Bugonia

***
recensie Bugonia
De routine van een wankele koning

door Bert Potvliege

Bugonia vertelt het verhaal van de meelijwekkende incel Teddy (Jesse Plemons), die zakenmagnaat Michelle (de alweer indrukwekkende Emma Stone) ontvoert. Teddy vermoedt namelijk – hou je vast – dat Michelle een buitenaards wezen is dat van plan is de aarde te vernietigen. Tijdens haar gevangenschap ontstaat een vreemde, maar intrigerende dynamiek tussen dader en slachtoffer. Teddy blijkt beïnvloedbaar maar gevaarlijk, terwijl Michelle allerminst zo onschuldig is als ze lijkt.

Al enige tijd lijkt het alsof de Griekse filmmaker Yorgos Lanthimos weinig fout kan doen in de ogen van de modale cinefiel. De bejubeling is al jaren aan de gang – Dogtooth was zijn doorbraak, maar pas met de overstap naar Hollywood werd zijn naam klinkend. Films als The Favourite en Poor Things sloegen gensters. De eerste barsten toonden zich vorig jaar, met het lauwe onthaal van Kinds of Kindness. Herpakt de regisseur zich met Bugonia?

Bugonia

Onfris gedrag
Op het eerste gezicht lijkt Lanthimos met deze film (gebaseerd op de Zuid-Koreaanse cultfilm Save the Green Planet! uit 2003) zijn eigen versie van Kurosawa’s High and Low te hebben gemaakt: beide films onderzoeken klassenverschillen via een ontvoeringsplot. Maar de film ontvouwt zich evenzeer tot een maatschappijkritische reflectie op onze gebrekkige mediawijsheid en de omgang met online complottheorieën. Uiteindelijk laat Lanthimos zijn verhaal bewust ontsporen en verzandt Bugonia in een zonderlinge, absurdistische bedoening die dicht aanleunt bij de cinema van Alex van Warmerdam (Nr. 10). De cineast lijkt er zichtbaar plezier in te scheppen opnieuw te mogen regeren als the king of weird.

Toch is de beleving van Bugonia niet zonder brokken, want in het eerste uur lijkt er sleet te zitten op zijn formule. De bizarre aard van zijn verhalen – waarin personages terugvallen op hun dierlijke instincten zodra sociale conventies wegvallen – is intussen te herkenbaar geworden. Sommige komische noten zijn bij de haren gegrepen – het personage Don, Teddy’s neef die een handje toesteekt bij de ontvoering, is flauw en kleurloos. Wat bij Dogtooth nog fris, gewaagd en grappig aanvoelde, voelt hier soms krampachtig. De herhaling dreigt; Lanthimos persifleert zichzelf. De eerste helft van Bugonia baart zorgen.

Aan het rare roer
Dat de film gaandeweg wel de moeite blijkt te zijn, heeft alles te maken met het talent en de vaardigheden van cast en crew. Het heeft haar een aantal jaren inzet gekost – niet in het minst om het publiek ervan te overtuigen – maar Emma Stone mag zich een grote actrice noemen. Hoe verder de film vordert, hoe sterker haar aanwezigheid blijkt. Ze krijgt het nodige weerwerk van Jesse Plemons, die de laatste jaren naam maakte met rollen in The Power of the Dog, Killers of the Flower Moon en Civil War. Met die twee aan het roer is de casting alvast een schot in de roos. Het is vermakelijk om te zien hoe ze, na de wat ongemakkelijke start, steeds dieper worden meegezogen in het gekker wordende geheel.

Bugonia

Toch blijft het Lanthimos zelf die de aandacht naar zich toetrekt. Niet al zijn werken lieten zich even vlot verteren, maar zijn greep op de hedendaagse filmwereld is groot. Zijn oeuvre is bevreemdend, maar altijd met overtuiging en verbeelding gebracht. In de tweede helft breekt hij Bugonia open: de gekte wordt intenser, de narratieve wendingen volgen elkaar sneller op, en plots zit de film op het juiste spoor. Het resultaat is zowel geestig als meeslepend. In de zaal was het enthousiasme voelbaar – zeker bij die ene toeschouwer die onophoudelijk zat te gieren van het lachen.

Shoot sleep repeat
Na het wat wrange Kinds of Kindness zet Lanthimos opnieuw een stap in een meer publieksvriendelijke richting, met meer ruimte voor amusement en toegankelijkheid. Toch loert gevaar, want de cineast dreigt zichzelf in een hoek te werken waar het eigen werk herkauwd wordt tot in het oneindige. Ook zijn tempo – drie films in twee jaar – voelt onhoudbaar. Wanneer filmmakers te snel produceren, verstikt vaak het momentum dat hun werk kracht geeft. Luca Guadagnino (Challengers, Queer) heeft momenteel hetzelfde probleem.

Met Bugonia bewijst Lanthimos dat zijn bizarre universum nog steeds kan verrassen, al kraakt zijn formule bij momenten onder haar eigen gewicht. Als hij zichzelf de komende jaren wat ademruimte gunt, kan die eigenzinnigheid weer de frisheid terugkrijgen die ooit zo onweerstaanbaar was.

 

28 oktober 2025

 

 

ALLE RECENSIES

The Grand Budapest Hotel (2014)

The Grand Budapest Hotel (2014)
Toonbeeld van vergane glorie

door Jochum de Graaf

Hoog op een heuvel van het kuuroord Nebelsblad, in het Midden-Europese land Zubrowka, staat het Grand Budapest Hotel. Ooit, voor de oorlog, was het met de gracieuze entree en de weelderig ingerichte vertrekken een toevluchtsoord voor de mondaine Europese elite. Het is nu met afgebladderde gevel en veel leegstand een toonbeeld van vergane glorie.

Dat nu is gesitueerd in 1985. De film begint met een beroemd schrijver die vertelt over de ontstaansgeschiedenis van zijn boek The Grand Budapest Hotel. We gaan vervolgens terug naar 1968 wanneer de dan nog jonge schrijver de voormalige piccolo Zero Moustafa ontmoet. Die belooft hem het échte verhaal van het hotel te vertellen, om dan in 1932 te belanden waarin de hoofdplot van de film zich afspeelt.

Het verhaal van The Grand Budapest Hotel is een verhaal-binnen-een-verhaal-binnen-een-verhaal. Je zou het ook een raamvertelling met nog een paar raamvertellingen daaronder kunnen zien.

The Grand Budapest Hotel

Verdwenen schilderij
De centrale personages zijn Monsieur Gustave, de Conciërge, de man die ervoor zorgt dat alles in het hotel op rolletjes loopt, en Zero Moustafa, een met een fijn potloodsnorretje uitgeruste oorlogswees die ergens uit de Arabische wereld komt en door Gustave onder zijn hoede genomen wordt. Gustave is vermaard vanwege zijn uitstekende service, in het bijzonder de verzorging van rijke bejaarde vrouwelijke gasten, zoals de 84-jarige Céline Villeneuve Desgoffe und Taxis, ofwel Madame D.

Wanneer zij onder verdachte omstandigheden dood wordt aangetroffen in haar kamer, reizen Gustave en Zero naar haar landgoed waar het testament bekend zal worden gemaakt. Als blijkt dat het pronkstuk uit haar kunstcollectie renaissancetopstuk Jongen met appel van schilder Johannes van Hoytls verdwenen is, richten de verdenkingen zich op haar geheime minnaar Gustave.

