend zijn om naar te kijken. Daardoor voelt de film wel wat onevenwichtig. Na de ontsnapping valt een groot deel van de spanning weg en wordt deze vervangen door een psychologisch portret van twee zwaar gehavende mensen die moeten leren leven met elkaar, wanneer ze niet meer het enige zijn wat ze hebben. Prachtig verteld, maar misschien iets teveel van het goede.

 

1 maart 2016

 
ALLE RECENSIES

Hail, Caesar!

***

recensie  Hail, Caesar!

Hollywood-ode als farce

door Alfred Bos

Na een drietal meer serieuze films keren de Coen Brothers terug naar de gekte van The Big Lebowski, waarin eveneens een ontvoering dient als katalysator van kolder. Hun als satire vermomde eerbetoon aan het Hollywood van de jaren vijftig is plagerig en liefdevol.

Ze moeten een haat-liefdeverhouding met Hollywood hebben. De gebroeders Coen opereren al een loopbaan lang, dik dertig jaar, buiten het studiosysteem. Maar het zijn ook filmliefhebbers pur sang, zoals spreekt uit hun hele oeuvre. Met Hail, Caesar! brengen ze een ode aan het klassieke Hollywood, dat van de machtige producers wier studio’s als een fabriek genrefilms uitpoepten. En passant is het een film over spiritualiteit in een zielloze wereld.

Hail, Caesar

Hail, Caesar! is typisch Coen Brothers, een liefdevol eerbetoon in de vorm van absurdistische satire. En een pastiche, want het tweetal benut de flinterdunne en tamelijk obligate plot rond een ontvoerde leading man  Baird Whitlock (George Clooney), om een reeks traditionele Hollywood-genres, van musical tot western, stijlvol te persifleren. De aankleding is perfect, de kennis van de materie encyclopedisch, de inside-grappen niet te tellen en aan de stoet steracteurs, ook in bijrollen, komt geen eind.

Kolderieke milieuschets
Josh Brolin speelt Eddie Mannix, een historische regelneef van de MGM studio die in 2006 al eens door Bob Hoskins werd geportretteerd in Hollywoodland. Mannix overziet voor Capital Pictures (in het echt een platenmaatschappij) de productie van een reeks films, die vervolgens de Coen-behandeling krijgen. Het is een geestig kijkje in de ingewanden van de droomfabriek, met zijn immoraliteit en eerzucht, zijn ambitieuze sterren, verwaande diva’s, neurotische regisseurs, blafferige bazen en jachtige roddelcolumnistes. Vermakelijk genoeg en voor kenners van het klassieke Hollywood is er extra lol door de talloze, vaak humoristische verwijzingen.

Mannix heeft het dagelijks te stellen met zijn klasje kunstenmakers en wordt als manager begeerd door een grote vliegtuigbouwer. Zijn grootste zorg is evenwel de afwezigheid van zijn belangrijkste ster, acteur Whitlock. Zonder hem kan het klassieke epos over Romeins keizer Caesar (de film uit de titel) niet worden voltooid. Whitlock blijkt te zijn ontvoerd door communistische scenarioschrijvers die de studio geld willen aftroggelen. Veel meer plot is er niet. De ragfijne, maar kolderieke milieuschets, doorspekt met genre-pastiches, moet voldoen. De beste grap is slapstick: de sjaal van een medewerkster in de montagekamer verdwaalt in de Moviola-machine.

Hail, Caesar

Kundig opgediend fastfood
Het is kostelijk om George Clooney een parodie op George Clooney te zien spelen. In Coen-films vertolkt hij nimmer grote lichten, maar dit moet zijn meest imbecielige personage zijn. En aan achteloze acteerprestaties geen gebrek. Brolin is uitmuntend als bullebak met geweten; Alden Ehrenreich speelt droogkomisch Hobie Doyle, een ongeletterde boer die van cowboyheld tot romantic lead wordt gekatapulteerd; Ralph Fiennes de gesoigneerde Britse regisseur Lawrence Laurentz; en dan zijn er kleine maar fijne rollen voor Tilda Swinton (tweemaal, als tweelingzus), Scarlett Johansson (in badpak), Francis McDormand (die van de sjaal), Alison Pill en Jonah Hill. Zelfs Channing Tatum draaft op voor een gelikte tapdance-routine. Het is allemaal feest.

