Skins: Freaks

Bizarre Spaanse film Skins kan cultstatus tegemoet zien
Freaks zijn ook mensen met gevoelens en verlangens

door Cor Oliemeulen

De Spaanse film Skins is één van de opvallendste verschijningen tijdens het toch al zo fantasierijke Imagine Filmfestival in Amsterdam. Het is een tragikomische beproeving waarin bizarre, afstotelijke en smakeloze personages het hart van de toeschouwer proberen te winnen. Een mozaïek dat laveert tussen melodrama en kolder. Gedurfd en origineel voor de één, vulgair en weerzinwekkend voor de ander.

Het begrip freak is onderhevig aan de tijd. Volgens woordenboeken is een freak: een apart persoon, een enthousiast liefhebber of een rare knakker. Soms wordt de persoon in kwestie geassocieerd met ongewenst sociaal of seksueel gedrag, drugsgebruik en homofilie. Frank Zappa hanteerde bij het uitbrengen van zijn dubbelalbum ‘Freaking Out’ in 1966 misschien wel de mooiste definitie: ‘Iemand die afwijkt van de voorgeschreven standaard van denken, kleding en sociaal gedrag om zich creatief te kunnen uiten.’

Freaks als circusattractie
Er was een tijd dat misvormde en mismaakte mensen freaks werden genoemd en een circusattractie waren. Het bekendste voorbeeld is de film Freaks uit 1932 van Tod Browning, die een jaar eerder Dracula had gedraaid. Freaks op het witte doek bleken een andere uitwerking te hebben op het publiek dan freaks in een rondreizend circus. Het was volstrekt nieuw dat lichamelijk gehandicapten zélf de rollen speelden. Nadat filmmaatschappij MGM voor de première het testpubliek had gechoqueerd, werd de film drastisch ingekort en werd het bedrijf zelfs voor de rechter gesleept door een vrouw die beweerde dat ze door het kijken naar Freaks een miskraam had gekregen.

Naast degenslikkers en vuurspuwers bestaat de cast van Freaks uit dwergen, pinheads, interseksuelen, een Siamese tweeling, mensen met handicaps of zonder ledematen, alsook figuranten met afwijkingen en ziektes die we tegenwoordig nog nauwelijks zien, of willen zien. Freaks is een combinatie van drama, documentaire, arthouse en horror. Het verhaal gaat over een ‘normale’ trapezeartieste die het heeft gemunt op het fortuin van een dwerg. Ze wil met hem trouwen, hem vermoorden en dan het geld delen met Hercules, de sterke man van het circus op wie ze echt verliefd is.

Freaks is door het aanzienlijke gedrochtengehalte jarenlang in veel landen verboden geweest, maar na de hernieuwde première op het filmfestival van Cannes in 1962 uitgegroeid tot een echte cultfilm. Misschien omdat de freaks in latere tijd minder als onvolwaardige mensen werden beschouwd en meer identificatie opleverden, omdat zij meedogenloos wraak nemen op de trapezeartieste, die daardoor in de film overigens zelf eindigt als….freak. Onvoorwaardelijke compassie voor een freak krijg je zeker in The Elephant Man (1980) van David Lynch met John Hurt als de misvormde Joseph Merrick.

Mededogen met mismaakte personen
Skins
(originele titel is Pieles) is verre van biografisch en uit heel ander hout gesneden, maar wil eveneens mededogen met mismaakte personages opwekken. De Spaanse cultregisseur Álex de la Iglesia, die de film produceerde, strikte Eduardo Casanova als regisseur. De producer zegt het volgende over de grilligheid van zijn pas 26-jarige landgenoot, in eigen land vooral bekend als tv-acteur: “Eduardo is een mix van een heleboel mensen in één persoon. Hij is een mengeling van haat, wraak, woede en zoetheid. Een porseleinen pop in een horrorfilm. Hij is Chucky en The Bride of Chucky tegelijkertijd. Hij is zélf een filmkarakter.”

Desalniettemin speelt Casanova zelf niet in zijn speelfilmdebuut. Wel het uiterst buitenissige personage Samantha, die eerder was te zien in zijn ruim drie minuten durende Eat My Shit (2015). Zij is geboren met een omgekeerd digestief systeem: op de plaats waar normaal je mond zit, zit bij haar de anus. En waar je anus behoort te zitten, zit bij Samantha haar mond. Het is een idee dat je misschien eerder bij de heerlijke nonsens van South Park zou aantreffen, maar in Casanova’s wereld staat Samantha voor de ultieme lichamelijke misvorming. Zo goor als Eat My Shit eindigt, wordt het gelukkig niet in Skins, maar zij is wel het personage dat de meeste walging oproept.

Tegelijkertijd fascineert Samantha enkele personen die flink opgewonden raken van haar verschijning. Maar dat ze door de maatschappij als afstotelijk wordt beschouwd, blijkt als ze een selfie op Instagram plaatst. Binnen no-time krijgt ze een berichtje met de mededeling dat haar post is verwijderd, omdat die ‘tegen de richtlijnen’ is. Eduardo Casanova relativeert raak met de nodige humor. Zo leren we bijvoorbeeld hoe Samantha kippensoep moet eten. En hoe het bij haar werkt als ze op haar verjaardag kaarsjes mag uitblazen. Menig kijker zal na een tijdje ook compassie voor Samantha voelen. Want zij is immers, hoe afstotelijk dan ook, een mens. Een mens met een innerlijk, met gedachten en gevoelens, net als alle andere personages in Skins.

Hoer zonder ogen
Zo passeert Laura het rariteitenkabinet. Laura is mooi, kan mooi zingen, maar ze heeft geen ogen. Ze werkt als prostituee voor klanten die blij zijn dat zij hen niet kan zien. Het zijn de freaks die bij Laura seksueel aan hun trekken proberen te komen.

De zwangere dwerg Vanessa is pas populair vanaf het moment dat zij in een pak wordt gehesen en furore maakt als het roze beertje Pinkoo in een tv-show voor kinderen.

Christian snijdt met een mes in zijn benen, want die benen zijn niet van hem. Hij wil het liefst een zeemeermin worden, want ‘zeemeerminnen hebben geen benen, maar zijn toch gelukkig’.

En wat de denken van Ana, die een grote tumor op de helft van haar gezicht heeft. “Je valt alleen op mijn uiterlijk”, verwijt zij Ernesto, die slechts opgewonden kan raken van misvormde vrouwen. Het is een prachtig voorbeeld van de ironie in Skins.

