5 real life documentaires met bijzondere personages

Vijf real life documentaires met bijzondere personages

Dreams-of-a-Life

Tijdens het IDFA richt Indebioscoop zich op onderbelichte en bijzondere documentaires die je gezien moet hebben. Deze tweede lijst richt zich op real life documentaires, waarin passies, keuzes en de levens van bijzondere personages centraal staan.

Samenstelling: Suzan Groothuis en George Vermij

1. – Dreams of a Life (2011, Carol Morley)

In Dreams of a Life poogt filmmaker Carol Morley naar aanleiding van een onthutsend nieuwsbericht meer te weten te komen over het leven van Joyce Vincent. Deze jonge vrouw werd drie jaar na haar overlijden in haar flat gevonden, terwijl haar televisie nog aanstond. Wie was zij en waarom werd zij door niemand gemist?

Naar aanleiding van Morleys oproep wordt het leven van Joyce geleidelijk aan ingekleurd. Vrienden, die al een tijd uit contact waren, vertellen over haar kleurrijke, maar ook eenzame bestaan. Volgens insiders was Joyce een innemende, exotische en prachtige vrouw. Maar er ging ook een mysterie van haar uit, iets wat zij niet wilde delen met anderen. Gereconstrueerde beelden van Joyce gaan samen met interviews en zelfs een gevonden geluidsopname. Met haar film geeft Morley een vrouw die drie jaar lang niet gemist werd weer identiteit, maar wel een waar tragiek achter schuilt. Dreams of a Life toont fragmenten uit een bewogen leven dat eindigt in pure eenzaamheid. Of zoals een oude vriend het zo mooi zegt: “You’d be thinking, this got to be fiction. But this is real life.” (SG)

2. – Deep Water (2006, Louise Osmond, Jerry Rothwell)

In de zomer van 1968 varen negen mannen uit op de eerste non-stop solo zeilrace rond de wereld, uitgeroepen door de Sunday Times. Een van hen is de onervaren Brit Donald Crowhurst. De man weet alles van boten bouwen, maar varen en dan zeker een non-stop zeilrace rond de wereld is vragen om problemen. Toch is er, misschien wel door zijn enthousiasme en geloof in zichzelf, vertrouwen in hem. Maar er is ook druk, want als Donald afziet van de race moet hij het geld dat in hem geïnvesteerd is terug betalen.

Donald vertrekt op de laatst mogelijke dag, 31 oktober, zijn vrouw en kinderen achterlatend. Deep Water toont vervolgens het verloop van de wedstrijd, waarin niet alleen Crowhurst maar ook de andere zeilers (onder wie bekende namen als Robin Knox-Johnston en de Fransman Bernard Moitessier) gevolgd worden. De race krijgt echter een andere wending als Crowhurst, die met tegenslag te maken krijgt, valse positiebepalingen doorgeeft. Deep Water laat in een spanningsvol tempo, laverend tussen drama en thriller en geleid door de kalme voice-over van Tilda Swinton, zien hoe het rotsvaste vertrouwen van een man omslaat in waanzin en onmacht. Waarin de zee, maar misschien nog wel meer de menselijke geest de grootste vijand is. Meeslepend en tragisch, dit project van een “dare and do, homegrown British hero”. (SG)

3. – Marwencol (2010, Jeff Malmberg)

Nadat Mark Hogancamp in een bar heftig in elkaar wordt geslagen verandert alles drastisch. Zijn geheugen is gewist en hij heeft moeite om zijn leven weer zin te geven. Gelukkig vindt hij door zijn creativiteit een uitweg en bouwt hij Marwencol. Het fictieve dorp wordt bewoond door speelgoedsoldaten en is gesitueerd in een soort fantasiewereld tijdens de Tweede Wereldoorlog. Mark geeft elke pop een karakter en een complexe achtergrond mee. Hij heeft ook veel oog voor detail en maakt indrukwekkende foto’s van de poppen om zo een verhaal te vertellen. Al snel blijkt er een link te zitten tussen Marks trauma’s en het oorlogsgeweld dat hij uitbeeldt. Zijn foto’s worden ondertussen opgepikt door een galerie in New York die een tentoonstelling voorbereidt. Regisseur Jeff Malmberg geeft met zijn film een innemend portret van Mark en zijn fantasiewereld die geleidelijk wordt opgepikt door de nieuwsgierige buitenwereld. (GV)

4. – Rain in my Heart (2006, Paul Watson)

Rain in my Heart is een eerlijke en pijnlijke documentaire over alcoholisten in Engeland. Aan de hand van portretten van heftige gebruikers die onder toezicht staan van artsen probeert regisseur Paul Watson een idee te krijgen wat mensen drijft om te blijven drinken. Wat volgt is een keiharde en confronterende film over verslaafden aan de rand van de afgrond. Watson schroomt niet om je als kijker de getuige te laten zijn van de lichamelijke aftakeling die het gevolg is van zwaar alcoholmisbruik. Met zijn oprechte en betrokken aanpak bouwt hij ook een intieme band op met de mensen waardoor de docu meer is dan een koel en objectief verslag. (GV)

5. – Crumb (1994, Terry Zwigoff)

Robert Crumb is een uniek figuur. Bekend geworden met zijn gewaagde strips in de jaren zestig werd hij al gauw een boegbeeld van de nieuwe tegencultuur. De man zelf, ouderwets gekleed en een verzamelaar van oude Blues-platen, is echter moeilijker te plaatsen wat wel blijkt uit Terry Zwigoffs prachtige portret van de tekenaar. Het toont zijn moeilijke jeugd gedomineerd door een autoritaire vader en zijn vreemde broers. Om een leven als onpopulaire nerd te ontvluchten stort Crumb zich al snel op het tekenen. Een uitweg om het hersenloze conformisme van het Amerika van de jaren vijftig te ontvluchten. Anders dan zijn broers die ook tekenden en zorgden voor sibling rivalry in huize Crumb, heeft Robert het wel gemaakt. Zijn broers zijn minder goed terecht gekomen, wat blijkt uit interviews waar Robert met hen praat over vroeger. Daarnaast biedt de docu een mooi beeld van Crumbs carrière en de controverses die zijn tekeningen hebben veroorzaakt. Vooral zijn uitbeelding van vrouwen en seks komen aan bod en worden genuanceerd en kritisch besproken door verschillende collega-striptekenaars, maar ook de invloedrijke kunstcriticus Robert Hughes. (GV)

21 november 2014

 

Alle leuke filmlijstjes

Mommy

****

recensie  Mommy

Onvolmaakte drie-eenheid

door Suzan Groothuis

De verhouding tussen een moeder en haar moeilijk handelbare zoon komt op de proef te staan wanneer zij hem weer in huis haalt. Maar de tussenkomst van een buurvrouw biedt hoop op verandering.

Het is het Canada van 2015, waarin een nieuwe wet van kracht is: het direct laten opnemen van je kind, als blijkt dat die thuis onhandelbaar is en de zorg niet langer gewaarborgd kan worden.

