Fisherman’s Friends

**
recensie Fisherman’s Friends

Brexit-escapisme

door Sjoerd van Wijk

Fisherman’s Friends is Oost-Indisch doof voor geluiden uit de echte wereld. Hier bestaan tegenstellingen louter uit ruwe bolsters, blanke pitten en doetjes met een gouden hart. Alsof alles goed komt met een welgemeend zeemanslied. 

Dat dit een feelgoodfilm is, blijkt uit de olifantenpaadjes van het verhaal. De verwaande muziekproducent Jim doet met drie collega’s een dorpje in Cornwall aan voor een vrijgezellenfeest. Zijn vrienden bakken hem een poets dat hij het plaatselijke zangkoor van vissers moet binnenhalen voor een platencontract. Hun zeeliederen raken echter een gevoelige snaar bij Jim en een vervelende klus verandert in een missie. Natuurlijk komt Jim daarbij een dame tegen direct na zijn verklaring van ongeloof in monogamie. Natuurlijk zijn er wat tegenslagen hier en daar. Natuurlijk groeien de kustmensen en stadsmensen nader tot elkaar. Natuurlijk gelooft niemand er in dat een stel zeebonken een hit kunnen maken. Maar het moge duidelijk zijn wie er het laatst lacht. 

Fisherman’s Friends

De gunfactor
En dat alles is gebaseerd op een waargebeurd verhaal. Gelukkig waren de zwart-wit foto’s uit 2011 er nog voor de aftiteling. De film is echter niet zo cynisch als dat klinkt en heeft juist een grote gunfactor. Cameraman Simon Tindall brengt het plaatsje op dynamische wijze tot leven, de zee zit niet alleen in het bloed van de bewoners. De ruige Cornish-kust is in wezen een knusse plek als je tegen een windstootje kan. Het scenaristentrio vult de film met kattige dialogen, die alle strubbelingen tussen stadsmens en kustmens in lieflijke plaagstootjes samenvatten. 

James Purefoy maakt van Jim een blaag met het hart op de goede plaats. Er zit een overdreven onbevangenheid in zijn doen, waarmee het vinden van verlossing in Cornwall een innemende kant krijgt. Ook bij de vissers zit deze onbevangenheid en blijkt hun potige voorkomen eenvoudig plaats te maken voor sympathie. Fisherman’s Friends is daardoor een genoeglijk relaas over de onwaarschijnlijke hit. 

Onbekend Verenig Koninkrijk
Dit werkt wel oubollig en is daarmee te voorzichtig. Het Verenigd Koninkrijk van deze film bestaat niet buiten de bioscoop. In de werkelijkheid is de Britse samenleving een absurde sitcom met wekelijks een jump the shark moment, in tegenstelling tot het stramien van deze vertelling. Brexit ontregelt met een groeiende hysterie nu mensen steeds verbetener in de eigen positie stelling nemen. Niks hiervan in Fisherman’s Friends, waar Cornish-zeebonken en Londense hipsters gezellig samen de Drunken Sailor ten gehore brengen. Alsof alles wel goed komt. Er zijn geen wezenlijke verschillen tussen de personages, hun gedrag is slechts een laagje vernis.

Door de timing van de uitgave lijkt de film te willen ontsnappen in een nostalgisch wereldje waar politieke crises non-existent zijn. Om voor twee uur de puinhoop even te vergeten. Feelgood is wellicht slechts fantasie, maar de “Capra-corn” (It’s a Wonderful Life) bewees al dat dit niet betekent dat het leven buiten de bioscoopzaal hoeft te blijven. 

Fisherman’s Friends

Ansichtkaartenmoraal
In plaats van verdeeldheid emotioneel uit te diepen gaat Fisherman’s Friends voor een ansichtkaartenmoraal van het verhaal. De genoeglijke kust van Cornwall is een toeristische droom van authenticiteit. Nu identiteit geen vaste grond heeft, grijpt men terug op een imaginair verleden waar alles nog heel gewoon was. De film hamert hier op door een letterlijk zakenpraatje over de aantrekkingskracht van de vissers te verwarren met een scherp inzicht over de samenleving. Het gaat hier louter om een consumptie van authenticiteit in plaats van oprechtheid.

Het geld en de commercie krijgen ook een gemakzuchtige behandeling. Een zakenman die de plaatselijke kroeg overneemt is slecht, want hij tast de authentieke beleving aan. Het devies luidt dat aardig doen de oplossing is. Doe als Jim en koop de kroeg zelf. Met zulke impliciete stellingname stopt de film systemische oorzaken zoals een parasitair financieel systeem in de doofpot. Hoe hoog de gunfactor ook is, Fisherman’s Friends blijft uiteindelijk Brexit-escapisme.

 

8 oktober 2019

 

ALLE RECENSIES

De Patrick

***
recensie De Patrick

De man en zijn hamer

door Suzan Groothuis

Op een nudistencamping lopen de gemoederen hoog op wanneer de eigenaar overlijdt en de vraag rijst wie de camping gaat overnemen. Maar, erger nog, er is een hamer zoek. De film ontvouwt zich vervolgens tot een detective-achtige tragikomedie, waarin Patrick, een wat simpele jongen, er op gebrand is zijn hamer terug te vinden.

Het Vlaamse De Patrick is een film die direct in het oog springt. De hoofdpersonen, een enkeling daargelaten, zijn namelijk allen naakt of zeer spaarzaam gekleed. De film speelt op een nudistencamping in de Ardennen, al maakt het niet uit of je er naakt of in kleding rondloopt. Alles kan, alles mag. Wat ge zelf wilt.

De Patrick

De film draait om hoofdpersoon Patrick (Kevin Janssens, D’Ardennen), een introverte jongen die samen met zijn ouders de camping runt. Maar er is onvrede over de gang van zaken. Patricks vader moet tegenover het bestuur het beleid verklaren, want niet alles verloopt vlekkeloos. Grootste probleem: het kasgeld is op. 

Verdwenen hamer
En dan ontstaat er drama: Patricks vader overlijdt. Het lijkt logisch dat Patrick de camping gaat overnemen, maar de Nederlandse aasgieren Herman (Pierre Bokma, jawel, naakt!) en zijn vrouw Liliane zien er ook iets in. Er woedt een stiekeme strijd om de leiding over de camping. De sluwe Liliane zet daarbij haar charmes in en verleidt Patrick met seks en potjes zelfgemaakte jam.

Edoch, Patrick heeft wel iets anders aan zijn hoofd. Het overlijden van zijn vader lijkt hem niet echt te raken. Zijn focus is gericht op zijn favoriete hamer, die hij kwijt is. Terwijl hij seks heeft met Liliane kan hij maar naar een ding kijken. Die lege plek op zijn muur waar ooit de hamer hing.

Wat dan volgt is een bizarre zoektocht naar zijn geliefde gereedschap, waarbij Patrick dwangmatig de camping afgaat. Maar hij wordt door de campinggasten van het kastje naar de muur gestuurd. Verschillende bekende gezichten komen voorbij: Bouli Lanners (regisseur van Les Géants en Ultranova) als Bon, een betrokken politieagent, en zelfs de Nieuw-Zeelander Jemaine Clement (Flight of the Conchords), die in De Patrick de arrogante zanger Dustin speelt. 

