What Happened to Monday

***

recensie What Happened to Monday

Watskeburt met maandag?

door Ralph Evers

In het jaar 2043 kampt de aarde met een onoverkomelijke overbevolking. Een wereldwijde eenkindpolitiek moet een leefbare planeet betekenen. Wat doe je dan als vader met een zevenling?

Klimaatverandering en overpopulatie zou voldoende materiaal voor de filmindustrie moeten zijn. Toch blijven we vaak vooral rampenfilms zien: de VS heeft uiteindelijk een oplossing, het kerngezin blijft intact, iedereen gelooft braaf in God en de dag erna is als alle anderen, alsof er nooit wat gebeurt is. Rampen als orkanen, mislukte oogsten en verschroeiende branden zijn aan de orde van de dag, doch klimaatverandering vraagt in de filmwetten een gezicht, anders verkoopt het nauwelijks.

What Happened to Monday

Overbevolking
Streamingdienst Netflix zag voldoende brood in de overpopulatiethematiek, met als vanouds een dystopisch sausje. Die overbevolking in What Happened to Monday wordt overigens in elk buitenshot nogal in je gezicht gedrukt. Er wordt losjes gerefereerd naar bekende dystopische literatuur en eerdere films als equals, de Divergent-serie en de klassenmaatschappij in Brave New World, aangevuld met wat Bond-thema’s als een grote corporatie – in dit geval het Child Allocation Bureau (CAB), dat achter de schermen schurk blijkt. Ook de zeven zussen krijgen – na zo’n dertig jaar gebonden aan regels van de dag te leven – zo hun rebelse trekjes.

Wanneer moeder sterft tijdens de geboorte van een identieke zevenling kiest vader (gespeeld door Willem Dafoe) ervoor zijn zeven dochters te houden en ze middels ingenieuze manieren binnen de eenkindpolitiek te passen. Binnenshuis hebben ze hun eigen karakter en talenten, buitenshuis zijn de zussen eenzelfde persoon. Vader vernoemt hen dan ook naar de weekdagen, zodat verwarring over wie wat doet zoveel mogelijk uitblijft.

Het verhaal komt op gang wanneer Maandag plots vermist raakt. Niet veel later breekt de pleuris uit en hebben de zussen de geoliede moordmachines (uitgerust met gepersonaliseerde wapens, zoals we die al eens zagen in Cronenbergs Cosmopolis) van het CAB achter zich aan. Waar de eerste dertig minuten zich prima lenen voor een uitgebreidere serie, leent de resterende negentig minuten zich voor een goede actiethriller. Dit weet regisseur Tommy Wirkola (Død snø, Hansel and Gretel: Witch Hunters) goed uit te buiten.

What Happened to Monday

Sensatie versus plotgaten
Hoewel de premisse van het verhaal sterk is, kent de uitwerking te veel zwakke momenten. De film vraagt vooral niet teveel na te denken over gegevenheden zoals dat de zeven zussen al jaren in een appartement wonen, wat linksom of rechtsom verdacht zou zijn. Of een conciërge die opmerkt dat Karen gisteren nog ziek was en nu ineens niet meer.

Wirkola weet charmant met een goede spanningsboog en actie de vaart er voldoende in te houden om ons af te leiden van de vele plotgaten. Noomi Rapace zet de zeven zussen overtuigend neer, een trucje dat al eerder te zien was in het eveneens door Netflix uitgezonden Orphan Black, waar Tatyana Maslani de show steelt met een veelvoud aan gekloonde zussen. Dat er gelukkig wat karakterontwikkeling plaatsvindt komt de kijker en de spanning goed uit. In de film is een leuke rol weggelegd voor de Nederlandse acteur Marwan Kenzari (Wolf, Loft, The Mummy), die naast CAB-werknemer een mens blijft.

What Happened to Monday stipt het probleem van overbevolking op sensationele wijze aan, maar vervalt in een Hollywoodiaanse kramp waar het goed en kwaad te simplistisch neergezet wordt. Dat de film bij tijden lekker meedogenloos is, redt het geheel echter niet. Misschien toch maar een serie met meer oog voor detail en het dilemma van eenkindpolitiek en de dilemma’s van overbevolking volwassen neerzetten, zonder dat er een oplossing hoeft te komen.
 

26 oktober 2017

 
MEER RECENSIES

White Sun

****

recensie White Sun

Afkeer van het oude, angst voor het nieuwe

door Cor Oliemeulen

In een bergdorpje in Nepal borrelen politieke, sociale en persoonlijke conflicten naar de oppervlakte nadat de dorpsvoorzitter overlijdt en diens verloren zoon tegen zijn zin terugkeert om zijn vader de laatste eer te bewijzen. White Sun zet op een subtiele en krachtige wijze traditie tegenover modern.

In zijn tweede speelfilm kijkt Deepak Rauniyar, die opgroeide tijdens de burgeroorlog tussen de royalistische regering van Nepal en de revolutionaire maoïsten, door de ogen van drie generaties. De voorname ouderen van het dorp zweren bij de traditionele waarden en normen, het daaropvolgende geslacht is verdeeld over de nieuwe politieke en sociale verhoudingen, terwijl de kinderen, onbevooroordeeld, het beste van de toekomst lijken te willen maken.