Niet dat Hail, Caesar! gemakzuchtig aanvoelt, maar toch blijft er na afloop van zeven kwartier Coen-kolder een licht weeïg gevoel hangen, alsof het kundig opgediende fastfood wel lekker weg hapt maar niet goed vult, wat ongetwijfeld Hollywood karakteriseert. Het komt wellicht ook door de fragmentarische opzet van de film. De uitvoerige genre-pastiches hangen half aan de plot en dienen vooral als excuus voor vertoon van eervol vakmanschap. Dan heeft hun laatste all-out  grollenfilm, Burn After Reading uit 2008, meer lachsalvo’s per filmrol te bieden. Een onderhoudend tussendoortje, zullen we maar denken.

 

16 februari 2016

 

 
ALLE RECENSIES
 

Steve Jobs

****

recensie  Steve Jobs

Het genie als gesloten systeem

door Alfred Bos

Steve Wozniak ontwierp de Apple-computer en Steve Jobs verkocht hem. Veertig jaar later is Apple ‘s werelds sterkste merknaam, Steve Jobs een bewierookt icoon en Steve Wozniak een anonieme veteraan. Danny Boyles karakterstudie toont hoe dat heeft kunnen gebeuren.

Steve Jobs, Danny Boyles fictieve filmportret van de man die Apple deed uitgroeien tot de bekendste merknaam ter wereld, opent met een clipje uit de jaren zestig. Sciencefictionauteur en wetenschapsjournalist Arthur C. Clarke vertelt, staande bij een brok metaal met knopjes en lichtjes, dat in de nabije toekomst de computer ‘net zo gewoon als de telefoon’ zal zijn. Zelfs de man die de communicatiesatelliet bedacht kon niet voorzien dat Jobs het beter zou weten. Die draaide het om en maakte van de telefoon een computer.

Steve Jobs

Vier jaar na zijn overlijden is Steve Jobs nog steeds spraakmakend. Tijdens IDFA draaide de (niet altijd even flatteuze) documentaire Steve Jobs: The Man in the Machine. Ook Boyles rolprent toont een man wiens intelligentie en ambitie omgekeerd evenredig zijn aan zijn inlevingsvermogen. De Jobs van Doyle, een glansrol van Michael Fassbender, is een ijskoude control freak die met Bob Dylan dweept. Die controlezucht toont zich ook in de computers die hij bedacht: Apple is een gesloten systeem dat opereert in een eigen domein. Boyle schetst Jobs als gesloten systeem.

Verfilmd toneelstuk
De film is theatraal zonder theatraal te zijn en dat is de verdienste van de regisseur. Boyle toomt zijn hyperactieve filmstijl in en concentreert zich op de personages; desondanks voelt dit portret nimmer als een verfilmd toneelstuk hoewel het dat in feite is. Net als in Birdman speelt de handeling zich voornamelijk af in het theater, op en achter het toneel waar Jobs zich voorbereidt op een belangrijke presentatie. Scriptschrijver Aaron Sorkin (de man achter de tv-series The West Wing en The Newsroom, ook verantwoordelijk voor het draaiboek van The Social Network over Mark ‘Facebook’ Zuckerberg) condenseert zijn karakterschets in drie kantelmomenten uit Jobs loopbaan.

In 1984 presenteert Jobs de Macintosh, een revolutionaire machine die evenwel flopt en zijn einde bij Apple inluidt. In 1988 komt hij met de NeXT-computer terwijl het apparaat nog lang niet klaar is voor productie; het is een tactische meesterzet. In 1998, inmiddels weer terug bij Apple, onthult hij de iMac, de computer als lifestyleproduct. Doyle snijdt door die strakke toneelmatige, in ware tijd spelende structuur flashbacks van sleutelmomenten die in de filmhandeling ter sprake komen. Het is een masterclass in filmisch vertellen.

