Imagine 2025 – Deel 5: Horror

Imagine 2025 – Deel 5: Horror
Duistere ogen leiden naar onheil

door Bob van der Sterre

Horror is populair! Ook deze Imagine valt weer genoeg te griezelen. Met iets meer aandacht voor verhalen, lijkt het. Van zwarte ogen tot een bizar radiostation.

 

Kinki

Kinki – Zwarte ogen
Een redacteur van mysterieuze verhalen – Sayama – is spoorloos. Zijn kantoor was in de kelder van de redactie. We zien wat er is gebeurd: een monster verschijnt en hij krijgt opeens een lekkend zwart oog.

Hij laat enorme research achter waar twee andere schrijvers, Ozawa en Chihiro, in duiken om een feature van 25 bladzijden te maken. Videobanden, cd’s en tijdschriften schetsen een beeld van waar Sayama mee bezig was.

Op de een zien we schoolkinderen bang worden van een heel laag geluid. Ze vallen opeens neer. Op de ander hoort een videoblogger bij een tempel opeens hetzelfde geluid. Dan zien we een streamer die een haunted house bezoekt dat volhangt met galgen. En dan gaat hij ‘van de radar’.

De twee ontdekken dat de rode draad is dat de bron komt uit de regio Kinki. Vaak gaat de ellende vergezeld van de zin: ‘Vergezel mij op de berg.’ Ze gaan erheen, komen daar Sayama en zijn vrouw tegen maar worden er niet veel wijzer van.

Heel aardig vond ik het toepassen van al die oude videotechnieken als research. Dat maakt het creepy en overtuigend, en af en toe horen we een soort didgeridoo. Deze eenvoudige effecten doen een beetje denken aan horrorklassieker The Blair Witch Project. Maar ook aan een game als Silent Hill 2.

Wel is het begin beter dan het wat tegenvallende einde. Film is van Kôji Shiraishi – maakte eerder het soortgelijke Okaruto in 2009.

Kijk wanneer Kinki draait.

 

Mag Mag

Mag Mag – Nog meer zwarte ogen
Een dik meisje, Yurika, wordt gepest en springt van het dak van de school (uiteraard voor een groepje in wit geklede kinderen, die onder het bloed komen). Daarna sterven de rotzakjes die haar beledigden een voor een. Ze zijn eerst een poosje waanzinnig maar niemand ziet waar zij nou zo bang voor zijn. Ze eindigen ogen-loos. ‘Als je haar ziet, is het te laat. Als ze verliefd op je wordt, is dood de enige uitvlucht.’

Een meisje genaamd Sanae, type creepy stalker kunstenares, was verliefd op Hiroshi, een van de vermoorde jongens. En zag voor haar ogen hoe haar vriendje in spe stierf. Dus wil ze weten wie de geest is. Alles krijgt een twist als Yurika gewoon nog blijkt te leven.

Tot de helft is het redelijk rechtdoorzee horror (het genre heet j-horror). Een steeds terugkerend kinderliedje, lange zwarte haren, een bizar spook en ook hier weer zwarte ogen… of eigenlijk leegte waar ze hadden moeten zitten.

Dan slaat Sanae midden in de film opeens aan het zingen en wordt het alsmaar raadselachtiger. De link van de geest van Mag Mag krijgen we onthuld maar de kijker moet wel echt door een pittig (veel karakters) en een wat onevenwichtig verhaal heen alvorens het zover is. Een type film waar de plot een grote rol in speelt.

Mag Mag is de eerste film van K2 Pictures, waar regisseurs Takashi Miike, Hirokazu Koreeda en Miwa Nishikawa bij werken, en die de Japanse cinema willen vernieuwen. Deze film is van Yuriyan Retriever, en het verhaal is een beetje op haar eigen ervaringen gebaseerd.

Kijk wanneer Mag Mag draait.

 

La Frecuencia Kirlian

La Frecuencia Kirlian – Radiostation in een raar stadje
Ergens in 1987 presenteert een mismaakte man met een doodshoofd een radioprogramma over de mysterieuze Argentijnse wijk die intussen verdwenen is van de kaart: Kirlian. Een schijnbaar vervloekte wijk in de provincie Buenos Aires. Het is ook de avond dat een komeet passeert.

De eerste gast is schooldirecteur Gladys. Zij vertelt over haar bizarre ervaringen met de seksstrip Fleisch Welt, die blijkbaar vervloekt is als je het uitleest. Daarna vertelt Julio Vergara van een groot bedrijf over de bouw van een nieuwe wijk, waar blijkbaar paarse smurrie etende aliens bij betrokken waren. Dan vertelt Paz Nunez, sociaal activist in Kirlian, over haar tijd op school toen de buurt geterroriseerd werd door ‘een monster’. ‘Het was toen de eerste moord plaatsvond.’

Na een bekentenis van Vicente Larrosa, de eigenaar van het radiostation, volgt ‘de buitenlander’ Abel Eldritch, die nog meer identiteiten herbergt.

Sfeervol en interessant experimenteel met verschillende stijlen. De echte scènes in de radiostudio. Hun verhalen zijn fraai geanimeerd. En er zijn geschreven dialogen (als er muziek draait of tijdens de animaties). Ik vond die mix verfrissend – weinig regisseurs durven het aan om echte acteurs en animatie te mengen.

La Frecuencia Kirlian was oorspronkelijk een cultserie waarvan een paar afleveringen op YouTube en Vimeo verschenen. Later zelfs op Netflix. Nu is er de film van bedenker Christian Ponce. Met een dikke knipoog naar de 80’s serie The Twilight Zone.

Kijk wanneer La Frecuencia Kirlian draait.

 

Shorts:
Don’t Be Afraid
Fotograaf maakte een persoonlijke serie over zijn zoontje dat spoorloos is: Pelle. Sterke korte Zweedse film van Mats Udd is goed geacteerd en heeft een mooie griezelige apotheose.

dont.4get2smile
Oei, dit is echt creepy. Een moordende Instagrammer post foto’s terwijl hij in het huis een meisje volgt. Negen minuten maar meer griezeligheid dan in menig film, deze film van Stefano Pennisi..

 

7 november 2025

 

Imagine 2025 – Deel 1: Sciencefiction
Imagine 2025 – Deel 2: Mysterie en spanning
Imagine 2025 – Deel 3: Psychologisch drama
Imagine 2025 – Deel 4: Luchtig

 


MEER FILMFESTIVAL

Imagine 2025 – Deel 4: Luchtig

Imagine 2025 – Deel 4: Luchtig
Tegenslag in het kwadraat

door Bob van der Sterre

Er zijn niet veel komedies pur sang, eigenlijk geen een, maar wel een aantal luchtige films. Bekijk onze selectie.

 

Flush

Flush – Met je kop in het toilet
Luc sluit zich op in een van de oude wc’s van een bar. Gebruikt een beetje drugs, verstapt zich en komt met zijn voet vast te zitten in zo’n Franse hurk-wc. Al zoekende naar zijn schoen vindt hij een zak drugs met alles verpakt in kleine zakjes. Hij werkt alles snel naar binnen.

Twee mannen komen binnen. Dankzij een getrainde rat weten ze dat Luc liegt en de drugs heeft ingeslikt. Sam, de barman/baas van de drugshandel, slaat zijn hoofd dwars door het gat van de hurk-wc heen, ze doen de deur op slot en hangen een bordje op: buiten werking. Dat regelen ze later wel.

Ondertussen verplaatst de camera zich naar de onderkant van de wc – daar hangt het hoofd van Luc. Dan wordt het pas afzien. Als iemand in de wc ernaast pist, verdrinkt hij bijna in het water. Als hij met zijn mobiel probeert te bellen met zijn stem, zegt zijn mobiel: ‘Praat dichter in de microfoon, ik kan je niet verstaan.’ ‘Appelez la police!’ ‘Je wilt The Police afspelen. Wil je Message in a Bottle of Every breath you take?’

Als je denkt dat je het slecht hebt, moet je je even verplaatsen in Luc, die bijvoorbeeld met zijn mond een oordopje in zijn (afgesneden) oor probeert te doen om dan omhoog te hijsen om een gesprek te voeren. Het zal ook een heftige acteerervaring zijn geweest voor Jonathan Lambert. Hij heeft een mooi karakteristiek gezicht in het roodgroene licht van onder de pot.

Inhoud? Nee. Maar wel onderhoudend en inventieve body horror. Het hangt af van je gevoel voor slechte smaak of je erom lacht maar gegarandeerd dat bij Imagine geschaterd wordt. Afgrijzen hoort er nou eenmaal bij. Voor velen zijn de ervaringen in een hurk-wc erger dan wat je in een horrorfilm krijgt te zien.

Aardig om te weten: Imagine had een paar jaar terug óók een film over een man die vastzat in een wc: Ach, du Scheisse.

Kijk wanneer Flush draait.

 

Reflet dans un diamant mort

Reflet dans un diamant mort – Stijlvol duel in een pulpcomicstrip
Diamantmiljonair Strand moet worden beveiligd door een ‘speciaal agent’, John Diman. Hij heeft een partner, maar die wordt vermoord. De aartsvijand, Serpentik, zit erachter. Maar wie of wat is Serpentik? En wie is hij zelf?

De geheim agent kijkt hier jaren later op terug in hetzelfde luxe hotel. Hij herinnert zich hoe hij zijn opponent moest uitschakelen. De herinneringen van mr. Diman zijn wel bedrieglijk.

Een verrassend toegankelijk verhaal dit keer in de film van het duo Hélèna Cattet en Bruno Forzani, bekend onder andere van hyperstilistische genrefilms als Laissez Bronzer les Cadavres, L’etrange Couleur des Larmes en Amer.

Vaak zijn hun films stijl, stijl, stijl. Zoveel aandacht voor beeld, licht, details, geluid, cameralenzen, schaduwen, etc. Dat levert heerlijke visuele films op, maar ook wel lastig te volgen verhalen. Hun giallo-interpretatie  L’etrange Couleur des Larmes is bijvoorbeeld spectaculair gefilmd maar mist de eenvoud die de giallo’s wel hebben.

Maar wat is in deze film werkelijkheid, herinnering, film of zelfs comicstrip? Het is knap dat het duo dit zo op speelse manier weet uit te buiten in hun film. Hoe dan ook is het een film over onze obsessie met lichamen en knappe gezichten in films. En voor de liefhebber van cinema een feest van herkenning. Natuurlijk James Bond, maar ook jaren zestig spionagepulpfilms, giallo’s maar ook de klassieke films van Diabolik (hier Serpentik).

Ik word heel blij met deze aandacht voor een van de meest onderschatte onderdelen van film: stijl. Ook deze film van Cattet en Forzani zit boordevol briljante creatieve ideeën. In de zaal kun je alleen niet op pauze drukken om even op adem te komen. Dat is een aandachtspunt voor de volgende keer: iets meer rustpunten waarin niets gebeurt.

Kijk wanneer ‘Reflet dans un diamant mort’ draait.

 

Hold the Fort

Hold the Fort – Nieuwe buren en een aanval van slechte geesten afslaan
Jenny en Lucas komen net wonen in een dorp. Ze hebben in hun eerste week een feestje met hun nieuwe VVE (Vereniging van Eigenaren – HOA in het Amerikaans).