White Sun

Nieuwe tijden
We schrijven 2015, tien jaar na de burgeroorlog, waarin de communistische partij de ondemocratische monarchie wilde omwerpen ten faveure van een republiek. Zonder overheersende landeigenaren, kastestelsel en met gelijke rechten voor iedereen. Er vielen meer dan zesduizend doden en Nepal veranderde in een seculiere republiek, ofschoon het centrale gezag fragiel is en het hindoeïsme de belangrijkste godsdienst bleef. Na een lange onzekere periode, en recent nog twee verwoestende aardbevingen, likken veel Nepalezen de wonden. Het leven in ons afgelegen bergdorpje is nauwelijks veranderd. Op de transistorradio volgt men bijna terloops het nieuws over de op handen zijnde afkondiging van de nieuwe grondwet.

Symbolisch genoeg sterft op dat moment de dorpsvoorzitter, die zijn hele leven de koning trouw was gebleven. Zijn dode lichaam geldt als metafoor voor de monarchie die na de burgeroorlog omver is geworpen. Het stoffelijk overschot dient volgens de traditie uit huis te worden gedragen, dat wil zeggen in dit geval via het dakraam en niet via de deur. Vrouwen, ook familieleden, mogen het lichaam niet beroeren, want dat is onrein. Het gestuntel met het lijk is een voorbeeld van eeuwenlange gebruiken en toont tegelijkertijd de absurditeit ervan.

Broedertwist
Na de komst van Chandra, de zoon van de overleden dorpsvoorzitter, ontstaan er spanningen. Chandra is niet geliefd, omdat hij de gemeenschap destijds verliet om te vechten tegen de monarchie, maar nu moet hij terugkeren voor het afscheid van zijn vader. Zijn ex-vrouw Durga (gespeeld door de vrouw van de regisseur, Asha Magrati) staat wel open voor verandering. Zij wil dat haar dochtertje Pooja naar school kan, maar dan heeft ze wel de handtekening van een vader nodig. Pooja denkt dat Chandra haar vader is en raakt wat van slag als zij ziet dat Chandra bij zijn arriveren haar leeftijdsgenootje Badri aan zijn zijde heeft. En dan is er nog Suraj, Chandra’s enige broer, die in de burgeroorlog de andere kant koos.

White Sun

Tijdens de processie komt het tot een conflict tussen de twee broers. In het begin kun je er nog de humor van inzien, maar dan wordt het bittere ernst. Met hun overleden vader op de schouders wringen zij zich op blote voeten vermoeid en behoedzaam in allerlei bochten op het kronkelige bergpaadje naar beneden, waarbij hun politieke discussie uitmondt in een persoonlijke ruzie. Suraj loopt boos weg en laat het gezelschap verbouwereerd achter. Het is aan Chandra om hem terug te halen of een andere sterke man te zoeken om het stoffelijk overschot mee naar de rivieroever te dragen.

Die zoektocht leidt tot verdere aanvaringen met zijn verleden. Zo heeft de politie weinig trek om deze oproerkraaier te helpen en heeft een oud-medestrijder, die zich in de politiek heeft opgewerkt en zich tegenwoordig per helikopter laat vervoeren, helaas geen tijd voor Chandra’s acute probleem. Het sterkste fragment van White Sun (de titel verwijst naar de witte zon op de Nepalese vlag) is de aangrijpende confrontatie met het weesjongetje Badr die Chandra verantwoordelijk houdt voor de dood van zijn ouders. En waar de volwassenen blijven hangen in naoorlogse sentimenten, geven de kinderen het goede voorbeeld hoe je conflicten kunt oplossen.
 

20 oktober 2017

 

Interview met regisseur Deepak Rauniyar

 
MEER RECENSIES

Wolf and Sheep

***

recensie Wolf and Sheep

Hoe overzichtelijk het leven kan zijn

door Cor Oliemeulen

Het natuurgetrouwe Afghaanse drama Wolf and Sheep toont het traditionele leven van een klein Afghaans bergdorpje door de ogen van herderskinderen. In deze afgesloten gemeenschap is je status bepaald door het aantal stuks vee en worden de mysteries van het leven verklaard door oude verhalen.

Tijdens het laatste Movies That Matter-festival draaide de documentaire What Tomorrow Brings, het inspirerende verhaal van de allereerste meisjesschool in Afghanistan. Na de overheersing van de Taliban is er in het dorp weer wat ruimte voor vrijheid en een gulle lach. Ondanks de conservatieve krachten, maar met steun van de meerderheid, biedt de school inmiddels hoop en kansen aan zo’n vijfhonderd meisjes die vechten voor een toekomst die niet door anderen wordt bepaald.

Wolf and Sheep

Fragiel
Maar niets is zeker in Afghanistan. Net als de samenleving krabbelt de filmcultuur langzaam op uit het dal van misère, onderdrukking en geweld, maar de media laten bijna dagelijks zien hoe uiterst fragiel de toekomst van het land is. Na het verdwijnen van de Taliban uit de overheid verschenen er enkele gelauwerde films, zoals Osama (2003) over een Afghaans meisje dat zich als jongen vermomt en Zolykha’s Secret (2006) over een gezin dat de repressie door godsdienstfanatici probeert te overleven. Hoewel deze films werden gemaakt met een hoofdzakelijk Afghaanse crew, hebben de regisseurs zich allang in het buitenland gevestigd.

