Jupiter Ascending

**

recensie  Jupiter Ascending

Star Wars met een onsje Dune

door Alfred Bos

Broer en zus Wachowski, beroemd van The Matrix, vertillen zich aan een topzwaar sciencefiction-epos dat nimmer tot leven komt. Hun kritiek op het turbokapitalisme, vermomd als space opera, sneuvelt in overdaad.

In mythologische verhalen is het altijd oppassen geblazen met vliegende wezens en in Jupiter Ascending, de zevende (of zes en een halfste, Cloud Atlas was een gedeelde) film van voorheen de Wachowski-broers is het niet anders. Ze kennen hun sciencefictionklassiekers en hun mythen, van het oude Sumerië en het klassieke Griekenland tot de Amerikaanse superhelden van vandaag. Jupiter Ascending is een hoog octaan-soep van vijf millennia aan verhalen over goden – of culturen met superieure technologie – en hun spelletjes. Je zou er bijna in de war van raken.

Recensie Jupiter Ascending

Het verhaal: volgens de sterren is Jupiter Jones (Mila Kunis) voorbestemd tot grote zaken, maar ze maakt toiletten schoon voor de kost. Omdat haar genen cruciaal zijn voor de business van een koninklijke ondernemersdynastie op een andere planeet – we herkennen Jupiter – wordt ze inzet van een machtsspel. Een gevallen engel annex gemodificeerde soldaat met vliegschoenen, Caine (Channing Tatum), moet haar redden uit de klauwen van een narcistische puberprins met Machiavelli-complex, Balem Abrasax (Eddie Redmayne). Er sneuvelt een complete beschaving, maar het komt goed voor Jupiter – Jones, niet de planeet.

Space opera gekruist met cyberpunk
Hebben Andy en Lana Wachowski na The Matrix-trilogie op het grote scherm nog iets gedaan wat hun enorme reputatie rechtvaardigt? Jupiter Ascending is een warrige film, topzwaar aan computeranimaties en actie, maar dun van psychologie en helder verhaal. De verbeelding van het tweetal is koortsig en de film bulkt van de ideeën – aan futuristische technologie geen gebrek – maar mist een visie. Wie zich niet laat meeslepen door reputatie en verwachtingen ziet de Wachowski-variant van Star Wars, inclusief bedreigde prinses Leia (Jupiter), ruwbolsterige vrijbuiter Han Solo (Caine) en sinistere megalomaan Darth Vader (Balem), versneden met een onsje Dune.

Omdat Jupiter Ascending vooral vorm is, mogen we opmerken dat de sciencefiction-liefhebber in het Wachowski-werkstuk een mengvorm van twee nogal uiteenlopende subgenres zal herkennen. Uiteenlopend in tijd, de space opera van de jaren dertig en veertig (denk Flash Gordon en diens nazaat Star Wars), en de cyberpunk van de jaren tachtig en daarna (denk Brazil en Minority Report). De Schotse auteur Iain Banks vermengde als eerste die stijlvormen in zijn reeks Culture-romans. Aan diens boeken, minus de humor, doet Jupiter Ascending qua sfeer, plot, aankleding en personages denken.

Het lukt Andy en Lana echter niet om het (te) complexe verhaal, met nodeloze dan wel onduidelijke subplots, helder te vertellen. Ze leunen teveel op de stijlfiguur van de hyperbool: groot, groter, grootst. Daardoor komt de sage nimmer tot leven, mede doordat veel uitleg niet terloops maar via overbodige dialogen wordt gegeven. Het haalt de vaart eruit, maakt de film houterig en schetsmatig. Daar kan geen CGI-bombardement iets aan verhelpen.

Recensie Jupiter Ascending

Mens als grondstof
Met Jupiter Ascending leveren broer en zus hun commentaar op het turbokapitalisme en typisch Wachowski is het idee dat voor hogere machten de mens dient als grondstof. Planeet aarde is voor Balem niet meer dan vastgoed dat coûte que coûte winst moet opleveren. ‘Het leven is een daad van consumptie’, zegt hij tegen Jupiter in de derde akte, die, zoals tegenwoordig in veel Hollywood-spektakelfilms, volledig uit de bocht vliegt en – het zal niet verrassen in een verhaal waarin planeten als onroerend goed worden opgevoerd – de hemelkaart overnieuw wordt getekend.

Het best zijn broer en zus in het bedenken van (nog?) niet bestaande technologie. Caine beschikt over anti-zwaartekrachtschoenen waarmee hij door de lucht schaatst. Er is een sonisch schietwapen, een stun gun die luchtgolven afvuurt. Nanotechnologie produceert uit het niets reddende ruimtepakken. En er is een variant op de onzichtbaarheidsmantel van Harry Potter. Tussendoor leren we ook waar de graancirkels vandaan komen. Van gebrek aan fantasie of ambitie kun je de Wachowski’s niet betichten, wel van warrigheid. Met wat minder postmodern geciteer uit de SF-canon en wat meer focus was Jupiter Ascending een klassieker geweest.

 

3 februari 2015

 

ALLE RECENSIES

Big Eyes

***

recensie Big Eyes
Kitsch over kitsch

door Wouter Spillebeen

Net als de werken van Margaret Keane zelf, is Tim Burtons Big Eyes geen hoge kunst. De schilderijen van de meisjes met de enorme ogen worden zelfs meermaals kitsch genoemd, maar dat is in dit geval geen belediging. 