Daar krijgen ze meteen uitleg hoe ze tijdens equinox (toevallig die avond) zich kunnen verdedigen tegen heksen, weerwolven en anderen. Lucas krijgt een shotgun via een loterij en iedereen is jaloers op hem.

Voor ze het weten slaan ze een aanval van heksen af, kamikazevleermuizen en een weerwolf. Slachtoffers vallen en de enige die weet wat ie doet, is door stom toeval tijdelijk verlamd. Lucas gezicht wordt rood van alle bloed.

Deze maffe B-film zal de handen op elkaar krijgen bij Imagine, ongetwijfeld. Lekker joelen als er weer een monster aan gaat. De film van William Bagley is een mild-vermakelijke B-film met lowbudget-effecten, maar meer ook niet.

Kijk wanneer Hold the Fort draait.

 

Shorts:
Check please
Hoe het afrekenen in een Koreaans restaurant uitmondt in een martial arts-duel. Creditcards werpen en bezemvechten. Vermakelijk filmpje van Shane Chung.

El Vocho del Averno
Een groene taxi is als je niet oplet erop uit om een contract met satan te tekenen. Met cumbiamuziek een van de vrolijkste films op Imagine. Film van Gerardo Oñate.

 

6 november 2025

 

Imagine 2025 – Deel 1: Sciencefiction
Imagine 2025 – Deel 2: Mysterie en spanning
Imagine 2025 – Deel 3: Psychologisch drama
Imagine 2025 – Deel 5: Horror

 


MEER FILMFESTIVAL

Imagine 2025 – Deel 3: Psychologisch drama

Imagine 2025 – Deel 3:
Overleven of overgeven

door Tim Bouwhuis

Op het Imagine Film Festival draait het in de programmering vaak om mogelijkheden en het verleggen van grenzen (zie bijvoorbeeld ons eerste verslag over sciencefiction). Tegelijk beseffen makers zich ook dat er tragiek schuilt in de angst die (denk)ruimte kwijt te raken.

I Live Here Now en The Occupant gaan allebei over vrouwen die de grip op het leven kwijt dreigen te raken. In het langspeeldebuut van Julie Marie Pacino (ja, de ‘dochter van’) vreest de hoofdpersoon vooral voor haar eigen zelfbeschikking. In de eerste langspeler van de ervaren Nederlandse maker Hugo Keijzer wordt persoonlijke overlevingsdrift overschaduwd door een nog grotere angst: die voor het aangekondigde verlies van een dierbare.

 

I Live Here Now

I Live Here Now – Baas in eigen buik
In de eerste minuten van de psychologische koortsdroom I Live Here Now zien we hoe een vijfjarig meisje een verregaande medische ingreep ondergaat. Jaren later blijkt Rose (Lucy Fry) het hallucinante beeld van een naald die haar schaamstreek nadert nog scherp op het netvlies te hebben. De angst dat iets of iemand haar lichamelijke integriteit schendt komt in alle hevigheid boven als haar vriend (Matt Rife) zich ongeremd gedraagt in de slaapkamer en ze zwanger raakt.

Getergd door de bemoeizucht van haar schoonmoeder en een schaamteloos staaltje bodyshaming bij een castingsessie verlaat Rose in allerijl Los Angeles. De actrice in spe vindt een kliniek waar ze een abortuspil kan krijgen, maar het nabijgelegen motel waar ze deze in alle rust tot zich hoopt te nemen blijkt een nachtmerrieachtige plek. Haar greep op de realiteit verslapt steeds verder, waarbij een dreigement van haar schoonmoeder – “jouw lichaam is niet van jou” – luid nagalmt.

Gespeend van thematische subtiliteit moet dit langspeeldebuut van Pacino het vooral hebben van de levendige manier waarop de oerangst van Rose tot leven wordt gebracht. De beklemmende omgeving van het motel vormt zich als een soort ‘red room’ (denk Twin Peaks) voor ongewenste zwangerschappen, waarin enigmatische figuren haar lastigvallen en een nooduitgang ver te zoeken is. Dat de gedachte aan het werk van David Lynch snel naar boven komt, is geen toeval. Sheryl Lee (aka Laura Palmer) in hoogsteigen persoon speelt de dominante schoonmoeder, en (wijlen) Lynch zelf wordt op de aftiteling expliciet vermeld als dankbare inspiratiebron.

Omdat het trauma uit Rose haar kindertijd al vroeg in de film zó grafisch wordt bovengehaald, vraagt het weinig verbeelding om de angst die daaruit voorkomt te doorgronden. De symboliek (de naald van de operatie transformeert als het ware in de mannelijke fallus) is overduidelijk, en de keuze voor het uitvergroten hiervan gaat ten koste van dramatische en psychologische diepgang.

Eenmaal in het motel lijkt Pacino’s hoofddoel het doorversterken van de bedrukkende, naargeestige sfeer, en daarin gaat ze tamelijk ver. Tegelijk zijn de decors en het kleurgebruik doorgaans te kitscherig en de taferelen te grotesk om de koortsdroom echt meeslepend te maken. Alleen een geluidsontwerp dat sterke echo’s van Twin Peaks bevat is nog niet voldoende om I Live Here Now echt tot wasdom te laten komen als Lynchiaanse nachtmerrie. Pacino toont durf door zo op surrealisme in te zetten, en weet precies wat ze wil vertellen. Toch weet ze zich met haar debuut nog te weinig te onderscheiden.

 

The Occupant

The Occupant – Gered door de Kosmos
Waar Rose in I Live Here Now tot waanzin gedreven wordt in haar missie de regie te behouden, leert de protagoniste van The Occupant juist om haar grip op het leven (in een breder verband) los te laten. Ver van de manie van Los Angeles reist geologe Abby (Ella Balinska) naar de afgelegen wildernis van de Georgische Kaukasus, waar rondstruinen bij voorbaat gevaarlijk is door de vermeende grenspatrouilles van Russische troepen; om over wilde dieren nog maar te zwijgen. Na een noodlanding begint ze aan een overlevingstocht waarvan de afloop ongewis is.

Aan de hand van terloopse flashbacks verweeft Hugo Keijzer Abby’s stranden in de wildernis met haar innerlijke drijfveer om het avontuur op te zoeken. Haar zus is ernstig ziek, en in haar familie heeft men de moed eigenlijk al opgegeven. Abby weet dat er experimentele behandelmethodes mogelijk zijn, maar daar is geld voor nodig. Welke heikele baan ze precies aanneemt in het onherbergzame gebied – het heeft in elk geval iets te maken met het winnen van uranium – wordt tussen neus en lippen door vermeld, want voor we het weten is Abby de eenzame overlever van een helikoptercrash, volledig op haar survivalskills aangewezen.

Een overlevingstocht in zijn puurste vorm wordt The Occupant niet, want het duurt niet lang voor de geologe via een radio contact weet te leggen met een andere gestrande reiziger. De man in kwestie stelt zichzelf voor als John, en geeft Abby de hoop dat redding mogelijk is. Ze aarzelt niet en begint Johns aanwijzingen naar zijn verblijfplaats te volgen.

Tot zover maakt de opzet van Keijzers debuut misschien een overzichtelijke indruk, maar niet gevreesd (of juist wel): dit is géén conventioneel overlevingsdrama. Hoe langer Abby via haar radio (die wonderlijk genoeg geen moment uitvalt) met John blijft praten, hoe meer vraagtekens je als kijker kunt gaan plaatsen bij zijn identiteit en motieven. En dan is er nog de mysterieuze zwarte steen die de geologe met zich meedraagt, en de lonkende opening van een grot waar Abby’s zoektocht tot een climax zal komen.

Keijzer neemt veel hooi op zijn vork door een kernachtig dramatisch uitgangspunt te vermengen met zweverige sci-fi-elementen. Het ene moment moet Abby vrezen betrapt te worden door een Russische patrouille, het andere moment wordt haar leven gered door een steen die zomaar van vorm kan veranderen. De steen blijkt verband te houden met een holistisch eco-bewustzijn dat de tijd en ruimte van Abby’s eigen verhaal ruimschoots overstijgt.

De keuze om een innige persoonlijke missie samen te brengen met een ‘larger than life’-vertelling maakt van The Occupant in elk geval geen dertien in een dozijn-film, en de ambitie die het resultaat uitstraalt is prijzenswaardig. Tegelijk is het scenario niet vernuftig genoeg en te rommelig om de verschillende laagjes overtuigend én met genoeg diepgang bijeen te brengen. Hierdoor voelen sommige scènes knulliger aan dan ze zijn bedoeld, en ligt er net teveel druk op de schouders van de verder niet onervaren Balinska (The Athena, Run Sweetheart Run). Als niet alle achterliggende ideeën even goed uit de verf komen, kan een sterke hoofdrol immers nog een hoop compenseren. Het spel van Balinska kan er zeker mee door, maar écht beklijven doen de film en haar vertolker niet.

Eén lichaam en één leven
De settings van I Live Here Now en The Occupant hadden uiterlijk niet meer van elkaar kunnen verschillen, maar beide films pogen met sterke vrouwen in de hoofdrol tot een betekenisvolle kern te komen. Abby’s besef dat het haar rust brengt om zich over te geven aan een hoger lot staat daarbij in schril contrast met de mentale strijd van Rose, die de autonomie over haar eígen leven en lichaam onder geen beding op wil geven. Eén gedachte staat in het licht van de verder flink verschillende benaderingen fier overeind : ook in een fantasierijke wereld heb je als mens maar één lichaam en één leven.

 

5 november 2025

 

Imagine 2025 – Deel 1: Sciencefiction
Imagine 2025 – Deel 2: Mysterie en spanning
Imagine 2025 – Deel 4: Luchtig
Imagine 2025 – Deel 5: Horror

 


MEER FILMFESTIVAL

Imagine 2025 – Deel 2: Mysterie en spanning

Imagine 2025 – Deel 2: Mysterie en spanning
Stress op locatie

door Bob van der Sterre

Spanning is terugkerend bij Imagine met suspense-, mysterie- en actiefilms. Ook bij deze Imagine zien we weer veel nagelbijters die het vaak van een plot moeten hebben.

 

Honey Bunch

Honey Bunch – Sessies om weer jezelf te worden, en meer
Dokter Tréphine heeft een grote reputatie met behandelen van mensen met traumatische problemen in het geïsoleerde landhuis Les Retrouvailles. Haar behandeling is wel heel geheimzinnig, merkt Diana die een auto-ongeluk heeft gehad en zich niets meer kan herinneren. Ze kan niet meer goed lopen. Haar partner Homer helpt haar.

Met zwemoefeningen, pillen en andere sessies keert het geheugen langzaam terug. En rennen kan ze ook weer snel. Maar ze beleeft in het landhuis een paar vreemde momenten en begint te twijfelen aan de rol van Homer. En waarom zegt een partner van een andere patiënt: ‘Dan neem ik Josephina 3 wel?’

Deze Canadees-Britse film van Dusty Mancinelli en Madeleine Sims-Fewer (maakten samen ook Violation) mist misschien wat kansen op echt interessant mysterie, maar is onderhoudend genoeg om tot het einde te blijven kijken. Daarnaast is het onderwerp iets waar we in de toekomst misschien wel mee te maken krijgen (ik verklap het niet wat anders verraad ik de plot).

