Still Alice

****

recensie  Still Alice

Het leven glipt door de vingers

door Nanda Aris

Diep ontroerend drama over de worsteling van een vrouw van middelbare leeftijd die haar geheugen, en daarmee haar leven, verliest. 

Richard Glatzer and Wash Westmoreland schreven en regisseerden Still Alice, gebaseerd op het boek van Lisa Genova. De film belicht tot op welke hoogte Alice zichzelf blijft tijdens de ziekte van Alzheimer. Hoeveel kan een mens verliezen, voordat de oorspronkelijke ‘ik’ er niet meer is?

Recensie Still Alice

Wat als een arts tegen je zegt: ‘Ik wil zien of de resultaten (van een PET scan) overeenkomen met Alzheimer. Dat zou zeldzaam zijn voor iemand zo jong als jij, maar je voldoet aan de criteria.’

Controle
Je wereld stort in. Toch voeren velen zo’n slechtnieuwsgesprek met een dokter. In Nederland zijn er zo’n 12.000 mensen met vroege dementie. Deze mensen staan vaak nog middenin de maatschappij, maar worden door hun ziekte ‘belachelijk, onbekwaam en komisch’, zo spreekt Alice Howland (Julianne Moore) op een bijeenkomst van de Alzheimervereniging. Terwijl ze haar verhaal met veel gevoel voorleest, arceert ze de gelezen tekst met een marker, zodat ze ziet waar ze gebleven is.

Ook Alice heeft last van deze typering. Ooit een belangrijke taalkundige professor aan de universiteit, met boektitels op haar naam, verliest ze langzaamaan de controle op haar geheugen, en dus op haar leven. Soms is ze zich niet bewust dat haar geheugen haar in de steek laat, bijvoorbeeld wanneer ze zich tweemaal voorstelt aan de nieuwe vriendin van haar zoon. Ze wenst dat ze kanker had, zodat ze zich niet zo beschaamd zou voelen.

In voor- en tegenspoed
De film begint bij de gelukkige viering van Alice haar vijftigste verjaardag in een restaurant. Haar man John (Alec Baldwin) en twee van de drie kinderen zijn daarbij aanwezig, alleen haar jongste dochter Lydia (Kristen Stewart) mist. Dat wordt haar kwalijk genomen vooral door haar zus. Misschien is Lydia in voorspoed afwezig, maar in tegenspoed blijkt ze later een grote steun. Ze is de dochter die dwarsligt, tot haar moeders ongenoegen niet wil studeren, maar graag theater speelt. Doordat zij het leven meer waardeert op gevoel, en niet op status, blijkt ze beter om te kunnen gaan met haar moeder en haar situatie dan de rest van de familie.

Ondanks deze sterke rol van Stewart, en andere goede acteurs in de film, is het natuurlijk Julianne Moore die de film draagt. Terecht heeft ze dit jaar de Oscar voor beste vrouwelijke hoofdrol ontvangen. Driemaal eerder kreeg ze deze nominatie (voor Boogie Nights (1997), The End of the Affair (1999), Far from Heaven (2002) én een nominatie voor beste vrouwelijke bijrol in The Hours (ook 2002).

Recensie Still Alice

Doordat de camera zo gefocust is op Moore zien we haar worsteling en aftakeling, en raakt het diep. Wanneer haar zicht vertroebelt, wordt het ook de kijker wazig voor de ogen, en beleven we hoe het is voor Alice. De beelden worden vergezeld van prachtige fragiele muziek. Vele close-ups van Moore wisselen elkaar af, we volgen echt háár leven.

Menselijk
Tegelijkertijd is dit ook het enige zwakke punt van de film. De andere personages worden niet erg belicht, waardoor het soms lastig inschatten is hoe het voor hen is om met de ziekte om te gaan. Een ding is duidelijk: ze zijn niet allen goed in het omgaan met de ziekte van Alice, maar zeker menselijk.

Allen zijn machteloos, inclusief Alice. ‘Mijn hele leven heb ik herinneringen opgebouwd. Ze zijn als het ware mijn meest kostbare bezittingen’, spreekt Alice tijdens de bijeenkomst, en juist die bezittingen worden haar afgenomen.

 

2 maart 2015

 
ALLE RECENSIES

Chappie

*****

recensie  Chappie

Robot als naïeve kleuter

door Alfred Bos

Het Zuid-Afrikaanse duo Die Antwoord is een infiltrant. Het tweetal hekelt rapmuziek – en de gevestigde orde – met rap. Hun white trash gangsta-act is nu op het filmdoek te zien in de derde film van Neill Blomkamp. Die gebruikt humor en actie om een paar lastige vragen over de mens en zijn speelgoed te stellen.

Met Chappie maakt Neill Blomkamp de belofte van zijn debuutfilm District 9 (2009) waar. Na het slechts deels geslaagde Hollywood-uitstapje Elysium (2013) keert de regisseur voor zijn derde rolprent terug naar zijn geboorteland, de culturele en sociale hogedrukketel van Zuid-Afrika. Net als het geval was met District 9 – waarvoor hij eveneens samen met Terri Tatchell het draaiboek schreef – gaan satire en actie naadloos in elkaar over.