In de jaren ‘60 was Keane niet uit het straatbeeld van San Francisco weg te denken. De schilderijen hingen in alle musea, de posters waren te koop in elke buurtwinkel. Terwijl de kunstenaarselite het werk grotendeels bestempelde als kitsch, had het volk een veelal verdeelde mening. Er was echter geen discussie over het feit dat de schilderijen van kinderen met enorme ogen in donkere omgevingen vaak een gevoelige snaar raakten bij de toeschouwer. Tim Burton is een groot verzamelaar van het werk van Margaret Keane. Het kan dan ook geen verrassing zijn dat hij ervoor koos om de opmerkelijke carrière van de schilderes te verbeelden in een biopic.

Recensie Big Eyes

Schilderen en liegen
Margaret (Amy Adams) heeft net haar eerste man verlaten en vlucht met haar jonge dochter van Tennessee naar San Francisco met de hoop daar een beter leven te kunnen starten. Terwijl ze met het schilderen van portretten wat geld bijeen probeert te schrapen, leert ze Walter Keane (Christoph Waltz) kennen, een dromerige en charmante schilder die kortstondig in Parijs gewoond heeft en nog steeds Parijse straatbeelden op het doek tovert.

Een korte tijd later zijn de twee getrouwd en stellen ze hun schilderijen tentoon in een lokale jazzclub. Wanneer Walter merkt dat de schilderijen van zijn vrouw beter in de markt liggen dan de zijne, begint hij er de eer voor op te strijken. Margaret speelt het spelletje mee, want niemand wil een schilderij van een vrouw kopen en het geld moet blijven binnenstromen als ze haar dochter een mooie toekomst wil schenken. Maar wat gebeurt er wanneer de naam Keane beroemd wordt en dit niet de eerste grote leugen van Walter blijkt te zijn?

Burton is natuurlijk niet aan zijn proefstuk toe wat campy, surrealistische en eigenzinnige films betreft. In die zin is Big Eyes een vreemde eend. De film is meer gegrond in de realiteit dan pakweg Frankenweenie of Edward Scissorhands, maar net als die laatste is Big Eyes kleurrijk en ietwat overgeacteerd. Waltz is meer Disney-slechterik dan subtiel personage en Terrence Stamp en Jason Schwartzman zijn karikaturen, net als vele andere personages.

Recensie Big Eyes

Kitsch en kunst
Big Eyes is onder de oppervlakte een echte film over film (of eender welke andere kunstvorm), over wat het verschil maakt tussen kunst en kitsch. Natuurlijk is het werk van Burton veelal niet bepaald elitair hoogstaande kunst, dat weet de man zelf ook wel. De vraag is: als het werk verpakt komt met een goed verhaal (ofwel de leugens van Walter over waar hij zijn inspiratie haalt, ofwel het spectaculairdere verhaal van de kunstenares die onder de knoet van haar man vandaan kruipt), wordt het dan meer dan alleen kitsch?

Kijk bijvoorbeeld naar Linklaters Boyhood. De film op zich is helemaal niet slecht, maar ook niet veel meer dan een coming of age over een gemiddelde jongen. Wat de film zo goed maakt, is het epische twaalf jaar durende proces dat met het maken van de film gepaard ging. Boyhood krijgt Oscarnominaties, prijzen en titels, allemaal omwille van wat zich achter de film afspeelt. Net zoals de uitleg die vaak bij abstracte kunst gegeven wordt, zijn de omstandigheden en de betekenis belangrijker dan het object zelf. Het scenario stelt zelfs letterlijk vragen over de betekenis van kitsch. Zo roept Walter: “Wat is er mis met de kleinste gemene deler? Dat is waar dit land op gebouwd is!”

 

1 februari 2015

 

MEER RECENSIES

 

Night at the Museum: The Secret of the Tomb

***

recensie  Night at the Museum: Secret of the Tomb

Geschifte geschiedenislessen

door Ralph Evers

Ook het derde deel van de trilogie Night at the Museum staat garant voor doldwaze geschiedschrijving en avontuur. Een keur aan historische figuren en de vertrouwde personages uit deel I en II. Tevens de laatste film met een fysiek aanwezige Robin Williams. 

In het eerste deel werden op een fantasierijke manier allerlei gebeurtenissen uit de wereldgeschiedenis tot leven geroepen. Middels een magisch tablet komen de vele verschillende objecten in het museum tot leven. De Night at the Museum-trilogie brengt bij veel kijkers ongetwijfeld een dosis nieuwsgierigheid naar de wereldgeschiedenis naar boven.

Recensie Night at the Museum: The Secret of the Tomb

Het tweede deel, The Battle of the Smithsonian, zat zo vol ideeën dat het aan zijn eigen overdaad ten onder ging. Hoewel vermakelijk, was er van enige diepgang geen sprake en kende de film een zeer voorspelbaar karakter. In deel drie grijpt men terug op het eerste deel. We zijn weleens benieuwd hoe dat nou met dat tablet zit. In vogelvlucht leren we die geschiedenis en wordt in een zucht en een kreun de link naar de eerste film gelegd. Het probleem echter wat deel III kenmerkt is dat de magische tablet aan corrosie onderhevig is. Nog even en het museum zal voor altijd tot zijn oorspronkelijke rust terugkeren. Verteltechnisch kent deze film het probleem van exact dezelfde formule.

Charmant
Dan is er namelijk meer tijd voor actie. Directeur McPhee meldt dat een belangrijk deel van de collectie naar het British Museum in London verhuist. Kapucijner Dexter is echter zo gewiekst om het tablet te jatten. Een nieuw museum betekent nieuwe historische figuren. Daarin zit de charme van deze trilogie. De humor is gelaagd. Grappen met anachronisme, personages en feiten die nooit samen hadden kunnen komen, de chemie tussen de acteurs (Ricky Gervais is gewoon altijd David Brent, of is David Brent Ricky Gervais?) en het spelen met meta-realiteit.