Foto: Brigitte LacombeGustave en Zero verdonkeremanen het schilderij, Gustave wordt gearresteerd en Zero beraamt met vriendin Agatha, geholpen door een netwerk van conciërges uit heel Europa, de ‘Society of the Crossed Keys’, en achtervolgd door een brute huurmoordenaar, een plan om hem vrij te krijgen.

De zoektocht naar het schilderij leidt tot achtervolgingen die aan Buster Keaton doen denken. Bij de treinreizen is het alsof je in een Agatha Christie-complot verzeild bent geraakt. Wes Anderson schakelt moeiteloos heen en weer tussen een thriller, oorlogsfilm, gevangenisfilm en vooral een romantische komedie.

Melancholische ode
Anderson werd bij het schrijven geïnspireerd door Stefan Zweig en diens herinneringen in Die Welt von Gestern, over de culturele vrijheid in het Wenen van voor de oorlog die door het opkomende fascisme om zeep werd geholpen. In het vooroorlogse Zubrowka verenigen de fascisten zich in de ZZ.

In de scènes in de jaren zeventig en tachtig zie je hoe het hotel langzaam maar zeker teloor is gegaan aan de onachtzaamheid voor grandeur en bourgeois luxe in het naoorlogse Oostblok. Het is daarmee een melancholische ode aan de vergankelijkheid van een wereld die niet meer bestaat.

The Grand Budapest Hotel

The Grand Budapest Hotel wordt wel als Wes Andersons beste film beschouwd, beloond met vier Oscars: muziek, design, kostuumontwerp en make-up. De geweldige decors trekken de aandacht, de schilderijen van Madame D, de kleurrijke taartjes van meesterbanketbakker Mendl, de kabelbaan van Nebelsbad, en natuurlijk het in miniatuur nagebouwde hotel waar indertijd een aparte uitgebreide website aan werd gewijd.

En er is het sterke ensemble aan topacteurs. Ralph Fiennes als Monsieur Gustave, Tony Revolori als de jonge Zero Moustafa, F. Murray Abraham als de oudere Zero en verteller, Willem Dafoe als de sinistere schurk Jopling en Jeff Goldblum als de vileine advocaat Deputy Kovacs.

En natuurlijk niet te vergeten Tilda Swinton. Ze zat voor de opnamen vijf uur in de make-up voor haar briljante bijrol als de licht geschifte Madame D om wier erfenis de plot draait.

The Grand Budapest Hotel is te zien in Eye.

 

19 oktober 2025

 

THEMAMAAND TILDA SWINTON

Zwei zu eins

** zu *
recensie Zwei zu eins
Ossies zijn sukkels, Wessies geldwolven

door Jochum de Graaf

Het is zomer 1990, een half jaar eerder is de Muur gevallen, maar de officiële hereniging van Oost- en West-Duitsland heeft nog niet plaatsgevonden. In de nadagen van de DDR vallen de nodige massaontslagen, de oude vertrouwde staatsbedrijven worden op grote schaal failliet verklaard. In het stadje Halberstadt, niet ver van de grens met de Bondsrepubliek, slaan de desillusie en verveling toe.

Drie vrienden – Maren (Sandra Hüller), Robert (Max Riemelt) en Volker (Ronald Zehrfeld) – besluiten een kijkje te nemen in een slecht bewaakte bunker, even buiten de stad. Buurtgenoot Markowski (Peter Kurth), ontevreden met zijn werk in de bunker, kan hen toegang verschaffen. Tot hun verrassing stuiten ze in een zijgang op een enorme berg papiergeld, miljarden zogenaamde Ostmarken, ingezameld om vernietigd te worden. Het DDR-geld is waardeloos geworden, in het herenigde Duitsland is de harde West-Duitse D-mark het enig wettig betaalmiddel. Er is een verplichte wisselkoers bepaald van twee Ostmark voor één Westmark: ‘zwei zu eins’.

Zwei zu eins

Goudmijn
Het drietal neemt een aardig stapeltje Ostmarken mee naar huis. Wanneer een West-Duitse colporteur met magnetrons en andere luxe keukenapparatuur aan de deur komt en ze gewoon met hun Ostmarken kunnen betalen, worden ze gewaar dat ze nog drie dagen hebben om het ‘gevonden geld’ wit te wassen. Ze hebben een goudmijn aangeboord. Om niet al te veel aandacht en argwaan van de autoriteiten te wekken, betrekken ze de hele buurt erbij, delen het geld uit en rijden de busjes met luxe-apparatuur af en aan.

Als ze na die drie dagen nog steeds grote hoeveelheden Ostmarken over hebben, ontdekken ze nog een maas in de wet. DDR-burgers die in het buitenland wonen, hebben nog drie dagen extra om Ostmarken in te wisselen. En ons drietal boort al hun contacten, diplomaten, wetenschappers, studenten die merendeels in bevriende socialistische landen werkzaam zijn aan om mee te werken aan de geldzwendel.

Nee, voor Maren, Robert en Volker is het geen misdaad, ze geven er in hun optiek een positieve draai aan door het met de buurt verdiende geld in te zetten voor de redding van een oude fabriek, in de DDR-tijd garant voor redelijke welvaart en welzijn in de buurt. ‘We zijn geen criminelen, maar willen een beetje gerechtigheid’ is de redenering.

Ostalgie
Zwei zu eins is op ware gebeurtenissen gebaseerd. Bij Halberstadt was inderdaad een bunker met geld opgeslagen en in de DDR had men niet de beschikking over goede verbrandingsovens. De film speelt sterk in op de zogenaamde Ostalgie: heimwee en verlangen naar de DDR, de tijd dat de kapitalistische hebzucht het leven nog niet geperverteerd had. De sfeer van saamhorigheid, onderlinge solidariteit, Spreewald-augurken en Rotkäppchen-sekt is met kleding, decors en kleurgebruik goed getroffen.

Zwei zu eins

Er komt bovendien met Sandra Hüller (Oscar-nominatie voor Anatomy of a Fall; briljante rol in The Zone of Interest), Max Riemelt (Netflix-serie Sense8), Ronald Zehrfeld (Phoenix) en Peter Kurth (Goodbye Lenin) een complete, van origine Oost-Duitse sterrencast aan te pas. De regie is van Natja Brunckhorst, die in 1981 wereldroem kreeg als titelvertolkster van Christiane F. – Wir Kinder vom Bahnhof Zoo.

Maar Zwei zu eins lost de grote verwachting niet in, de film lijdt onder een gebrek aan drama. De ongemakkelijke driehoeksverhouding tussen Maren, Robert en Volker wordt niet goed uitgewerkt. De tegenstellingen tussen Oost en West worden nogal karikaturaal ingevuld: de Ossies zijn sukkels, de Wessies louter op geld belust. De plotwending om het gevecht over het behoud van de fabriek is met allerlei verwarrende verwikkelingen nogal gekunsteld en duurt veel te lang.

Na de aftiteling volgt nog een heel exposé dat het ware verhaal eigenlijk nooit opgehelderd is. Waar Goodbye Lenin indertijd als bijtende satire zo goed slaagde, komt Zwei zu eins niet veel verder dan een wat absurdistische klucht die slechts een enkel moment grappig is.