Ook het meer recente The Patience Stone (2012) speelt zich af in Afghanistan en staat model voor de Arabische samenleving waarin vrouwenonderdrukking de norm is. In dit internationale filmsucces zien we hoe een jonge moslima tijdens de burgeroorlog haar comateuze echtgenoot verzorgt en horen we hoe ze geheimen, onderdrukte emoties en seksuele verlangen aan hem opbiecht. Ook de regisseur van dit drama heeft het land verlaten, net als hoofdrolspeelster Golshifteh Farahani (Iraanse van geboorte) die inmiddels haar naam vestigde in Amerika met Paterson van Jim Jarmusch.

Wolf and Sheep

De tijd staat stil
Van de nieuwe piepkleine generatie jonge Afghaanse filmmakers biedt Shahrbanoo Sadat mogelijk een nieuw, blijvend perspectief. Ze woonde zeven jaar in een afgelegen dorpje in een vallei en situeerde haar debuutfilm in deze omgeving waarin de tijd heeft stilgestaan en de bewoners nauwelijks een idee hebben wat er zich achter de bergen afspeelt. De mensen hebben hun eigen regels en proberen de wereld en het leven te verklaren door legendes en magisch-realistische verhalen. Zo geldt de kasjmierwolf als een verleidelijke vijand voor dier en mens: onder de vacht en de lange haren zien we een groene fee.

Wolf and Sheep is gebaseerd op het ongepubliceerde dagboek van Sadat, die zich in haar jeugd een buitenbeentje voelde, net als het meisje Sediqa. Zij is schapenherder, net als alle andere kinderen, die overdag zijn onttrokken aan het zicht van hun ouders en zich bezighouden met verboden activiteiten zoals kinderen in alle landen dat doen: roken, ruziemaken, vechten en hun ouders imiteren.

De gebeurtenissen komen even traag als het leven in de vallei. We zien deze gemeenschap met haar tradities en gebruiken vooral door de ogen van de kinderen. Zij spelen zichzelf, authentieker kun je het niet hebben. De tieners hebben geen mobieltjes in hun hand, maar een stok. De jongens ravotten en slingeren met stenen (ook om de wolven te verjagen), de meisjes spelen grappige toneelstukjes over uithuwelijking. Vroeg of laat leef je mee met deze kinderen. Zeker als het leven van alledag verandert nadat er schapen zijn gedood en de kinderen de schuld krijgen dat ze niet goed hebben opgelet.
 

6 augustus 2017

 
MEER RECENSIES

Winnie

***

recensie Winnie

Portret van een omstreden heldin

door Cor Oliemeulen

Winnie gaat over de gelijknamige zwarte mensenrechtenactiviste die werd bewonderd én verguisd. Net als Bram Fischer een nuttig document om je wat in de turbulente geschiedenis van Zuid-Afrika te verdiepen. De docu toont vooral een, soms eenzijdig, portret van een heldin.

Weinig mensen zo toegewijd als Winnie Nomzalo Madikizela: aan haar man Nelson Mandela en haar strijd tegen de Apartheid. In de documentaire Winnie van Pascale Lamche vertelt één van haar biografen dat Winnie heel vaak is verraden door mensen in haar omgeving die ze vertrouwde en dat ze jarenlang systematisch in de gaten werd gehouden en getreiterd door de geheime dienst van Zuid-Afrika. Terwijl echtgenoot Nelson een ‘levenslange’ gevangenisstraf uitzat, was Winnie één van de weinigen die hem heel af en toe mocht bezoeken op Robben Island.

Winnie

Fanatiek voorvechtster
Tijdens zijn 27-jarige gevangenschap heeft Nelson Mandela de wereld vooral door Winnie’s ogen gezien. De opstanden in de zwarte woonwijken, de repressie en het extreme politiegeweld tot en met de groeiende steun voor gelijke rechten uit het buitenland. Zo werd Winnie ooit opgezocht door Bobby Kennedy, maar sprak de Amerikaanse president Ronald Reagan zich uit tegen haar terroristische activiteiten. Van hem mocht Zuid-Afrika beslist geen communistische staat worden en bovendien mocht het olietransport vanuit het Midden-Oosten geen gevaar lopen.

Winnie Mandela groeide snel uit tot dé voorvechtster van de strijd tegen de blanke onderdrukking. Zij komt zelf aan het woord, toen en nu, net als haar dochter, journalisten en andere volgers en betrokkenen. Het beeld ontstaat dat Winnie altijd scherp in de gaten werd gehouden en vaak werd opgepakt, ondervraagd en in de gevangenis gezet. Zij vormde een regelrechte bedreiging voor de positie van de witte macht. Zij werd verbannen naar het kleine gehucht Branston, waar zij zich vervoerde in een rode Kever en haar strijd geenszins zou temperen.

Beschadigde reputatie
Winnie’s tegenstanders bewerkten de media om haar reputatie te beschadigen en haar politiek te neutraliseren. Meer dan eens werd ze in verband gebracht met liefdesaffaires, fraude, diefstal en het aanmoedigen van geweld tegen infiltranten. Eén van de sterkste punten van Winnie is het interview met Vic McPherson, het toenmalige hoofd van Stratcom Operations die de heksenjacht op Winnie graag bevestigt. Met een hond op zijn schoot vertelt hij in geuren en kleuren over surveillance, infiltraties en de vele campagnes om de activiste zwart te maken. Samen met de terugblik van het toenmalige hoofd van de nationale veiligheidsdienst maakt dat de documentaire minder eenzijdig.