Alle personages maken van Skins een ongemakkelijke film. Bizar, maar tegelijkertijd ontroerend en vertederend. Soms met onverwachte wendingen. Zo kan een melodramatische scène – vaak ondersteund door melige popdeuntjes uit de jaren 70 – zomaar uitmonden in tragikomische kolder. Het doet meer dan eens denken aan het werk van The Pope of Trash, John Waters, die opviel door een combinatie van kitsch, goorheid en excentrieke taferelen met meer dan eens corpulente, halfblote vrouwen.

Inspiratiebronnen
De kleuren en gestileerde kaders van Skins zouden zomaar kunnen zijn afgekeken van Wes Anderson’s The Grand Budapest Hotel. De vormgeving lijkt ook direct geïnspireerd op het Franse duo Pierre et Gilles, bekend van barokke fotografische creaties met levendige kleuren. Uiterst gestileerde combinaties van foto’s en schilderijen die zich bewegen tussen fantasie en werkelijkheid, kunst en kitsch, en omstreden vanwege de naakte, provocatieve poses.

Niet alleen het typisch Spaanse melodrama van Pedro Almodóvar zien we terug in Skins, maar vooral de veelal kitschachtige kleuren in diens vroegere werk. Eduardo Casanova gebruikt vooral pastelkleuren. We zien voornamelijk roze en paars, wat fungeert als een functioneel, zoet contrast met de schokkende verschijningen van de personages.

Qua narratieve structuur is Skins te vergelijken met de ensemblefilm Happiness (1998): veel personages in meerdere verhaallijnen die uiteindelijk allemaal met elkaar te maken hebben. Ook in deze inktzwarte satire van Todd Solondz zien we voornamelijk verdrietige mensen. Echter hier vind je geen spoor van fysiek gehandicapten, maar van losers, nerds en perverse lieden. Zoals de pedofiele vader die twee vriendjes van zijn zoontje verkracht en het personage van Philip Seymour Hoffman dat zo verlegen én gefrustreerd is, dat hij vrouwen in zijn omgeving belt om ze onder een lading seksuele grofheid te bedekken.

Ook in Skins zijn de mensen diep van binnen eenzaam en hunkeren zij naar aandacht. En tegelijkertijd kun je soms enorm lachen om die ongelooflijke triestheid van het bestaan, het relativeren en de zelfspot. Ondanks de controversiële aanpak vertelt deze krankzinnige film een coherent verhaal over verlangens, idealen en dromen. Boodschap: hoe we er van de buitenkant ook uit mogen zien, onder die huid zijn we misschien wel allemaal freaks. Vooral de mensen die er van de buitenkant ‘normaal’ uitzien.
 

16 april 2017

 

 

Skins

 
MEER NIEUWS EN ACHTERGROND

Ma Ma

**

recensie Ma Ma

Een nieuwe tepel in een doosje

door Cor Oliemeulen

Het zal je maar gebeuren. Je hebt borstkanker en je dokter laat zijn emoties de vrije loop en zingt een zwijmellied als je op de operatietafel ligt. Je nieuwe geliefde is impotent en toch word je zwanger, maar je weet niet precies van wie. Bouquetreeks? Nee, de nieuwe film Ma Ma van Julio Medem.

Het was een tijdje stil rond de Spaanse regisseur Julio Medem, die in eigen land en daarbuiten grote populariteit genoot na zijn romantische kaskraker Los amantes del Círculo Polar (1998). Poëtisch, dramatisch, mooie mensen, zelfgeschreven plot met mysterieuze wendingen, originele cameraperspectieven en soms een weergaloze montage. Aangevuld met een vleugje psychologie en een portie lust bediende de eigenzinnige Medem zijn fans vervolgens met Lucía y el sexo (Luciá en seks, 2001), Caótica Ana (Chaotische Ana, 2007) en Habitación en Roma (Kamer in Rome, 2010). In het laatstgenoemde romantische drama sprongen vooral de twee naakte hoofdpersonages in het oog en vrolijk rond in een hotelkamer. De niet eerder vertoonde combinatie van lesbische seks en een ontdekkingstocht naar de vrouwenziel was een typisch gevalletje van tussen kunst en kitsch.

Ma Ma

Bloedserieus
Wat kunnen we dan verwachten van Medems jongste film, Ma Ma? In interviews laat Penélope Cruz weten dat ze het script in één adem had uitgelezen en dat ze onmiddellijk verliefd werd op de rol van de baanloze lerares Magda die borstkanker krijgt, het contact met haar zoontje probeert te behouden, verliefd wordt op een man die zojuist zijn vrouw en dochtertje bij een ongeluk heeft verloren (en als voetbalscout het zoontje een gouden toekomst bij Real Madrid voorspelt) én prompt zwanger blijkt na een multi-orgastisch uitstapje in een seksclub, waarin ze in een opwelling samen met haar zingende, biseksuele gynaecoloog was beland. Pardon? Het script is alleszins bloedserieus en opnieuw ontsproten aan het brein van Julio Medem, die eerst psychiatrie heeft gestudeerd voordat hij films ging maken.

Dat brengt ons bij het grote manco van Ma Ma. Medems navigatie leidt je over zoveel onverharde zijpaden dat je bijkans om je eigen moeder schreeuwt na de mededeling ‘bestemming bereikt’. Omkeren waar mogelijk is kansloos als je ook nog de rode draad van het blonde Siberische meisje wilt ontrafelen: aanvankelijk zou zij door de gynaecoloog worden geadopteerd en uiteindelijk fungeert zij als Magda’s wensdroom – in een scène weliswaar sfeervol van bovenaf gefilmd als het meisje in zee om Magda heen zwemt, terwijl de dokter haar zwangere buik inspecteert. Al met al biedt het script van Ma Ma meer dan voldoende inspiratie voor soapschrijvers.

Foute boel
Het moet gezegd: Julio Medem is creatief, vindingrijk en durft het fenomeen kanker in een weinig voor de hand liggend perspectief te plaatsen. Ma Ma begint misschien wat ongemakkelijk, als we zien hoe iemand uitgebreid Penélope’s borsten aan het betasten is, maar dan zien we gelukkig een witte jas voor de lens verschijnen. Magda schrikt zich natuurlijk wezenloos als ze hoort dat er twee knobbeltjes in haar rechterborst zitten, waarna een scan uitsluitsel brengt: foute boel. Chemo en dan een operatie. Niemand hoeft het voorlopig te weten, zeker haar zoontje en zijn rondscharrelende vader niet. Magda gaat met opgeheven hoofd de strijd aan en vindt steun bij de rouwende Arturo (Luis Tosar), die zij eerst zelf heeft getroost.