 

23 juli 2025

 

ALLE RECENSIES

10 giorni con i suoi

**
recensie 10 giorni con i suoi
10 dagen tussen kaaslucht en cultuurclash

door Cor Oliemeulen

In 10 giorni con i suoi reist een gezin uit Rome naar het Italiaanse platteland, waar de botsing tussen stadse neuroses en landelijke eigenaardigheden het toneel is van een vervolgfilm die zich vermomt als een feelgoodkomedie.

Het moet gezegd: het droogkloterige karakter van huisvader Carlo (Fabio De Luigi) is soms geestig, juist door zijn dwarse houding. Tijdens de lange autorit van Rome naar de zuidelijke regio Apulië (de hak van Italië), vragen zijn echtgenote Giulia (Valentina Lodovini) en hun drie kinderen zich af wat er zo stinkt. Als Carlo opbiecht dat het een typische streekkaas is – bedoeld als cadeau voor het gastgezin Paradisos – klinkt dat bijna als een statement. Hij ziet het namelijk helemaal niet zitten dat hun oudste dochter Camilla (Angelica Elli) wil gaan samenwonen met Antonio, de zoon des huizes.

10 giorni con i suoi

Stad versus platteland
Eenmaal gearriveerd, blijken de Paradisos te wonen in een monumentaal landhuis dat vroeger werd omringd door zelfvoorzienende landbouwbedrijven. Het imposante landgoed wekt ontzag bij de kinderen, maar Carlo blijft zakelijk en nuchter, wat botst met de overdreven gastvrijheid van Antonio’s ouders. Zij zijn emotioneel, willen alle gasten knuffelen en voelen zich één met de natuur. Zij houden van tennis en speervissen, terwijl Camilla’s gezin veel meer houdt van bekvechten.

Het mag geen verrassing zijn dat de film drijft op de tegenstellingen tussen twee culturen: de koele, neurotische stadsmens versus de relaxte plattelandsbewoner met zijn gewoonten en gebruiken. Zo moet Carlo beslist de bevalling van een koe meemaken en heeft hij de eer om het kalfje uit de buik van zijn moeder te trekken. Later wordt Carlo uitgenodigd voor een traditionele martelarenprocessie en wordt hij geacht de rol van Jezus op zich te nemen. Enkel gehuld in een juten onderbroek en met een zwaar kruis op zijn schouder, sterft de scène in onbenulligheid als een gekke pastoor hem met een zweepje maant om door te lopen.

Formule
Humor kent vele vormen. 10 giorni con i suoi bedient zich van het gemakzuchtige soort, en leent bovendien kwistig van succesvolle komedies, zoals Meet the Parents, dat de middelmaat ontloopt door sterk acteerwerk en een betere timing. En natuurlijk is er altijd wat ruimte voor misverstanden en een snufje drama. Alles om kijkers met een goed gevoel achter te laten.

10 giorni con i suoi

Regisseur Alessandro Genovesi krijgt maar geen genoeg van deze formule. Hij begon zijn drieluik over deze Romeinse familie in 2019 met 10 giorni senza mamma, waarin Giulia besluit om tien dagen weg te gaan zodat Carlo kan leren wat het is om voor hun drie kinderen te zorgen. Een jaar later volgde 10 giorni con Babbo Natale, waarin het gezin naar Lapland reist om de Kerstman te ontmoeten. In zijn jongste film laat Genovesi zien hoe ouders moeten wennen aan het idee dat een kind volwassen wordt. De herkenbaarheid van de situaties is net zo vanzelfsprekend als het gebrek aan originaliteit.

Over tien jaar volgt ongetwijfeld een vierde deel, waarin Carlo met pensioen gaat en in een zwart gat valt, met als titel: 10 giorni senza scopo (‘10 dagen zonder doel’).

 

15 juli 2025

 

ALLE RECENSIES

Peacock

****
recensie Peacock
Absurdistische zelfontdekkingstocht

door Zoë van Leeuwen

Elke dag de rol van je leven spelen, lijkt de perfecte baan. Dagelijks iemand anders zijn, nieuwe outfits en uitnodigingen voor de duurste feestjes op de prachtigste locaties. Het klinkt fantastisch, maar regisseur Bernhard Wenger laat in zijn satirische speelfilmdebuut Peacock zien dat je jezelf kunt verliezen als je constant iemand anders speelt.

Een beste vriend voor een dag, een betrokken partner of zelfs iemands succesvolle zoon. Matthias (Albrecht Schuch) leidt elke dag een ander leven als ‘huurvriend’. Hij doet er alles aan om het zijn klanten naar de zin te maken en vraagt ze alleen om een hoge beoordeling op de website van het bedrijf. Al blijkt dit bijzondere leven minder goed uit te pakken dan gehoopt.

Peacock

De film van de Oostenrijkse filmmaker Bernhard Wenger ging afgelopen jaar in première op het filmfestival in Venetië. Peacock viel op verschillende festivals in de prijzen en ging er onder andere op het Filmfestival van Stockholm met de prijs voor Beste Regiedebuut vandoor. Na enkele absurdistische korte films kiest hij ook in zijn speelfilmdebuut voor satirisch commentaar op zelfontdekking.

Uitstraling is alles
De titel Peacock (Pfau – bin ich echt? in het Duits) suggereert al veel over de inhoud van de film, want Matthias is zo geconsumeerd door zijn baan dat hij nauwelijks meer weet wie hij is. Zelfs in zijn dagelijks leven kan Matthias het niet helpen om zich aan te passen aan wat er om hem heen wordt gezegd. Hij koopt kunst omdat het populair en duur is en omdat het hem er goed uit laat zien. Als zijn vriendin Sophia (Julia Franz Richter) hem smeekt om emotie te tonen en een keer echt ruzie met hem te maken wanneer ze uit wanhoop een hele grote hond mee naar huis neemt om hem boos te maken, kan hij dat gewoon niet. Zelfs als ze het met hem uitmaakt, heeft Matthias oogdruppels nodig om zichzelf te laten huilen als poging om haar terug te winnen.

Na de break-up duikt hij met zijn hoofd in zijn werk en doet keer op keer een poging zichzelf te ‘repareren’, al kopieert hij hier ook maar mensen om zich heen. Hij adopteert een hond, gaat op yogaretraite en belandt in een onenightstand met Inna (Theresa Frostad Eggesbø), een kennis uit Noorwegen die hij steeds weer ergens lijkt tegen te komen. Toch blijkt niets te helpen. De hond past helemaal niet bij hem, hij is te nuchter voor een spirituele reis en te romantisch om zijn avond met Inna te laten bij wat het was.

Albrecht Schuch is het meest bekend door zijn rol in Oscar-winnaar Im Westen nichts Neues, waarvoor hij een BAFTA won. Toch lijkt de komische rol van ietwat eigenaardige perfectionist Matthias voor hem gemaakt te zijn, waarin hij vooral met gezichtsuitdrukkingen en lichaamstaal steeds weer schakelt tussen zijn vele uitgedachte personages en zijn chaotische leven dat uit elkaar dreigt te vallen.

Held
Op werk gaat het allemaal niet veel beter. De man van een van zijn cliënten stalkt Matthias om meer te weten te komen. Dit maakt hem paranoïde en hij verdenkt de man er zelfs van zijn hond te hebben gedood. Ook komt er een grote klus aan, waarbij hij de zoon van een rijke man moet spelen op een extravagant dinerfeest.