Hoewel de gasten met Patrick te doen hebben, kan niemand hem echt helpen. Ondertussen vangt hij de aandacht van de mooie Nathalie (Hannah Hoekstra), die eigenlijk voor Dustin naar de camping is gekomen. Een desillusie, want de man is alleen maar met zichzelf en andere vrouwen bezig. Nathalie ziet iets in Patrick wat anderen niet zien: ondanks dat hij geen ambities lijkt te hebben, maakt hij prachtige houten meubelen. 

De Patrick

Droogkomisch met een gevoelige ondertoon
De Patrick is een film die qua stijl doet denken aan Alex van Warmerdarm (Abel, Borgman). Droogkomisch en licht bizar. Regisseur Tim Mielants, die verantwoordelijk was voor het derde seizoen van Peaky Blinders en wat afleveringen van Legion en The Terror, vermengt het geheel tot een komisch drama met een hoog mystery gehalte. Je hoort het Patrick vele malen zeggen: “Waar is mijn hamer?” 

De Patrick is in zijn eerste helft, waarin ongemak en humor knap versmelten, het sterkst. Dat is vooral te danken aan Kevin Janssens in zijn rol van Patrick. De acteur, die we eerder nog als gespierde, arrogante zakenman zagen in wraakfilm Revenge, is bijna onherkenbaar. Hij kwam flink wat kilo’s aan voor zijn rol en zet Patrick overtuigend neer. Patrick, steevast gekleed in alleen een rommelig overhemd, is in zichzelf gekeerd, sullig maar ook kwetsbaar en lief. En weet de kijker, al is het een vreemde vogel met die obsessie voor zijn hamer, voor zich te winnen.

Als film is De Patrick echter wat onevenwichtig, zeker richting einde. De whodunit rondom de verdwenen hamer is zwak uitgewerkt en sommige scènes, zoals het bezoek van Patrick aan de caravan van Herman, leunen tegen het kolderieke aan. Maar de film is interessant als je hem bekijkt vanuit het oogpunt van de outsider. De Patrick handelt over iemand die geen torenhoge ambities heeft of in de spotlights hoeft te staan. Ondanks zijn stille en simpele karakter is Patrick wel puur en het lukt Janssens dat met minimale mimiek over te brengen. Onderliggend borrelen er emoties en dat maakt De Patrick complexer dan je op het eerste gezicht zou zeggen.

 

26 september 2019

 

Lees hier het interview met regisseur Tim Mielants.

 

ALLE RECENSIES

Taxi zum Klo

**
recensie Taxi zum Klo

Provocerende knipoog

door Yordan Coban

Frank Ripploh speelt zichzelf en geeft zich volledig bloot in zijn intense zoektocht naar liefde. We zien alles, geen moment van intimiteit wordt ons bespaard. Het is gedurfd, spraakmakend, tenenkrommend maar heeft uiteindelijk te weinig om het lijf.

Taxi zum Klo (1980, en nu in een digitaal gerestaureerde versie in de bioscoop) gaat over een biologieleraar die worstelt met zijn seksuele relaties en zijn behoefte naar een serieuze partner. Hij gaat volledig op in zijn erotische intriges maar voelt een knagende leegte die zijn seksleven achtervolgt. Frank Ripploh is daardoor vooral een ongelukkige en zoekende man.

Taxi zum Klo

Doelmatige seks
Taxi zum Ko behoort tot de extreme der extremen. Seksscènes volgen elkaar snel op in expliciet langdurige wijzen die doen denken aan La Vie d’Adèle (2013). Er is echter geen filmisch randje aan Taxi zum Klo, die als documentaire geschoten is, waardoor de kijker het gevoel krijgt dat er echte porno afgespeeld wordt.

In een aflevering van onze rubriek ‘Ondertussen op de redactie’ is het onderwerp controversiële film al eens uitvoerig besproken. Er was een bepaalde consensus over onze verafschuw voor ondoelmatig gebruik van geweld en seks in film (en dan met name in de films van Lars Von Trier). Ondoelmatig gebruik van seks is ook de grootste zwakte van Taxi zum Klo. We zien seksscènes gevolgd door momenten van reflectie van Frank Ripploh, waarin hij twijfelt en jammert over zijn liefdesleven. Deze monologen verdienen echter geen half uur aan extreme porno. Helemaal niet als passie en emotie een schaarste is. Extreme scènes dienen zich te legitimeren, de noodzaak van het extreme dient zich aan te tonen. Zonder die legitimatie neigt een film met dergelijk vertoon betekenisloos en onsmakelijk te worden.

Taxi zum Klo

Cultgayfilm
De film speelt zich af in Berlijn, de stad die vandaag de dag nog steeds bekend staat als het epicentrum van de wereldwijde gayscene. Ripploh geeft ons een kijkje in de bruisende, post-AIDS, homoseksuele kringen van die tijd; snorretjes, leren pakken en glory holes, ze komen allemaal voorbij. De film kreeg een cultstatus en in 1987 kwam Ripploh met het vervolg: Taxi nach Kairo. Het vervolg kende echter niet hetzelfde succes.

In Duitsland was homoseksualiteit verboden tot 1969. Taxi zum Klo kwam in een tijd waarin homoseksualiteit nog steeds een controversieel onderwerp was, wat de extreme seksuele weergaven enigszins een legitiem doel gaf: provocerend schreeuwen om erkenning. Die knipoog, die door heel de film te voelen is, geeft de film enigszins zijn charme. Toch mist de film betekenis, of meer: persoonlijkheid. Ripploh is leuk voor de klas en lijkt een goede leraar. Het worstelen met zijn identiteit voor de klas is een wezenlijke spanning die veel leraren zullen ervaren. Daar zien we te weinig van. Echter in de film zien we teveel seks waarvan hij telkens achteraf zelf ook vindt dat het emotioneel niet veel voorstelde.

 

6 september 2019

 

ALLE RECENSIES

In Fabric

****
recensie In Fabric

Duivelse jurk

door Suzan Groothuis

Een kledingstuk moordzuchtig? Het klinkt vergezocht, maar in Peter Stricklands In Fabric zien we hoe een rode, wulpse jurk slachtoffers maakt. De film overtuigt vooral qua sfeer, waarin beeld en soundtrack de kijker bedwelmen.

Horrorfilms kennen vele monsters, maar een kledingstuk dat moordt is vrij uniek. Net zoals de moordende autoband in Quentin Dupieux’ Rubber. In Peters Stricklands horrorkomedie In Fabric maakt een opvallende rode jurk de dienst uit. Verkocht in het luxe warenhuis Thames Valley Dentley & Soper, waar speciale prijzen de massa lokken en mysterieuze zwart gekapselde dames achter de toonbank staan. Miss Luckmoore (Fatma Mohamed) zwaait er de scepter en doet met haar uiterlijk nog het meest aan een kille vampier uit vroeger tijden denken.

In Fabric

Sheila (Marianne Jean-Baptiste, Oscar-genomineerd voor haar rol in Mike Leighs Secrets & Lies), zoekend naar een mooie outfit voor een date, laat haar oog vallen op de jurk. Er is er maar één van, laat ze zich door de autoritaire, deftig sprekende Miss Luckmoore vertellen. Hoewel maatje 36 wat smal lijkt voor Sheila, past ze er opvallend goed in. De jurk gaat mee, niet wetend dat ze daarmee het kwaad in huis haalt.