Recensie Mommy

Instelling
In die wetenschap volgen we moeder Diane en haar vijftienjarige zoon Steve, die weer in huis wordt opgenomen nadat hij een tijdje in een instelling zat. De hulpverlener drukt haar nog eens op het hart dat haar kind onhandelbaar is. Maar de andere optie – overplaatsen naar een justitiële inrichting – wil Diane beslist niet.

De kijker volgt het tweetal in een poging er het beste van te maken. Steve, belast met een extreme vorm van ADHD en geweldsuitspattingen, en Diane, die er zo haar eigen manieren van opvoeden op na houdt. Al snel mondt de hereniging uit in oplopende spanningen en ruzies, maar desondanks houdt de spil – de onvoorwaardelijke liefde voor elkaar – stand.

En dan is er de plotse tussenkomst van een buurvrouw, de stille en emotioneel labiele Kyla. Wanneer zij Steve na een van zijn woede-uitbarstingen helpt, wordt zij als vanzelfsprekend in het moeilijke gezin opgenomen. Ondanks de zichtbare klassenverschillen – Kyla met haar goed verzorgde uiterlijk en achtergrond als lerares tegenover een grofgebekte en ordinair uitziende Diane – vinden ze steun bij elkaar.

Onmiskenbaar Dolan
Xavier Dolan, ook wel het Canadese wonderkind genoemd, imponeerde in 2009 op 19-jarige leeftijd met J’ai tué ma mère, waarin hij zelf de hoofdrol speelt en als jonge homoseksueel in de clinch ligt met zijn dominante moeder. Inmiddels heeft hij een indrukwekkend rijtje films op zijn naam staan; een trefzekere visuele stijl en complexe, emotievolle verhoudingen vormen zijn handelsmerk.

Zo ook in Mommy, misschien wel Dolans meest intieme project tot nu toe. Visueel opmerkelijk vanwege het kleine kader (1:1 aspect-ratio), met als gevolg dat je als kijker dicht op de huid van de personages zit. Die toch al zijn aangewezen op hun kleine wereld met elkaar. Maar laat dit dan wel een wereld zijn die geregisseerd is door Dolan en bijna uit zijn voegen barst van hysterie. Dialogen vol vuur, emotie en leven. De rond stuiterende, losbandige Steve, zijn net zo emotievolle moeder en de stille Kyla, die door al dat leven zelf weer tot bloei komt.

Recensie Mommy

Emotioneel overrompelend
Niet dat het een volmaakte drie-eenheid betreft, integendeel. Steve’s gedrag werkt als een katalysator voor problemen, ook al blijkt hij in zijn hart een goede jongen. Rekeningen stapelen zich op, zorgen nemen toe. Ieder voor zich doet zijn best om zich aan te passen aan het leven, maar vlucht er tegelijkertijd voor.

Sterke troef van de film zijn Antoine-Olivier Pilon en Anne Dorval (haar vierde optreden in Dolans films) in hun rollen van Steve en Diane. In al hun luidruchtigheid, eerlijkheid en liefde voor elkaar kunnen zij niet anders dan de kijker beroeren. Vreemde eend in de bijt is Kyla (Suzanne Clément, eerder in Dolans Laurence Anyways te zien), van wie je je afvraagt wat zij precies in het ontwrichte gezin te zoeken heeft. Haar rol wordt verder niet uitgediept, afgezien van haar band met het disfunctionele duo. Voor Steve en Diane lijkt dat echter niet uit te maken. Voor hen is Kyla een welkome afleiding, iemand die onpartijdig en onbevooroordeeld aan hun zijde staat. Want de onmacht, eenzaamheid en de letterlijke schreeuw om aandacht die boven alles uittorent, blijft na het zien van een emotioneel overrompelende, ruim twee uur durende zit op het netvlies gebrand.

 

12 november 2014

 
ALLE RECENSIES

Whiplash

****

recensie  Whiplash

Bloed, zweet en drums

door Suzan Groothuis

Om tot een van de beste jazzdrummers te horen moet je tot het uiterste gaan. Immers, saxofonist Charlie Parker werd pas Bird toen Philly Joe Jones een bekken naar zijn hoofd gooide.

Andrew (Miles Teller, Rabbit Hole, The Spectacular Now) is een jonge jazzmuzikant die de beste drummer van zijn prestigieuze conservatorium wil worden.  Wanneer hij aan het oefenen is wordt hij opgemerkt door Terence Fletcher (J.K. Simmons, Spider-Man, Juno). Fletcher is een briljante docent die er om bekend staat muzikanten tot grote hoogten te brengen. Maar zijn lesmethoden zijn ook omstreden.

Van Andrews drumsessie lijkt hij niet onder de indruk. De man is zelfs al vertrokken, voordat Andrew er erg in heeft. Maar dat zijn spel wel zeker opgemerkt is, blijkt wanneer Fletcher hem op een later moment uit een les plukt. Hij vraagt Andrew voor zijn jazzband te drummen en te laten zien wat hij in huis heeft.

Recensie Whiplash

Tot het uiterste
Vanaf dat moment ontwikkelt zich een gespannen verhouding tussen een jonge, getalenteerde jazzdrummer die de beste wil zijn en een docent die het maximale uit zijn studenten wil halen. Fletcher zoekt herhaaldelijk Andrews grenzen op door het uiterste van hem te vragen. En Andrew onderwerpt zich aan de grillen van zijn leermeester, maar balanceert daarbij op het randje van zijn fysieke en psychische kunnen.

In zijn thematiek doet Whiplash wat denken aan films als Black Swan en The Wrestler (beiden van Darren Aronofsky), waarin het lijntje tussen passie en waanzin dun is. Hoewel Whiplash lichter is van toon en uiteindelijk ook optimistischer, zijn er overeenkomsten: de lichamelijke en psychische opoffering van een passie of sport die volledige toewijding vraagt.

Aronofsky deinsde in zijn films niet terug voor het tonen van de gevolgen van de fysieke inspanningen, zoals de krakende pezen en uitputting van Natalie Portman in Black Swan. In Whiplash drumt Andrew tot bloedens toe. Overigens niet geënsceneerd: acteur Miles Teller, die al vanaf zijn vijftiende drumt, kreeg blaren op zijn handen dankzij de krachtige en onconventionele stijl van jazz drummen. Daarbij werd hij in de meest intense scènes door regisseur Damien Chazelle aangemoedigd om door te gaan totdat hij uitgeput was.

Goed is niet goed genoeg
Whiplash is echter meer dan een fysieke en psychische uitputtingsslag. De passie voor muziek en daarin willen excelleren en van betekenis willen zijn staan op de voorgrond. Hoezeer Fletcher ook brult, drilt en zijn studenten tot het uiterste drijft, zijn beweegredenen zijn helder: “I push people beyond what’s expected of them. I believe that’s an absolute necessity.”