Recensie Chappie

Chappie is de naam van een politierobot, product van wapenfabrikant Tetravaal, die van zijn maker, Deon Wilson (de Britse acteur Dev Patel, bekend van Slumdog Millionaire en de serie The Newsroom), een bewustzijn krijgt en dus een kunstmatige intelligentie wordt. Zijn geest is blanco, hij moet alles nog leren en wanneer zijn ‘ouders’, een eenentwintigste eeuws Bonnie & Clyde-koppel, vertolkt door het Zuid-Afrikaanse rapduo Die Antwoord, hem opvoeden als gangster staan alle aannames over maatschappelijke orde op zijn kop. Het resultaat is zowel angstaanjagend als buitengewoon geestig.

Geschreven voor Die Antwoord
Politierobotten zijn sinds Robocop geen nieuws meer en Chappie heeft de hekeling gemeen met Paul Verhoevens Hollwood-debuut. De film zet vraagtekens bij technische oplossingen voor menselijke problemen. Zoals: is het slim om uitvinders met een militaire achtergrond een politierobot te laten ontwerpen? Of: wat gebeurt er wanneer een robot wordt gehackt?  Of: moet je geweld uitbesteden aan een commercieel bedrijf met winstoogmerk? Snappen robots het verschil tussen een object en diens mediarepresentatie? Kan de menselijke natuur wel omgaan met kunstmatige creaturen?

Chappie is geschreven voor Ninja (Watkin Tudor Jones) en Yo-Landi Visser (Anri du Toit), te samen het conceptuele kunstproject alias rap-act Die Antwoord. Ze tekenen ook voor de soundtrack, met nummers van hun eerste twee albums, en de film reflecteert Die Antwoords absurdistische white trash gangstercultuur, waarin de status stijgt naarmate de sociaaleconomische positie daalt. Tudor Jones zou de hoofdrol van Elysium spelen maar verkoos te werken aan het tweede Die Antwoord-album, zoals Yo-Landi eerder de titelrol van David Finchers remake van The Girl With The Dragon Tattoo afwees om zich op de groep te kunnen concentreren. Hier spelen ze ‘zichzelf’, tussen aanhalingstekens, want Ninja, Yo-Landi en hun satirische ZEV-subcultuur zijn artistieke creaties.

Recensie Chappie

Humorvol contrast
Het Zuid-Afrika van Chappie geeft een voorproefje van de eenentwintigste eeuw: een cyberpunk-nachtmerrie geregeerd door statenloze corporaties, waar een gemilitariseerde politie de ultra-gewelddadige onderklasse in het gareel moet houden. In dat opzicht sluit Blomkamps film naadloos aan op de romans van zijn landgenote Lauren Beukes, de fotografie van Roger Ballen en, dat spreekt, de muziek van Die Antwoord. In die ontspoorde wereld vertegenwoordigt de robot Chappie de onschuld. ‘Waarom liegen mensen altijd? Waarom doen mensen elkaar zoiets aan?’, vraagt hij niet begrijpend.

Het contrast tussen de ultrasophisticated maar naïeve machine en het calculerende nihilisme van de mensen – zowel de onderklasse als de directrice van Tetravaal (Sigourney Weaver) en Wilsons rivaal op de werkvloer, de ex-militair Vincent Moore (Hugh Jackman) – werkt uitgesproken komisch, met als hoogtepunt een hilarische episode waarin Chappie door Ninja wordt ingezet als autokaper. En dan is er de actie: de gangsters zijn intimiderender, het geweld heftiger en de wapens nog meer ultra, wat culmineert in een climax waarin Neill Blomkamp, na een spetterende opening, nogmaals zijn talent als actieregisseur etaleert. Denk Robocop maal Expendables 3, tot de tweede macht.

Liefhebbers van Die Antwoord zullen in Chappie qua stylering de inbreng herkennen van Ninja, zelf ook regisseur, van Die Antwoord-videoclips. De graffiti op de muren van hun schuilhol in een industriële bouwval is van zijn hand; Yo-Landi draagt dezelfde hotpants-met-smiley-billen als in de clips; en er zitten een aantal ZEV-logo’s in de film verstopt – net zoals het beeldmerk van een bekende telefoonprovider opvallend vaak door het beeld schuift. De sluikreclame past bij een film die bloedstollende actie koppelt aan lastige vragen, maar niet vergeet dat humor elke ergernis doet smelten.

 

4 maart 2015

 

 

ALLE RECENSIES

 

American Sniper

****

recensie American Sniper
Schaapshond met messiascomplex

door Alfred Bos

Veteraan-regisseur Clint Eastwood verfilmde het levensverhaal van Chris Kyle, de dodelijkste sluipschutter in de Amerikaanse legerhistorie, opmerkelijk ingetogen. In deze realistische oorlogsfilm zijn psychologie en actie in evenwicht.