Zo weet men de fantasierijke vondst uit The Battle of the Smithsonian – waarbij men verdwaalde in schilderijen of foto’s – te overtreffen in het verdwalen in een heuse Escher. Met het onderlinge spel en dit soort vondsten weet de film haar charmes goed te gebruiken.

Recensie Night at the Museum: The Secret of the Tomb

Bye Teddy
Met de onthulling van het mysterie van het tablet en het afronden van de open eindes van het eerste deel (de geschiedenis van de vorige nachtwakers), nemen we vermoedelijk afscheid van een filmserie die de geschiedenislessen in ieder geval een stuk levendiger hebben gemaakt. Vermoedelijk, omdat met de stroom aan vervolgfilms van de laatste tijd niet zomaar te zeggen is dat een einde een einde is.

Dat blijkt wel uit de laatste scène, waarin het afscheid van London in New York een groteskere (Amerikaansere) herkansing krijgt. Toch zal elk ander vervolg het moeten doen zonder die vriendelijk ogende, prettig naïeve Teddy Roosevelt, die met z’n catchy  oneliners weet te amuseren. Met als laatste woorden: “Bye Teddy, farewell Lawrence”, sluit een markant acteur zijn carrière af.

 

31 januari 2015

 
ALLE RECENSIES

Inherent Vice

***

recensie  Inherent Vice

Eén keer kijken is niet genoeg

door Cor Oliemeulen

Er is geduld nodig voor het kijken naar Inherent Vice. In deze mix van mysterie, komedie en psychedelische thriller met maffe dialogen raak je gegarandeerd verstrikt in alle losse eindjes, maar dat is kennelijk van ondergeschikt belang.

Thomas Pynchon is volgens sommigen de belangrijkste Amerikaanse schrijver die het moderne en complexe leven vanaf de jaren zestig beschrijft. Historisch, wetenschappelijk, dromerig, mysterieus, humoristisch en aanstekelijk tegelijk. In zijn boeken zitten veel verwijzingen naar de cinema, echter van een film kwam het nog nooit: te moeilijk. Paul Thomas Anderson nam de uitdaging aan en verfilmde het overweldigend gecompliceerde verhaal over de voortdurend bedwelmde privédetective Doc Sportello (Joaquin Phoenix).

Recensie Inherent Vice

De met zware bakkebaarden uitgeruste Doc is een kruising tussen de stevig drinkende eenling Philip Marlowe in The Big Sleep (1939) en de eeuwige blower The Dude in The Big Lebowski (1998). Van de ene kant de stoere, melancholische privédetective die door roeien en ruiten gaat, van de andere kant de slome, lepe hippie die nog geen deuk in een pakje boter kan slaan.

Flagrante personages
Doc’s ex-geliefde Shasta Fay Hepworth (Katherine Waterston), een vrijgevochten strandmeisje, duikt uit het niets op met een verdwijningsverhaal dat bij zowel Doc als de kijker voor de nodige hoofdbrekens zal zorgen. Shasta’s huidige vriend Mickey Wolfmann (Eric Roberts), die zijn miljarden heeft vergaard omdat hij traditionele buurten in Los Angeles heeft weggevaagd ten faveure van luxe optrekjes voor de rijken, blijkt namelijk plotseling verdwenen. Advocaat Sauncho Smilex (Benicio Del Toro) geeft Doc advies, terwijl saxofonist Coy Harlingen (Owen Wilson) zijn eigen dood in scène zet zodat hij undercover als verklikker kan fungeren.

En dan zijn er nog Martin Short als Dr. Rudy Blatnoyd, de altijd geile, coke snuivende tandarts die banden heeft met het mysterieuze Golden Fang-imperium, en de zichtbaar genietende Josh Brolin als de met chocola overgoten bevroren bananen etende en om pannenkoeken schreeuwende politierechercheur Christian ‘Bigfoot’ Bjornsen, die een haat-liefdeverhouding met Doc heeft, burgerrechten aan zijn laars lapt, maar wel thuis onder de plak zit van zijn vrouw.

Creatief team
Paul Thomas Anderson heeft bovendien de beschikking over een creatief team van Oscarwinnaars met wie hij eerder samenwerkte. Zo verzorgt Robert Elswit (There Will Be Blood, 2007) de fotografie: ditmaal veel medium shots en close-ups. Het productieontwerp van David Crank (The Master, 2012) plaatst je knap terug in de tijd – al was de typische jaren zeventig-setting in Andersons Boogie Nights (1997) veel treffender.

Kostuumontwerper Mark Bridges, die voor genoemde schets van de Californische porno-industrie niet veel kledingkasten hoefde open te trekken en later een Oscar won voor The Artist (2011), draagt ook sterk bij aan het oproepen van de vereiste nostalgische sfeer. En dan is er nog de beheerste, evenwichtige soundtrack van Jonny Greenwood van de Britse band Radiohead met een geslaagde mix van seventies grooves, zachte romantische strijkers en de folk van Neil Young.

Melancholie versus verloren onschuld
Het is Andersons bedoeling om de laag van melancholie onder Doc’s onderzoek exact neer te zetten zoals Thomas Pynchon het in zijn boek beschrijft. Een twijfelend gevoel van hoop dat veel mensen in die tijd voelen en betrokkenheid bij het lot van Amerika. Een periode waarin idealisten de Californian Dream van terug naar de natuur langzaam zien vervliegen door projectontwikkelaars, Amerikaanse troepen in Cambodja, studentenprotesten met doden, engerds als Charles Manson en politiek activisme dat de kop wordt ingedrukt door spionage, infiltratie en smerige politieke spelletjes, zoals Watergate.