Recensie Whiplash

Niet dat dit van Fletcher een sympathiek personage maakt, want de man is in zijn vak een omstreden, manipulerende klootzak. Maar hij is wel iemand die zichzelf ten doel heeft gesteld het beste in de ander naar boven te halen. Het vinden van een nieuwe Charlie “Bird” Parker. Daar tegenover staat de getalenteerde jonge Andrew: “I want to be one of the greats”.

Miles Teller en J.K. Simmons zijn in hun rollen volledig aan elkaar gewaagd. Twee gedreven, gepassioneerde karakters die de beste in hun vak willen zijn en het elkaar daarin niet gemakkelijk maken. In de zinderende slotscène wordt feilloos duidelijk hoe de verhoudingen liggen en bovendien een knap staaltje drummen weg gegeven. Whiplash  is een film over absolute toewijding, waarin “goed gedaan” niet goed genoeg is. Of in Fletchers treffende bewoordingen: “There are no two words in the English language more harmful than ‘good job’.”

Whiplash won op het Sundance Festival in Amerika zowel de jury- als de publieksprijs. Recent werd de film op het Leids Filmfestival vertoond, waar hij de American Indie Competition won. En dan te bedenken dat regisseur Damien Chazelle de financiering voor zijn film maar met moeite rond kreeg. Daarvoor was eerst een korte versie van Whiplash (2013) nodig.

 

11 november 2014

 
ALLE RECENSIES

LIFF 2014 – Deel 3

Verslag LIFF 2014: Deel 3 (slot)

door Suzan Groothuis

In dit laatste deel van LIFF aandacht voor de verdwijning van een moeder in Gregg Araki’s nieuwste White Bird in a Blizzard. En Kristen Wiig laat in The Skeleton Twins zien ook serieuze rollen aan te kunnen.   

 LIFF 2014 White Bird in a Blizzard

White Bird in a Blizzard (2014, Gregg Araki)
Onbewogen verdwijning

Toch maar proberen, deze nieuwste Araki, na het teleurstellende Kaboom uit 2010. In White Bird in a Blizzard draait het om de jonge Kat (Shailene Woodley) wiens moeder verdwijnt wanneer zij 17 jaar oud is. Wat er is gebeurd blijft in het ongewisse, maar feit is wel dat het de laatste jaren geen pretje was in het gezin. Voor de buitenwereld de perfecte huismoeder, is Eve (Eva Green: The Dreamers) voor haar dochter en man een kille, afstandelijke bitch. Niet dat dit altijd zo geweest is: in haar kinderjaren was Kat haar moeders favoriet en leken haar ouders gelukkig samen.

Naarmate de tijd verstrijkt, laat de verdwijning Kat niet langer onberoerd. Herinneringen aan en dromen over haar moeder (getoond in kitscherige, besneeuwde sequenties) laaien de wens om de waarheid naar boven te halen op. Wat een spanningsvolle film zou kunnen zijn – een jong tienermeisje worstelt met haar eigen emoties, volwassenwording en een heftige jeugdervaring – mondt echter uit in een film die noch beroert, noch verrast. Sterker nog, White Bird in a Blizzard grossiert in zwakke dialogen, een mager scenario, een over the top acterende Eva Green en als kers op de taart een van de pot gerukte plottwist. De hoop dat Araki nog een film maakt van het niveau van Mysterious Skin, wordt na het zien van deze draak wel heel erg klein.

LIFF 2014 The Skeleton Twins

The Skeleton Twins (2014, Craig Johnson)
Twee zielen, een gedachte

Milo en Maggie zijn een tweeling en hebben elkaar al tien jaar niet gezien. Het lot wil dat ze toevallig op precies dezelfde dag zelfmoord willen plegen. Voor Milo leidt dat tot een niet geslaagde poging, want dankzij de harde muziek van Blondie slaan de buren alarm. En precies wanneer Maggie een handjevol pillen naar binnen wil werken, wordt ze gebeld dat Milo in het ziekenhuis is opgenomen.

Beide levens lopen dus anders dan verwacht, helemaal wanneer het tweetal weer met elkaar herenigd wordt. Maggie besluit Milo tijdelijk in haar huis op te nemen, totdat hij zich weer beter voelt. Dat dit nog een behoorlijke beproeving is, blijkt wel uit onbesproken zaken uit het verleden en de aanwezigheid van Maggies man Lance, een onbeholpen goedzak.

In The Skeleton Twins bewijst Kristen Wiig, bekend van haar komische rollen in Bridesmaids en Forgetting Sarah Marshall, ook dat ze meer serieuze rollen aankan. Balancerend op het randje van tragikomisch wordt het wel en wee van de tweeling gevolgd, wat leidt tot een aantal mooie en oprechte momenten. Natuurlijk valt er ook wat te lachen, zoals de cynische grappen die Milo en Maggie op elkaar afvuren. Buiten een scène die de nodige onderbroekenlol bevat en ‘eind goed, al goed’ ook in deze film opgaat in een vergezochte slotscène, is The Skeleton Twins verder prima verteerbaar. Vooral dankzij het overtuigende acteerwerk van Wiig, maar ook Bill Hader en Luke Wilson die allen hun komische talent combineren met invoelbare menselijke kwetsbaarheid.

 

10 november 2014

 

PREVIEW LIFF 2014

LIFF 2014 DEEL 1

LIFF 2014 DEEL 2

LIFF 2014 – Deel 1

Verslag LIFF 2014: Deel 1

door George Vermij en door Suzan Groothuis

In ons eerste deel aandacht voor een complexe band tussen bewaker en gevangene in Camp X-Ray. Een postapocalyptische tocht in The Well. Kat-en-muisspelletjes tussen een Israëlische geheim agent en een Palestijnse informant in Bethlehem. En surrealistische relatietherapie in The One I Love. 

LIFF 2014 The Well

The Well (2014, Thomas S. Hammock)
Water en hoop

The Well is het zelfverzekerde debuut van production designer Thomas S. Hammock dat ondanks wat schoonheidsfoutjes laat zien dat deze regisseur wel wat in zijn mars heeft. De film speelt zich af in een grimmige toekomst waar het niet meer regent. In een dor woestijnlandschap probeert de jonge Kendal te overleven door water te zoeken. Zij zorgt ook voor een zieke bedlegerige vriend. Al snel moet zij het opnemen tegen andere dorstige overlevers en tegen een sinistere groep die zich al het water toe-eigent.