De Amerikaanse militaire interventies in het Midden-Oosten hebben een stoet films over stoere mannen in stoffige zandbakken opgeleverd en tussen de kleine veertig titels die Clint Eastwood regisseerde zit ook het oorlogstweeluik Letters from Iwo Jima en Flags of Our Fathers; daarin toont hij de oorlog in de Pacific (1941-1945) zowel vanuit Amerikaans als vanuit Japans perspectief. Het is niet vreemd dat de inmiddels 84-jarige acteur/regisseur/producer en jazzliefhebber zich heeft gewijd aan de verfilming van het levensverhaal van Chris Kyle, de Navy SEAL scherpschutter die op 2 februari 2013 op een Texaanse schietbaan door een Irak-veteraan werd doodgeschoten.

Recensie American Sniper

Het is een zeer Amerikaans verhaal, over een zeer Amerikaanse oorlog, met een zeer Amerikaanse hoofdpersoon die wordt gedreven door een zeer Amerikaans patriottisme (‘Dit is het beste land op aarde, ik doe alles om het te beschermen’), en een zeer Amerikaanse reactie op geweld (nog veel meer geweld), uitmondend in een zeer Amerikaanse ontkenning van de trauma’s waarmee soldaten uit Irak terugkeren. Het is géén succesverhaal.

Eastwood heeft zich, als acteur en als regisseur, in zijn lange loopbaan immer betrokken getoond met geplaagde individualisten die zich inzetten voor de goede zaak. Amerika is zijn onderwerp, zo handelen zijn laatste films over The Four Seasons, Amerikaanse muziekhelden uit de jaren zestig, en FBI-oprichter J. Edgar Hoover. Hij is wellicht de meest Amerikaanse van alle actieve Amerikaanse filmregisseurs en het verhaal van Kyle is bij hem in onverdachte handen.

Bradley Cooper bijna onherkenbaar fors
Eastwood maakt van Kyle geen lieverdje, eerder een simpele ziel die de werkelijkheid ziet door het vizier van een geweer; het grotere beeld ontgaat hem. Maar Eastwood portretteert Kyle, overtuigend neergezet door een bijna onherkenbaar forse Bradley Cooper, ook niet als eendimensionale mannetjesputter. In de twee uur van de film zien we hem langzaam uiteenvallen, van gemotiveerde vrijwilliger tot getraumatiseerde vreemdeling in zijn eigen huis.

Van huis uit heeft de Texaanse volksjongen eenvoudige waarden meegekregen. Er zijn drie soorten mensen: schapen, wolven en schaapshonden; die laatste beschermen de schapen tegen de wolven. Wanneer Kyle, de schaapshond, tijdens zijn dienst in Irak niet ergens op een dak achter zijn scherpschuttersgeweer ligt om mariniers op de grond te ondersteunen, meldt hij zich aan voor gevaarlijke huiszoekingen. ‘Heb je soms een doodswens’, wil zijn vrouw (Sienna Miller) weten wanneer hij voor de vierde keer naar Irak afreist. ‘Heb je een messiascomplex?’, vraagt een collega-marinier als hij extra taken aanpakt. De scherpschutter doet wat hij als zijn plicht beschouwt, negeert zijn emoties en raakt sluipenderwijs van zichzelf vervreemd.

Recensie American Sniper

Drama met vaart
Eastwood tekent dat verval op realistische, maar onderkoelde wijze. Regie en cameravoering zijn bijzonder efficiënt, zonder poespas, en de elegante montage geeft dit oorlogsdrama de vaart van een actiefilm. De camera zit de mariniers in het stuk geschoten Ramada dicht op de huid; het doet denken aan Kubricks Full Metal Jacket. Het scherpschuttersduel tussen Kyle en zijn Arabische tegenhanger herinnert aan Enemy at the Gates en de climaxscène waarin een groep mariniers uit een omsingeld gebouw moet worden bevrijd zou niet hebben misstaan in Black Hawk Down.

Het best is American Sniper evenwel in de verbeelding van Kyle’s langzame psychische onttakeling. Zijn recht-door-zee waarden zijn te eendimensionaal voor de complexe realiteit van een guerrilla-oorlog op exotisch grondgebied. Hij is teveel vechter en te weinig denker, en betaalt dat met zijn menselijkheid en uiteindelijk, door de hand van iemand die hij wil helpen, met zijn leven. Eastwood maakt geen held van hem en wijst nergens met een beschuldigende vinger. Juist door die afstandelijke benadering komt de tragiek des te scherper over. Ouderwets vakwerk over een actueel onderwerp van een meesterregisseur.

 

28 februari 2015

 
ALLE RECENSIES
 

Wild

***

recensie  Wild

Spontane ontdekkingstocht door Amerika

door Cor Oliemeulen

Een jonge vrouw doorkruist Amerika met als doel om veel meer zichzelf dan de overweldigende natuur te ontdekken.

Zoals in Europa pelgrims een voettocht maken naar Santiago de Compostella in Noord-Spanje, zo zijn er in de Verenigde Staten wandelaars die zich wagen aan de Pacific Crest Trail, die loopt van het zuidelijkste puntje van Californië tot aan de Canadese grens. In beide gevallen willen deelnemers zichzelf bewijzen of bijvoorbeeld het verleden verwerken. Zo ook Cheryl Strayed (Reese Witherspoon) die iemand tijdens een van haar schaarse ontmoetingen onderweg toevertrouwt: ‘Ik was eenzamer in mijn gewone leven dan hier.’