Thuis heeft de gescheiden Sheila het te stellen met haar zelfzuchtige zoon Vince en zijn masochistische vriendin Gwen. In die laatste herkennen we actrice Gwendoline Christie, die hitserie Game of Thrones opsierde als stoere vrouw Brienne of Tarth. Dat Sheila onderliggend eenzaam is en hunkert naar wat liefde en aandacht, merken de twee niet op. Sterker nog, ze eigenen zich het huis toe, alsof Sheila er niet is.

Dominant en bloeddorstig pronkstuk
Je raadt het al: de entree van de rode jurk doet alles veranderen. Eerst de lichamelijke sensatie, want na het dragen ervan heeft Sheila een vreemde uitslag op haar borst. Ook zijn er ‘s nachts vreemde geluiden te horen van iets dat tegen metaal schraapt. Een scène die doet denken aan BBC-serie Ghost Watch, waarin vreemde, spookachtige geluiden in de nachtelijke uren een heel huishouden domineren. De gebeurtenissen krijgen een steeds heftiger karakter, waarin de jurk als dominant pronkstuk overeind blijft. Kapotgebeten door een woeste hond? De volgende dag is de jurk weer back in business – schoon, bloedrood en dreigend.

Stricklands handelsmerk is, net als in zijn vorige films Berberian Sound Studio en The Duke of Burgundy, onmiskenbaar aanwezig: stilistisch verwijzend naar Italiaanse giallo, met de kleur rood prominent in beeld, een occulte en fetisjistische sfeer ademend. Ook zien we zijn acteurs terug: Fatma Mohamed en Sidse Babett Knudsen, eerder verwikkeld in een dominatrix-intrige in The Duke of Burgundy, staan nu in dienst van een duivelse rode jurk.

In Fabric

Hoewel de film naar het einde toe wat repetitief is – jurk gaat van drager naar drager en richt geweld en verwoesting aan – zijn er diepere lagen te ontdekken. Kritiek op de consumptiemaatschappij bijvoorbeeld, waarin uitverkoop in een duur warenhuis leidt tot waanzin onder kopers. En dan is er nog het perfecte maatje 36, waarin modellen zich hullen in  modieuze tijdschriften en ons iets zeggen over de geldende schoonheidsnorm. Ondertussen stelt Strickland ook op satirische wijze normen en waarden op de werkvloer aan de kaak. Personeelszakenmedewerkers Stash & Clive (komieken Julian Barratt en Steve Oram) onderwerpen Sheila aan een onmogelijk vragenvuur wat wel en niet kan tijdens werkuren. Zoals haar vermeende, veelvuldige toiletbezoeken vlak voor lunchtijd. Maar uiteindelijk willen ze het alleen over haar dromen hebben.

Spelen met genres
In Fabric ademt een eigen, vervreemdende sfeer, zoals Stricklands voorgangers dat ook deden. Zijn film is qua genre moeilijk te duiden en is wat kort door de bocht met de benaming horrorkomedie: er sluipen ook sociaal-realisme, ironie, fetisjisme en occulte magie doorheen. Het verhaal speelt in een tijdloos universum, maar refereert onmiskenbaar aan de stijl van de seventies, een tijd waarin luxe-consumptie voor de meeste Britten toegankelijk werd. Het warenhuis is als een exclusieve façade, dat het volk en masse lokt met uitverkoop. Maar achter de schone schijn wankelt het en heersen kwaadaardige intenties.

In de wondere wereld die In Fabric rijk is – zie het als een duister, surrealistisch sprookje – zijn het vooral beeld en soundtrack die imponeren. Cavern of Anti-Matter (met twee leden van Stereolab) verzorgt ditmaal de soundtrack, waarvan de spookachtige, melancholische sound perfect aansluit op de droomachtige, stilistische beelden. Een vreemde, maar bedwelmende kijkervaring, zoveel is zeker.

 

2 september 2019

 

Lees hier ons interview met regisseur Peter Strickland.

 

ALLE RECENSIES

Rainy Day in New York, A

****
recensie A Rainy Day in New York 

Verwende mensen en hun verwaande wensen

door Alfred Bos

Na de Weinstein-affaire en #MeToo kreeg Woody Allen te maken met oude en onbewezen beschuldigingen van seksueel wangedrag. A Rainy Day in New York dreigde daardoor niet in de bioscoop te verschijnen. De ironie is compleet nu de film onder meer blijkt te gaan over … de seksuele moraal van de filmindustrie.

Voor de fans van Woody Allen was het een jaarlijkse traditie, bijna net zo gewoon als kerstmis of het bezoekje aan de tandarts. Maar 2018 kwam en ging zonder nieuwe Allen-film, voor het eerst in 37 jaar. De regisseur werd zijdelings slachtoffer van het seksschandaal rond filmbons Harvey Weinstein en de daarop volgende mediastorm. Hij raakte besmet, acteurs distantieerden zich publiekelijk, de overeenkomst met zijn geldschieter, Amazon Studios, werd ontbonden en A Rainy Day in New York verdween in een la.

A Rainy Day in New York

Het is een ongelooflijk verhaal, vol hypocrisie en ironie. En de ironie wordt nog veel scherper en fijnzinniger nu A Rainy Day in New York eindelijk is te zien. Polen had de primeur en een reeks Europese en Zuid-Amerikaanse landen, plus Zuid-Korea, volgen. Het is nog onduidelijk of de film zal uitkomen in Engeland en de Verenigde Staten. De ironie is dat de romantische komedie tevens een weinig verbloemde satire is op de seksuele mores van de filmwereld. Hij werd gedraaid tussen 11 september en 23 oktober 2017. De heisa rond Weinstein begon in de eerste week van oktober.

Twee satires voor de prijs van één
Zoals bijna alle films van Woody Allen gaat ook A Rainy Day in New York over verwende mensen en hun bijziende blik op de wereld. Dat film het onderwerp is van deze satire kan niet worden misverstaan: het mannelijke hoofdpersonage luistert naar de naam Gatsby Welles (Timothée Chalamet), hij is jong, getalenteerd en welgesteld. Gatsby lummelt op de Yardley Universiteit in het lommerrijke upstate New York en wint strooigeld aan de pokertafel. Daarvan betaalt hij een uitje naar New York, waar zijn vriendin Ashleigh Enright (Elle Fanning) een interviewafspraak heeft met filmregisseur Roland Pollard (Liev Schreiber); ze is fan en schrijft voor de universiteitskrant.

Asleigh is naïef als een pasgeboren baby, de dochter van een bankiersfamilie uit Arizona die de hik krijgt wanneer ze seksueel opgewonden raakt. Tijdens het bezoek aan New York wordt een reeks filmprofessionals dat van háár, te beginnen met de regisseur die haar een scoop belooft (“Een scoop? Wat is dat, een ijsbolletje?”). Het is niet te missen: Roland Pollard staat voor Roman Polanski, de regisseur die – net als Allen in de jaren negentig – is beticht van seks met minderjarige vrouwen. Via hem komt Asleigh in het vizier van zijn scenarist, Ted Davidoff (Jude Law), die in haar bijzijn ontdekt dat zijn vrouw overspelig is. Asleigh waant zich een heuse journaliste, pent alles in haar schriftje en begint te dagdromen over een Pulitzer-prijs. Dat is satire nummer twee: de journalistiek.