Acteurs, ook al zijn de meeste niet bekend, passen goed bij het verhaal. Vooral voor Grace Glowicki was het een uitdaging, denk ik. Daarnaast heeft het een aangename 70s-sfeer, toen er volop in landhuizen werd gefilmd, een traditie die een beetje is verdwenen.

Kijk wanneer Honey Bunch draait.

 

Retreat

Retreat – Gezellig zonder woorden
Wederom een landhuis en een plek om therapie te doen. Eva komt uit Duitsland, is mentaal de weg kwijt en gaat naar een retraite, Chillmark. Een verschil met Les Retrouvailles is dat bewoners allemaal doof zijn, of hoe ze zelf zeggen: mensen, want het woord doven is een stempel van horenden, legt Mia uit. Zij runt de retraite.

De therapie heet ‘Waking Up’. Eva kiest Matt als haar buddy maar hij heeft geen trauma’s omdat hij al als kind al bij de retraite kwam. Waar Eva zich snel beter gaat voelen en geld doneert aan de retraite, voelt Matt zich leeg, onaf. Wie is hij? Hij is nog nooit buiten het terrein geweest en wil graag die sprong met Eva maken. Maar die voelt weer meer voor de beloften van leider Mia.

Waar is de spanning in deze volstrekt ‘gesprokendialooglozefilm’ van regisseur Ted Evans? De geheimzinnige, sektarische trekjes trekken de film een beetje uit de plooi van een gewone film. Het is als een sekte zonder religie. Hoezo die vage tests? Die openbare vernedering? En waarom willen ze Eva’s donatie in cash hebben?

Film is prima uit te kijken. Vorig jaar zag ik bij IDFA The Tuba Thieves, ook een film louter over doven. Retreat is niet zo avontuurlijk in stijl, maar je hoort letterlijk geen gesproken woord. En dat is een bijzondere ervaring als kijker. Het doet de subtiele muziek ook veel goeds want het is letterlijk het enige wat je hoort.

Kijk wanneer Retreat draait.

 

Le Roi Soleil

Le Roi Soleil – Een bonnetje van bijna 300 miljoen euro
Giacomo Casanova introduceert de loterij bij de Franse koning. Bespottelijk! vindt die dat idee. De koning kon ook niet bevroeden dat op een zeer vroege ochtend in een verre toekomst een oudere man 294 miljoen euro wint met een loterij. Hij leert dat heel vroeg in de ochtend in buurtcafé Le Roi Soleil in Parijs. Hij is zo van zijn a propos dat hij naar buiten gaat en het bonnetje vergeet. Niet handig…

Een opgefokte gast ziet een buitenkans en zwaait met een geroofd wapen van een van de aanwezige agenten. Schoten klinken. En dan begint de ellende.

Opeens is daar een wild plan. De man is toch overleden, wat als wij met alle aanwezigen – de vijf gasten, de eigenaar en zijn medewerker – het geld van het bonnetje verdelen? Dat is 36 miljoen euro per persoon. Het plan is al snel zo lek als een mandje. Wat als hij met vaste nummers speelt? De huisbaas komt de huur innen. Een jongen verliest veel bloed. De crimineel wil ontsnappen.

Net als in Flush (zie humor) en Phase (zie SF) opnieuw een kleine, claustrofobische locatie, waar alle mogelijkheden van gebruikt worden, tot en met kelders met tunnels. Het lijkt een variant op een bekend thrillerverhaal van Agatha Christie, maar oogt nogal plotloos.

De filmstijl van Le Roi Soleil is aangenaam om te kijken. Aardig zijn de wisselende perspectieven, intermezzo’s met slow motions, visualisaties van ‘het verhaal’ dat ze gaan vertellen. Vermakelijk genoeg om uit te kijken. Opmerkelijk is de dikke knipoog naar de kijker halverwege dat het niet allemaal echt is, ik begreep niet het idee daarvan.

Kijk wanneer Le Roi Soleil draait.

 

La Città Proibita

La Città Proibita – Wraak in twee culturen
Yun en Mei zijn twee Chinese meisjes in de tijd van het eenkindbeleid. Mei moet altijd verstopt worden als bijvoorbeeld de postbode langskomt. Jaren later gaat ze naar Rome om haar zus te vinden, die in de prostitutie is gerold. Dankzij de lessen kungfu als kind is zij een topvechter.

Ze leert dat Yun vermoord is, samen met Alfredo (vader van Marcello), die haar uit de prostitutie wilde helpen. Op Marcello’s menu – hij is kok – staat pasta, op de hare wraak. Wang, de baas van het bordeel waar Yun werkte, moet eraan. Wat is eigenlijk de rol van hun (xenofobe) familievriend?

Een eerste poging moet ze bijna bekopen met de dood. Daarna herstelt ze bij Marcello thuis en rijden ze rond met de Vespa. Gevoelens springen over. Dan krijgt ze een nieuwe wraakkans bij een rapconcert van de zoon van de trotse Wang.

La Città Proibita is een interessante blend tussen Italiaanse en Chinese cultuur en maakt de hele film door bewuste statements over xenofobie en vreemdelingenhaat.

Het is ook een blend in genres: actiefilm, lichtvoetige romcom en drama. Die soms goed werkt (sommige gevechten, met name de eerste, zijn indrukwekkend) en soms wat minder (met name de te lange dramatische passages), maar wie niet al te kieskeurig is en een goed geproduceerde film over een actueel thema wil, zit hier goed.

Kijk waar La Città Proibita draait.

 

Shorts:
Carve
Boek nooit een afspraak om een standbeeld van jezelf te maken, en zeker niet als de maker het meteen wil uitvoeren. Aardige korte film van Femke Huurdeman.

The Second Time Around
In een bar na sluitingstijd krijgt de serveerster bezoek van iemand die een paraplu is vergeten. Ze lijkt uit de toekomst te komen. Rustige film van Jack Howard biedt een afgerond verhaal in nog geen 10 minuten.

Saint Maria’s Way
Vrouw wordt achterna gezeten. Ze belt de politie maar lijkt dan zelf ook niet meer te zijn wie ze is. Zijn de slachtoffers niet de dader aan het opjagen? Inventieve horror met cctv-camera’s van Chris Turner heeft zelfs wat Lynchiaanse momenten.

Les Dernières Neiges
Een van de spannendste korte films deze Imagine. Sterk gebruik van de omgeving, de duisternis en de berg. Eentje om in de bioscoop te zien. Plot is alleen wel zwak. Film van Sarah Henochsberg.

 

4 november 2025

 

Imagine 2025 – Deel 1: Sciencefiction
Imagine 2025 – Deel 3: Psychologisch drama
Imagine 2025 – Deel 4: Luchtig
Imagine 2025 – Deel 5: Horror

 


MEER FILMFESTIVAL

Imagine 2025 – Deel 1: Sciencefiction

Imagine 2025 – Deel 1: Sciencefiction
Ongelukkig zijn in meerdere dimensies

door Bob van der Sterre

Sciencefiction is niet meer het genre dat het ooit was – dat hebben we al bij eerdere Imagine’s geconstateerd. Er is steeds meer kennis over astronomie maar dat betekent vooralsnog geen betere films. Ook deze Imagine valt het iets tegen.

 

Bulk

Bulk – Een multidimensionaal huis
Corey Harlan is zeker weten Corey Harlan. Zegt hij. Een journalist op onderzoek in een huis. Hij is warrig, gedrogeerd, vergiftigd. De man die hem binnenbracht, Kurt Sessler, verzekert hem al dat hij straks alles is vergeten. Daar is ook Aclima Benton, de wetenschapster en gids. Het huis is van de rijke tech-ondernemer Anton Chambers.

Aclima’s introductievideo legt uit: het huis is een set van coördinaten in een multidimensionale constructie (de ‘Bulk Brane’). ‘Het huis is een op verhalen gebaseerde leerervaring. Je gaat van de ene dimensionale kamer naar de andere.’

Hij komt in de kamers. Hij ontmoet ‘een Aclima’ van Aclima’s Bevrijdingsfront. Een kartonnen decor, een AI-versie van Anton, een monster van steen, een storm, een frontlinie, wat overkomt hem allemaal?

Het tweede deel legt de geschiedenis uit van de explosie van de ‘brain collider’, waarmee de ellende is begonnen.

Dapper misschien van Ben Wheatley (Kill List, Free Fire, Sightseers, High-Rise) om zoveel risico’s te nemen, en in zwartwit nog wel, maar het is te chaotisch in stijl en ideeën om echt te werken: close-ups, hypersnelle edits, aparte geluiden, amateuristische effecten (expres), geschud met camera’s, dat leidt af van het al lastig te volgen verhaal. Het is een beetje grappig en SF-serieus tegelijk: een moeilijke combo.

Het is met veel van dit soort films: ze vermoeien snel en ook deze heb ik niet tot het einde volgehouden. De film heeft interessante visuele ideeën hier en daar (het karton uit het decor pakken!) en ik denk dat dit een prima film van maximaal drie kwartier had kunnen zijn, maar nu is het wat too much.

Kijk wanneer Bulk draait.

 

Redux Redux

Redux Redux – Blijven moorden in álle universums
Een man in een snackbar – Neville – wordt neergeschoten. En nog een keer, en nog een keer.

In alle parallelle universa vermoordt Irene de moordenaar van haar dochter. Dat is honderden keren bij elkaar. Ze kan niet meer stoppen. Ze stapt telkens in haar tijdreiskist en verkast naar een ander universum. Maar in elk universum is haar dochter er niet meer.

In een universum bevrijdt ze een vijftienjarig meisje uit zijn kidnappende handen en gaan ze samen op pad om de man te killen. ‘Hij heeft mij vermoord en ik laat hem er niet mee wegkomen.’

Gemiddelde film, en ook wel overdadig veel geweld. Het doet een beetje denken aan een combinatie van Groundhog Day (minus de humor) en tijdreisfilm Primer (minus het scenario). Daarnaast is het multiversumverhaal intussen een beetje afgezaagd aan het worden. En de 80’s synthesizersoundtrack hebben we ook al veel vaker gehoord.Het verhaal is ook een beetje gek als je bedenkt welke impact verschillen zouden hebben in de andere universums. Die zouden na een paar eeuwen werkelijk gigantisch moeten zijn, andere mensen, andere geschiedenissen, andere maatschappijen. Terwijl deze werelden als twee druppels water op elkaar lijken.

Kijk wanneer Redux Redux draait.

 

Phase

Phase – Zwanger in de ruimte
Ursula Klauber maakt voor de derde keer een zootje van een missie. Ze wordt ontslagen en krijgt van haar bedrijf met haar pod een enkele reis naar station Heraklion bij Jupiter.

Bij het docken blijft ze hangen want haar software is verouderd. Ze wil ene Liam ontmoeten en ze is zwanger. Opeens loopt er een man in haar pod.

Ze vluchten van het dockingadres. Hij wil naar de aarde terug en omdat haar pod zo oud is, kan hij die reis ongeregistreerd maken. De vraag is: wat gaat zij doen? En wie moet ze vertrouwen, hem of Liam die ineens contact zoekt?

Het probleem van Phase is dat er werkelijk niets bijzonders gebeurt. Voor SF zijn claustrofobische ruimteschepen interessant om neer te zetten. Maar met zo’n kleine setting, met maar twee acteurs, moet het verhaal wel heel sterk zijn. En het is vooral veel drama en maar een heel klein beetje SF (eigenlijk niet meer dan het retro ogende interieur). Waarom dan niet wat meer humor proberen? Dat had wat licht in de krapte van de pod gegeven.