Recensie Wild

Wild is niet wild
De verfilming van Strayeds bestseller doet in eerste instantie denken aan de filmbiografieën Into the Wild (2007) van Sean Penn waarin de hoofdpersoon huis en haard achterlaat voor een barre tocht naar Alaska, alsook 127 Hours (2010) van Danny Boyle waarin de hoofdpersoon komt vast te zitten in een grot. In Wild van Jean-Marc Vallée gaat het er een stuk minder wild aan toe. Ten eerste zal Cheryl niet doodvriezen in een oude caravan en ten tweede hoeft ze niet haar arm af te snijden om zich te bevrijden. Het ergste leed dat haar treft is het verwijderen van wat teennagels en het likken van dauw van haar tent om niet om te bezwijken aan dorst.

De Pacific Crest Trail doorkruist 25 bosgebieden, zeven nationale parken en diverse beschermde wildernisgebieden. Dat levert uiteraard wonderschone plaatjes op, maar minder confrontaties met de natuur dan je zou mogen verwachten. In plaats van beren op haar pad, ontmoet Cheryl een lief vosje, dat haar nog een tijdje zal volgen. Voordat Cheryl de Bridge of the Gods zal bereiken, ontmoet ze wel andere langeafstandswandelaars én haar eigen demonen: het resultaat van haar mislukte huwelijk, haar drugs- en alcoholverslaving en haar pijn vanwege de ongeneeslijke ziekte van haar moeder.

Recensie Wild

Romantiek voor tienermeisjes
Hoewel Wild van de eerste tot de laatste stap onderhoudend is, heeft de Canadese regisseur Jean-Marc Vallée betere films gemaakt. In C.R.A.Z.Y. (2005) is de familiegeschiedenis niet alleen krankzinniger, maar ook beter uitgewerkt. In Café de Flore (2011) schakelt hij briljanter tussen twee tijdperiodes en in Dallas Buyers Club (2013) was Vallée gezegend met een charismatischere hoofdrolspeler.

Cheryls avontuurlijke tocht neigt wat naar romantiek voor tienermeisjes, terwijl de flashbacks met haar moeder (Laura Dern – let op de identieke kinnen van de dames) volwassen dramatisch tegenwicht bieden. Reese Witherspoon is het sterkst als haar personage mijmert over vroeger. Maar als de met loodzware bepakking uitgeruste wandelaar met iele benen (die na de tocht van elfhonderd mijl nauwelijks geharder lijken), is de actrice, die in 2005 nog verrassend een Oscar won voor haar rol in de Johnny Cash-biografie Walk the Line, niet altijd even geloofwaardig. Misschien heeft ze zich bewust net zo slecht voorbereid op haar rol als op haar spontane ontdekkingstocht door Amerika.

 

23 februari 2015

 
ALLE RECENSIES

Good People

**

recensie  Good People

Goed volk, vierkant verhaal

door Cor Oliemeulen

De eerste misdaadthriller van de succesvolle Deense tv-regisseur Henrik Ruben Genz kent prima acteurs, die hun bankrekening spekken ten koste van voorspelbaar vermaak. 

Geld is het slijk der aarde, maar het is soms prettig als je het hebt. Zeker in barre economische tijden gaat het eigenbelang, en dus ook het hebben van geld, vaak voor waarden die eerst misschien zo belangrijk leken. In hun recente sociaalrealistische drama Deux jours, une nuit portretteren de Belgische cineasten Jean-Pierre en Luc Dardenne een moeder (glansrol Marion Cotillard) die dreigt ontslagen te worden bij een fabrikant van zonnepanelen. Ontslag kan slechts worden afgewend als het haar lukt om minimaal de helft van haar collega’s één voor één te bewegen afstand te doen van hun voorgeschotelde bonus van duizend euro. Wat volgt is een barre, bijna onmenselijke strijd tegen de klok. Soms kun je beter geld vinden  dan het ontvangen, zeker als dit ten koste gaat van iemand die je graag mag. Maar die vlieger gaat lang niet altijd op.

Recensie Good People

De vondst
Het is een overbekend uitgangspunt: iemand vindt een grote hoeveelheid bankbiljetten en kan zich niet beheersen om het zelf te houden en vervolgens uit te geven – wetende dat het geld is besmet. Een prachtig filmvoorbeeld is A Simple Plan (Sam Raimi, 1998) waarin drie types afspreken hoe ze met hun buit zullen omgaan maar falen door hebzucht en onderling wantrouwen. Of No Country for Old Men (Ethan en Joel Coen, 2007) waarin iemand twee miljoen weggrist tussen de dodelijke slachtoffers van een mislukte drugsdeal en vervolgens een geschifte moordenaar achter zich aan krijgt. Gevonden geld is verleidelijk, maar niet zonder risico.

In Good People geniet het geïmmigreerde Amerikaanse koppel Tom (James Franco) en Anna (Kate Hudson) de twijfelachtige eer 220.000 pond te vinden. In de kelder van hun huis in Londen treft Tom op een dag hun huurder levenloos aan. Volgens de politie was de huurder een crimineel die is gestorven aan een drugsoverdosis. Als Tom en Anna later de kelder leegruimen ontdekken ze een volle tas met bankbiljetten. Ze spreken af om het geld te verstoppen en het politierapport en eventuele bezoekers af te wachten. Aangezien ze het geld goed kunnen gebruiken, besluiten ze een klein deel te besteden.