A Rainy Day in New York

Ironie als fijnstof
Via een verwaande steracteur, Francisco Vega (Diego Luna), belandt Asleigh op een industriefeestje waar iedere aanwezige man zich aan haar verlustigt, maar echt link wordt het in de loft van Vega. Gatsby ondertussen beleeft zijn eigen avonturen: hij speelt een bijrolletje in de eindexamenfilm van een kennis en loopt tegen de jongere zus, Shannon (Selena Gomez), van een ex-vriendin aan. Van het dagje New York met Ashleigh komt weinig terecht, want “de stad heeft zijn eigen agenda”. Hij zoekt een romantische droom uit een verdwenen tijdperk en vindt een cynische wereld. Het klinkt als een verzuchting van Allen zelf.

In A Rainy Day in New York waait de ironie als fijnstof door de straten, de romantische regen zuivert de lucht. De film zit, als een echo van Manhattan (1979), vol met grappen over de mores van de stad en zijn artistieke milieu, de bourgeois die graag tegen de bohemien aanschuurt. Qua spitse dialogen, geestige toespelingen en onhandige situaties is het Allens meest geslaagde film sinds Match Point (2005), bovendien voorzien van meer dubbele bodem dan Blue Jasmine. Komedie en romantiek zijn evenwel decor voor het eigenlijke onderwerp van de film: de bedenkelijke zeden van de filmindustrie en het cynisme van de media. En hoe die twee elkaar voeden. Gatsby verhaalt Ashleigh over het oudste beroep van de wereld. Haar reactie: “Journalistiek?”

Uitgerekend die film werd slachtoffer van de #MeToo-heksenjacht. Veel ironischer kan het leven niet worden. Allen-fans weten dan genoeg.

 

28 augustus 2019

 

ALLE RECENSIES

Once Upon a Time … in Hollywood

****
recensie Once Upon a Time … in Hollywood

Virtuoze collage van feit, fictie en mediareferenties

door Alfred Bos

Heeft Quentin Tarantino nu negen of tien films gemaakt? Maakt niet uit, Once Upon a Time … in Hollywood is Tarantino ten voeten uit én laat een nieuwe kant van de regisseur zien. Fans worden niet teleurgesteld. Critici ook niet.

Quentin Tarantino is een kind van 56. Film is voor hem een spel, met het medium, met genreconventies, met de relatie tussen film en werkelijkheid, met de kijker. De openingstitels van zijn tiende film (we tellen Kill Bill voor twee en Death Proof voor een) nodigen de kijker uit zijn spel mee te spelen. Op het scherm staan naast elkaar de namen en portretten geprojecteerd van de acteurs die de hoofdrollen spelen. Alleen, Leonardo DiCaprio heet Brad Pitt en Brad Pitt heet Leonardo DiCaprio. We zijn begonnen aan een knotsgekke achtbaanrit door de fantasie van de regisseur/scenarist en we hadden het kunnen weten, want de filmtitel geeft het al weg: Once Upon a Time … in Hollywood is een sprookje.

Zoals iedereen weet zijn sprookjes bruut en gewelddadig en Once Upon a Time … in Hollywood is Tarantino ten voeten uit, dus bruut en gewelddadig. En speels. Zoals elk sprookje – en dat is nieuw voor het kind dat inmiddels 56 jaren oud is – bevat het een moraal: succes is tijdelijk, roem is leeg en uiteindelijk is een beetje menselijkheid, het kost niks, het enige wat er toe doet. De rest is, wel, spel. Al spelen sommigen het bloedserieus.

Once Upon a Time … in Hollywood

Goochelen met filmtrivia
Quentin Tarantino is een postmoderne regisseur en maakt films die naar andere films verwijzen en het medium becommentariën door het op zichzelf terug te vouwen. Wanneer zo’n Tarantino-metafilm is gesitueerd in het mekka van de filmindustrie, het commerciële hart van het medium, gaan de filmreferenties in overdrive. Once Upon a Time … in Hollywood goochelt met filmtrivia en Hollywood-folklore, is onbarmhartig eerlijk maar razend gevat, en krankzinnig gedetailleerd in zijn persiflage van Hollywood en satire op de donkere kanten van Los Angeles en haar historie. De regisseur is fan, nar en therapeut ineen. Dat laatste onderscheidt hem van al die andere fanboys die de (sociale) media bevolken. Hij toont empathie.

Once Upon a Time … in Hollywood tackelt Amerika’s meest geruchtmakende moordzaak van de afgelopen vijftig jaar. Meest geruchtmakend vanwege de weerzinwekkende details, de volstrekte willekeur en zinloosheid, en het feit dat het de droomfabriek Hollywood in het hart trof. Het lijkt op het eerste gezicht weinig kies om de moord op actrice Sharon Tate, de hoogzwangere vrouw van Roman Polanski, te gebruiken als onderwerp van een Tarantineske burleske. Maar de regisseur doet iets verrassends en op hetzelfde moment iets typisch des Tarantino’s: hij vouwt Hollywood op zichzelf terug.

Keten van misverstand
Rick Dalton (Leonardo DiCaprio) is een acteur over zijn hoogtepunt. Tien jaar daarvoor speelde hij de sheriff in de populaire tv-serie Bounty Law, een western. Hij is nog steeds onafscheidelijk met zijn filmdubbel, stuntman Cliff Booth (Brad Pitt). Daltons ster is tanende en hij scharrelt bij als Hollywood-acteur in goedkoop gedraaide Italiaanse westerns. Het is de meest opzichtige filmreferentie in deze film, naar Clint Eastwood en Sergio Leone (geen punten voor deze quizvraag).

Booth fungeert als chauffeur en klusjesman van Dalton en woont met zijn vechthond Brandy in een trailer in de San Fernando Valley, op een verlaten drive-in-cinema. Dalton maakt zich zorgen hoeveel langer hij de huur van zijn villa in het sjieke Benedict Canyon kan betalen. Hij bewondert op afstand zijn buren, Roman Polanski (Rafel Zawierucha, een Poolse acteur in een zwijgende rol), de hipste regisseur van Hollywood op dat moment, en diens hoogzwangere vrouw Sharon Tate (Margot Robbie). Dan kruist Pussycat (Margaret Qualley), een jonge vrouw uit de hippiecommune van Charles Manson (Damon Herriman), het pad van Booth. Het zet een onwaarschijnlijke keten van misverstand in gang.

Once Upon a Time … in Hollywood

Bestaande personen
Once Upon a Time … in Hollywood is in alle opzichten, op één na (en daar komen we op terug), typischTarantino. Het is een wraakfilm. Hij bestaat, net als Stanley Kubricks Full Metal Jacket en A Clockwork Orange, uit twee aparte delen. Feit en fictie zijn virtuoos vervlochten. De filmreferenties zijn te veel om op te noemen (daar kunnen studieclubs aan worden gewijd en pubquizzen mee gevuld). Het geweld, vooral gericht tegen vrouwen, is buiten proporties. De dialogen klinken spits en verrassend. Enkele scènes zijn overbodig en dienen vooral om de spraakwaterval van Tarantino’s script een bedding te geven. Vaste Tarantino-acteurs duiken op (spot Kurt Russell). Er is een cameo van een Hollywood-legende: Al Pacino als de zalig schmierende Hollywood-agent Marvin Schwarz. De soundtrack zit vol met raak gekozen B-hits (en een enkele A-kraker).