Kijk wanneer Phase draait.

 

Shorts:
Corps Étranger
In een afgelegen klooster is een ‘figuur’ letterlijk uit de hemel gevallen. Agente June mag de alien onderzoeken. Moeder-overste doet alvast de deur dicht. De alien neemt natuurlijk de benen. Sfeervolle productie (nacht, regen, meer) van Cécile Delberghe en Mathieu Mortelmans.

Primus the Robot
Gevonden robot – een van de vele, vele arbeiders – wordt bij de baas van het land gebracht. Hij wil het laten smelten, maar een ex-zuster van een klooster denkt dat er wel degelijk gevoelens in zitten. De robot maakt gebruik van de situatie. Mooie, trage Franse zwartwitfilm van Max Delagrave is gemaakt op basis van een verhaal van Karel Capek. Visueel interessant is de afwisseling met fisheye-beelden. Met drie scènes in drie hoofdstukken.

 

3 november 2025

 

Imagine 2025 – Deel 2: Mysterie en spanning
Imagine 2025 – Deel 3: Psychologisch drama
Imagine 2025 – Deel 4: Luchtig
Imagine 2025 – Deel 5: Horror

 


MEER FILMFESTIVAL

Dutch Mountain Film Festival 2025 – Preview 2

Dutch Mountain Film Festival 2025 – Preview 2:
Vergankelijkheid en kwetsbare dieren

door Paul Rübsaam

De tweede preview van editie 15 van het Dutch Mountain Film Festival (DMFF) voert onder andere naar Asturië, de Karpaten en het noorden van Nepal. Is het leven in die bergregio’s nog als vroeger? Verder zien we hoe een jonge schaapherder in de Franse Alpen voor een duivels dilemma komt te staan en dat een naar de natuur getekende hermelijn het ook al niet makkelijk heeft.

Muyeres – Echo’s van weleer 
Een weemoedig verlangen naar vroeger, het leven in de bergen en een soundtrack met historische en moderne elementen leverden al eerder een vruchtbare combinatie op in op het DMFF vertoonde films. Zoals vorig jaar in Wondrous Kiental van Christina Zürbrugg en Michel Hudecek.

Dat Zwitserse duo trakteerde ons op de nodige ironie. De Spanjaarden Marta Lallana (regie en scenario) en Raül Refree (soundtrack en hoofdrol) daarentegen proberen in hun geromantiseerde zwart-wit documentaire Muyeres (die op 27 oktober een voorvertoning beleefde in Maastricht) de kijker zonder terughoudendheid te ontroeren en te ontwapenen, waar ze met inzet van diverse cinematografische en auditieve middelen uitstekend in slagen.

Muyeres

Muyeres

De titel van de film laat zich lezen als een samentrekking van de Spaanse woorden ‘muy’ en ‘mujeres’ (vrouwen). ‘Vrouwen van formaat’, zou je kunnen zeggen. Dat waren ze en zijn ze, de vrouwen die destijds op de hellingen van Trasmonte (Asturië, Noordwest-Spanje) zwaaiend met hun zeisen en onder het zingen van liederen de graanoogst voor hun rekening namen.

Inmiddels zijn ze oud geworden, Die oude dag is niet zo’n pretje. Waar we in het geval van Constantina (Concha), met haar destijds prachtige zangstem, en Irene, die zeer bedreven was in het vervaardigen van de traditionele Asturische pandero (een trommelinstrument), getuige van zijn. Ze missen de saamhorigheid van vroeger, kampen met de nodige fysieke en mentale beperkingen en zijn aangewezen op de zorgzaamheid van respectievelijk een Roemeense immigrante en een jongere zuster.

Maar Muyeres laat het Trasmonte van weleer niet in de eerste plaats herleven door bejaarden hun klachten te laten uiten. Evenmin door geforceerd jonge acteurs in te zetten die mensen uit het verleden gestalte moeten geven. Lallana en Refree weten een magische weg daartussen te vinden, waarbij het verleden ergens in ruimte en tijd, die soms elkaar plaats innemen, nog tastbaar, of als een verre echo hoorbaar is.

Refree vindt in het uitgewoonde huis van zijn grootvader cassettebandjes waarop deze de liedjes vastlegde zoals de vrouwen die ooit zongen tijdens de oogst. Naar die vrouwen wil hij op zoek gaan in het inmiddels nogal verlaten Asturische landschap. Zijn reis per auto voert over een weg door een donkere kloof die heden en verleden lijkt te scheiden. Kleine boerendorpjes die hij aandoet, waar het vee los rondloopt, maken een tijdloze indruk. Ondertussen beluistert hij op de cassetterecorder in zijn auto door melancholieke vrouwenstemmen vertolkte ballades, die zich vermengen met Refree’s aanvullende composities en verstilde impressies van het dal.

Ondertussen lijkt het wel of Concha en Irene iets van hun jeugdige kracht hervinden. De zwijgzame Concha, aanvankelijk teleurgesteld dat haar zoon José die zo weinig langskomt haar afscheept met een televisietoestel terwijl ze liever uit het raam kijkt, begint stukje bij beetje een hechte band op te bouwen met haar toegewijde Roemeense verzorgster Nadia. Irene op haar beurt weet haar zus te verbazen door te demonstreren hoe ze nog steeds het fijne handwerk beheerst waarmee je het vel over een pandero spant.

Maar zal het Refree lukken de bandjes bij Constantina en Irene af te leveren? Eenzame oude vrouwen als Irene zijn er niet erg happig op om voor onbekenden de deur te openen. Voorts blijkt de afslag naar het dorpje Ardesaldo, waar Constantina nog altijd woont, door veranderende weersomstandigheden moeilijk begaanbaar. Een folkloristische optocht, waarbij mensen met fakkels een als beer verklede man meesleuren aan een ketting en beelden van een jagende José (Constantina’s zoon) in het bos zijn evenmin erg geruststellend.

Als kijker (en luisteraar) blijf je niettemin hopen dat de echo’s van ballades als ‘Non Subas Paloma Al Monte’ en het meer dan vijfhonderd jaar oude ‘Blancaflor y Filomena’ door wie ze ook vertolkt gaan worden door het dal zullen blijven klinken.

Where we used to sleep

Where we used to sleep

Where we used to sleep – Aan de rand van een koperkleurig meer
Ook in de documentaire Where we used to sleep van de Duitse regisseur Matthäus Wörle wordt met weemoed terug geblikt op een kleurrijker verleden. Dit keer vormen de Westelijke Karpaten in Roemenië het decor en is de weemoed vermengd met het gif van een sociale misstand.

We maken kennis met Valeria Praţa, een bejaarde maar noch krasse, in een oranje trainingsjack gehulde dame met rood geverfd, kort haar. Samen met haar ietwat hoestende koe Păuna en een energiek, naar de naam Duracell luisterend terriërachtig hondje bewoont ze een boerderij in een op het eerste gezicht schilderachtige omgeving.

In het dal, waar een bijna tot Valeria’s woning reikend meer het middelpunt van vormt, hangen de wolken laag. Het meer heeft een kleur tussen roestbruin en geel, die als het zonlicht erop valt niet eens lelijk is. Maar het oogt onnatuurlijk. Opvallend is verder dat het bovenste stuk van een kerktoren uit het meer omhoog lijkt te steken.

Langzaam komen we achter de oorzaak van dit alles. Onder de oppervlakte van het meer gaat het verdronken, ooit zo levendige dorpje Geamăna schuil. Valeria’s destijds relatief hooggelegen boerderij en het topje van de kerktoren zijn daarvan de laatste zichtbare restanten. De kleur van het water is het gevolg van een stroom afval afkomstig van een voormalige kopermijn in het nabije Roșia Poieni, die in de jaren zeventig werd gevestigd als prestigeobject ter meerdere glorie van de voormalige Roemeense dictator Nicolae Ceaușescu.

Het lot van Valeria en de andere oorspronkelijke inwoners van Geamăna geeft aanleiding tot veel woede en verdriet. Maar ook tot vertwijfeling, zoals die tot uiting komt in de Engelse vertaling van een gedicht van Valeria’s overleden echtgenoot Nicolae Praţa: “Is it because we had no faith, that you have left us in a grave, and condemned our holy town, to perish and sink deep down?”

We volgen de eenzame oude boerin in haar dagelijks doen en laten. Figuurlijk, maar ook bijna letterlijk probeert ze haar hoofd boven water te houden. Liever wil ze niet weg uit het huis waar ze zo lang met haar man heeft gewoond en waar haar kinderen zijn opgegroeid. Maar er zit niet veel anders op. Als ze het met laarzen aan haar voeten met grote stappen opmeet, blijkt het vervuilde water van het meer inmiddels tot zeven passen van haar woning te reiken.

Als familie en oude vrienden op bezoek komen, brengen ze met kampvuur en vioolmuziek nog één keer de sfeer tot leven die er ooit in Geamăna moet hebben geheerst. Maar als de winter die de dalen van de Karpaten met een dichte laag sneeuw bedekt, volgt op de zomer en de zomer weer op de winter, komt de dag dat Valeria vertrekken moet steeds dichterbij. Ze schrikt er met dat vooruitzicht niet voor terug ondubbelzinnige verwensingen te uiten aan het adres van de hoge heren die ze verantwoordelijk houdt voor haar donkere toekomst.

Haar dapperheid, haar verdriet en woede maken Valeria Praţa tot een onvergetelijke heldin in een documentaire waarin Matthäus Wörle een tot de verbeelding sprekende balans heeft gevonden tussen poëzie en aanklacht. Valeria’s lot staat namelijk niet op zichzelf. De huizen van meer dan duizend van de oorspronkelijke inwoners van Geamăna zijn onteigend zonder dat daar een behoorlijke vergoeding tegenover stond. Ondertussen is de Roemeense staat nog steeds de enige aandeelhouder van de mijn in Roșia Poieni, waar nog altijd een van de grootste hoeveelheden koperreserves van Europa ligt opgeslagen.

The Lama’s Son – Van Shangri-La naar Queens
Vergankelijkheid en een verloren paradijs staan eveneens centraal in The Lama’s Son van de Tibetaans-Nepalese regisseur Kesang Tseten. Twee van de hoogste bewoonde gebieden op Aarde vormen het decor: de regio’s Mustang en Dolpo in het noorden van Nepal. Daar tracht men tegen de klippen op de tradities in ere te houden van de Bön-religie, een voorloper van het boeddhisme met eveneens een nadruk op karma, reïncarnatie, verlichting en het bezweren van de geesten van de natuur.

The Lama’s Son

The Lama’s Son

Tseten’s documentaire opent met een verwijzing naar James Hilton’s roman ‘Lost Horizon’ uit 1933, waarin voor het eerst gewag werd gemaakt van ‘Shangri-La’, een mythisch Utopia in de Himalaya. In het op 3000 meter hoogte gelegen dorpje Lubra in Mustang is van dat Utopia op het oog echter weinig terug te vinden. Een klein groepje lemen huizen ligt er verlaten bij in een stoffige en dorre hoogvlakte. Onder invloed van de klimaatverandering teisteren droogte, maar ook overstromingen en aardverschuivingen de omgeving. Er groeit nauwelijks nog iets en de bronnen van inkomsten zijn er schaars. Jongeren trekken massaal weg naar dat andere ‘beloofde land’ gezien vanuit materialistisch perspectief welteverstaan: de Verenigde Staten.