Het script van Wenger doet denken aan filmmakers als Ruben Östlund en Yorgos Lanthimos, met goed getimede komedie die meestal gebaseerd is op visuele grappen en pure absurditeit. Dat is ook waar de film het meest schittert. Wanneer Matthias een wanhopige poging doet om Sophia terug te winnen, gebruikt hij al zijn kennis om een overval op straat na te spelen, waarbij hij de held uithangt en een ouder echtpaar redt van de ‘boeven’. Sophia doorziet zijn trucje en zegt hem dat hij ‘alsjeblieft hulp moet zoeken’.

Peacock

Afbrokkelende façade
De wereld waarin Matthias leeft voelt als een extreme versie van onze wereld. De film is satirisch over valse menselijke connecties en de noodzaak om er altijd op je best uit te zien voor de buitenwereld. Het plot is op punten wat rommelig, waardoor de film soms meer als een karakterstudie aanvoelt. We zien veel van Matthias z’n afspraakjes, maar daardoor kan het soms even duren voordat je als kijker doorhebt welke personages nu echt belangrijk zijn.

Matthias raakt aan het einde van de film verder in een existentiële crisis. Zijn verzorgde façade begint af te brokkelen. Hij zweet door zijn overhemd tijdens een belangrijke werkklus, huilt tijdens een dansshow en krijgt voor het eerst een negatieve recensie. De film komt tot een absurd explosief einde wanneer het chique diner van de rijke man niet volgens plan verloopt en Matthias er uiteindelijk voor kiest om los te laten.

 

2 juli 2025

 

ALLE RECENSIES

Vingt dieux

***
recensie Vingt dieux
Op zoek naar een bestaansreden

door Bert Potvliege

Films die slagen in hun opzet zitten dwars wanneer die opzet een matige ambitie vertoont. Een boeiende visie of frisse kijk is waar het om zou moeten draaien. Met Vingt dieux brengt debutante Louise Courvoisier een geslaagde en publieksvriendelijke coming of age-film, maar de afwezigheid van originaliteit en enig zin voor risico is een verarming.

Met de Youth Prize op het filmfestival van Cannes op zak mag filmmaakster Courvoisier met geheven hoofd haar langspeeldebuut presenteren. Nauwelijks 31 jaar oud en met slechts twee kortfilms onder de arm is ze erin geslaagd zichzelf te lanceren als een naam om in de gaten te houden. Met Vingt dieux neemt ze de kijker mee naar haar heimat, waar ze inzoomt op enkele sombere figuren zoals ze er ongetwijfeld vele kende in haar jeugdjaren.

Vingt dieux

Met gemak naar een eindmeet
Clément Faveau speelt de 18-jarige Totone, zoon van een kaasboer in het Franse Bourgogne. De jongeman slijt zijn dagen met optrekken met de vrienden, meisjes versieren, sigaretten roken en te veel bier drinken – een iets te evidente karakterschets van adolescentie. Na het overlijden van zijn vader, dat uit het niets komt en de plot in gang moet steken, moet Totone zorg dragen voor kleine zus en de zaak van vader overnemen. Hij ziet zijn kans schoon om wat broodnodig geld te verdienen met een kaaswedstrijd maar hiervoor steelt hij goede melk bij een jonge boerin. Op een vermakelijke negentig minuten onderzoekt Courvoisier hoe dit verloren jong schaap een goede vriend, partner, voogd en zaakvoerder wordt. Kortom: Totone wordt stap per stap een man.

Vingt dieux is een geslaagd portret waarbij de cineaste een op zich geloofwaardige karakterschets verbeeldt en een fraai beeld schetst van haar milieu. De cast bestaat uit niet-professionele acteurs, wat de waarachtigheid van de schets verhoogt en nergens valt iemand door de mand. Faveau zet een degelijke hoofdrol neer. De jongeman heeft een engelachtige uitstraling die doet denken aan Eden Dambrine (Close), maar toont tegelijkertijd een jeugdige furie zoals die van Anthony Bajon in La prière. Maïwene Barthelemy levert een charmante bijrol als boerin Marie-Lise en ook de vrienden van Totone doen onvervalst aan. Dit leidt tot een oprechte empathie van de kijker voor de lotgevallen van onze weifelende protagonist en zijn leeftijdsgenoten.

Goedkoop succes
Op stilistisch vlak perst Courvoisier er een breedbeeldfilm uit die een aantrekkelijke, zomerse ontspanning ademt. Het lijkt alsof de keuze voor deze sfeer een gevolg is van haar geromantiseerde kijk op haar opgroeien. De sociaal-realistische dimensie van haar vertelling vertaalt zich – gelukkig – niet in een sombere grauwheid. De film is aangenaam om te zien en getuigt van een professionele enscenering, wat soms kan sputteren in een debuut waarbij de beginneling op zoek is naar een eigen stem. De regisseuse levert een debuut af dat werkt.

Maar wat ze etaleert in professionalisme, ontbreekt haar in creativiteit. Courvoisier brengt het verhaal van een egoïstische losbol die door barre omstandigheden verantwoordelijk leert zijn. Dit is een karakterschets en een kentering met weinig om het lijf. Je kan gerust zeggen dat er een waarheid schuilt in dergelijke typering – het zijn platgetreden paden voor een reden – maar het is geen verhaalconstructie die de aandacht verdient. Die plot werd reeds kapot verteld in duizend gelijkaardige films. Dat deze hier met succes herkauwd wordt, leidt nauwelijks tot een meerwaarde.

Vingt dieux

Clichés in het DNA
Het Bourgondië dat in de film aan bod komt, spookt duidelijk in het DNA van de cineaste. Je voelt haar haat-liefdeverhouding met het Frankrijk waarin ze opgroeide. De nostalgische kijk toont hoe haar thuis haar na aan het hart ligt, maar ze grijpt evenzeer kansen om de mistroostigheid ervan onder de aandacht te brengen: de dronken figuren, de stoerdoenerij, de mannenwereld die het is. Allemaal best, maar de frisse ideeën ontbreken. De verbeelding van dit milieu toont torenhoge clichés want elke creatieveling die een kleingeestig plattelandsbestaan ontvlucht, kijkt erop terug met minachting en koestering door elkaar. Dat is bij Courvoisier niet anders.

Een ander voorbeeld om de gebrekkige originaliteit te schetsen: er zit zowaar een montagescène in de film – een snedige song lijmt een aantal losse beelden bijeen tot een scène waarin de tijd snel vooruitgaat en we de personages vooruitgang zien boeken (in elke Rocky-film zit een montagescène waarin Stallone zich klaarstoomt voor het finale gevecht). In de montagescène van Vingt dieux zien we Totone beter worden in het maken van kaas, we zien hem een meelevende surrogaatvader worden voor kleine zus en we zien hem zijn nieuwe liefje graag zien. Een kijker met enige feeling voor deze bij de haren getrokken filmtechnische ingreep kan het hier gerust op een schaterlachen zetten. Het is functioneel maar bespottelijk.

Vingt dieux is een film voor mensen die weinig cinema kijken. Dat publiek zal zich heus wel vermaken. Wij voelden ons enkel in tune met het beeld van de jonge snaak die op de brommer snort, met een kaasbol op de rug gegespt, langs de zonovergoten weilanden vol koeien. Dat is nostalgische romantiek.