Ma Ma

Een ongeneeslijke ziekte leent zich voor een respectvolle behandeling, ook in een film. Het is weinigen gegeven om met zoveel ontroerende expressie en overtuiging als de immer beminnelijke Penélope Cruz (die we ook haar weelderige haardos zien afscheren) een dergelijke rol neer te zetten. Ma Ma is zonder twijfel herkenbaar voor lotgenoten, maar faalt vooral door een groteske driehoeksverhouding, terwijl het portretteren van Magda’s persoonlijke gedachten en omstandigheden meer dan eens doorslaan.

De schokkerige beelden bij het slechte nieuws zijn functioneel, het in het lichaam inzoomen op het hart na een kus is bedenkelijk. Net als Magda’s droom waarin Arturo haar als cadeautje een nieuwe tepel in een doosje aanbiedt. En wat is er zo geheim aan die ‘geheime parenclub’ als de gynaecoloog in gezelschap tegen Arturo  zegt dat hij hem daarvan kent? Goedbedoeld onderzoekt Ma Ma de ziel van een ongeneeslijk zieke vrouw, maar het drama van Julio Medem is in feite een mislukt filmexperiment.
 

11 september 2016

 
MEER RECENSIES

Julieta

****

recensie Julieta

Uit het oog, maar niet uit het hart

door Cor Oliemeulen

Het is goed te zien dat Pedro Almodóvar ook zonder extravagante personages een uitstekend drama kan maken en geen surrealistische elementen nodig heeft om mysterie te etaleren. ‘Uit het oog, maar niet uit het hart’ klinkt als een vreselijk cliché, echter dat is Julieta allesbehalve.

Zoals gewoonlijk schreef de Spaanse regisseur zelf het scenario, ditmaal gebaseerd op drie korte verhalen van de Canadese schrijfster Alice Munro. De plot van Julieta is prachtig geconstrueerd, de kleurrijke cinematografie en het soms oogverblindende productiedesign zijn als vanouds. Het resultaat is een uitgebalanceerd en meeslepend filmdrama, net iets minder doortastend dan Almodóvars meesterwerken Todo Sobre mi madre, hable con elle en Volver.

Julieta

Schuld en onmacht
Julieta is een herkenbaar document over schuld en onmacht. Schuld omdat het titelpersonage zich na de dood van haar geliefde verantwoordelijk voelt voor het verdwijnen van hun dochter. Onmacht omdat de dochter er alles aan heeft gedaan om onvindbaar te blijven voor haar moeder, terwijl zij vroeger een goede band hadden, maar elkaar kennelijk niet goed genoeg bleken te kennen. Het kind is in de jaren tachtig verwekt nadat de spontane twintiger Julieta (Adriana Ugarte) in een nachttrein de visser Xoan had ontmoet. Nu, vele jaren later, blikt de getormenteerde vrouw (Emma Suárez) in haar Madrileense appartement terug op hoe het zover heeft kunnen komen in een brief aan haar verloren dochter.

Dood als leidmotief. Er komt een moment dat Julieta uit zelfbescherming alle sporen van het bestaan van haar dochter volkomen uit haar leven laat verdwijnen. Zij is dood voor haar, net als Xoan, die na een echtelijke ruzie met Julieta gaat varen en omkomt in een zware storm; net als de oudere man die in de trein toenadering zoekt, door haar wordt afgewezen en zelfmoord pleegt. De regelmatig opdoemende beelden van de twee mannen zullen haar blijven kwellen. Verder is er de moeizame relatie met haar eigen ouders. Haar moeder is bedlegerig, lijdt aan een psychische kwaal en tot Julieta’s ongenoegen kan haar vader het onderwijl erg goed vinden met de huishoudster.

Julieta

De positie van de vrouw
Hoezeer Julieta uiteindelijk ook gebukt gaat onder de pijn en het verdriet door het gemis van haar dochter, Almodovárs drama is wederom een ode aan de vrouw. Niet zo intens en melodramatisch als Penélope Cruz’ krachtige personificatie in Volver, maar treffend in de verbeelding van het leed van de moeder- en dochterfiguur tegelijk. De vrouw als middelpunt van het universum en de drager van het leven. In Julieta is de vrouw tevens expliciet de schepper van de man, wat blijkt uit de sculptuurtjes van torso’s van Xoans scharrel Ava (Inma Cuesta, de vrouwelijke stierenvechter in het zwart-wit sprookje Blancanieves). De beeldend kunstenaar legt een van de geboetseerde mannenbeeldjes (ook symbolisch) in Julieta’s hand.

Veel grote regisseurs hebben zich verdiept in het hoofd en de positie van de vrouw. Zo plaatste de Italiaanse filmvernieuwer Michelangelo Antonioni de naar zingeving zoekende vrouw volkomen onthecht in een zich snel moderniserende wereld en drong de Zweedse cineast Ingmar Bergman middels close-ups en de vierde wand diep door in het brein en de ziel van zijn vrouwelijke personages.

Hoewel Pedro Almodóvars oeuvre beduidend bescheidener is, lijkt zijn behandeling van de vrouw misschien nog wel het meest op die van Kenji Mizoguchi. Deze oude Japanse meester stond tot de Tweede Wereldoorlog te boek als het boegbeeld van het Nieuwe Realisme: sociale filmdocumenten over de Japanse samenleving die langzaam overgaat van het feodalisme naar de moderne tijd. Omdat hij de rol van de vrouw (vaak geisha’s of prostituees) in een door mannen gedomineerde maatschappij onderzocht, geldt Mizoguchi als de eerste grote feministische regisseur. Diens humanistische benadering en hang naar wonderschone beelden zien we vele decennia later terug in Julieta.
 

14 augustus 2016

 
MEER RECENSIES

Kiki, Love to Love

**

recensie Kiki, Love to Love

Spaanse onderbroekenlol

door George Vermij

In deze duistere tijden is het een schrale troost om te zien dat het overal op deze aardbodem toch draait om seks. Wie denkt dat Nederlandse films of Amerikaanse komedies uitblinken in het belachelijk maken van onze vleselijke verlangens, moet maar eens een bezoekje brengen aan Paco Leóns Kiki, Love to Love.

Niet dat het een goede film is, maar Kiki, Love to Love (Kiki, el amor se hace) illustreert een soort universele platheid die ondanks culturele barrières en landsgrenzen iedereen toch stiekem lijkt aan te spreken. De film was wonderbaarlijk genoeg een grote hit in Spanje en heeft waarschijnlijk om die reden een plekje in de Nederlandse bioscoop verdiend.

Kiki, Love to Love

De premisse is simpel en herkenbaar. Regisseur Paco León hanteert de structuur van een mozaïekfilm waar verschillende personages en verhaallijnen thematisch aan elkaar verbonden zijn. Vergelijk het met Love Actually en Nederlandse tegenhanger Alles is liefde, maar ook met de relatieperikelen uit He’s Just Not That Into You.