Messcherpe dialogen
Naast de Oscar-waardige titelrol van Fassbender, Sorkins briljante script en Doyles rake registratie is er een reeks sterke bijrollen. Jobs’ voormalige kompaan Steve Wozniak (eindelijk een fatsoenlijke rol van Seth Rogen) vraagt tevergeefs om krediet voor zijn team. Marketingspecialist en surrogaatvader Steve Sculley (Jeff Daniels), weggekocht bij Pepsi, botst met Jobs over strategie. Software-tovenaar Andy Hertzfeld (Michael Stuhlbarg), bedenker van de grafische interface, dient als running gag. Jobs’ex Chrisann Brennan (Katherine Waterston) en dochter Lisa worden backstage  door Jobs weggezet als hinderlijke meubelstukken.

Steve Jobs

‘Hun enige probleem is dat het mensen zijn’, laat Jobs zich in een probleemsituatie ontvallen. Hij denkt als een machine, binair: aan of uit, en niets daartussen. Het menselijke tegenwicht komt van zijn rechterhand, marketingdirecteur Joanna Hoffman (Kate Winslet), die op de werkvloer als een surrogaat-eega én zijn geweten functioneert. De andere vrouw in Jobs’ leven is dochter Lisa, die de ijsberg uiteindelijk een pietsie weet te ontdooien.

Met zijn messcherpe dialogen en treffende karakterschetsen ontvouwt Steve Jobs zich als een Shakespeareaans drama, in ieder opzicht superieur aan de biopic Jobs  (Joshua Michael Stern, 2013). In de geest van Steve Jobs is het een compromisloos portret van een man wiens tijd inmiddels is geweest, want hoe kan het gesloten ecosysteem van Apple overleven in een wereld die dagelijks meer en meer met elkaar verbonden wordt?

 

30 november 2015

 
ALLE RECENSIES

Spectre

****

recensie  Spectre

‘Spectreculaire’ Bond-film

door Ralph Evers

Temidden van de día de muertos  in Mexico-Stad onderneemt James Bond een soloactie om een gewraakt lid van een internationale misdaadorganisatie uit te schakelen. Het tumult dat volgt levert Bond een geheimzinnige ring op. Die lijkt meer te vertellen over zijn verleden dan hem lief is.

De nieuwste Bond-film borduurt voort op de vorige delen, Skyfall en Quantum of Solace. Een wraakactie op Marco Sciarra, een laatste wens van de vorige M (Judi Dench) is het startschot van een nieuw Bond-spektakel. Een reeks intriges en liquidaties later, is 007 iets groots op het spoor. Een internationaal netwerk, genaamd SPECTRE en geleid door een illustere bad guy.

In zijn zoektocht wordt Bond bijgestaan door een charmante femme fatale, Dr. Madeleine Swann (Léa Seydoux), die een onuitputtelijke garderobe in haar reiskoffer weet mee te zeulen. Kan hij rekenen op de coole technische snufjes van Q, het scepticisme van M, de loyaliteit van Miss Moneypenny en de tegenwerking van een half leger zware jongens, die zelfs een uitgekiend romantisch diner in een heksenketel veranderen.

Recensie Spectre

Stripboek
James Bond beweegt zich in een wereld die parallel is aan de onze. Hij is de superheld zonder superkrachten, de galante, charmante gentleman  zoals we ze uit de Engelse literatuur kennen. De intelligente mooiboy uit de archetypische spionnenroman, die precies van alles voldoende kennis in huis heeft. Zijn vindingrijkheid doet een McGyver of een A-team flink in de schaduw staan. Zijn geluk is minstens zo groot als dat van Kuifje. Bond is een stripheld tot leven gekomen via boek op het witte doek en appelleert daarmee aan zowel de realiteit als het sprookje.

Sprookje
Van dat laatste bevatten de Bond-films altijd voldoende elementen. De prachtige omgevingen (alsof je terugkomt van vakantie, als de aftiteling begint), vrouwen, decors, twists en in Spectre een heuse metatwist (met de ontdekking van de geschiedenis van de bad guy, overtuigend gespeeld door een schmierende Christoph Waltz).