De documentaire is een eerbetoon aan de krachtige persoonlijkheid Winnie Mandela, en laat derhalve enkele zwarte bladzijden buiten beeld. Er is weliswaar aandacht voor haar militante aanpak om het apartheidsregime omver te blazen – variërend van een trainingskamp in Lesotho en aanvallen op economische doelen en politiebureaus tot en met de ontvoering en moord op de jeugdige infiltrant Stompie Moektsei in 1991, waarvoor volgens een rechtbankgetuige Winnie persoonlijk haar bodyguards van de Mandela United Football Club opdracht zou hebben gegeven. Maar onvermeld blijven de zogenaamde halsbandmoorden op (vermeende) collaborateurs – de slachtoffers kregen om hun nek een met benzine overgoten autoband, die vervolgens in brand werd gestoken –  waarover Winnie nooit haar afkeuring uitsprak.

Winnie

Omstreden heldin
Door haar politieke denkbeelden en de agressieve manier waarop volgens haar de Apartheid moest worden bestreden, werd haar positie in het ANC (African National Congress) meer en meer omstreden. Na de vrijlating van Nelson Mandela in 1990 en de legalisatie van het ANC begonnen voorzichtig de onderhandelingen met het regime. Terwijl Winnie voor veel jongeren in de zwarte woonwijken en bewonderaars in het buitenland een heldin bleef, werd zij zowel persoonlijk als politiek langzaam, maar gedecideerd, aan de kant geschoven.

Die troosteloze ontwikkeling geeft de film een wrange en aandoenlijke lading. Door Winnie’s omstreden gedrag, de druk van andere ANC-kopstukken en het beoogde presidentschap voelde Nelson zich genoodzaakt om van haar te scheiden. We zien vervolgens hoe Winnie tijdens de beëdiging ergens achteraf op een stoel wordt gemanoeuvreerd en hoe de vermaarde bisschop Desmond Tutu haar openlijk oproept tot het maken van excuses voor alle fouten die zij volgens hem heeft gemaakt. Het is begrijpelijk en bewonderenswaardig dat Winnie zich niet helemaal naar de slachtbank heeft laten leiden. Tot op de dag van vandaag is zij een nog door velen gerespecteerd lid van het Zuid-Afrikaanse parlement.
 

17 juni 2017

 
MEER RECENSIES

Waterboys

****

recensie Waterboys 

Liefde voor muziek in Nederlands jasje

door Wim Meijer

De liefde voor muziek kan mooie vormen aannemen, zo bewijst Robert Jan Westdijk met Waterboys. De nummers van zijn favoriete band dienen als basis voor een fijne tragikomische Nederlandse film.

Regisseur Robert Jan Westdijk (Zusje, Phileine zegt sorry) vertelt tijdens de persvoorstelling met aanstekelijk enthousiasme over zijn nieuwste project. Zes jaar geleden maakte hij zijn laatste film en de pers is massaal uitgerukt om Waterboys te zien. De zaal is afgeladen, tot grote vreugde van de regisseur. Westdijk blijkt enorm fan van de Iers-Britse band The Waterboys. Hij zocht twee jaar geleden de leadzanger Mike Scott op en pitchte zijn concept: een Nederlandse film met een prominente rol voor Scotts band. Scott stemde in.

Waterboys

Papa is een lul
De telefoon rinkelt. Er is niemand thuis. Middels antwoordapparaatberichten maken we kennis met Victor (Leopold Witte). De beelden zijn nog zwart, met slechts introducerende teksten. Niet veel later loopt Victor de voordeur door in het eerste shot. Na een nachtelijke escapade, zo leren we al snel. Het was niet de eerste en voor zijn vrouw Elsbeth is het de druppel. Ze heeft hem die nacht verlaten. Niet lang daarna treft hun zoon Zacharia (Tim Linde) hetzelfde lot – uitzetting door zijn vriendin.

Papa is een lul, zijn zoon een watje. Victor, een crimeschrijver van een Baantjer-achtige serie, heeft net het zeventiende deel af. Victor is als Vledder en valt in de smaak bij de vrouwen. Hij maakt er dankbaar misbruik van. Zien we Zach, dan had de appel niet verder van de boom kunnen vallen. Biologen zouden hem determineren tot de ongewervelde dieren. De ruggengraat ontbreekt. Deze cello spelende brave borst is hard toe aan assertiviteitstraining.

Het melodramatische Waterboys is deels roadmovie, deels familiedrama. Vader en zoon reizen af naar Edinburgh vanwege de vertaling van Victors laatste werk. Op de ferry vloeit de drank rijkelijk. Vanaf het dek zien we het kustgebied rondom het weinig aantrekkelijke Hull. Melancholische celloklanken vervoeren de kijker over het water. Het is alsof je zelf op het enorme schip zit. De camera tuurt naar de horizon, naar de kust, dan weer naar het spoor van bubbels dat de rotoren achterlaten in het water. De cinematografie is droogjes, met weinig opsmuk. De beelden van director of photography Alex Wuijts vervullen hun doel – het grillige Schotland op gepaste wijze introducerend.

Waterboys

The Trip
In Edinburgh aangekomen doet de film denken aan The Trip. Twee mannen reizen door Engeland terwijl ze elkaar nauwelijks (meer) kennen, waardoor grappige, ongemakkelijke scènes ontstaan. Victor en Steve Coogan verschillen bijzonder weinig. Romances met PR-dames en hotelbedienden blijken onvermijdelijk, evenals clashes in hotelkamers en verplichte nummertjes met de lokale pers. Net als bij Rob Brydon en Steve Coogan, staat de relatie tussen Victor en Zach centraal. De twee tegenpolen vinden toenadering tot elkaar, al mag het even duren.