Hammock hanteert herkenbare elementen die je kent van postapocalyptische films zoals The Road (2009) of de serie The Walking Dead. Ook in The Well is niemand te vertrouwen en is de mens voor zijn medemens een genadeloze wolf. Ondanks het lage budget weet Hammock een nare sfeer neer te zetten door een goed gebruik van het Amerikaanse woestijnlandschap en mooie weidse shots. Het acteerwerk is niet altijd even sterk en de dialogen soms houterig, maar actrice Haley Lu Richardson is overtuigend als een overlever met een moraal en een kwetsbare vechtersbaas. Haar rol doet denken aan de vindingrijke Jennifer Lawrence in Winter’s Bone (2010) die ondanks onoverkomelijke tegenslagen doorvecht. Na het zien van The Well  vraag jij je als kijker al snel af wat Hammock zou maken met een groter budget. (GV)

LIFF 2014: Camp X-Ray

Camp X-Ray (2014, Peter Sattler)
Afstand en nabijheid op Guantanamo

De jonge soldaat Cole (Kristen Stewart, Twilight, 2008), Clouds of Sils Maria, 2014) komt als nieuwe bewaker aan op Guantanamo Bay. Al snel wordt ze opgenomen in het harde regime. Ze moet zo min mogelijk contact met de gedetineerden aangaan en ervoor waken persoonlijk te worden. Want dat kunnen ze alleen maar tegen je gebruiken.

In eerste instantie volgt Cole netjes haar orders op, totdat ze gedetineerde Ali (Peyman Moaadi: A Separation, 2011) ontmoet. Niet dat hun eerste contact vlekkeloos verloopt: integendeel. Maar wanneer Ali na een niet zo’n fijn incident bestraft wordt, ziet Cole de inhumane kanten van haar werk. Geleidelijk aan ontstaat er een band. Ali, een man die alles verloren heeft en zich afvraagt wat de zin van zijn leven is. En Cole, een soldaat die iets zinnigs wil doen in haar leven en, naar haar collega’s zeggen, moet babysitten op een stel schapenherders.

Dankbaar is het werk niet. Het draait om vaste, kille routines. Naarmate Cole emotioneel meer betrokken raakt bij Ali, stelt zij zichzelf en haar collega’s kritische vragen ten aanzien van humaniteit en onschuld. Maar daarmee brengt zij ook haar eigen positie in gevaar.

Kristen Stewart, die met deze film definitief haar Twilight-imago van zich afschudt, en Peyman Moaadi overtuigen in hun kwetsbare band. Hij gedwongen tot gevangenschap, zij tot het opvolgen van orders. Op integere wijze toont debuterend regisseur Peter Sattler hoe twee mensen ondanks hun tegenstellingen nader tot elkaar komen. Zonder de emotie er te dik bovenop te leggen: daarvoor zijn het spel van de verbeten Cole en de provocerende, maar uiteindelijk naar aandacht zoekende Ali te subtiel. Want de kijker voelt de menselijkheid waar beiden zo hard naar op zoek zijn. (SG)

LIFF 2014: Bethlehem

Bethlehem (2013, Yuval Adler)
Heulen met de vijand

Bethlehem laat op overtuigende wijze de complexiteiten van het conflict tussen de staat Israël en de Palestijnen zien. De film richt zich op de jonge Palestijnse informant Sanfur. Hij is een grillige persoon die opkijkt naar zijn broer die aanslagen leidt tegen de joden. Sanfur heeft echter ook een bijna vaderlijke band opgebouwd met de Israëlische inlichtingenofficier Razi. Na een zelfmoordaanslag heeft Razi het gemunt op Sanfurs broer en probeert hij te achterhalen waar die zich schuilhoudt.

Bethlehem wisselt dit af met een verhaallijn waarin getoond wordt hoe verschillende Palestijnse facties concurreren met elkaar en verschillende belangen nastreven. Sanfur valt geleidelijk aan tussen het wal en het schip van het bloedige conflict. Bethlehem is op zijn sterkst op de momenten waarin getoond wordt hoe elke partij gebruik maakt van vieze methoden en het uiteindelijke niet al te nauw met de moraal neemt. Ondanks dat vallen er aan alle kanten slachtoffers, zonder dat er sprake is van enige vorm van vooruitgang. Daarmee lijken de partijen ondanks hun religieuze verschillen verdacht veel op elkaar. (GV)

LIFF 2014: The One I Love

The One I Love (2014, Charlie McDowell)
De ideale partner

Het echtpaar Ethan en Sophie verkeert in crisis. Hun therapeut ziet maar één uitweg en dat is een idyllisch uitstapje naar een vakantiehuis dat hij van harte aanbeveelt. Want, niet onbelangrijk, dat heeft eerdere stelletjes gered van hun relatiecrisis.

Wanneer Ethan en Sophie er aankomen, lijkt het verblijf te mooi om waar te zijn. Check die prachtige tuin en hip ingerichte woning met platenspeler! Tot hun verbazing is er ook nog een gastenverblijf, waar hun uitgedoofde romances weer gaan gloeien. Maar dan doen Ethan en Sophie een schokkende ontdekking, die hun romantisch bedoelde uitje op zijn kop zet.

The One I Love houdt midden tussen komedie en jawel, sciencefiction! Origineel en verfrissend (denk aan Charlie Kaufmans scripts voor films als Eternal Sunshine of the Spotless Mind, 2004), maar naar het einde toe wel verwarrend. Acteurs Mark Duplass (die samen met zijn broer de film produceerde en eerder te zien was in LIFF-vertoning Safety Not Guaranteed, 2012) en Elisabeth Moss (Peggy uit de serie Mad Men) zijn goed op elkaar ingespeeld en weten vooral in het begin voor komische noten te zorgen. Vanaf de tweede helft wordt de toon serieuzer en het script vager. The One I Love mondt uit in een soort comedy meets drama meets thriller meets sciencefiction. Een beetje teveel van het goede dus, maar vooralsnog een film die met zijn creatieve thema wel blijft hangen. (SG)

 

6 november 2014

 

PREVIEW LIFF 2014

VERSLAG LIFF 2014 DEEL 2

VERSLAG LIFF 2014 DEEL 3

 

Top 10 horror voor de nieuwe eeuw

Top 10 horror voor de nieuwe eeuw

The Cabin in the Wood

Op Halloween maken we even de balans op. Horrorfilms zijn er genoeg, maar er zitten meer miskleunen dan successen tussen. InDeBioscoop richt zich op films die na 2000 zijn verschenen en in het oog springen door hun rake portie geweld, extremiteit of juiste mix van clichés en verrassingen. Hieronder een selectie van films die je gezien moet hebben, mits je een sterke maag hebt.

door Suzan Groothuis

1. – Martyrs (2008, Pascal Laugier)

Over het Franse Martyrs kan één ding gezegd worden: het gaat de grenzen van de horror voorbij. In de film draait het om de wraak van een jonge vrouw, die als kind gemarteld werd maar wist te ontsnappen. Op latere leeftijd is ze vastbesloten haar martelaren te wreken. Wanneer ze de plek des onheils terugvindt, blijken er in de kelders van het huis donkere, duistere praktijken plaats te vinden die je maar beter kan vermijden. Dat de Fransen goed zijn in het maken van schokkende, realistische horrorfilms bewijst Martyrs opnieuw. Sterker nog, deze film kan als vlaggenschip van de nieuwe lichting Franse horror gezien worden. Wat begint als sterke, onvoorspelbare thriller mondt uit in een zieke, psychologische horror. Martyrs speelt met de grenzen tussen leven en dood, met lichamelijke en psychische pijn, met vechten en acceptatie van je lot. Een zware hap en een waarbij je met regelmaat weg kijkt, want zoveel ellende is slecht te verduren. Toch blijft de film met zijn diepere boodschap hangen en is Martyrs meer dan een wrede film waarin mensen tot het uiterste gaan om het pure martelaarsdom te bereiken. Intens heftig.