Seksuele freakshow
León wil met zijn film iets zeggen over moderne seks en liefde, maar de bindende factor zijn vooral de ongewone seksuele fantasieën die alle personages delen. Zo begint de film met Natalia die na een vrijbeurt iets aan haar vriend bekent. Zij raakt opgewonden als zij gewelddadig wordt beroofd. Een fetisj die harpaxofilie heet als je de bijgevoegde tekst in de film moet geloven.

Plastisch chirurg Jose Luis krijgt hem alleen omhoog als zijn vrouw slaapt (somnofilie) wat resulteert in wat ongemakkelijke scènes als hij haar stiekem slaappillen laat innemen. En dan is er María die alleen tot een orgasme komt als ze iemand ziet janken (dacrifilie).

Regisseur Paco León wil de verhalen nog wat diepgang geven, maar de film is vooral een seksuele freakshow die wanhopig probeert om de kijker aan het lachen te krijgen. Het niveau is bijzonder laag en Leóns gevoel voor humor blijft eenzijdig. Zo vormen pis en poep terugkerende elementen in het verhaal.

Remsporen en scheten
Er is de dame die opbiecht dat haar dochter haar slipjes met remsporen op internet verkoopt aan mannen die daar op geilen. Een ander gesprek tussen Natalia en haar vriend gaat over scheten laten. En dan is er nog het verhaal van Paco en Ana die hun huwelijk weer wat sjeu willen geven en in een morsige seksclub belanden. Daar komt Paco een oude bekende tegen die hem vraagt of hij op hem wil plassen. Het zijn scènes die je zou kunnen verwachten in de Deuce Bigalow-films met Rob Schneider.

Kiki, Love to Love

Problematischer zijn de mager uitgewerkte personages die voornamelijk door hun fetisj gekenmerkt worden en je daarom verder niet betrekken. Jose Luis’ drogeerpraktijken worden door een kluchtige visuele aanpak van León verbloemd. Zijn daden worden goedgepraat doordat hij het blijkbaar uit liefde doet, maar hebben in deze tijd waar er zoveel te doen is over consensual sex een nare bijsmaak. Die bijsmaak proef je trouwens ook terug bij de eendimensionale Natalia en haar verkapte aanrandingsfantasieën.

Doventolk
Het enige personage dat nog enigszins echt overkomt is Sandra die opgewonden raakt van zijde en leeft als een excentriekeling. Actrice Alexandra Jiménez weet haar ondanks het karige materiaal waarmee zij is opgezadeld, leuk en geloofwaardig neer te zetten. Van alle personages is zij nog het meest een buitenstaander die niet alleen snakt naar opwinding, maar ook naar liefde. Jiménez heeft ook de leukste scène als ze moet werken als een doventolk voor een jongen die een sekslijn belt.

Wat Kiki, Love to Love ons leert over liefde kan je natuurlijk al raden als je bekend bent met de moraal uit al die dertien-in-een-dozijn romantische komedies. Ondanks alle ranzige onderbroekenlol is de film onder de oppervlakte dus behoorlijk tam en voorspelbaar.
 

18 juli 2016

 
MEER RECENSIES

ASFF 2016

Amsterdam Spanish Film Festival 2016

Los 33

door Alfred Bos

Wegens succes herhaald: de tweede editie van het Amsterdam Spanish Film Festival (ASFF) vertoonde een selectie Spaanse en Latijns-Amerikaanse films. Verslag van een overdosis sentiment en een schaars hoogtepunt.

Openingsfilm La Novia vergaarde dit jaar maar liefst twaalf nominaties tijdens de uitreiking van de Goya Awards, de Spaanse Oscar. Dat is vier nominaties minder dan de openingsfilm van vorig jaar, La Isla Minima, de thriller die uitgroeide tot een heuse zomerhit in de Nederlandse bioscopen. La Novia zal dat lot niet zijn beschoren, want de film wordt hier niet uitgebracht. Het is een beetje typerend voor deze tweede editie van het Amsterdam Spanish Film Festival, eind mei in Pathé Tuschinski en EYE. Veel goede wil, minder resultaat.

Het festival werd – heel opmerkelijk – drie weken voor aanvang afgetrapt met Truman, de buddy film van Cesc Gay die inmiddels kijkers trekt in de filmhuizen. Hoewel bescheiden van omvang (14 films plus een programma van kortfilms in 6 dagen) biedt het programma een uitgelezen kans om kennis te nemen van films die verder in Nederland niet te zien zullen zijn. Alleen Ma Ma van Julio Medem, met Penélope Cruz in de hoofdrol, zal later dit jaar in roulatie gaan. Ik heb hem door omstandigheden niet kunnen zien, maar de kritieken in Amerika zijn vernietigend. Wat ik wel zag was het volgende.

La Novia
La Novia (De Bruid) is gebaseerd op een toneelstuk uit de jaren dertig van de Spaanse dichter Lorca en handelt over hartstocht. Een bruid verlaat op de huwelijksnacht haar kersverse echtgenoot om zich te voegen bij haar grote, maar door familievetes verboden liefde. Dat loopt niet goed af.

De vrouwelijke hartstocht stond eveneens centraal in de debuutfilm van Paula Ortiz, De tu ventana a la mía uit 2011, en als je La Novia (**) iets niet kunt verwijten is dat de film mank gaat aan gevoelsarmoede. Feeërieke plaatjes van onaards fraaie woestijnlandschappen en een stoet van karakterkoppen in een tijdloze setting maken evenwel nog geen geslaagde kijkervaring. Om het publiek te behagen laat de regisseur hoofdrolspeelster Inma Cuesta geheel overbodig haar bloes open knopen. Voyeurisme als kunst?

Deze kijker lukte het geen seconde om contact te maken met de film, platgeslagen als hij was door de niet aflatende stroom van emotionele uitbarstingen en dwarse koppigheid. Hij is niet gewend aan dit soort oprispingen van gemoedszwangere verdwazing. Die zijn wellicht vertrouwd binnen de Spaanse cultuur, maar voor deze kaaskop meer dan een tikkeltje te volvet. Het verklaart ook waarom La Novia niet in Nederland uitkomt. Hij is te Spaans om een internationaal publiek te behagen.

Retribution
ASFF heeft een lange lijst sponsors en een ruimhartig budget, waarmee regisseurs, acteurs en officials naar Amsterdam worden gevlogen om het festival met lijfelijke aanwezigheid extra cachet te verlenen. De films die werden vertoond in Tuschinski 1 (de mooiste bioscoopzaal van Nederland, en wellicht Europa) werden door de charmante Spaanse gastvrouw ingeleid in niet altijd even verstaanbaar Engels, al dan niet bijgestaan door een actrice of regisseur van dienst. En een tolk, want weinigen in het Spaanse filmvak zijn de internationale voertaal machtig.