De climax van de film is het Waterboys-concert in Edinburgh – hoe kan het ook anders – waarin alles samen komt. Het nummer Don’t Bang The Drums is prachtig verfilmd met groenblauwe tinten. Voor Victor en zijn vrouw hebben The Waterboys speciale waarde, want tijdens de regen, onder een poncho, zou Zach zijn verwekt. Tijdens het concert herhaalt de geschiedenis zich en komen oude emoties bovendrijven. Het zijn deze scènes waarin Westdijks passie voor film en muziek harmonieus samensmelten.
 

26 november 2016

 
MEER RECENSIES

Windmill Massacre, The

***

recensie The Windmill Massacre

Horror in Holland

door Wim Meijer

Een groep toeristen strandt in de polder. In de wijde omtrek staat niets, behalve een ongure molen en een klein huisje. En verdomd, blijkt daar net een moordlustige molenaar rond te sluipen. Langzaam zuivert de beste man de polder van toerisme.

De nederhorror The Windmill Massacre (The Tulip Massacre kon waarschijnlijk écht niet) overspoelt de kijker met typisch Nederlandse taferelen: grachten in Amsterdam, de Wallen en uitgestrekte weilanden met slootjes en molens. In die setting plaatst de film een atypisch ensemble personages. Neem Jennifer (Charlotte Beaumont), een Australische au-pair met een duister verleden. Of Jackson (Ben Batt), een militair wiens bezoek aan de wallen dramatisch verloopt. Verder zien we de gestreste zakenman Douglas (Patrick Baladi), die geeneens tijd heeft voor een selfie met zijn zoon Curt (Adam Thomas Wright). Een spirituele Japanner Takashi (Tanroh Ishida), Frans fotomodel Ruby (Fiona Hampton) en de Britse dokter Nicholas (Noah Taylor) completeren het gezelschap.

The Windmill Massacre

Bonte verzameling
De bonte verzameling karakters maakt een busreisje. Buschauffeur Abe (Bart Klever) brengt het genootschap naar de o zo Nederlandse polders. De bus van Happy Holland Tours meandert door de weilanden, gefilmd met mooie helikoptershots. (Of droneshots wellicht tegenwoordig?) Dan krijgt de bus pech. Bereik is er niet, in het niemandsland. De nacht zet in, dus zoekt het gezelschap onderdak in een huisje vlakbij een sinister uitziende molen.

Deze blijkt het onderkomen van molenaar Hendrik. De beste man sloot honderden jaren geleden een pact met de duivel en fungeert dezer dagen als IJzeren Hendrik. Nietsvermoedende toeristen laat hij boeten voor hun zonden, een zondeconcept dat ook Saw bijvoorbeeld hanteert. Met zeis en klompen (jawel!) maakt hij menigeen een kopje kleiner, totdat slechts een enkeling het verhaal kan navertellen.

Poldermodel
Regisseur Nick Jongerius besteedt tijd aan de ontwikkeling van zijn personages en met name Charlotte Beaumont laat haar waarde zien. Ze speelt veel beter dan je zou verwachten in een lowbudgetproductie. De focus op de cast gaat echter wel ten koste van de hoeveelheid goorheid en moorden die we te zien krijgen.

The Windmill Massacre

The Windmill Massacre is geen lompe slasher geworden, dankzij de keuze om ook plot en personages aandacht te geven, hetgeen wellicht wat hardcore horrorfanaten niet kan bekoren. Een typisch Hollandse keuze eigenlijk. Het poldermodel in filmvorm.

De moorden variëren van ronduit origineel tot vrij knullig. De film is low budget en dat is met name te zien in de special effects. De eerste moord is heerlijk verfilmd en komt uit onverwachtse hoek. Ook de finale mag er wezen. Tussen start en slot moet The Windmill Massacre het vooral hebben van meer dan degelijk acteerwerk, veel grappige scènes (Takashi die ‘Het zal wel niets zijn’ zegt, nadat er al drie man zijn vermoord en een vierde is verdwenen) en een sporadisch schrikeffect. Dat het verhaal zich afspeelt in de polder is verfrissend. Het is weer eens wat anders dan een verlaten huis. Sterk camerawerk geeft de kijker in de open velden een claustrofobisch gevoel, geholpen door een aanzwengelende soundtrack. The Windmill Massacre is vooral vermakelijk, maar nooit echt goed.
 

24 oktober 2016

 
MEER RECENSIES

Wailing, The

****

recensie The Wailing

Sul buiten zijn comfortzone

door Alfred Bos

Alles is net even anders in deze Zuid-Koreaanse genrefilm die speelt met conventies en verwachtingen. Zijn het giftige paddenstoelen die van de dorpsbewoners moordende woestelingen maken of waart er een geest rond?

Horror is een kwestie van doseren. In The Wailing speelt de Zuid-Koreaanse regisseur Hong-jin Na een spel met genreconventies en de kijker. Zijn film opent als een thriller, lijkt zich te ontwikkelen tot horror en ontplooit zich uiteindelijk als fantasy van het donkere soort. Voor de consument van popcorn-blockbusters is het wellicht een tikje te grillig, maar de meer avontuurlijk ingestelde kijker – en de horrorfijnproever, uiteraard – wordt met verve bespeeld, 157 minuten lang. En dat is lang.