2. – À l’intérieur (2007, Alexandre Bustillo en Julien Maury)

À l’intérieur (Inside) is ook zo’n voorbeeld van harde, realistische Franse horror waarin je regelmatig een ‘smack in the face’ krijgt. Vier maanden na de dood van haar man wordt een zwangere vrouw lastiggevallen door een indringer in haar huis. De indringer begint steeds gevaarlijkere vormen aan te nemen. Wat begint als dreigend en unheimisch, wordt al snel bizar en gewelddadig. Ook deze film speelt met de grenzen van geweld. Ben je dierenliefhebber en zwanger? Niet kijken, tenzij je wilt zien hoe een kat fijn geknepen wordt en een baby op bizarre wijze ter wereld komt. Met Béatrice Dalle (Betty Blue, 1986) als gestoorde engel des doods.

3. – May (2002, Lucky McKee)

Van Lucky McKee mogen er twee films in dit rijtje. De Amerikaan maakte in 2002  indruk met het vervreemdende, op horror en drama leunende May. May is een jonge vrouw met trauma’s uit het verleden. Onzeker, geen vrienden en toch ook wel wat wereldvreemd. Niet gek als je beste vriend een pop is, opgesloten in een glazen kooi. Eenmaal volwassen is May nog steeds een eenling. Maar wanneer zij Adam ontmoet, wordt zij verliefd. Haar bizarre en vreemde gedrag zorgt echter voor afstand. Wanneer haar geliefde pop per ongeluk valt en kapot gaat, zijn letterlijk de poppen aan het dansen. May gaat tot het uiterste om zichzelf én haar pop gelukkig te maken en gaat daarbij over lijken. McKee’s film resulteert in een bizarre, verrassende mix van eenling zijn, hunkering naar aandacht en uh… een ietwat ziekelijke geest.

4. – The Woman (2011, Lucky McKee)

The Woman (2011) is mogelijk nog absurder dan May. Angela Bettis, die de rol van May op zich nam, is nu Belle, moeder van twee kinderen en getrouwd met een advocaat . Een doorsnee gezin, zou je kunnen zeggen, maar niets is wat het lijkt. Manlief blijkt namelijk te beschikken over een verdorven, zieke geest, evenals zoontje Brian. Dat blijkt wel als ze uit jagen gaan en plots stuiten op een wilde vrouw (Pollyanna McIntosh: Filth (2013)). Ze wordt gevangen en meegenomen naar hun huis, alwaar ze stiekem opgesloten wordt in de kelder en onderworpen wordt aan nare, seksuele spelletjes. Het duurt niet lang voordat Belle daarachter komt en algauw raakt het gezin in de ban van de vreemde, wilde vrouw uit het bos. Wat volgt? Ontwrichte gezinsverhoudingen, verachting en veel bloederig geweld! The Woman laat op zwartkomische en gruwelijke wijze zien wat er gebeurt als je zomaar iemand uit zijn habitat losrukt en foute intenties hebt.

5. – You’re Next (2011, Adam Wingard)

Een familiefeest mondt uit in een meedogenloze slachtpartij. Heel subtiel overigens, waarbij de moorden aankomen als een mokerslag in het gezicht. Denk je even naar buiten te rennen om hulp te halen, wordt je keel doorgesneden door een onzichtbaar gespannen draad! De moordenaar is overigens al in een vroeg stadium te zien, waarbij zijn hoofd gesierd wordt door een dierenmasker. Maar hé, is het wel één moordenaar of sluipen er meerdere killers met verschillende dierenmaskers rond? En wat is de reden dat dit familiefeestje zo bruut moet eindigen? Regisseur Adam Wingard (ook bekend van voorganger A Horrible Way To Die (2010)) weet horrorclichés te vermijden door de kijker steeds op het verkeerde been te zetten. Het levert een mix van spanning, naargeestigheid en vermaak op. En is een van de horrorverrassingen van de laatste jaren.

6. – The Den (2013, Zachary Donohue)

Recente horror die mikt op het gevaar van chatprogramma’s en het internet. Een jonge vrouw bestudeert via een nieuw chatprogramma, The Den, de gewoonten van webcam-gebruikers. Wat begint als onschuldig, mondt al snel uit in een gruwelijke constatering: het aanschouwen van een online moord. Waar of niet? Wanneer ze haar netwerk erbij betrekt en probeert te achterhalen of de moord daadwerkelijk heeft plaatsgevonden, begint de horror pas echt. Haar computer krijgt een virus, vrienden verdwijnen. Dit alles volledig gefilmd vanuit de webcam, wat een realistisch effect op de kijker heeft en je aan het denken zet over de privacygevoeligheid van je internetgebruik. In The Den waan je je even in een ‘real life’ snuff movie en dat voelt behoorlijk beangstigend. Gelukkig is dit een film. Of toch niet?

7. – Eden Lake (2008, James Watkins)

Een romantisch weekend weg krijgt een heel andere wending, wanneer het jonge stel Jenny (Kelly Reilly) en Steve (Michael Fassbender) het aan de stok krijgt met jonge Britse schoffies. Wat eerst onschuldig gepest lijkt, mondt al snel uit in ware terreur. Er rest maar één ding en dat is vluchten voor deze nare tieners en hun hond. Hoezeer een idyllische trip kan veranderen in een hel bewijst Watkins met zijn grimmige, op randje van thriller en horror drijvende debuut. Vooral het machteloze gevoel dat zich van de kijker meester maakt imponeert. Dus zo voelt zinloos geweld! Er zijn flink wat bloederige segmenten, waarbij de grenzen van lichamelijke pijn verkend worden. Hoe goed de schoffies het bloed onder je nagels vandaan halen, bewijst onder meer de jonge acteur Jack O’Connell (inmiddels een behoorlijke staat van dienst met films als This is England (2006) en Starred Up (2013)). Eden Lake grijpt je bij de strot en laat niet meer los.