Alle Tarantino-films tot nu toe waren variaties op bestaande genrethema’s en B-filmconventies. Voor Once Upon a Time … in Hollywood gaat de regisseur uit van de tot in detail gerealiseerde werkelijkheid, die van Hollywood in 1969. We zien bestaande personen, naast de reeds genoemde zijn dat Jay Sebring (Emile Hersch), de voormalige kapper annex amant van Tate met wie zij en Polanski hun woning delen; plus Cass Elliott (Rachel Redleaf) en Michelle Phillips (Rebecca Rittenhouse) van The Mamas & The Papas die we tegenkomen op een feest in Hugh Heffners Playboy Mansion.

Er zijn er meer, zoals acteur Steve McQueen (Damian Lewis) die tien jaar daarvoor – net als Rick Dalton – beroemd werd via een westernserie op tv; Bruce Lee (Mike Moh) als karatehaantje Kato in de tv-series Batman en The Green Hornet; en George Spahn (Bruce Dern), de 80-jarige blinde eigenaar van de Spahn-ranch, de voormalige set van westernfilms en tv-series – inclusief het fictieve Bounty Law – waar de Manson Family in 1969 domicilie hield. De scène met Spahn is een soort hommage en voelt overbodig, maar is het niet (zoals later zal blijken).

Spiegeleffecten
Typerend voor Tarantino’s associatieve aanpak vol spiegeleffecten is de scène waarin Rick Dalton, de voormalige tv-sheriff, de schurk speelt in een shoot voor de (fictieve) tv-serie Lancer. Hij deelt de tv-scène met collega-acteur James Stacy, de tv-sheriff en revolverheld van de serie. In Tarantino’s film wordt die rol vertolkt door Timothy Olyphant, die bekend werd als de scherpschietende sheriff in de echte tv-series Deadwood, een western, en Justified, een eigentijdse western. De scène toont de werkelijkheid van het filmmaken, of eigenlijk het acteren. We zien een acteur die acteert dat hij acteert, het is een fenomenaal moment van Leonardo DiCaprio. Voor het verhaal van Once Upon a Time … in Hollywood is het ook een overbodige scène, maar hij ademt brille en je vergeeft het Tarantino grif.

Tarantino’s metafilm is niet alleen hommage, er is ook zwarte humor. Zoals het moment waarop Sharon Tate de bioscoop binnenstapt om zichzelf naast Dean Martin op het filmdoek te zien in The Wrecking Crew (Phil Karlson, 1968). Ze wil gratis naar binnen, ze is immers de ster van de vertoonde film. De ontmoeting van Bruce Lee en voormalig stuntman Booth op de set van The Green Hornet is hilarisch en Brandy heeft de hondenscène van het jaar.

Once Upon a Time … in Hollywood

Klassiek mannenduo
De climax is onvervalste Tarantino van de bovenste plank. Anders dan The Hateful Eight voelt de ontknoping niet gekunsteld, flauw en onsmakelijk aan. De vuurpijl is subtiel voorbereid en kundig opgezet, vol verrassing en hallucinant in zijn exces. Hij opent met wellicht de meest geraffineerde toepassing van Tarantino’s spiegelspel met referenties uit de hele film. Op de geluidsband speelt 12:30 van The Mamas & The Papas, het is in de film op dat moment half een ’s nachts en de songstekst valt samen met de handeling op het filmdoek. Het is een virtuoze collage van feit, fictie en mediareferenties, Once Upon A Time … in Hollywood in een notendop. Je zou ook bijna twee uur en drie kwartier lang vergeten dat Pitt en DiCaprio weergaloos goed zijn. Klassieke Hollywood-duo’s als Paul Newman en Robert Redford, of James Stewart en Richard Widmark, komen op het netvlies.

Once Upon a Time … in Hollywood is volbloed Quentin Tarantino, op één aspect na. De film afficheert zich als sprookje en in sprookjes leeft men na afloop nog lang en gelukkig. De verhaallijn van proloog naar epiloog is grillig, maar niet zonder betekenis. De tobberige protagonist heeft geleerd, hij is de ambities en pretenties van beroepsnarcisten voorbij, de acteur stapt uit zijn rol en wordt mens. Ironie blijkt empathie. Zou de kleuter van 56 dan toch volwassen zijn geworden?

 

13 augustus 2019

 

ALLE RECENSIES

De taal van Corneliu Porumboiu

Ook Infinite Football onderzoekt relatie tussen fictie en werkelijkheid
De taal van Corneliu Porumboiu

door Michel Rensen

Porumboiu’s tweede ‘voetbal’-docu Infinite Football (vanaf 15 augustus in de bioscoop) sluit naadloos aan op zijn fictieve oeuvre waarin hij de grenzen tussen taal, fictie en realiteit steeds vanuit een andere hoek bestudeert. We construeren onze realiteit met behulp van taal en verhalen.

Als één van de toonaangevende regisseurs van de Roemeense New Wave brak Corneliu Porumboiu in 2006 door met 12:08 East of Bucharest dat in Cannes de Camera d’Or voor beste debuut won. Net als de meeste films uit de Roemeense New Wave zijn ook Porumboiu’s films zeer minimalistisch. Met natuurlijk licht en hele lange takes sluiten zijn films stilistisch aan op het Italiaans Neorealisme, terwijl ze thematisch onderzoeken hoe taal en narrativiteit de realiteit en dus ook de esthetiek van het realisme construeren.

12:08 East of Bucharest

Persoonlijke geschiedenissen
12:08 East of Bucharest speelt zich af rond een herdenking op een lokale televisiezender van de revolutie die een einde maakte aan de communistische dictatuur in 1989. Het verhaal gaat dat er al een opstand was in Vaslui (ten oosten van Boekarest) voor de revolutie uitbarstte in Boekarest. Tijdens de herdenkingsuitzending probeert presentator Jderescu er zestien jaar na dato achter te komen wat er daadwerkelijk gebeurd is die dag. Hij nodigt twee gasten uit die zich die dag bevonden op het plein waar de zogenaamde revolutie plaats zou hebben gevonden. De originele Roemeense titel A fost sau n-a fost? – letterlijk: ‘gebeurde het of gebeurde het niet?’ – verwijst naar dit vraagstuk.

Via de televisie-uitzending reflecteert Porumboiu op de relatie tussen de nationale geschiedenis en het persoonlijke verhaal. Door het verhaal van zijn gasten te reconstrueren, probeert Jderescu een groter, historisch narratief te ontluiken. Terwijl hij stap voor stap de uren voorafgaand aan de revolutie bespreekt, hebben kijkers de mogelijkheid om zich via de telefoon met het gesprek te bemoeien. Dit leidt tot hilarische intermezzo’s waarin uiteindelijk iedereen ruzie met elkaar krijgt om hun versie van het verhaal als ‘ware geschiedenis’ geaccepteerd te krijgen.