Tot slot natuurlijk de tegenstellingen, explosieve actie versus idyllische rust, goed versus kwaad, man versus vrouw. De elementen die subtiel benadrukt worden door het sublieme camerawerk van Hoyte van Hoytema (een naam die zo uit een Suske en Wiske weggelopen is), die we ook kennen van Tinker, Tailor, Soldier; Spy en Interstellar. Zijn cameravoering versterkt subtiel de sfeer van de scènes door een uitgekiende kleurstelling. Met name in de rustige scènes geeft dit kleurpalet een sereniteit die welkom is na de actiescènes en tegelijk onheilspellend aanvoelt. Die rust wordt gecontrasteerd door de ritmische muziek onder de actie, vrijwel naadloos gechoreografeerd op elkaar, waardoor Bond op meerdere zintuigen tegelijk je hersenen binnen dendert. En niet alleen bij de kijker zelf. Ook Bond ervaart dit aan den lijve.

Spectre

Alfaman
Bond, de alfaman der alfamannen, heeft niet alleen concurrentie van zijn vele tegenstanders. Ook daarbuiten tracht men aan zijn status te tornen. De Mission Impossible-films katapulteren Tom Cruise als Amerikaanse tegenhanger-superheld, met dito exotische locaties, coole gadgets  en wat dies meer zij. We zien hints terug van Bond in de Largo Winch-reeks en de Sherlock Holmes  van Guy Ritchie. Allen gentleman-helden, maar er is maar één James Bond, en dat wordt dan ook ruimschoots bewezen in de nieuwste affiche.

Charmant
Wat Bond als cultuuricoon en filmheld tijdloos maakt, is onder andere het feit dat de films met hun tijd meegaan. Het is gemakkelijk allerlei geopolitieke ontwikkelingen terug te zien in een Bond-film en deze te gebruiken als duiding, terwijl deze doorgaans voornamelijk als achtergrond van het verhaal dienen.

Waar de jaren 60- en 70-Bonds vooral over het Rode Gevaar gingen en de vijand steevast Russen waren, gaat het sinds de jaren 90 en 00 naar andere gebieden. Toch ook komen er andere thema’s aan bod. Mediadictatuur, waterdictatuur en ditmaal een surveillancedictatuur. Terecht dat M (ditmaal Ralph Fiennes) een opmerking maakt over het uitkomen van Orwell’s droom.

Spectre

Menselijker
Waar Bond vroeger die halfgod was, die nauwelijks geraakt werd, laat staan gewond, die door onuitstaanbare pijnen ging en in een split second de juiste beslissing nam – naast het feit dat hij nimmer verliefd werd en we nauwelijks iets over zijn geschiedenis kenden – zien we nu juist een ommekeer hierin. Nog altijd schiet hij scherper dan een goed getrainde sluipschutter. Nog altijd kan hij onder gigantische druk de juiste beslissingen nemen, maar nieuw is dat we meer over zijn verleden komen te weten, dat hij verliefd kan worden, gevoelens heeft en gewond raakt.

Hij heeft echter één onmiskenbaar Brits medicijn tegen al zijn tegenslag: humor. Gortdroge humor. Dat zit doorspekt doorheen Spectre. De overdreven actiescènes, de coole one-liners en de interactie tussen alle allianties van Bond met hun demonen. Het zijn de ingrediënten die de Bond-film zo aantrekkelijk maken.

 

28 oktober 2015

 
ALLE RECENSIES

Lobster, The

****

recensie  The Lobster

Sardonisch sprookje vol geïnspireerde gekkigheid

door Ashar Medina

Regisseur Yorgos Lanthimos maakt na zijn eerdere films Dogtooth en Alps wederom gebruik van een bizarre premisse om een parabel te schetsen over interpersoonlijke relaties en de menselijke conditie in het algemeen. Het resultaat is verbluffend.