Recensie Good People

De rechthebbenden
Het duurt natuurlijk niet lang voordat er serieus addergebroed opduikt. Tom laat zich liever in elkaar slaan dan zeggen dat hij iets weet van het geld, maar pas als zijn lieve Anna wordt betast, wil hij wel prijsgeven dat ze het geld hebben verstopt. James Franco en Kate Hudson vormen een mooi en geloofwaardig koppel. Ze zijn helaas veroordeeld tot het zoveelste script dat uitblinkt in het afstruinen van de bekende paden. De plot draait uit op een variant van Home Alone, wat kennelijk voor de hand ligt als je net je huis aan het verbouwen bent.

In het kielzog van de zogenaamde rechthebbenden van het geld volgen een solistisch opererende politieman (Tom Wilkinson) en de mysterieuze crimineel Kahn (Omar Sy), die zich graag mag vergelijken met zijn brute naamgenoot Dzjengis. Omar Sy (Intouchables) moet duidelijk wennen aan zijn allereerste niet-komische rol. Good People bevestigt het chronische gebrek aan oorspronkelijke scriptschrijvers. Het is een ware epidemie: films die veelbelovend beginnen en hopeloos verzuipen in clichés.

 

20 februari 2015

 
ALLE RECENSIES
 

Foxcatcher

****

recensie  Foxcatcher

De kracht van eenzaamheid

door Nanda Aris

Gebaseerd op waargebeurde feiten vertelt deze film op prachtige wijze het verhaal van Olympisch kampioenen worstelen Mark en Dave Schultz, en hun relatie met de excentrieke multimiljonair John du Pont. 

Negentien jaar geleden speelde het daadwerkelijke verhaal zich af, en na Capote (2005) en Moneyball (2011) besloot Bennett Miller het naar het witte doek te vertalen. Niet zonder succes: de film ontving vijf Oscarnominaties. Zowel Steve Carell, onherkenbaar door een grote aangebrachte neus, als John du Pont en Mark Ruffalo als Dave Schultz zijn genomineerd voor een Oscar voor respectievelijk beste mannelijke hoofdrol en beste mannelijke bijrol. 

Recensie Foxcatcher

Mark Schultz (Channing Tatum) en Dave Schultz (Mark Ruffalo) zijn broers met een goede band.  Dave is de vrolijker en luchtiger in het leven staande oudere broer en heeft meer ervaring in het worstelen, maar de gefocuste en stoïcijnse Mark traint hard en mikt op Olympisch goud. 

Patriot
Hij wordt uitgenodigd door John du Pont, om op zijn landgoed te komen trainen. Het landgoed van de echte John du Pont mocht niet gebruikt worden voor de film, maar een andere rijke familie en fan van het werk van Miller, bood haar landgoed aan. De beelden van het grootse landgoed en de begeleidende muziek zijn imponerend. 

Du Pont wil graag beide broers op zijn landgoed laten trainen, maar Dave staat er wat sceptischer tegenover, omdat hij een gezin heeft en vrouw en kinderen stabiliteit wil geven. En dus vertrekt Mark alleen, met de hoop het armzalige bestaan achter zich te laten, en de worstelsport in de schijnwerpers te kunnen zetten. Hij wil als trots Amerikaan de beste worstelaar ter wereld worden, en vindt in John du Pont een metgezel en coach die hem daarin maar al te graag steunt. Onder leiding van Du Pont traint Mark samen met zijn zelf samengestelde Foxcatchers Team  voor de Olympische Spelen in Seoul van 1988. 

Leegte
John du Pont heeft weinig verstand van worstelen, dus als coach blijft hij vooral in algemeenheden praten. Zijn eigen training bestaat uit een rondje dribbelen in de zaal, en tijdens wedstrijden krijgt zijn tegenstander betaald voor het laten winnen van John du Pont. Geboren in rijkdom is hij gewend aan het ‘kopen’ van aandacht, alhoewel hij hard probeert dit gegeven te vergeten, en zich inbeeldt dat hij echt belangrijk is. 

Du Pont’s moeder keurt John’s keuze voor het worstelen af, het is een ‘lage’ tak van sport, en niet vergelijkbaar met haar elitaire paardensport. De band tussen Du Pont en Mark lijkt steviger te worden,  er wordt zelfs geïnsinueerd dat Du Pont wellicht homofiel is (misschien dat hij er daarom voor koos om de fysieke worstelsport te steunen?). Maar langzaam gaat de fysieke en vooral mentale gesteldheid van Mark achteruit, en verschijnen er scheuren in de innige band. Dave besluit toch naar het landgoed te verhuizen, wanneer hij begrijpt dat Mark hem nodig heeft. De ware coach keert terug voor Mark, en samen bouwen ze aan zijn herstel. 