The Wailing

In een dorpje op het platteland van Zuid-Korea wordt een politieman (Do Wo Kwak, in Zuid-Korea voornamelijk bekend van bijrollen, in Nederland te zien geweest in The Berlin File uit 2013) ’s ochtends wakker gebeld. Hij moet direct langskomen, er is een lijk gevonden. Half wakker draaft hij de deur uit, pas na aandringen van zijn vrouw schrokt hij een ontbijt naar binnen. We leren Jong-Goo, zo heet hij, kennen als volgzaam en aards. Een sul buiten zijn comfortzone.

Zijn collega Il-Gwang (Jeong-min Hwang, de meer bekende acteur in Zuid-Korea, vorig jaar op het Imagine Festival te zien geweest als hoofdrolspeler van de actiekomedie Beterang) is al op de plaats delict aanwezig. Op de veranda van een schamele woning hangt een nauwelijks als mens herkenbare man in zwijm. Rond hem scharrelen agenten in de stromende regen door de modder. Binnen ligt het gruwelijk toegetakelde lijk van zijn vrouw.

Hitchcock-adept
The Wailing (Het Geklaag) is de vertaling van Goksung, de naam van het dorp en tevens de Koreaanse titel. Het is de derde film van regisseur Hong-jin Na, ook verantwoordelijk voor het draaiboek. Die dubbelrol vervulde hij bij zijn eerdere films, de actiethrillers Chaser (Chugyeogja, 2008) en The Yellow Sea (Hwanghae, 2010), die beide de twee uur speelduur ruim overschrijden. Dat doet ook The Wailing, de officiële Zuid-Koreaanse inzending voor het Film Festival in Cannes. Op verschillende fantasy festivals won de film al de publieksprijs.

Daar kan deze nuchtere, niet bijzonder van horror gecharmeerde kijker goed inkomen, want Hong-jin Na zet conventies naar zijn hand. Niet alleen laat hij de hoofdrol vervullen door een bijrolacteur – en diens collega spelen door een steracteur – hij geeft hints en aanwijzingen als een volleerde Hitcock-adept en bespeelt zijn publiek als een marionettist. Dat wordt met zwier door een reeks emoties gejonast, van nieuwsgierigheid via beklemming naar totale verbijstering.

The Wailing

Botsing van ratio en magisch denken
Het motto van de film is ontleend aan een tekst uit het Nieuwe Testament, het evangelie van Lucas. Geloof en bijgeloof spelen de hoofdrollen in The Wailing. In de geciteerde Bijbeltekst presenteert Jezus zich als geest; de film toont het ultieme kwaad, de duivel, in mensengedaante. Het verhaal is een botsing van ratio en magisch denken, van goed en kwaad. De moordende echtgenoot heeft verkeerde paddestoelen gegeten, oppert protagonist Jong-Goo. Welnee, het is die rare Japanner die onlangs in het dorp is komen wonen, meent zijn collega Il-Gwang.

Wanneer de moordpartij uit de openingsscène geen incident blijkt en er meer slachtoffers vallen, waaronder Jong-Goo’s allerschattigste dochtertje, worden er een priester en een sjamaan bijgeroepen. Maar The Wailing is zombiefilm noch The Omen op zijn orientaals, en ook geen rampenfilm à la Outbreak of een dorp-keert-zich-tegen-buitenstaander verhaal op zijn Salems.

In deze bovennatuurlijke thriller betoont de regisseur zich een Aziatische tegenhanger van Guillermo del Toro. The Wailing is sterk van suggestie en neemt ruim de tijd om de kijker te kapselen in een sfeer van groeiende verontrusting. Ook sterk: de regisseur weigert om alles klip en klaar te maken. In de voor de hand liggende Hollywood-makeover zal het inktzwarte – of in dit geval bloedrode – slot ongetwijfeld een paar tandjes worden opgeleukt. En alles worden uitgelegd. Want buiten de comfortzone zijn geest en vlees niet van elkaar te onderscheiden.
 

2 oktober 2016

 
MEER RECENSIES

Weiner

****

recensie Weiner

Fucked in the Big Apple

door Ralph Evers

In 2011 kwam het Amerikaanse Democratische congreslid Anthony Weiner in opspraak vanwege sexting. Dat leidde tot zijn aftreden. Twee jaar later keert hij terug naar het politieke front. Ditmaal door zich verkiesbaar te stellen als de nieuwe burgemeester van New York.

De documentaire opent met een felle en uiterst strijdbare Weiner. Hij oogstte daarmee veel lof in het land. Een democraat die het de republikeinen erg lastig maakte en niet in hun vele trucjes trapte. Aan die carrière kwam abrupt een einde wanneer er pikante foto’s uitlekten, leidend tot het zogenaamde sexting schandaal. Sexting is het delen van seksueel geladen berichten of foto’s via mobiele telefoons of andere mobiele media. In het akelig preutse Amerika natuurlijk een doodzonde. Zeker bij de White Anglo-Saxon Protestants (WASP).

Documentairemakers Josh Kriegman en Elyse Steinberg volgen de ondergang en opstanding van Weiner van dichtbij. Ze hebben onbeperkte toegang tot Weiner en zijn vrouw Huma Abedin, het campagneteam en zijn familie.