Dat gold ook voor Dani de la Torre, de regisseur die na enkele kortfilms en tv-producties het afgelopen jaar in de Spaanse bioscoop debuteerde met El desconocido, op ASFF omgedoopt tot Retribution. Een bankdirecteur brengt zijn tienerdochter en zoon met de auto naar school wanneer de telefoon gaat. Een stem draagt hem op zijn bankrekening en die van zijn vrouw leeg te maken, nadere instructies volgen. Geen politie en ook niet uit de auto stappen, want onder zijn stoel zit een bom.

Retribution (**) speelt in La Coruña, de Atlantische havenstad in Galicië – de directrice van de regionale VVV las ter introductie een wervende tekst voor – en voltrekt zich zeven kwartier lang in en om de auto van de belaagde financier. Een kruising van Locke (met Tom Hardy) en Speed (met Sandra Bullock), zou je kunnen zeggen. Dat moet vonken.

Het lukt de regisseur evenwel niet om de claustrofobie van het gegeven om te zetten in drama, hoe hard de man en zijn kinderen ook tegen elkaar schreeuwen. Zowel qua plot als cinematografie overstijgt Retribution nimmer de genreclichés en de film – eigenlijk een opgeklopte tv-film – kan niet in de schaduw staan van thrillers uit Spanje als Alberto Rodriguez’s Grupo 7 of Oriol Paulo’s El Cuerpo.

The 33
Was Retribution matig bezocht (die avond speelden twee clubs uit Madrid om de belangrijkste Europese prijs voor clubvoetbal), ook bij The 33 van de Mexicaanse regisseur Patricia Riggen was Tuschinski 1 maar voor een derde gevuld. The 33 vertelt het waargebeurde verhaal na van de 33 mijnwerkers die in oktober 2010 na een unieke en voor onmogelijk gehouden reddingsactie onder de grond van de Atacama-woestijn in Chili tevoorschijn kwamen. Daar hadden ze 69 dagen vast gezeten.

Het voorval werd wereldnieuws en de redding, naar verluidt, wereldwijd door zo’n miljard mensen via de beeldbuis gevolgd. The 33 (***) heeft het Engels als voertaal en mikt met zijn aanwezigheid van enkele Hollywood-sterren (Antonio Banderas, Gabriel Byrne, Juliette Binoche) op een internationaal publiek. Dat krijgt een verhaal voorgeschoteld dat met brede streken wordt verteld door een film die niet kan kiezen tussen documentaire of rampenfilm. En dus geen van beide is.

Ook in The 33 draait alles om sentiment: van de mannen onder de grond die zich belazerd weten door wegkijkend management, de vrouwen boven de grond die te hoop lopen bij het mijnkantoor en de politiek in hoofdstad Santiago die de eer van de natie op het spel ziet staan. Alleen de ingenieurs van de reddingsoperatie houden het hoofd – en de boor – koel.

Banderas speelt de mijnwerker die zijn collega’s tot rust en discipline weet te manen, hij zorgt tevens voor de komische noot. Heel even komt de film tot leven in een hallucinante passage waarin de mannen fantaseren over voedsel, om zich daarna weinig geïnspireerd tot het (vooraf bekende) slot te slepen. Voor zo’n ‘diep’ verhaal blijft The 33 een vlakke vertoning.

El Mundo Sigue
ASFF had het klapstuk bewaard voor de slotavond. Terwijl in EYE de slotfilm Nobody Wants The Night werd vertoond, draaide voor zo’n veertig man en vrouw in een bijzaal van Tuchinski El Mundo Sigue (De wereld draait door, op ASFF aangekondigd als Life Goes On). Die film uit 1965 van de vermaarde acteur en regisseur Fernando Fernán Goméz was vanwege de politieke ondertoon door dictator Franco verboden en werd vorig jaar, digitaal gerestaureerd, op de dag af exact vijftig jaar na de oorspronkelijke première opnieuw in omloop gebracht. De film is nog nauwelijks buiten Spanje te zien geweest.

El Mundo Sigue speelt in een Madrileense volkswijk en biedt een weinig glamoreus beeld van het leven van gewone mensen in het Spanje van de jaren zestig, het Spanje van Franco. De regisseur volgt enkele personages uit een ensemble cast, een gezin met een bijbel-citerende zoon en twee aantrekkelijke dochters. Fernán Goméz zelf speelt de sukkelaar Faustino, de echtgenoot van dochter Eloíse die ooit werd uitgeroepen tot de mooiste vrouw van Madrid maar nu in armoe leeft, want Faustino vergokt zijn loon en haar huishoudgeld.

Haar zus Luisita pakt het anders aan. Zij gebruikt haar schoonheid om zich als gezelschapsdame naar een steenrijke echtgenoot te hoereren. De twee zussen kunnen elkaars bloed wel drinken, wat aanleiding geeft tot hysterische ruzies. De eeuwige loser Faustino weet iedere meevaller te verkwanselen en een greep uit de kas van de bar waar hij als ober werkt vormt de inleiding van zijn ondergang. Hij sleept zijn vrouw mee.

El Mundo Sigue (*****) is een parel, Fernán Goméz’s persoonlijke variant op het Italiaanse neorealisme. Hij vertelt het verhaal in korte scènes, gebruikt economisch en geraffineerd vormelementen uit de nouvelle vague (korte flashbacks, monologue intérieur als voice-over) en verrast meermalen met camerastandpunt en camerabeweging. El Mundo Sigue is nog even fris als de dag waarop de censuur van Franco hem naar de vergetelheid verbande. Deze vergeten klassieker verdient het om gedraaid te worden in de Nederlandse filmhuizen. Programmeurs, grijpt uw kans.

 

2 juni 2016

 

Alle festivalverslagen

 

 

Heerlijk Spaans sentiment

Heerlijk Spaans sentiment

door Cor Oliemeulen

De tweede editie van het Amsterdam Spanish Film Festival (ASFF) trapt woensdag 25 mei af met La Novia. Pathé Tuschinski en EYE staan zes dagen lang in het teken van de Spaanse cinema. Van een grote landelijke première met het bezoek van de bekende filmmaker Julio Medem tot en met debuutfilms, compilaties en oude bekenden. Verder zien we opvallend veel films van vrouwelijke regisseurs.