Recensie Foxcatcher

Eenzaamheid
Het is werkelijk fascinerend hoe de onderliggende, niet uitgesproken emoties en motiveringen langzaam duidelijk worden. Steve Carell en Mark Ruffalo hebben beide terecht een Oscarnominatie ontvangen voor hun prestatie, maar ook Channing Tatum verrast. Carells vertolking van Du Pont als excentrieke, verknipte en verpestte miljonair is subliem, en doet denken aan Robert de Niro in Taxi Driver. Beide hebben de drang om belangrijk gevonden te worden, zijn eenzaam, onberekenbaar en geestesziek, maar eigenlijk ook om medelijden mee te hebben. Ze doen beseffen dat deze complexe mensen echt bestaan; een beangstigend idee. 

De film laat ruimte voor eigen interpretatie, bouwt niet op naar het einde zoals je misschien zou verwachten, maar maakt daarmee juist zoveel indruk. Een beter voorbeeld van ‘geld maakt niet gelukkig’ is er niet.

 

15 februari 2015

 

Vijf vergeten sportklassiekers

 

ALLE RECENSIES

 

Selma

***

recensie  Selma

King op een hoogtepunt

door Wouter Spillebeen

Regisseuse Ava DuVernay is niet aan haar proefstuk toe als het aankomt op sociaal bewogen films over de zwarte gemeenschap. Haar portret van Martin Luther King levert haar wel een eerste Oscarnominatie op. 

In de jaren ‘60 ondernam Dr. Martin Luther King Jr. (intussen de voorzitter van de Southern Christian Leadership Conference, ontvanger van de Nobelprijs voor de Vrede en brenger van de beroemde “I have a dream”-speech) verschillende pogingen om met een karavaan zwarten door de Zuidelijke Amerikaanse staten te wandelen, van Selma naar Montgomery. Dat om te protesteren tegen het racisme, de segregatie en de onderdrukking van de niet-blanke bevolking aan de stemhokjes. De opmerkelijke tocht was in 1999 al het onderwerp van de Disneyfilm Selma, Lord, Selma. Deze versie mikt eerder op een volwassen publiek.

Recensie Selma

Segregatie
Tegenwoordig is het bijna ondenkbaar dat zwarten slechts vijftig jaar geleden in “The land of the free” consequent geweigerd werden aan de stembureaus – hoewel Eisenhower de segregatie al had afgeschaft en stemmen een grondwettelijk recht was voor elke Amerikaanse burger – en dat politie vredevolle protesten met stokken en traangas beëindigde. Te denken dat een agent in de Zuidelijke Amerikaanse staten een zwarte jongeman in een restaurant kon neerschieten omdat die ervan verdacht werd aan een geweldloze protestactie deel te nemen. Mocht zoiets nu gebeuren in een stadje als, zeg maar, Ferguson in Missouri, dan zou die agent daar niet mee wegkomen, toch? Selma  toont in de eerste plaats aan hoe ver we als maatschappij nog steeds staan van de idealen die King wilde bereiken.

Selma is niet zomaar een portret van Martin Luther King en zijn strijd om het stemrecht voor zwarten te verwezenlijken in Alabama. Het is ook een film over gewone mannen en vrouwen die dagelijks met het onrecht worden geconfronteerd, over de studenten wiens protesten tegen hun zin overgenomen worden door King, over de politieke acties om King tegelijk te steunen en in het gareel te houden, zijn vrouw die thuis doodsangsten uitstaat en nog veel meer. Het wordt te veel. De subplots zijn aanwezig en hun ontwikkeling is geïmpliceerd, maar uiteindelijk te weinig uitgewerkt. DeVernay neemt te veel hooi op de vork, ook al gaat Selma  slechts over een korte periode in de carrière van King.

Recensie Selma

Hoogtepunten
Een deel van het acteerwerk en de cinematografie zijn niets bijzonders, maar David Oyelowo, die King neerzet alsof zijn leven ervan afhangt, schittert tijdens gepassioneerde speeches. In sommige scènes blinkt het camerawerk evenzeer uit: de scène waarin de kerk tegen de grond gaat, de imposante shots van de mars op de befaamde Edmund Pettus Bridge… Die hoogtepunten maken Selma’s mindere scènes de moeite waard. Wat makkelijk een brave, voorzichtige en risicovrije biopic kon worden, is gered door het ontwijken van clichés, een oog voor detail en slimme casting.

 

14 februari 2015

 
ALLE RECENSIES

Most Violent Year, A

***

recensie  A Most Violent Year

Fatsoen slaat terug

door Alfred Bos

In zijn derde speelfilm toont regisseur J.C. Chandor het moreel en financieel failliete New York van begin jaren tachtig. A Most Violent Year is een zedenschets met thriller-elementen over een zakenman in de knel.

De regisseur van A Most Violent Year, J.C. Chandor, kan in zijn thuisland Amerika een paar potten breken. Enkele jaren terug viel zijn feature-debuut, Margin Call (2011), op in een filmgolfje aan satires dan wel zedenschetsen over de moraal, of gebrek daaraan, van de casinokapitalisten op Wall Street. All Is Lost, waarin Robert Redford het als eenzame zeezeiler opneemt tegen de elementen en het noodlot, was eveneens goed voor een Oscar-nominatie. De verwachtingen voor A Most Violent Year  zijn dus gespannen. Maakt Chandor de belofte waar?