 

1 april 2025

 

ALLE RECENSIES

The New Year That Never Came

****
recensie The New Year That Never Came
Tragikomische kerst in Roemenië voor de val van dictator Ceaușescu

door Cor Oliemeulen

De ondergang van president Bashar Hafiz al-Assad in Syrië kwam al even snel en onverwacht als die van zijn Roemeense collega Nicolae Ceaușescu. Ook die moest na ruim twintig jaar van onderdrukking het veld ruimen. De Roemeense scenarist/regisseur Bogdan Mureşanu maakte een tragikomisch portret van een aantal landgenoten tijdens de laatste twee dagen van de dictatuur in Roemenië eind december 1989.

Mureşanu’s speelfilmdebuut The New Year That Never Came borduurt voort op zijn veelvuldig bekroonde korte film Christmas Gift (2018), waarin een vader met zijn zoontje een kerstboom optuigt. Het zoontje vertelt dat hij een brief aan de Kerstman heeft gestuurd. Voor zichzelf wenst hij een locomotief en voor zijn moeder een portemonnee. Voor zijn vader wenst hij de dood van ‘oom Nic’, zoals zijn vader dictator Nicolae Ceaușescu noemt. Vader flipt en zal er alles aan doen om de inmiddels geposte brief te onderscheppen.

The New Year That Never Came

Afluisteren en verklikken
Dezelfde scène in The New Year That Never Came begint grappig als de 7-jarige Marius in de brief aan de Kerstman zijn schooladres noemt – ‘2B, School no. 96, Giurgiului Avenue no. 23, Blok A6, Ingang 4’ – maar blijkt bittere ernst als duidelijk wordt dat de Securitate, de geheime staatspolitie, overal is. De familie loopt gevaar als de brief in verkeerde handen zal komen. In eerste instantie wil vader de postbus slopen, maar zijn vrouw heeft een beter idee. De praktijk van afluisteren en verklikken veroorzaakt angst en paranoia bij veel Roemenen. Iedereen, zelfs een familielid, kan voor de staat werken. De film maakt die gevoelens tastbaar.

Tegelijkertijd voel je door subtiele verwijzingen dat burgers iets van een sprankje hoop krijgen. Sinds het vallen van de Berlijnse Muur in november 1989 en een revolutiegolf in omringende landen met communistische regimes is Ceaușescu’s positie wankel geworden, zonder dat hij dit zelf in de gaten heeft. Op 16 december 1989 beginnen in Timișoara protesten tegen de dictatuur en voor vrijheid. Een dag later treden de Securitate en het leger keihard op met tientallen doden en honderden gewonden als gevolg.

Propaganda
Regisseur Bogdan Mureşanu bedient zich van toenmalige tv-beelden en radio-opnamen. Hij maakte zelf een scène waarin arbeiders op 21 december worden opgetrommeld om te juichen en te applaudisseren voor Ceaușescu tijdens zijn toespraak op het Paleisplein in Boekarest. De dictator verwacht een gebruikelijke uiting van steun voor zijn regime, maar een deel van de menigte begint hem uit te fluiten en leuzen te roepen. Beelden van het moment worden uitgezonden op televisie, wat zal leiden tot een verdere escalatie van protesten in andere delen van de stad.

In die atmosfeer van onrust en onzekerheid spelen de gebeurtenissen van The New Year That Never Came zich af. De film begint met lichte paniek op de redactie van het tv-station. Er is wat misgegaan met een propagandafilm met de traditionele nieuwjaarswens voor de dictator, en in allerijl moet een actrice worden vervangen door een andere actrice. Het probleem wordt voorgeschoteld op die typisch droogkomische, satirische manier die je terugziet in Roemeense films als The Treasure (2016).

De actrice die wordt gekozen en gedwongen om de actrice in het propagandafilmpje te vervangen, heet Florina (Nicoleta Hâncu). Ze wil weigeren, omdat ze in haar omgeving niet wil worden geassocieerd met steun voor het regime, stemt uiteindelijk toch in, maar niet zomaar. Ondertussen zien we hoe leden van het redactieteam een scheur in het decor proberen te camoufleren met enkele kerstbomen en door er enkele ‘kameraden’ voor te zetten.

The New Year That Never Came

Gedwongen verhuizingen
Verre van komisch is het subplot over de gedwongen verhuizing van Margareta (Emilia Dobrin). In de naam van modernisering wilde Ceaușescu zo’n 7.000 dorpen gedeeltelijk of volledig slopen, het werden er uiteindelijk enkele honderden. In de hoofdstad Boekarest waren al hele wijken gesloopt om ruimte te maken voor het paleis van de dictator en voor brede boulevards, met als voorbeeld Parijs. Margareta is een van die tienduizenden die verplicht haar huis moet verlaten. Terwijl werklieden haar spullen inpakken, probeert een medewerker van de overheid haar moed in te spreken. Het blijkt haar zoon.

Het subplot met de tiener Laurențiu (Andrei Miercure) laat dan weer zien dat de jonge generatie zich steeds actiever begint te roeren. Hij heeft wat spullen aangeschaft en vertrekt met twee mannen per auto naar een onbekende bestemming. De sfeer is duister, want het gezelschap lijkt van plan om een politieke daad te plegen. Toch kan de regisseur het niet laten om een korte grappige scène in deze grimmige situatie te verwerken, als de chauffeur van de auto onderweg even moet stoppen om seks te hebben met een vriendin.

Opbouw
Al die thematische verhaallijnen zijn mooi en naadloos in elkaar verweven. Het ene personage verlaat de apotheek en het andere personage neemt de vertelling over. Vaak gaat een deur bij iemand dicht en gaat een deur bij iemand anders open. Roemeense mozaïekfilms, zoals Sieraneveda (2016) van Cristi Puiu, nemen al snel een paar uur de tijd om alle personages beter te leren kennen en om een bepaalde atmosfeer te scheppen waarin het alledaagse leven en de verborgen drama’s langzaam samenkomen. The New Year That Never Came duurde in eerste instantie 3 uur en 40 minuten. Er werden scènes verwijderd, terwijl andere scènes werden ingekort door de kop en de staart te verwijderen. Het eindresultaat van 2 uur en 18 minuten houdt de vertelling vlot.

De compositie naar de finale is slim geïntensiveerd door het gebruik van Ravels Bolero. De repetitieve structuur van het muziekstuk, het geleidelijke crescendo en de emotionele impact bouwen de spanning op tot de onvermijdelijke climax: het Nieuwjaar dat nooit zou komen.

 

17 december 2024

 

ALLE RECENSIES

Waarom Wettelen?

**
recensie Waarom Wettelen?
Ja, waarom eigenlijk?

door Bert Potvliege

Er gaat een gezonde argwaan gepaard met het nieuws dat een prozaschrijver een film gaat regisseren. De filmgeschiedenis biedt onderdak aan vele voorbeelden van creatievelingen die over de grenzen van hun medium heen morsen, waarbij de slotconclusie ‘schoenmaker, blijf bij je leest’ vaak op het rapport belandt. Vlaming Dimitri Verhulst, schrijver van De helaasheid der dingen, waagt zich aan het grote doek en valt door de mand met debuut Waarom Wettelen?.