8. – The Cabin in the Woods (2012, Drew Goddard)

The Cabin in the Woods lijkt de zoveelste slasherfilm: vijf vrienden bezoeken een afgelegen huisje aan een meer. Onderweg ontmoeten ze een rare snuiter die hen waarschuwt over hun terugkeer. Natuurlijk gaan de vijf toch. De kijker raadt het al: hun onvermijdelijke ondergang nadert. Maar scriptschrijvers Joss Whedon (The Avengers, 2012 en Buffy the Vampire Slayer, 1997) en Drew Goddard hebben een ander plan: niets is namelijk wat het lijkt! The Cabin in the Woods bevat een origineel, humoristisch script en zit vol verrassende wendingen. Alle horrorclichés worden door de mangel gehaald en dat levert eens een lekker afwijkende, verfrissende film op. Die overigens goed in elkaar zit, want van begin tot eind weten Whedon en Goddard je bij de les te houden en op een verkeerd spoor te zetten! Met een eindscène waarmee de filmgeschiedenis weer een flamboyant horrorfiguur rijker is.

9. – Let the Right One In (2008, Tomas Alfredson)

Misschien een vreemde eend in de bijt, deze Zweedse vampierfilm. Want Let the Right One In (Låt den rätte komma in) is meer drama dan horror, hoewel er een fijne lijn tussen de genres te bespeuren is. De jonge Oskar is kwetsbaar. Met zijn tengere uiterlijk is hij voer voor pestkoppen. Maar zijn leven verandert wanneer hij de mysterieuze Eli ontmoet. Ze is niet alleen zijn buurmeisje, maar ook een vampier. Haar verzorger vermoordt mensen voor haar, want ze heeft bloed nodig om te kunnen blijven leven. Er ontwikkelt zich een vriendschap, waarbij Oskar naast gevoelens voor haar meer voor zichzelf op leert komen. Tegelijkertijd wordt hij met Eli’s ware zijn geconfronteerd en de onvermijdelijke horror die dat met zich meebrengt. Let the Right One In is voorzien van prachtige shots in een besneeuwde buitenwijk van Stockholm. Buiten de mooie cinematografie zetten de twee jonge acteurs indrukwekkende prestaties neer. Een grimmig maar ook schoon sprookje over de eenzame positie van buitenstaander, vriendschap en afrekenen met je kwelgeesten.

10. – In My Skin (2002, Marina de Van)

De jonge, ambitieuze Esther krijgt na een feestje een ongeluk. In eerste instantie lijkt het allemaal wel mee te vallen met de schade, maar eenmaal thuis ontdekt ze een flinke jaap in haar been. Vanaf dat moment ontstaat er een fascinatie. Waarom voelt ze niets? En waarom voelt ze zich zo aangetrokken tot de wond? In My Skin (Dans ma peau) verwordt tot een intens vleselijk drama, wanneer Esther haar eigen lichamelijke pijngrenzen onderzoekt. Balancerend tussen realistisch drama en horror toont Marina de Van, die ook de hoofdrol voor haar rekening nam, hoe Esther steeds meer opgaat in haar eigen vleselijke wereld. Met als gevolg dat je als kijker regelmatig weg moet kijken. Want de vleselijke fascinaties worden met precisie getoond. De incisies in haar lichaam. Het afpulken van haar huid. In My Skin  is een film die letterlijk onder je huid kruipt. Schokkend, maar ook pijnlijk om een vrouw die alles had, zichzelf psychisch en emotioneel te zien verliezen.

31 oktober 2014

 

Alle leuke filmlijstjes

Wild Tales

***

recensie  Wild Tales

Zes woeste ritten door het leven

door Suzan Groothuis

In zes korte verhalen volgen we diverse personages omgeven door pech, geweld of corruptie. Op humoristische én wrede wijze speelt regisseur Damián Szifrón met hun lot in een maatschappij waar het hen niet gemakkelijk wordt gemaakt.

In het eerste filmpje neemt een vrouw haar intrede in een vliegtuigcoupé en raakt aan de praat met de man naast haar. Beiden blijken iemand van vroeger te kennen. Zij heeft een relatie met hem gehad, hij heeft zijn muzikale kunsten genadeloos afgekraakt. Hoe zou het deze jongeman verder vergaan zijn? Dan mengt de een na de ander zich in het gesprek, want – toeval of niet – alle reizigers blijken wel een connectie met deze persoon te hebben. Maar er is een hoger plan, een waarin afgerekend wordt met kwelgeesten vanuit het verleden. Dat blijkt wel uit de verrassende eindshot van dit korte verhaal, waarin verwardheid, absurdisme en tragiek samenkomen.

Recensie Wild Tales

Wild Tales (Relatos salvajes) is een bundeling van zes verhaaltjes, waarin een lijn van geweld, corruptie, wraak en opoffering te ontdekken valt. Allemaal luchtig gebracht overigens, want de nodige portie humor ontbreekt er niet in.

Het weerzien met een ongenode gast loopt slecht af, een ingenieur raakt steeds meer in de problemen na een incident met een parkeerboete, een man die jarenlang in dienst is bij een rijk gezin moet opdraaien voor een auto-ongeluk dat de zoon des huizes heeft veroorzaakt. Straffe zaken dus, waarin buiten de wispelturigheid en hardheid van mensen de Argentijnse maatschappij onder de loep wordt genomen. Omkoping en onrecht zijn aan de orde van de dag.

Bloed op de bruidstaart
De finale wordt ingezet met een bruisend huwelijksfeest, maar ook dat is van korte duur. De gelukzalige bruid komt erachter dat manlief er een affaire op na hield met zijn sensuele collega. Vanaf het moment dat hij toegeeft is het feest een slagveld van gebroken glas, omgevallen taart en bloedsporen.

Szifrón hanteert een mix van tragikomedie en wreedheid. Zijn korte verhaaltjes doen wat denken aan die van Roald Dahl, in wiens Kiss Kiss en Someone Like You een macabere kwaadwilligheid de toon voert en de mens wordt afgeschilderd als zelfzuchtig wezen. Ieder filmpje, overigens in speelduur verschillend, laat zien dat geluk en stabiliteit geen vanzelfsprekendheid zijn. Je leven kan plots veranderen, waarbij spanning, onrecht en irritatie het beest in de mens naar boven halen. Ofwel getriggerd door een corrupte maatschappij, ofwel door op macht en wraak beluste mensen om je heen, ofwel vanuit je eigen ontembaarheid.

Recensie Wild Tales

Onverschillig leedvermaak
In de korte verhaaltjes domineert een zwartkomische toon boven de problemen die daadwerkelijk spelen. Echt naargeestig en indringend (zoals Dahls korte verhalen) wordt het daardoor niet, waarbij ook speelt dat niet ieder filmpje inhoudelijk even sterk is. Zo werkt het verhaal van de ingenieur (met acteur Ricardo Darín, bekend van The Secret in Their Eyes (2009) en Nine Queens (2000)) naar een geforceerde en wat voorspelbare climax toe.

In ieder verhaal draait het om een plotse, dik aangezette ontknoping. Invoelen met de personages is er niet bij, daarvoor zijn ze te eendimensionaal neergezet. Wild Tales is vooral een dolle, op momenten hilarische rit door het leven. Origineel en verfrissend, dat wel, maar wat blijft hangen is het gevoel van onverschillig leedvermaak.