Recensie Inherent Vice

Tegen die achtergrond speelt Inherent Vice. Een samenleving die langzaam zijn spirituele onschuld verliest, terwijl consumentisme en paranoia ervoor in de plaats komen. Terugverlangen naar wat bijna is verdwenen en hopen op het beste. Een strompelende tegencultuur waarvan Doc deel uitmaakt. In de film merken we jammer genoeg te weinig van die typische overgang van de jaren zestig naar de jaren zeventig in het toenmalige Los Angeles. Hoewel Doc aan het strand woont, zien we er maar één scène van terwijl er ook nauwelijks aandacht is voor de Sunset Strip waar hippies, muzikanten en gokkers zich kunnen overgeven aan het wilde leven net buiten de stad. Inherent Vice is vooral een praatfilm geworden.

Overvloed
Pas als je bereid en bij machte bent de situaties, handelwijzen en gedachten van de personages in hun sociaalhistorische context te plaatsen, ontplooit zich een technisch en artistiek ongeëvenaard kunstwerk. Zo niet, dan bestaat de kans dat je zelf snel afglijdt in een laconieke staat van bedwelming, omdat de dwingende vorm, inhoud en stijl in combinatie met de overvloed aan details zomaar kunnen verzanden in een vage, langdradige en onoplosbare whodunnit.

Eén keer kijken is eigenlijk niet genoeg. Het is als een schilderij van Kandinsky: hoe vaker je kijkt, hoe meer je ontdekt en hoe meer je denkt te begrijpen. Maar hoeveel bioscoopgangers doen dat?

 

30 januari 2015

 
ALLE RECENSIES
 

Tien drugsfilms: populaire narcotica door de tijd heen

Interview, The

**

recensie  The Interview

Schreeuwerige komedie zorgt voor politieke onrust

door Nanda Aris

Dat komedie en de spot drijven met andere geloven en gemeenschappen tot vergeldingsacties kunnen leiden, weten we maar al te goed van de aanslagen op Charlie Hebdo. Vrijheid van meningsuiting staat weer hoog op de politieke kaart, en The Interview doet ook een duit in het zakje. 

Wanneer de film voor een denkbeeldige dictator had gekozen in plaats van de leider van Noord-Korea, was de film als nietszeggend afgeschreven, en had het nooit groots de internationale pers gehaald. Maar doordat de film de Noord-Koreaanse leider afschildert als een manipulatieve barbaar en vermoord dient te worden, kwamen er vanuit het communistische Aziatische land protesten op het uitbrengen van de film. Hackers braken eind november in bij Sony; interne informatie kwam op straat te liggen en personeel werd bedreigd. 

Recensie The Interview

Daarop besloot Sony de film niet uit te brengen in de VS, ook niet op dvd. The Interview  verscheen eind december toch in een klein aantal bioscopen in de VS, ook al werd er fors gedreigd met sancties. Tegelijkertijd verscheen de film online, iets wat normaliter niet gelijktijdig met het uitbrengen in de bioscoop gebeurt. Waarschijnlijk als tegenaanslag viel het internet in Noord-Korea urenlang plat. Obama bemoeide zich ermee en noemde het terugtrekken van de film door Sony een ‘mistake’, waardoor de relatie tussen Noord-Korea en de VS nog meer onder druk kwam te staan. 

Weinig inhoud
De hele voorgeschiedenis maakt toch enigszins nieuwsgierig naar de film zelf. Maar The Interview is de ophef niet waard. De start is langzaam en weinig boeiend. James Franco als Dave Skylark is een schreeuwerige over the top  personage, die bij alles wat hij zegt goed wil articuleren. Samen met zijn vriend Aaron Rapaport (Seth Rogen) verzorgt hij de populaire tv-talkshow Skylark Tonight. Dave is presentator en Aaron producer. 

Aaron voelt de noodzaak om de talkshow meer gewicht te geven. Nadat ze erachter zijn gekomen dat de Noord-Koreaanse leider Kim Jong-un (Randall Park) een fan is van hun show, besluiten ze naar Pyongyang af te reizen en hem te interviewen. De CIA benadert hen daarop met de mededeling dat Kim uitgeschakeld dient te worden, en dat zij de aangewezen personen daarvoor zijn. Dat klinkt als een James Bond-missie, ware het niet dat Dave en Aaron zeer onhandig zijn. De ene ongeloofwaardige gebeurtenis volgt de andere snel op. Vaak zijn de grappen flauw, soms wel grappig. 

Recensie The Interview

Mannelijke productie
De film van Evan Goldberg en Seth Rogen is niet de eerste film met acteurs Seth Rogen en James Franco. Ze speelden eerder samen in de komedies Pineapple Express (2008) en This Is The End (2013). In feite is het zelfs zo dat ze vaak met vrienden spelen. Zo kennen niet alleen Rogen en Franco elkaar al sinds de tv-serie Freaks and Geeks uit 1999, ook Lizzy Caplan is daarvan een oude bekende.

Het verhaal heeft een duidelijke male gaze, we bekijken de film door de ogen van een man: veel mooie vrouwen, waaronder CIA-agente Lacey (Caplan) en woman in control aan Koreaanse zijde Sook (Diana Bang), bloederige scènes,  grappen over penissen, feesten, auto’s, tanks, etc. 