Aan het eind van de uitzending is Jderescu niets wijzer dan ervoor. De geschiedenis blijkt niets meer dan de onsamenhangende collectie van losse, persoonlijke verhalen. Sommige krijgen een gecanoniseerde belangrijkheid, maar het merendeel is een wirwar van tegenstrijdigheden. Ieder individu heeft zijn eigen narratief om zijn eigen verleden en heden te beschrijven, maar die individuele geschiedenissen passen niet samen tot een samenhangend geheel.

Vorm en inhoud
Wanneer Jderescu halverwege de film de televisiestudio binnenkomt, ontstaat een discussie tussen hem en de cameraman over hoe de camera gebruikt dient te worden. Volgens Jderescu hoort de camera statisch te registreren vanaf een statief, terwijl de cameraman dynamisch en speels te werk wil gaan. Jderescu vindt dat zijn stijl beter bij de serieuze toon van de uitzending past. Stijl en inhoud zijn voor hem onlosmakelijk verbonden. Als de uitzending begint en Jderescu als presentator niet meer met de cameraman kan communiceren, begint de camera vrijelijk te bewegen zoals de cameraman wilde. De serieuze uitzending die Jderescu voor ogen had, vervalt in een klucht die op speelse en komische wijze wordt vastgelegd.

When Evening Falls on Bucharest or Metabolism (2013)

When Evening Falls on Bucharest or Metabolism (2013)

Deze discussie over de relatie tussen vorm en inhoud is het onderwerp van When Evening Falls on Bucharest or Metabolism (2013). De film volgt een regisseur die zich ziek meldt tijdens de productie van zijn film om zijn actrice en partner ervan te overtuigen een extra naaktscène te doen. Vroeg in de film legt de regisseur haar uit wat voor hem het verschil is tussen analoog en digitaal filmen. Een rol analoge film heeft een maximale lengte van circa elf minuten en, zo stelt hij, deze belemmering bepaalt hoe hij over filmmaken denkt. Omdat hij analoog denkt, zou hij nooit digitaal kunnen filmen. Opvallend is dat When Evening Falls on Bucharest or Metabolism zelf enkel uit lange takes van ongeveer elf minuten bestaat. Porumboiu past de visie van zijn fictieve regisseur toe op zijn eigen film.

Het tweetal discussieert hevig over de te filmen scène. De actrice wil immers alleen naakt in beeld als dit een functie heeft. Stap voor stap werken ze door de scène heen, elke beweging moet uitvoerig bediscussieerd en beargumenteerd worden voor beiden het eens kunnen worden. In de scène zou de actrice zich aankleden, waarin de kleding als metaforisch harnas fungeert: naakt is ze kwetsbaar, aangekleed is ze dat niet. Net als in al Porumboiu’s films worden dit soort absurde redeneringen sterk uitvergroot, maar realistisch gebracht, wat een droogkomisch effect heeft.

Talige constructie
Vrijwel alle discussies die het tweetal heeft, komen op een andere manier in de film terug. In Metabolism zit een scène waarin de actrice naakt in bed ligt als de telefoon overgaat. Ze trekt snel iets aan voor ze de telefoon opneemt, wetende dat aan de lijn iemand is die niet mag weten dat de regisseur niet echt ziek is. De besproken metaforische eigenschap van kleding wordt hier in de realiteit onbewust uitgevoerd. De discussies over de film zijn dus niet puur fictionele constructies. Porumboiu legt hier een direct verband tussen fictie en realiteit. Het realistische aspect wordt continu als motivatie gebruikt om de fictie te rechtvaardigen, terwijl al de fictionele elementen in de realiteit onbewust worden toegepast. Realiteit en fictie vloeien moeiteloos in elkaar over.

Police, Adjective (2009)

Police, Adjective (2009)

Police, Adjective (2009) gaat nog een stap verder. Politieagent Cristi heeft gewetensbezwaren over zijn achtervolging van drie wiet rokende pubers, maar krijgt van zijn leidinggevende nul op het rekest als hij zijn bezwaren kenbaar maakt. In een briljante slotscène waarin Cristi op het matje wordt geroepen, legt zijn leidinggevende een woordenboek voor zijn neus. Hij moet woorden als ‘politie’, ‘wet’ en dergelijke net zo lang opzoeken en voorlezen tot Cristi’s bezwaren de kop in zijn gedrukt. Wiet is verboden volgens de wet, de politie handhaaft de wet en dus moet Cristi de pubers oppakken. Aldus het woordenboek.

Cristi’s leidinggevende gelooft heilig in de objectiviteit van taal, maar Police, Adjective laat zien hoe de werkelijkheid geconstrueerd wordt via taal. Geen van de termen die Cristi opzoekt, zijn immers natuurlijke principes, maar hebben enkel een betekenis binnen een sociale context. Het woordenboek is slechts een uiting van die sociale context, niet een onderliggende en onveranderlijke waarheid. Via taal wordt een narratief geconstrueerd dat uitlegt hoe de politie zich zou moeten gedragen. Dit narratief is puur gebaseerd op taal en vindt enkel een weg naar de realiteit als Cristi en zijn collega’s dit narratief uitvoeren. Taal construeert het menselijk gedrag.

Tussen fictie en realiteit
De relatie tussen taal en realiteit is niet altijd zo rechtlijnig als in Police, Adjective. Tussen taal en realiteit is in Porumboiu’s films ook altijd een narratieve laag aanwezig. Die laag is niet alleen talig. Zoals we in When Evening Falls on Bucharest or Metabolism zien, bestaan verhalen niet alleen uit woorden, maar ook uit beelden en abstracte concepten. Film is ook een taal.

The Treasure (2015)

The Treasure (2015)

Tot nu toe lijkt de mens een vrij passief slachtoffer van taal, maar in de The Treasure (2015) laat Porumboiu zien dat de mens hierin ook een actieve rol kan spelen. Costi jaagt met zijn buurman een oude legende na; de grootvader van de buurman zou zijn rijkdommen begraven hebben voor de communistische dictatuur aan de macht kwam. In de betreffende tuin vinden ze oude aandelen die veel nieuwer blijken dan de schat waar ze naar zochten, maar die daardoor niet als erfgoed door de overheid worden ingenomen. Ze blijken wel een enorme waarde te hebben en wanneer Costi het aan zijn zoontje vertelt, wil die de schat dolgraag zien.

De oude papieren blijken echter weinig overeenkomsten te hebben met de schatten uit de sprookjes die hij steeds aan zijn zoon voorleest. Costi besluit een deel van de aandelen meteen te verkopen en besteedt het geld aan de meest visueel aantrekkelijke juwelen, alvorens hij ze aan zijn zoon en zijn vriendjes tentoonstelt. Costi eigent zich hier de fictionele verhalen toe om zijn zoontje de schat te kunnen laten zien. Hij maakt de fictie tot realiteit.

Infinite Football (2018)

Infinite Football (2018)

Infinite Football
Ook in Infinite Football onderzoekt Porumboiu de relatie tussen fictie en realiteit. Opvallend is dat hij het ditmaal in een documentaire doet. Hij interviewt zijn jeugdvriend Laurentiu die tijdens het voetballen dusdanig zwaar geblesseerd is geraakt dat hij het spelletje nooit meer heeft kunnen spelen. Laurentiu gelooft dat zijn blessure het gevolg is van de gebrekkige regels van voetbal en wil door de regels te veranderen de sport redden. Laurentiu lijkt niet erg gelukkig te zijn in zijn dagelijks leven als gemeenteambtenaar, maar met de illusie dat hij als een soort superheld zijn favoriete sport redt, lijkt hij zijn leven draagbaar te maken.