The Lobster speelt zich af in een nabije, dystopische toekomst waarin iedereen bij wet verplicht is een partner te hebben. Singles zijn in deze wereld de nieuwe paria’s, en worden niet alleen met de nek aangekeken maar ook daadwerkelijk gearresteerd en vervolgd. Als straf worden alle alleenstaanden in een hotel geplaatst waar ze 45 dagen de tijd krijgen om een geschikte partner te vinden in een van de andere ‘gasten’. Lukt dit niet, dan worden ze door de meedogenloze hotelleiding getransformeerd in een dier naar keuze. Dat dan weer wel.

Recensie The Lobster

Absurd Realisme
Zoals de premisse al doet vermoeden is The Lobster geen makkelijke film. Lanthimos zet zijn absurde arena echter zo integer neer dat het nooit ongeloofwaardig aanvoelt. Dit komt vooral doordat het verhaal wordt gedragen door personages die, hoe krankzinnig hun situatie ook moge zijn, bloedserieus omgaan met hun misère. In deze bevreemdende wereld volgen we namelijk David – neergezet door een verrassend ingetogen Colin Farrell – die in de openingsscène wordt verlaten door zijn vrouw. In het hotel doet de zwijgzame David zijn best om tussen de even wanhopige vrouwen iemand te vinden die het met hem kan uithouden.

Net als David zijn de andere hotelgasten stuk voor stuk gemankeerd; sommigen hebben een fysieke handicap, anderen zijn mentaal gebroken door de stress die komt kijken bij het zoeken naar een metgezel. Hierdoor zijn de personages niet alleen herkenbaar en hilarisch in hun tragiek, het maakt hun angst uiterst inleefbaar. Het gaat niet om het feit dat ze in een dier veranderen als ze falen, het gaat om de verlammende vrees eenzaam oud te worden zonder iemand om van te houden. Het is net de wereld die wij kennen, wat een absurde sfeer creëert die gek genoeg ‘echter’ aanvoelt dan het gepriegel op datingapps als Tinder en OkCupid.

Happy Single
In Dogtooth draaide het nog om één enkel wereldvreemd gezin, waarvan de kinderen angstvallig werden afgeschermd van de grote boze buitenwereld. In Alps volgde Lanthimos rouwende nabestaanden en de groep acteurs die werden ingehuurd als stand-in voor hun overleden geliefden. The Lobster is niet alleen groter qua schaal, de opzet is ook larger than life. Zo kunnen de gasten die moeite hebben met de onpersoonlijke paringsdans extra dagen winnen in het hotel door te jagen op een groep singles die zich heeft afgesloten van de maatschappij, en onderduikt in het bos.

Deze groep (geleid door ijskonijn Léa Seydoux) lijkt een vrijgevochten stel rebellen, maar zij zijn ironisch genoeg net zo rigide als de samenleving die zij verwerpen. Binnen deze groep is het namelijk expliciet verboden om onderling romantische genegenheid te tonen of, erger nog, verliefd te worden. Gebeurt dit wel dan moeten de tortelduifjes letterlijk hun eigen graf graven. Dit is uiteraard een tikkende tijdbom, die richting het einde van de film op hartverscheurende wijze tot ontploffing komt.

Recensie The Lobster

Human Nature
De universele thematiek van The Lobster wordt ingenieus verbeeld door de rebellen in een schitterende, natuurrijke omgeving te plaatsen, en dit in scherp contrast te brengen met het klinische, onpersoonlijke hotel waaruit David probeert te ontsnappen. Het lijkt een wereld van verschil, maar Lanthimos maakt ons duidelijk dat we uiteindelijk van binnen allemaal hetzelfde zijn en hetzelfde willen.

Zonder al te veel te verklappen komt David op een zeker punt in contact met de rebellen en raakt hij goed bevriend met een van hun leden, gespeeld door een ijzersterke Rachel Weisz. Het roept bij hem de vraag op of hij wel gelooft in echte liefde en – nog veel belangrijker – of het wel voor hem is weggelegd. Iets wat de mens zich tot het einde der tijden zal blijven afvragen. Dit maakt The Lobster een sardonisch sprookje dat ons een venijnige spiegel voorhoudt, maar waar tegelijkertijd heel hard om gelachen kan worden. Een knappe prestatie.

 

18 oktober 2015

 
ALLE RECENSIES