Recensie A Most Violent Year

A Most Violent Year oogt ouderwets, in de goede zin des woords. De film speelt in 1981 – maar dat bedoelen we niet met ouderwets – en komt over als een film uit die tijd. Aandacht voor karakterontwikkeling, vleugje spanning, een achtervolging, een schietwapen, een realistisch verhaal, personages die tegen en niet langs elkaar praten; geen verzadigde mediaomgeving als decor noch ronkend effectbejag om kijkers met de aandachtsspanne van een termiet te plezieren. In dat opzicht is de film geslaagd.

A-acteurs
Ook voor zijn derde film leverde Chandor zelf het draaiboek aan en kan hij zijn verhaal tot leven brengen via een rolverdeling met acteurs uit de A-categorie. Oscar Isaac, die we nog kennen als de folkzanger uit Inside Llewyn Davis, speelt de rol van Abel Morales, een immigrant die zijn bedrijf, een oliegroothandel, moet verdedigen tegen misdadige praktijken. Zijn vrouw Anna (Jessica Chastain), immer gekleed in authentiek Armani uit 1981, heeft trekjes van Lady McBeth; de erecode van haar echtgenoot is haar een paar maatjes te krap. De interactie tussen Isaac en Chastain is de brandstof die A Most Violent Year voorstuwt.

De film speelt in het New York van 1981. De stad wordt geteisterd door corruptie en misdaad; de maffia is machtig, de politie laks. Net als Chandors voorgaande films draait ook A Most Violent Year om moraliteit, uitgedrukt in de naam van de protagonist: Abel (able, kundig) Morales. Wanneer hij door een vies spelletje in een schier onmogelijke positie wordt gemanoeuvreerd, weigert hij zich te verlagen tot het niveau van zijn, aanvankelijk onduidelijke, tegenstander. Aan het eind van de film is zijn blazoen schoon en zijn bedrijf gered. Fatsoen is kwetsbaar, maar niet weerloos.

Recensie A Most Violent Year

Amerikaanse droom
A Most Violent Year heeft sfeer, tempo en uiterlijk van befaamde jaren zeventig misdaadfilms als The Friends of Eddie Coyle en Mean Streets. Onsentimenteel, rauw-realistisch, niet-glamoreus; geen romantisering van geweld en crimineel gedrag à la The Godfather, maar een portret van kleine luiden in de urbane wildernis. De nadruk ligt op de psychologische Werdegang van de hoofdpersoon en diens verweer tegen een corrupte wereld. Niet uit idealisme, maar uit overleving. In A Most Violent Year is de Amerikaanse droom nog in tact – en dat is bepaald ouderwets.

In de Verenigde Staten is de film met de nodige jubel ontvangen (voor de reden: zie de voorgaande alinea), maar “een film zoals je nog niet eerder hebt gezien”, zoals een recensent juichte, is het zeker niet. Daarvoor bijt J.C. Chandor niet genoeg door, zoals Andrew Dominik in zijn vergelijkbare, maar oneindig veel scherpere kritiek op het Amerika van nu in Killing Them Softly (2012) wel doet: Amerika is geen land, het is een bedrijf. A Most Violent Year mist het raffinement en de geslepen ironie van Dominiks rolprent. Het is een degelijke film over een actueel – en tijdloos – onderwerp en niet meer dan dat.

 

9 februari 2015

 
ALLE RECENSIES

Big Hero 6

**

recensie Big Hero 6
Tussen belediging en gemakkelijk vermaak

door Ralph Evers

Wanneer de veelbelovende uitvinding van een jonge robotbouwer wordt gejat door een slechterik lijkt de pleuris uit te breken. Gelukkig kijken we naar een Disneyfilm en is vrijwel de gehele verhaallijn er op gericht om middels veel actie en ontroerende speeches tot een goed einde te komen. 

Big Hero 6 speelt zich af in de moderne stad San Fransokyo. Onze held heet Hiro (what’s in a name) Hamada. De broer van Hiro, Tadashi, studeert aan de prestigieuze universiteit van Fransokyo, waar hij werkt aan een gezondheidszorgrobot: Baymax. Hiro verdient zijn geld met illegale bot-battles. Wanneer hij ternauwernood ontsnapt aan een bad guy  in deze gokwereld, besluit ook hij zich in te schrijven voor de universiteit. Met een geniale uitvinding wordt Hiro aangenomen, maar dan slaat het noodlot toe. In een felle brand komt Tadashi te overlijden en wordt het geniale idee van Hiro door iemand met minder goede bedoelingen meegenomen. Samen met de vrienden van Tadashi en Baymax bindt Hiro de strijd aan tegen de kwade machten in San Fransokyo.

Recensie Big Hero 6

Gebaseerd op een Marvel-comic doet de film denken aan Wreck-it Ralph (ook van Disney). In het hoge verteltempo lukt de actie goed, de humor blijft jammerlijk achterwege.

Formulefilms
Disney staat bekend om zijn formulefilms. De held van het verhaal ontsteekt rond twee derde van de film een emotionele speech, die Obama niet zou misstaan. Een speech die echter zelden past bij mensen van vlees en bloed en daarna nog minder zelden tot de beoogde verandering zou leiden. Daarnaast kennen de films als thema’s broederschap, vriendschap, familiebanden en de verplichte lach en de traan. Big Hero 6 voldoet volledig aan dit stramien, maar weet daar pompeuze actie aan toe te voegen. Alsof het team aan adrenaline verslaafd was.