Lubra is evenwel het enige dorp in Mustang waar men nog volledig leeft volgens de Bön-tradities. Lama Tsultrin zet een ononderbroken lijn van negenhonderd jaar voort van oorspronkelijk uit Tibet afkomstige lama’s en verricht er als toegewijde Bonpo nog altijd nauwgezet zijn rituele handelingen. Maar hij wordt een dagje ouder en wacht daarom met smart op de komst van zijn zoon, die hem zou kunnen opvolgen.

Die zoon woont echter al sinds twintig jaar in New York, waar hij inmiddels goed schijnt te verdienen als chef-kok in een sushi-restaurant. Toch zou Tsultrin blij zijn als hij in ieder geval weer eens kwam kijkje kwam nemen in Lubra. Andere dorpelingen denken er net zo over. Ze hebben te doen met de lama en zijn vrouw, die te oud zijn om zelf te vertrekken, terwijl er in het leegstromende dorp niemand overblijft om voor hen te zorgen.

In het op 3800 meter hoogte gelegen Lo Montanhg, dat geldt als de ‘hoofdstad’ van Mustang, verschilt het straatbeeld weinig van dat van Lubra. Hier en daar wordt een kleine kudde koeien of blauwschapen gehoed. Verder voeren stoffigheid, moedeloosheid en verlatenheid de boventoon. Van de weinige bewoners is het grootste deel van oudere leeftijd. In Dhey village, op 3900m, dat ook naar de maatstaven van Mustang afgelegen ligt, is de droogte zelfs zo nijpend dat door de overheid is besloten het hele dorp zeshonderd meter naar beneden te verplaatsen.

Maar in Samlung op 4200 meter, dat het epicentrum vormt van de Bön-religie in de regio Dolpo, lijkt het Shangri-La-gevoel iets minder ver te zoeken. De hoogvlakte is groener en je hebt uitzicht op de besneeuwde toppen van de Dhaulagiri-bergketen. Dat positievere beeld lijkt zich te vertalen in de plaatselijke leefomstandigheden. Er is een graanmolen, kuddes worden gehoed en kleren worden geweven. Wel is er weinig cashgeld in omloop, zodat een reisje naar de Nepalese hoofdstad Kathmandu er voor de bewoners nauwelijks in zit.

Sherap, de lama van Samlung, laat trots het fraaie, honderden jaren oude klooster zien, waarvan hij het beheer ooit overnam van zijn grootvader. Anders dan Tsultrin in Lubra heeft hij twee toegewijde zoons. Ze zijn monnik en spelen evenals hij een belangrijke rol bij het uit het oude koninkrijk Zhangzhung afkomstige zogeheten Walchu-ritueel. Dit ritueel – waar Sherap de nodige wonderen zal verrichten om de wereld van de geesten te kalmeren en zo aandoeningen als epilepsie, verlammingen, beroertes en onvruchtbaarheid te bezweren –

maakt onderdeel uit van een vierdaagse ceremonie, waar vele in handgeweven poncho’s gehulde dorpsbewoners voor uitlopen.

Na de soms wijdlopige route waarop de regisseur ons heeft meegenomen, zal nog worden opgehelderd of de zoon van lama Tsulstrin in Lubra zijn vader toch te hulp komt schieten, waarvoor Kesang Tseten naar Queens in New York moet afreizen. Het antwoord op de vraag of de tradities van de Bön-religie nog levensvatbaar zijn, blijft in deze ondanks zijn fraaie en indringende impressies wat taaie documentaire echter ietwat in de mist hangen.

A Thousand Sheep – Een moeilijke beslissing
Als subgenre van de toch al wijd vertakte bergfilm lijkt zich de laatste jaren iets aan te dienen wat je de ‘schaapherdersfilm’ zou kunnen noemen. Het weidse panorama van grazige hellingen onder de rotsen van het hooggebergte, grote kuddes daarover uitwaaierende schapen en het zware, maar uitdagende werk van een vaak jonge herder, die zich na gedane arbeid terugtrekt in een eenvoudige hut leveren meeslepende filmbeelden op, die bijna als vanzelf een verhaal in zich dragen.

Tijdens de veertiende editie van het DMFF was A Shepherd (Un Pasteur) van Louis Hanquet te zien, waarin de herder Félix zijn schapen moest behoeden voor wolven en de gevolgen van de klimaatverandering. Dit jaar wordt A Thousand Sheep (Mille moutons) vertoond, met in de hoofdrol opnieuw een jonge schaapsherder die een kudde hoedt in de Franse Alpen. Een herhaling van zetten kun je deze korte film van Omer Shamir echter niet noemen. Alleen al niet vanwege de indringende bijrol die een hond voor haar rekening neemt.

Nog onervaren als herder beheert Théo een aantal dagen de kudde van de oudere herder Hervé. De jongen heeft zichtbaar hart voor de schapen en niet minder voor de hond Potti, die hem tijdens zijn werk bijstaat. Dit teefje, zo blijkt ’s avonds in de hut, is hoogzwanger.

A Thousand Sheep

A Thousand Sheep

Terwijl ze hem regelmatig trouwhartig aankijkt, is Théo er getuige van dat Potti bevalt van vijf zo te zien gezonde pups. Gevoelig als hij is, vindt de jonge herder dat de kersverse moeder recht heeft op zwangerschapsverlof. Een kudde van duizend schapen hoeden zonder de assistentie van een hond is echter nog niet zo eenvoudig. Théo weet niet te voorkomen dat zijn kudde zich de volgende dag vermengt met een andere kudde schapen. Alleen met de hulp van de herder van die tweede kudde en diens honden vallen de twee grote groepen schapen weer uit elkaar te drijven.

Telefonisch legt Théo aan Hervé schoorvoetend zijn situatie uit, waarop de oudere herder hem wijst op een afspraak die ze eerder hebben gemaakt. De jongen weet dat hij zich daaraan moet houden, maar dat valt hem zichtbaar zwaar. Met een vertrokken gezicht ijsbeert hij door het prachtige berglandschap dat nu ineens onherbergzaam lijkt. In zijn jonge leven en als beginnend schaapsherder moet hij een moeilijke beslissing die ook de kijker niet onberoerd zal laten.

Volcelest – Roofdiertje tussen hoop en vrees
Volcelest van de Fransman Eric Briche zou je een klein meesterwerkje kunnen noemen. Het liefst zou je deze korte animatiefilm over een hermelijn die moet zien te overleven in een winters berglandschap beeld voor beeld bespreken.

De titel Volcelest schijnt te verwijzen naar het signaal dat een jager afgeeft als hij op een mogelijke prooi of een spoor daarvan stuit. In het geval van een hermelijn zou de betekenis daarvan tweeledig kunnen zijn. Want deze verwant van de wezel, wiens vacht in de zomer bruin en in de winter wit kleurt en die naar de maatstaven van de tegelijk aaibaar en afschrikwekkend is, is jager en prooi tegelijk. Met zijn betoverende zwart-wittekening van het universum van het kleine roofdiertje heeft Briche dat op onnavolgbare wijze tot uitdrukking gebracht.

De eerste beelden worden gevormd door een lange keten van overvliegende, als silhouetten ogende kraanvogels tegen een loodgrijze lucht, gevolgd door een impressie van een lawine die van een berghelling afraast. Onze nog in zijn bruine zomervacht gehulde hoofdrolspeler gaat op karakteristieke wijze op zijn achterpootjes op een heuveltop staan en strekt zijn lange lijfje zo ver mogelijk uit om de omgeving te overzien. De tekenen van de naderende winter zijn niet mis te verstaan. Dus rent hij naar zijn hol, waar hij een nog juist verschalkte woelmuis verorbert.

De wereld wordt wit en onze hermelijn ook. Hij graaft zich uit de sneeuw en moet op zoek naar eten. Dat laatste geldt echter ook voor natuurlijke vijanden als de vos en de arend. Misschien moet hij zichzelf voorlopig maar even tevreden stellen met wat knabbelen aan een kadaver. Helaas verjagen inktzwarte, vervaarlijk krassende kraaien hem daarbij.

Volcelest

Volcelest

Struiken steken donker af tegen hellende sneeuwvelden, sneeuwstormen teisteren het dal en bomen wuiven in de wind als onze opnieuw de omgeving afspiedende held in de verte een menselijke nederzetting ontwaart, met zo’n kenmerkende rookpluim die uit de bovenkant daarvan opstijgt. Iets zegt hem, of misschien ruikt hij het zelfs, dat daar misschien wel iets te eten valt. Want mensen houden kippen en die leggen weer eieren. Wel moet hij eerst het donker van de nacht afwachten.

Wat het mooiste beeld is van Volcelest blijft vatbaar voor discussie. Een beeld waarop de witte hermelijn met een sterrenhemel als achtergrond een donker hek beklimt met door klompjes sneeuw afgedekte ijzeren punten, komt in ieder geval in aanmerking. Zijn klimtocht zal overigens niet tevergeefs zijn. Wat het voedsel betreft heeft hij zich niet vergist in de boerderij achter het hek. Maar zal hij ook de mens, de meest onberekenbare van zijn natuurlijke vijanden, te slim af kunnen zijn?

En verder….. 
Zoals gezegd zijn er nog een aanzienlijk aantal andere films te zien op het festival. Neem Vermiglio van Maura Delpero, een beeldschone speelfilm over het schijnbaar rustige leven in een dorpje in de Italiaanse Alpen tijdens de Tweede Wereldoorlog. Of Footprints on Katmay, waarin filmmaker en tekenaar Max Romey in Alaska op zoek gaat naar de plek waar zijn grootmoeder ooit haar tekeningen maakte. En wat te denken van B.I.G. A world first van Johannes Mair over een recente eerste beklimming van een rotsroute in een Noorse grot?

Ook gekende bergfilmklassiekers komen zoals ieder jaar aan bod. Menig bezoeker van het festival zal Touching the Void (2003) van Kevin MacDonald, Nordwand (2008) van Philipp Stölzl en Nanga Parbat (2010) van Joseph Vilsmaier thuis in zijn of haar kastje hebben staan. Maar het weer terugzien van die drie spannende en dramatische films op een groot scherm blijft aanlokkelijk.

En natuurlijk is er meer te doen op het festival. En meer te zien dan alleen films. Liefhebbers van oude (gebied)kaarten kunnen bijvoorbeeld hun hart ophalen bij de expositie Mapping the Mountains. Of maak vanuit berghut Halverwege in Vaals een stevige wandeltocht langs de oude grenzen van Neutraal Moresnet, een verdwenen landje ten zuiden van de Vaalserberg. Om maar iets te noemen.

Lees hier het volledige filmprogramma inclusief alle nevenactiviteiten.

 

2 november 2025

 

Preview DMFF deel 1: Klimtouwen en andere hechte banden

 

MEER FILMFESTIVAL

IDFA 2025 in 10 vragen en antwoorden

International Documentary Festival Amsterdam 13-23 november
Programma IDFA 2025 in 10 vragen en antwoorden

door Bob van der Sterre

Het is koud en regenachtig en dat betekent: IDFA staat weer voor de deur! Voor de twaalfde keer verslaat InDeBioscoop het grootste documentairefestival ter wereld met uitgebreide analyses en artikelen. Hieronder vind je alvast belangrijke info over locaties, programma, kaartverkoop, specials, eregast, verslagen en FAQ’s.