Waar de makers in geslaagd zijn, is in het maken van een film waarover gepraat wordt. De vrijheid van meningsuiting en het belachelijk mogen maken van een leider of God zijn zeer actuele thema’s. Kim Jong-un zegt in de film:  ‘You know what’s more destructive than a nucleair bomb? Words!’ Toch blijft de vraag bestaan: gaat alle ophef werkelijk hierom? Really?

 

24 januari 2015

 

ALLE RECENSIES

Into the Woods

**

recensie  Into the Woods

Sprookjesmusical op het witte doek betovert niet genoeg

door Cor Oliemeulen

Er was eens een man die niets origineels wist te verzinnen. Hij heette James Lapine. James nam een grote kom en roerde de verhalen van vier sprookjes door elkaar. Hij kreeg een schitterend idee: Assepoester, Roodkapje, Raponsje en Jaap van de Bonenstaak komen samen in een groot bos en beleven daar de meest wilde avonturen. James vroeg zijn vriendje Stephen Sondheim om er muziek en liedjes bij te maken. Ze beleefden grote successen op het toneel. Maar toen vond iemand dat er een film moest komen.

Ze vroegen Rob Marshall. Rob had al eerder een musical gemaakt: Chicago. Verder moesten ze nog iemand hebben die mooie kleren kon maken. Een rood kapje kon iedereen. Nee, het moesten wel héél toepasselijke sprookjeskleren zijn. Ze belden Colleen Atwood. Colleen was heel beroemd en had al drie keer de állergrootste filmprijs gewonnen, het zogenaamde Mannetje. Bijvoorbeeld voor Alice in Wonderland. Omdat het een film zou gaan worden, moesten de plaatjes er natuurlijk prachtig uitzien. Ze vroegen Dion Beebe. Dion had ooit een Mannetje gewonnen voor een andere film die Rob had gemaakt: Herinneringen van een Gezelschapsdame. En tot slot moest de film vol zitten met hocus pocus. Dus belden ze Matt Johnson, die óók al een Mannetje had gewonnen! Voor Het Gouden Kompas.

Recensie Into the Woods

Rode cape, witte koe, glazen muiltje, gouden haren
Het verhaal begint met een heks met blauwe haren. Ze spreekt een vloek uit. De vader van de bakkersvrouw heeft namelijk groenten uit de tuin van de heks gestolen. Daarom is de vloek dat de bakker en zijn vrouw pas een kindje kunnen krijgen als ze vier dingen aan de heks geven. Als eerste de cape van Roodkapje. En dan nog de gouden haren van Raponsje, het muiltje van Assepoester en de witte koe van Jaap van de Bonenstaak. Gelukkig komen ze allemaal samen in het bos.

Maar het valt niet mee om al die dingen te verzamelen. Ze krijgen te maken met de Grote Boze Wolf, Raponsje die in een hoge toren zit opgesloten, de gemene stiefzusjes van Assepoester én de koe van Jaap die dood gaat. Er gaan ook ménsen dood in het bos, maar dat mag de pret niet drukken. Want het bos is net als het echte leven. Je kunt daar op zoek gaan naar je dromen. Je kunt er heerlijk verdwalen en bang worden. Ja, in het bos leer je pas goed wie je bent!

Recensie Into the Woods

Wie de schoen past…
De spelers in de film doen echt hun best. Lilla Crawford is pas twaalf en is een mooi Roodkapje. De wolf wordt gespeeld door Johnny Depp, die het liefst piraat is. En Daniel Huttlestone als Jaap is misschien wel het beste. Daniel speelde al in een musical toen hij pas negen jaar was! Ook zong hij in De Ellendigen. Maar het aller-allerbeste is Meryl Streep. Meryl speelt de gemene heks en won in haar eentje al drie Mannetjes. Ze kan best goed zingen, maar ze heeft echt geen gouden stemmetje, hoor! Toch geloven we Meryl het meest. De meeste anderen in de film zijn eigenlijk best wel een tikkeltje saai. Behalve dan de stiefzusjes van Assepoester. Die hakken allebei een teen van hun voet, zodat ze in het muiltje passen. Best stom! Als hun boze moeder vroeger sprookjes had voorgelezen, hadden ze dat nóóit gedaan.

Een sprookje eindigt altijd goed. Nadat Assepoester en haar prins in het kasteel zijn getrouwd, is de film afgelopen. O nee, er komt nog wat! Jaap heeft de vrouw van de reus boos gemaakt en die komt nog wraak nemen. Was dat nou nodig? Kon je eindelijk gaan plassen, komt die lelijke reuzentrol nog even met haar grote voeten het gelukkige eind verzieken! Ach, een goed verhaal heeft soms een boodschap en dat mogen we best wel weten van Rob. Iedereen maakt fouten, niemand is alleen! Rob zal het weten.

 

22 januari 2015

 
ALLE RECENSIES

Birdman

*****
recensie Birdman
Drie keer B is scheepsrecht

door Alfred Bos

De regisseur van Babel en Biutiful overtuigt opnieuw, ditmaal met een magisch-realistische fabel over een vliegende fictieheld die mens wordt. Birdman is een spiegelpaleis van waan en werkelijkheid. En de comeback van Michael Keaton als topacteur.