De openingsfilm La Novia van Paula Ortiz trok tijdens het laatste IFFR in Rotterdam driemaal een uitverkochte zaal. In deze zinderende bewerking van het toneelstuk Bloedbruiloft van Federico García Lorca moet een bruid op het platteland van Zuid-Spanje in de jaren dertig kiezen tussen haar rijke verloofde en haar jeugdliefde Leonardo. De fraaie beelden, de sfeervolle soundtrack en het passievolle spel kunnen een fatale afloop van een verboden liefde niet verhinderen. De mooie Inma Cuesta was eerder te zien in het fantastische Blancanieves.

Ma Ma
De film waarvoor de verwachtingen het hoogst gespannen zijn, is Ma Ma van Julio Medem (Los amantes del Circulo Polar, 1998 en Lucia y el sexo, 2001) waarin Magda (Penélope Cruz) ontdekt, nadat haar man haar heeft verlaten voor een jonge vrouw, dat ze ziek is en nog maar een paar maanden te leven heeft. Dat leidt tot onverwachte situaties en grote emoties, die bij Cruz ongetwijfeld in goede handen zijn. Ma Ma zal in het najaar in de Nederlandse theaters verschijnen.

Een bioscooprelease van Los 33 staat nog niet gepland, maar de distributeur die de uitdaging aanneemt, zal waarschijnlijk niet worden teleurgesteld, omdat dit prima biografische drama bij velen in de smaak zal vallen. Het verhaal over de 33 mijnwerkers in San Jose die in 2010 maar liefst 69 dagen honderden meters onder de grond gevangen zaten, is met vaart en verstoken van al teveel sentimentele fratsen gemaakt door Patricia Riggen. Het is opmerkelijk voor een Spaanstalig festival dat deze film in het Engels is opgenomen, maar logisch door de cast met bekende namen (o.a. Antonio Banderas, Juliette Binoche en Gabriel Byrne) en het willen scoren op de internationale markt.

De plant en de ziel
Las Plantas is de opvallende debuutfilm van de Chileense regisseur Roberto Doveris die gaat over Florencia die voor haar zieke broer zorgt en kampt met financiële problemen. Als verstrooiing raakt ze in de ban van een stripverhaal waarin planten tijdens volle maan de ziel van mensen beheersen. Zo creëert ze haar eigen verdichting vol dromerige beelden waarin ze pardoes haar seksualiteit ontdekt. Deze psycho-thriller voor tienermeisjes viel tijdens het filmfestival Berlinale op vanwege zijn experimentele vormgeving en de metallische soundtrack.

In haar drama’s plaatst de Spaanse regisseur Isabel Coixet de personages meestal in een bijzondere setting en mag de vrouwelijke protagonist op een weinig alledaagse manier affectie voor haar tegenspeler ontwikkelen. Zo is My Life Without Me (2003) een romantisch drama over een vrouw met terminale kanker, The Secret Life of Words (2005), een aangrijpende geschiedenis over de toegewijde liefde van een vrouw voor een verbrande man, en raakt in Elegy (2008) een jonge studente (Penélope Cruz) verwikkeld in een seksuele relatie met een oudere literatuurprofessor (Ben Kingsley).

In Coixets nieuwste film Nadie quiere la noche (Nobody Wants the Night) volgt Josephine (opnieuw Juliette Binoche) in 1908 haar echtgenoot, een ontdekkingsreiziger, op een gevaarlijke reis naar Antarctica. Ze besluit om daar te blijven en sluit vriendschap met een Inuit-vrouw. Een gratis glaasje Spaanse wijn met wat tapas na afloop van deze noordelijke slotfilm van het ASFF zal er vast wel ingaan.

Meer informatie vind je hier.

20 mei 2016

Tien onvergetelijke en essentiële Spaanse films.

 

Alle nieuws

Truman

***

recensie  Truman

Uit het leven gegrepen

door Cor Oliemeulen

Vijftiger met terminale kanker zoekt nieuw baasje voor zijn trouwe viervoeter. Sterk, geloofwaardig acteerwerk zonder Latijns temperament in komisch drama Truman.

Regisseur Cesc Gay maakte in 2012 Una pistola en cada mano, dat hij net als zijn jongste film Truman samen schreef met Tomàs Aragay. In zes korte verhalen portretteerden zij op soms meedogenloze wijze de worstelingen van tobbende veertigers. De Argentijnse acteur Ricardo Darín (El secreto de sus ojos, 2009) en zijn Spaanse collega Javier Cámara (Hable con ella, 2002) excelleerden als doorsnee mannen die verzeild raken in buitengewone situaties. Het viertal werkt opnieuw samen in Truman en mét Truman, een hond.

Truman

Wie adopteert de hond?
Ricardo Darín speelt Julián, een vijftiger die zojuist heeft geaccepteerd dat hij de strijd tegen uitgezaaide longkanker niet kan winnen. Javier Cámara speelt zijn oude vriend Tomás die hem verblijdt met een onverwacht bezoek in zijn woonplaats Madrid. Samen gaan ze op zoek naar een nieuw baasje voor Truman. Het drietal bezoekt een dierenarts voor tips. Julián wil weten of het zinvol is als hij bij het afscheid een kledingstuk achterlaat zodat de hond hem kan blijven ruiken.

In Truman lijkt de zoektocht naar een geschikte adoptiefamilie belangrijker dan bijvoorbeeld de keuze voor een begrafenis of een crematie (“Pas je wel in zo’n kleine urn?”). De vier dagen die Julián en Tomás samen hebben, staan in het teken van de toekomst van de hond (zelf ook niet meer de jongste), terwijl het filosoferen over leven en dood subtiel op de achtergrond door kabbelt. Deze twee rasacteurs hebben weinig woorden nodig om hun gevoelens te uiten.

Truman

Amsterdam
De dialogen vormen dan ook het minst sterke element van de film, die hierdoor verzuimt om te verrassen. Natuurlijk, Truman gaat over échte mensen (en een hond) en het drama van een naderende dood is al heftig genoeg, maar een paar leuke twists, net als in Una pistola en cada mano, had dit komische drama wel kunnen gebruiken. Eén van de sterkste scènes daarentegen is bloedserieus en raak: in een restaurant irriteert Julián zich aan een koppel dat doet alsof ze hem niet heeft gezien. Een herkenbare situatie en een steuntje in de rug voor mensen die weten wat rouw is en zouden willen dat ze het lef hadden te reageren zoals Julián dat doet.

En dan hebben we nog het ‘verplichte’ uitje naar Amsterdam, waar Juliáns saai ogende zoon Nico studeert en die in de veronderstelling is dat zijn vader inmiddels is genezen. Hoe gaan ze dat varkentje wassen óf lukt het Julián simpelweg niet om Nico te vertellen dat dit hun laatste ontmoeting is? En passant maken we kort kennis met een vriend van Nico (Lucas Hamming, Lover or Loser en voorman huisband DWDD) en vraagt de kijker zich af hoe het toch mogelijk is dat je in films direct hoort dat het een Nederlander is die Engels praat?