 

29 oktober 2014

 
ALLE RECENSIES

Song from the Forest

****

recensie  Song from the Forest

Terug naar hypnotiserende eenvoud

door Suzan Groothuis

Gegrepen door hun muziek en de ongereptheid van de natuur besloot de Amerikaan Louis Sarno zich 25 jaar geleden bij de Bayaka, een Pygmeestam, te voegen. Song from the Forest toont een man die zich laat leiden door passie, maar tegelijkertijd dringt de vraag zich op hoe lang hij nog in zijn dorp kan blijven wonen. 

Michael Obert (Duits auteur en journalist die voornamelijk verslag doet vanuit Afrika) toont in zijn eerste film hoe de Amerikaan Louis Sarno koos voor een leven in Centraal-Afrika tussen de Bayaka, een Pygmeestam van jagers en verzamelaars.

 Recensie Song from the Forest

Meer dan 25 jaar geleden werd Louis gegrepen door een lied op de radio. Hij volgde het geluid tot in de regenwouden van Centraal-Afrika, waar hij uitkwam bij de Bayaka, een van de oudste stammen op aarde. Louis, onder de indruk van hun cultuur en muzikaliteit, besloot er te blijven. Nu is hij een van hen, spreekt de taal en heeft een vrouw en een zoon, Samedi. De muziek, ‘polyphonic singing’, vormt een essentieel onderdeel van het bestaan van de Bayaka. Een mix van zang, repetitieve ritmes en de geluiden die de natuur rijk is. Louis maakte afgelopen jaren zo’n duizend uur aan unieke muziekopnames.

Bevoorrechte positie
De film is in twee helften op te delen: de eerste helft volgt Louis in Afrika, waar de camera het leven dat hij leidt vastlegt. Een leven van eenvoud, waarbij de relatie tussen mens en natuur centraal staat. Louis vertelt hoe hij tot zijn keuze kwam om naar Afrika en deze specifieke Pygmeestam te trekken. De muziek, het jagen en de blijdschap van de mensen hadden een hypnotiserende werking op hem. Dat hij zijn leven voor een deel bij de Bayaka heeft mogen doorbrengen ziet Louis als bevoorrecht.

Het tweede deel van de film volgt Louis in Amerika. Toen zijn zoontje ernstig ziek was, beloofde Louis hem zijn thuisland te laten zien. Tijdens zijn bezoek ziet hij zijn goede vriend Jim Jarmusch en zijn broer. Zij vertellen over Louis’ beweegredenen om naar Afrika te trekken, een keuze die zij respecteren. Maar een keuze die voor zijn ouders moeilijk te begrijpen was – pas op zijn sterfbed liet Louis’ vader het idee los dat Louis ooit nog terug zou keren.

Contrast van culturen
De twee culturen vormen een groot contrast met elkaar. In Amerika lijkt Louis te beseffen dat hij geen gemakkelijke keuze heeft gemaakt door in Afrika in eenvoud te leven. Zijn gezondheid staat op het spel, hij heeft schulden en de toekomst van zijn zoontje is onzeker. Tegelijkertijd blijft hij gepassioneerd over zijn ware thuis, de Centraal –Afrikaanse Republiek, waar hij zijn spirituele rust vindt.

Toch blijkt ook Louis ontvankelijk voor de verlokkingen van de Amerikaanse consumptiemaatschappij. In een scène maakt Samedi zich boos over het speelgoed dat hij van zijn vader krijgt. Hoe kan je nou speelgoed meenemen naar het dorp, terwijl mensen bruikbare dingen als schoenen en ondergoed nodig hebben? Samedi’s overpeinzingen roepen vragen op en laten goed de verwarring zien die de reis bij de twee teweegbrengt.

Recensie Song from the Forest

Passie en tragiek
Song from the Forest doet in zijn thematiek denken aan het Mexicaanse Alamar (2009), waar een jongen alvorens hij bij zijn Italiaanse moeder in Rome gaat wonen tijd met zijn vader doorbrengt en teruggeworpen is op een eenvoudig vissersbestaan. De schoonheid van de natuur en repetitieve handelingen brengen een hypnotiserend effect teweeg. Maar tegelijkertijd wacht er een druk en rijker leven op hem. Of Beware of Mr. Baker (2012), waar drummer Ginger Baker van Cream alles achter zich laat en naar Afrika trekt om op te gaan in verslavende ritmes.

Passie, eenvoud en tragiek gaan samen in Song from the Forest. Enerzijds de hypnotiserende schoonheid van een stam die in puurheid leeft, anderzijds de grauwe werkelijkheid van toekomst en rondkomen, die als een grijze sluier van zorgen om Louis heen hangt.

 

26 oktober 2016

 
ALLE RECENSIES

Blind

****
recensie Blind
Zoekende harten in Oslo

door Suzan Groothuis

Voor Ingrid is zien een herinnering. Gekluisterd aan huis geeft ze zich bloot aan haar verlangens en onzekerheden. In zijn opmerkelijke speelfilmdebuut speelt Eskil Vogt met de fantasie, dromen en realiteit van een vrouw die overgeleverd is aan donkerte.

In de openingsscène van Blind zien we visualisaties van herinneringen. Een eik, een gebouw, een Duitse herder. Ingrids kalme voice-over vertelt over haar afnemende vermogen om te visualiseren. Maar ze is ervan overtuigd dat ze zichzelf kan trainen. Iedere dag weer.

Ingrid is een jonge vrouw die plots haar zicht verloren is. Ze leeft teruggetrokken in haar appartement in Oslo, alwaar ze probeert beelden terug te halen. Dat geluid steeds meer op de voorgrond treedt, blijkt uit haar visualisaties van herinneringen. Een druppel die hoorbaar op de grond valt. De wind die door de bomen raast.

Recensie Blind

Ingrids appartement is haar veilige thuishaven, de plek waarover ze controle heeft. Ze leeft er samen met haar man Morten, een architect die vaak op pad is. Ingrid vermoedt – of fantaseert – dat hij haar stiekem gadeslaat terwijl zij in haar stoel zit. Ze hoort hem ademen, maar wanneer zij de ramen sluit is het weer stil. Speelt het geluid met haar, of nemen haar gedachten en fantasieën het over?

Ingekleurde fantasieën en gedachten
Het is een vraag die zich de gehele film opdringt aan de kijker. Om het complexer te maken, is er de introductie van twee personages die geleidelijk aan infiltreren in de levens van Ingrid en Morten. Sterker nog, de eenzame pornoverslaafde Einar zou Morten kunnen zijn en de eenzame, naar contact hunkerende Elin Ingrid. Beide verhaallijnen lopen steeds meer door elkaar heen, ensceneringen veranderen. Zo verplaatst een scène in een café zich opeens naar een tramcoupé, slaat Einar Ingrid stiekem gade en is Elin degene met wie Morten een geheime affaire begint.