In de bijna 80 jaar dat Disney films maakt (de eerste film Sneeuwwitje en de zeven dwergen is uit 1937), zou het een fijne afwisseling zijn wanneer er genoeg moed verzameld was om eens werkelijk uit de bocht te vliegen. Helaas. Terwijl tegenstellingen doorgaans zo goed werken. Nou vooruit, de knuffelrobot Baymax offert zichzelf op om de mensen te redden, en daarvoor is een behoorlijke goof nodig, om uiteindelijk toch met een happy end af te sluiten. Want één ding moet je ze wel nageven: Disney en Pixar krijgen alles tot leven, met meelijwekkende karakters, waardoor ze appelleren aan je empathische gevoelens.

Recensie Big Hero 6

Publiek
Het publiek waarop men zich richt zal tussen de 6 en 18 zijn. De absurde personages zullen bij kinderen wel werken. Ook de voor de hand liggende plottwist bij de ontmaskering van de bad guy, die je als normaal intelligente kijker al mijlenver voelt aankomen, zal wel werken. Zo laveert Big Hero 6 tussen belediging en gemakkelijk vermaak en is het aan het inschattend vermogen van de filmkijker of hij hieraan zijn geld gaat uitgeven.

 

7 februari 2015

 

MEER RECENSIES

 

Wild Card

*

recensie  Wild Card

Gokken met dertig miljoen dollar

door Cor Oliemeulen

Er zijn ontelbaar veel films met Las Vegas als decor. Na het zien van Wild Card – alleen interessant voor fans van Jason Statham – bekruipt je het gevoel dat niet alleen de acteurs, maar ook de filmmakers in het casino hebben zitten te brassen.

De carrière van Jason Statham is best interessant. Van schoonspringer, duiker, vechtsportliefhebber en kledingmodel werkte de inmiddels 47-jarige Brit – bijnaam Macho – zich op tot geliefd acteur in actiefilms. Hij maakte een prima debuut in de hippe misdaadkomedie Lock, Stock and two Smoking Barrels (1998) van Guy Ritchie, werd bijna onsterfelijk door in Crank: High Voltage (2009) een startkabel op zijn tepel te plaatsen, maar belandde al op relatief jonge leeftijd in The Expendables-franchise tussen uitgerangeerde actiehelden die in hun eentje geen film meer kunnen dragen.

Recensie Wild Card

Held
Van lange zinnen en dramatische diepgang moet Jason Statham het niet hebben. Het liefst toont hij een staalharde kop, laat hij zijn vuisten en voeten spreken en krijgt hij met een beetje geluk af en toe tekst waarmee hij zijn droge Britse ironie kan etaleren. Binnenkort mag hij in Furious 7 weer eens de slechterik spelen, maar meestal is Statham de sympathieke held in actiefilms die graag cliché op cliché stapelen en waarbij je voor aanvang al kunt raden dat hij het strijdtoneel vol gevaarlijk geboefte zonder noemenswaardige schrammen zal verlaten. Werd Homefront (2013) door een Indebioscoop-collega nog gekwalificeerd als een ‘opgewarmde drol’, Wild Card – opnieuw een heuse boekverfilming – is direct rijp voor de mestvaalt.

Net als Statham zweert zijn landgenoot Simon West bij het actiegenre. Verdienstelijk gedebuteerd met de oorverdovende misdaadthriller Con Air (1997) stemt West zijn regiekwaliteiten met het jaar meer af op de geweldsbehoefte van met name de jeugdige bioscoopganger. Wild Card past moeiteloos in die ontwikkeling. Dat het vervaardigen van dit jongste Statham-vehikel toch nog dertig miljoen dollar moest kosten (met dit budget had Michiel de Ruyter nog gemakkelijk twintig extra zeeslagen kunnen winnen) zie je er niet aan af. Of het moet zo zijn dat de crew onbedaarlijk heeft zitten te gokken en te zuipen in Las Vegas waar zij de film hebben opgenomen.

Recensie Wild Card

Heggenschaar
Wild Card is echt zo’n film waarvan je slechts de trailer hoeft te kijken. Maar voor de fans van Jason Statham (en – hoewel weinig in beeld – Sofía Vergara) volgt hier nog even voor de zekerheid het verhaal. Jason Statham speelt Nick Wild, die graag kaart – vandaar de filmtitel. Hij laat zich inhuren om zich in elkaar te laten slaan of om anderen in elkaar te slaan, zodat hij zijn onbedwingbare gokbehoefte kan financieren. Nadat ze is mishandeld en verkracht door een gemene spaghettivreter en diens twee kleerkasten, roept een vriendin Nicks hulp in. ‘I want his nuts in my hands’, eist ze. Het duurt niet lang voordat ze met een heggenschaar voor de als Rocky Balboa jankende dader verschijnen en moeten afwegen wat er vanavond op het menu komt te staan.

 

6 februari 2015

 
ALLE RECENSIES