Wanneer is IDFA (International Documentary Festival Amsterdam)?

IDFA is van 13 tot en met 23 november.

Waar is IDFA?

– Artis Planetarium
– De Balie
– Bijlmerbios
– Cinema The Pulse
– Cinema de Vlugt
– Het documentaire paviljoen
– Eye filmmuseum
– Het Ketelhuis
– Koninklijk theater Carré
– Koninklijk theater Tuschinski
– Kriterion
– Pathé City
– Pathé Noord
– Podium Mozaïek
– Rialto De Pijp
– VU Rialto

Lees alle details over de locaties op de website van IDFA en bekijk hoe toegankelijk ze zijn. Bekijk de kaart op Google Maps.

IDFA 2025 in 10 vragen en antwoorden - Better Go Mad in the Wild

Waar vind ik het programma IDFA 2025?

– Per dag
– Het programma A-Z
– ‘Pathways’ met 10 thema’s die vaak populair zijn bij IDFA.

Welke programma’s vallen dit jaar op?

– Best of Fests: Prijswinnende documentaires uit de hele wereld
– Luminous: Gevarieerde documentaires in allerlei genres
– Frontlight: Journalistieke ‘urgente’ films over thema’s van vandaag de dag
– Retrospective: Susana de Sousa Dias
– Signed: Filmmakers met unieke eigen stem
– Paradocs: Experimentele films
– Dead Angle Institutions: Wat er buiten ons blikveld plaatsvindt: dit jaar instituties

Bekijk alle programma’s & competities.

Hoe koop ik tickets?

Bekijk alles over de tickets en tarieven.

Zijn er nog Specials, zoals de Volkskrantdag?

Ja die zijn er. Lees het op de website van IDFA.

Wie is de IDFA-eregast van dit jaar?

Dat is Susana de Sousa Dias. Ze staat volgens IDFA bekend om staat bekend om “haar radicale, poëtische benadering van archiefmateriaal: films die dictatuur, koloniale erfenissen en de kwetsbare lagen van collectief geheugen blootleggen.”
Bekijk de films van haar retrospectief en de door haar gekozen Top 10.

Wat gaat InDeBioscoop doen aan IDFA?

Dit is wat we willen gaan doen:

– Deze FAQ (die is dus al afgevinkt)
– Een tiplijst van 33 films met 1 aanrader per genre
– Persoonlijke bijdragen van redacteuren Jochum de Graaf en Bob van der Sterre

Bekijk alle IDFA-content op de website van InDeBioscoop van afgelopen jaren om alvast in de stemming te komen.

Is er nog iets bijzonders te vermelden?

DocLab is altijd wel interessant om te bezoeken. Reserveer wel op tijd!

Ik ben dol op FAQ’s. Zijn er nog meer te vinden op de website van IDFA?

Dé FAQ der FAQ’s: hier vind je alles over IDFA

Kom je er dan nog niet uit? Tijdens de kaartverkoop en het festival kun je nog live chatten met de helpdesk.

 

1 november 2025

 


MEER FILMFESTIVAL

Dutch Mountain Film Festival 2025 – Preview 1

Dutch Mountain Film Festival 2025 – Preview 1:
Klimtouwen en andere hechte banden

door Paul Rübsaam

Op 4 november gaat in Heerlen, Kerkrade, Vaals en het Duitse Aken de vijftiende editie van het Dutch Mountain Film Festival (DMFF) van start. Met als thema ‘De touwgroep’. Naast dat samenwerkingsverband van alpinisten komen in de films collegiale banden, familiebanden en liefdesbanden aan bod.

In de toelichting van het DMFF op dat thema ‘De touwgroep’ kunnen we onder andere lezen: ”Het ’touw’ is een symbool van onze gedeelde verantwoordelijkheid. Het verbindt ons niet alleen met het verleden, maar ook met de toekomst. In de touwgroep dragen we samen de lasten, maken we samen keuzes, en zorgen we voor elkaar in een constante wisselwerking.”

Het thema reikt volgens de toelichting echter verder dan de grenzen van het alpinisme en het festival. “Het herinnert ons eraan dat we allemaal op deze aarde met elkaar verbonden zijn. Wat we doen heeft invloed op de ander, en onze keuzes hebben gevolgen voor de samenleving en de natuur.”

Dat het trouwens niet eenvoudig is om voor een festival als het DMFF een overkoepelend thema te bedenken, kan ik bevestigen nu ik dit jaar niet alleen de voor het festival uitverkoren films grotendeels kon bezichtigen, maar ook een aanzienlijk deel van de honderden kandidaten voor die uitverkiezing.

Voor een doorsnee filmliefhebber klinkt ‘bergfilm’ al specialistisch, Maar feitelijk valt het genre uiteen in een steeds groter wordend aantal subgenres. Die kunnen betrekking hebben op verschillende soorten van klimmen in de bergen (of in een klimhal), maar ook op andere sporten die in de bergen beoefend worden (bijvoorbeeld mountainbiken en paragliden).

Daarnaast gaan de films over het leven en de cultuur in de bergen, of over de invloed van de klimaatverandering op het hooggebergte. En nog zijn daarmee lang niet alle subgenres benoemd. Het aanbod en de diversiteit zijn groot. Wat tevens tot gevolg heeft dat deze preview zelfs van de ruim dertig films die binnenkort in Zuid-Limburg (en Aken) vertoond gaan worden niet meer dan een selectie kan bevatten.

The Tops

The Tops

The Tops – Taal noch teken in de sneeuw
In The Tops (Les Cimes) van de Franse regisseuse Lucile Prin draait het anders dan de titel doet vermoeden niet om het beklimmen van bergen. Wel is er genoeg reden voor hoogtevrees en is er sprake van een touwgroep. Maar de communicatie tussen de twee leden daarvan laat te wensen over.

Op een dag in de winter ligt een dal in de Franse Alpen bedekt onder een dik pak sneeuw. Dat heeft consequenties voor het bereik van mobiele telefoons, het functioneren van gemeentelijke diensten en dergelijke. Dus moeten onderhoudsmonteurs Lorna (Eveline El Garby Klaï), een vrouw van in de veertig met een Arabisch uiterlijk, en Marius (Jan Hammenecker), een Noord-Europees ogende zestiger, er in hun kleine terreinautootje op uit om herstelwerkzaamheden te verrichten aan de hoge communicatiepalen.

Marius is bezig aan zijn laatste werkdag voor zijn pensioen en zou zich liever niet al te druk meer maken. Lorna, op haar beurt, lijkt zich niet al te lekker te voelen. Als ze gezekerd door Marius in een hoge paal moet klimmen, krijgt ze last van duizelingen. Later, wanneer ze samen weer in het autootje zitten, wrijft ze met haar rechterhand over haar linker bovenarm, als iemand met hartklachten.

Ondertussen verslechtert het weer. Er steekt een sneeuwstorm op en de ruitenwissers moeten overuren maken. Het tweetal krijgt bericht dat het hele dal geen bereik meer heeft en dat er onmiddellijk iets moet gebeuren aan communicatiepaal D3. Maar steeds dikkere pakken sneeuw bedekken ook het asfalt, zodat het een kunst wordt het voertuig op de weg te houden.

Uiteindelijk komt het wagentje vast te zitten in de sneeuw. Contact met hun opdrachtgevers kunnen de twee monteurs niet meer krijgen. Lorna denkt evenwel dat paal D3 vlakbij moet zijn en gaat er alleen op uit. Marius, die haar in een mum van tijd in een witte waas ziet verdwijnen, blijft aanvankelijk in het wagentje zitten. Als echter blijkt dat hij ook met haar telefonisch geen contact meer kan krijgen, besluit hij Lorna te gaan zoeken.

Zonder het geringste levensteken van de ander belanden de twee collega’s in een volslagen witte wereld, waarin niets valt te onderscheiden en onderlinge afstanden onpeilbaar zijn. Wie moet uiteindelijk wie gaan redden? De zich haast onmerkbaar met het geluid van de huilende sneeuwstorm vermengende soundtrack van Jany Kasmi draagt bij aan het gevoel van desoriëntatie waar Marius en Lorna aan ten prooi vallen. Alleen dat al vergoedt ruimschoots de voor de kijker niet altijd even logische keuzes die de protagonisten in hun uur van ontreddering maken.

The Hills of Wrath – Moeder van de wijnranken
Ook in The Hills of Wrath – A Winemaking Epic van Léo Boudet, met als originele Franse titel Les Chaillées d’Enfer (De terrassen van de hel) draait het niet om extreem alpinisme, maar wel om solidariteit die vergelijkbaar is met die van binnen een touwgroep en om kerende kansen op hellingen. We hebben het dan over de terrassen van een immense wijngaard nabij het plaatsje Condrieu, in het Zuidoosten van Frankrijk.

The Hills of Wrath

The Hills of Wrath

Het centrale personage in de documentaire van Boudet met muziek van Alexandre Desplat (The Shape of Water) wordt gevormd door Christine Vernay. In 1996 nam ze van haar fameuze vader Georges Vernay het beheer over van het immense, naar hem vernoemd wijndomein. De oude Georges veronderstelde toen nog dat Christine’s echtgenoot Paul Amsellem, een voormalig producent van babykleertjes, zijn opvolger zou worden. Maar die ambieerde slechts een zakelijke functie in het familiebedrijf. Christine zelf wilde in de voetsporen van haar vader treden. En dat deed ze. ‘De paus heeft een dochter’ heette het vervolgens in de Franse kranten. Later zou die dochter haar sekse ten spijt zelfs tot ‘man van het jaar’ worden verkozen.

Ze streeft naar intimiteit met haar wijnen, vertelt Christine. Ze koestert de momenten dat ze alleen met ze is in haar grote wijnkelders. Alsof het om een moment van bezinning gaat, tapt ze daar wat van het kostbare vocht uit een van de grote vaten, ruikt eraan, neemt een slokje, proeft zorgvuldig en spuugt de wijn volgens de regelen der kunst weer uit.

Die intense betrekking met het product dat ze verbouwt, wil de middelbare Christine geleidelijk gaan overdragen op haar dochter Emma, die uiterlijk op haar lijkt en zelfs op dezelfde manier als haar moeder in haar handen wrijft. Maar voor die tijd moet Emma bij wijze van stage het nodige werk verrichten op de wijngaard zelf. Daar ontdekt ze dat toewijding niet alleen een vereiste is voor mensen in de top van het wijnbouwbedrijf. Maar ook voor mensen als Jean-Luc Vincent, Fatma Kabal en Alain Balas, die al sinds jaren ieder een eigen deel van de wijngaard beheren en daar het werk verdelen. En zelfs voor de leerlingen en seizoenarbeiders. Iedereen die op de wijngaard werkt, maakt als het ware deel uit van één grote familie die één gezamenlijk doel nastreeft.