Films die blijken te falen in hun opzet, kunnen ondanks de initiële teleurstelling fascinerende prenten zijn om van naderbij te bekijken. Opsporen waar films de mist ingaan, is autodidactiek van de cinefiel. Vrijwel alle onderdelen van het filmmaken in Waarom Wettelen? vertonen fouten, van een gebrekkige controle over de toon tot een niet te negeren amateurisme. Wat werkt, houdt de film drijvende, maar het is in zijn struikelen dat de film boeiend is om te evalueren. 

Waarom Wettelen?

Op sleeptouw met een lijk
Waarom Wettelen? heeft een reddende engel in de vorm van gortdroge dialogen, die het aanwezige publiek tot luid schateren zullen aanzetten. Het is een meevaller die te verwachten viel, aangezien dit onderdeel nauwst aansluiting vindt bij de achtergrond van Verhulst als auteur. De humoristische toon van de schrijver grenst aan het absurde en het is er heerlijk in wentelen. Peter Van den Begin in de hoofdrol is gelukkig een acteur die weet in wat voor soort film hij zit en als rouwende echtgenoot slaat hij de juiste komische toon. Zijn lichaamstaal – niet in het minst zijn blikken – biedt de juiste ondersteuning om de ondeugende dialogen te doen uitblinken.

Tijdens de begrafenisplechtigheid van zijn echtgenote Christine, komt een notaris weduwnaar Bas (Van den Begin) doodleuk melden dat het de laatste wens was van de overledene om begraven te worden in Wettelen. Niemand weet waarom of waar het überhaupt ligt. Een verbitterde begrafenisondernemer beweert te weten waarheen ze moeten. Met zijn afgekeurde lijkwagen neemt hij de rouwende familieleden mee op sleeptouw voor een dagenlange rouwstoet door het Vlaamse platteland, richting het onbekende Wettelen. Het mag duidelijk zijn dat we in de licht surreële, gezapige wereld van Verhulst terechtgekomen zijn.

De film roept naar zijn maker
Waarom Wettelen? is een komedie van het kolderieke soort, een film die teruggrijpt naar de eenvoudige en laagdrempelige Vlaamse cinema van eind vorige eeuw. Of dit een gevolg is van een nostalgische drang bij Verhulst of van het onvermogen om de film op maat van een hedendaags publiek te snijden, blijft in het midden. Het overgrote deel van de aandacht gaat naar grappen en grollen die verscholen zitten in de dialogen, waardoor de film de pagina en niet het beeld benadrukt. De aandacht houden op het knipogen naar een publiek met taalgrappen, toont dat de lat te laag ligt.

Waarom Wettelen?

De motivatie om film te gebruiken als medium om dit verhaal te vertellen, lijkt op weinig gestoeld. Aangezien film niet het communicatiekanaal blijkt waarmee Verhulst de meest solide affiniteit heeft, stokken een aantal van de verhoopte grappen. Visuele gags, zoals het zonnebaden op het dak van de lijkwagen, blijken vaak maar half te landen. Een woordmopje dat verwijst naar een lokale politicus – en dus enkel werkt in Verhulsts contreien – toont een ondoordacht rekening houden met het publiek.

Het onvermogen van de film om een uniform tonaal geheel te vormen, staat als een paal boven water. Vrij vroeg in de film stond het ons voor de ogen dat Verhulst niet doorheeft dat zijn eigen film schreeuwt naar hem. Terwijl de rouwende familieleden zich over de bochtrijke plattelandswegen voortslepen, krijgen we in de achtergrond een aandoenlijk geromantiseerd Vlaanderen in breedbeeld te zien. Die warme, zachte gloed van zonnige velden vloekt hard met de vaak platvloerse aard van Verhulsts dialoog, alsof het om twee films door elkaar gaat. De rouwende familie slentert door een dorpsstraat, door Verhulst aangevuld met een vlammende song van Zweedse band The Knife op de soundtrack – een onbegrijpelijke keuze en een ingreep die door de film wordt afgestoten. Andere elementen, zoals de poëtische conclusie met de danser bij het graf, slaan als een tang op een varken. Een stap achteruit zetten om de uniformiteit van zijn film te overschouwen en in te grijpen waar nodig, is een talent dat Verhulst niet in zijn arsenaal heeft.

Waarom Wettelen? is geen goede film, maar dat betekent geenszins dat er geen genot uit te halen valt. Wanneer Bas zijn familie inlicht dat ze kunnen overnachten bij de paters, merkt hij tegen de vrouwen fijntjes op dat “sommige paters in geen vijftig jaar een vrouw gezien hebben, dus probeer daar alsjeblief rekening mee te houden”. Het zijn de glooien in het gelaat van Van den Begin die het hem deden, maar wij lagen dubbel bij de zinloze aanbeveling. De schoenmaker achter de camera ongetwijfeld ook.

 

30 oktober 2024

 

ALLE RECENSIES

Daaaaaalí!

***
recensie Daaaaaalí!
Dromen in dromen, films in films, films in dromen en dromen in films

door Cor Oliemeulen

Een journaliste wil de extravagante kunstenaar Salvador Dalí interviewen, maar steeds gaat hun afspraak op het laatste moment niet door. Quentin Dupieux voegt met Daaaaaalí! een heerlijke onzinkomedie toe aan zijn absurdistische universum.

De meeste mensen kennen Dalí van De volharding der herinnering met de beroemde gesmolten klokken. In de openingsscène brengt Dupieux een minder bekend schilderij tot leven: een piano in een woestijn waar water uit stroomt. Vreemd, suggestief en typisch surrealisme – de kunststroming waarmee Dalí beroemd werd.

Daaaaaalí!

Bakkersvrouwtje wordt journalist
We maken kennis met Judith (Anaïs Demoustier, eerder te zien in Dupieux’ Incroyable mais vrai en Fumer fait tousser). Ze vertelt dat ze haar baan als apotheker heeft opgezegd en journalist wil worden. Gedurende de film wordt ze consequent aangesproken als ‘bakkersvrouwtje’. In een hotel wacht ze op Dalí voor een interview. Na een eindeloze wandeling door een lange gang – ondertussen mopperend op de lelijke architectuur – draait Dalí meteen om zodra blijkt dat er geen camera is. Judith blijft het proberen, maar zonder succes.

Dalí spreekt Frans met zwaar Spaans accent. Opvallend: hij wordt gespeeld door zes verschillende acteurs (elke “a” in de titel staat voor een andere Dalí), onder wie Gilles Lellouche en Jonathan Cohen. Dat werkt verrassend goed, vooral door de mimiek en tics van Cohen. Samen vormen ze eerder een speelse ode dan een karikatuur.

Monty Python en Luis Buñuel
Zoals volgers van Dupieux gewend zijn, is de storytelling op zijn zachtst gezegd een tikkeltje onconventioneel. De pogingen om Dalí te interviewen draaien uit op een loop: dromen in dromen, films in films, films in dromen en dromen in films.

Geholpen door de aanstekelijke, jolige soundtrack van Thomas Bangalter (de ene helft van Daft Punk) zijn alle typeringen en lolligheden gedurende de looptijd van 67 minuten prima vol te houden. Sterkere scènes wisselen af met minder sterkere scènes, regelmatig geïnspireerd door het Britse gezelschap Monty Python. Zoals de eindeloze hotelgang, Dalí die op duiven schiet, en een bizarre hondenregen.