Het afscheid van de vrienden en van Truman is – net als het spel van Ricardo Darín en Javier Cámara – van een ingehouden ontroerende pracht, echter het is te weinig om de film te laten beklijven.

 

6 mei 2016

 

MEER RECENSIES

 

Clan, El

****

recensie  El Clan

Duistere familiegeheimen

door Suzan Groothuis

De Puccio’s lijken een normale familie. Nette mensen, die aspiraties hebben om tot de upper class te behoren. Maar achter het schijnbaar ideale gezin gaan duistere geheimen schuil.

El Clan speelt zich af ten tijde van de transitie van dictatuur (de gevreesde “dirty war”, een periode van staatsterrorisme door de militaire junta in Argentinië van 1976 tot 1983) naar democratie. Arquímedes Puccio, de patriarch van de familie, is een voormalig medewerker van de geheime dienst. Met de omslag naar vrijheid en democratie kan hij zijn baan niet behouden en kiest hij het criminele pad.

El Clan

El Clan is gebaseerd op het waargebeurde verhaal van de Puccio-familie. Met thema’s als corruptie, onrecht en schuld weet regisseur Pablo Trapero wel raad: eerder maakte hij de gevangenisfilm Lion’s Den (2008) en het beklemmende, met corruptie doorspekte Carancho (2010). Ook in El Clan  toont hij een grimmig beeld van Argentinië, zij het achter een façade van een ideale, hardwerkende familie.

Schijnbaar keurig gezin
De leden van het gezin Puccio staan bekend als nette winkelhouders en zoon Alejandro heeft succes als rugbyspeler. Ogenschijnlijk niets aan de hand, maar eenmaal met z’n allen thuis rond de eettafel neemt de spanning zienderogen toe.   Niet alleen door de afwezigheid van een van de zoons, die het buitenland verkozen heeft boven zijn familie. Een onderwerp dat gevoelig ligt en gemeden wordt. Wat wel besproken wordt zijn de duistere plannen van vader Arquímedes om aan geld te komen. Ontvoeringen, losgeld vragen en vervolgens liquidaties, dat soort zaken. En hij heeft Alejandro er voor nodig, want een van de slachtoffers is een teamgenoot van hem.

El Clan  is niet alleen een portret van een familie die zich met duistere zaken bezighoudt in een Argentinië in een omslagfase, maar toont ook de impact op de onderlinge verhoudingen. Vooral die tussen Arquímedes en Alejandro, waarbij de psychopathische druk die Arquímedes op zijn zoon uitoefent verstikkend werkt. Het haalt de kansen op een normaal leven, zoals Alejandro dat voor ogen heeft, onderuit. Trouwen en een eigen zaak beginnen? Niet als het ligt aan Arquímedes, die zijn zoon aan zijn zijde wil hebben.

Psychopathische patriarch
Sterke troef van de film is hoofdrolspeler Guillermo Francella, bekend van The Secret in Their Eyes (2009) en veel komische rollen. Dat hij ook een kille, psychopathische huisvader kan spelen bewijst hij in El Clan: met zijn nette voorkomen, onbewogen gezichtsuitdrukking en onvoorspelbare gedrag is hij de ultieme slechterik. Een dictator van zijn eigen gezin, die geen tegenspraak duldt en tot het uiterste gaat om zijn positie veilig te stellen en te versterken. De film werkt toe naar een zinderende finale, waarin wanhoop en chaos het overnemen van Arquímedes’ rigide beleid.

El Clan

Zijdelings aan het familiedrama is kritiek op de corruptie die in een vrij en democratisch Argentinië nog steeds doorwoekerde. Zijn voormalige positie gaf Arquímedes de mogelijkheid zich te scharen in een duistere schaduwwereld, waar verdwijningen, net als tijdens de militaire junta, even gewoon waren als het aanvegen van je stoep.

El Clan resulteert in een geslaagde, claustrofobische thriller waarbij de muzikale keuze voor The Kinks voor een wrange nasmaak zorgt. “Save me, save me, save me from this squeeze. I got a big fat mama trying to break me. And I love to live so pleasantly, Live this life of luxury ”, zingt Ray Davies in Sunny Afternoon. Vrolijke klanken verhullen de misère van iemand die alles kwijt is. Zo ook in El Clan, waar Arquímedes zijn façade niet langer kan verhullen en het nastreven van een leven van luxe ten koste van anderen – zelfs met de dood tot gevolg – genadeloos wordt afgestraft.

11 april 2016

 

 

MEER RECENSIES

 

Regression

**

recensie  Regression

De duivel zit in de details

door Ashar Medina

Voorspelbare thriller over seksueel misbruik in occulte sferen is prikkelend noch uitdagend.

Een klein stadje wordt opgeschrikt wanneer een jong meisje (Emma Watson) beweert het slachtoffer te zijn geworden van ernstig seksueel misbruik. De detective die op de zaak wordt gezet (Ethan Hawke) weet al snel een bekentenis uit haar vader te trekken, ook al kan die zich er vreemd genoeg maar weinig van herinneren. De detective gelooft hem eigenlijk ook helemaal niet en gaat verder op onderzoek uit. Hij opent een beerput en stuit op een mogelijk complot van Satanisten, mensenoffers en nog veel meer narigheid. Of heeft het meisje het hele verhaal uit haar duim gezogen..?

Regression

Angst als raadgever
Regression volgt de blauwdruk van tientallen voorgangers; occulte thrillers die spelen met de universele angst voor duivelaanbidders. De film opent zelfs met een tekst die refereert aan de massahysterie die in de jaren tachtig losbrak in de VS – na een aantal spraakmakende zaken kwamen er wekelijks verhalen bovendrijven over satanische cults die baby’s offerden, kleuters misbruikten en moordden dat het een lieve lust was.

Angst is meestal een slechte raadgever, en dat is hier niet anders. Kijk maar naar de wijze waarop Alejandro Amenabar zijn verhaal aan ons presenteert. De openingstekst is bedoeld om een duidelijk kader te schetsen, maar wat de regisseur eigenlijk doet is zijn grootste troef op tafel leggen. Door de kijker in de richting van de ongefundeerde massahysterie te sturen zegt hij al te veel over de manier waarop het verhaal van het meisje zal worden behandeld en hoe het verhaal zich zal ontvouwen. Dit komt de suspense alles behalve ten goede en zorgt ervoor dat de rest van het verhaal onherroepelijk afstevent op een onbevredigend einde.