Wat waar is en wat niet laat Vogt aan de kijker over. Het gegeven van veranderende locaties en beelden werkt vervreemdend, maar lijkt vooral iets dat zich in de gedachten van Ingrid afspeelt. Beelden glijden als een droom voorbij, net zoals Ingrid zich iedere dag weer in een droom begeeft. Het zwart dat haar omgeeft laat zich inkleuren door haar gedachten en fantasieën. Niet gezien worden en gezien willen worden. Een van de mooiste scènes is die waarin een naakte Ingrid zich tegen het raam van haar appartement drukt. Een beeld waaruit zowel hunkering als eenzaamheid spreekt.

Vervreemdend en intrigerend
Eskil Vogt is geen nieuwkomer in de filmwereld, want hij was medeverantwoordelijk voor het script van Joachim Triers Reprise (2006) en Oslo, 31. august (2011). Scripts die zich kenmerken door jonge creatievelingen die ieder voor zich worstelen met hun artistieke proces en zoektocht naar zichzelf. Beide films hebben duidelijk verwijzingen naar de Nouvelle Vague (zo is Oslo, 31. august een adaptatie van Louis Malles Le feu follet uit 1963). Stilistisch gezien vertoont Blind ook overeenkomsten met die Franse stroming, zoals het spelen met ensceneringen en de onderbrekingen in continuïteit.

Recensie Blind

Blind heeft zijn momenten van betovering, van ongemakkelijkheid en zelfs van humor. Zoals een hardop lezende text messenger op de mobiel. Handig voor blinden, maar als diep persoonlijke boodschappen op die manier met onbekenden gedeeld worden pijnlijk en gênant.

Waar het eerste deel van de film nog licht vervreemdend is, wordt het tweede deel gefragmenteerder en daarmee ontoegankelijker. Verhaallijnen lopen steeds meer door elkaar en sluitende antwoorden worden niet gegeven. Blind is hierdoor geen makkelijke film, maar wel een die op zijn minst beroert. Mede dankzij de sterke vertolking van Ingrid (Ellen Dorrit Petersen, bekend van Troubled Water en King of Devil’s Island), die zonder veel woorden haar eenzame wereld invoelbaar maakt. Uiteindelijk is ieder personage – al zijn ze verwrongen met elkaar – op zoek naar liefde, aandacht en gezien worden.

 

21 oktober 2014

 

MEER RECENSIES

Stonehearst Asylum

**

recensie  Stonehearst Asylum

De relativiteit van waanzin

door Suzan Groothuis

Dat je niet zomaar alles moet geloven wat je ziet, wordt duidelijk na de proloog in Stonehearst Asylum. De film, waarin een jonge, gedreven arts klinische ervaring opdoet in een psychiatrisch ziekenhuis, speelt met gezondheid, waanzin en macht. En dat allemaal met een groot gebaar. 

De film opent met een medische les, waar een chirurg (een korte rol van Brendan Gleeson) een voorbeeld van hysterie laat zien. Een scène die wat doet denken aan de vertoning van The Elephant Man in From Hell (2001). Het is het Victoriaanse tijdperk, waar de psychiatrische ziektebeelden zoals wij die nu kennen nog een mysterie waren. ‘Krankzinnigen’ werden opgesloten in een gesticht, ver weg van de samenleving, terwijl artsen zich over hun problematiek bogen en dubieuze behandelmethoden toepasten.

Recensie Stonehearst Asylum

Onorthodoxe behandelmethoden
Stonehearst Asylum is zo’n gesticht: een imposant, angstaanjagend gebouw ver weg van alles en iedereen. De jonge arts Edward Newgate (Jim Sturgess) is als arts afgestudeerd aan Oxford en wil er klinische ervaring opdoen. Zijn verzoek wordt gehonoreerd, maar bij aankomst is het toch even slikken. Het gesticht, omgeven door zwaar hekwerk, wordt beveiligd door een vervaarlijk uitziende crew onder leiding van Mickey Finn (David Thewlis, Naked). Na de wat vreemde en niet bepaald vriendelijke ontvangst wordt Edward het pand ingeleid, waar hij de hoofdarts, dr. Lamb (Ben Kingsley), ontmoet.

Lamb staat wat achterdochtig tegenover de intenties van de jonge arts. Verbetermethoden zijn niet nodig, het gesticht functioneert immers prima! Maar een rondleiding door het gebouw en een kennismaking met zijn bewoners roept op zijn minst vragen op. Lamb houdt er namelijk onconventionele en onorthodoxe methoden op na. Van een behandeling lijkt nauwelijks sprake: de patiënten worden in hun wanen gelaten en daarin zelfs aangemoedigd.

Schoonheid en intriges
Maar dan wordt Edward gegrepen door de schone Eliza Graves (Kate Beckinsale), een jonge vrouw die de kijker herkent als hysterische patiënte uit de openingsscène. Gefascineerd door haar besluit Edward zijn verblijf op Stonehearst Asylum een kans te geven. Al snel raakt hij verwikkeld in intriges en duurt het niet lang voordat hij de ware bedoelingen van de diabolische dr. Lamb en zijn crew achterhaalt.

Stonehearst Asylum (oorspronkelijke titel Eliza Graves) is gebaseerd op een kort verhaal van Edgar Allan Poe. In handen van regisseur Brad Anderson, bekend van de donkere thrillers Session 9 (2001) en The Machinist (2004), is het een zwaar aangezette mix van thriller, horror, kostuumdrama en satire geworden. Prachtig geschoten, dat wel, met veel oog voor decors en setting. De opnamen vonden plaats in Bulgarije, waarin het statige, spookachtige gebouw een goede keuze is, maar het bergachtige landschap weinig overeenkomsten vertoont met het Britse platteland.

Recensie Stonehearst Asylum

Bombastisch en gladgestreken
Net als in zijn vorige films speelt Anderson met plottwists, die voor de kijker in Stonehearst Asylum echter onverrassend zijn. “Believe nothing you hear, and only one half that you see”, horen we niet voor niets meerdere malen als quote in de film terug. Het van meet af aan geforceerd op je hoede zijn (denk d’r om, niets is wat het lijkt!) in combinatie met een voorspelbaar narratief verloop maken dat mindfucks ontbreken, in tegenstelling tot het sterkere Shutter Island (2010) van Scorsese of de recente horrorserie American Horror Story: Asylum (2011).

Het gevoel dat de kijker overmeestert is dat van bombast, alsof Anderson alles uit de kast heeft moeten trekken om met zijn film te overtuigen. De topcast (Ben Kingsley en Michael Caine zijn aangetrokken als grote namen) en de dure productie ten spijt, gaat Stonehearst Asylum gebukt onder zijn eigen pretenties. Het duistere randje aan het begin maakt plaats voor een zoete happy ending, waarbij waanzin maar een relatief begrip blijkt te zijn.

 

20 oktober 2014

 
ALLE RECENSIES