Omdat Porumboiu zelf ook vrijwel continu in beeld is, herinnert de film je er constant aan dat ook documentaires een filmische constructie zijn. Door zijn eigen aanwezigheid voorkomt Poromboiu ook dat Laurentiu’s lachwekkende ideeën louter ter exploitatie opgevoerd worden. Door amateurvoetballers de ideeën van Laurentiu te laten uitvoeren, laat Infinite Football de kloof tussen de realiteit en Laurentiu’s idealisme zien. De film heeft wellicht weinig interessants over voetbal te zeggen, maar des te meer over de relatie tussen fictie, narrativiteit en realiteit waar ook wij in ons dagelijks leven stelselmatig gebruik van maken.

 

12 augustus 2019


ALLE ESSAYS

Green Fog, The

*****
recensie The Green Fog

De geest van Vertigo

door Michel Rensen

Ook zo moe van remakes? Guy Maddin laat met zijn hilarische, experimentele herinterpretatie van Hitchcocks Vertigo zien dat het ook anders kan. Met rollen voor NSYNC, Nicolas Cage en Chuck Norris.

Voor wie bekend is met Hitchcocks klassieker zal vrij snel duidelijk zijn dat The Green Fog een zeer vrije herinterpretatie van Vertigo is. Iconische scènes met James Stewart en Kim Novak, evenals herkenbare stadsplaatjes van San Francisco, met als oogappel de Golden Gate Bridge, komen allemaal langs, hetzij in een ietwat andere vorm.

The Green Fog

Puzzel
Experimentele filmmaker Guy Maddin en zijn medescheppers Evan en Galen Johnson, met wie hij eerder The Forbidden Room maakte, bouwden hun nieuwe film uit shots van honderden films en televisieseries die zich afspelen in San Francisco; als een puzzel bestaand uit enkel stukjes van andere puzzels. The Green Fog is een vervreemdende, maar ook zeer komische kijkervaring. De beelden zijn niet achter elkaar geplakt om een conventioneel narratief te creëren, maar met visuele rijm en vaak komische montage geeft The Green Fog op experimentele wijze Vertigo een nieuwe vorm, tegelijkertijd een stadssymfonie van San Francisco.

Hoewel bijna alle dialoog uit de film is geknipt en een groot aantal acteurs zich in hoog tempo opvolgen om dezelfde rollen te spelen, blijft de onspecifieke plotvoortgang goed te volgen. De film veronderstelt weliswaar dat de kijker bekend is met het verhaal uit Vertigo, maar Hitchcocks invloed zal ook een onwetende kijker een flinke duw in de juiste richting geven, hoewel het maar de vraag is of er een ‘juiste’ richting is. Tijdens het kijken van The Green Fog ben je vereist actief de puzzelstukjes tot een passend geheel te maken. Met Vertigo ligt er wel een voorbeeld klaar, maar de gelijkenis tussen de twee films is beperkt en laat nog steeds veel open. Met de non-specificiteit van The Green Fog is feitelijk elke interpretatie acceptabel. Elke kijker zal immers andere associaties bij de beelden hebben.

Meer dan een remake
Wat is een remake eigenlijk? Moet de nieuwe film het plot van het origineel trouw volgen of moet de film de essentie van het origineel vangen en in een nieuwe vorm hervertellen? The Green Fog verkort en verlengt scènes, snijdt delen uit het verhaal en voegt er elementen aan toe, waaronder de groene nevel die San Francisco langzaam binnen drijft. Precies wat je van een remake zou verwachten. Tegelijkertijd bestaat er geen Scotty en geen Madeleine, maar worden de rollen van beide personages door tientallen acteurs vertolkt. The Green Fog zet vraagtekens bij alles wat je van een remake zou verwachten.

The Green Fog

De titel verwijst niet alleen naar de nevel die in The Green Fog de stad intrekt, maar natuurlijk ook naar het befaamde shot waarin Judy in een groene waas zich verkleed als Madeleine aan Scotty toont. Haar gedwongen transformatie door Scotty is in feite ook een soort remake. Hij zet alles op alles om Madeleine opnieuw te maken. The Green Fog past Scotty’s handelswijze toe op Vertigo. De film is een bijna obsessieve poging om het origineel na te maken met knipsels uit andere films. In tegenstelling tot Scotty is The Green Fog zich ervan bewust dat een een-op-een remake niet mogelijk is. Met zijn komische, vervreemdende stijl laat de film je als kijker ook geen seconde in de waan dat je een conventionele remake zult gaan zien.

Een remake die slechts gebaseerd is op gelijkenis, is gedoemd te mislukken. Met zijn unieke vorm ontkomt The Green Fog aan dit noodlottig einde. De film brengt nog meer diepgang aan een klassieker waarover alles al geschreven is en is zelf ook een onuitputtelijke bron van ideeën.

Accidence
Ook de korte film Accidence (die vooraf aan The Green Fog wordt vertoond) van hetzelfde trio is een herinterpretatie van een Hitchcock-klassieker, ditmaal Rear Window. In hun single-takefilm wordt je als kijker in de schoenen geplaatst van Jeff (ook vertolkt door James Stewart). Enkel een flat wordt vertoond, op elk balkon speelt een eigen verhaal en het is aan jou om uit deze bron van chaos een verhaal te destilleren, zoals ook Jeff dit doet in Rear Window.

 

6 augustus 2019

 

ALLE RECENSIES

Tel Aviv on Fire

**
recensie Tel Aviv on Fire

Eindeloze grenssoap

door Michel Rensen

Tel Aviv on Fire toont het Israëlisch-Palestijnse conflict als een eeuwigdurende, ongeloofwaardige grenssoap. Met louter oppervlakkige observaties dooft de film uit als een nachtkaars. 

Salam werkt als productieassistent op de set van de populaire spionagesoap van zijn oom. Hij wordt aanvankelijk ingehuurd om de Hebreeuwse dialogen te controleren en waar nodig te verbeteren. Nadat de enige vrouwelijke schrijver ontslag neemt nadat haar script ongevraagd wordt aangepast, krijgt Salam zijn gewenste promotie plots in de schoot geworpen. Het enige probleem is dat hij helemaal niet kan schrijven.

Tel Aviv on Fire

Soap
Salam steekt dagelijks de Israëlisch-Palestijnse grens over. Als hij de Israëlische commandant Assi van de grenspost om hulp vraagt over het gebruik van een specifiek woord, wil de commandant direct alles over het verloop van de soap weten. Assi is aanvankelijk enkel geïnteresseerd omdat zijn vrouw verslaafd is aan de “antisemitische propaganda” zoals hij de soap omschrijft, maar begint al snel zijn eigen ideeën voor de show aan Salam te pitchen. Aangezien Salam dus niet kan schrijven, begint hij Assi’s ideeën als zijn eigen te gebruiken, maar hierdoor raakt hij verstrikt in een soap vol politieke spelletjes waar hij niet meer uitkomt.