Daaaaaalí!

Ook de invloed van Luis Buñuel is duidelijk. Hij maakte met Dalí in 1929 de surrealistische film Un chien andalou, beroemd om de schokkende oogscène. Surrealisme was toen een aanval op burgerlijke zekerheden – iets wat Dupieux nog steeds graag doet..

Unieke filmauteur
In Daaaaaalí! verschijnt ook een priester die tijdens een diner met levende wormen een droom vertelt. Dat doet denken aan Buñuels Le charme discret de la bourgeoisie, waarin een etentje steeds mislukt door vreemde gebeurtenissen en dromen de realiteit verstoren.

Die ontregeling zie je ook bij Dupieux. Noem het surrealisme, absurdisme, of gewoon zijn eigen stijl – hij laat zich niet in hokjes plaatsen. Met zijn verstoring en ontregeling van de filmkijker, maar vooral door zijn eigenzinnige vorm van humor is hij volstrekt uniek tussen de laatste filmauteurs van de hedendaagse Franse cinema.

 

20 augustus 2024

 

ALLE RECENSIES

O Brother, Where Art Thou? (2000)

O Brother, Where Art Thou? (2000) 
6 keer genieten 

door Bob van der Sterre

Everett, Delmar en Pete ontsnappen van een chain-gang. Ze maken vreemde ontmoetingen mee, op weg naar een schat die Everett verstopt heeft. De terugkeer naar een tijdloos meesterwerk waar je op verschillende manieren van kunt genieten.

Aan O Brother (2000) heb ik goede herinneringen. Zelfs bij het herkijken (diverse keren) blijft de film goed werken. En dan moet je weten dat deze film kwam na The Big Lebowski (1998) en Fargo (1996). De verwachtingen waren hoog.

Erover analyseren, is een beetje als de ingrediënten voorlezen van een lekker gerecht en niet genieten van de smaak. Liever noem ik 6 dingen waar je van kunt genieten als je de film gaat kijken.

John Turturro, Tim Blake Nelson en George Clooney

John Turturro, Tim Blake Nelson en George Clooney

1. Het virtuoze script
O Brother, Where Art Thou? heeft diverse verhaallijnen die allemaal vaardig en vermakelijk zijn opgeschreven. Gezoek naar een schat, het ontmoeten van allerlei random karakters, achtergrondverhalen van de drie hoofdpersonages, observaties van Mississippi in de jaren dertig tijdens de grote depressie.

Zo is er een verhaallijn over de politieke strijd tussen de nieuwe Homer Stokes die belooft voor de kleine man op te komen (inclusief bezem en klein persoon) en Pappy O’Daniel, die geen idee heeft wat te doen met de populariteit van Stokes. ‘We moeten ook onze achterban optrommelen.’ ‘We hebben helemaal geen achterban!’

Het is niet wat je noemt een sterk of spannend verhaal, maar een blend van verhaallijnen die tezamen iets wonderlijks opleveren. Door deze afwisseling sukkelt de film nergens in – wat vergelijkbaar is met de verhaallijnen in The Big Lebowski. En net als in die film houdt dit script met verrassende wendingen de aandacht vast tot aan de laatste seconde.

O Brother is losjes gebaseerd op Homerus’ beroemde werk: Ilias & Odyssee. Heel losjes, gaven de broers ook toe in een gesprek met interviewer Charlie Rose. Want ze hadden het boek niet gelezen. Soms is de verwijzing een beetje balorig, zoals John Goodman als cycloop (hij draagt een ooglapje). Maar vaak geeft dat idee een verrassende wending aan het best wel gewone zoektocht-naar-geld-verhaal, en zorgt het voor scènes die een ander script misschien niet had aangedurfd. Daardoor is het meer dan ‘een komedie’. Wat het dan is, is lastig te definiëren.

2. De cinematografie van Roger Deakins
Komedies goed verfilmen is moeilijk. Meestal is er niet dat timmermansoog voor beeld als wat ‘serieuze’ films wel hebben. Dan moet de acteur met zijn of haar komische talent al het werk doen, waardoor daar té veel het nadruk op komt, en het resultaat soms tegenvalt.

Hier is de komedie vooral een komische flow – waarbij je het beste haalt uit acteurs, beeld en script. Om dit te bereiken, hadden de Coen-broers jarenlang cinematograaf Roger Deakins. Hij kreeg alle lof voor zijn werk in No Country for Old Men. Toch werkte hij al vanaf Barton Fink jarenlang aan alle andere Coen-films. Zijn inbreng maakte deze films mede waarom ze nog steeds geliefd worden.

Weinig werd aan het toeval overgelaten. De film gaat over Mississippi en werd er ook opgenomen. Het was erg heet tijdens de opnamen. Die broeierigheid zie je terug in beeld. Het Mississippi van de jaren dertig komt af en toe terug in foto’s van fotografe/schrijfster Eudora Welty, die als inspiratie werden gebruikt. Deze foto zou ergens in de film te zien zijn als bewegend beeld.

Een uitdaging voor de Coen-broers was dat Mississippi groener was dan de bedoeling. Deakins bekwaamde zich voor deze film daarom in ‘digital intermediate’. Globaal gezegd is dat het digitaal aanpassen van de kleuren van het beeld. Wat nu schering en inslag is (films zijn allemáál grauw en duister), was toen nog iets nieuws. Lees er meer over in dit interessante interview in IndieWire.

Deakins: ‘De jongens hadden me verteld dat ze het gevoel van een oude, vervaagde ansichtkaart wilden en dat ze vooral het groene wilden verwijderen.’ Het was de eerste Hollywood-film die dit toepaste.

Ondanks al zijn grensverleggende prestaties, kreeg hij slechts een Oscarnominatie voor deze film (Peter Pau zou winnen met Crouching Tiger, Hidden Dragon).

3. Het acteerwerk
Er zijn veel personages in deze film en dus ook veel acteurs. De karakters in deze film worden bij de introductie typerend neergezet.

Zoals wanneer Everett (George Clooney) in een wagon staat en vraagt of er een smid is, ‘of anders iemand met enige kennis van metallurgie’. Deze bizarre bijzin typeert zijn karakter, je beseft meteen dat dit een man is die onwaarschijnlijke zinnen componeert. Hij is zo ijdel dat het vinden van de juiste pommade voor zijn haar gelijk staat aan overleven. Pas later in de film snappen we waarom hij zo is.

Of neem Pappy O’Daniel (voortreffelijke rol van de tien jaar geleden overleden Charles Durning) die bij een radiostation zijn gevolg uitscheldt. ‘Jij domme klootzak! Je vertelt jouw Pappy niet hoe hij het electoraat het hof moet maken. We zijn hier niet alleen… We zijn aan het massacommuniceren!’

Zijn opponent, Homer Stokes (Wayne Duvall), zien we een speech houden als hij met een klein persoon en bezem op een podium staat. Is hij te vertrouwen? Je twijfelt meteen. Duvall houdt in feite drie speeches in deze film – allemaal in een andere context.

John Goodman, die als de vlot babbelende bijbelverkoper Big Dan Teague in een restaurant de boeven hoort praten over geld en zich onmiddellijk in de conversatie mengt.