In het jaar 2021, dat we op het wijndomein bijna van dag tot dag volgen, is de klimaatverandering verantwoordelijk voor de nodige meteorologische uitschieters en stortten insecten als de Drosophila (fruitvlieg) zich op de witte en paarse druiven. Wat allemaal van invloed kan zijn op de kwantiteit en de kwaliteit van de wijnen. Niet alleen in 2021, maar zelfs in de jaren daarna.

Zelden is wat er achter termen als ‘ een goed wijnjaar’ of ‘ een slecht wijnjaar’ schuilgaat zo minutieus en tot in de puntjes van de wijnranken over het voetlicht gebracht als in The Hills of Wrath. Die nauwgezetheid maakt Boudets documentaire tot een bijzondere. Al is de 118 minuten durende film voor een niet vinologisch georiënteerd publiek arm aan enerverende plotwendingen.

Ashima – Uit de schaduw, naar het goud?
Claustrofobie is niet de vorm van angst waar je het eerst aan denkt als je het over rotsklimmen hebt. Toch bekruipt dat gevoel je als in de documentaire Ashima van regisseur (en cameraman) Kenji Tsukamoto de frêle dertienjarige titelheldin Ashima Shiraishi in de donkere holte ziet staan onder een ‘Golden Shadow’ genoemde rotsformatie in Zuid-Afrika. De beklemmende aanwezigheid van de zich als mental coach en drilsergeant manifesterende vader van het Amerikaans-Japanse klimtalent draagt daar niet weinig aan bij.

V-14 is de officiële moeilijkheidsgraad van het klimprobleem ‘Golden Shadow’. Een niveau dat slechts één keer door een (volwassen) vrouw werd gehaald. Het onderste deel van een sterk voorover hellende, op een kleinere rots steunende grotere rots vormt bijna een plafond. Daaraan moet ‘spidergirl’, zoals Ashima door haar fans liefkozend wordt genoemd, de grepen voor haar handen en voeten zien te vinden. Om zich vervolgens nog steeds met haar hoofd en rug naar beneden hangend door een spleet te werken, waarna ze eindelijk het vrije, nog altijd loodrechte deel van de grote rots en de open lucht zou kunnen bereiken.

Dat lukt haar echter niet in één keer, En ook niet in twee, drie of vier keer, Het is zelfs de vraag of het haar hoe dan ook lukken gaat. Maar dag na dag trekken haar vader en zij, met ieder een matrasje op de rug om haar voortdurende kleine valpartijtjes mee te verzachten, door een dor Zuid-Afrikaans landschap naar die donkere, grotachtige plek waar Ashima het opnieuw proberen moet.

We hebben dan reeds kennis kunnen maken met Ashima Shiraishi als een meisje dat als klein kind al gek was op het beklimmen van speeltoestellen. Die voorliefde werd door haar ouders en vooral haar vader prompt dermate gretig ‘gestimuleerd’ dat ze alle prijzen die ze gewonnen heeft ten spijt inmiddels niet goed meer weet of ze het klimmen voor zichzelf doet of voor haar ouders.

Ashima

Ashima

Poppo en Miko Shiraishi, een naar New York geëmigreerd echtpaar van Japanse oorsprong, zijn tien jaar lang onvrijwillig kinderloos geweest, waarna ze de geboorte van Ashima verwelkomden als een godsgeschenk. Vader Poppo had zich lang onderscheiden als danser in Butoh, een Japanse dans- en theatervorm. Hij beëindigde zijn carrière echter toen zijn dochter geboren werd. Moeder Miko ging vervolgens werken om het gezin te onderhouden.

Dat Poppo Shiraishi zijn dochter is toegenegen lijdt geen twijfel. En dat zijn als Butoh-danser opgedane ervaring met lichaamsbeheersing, concentratie en innerlijke aanschouwing Ashima bij het klimmen van dienst zijn evenmin. Wel vraag je je als kijker af of hij zijn opvattingen over wat goed is voor haar niet wat meer zou moeten toetsen aan de voorkeuren van de dertienjarige zelf. Om het voorzichtig uit te drukken.

Want eigenlijk kent hij daar in Zuid-Afrika geen genade. De tranen staan Ashima in de ogen als ze voor de zoveelste keer moet horen dat haar mentale voorbereiding tekort schiet. Of als het haar verboden wordt te klagen over de kou of over haar door de rotsen kapot gescheurde vingers.

De pas op de plaats die het meisje bijna tot gek wordens toe moet maken bij klimprobleem ‘Golden Shadow’ zal nog lang op het netvlies van de kijker blijven branden. Maar ondanks die grote verdienste van zijn documentaire heeft Kenji Tsukamoto’s algemene keuze voor een momentopname in het leven van Ashima Shiraishi ook een keerzijde. Want meer nog dan je wil weten of Ashima uiteindelijk vanuit de duisternis van haar ‘grot’ het goud van het zonlicht bovenop de rots zal bereiken, blijf je je afvragen hoe het verder moet in haar nog jonge leven. Wat als de nog beginnende puber ouder wordt en de relatie met haar ouders en in het bijzonder dei met haar vader – op wie ze in voice-overs slechts milde kritiek uit – gaat veranderen? Zal ze dan nog gelukkig zijn met al haar klimgoud?

K2 Mon Amour

K2 Mon Amour

K2 Mon Amour – Adembenemende liefde
Een hele hechte touwgroep, namelijk een die gevormd wordt door een liefdeskoppel, zien we in K2 Mon Amour van Mathieu Rivoire. De ervaren Franse alpinisten Liv Sansoz en Seb Roche vormen een stel en met zijn tweeën willen ze de K2 beklimmen, de op een na hoogste berg ter wereld. Niet direct een boottochtje over de Seine, zou je zeggen. Voor hen is het echter naast een uitdagend ook een romantisch avontuur, dat ze in stijl willen afronden door als paraglidingtandem van de top van het 8611 meter hoge gevaarte naar beneden te zweven.

De K2, ook wel Mount Godwin-Austen genoemd, is een berg zoals een kind die zou tekenen, zegt men. Dat klinkt geruststellend, maar is het juist niet. Als een immense, bijna volmaakte piramide waarvan de wanden allemaal even steil zijn, verheft hij zich als onderdeel van de bergketen Karakoram op de grens van Pakistan en China uit het laagland. Onder alpinisten geldt hij als veel moeilijker dan de Mount Everest. Zelfs als je de normale route volgt, zoals het alpinistenkoppel zonder het gebruik van zuurstofflessen wil doen. Want die voert nog altijd langs beruchte passages als de House Chimney op 7000 meter, de Pyramide Noir op 7400 meter en last but not least de Bottleneck op 8200 meter, waar je bedolven kan worden onder de sneeuw van omvallende ijstorens.

Zelf de (drone)camera bedienend, doen Seb en Liv de nodige grapjes makend hun best om ondanks hun ontberingen en vermoeidheid op de kijker een opgewekte en nog altijd verliefde indruk te maken. Wat bij die zich soms een beetje een voyeur voelende kijker wel eens wat op de zenuwen kan werken. Op de grote hoogtes beland, kan liefdevol informeren naar elkaars welzijn en belevingswereld evenwel bijzonder nuttig zijn. Door een zuurstoftekort in de hersenen val je daar namelijk gemakkelijk ten prooi aan hallucinaties.

Maar ook zonder zinsbegoocheling zijn de majestueuze K2 zelf, zijn onmetelijk steile sneeuwvelden en het panorama gevormd door de omliggende bergen adembenemend. Voor het oog is er alle inspanningen ten spijt romantiek genoeg te vinden. Ongeacht of het tweetal erin slaagt de top van de berg te bereiken en hun gedroomde zweeftocht naar beneden te maken.

See what I saw: Karakoram – Kampvuur versus avondrood
We blijven even in de Karakoram. Het zeventien minuten beslaande See what I saw: Karakoram van de Nederlandse filmmaker Boris Peters is echter geen speelfilm of documentaire, maar een videoproject, waarvan de installatie op het festival op 8 en 9 november doorlopend te zien zal zijn. Gebruikmakend van gesplitst beeld geeft Peters zijn impressies weer van een bijna drie weken beslaande trektocht die hij samen met een groep Pakistaanse dragers maakte over de immense Biafo- en Hispargletsjer.

See what I saw: Karakoram

See what I saw: Karakoram

Dat gesplitste beeld is even wennen. Maar al snel word je meegevoerd door de effecten die Peters ermee weet te bereiken. Er zijn beeldkoppels van een detailbeeld van zware rugzakken en voeten die moeizaam hun weg zoeken tussen hoekige stenen tegenover een wijde wereld van eindeloze sneeuwvelden en tot aan de hemel reikende bergtoppen. Of van panoramische impressies van een hele stoet dragers die over de gletsjer trekt versus close-ups van de karakteristieke, door weer en wind getekende gezichten van ieder van hen.

De beelden die de Nederlandse cineast ons gelijktijdig laat zien, verhouden zich niet uitsluitend tot elkaar als detail tot panorama. Soms is de connectie meer symbolisch van aard en een enkele keer raadselachtig. Een zonsondergang wordt gekoppeld aan een beeld van een knapperend kampvuur met een rode gloed daaromheen. Of we zien een drager turen door een verrekijker en gelijktijdig een kraai die op een rost zit. Bespiedt de drager de kraai, of tuurt de kraai op dezelfde manier in de verte als de drager?

Dat de tocht van Peters zwaar en tegelijkertijd mooi was, is duidelijk. En dat zijn methode om daar verslag van te doen opmerkelijk is eveneens. Wat enigszins ontbreekt is een intentie van de maker om los van die methode een niet te voorspelbaar achterliggend verhaal te vertellen.

The Future of Climbing – Met je vingers in een duivenhol of aan een stuk plastic?
In The Future of Climbing volgen we actuele ontwikkelingen in de klimsport in twee richtingen. De eerste – die van het outdoor klimmen – lijkt wel een doodlopende weg op te leveren. In de tweede – die van het indoor klimmen – zit meer toekomst. Maar heeft die nog iets te maken met de hang naar vrijheid en het verlangen naar de ongerepte natuur van de alpinisten van weleer?

In de drukke, soms bijna manische documentaire waarin naast rotsklimmers en klimhalexploitanten ook geleerden en natuurbeschermers aan het woord komen, laten ervaren bergfilmregisseur Guilaume Broust en de niet van humor gespeende verteller Cédric Lachat (een Zwitserse rotsklimmer) ons zien hoe klimlocaties in Europa als Fontainebleau (Frankrijk), Val Bavona (Zwitserland) en Meschia (Italië) overbevolkt raken met waaghalzen die elkaar via sociale media geïnfecteerd hebben met de klimkoorts.

The Future of Climbing

The Future of Climbing

Het levert een beeld op dat soms lachwekkend, maar ook pijnlijk is. Hun kampvuurtjes veroorzaken bosbranden, hun uitwerpselen liggen overal verspreid door de bosjes, vee wordt schrik aangejaagd en vogels (duiven, maar ook oehoes) op zoek naar een nestplaats in de rotsformaties moeten hun heil elders zoeken door toedoen van de klimmende meute. Om nog maar te zwijgen van de door geologische processen van miljoenen jaren gevormde rotsen zelf, die eroderen en ontsierd worden door de vele krijtstreepjes die goede grepen moeten markeren. Geen wonder dat landeigenaren en natuurbeschermers er meer en meer toe overgaan letterlijk paal en perk te stellen aan het klimgeweld.