Weiner

De lul
Wanneer Weiner na een pauze van twee jaar zich kandidaat stelt om voor het burgemeesterschap van New York te dingen, ruiken de media natuurlijk bloed. Wij denken misschien dat het Nederlandse verkiezingsspel al een niet serieus te nemen circus is. Nou, welkom in Amerika. Inhoudelijk op een belangrijk thema ingaan? Welnee, deze blanke, Joodse man, heeft huwelijksschennis gepleegd, dus ja, waarom is deze man dan überhaupt nog te vertrouwen? Iets in deze lijn loopt de logica van het Amerikaanse politieke mediatheater. Daarbij wordt dankbaar gebruik gemaakt van de achternaam van Anthony, uitgesproken als ‘wiener’, betekent het ook penis.

Van democratie naar egocratie
Aanvankelijk weet Weiner zijn verleden handig in te zetten in zijn kandidaatstelling. ‘Mijn vrouw heeft mij vergeven, dus waarom niet ook het Amerikaanse volk?’ Opvallend is dat met name de zwarte, latino- en homobevolking van New York achter hem staan. Deze mensen staan blijkbaar wat dichterbij de menselijke realiteit dan de zich verheven voelende W.A.S.P.’s en zijn ook geïnteresseerd in wat Weiner voor hen kan betekenen, in plaats van nog een sappig detail van zijn misstap. Een sterke boodschap leidt er toe dat Weiner bij tussentijdse peilingen bovenaan staan. Zou het dan toch lukken, de grootste comeback uit de Amerikaanse politieke geschiedenis?

Aaibare narcist
Dan komt een nieuw schandaal naar boven. Wederom blijkt Weiner met meerdere vrouwen seksueel getinte berichten uitgewisseld te hebben. Einde race om het burgemeesterschap.

Weiner

Een kracht van de documentaire is dat hij zelf geen moreel oordeel velt over het gedrag van Weiner en de reacties van anderen erop. We volgen Weiner op de voet en leren de man achter de politicus kennen. Zijn ijdelheid en zelfdestructieve gedrag in het volharden in seksuele uitspattingen op de sociale media. Zijn ideeën, zijn manier om met frustraties en tegenslag om te gaan en zijn manier om de vele aasgieren, zoals een talkshowhost van een MSNBC-programma, de prostituee met wie hij contact had en geagiteerde burgers die van schande spreken – en met wie hij jammerlijk in een bekvechtpartij terechtkomt.

Kritische noot
Op subtiele wijze toont de documentaire kritiek op hoe onze democratieën door op sensatie beluste media op de slachtbank worden gelegd. Toch beschuldigt Anthony Weiner die media niet. Ze doen slechts hun werk en middels sensaties, dus kijkcijfers, hebben zij overeind te blijven. Uiteindelijk wil Weiner vooral de nuance achter al die bombast laten zien, de mens achter het schandaal en de dubbele moraal van de vele spelers. Daarin is hij goed geslaagd.
 

24 september 2016

 
MEER RECENSIES

Wave, The

**

recensie  The Wave

The Towering Inferno in een Noorse fjord

door Bob van der Sterre

Noorwegen is dat mooie, sprookjesachtige land. Maar dat kan verraderlijk zijn. Op een dag heeft natuur andere plannen: een landverschuiving brengt een tsunami op gang. Rennen voor je leven in Bølgen / The Wave.

Een scenarioschrijver. Je beseft pas weer wat het belang is van zo’n functie als je een film ziet die niets origineels te bieden heeft. De rampenfilm The Wave houdt zich voortreffelijk aan alle eerder bedachte opzetjes hoe een rampenfilm moet worden gemaakt, letterlijk een schoolvoorbeeld.

Het is alsof je aan Google vraagt: hoe maak ik een rampenfilm? En dit is dan het eerste beste antwoord dat je vindt.

The Wave

Clichés overvallen je meteen. Een geoloog, Kristian. Zijn laatste dag (uiteraard), hij gaat verhuizen. Hij neemt afscheid van zijn werk. Maar er zijn rare signalen met het grondwater. Merkwaardig. Hij staat klaar om de pont op de rijden maar keert op het laatste moment om en gaat onderzoek doen.

Kristian heeft twee kinderen (jong meisje, skateboardende puber) en een vrouw die vindt dat hij zich niet meer zo moet opwinden. Het is zijn werk toch niet meer?

Ramp
De clichételler staat dan al op 79. Maar er komt meer. Hij doet onderzoek bij een berg in de Geirangerfjord. Sommige kabels zijn gebroken. Op kantoor schreeuwt hij dat een ramp staat plaats te vinden. Hij slaat letterlijk met de vuist op tafel. Helpt het? Uiteraard niet. De baas wil de alarmknop echt niet indrukken, het is immers nog toeristenseizoen.

Later gaat de ongelovige baas zelf een keer kijken. Je kunt wel raden wat er op dat moment gebeurt.

Vanaf hier gaat de scenarioschrijver volledig op de automatische piloot; je kunt rustig concluderen dat The Wave helemaal 0% origineels te bieden heeft in het rampengenre. De landverschuiving vindt plaats, creëert een tsunami, laat een familie vervolgens survivallen in het water, zoon, moeder, dochter, ze doen allemaal mee, hier en daar een paar offers van onbelangrijke bijrollen (‘vrienden’), allemaal zo voorspelbaar als dat morgenochtend de klok weer naar rechts zal lopen.