Charles Durning

Charles Durning

De casting was echt grandioos tot aan de kleinere bijrollen toe. Prachtig vond ik de bijrol van Stephen Root als de blinde radioman. Woooooooo-wee. Boy, that was a miiiighty fine a-pickin’ and a-singin’! Vernon T. Waldrip (Ray Mc Kinnon) als nieuwe partner van Everetts ex-vrouw. Holly Hunter als die eigenwijze ex-vrouw. Sheriff Cooley (Daniel von Bargen) die ‘s nachts een zonnebril in het bos draagt, met reflectie van vuur. (Cooleys karakter was een beetje gebaseerd op Boss Godfrey in Cool Hand Luke.) En de ongeïnteresseerde pommadeverkoper die geen Dapper Dan heeft.

Tim Blake Nelson loofde in een interview de aanpak van de Coens: ‘Het is een blanco lei waarbij je dit ongelooflijke script hebt en je het soort risico’s kunt nemen dat acteurs wíllen nemen maar zelden kúnnen nemen. Bij hen kunnen we dat wel vanwege de sfeer die ze creëren.’

4. De rol van de muziek
De Coen-broers weten in hun meeste films iets bijzonders met muziek te doen. Voorbeelden zijn Inside Llewyn Davis en The Big Lebowski.

Hier is het – zoals de Amerikanen zeggen – on a whole next level. Muziek (bluegrass en country) ís de rode draad van deze film. De drie ontsnapte gevangenen worden een populaire popband van die tijd: de Soggy Bottom Boys. Het gezang van de sirenes (‘Jij en ik en de duivel maakt drie’), het dopen in de rivier (‘Let’s go down, down to the river to pray’), de zingende Klu Klux Klanners (‘Oh dood, wil je me niet overslaan tot volgend jaar’). Muziek en film komen definitief bij elkaar bij het optreden van de Soggy Bottom Boys aan het einde van de film.

Waar de film al een bepaalde snaar raakte bij het publiek, was dat helemaal het geval met de muziek. Van de soundtrack van de film werden zeven miljoen exemplaren verkocht. Deze bluegrass-geschiedenis werd dankzij de film herontdekt door een nieuw, jong publiek.

Wat allemaal grappig is, want Man of Constant Sorrow dateert al uit 1913, en is mogelijk nog ouder (de oorspronkelijke zanger, Dick Burnett, was daar vaag over). Het werd al gezongen door artiesten als Bob Dylan en Joan Baez. De versie in de film is gezongen door Dan Tyminski, een bluegrass-zanger. Clooney had wel geoefend maar zijn stem werd toch gedubd.

5. Het besef van geschiedenis
O Brother geeft een liefdevol en quasi-spottend beeld van Mississippi in de jaren dertig. Het dagblad The Guardian schreef een interessant artikel over de historische context. Want het is niet niets om bijvoorbeeld de Klu Klux Klan te laten figureren in een komedie. Ik ken geen enkel andere komedie die dat aandurfde. (Onder de figuranten zaten trouwens ook zwarte soldaten, die een onwerkelijke filmshoot moeten hebben meegemaakt.)

De mix tussen werkelijkheden en fictie is een van de dingen waar ik het meest van onder de indruk was bij de film. Het stuk van The Guardian legt de links naar de werkelijkheid goed uit en daarom citeer ik dat hele stukje:

“De Coens voegen historische figuren in zoals Tommy Johnson (een zwarte bluesman die beweerde dat hij zijn ziel aan de duivel verkocht) en George “Baby Face” Nelson (een kleine bankrover die samenwerkte met John Dillinger), maar ook fictieve figuren die de duistere aspecten van de Amerikaanse psyche weerspiegelen – waaronder de gewelddadige, stelende bijbelverkoper van John Goodman en een populaire politicus (Wayne Duvall) die lid is van de Ku Klux Klan.”

John Goodman

John Goodman

Een minder opvallende verwijzing naar echte geschiedenis is die naar Wilbert Lee “Pappy” O’Daniel. Een verkoopmanager van een meelbedrijf die dankzij zijn succes op de radio senator werd voor Texas. Dit artikel in Reason.com vertelt dat verhaal: Before Trump, there was Pappy. In deze film wordt hij voor de gelegenheid verplaatst naar Mississippi.

Knipoogjes maken naar geschiedenis is sowieso iets wat de Coens graag doen. De titel van de film verwijst bijvoorbeeld naar de komedie Sullivan’s Travels (1941) van Preston Sturges. De hoofdpersoon in die film is een regisseur die het boek O Brother, Where Art Thou? wil verfilmen. Je raadt het al: een fictief boek over de Grote Depressie. En de grap ‘gaat dieper’ want in Sullivan’s Travels heet de fictieve schrijver Sinclair Beckstein. Dat is een samenvoeging van de bestaande schrijvers Upton Sinclair, Sinclair Lewis, en John Steinbeck.

6. De humor en de dialogen
O Brother is een bijna overdreven tekstuele film. Veel zinnen klinken absurd geweldig, zoals wanneer Big Dan Teague na een maaltijd zegt: ‘Bedankt voor je conversationele hiatus.’

De Coen-broers gingen los met dialogen die tegen het randje van het cartooneske aan zitten. Everett lepelt bijvoorbeeld spontaan dingen op als: ‘Alleen een gek zoekt naar logica in de kamers van een menselijk hart.’ Als hij in paniek is, is hij als een plaat die blijft hangen. Als de schuur in de fik gaat, roept hij achter elkaar uit: ‘Damn! We are in a tight spot.’

Het herhalen van overdreven formuleringen geeft het een poëtisch effect. Pappy O’Daniels die met zijn posse bij een restaurant zit te puzzelen waarom zijn campagne niet aanslaat. ‘Mensen willen die reform. Misschien moeten wij er ook een beetje van gaan doen, die reform.’ ‘Jij idiote sombitch.’

Een goed voorbeeld is ook de herhaling in de dialoog tussen Everett en zijn drie dochters: ‘Mama heeft een nieuwe suitor.’ ‘Hij is bona fide.’

Alleen al het droog lezen op IMDb van alle quotes geeft een twinkeling in de ogen. Een thread op Reddit zorgt spontaan voor een opsomming van allerlei favoriete quotes van de kijkers.

Kortom…
Niet iedereen is zo’n fan van O Brother als ik ben. Ik kan me voorstellen dat het ‘stripboekachtige’ voor sommige mensen too much is. Criticus James Berardinelli schreef in 2000 bijvoorbeeld: ‘O Brother, Where Art Thou? zal niet herinnerd worden als een van de Coens grootste films.’ Meer mensen noemen Fargo als een betere Coen-broersfilm (wat in feite een luxeprobleem is).

Waarom werkt deze film voor mij dan beter dan andere films van de Coen-broers? Ik zat er lang over te peinzen, tot ik deze zinnen las, in het stuk van Luke Buckmaster in The Guardian. Waarom moeilijk doen als iemand het al perfect verwoordt? “I love the film for the same reason Jacques Tati’s Playtime is my favourite feature of all time: it trades in a kind of filmmaking that never really existed.”

Vernieuwende cinema over geschiedenis: de Coens flikten het op de grens van het millennium.

 

4 augustus 2024

 

THEMAMAAND JOEL EN ETHAN COEN