Van een regisseur die films als Biutiful (2010, met Javier Bardem) en Babel (2006, met Brad Pitt) op zijn palmares heeft verwacht je iets bijzonders en Birdman, het meest recente werkstuk van de Mexicaan Alejandro González Iñárritu, stelt niet teleur. Het is een razend slimme vertelling over een verlopen steracteur die zijn loopbaan nieuw leven probeert in te blazen. Met een toneelstuk in een film, acteurs die ook privé een rol spelen en superheldkrachten die tevens buiten het filmdoek blijken te werken is Birdman een spiegelpaleis waarin realiteit en fantasie niet meer van elkaar zijn te scheiden.

Recensie Birdman

Dat spel met feit en fictie begint al met de acteur die de hoofdrol van Riggan, de voormalige filmvedette, vertolkt. De laatste maal dat we via een kwaliteitsfilm van Michael Keatons bepaald niet kinderachtige acteervermogens konden genieten, was in de vorige eeuw: Tarantino’s Jackie Brown uit 1997. De man die in 1988 een gelaagde en complexe Batman neerzette, leende de laatste jaren zijn stem aan soundtracks van tekenfilms en videogames; op het witte doek bleef zijn talent verborgen in generieke vervolgfilms rond een guitige Volkswagen (Herbie) en een cyborg-agent (Robocop). In Birdman glorieert Keaton en de Oscar-nominatie voor Beste Hoofdrol is de bevestiging van een talent dat te lang uit beeld is geweest. Zijn Riggan is formidabel.

Vertekend zelfbeeld
De film speelt zich hoofdzakelijk af in het Newyorkse Broadway-theater waar Riggan zijn comeback wil maken via de toneelbewerking van een kort verhaal van Raymond Chandler. De voorstelling is zijn initiatief; hij heeft de tekst bewerkt, speelt de hoofdrol, regisseert het geheel en is tevens de geldschieter van het project. Het is zwemmen of verzuipen, bij een flop is hij definitief gezien. Om Riggan zwerven zijn verslaafde dochter Sam (Emma Stone), zijn ex-vrouw Sylvia (Amy Ryan) en zijn beste vriend Jake (Zach Galifianakis), die als uitvoerend producent optreedt. Riggans tegenspelers in het geplande toneelstuk zijn een onervaren debutante, Lesley (Naomi Watts), Riggans scharrel Laura (het Engelse talent Andrea Riseborough) en een method actor die alleen op het toneel zichzelf is, Mike (Edward Norton). Met die club moet hij de strijd winnen.

En een strijd is het. De reeks problemen waar het hoofdpersonage zich voor gesteld ziet, zijn voornamelijk van eigen makelij en ontspruiten aan zijn verbeelding. Zelfbeeld, identiteit, imago – op dat thema varieert de film voortdurend. Van zijn toenmalige succesrol als de superheld Birdman heeft Riggan de telekinetische gaven van dat fictieve personage overgenomen (hij kan voorwerpen met zijn geest verplaatsen), maar het blijkt een vloek. Om wezenlijk te veranderen zal hij tevens uiterlijk moeten transformeren. Om de wereld anders te zien, moet de wereld hem ook anders zien en dat lukt alleen met een – letterlijk – nieuw gezicht.

Recensie Birdman

Subjectieve camera
Het is een geraffineerd spel met (eigen)waan en werkelijkheid dat Iñárritu opdient. De film speelt zich voor het grootste deel af in de gangen en kleedkamers van het theater, een claustrofobisch labyrint dat de grotten van Riggans geest uitbeeldt. De toegepaste cameratechniek en montage – lange, vanaf de schouders gedraaide shots – suggereren de ‘stream of consciousness’ van een overactief brein. We zien het verhaal door de ogen van Riggan, subjectief dus. De film toont zijn verbeelding, waarin fantasie de werkelijkheid heeft overgenomen. De geprojecteerde schijn wordt door een toevalligheid ontmaskerd – via de opgeklopte schijnwereld van de sociale media. De spiegel verbrijzeld, of is het een hologram waar in elke scherf zich het geheel toont?

Birdman is satire van het superieure soort, een film over de bewustzijn vervormende mediamaatschappij en haar pathologische drang naar aandacht, in de vorm van een magisch-realistische vertelling. Riggan vindt uiteindelijk verlossing door de onbevangenheid te omarmen. De ondertitel, en de moraal, van de film luidt: the unexpected virtue of ignorance (de onverwachte deugd der onwetendheid). De mens schept zijn eigen hel en wie ophoudt met neurotisch piekeren – over zijn imago, over zijn kansen, over zichzelf – kan opeens vliegen. Wonderschone film.

 

19 januari 2015

 

MEER RECENSIES

 

Greencard Warriors

*

recensie  Greencard Warriors

Boyz n the West Side

door Wouter Spillebeen

Na veertien jaar stilte komt de Nederlandse Miriam Kruishoop (Unter den Palmen) op de proppen met een drama over illegale Latino’s in Los Angeles. In dit geval was geen nieuws eerder goed nieuws. 

Kruishoop zag enkele jaren geleden een banner die Amerikaanse jongeren zonder papieren aanspoorde om in het leger te gaan. Zo zou hun familie een kans krijgen om de befaamde ‘green card’ (een permanente verblijfsvergunning) te bemachtigen. Dat gaf haar het idee voor Greencard Warriors (ook bekend als Crosstown), een drama met een politieke boodschap over het gezin van Beto. Hij is een illegale tiener die, nadat hij thuis in het bendewereldje verzeild raakte, zich gedwongen in Irak bij de Amerikaanse troepen vervoegt. Zonder de hulp van zijn oudere broer wordt Angel (Angel Amaral) lastig gevallen door de oude ‘vrienden’ van Beto. Het gezin leert stilaan dat het Amerikaanse leger niet altijd haar beloftes nakomt terwijl ze over Beto het slechtst denkbare nieuws vernemen.