Conventies versus clichés
Alejandro Amenabar maakte naam met intrigerende films als Abre Los Ojos (later ge-remaked als Vanilla Sky) en The Others, waarin hij mysterieuze premissen en inventieve scenario’s voorzag van een kenmerkende, beklemmende atmosfeer en zo duidelijk een authentieke handtekening presenteerde aan de filmwereld. Doodzonde dat hij voor Regression een wilde greep deed in de bak met clichés die films binnen dit genre zo vaak de das omdoen.

Regression

De acteurs kunnen daar ook niet blij mee zijn geweest. Zo krijgt Ethan Hawke als de pas gescheiden, cynische detective veel te weinig om mee te spelen. Het enige dat voor zijn personage pleit is zijn doorzettingsvermogen, maar dat is natuurlijk nooit genoeg. Het feit dat hij bijna uitsluitend cup-a-soup maaltijden eet in zijn uppie en een gebroken hart heeft doet daar niets aan af. Naast de vlakke personages zien we omgekeerde kruizen, klapperende deuren, creepy geestelijken – alles begeleid door een soundtrack die ons onomwonden duidelijk maakt dat we het eng moeten vinden. Originaliteit is ver te zoeken.

De grootste zonde wordt echter richting het einde van de film begaan. In een poging het publiek te verrassen worden zaken onthuld die niemand ooit had kunnen zien aankomen (want niet gepland of zelfs maar gesuggereerd), waardoor het een beetje aanvoelt alsof Amenabar zijn publiek in de maling neemt. Een beetje jammer allemaal.

 

9 november 2015

 

MEER RECENSIES

Perfect Day, A

****

recensie  A Perfect Day

Sarcastische hulpverleners

door Bob van der Sterre

Wat moet je als hulpverlener als je een lijk uit een put omhoog wil hijsen maar het touw breekt, de Verenigde Naties zeggen dat je je nergens mee moet bemoeien, en er in de wijde omgeving geen touw is te vinden? Je bent en blijft toch in de eerste plaats een hulpverlener en je moet en zal dat lijk eruit krijgen. 

We zitten in Joegoslavië, 1995, dus tegen het einde van de oorlog. Hulpverleners Mambrú (Benicio Del Toro), B. (Tim Robbins) en Sophie (Mélanie Thierry) willen samen met tolk Damir (Fedja Stukan) dat vadsige lijk eruit vissen, om te voorkomen dat de put onbruikbaar wordt.

Zo makkelijk is het allemaal nog niet. Colonnes tanks en groepjes soldaten versperren de route, dode koeien liggen midden op de weg, VN-soldaten willen dat je opduvelt, en werkelijk nergens kun je touw krijgen.

A Perfect Day

Touw
Hoe moeilijk is dat toch, touw vinden? B. en Damir vinden een winkeltje. ‘Verkoopt u touw?’ De verkoper schudt zijn hoofd. B. loopt door de winkel en vindt overal touw. ‘Ik heb het hier in mijn handen!’ ‘Dát? Dat is niet voor de verkoop.’ B. houdt aan, maar Damir fluistert tegen hem: ‘Laten we gaan. Vermoedelijk willen ze hier helemaal niet dat het lijk eruit gehaald wordt.’

Na de tevergeefse poging om het touw elders te vinden, keren ze beiden terug bij de basis. Aldaar wacht Katya (Olga Kurylenko), een ex van Mambrú. Ze werkt nu voor de Verenigde Naties en ze moeten haar een lift geven naar een andere VN-basis. Hun geschiedenis geeft spanningen. Mambrú heeft tijdens hun affaire simpelweg nooit gemeld dat hij al een vriendin had en dat vergeeft Katya hem nog steeds niet. ‘Ik heb niet gelogen, maar gewoon iets achterwege gelaten’, verklaart hij schouderophalend.

Wat volgt is een tocht langs door de bergen, in een tijd dat navigatiesystemen nog niet bestonden. Van boven ziet het er schitterend uit, maar op de weg is het een ramp. Licht is er niet, overal ravijnen en verdwalen is niet moeilijk. En dan dus die dode koeien gevuld met mijnen.

A Perfect Day

Klein leed
A Perfect Day is een erg aangename film over het kleine leed van oorlog. Het script (geschreven door regisseur Fernando León de Aranoa zelf) is goed  materiaal waarbij je niets door de strot geduwd krijgt. Oorlogsdrama ontbreekt. Het is nergens sentimenteel, pathetisch, grof of al te symbolisch (denk bijvoorbeeld aan Oscarwinnaar No Man’s Land). Wie Bosnisch of Servisch is leren we niet eens.

De film scoort pas echt punten op acteerwerk. Er is een geweldige chemie tussen de karakters. Del Toro en Robbins zijn als acteurs al net zo geroutineerd als de rollen die ze spelen, de sarcastische hulpverleners die alles al hebben gezien. Dat is aangenaam om naar te kijken. De bijrollen dansen daar prima onbescheiden omheen.

De film bewijst hoe volwassen sommige scripts kunnen zijn, hoe ze voortreffelijk een balans kunnen vinden tussen humor, karakterfilm, spanning en ontroering. Dat had makkelijk mis kunnen gaan. Vooral het stuk rondom een ingestort huis van een meereizend jochie is erg sterk. In veel oorlogsfilms is zo’n ruïne slechts decor. Hier zien we de geschiedenissen en wordt het een levend object vol herinneringen. Mooie scène.

A Perfect Day

Muggenzifterij
Als kritiek kun je misschien zeggen dat de film eigenlijk echt in Joegoslavië gefilmd had moeten worden, en niet in Spanje. Het had kunnen zorgen voor wat extra couleur locale die nu wel erg karig aanwezig is. Iets anders is dat het jochie Nikola iets te vanzelfsprekend Engels spreekt, voor een amper tienjarig ventje. Een verklaring hiervoor krijg je niet en dat wringt een beetje, maakt het misschien iets te Amerikaans.

En sowieso is het een beetje raadselachtig wat de cinematografische urgentie was om twintig jaar later ineens een film te maken over de nasleep van de Joegoslavische oorlog. De film is goed, dat is niet het probleem, maar de film is niet vernieuwend genoeg om alles wat er tot nu toe over is gemaakt op te schudden.

Maar: muggenzifterij. Met A Perfect Day kunnen hulpverleners nu eindelijk ook eens trots zeggen dat er een film is die hun beroep eer aandoet. Een hulpverlener kan vermoedelijk niet overleven zonder een sarcastisch gevoel voor humor en wij kunnen nu wrang met ze mee lachen.

 

7 november 2015

 

MEER RECENSIES