Het concept van Tel Aviv on Fire intrigeert, maar de film vervalt helaas snel in nodeloze herhalingen. De realiteit blijkt nog minder geloofwaardig dan een soap, inclusief een voorspelbaar, romantisch subplot. Elk gesprek lijkt enkel te bestaan om het plot voort te duwen. De politieke spelletjes zijn niets meer dan spelletjes waarna iemand vol vreugde zijn overwinning kan vieren zonder dat er enige consequenties aan verbonden zijn. Tel Aviv on Fire legt in het eerste half uur al zijn kaarten op tafel en slaagt er daarna niet meer in nog iets aan complexiteit toe te voegen.

Politiek vehikel
Salams oom wil zijn geplande klapper van een seizoensfinale schrijven, ondanks de veranderende plotontwikkeling op weg ernaartoe. Salam zelf is vooral bezig te bedenken hoe hij kan zorgen dat er een tweede seizoen komt, terwijl iedereen hem probeert te beïnvloeden om de soap zo te schrijven dat het een bevestiging van hun eigen politieke visie vormt. De Palestijnse financiers van de soap willen de Israëlische generaal in de soap zien afgebeeld als brute tiran, terwijl Assi hem als goede soldaat én romantische held wil neerzetten. Alle mannen willen simpelweg de representant van hun groep als romantische held, terwijl de vrouwen zich enkel bekommeren om de mannelijkheid van de personages. “Niet alles is politiek”, stelt Assi’s vrouw. Het politieke speelveld is in Tel Aviv on Fire enkel aan mannen vergeven.

Tel Aviv on Fire

In een film die zo politiek geladen is, is het erg vreemd dat de film reflectie op zijn eigen positie mist. Tel Aviv on Fire komt niet verder dan een wijzend vingertje naar het gebrek aan nuance of oplossingsgerichtheid in het debat, maar biedt dit zelf ook niet. Op het eerste oog lijkt het een briljante zet om het politieke conflict vanuit een eenvoudige metafoor – de romantische held – uit te bouwen, maar de blauwdruk wordt nooit gerealiseerd. Elke discussie vervalt in een nuanceloze keuze tussen de Israëlische soldaat of de Palestijnse rebel. Er lijkt geen manier om de twee vreedzaam te laten samenleven. Salam doet nog een poging tot verzoening, maar de rest van de film biedt weinig hoop.

Tel Aviv on Fire kabbelt voort van plottwist naar plottwist, maar net als een echte soap levert de film nooit een bevredigende climax. Er zijn geen consequenties verbonden aan de verschuivingen en er komt geen einde aan. Zelfs met een lengte van honderd minuten voelt de film als een eindeloze exercitie met louter oppervlakkige observaties waarbij de lach al snel verdwijnt.

 

20 juli 2019

 

ALLE RECENSIES

Yesterday

****
recensie Yesterday

Wat als Google The Beatles heeft gewist?

door Alfred Bos

Hoe zou het zijn wanneer de grootste Britse songschrijvers van hun generatie, The Beatles (wie anders), het zouden opnemen tegen de beste songschrijver van de huidige generatie, Ed Sheeran? Het geeft Danny Boyle de gelegenheid om de wereld van nu tegen het licht te houden.

Yesterday is sociale satire, vermomd als romcom, geserveerd met een vleugje sciencefiction. Wanneer een weinig getalenteerde muzikant na een verkeersongeval wakker wordt in het ziekenhuis, is de wereld onzichtbaar veranderd. Zonnevlammen veroorzaken een wereldwijde stroomstoring van exact twaalf seconden die The Beatles uit het collectieve geheugen heeft gewist. De muzikant, Jack Malik (doorbraakrol van de 28-jarige Himesh Patel), herinnert zich de liedjes van John Lennon en Paul McCartney wél. En wordt een wereldster.

Yesterday

Yesterday is een gelaagde film. Hij spant het clichéverhaal van sukkel wordt held om een bizarre premisse. Op het eerste gezicht krijgt de kijker een romantische komedie voorgeschoteld waarin de rollen zijn omgedraaid. Ellie Appleton (Lily James), wiskundelerares, is al sinds de schoolbanken verliefd op Jack, die daar blind voor is. Hij denkt dat Ellie zijn manager is die hem naar optredens in luidruchtige kroegen en lege festivaltenten rijdt. Na talloze verwikkelingen vallen hem de schellen van de ogen. Happy end.

Marketingmachine
De buitenkant van Yesterday, de romcom-laag, is versuikerd met een gulle greep uit het Beatles-repertoire en verwijzingen naar klassieke Beatles-momenten. Ed Sheeran, de echte, heeft Jack gehoord via een lokale tv-show en vraagt hem als voorprogramma van zijn Russische tournee. Ed is net als iedereen The Beatles vergeten en meent een groot talent te hebben ontdekt. Voor hij het weet heeft Jack hem overvleugeld. Als songschrijver, als rockster. De film is ook een ode aan The Beatles.

Achter die suikerlaag worden vragen opgegooid over de huidige wereld van digitale media en de marketingmachine die cultuur vermaalt tot lifestyle en spektakelentertainment. Door de stroomstoring zijn The Beatles gewist in de cloud. Wie hun naam intikt op een zoekmachine krijgt—insecten. Op slag zijn de Fab Four verdwenen uit het collectieve geheugen van de mens. Dat krijg je wanneer je het meest persoonlijke deel van je brein, het geheugen, delegeert aan computer en smartphone.

Jack wordt geronseld door een Amerikaanse manager, Debra Hammer (Kate McKinnon), die hem overhaalt naar Los Angeles te komen. Ze is de verpersoonlijking van het type ondernemer dat muzikanten beschouwt als pinautomaat: ambitie tien, empathie nul. Bepaald hilarisch is de marketingvergadering waarin hoesontwerp en albumtitel van Jacks debuutplaat, een dubbelaar uiteraard, worden onthuld. Tot tien decimalen achter de komma gecalculeerd; Jack is immers product, geen mens.

Yesterday

Toe-eigening
Dat markeringcynisme staat haaks op de authenticiteit van Jack en zo leggen regisseur Danny Boyle (Trainspotting, Slumdog Millionaire, Trance) en scriptschrijver Richard Curtis (Four Weddings and a Funeral, The Boat That Rocked, Mamma Mia! Here We Go Again) een deken van nostalgie over een wereld die is vergeten wat romantiek is, zo lijkt het althans. Maar wacht even, wie verder kijkt ziet dat ze met een scalpel de wereld van nu met zijn mediamanipulatie en instant succes fileren. Yesterday draait om het eigentijdse thema van appropriation. Jack heeft succes met liedjes die helemaal niet van hem zijn, creaties die hij zich heeft toegeëigend. Zijn talent is nep. En iedereen trapt er in.

Voor de Beatles-fans is Yesterday een feest der herkenning, waarin John Lennon (een cameo van Trainspotting-veteraan Robert Carlyle) aan de kust van Suffolk woont als tekenende kluizenaar. Het verhaal van Jack en Ellie is verteld in de van Danny Boyle bekende kinetische filmstijl, inclusief teksten die in de film stappen en personage van surrealistische scènes worden. Zoals bij alle Boyle-films is de soundtrack dik in orde, al is dat in dit geval een inkoppertje. Maar wat als door kosmisch ingrijpen The Beatles zijn gewist? En Coca Cola? En Harry Potter? Dan zijn we ook verlost van Oasis.

 

26 juni 2019

 

ALLE RECENSIES