Recensie Greencard Warriors

Intussen groeit prille liefde tussen Angel en het zwarte meisje Jazmine (Paige Hurd), tot groot ongenoegen van haar vader, die als politieagent gezworen heeft de bendeoorlog tussen de zwarten en de latino’s aan banden te leggen. De politiek getinte tragiek maakt plaats voor een waterig afkooksel van Shakespeares bekendste en zelfs West Side Story. Gooi wat Boyz n the Hood in de mix, met een boodschap die net zo goed van Michael Moore kon komen, en het resultaat is eufemistisch een boeltje te noemen.

Licht
Dat gebrek aan visie is ook te zien in de keuze van sommige shots. Nu en dan wordt een wide shot van Los Angeles bij het aanbreken van de dag of net midden in de nacht getoond, kennelijk om te laten zien dat de scène die we te zien zullen krijgen zich ’s morgens of ’s nachts zal afspelen. Maar als het nacht is, zoals het vorige shot toonde, waarom komt er dan zo veel licht binnen door het keukenraam? En waarom schijnt de middagzon tegen het vallen van de avond nog steeds? Zo’n technische fouten kunnen verklaard worden door een gebrek aan budget, maar wanneer dat gebrek ervoor zorgt dat een ondertiteling (de Spaans gesproken scènes zijn in het Engels ondertiteld) leest: “It’s all your fault! You’re fault!”, dan hoef je niet meer te vermelden dat de film baat zou hebben bij wat extra moeite.

Ook de acteurs lijken de helft van de tijd niet te weten wat ze met het scenario moeten aanvangen. De meeste personages lopen constant met dezelfde verstarde blik rond, ze reageren niet natuurlijk op wat rond hen gebeurt en ze rammelen hun zinnen af alsof ze hun eigen dialogen niet begrijpen. Enkel Manny Perez, die de vader van Beto en Angel speelt en een van de meest ervaren acteurs in de cast is, doet nu en dan een poging om goed te acteren, maar zijn schuimbekkende uitbarstingen werken enkel op de lachspieren.

Greencard Warriors

Rijm noch reden
Toch is het grootste probleem van Greencard Warriors niet het acteerwerk of de technische fouten, maar het verhaal zelf. Het is alsof Kruishoop een onderwerp zag dat zich goed leende voor een speelfilm, maar ze er verder niets mee kon aanvangen. Ze laat een hoop dingen gebeuren met een paar personages, maar zoekt niet naar een rode draad of logische progressie, er is rijm nog reden voor haar keuzes. Het toppunt is wanneer de vader (spoiler alert!) een politieagent een duwtje geeft waarop die natuurlijk prompt zijn hoofd stoot en sterft. Dat in een universum waar veertienjarige jongens zonder al te veel problemen een pak rammel kunnen krijgen van een geharde en criminele bende. Waarom moet de agent sterven? Omdat het goed uitkomt voor het verhaal.

Greencard Warriors mag met de nobelste bedoelingen ter wereld gemaakt zijn, het resultaat is niet beter dan de gemiddelde studentenfilm, niet toevallig net het vakgebied waar Kruishoop bijna twintig jaar geleden furore maakte.

10 januari 2015

 

De tien beste immigrantendrama’s van deze eeuw

 
ALLE RECENSIES
 

Annie

***

recensie Annie

Zingende wijsneus zoekt ouders

door Cor Oliemeulen

Het beroemde weesmeisje Annie weet ditmaal het hart van een stugge politicus te raken. Een geboren ster in een eigentijds kerstverhaal.

In de originele film van John Huston uit 1982 vertolkt Aileen Quinn de rol van het weesmeisje Annie. Zij speelde hierna nog in enkele films om in de vergetelheid te geraken. Anders zal het Quvenzhané Wallis vergaan. Twee jaar geleden sensationeel doorgebroken in het curieuze drama Beasts of the Southern Wild wacht het nu pas elfjarige talent een grootse toekomst. In de remake van Annie, geregisseerd door Will Gluck, is het guitige meisje met de rode krullenbol (een pruik) vervangen door een even vlot Afro-Amerikaans dametje met bruine haren. Ook de arrangementen van de beroemde liedjes (It’s a Hard Knock Life, Tomorrow en Opportunity) zijn in een modern jasje gestoken. Het is een kwestie van smaak of Wallis beter of met meer ontroering zingt dan Quinn, maar het acteren gaat haar beter af.

Recensie Annie

Een week op proef
Het verhaal van Annie is gebaseerd op de strikboekenreeks Little Orphan Annie uit de jaren ’20 van de vorige eeuw. In 1977 verscheen een musical, daarna een boek en toen de film. De kleine Annie woont in een weeshuis dat wordt geleid door de alcoholistische Miss Hanigan. In het origineel belandt Annie bij miljardair Oliver Warbucks (Albert Finney) die een wees wil adopteren en Annie een week op proef neemt; in de remake komt ze in het kader van public relations terecht bij burgemeesterskandidaat Will Stacks (Jamie Foxx). In beide gevallen lukt het Annie uiteindelijk het ijs in het stoere mannenhart te laten smelten.

Het is geen onaardig idee om het enigszins gedateerde origineel in de huidige tijd te plaatsen. Annie opent met een knipoog: voor het schoolbord staat een meisje met het uiterlijk van de oorspronkelijke Annie. Dan verplaatsen we ons snel naar het kleine weeshuis in Harlem, New York waar Annie met vijf andere meiden de boel op stelten zet, wachtend op adoptieouders, terwijl de door Cameron Diaz gespeelde huisbazin zich onderdompelt in alcoholistische versnaperingen en frustraties over een mislukte carrière als popzangeres (In de film blijkt ze in ieder geval geen groot zangtalent). Ze is dan ook ronduit jaloers als Annie een week mag logeren bij Will Stacks.