Ondertussen schieten – al dan niet als reactie op die beperkende maatregelen – de klimhallen als paddenstoelen uit de grond. Het indoor klimmen is al sinds enige jaren een Olympische sport en wereldwijd zijn er inmiddels dertig miljoen gymklimmers. De meeste van hen laten de echte rotsen welbewust links liggen.

De routes op de klimmuren in een hal zijn door mensen bedacht en uitgezet (soms met behulp van artificiële intelligentie) en worden voortdurend veranderd. Maar verrassend genoeg zou juist dat volgens geïnterviewde indoorklimmers de meest ‘pure’ klimervaringen opleveren.

Toch zullen de onmogelijke routes die de natuur zelf te bieden heeft altijd blijven lonken. De liefhebbers daarvan zullen zich echter meer van die natuur bewust moeten worden, benadrukken Julia Chanourdie en met haar andere gewetensvolle rotsklimmers. Als The Future of Climbing echter iets op indringende wijze laat zien is het dat ons dat met inmiddels acht miljard mensen op Aarde op zijn zachtst gezegd moeilijk afgaat.

 

In het binnenkort te verschijnen tweede deel van deze vooruitblik op DMFF #15 aandacht voor oude tradities, het leven van weleer en het verlangen daarnaar in Spanje, Roemenië en Nepal. Verder het wel een wee van een zwangere hond die schapen moet hoeden en een hermelijn in de winter.

 

31 oktober 2025

 

Preview DMFF deel 2: Vergankelijkheid en kwetsbare dieren

 

MEER FILMFESTIVAL

Imagine 2025 – Preview: Nederlands meest fantasierijke filmfestival

Imagine 2025 – Preview:
Nederlands meest fantasierijke filmfestival

door Bob van der Sterre

Imagine is een heerlijk festival voor de liefhebber van fantasie en escapisme. En toch zie je ook veel innovatieve filmtechnieken, grappige scripts en opmerkelijk acteerwerk. Veel visuele ideeën beginnen bij genrefilms. Ook dit jaar belooft Imagine weer veel weirdness!

Wat kun je verwachten tijdens het festival?
Imagine duurt van 30 oktober tot 9 november. De kaartverkoop is al van start gegaan. De twee hoofdfilmlocaties van het festival zijn de FilmHallen en LAB111 in Amsterdam. In Hal West vindt het VR-programma plaats!

Preview Imagine 2025 - The Ice Tower

Deze vier thema’s komen aan bod:

Waar staat het programma?
Bekijk het hele programma op de website van Imagine.

Wat doen we bij InDeBioscoop aan Imagine?
InDeBioscoop bekijkt het programma in meerdere delen: horror, mysterie/spanning, sciencefiction en komedie. We nemen zowel het featureprogramma als de korte films door. Met name de korte films wisten ons de afgelopen jaren te bekoren.

Volg InDeBioscoop om op te hoogte te blijven van het festival!

Meer weten?

 

22 oktober 2025

 

MEER FILMFESTIVAL

LIFF 2025 – Deel 4: De krochten van Amerika

LIFF 2025 – Deel 4:
De krochten van Amerika

door Tim Bouwhuis

De culturele en politieke uitwassen van de verdeelde Verenigde Staten zijn de voorbije jaren een bovengemiddeld dankbaar onderwerp voor filmmakers. Mainstream releases als Civil War en One Battle After Another zetten een duidelijke toon en ook op LIFF 2025 laat het tijdperk-Trump sporen na. Het is logisch te denken dat we voor een diepere duik aangewezen zijn op de vooraanstaande American Indie Competitie, al jaren een blikvanger op het festival. Toch halen we onze inspiratie voor dit vierde verslag juist uit de selectie Bonkers!.

In de American Indie Competitie van dit jaar draaien met het eerder besproken Omaha, het terloopse vaderschapsdrama Mad Bills to Pay (or Destiny, dile que no soy malo) en het scherpzinnige Lurker (een eigentijdse update van Almost Famous) meerdere films die iets te zeggen hebben over de sociaal-culturele staat van Amerika. Tegelijk wordt vooral het medialandschap zodanig door waanzin geregeerd dat we een luchtig ingestoken sectie als Bonkers! (‘what’s in a name’) eigenlijk bloedserieus mogen nemen.

Waar de energieke ‘beeldschermenfilm’ LifeHack (een potpourri van Discordchats en zoekopdrachten) de krochten van het internet verkent, bewegen losgeslagen types zich in The Python Hunt door de krochten van een uitgestrekt moeras. Beide Bonkers!-titels vertellen een verhaal dat op het eerste oog te bizar is om waar te zijn. Toch komen juist deze films dichtbij een diagnose van het hedendaagse Amerika.

 

LifeHack

LifeHack – Slapend rijk(?)
In een wereld die steeds sterker gedomineerd wordt door virtuele communicatievormen zijn films die van scherm naar scherm hoppen (Profile, Searching, Missing) al even geen nieuwigheid meer. De vier vrienden die centraal staan in de eigentijdse heistthriller LifeHack zitten haast van begin tot eind achter een toetsenbord in hun slaapkamer, en als ze zich wel verplaatsen (of hebben verplaatst) dan zijn daar beeldopnames van – die de vrienden vervolgens weer op hun eigen monitors afspelen.

Bij het voorstellen van LifeHack in Leiden geeft debuterend regisseur Ronan Corrigan grif toe waar de inspiratie voor zijn beeldschermenfilm vandaan komt. Toen hij de leeftijd van de hoofdpersonen (hoofdrolspeler Georgie Farmer is momenteel drieëntwintig) had, was hij zelf een betrekkelijke schermjunkie, die meer tijd dan nodig spendeerde aan het verkennen van donkere internethoekjes. Aan het begin van de film maken niet-ingewijde kijkers kennis met de term ‘scriptkiddie’. Dit is een hacker in spe die bestaande technieken en hulpmiddelen gebruikt om tot de computersystemen van andere mensen of bedrijven door te dringen.

Dollend op Discord sparren de cybervrienden in LifeHack over jolige hackerstrucks en manieren om slapend rijk te worden. In het echt hebben de vier elkaar nog nooit ontmoet, maar in de beschermende marge van hun slaapkamer brengen ze meer tijd samen door dan een gemiddeld gezin. Een onschuldig gedachte-experiment transformeert rap in een serieuze scam als de vrienden in het dossier van een welgestelde tech-entrepreneur duiken. Hoe moeilijk zou het eigenlijk zijn om de cryptoportemonnee van deze steenrijke figuur te hacken? De Instagrampagina van dochterlief biedt uitkomst: die dropt wel héél veel privacygevoelige informatie op haar socials.

Het is even vermakelijk als angstaanjagend om te zien in wat voor tempo de Discordvrienden toegang weten te krijgen tot de apparaten en privéaccounts van hun nietsvermoedende slachtoffer. Niet voor niets licht Corrigan achteraf toe dat het rondkrijgen van juridische afspraken een van de grootste uitdagingen was bij het maken van LifeHack; zo heet Gmail in de film Qmail en mag je als kijker zelf gissen aan welke miljonair het bedachte slachtoffer zich wellicht zou kunnen meten (beter dat dan een bestaand bedrijf hacken).

Als thriller overtuigt LifeHack lang niet op elk moment. Corrigan bouwt te veel (voorspelbare) wendingen in en rekt de geloofwaardigheid van de heist daarmee tot het uiterste. Anderzijds gaat de regisseur slim om met de duistere kanten van het hedendaagse rijkeluismilieu. De Discordvrienden dringen niet alleen door tot de portemonnee van hun slachtoffer, maar ook tot zijn donkerste geheimen.

Wie goed oplet tijdens de hack van Don Heards mailbox ziet de naam ‘Epstein’ voorbij flitsen. En een onschuldig ogend Instagramfilmpje van Don Heards dochter blijkt later ontnuchterend bewijs van een plaats delict. Zonder de nieuwskoppen over Epsteins eiland was LifeHack wellicht een vergezochte satire geweest. Nu rommelt Corrigan met zijn Gen Z-thriller in de vetlaagjes van de Amerikaanse onderbuik; een opslagplaats van mapjes waar weinigen het bestaan van kennen.

Kijk hier waar deze film draait (mits niet uitverkocht).

 

The Python Hunt

The Python Hunt – Moordlustige slangensafari
In 1992 richtte de cycloon Andrew een ravage aan in de staat Florida. De impact van de natuurramp wordt in The Python Hunt aangehaald als waarschijnlijkste verklaring voor de alomtegenwoordigheid van pythons in de Everglades, een moerassig natuurgebied in het uiterste zuiden. Je zal maar net te maken hebben met een importeur die door toedoen van de ramp meer dan negenhonderd kronkelige wezens uit zijn veilige opslag ziet verdwijnen.

Anno nu zorgen de volgevreten pythons voor verregaande eco-overlast. De dieren eten veel en vaak en hebben daarmee de biodiversiteit in de Everglades aangetast. Reden genoeg voor de overheid om een rigoureus bestrijdingsplan te handhaven en burgers zelfs aan te moedigen op de slangen te jagen. Deze bizarre documentaire begint in aanloop naar een heuse ‘python hunting’-competitie, die eenmaal per jaar door de staat wordt georganiseerd en mensen van heinde en verre trekt. Ondergetekende ziet het met de wolf nog niet gebeuren.

Op de slangenjacht in de Everglades komen types af die in een geflipte Hollywoodkomedie niet zouden misstaan. De tweeëntachtigjarige Anne komt oorspronkelijk uit Tucson, Arizona maar is in Florida om haar droom in vervulling te brengen: het doorboren van een slangenkop met een ijspriem. Zelf jagen wordt op haar leeftijd lastig, en dus omarmt ze de hulp van andere fanatici. Tussendoor werkt ze in haar motel de ene na de andere gin tonic weg. Een andere pythonjager manoeuvreert zich op zijn slippers door het moeraswater. De zoektocht motiveert hem omdat het zo’n gevaarlijke bezigheid is. De adrenalinekick helpt hem om van de drugs af te blijven.

The Python Hunt toont een verontrustende Amerikaanse mentaliteit. Wat niet in een bepaald gebied thuishoort, moet opgespoord en vernietigd worden. Schokkend is niet zozeer de impuls om op de pythons te jagen – het hoofdargument daarvoor heeft zelfs ethische draagkracht – maar de manier waarop dat gebeurt. De documentaire biedt geen aanleiding om te geloven dat het sadisme van de stokoude Anne in scène is gezet. Een tafereel waarbij enthousiaste buurtbewoners touwtrekken (ja, letterlijk) met de ingewanden van een gevilde python doet de wenkbrauwen al helemaal fronsen.

Is het moreel verantwoord om te lachen om deze kolderiek aandoende toestanden? Comfortabel voelt dat zeker niet, maar de toestanden die regisseur Xander Robin vastlegt zijn zodanig absurd dat je je ongeloof als kijker érgens kwijtmoet. De kracht van The Python Hunt zit hem niet per se in de opzet, inhoudelijke kadering en montage van de documentaire: die is net te fragmentarisch, en had gedijt bij een scherpere bestudering van de bredere context en van een aantal sleutelfiguren. De kracht zit hem in de ontregelende weergave van de primitieve pythonjacht en het besef dat daarbij hoort. Ook dít is Amerika.

 

17 oktober 2024

 


MEER FILMFESTIVAL