Een paar van de clichés: brommend geluid van de dreigend aankomende golf; mensen staren ongelovig in plaats van hard weg te rennen; slow motion door het water drijven, wisselend geluid en stilte; plassen water door de gangen van een gebouw; kindje kwijtraken, plots terugvinden; verdrinken, water spugen en je bent er weer; kindje ziet ouders en trekt een spurt; moeder die gilt omdat zoon/man/anyone dreigt te verdrinken.

The Wave

Nachtmerrie
Het is The Towering Inferno maar dan in een Noorse fjord. En dat is dan het enige pluspunt: het is een mooie rampplek. Het CGI-team heeft de nachtmerrie van velen mooi uitgebeeld: een tsunami tussen de fjorden waar je zo hard mogelijk vandaan moet rennen. Watergolven die door een hotel sjezen. Leuk bedacht. Bijna jammer van de film die eromheen zit.

Over The Wave nadenken zou tijd verspillen zijn. Ja, die ramp in Geiranger kan echt plaatsvinden. Ja, om dat te weten kunnen we ook een documentaire kijken of een boek openslaan. Dat die ramp rampzalig zal zijn, daarvoor hoeven we ook geen speelfilm te kijken (trouwens, Istanbul kampt met hetzelfde gevaar, en Tokio, en San Francisco, je kunt er een hele serie van maken, The Wave II, The Wave III, de volgende Hollywood-franchise staat al klaar).

Beter om zelf een wandeling door de fjorden maken! Maar wat je moet doen als je die golf dan ziet aankomen? Wel of niet in die auto duiken, de film lijkt het zelf ook niet te weten.

 

18 mei 2016

 

MEER RECENSIES

 

Wakhan Front, The

***

recensie  The Wakhan Front

Collectieve wanhoop

door Damian Uphoff

Een verfrissende oorlogsfilm – ja, het is dus echt mogelijk. Oeverloos macho gebral, pathetische heroïek, lomp geknal; niks van dat in The Wakhan Front. Regisseur Clément Cogitore wendt zich tot een originelere aanpak. Alleen dat verdient al lof. 

Gestationeerd in de spuuglelijke contreien van Wakhan (Afghanistan), heeft een unit Franse soldaten nog wat losse eindjes aan elkaar te knopen. Alvorens hun biezen te pakken hebben ze nog één opdracht: het bewaken van de afgelegen vallei in Wakhan. Aangezien het een kalme regio betreft lijkt dit geen moeilijke taak, maar ze ondervinden al vlug dat het geen sinecure blijkt. Op curieuze wijze verdwijnen er soldaten, zonder ook maar iets van een spoor achter te laten. Alsof de aarde ze heeft opgeslokt. De pragmatisch ingestelde sergeant Bonassieu probeert de boel in toom te houden, maar tevergeefs. De wanhoop doet intrede.

Recensie The Wakhan Front

Frisse draai
The Wakhan Front heeft een opmerkelijk concept voor een oorlogsfilm. Het is er eentje die je evengoed in een horrorfilm zou kunnen aantreffen, alleen is The Wakhan Front dat allesbehalve. Een dappere poging van de debuterende regisseur Clément Cogitore, slechts bekend van kortfilms als Parmi nous en Un Archipel.

De uitwerking laat het veelbelovende uitgangspunt niet in de steek. The Wakhan Front richt zich voornamelijk op sfeer, iets wat weinig oorlogsfilms doen. Duistere soundscapes zetten een nijpende sfeer neer. Dat lukt niet altijd, want op audiovisueel vlak blijft de film net te terughoudend om echt beklemmend te zijn. De cinematografie beperkt zich vooral tot het droog vastleggen van het verdorde Afghaanse landschap, al zorgen de beelden door de nachtkijkers voor variatie. Het hoogtepunt is een wat dynamischere scène, waarin een soldaat kwade geesten tracht te verdrijven met een soort dans.

Afzwakkend mysterie
De mysterieuze verdwijningen eisen op een gegeven moment hun tol op de psychische gesteldheid van de soldaten. De lokale bevolking weet blijkbaar van niks, en ook de Taliban heeft geen enkele notie. Sterker nog, zij hebben met hetzelfde probleem te kampen. De concrete oorzaak van de verdwijningen krijg je als kijker nergens. Er worden slechts enkele oorzaken gesuggereerd. Daar is ansich weinig mis mee, alleen is het ‘probleem’ dat het mysterie gaandeweg aan kracht inboet. Eens het einde nadert begint het plot chaotische vormen aan te nemen. Alsof de regisseur zich na driekwart van de film geen raad meer wist, en het zaakje maar wat afraffelde.

Recensie The Wakhan Front

Het acteerwerk is erg dubbel. De Franse soldaten zetten hun rollen geloofwaardig neer, met Jérémie Renier als speerpunt. Dat geldt niet voor de Taliban-strijders. Geleid door een snuiter die nog het meest weg heeft van een dubieuze kruising tussen Gimli uit The Lord of the Rings en Jack Sparrow, komen ze een beetje lachwekkend over. Ook de wijze waarop de twee partijen uiteindelijk met elkaar in verzoening raken is allesbehalve geloofwaardig. Ze zitten nog net niet met elkaar aan de thee.

The Wakhan Front is zeker geen slechte film. Hij is er eentje die afwijkt van de geijkte genreconventies, en tot op zekere hoogte intrigeert. Maar ergens wringt het dat de potentie die hier in zit er slechts met mondjesmaat uitkomt.

 

27 januari 2015

 

MEER RECENSIES