Recensie Annie

Luxe en avontuur
Als haar huisgenootjes aan Annie vragen of Stacks aardig is, antwoordt Annie: “Ja, maar dat weet hij zelf nog niet.” De meiden mogen een dagje ruiken aan de luxe en mee op avontuur met Annie en de burgemeesterskandidaat, die goede sier moet maken nadat hij publiekelijk blunderde bij een voedselbank. Media en publiek zijn zeer gecharmeerd van de ontwapenende Annie (die in een mum van tijd 1,3 miljoen Twitter-volgers heeft) en Stacks plukt in de polls de vruchten van de ‘samenwerking’. Maar als Annie door Stacks’ publiciteitsmanager wordt geforceerd een speech op autocue te houden, haakt het weesmeisje verdrietig af.

Annie is een familiefilm bij uitstek die in de kerstvakantie volle zalen zal trekken, ondanks het feit dat de film op het internet uitlekte nadat (Noord-Koreaanse?) hackers een computer van Sony Pictures hadden gekraakt. Een muzikale film met een lach en een traan die net als het origineel spannend en voorspelbaar eindigt nadat onverlaten zich met de adoptiekwestie gaan bemoeien. De remake van Annie is amusant, maar we missen wat chemie tussen het weesmeisje en de rijkaard, alsook de choreografie en musicalsetting van het origineel.

 

12 december 2014

 

Vijf remakes die je beter kunt mijden

 
ALLE RECENSIES
 

You’re Not You

***

recensie  You’re Not You

Emmer koud water

door Wouter Spillebeen

Wat krijg je als Garden State -regisseur George C. Wolfe een film maakt die de vreselijke gevolgen van ALS aan een groot publiek laat zien? Een mengeling tussen een Ice Bucket Challenge en het Franse Intouchables. 

Kate (Hilary Swank) en haar man Evan (Josh Duhamel) zijn rijk en gelukkig. Ze geven etentjes, zij speelt piano, hij koopt dure meubels voor hun hypermoderne woning die uit een catalogus lijkt te komen. Ze houden zielsveel van elkaar. Maar dan merkt Kate dat haar hand vreemde stuiptrekkingen vertoont. Anderhalf jaar later kan ze nog amper wandelen. Haar man geeft haar water door een rietje en verzorgt elke dag haar make-up. Ze heeft de thuisverpleegster ontslagen omdat die haar te veel als een patiënt deed voelen; de onverzorgde en rebelse studente Bec (Emmy Rossum) komt haar vervangen. Intouchables-gewijs ontstaat een onwaarschijnlijke vriendschap tussen de twee tegenpolen, die nu tot het einde samen tegen Kates ALS vechten.

Recensie You're Not You

Eerlijk portret
Wat deze film wil doen voor ALS-patiënten is zeker nobel. De Ice Bucket Challenges brachten veel geld op voor onderzoek naar een geneesmiddel, maar verduidelijkte niet hoe de neurologische ziekte levens verwoest, hoe een perfect gezond persoon in enkele jaren een compleet hulpbehoevende rolstoelpatiënt kan worden. You’re Not You vult dat gat in en schetst een eerlijk portret over de effecten van de ziekte. Alle opbrengsten van de Nederlandse première in Tuschinski gaan naar het gevecht tegen ALS. Bovendien zal ALS Nederland op alle vertoningen om een donatie vragen.

Hilary Swank heeft geen fantastische regisseur of een verbluffend scenario nodig om te schitteren. Dat is niet anders in You’re Not You. Als de snel aftakelende en vechtende onafhankelijke vrouw Kate is ze altijd oprecht en waarheidsgetrouw. Haar prestatie verdient lof en is zonder twijfel het beste element in de film, maar dit is geen Boys Don’t Cry en evenmin een The Homesman. Haar tegenspelers blinken nooit helemaal uit en het scenario toont – voorspelbaar genoeg – wel heel veel gelijkenissen met Intouchables. Maar terwijl de Franse film er wonderbaarlijk in slaagt om de verschillen tussen de twee hoofdpersonages niet overdadig uit te spelen, wrijft You’re Not You het constant in het gezicht van de kijker. Subtiel is deze film helemaal niet.

Recensie You're Not You

Muziek met een betekenis
In het begin weet You’re Not You op best leuke wijzen te spelen met de muzikale ondersteuning. Het contrast tussen stilte en geluid heeft meestal een betekenis, maar jammer genoeg is dat idee niet in de hele film te vinden.

You’re Not You heeft het vaak bij het rechte eind en kan door een groot publiek geliefd zijn omwille van de intenties, maar los van de boodschap schiet de film op verschillende vlakken toch tekort. Het verhaal is niet origineel en ongeveer zo subtiel als een emmer koud water over je hoofd krijgen. De subplots (de muzikale carrière en het vriendje van Bec) zijn onderontwikkeld en lijken enkel aanwezig te zijn om te benadrukken dat we bepaalde emoties moeten voelen. Gelukkig maakt de goudeerlijke prestatie van Swank veel goed. You’re Not You is een ware tearjerker en steekt dat niet onder stoelen of banken. Immers, hoe meer tranen, hoe meer donaties.

 

12 december 2014

 
ALLE RECENSIES